← België

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten

Kort samengevat

Dit besluit regelt de procedure voor het plannen, programmeren en realiseren van woonprojecten in Vlaanderen. Het legt vast hoe sociale en andere woonprojecten moeten worden voorbereid en uitgevoerd.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
25 OKTOBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, artikel 22, § 2, vervangen bij het decreet van 24 maart 2006 en gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2009, 9 maart 2012 en 31 mei 2013, artikel 26 en artikel 33, vervangen bij het decreet van 24 maart 2006 en gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2009, 29 april 2011, 23 december 2011, 9 maart 2012, 23 maart 2012 en 31 mei 2013; Gelet op het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 15/05/2009 numac 2009035411 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid sluiten betreffende het grond- en pandenbeleid, artikel 4.1.16, § 3, vervangen bij het decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/12/2011 pub. 30/12/2011 numac 2011036079 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 type decreet prom. 23/12/2011 pub. 20/07/2012 numac 2012035647 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2012 sluiten en gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/05/2013 pub. 21/06/2013 numac 2013035527 bron vlaamse overheid Decreet houdende toekenning van bepaalde bevoegdheden aan de provincies in de aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 31/05/2013 pub. 11/07/2013 numac 2013203797 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen sluiten, artikel 4.1.20, § 7, artikel 4.1.21, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/05/2013 pub. 21/06/2013 numac 2013035527 bron vlaamse overheid Decreet houdende toekenning van bepaalde bevoegdheden aan de provincies in de aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 31/05/2013 pub. 11/07/2013 numac 2013203797 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen sluiten, artikel 4.1.22, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/05/2013 pub. 21/06/2013 numac 2013035527 bron vlaamse overheid Decreet houdende toekenning van bepaalde bevoegdheden aan de provincies in de aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 31/05/2013 pub. 11/07/2013 numac 2013203797 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen sluiten, en artikel 4.1.23, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/05/2013 pub. 21/06/2013 numac 2013035527 bron vlaamse overheid Decreet houdende toekenning van bepaalde bevoegdheden aan de provincies in de aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 31/05/2013 pub. 11/07/2013 numac 2013203797 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen sluiten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/06/1998 pub. 23/10/1998 numac 1998036174 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot aanmoediging van projecten inzake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap in sociale woonwijken sluiten tot aanmoediging van projecten inzake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap in sociale woonwijken; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2006 pub. 13/11/2006 numac 2006036842 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode sluiten betreffende de voorwaarden voor de overdrachten van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 21/09/2007 pub. 19/10/2007 numac 2007036824 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid sluiten houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/07/2008 pub. 13/11/2008 numac 2008204011 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten en houdende de financiering van verrichtingen in het kader van sociale woonprojecten sluiten houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 31/10/2001 numac 2001035984 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking sluiten1 betreffende de werking en het beheer van het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant en tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van de Vlaamse Wooncode; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 31/10/2001 numac 2001035984 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking sluiten2 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen; Gelet op het Financieringsbesluit van 21 december 2012; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 17 juli 2013; Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 24 juli 2013 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° beoordelingscommissie : de commissie, vermeld in artikel 21;2° beveiligde zending : een van de volgende betekeningswijzen : a) een aangetekende brief;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;c) een elektronische aangetekende zending;d) elke andere door de minister toegestane betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;3° CBO-oproep : een periodieke door de VMSW gelanceerde oproep tot private actoren om voorstellen in te dienen voor de realisatie van sociale huur- of koopwoningen overeenkomstig de technische normen en de prijsnormen;4° decreet Grond- en Pandenbeleid : het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 15/05/2009 numac 2009035411 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid sluiten betreffende het grond- en pandenbeleid;5° decretaal beleidskader : het decretale kader voor het Vlaamse woonbeleid en de besluiten genomen ter uitvoering ervan;6° Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure : een periodieke door de VMSW gelanceerde oproep tot private actoren om voorstellen in te dienen voor de gelijktijdige gunning van ontwerp en realisatie van sociale huur- of koopwoningen op verschillende locaties overeenkomstig de technische normen en de prijsnormen, waarbij de VMSW of een andere sociale woonorganisatie initiatiefnemer is;7° Design and Build-oproep onder de vorm van een open of beperkte offerteaanvraag : een periodiek door de VMSW gelanceerde oproep tot private actoren om voorstellen in te dienen voor de gunning van ontwerp en realisatie van sociale huur- of koopwoningen op een bepaalde locatie overeenkomstig de technische normen en de prijsnormen, waarbij de VMSW of een andere sociale woonorganisatie initiatiefnemer is;8° financiële kader : het financiële kader, vastgesteld op de wijze, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2° ;9° financiering : een van de volgende financieringswijzen : a) eigen middelen van de initiatiefnemer;b) een marktconforme lening op 33 jaar bij de VMSW, gekoppeld aan een tussenkomst in de leningslast als vermeld in artikel 11, § 3, van het Financieringsbesluit;c) een bulletlening op 10 jaar bij de VMSW, gekoppeld aan een tussenkomst in de prefinanciering als vermeld in artikel 26 van het Financieringsbesluit;d) een tenlasteneming als vermeld in hoofdstuk 3 van het Financieringsbesluit;e) een subsidie als vermeld in hoofdstuk 3 van het Financieringsbesluit of in artikel 83 van het voormelde besluit;f) een andere lening bij de VMSW dan de lening, vermeld in punt b) en c);g) een lening bij een andere financiële instelling dan de VMSW;h) elke combinatie van de financieringswijzen, vermeld in punt a) tot en met g);10° initiatiefnemer : a) de VMSW;b) het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant, opgericht bij artikel 16 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;c) een sociale huisvestingsmaatschappij als vermeld in artikel 40 van de Vlaamse Wooncode;d) het VWF, vermeld in artikel 50 van de Vlaamse Wooncode;e) een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 31/10/2001 numac 2001035984 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking sluiten houdende de intergemeentelijke samenwerking;f) een OCMW of een OCMW-vereniging;g) andere initiatiefnemers als vermeld in artikel 75 van de Vlaamse Wooncode, die door de Vlaamse Regering als initiatiefnemer erkend worden; h) verkavelaars en bouwheren van een project met een sociale last die wordt uitgevoerd in natura overeenkomstig artikel 4.1.20 tot en met artikel 4.1.24 van het decreet Grond- en Pandenbeleid; i) initiatiefnemers die krachtens artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid vrijwillig sociale huurwoningen of sociale koopwoningen realiseren; 11° kortetermijnplanning : de planning van verrichtingen waarvan de uitvoering of gunningsprocedure binnen een termijn van vier maanden opgestart kan worden als vermeld in artikel 18;12° lokaal woonoverleg : een gemeentelijk overleg als vermeld in artikel 28 van de Vlaamse Wooncode, waarbij de gemeente, samen met sociale woonorganisaties en in voorkomend geval andere woon- en welzijnsactoren die op haar grondgebied werken, de doelstellingen bespreekt op het vlak van wonen op korte of middellange termijn en de relatie daarvan met sociale en andere woonprojecten;13° meerjarenplanning : de planning van verrichtingen waarvan de uitvoering of gunningsprocedure binnen een termijn van drie jaar opgestart kan worden als vermeld in artikel 16;14° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor wonen;15° prijsnormen : de normen, vermeld in artikel 3, § 2;16° project : een of meer verrichtingen die betrekking hebben op een van de volgende typen woonprojecten : a) een sociaal woonproject;b) een woonproject met sociaal karakter; c) een project met een sociale last die wordt uitgevoerd in natura overeenkomstig artikel 4.1.20 tot en met artikel 4.1.24 van het decreet Grond- en Pandenbeleid; d) een project voor de realisatie of de instandhouding van een bescheiden woonaanbod;e) een project voor de realisatie of de instandhouding van niet-residentiële ruimten; f) een project voor de vrijwillige realisatie van sociale woningen als vermeld in artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid; 17° Projectportaal : het digitale projectplatform, vermeld in artikel 5;18° technische normen : de normen, vermeld in artikel 3, § 1;19° uitvoeringsprogramma : het uitvoeringsprogramma, vermeld in artikel 33, § 3, van de Vlaamse Wooncode, dat wordt opgesteld door de VMSW;20° verrichtingen : a) de verwerving van een of meer onroerende goederen;b) de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur, in het bijzonder : 1) het bouwrijp maken van gronden;2) de sloop van een of meer constructies;3) de uitvoering van infrastructuurwerken;4) de oprichting van gemeenschapsvoorzieningen;5) de uitvoering van aanpassingswerken aan de woonomgeving;c) de nieuwbouw of vervangingsbouw van een of meer woningen;d) de investering in de renovatie, verbetering of aanpassing van een of meer woningen;e) elke combinatie van de verrichtingen, vermeld in punt a), b), c) en d);21° Vlaamse Wooncode : het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode;22° VMSW : de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, opgericht bij artikel 30 van de Vlaamse Wooncode;23° Wonen-Vlaanderen : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen;24° woonproject met sociaal karakter : een project als vermeld in artikel 1, eerste lid, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 31/10/2001 numac 2001035984 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking sluiten1 betreffende de werking en het beheer van het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant en tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van de Vlaamse Wooncode. Art. 2.Dit besluit wordt aangehaald als het Procedurebesluit Wonen. Art. 3.§ 1. Op voorstel van de VMSW en na mededeling aan de Vlaamse Regering stelt de minister de technische normen vast waaraan sociale woningen en de infrastructuuraanleg voor sociale woonprojecten moeten voldoen. De normen, vermeld in het eerste lid, bevatten minimaal : 1° een inhoudelijke omschrijving en de vereiste dossiersamenstelling voor elk van de volgende ontwerpfasen, zowel van een aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur als vermeld in artikel 1, 20°, b), als van een bouwverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, c), en van een investeringsverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, d) : a) het schetsontwerp;b) het voorontwerp;c) het uitvoeringsdossier;d) het gunningsdossier;2° het maximumbedrag van de tenlasteneming of de subsidie voor een aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur als vermeld in artikel 1, 20°, b);3° een simulatietabel om het maximale subsidiabele bedrag van een bouwverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, c), en van een investeringsverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, d), te bepalen;4° een tabel om de maximale uitvoeringstermijn van de werkzaamheden te bepalen op basis van de raming en de complexiteit voor wat een aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur als vermeld in artikel 1, 20°, b), betreft, en op basis van het aantal woningen en het type woningen voor wat een bouwverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, c), en een investeringsverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, d). § 2. De prijsnormen voor sociale koopwoningen, sociale kavels en middelgrote kavels die worden gerealiseerd in het kader van een sociaal woonproject, zijn opgenomen in bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2006 pub. 13/11/2006 numac 2006036842 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode sluiten betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode. De prijsnormen voor sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en sociale kavels die worden gerealiseerd ter uitvoering van een sociale last als vermeld in artikel 4.1.16, § 1, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, of in het kader van de vrijwillige realisatie van sociale huur- of koopwoningen, vermeld in artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, zijn opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. Art. 4.Na mededeling aan de Vlaamse Regering stelt de minister de volgende zaken vast : 1° het decretaal beleidskader voor de beleidstoets op projectniveau, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 2, zodanig opgesteld dat het objectief aftoetsbaar is;2° het financiële kader voor de financiële toets op niveau van de verrichting, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdelingen 3 en 4. Op basis van een evaluatierapport van Wonen-Vlaanderen over het afgelopen jaar en na advies van de Vlaamse Woonraad kan de minister het decretaal beleidskader en het financiële kader wijzigen na mededeling aan de Vlaamse Regering. HOOFDSTUK 2. - Planning en programmatie van projecten Afdeling 1. - Aanmelding en projectopvolging Art. 5.De VMSW stelt een digitaal projectplatform ter beschikking, het Projectportaal genaamd. Het Projectportaal heeft de volgende doelstellingen : 1° de interactie tussen de VMSW, Wonen-Vlaanderen en de initiatiefnemers van projecten;2° de aanmelding van projecten en de projectopvolging;3° de opvolging van de programmatie. De volgende instanties hebben toegang tot het Projectportaal : 1° de initiatiefnemers, voor de projecten die ze hebben aangemeld;2° de gemeenten, voor de projecten op hun grondgebied;3° Wonen-Vlaanderen;4° de afdeling Toezicht van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO;5° de visitatieraad, vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 tot vaststelling van de aanvullende voorwaarden en de procedure voor de erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij en tot vaststelling van de procedure voor de beoordeling van de prestaties van sociale huisvestingsmaatschappijen. De VMSW staat in voor het digitale beheer van het Projectportaal. De initiatiefnemers staan in voor de actualisatie van het geheel van de projecten die worden aangemeld overeenkomstig artikel 6, en de verrichtingen die eraan verbonden zijn. Art. 6.De initiatiefnemers brengen de VMSW met een aanmelding op de hoogte van de geplande projecten. Per project vermelden ze de verrichtingen die er deel van uitmaken. Elke verrichting bevat minstens de volgende gegevens : 1° de locatie, GIS-gekoppeld indien voorzien;2° het jaar van de geplande uitvoering, met aanduiding van de mogelijke knelpunten;3° een raming van de kostprijs per verrichting;4° de initiatiefnemer;5° het aantal te realiseren of in stand te houden woningen of kavels;6° de wijze waarop de verrichting gefinancierd zal worden. De initiatiefnemers maken voor de aanmelding gebruik van het Projectportaal. Eventuele latere wijzigingen aan het project melden de initiatiefnemers aan de VMSW, via het Projectportaal indien voorzien. Afdeling 2. - Programmatie van projecten Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 7.§ 1. Een verrichting waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), c), d) of e), wordt aangevraagd, doorloopt achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de beleidstoets op projectniveau, vermeld in onderafdeling 2;2° de opname in de meerjarenplanning, vermeld in onderafdeling 3;3° de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in onderafdeling 4;4° de toewijzing van middelen op een jaarbudget, vermeld in onderafdeling 5. In afwijking van het eerste lid wijst de VMSW voor een verwerving waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), c) of e), wordt aangevraagd, de middelen toe op een jaarbudget na de beslissing tot toekenning van de financiering overeenkomstig de bepalingen van het Financieringsbesluit. In afwijking van het eerste lid wijst de VMSW voor de volgende deelverrichtingen waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, de middelen toe op een jaarbudget na de beslissing tot toekenning van de financiering overeenkomstig de bepalingen van het Financieringsbesluit : 1° sloopwerkzaamheden;2° dringende werkzaamheden aan bestaande constructies ten gevolge van niet te voorziene omstandigheden, na een met redenen omklede aanvraag van de initiatiefnemer;3° moeilijk programmeerbare verrichtingen;4° prijsverhogingen ten gevolge van noodzakelijke contractwijzigingen en contractuele bepalingen bij verrichtingen waarvoor al middelen op een jaarbudget werden toegewezen;5° opportuniteiten voor de renovatie van een woning naar aanleiding van een wijziging in de bewoning;6° werkzaamheden inzake openbare verlichting of het watervoorzieningsnet. In afwijking van het eerste lid doorlopen verrichtingen die kaderen in een CBO-oproep waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de regels met betrekking tot de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, op basis van de goedkeuring van een voorontwerp conform het CBO-bestek;2° de regels met betrekking tot de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 18, op basis van de goedkeuring van een uitvoeringsdossier conform het CBO-bestek;3° de toewijzing van middelen op een jaarbudget, op basis van een goedgekeurd uitvoeringsdossier. In afwijking van het eerste lid doorlopen verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de regels met betrekking tot de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, voor wat de bouwverrichting betreft op basis van de afgifte van deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27;2° de regels met betrekking tot de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 18, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van vijf maanden worden gestart;3° de toewijzing van middelen op een jaarbudget, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van 14 kalenderdagen worden gestart. In afwijking van het eerste lid doorlopen verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een open of beperkte offerteaanvraag waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de beleidstoets op projectniveau, vermeld in onderafdeling 2;2° de regels met betrekking tot de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, voor wat de bouwverrichting betreft op basis van de afgifte van deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27;3° de regels met betrekking tot de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 18, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van vijf maanden worden opgestart;4° de toewijzing van de middelen op een jaarbudget, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van 14 kalenderdagen worden gestart. § 2. Een verrichting die volledig gefinancierd wordt op een van de wijzen, vermeld in artikel 1, 9°, a), f) of g), doorloopt achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de beleidstoets op projectniveau, vermeld in onderafdeling 2;2° de regels met betrekking tot de opmaak en advisering van een voorontwerp als vermeld in artikel 14;3° de regels met betrekking tot de opmaak en advisering van een uitvoeringsdossier als vermeld in artikel 17;4° de regels met betrekking tot de opmaak en advisering of beoordeling van een gunningsdossier als vermeld in artikel 20. Art. 8.De VMSW kan in elk van de fasen, vermeld in artikel 7, beslissen om een project van een sociale huisvestingsmaatschappij al dan niet tijdelijk stop te zetten als uit de financiële planning die de VMSW heeft opgemaakt voor een sociale huisvestingsmaatschappij, blijkt dat het niet-uitvoeren van het project een rechtstreeks positief effect heeft als vermeld in artikel 10, derde lid, van het Financieringsbesluit. Art. 9.Het uitvoeringsprogramma is de jaarlijkse rapportering aan de minister over verrichtingen waarvoor de middelen zijn toegewezen op een jaarbudget, met vermelding van de kostprijs en de wijze waarop de verrichtingen gefinancierd worden. Onderafdeling 2. - Fase 1. De beleidstoets op projectniveau Art. 10.§ 1. Elk project wordt besproken op een lokaal woonoverleg. Bij projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f), wordt de bespreking op het lokaal woonoverleg beperkt tot het sociaal gedeelte van het project. Op een lokaal woonoverleg worden per project minimaal de volgende zaken besproken : 1° de gegevens van het project en de verrichtingen die er deel van uitmaken, vermeld in artikel 6;2° het aantal te realiseren of in stand te houden huurwoningen, koopwoningen of kavels, dat in voorkomend geval overeenstemt met de resultaten van de stedenbouwkundige studie;3° als het project de realisatie of instandhouding van huur- of koopwoningen omvat : a) een aanduiding of het gaat om eengezinswoningen, duowoningen of appartementen;b) een aanduiding van het woningtype;4° als het project de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur omvat : a) de vraag of een stedenbouwkundige studie nodig is;b) in voorkomend geval, het voornemen van de initiatiefnemer om zelf als opdrachtgever op te treden voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het Financieringsbesluit;c) in voorkomend geval, de verbintenis van de initiatiefnemer om de wooninfrastructuur, samen met de grond waarin of waarop ze wordt uitgevoerd, aan de gemeente over te dragen om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen;d) de vraag of de oprichting van gemeenschapsvoorzieningen nodig is;5° de verhouding van het project met de lokale woonbehoeften en de wachtlijsten in de gemeente;6° de verhouding van het project met het bindend sociaal objectief van de gemeente. Van het lokaal woonoverleg wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Dat verslag wordt binnen een termijn van veertien kalenderdagen die ingaat op de dag na het lokaal woonoverleg, verstuurd aan de betrokken actoren. De gemeente voert het verslag van het lokaal woonoverleg binnen diezelfde termijn in het Projectportaal in. § 2. Op een lokaal woonoverleg worden de volgende zaken meegedeeld : 1° de geplande strategische verkopen van sociale of bescheiden huurwoningen;2° de renovatieplanning, waarin geplande investeringen in de renovatie, verbetering of aanpassing van sociale of bescheiden huurwoningen zijn opgenomen. § 3. In afwijking van paragraaf 1 is voor de volgende projecten geen bespreking op een lokaal woonoverleg vereist : 1° een project dat alleen een of meer verwervingen als vermeld in artikel 1, 20°, a), omvat;2° een project dat alleen een of meer investeringen in de renovatie, verbetering of aanpassing als vermeld in artikel 1, 20°, d), omvat, waarvoor aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan : a) de investering heeft een hoogdringend en onvoorzienbaar karakter omwille van een gevaarlijke situatie of een dreigende onbewoonbaarverklaring; b) de initiatiefnemer voert de investering met eigen middelen uit en de geraamde kostprijs voor de uitvoering van de investering bedraagt maximaal 5.000 euro per betrokken sociale woning; c) de investering is opgenomen in een op het lokaal woonoverleg meegedeelde renovatieplanning als vermeld in paragraaf 2, 2°, de geraamde kostprijs voor de uitvoering van de investering bedraagt minder dan 80% van de nieuwbouwkostprijs en de ontruiming van de woningen is niet vereist;3° een project dat een combinatie van de verrichtingen, vermeld in punt 1° en 2°, omvat;4° een project voor de realisatie of instandhouding van niet-residentiële ruimten. Op het eerstvolgende lokaal woonoverleg worden de projecten, vermeld in het eerste lid, meegedeeld. Art. 11.§ 1. Op zijn vroegst op het lokaal woonoverleg zelf en binnen een termijn van 21 kalenderdagen die ingaat op de dag na de invoering van het verslag van het lokaal woonoverleg in het Projectportaal, brengt Wonen-Vlaanderen op basis van het decretaal beleidskader een met redenen omkleed advies uit. Wonen-Vlaanderen voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer en de gemeente op de hoogte. Als Wonen-Vlaanderen vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het eerste lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen. Als Wonen-Vlaanderen in zijn advies vaststelt dat het project in overeenstemming is met het decretaal beleidskader, dan is het project principieel vatbaar voor programmatie en gaat het naar fase 2 als vermeld in onderafdeling 3. Als volgens het verslag van het lokaal woonoverleg een stedenbouwkundige studie nodig is, dan is het project principieel vatbaar voor programmatie en gaat het naar fase 2 als Wonen-Vlaanderen in zijn advies vaststelt dat het project in overeenstemming is met het decretaal beleidskader en de stedenbouwkundige studie is voltooid. Als Wonen-Vlaanderen in zijn advies vaststelt dat het project niet in overeenstemming is met het decretaal beleidskader, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 23 en 25 verplicht zijn project aan te passen en opnieuw op een lokaal woonoverleg te bespreken. Als het advies van Wonen-Vlaanderen niet tijdig wordt verleend, wordt het project geacht in overeenstemming te zijn met het decretaal beleidskader en is het principieel vatbaar voor programmatie. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f). Deze projecten zijn automatisch principieel vatbaar voor programmatie. Art. 12.De VMSW houdt een actuele lijst bij van aangemelde projecten die besproken zijn op het lokaal woonoverleg en die overeenkomstig artikel 11 principieel vatbaar zijn voor programmatie, desgevallend na herziening met toepassing van artikel 23 of 25, de Projectenlijst genaamd. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de projecten die overeenkomstig artikel 10, § 3, niet besproken worden op een lokaal woonoverleg. Onderafdeling 3. - Fase 2. De opname in de meerjarenplanning Art. 13.Voordat de initiatiefnemer voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), overeenkomstig artikel 14 een voorontwerp indient, kan hij de VMSW een schetsontwerp bezorgen met een aanvraag tot advisering. Art. 14.§ 1. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), een voorontwerp met een aanvraag tot advisering. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging. In afwijking van het eerste lid is voor de volgende verrichtingen geen voorontwerp als vermeld in het eerste lid vereist : 1° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 10, § 3;2° de infrastructuurverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f) en waarvoor geen financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), is aangevraagd;3° de bouw- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f);4° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, d) en e). § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorontwerp, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, brengt de VMSW op basis van de technische normen en de prijsnormen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte. Als de VMSW vanwege de onvolledigheid van de aanvraag bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het eerste lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen. Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het voorontwerp in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, dan is de verrichting principieel vatbaar voor uitvoering en beslist de beoordelingscommissie of de verrichting in de meerjarenplanning wordt opgenomen : 1° als het advies minstens vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie wordt verleend, op de volgende bijeenkomst;2° als het advies minder dan vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie wordt verleend, op de tweede bijeenkomst. Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het voorontwerp niet in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 24 en 25 verplicht zijn voorontwerp aan te passen en opnieuw te bezorgen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid. Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het voorontwerp geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en de prijsnormen, en is de verrichting principieel vatbaar voor uitvoering. § 3. Als de VMSW of een andere aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 12, § 1, tweede lid, van het Financieringsbesluit optreedt als opdrachtgever voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur, maakt de VMSW of de andere aanbestedende overheid in afwijking van paragraaf 1, eerste lid, zelf een voorontwerp op of laat een voorontwerp opmaken door een ontwerper. Art. 15.§ 1. Als voor een project de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur is vereist, informeert de initiatiefnemer de lokale bevolking op gepaste wijze over de uit te voeren verrichtingen, al dan niet door een informatievergadering te beleggen. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW de eventuele opmerkingen van de lokale bevolking of het verslag van de informatievergadering. In afwijking van het eerste lid hoeft de initiatiefnemer de lokale bevolking niet te informeren over een geplande verrichting als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° voor de verrichting is noch een stedenbouwkundige studie, noch de uitvoering van infrastructuurwerken of aanpassingswerken aan de woonomgeving vereist; 2° de kostprijs van de verrichting, exclusief btw, bedraagt maximaal 1.000.000 euro of er zijn maximaal acht woningen of kavels bij de verrichting betrokken. § 2. Als voor een project de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur is vereist, belegt de initiatiefnemer een plenaire vergadering waarop de stedenbouwkundige studies en de voorontwerpen besproken worden nadat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de initiatiefnemer heeft de VMSW, de gemeente, de rioolbeheerder en alle andere uitgenodigde partijen een voorontwerp voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur bezorgd;2° de bouw- of investeringsverrichting is overeenkomstig artikel 14 principieel vatbaar voor uitvoering, of er is een akkoord over het inplantingsplan. Op verzoek van de initiatiefnemer kan de VMSW : 1° vrijstelling verlenen van het beleggen van een plenaire vergadering als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan : a) de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur omvat geen uitvoering van infrastructuurwerken of aanpassingswerken aan de woonomgeving;b) de uit te voeren infrastructuurwerken omvatten alleen nutsvoorzieningen of omgevingswerken;2° toestaan dat de initiatiefnemer een plenaire vergadering belegt nadat voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°. § 3. In afwijking van artikel 14, § 2, eerste lid, begint de termijn voor de advisering van het voorontwerp voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur op basis van de technische normen te lopen op de dag nadat zowel is voldaan aan de vereiste, vermeld in paragraaf 1, als aan de vereiste, vermeld in paragraaf 2. Art. 16.Op voorstel van de VMSW beslist de beoordelingscommissie of een verrichting die overeenkomstig artikel 14 principieel vatbaar is voor uitvoering, desgevallend na herziening met toepassing van artikel 24 of 25, in de meerjarenplanning wordt opgenomen op basis van : 1° het decretaal beleidskader, als de gegevens, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid, zijn gewijzigd sinds de opname op de Projectenlijst, vermeld in artikel 12;2° het financiële kader;3° de eventuele samenhang van de verrichting met andere verrichtingen die deel uitmaken van hetzelfde project. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op : 1° de verrichtingen uit de Projectenlijst, vermeld in artikel 12, waarvoor overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, geen voorontwerp vereist is;2° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f), waarvoor het deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27, is afgeleverd;3° de verrichtingen die kaderen in een CBO-oproep waarvoor het voorontwerp is goedgekeurd;4° de verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een offerteaanvraag of een Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure, waarvoor het deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27, is afgeleverd. De VMSW voert de beslissing van de beoordelingscommissie over de opname van een verrichting in de meerjarenplanning in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte. Als een verrichting wordt opgenomen in de meerjarenplanning, gaat het naar fase 3 als vermeld in onderafdeling 4. Onderafdeling 4. - Fase 3. De opname in de kortetermijnplanning Art. 17.§ 1. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), een uitvoeringsdossier met een aanvraag tot advisering. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging. In afwijking van het eerste lid is voor de volgende verrichtingen geen uitvoeringsdossier als vermeld in het eerste lid vereist : 1° de infrastructuurverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f) en waarvoor geen financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), is aangevraagd;2° de bouw- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f);3° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, d) en e). § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het uitvoeringsdossier voor een bouw- of investeringsverrichting overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, brengt de VMSW op basis van de technische normen en de prijsnormen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte. Binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het uitvoeringsdossier voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, in voorkomend geval verlengd met de periode tussen de adviesaanvraag en het advies van de Inspectie van Financiën, brengt de VMSW op basis van de technische normen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte. Als de VMSW vanwege de onvolledigheid van de aanvraag bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, respectievelijk vermeld in het eerste en het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen. Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het uitvoeringsdossier in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, dan is de verrichting principieel vatbaar voor aanbesteding en beslist de beoordelingscommissie of de verrichting in de kortetermijnplanning wordt opgenomen : 1° als het advies minstens vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie is verleend, op de volgende bijeenkomst;2° als het advies minder dan vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie is verleend, op de tweede bijeenkomst. Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het uitvoeringsdossier niet in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 24 en 25 verplicht zijn uitvoeringsdossier aan te passen en opnieuw te bezorgen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid. Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het uitvoeringsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, en is de verrichting principieel vatbaar voor aanbesteding. § 3. Als de VMSW of een andere aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 12, § 1, tweede lid, van het Financieringsbesluit optreedt als opdrachtgever voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur, maakt de VMSW of de andere aanbestedende overheid in afwijking van paragraaf 1, eerste lid, zelf een uitvoeringsdossier op, of laat een uitvoeringsdossier opmaken door een ontwerper. De adviestermijn van zestig kalenderdagen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, begint te lopen op de dag na de melding van de VMSW aan de initiatiefnemer dat het uitvoeringdossier volledig is. Art. 18.Op voorstel van de VMSW beslist de beoordelingscommissie of een verrichting die overeenkomstig artikel 17 principieel vatbaar is voor aanbesteding, desgevallend na herziening met toepassing van artikel 24 of 25, in de kortetermijnplanning wordt opgenomen op basis van : 1° het decretaal beleidskader, als de gegevens, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid, zijn gewijzigd sinds de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16;2° het financiële kader;3° de eventuele samenhang van de verrichting met andere verrichtingen die deel uitmaken van hetzelfde project. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op : 1° de verrichtingen uit de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, waarvoor overeenkomstig artikel 17, § 1, tweede lid, geen uitvoeringsdossier vereist is;2° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f), waarvoor de werkzaamheden binnen een termijn van drie maanden voltooid zullen zijn;3° de verrichtingen die kaderen in een CBO-oproep waarvoor het uitvoeringsdossier is goedgekeurd;4° de verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een offerteaanvraag of een Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure, waarvoor de werkzaamheden binnen een termijn van vijf maanden worden gestart. De VMSW voert de beslissing van de beoordelingscommissie over de opname van een verrichting in de kortetermijnplanning in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte. Als een verrichting wordt opgenomen in de kortetermijnplanning, gaat het naar fase 4 als vermeld in onderafdeling 5. Onderafdeling 5. - Fase 4. De toewijzing op een jaarbudget Art. 19.Als een verrichting op de kortetermijnplanning is opgenomen, voert de initiatiefnemer de volgende gegevens in het Projectportaal in : 1° een opsomming van alle vereiste vergunningen, met vermelding van de datum van verlening of weigering van de vergunningen;2° een bewijs van een zakelijk recht of een daarmee vergelijkbare zekerheid op de gronden. Art. 20.§ 1. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), een gunningsdossier, samen met het gunningsvoorstel, met een aanvraag tot advisering of goedkeuring. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging. In afwijking van het eerste lid is voor de volgende verrichtingen geen gunningsdossier als vermeld in het eerste lid vereist : 1° de infrastructuurverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f) en waarvoor geen financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), is aangevraagd;2° de bouw- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f);3° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, d) en e). § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het gunningsdossier voor een bouw- of investeringsverrichting overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, brengt de VMSW op basis van de technische normen en de prijsnormen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in. Binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het gunningsdossier voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, in voorkomend geval verlengd met de periode tussen de aanvraag en het gunstige advies van de Inspectie van Financiën, neemt de VMSW op basis van de technische normen een beslissing tot goedkeuring of afkeuring van het gunningsdossier. De VMSW voert de beslissing in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte. Als de VMSW vanwege de onvolledigheid van de aanvraag bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, respectievelijk vermeld in het eerste en het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen. Als de VMSW naargelang het geval overeenkomstig het eerste lid in haar advies vaststelt dat het gunningsdossier in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen of overeenkomstig het tweede lid het gunningsdossier goedkeurt, en uit de gegevens, vermeld in artikel 19, blijkt dat de initiatiefnemer beschikt over de vereiste vergunningen en een zakelijk recht of een daarmee vergelijkbare zekerheid op de gronden, dan is de verrichting vatbaar voor gunning en wijst de VMSW de middelen voor de financiering van de verrichting effectief toe op een jaarbudget. Als de VMSW naargelang het geval overeenkomstig het eerste lid in haar advies vaststelt dat het gunningsdossier niet in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen of overeenkomstig het tweede lid het gunningsdossier afkeurt, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 24 en 25 verplicht zijn gunningsdossier aan te passen en opnieuw te bezorgen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, of een nieuwe gunningsprocedure op te starten. Als de VMSW bij een gunningsdossier voor een bouw- of investeringsverrichting niet tijdig het advies als vermeld in het eerste lid, verleent, wordt het gunningsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en de prijsnormen, en is de verrichting vatbaar voor gunning. Als de VMSW bij een gunningsdossier voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur niet tijdig een beslissing als vermeld in het tweede lid, neemt, wordt het gunningsdossier geacht te zijn goedgekeurd en is de verrichting vatbaar voor gunning, tenzij de Inspectie van Financiën een ongunstig advies heeft verleend dat niet is herzien. In dat geval wordt het gunningsdossier geacht te zijn afgekeurd. § 3. Als de VMSW of een andere aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 12, § 1, tweede lid, van het Financieringsbesluit optreedt als opdrachtgever voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur, maakt de VMSW of de andere aanbestedende overheid in afwijking van paragraaf 1, eerste lid, zelf een gunningsdossier op, of laat een gunningsdossier opmaken door een ontwerper. De beslissingstermijn van zestig kalenderdagen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, begint te lopen op de dag na de melding van de VMSW aan de initiatiefnemer dat het gunningsdossier volledig is. § 4. Om recht te hebben op een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), mogen verrichtingen niet worden besteld voordat zij overeenkomstig paragraaf 2 worden geacht vatbaar te zijn voor gunning. In afwijking van het eerste lid kan de VMSW toestaan dat een opdracht tot uitvoering van een verrichting vroeger wordt gesloten met een opdrachtnemer, en in dat geval wordt de verrichting eveneens vatbaar geacht voor gunning, als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° in geval van hoogdringendheid, na een met redenen omklede aanvraag van de initiatiefnemer; 2° de kostprijs van de verrichting, exclusief btw, bedraagt maximaal 20.000 euro; 3° de verrichting kadert in een CBO-oproep. Afdeling 3. - De beoordelingscommissie Art. 21.§ 1. Een beoordelingscommissie wordt opgericht. De commissie wordt als volgt samengesteld : 1° drie vertegenwoordigers van de VMSW;2° twee vertegenwoordigers van Wonen-Vlaanderen;3° twee vertegenwoordigers, voorgedragen door de sociale huisvestingsmaatschappijen;4° één vertegenwoordiger van het VWF, vermeld in artikel 50 van de Vlaamse Wooncode;5° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;6° één vertegenwoordiger, voorgedragen door representatieve organisaties die de belangen ter harte nemen van de initiatiefnemers, vermeld in artikel 1, 10°, h) en i). De beoordelingscommissie is onderworpen aan het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2007 pub. 06/08/2007 numac 2007036224 bron vlaamse overheid Decreet houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid sluiten houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid. Het voorzitterschap en het secretariaat van de beoordelingscommissie worden waargenomen door de VMSW. § 2. De beoordelingscommissie komt jaarlijks ten minste in de maanden februari, juni en oktober bijeen. Op initiatief van de voorzitter kan de beoordelingscommissie op andere tijdstippen bijeenkomen dan de tijdstippen, vermeld in het eerste lid. § 3. Op voorstel van de VMSW neemt de beoordelingscommissie op elke bijeenkomst een beslissing over de volgende aangelegenheden : 1° de toetsing van projecten aan het decretaal beleidskader;2° de opname van verrichtingen in de meerjarenplanning en de schrapping van verrichtingen uit de meerjarenplanning;3° de opname van verrichtingen in de kortetermijnplanning en de schrapping van verrichtingen uit de kortetermijnplanning;4° de rapportering over het uitvoeringsprogramma van het voorgaande jaar en een prognose voor de opmaak en aanpassing van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.5° de opvolging van in het kader van een CBO-oproep of een Design and Build-oproep ingediende projectvoorstellen voor de verwezenlijking van sociale huur- of koopwoningen. Als de beoordelingscommissie op andere tijdstippen bijeenkomt dan de tijdstippen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, neemt ze een beslissing over een of meer van de aangelegenheden, vermeld in het eerste lid. Art. 22.Minstens veertien kalenderdagen voor de bijeenkomst bezorgt de VMSW aan de leden van de beoordelingscommissie de documenten, vermeld in het tweede tot en met het vijfde lid. Om de beoordelingscommissie in staat te stellen een beslissing te nemen over de toetsing van projecten aan het decretaal beleidskader, bezorgt de VMSW : 1° een overzicht van de projecten waarvan de gegevens, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid, zijn gewijzigd sinds de opname in : a) de Projectenlijst, vermeld in artikel 12;b) de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16;2° een voorstel van aftoetsing van de projecten, vermeld in punt 1°, aan het decretaal beleidskader. Om de beoordelingscommissie in staat te stellen een beslissing te nemen over de opname van verrichtingen in de meerjarenplanning en de schrapping van verrichtingen uit de meerjarenplanning, bezorgt de VMSW : 1° de meerjarenplanning die goedgekeurd is op de vorige bijeenkomst van de beoordelingscommissie;2° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor schrapping uit de meerjarenplanning : a) de verrichtingen die gedurende drie jaar in de meerjarenplanning zijn opgenomen;b) de verrichtingen die in aanmerking komen voor opname in de kortetermijnplanning;c) de verrichtingen die de VMSW overeenkomstig artikel 8 heeft stopgezet;3° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor opname in de meerjarenplanning;4° een voorstel van een aangepaste meerjarenplanning. Om de beoordelingscommissie in staat te stellen een beslissing te nemen over de opname van verrichtingen in de kortetermijnplanning en de schrapping van verrichtingen uit de kortetermijnplanning, bezorgt de VMSW : 1° de kortetermijnplanning die goedgekeurd is op de vorige bijeenkomst van de beoordelingscommissie;2° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor schrapping uit de kortetermijnplanning : a) de verrichtingen die gedurende acht maanden in de kortetermijnplanning zijn opgenomen;b) de verrichtingen die overeenkomstig artikel 20 vatbaar zijn voor gunning;c) de verrichtingen die de VMSW overeenkomstig artikel 8 heeft stopgezet;d) de verrichtingen waarvoor de vergunning is geweigerd of vervallen;3° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor opname in de kortetermijnplanning;4° een voorstel van een aangepaste kortetermijnplanning. Om de beoordelingscommissie in staat te stellen te rapporteren over het uitvoeringsprogramma van het voorgaande jaar en een prognose te geven voor de opmaak en aanpassing van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, bezorgt de VMSW : 1° een overzicht van de verrichtingen waarvoor in het huidige en voorgaande begrotingsjaar middelen zijn toegewezen op een jaarbudget, opgesplitst per begrotingsjaar;2° een overzicht van de benuttingsgraad van de financieringswijzen, vermeld in artikel 1, 9°, b), c), d) of e), in het huidige en het voorgaande begrotingsjaar;3° een overzicht van de verwervingen van bebouwde en onbebouwde onroerende goederen in de afgelopen vijf jaar en een prognose voor : a) de timing van de realisatie of instandhouding van sociale huurwoningen, sociale koopwoningen of sociale kavels op die onroerende goederen;b) de impact op de financiering in het huidige en het volgende begrotingsjaar;4° een overzicht van de geplande verwervingen van bebouwde en onbebouwde onroerende goederen in het huidige en het volgende begrotingsjaar en een prognose voor de impact op de financiering in het huidige en het volgende begrotingsjaar. Afdeling 4. - Beroepsmogelijkheden Art. 23.§ 1. De initiatiefnemer van een project waarvoor Wonen-Vlaanderen overeenkomstig artikel 11 in zijn advies heeft vastgesteld dat het project niet in overeenstemming is met het decretaal beleidskader, kan daartegen een verzoek tot heroverweging betekenen aan de administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen. Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de invoering van het advies, vermeld in het eerste lid, in het Projectportaal. De administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen brengt over het verzoek een met redenen omkleed advies uit binnen een termijn van 21 kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in het eerste lid. Wonen-Vlaanderen voert het advies in het Projectportaal in, en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte. Als de administrateur-generaal vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de betekening met een beveiligde zending van de bijkomende documenten of inlichtingen. Als het advies van de administrateur-generaal niet tijdig wordt betekend aan de initiatiefnemer, wordt het verzoek tot heroverweging geacht ingewilligd te zijn. In dat geval wordt het project geacht in overeenstemming te zijn met het decretaal beleidskader. § 2. Het advies van de administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen, vermeld in paragraaf 1, heeft dezelfde gevolgen als het advies van Wonen-Vlaanderen, vermeld in artikel 11, § 1. Art. 24.§ 1. De initiatiefnemer van een project waarvoor de VMSW overeenkomstig artikel 14, 17 of 20 in haar advies heeft vastgesteld dat het dossier niet in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, kan daartegen een verzoek tot heroverweging betekenen aan de gedelegeerd bestuurder van de VMSW. Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending binnen een termijn van zestig kalenderdagen die ingaat op de dag na de invoering van het advies, vermeld in het eerste lid, in het Projectportaal. De gedelegeerd bestuurder van de VMSW brengt over het verzoek een met redenen omkleed advies uit binnen een termijn van : 1° vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in het eerste lid, als het verzoek een voorontwerp betreft;2° zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in het eerste lid, als het verzoek een uitvoeringsdossier of een gunningsdossier betreft. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in, en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte. Als de gedelegeerd bestuurder vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de betekening met een beveiligde zending van de bijkomende documenten of inlichtingen. Als het advies van de gedelegeerd bestuurder niet tijdig wordt betekend aan de initiatiefnemer, wordt het verzoek tot heroverweging geacht ingewilligd te zijn. In dat geval wordt het dossier geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen. § 2. De initiatiefnemer van een project waarvoor de VMSW overeenkomstig artikel 20 het gunningsdossier heeft afgekeurd, kan daartegen een verzoek tot heroverweging betekenen aan de gedelegeerd bestuurder van de VMSW. Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending binnen een termijn van zestig kalenderdagen die ingaat op de dag na de invoering van de afkeuring in het Projectportaal. De gedelegeerd bestuurder van de VMSW neemt over het verzoek een beslissing binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de bete …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.