← België

Programmawet

Kort samengevat

Deze wet regelt aanpassingen aan de bestaande wetgeving ter bevordering van werkgelegenheid, specifiek gericht op "startbanen" voor jongeren. Het wijzigt de voorwaarden voor wie als jongere in aanmerking komt voor een startbaan en de kenmerken van de startbaanovereenkomst.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst
Obsah (4)§ 1§ 2§ 4§ 3

wet (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.D

artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Werk HOOFDSTUK 1. - Startbanen Art. 2.

artikel 23 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten0 ter bevordering van de werkgelegenheid, gewijzigd bij de programmawet(I) van 24 december 2002 en de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 2° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2° elkeen die net voor zijn aanwerving : a)

geschreven is als werkzoekende;b) minder dan zesentwintig jaar oud is;»; 2° § 1, 3° wordt opgeheven;3°

§ 1

, 4°, 5° en 6,° wordt de a) telkens vervangen door de volgende bepaling : « a)

geschreven is als werkzoekende;»; 4°

§ 1

, 4°, 5° en 6°, wordt de

  1. b)telkens vervangen door de volgende bepaling : «
  2. b)minder dan zesentwintig jaar oud is;»; 5° § 2 wordt vervangen door de volgende tekst : « § 2.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, het begrip jongere zoals bedoeld

§ 1

aanpassen,

dien er een tekort aan jongeren zou zijn »; 6° § 3 wordt opgeheven. Art. 3.Artikel 26, eerste lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « De Koning bepaalt, bij een

Ministerraad overlegd besluit, wat wordt verstaan onder openbare werkgever, werkgever uit de private sector, werkgever uit de private non-profitsector en werkgever uit de onderwijssector. » . Art. 4.

artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programma wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 1°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 1° een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst die wordt gesloten tussen een jongere en een werkgever;»; 2° het eerste lid, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2° een combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst, minstens halftijds, die wordt gesloten tussen een jongere en een werkgever, en een door de jongere gevolgde opleiding, en dit met

gang van de dag waarop de jongere begint met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de opleidingen die

aanmerking komen, alsmede de nadere regelen met betrekking tot het sluiten en uitvoeren van de

dit punt 2° bedoelde startbaanovereenkomst; »; 3°

het eerste lid, 3°, worden de woorden "alle gedurende een periode van maximum 36 maanden met

gang van de dag waarop de jongere de uitvoering van zijn overeenkomst aanvat.De Koning bepaalt de minimumduur van voornoemde periode" geschrapt; 4° tussen het eerste en tweede lid, worden twee nieuwe leden

gevoegd, luidende als volgt : « De overeenkomsten bedoeld

het vorig lid worden enkel als startbaanovereenkomst beschouwd

dien de jongere werd aangeworven op basis van een geldige startbaankaart, uitgereikt volgens de modaliteiten voorzien

artikel 32, § 2. De tewerkstelling van de jongere door dezelfde werkgever blijft beschouwd als een tewerkstelling

het kader van een startbaanovereenkomst tot de laatste dag van het kwartaal waarin de jongere de leeftijd van zesentwintig jaar bereikt. » . Art. 5.

dezelfde wet wordt een artikel 27ter

gevoegd, luidende als volgt : « Art. 27ter.

afwijking van artikel 27, tweede lid, wordt de nieuwe werknemer die vóór 1 januari 2004 werd aangeworven, vanaf 1 januari 2004 verder beschouwd als jongere, tewerkgesteld

het kader van een startbaanovereenkomst, op voorwaarde dat - de startbaanovereenkomst werd gesloten onder de voorwaarden en modaliteiten die van toepassing waren vóór 1 januari 2004, en - overeenkomstig artikel 32, zoals van kracht vóór 1 januari 2004, een kopie van deze startbaanovereenkomst aan de door de Koning aangewezen ambtenaar werd bezorgd vóór 31 januari 2004. De startbaanovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2004 eindigt : 1° na afloop van de periode, bedoeld

artikel 27, eerste lid, 1°, 2° of 3°, zoals van kracht vóór 1 januari 2004, en zoals vermeld

de startbaanovereenkomst, of 2° wanneer de overeenkomst die het voorwerp uitmaakt van de startbaanovereenkomst, eindigt.

afwijking van het vorig lid, 1°, blijft de tewerkstelling van de jongere

het kader van een startbaanovereenkomst bedoeld

artikel 27, eerste lid, 1°, bij dezelfde werkgever beschouwd als een tewerkstelling

het kader van een startbaanovereenkomst tot de laatste dag van het kwartaal waarin de jongere de leeftijd van zesentwintig jaar bereikt,

dien hij vóór het einde van de overeenkomst, bedoeld

het vorig lid, de leeftijd van zesentwintig jaar nog niet heeft bereikt. » . Art. 6.Artikel 28 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 7.Artikel 29 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 8.

artikel 32 van dezelfde wet, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en gewijzigd bij de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring type wet prom. 10/06/1998 pub. 15/08/1998 numac 1998022534 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, tweede en derde lid, worden opgeheven;2° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « Het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, bevoegd voor de hoofdverblijfplaats van de betrokken jongere, attesteert door middel van een startbaankaart dat de jongere voldoet aan de aan de voorwaarden van artikelen 23 en 24.De Koning bepaalt welke gegevens deze startbaankaart dient te vermelden. Hij bepaalt eveneens welke bewijsstukken of documenten dienen voorgelegd of

gediend bij het voormeld werkloosheidsbureau teneinde deze startbaankaart te kunnen bekomen. » ; 3° § 2, derde lid, tweede zin, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Wanneer de aanvraag van de startbaankaart wordt

gediend buiten deze termijn, wordt de startbaanovereenkomst bedoeld

artikel 27 pas als geldig beschouwd vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de datum gelegen is van de laattijdige

diening van de aanvraag van de startbaankaart.» ; 4°

§ 2

, vijfde lid, 1°, het woord "werkzoekende" vervangen door het woord "jongere";5°

§ 2

, vijfde lid, 2°, wordt

de Nederlandse tekst het woord "werkzoekende" vervangen door het woord "jongere";6°

§ 2

, vijfde lid, 2°, wordt

de Franse tekst de woorden "travailleur" vervangen door het woord "jeune";7° § 2, zesde lid, wordt vervangen als volgt : « De startbaankaart heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden.De einddatum van de geldigheidsperiode van de kaart mag evenwel niet gelegen zijn na de dag vóór die waarop de jongere de leeftijd van zesentwintig jaar bereikt. De kaart geldt voor elke aanwerving die tijdens de geldigheidsperiode ervan wordt verricht. » ; 8° § 2, zevende lid, wordt vervangen als volgt : « De geldigheidsduur van de startbaankaart kan door het

het eerste lid bedoeld werkloosheidsbureau worden verlengd voor een zelfde periode, voor zover de jongere aantoont dat hij op de eerste dag van de periode van verlenging of bij de aanwerving opnieuw aan de vereiste voorwaarden voldoet.De einddatum van de geldigheidsperiode van de kaart mag evenwel niet gelegen zijn na de dag vóór die waarop de jongere de leeftijd van zesentwintig jaar bereikt. » ; 9° § 2, achtste lid, wordt opgeheven. Art. 9.Artikel 33, § 2, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « De startbaanovereenkomst, bedoeld

artikel 27, eerste lid, 1°, kan evenwel bepalen dat gedurende hoogstens de eerste twaalf maanden van de uitvoering ervan, de werkgever een deel van het

§ 1

bedoeld loon aan de opleiding van de nieuwe werknemer besteedt.

dat geval heeft de nieuwe werknemer, gedurende de

het eerste lid bedoelde periode, recht op een loon dat gelijk is aan het

§ 1

bedoeld loon, verminderd met het

het eerste lid bedoeld deel, zonder dat dit meer mag zijn dan 10 % van dat loon en zonder dat dit lager mag zijn dan het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. » . Art. 10.

artikel 34 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de Franse tekst worden de woorden ", pendant les douze premiers mois de l'exécution de sa convention de premier emploi," na de woorden "s'absenter"

gevoegd;2°

de Nederlandse tekst worden tussen de woorden "de nieuwe werknemer" en de woorden "met behoud van zijn loon" de woorden "gedurende de eerste twaalf maanden van de uitvoering van zijn startbaanovereenkomst"

gevoegd. Art. 11.

artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawetten van 2 augustus 2002 en 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.

afwijking van de artikelen 40, 59 en 82 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten, kan de nieuwe werknemer de

artikel 27, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde startbaanovereenkomst, gedurende de eerste twaalf maanden van de uitvoering ervan, beëindigen mits een opzeggingstermijn van zeven dagen die aanvangt op de dag volgend op de betekening,

dien hij een andere baan heeft gevonden. » ; 2° § 3 wordt opgeheven. Art. 12.Artikel 39, § 4, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : « Worden enkel als nieuwe werknemers beschouwd, de nieuwe werknemers die als dusdanig worden vermeld op de aangifte aan de

stelling die

staat voor de

ning van de sociale zekerheidsbijdragen. » . Art. 13.Artikel 41 van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Art. 41.Onder de voorwaarden, bepaald door de Koning, bij besluit vastgelegd na overleg

de Ministerraad, kan de seizoensonderneming, een groep van werkgevers, of de werkgever wiens onderneming gesplitst of gefusioneerd werd, geheel of gedeeltelijk ontslagen worden van de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk door een tewerkstellingsovereenkomst te sluiten met de minister die bevoegd is

zake Werkgelegenheid. Voor de toepassing van dit artikel bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, wat moet worden verstaan onder seizoensonderneming, onder groep van werkgevers en onder splitsing of fusie van een onderneming. De minister kan de bevoegdheid tot het afsluiten van deze tewerkstellingsovereenkomsten toekennen aan de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die hij aanwijst. » . Art. 14.

artikel 42, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het 2°, a), worden de woorden "waarop een

schakelingsparcours van toepassing is" geschrapt;2°

het 2°, b), worden de woorden "die een

schakelingsparcours genieten" geschrapt; Art. 15.Onderafdeling 6 van afdeling 1 van hoofdstuk VIII van titel II van dezelfde wet, bevattende het artikel 45, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt opgeheven. Art. 16.Artikel 47 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld met een § 6, luidend als volgt : « § 6. Een kopie van het proces-verbaal, bedoeld

§ 4

, eerste lid, en een kopie van de beslissing van de ambtenaar, bedoeld

§ 4, tweede lid, wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt.

Deze

stelling mag de

deze documenten vervatte

formatie gebruiken met het oog op de toepassing van artikel 347 van de programmawet (I) van 24 december 2002. » . Art. 17.

artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet, vervallen de woorden "alsook de bijdrageverminderingen voor de sociale zekerheid bedoeld

artikel 44, §§ 1, 2, 3 en 4,". Art. 18.Hoofdstuk III van de wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten2 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, bevattende het artikel 10, wordt opgeheven. De overeenkomsten, gesloten vóór 1 januari 2004 met de werknemers, bedoeld

artikel 10, § 1, eerste lid, van voornoemde wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten2, blijven tot het einde van de periode van één jaar, bedoeld

hetzelfde lid, geldig voor het naleven van de verplichting, bedoeld

artikel 39 van voornoemde wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten0, op voorwaarde dat, overeenkomstig artikel 10, § 1, tweede lid, van dezelfde wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten2, een kopie van deze overeenkomsten aan de door de Koning aangewezen ambtenaar werd bezorgd vóór 31 januari 2004. Art. 19.Dit hoofdstuk treedt

werking op 1 januari 2004, met uitzondering van artikel 3 dat

werking treedt op de datum bepaald door de Koning. HOOFDSTUK 2. - Verhoging van de structurele lastenverlaging en vermindering gewicht patronale bijdragen op hogere lonen Art. 20.

artikel 331 van de programmawet (I) van 24 december 2002 worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met volgende zin : « Bij een kwartaalloon hoger dan een bepaalde loongrens S1 wordt aan F een complement toegevoegd dat lineair met het verschil tussen het kwartaalloon en de loongrens stijgt volgens een hellingscoëfficiënt d. » ; 2°

het tweede lid worden de woorden "381,33 EUR" vervangen door de woorden "400,00 EUR";3°

het vijfde lid worden de woorden "volgens loongrens S0" vervangen door de woorden "onder loongrens S0";4° het vijfde lid wordt aangevuld met volgende zin : « De Koning bepaalt eveneens, bij een besluit vastgelegd na overleg

de Ministerraad, wat moet worden verstaan onder kwartaalloon, onder loongrens S1 en onder coëfficient d.» . Art. 21.Dit hoofdstuk treedt

werking op 1 januari

  1. HOOFDSTUK
  2. - Aanpassing ondergrens prestaties Art. 22.Artikel 332, tweede lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met volgende zin : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, deze ondergrens afhankelijk maken van de contractuele arbeidsduur van de werknemer gedurende de tewerkstelling. » . Art. 23.Artikel 337, tweede lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met volgende zin : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, deze ondergrens afhankelijk maken van de contractuele arbeidsduur van de werknemer gedurende de tewerkstelling. » . Art. 24.Dit hoofdstuk treedt

werking op 1 april

  1. HOOFDSTUK
  2. - Herstructureringen Art. 25.

titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3, van de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt een nieuwe onderafdeling 7

gevoegd, luidend als volgt : « Onderafdeling 7. Herstructureringen Art. 353bis . De werkgevers bedoeld

artikel 335 kunnen genieten van een doelgroepvermindering voor werknemers ontslagen

het kader van een herstructurering tijdens het kwartaal van

dienstneming en tijdens een aantal kwartalen die er op volgen, wanneer zij dergelijke werknemers, slachtoffer van een herstructurering,

dienst nemen door toedoen van een tewerkstellingscel. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, wat wordt verstaan onder werknemers ontslagen

het kader van een herstructurering, evenals wat dient te worden verstaan onder tewerkstellingscel. » . Art. 26.Artikel 374 van dezelfde programmawet, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : «

afwijking van het vorige lid, treedt artikel 353bis

werking op een datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. » . Art. 27.Artikel 7, § 1, derde lid, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten18 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt aangevuld als volgt : « t) de terugbetaling verzekeren, volgens de nadere regels en ten belope van het bedrag vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, van de kostprijs van de outplacementbegeleiding die werkelijk gedragen werd door de werkgever

herstructurering, voor die werknemers die binnen een bepaalde periode na hun ontslag bij de werkgever

herstructurering door toedoen van een tewerkstellingscel opnieuw op duurzame wijze

dienst zijn genomen bij een nieuwe werkgever. » . Art. 28.Het opschrift van de wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen, gewijzigd bij de wetten van 12 augustus 2000 en 8 april 2003, wordt aangevuld als volgt : « en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. » Art. 29.

dezelfde wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 wordt een artikel 3bis toegevoegd, luidende : « Art. 3bis . De werknemers die zijn onderworpen aan de regelingen bedoeld

artikel 21, § 1, 1° tot 3° en 5°, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers kunnen,

afwijking van de artikelen 38, § 2 en 23, vierde lid, van voormelde wet gedurende een aantal maanden een forfaitaire vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid genieten, wanneer zij binnen een bepaalde periode na hun ontslag bij een werkgever

herstructurering door toedoen van een tewerkstellingscel opnieuw

dienst zijn genomen bij een nieuwe werkgever. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de nadere regels en voorwaarden voor het genot van de vermindering bedoeld

het vorige lid, alsook het bedrag van de vermindering en de periode gedurende dewelke deze wordt toegekend. De som van de verminderingen van de persoonlijke bijdragen bedoeld

het eerste lid, eventueel verhoogd met het bedrag van de vermindering waarop de werknemer recht heeft

toepassing van artikel 2, mag het bedrag van de verschuldigde persoonlijke bijdragen niet overschrijden. » . Art. 30.De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de datum waarop de artikelen 26, 27 en 28

werking treden. HOOFDSTUK 5. - Loopbaanonderbrekingsuitkeringen

de niet-private sector Art. 31.Artikel 7, § 1, derde lid, l), van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten18 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten0, wordt aangevuld met de volgende leden : « De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad de voorwaarden en modaliteiten bepalen volgens dewelke de uitbetaling van deze vergoedingen, aan werknemers tewerkgesteld bij een werkgever die niet valt onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités

zoverre voor deze werknemers geen werkgeversbijdrage betaald dienen te worden zoals voorzien

artikel 17, § 2, 1°, c) en 2°, c), van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten18 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, afhankelijk gemaakt wordt van de voorwaarde dat deze werkgever er zich voorafgaandelijk toe verbonden heeft

te staan, volgens de voorwaarden en modaliteiten bepaald door Hem, voor de financiering van de uit te betalen sommen. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, het toepassingsgebied van het vorige lid verruimen tot bepaalde werkgevers die ressorteren onder de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 en die werknemers tewerkstellen anders dan onder een arbeidsovereenkomst. De Koning kan bij besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, bepaalde werkgevers geheel of gedeeltelijk onttrekken aan het toepassingsgebied van het vorige lid. » . HOOFDSTUK

  1. - Sociale Maribel Art. 32.Artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt vervangen als volgt : « §
  2. A. De Koning kan, bij een

Ministerraad overlegd besluit, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdrage toekennen aan de werkgevers van de social profit sector, voor het bedrag die Hij bepaalt, per werknemer, per kwartaal : 1° voor de werknemers onderworpen aan het geheel van de stelsels beoogd

artikel 21 van deze wet;2° voor de werknemers die de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de aan de provincies ondergeschikte

stellingen, de gemeenten, de aan de gemeenten ondergeschikte

stellingen, de verenigingen van gemeenten en de

stellingen van openbaar nut tewerkstellen. De Koning kan, bij een

Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de forfaitaire vermindering aanpassen

geval de werkgever die onder de toepassing van deze paragraaf valt, andere verminderingen van sociale zekerheidsbijdragen geniet. De opbrengst van de vermindering werkgeversbijdragen wordt besteed aan het creëren van tewerkstelling. B. De Koning bepaalt de regelen met betrekking tot de cumulatie van de

de punt A. bedoelde forfaitaire vermindering met andere verminderingen der bijdragen. De Koning bepaalt ook de bijdragen bedoeld

artikel 38, §§ 3 en 3bis waarop deze forfaitaire vermindering van toepassing is. C. Voor de toepassing van deze paragraaf : 1° wordt per paritair comité of paritair subcomité dat onder de toepassing van deze paragraaf valt, een sectoraal fonds opgericht overeenkomstig de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten0 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid. De Koning kan evenwel

een specifieke bepaling voorzien wanneer een paritair comité of paritair subcomité

herstructurering is.

de boekhouding van elk Fonds worden de volgende rubrieken voorzien :

  1. a)rubriek voor betaling van de werkingskosten;
  2. b)rubriek voor de financiering van de personeelskosten;
  3. c)rubriek voor de financiering van bijkomende tewerkstelling;2°
  4. a)wordt bij de federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu een beheerscomité Sociale maribel voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid

gesteld, paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de werkgevers en vertegenwoordigers van de werknemers overeenkomstig de regels door de Koning bepaald.b) wordt bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een beheerscomité Sociale maribel voor de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid

gesteld, paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de werkgevers en vertegenwoordigers van de werknemers overeenkomstig de regels door de Koning bepaald. De beheerscomités beslissen over de aanwending van het gedeelte van de opbrengst van de forfaitaire vermindering ten voordele van respectievelijk de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid en de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid, dat beschikbaar is voor de financiering van bijkomende tewerkstelling. Bedoeld gedeelte van de opbrengst van de forfaitaire vermindering wordt bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid op een apart rekeningnummer

geschreven. 3° wordt, wat de werkgevers aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten betreft, een fonds opgericht overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten1 houdende sociale bepalingen. D. de Koning bepaalt de voorwaarden en nadere regelen voor de bepaling van de opbrengst van de forfaitaire vermindering bedoeld

deze paragraaf, alsook de regelen voor de verdeling van de opbrengst. Op de opbrengst die aan ieder sectoraal fonds toekomt, alsook aan de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid en de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid, wordt 0,10 % van deze opbrengst door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, naargelang van het geval, gestort aan het Begrotingsfonds Sociale maribel, opgericht bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, ter dekking van werkingskosten en personeelskosten. De sectorale fondsen zijn gemachtigd om 1,20 % van de hun toegekende bedragen aan te wenden ter dekking van administratie- en personeelskosten. Ook op de resterende opbrengst dat toekomt aan de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid en de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid wordt 1,20 %

gehouden ter dekking van administratie- en personeelskosten. Het aldus

gehouden bedrag wordt door de Rijksdienst voor sociale zekerheid gestort aan respectievelijk het Begrotingsfonds Sociale maribel, opgericht bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en het Begrotingsfonds Sociale maribel, opgericht bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Uiterlijk op 30 september van ieder jaar, moeten de sectorale fondsen, alsook de beheerscomités bedoeld

punt C, aan de minister bevoegd voor Werkgelegenheid, de minister bevoegd voor Sociale Zaken en voor de sectoren die onder zijn bevoegdheid vallen, de minister bevoegd voor Volksgezondheid een afschrift overzenden van hun jaarrekening met betrekking tot het afgelopen jaar alsook hun kastoestand op 31 december van het afgelopen jaar; die documenten moeten door een revisor, lid van het

stituut voor de bedrijfsrevisoren, door de rekenplichtige of door de revisor aangeduid door het beheerscomité van Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, naar gelang van het geval, voor echt verklaard zijn. De Koning kan eveneens een regeringscommissaris aanstellen per sectoraal fonds en per beheerscomité bedoeld

punt C en zijn bevoegdheden bepalen. E. 1° bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg wordt een beheerscomité "heraanwending"

gesteld, samengesteld door personen die de minister van Werkgelegenheid, de minister van Sociale Zaken en de minister van Volksgezondheid vertegenwoordigen. 2° het beheerscomité beslist over de aanwending van volgende middelen : a) het bedrag dat overeenstemt met het bedrag dat op de rekening van elk sectoraal fonds Sociale Maribel staat op 31 december, verminderd met : - een twaalfde van de voormelde opbrengst van het lopende jaar en - het bedrag aan nog

te vullen betalingsengagementen aangegaan

het lopende jaar en - de niet-recurrente bedragen die de minister bevoegd voor Werkgelegenheid, de minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor Volksgezondheid hebben toegewezen voor de financiering van opleidingsprojecten. Dit bedrag wordt

mindering gebracht op de opbrengst van de forfaitaire vermindering die ter beschikking gesteld wordt voor het tweede semester van het volgende jaar. b) het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van het controlemechanisme dat door de Koning, bij een

Ministerraad overlegd besluit, wordt bepaald. De middelen worden als volgt

gedeeld : a) terugvordering

de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid;b) terugvordering

de openbare sector aangesloten bij de Rijkdsient voor sociale zekerheid, andere dan bedoeld onder a) ;c) terugvordering

de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen van de privé-sector;d) terugvordering

de privé-sector, andere dan bedoeld onder c) ;e) terugvordering

de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;c) terugvordering

de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, andere dan bedoeld onder e) . De middelen bedoeld

het vorig lid, a) tot d), worden op een aparte rekening

geschreven bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid. De middelen bedoeld

het vorig lid, e) en f), worden

geschreven op het terugvorderingsfonds

gericht bij Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten1 houdende sociale bepalingen. De regelen met betrekking tot de bestemming van de middelen worden bepaald door de Koning, bij een

Ministerraad overlegd besluit na advies van de Nationale Arbeidsraad, wat de middelen bedoeld

het tweede lid, c) en d), betreft, na advies van de beheerscomités bedoeld onder punt C wat de middelen bedoeld

het tweede lid, a) en b), betreft, en na advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten wat de middelen bedoeld

het tweede lid, e) en f), betreft. 3° De middelen bedoeld

2° mogen uitsluitend worden aangewend voor de financiering van bijkomende tewerkstelling of van opleidingsprojecten ten voordele van de werkgevers die onder de betrokken

deling vallen. F. De bepalingen van het algemeen stelsel van de sociale zekerheid voor werknemers, met name wat de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, de bevoegde rechter

geval van betwisting, de verjaring

zake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de Rijksdienst voor sociale zekerheid betreft, zijn van toepassing. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van deze paragraaf en de uitvoeringsbesluiten ervan. Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de arbeidsinspectie. G. De Koning bepaalt, bij een

Ministerraad overlegd besluit, de bijkomende voorwaarden en nadere regelen voor de toepassing van deze paragraaf. » . Art. 33.Artikel 1, §§ 6 en 7, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten1 houdende sociale bepalingen, wordt vervangen als volgt : « § 6. A. Voor de toepassing van artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers wordt bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten een fonds opgericht dat gestijfd wordt met de opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers aangesloten bij Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten aanspraak kunnen maken.

de boekhouding van het Fonds worden verschillende rubrieken opgenomen :

  1. a)rubriek voor de betaling van de werkingskosten;
  2. b)rubriek voor de financiering van de administratie- en personeelskosten;
  3. c)rubriek voor de financiering van de bijkomende tewerkstelling, met volgende subrubrieken : - de bijdrageverminderingen waarop de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen aanspraak kunnen maken; - de bijdragevermindering waarop de andere dan de

het vorig streepje bedoelde werkgevers aanspraak kunnen maken; - de bedragen die de minister bevoegd voor Werkgelegenheid, de minister bevoegd voor Sociale zaken en de minister bevoegd voor Volksgezondheid onder de beschikbare niet-recurrente middelen van het fonds toewijzen voor de financiering van opleidingsprojecten. Dit Fonds wordt beheerd door het beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten. De Koning bepaalt, bij een

Ministerraad overlegd besluit, de nadere regels voor het toezicht op de bedragen die ter beschikking worden gesteld en de bestemming ervan. B. Bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten wordt een Terugvorderingsfonds opgericht.

de boekhouding van dat Fonds worden de volgende rubrieken voorzien :

  1. a)rubriek voor de terugvordering ten laste van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen;
  2. b)rubriek voor de terugvordering ten laste van de andere dan

a) bedoelde werkgevers. C. De Koning bepaalt, bij een

Ministerraad overlegd besluit, de bijkomende voorwaarden en nadere regelen voor de toepassing van deze paragraaf. » . Art. 34.Artikel 71 van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten7 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt opgeheven. Art. 35.Artikel 171 van de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten3 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wordt vervangen als volgt : « Art. 171.§ 1. Er wordt een Fonds opgericht dat gespijsd wordt met : 1° een aandeel gelijk aan 0,10 % van de opbrengst van de verminderingen van de werkgeversbijdragen bedoeld

artikel 35, § 5, D, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gestort door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, naargelang van het geval;2° een aandeel gelijk aan 1,20 % van de resterende opbrengst dat toekomt aan de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid, zoals bedoeld

artikel 35, § 5, D, van de voormelde wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1. Het

het eerste lid bedoelde Fonds vormt een begrotingsfonds

de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2.

de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds 23-8 Begrotingsfonds Sociale maribel Aard van de toegewezen ontvangsten : Aandeel gelijk aan 0,10 % van de verminderingen van de werkgeversbijdragen waarop de werkgevers van de private en van de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid en bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten aanspraak kunnen maken

het kader van de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling

de non-profitsector. Aandeel gelijk aan 1,20 % op de resterende opbrengst dat toekomt aan de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid zoals bedoeld

artikel 35, § 5, D, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. Aard van de toegestane uitgaven : Beheerskosten alsook de kosten met betrekking tot statutair en/of contractueel personeel

gezet voor de opdrachten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

het kader van de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling

de non-profitsector. » . Art. 36.Artikel 184 van de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten3 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wordt vervangen als volgt : « Art. 184.§ 1. Er wordt een Fonds opgericht dat gespijsd wordt met een aandeel gelijk aan 1,20 % van de resterende opbrengst dat toekomt aan de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid bedoeld

artikel 35, § 5, D, van de voormelde wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1. Het

het eerste lid bedoelde Fonds vormt een begrotingsfonds

de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2.

de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 26 - Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds Begrotingsfonds Sociale maribel Aard van de toegewezen ontvangsten Aandeel gelijk aan 1,20 % op de resterende opbrengst die toekomt aan de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid bedoeld

artikel 35, § 5, D van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. Aard van de toegestane uitgaven Beheerskosten alsook de kosten met betrekking tot statutair en/of contractueel personeel

gezet voor de opdrachten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu

het kader van de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling

de non-profitsector. » . Art. 37.1° De artikelen 4, § 1, en 5, § 1, van de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring type wet prom. 10/06/1998 pub. 15/08/1998 numac 1998022534 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders sluiten3, worden opgeheven. 2°

de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, bij de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, wordt : a) het Fonds 23-10 - Terugvorderingsfonds voor de private non-profit-sector, bedoeld

artikel 35, § 5, derde lid, 2° van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, opgeheven.b) het Fonds 23-11 - Terugvorderingsfonds voor de openbare non-profitsector bedoeld

artikel 71, 3°, van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten7 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, opgeheven. Art. 38.Het Fonds voor de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid stort 12 091 110,60 EUR aan het globaal beheer van de sociale zekerheid. Dit bedrag vormt middelen zoals bedoeld

artikel 35, § 5, E, 2°, tweede lid, b), van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. Het Fonds voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid stort 16 462 000 EUR aan het globaal beheer van de sociale zekerheid. Het bedrag vormt middelen zoals bedoeld

artikel 35, § 5, E, 2°, tweede lid, a), van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. Het terugvorderingsfonds voor de private non-profit-sector, bedoeld

artikel 35, § 5, vierde lid, 2°, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers stort een bedrag bepaald door de Koning en dat niet lager kan zijn dan 5 500 000 EUR aan het globaal beheer van de sociale zekerheid. Dit bedrag vormt middelen zoals bedoeld

artikel 35, § 5, E, 2°, tweede lid, d), van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. De bedragen bedoeld

dit artikel kunnen enkel worden vrijgegeven na akkoord van de ministers bevoegd voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Volksgezondheid en Begroting, met uitzondering van 5 970 000 EUR van het bedrag dat wordt gestort door het Fonds voor de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid en met uitzondering van 5 500 000 EUR van het bedrag dat wordt gestort door het terugvorderingsfonds voor de private non-profitsector. Art. 39.De artikelen 32 tot en 37 treden

werking op 1 januari 2004. Artikel 38 treedt

werking op 31 december

  1. HOOFDSTUK
  2. - Technische correcties aan de wet tot vereenvoudiging van de bijdragevermindering Afdeling
  3. - Verlaging van de persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid Art. 40.

artikel 2, § 1, van de wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten3 en bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

punt a) vervallen de woorden "kleiner dan 842,84 EUR of met een loon".2°

punt b) vervallen de woorden "groter dan of gelijk aan 842,84 EUR en". Art. 41.

artikel 4 van dezelfde wet worden de woorden "31 december 2003. De Koning kan, bij een

Ministerraad overlegd besluit, de datum waarop de wet

werking treedt en buiten werking treedt, wijzigen." vervangen door de woorden "31 december 2004." . Afdeling 2. - Activering van werkloosheidsuitkeringen Art. 42.Artikel 7, § 1bis, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten18 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders,

gevoegd bij wet van 13 februari 1998 en gewijzigd bij de wetten van 26 maart 1999 en 12 augustus 2000, wordt aangevuld met de volgende leden : « De uitkering bedoeld

§ 1

, derde lid, m, kan slechts worden toegekend voor zover de werknemer wordt aangeworven met een schriftelijke arbeidsovereenkomst die een contractueel voorziene normale uurregeling bevat waarvan het minimum wordt vastgelegd door de Koning. De uitkering bedoeld

§ 1

, derde lid, m, kan niet worden toegekend

het kader van : 1° een programma voor wedertewerkstelling zoals bedoeld

artikel 6, § 1, IX, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten1 tot hervorming der

stellingen;2° een startbaanovereenkomst gesloten krachtens hoofdstuk VIII van titel II van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten0 ter bevordering van de werkgelegenheid. De uitkering bedoeld

§ 1

, derde lid, m, kan niet worden toegekend samen met andere tegemoetkomingen

het loon bepaald door de Koning. De uitkering bedoeld

§ 1

, derde lid, m, kan wel worden toegekend samen met de dienstencheque bedoeld

de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten9 tot bevordering van de buurtdiensten en -banen. » . Afdeling 3. - Uniformisering van de bijdragen waarop de vermindering wordt toegepast Art. 43.

artikel 99, eerste lid, van de programmawet van 30 augustus 1988, gewijzigd bij de programmawet(I) van 24 december 2002 worden de woorden "en 9°"

gevoegd tussen de woorden "artikel 38, § 3, 1° tot 7" en "en § 3bis ". Art. 44.

artikel 9, § 3, van de wet van 10 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar

  1. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar
  2. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten2 betreffende de herverdeling van de arbeid

de openbare sector, worden de woorden "en § 3bis "

gevoegd tussen de woorden "artikel 38, § 3, 1° tot 7° en 9°" en "van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1". Art. 45.

artikel 10quater, § 2, van dezelfde wet, worden de woorden "en § 3bis "

gevoegd tussen de woorden "artikel 38, § 3, 1° tot 7° en 9°" en "van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1". Art. 46.

artikel 12, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden "en § 3bis "

gevoegd tussen de woorden "artikel 38, § 3, 1° tot 7° en 9°," en "van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1". Afdeling 4. - Plafonnering van het verminderingsbedrag Art. 47.

artikel 326 van de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de tweede zin van het eerste lid worden de woorden "

artikel 38, § 3, 1° tot 7° en § 3bis " vervangen door de woorden "

voornoemd artikel 38, § 3, 1° tot 8° en § 3bis, eerste en tweede lid";2° het derde lid wordt aangevuld als volgt : «

geval van meerdere tewerkstellingen bij eenzelfde werkgever worden de verschuldigde bijdragen per tewerkstelling evenredig verminderd met het bedrag van de vermindering zoals bepaald

het bedoelde artikel 35 volgens de verhouding van de arbeidsprestaties van de tewerkstelling

het kwartaal en de totale arbeidsprestaties van al de tewerkstellingen van de werknemer samen over het kwartaal.» . Art. 48.

artikel 330 van dezelfde wet, worden de woorden "van de beschutte werkplaatsen"

gevoegd tussen de woorden "bij een werkgever" en de woorden "behorende tot het paritaire comité". Afdeling

  1. - Diverse bepalingen Art. 49.Artikel 343 van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Art. 343.§
  2. Als nieuwe werkgever van een eerste werknemer wordt beschouwd een werkgever die nooit onderworpen is geweest aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten18 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, voor de tewerkstelling van werknemers andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen, gelegenheidsarbeiders bedoeld

het artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten18 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en gelegenheidswerknemers bedoeld

artikel 8ter van het voornoemd koninklijk besluit van 28 november 1969, of die, sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van

dienstneming voorafgaan, hieraan niet meer onderworpen waren. § 2. Als nieuwe werkgever van een tweede werknemer wordt beschouwd een werkgever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van

dienstneming van een tweede werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de voornoemde wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten9, voor de tewerkstelling van meer dan één werknemer andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen, gelegenheidsarbeiders bedoeld

het artikel 8bis van het voornoemde besluit van 28 november 1969 en gelegenheidswerknemers bedoeld

artikel 8ter van het voornoemd koninklijk besluit van 28 november

  1. §
  2. Als nieuwe werkgever van een derde werknemer wordt beschouwd een werkgever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van

dienstneming van een derde werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de voornoemde wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten9, voor de tewerkstelling van meer dan twee werknemers andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen, gelegenheidsarbeiders bedoeld

het artikel 8bis van het voornoemde besluit van 28 november 1969 en gelegenheidswerknemers bedoeld

artikel 8ter van het voornoemd koninklijk besluit van 28 november

  1. §
  2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, wat wordt verstaan onder leerlingen, dienstboden en deeltijds leerplichtigen. » . Art. 50.Artikel 344 van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Art. 344.De

artikel 343 bedoelde werkgever geniet niet van de bepalingen van dit hoofdstuk

dien de nieuw

dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die

de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan de

dienstneming

dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam geweest is. » . Art. 51.

artikel 346 van de dezelfde wet, vervangen bij de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring type wet prom. 10/06/1998 pub. 15/08/1998 numac 1998022534 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders sluiten6, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "en na" worden geschrapt. 2° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", op voorwaarde dat de betrokken jongere een laaggeschoolde jongere is zoals bedoeld

artikel 24 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten0.". Art. 52.Artikel 347 van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 347.De werkgever kan enkel genieten van de doelgroepvermindering bedoeld

artikel 346

een bepaald kwartaal

dien hij gedurende dit kwartaal voldoet aan de naleving van de verplichting om jongeren

dienst te nemen bedoeld

artikel 39, §§ 1 en 2 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten0. » . Art. 53.

artikel 363 van dezelfde wet, wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt : « De overeenkomsten werk-opleiding, gesloten vóór 1 januari 2004, blijven evenwel tot hun einde onderworpen aan de bepalingen van voormeld koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 en van zijn uitvoeringsbesluiten. ». Art. 54.

dezelfde wet wordt een artikel 364ter

gevoegd, luidende : « Art.364ter . De werkgever die vóór 1 januari 2004 een werknemer aanwierf die voldeed aan de voorwaarden tot het verkrijgen van de vermindering bedoeld

de artikelen 2 of 5 van het koninklijk besluit nr 495 van 31 december 1986 tot

voering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd

hoofde van deze jongeren, kan vanaf 1 januari 2004 genieten van de doelgroepvermindering voor jongeren

dien deze werknemer niet voldoet aan de voorwaarden tot het bekomen van de doelgroepvermindering bedoeld

artikel 346 en op voorwaarde dat de werkgever voldoet aan artikel 347. Deze wordt hem toegestaan binnen de voorwaarden en regels vastgesteld door de Koning, rekening houdend met het aantal kwartalen waarvoor hij de vermindering bepaald bij de artikelen 2 of 5 van voormeld koninklijk besluit heeft genoten. » . Art. 55.

dezelfde wet wordt een artikel 365bis toegevoegd, luidende als volgt : « Art. 365bis . De werkgever die voor 1 januari 2004 een werknemer aanwierf die voldeed aan de voorwaarden tot de tenlasteneming vanwege de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de bijdrage

de administratiekosten bij aansluiting bij een erkend sociaal secretariaat volgens de bepalingen bedoeld

artikel 124 van de programmawet van 30 december 1988, kan vanaf 1 januari 2004 genieten van de tussenkomst bedoeld

artikel 345. Deze wordt hem toegestaan binnen de voorwaarden en regels vastgesteld door de Koning, rekening houdend met het aantal kwartalen waarvoor hij van de tenlasteneming bepaald bij voormeld artikel 124 kon genieten. » . Art. 56.Dit hoofdstuk treedt

werking op 1 januari

  1. HOOFDSTUK
  2. - Arbeidsongevallen en preventie van beroepsziekten Art. 57.

artikel 27bis van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 maart 1987 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 december 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het derde lid worden de woorden "16 pct." en "45quater, derde en vierde lid" respectievelijk vervangen door de woorden "19 pct.

begrepen" en "45quater, derde tot en met zesde lid"; 2° het vierde lid wordt aangevuld als volgt : «

afwijking van het voorgaande lid worden voor de

artikel 45quater, vijfde en zesde lid, bedoelde ongevallen die zijn overkomen vóór 1 december 2003, de jaarlijkse vergoedingen overeenstemmend met een graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 16 pct.tot en met 19 pct. aangepast aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen tot op de datum van 1 december 2003. » . Art. 58.

artikel 45quater van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 december 1996, worden, tussen het vierde en het vijfde lid, de volgende twee leden

gevoegd, luidend als volgt : « Voor de ongevallen waarvoor de vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 16 pct. tot en met 19 pct. geschiedt bij een bekrachtiging van de overeenkomst met een datum vanaf 1 december 2003, hetzij bij een gerechtelijke beslissing die op een datum vanaf 1 december 2003

kracht van gewijsde treedt, wordt de waarde van een desgevallend aan de

dex van de consumptieprijzen gekoppelde jaarlijkse vergoeding of rente als kapitaal gestort bij het Fonds voor arbeidsongevallen, zoals bepaald

artikel 51ter . Het voorgaande lid vindt eveneens toepassing op de ongevallen waarvoor de getroffene zonder blijvende arbeidsongeschiktheid genezen verklaard werd vanaf 1 december 2003 of waarvoor de vaststelling van de graad van blijvende ongeschiktheid van minder dan 16 pct. of 19 pct.

begrepen geschiedt bij een

het voorgaande lid bedoelde bekrachtiging of gerechtelijke beslissing,

geval een bekrachtigde overeenkomstherziening of een

kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing de jaarlijkse vergoedingen en renten na herziening vaststelt op een graad van 16 pct. tot en met 19 pct. » . Art. 59.

artikel 60, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten1, de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten3 en de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten0, worden tussen de woorden "de kapitalen bedoeld bij" en "artikel 59quinquies " de woorden "45quater, derde tot en met zesde lid,"

gevoegd. Art. 60.

de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt een artikel 6bis

gevoegd, luidend als volgt : « Art. 6bis . Onder de door de Koning vast te stellen voorwaarden kan het Beheerscomité, op voorstel van de Technische Raad, beslissen om een pilootproject op te zetten

zake preventie, ten einde de verergering van een ziekte te vermijden. Dat pilootproject kan

omvang, tijd en toepassingsgebied beperkt worden met het oog op het vaststellen van de meest geschikte middelen, bedoeld

artikel 16, eerste lid, 1° en 2°. Het

het eerste lid bedoelde proefproject kan beperkt worden tot personen werkzaam

bepaalde bedrijven, beroepen of categorieën van beroepen. » . Art. 61.Dit hoofdstuk treedt op 1 december 2003

werking met uitzondering van artikel 60 dat op 1 januari 2004

werking treedt. HOOFDSTUK 9. - Delegatie van de bevoegdheid tot het benoemen van de leden van de paritaire comités Art. 62.

artikel 42 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De minister benoemt de leden.De minister kan deze bevoegdheid toekennen aan de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die hij aanwijst. » . HOOFDSTUK 1

  1. - Dienstencheques Afdeling
  2. - Wijzigingen aan de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten9 tot bevordering van buurtdiensten en -banen Art. 63.Artikel 1 van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten9 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wordt ondergebracht

hoofdstuk I met als opschrift : « Hoofdstuk I. Algemene bepaling ». Art. 64.De artikelen 2 tot 10 van dezelfde wet worden ondergebracht

hoofdstuk II met als opschrift : « Hoofdstuk II. Buurtdiensten en -banen

de thuishulp van huishoudelijke aard ». Art. 65.De artikelen 2 tot 7 van dezelfde wet worden ondergebracht

Afdeling 1

, met als opschrift : « Afdeling 1.

definities en algemene bepalingen ». Art. 66.Artikel 2, eerste zin, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : ». Art. 67.Artikel 2, eerste lid, 3°), van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « 3°) buurtwerken of -diensten : banenscheppende activiteiten, met of zonder handelskarakter, die

spelen op

dividuele, persoonlijke of familiale noden die zich

het raam van het dagelijkse leven laten gevoelen en die betrekking hebben op thuishulp van huishoudelijke aard. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, bepalen wat kan beschouwd worden als thuishulp van huishoudelijke aard. » . Art. 68.Artikel 2, eerste lid, 6°), van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « 6°) erkende onderneming : de onderneming die de

3°) bedoelde buurtwerken of -diensten levert, die hiertoe erkend is en die daarbij de gebruiker de kwaliteit en de veiligheid garandeert van deze diensten. » Art. 69.Artikel 2, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 7° werknemer van categorie A : de werknemer tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die tijdens zijn tewerkstelling aanspraak maakt op een werkloosheidsuitkering, op leefloon of op financiële sociale hulp. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, wat wordt verstaan onder werkloosheidsuitkering, leefloon en financiële sociale hulp. Hij bepaalt eveneens wat dient verstaan onder "tijdens zijn tewerkstelling"; 8° werknemer van categorie B : de werknemer tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst dienstencheques en die geen werknemer van categorie A is.» . Art. 70.Artikel 2, tweede lid, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 71.

artikel 2 van dezelfde wet wordt een § 2

gevoegd, luidende : « § 2. Teneinde de erkenning te bekomen bedoeld

§ 1

, eerste lid, 6°, moet de onderneming cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden : a. de onderneming heeft,

dien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op basis van deze wet,

haar schoot een "sui generis afdeling", die zich specifiek

laat met de tewerkstelling

het kader van de dienstencheques.De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, wat wordt bedoeld met een "sui generis afdeling"; b. de onderneming verbindt er zich toe de bepalingen van de artikelen 7septies, tweede lid, en 7octies, tweede lid, van deze wet na te leven;c. de onderneming verbindt er zich toe, voor wat de werknemers van categorie A betreft, hen voorrang te geven tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor zij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgen waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin zij reeds werken, overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad;d. de onderneming verbindt er zich toe de loons- en arbeidsvoorwaarden na te leven die op haar van toepassing zijn overeenkomstig deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten en de op haar geldende collectieve arbeidsovereenkomsten;e. de onderneming is, op het ogenblik van haar aanvraag tot erkenning, geen achterstallige belastingen, noch achterstallige bijdragen te

nen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of door of voor rekening van de fondsen voor bestaanszekerheid verschuldigd.De bedragen waarvoor een aflossingsplan werd opgesteld dat werd geëerbiedigd, worden niet als achterstallen beschouwd; f.

dien de onderneming een handelsvennootschap is, niet

staat van faillissement verkeren, onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de vennootschap te verbinden, geen personen hebben aan wie het uitoefenen van dergelijke functies verboden is krachtens het koninklijk besluit nr 22 van 24 oktober 1934 betreffende het gerechtelijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, noch onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de vennootschap te verbinden, personen hebben die, tijdens de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning, aansprakelijk zijn gesteld voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van de artikelen 35, 6°, 63ter, 123, tweede lid, 7° of 133bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de onderneming moet voldoen om erkend te worden. Op verzoek van een gewest of gemeenschap kan de federale overheid, via een bilateraal samenwerkingsakkoord, aan alle ondernemingen die

dat gewest of

die gemeenschap als onderneming actief willen zijn

het kader van Hoofdstuk II, bijkomende erkenningsvoorwaarden

zake de werknemers behorende tot categorie A opleggen voor wat betreft : - de minimale duur van de arbeidsovereenkomst (minimaal 1 week of 1 maand),

dien de arbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur is, die vereist wordt ten vroegste vanaf de tweede maand, gerekend van datum tot datum, na de eerste dag van tewerkstelling bij die werkgever

het kader van de dienstencheques; - de minimale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur (minimaal 1/3) van de werknemer die dient gerespecteerd te worden, ten vroegste vanaf de derde maand, gerekend van datum tot datum, na de eerste dag van tewerkstelling bij die werkgever

het kader van de dienstencheques; - de vermindering met maximum 3 maanden van de periode gedurende dewelke afwijkingen op de arbeidsovereenkomsten van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zijn toegestaan. Deze gemeenschaps- of gewestmodaliteiten moeten de bestaande bepalingen van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten naleven. Van de erkende onderneming die niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden van de vorige leden, kan de erkenning worden

getrokken, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. De erkenning en de

trekking ervan gebeuren door de minister bevoegd voor de Werkgelegenheid, na advies van een adviescommissie erkenningen, waarin eveneens de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd zijn. De Koning bepaalt de te volgen erkenningsprocedure, alsook de samenstelling en werkingsmodaliteiten van de adviescommissie erkenningen. Art. 72.

artikel 3, tweede lid, van dezelfde wet, vervallen de woorden "niet-werkende". Art. 73.Artikel 3, derde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Die werknemer mag geen bloed- of aanverwant tot

de tweede graad zijn van de gebruiker of een lid van het gezin van de gebruiker, noch dezelfde verblijfplaats hebben als de gebruiker. » . Art. 74.

artikel 3, zevende lid, van dezelfde wet, worden de woorden "de verschillende tegemoetkomingen" vervangen door de woorden "het aanvullend bedrag bedoeld

het vierde lid". Art. 75.

artikel 7, eerste lid, van dezelfde wet, wordt het woord "aanvullend"

gevoegd tussen het woord "gestorte" en het woord "bedrag". Art. 76.

artikel 7, tweede lid, van dezelfde wet, wordt

de Nederlandse tekst het woord "Uitvoering" vervangen door het woord "uitvoering". Art. 77.

hoofdstuk II van dezelfde wet worden een afdeling 2 en een afdeling 3

gevoegd, luidende : « Afdeling 2. De arbeidsovereenkomst dienstencheques Art. 7bis . Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder de arbeidsovereenkomst dienstencheques, de arbeidsovereenkomst waarbij een werknemer zich verbindt om onder gezag van een werkgever, erkend

het kader van dit hoofdstuk en tegen loon arbeidsprestaties te verrichten die recht geven op de toekenning van een dienstencheque. Art. 7ter . De arbeidsovereenkomst dienstencheques wordt geregeld door de bepalingen van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten behalve voor wat betreft de bijzondere bepalingen die

deze wet worden voorzien. Art. 7quater . De bedoeling een arbeidsovereenkomst dienstencheques te sluiten moet, voor iedere werknemer afzonderlijk, door beide partijen schriftelijk worden vastgelegd uiterlijk op het tijdstip waarop de werknemer voor de eerste maal prestaties levert voor de erkende onderneming onder het stelsel van de dienstencheques. De arbeidsovereenkomst dienstencheques moet voor iedere werknemer afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer

dienst treedt. Art. 7quinquies . De arbeidsovereenkomst voor dienstencheques bevat ten minste volgende specifieke vermeldingen : 1° de identiteit van de partijen;2° het erkenningsnummer dat de werkgever werd toegekend

het kader van dit hoofdstuk;3° de datum waarop de uitvoering van de overeenkomst wordt aangevat;4° de einddatum van de overeenkomst zo zij voor een bepaalde tijd wordt gesloten;5° de arbeidsduur en het werkrooster;

dien de overeenkomst voor een onbepaalde tijd is gesloten bepaalt de overeenkomst hoe en binnen welke termijn de werknemer over zijn werkrooster wordt geïnformeerd; bij ontstentenis van een bepaling

de overeenkomst voor een onbepaalde tijd moet de uurregeling ten minste zeven dagen vooraf ter kennis van de werknemer worden gebracht. Art. 7sexies.De arbeidsovereenkomst dienstencheques gesloten voor een bepaalde tijd : 1° kan een proefperiode van drie dagen bevatten waarna de partijen hun arbeidsovereenkomst zonder opzegging of vergoeding kunnen beëindigen;2° kan, buiten het geval bedoeld

1°, door een van de partijen eenzijdig verbroken worden door middel van een opzegging van zeven dagen die een aanvang neemt de dag na de kennisgeving. Art. 7septies.Voor de werknemers van categorie A heeft het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd gedurende een periode van zes maanden te rekenen vanaf de dag van de eerste voorafgaandelijke aangifte van de tewerkstelling van de arbeidsovereenkomst dienstencheques bij dezelfde werkgever niet het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor gevolg. De eerste gewerkte dag van de zevende maand is de werkgever gehouden aan de werknemer een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd aan te bieden. Deze overeenkomst beoogt een voltijdse of een deeltijdse tewerkstelling overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten en bedraagt ten minste de helft van de wekelijkse arbeidsduur toepasselijk op een voltijds tewerkgestelde werknemer. Voor de werknemers van categorie A, mag

geen geval worden afgeweken van de minimumduur van elke werkperiode vastgesteld bij artikel 21 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten. Art. 7octies . Voor de werknemers van categorie B heeft het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd gedurende een periode van drie maanden te rekenen vanaf de dag van de eerste voorafgaandelijke aangifte van de tewerkstelling van de arbeidsovereenkomst dienstencheques bij dezelfde werkgever niet het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor gevolg. De eerste gewerkte dag van de vierde maand is de werkgever gehouden aan de werknemer een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd aan te bieden. Deze overeenkomst is gesloten voor een voltijdse of een deeltijdse tewerkstelling overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Er kan worden afgeweken van de minimumduur van elke werkperiode vastgesteld bij artikel 21 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten. Er kan eveneens worden afgeweken van de verplichting om een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid te sluiten met een wekelijkse arbeidsduur van ten minste een derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemer zoals voorzien

artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Art. 7nonies.De Koning bepaalt de bijzondere modaliteiten van de reglementering

zake veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk die van toepassing zijn bij de uitvoering van een arbeidsovereenkomst dienstencheques. Art. 7decies.Voor de werknemers en de werkgevers die ressorteren onder het autonoom paritair subcomité, opgericht krachtens artikel 27, vierde lid, van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, worden de loons- en arbeidsvoorwaarden bepaald door de Koning op basis van de bepalingen van toepassing op de werknemers die ressorteren onder het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp. Op advies van de Nationale Arbeidsraad kan een andere referentie van toepassing zijn. Deze door de koning vastgestelde loon- en arbeidsvoorwaarden houden op van toepassing te zijn vanaf de

werkingtreding van specifieke reglementaire en conventionele bepalingen voor de werknemers en de werkgevers die ressorteren onder het autonoom paritair subcomité opgericht krachtens artikel 27, vierde lid, van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Art. 78.Artikel 10 van dezelfde wet wordt ondergebracht

hoofdstuk III met als opschrift : « Hoofdstuk III. - Evaluatie ». Art. 79.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 10.Vanaf het jaar 2005 wordt aangaande het stelsel van de dienstencheques door de minister bevoegd voor de Werkgelegenheid een jaarlijks evaluatieverslag opgemaakt, uiterlijk

de maand maart. Dit evaluatieverslag wordt overgemaakt aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de Ministerraad. Dit evaluatieverslag zal

zonderheid betrekking hebben op : - het werkgelegenheidseffect van de maatregel; - de globale bruto en netto kostprijs van de maatregel, met bijzondere aandacht voor de terugverdieneffecten, onder meer

zake werkloosheidsuitkeringen; - de specifieke bepalingen met betrekking tot de arbeidsovereenkomst dienstencheques; - de toepasselijke loons- en arbeidsvoorwaarden. » . Art. 80.

dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV

gevoegd, luidende : « Hoofdstuk IV. Andere buurtdiensten en -banen Art. 10bis . De fiscale behandeling verbonden aan de dienstencheques bedoeld

hoofdstuk II, kan voor andere activiteiten dan thuishulp van huishoudelijke aard slechts toegekend worden

dien cumulatief de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° het gaat om banenscheppende activiteiten, met of zonder handelskarakter, die

spelen op

dividuele, persoonlijke of familiale noden die zich

het raam van het dagelijkse leven laten gevoelen en die door het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap worden geselecteerd als activiteiten die kunnen vergoed worden met een dienstencheque;2° de gebruikers zijn natuurlijke personen;3° de activiteiten worden uitgevoerd door een onderneming die daartoe erkend is door het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap;4° het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap moet

zijn erkenningsvoorwaarden

schrijven dat de erkende onderneming ten aanzien van zijn werknemers voor wat betreft het soort arbeidsovereenkomst en de minimale arbeidsregeling minstens dezelfde garanties biedt als voorzien

Hoofdstuk II

, Afdeling 2, en dat de erkenning kan worden

getrokken

dien niet voldaan is aan deze garanties;5° aan de gebruiker wordt de kwaliteit en de veiligheid van deze diensten gegarandeerd;6° hierover heeft het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap een bilateraal samenwerkingsakkoord gesloten met de federale overheid.» . Art. 81.Artikel 11 van dezelfde wet wordt ondergebracht

Hoofdstuk V

met als opschrift : "Hoofdstuk V.

werkingtreding". Afdeling 2. - Wijziging aan de PWA-reglementering Art. 82.Artikel 8, § 1, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten18 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders,

gevoegd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998007295 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende zestiende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 - Sectie 16 « Landsverdediging » type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7, wordt aangevuld met het volgende lid : «

afwijking van artikel 13, eerste lid, van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar

  1. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar
  2. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten3 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de

ternationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen kan de algemene vergadering van deze vereniging een zelfde aantal leden tellen als de raad van bestuur. » . Afdeling 3 . - Slotbepalingen Art. 83.Artikel 27 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers wordt aangevuld met een derde lid en vierde lid, luidende : « De Koning kan de bevoegdheid van het paritair comité voor de uitzendarbeid uitbreiden tot de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren en hun werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques en kan de samenstelling van dit paritair comité aanpassen

overeenstemming met zijn gewijzigde bevoegdheid.

afwijking van de artikelen 8 en 37 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités kan de Koning

het paritair comité voor de uitzendarbeid autonome paritaire subcomités oprichten. » . Art. 84.Dit hoofdstuk treedt

werking met

gang van 1 januari

  1. Voor de werknemers die prestaties verrichtten onder het stelsel van de dienstencheques vóór 1 januari 2004, wordt, voor toepassing van artikel 7septies, tweede lid, van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten9 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, de eerste gewerkte dag na 30 juni 2004 geacht de eerste werkdag van de zevende maand te zijn. Voor de werknemers die prestaties verrichtten onder het stelsel van de dienstencheques vóór 1 januari 2004, wordt, voor toepassing van artikel 7octies, tweede lid van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten sluiten9 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, de eerste gewerkte dag na 31 maart 2004 geacht de eerste gewerkte dag van de vierde maand te zijn. TITEL III. - Pensioenen HOOFDSTUK
  2. - Aanvullende pensioenen van beroepssporters Art. 85.Artikel 27 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen

zake sociale zekerheid, wordt aangevuld met een § 3, luidend als volgt : « §

  1. Voor de betaalde sportbeoefenaar, bedoeld bij de wet van 24 februari 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, wordt het ogenblik van zijn pensionering vastgesteld op het ogenblik van de stopzetting van de onderwerping van die sportbeoefenaar aan de voormelde wet van 24 februari 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten
  2. Dit ogenblik kan ten vroegste worden vastgesteld op de eerste dag van de maand die volgt op deze waarin de betaalde sportbeoefenaar de leeftijd van 35 jaar bereikt en hij zijn sportieve beroepsactiviteit definitief en volledig stopzet. » . HOOFDSTUK
  3. - Grens- en seizoenwerknemers Art. 86.De bedragen van de buitenlandse en de Belgische pensioenen die als basis dienen voor de berekening van het bedrag van de pensioenen bedoeld

de artikelen 3, § 7, en 4, § 6,

de artikelen vermeld

artikel 16, 1°, g) en m), van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten3 tot

stelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van het werknemerspensioen aan de evolutie van het algemeen welzijn en

de artikelen 5, § 7, en 7, § 6, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, worden niet meer aangepast aan de stijging van de kosten van levensonderhoud of schommelingen van het algemeen welzijnsniveau

het buitenland, zodra de pensioenen bedoeld

de voormelde artikelen daadwerkelijk zijn

gegaan. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen betreffende de pensioenregeling voor zelfstandigen Art. 87.

artikel 52bis van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen,

gevoegd door het koninklijk besluit nr 1 van 26 maart 1981, gewijzigd bij de wetten van 14 december 1989, 25 januari 1999, 30 december 2001 en 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

, vierde lid, worden de woorden "7 pct" vervangen door de woorden "8,17 %";2°

§ 2, laatste lid, worden de woorden "7 %" vervangen door de woorden "8,17 %".

Art. 88.

artikel 6 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten16 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten3 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten03, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Met het oog op de berekening van het rustpensioen wordt de teller van de breuk die de loopbaan uitdrukt, bedoeld

artikel 4, § 1,

vier delen opgesplitst : 1° een eerste deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 2002 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;2° een tweede deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1996 en vóór 1 januari 2003 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;3° een derde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1983 en vóór 1 januari 1997 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;4° het saldo dat verondersteld wordt uitsluitend overeen te komen met het gedeelte van de loopbaan vóór 1984.» ; 2° § 2 wordt vervangen door volgende bepaling : « § 2.Per kalenderjaar wordt het pensioen dat overeenstemt met de loopbaan bedoeld

§ 1

, 1°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met : 1° een breuk waarvan de teller 1 is en de noemer deze is bedoeld

artikel 4, § 2, of

artikel 18.Wanneer het betrokken jaar niet volledig

aanmerking komt, wordt de teller van deze breuk teruggebracht tot 0,25, 0,50 of 0,75 naargelang 1, 2 of 3 kwartalen konden

aanmerking genomen worden; 2° 75 pct.of 60 pct., naargelang de betrokkene al dan niet beantwoordt aan de voorwaarden gesteld

artikel 9, § 1, 1° van het koninklijk besluit nr 72; 3° 0,663250 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 31 820,77 EUR niet overschrijdt; 0,541491 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 31 820,77 EUR overschrijdt. Het

het vorige lid, 3°, bedoelde bedrag is gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996 = 100). Het wordt aangepast teneinde het te brengen op het prijspeil van het beschouwde jaar door het te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de noemer 103,14 is en de teller gelijk is aan het gemiddelde van de maandelijkse

dexcijfers der consumptieprijzen van het beschouwde jaar. Wanneer het beschouwde jaar dit van de

gangsdatum van het pensioen voorafgaat, wordt het gemiddelde bedoeld

het vorige lid vastgesteld door, voor elk van de drie laatste maanden van het betrokken jaar, het

dexcijfer te weerhouden van de overeenstemmende maand van het vorige jaar vermenigvuldigd met de coëfficiënt die bekomen wordt door het

dexcijfer van de maand september van het jaar waarvoor het gemiddelde moet vastgesteld worden te delen door het

dexcijfer van dezelfde maand van het vorige jaar. » ; 3° een § 2bis wordt

gevoegd, luidend als volgt : « § 2bis .Per kalenderjaar wordt het pensioen dat overeenstemt met de loopbaan bedoeld

§ 1

, 2°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met : 1° een breuk waarvan de teller 1 is en de noemer deze is bedoeld

artikel 4, § 2, of

artikel 18.Wanneer het betrokken jaar niet volledig

aanmerking komt, wordt de teller van deze breuk teruggebracht tot 0,25, 0,50 of 0,75 naargelang 1, 2 of 3 kwartalen konden

aanmerking genomen worden; 2° 75 pct.of 60 pct., naargelang de betrokkene al dan niet beantwoordt aan de voorwaarden gesteld

artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr 72; 3° 0,567851 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 35 341,68 EUR niet overschrijdt; 0,463605 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 35 341,68 EUR overschrijdt. Het

het vorige lid, 3°, bedoelde bedrag is gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996 = 100). Het wordt aangepast teneinde het te brengen op het prijspeil van het beschouwde jaar door het te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de noemer 103,14 is en de teller gelijk is aan het gemiddelde van de maandelijkse

dexcijfers der consumptieprijzen van het beschouwde jaar. Wanneer het beschouwde jaar dit van de

gangsdatum van het pensioen voorafgaat, wordt het gemiddelde bedoeld

het vorige lid vastgesteld door, voor elk van de drie laatste maanden van het betrokken jaar, het

dexcijfer te weerhouden van de overeenstemmende maand van het vorige jaar vermenigvuldigd met de coëfficiënt die bekomen wordt door het

dexcijfer van de maand september van het jaar waarvoor het gemiddelde moet vastgesteld worden te delen door het

dexcijfer van dezelfde maand van het vorige jaar. » ; 4°

§ 3

worden de woorden "bedoeld

§ 1

, 2°" vervangen door de woorden "bedoeld

§ 1

, 3°";5°

§ 4

worden de woorden "bedoeld

§ 1

, 3°" vervangen door de woorden "bedoeld

§ 1, 4°".

Art. 89.

artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997003624 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven

zake minerale olie sluiten03, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door volgende bepaling : « § 1.Met het oog op de berekening van het overlevingspensioen wordt de teller van de breuk die de loopbaan uitdrukt, bedoeld

artikel 7, § 1,

vier delen opgesplitst : 1° een eerste deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 2002 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;2° een tweede deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1996 en vóór 1 januari 2003 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;3° een derde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1983 en vóór 1 januari 1997 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;4° het saldo dat verondersteld wordt uitsluitend overeen te komen met het gedeelte van de loopbaan vóór 1984.» ; 2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.Per kalenderjaar wordt het pensioen dat overeenstemt met de loopbaan bedoeld

§ 1

, 1°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met : 1° een breuk waarvan de teller 1 is en de noemer deze is van de breuk bedoeld

artikel 7, § 2, of § 3.Wanneer het betrokken jaar niet volledig

aanmerking komt, wordt de teller van deze breuk teruggebracht tot 0,25, 0,50 of 0,75 naargelang 1, 2 of 3 kwartalen konden

aanmerking genomen worden; 2° 60 pct.; 3° 0,663250 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 31 820,77 EUR niet overschrijdt; 0,541491 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 31 820,77 EUR overschrijdt. Het

het vorige lid, 3°, bedoelde bedrag is gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996 = 100). Het wordt aangepast teneinde het te brengen op het prijspeil van het beschouwde jaar volgens de modaliteiten voorzien

artikel 6, § 2, tweede en derde lid. » ; 3° een § 2bis wordt

gevoegd, luidend als volgt : « § 2bis .Per kalenderjaar wordt het pensioen dat overeenstemt met de loopbaan bedoeld

§ 1

, 2°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met : 1° een breuk waarvan de teller 1 is en de noemer deze is van de breuk bedoeld

artikel 7, § 2 of § 3.Wanneer het betrokken jaar niet volledig

aanmerking komt, wordt de teller van deze breuk teruggebracht tot 0,25, 0,50 of 0,75 naargelang 1, 2 of 3 kwartalen konden

aanmerking genomen worden; 2° 60 pct.; 3° 0,567851 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 35 341,68 EUR niet overschrijdt; 0,463605 voor het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat 35 341,68 EUR overschrijdt. Het

het vorige lid, 3°, bedoelde bedrag is gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996 = 100). Het wordt aangepast teneinde het te brengen op het prijspeil van het beschouwde jaar volgens de modaliteiten voorzien

artikel 6, § 2bis, tweede en derde lid. » ; 4°

§ 3

worden de woorden "bedoeld

§ 1

, 2°" vervangen door de woorden "bedoeld

§ 1

, 3°";5°

§ 4

worden de woorden "bedoeld

§ 1

, 3°" vervangen door de woorden "bedoeld

§ 1, 4°".

Art. 90.

artikel 10 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste en tweede lid, worden de woorden "bedoeld

de artikelen 6, § 2, eerste lid, 3° en 9, § 2, eerste lid, 3°" vervangen door de woorden "bedoeld

artikel 6, § 2, eerste lid, 3° en § 2bis, eerste lid, 3° en

artikel 9, § 2, eerste lid, 3° en § 2bis, eerste lid,3°";2°

§ 2

worden de woorden "bedoeld

de artikelen 6, § 2, 3° en 9, § 2, 3°" vervangen door de woorden "bedoeld

artikel 6, § 2, eerste lid, 3°, en § 2bis, eerste lid, 3° en

artikel 9, § 2, eerste lid, 3°, et § 2bis, eerste lid, 3°". Art. 91.De artikelen 7 en 8 van de programmawet (I) van 24 december 2002 worden

getrokken. Art. 92.De artikelen 87 en 91 hebben uitwerking met

gang van 1 januari 2003. De artikelen 88 tot en met 90 hebben uitwerking met

gang van 1 januari 2003 voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2004

gaan. HOOFDSTUK 4. - Aanvullende pensioenen voor zelfstandigen Art. 93.

artikel 42 van de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

de bepaling onder 3° worden de woorden "artikel 12, § 1" vervangen door de woorden "artikel 12, §§ 1 en 1bis ";b) de bepaling onder 4° wordt aangevuld als volgt : « die de

artikel 12, § 1, bedoelde bijdragen of de overeenkomstig artikel 12, § 1ter, berekende bijdragen van voormeld koninklijk besluit nr.38 verschuldigd is »; c)

de bepaling onder 5° worden de woorden "artikel 12, § 1" vervangen door de woorden "artikel 12, §§ 1 en 1bis ". Art. 94.

artikel 44, § 2, derde lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de woorden "7 %" vervangen door de woorden "8,17 %". Art. 95.Dit hoofdstuk treedt

werking op 1 januari

  1. HOOFDSTUK
  2. - Sociaal statuut van de meewerkende echtgenoot Art. 96.Artikel 7, 1°, van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende

richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, opgeheven bij de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring type wet prom. 10/06/1998 pub. 15/08/1998 numac 1998022534 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders sluiten3, wordt hersteld

volgende lezing : « 1° de echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige behoudens wanneer deze echtgenoot of echtgenote onder toepassing valt van artikel 7bis ; ». Art. 97.Artikel 10, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt aangevuld als volgt : « 6° onder welke voorwaarden de

artikel 7bis bedoelde helpers ambtshalve worden aangesloten bij de kas waarbij de zelfstandige echtgenoot is aangesloten. » . Art. 98.Artikel 16, § 2, tweede lid, 3°, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 3 december 1984, wordt aangevuld als volgt : « Genoemde aangetekende brief stuit

voorkomend geval eveneens de verjaring van de vordering van de bijdragen die verschuldigd zijn door de

artikel 7bis bedoelde meewerkende echtgenote. » . Art. 99.De artikelen 96 tot 98 hebben uitwerking met

gang van 1 januari

  1. TITEL IV. - Sociale zaken en Volksgezondheid HOOFDSTUK
  2. - Wijzigingen aan de wet betreffende de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling
  3. - Geneesmiddelen Onderafdeling
  4. - Radio-isotopen Art. 100.Artikel 29bis, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994,

gevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten0, wordt aangevuld als volgt : « 4° het formuleren van voorstellen betreffende de terugbetalingsmodaliteiten voor de

artikel 34, eerste lid, 5°, d), bedoelde geneesmiddelen. » . Art. 101.

artikel 37, § 3, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden "de

artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), bedoelde farmaceutische producten" vervangen door de woorden "de

artikel 34, eerste lid, 5°, b), c), en d), bedoelde geneesmiddelen";2°

het tweede, derde en vijfde lid worden de woorden "farmaceutische producten" telkens vervangen door de woorden "geneesmiddelen";3°

het tweede lid worden de woorden "

artikel 35, § 1, bedoelde"geschrapt;4°

het vierde lid wordt het woord "producten" vervangen door het woord "geneesmiddelen" 5° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning omschrijft de

artikel 34, eerste lid, 5°, d), bedoelde verstrekkingen en de voorwaarden waaronder de verzekering voor geneeskundige verzorging tegemoetkomt

de kosten van deze verstrekkingen.Hij stelt de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging vast voor deze verstrekkingen. » . Onderafdeling 2. - Definitie geneesmiddel Art. 102.

artikel 34, eerste lid, 5°, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 20 december 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de punten

  1. b)en
  2. c)worden de woorden ", zoals opgenomen

de Anatomical Therapeutical Chemical Classification vastgesteld onder de verantwoordelijkheid van het World Health Organisations Collaborating Center for Drug Statistics Methodology,"

gevoegd na de woorden "voornaamste werkzaam bestanddeel".2° er wordt een punt

  1. d)toegevoegd, luidend : «
  2. d)radiofarmaceutica en radionucleïden die

de vorm van verzegelde bronnen worden gebruikt ». Onderafdeling 3. - Magistrale bereidingen Art. 103.

artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2001, 22 augustus 2002 en 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, zevende lid, wordt de vermelding "5°, a) " telkens vervangen door de vermelding "5°, a), en d),";2° § 1 wordt aangevuld met een nieuw lid, luidend als volgt : « De Koning omschrijft voor wat de

artikel 34, eerste lid, 5°, a) bedoelde verstrekkingen betreft, de procedure tot vaststelling van de vergoedingsbasis, waarbij de Technisch Farmaceutische Raad een voorstel formuleert, rekening houdend met de door Hem uit te werken elementen die onder meer betrekking hebben op de

de handel beschikbare verpakkingen, de verkoopprijs aan apotheker en gegevens over de verkochte hoeveelheden.Hij bepaalt de procedure voor de aanneming van deze verstrekkingen, voor de wijziging van de vergoedingsvoorw

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.