📄 Wettekst
19 APRIL 2024. - Koninklijk besluit van 19 april 2024 houdende het administratief en financieel statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Inleiding Het ontwerp van koninklijk besluit waarvan wij de eer hebben het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, heeft tot doel de regels die van toepassing zijn op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (hierna `de FOD') te bundelen, aan te passen en te vervangen, zowel wat de administratieve als de financiële aspecten betreft.
Momenteel zijn de administratieve aspecten van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière vastgelegd in het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière (hierna `het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5').
De geldelijke en financiële aspecten van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière zijn op hun beurt momenteel vastgelegd in: - het koninklijk besluit van 15 juli 1920 betreffende de inrichting van het diplomatiek korps; - het koninklijk besluit van 15 juli 1920 betreffende de nieuwe inrichting van het consulair korps; - het koninklijk besluit van 16 augustus 1923 betreffende de inrichting van het korps der kanseliers, de dragomannen en tolken; - het
koninklijk besluit van 22 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten1 tot regeling van de toekenning van een terugkeervergoeding voor bepaalde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; - het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 voor wat de weddeschalen betreft; - verschillende omzendbrieven.
De huidige teksten die het administratief en financiële statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière regelen, moeten worden afgestemd op de nieuwe uitdagingen van de diplomatie, de Belgische institutionele context en de samenleving, om erop toe te zien dat het ambt en de internationale mobiliteit van zijn ambtenaren gedurende hun carrière aantrekkelijk blijven.
Tegenwoordig wil de diplomatie nauwer aansluiten bij de demografische realiteit en de diversiteit van de Belgische samenleving. De carrières worden vrouwelijker en meer divers, en daar werkt de FOD actief aan mee, in overeenstemming met de verdediging van onze waarden en beleidsprioriteiten. De gezinssituaties zijn ook geëvolueerd, zowel wat betreft de gezinssamenstelling als de aandacht voor de partners, in het bijzonder met betrekking tot hun beroepssituatie.
Bij de hedendaagse diplomatie hoort ook een voortdurende internationale mobiliteit en een hoge graad van vereiste en beschikbaarheid, ten dienste van de belangen van België en van zijn burgers. Een ambtenaar van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière moet in staat zijn om zich aan te passen, zijn managementvaardigheden te benutten en de buitenlandse post en het lokale personeel te beheren. Hij moet ook problemen rond veiligheid, crisisbeheer en eerstelijnsbijstand kunnen aanpakken. De specifieke aard van het ambt, met name in de posten, verklaart waarom sommige bepalingen van dit koninklijk besluit anders worden ingevuld naargelang de ambtenaar wordt aangesteld op post, op het hoofdbestuur of in één van de permanente vertegenwoordigingen van België in Brussel.
Wat de vorm betreft, moeten de huidige teksten, die vaak oud en versnipperd zijn, worden bijgewerkt, met het oog op hun leesbaarheid en juridische en fiscale samenhang. Tegelijk moeten ze ook de specifieke aard van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière en hun modernisering weerspiegelen.
De volgende principes vormden het uitgangspunt van deze nieuwe tekst 1° het vermijden van dubbele tussenkomsten en van financiële tussenkomsten die overbodig zijn geworden wat betreft hun rechtvaardiging;2° de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière een aantrekkelijke verloning blijven aanbieden; 3° de financiële tussenkomsten moderniseren, erover wakend dat zij beter zijn afgestemd op de prioriteiten met betrekking tot het personeelsbeleid (veiligheidsoverwegingen, gezinsbeleid, rekening houden van de hardship van de post, diversificatie van de activiteitendomeinen enz.); 4° toezien op de samenhang met de herziening van het administratief statuut en één enkele reglementaire tekst aanbieden die alle aspecten - zowel administratief als financieel - van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière omvat;5° de tussenkomsten of vergoedingen die vroeger werden berekend op basis van de wedde van de ambtenaar, worden voortaan berekend aan de hand van parameters met betrekking tot de post, de uitgeoefende functie en de gezinssamenstelling;enkel de terugkeervergoeding wordt nog altijd berekend op basis van de wedde van de ambtenaar.
Artikelsgewijze bespreking Het administratief en financieel statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de ambtenaren van de consulaire carrière, zoals vastgelegd in dit koninklijk besluit, is opgedeeld in vijf delen: Deel 1. Personeel toepassingsgebied;
Deel 2. Definities en algemene bepalingen;
Deel 3. Administratief statuut;
Deel 4. Financieel statuut;
Deel 5. Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen.
Deel 1. Personeel toepassingsgebied
Artikel 1 Dit artikel bepaalt het personeel toepassingsgebied van dit koninklijk besluit. Dit is van toepassing op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière.
Specifieke personele toepassingsgebieden worden vervolgens per deel en, in voorkomend geval, per boek bepaald.
Voor de rest behoeft dit artikel geen toelichting.
Deel 2. Definities en algemene bepalingen
Artikel 2 Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van deel 2, dat dus zowel van toepassing is op de ambtenaren van de buitenlandse carrière als op de ambtenaren van de consulaire carrière.
Enkel de artikelen van deel 2 die in dit artikel worden opgesomd, zijn van toepassing op de stagiairs van de buitenlandse carrière.
Artikel 3 Voor een goed begrip van dit koninklijk besluit worden er vijfendertig begrippen gedefinieerd.
Slechts enkele definities verdienen een bijzondere aandacht: 1) De definitie van `post', bedoeld in 10°, betreft enkel de Belgische ambassades, consulaire posten, diplomatieke bureaus of permanente vertegenwoordigingen in het buitenland.De permanente vertegenwoordigingen van België op Belgische grondgebied, zoals Belgoeurop (12° ) en Belotan (13° ), worden vanuit een intern perspectief niet meer als posten beschouwd. Ze worden namelijk aparte entiteiten van de posten en het hoofdbestuur. Tegenover de buitenwereld blijven Belgoeurop en Belotan evenwel diplomatieke zendingen. Bijgevolg kan een ambtenaar van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière voortaan worden aangesteld op het hoofdbestuur, op post, op Belgoeurop of op Belotan (artikel 5). Dat onderscheid is belangrijk, want bepaalde aspecten van het statuut dat van toepassing is op de ambtenaar van de buitenlandse carrière of van de consulaire carrière, verschillen naargelang de entiteit waar hij is aangesteld.
Bijgevolg zijn de begrippen `posthoofd' (20° ) en `medewerker' (21° ) gedefinieerd in overeenstemming met het begrip `post'. 2) In het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, hierna `het koninklijk besluit van 2 oktober 1937', is, naar aanleiding van de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 12 mei 2022 houdende diverse wijzigingen inzake de selectie van het Rijkspersoneel, het begrip `directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning' ontstaan, ter vervanging van het begrip `afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid'.Waar in het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 de term `afgevaardigd bestuurder' voorkwam, is `directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling' (18° ) in de plaats gekomen. 3) Het begrip `partner' wordt ook gedefinieerd om de feitelijke samenwoning uitdrukkelijk uit te sluiten.4) De term `kind' wordt ook gedefinieerd, want enkel kinderen in de zin van dit koninklijk besluit kunnen in aanmerking komen in het kader van de berekening van de forfaitaire vergoedingen en van de toekenning van bepaalde tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever. Zonder nadere definitie in dit koninklijk besluit moet de term `aangesteld', die in talrijke bepalingen wordt gebruikt, bovendien worden opgevat als `het daadwerkelijk hebben opgenomen van de functie in de betrokken entiteit'.
Artikel 4 Dit artikel bepaalt dat het Directiecomité en de Ministerraad bevoegd zijn voor alle bepalingen die dit koninklijk besluit in de toekomst wijzigen en/of uitvoeren.
Artikel 5 Dit artikel behoeft geen verdere toelichting dan degene uiteengezet voor artikel 3, 10°.
Artikel 6 Dit artikel bepaalt de bepalingen van de volgende koninklijke besluiten die van toepassing zijn op ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de consulaire carrière: 1° het koninklijk besluit van 2 oktober 1937;2° het
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten2 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hierna `het
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten2';3° het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hierna `het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6';4° de koninklijke besluiten zoals opgesomd in bijlage 1 van dit koninklijk besluit. Daarbij moet worden opgemerkt dat de toepasselijkheid of niet-toepasselijkheid van sommige bepalingen geen betrekking heeft op de entiteit waar de ambtenaar is aangesteld (post, hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan). Daarentegen hangt de toepasselijkheid van sommige andere bepalingen wel af van de entiteit waar de ambtenaar is aangesteld.
Met betrekking tot de bepalingen uit het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 moet er zo op worden gewezen dat wat interne mutatie betreft, artikelen 49 tot 51 niet van toepassing zijn op ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière die op post zijn aangesteld. De rotatie van ambtenaren die op post zijn aangesteld, naar een andere post, naar het hoofdbestuur, naar Belgoeurop of Belotan verloopt via de `diplomatieke beweging', in toepassing van het
koninklijk besluit van 5 maart 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 houdende de organisatie van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Diezelfde artikelen zijn daarentegen niet alleen van toepassing op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière wanneer ze zijn aangesteld op het hoofdbestuur, maar ook wanneer ze zijn aangesteld op Belgoeurop of Belotan.
Bijgevolg, wordt de vacantverklaring van functies bij Belgoeurop en Belotan via een procedure van interne mutatie (en dus buiten de "diplomatieke beweging") mogelijk, hetgeen niet het geval was in het verleden aangezien deze entiteiten als posten werden beschouwd.
De rijksambtenaren alsook de ambtenaren van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière die zijn aangesteld op het hoofdbestuur, kunnen zich daardoor via interne mutatie kandidaat stellen voor een functie die binnen Belgoeurop of Belotan vacant wordt verklaard.
De rijksambtenaren alsook de ambtenaren van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière die zijn aangesteld op Belgoeurop of Belotan, kunnen zich ook via interne mutatie kandidaat stellen voor een functie die binnen Belgoeurop of Belotan zelf vacant wordt verklaard. Het zal aan de permanente vertegenwoordiger bij Belgoeurop of Belotan toekomen om de interne organisatie binnen zijn entiteit te regelen.
Ook omgekeerd kunnen de rijksambtenaren en de ambtenaren van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière die zijn aangesteld op Belgoeurop of Belotan, zich via interne mutatie kandidaat stellen voor een functie die op het hoofdbestuur vacant wordt verklaard (en dus buiten de `diplomatieke beweging').
Met betrekking tot de bepalingen uit het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6 moet worden opgemerkt dat: 1° de vergoeding voor de telewerkkosten, de vergoeding voor de verplaatsingskosten tussen de woonplaats en de werkplaats, de vergoeding voor de kosten voor het gebruik van de fiets en de vergoeding voor de verblijfkosten in België zijn uitgesloten wanneer de ambtenaar is aangesteld op post, maar zijn wel van toepassing wanneer hij is aangesteld op het hoofdbestuur of op Belgoeurop of Belotan.Het verschil tussen de posten enerzijds en het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan anderzijds, wordt verklaard door het feit dat op post, die vergoedingen zijn opgenomen in de postvergoeding die de ambtenaar ontvangt of in de verschillende tussenkomsten die de vervoers- en verblijfkosten dekken. 2° de toelage voor een opleidingsactiviteit is uitgesloten wanneer de ambtenaar op post is aangesteld, maar is wel van toepassing wanneer de ambtenaar is aangesteld op het hoofdbestuur of op Belgoeurop of Belotan.De wachttoelage, de toelage voor onregelmatige prestaties en de toelage voor bijkomende prestaties zijn op hun beurt enkel van toepassing wanneer de ambtenaar is aangesteld op het hoofdbestuur. Dat wordt verklaard door het feit dat de ambtenaren die zijn aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, een postvergoeding krijgen (op post) een vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid (Belgoeurop en Belotan), die de beschikbaarheid compenseert, met inbegrip van de overuren die overigens niet gecompenseerd kunnen worden. 3° De artikelen 38 tot en met 41 (creatie van specifieke toelagen) en de artikelen 97 tot en met 100 (creatie van specifieke vergoedingen) van het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6 zijn uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière aangezien dit koninklijk besluit zijn eigen systeem van vergoedingen en tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever vaststelt.De ambtenaren van de buitenlandse carrière en de ambtenaren van de consulaire carrière genieten van hun eigen financieel statuut, dat specifiek is aan de buitenlandse carrière en aan de consulaire carrière. 4° Bij hun aanstelling op Belgoeurop en Belotan genieten de ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de consulaire carrière, krachtens dit besluit, van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en voor de beschikbaarheid.Bijgevolg zijn de artikelen 96/2 en 96/3 van het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6, die een forfaitaire maandelijkse vergoeding toekennen aan de personeelsleden die gedetacheerd zijn bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie, uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de ambtenaren van de consulaire carrière.
Ten slotte genieten de ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de consulaire carrière bij aanstelling op post geen maaltijdcheques.
Het
koninklijk besluit van 26 oktober 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten8 betreffende de toekenning van maaltijdcheques aan de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt is niet op hen van toepassing.
Dit artikel voegt in zijn paragraaf 5 ook een discretieplicht voor de partner van de ambtenaar toe. Via sommige van zijn bepalingen erkent dit koninklijk besluit het bestaan en het belang van de partners van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière, zonder daarom een juridische band tussen de FOD en die partner te creëren. De ambtenaar krijgt namelijk bepaalde vergoedingsvermeerderingen of tussenkomsten in bepaalde kosten door het loutere feit dat die laatste een partner heeft of dat zijn partner met hem op post verblijft.
Als de verankering van de partner via de ambtenaar nodig is, moet er ook een discretieplicht en een verplichting tot naleving van de deontologische regels in het hoofd van de partner worden voorzien.
De interne bepalingen met betrekking tot integriteit en deontologie, die zijn opgenomen in het desbetreffende vademecum, voorzien reeds dat: "De hoedanigheid van ambtenaar is onverenigbaar met elk gedrag of elke activiteit die de waardigheid van het ambt aantast, het ambt schade toebrengt of het vervullen van de ambtsplichten belemmert, ongeacht of de activiteiten worden uitgeoefend door de ambtenaar of door ieder ander tussenpersoon, zoals bijvoorbeeld zijn/haar echtgenote/echtgenoot of de persoon met wie hij samenleeft en dat zelfs buiten het kader van de uitoefening van hun ambt".
Artikel 7 Dit artikel kadert het recht op vrijheid van meningsuiting, dat is erkend in artikel 10 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, af en behoeft geen toelichting. Dit artikel blijft ongewijzigd.
Deel 3. Administratief statuut Deel 3 bestaat uit twee boeken: het eerste boek behandelt de buitenlandse carrière (Boek 1), het andere de consulaire carrière (Boek 2).
Boek 1. Buitenlandse carrière Boek 1 dat gewijd is aan de buitenlandse carrière, bestaat uit twaalf titels: Titel 1. Algemene bepaling;
Titel 2. Werving;
Titel 3. Stage;
Titel 4. Benoeming en indiensttreding;
Titel 5. Hiërarchie, evaluatie, anciënniteit en bevordering tot de hogere klasse;
Titel 6. Administratieve standen Titel 7. Arbeidsduur;
Titel 8. Verlof- en afwezighedenregeling;
Titel 9. Overgang naar de carrière van de Rijksambtenaren;
Titel 10. Definitieve ambtsneerlegging Titel 11. Ordemaatregelen;
Titel 12. Tuchtregeling.
Titel 1. Algemene bepaling
Artikel 8 Dit artikel definieert het toepassingsgebied van Boek 1, dat alleen van toepassing is op ambtenaren van de buitenlandse carrière.
Titel 2. Werving Titel 2 bestaat uit twee hoofdstukken, waarvan het eerste gewijd is aan de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie (hoofdstuk 1), het tweede aan de vergelijkende selectie (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 1. Toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie
Artikel 9 Dit artikel bepaalt de vereisten waaraan een kandidaat moet voldoen om deel te nemen aan de vergelijkende selectie. Deze vereisten zijn cumulatief en identiek aan die voorzien zijn voor de Rijksambtenaren.
Deze vereisten zullen ook worden gecontroleerd op het moment van de toelating tot het eerste deel van de stage en op het moment van de benoeming.
Het examen van de tweede landstaal (artikel 14, lid 2 van het
koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966), waarvoor het slagen een voorwaarde was om in aanmerking te komen voor de vergelijkende selectie voorzien door het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, wordt een proef in de vergelijkende selectie.
De afwijkingen van de diploma- of getuigschriftvereisten die in het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 bestonden zijn afgeschaft.
Aangezien elk diploma of getuigschrift dat toegang geeft tot functies van het niveau A van de rijksbesturen aanvaard wordt, bestaat er geen risico dat de FOD een tekort aan kandidaten zal hebben.
Tenslotte is het tijdstip waarop kandidaten moeten voldoen aan de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie verduidelijkt: aan de vereisten moet voldaan zijn op het moment van de publicatie van het bericht van vacante betrekkingen in het Belgisch Staatsblad (artikel 10, § 2). Deze worden geverifieerd door de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning.
Als verantwoordelijke voor de vergelijkende selectie, sluit deze laatste elke kandidaat uit waarvan hij tijdens de vergelijkende selectie vaststelt dat hij niet voldoet of niet zal kunnen voldoen aan de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie bedoeld in dit artikel. Deze beslissing wordt gemotiveerd en ter kennis gebracht van de kandidaat.
Hoofdstuk 2. Vergelijkende selectie
Artikel 10 Dit aspect van de werving blijft vrijwel ongewijzigd.
De werving voor de buitenlandse carrière gebeurt via een vergelijkende selectie die zich baseert opeen functiebeschrijving en een competentieprofiel gebaseerd is en die wordt georganiseerd door de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op verzoek van de minister.
Deze vergelijkende selectie resulteert in een rangschikking van geslaagde kandidaten.
Deze vergelijkende selectie wordt minstens aangekondigd via een bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, waarbij een aantal elementen worden vermeld die weinig veranderd zijn ten opzichte van het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 (artikel 10, § 2, tweede lid, 1° tot en met 8° ).
Vanaf de datum van deze publicatie beschikt de kandidaat over ten minste eenentwintig dagen om zich kandidaat te stellen. De uiterste datum voor kandidatuurstelling wordt vermeld in de bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 11 Het programma van de vergelijkende selectie somt de proeven (waarvan er minstens vijf zijn) op die deel uitmaken van de vergelijkende selectie, evenals de vereiste competenties voor de uitoefening van de functie die in deze proeven zullen worden beoordeeld. De generieke competenties die tijdens de vergelijkende selectie worden beoordeeld, worden dus niet langer vastgelegd in het statuut. Dit zorgt voor meer flexibiliteit in de keuze van de vereiste competenties. Het programma van de vergelijkende selectie en de vereiste competenties voor de uitoefening van de functie worden bepaald door de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, in samenspraak met de voorzitter of zijn afgevaardigde.
Het programma van de vergelijkende selectie en de vereiste competenties voor de uitoefening van de functie maken deel uit van de elementen vermeld in de bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (artikel 10, § 2, tweede lid, 4° en 5° ).
Het programma van de vergelijkende selectie omvat nog steeds de schriftelijke en mondelinge proeven die al in het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 waren opgenomen, maar deze zijn qua formulering aangepast voor meer flexibiliteit in de toekomst.
Daarnaast omvat het programma van de vergelijkende selectie voortaan het examen van de tweede landstaal (artikel 14, lid 2 van het
koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966) en een test van de psychologische geschiktheid. Wat het examen van de tweede landstaal betreft, zijn de vrijstellingen deze voorzien in de artikelen 16 en 16bis, § 6 van het
koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten0. Wat het psychologische onderzoek betreft, dit bestond in het verleden en wordt nu opnieuw ingevoerd om te onderzoeken of de kandidaat op het psychologische vlak geschikt is voor een functie als ambtenaar buitenlandse carrière.
Tot slot voorzag het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 reeds in een taalexamen gebaseerd op de kennis van de Engelse taal waarvan het niveau overeenstemt met het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor Talen, zoals opgesteld door de Raad van Europa, voor de spreekvaardigheid en de schrijfvaardigheid en voorziet het huidige koninklijk besluit nu in vrijstellingen. Er zijn er vier (artikel 11, § 2, lid 2).
In dit opzicht beoogt artikel 11, § 2, tweede lid, 2°, de Engelstalige diploma's of studiegetuigschriften die toegang geven tot het niveau A van de Rijksbesturen en behaald in gelijk welk studiedomein.
Het artikel 11, § 2, tweede lid, 3° beoogt, op zijn beurt, de diploma's of studiegetuigschriften die toegang geven tot het niveau A van de Rijksbesturen en behaald zijn in een andere taal dan de Engelse taal (a priori in het Frans, het Nederlands of het Duits indien zij behaald werden in België), maar die betrekking hebben op een studiedomein dat verbonden is aan de studie van de Engelse taal zelf. 3° dient flexibel te worden geïnterpreteerd, rekening houdend met toekomstige wijzigingen in de titels van taal, vertaal- en tolkstudies of de dispariteit ervan naargelang de gemeenschap. De mogelijkheid om een bijkomende proef te organiseren om de competenties te beoordelen die nodig zijn om de functie uit te oefenen, is ook opgenomen en deze bijkomende proef zal, indien ze wordt georganiseerd, worden aangekondigd in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 12 De inhoud van dit artikel blijft vrijwel ongewijzigd.
De voorafgaande proef, die zou kunnen worden georganiseerd in geval van een zeer groot aantal kandidaten, is uit het huidige koninklijk besluit geschrapt, maar de mogelijkheid om een quotum van geslaagde kandidaten van elke proef toe te laten tot de volgende proef werd toegevoegd, teneinde de kandidaturen te kunnen beperken in functie van de behoeften van de FOD op het moment van het lanceren van een vergelijkende selectie.
Het aantal geslaagde kandidaten van elke proef dat wordt toegelaten tot de volgende proef, wordt vermeld in de bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (artikel 10, § 2, tweede lid, 6° ).
De slaagvoorwaarden, uitgedrukt in een percentage, voor elke proef afzonderlijk en voor alle proeven samenblijven identiek, evenals de gevolgen in geval van niet slagen, behoudens het quotum van geslaagde kandidaten voor elke proef die tot de volgende proef worden toegelaten, dat kan worden toegepast.
Geslaagde kandidaten worden gerangschikt op basis van de punten die zij hebben behaald voor de schriftelijke en mondelinge proeven en eventuele bijkomende proeven.
Wat betreft de samenstelling van de jury, wordt deze aangeduid door de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling in overleg, niet meer met de minister of zijn afgevaardigde, maar met de directeur-generaal P&O en zijn afgevaardigde.
Artikel 13 Dit artikel gaat over het lot van geslaagde kandidaten die niet worden opgeroepen tot de stage.
De reserve van geslaagde kandidaten is nu één jaar geldig (in plaats van twee jaar zoals voorzien in het koninklijk besluit van 21 juli 2016) vanaf de datum waarop het proces-verbaal van de vergelijkende selectie wordt afgesloten, en kan telkens met één jaar worden verlengd, zonder beperking in de tijd. Als een werving noodzakelijk is en er meerdere reserves van geslaagden bestaan die nog steeds geldig zijn, organiseert dit artikel ook de rangorde voor de geslaagde kandidaten.
Artikel 14 Dit artikel regelt de situatie van de geslaagde kandidaat die wordt opgeroepen voor stages en behoeft geen toelichting.
Titel 3. Stage Titel 3 bestaat uit zes hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen;
Hoofdstuk 2. Organisatie van de stage;
Hoofdstuk 3. Duur van de stage;
Hoofdstuk 4. Eerste deel van de stage;
Hoofdstuk 5. Tweede deel van de stage;
Hoofdstuk 6. Definitieve beëindiging van de stage.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 15 De stagiaire is geen ambtenaar van de buitenlandse carrière of van de consulaire carrière, aangezien de hoedanigheid van ambtenaar pas wordt verworven wanneer het personeelslid in vast verband benoemd is (artikelen 3, 19° en 37, § 1).
Artikel 16 Dit artikel bepaalt de bepalingen van de volgende koninklijke besluiten die van toepassing zijn op de stagiairs van de buitenlandse carrière: 1° het koninklijk besluit van 2 oktober 1937;2° het
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten2;3° het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6;4° het koninklijk besluit van 12 mei 1927 betreffende de ouderdom van de oppensioenstelling van de ambtenaren, de beambten en het dienstpersoneel van den staat;5° het koninklijk besluit van 1 juni 1964 tot vaststelling van de administratieve toestand van sommige ambtenaren van de rijksbesturen, die in vredestijd militaire prestaties verrichten of diensten volbrengen ter uitvoering van de wet van 3 juni 1964 houdende het statuut van de gewetensbezwaarden. Er moet worden opgemerkt dat de toepasbaarheid of niet-toepasbaarheid van sommige bepalingen niet gekoppeld is aan de entiteit waarbij de stagiair is aangesteld (post, hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan).
Anderzijds is de toepasbaarheid van bepaalde andere bepalingen wel afhankelijk van de entiteit waarop ze van toepassing zijn.
Zo moet met betrekking tot de bepalingen van het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6 worden opgemerkt dat: 1° de telewerkvergoeding, de vergoeding voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de werkplaats, de fietsvergoeding en de vergoeding voor verblijfskosten in België zijn uitgesloten wanneer de stagiair aangesteld is op post, maar wel van toepassing zijn wanneer hij tewerkgesteld is op het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan;2° de toelage voor opleidingsactiviteiten is uitgesloten wanneer de stagiair wordt aangesteld op post, maar wel van toepassing is wanneer hij wordt aangesteld op het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan.De wachttoelage, de toelage voor onregelmatige prestaties en de toelage voor bijkomende prestaties zijn alleen van toepassing als de stagiair is aangesteld op het hoofdbestuur. 3° De artikelen 38 tot en met 41 (creatie van specifieke toelagen) en de artikelen 97 tot en met 100 (creatie van specifieke vergoedingen) van het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6 zijn uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de stagiairs aangezien dit koninklijk besluit zijn eigen systeem van vergoedingen en tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever vaststelt.De stagiairs genieten van hun eigen financieel statuut, dat specifiek is aan de buitenlandse carrière. 4° Bij zijn aanstelling op Belgoeurop en Belotan geniet de stagiair, krachtens dit besluit, van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en voor de beschikbaarheid.Bijgevolg zijn de artikelen 96/2 en 96/3 van het
koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten6, die een forfaitaire maandelijkse vergoeding toekennen aan de personeelsleden die gedetacheerd zijn bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie, uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de stagiair.
Ten slotte, wanneer de stagiair is aangesteld op post tijdens het tweede deel van de stage, geniet hij niet van de maaltijdcheques. Het
koninklijk besluit van 26 oktober 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten8 betreffende de toekenning van maaltijdcheques aan de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt is niet op hen van toepassing.
De stagiair is ook onderworpen aan de bepalingen van deel 3 en de besluiten die het wijzigen of aanvullen voor zover zij uitdrukkelijk op hem toepasselijk zijn verklaard.
Hoofdstuk 2. Organisatie van de stage
Artikel 17 Dit artikel bepaalt, in paragraaf 1, de bevoegdheid van de minister met betrekking tot de stage.
Naast de organisatie van de stage en het stageplan, die reeds tot zijn bevoegdheid hoorden krachtens het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, neemt de minister voortaan eveneens de nodige schikkingen voor het bepalen van de competenties die vereist zijn voor de benoeming in de klasse A2 van de stagiair, de indicatoren van de competenties en het niveau dat vereist is om te voldoen aan de competentie.
Samengelezen met de artikelen 24, § 3 en 31, § 4, begrijpt men dat de stagiair moet aantonen dat hij, in het licht van de indicatoren van de competenties, elk van de competenties in de loop van zijn stageperiode heeft ontwikkeld totdat hij het minimale vereiste niveau heeft behaald.
Paragraaf 2 van dit artikel bepaalt dat de stage onder de verantwoordelijkheid valt van de directeur-generaal P&O van de FOD of zijn afgevaardigde, zoals actueel reeds het geval is.
Hoofdstuk 3. Duur van de stage
Artikel 18 Onverminderd artikelen 19, tweede lid en 20 duurt de stage vierentwintig maanden en is ze opgesplitst in twee delen: veertien maanden op het hoofdbestuur en tien maanden op post, op Belgoeurop of op Belotan.
Bovendien kan de duur van het eerste deel van de stage in geval van uitzonderlijke omstandigheden goedgekeurd door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde, worden verlengd, zonderachttien maanden te mogen overschrijdt (bijvoorbeeld wachten op een veiligheidsmachtiging, wachten op de accreditatie door de Ontvangststaat, enz.).
Het tweede deel van de stage wordt in evenredige mate bepaald. Het tweede deel van de stage begint wanneer de ambtenaar wordt aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan.
Deze wijzigingen worden gerechtvaardigd door het feit dat men van mening was dat de duur van het eerste deel van de stage bij het hoofdbestuur, die in het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 op twaalf maanden was vastgesteld, te kort was om stagiairs in staat te stellen alle gewenste opleidingen te volgen.
Artikel 19 Het eerste deel van de stage wordt voltijds verricht, op enkele uitzonderingen na (artikel 79). Indien dit niet het geval is, wordt de duur van het eerste deel van de stage verlengd.
Het tweede deel van de stage wordt steeds voltijds verricht. Er is geen mogelijkheid om deeltijds te werken op post.
Dit is te wijten aan de hoge kosten van het uitzenden van een ambtenaar of stagiair en de noodzaak om de goede werking van de post te garanderen.
Artikel 20 Dit artikel betreft de berekening van de duur van de stage.
Wanneer een stagiair in één of meerdere malen meer dan dertig werkdagen afwezig is, 1° en deze afwezigheden plaatsvinden tijdens het eerste deel van de stage, wordt de stage hetzij verlengd hetzij verdaagd naar de volgende stagesessie;2° en deze afwezigheden plaatsvinden tijdens het tweede deel van de stage, kan de stage enkel verlengd worden. De verlenging houdt geen rekening met de dertig werkdagen afwezigheid.
Bovendien worden bepaalde verloven die worden opgesomd in paragraaf 2, vierde lid niet meegenomen in de berekening van deze dertig werkdagen afwezigheid.
Tijdens zijn afwezigheden behoudt de stagiair zijn hoedanigheid van stagiair.
De stagiairs van de buitenlandse carrière verrichten hun stage in groep en volgen collectieve activiteiten (vormingen, conferenties, bezoeken, enz.) tijdens het eerste deel van de stage. Om die reden werd het begrip "verdaging naar de volgende sessie" geïntegreerd. Deze verdaging laat niet toe de stage te verlengen, maar wel om de stagiair toe te voegen aan een latere stagesessie (een nieuwe groep stagiairs) indien de stagiair te veel collectieve activiteiten heeft gemist en een verlenging van de stage niet volstaat om zijn opleiding te voltooien. De beslissing tot verdaging wordt genomen door de voorzitter of zijn afgevaardigde, na overleg met de directeur-generaal P&O, geval per geval, in functie van de omstandigheden.
Bij (met redenen omklede) verdaging naar de volgende stageperiode behoudt de stagiair zijn hoedanigheid van stagiair en vervult hij in de tussentijd een functie bij het hoofdbestuur. Tijdens deze tussenperiode zal hij ook worden geëvalueerd in overeenstemming met artikel 24. Zodra er een nieuwe stagesessie wordt georganiseerd, herbegint hij het eerste deel van de stage. Er wordt geen vrijstelling verleend.
Hoofdstuk 4. Eerste deel van de stage
Artikel 21 Dit artikel somt de toelatingsvereisten voor het eerste deel van de stage op. Ze worden gecontroleerd bij de geslaagde kandidaten van de vergelijkende selectie die, na de oproep tot de stage, het aanbod hebben aanvaard.
De toelatingsvereisten voor het eerste deel van de stage zijn de volgende: 1° dezelfde vereisten als de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie;2° geslaagd zijn voor de vergelijkende selectie;3° een nieuwe vereiste, namelijk een positief resultaat hebben gekregen ingevolge een veiligheidsverificatie.Dit is een instrument van het interne veiligheidsbeleid van de FOD om de risico's voor bepaalde functies - waaronder die van stagiair van de buitenlandse carrière - tot een minimum te beperken, na akkoord van de Nationale Veiligheidsoverheid. De invoering van deze nieuwe vereiste in het huidige koninklijk besluit maakt het mogelijke juridische gevolgen te koppelen aan een negatief resultaat.
Indien de geslaagde niet voldoet aan deze vereisten, wordt hij geschrapt uit de reserve van de geslaagden.
Om de stage te mogen aanvangen, moet de geslaagde kandidaat bovendien geschikt zijn verklaard in toepassing van de Codex Welzijn op het werk.
Afhankelijk van de resultaten van zijn voorafgaande gezondheidsbeoordeling, wordt de geslaagde kandidaat ofwel toegelaten indien hij voldoet aan de toelatingsvereisten voor het eerste deel van de stage, ofwel in de reserve van geslaagden gehouden, ofwel geschrapt uit de reserve.
Artikel 22 Dit artikel organiseert de praktische toelating tot de stage, de benoeming in de hoedanigheid van stagiair in de klasse A1 en de aanvang van de stage (voortaan om praktische redenen ten vroegste op de eerste dag van de derde maand volgend op de toelatingsbeslissing), waarbij ook rekening wordt gehouden met eventuele opzegtermijnen, en behoeft geen toelichting.
Artikel 23 Tijdens het eerste deel van de stage, dat eindigt wanneer de stagiair wordt aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, wordt de stagiair aangesteld op het hoofdbestuur.
Artikel 24 De stagiair wordt over de twee jaar van zijn stage geëvalueerd.
Tijdens het eerste deel van de stage worden er regelmatig verslagen opgesteld door de verschillende hiërarchische meerderen. De aanwezigheid van verschillende hiërarchische meerderen kan worden verklaard doordat, gedurende het volledige eerste deel van de stage, de stagiair zijn stage volbrengt in de schoot van verschillende diensten van de FOD, gedurende de periodes bepaald in het stageplan.
Gedurende deze periodes zal hij in elke dienst rekenschap afleggen aan een diensthoofd, dat zijn hiërarchische meerdere zal zijn wat betreft de evaluatie.
De tijdstippen waarop de rapporten worden opgesteld, worden bepaald door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde in functie van de duur van het eerste deel van de stage en de organisatie van de stage.
Het evaluatieverslag wordt telkens het wordt opgesteld, onverwijld naar de stagiair gestuurd.
Voor elk verslag wordt het principe van hoor en wederhoor gerespecteerd, aangezien de stagiair de mogelijkheid heeft om schriftelijke opmerkingen te maken, die vervolgens met elk verslag in zijn persoonlijk dossier worden opgenomen.
Als de verslagen aan het einde van het eerste deel van de stage niet over het geheel genomen gunstig zijn, zal de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde de stagiair tijdens het tweede deel van de stage extra opvolgen.
Om te bepalen of de verslagen in hun geheel gunstig zijn, of niet, gaat de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde na of uit de verslagen blijkt dat de stagiair voldoet, of niet, aan alle competenties op het vereiste niveau zoals bepaald door de minister overeenkomstig artikel 17, § 1, 2°.
Hoofdstuk 5. Tweede deel van de stage
Artikel 25 Om te worden toegelaten tot het tweede deel van de stage, moet de stagiair slagen voor het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage en voor het taalexamen bedoeld in artikel 14, eerste lid van het
koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966.
Daarnaast is er een nieuwe vereiste toegevoegd, namelijk dat hij houder moet zijn van een veiligheidsmachtiging met het niveau "geheim" of hoger.
Het doel van deze bepaling is ervoor te zorgen dat de stagiair voldoende garanties biedt inzake discretie, loyaliteit en integriteit om toegang te krijgen tot geclassificeerde informatie, documenten, gegevens, materieel, materialen of stoffen tijdens de uitoefening van zijn functie (
wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen).
Als de stagiair niet aan een van deze drie vereisten voldoet, wordt hij ambtshalve ontslagen.
Er dient opgemerkt dat het taalexamen bedoeld in artikel 14, eerste lid van het
koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966, beantwoordt aan de vereisten van artikel 47, § 5, tweede lid van diezelfde gecoördineerde wetten.
Bovendien moet het taalexamen worden afgelegd binnen de eerste veertien maanden van de stage, aangezien het niet slagen voor het taalexamen niet wordt beschouwd als een buitengewone omstandigheid op grond waarvan de duur van het eerste deel van de stage kan worden verlengd (artikel 18, derde lid).
Indien daarentegen aan het einde van de eerste veertien maanden van de stage nog geen veiligheidsmachtiging is verleend, of indien deze is geweigerd maar de stagiair beroep heeft aangetekend tegen de weigering, vormt dit wel een buitengewone omstandigheid op grond waarvan de duur van het eerste deel van de stage kan worden verlengd (artikel 18, derde lid). Als de stagiair aan het einde van de achttien maanden (het eerste deel van de stage mag deze periode niet overschrijden) geen veiligheidsmachtiging van het niveau "geheim" of hoger heeft, wordt hij ambtshalve ontslagen.
Artikel 26 Dit artikel bepaalt wanneer het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage wordt gehouden (ten vroegste in de loop van de tiende maand die volgt op de datum van de intrede in de stage) en behoeft geen toelichting.
Artikel 27 Dit artikel betreft de inhoud van het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage, zoals vastgesteld door de minister of zijn afgevaardigde, en behoeft geen toelichting.
Artikel 28 Dit artikel heeft betrekking op de voorwaarden voor het slagen voor het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage, de samenstelling van de jury (voortaan een bevoegdheid van de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde en niet langer, zoals bepaald in het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, van de minister of zijn afgevaardigde) en de bekendmaking van de examenresultaten. Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 29 Dit artikel beschrijft de gevolgen van het tijdelijk niet slagen (tweede sessie en evaluatie conform artikel 24 in de tussentijd) en het definitief niet slagen (ontslag met een opzegtermijn van drie maanden) voor het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage en behoeft geen toelichting.
Artikel 30 Tijdens het tweede deel van de stage wordt de stagiair aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan.
Artikel 31 Tijdens het tweede deel van de stage stelt het posthoofd of, bij aanstelling op Belgoeurop of op Belotan, de permanente vertegenwoordiger van Belgoeurop of van Belotan, op regelmatige tijdstippen evaluatieverslagen op. De tijdstippen waarop de verslagen worden opgesteld worden bepaald door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde in functie van de duur van het eerste deel van de stage Het evaluatieverslag wordt telkens het wordt opgesteld, onverwijld naar de stagiair gestuurd.
In het geval van een opvolging wordt een opvolgingsverslag opgesteld door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde tijdens de voorlaatste maand van het tweede deel van de stage, dat onverwijld naar de stagiair wordt gestuurd.
Voor elk verslag wordt het principe van hoor en wederhoor gerespecteerd, aangezien de stagiair de mogelijkheid heeft om schriftelijke opmerkingen te maken, die vervolgens met elk verslag in zijn persoonlijk dossier worden opgenomen.
In de loop van de laatste maand van het tweede deel van de stage stellen de hiërarchische meerderen en het posthoofd of de permanente vertegenwoordiger van Belgoeurop of van Belotan een eindevaluatieverslag op op basis van de evaluatieverslagen opgesteld tijdens het eerste en het tweede deel van de stage, desgevallend rekening houdend met het opvolgingsverslag. Als conclusie van het eindevaluatieverslag bepalen zij of het verslag gunstig of niet gunstig is.
Het eindevaluatieverslag wordt als gunstig beschouwd indien de stagiair voldoet aan alle competenties op het vereiste niveau zoals bepaald door de minister overeenkomstig artikel 17, § 1, 2°.
Dit eindverslag wordt onverwijld gestuurd naar de stagiair, die de mogelijkheid heeft om zijn schriftelijke opmerkingen te maken, die vervolgens samen met het verslag aan zijn persoonlijk dossier worden toegevoegd.
Als het eindevaluatieverslag gunstig is voor de stagiair, stelt de voorzitter of zijn afgevaardigde de minister voor om de stagiair aan te stellen.
Als dit eindverslag niet gunstig is voor de stagiair, dan vat de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde de evaluatiecommissie en legt haar een gemotiveerd voorstel van ontslag voor.
De evaluatiecommissie legt een advies voor betreffende het eindevaluatieverslag na het verhoor van de stagiair, en steltaan de voorzitter of zijn afgevaardigde voor: 1° ofwel de stagiair te benoemen;2° ofwel de stagiair te ontslaan.In dat geval moet een opzegtermijn van drie maanden in acht worden genomen, die aanvangt op de dag van de kennisgeving van de beslissing.
Het advies van de evaluatiecommissie is niet bindend voor de voorzitter of zijn afgevaardigde.
Hoofdstuk 6. Definitieve beëindiging van de stage
Artikel 32 Dit artikel voorziet, naast de gevallen van definitieve beëindiging van de stage bedoeld in de artikelen 29, vijfde lid, 31, § 6, 33 en 34, twee andere gevallen, met name de oppensioenstelling en het vrijwillig ontslag.
Daar waar het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 werkte via verwijzing naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, herneemt dit koninklijk besluit de inhoud van de toepasselijke bepalingen en dit uit zorg voor de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de continuïteit van de toepassing van deze artikelen te garanderen.
De twee gevallen van definitieve beëindiging van de stage bedoeld in dit artikel zijn identiek aan deze bedoeld in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937.
Artikel 33 Dit artikel bepaalt dat de stagiair kan ontslagen worden wegens zware fout (zonder opzegtermijn) of omdat hij niet het bewijs levert van een gedrag dat overeenstemt met de eisen van de functie (opzegtermijn van drie maanden).
De beslissing tot ontslag, genomen door de voorzitter of zijn afgevaardigde, wordt voorafgegaan door een hoorzitting.
De hoorzitting hoeft niet persoonlijk te gebeuren maar kan voortaan ook per videoconferentie plaatsvinden. De keuze van de verschijningswijze wordt aan de stagiair gelaten.
Uitstel van de hoorzitting kan worden overwogen. In de volgende twee gevallen spreekt de voorzitter of zijn afgevaardigde zich evenwel uit op basis van de stukken van het dossier: 1° indien de stagiair, hoewel regelmatig opgeroepen, niet verschijnt;2° indien de stagiair, hoewel regelmatig een tweede maal opgeroepen, na zich op geldige wijze te hebben verontschuldigd, niet verschijnt. Artikel 34 Dit artikel omschrijft de gevallen waarin de hoedanigheid van stagiair ambtshalve en zonder opzeg kan worden verloren en behoeft geen toelichting.
In dit verband verwees het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937. Dit koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over en past deze waar nodig aan om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de buitenlandse carrière, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen.
De gevallen van definitieve beëindiging van de stage bedoeld in dit artikel zijn identiek aan deze vermeld in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, met uitzondering van deze bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° en 8°, die werden toegevoegd.
In het geval van de definitieve beëindiging bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° dient de stagiair voorafgaandelijk te worden gehoord.
Naast de persoonlijke verschijning, kan de hoorzitting voortaan ook per videoconferentie plaatsvinden. De keuze van de verschijningswijze wordt aan de stagiair gelaten.
Een uitstel van de hoorzitting kan worden overwogen. De voorzitter of zijn afgevaardigde spreekt zich evenwel uit op basis van de stukken van het dossier in de volgende twee gevallen: 1° indien de stagiair, hoewel regelmatig opgeroepen, niet verschijnt;2° indien de stagiair, hoewel regelmatig een tweede maal opgeroepen, na zich op geldige wijze te hebben verontschuldigd, niet verschijnt. Titel 4. Benoeming en indiensttreding Titel 4 bestaat uit twee hoofdstukken, namelijk de benoeming (hoofdstuk 1) en de indiensttreding (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 1. Benoeming
Artikel 35 Dit artikel somt de vereisten op voor de benoeming en behoeft geen toelichting.
Artikel 36 De benoeming gebeurt bij koninklijk besluit, op voorstel van de minister. De stagiair wordt benoemd in de klasse A2.
Dit artikel blijft ongewijzigd.
Hoofdstuk 2. Indiensttreding
Artikel 37 De beëdiging als ambtenaar van de buitenlandse carrière is een voorwaarde om toe te treden tot de functie. Indien hij geen eed aflegt, wordt de stagiair ambtshalve ontslagen.
De in artikel 3, derde lid van het Consulair Wetboek bedoelde eedaflegging geschiedt in principe bij de beëdiging als ambtenaar van de buitenlandse carrière. De in artikel 3, derde lid van het Consulair Wetboek bedoelde eedaflegging wordt echter afgelegd bij de eerste aanstelling op post wanneer de stagiair aangesteld is op Belgoeurop of op Belotan tijdens het tweede deel van zijn stage. Bij Belgoeurop of Belotan is er immers geen consulair posthoofd in wiens handen de stagiair de eed voorzien in het Consulair Wetboek zou kunnen afleggen.
Artikel 38 De minister of zijn afgevaardigde ontvangt de eedaflegging in de hoedanigheid van ambtenaar van de buitenlandse carrière. De eed bedoeld in artikel 3, derde lid van het Consulair Wetboek wordt afgelegd in de handen van het consulaire posthoofd.
Titel 5. Hiërarchie, evaluatie, anciënniteit en bevordering tot de hogere klasse Titel 5 bestaat uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Hiërarchie;
Hoofdstuk 2. Evaluatie;
Hoofdstuk 3. Anciënniteit;
Hoofdstuk 4. Bevordering tot de hogere klasse.
Hoofdstuk 1. Hiërarchie
Artikel 39 De buitenlandse carrière maakt deel uit van het niveau A van het Rijkspersoneel en omvat vier klassen. Elke klasse, eventueel gekoppeld aan een weddeschaal, heeft een eigen titel. De titel verschilt wanneer de ambtenaar wordt aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, aangezien de ambtenaar dan de titel draagt van de functie die hij uitoefent.
Hoofdstuk 2. Evaluatie
Artikel 40 Dit artikel definieert wat in de buitenlandse carrière moet worden verstaan onder een functiewijziging in de zin van het
koninklijk besluit van 14 januari 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten7 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt en behoeft geen toelichting.
Artikel 41 Voor de posthoofden en de permanente vertegenwoordigers van Belgoeurop en van Belotan kunnen het evaluatiecyclusgesprek en de eventuele functioneringsgesprekken behalve schriftelijk voortaan ook via videoconferentie plaatsvinden. De keuze tussen een gesprek op schriftelijke wijze en via videoconferentie wordt aan de ambtenaar overgelaten.
Hoofdstuk 3. Anciënniteit
Artikelen 42 tot 45 Wat de anciënniteit betreft, verwees het
koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937. Het koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over en past deze waar nodig aan om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de buitenlandse carrière, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen. Hoofdstuk 4. Bevordering tot de hogere klasse Dit hoofdstuk 4 bestaat uit vier afdelingen: Afdeling 1. Algemene bepaling;
Afdeling 2. Vereisten voor bevordering tot de hogere klasse;
Afdeling 3. Bevorderingsprocedure tot de hogere klasse;
Afdeling 4. Mededeling van de beslissingen tot bevordering.
Afdeling 1. Algemene bepaling
Artikel 46 Dit artikel bepaalt dat de bevordering tot de hogere klasse (administratieve loopbaan) bij koninklijk besluit wordt toegekend.
De inhoud van d …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.