📄 Wettekst
16 DECEMBER 2022. - Koninklijk besluit houdende de basisbankdienst voor ondernemingen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, INLEIDING Het voorgestelde besluit beoogt de
wet van 8 november 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/11/2020
pub.
24/11/2020
numac
2020043673
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende invoering van bepalingen inzake de basisbankdienst voor ondernemingen in boek VII van het Wetboek van economisch recht
sluiten houdende invoering van bepalingen inzake de basisbankdienst voor ondernemingen in boek VII van het Wetboek van economisch recht en de artikelen 12 tot en met 19 van de
wet van 25 september 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/09/2022
pub.
16/01/2023
numac
2022033978
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende diverse bepalingen inzake economie
sluiten houdende diverse bepalingen inzake Economie ten uitvoer te brengen.
Het ontwerpbesluit geeft uitvoering aan artikel 108 van de Grondwet.
Het ontwerpbesluit geeft uitvoering aan de artikelen VII.59/4, §§ 3, eerste, derde, vierde, vijfde en zevende lid, en 5, VII.59/5, VII.59/6, § 3, tweede lid en VII.59/7, § 2 en de artikelen VII.59/9, VII.59/10 en VII.59/11, derde lid, van het Wetboek van economisch recht.
Het kunnen beschikken over een bankrekening om hiermee de noodzakelijke betalingsverrichtingen te kunnen doen is een noodzaak voor een onderneming om deel te kunnen nemen aan het economisch rechtsverkeer.
Voor een onderneming een zelfstandige activiteit begint, moet zij een zichtrekening openen bij een bank of een andere financiële instelling.
Dit geldt zowel voor een activiteit als natuurlijke persoon of als vennootschap.
Sommige ondernemingen ondervinden in de praktijk echter moeilijkheden om een bankrekening te verkrijgen.
Dit koninklijk besluit strekt ertoe, dergelijke ondernemingen de mogelijkheid te bieden om een rekening met betalingsdiensten te openen, waarmee ze hun beroepsactiviteit kunnen uitoefenen.
ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.
Dit artikel betreft de definities en behoeft geen verdere commentaar. HOOFDSTUK 2. - De basisbankdienst-kamer Afdeling 1. De bevoegdheden
Art. 2.
Om de leesbaarheid van de bepaling te vergroten werden de verschillende leden gegroepeerd onder paragrafen.
Het toepassingsgebied van de basisbankdienst voor ondernemingen werd bij wet houdende diverse bepalingen inzake Economie van 25 september 2022 uitgebreid tot diplomatieke zendingen aangezien zij met dezelfde problematiek tot het verkrijgen of behouden van een betaalrekening worden geconfronteerd.
Overeenkomstig artikel VII.59/4, § 1, van het Wetboek van economisch recht kan elke in België gevestigde onderneming of diplomatieke zending een aanvraag indienen bij de basisbankdienst-kamer wanneer hij driemaal één van de diensten van artikel I.9, 1°, a), b) of c), van het Wetboek van economisch recht werd geweigerd door ten minste drie kredietinstellingen die deze diensten aanbieden. Het is dus niet zo dat de onderneming of diplomatieke zending alle drie de diensten in artikel I.9, 1°, a) tot c), van het Wetboek van economisch recht moet aangevraagd hebben en moet geweigerd zijn.
Ondernemingen die op grond van andere, specifiek voor hun sector bepaalde wetgeving, reeds over rechten beschikken voor het verkrijgen van de voor de uitoefening van hun activiteiten vereiste basisbankdienst, dienen met toepassing van het lex specialis beginsel hun recht in de eerste plaats op grond van deze specifieke wetgeving te laten gelden.
In antwoord op advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werd de verwijzing naar artikel VII.55/12 van het Wetboek van economisch recht geschrapt aangezien dit niet het recht voor de betalingsinstelling inhoudt om zelf een betaalrekening te bekomen bij een kredietinstelling met het oog op het verrichten of ontvangen van betalingen voor eigen rekening.
Een aanvraag is ontvankelijk wanneer zij volgende elementen bevat: - een verklaring op eer dat de onderneming niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 2, bedoelde diensten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat; - een bevestiging, gestaafd met de nodige bewijsstukken, van het feit dat de onderneming ten minste driemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, van het Wetboek van economisch recht, is geweigerd en, in voorkomend geval, dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd; - een volledig aanvraagformulier dat werd bezorgd aan de basisbankdienst-kamer.
De basisbankdienst-kamer gaat na of de kredietinstelling de basisbetaaldiensten gemotiveerd geweigerd heeft overeenkomstig de gronden in artikel VII.59/6, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht.
Na een beslissing inzake de ontvankelijkheid, gaat de basisbankdienst-kamer over tot de beoordeling van de volledigheid van de aanvraag.
Een dossier wordt als volledig beschouwd wanneer het advies van de Cel voor financiële informatieverwerking is verkregen of wanneer dit advies uitblijft na zestig kalenderdagen. Het voormalige laatste lid van paragraaf 2 werd om legistieke redenen verplaatst naar een aparte paragraaf.
Pas wanneer de basisbankdienst-kamer de aanvraag als volledig heeft verklaard, begint de termijn te lopen ex artikel VII.59/4, § 3, zesde lid, van het Wetboek van economisch recht waarbinnen de basisbankdienst-kamer een beslissing neemt over de aanwijzing van een basisbankdienst-aanbieder.
Na de volledigheidsverklaring neemt de basisbankdienst-kamer een beslissing inzake de aanwijzing van een basisbankdienst-aanbieder.
De beslissing wordt de aanvragende onderneming per aangetekende zending ter kennis gebracht. Indien de basisbankdienst-kamer beslist om een basisbankdienst-aanbieder aan te wijzen, wordt de beslissing aan de basisbankdienst-aanbieder per aangetekende zending ter kennis gebracht. Wanneer de onderneming informatie en documenten moet verstrekken in het kader van de artikelen 10, 11, 12 en 14, zal de basisbankdienst-kamer de basisbankdienst-aanbieder inlichten over de beslissing van de basisbankdienst-kamer tot aanwijzing van een basisbankdienst-aanbieder wanneer de basisbankdienst-kamer de bijkomende documenten en informatie in het kader van de artikelen 10, 11, 12 en 14 van de onderneming heeft ontvangen. De basisbankdienst-aanbieder beschikt vanaf de kennisgeving over een termijn van tien werkdagen om de basisbankdienst aan te bieden aan de onderneming. De termijn is onder voorbehoud van de verplichtingen die de basisbankdienst-aanbieder heeft onder de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten en de verplichtingen overeenkomstig de artikelen 10, 11, 12 en 14 van dit ontwerpbesluit. Zo kan een basisbankdienst-aanbieder niet verweten worden dat hij de basisbankdienst niet binnen tien werkdagen aanbiedt wanneer hij niet de nodige informatie heeft ontvangen van de onderneming of wanneer deze onderneming dit weigert.
Bij ondernemingen zoals bedoeld in artikel 5, § 1, van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten vraagt de basisbankdienst-kamer de informatie als bedoeld in artikel 10, § 2, § 3 en § 7, 1° en 3° op aan de onderneming.
Bij diamanthandelaren, bedoeld in artikel 169, § 3, van de
programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
02/08/2002
pub.
29/08/2002
numac
2002003381
bron
ministerie van financien
Programmawet
sluiten, vraagt de basisbankdienst-kamer de informatie als bedoeld in artikel 11, § 2, § 3 en § 4 op aan de diamanthandelaar.
De basisbankdienst-kamer vraagt aan de ondernemingen die gebruik maken van de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), van het Wetboek van economisch recht de informatie op als bedoeld in artikel 12 en, in voorkomend geval, artikel 14.
De onderneming verstrekt aan de basisbankdienst-kamer de informatie in paragraaf 7 binnen de termijn zoals vastgelegd in het verzoek van de basisbankdienst-kamer.
De basisbankdienst-kamer voert geen inhoudelijke controle uit op de verkregen informatie en documenten. De basisbankdienst-kamer beschikt niet over de nodige expertise noch de nodige middelen om een inhoudelijke controle uit te voeren.
De basisbankdienst-kamer geeft de informatie door aan de basisbankdienst-aanbieder.
Indien de basisbankdienst-aanbieder de basisbankdienst weigert aan te bieden aan de onderneming, zal zij de schriftelijke en gemotiveerde beslissing ter kennis brengen aan de onderneming en de basisbankdienst-kamer. De weigeringsgronden zijn beperkt tot de gronden opgesomd in artikel VII.59/6, § 3, van het Wetboek van economisch recht en artikel 10, § 2, 11, § 2, 13 en 15 van dit ontwerpbesluit.
De beslissing van de basisbankdienst-kamer is een individuele administratieve beslissing en is onderworpen aan de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Ten gevolge van de actieve openbaarheid bevat de beslissing de beroepsmogelijkheden, de instanties bij wie het beroep moet worden ingesteld en de geldende vormen en termijnen.
De Raad van State is het bevoegde beroepsorgaan, overeenkomstig artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973.
Een basisbankdienst-aanbieder die een beroep instelt bij de Raad van State tegen de beslissing van de basisbankdienst-kamer, zal - bij gebrek aan schorsende werking van dit beroep - de basisbankdienst dus al moeten verlenen, tenzij deze basisbankdienst-aanbieder in het verzoekschrift bij de Raad van State uitdrukkelijk een "vordering tot schorsing" vraagt van de beslissing van de basisbankdienst-kamer en de Raad van State ertoe kan brengen om deze vordering in te willigen.
Artikel 2, § 8, bepaalt de wijze van controle op de identificatie en de identiteitsverificatieverplichting.
De basisbankdienst-aanbieder zal alle nuttige documenten opvragen bij de onderneming om te voldoen aan de verplichtingen inzake identificatie- en identiteitsverificatie.
De basisbankdienst verkregen via de basisbankdienst-kamer bestaat minimaal uit de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), van het Wetboek van economisch recht en de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b), van het Wetboek economisch recht voor zover deze diensten plaatsvinden in een of meerdere lidstaten.
Zoals artikel VII.59/4, § 2, derde lid, van het Wetboek van economisch recht aanhaalt, kan het afhalen en plaatsen van contanten op een betaalrekening slechts gebeuren aan de loketten, selfbanking en geldautomaten van de kredietinstelling.
Voor zover een basisbankdienst-aanbieder geen diensten verleent in Amerikaanse dollar, kan deze niet verplicht worden deze aan te bieden in het kader van een basisbankdienst.
In antwoord op het advies 72.244/1 van 25 oktober 2022 van de Raad van State werden in het tweede lid de woorden `niet tijdig' geschrapt.
Ter verduidelijking werd een lid ingevoegd tussen het eerste en tweede lid dat bepaalt dat indien de termijn van tien werkdagen niet gerespecteerd kan worden omwille van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, de basisbankdienst-aanbieder de onderneming of de diplomatieke zending en de basisbankdienst-kamer op de hoogte brengt.
De bedoeling van het voormalige tweede lid blijft ongewijzigd, namelijk dat de basisbankdienst-aanbieder de onderneming of diplomatieke zending en de basisbankdienst-kamer op de hoogte dient te brengen van het niet verlenen van de basisbankdienst. Afdeling 2. - De wijze van spreiding
Art. 3.
Dit artikel bepaalt de wijze van spreiding van de aanwijzing over de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieders.
In antwoord op het advies 72.244/1 van 25 oktober 2022 van de Raad van State werd de verwijzing naar artikel I.9, 1°, a), b) en c) geschrapt en vervangen door de verwijzing naar artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid van het Wetboek van economisch recht.
In antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werd het woord "en" in het tweede lid van artikel 3 geschrapt.
Een proportionele verdeling tussen de systeemrelevante kredietinstellingen gebeurt overeenkomstig het marktaandeel van betaalrekeningen, zoals bedoeld in art. I.9, 8°, van het Wetboek van economisch recht, van het totale aantal ondernemingen in portefeuille binnen de kredietinstelling.
Er wordt tevens rekening gehouden met de aangevraagde betalingsdiensten zoals aangegeven in het aanvraagformulier en de betalingsdiensten die de kredietinstelling aanbiedt. De ondernemingen die gebruik wensen te maken van de Amerikaanse dollar zullen verdeeld worden onder die basisbankdienst-aanbieders die dit aanbieden.
Bijkomend wordt er voor de entiteiten handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, die een beroep wensen te doen op de basisbankdienst, een proportionele verdeling per beroepsactiviteit per systeemrelevante instelling toegepast. Op die manier wordt vermeden dat een enkele basisbankdienst-aanbieder alle ondernemingen uit een bepaalde sector zal toegewezen krijgen.
De systeemrelevante kredietinstellingen zoals bedoeld in het eerste lid verlenen de basisbankdienst-kamer de nodige medewerking voor het vervullen van haar opdracht, met inbegrip van het aanleveren van juiste en volledige informatie. Deze informatie kan tevens via de Belgische Federatie van de Financiële Sector aangeleverd worden. Afdeling 3. - De leden
Art. 4.
In antwoord op advies 72.244/1 van 25 oktober 2022 van de Raad van State werd verduidelijkt in de bepaling onder 2° van het eerste lid dat de leden met specifieke kennis geen ambtenaren kunnen zijn.
Artikel 4, tweede lid met betrekking tot het horen of beroep doen op deskundigen werd geschrapt en ingeschreven in de
wet van 25 september 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/09/2022
pub.
16/01/2023
numac
2022033978
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende diverse bepalingen inzake economie
sluiten houdende diverse bepalingen inzake Economie.
Art. 5.
Overeenkomstig de geldende rechtspraak dient meer dan de helft van de leden aanwezig te zijn om geldig te beraadslagen (zie de arresten van de Raad van State nr. 53.347 van 18 mei 1995, nr. 178.020 van 18 december 2007, nr. 185.145 van 3 juli 2008, nr. 187.755 van 6 november 2008 en nr. 246.547 van 3 januari 2020).
Art. 6.
In antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werden de woorden "het beroepsgeheim" geschrapt en vervangen door "een discretieplicht" aangezien er geen wettelijke grondslag is om dit onder het toepassingsgebied van artikel 458 van het Strafwetboek te brengen. De voorzitter en de leden van de basisbankdienst-kamer zijn gehouden tot een discretieplicht. Deze heeft een beperktere draagwijdte dan het beroepsgeheim, en meer bepaald dat diegene die erdoor gebonden is niet het recht heeft om zich van een getuigenis in rechte te onthouden of om in het algemeen zijn medewerking aan de bewijsvoering in rechte te weigeren.
Art. 7.
Dit artikel behoeft geen verdere uitleg. Afdeling 4. - De werking
Art. 8.
Er wordt geopteerd om de praktische zaken te regelen in een huishoudelijk reglement, opgesteld door de basisbankdienst-kamer. Dit zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de minister bevoegd voor Economie.
Art. 9.
Aangezien het secretariaat wordt verzorgd door ambtenaren aangewezen door de minister bevoegd voor Economie, zal de administratie van de FOD Economie de kosten van het secretariaat dragen. HOOFDSTUK 3. - Specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen Art. 10.
Er zijn specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen van toepassing op alle categorieën van ondernemingen als bedoeld in artikel 5, § 1, van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, die een basisbankdienst-aanbieder werden toegewezen door de basisbankdienst-kamer.
In antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werd het woord "gereglementeerd" toegevoegd aangezien artikel 5, § 1, eerste lid, van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten het begrip "gereglementeerde beroepsactiviteiten" hanteert.
In antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werd de uitzondering voor betalingsinstellingen geschrapt aangezien artikel VII.59/4, § 5, van het Wetboek van economisch recht het recht op een basisbankdienst voor de in die bepaling bedoelde ondernemingen, waaronder ook betalingsinstellingen, afhankelijk maakt van de door de Koning vastgelegde specifieke risicobeperkende maatregelen.
In antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werd in het tweede lid verduidelijkt dat de informatie betrekking heeft op de paragrafen 2 tot 8.
De basisbankdienst-aanbieder kan slechts, naast de informatie in het kader van de bijkomende risicobeperkende maatregelen vastgelegd in dit ontwerpbesluit, bijkomende informatie vragen voor zover deze kadert binnen de verplichtingen van de basisbankdienst-aanbieder van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.
De informatie in het kader van de bijkomende risicobeperkende maatregelen die van toepassing zijn tijdens de zakenrelatie tussen de basisbankdienst-aanbieder en de onderneming zullen niet via de basisbankdienst-kamer opgevraagd worden. De basisbankdienst-kamer vraagt enkel informatie op in het kader van de bijkomende risicobeperkende maatregelen die van toepassing bij de toegang tot de basisbankdienst.
In het kader van de betrouwbaarheidsvereisten kan de basisbankdienst-aanbieder het UBO-register raadplegen op basis van de artikelen 6, 2°, en 7, 2°, van het
koninklijk besluit van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
30/07/2018
pub.
14/08/2018
numac
2018031658
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register
sluiten betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register.
De punten 1° en 3° kunnen bewezen worden aan de hand van een uittreksel uit het strafregister.
Artikel 10, § 3 bepaalt dat de onderneming een melding maakt indien zij of haar bestuurders het voorwerp uitmaken van een strafrechtelijke procedure. De term strafrechtelijke procedure heeft betrekking op een gerechtelijke procedure die bij de strafrechter aanhangig is, met uitzondering van strafrechtelijke onderzoeken of de behandeling van klachten. De ratio hiervoor kan gevonden worden in de zorgvuldigheidsplicht van een onderneming. Indien een onderneming of haar bestuurders veroordeeld zijn, kan de basisbankdienst-aanbieder de basisbankdienst immers weigeren of opzeggen conform artikel VII.59/6, §§ 2 en 3, van het Wetboek van economisch recht. De melding wordt gemaakt bij de basisbankdienst-kamer indien de onderneming het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke procedure bij de aanvraag en tot de basisbankdienst-kamer een beslissing heeft genomen. Eens een basisbankdienst-aanbieder is aangeduid, blijft de verplichting gelden en maakt de onderneming een melding bij de aangewezen basisbankdienst-aanbieder.
Artikel 10, § 4, bepaalt dat de onderneming zich richt tot de maatschappelijke zetel van de basisbankdienst-aanbieder. Dit is om een centralisatie te behouden van de eerste lijn. De onderneming die de basisbankdienst is toegewezen kan zich niet wenden tot de bijkantoren van de basisbankdienst-aanbieder. Het is van belang dat de onderneming de mogelijkheid van een elektronische procedure wordt geboden. Deze maatregel heeft niet als doel dat ondernemingen zich fysiek moeten wenden tot de maatschappelijk zetel.
Artikel 10, § 5, bepaalt dat de onderneming een lijst opstelt van gebruikelijke tegenpartijen. Deze verplichting geldt slechts voor zover de onderneming een bestaand klantenbestand heeft. Een startende onderneming kan niet gevraagd worden een dergelijke lijst over te maken.
Artikel 10, § 6, legt een documentatieverplichting op. In die zin zijn facturen voldoende.
Artikel 10, § 8, bepaalt dat de onderneming bewijs verstrekt dat zij voldoet aan de openbaarmakingsverplichtingen indien de basisbankdienst-aanbieder hierom verzoekt.
De openbaarmakingsverplichtingen zijn die verplichtingen zoals bedoeld in boek 3, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 4 en hoofdstuk 2, afdeling 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Art. 11.
Onverminderd de bijkomende risicobeperkende maatregelen zoals bedoeld in artikel 10, worden er daarenboven specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen van toepassing verklaard op diamanthandelaren.
In antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werd in het tweede lid verduidelijkt dat de informatie betrekking heeft op de paragrafen 2 tot 6.
De basisbankdienst-aanbieder kan slechts, naast de informatie in het kader van de bijkomende risicobeperkende maatregelen vastgelegd in dit ontwerpbesluit, bijkomende informatie vragen voor zover deze kadert binnen de verplichtingen van de basisbankdienst-aanbieder van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten.
De diamanthandelaar die de basisbankdienst geniet betaalt zijn werknemers per overschrijving uit. Dit vormt een uitzondering op beslissing 0406 van het Paritair Comité 324 .
Artikel 11, § 2, 2°, voorziet dat de diamanthandelaar een officieel geregistreerde diamanthandelaar moet zijn. Hij kan dit aantonen door een kopie te bezorgen van zijn registratie op de website www.registereddiamondcompanies.be. Het bewijs van een geldige vergunning mag niet ouder zijn dan drie maanden.
Overeenkomstig artikel 11, § 2, 3°, dient de diamanthandelaar aan te tonen dat hij gedurende de laatste vijf jaar de vergunningsvereisten heeft nageleefd. Hij toont dit aan door het registratienummer dat hij verkregen heeft over te maken alsook een kopie van zijn registratie op de website www.registereddiamondcompanies.be.
Overeenkomstig artikel 11, § 2, 5°, dient de diamanthandelaar aan te tonen dat zijn cliënten gescreend zijn op specifieke risico's. Hij kan dit aantonen door een kopie van de audit trail in Bureau Van Dijk voor te leggen waaruit blijkt dat zijn cliënten gescreend zijn op specifieke risico's wanneer de basisbankdienst-aanbieder hierom verzoekt. De verwijzing naar "specifieke risico's" verduidelijkt dat het gaat om de sectorspecifieke eisen die bestaan in de praktijk, zoals onder meer voorgeschreven door de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, door het koninklijk besluit van 1 juli 2020 tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/09/2017
pub.
06/10/2017
numac
2017013368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten voor de handelaren in diamant en/of synthetische diamant geregistreerd onder toepassing van artikel 169, § 3, van de
programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
02/08/2002
pub.
29/08/2002
numac
2002003381
bron
ministerie van financien
Programmawet
sluiten, en het
koninklijk besluit van 20 november 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/11/2019
pub.
13/12/2019
numac
2019015617
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op in de diamantsector
sluiten houdende maatregelen betreffende het toezicht op in de diamantsector.
In artikel 11, § 2, 6°, werd de voorwaarde van het deelnamecertificaat verduidelijkt door dit te aligneren met de bewoording van het
koninklijk besluit van 20 november 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/11/2019
pub.
13/12/2019
numac
2019015617
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op in de diamantsector
sluiten houdende maatregelen betreffende het toezicht op in de diamantsector.
Artikel 11, § 3, 2°, legt aan de diamanthandelaar de verplichting op om een duidelijk overzicht met informatie over het soort handel te bezorgen aan de basisbankdienst-aanbieder. De diamanthandelaar preciseert of het gaat over handel in ruwe diamant en/of geslepen diamant, de namen en beschrijving van de tegenpartijen van de diamanthandelaar en de geografische zones waar deze tegenpartijen zijn gevestigd alsook de te verwachten volumes op de rekening.
In antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werden de woorden "wettelijk verplichte" in 3° geschrapt aangezien de warranty slechts betrekking heeft op een aanbeveling.
Daarnaast werd de tekst van de clausule in het Nederlands en het Frans opgenomen in de bepaling.
Artikel 11, § 4, 1°, legt aan de diamanthandelaar een negatieve bewijslast op. Het bewijs dat een wisselbrief niet geprotesteerd werd, kan onder meer worden aangetoond aan de hand van een verklaring van een boekhouder of accountant.
Artikel 11, § 4, 2°, legt een verplichting op aan de diamanthandelaar om lid te zijn bij een erkende diamantbeurs. Indien de diamanthandelaar geen natuurlijke persoon is, betekent dit dat minstens één bestuurder van de rechtspersoon lid moet zijn van een erkende diamantbeurs.
Artikel 11, § 5, 1°, stelt dat de diamanthandelaar zich ertoe verbindt de betaalrekening exclusief te gebruiken voor zijn professionele activiteiten als diamanthandelaar. Dit is onverminderd de verrichtingen tussen de vennootschap en de bestuurders die toegelaten zijn overeenkomstig het vennootschapsrecht.
In artikel 11, § 5, 2° worden de woorden "die worden uitgevoerd van of naar een betaalrekening in Amerikaanse dollar" geschrapt aangezien het verbod ook van toepassing is op betaalrekeningen in euro waar betalingsdiensten in Amerikaanse dollar worden verricht.
In artikel 11, § 6, tweede lid werden de woorden "onder meer" geschrapt in antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State en in het licht van de vereiste van rechtszekerheid.
Artikel 11, § 6, tweede lid, 2° : een kopie van de verkoop- of aankoopfactuur van diamanten en/of andere documenten kan onder meer geleverd worden via een e-mail, een consignatiedocument, een contract, een transportdocument, een ontvangstbewijs en een douaneaangifte.
In artikel 11, § 6, 3° werd verwezen naar de definitie uit Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad van 20 december 2020 tot invoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant in antwoord op het advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State. HOOFDSTUK 4. - Beperkingen nodig om risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken Art. 12.
Dit artikel behoeft geen verdere uitleg.
Art. 13.
Dit artikel behoeft geen verdere uitleg. HOOFDSTUK 5. - Bijkomende voorwaarden voor verrichtingen in Amerikaanse dollar Art. 14.
Dit artikel behoeft geen verdere uitleg.
Art. 15.
Dit artikel behoeft geen verdere uitleg. HOOFDSTUK 6. - De vermeldingen op het aanvraagformulier en de erbij te voegen stukken Art. 16.
Een aanvraagformulier bevat een verklaring op eer dat een aanvragende onderneming niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 2, van het Wetboek van economisch recht, bedoelde diensten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat.
In antwoord op advies 70.008/1/V van 6 september 2021 van de Raad van State werd het woord "vermeldingen" vervangen door de "documenten bedoeld".
Daarnaast werd het toepassingsgebied van de gevraagde gegevens op het aanvraagformulier uitgebreid tot diplomatieke zendingen.
Tot slot werden de bepalingen onder 8° tot 15° van het eerste lid met de vereiste informatie betreffende de verwerking van persoonsgegevens in antwoord op advies 72.244/1 van 25 oktober 2022 van de Raad van State geschrapt. HOOFDSTUK 7. - Werkingskosten van de basisbankdienst-kamer Art. 17.
Er is een jaarlijkse bijdrage van de kredietinstellingen verschuldigd in de werkingskosten van de basisbankdienst-kamer die is gebaseerd op een jaarlijkse raming van de werkingskosten.
De jaarlijkse bijdrage dient geconcipieerd te worden als een retributie aangezien gaat om een dienst die aan alle kredietinstellingen wordt verleend en die een compenserend karakter heeft wegens de toegevoegde waarde van de door de basisbankdienst-kamer verrichte analyse.
De bijdrageplichtingen zijn de op 1 januari in België gevestigde kredietinstellingen als bedoeld in artikel 14 van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
27/05/2014
numac
2014003225
bron
federale overheidsdienst financien
Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003194
bron
federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie
Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014003234
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
18/01/2016
numac
2016000006
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003195
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
14/05/2014
numac
2014009199
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen die de minimale betalingsdiensten zoals bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c) van het Wetboek van economisch recht aanbieden aan ondernemingen. De bijdrage is verantwoord door het feit dat deze kredietinstellingen op vrijwillige basis de minimale betalingsdiensten kunnen weigeren of opzeggen aan ondernemingen die hierom verzoeken en zich bijgevolg tot de basisbankdienst-kamer moeten wenden.
Er werd een minimumdrempel ingevoerd om de kredietinstellingen waarvan het aantal ondernemingen die ze in portefeuille hebben verwaarloosbaar is uit te sluiten.
Onder marktaandeel wordt verstaan het marktaandeel gebaseerd op het totaal aantal gestorte gelden door niet-financiële Belgische ondernemingen op betaalrekeningen bij kredietinstellingen als bedoeld in artikel 17 van het jaar waarin deze worden opgevraagd op basis van bij de Nationale Bank beschikbare gegevens.
De werkingskosten bestaan uit de personeelskosten, de kosten voor het ontwikkelen en beheren van de informaticasystemen en de kosten voor de experten en permanente leden als bedoeld in artikel 4, 2°.
Art. 18.
Dit artikel bepaalt de berekeningswijze van de bijdrage. HOOFDSTUK 8. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 19.
In het jaar van inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit dragen de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 18 bij pro rata temporis.
Art. 20.
Dit artikel werd aangepast in de zin dat enkel de minister bevoegd voor Economie belast is met de uitvoering van dit ontwerpbesluit.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Economie, P.-Y. DERMAGNE
RAAD VAN STATE Afdeling Wetgeving
Advies 72.244/1 van 25 oktober 2022 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende de basisbankdienst voor ondernemingen' Op 26 september 2022 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende de basisbankdienst voor ondernemingen'.
Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 13 oktober 2022. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Chantal BAMPS en Inge VOS, staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en Wim GEURTS, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Arne CARTON, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 25 oktober 2022. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. ANTECEDENT 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit bevat een regeling met betrekking tot de basisbankdienst voor ondernemingen. De Raad van State heeft op 6 september 2021 het advies 70.008/1/V gegeven over een eerdere versie van de ontworpen regeling. In dat advies werd het ontwerp onderzocht in het licht van de regeling die is opgenomen inzake de basisbankdienst voor ondernemingen in de artikelen VII.59/4 tot VII.59/8 van het Wetboek van economisch recht.
De Raad van State verleent, behoudens in geval van wijziging van de juridische context, in de regel geen nieuw advies over bepalingen die reeds eerder zijn onderzocht of die zijn gewijzigd ten gevolge van in eerdere adviezen gemaakte opmerkingen.
Sinds het voormelde advies werd de regeling in de artikelen 59/4 en volgende van het Wetboek van economisch recht evenwel grondig gewijzigd door de artikelen 12 tot 19 van de wet `houdende diverse bepalingen inzake Economie', waarbij ook is voorzien in de invoeging van de nieuwe artikelen VII.59/9 tot VII.59/11 in het Wetboek van economisch recht. Deze wet werd op 22 september 2022 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers. De wijzigingsbepalingen waren op het ogenblik waarop de Raad van State voorliggend advies uitbrengt nog niet bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Aangezien de juridische context waarbinnen de ontworpen regeling moet worden beoordeeld beduidend is gewijzigd sinds het voormelde advies, onderzoekt de Raad van State het heden om advies voorgelegde ontwerp om na te gaan of het in overeenstemming is met het Wetboek van economisch recht zoals dat zal luiden na de inwerkingtreding van de voornoemde wijzigingsbepalingen. Het ontwerp bevat, in vergelijking met de eerder onderzochte versie, bovendien een aantal nieuwe bepalingen die niet louter als wijzigingen ten gevolge van in het eerdere advies gemaakte opmerkingen kunnen worden beschouwd. Deze laatste soort bepalingen wordt derhalve ook onderzocht.
RECHTSGROND 3. Het onderzoek van de rechtsgrond is gebeurd met inachtneming van de wijzigingen van de artikelen 59/4 en volgende van het Wetboek van economisch recht, waarbij - uiteraard voor zover nog relevant in het licht van de deels gewijzigde rechtsgrondbiedende bepalingen - tevens rekening is gehouden met de rechtsgrondanalyse in het reeds genoemde advies 70.008/1/V. De Raad van State, afdeling Wetgeving, gaat er daarbij vanuit dat het koninklijk besluit dat thans in ontwerpvorm voorligt, niet in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt voordat de voormelde artikelen 12 tot 19 van de wet `houdende diverse bepalingen inzake Economie' in werking zullen zijn getreden. 4. In het eerste lid van de aanhef van het ontwerp wordt als rechtsgrond verwezen naar de artikelen VII.59/4, § 3, vijfde en zevende lid, VII.59/5, vierde lid, VII.59/9, § 3, en VII.59/11, derde lid, van het Wetboek van economisch recht, zoals die bepalingen worden gewijzigd bij de reeds genoemde wet van 22 september 2022. 5. De opsomming van rechtsgrondbiedende bepalingen in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp is niet volledig. Vooreerst dient er voor sommige bepalingen van het ontwerp een beroep te worden gedaan op artikel 108 van de Grondwet waaruit de Koning de algemene bevoegdheid put om de wetten uit te voeren, gelezen in samenhang met bepalingen van het Wetboek van economisch recht die al dan niet al worden vermeld in de aanhef.
Dit is het geval voor artikel 2 van het ontwerp inzake de bevoegdheden van de basisbankdienst-kamer dat rechtsgrond vindt in de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning, gelezen in samenhang met de artikelen VII.59/4, §§ 3 en 5, VII.59/5 en VII.59/6, § 3, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht. Artikel 3 van het ontwerp heeft betrekking op de wijze van spreiding van de betrokken systeemrelevante kredietinstellingen voor de aanwijzing als basisbankdienst-aanbieder en vindt in beginsel rechtsgrond in de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning, gelezen in samenhang met artikel VII.59/4, § 3, vijfde en zevende lid, van het Wetboek van economisch recht. De artikelen 4 tot 9 van het ontwerp beogen de samenstelling en de werking van de basisbankdienst-kamer te regelen en vinden rechtsgrond in de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning, gelezen in samenhang met artikel VII.59/4, § 3, zevende lid, van het Wetboek van economisch recht. De artikelen 10 en 11 van het ontwerp bevatten een aantal specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen en vinden, tot slot, ook deels rechtsgrond in de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning, gelezen in samenhang met artikel VII.59/9, § 1, van het Wetboek van economisch recht. 6. Voor sommige bepalingen van het ontwerp kan geen beroep worden gedaan op de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning, maar kan rechtsgrond worden gevonden in andere bepalingen van het Wetboek van economisch recht dan die waarnaar in de aanhef van het ontwerp wordt verwezen. Dit is het geval met de reeds genoemde artikelen 10 en 11 van het ontwerp die deels ook rechtsgrond vinden in de artikelen VII.59/4, § 5, eerste lid, en VII.59/9, § 3, van het Wetboek van economisch recht.
De artikelen 12 en 13 van het ontwerp vermelden een aantal beperkingen die nodig zijn om risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken en vinden rechtsgrond in artikel VII.59/4, § 5, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht. De artikelen 14 en 15 van het ontwerp leggen sommige bijkomende voorwaarden op voor verrichtingen in Amerikaanse dollar waarvoor rechtsgrond wordt geboden door artikel VII.59/4, § 5, vijfde lid, van het Wetboek van economisch recht. 7.1. Voor een beperkt aantal bepalingen van het ontwerp is de rechtsgrond problematisch en kunnen vragen worden gesteld bij de overeenstemming ervan met de ter zake relevante artikelen van het Wetboek van economisch recht. 7.2. Uit artikel VII.59/4, § 1, eerste lid, juncto artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid, van het Wetboek van economisch recht, volgt dat basisbankdienst-aanbieders in België gevestigde kredietinstellingen zijn die worden aangeduid "(...) uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
27/05/2014
numac
2014003225
bron
federale overheidsdienst financien
Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003194
bron
federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie
Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014003234
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
18/01/2016
numac
2016000006
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003195
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
14/05/2014
numac
2014009199
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13°, 14° en 25° en 36/26/1, §§ 4 en 6 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen". Artikel 3, eerste lid, van het ontwerp, dat bepaalt dat systeemrelevante kredietinstellingen die betalingsdiensten aanbieden zoals bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), van het Wetboek van economisch recht, in aanmerking komen als basisbankdienst-aanbieder, dient in overeenstemming te worden gebracht met de voornoemde bepalingen van het Wetboek van economisch recht. 7.3. In artikel 17 van het ontwerp wordt bepaald dat de betrokken bijdragen "worden vergoed door de op 1 januari in België gevestigde kredietinstellingen als bedoeld in artikel 14 van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
27/05/2014
numac
2014003225
bron
federale overheidsdienst financien
Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003194
bron
federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie
Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014003234
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
18/01/2016
numac
2016000006
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003195
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
14/05/2014
numac
2014009199
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen die de minimale betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), van het Wetboek van economisch recht aanbieden aan ondernemingen en die minstens 0,1 procent marktaandeel bezitten".
In artikel VII.59/11, van het Wetboek van economisch recht, wordt onder meer bepaald dat de "kredietinstellingen" jaarlijks bijdragen in de werkingskosten van de basisbankdienst-kamer, en wordt de Koning opgedragen om de berekeningswijze van die bijdragen te bepalen, alsook de voorwaarden waaronder de kredietinstellingen deze bijdragen moeten betalen (zie respectievelijk het eerste en het derde lid van artikel VII.59/11, van het voornoemde wetboek). Onder "kredietinstelling" moet voor de toepassing van de aangehaalde bepaling worden verstaan "de kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, § 3, van de [reeds genoemde]
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
27/05/2014
numac
2014003225
bron
federale overheidsdienst financien
Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003194
bron
federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie
Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014003234
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
18/01/2016
numac
2016000006
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003195
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
14/05/2014
numac
2014009199
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
sluiten" (artikel I.9, 71°, van het Wetboek van economisch recht).
Door in artikel 17 van het ontwerp te verwijzen naar het begrip "kredietinstellingen" als bedoeld in artikel 14 van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
27/05/2014
numac
2014003225
bron
federale overheidsdienst financien
Wet inzake het statuut van en het toezich …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.