📄 Wettekst
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
18 DECEMBER 2020. - Ordonnantie houdende de Algemene Uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het begrotingsjaar 2021
Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, hetgeen volgt : Sectie I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Artikel 2 Voor de uitgaven van de begroting van de diensten van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het begrotingsjaar 2021 worden kredieten geopend ten bedrage van :
En euros
Crédits d'engagement Vastleggingskredieten
Crédits de liquidation Vereffeningskredieten
In euro
Crédits dissociés Crédits dissociés variables
6.547.394.000343.197.000
6.629.704.000328.125.000
Gesplitste kredieten Variabele gesplitste kredieten
Totaux
6.890.591.000
6.957.829.000
Totalen
Deze kredieten worden opgesomd in de bij deze ordonnantie gevoegde tabellen, sectie I. In toepassing van het artikel 14 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de uitgaven gemachtigd per programma waarvan de krediettotalen opgenomen zijn in de bij deze ordonnantie gevoegde begrotingstabellen, sectie I en sectie II en de bijlage I. De geconsolideerde ontvangsten- en uitgavenbegroting van de gewestelijke entiteit, berekend volgens de methode van het Instituut voor de Nationale Rekeningen, wordt goedgekeurd en staat opgenomen in de vorm van een tabel op het einde van het beschikkende gedeelte van deze ordonnantie.
Bijlage III bevat de tabel met de uitgaven voor rekening van derden (fiscaliteit).
Artikel 3 In afwijking van artikel 112 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van artikel 1 van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031342
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitstel van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031341
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten
sluiten tot uitstel van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt de inwerkingtreding van de artikelen 29, eerste lid, vijfde en zesde streepje, en 31 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de begrotingscyclus, de structuur van de begrotingsordonnantie, de algemene toelichting en de verantwoordingen bij de begroting uitgesteld tot 1 januari 2022.
Artikel 4 Het artikel 11, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is niet van toepassing in 2021.
Artikel 5 In afwijking van het artikel 45, derde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van het artikel 13, eerste lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, kan de Regering, op voordracht van de Minister van Financiën en Begroting, een contractueel personeelslid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (G.O.B.) aanstellen in de functie van gewestelijke boekhouder, zoals bedoeld in diezelfde twee artikelen.
Sectie II. - Bijzondere bepalingen in verband met de diensten van de Regering, met inbegrip van de bepalingen in verband met de organieke begrotingsfondsen Artikel 6 De Regering is gemachtigd om provisies toe te kennen aan advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van het Gewest optreden.
Artikel 7 In afwijking van het artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de titelvoerende en/of plaatsvervangende beheerders van voorschotten niet verplicht gekozen uit de ambtenaren onderworpen aan het statuut.
Artikel 8 In afwijking van het artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en het artikel 16, eerste lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, worden de vervangende centraliserende rekenplichtige van de uitgaven, rekenplichtige van de geschillen en rekenplichtige van de liggende gelden niet verplicht gekozen uit de ambtenaren van niveau A onderworpen aan het statuut.
Artikel 9 In afwijking van het artikel 69, § 1, zesde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt de driemaandelijkse rekening van de beheerders van voorschotten aan het toezichtsorgaan overgemaakt uiterlijk de laatste kalenderdag van de maand volgend op ieder trimester. De jaarrekening van het beheer van de rekenplichtigen, met uitzondering van de beheerders van voorschotten, wordt aan het toezichtsorgaan overgemaakt uiterlijk de laatste kalenderdag van de tweede maand volgend op ieder jaar.
Behoudens de uitzonderingen voorzien in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, worden de bepalingen die gelden voor de beheerders van voorschotten van de diensten van de Regering mutatis mutandis toegepast op de beheerders van voorschotten van de ministeriële kabinetten.
Artikel 10 In afwijking van het artikel 69, § 1 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, kan de door de Minister van Financiën en Begroting aangewezen rekenplichtige uitgavenverrichtingen voor rekening van derden uitvoeren in het kader van de door de Minister van Financiën en Begroting gespecifieerde activiteiten, op voorwaarde dat die financiële stromen geen budgettaire weerslag hebben en de door Brussel Financiën en Begroting vastgestelde procedures eerbiedigen. De gedelegeerde ordonnateur voor de bovenvermelde verrichtingen is de door de Minister van Financiën en Begroting aangewezen gedelegeerde ordonnateur.
Artikel 11 § 1. In afwijking van het artikel 13, § 2, tweede lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, krijgt de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid op eenvoudige aanvraag onbeperkt toegang tot alle informatie, documenten en materiële of immateriële goederen, met inachtneming van de wettelijke of reglementaire verbodsbepalingen. Zij kan elk personeelslid om de informatie vragen die zij nodig acht voor het vervullen van haar opdrachten. § 2. In afwijking van het artikel 13, § 4, 1° van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, zijn de werkzaamheden geprogrammeerd op jaarbasis of tweejaarlijkse basis. Iedere periode legt de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid, vóór 31 december, het analyseprogramma voor de volgende periode ter goedkeuring neer bij de Inspecteur van Financiën en/of de Regeringscommissarissen, voor de autonome bestuursinstellingen die daarover beschikken. § 3. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, eerste lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, worden de controleresultaten voorgesteld in een ontwerp-controleverslag dat wordt meegedeeld aan de gecontroleerde eenheid. § 4. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, tweede lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, bevat het ontwerp van controleverslag de opmerkingen, de vaststellingen en de conclusies over de controledoelstellingen alsook de aanbevelingen. Dit wordt overgemaakt aan de gecontroleerde entiteit in het kader van een tegensprekelijke procedure waarvan de modaliteiten en duurtijd door de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid zullen worden meegedeeld. Op het einde van die procedure, wordt het definitieve controleverslag opgesteld en, in voorkomend geval, aangevuld met een voortgangsverslag over de vroegere aanbevelingen. § 5. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, derde lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, wordt het definitieve controleverslag meegedeeld aan de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit, aan de Inspecteur van Financiën of de Regeringscommissarissen, aan de Minister van Financiën en aan de functioneel bevoegde Minister. § 6. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, vierde lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, spreekt de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit zich uit over de opvolging die moet worden gegeven aan de aanbevelingen en deelt dit mee aan de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid.
Artikel 12 § 1. In afwijking van het artikel 14, § 5, eerste lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, bevat het ontwerp van controleverslag de opmerkingen, de vaststellingen en de conclusies over de controledoelstellingen alsook de aanbevelingen. Dit wordt overgemaakt aan de gecontroleerde entiteit in het kader van een tegensprekelijke procedure waarvan de modaliteiten en duurtijd door de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid zullen worden meegedeeld. Op het einde van die procedure, wordt het definitieve controleverslag opgesteld en, in voorkomend geval, aangevuld met een voortgangsverslag over de vroegere aanbevelingen. § 2. In afwijking van het artikel 14, § 5, tweede lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, wordt het definitieve controleverslag meegedeeld aan de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit, aan de Inspecteur van Financiën, aan de Minister van Financiën en aan de functioneel bevoegde Minister. § 3. In afwijking van het artikel 14, § 5, derde lid, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
18/10/2007
pub.
09/11/2007
numac
2007031481
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer
sluiten met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, spreekt de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit zich uit over de opvolging die moet worden gegeven aan de aanbevelingen en deelt dit mee aan de in het artikel 12 § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid.
Artikel 13 Overeenkomstig artikel 69, derde lid van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle waarin is bepaald dat de rekenplichtigen, met inbegrip van de beheerders van voorschotten, slechts thesaurieverrichtingen doen en volgens de modaliteiten voorzien in artikel 40 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, zijn de voorschotten betaald door de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven aan een beheerder van voorschotten begrotingsverrichtingen in de zin van artikel 5 van de ordonnantie en worden budgettair en boekhoudkundig aangerekend op het moment van de vereffening van het voorschot. De uitgaven van de beheerder van voorschoten zijn geen vastgestelde rechten geboekt overeenkomstig artikel 14 van voornoemd besluit.
Artikel 14 In afwijking van het artikel 23 van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, wordt negentig procent van de totale opbrengst van de geldboeten in het « Fonds openbaar beheersrecht » (BFB16 - BA 02.310.06.08.38.50) gestort, dat opgericht werd door de ordonnantie van 20 juli 2006 houdende wijziging van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen. Tien procent van de totale opbrengst van de geldboeten wordt toegewezen aan de algemene middelen (BA 02.310.03.04.38.50) van de Middelenbegroting.
Van voormelde negentig procent wordt een bedrag, dat overeenstemt met vijfentachtig procent van de totale opbrengst van de geldboeten, doorgestort aan de gemeente op wier grondgebied het leegstaand goed zich bevindt, voor zover ze uitdrukkelijk de onbewoonde woningen geweerd heeft uit het toepassingsgebied van haar belastingreglement betreffende de verlaten, onbewoonde of onafgewerkte woningen. De gemeente wendt de opbrengst aan voor de werkingskosten in het kader van de ontwikkeling van haar huisvestingsbeleid.
Van voormelde negentig procent blijft een bedrag, dat overeenstemt met vijf procent van de totale opbrengst van de geldboeten, in het voormelde Fonds, om aangewend te worden, in voorkomend geval, voor de voorziene uitgaven van het Fonds.
Artikel 15 In afwijking van het artikel 29 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031342
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitstel van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031341
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten
sluiten betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten, is iedere Minister of staatssecretaris gemachtigd om op gemotiveerde wijze, via regeringsbesluit, behoudens ministerieel besluit toegestaan door de Minister van Begroting, en binnen de grenzen van de vastleggings- of vereffeningskredieten van een opdracht die tot zijn bevoegdheid behoort, behoudens herverdeling tussen meerdere opdrachten toegestaan door de Minister van Begroting, kredietherverdelingen uit te voeren tussen de verschillende programma's van deze opdracht.
In de loop van het begrotingsjaar 2021 mag geen enkele herverdeling van kredieten worden toegestaan vanaf de basisallocaties met betrekking tot de investerings-, personeels- en werkingsuitgaven, behalve : a) de kredietherverdelingen die specifiek door de Regering zijn goedgekeurd, b) de kredietherverdelingen, binnen eenzelfde programma, tussen twee of meerdere basisallocaties met betrekking tot een gelijkaardige economische code (d.w.z. het eerste cijfer van de economische code is identiek), na akkoord van de Minister van Begroting, c) de kredietherverdelingen, specifiek uitgevoerd en gemotiveerd om een besparing, in eerste instantie voorzien op bepaalde basisallocaties in de initiële begroting 2021, door te voeren op daartoe meer geschikte basisallocaties, na akkoord van de Minister van Begroting. De gemotiveerde aanvraag tot herverdeling wordt door de betrokken Minister of staatssecretaris, via het betrokken bestuur, ingediend bij de directie Begroting van het bestuur Brussel Financiën en Begroting van de G.O.B. Indien de herverdelingen basisallocaties betreffen die behoren tot de bevoegdheid van verschillende Ministers of staatssecretarissen (in het geval van een gedeelde opdracht of een gedeeld programma of in geval van meerdere opdrachten en/of programma's die behoren tot meerdere Ministers of staatssecretarissen), dan wordt de gemotiveerde aanvraag gezamenlijk ingediend.
Het advies van de Inspectie van Financiën en het akkoord van de Minister van Begroting zijn voorafgaandelijk vereist.
Het advies van de Inspectie van Financiën is echter niet voorafgaandelijk vereist indien het een herverdeling betreft voor : - correcties in verband met het gebruik van de correcte economische codes, zoals bepaald in de Economische Classificatie, opgesteld door de Algemene Gegevensbank, - de redenen opgenomen in het tweede lid, c), van dit artikel.
Van deze machtiging mag enkel bij uitzondering gebruik gemaakt worden en alleen wanneer de mogelijkheden geboden door het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031342
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitstel van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031341
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten
sluiten betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten werden uitgeput, d.w.z. wanneer kredietherverdelingen binnen de grenzen van de vastleggingskredieten of van de vereffeningskredieten van het betreffende programma niet meer mogelijk zijn door het gebrek aan voldoende beschikbare kredieten.
Deze herverdelingen worden onverwijld meegedeeld aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en aan het Rekenhof.
Artikel 16 In afwijking van artikel 15, 2de lid, a), van deze ordonnantie, is de staatssecretaris gemachtigd om, na het akkoord van de Minister van Begroting, de kredietherverdelingen uit te voeren van de basisallocaties van activiteit 07 « lonen en sociale lasten, lonen in natura » van het programma 001 van de opdracht 33 naar de basisallocaties van activiteit 07 « lonen en sociale lasten, lonen in natura » van het programma 014 van de opdracht 27.
Artikel 17 In afwijking van het artikel 5, § 3, van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031342
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitstel van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031341
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten
sluiten betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten, kunnen kredietherverdelingen van de basisallocaties 06.002.13.01.21.10 en 06.002.13.03.21.10 naar de basisallocatie 06.002.08.01.12.11 toegestaan worden door de Minister van Financiën en Begroting met het oog op de betaling van kosten verbonden aan de uitgiftes van leningen (fees agreement).
Artikel 18 In afwijking van artikel 46, 2de lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren zijn de ambtenaren die deel uitmaken van het toezichtsorgaan niet verplicht onderworpen aan het statuut Artikel 19 De besluiten tot herverdeling van uitgavenkredieten van het begrotingsjaar 2021 worden genomen van 1 januari tot 31 december van dat jaar, onverminderd de bepalingen van het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031342
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitstel van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
15/06/2006
pub.
10/07/2006
numac
2006031341
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten
sluiten betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten, inzonderheid artikel 2.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is eveneens gemachtigd tot het toekennen van facultatieve subsidies ten laste van nieuwe basisallocaties die in de loop van het begrotingsjaar gecreëerd worden door ministerieel of regeringsbesluit tot kredietherverdeling en die als voorwerp facultatieve subsidies hebben (met de FSF-code in de begrotingstabel) in het kader van dezelfde objectieven als deze verbonden met de reeds in de initiële begroting 2021 bestaande basisallocaties van waaruit de kredieten worden overgedragen.
Artikel 20 Binnen het ERP-systeem van de diensten van de Regering (de G.O.B.'s) is het toegestaan om, omwille van informatica-technische beperkingen, in afwijking van de ESR-classificatie, op het niveau van de basisallocaties, een cijfer 8 of 9 te plaatsen als laatste positie van de economische code voor de terugbetalingen van ten onrechte gedane uitgaven of ten onrechte geïnde ontvangsten. In de begrotingstabel wordt de economische classificatie gevolgd.
In afwijking van de ESR-classificatie, is het toegestaan om de huidige niet-verdeelde economische codes 11.00 binnen de opdrachten 02 en 10 te behouden.
Artikel 21 De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om facultatieve werkings-, project- en investeringssubsidies, zoals gedefinieerd in artikel 1, 7°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de budgetopmaak, toe te kennen ten laste van de basisallocaties vermeld in de begrotingstabel (sectie I) en die, in toepassing van artikel 26 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de begrotingscyclus, de structuur van de begrotingsordonnantie, de algemene toelichting bij de begroting en de verantwoordingen bij de begroting, de code FSF (facultatieve subsidie/subvention facultative) dragen.
Artikel 22 De onder het artikel 21 aangeduide facultatieve subsidies, behoudens deze verleend aan de geconsolideerde autonome bestuursinstellingen, worden voor het jaar 2021 toegekend onder de hierna volgende algemene voorwaarden : 1. Het subsidiebesluit wordt opgesteld door de administratieve diensten van de subsidiërende overheid en bevat op zijn minst : - de vermelding van de begunstigde van de subsidie en diens rekeningnummer ; - de gedetailleerde omschrijving van de doeleinden waarvoor de subsidie wordt toegekend ; - het totale toegekende bedrag ; - de volledige budgettaire aanrekening (d.w.z. de betrokken basisallocaties) ; - de betalingsmodaliteiten ; - de periode waarop de subsidie betrekking heeft ; - de door de subsidiërende overheid vereiste documenten in de vereffeningsfases ; - de uiterste indieningsdatum voor elk van de in het vorige streepje vermelde documenten en de voorziene sancties in geval van niet-naleving van de termijnen ; - de beherende administratieve dienst ; - in voorkomend geval de vermelding van de overeenkomst. 2. Onverminderd het laatste lid van dit punt, gaat elke subsidie gepaard met een overeenkomst waarin de bepalingen worden gepreciseerd voor de aanwending van de subsidie en voor haar eventuele terugbetaling. Deze overeenkomst geeft duidelijk de operationele doelstellingen aan die van de tussenkomst worden verwacht en hun realisatie-indicatoren.
Ze vermeldt ook de onmiddellijke doelstellingen die van de tussenkomst worden verwacht en hun resultaatsindicatoren. - de huur en huurlasten ; - de promotie- en publicatiekosten ; - de administratieve kosten ; - de voertuig- en verplaatsingskosten ; - de vergoeding van derden en van onderaannemers, de honoraria, het hulppersoneel ; - de personeelskosten ; - de aflossingen en investeringen ; - de niet-terugvorderbare belastingen en taksen ; - de financiële lasten ; - de uitzonderlijke lasten.
Deze categorieën worden in detail vermeld in de overeenkomst in functie van de gesubsidieerde projecten, op basis van de rubrieken van de begrotingsraming van de operatie.
Elke overeenkomst verwijst waar nodig naar de ministeriële omzendbrief vermeld in punt 12 van dit artikel.
Elke overeenkomst voorziet uitdrukkelijk in het toezicht door de administratieve diensten van de subsidiërende overheid op de gesubsidieerde contractant en dit aan de hand van stukken en ter plaatse.
Elke overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk of de belasting op de toegevoegde waarde al dan niet in aanmerking komt.
Indien het bedrag van de subsidie niet hoger ligt dan 15.000 euro, dan worden de vermeldingen en gegevens waarin de vorige leden van dit punt voorzien, overgenomen in het subsidiebesluit. 3. Overeenkomstig het artikel 4, § 4, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het beginsel van goed financieel beheer van toepassing op de subsidie, met name de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid.4. Overeenkomstig het artikel 4, § 5, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de subsidie onderworpen aan het transparantiebeginsel. De subsidie mag geen verrijking van de begunstigde tot doel of gevolg hebben.
Bij een forfaitaire subsidie mag het toegekende bedrag niet hoger zijn dan de reële kosten die de begunstigde draagt. 5. Een en dezelfde actie mag gedurende eenzelfde begrotingsjaar slechts aanleiding geven tot de toekenning van één enkele subsidie ten laste van een begrotingsprogramma aan een zelfde begunstigde.6. Geen enkele actie mag beginnen vóór de ondertekening van de overeenkomst en/of het besluit. Echter, voor reeds aangevatte acties kan een subsidie worden toegekend enkel en alleen indien de aanvrager de noodzaak voor het starten van de actie vóór de ondertekening van de overeenkomst en/of het besluit kan aantonen. 7. De subsidieaanvragen moeten schriftelijk worden ingediend en vergezeld zijn van een begrotingsraming. De bevoegde ordonnateur informeert de aanvrager schriftelijk over het gevolg dat aan zijn aanvraag wordt gegeven. 8. Wanneer de begunstigde van een subsidie een publiekrechtelijke instelling is of een persoon die ongeacht zijn rechtsvorm en aard op de datum van de beslissing om tot een opdracht over te gaan, beschikt over rechtspersoonlijkheid, opgericht is met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn en op een van de volgende wijzen afhangt van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in artikel 2, 1° c) van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
sluiten inzake overheidsopdrachten : - ofwel worden zijn werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
sluiten ; - ofwel is zijn beheer onderworpen aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
sluiten ; - ofwel zijn meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende orgaan aangewezen door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
sluiten ; dan is voornoemde subsidie onderworpen aan de bepalingen van de wet van 17 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten, overeenkomstig artikel 2, 1°, c) van die wet.
Het feit niet onder voornoemde wet te ressorteren ontslaat de begunstigde niet van de verplichting om de goedkoopste oplossing te zoeken. 9. De betalingsfrequentie wordt bepaald in verhouding tot de financiële risico's die de begunstigde loopt, de duur en de voortgang van de actie en de aard van de kosten die de begunstigde gemaakt heeft.10. Overeenkomstig het artikel 14 van de
wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/05/2003
pub.
25/06/2003
numac
2003003343
bron
federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien
Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof
sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en het artikel 94 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt bij niet-naleving door de begunstigde van zijn bij wet of overeenkomst vastgestelde verplichtingen, de subsidie geschorst. De beherende administratie brengt de begunstigde hiervan op de hoogte.
Deze kan zijn opmerkingen formuleren.
Wanneer de begunstigde het bedrag van een subsidie geheel of gedeeltelijk dient terug te betalen, worden de vaststellingen van de beherende administratie en de opmerkingen geuit door de begunstigde ter advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën.
Over het controleverslag, de opmerkingen van de begunstigde en het advies van de Inspectie van Financiën stelt de beherende administratie een samenvattende nota op waarvan de conclusie wordt bezorgd aan de secundaire of de gedelegeerde ordonnateur die het recht vaststelt. 11. Het toezicht op de administratieve behandeling van het dossier en op het goede financiële beheer vindt plaats conform de artikelen 72, 77, 78, 79 en 93, § 2 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle.12. Elke minister kan in het kader van de geldende regelgevende bepalingen een omzendbrief opstellen bestemd voor de begunstigde van een subsidie.Deze omzendbrief bepaalt : - standaardmodellen van de stukken indien het erom gaat de begunstigden te begeleiden ; - de na te leven termijnen voor het indienen van de vereiste verantwoordingsstukken ; - de exhaustieve lijst van de uitgaven die in aanmerking komen ; - de aanvraagprocedure voor betalingen ; - de beschrijving van het uitgeoefende toezicht.
Artikel 23 In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de basisallocaties 10.005.27.05.43.21 en 10.005.27.21.43.21 slechts om de drie jaar het voorwerp uit van een overeenkomst.
Artikel 24 In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties geen voorwerp uit van een overeenkomst : 10.001.34.01.33.00 10.002.27.01.43.22 10.003.15.01.41.60 10.004.27.01.43.21 10.004.27.05.43.21 10.004.27.06.43.21 10.004.27.07.43.21 10.004.27.08.43.22 10.004.27.13.43.22 10.004.42.02.45.13 10.005.19.02.31.22 10.005.27.06.43.21 10.005.27.07.43.21 10.005.27.16.43.21 10.005.27.17.43.22 10.005.27.22.43.22 10.005.28.04.63.21 10.006.43.01.65.10 10.006.54.01.64.10 10.007.15.01.41.40 10.007.16.01.61.41 10.008.15.01.41.40 11.002.23.04.33.00 Artikel 25 In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst : 10.006.64.15.63.21 10.006.64.21.63.21 10.006.64.25.63.21 10.006.64.27.63.21 10.006.64.28.63.21 10.006.64.29.63.21 10.006.64.30.51.11 10.010.28.01.63.21 10.010.32.01.53.10 10.010.39.01.51.12 11.002.23.01.33.00 11.002.23.02.33.00 11.002.23.03.33.00 11.002.23.05.33.00 11.002.23.06.33.00 11.002.23.08.33.00 11.002.23.09.33.00 11.002.23.10.33.00 11.002.23.11.33.00 11.002.24.01.52.10 11.002.24.02.52.10 11.002.24.03.52.10 11.002.24.04.52.10 11.002.24.05.52.10 De facultatieve subsidies toegekend op de basisallocaties van opdracht 15, programma 009, aangeduid met de code FSF, maken noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst, met uitzondering van volgende basisallocaties : 15.009.13.01.34.41 15.009.15.02.41.40 15.009.15.03.31.22 15.009.15.04.41.40 15.009.15.05.41.60 15.009.34.02.33.00 15.009.38.02.31.32 15.009.38.03.32.00 Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
Artikel 26 De Minister van Begroting is gemachtigd om, na advies van de Inspectie van Financiën, via ministerieel besluit, in toepassing van het artikel 39, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de begrotingsopmaak, of via akkoordprotocol, in toepassing van het artikel 40 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de begrotingsopmaak, de facultatieve subsidies, die aangerekend worden op de basisallocaties die opgenomen staan in voormeld ministerieel besluit of protocolakkoord, vrij te stellen van de verplichting tot het afsluiten van een overeenkomst, voor de facultatieve subsidies waarvan het bedrag hoger ligt dan 15.000 euro, en/of tot het opstellen van een besluit per begunstigde tot toekenning van de subsidie. Dit wordt, in voorkomend geval, opgenomen in het ministerieel besluit of het akkoordprotocol. Deze ministeriële besluiten en akkoordprotocollen worden meegedeeld aan het Rekenhof.
Dit geldt ook voor de van kracht zijnde besluiten en akkoordprotocollen uit de vorige jaren.
Artikel 27 In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend aan de BGHM geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar dienen zij te beantwoorden aan de vereisten van het beheerscontract tussen de BGHM en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Artikel 28 In afwijking van de bepalingen van het artikel 22, van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend aan de Haven van Brussel geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar dienen zij te beantwoorden aan de vereisten van het beheerscontract tussen de Haven van Brussel en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Artikel 29 In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie, maakt de facultatieve subsidie toegekend op de basisallocatie 25.007.16.01.61.41 geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar dient ze te beantwoorden aan de vereisten van het beheerscontract tussen het Woningfonds en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Artikel 30 In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie, maken de aan visit.brussels toegekende facultatieve subsidies geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar moeten ze beantwoorden aan de vereisten van de beheersovereenkomst tussen visit.brussels en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Artikel 31 In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de basisallocaties van opdracht 33, programma 004, aangeduid met de code FSF, niet het voorwerp uit van een overeenkomst.
Artikel 32 In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst : 33.004.32.01.53.10 33.004.32.02.53.10 33.004.32.03.53.10 Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
Artikel 33 In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst : 33.003.27.01.43.22 33.003.27.02.43.22 Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
Artikel 34 In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties geen voorwerp uit van een overeenkomst : 33.003.28.01.63.21 33.003.35.01.52.10 33.003.43.01.65.40 33.005.20.01.51.11 33.005.28.01.63.21 33.005.28.02.63.52 33.005.32.01.53.10 33.005.35.01.52.10 33.005.39.01.51.12 33.005.54.01.63.59 33.005.54.02.65.24 33.005.54.03.65.25 Artikel 35 Overeenkomstig de met de gemeenten afgesloten overeenkomsten, is de Minister van Financiën en Begroting gemachtigd om vanaf 1 januari 2021 voorschotten toe te kennen aan de gemeenten maximaal ten belope van de volgende bedragen : - 661.488.360 euro (gemeentelijke opcentiemen onroerende voorheffing) ; - 14.000.000 euro (gemeentelijke opcentiemen hoteltaksen).
Deze voorschotten worden op een op naam van de betrokken gemeente binnen de globale staat van het Gewest geopende transitorekening gestort.
De betalingen vanuit deze op naam van de gemeenten geopende transitorekeningen binnen de globale staat naar de eigen rekening van de gemeente worden uitgevoerd volgens de modaliteiten beschreven in de overeenkomsten gesloten met de gemeenten en met de kassier.
Artikel 36 Met het oog op de rationalisering van de budgettaire structuur van Brussels International, wordt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gemachtigd om bij de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen voor 2020 de uitstaande vastleggingen over te boeken van de basisallocatie 29.005.15.01.41.60 naar de basisallocatie 29.004.15.01.41.60.
Artikel 37 De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen van de begunstigde A.I.S.E. (Agence Immobilière Sociale Etudiante) over te dragen van de basisallocatie 25.002.34.01.33.00 naar de nieuwe basisallocatie 25.002.19.01.31.22. Het betreft de vastleggingsnummers 1910201435 (201506858), 1910208782 (201906837) en 2010203097.
Artikel 38 De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen over te dragen van de basisallocatie 25.008.34.01.3300 naar de basisallocatie 25.008.19.01.3122.
Artikel 39 De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen over te dragen van de basisallocatie 25.008.34.03.3300 naar de basisallocatie 25.008.19.02.3122.
Artikel 40 De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen over te dragen in functie van de begunstigden van de basisallocatie 33.003.08.01.1211 naar de basisallocatie 33.004.08.01.1211 ;
Artikel 41 De variabele kredieten van de organieke begrotingsfondsen worden toegewezen aan de programma's van hun respectieve opdrachten binnen de grenzen van de in de algemene uitgavenbegroting ingeschreven administratieve kredieten op de met de begrotingsfondsen verbonden basisallocaties, geïdentificeerd door de code BFB (zie legende bij de begrotingstabel van Sectie I).
Artikel 42 In afwijking van het artikel 4 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, mag door tussenkomst van de Regering over het saldo van het begrotingsfonds « Fonds voor het beheer van de gewestschuld - BFB 12 » (programma 002 van opdracht 06) rechtstreeks worden beschikt.
Artikel 43 In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2 van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het « Gewestelijk Begrotingsfonds voor Solidariteit - BFB 14 », opgericht bij het artikel 16, § 1, van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, gewijzigd door het artikel 11, § 1, van de ordonnantie van 11 juli 2013, toegewezen aan de overdracht van inkomsten aan de particulieren onder de vorm van een herhuisvestingstoelage, een toelage voor verhuis- of installatiekosten, met inbegrip van de kosten voor de huurwaarborg (basisallocatie 25.003.31.01.34.31).
Artikel 44 In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van het artikel 2, 5°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het « Fonds voor stedenbouw en grondbeheer - BFB 05 » eveneens toegewezen aan de investeringspremies aan particulieren ter aanmoediging van de renovatie van privé woningen en de woningsanering (basisallocatie 33.004.32.02.53.10).
Artikel 45 In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 6°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het « Fonds voor investeringen en aflossing van de schuldenlast in de sector van de sociale woningbouw - BFB 06 » eveneens toegewezen aan de verhuistoelagen en de toelagen voor het gedeeltelijk dekken van de huur verschuldigd door uit krotwoningen geëvacueerde personen, alsmede van de kosten verbonden met de installatie in een nieuwe woning (basisallocaties 25.008.31.05.34.32 en 25.008.31.06.34.32).
Artikel 46 In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2, 9°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het « Fonds voor de bescherming van het milieu - BFB 09 », voor wat een gedeelte betreft van de ontvangsten afkomstig van de forfaitaire bijdrage van « Fost Plus » overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie houdende de Middelenbegroting 2021, eveneens toegewezen aan de uitgaven gedaan door het Gewestelijke Agentschap voor Netheid (GAN) (werkingssubsidie aan het GAN via de basisallocatie 24.002.15.03.41.40 van de begrotingstabel van Sectie I).
In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2, 9°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het « Fonds voor de bescherming van het milieu - BFB 09 » (het betreft de opbrengst van de administratieve boetes) eveneens toegewezen aan de uitgaven gedaan door het Gewestelijke Agentschap voor Netheid (GAN) in het kader van het verplicht sorteren (werkingssubsidie aan het GAN via de basisallocatie 24.002.15.03.41.40 van de begrotingstabel van Sectie I).
Artikel 47 In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van de artikelen 3 en 2, 11°, laatste lid, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, mag de Regering de variabele kredieten (e en f) van de basisallocatie 22.003.11.01.73.41 gebruiken om tussen te komen in de financiering van het waterbeleid, de kosten te dragen en alle rechten en verplichtingen van het Gewest uit te oefenen, verbonden aan : - de strijd tegen de overstromingen in risicowijken ; - het opvangen en de zuivering van afval - en regenwater ; - het waarborgen van een geïntegreerd beheer van afval- en regenwater ; - de werking van de zuiveringsinstellingen ; - het opstellen van statistieken ; - het toezicht op de staat van het oppervlaktewater en van dat opgevangen in riolen ; - de verwerving van materiële en niet-materiële goederen nodig voor de bescherming en de valorisatie van grond- en oppervlaktewater ; - de terugbetaling van het verschil tussen de bedragen van de geïnde voorafbetalingen en de bedragen van de verschuldigde belasting op het lozen van afvalwater, en ook aan de terugbetalingen van de voorafbetalingen gestort door de belastingplichtigen van de belasting op het lozen van afvalwater.
Artikel 48 In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2, 12°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het « Fonds voor het beheer van de gewestschuld - BFB 12 » eveneens toegewezen aan de uitgaven in verband met de vervroegde terugbetaling van leningen en afgeleide producten, overeenkomstig de bepalingen van de leningsovereenkomsten en de overeenkomsten voor de afgeleide producten (programma 002 van opdracht 06).
Artikel 49 De Regering is gemachtigd om de begroting ingeschreven op de basisallocatie 25.007.17.01.85.14 toe te wijzen aan één of meerdere financiering(en) op korte en lange termijn voor het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, om de eigen financiering te verzekeren van de statutaire opdrachten van deze laatste. Deze financieringen zullen plaatsvinden tegen de financieringsvoorwaarden van het BHG, verhoogd met een kredietkost verbonden aan het risicoprofiel van de begunstigde entiteit (opgesteld door het Front Office van het Agentschap van de Schuld op basis van een voorafgaande risicoanalyse). » Artikel 50 De Regering is gemachtigd om de begroting ingeschreven op de basisallocatie 25.005.17.04.85.14 toe te wijzen aan één of meerdere financiering(en) op korte en lange termijn voor de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) om de eigen financiering te verzekeren van de statutaire opdrachten van deze laatste. Deze financieringen zullen plaatsvinden tegen de financieringsvoorwaarden van het BHG, verhoogd met een kredietkost verbonden aan het risicoprofiel van de begunstigde entiteit (opgesteld door het Front Office van het Agentschap van de Schuld op basis van een voorafgaande risicoanalyse).
Artikel 51 De Regering is gemachtigd een of meerdere financiering(en) op korte en lange termijn toe te kennen aan het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën (BGHGT), binnen de grenzen van de gewaarborgde volumes in toepassing van artikel 5 van de ordonnantie van 8 april 1993 houdende oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, en zoals jaarlijks gestemd. Deze financieringen zullen plaatsvinden tegen de financieringsvoorwaarden van het BHG, verhoogd met een kredietkost verbonden aan het risicoprofiel van de begunstigde entiteit (opgesteld door het Front Office van het Agentschap van de Schuld op basis van een voorafgaande risicoanalyse).
Artikel 52 In afwijking van het artikel 68 van de ordonnantie van 23 februari 2006 betreffende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, zullen het Brussels Waarborgfonds, Brusoc en Brussel Ontmanteling niet in de centralisatie van de para-regionale thesaurieën geïntegreerd worden.
Artikel 53 § 1. In afwijking van artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de verbintenissen, die noodzakelijk zijn om de ononderbroken werking van de diensten van de Regering te verzekeren, maar aangegaan worden vanaf 1 november 2020, ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 2021, beperkt tot een derde van de goedgekeurde vastleggingskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen. § 2. In afwijking van artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de noodzakelijke vereffeningen, die verbonden zijn aan de verbintenissen die nodig zijn om de ononderbroken werking van de diensten van de Regering te verzekeren, uitgevoerd worden vanaf de stemming van de ordonnantie houdende de initiële begroting van de diensten van de Regering voor het volgende jaar ten laste van de vereffeningskredieten van de begroting van dat volgende begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de goedgekeurde vereffeningskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen. § 3. De Inspectie van Financiën beoordeelt voorafgaandelijk de noodzakelijkheid van de uitgaven voor het verzekeren van de ononderbroken werking van de diensten van de Regering.
Artikel 54 De bewijsstukken voor steun, toegekend in het kader van de ordonnantie van 1 juli 1993 betreffende de bevordering van de economische expansie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de gewestelijke steun voor algemene investeringen ten gunste van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en toegekend in het kader van de organieke ordonnantie van 13 december 2007 betreffende de steun ter bevordering van de economische expansie, worden ingediend binnen een termijn van vier jaar vanaf de betekening van de steuntoekenningsbeslissing.
Artikel 55 § 1. De Regering is gemachtigd om de kredieten, ingeschreven op de basisallocaties 12.022.33.01.83.00 en 12.022.40.01.81.12, te gebruiken om, in het kader van de COVID-19-crisis, binnen de grenzen van deze kredieten, leningen voor commerciële huur toe te kennen tot een maximum van 25.000 euro per lening. Deze leningen zullen worden toegekend aan ondernemingen in de zin van artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, tegen een maximale jaarlijkse rentevoet van 2 %. § 2. De Regering bepaalt de precieze voorwaarden waaraan de huurders, de verhuurders in ruime zin moeten voldoen evenals de juridische betrekkingen tussen hen, de rentevoet(en) van de leningen, de voorwaarden voor de betaling van de leningen en de terugbetalingen, de toepasselijke staatssteunregeling, de verschillende termijnen en alle andere aspecten die nodig zijn voor de goede uitvoering van deze maatregel. Zo kan de Regering de toekenning van een huurlening afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de verhuurder afstand doet van één of twee maanden huur. § 3. De categorieën van persoonlijke gegevens die met het oog op de uitvoering van deze maatregel kunnen worden verwerkt, zijn de identificatie- en contactgegevens van de huurders en de verhuurders of hun vertegenwoordigers, natuurlijke personen, de gegevens uit huurcontracten in ruime zin, het bedrag van de en de andere categorieën van persoonlijke gegevens die onontbeerlijk zijn voor de uitvoering van de regeling, met inbegrip van het toezicht op de naleving van de voorwaarden en het beheer van de geschillen.
De verantwoordelijke voor de verwerking van deze gegevens is de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.
De bewaartermijn voor persoonlijke gegevens, die in het kader van deze maatregel worden verwerkt, bedraagt drie jaar vanaf het einde van een toegekende lening. Indien een leningaanvraag werd geweigerd, worden de desbetreffende gegevens gedurende één jaar vanaf de mededeling van de weigeringsbeslissing bewaard. De pe …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.