← België

Koninklijk besluit betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de procedures voor het plaatsen en uitvoeren van concessieovereenkomsten in België, zowel voor diensten als voor werken. Het zet de Europese Richtlijn 2014/23/EU om in Belgisch recht en vervangt eerdere regels.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
25 JUNI 2017. - Koninklijk besluit betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten VERSLAG AAN DE KONING Sire, De wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten betreffende de concessieovereenkomsten, hierna "de wet" genaamd, beoogt de omzetting van de Richtlijn 2014/23/EU betreffende de concessieovereenkomsten in Belgisch recht. De wet heeft zowel betrekking op de concessies van diensten als op de concessies voor werken. Zij heft bijgevolg de bepalingen betreffende de concessies voor openbare werken opgenomen in de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 15/06/2006 pub. 05/02/2008 numac 2008000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling type wet prom. 15/06/2006 pub. 31/07/2006 numac 2006009550 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot juridische bijstand sluiten betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op. Dit ontwerp van koninklijk besluit geeft uitvoering aan de wet, zowel wat betreft haar bepalingen inzake de plaatsing van concessies van werken en van diensten (titel 2 van dit ontwerp) als voor de regels inzake uitvoering (titel 3 van dit ontwerp). Het bevat tevens de bepalingen inzake de inwerkingtreding. Dit ontwerp van koninklijk besluit zorgt voor een ingrijpende herziening van de bepalingen betreffende de plaatsing en de uitvoering van de concessies voor openbare werken die thans zijn opgenomen in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 15 juli 2011 en in het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten1 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken. Wat de concessies voor diensten betreft bevat dit koninklijk besluit geheel nieuwe regels voor de plaatsing en de uitvoering van de concessies (op heden zijn deze concessies niet onderworpen aan de wetgeving "overheidsopdrachten"). Dit ontwerp is geïnspireerd op de koninklijke besluiten genomen in uitvoering van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten inzake overheidsopdrachten (met name wat de overheidsopdrachten voor werken betreft), zonder deze echter letterlijk over te nemen : inzake concessies bestaat het oogmerk van Richtlijn 2014/23/EU en van de wet die ze omzet erin een zo groot mogelijke rechtszekerheid te waarborgen met behoud van de nodige flexibiliteit voor de plaatsing en de uitvoering van contracten die per definitie complex en van lange duur zijn. Deze flexibiliteit moet aanwezig zijn zowel in de plaatsingsprocedure als in de regels die de uitvoering van de concessies omkaderen ten einde de aanbesteders toe te laten concessiedocumenten op te stellen die aangepast zijn aan de complexiteit, aan de aard van de concessies en aan de specificiteit van elke afzonderlijke concessie. Tenslotte en behoudens andersluidende vermelding in de artikelsgewijze commentaar, werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State zoals geformuleerd in het advies nr. 61.559/1 van 13 juni 2017. Inhoudstafel TITEL 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1. - Definities, belasting over de toegevoegde waarde en toepassingsgebied van de wet Afdeling 1. - Inleidende bepaling Article 1er Afdeling 2. - Definities Art. 2 Afdeling 3. - Belasting over de toegevoegde waarde Art. 3 Afdeling 4. -- Toepassingsgebied van de wet en drempels Art. 4 en 6 TITEL 2. - Bepalingen betreffende de plaatsing van concessies HOOFDSTUK 1. - Bekendmaking Afdeling 1. - Algemene bekendmakingsregels Art. 7, 8 en 9 Afdeling 2. - De concessieaankondiging Art. 10 Afdeling 3. - De aankondiging van gegunde concessie Art. 11 Afdeling 4. - De concessies voor sociale en andere specifieke diensten bedoeld in artikel 34 van de wet Art. 12 en 13 HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen Elektronische communicatie Art. 14 Mondelinge communicatie Art. 15 HOOFDSTUK 3. - Procedurele waarborgen Afdeling 1. - Concessiedocumenten Art. 16 en 17 Afdeling 2. - Modaliteiten voor de indiening van de aanvragen tot deelneming en van de offertes Vorm, ondertekening en communicatie van de aanvragen tot deelneming en offertes Art. 18 tot 21 Modaliteiten voor de indiening van de aanvragen tot deelneming en van de offertes Art. 22 tot 24 Indiening en verdaging Art. 25 tot 26 Indiening en opening Art. 27 tot 29 Afdeling 3. - Analyse van de offertes Art. 30 HOOFDSTUK 3. - Selectie van de kandidaten en van de inschrijvers Afdeling 1. - Uitsluitingsgronden Definitie van de uitsluitingsgronden Art. 31 en 33 Bewijs- en nazicht op de afwezigheid van uitsluitingsgronden Art. 34 tot 36 Afdeling 2. - Selectiecriteria en -voorwaarden Definitie van de selectiecriteria en -voorwaarden Art. 37 en 38 Bewijs- en nazichtsmodaliteiten Art. 39 tot 41 Draagkracht van derden Art. 42 Onderaanneming Art. 43 Afdeling 3. - Recht op informatie van de aanbesteder Art. 44 TITEL 3. - Bepalingen betreffende de uitvoering van de concessies HOOFDSTUK 1. - De concessiedocumenten Art. 45 HOOFDSTUK 2. - Algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten Afdeling 1. - Elektronische communicatiemiddelen Art. 46 Afdeling 2. - Leidend ambtenaar Art. 47 Afdeling 3. - Waarborgen van goede uitvoering Art. 48 Afdeling 4. - Onderaanneming Art. 49 tot 56 Afdeling 5. - Betalingen Prijs van de concessie en voorschotten Art. 57 Nadere regels en betalingstermijnen van de prijs van de concessie Art. 58 Betalingsachterstand van de prijs van de concessie Art. 59 Onbillijke bedingen en praktijken Art. 60 Afdeling 6. - Wijzigingen aan de concessie Art. 61 Herzieningsclausules Art. 62 tot 63 Aanvullende werken of diensten Art. 64 Onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de aanbesteder Art. 65 Vervanging van de concessiehouder Art. 66 De minimis-regel Art. 67 Niet-wezenlijke wijziging Art. 68 Afdeling 7. - Tienjarige aansprakelijkheid van de concessiehouder Art. 69 Afdeling 8. - Nadere regels voor de uitvoering van de concessie Art. 70 Afdeling 9. - Contractuele tekortkomingen van de concessiehouder en actiemiddelen van de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf dat optreedt in het kader van de taken van openbare dienst Art. 71 en 72 Afdeling 10. - Verbreking van de concessie Art. 73 Afdeling 10. - Gerechtelijk optreden Art. 74 TITEL 4. - Eind-, opheffings- en inwerkingtredingsbepalingen Art. 75 tot 78 TITEL 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1. - Definities, belasting over de toegevoegde waarde en toepassingsgebied van de wet Afdeling 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit ontwerp heeft geen ander toepassingsgebied dan dit van de wet: het is van toepassing op alle concessies die binnen het toepassingsgebied van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten betreffende de concessieovereenkomsten vallen. Echter is in een uitzondering voorzien voor de concessies die worden geplaatst ofwel door personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten, ofwel door overheidsbedrijven voor concessies die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie. Deze laatste concessies zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de titels 1, 2 en 4, alsook aan de artikelen 49, 50, eerste lid, 2°, 51, 57, § 2, 1°, 61, 62, eerste en tweede lid, 64 tot 68 en 73, § 2. Daarnaast is het zo dat sommige bepalingen enkel van toepassing zijn op de aanbestedende overheden en, eventueel, de overheidsbedrijven in het kader van hun taken van algemeen belang. Afdeling 2. - Definities Art 2. Dit artikel definieert de begrippen die in dit ontwerp gebruikt worden, onverminderd de definities die in de wet reeds gegeven zijn. De meerderheid van de definities stemmen overeen met deze voorzien in de wetgeving overheidsopdrachten die de Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU omzet. Zes commentaren dringen zich echter op : - het ontwerp omvat specifieke bepalingen voor de concessies in een fraudegevoelige sector. Het gaat om de concessies van werken en de concessies van diensten geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden. De volgende link laat toe om de betreffende uitvoeringsbesluiten van de voormelde wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten te vinden (tab "uitvoeringen") : http://reflex.raadvst-consetat.be - De vertragingsboete is uiteraard een forfaitaire vergoeding die de niet-eerbiediging door de concessiehouder van de in de contractuele documenten voorziene uitvoeringstermijnen sanctioneert, maar zij stelt geen compensatie voor van de totaliteit van het nadeel dat de aanbestedende overheid zou lijden om reden van het overschrijden van de uitvoeringstermijnen. De concessiedocumenten kunnen voorzien dat deze boetes vastgesteld worden onverminderd het recht van de aanbesteder om zich te laten vergoeden voor de totaliteit van het door hem geleden nadeel, onder meer de schadevergoeding die hij aan een derde zou verschuldigd zijn om reden van de vertraging veroorzaakt door de concessiehouder; - Het Document van voorlopig bewijs (DVB) is een definitie die eigen is aan de concessies en aan het Belgisch recht. De Richtlijn 2014/23/EU omvat geen "Uniform concessiedocument" dat in alle lidstaten van toepassing is. Het staat de lidstaten vrij om zelf de modaliteiten van bewijs en nazicht van de uitsluitingsgronden en van de selectievoorwaarden (desgevallend met inbegrip van de objectieve criteria voor de beperking van het aantal geselecteerde kandidaten) te bepalen. De wet laat het aan de Koning over om deze aspecten te regelen en voorziet eveneens, voor wat de selectievoorwaarden betreft, dat de aanbesteders een werkmethode voor het voorlopig bewijs moeten opleggen. Dit ontwerp voorziet in het gebruik van een DVB door middel van een verwijzing naar bijlage 6 bij dit ontwerp, die een standaardformulier bevat voor de verklaringen van de ondernemers met betrekking tot de uitsluitingsgronden vermeld in de artikelen 50, 51 en 52 van de wet en tot de voorwaarden en criteria voor de selectie. Dit gedeelte van het formulier zal door de aanbesteder echter moeten ingevuld worden voor elke concessie, op basis van de selectievoorwaarden (en van de rechtvaardigende stukken) die hij in de concessiedocumenten zal vermelden, met inachtneming van de in artikel 48, § 1, van de wet voorziene beperkingen. Inzake concessies, en in tegenstelling tot de overheidsopdrachten, bepalen de Richtlijn 2014/23/EU en bijgevolg ook de wet geen selectiecriteria die door de aanbesteders kunnen gebruikt worden; - de wijzigingen aan de concessies zijn op dezelfde wijze gedefinieerd als voor de overheidsopdrachten. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de wijzigingen de contractuele documenten betreffen, ttz een wijziging in de loop van de uitvoering van de concessie, aan de concessiedocumenten en/of aan de definitieve offerte goedgekeurd door de concessiehouder. De contractuele voorwaarden zijn immers bepaald in de contractuele documenten. De afdeling 6 van het tweede hoofdstuk van titel 3 van dit ontwerp geeft omzetting aan artikel 43 van de Richtlijn 2014/23/EU en bepaalt bijgevolg de wijzigingen die aan de contractuele concessiedocumenten kunnen worden aangebracht zonder dat een nieuwe plaatsingsprocedure nodig is. Ze zijn van tweeërlei aard: de wijzigingen voorzien in de concessiedocumenten (herzieningsbepalingen) en deze die toegelaten worden door de Richtlijn en omgezet zijn in dit ontwerp. De bepalingen van de afdeling 6 van het tweede hoofdstuk van titel 3 hebben zowel betrekking op de eenzijdig door de aanbesteder opgelegde wijzigingen als op deze die onder partijen werden overeengekomen, ware het als dading (EHVJ, arrest van 7 september 2016, zaak C-549/14, "Finn Frogne A/S »). Het Belgisch administratief recht kent immers het principe van de veranderlijkheid van de administratieve contracten en in dit kader, het recht voor een administratieve overheid om een administratief contract eenzijdig te wijzigen met het oog op het algemeen belang, maar zo nodig mits een billijke compensatie. De werking van dit principe is voortaan ook omkaderd, voor wat betreft de concessies bedoeld in de wet, door de regels van afdeling 6 van het tweede hoofdstuk van titel 3. De formalisering van de wijzigingen wordt niet opgelegd, noch bepaald in dit ontwerp. De concessiedocumenten of de contractuele documenten kunnen dit doen. Bij gebrek daaraan zal de wijziging in principe doorgaan via een wijzigingsclausule (bijakte) die door beide partijen ondertekend wordt. Zij kan ook gerealiseerd worden door middel van briefwisseling, die voor akkoord wordt ondertekend door de partijen; - het begrip "contractuele documenten" is niet bepaald in de reglementering overheidsopdrachten. Het begrip heeft betrekking op de documenten betreffende de uitvoering van de concessie (hoofdzakelijk de concessiedocumenten en de definitieve offerte die door de concessiehouder zijn goedgekeurd). Over het algemeen zullen de aanbesteders er over waken dat tevens wordt voorzien dat, ingeval van tegenspraak tussen de bepalingen van de contractuele documenten, deze van de concessiedocumenten primeren op de offerte van de concessiehouder; - het begrip "dag" werd gedefinieerd met verwijzing naar het begrip "kalenderdag", behalve uitdrukkelijke andersluidende bepaling in dit ontwerp en dit overeenkomstig artikel 60 van de wet dat bepaalt dat de termijnen die door of krachtens de wet worden opgelegd, berekend worden volgens de Verordening nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden. Afdeling 3. - Belasting over de toegevoegde waarde Art. 3.Deze bepaling verduidelijkt dat alle bedragen in dit ontwerp in principe zonder belasting over de toegevoegde waarde begrepen moeten worden. De aandacht wordt echter gevestigd op de bepalingen van artikel 59, § 4, van dit ontwerp wat betreft de berekening van de verwijlintresten in geval van laattijdige betaling. Afdeling 4. - Toepassingsgebied van de wet en drempels Art. 4.Dit artikel bepaalt het financieel toepassingscriterium van de wet voor (i) de concessies van diensten en de (ii) concessies van werken van de overheidsbedrijven die niet optreden in het kader van hun taken van openbare dienst, alsook van de entiteiten die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. In dit opzicht wordt omzetting gegeven van artikel 8.1 van Richtlijn 2014/23/EU dat de drempel vastlegt op 5.186.000 euro en wordt uitvoering gegeven aan artikel 3, § 1, van de wet. Deze drempel werd inmiddels aangepast, overeenkomstig artikel 9 van de voormelde Richtlijn en evolueerde naar 5.225.000 euro. Het is bijgevolg deze drempel die in dit ontwerp is opgenomen. Deze door de Richtlijn opgelegde drempel kan slechts herzien worden door de bevoegde minister, op basis van de door de Europese Commissie besliste herzieningen met eerbiediging van artikel 9 van de Richtlijn 2014/23/EU. Daar wordt aan herinnerd in het derde lid van dit artikel. Voor de concessies van werken van de aanbestedende overheden en overheidsbedrijven die optreden in het kader van hun taken van openbare dienst, wordt de wet toegepast ongeacht het geraamde bedrag van de concessie. Voor deze concessies is de voormelde drempel van 5.225.000 euro een drempel voor de bekendmaking: hij bepaalt de toepassing van de Europese regels voor bekendmaking (zie infra, commentaar bij artikel 7). De voornaamste bedragen waarvan sprake in dit ontwerp verwijzen naar de geraamde waarde van de concessies met het oog op het bepalen van de drempel voor de toepassing van de wet of van de Europese bekendmaking. Voor de concessies verwijst de geraamde waarde naar het geheel van het omzetcijfer en bijgevolg naar alle types van inkomsten die de concessiehouder uit de concessie zal halen, behalve de belasting over de toegevoegde waarde, overeenkomstig artikel 35 van de wet. Het gaat dus meestal niet (alleen) over de prijs die door de aanbesteder betaald wordt. Vergeten we echter niet dat de concessies, krachtens de wettelijke definitie ervan, zich in tegenstelling tot de overheidsopdrachten kenmerken door een overdracht van exploitatierisico van de werken of diensten en niet (alleen) door de wijze waarop de ondernemer wordt vergoed. In dat opzicht preciseert de Memorie van toelichting onder meer hetgeen volgt : "Het is niet nodig dat de ondernemer wordt beloond, al was het maar gedeeltelijk, door de gebruikers van het werk of van de dienst. Met andere woorden, het feit dat de concessiehouder uitsluitend door de aanbesteder wordt beloond, sluit op zich niet uit dat er sprake is van een concessie (...) voor zover hij het recht heeft om het volledig of gedeeltelijk te exploiteren en zijn vergoeding niet garandeert dat hij zijn investeringen en kosten zal kunnen terugverdienen op grond van de werkelijke vraag of het werkelijke aanbod voor het gebruik van het werk of van de diensten". Art. 5.De onderhavige bepaling stelt de drempel vast voor de concessies van werken van aanbestedende overheden en overheidsbedrijven die optreden in het kader van hun taken van openbare dienst die, gezien hun beperkte waarde, aan geen enkele voorafgaande bekendmaking zijn onderworpen. De drempel werd vastgesteld op 1.750.000 euro. Het betreft een bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde. Het verwijst bijgevolg naar de raming van de totaliteit van het omzetcijfer dat voortvloeit uit de concessie gedurende de looptijd ervan, buiten belasting over de toegevoegde waarde. Deze drempel werd niet door de Europese Commissie opgelegd en is niet herzienbaar volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van de Richtlijn 2014/23/EU. Deze uitzondering op de bekendmaking is nieuw ten opzichte van de huidige reglementering voor de concessies van openbare werken ( wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 15/06/2006 pub. 05/02/2008 numac 2008000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling type wet prom. 15/06/2006 pub. 31/07/2006 numac 2006009550 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot juridische bijstand sluiten en koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten0). De vrijstelling van bekendmaking is geen vrijstelling van in mededingingstelling, zoals voorzien in artikel 43, § 2, van de wet dat de toepasselijke procedureregels bepaalt. De bekendmaking van een aankondiging van gunning van een concessie enkel op Belgisch niveau, is nog steeds vereist. Art. 6.Deze bepaling heeft betrekking op het tweede toepassingscriterium van de wet, in die zin dat het bijdraagt aan de omschrijving van het begrip aanbesteder. Meer bepaald stelt dit artikel, door middel van een verwijzing naar bijlage 1, een niet-exhaustieve lijst vast van publiekrechtelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, 1°, c), van de wet en van overheidsbedrijven als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet. Het gaat om niet-exhaustieve lijsten: het feit dat een onderneming of entiteit niet is opgenomen in deze lijsten betekent bijgevolg niet noodzakelijk dat deze niet beantwoordt aan de wettelijke bepaling van een publiekrechtelijke instelling of overheidsbedrijf. TITEL 2. - Bepalingen betreffende de plaatsing van concessies HOOFDSTUK 1. - Bekendmaking Afdeling 1. - Algemene bekendmakingsregels Art. 7.Dit artikel omvat de algemene regels die van toepassing zijn op de bekendmaking van concessies, in uitvoering van de artikelen 42 en 44 van de wet. De concessies die, krachtens de wet, onderworpen zijn aan bekendmaking, worden bekend gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen. Dit principe in de eerste paragraaf herinnert overigens aan het feit dat de Europese bekendmaking de nationale bekendmaking voorafgaat, dat de inhoud van beide bekendgemaakte aankondigingen identiek moet zijn en dat enkel deze bekendmakingen een officiële waarde hebben. De tweede paragraaf voorziet in een uitzondering op het principe van de publicatie op Europees en op Belgisch niveau. Hier worden alle aankondigingen bedoeld betreffende de concessies van werken van de aanbestedende overheden en van de overheidsbedrijven die optreden in het kader van hun taken van openbare dienst en die de drempel van 5.225.000 euro niet bereiken. Deze concessies zijn immers onderworpen aan de wet, maar bevinden zich niet in het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/23/EU. Uiteraard kan elke aanbesteder die dit wenst eveneens vrijwillig een aankondiging bekendmaken op Europees niveau. De aandacht wordt gevestigd op het geval bedoeld in artikel 43, § 2, achtste lid, van de wet dat de bekendmaking van een aankondiging van gunning van de concessie voorziet, enkel op Belgisch niveau, voor de concessies van werken van beperkte waarde, die zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van concessie kunnen geplaatst worden. We herinneren er ook aan dat krachtens artikel 35, derde lid, van de wet, in het geval waarin de waarde van de concessie van werken op het ogenblik van de gunning hoger ligt dan 20 % van zijn geraamde waarde (bekendmaking van de aankondiging), het de waarde is op het moment van de gunning die de "gepaste" waarde is. Een onderschatting van de waarde van de concessie van werken door een aanbestedende overheid of overheidsbedrijf dat optreedt in het kader van zijn taken van openbare dienst, zou dus aanleiding kunnen geven tot een onregelmatigheid in een procedure waarbij de aankondiging van de concessie slechts in het Bulletin der Aanbestedingen werd bekendgemaakt. Volgens de derde paragraaf van dit artikel kan geen enkele bekendmaking gebeuren vooraleer een officiële bekendmaking opgenomen werd in het Bulletin der Aanbestedingen en (behoudens de uitzondering in de tweede paragraaf) in het Publicatieblad van de Europese Unie. Geen enkele andere bekendmaking mag overigens een andere inhoud hebben dan deze van de officiële publicaties. De datum die als referentiepunt wordt gebruikt is deze van de publicatie zelf en niet deze van de verzending naar het Publicatiebureau. De vierde paragraaf herinnert eraan dat de aankondigingen gepubliceerd worden op basis van de standaardformulieren die opgesteld worden door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de verordening 2015/1986 van de Commissie van 30 november 2015. De vijfde paragraaf is nieuw ten opzichte van de op de concessies van toepassing zijnde bepalingen van het koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten0, aangezien in deze paragraaf wordt bepaald dat de aankondigingen elektronisch opgesteld en bekendgemaakt worden. Art 8. Krachtens dit artikel gebeurt elke rechtzetting of aanvulling bij een gepubliceerde aankondiging door middel van de bekendmaking van een rechtzettingsbericht volgens de standaardformulieren. Het is niet meer mogelijk een volledig nieuwe aankondiging bekend te maken. Art. 9.Dit artikel stemt overeen met artikel 31 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten0, dat van toepassing was op de concessies van openbare werken. Voortaan is het de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning die bevoegd is voor de bekendmaking van de aankondigingen. Afdeling 2. - De concessieaankondiging Art. 10.Dit artikel herinnert eraan dat, behoudens voor de uitzonderingen voorzien in de wet, de lancering van een plaatsingsprocedure voor een concessie het voorwerp uitmaakt van een concessieaankondiging. Dit artikel stemt overeen met artikel 149 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten0. De wet voorziet twee uitzonderingen: voor de in artikel 34 van de wet bedoelde sociale en andere specifieke diensten vormen de concessies die daar betrekking op hebben slechts het voorwerp van een vooraankondiging ad hoc. De tweede uitzondering, bepaald in artikel 43 van de wet, heeft betrekking op de gevallen van vrijstelling van bekendmaking omwille van bijzondere omstandigheden: één bepaalde ondernemer, een eerste vruchteloze procedure en de concessies voor werken van beperkte waarde van aanbestedende overheden en overheidsbedrijven die optreden in het kader van hun taken van openbare dienst. Afdeling 3. - De aankondiging van gegunde concessie Art. 11.Dit artikel bepaalt de verplichtingen inzake bekendmaking a posteriori in uitvoering van artikel 44, § 1, eerste lid, van de wet. Het gaat om de bekendmaking van een aankondiging van gegunde concessie. Deze verplichting bestaat zelfs in de gevallen waarin, krachtens artikel 43 van de wet, de aanbesteder vrijgesteld is van voorafgaande bekendmaking. Afdeling 4. - De concessies voor sociale en andere specifieke diensten bedoeld in artikel 34 van de wet Art. 12.De artikelen 12 en 13 beogen de specifieke verplichtingen inzake bekendmaking voor de concessies van sociale en andere specifieke diensten bedoeld in artikel 34 van de wet. Ter herinnering : deze concessies moeten het voorwerp uitmaken van een specifieke vooraankondiging. Dit is de enige vorm van bekendmaking die a priori vereist is. Art. 13.Artikel 13 geeft uitvoering aan de verplichting tot bekendmaking a posteriori voorzien in artikel 44, § 1, tweede lid, van de wet voor de concessies van sociale en andere specifieke diensten. De vermeldingen in de aankondiging van gegunde concessie zijn niet identiek met deze die opgelegd worden voor de aankondigingen van gegunde concessie van de "overige" concessies. HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Elektronische communicatie Art. 14.Ingevolge artikel 32 van de wet gebruiken de aanbesteders in principe elektronische communicatiemiddelen. Het principe dat in dit artikel wordt opgelegd beoogt zowel de plaatsing als de uitvoering van de concessies. De elektronische middelen waarvan sprake in artikel 32 van de wet (zie de definitie in artikel 2, 12°, van de wet) omvatten ook het gebruik van e-mail. Er geldt dus geen verplichting om beroep te doen op elektronische platformen als bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet overheidsopdrachten. De e-mail biedt echter niet dezelfde waarborgen als deze van het elektronisch platform. De aanbesteder doet er goed aan om bij de keuze van de modaliteiten erover te waken dat de voorschriften van de wet worden nageleefd, te weten: "dat bij elke mededeling, uitwisseling en opslag van informatie de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de offertes en aanvragen tot deelneming gewaarborgd zijn" en "pas na het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennis [genomen wordt]... van de inhoud van de offertes en aanvragen tot deelneming". Artikel 32 van de wet machtigt de Koning om de gevallen te bepalen waarin de elektronische communicatiemiddelen niet verplicht zijn. Deze gevallen zijn vervat in het onderhavige artikel wat betreft de plaatsing van concessies. Voor de fase van de uitvoering is artikel 46 van titel 3 van toepassing. De gevallen die zijn opgelijst in dit artikel laten echter niet toe af te wijken van de verplichting om elektronische middelen te gebruiken voor de redactie en publicatie van de aankondigingen betreffende de concessies (cf. artikel 7, § 5, van dit ontwerp), noch van de verplichtingen voorzien in artikel 45 van de wet betreffende het ter beschikking stellen van concessiedocumenten via elektronische weg. Bij het formuleren van de uitzonderingen op het gebruik van de elektronische middelen opgesomd in het onderhavige artikel, werd inspiratie gezocht bij de hypotheses waarvan sprake in artikel 14 van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten betreffende de overheidsopdrachten. Ze zijn echter niet identiek onder meer omdat Richtlijn 2014/23/EU geen beroep op elektronische middelen oplegt voor concessies die in haar toepassingsgebied vallen en omdat de wet de concessies beoogt die eveneens geplaatst worden in het domein van defensie en veiligheid. Het laatste lid bepaalt de communicatiemiddelen die gebruikt mogen worden in de gevallen waarin de elektronische middelen niet verplicht zijn. Het geeft gedeeltelijk omzetting aan artikel 29 van de Richtlijn 2014/23/EU. Worden bedoeld : de mondelinge communicatie, met inbegrip van de telefoon, de post, de fax of nog het in eigen handen afleveren mits ontvangstbewijs. Deze laatste werkwijze omvat de afgifte door middel van vervoersdiensten. Deze communicatiemethoden kunnen onderling gecombineerd worden of gecombineerd worden met elektronische middelen. Afdeling 2. - Mondelinge communicatie Art. 15.Dit artikel bepaalt de grenzen en voorwaarden waarin de mondelinge communicatie, met inbegrip van telefoon, kan gebruikt worden, ongeacht of de elektronische middelen al dan niet verder gebruikt worden in de plaatsing van de concessies. Deze grenzen en voorwaarden geven omzetting aan de bepalingen van artikel 29 van de Richtlijn 2014/23/EU. De mondelinge communicatie kan slechts betrekking hebben op niet-essentiële elementen van een plaatsingsprocedure van een concessie. In de wet "overheidsopdrachten" is dit begrip bepaald door middel van een verwijzing naar de opdrachtdocumenten, de offerte en/of de aanvraag tot deelneming (zie ook overweging 59 van Richtlijn 2014/23/EU). Men kan er van uitgaan dat dit eveneens van toepassing is op de concessies. Verder moet de inhoud van het mondeling/telefonisch gesprek, om geldig te zijn, op een voldoende wijze worden opgenomen op een duurzame drager. Het spreekt voor zich dat deze mondelinge communicatie overigens niet tot doel of tot gevolg kan hebben dat de fundamentele principes die gelden voor de plaatsing van concessies (zie artikel 24 van de wet) geschonden worden, onder meer de principes van gelijkheid van behandeling, niet-discriminatie en transparantie. Deze beperking van de mondelinge communicatie heeft een weerslag op de informatiesessies of bezoeken die voorafgaand aan de indiening van de offertes georganiseerd worden. Zoals gezegd in artikel 14, § 4, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten blijven dergelijke bezoeken en sessies mogelijk. In de loop van deze sessies of bezoeken zal het echter niet mogelijk zijn om informatie omtrent essentiële elementen door te geven, tenzij het een loutere herhaling betreft van hetgeen zich reeds in de concessiedocumenten bevindt. Het feit dat een proces-verbaal van deze vergadering wordt opgesteld volstaat niet. Deze schriftelijke informatie moet ook verspreid worden met eerbiediging van het gelijkheidsprincipe en dit volgens de toegelaten en van toepassing zijnde communicatiemethoden, die de bekendmaking van een rechtzettingsbericht kunnen inhouden. Tenslotte moet dit artikel in parallel bekeken worden met artikel 46, § 5, van de wet dat de aanbesteder verplicht tot het waarborgen van "een passende documentatie van de verschillende fasen van de plaatsingsprocedure op de manier die hij geschikt acht, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 31, §§ 1 en 2, van de wet met betrekking tot de vertrouwelijkheid.". Zoals de Memorie van Toelichting het bevestigt verplicht artikel 46, § 5, van de wet de aanbesteder onder meer tot "het opstellen van de notulen van de onderhandelingen of van analyses van de aanvragen tot deelneming en offertes. (...) Ze zullen met name dienen voor het opstellen van de gemotiveerde beslissingen bedoeld in de "rechtsbeschermingswet"". HOOFDSTUK 3. - Procedurele waarborgen Afdeling 1. - Concessiedocumenten Art. 16.De onderhavige bepaling die genomen wordt in uitvoering van artikel 46, § 7, van de wet, zoals voor de overige artikelen van dit hoofdstuk 3, lijst de verplichte vermeldingen op die de concessiedocumenten moeten bevatten voor de fases van de plaatsing en van de uitvoering. Deze lijsten gelden onverminderd de minimale vermeldingen in de concessieaankondigingen of in de vooraankondigingen. We herinneren eraan dat, wanneer het gaat over de looptijd van de concessie, deze vermelding slechts in de aankondiging van de concessie dient opgenomen te worden "voor zover mogelijk". Uit de overweging 52 van de Richtlijn 2014/23/EU blijkt overigens dat de aanbesteder zich kan beperken tot het ramen van de looptijd van de concessie op het moment van de lancering ervan. Hij zal aldus een indicatieve looptijd vermelden in de concessiedocumenten, terwijl de (reële/vaste) looptijd van de concessie zal kunnen bepaald worden ofwel door de aanbesteder en de inschrijvers (in het kader van onderhandelingen), ofwel door de concessiehouder (indien de looptijd een gunningscriterium is). Deze appreciatieruimte maakt de raming van de waarde van de concessie echter alleen maar delicater of nog zorgt ervoor dat een wijziging van deze waarde op het einde van de procedure meer waarschijnlijk wordt. Om het risico om de procedure te moeten herbeginnen krachtens de regel van de twintig procent (zie artikel 35, § 2, van de wet) in te perken, zal de aanbesteder op nuttige wijze een niet-onderhandelbare maximale duur van de concessie vastleggen (minimumeis) in de concessiedocumenten en op basis hiervan de waarde van de concessie berekenen. De "reële (vaste) duur" zal tijdens de onderhandelingen bepaald worden, zo nodig op basis van de offertes van de inschrijvers (indien de looptijd een gunningscriterium is). Zoals eerder gezegd, veronderstelt dit een goede voorbereiding van de concessie die de aanbesteder toelaat de maximale duur op een adequate manier te bepalen. De concessiedocumenten moeten alle nodige inlichtingen omvatten om de ondernemers toe te laten een offerte in te dienen en ter zake tevens aangeven welke (elektronische) middelen opgelegd of toegelaten zijn, alsook in functie daarvan bepalen welke al dan niet de vereisten zijn voor de indiening, neerlegging en ondertekening. Dit ontwerp legt immers te dien einde enkel eisen op voor wat betreft de offertes neergelegd via elektronische platformen. De concessiedocumenten zullen in het bijzonder waken over de identificatie van de minimale eisen, of volgens de definitie van artikel 46, § 1, 1°, van de wet "de kenmerken en voorwaarden, met name op technisch, materieel, functioneel of juridisch vlak, waaraan elke offerte moet voldoen of moet omvatten." Zelfs al is het zo dat de Richtlijn 2014/23/EU zegt dat de minimale eisen "desgevallend" moeten bepaald worden, zal de aanbesteder dat in de realiteit in alle omstandigheden moeten doen. Hij moet aandachtig zijn voor een goede bepaling van de minimale eisen want deze kunnen niet gewijzigd worden in de loop van de procedure. Er dient bijgevolg over gewaakt te worden dat de doelstellingen en dwingende eisen daarin aan bod komen, eerder dan de oplossingen, dat de aandacht meer uitgaat naar de materiële eisen dan de formele eisen, enz. Deze minimale eisen kunnen zowel in een "procedurereglement" opgenomen worden, als in de uitvoeringsvoorwaarden of nog in de technische specificaties. Zullen idealiter onder de minimale eisen moeten voorkomen, het (de) kenmerk(en) van het contract die de overdracht van het exploitatierisico verzekert of verzekeren. In ieder geval kunnen deze kenmerken slechts marginaal gewijzigd worden, zelfs al werden ze niet opgenomen in de concessiedocumenten als minimale eisen, op straffe van ontkrachting van de concessie en van het risico op een onregelmatige plaatsingsprocedure. De concessiedocumenten zullen tevens de verbintenissen omvatten die door de inschrijvers werden aangegaan door het neerleggen van hun (initiële, opeenvolgende, definitieve) offerte(s). Deze verbintenissen worden niet bepaald door de reglementering. Aldus kunnen de concessiedocumenten perfect voorzien dat de initiële offertes niet bindend zijn wat betreft de financiering en/of dat de financiële offertes kunnen neergelegd worden onder bepaalde voorbehouden. De concessiedocumenten moeten steeds de omschrijving omvatten van de organisatie van de procedure. Zoals aangegeven in de Memorie van Toelichting in verband met artikel 46, § 5, van de wet, bedoelt men hier het "procedurereglement" dat onder meer de modaliteiten of nog het voorwerp van de onderhandelingen zal bepalen, het aantal opeenvolgende offertes, de eventuele beperkingen van het aantal offertes waarover kan onderhandeld worden, enz. Zoals aangegeven in de Memorie van Toelichting betreffende de wet, laat artikel 37 van de Richtlijn 2014/23/EU de aanbesteder toe wijzigingen aan te brengen aan de regels voor de organisatie van de procedure. Deze mogelijkheid laat niet toe de minimale eisen die daarin zouden opgenomen zijn te wijzigen, noch de gunningscriteria, en evenmin de regels die door dit ontwerp worden opgelegd. In ieder geval moet van deze mogelijkheid gebruik gemaakt worden met eerbiediging van de regels inzake transparantie en gelijke behandeling: de aanbesteder moet zichzelf bijgevolg uitdrukkelijk de mogelijkheid voorbehouden om zijn "procedurereglement" te herzien (op straffe van verwijt dat hij zijn eigen regels niet heeft geëerbiedigd), binnen de voormelde grenzen en deze wijzigingen meedelen aan alle betrokken ondernemers. Uiteraard zullen de concessiedocumenten de gunningscriteria van de concessie vastleggen. Er wordt aan herinnerd dat de criteria moeten verbonden zijn met het voorwerp van de concessie, verifieerbaar en niet-discriminatoir. Zij mogen aan de aanbesteder geen discretionaire keuzevrijheid geven en moeten deze laatste toelaten een globaal economisch voordeel vast te stellen. Deze criteria moeten niet gewogen zijn, maar moeten wel in dalende volgorde van belang worden vermeld. Voor wat betreft de uitzonderingsgevallen waarin deze orde wel kan worden gewijzigd wordt verwezen naar artikel 55, § 3, van de wet. De concessiedocumenten zullen steeds de modaliteiten voor de sluiting van de concessie moeten aangeven, met eerbiediging van de bepalingen betreffende onder meer de wachttijd, bedoeld in de wet van 17 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2013 pub. 21/06/2013 numac 2013203640 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, gewijzigd door de wet van 16 februari 2017. De sluiting van een concessie kan op verschillende wijzen georganiseerd worden, waaronder de kennisgeving van de goedkeuring van de (definitieve) offerte of de ondertekening van een contract. De concessiedocumenten zullen, ten titel van uitvoeringsvoorwaarden, verplicht en in ieder geval het volgende bepalen : - de algemene verplichtingen (onder andere en vooral deze bedoeld onder artikel 27 van de wet betreffende de verplichtingen die van toepassing zijn inzake milieu- sociaal en arbeidsrecht) en de bijzondere verplichtingen (voor elke fase van de concessie) voor de concessiehouder; - de uitvoeringsmodaliteiten van de werken en/of diensten. In dit kader en in het bijzonder voor de concessies van werken, zal de aanbesteder de verplichtingen op het vlak van de erkenning van de aannemers bedoeld in artikel 55 van dit ontwerp hernemen en kan hij zich verder laten inspireren door de bepalingen van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten1 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, meer bepaald de specifieke bepalingen omtrent de opdrachten voor werken, waarbij er evenwel over gewaakt moet worden dat deze aangepast worden om ze van toepassing te kunnen maken, ongeacht wie ze uitvoert; - de waarborgen voor een goede uitvoering die door de concessiehouden dienen gegeven te worden. Daartoe kan de borgtocht, zoals bepaald en geregeld door het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten1 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten gebruikt worden, maar de concessiedocumenten zullen wel het bedrag (de aanpassingsmodaliteiten) en de modaliteiten van vrijgave ervan moeten bepalen, onder meer in geval van eenzijdige verbreking van de concessie; - de bepalingen betreffende de contractuele inbreuken en de sancties die er op staan. De documenten zullen de nadere regels voor de berekening en toepassing van de algemene of bijzondere straffen omschrijven, alsook de nadere regels voor de berekening en toepassing van de vertragingsboetes. De aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven die optreden in het kader van hun taken van openbare dienst beschikken voor de bestraffing van de ernstige contractuele inbreuken (en schendingen van de verplichte wettelijke en reglementaire verplichtingen die hiermee worden gelijkgesteld) over maatregelen van ambtswege die in dit ontwerp worden bepaald en waarvan ook de toepassingsvoorwaarden worden opgegeven. De eenzijdige verbreking is een maatregel die onder deze categorie valt. Deze sanctie kan eveneens opgenomen worden in de concessiedocumenten van de andere aanbesteders, mits eerbiediging van het Burgerlijk Wetboek zoals toegepast in de rechtspraak; - de draagwijdte van zijn aansprakelijkheid, onder meer de tienjarige aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 69 van dit ontwerp en de verzekeringen die hij moet aangaan voor de dekking van deze aansprakelijkheden; - de concessiedocumenten zullen ook de rechten van elkeen bepalen wat betreft de terreinen en/of werken die ter beschikking gesteld of opgetrokken moeten worden door de concessiehouder of aanbesteder gedurende de concessie en aan de beëindiging ervan. De gevallen kunnen variëren van concessie tot concessie, maar deze rechten alsook de verplichtingen en rechten die er uit voortvloeien voor hun titularis, moeten nauwkeurig vastgelegd worden; - de modaliteiten voor de oplevering van de prestaties omtrent de werken moeten eveneens bepaald worden; - tenslotte moeten de modaliteiten en gevolgen van de beëindiging van de concessie vermeld worden. Het gaat er om de verschillende gevallen te bepalen (verbreking om reden van contractuele inbreuk van de concessiehouder, verbreking om redenen van algemeen belang, verbreking zonder fout van de concessiehouder, verbreking ingevolge overmacht, enz.) en per geval de modaliteiten voor de berekening van de vergoedingen en compensaties die door de aanbesteder of concessiehouder verschuldigd zijn, in de onderscheiden fases van de concessie, te bepalen. Art. 17.Dit artikel heeft het over de vermeldingen die desgevallend moeten voorkomen in de concessiedocumenten, meer bepaald in functie van het type procedure (in één fase of in meerdere fasen), het type concessie, het voorwerp van de concessie, de vorm van de concessiehouder, enz. Wat de plaatsing van de concessie betreft zal aldus het volgende in de concessiedocumenten moeten opgenomen worden: - de beschrijving van de percelen en modaliteiten voor de indiening van de offertes voor deze percelen (één, alle, meerdere), alsook de bepalingen die de varianten en de opties omkaderen zodat een inschrijver niet meerdere offertes indient voor één enkele concessie; - de eventuele vertrouwelijkheidsverplichtingen ten opzichte van de informatie die de aanbesteder ter beschikking stelt van de inschrijvers, onder welke vorm ook (via een data room of in bijlage van de concessiedocumenten); - ongeacht of de procedure in twee fases (indiening van de aanvragen tot deelneming op basis van de concessieaankondiging) of in één fase (indiening van de offertes op basis van de concessieaankondiging), moeten de concessiedocumenten, in aanvulling van de concessieaankondiging, alle inlichtingen omvatten betreffende de toepasselijke uitsluitingsgronden (zoals bepaald in de artikelen 50, 51 en 52 van de wet), de selectievoorwaarden (vrij bepaald door de aanbesteder mits eerbiediging van de principes vermeld in artikel 48 van de wet), of nog de criteria voor het beperken van het aantal geselecteerde kandidaten, het DVB, de modaliteiten van nazicht en de rechtvaardigende stukken. De concessiedocumenten zullen voor wat betreft de procedures in twee fases, ook de formele modaliteiten van indiening, neerlegging, ondertekening of nog opening verduidelijken. Niets belet in de procedures met twee fases, dat de aanbesteder deze informatie aanvult met een selectiedocument dat ter beschikking wordt gesteld met inachtneming van artikel 45 van de wet; - in de procedures in twee fases zullen de concessiedocumenten de uitzonderingen en nuances vermelden op de regel dat enkel de geselecteerde kandidaten (geldig) een offerte kunnen indienen. Wat dit punt betreft herneemt dit ontwerp een uitzondering en een nuance die vermeldingen vergt in de concessiedocumenten. Het gaat aan de ene kant om de wijziging van de samenstelling van een combinatie van ondernemers tussen de selectiebeslissing en de indiening van de offerte. Dit ontwerp voorziet dat zulks mogelijk is voor zover de combinatie nog steeds één van de geselecteerde leden omvat en dat dit is toegestaan in de concessiedocumenten (zie artikel 24). Deze laatste zullen overigens moeten verduidelijken dat de offerte slechts ontvankelijk is voor zover er in hoofde van de nieuwe leden geen uitsluitingsgronden bestaan, onverminderd de corrigerende maatregelen en de regularisatie voorzien in de artikelen 51 en 53 van de wet. De combinatie zal, ondanks de wijziging nog steeds moeten beantwoorden aan de selectievoorwaarden gesteld in de concessieaankondiging. Artikel 46 van de wet bepaalt immers dat de concessie moet worden gegund aan een inschrijver die de selectievoorwaarden vervult en niet is uitgesloten krachtens de artikelen 50 tot 52 van de wet, onder voorbehoud van artikel 53. Daarenboven voorziet dit ontwerp dat de concessiedocumenten de indiening van een gemeenschappelijke offerte door afzonderlijk geselecteerde kandidaten kunnen beperken of verbieden, met het oo …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.