← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de wet van 10 april 1990 op

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit regelt de procedure voor de goedkeuring van alarmsystemen en alarmcentrales, met als doel de consument te beschermen door te zorgen voor betrouwbare producten die misdrijven tegen personen of goederen voorkomen en vaststellen. Het vervangt een eerder besluit uit 1994 en past de vereisten aan aan nieuwe technologieën en Europese regelgeving.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 APRIL 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit, waarvan wij de eer hebben het aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, strekt ertoe het koninklijk besluit van 31 maart 1994 tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten te vervangen. Algemene Toelichting De bescherming van de consument vereist dat de produkten bestemd om misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen en vast te stellen optimale waarborgen van betrouwbaarheid bieden. De voorafgaande procedure van goedkeuring van alarmsystemen en -centrales komt aan die zorg van bescherming van de consument tegemoet. De alarmsystemen en -centrales zijn produkten onderhevig aan voortdurende en snelle technologische vooruitgang. De testen waaraan dit materieel onderworpen wordt in het kader van de voorafgaande procedure van goedkeuring dienen bijgevolg aangepast te zijn aan de nieuwe specificiteiten van de produkten. Sinds enkele jaren, heeft de beveiligingsmarkt een nieuw type van alarmmaterieel zien opduiken, de alarmsystemen die gebruik maken van hoogfrequentie- verbindingen, gewoonlijk « draadloze » alarmsystemen genoemd. De Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft de Belgische Staat meegedeeld dat, in zijn huidige staat, het koninklijk besluit van 31 maart 1994 een inbreuk op het grondbeginsel van vrij verkeer van goederen, gewaarborgd door de artikelen 30 tot 36 van het EG verdrag, uitmaakt, in die zin dat het het in de handel brengen van alarmsystemen en -centrales die gebruik maken van hoogfrequentie- verbindingen verhindert. De vereisten waaraan de alarmsystemen en -centrales moeten voldoen, teneinde ze in de handel te brengen of ter beschikking van de gebruikers in België te stellen, moeten bijgevolg aan de nieuwe beveiligingstechnieken worden aangepast. Artikelsgewijs onderzoek Artikelen 1 en 2 Deze artikelen vergen geen commentaar. Artikel 3 Dit artikel bepaalt de samenstelling van de Commissie Materieel. De vertegenwoordiger van het Belgisch Instituut voor Normalisatie wordt vervangen door een vertegenwoordiger van het Belgisch Elektrotechnisch Comité. De Commissie Materieel is belast met het goedkeuren van elektrotechnisch materiaal. Het bleek meer aangewezen in haar schoot een vertegenwoordiger van een instelling voor normalisatie gespecialiseerd in de materie te voorzien Artikelen 4 en 5 Deze artikelen vergen geen commentaar. Artikel 6 Artikel 6, laatste lid, werd ingevoegd om een einde te brengen aan de inbreuk die het koninklijk besluit van 31 maart 1994 uitmaakte, op het grondbeginsel van vrij verkeer van goederen, gewaarborgd door de artikelen 30 tot 36 van het EG verdrag, in die zin dat het in de handel brengen van alarmsystemen en - centrales die gebruik maken van hoogfrequentie- verbindingen verhinderde. De alarmsystemen en alarmcentrales die gebruik maken van hoogfrequentie- verbindingen hebben inherente kenmerken waardoor het saboteren van het produkt vergemakkelijkt wordt. Een reeks specifieke vereisten voor de alarmuitrustingen die gebruik maken van hoogfrequentieverbindingen werden opgenomen in bijlage 6. Deze bijlage 6 dient gebruikt te worden in combinatie met de andere bijlagen die de vereisten van de alarmuitrustingen definieren, ongeacht het gebruikte type van verbindingen. Artikel 7 Dit artikel 7, waarmee de vermeldingen 2.5 en 3.7 van bijlage 2 en de bijlage 7 in verband gebracht moeten worden beoogt een preventieve controle van de conformiteit van de alarmsystemen en alarmcentrales evenals hun componenten, uitgerust met een dispositief om privé-communicaties af te luisteren, ervan kennis te nemen, ze op te nemen, met de bepalingen van artikel 314bis van het strafwetboek, alvorens ze in de handel gebracht worden. Artikel 7 laat toe de goedkeuring te weigeren van beveiligingsmateriaal uitgerust met een afluistersysteem in overtreding met artikel 314bis van het strafwetboek. Artikel 8 Dit artikel vergt geen commentaar. Artikel 9 Dit artikel breidt, op aanvraag van de Europese Commissie, de clausule van wederzijdse erkenning uit tot de conformiteitscertificaten en testverslagen betreffende alarmystemen en alarmcentrales ingevoerd uit Lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie, kontrakterende partijen van de Europese Economische Ruimte, Artikelen 10 tot 17 Deze artikelen vergen geen commentaar. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uw Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSCCHE ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 19 juni 1998 door de Minister van Binnenlandse Zaken verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten », heeft op 9 december 1998 he volgende advies gegeven : Algemene opmerking De Europese Commissie heeft op 25 juni 1998 inzage gekregen van het ontwerp dat voor advies is overgelegd aan de afdeling wetgeving en heeft op 1 oktober 1998 aan de Belgische overheid, overeenkomstig artikel 8, lid 2, van richtlijn 98/34/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, opmerkingen gezonden waaruit in hoofdzaak het volgende is gebleken : « La clause de reconnaissance mutuelle comprise dans le projet notifié devrait etre étendue aux produits originaires des Etats AELE parties contractantes à l'accord EEE ». Artikel 9 van het ontwerp dient derhalve dienovereenkomstig te worden aangepast. De gemachtigde ambtenaar is het daar overigens mee eens. Het eerste lid van de aanhef zou als volgt kunnen worden gesteld : « Gelet op de opmerkingen die door de Europese Commissie zijn gemaakt met toepassing van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement er de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, gewijzigd bij richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998; » (1). Overeenkomstig voorschrift 49 van de handleiding bij de wetgevingstechniek worden, wanneer samen met het besluit een verslag aan de Koning wordt gepubliceerd en het zijn nut heeft de beweegredenen van de ontworpen regeling aan te geven, die redenen in dat verslag, niet in de considerans, opgenomen. De consideransen dienen bijgevolg te vervallen; in casu worden in twee ervan overigens uittreksels uit het verslag aan de Koning overgenomen. Het zou daarentegen nuttig zijn mocht dat verslag uitvoeriger worden gemaakt en meer in het bijzonder specifieke commentaar bevatten waaruit elke, door het ontwerp voorgenomen wijziging van het vorige koninklijk besluit, namelijk dat van 31 maart 1994, dat bij artikel 16 van het ontwerp wordt opgeheven, duidelijk blijkt; in het ontwerp wordt immers een groot aantal bepalingen van dat besluit (2) overgenomen, terwijl door het ontwerp in dat besluit maar een beperkt aantal wijzigingen wordt aangebracht, waaromtrent het dus wenselijk zou zijn dat in het verslag aan de Koning aangegeven wordt wat de positie en de strekking ervan is in de nieuwe tekst. De gemachtigde ambtenaar heeft bij wijze van voorbeeld, over de vermeldingen 2.5. en 3.7. van bijlage 2 van het ontwerp - « Apparatuur om privé communicaties af te luisteren, kennis te nemen van, op te nemen » -, gesteld dat ze in verband gebracnt moeten worden met artikel 7 van het ontwerp en met bijlage 7 waarnaar dat artikel verwijst, waaruit blijkt dat de laboratoria van de instellingen belast met de proefnemingen met het oog op de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, dienen na te gaan of het voorgestelde « materieel » al dan niet beantwoordt aan de bepalingen van artikel 314bis van het Strafwetboek. In de hierna overgenomen brief van 16 november 1998 wordt de volgende uitleg verstrekt : « les références faites dans l'annexe 2 du projet d'arreté royal, points 2.5. et 3.7, aux dispositifs destinés à écouter, prendre connaissance, enregistrer des communications privées ont pour unique objectif de permettre un controle préventif de la conformité du produit aux prescriptions de l'article 314bis du Code pénal avant meme sa mise sur le marché. Il ne s'agit donc pas d'autoriser la mise à disposition des usagers de matériel permettant l'écoute, la prise de connaissance ou l'enregistrement de communications ou de télécommunications privées en infraction ave c l'article 314bis du Code pénal. Au contraire, les références précitées visent à habiliter la Commission Matériel a refuser l'approbation de matériel de sécurité muni d'un systeme d'écoute en infraction à l'article 314bis du Code pénal. ». In zoverre de gezamenlijke voornoemde gegevens uit het dispositief evenwel niet duidelijk die doelstelling weergeven, zou het aangeraden zijn in het verslag aan de Koning in dat verband een passende commentaar op te nemen. Voor het overige lijkt het niet opportuun om terug te komen op de bepalingen van het ontwerp die een reproductie zijn van die uit het besluit van 31 maart 1994, waarvan melding wordt gemaakt in artikel 16, op voorwaarde dat ze eveneens overeenstemmen met die uit het ontwerp waarover de afdeling wetgeving op 3 november 1993 advies L 22 793/2 heeft uitgebracht; er is immers rekening gehouder met de in dat advies gemaakte opmerkingen. De overige bepalingen van het ontwerp geven geen aanleiding tot enige fundamentele opmerking, behalve wat betreft artikel 2, § 2, dat voordien nooit om advies aan de afdeling wetgeving is voorgelegd (3). De laatste twee leden van artikel 2, § 2, maken de « agenten » bedoeld in artikel 16 van de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten bevoegd om op kosten van de persoon die de proefnemingen heeft laten uitvoeren die aan goedkeuring voorafgaan, de conformiteit te laten controleren van materieel dat in de handel gebracht is of ter beschikking van de gebruikers is gesteld, door een van de instellingen die tot taak hebben de proefnemingen te doen aie met het oog op goedkeuring van de prototypes vereist zijn De voornoemde instelling bezorgt een controleverslag aan de commissie materieel die het materieel al dan niet conform verklaart. Die bepalingen gaan evenwel de wettelijke machtiging te buiten waarop het ontwerp steunt : artikel 12, eerste lid, van de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten heeft uitsluitend betrekking op de goedkeuringsprocedure die vooraf moet gaan aan het in de handel brengen of op enige andere wijze ter beschikking van de gebruikers stellen van alarmsystemen en alarmcentrales en van de componenten ervan. Artikel 16 van dezelfde wet, dat door de gemachtigde ambtenaar als subsidiaire rechtsgrond wordt aangevoerd, bevat geen andere machtiging dan die tot het aanwijzen van bepaalde ambtenaren en « agenten » om toezicht uit te oefenen op de toepassing van de wet en haar uitvoeringsbesluiten en om administratieve geldboeten op te leggen. Het is raadzaam de wetgever te verzoeken het voornoemde artikel 12 te herzien, teneinde er het principe van de voornoemde verplichtingen in op te nemen, nadat echter op de gezamenlijke technische voorschriften, samengebracht in een voorontwerp van wet, eerst de procedures toepasselijk zijn gemaakt vastgelegd in richtlijn 98/34/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, waardoor de betrekkelijke onvastheid van de rechtsgrond die door artikel 12 bij de huidige stand van zaken opgeleverd wordt, zou kunnen worden ondervangen (4). Bijzondere opmerkingen Onderzoek van het ontwerp Opschrift Aangezien als regel geldt dat het opschrift van besluiten kort dient te zijn en doordat de rechtsgrond in de aanhef wordt aangegeven, wordt voorgesteld het opschrift van het ontwerp als volgt te redigeren : « Ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure tot goedkeuring van alarmsystemen en alarmcentrales ». Aanhef De aanhef dient in deze volgorde te worden herschreven : Het derde lid dient het eerste lid te worden en behoort als volgt te worden gesteld : « Gelet op de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, inzonderheid op artikel 12, eerste lid; ». Het eerste lid, aangepast zoals aangegeven in de algemene opmerking, wordt het tweede lid. Het tweede lid wordt het derde lid en dient als volgt te worden gesteld : « Gelet op het advies van de Raad van State; ». Het vierde, vijfde en zesde lid dienen te vervallen. Het zevende lid wordt behouden en wordt het vierde lid. Bepalend gedeelte Artikel 1 1. Als regel geldt dat bij de redactie van de teksten van wetten, decreten en verordeningen de onvoltooid tegenwoordige tijd wordt gebruikt en niet de gebiedende wijs.In de Franse tekst dienen de woorden « il faut entendre par » dan ook te worden vervangen door de woorden « on entend par » 2. In onderdeel 1 dienen de woorden « zoals gewijzigd door de wet van 18 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997000619 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privé-detective en de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie type wet prom. 18/07/1997 pub. 06/08/1997 numac 1997021240 bron diensten van de eerste minister Wet tot instelling van een programma voor de terbeschikkingstelling van wetenschappelijke onderzoekers ten bate van de universitaire onderwijsinstellingen en de Federale wetenschappelijke instellingen sluiten » te vervallen.Het behoud van die woorden zou tot gevolg hebben dat de wetgeving verankerd wordt in de versie waarnaar verwezen wordt. Deze opmerking geldt ook voor bijlage 1. Artikel 2 Paragraaf 2, eerste lid, dient als volgt te worden gesteld : « De comniissie materieel geeft voor elk prototype goedgekeurd n,aterieel een goedkeuringscertificaat af, conform het model weergegeven in bijlage 1 bij dit besluit, dat door de verzoeker wordt bijgehouden « In dezelfde paragraaf, tweede lid, dient te worden geschreven : « ... het materieel, conform het prototype dat in de handel wordt gebracht of ter beschikking van de gebruikers wordt gesteld. ». Artikel 3 Paragraaf 2, tweede zin, behoort als volgt te worden geschreven : « Dat document kan op schriftelijke aanvraag worden verkregen. ». Artikel 7 Dit artikel behoort niet in paragrafen te worden onderverdeeld. Een artikel wordt immers alleen in paragrafen ingedeeld wanneer ten minste één paragraaf uit meer dan een lid bestaat. In het andere geval is een onderverdeling in leden voldoende. Artikelen 15 en 16 De artikelen 15 en 16 dienen in omgekeerde volgorde te worden opgenomen In artikel 16 dienen de woorden « zoals gewijzigd door » te worden vervangen door de woorden « , gewijzigd bij ». Opmerkingen over de Nederlandse tekst De Nederlandse tekst van zowel het ontwerp als de bijlagen laat uit een oogpunt van correct taalgebruik veel te wensen over. Niet alleen bevat de tekst veel gallicismen en andere fouten, zoals bijvoorbeeld « afleveren » in plaats van « afgeven, uitreiken » wanneer het niet om goederen maar om certificaten e.d. gaat, « 26 mm op 10 mm » in plaats van « 26 mm bij 10 mm », « bijhorend » in plaats van « bijbehorend », maar ook de terminologie is vaak inconsistent. Zo bijvoorbeeld beantwoordt in art. 2, § 2, achtste lid, aan het Frans « essais » in de Nederlandse tekst van het ontwerp « testen » (in plaats van het uit taalkundig oogpunt correcte « tests »), in art. 4, § 1, eerste en tweede lid, « tests », in art. 6, derde en vierde lid, « proeven ». Ook het Frans « épreuves » wordt door « proeven » weergegeven. In advies L. 22.793/2 is erop gewezen dat naar het voorbeeld van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1933 in de Nederlandse tekst van het ontwerp « proefnemingen » gebruikt zou moeten worden als tegenhanger van het Frans « essais ». Bij wijze van voorbeeld worden hierna enkele tekstvoorstellen gedaan : - in artikel 2, paragraaf 2, vijfde lid, dient de eerste zin als volgt te worden gesteld : « De installateur bezorgt de klant een attest waarin hij bevestigt dat het geïnstalleerde materieel conform het door de commissie goedgekeurde prototype is. »; - in artikel 2, paragraaf 2, zevende lid, dient de laatste zin als volgt te worden geredigeerd : « Deze instelling zendt een controleverslag aan de commissie... »; - in artikel 4, paragraaf 3, laatste zin, dienen de woorden « die geen uit staans heeft » te worden vervangen door de woorden « die niets uit te staan heeft »; - in artikel 5, tweede lid, onderdeel 2, dient het woord « geleverde » te worden vervangen door het woord « bezorgde »; - artikel 5, derde lid, zou beter als volgt worden herschreven : « Bijlage 4 bij dit besluit bevat de lijst van het materieel dat dient te worden verstrekt aan een in artikel 4, § 1, bedoelde instelling. »; - artikel 6, tweede lid, zou beter als volgt worden gesteld : « Daartoe wordt het materieel onderworpen aan de proefnemingen vermeld in de bijlagen 3 en 5 bij dit besluit. »; - artikel 7, paragraaf 2, dat artikel 7, tweede lid, wordt, zou beter als volgt worden geschreven : « Daartoe dient de aanvrager alle voor dat onderzoek dienstige documenten aan die laboratoria te bezorgen. »; - in artikel 11, eerste lid, eerste zin, schrijve men : « . en kunnen op aanvraag telkens met dezelfde periode worden verlengd. »; - in artikel 11, tweede lid, behoort te worden geschreven : « ., dient dat materieel opnieuw te worden voorgelegd aan een van de in artikel 4, § 1, bedoelde instellingen, die oordeelt over de noodzaak van aanvullende proeven. »; - in artikel 12 schrijve men : « ... de uitgevoerde tests en aan de conformiteitscontrole... ». De kamer was samengesteld uit : De heren : J.-J. Stryckmans, eerste voorzitter; Y. Kreins, P. Quertainmont, staatsraden; F. Delperee, J.-M. Favresse, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. B. Vigneron, toegevoegd griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer J.-L. Paquet, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer C. Nikis, adjunct-referendaris. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Lienardy, staatsraad. De griffier B. Vigneron. De eerste voorzitter, J.-J. Stryckmans. _______ Nota's (1) Overeenkomstig artikel 14 van richtlijn 98/34/EG is deze in werking getreden op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, namelijk 21 juli 1998;artikel 12 van de richtlijn schrijft voor dat wanneer de Lid-Staten een technisch voorschrift vaststellen, daarbij naar de richtlijn wordt verwezen of hiernaar verwezen wordt bij de bekendmaking van dat voorschrift. (2) De reden voor dat procédé - dat over het algemeen weinig aan te bevelen is - blijkt uit een ontwerp van brief dat aan de Raad van State is overgelegd en waarin het volgende te lezen staat : « Il a été fait profit de l'élaboration de ce projet d'arreté pour procéder a la coordination de l'arreté royal du 31 mars 1994 et de l'arreté royal du 8 janvier 1996 modifiant l'arreté royal du 31 mars 1994 sur conseil de Monsieur Thyssen de la Direction Générale III.En effet, il ressort d'un contact téléphonique que le conseiller adjoint Véronique Verelst a eu avec M. Thyssen, fonctionnaire à la Direction Générale III de la Commission européenne que compte tenu du fait que l'arrêté royal du 8 janvier 1996 modifiant l'arrêté du 31 mars 1994 n'a jamais fait l'objet d'une notification conformément à la Directive 83/189, il était conseillé de profiter du présent projet d'arrêté roya pour coodonner les deux arrêtés précités et notifier le tout à la Commission européenne. Cette démarche permettra de régularision européenne. Cette démarche permettra de régulariser toute la réglementation de la procédure d'approbation des systèmes et centraux d'alarme vis-à-vis des obligations édictées par la Directive europénne 86/189. ». (3) De eerste zes leden zijn een weergave van de bepalingen die zijn ingevoegd bij koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de inschrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 1994 tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, in de aanhef waarva op de dringende noodzakelijkheid word.gewezen, en de twee volgende staan weliswaar reeas in het konnklijk besluit van 31 maart 1994, maar niet in het ontwerp waarover advies L. 22 793/2 is verstrekt. (4) Volgens het arrest van het Hof van Justitie van 30 april 1996 in de zaak C- 194/94, « CIA Security International SA tegen Signalson SA en Securitel SPRL », is het voornoemde artikel 12 immers een technisch voorschrift als bedoeld in richtlijn 83/189/EG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, « wanneer (het voorschrift), gelijk de Belgische regering ter terechtzitting heeft opgemerkt, de betrokken ondernemingen verplicht vooraf een goedkeuring voor hun apparatuur aan te vragen, zelfs al zijn de voorziene administratieve regels niet vastgesteld » (consideransen 27 tot 30);welnu, « richtlijn 83/189 (...) moet (aldus) worden uitgelegd, dat het verzuim van de verplichte kennisgeving de niet- toepasselijkheid van de betrokken technische voorschriften meebrengt, zodat deze niet aan particulieren kunnen worden tegengeworpen », welke particulieren « zich daarop kunnen beroepen voor de nationale rechter, die een nationaal technisch voorschrift dat niet overeenkomstig de richtlijn is meegedeeld, buiten toepassing dient te later » (consideransen 54 en 55); zulks is dus het geval met artikel 12 van de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten dat zoverre net artikel het in de handel brengen of het op enige andere wijze ter beschikking stellen van de gebruikers aan een voorafgaande goedkeuring koppelt, niet tegenwerpbaar is aan derden (considerans 57). De Europese Commissie vestigt de aandacht van de Belgische overheid in het bijzonder op dat gevolg van het arrest. 23 APRIL 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligings-ondernemingen en de interne bewakings-diensten, inzonderheid op artikel 12, eerste lid; Gelet op de opmerkingen die door de Europese Commissie zijn gemaakt met toepassing van richtlijn 98/34/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, gewijzigd bij richtlijn 98/48/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998; Gelet op het advies van de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1. De wet : de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligings ondernemingen en de interne bewakingsdiensten;2. materieel : de alarmsystemen, alarmcentrales en hun componenten, bestemd om misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen of vast te stellen. Art. 2.§ 1. Geen fabrikant, invoerder, groothandelaar of andere natuurlijke of rechtspersoon mag materieel in België in de handel brengen of ter beschikking van de gebruikers stellen, als dit niet voorafgaandelijk goedgekeurd is door een daartoe ingestelde commissie, hierna « commissie materieel » genoemd. § 2. De commissie materieel levert voor elk prototype goedgekeurd materieel een goedkeuringscertificaat af, conform het model weergegeven in bijlage 1 bij dit besluit, dat door de verzoeker wordt bijgehouden. De verzoeker brengt op eigen kosten een conformiteitskenmerk aan op het materieel, conform het prototype dat in de handel wordt gebracht of ter beschikking van de gebruikers wordt gesteld. Dit kenmerk heeft een maximale afmeting van 26 mm bij 10 mm, en vermeldt de benaming van de aanvrager en het volledige goedkeuringsnummer dat voorkomt op het goedkeuringscertificaat. Het kenmerk kan zodanig aangebracht worden, dat het na installatie zichtbaar is, hetzij door middel van een onvernietigbare, eenmalig bruikbare zelfklever, hetzij door elk ander onuitwisbaar middel, dat de gegevens bedoeld in het vorige lid op een duidelijk leesbare manier weergeeft. De installateur bezorgt de klant een attest waarin hij bevestigt dat het geïnstalleerde materieel conform het door de commissie goedgekeurde prototype is. Dit attest bevat een volledige lijst van het geïnstalleerde materieel met vermelding van het goedkeuringsnummer van het prototype. Onze Minister van Binnenlandse Zaken publiceert na elke bijeenkomst van de commissie materieel een lijst van het goedgekeurde materieel. De diensten die bevoegd zijn om toe te zien op de toepassing van voornoemde wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten en van haar uitvoeringsbesluiten, kunnen de controle opleggen op de conformiteit van het materieel dat gecommercialiseerd werd of ter beschikking gesteld van de gebruikers, door één van de instellingen bedoeld in artikel 4, § 1, van dit besluit. Deze instelling zendt een controleverslag aan de commissie materieel die, op basis hiervan, het materieel al dan niet conform verklaart. De controlekosten zijn ten laste van de persoon die de goedkeuringsproefnemingen, die geleid hebben tot de erkenning, heeft laten uitvoeren. Art. 3.§ 1. De commissie materieel is samengesteld uit de volgende personen : 1. twee ambtenaren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waaronder de voorzitter;2. een lid van de gemeentepolitie;3. een lid van de rijkswacht;4. een lid van het Belgisch Electrotechnisch Comité;5. een lid van de beroepsvereniging die representatief is voor de verzekeringsindustrie en als zodanig lid is van het Europees Verzekeringscomité (EVC);6. een lid van een door de Minister van Binnenlandse Zaken erkende beroepsvereniging van de producenten van alarmsystemen en alarmcentrales;7. een lid, dat als rapporteur optreedt, van de instelling die het materieel getest heeft; Voor elk lid wordt een plaatsvervanger aangewezen. De leden van de commissie materieel worden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken. § 2. De commissie materieel stelt haar huishoudelijk reglement vast. Dat document kan op schriftelijke aanvraag worden verkregen. Art. 4.§ 1. De Minister van Binnenlandse Zaken stelt, na advies van de commissie materieel, de lijst op van de instellingen die gespecialiseerd zijn in het uitvoeren van de proefnemingen die aan de eventuele goedkeuring van het materieel voorafgaan of om de verslagen bedoeld in artikel 9 na te gaan. De aanvragen tot goedkeuring van het materieel worden rechtstreeks aan één van deze instellingen gericht. Alleen deze instellingen zijn bevoegd om de proefnemingen uit te voeren. § 2. De aanvraag tot goedkeuring gaat vergezeld van de in bijlage 2 bij dit besluit opgenomen technische documenten en plannen. De aanvraag en bijhorende documenten worden in tweevoud ingediend. De aanvrager preciseert tevens het type kenmerk dat hij op het materieel zal aan-brengen, en de plaats van aanbrenging van dit kenmerk. § 3. In de laboratoria van de in § 1 bedoelde instellingen, worden alle technische documenten betreffende de aanvragen bewaard in een afgesloten versterkt en beveiligd lokaal, met een aangepaste toegangsprocedure, om de vertrouwelijkheid ervan te waarborgen. Geen enkel document mag worden meegedeeld aan een derde die niets uit te staan heeft met de instelling of met de commissie materieel. Art. 5.Alvorens tot de eigenlijke proeven over te gaan, onderzoeken de laboratoria het materieel. Dit onderzoek bestaat uit : 1. de identificatie van het materieel;2. het nazien van de elektronische circuits in vergelijking met de door de fabrikant bezorgde documenten;3. het nazien van de minimale vereiste functies zoals beschreven in bijlage 3 van dit besluit. Bijlage 4 bij dit besluit bevat de lijst van het materieel dat dient te worden verstrekt aan een in artikel 4, § 1, bedoelde instelling. Art. 6.De op het materieel uitgevoerde proeven betreffen : 1. de functionele geschiktheid;2. het mechanische aspect;3. de betrouwbaarheid van de mechanische of elektronische werking;4. de ongevoeligheid voor vals alarm;5. de beveiliging tegen bedrog of pogingen om het materieel buiten gebruik te stellen. Daartoe wordt het materieel onderworpen aan de proefnemingen vermeld in de bijlagen 3 en 5 bij dit besluit. Deze proefnemingen zijn toepasselijk op de verschillende types van componenten. Het materieel dat gebruik maakt van hoogfrequentie-verbindingen is daarenboven onderworpen aan de proefnemingen bepaald in de bijlage 6. Art. 7.De laboratoria van de in artikel 4 § 1 bedoelde instellingen verifieren of het materieel voldoet aan de bepalingen waarvan de lijst is opgenomen in bijlage 7. Daartoe dient de aanvrager alle voor dat onderzoek dienstige documenten aan die laboratoria te bezorgen. Art. 8.De specifieke proeven uitgevoerd op de componenten waarborgen geenszins de compatibiliteit van de componenten onderling. Art. 9.Met het oog op de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales ingevoerd uit de andere Lidstaten van de Europese Unie en de Lidstaten van de Europese Vrijhandels-associatie, contracterende partijen van de Economische Europese Ruimte, worden de certificaten en verslagen van proeven aanvaard die door een in die Staten erkende of daartoe aangewezen instelling zijn opgemaakt, voor zover daarin wordt aangetoond dat die systemen en centrales in overeenstemming zijn met technische normen en regelgevingen die eenzelfde graad van bescherming waarborgen als die bepaald in dit besluit. Art. 10.De goedkeuring of weigering van goedkeuring wordt bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de aanvrager. De weigering van goedkeuring vermeldt de resultaten van de proeven bedoeld in de artikelen 5 en 6. Art. 11.De goedkeuringen zijn geldig voor een periode van drie jaar en kunnen op aanvraag telkens met dezelfde periode worden verlengd. De aanvraag tot verlenging wordt gericht aan één van de instellingen bedoeld in artikel 4 § 1; ze wordt behandeld en onderzocht, conform de voornoemde artikelen 4 tot 9. Indien wijzigingen worden aangebracht aan goedgekeurd materieel, dient dat materieel opnieuw te worden voorgelegd aan een van de in artikel 4 § 1 bedoelde instellingen, die oordeelt over de noodzaak van aanvullende proeven.. Art. 12.De administratie- en werkingskosten verbonden aan de aanvraagprocedure, aan de uitgevoerde proefnemingen en aan de conformiteitscontrole komen ten laste van de aanvrager. Art. 13.Het materieel dat reeds goedgekeurd is op het ogenblik van de inwerktreding van voornoemd besluit, blijft geldig tot het verstrijken van de goedkeuring bedoeld in artikel 11. Art. 14.De goedkeuringscertificaten en de afschriften van deze certificaten, afgeleverd tussen 20 april 1994 en 31 december 1995, blijven geldig en gelden als conformi-teitsbewijs. Art. 15.Het koninklijk besluit van 31 maart 1994 tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, gewijzigd door het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de inschrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten wordt opgeheven. Art. 16.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 17.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 23 april 1999. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE Bijlage 1 Goedkeuringscertificaat BZ - MI.... (nummer van de goedkeuring afgeleverd op basis van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales). Nummer van het certificaat : Het hierna vermelde materieel voldoet aan de proeven overeenkomstig de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en op de interne bewakingsdiensten en haar koninklijk besluit tot uitvoering van 23 april 1999 tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in hoger genoemde wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten. Beschrijving en identificatie van het materieel. - Naam en adres van de fabrikant : - Naam en adres van de invoerder : - Naam en adres van de persoon of de firma die de proefnemingen heeft laten uitvoeren : - Merk : - Soort : - Type : - Variante : Een conformiteitskenmerk moet in de verpakking geplaatst worden van het alarmsysteem waarmee het overeenkomt. Datum Handtekening van de voorzitter van de commissie materieel. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 april 1999. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE Bijlage 2 In het technisch dossier op te nemen inlichtingen : 1. Detector 1.1. Omschrijving - Fabrikant : - Merk : - Type : - Soort : 1.2. Fotocopieën van de processen-verbaal van proefnemingen en erkenning betreffende proefnemingen die identiek zijn met die van deze specificaties 1.3. Kenmerken van de detector. 1.3.1. Uitvoering : - kast (materieel, afmetingen) : - bevestigingswijze : - ontwerp : vast of verstelbaar 1.3.2. Elektrische kenmerken : - voedingsspanning - voedingsspanningstoleranties - verbruik buiten bewaking onder bewaking - bedrading aantal leidingen kabeltype ( gewoon,geinduceerd,..) - waakstroom kenmerken (impuls, continu) intensiteit - alarmtijdregeling regelgebied regelwijze - elektrische schema met omschrijving van de componenten - tekening van de gedrukte schakelingen - schema van de bedraging tussen de schakelingen - schema van de aansluiting op de centrale bedieningseenheid 1.3.3. Ijking regeling 1.3.4. Instructies en gebruiksaanwijzing - bedragingswijze - bevestigingswijze - onderhoudswijze - ontstoringswijze 1.4. Apparatuur om bedrog te voorkomen. 1.5. Functie van de detector. 1.6. Fabricageplannen en lijst van de componenten (omschrijving, referenties, eventuele behandelingen, datum van de laatste wijzigingen). 2. Centrale bedieningseenheid 2.1. Omschrijving : - Fabrikant : - Merk : - Type : - Soort : 2.2. Idem als onder 1.2. 2.3. Kenmerken van de centrale bedie-ningseenheid. 2.3.1. Uitvoering : - kast (materieel, afmetingen) - bevestigingswijze 2.3.2. Elektrische kenmerken : - hoofdvoedingsspanning - voedingsspanningstoleranties - noodvoeding (2e bron) beschrijving voorstelling van alle types van batterijladers die door de bedieningseenheid kunnen gebruikt worden - eventuele 3e voedingsbron beschrijving - verbruik onbelast buiten bewaking onder bewaking - bedrading aantal leidingen voor elke verbinding te gebruiken kabeltype (gewoon, geïnduceerd,...) lijnimpedantie (piekwaarden) lijnuiteindeweerstand - waakstroom kenmerken (impuls, continu) intensiteit - alarmstroom kenmerken (impuls, continu) - contacten aantal, type (NO, NC of INV) uitschakelingsvermogen - princiepsschema - elektrisch schema met lijst van de componenten (omschrijving, referentie, eventuele behandelingen, datum van de laatste wijzigingen). 2.3.3. IJking regelwijze 2.3.4. Instructies en gebruiksaanwijzing : - bedradingswijze - bevestigingswijze - onderhoudswijze - ontstoringswijze 2.4. Apparatuur om bedrog te voorkomen. 2.5. Apparatuur om privé communicaties af te luisteren, kennis te nemen van, op te nemen; 2.6. Functies van de centrale bedienings-eenheid 2.7. Fabricageplannen en lijst van de componenten (omschrijving, referenties, eventuele behandelingen, datum van de laatste wijzigingen). 3. Hulpapparaat (zenders, sirenes, bewakings-installaties, controleinrichtingen en andere tussen- organen). 3.1. Omschrijving : - Fabrikant : - Merk : - Type : - Soort : 3.2. Idem als onder 1.2. 3.3. Kenmerken 3.3.1. Uitvoering : - uiterlijk (vorm, materieel, afmetingen) - bevestigingswijze - beschermingswijze (gebruik binnen of buiten) - ontwerp 3.3.2. Elektrische kenmerken : - voedingsspanning - voedingsspanningstolerantie - verbruik buiten bewaking onder bewaking - bedrading aantal leidingen kabeltype (gewoon, geïnduceerd,...) - ingebouwde stroombron beschrijving, spanning, capaciteit A/h - waakstroom kenmerken (impuls, continu) intensiteit - hulpcontacten aantal, type (NO, NF of INV) - uitschakelingsvermogen - princiepsschema - type akoestisch signaal 3.4. Werkingskenmerken - akoestische apparaten - akoestische vermogen op gegeven afstand - type van uitgezonden akoestisch signaal. 3.5. Instructies en gebruiksaanwijzing : - bedrading - bevestigingswijze - regelwijze - onderhoudswijze - ontstoringswijze 3.6. Apparatuur om bedrog te voorkomen. 3.7. Apparatuur om privé communicaties af te luisteren, kennis te nemen van, op te nemen; 3.8. Fabricageplannen en lijst van de componenten (omschrijving, referenties eventuele behandelingen, datum van de laatste wijzigingen). 3.9.Verslagen en getuigschriften voor alle produkten vereisend andere verplichte certificaties verleend door een derde. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 april 1999. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE Bijlage 3 Functionaliteitsproefnemingen voor alarmcentrales De centrale reageert bij alarm. De centrale reageert bij sabotage. De centrale kan in/uit bewaking gezet worden. De centrale kan per zone in/uit bewaking gezet worden. De centrale heeft een testdrukknop of -functie. De centrale heeft een mechanisch slot/codeslot. Het codeslot/klavier heeft minstens 1.000.000 codes of er zijn tweehonderd uren nodig om de code te vinden. De bedieningen zijn functioneel. De hoofdvoeding is 230 VAC-netspanning. Er bestaat een beveiliging tegen verhoogde spanningen. De hulpvoeding is een batterij. Elke voeding laat de goede werking toe. Het overschakelen op andere voeding is ogenblik-kelijk. Afzonderlijk optisch signaal voor de hoofdvoeding. Deze signalisatie is goed bestudeerd. Afzonderlijk optisch signaal voor in/uit bewaking. Idem voor gedeeltelijke in/uit bewaking. Idem voor alarm (algemeen). Idem voor alarmlokalisatie. Idem voor de zelfbeveiliging. De alarmsignalisatie blijft aangegeven tot de centrale uit bewaking gezet wordt. Het akoestisch sabotagesignaal kan door de gebruiker uitgeschakeld worden. Het optisch sabotagesignaal kan enkel door de installateur uitgeschakeld worden. De installateurscode wordt niet aanvaard als er één of meerdere kringen in bewaking zijn. De gebruiker kan de zelfbeveiliging niet uit bewaking of buiten dienst zetten. De gebruiker kan geen zones buiten dienst zetten. De gebruiker kan zones uit bewaking zetten. Er is een bewaking in de alarmzones. Er is een bewaking in de zelfbeveiliging. In bewaking zetten is onmogelijk bij een te lage batterijspanning. Afzonderlijke code voor alarm bij doorzending. Idem voor sabotage. Idem voor netfout. Idem voor batterijfout. Idem voor in bewaking zetten. Idem voor uit bewaking zetten. Idem voor hold-up (indien voorzien). Idem voor zone uit bewaking (indien voorzien). De doorzending « in bewaking » is onmogelijk wanneer meer dan een zone buiten bewaking is behalve als er een specifieke doorzending is van de kringen buiten bewaking. De digitale doorzender werkt op dezelfde voeding. De vocale doorzender werkt op een andere voeding. Alarmduur bedraagt minstens 3 minuten. Het akoestisch sein/buzzer geeft minstens 60 dBA. Er zijn geen componenten in de bekabeling. Het materieel draagt een identificatie. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 april 1999. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE Bijlage 4 Aan het laboratorium te leveren materieel De aanvrager bezorgt het laboratorium minstens drie toestellen van elk aangeboden model en type. De centrale bedieningseenheden worden geleverd met hun energievoorziening. Als er meerdere varianten bestaan, worden de proefnemingen uitgevoerd op het meest geavanceerd model, op voorwaarde dat de basis-elektronika voor de verschillende uitvoeringen dezelfde is. Eén component van elke bijkomende variante wordt aan het laboratorium bezorgd. De centrale bedieningseenheden moeten voorzien zijn van een apparatuur voor het laden van de batterijen in hun maximumconfiguratie. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 april 1999. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE Bijlage 5 : 1. TOEPASSINGSGEBIED Deze bijlage bepaalt de eisen en proeven waaraan de componenten van alarmsystemen en alarmcentrales moeten onderworpen worden. Het gebruik van andere klimatologische en mechanische beproevingen met speciale karakteristieken die geschikt zijn voor de evaluatie van bijzondere klimatologische, elektrische of mechanisme exploitatie- of omgevingsvoorwaarden wordt door deze voorschriften niet uitgesloten Een wijziging van deze bijlage leidt, in geval van verlenging van de goedkeuring, niet tot nieuwe proeven voor zover het materieel niet werd gewijzigd en de wijziging van de bijlage niet een nieuw proefvoorschrift betreft. 2. DOEL Het doel van deze voorschriften is het verstrekken van een reeks proeven teneinde de geschiktheid van de componenten en uitrustingen vast te stellen voor het gebruik, de opslag en het transport in diverse klimatologische of andere omstandigheden. Deze voorschriften zijn conform aan de internationale norm IEC 839-1-3, eerste uitgave, van 1988. Ze definiëren de eisen waaraan de componenten van alarmsystemen moeten beantwoorden tijdens en na de belastingen veroorzaakt door de proeven (functionele proeven). De gekozen testmethoden zijn geschikt voor proeven op componenten van een alarmsysteem en beschikken over de vereiste reproductibiliteit en strengheid eigen aan het toepassingsgebied waarvan sprake in § 1. Deze voorschriften definiëren eveneens de proefnemingen die toelaten de gevoeligheid, weerstand tegen fraude, doeltreffendheid en immuniteit voor valse alarmen van de componenten te kenmerken. Deze reeks proeven werd « efficiëntieproeven » genoemd. Indien de componenten worden onderworpen aan proefnemingen in het kader van de naleving van een lastenkohier of aan een geldend voorschrift, zullen de componenten worden getest op hun conformiteit aan deze voorschriften. Deze bijkomende proefnemingen zijn het voorwerp van een speciale rubriek in de evaluatie van de component genaamd « Conformiteit met de voorschriften ». 3. ALGEMENE BESCHOUWINGEN 3.1 Algemene proefeisen 3.1.1 Normale atmosferische proefomstandigheden Tenzij anders vermeld wordt in de proefmethoden, dient de proef te geschieden nadat het proefmonster zich heeft kunnen stabiliseren in de normale atmosferische proefomstandigheden, zoals bepaald in aflevering IEC 68-1, en die zijn : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Het is essentieel dat de temperatuur en de vochtigheid constant blijven tijdens elke omgevingsproef die onder normale atmosferische proefomstandigheden worden toegepast. 3.1.2 Montage en oriëntering Tenzij anders vermeld wordt in de proefmethoden, moet het proefmonster in zijn normale werkingsstand worden gemonteerd met behulp van zijn normale bevestigingsmiddelen zoals voorgeschreven door de fabrikant. 3.1.3 Elektrische verbinding Wanneer de methode voorschrijft dat het monster bedrijfsklaar moet zijn, moet het met de voeding worden verbonden en, tenzij anders vermeld wordt in de proefmethode, moeten alle in- en uitgangen worden aangesloten met geschikte verbindingen op de uitrusting of op de gesimuleerde belasting, met strikte inachtneming van de voorschriften van de fabrikant. De monsters worden altijd getest in hun minimale en functionele configuratie, met een gesimuleerde belasting van minstens 250 mA voor een autonomie van 24 uur. Tijdens de proeven mogen de geactiveerde punten verbonden met de bedieningsuitrusting (via databus of op een equivalente wijze) in normale atmosferische proefomstandigheden worden behouden, behalve wanneer ze uitsluitend kunnen worden opgesteld naast de besturingsapparatuur. Dergelijke uitrusting moet worden getest door middel van de omgevingsproeven die aan de plaats van de opstelling zijn aangepast. 3.1.4 Te verstrekken inlichtingen De inlichtingen die aan het laboratorium moeten worden verstrekt, zijn deze die worden gevraagd in bijlage 2 van het koninklijk besluit van.......tot vervanging van het koninklijk besluit van 31 maart 1994. tot vaststelling van de procedure van de goedkeuring van de alarmsystemen en alarmcentrales, bedoeld in de Wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdienst. De grootheden van de metingen die worden opgegeven bij het verstrekken van de inlichtingen moeten overeenstemmen met deze die zullen worden gemeten tijdens de proeven. Deze paragraaf is van toepassing op de metingen van de volgende grootheden : - elektrische, - massa's, - lengten, - temperaturen, - vermogens van de batterij. Deze inlichtingen moeten worden vermeld in de technische nota van het product. 3.2 Functionele proeven Tenzij anders vermeld wordt in de proefmethoden, worden de functionele proeven uitgevoerd in de normale voedingsomstandigheden van het proefmonster; ze worden toegepast in het begin, tijdens en na afloop van elke proef. De functionele proeven worden uitgevoerd om na te gaan of in elke hieronder vermelde combinatie het proefmonster beantwoordt aan de verschillende gevraagde functionaliteiten; deze zijn eigen aan de verschillende typen van proefmonsters onderworpen aan de proefnemingen. De functionele proeven van toepassing voor elk type van proeven worden in de laboratoriaprocedures gedefinieerd. 3.3 Staatcombinaties De belangrijkste staten en staatcombinaties zijn : EA : - buiten werking EB : - in werking - onder bewaking EB1 : alarm binnendringing EB2 : alarm sabotage EB3 : defectstand EB4 : alarm agressie (overval, aanval) EC : - in werking - buiten bewaking EC1 : alarm sabotage EC2 : defectstand EC3 : alarm agressie (overval, aanval) 3.4 Lijst van de componenten De componenten worden als volgt geïnventariseerd : A : Detectoren : A1 interne volumetrische bewegings- A2 externe volumetrische bewegings- A3 andere interne - A4 andere externe - B : Signalisatie-inrichtingen : B1 interne B2 externe C : codeerinrichtingen, toetsenborden of inrichtingen voor het in- of uitschakelen van de waakstand : Cl interne C2 externe D : bedieningseenheden : D1 interne D2 externe E : doorzenders : E1 interne E2 externe Nota : voor een component die niet hierboven werd weergegeven, wordt een ontwerp van proefprotocol voorgelegd aan de commissie Materieel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De lijst van de proefprocedures wordt weergegeven in bijlage A. 4. MECHANISCHE PROEVEN 4.1 Doel Deze proeven zijn bestemd voor de evaluatie van de geschiktheid van de componenten van een alarmsysteem en van hun bevestigingsmiddelen om mechanisch te weerstaan aan mogelijke belastingen in normale installerings- en transportomstandigheden. 4.2 Tabel van de mechanische proeven Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 4.2.1 Operationele trilling 4.2.1.1 Apparatuur De apparatuur wordt beschreven in de publicatie IEC 68-2-6. 4.2.1.2 Proefmethode Het proefmonster wordt onderworpen aan een trillingsproef met de kenmerken weergegeven in § 4.2.1.1. Het proefmonster bevindt zich in de standcombinatie EB. 4.2.1.3 Belastingen De eisen worden weergegeven in de catalogus (april 1993) van de omgevingsproeven van het Cenelec TC 79 : - groep I : monster, binnen geplaatst; - groep II : monster, buiten geplaatst. 4.2.1.4 Eisen Na afloop van de proef wordt de externe en interne mechanische schade visueel gecontroleerd en mag het proefmonster geen beschadiging of wijziging vertonen die de goede werking ervan in gevaar kan brengen. Het proefmonster voldoet aan de herleide functionele proeven (bijlage B). De A-componenten die geen seismische noch trillingscomponenten zijn, mogen tijdens de proef geen enkele ontijdige melding veroorzaken. Ze moeten bovendien na de belastingen voldoen aan de herleide functionele proeven. 4.2.2 Operationele schokbestendigheid 4.2.2.1 Apparatuur Een eiken balk met een dwarsdoorsnede van 100 mm x 50 mm wordt met zijn twee kleine kanten bevestigd op twee steunen van 50 mm breedte die voldoende hoog zijn om te vermijden dat het proefmonster de grond raakt. De steunen worden vrij geplaatst, symmetrisch ten opzichte van het proefmonster, op 900 mm van elkaar, op een betonnen grondvlak, loodrecht op de lengteas van de balk. Een stalen cilinder wordt geleid en valt vrij in het midden van de balk, van op een hoogte van 700 mm. Deze cilinder heeft een massa van 1 kg en heeft de volgende afmetingen : hoogte 104 mm, diameter van het grondvlak 40 mm. 4.2.2.2 Proefmethode Men laat de cilinder loodrecht vallen in het midden van de balk terwijl het proefmonster onderaan en in het midden van de balk bevestigd is. De detector wordt in zijn normale installatiepositie geplaatst. Het proefmonster bevindt zich in de standcombinatie EC. 4.2.2.3 Belastingen Men laat de cilinder vijf keer na elkaar op de balk vallen. 4.2.2.4 Eisen Tijdens de proefneming mag het proefmonster overgaan tot de standcombinatie EC1. Na de belasting bevindt het proefmonster zich in de standcombinatie EC. Na afloop van de proef wordt de externe en interne mechanische schade visueel gecontroleerd en mag het proefmonster geen beschadiging of wijziging vertonen die de goede werking ervan in gevaar kan brengen. Het proefmonster voldoet na de belastingen aan de functionele proeven. 4.2.3 Operationele impactweerstand 4.2.3.1 Apparatuur De apparatuur wordt beschreven in de publicatie IEC 817 (1984). 4.2.3.2 Proefmethode De proefmethode wordt beschreven in de publicatie IEC 817 (1984). Het proefmonster bevindt zich in de standcombinatie EC. 4.2.3.3 Belastingen Het proefmonster wordt onderworpen aan drie impacten met een energie van 0,5 J. 4.2.3.4 Eisen Na afloop van de proef wordt de externe en interne mechanische schade visueel gecontroleerd en mag het proefmonster geen beschadiging of wijziging vertonen die de goede werking ervan in gevaar kan brengen. Tijdens de proefneming mag het proefmonster overgaan tot de standcombinatie EC1. Het proefmonster voldoet na de belastingen aan de herleide functionele proeven. 4.2.4 Operationele vrije val 4.2.4.1 Apparatuur De apparatuur wordt beschreven in de publicatie IEC 68-2-32 (1975), vrije val methode 1. 4.2.4.2 Proefmethode De proefmethode wordt beschreven in de catalogus (april 1993) van de omgevingsproeven van het Cenelec TC 79. Het proefmonster bevindt zich in de standcombinatie EC. 4.2.4.3 Belastingen De eis wordt beschreven in de catalogus en is van toepassing op alle typen van monsters. 4.2.4.4 Eisen Tijdens de proefneming mag het proefmonster overgaan tot de standcombinatie EC1. Na afloop van de proef mag het proefmonster geen beschadiging of wijziging vertonen die de goede werking ervan in gevaar kan brengen. Het proefmonster voldoet na de belastingen aan de herleide functionele proeven. Indien het proefmonster niet voldoet aan de herleide functionele proeven, moet het tijdens de montage zichtbare schade vertonen. 5. KLIMATOLOGISCHE PROEVEN 5.1 Doel Het doel van deze proeven is de kwaliteit en de stabiliteit te beoordelen van de prestaties van de componenten van alarmsystemen in extreme klimatische omstandigheden waarin de installaties zich kunnen bevinden. 5.2 Tabel van de klimatische proeven Zie tabel 1. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Tabel 1 : Tabel van de klimatische proeven. 5.2.1 Operationele klimatische proeven 5.2.1.1 Droge warmte 5.2.1.1.1 Apparatuur De apparatuur wordt beschreven in de publicatie IEC 68-2-2 (1974), Proef Bd. 5.2.1.1.2 Proefmethode De proefmethode wordt beschreven in de norm IEC 839-1-3 (1988), Proef A-1. Het proefmonster bevindt zich in de standcombinatie EB. De proef wordt uitgevoerd op het proefmonster in zijn maximale configuratie. 5.2.1.1.3 Belastingen De eis 3 beschreven in de norm vermeld in § 5.2.1.1.2 is van toepassing op het proefmonster (temperatuur 40 °C gedurende 16 uur). Voor de proefmonsters die buiten worden geplaatst, bedraagt de belasting : temperatuur 70 °C gedurende 16 uur. De gevraagde belastingen kunnen worden gewijzigd door de door de fabrikant verklaarde belastingen indien deze strenger zijn. 5.2.1.1.4 Eisen Tijdens de proef is geen enkele verandering van staat of staatombinatie toegelaten. Tijdens en na de proef voldoet het proefmonster aan de herleide functionele proeven. Na afloop van de proef wordt de externe en interne mechanische schade visueel gecontroleerd en mag het proefmonster geen schade of wijziging vertonen die de goede werking ervan in gevaar kan brengen. 5.2.1.2 Koude 5.2.1.2.1 Apparatuur De apparatuur wordt beschreven in de publicatie IEC 68-2-1 (1974), Proef Ad. 5.2.1.2.2 Proefmethode De proefmethode wordt beschreven in de norm IEC 839-1-3 (1988), Proef A-2. Het proefmonster bevindt zich in de standcombinatie EB. De proef wordt uitgevoerd op het proefmonster in zijn maximale configuratie. 5.2.1.2.3 Belastingen De eis 6 beschreven in de norm vermeld in § 5.2.1.2.2 is van toepassing op het proefmonster (temperatuur -10 °C gedurende 16 uur). Voor de proefstukken die buiten worden geplaatst, bedraagt de belasting : temperatuur -25 °C gedurende 16 uur. De gevraagde belastingen kunnen worden gewijzigd door de belastingen door de fabrikant verklaard indien deze strenger zijn. 5.2.1.2.4 Eisen Tijdens de proef is geen enkele verandering van staat of staatcombinatie toegelaten. Tijdens en na de proef voldoet het proefmonster aan de herleide functionele proeven. Het proefmonster wordt opnieuw in de omstandigheden van het laboratorium geplaatst. Na afloop van de proef wordt de externe en interne mechanische schade visueel gecontroleerd en mag …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.