Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 mei 2012 betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit wijzigt het Koninklijk Besluit van 17 mei 2012 betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA, om rekening te houden met de uitbreiding van de taken en bevoegdheden van de FSMA. Het regelt de financiering van de FSMA door de sectoren waarop zij toezicht houdt.

Wat het regelt

  • De financiering van de werkingskosten van de FSMA.
  • De aanpassing van het maximumaantal personeelsleden van de FSMA.
  • De bijdrageplicht voor nieuwe sectoren onder toezicht van de FSMA.
  • De aanpassing van de percentages die het aandeel van de sectoren in de financiering van de FSMA bepalen.

Wie het aanbelangt

  • De FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten).
  • Ondernemingen en sectoren die onder toezicht staan van de FSMA, inclusief nieuwe sectoren en genoteerde vennootschappen.

Kernpunten

  • Het maximumaantal personeelsleden van de FSMA wordt stapsgewijs opgetrokken van 311 naar 399 voltijds equivalenten over een periode van 4 jaar.
  • Nieuwe sectoren die onder toezicht van de FSMA komen, moeten bijdragen aan de financiering.
  • De percentages voor de bijdrage van elke sector worden aangepast, gebaseerd op het beginsel dat elke sector de kosten vergoedt voor het toezicht dat op hem wordt uitgeoefend, rekening houdend met zijn bijdragecapaciteit.
  • Voor ondernemingen waarop de uitbreiding van de bevoegdheden van de FSMA geen betrekking heeft, houdt de indexatie van vaste bedragen enkel rekening met de evolutie van de consumptieprijsindex, niet met de stijging van het aantal personeelsleden.
Wettekst
Wettekst

28 MAART 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 mei 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/05/2012 pub. 21/06/2012 numac 2012003177 bron

§ 3

, eerste lid, 1°, per aangewende persoon in contact met het publiek;2° voor de verzekeringsonderneming : a) 15 %

§ 3

, eerste lid, 1°, per aangewende persoon in contact met het publiek, en b) 20 %

§ 3, eerste lid, 1°, per aangeduide verantwoordelijke voor de distributie.

De bijdrage bedoeld in het eerste lid, mag maximaal 150.000 EUR bedragen." . Art. 14.In hetzelfde besluit wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende : "Art. 15/1.Bijdrage van bemiddelaars inzake hypothecair krediet en van de kredietgevers inzake hypothecair krediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefenen §

  1. De op 1 januari in het register van bemiddelaars inzake hypothecair krediet ingeschreven kredietbemiddelaars, de op 1 januari in België gevestigde bemiddelaars inzake hypothecair krediet die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, alsook de op 1 januari in België gevestigde kredietgevers inzake hypothecair krediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefenen, betalen jaarlijks gezamenlijk een bijdrage van 5,45 % van de in artikel 4 bedoelde globale bijdrage. §
  2. De in paragraaf 1 bedoelde bijdrage wordt omgeslagen over de in het register van bemiddelaars inzake hypothecair krediet ingeschreven kredietbemiddelaars, enerzijds, en over de in België gevestigde bemiddelaars inzake hypothecair krediet die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en de in België gevestigde kredietgevers inzake hypothecair krediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefenen anderzijds, overeenkomstig de bepalingen in de §§ 3 en
  3. §
  4. De in het register van bemiddelaars inzake hypothecair krediet ingeschreven kredietbemiddelaars, zijn een bijdrage verschuldigd berekend als volgt : 1° elke kredietbemiddelaar betaalt een basisbedrag;2° elke kredietbemiddelaar betaalt daarenboven een bijkomend bedrag gelijk aan : a) 15 % van voornoemd basisbedrag per door de kredietbemiddelaar aangewende persoon in contact met het publiek, en b) 20 % van voornoemd basisbedrag per door de kredietbemiddelaar aangeduide verantwoordelijke voor de distributie. In geval van collectieve inschrijving in het register van bemiddelaars inzake hypothecair krediet, mag de som van de bedragen zoals bedoeld in eerste lid, 1° en 2°, die verschuldigd zijn door de natuurlijke of rechtspersonen voor wie de centrale instelling een aanvraag tot collectieve inschrijving heeft ingediend, maximaal 150.000 EUR bedragen. §
  5. De in België gevestigde kredietbemiddelaars inzake hypothecair krediet die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, alsook de in België gevestigde kredietgevers inzake hypothecair krediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefenen, zijn een bijdrage verschuldigd berekend als volgt : a) 15 %

§ 3

, eerste lid, 1°, per aangewende persoon in contact met het publiek, en b) 20 %

§ 3

, eerste lid, 1°, of 65 EUR per aangeduide verantwoordelijke voor de distributie. De bijdrage bedoeld in de eerste alinea, mag maximaal 150.000 EUR bedragen.". Art. 15.In hetzelfde besluit wordt een artikel 15/2 ingevoegd, luidende : "Art. 15/2.Bijdrage van bemiddelaars inzake consumentenkrediet en van de kredietgevers inzake consumentenkrediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake consumentenkrediet uitoefenen §

  1. De op 1 januari in het register van bemiddelaars inzake consumentenkrediet ingeschreven kredietbemiddelaars, alsook de op 1 januari in België gevestigde kredietgevers inzake consumentenkrediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake consumentenkrediet uitoefenen, betalen jaarlijks gezamenlijk een bijdrage van 2,75 % van de in artikel 4 bedoelde globale bijdrage. §
  2. De in paragraaf 1 bedoelde bijdrage wordt omgeslagen over de bemiddelaars inzake consumentenkrediet en over de kredietgevers inzake consumentenkrediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake consumentenkrediet uitoefenen, overeenkomstig de bepalingen in de §§ 3 en
  3. §
  4. De in het register van bemiddelaars inzake consumentenkrediet ingeschreven kredietbemiddelaars, zijn een bijdrage verschuldigd berekend als volgt : 1° elke kredietbemiddelaar betaalt een basisbedrag;2° elke kredietbemiddelaar betaalt daarenboven een bijkomend bedrag gelijk aan : a) 15 % van voornoemd basisbedrag per door de kredietbemiddelaar aangewende persoon in contact met het publiek, en b) 20 % van voornoemd basisbedrag per door de kredietbemiddelaar aangeduide verantwoordelijke voor de distributie. In geval van collectieve inschrijving in het register van bemiddelaars inzake consumentenkrediet, mag de som van de bedragen zoals bedoeld in eerste lid, 1° en 2°, die verschuldigd zijn door de natuurlijke of rechtspersonen voor wie de centrale instelling een aanvraag tot collectieve inschrijving heeft ingediend, maximaal 150.000 EUR bedragen. §
  5. De kredietgevers inzake consumentenkrediet die het bedrijf van bemiddelaar inzake consumentenkrediet uitoefenen, zijn een bijdrage verschuldigd berekend als volgt : a) 15 %

§ 3

, eerste lid, 1°, per aangewende persoon in contact met het publiek, en b) 20 %

§ 3, eerste lid, 1°, per aangeduide verantwoordelijke voor de distributie.

De bijdrage bedoeld in de eerste alinea, mag maximaal 150.000 EUR bedragen.". Art. 16.In artikel 16, § 1, van hetzelfde besluit wordt het cijfer "0,33" vervangen door het cijfer "0,27". Art. 17.In artikel 17, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden ", die geen forfaitair bedrag uitmaakt," ingevoegd tussen de woorden "van deze titel" en "minstens gelijk aan 500 EUR."; 2° het tweede lid wordt aangevuld met volgende woorden : "en op de kredietbemiddelaars bedoeld in artikelen 15/1 en 15/2.". Art. 18.Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : "Art. 18.Herstructureringen Indien een onderneming bedoeld in titel II tijdens het afgelopen boekjaar via een fusie of andere herstructurering of verrichting het ganse vermogen van een andere onderneming bedoeld in hetzelfde artikel van deze titel overneemt en voor beide bij de herstructurering of verrichting betrokken ondernemingen een zelfde wijze van berekening van de verschuldigde bijdragen van toepassing is, is de nieuwe berekeningsbasis van de verkrijgende onderneming het resultaat van de samenvoeging van de berekeningsbasissen van beide bij de herstructurering of verrichting betrokken ondernemingen.". Art. 19.Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : "Art. 19.Verlies van toelating, inschrijving of registratie §

  1. De ondernemingen of personen bedoeld in deze titel, die op 1 januari niet meer over een toelating, inschrijving of registratie beschikken, omdat zij hiervan afstand hebben gedaan of omdat deze werd ingetrokken of herroepen, blijven bijdrageplichtig overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, zolang zij onderworpen zijn aan het toezicht van de FSMA. §
  2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen bijdragen verschuldigd zijn in toepassing van artikel 7 of 8 van dit besluit, is de verschuldigde bijdrage bedoeld in paragraaf 1 gelijk aan de toepasselijke minimumbijdrage.". Art. 20.In artikel 20, § 1, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Onverminderd artikel 4 worden de op grond van deze titel verschuldigde bijdragen, ter financiering van de zetel van de FSMA, jaarlijks gedurende 18 jaar verhoogd met 3.122.825 EUR als volgt verdeeld : 1° voor de in artikel 6 bedoelde onafhankelijke financiële planners, vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de buitenlandse beleggingsondernemingen waarop de FSMA het toezicht van prudentiële aard uitoefent en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging : 104.122,04 EUR; 2° voor de in artikel 7 bedoelde kredietinstellingen, beursvennootschappen en buitenlandse beleggingsondernemingen waarop de Bank het toezicht van prudentiële aard uitoefent : 482.139,42 EUR; 3° voor de in artikel 8 bedoelde verzekeringsondernemingen : 1.020.730,56 EUR; 4° voor de in artikel 9 bedoelde kredietgevers inzake hypothecair krediet : 62.724,12 EUR; 5° voor de in artikel 9/1 bedoelde kredietgevers inzake consumentenkrediet : 37.634,47 EUR; 6° voor de in artikel 10 bedoelde instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening : 73.596,30 EUR; 7° voor de in artikel 11 bedoelde marktondernemingen : 44.325,05 EUR; 8° voor de in artikel 13 bedoelde emittenten, met uitzondering van de emittenten bedoeld in paragraaf 2, 1°, van dat artikel : 407.288,64 EUR. 9° voor de in artikel 14 bedoelde verrekenings- en vereffeningsinstellingen en met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen : 22.580,68 EUR; 10° voor de in artikel 15 bedoelde tussenpersonen : 513.501,19 EUR; 11° voor de in artikel 15/1 bedoelde kredietbemiddelaars inzake hypothecair krediet : 227.897,65 EUR 12° voor de in artikel 15/2 bedoelde kredietbemiddelaars inzake consumentenkrediet : 114.994,23 EUR 13° voor de in artikel 16 bedoelde wisselkantoren : 11.290,34 EUR.". Art. 21.In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : "2° de bijdragen van de tussenpersonen en kredietbemiddelaars verschuldigd op grond van artikel 15, 15/1 en 15/2 alsook de bijhorende bijdragen ter financiering van de zetel, bedoeld in artikel 20;deze worden ten laatste op 31 mei opgevraagd;"; 2° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : "3° de bijdragen van de emittenten verschuldigd op grond van artikel 13, van de instellingen voor collectieve belegging verschuldigd op grond van artikel 5, §§ 1/1, 2 en 3, van de kredietgevers inzake hypothecair krediet verschuldigd op grond van artikel 9 en de kredietgevers inzake consumentenkrediet verschuldigd op grond van artikel 9/1 alsook, in voorkomend geval, de bijhorende bijdragen ter financiering van de zetel, bedoeld in artikel 20;deze worden ten laatste op 30 juni opgevraagd.". Art. 22.In artikel 23, § 1, eerste lid, worden de woorden "en in artikel 16" ingevoegd tussen de woorden "artikelen 5 tot en met 14" en de woorden "naar verhouding van". Art. 23.In artikel 24, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en in artikel 16" ingevoegd tussen de woorden "artikelen 5 tot en met 14" en de woorden "naar verhouding van". Art. 24.In artikel 28 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden de woorden "en onder voorbehoud van paragraaf 4" opgeheven;2° paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 25.Artikel 29 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : "Art. 29.Aanvraag tot inschrijving van openbare instellingen voor collectieve belegging De openbare instellingen voor collectieve belegging, die een aanvraag tot inschrijving indienen, betalen een bijdrage van 300 EUR voor het onderzoek van deze aanvraag. Wanneer een openbare instelling voor collectieve belegging meerdere compartimenten omvat, is de bijdrage per ingeschreven compartiment verschuldigd.". Art. 26.In artikel 36 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt de in artikel 2, eerste lid, 1°, bedoelde bovengrens van 399 voltijdse equivalenten, voor de jaren 2014, 2015, en 2016, respectievelijk met 97, 63 en 30 voltijdse equivalenten verminderd."; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3.In afwijking van artikel 3, § 2, worden de vaste bedragen in de artikelen 11, 12, 13 en 16 voor de jaren 2014 tot en met 2017 enkel aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.". Art. 27.In hetzelfde besluit wordt een artikel 36/1 ingevoegd, luidende : "Art. 36/1.De percentages bedoeld in de eerste paragraaf van de artikelen 5 tot en met 10 en 13 tot en met 16, op basis waarvan het aandeel in de globale bijdrage bedoeld in artikel 4 wordt berekend, worden voor de jaren 2014 tot en met 2017 aangepast overeenkomstig de tabel opgenomen als bijlage 2 bij dit besluit." Art. 28.In hetzelfde besluit wordt een artikel 36/2 ingevoegd, luidende : "Art. 36/2.In afwijking van artikel 20, § 1, eerste lid, wordt het bedrag van 3.122.825 EUR dat jaarlijks, ter financiering van de zetel van de FSMA, aan de op grond van titel II verschuldigde bijdragen wordt toegevoegd, voor de jaren 2014 tot en met 2017, als volgt verdeeld : 1° voor de in artikel 6 bedoelde onafhankelijke financiële planners, vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de buitenlandse beleggingsondernemingen waarop de FSMA het toezicht van prudentiële aard uitoefent en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging : 116.965,02 EUR; 2° voor de in artikel 7 bedoelde kredietinstellingen, beursvennootschappen en buitenlandse beleggingsondernemingen waarop de Bank het toezicht van prudentiële aard uitoefent : 541.609,09 EUR; 3° voor de in artikel 8 bedoelde verzekeringsondernemingen 1.146.632,95 EUR; 4° voor de in de artikelen 9, 9/1 en 9/2 bedoelde kredietgevers en hypotheekondernemingen : 112.737,36 EUR; 5° voor de in artikel 10 bedoelde instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening : 82.674,07 EUR; 6° voor de in artikel 11 bedoelde marktondernemingen : 49.792,34 EUR; 7° voor de in artikel 13 bedoelde emittenten, met uitzondering van de emittenten bedoeld in paragraaf 2, 1°, van dat artikel : 457.525,80 EUR. 8° voor de in artikel 14 bedoelde verrekenings- en vereffeningsinstellingen en met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen : 25.365,91 EUR; 9° voor de in artikel 15 bedoelde tussenpersonen : 576.839,52 EUR; 10° voor de in artikel 16 bedoelde wisselkantoren : 12.682,95 EUR.". Art. 29.In artikel 40, § 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "ressorteren onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en" opgeheven. Art. 30.In hetzelfde besluit wordt de bijlage vervangen door een bijlage 1, die als bijlage 1 is gevoegd bij dit besluit. Art. 31.In hetzelfde besluit wordt een bijlage 2 ingevoegd, die als bijlage 2 is gevoegd bij dit besluit. Art. 32.Artikel 9 van hetzelfde besluit, dat werd hernummerd als artikel 9/2, wordt opgeheven op de dag dat boek VII, Titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht betreffende de toegang tot de activiteit van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars in werking treedt. Art. 33.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014, met uitzondering van : 1° de artikelen 8 en 9 die uitwerking hebben vanaf de dag dat boek VII, Titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht betreffende de toegang tot de activiteit van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars in werking treedt;2° de artikelen 14 en 15 die uitwerking hebben na het verstrijken van een termijn van 18 maanden na de datum bedoeld in 1° ; Art. 34.De minister bevoegd voor Consumentenbescherming en de minister bevoegd voor Financiën, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 28 maart
  3. FILIP Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Consumenten, J. VANDE LANOTTE De Minister van Financiën, K. GEENS Bijlage 1 bij het koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 mei 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/05/2012 pub. 21/06/2012 numac 2012003177 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 17 mei 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/05/2012 pub. 21/06/2012 numac 2012003177 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Code Dossiers ingediend met het oog op het verkrijgen van beslissingen in toepassing van volgende bepalingen : Bedrag in € I. Artikelen 32, 41 of 52 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt a) aanvraag tot goedkeuring van een prospectus over de toelating van beleggingsinstrumenten tot een gereglementeerde markt en over de eventuele openbare aanbieding van die beleggingsinstrumenten

(1)10 Eerste toelating van effecten met een aandelenkarakter tot een gereglementeerde markt 19.769 € 12 Bijkomende toelating van effecten met een aandelenkarakter tot een gereglementeerde markt 13.180 € 14 (Eerste of bijkomende) toelating van andere beleggingsinstrumenten dan effecten met een aandelenkarakter tot een gereglementeerde markt 10.544 € 16 In afwijking van de bijdrage toepasselijk krachtens code 14, in geval van toelating van effecten zonder aandelenkarakter waarvan de modaliteiten (
  1. a)de terugbetaling voorzien op de vervaldag van het effect van minimum 100% van het geïnvesteerde bedrag en (
  2. b)de toekenning voorzien van een bepaalde of in functie van een referentieinterest bepaalbare interest die hetzij periodiek betaald wordt tot op vervaldag van het effect, hetzij gekapitaliseerd en op vervaldag betaald wordt, evenals de "zero coupons", met uitzondering van de beleggingsinstrumenten uitgegeven in het kader van effectiseringsverrichtingen 4.000 €
  3. b)aanvraag tot goedkeuring van een prospectus over de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten (zonder gelijktijdige toelating tot een gereglementeerde markt)
(1)Openbare aanbieding van effecten met een aandelenkarakter 19 als de waarde van de verrichting 5.272 € 20 als de waarde van de verrichting > of = 1M en 9.885 € 22 als de waarde van de verrichting > of = 10 M € 19.769 € Openbare aanbieding van effecten zonder aandelenkarakter 29 als de waarde van de verrichting 2.650 € 30 als de waarde van de verrichting > of = 1M en 5.272 € 32 als de waarde van de verrichting > of = 10 M € 10.544 € 34 In afwijking van de bijdrage toepasselijk krachtens codes 30 en 32, in geval van openbare aanbieding van effecten zonder aandelenkarakter waarvan de modaliteiten (
  1. a)de terugbetaling voorzien op de vervaldag van het effect van minimum 100 % van het geïnvesteerde bedrag en (
  2. b)de toekenning voorzien van een bepaalde of in functie van een referentieinterest bepaalbare interest die hetzij periodiek betaald wordt tot op vervaldag van het effect, hetzij gekapitaliseerd en op vervaldag betaald wordt, evenals de "zero coupons", met uitzondering van de beleggingsinstrumenten uitgegeven in het kader van effectiseringsverrichtingen 4.000 € Openbare aanbieding van andere beleggingsinstrumenten dan effecten met een aandelenkarakter en effecten zonder aandelenkarakter 39 als de waarde van de verrichting 5. 272 € 40 als de waarde van de verrichting > of = 1M en 9.885 € 42 als de waarde van de verrichting > of = 10 M € 19.769 € 50
  3. c)aanvraag tot goedkeuring van een basisprospectus
(2)10.080 € 378 € per categorie of type van beleggings-instrumenten waarop het basisprospectus betrekking heeft 52 In afwijking van de bijdrage toepasselijk krachtens codes 30 en 32, indien de basisprospectus betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter waarvan de modaliteiten (
  1. a)de terugbetaling voorzien op de vervaldag van het effect van minimum 100% van het geïnvesteerde bedrag en (
  2. b)de toekenning voorzien van een bepaalde of in functie van een referentieinterest bepaalbare interest die hetzij periodiek betaald wordt tot op vervaldag van het effect, hetzij gekapitaliseerd en op vervaldag betaald wordt, evenals de "zero coupons", met uitzondering van de beleggingsinstrumenten uitgegeven in het kader van effectiseringsverrichtingen 7.000 € 60
  3. d)aanvraag tot goedkeuring van een registratiedocument buiten het kader van een verrichting 2.520 € 70
  4. e)aanvraag tot goedkeuring van een verrichtingsnota met gegevens over de beleggingsinstrumenten, zonder gelijktijdige goedkeuring van het registratiedocument x € = geldend barema voor de goedkeuring van een prospectus voor dat type van verrichtingen op grond van codes 10 tot 42 - 2.520 € 80
  5. f)aanvraag tot goedkeuring van een aanvulling op het prospectus in het vooruitzicht van een andere openbare aanbieding en/of een andere toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt dan die in het kader waarvan het prospectus oorspronkelijk werd goedgekeurd, of aanvraag tot goedkeuring van een prospectus waarin door middel van verwijzing een ander prospectus is opgenomen dat nog geldig is en dat eerder door de FSMA werd goedgekeurd, met uitsluiting van de elementen die eigen zijn aan de verrichting x € = geldend barema voor de goedkeuring van een prospectus voor dat type van verrichtingen op grond van codes 10 tot 42 - 2.520 € 90
  6. g)aanvraag tot goedkeuring van een verkort prospectus (inclusief de verlening van een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusverplichting) 2.636 € 100
  7. h)aanvraag tot verlening van een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting 1.977 € II. Artikel 60 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt 105 Verzoek tot goedkeuring van reclame (vergoeding geheven per beleggingsinstrument en per verdeler (distributeur)), behalve wanneer de betrokken beleggingsinstrumenten openbaar worden aangeboden op basis van een door de FSMA goedgekeurd prospectus 800 € III. Artikelen 19 of 20 van de wet van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2007 pub. 26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom. 01/04/2007 pub. 20/11/2007 numac 2007000937 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbare overnamebiedingen en van de artikelen 5 en 6 van de wet van 1 april 2007 tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. - Duitse vertaling sluiten op de openbare overnameaanbiedingen
(3)
  1. a)aanvraag tot goedkeuring van een prospectus met betrekking tot een openbare overnameaanbieding 112 als de waarde van de verrichting 10 .544 € 114 als de waarde van de verrichting > of = 10 M € en 19.769 € 116 als de waarde van de verrichting > of = 25 M € en 32.949 € 118 als de waarde van de verrichting > of = 100 M € 65.898 € 120 als het bod geen betrekking heeft op een Belgische vennootschap en in hoofdzaak in het buitenland loopt 10.544 € 122
  2. b)wederzijdse erkenning van een prospectus goedgekeurd door een buitenlandse autoriteit 2.025 € 130 IV. Artikel 18, § 1er,
  3. c)of
  4. d)of § 2,
  5. c)of
  6. d)van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in het kader van aanvragen om informatie als gelijkwaardig te erkennen aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen
(4)10.544 € 140 V. Wetboek van vennootschappen in het kader van aanvragen tot verklaring van geen bezwaar over bijzondere verslagen 800 €
(1)Als een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 378 € per ander betrokken beleggingsinstrument.
(2)Als het basisprospectus betrekking heeft op gedekte warrants die zijn uitgegeven door een andere partij dan de emittent van het onderliggende, bedraagt de basisbijdrage voor de uitgifte en/of toelating tot een gereglementeerde markt van die gedekte warrants 1.890 € + 189 € per noteringslijn waarop het prospectus betrekking heeft, met een totaal minimum van 4.000 €.
(3)Als een prospectus dat de FSMA heeft goedgekeurd in het kader van een openbaar overnameaanbod dat uitsluitend betrekking heeft op andere beleggingsinstrumenten dan effecten, binnen twaalf maanden na de goedkeuring ervan opnieuw wordt gebruikt voor soortgelijke verrichtingen, wordt de verschuldigde bijdrage voor die soortgelijke verrichtingen teruggebracht tot 630 € per prospectus.
(4)Als de betrokken informatie al werd goedgekeurd door de FSMA of door een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die één of meer bevoegdheden uitoefent die vergelijkbaar zijn met de bevoegdheden van de FSMA, wordt de verschuldigde bijdrage voor een beslissing die de FSMA neemt op basis van artikel 18, § 1,
  1. c)of d), van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten, teruggebracht tot 5.272. Toelichting bij de barema's van de door de FSMA te innen bijdragen De bijdrage is verschuldigd op het ogenblik dat een dossier wordt ingediend met het oog op het verkrijgen van een beslissing van de FSMA (art. 25 van het koninklijk besluit). In de lijst met barema's worden de verschillende beslissingen onderscheiden naar wettelijke grondslag : I. beslissingen getroffen op basis van artikel 32 (door Richtlijn 2003/71/EG geharmoniseerde verrichtingen), van artikel 41 (overdracht aan de FSMA van de goedkeuring van een prospectus) of artikel 52 (niet door Richtlijn 2003/71/EG geharmoniseerde verrichtingen) van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, II. beslissingen getroffen op basis van artikel 60 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten betreffende de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, III. beslissingen getroffen op basis van artikel 19 of 20 van de wet van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2007 pub. 26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom. 01/04/2007 pub. 20/11/2007 numac 2007000937 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbare overnamebiedingen en van de artikelen 5 en 6 van de wet van 1 april 2007 tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de openbare overnameaanbiedingen IV. beslissingen getroffen op basis van 18, § 1,
  2. c)of d), of § 2,
  3. c)of d), van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en V. beslissingen (geen bezwaar) getroffen op basis van het Wetboek van vennootschappen. I. Beslissingen genomen op basis van artikel 32, artikel 41 of artikel 52 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt Deze beslissingen worden genomen in het kader van aanvragen tot goedkeuring van een prospectus over openbare aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten of van de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 32 van de wet betreft de verrichtingen die door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, terwijl artikel 52 betrekking heeft op de verrichtingen die niet door die richtlijn worden geharmoniseerd. Artikel 41 van de wet heeft betrekking op het geval waarin de FSMA zich de goedkeuring van een prospectus ziet overdragen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. Dit artikel verwijst zelf naar de procedure voorzien in artikel 32. Een bijdrage is verschuldigd voor de indiening van dossiers met het oog op het verkrijgen van een beslissing tot goedkeuring van zowel volledige prospectussen als basisprospectussen, registratiedocumenten, verrichtingsnota's over beleggingsinstrumenten, bepaalde aanvullingen op prospectussen en verkorte prospectussen, of van een beslissing tot verlening van een gedeeltelijke of volledige vrijstelling van de prospectusverplichting. In beginsel moet voor elke openbare aanbieding en/of voor elke toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt een afzonderlijk prospectus worden opgesteld. Op dat beginsel bestaan echter verschillende uitzonderingen : - eenzelfde prospectus kan tegelijkertijd betrekking hebben op de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten. De op grond van codes 10 tot 16 verschuldigde bijdrage met betrekking tot het toelatingsprospectus dekt bijgevolg ook het aspect « openbare aanbieding », - een basisprospectus kan worden opgesteld in het kader van aanbiedingsprogramma's die het mogelijk maken om gedurende een gespecificeerde periode doorlopend of herhaaldelijk beleggingsinstrumenten van verschillende types of categorieën uit te geven. De daarvoor verschuldigde bijdrage wordt vastgesteld op grond van code 50 of 52 (code 52 geldt in geval van uitgiften van zgn. "plainvanilla" obligaties), - een prospectus dat nog steeds geldig is, mag opnieuw worden gebruikt in het kader van andere verrichtingen, op voorwaarde weliswaar dat het wordt geactualiseerd in een aanvulling. In dat geval is een bijdrage verschuldigd voor de goedkeuring van die aanvulling (code 80). Als buiten de voornoemde hypotheses een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of in het kader van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 378 euro per ander betrokken beleggingsinstrument, en dit conform de analogie tussen deze situatie en de goedkeuring van een basisprospectus dat ook betrekking heeft op verschillende onderscheiden instrumenten (code 50). Codes 10 tot 14 Deze lijnen van de lijst met barema's betreffen de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot een gereglementeerde markt, inclusief de gelijktijdige openbare aanbieding van die beleggingsinstrumenten. Bij een aanvraag tot toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van beleggingsinstrumenten die al zijn toegelaten tot de verhandeling op een andere gereglementeerde markt, zal het dossier worden behandeld alsof het een bijkomende toelating betreft. Codes 19 tot 42 Deze lijnen betreffen de openbare aanbiedingen, zonder gelijktijdige toelating tot een gereglementeerde markt. De verschuldigde bijdrage schommelt in functie van het bedrag waarop de verrichting betrekking heeft, en het betrokken type van beleggingsinstrumenten. Codes 50 tot 52 Krachtens de artikelen 29 en 49 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten kan een basisprospectus worden opgesteld. Een basisprospectus kan aldus betrekking hebben op de uitgifte van verschillende categorieën of types van beleggingsinstrumenten die worden aangeboden in het kader van aanbiedingsprogramma's. Voor dergelijke basisprospectussen is een bijdrage van 10.080 euro verschuldigd, met een toeslag van 378 euro per betrokken categorie of type van beleggingsinstrumenten. Voor de basisprospectussen met betrekking tot andere dan kapitaaleffecten waarvoor het kapitaal ten belope van 100 % gewaarborgd en het tarief vast is wordt de basisbijdrage van 7000 EUR naar 10.080 EUR verhoogd (zonder supplement per categorie of type beleggingsinstrumenten waarop de basisprospectus betrekking heeft). Dit barema zal het aanbod van "plainvanilla" obligaties, eenvoudige producten, ten goede komen. Codes 60 en 70 Een emittent kan een prospectus opstellen in de vorm van één enkel document. Hij betaalt dan de bijdrage die codes 10 tot 42 vaststellen naar gelang het type verrichting. Hij kan dat prospectus echter ook in drie delen opstellen (registratiedocument, verrichtingsnota en samenvatting). Omwille van de vereiste neutraliteit zal de bijdrage in dat geval als volgt worden vastgesteld : - de drie delen van het prospectus kunnen tegelijkertijd worden goedgekeurd naar aanleiding van de openbare aanbieding of de toelating. In dat geval zijn codes 10 tot 42 van toepassing en wordt de verschuldigde bijdrage in één keer betaald bij de goedkeuring van het prospectus in drie delen; - de drie delen van het prospectus kunnen ook afzonderlijk worden goedgekeurd. Dan worden twee hypotheses onderscheiden : o ofwel wordt eerst het registratiedocument goedgekeurd buiten het kader van de goedkeuring van een prospectus : de verschuldigde bijdrage voor de goedkeuring van het registratiedocument bedraagt 2.520 euro (code 60). Later, bij de goedkeuring van de verrichtingsnota over de beleggingsinstrumenten, zal een bijdrage verschuldigd zijn die gelijk is aan het verschil tussen 2.520 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn voor de goedkeuring van een volledig prospectus voor een dergelijke verrichting, op grond van codes 10 tot 42 (code 70). o ofwel werd het registratiedocument eerder goedgekeurd in het kader van een vorige verrichting en wordt het vervolgens opnieuw gebruikt in het kader van een andere openbare aanbieding of een andere toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Bij de goedkeuring van de verrichtingsnota over de beleggingsinstrumenten, in het vooruitzicht van die andere openbare aanbieding of die andere toelating tot de verhandeling, zal een bijdrage verschuldigd zijn die ook hier gelijk zal zijn aan het verschil tussen 2.520 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn voor de goedkeuring van een volledig prospectus voor een dergelijke verrichting, op grond van codes 10 tot 42 (code 70). Code 80 Deze code viseert twee verschillende hypotheses. Enerzijds is zij van toepassing wanneer een prospectus dat minder dan twaalf maanden geleden werd goedgekeurd in het kader van een vorige verrichting, opnieuw wordt gebruikt in het kader van een andere openbare aanbieding of een andere toelating. Als dit prospectus moet worden aangepast en/of geactualiseerd via een aanvulling, is een bijdrage verschuldigd. Anderzijds is zij van toepassing wanneer in een prospectus een ander prospectus is opgenomen door middel van verwijzing dat eerder door de FSMA werd goedgekeurd en dat nog steeds geldig is (met uitsluiting van de elementen die eigen zijn aan de verrichting waarop dat prospectus oorspronkelijk betrekking had). In beide hypotheses is de verschuldigde bijdrage gelijk aan het verschil tussen 2.520 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn op grond van codes 10 tot 42 indien een nieuw volledig prospectus zou worden opgesteld. Er bestaat dus een parallel tussen deze twee hypotheses en het geval waarin een registratiedocument dat eerder werd goedgekeurd in het kader van een bepaalde verrichting, opnieuw wordt gebruikt in het kader van een andere verrichting (code 70). Code 80 waarborgt zo de neutraliteit tussen de verschillende methodes voor de opstelling van prospectussen die, in bepaalde gevallen, alternatieven zijn. Als een prospectus daarentegen wordt goedgekeurd in het kader van een verrichting en er tussen de goedkeuring van dat prospectus en de afsluiting van de verrichting nieuwe feiten opduiken of onjuistheden aan het licht komen die de goedkeuring van een aanvulling op het prospectus vereisen, zal laatstgenoemde goedkeuring geen aanleiding geven tot de betaling van een nieuwe bijdrage. Dit geldt ook wanneer de aanvulling op het prospectus bedoeld is om het basisprospectus te actualiseren. Code 90 Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen over de aanvragen tot verlening van een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusverplichting en tot goedkeuring van een verkort prospectus. Volledigheidshalve wordt eraan herinnerd dat enkel de verrichtingen die niet door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, nog in aanmerking komen voor een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusverplichting. Code 100 Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen over de aanvragen tot verlening van een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting. Enkel de verrichtingen die niet door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, komen nog in aanmerking voor een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting. Hier is een bijdrage verschuldigd omdat een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting niet automatisch wordt verleend, maar een beslissing van de FSMA vereist. II. Beslissingen genomen op basis van artikel 60 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten betreffende de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt Een bijdrage van 800 € is verschuldigd bij de indiening van dossiers met betrekking tot de goedkeuring van reclame (of andere documenten en berichten) in het kader van openbare aanbiedingen waarvoor de FSMA geen prospectus heeft goedgekeurd. Wanneer het prospectus is goedgekeurd door de FSMA wordt de kost in verband met de reclame geacht te zijn vergoed door de bijdrage die krachtens codes 10 tot 90 verschuldigd is voor de indiening van een dossier met het oog op de goedkeuring van de prospectus zelf. Het onderzoek van de reclame in het geval dat de FSMA het prospectus niet heeft goedgekeurd is complexer in de mate dat de FSMA dan kennis moet nemen van de details van de verrichting en van het prospectus (dat van het paspoort geniet) om de conformiteit van de reclame met de wettelijke vereisten te kunnen beoordelen. In deze gevallen zal dus een bijdrage van 800 EUR worden opgevraagd en dit per reclamecampagne (geheel van documenten, folders, affiches enz. met betrekking tot eenzelfde verrichting) en per verdeler. Indien meerdere tussenpersonen een reclamecampagne organiseren zal elke tussenpersoon dus moeten bijdragen in de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA. III. Beslissingen getroffen op basis van artikel 19 of 20 van de wet van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2007 pub. 26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom. 01/04/2007 pub. 20/11/2007 numac 2007000937 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbare overnamebiedingen en van de artikelen 5 en 6 van de wet van 1 april 2007 tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de openbare overnameaanbiedingen De bijdrage verschuldigd bij de indiening van een dossier voor het bekomen van de goedkeuring van een prospectus met betrekking tot een openbare overnameaanbieding (of openbaar ruilbod of uitkoopbod) schommelt in functie van het bedrag waarop de verrichting betrekking heeft, dat op zijn beurt wordt berekend in functie van de geboden tegenprestatie. Als eenzelfde bieder over een periode van 12 maanden verschillende openbare overnameaanbiedingen uitbrengt op andere beleggingsinstrumenten dan effecten (zoals opties) en de prospectussen die voor die verschillende verrichtingen worden opgesteld, sterk analoog zijn, moet de bieder bij de goedkeuring van het eerste prospectus de bijdrage betalen waarvan sprake is in codes 112 tot 120. De bijdrage die verschuldigd is voor de goedkeuring van de prospectussen over de latere verrichtingen, wordt echter teruggebracht tot 630 euro per prospectus omdat het onderzoek van die prospectussen de FSMA minder werk bezorgt. Er is eveneens een bijdrage verschuldigd bij de indiening van een dossier met het oog op de erkenning door de FSMA van een prospectus goedgekeurd door een buitenlandse toezichthouder. IV. Beslissingen genomen op basis van artikel 18, § 1,
  4. c)of d), of § 2,
  5. c)of d), van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt Deze lijn heeft betrekking op twee types van verrichtingen (openbare aanbiedingen tot omruiling en fusies) die worden vrijgesteld van de prospectusverplichting in het kader van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, op voorwaarde dat voor het publiek of de belanghebbenden, naar gelang het geval, informatie beschikbaar wordt gesteld die door de FSMA als gelijkwaardig wordt erkend aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen. Deze vrijstellingen vereisen een beslissing van de FSMA en bijgevolg ook de betaling van een bijdrage. Als de informatie die door de FSMA als gelijkwaardig dient te worden erkend aan de informatie die in een prospectus moet worden opgenomen, al is goedgekeurd door de FSMA zelf of door één van haar Europese collega-toezichthouders, wordt de bijdrage met de helft teruggebracht. In die hypothese is de controle die de FSMA op de betrokken informatie moet uitoefenen, immers beperkter. Dat zal vooral zo zijn bij openbare aanbiedingen tot omruiling, als de informatie die door de FSMA als gelijkwaardig dient te worden erkend, deel uitmaakt van het prospectus over dat openbaar bod tot omruiling dat door de ter zake bevoegde autoriteit is goedgekeurd. Als de FSMA overigens gebruik maakt van de machtiging als bedoeld in artikel 18, § 3, van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en zij in een reglement verduidelijkt welke informatie beschikbaar moet worden gesteld om aan die gelijkwaardigheidsvoorwaarde te voldoen, zal zij met betrekking tot voornoemde verrichtingen niet langer geval per geval een beslissing moeten nemen. Bijgevolg zal daarvoor ook geen bijdrage meer moeten worden betaald. V. Beslissingen genomen op basis van het Wetboek van vennootschappen in het kader van aanvragen tot verklaring van geen bezwaar over bijzondere verslagen Het Wetboek van vennootschappen bepaalt in verband met diverse verrichtingen dat bijzondere verslagen moeten worden bezorgd aan de FSMA die moet verklaren dat zij geen bezwaar heeft tegen de verspreiding ervan. Momenteel is dit, krachtens artikel 538 van het Wetboek van vennootschappen, het geval bij de uitgifte van converteerbare obligaties of warrants door vennootschappen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan. Bijlage 2 bij het koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 mei 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/05/2012 pub. 21/06/2012 numac 2012003177 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Bijlage 2 : bijlage bij artikel 36bis 2014 2015 2016 2017 Art. 5, § 1 40,00 % 34,70 % 33,83 % 33,30 % Art. 6, § 1 2,21 % 2,30 % 2,41 % 2,49 % Art. 7, § 1 10,83 % 11,53 % 11,53 % 11,53 % Art. 8, § 1 13,71 % 19,42 % 22,34 % 24,41 % Art. 9/1, § 1 0,00 % 0,00 % 0,90 % 0,90 % Art. 9, § 1 en 9/2, § 1 2,40 % 2,40 % 1,50 % 1,50 % Art. 10, § 1 1,85 % 1,82 % 1,79 % 1,76 % Art. 13, § 1 13,33 % 12,52 % 10,89 % 9,74 % Art. 14, § 1 0,67 % 0,63 % 0,58 % 0,54 % Art. 15, § 1 13,08 % 12,88 % 12,57 % 12,28 % Art. 15/1, § 1 0,00 % 0,00 % 0,00 % 0,00 % Art. 15/2, § 1 0,00 % 0,00 % 0,00 % 0,00 % Art. 16, § 1 0,33 % 0,31 % 0,29 % 0,27 %

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.