Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende vaststelling van de Nederlandse tekst van het Wetboek van Koophandel, met uitzondering van Boek I, Titel VIII en IX, van de wet van 5 mei 1936 op de binnenbevrachting, van de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het…

Waar gaat deze regeling over?

Deze wet stelt de Nederlandse tekst vast van het Wetboek van Koophandel en enkele andere gerelateerde wetten, zoals die tot 14 februari 1997 zijn gewijzigd en aangevuld. Het definieert wie als koopman wordt beschouwd en welke handelingen als daden van koophandel gelden.

Voor wie: Kooplieden en personen die daden van koophandel uitoefenen; Echtgenoten van wie één koopman is, met betrekking tot hun huwelijksvoorwaarden.

In één oogopslag

Land
België
Rechtsgebied
Droit fiscal
Artikelen
314
Bron
etaamb.openjustice.be
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De Nederlandse tekst van het Wetboek van Koophandel, met uitzondering van Boek I, Titel VIII en IX.
  • De Nederlandse tekst van de wet van 5 mei 1936 op de binnenbevrachting.
  • De Nederlandse tekst van de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord.
  • De Nederlandse tekst van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en Zeevisserij.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Kooplieden en personen die daden van koophandel uitoefenen.
  • Echtgenoten van wie één koopman is, met betrekking tot hun huwelijksvoorwaarden.

Wat zijn de kernpunten?

  • Kooplieden zijn zij die daden van koophandel uitoefenen en daarvan hun gewoon beroep maken.
  • Daden van koophandel omvatten onder meer de aankoop en verkoop van goederen, verrichtingen van industriële ondernemingen, vervoer, bankzaken en verbintenissen van handelsagenten.
  • Aankopen en verkopen van apothekersproducten aan particulieren door medische of veeartsenijkundige beroepsbeoefenaars worden niet als daden van koophandel aangemerkt, tenzij zij ook andere commerciële handelingen verrichten.
  • Van elk huwelijkscontract tussen echtgenoten waarvan één koopman is, moet binnen een maand een uittreksel naar de griffie van de rechtbank worden gezonden.

Droit fiscal

8

Droit fiscal

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (314)
  1. Artikel 2
  2. Artikel 2bis
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4 Opgeheven bij artikel 40 van de wet van 19 januari 1990
  5. Artikel 5 Opgeheven bij artikel 40 van de wet van 19 januari 1990
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7 Opgeheven bij artikel 42 van de wet van 19 januari 1990
  8. Artikel 9 Opgeheven bij artikel 7, § 1, van de wet van 30 april 1958
  9. Artikel 10
  10. Artikel 11 Opgeheven bij artikel 36, 1°, van de opheffings- en wijzigingsbepaling
  11. Artikel 14
  12. Artikel 15
  13. Artikel 17 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de
  14. Artikel 18 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de
  15. Artikel 19 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de
  16. Artikel 20
  17. Artikel 21
  18. Artikel 22
  19. Artikel 23
  20. Artikel 24
  21. Artikel 12
  22. Artikel 16
  23. Artikel 8
  24. Artikel 13
  25. Artikel 27
  26. Artikel 28 Opgeheven bij artikel 4 van de wet van 3 juli 1964
  27. Artikel 29 32 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
  28. Artikel 33
  29. Artikel 34
  30. Artikel 35 46 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de
  31. Artikel 47
  32. Artikel 26
  33. Artikel 30
  34. Artikel 1
  35. Artikel 7bis
  36. Artikel 25 Zeeschepen kunnen met hypotheek worden bezwaard bij overeenkomst tusse
  37. Artikel 31
  38. Artikel 41
  39. Artikel 42
  40. Artikel 44 Het houden van het register [der zeeschepen] en de vorm van de inschri
  41. Artikel 48
  42. Artikel 49
  43. Artikel 50
  44. Artikel 51
  45. Artikel 52
  46. Artikel 55
  47. Artikel 57 In alles wat het gemeenschappelijk belang van de scheepseigenaars aang
  48. § 1
  49. Artikel 59 Hij is aansprakelijk voor de goederen waarvan hij het vervoer op zich
  50. Artikel 60
  51. Artikel 62 Opgeheven bij artikel 38 van de wet van 25 augustus 1920
  52. Artikel 65
  53. Artikel 68
  54. Artikel 69
  55. Artikel 70
  56. Artikel 72
  57. Artikel 73
  58. Artikel 76
  59. Artikel 80
  60. Artikel 81
  61. Artikel 83
  62. Artikel 84
  63. Artikel 86
  64. Artikel 87
  65. Artikel 88
  66. Artikel 89
  67. Artikel 90
  68. Artikel 91
  69. Artikel 92-110 Opgeheven bij artikel 174 van de wet van 5 juni 1928
  70. Artikel 113
  71. Artikel 114
  72. Artikel 118
  73. Artikel 121
  74. Artikel 123
  75. Artikel 126
  76. Artikel 128
  77. Artikel 129
  78. Artikel 130
  79. Artikel 135
  80. Artikel 136
  81. Artikel 137
  82. Artikel 138
  83. Artikel 139
  84. Artikel 142
  85. Artikel 145 Bij gebreke van bijzondere bedingen tussen partijen wordt de averij ge
  86. Artikel 146 Er zijn twee soorten van averij : gemene averij en bijzondere averij
  87. Artikel 147
  88. Artikel 148
  89. Artikel 149
  90. Artikel 150
  91. Artikel 151
  92. Artikel 152
  93. Artikel 154
  94. Artikel 155 Het schip draagt in de averij naar zijn waarde op de plaats van de los
  95. Artikel 156 Indien het schip niettegenstaande werping vergaat, heeft geen omslag p
  96. Artikel 157
  97. Artikel 159
  98. Artikel 160
  99. Artikel 162
  100. Artikel 177
  101. Artikel 178
  102. Artikel 180
  103. Artikel 181
  104. Artikel 182
  105. Artikel 184
  106. Artikel 185
  107. Artikel 187
  108. Artikel 188
  109. Artikel 189
  110. Artikel 192
  111. Artikel 193
  112. Artikel 194
  113. Artikel 195
  114. Artikel 196
  115. Artikel 197
  116. Artikel 198
  117. Artikel 201
  118. Artikel 202
  119. Artikel 203
  120. Artikel 205
  121. Artikel 206 Schade veroorzaakt door toedoen en schuld van de eigenaar, bevrachter
  122. Artikel 208
  123. Artikel 209
  124. Artikel 210
  125. Artikel 211
  126. Artikel 212
  127. Artikel 213
  128. Artikel 214 In de verzekering van op bodemerij te leen gegeven geldsommen wordt de
  129. Artikel 215
  130. Artikel 217
  131. Artikel 219
  132. Artikel 220 Wordt het bewijs geleverd tegen de verzekerde, dan betaalt deze aan de
  133. Artikel 221
  134. Artikel 222
  135. Artikel 223 Abandonnement kan niet gedaan worden voor het begin van de reis
  136. Artikel 224
  137. Artikel 225 Abandonnement van de verzekerde zaken kan noch gedeeltelijk noch voorw
  138. Artikel 226
  139. Artikel 228
  140. Artikel 229
  141. Artikel 230
  142. Artikel 231
  143. Artikel 232
  144. Artikel 233
  145. Artikel 234
  146. Artikel 235 In geval van bedrieglijke opgave is de verzekerde verstoken van de voo
  147. Artikel 236
  148. Artikel 239
  149. Artikel 241
  150. Artikel 242
  151. Artikel 243
  152. Artikel 244
  153. Artikel 245
  154. Artikel 246
  155. Artikel 250
  156. Artikel 252
  157. Artikel 254
  158. Artikel 255
  159. Artikel 256
  160. Artikel 257 Iedere daad van hulp of berging, die met gunstige uitslag is bekroond,
  161. Artikel 258
  162. Artikel 259
  163. Artikel 260
  164. Artikel 261 Het bedrag van het loon wordt vastgesteld door de overeenkomst der par
  165. Artikel 262
  166. Artikel 264 Geen loon is verschuldigd door geredde personen
  167. Artikel 265
  168. Artikel 266
  169. Artikel 267
  170. Artikel 268
  171. Artikel 269
  172. Artikel 270
  173. Artikel 271
  174. Artikel 272 [Titel I van dit boek, met uitzondering van de artikelen 1 en 23, § 1,
  175. Artikel 272bis
  176. Artikel 273
  177. Artikel 274 [De artikelen 89 en 90 van dit boek zijn mede van toepassing op het co
  178. Artikel 275
  179. Artikel 278
  180. Artikel 279 Opgeheven bij artikel 5 van de wet van 28 november 1928 (II)
  181. Artikel 438
  182. Artikel 439
  183. Artikel 443
  184. Artikel 445
  185. Artikel 446
  186. Artikel 448
  187. Artikel 449
  188. Artikel 450
  189. Artikel 452
  190. Artikel 453
  191. Artikel 454
  192. Artikel 456
  193. Artikel 460
  194. Artikel 461
  195. Artikel 465
  196. Artikel 467 Opgeheven bij artikel 3 van de wet van 28 maart 1985
  197. Artikel 468
  198. Artikel 469
  199. Artikel 472
  200. Artikel 473
  201. Artikel 474
  202. Artikel 476
  203. Artikel 479
  204. Artikel 480
  205. Artikel 481 Opgeheven bij artikel 5 van de wet van 28 maart 1985
  206. Artikel 486
  207. Artikel 487
  208. Artikel 488
  209. Artikel 490
  210. Artikel 491
  211. Artikel 492
  212. Artikel 494
  213. Artikel 495
  214. Artikel 497
  215. Artikel 498
  216. Artikel 501
  217. Artikel 502
  218. Artikel 504
  219. Artikel 505 Opgeheven bij artikel 8, 13°, van de opheffingsbepalingen van artikel
  220. Artikel 506
  221. Artikel 507
  222. Artikel 509
  223. Artikel 510
  224. Artikel 511
  225. Artikel 512
  226. Artikel 514
  227. Artikel 515
  228. Artikel 516
  229. Artikel 517
  230. Artikel 518
  231. Artikel 519 Zodra het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan, nem
  232. Artikel 520
  233. Artikel 521
  234. Artikel 522
  235. Artikel 523
  236. Artikel 524
  237. Artikel 527
  238. Artikel 530
  239. Artikel 531
  240. Artikel 532
  241. Artikel 533
  242. Artikel 535 Aan handeldrijvende schuldenaars kan het voorrecht van boedelafstand n
  243. Artikel 536
  244. Artikel 538
  245. Artikel 539
  246. Artikel 541
  247. Artikel 544
  248. Artikel 545 [Voor de werknemers bedoeld in artikel 1 [van de
  249. Artikel 546
  250. Artikel 549
  251. Artikel 550
  252. Artikel 551
  253. Artikel 553
  254. Artikel 554
  255. Artikel 555
  256. Artikel 556-560
  257. Artikel 556
  258. Artikel 558
  259. Artikel 562
  260. Artikel 565 Opgeheven bij artikel 26 van de opheffingsbepalingen van artikel 2 van
  261. Artikel 569
  262. Artikel 570
  263. Artikel 571
  264. Artikel 574
  265. Artikel 575
  266. Artikel 576
  267. Artikel 578
  268. Artikel 580
  269. Artikel 582
  270. Artikel 583
  271. Artikel 587
  272. Artikel 588
  273. Artikel 589
  274. Artikel 590
  275. Artikel 591
  276. Artikel 592
  277. Artikel 595
  278. Artikel 596
  279. Artikel 597
  280. Artikel 598
  281. Artikel 599
  282. Artikel 600 Bij het verlenen van opschorting van betaling bepaalt het hof de duur
  283. Artikel 601
  284. Artikel 603
  285. Artikel 604
  286. Artikel 605
  287. Artikel 607
  288. Artikel 609
  289. Artikel 610
  290. Artikel 613
  291. Artikel 614
  292. Artikel 36
  293. Artikel 37
  294. Artikel 38
  295. Artikel 39
  296. Artikel 40
  297. Artikel 43
  298. Artikel 46
  299. Artikel 53
  300. Artikel 56
  301. Artikel 58
  302. Artikel 61
  303. Artikel 63
  304. Artikel 32bis
  305. Artikel 45 Deze wet treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Belg
  306. Artikel 32
  307. Artikel 45bis
  308. Artikel 64
  309. Artikel 78
  310. Artikel 82
  311. Artikel 85
  312. Art. 3
  313. Art. 4
  314. Art. 5

21 OKTOBER 1997. Wet houdende vaststelling van de Nederlandse tekst van het Wetboek van Koophandel, met uitzondering van Boek I, Titel VIII en IX, van de wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1 op de binnenbevrachting, van de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord en van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en Zeevisserij (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.De hiernavolgende bepalingen vormen de Nederlandse tekst van het Wetboek van Koophandel, met uitzondering van Boek I, Titel VIII en IX van de wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1 op de binnenbevrachting, van de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord en van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en Zeevisserij, zoals die uitdrukkelijk zijn gewijzigd en aangevuld tot 14 februari 1997.

De hiernavolgende Nederlandse tekst van de bepalingen die het Wetboek van Koophandel, de wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1 op de binnenbevrachting, de gecoördineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord en de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en zeevisserij hebben gewijzigd en aangevuld na de wet van 18 april 1898, vervangt de vorige Nederlandse tekst van die bepalingen.

Twistvragen gegrond op het verschil tussen de Nederlandse en de Franse tekst worden beslist naar de wil van de wetgever, die bepaald wordt volgens de gewone interpretatieregelen, zonder voorrang van de ene tekst boven de andere.

De Koning kan de bestaande wetsbepalingen wijzigen ten einde de tekst ervan in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze tekst.

WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK I. - Koophandel in het algemeen TITEL I. - Kooplieden Deze titel (artt. 1-11) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 1 [Kooplieden zijn zij die daden uitoefenen, bij de wet daden van koophandel genoemd, en daarvan, hoofdzakelijk of aanvullend, hun gewoon beroep maken.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 3 juli 1956.

Artikel 2

[Onder daden van koophandel verstaat de wet : - elke aankoop van voedingsmiddelen en koopwaren om die, al dan niet na bewerking of verwerking, weder te verkopen of om het gebruik ervan te verhuren; - elke verkoop of verhuring die het gevolg is van zodanige aankoop; elke huur van roerende goederen om die in onderhuur te geven en elke onderverhuring die daarvan het gevolg is; elk in hoofdzaak materieel werk verricht ingevolge huur van diensten, zodra het, zelfs op bijkomstige wijze, gepaard gaat met levering van koopwaar; - elke aankoop van een handelszaak om die te exploiteren; - alle verrichtingen van industriële ondernemingen, zelfs wanneer de ondernemer slechts de voortbrengsels van zijn eigen grond verwerkt en voor zover het geen verwerking betreft die normaal bij landbouwbedrijven behoort; - alle verrichtingen van ondernemingen van openbare of particuliere werken, van vervoer te land, te water of door de lucht; - alle verrichtingen van ondernemingen van leveringen, van zaakwaarneming, van zaakbezorging, van openbare verkopingen, van openbare schouwspelen en van premieverzekeringen; - [alle verbintenissen van handelsagenten voor het bemiddelen of afsluiten van zaken;] - elke bank-, wissel-, commissie- of makelaarsverrichting; - alle verrichtingen van ondernemingen die tot doel hebben onroerende goederen te kopen om ze weder te verkopen; - alle verrichtingen van openbare banken; - alle verbintenissen uit wisselbrieven, mandaten, orderbriefjes of ander order- of toonderpapier; - alle verbintenissen van kooplieden betreffende zowel onroerende als roerende goederen, tenzij bewezen is dat ze een oorzaak hebben die vreemd is aan de koophandel.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 3 juli 1956, het zevende lid ingevoegd bij artikel 28 van de wet van 13 april 1995

Artikel 2bis

[Worden echter niet als daden van koophandel aangemerkt, de aankopen met het oog op de verkoop aan particulieren en de verkopen aan particulieren van produkten die onder het beroep van apotheker ressorteren, wanneer deze aankopen en verkopen worden verricht door een persoon die wettelijk is gemachtigd de geneeskunde of de veeartsenijkunde uit te oefenen, voor zover deze persoon niet eveneens andere, door de wet als daden van koophandel aangemerkte daden stelt in het raam van een gewoon beroep dat, hetzij als hoofdzakelijk beroep, hetzij als aanvullend beroep wordt uitgeoefend Voor de toepassing van deze bepaling worden beschouwd als producten die onder het beroep van apotheker ressorteren : 1° de drogerijen, substanties, bereidingen of samenstellingen voor farmaceutisch gebruik;2° de geneesmiddelen in de zin van artikel 1, § 1, van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.

25/03/1964 pub.

11/12/2017 numac 2017031760 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet op de geneesmiddelen - Bekendmaking overeenkomstig artikel 13bis, § 2quinquies, laatste lid, van de geïndexeerde bedragen van de heffingen en retributies type wet prom.

25/03/1964 pub.

21/06/2011 numac 2011000361 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de geneesmiddelen sluiten op de geneesmiddelen;3° het medisch en farmaceutisch materiaal, te weten de substanties, voorwerpen en stoffen die geheel of ten dele zijn onderworpen aan de regeling die, ter uitvoering van artikel 1, § 2, van voornoemde wet, op de geneesmiddelen van toepassing is, alsook de produkten die algemeen in de geneeskunde worden gebruikt; 4° de producten die de apotheker mag verkopen ingevolge de wetten en verordeningen.] Ingevoegd bij het enige artikel van de wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten2.

Artikel 3

Onder daden van koophandel verstaat de wet eveneens : - alle verrichtingen met betrekking tot de bouw van binnenschepen en zeeschepen en de vrijwillige koop, verkoop of wederverkoop daarvan; - elke expeditie ter zee; - elke koop of verkoop van tuig en takelage en bevoorrading; - elke bevrachtingsovereenkomst; het nemen of geven van geld op bodemerij; - elke verzekering en elke andere overeenkomst betreffende de zeehandel; - elk akkoord en elke overeenkomst betreffende het loon van schepelingen; - alle verbintenissen van zeelieden voor de dienst op koopvaardijschepen

Artikel 4Opgeheven bij artikel 40 van de wet van 19 januari 1990

Artikel 5Opgeheven bij artikel 40 van de wet van 19 januari 1990

Artikel 6

[De daden van koophandel in de artikelen 2 en 3 genoemd, zijn als dusdanig niet geldig ten aanzien van een minderjarige. Ze worden als burgerrechtelijke daden beschouwd.] Aldus vervangen bij artikel 41 van de wet van 19 januari 1990

Artikel 7Opgeheven bij artikel 42 van de wet van 19 januari 1990

Artikel 8 De handel van de ouders van de minderjarige wordt door zijn voogd voortgezet wanneer de familieraad het dienstig acht, en onder de voorwaarden die hij bepaalt.

Het bestuur ervan kan worden toevertrouwd aan een bijzondere bewindvoerder, die onder toezicht staat van de voogd.

De beslissing van de familieraad wordt binnen vijftien dagen ter homologatie voorgelegd aan de rechtbank. Het wordt dadelijk uitgevoerd en houdt slechts op gevolg te hebben wanneer de homologatie wordt geweigerd.

De familieraad kan te allen tijde zijn toestemming herroepen, met inachtneming van dezelfde vormen. Die beslissing wordt eerst na homologatie uitgevoerd.

Artikel 9Opgeheven bij artikel 7, § 1, van de wet van 30 april 1958

Artikel 10

(De gehuwde vrouw) wordt niet geacht openbare koopvrouw te zijn wanneer zij er zich toe bepaalt de waren uit de handel van haar man in het klein te verkopen; zij wordt alleen geacht dit te zijn wanneer zij afzonderlijk handel drijft Het eerste lid opgeheven bij artikel 7, § 10, van de wet van 30 april 1958, het tweede lid aldus gewijzigd ingevolge deze opheffing bij de artikelen 2 en 3, § 1, 1° van deze wet.

Artikel 11Opgeheven bij artikel 36, 1°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976

TITEL II. - Huwelijksvoorwaarden van kooplieden Deze titel (art. 12-15) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 12 [Van ieder huwelijkscontract tussen echtgenoten waarvan er één koopman is, wordt binnen een maand na de dagtekening een uittreksel gezonden aan de griffie van elke rechtbank binnen welker rechtsgebied de handeldrijvende echtgenoot in het handelsregister ingeschreven is. De uittreksels worden overeenkomstig de wet van 30 april 1929 in boeken samengebonden. [Hetzelfde geldt voor de akten houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten binnen drie maanden na de beslissing tot homologatie.

Het uittreksel vermeldt of de echtgenoten in gemeenschap gehuwd zijn, met opgave van de afwijkingen van het wettelijk stelsel, dan wel of zij een ander stelsel hebben aangenomen.] [Bedingen in het huwelijkscontract of in de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel die tot doel hebben af te wijken van de regels van de verdeling bij helften van het gemeenschappelijk vermogen, hoeven niet te worden vermeld.] Van de boeken waarin de uittreksels zijn bijeengebracht, alsook van de steekkaarten bij de wet van 30 april 1929 voorgeschreven, wordt aan ieder die erom verzoekt zonder kosten inzage verleend.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 3 juli 1956, het tweede lid daarna vervangen door een tweede en een derde lid bij artikel 36, 2°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976; het derde lid daarna aldus aangevuld bij het enige artikel van de wet van 19 mei 1982; het vroegere derde lid wordt het vierde lid.

Artikel 13 De notaris voor wie het huwelijkscontract [of de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel] is verleden, is gehouden de bij het vorige artikel voorgeschreven toezending te doen, op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot honderd frank en zelfs van ontzetting uit zijn ambt en van aansprakelijkheid jegens de schuldeisers, wanneer bewezen is dat het verzuim het gevolg is van heimelijke verstandhouding.

Aldus gewijzigd bij artikel 36, 3°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976.

Artikel 14

[Elke echtgenoot die gehuwd is onder een ander stelsel dan [het wettelijke], en na zijn huwelijk koopman wordt, of een nieuw handelsbedrijf begint, is gehouden dezelfde toezending te doen aan de griffie van de rechtbank binnen welker rechtsgebied hij een opgave voor de inschrijving in het handelsregister doet, bij gebreke waarvan hij, in geval van faillissement, kan worden gestraft als schuldig aan eenvoudige bankbreuk.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 3 juli 1956 en daarna gewijzigd bij artikel 36, 4° van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976

Artikel 15

[Elk vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt toegestaan of de scheiding van tafel en bed of van goederen wordt uitgesproken tussen de echtgenoten van wie er ten minste een koopman is, wordt door hen neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel in het rechtsgebied waarvan een der echtgenoten of beide echtgenoten zijn ingeschreven in het handelsregister; bij gebreke daarvan kunnen de schuldeisers daartegen verzet doen voor wat hun belangen raakt en opkomen tegen iedere vereffening die erop gevolgd mocht zijn.] Aldus vervangen bij artikel 36, 5°, van de opheffings- en wijzigingsbepalingen van artikel 4 van de wet van 14 juli 1976

TITEL III. - Koopmansboeken Deze titel (artt. 16-24) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 16 Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de

wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten.

Artikel 17Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de

wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten.

Artikel 18Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de

wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten.

Artikel 19Opgeheven bij artikel 24, 1°, van de

wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten.

Artikel 20

[Een regelmatig gevoerde boekhouding kan door de rechter aangenomen worden om tussen kooplieden als bewijs te dienen betreffende handelsverrichtingen.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.

Artikel 21

[Onverminderd de bijzondere wetten kan de overlegging van de volledige boekhouding van een koopman, te weten de boeken, registers en boekingsstukken, niet in rechte bevolen worden dan inzake erfopvolging, gemeenschap of verdeling van een vennootschap en in geval van faillissement.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.

Artikel 22

[De rechter kan in de loop van een rechtsgeding, zelfs ambtshalve, de openlegging bevelen van het geheel of van een gedeelte van de boekhouding van een koopman, teneinde daaruit te nemen hetgeen het geschil betreft.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.

Artikel 23

[Wanneer de boekhouding waarvan de openlegging wordt aangeboden, gevorderd of bevolen, zich bevindt op een plaats te ver verwijderd van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is, kan deze aan de rechtbank van koophandel van die plaats of aan een vrederechter ambtelijke opdracht geven inzage te nemen en een proces-verbaal van de inhoud op te maken en over te zenden.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.

Artikel 24

[De rechter kan de eed opleggen aan de partij die aanbiedt de bewijskracht van de boekhouding van de andere partij te erkennen, wanneer deze weigert haar boekhouding open te leggen.] Aldus vervangen bij artikel 18 van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.

17/07/1975 pub.

30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

17/07/1975 pub.

28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten, de nieuwe Nederlandse tekst vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983.

TITEL IV. - Bewijs van handelsverbintenissen Deze titel (art. 25) is bij de wet van 15 december 1872 vervangen als volgt : Artikel 25 Behalve door de bewijsmiddelen die het burgerlijk recht toelaat, kunnen handelsverbintenissen ook worden bewezen door getuigen in alle gevallen waarin de rechtbank oordeelt dit te moeten toestaan, behoudens de uitzonderingen bepaald voor bijzondere gevallen.

Koop en verkoop kan bewezen worden door middel van een aanvaarde factuur, onverminderd de andere bewijsmiddelen die door de wetten op de koophandel zijn toegelaten.

TITEL V. - Handelsbeurzen, wisselagenten en makelaars Deze titel werd bij artikel 104, 1° van de wet van 4 december 1990 opgeheven.

TITEL VI. Artikel 91-108 Opgeheven bij artikel 18 van de wet van 5 mei 1872 en bij het aanvullende artikel van de wet van 25 augustus 1891.

WET VAN 5 MEI 1872 TITEL I. - Pand Artikel 1 Pand tot zekerheid van een handelsverbintenis geeft aan de schuldeiser het recht om zich, bij voorrecht en voorrang boven de andere schuldeisers, uit de in pand gegeven zaak te doen betalen, wanneer de inpandgeving geschied is op een wijze die in de koophandel geldt voor de verkoop van zaken van dezelfde aard, en de in pand gegeven zaak in het bezit is gesteld en gebleven van de schuldeiser of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen.

De last van het bewijs van de dagtekening der inpandgeving rust op de schuldeiser. Dit bewijs kan geleverd worden door alle wettelijke middelen.

Artikel 2 De schuldeiser wordt geacht de koopwaren in zijn bezit te hebben wanneer zij te zijner beschikking zijn in zijn magazijnen of schepen, bij de douane of in een openbare opslagplaats, of wanneer zij voor hun aankomst in zijn bezit zijn gesteld door een cognossement of door een vrachtbrief. [Inzake schuldvorderingen geldt artikel 2075 van het Burgerlijk Wetboek.] Het laatste lid toegevoegd bij de wet van 12 december 1996.

Artikel 3 De pandhoudende schuldeiser ontvangt op de vervaldagen de rente, de dividenden en het kapitaal van de in pand gegeven waarden en verrekent ze met zijn schuldvordering.

Wanneer het pand bestaat uit handelspapier, oefent de pandhoudende schuldeiser de rechten uit van de houder en moet hij diens verplichtingen nakomen.

Artikel 4

Indien de door het pand gewaarborgde schuldvordering niet voldaan is op de vervaldag, kan de schuldeiser, na een aanmaning te hebben betekend aan de lener en in voorkomend geval aan de derde-pandgever, op een verzoekschrift aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel machtiging verkrijgen om het pand, hetzij openbaar, hetzij uit de hand, naar keuze van de voorzitter, te doen verkopen door de persoon die deze aanwijst Op dat verzoekschrift wordt eerst beslist twee vrije dagen nadat het aan de schuldenaar en in voorkomend geval aan de derde-pandgever is betekend met verzoek om in die tussentijd hun eventuele opmerkingen aan de voorzitter te doen toekomen. [De effecten en deviezen worden verkocht op de beurs : - de genoteerde, op de gewone vergaderingen van de beurs of van een der beurzen waar zij genoteerd worden; - de niet genoteerde, op de veilingen van de beurscommissie.

De voorzitter van de rechtbank wijst voor elk van de beurzen waar de verkoop zal geschieden, een op de lijst van die beurs ingeschreven wisselagent aan, die tot de verkoop zal overgaan overeenkomstig het beursreglement, zonder verdere formaliteiten.] Het derde en het vierde lid toegevoegd bij artikel 30 van het koninklijk besluit nr 300 van 30 maart 1936.

Artikel 5 De aldus verkregen beschikking is eerst uitvoerbaar nadat ze aan de lener en in voorkomend geval aan de derde-pandgever betekend is, met aanwijzing van de dag, plaats en uur van de veiling, indien deze bevolen is. Die beschikking wordt definitief en geldt als in laatste aanleg gewezen, indien de lener of in voorkomend geval de derde-pandgever binnen drie dagen na de betekening er geen verzet tegen doet met dagvaarding voor de rechtbank van koophandel.

Artikel 6 De termijn om hoger beroep in te stellen tegen het op dat verzet gewezen vonnis is acht dagen te rekenen van de betekening.

Artikel 7 De beschikking en het vonnis zijn van rechtswege uitvoerbaar zonder borgtocht niettegenstaande verzet of hoger beroep.

Artikel 8 De hierboven gestelde termijnen kunnen niet worden verlengd wegens de afstand.

Indien de schuldenaar of in voorkomend geval de derde-pandgever zijn woonplaats niet heeft binnen het rechtsgebied van de rechtbank van koophandel of aldaar geen keuze van woonplaats gedaan heeft, worden de in de vorige artikelen vermelde betekeningen, behalve die waarvan sprake is in artikel 4, op geldige wijze gedaan ter griffie van die rechtbank.

Artikel 9 De uitoefening van de rechten bij de vorige artikelen aan de pandhoudende schuldeiser toegekend, wordt niet geschorst door faillissement, noch door opschorting van betaling, noch door het overlijden van de schuldenaar of van de derde-pandgever.

Artikel 10

Elk beding waarbij de schuldeiser zou worden gemachtigd zich het pand toe te eigenen of erover te beschikken zonder inachtneming van de hiervoren bepaalde vormen, is nietig

Artikel 11

Artikel 2 en de artikelen 4 tot en met 10 van deze titel zijn van toepassing op het pand tot zekerheid van het wettelijk voorrecht van de commissionairs of van hun geldschieters, waarvan sprake is in afdeling II van titel II hierna

TITEL II. - Commissiecontract Afdeling I. - De commissionairs in het algemeen

Artikel 12Commissionair is hij die op zijn eigen naam of onder een maatschappelijke naam handelt voor rekening van een opdrachtgever

Artikel 13 De verplichtingen en de rechten van de persoon die handelt in naam van een opdrachtgever, worden geregeld in het Burgerlijk Wetboek, boek III, titel XIII. Afdeling II. - Commissionairs of consignatarissen

Artikel 14

Iedere commissionair is, door de enkele toezending, bewaargeving of consignatie van koopwaren, op de waarde bevoorrecht voor alle leningen, voorschotten of betalingen die hij als commissionair doet, hetzij voor de verzending van de koopwaren, hetzij gedurende de tijd dat deze in zijn bezit zijn Dit voorrecht bestaat slechts voor zover de koopwaren in het bezit gesteld zijn en gebleven van de commissionair of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen.

In de bevoorrechte schuldvordering van de commissionair zijn, naast de hoofdsom, ook de rente, het commissieloon en de kosten begrepen.

Artikel 15

Wanneer de koopwaren voor rekening van de opdrachtgever verkocht en geleverd zijn, verhaalt de commissionair het bedrag van zijn schuldvordering op de opbrengst van de verkoop, bij voorrang boven de schuldeisers van de opdrachtgever

Artikel 16

Iedere geldschieter die aan de commissionair de nodige bedragen in geld of in handelspapier verstrekt voor de leningen, voorschotten of betalingen waarvan sprake is in artikel 14, eerste lid, heeft tot waarborg voor de terugbetaling van de verstrekte bedragen en van de rente hetzelfde voorrecht op dezelfde voorwerpen en op dezelfde wijze als in de artikelen 14 en 15 bepaald is Dit voorrecht bestaat slechts voor zover de geldschieter of een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen, door de commissionair in het bezit is gesteld van het cognossement of van de vrachtbrief.

Artikel 17Het voorrecht van de geldschieter gaat boven dat van de commissionair

Algemene bepalingen Artikel 18 Opheffingsbepaling.

TITEL VII. - Koop en verkoop Artikel 109 Opgeheven ingevolge artikel 25 van de wet van 15 december 1872.

TITEL VIIbis - Vervoerovereenkomst Deze titel (artt. 1-46) is ingevoegd bij de wet van 25 augustus 1891. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1 De vervoerovereenkomst wordt bewezen door alle wettelijke middelen, inzonderheid door de vrachtbrief.

De vrachtbrief vermeldt : 1° de plaats en de dag van de verzending;2° de naam en de woonplaats van de afzender;3° de naam en de woonplaats van de geadresseerde;4° de naam en de woonplaats van de vervoerder of van de commissionair door wiens bemiddeling het vervoer geschiedt;5° de aard, het gewicht of de maat van de te vervoeren goederen, het getal en de bijzondere merken van de colli's;6° de tijd waarbinnen het vervoer moet geschieden en de prijs van het vervoer of de reglementaire voorwaarden waarnaar partijen verwijzen. De vrachtbrief wordt getekend door de afzender of door de commissionair.

Artikel 2 De commissionair of de vervoerder is gehouden de aard, de hoeveelheid en desgevorderd de waarde van de te vervoeren goederen in zijn dagboek aan te tekenen overeenkomstig de verklaringen van de afzender.

Artikel 3Hij staat in voor de aankomst van de goederen en van de personen binnen de overeengekomen tijd, behoudens toeval of overmacht

Artikel 4

Hij is aansprakelijk voor de beschadiging of het verlies van de goederen alsmede voor de ongevallen waardoor de reizigers worden getroffen, indien hij niet bewijst dat de beschadiging, het verlies of het ongeval het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend

Artikel 5Hij staat borg voor de daden van de commissionair of van de tussenvervoerder aan wie hij de te vervoeren goederen toezendt

Artikel 6

Zolang de goederen niet ter bestemming zijn afgeleverd en voor zover in de vrachtbrief niet anders is bedongen, is de vervoerder gehouden de aanwijzingen van de afzender te volgen en is alleen deze gerechtigd om over de goederen te beschikken Het recht van de afzender houdt op te bestaan zodra de goederen aan de besteldienst zijn afgegeven of zodra aan de geadresseerde een bericht van aankomst is gezonden.

Artikel 7 De inontvangstneming van de vervoerde goederen doet elke vordering tegen de vervoerder en de commissionair vervallen behalve wanneer een bijzonder voorbehoud is gemaakt of in geval van niet uiterlijk zichtbare beschadiging.

Het bijzonder voorbehoud of het bezwaar moet op schrift gesteld worden en aan de vervoerder gezonden uiterlijk de tweede dag na de inontvangstneming, in geval van uiterlijk zichtbare beschadiging en van verlies, en binnen een termijn van zeven dagen, de dag van inontvangstneming niet inbegrepen, in geval van vertraging.

Wanneer de vervoerder bij de aflevering heeft gewezen op beschadiging of gedeeltelijk verlies, is de geadresseerde gehouden dadelijk bezichtiging van de vervoerde goederen toe te staan.

In geval van niet uiterlijk zichtbare beschadiging of van manco binnen de vervoerde goederen, kan het bezwaar van de geadresseerde alsnog worden aangenomen, indien het schriftelijk aan de vervoerder is gericht binnen een termijn van zeven dagen, de dag van inontvangstneming niet inbegrepen, en indien vaststaat dat de beschadiging of het manco er reeds van voor de aflevering was.

De uitzondering bepaald voor het geval van niet uiterlijk zichtbare beschadiging of manco binnen in de vervoerde goederen, geldt niet wanneer het voorstel om de koopwaar te bezichtigen aan de geadresseerde of aan zijn gemachtigde is gedaan op het ogenblik van de aflevering.

De vordering blijft slechts bestaan betreffende de punten waarover een bijzonder voorbehoud of bezwaar is gemaakt.

Artikel 8

Wanneer de vervoerde goederen worden geweigerd of aangaande de inontvangstneming daarvan geschil is ontstaan, wordt de staat van de goederen, indien een belanghebbende het vordert, onderzocht door een of drie deskundigen, die worden benoemd bij een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van koophandel, onderaan op een verzoekschrift gesteld De geadresseerde wordt opgeroepen bij een aangetekende brief, waarin dag en uur van het deskundigenonderzoek worden aangegeven.

De beschikking kan bevelen dat de goederen in bewaring zullen worden gegeven of onder sekwester gesteld, alsook dat zij naar een openbare of particuliere opslagplaats zullen worden gebracht.

De beschikking kan de verkoop gelasten ten bate van de vervoerder of de commissionair ten belope van hetgeen hem naar aanleiding van het vervoer verschuldigd is. Deze verkoop geschiedt openbaar in de door de voorzitter aangewezen plaats, en ten minste drie vrije dagen nadat daarvan bericht is gegeven aan de geadresseerde en de afzender. Deze termijn wordt verdubbeld wanneer een van de belanghebbenden in het buitenland verblijft.

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter die termijnen verkorten.

De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Zij is uitvoerbaar op de minuut en voor de registratie.

Artikel 9

Alle rechtsvorderingen, ontstaan uit de overeenkomst van goederenvervoer, met uitzondering [van het ziekenvervoer] en van die welke volgen uit een strafbaar feit, verjaren door verloop van zes maanden ten aanzien van binnenlands vervoer en door verloop van een jaar ten aanzien van internationaal vervoer De verjaring loopt, in geval van totaal verlies of van vertraging, van de dag waarop het vervoer had moeten plaatshebben, en in geval van gedeeltelijk verlies of van beschadiging, van de dag der afgifte van de goederen.

In geval van onregelmatige toepassing van het tarief of van fouten in de berekening van de vervoerkosten en bijkomende kosten, loopt de verjaring van de dag der betaling.

De rechtsvorderingen ontstaan uit de overeenkomst van personenvervoer, met uitzondering van die welke volgen uit een strafbaar feit, verjaren door verloop van één jaar.

De verjaring loopt van de dag waarop het feit dat tot de rechtsvordering aanleiding geeft, zich heeft voorgedaan.

Regresvorderingen moeten, op straffe van verval, worden ingesteld binnen de termijn van een maand, te rekenen van de dagvaarding die tot het regres aanleiding geeft.

Het eerste lid werd gewijzigd bij artikel 65 van de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten.

Artikel 10

Dit hoofdstuk is mede van toepassing op de spoorwegondernemingen voor zover in hoofdstuk II niet anders is bepaald. HOOFDSTUK II. - Spoorwegvervoer § 1. Algemene bepalingen Artikel 11 [De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen moet in binnenlandse dienst alle vervoer van personen verrichten dat kan geschieden met de normale vervoermiddelen waarmede aan de regelmatige behoeften van het verkeer kan worden voldaan, onder de voorwaarden bepaald in het beheerscontract.] Aldus vervangen bij artikel 165, 1° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 12Opgeheven bij artikel 165, 6° van de

wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 13

[De tarieven, die van toepassing zijn op het personenvervoer in binnenlandse dienst worden met berichten in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.] Aldus vervangen bij artikel 165, 2° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 14Opgeheven bij artikel 165, 6° van de

wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 15Opgeheven bij artikel 165, 6° van de

wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0. § 2. Reizigers Artikel 16 Een reglement bepaalt onder welke voorwaarden de reizigers tot het vervoer worden toegelaten. Het bepaalt welke reizigers niet in de treinen mogen worden toegelaten.

Artikel 17

Het is aan [de spoorwegvervoerder] verboden in zijn tarieven of reglementen bepalingen op te nemen, waardoor zijn gemeenrechtelijke aansprakelijkheid gewijzigd wordt voor de ongevallen waardoor de reizigers worden getroffen Aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0. § 3. Bagage en goederen Artikel 18 Een reglement bepaalt onder welke voorwaarden de reiziger het recht heeft zijn bagage te laten vervoeren met de trein waarin hij toegelaten is, en welke bagage hij bij zich mag houden.

Ten aanzien van de laatstgenoemde bagage draagt [de spoorwegvervoerder] generlei aansprakelijkheid, behalve wanneer vaststaat dat hij schuld heeft.

Het tweede lid aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 19

Tegen overhandiging van de bagage bij de verzending wordt een genummerd en gedagtekend bewijs afgegeven, waarop worden vermeld de plaats van vertrek en van aankomst, het getal en het totale gewicht van de colli's, de ontvangen prijs en, in voorkomend geval, de aangifte van het belang bij de aflevering Artikel 20 De bagage wordt bij de aankomst van de trein afgegeven tegen overhandiging van het bewijs.

Artikel 21

[De spoorwegvervoerder] is gehouden in elk station een lokaal te hebben waarin de bagage die na de aankomst van de trein niet wordt afgehaald, en de bagage die de reizigers verlangen in bewaring te geven, veilig wordt geborgen De aansprakelijkheid van [de spoorwegvervoerder] is beperkt tot de verplichtingen van de bewaarnemer.

De bewaargever ontvangt een bewijs waarop de aard, het getal, en indien hij het verlangt, het totale gewicht van zijn colli's worden vermeld.

Indien hij verzuimt die voorwerpen binnen de door de reglementen bepaalde tijd op te vorderen, kan [de spoorwegvervoerder] ze doen verkopen overeenkomstig artikel 8, of ze aan de domeinen afgeven overeenkomstig de ter zake geldende wetten.

Het eerste, tweede en vierde lid aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 2226 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de

wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 27

Wanneer [de spoorwegvervoerder] ernstige redenen heeft om te vermoeden dat een gedane verklaring onjuist is of dat er zich schadelijke of gevaarlijke stoffen, waarvan geen aangifte is gedaan of waarvan het vervoer verboden is, in de colli's of de bagage bevinden, kan hij deze doen openen, ook als ze in bewaring gegeven zijn of als de reizigers ze overeenkomstig de reglementen bij zich houden. De opening geschiedt hetzij in tegenwoordigheid van de afzender of de reiziger, hetzij, in geval van afwezigheid of van weigering, ten overstaan van een officier van gerechtelijke politie Aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 28Opgeheven bij artikel 4 van de wet van 3 juli 1964

Artikel 2932 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de

wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 33

Goederen die aan spoedig bederf onderhevig zijn, kunnen na verloop van de voor de afhaling bepaalde termijn worden verkocht, zelfs uit de hand, nadat daarvan bericht is gezonden aan de geadresseerde, en zonder andere formaliteiten dan de voorafgaande vaststelling van de staat waarin zij zich bevinden, door een officier van gerechtelijke politie De uitslag van de verkoop wordt ter kennis gebracht van de afzender en de geadresseerde.

In alle andere gevallen kan [de spoorwegvervoerder], wanneer de geadresseerde de goederen niet in ontvangst neemt binnen de door de reglementen bepaalde tijd, ze doen verkopen overeenkomstig artikel 8, of ze aan de domeinen afgeven overeenkomstig de ter zake geldende wetten.

De indeling met opschrift opgeheven bij artikel 165, 3° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0; het laatste lid aldus gewijzigd bij artikel 165, 5° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 34

[Voor het binnenlands vervoer van goederen is de aansprakelijkheid van de spoorwegvervoerder onderworpen aan de bepalingen van titel IV van de uniforme regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen (C.I.M.) van appendix B aan het "Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer", goedgekeurd bij de wet van 25 april 1983.] Aldus vervangen bij artikel 165, 4° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 3546 Opgeheven bij artikel 165, 6° van de

wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0.

Artikel 47

[De Koning] kan ten aanzien van de exploitatie van [vervoermiddelen] voor personen of goederen de maatregelen voorschrijven die Hij noodzakelijk acht voor de handhaving van de orde en de veiligheid van de reizigers De nummering ingevoegd, het eerste lid opgeheven en het tweede lid gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 1, 2° van deze wet.

TITEL VIII. - Wisselbrief en orderbriefje Zie de wet van 10 juli 1964 tot invoering van een nieuwe Nederlandse tekst van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes.

TITEL IX. - Handelsvennootschappen Zie de wet van 26 mei 1983 tot vaststelling van de Nederlandse tekst en tot aanpassing van de Franse tekst van het Wetboek van Koophandel, Eerste boek, titel IX. TITEL X. - Wet van 11 juni 1874 Verzekering in het algemeen Deze titel (artikelen 1-32) is ingevoegd bij de wet van 11 juni 1874. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Verzekering is een overeenkomst waarbij de verzekeraar zich tegen betaling van een premie verbindt de verzekerde schadeloos te stellen voor verlies of schade ten gevolge van toevallige gebeurtenissen of van overmacht.

Verwachte winst kan worden verzekerd in de gevallen bij de wet bepaald.

Artikel 2 De verenigingen van onderlinge verzekering worden beheerst door hun reglementen, door de algemene rechtsbeginselen en door de bepalingen van deze titel, die met een zodanige verzekering niet onverenigbaar zijn.

Zij worden in rechte vertegenwoordigd door hun directeurs.

Artikel 3 De bepalingen van deze titel, voor zover daarvan door bijzondere artikelen niet wordt afgeweken, zijn mede van toepassing op de zeeverzekering en op de verzekering betreffende land-, rivier- en kanaalvervoer. [Zij zijn niet van toepassing op de verzekeringen die onder de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst vallen].

Het tweede lid toegevoegd bij artikel 142 van de wet van 25 juni 1992). HOOFDSTUK II. - Personen die een verzekering kunnen aangaan Artikel 4 Ieder die bij het behoud van een zaak belang heeft wegens een recht van eigendom of een ander zakelijk recht of wegens enige aansprakelijkheid in verband met de zaak, kan die laten verzekeren.

Artikel 5 De verzekering kan voor rekening van een ander worden aangegaan krachtens een algemene of een bijzondere lastgeving, of zelfs zonder lastgeving.

In het laatst bedoelde geval worden de gevolgen geregeld overeenkomstig de bepalingen betreffende de zaakwaarneming.

Indien uit de verzekering niet volgt dat zij voor een derde is aangegaan, wordt de verzekerde geacht ze voor zichzelf te hebben gesloten.

Artikel 6

Een schuldeiser kan de gegoedheid van zijn schuldenaar laten verzekeren; de verzekeraar kan zich beroepen op het voorrecht van uitwinning, voor zover niet anders is overeengekomen De beslagleggende of pandhoudende schuldeisers, alsook de bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers, kunnen de voor de betaling van hun schuldvorderingen verbonden goederen in hun eigen naam laten verzekeren.

In dat geval treedt de vergoeding voor het schadegeval, wat hen betreft, van rechtswege in de plaats van de verzekerde goederen die hun pand uitmaken.

Artikel 7Bij verzekering van roerende zaken wordt de verzekeraar bevrijd door betaling van de vergoeding aan de verzekerde, indien geen verzet onder hem gedaan is

Artikel 8 De bepalingen van de twee vorige artikelen hebben slechts gevolg in zover de schuldeiser bij de rangregeling of bij de verdeling in batige rang zou zijn gekomen, indien de in beslag genomen, in pand gegeven, met hypotheek bezwaarde of bij voorrecht verbonden zaken niet verloren waren gegaan. HOOFDSTUK III. - Verplichtingen van de verzekeraar en van de verzekerde Artikel 9 Elke verzwijging of onjuiste opgave van de zijde van de verzekerde, zelfs zonder kwade trouw, maakt de verzekering nietig, wanneer daardoor de waardering van het risico zodanig wordt verminderd of het voorwerp ervan zodanig wordt veranderd dat de verzekeraar, indien hij daarvan kennis had gedragen, de overeenkomst niet op dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan.

Artikel 10

In alle gevallen waarin de verzekeringsovereenkomst geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, moet de verzekeraar, wannneer de verzekerde te goeder trouw heeft gehandeld, de premie teruggeven, hetzij voor het geheel, hetzij voor het gedeelte waarvoor hij geen risico heeft gelopen. [De goede trouw kan niet worden ingeroepen in het geval van artikel 12, eerste lid.] Het tweede lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 1, 3° van deze wet

Artikel 11

Wanneer de overeenkomst vernietigd wordt uit oorzaak van bedrog, arglist of kwade trouw, behoudt de verzekeraar de premie, onverminderd de strafvordering, indien daartoe grond bestaat Artikel 12 De verzekerde zaken waarvan de volle waarde reeds door een verzekering gedekt is, kunnen niet een tweede maal tegen dezelfde risico's worden verzekerd ten voordele van dezelfde persoon.

Wanneer door de eerste overeenkomst niet de volle waarde verzekerd is, zijn de verzekeraars die de volgende overeenkomsten hebben getekend, verbonden voor het meerdere, in de volgorde van dagtekening van de overeenkomsten.

Alle verzekeringen die dezelfde dag zijn aangegaan, worden geacht tegelijkertijd te zijn gesloten.

Artikel 13

Het gehele of gedeeltelijke verlies wordt over de onderscheiden verzekeringen omgeslagen, naar evenredigheid van de bedragen waarvoor ze gesloten zijn ingeval ze van dezelfde datum zijn, of naar evenredigheid van de waarde waarvoor ieder moet instaan ingeval ze van verschillende datum zijn

Artikel 14

Achtereenvolgende verzekeringen van dezelfde waarden tegen dezelfde risico's en ten voordele van dezelfde personen hebben nochtans gevolg : 1° wanneer zij zijn aangegaan met instemming van elk van de verzekeraars;het verlies wordt in dat geval omgeslagen alsof beide verzekeringen tegelijkertijd waren gesloten; 2° wanneer de verzekerde de eerste verzekeraar ontslaat van elke verbintenis voor de toekomst, onverminderd zijn eigen verbintenissen. De afstand moet in het laatstbedoelde geval ter kennis worden gebracht van de verzekeraar en op straffe van nietigheid in de nieuwe polis vermeld worden Artikel 15 De verzekerde kan de verzekeringspremie laten verzekeren.

Artikel 16

Verlies of schade, veroorzaakt door opzet of grove schuld van de verzekerde, komt niet ten laste van de verzekeraar; deze kan zelfs de premie behouden of vorderen indien hij reeds enig risico heeft gelopen

Artikel 17

Bij elke verzekering moet de verzekerde al het nodige doen om de schade te voorkomen of te beperken; dadelijk nadat de schade ontstaan is, moet hij daarvan kennis geven aan de verzekeraar; een en ander op straffe van schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat De kosten, door de verzekerde gemaakt om de schade te beperken, komen ten laste van de verzekeraar, ook wanneer het gezamenlijk bedrag van die kosten en van de schade de verzekerde som te boven gaat en de aangewende pogingen vruchteloos gebleven zijn.

Niettemin kunnen de rechtbanken en de scheidsrechters, wanneer de partijen zich tot hen hebben gewend, die kosten verminderen of zelfs weigeren toe te kennen, indien zij oordelen dat ze geheel of gedeeltelijk op onbedachtzame wijze zijn gemaakt.

Artikel 18 De verzekeraar staat niet in voor het verlies en de schade die onmiddellijk volgen uit een eigen gebrek van de zaak, tenzij het tegendeel bedongen is.

Artikel 19Oorlogsrisico en verlies of schade veroorzaakt door oproer, zijn niet verzekerd tenzij het tegendeel bedongen is

Artikel 20Bij elke verzekering wordt de vergoeding van de schade bepaald naar de waarde van de zaak ten tijde van het schadegeval

Wanneer de verzekerde waarde vooraf geschat is door deskundigen omtrent wie partijen zijn overeengekomen, kan de verzekeraar deze schatting niet betwisten, behalve in geval van bedrog.

De waarde van de zaak kan bewezen worden door alle wettelijke middelen. De rechter kan zelfs, ingeval de bewijzen onvoldoende zijn, aan de verzekerde ambtshalve de eed opleggen.

Artikel 21

Telkens als de verzekering slechts een gedeelte van de waarde van de zaak dekt, wordt de verzekerde zelf als verzekeraar voor het overige beschouwd, tenzij het tegendeel bedongen is Artikel 22 De verzekeraar die de schade betaald heeft, treedt in alle rechten die de verzekerde, ter zake van die schade, tegenover derden mocht hebben, en de verzekerde is aansprakelijk voor elke handeling die de rechten van de verzekeraar tegenover derden mocht benadelen.

In de verzekeringen die krachtens artikel 6, tweede lid, mogen worden gesloten, treedt de verzekeraar die de vergoeding betaald heeft, in de plaats van de schuldeiser voor diens rechtsvordering tegen de schuldenaar.

De indeplaatsstelling kan in geen geval tot nadeel strekken van de verzekerde die slechts gedeeltelijk schadeloos gesteld is; deze kan zijn rechten voor het overige uitoefenen en behoudt te dien aanzien de voorkeur boven de verzekeraar overeenkomstig artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 23 De verzekeraar heeft een voorrecht op de verzekerde zaak.

Dit voorrecht behoeft niet te worden ingeschreven. Het komt in rang onmiddellijk na het voorrecht van de gerechtskosten.

Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee jaar premie, onverschillig op welke wijze deze betaald wordt.

Artikel 24 De verzekeraar kan het voorwerp van de verzekering altijd laten herverzekeren. HOOFDSTUK IV. - Bewijs van de overeenkomst Artikel 25 De verzekeringsovereenkomst moet worden bewezen door geschrift, ongeacht de waarde van het voorwerp der overeenkomst.

Niettemin kan het bewijs door getuigen worden toegelaten, wanneer er een begin van schriftelijk bewijs aanwezig is.

Artikel 26Eenzelfde polis mag verscheidene verzekeringen bevatten, die verschillen ten aanzien van de verzekerde zaken, het premiepercentage of de verzekeraars

Artikel 27 De verzekeringspolis vermeldt : 1° de dag waarop de verzekering is gesloten;2° de naam van degene die de verzekering voor eigen rekening of voor rekening van een derde aangaat;3° de risico's die de verzekeraar op zich neemt, en de tijdstippen waarop de risico's beginnen te lopen en eindigen. HOOFDSTUK V. - Enige gevallen van ontbinding van de overeenkomst Artikel 28 De verzekering kan geen gevolg hebben wanneer de verzekerde zaak niet aan het risico blootgesteld is geweest of wanneer de schade reeds bestond ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.

Artikel 29

Ingeval de verzekeraar failliet gaat voordat het risico geëindigd is, kan de verzekerde vorderen dat een borg gesteld wordt, of, bij gebreke van een borg, dat de overeenkomst wordt beëindigd Gaat de verzekerde failliet, dan heeft de verzekeraar hetzelfde recht.

Artikel 30

Bij vervreemding van de verzekerde zaak loopt de verzekering van rechtswege, tenzij het tegendeel bedongen is, ten voordele van de nieuwe eigenaar, ten aanzien van alle risico's waarvoor de premie betaald was ten tijde van de vervreemding Zij loopt eveneens ten voordele van de nieuwe eigenaar, tenzij het tegendeel in de polis bedongen is, wanneer deze in de rechten en verplichtingen van de voorgaande eigenaar jegens de verzekeraars gesteld is of wanneer de verzekeringsovereenkomst verder wordt uitgevoerd in onderlinge overeenstemming tussen de verzekeraar en de nieuwe eigenaar.

Artikel 31 De verbintenissen van de verzekeraar houden op, wanneer een daad van de verzekerde de risico's door verandering van een essentiële omstandigheid wijzigt of die risico's verzwaart in zodanige mate dat de verzekeraar de verzekering niet zou hebben aangegaan of daarin slechts op andere voorwaarden zou hebben toegestemd, indien de nieuwe staat van zaken ten tijde van het sluiten der overeenkomst had bestaan.

De verzekeraar kan zich op deze bepaling niet beroepen, wanneer hij is voortgegaan met de uitvoering van de overeenkomst, nadat hij kennis had gekregen van de verandering in het risico. HOOFDSTUK VI. - Verjaring Artikel 32 Elke rechtsvordering die uit een verzekeringspolis ontstaat, verjaart door verloop van drie jaren, te rekenen van de gebeurtenis waarop ze gegrond is. [In geval van regresvordering van de verzekerde tegen de verzekeraar loopt de termijn echter eerst vanaf het instellen van de rechtsvordering door de getroffene, onverschillig of het gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloosstelling dan wel om een latere eis naar aanleiding van een verzwaring van de schade of van het ontstaan van nieuwe schade.] Het tweede lid toegevoegd bij artikel 2 van de wet van 30 mei 1961.

TITEL XI. - Enige verzekeringen in het bijzonder Opgeheven bij artikel 147, 1°, van de wet van 25 juni 1992.

BOEK II. - Zeevaart en binnenvaart Wetten van 21 augustus 1879, 12 juni 1902 en 10 februari 1908, gecoördineerd op 25 september 1908 TITEL I. - Zeeschepen en andere zeevaartuigen HOOFDSTUK I. [Van zeeschepen] Vervangen bij artikel 15 van de wet van 21 december 199 0.

Artikel 1

Voor de toepassing van deze wet worden als zeeschepen beschouwd alle vaartuigen van ten minste 25 ton, bestemd of gewoonlijk gebruikt voor personen- of goederenvervoer, visserij, sleepvaart of enige andere winstgevende scheepvaartverrichting ter zee

Artikel 2Zeeschepen zijn roerende goederen. Zij zijn echter niet onderworpen aan de regel dat met betrekking tot roerende goederen het bezit als titel geldt

Artikel 3Opgeheven bij artikel 32, 1°, van de wet van 21 december 1990

Artikel 4Opgeheven bij artikel 32, 1°, van de wet van 21 december 1990

Artikel 5Opgeheven bij artikel 32, 1°, van de wet van 21 december 1990

Artikel 6Opgeheven bij artikel 32, 1°, van de wet van 21 december 1990

Artikel 7Opgeheven bij artikel 32, 1°, van de wet van 21 december 1990

Artikel 7bis

Opgeheven bij artikel 32, 1°, van de wet van 21 december 1990. HOOFDSTUK II. - Openbaarheid van zakelijke rechten op zeeschepen Artikel 8 Akten en vonnissen die bewijs opleveren van een overeenkomst tot vestiging, overdracht, aanwijzing of tenietdoening van zakelijke rechten, met uitzondering van voorrechten, op een zeeschip of een zeeschip in aanbouw, worden ingeschreven [in het register der zeeschepen]; zij kunnen niet eerder aan derden worden tegengesteld Gewijzigd bij artikel 16 van de wet van 21 december 1990.

Artikel 9

[In het register der zeeschepen] worden eveneens ingeschreven de eisen tot ontbinding, herroeping, nietigverklaring van een onder het vorige artikel vallende overeenkomst, of tot het doen vaststellen van het bestaan van zakelijke rechten, met uitzondering van voorrechten, op een zeeschip of een zeeschip in aanbouw, alsmede de vonnissen op deze eisen gewezen Deze eisen zijn eerst ontvankelijk nadat zij ingeschreven zijn. De niet-ontvankelijkheid moet door de rechter ambtshalve worden opgeworpen; zij kan in elke stand van het geding worden voorgedragen.

De griffier mag geen expeditie van het vonnis afgeven voordat hem is gebleken dat het vonnis ingeschreven is, op straffe van vergoeding van alle schade.

Het eerste lid gewijzigd bij artikel 17 van de wet van 21 december 1990.

Artikel 10Geregistreerde onderhandse akten en authentieke akten worden tot inschrijving toegelaten

Artikel 11Een akte wordt niet tot inschrijving toegelaten wanneer het schip niet [in het register der zeeschepen geregistreerd is]

Gewijzigd bij artikel 18 van de wet van 21 december 1990.

Artikel 12

Voor de inschrijving [in het register der zeeschepen] ingevolge artikel 8 wordt aan de hypotheekbewaarder de aan de regel van de openbaarheid onderworpen akte zelf overgelegd indien het een onderhandse akte is, of een expeditie indien het een authentieke akte is Van een onderhandse akte worden twee originelen overgelegd (...). Van een authentieke akte worden een expeditie en een gewaarmerkt afschrift (...) overgelegd.

Het eerste lid gewijzigd bij artikel 19 van de wet van 21 december 1990; rekening houdend met de impliciete wijziging bij artikel 81 van het Wetboek der Zegelrechten, het tweede lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 2, 1°, van deze wet.

Artikel 13 De hypotheekbewaarder vermeldt (...) : 1° de datum van de akte;2° de aard van de akte en, indien het een authentieke akte is, de vermelding van welke openbare ambtenaar of rechtbank zij uitgaat;3° de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de partijen;4° de aard en hoofdbestanddelen van de overeenkomst. Gewijzigd bij artikel 20 van de wet van 21 december 1990.

Artikel 14

Na de inschrijving geeft de bewaarder aan de aanvrager de expeditie van de authentieke akte of een van de originelen van de onderhandse akte terug. Onderaan op het stuk bevestigt hij de inschrijving te hebben verricht en vermeldt datum en nummer ervan Het gewaarmerkte afschrift van de authentieke akte of één origineel (...) van de onderhandse akte blijft ten kantore berusten.

Het tweede lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 2, 2°, van deze wet"..

Artikel 15

Wordt de in te schrijven akte door de kapitein tijdens de reis opgemaakt, dan kan de formaliteit worden vervuld op vertoon van een telegram dat de in artikel 13 bedoelde gegevens bevat Deze formaliteit heeft alle wettelijke gevolgen, mits de akte aan de hypotheekbewaarder ter inschrijving wordt aangeboden binnen drie maanden na de inschrijving van het telegram.

Artikel 16

Voor de inschrijving (...) ingevolge artikel 9 worden aan de bewaarder der scheepshypotheken overgelegd : 1° indien het een eis in rechte betreft, twee uittreksels bevattende de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de partijen, de vermelding van de rechten waarvan de vaststelling, ontbinding, herroeping of vernietiging wordt gevorderd, en van de rechtbank die van de eis kennis moet nemen;2° indien het een vonnis betreft, twee uittreksels door de griffier afgegeven en bevattende de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de partijen, het beschikkende gedeelte van de beslissing, alsook de vermelding van de rechtbank of het hof waardoor de beslissing is gewezen. De bewaarder geeft aan de verzoeker een van de uittreksels terug, waarop hij de verklaring aanbrengt dat de inschrijving gedaan is. [Is het zeeschip waarop de eis tot ontbinding, tot herroeping of tot vernietiging betrekking heeft niet in België geregistreerd, dan beperkt de hypotheekbewaarder zich tot de vaststelling in het register van de overleggingen, van de overlegging van de vermelde uittreksels Hij gaat tot de inschrijving over als achteraf de registratie van het zeeschip wordt gevraagd.] Het eerste lid gewijzigd bij artikel 21, a), van de wet van 21 december 1990; het derde lid vervangen bij artikel 21, b), van de wet van 21 december 1990.

Artikel 17

Indien op dezelfde dag verscheidene aan de regel van de openbaarheid onderworpen titels op het hypotheekkantoor zijn aangeboden, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder de bewaarder de overhandiging heeft vermeld in het register der neergelegde titels

Artikel 18

Verzuim van een of meer van de formaliteiten, bij de vorige artikelen voorgeschreven, heeft alleen dan nietigheid van de inschrijving ten gevolge, wanneer daaruit nadeel voor derden ontstaat. HOOFDSTUK III. - Voorrechten en hypotheken op zeeschepen Artikel 19 De voorrang tussen de schuldeisers van een schip vloeit voort uit voorrecht of uit hypotheek. Het voorrecht is verbonden aan de aard van de schuldvordering; het gaat altijd boven hypotheek Artikel 20 De schuldeisers die een voorrecht of een ingeschreven hypotheek hebben op een schip, volgen dat schip, in wiens handen het ook overgaat; zij worden gerangschikt en betaald volgens de orde van hun schuldvorderingen of inschrijvingen.

Artikel 21

Indien de derde-bezitter de bevoorrechte en hypothecaire schulden niet betaalt binnen de betalings- en uitsteltermijnen aan de schuldenaar verleend of de hierna te bepalen formaliteiten om zijn eigendom te zuiveren niet vervult, heeft elke schuldeiser het recht om het bezwaarde schip tegen hem te doen verkopen

Artikel 22

Verandering van nationaliteit laat de rechten waarmede het schip bezwaard is onverminderd. De omvang van die rechten wordt geregeld door de wet van het land onder welke vlag het schip wettig voer ten tijde van de verandering van nationaliteit. Afdeling I. - Voorrechten op zeeschepen

Artikel 23

§ 1. [Bevoorrechte schuldvorderingen op het zeeschip, op de vracht voor de reis tijdens welke zij ontstaan zijn, en op het toebehoren van schip en vracht na de aanvang van de reis verkregen, zijn alleen : 1° de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en de andere kosten in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers gemaakt voor het behoud van het schip of voor de verkoop en de verdeling van de opbrengst;de tonne-, vuur- of havengelden en soortgelijke openbare heffingen en belastingen, de loodslonen, de kosten van bewaking en behoud sinds het schip in de laatste haven is binnengelopen; 2° de schuldvorderingen uit de arbeidsovereenkomst van de kapitein, van de schepelingen en van de overige personen die aan boord van het schip in dienst zijn; 2°bis [de bijdragen, op grond van de arbeidsovereenkomst van de kapitein, het scheepsvolk en de overige personen welke zich in dienst van het schip aan boord bevinden, verschuldigd aan de [Hulp- en voorzorgskas voor zeevarenden], alsmede de bijdragen waarvan deze laatste de inning verzekert;] 3° het hulp- en bergloon en de bijdrage van het schip in de gemene averij;4° de vergoedingen wegens aanvaring of andere scheepvaartongevallen, alsmede wegens schade aan kunstwerken van havens, dokken en waterwegen, wegens lichamelijk letsel aan passagiers en schepelingen, wegens verlies of beschadiging van lading of bagage;5° de schuldvorderingen uit overeenkomsten of handelingen die de kapitein krachtens zijn wettelijke bevoegdheden gesloten of verricht heeft buiten de thuishaven en die werkelijk noodzakelijk waren voor het behoud van het schip of de voortzetting van de reis, onverschillig of de kapitein tevens eigenaar is van het schip en of de schuldvordering aan hem dan wel aan leveranciers, herstellers, geldschieters of andere contractanten behoort. § 2 Onder het in § 1 bedoelde toebehoren van schip en vracht wordt verstaan : 1° de vergoeding aan de eigenaar verschuldigd wegens niet herstelde stoffelijke schade aan het schip of wegens verlies van vracht;2° de vergoeding aan de eigenaar verschuldigd voor gemene averij, voor zover deze bestaat hetzij in niet-herstelde stoffelijke schade aan het schip, hetzij in verlies van vracht;3° het loon aan de eigenaar verschuldigd wegens hulpverlening of berging voor het einde van de reis, na aftrek van de bedragen toegekend aan de kapitein en andere personen in dienst van het schip. [Het passagegeld wordt gelijkgesteld met de vracht].

Als toebehoren van schip of vracht worden niet beschouwd de vergoedingen aan de eigenaar verschuldigd krachtens verzekeringsovereenkomsten, evenmin als de premies, toelagen of andere subsidies van het eigen land.

In afwijking van § 1 strekt het voorrecht ten bate van de personen in dienst van het schip zich uit tot alle vrachten voor alle reizen die in de loop van eenzelfde arbeidsovereenkomst zijn gemaakt].

Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 28 november 1928 (II), § 1, 2°bis ingevoegd bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr 535 van 31 maart 1987 en opnieuw gewijzigd bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 mei 1995, § 2, tweede lid aldus vervangen bij artikel 3 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten. De aanduiding van de paragrafen met Romeinse cijfers vervangen door Arabische cijfers bij de artikelen 2 en 3, § 2, 2°bis, van deze wet.

Artikel 24

§ 1. [Schuldvorderingen die op een zelfde reis betrekking hebben, zijn bevoorrecht in de volgorde waarin zij in artikel 23, § 1, gerangschikt zijn. De schuldvorderingen bedoeld onder eenzelfde nummer staan in rang gelijk en worden naar evenredigheid betaald ingeval de opbrengst ontoereikend is Schuldvorderingen als bedoeld onder de nrs 3 en 5 worden in elk van die categorieën bij voorrang betaald in omgekeerde volgorde van de tijdstippen waarop zij ontstaan zijn.

Schuldvorderingen die betrekking hebben op eenzelfde voorval, worden geacht gelijktijdig te zijn ontstaan. § 2. Bevoorrechte schuldvorderingen van de laatste reis hebben voorrang boven die van de voorgaande reizen.

Schuldvorderingen uit een en dezelfde arbeidsovereenkomst aangegaan voor verscheidene reizen, staan evenwel alle in rang gelijk met de schuldvorderingen van de laatste reis. § 3. Bij de verdeling van de opbrengst van de verkoop der bij voorrecht verbonden zaken kunnen de bevoorrechte schuldeisers opkomen voor het totaal bedrag van hun schuldvorderingen, met dien verstande dat daarop geen vermindering wordt toegepast volgens de regels van de aansprakelijkheidsbeperking, maar hun ook geen hoger bedrag wordt uitgekeerd dan krachtens die regels verschuldigd is. § 4. Het voorrecht op de vracht kan worden uitgeoefend, zolang de vracht nog verschuldigd is of het bedrag van de vracht zich nog bevindt in handen van de kapitein of de vertegenwoordiger van de eigenaar.

Hetzelfde geldt ten aanzien van het voorrecht op het toebehoren. § 5. De bepalingen van dit artikel en van artikel 23 zijn van toepassing op een schip geëxploiteerd door een reder die er niet de eigenaar van is of door een bevrachter van het gehele schip, tenzij de eigenaar buiten het bezit gesteld is door een onrechtmatige daad en bovendien de schuldeiser niet te goeder trouw is. § 6. [Het voorrecht bepaald in bovenstaand artikel 23, 2°bis heeft voorrang boven het voorrecht van de Hulp- en voorzorgskas voor zeevarenden, bepaald in artikel 19, 4°ter, van de hypotheekwet van 16 december 1851.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 28 november 1928 (II), § 6 ingevoegd bij artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 535 van 31 maart 1987 en opnieuw gewijzigd bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 mei 1995.

De aanduiding van de paragrafen met Romeinse cijfers vervangen door Arabische cijfers bij de artikelen 2 en 3, § 2, 2°bis, van deze wet. Afdeling II. - Hypotheek op zeeschepen

Artikel 25Zeeschepen kunnen met hypotheek worden bezwaard bij overeenkomst tussen de partijen

De artikelen 73, 74 en 75 van de wet van 16 december 1851 zijn op die hypotheek van toepassing.

Artikel 26 De scheepshypotheek is alleen dan geldig, wanneer zij verleend wordt op een duidelijk aangewezen vaartuig en voor een bepaald bedrag.

Zij kan worden gevestigd op een schip in aanbouw.

Artikel 79 en de vijf laatste leden van artikel 80 van de wet van 16 december 1851 zijn erop toepasselijk.

Artikel 27Tenzij het tegendeel bedongen is, strekt de scheepshypotheek zich uit tot tuig en takelage, machines en ander toebehoren. Zij strekt zich ook uit tot de vracht

Artikel 28 De hypotheek waarborgt drie jaar rente in dezelfde rang als de hoofdsom.

Artikel 29 De hypotheek kan ingeschreven worden zolang zij bestaat.

Bij overlijden van de schuldenaar moet de inschrijving geschieden binnen drie maanden na het openvallen van de erfenis.

De inschrijving kan niet meer genomen worden na inschrijving van de akte van vervreemding of na faillissement van de schuldenaar. [Wanneer het schip de Belgische nationaliteit verliest, kan geen hypotheek meer worden ingeschreven na de doorhaling van de [registratie].

Het vierde lid toegevoegd bij artikel 10 van de wet van 2 april 1965 en gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 2, 2°ter, van deze wet.

Artikel 30 De titel van hypotheekvestiging bevat keuze van woonplaats door de schuldeiser ter standplaats van de hypotheekbewaarder.

Deze vermeldt in [het register der zeeschepen], benevens het in artikel 13 voorgeschrevene : 1° de voet en de vervaldag van de rente, alsook de termijn van terugbetaling van de hoofdsom;2° in voorkomend geval het beding van dadelijke uitwinning;3° de keuze van woonplaats. Bij gebreke van keuze van woonplaats mogen alle betekeningen en kennisgevingen betreffende de inschrijving aan de procureur des Konings van het arrondissement gedaan worden.

Het is aan degene in wiens voordeel een inschrijving bestaat, of aan zijn vertegenwoordigers, geoorloofd de gekozen woonplaats te veranderen, met inachtneming van de formaliteiten voorgeschreven in artikel 88 van de wet van 16 december 1851.

Het tweede lid gewijzigd bij artikel 22 van de wet van 21 december 1990.

Artikel 31

Tussen de hypothecaire schuldeisers onderling wordt de rang bepaald door de dag van de inschrijving en, indien de hypotheken op dezelfde dag zijn ingeschreven, door het volgnummer van de inschrijving Artikel 32 De inschrijving houdt de hypotheek in stand gedurende vijftien jaren te rekenen van de dag der inschrijving. Zij houdt op van kracht te zijn indien de inschrijving niet is vernieuwd voor het verstrijken van de termijn.

De inschrijving wordt vernieuwd op een bij de hypotheekbewaarder in tweevoud ingediend verzoekschrift waarin de te vernieuwen inschrijving nauwkeurig wordt aangewezen; anders geldt zij enkel als eerste inschrijving.

Artikel 33

Wanneer een hypotheekrecht wordt overgedragen bij een onderhandse akte, moet de titel van hypotheekvestiging, voorzien van de vermelding der inschrijving, worden vertoond aan de hypotheekbewaarder. Deze maakt daarop melding van de overdracht Hetzelfde geldt voor overdracht bij een authentieke akte, verleden krachtens een onderhandse lastgeving of in het buitenland opgemaakt in de vorm bij de buitenlandse wet voorgeschreven.

Artikel 34

Ingeval het schip vergaat of onzeewaardig wordt, oefent de schuldeiser zijn rechten uit op de geredde voorwerpen of op de opbrengst ervan, ook al is de schuld nog niet opeisbaar In geval van averijregeling betreffende het schip kan de hypothecaire schuldeiser tussenkomen tot bewaring van zijn rechten; hij kan deze slechts uitoefenen wanneer de gehele vergoeding of een deel ervan niet is of wordt aangewend tot herstelling van het schip.

Artikel 35

[De inschrijvingen worden doorgehaald of verminderd, hetzij met toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, hetzij krachtens een vonnis in laatste aanleg gewezen of in kracht van gewijsde gegaan, of uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of hoger beroep.] De doorhaling of de vermindering wordt door de hypotheekbewaarder gedaan tegen overlegging hetzij van een expeditie der authentieke akte van toestemming, hetzij van de akte in brevet en van een gewaarmerkt afschrift (...), hetzij van de onderhandse akte, hetzij van een expeditie van het vonnis Een woordelijk uittreksel uit de authentieke akte is voldoende, wanneer daarin wordt verklaard door de notaris die het heeft afgegeven dat de akte noch voorwaarde noch voorbehoud bevat.

Is het een onderhandse akte, dan worden daarvan twee originelen opgemaakt (...) en de gehele of gedeeltelijke doorhaling wordt alleen gedaan op vertoon van de titel van hypotheekvestiging, voorzien van de vermelding der inschrijving. De bewaarder maakt er melding op van de gehele of gedeeltelijke doorhaling van de inschrijving.

De titel van vestiging moet eveneens worden vertoond wanneer het een authentieke akte betreft, verleden krachtens een onderhandse lastgeving of in het buitenland opgemaakt in de vorm bij de buitenlandse wet voorgeschreven.

Het eerste lid vervangen bij artikel 8 van de wet van 10 oktober 1913; rekening houdend met de impliciete wijziging bij artikel 81 van het Wetboek der Zegelrechten, het tweede en het vierde lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 2, 3°, van deze wet.

Artikel 36 De vorderingen tot doorhaling en vermindering vallen onder toepassing van de artikelen 94 en 95 van de wet van 16 december 1851. Afdeling III. - Tenietgaan van voorrechten en hypotheken Artikel 37 De voorrechten en hypotheken gaan teniet : 1° door het tenietgaan van de hoofdverbintenis;2° door de afstand van het voorrecht of van de hypotheek door de schuldeiser;3° door de gedwongen verkoop van het bezwaarde schip;4° door de vrijwillige vervreemding van het bezwaarde schip, gevolgd van de vervulling van de hierna voorgeschreven formaliteiten en voorwaarden. [Bovendien gaan de voorrechten, buiten de hiervoren bepaalde gevallen, teniet door verloop van één jaar, met uitzondering van de in artikel 23, § 1, 5°, bedoelde schuldvorderingen wegens leveringen, waarvoor de termijn zes maanden niet mag overschrijden.

Voor de voorrechten tot waarborging van hulp- en bergloon loopt de termijn te rekenen van de dag waarop de verrichtingen geëindigd zijn; voor het voorrecht tot waarborging van vergoedingen wegens aanvaring en andere ongevallen en wegens lichamelijk letsel, van de dag waarop de schade veroorzaakt is; voor het voorrecht ten aanzien van verlies of beschadiging van lading of bagage, van de dag waarop de lading of de bagage is of moest worden afgeleverd; voor herstellingen, leveringen en andere gevallen als bedoeld in artikel 23, § 1, 5°, van de dag waarop de schuldvordering ontstaan is. In alle overige gevallen loopt de termijn te rekenen van de dag waarop de schuldvordering opeisbaar is.

Het recht om voorschotten of betalingen op afrekening te vragen heeft niet ten gevolge dat de in artikel 23, § 1, 2°, bedoelde schuldvorderingen van de aan boord in dienst zijnde personen opeisbaar worden.

Wanneer de eiser het bezwaarde schip niet in beslag heeft kunnen nemen in de territoriale wateren van de Staat waar hij zijn woonplaats of zijn hoofdverblijf heeft, wordt de hiervoren gestelde termijn verlengd tot ten hoogste drie jaar te rekenen van het ontstaan van de schuldvordering.] Het tweede, derde, vierde en vijfde lid toegevoegd bij artikel 3 van de wet van 28 november 1928 (II).

Artikel 38 De voorrechten gaan teniet door vrijwillige vervreemding, mits : 1° de akte van vervreemding wordt ingeschreven overeenkomstig artikel 8;2° de vervreemding tweemaal en met een tussentijd van ten minste acht dagen wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, alsmede in een van de bladen van Antwerpen, van Gent en van het arrondissement waarin de thuishaven gelegen is;3° de schuldeiser binnen een maand na de inschrijving of na de laatste bekendmaking geen verzet betekent aan de vroegere of aan de nieuwe eigenaar. Het recht van voorrang van de schuldeiser blijft echter bestaan op de koopprijs, zolang deze niet is betaald of verdeeld.

Artikel 39 De hypotheken gaan teniet door vrijwillige vervreemding, mits de nieuwe eigenaar, binnen zes maanden na de inschrijving van zijn titel of, in geval van vervolging in de loop van die zes maanden, binnen vijftien dagen na de betekening van het bevel dat aan de beslaglegging voorafgaat, aan alle ingeschreven schuldeisers, aan de woonplaats door hen bij de inschrijving gekozen, betekent : 1° een uittreksel uit zijn titel bevattende de dagtekening en de aard van de akten, de aanwijzing van de partijen, de naam, de soort en de tonnenmaat van het schip, de prijs en de lasten die van de prijs deel uitmaken, de waardering van de zaak, indien deze geschonken is of overgedragen anders dan door verkoop;2° de opgave van de datum van inschrijving van zijn titel;3° een tabel in drie kolommen, waarvan de eerste de dagtekening van de inschrijvingen bevat, de tweede de naam van de schuldeisers en de derde het bedrag van de ingeschreven schuldvorderingen. Artikel 40 De nieuwe eigenaar verklaart in de akte van kennisgeving dat hij de hypothecaire schulden en lasten zal voldoen ten belope van de prijs of van de opgegeven waarde, zonder enige aftrek ten voordele van de verkoper of van wie ook.

Behoudens beding van het tegendeel in de titels van schuldvordering, heeft hij het genot van elke tijdsbepaling en van elk uitstel van betaling, aan de oorspronkelijke schuldenaar verleend, en hij neemt de termijnen in acht die tegen de laatstgenoemde zijn bedongen.

De niet vervallen schuldvorderingen die slechts voor een gedeelte batig zijn gerangschikt, zijn onmiddellijk opeisbaar, ten belope van dit gedeelte ten aanzien van de nieuwe eigenaar, en voor het geheel ten aanzien van de schuldenaar.

Artikel 41

Indien een van de ingeschreven schuldeisers een rechtsvordering tot ontbinding bezit en ze wil instellen, moet hij zulks op straffe van verval verklaren ter griffie van de rechtbank voor welke de rangregeling moet worden vervolgd De verklaring moet binnen vijftien dagen na de kennisgeving worden gedaan en binnen tien dagen worden gevolgd door het instellen van de eis tot ontbinding.

Te rekenen van de dag waarop de schuldeiser verklaart dat hij de rechtsvordering tot ontbinding wil instellen, is de zuivering geschorst en zij kan pas worden hervat nadat de schuldeiser afstand heeft gedaan van de rechtsvordering tot ontbinding, of nadat deze vordering is afgewezen.

Artikel 42

Binnen vijftien dagen na de kennisgeving, gedaan op verzoek van de nieuwe eigenaar, kan ieder ingeschreven schuldeiser vorderen dat het schip in openbare veiling verkocht wordt onder de voorwaarden bepaald in artikel 115 van de wet van 16 december 1851 De artikelen 116, 117, 118, 120, 121 en 122 van de genoemde wet zijn mede van toepassing. HOOFDSTUK IV. - Openbaarheid van de hypothecaire bescheiden en verantwoordelijkheid van de bewaarders Artikel 43 [De bewaarder houdt een register der overleggingen waarin, naar volgorde van de aanbiedingen blijkende uit een doorlopende nummering, worden vastgesteld : a) de overleggingen van stukken aangeboden ter registratie of wijziging van de registratie van zeeschepen;b) de overleggingen ter inschrijving van akten, vonnissen en rechtsvorderingen bedoeld in de artikelen 8 en 9 van deze wet. Elk blad van het register der overleggingen wordt genummerd en gekorttekend door een door de Minister van Financiën aangeduide ambtenaar van de administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen.

Het register wordt iedere dag door de bewaarder afgesloten.

Na het volledig gebruik van het register wordt er zonder verplaatsing een duplicaat van gemaakt door de bewaarder of door een andere ambtenaar van de Administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen daartoe aangewezen door de Directeur-generaal van deze administratie. De Minister van Financiën bepaalt op welke wijze dit duplicaat wordt gemaakt. Hij bepaalt bij welke rechtbank het moet worden neergelegd en de modaliteiten van deze neerlegging.] Vervangen bij artikel 23 van de wet van 21 december 1990.

Artikel 44Het houden van het register [der zeeschepen] en de vorm van de inschrijvingen worden geregeld bij koninklijk besluit

Gewijzigd bij artikel 24 van de wet van 21 december 1990.

Artikel 45 De bewaarder verstrekt aan ieder die erom verzoekt, een afschrift of een uittreksel uit het register [der zeeschepen] en uit zijn archief van neergelegde stukken en in voorkomend geval een getuigschrift van ontstentenis.

De artikelen 126, 128, 129 en 130 van de wet van 16 december 1851 zijn mede van toepassing.

Het eerste lid gewijzigd bij artikel 25 van de wet van 21 december 1990.

TITEL II. - Eigenaar en bemanning van zeeschepen HOOFDSTUK I. - [Scheepseigenaars] Afdeling I. - [Aansprakelijkheid van [scheepseigenaars.]

Opschrift ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten en gewijzigd bij artikel 2 van deze wet. Artikel 46 [§ 1. Iedere scheepseigenaar is persoonlijk aansprakelijk voor zijn eigen handelingen, verzuimen of verbintenissen. § 2. De scheepseigenaar is burgerlijk aansprakelijk voor de handelingen van de kapitein en staat in voor de verbintenissen door deze aangegaan in het uitoefenen van zijn dienst. § 3. De scheepseigenaar is burgerlijk aansprakelijk voor de handelingen van de bemanning, van de loods en van andere als dusdanig werkzaam zijnde aangestelden, in het uitoefenen van hun respectieve dienst. § 4. Artikel 18 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.

03/07/1978 pub.

12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom.

03/07/1978 pub.

03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten is van toepassing op de persoonlijke aansprakelijkheid van de aangestelden van de scheepseigenaar of hulpverlener voor schade, bij de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst in dienst van het schip, toegebracht aan de scheepseigenaar of aan derden.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten. Afdeling II. -[Beperking van de aansprakelijkheid] Opschrift ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.

Artikel 47

[§ 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in de §§ 2 en 3 hierna, kan de [scheepseigenaar] zijn aansprakelijkheid beperken overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag betreffende de beperking van de aansprakelijkheid inzake zeevorderingen, opgemaakt te Londen op 19 november 1976, verder « LLMC-Verdrag » genoemd De toepassing van artikel 2, § 1, letters d en e van dat verdrag is evenwel uitgesloten. § 2. De [scheepseigenaar] kan zijn aansprakelijkheid voor schade door olieverontreiniging beperken overeenkomstig de bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, en van de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, van de wet van 20 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.

06/08/1993 pub.

04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.

06/08/1993 pub.

18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten3 houdende goedkeuring en uitvoering van dit Verdrag, en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976, in zoverre het oliën betreft die omschreven staan in dit Verdrag. § 3. De vervoerder van passagiers en hun reisgoed over zee kan zijn aansprakelijkheid beperken overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag betreffende het vervoer over zee van passagiers en hun reisgoed, opgemaakt te Athene op 13 december 1974 en van zijn Protocol, opgemaakt te Londen op 19 november 1976, en desgevallend van de artikelen 7, 8, 9 § 2, 10 tot 13 en 15 § 1, van het LLMC-Verdrag.

De Koning stelt de hogere aansprakelijkheidslimiet per hoofd vast waarvan sprake in artikel 72 van het verdrag van Athene. § 4. De hulpverlener die niet vanaf een schip optreedt of enkel optreedt aan boord van het schip waaraan of ten opzichte waarvan hulp- of bergingsdiensten worden verleend, kan zijn aansprakelijkheid beperken tot het bedrag vastgesteld in artikel 6, § 4, van het LLMC-Verdrag.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten en § 1 en § 2 gewijzigd bij artikel 2 van deze wet. Afdeling III. - [Vorming van het beperkingsfonds en bevoegdheidsregeling] Opschrift ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.

Artikel 48

[§ 1. De scheepseigenaar of hulpverlener vraagt de vorming van het fonds geregeld door het LLMC-Verdrag, door indiening van een verzoekschrift bij de voorzitter van de rechtbank van koophandel die bevoegd is krachtens artikel 627, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek Het verzoekschrift moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 1026 van het Gerechtelijk Wetboek.

Het moet bovendien vermelden : nationaliteit en naam van het schip, het voorval waarbij de schade is opgelopen, met vermelding van datum en plaats, het wettelijk bedrag van de aansprakelijkheidsbeperking zoals verzoeker het heeft geraamd, en de wijze waarop hij voornemens is het beperkingsfonds te vormen : storting in speciën of garantiestelling.

Bij het verzoekschrift worden gevoegd : 1° de door de verzoeker gewaarmerkte lijst van de hem bekende schuldeisers ten aanzien van wie hij meent de beperking van zijn aansprakelijkheid te kunnen inroepen, met vermelding zo mogelijk van eenieders woonplaats, alsook van het definitief of voorlopig bedrag en van de aard van elke schuldvordering;2° alle stukken tot staving van de berekening van het wettelijk bedrag van de aansprakelijkheidsbeperking. § 2. Indiening van het verzoekschrift houdt geen erkenning van aansprakelijkheid in. § 3. De voorzitter van de rechtbank van koophandel verifieert bij voorraad of het door de verzoeker opgegeven bedrag overeenkomt met het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid kan worden beperkt. Zodra de voorzitter heeft vastgesteld dat beide bedragen overeenstemmen, geeft hij bevel tot instelling van de procedure tot vorming van het fonds.

Heeft de verzoeker niet aangeboden het bedrag, waartoe zijn aansprakelijkheid kan worden beperkt, vermeerderd met de wettelijke interesten vanaf de dag van de schadeverwekkende gebeurtenis tot de dag waarop het beperkingsfonds zal zijn gevormd, in speciën te storten, dan beveelt de voorzitter het instellen van de procedure slechts indien de verzoeker het stellen van een garantie aanbiedt die aanvaardbaar en toereikend is.

De voorgestelde garantie is aanvaardbaar als, naar het oordeel van de voorzitter, zeker is dat het fonds werkelijk beschikbaar zal zijn en vrij overdraagbaar zodra de garantie gesteld is.

De garantie is toereikend als haar bedrag overeenstemt met het bedrag waartoe de aansprakelijkheid kan worden beperkt, vermeerderd met een provisie voor dekking van de wettelijke interesten voor een door de voorzitter geschikt geachte tijdsduur.

Het bepaalde in de artikelen 2040 tot 2043 van het Burgerlijk Wetboek is toepasselijk op de door de verzoeker te stellen garantie.

De beschikking vermeldt de termijn waarbinnen de storting gedaan of de garantie verstrekt moet worden, welke termijn niet langer mag zijn dan een maand te rekenen van de datum van de beschikking; deze laatste bepaalt bovendien de door de verzoeker binnen dezelfde termijn te storten provisie voor het dekken van de kosten van de procedure tot vorming, vereffening en verdeling van het beperkingsfonds.

De voorzitter benoemt een rechter-commissaris en een vereffenaar.

Het salaris van de vereffenaar wordt geregeld door de voorzitter met inachtneming van de aard en de belangrijkheid van de procedure tot vorming, vereffening en verdeling van het fonds.

Het bepaalde in de artikelen 460, 462 en 463 van Boek III van dit Wetboek, is van toepassing op de werkzaamheden van de rechter-commissaris en van de vereffenaar. § 4. Bij storting in speciën duidt de vereffenaar de instelling aan waarbij het geld moet worden gedeponeerd. Dit deposito geschiedt op naam van de vereffenaar qualitate qua. Geen opvraging mag worden verricht zonder toestemming van de rechter-commissaris.

De interesten van de gedeponeerde bedragen worden bij deze sommen geteld.

Ingeval een garantie verstrekt wordt, wordt zij gesteld in het voordeel van de vereffenaar qualitate qua.

Geen wijziging mag aan de aldus gestelde garantie worden aangebracht zonder machtiging van de rechter-commissaris.

De provisie voor het dekken van de kosten van de procedure wordt overgemaakt aan de vereffenaar, die hierover beschikt onder controle van de rechter-commissaris. § 5. Op verslag van de vereffenaar waarin wordt gesteld dat de bedragen gedeponeerd zijn of dat de garantie gegeven is, stelt de voorzitter in een beschikking vast dat het fonds gevormd is. Vanaf die beschikking gelden voor het aanhangige schadegeval, artikel 13 van het LLMC-Verdrag en de artikelen 496 tot 500, 502 tot 504 en 508 van Boek III van dit Wetboek.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de beschikking van de voorzitter gelijkgesteld met het vonnis van faillietverklaring vermeld in de voormelde artikelen 496, 504 en 508.

De bekendmakingen vermeld in voormeld artikel 496 worden in voorkomend geval gedaan in één of meer buitenlandse maritieme bladen.

Het verzet tegen de beschikking vermeld in het eerste lid wordt voor de rechtbank van koophandel gebracht. Het verzet moet gedaan worden binnen de drie maanden van de publicatie vermeld in voormeld artikel 496. Deze termijn wordt vermeerderd met de termijnen bepaald in artikel 55 van het Gerechtelijk Wetboek. § 6. De bedragen van de beperkte aansprakelijkheid worden in de nationale munt omgerekend bij de verificatie vermeld in het eerste lid van § 3.

Is er, voor de vaststelling van de vorming van het beperkingsfonds aanleiding tot verbetering, in de één of andere zin, van de omrekening in Belgische frank van het bedrag van de beperkte aansprakelijkheid, dan wordt die verbetering uitgesproken bij beschikking van de voorzitter, die bepaalt binnen welke termijn de voorgeschreven maatregelen ten uitvoer worden gelegd. § 7. Artikel 1039 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing voor alle beschikkingen die de voorzitter verleent voor de rechtspleging vermeld in deze afdeling.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.

Artikel 49

[§ 1. Het vonnis of het arrest dat na de vorming van het fonds het faillissement van de verzoeker uitspreekt, hem uitstel van betaling verleent of zijn gerechtelijk akkoord homologeert, heeft voor het fonds geen gevolgen. § 2. De verzoeker en eventueel de curator van zijn faillissement moeten opgeroepen worden voor alle verrichtingen van de procedure tot vereffening en verdeling van het beperkingsfonds.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten. Afdeling IV. - [Procedure van vereffening en verdeling van het fonds] Opschrift ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.

Artikel 50

[§ 1. Zodra de aansprakelijkheid van de scheepseigenaar of van de hulpverlener vaststaat en deze gerechtigd zijn hun aansprakelijkheid te beperken, wordt de procedure voor vereffening en verdeling van het fonds voortgezet. § 2. De artikelen 496 tot 500, 502 tot 504 en 508 van Boek III van dit Wetboek zijn op de aangifte, de verificatie en de betwisting van de ten laste van het fonds neergelegde schuldvorderingen van toepassing. § 3. De bekendmaking vermeld in artikel 496 van Boek III van dit Wetboek wordt in voorkomend geval gedaan in één of meer buitenlandse maritieme bladen.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.

Artikel 51

[§ 1. Er kan geen enkel recht van voorrang uitgeoefend worden op het gedeelte van het beperkingsfonds dat bestemd is om de zaakschade te vereffenen. § 2. De vereffenaar maakt een ontwerp van verdeling op en deelt het mede aan de schuldeisers In geval van betwisting van het ontwerp van verdeling doet de rechtbank van koophandel wier voorzitter van het geding kennis heeft genomen, uitspraak op verslag van de vereffenaar.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.

11/04/1989 pub.

28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.

11/04/1989 pub.

15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.