← België

Wet houdende diverse bepalingen (1)

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse zaken, waaronder administratieve vereenvoudiging, e-government, landsverdediging en ambtenarenzaken. Het omvat de opheffing van een oud koninklijk besluit, de oprichting van een nieuwe overheidsdienst en wijzigingen aan bestaande wetten betreffende defensiepersoneel en ambtenaren.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
27 DECEMBER 2006. - Wet houdende diverse bepalingen (I) (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Administratieve vereenvoudiging ENIG HOOFDSTUK. - Opheffing van het koninklijk besluit nr. 237 van 31 januari 1936 wijzigende het koninklijk besluit van 4 december 1934 op de controle van de prijzen van het vleesch van slachtvee en varkens Art. 2.Het koninklijk besluit nr. 237 van 31 januari 1936 wijzigende het koninklijk besluit van 4 december 1934 op de controle van de prijzen van het vleesch van slachtvee en varkens wordt opgeheven. Art. 3.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2007. TITEL III. - E-government HOOFDSTUK I. - Staatsdienst met afzonderlijk beheer "Be Health" Art. 4.Binnen de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt voor het beheer van het elektronisch dienstenplatform ten bate van de uitwisseling van gezondheidszorggegevens, een Staatsdienst met afzonderlijk beheer zoals bedoeld in artikel 140 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, "Be Health" genaamd, opgericht. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de opdrachten en de nadere regelen voor het beheer en de exploitatie van deze Staatsdienst voor afzonderlijk beheer. HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende diverse bepalingen Art. 5.In artikel 185 van de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende diverse bepalingen worden de woorden "gedurende het jaar 2006" vervangen door de woorden "van 1 januari 2006 tot 18 april 2007". Art. 6.De erkenningen verleend in uitvoering van artikel 191 van dezelfde wet worden verlengd van 1 januari 2006 tot 18 april 2007. TITEL IV. - Landsverdediging HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 10 april 1973 houdende oprichting van een Centrale Dienst voor sociale en culturele actie van het ministerie van Landsverdediging Art. 7.In artikel 5 van de wet van 10 april 1973 houdende oprichting van een Centrale Dienst voor sociale en culturele actie van het ministerie van Landsverdediging vervangen bij de wet van 11 juli 1978 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 augustus 1982 en 22 december 1986 en bij de wetten van 2 augustus 2002 en 16 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Onverminderd de artikelen 8 tot 11 wordt de Centrale Dienst bestuurd door een beheerscomité dat samengesteld is uit : 1° de voorzitter;2° een vertegenwoordiger per vakorganisatie geacht representatief te zijn in de zin van artikel 5 van de wet van 11 juli 1978 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van het militair personeel;3° een vertegenwoordiger per vakorganisatie geacht representatief te zijn in de zin van artikel 7 van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten5 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;4° een aantal leden van het personeel van het ministerie van Landsverdediging en van de instellingen van openbaar nut die onder dat ministerie ressorteren dat gelijk is aan het aantal vertegenwoordigers bedoeld bij 2° en 3°, min één.»; 2° § 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.De minister van Landsverdediging benoemt de in § 1, 2°, 3° en 4°, bedoelde leden van het beheerscomité. »; 3° § 4 wordt opgeheven. HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht Art. 8.In artikel 50, § 2, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht, vervangen door de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd : « Op vraag van de vrouwelijke militair wordt het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof verlengd met één week na de negende week als de vrouwelijke militair afwezig geweest is om gezondheidsreden gedurende de hele periode vanaf de zesde week voorafgaand aan de werkelijke datum van de bevalling, of de achtste week wanneer de geboorte van een meerling wordt verwacht, tot aan de bevalling.»; 2° in het tweede lid, dat derde lid wordt, worden de woorden "in het vorige lid" vervangen door de woorden "in het eerste lid en het tweede lid". HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet van 11 juli 1978 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van het militair personeel Art. 9.In artikel 4, § 3bis, van de wet van 11 juli 1978 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van het militair personeel, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten4, worden de woorden "kan als neutrale raadgever zetelen. Hij" ingevoegd tussen de woorden "Een preventieadviseur" en de woorden "mag van geen enkele afvaardiging deel uitmaken". Art. 10.Artikel 7, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8, wordt aangevuld met het volgende lid : « De chef van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, of zijn behoorlijk gemachtigde afgevaardigde, evenals de chef van de Militaire Dienst voor Arbeidsgeneeskunde, of zijn behoorlijk gemachtigde afgevaardigde, zetelen als neutrale preventieadviseurs in het hoog overlegcomité bevoegd inzake de materies bedoeld in het eerste lid. ». Art. 11.In artikel 8, § 1, vijfde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten4, worden de woorden "kan als neutrale raadgever zetelen. Hij" ingevoegd tussen de woorden "Een preventieadviseur" en de woorden "mag van geen enkele afvaardiging deel uitmaken". Art. 12.Artikel 9 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 1994, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 9.Over de ingediende voorstellen brengen de overlegcomités een met redenen omkleed advies uit. » Art. 13.Artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 21 april 1994 en van 16 januari 2003, wordt aangevuld als volgt : « 4° de in hun midden opgerichte algemene commissies en comités bijeenroepen. ». Art. 14.In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 januari 2003 en van 1 mei 2006, worden de woorden "mogen de representatieve vakorganisaties :" vervangen door de woorden "mogen de representatieve vakorganisaties, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt :". Art. 15.In artikel 15, § 1, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten1 en gewijzigd bij de wet van 1 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten4, worden de woorden "definitief of tijdelijk" ingevoegd tussen de woorden "De erkenning kan" en de woorden "worden ingetrokken". HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie Art. 16.In artikel 90, § 3, van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2001 en gewijzigd bij de wet van 5 maart 2006, worden de woorden "in het kader van wetenschappelijke of epidemiologische onderzoeken en studies en" ingevoegd tussen de woorden "uitsluitend gebruikt worden" en de woorden "in het kader van de arbeidsgeneeskunde". HOOFDSTUK V. - Wijziging van de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever Art. 17.In artikel 2, tweede lid, van de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever, worden de woorden "de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven," ingevoegd tussen de woorden "ook beschouwd" en de woorden "de provincies". Art. 18.In dezelfde wet wordt een artikel 11bis ingevoegd, luidende : « Art. 11bis.In afwijking van artikel 5, kunnen de in de loop van het jaar 2006 ter beschikking gestelde militairen ter beschikking gesteld worden van de politiezones tot de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot wijziging van het statuut van het personeel van het administratief en logistiek kader, zonder dat de totale maximale duur van terbeschikkingstelling 18 maanden kan overschrijden. In geval van een beslissing van niet-overplaatsing na de twaalf eerste maanden van terbeschikkingstelling of van een afwezigheid van beslissing, wordt de volledige periode van terbeschikkingstelling gelijkgesteld met een prestatie ten voordele van derden en artikel 151, eerste lid, van de programma wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten1 wordt toegepast, zonder mogelijkheid van volledige of gedeeltelijke kosteloosheid. ». HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 19.Artikel 8 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2006 en is van toepassing op de bevallingen die plaatsvinden vanaf deze datum. Art. 20.De artikelen 9 tot 15 hebben uitwerking met ingang van 30 november 2006. Art. 21.Artikel 18 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007. TITEL V. - Ambtenarenzaken HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 10 november 1967 houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau Art. 22.Artikel 6ter van de wet van 10 november 1967 houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 3 februari 1995, ingevoegd bij de wet van 7 juli 2002, wordt vervangen als volgt : « Art. 6ter . § 1. Het dagelijks beheer van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau wordt toevertrouwd aan een administrateur-generaal. Hij verzekert, onder het gezag en controle van de raad van bestuur, de werking van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau. Hij leidt het personeel. § 2. De administrateur-generaal vertegenwoordigt het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau bij het verlijden van gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt rechtsgeldig op in naam of voor rekening van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau. § 3. De administrateur-generaal is ertoe gemachtigd, na advies van de raad van bestuur, een deel van de hem verleende bevoegdheden over te dragen evenals het ondertekenen van bepaalde stukken te delegeren. Alleen de administrateur-generaal kan machtiging tot subdelegatie van bevoegdheden verlenen. § 4. De administrateur-generaal wordt, in voorkomend geval, bij de uitoefening van zijn opdrachten bijgestaan door een adjunct-administrateur-generaal en door een Directiecomité dat hij voorzit. De adjunct-administrateur-generaal behoort tot de andere taalrol dan de administrateur-generaal. Wanneer de administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal. Wanneer zowel de administrateur-generaal als de adjunct-administrateur-generaal afwezig of verhinderd zijn, worden hun bevoegdheden uitgeoefend door het oudste lid van het directiecomité. § 5. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van het Directiecomité, het statuut en de wijze van aanstelling van de administrateur-generaal, in voorkomend geval de adjunct-administrateur-generaal en de leden van het directiecomité. ». Art. 23.In dezelfde wet wordt een artikel 6quater ingevoegd, luidende : « Art. 6quater.De andere personeelsleden van het Bureau dan die bedoeld in artikel 6ter, § 5 worden benoemd door de raad van bestuur. » HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 10 april 1973 houdende oprichting van een Centrale dienst voor sociale en culturele actie van het ministerie van Landsverdediging Art. 24.In artikel 7, § 2, van de wet van 10 april 1973 houdende oprichting van een Centrale dienst voor sociale en culturele actie van het ministerie van Landsverdediging, gewijzigd bij het koninklijk besluit nummer 90 van 20 augustus 1982 en het koninklijk besluit nummer 485 van 22 december 1986, worden de woorden "leidend ambtenaar" vervangen door de woorden "administrateur-generaal". Art. 25.Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 8.§ 1. Het dagelijks beheer van de Centrale Dienst wordt toevertrouwd aan een administrateur-generaal. Hij verzekert, onder het gezag en controle van het beheerscomité, de werking van de Centrale Dienst. Hij leidt het personeel. § 2. De administrateur-generaal vertegenwoordigt de Centrale Dienst bij het verlijden van gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt rechtsgeldig op in naam of voor rekening van de Centrale Dienst. § 3. De administrateur-generaal is ertoe gemachtigd, na advies van het beheerscomité en met het akkoord van de minister van Landsverdediging, een deel van de hem verleende bevoegdheden over te dragen evenals het ondertekenen van bepaalde stukken te delegeren. Alleen de administrateur-generaal kan machtiging tot subdelegatie van bevoegdheden verlenen. § 4. De administrateur-generaal wordt, in voorkomend geval, bij de uitoefening van zijn opdrachten bijgestaan door een adjunct-administrateur-generaal en door een Directiecomité dat hij voorzit. De adjunct-administrateur-generaal behoort tot de andere taalrol dan de administrateur-generaal. Wanneer de administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal. Wanneer zowel de administrateur-generaal als de adjunct-administrateur-generaal afwezig of verhinderd zijn, worden hun bevoegdheden uitgeoefend door het oudste lid van het directiecomité. » Art. 26.Artikel 9 van dezelfde wet worden vervangen als volgt : « Art. 9.De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van het Directiecomité, het statuut en de wijze van aanstelling van de administrateur-generaal, en in voorkomend geval, van de adjunct-administrateur-generaal en de leden van het directiecomité. ». Art. 27.Artikel 10 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 28.In artikel 11, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De andere personeelsleden van de Centrale Dienst dan die bedoeld in artikel 9, worden benoemd, bevorderd en ontslagen door de minister, na advies van het beheerscomité.»; 2° in het tweede lid worden de woorden "leidend ambtenaar" vervangen door de woorden "administrateur-generaal". HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet van 8 juni 1976 tot oprichting van het Nationaal geografisch instituut Art. 29.Artikel 8 van de wet van 8 juni 1976 tot oprichting van het Nationaal geografisch instituut, wordt vervangen als volgt : « Art. 8.§ 1. Het dagelijks beheer van het Instituut wordt toevertrouwd aan een administrateur-generaal. Hij verzekert, onder het gezag en controle van het beheerscomité, de werking van het Instituut. Hij leidt het personeel. § 2. De administrateur-generaal vertegenwoordigt het Instituut bij het verlijden van gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt rechtsgeldig op in naam of voor rekening van het Instituut. § 3. De administrateur-generaal is ertoe gemachtigd, na advies van het beheerscomité, een deel van de hem verleende bevoegdheden over te dragen evenals het ondertekenen van bepaalde stukken te delegeren. Alleen de administrateur-generaal kan machtiging tot subdelegatie van bevoegdheden verlenen. § 4. De administrateur-generaal wordt, in voorkomend geval, bij de uitoefening van zijn opdrachten bijgestaan door een adjunct-administrateur-generaal en door een Directiecomité dat hij voorzit. De adjunct-administrateur-generaal behoort tot de andere taalrol dan de administrateur-generaal. De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal maken deel uit van het Directiecomité. Wanneer de administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal. Wanneer zowel de administrateur-generaal als de adjunct-administrateur-generaal afwezig of verhinderd zijn, worden hun bevoegdheden uitgeoefend door het oudste lid van het directiecomité. § 5. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van het Directiecomité, het statuut en de wijze van aanstelling van de administrateur-generaal, en in voorkomend geval, van de adjunct-administrateur-generaal en de andere leden van het Directiecomité. ». Art. 30.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 16.De andere personeelsleden van het Instituut dan die bedoeld in artikel 8, § 5, worden benoemd, bevorderd en ontslagen door de minister overeenkomstig de regels van het personeelsstatuut. ». HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 8 augustus 1981 tot oprichting van het Instituut voor veteranen - Nationaal instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers Art. 31.In artikel 6 van de wet van 8 augustus 1981 tot oprichting van het Instituut voor veteranen - het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers, gewijzigd bij de wet van 10 april 2003, worden de woorden "Het nationaal Instituut wordt beheerd door een raad van beheer, bestaande uit :" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel 13 van deze wet wordt het Instituut voor veteranen - het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers beheerd door een raad van beheer, bestaande uit :". Art. 32.Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 13.§ 1. Het dagelijks beheer van het Instituut wordt toevertrouwd aan een administrateur-generaal. Hij verzekert, onder het gezag en controle van de raad van beheer, de werking van het Instituut. Hij leidt het personeel. § 2. De administrateur-generaal vertegenwoordigt het Instituut bij het verlijden van gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt rechtsgeldig op in naam of voor rekening van het Instituut. § 3. De administrateur-generaal is ertoe gemachtigd, na advies van de raad van beheer en met de instemming van de minister van Landsverdediging, een deel van de hem verleende bevoegdheden over te dragen evenals het ondertekenen van bepaalde stukken te delegeren. Alleen de administrateur-generaal kan machtiging tot subdelegatie van bevoegdheden verlenen. § 4. De administrateur-generaal wordt in voorkomend geval bij de uitoefening van zijn opdrachten bijgestaan door een adjunct-administrateur-generaal en door een Directiecomité dat hij voorzit. De adjunct-administrateur-generaal behoort tot de andere taalrol dan de administrateur-generaal. Wanneer de administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal. Wanneer zowel de administrateur-generaal als de adjunct-administrateur-generaal afwezig zijn, worden hun bevoegdheden uitgeoefend door het oudste lid van het directiecomité. § 5. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministeraad, de samenstelling van het Directiecomité, het statuut en de wijze van aanstelling van de administrateur-generaal, in voorkomend geval de adjunct-administrateur-generaal en de leden van het directiecomité. » Art. 33.De bepalingen van de artikelen 31 en 32 treden in werking op 1 januari 2008. TITEL VI. - Consumentenzaken HOOFDSTUK I. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek Art. 34.Artikel 1675/19 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten en gewijzigd bij de wet van 13 december 2005, wordt gewijzigd als volgt : « Art. 1675/19.§ 1er. De regels en barema's tot vaststelling van het ereloon, de emolumenten en de kosten van de schuldbemiddelaar worden door de Koning bepaald. De Koning oefent deze bevoegdheden uit op de gezamenlijke voordracht van de ministers tot wier bevoegdheid Justitie en Economische Zaken behoren. § 2. De staat van ereloon, emolumenten en kosten van de schuldbemiddelaar komt ten laste van de schuldenaar en wordt bij voorrang betaald. Onverminderd artikel 1675/9, § 4, houdt de schuldbemiddelaar tijdens de opmaak van de regeling van de baten van het vermogen van de schuldenaar een reserve af voor de betaling van ereloon, emolumenten en kosten. In geval van totale kwijtschelding van schulden legt de rechter de totale of gedeeltelijke onbetaalde honoraria van de schuldbemiddelaar ten laste van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast bedoeld in artikel 20 van de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen. Indien de regeling voorziet in een kwijtscheding van schulden in kapitaal en enkel mits wordt gerechtvaardigd dat de verzoeker in de onmogelijkheid verkeert de honoraria binnen een redelijke termijn te betalen, kan de rechter de totale of gedeeltelijke onbetaalde honoraria van de schuldbemiddelaar ten laste leggen van het Fonds. De schuldbemiddelaar duidt in zijn verzoek de redenen aan waarom de aangelegde reserve onvoldoende is en waarom de beschikbare middelen van de schuldenaar ontoereikend zijn om het ereloon te betalen. De rechter geeft de redenen aan die de interventie van het Fonds rechtvaardigen. In het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling, bedoeld in artikel 1675/10, § 2, en in de gerechtelijke aanzuiveringsregeling wordt aangegeven hoe de vervallen en te vervallen honoraria worden betaald door de schuldenaar. § 3. Tenzij deze maatregelen getroffen werden door de beschikking bedoeld in artikel 1675/10, § 5, in artikel 1675/12 of in artikel 1675/13, geeft de rechter, op verzoek van de schuldbemiddelaar, een bevel tot tenuitvoerlegging voor het voorschot dat hij bepaalt of ten belope van het bedrag van de erelonen, emolumenten en kosten dat hij vaststelt. Zo nodig hoort hij voorafgaandelijk in raadkamer de opmerkingen van de schuldenaar, van de schuldeisers en van de schuldbemiddelaar. De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Bij elk verzoek van de schuldbemiddelaar wordt een gedetailleerd overzicht van de te vergoeden prestaties en van de gedragen of te dragen kosten gevoegd. ». Art. 35.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen Art. 36.In artikel 20, § 2, 3°, van de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, gewijzigd door de wet van 19 april 2002 en 5 augustus 2006, wordt het laatste lid aangevuld met de volgende zin : « De verschuldigde bijdrage wordt met een bedrag van 150 000 euro verhoogd om de maatregelen bedoeld in § 3, 3° te financieren. ». Art. 37.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. TITEL VII. - Middenstand ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van artikel 36 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen Art. 38.Artikel 36, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, gewijzigd door de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/1998 pub. 11/11/1998 numac 1998022678 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen sluiten0, wordt vervangen als volgt : « De in het vorige lid bedoelde verjaringstermijn wordt op 3 jaar gebracht wanneer de onverschuldigde bedragen werden verkregen : 1° door bedrieglijke handelingen of door valse of welbewust onvolledige verklaringen;2° wegens het niet overleggen, door de schuldenaar of zijn echtgenoot, van een verklaring die is voorgeschreven door een wets- of verordenende bepaling of die uit een vroeger aangegane verbintenis volgt;3° ingevolge het genot van in artikel 30bis van het koninklijk besluit nr.72 bedoelde sociale uitkeringen; 4° ingevolge de uitoefening van een beroepsbezigheid waarvan de inkomsten de vastgestelde grensbedragen overschrijden.In dit geval echter verjaart de vordering tot terugbetaling na verloop van 3 jaar te rekenen vanaf de 1ste juni van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin de overschrijding is gebeurd. ». Art. 39.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006. TITEL VIII. - Mobiliteit ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 3 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen Art. 40.Artikel 8, tweede lid, van de wet van 3 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, wordt aangevuld als volgt : « De Koning kan deze termijn tot 31 december 2007 verlengen voor wat betreft de luchthavenidentificatiebadges. ». TITEL IX. - Energie HOOFDSTUK I. - Aardolie Afdeling 1. - Invoering van een eenmalige bijdrage ten laste van de petroleumsector Art. 41.Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder : 1° deelnemende onderneming : de onderneming, die, op basis van de bepalingen bedoeld in artikel 43, deelneemt aan de bijdrage;2° opslagplicht per categorie : de voorraden ten belope van 25 % van de in België tijdens het voorafgaande kalenderjaar verrichte binnenlandse leveringen die in opslag dienen gehouden te worden voor elk van de productcategorieën, gedefinieerd in 3°, en zoals ze door de Algemene directie Energie van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie aan de raffinaderijen en importeurs, voor het voorraadjaar 2005, betekend werden.Deze opslagplicht houdt rekening met de eventuele overdrachten en overnames van de opslagverplichting van andere ondernemingen (de "secundaire opslagplicht"); 3° productcategorieën : de categorieën producten waarvoor voorraden dienen te worden aangehouden, met name : a) 1e categorie : autobenzine en brandstoffen voor vliegtuigen (vliegtuigbenzines en brandstoffen voor straalvliegtuigen van het benzinetype);b) 2e categorie : gasoliën, dieseloliën, lichte stookoliën, tractorpetroleum, lamppetroleum,en brandstoffen voor straalvliegtuigen van het kerosinetype;c) 3e categorie : residuele stookoliën;4° individuele bijdrageplicht : het aandeel in de eenmalige bijdrage dat elke deelnemende onderneming dient te betalen;5° in aanmerking komende voorraad : het gedeelte van de opslagplicht die als berekeningsbasis voor de individuele bijdrageplicht fungeert. Art. 42.Een eenmalige bijdrage van in totaal 12 miljoen euro wordt ingevoerd ten laste van de raffinaderijen en importeurs die in het jaar 2005 opslagplichtig waren krachtens het koninklijk besluit van 11 oktober 1971 houdende verplichting inzake opslagmiddelen en opslag van aardolieproducten. Art. 43.§ 1. Voor de bepaling van de in aanmerking komende voorraad van een raffinaderij of importeur wordt zijn opslagplicht per categorie voor elk van de categorieën samengeteld. § 2. De in aanmerking komende voorraad is het verschil tussen het voorraadvolume, berekend volgens § 1 en 150 000 ton. § 3. De eenmalige bijdrage van 12 miljoen euro wordt gespreid over de som van de in aanmerking komende voorraad van alle deelnemende ondernemingen. § 4. De individuele bijdrageplicht van een deelnemende onderneming is gelijk aan het aandeel van haar in aanmerking komende voorraad in deze som. Art. 44.Voor de toepassing van deze afdeling, wordt geen rekening gehouden met eventuele voorlopige afwijkingen van de verplichting om te stockeren, die aan een deelnemende onderneming in het jaar 2005 zouden zijn toegestaan. Art. 45.De eenmalige bijdrage mag niet gereflecteerd worden in de structuur van de maximumprijs. De deelnemende bedrijven mogen de individuele bijdrageplicht op generlei wijze doorrekenen of volledig of deels verhalen, rechtstreeks of onrechtstreeks, op andere ondernemingen of aan de eindgebruiker. De eenmalige bijdrage wordt door de deelnemende ondernemingen betaald vóór 1 januari 2007. Art. 46.De individuele bijdrageplicht wordt gestort ten gunste van een fonds beheerd door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, en na overleg met de deelnemende ondernemingen of, indien gewenst door deze ondernemingen, met hun federaties, de eigenlijke bestemming van de eenmalige bijdrage. Art. 47.De Algemene directie Energie van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie wordt belast met de betekening, met de inning en met de controle van de individuele bijdrageplichten. Met het oog hierop beschikken de ambtenaren van de Algemene directie Energie over de middelen en de bevoegdheden die hen door de wettelijke bepalingen betreffende de economische reglementering en prijzen worden toegekend. Art. 48.Iedere overtreding van deze afdeling of van de besluiten genomen in uitvoering van deze afdeling, wordt opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van hoofdstukken II en III van de wet van 22 januari 1945Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten3 betreffende de economische reglementering en de prijzen. Onverminderd de andere bepalingen van de voornoemde wet, wordt het geheel of gedeeltelijk niet betalen van de individuele bijdrageplicht bestraft met een geldboete die minstens gelijk is aan het tienvoud van het ontdoken bedrag, zonder meer te mogen bedragen dan twintig procent van de omzet van de deelnemende onderneming tijdens het kalenderjaar 2005. Afdeling 2. - Regeling van de contracten tot levering van huisbrandolie met spreiding van betaling Art. 49.In artikel 40 van de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende diverse bepalingen worden de woorden "artikelen 35 en 36" vervangen door de woorden "artikelen 38 en 39". Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 20 januari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/1997 pub. 25/12/1997 numac 1997022917 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen type wet prom. 10/07/1997 pub. 08/08/1997 numac 1997011260 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de valutadatum van bankverrichtingen sluiten02 tot bepaling van de nadere regels voor de werking en financiering van een Sociaal Stookoliefonds Art. 50.Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 20 januari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/1997 pub. 25/12/1997 numac 1997022917 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen type wet prom. 10/07/1997 pub. 08/08/1997 numac 1997011260 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de valutadatum van bankverrichtingen sluiten02 tot bepaling van de nadere regels voor de werking en financiering van een Sociaal Stookoliefonds, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 oktober 2005, wordt aangevuld als volgt : « 5° het verzorgen van publiciteit naar de doelgroepen van het Sociaal Stookoliefonds toe met betrekking tot het systeem van wettelijke minimumvoorwaarden voor het aankopen van huisbrandolie met spreiding van betaling zoals bepaald in het koninklijk besluit van 20 januari 2006 houdende de minimumvoorwaarden van contracten tot levering van huisbrandolie met spreiding van betaling aangeboden door geregistreerde handelaren. ». Art. 51.In artikel 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 24 oktober 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, a), b), c) van hetzelfde besluit, vervallen telkens de woorden "of met vrijstelling";2° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3.Aardolieproducten bedoeld in § 2 die door de verbruiker aangewend worden voor industriële en commerciële doeleinden zijn vrijgesteld van de bijdrage ter financiering van het Sociaal Stookoliefonds. ». Art. 52.In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 24 oktober 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in §§ 1 en 2, worden de woorden "in de loop van dat kwartaal" vervangen door de woorden "in de loop van dat kwartaal of in de afgelopen 12 weken";2° in § 3 wordt de eerste zin opgeheven;3° § 4 wordt vervangen als volgt : « § 4.De accijnsplichtige ondernemingen storten de bijdragen voor het Sociaal Stookoliefonds op de ontvangstenrekening van het Sociaal Stookoliefonds VZW. Ondernemingen die geen bezwaarschrift ingediend hebben doen dit uiterlijk op de laatste werkdag van de maand volgend op de datum van ontvangst van de betekening bedoeld in § 1. Ondernemingen die een bezwaarschrift ingediend hebben storten ten laatste op de laatste werkdag van de maand volgend op de datum van ontvangst van de uitspraak of op de datum van beëindiging van de uitspraaktermijn bedoeld in § 3. ». Art. 53.In artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bestaande tekst die § 1 wordt, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « § 1.De bijdragen worden verplicht gefactureerd op alle aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2 en dit in de gehele distributieketen tot op het niveau van de verbruiker. Zij worden evenwel niet gefactureerd aan verbruikers die de aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2, aanwenden voor industriële en commerciële doeleinden wanneer de handelaar instaat voor de regularisatie van de accijns of voor landbouw, tuinbouw, bosbouw en visvangst. »; 2° hetzelfde artikel wordt aangevuld als volgt : « § 2.Handelaars die aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2, aankopen bij een erkend entrepothouder en deze verkopen aan verbruikers die deze aanwenden voor industriële en commerciële doeleinden kunnen de betaalde bijdragen voor het Sociaal Stookoliefonds recupereren bij deze erkende entrepothouder. Hiertoe bezorgt de handelaar de erkend entrepothouder ten laatste op het einde van de maand volgend op de datum van validatie door de accijnsadministratie het attest dat geldt als bewijs van bijbetaling van de accijnzen. De recuperatie van de bijdrage door de handelaars bij de erkend entrepothouder gebeurt ten laatste in de week volgend op de aanvaarding van de hoeveelheden door de Algemene directie in de bezwaarprocedure bedoeld in artikel 7, § 3. § 3. Als attesten die gelden als bewijs van bijbetaling van de accijnzen gelden de volgende door douane en accijnzen gevalideerde documenten : a) het document "Gebruik van energieproducten - industriële en commerciële doeleinden", bepaald als bijlage X bij het ministerieel besluit van 14 mei 2004 betreffende de algemene bepaling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop of;b) een aangifte ten verbruik ACC4 met de vermelding "spontane aangifte" in het vak 44. § 4. De erkend entrepothouder tekent bezwaar aan bij de Algemene Directie na ontvangst van de betekening van de in het vorige kwartaal of in de voorgaande periode van 12 weken in verbruik gestelde hoeveelheden aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2. Het bezwaar heeft ten minste betrekking op die hoeveelheden die door zijn handelaren voor industriële en commerciële doeleinden werden geleverd en waarvoor hij een attest bekomen heeft overeenkomstig de bepalingen in §§ 2 en 3. Dit bezwaar wordt betekend volgens de procedure en binnen de termijn bepaald in artikel 7, § 3, tweede zin, en met voorlegging van de attesten bedoeld in § 3. De Algemene directie brengt de aanvaarde hoeveelheden van het bezwaarschrift in mindering van de door de erkend entrepothouder tijdens de betrokken periode in verbruik gestelde aardolieproducten aangewend voor verwarming. § 5. Gebruikers die de aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2 aanwenden voor industriële en commerciële doeleinden en zelf de te weinig betaalde accijnzen terugbetalen, recupereren de bijdrage voor het Sociaal Stookoliefonds bij de VZW Sociaal Stookoliefonds door voorlegging van het attest bedoeld in § 3, 1° en dit voor het einde van de maand volgend op het kwartaal waarin zij de betrokken hoeveelheden ontvangen hebben. ». Art. 54.In artikel 13, 2° van hetzelfde koninklijk besluit worden de tweede en derde zin vervangen als volgt : « Het Verwarmingsfonds doet hiertoe een beroep op de diensten van het Fonds voor de Analyse van aardolieproducten. Het Fonds voor de Analyse van aardolieproducten kan hiervoor aan het Verwarmingsfonds een onkostenvergoeding aanrekenen. » Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten4 houdende sociale en diverse bepalingen en organieke wet van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 55.In artikel 160 van de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten4 houdende sociale en diverse bepalingen wordt het woord "olieproducten" vervangen door de woorden "aardolieproducten, al dan niet gemengd met biobrandstoffen, en hun substitutieproducten, van biologische oorsprong". Art. 56.In rubriek 32-7 van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de toegestane uitgaven en ontvangsten wordt het woord "aardolieproducten" vervangen door de woorden "aardolieproducten, al dan niet gemengd met biobrandstoffen en hun substitutieproducen van biologische oorsprong";2° er wordt een toegestane uitgave ingevoegd, luidende : "Dekking van de kosten voor controle en analyse van biobrandstoffen al dan niet gemengd met aardolieprocten". Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 26 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten1 betreffende de aanhouding van verplichte voorraden aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop Art. 57.Aan artikel 5, § 2, van de wet van 26 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten1 betreffende de aanhouding van verplichte voorraden aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop wordt aangevuld als volgt : « 4° Ter beschikking gestelde hoeveelheden vanwege geregistreerde aardoliemaatschappijen die geen individuele voorraadplicht hebben, maar die vrijwillig besluiten toch een individuele voorraad van 4 000 ton aan te houden. ». Art. 58.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt aangevuld met de volgende zin : « Dit maximum percentage is niet van toepassing op de ruwe aardolie in eigendom van APETRA die zij ondergronds in het buitenland aanhoudt.»; 2° er wordt een § 3 ingevoegd, luidende : « § 3.Maximum vijftig procent van de voorraad in eigendom van APETRA betreft hoeveelheden ruwe aardolie. ». Art. 59.Artikel 13, § 1, 3°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « 3° de maximumpercentages bedoeld in artikel 7, §§ 2 en 3, gerespecteerd blijven;". Art. 60.Artikel 14, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : « Indien een geregistreerde aardoliemaatschappij bedoeld in het eerste lid, 1°, die in het bezit is van het voorafgaande akkoord bedoeld in het eerste lid, 2°, tot de vaststelling komt dat de geregistreerde aardoliemaatschappij of grootgebruiker waaraan zij een uitslag tot verbruik contractueel kan overdragen officieel in faling werd verklaard, wordt de geregistreerde aardoliemaatschappij bedoeld in het eerste lid, 1° van de uitslag tot verbruik resulterend uit transacties met de gefailleerde maatschappij ontslagen. Dit op voorwaarde dat zij haar transacties met de gefailleerde aardoliemaatschappij kan staven. » Art. 61.In dezelfde wet wordt een artikel 39bis ingevoegd, luidende : « Art. 39bis.§ 1. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekeningen en op de regelmatigheid vanuit het oogpunt van de wet en van de statuten van APETRA van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekeningen, wordt in APETRA opgedragen aan een college van revisoren dat twee leden telt. De leden van het college voeren de titel van revisor. § 2. Het Rekenhof benoemt één revisor. De andere revisor wordt door de Raad van bestuur benoemd. De revisor benoemd door het Rekenhof wordt benoemd onder de leden van het Hof. De andere revisor wordt benoemd onder de leden, natuurlijke personen of rechtspersonen, van het Instituut der bedrijfsrevisoren. § 3. De vergoeding van de revisoren is ten laste van APETRA. § 4. Het in artikel 143 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde verslag wordt overgezonden aan de raad van bestuur en aan de minister. § 5. Het Rekenhof oefent zijn toezicht uit uitsluitend op grond van § 6. § 6. Voor 31 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, zendt de minister de jaarrekening, het beleidsverslag en het verslag van het college van revisoren ter nazicht over aan het Rekenhof. Het Rekenhof kan door bemiddeling van zijn vertegenwoordiger in het college van revisoren een toezicht ter plaatse inrichten op de rekeningen en verrichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van de taken van openbare dienst. Het Hof kan de rekeningen in zijn Opmerkingenboek bekendmaken. Bovendien stelt het Rekenhof, door bemiddeling van zijn vertegenwoordiger binnen het college van revisoren, jaarlijks een verslag op bestemd voor de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers over de uitvoering van de taken van openbare dienst. » Art. 62.Het koninklijk besluit van 4 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/1997 pub. 25/12/1997 numac 1997022917 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen type wet prom. 10/07/1997 pub. 08/08/1997 numac 1997011260 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de valutadatum van bankverrichtingen sluiten04 tot bepaling van de berekening- en inningwijze van de bijdrage voor APETRA wordt bekrachtigd. HOOFDSTUK II. - Aardgas - Wijziging van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten7 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Art. 63.Artikel 1, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten7 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, gewijzigd bij de wetten van 29 april 1999, 16 juli 2001, 20 maart 2003, 1 juni 2005 en 20 juli 2006, wordt aangevuld als volgt : « 50° hub : elke plaats waar netgebruikers aardgas op het vervoersnet fysisch ter beschikking kunnen stellen met het oog op doorverkoop en waarbij deze operaties vanuit technisch en commercieel oogpunt logistiek ondersteund worden door een dienstenleverancier die onder andere de opvolging van de eigendomsoverdrachten verzekert; 51° belangrijkste voorwaarden : het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels.» Art. 64.In artikel 15/1, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten8 en gewijzigd bij wet van 1 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten8, wordt een punt 9°bis ingevoegd, luidende : « 9°bis de secundaire markt te organiseren waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen. » Art. 65.Artikel 15/5 undecies, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten8, wordt aangevuld als volgt : « 12° de regels en de organisatie van de secundaire markt waarvan sprake in artikel 15/1, § 1, 9°bis; 13° de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs.» Art. 66.In artikel 15/5duodecies van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 1 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten8, vervallen de woorden "15/6". Art. 67.In artikel 15/11, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten8 en gewijzigd bij de wetten van 16 juli 2001, 24 december 2002 en 20 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid wordt aangevuld als volgt : « 3° de financiering van de prospectieve studie betreffende de aardgasbevoorradingszekerheid opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15/13, § 1.»; 2° het vijfde lid wordt aangevuld als volgt : « 3° in een organiek begrotingsfonds genaamd "Fonds voor de financiering van de studie over de elektriciteitsbevoorradingsvooruitzichten en van de prospectieve studie betreffende de aardgasbevoorradingszekerheid" dat opgericht is door de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen en beheerd wordt door het Bestuur Energie.» HOOFDSTUK III. - Invoering van een eenmalige bijdrage ten laste van de gassector Art. 68.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° gasonderneming : elke natuurlijke of rechtspersoon die gas produceert, levert, aankoopt of opslaat of meerdere van deze werkzaamheden uitoefent, behalve eindafnemers, zoals bedoeld in artikel 1, 23°, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten7 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen en behalve een vervoersonderneming, zoals bedoeld in artikel 1, 9°,van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten7 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;2° Eindafnemer : elke natuurlijke of rechtspersoon die gas koopt voor eigen gebruik, zoals bedoeld in artikel 1, 23°, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten7 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, zoals gewijzigd bij de wet van 1 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten8;3° Deelnemende gasonderneming : de onderneming, die, op basis van artikel 69, deelneemt aan de bijdrage;4° Individuele bijdrageplicht : het aandeel in de eenmalige bijdrage dat elke deelnemende gasonderneming dient te betalen. Art. 69.Een eenmalige bijdrage van in totaal 100 miljoen euro wordt ingevoerd ten laste van de deelnemende gasondernemingen, die in het jaar 2005 op de Belgische markt aan aardgasverkoop in TWh binnen het segment voortverkoop en distributie een marktaandeel hebben van minstens 30 %. Art. 70.De deelnemende gasondernemingen mogen hun individuele bijdrageplicht op generlei wijze doorrekenen of verhalen, rechtstreeks of onrechtstreeks, op andere ondernemingen of op de eindafnemer. De individuele bijdrageplicht is invorderbaar op datum van publicatie van deze wet. Ze wordt door de deelnemende gasonderneming gestort voor 1 januari 2007 op het rekeningnummer 679-2004021-01. Art. 71.Iedere overtreding van de artikelen 69 en 70 of van de besluiten genomen in uitvoering van deze artikelen, wordt opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van hoofdstukken II en III van de wet van 22 januari 1945Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten3 betreffende de economische reglementering en de prijzen. Onverminderd de andere bepalingen van de voornoemde wet, wordt het geheel of gedeeltelijk niet betalen van de individuele bijdrageplicht bestraft met een geldboete die minstens gelijk is aan het tienvoud van het ontdoken bedrag, zonder meer te mogen bedragen dan twintig procent van de omzet van de deelnemende gasonderneming tijdens het kalenderjaar 2005. HOOFDSTUK IV. - Elektriciteit Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten8 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Art. 72.Artikel 21bis, § 1, eerste lid, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten8 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, wordt als volgt aangevuld : « 6° de financiering van de prospectieve studie opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 3". Art. 73.Artikel 21ter, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, wordt als volgt aangevuld : « 6° in een organiek begrotingsfonds genaamd "Fonds voor de financiering van de studie over de elektriciteitsbevoorradingsvooruitzichten en van de prospectieve studie betreffende de aardgasbevoorradingszekerheid" dat opgericht is door de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen en beheerd wordt door de Algemene Directie Energie". Afdeling 2. - Oprichting van een begrotingsfonds Art. 74.Er wordt een fonds opgericht voor de financiering van de studie over de elektriciteitsbevoorradingsvooruitzichten en van de prospectieve studie betreffende de aardgasbevoorradingszekerheid dat een organiek begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de comptabiliteit van de Staat gecoördineerd op 17 juli 1991. De ontvangsten toegewezen aan het fonds bedoeld in het eerste lid, alsook de uitgaven die ten laste van het fonds gedaan kunnen worden, zijn vermeld tegenover het genoemde fonds in de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen. Afdeling 3. …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.