← België

Omzendbrief over de toepassing van de wapenwetgeving

Kort samengevat

Deze omzendbrief licht de vernieuwde wapenwetgeving toe en geeft praktische richtlijnen voor de toepassing ervan door de overheden. Het doel is de complexe regels duidelijker en toegankelijker te maken voor zowel de lokale overheid als de burger.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 29 OKTOBER 2010. - Omzendbrief over de toepassing van de wapenwetgeving Inhoudstafel Inleiding 1. Toepassingsgebied 1.1.De bevoegdheden van de gewesten (jacht) en de gemeenschappen (sportschieten) 1.2. De geregionaliseerde wet op de internationale wapenhandel 1.3. Uitzonderingen voor de ordediensten 1.4. Pro memorie : andere toepasselijke regelgeving 1.5. Private veiligheid : buiten bestek 1.6. Statuut van de uitvoeringsbesluiten 2. Definities 2.1. Verdere toelichting en voorbeelden bij wettelijke definities 2.2. Nuttige definities uit andere regelgeving 3. Indeling van de wapens in categorieën 3.1. Verboden wapens 3.1.1. Wettelijke opsomming 3.1.2. Bij besluit verboden wapens 3.1.3. Verboden handelingen 3.1.4. Uitzonderingen voor wapenhandelaars, verzamelaars en de overheid 3.2. Vergunningsplichtige wapens 3.2.1. Betekenis van de restcategorie 3.2.2. Bij besluit vergunningsplichtige wapens 3.2.3. Principieel vrij verkrijgbare wapens die vergunningsplichtig worden 3.2.4. Verboden en toegelaten handelingen 3.3. Vrij verkrijgbare wapens 3.3.1. Blanke wapens 3.3.2. Niet-vuurwapens 3.3.3. Historische, folkloristische en decoratieve wapens 3.3.4. Vergunningsplichtige wapens die in sommige omstandigheden worden ingedeeld als « vrij verkrijgbaar » voor specifieke activiteiten 3.3.5. Geneutraliseerde wapens 3.3.6. Verboden en toegelaten handelingen 3.4. Wapens vs. werktuigen en speelgoed 3.5. Illegale wapens 4. Bepalingen van toepassing op wapenhandelaars en tussenpersonen 4.1. Erkenningsprocedure 4.1.1. Bevoegdheid 4.1.2. Beroepsbekwaamheidsexamen 4.1.3. Ontvankelijkheid 4.1.4. Onderzoek 4.1.5. Termijn 4.1.6. De herkomst van de financiële middelen 4.1.7. Veiligheidsmaatregelen 4.1.8. Beslissing 4.1.9. Motivering 4.1.10. Model 2 4.1.11. Beroep 4.1.12. Wijziging van de erkenning 4.1.13. Administratieve sancties 4.1.14. 5-jaarlijkse controle 4.2. Rechten en plichten 4.2.1. Deontologie 4.2.2. Registers 4.2.3. Overdracht/verkoop van vuurwapens 5. Bepalingen van toepassing op verzamelaars en musea 5.1. Erkenningsprocedure 5.1.1. Voorwaarden 5.1.2. Bevoegdheid 5.1.3. Ontvankelijkheid 5.1.4. Onderzoek 5.1.5. Termijn 5.1.6. Veiligheidsmaatregelen 5.1.7. Beslissing 5.1.8. Motivering 5.1.9. Model 3 5.1.10. Beroep 5.1.11. Wijziging van de erkenning 5.1.12. Administratieve sancties 5.1.13. 5-jaarlijkse controle 5.2. Rechten en plichten 5.2.1. Registers 5.2.2. Overdracht/verkoop van vuurwapens 5.2.3. Munitie 6. Bijzondere erkenningen voor niet-commerciële activiteiten 6.1. Voorbeelden 6.2. Bijzondere aspecten in de erkenningsprocedure 7. Erkenning als vervoerder 7.1. Bijzondere aspecten in de erkenningsprocedure 8. Schietstanden 8.1. Erkenningsprocedure 8.1.1. Toepassingsgebied 8.1.2. Voorwaarden 8.1.3. Bevoegdheid 8.1.4. Ontvankelijkheid 8.1.5. Onderzoek 8.1.6. Termijn 8.1.7. Beslissing 8.1.8. Motivering 8.1.9. Model 13 8.1.10. Beroep 8.1.11. Wijziging van de erkenning 8.1.12. Administratieve sancties 8.1.13. 5-jaarlijkse controle 8.2. Rechten en plichten 8.2.1. De uitbater 8.2.2. De schutters 8.2.3. Uitzonderingen 9. Wapenbezit door particulieren : algemene regels 9.1. Vergunningsprocedure 9.1.1. Bevoegdheid 9.1.2. Ontvankelijkheid 9.1.3. Onderzoek 9.1.4. Termijn 9.1.5. Advies van de lokale politie 9.1.6. Het medisch attest 9.1.7. De theoretische en de praktische proef 9.1.8. De instemming van de gezinsleden 9.1.9. De wettige reden 9.1.10. Passief wapenbezit 9.1.11. Vondst van een wapen 9.1.12. Beslissing 9.1.13. Motivering 9.1.14. Model 4 9.1.15. Beroep 9.1.16. Wijziging van de vergunning 9.1.17. Administratieve sancties 9.1.18. 5-jaarlijkse controle 9.2. Rechten en plichten 9.2.1. Aanschaf van een wapen 9.2.2. Overdracht/verkoop van een wapen 9.2.3. Veiligheidsmaatregelen 9.2.4. Gebruik 9.2.5. Lenen van een wapen 9.2.6. Vervoer 9.2.7. Herstelling 9.2.8. Munitie 10. Wapendracht door particulieren : algemene regels 10.1. Notie 10.2. Omstandigheden waarin een wapen vrij mag worden gedragen 10.3. Vergunningsprocedure 10.3.1. Bevoegdheid 10.3.2. Ontvankelijkheid 10.3.3. Onderzoek 10.3.4. Ambassadepersoneel e.d. 10.3.5. Het medisch attest 10.3.6. Termijn 10.3.7. Beslissing 10.3.8. Model 5 10.3.9. Beroep 10.3.10. Wijziging van de vergunning 10.3.11. Administratieve sancties 11. Bijzondere regeling voor jagers 11.1. Wie ? 11.2. Welke wapens ? 11.3. Welke handelingen ? 11.4. Model 9 11.5. Administratieve sancties 11.6. Rechten en plichten 11.7. Beëindiging van de activiteiten 12. Bijzondere regeling voor sportschutters 12.1. Wie ? 12.2. Welke wapens ? 12.3. Welke handelingen ? 12.4. Model 9 12.5. Administratieve sancties 12.6. Rechten en plichten 12.7. Beëindiging van de activiteiten 13. Bijzondere wachters 14.De Europese vuurwapenpas 14.1. Nut 14.2. Aanvraag 14.3. Geldigheid van de EVP 14.4. Op reis met wapens 14.5. Rechten en plichten van buitenlandse houders van de EVP 15. Occasionele schutters 15.1. Voorwaarden 16. Opslag van wapens en munitie 17.Wapenbeurzen 17.1. Voorwaarden 17.2. Toelating 18. De nummering van vuurwapens 18.1. Het centraal wapenregister 18.2. De proefbank voor vuurwapens 18.3. Het nationaal identificatienummer 19. Bijzonderheden over munitie en onderdelen 19.1. Onderdelen en hulpstukken 19.2. Munitie 20. Toezicht en straffen 20.1. Bevoegde overheden 20.2. Straffen 21. Inbeslagname van wapens 21.1. Gerechtelijke inbeslagname en administratieve inbeslagname 21.2. Verwittiging van de gouverneur en administratieve sancties 21.3. Model 10 21.4. Vrijwillige afstand en tijdelijke bewaargeving van een wapen zonder dat er sprake is van een misdrijf 21.5. Onderzoek van wapens door het NICC en private experts 21.6. Teruggave 21.7. Verbeurdverklaring 22. Gevolgen van de overgang van de oude naar de nieuwe wetgeving 22.1. De hernieuwing van de oude erkenningen en vergunningen 22.2. Model 6 22.3. Regularisaties 23. Verandering van statuut van een vergunningsplichtig wapen 24.Retributies 24.1. Principes 24.2. Tarieven 24.3. Uitzonderingen Nuttige adressen Bijlage 1 : lijst van inbreuken bedoeld in artikel 5, § 4, 2° WW Bijlage 2 : lijst van HFD-wapens (punt 3.3.3) Bijlage 3 : theoretische proef (punt 9.1.7) Bijlage 4 : aanvraagformulier tot het verkrijgen van een vergunning (model 4) tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen Inleiding De regelgeving met betrekking tot wat de Wapenwet (in verdere verwijzingen afgekort als WW) de « economische en individuele activiteiten met wapens » noemt, is sinds de invoering van de nieuwe wet op 8/6/06 fundamenteel gewijzigd. Er is een volledig nieuwe wet en alle oude uitvoeringsbesluiten die nog bestaan, zijn in min of meer grondige mate aangepast en enkele nieuwe uitvoeringsbesluiten werden genomen. Het is daarom dringend noodzakelijk geworden de oude omzendbrief 3630/1/8 van 30/10/95 en zijn aanvullingen te vervangen door een tekst die de vernieuwde regelgeving in haar geheel nader toelicht en praktische, bindende richtlijnen bevat voor de overheden die zijn belast met de toepassing van die regelgeving op het terrein. Deze omzendbrief behandelt alle thema's die aan bod komen in de wapenwetgeving. Hij beoogt de vaak complexe en technische regels te verduidelijken en toegankelijker te maken, zowel voor de lokale overheid als voor de burger. Waar voor de volledigheid zaken worden aangehaald die behoren tot de bevoegdheid van andere overheden (jacht, schietsport, in- en uitvoer), beperkt deze omzendbrief zich ertoe de regelgeving te citeren of te parafraseren zonder commentaar en zonder toepassingsrichtlijnen. 1. Toepassingsgebied De Belgische regelgeving over wapens vindt zijn neerslag in verschillende teksten.Dit is deels te verklaren door de verdeling van bevoegdheden binnen onze federale staat. Zo moet men niet alleen rekening houden met de federale Wapenwet van 8/6/06 en haar uitvoeringsbesluiten, maar ook met de gewestelijke decreten over de jacht, de gemeenschapsdecreten over het sportschieten en de gewestelijke bevoegdheid op het gebied van de in-, uit- en doorvoer van wapens, die evenwel nog niet heeft geleid tot eigen decreten. Verder onderging de federale wapenwet reeds enkele tekstwijzigingen en bevatten diverse uitvoeringsbesluiten regels die noodzakelijk zijn voor haar toepassing, hetgeen eveneens heeft bijgedragen tot de versnippering. Voor de toepassing op het terrein van onze regelgeving minder relevant, maar als gemeenschappelijke basis van de betrokken wetten van de andere lidstaten van de Europese Unie een belangrijke rechtsbron is tot slot de Europese Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18/6/91 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (gewijzigd door de Europese Richtlijn 2008/51/EG van 21/5/08), waarnaar verder kort wordt verwezen als « Richtlijn 91/477/EEG ». 1.1. De bevoegdheden van de gewesten (jacht) en de gemeenschappen (sportschieten) Sinds de staatshervorming van 1980 zijn de gewesten en de gemeenschappen van ons land bevoegd voor respectievelijk de jacht en de sport (het schieten is in alle gemeenschappen een erkende sporttak). Dit betekent dat de federale wet zich niet mag uitspreken over de voorwaarden waaronder de jacht en de schietsport mogen beoefend worden. De federale wet beperkt zich tot het indelen van de wapens in categorieën en ze verbindt aan elke categorie de modaliteiten voor het uitoefenen van economische en individuele activiteiten met die wapens. Concreet bepaalt de Wapenwet wie wapens mag verhandelen, verzamelen, bezitten, vervoeren en dragen, evenals wie een schietstand mag uitbaten, en de voorwaarden waaraan dit alles is gebonden. De gewesten en de gemeenschappen van hun kant, hebben in hun decreten en uitvoeringsbesluiten bepaald wie mag jagen en sportschieten, en onder welke voorwaarden dit mag. Het raakpunt van de federale met de gewestelijke, resp. gemeenschapsbevoegdheden ligt waar artikel 12 WW een gunstregime toekent aan jagers en sportschutters. Omdat de jagers en de sportschutters hun statuut pas kunnen verkrijgen na controle van hun antecedenten en hun theoretische en praktische kennis, heeft de wetgever ervoor gekozen hen niet te verplichten de vergunningsprocedure te doorlopen telkens als ze een vergunningsplichtig wapen voor de jacht of de schietsport willen kopen. Hun jachtverlof of sportschutterslicentie geldt dan als vergunning voor het voorhanden hebben van wapens die ontworpen zijn voor hun activiteit. Zeker voor de sportschutters, die een grote verscheidenheid aan schietdisciplines kennen waarbij allerlei wapens, ook zware, worden gebruikt, reikt dit gunstregime echter niet zover dat ze alle wapens vrij mogen verwerven. De Europese Richtlijn 91/477/EEG (zie verder), zoals deze meer bepaald in Belgisch recht geïmplementeerd werd door artikel 12 WW en het MB van 15/03/07, verzet zich hiertegen. Het is belangrijk te weten dat de toepassing van de jachtdecreten plaatsgebonden is. Wie wenst te jagen, moet in het bezit zijn van een jachtverlof afgegeven door de bevoegde overheden van de plaats waar de activiteit plaatsvindt. Een Vlaming die wil jagen in het Waals gewest, moet dus een Waals jachtverlof hebben (hierop bestaan echter uitzonderingen). Sport(schieten) is dan weer een persoonsgebonden materie. De Vlaamse sportschutter zal met zijn Vlaamse sportschutterslicentie, afgegeven door de schuttersfederatie waarvan hij lid is, ook kunnen deelnemen aan een wedstrijd georganiseerd door een Waalse schuttersfederatie (ook hier bestaan bijzondere regelingen). Momenteel (midden 2010) zijn de volgende teksten van kracht (allemaal terug te vinden op de website van de FOD Justitie www.just.fgov.be onder « Belgische wetgeving ») : -het Vlaams jachtdecreet van 24/7/91; - het besluit van 28/10/87 van de Vlaamse Executieve betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest; - het decreet van het Waals gewest van 14/7/94 tot wijziging van de jachtwet van 28/2/1882 (de oude jachtwet is er nog deels van toepassing); - het besluit van 22/9/05 van de Waalse Regering houdende regeling van het gebruik van vuurwapens en munitie met het oog op het uitoefenen van de jacht, alsmede van enkele jachtprocessen of -technieken; - het Vlaams decreet van 11/5/07 houdende het statuut van de sportschutter; - het besluit van de Vlaamse Regering van 1/6/07 houdende de uitvoering van het decreet van 11/5/07 houdende het statuut van de sportschutter; - het decreet van de Franse gemeenschap van 24/11/06 betreffende de toekenning van de vergunning van sportschutter; - het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 30/3/07 tot vaststelling van de lijst van de schietsportdisciplines; - het besluit van 30/3/07 van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de nadere regels voor de organisatie, de inhoud, de evaluatie en de gelijkwaardigheid van de theoretische en praktische proeven waarvoor geslaagd moet worden voor het bekomen van de vergunning van sportschutter; - het besluit van 30/3/07 van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het model van vergunning van sportschutter; - het besluit van 11/4/08 van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het model van het verslag bedoeld in artikel 7 van het decreet van 24 november 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/11/2006 pub. 15/02/2007 numac 2007200483 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de toekenning van de vergunning van sportschutter sluiten betreffende de toekenning van de vergunning van sportschutter; - het decreet van de Duitstalige gemeenschap van 20/11/06 over het statuut van de sportschutters; - het besluit van de Regering van de Duitstalige gemeenschap van 23/5/07 tot uitvoering van het decreet van 20/11/06 over het statuut van de sportschutters. Te noteren valt dat de teksten die dateren van voor de Wapenwet (8/6/06) nog de terminologie van de oude wetgeving gebruiken, bijvoorbeeld de oude benaming van de diverse categorieën wapens. Die achterhaalde terminologie moet uiteraard worden gelezen met respect voor de nieuwe regelgeving! 1.2. De geregionaliseerde wet op de internationale wapenhandel In 2003 werden de gewesten bevoegd voor nog een ander aspect van de wapenproblematiek, met name de in-, uit- en doorvoer (uitgezonderd voor leger en politie). Voorheen was dit, net zoals dit voor andere goederen het geval is gebleven, een federale bevoegdheid. Omdat de gewesten nog geen eigen decreten hebben aangenomen, passen ze nog steeds de oude federale regelgeving toe : de wet van 5/8/91 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie, en haar uitvoeringsbesluiten. Zoals de titel aangeeft, is het toepassingsgebied van die wet heel wat ruimer dan dat van de hier besproken Wapenwet. Ze bestrijkt alle wapens die onder de Wapenwet vallen, maar daarnaast ook zwaar militair materieel, onderdelen daarvoor, elektronica, software, chemische substanties, materiaal voor ordehandhaving (zoals kogelwerende vesten, helmen, schilden en handboeien, die in tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, niet onder de Wapenwet vallen!), en wat men « materiaal voor dubbel gebruik » noemt (dit zijn op zich onschuldige goederen die een militaire bestemming krijgen of hebben gehad). Naar gelang van de vestigingsplaats van de in-, uit- of doorvoerder geeft het betrokken gewest in-, uit- en doorvoerlicenties af. Dit zijn vaak grote gespecialiseerde bedrijven, die alleen als ze wapens in de zin van de Wapenwet produceren of verhandelen als wapenhandelaar of tussenpersoon moeten zijn erkend in overeenstemming met de Wapenwet. Maar ook de gewone particulier die een wapen aankoopt in het buitenland of zijn wapen daar wenst te verkopen, valt onder deze wetgeving. Binnen de Benelux zijn er dan weer geen in-, uit- of doorvoerlicenties vereist. Een bijzonderheid van de regelgeving op het vlak van uit- en doorvoer (niet van invoer!) is de onmogelijkheid de nodige licenties aan te vragen bij de gewestelijke overheden, als men niet een voorafgaande vergunning heeft verkregen. Die wordt door de Federale Wapendienst namens de minister van Justitie afgegeven. Ook particulieren moeten die aanvragen. Een uitzondering wordt in de praktijk wel gemaakt voor de particulier die naar het buitenland verhuist en zijn wapen meeneemt. Toelichting dienaangaande en het verplichte aanvraagformulier zijn terug te vinden op de voornoemde website van de FOD Justitie (rubriek 'justitie van a tot z', trefwoord 'wapens'). Verderop (punten 9.2.1 en 14.4) wordt ingegaan op twee aspecten van de in- en uitvoerregeling die van belang zijn binnen dit bestek : het reizen met wapens binnen de EU en het aankopen van een wapen in een andere EU-lidstaat. 1.3. Uitzonderingen voor de ordediensten De Wapenwet is niet van toepassing op de dienstwapens van de ordediensten, die worden opgesomd in het KB van 26/6/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht. Het gaat over : 1° de krijgsmacht;2° het operationeel kader van de politiediensten;3° bepaalde leden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten;4° de politieambtenaren van de Algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie;5° de hoofden en de leden van de Diensten Enquêtes van de Vaste Comités van toezicht op de politiediensten en op de inlichtingendiensten;6° de agenten van de Administratie van douane en accijnzen;7° de buitendiensten van het Directoraat-Generaal Strafinrichtingen;8° de buitendiensten van het Bestuur Veiligheid van de Staat;9° de daartoe aangestelde personeelsleden van het Agentschap voor Natuur en Bos binnen het Vlaamse ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie;10° de ambtenaren van het bosbeheer van het « Département de la Nature et des Forêts », alsook de ambtenaren van het « Département de la police et des contrôles de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement » van de Waalse overheidsdienst;11° de ingenieurs en adjuncten van de Bosdienst van de Afdeling Natuur, Water en Bos van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;12° de inspecteurs van de Dienst Beveiliging van de Luchtvaart- en Luchthaveninspectie;13° de politiediensten van een lidstaat van de Europese Unie, overeenkomstig een bilateraal of multilateraal akkoord van politiesamenwerking of een maatregel die genomen is in het kader van titel VI van het Verdrag over de Europese Unie, waarin bepaald wordt dat deze politieambtenaren bepaalde politieopdrachten uitvoeren in België waarbij zij wapens dragen;14° de veiligheidsbeambten van het veiligheidskorps van de Federale Overheidsdienst Justitie. Het feit dat een overheidsdienst is opgenomen in de bovenstaande lijst houdt niet in dat de betrokken ambtenaren volledige vrijheid genieten. Voor elke betrokken dienst moet er immers een uitvoeringsbesluit worden gemaakt waarin wordt bepaald welke wapens door welke ambtenaren als dienstwapens mogen worden gebruikt, hoe ze dienen te worden verworven, bewaard, vervoerd, gebruikt, enz. Het voorhanden mogen hebben van een dienstwapen betekent zeker niet dat de betrokken ambtenaren het recht zouden hebben dat dienstwapen ook buiten de dienst voorhanden te hebben, laat staan te gebruiken voor privédoeleinden. Over dit onderwerp bestaan bijzondere richtlijnen van de Minister van Binnenlandse Zaken. In elk geval zijn ook de gewapende leden van de ordediensten als privépersoon onderworpen aan alle gewone regels die gelden voor de burger (1). Verderop wordt besproken (punt 3.1.4) onder welke voorwaarden bepaalde wapens niet verboden zijn voor de ordediensten en hoe ze die kunnen verwerven, voorhanden hebben, enz. 1.4. Pro memorie : andere toepasselijke regelgeving Het is opportuun om er op deze plaats aan te herinneren dat wapenhandelaars en particuliere wapenbezitters niet alleen de regelgeving over wapens moeten naleven. In geval van opslag van grote hoeveelheden munitie kan de wetgeving over springstoffen ook van toepassing zijn (de wet van 28/5/56 betreffende ontplofbare en voor deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen, en haar voornaamste uitvoeringsbesluit van 23/9/58 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen). Hiervoor is de Dienst Reglementering Springstoffen en Gas bij de FOD Economische Zaken verantwoordelijk. Daarnaast is de gewestelijke milieureglementering van toepassing op wapenhandelaars en -fabrikanten, net als op schietstanden. Wapenhandelaars dienen met name, naast bijvoorbeeld de sociale, fiscale en de milieureglementering, ook de wetgeving over de handelspraktijken te eerbiedigen. Bezoekers van schietstanden en openluchtmanifestaties waar vuurwapens worden gebruikt, en vooral deelnemers aan « oorlogsspellen » met paintballmarkers of airsoftwapens moeten opletten dat ze geen daden stellen die strafbaar worden gesteld door de wet van 29/7/34 waarbij de private milities verboden worden. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn als de activiteiten een politiek doel nastreven. Activiteiten georganiseerd in het kader van de door de gemeenschapsoverheden erkende sporten vallen nooit onder de wet op de private milities. 1.5. Private veiligheid : buiten bestek Een aparte categorie van wapenbezitters wordt gevormd door de bewakingsagenten die met toepassing van de wet van 10/4/90 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid het recht hebben tijdens de uitoefening van hun beroep wapens voorhanden te hebben. Omdat zijzelf en hun werkgevers al moeten vergund of erkend worden door de Minister van Binnenlandse Zaken en ze voor het voorhanden hebben en dragen van wapens een bijzondere toestemming van hem nodig hebben, heeft de Wapenwet (2) ook de afgifte van de vergunningen tot het voorhanden hebben van wapens en wapendrachtvergunningen aan bewakingsagenten gecentraliseerd bij de bevoegde directie private veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken. Deze omzendbrief is niet op hen van toepassing, maar kan wel als aanvullende toelichting worden gebruikt door de bevoegde diensten (3). 1.6. Statuut van de uitvoeringsbesluiten De belangrijkste uitvoeringsbesluiten van de oude wapenwet van 1933 waren veel recenter dan die wet en waren zelf niet aan een fundamentele herziening toe op het moment dat de nieuwe Wapenwet in 2006 in werking trad. Daarom werd ervoor gekozen ze waar mogelijk van kracht te laten (4) en alleen over te gaan tot de noodzakelijke aanpassingen (eerst vooral terminologisch, later vooral inhoudelijk) om ze te doen overeenstemmen met de tekst en de geest van de nieuwe wet. Soms was het mogelijk de uitvoering van nieuwe wetsbepalingen te integreren in een bestaand besluit. Midden 2010 zijn de volgende besluiten nog van kracht (en meestal al volledig aangepast) : ? het KB van 26/6/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht; ? het KB van 13/7/2000 tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden; ? het KB van 1/3/98 betreffende de indeling in categorieën van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens; ? het KB van 24/4/97 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie; ? het KB van 27/2/97 betreffende de indeling van de munitie van kaliber 5.7 x 28 mm; ? het KB van 18/11/96 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie vergunningsplichtige vuurwapens; ? het KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens; ? het KB van 8/8/94 betreffende de Europese Vuurwapenpassen; ? het KB van 20/9/91 tot uitvoering van de Wapenwet; ? het KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt. Een reeks van overbodig geworden oude uitvoeringsbesluiten werd uitdrukkelijk opgeheven. Tevens werd een aantal nieuwe autonome besluiten genomen om te voorzien in de uitvoering van nieuwe wetsbepalingen. Midden 2010 betreft het de volgende teksten : ? het KB van 29/12/06 tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009438 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens. - Adviesraad voor wapens : oproep tot kandidaatstelling sluiten houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, waarvan de eerste artikelen autonome bepalingen zijn; ? het MB van 15/3/07 tot bepaling van de lijst van vuurwapens ontworpen voor het sportschieten, waarvoor houders van een sportschutterslicentie vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht; ? het KB van 16/10/08 tot regeling van het statuut van de wapenhandelaar; ? het MB van 16/10/08 houdende erkenning van de artsen bevoegd voor het afgeven van een attest bedoeld in artikel 14 van de wapenwet; ? het MB van 11/3/10 tot indeling bij de verboden wapens van bepaalde hulpstukken voor vuurwapens. Ook na het verspreiden van deze omzendbrief zal nog een (beperkt) aantal nieuwe besluiten moeten worden genomen, die echter geen fundamentele wijzigingen meer zullen aanbrengen in deze tekst. 2. Definities 2.1. Verdere toelichting en voorbeelden bij wettelijke definities Artikel 2 WW geeft een heterogene reeks definities van termen die worden gebruikt in de regelgeving. Ook in sommige uitvoeringsbesluiten zijn definities terug te vinden. Die laatste worden (tenzij ze van algemeen nut zijn) besproken in de punten waar de betrokken besluiten zelf ter sprake komen. Hieronder worden alle wettelijke definities weergegeven, waar mogelijk aangevuld met nuttige commentaar. De gebruikte nummering is die van de wet. 1° wapenhandelaar : eenieder die voor eigen rekening en gewoonlijk, als hoofdactiviteit of als nevenactiviteit, tegen een vergoeding of om niet, vuurwapens, onderdelen ervan of munitie ervoor vervaardigt, herstelt, wijzigt, verhandelt of anderszins ter beschikking stelt; Commentaar : ? deze term dekt niet alleen de traditionele handelaars, maar ook de andere leden van de betrokken economische sector (fabrikanten, invoerders, ambachtelijke herstellers en onderaannemers, graveerders,...) ? handelaars in blanke wapens zoals messen zijn geen wapenhandelaars ? particulieren mogen occasioneel hun eigen wapens verkopen zonder als wapenhandelaar beschouwd te worden, zolang ze geen wapens verwerven met het oog op de wederverkoop ervan en dus geen verdoken handel drijven ? particulieren, vooral jagers en sportschutters, mogen zelf in beperkte hoeveelheden munitie voor eigen gebruik vervaardigen zonder als wapenhandelaar beschouwd te worden, zonder ze evenwel te mogen verhandelen ? hieronder vallen niet de schietstanden of particulieren die wapens tijdelijk uitlenen op de schietstand en personen begeleiden zonder evenwel de wapens definitief over te dragen 2° tussenpersoon : eenieder die, tegen een vergoeding of om niet, de voorwaarden creëert voor het sluiten van een overeenkomst met als onderwerp de vervaardiging, de herstelling, de wijziging, het aanbod, de verwerving, de overdracht of enige andere vorm van terbeschikkingstelling van vuurwapens, onderdelen ervan of munitie ervoor, ongeacht de herkomst en de bestemming ervan en ongeacht of de goederen op het Belgische grondgebied komen, of die een dergelijke overeenkomst sluit wanneer het vervoer door een derde wordt verricht; Commentaar : ? deze term slaat zowel op de particulier die als bijberoep optreedt als makelaar bij de aankoop van wapens door derden, als op internationale brokers die enkel een bureau in België hebben en zelf niet in contact komen met de wapens 3° antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen : ieder tuig dat op of onder enig oppervlak of in de nabijheid daarvan wordt geplaatst, en ontworpen of aangepast is om te ontploffen of uiteen te spatten door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon, al dan niet voorzien van een anti-hanteermechanisme, dat de mijn beschermt, er onderdeel van is, verbonden is met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of opzettelijk te ontregelen;4° submunitie : alle munitie die zich, om haar functie te vervullen, van een moederbom losmaakt.Dat betreft alle munitie of explosieve ladingen die bedoeld zijn om op een bepaald ogenblik te ontploffen nadat zij zijn gelanceerd of uitgestoten uit een moederbom met verspreidingsmunitie, met uitzondering van : - verspreidingssystemen die alleen rook- of lichtmunitie bevatten, of munitie die uitsluitend bestemd is om als elektrisch of elektronisch afweermiddel te dienen; - systemen met meervoudige munitie die alleen bedoeld is om pantservoertuigen te doorboren en te vernietigen, die uitsluitend met die doelstelling kunnen worden ingezet zonder dat ze gevechtszones kunnen bestrijken zonder enig onderscheid, meer bepaald doordat hun traject en hun doelwit moeten worden gecontroleerd, en die in voorkomend geval uitsluitend kunnen exploderen op het ogenblik dat ze inslaan en in ieder geval niet kunnen exploderen louter door het contact met, de aanwezigheid of de nabijheid van een persoon; 5° blindmakend laserwapen : wapen ontworpen of aangepast met als enig doel of onder meer als doel om door middel van lasertechnologie mensen permanent blind te maken;6° brandwapen : elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof;7° spring- of valmes met slot : mes waarvan het lemmet door een mechanisme of door de zwaartekracht uit het heft wordt gebracht en automatisch wordt geblokkeerd; Commentaar : ? de bekendste voorbeelden hiervan zijn de messen beter gekend onder de benamingen « knipmes » of « stiletto » ? het gaat dus niet over messen waarvan het lemmet handmatig moet worden opengevouwen en al dan niet automatisch kan worden geblokkeerd met een veer, knop of ring 8° vlindermes : een mes, waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen;9° namaakwapen : al dan niet inerte natuurgetrouwe imitatie, replica of kopie van een vuurwapen; Commentaar : ? de ouderdom van namaakwapen en origineel model speelt geen rol ? van doorslaggevend belang is de uiterlijke gelijkenis, maar ook het gewicht kan meespelen ? de vraag die men zich moet stellen om iets als namaakwapen te beschouwen, is of iemand zich er redelijkerwijs bedreigd zou kunnen door voelen 10° lang wapen : wapen waarvan de looplengte meer dan 30 cm bedraagt of waarvan de totale lengte meer dan 60 cm bedraagt; Commentaar : ? a contrario heeft een kort wapen een looplengte van ten hoogste 30 cm en een totale lengte van ten hoogste 60 cm 11° vouwgeweer : wapen waarvan de loop, door volledig te draaien rond een as, langsheen de kolf komt, zodat de lengte van het wapen is herleid tot de helft ervan, waardoor het aldus gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij; Commentaar : ? niet te verwarren met de term plooigeweer die vaak wordt gebruikt voor openknikkende jachtgeweren ? typevoorbeeld van het stropersgeweer ? geweren met een klapkolf of met een uitschuifbare kolf vallen hier evenwel niet onder als deze kolven er niet voor zorgen dat het wapen gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij. 12° niet-vuurwapen : elk wapen dat één of meerdere projectielen afschiet waarvan de voortstuwing niet resulteert door de verbranding van poeder of door een detonator; Commentaar : ? deze term dekt uiteenlopende soorten wapens : luchtpistolen, loodjesgeweren, airsoftwapens, paintballmarkers, bogen, kruisbogen, katapulten, ... ? ook de zeldzame wapens die projectielen afschieten door middel van elektrische impulsen vallen hieronder 13° blank wapen : elk wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snedes hebben; Commentaar : ? in deze definitie gaat het alleen over de steek- en snijwapens, maar verderop bij de bespreking van het statuut van de blanke wapens (punt 3.3.1) worden ook sommige slagwapens ermee gelijkgesteld 14° werpmes : mes waarvan het bijzonder evenwicht toelaat met precisie te werpen; Commentaar : ? dit zijn de messen die gebruikt worden bij stunts en in circussen, die zich nu tevreden moeten stellen met imitaties ? ook zgn. ballistische messen vallen hieronder, dit zijn lemmeten met het uitzicht van een werpmes die niet worden geworpen, maar afgeschoten door een mechanisme in het heft 15° nunchaku : vlegel bestaande uit twee korte onbuigzame stokjes die met elkaar verbonden zijn door een ketting of een ander middel; Commentaar : ? bij gevechtssporten neemt men vaak zijn toevlucht tot imitaties waarvan de stokjes zijn gemaakt uit een buigzaam materiaal of zijn overtrokken met een soepel materiaal; die zijn aanvaardbaar als ze niet kunnen kwetsen 16° werpster : metalen plaatje in de vorm van een ster en met scherpe punten, dat kan worden verborgen en ook « shuriken » wordt genoemd;17° jachtverlof : een document dat het recht verleent om de jacht te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gewestelijke overheden bevoegd voor de jacht, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat; Commentaar : ? een jachtverlof uit een andere EU-lidstaat is niet per definitie gelijkwaardig : voor elk land dient het bewijs geleverd te worden dat het document slechts wordt afgegeven na grondige controle van de gerechtelijke antecedenten en de theoretische en praktische kennis ? op dezelfde basis kan de Federale Wapendienst namens de minister jachtverloven van andere staten ook als gelijkwaardig beschouwen 18° sportschutterslicentie : een document dat het recht verleent om de schietsport te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat; Commentaar : ? hiervoor gelden dezelfde opmerkingen als bij het jachtverlof, met dien verstande dat in tegenstelling daartoe in veel landen geen officiële sportschutterslicentie bestaat of ze niet gelijkwaardig blijkt te zijn! 19° schietstand : een schietinstallatie voor vuurwapens, al dan niet gelegen in een gesloten lokaal; Commentaar : ? ook openlucht-schietstanden voor het kleischieten vallen hieronder ? schietstanden waar alleen met niet-vuurwapens wordt geschoten (paintball, luchtdruk,...) vallen hier niet onder 20° munitie : een geheel bestaande uit een huls, een slaghoedje, een kruitlading en een of meer projectielen; Commentaar : ? de projectielen bestemd voor niet-vuurwapens vallen niet onder deze definitie, maar wanneer de betrokken niet-vuurwapens met vuurwapens gelijkgesteld werden, krijgen die projectielen in de praktijk toch vaak het statuut van munitie ? blanke munitie (of oefenmunitie) voldoet niet aan deze definitie bij gebrek aan projectiel, en kan er dus niet mee worden gelijkgesteld 21° automatisch vuurwapen : enig vuurwapen dat, na elk afgevuurd schot, zich automatisch herlaadt en dat met een druk op de trekker, een salvo van meerdere schoten kan afvuren; Commentaar : ? elk vuurwapen dat automatisch kan vuren, ook al kan het ook in een andere modus vuren, is te beschouwen als een automatisch vuurwapen 22° verblijfplaats : de belangrijkste verblijfplaats die iemand in België heeft, met uitsluiting van de plaatsen waar wapens worden bewaard en die de betrokkene deelt met derden; Commentaar : ? de plaats waar de betrokkene het meest aanwezig is als hij twee eigen verblijfplaatsen heeft in ons land, of één in ons land en één in het buitenland ? de plaats waar het wapen is ondergebracht als de betrokkene evenveel aanwezig is in twee verblijfplaatsen in ons land, of waarvan één in ons land ligt en één in het buitenland ? niet een tweede verblijfplaats die door anderen wordt bewoond wanneer de betrokkene er zelf niet aanwezig is 23° loop : onderdeel van een wapen, bestaande uit de holte waarlangs het projectiel voorbijkomt, al dan niet met trekken, en gewoonlijk met een kamer waarin het projectiel wordt ingebracht;24° revolver : kort vuurwapen met rotatiemagazijn of trommel met een of meerdere kamers.De kamers komen achtereenvolgens voor de loop te staan door druk op de trekker of bij rechtstreekse wapening, door druk van de duim op de haan van het wapen; Commentaar : ? er bestaan ook enkelschotsrevolvers waarvan de trommel niet beweegt ? trommelkarabijnen zijn lange wapens en vallen niet onder deze definitie 25° pistool : kort vuurwapen waarbij de uitwerping van de huls, de invoering van de nieuwe patroon en het vergrendelen automatisch gebeurt na het vertrekken van het schot, dankzij de energie die ontstaat door de ontploffing van de kruitlading of door de verbrandingsgassen.De schutter moet de trekker loslaten en opnieuw drukken om een nieuw schot af te vuren; Commentaar : ? er bestaan ook enkelschotspistolen zonder lader 26° repeteerwapen : vuurwapen dat projectielen één per één afvuurt bij iedere druk op de trekker, doch waarbij de schutter het wapen manueel dient te herbewapenen, met een hefboom, een grendel of een pomp. Commentaar : ? bekende voorbeelden van elk gebruikt mechanisme zijn de Winchesterkarabijn (hefboom), de Lee-Enfield (grendel) en de riot-gun (pomp) ? een single-actionrevolver, waarbij de haan met de vinger moet worden opgespannen voor elk schot, is een repeteerwapen 2.2. Nuttige definities uit andere regelgeving De bovenstaande definities van automatische wapens en van repeteerwapens zijn door de wet overgenomen uit de Richtlijn 91/477/EEG. In deze Richtlijn zijn ook de volgende andere relevante definities opgenomen : 1° semi-automatisch of halfautomatisch wapen : een vuurwapen dat na elk schot automatisch weer geladen wordt en dat bij eenmalige bediening van de trekker niet meer dan één projectiel kan afvuren; Commentaar : ? een double-actionrevolver, waarbij de haan automatisch wordt opgespannen door de trekker te manipuleren voor elk schot, heeft een semi-automatische werking, maar wordt traditioneel niet beschouwd als een semi-automatisch wapen doch wel als een repeteerwapen 2° enkelschotswapen : een vuurwapen zonder lader, dat voor elk schot wordt geladen door met de hand een kogel in de kamer of in een hiertoe aangebrachte ruimte bij de ingang van de loop te brengen. Commentaar : ? een pistool is in principe een semi-automatisch wapen, tenzij het slechts een enkelschotswapen is De definitie van jagen en sportschieten is terug te vinden in de verschillende betrokken gewest- en gemeenschapsdecreten. Hoewel de regelgeving verschillend is, zijn de definities in de praktijk dezelfde : 1° jagen volgens het Vlaams jachtdecreet : de jachtdaad is de handeling waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt.In dit decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad; 2° sportschieten volgens het Vlaams sportschuttersdecreet : het beoefenen van de schietdisciplines die worden aangeboden door de internationale schietsportfederatie die erkend is door het Internationaal Olympisch Comité, of door de schietsportfederaties, met uitzondering van het buksschieten;de sportschutter is de natuurlijke persoon die via een schuttersvereniging lid is van een schietsportfederatie; Commentaar : ? in alle Gemeenschappen is het verboden om het sportschieten te beoefenen zonder houder te zijn van een sportschutterslicentie. De definitie van het begrip « sportschieten » verschilt in elke Gemeenschap. De decreten regelen echter enkel het beoefenen van de schietsport binnen de disciplines die worden aangeboden door de erkende schietsportfederaties. Met de term « recreatief schieten » wordt dan bedoeld het schieten buiten het door de Gemeenschappen geregelde kader (b.v. wapenbezitters die niet bij een club zijn aangesloten en/of die geen door een federatie georganiseerde schietdisciplines beoefenen). 3. Indeling van de wapens in categorieën In onze regelgeving is sprake van drie categorieën van wapens : verboden wapens, vergunningsplichtige wapens en vrij verkrijgbare wapens.Vuurwapens die niet uitdrukkelijk bij de verboden of de vrij verkrijgbare wapens zijn ingedeeld, zijn vergunningsplichtig. Niet-vuurwapens zijn dan weer principieel vrij verkrijgbaar, maar kunnen vergunningsplichtig worden gemaakt of verboden worden. Tot slot wordt ingegaan op de soms moeilijke aflijning tussen wapens en andere voorwerpen. 3.1. Verboden wapens 3.1.1. Wettelijke opsomming (5) Opmerking - Uit de vroegere opsomming van de verboden wapens in de wet zijn de dolken en dolkmessen verdwenen. Dit komt enerzijds omdat hun statuut al te veel aanleiding gaf tot twijfel en discussie, en anderzijds omdat veel types van messen die als verboden dolkmessen konden worden beschouwd noodzakelijk of nuttig zijn bij het beoefenen van een hobby. Dat deze messen voortaan vrij verkrijgbaar zijn, betekent echter niet dat ze ontsnappen aan alle controle : hun dracht en bijgevolg hun gebruik zijn nog steeds onderworpen aan een wettige reden ! 1° antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen (ieder tuig dat op of onder enig oppervlak of in de nabijheid daarvan wordt geplaatst, en ontworpen of aangepast is om te ontploffen of uiteen te spatten door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon, al dan niet voorzien van een anti-hanteermechanisme, dat de mijn beschermt, er onderdeel van is, verbonden is met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of opzettelijk te ontregelen), en blindmakende laserwapens (wapen ontworpen of aangepast met als enig doel of onder meer als doel om door middel van lasertechnologie mensen permanent blind te maken);2° brandwapens (elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof);3° wapens ontworpen voor uitsluitend militair gebruik, zoals automatische vuurwapens, lanceertoestellen, artilleriestukken, raketten, wapens die gebruik maken van andere vormen van straling dan die bedoeld onder het 1°, munitie die specifiek is ontworpen voor die wapens, bommen, torpedo's en granaten;4° submunitie (alle munitie die zich, om haar functie te vervullen, van een moederbom losmaakt.Dat betreft alle munitie of explosieve ladingen die bedoeld zijn om op een bepaald ogenblik te ontploffen nadat zij zijn gelanceerd of uitgestoten uit een moederbom met verspreidingsmunitie, met uitzondering van verspreidingssystemen die alleen rook- of lichtmunitie bevatten, of munitie die uitsluitend bestemd is om als elektrisch of elektronisch afweermiddel te dienen, en van systemen met meervoudige munitie die alleen bedoeld is om pantservoertuigen te doorboren en te vernietigen, die uitsluitend met die doelstelling kunnen worden ingezet zonder dat ze gevechtszones kunnen bestrijken zonder enig onderscheid, meer bepaald doordat hun traject en hun doelwit moeten worden gecontroleerd, en die in voorkomend geval uitsluitend kunnen exploderen op het ogenblik dat ze inslaan en in ieder geval niet kunnen exploderen louter door het contact met, de aanwezigheid of de nabijheid van een persoon); 5° spring- en valmessen met slot (mes waarvan het lemmet door een mechanisme of door de zwaartekracht uit het heft wordt gebracht en automatisch wordt geblokkeerd), vlindermessen (een mes, waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen), boksbeugels en blanke wapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp (bijvoorbeeld een mes verborgen in een riem);6° degenstokken en geweerstokken die geen historische sierwapens zijn : het gaat om wandelstokken of paraplu's waarin een steekwapen of een vuurwapen verborgen zit, en die geen aantoonbare historische waarde hebben;7° knotsen (wapens die zijn gemaakt om iemand zware slagen mee te geven) en wapenstokken (het woord "matrak" is een soortnaam waaronder alle kleine slagwapens worden bedoeld, uit eender welk materiaal vervaardigd en die, naar vorm en bestemming, een gelijkenis hebben met de wapenstok.Specifieke kenmerken van de wapenstok zijn o.m. het feit dat hij de vorm van een stok heeft; gemakkelijk te gebruiken en zelfs te verbergen is; zeer sterk en stevig is; voorzien van een handvat of van een riem en dat hij kennelijk ontworpen of bestemd is om te kneuzen of te verwonden); 8° vuurwapens waarvan de kolf of de loop op zich in verschillende delen kan worden uiteengenomen, vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen ervan niet of minder zichtbaar is dan wel dat hun technische eigenschappen niet meer overeenstemmen met die van het model zoals omschreven in de vergunning tot het voorhanden hebben ervan en vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen (hieronder valt bijvoorbeeld een geweer met afgezaagde loop);9° draagbare tuigen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische of diergeneeskundige hulpmiddelen (zgn. tasers); 10° voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen (bijvoorbeeld traangas- of pepersprays, maar ook de zgn.« smurfenspray » die een sterke kleurstof in het gezicht van een aanvaller spuit, waarbij die tijdelijk wordt verblind); 11° vouwgeweren boven kaliber 20 (wapen waarvan de loop, door volledig te draaien rond een as, langsheen de kolf komt, zodat de lengte van het wapen is herleid tot de helft ervan, waardoor het aldus gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij).De kaliberaanduiding 20 wijst op een loop met diameter 15,6mm, dus enkel lopen met een diameter van 15,6mm of groter zijn verboden (dus kalibers 4, 10, 12, 14, 16 en 20); 12° werpmessen (mes waarvan het bijzonder evenwicht toelaat met precisie te werpen);13° nunchaku's (vlegel bestaande uit twee korte onbuigzame stokjes die met elkaar verbonden zijn door een ketting of een ander middel);14° werpsterren (metalen plaatje in de vorm van een ster en met scherpe punten, dat kan worden verborgen en ook "shuriken" wordt genoemd);15° vuurwapens uitgerust met de volgende onderdelen en hulpstukken, evenals de volgende onderdelen en hulpstukken afzonderlijk : geluiddempers (ook als ze in het wapen zijn geïntegreerd);laders met een grotere capaciteit dan de normale capaciteit zoals bepaald door de minister van Justitie voor een bepaald model vuurwapen; richtapparatuur voor vuurwapens, die een straal projecteert op het doel (niet de elektronische richtapparatuur waarbinnen een rood punt is te zien, zonder dat dit op het doel wordt geprojecteerd) en nachtkijkers (bedoeld worden de nachtkijkers die op een vuurwapen kunnen worden gemonteerd); 16° bij MB aangewezen tuigen, wapens en munitie die een nieuwe ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid kunnen vormen en wapens en munitie die om die reden alleen de ordediensten voorhanden mogen hebben (deze mogelijkheid werd in het leven geroepen om te kunnen reageren wanneer een onwenselijk type wapen op de markt komt);17° voorwerpen en stoffen die niet als wapen zijn ontworpen, maar waarvan, gegeven de concrete omstandigheden, duidelijk is dat degene die ze voorhanden heeft, draagt of vervoert, ze wenst te gebruiken voor het toebrengen van lichamelijk letsel aan of het bedreigen van personen (dit zijn de zgn.verboden wapens door bestemming : eender welke zaak die als wapen wordt gebruikt); 18° inerte munitie en bepantsering die verarmd uranium of elk ander industrieel uranium bevatten. 3.1.2. Bij besluit verboden wapens Het voornoemde punt 16° laat toe dat in de toekomst bepaalde tuigen, wapens en munitie bij ministerieel besluit als verboden wapens worden ingedeeld. Alle vroegere koninklijke besluiten die wapens als verboden bestempelden, zijn opgeheven en bijna allemaal geïntegreerd in de nieuwe wet. Katapulten worden niet meer beschouwd als verboden wapens. Op het vlak van de munitie bestaat er nog één KB (van 27/02/97) dat de munitie van kaliber 5.7 x 28 mm heeft verboden. Het betreft de munitie gebruikt door de P90 van FN. Recent werden tevens bepaalde hulpstukken evenals de vuurwapens die ermee zijn uitgerust ingedeeld bij de verboden wapens middels het MB van 11/3/10. Het betreft meer bepaald hulpstukken, met uitzondering van gewone kolven, die aan een handvuurwapen bepaalde uiterlijke kenmerken en technische eigenschappen van een schoudervuurwapen geven. In werkelijkheid betreft het enkel de recente hulpstukken waarin een handvuurwapen volledig wordt verborgen waardoor het kan worden gebruikt als een lang aanvalswapen. Het betreft dus helemaal niet de houten of metalen kolfverlengstukken die lang geleden werden ontwikkeld. 3.1.3. Verboden handelingen (6) In de praktijk zijn alle handelingen met verboden wapens uiteraard ook verboden. De wet somt het vervaardigen, herstellen, te koop stellen, verkopen, overdragen, vervoeren, opslaan, voorhanden hebben en dragen ervan op. In tegenstelling tot de oude regelgeving is het loutere bezit van een verboden wapen nu ook verboden en strafbaar. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, worden de verboden wapens in beslag genomen, verbeurd verklaard en vernietigd, zelfs indien zij niet aan de veroordeelde toebehoren. Het is tevens verboden om reclame te maken voor verboden wapens (7). 3.1.4. Uitzonderingen voor wapenhandelaars, verzamelaars en de overheid (8) Sommige wapens zijn niet absoluut verboden : bepaalde handelingen mogen door bepaalde categorieën van personen worden gesteld onder strikte voorwaarden. Dit geldt echter uitsluitend als de wet hierin uitdrukkelijk voorziet. De overheidsdiensten die voor de uitoefening van hun taak over dienstwapens mogen beschikken, worden opgesomd in het KB 26/6/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht. Om hen toe te laten van deze uitzondering te genieten, bestaat er bovendien voor elk van de opgesomde diensten een MB dat preciseert welke de dienstwapens zijn en onder welke voorwaarden ze mogen worden verworven, opgeslagen, gebruikt, enz. Voor hun dienstwapens hebben deze overheden geen vergunningen nodig en zijn de overige wettelijke bepalingen evenmin van toepassing. Dit betekent dat wapens die niet kunnen worden beschouwd als dienstwapens, maar die bijvoorbeeld voor didactische doeleinden voorhanden worden gehouden, wel onder de gewone wettelijke regeling vallen. Het gebruik van privé-wapens als dienstwapen door leden van de politie is niet meer toegelaten. Het omgekeerde, privé-gebruik van een dienstwapen, is mogelijk mits toelating van de korpschef en op voorwaarde dat de betrokkene een vergunning tot het voorhanden hebben van het wapen heeft verkregen. De door de gouverneur te volgen procedure in dergelijk geval is dezelfde als die voor iedereen, met dien verstande dat het wapen niet op naam van de betrokkene zal kunnen worden geregistreerd in het CWR en dat de geldigheid van de vergunning beperkt is tot wat de korpschef heeft bepaald en door de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de bewapening van de politie. Om te kunnen voldoen aan de behoeften van de voornoemde overheden (evenals die van de publiekrechtelijke musea, dit zijn de musea die afhangen van de overheid), mogen erkende wapenhandelaars de betrokken wapens invoeren, opslaan, verhandelen, voorhanden hebben en vervoeren. In principe mag het alleen over bestelde hoeveelheden gaan, maar het is aanvaardbaar dat de handelaars een beperkte hoeveelheid prospectiemateriaal voorhanden houden. De wapens en hulpstukken bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 15° WW (zie hierboven) mogen worden vervaardigd, hersteld, verkocht, ingevoerd, opgeslagen en vervoerd door erkende wapenfabrikanten die licentiehouder zijn van de betrokken wapens. Tussenpersonen komen hiervoor echter niet in aanmerking. Erkende verzamelaars en musea hebben het recht bepaalde verboden wapens toch in hun verzameling op te nemen. Zo mogen ze automatische vuurwapens in originele staat aankopen, invoeren en voorhanden houden als ze er de slagpin uit verwijderen en ze bewaren op de wijze bepaald door de Koning (9). Dit geldt eveneens voor de wapens (andere dan automatische vuurwapens) en hulpstukken bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 15° WW (zie hierboven), als deze definitief geneutraliseerd zijn. Het neutraliseren van draagbare vuurwapens is een monopolie van de Proefbank voor vuurwapens, maar die kan niet instaan voor het neutraliseren van zwaar militair materieel zoals kanonnen (hiervoor is de tussenkomst van een bevoegde militaire overheid noodzakelijk, bijvoorbeeld de oorspronkelijke militaire eigenaar die attesteert dat ze het wapen heeft geneutraliseerd). Een erkenning uitsluitend voor deze wapens is echter niet mogelijk. Die laatste kan wel worden aangevraagd door wie enkel de in artikel 3, § 1, 5°, 6°, 7°, 12°, 13° en 14° WW bedoelde wapens (zie hierboven : het gaat telkens over blanke wapens) wenst te verzamelen. Ze mogen door erkende verzamelaars worden voorhanden gehouden, verworven en ingevoerd, op voorwaarde dat ze overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake worden bewaard zoals vuurwapens (10). Een erkenning als verzamelaar van uitsluitend deze wapens kan worden verkregen volgens de gewone procedure en de betrokken wapens worden dan gelijkgesteld met vuurwapens. Er moet worden opgemerkt dat wapenhandelaars deze wapens nooit mogen verhandelen. De betrokken verzamelaars en musea moeten dus hun nieuwe aanwinsten invoeren uit het buitenland. 3.2. Vergunningsplichtige wapens 3.2.1. Betekenis van de restcategorie (11) De wetgeving gaat uit van het principe dat alle vuurwapens vergunningsplichtig zijn. Vuurwapens die niet uitdrukkelijk als zodanig zijn aangewezen door de wet of een uitvoeringsbesluit, zijn dus nooit vrij verkrijgbaar. Munitie is vergunningplichtig van zodra ze kan worden gebruikt in een vergunningsplichtig vuurwapen. Dit geldt dus ook voor munitie die geschikt is voor zowel vergunningsplichtige als voor vrij verkrijgbare vuurwapens. Munitie voor niet-vuurwapens is nooit vergunningsplichtig (ze beantwoordt overigens niet aan de wettelijke definitie van munitie) (12). Losse onderdelen van vuurwapens zijn vergunningsplichtig als ze kunnen worden gebruikt voor vergunningsplichtige wapens en als ze aan de wettelijke proef (kwaliteitscontrole door de proefbank) zijn onderworpen (13). De vergunningsplicht is echter niet steeds dezelfde ten aanzien van alle personen. Zo is ze veel soepeler ten aanzien van jagers en sportschutters, die onder bepaalde voorwaarden hun jachtverlof en hun sportschutterslicentie mogen gelijkstellen met een vergunning tot het voorhanden hebben van bepaalde vuurwapens. Anders gezegd kunnen bepaalde vergunningsplichtige vuurwapens subjectief vergunningsvrij worden. Dit belet niet dat alle andere wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op vergunningsplichtige wapens niet zouden gelden t.a.v. deze personen. Ook het omgekeerde is mogelijk. Wapens ingedeeld als vrij verkrijgbare wapens (« objectief vrij verkrijgbare wapens »), omdat ze zijn vermeld in het KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt (of zijn bijlagen), kunnen in hoofde van de bezitters vergunningsplichtig worden als ze hun wapens voor het schieten (wensen te) gebruiken (14) Niet-vuurwapens, zoals luchtdrukwapens, vallen niet onder de algemene vergunningsplicht (zoals die van toepassing is op vuurwapens). Die zijn in principe vrij verkrijgbaar, maar kunnen via een uitvoeringsbesluit vergunningsplichtig gemaakt worden. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens. In geval van twijfel kan advies of uitsluitsel worden gevraagd aan de wapendeskundigen van de lokale politie, aan het Centraal wapenregister en in laatste instantie aan de proefbank voor vuurwapens (voor technische kwesties), en aan de provinciale wapendiensten en in laatste instantie de federale wapendienst (voor juridische kwesties). 3.2.2. Bij besluit vergunningsplichtige wapens Zoals hiervoor gezegd, kunnen alleen niet-vuurwapens bij koninklijk besluit vergunningsplichtig worden gemaakt. Voor vuurwapens zou dit immers zinloos zijn. Vergunningsplichtig zijn de volgende niet-vuurwapens : 1° De korte namaakwapens en de korte repeteer, semi-automatische of automatische wapens en de korte slingerwapens, die projectielen kunnen afschieten door middel van een ander aandrijvingsmechanisme dan de verbranding van kruit, wanneer de kinetische energie van het projectiel, gemeten op 2,5 meter afstand van het uiteinde van de loop, meer dan 7,5 Joule bedraagt. Daarop wordt dan weer een uitzondering gemaakt voor de korte wapens ontworpen voor het sportschieten en met de volgende eigenschappen : 1) de lengte van de miklijn van het wapen bedraagt meer dan 300 mm;2) het totale gewicht van het wapen bedraagt meer dan 1 kg;3) het wapen is voorzien van een richtmechanisme dat ten minste uit een zijdelings en in hoogte regelbaar vizier bestaat; 4) het kaliber van het wapen is 4,5 mm (.177); 5) de lader of het magazijn van het wapen heeft een capaciteit van ten hoogste vijf schoten (artikel 3 KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens). Concreet worden deze regels als volgt toegepast : ? De maat van 7,5 joule wordt eveneens gebruikt in Nederland en Duitsland, en kan worden nagegaan door de Proefbank. ? De wapens zijn kort wanneer hun totale lengte maximum 60 cm bedraagt, of wanneer hun "loop" maximum 30 cm bedraagt. ? Bij handbogen meet men alleen de totale lengte in ontspannen toestand, van as tot as. ? Bij kruisbogen meet men, eveneens in ontspannen toestand, de lengte van ligplaats van de pijl (van de spanveer tot het einde van de ligplaats) als lengte van de "loop", en de afstand van de kolf tot het voorste uiteinde van de boog (zonder de eventuele voetbeugel) als totale lengte (indien de kolf plooibaar is en er kan aldus mee geschoten worden, meet men vanaf de geplooide kolf). Voor kruisbogen met verwisselbare armen of bogen meet men de kinetische energie met de krachtigst beschikbare types. ? Bij onderwatergeweren meet men de totale lengte en de lengte van de loop zonder de pijl of harpoen, en de kinetische energie buiten het water. ? Bij paintballwapens meet men alleen de totale lengte van het wapen op zich in schietklare toestand, met de onderdelen waarmee het aangetroffen wordt (voorbeeld : een paintballwapen wordt gecontroleerd op het ogenblik dat er een korte loop op gemonteerd is en de gasfles op de rug wordt gedragen : alleen de lengte van die loop wordt in aanmerking genomen, ondanks de mogelijkheid om een …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.