📄 Wettekst
21 OKTOBER 1997. Wet houdende vaststelling van de Nederlandse tekst van het Wetboek van Koophandel, met uitzondering van Boek I, Titel VIII en IX, van de
wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten1 op de binnenbevrachting, van de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord en van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en Zeevisserij (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.De hiernavolgende bepalingen vormen de Nederlandse tekst van het Wetboek van Koophandel, met uitzondering van Boek I, Titel VIII en IX van de
wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten1 op de binnenbevrachting, van de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord en van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en Zeevisserij, zoals die uitdrukkelijk zijn gewijzigd en aangevuld tot 14 februari 1997.
De hiernavolgende Nederlandse tekst van de bepalingen die het Wetboek van Koophandel, de
wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten1 op de binnenbevrachting, de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord en de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en zeevisserij hebben gewijzigd en aangevuld na de wet van 18 april 1898, vervangt de vorige Nederlandse tekst van die bepalingen.
Twistvragen gegrond op het verschil tussen de Nederlandse en de Franse tekst worden beslist naar de wil van de wetgever, die bepaald wordt volgens de gewone interpretatieregelen, zonder voorrang van de ene tekst boven de andere.
De Koning kan de bestaande wetsbepalingen wijzigen ten einde de tekst ervan in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze tekst.
WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK I. - Koophandel in het algemeen TITEL I. - Kooplieden Deze titel (artt. 1-11) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 1 [Kooplieden zijn zij die daden uitoefenen, bij de wet daden van koophandel genoemd, en daarvan, hoofdzakelijk of aanvullend, hun gewoon beroep maken.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 3 juli 1956.
Artikel 2 [Onder daden van koophandel verstaat de wet : - elke aankoop van voedingsmiddelen en koopwaren om die, al dan niet na bewerking of verwerking, weder te verkopen of om het gebruik ervan te verhuren; - elke verkoop of verhuring die het gevolg is van zodanige aankoop; elke huur van roerende goederen om die in onderhuur te geven en elke onderverhuring die daarvan het gevolg is; elk in hoofdzaak materieel werk verricht ingevolge huur van diensten, zodra het, zelfs op bijkomstige wijze, gepaard gaat met levering van koopwaar; - elke aankoop van een handelszaak om die te exploiteren; - alle verrichtingen van industriële ondernemingen, zelfs wanneer de ondernemer slechts de voortbrengsels van zijn eigen grond verwerkt en voor zover het geen verwerking betreft die normaal bij landbouwbedrijven behoort; - alle verrichtingen van ondernemingen van openbare of particuliere werken, van vervoer te land, te water of door de lucht; - alle verrichtingen van ondernemingen van leveringen, van zaakwaarneming, van zaakbezorging, van openbare verkopingen, van openbare schouwspelen en van premieverzekeringen; - [alle verbintenissen van handelsagenten voor het bemiddelen of afsluiten van zaken;] - elke bank-, wissel-, commissie- of makelaarsverrichting; - alle verrichtingen van ondernemingen die tot doel hebben onroerende goederen te kopen om ze weder te verkopen; - alle verrichtingen van openbare banken; - alle verbintenissen uit wisselbrieven, mandaten, orderbriefjes of ander order- of toonderpapier; - alle verbintenissen van kooplieden betreffende zowel onroerende als roerende goederen, tenzij bewezen is dat ze een oorzaak hebben die vreemd is aan de koophandel.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 3 juli 1956, het zevende lid ingevoegd bij artikel 28 van de wet van 13 april 1995.
Artikel 2bis [Worden echter niet als daden van koophandel aangemerkt, de aankopen met het oog op de verkoop aan particulieren en de verkopen aan particulieren van produkten die onder het beroep van apotheker ressorteren, wanneer deze aankopen en verkopen worden verricht door een persoon die wettelijk is gemachtigd de geneeskunde of de veeartsenijkunde uit te oefenen, voor zover deze persoon niet eveneens andere, door de wet als daden van koophandel aangemerkte daden stelt in het raam van een gewoon beroep dat, hetzij als hoofdzakelijk beroep, hetzij als aanvullend beroep wordt uitgeoefend.
Voor de toepassing van deze bepaling worden beschouwd als producten die onder het beroep van apotheker ressorteren : 1° de drogerijen, substanties, bereidingen of samenstellingen voor farmaceutisch gebruik;2° de geneesmiddelen in de zin van artikel 1, § 1, van de
wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/03/1964
pub.
11/12/2017
numac
2017031760
bron
federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Wet op de geneesmiddelen - Bekendmaking overeenkomstig artikel 13bis, § 2quinquies, laatste lid, van de geïndexeerde bedragen van de heffingen en retributies
type
wet
prom.
25/03/1964
pub.
21/06/2011
numac
2011000361
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de geneesmiddelen
sluiten op de geneesmiddelen;3° het medisch en farmaceutisch materiaal, te weten de substanties, voorwerpen en stoffen die geheel of ten dele zijn onderworpen aan de regeling die, ter uitvoering van artikel 1, § 2, van voornoemde wet, op de geneesmiddelen van toepassing is, alsook de produkten die algemeen in de geneeskunde worden gebruikt; 4° de producten die de apotheker mag verkopen ingevolge de wetten en verordeningen.] Ingevoegd bij het enige artikel van de
wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten2.
Artikel 3 Onder daden van koophandel verstaat de wet eveneens : - alle verrichtingen met betrekking tot de bouw van binnenschepen en zeeschepen en de vrijwillige koop, verkoop of wederverkoop daarvan; - elke expeditie ter zee; - elke koop of verkoop van tuig en takelage en bevoorrading; - elke bevrachtingsovereenkomst; het nemen of geven van geld op bodemerij; - elke verzekering en elke andere overeenkomst betreffende de zeehandel; - elk akkoord en elke overeenkomst betreffende het loon van schepelingen; - alle verbintenissen van zeelieden voor de dienst op koopvaardijschepen.
Artikel 4 Opgeheven bij artikel 40 van de wet van 19 januari 1990.
Artikel 5 Opgeheven bij artikel 40 van de wet van 19 januari 1990.
Artikel 6 [De daden van koophandel in de artikelen 2 en 3 genoemd, zijn als dusdanig niet geldig ten aanzien van een minderjarige. Ze worden als burgerrechtelijke daden beschouwd.] Aldus vervangen bij artikel 41 van de wet van 19 januari 1990.
Artikel 7 Opgeheven bij artikel 42 van de wet van 19 januari 1990.
Artikel 8 De handel van de ouders van de minderjarige wordt door zijn voogd voortgezet wanneer de familieraad het dienstig acht, en onder de voorwaarden die hij bepaalt.
Het bestuur ervan kan worden toevertrouwd aan een bijzondere bewindvoerder, die onder toezicht staat van de voogd.
De beslissing van de familieraad wordt binnen vijftien dagen ter homologatie voorgelegd aan de rechtbank. Het wordt dadelijk uitgevoerd en houdt slechts op gevolg te hebben wanneer de homologatie wordt geweigerd.
De familieraad kan te allen tijde zijn toestemming herroepen, met inachtneming van dezelfde vormen. Die beslissing wordt eerst na homologatie uitgevoerd.
Artikel 9 Opgeheven bij artikel 7, § 1, van de wet van 30 april 1958.
Artikel 10 (De gehuwde vrouw) wordt niet geacht openbare koopvrouw te zijn wanneer zij er zich toe bepaalt de waren uit de handel van haar man in het klein te verkopen; zij wordt alleen geacht dit te zijn wanneer zij afzonderlijk handel drijft.
Het eerste lid opgeheven bij artikel 7, § 10, van de wet van 30 april 1958, het tweede lid aldus gewijzigd ingevolge deze opheffing bij de artikelen 2 en 3, § 1, 1° van deze wet.
Artikel 11 Opgeheven bij artikel 36, 1°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976.
TITEL II. - Huwelijksvoorwaarden van kooplieden Deze titel (art. 12-15) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 12 [Van ieder huwelijkscontract tussen echtgenoten waarvan er één koopman is, wordt binnen een maand na de dagtekening een uittreksel gezonden aan de griffie van elke rechtbank binnen welker rechtsgebied de handeldrijvende echtgenoot in het handelsregister ingeschreven is. De uittreksels worden overeenkomstig de wet van 30 april 1929 in boeken samengebonden. [Hetzelfde geldt voor de akten houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten binnen drie maanden na de beslissing tot homologatie.
Het uittreksel vermeldt of de echtgenoten in gemeenschap gehuwd zijn, met opgave van de afwijkingen van het wettelijk stelsel, dan wel of zij een ander stelsel hebben aangenomen.] [Bedingen in het huwelijkscontract of in de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel die tot doel hebben af te wijken van de regels van de verdeling bij helften van het gemeenschappelijk vermogen, hoeven niet te worden vermeld.] Van de boeken waarin de uittreksels zijn bijeengebracht, alsook van de steekkaarten bij de wet van 30 april 1929 voorgeschreven, wordt aan ieder die erom verzoekt zonder kosten inzage verleend.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 3 juli 1956, het tweede lid daarna vervangen door een tweede en een derde lid bij artikel 36, 2°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976; het derde lid daarna aldus aangevuld bij het enige artikel van de wet van 19 mei 1982; het vroegere derde lid wordt het vierde lid.
Artikel 13 De notaris voor wie het huwelijkscontract [of de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel] is verleden, is gehouden de bij het vorige artikel voorgeschreven toezending te doen, op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot honderd frank en zelfs van ontzetting uit zijn ambt en van aansprakelijkheid jegens de schuldeisers, wanneer bewezen is dat het verzuim het gevolg is van heimelijke verstandhouding.
Aldus gewijzigd bij artikel 36, 3°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976.
Artikel 14 [Elke echtgenoot die gehuwd is onder een ander stelsel dan [het wettelijke], en na zijn huwelijk koopman wordt, of een nieuw handelsbedrijf begint, is gehouden dezelfde toezending te doen aan de griffie van de rechtbank binnen welker rechtsgebied hij een opgave voor de inschrijving in het handelsregister doet, bij gebreke waarvan hij, in geval van faillissement, kan worden gestraft als schuldig aan eenvoudige bankbreuk.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 3 juli 1956 en daarna gewijzigd bij artikel 36, 4° van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976.
Artikel 15 [Elk vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt toegestaan of de scheiding van tafel en bed of van goederen wordt uitgesproken tussen de echtgenoten van wie er ten minste een koopman is, wordt door hen neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel in het rechtsgebied waarvan een der echtgenoten of beide echtgenoten zijn ingeschreven in het handelsregister; bij gebreke daarvan kunnen de schuldeisers daartegen verzet doen voor wat hun belangen raakt en opkomen tegen iedere vereffening die erop gevolgd mocht zijn.] Aldus vervangen bij artikel 36, 5°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976.
TITEL III. - Koopmansboeken Deze titel (artt. 16-24) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 16 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten.
Artikel 17 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten.
Artikel 18 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten.
Artikel 19 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten.
Artikel 20 [Een regelmatig gevoerde boekhouding kan door de rechter aangenomen worden om tussen kooplieden als bewijs te dienen betreffende handelsverrichtingen.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.
Artikel 21 [Onverminderd de bijzondere wetten kan de overlegging van de volledige boekhouding van een koopman, te weten de boeken, registers en boekingsstukken, niet in rechte bevolen worden dan inzake erfopvolging, gemeenschap of verdeling van een vennootschap en in geval van faillissement.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.
Artikel 22 [De rechter kan in de loop van een rechtsgeding, zelfs ambtshalve, de openlegging bevelen van het geheel of van een gedeelte van de boekhouding van een koopman, teneinde daaruit te nemen hetgeen het geschil betreft.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.
Artikel 23 [Wanneer de boekhouding waarvan de openlegging wordt aangeboden, gevorderd of bevolen, zich bevindt op een plaats te ver verwijderd van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is, kan deze aan de rechtbank van koophandel van die plaats of aan een vrederechter ambtelijke opdracht geven inzage te nemen en een proces-verbaal van de inhoud op te maken en over te zenden.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.
Artikel 24 [De rechter kan de eed opleggen aan de partij die aanbiedt de bewijskracht van de boekhouding van de andere partij te erkennen, wanneer deze weigert haar boekhouding open te leggen.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.
TITEL IV. - Bewijs van handelsverbintenissen Deze titel (art. 25) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 25 Behalve door de bewijsmiddelen die het burgerlijk recht toelaat, kunnen handelsverbintenissen ook worden bewezen door getuigen in alle gevallen waarin de rechtbank oordeelt dit te moeten toestaan, behoudens de uitzonderingen bepaald voor bijzondere gevallen.
Koop en verkoop kan bewezen worden door middel van een aanvaarde factuur, onverminderd de andere bewijsmiddelen die door de wetten op de koophandel zijn toegelaten.
TITEL V. - Handelsbeurzen, wisselagenten en makelaars Deze titel werd bij artikel 104, 1° van de wet van 4 december 1990 opgeheven.
TITEL VI. Artikel 91-108 Opgeheven bij artikel 18 van de wet van 5 mei 1872 en bij het aanvullende artikel van de wet van 25 augustus 1891.
WET VAN 5 MEI 1872 TITEL I. - Pand Artikel 1 Pand tot zekerheid van een handelsverbintenis geeft aan de schuldeiser het recht om zich, bij voorrecht en voorrang boven de andere schuldeisers, uit de in pand gegeven zaak te doen betalen, wanneer de inpandgeving geschied is op een wijze die in de koophandel geldt voor de verkoop van zaken van dezelfde aard, en de in pand gegeven zaak in het bezit is gesteld en gebleven van de schuldeiser of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen.
De last van het bewijs van de dagtekening der inpandgeving rust op de schuldeiser. Dit bewijs kan geleverd worden door alle wettelijke middelen.
Artikel 2 De schuldeiser wordt geacht de koopwaren in zijn bezit te hebben wanneer zij te zijner beschikking zijn in zijn magazijnen of schepen, bij de douane of in een openbare opslagplaats, of wanneer zij voor hun aankomst in zijn bezit zijn gesteld door een cognossement of door een vrachtbrief. [Inzake schuldvorderingen geldt artikel 2075 van het Burgerlijk Wetboek.] Het laatste lid toegevoegd bij de wet van 12 december 1996.
Artikel 3 De pandhoudende schuldeiser ontvangt op de vervaldagen de rente, de dividenden en het kapitaal van de in pand gegeven waarden en verrekent ze met zijn schuldvordering.
Wanneer het pand bestaat uit handelspapier, oefent de pandhoudende schuldeiser de rechten uit van de houder en moet hij diens verplichtingen nakomen.
Artikel 4 Indien de door het pand gewaarborgde schuldvordering niet voldaan is op de vervaldag, kan de schuldeiser, na een aanmaning te hebben betekend aan de lener en in voorkomend geval aan de derde-pandgever, op een verzoekschrift aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel machtiging verkrijgen om het pand, hetzij openbaar, hetzij uit de hand, naar keuze van de voorzitter, te doen verkopen door de persoon die deze aanwijst.
Op dat verzoekschrift wordt eerst beslist twee vrije dagen nadat het aan de schuldenaar en in voorkomend geval aan de derde-pandgever is betekend met verzoek om in die tussentijd hun eventuele opmerkingen aan de voorzitter te doen toekomen. [De effecten en deviezen worden verkocht op de beurs : - de genoteerde, op de gewone vergaderingen van de beurs of van een der beurzen waar zij genoteerd worden; - de niet genoteerde, op de veilingen van de beurscommissie.
De voorzitter van de rechtbank wijst voor elk van de beurzen waar de verkoop zal geschieden, een op de lijst van die beurs ingeschreven wisselagent aan, die tot de verkoop zal overgaan overeenkomstig het beursreglement, zonder verdere formaliteiten.] Het derde en het vierde lid toegevoegd bij artikel 30 van het koninklijk besluit nr 300 van 30 maart 1936.
Artikel 5 De aldus verkregen beschikking is eerst uitvoerbaar nadat ze aan de lener en in voorkomend geval aan de derde-pandgever betekend is, met aanwijzing van de dag, plaats en uur van de veiling, indien deze bevolen is. Die beschikking wordt definitief en geldt als in laatste aanleg gewezen, indien de lener of in voorkomend geval de derde-pandgever binnen drie dagen na de betekening er geen verzet tegen doet met dagvaarding voor de rechtbank van koophandel.
Artikel 6 De termijn om hoger beroep in te stellen tegen het op dat verzet gewezen vonnis is acht dagen te rekenen van de betekening.
Artikel 7 De beschikking en het vonnis zijn van rechtswege uitvoerbaar zonder borgtocht niettegenstaande verzet of hoger beroep.
Artikel 8 De hierboven gestelde termijnen kunnen niet worden verlengd wegens de afstand.
Indien de schuldenaar of in voorkomend geval de derde-pandgever zijn woonplaats niet heeft binnen het rechtsgebied van de rechtbank van koophandel of aldaar geen keuze van woonplaats gedaan heeft, worden de in de vorige artikelen vermelde betekeningen, behalve die waarvan sprake is in artikel 4, op geldige wijze gedaan ter griffie van die rechtbank.
Artikel 9 De uitoefening van de rechten bij de vorige artikelen aan de pandhoudende schuldeiser toegekend, wordt niet geschorst door faillissement, noch door opschorting van betaling, noch door het overlijden van de schuldenaar of van de derde-pandgever.
Artikel 10 Elk beding waarbij de schuldeiser zou worden gemachtigd zich het pand toe te eigenen of erover te beschikken zonder inachtneming van de hiervoren bepaalde vormen, is nietig.
Artikel 11 Artikel 2 en de artikelen 4 tot en met 10 van deze titel zijn van toepassing op het pand tot zekerheid van het wettelijk voorrecht van de commissionairs of van hun geldschieters, waarvan sprake is in afdeling II van titel II hierna.
TITEL II. - Commissiecontract Afdeling I. - De commissionairs in het algemeen
Artikel 12 Commissionair is hij die op zijn eigen naam of onder een maatschappelijke naam handelt voor rekening van een opdrachtgever.
Artikel 13 De verplichtingen en de rechten van de persoon die handelt in naam van een opdrachtgever, worden geregeld in het Burgerlijk Wetboek, boek III, titel XIII. Afdeling II. - Commissionairs of consignatarissen
Artikel 14 Iedere commissionair is, door de enkele toezending, bewaargeving of consignatie van koopwaren, op de waarde bevoorrecht voor alle leningen, voorschotten of betalingen die hij als commissionair doet, hetzij voor de verzending van de koopwaren, hetzij gedurende de tijd dat deze in zijn bezit zijn.
Dit voorrecht bestaat slechts voor zover de koopwaren in het bezit gesteld zijn en gebleven van de commissionair of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen.
In de bevoorrechte schuldvordering van de commissionair zijn, naast de hoofdsom, ook de rente, het commissieloon en de kosten begrepen.
Artikel 15 Wanneer de koopwaren voor rekening van de opdrachtgever verkocht en geleverd zijn, verhaalt de commissionair het bedrag van zijn schuldvordering op de opbrengst van de verkoop, bij voorrang boven de schuldeisers van de opdrachtgever.
Artikel 16 Iedere geldschieter die aan de commissionair de nodige bedragen in geld of in handelspapier verstrekt voor de leningen, voorschotten of betalingen waarvan sprake is in artikel 14, eerste lid, heeft tot waarborg voor de terugbetaling van de verstrekte bedragen en van de rente hetzelfde voorrecht op dezelfde voorwerpen en op dezelfde wijze als in de artikelen 14 en 15 bepaald is.
Dit voorrecht bestaat slechts voor zover de geldschieter of een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen, door de commissionair in het bezit is gesteld van het cognossement of van de vrachtbrief.
Artikel 17 Het voorrecht van de geldschieter gaat boven dat van de commissionair.
Algemene bepalingen Artikel 18 Opheffingsbepaling.
TITEL VII. - Koop en verkoop Artikel 109 Opgeheven ingevolge artikel 25 van de wet van 15 december 1872.
TITEL VIIbis - Vervoerovereenkomst Deze titel (artt. 1-46) is ingevoegd bij de wet van 25 augustus 1891. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1 De vervoerovereenkomst wordt bewezen door alle wettelijke middelen, inzonderheid door de vrachtbrief.
De vrachtbrief vermeldt : 1° de plaats en de dag van de verzending;2° de naam en de woonplaats van de afzender;3° de naam en de woonplaats van de geadresseerde;4° de naam en de woonplaats van de vervoerder of van de commissionair door wiens bemiddeling het vervoer geschiedt;5° de aard, het gewicht of de maat van de te vervoeren goederen, het getal en de bijzondere merken van de colli's;6° de tijd waarbinnen het vervoer moet geschieden en de prijs van het vervoer of de reglementaire voorwaarden waarnaar partijen verwijzen. De vrachtbrief wordt getekend door de afzender of door de commissionair.
Artikel 2 De commissionair of de vervoerder is gehouden de aard, de hoeveelheid en desgevorderd de waarde van de te vervoeren goederen in zijn dagboek aan te tekenen overeenkomstig de verklaringen van de afzender.
Artikel 3 Hij staat in voor de aankomst van de goederen en van de personen binnen de overeengekomen tijd, behoudens toeval of overmacht.
Artikel 4 Hij is aansprakelijk voor de beschadiging of het verlies van de goederen alsmede voor de ongevallen waardoor de reizigers worden getroffen, indien hij niet bewijst dat de beschadiging, het verlies of het ongeval het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend.
Artikel 5 Hij staat borg voor de daden van de commissionair of van de tussenvervoerder aan wie hij de te vervoeren goederen toezendt.
Artikel 6 Zolang de goederen niet ter bestemming zijn afgeleverd en voor zover in de vrachtbrief niet anders is bedongen, is de vervoerder gehouden de aanwijzingen van de afzender te volgen en is alleen deze gerechtigd om over de goederen te beschikken.
Het recht van de afzender houdt op te bestaan zodra de goederen aan de besteldienst zijn afgegeven of zodra aan de geadresseerde een bericht van aankomst is gezonden.
Artikel 7 De inontvangstneming van de vervoerde goederen doet elke vordering tegen de vervoerder en de commissionair vervallen behalve wanneer een bijzonder voorbehoud is gemaakt of in geval van niet uiterlijk zichtbare beschadiging.
Het bijzonder voorbehoud of het bezwaar moet op schrift gesteld worden en aan de vervoerder gezonden uiterlijk de tweede dag na de inontvangstneming, in geval van uiterlijk zichtbare beschadiging en van verlies, en binnen een termijn van zeven dagen, de dag van inontvangstneming niet inbegrepen, in geval van vertraging.
Wanneer de vervoerder bij de aflevering heeft gewezen op beschadiging of gedeeltelijk verlies, is de geadresseerde gehouden dadelijk bezichtiging van de vervoerde goederen toe te staan.
In geval van niet uiterlijk zichtbare beschadiging of van manco binnen de vervoerde goederen, kan het bezwaar van de geadresseerde alsnog worden aangenomen, indien het schriftelijk aan de vervoerder is gericht binnen een termijn van zeven dagen, de dag van inontvangstneming niet inbegrepen, en indien vaststaat dat de beschadiging of het manco er reeds van voor de aflevering was.
De uitzondering bepaald voor het geval van niet uiterlijk zichtbare beschadiging of manco binnen in de vervoerde goederen, geldt niet wanneer het voorstel om de koopwaar te bezichtigen aan de geadresseerde of aan zijn gemachtigde is gedaan op het ogenblik van de aflevering.
De vordering blijft slechts bestaan betreffende de punten waarover een bijzonder voorbehoud of bezwaar is gemaakt.
Artikel 8 Wanneer de vervoerde goederen worden geweigerd of aangaande de inontvangstneming daarvan geschil is ontstaan, wordt de staat van de goederen, indien een belanghebbende het vordert, onderzocht door een of drie deskundigen, die worden benoemd bij een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van koophandel, onderaan op een verzoekschrift gesteld.
De geadresseerde wordt opgeroepen bij een aangetekende brief, waarin dag en uur van het deskundigenonderzoek worden aangegeven.
De beschikking kan bevelen dat de goederen in bewaring zullen worden gegeven of onder sekwester gesteld, alsook dat zij naar een openbare of particuliere opslagplaats zullen worden gebracht.
De beschikking kan de verkoop gelasten ten bate van de vervoerder of de commissionair ten belope van hetgeen hem naar aanleiding van het vervoer verschuldigd is. Deze verkoop geschiedt openbaar in de door de voorzitter aangewezen plaats, en ten minste drie vrije dagen nadat daarvan bericht is gegeven aan de geadresseerde en de afzender. Deze termijn wordt verdubbeld wanneer een van de belanghebbenden in het buitenland verblijft.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter die termijnen verkorten.
De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Zij is uitvoerbaar op de minuut en voor de registratie.
Artikel 9 Alle rechtsvorderingen, ontstaan uit de overeenkomst van goederenvervoer, met uitzondering [van het ziekenvervoer] en van die welke volgen uit een strafbaar feit, verjaren door verloop van zes maanden ten aanzien van binnenlands vervoer en door verloop van een jaar ten aanzien van internationaal vervoer.
De verjaring loopt, in geval van totaal verlies of van vertraging, van de dag waarop het vervoer had moeten plaatshebben, en in geval van gedeeltelijk verlies of van beschadiging, van de dag der afgifte van de goederen.
In geval van onregelmatige toepassing van het tarief of van fouten in de berekening van de vervoerkosten en bijkomende kosten, loopt de verjaring van de dag der betaling.
De rechtsvorderingen ontstaan uit de overeenkomst van personenvervoer, met uitzondering van die welke volgen uit een strafbaar feit, verjaren door verloop van één jaar.
De verjaring loopt van de dag waarop het feit dat tot de rechtsvordering aanleiding geeft, zich heeft voorgedaan.
Regresvorderingen moeten, op straffe van verval, worden ingesteld binnen de termijn van een maand, te rekenen van de dagvaarding die tot het regres aanleiding geeft.
Het eerste lid werd gewijzigd bij artikel 65 van de
wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten.
Artikel 10 Dit hoofdstuk is mede van toepassing op de spoorwegondernemingen voor zover in hoofdstuk II niet anders is bepaald. HOOFDSTUK II. - Spoorwegvervoer § 1. Algemene bepalingen Artikel 11 [De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen moet in binnenlandse dienst alle vervoer van personen verrichten dat kan geschieden met de normale vervoermiddelen waarmede aan de regelmatige behoeften van het verkeer kan worden voldaan, onder de voorwaarden bepaald in het beheerscontract.] Aldus vervangen bij artikel 165, 1° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 12 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 13 [De tarieven, die van toepassing zijn op het personenvervoer in binnenlandse dienst worden met berichten in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.] Aldus vervangen bij artikel 165, 2° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 14 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 15 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0. § 2. Reizigers Artikel 16 Een reglement bepaalt onder welke voorwaarden de reizigers tot het vervoer worden toegelaten. Het bepaalt welke reizigers niet in de treinen mogen worden toegelaten.
Artikel 17 Het is aan [de spoorwegvervoerder] verboden in zijn tarieven of reglementen bepalingen op te nemen, waardoor zijn gemeenrechtelijke aansprakelijkheid gewijzigd wordt voor de ongevallen waardoor de reizigers worden getroffen.
Aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0. § 3. Bagage en goederen Artikel 18 Een reglement bepaalt onder welke voorwaarden de reiziger het recht heeft zijn bagage te laten vervoeren met de trein waarin hij toegelaten is, en welke bagage hij bij zich mag houden.
Ten aanzien van de laatstgenoemde bagage draagt [de spoorwegvervoerder] generlei aansprakelijkheid, behalve wanneer vaststaat dat hij schuld heeft.
Het tweede lid aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 19 Tegen overhandiging van de bagage bij de verzending wordt een genummerd en gedagtekend bewijs afgegeven, waarop worden vermeld de plaats van vertrek en van aankomst, het getal en het totale gewicht van de colli's, de ontvangen prijs en, in voorkomend geval, de aangifte van het belang bij de aflevering.
Artikel 20 De bagage wordt bij de aankomst van de trein afgegeven tegen overhandiging van het bewijs.
Artikel 21 [De spoorwegvervoerder] is gehouden in elk station een lokaal te hebben waarin de bagage die na de aankomst van de trein niet wordt afgehaald, en de bagage die de reizigers verlangen in bewaring te geven, veilig wordt geborgen.
De aansprakelijkheid van [de spoorwegvervoerder] is beperkt tot de verplichtingen van de bewaarnemer.
De bewaargever ontvangt een bewijs waarop de aard, het getal, en indien hij het verlangt, het totale gewicht van zijn colli's worden vermeld.
Indien hij verzuimt die voorwerpen binnen de door de reglementen bepaalde tijd op te vorderen, kan [de spoorwegvervoerder] ze doen verkopen overeenkomstig artikel 8, of ze aan de domeinen afgeven overeenkomstig de ter zake geldende wetten.
Het eerste, tweede en vierde lid aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 22 - 26 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 27 Wanneer [de spoorwegvervoerder] ernstige redenen heeft om te vermoeden dat een gedane verklaring onjuist is of dat er zich schadelijke of gevaarlijke stoffen, waarvan geen aangifte is gedaan of waarvan het vervoer verboden is, in de colli's of de bagage bevinden, kan hij deze doen openen, ook als ze in bewaring gegeven zijn of als de reizigers ze overeenkomstig de reglementen bij zich houden. De opening geschiedt hetzij in tegenwoordigheid van de afzender of de reiziger, hetzij, in geval van afwezigheid of van weigering, ten overstaan van een officier van gerechtelijke politie.
Aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 28 Opgeheven bij artikel 4 van de wet van 3 juli 1964.
Artikel 29 - 32 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 33 Goederen die aan spoedig bederf onderhevig zijn, kunnen na verloop van de voor de afhaling bepaalde termijn worden verkocht, zelfs uit de hand, nadat daarvan bericht is gezonden aan de geadresseerde, en zonder andere formaliteiten dan de voorafgaande vaststelling van de staat waarin zij zich bevinden, door een officier van gerechtelijke politie.
De uitslag van de verkoop wordt ter kennis gebracht van de afzender en de geadresseerde.
In alle andere gevallen kan [de spoorwegvervoerder], wanneer de geadresseerde de goederen niet in ontvangst neemt binnen de door de reglementen bepaalde tijd, ze doen verkopen overeenkomstig artikel 8, of ze aan de domeinen afgeven overeenkomstig de ter zake geldende wetten.
De indeling met opschrift opgeheven bij artikel 165, 3° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0; het laatste lid aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 34 [Voor het binnenlands vervoer van goederen is de aansprakelijkheid van de spoorwegvervoerder onderworpen aan de bepalingen van titel IV van de uniforme regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen (C.I.M.) van appendix B aan het "Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer", goedgekeurd bij de wet van 25 april 1983.] Aldus vervangen bij artikel 165, 4° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 35 - 46 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0.
Artikel 47 [De Koning] kan ten aanzien van de exploitatie van [vervoermiddelen] voor personen of goederen de maatregelen voorschrijven die Hij noodzakelijk acht voor de handhaving van de orde en de veiligheid van de reizigers.
De nummering ingevoegd, het eerste lid opgeheven en het tweede lid gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 1, 2° van deze wet.
TITEL VIII. - Wisselbrief en orderbriefje Zie de wet van 10 juli 1964 tot invoering van een nieuwe Nederlandse tekst van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes.
TITEL IX. - Handelsvennootschappen Zie de wet van 26 mei 1983 tot vaststelling van de Nederlandse tekst en tot aanpassing van de Franse tekst van het Wetboek van Koophandel, Eerste boek, titel IX. TITEL X. - Wet van 11 juni 1874 Verzekering in het algemeen Deze titel (artikelen 1-32) is ingevoegd bij de wet van 11 juni 1874. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Verzekering is een overeenkomst waarbij de verzekeraar zich tegen betaling van een premie verbindt de verzekerde schadeloos te stellen voor verlies of schade ten gevolge van toevallige gebeurtenissen of van overmacht.
Verwachte winst kan worden verzekerd in de gevallen bij de wet bepaald.
Artikel 2 De verenigingen van onderlinge verzekering worden beheerst door hun reglementen, door de algemene rechtsbeginselen en door de bepalingen van deze titel, die met een zodanige verzekering niet onverenigbaar zijn.
Zij worden in rechte vertegenwoordigd door hun directeurs.
Artikel 3 De bepalingen van deze titel, voor zover daarvan door bijzondere artikelen niet wordt afgeweken, zijn mede van toepassing op de zeeverzekering en op de verzekering betreffende land-, rivier- en kanaalvervoer. [Zij zijn niet van toepassing op de verzekeringen die onder de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst vallen].
Het tweede lid toegevoegd bij artikel 142 van de wet van 25 juni 1992). HOOFDSTUK II. - Personen die een verzekering kunnen aangaan Artikel 4 Ieder die bij het behoud van een zaak belang heeft wegens een recht van eigendom of een ander zakelijk recht of wegens enige aansprakelijkheid in verband met de zaak, kan die laten verzekeren.
Artikel 5 De verzekering kan voor rekening van een ander worden aangegaan krachtens een algemene of een bijzondere lastgeving, of zelfs zonder lastgeving.
In het laatst bedoelde geval worden de gevolgen geregeld overeenkomstig de bepalingen betreffende de zaakwaarneming.
Indien uit de verzekerin …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.