← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepa

Kort samengevat

Dit koninklijk besluit regelt de organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën en bevat specifieke bepalingen voor het statutair personeel, met als doel de modernisering van het departement.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
19 JULI 2013. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen vormt een volgende stap naar de definitieve organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën en de modernisering van het departement. A. Inleiding Op 1 januari 2003 werden de administraties en de diensten van het Ministerie van Financiën met hun personeel overgedragen naar de voorlopige cel opgericht bij de Federale Overheidsdienst Financiën, met uitzondering van : de Administratie van de begroting en de controle op de uitgaven en de Administratie der pensioenen, met hun personeel. Bij koninklijke besluiten van 3 december 2009 worden bij de Federale Overheidsdienst Financiën de operationele diensten en de diensten andere dan operationele opgericht, die de nieuwe organisatiestructuur zullen vormen. Hierbij dient wel opgemerkt dat deze nieuwe organisatiestructuur, vervat in de koninklijke besluiten van 3 december 2009, slechts in werking treedt op een datum te bepalen door uw dienaar, de Minister van Financiën. De datum van inwerkingtreding van de nieuwe organisatiestructuur moet immers dezelfde zijn als deze waarop : -de personeelsleden worden geïntegreerd in de nieuwe structuur; - de operationele diensten die bestonden binnen de voorlopige cel worden geïntegreerd in de nieuwe structuur. De organisatiestructuur wordt vervolledigd met, onder meer, de oprichting van horizontale diensten op het niveau van de administrateurs-generaal en de oprichting van de administraties die deel uitmaken van de algemene administraties. De horizontale diensten zijn geen stafdiensten, er mag immers worden vanuit gegaan dat de leiding van deze diensten niet noodzakelijk dient te worden toevertrouwd aan de houder van een staffunctie. Wat betreft de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering en de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie is het heden nog niet noodzakelijk om binnen deze entiteiten administraties op te richten. Artikel 62 van het ontwerp preciseert dat uw dienaar, de Minister van Financiën voor elk van de administraties de datum bepaalt waarop ze worden opgericht, vermits de operationalisering ervan afhankelijk is van de realisatie van moderniseringsprojecten die lopen binnen de betrokken algemene administraties. De materiële bevoegdheden van de operationele diensten werden op het niveau van de algemene administraties bepaald in het koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën. Deze materiële bevoegdheden zullen in de toekomst geheel of gedeeltelijk worden gedelegeerd aan de administraties waaruit de algemene administraties zullen zijn samengesteld, waarbij de residuaire bevoegdheden blijven op het niveau van de Administrateur-generaal met zijn horizontale diensten. Het koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende regeling van de diensten andere dan operationele van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt opgeheven (artikel 61). Het bovenvermeld besluit wordt inhoudelijk volledig hernomen in het ontwerp van koninklijk besluit, met uitzondering van wat betreft de stafdienst voor Strategische Coördinatie en Communicatie die niet zal worden gecreëerd. Het is dan ook wenselijk om, op niet exhaustieve wijze, hierna de bevoegdheden op te sommen van de diensten andere dan operationele, die zich bevinden op het niveau van de Voorzitter van het directiecomité. B. Bevoegdheden van de andere dan operationele diensten B.1. De Stafdienst voor Beleidsexpertise en -ondersteuning is inzonderheid belast met : - het opstellen, de coördinatie, de implementatie en de opvolging van de wetgeving in de materies die tot de bevoegdheid behoren van de Federale Overheidsdienst Financiën; - de realisatie van studies inzake de impact van beleidsopties en de analyse van de resultaten van het gevoerde beleid; - de realisatie van een integraal risicobeleid en een gecoördineerde doelgroepenstrategie; - het beheer en ter beschikking stellen van de relevante informatie en van de informatiebronnen. B.2. De Stafdienst Personeel en Organisatie is inzonderheid belast met : - het uitwerken van een modern personeelsbeleid en de uitvoering er van; - een adequaat beheer van de dossiers inzake het personeel; - de personeelsplanning en de persoonlijke ontwikkeling; - het opstellen en interpreteren van regelgeving inzake personeelszaken en de organisatie van het sociaal overleg; - het competentiemanagement en het kennisbeheer; - het beheer van de arbeidsvoorwaarden, het welzijn op het werk en de diversiteit; - de communicatie inzake personeelszaken. B.3. De Stafdienst Begroting en Beheerscontrole is inzonderheid belast met : - het opstellen van de begroting en het budgettair meerjarenplan; - de uitvoering van de begroting en de beheerscontrole; - het ontwikkelen en ter beschikking stellen van beheersinstrumenten; - het opzetten van een intern controlesysteem; - de organisatie van het overleg binnen de Federale Overheidsdienst Financiën en de vertegenwoordiging van de Federale Overheidsdienst Financiën bij de verschillende federale actoren inzake Begroting en Beheerscontrole. B.4. De Stafdienst Informatie- en Communicatietechnologie is inzonderheid belast met : - het definiëren en het bewaken van de ICT-strategie, architectuurprincipes, fundamenten en standaarden; - de realisatie, al dan niet in samenwerking met externe partners, van ICT-projecten ter invulling van de functionele behoeften van de verschillende entiteiten; - het beheer en de exploitatie van de informaticaomgeving, in de ruimste zin van het woord, van de Federale Overheidsdienst Financiën en het verzekeren van de bedrijfszekerheid en de beschikbaarheid er van; - het ondersteunen van de interne en externe gebruikers. B.5. De Stafdienst Logistiek is inzonderheid belast met : - het beheer van de gebouwen die de Federale Overheidsdienst Financiën in gebruik heeft, met inbegrip van het verzekeren van de aangepastheid en de veiligheid er van; - de levering van de benodigde logistieke infrastructuur en werkmiddelen (inzonderheid het meubilair, de bureaubenodigdheden en het wagenpark) in functie van de behoeften van de entiteiten en stafdiensten; - het uitwerken en coördineren van een gecentraliseerde aankooppolitiek; - het beheer van de enige drukkerij van de Federale Overheidsdienst Financiën; - het beheer van de « Corporate scanningcentra »; - het beheer van de restaurants, die niet worden beheerd door FEDOREST; - de organisatie van een centrale, gecertificeerde en gespecialiseerde vertaaldienst voor alle entiteiten en stafdiensten. C. Organiek reglement C.1. Context De meerderheid van het statutair personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën zal op basis van een postulatie geïntegreerd worden in de operationele diensten en in de diensten andere dan operationele. De contractuele personeelsleden zullen ambtshalve geïntegreerd worden in de nieuwe entiteiten rekening houdend met de behoeften van de dienst. Zoals bepaald in het koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/07/2001 pub. 28/07/2001 numac 2001002088 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten sluiten houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten houdt de integratie geen nieuwe benoeming in. Het verslag aan de Koning dat aan Uwe Majesteit werd voorgelegd bij de ondertekening van bovenvermeld koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/07/2001 pub. 28/07/2001 numac 2001002088 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten sluiten preciseert dat na integratie in hun nieuwe dienst de personeelsleden hun administratief en geldelijk statuut behouden tot op het ogenblik waarop nieuwe bepalingen van kracht worden. Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit voor te leggen heeft tot doel om te voorzien in een nieuw organiek reglement voor de Federale Overheidsdienst Financiën, dat werd opgesteld rekening houdend met de nieuwe organisatiestructuur en haar specifieke behoeften. C.2. Titel 2 van het ontwerp bevat de algemene organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën Een belangrijke nieuwigheid is het wegvallen van de afsluitingen tussen de verschillende entiteiten van de Federale Overheidsdienst Financiën, met uitzondering van wat betreft de Sector Hypotheken van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. Dit moet de interne mobiliteit, op vrijwillige basis, binnen het departement verhogen. De uitzondering met betrekking tot de Sector Hypotheken is gerechtvaardigd, omdat de hypotheekbewaarder uitsluitend en persoonlijk aansprakelijk is voor de uitvoering van de hypothecaire publiciteit, de wetgever is om die reden de personeelsleden van een hypotheekbewaring blijven beschouwen als de bedienden van de hypotheekbewaarder. Het is dan ook noodzakelijk om met het oog op de uitvoering van de wet van 11 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/2006 pub. 27/06/2007 numac 2007003343 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende het statuut van de bedienden der hypotheekbewaarders sluiten betreffende het statuut van de bedienden der hypotheekbewaarders, een afzonderlijke sector op te richten waartoe alleen de bedienden van de hypotheekbewaarders zullen behoren die als rijksambtenaar in de Federale Overheidsdienst Financiën zullen zijn geïntegreerd. Tot aan de datum van de verambtelijking van de bedienden van de hypotheekbewaarders, zal de Sector Hypotheken dus geen personeelsleden bevatten. In afwachting van de hervorming van de hypotheekbewaringen en het statuut van de hypotheekbewaarders, in het bijzonder wat betreft de persoonlijke verantwoordelijkheid, kunnen de betrekkingen van de Sector Hypotheken niet worden toegekend bij wege van werving, mobiliteit of mutatie. In dezelfde gedachtegang, zullen ambtenaren die niet werden benoemd in de sector hypotheken geen toegang krijgen tot de betrekkingen in deze sector (artikel 39 van het ontwerp). De ambtenaren van de Sector Hypotheken zullen wel kunnen deelnemen aan de loopbaanexamens georganiseerd ten behoeve van de andere entiteiten van de Federale Overheidsdienst Financiën en, indien zij slagen, worden benoemd in deze diensten. Het verschil in behandeling is gerechtvaardigd, gelet op wat voorafgaat en het feit dat de Sector Hypotheken geen betrekkingen bevat in het niveau A. Het lijkt dan ook billijk om deze personeelsleden onder meer te laten deelnemen aan de loopbaanexamens georganiseerd voor de behoeften van andere entiteiten. In elk van de algemene administraties en van de stafdiensten wordt een beheerscomité opgericht. Het Directiecomité kan een deel van zijn bevoegdheden op het gebied van personeel delegeren aan het beheerscomité, alsook bevoegdheden in andere materies (artikel 17 van het ontwerp). Vermits het aantal leden van de beheerscomités beperkt moet blijven, om deze optimaal te laten functioneren, zal gelet op de specifieke samenstelling van deze comités het onmogelijk zijn om steeds te waarborgen dat ten hoogste twee derden van de leden zullen behoren tot hetzelfde geslacht. De overheid zal er zich toe inzetten om een evenwichtige verdeling te bevorderen van het aantal leden tussen de beide geslachten. Om praktische redenen wordt echter voorgesteld om de beheerscomités uit te sluiten van het toepassingsgebied van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met een adviserende bevoegdheid. Hierbij dient opgemerkt dat de beheerscomités onder meer de bevoegdheden zullen overnemen van de vroegere colleges van diensthoofden en de personeelscomités, die eveneens werden uitgesloten van het toepassingsgebied van bovenvermelde wet. Wat betreft de werking van de beheerscomités wordt opgemerkt dat, volgens de jurisprudentie van de Raad van State, vermits het organiek reglement niet uitdrukkelijk anders bepaalt, de helft plus één van de leden tegenwoordig dient te zijn om geldig te beraadslagen en te beslissen. Vermits het organiek reglement evenmin de taalverhouding vastlegt van de taalgroepen met betrekking tot de samenstelling van de beheerscomités, dient wanneer een ambtenaar gehoord wordt er ten minste één lid aanwezig te zijn dat tot zijn taalgroep behoort, alsook ten minste één tweetalig lid om zo nodig de leden van de andere taalgroep bij te staan met de nodige toelichtingen. De vereiste tweetaligheid is deze opgelegd door artikel 43, § 3, derde lid van de gecoördineerde wetten op het taalgebruik en dit tot de inwerkingtreding van artikel 43ter, § 7, vijfde lid. C.3. Titel 3 van het ontwerp bevat de bepalingen met betrekking tot het personeel Het wegvallen van de afsluitingen tussen de verschillende entiteiten heeft tot gevolg : - dat de ambtenaren mogen deelnemen aan de loopbaanexamens of basiscursussen ongeacht ten behoeve van welke entiteit ze worden georganiseerd, mits ze de deelnemingsvoorwaarden vervullen (artikelen 24 en 27 van het ontwerp); - dat de overheid die een betrekking vacant verklaart bevoegd is om te beslissen ten behoeve van welke entiteit of administratie het vereiste loopbaanexamen dient te zijn geslaagd (artikel 19 van het ontwerp). Zo zal de overheid die, bijvoorbeeld, een betrekking van fiscaal deskundige vacant verklaart in de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, rekening houdend met de behoeften van de organisatie, kunnen beslissen om de loopbaanexamens in aanmerking te nemen die specifiek werden georganiseerd voor de Sector Registratie en Domeinen of voor de Administratie van het kadaster of beiden. Zo kan ook de overheid die een betrekking vacant verklaart van financieel assistent in de stafdienst Logistiek beslissen dat alle loopbaanexamens, die werden georganiseerd voor de behoeften van de verschillende entiteiten, in aanmerking komen. Artikel 20 bepaalt dat voor bevorderingen binnen het niveau A de technische en/of generieke competenties van de kandidaten kunnen worden getest, teneinde de verdiensten van de kandidaten voor een bevordering te kunnen evalueren en hun vervolgens te rangschikken. In afwijking van artikel 20, zal het testen van de competenties van de kandidaten voor een bevordering in een expertenfunctie van de klasse A3 in een fiscale materie, die werd opengesteld in een algemene fiscale administratie, verplicht zijn. Deze expertenfuncties worden steeds bij voorrang toegekend aan de kandidaten die geslaagd zijn voor de in het vacaturebericht vermelde vergelijkende selectie voor overgang naar de klasse A2 of de hiermee overeenstemmende proef over de beroepsbekwaamheid of een loopbaanexamen dat toegang verleende tot de betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur en die hebben deelgenomen aan de test of testen die de generieke competenties evalueren. De kandidaten worden onderling gerangschikt op basis van de behaalde punten voor de test of testen die de generieke competenties evalueren. Indien het vacaturebericht bepaalt dat het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité een aanvullend mondeling onderhoud zullen hebben met de kandidaten die hebben deelgenomen aan de test of testen, kan dit comité bij gemotiveerde beslissing afwijken van de hierboven vermelde rangschikking. Deze gemotiveerde beslissing dient vanzelfsprekend te worden meegedeeld aan de kandidaten waarvan de rangschikking werd gewijzigd. Met betrekking tot de testen die de generieke competenties evalueren wordt opgemerkt dat zij niet leiden tot een attest van slagen of een verslag van niet-slagen. Indien na toepassing van wat voorafgaat, er nog vacante expertenfuncties van de klasse A3 in een fiscale materie overblijven, kunnen de kandidaten die niet geslaagd zijn voor de in het vacaturebericht vermelde vergelijkende selectie voor overgang naar de klasse A2 of de hiermee overeenstemmende proef over de beroepsbekwaamheid of een loopbaanexamen dat toegang verleende tot de betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur hiervoor in aanmerking komen nadat hun technische en generieke competenties werden geëvalueerd. Alleen de kandidaten die geslaagd zijn voor de testen die de technische competenties evalueren, mogen deelnemen aan de testen die de generieke competenties evalueren. De kandidaten die geslaagd zijn voor de testen die de technische competenties evalueren en deelgenomen hebben aan de testen die de generieke competenties evalueren worden onderling gerangschikt op grond van de behaalde punten voor deze laatste testen. Indien het vacaturebericht bepaalt dat het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité een aanvullend mondeling onderhoud zullen hebben met de kandidaten die hebben deelgenomen aan de test of testen die de generieke competenties evalueren, kan dit comité bij gemotiveerde beslissing afwijken van de hierboven vermelde rangschikking. Deze gemotiveerde beslissing dient vanzelfsprekend te worden meegedeeld aan de kandidaten waarvan de rangschikking werd gewijzigd. De evaluatie van de technische competenties wordt afgesloten met een attest van slagen of een verslag van niet-slagen. In afwijking van artikel 20, zal het testen van de competenties van de kandidaten voor een bevordering in een leidinggevende functie A3 in een fiscale dienst van een algemene fiscale administratie eveneens verplicht zijn. De kandidaten dienen te slagen voor testen die de technische en generieke competenties evalueren om door het Directiecomité of bevoegde beheerscomité als geschikt te worden beschouwd voor bevordering in de opengestelde functie van leidinggevende behorend tot de klasse A3 in een fiscale dienst van een algemene fiscale administratie. Alleen de kandidaten die geslaagd zijn voor de testen die de technische competenties evalueren of hiervan vrijgesteld zijn worden toegelaten tot de testen die de generieke competenties evalueren. De evaluatie van de technische competenties en van de generieke competenties wordt afgesloten met een attest van slagen of een verslag van niet-slagen. Van de testen met betrekking tot de technische competenties worden de kandidaten vrijgesteld die, geslaagd zijn voor een in het vacaturebericht vermelde vergelijkende selectie voor overgang naar een functie van de klasse A2 of een hiermee overeenstemmende proef over de beroepsbekwaamheid of een loopbaanexamen dat toegang verleende tot de betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. De kandidaten die geslaagd zijn voor de test of testen die de generieke competenties evalueren worden onderling gerangschikt op basis van de punten behaald voor die testen. Indien het vacaturebericht bepaalt dat het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité een aanvullend mondeling onderhoud zullen hebben met de geslaagden voor de test of testen die de generieke competenties evalueren, kan dit comité bij gemotiveerde beslissing afwijken van de hierboven vermelde rangschikking. Deze gemotiveerde beslissing dient vanzelfsprekend te worden meegedeeld aan de kandidaten waarvan de rangschikking werd gewijzigd. De artikelen 24 en 27 bepalen dat een ambtenaar slechts eenmaal in een periode van vijf jaar zich kan inschrijven voor een basiscursus of een loopbaanexamen die niet worden georganiseerd voor de behoeften van de entiteit waarin hij geaffecteerd is. De Voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde kan hierop afwijkingen toestaan. De beperking per periode van vijf jaar geldt dus voor het geheel van de basiscursussen en loopbaanexamens die worden georganiseerd door de andere entiteiten, dan deze waarin het personeelslid is geaffecteerd. De beperking geldt dus niet, bijvoorbeeld, per entiteit of basiscursus. Het slagen van een basiscursus blijft onbeperkt geldig in de tijd. Artikel 27, § 2, vierde lid, geeft de mogelijkheid aan de Voorzitter van het directiecomité om af te wijken van de bepaling, die inhoudt dat ambtenaren in een periode van vijf jaar zich slechts eenmaal kunnen inschrijven voor een opleiding die voorbereidt op een loopbaanexamen dat wordt georganiseerd ten behoeve van een entiteit waarin zij niet geaffecteerd zijn. Het betreft in het bijzonder loopbaanexamens die niet worden georganiseerd in de entiteit waarin de ambtenaar is geaffecteerd, bijvoorbeeld het loopbaanexamen dat toegang verleent tot de graad van fiscaal deskundige, dat onder meer niet wordt georganiseerd ten behoeve van de Algemene Administratie van de Thesaurie. Hoofdstuk 2 heeft betrekking op de vergelijkende selectie voor overgang naar een functie A2 van de cartografie en de hiermee overeenstemmende proef over de beroepsbekwaamheid, die zullen worden georganiseerd ten behoeve van de algemene fiscale administraties. Voortaan wordt de administratieve standplaats van de ambtenaren steeds bepaald door de Voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde (artikel 49 van het ontwerp). Indien in het vacaturebericht de mogelijkheid werd geboden om een orde van voorkeur uit te brengen onder de vacante betrekkingen, zal vanzelfsprekend bij een bevordering of mutatie de standplaats worden bepaald op grond van de rangschikking van het personeelslid voor de door hem gepostuleerde betrekkingen en de eraan verbonden administratieve standplaats. Artikel 49 van het Statuut van het Rijkspersoneel bepaalt dat de Voorzitter van het directiecomité de rijksambtenaren aanwijst voor een dienst binnen de standplaats en de mutatie toekent, om te vermijden dat dit tot conflicten zou leiden met besluiten behorend tot een hogere rechtsnorm (koninklijk of ministerieel besluit) wordt voortaan noch de entiteit, noch de dienst, noch de standplaats vermeld in een benoemings- of bevorderingsbesluit. De Voorzitter van het directiecomité kan ambtenaren ambtshalve muteren naar een dienst gevestigd in een andere administratieve standplaats en dit in de gevallen bepaald in artikel 50 van het ontwerp. Een ambtshalve mutatie is een bestuurshandeling en zal dus worden gemotiveerd zoals bepaald in de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. In het belang van de dienst kan de uitvoering van de beslissing tot mutatie van een ambtenaar voor een periode van maximaal zes maanden worden opgeschort (artikel 26 van het ontwerp). De opschorting van de beslissing tot mutatie kan tweemaal worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden. Tijdens de schorsing van de uitvoering wordt de te verlenen betrekking tijdelijk niet waargenomen in de zin van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt. Er dient opgemerkt dat door de integratie van de personeelsleden van het niveau A in de gemene loopbaan, voortaan de mutaties en bevorderingen binnen het niveau A niet meer een identieke toekenningsprocedure volgen. In tegenstelling tot voorheen in de bijzondere loopbaan, is het advies van het Directiecomité niet langer meer een reglementaire vormvereiste, bijvoorbeeld, in het raam van een mutatieprocedure in de klasse A3. Door het wegvallen van de afsluitingen tussen de verschillende diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën, kan voor bevorderingen binnen het niveau A het aantal kandidaten zeer groot zijn. Het is dan ook wenselijk dat wanneer voor een bevordering de kandidaten dienen te worden gerangschikt op grond van verdiensten, dat deze bij gelijke verdiensten onderling respectievelijk worden gerangschikt volgens hun : klasseanciënniteit, dienstanciënniteit of leeftijd (artikel 20 van het ontwerp). Om die redenen wordt ook voorgesteld dat wanneer ambtenaren van de klasse A1 (bij overgangsmaatregel) en A2 samen kandidaat zijn voor een bevordering in de klasse A3, de ambtenaren die werden bevorderd in de klasse A2 zich ook kunnen beroepen op de klasseanciënniteit die ze telden als ambtenaar behorend tot de klasse A1. C.4. Titel 4 van het ontwerp bevat de overgangsbepalingen De overgangsbepalingen houden, onder meer, in : 1° dat het statutair personeel wordt benoemd in de operationele dienst of de dienst andere dan een operationele dienst, waarin het voorafgaandelijk werd geïntegreerd;2° dat de lopende procedures houdende bevorderingen, veranderingen van graad, mutaties en wervingen in de voorlopige cel worden voortgezet en dat de personeelsleden vervolgens worden geïntegreerd en benoemd in de overeenstemmende operationele dienst of dienst andere dan operationele. C.5. Bijlage van het ontwerp In tegenstelling tot het niveau A blijven in de niveaus B, C en D de bijzondere loopbanen behouden. De bijlage bepaalt de voorwaarden om benoemd te worden in de graden van de bijzondere loopbanen. D. Het advies van de Raad van State Er werd rekening gehouden met het advies van de Raad van State en de nodige tekstaanpassingen werden aangebracht. Wat betreft de opmerking, met betrekking tot de artikelen 20 tot 22, dat in onderhavig verslag moet worden toegelicht waarom aan het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité de mogelijkheid wordt geboden om een mondeling onderhoud te hebben met de kandidaten, merk ik op dat dit deel uitmaakt van de prerogatieven die deze comités hebben om in het raam van hun discretionaire bevoegdheid de kandidaten te rangschikken overeenkomstig de artikelen 26 en 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel. Wat betreft artikel 43 dient opgemerkt dat de functievereisten voor de functies van het niveau A onder meer terug te vinden zijn in de federale functiecartografie. We hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Eerste Minister, E. DI RUPO De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, J. CROMBEZ RAAD VAN STATE afdeling wetgeving ADVIES 53.452/2 VAN 17 JUNI 2013 OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT TOT VASTSTELLING VAN HET ORGANIEK REGLEMENT VAN DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN EN VAN DE BIJZONDERE BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP HET STATUTAIR PERSONEEL Op 30 mei 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een koninklijk besluit 'tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel'. Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 17 juni 2013. De kamer was samengesteld uit Yves Kreins, kamervoorzitter, Pierre Vandernoot en Martine Baguet, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Jacques Englebert, assessoren, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier. Het verslag is uitgebracht door Alain Lefebvre, eerste auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 juni 2013. Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Onderzoek van het ontwerp Aanhef 1. De wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten moet vóór het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 worden vermeld.2. Het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 'betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen', dat het ontwerp geen rechtsgrond verleent en er evenmin door wordt gewijzigd, moet niet worden vermeld.3. Het vijfde lid vermeldt het koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën'.Deze vermelding is slechts gerechtvaardigd indien het ontwerp dit besluit wijzigt. Alhoewel het ontwerp daarin niet voorziet, zou dit besluit inderdaad moeten worden gewijzigd als volgt : 1° artikel 1, dat een overbodige herhaling is van artikel 3 van het ontwerp, opheffen;2° artikel 5 wijzigen teneinde de woorden « De Algemene administratie van de strijd tegen de fiscale fraude » te vervangen door de woorden « de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie », gebruikt in artikel 3, 4°, van het ontwerp.4. De teksten die door het ontwerp worden opgeheven moeten naar chronologische volgorde worden vermeld. Dispositief Artikel 2 De bepaling onder 6° verwijst naar de artikelen 2 tot 6 van het koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën'. Artikel 12 van dat besluit bepaalt echter dat het besluit « in werking [treedt] de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 1 tot 7 van dit besluit die in werking treden op de datum vastgesteld door de Minister bevoegd voor Financiën ». Er moet dus worden op toegezien dat het voorliggende ontwerpbesluit niet in werking treedt voordat de artikelen 2 tot 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 in werking treden. Dezelfde opmerking geldt voor de artikelen 30, § 3, vierde lid, en 35, § 1, tweede lid, die eveneens naar de artikelen 2 tot 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 verwijzen. Titel 2, hoofdstuk 1 Titel 2, hoofdstuk 1, met als opschrift « Organisatiestructuur van de Federale Overheidsdienst Financiën », omvat de artikelen 3 tot 13. Bepalingen die de organisatie van een ministerieel departement regelen, bezitten niet het reglementaire karakter dat ze krachtens artikel 3, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten hebben om onder de adviesbevoegdheid van de afdeling Wetgeving te kunnen vallen. Ze worden dus niet onderzocht. Titel 3 1. In de bepalingen van titel 3 wordt veelvuldig verwezen naar artikelen van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 'betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel' die nog niet bestaan maar waarin is voorzien in een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de overgang naar het niveau A' waarover de afdeling Wetgeving op 27 december 2012 advies 52.494/2 heeft uitgebracht. Er moet dus worden op toegezien dat het voorliggende ontwerpbesluit niet in werking treedt voordat het besluit 'tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de overgang naar het niveau A' in werking treedt. 2. De steller van het ontwerp wordt erop gewezen dat de afwijkingen van het administratief statuut van het rijkspersoneel ten opzichte van het gemene recht moeten kunnen worden gerechtvaardigd ten aanzien van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. 3.1. Luidens artikel 19, § 1, eerste lid, van het ontwerp, vooronderstelt een bevordering, een verandering van graad of een mutatie dat de kandidaat geslaagd is voor het loopbaanexamen vermeld in het vacaturebericht. Dusdoende beoogt het voorliggende ontwerp vorm te geven aan een van de nieuwigheden van de hervorming waarvan het deel uitmaakt, te weten, zoals in het verslag aan de Koning is aangegeven, « het wegvallen van de afsluitingen tussen de verschillende entiteiten van de Federale Overheidsdienst Financiën (...) [die] de interne mobiliteit, op vrijwillige basis, binnen het departement [moet] verhogen ». Voorts luidt het verslag aan de Koning als volgt : « Het wegvallen van de afsluitingen tussen de verschillende entiteiten heeft tot gevolg : - dat de ambtenaren mogen deelnemen aan de loopbaanexamens of basiscursussen ongeacht ten behoeve van welke entiteit ze worden georganiseerd, mits ze de deelnemingsvoorwaarden vervullen (artikelen 24 en 27 van het ontwerp); - dat de overheid die een betrekking vacant verklaart bevoegd is om te beslissen ten behoeve van welke entiteit of administratie het vereiste loopbaanexamen dient te zijn geslaagd (artikel 19 van het ontwerp) ». Met andere woorden : de overheid die een vacante betrekking bekendmaakt (directiecomité of beheerscomité van het betreffende departement), beslist voor welk soort examen (een examen voor een welbepaalde entiteit dan wel voor alle entiteiten van de FOD Financiën) de kandidaat geslaagd moet zijn om te kunnen solliciteren naar de betrekking die vacant is verklaard (artikel 19, § 1, tweede lid, van het ontwerp). In artikel 20, § 1, eerste lid, van het ontwerp wordt echter bepaald dat het directiecomité of het beheerscomité kan beslissen om voor de bevorderingen binnen niveau A de technische en/of generieke competenties van de kandidaten te testen (die daarenboven reeds voor een loopbaanexamen geslaagd zijn). Indien het directie- of beheerscomité beslist de kandidaten te rangschikken op basis van de punten die op deze test(s) zijn behaald, worden de kandidaten hiervan voorafgaandelijk in kennis gesteld (artikel 20, § 1, tweede lid, van het ontwerp). Vervolgens kan het directiecomité of het beheerscomité ook beslissen een onderhoud te hebben met alle kandidaten die voor deze tests zijn geslaagd en ze na dat onderhoud opnemen in een rangschikking die afwijkt van de rangschikking die is opgemaakt op basis van de test(s). 3.2. Los van de vraag of het grotere aantal vereisten dat wordt gesteld met betrekking tot de opbouw van de loopbaan een positieve bijdrage zal leveren aan de mobiliteit binnen de FOD Financiën, moet in herinnering worden gebracht dat zodra de procedures om te voorzien in een vacature worden opgestart, deze procedures met het oog op een gelijke toegang tot de overheidsbetrekkingen voldoende duidelijk moeten zijn opdat eenieder die eraan deelneemt op de hoogte is van het verloop en het doel ervan. Het vacaturebericht moet bijgevolg niet alleen het loopbaanexamen vermelden waarvoor de kandidaat geslaagd moet zijn, maar moet ook vermelden waaruit het examen bestaat dat hij moet afleggen (een of meerdere tests, een onderhoud, de respectieve aard en onderdelen ervan, en de gevolgen wanneer hij niet voor deze examenonderdelen is geslaagd). De artikelen 19 en 20 moeten dus worden herzien zodat ze beter op elkaar afgestemd zijn, rekening houdend met de voorgaande opmerkingen. 3.3. Na deze opmerkingen rijst de vraag in welk opzicht een bijkomende, bijzonder eigenaardige fase, te weten een onderhoud, te rechtvaardigen valt. In het verslag aan de Koning zou moeten worden toegelicht waarom het beheerscomité of het directiecomité de keuze van een onderhoud wordt geboden bovenop de keuze om tests te gebruiken die duidelijk objectiever zijn. 4. Een soortgelijke opmerking geldt voor de artikelen 21, §§ 2 en 3, van het ontwerp, betreffende de expertenfunctie in een fiscale aangelegenheid, en 22, § 2, van het ontwerp, betreffende de bevorderingen tot een leidinggevende functie van klasse A3 in een fiscale dienst van een algemene fiscale administratie. Artikel 19 1. Paragraaf 1, derde lid, luidt als volgt : « Indien er objectieve redenen zijn die in verband staan met de uitoefening van de te begeven functie kunnen bijkomende functievereisten dan deze in het eerste lid, worden opgenomen in het vacaturebericht of het functieprofiel ». Deze bepaling is onvoldoende duidelijk daar in het eerste lid geen melding wordt gemaakt van, noch verwezen wordt naar de « basis »functievereisten, bovenop welke vereisten de « bijkomende » functievereisten van paragraaf 1, derde lid, zouden komen. 2. In paragraaf 2 wordt onder meer bepaald dat paragraaf 1 geen afbreuk doet aan het statuut van het rijkspersoneel en aan de uitvoeringsbesluiten ervan. De betekenis van deze precisering is de Raad van State niet duidelijk, daar het eerste lid, naar het zich laat aanzien, strengere voorwaarden oplegt om in aanmerking te komen voor bevordering, verandering van graad en mutatie, dan het statuut van het rijkspersoneel. Artikel 20 In paragraaf 1, eerste lid, wordt verwezen naar de artikelen 26 en 26bis van het voornoemde koninklijk besluit van 7 augustus 1939. In het vierde lid wordt enkel nog naar artikel 26 van het voornoemde koninklijk besluit van 7 augustus 1939 verwezen, evenals in paragraaf 2, eerste lid. De verwijzingen naar dit artikel of deze artikelen moeten op elkaar worden afgestemd. Artikel 21 Paragraaf 2 bepaalt dat voorrang wordt gegeven aan de kandidaten die reeds voor bepaalde tests geslaagd zijn. Dat geldt ook zelfs ten aanzien van kandidaten die geslaagd zijn voor de technische tests waarin in paragraaf 3 wordt voorzien. Indien dat de bedoeling is, moet het duidelijker worden aangegeven. Artikel 29 Op het einde van het eerste lid van de Franse versie schrijve men « ... sont exclusivement réservées aux agents de l'Etat de niveau B ». Artikel 35 In de Franse versie moet « § 1 » vermeld worden vóór de woorden « L'épreuve de qualification ». Artikel 38 1. In het tweede lid wordt bepaald dat het voorstel tot bevordering wordt gedaan door de voorzitter van het directiecomité.De voorzitter moet de kandidaten echter voordragen in de volgorde waarin ze gerangschikt zijn, overeenkomstig de artikelen 31, § 1, en 35, § 3, eerste lid. 2. In het vierde lid is er sprake van « tien werkdagen ». Aangezien dit begrip in juridisch opzicht nergens duidelijk omschreven wordt en het besluit bestemd is om te worden toegepast in contexten waarin het begrip werkdag kan verschillen, zou het moeten worden gedefinieerd, ofwel zou, bij voorkeur, moeten worden voorzien in een termijn berekend in « dagen ». Artikel 43 Er moet worden bepaald wie de vereisten van de functie voor de niveaus A vaststelt. Artikelen 61 en 62 In artikel 61 worden de artikelen 1 tot 3 van het koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 'houdende regeling van de diensten andere dan operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën' ingetrokken. Artikel 62 heft datzelfde koninklijk besluit op. Daar de artikelen 1 tot 3 van het voornoemde koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 nog niet in werking zijn getreden, ziet de Raad van State niet in waarom ze moeten worden ingetrokken. Een ingetrokken handeling vervalt immers met terugwerking, zodat ze geacht wordt nooit te hebben bestaan en nooit gevolgen te hebben gehad. Maar de voornoemde artikelen hebben nooit gevolgen gehad omdat ze niet in werking zijn getreden. Artikel 61 moet derhalve worden weggelaten. Artikel 63 Krachtens artikel 63 treedt het voorontwerp in werking de eerste dag van de maand na die waarin het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 5 tot 8. Zulk een regeling van inwerkingtreding voor de andere bepalingen dan de artikelen 5 tot 8 heeft evenwel het nadeel dat, indien de regeling op het einde van de maand bekend wordt gemaakt, de adressaten ervan niet over de normale termijn van tien dagen zullen beschikken om zich aan de regeling aan te passen, welke termijn in principe geldt krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen'. Vraag is dan ook of artikel 63 niet beter wordt vervangen door een andere bepaling tot vaststelling van de inwerkingtreding. De griffier, A.-C. VAN GEERSDAELE De voorzitter, Y. KREINS 19 JULI 2013. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikelen 37 en 107, tweede lid; Gelet op de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, artikel 3; Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, artikel 6; Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het rijkspersoneel; Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2003 pub. 22/08/2003 numac 2003003390 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot oprichting van personeelscomités bij de Federale Overheidsdienst Financiën sluiten tot oprichting van personeelscomités bij de Federale Overheidsdienst Financiën; Gelet op het koninklijk besluit van 4 maart 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 houdende oprichting van de diensten voor risicobeheer bij de Federale Overheidsdienst Financiën; Gelet op het koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende regeling van de diensten andere dan operationele van de Federale Overheidsdienst Financiën; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 februari 2012; Gelet op het advies van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, gegeven op 2 maart 2012; Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, d.d. 16 mei 2012; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 22 mei 2012; Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. D.I. 337/D/80/2 van het sectorcomité II - Financiën, gesloten op 22 april 2013; Gelet op het advies 53.452/2 van de Raad van State, gegeven op 17 juni 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Eerste Minister, de Minister van Financiën, de Staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL 1. - Inleidende bepaling en definities Artikel 1.De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de erin vermelde diensten en hun personeelsleden. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : 1° loopbaanexamens : de proeven voor overgang naar het niveau A, de vergelijkende selecties voor overgang naar het hogere niveau, de selecties voor verhoging in graad, de proeven over de beroepsbekwaamheid en de hieraan voorafgaande proeven, de vergelijkende selectie voor overgang naar een functie A2 van de cartografie en de hieraan voorafgaande proeven, de selecties voor verhoging in weddeschaal en de proeven tot toekenning van brevetten;2° entiteit : elke algemene administratie, elke stafdienst en de diensten bedoeld in artikel 12, 3° tot 10° ;3° geaffecteerd : hetzij benoemd, hetzij aangewezen voor een dienst of gemuteerd in de zin van artikel 49 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;4° mutatie : de mutatie en de dienstaanwijzing in de zin van artikel 49 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;5° algemene fiscale administraties : de algemene administraties bedoeld in artikel 3, 1° tot 5° ;6° fiscale materie : de materies vermeld in de artikelen 2 tot 6 van het koninklijk besluit van 3 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën. TITEL 2. - Algemene organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën HOOFDSTUK 1. - Organisatiestructuur van de Federale Overheidsdienst Financiën Afdeling 1. - De operationele diensten Onderafdeling 1. - De algemene administraties en hun leiding Art. 3.De Federale overheidsdienst Financiën bevat de volgende algemene administraties : 1° de Algemene Administratie van de Fiscaliteit;2° de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen;3° de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering;4° de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie;5° de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie;6° de Algemene Administratie van de Thesaurie. Elk van deze algemene administraties wordt onder de verantwoordelijkheid geplaatst van een houder van een managementfunctie -1, die de titel draagt van administrateur-generaal. Onderafdeling 2. - De horizontale diensten op het niveau van de administrateurs-generaal Art. 4.De algemene administraties bevatten, op het niveau van de administrateurs-generaal, de volgende diensten : 1° de Dienst voor Operationele Expertise en Ondersteuning;2° de Dienst voor Operationele Coördinatie en Communicatie;3° de Dienst van de Administrateur-generaal. Onderafdeling 3. - De administraties van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit en hun leiding Art. 5.De Algemene Administratie van de Fiscaliteit bevat de volgende administraties : 1° de Administratie Particulieren;2° de Administratie Kleine en Middelgrote Ondernemingen;3° de Administratie Grote Ondernemingen. Elk van deze administraties wordt onder de verantwoordelijkheid geplaatst van een houder van een managementfunctie -2, die de titel draagt van administrateur. Onderafdeling 4. - De administraties van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen en hun leiding Art. 6.De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen bevat de volgende administraties : 1° de Administratie Klantenmanagement en Marketing;2° de Administratie Toezicht, Controle en Vaststelling;3° de Administratie Enig Kantoor - Geïntegreerde verwerking;4° de Administratie Onderzoek en Opsporing;5° de Administratie Geschillen. Elk van deze administraties wordt onder de verantwoordelijkheid geplaatst van een houder van een managementfunctie -2, die de titel draagt van administrateur. Onderafdeling 5. - De administraties van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en hun leiding Art. 7.De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie bevat de volgende administraties : 1° de Administratie van de Patrimoniumdiensten;2° de Administratie Opmetingen en Waarderingen;3° de Administratie Informatieverzameling en -uitwisseling;4° de Administratie Rechtszekerheid;5° de Administratie Niet-Fiscale Invordering. Elk van deze administraties wordt onder de verantwoordelijkheid geplaatst van een houder van een managementfunctie -2, die de titel draagt van administrateur. Onderafdeling 6. - De administraties van de Algemene Administratie van de Thesaurie en hun leiding Art. 8.De Algemene Administratie van de Thesaurie bevat de volgende administraties : 1° de Administratie Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden;2° de Administratie Financiering van de Staat en de Financiële Markten;3° de Administratie Betalingen. Elk van deze administraties wordt onder de verantwoordelijkheid geplaatst van een houder van een managementfunctie -2, die de titel draagt van administrateur. Onderafdeling 7. - Bijzondere bepaling met betrekking tot de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie Art. 9.De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie bevat een Sector Hypotheken. Afdeling 2. - De diensten andere dan operationele Onderafdeling 1. - De stafdiensten op het niveau van de Voorzitter van het directiecomité en hun leiding Art. 10.De Federale Overheidsdienst Financiën bevat, op het niveau van de Voorzitter van het directiecomité, de volgende stafdiensten : 1° de stafdienst voor Beleidsexpertise en -ondersteuning;2° de stafdienst Personeel en Organisatie;3° de stafdienst Begroting en Beheerscontrole;4° de stafdienst Informatie- en Communicatietechnologie;5° de stafdienst Logistiek. Elk van deze stafdiensten wordt onder de verantwoordelijkheid geplaatst van een houder van een staffunctie -1, die de titel draagt van directeur. Onderafdeling 2. - De horizontale diensten op het niveau van de directeurs van de stafdiensten Art. 11.De stafdiensten bevatten op het niveau van de directeurs van deze diensten, de volgende diensten : 1° de Dienst voor Operationele Coördinatie en Communicatie;2° de Dienst van de Directeur van de stafdienst. Onderafdeling 3. - Andere diensten op het niveau van de Voorzitter van het directiecomité Art. 12.De volgende diensten bevinden zich op het niveau van de Voorzitter van het directiecomité : 1° de Cel « Fiscaliteit van de buitenlandse investeringen »;2° de Waarnemingspost voor de gewestelijke fiscaliteit;3° de Interne Auditdienst in de zin van artikel 7 van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht;4° de Centrale Rechtskundige Dienst;5° de Dienst van de Voorzitter van het directiecomité;6° de Dienst « Multikanaal dienstverlening »;7° de Dienst voor Duurzame Ontwikkeling;8° de Dienst voor Informatieveiligheid en Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer;9° de Dienst voor het Toezicht;10° de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk. Onderafdeling 4. - De autonome diensten Art. 13.De Federale Overheidsdienst Financiën bevat de volgende autonome diensten : 1° de Dienst van de voorafgaande beslissingen in fiscale zaken;2° de Fiscale bemiddelingsdienst. HOOFDSTUK 2. - De samenstelling van het Directiecomité Art. 14.Voor de toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst, zijn de administrateurs-generaal van de algemene administraties, bedoeld in artikel 3, de hoofden van de operationele diensten bij de Federale Overheidsdienst Financiën. HOOFDSTUK 3. - De beheerscomités Art. 15.In elk van de algemene administraties en van de stafdiensten wordt een beheerscomité opgericht. Art. 16.§ 1. De beheerscomités zijn samengesteld uit de volgende leden : - de administrateur-generaal of de directeur van de stafdienst die de leiding heeft over de algemene administratie of de stafdienst waartoe het beheerscomité behoort, Voorzitter; - de houders van een managementfunctie -2 of een staffunctie -2 binnen de algemene administratie of de stafdienst waartoe het beheerscomité behoort; - de verantwoordelijke voor de Dienst Operationele Coördinatie en Communicatie voor de algemene administratie of de stafdienst; - de verantwoordelijke voor de Dienst voor Operationele Expertise en Ondersteuning voor de algemene administratie; - de verantwoordelijken voor de algemene administratie of de stafdienst belast met de volgende materies : Personeel en Organisatie, Begroting en Beheerscontrole. De verantwoordelijken van de algemene administratie of de stafdienst, belast met de Logistiek en de Informatie- en Communicatie-technologie nemen deel aan de vergaderingen van de beheerscomités voor de materies die hun aanbelangen. Het Directiecomité kan de samenstelling van een beheerscomité uitbreiden met ambtenaren van het niveau A, die behoren tot de algemene administratie of de stafdienst waarvoor het beheerscomité bevoegd is. § 2. De voorzitter van het beheerscomité kan deskundigen uitnodigen van wie hij de aanwezigheid noodzakelijk acht, deze zijn echter niet stemgerechtigd. § 3. De voorzitter van het beheerscomité zal op vraag van de in paragraaf 1 bedoelde verantwoordelijke belast met de materie Personeel, die om redenen die verband houden met de eenheid van rechtspraak zich niet kan verzoenen met een voorstel, de stemprocedure schorsen. Zo na de bespreking die volgt op de schorsing van de stemprocedure er nog steeds geen akkoord is, zal de voorzitter van het beheerscomité het geschil betreffende de eenheid van rechtspraak ter beslissing voorleggen aan het Directiecomité. Het beheerscomité zal zich schikken naar de uitspraak van het Directiecomité. § 4. De voorzitter van het beheerscomité duidt de leden van het secretariaat aan. § 5. De beheerscomités zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met een adviserende bevoegdheid. Art. 17.Het Directiecomité kan aan elk beheerscomité de bevoegdheden delegeren die aan het directiecomité zijn toevertrouwd inzake : - tucht bij het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel; - de benoeming door verandering van graad bij hetzelfde koninklijk besluit van 2 oktober 1937; - de bevordering door dit besluit en het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel - mutatie door dit besluit; - de uitoefening van een hogere functie bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.