Wet tot invoering van boek II van het Strafwetboek (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij
Art. 79
.Algemene definities Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder: 1° minderjarige: elke persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;2° persoon in een kwetsbare toestand: elke persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek duidelijk was of de dader bekend was;3° partner: de persoon waarmee de dader of het slachtoffer is gehuwd of een duurzame affectieve en intieme lichamelijke relatie heeft, alsook de persoon waarmee de dader of het slachtoffer gehuwd is geweest of een duurzame affectieve en intieme lichamelijke relatie heeft gehad indien de strafbare feiten enigszins verband houden met dit ontbonden huwelijk of de beëindigde relatie;4° persoon met een maatschappelijke functie: - een parlementslid; - een minister of staatssecretaris; - een magistraat, een juridisch medewerker van een rechtscollege of het openbaar ministerie, een jurylid of een getuige; - een provinciegouverneur, een lid van een deputatie, een arrondissementscommissaris, een burgemeester of schepen, een lid van de gemeente- of provincieraad; - een lid van de politiediensten, zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/05/2000 pub. 09/08/2000 numac 2000009606 bron ministerie van justitie Wet houdende oprichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, alsook tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek sluiten6 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, een personeelslid door de Federale Overheidsdienst Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten of enige andere persoon met een openbare functie; - een lid van de brandweer, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten7 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst; - een lid van het personeel of van de directie van een onderwijsinstelling, een persoon die de opvang van leerlingen verzorgt in een medisch-pedagogisch instituut dat door een gemeenschap wordt ingericht of gesubsidieerd, of een externe actor die door de gemeenschapsoverheden belast is met het voorkomen en het oplossen van geweld op school; - een postbode; - een chauffeur, begeleider, controleur of loketbediende van een uitbater van een netwerk van openbaar vervoer; - een bedienaar van een eredienst of een voorganger in plechtigheden van een niet-confessionele levensbeschouwing; - een journalist: een persoon die een activiteit uitoefent als bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/05/2000 pub. 09/08/2000 numac 2000009606 bron ministerie van justitie Wet houdende oprichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, alsook tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek sluiten7 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens; - een advocaat; - een notaris; - een gerechtsdeurwaarder; - een VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- en ADG-bemiddelaar; - een lid van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. 5° persoon met een openbare functie: - een persoon die op basis van een wet, een besluit of een rechterlijke beslissing: - de openbare orde moet handhaven; - de naleving van bepaalde normen of beslissingen van een overheidsorgaan moet controleren; - de naleving van bepaalde normen of beslissingen van een overheidsorgaan moet afdwingen; - een persoon die een openbare dienst of opdracht uitoefent waarbij zijn handelingen zijn bepaald en gereglementeerd door een wet, besluit of rechterlijke beslissing; 6° parlementslid: een lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, een senator, een lid van een parlement van een gemeenschap of een gewest of een lid van het Europees Parlement;7° minister of staatssecretaris: een lid van de federale regering, van een regering van een gemeenschap of een gewest;8° magistraat: een rechter in het Grondwettelijk Hof, een raadsheer of rechter in een hof of rechtbank van de rechterlijke orde, een lid van het openbaar ministerie, een plaatsvervangende of toegevoegde magistraat, een lid van de Raad van State of het auditoraat bij de Raad van State, een lid van het Rekenhof, een lid van een administratief rechtscollege of een lid van een internationaal rechtscollege waarbij België partij is;9° juridisch medewerker van een rechtscollege of het openbaar ministerie: een magistraat in opleiding, een kandidaat magistraat, een parketjurist als bedoeld in artikel 162, paragraaf 2, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek of een griffier;10° jurylid: een lid van de jury in het hof van assisen;11° getuige: elke persoon die door een rechter wordt gehoord, zonder dat hij partij is in het betrokken geding of verdacht wordt van het plegen van het strafbaar feit;12° scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd: elke persoon die is aangesteld om beslissingen te nemen in het kader van de bij de officiële sportfederaties aangegeven wedstrijden en iedere persoon die optreedt als seingever bij een sportwedstrijd op de openbare weg;13° in het kader van de uitoefening van deze functie: situatie waarin de dader het misdrijf pleegt tijdens de uitoefening van deze functie of door gebruik te maken van deze functie;14° naar aanleiding van de uitoefening van deze functie: situatie waarin de aanleiding voor het misdrijf ligt in een handeling die het slachtoffer heeft gesteld, stelt of zal stellen en die deel uitmaakt van de uitoefening van zijn functie;15° integriteitsaantasting van de eerste graad: elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die niet resulteert in een integriteitsaantasting van de tweede graad, een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood;16° integriteitsaantasting van de tweede graad: elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die resulteert in een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk van maximum vier maanden of een geneeslijk lijkende ziekte die niet meer dan vier maanden ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk heeft veroorzaakt;17° integriteitsaantasting van de derde graad: elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die resulteert in een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk van meer dan vier maanden, een ongeneeslijk lijkende ziekte, het volledig verlies van een orgaan of een lichaamsfunctie, een zware verminking, dan wel een zwangerschapsverlies.18° zwangerschapsverlies: onder zwangerschapsverlies wordt begrepen het voortijdig een einde stellen aan een zwangerschap, tegen de wil van de zwangere persoon en ongeacht de daarvoor gebruikte middelen;19° bedreiging: alle middelen van morele dwang waardoor vrees voor een dreigend kwaad wordt verwekt;20° foltering: de gedraging omschreven in artikel 112;21° voorbedachtheid: situatie waarbij de dader, in een voldoende stabiele gemoedstoestand en op een overwogen en geplande wijze, besluit tot het plegen van een misdrijf en er een voldoende tijdsverloop is tussen het besluit en de uitvoering ervan opdat de dader op zijn besluit zou kunnen terugkomen;22° in het openbaar: - hetzij in openbare bijeenkomsten of plaatsen; - hetzij in aanwezigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken; - hetzij om het even welke plaats, in aanwezigheid van de geviseerde persoon en voor een derde; - hetzij door geschriften, al dan niet gedrukt, door prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden; - hetzij door geschriften, prenten of zinnebeelden, die niet openbaar worden gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of meegedeeld worden; 23° wapen: ieder voorwerp dat ter hand wordt genomen om te doden, te verwonden of te slaan of daarmee te dreigen, alsook ieder verboden wapen zoals bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;24° nacht: de periode na negen uur `s avonds en voor vijf uur `s morgens;25° wet: de wet, het decreet of de ordonnantie;26° wetgevende vergadering: de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, een gewest- of gemeenschapsparlement, de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie of de Vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie;27° munt: de in België of in het buitenland wettelijk gangbare biljetten, de biljetten uitgedrukt in euro, de biljetten waarvan de uitgifte is toegelaten door of krachtens een wet of door een wet van een andere Staat of op grond van een bepaling die in die andere Staat kracht van wet heeft, alsook de in België of in het buitenland wettelijk gangbare muntstukken en de muntstukken uitgedrukt in euro;28° radioactief materiaal: alle kernmateriaal of andere radioactieve stoffen met nucliden die spontaan worden gespleten, proces dat gepaard gaat met de emissie van een of meer soorten ioniserende straling, zoals alfa-, bèta-, gamma- en neutronenstraling, en die wegens de radiologische of splijtbare eigenschappen ervan de dood, ernstig lichamelijk letsel of aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu zouden kunnen veroorzaken;29° kernmateriaal: plutonium, met uitzondering van plutonium waarvan de concentratie van de isotoop plutonium 238 hoger is dan 80 procent, uranium 233, uranium verrijkt in uranium 235 of 233, uranium dat het mengsel van isotopen bevat in de natuur aanwezig onder een andere vorm dan erts of ertsresidu, en iedere stof die één of meer van de hierboven genoemde isotopen bevat.Hierbij moet onder "uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233" worden begrepen: uranium dat hetzij uranium 235 hetzij uranium 233 bevat, dan wel deze beide isotopen in een zodanige hoeveelheid dat de verhouding tussen de som van beide isotopen en de isotoop 238 groter is dan de verhouding tussen de isotoop 235 en de isotoop 238 in natuurlijk uranium; 30° nucleair instrument:
- a)alle nucleaire explosiemiddelen, of;
- b)alle instrumenten ter verspreiding van radioactief materiaal of alle instrumenten die straling uitzenden en die, wegens de radiologische eigenschappen ervan, de dood, ernstig lichamelijk letsel of aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu veroorzaken;31° nucleaire installatie:
- a)alle kernreactoren, daaronder begrepen een reactor aan boord van een vaartuig, van een voertuig, van een luchtvaartuig of van een ruimtevaartuig als energiebron die dient om voornoemd vaartuig, voertuig, luchtvaartuig of ruimtevaartuig voort te stuwen, of voor enig ander doeleinde;
- b)alle apparatuur of vervoersinstrumenten om radioactief materiaal te vervaardigen, op te slaan, op te werken of te vervoeren;32° exploitant van een installatie waar nucleair materiaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen: elke natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor een installatie waar nucleair materiaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen;33° persoon die extern is aan installatie waar nucleair materiaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen: de natuurlijke persoon die niet rechtstreeks of onrechtstreeks door een arbeidsovereenkomst, een stage- of opleidingsovereenkomst of een contract voor de uitvoering van werken of diensten verbonden is aan een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt. Art. 80.Bijzondere definities Voor de toepassing van titel 4, hoofdstuk 2, en titel 8, hoofdstukken 1 tot 3, wordt verstaan onder: 1° aanslag: elke opzettelijk gestelde materiële handeling die bestaat uit of gepaard gaat met geweld of de bedreiging met geweld, die minstens een begin van uitvoering uitmaakt en die wordt gesteld teneinde het door de wet bepaalde rechtsgoed aan te tasten of te vernietigen;2° samenspanning: elk opzettelijk gezamenlijk genomen besluit van verscheidene personen om een aanslag in de zin van de bepaling onder 1° te plegen. Art. 81.Adoptie Voor de toepassing van dit Wetboek worden onder "bloedverwant" ook de adoptant, de geadopteerde en de bloedverwanten van de adoptant begrepen in de gevallen waarin de wet verwantschap doet ontstaan. Titel I. Ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht Art. 82.Misdaad van genocide De misdaad van genocide, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, is een internationaalrechtelijke misdaad en wordt bestraft volgens de bepalingen van deze titel. In overeenstemming met het Internationaal Verdrag van 9 december 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, en onverminderd de strafrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op misdrijven door nalatigheid, wordt onder de misdaad van genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met het oogmerk om, geheel of gedeeltelijk, een nationale, etnische of godsdienstige groep of rassengroep uit te roeien, en wel door het: 1° doden van leden van de groep;2° toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;3° opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden bedoeld om de lichamelijke vernietiging van de gehele groep of van een gedeelte ervan te veroorzaken;4° opleggen van maatregelen bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;5° gewelddadig overbrengen van kinderen van een groep naar een andere groep. Deze misdaad wordt bestraft met een straf van niveau 8. Art. 83.Misdaad tegen de mensheid De misdaad tegen de mensheid, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, is een internationaalrechtelijke misdaad en wordt bestraft volgens de bepalingen van deze titel. In overeenstemming met het Statuut van het Internationaal Strafhof wordt onder misdaad tegen de mensheid verstaan een van de volgende opzettelijke handelingen gepleegd in het kader van een veralgemeende of stelselmatige aanval op de burgerbevolking en met kennis van bedoelde aanval: 1° doodslag;2° uitroeiing;3° verlaging tot slavernij;4° gedwongen deportatie of overbrenging van bevolking;5° gevangenneming of elke andere vorm van ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid met schending van de fundamentele bepalingen van het internationaal recht;6° foltering;7° verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie en elke andere vorm van seksueel geweld met een vergelijk-bare ernst;8° vervolging van enige groep of van enige identificeerbare collectiviteit wegens politieke, raciale, nationale, etnische, culturele, godsdienstige of seksistische redenen of wegens andere universeel als onaanvaardbaar erkende criteria voor het internationaal recht, in samenhang met iedere handeling bedoeld in de artikelen 82 en 84 tot 88;9° gedwongen verdwijningen van personen;10° apartheid;11° andere onmenselijke handelingen van vergelijkbare aard waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt. Deze misdaad wordt bestraft met een straf van niveau 8. Art. 84.Oorlogsmisdaden De oorlogsmisdaden zijn internationaalrechtelijke misdaden en worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel bestraft, onverminderd de strafbepalingen die van toepassing zijn op de uit nalatigheid gepleegde misdrijven. Zij worden onderverdeeld in vier categorieën op grond van de straf die erop van toepassing is. Art. 85.Oorlogsmisdaden van categorie 1 De oorlogsmisdaden van categorie 1 zijn: 1° de oorlogsmisdaden bedoeld in de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en in het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, in de wetten en gebruiken die gelden in geval van gewapende conflicten, zoals omschreven in artikel 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, in artikel 1 van het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, alsook in artikel 8, § 2, f), van het Statuut van het Internationaal Strafhof, wanneer die opzettelijke misdaden door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan de personen en de goederen is gewaarborgd door voornoemde Verdragen, Protocollen, wetten en gewoonten:
- a)doodslag;
- b)foltering of andere onmenselijke behandeling, met inbegrip van biologische experimenten;
- c)opzettelijk richten van aanvallen op gebouwen, materieel, medische eenheden en transporten, alsmede op personeel dat overeenkomstig het internationaal recht gebruik maakt van de emblemen van het internationaal humanitair recht;
- d)opzettelijk richten van aanvallen op personeel, installaties, materieel, eenheden of voertuigen betrokken bij humanitaire opdrachten of vredesmissies overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, voor zover deze recht hebben op de bescherming die aan burgers of goederen van burgerlijke aard wordt verleend krachtens het internationaal recht inzake gewapende conflicten;
- e)opzettelijk aanvallen van de burgerbevolking of van individuele burgers die niet rechtstreeks deelnemen aan de vijandelijkheden;
- f)opzettelijk richten van aanvallen op plaatsen waar zieken en gewonden worden samengebracht, voor zover deze plaatsen geen militaire doelen zijn;
- g)opzettelijk richten van een aanval in de wetenschap dat een dergelijke aanval verliezen aan mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan goederen van burgerlijke aard zal veroorzaken of grote, langdurige en ernstige schade aan natuur en milieu zal aanrichten, die buitensporig is in verhouding tot het te verwachten concrete en rechtstreeks militaire voordeel, onverminderd het misdadig karakter van de aanval waarvan de schadelijke gevolgen, zelfs in evenredigheid tot het te verwachten militaire voordeel, onverenigbaar zouden zijn met de beginselen van het volkenrecht die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het collectieve rechtsbewustzijn;
- h)uitvoeren van een aanval op werken of installaties die gevaarlijke krachten bevatten, in de wetenschap dat een dergelijke aanval verliezen aan mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan goederen van burgerlijke aard zal veroorzaken, die buitensporig is in verhouding tot het te verwachten concrete en rechtstreeks militaire voordeel, onverminderd het misdadig karakter van de aanval waarvan de schadelijke gevolgen, zelfs in evenredigheid tot het te verwachten militaire voordeel, onverenigbaar zouden zijn met de beginselen van het volkenrecht die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het collectieve rechtsbewustzijn;
- i)aanvallen of bombarderen met wat voor middelen ook van gedemilitariseerde zones of van steden, dorpen, woningen of gebouwen, die niet worden verdedigd en geen militaire doelen zijn;
- j)aanvallen van een persoon in de wetenschap dat hij buiten gevecht verkeert, op voorwaarde dat zulks de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
- k)op verraderlijke wijze doden of verwonden van personen die behoren tot de vijandige natie of het vijandige leger of van een vijandelijke strijder;
- l)verklaren dat geen kwartier zal worden verleend;2° de ernstige schendingen van het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, gepleegd in geval van een gewapend conflict zoals gedefinieerd in voornoemd artikel 3, bestaande uit inbreuken gericht tegen het leven en de lichamelijk integriteit inzonderheid alle vormen van doodslag, verminkingen, wrede behandeling en foltering, wanneer die opzettelijke schendingen door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan personen is gewaarborgd door die Verdragen. Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 8. Art. 86.Oorlogsmisdaden van categorie 2 § 1. De oorlogsmisdaden van categorie 2 zijn de oorlogsmisdaden bedoeld in de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en in het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, in de wetten en gebruiken die gelden in geval van gewapende conflicten, zoals omschreven in artikel 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, in artikel 1 van het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, alsook in artikel 8, § 2, f), van het Statuut van het Internationaal Strafhof, wanneer die opzettelijke misdaden door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan de personen en de goederen is gewaarborgd door voornoemde Verdragen, Protocollen, wetten en gewoonten:
- a)moedwillig veroorzaken van hevig lijden of toebrengen van ernstig lichamelijk letsel dan wel van ernstige schade aan de gezondheid;
- b)verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie en elke andere vorm van seksueel geweld, die een ernstige schending van de Verdragen van Genève of een ernstige schending van het gemeenschappelijke artikel 3 van die Verdragen oplevert;
- c)opzettelijk gebruik maken van uithongering van burgers als methode van oorlogvoering door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun overleving, daaronder begrepen het opzettelijk belemmeren van de aanvoer van hulpgoederen waarin is voorzien in de Verdragen van Genève;
- d)gebruik maken van de aanwezigheid van een burger of van een andere persoon beschermd door het internationaal humanitair recht teneinde bepaalde punten, gebieden of strijdkrachten te vrijwaren van militaire operaties;
- e)behalve als ze gerechtvaardigd zijn of gerechtvaardigd zijn door de gezondheidstoestand van die personen of in overeenstemming zijn met de algemeen aanvaarde geneeskundige normen, de handelingen die erin bestaan aan de personen beschermd door het internationaal humanitair recht, zelfs met hun toestemming, lichamelijke verminkingen toe te brengen, op hen geneeskundige of wetenschappelijke experimenten uit te voeren of bij hen weefsels of organen weg te nemen voor transplantatie, tenzij het gaat om het geven van bloed voor transfusie of het afstaan van huid voor transplantatie, mits zulks vrijwillig en zonder enige dwang of overreding en voor therapeutische doeleinden geschiedt;
- f)gebruiken van gif of giftige wapens;
- g)gebruiken van verstikkende, giftige of andere gassen en soortgelijke vloeistoffen, materialen of apparaten;
- h)gebruiken van kogels die in het menselijk lichaam gemakkelijk in omvang toenemen of platter en breder worden, zoals kogels met een harde mantel die de kern gedeeltelijk onbedekt laat of die is voorzien van inkepingen;
- i)gebruiken van wapens, projectielen, materieel en wijzen van oorlogvoering die van die aard zijn om overbodig letsel of nodeloos lijden te veroorzaken of zonder onderscheid te treffen in strijd met het internationaal recht inzake gewapende conflicten, voor zover dergelijke wapens, projectielen, materieel en wijzen van oorlogvoering vallen onder een algemeen verbod en zijn opgenomen in een bijlage bij het Statuut van het Internationaal Strafhof;
- j)perfide gebruik van het embleem van het rode kruis of de rode halve maan of van andere beschermende emblemen erkend door het internationaal humanitair recht, op voorwaarde dat zulks een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft;
- k)op ongepaste wijze gebruik maken van een witte vlag, een vlag of de militaire onderscheidingstekens en het uniform van de vijand of van de Verenigde Naties, op voorwaarde dat zulks een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft;
- l)gebruiken van wapens die werken met microbiologische of andere biologische agentia of toxines, ongeacht hun oorsprong of wijze van vervaardiging;
- m)gebruiken van wapens waarvan de voornaamste uitwerking is dat ze een letsel toebrengen door middel van deeltjes die niet met röntgenstralen in het menselijk lichaam kunnen worden ontdekt;
- n)gebruiken van laserwapens die dusdanig zijn ontworpen dat zij in de strijd worden ingezet met als enig doel of onder meer als doel blijvende blindheid te veroorzaken bij personen zonder geassisteerd zicht, met andere woorden personen die met het blote oog kijken of corrigerende lenzen dragen. Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 7. § 2. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1 worden bestraft met een straf van niveau 8 indien zij hebben geleid tot de dood van een of meerdere personen. Art. 87.Oorlogsmisdaden van categorie 3 § 1. De oorlogsmisdaden van categorie 3 zijn: 1° de oorlogsmisdaden bedoeld in de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en in het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, in de wetten en gebruiken die gelden in geval van gewapende conflicten, zoals omschreven in artikel 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, in artikel 1 van het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, alsook in artikel 8, § 2, f), van het Statuut van het Internationaal Strafhof, wanneer die opzettelijke misdaden door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan de personen en de goederen is gewaarborgd door voornoemde Verdragen, Protocollen, wetten en gewoonten:
- a)vernietigen of in beslag nemen van eigendommen van de vijand in geval van een internationaal gewapend conflict, of van een tegenstander in geval van een gewapend conflict dat niet van internationale aard is, tenzij deze vernietiging of inbeslagneming dringend vereist is als gevolg van dwingende militaire noodzaak;
- b)vernieling en de toe-eigening van goederen, niet gerechtvaardigd door militaire noodzaak zoals aanvaard in het volkenrecht en uitgevoerd op grote schaal en op onrechtmatige en willekeurige wijze;
- c)opzettelijk richten van aanvallen op burgerdoelen, die geen militaire doelen zijn;
- d)plunderen van een stad of plaats, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen;2° de ernstige schendingen gedefinieerd in artikel 15 van het Tweede Protocol inzake het Verdrag van `s-Gravenhage van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, goedgekeurd te `s-Gravenhage op 26 maart 1999, gepleegd in geval van een gewapend conflict zoals omschreven in artikel 18, §§ 1 en 2, van het Verdrag van `s-Gravenhage van 1954 en in artikel 22 van voornoemd Tweede Protocol, wanneer deze schendingen opzettelijk, door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan goederen is gewaarborgd door dit Verdrag en Protocol:
- a)een aanval richten op een cultureel goed onder versterkte bescherming;
- b)een cultureel goed onder versterkte bescherming of de onmiddellijke omgeving ervan aanwenden ter ondersteuning van een militaire actie;
- c)de door het Verdrag en het Tweede Protocol beschermde culturele goederen op grote schaal vernietigen of zich toe-eigenen;
- d)een aanval richten op een cultureel goed beschermd door het Verdrag en het Tweede Protocol;
- e)de diefstal, de plundering of de verduistering van culturele goederen beschermd door het Verdrag en daden van vandalisme tegen de culturele goederen beschermd door het Verdrag. Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 5. § 2. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1, 1°, worden bestraft met een straf van niveau 7 indien zij een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben. § 3. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1, 1°, worden bestraft met een straf van niveau 8 indien zij hebben geleid tot de dood van een of meerdere personen. Art. 88.Oorlogsmisdaden van categorie 4 § 1. De oorlogsmisdaden van categorie 4 zijn: 1° de oorlogsmisdaden bedoeld in de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en in het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, in de wetten en gebruiken die gelden in geval van gewapende conflicten, zoals omschreven in artikel 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, in artikel 1 van het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, alsook in artikel 8, § 2, f), van het Statuut van het Internationaal Strafhof, wanneer die opzettelijke misdaden door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan de personen en de goederen is gewaarborgd door voornoemde Verdragen, Protocollen, wetten en gewoonten:
- a)dwingen van een krijgsgevangene, van een burger die beschermd wordt door het Verdrag betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd of van een persoon die in hetzelfde opzicht beschermd wordt door het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, om te dienen bij de strijdkrachten of bij gewapende groepen van de vijandelijke mogendheid of van de tegenpartij;
- b)onder de wapenen roepen of het in militaire dienst nemen van kinderen beneden de leeftijd van vijftien jaar bij de strijdkrachten of gewapende groepen of hen gebruiken voor actieve deelname aan vijandelijkheden;
- c)onthouden aan een krijgsgevangene, aan een burger die beschermd wordt door het Verdrag betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd of aan een persoon die in hetzelfde opzicht beschermd wordt door het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, van het recht op een regelmatige en onpartijdige berechting overeenkomstig de voorschriften van die bepalingen;
- d)onrechtmatige deportatie, overbrenging of verplaatsing, de onrechtmatige gevangenhouding van een burger die beschermd wordt door het Verdrag betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd of van een persoon die in dezelfde opzichten beschermd wordt door het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949;
- e)nemen van gijzelaars;
- f)rechtstreeks of onrechtstreeks overbrengen naar een bezet gebied van gedeelten van de burgerbevolking van de bezettende mogendheid in geval van een internationaal gewapend conflict, of van gedeelten van de burgerbevolking van de bezettende autoriteit in geval van een niet-internationaal gewapend conflict;
- g)andere schendingen van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling;
- h)ongerechtvaardigd vertragen van de repatriëring van krijgsgevangenen of burgers;
- i)aanwenden van praktijken van apartheid of van andere onmenselijke of onterende praktijken, die op rassendiscriminatie gebaseerd zijn en een aanval op de menselijke waardigheid vormen;
- j)aanvallen van duidelijk als zodanig herkenbare historische monumenten, kunstwerken of plaatsen van eredienst die het culturele of spirituele erfgoed van de volkeren vormen en waaraan bijzondere bescherming is verleend door een speciale regeling, wanneer er geen bewijs bestaat van schending door de tegenpartij van het verbod die goederen te gebruiken om het militaire optreden te ondersteunen, en wanneer die goederen niet in de onmiddellijke nabijheid van militaire doelen zijn gelegen;
- k)opzettelijk richten van aanvallen op gebouwen gewijd aan godsdienst, onderwijs, kunst, wetenschap of caritatieve doeleinden, historische monumenten of ziekenhuizen, voor zover deze geen militaire doelen zijn;
- l)onrechtmatige handelingen en nalatigheden, niet wettelijk gerechtvaardigd, die de gezondheid en de fysieke of psychische integriteit van de personen beschermd door het internationaal humanitair recht in gevaar kunnen brengen, in het bijzonder alle geneeskundige handelingen die niet gerechtvaardigd zijn door de gezondheidstoestand van die personen of niet in overeenstemming zijn met de algemeen aanvaarde geneeskundige normen;
- m)gerechtelijk vervallen verklaren, schorsen of niet-ontvankelijk verklaren van de rechten en handelingen van de personen die tot de vijandige partij behoren;2° de hierna beschreven ernstige schendingen van het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, gepleegd in geval van een gewapend conflict zoals gedefinieerd in voornoemd artikel 3, wanneer deze schendingen opzettelijk, door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan personen is gewaarborgd door die Verdragen:
- a)aantasting van de persoonlijke waardigheid, inzonderheid vernederende en onterende behandeling;
- b)uitspreken van veroordelingen en ten uitvoer leggen van executies zonder voorafgaand vonnis uitgesproken door een op regelmatige wijze samengesteld rechtscollege dat alle gerechtelijke waarborgen biedt die algemeen als onmisbaar worden erkend;
- c)nemen van gijzelaars. Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 4, onverminderd, voor de misdrijven gedefinieerd onder 1°,
- g)tot k), en 2°, de toepassing van de strengere strafbepalingen tot bestraffing van ernstige schendingen van de waardigheid van de persoon. § 2. Het misdrijf bedoeld in paragraaf 1, 1°, l), wordt bestraft met een straf van niveau 5 indien het heeft geleid tot ernstige gevolgen voor de volksgezondheid. § 3. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1, 1°,
- a)tot f), en in paragraaf 1, 2°, c), worden bestraft met een straf van niveau 7 indien zij een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben. § 4. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1, 1°,
- a)tot f), en in paragraaf 1, 2°, c), worden bestraft met een straf van niveau 8 indien zij hebben geleid tot de dood van een of meerdere personen. Art. 89.Gedwongen verdwijning die geen misdaad tegen de menselijkheid vormt § 1. De gedwongen verdwijning die geen misdaad tegen de menselijkheid vormt is de opzettelijke arrestatie, gevangenhouding, ontvoering of elke andere vorm van opzettelijke vrijheidsontneming door vertegenwoordigers van de staat of door personen of groepen personen die optreden met de machtiging of steun van of bewilliging door de staat, gevolgd door een weigering een dergelijke vrijheidsontneming te erkennen of door verhulling van het feit zelf of van de verblijfplaats van de verdwenen persoon, waardoor deze buiten de bescherming van de wet geplaatst wordt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 6. § 2. De gedwongen verdwijning die geen misdaad tegen de menselijkheid vormt wordt bestraft met een straf van niveau 4 indien de persoon verantwoordelijk voor de gedwongen verdwijning vrijwillig het slachtoffer terug in vrijheid stelt binnen de vijf dagen na de vrijheidsberoving. § 3. De gedwongen verdwijning die geen misdaad tegen de menselijkheid vormt wordt bestraft met een straf van niveau 7: 1° indien het misdrijf de dood heeft veroorzaakt;2° indien de persoon wiens vrijheid werd ontnomen, werd onderworpen aan foltering;3° ingeval het misdrijf werd gepleegd jegens een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand. Art. 90.Voorbereidende handelingen Zij die opzettelijk een werktuig, een toestel of enig voorwerp voortbrengen, onder zich houden of vervoeren, een bouwwerk oprichten of een bestaand bouwwerk veranderen, in de wetenschap dat het werktuig, het toestel, het voorwerp, het bouwwerk of de verandering bestemd is om een van de in deze titel genoemde misdrijven te plegen of het plegen ervan te vergemakkelijken, worden gestraft met de straf bepaald voor het misdrijf waarvan zij het plegen hebben mogelijk gemaakt of vergemakkelijkt. Art. 91.Strafbare poging De poging om een van de in deze titel bedoelde misdrijven te plegen wordt bestraft met dezelfde straf als het voltooide misdrijf. Art. 92.Strafbare deelneming en aansprakelijkheid van de meerdere Worden met de op het voltooide misdrijf gestelde straf bestraft: 1° het bevel, zelfs zonder dat dit gevolgen heeft gehad, om een van de misdrijven bedoeld in de voorgaande artikelen van deze titel te plegen;2° het voorstel of het aanbod om een dergelijk misdrijf te plegen en het aanvaarden van zulk een voorstel of aanbod;3° het aanzetten tot het plegen van een dergelijk misdrijf, zelfs zonder dat dit gevolgen heeft gehad;4° de deelneming in de zin van artikel 19 aan een dergelijk misdrijf, zelfs zonder dat dit gevolgen heeft gehad;5° het verzuim gebruik te maken van de mogelijkheid tot handelen vanwege hen die kennis hebben van bevelen, gegeven met het oog op de uitvoering van een dergelijk misdrijf, of van feiten die een begin van uitvoering hiervan vormen, ofschoon zij de voltooiing ervan konden verhinderen of konden doen ophouden. Art. 93.Uitsluiting van de rechtvaardiging en verschoning § 1. Onverminderd de in artikel 85, 1°,
- g)en h), en artikel 88, § 1, 1°, l), genoemde uitzonderingen kan geen enkel belang, geen enkele noodzaak van politieke, militaire of nationale aard de in deze titel omschreven misdrijven, zelfs bij wijze van represaille gepleegd, rechtvaardigen. § 2. Het feit dat de betrokkene heeft gehandeld op bevel van zijn regering of van een meerdere, ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid indien, in de gegeven omstandigheden, het bevel duidelijk het plegen van een van de misdrijven bedoeld in deze titel ten gevolge kon hebben. Titel 2. Misdaad van ecocide Art. 94.Misdaad van ecocide § 1. De misdaad van ecocide, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, wordt bestraft volgens de bepalingen van deze titel. De misdaad van ecocide is het opzettelijk plegen, door handelen of nalaten, van een illegale handeling, die ernstige, grootschalige en langdurige schade aan het milieu veroorzaakt, wetende dat deze handeling dergelijke schade toebrengt, voor zover deze handeling betrekking heeft op een inbreuk op federale wetgeving of internationale wetgeving die bindend is voor de federale overheid of zover de handeling niet in België kan gelokaliseerd worden. Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder:
- a)ernstige schade : schade die leidt tot negatieve zeer nadelige veranderingen, verstoringen of effecten aan enigerlei onderdeel van het milieu, met inbegrip van aanzienlijke gevolgen voor het leven of de gezondheid van de mens, op de biodiversiteit of op natuurlijke, culturele of economische hulpbronnen voor de samenleving;
- b)grootschalige schade: schade die zich uitstrekt tot buiten een beperkt geografisch gebied, die de grenzen van een regio of een staat overschrijdt of die wordt geleden door een volledig ecosysteem of een volledige soort of door een aanzienlijk aantal mensen;
- c)langdurige schade: schade die onomkeerbaar is of niet binnen een redelijke termijn door natuurlijke regeneratie kan worden hersteld;
- d)milieu: de aarde, haar ecosystemen, haar biosfeer, haar criosfeer, haar lithosfeer, haar hydrosfeer en haar atmosfeer alsmede de kosmische ruimte. § 2. Deze misdaad wordt bestraft met een straf van niveau 6. Titel 3. Misdrijven tegen de persoon Art. 95.Toepassingsgebied Als slachtoffer van de misdrijven uit deze titel kunnen worden beschouwd alle natuurlijke personen vanaf hun geboorte als levend wezen. Natuurlijke personen kunnen slachtoffer zijn van alle misdrijven uit deze titel. Rechtspersonen kunnen slachtoffer zijn van de volgende misdrijven bedoeld in deze titel: 1° bedreiging, bedoeld in hoofdstuk 6, afdeling 1;2° laster en belediging, bedoeld in hoofdstuk 6, afdeling 3;3° misdrijven betreffende het geheim van communicatie, privégegevens van een informaticasysteem en brieven bedoeld in hoofdstuk 9, afdeling 1;4° schending van plaatsen die tot woning dienen bedoeld in hoofdstuk 9, afdeling 2;5° schending van het beroepsgeheim bedoeld in hoofdstuk 9, afdeling 3. Hoofdstuk 1. Misdrijven tegen het leven Afdeling 1. Doden met het oogmerk om te doden Art. 96.Doodslag Doodslag is het doden van een ander persoon met het oogmerk om hem te doden. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 7. De rechter kan geen straf onder elektronisch toezicht, probatiestraf of werkstraf uitspreken in geval van poging van doodslag. Art. 97.Moord Moord is doodslag gepleegd met voorbedachtheid. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 8. Art. 98.Doodslag gepleegd in het kader van een ander misdrijf De doodslag gepleegd om het plegen van een ander misdrijf of de poging daartoe te vergemakkelijken of de straffeloosheid ervan te verzekeren, dan wel gepleegd als gevolg van de weerstand die werd geboden door het slachtoffer of een derde, wordt bestraft met een straf van niveau 8. Art. 99.Doodslag gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer De doodslag gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer wordt bestraft met een straf van niveau 8. Art. 100.Doodslag gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand De doodslag gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau 8. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, dan wel een bloed- of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont of heeft samengewoond. Art. 101.Intrafamiliale doodslag De doodslag gepleegd op een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen wordt bestraft met een straf van niveau 8. Art. 102.Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie wordt bestraft met een straf van niveau 8 indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie. Art. 103.Uitgelokte doodslag De doodslag is uitgelokt indien deze werd gepleegd onder de onmiddellijke invloed van opzettelijk gepleegd, onrechtmatig, ernstig en ogenblikkelijk fysiek of psychisch geweld tegen zijn persoon of tegen een derde. Indien de doodslag werd uitgelokt, wordt de op het misdrijf gestelde straf vervangen door een straf van niveau 3. Art. 104.Bijkomende straf Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter bij de veroordeling voor een misdrijf omschreven onder deze afdeling, met uitzondering van de uitgelokte doodslag, ook de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling uitspreken. Art. 105.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging het feit dat: 1° de dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont;2° het misdrijf werd gepleegd op een scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;3° het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie;4° het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;5° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen die gezamenlijk optreden;6° het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen;7° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Afdeling 2. Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid Art. 106.Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid Het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 107.Dodelijk verkeersongeval Het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van een verkeersongeval wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 108.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor de in de artikelen 106 en 107 bedoelde misdrijven neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige. Afdeling 3. Aanzetting tot zelfdoding Art. 109.Aanzetting tot zelfdoding Aanzetting tot zelfdoding is het opzettelijk stellen van een handeling die van aard is om een persoon ertoe te brengen zichzelf van het leven te beroven. De aanzetting tot zelfdoding is slechts strafbaar indien zij een zelfdoding door het slachtoffer of een poging daartoe tot gevolg heeft. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 110.Verzwaarde aanzetting tot zelfdoding Aanzetting tot zelfdoding wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer: 1° de feiten gepleegd zijn op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;2° de feiten gepleegd zijn vanuit een discriminerende drijfveer;3° de dader de partner of een bloedverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn is van het slachtoffer. Art. 111.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging: 1° het feit dat de dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont;2° indien het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is, het feit dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont;3° het feit dat het misdrijf werd gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;4° het feit dat het misdrijf werd gepleegd op een scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;5° het feit dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;6° het feit dat het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Hoofdstuk 2. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling Afdeling 1. Foltering Art. 112.Foltering Foltering is elke opzettelijke gedraging waarmee hevige pijn of ernstig en vreselijk lichamelijk of geestelijk lijden wordt veroorzaakt bij een persoon, onder meer om van hem of van derde inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te dwingen of om hem of derden te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren, dan wel om eender welke reden van discriminatoire aard. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 113.Foltering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De foltering die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 114.Foltering door een persoon met een openbare functie De foltering gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 115.Foltering van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand De foltering van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau 5. Indien de foltering van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt dit bestraft met een straf van niveau 6. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij de partner is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont. Art. 116.Foltering van een persoon met een maatschappelijke functie Foltering gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie wordt bestraft met een straf van niveau 6 indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie. Art. 117.Intrafamiliale foltering De foltering van een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen wordt bestraft met een straf van niveau 5. Indien de foltering zoals gedefinieerd in het eerste lid een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 6. Art. 118.Foltering met de dood tot gevolg De foltering die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 7. Art. 119.Uitsluiting van rechtvaardigingsgronden De foltering kan door geen enkele rechtvaardigingsgrond worden gerechtvaardigd. Afdeling 2. Onmenselijke behandeling Art. 120.Onmenselijke behandeling Onmenselijke behandeling is elke opzettelijke gedraging waarmee ernstig geestelijk of lichamelijk leed wordt toegebracht. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 121.Onmenselijke behandeling met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De onmenselijke behandeling die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 122.Onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie De onmenselijke behandeling gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 123.Onmenselijke behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand De onmenselijke behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau 4. Indien de onmenselijke behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt dit bestraft met een straf van niveau 5. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij de partner is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont. Art. 124.Onmenselijke behandeling van een persoon met een maatschappelijke functie Onmenselijke behandeling gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie wordt bestraft met een straf van niveau 5 indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie. Art. 125.Intrafamiliale onmenselijke behandeling De onmenselijke behandeling van een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen wordt bestraft met een straf van niveau 4. Indien de onmenselijke behandeling zoals gedefinieerd in het eerste lid een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt dit bestraft met een straf van niveau 5. Art. 126.Onmenselijke behandeling met de dood tot gevolg De onmenselijke behandeling die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 6. Art. 127.Uitgesloten rechtvaardigingsgrond De onmenselijke behandeling kan niet worden gerechtvaardigd door het bevel van de overheid. Afdeling 3. Onterende behandeling Art. 128.Onterende behandeling Onterende behandeling is het opzettelijk onderwerpen van een persoon aan een behandeling die in de ogen van het slachtoffer of van derden een ernstige krenking of aantasting van de menselijke waardigheid uitmaakt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 129.Onterende behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand De onterende behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau 3. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij de partner is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont. Art. 130.Intrafamiliale onterende behandeling De onterende behandeling van een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen wordt bestraft met een straf van niveau 3. Afdeling 4. Gemeenschappelijke bepaling Art. 131.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in dit hoofdstuk neemt de rechter in overweging het feit dat: 1° het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;2° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen die gezamenlijk optreden;3° het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen;4° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Hoofdstuk 3. Misdrijven tegen de seksuele integriteit, het seksueel zelfbeschikkingsrecht en de goede zeden Afdeling 1. Aantasting van de seksuele integriteit, voyeurisme, niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud en verkrachting Onderafdeling 1. Toestemming met betrekking tot het seksueel zelfbeschikkingsrecht Art. 132.Definitie van toestemming met betrekking tot het seksueel zelfbeschikkingsrecht Toestemming veronderstelt dat deze uit vrije wil is gegeven. Dit wordt beoordeeld in het licht van de omstandigheden van de zaak. De toestemming kan niet worden afgeleid uit de loutere ontstentenis van verweer van het slachtoffer. De toestemming kan worden ingetrokken op elk ogenblik voor of tijdens de seksuele handeling. Toestemming is er niet wanneer de seksuele handeling is gepleegd door gebruik te maken van de kwetsbare toestand van het slachtoffer ten gevolge van onder meer angst, invloed van alcohol, verdovende middelen, psychotrope stoffen of enige andere substantie met een soortgelijke uitwerking, een ziekte of een handicapsituatie, waardoor de vrije wil is aangetast. Toestemming is er in ieder geval niet indien de seksuele handeling het gevolg is van een bedreiging, fysiek of psychisch geweld, dwang, verrassing, list of van enige andere strafbare gedraging. Toestemming is er in ieder geval niet wanneer de seksuele handeling is gepleegd ten nadele van een bewusteloos of slapend slachtoffer. Art. 133.Beperkingen aan de mogelijkheid tot toestemming door de minderjarige § 1. Onder voorbehoud van paragraaf 2 wordt een minderjarige die de volle leeftijd van zestien jaar niet heeft bereikt, niet geacht uit vrije wil te kunnen toestemmen. § 2. Een minderjarige die de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, maar niet de volle leeftijd van zestien jaar, kan uit vrije wil toestemmen indien het leeftijdsverschil met de andere persoon niet meer dan drie jaar bedraagt. Er is geen misdrijf tussen minderjarigen die de volle leeftijd van veertien jaar hebben bereikt en die met wederzijdse toestemming handelen wanneer het onderlinge leeftijdsverschil meer dan drie jaar bedraagt. § 3. Een minderjarige kan nooit uit vrije wil toestemmen indien: 1° de dader een bloedverwant of aanverwant is in de rechte opgaande lijn of een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot en met de derde graad of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin of ongeacht welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met de minderjarige samenwoont en die over die minderjarige gezag heeft, of 2° de daad mogelijk is gemaakt doordat de dader gebruik heeft gemaakt van een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige, of 3° de daad wordt beschouwd als een daad van ontucht of prostitutie als bedoeld in afdeling 2, onderafdeling 2, luidende "Seksuele uitbuiting van minderjarigen met het oog op prostitutie". Onderafdeling 2. Basismisdrijven Art. 134.Aantasting van de seksuele integriteit Aantasting van de seksuele integriteit is het opzettelijk stellen van een seksuele handeling op een persoon die daar niet in toestemt, al dan niet met behulp van een derde persoon die daar niet in toestemt, dan wel het laten stellen van een seksuele handeling door een persoon die daar niet in toestemt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Wordt met aantasting van de seksuele integriteit gelijkgesteld het opzettelijk bewerkstelligen dat een persoon die daarmee niet instemt, getuige is van seksuele handelingen, of van seksueel misbruik, ook zonder dat deze daaraan hoeft deel te nemen. Aantasting bestaat zodra er een begin van uitvoering is. Art. 135.Voyeurisme Voyeurisme is het opzettelijk observeren of doen observeren van een persoon of opzettelijk van deze persoon een beeld- of geluidsopname maken of doen maken, - rechtstreeks of door middel van een technisch of ander hulpmiddel; - zonder de toestemming van die persoon of buiten zijn medeweten; - terwijl die persoon ontbloot is of een expliciete seksuele daad stelt, en; - terwijl die persoon zich in omstandigheden bevindt, waarin hij redelijkerwijs mag verwachten beschut te zijn voor ongewenste blikken. Onder ontblote persoon wordt begrepen de persoon die zonder toestemming of buiten zijn medeweten een deel van zijn lichaam toont dat op grond van zijn seksuele integriteit verhuld zou zijn gebleven indien die persoon had geweten dat hij werd geobserveerd of dat er een beeld- of geluidsopname van hem werd gemaakt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Voyeurisme bestaat, zodra er begin van uitvoering is. Art. 136.Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud is het opzettelijk tonen, toegankelijk maken of verspreiden van visuele of geluidsinhoud van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud bestaat, zodra er begin van uitvoering is. Art. 137.Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud is het met kwaadwillig opzet of uit winstbejag tonen, toegankelijk maken of verspreiden van visuele of geluidsinhoud van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud bestaat, zodra er begin van uitvoering is. Art. 138.Verkrachting Verkrachting is elke opzettelijk gestelde daad die bestaat of mede bestaat uit een seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon of met behulp van een persoon die daar niet in toestemt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Onderafdeling 3. Verzwaarde misdrijven Art. 139.Niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg Niet-consensuele seksuele handelingen die de dood tot gevolg hebben, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 7; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 7. Art. 140.Niet-consensuele seksuele handelingen voorafgegaan door of gepaard gaand met foltering, opsluiting of zwaar geweld Niet-consensuele seksuele handelingen voorafgegaan door of gepaard gaand met foltering, opsluiting of met zwaar geweld die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 5; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 5. De rechter kan geen straf onder elektronisch toezicht, probatiestraf of werkstraf uitspreken in geval van niet-consensuele seksuele handelingen voorafgegaan door of gepaard gaand met foltering, opsluiting of zwaar geweld. Art. 141.Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd onder bedreiging van een wapen of op een wapen gelijkend voorwerp of na toediening van weerloosmakende of remmingsverlagende stoffen Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd onder bedreiging van een wapen of op een wapen gelijkend voorwerp of na toediening van weerloosmakende of remmingsverlagende stoffen worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 5; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 142.Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een persoon in een kwetsbare toestand Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een persoon in een kwetsbare toestand, worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 5; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 5; - niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 5; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 6. Art. 143.Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is, worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 5; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 5; - niet-consensuele verspreiding met kwaadwillig opzet of uit winstbejag van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 5; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 6. Art. 144.Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 4; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 3; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 145.Incest Onder incest wordt begrepen de seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige door een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande lijn, door een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen. Incest wordt als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 5; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 5; - niet-consensuele verspreiding met kwaadwillig opzet of uit winstbejag van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 5; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 6. Art. 146.Niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen Onder niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen worden begrepen de niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, door een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, door een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen. Niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 4; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 3; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 147.Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer bedoeld in artikel 29, worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 4; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 3; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 5. Dezelfde straffen worden opgelegd wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het artikel 29 aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken. Art. 148.Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten aanzien van het slachtoffer Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van het slachtoffer bevindt, worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 4; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 3; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 149.Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met de hulp of in aanwezigheid van een of meer personen Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met de hulp of in aanwezigheid van een of meer personen worden als volgt bestraft: - aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met een straf van niveau 4; - voyeurisme wordt bestraft met een straf van niveau 3; - niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met een straf van niveau 4; - verkrachting wordt bestraft met een straf van niveau 5. Onderafdeling 4. Algemene bepaling Art. 150.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor feiten die niet-consensuele seksuele handelingen uitmaken, houdt de rechter in het bijzonder rekening met het feit dat: - de dader een bloedverwant in de rechte opgaande of neerdalende of in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer, dan wel een aanverwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot de derde graad, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont of heeft samengewoond; - het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie; - het misdrijf werd gepleegd door een arts of een andere gezondheidswerker in het kader van de uitoefening van zijn functie; - het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van tien jaar; - het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk op een later tijdstip de in deze afdeling bepaalde feiten te plegen; - het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige; - het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Afdeling 2. Seksuele uitbuiting van minderjarigen Onderafdeling 1. Benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden Art. 151.Benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden Benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden is het aan een minderjarige een voorstel tot ontmoeting doen, op welke manier dan ook, met het oogmerk om een misdrijf te plegen bedoeld in dit hoofdstuk, voor zover dit voorstel is gevolgd door materiële handelingen die tot een dergelijke ontmoeting kunnen leiden. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Onderafdeling 2. Seksuele uitbuiting van minderjarigen met het oog op prostitutie Art. 152.Bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie Bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie is opzettelijk de ontucht of de prostitutie van een minderjarige opwekken, begunstigen of vergemakkelijken. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 153.Bewegen van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar tot het plegen van ontucht of prostitutie Bewegen van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar tot het plegen van ontucht of prostitutie, wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 154.Werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie Werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie is het, onverminderd de in artikel 258 bedoelde gevallen, rechtstreeks of via een tussenpersoon, opzettelijk aanwerven, meenemen, wegbrengen of bij zich houden van een minderjarige met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie. Dit misdrijf wordt bestraft een straf van niveau 4. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 155.Werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie Onverminderd de in artikel 258 bedoelde gevallen wordt het werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie bestraft met een straf van niveau 5. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 156.Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt, is het opzettelijk, rechtstreeks of via een tussenpersoon, houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 157.Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar ontucht of prostitutie pleegt Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar ontucht of prostitutie pleegt, wordt bestraft met een straf van niveau 5. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 158.Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie is het verkopen, verhuren of ter beschikking stellen van een kamer of enige andere ruimte aan een minderjarige met het oogmerk de ontucht of prostitutie van een minderjarige mogelijk te maken. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 159.Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar met het oog op ontucht of prostitutie Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar met het oog op ontucht of prostitutie wordt bestraft met een straf van niveau 5. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 160.Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige is het, onverminderd de in artikel 258 bedoelde gevallen, opzettelijk op welke manier ook, exploiteren van de ontucht of prostitutie van een minderjarige. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 161.Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar Onverminderd de in artikel 258 bedoelde gevallen wordt exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar bestraft met een straf van niveau 5. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 162.Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige is het opzettelijk verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige door de overhandiging, het aanbod of de belofte van een materieel of financieel voordeel. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 163.Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar wordt bestraft met een straf van niveau 5. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 164.Organisatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige in vereniging Indien een in het tweede lid bedoeld misdrijf wordt gepleegd als daad van deelneming aan de hoofdbedrijvigheid of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft in deze vereniging of niet, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 6. Het eerste lid is van toepassing op: - het bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie bedoeld in de artikelen 152 en 153; - het werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie bedoeld in de artikelen 154 en 155; - het houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt bedoeld in de artikelen 156 en 157; - het ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie bedoeld in de artikelen 158 en 159; - de exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige bedoeld in de artikelen 160 en 161; en - het verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige bedoeld in de artikelen 162 en 163. Art. 165.Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige is het rechtstreeks, inbegrepen door middel van informatie- en communicatietechnologie, opzettelijk bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 166.Reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige Reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige is: - het met welk middel ook op enigerlei wijze, direct of indirect, opzettelijk reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor een aanbod van diensten van seksuele aard, indien die reclame specifiek gericht is op een minderjarige of indien zij gewag maakt van diensten aangeboden door een minderjarige of door een persoon van wie wordt beweerd dat hij minderjarig is, zelfs indien het aanbod wordt verhuld onder bedekte bewoordingen; - het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, opzettelijk kenbaar maken dat een minderjarige zich aan prostitutie overgeeft, dat men de prostitutie van een minderjarige vergemakkelijkt of dat men wenst in contact te komen met een minderjarige die zich aan ontucht overgeeft. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 167.Verzwaard reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige Indien het reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige tot doel of tot gevolg heeft, direct of indirect, dat ontucht of prostitutie van een minderjarige of zijn exploitatie wordt vergemakkelijkt, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 3. Art. 168.Aanzetten tot het plegen van ontucht of tot exploitatie van de prostitutie van een minderjarige in het openbaar of door enig reclamemiddel Aanzetten tot het plegen van ontucht of tot exploitatie van de prostitutie van een minderjarige in het openbaar of door enig reclamemiddel is: - het met welk middel ook in het openbaar de minderjarige opzettelijk tot ontucht aanzetten; - het door enig reclamemiddel, impliciet of expliciet, opzettelijk aanzetten tot de exploitatie van de prostitutie van een minderjarige, of gebruik maken van zulke reclame naar aanleiding van een aanbod van diensten. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 169.Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf In afwijking van artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen. De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf. Indien deze roerende of onroerende goederen worden vervreemd tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rechterlijke beslissing, kan de rechter hun geldwaarde bepalen en de verbeurdverklaring uitspreken van een geldsom die hiermee overeenstemt overeenkomstig artikel 53, § 2, tweede lid. Onderafdeling 3. Beelden van seksueel misbruik van minderjarigen Art. 170.Definitie van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen Onder beelden van seksueel misbruik van minderjarigen moet worden begrepen: - elk materiaal dat de visuele weergave op welke wijze dan ook behelst van een minderjarige die deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele gedragingen, of dat de weergave behelst van de geslachtsorganen van een minderjarige voor primair seksuele doeleinden; - elk materiaal dat de visuele weergave op welke wijze dan ook behelst van een persoon die er als een minderjarige uitziet en die deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele gedragingen, of dat de weergave behelst van de geslachtsorganen van deze persoon voor primair seksuele doeleinden; - realistische afbeeldingen die de weergave behelzen van een niet-bestaande minderjarige die deelneemt aan expliciete seksuele gedragingen, of die de weergave behelzen van de geslachtsorganen van deze minderjarige voor primair seksuele doeleinden. Art. 171.Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen is het opzettelijk tentoonstellen, aanbieden, verkopen, verhuren, uitzenden, leveren, verspreiden, ter beschikking stellen, overhandigen, vervaardigen of invoeren, met welk middel ook, van beelden van seksuele misbruik van een minderjarige. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 172.Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen in vereniging Indien het vervaardigen of het verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de dader de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 4. Art. 173.Bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen Bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen is het opzettelijk bezitten of verwerven, al dan niet voor een derde, van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 174.Zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen Zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen is het zich opzettelijk toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen door middel van informatie- en communicatietechnologie. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 175.Rechtvaardigingsgrond inzake het rechtens ontvangen, analyseren en overzenden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen Een door de Koning erkende organisatie kan rechtens meldingen die beelden van seksueel misbruik van minderjarigen zouden kunnen bevatten, ontvangen, de inhoud en de herkomst ervan analyseren en ze aan de politiediensten en gerechtelijke overheden overzenden. Met het oog daarop voert die organisatie de haar toevertrouwde opdracht uit volgens de nadere regels bepaald door de Koning inzonderheid met betrekking tot: - de verplichting lid te zijn van een internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen; - de overzending van de voormelde meldingen aan de politiediensten en gerechtelijke overheden; - de overzending van de voormelde meldingen met betrekking tot de in het buitenland gehoste beelden, aan de voornoemde internationale vereniging; - het toezicht op de personen belast met de ontvangst van de meldingen, met de analyse van de inhoud en van de herkomst ervan en met de overzending ervan, alsmede op die van de personen belast met de controle van die taken in de organisatie, via het laten voorleggen van een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering door deze personen en het inwinnen van inlichtingen omtrent de moraliteit van deze personen; - de jaarlijkse overzending van een activiteitenverslag aan de minister van Justitie; - het verbod een gegevensbank op te richten op grond van de beelden die haar werden gemeld. De Koning bepaalt de procedure voor de toekenning en de intrekking van de erkenning. Art. 176.Rechtvaardigingsgrond inzake het consensueel maken, bezitten en onderling delen van seksueel getinte inhoud Er is geen misdrijf wanneer minderjarigen boven de volle leeftijd van zestien jaar met wederzijdse toestemming zelf seksueel getinte inhoud maken en deze zelf gemaakte seksueel getinte inhoud onderling delen en in bezit houden. Wederzijdse toestemming is nodig zowel voor het maken, het bezitten en het onderling delen van deze inhoud. Deze rechtvaardigingsgrond geldt niet indien: - de seksueel getinte inhoud wordt getoond of verspreid aan een derde; - een derde de seksueel getinte inhoud tracht te bekomen, - de dader een bloedverwant of aanverwant is in de rechte opgaande lijn of een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin of onverschillig welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met de minderjarige samenwoont en die over die minderjarige gezag heeft, of; - de daad mogelijk is gemaakt doordat de dader gebruik heeft gemaakt van een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige. Onderafdeling 4. Inhoud die bedoeld is om het plegen van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen Art. 177.Vervaardigen of verspreiden van inhoud die bedoeld is om het plegen van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen Vervaardigen of verspreiden van inhoud met als doel een misdrijf uit dit hoofdstuk ten nadele van een minderjarige te bevorderen, te vergemakkelijken of aan te moedigen is het tentoonstellen, aanbieden, verkopen, verhuren, uitzenden, leveren, verspreiden, ter beschikking stellen, overhandigen, vervaardigen of invoeren, met welk middel ook, van inhoud met als doel een misdrijf uit dit hoofdstuk ten nadele van een minderjarige te bevorderen, te vergemakkelijken of aan te moedigen. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 178.Bezitten of verwerven van inhoud die bedoeld is om het plegen van een strafbaar feit van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen Het bezitten of verwerven van inhoud die bedoeld is om het plegen van een strafbaar feit van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen, is het bezitten of verwerven van inhoud die bedoeld is om het plegen van een strafbaar feit van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen, te vergemakkelijken of aan te moedigen, met het oogmerk om ten nadele van een minderjarige een strafbaar feit te plegen als bedoeld in dit hoofdstuk. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 179.Zich toegang verschaffen tot inhoud die bedoeld is om het plegen van een strafbaar feit van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen Zich toegang verschaffen tot inhoud die bedoeld is om het plegen van een strafbaar feit van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen, is het zich toegang verschaffen tot inhoud die bedoeld is om het plegen van een strafbaar feit van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige door middel van informatie- en communicatietechnologie te bevorderen, te vergemakkelijken of aan te moedigen, met het oogmerk een in dit hoofdstuk bedoeld strafbaar feit ten nadele van een minderjarige te plegen. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 180.Rechtvaardigingsgrond inzake het rechtens ontvangen, analyseren en overzenden van inhoud die bedoeld is om het plegen van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen Een door de Koning in toepassing van artikel 175 erkende organisatie kan rechtens meldingen die inhoud bedoeld om het plegen van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting ten nadele van een minderjarige te bevorderen zouden kunnen bevatten, ontvangen, de inhoud van die meldingen en de herkomst ervan analyseren en ze aan de politiediensten en gerechtelijke overheden overzenden. Onderafdeling 5. Algemene bepaling Art. 181.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling houdt de rechter in het bijzonder rekening met het feit dat: - het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie; - het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige bevindt; - het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van tien jaar; - het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk om op een later tijdstip de in die afdeling bepaalde feiten te plegen; - het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Afdeling 3. Openbare zedenschennis Art. 182.Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard is het opzettelijk tentoonstellen, aanbieden, verkopen, verhuren, uitzenden, leveren, verspreiden, ter beschikking stellen, overhandigen, vervaardigen of invoeren, met welk middel ook, van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard. Onder extreem wordt begrepen elke inhoud die dermate pornografisch of gewelddadig is dat zij van aard is om bij een normaal en redelijk persoon traumatiserende of andere psychisch schadelijke gevolgen te weeg te brengen. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 183.Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon in kwetsbare toestand, wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 184.Exhibitionisme Exhibitionisme is het opzettelijk opdringen aan andermans zicht van de eigen ontblote geslachtsdelen of van een seksuele daad op een openbare plaats of op een plaats die zichtbaar is voor het publiek. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 185.Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand, wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 186.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling houdt de rechter in het bijzonder rekening met het feit dat: - het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie; - het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten opzichte van het slachtoffer; - het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar; - het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk om op een later tijdstip de in deze afdeling bepaalde feiten te plegen; - het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Afdeling 4.
Art. 187
.Weigering tot verlening van technische medewerking aan de verwijdering van bepaalde seksueel getinte en extreem pornografische en gewelddadige beelden Weigering tot verlening van technische medewerking aan de verwijdering van niet-consensueel verspreide seksueel getinte beelden, van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen en van extreem pornografische en gewelddadige beelden is het opzettelijk weigeren technische medewerking te verlenen: - aan de mondelinge of schriftelijke bevelen die de procureur des Konings uitvaardigt overeenkomstig artikel 39bis, § 6, zesde lid, van het Wetboek van strafvordering, binnen de termijnen en volgens de voorwaarden die worden aangegeven in die vorderingen; - aan de uitvoering van de beslissing die is vervat in de beschikking van de rechtbank van eerste aanleg, bedoeld in artikel 584, vijfde lid, 7°, van het Gerechtelijk Wetboek, binnen de termijnen en volgens de voorwaarden die in die beschikking zijn bepaald. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 188.Sluiting van de inrichting Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen, ongeacht de hoedanigheid van natuurlijke- of rechtspersoon, van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, de sluiting van de inrichting bevelen waar de inbreuken werden gepleegd, voor een termijn van één maand tot drie jaar. Wanneer de veroordeelde niet de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting slechts worden bevolen indien de ernst van de specifieke omstandigheden dit vereist, en dit voor een periode van ten hoogste twee jaar, na dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie, de eigenaar, de uitbater, de huurder of de zaakvoerder van de inrichting. De dagvaarding voor de rechtbank wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding heeft uitgebracht, overgeschreven in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar het goed zich bevindt. De dagvaarding bevat de gegevens van het betrokken onroerend goed bedoeld in artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 en de identificatiegegevens van de eigenaar ervan bedoeld in de artikelen 139 en 140 van de Hypotheekwet. Elke beslissing wordt op de kant van de overschrijving van het proces-verbaal van de dagvaarding vermeld overeenkomstig de procedure van artikel 84 van de Hypotheekwet. De griffier van het gerecht zendt de uittreksels en de verklaring dat geen hoger beroep werd ingesteld toe aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. De sluiting van de inrichting houdt het verbod in hierin enige activiteit uit te oefenen die verband houdt met diegene die geleid heeft tot het plegen van het misdrijf. De sluiting gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde. Art. 189.Verblijfs-, plaats- of contactverbod Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde, voor een termijn van een jaar tot ten hoogste twintig jaar, de ontzetting opleggen uit het recht te wonen, te verblijven of zich op te houden in het door de rechter bepaalde gebied of contact te hebben met de personen die hij individueel aanwijst. De oplegging van deze straf moet met bijzondere redenen worden omkleed en rekening houden met de ernst van de feiten en met de reclasseringsmogelijkheden voor de veroordeelde. Het verblijfs-, plaats- of contactverbod gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de vrijheidsstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling. Indien daartoe grond bestaat, kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling waarbij een verblijfs-, plaats- of contactverbod is opgelegd, te wijzigen teneinde de duur of de omvang van het verbod te beperken, de nadere regels of de voorwaarden ervan aan te passen, het op te schorten of het te beëindigen. Art. 190.Specifieke verboden en ontzettingen §
- In de gevallen omschreven in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot de ontzetting uit de rechten bedoeld in artikel 47, eerste lid. §
- Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde verbieden tijdelijk of levenslang, rechtstreeks of onrechtstreeks een rusthuis, een home, een bejaardenverblijf of elke andere structuur voor gemeenschappelijk verblijf van personen in een kwetsbare toestand uit te baten, of als vrijwilliger, contractueel of statutair personeelslid dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen deel uit te maken van enige instelling of vereniging waarvan de hoofdactiviteit gericht is op personen in een kwetsbare toestand. Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen wegens feiten gepleegd ten nadele van een minderjarige of met zijn deelneming, de ontzetting uitspreken uit het recht om, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar: - in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt; - deel uit te maken, als vrijwilliger, lid van het statutair of contractueel personeel dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is; - een activiteit toegewezen te krijgen die de veroordeelde in een vertrouwens- of een gezagsrelatie tegenover minderjarigen plaatst, als vrijwilliger, lid van het statutair of contractueel personeel dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging. §
- De verboden en ontzettingen bedoeld in dit artikel gaan in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de gevangenisstraf of de opsluiting wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling. Art. 191.Overzending van een rechterlijke beslissing De rechter kan in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de overzending bevelen van het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing aan de desbetreffende werkgever, rechtspersoon of tuchtrechtelijke overheid wanneer de dader wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen en er een werkgever, rechtspersoon of een overheid die over hem het tuchtrechtelijk gezag uitoefent, bekend is. Die maatregel wordt hetzij ambtshalve genomen, hetzij op verzoek van de burgerlijke partij of van het openbaar ministerie, bij een met bijzondere redenen omklede rechterlijke beslissing wegens de ernst van de feiten, het vermogen tot reclassering of het risico op recidive. Art. 192.Bescherming van de identiteit van het slachtoffer §
- Het publiceren en verspreiden door middel van boeken, pers, film, radio, televisie of op enige andere wijze, van teksten, tekeningen, foto's, enigerlei beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van het slachtoffer van een in dit hoofdstuk bedoeld misdrijf zijn verboden, tenzij met schriftelijke toestemming van het slachtoffer of met toestemming, ten behoeve van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek, van de procureur des Konings of van de met het onderzoek belaste magistraat. Noch het minderjarige slachtoffer, noch de personen aan wie diens ouderlijk gezag is toevertrouwd, kunnen hun toestemming geven. §
- Het overtreden van dit artikel wordt bestraft met een straf van niveau
- Hoofdstuk
- Misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit Afdeling
- Opzettelijke misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit Onderafdeling
- Gewelddaden Art. 193.Definitie van gewelddaden Gewelddaden zijn alle opzettelijk gestelde gedragingen die bestaan uit: 1° het aanwenden van fysieke kracht of macht tegen een ander persoon en die uit hun aard de mogelijkheid hebben te resulteren in een lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid, of;2° het op eender welke wijze toebrengen aan een ander persoon van een lichamelijk letsel of schade aan zijn gezondheid. Art. 194.Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de eerste graad tot gevolg hebben, dan wel niet resulteren in een integriteitsaantasting, worden bestraft met een straf van niveau
- Art. 195.Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg hebben, worden bestraft met een straf van niveau
- Art. 196.Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben, worden bestraft met een straf van niveau
- Art. 197.Gewelddaden met de dood tot gevolg Gewelddaden die de dood tot gevolg hebben, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, worden bestraft met een straf van niveau
- Art. 198.Voorbedachte gewelddaden Gewelddaden gepleegd met voorbedachtheid worden als volgt bestraft: 1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau
- Art. 199.Gewelddaden gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer Gewelddaden gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer worden als volgt bestraft: 1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau
- Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige. Art. 200.Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand worden als volgt bestraft: 1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau
- Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont. Art. 201.Intrafamiliale gewelddaden Gewelddaden gepleegd op een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen worden als volgt bestraft: 1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau
- Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige. Art. 202.Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie worden, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie, als volgt bestraft: 1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau
- Art. 203.Uitgelokte gewelddaden De gewelddaden zijn uitgelokt indien deze werden gepleegd onder de onmiddellijke invloed van opzettelijk gepleegd, onrechtmatig, ernstig en ogenblikkelijk fysiek of psychisch geweld tegen de persoon van de dader of tegen een derde. Indien op de gewelddaden een straf van niveau 5, 4 of 3 is gesteld, wordt deze vervangen door een straf van niveau 2 wanneer zij zijn uitgelokt. Indien op de gewelddaden een straf van niveau 2 is gesteld, wordt deze vervangen door een straf van niveau 1 wanneer zij zijn uitgelokt. Indien op de gewelddaden een straf van niveau 1 is gesteld, kan deze straf worden vervangen door een op het misdrijf gestelde bijkomende straf wanneer zij zijn uitgelokt. Art. 204.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze onderafdeling neemt de rechter in overweging het feit dat: 1° de dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer, dan wel een aanverwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot de derde graad, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont;2° het misdrijf werd gepleegd op een scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;3° het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie.4° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen die gezamenlijk optreden;5° het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen;6° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Art. 205.Bijkomende straf Onverminderd de toepassing van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter de onwaardigheid om te erven uitspreken voor alle vormen van gewelddaden bedoeld in deze onderafdeling, behoudens de gewelddaden die de dood tot gevolg hebben gehad. Onderafdeling
- Vrouwelijke genitale verminking Art. 206.Vrouwelijke genitale verminking Vrouwelijke genitale verminking is het opzettelijk op eender welke wijze verminken van de vrouwelijke genitaliën, met of zonder toestemming van het slachtoffer, alsook het vergemakkelijken of bevorderen hiervan. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 207.Vrouwelijke genitale verminking gepleegd uit winstbejag Vrouwelijke genitale verminking gepleegd uit winstoogmerk wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 208.Vrouwelijke genitale verminking met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De vrouwelijke genitale verminking die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 209.Vrouwelijke genitale verminking met de dood tot gevolg De vrouwelijke genitale verminking die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 210.Vrouwelijke genitale verminking gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand De vrouwelijke genitale verminking die op een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand wordt gepleegd, wordt bestraft met een straf van niveau
- Indien de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben, worden zij evenwel bestraft met een straf van niveau
- Indien de feiten de dood tot gevolg hebben, worden zij bestraft met een straf van niveau
- De rechter neemt bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij de partner is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, haar onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont. Art. 211.Aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking Aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking is het opzettelijk direct of indirect, schriftelijk of mondeling aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking of het uitgeven, verdelen of verspreiden van dergelijke reclame. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 212.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor de in de artikelen 206 tot 210 bedoelde misdrijven neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige. Art. 213.Bijkomende straf Onverminderd de toepassing van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter de onwaardigheid om te erven uitspreken voor alle vormen van vrouwelijke genitale verminking bedoeld in deze onderafdeling, behoudens de vrouwelijke genitale verminking die de dood tot gevolg heeft gehad. Onderafdeling
- Zwangerschapsverlies zonder toestemming Art. 214.Zwangerschapsverlies zonder toestemming Het, met het oogmerk een zwangerschapsverlies te veroorzaken, door welk middel dan ook veroorzaken van een zwangerschapsverlies bij een persoon die daarin niet heeft toegestemd, wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 215.Zwangerschapsverlies zonder toestemming met de dood tot gevolg Het, met het oogmerk een zwangerschapsverlies te veroorzaken, door welk middel dan ook veroorzaken van een zwangerschapsverlies bij een persoon die daarin niet heeft toegestemd, wordt bestraft met een straf van niveau 5 indien deze feiten de dood tot gevolg hebben. Art. 216.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor de in de artikelen 214 en 215 bedoelde misdrijven neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige. Afdeling
- Aantasting van de fysieke of psychische integriteit door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid Art. 217.Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid Het op eender welke wijze veroorzaken van een integriteitsaantasting van de eerste, tweede of derde graad bij een ander persoon door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 218.Veroorzaken van een integriteitsaantasting in een verkeersongeval Het op eender welke wijze veroorzaken van een integriteitsaantasting van de eerste, tweede of derde graad bij een ander persoon door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van een verkeersongeval wordt bestraft met een straf van niveau
- Hoofdstuk
- Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid Afdeling
- Vrijheidsberoving Art. 219.Vrijheidsberoving De vrijheidsberoving is elke opzettelijk gestelde gedraging waardoor men een persoon wederrechtelijk zijn vrijheid van komen en gaan ontneemt of onthoudt door hem te overmeesteren, op te sluiten of enige andere hindernis op te werpen. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 220.Vrijheidsberoving gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand De vrijheidsberoving gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 221.Vrijheidsberoving met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De vrijheidsberoving die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 222.Vrijheidsberoving met de dood tot gevolg De vrijheidsberoving die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau
- Afdeling
- Ontvoering Art. 223.Ontvoering Ontvoering is elke opzettelijk gestelde gedraging waardoor men een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand onttrekt of onttrokken houdt aan het gezag dat over hem wordt uitgeoefend door de personen belast met de bewaring ervan of die op regelmatige wijze het feitelijke gezag over de minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand uitoefenen. Behoudens indien het slachtoffer een minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaar of een persoon in een kwetsbare toestand is, is de ontvoering slechts strafbaar indien hierbij gebruik werd gemaakt van geweld, bedreiging of list. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 224.Ontvoering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De ontvoering die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 225.Ontvoering met de dood tot gevolg De ontvoering die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau
- Afdeling
- Gijzeling Art. 226.Gijzeling Gijzeling is de vrijheidsberoving of ontvoering gepleegd met het oogmerk het slachtoffer borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of voorwaarde. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 227.Verzwaarde gijzeling De gijzeling wordt bestraft met een straf van niveau 6 indien: 1° het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is;2° de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben;3° het slachtoffer werd onderworpen aan foltering. Art. 228.Gijzeling met de dood tot gevolg De gijzeling die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau
- Afdeling 4.
Art. 229
.Strafverminderende verschoningsgrond De dader die het slachtoffer vrijwillig vrijlaat of terugbrengt onder het gezag dat over hem wordt uitgeoefend binnen de vijf dagen na aanvang van de vrijheidsberoving, ontvoering of gijzeling, wordt bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere niveau. Deze strafvermindering is niet van toepassing indien de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg hebben gehad. In geval van gijzeling geldt deze strafvermindering bovendien slechts voor zover niet aan het bevel of de voorwaarde werd voldaan en het slachtoffer niet aan foltering werd onderworpen. Art. 230.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in dit hoofdstuk neemt de rechter de volgende omstandigheden in overweging: 1° het feit dat de dader het misdrijf heeft gepleegd door zich te beroepen op een vals bevel van het openbaar gezag of door gebruik te maken van de kledij, herkenningstekens, de naam of hoedanigheid van een agent van het openbaar gezag;2° het feit dat de dader het slachtoffer met de dood heeft bedreigd;3° het feit dat het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie;4° het feit dat het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer". Hoofdstuk
- Misdrijven tegen de persoonlijke rust en de morele integriteit Afdeling
- Bedreiging Art. 231.Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen is het met welk middel ook opzettelijk veroorzaken van een ernstige vrees voor een aanslag op personen of op eigendommen die door de bedreigde persoon is gekend of minstens van zulke aard is geweest dat deze door hem had kunnen worden gekend. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 4 tot 8 is gesteld. Betreft het een aanslag waarop een straf van niveau 2 of 3 is gesteld, wordt het misdrijf bestraft met een straf van niveau
- Art. 232.Verzwaarde bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen onder een bevel of onder een voorwaarde wordt bestraft: 1° met een straf van niveau 3 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 4 tot 8 is gesteld;2° met een straf van niveau 2 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 2 of 3 is gesteld. Art. 233.Bedreiging met behulp van radioactief materiaal, kernmateriaal en biologische of chemische wapens Bedreiging met behulp van radioactief materiaal, kernmateriaal en biologische of chemische wapens is: 1° met het oogmerk de dood van of ernstige letsels aan een persoon, dan wel aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu te veroorzaken, dreigen radioactief materiaal of radioactieve instrumenten te gebruiken of een gerichte handeling te begaan tegen een nucleaire installatie of de werking van zo'n installatie te verstoren;2° met het oogmerk een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, een internationale organisatie of een Staat dwingen iets te doen of na te laten, dreigen diefstal van kernmateriaal te zullen plegen;3° opzettelijk dreigen biologische of chemische wapens of producten te zullen gebruiken voor een aanslag op personen, op eigendommen, op rechtspersonen, op internationale organisaties of op een Staat. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau
- Art. 234.Het geven van een vals bericht Het geven van een vals bericht is het met welk middel ook opzettelijk geven van een vals bericht over het bestaan van gevaar voor een aanslag op personen of op eigendommen. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2 indien het een bedreiging betreft met een aanslag w