(3)van Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (RfG). Ten slotte heeft Elia op 17 mei 2018 op haar website een verslag gepubliceerd van de formele openbare raadpleging over de voorgestelde aangepaste federale technische reglementen en de algemene eisen voor RfG, DCC, HVDC en opslag. Dit verslag is aan de bevoegde autoriteiten toegezonden. De Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie heeft vervolgens het definitieve voorstel bestudeerd, evenals het verslag van de openbare raadpleging die door Elia werden meegedeeld en er wijzigingen aan aangebracht rekening houdend met de resultaten van de raadpleging van de gewestelijke overheden, de juridische aard van de Europese netcodes, de beginselen van wetgevingstechnieken, het advies van de commissie, het advies van de Inspecteur van Financiën alsook het advies van de Afdeling wetgeving van de Raad van State. Het doel van de aangebrachte aanpassingen was dan ook de wettigheid van de tekst te waarborgen en tegelijkertijd het resultaat van de raadpleging van de marktpartijen, zoals dat uit de discussies in de User Group en de officiële openbare raadpleging naar voren kwam, zoveel mogelijk te behouden. III. Samenvattende beschrijving van het voorwerp van dit ontwerp van koninklijk besluit en de aangebrachte aanpassingen gelet op het huidig Technisch Reglement. Het huidig technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe is nauwelijks herzien sinds de aanneming ervan bij koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten (in 2015, 2017 en 2018 op specifieke punten). Dit ontwerpbesluit strekt ertoe het te vervangen teneinde : o de bestaande Belgische regels met betrekking tot andere aspecten dan die welke voortvloeien uit de bovenvermelde Europese verordeningen te actualiseren en vervolledigen. In het algemeen werden de inhoud en de structuur van het huidig technische reglement zoveel mogelijk gehandhaafd. De wijzigingen zijn immers bedoeld om de tekst te laten evolueren en niet om een radicale verandering teweeg te brengen. o de bepalingen te schrappen die in strijd zouden zijn met de bovengenoemde Europese verordeningen; o de bepalingen van de Europese verordeningen te implementeren waarbij aan de Lidstaat een beoordelingsmarge wordt gelaten; Voor wat betreft de technische aansluitingsspecificaties met betrekking tot de netgebruikers, zijn de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC alleen van toepassing op nieuwe installaties, behoudens beslissing van de nationale regelgevende instantie die het toepassingsgebied van deze eisen kan uitbreiden (naar bestaande installaties bijvoorbeeld) of beperken (door afwijkingen te aanvaarden voor bepaalde installaties die normaal onderworpen zijn aan deze technische specificaties) of tenzij de substantiële moderniseringsprocedure wordt geïmplementeerd. Bijgevolg werd er besloten om in Deel III van het Federaal Technisch Reglement betreffende de aansluiting een duidelijk onderscheid te maken tussen de technische specificaties die van toepassing zijn op de bestaande installaties en deze die van toepassing zijn op de nieuwe installaties. Bepaalde regels zijn van toepassing op alle installaties; in dit geval wordt dit duidelijk gepreciseerd in de titel van de sectie. Tenslotte reproduceert huidig ontwerp, ten uitzonderlijke titel, nauwkeurig enkele bepalingen uit de bovengenoemde Europese verordeningen teneinde de leesbaarheid van het Technisch Reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe te handhaven. Wanneer dit het geval is, wordt een verwijzing naar de relevante betreffende bepaling van de verordening gemaakt ("in overeenstemming met [of : onverminderd] artikel ... van de verordening ...") zodat de aard van deze bepaling identificeerbaar blijft en dit in overeenstemming met de voorwaarden die zijn opgelegd door de afdeling Wetgeving van de Raad van State, gelet op het juridische karakter van deze Europese verordeningen. Deze laatsten zijn inderdaad uitvoeringshandelingen waarvan de geldigheid afhangt van Verordening 714/2009. Net als laatstgenoemde, hebben zij, overeenkomstig artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, een algemene strekking en zijn zij bindend in al hun elementen. Deze bepalingen zijn eveneens rechtstreeks van toepassing in alle Lidstaten, vanaf de datum van hun inwerkingtreding. Behalve wanneer de Verordening een bepaalde beoordelingsmarge laat voor wat betreft haar implementatie, betekent een dergelijke rechtstreekse toepasselijkheid dat het niet noodzakelijk is dat de Lidstaten tussenbeide komen teneinde de bepalingen van de Verordening in hun nationaal rechtssysteem te integreren. De bepalingen van een Verordening moeten met name niet worden omgezet in het nationaal recht van de Lidstaten. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bovendien duidelijk gemaakt dat het de Lidstaten verboden zou zijn bepalingen van een Europese verordening op te nemen in een nationale reglementering : "dat de lidstaten derhalve geen besluiten kunnen nemen, noch het nemen daarvan door tot regelstelling bevoegde nationale instanties kunnen toelaten, door welke besluiten het gemeenschapskarakter van een rechtsregel en van zijn rechtsgevolg voor de justitiabelen zou worden verheeld" (HvJ, 2 februari 1977, 50/76, Amsterdam Bulb, p. 7.). In navolging van deze rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de Afdeling Wetgeving van de Raad van State herhaaldelijk gepreciseerd dat "Niet alleen is een dergelijke werkwijze overbodig op het normatieve vlak aangezien ze geen nieuwe norm tot stand brengt, maar bovendien houdt ze het gevaar in dat verwarring ontstaat inzake het rechtskarakter van het in de internrechtelijke regeling opgenomen voorschrift en onder meer over de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie om kennis te nemen van alle betwistingen in verband met de voorschriften van de verordening. Ook kan deze werkwijze verwarring doen ontstaan over het ogenblik van inwerkingtreding van de betrokken normen." (zie hiervoor : RvS, 25 oktober 2011, advies nr. 50.381/3; RvS, 13 januari 2014, advies nr. 54.817/6). De Afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft echter een uitzondering op deze strikte opvatting toegelaten, namelijk dat de reproductie van de bepalingen van een Europese Verordening kan worden toegelaten indien deze voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden (zie : RvS, 25 oktober 2011, advies nr. 50.381/3; RvS, 13 januari 2014, advies nr. 54.817/6) : o in zoverre zulks noodzakelijk is voor de leesbaarheid van eventuele internrechtelijke uitvoeringsmaatregelen; o de reproductie moet exact zijn; o de relevante kwestieuze bepaling van de verordening wordt genoemd, zodat de aard van deze bepaling identificeerbaar blijft. IV. Advies 65.632/3 van 9 april 2019 van de Raad van State, afdeling Wetgeving Dit besluit houdt op passende wijze rekening met het advies van de Raad van State dat gegeven werd over dit besluit. De gevraagde controles en de gevraagde verduidelijkingen werden verricht. Wat de opmerkingen van dit advies met betrekking tot artikel 22 van het ingediende ontwerp betreft, werden volgende wijzigingen aangebracht : 1° verwijdering van lid 1;dit lid van het ontwerp voorzag oorspronkelijk in de mogelijkheid voor de Algemene Directie Energie om een advies te verstrekken aan de transmissienetbeheerder aangaande de documenten die het voorwerp hadden uitgemaakt van een openbare raadpleging in uitvoering van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren, alsook over de resultaten van deze openbare raadpleging, voorafgaand aan de verzending door de transmissienetbeheerder van deze documenten aan de commissie. Na overleg met de commissie werd deze mogelijkheid verwijderd omdat bleek dat dit een bijkomende, niet-noodzakelijke stap betrof aangezien 1° de bevoegde autoriteiten van iedere Lidstaat geconsulteerd worden in het kader van de openbare raadpleging, 2° bepaalde Europese reglementen (richtsnoeren SOGL en EBGL) uitdrukkelijk in de mogelijkheid voorzien voor een Lidstaat om een advies te verstrekken aan de reguleringsautoriteit aangaande de modaliteiten en voorwaarden of methodologieën die aan hem ter goedkeuring worden voorgelegd door de transmissienetbeheerder en 3° deze laatste mogelijkheid om een advies te verstrekken uitgebreid werd teneinde het geheel van de modaliteiten en voorwaarden of methodologieën die aan de reguleringsautoriteit ter goedkeuring worden voorgelegd door de transmissienetbeheerder te beogen door de leden 2 tot 4 van ditzelfde artikel 22 zoals voorgelegd voor advies. Rekening houdend met deze verwijdering had de handhaving van dit lid 1 geen voorwerp meer en was ze overbodig in het licht van de rechtstreeks toepasselijke bepalingen van de Europese verordeningen. Het gaf bovendien aanleiding tot verwarring aangezien het "de betrokken partijen" herleidde tot "partijen geregistreerd op zijn website", die worden gecontacteerd door middel informatiebrief of elektronisch bericht. Dit lid 1 werd bijgevolg geheel geschrapt. 2° lid 2 van artikel 22 zoals voorgelegd aan de Raad van State voor advies werd gewijzigd en onderverdeeld in twee leden die thans de leden 1 en 2 vormen van dit artikel.Het nieuwe eerste lid, in combinatie met de leden 3 en 4, vervolledigt de artikelen 6.2. en 6.3. van de Europese richtsnoeren SOGL, of met de artikelen 5.2 tot 5.4 van de Europese richtsnoeren EBGL door te voorzien in de voorwaarden waarin een advies kan worden gegeven aan de commissie in het kader van de goedkeuring door deze van de voorwaarden en modaliteiten of methodologieën die door de transmissienetbeheerder werden voorgelegd. De relatie tussen deze bepaling en de Europese verordeningen wordt verduidelijkt door middel van passende verwijzingen, overeenkomstig het advies van de Raad van State. Door deze bepaling dient de commissie aan de Algemene Directie Energie te vragen om een niet-bindend advies te verstrekken over de voorwaarden en modaliteiten of methodologieën die door de transmissienetbeheerder aan hem ter goedkeuring werden voorgelegd binnen de vijftien kalenderdagen volgend op hun ontvangst. In zijn adviesvraag aan de Algemene Directie Energie, verduidelijkt de commissie de termijn waarbinnen het advies aan hem kan worden overgemaakt, die niet minder dan vijftien kalenderdagen mag bedragen. Indien de Algemene Directie Energie haar voornemen om een advies te verstrekken niet heeft kenbaar gemaakt binnen een termijn van vijf werkdagen vanaf de melding van de commissie, wordt zij verondersteld beslist te hebben om geen advies te verstrekken. Het tweede lid, in combinatie met de leden 3 en 4, beoogt van zijn kant om aan de Algemene Directie Energie eenzelfde adviesbevoegdheid toe te kennen in het geval de commissie de door artikel 4 van de Europese richtsnoeren FCA of door artikel 9 van de Europese richtsnoeren CACM vereiste voorwaarden en modaliteiten of methodologieën dient goed te keuren, naar analogie met de artikelen 6.2. en 6.3. van de Europese richtsnoeren SOGL, of met de artikelen 5.2 tot 5.4 van de Europese richtsnoeren EBGL. De relatie tussen deze bepalingen en de Europese verordeningen wordt verduidelijkt door middel van de passende verwijzingen, overeenkomstig het advies van de Raad van State. In dit opzicht, staat het een Lidstaat vrij om alle maatregelen te nemen die hij opportuun acht om een Europese verordening te implementeren, voor zover deze : - geen afbreuk doet aan de uniforme toepassing van de Europese verordening binnen de Unie; - geen afbreuk doet aan rechtstreekse toepasbaarheid van de verordening; - geen twijfel creëert aangaande de oorsprong van de bepaling (Europees recht of nationaal recht); - er niet tegenstrijdig mee is. Deze nieuwe leden 1 en 2 van artikel 22 van dit besluit zijn met geen enkele van de hiervoor vermelde verbodsbepalingen in strijd. Deze leden zijn daarentegen een nuttige aanvulling op voormelde bepalingen van de richtsnoeren SOGL, EBGL, FCA en CACM. Ten slotte, kan de verplichting die aan de commissie wordt opgelegd om het advies in te winnen van Algemene Directie Energie niet worden gelijkgesteld met een rechtstreekse instructie, in de zin van artikel 35, paragraaf 4, punt
- b)
- ii)van richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, gezien het facultatieve en niet-bindende karakter van dit advies, zodat geen enkele afbreuk aan diens onafhankelijkheid wordt gedaan. Wat het punt het advies van de Raad van State betreft dat handelt over de "verwijzingen naar de technische normen", past het om in herinnering te brengen dat artikel 190 van de gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994 bepaalt dat : "Geen wet, geen besluit of verordening van algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur (...) verbindend (
- is)dan na te zijn bekendgemaakt in de vorm bij de wet bepaald". Te dien einde, vestigt artikel 56, § 1, lid 3 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken het beginsel volgens hetwelk de koninklijke en ministeriële besluiten integraal in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. Paragraaf 3 van hetzelfde artikel bepaalt dat "De wetten en verordeningen (...) bovendien een andere wijze van bekendmaking van de koninklijke en ministeriële besluiten, alsook van de in § 2 bedoelde vertalingen (kunnen) voorschrijven [vertaling in de Duitse taal]". Volgens artikel VIII.1 van het wetboek van economisch recht echter geven normen "de regels van goed vakmanschap weer die, op het ogenblik dat ze worden aangenomen, gelden voor een bepaald product, een bepaald procedé of een bepaalde dienst" en gebeurt hun naleving op vrijwillige basis, tenzij de naleving ervan is opgelegd door een wettelijke, reglementaire of contractuele bepaling. Het commentaar bij artikel VIII.1, lid 2, verduidelijkt het volgende : "Het tweede lid van artikel VIII.1 is een nieuwe bepaling die tot doel heeft te herhalen dat de naleving van een norm vrijwillig is maar dat dit geen afbreuk doet aan de mogelijkheid om de naleving verplicht te stellen in wetten, besluiten, verordeningen, administratieve handelingen, lastenboeken of overeenkomsten van gemeen recht. Aangezien ze uit hun aard van vrijwillige toepassing zijn, is de naleving van de normen juridisch niet verplicht. Het is echter mogelijk dat dwingende regels zoals een wet of een koninklijk besluit, verwijzen naar normen en ze verplicht stellen. In dat geval verkrijgen deze normen een verbindend karakter, dat ze dus halen uit de regelgeving. Een identieke aanpak geldt voor de overeenkomsten die verwijzen naar normen, en dit overeenkomstig artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek" (wetsontwerp tot invoering van het Wetboek economisch recht, artikelsgewijze bespreking van Boek VIII, Parl.St., Kamer, 2012-2013, nr. 53-2543/001, p. 28).Bijgevolg maakt een norm zoals bedoeld door het wetboek van economisch recht niet op zichzelf een reglementaire handeling uit die het voorwerp dient uit te maken van een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De bindende kracht van de norm zal dus niet uit zichzelf voortkomen maar uit haar eventuele opname in een andere handeling en de juridische kracht die daarmee verband houdt (J. Dumortier, L. Godts, "Les aspects juridiques de la normalisation en Belgique", in Legal Aspects of Standardisation of the E.C. and E.F.T.A., vol. 2, Country Reports, edited by Jose Falke, Harm Schepel, Luxembourg : Office for Official Publications of the European Communities, ISBN 92-828-8908-4.). Wat de normen bekendgemaakt door het Bureau voor Normalisatie betreft, voorziet het koninklijk besluit van 25 oktober 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/10/2004 pub. 09/11/2004 numac 2004011453 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen sluiten betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen in artikel 2 dat "De Staat en de andere publiekrechtelijke personen kunnen aan de door het Bureau gepubliceerde normen refereren, in besluiten, verordeningen, administratieve handelingen en bestekken door een eenvoudige verwijzing naar het indicatief van deze normen". In zijn advies 37.516/1/V gegeven op 20 juli 2004 was de afdeling wetgeving van de Raad van State van oordeel dat een wettelijke basis voor deze bepaling ontbrak en verduidelijkte zij het volgende : "Artikel 2 van het ontwerp beoogt de Staat en de andere publiekrechtelijke personen te machtigen om de naleving van de door het Bureau voor Normalisatie gepubliceerde normen verplicht te stellen. Een dergelijke machtiging dient door de wetgever te worden bepaald". Teneinde tegemoet te komen aan deze kritiek, werd een gelijkaardige bepaling ingevoegd in artikel VIII.2 van het wetboek van economisch recht. Deze luidt als volgt : "De Staat en alle andere publiekrechtelijke personen kunnen refereren aan de door het Bureau voor Normalisatie gepubliceerde normen door een eenvoudige verwijzing naar de referte van deze normen". Het commentaar bij dit artikel verduidelijkt dat deze ontleend is "aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/10/2004 pub. 09/11/2004 numac 2004011453 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen sluiten betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen, koninklijk besluit waarvan de rechtsgrond wordt betwist door de Raad van State. De invoeging in de wet laat toe om deze onduidelijkheid weg te werken" (wetsontwerp tot invoering van het Wetboek economisch recht, artikelsgewijze bespreking van Boek VIII, Parl.St., Kamer, 2012-2013, nr. 53-2543/001, p. 28). In zijn advies nr. 51.886/1 van 20 september 2012 over boek VIII van het wetboek van economisch recht met betrekking met name tot de normalisatie heeft de afdeling wetgeving van de Raad van State geen opmerkingen geformuleerd aangaande deze artikelen VIII.1 en VIII.2 en hun commentaar. Bijgevolg is dit besluit in overeenstemming met het wetboek van economisch recht doordat het de naleving van de normen bekendgemaakt door het Bureau voor Normalisatie verplicht maakt door een verwijzing hiernaar. Zelfs indien men zou stellen dat de normen reglementaire handelingen worden door deze verwijzing, bepaalt artikel 190 van de grondwet enkel dat handelingen van deze aard slechts na bekendmaking in de vorm "bij de wet bepaald" bindende kracht kunnen hebben. In voorkomend geval, wijkt de wet af van de gebruikelijke bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Deze bekendmaking door het Bureau voor Normalisatie komt tegemoet aan de essentiële voorwaarden inzake toegankelijkheid en zichtbaarheid van een officiële bekendmaking zoals opgeworpen door de Raad van State in haar advies aangezien : - zij beschikbaar zijn in het Frans en in het Nederlands, en - de te betalen kosten niet kunnen beschouwd worden op onevenredige wijze de toegang te verhinderen tot de normen, rekening houdend, enerzijds, met de vermelde prijzen en, anderzijds, met de professionele hoedanigheid van de personen die deze normen dienen na te leven, namelijk : de transmissienetbeheerder zelf, iedere beheerder van een openbaar distributienet of van een CDS aangesloten op dit net, iedere andere netgebruiker die, gezien het spanningsniveau, ofwel een elektriciteitsproducent is, een exploitant van een asynchroon opslagpark is, of een industrieel is, hun werknemers of onderaannemers. Wat het punt van het advies van de Raad van State betreft, handelend over de artikelen 375 en 376 (nu 373 en 374) van het huidige ontwerp besluit, wordt een expliciete termijn voorzien binnen dewelke de in deze bepalingen bedoelde contracten afgesloten moeten worden. De door de Raad van Staat gesuggereerde sanctie is echter strijdig met artikel 15 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling, M. C. MARGHEM RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 65.632/3 van 9 april 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en tot vervanging van het Koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe' Op 8 maart 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Energie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en tot vervanging van het Koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe'. Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 2 april 2019. De kamer was samengesteld uit Jo BAERT, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Peter SOURBRON, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Annemie GOOSSENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Tim CORTHAUT, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo BAERT, kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 april 2019. Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot de invoering van een nieuw technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, dat beter is afgestemd op het nieuwe Europese wetgevende kader, en dat in de plaats komt van het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe'. Het ontworpen besluit vindt in hoofdzaak rechtsgrond in artikel 11, eerste lid, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten `betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt'. Bij die bepaling wordt de Koning gemachtigd om een technisch reglement op te stellen voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe. De rechtsgrond voor de ontworpen bepalingen in titel II ("Planningsgegevens van het net") wordt specifiek geboden door artikel 13, § 1, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, dat de Koning machtigt om de nadere regels te bepalen van de procedure van opstelling, goedkeuring en publicatie van het plan voor de ontwikkeling van het transmissienet. Artikel 368 van het ontworpen besluit vindt specifiek rechtsgrond in artikel 30, § 2, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, op grond waarvan de Koning strafsancties kan bepalen voor door hem aan te duiden inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van de voormelde wet. Het ontwerp moet worden gelezen in samenhang met een aantal Europese verordeningen waarnaar wordt verwezen in de aanhef. Ook al kunnen de betrokken verordeningsbepalingen wegens het zogenaamde overschrijfverbod niet worden overgenomen in het ontwerp, toch vereisen ze soms dat de lidstaten bijkomende regels aannemen ter uitvoering ervan, waarbij vaak keuzes moeten worden gemaakt binnen de marges die ter zake aan de lidstaten worden gelaten. Dat alles maakt het bijzonder complex om te onderzoeken of het voorliggende ontwerp correct aansluit bij het Europeesrechtelijke kader, met andere woorden of de combinatie van de voorgenomen nationale normen en de verordeningen een consistent normencomplex vormen, zonder doublures, hiaten of contradicties. Aan de gemachtigde werd dan ook gevraagd om een concordantietabel te bezorgen met enerzijds de bepalingen van het ontwerp en anderzijds de Europeesrechtelijke bepalingen die ermee worden geïmplementeerd. De gemachtigde kon hier evenwel niet op ingaan en bezorgde enkel een concordantietabel met betrekking tot het ontworpen technisch reglement en het bestaande technisch reglement. Daarbij verstrekte hij de volgende toelichting: "Om een voorlopig antwoord te bieden op uw vraag betreffende een concordantietabel, geef ik eerst even de structuur van het `Ontwerp van koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en tot vervanging van het Koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe' mee. Dit ontwerp KB neemt heel wat bestaande stukken over van het KB dat het zal vervangen, hoofdzakelijk met een actualisatie in overleg met de netbeheerder. Hier werken we hard aan een concordantietabel tussen het oud KB en het nieuw. De netbeheerder had bij haar voorstel deze tabel meegeleverd, maar door wat verschuivingen heeft deze nood aan een extra controle. Betreffende de nieuwe stukken gelieerd aan de Europese netwerkcodes zijn enkel de artikels in dit KB verwerkt waar de Europese verordeningen vrijheidsgraden geven aan de transmissienetbeheerder. Andere artikels zijn direct toepasbaar en worden, volgens het overschrijfverbod, niet meegenomen in dit KB. Dit betekent dat telkens er invulling wordt gegeven aan een bepaling uit de Europese netwerkcode deze altijd in de tekst opgenomen is. Bij wijze van voorbeeld kan er verwezen worden naar artikel 35 § 2 waar bij de bepaling van de significantie van de elektriciteitsproductie-eenheden volgende verwijzing voorkomt: `Overeenkomstig de artikelen 5.2 en 5.3 van de Europese netwerkcode RfG, worden de elektriciteitsproductie-eenheden bedoeld in het eerste lid geklasseerd in de types A, B, C en D, op basis van de volgende drempelcriteria:...' Een ander voorbeeld is de reeks artikels 70 t.e.m. 129, waarbij er in elk artikel aangegeven wordt aan welk artikel in de Europese netwerkcodes er invulling wordt gegeven. (...) De bepalingen in het ontwerp Koninklijk Besluit die voldoen aan de ten uitvoering van een richtsnoer of een netwerkcode, wanneer deze een uitvoeringsmaatregel vereisen, bevatten een uitdrukkelijke verwijzing naar de desbetreffende bepaling van die verordeningen. De bepalingen die niet bedoeld zijn om te voorzien in de uitvoering van deze voorschriften bevatten dergelijke verwijzingen niet. Dit zijn nationale bepalingen, verenigbaar met de Europese wetgeving inclusief de Europese regelgeving in kwestie, of Verordening (EG) 714/2009 en de verschillende toepasselijke richtlijnen, waaronder bijvoorbeeld Richtlijn 2009/72/EG van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG." De door de gemachtigde geschetste uitgangspunten van het ontwerp stroken met de zo-even uiteengezette werkwijze voor de implementatie van Europese verordeningen. Binnen de beperkte tijd waarover hij beschikt voor het onderzoek van een dergelijk omvangrijk en technisch ontwerp kan de Raad van State evenwel niet meer dan een steekproefsgewijs onderzoek doorvoeren van de verenigbaarheid met het Europees recht. Cruciaal voor zo'n onderzoek is het beschikken over een concordantietabel met de bepalingen van het ontwerp en de relevante, te implementeren Europeesrechtelijke bepalingen. Het valt eigenlijk niet goed in te zien hoe een omvangrijke, met zoveel verordeningsbepalingen verweven operatie als deze tot een goed einde kan worden gebracht zonder zo'n concordantietabel. De Raad van State dringt er dan ook met klem op aan om voor de toekomst steeds een concordantietabel uit te werken samen met een ontwerp dat strekt tot de implementatie van Europees recht, tenzij in de meest triviale gevallen. Daar komt nog bij dat de Raad van State niet beschikt over de technische expertise om na te gaan of de ontworpen bepalingen voldoen aan de algemene beginselen vervat in artikel 7, lid 3, van verordening (EU) 2016/631, artikel 6, lid 3, van verordening (EU) 2016/1388 en artikel 5, lid 3, van verordening (EU) 2016/1447. Het staat bijgevolg aan de stellers van het ontwerp om zich ervan te vergewissen dat de ontworpen regeling volledig aansluit bij de eisen van de Europese verordeningen. Rekening houdende met dat ernstige voorbehoud aangaande het onderzoek van de overeenstemming met het Europees recht, moet de Raad van State alvast de volgende opmerkingen formuleren. Artikel 22 van het ontwerp bevat een aantal bepalingen met betrekking tot publieke consultaties door de transmissienetbeheerder ter uitvoering van Europese netwerkcodes en richtlijnen. Het is echter niet duidelijk wat de verhouding is van die bepalingen tot de voorschriften inzake de raadpleging van belanghebbenden, inclusief de relevante autoriteiten, door onder meer de transmissienetbeheerder over ontwerpvoorstellen voor voorwaarden of methodologieën, overeenkomstig artikel 12 van verordening (EU) 2015/1222. In artikel 22 van het ontwerp worden die belanghebbenden immers gereduceerd tot "de op zijn website geregistreerde partijen", die per informatiebrief of e-mail worden aangeschreven. Voorts wordt voorzien in een parallelle regeling waarbij de Algemene Directie Energie op vraag van de commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (hierna: CREG) advies uitbrengt over het voorstel van de transmissienetbeheerder, terwijl die rol van de CREG niet wordt vermeld in de betrokken verordeningsbepaling. Bovendien voorziet die verordeningsbepaling ook in een participatie van de relevante autoriteiten in de raadpleging. Een gelijkaardig probleem rijst met betrekking tot de verhouding tot de voorschriften vervat in artikel 10 van verordening (EU) 2016/631, inzake de openbare raadpleging van belanghebbenden, inclusief de bevoegde autoriteiten, over verscheidene voorstellen vermeld in die verordeningsbepaling. De stellers van het ontwerp moeten nagaan of artikel 22 van het ontwerp op alle punten spoort met hetgeen reeds in die verordeningsbepalingen voorkomt en de verhouding ermee eventueel door een gepaste verwijzing verduidelijken. Het ontwerp bevat een aantal elementen die volgens de verordeningen bepaald moeten worden op voorstel van de transmissienetbeheerder en goedgekeurd door de relevante nationale overheid - dat is de regulator, tenzij de nationale wetgeving anders bepaalt. Het gaat in het bijzonder om de "eisen voor algemene toepassing" of "algemene toepassingseisen" bedoeld in artikel 7 van verordening (EU) 2016/631, artikel 6 van verordening (EU) 2016/1388 en artikel 5 van verordening (EU) 2016/1447, enerzijds, en om de "maximumcapaciteitsdrempelwaarden" bedoeld in artikel 5, lid 3, van verordening (EU) 2016/631, anderzijds. Uit artikel 35 van het ontwerp kan worden afgeleid dat de stellers van het ontwerp ervan uitgaan dat deze elementen door de Koning kunnen worden geregeld ter uitvoering van artikel 11, tweede lid, 1°, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten. De opname van die elementen in het technisch reglement kan evenwel geen afbreuk doen aan de toepasselijkheid van de zo-even aangehaalde procedures voor de evaluatie en de aanpassing ervan, zodat niet alleen het technisch reglement voor die elementen regelmatig zal moeten worden aangepast, maar dat bovendien daarbij rekening zal moeten worden gehouden met die procedures. Bovendien kan in elk geval geen afbreuk worden gedaan aan de bevoegdheden die de CREG rechtstreeks ontleent aan artikel 7, lid 5, van verordening (EU) 2016/631, artikel 6, lid 5, van verordening (EU) 2016/1388 en artikel 5, lid 5, van verordening (EU) 2016/1447, zoals de CREG terecht opmerkte in haar advies van 28 september 2018 (punt 5). In die gevallen kan de CREG, gelet op haar onafhankelijkheid zoals gewaarborgd bij artikel 35, lid 4, b), ii), van richtlijn 2009/72/EG, ook niet worden verplicht om het advies van de Algemene Directie Energie in te winnen. Artikel 1 van het ontwerp bepaalt dat naast de definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten ook de definities vervat in de in artikel 2, § 1, 3°, van het ontwerp opgesomde Europese netwerkcodes en richtsnoeren, van toepassing zijn. Ondanks het overschrijfverbod kan wel worden gebillijkt dat het bestaan en de relevantie van die laatste definities aldus onder de aandacht van de lezer worden gebracht. Dat neemt niet weg dat de stellers van het ontwerp moeten nagaan of de definities in artikel 2 van het ontwerp niet overlappen met de definities die overeenkomstig artikel 1 van het ontwerp toepasselijk worden verklaard. Bovendien moet er ook op worden toegezien dat de Europeesrechtelijke termen die toepasselijk worden verklaard, in de twee taalversies van het ontwerp correct worden weergegeven (en bijvoorbeeld niet in een eigen vertaling die afwijkt van de geëigende termen). Ten slotte moet er ook rekening mee worden gehouden dat de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten op sommige punten al afwijkt van de Europeesrechtelijke terminologie (bv., in het Nederlands, "transmissienet" in plaats van "transmissiesysteem"). In het ontwerp wordt verwezen naar technische normen, waaronder NBN EN 50110-1 en NBN EN 50110-2 (artikel 9 van het ontwerp) en EN 50160 (artikel 41 van het ontwerp). In artikel 40, § 1, van het ontwerp wordt verwezen naar "de normen en Europese en/of geharmoniseerde standaarden die algemeen worden toegepast door vergelijkbare sectoren op Europees niveau en, onder meer, door de technische rapporten CEI 61000-3-6 en CEI 61000 3 7". In het verleden heeft de Raad van State al herhaaldelijk gewezen op het probleem dat technische normen waarnaar wordt verwezen in wet- en regelgeving, niet in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt, dat ze niet in het Nederlands zijn gesteld of vertaald en dat ze in de regel enkel beschikbaar zouden zijn tegen een bepaalde vergoeding. Het knelpunt van de ontbrekende bekendmaking van technische normen waarnaar in Belgische rechtsregels wordt verwezen, zou op een horizontale manier moeten worden onderzocht en opgelost. Mochten er voor het oplossen hiervan bijzondere redenen zijn om bij wet af te wijken van de gebruikelijke bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, dan zal erop moeten worden toegezien dat deze bekendmaking beantwoordt aan de essentiële randvoorwaarden op het gebied van toegankelijkheid en kenbaarheid van een officiële bekendmaking. Essentieel hierbij is de beschikbaarheid van een Nederlandse, Franse en zo mogelijk, Duitstalige versie van de betrokken normen. Daarnaast mag, indien voor het consulteren van de voornoemde normen een vergoeding wordt gevraagd, het bedrag ervan de toegankelijkheid van die normen niet op onevenredige wijze belemmeren. Zolang er geen dergelijke wettelijke regeling is tot stand gekomen, wordt in de ontworpen regeling verwezen naar een norm die niet overeenkomstig artikel 190 van de Grondwet is bekendgemaakt en die bijgevolg niet tegenwerpbaar is. Ook moet worden opgemerkt dat geen melding wordt gemaakt van een bepaalde versie van de technische normen, hetgeen tot rechtsonzekerheid kan leiden. Indien een dynamische verwijzing wordt beoogd, met andere woorden een verwijzing naar eventuele toekomstige versies, gaat het om een ongeoorloofde delegatie van regelgevende bevoegdheid aan een private normeringsinstantie, aangezien de toekomstige inhoud van die technische normen door die instantie wordt bepaald. Op sommige plaatsen, zoals in artikel 2, 51°, van het ontwerp wordt verwezen naar het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 mei 2009 `houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid' en naar het decreet van het Waalse Gewest van 12 april 2001 `relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité', terwijl niet wordt verwezen naar de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 19 juli 2001 `betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest'. Een vergelijkbaar probleem rijst bij artikel 2, 52°, van het ontwerp waar wordt verwezen naar het tractienet spoor, maar waar geen gewag wordt gemaakt van het gewestelijk tractienet spoor en de stationsnetten, vermeld in hoofdstuk IIIbis van de ordonnantie van 19 juli 2001. De stellers moeten het ontwerp onderzoeken op de afstemming ervan op de regelingen van de drie gewesten. Het ontwerp moet ook vanuit wetgevingstechnisch oogpunt opnieuw worden onderzocht. Zo ontbreekt in de Nederlandse tekst van artikel 375 van het ontwerp de vermelding van paragraaf 2 en in de Nederlandse tekst van artikel 378 van het ontwerp zelfs de vermelding van het artikelnummer. De paragrafen 3.1 tot 3.3 van artikel 71 van het ontwerp moeten doorlopend worden genummerd. Titel II van het ontwerp bevat slechts een enkel (bovendien fout genummerd) hoofdstuk I.I "Algemeenheden", zodat die laatste indeling moet worden weggelaten. Zoals ook de CREG heeft opgemerkt in haar advies van 28 september 2018 (punt 28), valt niet goed in te zien waarom in artikel 11, § 4, van het ontwerp de kosten van de werken die noodzakelijk zijn voor het verzekeren van de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net in beginsel ten laste van de netbeheerder worden gelegd. Dat betekent immers dat de netgebruiker er belang bij heeft om geen gevolg te geven aan de ingebrekestelling door de netbeheerder (teneinde zelf en op eigen kosten de werken uit te voeren) en dat hij kan afwachten of de netbeheerder kan bewijzen dat de tekortkoming aan hem kan worden toegeschreven en de kosten op hem kan verhalen van de werken "die strikt nodig zijn voor het verzekeren van de veiligheid en betrouwbaarheid van het net" (wat beperkender is, en bijgevolg allicht ook goedkoper, dan "de noodzakelijke werken" die in de ingebrekestelling worden vermeld). In artikel 93, § 1, van het ontwerp komen twee grafieken voor met Engelse (in plaats van Nederlandse of Franse) tekst in de beschrijving. Die opmerking geldt ook voor sommige grafieken in de artikelen 94 en 97 van het ontwerp. De grafieken in de Nederlandse en Franse versie van artikel 94, § 3, van het ontwerp stemmen niet overeen. Dit moet worden verholpen. In artikel 371 van het ontwerp schrijve men "wordt opgeheven" in plaats van "wordt vervangen door dit besluit". Dat het te nemen besluit in de plaats komt van het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten vloeit immers reeds voort uit de inwerkingtreding van het eerstgenoemde besluit. Nog afgezien van het overbodige woord "zal" in de Nederlandse tekst van artikel 372 van het ontwerp, is de formule "heeft uitwerking met ingang van" bedoeld voor besluiten die terugwerkende kracht krijgen. De datum van 27 april 2019 ligt echter nog in de toekomst en in elk geval kan aan het te nemen besluit uit de aard ervan geen terugwerkende kracht worden verleend. Bijgevolg schrijve men "treedt in werking op" in plaats van "heeft uitwerking met ingang van". De overgangsbepalingen in de artikelen 375 en 376 van het ontwerp bevatten geen timing en geen sancties voor het geval dat de netgebruiker niet tijdig het ontwerpcontract ondertekent of de nodige maatregelen neemt met het oog op de conformiteit van zijn installaties. Het lijkt dan ook alsof de transmissienetbeheerder het stilzitten van de netgebruiker zonder meer moet gedogen. De vraag rijst dan ook of niet moet worden verduidelijkt welke maatregelen (bijvoorbeeld het ontzeggen van de toegang) de transmissienetbeheerder mag nemen en vanaf wanneer hij dat mag doen. In artikel 378 van het ontwerp moet worden bepaald dat de artikelen 211 tot 213 "buiten werking treden" (niet: worden opgeheven) "op" (niet: vanaf) de erin bedoelde dag. De griffier, A. GOOSSENS De voorzitter, J. BAERT 22 APRIL 2019. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, de artikelen 11, eerste lid, 13, § 1, zesde lid, gewijzigd bij de wet van 1 juni 2005 en 30, § 2, gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012; Gelet op de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG; Gelet op de Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003; Gelet op de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer; Gelet op de Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie van 26 september 2016 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing op de langere termijn; Gelet op de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen; Gelet op de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering; Gelet op de Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet; Gelet op het advies (A) 1816 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 28 september 2018; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 december 2018; Gelet op het overleg met de transmissienetbeheerder op 11 februari 2019; Gelet op het overleg met de gewesten; Gelet op advies 65.632/3 van de Raad van State, gegeven op 9 april 2019 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende de publieke consultatie georganiseerd van 15 maart 2018 tot 16 april 2018 en de resultaten ervan; Op de voordracht van de Minister van Energie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Deel 1 - Algemeen Boek 1. Definities en toepassingsgebied Artikel 1.De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren zoals gedefinieerd in artikel 2, § 1, 2°, zijn van toepassing op dit besluit. Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "IEC": Internationale Elektrotechnische Commissie;2° "Europese netwerkcode en richtsnoeren": een van de volgende Europese verordeningen:
- a)Verordening (EU) 2015/1222 van de Europese Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer, hierna "Europese richtsnoeren CACM" genoemd;
- b)Verordening (EU) 2016/631 van de Europese Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net, hierna "Europese netwerkcode RfG genoemd";
- c)Verordening (EU) 2016/1388 van de Europese Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers, hierna "Europese netwerkcode DCC" genoemd;
- d)Verordening (EU) 2016/1447 van de Europese Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules, hierna "Europese netwerkcode HVDC" genoemd;
- e)Verordening (EU) 2016/1719 van de Europese Commissie van 26 september 2016 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing op de langere termijn, hierna "Europese richtsnoeren FCA" genoemd;
- f)Verordening (EU) 2017/1485 van de Europese Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen, hierna "Europese richtsnoeren SOGL" genoemd;
- g)Verordening (EU) 2017/2195 van de Europese Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, hierna "Europese richtsnoeren EBGL" genoemd;
- h)Verordening (UE) 2017/2196 van de Europese Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet, hierna "Europese netwerkcode E&R" genoemd; 3° "CDS": het gesloten distributiesysteem in de zin van artikel 2, tweede alinea, 5., van de Europese netwerkcode DCC; 4° "meteropname": de opname met een meter van de hoeveelheid actieve of reactieve energie die gedurende een tijdsperiode wordt geïnjecteerd of wordt afgenomen;5° "meter": een meetuitrusting die toestaat om een meteropname uit te voeren;6° " wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten": de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;7° "transmissienetbeheerder": de netbeheerder in de zin van artikel 2, 8°, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten;8° "toegangscontract": de overeenkomst tussen de transmissienetbeheerder en een transmissienetgebruiker die geen eigenaar van een HVDC-systeem is, of tussen de transmissienetbeheerder en de toegangshouder die door de transmissienetgebruiker overeenkomstig dit besluit aangeduid wordt; 9° "aansluitingscontract": de aansluitovereenkomst in de zin van artikel 2, tweede alinea, 14., van de Europese netwerkcode RfG; 10° "overeenkomst van evenwichtsverantwoordelijke": de overeenkomst gesloten tussen de transmissienetbeheerder en de evenwichtsverantwoordelijke overeenkomstig boek 5 van deel 5;11° "toegangsaanvrager": elke natuurlijke of rechtspersoon die bij de transmissienetbeheerder een toegangsaanvraag heeft ingediend;12° "telgegeven": de hoeveelheid actieve of reactieve energie die gedurende een tijdsperiode wordt geïnjecteerd of wordt afgenomen gemeten met een meter;13° "meetgegeven": een gegeven bekomen door een meteropname of meting met een meetuitrusting;14° "actieve energie": de integraal van het actief vermogen over een bepaald tijdsinterval;15° "reactieve energie": de integraal van het reactief vermogen over een bepaald tijdsinterval;16° "meetuitrusting": elke uitrusting voor het uitvoeren van meteropname en/of metingen, zoals meters, apparaten met als voornaamste functie het uitvoeren van metingen, meettransformatoren of bijhorende telecommunicatie-uitrustingen;17° "significante fout": een fout op een meetgegeven groter dan de totale nauwkeurigheid van het geheel van de meetuitrustingen die dit meetgegeven bepalen en die de financiële afhandeling en operationele processen verbonden met dit meetgegeven, kan beïnvloeden;18° "installatie": elke aansluiting tot het transmissienet of gesloten industrieel net, elke in artikel 35 aangehaalde installatie van respectievelijk een netgebruiker, transmissienetgebruiker, een beheerder van een publiek distributienet, of een beheerder van een lokaal transmissienet, of directe lijn;19° "installatie van de netgebruiker": elke in artikel 35 aangehaalde uitrusting van een netgebruiker die door een aansluiting op een net is aangesloten;20° "installatie van de transmissienetgebruiker": elke in artikel 35 bedoelde uitrusting van een transmissienetgebruiker die door een aansluiting op het transmissienet is aangesloten;21° "aansluitingsinstallatie": elke uitrusting die nodig is om de installatie van de transmissienetgebruiker te verbinden met het transmissienet;22° "railstel": het driefasig geheel van drie metalen rails of geleiders die voor elke fase de identieke en gemeenschappelijk spanningspunten vormen en via dewelke de verschillende aangesloten toestellen (apparatuur, lijnen en kabels) onderling verbonden zijn;23° "dag D": een kalenderdag;24° "dag D-1": de kalenderdag vóór dag D;25° "werkdag": elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen;26° "meting": de opname op een bepaald tijdstip van een fysieke grootheid met een meetuitrusting;27° "asynchroon opslagpark": een elektrisch systeem bestaande uit één of meer elektriciteitsopslageenheden die op het toegangspunt elektriciteit kunnen opslaan en injecteren, met inbegrip van laadpalen, met name voor elektrische voertuigen;28° "actieve verliezen": het verbruik van actief vermogen in het net dat veroorzaakt wordt door het gebruik van dat net;29° "toegangspunt" of "toegangspunt op het transmissienet": een punt dat gekarakteriseerd wordt door een fysieke plaats en een spanningsniveau waarvoor een toegang tot het transmissienet wordt toegewezen aan de toegangshouder met het oog op de injectie of afname van vermogen vanuit een elektriciteitsproductie-eenheid, een verbruiksinstallatie, een asynchroon opslagpark, een gesloten industrieel net of een gesloten distributienet dat is aangesloten op het transmissienet;het toegangspunt is verbonden met één of meerdere aansluitingspunten van de betrokken transmissienetgebruiker die zich op hetzelfde spanningsniveau situeert en op hetzelfde onderstation; 30° "markttoegangspunt": een virtueel punt ter bepaling van een deel van of het totale actief vermogen afgenomen op of geïnjecteerd in het CDS door de betrokken CDS-gebruiker;31° "toegangspunt in het CDS" : een virtueel punt dat overeenkomt met de som, per spanningsniveau en per onderstation, van de fysieke afnamen van een CDS-gebruiker, gebaseerd op meetconfiguraties, en gebruikt voor de afrekening van de kosten voor het gebruik van het CDS;32° "verbindingspunt": een punt waarop het transmissienet met buitenlandse transmissienetten, de lokale transmissienetten en de publieke distributienetten verbonden zijn;33° "interfacepunt": de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de installaties van een transmissienetgebruiker verbonden zijn met de aansluitingsinstallaties.Dit punt bevindt zich op de site van de transmissienetgebruiker en in ieder geval na het eerste aansluitingsveld vanaf het net aan de zijde van de transmissienetgebruiker; 34° "injectiepunt": een toegangspunt vanaf waar het vermogen in het transmissienet wordt geïnjecteerd;35° "meetpunt": de fysieke plaats waar de meetuitrustingen aangesloten zijn op de aansluitingsinstallatie, op de installatie van de transmissienetgebruiker of op de installatie van een CDS-gebruiker;36° "afnamepunt": een toegangspunt vanaf waar het vermogen vanuit het transmissienet wordt afgenomen; 37° "aansluitingspunt": in afwijking van de definitie bedoeld in artikel 2, tweede alinea, 15., van de Europese netwerkcode RfG, het punt waar een elektriciteitsproductie-eenheid, een asynchroon opslagpark, een verbruiksinstallatie, een publiek distributienet, een lokaal transmissienet, een gesloten industrieel net, een gesloten distributienet, of een HVDC-systeem, met inbegrip, in voorkomend geval, van hun aansluitingsinstallaties, op het transmissienet op een gesloten industrieel net, of op een HVDC-systeem zijn aangesloten; 38° "lokale elektriciteitsproductie": een elektriciteitsproductie-eenheid waarvan het injectiepunt identiek is aan het afnamepunt van één of meerdere in artikel 35, § 3, eerste lid, 1° bedoelde verbruiksinstallaties van een transmissienetgebruiker of, in het geval van een CDS, een CDS-gebruiker, en die zich op dezelfde geografische site bevindt als deze verbruiksinstallaties;39° "ter beschikking gesteld vermogen": het schijnbaar vermogen in injectie en/of afname dat is vastgelegd voor een toegangspunt in het aansluitingscontract van een transmissienetgebruiker en die het recht geeft aan deze transmissienetgebruiker om vermogen te injecteren en/of af te nemen naar/van het transmissienet tot dit ter beschikking gesteld vermogen;40° "kwaliteit": het geheel van de karakteristieken van de elektriciteit die een invloed kunnen hebben op de aansluitingsinstallaties, installaties van één of meerdere transmissienetgebruikers, het publiek distributienet en/of het lokaal transmissienet en die, onder meer, de continuïteit van de spanning en de elektrische karakteristieken van deze spanning en stroom, zoas de frequentie, de amplitude, de golfvorm en de symmetrie, omvatten;41° "aansluiting": elke uitrusting die nodig is om de installatie van de netgebruiker, beheerder van het publiek distributienet en beheerder van het lokaal transmissienet te verbinden met een net. De aansluiting op het transmissienet van de transmissienetgebruiker bestaat uit de aansluitingsinstallaties tussen het aansluitingspunt en het interfacepunt, welke tenminste het eerste aansluitingsveld vanaf het transmissienet inhouden. De aansluiting van publieke distributienetten of van lokale transmissienetten op het transmissienet bestaat uit het verbindingspunt dat zich situeert aan de secundaire van de transformator die deel uitmaakt van het transmissienet die de elektriciteitsspanning omzet naar de spanning van de publieke distributienetten of lokale transmissienetten. De aansluiting van de gebruiker van een gesloten industrieel net wordt bepaald in de aansluitingsmodaliteiten afgesloten door de beheerder van het gesloten industrieel net met deze gebruiker van dat gesloten industrieel net. 42° "register der meetuitrustingen": het register bijgehouden door de transmissienetbeheerder, overeenkomstig dit besluit;43° "register van evenwichtsverantwoordelijken": het register door de transmissienetbeheerder bijgehouden overeenkomstig dit besluit;44° "Verordening 714/2009": Verordening (EG) nr.714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003; 45° "Verordening 543/2013" : Verordening (EU) nr.543/2013 van de Commissie van 14 juni 2013 betreffende de toezending en publicatie van gegevens inzake de elektriciteitsmarkten en houdende wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad; 46° "lokaal transmissienet": het gewestelijk transmissienet zoals bedoeld in de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit zoals bedoeld in het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, het plaatselijk transmissienet, zoals bedoeld in het decreet van het Waalse Gewest van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt; 47° "gesloten distributienet": het gesloten distributiesysteem onder artikel 2, tweede alinea, 5., van de Europese netwerkcode DCC, dat het gesloten distributienet, zoals bedoeld in het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, het gesloten beroepsnet, zoals bedoeld in het decreet van het Waalse Gewest van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt en het privénet, zoals bedoeld in de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, omvat; 48° "gesloten industrieel net": het gesloten distributiesysteem onder artikel 2, tweede alinea 2, 5., van de Europese netwerkcode DCC, dat het in de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten bedoelde gesloten industrieel net omvat; voor de doeleinden van dit besluit en behoudens andersluidende bepalingen wordt het tractienet spoor gelijkgesteld met het gesloten industrieel net, zoals gedefinieerd in dit besluit; 49° "publiek distributienet": geheel van onderling verbonden elektrische leidingen met een nominale spanning die gelijk is aan of minder is dan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die noodzakelijk zijn voor de distributie en de lokale transmissie van elektriciteit aan afnemers, dat geen gesloten industrieel net, gesloten distributienet, of directe lijn is;50° "AREI": Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties bindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 maart 1981 en bij koninklijk besluit van 2 september 1981;51° "ARAB": Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, rekening houdend met de opname ervan in de Codex over het welzijn op het werk;52° "ondersteunende diensten": de diensten bedoeld in boek 6 van deel 5 en boek 1 van deel 6 die nodig zijn voor de exploitatie van een transmissiesysteem;53° "hersteldienst": elke dienst zoals gedefinieerd door de transmissienetbeheerder in overeenstemming met de bepalingen van de Europese netwerkcodes RfG en E&R over de materie die bijdraagt tot één of meerdere maatregelen van het herstelplan; 54° : "black-startdienst": de dienst voorzien door productie-eenheden die over black-start-mogelijkheden beschikken in de zin van artikel 2, tweede alina, 45., van de Europese netwerkcode RfG, die één van de mogelijke nethersteldiensten vormt; 55° "elektrisch systeem": het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingen en alle installaties van de op deze netten aangesloten netgebruikers omvat en tot de regelzone van de relevante transmissienetbeheerder behoort;56° "aansluitingsveld": het geheel van componenten van een aansluitingsinstallatie die in het bijzonder volgende functies waarborgen:
- a)het onder spanning brengen van de installaties van de transmissienetgebruiker vanuit het transmissienet;
- b)het uitschakelen en/of inschakelen van deze installaties;
- c)het fysiek scheiden van deze installaties van het transmissienet;57° "netgebruiker": elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit injecteert op of afneemt van een transmissienet, een publiek distributienet, naargelang het geval als eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie, van een verbruiksinstallatie, van een asynchroon opslagpark, van een gesloten industrieel net, van een gesloten distributienet, of van een HVDC-systeem, met dien verstande dat louter voor de toepassing van dit besluit en de Europese netwerkcodes en richtsnoeren als eigenaar wordt beschouwd: de persoon die beschikt over het eigendomsrecht of, indien een derde met dewelke deze persoon een contractuele relatie heeft, over het eigendomsrecht beschikt, over het gebruiksrecht op deze installatie, dit net of dit systeem;58° "CDS-gebruiker": natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit injecteert op of afneemt van het/een CDS;59° "transmissienetgebruiker": een netgebruiker wiens elektriciteitsproductie-eenheid, verbruiksinstallatie, asynchroon opslagpark, gesloten industrieel net, gesloten distributienet, of HVDC-systeem, op het transmissienet is aangesloten; 60° "regelzone": de controlezone in de zin van artikel 2, eerste alinea, 6., van Verordening 543/2013 ; 61° "FCR" : de frequentiebegrenzingsreserves in de zin van artikel 3, tweede alinea, 6., van Europese richtsnoeren SOGL; 62° "FRR" : de frequentieherstelreserves in de zin van artikel 3, tweede alinea, 7., van Europese richtsnoeren SOGL; § 2. Dit besluit is niet van toepassing: 1° op elektriciteitsproductie-eenheden die geïnstalleerd zijn met het oog op het leveren van een noodvoeding, minder dan vijf minuten per civiele maand parallel functioneren met het net wanneer deze in een normale toestand verkeert en geen ondersteunende dienst leveren;2° op opslaginstallaties die enkel dienen voor de noodvoeding van de transmissienetgebruiker, met name deze die geen enkele ondersteunende dienst leveren en, in ontladingsmodus, minder dan vijf minuten per civiele maand parallel functioneren met het transmissienet wanneer deze in een normale toestand verkeert;3° op elektrische voertuigen. Het parallel functioneren met het transmissienet van deze elektriciteitsproductie-eenheden en de opslaginstallaties tijdens de onderhoudswerkzaamheden of testen voor indienstname wordt niet meegerekend in de berekening van de vijf minuten. Boek 2. Basisbeginselen Art. 3.§ 1. De transmissienetbeheerder waakt, na gezamenlijk overleg met de beheerders van publieke distributienetten en de beheerders van CDS's aangesloten op het transmissienet, over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading met passende middelen en maatregelen en overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving. Dit systeem maakt het mogelijk om ten minste volgende kwaliteitsaanduidingen te bepalen: 1° de frequentie van de onderbrekingen;2° de gemiddelde duur van de onderbrekingen;3° de jaarlijkse duur van de onderbrekingen. § 2. De transmissienetbeheerder stelt tenminste één keer per jaar een verslag publiek beschikbaar betreffende de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading in het transmissienet en de regelzone. Art. 4.§ 1. Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: 1° de aansluitingscontracten;2° de toegangscontracten;3° de overeenkomsten van evenwichtsverantwoordelijken;4° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van balanceringsdiensten bedoeld in boek 6 van deel 5;5° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6;6° de programma-agentovereenkomst;7° de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanningovereenkomst;8° de overeenkomst voor de informatie-uitwisseling met elektriciteitsleveranciers en de aanbieders van ondersteunende diensten;9° de overlegovereenkomst met de beheerders van publiek transmissienet;10° het akkoord onder artikel 40, lid 7 van de Europese richtsnoeren SOGL. § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de commissie van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De commissie neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. § 3. De formulieren voorzien door dit besluit worden onverwijld verstuurd door de transmissienetbeheerder aan de commissie. De commissie geeft kennis van zijn opmerkingen aan de transmissienetbeheerder en verstuurt deze naar de Algemene Directie Energie. Dezelfde procedure geldt voor de aan deze formulieren aangebrachte wijzigingen. § 4. De ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen verduidelijken hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de commissie, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. Boek 3. Informatie, voorzorgen met het oog op het bewaren van de vertrouwelijkheid, openbaarheid Art. 5.Bij gebreke aan een wettelijke termijn, zetten de transmissienetbeheerder en alle andere personen voor wie een verplichting van communicatie van informatie en/of gegevens geldt in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving zich in om zo spoedig mogelijk deze informatie en/of gegevens met inachtneming van hun vertrouwelijkheidsverplichtingen mee te delen. Indien er krachtens de toepasselijke wetgeving of in dit besluit geen regels, eisen, modaliteiten en beginselen zijn bepaald met betrekking tot de communicatie en/of de uitwisseling van informaties en/of gegevens zoals bedoeld in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving, bepaalt de transmissienetbeheerder deze regels, vereisten, modaliteiten en beginselen. De transmissienetbeheerder zal ter zake op geregelde basis binnen het overeenkomstig boek 2 van deel 11 georganiseerde overleg, afstemmen met de betrokken partijen. Art. 6.De transmissienetbeheerder en alle andere personen voor wie een verplichting van communicatie van informatie en /of gegevens geldt in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving, treffen de nodige maatregelen om een passende beschikbaarheid en betrouwbaarheid van deze informatie en/of gegevens, te garanderen, met name, in voorkomend geval, door deze te actualiseren. De transmissienetbeheerder treft de nodige technische, ICT, fysieke en organisatorische maatregelen, in voorkomend geval bij toepassing van de toepasselijke wetgeving, om de veiligheid van de informatienetwerken en systemen waarvan hij gebruikmaakt in het kader van zijn activiteiten, met name ter voorkoming en beheersing van de risico's en incidenten die dergelijke netwerken en systemen bedreigen, te waarborgen. Art. 7.Wanneer de netbeheerder voor de openbaarheid, met inbegrip van de bekendmaking van bepaalde informatie en/of gegevens moet zorgen, waarborgt hij deze openbaarheid met inachtneming van de in dit besluit of de toepasselijke wetgeving vastgestelde voorwaarden, modaliteiten en formaliteiten. Boek 4. Uitvoering van de taken en opdrachten op de uitrustingen en de goederen en toegang daartoe Titel 1. Uitvoering van de taken en opdrachten op de uitrustingen Art. 8.De transmissienetbeheerder voert de taken en verplichtingen uit met betrekking tot de goederen, uitrustingen of installaties, waarvan hij eigenaar is, of, indien hij er geen eigenaar van is, waarvan hij het gebruik of een effectieve controle heeft in akkoord met de eigenaar, en de goederen, uitrustingen of installaties tot dewelke hij toegang heeft overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving en de krachtens deze bepalingen gesloten overeenkomsten. Titel 2. Voorschriften betreffende de veiligheid van personen. Art. 9.De Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, en met name het " ARAB " en het " AREI ", de Code over het welzijn op het werk alsook de normen " NBN-EN 50110-1 " en " NBN-EN 50110-2 " en de op die gebieden rechtstreeks toepasselijke Europese en/of geharmoniseerde normen en standaarden en de eventuele latere wijzigingen, zijn van toepassing op iedere persoon die tussenkomt op het transmissienet, op de bijbehorende infrastructuur en/of installaties, met inbegrip van de transmissienetbeheerder, de transmissienetgebruiker en hun respectievelijke personeel, met inbegrip van hun onderaannemers. Wanneer Europese en/of geharmoniseerde normen en standaarden bestaan die echter niet bindend zijn, zorgen de personen vermeld in het eerste lid er niettemin voor dat daarmee rekening wordt gehouden. Titel 3. Toegang tot de transmissienetinfrastructuur en de aansluitingsinstallaties beheerd door de transmissienetbeheerder Art. 10.Behoudens andersluidende bepaling in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving gebeurt de toegang tot elk roerend of onroerend goed beheerd door de transmissienetbeheerder te allen tijde overeenkomstig de toegangs- en veiligheidsprocedures van de transmissienetbeheerder en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord. Wanneer de door de transmissienetbeheerder beheerde transmissienetinfrastructuur en aansluitingsinstallaties zich op de site van de transmissienetgebruiker bevinden, passen de transmissienetbeheerder, zijn ondernemers, zijn onderaannemers en zijn leveranciers eveneens de toegangs- en veiligheidsprocedures toe van de transmissienetgebruiker voor de toegang tot deze site voor zover deze toegangsprocedures geen afbreuk doen aan de uitvoering van dit besluit. Titel 4. Toegang tot de installaties van de transmissienetgebruiker, de netgebruiker Art. 11.§ 1. Behoudens andere in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren vastgestelde regels en/of modaliteiten heeft de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante netbeheerder of, in voorkomend geval, in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder, zonder onnodige risico's of beperkingen binnen een redelijke termijn, toegang tot de installaties van de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval van elk andere netgebruiker, teneinde er, in voorkomend geval in coördinatie met de relevante netbeheerder, inspecties en testen uit te voeren of te laten uitvoeren en/of testen te organiseren en/of laten organiseren, of andere maatregelen en/of formaliteiten in te stellen of te laten instellen met het oog op het controleren van zijn conformiteit met dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving. Deze toegang wordt verleend in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de betrokken transmissienetgebruiker of de netgebruiker. De transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de netgebruiker mag de transmissienetbeheerder de toegang niet ontzeggen op grond van contractuele afspraken met derden met betrekking tot de installaties. Voorts stellen de transmissienetbeheerder, de betrokken transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de netgebruiker zich ter beschikking van elkaar, om elkaar in kennis te stellen van eventuele risico's die eventueel gepaard gaan met hun aanwezigheid of die van hun vertegenwoordiger wanneer er testen, metingen en/of formaliteiten worden uitgevoerd. § 2. In de omstandigheden bedoeld in paragraaf 1 en tenzij anders aangegeven in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving, leeft de transmissienetbeheerder de voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen na die worden toegepast door de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, van elk andere netgebruiker. Te dien einde voorafgaand aan de uitvoering van de inspecties, testen of andere formaliteiten en/of maatregelen is de transmissienetgebruiker en/of, in voorkomend geval, de netgebruiker ertoe gehouden de transmissienetbeheerder schriftelijk te informeren over de toepasselijke voorschriften, met inbegrip van de procedures, en hem of haar een kopie ervan te verstrekken. De transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de netgebruiker mag ten aanzien van de transmissienetbeheerder geen strengere vereisten opleggen inzake veiligheid dan aan zijn eigen personeel, behalve indien het niet naleven van deze vereisten een direct gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van het personeel van de transmissienetbeheerder, zijn aannemers, onderaannemers of leveranciers inhoudt. Indien de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de netgebruiker oordeelt dat het personeel van de transmissienetbeheerder, zijn aannemers, onderaannemers of leveranciers persoonlijke beschermingsuitrusting dienen te gebruiken tijdens de uitvoering van hun missie, die zijn oorsprong vindt in de activiteiten van de transmissienetgebruiker of de netgebruiker, dan stelt laatstgenoemde deze ter beschikking aan het interveniërende personeel van de transmissienetbeheerder, zijn aannemers, onderaannemers of leveranciers en geeft de nodige instructies voor het correct gebruik ervan. Deze terbeschikkingstelling kan aanleiding geven tot een redelijke financiële tussenkomst van de transmissienetbeheerder, of van zijn ondernemers, onderaannemers en leveranciers, aan de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de netgebruiker. § 3. Bij gebrek aan de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde informatie past de transmissienetbeheerder bij de uitvoering van inspecties, testen of andere formaliteiten en/of maatregelen met betrekking tot de installaties van een transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, een netgebruiker, zijn eigen voorschriften toe, inzake de veiligheid van personen en goederen. § 4. Wanneer de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het transmissienet het vereist, heeft de transmissienetbeheerder het recht de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de netgebruiker die hem krachtens dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving dergelijke toegang waarborgen, in gebreke te stellen teneinde binnen de in de geschreven ingebrekestelling vastgestelde termijn de noodzakelijke werken welke in de ingebrekestelling zijn gepreciseerd, uit te voeren. Bij niet-uitvoering van deze werken binnen de in de ingebrekestelling vastgestelde termijn, na een allerlaatste ingebrekestelling met kopie voor de commissie, heeft de transmissienetbeheerder het recht de beschreven werken uit te voeren die nodig zijn voor het verzekeren van de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net. De kosten van de werken vallen ten laste van de transmissienetgebruiker, tenzij hij bewijst dat ze te wijten zijn aan tekortkomingen van de netbeheerder of, in voorkomend geval, van een andere netgebruiker. In dit geval zijn inzake veiligheid van personen en goederen de bepalingen in de paragrafen 2 en 3 van toepassing. Boek 5. Classificatie van systeemtoestanden en handelingen door de netbeheerder Titel 1. Classificatie van systeemtoestanden Art. 12.Het transmissienet wordt beschouwd als in de normale toestand, in de alarmtoestand, in de noodtoestand, in de black-outtoestand of in de hersteltoestand in overeenstemming met artikel 18 van de Europese richtsnoeren SOGL. De transmissienetbeheerder oefent een toezicht op en bepaalt de transmissienettoestand in overeenstemming met artikel 19 van de Europese richtsnoeren SOGL. Titel 2. Handelingen van de netbeheerder wanneer zijn net zich bevindt in de alarmtoestand, noodtoestand, in black-outtoestand of hersteltoestand Art. 13.Wanneer de transmissienetbeheerder overgaat tot de activatie van remediërende maatregelen, een systeembeschermingsplan of een herstelplan, geeft hij aan de commissie zo spoedig mogelijk kennis van alle handelingen die hij neemt en stelt een verslag op met een gedetailleerde uitleg van de redenen, de uitvoering en de gevolgen van deze handelingen. Dit verslag wordt verstuurd aan de commissie, ter informatie aan de Algemene Directie Energie evenals, in voorkomend geval, aan de verschillende betrokkene partijen onverminderd de bepalingen van de artikelen 14, 18, 20 en 22 van de Europese netwerkcode E&R. De commissie geeft advies over de opportuniteit van de genomen handelingen. Onverminderd de toestand in welke het net wordt geclassificeerd overeenkomstig artikel 18 van de Europese richtsnoeren SOGL en, in voorkomend geval, de activatie van remediërende maatregelen, een systeembeschermingsplan of een herstelplan, neemt de transmissienetbeheerder alle handelingen die hij geschikt oordeelt om een gevaar voor de fysieke integriteit van personen of materiële schade afkomstig van een situatie waarvan hij kennis heeft, of die aan zijn kennis wordt gebracht door een andere netbeheerder, een netgebruiker, elke andere actor van de betrokken markt of een betrokken derde, te voorkomen of op te lossen. Titel 3. Opschorting en terugkeer van marktactiviteiten Art. 14.De transmissienetbeheerder mag voorlopig een of meerdere marktactiviteiten opschorten volgens de procedure en de regels voorzien in de artikelen 35, 36 en 38 van de Europese netwerkcode E&R. Hij herstelt de marktactiviteiten volgens de procedure en de regels voorzien in de artikelen 36, 37 en 38 van de Europese netwerkcode E&R. Boek 6. Formaliteiten Titel 1. Kennisgevingen, mededelingen en termijnen Art. 15.Behoudens andersluidende bepalingen in de toepasselijke wetgeving en/of dit besluit, gebeurt elke kennisgeving of mededeling gedaan ter uitvoering van dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving schriftelijk overeenkomstig de vormen en voorwaarden voorzien in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek. De kennisgeving of mededeling is vervuld na ontvangst in de vormen bedoeld in het eerste lid. Art. 16.§ 1. In afwijking van artikel 15 en behoudens andersluidende bepalingen in de toepasselijke wetgeving en/of dit besluit, wordt elke indiening, mededeling of kennisgeving van informatie met betrekking tot de uitwisseling van elektriciteit en het beheer van het transmissienet in het kader van dit besluit, uitgevoerd via de door de netbeheerder bepaalde elektronische middelen voor de uitwisseling van gegevens. § 2. In afwijking van artikel 15, gebeurt elke neerlegging, mededeling of kennisgeving aan de commissie in het kader van de goedkeuringsbevoegdheid van die laatste, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving en/of dit besluit, per aangetekende zending met ontvangstbewijs of door persoonlijke afgifte met ontvangstbewijs, geadresseerd aan het directiecomité. Een kopie wordt op dezelfde manier verstuurd aan de Algemene Directie Energie wanneer zij beschikt over een adviesbevoegdheid overeenkomstig de toepasselijke wetgeving en/of dit besluit. Art. 17.Behoudens andersluidende bepalingen in de toepasselijke wetgeving en/of dit besluit wordt elke neerlegging, mededeling of kennisgeving bedoeld in dit besluit geldig uitgevoerd op het door de geadresseerde opgegeven laatste adres. Ingeval er een contactpersoon is aangeduid, worden die neerleggingen, mededelingen of kennisgevingen aan die persoon gericht. Bij wijziging van adres en/of contactpersoon stelt de ontvanger van wie het adres en/of de contactpersoon is gewijzigd zijn correspondenten zo snel mogelijk van deze wijziging van adres en/of contactpersoon in kennis en zorgt hij ervoor dat dit adres en/of de contactpersoon wordt gewijzigd in de documenten waarin het voormalige adres en/of de voormalige contactpersoon vermeld staan of staat. Art. 18.Onverminderd tegenstellende bepalingen in de toepasselijke wetgeving en/of dit besluit lopen de termijnen vermeld in dit besluit van middernacht tot middernacht. Zij beginnen te lopen op de werkdag volgend op de dag van de handeling of van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft en omvatten de vervaldag. Titel 2. Het houden van registers en publicatie Art. 19.Behoudens andersluidende bepalingen in de toepasselijke wetgeving en/of dit besluit, bepaalt de transmissienetbeheerder de drager waarop hij de registers bijhoudt die in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving zijn voorzien. Indien de registers op een geïnformatiseerde drager gehouden worden, neemt de transmissienetbeheerder de nodige maatregelen opdat ten minste één ongewijzigde kopie veilig op een identieke drager bewaard wordt met inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake bescherming van persoonsgegevens. De transmissienetbeheerder waarborgt de publicatie van de registers voorzien in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving. Art. 20.Onverminderd de niet-publicatie van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie en gegevens waarvan hij kennis heeft krachtens dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving, ziet de transmissienetbeheerder toe op de publicatie van de methodologieën, vereisten, modaliteiten en voorwaarden, type-overeenkomsten, formulieren en andere nuttige informatie voor de transmissienetgebruikers, de netgebruikers, de marktspelers of alle andere belanghebbenden op een via internet toegankelijke server of iedere andere in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving bepaalde drager. Boek 7. Goedkeuring van afwijkingsaanvragen Art. 21.De aanvragen tot afwijking zoals bedoeld in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren worden conform aan deze ingediend bij de commissie ter goedkeuring, in overeenstemming met de vastgelegde procedures door dezelfde Europese netwerkcodes. Bovendien verstuurt de commissie een kopie van de afwijkingsaanvraag aan de Algemene Directie Energie binnen drie dagen na de ontvangst ervan. De commissie maakt haar ook een kopie over van de eventuele bijkomende informatie die ze gevraagd of ontvangen zou hebben binnen drie dagen na de ontvangst van deze informatie. De Algemene Directie Energie kan een advies aan de commissie overmaken binnen drie maanden na de ontvangst van de kopie van de afwijkingsaanvraag. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen voor het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt deze termijn verlengd met een maand. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn van drie maanden, beschikt ze over een nieuwe termijn van een maand vanaf de ontvangst van deze informatie om haar advies over te maken. Boek 8. Voorafgaand advies van de Algemene Directie Energie over de goedkeuring van de voorwaarden of methodologieën door de commissie Art. 22.Wanneer de lidstaten advies kunnen uitbrengen aan de regulerende instantie in het kader van haar goedkeuring van de voorwaarden of methodologieën als bedoeld in artikel 6.2. en 6.3., van de Europese richtsnoeren SOGL, of artikel 5.2. tot en met 5.4., van de Europese richtsnoeren EBGL, verzoekt de commissie de Algemene Directie Energie om advies te verstrekken over het voorstel van de transmissienetbeheerder met betrekking tot de voorwaarden of methodologieën binnen de vijftien kalenderdagen volgend op hun ontvangst. Wanneer de commissie de voorwaarden of methodologieën moet goedkeuren zoals vereist door artikel 4 van de Europese richtsnoeren FCA, of door artikel 9 van de Europese richtsnoeren CACM, verzoekt de commissie ook de Algemene Directie Energie om advies te verstrekken over het voorstel van de transmissienetbeheerder met betrekking tot de voorwaarden of methodologieën binnen de vijftien kalenderdagen volgend op hun ontvangst. In haar adviesverzoek aan de Algemene Directie Energie preciseert de commissie de adviestermijn, die niet minder dan vijftien kalenderdagen mag bedragen. Indien de Algemene Directie Energie haar voornemen tot het uitbrengen van een advies niet binnen vijf werkdagen vanaf de kennisgeving door de commissie heeft gemeld, wordt zij verondersteld beslist te hebben om geen advies uit te brengen. Deel 2. Planningsgegevens van het net Boek 1. Algemeen Art. 23.In het kader van de uitvoering van artikel 13 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, dat voorziet in het bepalen door de transmissienetbeheerder in een ontwikkelingsplan dat onder meer rekening houdt met een adequate reservecapaciteit en met de projecten van gemeenschappelijk belang aangewezen door de instellingen van de Europese Unie in het domein van transeuropese netten, heeft de transmissienetbeheerder het recht om de planningsgegevens voorzien in deze titel van de transmissienetgebruikers te verkrijgen. Boek 2. Jaarlijkse verplichting tot kennisgeving van de planningsgegevens Art. 24.De transmissienetgebruiker stelt de transmissienetbeheerder in kennis van de planningsgegevens die beschikbaar zijn en betrekking hebben op de zeven jaren volgend op het lopende jaar. De transmissienetbeheerder informeert de transmissienetgebruiker wanneer een evolutienood van het transmissienet met potentiële gevolgen op deze transmissienetgebruiker wordt geïdentificeerd in het kader van een planning van het transmissienet. Art. 25.De kalender van de kennisgeving van de gegevens bedoeld in dit hoofdstuk wordt bepaald door de minister, na voorstel van de transmissienetbeheerder, rekening houdend met de vervaldagen van het ontwikkelingsplan. Art. 26.De ter kennis te geven planningsgegevens zijn de gegevens bedoeld in de artikelen 362 en 363. Art. 27.De transmissienetgebruiker kan, in voorkomend geval, alle andere nuttige informatie, die niet in de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 362 en 363 opgenomen zijn, aan de transmissienetbeheerder ter kennis geven. Art. 28.In geval de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig, foutief of kennelijk onredelijk is, maakt de betrokken transmissienetgebruiker, op vraag van de transmissienetbeheerder, elke gevraagde verbetering of bijkomend gegeven over. In overleg met de transmissienetgebruiker, bepaalt de transmissienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen deze bijkomende gegevens door de transmissienetgebruiker hem ter kennis zullen worden gegeven. Art. 29.In geval de transmissienetbeheerder bepaalt dat de bijkomende gegevens, niet vermeld in de artikelen 362 en 363 en in bijlage 3, noodzakelijk zijn om zijn verplichtingen te vervullen, kan hij een gemotiveerde aanvraag aan de transmissienetgebruiker sturen om deze te ontvangen. In overleg met de transmissienetgebruiker bepaalt de transmissienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen deze bijkomende gegevens hem door de transmissienetgebruiker ter kennis zullen worden gesteld. Art. 30.De transmissienetgebruiker die niet in staat is om de gegevens overeenkomstig de artikelen 24 tot en met 28 ter kennis te geven, stelt de transmissienetbeheerder hiervan op de hoogte en motiveert de redenen van de onvolledige kennisgeving. Art. 31.De jaarlijkse kennisgeving van de planningsgegevens bepaalt hun respectievelijke datum van inwerkingtreding. Boek 3. Verplichting tot kennisgeving van de planningsgegevens in geval van ingebruikneming of buiten gebruikstelling van een elektriciteitsproductie-eenheid, asynchroon opslagpark of een HVDC-systeem Art. 32.De transmissienetgebruiker die het voornemen heeft een op het transmissienet aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid of asynchroon opslagpark van het type C of D, of een transmissiegekoppeld HVDC-systeem in gebruik te nemen of buiten gebruik te stellen, geeft ten laatste op 31 juli van het jaar voorafgaand aan de effectieve verwezenlijking van deze ingebruikname of buiten gebruikstelling, met een opzeggingstermijn van minimum twaalf maanden, de planningsgegevens zoals bepaald in de artikelen 362 en 363 kennis aan de transmissienetbeheerder. De transmissienetgebruiker die het voornemen heeft een elektriciteitsproductie-eenheid of asynchroon opslagpark type B in gebruik te nemen of buiten gebruik te stellen, verricht de kennisgeving van deze ingebruikname of buiten gebruikstelling zodra de investerings- of de declasseringsbeslissing wordt genomen. Deze kennisgeving door de transmissienetgebruiker vindt plaats onverminderd de mededeling aan de transmissienetbeheerder door de verantwoordelijke van de niet-beschikbaarheidsplanning in het beschikbaarheidsplan, overeenkomstig artikel 94 van de Europese richtsnoeren SOGL. Deze laatste mededeling is coherent met de kennisgeving door de transmissienetgebruiker. Wanneer zij een CDS-gebruiker betreft, wordt de kennisgeving van deze gegevens aan de transmissienetbeheerder, in toepassing van artikel 341, eerste lid, 3°, georganiseerd via contractuele weg tussen de transmissienetbeheerder, de betrokken CDS-beheerder en de betrokken CDS-gebruiker. De principes betreffende de kennisgeving van de planningsgegevens in geval van de ingebruikname of buitengebruikstelling die in dit artikel worden vastgelegd zijn in dat geval eveneens van toepassing. Art. 33.De kennisgeving van de gegevens zoals bedoel in artikel 32 loopt niet vooruit op een beslissing van de transmissienetbeheerder, ten aanzien van het onderwerp van deze kennisgeving, noch op de beslissing van de transmissienetgebruiker in verband met zijn voornemen bedoeld in artikel 32. Art. 34.In de kennisgeving van de planningsgegevens in geval van ingebruikneming, of buitengebruikstelling, wordt hun respectievelijke datum van ingebruikneming of buitengebruikstelling gepreciseerd. Deel 3. Aansluiting Boek 1. Technische aansluitingseisen Titel 1. Algemeen Art. 35.§ 1. Dit boek legt de technische aansluitingseisen voor transmissienetgebruikers vast. § 2. De technische eisen van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden zijn vastgelegd door deze elektriciteitsproductie-eenheden in volgende categorieën in te delen: 1° elektriciteitsproductie-eenheden in het algemeen;2° synchrone elektriciteitsproductie-eenheden;3° power park modules;4° offshore power park modules;5° de op gelijkstroom aangesloten power park modules. Iedere power park module wordt, voor de toepassing van de regels van dit besluit, steeds beschouwd als een overkoepelend geheel van generatoren verbonden met het transmissienet via een uniek aansluitingspunt. Overeenkomstig de artikelen 5.2 en 5.3 van de Europese netwerkcode RfG, worden de elektriciteitsproductie-eenheden bedoeld in het eerste lid geklasseerd in de types A, B, C en D, op basis van de volgende drempelcriteria: 1° voor elektriciteitsproductie-eenheden van type A:
- a)het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV ;en
- b)het maximaal vermogen is tussen 0,8 kW inbegrepen en 1 MW niet inbegrepen;2° voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B:
- a)het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV ;en
- b)het maximaal vermogen is tussen 1 MW inbegrepen en 25 MW niet inbegrepen ;3° voor elektriciteitsproductie-eenheden van type C:
- a)het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV ;en
- b)het maximaal vermogen is tussen 25 MW inbegrepen en 75 MW niet inbegrepen ;4° voor elektriciteitsproductie-eenheden van type D:
- a)het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV wanneer hun maximaal vermogen groter is dan of gelijk aan 75 MW of b)het aansluitingspunt is gesitueerd op of boven 110 kV, ongeacht het maximaal vermogen,. § 3. De installaties, andere dan de elektriciteitsproductie-eenheden zoals bedoeld in paragraaf 2, asynchroon opslagpark zoals bedoeld in paragraaf 4 en hoogspanningsgelijkstroomsystemen zoals bedoeld in paragraaf 5 worden in de onderstaande categorieën ingedeeld, meer bepaald op basis van artikel 3.1 van de Europese netwerkcode DCC: 1° de verbruiksinstallaties aangesloten op het transmissienet;2° de installaties van een publiek distributienet, die zijn aangesloten op het transmissienet;3° de publieke distributienetten;4° de gesloten industriële netten en gesloten distributienetten aangesloten op het transmissienet;5° de verbruikseenheden die worden gebruikt door een verbruiksinstallatie of door een CDS om diensten van vraagsturing te leveren aan de relevante netbeheerders en aan de transmissienetbeheerder. § 4. Asynchrone opslagparken zijn geklasseerd in de types A, B, C of D, op basis van de volgende drempelcriteria: 1° type A: het maximaal actief vermogen is tussen 0,8 kW inbegrepen en 1 MW niet inbegrepen;2° type B: het maximaal actief vermogen is tussen 1 MW inbegrepen en 25 MW niet inbegrepen;3° type C: het maximaal actief vermogen is tussen 25 MW inbegrepen en 75 MW niet inbegrepen;4° type D: het maximaal actief vermogen is gelijk aan of groter dan 75 MW. Voor de toepassing van dit boek, wordt onder maximaal actief vermogen van een asynchroon opslagpark het maximaal actief vermogen bedoeld dat de asynchroon opslagpark technisch gezien in staat is te leveren op het aansluitingspunt met het transmissienet. § 5. Dit boek stelt technische voorschriften vast voor de aansluiting van HVDC-systemen en remote end HVDC-convertorstations. § 6. Dit boek legt de aansluitingsregels vast van toepassing op aansluitingsinstallaties op het transmissienet, waaronder; die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het transmissienet of van de installaties van een andere transmissienetgebruiker, kunnen beïnvloeden ; of die de spanningskwaliteit kunnen beïnvloeden; of die diensten van vraagsturing leveren aan de transmissienetbeheerder en aan de distributienetbeheerder; § 7. Onverminderd paragraaf 8, wordt de installatie van een transmissienetgebruiker beschouwd als bestaand in overeenstemming met artikel 4.2, eerste lid,
- a)en
- b)van de Europese netwerkcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC. Onverminderd paragraaf 8, wordt de installatie van een transmissienetgebruiker die overeenkomstig artikel 4.2, lid 1, onder
- a)en b), van de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC niet als bestaande wordt beschouwd, beschouwd als een nieuwe installatie. § 8. In overeenstemming met artikel 4.2, derde lid, van de Europese netwerkcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC, bepaalt de commissie of de elektriciteitsopwekkingseenheid, de verbruiksinstallatie, de installatie van een distributienet dat is aangesloten op een transmissienet, het distributienet of de verbruikseenheid die op een transmissiesysteem is aangesloten, het HVDC-systeem of de power park module die op een transmissiesysteem is aangesloten, te beschouwen is als bestaand of nieuw in de volgende gevallen: 1° de definitieve en bindende overeenkomst voor de aankoop van, respectievelijk, de belangrijkste productiecomponent, het belangrijkste verbruiksonderdeel, de verbruikseenheid of de belangrijkste productiecomponent of HVDCuitrusting, wordt uiterlijk op 27 april 2019 gesloten;en 2° de sluiting van de overeenkomst wordt uiterlijk drie maanden na 27 april 2019 ter kennis gebracht aan de bevoegde systeembeheerder en aan de beheerder van het relevante vervoersnetwerk;en 3° de erkenningsaanvraag, vergezeld van bewijsstukken, wordt ingediend bij de commissie uiterlijk zes maanden na 27 april 2019. Te dien einde, wordt de sluiting van een aansluitingscontract, samen met de kennisgeving aan de bevoegde netwerkbeheerder en de bevoegde transmissienetbeheerder van het bestaan van een definitieve aanbieding van de leverancier of een door de fabrikant geparafeerde ontwerpovereenkomst en zijn leverancier voor de aankoop van respectievelijk het hoofdproductieapparaat, het hoofdconsumptiecomponent, de verbruikseenheid of het hoofdproductieapparaat of HVDC-uitrusting, gelijkgesteld aan de sluiting van de definitieve en bindende overeenkomst, evenals aan de kennisgeving, bedoeld in eerste lid, 2°. De in het eerste lid, 2°, bedoelde kennisgeving bevat ten minste de titel van de overeenkomst, de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding en de specificaties van het belangrijkste productieonderdeel, van het belangrijkste consumptiedeel, de verbruikseenheid of het HVDC-systeem dat moet worden gebouwd, geassembleerd of gekocht. § 9. Een asynchroon opslagpark bedoeld in paragraaf 4 wordt als bestaand beschouwd indien dit op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds op het net is aangesloten. Zo niet wordt het als nieuw beschouwd. Titel 2. Eisen van toepassing op elke installatie en aansluiting op het transmissienet HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen Art. 36.§ 1. Deze titel stelt de eisen vast die van toepassing zijn op elke installatie en verbinding met het transmissienet, ongeacht of deze als bestaand of nieuw worden beschouwd, overeenkomstig de Europese netwerkcodes RfG, DCC en HVDC. § 2. De aansluitingsinstallaties worden door de transmissienetbeheerder aan het transmissienet gekoppeld op het aansluitingspunt. Onder voorbehoud van paragraaf 3 en van bijzondere regels die in dit boek nader worden beschreven voor bepaalde technische eisen, worden de technische aansluitingseisen vastgesteld op het (
- de)betrokken aansluitingspunt(en). Het aansluitingspunt scheidt het transmissienet van de aansluitingsinstallaties waarvan de uitschakeling slechts gevolgen heeft voor de transmissienetgebruiker aangesloten op dat punt. Het aansluitingspunt van de publieke distributienetten op het transmissienet bevindt zich op het interconnectiepunt dat zich bevindt aan de secundaire van de omvormer die toebehoort aan het transmissienet, die de elektriciteitsspanning omvormt naar de spanning van de publieke distributienetten en waarvan de fysieke plaats en het spanningsniveau opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de betrokken netbeheerders. § 3. De technische aansluitingseisen voor de HVDC-systemen zijn toepasselijk op de wisselstroom aansluitingspunten van deze systemen overeenkomstig artikel 3.4 van Europese netwerkcode HVDC, onder voorbehoud van de uitzonderingen zoals bedoeld in hetzelfde artikel. De technische aansluitingseisen voor de op gelijkstroom aangesloten power park modules en voor de remote-end HVDC-convertorstations zijn van toepassing op het interfacepunt van dergelijke systemen overeenkomstig artikel 3.5 van de Europese netcode HVDC, onder voorbehoud van de uitzonderingen zoals bedoeld in hetzelfde artikel. § 4. Wanneer meerdere bestaande elektriciteitsproductie-eenheden of asynchrone opslagparken op hetzelfde aansluitpunt zijn aangesloten, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op elk van deze elektriciteitsproductie-eenheden of niet-synchrone opslagfaciliteiten afzonderlijk. Art. 37.De aansluitingen worden beheerd door de transmissienetbeheerder overeenkomstig artikel 8. Onverminderd de bevoegdheid van de transmissienetbeheerder om elke aansluitingsinstallatie of aansluiting op te richten krachtens zijn aanduiding tot transmissienetbeheerder in toepassing van artikel 9 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, kan een aanvraag voor een nieuwe aansluiting of aansluitingsinstallatie op de transmissienet worden ingediend bij de transmissienetbeheerder door elke kandidaat transmissienetgebruiker die een document kan voorleggen dat staaft dat hij beschikt of zal beschikken, in eigendom of in gebruik, van alle rechten met betrekking tot het beheer, het gebruik, het versterken en de overdracht van deze installaties. Wanneer de aansluitingsinstallaties de eigendom zijn van de transmissienetgebruiker, is deze gehouden alle bepalingen van de toepasselijke wetgeving, dit besluit en van de overeenkomsten gesloten overeenkomstig dit besluit met betrekking tot zijn aansluitingsinstallaties, na te leven of te laten naleven. Art. 38.De procedures voor exploita