Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit van 19 april 2024 houdende het administratief en financieel statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit bundelt, past aan en vervangt de regels voor ambtenaren van de buitenlandse en consulaire carrière van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zowel administratief als financieel. Het doel is om het ambt en de internationale mobiliteit aantrekkelijk te houden en af te stemmen op de moderne diplomatie en maatschappij.

Wat het reguleert

  • De administratieve en financiële aspecten van het statuut van ambtenaren van de buitenlandse en consulaire carrière.
  • De modernisering van financiële tussenkomsten en vergoedingen.
  • De afstemming van het statuut op de nieuwe uitdagingen van de diplomatie, de Belgische institutionele context en de samenleving.
  • De leesbaarheid en juridische en fiscale samenhang van de regelgeving.

Wie het aanbelangt

  • Ambtenaren van de buitenlandse carrière.
  • Ambtenaren van de consulaire carrière.

Kernpunten

  • Het besluit vermijdt dubbele en overbodige financiële tussenkomsten.
  • Het biedt ambtenaren een aantrekkelijke verloning en moderniseert financiële tussenkomsten, afgestemd op personeelsbeleidsprioriteiten zoals veiligheid, gezinsbeleid en de aard van de post.
  • Financiële tussenkomsten en vergoedingen worden voortaan berekend op basis van de post, de functie en de gezinssamenstelling, behalve de terugkeervergoeding die nog op basis van de wedde wordt berekend.
  • De begrippen "post", "posthoofd", "medewerker", "partner" en "kind" zijn specifiek gedefinieerd, waarbij "post" enkel Belgische ambassades, consulaire posten, diplomatieke bureaus of permanente vertegenwoordigingen in het buitenland omvat, en "partner" feitelijke samenwoning uitsluit.
Wettekst
Wettekst

LAG AAN DE KONING Sire, Inleiding Het ontwerp van koninklijk besluit waarvan wij de eer hebben het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, heeft tot doel de regels die van toepassing zijn

en; Deel

  1. Administratief statuut; Deel
  2. Financieel statuut; Deel
  3. Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen. Deel
  4. Personeel toepassingsgebied Artikel 1 Dit artikel bepaalt het personeel toepassingsgebied van dit koninklijk besluit. Dit is van toepassing op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière. Specifieke personele toepassingsgebieden worden vervolgens per deel en, in voorkomend geval, per boek bepaald. Voor de rest behoeft dit artikel geen toelichting. Deel
  5. Definities en

en Artikel 2 Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van deel 2, dat dus zowel van toepassing is op de ambtenaren van de buitenlandse carrière als op de ambtenaren van de consulaire carrière. Enkel de artikelen van deel 2 die in dit artikel worden opgesomd, zijn van toepassing op de stagiairs van de buitenlandse carrière. Artikel 3 Voor een goed begrip van dit koninklijk besluit worden er vijfendertig begrippen gedefinieerd. Slechts enkele definities verdienen een bijzondere aandacht: 1) De definitie van `post', bedoeld in 10°, betreft enkel de Belgische ambassades, consulaire posten, diplomatieke bureaus of permanente vertegenwoordigingen in het buitenland.De permanente vertegenwoordigingen van België op Belgische grondgebied, zoals Belgoeurop (12° ) en Belotan (13° ), worden vanuit een intern perspectief niet meer als posten beschouwd. Ze worden namelijk aparte entiteiten van de posten en het hoofdbestuur. Tegenover de buitenwereld blijven Belgoeurop en Belotan evenwel diplomatieke zendingen. Bijgevolg kan een ambtenaar van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière voortaan worden aangesteld op het hoofdbestuur, op post, op Belgoeurop of op Belotan (artikel 5). Dat onderscheid is belangrijk, want bepaalde aspecten van het statuut dat van toepassing is op de ambtenaar van de buitenlandse carrière of van de consulaire carrière, verschillen naargelang de entiteit waar hij is aangesteld. Bijgevolg zijn de begrippen `posthoofd' (20° ) en `medewerker' (21° ) gedefinieerd in overeenstemming met het begrip `post'. 2) In het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, hierna `het koninklijk besluit van 2 oktober 1937', is, naar aanleiding van de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 12 mei 2022 houdende diverse wijzigingen inzake de selectie van het Rijkspersoneel, het begrip `directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning' ontstaan, ter vervanging van het begrip `afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid'.Waar in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 de term `afgevaardigd bestuurder' voorkwam, is `directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling' (18° ) in de plaats gekomen. 3) Het begrip `partner' wordt ook gedefinieerd om de feitelijke samenwoning uitdrukkelijk uit te sluiten.4) De term `kind' wordt ook gedefinieerd, want enkel kinderen in de zin van dit koninklijk besluit kunnen in aanmerking komen in het kader van de berekening van de forfaitaire vergoedingen en van de toekenning van bepaalde tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever. Zonder nadere definitie in dit koninklijk besluit moet de term `aangesteld', die in talrijke bepalingen wordt gebruikt, bovendien worden opgevat als `het daadwerkelijk hebben opgenomen van de functie in de betrokken entiteit'. Artikel 4 Dit artikel bepaalt dat het Directiecomité en de Ministerraad bevoegd zijn voor alle bepalingen die dit koninklijk besluit in de toekomst wijzigen en/of uitvoeren. Artikel 5 Dit artikel behoeft geen verdere toelichting dan degene uiteengezet voor artikel 3, 10°. Artikel 6 Dit artikel bepaalt de bepalingen van de volgende koninklijke besluiten die van toepassing zijn op ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de consulaire carrière: 1° het koninklijk besluit van 2 oktober 1937;2° het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten2 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hierna `het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten2';3° het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hierna `het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6';4° de koninklijke besluiten zoals opgesomd in bijlage 1 van dit koninklijk besluit. Daarbij moet worden opgemerkt dat de toepasselijkheid of niet-toepasselijkheid van sommige bepalingen geen betrekking heeft op de entiteit waar de ambtenaar is aangesteld (post, hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan). Daarentegen hangt de toepasselijkheid van sommige andere bepalingen wel af van de entiteit waar de ambtenaar is aangesteld. Met betrekking tot de bepalingen uit het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 moet er zo op worden gewezen dat wat interne mutatie betreft, artikelen 49 tot 51 niet van toepassing zijn op ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière die op post zijn aangesteld. De rotatie van ambtenaren die op post zijn aangesteld, naar een andere post, naar het hoofdbestuur, naar Belgoeurop of Belotan verloopt via de `diplomatieke beweging', in toepassing van het koninklijk besluit van 5 maart 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten3 houdende de organisatie van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Diezelfde artikelen zijn daarentegen niet alleen van toepassing op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière wanneer ze zijn aangesteld op het hoofdbestuur, maar ook wanneer ze zijn aangesteld op Belgoeurop of Belotan. Bijgevolg, wordt de vacantverklaring van functies bij Belgoeurop en Belotan via een procedure van interne mutatie (en dus buiten de "diplomatieke beweging") mogelijk, hetgeen niet het geval was in het verleden aangezien deze entiteiten als posten werden beschouwd. De rijksambtenaren alsook de ambtenaren van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière die zijn aangesteld op het hoofdbestuur, kunnen zich daardoor via interne mutatie kandidaat stellen voor een functie die binnen Belgoeurop of Belotan vacant wordt verklaard. De rijksambtenaren alsook de ambtenaren van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière die zijn aangesteld op Belgoeurop of Belotan, kunnen zich ook via interne mutatie kandidaat stellen voor een functie die binnen Belgoeurop of Belotan zelf vacant wordt verklaard. Het zal aan de permanente vertegenwoordiger bij Belgoeurop of Belotan toekomen om de interne organisatie binnen zijn entiteit te regelen. Ook omgekeerd kunnen de rijksambtenaren en de ambtenaren van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière die zijn aangesteld op Belgoeurop of Belotan, zich via interne mutatie kandidaat stellen voor een functie die op het hoofdbestuur vacant wordt verklaard (en dus buiten de `diplomatieke beweging'). Met betrekking tot de bepalingen uit het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6 moet worden opgemerkt dat: 1° de vergoeding voor de telewerkkosten, de vergoeding voor de verplaatsingskosten tussen de woonplaats en de werkplaats, de vergoeding voor de kosten voor het gebruik van de fiets en de vergoeding voor de verblijfkosten in België zijn uitgesloten wanneer de ambtenaar is aangesteld op post, maar zijn wel van toepassing wanneer hij is aangesteld op het hoofdbestuur of op Belgoeurop of Belotan.Het verschil tussen de posten enerzijds en het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan anderzijds, wordt verklaard door het feit dat op post, die vergoedingen zijn opgenomen in de postvergoeding die de ambtenaar ontvangt of in de verschillende tussenkomsten die de vervoers- en verblijfkosten dekken. 2° de toelage voor een opleidingsactiviteit is uitgesloten wanneer de ambtenaar op post is aangesteld, maar is wel van toepassing wanneer de ambtenaar is aangesteld op het hoofdbestuur of op Belgoeurop of Belotan.De wachttoelage, de toelage voor onregelmatige prestaties en de toelage voor bijkomende prestaties zijn op hun beurt enkel van toepassing wanneer de ambtenaar is aangesteld op het hoofdbestuur. Dat wordt verklaard door het feit dat de ambtenaren die zijn aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, een postvergoeding krijgen (op post) een vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid (Belgoeurop en Belotan), die de beschikbaarheid compenseert, met inbegrip van de overuren die overigens niet gecompenseerd kunnen worden. 3° De artikelen 38 tot en met 41 (creatie van specifieke toelagen) en de artikelen 97 tot en met 100 (creatie van specifieke vergoedingen) van het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6 zijn uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en op de ambtenaren van de consulaire carrière aangezien dit koninklijk besluit zijn eigen systeem van vergoedingen en tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever vaststelt.De ambtenaren van de buitenlandse carrière en de ambtenaren van de consulaire carrière genieten van hun eigen financieel statuut, dat specifiek is aan de buitenlandse carrière en aan de consulaire carrière. 4° Bij hun aanstelling op Belgoeurop en Belotan genieten de ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de consulaire carrière, krachtens dit besluit, van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en voor de beschikbaarheid.Bijgevolg zijn de artikelen 96/2 en 96/3 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6, die een forfaitaire maandelijkse vergoeding toekennen aan de personeelsleden die gedetacheerd zijn bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie, uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de ambtenaren van de consulaire carrière. Ten slotte genieten de ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de consulaire carrière bij aanstelling op post geen maaltijdcheques. Het koninklijk besluit van 26 oktober 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten8 betreffende de toekenning van maaltijdcheques aan de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt is niet op hen van toepassing. Dit artikel voegt in zijn paragraaf 5 ook een discretieplicht voor de partner van de ambtenaar toe. Via sommige van zijn bepalingen erkent dit koninklijk besluit het bestaan en het belang van de partners van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière, zonder daarom een juridische band tussen de FOD en die partner te creëren. De ambtenaar krijgt namelijk bepaalde vergoedingsvermeerderingen of tussenkomsten in bepaalde kosten door het loutere feit dat die laatste een partner heeft of dat zijn partner met hem op post verblijft. Als de verankering van de partner via de ambtenaar nodig is, moet er ook een discretieplicht en een verplichting tot naleving van de deontologische regels in het hoofd van de partner worden voorzien. De interne bepalingen met betrekking tot integriteit en deontologie, die zijn opgenomen in het desbetreffende vademecum, voorzien reeds dat: "De hoedanigheid van ambtenaar is onverenigbaar met elk gedrag of elke activiteit die de waardigheid van het ambt aantast, het ambt schade toebrengt of het vervullen van de ambtsplichten belemmert, ongeacht of de activiteiten worden uitgeoefend door de ambtenaar of door ieder ander tussenpersoon, zoals bijvoorbeeld zijn/haar echtgenote/echtgenoot of de persoon met wie hij samenleeft en dat zelfs buiten het kader van de uitoefening van hun ambt". Artikel 7 Dit artikel kadert het recht op vrijheid van meningsuiting, dat is erkend in artikel 10 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, af en behoeft geen toelichting. Dit artikel blijft ongewijzigd. Deel 3. Administratief statuut Deel 3 bestaat uit twee boeken: het eerste boek behandelt de buitenlandse carrière (Boek 1), het andere de consulaire carrière (Boek 2). Boek 1. Buitenlandse carrière Boek 1 dat gewijd is aan de buitenlandse carrière, bestaat uit twaalf titels: Titel 1.

; Titel

  1. Werving; Titel
  2. Stage; Titel
  3. Benoeming en indiensttreding; Titel
  4. Hiërarchie, evaluatie, anciënniteit en bevordering tot de hogere klasse; Titel
  5. Administratieve standen Titel
  6. Arbeidsduur; Titel
  7. Verlof- en afwezighedenregeling; Titel
  8. Overgang naar de carrière van de Rijksambtenaren; Titel
  9. Definitieve ambtsneerlegging Titel
  10. Ordemaatregelen; Titel
  11. Tuchtregeling. Titel 1.

Artikel 8

Dit artikel definieert het toepassingsgebied van Boek 1, dat alleen van toepassing is op ambtenaren van de buitenlandse carrière. Titel

  1. Werving Titel 2 bestaat uit twee hoofdstukken, waarvan het eerste gewijd is aan de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie (hoofdstuk 1), het tweede aan de vergelijkende selectie (hoofdstuk 2). Hoofdstuk
  2. Toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie Artikel 9 Dit artikel bepaalt de vereisten waaraan een kandidaat moet voldoen om deel te nemen aan de vergelijkende selectie. Deze vereisten zijn cumulatief en identiek aan die voorzien zijn voor de Rijksambtenaren. Deze vereisten zullen ook worden gecontroleerd op het moment van de toelating tot het eerste deel van de stage en op het moment van de benoeming. Het examen van de tweede landstaal (artikel 14, lid 2 van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966), waarvoor het slagen een voorwaarde was om in aanmerking te komen voor de vergelijkende selectie voorzien door het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5, wordt een proef in de vergelijkende selectie. De afwijkingen van de diploma- of getuigschriftvereisten die in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 bestonden zijn afgeschaft. Aangezien elk diploma of getuigschrift dat toegang geeft tot functies van het niveau A van de rijksbesturen aanvaard wordt, bestaat er geen risico dat de FOD een tekort aan kandidaten zal hebben. Tenslotte is het tijdstip waarop kandidaten moeten voldoen aan de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie verduidelijkt: aan de vereisten moet voldaan zijn op het moment van de publicatie van het bericht van vacante betrekkingen in het Belgisch Staatsblad (artikel 10, § 2). Deze worden geverifieerd door de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. Als verantwoordelijke voor de vergelijkende selectie, sluit deze laatste elke kandidaat uit waarvan hij tijdens de vergelijkende selectie vaststelt dat hij niet voldoet of niet zal kunnen voldoen aan de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie bedoeld in dit artikel. Deze beslissing wordt gemotiveerd en ter kennis gebracht van de kandidaat. Hoofdstuk
  3. Vergelijkende selectie Artikel 10 Dit aspect van de werving blijft vrijwel ongewijzigd. De werving voor de buitenlandse carrière gebeurt via een vergelijkende selectie die zich baseert opeen functiebeschrijving en een competentieprofiel gebaseerd is en die wordt georganiseerd door de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op verzoek van de minister. Deze vergelijkende selectie resulteert in een rangschikking van geslaagde kandidaten. Deze vergelijkende selectie wordt minstens aangekondigd via een bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, waarbij een aantal elementen worden vermeld die weinig veranderd zijn ten opzichte van het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 (artikel 10, § 2, tweede lid, 1° tot en met 8° ). Vanaf de datum van deze publicatie beschikt de kandidaat over ten minste eenentwintig dagen om zich kandidaat te stellen. De uiterste datum voor kandidatuurstelling wordt vermeld in de bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Artikel 11 Het programma van de vergelijkende selectie somt de proeven (waarvan er minstens vijf zijn) op die deel uitmaken van de vergelijkende selectie, evenals de vereiste competenties voor de uitoefening van de functie die in deze proeven zullen worden beoordeeld. De generieke competenties die tijdens de vergelijkende selectie worden beoordeeld, worden dus niet langer vastgelegd in het statuut. Dit zorgt voor meer flexibiliteit in de keuze van de vereiste competenties. Het programma van de vergelijkende selectie en de vereiste competenties voor de uitoefening van de functie worden bepaald door de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, in samenspraak met de voorzitter of zijn afgevaardigde. Het programma van de vergelijkende selectie en de vereiste competenties voor de uitoefening van de functie maken deel uit van de elementen vermeld in de bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (artikel 10, § 2, tweede lid, 4° en 5° ). Het programma van de vergelijkende selectie omvat nog steeds de schriftelijke en mondelinge proeven die al in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 waren opgenomen, maar deze zijn qua formulering aangepast voor meer flexibiliteit in de toekomst. Daarnaast omvat het programma van de vergelijkende selectie voortaan het examen van de tweede landstaal (artikel 14, lid 2 van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966) en een test van de psychologische geschiktheid. Wat het examen van de tweede landstaal betreft, zijn de vrijstellingen deze voorzien in de artikelen 16 en 16bis, § 6 van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten
  4. Wat het psychologische onderzoek betreft, dit bestond in het verleden en wordt nu opnieuw ingevoerd om te onderzoeken of de kandidaat op het psychologische vlak geschikt is voor een functie als ambtenaar buitenlandse carrière. Tot slot voorzag het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 reeds in een taalexamen gebaseerd op de kennis van de Engelse taal waarvan het niveau overeenstemt met het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor Talen, zoals opgesteld door de Raad van Europa, voor de spreekvaardigheid en de schrijfvaardigheid en voorziet het huidige koninklijk besluit nu in vrijstellingen. Er zijn er vier (artikel 11, § 2, lid 2). In dit opzicht beoogt artikel 11, § 2, tweede lid, 2°, de Engelstalige diploma's of studiegetuigschriften die toegang geven tot het niveau A van de Rijksbesturen en behaald in gelijk welk studiedomein. Het artikel 11, § 2, tweede lid, 3° beoogt, op zijn beurt, de diploma's of studiegetuigschriften die toegang geven tot het niveau A van de Rijksbesturen en behaald zijn in een andere taal dan de Engelse taal (a priori in het Frans, het Nederlands of het Duits indien zij behaald werden in België), maar die betrekking hebben op een studiedomein dat verbonden is aan de studie van de Engelse taal zelf. 3° dient flexibel te worden geïnterpreteerd, rekening houdend met toekomstige wijzigingen in de titels van taal, vertaal- en tolkstudies of de dispariteit ervan naargelang de gemeenschap. De mogelijkheid om een bijkomende proef te organiseren om de competenties te beoordelen die nodig zijn om de functie uit te oefenen, is ook opgenomen en deze bijkomende proef zal, indien ze wordt georganiseerd, worden aangekondigd in het Belgisch Staatsblad. Artikel 12 De inhoud van dit artikel blijft vrijwel ongewijzigd. De voorafgaande proef, die zou kunnen worden georganiseerd in geval van een zeer groot aantal kandidaten, is uit het huidige koninklijk besluit geschrapt, maar de mogelijkheid om een quotum van geslaagde kandidaten van elke proef toe te laten tot de volgende proef werd toegevoegd, teneinde de kandidaturen te kunnen beperken in functie van de behoeften van de FOD op het moment van het lanceren van een vergelijkende selectie. Het aantal geslaagde kandidaten van elke proef dat wordt toegelaten tot de volgende proef, wordt vermeld in de bekendmaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (artikel 10, § 2, tweede lid, 6° ). De slaagvoorwaarden, uitgedrukt in een percentage, voor elke proef afzonderlijk en voor alle proeven samenblijven identiek, evenals de gevolgen in geval van niet slagen, behoudens het quotum van geslaagde kandidaten voor elke proef die tot de volgende proef worden toegelaten, dat kan worden toegepast. Geslaagde kandidaten worden gerangschikt op basis van de punten die zij hebben behaald voor de schriftelijke en mondelinge proeven en eventuele bijkomende proeven. Wat betreft de samenstelling van de jury, wordt deze aangeduid door de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling in overleg, niet meer met de minister of zijn afgevaardigde, maar met de directeur-generaal P&O en zijn afgevaardigde. Artikel 13 Dit artikel gaat over het lot van geslaagde kandidaten die niet worden opgeroepen tot de stage. De reserve van geslaagde kandidaten is nu één jaar geldig (in plaats van twee jaar zoals voorzien in het koninklijk besluit van 21 juli 2016) vanaf de datum waarop het proces-verbaal van de vergelijkende selectie wordt afgesloten, en kan telkens met één jaar worden verlengd, zonder beperking in de tijd. Als een werving noodzakelijk is en er meerdere reserves van geslaagden bestaan die nog steeds geldig zijn, organiseert dit artikel ook de rangorde voor de geslaagde kandidaten. Artikel 14 Dit artikel regelt de situatie van de geslaagde kandidaat die wordt opgeroepen voor stages en behoeft geen toelichting. Titel
  5. Stage Titel 3 bestaat uit zes hoofdstukken: Hoofdstuk 1.

en; Hoofdstuk

  1. Organisatie van de stage; Hoofdstuk
  2. Duur van de stage; Hoofdstuk
  3. Eerste deel van de stage; Hoofdstuk
  4. Tweede deel van de stage; Hoofdstuk
  5. Definitieve beëindiging van de stage. Hoofdstuk 1.

en Artikel 15 De stagiaire is geen ambtenaar van de buitenlandse carrière of van de consulaire carrière, aangezien de hoedanigheid van ambtenaar pas wordt verworven wanneer het personeelslid in vast verband benoemd is (artikelen 3, 19° en 37, § 1). Artikel 16 Dit artikel bepaalt de bepalingen van de volgende koninklijke besluiten die van toepassing zijn op de stagiairs van de buitenlandse carrière: 1° het koninklijk besluit van 2 oktober 1937;2° het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten2;3° het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6;4° het koninklijk besluit van 12 mei 1927 betreffende de ouderdom van de oppensioenstelling van de ambtenaren, de beambten en het dienstpersoneel van den staat;5° het koninklijk besluit van 1 juni 1964 tot vaststelling van de administratieve toestand van sommige ambtenaren van de rijksbesturen, die in vredestijd militaire prestaties verrichten of diensten volbrengen ter uitvoering van de wet van 3 juni 1964 houdende het statuut van de gewetensbezwaarden. Er moet worden opgemerkt dat de toepasbaarheid of niet-toepasbaarheid van sommige bepalingen niet gekoppeld is aan de entiteit waarbij de stagiair is aangesteld (post, hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan). Anderzijds is de toepasbaarheid van bepaalde andere bepalingen wel afhankelijk van de entiteit waarop ze van toepassing zijn. Zo moet met betrekking tot de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6 worden opgemerkt dat: 1° de telewerkvergoeding, de vergoeding voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de werkplaats, de fietsvergoeding en de vergoeding voor verblijfskosten in België zijn uitgesloten wanneer de stagiair aangesteld is op post, maar wel van toepassing zijn wanneer hij tewerkgesteld is op het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan;2° de toelage voor opleidingsactiviteiten is uitgesloten wanneer de stagiair wordt aangesteld op post, maar wel van toepassing is wanneer hij wordt aangesteld op het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan.De wachttoelage, de toelage voor onregelmatige prestaties en de toelage voor bijkomende prestaties zijn alleen van toepassing als de stagiair is aangesteld op het hoofdbestuur. 3° De artikelen 38 tot en met 41 (creatie van specifieke toelagen) en de artikelen 97 tot en met 100 (creatie van specifieke vergoedingen) van het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6 zijn uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de stagiairs aangezien dit koninklijk besluit zijn eigen systeem van vergoedingen en tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever vaststelt.De stagiairs genieten van hun eigen financieel statuut, dat specifiek is aan de buitenlandse carrière. 4° Bij zijn aanstelling op Belgoeurop en Belotan geniet de stagiair, krachtens dit besluit, van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en voor de beschikbaarheid.Bijgevolg zijn de artikelen 96/2 en 96/3 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten6, die een forfaitaire maandelijkse vergoeding toekennen aan de personeelsleden die gedetacheerd zijn bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie, uitgesloten van de bepalingen die van toepassing zijn op de stagiair. Ten slotte, wanneer de stagiair is aangesteld op post tijdens het tweede deel van de stage, geniet hij niet van de maaltijdcheques. Het koninklijk besluit van 26 oktober 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten8 betreffende de toekenning van maaltijdcheques aan de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt is niet op hen van toepassing. De stagiair is ook onderworpen aan de bepalingen van deel 3 en de besluiten die het wijzigen of aanvullen voor zover zij uitdrukkelijk op hem toepasselijk zijn verklaard. Hoofdstuk

  1. Organisatie van de stage Artikel 17 Dit artikel bepaalt, in paragraaf 1, de bevoegdheid van de minister met betrekking tot de stage. Naast de organisatie van de stage en het stageplan, die reeds tot zijn bevoegdheid hoorden krachtens het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5, neemt de minister voortaan eveneens de nodige schikkingen voor het bepalen van de competenties die vereist zijn voor de benoeming in de klasse A2 van de stagiair, de indicatoren van de competenties en het niveau dat vereist is om te voldoen aan de competentie. Samengelezen met de artikelen 24, § 3 en 31, § 4, begrijpt men dat de stagiair moet aantonen dat hij, in het licht van de indicatoren van de competenties, elk van de competenties in de loop van zijn stageperiode heeft ontwikkeld totdat hij het minimale vereiste niveau heeft behaald. Paragraaf 2 van dit artikel bepaalt dat de stage onder de verantwoordelijkheid valt van de directeur-generaal P&O van de FOD of zijn afgevaardigde, zoals actueel reeds het geval is. Hoofdstuk
  2. Duur van de stage Artikel 18 Onverminderd artikelen 19, tweede lid en 20 duurt de stage vierentwintig maanden en is ze opgesplitst in twee delen: veertien maanden op het hoofdbestuur en tien maanden op post, op Belgoeurop of op Belotan. Bovendien kan de duur van het eerste deel van de stage in geval van uitzonderlijke omstandigheden goedgekeurd door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde, worden verlengd, zonderachttien maanden te mogen overschrijdt (bijvoorbeeld wachten op een veiligheidsmachtiging, wachten op de accreditatie door de Ontvangststaat, enz.). Het tweede deel van de stage wordt in evenredige mate bepaald. Het tweede deel van de stage begint wanneer de ambtenaar wordt aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan. Deze wijzigingen worden gerechtvaardigd door het feit dat men van mening was dat de duur van het eerste deel van de stage bij het hoofdbestuur, die in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 op twaalf maanden was vastgesteld, te kort was om stagiairs in staat te stellen alle gewenste opleidingen te volgen. Artikel 19 Het eerste deel van de stage wordt voltijds verricht, op enkele uitzonderingen na (artikel 79). Indien dit niet het geval is, wordt de duur van het eerste deel van de stage verlengd. Het tweede deel van de stage wordt steeds voltijds verricht. Er is geen mogelijkheid om deeltijds te werken op post. Dit is te wijten aan de hoge kosten van het uitzenden van een ambtenaar of stagiair en de noodzaak om de goede werking van de post te garanderen. Artikel 20 Dit artikel betreft de berekening van de duur van de stage. Wanneer een stagiair in één of meerdere malen meer dan dertig werkdagen afwezig is, 1° en deze afwezigheden plaatsvinden tijdens het eerste deel van de stage, wordt de stage hetzij verlengd hetzij verdaagd naar de volgende stagesessie;2° en deze afwezigheden plaatsvinden tijdens het tweede deel van de stage, kan de stage enkel verlengd worden. De verlenging houdt geen rekening met de dertig werkdagen afwezigheid. Bovendien worden bepaalde verloven die worden opgesomd in paragraaf 2, vierde lid niet meegenomen in de berekening van deze dertig werkdagen afwezigheid. Tijdens zijn afwezigheden behoudt de stagiair zijn hoedanigheid van stagiair. De stagiairs van de buitenlandse carrière verrichten hun stage in groep en volgen collectieve activiteiten (vormingen, conferenties, bezoeken, enz.) tijdens het eerste deel van de stage. Om die reden werd het begrip "verdaging naar de volgende sessie" geïntegreerd. Deze verdaging laat niet toe de stage te verlengen, maar wel om de stagiair toe te voegen aan een latere stagesessie (een nieuwe groep stagiairs) indien de stagiair te veel collectieve activiteiten heeft gemist en een verlenging van de stage niet volstaat om zijn opleiding te voltooien. De beslissing tot verdaging wordt genomen door de voorzitter of zijn afgevaardigde, na overleg met de directeur-generaal P&O, geval per geval, in functie van de omstandigheden. Bij (met redenen omklede) verdaging naar de volgende stageperiode behoudt de stagiair zijn hoedanigheid van stagiair en vervult hij in de tussentijd een functie bij het hoofdbestuur. Tijdens deze tussenperiode zal hij ook worden geëvalueerd in overeenstemming met artikel
  3. Zodra er een nieuwe stagesessie wordt georganiseerd, herbegint hij het eerste deel van de stage. Er wordt geen vrijstelling verleend. Hoofdstuk
  4. Eerste deel van de stage Artikel 21 Dit artikel somt de toelatingsvereisten voor het eerste deel van de stage op. Ze worden gecontroleerd bij de geslaagde kandidaten van de vergelijkende selectie die, na de oproep tot de stage, het aanbod hebben aanvaard. De toelatingsvereisten voor het eerste deel van de stage zijn de volgende: 1° dezelfde vereisten als de toelaatbaarheidsvereisten voor de vergelijkende selectie;2° geslaagd zijn voor de vergelijkende selectie;3° een nieuwe vereiste, namelijk een positief resultaat hebben gekregen ingevolge een veiligheidsverificatie.Dit is een instrument van het interne veiligheidsbeleid van de FOD om de risico's voor bepaalde functies - waaronder die van stagiair van de buitenlandse carrière - tot een minimum te beperken, na akkoord van de Nationale Veiligheidsoverheid. De invoering van deze nieuwe vereiste in het huidige koninklijk besluit maakt het mogelijke juridische gevolgen te koppelen aan een negatief resultaat. Indien de geslaagde niet voldoet aan deze vereisten, wordt hij geschrapt uit de reserve van de geslaagden. Om de stage te mogen aanvangen, moet de geslaagde kandidaat bovendien geschikt zijn verklaard in toepassing van de Codex Welzijn op het werk. Afhankelijk van de resultaten van zijn voorafgaande gezondheidsbeoordeling, wordt de geslaagde kandidaat ofwel toegelaten indien hij voldoet aan de toelatingsvereisten voor het eerste deel van de stage, ofwel in de reserve van geslaagden gehouden, ofwel geschrapt uit de reserve. Artikel 22 Dit artikel organiseert de praktische toelating tot de stage, de benoeming in de hoedanigheid van stagiair in de klasse A1 en de aanvang van de stage (voortaan om praktische redenen ten vroegste op de eerste dag van de derde maand volgend op de toelatingsbeslissing), waarbij ook rekening wordt gehouden met eventuele opzegtermijnen, en behoeft geen toelichting. Artikel 23 Tijdens het eerste deel van de stage, dat eindigt wanneer de stagiair wordt aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, wordt de stagiair aangesteld op het hoofdbestuur. Artikel 24 De stagiair wordt over de twee jaar van zijn stage geëvalueerd. Tijdens het eerste deel van de stage worden er regelmatig verslagen opgesteld door de verschillende hiërarchische meerderen. De aanwezigheid van verschillende hiërarchische meerderen kan worden verklaard doordat, gedurende het volledige eerste deel van de stage, de stagiair zijn stage volbrengt in de schoot van verschillende diensten van de FOD, gedurende de periodes bepaald in het stageplan. Gedurende deze periodes zal hij in elke dienst rekenschap afleggen aan een diensthoofd, dat zijn hiërarchische meerdere zal zijn wat betreft de evaluatie. De tijdstippen waarop de rapporten worden opgesteld, worden bepaald door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde in functie van de duur van het eerste deel van de stage en de organisatie van de stage. Het evaluatieverslag wordt telkens het wordt opgesteld, onverwijld naar de stagiair gestuurd. Voor elk verslag wordt het principe van hoor en wederhoor gerespecteerd, aangezien de stagiair de mogelijkheid heeft om schriftelijke opmerkingen te maken, die vervolgens met elk verslag in zijn persoonlijk dossier worden opgenomen. Als de verslagen aan het einde van het eerste deel van de stage niet over het geheel genomen gunstig zijn, zal de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde de stagiair tijdens het tweede deel van de stage extra opvolgen. Om te bepalen of de verslagen in hun geheel gunstig zijn, of niet, gaat de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde na of uit de verslagen blijkt dat de stagiair voldoet, of niet, aan alle competenties op het vereiste niveau zoals bepaald door de minister overeenkomstig artikel 17, § 1, 2°. Hoofdstuk
  5. Tweede deel van de stage Artikel 25 Om te worden toegelaten tot het tweede deel van de stage, moet de stagiair slagen voor het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage en voor het taalexamen bedoeld in artikel 14, eerste lid van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli
  6. Daarnaast is er een nieuwe vereiste toegevoegd, namelijk dat hij houder moet zijn van een veiligheidsmachtiging met het niveau "geheim" of hoger. Het doel van deze bepaling is ervoor te zorgen dat de stagiair voldoende garanties biedt inzake discretie, loyaliteit en integriteit om toegang te krijgen tot geclassificeerde informatie, documenten, gegevens, materieel, materialen of stoffen tijdens de uitoefening van zijn functie ( wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen). Als de stagiair niet aan een van deze drie vereisten voldoet, wordt hij ambtshalve ontslagen. Er dient opgemerkt dat het taalexamen bedoeld in artikel 14, eerste lid van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966, beantwoordt aan de vereisten van artikel 47, § 5, tweede lid van diezelfde gecoördineerde wetten. Bovendien moet het taalexamen worden afgelegd binnen de eerste veertien maanden van de stage, aangezien het niet slagen voor het taalexamen niet wordt beschouwd als een buitengewone omstandigheid op grond waarvan de duur van het eerste deel van de stage kan worden verlengd (artikel 18, derde lid). Indien daarentegen aan het einde van de eerste veertien maanden van de stage nog geen veiligheidsmachtiging is verleend, of indien deze is geweigerd maar de stagiair beroep heeft aangetekend tegen de weigering, vormt dit wel een buitengewone omstandigheid op grond waarvan de duur van het eerste deel van de stage kan worden verlengd (artikel 18, derde lid). Als de stagiair aan het einde van de achttien maanden (het eerste deel van de stage mag deze periode niet overschrijden) geen veiligheidsmachtiging van het niveau "geheim" of hoger heeft, wordt hij ambtshalve ontslagen. Artikel 26 Dit artikel bepaalt wanneer het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage wordt gehouden (ten vroegste in de loop van de tiende maand die volgt op de datum van de intrede in de stage) en behoeft geen toelichting. Artikel 27 Dit artikel betreft de inhoud van het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage, zoals vastgesteld door de minister of zijn afgevaardigde, en behoeft geen toelichting. Artikel 28 Dit artikel heeft betrekking op de voorwaarden voor het slagen voor het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage, de samenstelling van de jury (voortaan een bevoegdheid van de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde en niet langer, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5, van de minister of zijn afgevaardigde) en de bekendmaking van de examenresultaten. Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 29 Dit artikel beschrijft de gevolgen van het tijdelijk niet slagen (tweede sessie en evaluatie conform artikel 24 in de tussentijd) en het definitief niet slagen (ontslag met een opzegtermijn van drie maanden) voor het examen voor de toelating tot het tweede deel van de stage en behoeft geen toelichting. Artikel 30 Tijdens het tweede deel van de stage wordt de stagiair aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan. Artikel 31 Tijdens het tweede deel van de stage stelt het posthoofd of, bij aanstelling op Belgoeurop of op Belotan, de permanente vertegenwoordiger van Belgoeurop of van Belotan, op regelmatige tijdstippen evaluatieverslagen op. De tijdstippen waarop de verslagen worden opgesteld worden bepaald door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde in functie van de duur van het eerste deel van de stage Het evaluatieverslag wordt telkens het wordt opgesteld, onverwijld naar de stagiair gestuurd. In het geval van een opvolging wordt een opvolgingsverslag opgesteld door de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde tijdens de voorlaatste maand van het tweede deel van de stage, dat onverwijld naar de stagiair wordt gestuurd. Voor elk verslag wordt het principe van hoor en wederhoor gerespecteerd, aangezien de stagiair de mogelijkheid heeft om schriftelijke opmerkingen te maken, die vervolgens met elk verslag in zijn persoonlijk dossier worden opgenomen. In de loop van de laatste maand van het tweede deel van de stage stellen de hiërarchische meerderen en het posthoofd of de permanente vertegenwoordiger van Belgoeurop of van Belotan een eindevaluatieverslag op op basis van de evaluatieverslagen opgesteld tijdens het eerste en het tweede deel van de stage, desgevallend rekening houdend met het opvolgingsverslag. Als conclusie van het eindevaluatieverslag bepalen zij of het verslag gunstig of niet gunstig is. Het eindevaluatieverslag wordt als gunstig beschouwd indien de stagiair voldoet aan alle competenties op het vereiste niveau zoals bepaald door de minister overeenkomstig artikel 17, § 1, 2°. Dit eindverslag wordt onverwijld gestuurd naar de stagiair, die de mogelijkheid heeft om zijn schriftelijke opmerkingen te maken, die vervolgens samen met het verslag aan zijn persoonlijk dossier worden toegevoegd. Als het eindevaluatieverslag gunstig is voor de stagiair, stelt de voorzitter of zijn afgevaardigde de minister voor om de stagiair aan te stellen. Als dit eindverslag niet gunstig is voor de stagiair, dan vat de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde de evaluatiecommissie en legt haar een gemotiveerd voorstel van ontslag voor. De evaluatiecommissie legt een advies voor betreffende het eindevaluatieverslag na het verhoor van de stagiair, en steltaan de voorzitter of zijn afgevaardigde voor: 1° ofwel de stagiair te benoemen;2° ofwel de stagiair te ontslaan.In dat geval moet een opzegtermijn van drie maanden in acht worden genomen, die aanvangt op de dag van de kennisgeving van de beslissing. Het advies van de evaluatiecommissie is niet bindend voor de voorzitter of zijn afgevaardigde. Hoofdstuk
  7. Definitieve beëindiging van de stage Artikel 32 Dit artikel voorziet, naast de gevallen van definitieve beëindiging van de stage bedoeld in de artikelen 29, vijfde lid, 31, § 6, 33 en 34, twee andere gevallen, met name de oppensioenstelling en het vrijwillig ontslag. Daar waar het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 werkte via verwijzing naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, herneemt dit koninklijk besluit de inhoud van de toepasselijke bepalingen en dit uit zorg voor de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de continuïteit van de toepassing van deze artikelen te garanderen. De twee gevallen van definitieve beëindiging van de stage bedoeld in dit artikel zijn identiek aan deze bedoeld in het koninklijk besluit van 2 oktober
  8. Artikel 33 Dit artikel bepaalt dat de stagiair kan ontslagen worden wegens zware fout (zonder opzegtermijn) of omdat hij niet het bewijs levert van een gedrag dat overeenstemt met de eisen van de functie (opzegtermijn van drie maanden). De beslissing tot ontslag, genomen door de voorzitter of zijn afgevaardigde, wordt voorafgegaan door een hoorzitting. De hoorzitting hoeft niet persoonlijk te gebeuren maar kan voortaan ook per videoconferentie plaatsvinden. De keuze van de verschijningswijze wordt aan de stagiair gelaten. Uitstel van de hoorzitting kan worden overwogen. In de volgende twee gevallen spreekt de voorzitter of zijn afgevaardigde zich evenwel uit op basis van de stukken van het dossier: 1° indien de stagiair, hoewel regelmatig opgeroepen, niet verschijnt;2° indien de stagiair, hoewel regelmatig een tweede maal opgeroepen, na zich op geldige wijze te hebben verontschuldigd, niet verschijnt. Artikel 34 Dit artikel omschrijft de gevallen waarin de hoedanigheid van stagiair ambtshalve en zonder opzeg kan worden verloren en behoeft geen toelichting. In dit verband verwees het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober
  9. Dit koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over en past deze waar nodig aan om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de buitenlandse carrière, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen. De gevallen van definitieve beëindiging van de stage bedoeld in dit artikel zijn identiek aan deze vermeld in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, met uitzondering van deze bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° en 8°, die werden toegevoegd. In het geval van de definitieve beëindiging bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° dient de stagiair voorafgaandelijk te worden gehoord. Naast de persoonlijke verschijning, kan de hoorzitting voortaan ook per videoconferentie plaatsvinden. De keuze van de verschijningswijze wordt aan de stagiair gelaten. Een uitstel van de hoorzitting kan worden overwogen. De voorzitter of zijn afgevaardigde spreekt zich evenwel uit op basis van de stukken van het dossier in de volgende twee gevallen: 1° indien de stagiair, hoewel regelmatig opgeroepen, niet verschijnt;2° indien de stagiair, hoewel regelmatig een tweede maal opgeroepen, na zich op geldige wijze te hebben verontschuldigd, niet verschijnt. Titel
  10. Benoeming en indiensttreding Titel 4 bestaat uit twee hoofdstukken, namelijk de benoeming (hoofdstuk 1) en de indiensttreding (hoofdstuk 2). Hoofdstuk
  11. Benoeming Artikel 35 Dit artikel somt de vereisten op voor de benoeming en behoeft geen toelichting. Artikel 36 De benoeming gebeurt bij koninklijk besluit, op voorstel van de minister. De stagiair wordt benoemd in de klasse A
  12. Dit artikel blijft ongewijzigd. Hoofdstuk
  13. Indiensttreding Artikel 37 De beëdiging als ambtenaar van de buitenlandse carrière is een voorwaarde om toe te treden tot de functie. Indien hij geen eed aflegt, wordt de stagiair ambtshalve ontslagen. De in artikel 3, derde lid van het Consulair Wetboek bedoelde eedaflegging geschiedt in principe bij de beëdiging als ambtenaar van de buitenlandse carrière. De in artikel 3, derde lid van het Consulair Wetboek bedoelde eedaflegging wordt echter afgelegd bij de eerste aanstelling op post wanneer de stagiair aangesteld is op Belgoeurop of op Belotan tijdens het tweede deel van zijn stage. Bij Belgoeurop of Belotan is er immers geen consulair posthoofd in wiens handen de stagiair de eed voorzien in het Consulair Wetboek zou kunnen afleggen. Artikel 38 De minister of zijn afgevaardigde ontvangt de eedaflegging in de hoedanigheid van ambtenaar van de buitenlandse carrière. De eed bedoeld in artikel 3, derde lid van het Consulair Wetboek wordt afgelegd in de handen van het consulaire posthoofd. Titel
  14. Hiërarchie, evaluatie, anciënniteit en bevordering tot de hogere klasse Titel 5 bestaat uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk
  15. Hiërarchie; Hoofdstuk
  16. Evaluatie; Hoofdstuk
  17. Anciënniteit; Hoofdstuk
  18. Bevordering tot de hogere klasse. Hoofdstuk
  19. Hiërarchie Artikel 39 De buitenlandse carrière maakt deel uit van het niveau A van het Rijkspersoneel en omvat vier klassen. Elke klasse, eventueel gekoppeld aan een weddeschaal, heeft een eigen titel. De titel verschilt wanneer de ambtenaar wordt aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, aangezien de ambtenaar dan de titel draagt van de functie die hij uitoefent. Hoofdstuk
  20. Evaluatie Artikel 40 Dit artikel definieert wat in de buitenlandse carrière moet worden verstaan onder een functiewijziging in de zin van het koninklijk besluit van 14 januari 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten7 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt en behoeft geen toelichting. Artikel 41 Voor de posthoofden en de permanente vertegenwoordigers van Belgoeurop en van Belotan kunnen het evaluatiecyclusgesprek en de eventuele functioneringsgesprekken behalve schriftelijk voortaan ook via videoconferentie plaatsvinden. De keuze tussen een gesprek op schriftelijke wijze en via videoconferentie wordt aan de ambtenaar overgelaten. Hoofdstuk
  21. Anciënniteit Artikelen 42 tot 45 Wat de anciënniteit betreft, verwees het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober
  22. Het koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over en past deze waar nodig aan om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de buitenlandse carrière, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen. Hoofdstuk
  23. Bevordering tot de hogere klasse Dit hoofdstuk 4 bestaat uit vier afdelingen: Afdeling 1.

; Afdeling

  1. Vereisten voor bevordering tot de hogere klasse; Afdeling
  2. Bevorderingsprocedure tot de hogere klasse; Afdeling
  3. Mededeling van de beslissingen tot bevordering. Afdeling 1.

Artikel 46

Dit artikel bepaalt dat de bevordering tot de hogere klasse (administratieve loopbaan) bij koninklijk besluit wordt toegekend. De inhoud van dit artikel blijft ongewijzigd. Voor de leesbaarheid werd het begrip "bevordering tot de hogere klasse" expliciet verankerd. Afdeling

  1. Vereisten voor bevordering tot de hogere klasse Artikel 47 Dit artikel somt de algemene voorwaarden op voor bevordering tot de hogere klasse. Dit artikel blijft ongewijzigd. Artikel 48 In dit artikel worden de voorwaarden opgesomd waaraan een ambtenaar van de klasse A2 moet voldoen om te worden bevorderd tot de klasse A
  2. Wat de anciënniteit betreft, moet de ambtenaar van de klasse A2 voortaan een hogere klasse-anciënniteit hebben dan wat het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 voorschreef, namelijk zes jaar in plaats van vier jaar. Wat betreft de voorwaarde om te slagen in een taalexamen in een andere taal dan de Engelse, Franse of Nederlandse taal, moet de ambtenaar aan deze voorwaarde voldoen terwijl hij zich in de klasse A2 van de buitenlandse carrière bevindt, zodat hij de kennis van de taal op dat moment kan aantonen. De lijst van andere talen, het vereiste niveau van taalbeheersing en de nadere regels voor het verkrijgen van de getuigschriften worden vastgesteld bij ministerieel besluit of bij besluit van de afgevaardigde van de minister. Artikelen 49 en 50 Voor de bevordering naar de andere klassen, respectievelijk naar de klasse A4 en A5, blijven de anciënniteitsvoorwaarden ongewijzigd. Artikel 51 De vereisten voor bevordering moeten zijn vervuld op het moment waarop de bekendmaking van de vacante betrekking wordt meegedeeld. Deze vereiste heeft tot gevolg dat als de ambtenaar tijdens de duur van de bevorderingsprocedure tot de hogere klasse zelfs tijdelijk ophoudt één van de bevorderingsvereisten te vervullen, hij niet bevorderd kan worden. Afdeling
  3. Bevorderingsprocedure tot de hogere klasse De in de artikelen 52 tot en met 55 beschreven bevorderingsprocedure heeft geen grote inhoudelijke wijzigingen ondergaan, afgezien van wat nu in artikel 55 is voorzien. De tekst is niettemin herwerkt, aangevuld of geherformuleerd voor meer duidelijkheid en leesbaarheid. Artikel 52 Dit artikel gaat over vacante betrekkingen en het indienen van de kandidaturen. Naast de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, kan de bekendmaking van de vacante betrekkingen vanaf nu ook elektronisch, per aangetekende brief of per diplomatieke tas worden meegedeeld. Dit laat toe om geen gebruik te maken van het Belgisch Staatsblad, bijvoorbeeld in periodes waarin deze een aanzienlijke achterstand heeft, en op die manier de bevorderingsprocedure niet te vertragen. Naast de elementen betreffende de vacante betrekking, bevat de bekendmaking van de vacante betrekkingen ook de bevorderingsprocedure. Naast de andere communicatiemiddelen, die ongewijzigd blijven, mogen de kandidaturen nu ook elektronisch worden ingediend, waarbij de ontvangst wordt bevestigd. De onduidelijke termen "gelijkwaardige elektronische procedure" uit het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 zijn derhalve allemaal vervangen door "elektronische weg". Om ambtenaren aan te moedigen polyvalent te zijn, is het concept van verscheidenheid van competenties ingevoerd: bij het indienen van hun kandidatuur moet de ambtenaar uitleggen welke verschillende competenties hij heeft ontwikkeld. Deze eis geldt voor de bevordering naar alle klassen van de buitenlandse carrière (A3, A4 en A5). In het kader van de rangschikking van de ambtenaren, evalueert het Directiecomité de competenties vermeld in de bekendmaking van de vacante betrekkingen. Artikel 53 Het Directiecomité zal een voorlopig voorstel van rangschikking opstellen. In principe is het voor de rangschikking het Directiecomité dat alle competenties beoordeelt. Artikel 55 voorziet echter in een afwijking. Artikel 54 Dit artikel beschrijft de te doorlopen stappen vanaf de kennisgeving van het voorlopige voorstel tot de vaststelling van het definitieve voorstel van rangschikking. De kennisgeving van het voorlopige voorstel kan nu ook via elektronische weg gebeuren, waarbij ontvangst wordt bevestigd. De kennisgeving moet een aantal elementen vermelden die ongewijzigd zijn ten opzichte van deze voorzien in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5, waaronder de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen. Naast de andere communicatiemiddelen, die ongewijzigd blijven, mag een bezwaarschrift voortaan ook via elektronische weg worden ingediend, met ontvangstbevestiging. Als de ambtenaar vraagt om gehoord te worden door het Directiecomité, kan de hoorzitting voortaan ook per videoconferentie plaatsvinden. De keuze van de verschijningswijze wordt aan de ambtenaar gelaten. Indien de ambtenaar regelmatig is opgeroepen voor zijn hoorzitting, maar niet verschijnt, spreekt het Directiecomité zich uit op basis van het schriftelijk bezwaarschrift. De hoorzitting kan niet worden uitgesteld. De invoering van de mogelijkheid van een hoorzitting per videoconferentie biedt echter meer flexibiliteit. Voor de rest blijft dit artikel ongewijzigd, behalve dat het is aangepast om het leesbaarder en duidelijker te maken. Artikel 55 Het Directiecomité heeft nu de mogelijkheid om de evaluatie van bepaalde competenties opgenomen in de bekendmaking van vacante betrekkingen te delegeren aan een jury (intern) of aan een evaluatiecentrum(extern). Uit deze bepaling volgt dat het niet mogelijk is om de beoordeling van alle vaardigheden te delegeren aan een jury of een evaluatiecentrum. Het resultaat van de evaluatie van de competentie(s) door de jury of het evaluatiecentrum wordt meegedeeld aan het Directiecomité, dat zijn evaluatie van de andere competenties van alle kandidaten verderzet. Paragraaf 2 voorziet eveneens de mogelijkheid om de kandidaat uit te sluiten die niet slaagt voor de evaluatie door een jury of door een evaluatiecentrum. In dat geval neemt het Directiecomité akte van het resultaat van de evaluatie van de kandidaten en beschouwt de kandidaat die niet geslaagd is als ongeschikt om de vacante functie in te vullen. Deze mogelijkheid van een voorafgaandelijke uitsluitende proef dient verplicht te worden voorzien in het bericht van de vacante betrekking. De beslissing van het Directiecomité wordt ter kennis gebracht van de ambtenaar, wat de procedure voor hem beëindigt. Afdeling
  4. Mededeling van de beslissingen tot bevordering Artikel 56 De beslissingen tot bevordering worden meegedeeld aan alle ambtenaren die hun kandidatuur hebben ingediend. Dit artikel blijft ongewijzigd en behoeft geen toelichting. Titel
  5. Administratieve standen Wat de administratieve standen betreft, verwees het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober
  6. Het huidig koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over en past deze waar nodig aan om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de buitenlandse carrière, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen. Titel 6 bestaat uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1.

en Hoofdstuk

  1. Dienstactiviteit; Hoofdstuk
  2. Non-activiteit; Hoofdstuk
  3. Disponibiliteit. Hoofdstuk 1.

en Artikel 57 Dit artikel beschrijft de bepalingen van deze titel die van toepassing zijn op de stagiairs. Artikel 58 Dit artikel somt de administratieve standen op waarin een ambtenaar zich kan bevinden. Artikel 59 In principe bevindt de ambtenaar zich in dienstactiviteit, tenzij hij door een bepaling uitdrukkelijk in een andere administratieve stand wordt geplaatst. Hoofdstuk

  1. Dienstactiviteit Artikel 60 Dit artikel bepaalt hetgeen waarop de ambtenaar in dienstactiviteit recht heeft. Artikel 61 De afschaffing van de betrekking leidt niet tot het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar. Hoofdstuk
  2. Non-activiteit Artikel 62 Dit artikel beschrijft de gevolgen van de non-activiteit. Artikel 63 Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikelen 64 en 65 Deze artikelen beschrijven de gevallen waarin een ambtenaar van rechtswege in non-activiteit kan worden gesteld, afhankelijk van de entiteit waarbij hij is aangesteld: 1° de ambtenaar is aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan (artikel 64).2° de ambtenaar is aangesteld op het hoofdbestuur (artikel 65). Hoofdstuk
  3. Disponibiliteit Artikel 66 Een ambtenaar kan in disponibiliteit worden gesteld onder de voorwaarden bepaald in: 1° het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/1998 pub. 28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, hierna het "verlofbesluit" genoemd, indien hij is aangesteld bij het hoofdbestuur;2° door de artikelen 114 tot 117 van dit koninklijk besluit, indien hij is tewerkgesteld op een post, op Belgoeurop of op Belotan. Dit artikel bepaalt ook hetgeen waarop de ambtenaar in disponibiliteit recht heeft. Artikel 67 Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 68 Dit artikel 1° stelt de minister in staat om een ambtenaar in disponibiliteit in een andere dienst aan te stellen teneinde zijn functie vacant te verklaren, op grond van de noodwendigheden van de dienst, en 2° voorziet in de mogelijkheid om een ambtenaar na een lange afwezigheid wegens ziekte, met zijn instemming en rekening houdend met zijn gezondheidstoestand, te herintegreren in een andere dienst. Titel
  4. Arbeidsduur Artikel 69 De gemiddelde maximale arbeidsduur bedraagt 38 uur per week. Deze bepaling is overgenomen uit het verlofbesluit. Deze titel is van toepassing op de stagiair. Titel
  5. Verlof- en afwezighedenregeling Titel 8 is verdeeld in twee hoofdstukken, waarvan het eerste gewijd is aan het jaarlijks vakantieverlof (hoofdstuk 1) en het tweede aan andere verloven en afwezigheden (hoofdstuk 2). Hoofdstuk
  6. Jaarlijkse vakantie De jaarlijkse vakantieregeling is volledig herzien. Om de continuïteit van de jaarlijkse vakantie van de ambtenaar te garanderen tussen verschillende aanstellingen (op het hoofdbestuur, op post, op Belgoeurop of op Belotan), werd een gemeenschappelijke basis van jaarlijkse vakantiedagen ingevoerd, zodat een ambtenaar zijn vakantiedagen kan behouden waar hij ook tewerkgesteld is, zonder zijn verlofdagen te verliezen voor het einde van de geldigheidsdatum ervan (ten laatste tot 31 december van het jaar dat volgt op de opening van het verlofrecht). Voor de ambtenaren aangesteld op post wordt dan een bepaald aantal aanvullende dagen jaarlijks vakantieverlof toegevoegd waarop zij recht hebben. Deze aanvullende verlofdagen worden bepaald op basis van de categorie van hardship van de post waar de ambtenaar is aangesteld. Behalve een eerste afdeling gewijd aan de gemeenschappelijke bepalingen, bevat hoofdstuk 1 twee andere afdelingen, afhankelijk van het feit of de jaarlijkse vakantie wordt opgenomen door: 1° een ambtenaar aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan of een ambtenaar die zich tussen twee posten of tussen Belgoeurop of Belotan en een post bevindt (afdeling 2);2° een ambtenaar aangesteld op post (afdeling 3). Het woord « werk » werd opzettelijk niet vermeld in de tekst. Dit laat toe om het mogelijke toepassingsgebied van de dagen van de week waarop de ambtenaar verlof kan nemen volgens het arbeidsregime dat op hem van toepassing is, uit te breiden, hetgeen toelaat om dichter te komen bij de definitie van het begrip "werkdag" vermeld in artikel 2, § 1, 2° van het verlofbesluit ("de dag waarop de ambtenaar verplicht is te werken krachtens de arbeidsregeling die hem opgelegd is"). Afdeling 1.

Artikel 70

De jaarlijkse vakantieregeling voor de stagiairs is dezelfde als diegene van toepassing op de ambtenaren: er is een gemeenschappelijke basis ongeacht waar de stagiair wordt tewerkgesteld; indien de stagiair wordt aangesteld op post tijdens het tweede deel van zijn stage, krijgt hij aanvullende verlofdagen in functie van de hardship van de post waar hij aangesteld is. Afdeling

  1. Jaarlijks vakantieverlof op het hoofdbestuur, op Belgoeurop, op Belotan, tussen twee posten of tussen Belgoeurop of Belotan en een post Artikel 71 Ambtenaren aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan hebben recht op hetzelfde aantal vakantiedagen per jaar als deze voorzien in het verlofbesluit voor de Rijksambtenaren, d.w.z. tussen 26 en 33 verlofdagen, berekend volgens de leeftijd van de ambtenaar (gemeenschappelijke basis). Tussen twee posten of tussen Belgoeurop of Belotan en een post kan de ambtenaar ook jaarlijkse vakantie opnemen uit het saldo van de gemeenschappelijke basis van jaarlijkse vakantiedagen. Afdeling
  2. Jaarlijks vakantieverlof op post Artikel 72 De ambtenaar aangesteld op post geniet hetzelfde aantal dagen jaarlijks vakantieverlof als deze voorzien in het verlofbesluit voor de Rijksambtenaren, d.w.z. tussen 26 en 33 verlofdagen, berekend volgens de leeftijd van de ambtenaar (gemeenschappelijke basis). Artikel 73 Bovenop de dagen jaarlijks vakantieverlof van de gemeenschappelijke basis zoals bedoeld in artikel 72, heeft de ambtenaar recht op aanvullende verlofdagen, afhankelijk van de categorie van hardship van de post, uitsluitend geldig op post (cfr. artikel 74, § 2, eerste lid), d.w.z.: 1° vijf dagen voor de posten met categorie van hardship 1 en 2;2° tien dagen voor de posten met categorie van hardship 3 en 4;3° vijftien dagen voor de posten met categorie van hardship 5;4° twintig dagen voor de posten met categorie van hardship 6 en
  3. De categorie van hardship wordt bepaald door het Directiecomité en wordt jaarlijks herzien, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, in welk geval deze tijdens het jaar wordt herzien. De categorie van hardship van een post wordt bepaald door diverse factoren waarmee de ambtenaar geconfronteerd zal worden tijdens de volledige duur van zijn aanstelling op post. Het betreft met name de klimatologische omstandigheden, de sociale isolatie, de veiligheid, de situatie op het vlak van gezondheid en leefmilieu, de aanwezigheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de medische zorgen, de aanwezigheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van materiële uitrusting, zoals het verblijf en de leverbaarheid van basisgoederen. Deze parameters maken het leven op post in meerdere of mindere mate moeilijk en verantwoorden derhalve de toekenning van een bijkomend verlof. Artikel 74 Het jaarlijks vakantieverlof, of het nu de dagen jaarlijks vakantieverlof zijn die de gemeenschappelijke basis vormen of de aanvullende dagen die worden toegekend op basis van de categorie van hardship van de post, worden naar keuze van de ambtenaar opgenomen, rekening houdend met de behoeften van de dienst. Het jaarlijks vakantieverlof wordt opgeschort zodra de ambtenaar een verlof wegens ziekte krijgt of in disponibiliteit wegens ziekte wordt geplaatst. Dit betekent dat wanneer ziekte optreedt tijdens het jaarlijks vakantieverlof, alle regels voor de opvolging van de afwezigheden wegens ziekte of onbeschikbaarheid van toepassing zijn (cfr. artikelen 104 tot 122 van dit koninklijk besluit of artikelen 41 tot 65 van het verlofbesluit). De mogelijkheid om niet-opgenomen dagen jaarlijks vakantieverlof over te dragen naar het volgende kalenderjaar (in principe tot 31 december) is alleen voorzien voor de dagen jaarlijkse vakantieverlof die de gemeenschappelijke basis vormen en niet voor de aanvullende dagen jaarlijks vakantieverlof die worden toegekend op basis van de categorie van hardship van de post. Deze nieuwigheid, die de ambtenaren verplicht om deze extra vakantiedagen op te nemen in het jaar waarin ze worden toegekend, wordt gerechtvaardigd door het feit dat dit verlof intrinsiek gekoppeld is aan de categorie van hardship van de post waar de ambtenaar aangesteld is. Als deze dagen niet worden opgenomen, gaan ze verloren. Artikel 75 Het opsparen van de dagen jaarlijks vakantieverlof, zoals voorzien in het verlofbesluit, is ook mogelijk voor ambtenaren die zijn aangesteld op post, maar is beperkt tot de dagen jaarlijks vakantieverlof die de gemeenschappelijke basis vormen; de aanvullende dagen jaarlijks vakantieverlof die worden toegekend volgens de categorie van hardship van de post, kunnen niet opgespaard worden. Opnieuw wordt dit gerechtvaardigd door het feit dat dergelijk verlof intrinsiek verbonden is met de categorie van hardship van de post waar de ambtenaar tewerkgesteld is. Artikel 76 De ambtenaar moet in dienstactiviteit zijn om recht te hebben op jaarlijks vakantieverlof. Voor het overige bepaalt dit artikel de berekening van het aantal dagen jaarlijks vakantieverlof, rekening houdend met eventuele wijzigingen in de situatie van een ambtenaar tijdens het jaar. Hoofdstuk
  4. Andere verloven en afwezigheden Dit hoofdstuk behandelt andere soorten verloven en afwezigheden die ambtenaren kunnen opnemen, naast het jaarlijkse vakantieverlof. Bij het bepalen van deze andere verloven en afwezigheden is rekening gehouden met de specifieke situatie van uitzendingen het werk op post, en de bijzondere situatie van het werken op Belgoeurop en op Belotan. Deze andere verloven en afwezigheden verschillen dus volgens de entiteit waar de ambtenaar aangesteld is: 1° de ambtenaar is aangesteld op het hoofdbestuur of bevindt zich tussen twee posten of tussen Belgoeurop of Belotan en een post (afdeling 1);2° de ambtenaar is aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan (afdeling 2). Afdeling
  5. Andere verloven en afwezigheden op het hoofdbestuur, tussen twee posten of tussen Belgoeurop of Belotan en een post Artikel 77 De ambtenaar die is aangesteld op het hoofdbestuur geniet dezelfde andere verloven en afwezigheden als de Rijksambtenaren en zoals voorzien in het verlofbesluit, met de volgende beperkingen: 1° artikel 48 van het verlofbesluit is niet van toepassing.De inhoud van dit artikel is om wetgevingstechnische redenen opgenomen in artikel 78; 2° het verlof voor het vervullen van een opdracht bedoeld in de artikelen 99, 102, § 1 en 103 van het verlofbesluit mag niet langer duren dan twee periodes van vier jaar over de volledige loopbaan, ongeacht het algemeen belang van de opdracht. Deze beperking is niet van toepassing op het verlof om een functie van mandaathouder uit te oefenen. Dezelfde regeling geldt wanneer de ambtenaar zich tussen twee posten bevindt of tussen Belgoeurop of Belotan en een post. Deze beperking beoogt de impact op het hoofdbestuur van de afwezigheid van ambtenaren van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière die terugkomen van post en die gedetacheerd worden voor een zending, te beperken. Artikel 78 Dit artikel neemt artikel 48 van het verlofbesluit om wetgevingstechnische redenen over: artikel 112, § 3, 4° van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, waarvan artikel 48 van het verlofbesluit afwijkt, is niet van toepassing op de ambtenaren. Dit wordt vervangen door artikel 130, 5° van het huidige koninklijk besluit, waarvan artikel 78 afwijkt. Artikel 79 Dit artikel gaat over de andere verloven en afwezigheden waar de stagiair van geniet tijdens het eerste deel van de stage. Deze andere verloven en afwezigheden zijn beperkter dan die voor stagiairs die vallen onder het koninklijk besluit van 2 oktober
  6. Verminderde prestaties om persoonlijke redenen of voor medische redenen zijn bijvoorbeeld uitgesloten. Stagiairs nemen in groep deel aan de stage en de opleidingen voor alle stagiairs lopen gedurende het volledige eerste deel van de stage, wat maakt dat het onmogelijk is om de stage af te stemmen op verschillende ritmes. Afdeling
  7. Andere verloven en afwezigheden op post, op Belgoeurop en op Belotan Deze afdeling is enkel van toepassing op de ambtenaren en stagiairs die tewerkgesteld zijn op post, op Belgoeurop of op Belotan. Wat de andere verloven en afwezigheden betreft, verwees het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 naar de artikelen van het verlofbesluit, terwijl het huidige koninklijk besluit de toepasselijke artikelen overneemt, omwille van de leesbaarheid van het statuut en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen. Bijgevolg zullen de wijzigingen aan het verlofbesluit niet langer automatisch van toepassing zijn op de ambtenaren aangesteld die op post, op Belgoeurop of op Belotan, wat in het verleden voor problemen kon zorgen gezien de specifieke aard van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière. Deze bepalingen zijn in wezen identiek aan die van het verlofbesluit. Eventuele verschillen worden vermeld in de relevante onderafdelingen van deze afdeling. Bovendien blijven de andere verloven en afwezigheden, of bepaalde nadere regels hieromtrent, die niet van toepassing waren overeenkomstig het besluit van 21 juli 2016 buiten toepassing. Dat wordt gerechtvaardigd omwille van de bijzonderheden van het werk op post. Andere verloven en afwezigheden die specifiek zijn voor de buitenlandse carrière en de consulaire carrière worden ook in deze afdeling geregeld (dienstvrijstelling voor reisdagen, dienstvrijstelling om zich voor te voorbereiden op de aanstelling op post, dienstvrijstelling voor het nemen van professionele contacten in België en gezondheidsonderzoeken, terugroeping in dienst, feestdagen). Afdeling 2 is onderverdeeld in negentien onderafdelingen: Onderafdeling 1.

en; Onderafdeling

  1. Omstandigheidsverlof; Onderafdeling
  2. Uitzonderlijk verlof; Onderafdeling 4.Moederschapsbescherming; Onderafdeling
  3. Vaderschapsverlof; Onderafdeling
  4. Borstvoedingspauze Onderafdeling
  5. Ouderschapsverlof Onderafdeling
  6. Adoptieverlof, opvangverlof, pleegouderverlof, pleegzorgverlof Onderafdeling
  7. Verlof om dwingende redenen van familiaal belang Onderafdeling
  8. Verlof wegens ziekte Onderafdeling
  9. Disponibiliteit wegens ziekte; Onderafdeling
  10. Gemeenschappelijke bepalingen bij het verlof wegens ziekte en de disponibiliteit wegens ziekte; Onderafdeling
  11. Controle op de afwezigheden op Belgoeurop of op Belotan in geval van ziekte of ongeval; Onderafdeling
  12. Dienstvrijstelling voor opleidingsactiviteiten; Onderafdeling
  13. Dienstvrijstelling voor reisdagen; Onderafdeling
  14. Dienstvrijstelling met het oog op het voorbereiden van de aanstelling op post; Onderafdeling
  15. Dienstvrijstelling voor het nemen van professionele contacten in België en gezondheidsonderzoeken; Onderafdeling
  16. Terugroeping in dienst; Onderafdeling
  17. Feestdagen op post, op Belgoeurop en op Belotan. Onderafdeling 1.

en Artikel 80 Afdeling 2 is van toepassing op de stagiair tijdens het tweede deel van de stage. Artikel 81 Dit artikel bepaalt wat voor de toepassing van latere bepalingen gelijkgesteld wordt met `huwelijk' en met `vader'. Deze gelijkstellingen zijn overgenomen uit het verlofbesluit, behalve dat het huidige koninklijk besluit de verwijzing naar het geslacht van de persoon schrapt. Voor de toepassing van de volgende bepalingen schrapt dit artikel de leeftijdsgrens voorzien in de definitie van het begrip "kind" in artikel 3, 23°. Onderafdeling

  1. Omstandigheidsverlof Artikel 82 Een ambtenaar geniet dezelfde omstandigheidsverloven als een Rijksambtenaar. Voor het omstandigheidsverlof zonder geldigheidslimiet zoals bepaald in het verlofbesluit, bepaalt dit koninklijk besluit dat het omstandigheidsverlof moet worden opgenomen binnen twaalf maanden nadat de omstandigheid die recht geeft op het verlof zich heeft voorgedaan, om te vermijden dat het verlof te lang wordt opgespaard. Voor verloven waarvoor in het verlofbesluit een tijdslimiet is bepaald, voorziet dit koninklijk besluit in de mogelijkheid om hiervan af te wijken, binnen de limiet van twaalf maanden na het zich voordoen van de omstandigheid. Onderafdeling
  2. Uitzonderlijk verlof Artikel 83 Onder de uitzonderlijke verloven van het verlofbesluit, kan enkel het zorgverlof worden toegekend aan de ambtenaar aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan. Het zorgverlof laat de ambtenaar toe om persoonlijke zorg of steun te verlenen aan bepaalde personen die verblijven bij de ambtenaar en die om medische redenen behoefte hebben aan zorg of steun. De bedoelde personen zijn: de partner, het kind, een persoon opgenomen met het oog op zijn adoptie of met het oog op de uitoefening van een pleegvoogdij en een bloed- of aanverwant van de ambtenaar of zijn partner. Voor de partner, het kind, een persoon opgenomen met het oog op zijn adoptie of met het oog op de uitoefening van een pleegvoogdij, geldt de vereiste van het verblijf bij de ambtenaar niet voor de ambtenaar die aangesteld is op een post met categorie van hardship 5 tot en met
  3. Onder "een medische reden als gevolg waarvan men behoefte heeft aan zorg of steun", verstaat men elke gezondheidstoestand, al dan niet het gevolg van een ziekte of medische ingreep, die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat er een behoefte is aan zorg of steun. Het gaat hierbij om elke vorm van zorg of steun van sociale, familiale of emotionele aard (cfr. art. 3, 29° ). Dit verlof is beperkt tot vijf dagen per jaar. De andere uitzonderlijke verloven die voorzien zijn in het verlofbesluit zijn niet van toepassing op de ambtenaar aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan omwille van de hoge werklast binnen deze entiteiten, die een verlengde afwezigheid van een ambtenaar niet toelaat. Deze beschikbaarheid die inherent is aan de functie, wordt gecompenseerd door de postvergoeding (het bedrag voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid, artikel 196) voor de ambtenaar aangesteld op post en door de vergoeding voor de uitoefende functie en de beschikbaarheid (artikelen 212 tot en met 214) voor de ambtenaar aangesteld op Belgoeurop en Belotan. Onderafdeling
  4. Moederschapsbescherming Artikelen 84 tot en met 92 Deze artikelen behoeven geen toelichting, aangezien ze identiek zijn aan de artikelen in het verlofbesluit. Krachtens artikel 87 wordt voor de ambtenaren aangesteld op post de gelijkstelling van het jaarlijks vakantieverlof met dagen die tot na het postnataal verlof verschoven kunnen worden ook voorzien voor de bijkomende dagen jaarlijks vakantieverlof. Onderafdeling
  5. Omgezet moederschapsverlof Artikel 93 Dit artikel behoeft geen toelichting, aangezien het identiek is aan het artikel van het verlofbesluit. Onderafdeling
  6. Borstvoedingspauze Artikel 94 Dit artikel geeft in wezen de inhoud van het verlofbesluit weer. Er zijn slechts een paar kleine wijzigingen aangebracht: Zo is de mogelijkheid om bij borstvoedingspauzes op post het bewijs van borstvoeding te leveren door een attest vanKind en Gezin, O.N.E. of de Dienst für Kind und Familie geschrapt en geldt enkel een medisch getuigschrift. Er is ook bepaald dat als er geen overeenstemming wordt bereikt over de borstvoedingspauzes, de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde een bemiddeling zal organiseren en hij, als de bemiddeling mislukt, een met redenen omklede beslissing zal nemen. Bovendien voorziet het verlofbesluit dat het attest of getuigschrift op dezelfde dag van elke maand moet worden ingediend ("op de verjaardag van de uitoefening van het recht op borstvoedingspauzes"). Deze verplichting is afgeschaft in het huidige koninklijk besluit: elke maand een getuigschrift indienen is voldoende, zelfs als de datum van maand tot maand verschilt. Onderafdeling
  7. Ouderschapsverlof Artikel 95 De nadere regels omtrent het ouderschapsverlof verschillen van de nadere regels bepaald in het verlofbesluit. Het ouderschapsverlof is aangepast om rekening te houden met de situatie van de uitzending Alleen voltijds ouderschapsverlof van maximaal 3 maanden, op te nemen in één keer of in hele maanden, is toegestaan om de goede werking van de posten, Belgoeurop of Belotan te garanderen. De ambtenaar kan nog genieten van ouderschapsverlof in het kader van de andere regelingen voor arbeidstijdverkorting van artikel 34 van het verlofbesluit of in het kader van de regelingen voor volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking van artikel 35 van het verlofbesluit: daarvoor moet hij aangesteld zijn op het hoofdbestuur. De artikelen 35 en 35bis van het verlofbesluit blijven niet van toepassing op post, op Belgoeurop en op Belotan. Onderafdeling
  8. Adoptieverlof, opvangverlof, pleegouderverlof, pleegzorgverlof Artikelen 96 tot en met 100 Deze artikelen nemen de bepalingen van het verlofbesluit over en behoeven derhalve geen toelichting. Onderafdeling
  9. Verlof om dwingende redenen van familiaal belang Artikelen 101 tot en met 103 Deze artikelen nemen de bepalingen van het verlofbesluit over en behoeven derhalve geen toelichting. Onderafdeling
  10. Verlof wegens ziekte Artikelen 104 tot en met 113 Deze artikelen nemen de bepalingen van het verlofbesluit over en behoeven derhalve geen toelichting, behoudens de volgende twee opmerkingen: 1° Het artikel 104 herneemt de regel betreffende de berekening van het ziektekapitaal opgenomen in artikel 41 van het verlofbesluit (eerste zin van artikel 41).De regel in verband met de gewaarborgde wedde wanneer de ambtenaar geen 36 maanden in dienst is, eveneens opgenomen in artikel 41 (tweede zin) werd overgenomen in artikel 314 van dit koninklijk besluit, in deel 4 betreffende het financieel statuut, aangezien het om een financiële bepaling gaat. Artikel 104 dient desalniettemin samen te worden gelezen met artikel 314 voor een volledige toepassing van de regels die voortvloeien uit artikel 41 van het verlofbesluit voor wat betreft de berekening van het ziektekapitaal. 2° Artikel 108 herneemt artikel 46 van het verlofbesluit, behoudens de aanpassing van paragraaf 2 aan de huidige praktijk die erin bestaat de ambtenaar niet ambtshalve in verlof te stellen, zoals aangegeven door artikel 46, § 2, maar eerst na te gaan of het niet mogelijk is om de ambtenaar aan te stellen in een andere functie waar de dreiging niet bestaat. Onderafdeling
  11. Disponibiliteit wegens ziekte Artikelen 114 en 115 Deze artikelen nemen de bepalingen van het verlofbesluit over en behoeven derhalve geentoelichting. Onderafdeling
  12. Gemeenschappelijke bepalingen bij het verlof wegens ziekte en de disponibiliteit wegens ziekte Artikel 116 De eerste paragraaf van dit artikel bepaalt de overheid binnen de FOD die onmiddellijk op de hoogte moet worden gesteld van de afwezigheid van een medewerker, posthoofd of permanente vertegenwoordiger wegens ziekte of ongeval. De tweede paragraaf bepaalt welke overheid het geneeskundig getuigschrift moet worden ingediend wanneer de ambtenaar op post aangesteld is. Dat is de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde, aangezien Medex niet bevoegd is voor de controle in geval van ziekte van ambtenaren op post. Anderzijds blijft Medex wel bevoegd voor de controle wanneer de ambtenaar op Belgoeurop of op Belotan aangesteld is. De derde paragraaf bepaalt daarom dat de ambtenaar het geneeskundig getuigschrift moet voorleggen aan Medex wanneer hij is aangesteld op Belgoeurop of op Belotan. Artikel 117 De ambtenaar aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan die afwezig is wegens ziekte of ongeval gedurende een ononderbroken periode van maximum vier maanden wordt op het hoofdbestuur aangesteld door de minister (indien de ambtenaar bij ministerieel besluit op post, op Belgoeurop of op Belotan is aangesteld) of door de Koning (indien de ambtenaar bij koninklijk besluit op post, op Belgoeurop of op Belotan is aangesteld). De functie kan onmiddellijk of bij de volgende "diplomatieke beweging" vacant worden verklaard. Deze bepaling werd om een aantal redenen ingevoerd. De werkdruk op post, bij Belgoeurop en Belotan is hoog. Het belang van de dienst vereist dat een afwezige ambtenaar van de buitenlandse of consulaire carrière binnen een redelijke termijn wordt vervangen. Er werd ook rekening gehouden met de kosten voor medische verzorging in het buitenland, die door de FOD worden gedekt, en met het feit dat de FOD de aanzienlijke kosten blijft dekken die verbonden zijn aan het uitzenden van een afwezige ambtenaar van de buitenlandse of consulaire carrière (artikel 315). Onderafdeling
  13. Controle op de afwezigheden op Belgoeurop of op Belotan in geval van ziekte, ongeval, arbeidsongeval, een ongeval op de weg van en naar het werk of een beroepsziekte De onderafdeling 13 is uitsluitend van toepassing op ambtenaren die zijn aangesteld op Belgoeurop of op Belotan en niet op post, aangezien het voor Medex praktisch gezien onmogelijk is om de controles uit te voeren in geval van ziekte, ongeval, arbeidsongeval, ongeval op de weg van en naar het werk of beroepsziekte. Voor het overige worden in deze onderafdeling de bepalingen van het verlofbesluit inzake de controle op de afwezigheden integraal overgenomen. Onderafdeling
  14. Dienstvrijstelling voor opleidingsactiviteiten Artikel 123 De dienstvrijstelling voor opleidingsactiviteiten bedraagt net als voor de Rijksambtenaren 120 uur per jaar. De ambtenaar neemt dit aantal uren steeds mee, ongeacht zijn plaats van tewerkstelling. De overheid die de dienstvrijstelling verleent, is afhankelijk van de entiteit waar de ambtenaar is tewerkgesteld. De opleidingsactiviteiten moeten verband houden met de uitgeoefende functie. De goede werking van de posten, van Belgoeurop en van Belotan is gebaseerd op een intelligent beheer van de middelen. Een dergelijk beheer houdt in dat voor elk van de ambtenaren het aantal uren dienstvrijstelling dat hem kan worden toegekend om opleidingsactiviteiten te volgen, ongeacht of deze binnen of buiten de federale overheid worden georganiseerd, wordt beperkt. Onderafdeling
  15. Dienstvrijstelling voor reisdagen Artikel 124 Dit artikel is alleen van toepassing op ambtenaren die aangesteld zijn op post. De ambtenaar heeft recht op een tussenkomst in de kosten van de periodieke terugreis, overeenkomstig de artikelen 268 en volgende. De ambtenaar geniet van een dienstvrijstelling voor zijn reisdagen. Deze dienstvrijstelling wordt bepaald op basis van de categorie van verwijdering van de post, zoals bepaald door het Directiecomité. Er wordt een compensatieverlof toegekend als de reisdag samenvalt met een dag waarop de post gesloten is. Deze compensatiedag moet worden opgenomen binnen de twaalf maanden volgend op de reisdag. Onderafdeling
  16. Dienstvrijstelling met het oog op het voorbereiden van de aanstelling op post Artikel 125 De ambtenaar geniet, tussen het einde van zijn aanstelling op post, op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan en zijn aanstelling op een andere post, van een dienstvrijstelling van vijf werkdagen om zijn aanstelling op de nieuwe post voor te bereiden. Tijdens deze vijf dagen heeft de ambtenaar contact met de verschillende diensten van het hoofdbestuur, zowel de operationele directies (zoals Begroting en Beheerscontrole, Informatie- en Communicatietechnologie, Personeel en Organisatie of de diensten van de voorzitter van het Directiecomité) als de directiediensten van zijn toekomstige functie op post (diensten die, naargelang het geval, onder een van de volgende directies-generaal vallen: Bilaterale Zaken, Consulaire Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp, Multilaterale Zaken en Mondialisering). Onderafdeling
  17. Dienstvrijstelling voor het nemen van professionele contacten in België en gezondheidsonderzoeken Artikel 126 De ambtenaar aangesteld op post krijgt vijf werkdagen dienstvrijstelling om professionele contacten te nemen in België en zich te onderwerpen aan de gezondheidsbeoordelingen. De ambtenaar aangesteld op Belgoeurop of op Belotan krijgt een dienstvrijstelling om zich te onderwerpen aan de gezondheidsbeoordelingen. Onderafdeling
  18. Terugroeping in dienst Artikel 127 Deze onderafdeling betreft de terugroeping in dienst. Zo kan de ambtenaar aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan teruggeroepen worden naar het hoofdbestuur voor een raadpleging, om deel te nemen aan diplomatieke of consulaire dagen, enz. De ambtenaar zal echter tijdens deze terugroeping aangesteld blijven op post, op Belgoeurop of op Belotan en zal de vergoedingen en andere tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever waarop hij recht heeft blijven ontvangen (artikelen 325 en 326). Onderafdeling
  19. Feestdagen op post, bij Belgoeurop en Belotan. Artikel 128 De ambtenaar aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan geniet van veertien jaarlijkse feestdagen, die jaarlijks worden bepaald door het posthoofd, de permanente vertegenwoordiger van Belgoeurop of Belotan en tijdens de maand januari van elk jaar aan de directeur-generaal P&O of zijn afgevaardigde worden meegedeeld. De ambtenaar aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan geniet van veertien feestdagen, wat één dag meer is dan wat het verlofbesluit voorziet voor de Rijksambtenaren. Deze afwijking op post is verantwoord doordat rekening wordt gehouden met sommige lokale feestdagen die een sluiting van de post tot gevolg hebben en, op Belgoeurop en Belotan, doordat rekening wordt gehouden met sommige feestdagen die van toepassing zijn op de internationale instellingen waaraan deze entiteiten gelinkt zijn. Titel
  20. Overgang naar de carrière van de Rijksambtenaren Artikel 129 Het huidige koninklijk besluit heeft een algemene overgang naar de carrière van de Rijksambtenaren ingevoerd voor de ambtenaren van de buitenlandse carrière en van de consulaire carrière die definitief wensen over te stappen naar een functie op het hoofdbestuur die wordt uitgeoefend door een Rijksambtenaar, om welke reden dan ook (medisch, familiaal, persoonlijke keuze enz.). Wanneer de ambtenaar deze keuze maakt, wordt hij aangesteld in een functie op het hoofdbestuur en valt in de toekomst definitief onder het statuut van de Rijksambtenaren. Een terugkeer naar zijn oorspronkelijke carrière is derhalve uitgesloten. Hij behoudt van deze carrière echter zijn administratieve en geldelijke anciënniteit, de klasse voor de buitenlandse carrière of het niveau voor de consulaire carrière, en de weddeschaal. Titel
  21. Definitieve ambtsneerlegging Artikelen 130 tot en met 132 Wat de definitieve ambtsneerlegging betreft, verwees het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, terwijl het huidige koninklijk besluit de toepasselijke artikelen overneemt, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen. Deze bepalingen zijn dus identiek aan die van het koninklijk besluit van 2 oktober
  22. Titel
  23. Ordemaatregelen Titel 11 bestaat uit drie hoofdstukken: Hoofdstuk
  24. Gemeenschappelijke bepaling; Hoofdstuk
  25. Preventieve schorsing; Hoofdstuk
  26. Terugroeping naar het hoofdbestuur Er zijn twee soorten ordemaatregelen die door dit koninklijk besluit worden geregeld: 1° de preventieve schorsing;2° de terugroeping naar het hoofdbestuur. Er zijn geen ingrijpende wijzigingen aangebracht in deze titel. De enige inhoudelijke wijziging ten opzichte van het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 is dat dit besluit bepaalde dat een preventieve schorsing voor ambtenaren op post kan worden gevolgd door een terugroeping naar het hoofdbestuur, en omgekeerd. De term "gevolgd" is vervangen door het woord "vergezeld", zodat de twee ordemaatregelen in voorkomend geval in het kader van één enkele procedure kunnen worden opgelegd. De preventieve schorsing van de ambtenaar aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, kan vergezeld worden van een terugroeping naar het hoofdbestuur. De terugroeping naar het hoofdbestuur kan vergezeld worden van een preventieve schorsing. De rest van deze titel is alleen gewijzigd of anders geformuleerd om de tekst duidelijker en leesbaarder te maken. Hoofdstuk
  27. Gemeenschappelijke bepaling Artikel 133 Een stagiair kan ook onderworpen worden aan een ordemaatregel. De huidige titel is dus van toepassing op de stagiairs. Hoofdstuk
  28. Preventieve schorsing Artikel 134 Een preventieve schorsing, desgevallend vergezeld van een terugroeping naar het hoofdbestuur, moet gerechtvaardigd zijn in het belang van de dienst. Artikel 135 Dit artikel duidt de overheid aan die bevoegd is om op voorstel van de voorzitter of zijn afgevaardigde de preventieve schorsing uit te spreken, desgevallend vergezeld van een terugroeping naar het hoofdbestuur. Artikel 136 Een preventieve schorsing, desgevallend vergezeld van een terugroeping naar het hoofdbestuur, kan gepaard gaan met aanvullende maatregelen, namelijk de inhouding van wedde en/of het ontzeggen van het recht om aanspraak te maken op bevordering tot de hogere klasse en bevordering in weddeschaal in de volgende gevallen: 1° de ambtenaar is het voorwerp van een strafrechtelijke procedure;2° de ambtenaar is het voorwerp van een tuchtprocedure. De inhouding van wedde is geregeld: zo mag zij niet meer bedragen dan één vijfde van het bij elke uitbetaling verschuldigde loon in specie na aftrek van de inhoudingen op grond van de belastingwetgeving, van de wetgeving op de sociale zekerheid en van particuliere of collectieve overeenkomsten betreffende bijkomende voordelen inzake sociale zekerheid. Het ingehouden percentage van de wedde moet worden gespecificeerd. De inhouding van wedde mag bovendien niet tot gevolg hebben dat de wedde wordt verminderd tot een bedrag dat lager is dan de werkloosheidsuitkering waarop de ambtenaar recht zou hebben indien hij onder de sociale zekerheid voor werknemers viel. Deze bepaling is toegevoegd om in overeenstemming te blijven met de regeling die van toepassing is op de Rijksambtenaren (cfr. artikel 3, tweede lid van het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van rijksambtenaren in het belang van de dienst). Artikel 137 Het uitspreken van een preventieve schorsing, desgevallend vergezeld van een terugroeping naar het hoofdbestuur, moet worden voorafgegaan door een hoorzitting, behalve in dringende gevallen. In dringende gevallen kan de ambtenaar onmiddellijk preventief worden geschorst en, desgevallend, teruggeroepen naar het hoofdbestuur, vooraleer hij wordt gehoord. Artikel 138 Dit artikel bepaalt de nadere regels omtrent de communicatie en de inhoud van de oproeping voor de hoorzitting. De ambtenaar mag voortaan behalve via de reeds bestaande communicatiemiddelen ook worden opgeroepen langs elektronische weg waarbij de ontvangst wordt bevestigd. De stukken en het schriftelijke verweer die de ambtenaar in het kader van de procedure kan neerleggen, moeten binnen een termijn van drie dagen voor de hoorzitting, worden neergelegd. Artikel 139 Het verhoor van de ambtenaar gebeurt in persoon, of kan voortaan ook per videoconferentie plaatsvinden. De keuze van de verschijningswijze wordt aan de ambtenaar gelaten. De overheid neemt haar beslissing op basis van de stukken van het dossier in de volgende twee situaties: 1° wanneer de ambtenaar, hoewel regelmatig opgeroepen, niet verschijnt;2° wanneer de ambtenaar, hoewel regelmatig een tweede maal opgeroepen, na zich op geldige wijze te hebben verontschuldigd, niet verschijnt. Artikel 140 Dit artikel voorziet in de opstelling en kennisgeving van het proces-verbaal van de hoorzitting, evenals de mogelijkheid voor de ambtenaar om hierop te reageren. Behalve via de reeds bestaande communicatiemiddelen is nu ook de elektronische weg met ontvangstbevestiging ingevoerd. Artikel 141 Dit artikel betreft de beslissing tot preventieve schorsing en desgevallend de terugroeping naar het hoofdbestuur, en de kennisgeving van deze beslissing. De termijn die aan de bevoegde overheid wordt toegekend om te beslissen over de ordemaatregel bedraagt nu acht weken vanaf de oproep voor het verhoor, in plaats van de zes weken waarin het KB van 21 juli 2016 voorzag. De termijn van zes weken was in de praktijk onhoudbaar. Om rekening te houden met de redelijke termijn waarbinnen een dergelijke procedure moet worden afgerond, is deze echter slechts met twee weken verlengd. De bevoegde overheid is verplicht om uitspraak te doen over de ordemaatregel en de eventuele maatregelen die eraan verbonden zijn (inhouding van wedde, niet in aanmerking komen voor bevordering tot de hogere klasse en voor bevordering in weddeschaal). De kennisgeving van de beslissing mag voortaan behalve via de reeds bestaande communicatiemiddelen ook langs elektronische weg gebeuren, waarbij de ontvangst wordt bevestigd. Artikel 142 Dit artikel bepaalt de datum waarop de ordemaatregel van kracht wordt en behoeft geen toelichting. Artikel 143 Dit artikel regelt het beroep tegen de preventieve schorsing, desgevallend vergezeld van een terugroeping naar het hoofdbestuur. Er wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 om de bevoegdheid van de kamer van beroep inzake tuchtzaken voor ambtenaren te bepalen. Artikel 144 Dit artikel gaat over de duur van de preventieve schorsing en behoeft geen toelichting. Artikel 145 Dit artikel legt het verband tussen de preventieve schorsing en de tuchtregeling en behoeft geen toelichting. Hoofdstuk
  29. Terugroeping naar het hoofdbestuur Artikel 146 Een terugroeping naar het hoofdbestuur, desgevallend vergezeld van een preventieve schorsing, moet gerechtvaardigd zijn in het belang van de dienst. Voor het overige zijn de artikelen van hoofdstuk 2 van deze titel betreffende de preventieve schorsing van toepassing op de terugroeping naar het hoofdbestuur. Titel
  30. Tuchtregeling De tuchtregeling bevat geen belangrijke wijzigingen. Er werden enkel wijzigingen of herformuleringen aangebracht om de tekst duidelijker en leesbaarder te maken. Titel 12 bestaat uit zeven hoofdstukken: Hoofdstuk
  31. Gemeenschappelijke bepaling Hoofdstuk
  32. Tuchtfeiten; Hoofdstuk
  33. Tuchtstraffen; Hoofdstuk
  34. Tuchtoverheid; Hoofdstuk
  35. Tuchtprocedure en beroep; Hoofdstuk
  36. Verjaring van de tuchtvordering; Hoofdstuk
  37. Uitwissing van de tuchtstraf Hoofdstuk
  38. Gemeenschappelijke bepaling Artikel 147 Stagiairs kunnen ook worden onderworpen aan tuchtmaatregelen. De huidige titel is dus van toepassing op de stagiairs. Hoofdstuk
  39. Tuchtfeiten Artikel 148 Dit artikel biedt een kader voor het begrip tuchtfeit (verband met de beroepsplichten of met de waardigheid van het ambt) en behoeft geen toelichting. Hoofdstuk
  40. Tuchtstraffen Artikel 149 In tegenstelling tot het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, waarin het aantal tuchtstraffen werd verminderd ingevolge de wijziging door het koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten4 tot wijziging van diverse tuchtrechtelijke bepalingen betreffende het Rijkspersoneel, beperkt dit artikel het aantal tuchtstraffen niet; de waaier van tuchtstraffen die al bestond in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 wordt behouden om een zo evenredig mogelijke tuchtstraf te kunnen opleggen. Bepaalde tuchtfeiten verantwoorden, rekening houdend met de omstandigheden, slechts een lichte tuchtstraf, met name een tuchtstraf van morele aard. Het opheffen van de blaam heeft tot gevolg dat er geen gradatie mogelijk is binnen deze lichte tuchtstraffen. Hoewel het twee tuchtstraffen van morele aard betreft met eenzelfde doel, met name de ambtenaar te waarschuwen en zijn aandacht te vestigen op de tekortkomingen die in zijn hoofde werden vastgesteld door de overheid, evenals op de effecten en de gevolgen van deze tekortkomingen, is de termijn voor uitwissing van deze straffen verschillend, met name zes maanden voor de terechtwijzing en negen maanden voor de blaam. Hoewel in augustus 2016 voor de zwaardere tuchtstraffen de mogelijkheid om de inhouding van wedde toe te passen werd uitgebreid naar 36 maanden, wat eveneens ingevoegd werd in het huidige koninklijk besluit (artikel 150), vormt dit geen alternatief voor het opheffen van de tuchtschorsing, de lagere inschaling en de terugzetting in klasse, aangezien deze laatste tuchtstraffen niet enkel geldelijke gevolgen hebben. Zo ontneemt de tuchtschorsing, naast de inhouding van wedde die zij tot gevolg heeft, de ambtenaar ook tijdelijk zijn functie, plaatst deze hem in non-activiteit en laat deze hem niet toe zijn rechten op bevordering tot de hogere klasse en op bevordering in weddeschaal te doen gelden. Door de lagere inschaling, naast het financiële aspect dat eruit voortvloeit, ziet de ambtenaar zich vertraagd in zijn geldelijke loopbaan. Tot slot zet de terugzetting in klasse, naast het financiële aspect dat er eveneens uit voortvloeit, een rem op de vooruitgang van de administratieve carrière van de ambtenaar. Opnieuw, het voorzien van meerdere zware tuchtstraffen laat een betere gradatie in de schaal van de straffen toe en maakt het mogelijk de meest gepaste straf op te leggen in verhouding met de feiten, rekening houdend met alle elementen van de omstandigheden. De Raad van State zelf vermeldde in zijn advies 59.265/4 van 6 juni 2016 met betrekking tot voormeld koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten4, hetgeen volgt: "Die nieuwe bepaling strekt er voornamelijk toe de blaam, de tuchtschorsing, de lagere inschaling en de terugzetting te schrappen in de lijst van de tuchtstraffen die kunnen worden opgelegd aan een ambtenaar. De nieuwe lijst telt dus maar vijf mogelijke straffen, terwijl de geldende regeling er negen omvat. Door die vermindering heeft de tuchtoverheid dus een beperktere keuze. Echter hoe groter de keuze aan straffen, van licht naar zwaar, hoe eenvoudiger het blijkt te zijn om geval per geval de proportionaliteit van de straf te waarborgen, niet alleen gelet op de aan de ambtenaar ten laste gelegde feiten, maar ook gelet op zijn professioneel en eventueel tuchtrechtelijk verleden. Hoe groter bovendien de verscheidenheid aan mogelijke straffen, hoe eenvoudiger het blijkt te zijn om te kiezen voor een adequate straf die aangepast is aan de aan de ambtenaar ten laste gelegde feiten, tevens gelet op zijn verleden. Als het aantal van en de variatie aan mogelijke tuchtstraffen vermindert, bestaat in se dus het risico dat het voor de overheid moeilijker wordt om het evenredigheids- en het redelijkheidsbeginsel in acht te nemen. [...]." Enkel de tuchtstraffen zoals opgesomd in voornoemd artikel kunnen worden uitgesproken. Artikel 150 Dit artikel bakent de inhouding van wedde af. De inhouding van wedde wordt voortaan toegepast gedurende ten minste één maand en ten hoogste zesendertig maanden. Deze aanpassing vindt zijn oorsprong in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten4 tot wijziging van diverse tuchtrechtelijke bepalingen betreffende het Rijkspersoneel. Wanneer deze tuchtstraf wordt voorgesteld aan de overheid die bevoegd is om deze op te leggen, moeten de duur van de straf (één tot zesendertig maanden) en het percentage van de wedde dat wordt ingehouden (maximaal één vijfde van het bij elke uitbetaling verschuldigde loon in specie na aftrek van de inhoudingen op grond van de belastingwetgeving, van de wetgeving op de sociale zekerheid en van particuliere of collectieve overeenkomsten betreffende bijkomende voordelen inzake sociale zekerheid) vermeld worden. Artikel 151 Dit artikel betreft de verplaatsing bij tuchtmaatregel en behoeft geen toelichting. Artikel 152 Dit artikel betreft de tuchtschorsing en behoeft geen toelichting. Artikel 153 Dit artikel betreft de lagere inschaling en behoeft geen toelichting. Artitek 154 Dit artikel betreft de terugzetting in klasse en behoeft geen toelichting. Hoofdstuk
  41. Tuchtoverheid Artikel 155 De tuchtstraffen worden opgelegd bij ministerieel besluit, met uitzondering van de terugzetting in klasse, het ontslag van ambtswege en de afzetting, die worden opgelegd bij koninklijk besluit. Artikel 156 De tuchtstraffen worden uitgesproken na een voorlopig voorstel van de hiërarchische meerdere, die door de minister wordt aangeduid. Hoofdstuk
  42. Tuchtprocedure en beroep Hoofdstuk 5 bestaat uit vier afdelingen: Afdeling
  43. Het formuleren van het voorlopige strafvoorstel; Afdeling
  44. Het formuleren van het definitief strafvoorstel; Afdeling
  45. Beslissing van de bevoegde overheid; Afdeling
  46. Samenloop van tuchtfeiten. Afdeling
  47. Het formuleren van het voorlopige strafvoorstel. Artikelen 157 tot en met 162 De procedure wordt stapsgewijs doorlopen, te beginnen met de hiërarchische meerdere die het tuchtonderzoek voert en eindigend met de hiërarchische meerdere die een voorlopig met reden omkleed voorstel van tuchtstraf formuleert, dat wordt meegedeeld aan het Directiecomité en de betrokken ambtenaar. Het voorlopige voorstel wordt voorafgegaan door een verhoor van de ambtenaar door de hiërarchische meerdere. De oproep voor het verhoor mag voortaan behalve via de reeds bestaande communicatiemiddelen ook langs elektronische weg gebeuren, waarbij de ontvangst wordt bevestigd. De oproep voor het verhoor moet een aantal elementen vermelden die in artikel 159 worden voorgeschreven, waaronder de mogelijkheid voor de ambtenaar om een schriftelijk verweer en stukken neer te leggen binnen een termijn van drie dagen voor het verhoor voor het schriftelijk verweer en tien dagen voor het verhoor voor de stukken. De vereisten met betrekking tot de getuigen zijn nu ook opgenomen in de verplichte elementen van de oproep, om het artikel leesbaarder te maken en vergetelheden te voorkomen. Het verhoor van de getuigen dient gevraagd te worden binnen een termijn van tien dagen voor het verhoor. Het verhoor kan persoonlijk en voortaan ook per videoconferentie plaatsvinden. De keuze van de verschijningswijze wordt aan de ambtenaar gelaten. De hiërarchische meerdere neemt zijn beslissing op basis van de stukken van het dossier in de volgende twee situaties: 1° wanneer de ambtenaar, hoewel regelmatig opgeroepen, niet verschijnt;2° wanneer de ambtenaar, hoewel regelmatig een tweede maal opgeroepen, na zich op geldige wijze te hebben verontschuldigd, niet verschijnt. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt van het verhoor van de ambtenaar, maar ook van het verhoor van elke getuige. Behalve via de reeds bestaande communicatiemiddelen kan het proces-verbaal van de hoorzitting voortaan ook elektronisch worden verzonden tegen een ontvangstbevestiging. De hiërarchische meerdere stelt een voorlopig voorstel van tuchtstraf op, dat wordt meegedeeld aan het Directiecomité en aan de ambtenaar, met gebruikmaking van dezelfde communicatiemiddelen, inclusief elektronische middelen met ontvangstbevestiging. De kennisgeving geldt als aanhangigmaking bij het Directiecomité. De hiërarchische meerdere stelt, in het licht van het onderzoek dat hij heeft gevoerd en de verhoren waartoe hij is overgegaan, een voorlopig voorstel van straf voor. Het Directiecomité is niet gebonden door dit voorstel en kan steeds een andere tuchtstraf voorstellen dan deze voorgesteld door de hiërarchische meerdere. Deze werkwijze laat desalniettemin toe om de ambtenaar een eerste indicatie te geven betreffende de tuchtstraf die hij zou kunnen opgelegd krijgen en laat hem zo toe zijn verdediging voor het Directiecomité zo goed mogelijk voor te bereiden. Het Directiecomité zal, dankzij dit voorlopig voorstel van tuchtstraf, beschikken over een volledig dossier dat het toelaat te beslissen met een volledige kennis van zaken, na de ambtenaar en eventuele getuigen te hebben gehoord. De Raad van State zelf heeft, in zijn advies 59.265/4 van 6 juni 2016 met betrekking tot voormeld koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten4, vermeld hetgeen volgt: "Aangezien de tuchtprocedure als zodanig van start gaat zodra de ambtenaar geïnformeerd is, is het - zelfs al wordt er in de tekst van het dispositief verder niets over gezegd - a fortiori vanzelfsprekend dat, teneinde de te waarborgen dat het algemeen beginsel dat de rechten van verdediging moeten worden geëerbiedigd en het beginsel van de tegenspraak in acht genomen worden, de ambtenaar in het kader van de informatieverstrekking waarin het ontworpen artikel 78, § 2 voorziet, op omstandige wijze wordt ingelicht over de feiten die hem ten laste worden gelegd. Daarvan uitgaande is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk - en het verslag aan de Koning zegt daarover niets - waarom de hiërarchische meerdere er alleen nog mee wordt belast het tuchtdossier aan te leggen en waarom hij als dusdanig niet meer bevoegd is om een tuchtstraf voor te stellen aan het directiecomité. Die vraag is des te pertinenter, daar het directiecomité overeenkomstig de bij de ontworpen artikelen 78 en 79 ingestelde procedure uiterlijk twee maanden na ontvangst van het door de hiërarchische meerdere aangelegde dossier moet beslissen over het voorstel van tuchtstraf dat hij binnen vijftien dagen ter kennis van de ambtenaar moet brengen. Dat betekent dat de ambtenaar gedurende meer dan drie maanden - dat is de optelsom van de verschillende termijnen waarin de ontworpen artikelen 78 en 79 voorzien - en dus tijdens de hele duur van de procedure die de geschilprocedure voor de beroepscommissie voorafgaat, onkundig zal worden gelaten van de tuchtstraf die zal of kan worden opgelegd voor de feiten die hem ten laste worden gelegd. De procedure die wordt ingesteld bij de ontworpen artikelen 78 en 79 moet, teneinde een betere inachtneming te waarborgen van het algemeen beginsel dat de rechten van verdediging moeten worden geëerbiedigd en van het beginsel van de tegenspraak, aldus worden herzien dat erin wordt bepaald dat de ambtenaar zo vroeg mogelijk op de hoogte wordt gebracht van het strafvoorstel dat jegens hem zal worden gedaan." Afdeling
  48. Het formuleren van het definitief strafvoorstel Artikelen 163 tot 167 Het Directiecomité stelt een definitief voorstel van tuchtstraf op, na de ambtenaar gehoord te hebben. De nadere regels omtrent de oproep voor het verhoor, het verhoor van de ambtenaar en eventuele getuigen en het proces-

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.