← België

Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit stelt een technisch reglement op voor het beheer van het elektriciteitstransmissienet en de toegang daartoe, ter vervanging van een ouder besluit uit 2002. Het doel is om Belgische regels te actualiseren en Europese verordeningen te implementeren om de interne elektriciteitsmarkt te verbeteren en energiedoelstellingen te behalen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
22 APRIL 2019. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Verslag aan de Koning Sire, Artikel 11, § 1e, lid 1, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (Belgisch Staatsblad 11/05/1999 : hierna : " wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten") laat Uwe Majesteit toe om bij een besluit vastgesteld na advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (hierna "commissie") en in overleg met de netbeheerder, een technisch reglement op te stellen voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Het voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, te vervangen (Belgisch Staatsblad 28/12/2002). I. Europese wettelijke context van huidig ontwerp van koninklijk besluit, De verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit (hierna, de Verordening "714/2009") voorziet in de ontwikkeling van netcodes en richtsnoeren die, eens aangenomen door de Europese Commissie, door middel van het comitologie-proces, de vorm aannemen van Europese verordeningen. Deze netcodes zijn bedoeld om een geheel aan geharmoniseerde regels vast te leggen voor de grensoverschrijdende handel, ter verbetering van de mededinging van de interne elektriciteitsmarkt en ter versterking van de elektriciteitsvoorzieningszekerheid. Elke netcode vormt een integraal onderdeel van het streven naar de voltooiing van de interne energiemarkt en het bereiken van de 20-20-20 energiedoelstellingen van de Europese Unie, alsook de klimaat- en energiedoelstellingen tegen 2030 : ?het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 40 % (in vergelijking met het niveau van 1990); ? de toename van het aandeel van hernieuwbare energie met 27 % in het energieverbruik van de EU; ? een verbetering van de energie-efficiëntie met 27 %. Om deze doelstellingen te kunnen bereiken, zijn teksten ingedeeld in drie groepen (de netcodes inzake de aansluitingsvoorwaarden, de richtsnoeren inzake het beheer van het elektriciteitssysteem en de richtsnoeren inzake de markt) ontwikkeld volgens een gemeenschappelijk proces waarbij het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulatoren (ACER) en het Europees netwerk van transmissienetbeheerders voor elektriciteit (in het Engels, European Network of Transmission System Operators for Electricity, ENTSO-E) betrokken waren, voordat zij werden goedgekeurd via een comitologie-proces waarbij de Europese Commissie (EC) en de lidstaten betrokken waren : ? De aansluiting : de regels inzake de eisen voor de aansluiting op het transmissienet worden vastgelegd door de volgende drie codes : o Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna, de « Verordening RfG »); o Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers (hierna, de Verordening « DCC »); o Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen op gelijkstroom aangesloten power park modules (hierna, de Verordening « HVDC »); ? Het beheer : om een betrouwbaar, duurzaam en stabiel elektriciteitsnet in stand te houden, ontwikkelt elke TNB plannen en programma's teneinde een systeem in realtime te beheren. Hierbij wordt geanalyseerd of er voldoende elektriciteit wordt geproduceerd om aan de vraag te voldoen en of het net in staat is de bijbehorende stromen veilig te beheren. In een context van toenemende interconnecties tussen transmissienetbeheerders bieden de operationele codes een set van regels die het beheer van deze systemen regelen. Deze codes zijn de volgenden : o Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (hierna, de Verordening « SO GL »); o Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna, de verordening « E&R »); ? De markt : de ontwikkeling van een pan-Europese elektriciteitsmarkt zal de onderhandeling van elektriciteit en capaciteit met zich meebrengen (de beschikbare capaciteit van de transmissienetten voor de transmissie van elektriciteit) in heel Europa. De bevordering van meer concurrentie, de diversificatie van producenten en de optimalisering van bestaande infrastructuur zullen worden voorzien in de volgende marktcodes : o Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna, de Verordening « CACM »); o Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna, de Verordening « EB GL »); o Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie van 26 september 2016 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing op de langere termijn (hierna, de Verordening « FCA »). II. Beschrijving van het uitwerkingsproces van het huidig ontwerp van koninklijk besluit Het overleg met de netbeheerder zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten heeft plaatsgevonden zoals hierna beschreven. In 2015 werd met de transmissienetbeheerder Elia beslist dat de nodige raadpleging van de marktpartijen met betrekking tot de invoering van de Europese netcodes via een Elia « User's Group » moet gebeuren. In dit verband hebben de belanghebbende partijen de gelegenheid gehad om tijdens verschillende vergaderingen en workshops hun standpunt kenbaar te maken en formeel te reageren op eerdere voorstellen betreffende de aanpassing van de federale technische reglementen en de algemene aansluitvoorwaarden. Na twee jaar van intensief overleg met de marktpartijen heeft Elia een definitief voorstel tot herziening van het Federaal Technisch Reglement uitgewerkt. Dit voorstel werd voorgelegd tijdens een openbare raadpleging die plaatsvond tussen 15 maart en 16 april 2018. Elia heeft al deze adviezen ingewonnen en onderzocht alvorens haar voorstel dienovereenkomstig aan te passen. In overeenstemming met de vereisten van de Europese netcodes en richtsnoeren alsook de planning voorgesteld door de FOD Economie - AD Energie, heeft Elia op 17 mei 2018 formeel het definitieve voorstel tot aanpassing van het federaal technisch reglement ingediend bij de bevoegde instanties, samen met de volgende documenten die eveneens aan een openbare raadpleging onderworpen : 1. Voorstel voor de algemene eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (RfG);2. Voorstel voor de algemene eisen voor de aansluiting van verbruikers (DCC);3. Voorstel voor de algemene eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules (HVDC);4. Voorstel voor de algemene eisen voor opslagaansluitingen;5. Voorstel voor maximumcapaciteitsdrempelwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B, C en D, zoals gedefinieerd in artikel 5(3) van Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (RfG). Ten slotte heeft Elia op 17 mei 2018 op haar website een verslag gepubliceerd van de formele openbare raadpleging over de voorgestelde aangepaste federale technische reglementen en de algemene eisen voor RfG, DCC, HVDC en opslag. Dit verslag is aan de bevoegde autoriteiten toegezonden. De Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie heeft vervolgens het definitieve voorstel bestudeerd, evenals het verslag van de openbare raadpleging die door Elia werden meegedeeld en er wijzigingen aan aangebracht rekening houdend met de resultaten van de raadpleging van de gewestelijke overheden, de juridische aard van de Europese netcodes, de beginselen van wetgevingstechnieken, het advies van de commissie, het advies van de Inspecteur van Financiën alsook het advies van de Afdeling wetgeving van de Raad van State. Het doel van de aangebrachte aanpassingen was dan ook de wettigheid van de tekst te waarborgen en tegelijkertijd het resultaat van de raadpleging van de marktpartijen, zoals dat uit de discussies in de User Group en de officiële openbare raadpleging naar voren kwam, zoveel mogelijk te behouden. III. Samenvattende beschrijving van het voorwerp van dit ontwerp van koninklijk besluit en de aangebrachte aanpassingen gelet op het huidig Technisch Reglement. Het huidig technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe is nauwelijks herzien sinds de aanneming ervan bij koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten (in 2015, 2017 en 2018 op specifieke punten). Dit ontwerpbesluit strekt ertoe het te vervangen teneinde : o de bestaande Belgische regels met betrekking tot andere aspecten dan die welke voortvloeien uit de bovenvermelde Europese verordeningen te actualiseren en vervolledigen. In het algemeen werden de inhoud en de structuur van het huidig technische reglement zoveel mogelijk gehandhaafd. De wijzigingen zijn immers bedoeld om de tekst te laten evolueren en niet om een radicale verandering teweeg te brengen. o de bepalingen te schrappen die in strijd zouden zijn met de bovengenoemde Europese verordeningen; o de bepalingen van de Europese verordeningen te implementeren waarbij aan de Lidstaat een beoordelingsmarge wordt gelaten; Voor wat betreft de technische aansluitingsspecificaties met betrekking tot de netgebruikers, zijn de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC alleen van toepassing op nieuwe installaties, behoudens beslissing van de nationale regelgevende instantie die het toepassingsgebied van deze eisen kan uitbreiden (naar bestaande installaties bijvoorbeeld) of beperken (door afwijkingen te aanvaarden voor bepaalde installaties die normaal onderworpen zijn aan deze technische specificaties) of tenzij de substantiële moderniseringsprocedure wordt geïmplementeerd. Bijgevolg werd er besloten om in Deel III van het Federaal Technisch Reglement betreffende de aansluiting een duidelijk onderscheid te maken tussen de technische specificaties die van toepassing zijn op de bestaande installaties en deze die van toepassing zijn op de nieuwe installaties. Bepaalde regels zijn van toepassing op alle installaties; in dit geval wordt dit duidelijk gepreciseerd in de titel van de sectie. Tenslotte reproduceert huidig ontwerp, ten uitzonderlijke titel, nauwkeurig enkele bepalingen uit de bovengenoemde Europese verordeningen teneinde de leesbaarheid van het Technisch Reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe te handhaven. Wanneer dit het geval is, wordt een verwijzing naar de relevante betreffende bepaling van de verordening gemaakt ("in overeenstemming met [of : onverminderd] artikel ... van de verordening ...") zodat de aard van deze bepaling identificeerbaar blijft en dit in overeenstemming met de voorwaarden die zijn opgelegd door de afdeling Wetgeving van de Raad van State, gelet op het juridische karakter van deze Europese verordeningen. Deze laatsten zijn inderdaad uitvoeringshandelingen waarvan de geldigheid afhangt van Verordening 714/2009. Net als laatstgenoemde, hebben zij, overeenkomstig artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, een algemene strekking en zijn zij bindend in al hun elementen. Deze bepalingen zijn eveneens rechtstreeks van toepassing in alle Lidstaten, vanaf de datum van hun inwerkingtreding. Behalve wanneer de Verordening een bepaalde beoordelingsmarge laat voor wat betreft haar implementatie, betekent een dergelijke rechtstreekse toepasselijkheid dat het niet noodzakelijk is dat de Lidstaten tussenbeide komen teneinde de bepalingen van de Verordening in hun nationaal rechtssysteem te integreren. De bepalingen van een Verordening moeten met name niet worden omgezet in het nationaal recht van de Lidstaten. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bovendien duidelijk gemaakt dat het de Lidstaten verboden zou zijn bepalingen van een Europese verordening op te nemen in een nationale reglementering : "dat de lidstaten derhalve geen besluiten kunnen nemen, noch het nemen daarvan door tot regelstelling bevoegde nationale instanties kunnen toelaten, door welke besluiten het gemeenschapskarakter van een rechtsregel en van zijn rechtsgevolg voor de justitiabelen zou worden verheeld" (HvJ, 2 februari 1977, 50/76, Amsterdam Bulb, p. 7.). In navolging van deze rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de Afdeling Wetgeving van de Raad van State herhaaldelijk gepreciseerd dat "Niet alleen is een dergelijke werkwijze overbodig op het normatieve vlak aangezien ze geen nieuwe norm tot stand brengt, maar bovendien houdt ze het gevaar in dat verwarring ontstaat inzake het rechtskarakter van het in de internrechtelijke regeling opgenomen voorschrift en onder meer over de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie om kennis te nemen van alle betwistingen in verband met de voorschriften van de verordening. Ook kan deze werkwijze verwarring doen ontstaan over het ogenblik van inwerkingtreding van de betrokken normen." (zie hiervoor : RvS, 25 oktober 2011, advies nr. 50.381/3; RvS, 13 januari 2014, advies nr. 54.817/6). De Afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft echter een uitzondering op deze strikte opvatting toegelaten, namelijk dat de reproductie van de bepalingen van een Europese Verordening kan worden toegelaten indien deze voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden (zie : RvS, 25 oktober 2011, advies nr. 50.381/3; RvS, 13 januari 2014, advies nr. 54.817/6) : o in zoverre zulks noodzakelijk is voor de leesbaarheid van eventuele internrechtelijke uitvoeringsmaatregelen; o de reproductie moet exact zijn; o de relevante kwestieuze bepaling van de verordening wordt genoemd, zodat de aard van deze bepaling identificeerbaar blijft. IV. Advies 65.632/3 van 9 april 2019 van de Raad van State, afdeling Wetgeving Dit besluit houdt op passende wijze rekening met het advies van de Raad van State dat gegeven werd over dit besluit. De gevraagde controles en de gevraagde verduidelijkingen werden verricht. Wat de opmerkingen van dit advies met betrekking tot artikel 22 van het ingediende ontwerp betreft, werden volgende wijzigingen aangebracht : 1° verwijdering van lid 1;dit lid van het ontwerp voorzag oorspronkelijk in de mogelijkheid voor de Algemene Directie Energie om een advies te verstrekken aan de transmissienetbeheerder aangaande de documenten die het voorwerp hadden uitgemaakt van een openbare raadpleging in uitvoering van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren, alsook over de resultaten van deze openbare raadpleging, voorafgaand aan de verzending door de transmissienetbeheerder van deze documenten aan de commissie. Na overleg met de commissie werd deze mogelijkheid verwijderd omdat bleek dat dit een bijkomende, niet-noodzakelijke stap betrof aangezien 1° de bevoegde autoriteiten van iedere Lidstaat geconsulteerd worden in het kader van de openbare raadpleging, 2° bepaalde Europese reglementen (richtsnoeren SOGL en EBGL) uitdrukkelijk in de mogelijkheid voorzien voor een Lidstaat om een advies te verstrekken aan de reguleringsautoriteit aangaande de modaliteiten en voorwaarden of methodologieën die aan hem ter goedkeuring worden voorgelegd door de transmissienetbeheerder en 3° deze laatste mogelijkheid om een advies te verstrekken uitgebreid werd teneinde het geheel van de modaliteiten en voorwaarden of methodologieën die aan de reguleringsautoriteit ter goedkeuring worden voorgelegd door de transmissienetbeheerder te beogen door de leden 2 tot 4 van ditzelfde artikel 22 zoals voorgelegd voor advies. Rekening houdend met deze verwijdering had de handhaving van dit lid 1 geen voorwerp meer en was ze overbodig in het licht van de rechtstreeks toepasselijke bepalingen van de Europese verordeningen. Het gaf bovendien aanleiding tot verwarring aangezien het "de betrokken partijen" herleidde tot "partijen geregistreerd op zijn website", die worden gecontacteerd door middel informatiebrief of elektronisch bericht. Dit lid 1 werd bijgevolg geheel geschrapt. 2° lid 2 van artikel 22 zoals voorgelegd aan de Raad van State voor advies werd gewijzigd en onderverdeeld in twee leden die thans de leden 1 en 2 vormen van dit artikel.Het nieuwe eerste lid, in combinatie met de leden 3 en 4, vervolledigt de artikelen 6.2. en 6.3. van de Europese richtsnoeren SOGL, of met de artikelen 5.2 tot 5.4 van de Europese richtsnoeren EBGL door te voorzien in de voorwaarden waarin een advies kan worden gegeven aan de commissie in het kader van de goedkeuring door deze van de voorwaarden en modaliteiten of methodologieën die door de transmissienetbeheerder werden voorgelegd. De relatie tussen deze bepaling en de Europese verordeningen wordt verduidelijkt door middel van passende verwijzingen, overeenkomstig het advies van de Raad van State. Door deze bepaling dient de commissie aan de Algemene Directie Energie te vragen om een niet-bindend advies te verstrekken over de voorwaarden en modaliteiten of methodologieën die door de transmissienetbeheerder aan hem ter goedkeuring werden voorgelegd binnen de vijftien kalenderdagen volgend op hun ontvangst. In zijn adviesvraag aan de Algemene Directie Energie, verduidelijkt de commissie de termijn waarbinnen het advies aan hem kan worden overgemaakt, die niet minder dan vijftien kalenderdagen mag bedragen. Indien de Algemene Directie Energie haar voornemen om een advies te verstrekken niet heeft kenbaar gemaakt binnen een termijn van vijf werkdagen vanaf de melding van de commissie, wordt zij verondersteld beslist te hebben om geen advies te verstrekken. Het tweede lid, in combinatie met de leden 3 en 4, beoogt van zijn kant om aan de Algemene Directie Energie eenzelfde adviesbevoegdheid toe te kennen in het geval de commissie de door artikel 4 van de Europese richtsnoeren FCA of door artikel 9 van de Europese richtsnoeren CACM vereiste voorwaarden en modaliteiten of methodologieën dient goed te keuren, naar analogie met de artikelen 6.2. en 6.3. van de Europese richtsnoeren SOGL, of met de artikelen 5.2 tot 5.4 van de Europese richtsnoeren EBGL. De relatie tussen deze bepalingen en de Europese verordeningen wordt verduidelijkt door middel van de passende verwijzingen, overeenkomstig het advies van de Raad van State. In dit opzicht, staat het een Lidstaat vrij om alle maatregelen te nemen die hij opportuun acht om een Europese verordening te implementeren, voor zover deze : - geen afbreuk doet aan de uniforme toepassing van de Europese verordening binnen de Unie; - geen afbreuk doet aan rechtstreekse toepasbaarheid van de verordening; - geen twijfel creëert aangaande de oorsprong van de bepaling (Europees recht of nationaal recht); - er niet tegenstrijdig mee is. Deze nieuwe leden 1 en 2 van artikel 22 van dit besluit zijn met geen enkele van de hiervoor vermelde verbodsbepalingen in strijd. Deze leden zijn daarentegen een nuttige aanvulling op voormelde bepalingen van de richtsnoeren SOGL, EBGL, FCA en CACM. Ten slotte, kan de verplichting die aan de commissie wordt opgelegd om het advies in te winnen van Algemene Directie Energie niet worden gelijkgesteld met een rechtstreekse instructie, in de zin van artikel 35, paragraaf 4, punt b) ii) van richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, gezien het facultatieve en niet-bindende karakter van dit advies, zodat geen enkele afbreuk aan diens onafhankelijkheid wordt gedaan. Wat het punt het advies van de Raad van State betreft dat handelt over de "verwijzingen naar de technische normen", past het om in herinnering te brengen dat artikel 190 van de gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994 bepaalt dat : "Geen wet, geen besluit of verordening van algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur (...) verbindend (is) dan na te zijn bekendgemaakt in de vorm bij de wet bepaald". Te dien einde, vestigt artikel 56, § 1, lid 3 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken het beginsel volgens hetwelk de koninklijke en ministeriële besluiten integraal in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. Paragraaf 3 van hetzelfde artikel bepaalt dat "De wetten en verordeningen (...) bovendien een andere wijze van bekendmaking van de koninklijke en ministeriële besluiten, alsook van de in § 2 bedoelde vertalingen (kunnen) voorschrijven [vertaling in de Duitse taal]". Volgens artikel VIII.1 van het wetboek van economisch recht echter geven normen "de regels van goed vakmanschap weer die, op het ogenblik dat ze worden aangenomen, gelden voor een bepaald product, een bepaald procedé of een bepaalde dienst" en gebeurt hun naleving op vrijwillige basis, tenzij de naleving ervan is opgelegd door een wettelijke, reglementaire of contractuele bepaling. Het commentaar bij artikel VIII.1, lid 2, verduidelijkt het volgende : "Het tweede lid van artikel VIII.1 is een nieuwe bepaling die tot doel heeft te herhalen dat de naleving van een norm vrijwillig is maar dat dit geen afbreuk doet aan de mogelijkheid om de naleving verplicht te stellen in wetten, besluiten, verordeningen, administratieve handelingen, lastenboeken of overeenkomsten van gemeen recht. Aangezien ze uit hun aard van vrijwillige toepassing zijn, is de naleving van de normen juridisch niet verplicht. Het is echter mogelijk dat dwingende regels zoals een wet of een koninklijk besluit, verwijzen naar normen en ze verplicht stellen. In dat geval verkrijgen deze normen een verbindend karakter, dat ze dus halen uit de regelgeving. Een identieke aanpak geldt voor de overeenkomsten die verwijzen naar normen, en dit overeenkomstig artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek" (wetsontwerp tot invoering van het Wetboek economisch recht, artikelsgewijze bespreking van Boek VIII, Parl.St., Kamer, 2012-2013, nr. 53-2543/001, p. 28).Bijgevolg maakt een norm zoals bedoeld door het wetboek van economisch recht niet op zichzelf een reglementaire handeling uit die het voorwerp dient uit te maken van een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De bindende kracht van de norm zal dus niet uit zichzelf voortkomen maar uit haar eventuele opname in een andere handeling en de juridische kracht die daarmee verband houdt (J. Dumortier, L. Godts, "Les aspects juridiques de la normalisation en Belgique", in Legal Aspects of Standardisation of the E.C. and E.F.T.A., vol. 2, Country Reports, edited by Jose Falke, Harm Schepel, Luxembourg : Office for Official Publications of the European Communities, ISBN 92-828-8908-4.). Wat de normen bekendgemaakt door het Bureau voor Normalisatie betreft, voorziet het koninklijk besluit van 25 oktober 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/10/2004 pub. 09/11/2004 numac 2004011453 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen sluiten betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen in artikel 2 dat "De Staat en de andere publiekrechtelijke personen kunnen aan de door het Bureau gepubliceerde normen refereren, in besluiten, verordeningen, administratieve handelingen en bestekken door een eenvoudige verwijzing naar het indicatief van deze normen". In zijn advies 37.516/1/V gegeven op 20 juli 2004 was de afdeling wetgeving van de Raad van State van oordeel dat een wettelijke basis voor deze bepaling ontbrak en verduidelijkte zij het volgende : "Artikel 2 van het ontwerp beoogt de Staat en de andere publiekrechtelijke personen te machtigen om de naleving van de door het Bureau voor Normalisatie gepubliceerde normen verplicht te stellen. Een dergelijke machtiging dient door de wetgever te worden bepaald". Teneinde tegemoet te komen aan deze kritiek, werd een gelijkaardige bepaling ingevoegd in artikel VIII.2 van het wetboek van economisch recht. Deze luidt als volgt : "De Staat en alle andere publiekrechtelijke personen kunnen refereren aan de door het Bureau voor Normalisatie gepubliceerde normen door een eenvoudige verwijzing naar de referte van deze normen". Het commentaar bij dit artikel verduidelijkt dat deze ontleend is "aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/10/2004 pub. 09/11/2004 numac 2004011453 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen sluiten betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van de normalisatieprogramma's evenals de bekrachtiging of registratie van normen, koninklijk besluit waarvan de rechtsgrond wordt betwist door de Raad van State. De invoeging in de wet laat toe om deze onduidelijkheid weg te werken" (wetsontwerp tot invoering van het Wetboek economisch recht, artikelsgewijze bespreking van Boek VIII, Parl.St., Kamer, 2012-2013, nr. 53-2543/001, p. 28). In zijn advies nr. 51.886/1 van 20 september 2012 over boek VIII van het wetboek van economisch recht met betrekking met name tot de normalisatie heeft de afdeling wetgeving van de Raad van State geen opmerkingen geformuleerd aangaande deze artikelen VIII.1 en VIII.2 en hun commentaar. Bijgevolg is dit besluit in overeenstemming met het wetboek van economisch recht doordat het de naleving van de normen bekendgemaakt door het Bureau voor Normalisatie verplicht maakt door een verwijzing hiernaar. Zelfs indien men zou stellen dat de normen reglementaire handelingen worden door deze verwijzing, bepaalt artikel 190 van de grondwet enkel dat handelingen van deze aard slechts na bekendmaking in de vorm "bij de wet bepaald" bindende kracht kunnen hebben. In voorkomend geval, wijkt de wet af van de gebruikelijke bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Deze bekendmaking door het Bureau voor Normalisatie komt tegemoet aan de essentiële voorwaarden inzake toegankelijkheid en zichtbaarheid van een officiële bekendmaking zoals opgeworpen door de Raad van State in haar advies aangezien : - zij beschikbaar zijn in het Frans en in het Nederlands, en - de te betalen kosten niet kunnen beschouwd worden op onevenredige wijze de toegang te verhinderen tot de normen, rekening houdend, enerzijds, met de vermelde prijzen en, anderzijds, met de professionele hoedanigheid van de personen die deze normen dienen na te leven, namelijk : de transmissienetbeheerder zelf, iedere beheerder van een openbaar distributienet of van een CDS aangesloten op dit net, iedere andere netgebruiker die, gezien het spanningsniveau, ofwel een elektriciteitsproducent is, een exploitant van een asynchroon opslagpark is, of een industrieel is, hun werknemers of onderaannemers. Wat het punt van het advies van de Raad van State betreft, handelend over de artikelen 375 en 376 (nu 373 en 374) van het huidige ontwerp besluit, wordt een expliciete termijn voorzien binnen dewelke de in deze bepalingen bedoelde contracten afgesloten moeten worden. De door de Raad van Staat gesuggereerde sanctie is echter strijdig met artikel 15 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling, M. C. MARGHEM RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 65.632/3 van 9 april 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en tot vervanging van het Koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe' Op 8 maart 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Energie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en tot vervanging van het Koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe'. Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 2 april 2019. De kamer was samengesteld uit Jo BAERT, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Peter SOURBRON, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Annemie GOOSSENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Tim CORTHAUT, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo BAERT, kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 april 2019. Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot de invoering van een nieuw technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, dat beter is afgestemd op het nieuwe Europese wetgevende kader, en dat in de plaats komt van het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe'. Het ontworpen besluit vindt in hoofdzaak rechtsgrond in artikel 11, eerste lid, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten `betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt'. Bij die bepaling wordt de Koning gemachtigd om een technisch reglement op te stellen voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe. De rechtsgrond voor de ontworpen bepalingen in titel II ("Planningsgegevens van het net") wordt specifiek geboden door artikel 13, § 1, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, dat de Koning machtigt om de nadere regels te bepalen van de procedure van opstelling, goedkeuring en publicatie van het plan voor de ontwikkeling van het transmissienet. Artikel 368 van het ontworpen besluit vindt specifiek rechtsgrond in artikel 30, § 2, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, op grond waarvan de Koning strafsancties kan bepalen voor door hem aan te duiden inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van de voormelde wet. Het ontwerp moet worden gelezen in samenhang met een aantal Europese verordeningen waarnaar wordt verwezen in de aanhef. Ook al kunnen de betrokken verordeningsbepalingen wegens het zogenaamde overschrijfverbod niet worden overgenomen in het ontwerp, toch vereisen ze soms dat de lidstaten bijkomende regels aannemen ter uitvoering ervan, waarbij vaak keuzes moeten worden gemaakt binnen de marges die ter zake aan de lidstaten worden gelaten. Dat alles maakt het bijzonder complex om te onderzoeken of het voorliggende ontwerp correct aansluit bij het Europeesrechtelijke kader, met andere woorden of de combinatie van de voorgenomen nationale normen en de verordeningen een consistent normencomplex vormen, zonder doublures, hiaten of contradicties. Aan de gemachtigde werd dan ook gevraagd om een concordantietabel te bezorgen met enerzijds de bepalingen van het ontwerp en anderzijds de Europeesrechtelijke bepalingen die ermee worden geïmplementeerd. De gemachtigde kon hier evenwel niet op ingaan en bezorgde enkel een concordantietabel met betrekking tot het ontworpen technisch reglement en het bestaande technisch reglement. Daarbij verstrekte hij de volgende toelichting: "Om een voorlopig antwoord te bieden op uw vraag betreffende een concordantietabel, geef ik eerst even de structuur van het `Ontwerp van koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en tot vervanging van het Koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe' mee. Dit ontwerp KB neemt heel wat bestaande stukken over van het KB dat het zal vervangen, hoofdzakelijk met een actualisatie in overleg met de netbeheerder. Hier werken we hard aan een concordantietabel tussen het oud KB en het nieuw. De netbeheerder had bij haar voorstel deze tabel meegeleverd, maar door wat verschuivingen heeft deze nood aan een extra controle. Betreffende de nieuwe stukken gelieerd aan de Europese netwerkcodes zijn enkel de artikels in dit KB verwerkt waar de Europese verordeningen vrijheidsgraden geven aan de transmissienetbeheerder. Andere artikels zijn direct toepasbaar en worden, volgens het overschrijfverbod, niet meegenomen in dit KB. Dit betekent dat telkens er invulling wordt gegeven aan een bepaling uit de Europese netwerkcode deze altijd in de tekst opgenomen is. Bij wijze van voorbeeld kan er verwezen worden naar artikel 35 § 2 waar bij de bepaling van de significantie van de elektriciteitsproductie-eenheden volgende verwijzing voorkomt: `Overeenkomstig de artikelen 5.2 en 5.3 van de Europese netwerkcode RfG, worden de elektriciteitsproductie-eenheden bedoeld in het eerste lid geklasseerd in de types A, B, C en D, op basis van de volgende drempelcriteria:...' Een ander voorbeeld is de reeks artikels 70 t.e.m. 129, waarbij er in elk artikel aangegeven wordt aan welk artikel in de Europese netwerkcodes er invulling wordt gegeven. (...) De bepalingen in het ontwerp Koninklijk Besluit die voldoen aan de ten uitvoering van een richtsnoer of een netwerkcode, wanneer deze een uitvoeringsmaatregel vereisen, bevatten een uitdrukkelijke verwijzing naar de desbetreffende bepaling van die verordeningen. De bepalingen die niet bedoeld zijn om te voorzien in de uitvoering van deze voorschriften bevatten dergelijke verwijzingen niet. Dit zijn nationale bepalingen, verenigbaar met de Europese wetgeving inclusief de Europese regelgeving in kwestie, of Verordening (EG) 714/2009 en de verschillende toepasselijke richtlijnen, waaronder bijvoorbeeld Richtlijn 2009/72/EG van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG." De door de gemachtigde geschetste uitgangspunten van het ontwerp stroken met de zo-even uiteengezette werkwijze voor de implementatie van Europese verordeningen. Binnen de beperkte tijd waarover hij beschikt voor het onderzoek van een dergelijk omvangrijk en technisch ontwerp kan de Raad van State evenwel niet meer dan een steekproefsgewijs onderzoek doorvoeren van de verenigbaarheid met het Europees recht. Cruciaal voor zo'n onderzoek is het beschikken over een concordantietabel met de bepalingen van het ontwerp en de relevante, te implementeren Europeesrechtelijke bepalingen. Het valt eigenlijk niet goed in te zien hoe een omvangrijke, met zoveel verordeningsbepalingen verweven operatie als deze tot een goed einde kan worden gebracht zonder zo'n concordantietabel. De Raad van State dringt er dan ook met klem op aan om voor de toekomst steeds een concordantietabel uit te werken samen met een ontwerp dat strekt tot de implementatie van Europees recht, tenzij in de meest triviale gevallen. Daar komt nog bij dat de Raad van State niet beschikt over de technische expertise om na te gaan of de ontworpen bepalingen voldoen aan de algemene beginselen vervat in artikel 7, lid 3, van verordening (EU) 2016/631, artikel 6, lid 3, van verordening (EU) 2016/1388 en artikel 5, lid 3, van verordening (EU) 2016/1447. Het staat bijgevolg aan de stellers van het ontwerp om zich ervan te vergewissen dat de ontworpen regeling volledig aansluit bij de eisen van de Europese verordeningen. Rekening houdende met dat ernstige voorbehoud aangaande het onderzoek van de overeenstemming met het Europees recht, moet de Raad van State alvast de volgende opmerkingen formuleren. Artikel 22 van het ontwerp bevat een aantal bepalingen met betrekking tot publieke consultaties door de transmissienetbeheerder ter uitvoering van Europese netwerkcodes en richtlijnen. Het is echter niet duidelijk wat de verhouding is van die bepalingen tot de voorschriften inzake de raadpleging van belanghebbenden, inclusief de relevante autoriteiten, door onder meer de transmissienetbeheerder over ontwerpvoorstellen voor voorwaarden of methodologieën, overeenkomstig artikel 12 van verordening (EU) 2015/1222. In artikel 22 van het ontwerp worden die belanghebbenden immers gereduceerd tot "de op zijn website geregistreerde partijen", die per informatiebrief of e-mail worden aangeschreven. Voorts wordt voorzien in een parallelle regeling waarbij de Algemene Directie Energie op vraag van de commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (hierna: CREG) advies uitbrengt over het voorstel van de transmissienetbeheerder, terwijl die rol van de CREG niet wordt vermeld in de betrokken verordeningsbepaling. Bovendien voorziet die verordeningsbepaling ook in een participatie van de relevante autoriteiten in de raadpleging. Een gelijkaardig probleem rijst met betrekking tot de verhouding tot de voorschriften vervat in artikel 10 van verordening (EU) 2016/631, inzake de openbare raadpleging van belanghebbenden, inclusief de bevoegde autoriteiten, over verscheidene voorstellen vermeld in die verordeningsbepaling. De stellers van het ontwerp moeten nagaan of artikel 22 van het ontwerp op alle punten spoort met hetgeen reeds in die verordeningsbepalingen voorkomt en de verhouding ermee eventueel door een gepaste verwijzing verduidelijken. Het ontwerp bevat een aantal elementen die volgens de verordeningen bepaald moeten worden op voorstel van de transmissienetbeheerder en goedgekeurd door de relevante nationale overheid - dat is de regulator, tenzij de nationale wetgeving anders bepaalt. Het gaat in het bijzonder om de "eisen voor algemene toepassing" of "algemene toepassingseisen" bedoeld in artikel 7 van verordening (EU) 2016/631, artikel 6 van verordening (EU) 2016/1388 en artikel 5 van verordening (EU) 2016/1447, enerzijds, en om de "maximumcapaciteitsdrempelwaarden" bedoeld in artikel 5, lid 3, van verordening (EU) 2016/631, anderzijds. Uit artikel 35 van het ontwerp kan worden afgeleid dat de stellers van het ontwerp ervan uitgaan dat deze elementen door de Koning kunnen worden geregeld ter uitvoering van artikel 11, tweede lid, 1°, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten. De opname van die elementen in het technisch reglement kan evenwel geen afbreuk doen aan de toepasselijkheid van de zo-even aangehaalde procedures voor de evaluatie en de aanpassing ervan, zodat niet alleen het technisch reglement voor die elementen regelmatig zal moeten worden aangepast, maar dat bovendien daarbij rekening zal moeten worden gehouden met die procedures. Bovendien kan in elk geval geen afbreuk worden gedaan aan de bevoegdheden die de CREG rechtstreeks ontleent aan artikel 7, lid 5, van verordening (EU) 2016/631, artikel 6, lid 5, van verordening (EU) 2016/1388 en artikel 5, lid 5, van verordening (EU) 2016/1447, zoals de CREG terecht opmerkte in haar advies van 28 september 2018 (punt 5). In die gevallen kan de CREG, gelet op haar onafhankelijkheid zoals gewaarborgd bij artikel 35, lid 4, b), ii), van richtlijn 2009/72/EG, ook niet worden verplicht om het advies van de Algemene Directie Energie in te winnen. Artikel 1 van het ontwerp bepaalt dat naast de definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten ook de definities vervat in de in artikel 2, § 1, 3°, van het ontwerp opgesomde Europese netwerkcodes en richtsnoeren, van toepassing zijn. Ondanks het overschrijfverbod kan wel worden gebillijkt dat het bestaan en de relevantie van die laatste definities aldus onder de aandacht van de lezer worden gebracht. Dat neemt niet weg dat de stellers van het ontwerp moeten nagaan of de definities in artikel 2 van het ontwerp niet overlappen met de definities die overeenkomstig artikel 1 van het ontwerp toepasselijk worden verklaard. Bovendien moet er ook op worden toegezien dat de Europeesrechtelijke termen die toepasselijk worden verklaard, in de twee taalversies van het ontwerp correct worden weergegeven (en bijvoorbeeld niet in een eigen vertaling die afwijkt van de geëigende termen). Ten slotte moet er ook rekening mee worden gehouden dat de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten op sommige punten al afwijkt van de Europeesrechtelijke terminologie (bv., in het Nederlands, "transmissienet" in plaats van "transmissiesysteem"). In het ontwerp wordt verwezen naar technische normen, waaronder NBN EN 50110-1 en NBN EN 50110-2 (artikel 9 van het ontwerp) en EN 50160 (artikel 41 van het ontwerp). In artikel 40, § 1, van het ontwerp wordt verwezen naar "de normen en Europese en/of geharmoniseerde standaarden die algemeen worden toegepast door vergelijkbare sectoren op Europees niveau en, onder meer, door de technische rapporten CEI 61000-3-6 en CEI 61000 3 7". In het verleden heeft de Raad van State al herhaaldelijk gewezen op het probleem dat technische normen waarnaar wordt verwezen in wet- en regelgeving, niet in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt, dat ze niet in het Nederlands zijn gesteld of vertaald en dat ze in de regel enkel beschikbaar zouden zijn tegen een bepaalde vergoeding. Het knelpunt van de ontbrekende bekendmaking van technische normen waarnaar in Belgische rechtsregels wordt verwezen, zou op een horizontale manier moeten worden onderzocht en opgelost. Mochten er voor het oplossen hiervan bijzondere redenen zijn om bij wet af te wijken van de gebruikelijke bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, dan zal erop moeten worden toegezien dat deze bekendmaking beantwoordt aan de essentiële randvoorwaarden op het gebied van toegankelijkheid en kenbaarheid van een officiële bekendmaking. Essentieel hierbij is de beschikbaarheid van een Nederlandse, Franse en zo mogelijk, Duitstalige versie van de betrokken normen. Daarnaast mag, indien voor het consulteren van de voornoemde normen een vergoeding wordt gevraagd, het bedrag ervan de toegankelijkheid van die normen niet op onevenredige wijze belemmeren. Zolang er geen dergelijke wettelijke regeling is tot stand gekomen, wordt in de ontworpen regeling verwezen naar een norm die niet overeenkomstig artikel 190 van de Grondwet is bekendgemaakt en die bijgevolg niet tegenwerpbaar is. Ook moet worden opgemerkt dat geen melding wordt gemaakt van een bepaalde versie van de technische normen, hetgeen tot rechtsonzekerheid kan leiden. Indien een dynamische verwijzing wordt beoogd, met andere woorden een verwijzing naar eventuele toekomstige versies, gaat het om een ongeoorloofde delegatie van regelgevende bevoegdheid aan een private normeringsinstantie, aangezien de toekomstige inhoud van die technische normen door die instantie wordt bepaald. Op sommige plaatsen, zoals in artikel 2, 51°, van het ontwerp wordt verwezen naar het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 mei 2009 `houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid' en naar het decreet van het Waalse Gewest van 12 april 2001 `relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité', terwijl niet wordt verwezen naar de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 19 juli 2001 `betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest'. Een vergelijkbaar probleem rijst bij artikel 2, 52°, van het ontwerp waar wordt verwezen naar het tractienet spoor, maar waar geen gewag wordt gemaakt van het gewestelijk tractienet spoor en de stationsnetten, vermeld in hoofdstuk IIIbis van de ordonnantie van 19 juli 2001. De stellers moeten het ontwerp onderzoeken op de afstemming ervan op de regelingen van de drie gewesten. Het ontwerp moet ook vanuit wetgevingstechnisch oogpunt opnieuw worden onderzocht. Zo ontbreekt in de Nederlandse tekst van artikel 375 van het ontwerp de vermelding van paragraaf 2 en in de Nederlandse tekst van artikel 378 van het ontwerp zelfs de vermelding van het artikelnummer. De paragrafen 3.1 tot 3.3 van artikel 71 van het ontwerp moeten doorlopend worden genummerd. Titel II van het ontwerp bevat slechts een enkel (bovendien fout genummerd) hoofdstuk I.I "Algemeenheden", zodat die laatste indeling moet worden weggelaten. Zoals ook de CREG heeft opgemerkt in haar advies van 28 september 2018 (punt 28), valt niet goed in te zien waarom in artikel 11, § 4, van het ontwerp de kosten van de werken die noodzakelijk zijn voor het verzekeren van de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net in beginsel ten laste van de netbeheerder worden gelegd. Dat betekent immers dat de netgebruiker er belang bij heeft om geen gevolg te geven aan de ingebrekestelling door de netbeheerder (teneinde zelf en op eigen kosten de werken uit te voeren) en dat hij kan afwachten of de netbeheerder kan bewijzen dat de tekortkoming aan hem kan worden toegeschreven en de kosten op hem kan verhalen van de werken "die strikt nodig zijn voor het verzekeren van de veiligheid en betrouwbaarheid van het net" (wat beperkender is, en bijgevolg allicht ook goedkoper, dan "de noodzakelijke werken" die in de ingebrekestelling worden vermeld). In artikel 93, § 1, van het ontwerp komen twee grafieken voor met Engelse (in plaats van Nederlandse of Franse) tekst in de beschrijving. Die opmerking geldt ook voor sommige grafieken in de artikelen 94 en 97 van het ontwerp. De grafieken in de Nederlandse en Franse versie van artikel 94, § 3, van het ontwerp stemmen niet overeen. Dit moet worden verholpen. In artikel 371 van het ontwerp schrijve men "wordt opgeheven" in plaats van "wordt vervangen door dit besluit". Dat het te nemen besluit in de plaats komt van het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten vloeit immers reeds voort uit de inwerkingtreding van het eerstgenoemde besluit. Nog afgezien van het overbodige woord "zal" in de Nederlandse tekst van artikel 372 van het ontwerp, is de formule "heeft uitwerking met ingang van" bedoeld voor besluiten die terugwerkende kracht krijgen. De datum van 27 april 2019 ligt echter nog in de toekomst en in elk geval kan aan het te nemen besluit uit de aard ervan geen terugwerkende kracht worden verleend. Bijgevolg schrijve men "treedt in werking op" in plaats van "heeft uitwerking met ingang van". De overgangsbepalingen in de artikelen 375 en 376 van het ontwerp bevatten geen timing en geen sancties voor het geval dat de netgebruiker niet tijdig het ontwerpcontract ondertekent of de nodige maatregelen neemt met het oog op de conformiteit van zijn installaties. Het lijkt dan ook alsof de transmissienetbeheerder het stilzitten van de netgebruiker zonder meer moet gedogen. De vraag rijst dan ook of niet moet worden verduidelijkt welke maatregelen (bijvoorbeeld het ontzeggen van de toegang) de transmissienetbeheerder mag nemen en vanaf wanneer hij dat mag doen. In artikel 378 van het ontwerp moet worden bepaald dat de artikelen 211 tot 213 "buiten werking treden" (niet: worden opgeheven) "op" (niet: vanaf) de erin bedoelde dag. De griffier, A. GOOSSENS De voorzitter, J. BAERT 22 APRIL 2019. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, de artikelen 11, eerste lid, 13, § 1, zesde lid, gewijzigd bij de wet van 1 juni 2005 en 30, § 2, gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012; Gelet op de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG; Gelet op de Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003; Gelet op de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer; Gelet op de Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie van 26 september 2016 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing op de langere termijn; Gelet op de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen; Gelet op de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering; Gelet op de Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet; Gelet op het advies (A) 1816 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 28 se …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.