Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken
Kort samengevat
Dit koninklijk besluit regelt de algemene uitvoeringsregels voor overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken, ter vervanging van een eerdere regeling. Het bundelt de algemene regels in één tekst en behandelt de fase na de gunning en sluiting van dergelijke opdrachten.
Wat het regelt
- De uitvoeringsfase van overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken.
- Algemene uitvoeringsregels voor opdrachten op federaal, regionaal en lokaal niveau, inclusief gesubsidieerde opdrachten.
- Regels voor overheidsopdrachten in specifieke sectoren zoals water, energie, vervoer en postdiensten.
- Regels voor overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied.
Wie het aanbelangt
- Aanbestedende overheden op federaal, regionaal en lokaal niveau, en publiekrechtelijke verenigingen en instellingen.
- Overheidsbedrijven die actief zijn in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten (bijvoorbeeld intercommunales, bpost, NMBS, Infrabel, De Lijn, groep TEC).
Kernpunten
- Het besluit is een uitvoering van de wet overheidsopdrachten van 15 juni 2006 en de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied.
- Het vervangt het koninklijk besluit van 26 september 1996 en herziet zowel de inhoud als de vorm daarvan.
- De algemene regels zijn nu samengevoegd in één enkele tekst, gestructureerd in hoofdstukken over algemene bepalingen, gemeenschappelijke bepalingen voor opdrachten voor werken, leveringen en diensten, en specifieke bepalingen voor opdrachten voor werken.
- Opdrachten bedoeld in titel IV van de wet van 15 juni 2006 en titel 3 van de wet van 13 augustus 2011 vallen niet onder de algemene uitvoeringsregels van dit ontwerp.
Wettekst
Wettekst
14 JANUARI
- - Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken VERSLAG AAN DE KONING, Sire, Algemene inleiding Dit ontwerp van koninklijk besluit wordt genomen in uitvoering van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied. De koninklijke besluiten van 15 juli 2011, 23 januari 2012 en 16 juli 2012 behandelen hoofdzakelijk, zowel voor de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken als voor de overheidsopdrachten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, en de overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied, de procedureregels die leiden tot de gunning en sluiting van een opdracht of een concessie voor openbare werken. Dit ontwerp regelt op zijn beurt de uitvoeringsfase van die opdrachten en concessies voor openbare werken. De erin bepaalde algemene uitvoeringsregels zijn van toepassing op : 1° de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken van de aanbestedende overheden op federaal, regionaal en lokaal niveau, en van de publiekrechtelijke verenigingen en instellingen, alsook op bepaalde gesubsidieerde opdrachten (titel II van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten);2° de overheidsopdrachten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, dat wil zeggen de opdrachten van de aanbestedende overheden vermeld in 1° en van de overheidsbedrijven voor zover die overheden en bedrijven activiteiten voeren in één van die sectoren (bijvoorbeeld : de intercommunales voor de water- en elektriciteitsverdeling, bpost, de NMBS, Infrabel, De Lijn, de groep TEC) (titel III van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten);3° de overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied (titel 2 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten). Er weze aan herinnerd dat de opdrachten bedoeld in titel IV van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten niet onderworpen zijn aan de algemene uitvoeringsregels bepaald in dit ontwerp. Ter herinnering, titel IV van de wet is van toepassing op : - bepaalde opdrachten van privéondernemingen die bijzondere of exclusieve rechten genieten voor hun activiteiten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten (bijvoorbeeld : Brussels Airport Company, sommige uitbaters van autobuslijnen,...); - bepaalde opdrachten die krachtens een wet, decreet of ordonnantie, concurrentiële activiteiten van overheidsbedrijven betreffen, en dus niet hun taken van openbare dienst. Die opdrachten blijven niettemin onderworpen aan de voorschriften van het hoger recht, hoofdzakelijk voortvloeiend uit de Europese richtlijnen, doch enkel voor zover ze onder het toepassingsveld van die richtlijnen vallen, wat in artikel 72 van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten wordt bepaald; - hetzelfde geldt voor de opdrachten bedoeld in titel 3 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten. Dit ontwerp van koninklijk besluit bepaalt de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, die momenteel zijn vervat in het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken. Het koninklijk besluit van 26 september 1996, dat heden van toepassing is, wordt zowel naar de inhoud als naar de vorm herzien. Wat de vorm betreft, wordt de huidige structuur opgeheven die het eigenlijke koninklijk besluit en een bijlage tot vaststelling van de Algemene aannemingsvoorwaarden omvat. Om de wijzigingen ten opzichte van de huidige regeling te duiden, wordt in de commentaren bij de artikelen van dit ontwerp waar nodig niettemin steeds verwezen naar de bepalingen van de huidige Algemene aannemingsvoorwaarden. Het ontwerp voegt dus de algemene regels samen in één enkele tekst, zijnde het koninklijk besluit, dat als volgt gestructureerd is : CHAPITRE 1er. - Dispositions générales HOOFDSTUK
- - Algemene bepalingen Transposition . . . . . art. 1er Omzetting . . . . . art. 1 Définitions . . . . . art. 2 Definities . . . . . art. 2 Taxe sur la valeur ajoutée . . . . . art. 3 Belasting over de toegevoegde waarde . . . . . art. 3 Fixation des délais . . . . . art. 4 Vaststelling van de termijnen . . . . . art. 4 Champ d'application . . . . . art. 5 à 8 Toepassingsgebied . . . . . art. 5 tot 8 Dérogations et clauses abusives . . . . . art. 9 Afwijkingen en onbillijke bedingen . . . . . art. 9 CHAPITRE
- - Dispositions communes aux marchés de travaux, de fournitures et de services HOOFDSTUK
- - Gemeenschappelijke bepalingen opdrachten voor werken, leveringen en diensten Section 1re. - Cadre général Afdeling
- - Algemeen kader Utilisation des moyens électroniques . . . . . art. 10 Gebruik van elektronische middelen . . . . . art. 10 Fonctionnaire dirigeant . . . . . art. 11 Leidend ambtenaar . . . . . art. 11 Sous-traitants . . . . . art. 12 à 15 Onderaannemers . . . . . art. 12 tot 15 Main-d'oeuvre . . . . . art. 16 Arbeidskrachten . . . . . art. 16 Marchés distincts . . . . . art. 17 Afzonderlijke opdrachten . . . . . art. 17 Confidentialité . . . . . art. 18 Vertrouwelijkheid . . . . . art. 18 Section
- - Droits intellectuels Afdeling
- - Intellectuele rechten Utilisation des résultats . . . . . art. 19 Gebruik van de resultaten . . . . . art. 19 Méthodes et savoir-faire . . . . . art. 20 Methodes en knowhow . . . . . art. 20 Enregistrements . . . . . art. 21 Registraties . . . . . art. 21 Sous-licence d'exploitation . . . . . art. 22 Sublicentie . . . . . art. 22 Assistance mutuelle et garantie . . . . . art. 23 Wederzijdse bijstand en waarborg . . . . . art. 23 Section
- - Garanties financières Afdeling
- - Financiële garanties Assurances . . . . . art. 24 Verzekeringen . . . . . art. 24 Cautionnement Borgtocht Etendue et montant . . . . . art. 25 Draagwijdte en bedrag . . . . . art. 25 Nature du cautionnement . . . . . art. 26 Aard van de borgtocht . . . . . art. 26 Constitution du cautionnement et justification de cette constitution . . . . . art. 27 Borgstelling en bewijs van de borgstelling . . . . . art. 27 Adaptation du cautionnement . . . . . art. 28 Aanpassing van de borgtocht . . . . . art. 28 Défaut de cautionnement . . . . . art. 29 Verzuim van borgstelling . . . . . art. 29 Droits du pouvoir adjudicateur sur le cautionnement . . . . . art. 30 Rechten van de aanbestedende overheid op de borgtocht . . . . . art. 30 Cautionnement constitué par des tiers . . . . . art. 31 Door derden gestelde borgtocht . . . . . art. 31 Transfert du cautionnement . . . . . art. 32 Overdracht van de borgtocht . . . . . art. 32 Libération du cautionnement . . . . . art. 33 Vrijgave van de borgtocht . . . . . art. 33 Section
- - Documents du marché Afdeling
- - Opdrachtdocumenten Conformité de l'exécution . . . . . art. 34 Conforme uitvoering . . . . . art. 34 Plans, documents et objets établis par le pouvoir adjudicateur . . . . . art. 35 Plannen, documenten en voorwerpen opgemaakt door de aanbestedende overheid . . . . . art. 35 Plans de détail et d'exécution établis par l'adjudicataire art. 36 Detail- en werktekeningen opgemaakt door de opdrachtnemer . . . . . art. 36 Section
- - Modifications au marché . . . . . art. 37 et 38 Afdeling
- - Wijzigingen aan de opdracht . . . . . art. 37 en 38 Section
- - Contrôle et surveillance du marché Afdeling
- - Controle en toezicht op de opdracht Etendue du contrôle et de la surveillance . . . . . art. 39 Draagwijdte van de controle en het toezicht . . . . . art. 39 Contrôle des quantités . . . . . art. 40 Controle van de hoeveelheden . . . . . art. 40 Modes de réception technique . . . . . art. 41 Soorten keuringen . . . . . art. 41 Réception technique préalable . . . . . art. 42 Voorafgaande keuring . . . . . art. 42 Réception technique a posteriori . . . . . art. 43 A posteriori uitgevoerde keuring . . . . . art. 43 Section
- - Moyens d'action du pouvoir adjudicateur Afdeling
- - Actiemiddelen van de aanbestedende overheid Défaut d'exécution et sanctions . . . . . art. 44 In gebreke blijven en sancties . . . . . art. 44 Pénalités . . . . . art. 45 Straffen . . . . . art. 45 Amendes pour retard . . . . . art. 46 Vertragingsboetes . . . . . art. 46 Mesures d'office . . . . . art. 47 Ambtshalve maatregelen . . . . . art. 47 Autres sanctions . . . . . art. 48 et 49 Overige sancties . . . . . art. 48 en 49 Remise des amendes pour retard et des pénalités . . . . . art. 50 et 51 Teruggave vertragingsboetes en straffen . . . . . art. 50 en 51 Section
- - Conditions d'introduction des réclamations et requêtes . . . . . art. 52 et 53 Afdeling
- - Indieningsvoorwaarden voor de klachten en verzoeken . . . . . art. 52 en 53 Section
- - Incidents d'exécution Afdeling
- - Incidenten bij de uitvoering Manquements du pouvoir adjudicateur . . . . . art. 54 Tekortkomingen van de aanbestedende overheid . . . . . art. 54 Indemnisation pour suspensions ordonnées par le pouvoir adjudicateur . . . . . art. 55 Schadevergoeding voor schorsingen op bevel van de aanbestedende overheid . . . . . art. 55 Circonstances imprévisibles . . . . . art. 56 Onvoorzienbare omstandigheden . . . . . art. 56 Conditions d'introduction des requêtes par l'adjudicataire . . . . . art. 57 Indieningsvoorwaarden voor de verzoeken van de opdrachtnemer . . . . . art. 57 Vérification sur place des pièces comptables . . . . . art. 58 Verificaties ter plaatse van de boekhoudkundige stukken . . . . . art. 58 Conséquences sur le marché . . . . . art. 59 Gevolgen voor de opdracht . . . . . art. 59 Manquements de l'adjudicataire et circonstances imprévisibles . . . . . art. 60 Tekortkomingen opdrachtnemer en onvoorzienbare omstandigheden . . . . . art. 60 Section
- - Fin du marché Afdeling
- - Einde van de opdracht Résiliation . . . . . art. 61 à 63 Verbreking . . . . . art. 61 tot 63 Réceptions et garanties . . . . . art. 64 et 65 Opleveringen en waarborgen . . . . . art. 64 en 65 Section
- - Conditions générales de paiement art. 66 Afdeling
- - Algemene betalingsvoorwaarden art. 66 Avances . . . . . art. 67 Voorschotten . . . . . art. 67 Paiement en cas d'opposition au paiement ou de saisie-arrêt . . . . . art. 68 Betaling in geval van verzet tegen betaling of van derdenbeslag . . . . . art. 68 Intérêt pour retard dans les paiements et indemnisation pour frais de recouvrement . . . . . art. 69 Intrest voor laattijdige betaling en vergoeding voor invorderingskosten . . . . . art. 69 Interruption ou ralentissement de l'exécution par l'adjudicataire . . . . . art. 70 Onderbreking of vertraging van de uitvoering door de opdrachtnemer . . . . . art. 70 Réfaction pour moins-value . . . . . art. 71 Korting wegens minderwaarde . . . . . art. 71 Compensation . . . . . art. 72 Compensatie . . . . . art. 72 Section
- - Actions judiciaires art. 73 Afdeling
- - Rechtsvorderingen art. 73 CHAPITRE
- - Dispositions propres aux marchés de travaux HOOFDSTUK
- - Specifieke bepalingen opdrachten voor werken Section 1re. - Dispositions communes à tous les marchés de travaux Afdeling
- - Bepalingen toepasselijk op alle opdrachten voor werken Autorisations . . . . . art. 74 Toelatingen . . . . . art. 74 Direction et contrôle . . . . . art. 75 Leiding en controle . . . . . art. 75 Délais d'exécution . . . . . art. 76 Uitvoeringstermijnen . . . . . art. 76 Mise à disposition de terrains et locaux . . . . . art. 77 Ter beschikking stellen van gronden en lokalen . . . . . art. 77 Conditions relatives au personnel . . . . . art. 78 Voorwaarden betreffende het personeel . . . . . art. 78 Organisation du chantier . . . . . art. 79 Organisatie van de bouwplaats . . . . . art. 79 Modifications au marché . . . . . art. 80 Wijzigingen aan de opdracht . . . . . art. 80 Jeu des quantités présumées art. 81 Spel van de vermoedelijke hoeveelheden . . . . . art. 81 Moyens de contrôle . . . . . art. 82 Controlemiddelen . . . . . art. 82 Journal des travaux . . . . . art. 83 Dagboek van de werken . . . . . art. 83 Responsabilité de l'entrepreneur . . . . . art. 84 Aansprakelijkheid van de aannemer . . . . . art. 84 Moyens d'action Middelen van optreden Soupçon de fraude ou de malfaçon . . . . . art. 85 Vermoeden van bedrog of slecht werk . . . . . art. 85 Amendes pour retard . . . . . art. 86 Vertragingsboetes . . . . . art. 86 Mesures d'office . . . . . art. 87 Ambtshalve maatregelen . . . . . art. 87 Retenues pour salaires, charges sociales et impôts dus art. 88 Inhoudingen voor niet betaalde lonen, sociale lasten en belastingen die zijn verschuldigd . . . . . art. 88 Incidents d'exécution . . . . . art. 89 Incidenten bij de uitvoering . . . . . art. 89 Découvertes en cours de travaux . . . . . art. 90 Vondsten tijdens de werken . . . . . art. 90 Réceptions et garantie . . . . . art. 91 et 92 Opleveringen en waarborg . . . . . art. 91 en 92 Libération du cautionnement . . . . . art. 93 Vrijgave van de borgtocht . . . . . art. 93 Prix du marché en cas de retard d'exécution . . . . . art. 94 Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering . . . . . art. 94 Paiements . . . . . art. 95 Betalingen . . . . . art. 95 Section
- - Dispositions complémentaires pour les marchés de promotion de travaux Afdeling
- - Aanvullende bepalingen promotieopdrachten van werken Dispositions applicables . . . . . art. 96 Toepasselijke bepalingen . . . . . art. 96 Droits des parties sur les terrains . . . . . art. 97 Rechten van de partijen op de gronden . . . . . art. 97 Obligations du pouvoir adjudicateur . . . . . art. 98 Verplichtingen van de aanbestedende overheid . . . . . art. 98 Obligations du promoteur . . . . . art. 99 Verplichtingen van de promotor . . . . . art. 99 Mise à disposition de l'ouvrage . . . . . art. 100 Terbeschikkingstelling van het bouwwerk . . . . . art. 100 Durée et libération du cautionnement . . . . . art. 101 Looptijd en vrijgave van de borgtocht . . . . . art. 101 Moyens d'action du pouvoir adjudicateur . . . . . art. 102 Actiemiddelen van de aanbestedende overheid . . . . . art. 102 Paiements . . . . . art. 103 Betalingen . . . . . art. 103 CHAPITRE
- - Dispositions propres aux concessions de travaux publics HOOFDSTUK
- - Specifieke bepalingen concessies voor openbare werken Dispositions applicables . . . . . art. 104 Toepasselijke bepalingen . . . . . art. 104 Droits sur les terrains concédés . . . . . art. 105 Rechten op de in concessie gegeven gronden . . . . . art. 105 Durée de la concession . . . . . art. 106 Duur van de concessie . . . . . art. 106 Assurances . . . . . art. 107 Verzekeringen . . . . . art. 107 Cautionnement . . . . . art. 108 Borgtocht . . . . . art. 108 Continuité du service public . . . . . art. 109 Continuïteit van de openbare dienst . . . . . art. 109 Responsabilité décennale . . . . . art. 110 Tienjarige aansprakelijkheid . . . . . art. 110 Concession assortie d'un prix . . . . . art. 111 Concessie met te betalen prijs . . . . . art. 111 Concession assortie d'une redevance . . . . . art. 112 Concessie met te betalen retributie . . . . . art. 112 Fin de la concession . . . . . art. 113 et 114 Einde van de concessie . . . . . art. 113 en 114 CHAPITRE
- - Dispositions propres aux marchés de fournitures HOOFDSTUK
- - Specifieke bepalingen opdrachten voor leveringen Section 1re. - Dispositions communes à tous les marchés de fournitures Afdeling
- - Gemeenschappelijke bepalingen alle opdrachten voor leveringen Commandes partielles . . . . . art. 115 Gedeeltelijke bestellingen . . . . . art. 115 Délai de livraison . . . . . art. 116 Leveringstermijn . . . . . art. 116 Quantités à fournir . . . . . art. 117 Te leveren hoeveelheden . . . . . art. 117 Modalités de livraison . . . . . art. 118 Leveringsmodaliteiten . . . . . art. 118 Emballages . . . . . art. 119 Verpakkingen . . . . . art. 119 Vérification de la livraison . . . . . art. 120 Nazicht van de levering . . . . . art. 120 Modifications au marché . . . . . art. 121 Wijzigingen aan de opdracht . . . . . art. 121 Responsabilité du fournisseur . . . . . art. 122 Aansprakelijkheid van de leverancier . . . . . art. 122 Amendes pour retard . . . . . art. 123 Vertragingsboetes . . . . . art. 123 Mesures d'office . . . . . art. 124 Ambtshalve maatregelen . . . . . art. 124 Réclamations en matière de réception . . . . . art. 125 Klachten inzake oplevering . . . . . art. 125 Prix du marché en cas de retard d'exécution . . . . . art. 126 Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering . . . . . art. 126 Paiements . . . . . art. 127 Betalingen . . . . . art. 127 Section
- - Dispositions complémentaires pour les marchés de fournitures sous forme d'achat Afdeling
- - Aanvullende bepalingen opdrachten voor leveringen met aankoop Réceptions provisoires . . . . . art. 128 et 129 Voorlopige opleveringen . . . . . art. 128 en 129 Double réception provisoire . . . . . art. 130 Dubbele voorlopige oplevering . . . . . art. 130 Réception complète au lieu de livraison sans réception partielle au lieu de production . . . . . art. 131 Volledige oplevering op de leveringsplaats zonder gedeeltelijke oplevering op de productieplaats . . . . . art. 131 Transfert de propriété . . . . . art. 132 Eigendomsoverdracht . . . . . art. 132 Libération du cautionnement . . . . . art. 133 Vrijgave van de borgtocht . . . . . art. 133 Délai de garantie . . . . . art. 134 Waarborgtermijn . . . . . art. 134 Réception définitive . . . . . art. 135 Definitieve oplevering . . . . . art. 135 Section
- - Dispositions complémentaires pour les marchés de fournitures sous forme de location, location-vente ou crédit-bail Afdeling
- - Aanvullende bepalingen opdrachten voor leveringen met huur, huurkoop of leasing Obligations du pouvoir adjudicateur . . . . . art. 136 Verplichtingen van de aanbestedende overheid . . . . . art. 136 Obligations du fournisseur . . . . . art. 137 et 138 Verplichtingen van de leverancier . . . . . art. 137 en 138 Transfert de propriété en cas de location-vente . . . . . art. 139 Eigendomsoverdracht in geval van huurkoop . . . . . art. 139 Délai de garantie en cas de location-vente . . . . . art. 140 Waarborgtermijn in geval van huurkoop . . . . . art. 140 Paiement du prix . . . . . art. 141 Betaling van de prijs . . . . . art. 141 Réceptions définitives Definitieve opleveringen Réception du marché en cas de location ou de crédit-bail . . . . . art. 142 Oplevering van de opdracht in geval van huur of leasing . . . . . art. 142 Réception du marché en cas de location-vente . . . . . art. 143 Oplevering van de opdracht in geval van huurkoop . . . . . art. 143 Libération du cautionnement . . . . . art. 144 Vrijgave van de borgtocht . . . . . art. 144 CHAPITRE
- - Dispositions propres aux marchés de services HOOFDSTUK
- - Specifieke bepalingen opdrachten voor diensten Conflit d'intérêts . . . . . art. 145 Belangenvermenging . . . . . art. 145 Modalités d'exécution . . . . . art. 146 Uitvoeringsmodaliteiten . . . . . art. 146 Délais d'exécution . . . . . art. 147 Uitvoeringstermijnen . . . . . art. 147 Services à quantités fixes ou comportant des minima . . . . . art. 148 Diensten met vaste hoeveelheden of minimaal te verlenen diensten . . . . . art. 148 Modalités de prestations . . . . . art. 149 Modaliteiten inzake prestaties . . . . . art. 149 Vérification des services . . . . . art. 150 Nazicht van diensten . . . . . art. 150 Modifications au marché . . . . . art. 151 Wijzigingen aan de opdracht . . . . . art. 151 Responsabilité du prestataire de services . . . . . art. 152 et 153 Aansprakelijkheid van de dienstverlener . . . . . art. 152 en 153 Amendes pour retard . . . . . art. 154 Vertragingsboetes . . . . . art. 154 Mesures d'office . . . . . art. 155 Ambtshalve maatregelen . . . . . art. 155 Réception du marché . . . . . art. 156 et 157 Oplevering van de opdracht . . . . . art. 156 en 157 Libération du cautionnement . . . . . art. 158 Vrijgave van de borgtocht . . . . . art. 158 Prix du marché en cas de retard d'exécution . . . . . art. 159 Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering . . . . . art. 159 Paiements . . . . . art. 160 Betalingen . . . . . art. 160 CHAPITRE
- - Dispositions finales . . . . . art. 161 et 162 HOOFDSTUK
- - Slotbepalingen . . . . . art. 161 en 162 Wat de inhoud betreft, neemt dit ontwerp enkel de regels over die een algemene draagwijdte hebben in de zin dat ze zonder onderscheid voor alle aan dit ontwerp onderworpen aanbestedende overheden en overheidsbedrijven principieel toepasselijk moeten zijn aangezien ze noodzakelijk worden geacht in het kader van de uitvoering van de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken. Op basis van een grondige analyse van het geheel van de huidige algemene uitvoeringsregels binnen de Commissie voor de overheidsopdrachten is getracht een coherent ontwerp uit te werken, dat bovendien rekening houdt met de praktijkervaring van de laatste vijftien jaar. Het ontwerp is aangepast conform het advies van de Raad van State. Enkel is geen gevolg gegeven aan de opmerking vermeld in punt 7.3 van het advies. Voor de beweegreden daarvoor wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 105 van het ontwerp. Wat betreft de opmerking in verband met de effectbeoordeling wordt het in de vrijstelling ingeroepen formeel karakter van de tekst bevestigd. HOOFDSTUK
- - Algemene bepalingen Omzetting Artikel 1.Artikel 1 verwijst naar Richtlijnen 2000/35/EG van 29 juni 2000 en 2011/7/EU van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties. Het ontwerp zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van die richtlijnen, rekening houdend met het feit dat de bepalingen van de tweede genoemde richtlijn maar van toepassing zullen zijn voor de opdrachten gesloten vanaf 16 maart
- Definities Art. 2.Dit artikel bevat de definities van een aantal begrippen die in het ontwerp worden gebruikt. De meeste begrippen bestaan nu reeds, maar de eraan gegeven interpretatie varieert soms naargelang de diensten die deze bepalingen toepassen. Deze systematisering zou moeten bijdragen tot een grotere eenvormigheid van deze verschillende praktijken. De bepalingen onder 1° tot 5° verwijzen naar de wetten van 15 juni 2006 en 13 augustus 2011, alsook de uitvoeringsbesluiten ervan. Het in 6° omschreven begrip « opdracht » omvat alle opdrachten, concessies voor openbare werken en raamovereenkomsten als bedoeld in artikel 3 van de wet alsook artikel 3 van de wet defensie en veiligheid. Deze functionele definitie, die naar aanleiding van de technische aanpassingen ingevolge het advies van de Raad van State is toegevoegd, heeft tot doel herhaalde opsommingen te vermijden die de tekst nodeloos zouden verzwaren. De definitie van « leidend ambtenaar » in de bepaling onder 7° stemt overeen met die vermeld in artikel 1 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Opnieuw blijkt dat de leidend ambtenaar niet noodzakelijk afkomstig is van de diensten van de aanbestedende overheid, aangezien het, bijvoorbeeld, kan gaan om een privé-ontwerper van projecten. De definitie van « borgtocht » in de bepaling onder 8° stemt niet overeen met die van dit begrip in het burgerlijk recht en heeft een eigen strekking, zoals blijkt uit dit besluit. De overdracht van opdracht in de bepaling onder 9° is een begrip dat momenteel opduikt in sommige specifieke gevallen als bedoeld in de artikelen 15, § 7, en 21, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het is evenwel niet op algemene wijze gedefinieerd. Dit begrip mag niet worden verward met dat van de overname van een vennootschap door een andere omdat, in dat geval, de overnemende vennootschap de rechten en plichten van de overgenomen vennootschap overneemt op basis van de bepalingen van het vennootschapsrecht, dus zonder gebruik te maken van het contract. Het begrip « producten » in de bepaling onder 10° stemt overeen met dat bedoeld in artikel 12, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De definitie van « keuring » in de bepaling onder 11° stemt overeen met de definitie vermeld in artikel 12, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De definitie van het begrip « straf » in de bepaling onder 12° is nieuw. Dit begrip wordt momenteel evenwel reeds gebruikt in de artikelen 6, 20, 22, 3°, 43, 48 en 61 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De definitie van « vertragingsboete » in de bepaling onder 13° stemt overeen met de definitie vermeld in artikel 20, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. In de bepaling onder 14° is de draagwijdte van de ambtshalve maatregel doelgerichter omschreven dan in artikel 20, § 6, van de Algemene aannemingsvoorwaarden dat voorziet in de toepassing van deze maatregelen « in geval van in gebreke blijven bij de uitvoering van de opdracht ». De nieuwe definitie geeft beter de strekking weer van dit soort maatregelen en beperkt de toepassing ervan dus tot de gevallen waarin een ernstige tekortkoming bij de uitvoering van de opdracht wordt vastgesteld. De definitie van « oplevering » in de bepaling onder 15° stemt hoofdzakelijk overeen met die vermeld in artikel 19, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Deze definitie werd evenwel lichtjes aangepast zodat de klemtoon niet komt te liggen op de « controle » maar op het resultaat ervan, d.w.z. op de vaststelling door de aanbestedende overheid van de overeenstemming van de prestaties met de opgelegde eisen. Bovendien werden de woorden « geheel of gedeeltelijk » toegevoegd om rekening te houden met de hypothese van de gedeeltelijke opleveringen. De definitie van « herziening van de opdracht » in de bepaling onder 16° stemt hoofdzakelijk overeen met die vermeld in artikel 16, § 6, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.Ze kan uitsluitend betrekking hebben op de toekenning van schadevergoeding. De definitie van « prijsherziening » in de bepaling onder 17° verwijst naar het mechanisme bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten en in artikel 7, § 1, van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten, al naargelang. Het begrip « verrekening » in de bepaling onder 18° is reeds vermeld in de artikelen 42, § 4, en 44 van de Algemene aannemingsvoorwaarden maar is er niet gedefinieerd. De gekozen definitie verduidelijkt dan ook het principe volgens hetwelke een verrekening de samenvattende opmeting of, en dit is nieuw, de inventaris aanpast. Bovendien wordt nu een duidelijk antwoord gegeven op de omstreden vraag wie verantwoordelijk is voor het opstellen van de verrekening. De tekst bepaalt immers dat het de aanbestedende overheid en niet de opdrachtnemer is die deze verrekening opstelt. De gevallen waarin een verrekening moet worden opgesteld voor werken, zijn vermeld in artikel
- Het begrip « verrekening » heeft geen betrekking op de prijsherziening op basis van bepaalde economische of sociale factoren als bedoeld in de bepaling onder 17°. Het begrip « betaling in mindering » in de bepaling onder 19° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. Het is evenwel vermeld in artikel 8 van de wet van 24 december 1993, in de artikelen 4, § 2, en 5, § 2, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 en in artikel 15 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het voornaamste kenmerk van de betaling in mindering is dat ze enkel wordt toegestaan wanneer de prestaties reeds zijn uitgevoerd en aanvaard. Het begrip « voorschot » in de bepaling onder 20° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. Het is evenwel vermeld in de artikelen 8 en 23, § 3, van de wet van 24 december 1993 en in artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 september
- Het kenmerk van het voorschot is dat het verstrekt wordt terwijl de betrokken prestaties nog niet zijn uitgevoerd noch aanvaard. Het begrip « bijakte » in de bepaling onder 21° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. Dit begrip is evenwel vermeld in de artikelen 42, § 5, 66, § 1, en 75, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het voornaamste kenmerk van de bijakte is dat het een contractueel document is omdat het in gezamenlijk overleg wordt opgesteld tijdens de uitvoering van de opdracht, in tegenstelling tot een wijzigingsbevel of elke andere eenzijdige bepaling van de aanbestedende overheid. De bijakte heeft betrekking op een wijziging van de documenten die op de opdracht van toepassing zijn, d.w.z. niet enkel op de opdrachtdocumenten maar ook op de offerte. Zo zal bijvoorbeeld een wijziging die tijdens de uitvoering door de opdrachtnemer wordt voorgesteld en betrekking heeft op een andere technische oplossing dan die welke vermeld is in de offerte, het voorwerp uitmaken van een bijakte. Het begrip « samenvattende opmeting » in de bepaling onder 22° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. De belangrijkste kenmerken van de samenvattende opmeting zijn evenwel reeds vermeld in artikel 96, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten3 en in artikel 84, § 1, van het koninklijk besluit van 10 januari
- Dit begrip is nu gedefinieerd in artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, wat eveneens het geval is in de besluiten van 23 januari 2012 en van 16 juli
- Het begrip « inventaris » in punt 23° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. De belangrijkste kenmerken van de inventaris zijn evenwel reeds vermeld in artikel 97, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten3 en in artikel 85, § 1, van het koninklijk besluit van 10 januari
- Dit begrip is nu gedefinieerd in artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, wat eveneens het geval is in de besluiten van 23 januari 2012 en van 16 juli
- Belasting over de toegevoegde waarde Art. 3.Dit artikel bepaalt dat elk bedrag vermeld in het ontwerp steeds zonder belasting over de toegevoegde waarde is. Deze verduidelijking heeft als bedoeling de lezing van de tekst van het besluit te vergemakkelijken. Vaststelling van de termijnen Art. 4.Dit artikel verduidelijkt dat behoudens andersluidende bepaling, de in het ontwerp vermelde termijnen in kalenderdagen zijn uitgedrukt. Toepassingsgebied Art. 5.Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van het ontwerp dat betrekking heeft op de opdrachten die onder titel II (overheidsopdrachten) en titel III (overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten) van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten vallen, alsook de opdrachten die onder titel 2 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten vallen (overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied). Dit artikel voert een gedifferentieerde regeling in naargelang de waarde van de opdracht. Zo zullen alle opdrachten waarvan het geraamde bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, groter is dan 30.000 euro, onderworpen zijn aan alle regels van het ontwerp. De opdrachten waarvan het geraamde bedrag zich situeert tussen 8.500 euro (17.000 euro voor de speciale sectoren) en 30.000 euro (vandaag 22.000 euro) zullen daarentegen slechts onderworpen zijn aan een aantal essentiële bepalingen. Het is immers de bedoeling om een zekere soepelheid in te bouwen voor de uitvoering van kleinere opdrachten. Op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag kleiner is dan 8.500 euro (17.000 voor de speciale sectoren) is het besluit in zijn geheel niet toepasselijk. Dit bedrag (van 8.500 euro) komt in de plaats van het huidige bedrag van 5.500 euro. Op te merken valt dat, om redenen van vereenvoudiging, de beperking werd geschrapt die momenteel vervat is in artikel 3, § 2, vierde lid, van het koninklijk besluit van 26 september
- Volgens die bepaling kan, wanneer het bedrag van de goed te keuren offerte gelijk is aan of groter dan 22.000 euro, een opdracht maar worden gesloten voor zover het verschil tussen het bedrag van de goed te keuren offerte en de raming kleiner is dan 10 procent van die raming. Bijgevolg zal het oorspronkelijk geraamde bedrag steeds de regels bepalen die toepasselijk zijn op de uitvoering van de opdracht. Op te merken valt dat de hierboven beschreven algemene regeling het voorwerp uitmaakt van afwijkende regels in de daaropvolgende artikelen. Art. 6.Deze bepaling bevat een aantal afwijkingen op de in artikel 5 vermelde algemene regeling. Met uitzondering van de bepalingen van artikel 9, § § 2 en 3, betreffende het verbod op verlenging van de betalings- en de verificatietermijnen, is het ontwerp in zijn geheel niet toepasselijk op bepaalde soorten opdrachten. Het betreft hier enkele gevallen van onderhandelingsprocedure voor de opdrachten voor leveringen (op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen, opportuniteitsaankopen of aankopen tegen bijzonder voordelige voorwaarden na stopzetting van een activiteit), rekening houdend met de volledig buiten de norm vallende voorwaarden van de modaliteiten voor het sluiten van de opdrachten in kwestie, alsook, ongeacht de procedure, de opdrachten voor financiële diensten, en de gezondheids- en sociale diensten alsook de in artikel 33, § 2, van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten bedoelde opdrachten voor juridische diensten. Wat deze laatste categorieën van prestaties betreft, zijn de bepalingen van dit besluit immers moeilijk verenigbaar met de regels die toepasselijk zijn op de betrokken beroepscategorieën. Volgens paragraaf 1 is het ontwerp evenmin toepasselijk op de samengevoegde opdrachten geplaatst door aanbestedende overheden van meerdere landen. In dat geval moet immers worden bepaald welke regels toepasselijk zijn op de uitvoering van de opdracht. Hetzelfde geldt voor de opdrachten die betrekking hebben op de oprichting en de werking van een gemengde vennootschap met het oog op de uitvoering van een opdracht, alsook voor bepaalde promotieopdrachten voor werken. De tweede paragraaf brengt enkele verduidelijkingen aan in de bepalingen van het ontwerp die al dan niet toepasselijk zijn op de promotieopdrachten en de concessies voor openbare werken. Wegens de aard van deze verrichtingen is het immers moeilijk of niet raadzaam om ze te onderwerpen aan de toepassing van dit ontwerp. De tweede paragraaf bepaalt ook dat de in dit ontwerp vermelde artikelen betreffende de betalingen en de verwijlintresten niet toepasselijk zijn op de opdrachten van de overheidsbedrijven in de speciale sectoren. Deze zijn immers onderworpen aan de algemene regeling die toepasselijk is op de transacties tussen ondernemingen, zoals vermeld in artikel 3 van Richtlijn 2011/7/EU, die het voorwerp zal uitmaken van een omzettingswet. De derde paragraaf, ten slotte, vermeldt dat de opdrachtdocumenten niet-verplichte bepalingen van dit ontwerp toepasselijk kunnen maken op een bepaalde opdracht, naargelang de beoordeling of de ervaring van elke aanbestedende overheid. Art. 7.Dit artikel is een nieuwe bepaling volgens dewelke de raamovereenkomst als dusdanig in principe niet aan alle in dit ontwerp vermelde regels is onderworpen. De raamovereenkomst als dusdanig wordt immers uitgevoerd door het sluiten van de latere opdrachten en de uitvoering daarvan. Het tweede lid wijst erop dat de opdrachten die op basis van een dergelijke raamovereenkomst worden gesloten, onverminderd de artikelen 5 en 6, onderworpen zijn aan alle bepalingen van dit ontwerp. Het is evenwel mogelijk om in de opdrachtdocumenten af te wijken van sommige bepalingen van het huidige ontwerp, zij het, zoals naar aanleiding van de technische aanpassingen aan het advies van de Raad van State is gepreciseerd, nooit van de bepalingen van artikel 9, § § 2 en 3, en artikel
- Voor de opdrachten gebaseerd op een raamovereenkomst is het inderdaad wenselijk dat men op een meer soepele wijze kan werken en met name kan afwijken van bepaalde bepalingen van het huidige ontwerp zonder dat dit telkens gemotiveerd dient te worden. Zo zal het bijvoorbeeld niet opportuun zijn om voor elke opdracht gebaseerd op een raamovereenkomst een borgstelling te vragen. Art. 8.Dit artikel is een nieuwe bepaling die de toepasselijke regels bepaalt wanneer een vrije variante in aanmerking werd genomen door de aanbestedende overheid, waardoor een opdracht voor diensten een opdracht voor leveringen geworden is of omgekeerd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de door een concurrent voorgestelde oplossing reeds een afgewerkt product is, zoals een softwarepakket, en niet het verlenen, hoofdzakelijk van diensten, met het oog op de ontwikkeling van software. In dat geval blijven de toepasselijke uitvoeringsregels in principe die welke bepaald zijn in de opdrachtdocumenten. Het kan evenwel noodzakelijk zijn om sommige aanpassingen aan te brengen via een bijakte. Afwijkingen en onbillijke bedingen Art. 9.Dit artikel is nieuw. Naast een aantal aanpassingen aan bepalingen inzake afwijkingen die vervat zijn in artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 september 1996, omvat het tevens een aantal nieuwe bepalingen waarmee m.n. omzetting wordt gegeven aan Richtlijn 2011/7/EU. Het begrip « afwijking » is niet gedefinieerd in het koninklijk besluit van 26 september
- De omzendbrief van de Eerste Minister van 29 juni 1982 betreffende de ongeoorloofde afwijkingen van de Algemene aannemingsvoorwaarden van de overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten verduidelijkt evenwel dat onder een « afwijking » de wijziging of de niet-toepassing van de Algemene aannemingsvoorwaarden moet worden verstaan. In dit ontwerp werd aangesloten bij deze benadering. Wanneer de opdrachtdocumenten bijvoorbeeld vermelden dat de waarborgtermijn in het kader van een overheidsopdracht voor werken twee jaar bedraagt, gaat het niet om een afwijking van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Artikel 43, § 2, laatste lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, waarmee artikel 92, § 2, laatste lid, van dit ontwerp overeenstemt, luidt immers als volgt : « Indien het bestek geen waarborgtermijn vooropstelt, wordt hij op één jaar gesteld ». De speelruimte die de aanbestedende overheid wordt gelaten, kan bijgevolg niet als een afwijking worden beschouwd omdat voormelde bepaling daarin voorziet. Er moet geval per geval worden nagegaan of de aan de typebestekken toegevoegde specifieke bepalingen als afwijkingen kunnen worden beschouwd. Het gaat hier om bepalingen die de aanbestedende overheid als gerechtvaardigd beschouwt door de aard van de prestaties waarop ze betrekking hebben. Hetzelfde geldt voor bepalingen die als « interpretatief » of « aanvullend » worden omschreven. Naar aanleiding van de technische aanpassingen ingevolge het advies van de Raad van State is de volgorde van de bepalingen van artikel 9 licht gewijzigd. Logischerwijze vat het artikel nu aan met de opsomming van de bepalingen waarvan nooit kan worden afgeweken. Paragraaf 1 somt zodoende de bepalingen op waarvan niet mag worden afgeweken, voor zover ze van toepassing zijn krachtens de artikelen 5, 6, § § 1 en 2, alsook artikel
- Net zoals artikel 3, § 1, derde lid, en § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 verduidelijkt paragraaf 2 vervolgens dat de betalingstermijnen voor de werken, leveringen en diensten niet langer mogen zijn dan wat bepaald is in de reglementering en dat elke andersluidend beding voor niet-geschreven wordt gehouden. Dat in het eerste lid vermelde verbod is voortaan ook toepasselijk op elke bepaling die voorziet in een verlenging van de verificatietermijnen voor werken, leveringen en diensten, overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 4, § 5, van Richtlijn 2011/7/EU. Het tweede en derde lid van paragraaf 2 omvatten enkele nieuwe bepalingen waarmee overeenkomstig artikel 4, § § 5 en 6, van Richtlijn 2011/7/EU wordt voorzien in een aantal strikt geformuleerde uitzonderingen op het verbod op verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijnen. Paragraaf 3 vormt verder een nieuwe bepaling waarmee omzetting wordt gegeven aan artikel 7 van Richtlijn 2011/7/EU. Het introduceert het begrip van de « kennelijk onbillijke bedingen en praktijken jegens de opdrachtnemer » dat meer bepaald verband houdt met het verbod op de verlenging van de betalings- en verificatietermijn alsook op het verbod tot uitsluiting van de betaling van intrest voor betalingsachterstand en de vergoeding van invorderingskosten. Daarnaast voorziet deze paragraaf erin dat dergelijke kennelijk onbillijke bedingen en praktijken voor niet-geschreven worden gehouden. Paragraaf 4 bevat ten slotte de toe te passen regels in geval van afwijking. Net zoals artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 september 1996, bepaalt hij in de eerste plaats dat slechts mag worden afgeweken van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in paragrafen 1 en 2 voor zover de bijzondere eisen van de betrokken opdracht dit noodzakelijk maken. Net zoals bovenvermeld artikel, bepaalt de paragraaf vervolgens dat de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken, vooraan in het bestek moet staan. Bovendien moet voortaan elke afwijking van de in die lijst vermelde essentiële artikelen uitdrukkelijk worden gemotiveerd, op straffe van nietigheid van de afwijking. Deze sanctie geldt evenwel niet in geval van een door de partijen ondertekende overeenkomst. Er moet immers worden aangenomen dat in het kader van een onderhandelingsprocedure of van concurrentiedialoog, de partijen de draagwijdte van hun verbintenis bij de onderhandelingen of de dialoog behoorlijk hebben kunnen inschatten. Het zou inderdaad niet proportioneel zijn om de straf van de nietigheid toe te passen wanneer de partijen het over een bepaalde afwijking onderling eens zijn geraakt, zij het dat die afwijking niet uitdrukkelijk is gemotiveerd. HOOFDSTUK
- - Gemeenschappelijke bepalingen opdrachten voor werken, leveringen en diensten Afdeling
- - Algemeen kader Gebruik van elektronische middelen Art. 10.Dit artikel is gewijd aan de communicatiemiddelen, waaronder de elektronische middelen, een materie die heden behandeld wordt door de artikelen 3bis tot 3quater van het koninklijk besluit van 26 september
- Het geeft uitvoering aan artikel 10 van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten en artikel 11 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten. Het eerste lid stemt overeen met de bepaling die, in het stadium van de plaatsing, vervat is in artikel 6 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten2, in artikel 6 van het koninklijk besluit van 23 januari 2012 en in artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 juli 2012, al naargelang. Hij verduidelijkt dat ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt, de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zodanig moeten plaatsvinden dat de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens gewaarborgd worden. Het tweede lid bepaalt vervolgens het gevolg dat moet worden gegeven aan een schriftelijk stuk dat met elektronische middelen is opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, een computervirus of een andere schadelijke instructie vertoont. Het is mogelijk dat de ontvangen versie door de bestemmeling in een veiligheidsarchief wordt opgenomen. Indien zulks technisch noodzakelijk is, wordt het document als niet ontvangen beschouwd en wordt de afzender van het schriftelijk stuk hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. Met 'onmiddellijk' wordt bedoeld 'vanaf de ontvangst door de aanbestedende overheid'. De bestemmeling kan eveneens beslissen het bewuste document te aanvaarden, indien hij meent het zonder risico te kunnen lezen of desinfecteren, teneinde niet enkel zijn computersysteem, maar ook de integriteit van dat document te vrijwaren. De bestemmeling die een dergelijke verrichting overweegt, moet zich ervan vergewissen dat hierdoor de inhoud van het document niet zal worden gewijzigd. De bevoegde overheid is verantwoordelijk voor de eindbeslissing en moet erop toezien dat het gelijkheidsbeginsel wordt nageleefd. Het derde lid bepaalt dat de aanbestedende overheid en de opdrachtnemer het gebruik van elektronische middelen kunnen toestaan voor de verzending van de schriftelijke stukken. In dat geval kan in onderling overleg worden afgesproken dat elektronische middelen mogen worden gebruikt wanneer een bepaling van het besluit vermeldt dat een verzending aangetekend moet plaatsvinden of worden bevestigd. Dit kan zowel op papier als via elektronische middelen gebeuren. De aanbestedende overheid kan het gebruik van elektronische middelen toestaan in de opdrachtdocumenten maar kan deze toestemming ook verlenen in de loop van de uitvoering. De opdrachtnemer van zijn kant kan een document bij zijn offerte voegen waarin hij verklaart dat elektronische middelen mogen worden gebruikt of deze informatie verstrekken in de loop van de uitvoering. Leidend ambtenaar Art. 11.Dit artikel stemt grotendeels overeen met artikel 1 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De bepaling wordt evenwel vereenvoudigd gezien het begrip leidend ambtenaar reeds is gedefinieerd in artikel 2 van het ontwerp. Net zoals voormeld artikel 1 maakt artikel 11 een onderscheid tussen twee situaties : - wanneer de leidend ambtenaar een ambtenaar van de aanbestedende overheid is, wordt elke eventuele beperking van zijn bevoegdheden inzake leiding en controle op de uitvoering aan de opdrachtnemer betekend, tenzij dit reeds in de opdrachtdocumenten gebeurd is. Zonder deze vermelding of tot deze betekening plaatsvindt, zullen de eventuele beperkingen van de bevoegdheden van de leidend ambtenaar niet tegenstelbaar zijn aan de opdrachtnemer; - wanneer de leidend ambtenaar een persoon buiten de aanbestedende overheid is, wordt de draagwijdte van het mandaat aan de opdrachtnemer betekend vóór de aanvang van de uitvoering, tenzij deze informatie reeds in de opdrachtdocumenten is vermeld. Zonder deze vermelding en tot deze betekening plaatsvindt, moet ervan worden uitgegaan dat die persoon de aanbestedende overheid niet kan binden. Onderaannemers Art. 12.Dit artikel stemt overeen met artikel 10, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, zij het dat de tekst is herwerkt en aangevuld. Het eerste lid herinnert eraan dat de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor de uitvoering van zijn verbintenissen, zelfs wanneer hij een beroep doet op onderaannemers. Laatstgenoemden zijn immers derden ten aanzien van de aanbestedende overheid. Het tweede lid neemt de huidige bepaling over volgens dewelke de aanbestedende overheid kan verlangen dat deze derden, in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij zullen uitvoeren, voldoen aan de eisen inzake economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid. Deze bepaling die heden enkel toepasselijk is op de opdrachten voor werken, via de opgelegde eisen inzake erkenning, wordt nu uitgebreid tot de opdrachten voor leveringen en diensten. Dit artikel wordt aangevuld met een lid dat een verband legt tussen de kwalitatieve selectiefase en de uitvoering van de opdracht, meer bepaald wanneer de draagkracht van een onderaannemer in aanmerking werd genomen in de selectiefase. In dat geval is de opdrachtnemer gehouden een beroep te doen op de onderaannemer die in aanmerking werd genomen voor de kwalitatieve selectie en kan hij geen andere onderaannemer kiezen dan mits de voorafgaande instemming van de aanbestedende overheid. Deze redenering geldt ook wanneer de onderaannemer geïdentificeerd werd in de offerte, overeenkomstig de eisen in de opdrachtdocumenten en wanneer de aanbestedende overheid het inzetten van bepaalde onderaannemers oplegt. Art. 13.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 10, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende het verbod voor de opdrachtnemer om de opdracht toe te vertrouwen aan natuurlijke of rechtspersonen die uitgesloten zijn van deelname aan overheidsopdrachten. Het eerste lid is aangevuld met een bepaling onder 3° betreffende het geval waarin een opdrachtnemer werd uitgesloten omdat hij in gebreke is gebleven bij de uitvoering van een opdracht. Art. 14.Dit artikel neemt gedeeltelijk, en in een aangepaste vorm, de inhoud over van artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 alsook van artikel 13, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De eerste paragraaf stemt overeen met de vijfde paragraaf van laatstgenoemd artikel. Hij bepaalt de voorwaarden waaronder artikel 14 toepasselijk is op de onderaannemingscontracten, zowel wat het bedrag als wat de termijn betreft. Op te merken valt dat de bepaling is aangepast om de leesbaarheid en toepasbaarheid ervan te verbeteren. In de eerste plaats is nu sprake van een mogelijke aanpassing van het onderaannemingscontract. Zowel in artikel 13, § 5, 2°, van de Algemene aannemingsvoorwaarden als in § 1, 2°, van dat artikel is de vastgestelde aanvangsdatum van de uitvoering van de opdracht immers niet noodzakelijk gekend bij het sluiten van het onderaannemingscontract. In de tweede plaats is de verwijzing naar de uitvoeringstermijn vervangen door één enkele verwijzing naar de tijdspanne tussen de datum waarop het onderaannemingscontract wordt gesloten en de vastgestelde uitvoeringsdatum van het gedeelte van de in onderaanneming gegeven opdracht. De prijsherziening beoogt immers een versoepeling van het principe van de forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten. Voortaan kan daarom de prijs van de door de opdrachtnemer gepresteerde werken, leveringen en diensten tijdens de uitvoering van de opdracht worden aangepast om die af te stemmen op de evolutie van sommige componenten van de kostprijs. Belangrijk is dus niet zozeer de uitvoeringstermijn, die kort kan zijn, maar wel het aanvangstijdstip van deze uitvoering dat veel later kan plaatsvinden dan dat van de uitvoering van de hoofdopdracht. Met andere woorden, de prijsaanpassing is gerechtvaardigd als de tijdspanne tussen het contract en de uitvoering ervan tot een wijziging van de economische realiteit leidt, en dit onafhankelijk van de uitvoeringstermijn van dat contract. Bovendien waren de toepassingsvoorwaarden van artikel 13, § 5, 2°, vrij onleesbaar, waardoor ze zelden correct werden toegepast. Bijgevolg is beslist om deze bepaling grondig te vereenvoudigen, rekening houdend met de overschrijding van één enkele termijn van 90 dagen tussen de datum waarop het onderaannemingscontract wordt gesloten en de vastgestelde aanvangsdatum van de uitvoering ervan. De tweede en derde paragraaf handelen over de herziening van de prijzen van voormelde onderaannemingscontracten. De aanbestedende overheid draagt geen enkele verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de herzieningsformule die in het onderaannemingscontract is vermeld. De derde paragraaf bevat een verduidelijking in de zin dat de opdrachtnemer die van zijn onderaannemers geen verklaring zou bekomen waarin zij bevestigen dat zij een dienovereenkomstige herziening genieten, een relevant uittreksel van het onderaannemingscontract kan overleggen. Daaruit moet blijken dat voldaan is aan de verplichtingen inzake prijsherziening van de in onderaanneming gegeven opdrachten. In het dispositief is de bepaling weggelaten die vervat is in artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 volgens dewelke elke door de aanbestedende overheid vastgestelde overtreding van de bepalingen inzake de herziening ten voordele van de onderaannemers aanleiding geeft tot de toepassing van de straffen in geval van niet-naleving door de opdrachtnemer van de bepalingen van de opdracht en dit zolang de overtreding duurt. Het betreft hier immers een gewone verwijzing naar de bijzondere bepalingen die elders in dit besluit zijn vermeld. Art. 15.Dit artikel bepaalt dat de opdrachtnemer de met de aanbestedende overheid vastgestelde betalingsmodaliteiten moet meedelen aan zijn onderaannemer bij het sluiten van de overeenkomst met laatstgenoemde. De onderaannemer kan zich op deze modaliteiten beroepen om van de opdrachtnemer de betaling op te eisen van de sommen die voor de uitvoering van prestaties in het kader van de betrokken opdracht verschuldigd zijn. Het laatste lid impliceert dat dezelfde regel van toepassing is op de onderaannemers in cascade, maar enkel op die in de eerste graad. Het volgende onderscheid moet worden benadrukt. Artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek heeft aan de onderaannemer een directe vordering in betaling tegenover de bouwheer toegekend in geval van in gebreke blijven van de hoofdaannemer. Artikel 43 van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten en artikel 42 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten vervolledigen de aan de onderaannemer verleende bescherming, met name door artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek. Weliswaar wordt daarin het beslag, de overdracht en de inpandgeving van schulden in uitvoering van een overheidsopdracht verboden tot aan de voorlopige oplevering, maar van de andere kant wordt van deze regel afgeweken ten voordele van de onderaannemers, de leveranciers en de arbeiders en bedienden van de opdrachtnemer. Bovendien komt dit artikel 15 tussen in de contractuele verhoudingen tussen de opdrachtnemer en zijn onderaannemer door aan de opdrachtnemer de transparantie van de betalingsmodaliteiten overeengekomen met de aanbestedende overheid op te leggen. Het gaat hier dus om diverse gevallen die geregeld worden door verschillende teksten maar die elkaar niet tegenspreken. De opdrachtnemer kan nochtans niet worden bestraft door de aanbestedende overheid in geval van toepassing van dit artikel 15, wanneer de onderaannemer zijn verplichtingen niet nakomt. Arbeidskrachten Art. 16.Dit artikel stemt overeen met de tweede zin van artikel 35 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het bepaalt dat de aanbestedende overheid van de opdrachtnemer kan verlangen dat hij onmiddellijk alle personeelsleden vervangt die de goede uitvoering van de opdracht in het gedrang brengen wegens hun onbekwaamheid, hun slechte wil of hun algemeen gekend wangedrag. Afzonderlijke opdrachten Art. 17.De eerste paragraaf stemt overeen met artikel 11 van de Algemene aannemingsvoorwaarden en de tweede paragraaf met artikel 9 van het koninklijk besluit van 26 september
- Hij bevestigt het principe dat de uitvoering van een opdracht losstaat van elke andere opdracht die aan dezelfde opdrachtnemer werd gegund door dezelfde aanbestedende overheid. Bijgevolg kan een opdrachtnemer zich niet beroepen op moeilijkheden met betrekking tot een welbepaalde opdracht om de uitvoering van een andere opdracht te wijzigen of te uit te stellen. De aanbestedende overheid kan van haar kant de verschuldigde betalingen ingevolge de uitvoering van een andere opdracht niet opschorten. Er is evenwel in een uitzondering voorzien voor de wettelijke compensatie. Artikel 1291 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt inzake betaling immers dat indien een schuld en een schuldvordering vervangbaar, vaststaand en opeisbaar zijn, zij elkaar wederzijds opheffen ten belope van het laagste bedrag. Indien het bedrag ervan niet gelijk is, zal dus enkel het saldo ervan opeisbaar zijn. Deze compensatie mag niet worden verward met die waarin voor eenzelfde opdracht is voorzien door artikel 72 van dit ontwerp. Wat de tweede paragraaf betreft moet worden opgemerkt dat de koninklijke besluiten van 15 juli 2011, 23 januari 2012 en 16 juli 2012 al naargelang, de procedureregels bevatten die leiden tot de gunning wanneer de opdrachtdocumenten in meerdere percelen voorzien. Volgens artikel 17 wordt elk perceel met het oog op de uitvoering ervan als een afzonderlijke opdracht beschouwd, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten. Ten grondslag aan de tweede paragraaf ligt de wil om te voorkomen dat in geval van gunning aan dezelfde opdrachtnemer van meerdere of alle percelen van een opdracht, de uitvoeringstermijnen van deze percelen worden samengebracht. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de berekening van de vertragingsboetes. Vertrouwelijkheid Art. 18.Dit artikel is een nieuwe bepaling en vormt de tegenhanger van de regels inzake vertrouwelijkheid die in het stadium van de plaatsing worden opgelegd bij artikel 11 van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten en bij artikel 12 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten, al naargelang. De in de eerste paragraaf bedoelde vertrouwelijkheid is niet de regel omdat ze afhankelijk is van een beslissing die geval per geval door de aanbestedende overheid of de opdrachtnemer wordt genomen. De aanbestedende overheid noch de opdrachtnemer mogen vragen dat informatie, documenten of gegevens vertrouwelijk worden behandeld als ze die zelf openbaar hebben gemaakt. De verplichting inzake vertrouwelijkheid blijft bestaan zolang de medecontractant die niet heeft opgeheven. Een tekening of model moet nieuw zijn opdat het de breedste bescherming kan genieten van het tekeningen- en modellenrecht. Daarom is het belangrijk om een tekening en model voor de indiening van een aanvraag tot bescherming door het tekeningen- en modellenrecht geheim te houden. Knowhow, methode of fabrieksgeheimen zijn alle industriële creaties, ongeacht of ze octrooieerbaar zijn of niet, die interessante technische, wetenschappelijke of industriële informatie bevatten, die van vertrouwelijke aard is en vatbaar is voor industriële of commerciële exploitatie. Knowhow en methode blijft bestaan zolang de betreffende kennis niet voor anderen beschikbaar is. De kennis kan uiteraard wel gedeeld worden, bijvoorbeeld met de opdrachtnemer. Eén van de voorwaarden om een octrooi te verkrijgen is dat de uitvinding nieuw moet zijn, of m.a.w. nog niet tot de huidige stand van de techniek mag behoren. Daarom is het belangrijk om de uitvinding voor de indiening van een octrooiaanvraag geheim te houden. Gezien het belang van geheimhouding van tekeningen en modellen, knowhow, methode of een uitvinding voor het bestaan zelf van de knowhow en de methode of de octrooieerbaarheid van de uitvinding of om de ruimste bescherming van het tekeningen- en modellenrecht te kunnen genieten, bepaalt de tweede paragraaf dat de opdrachtnemer of de aanbestedende overheid zich moet onthouden van elke mededeling van de tekening of het model, de uitvinding, methode of de knowhow aan een derde. In tegenstelling tot de eerste paragraaf is de aldus opgelegde vertrouwelijkheid van paragraaf 2 de regel en is niet afhankelijk van een beslissing die geval per geval moet genomen worden. Indien de aanbestedende overheid of de opdrachtnemer de tekening of het model, de uitvinding, de methode of de knowhow zelf heeft openbaar gemaakt, is de uitvinding niet meer octrooieerbaar en bestaat de knowhow en de methode niet meer, zodat deze paragrafen dan geen toepassing meer vinden. Paragraaf 3 voorziet erin dat de opdrachtnemer in de overeenkomsten met zijn onderaannemers de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid moet overnemen die hijzelf dient te respecteren. Afdeling
- - Intellectuele rechten Gebruik van de resultaten Art. 19.Dit artikel is gebaseerd op artikel 14, § 3, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Paragraaf 1 herbevestigt het principe dat de aanbestedende overheid niet automatisch de eigendom van de intellectuele rechten verkrijgt die gebruikt of ontwikkeld worden in het kader van de opdracht. De aanbestedende overheid geniet evenwel een licentie waardoor zij de door de opdracht verkregen resultaten kan gebruiken voor alle in de opdrachtdocumenten vermelde exploitatiewijzen, zelfs als dit latere gebruik niet strikt onder de definitie van de opdracht zou vallen. De in de opdrachtdocumenten uiteen te zetten exploitatiewijzen zijn van diverse aard : het kan gaan om het onderhoud en de actualisering van informaticaprogramma's en databanken, de al dan niet elektronische ondersteuning van teksten, beelden en opnames, het recht om het werk of de creatie aan te passen, enz. De opsomming ervan in de opdrachtdocumenten voorkomt interpretatieproblemen wat de draagwijdte van de licentie betreft. Indien de aanbestedende overheid de intellectuele eigendomsrechten wenst te verkrijgen die ontwikkeld worden in het kader van de opdracht, moet zij dit in de opdrachtdocumenten vermelden en de voorwaarden ervan uiteenzetten overeenkomstig de toepasselijke wet. In tegenstelling tot dit principe verkrijgt de aanbestedende overheid wel automatisch de intellectuele rechten op de tekeningen en modellen, de emblemen die als merk kunnen worden gedeponeerd en op de domeinnamen wanneer die het voorwerp uitmaken van de opdracht, tenzij de opdrachtdocumenten anders bepalen. Volgens paragraaf 2 kunnen de intellectuele eigendomsrechten die gedaan, ontwikkeld of gebruikt worden in het kader van de opdracht, niet tegen de aanbestedende overheid aangevoerd worden om te voorkomen dat de resultaten van de opdracht worden gebruikt. Dit geldt onverminderd de bepalingen van artikel 17 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten2, artikel 18 van het koninklijk besluit van 23 januari 2012 en artikel 17 van het koninklijk besluit van 16 juli 2012, al naargelang. Indien bepaalde rechten aan derden toebehoren, dient de opdrachtnemer de gebruiksrechten te verkrijgen, alsook de vereiste instemming zodat de aanbestedende overheid gebruik kan maken van de resultaten van de opdracht binnen de perken van paragraaf
- De paragrafen 3 en 4 gaan nader in op het gebruik van algemene gegevens over het bestaan van de opdracht en de resultaten verkregen door de aanbestedende overheid en de opdrachtnemer. Uit paragraaf 5 blijkt dat, in de veronderstelling dat de opdrachtdocumenten voorzien in de financiering door de aanbestedende overheid van het onderzoek en de ontwikkeling verbonden aan het voorwerp van de opdracht, laatstgenoemde in de opdrachtdocumenten kan bepalen dat haar een vergoeding verschuldigd is in geval van commerciële exploitatie van de resultaten van de opdracht door de opdrachtnemer. Methodes en knowhow Art. 20.Het eerste lid van dit artikel bevat een regel die vergelijkbaar is met die van artikel 19, § 1, voor de verworven kennis, methodes en knowhow : de aanbestedende overheid verwerft slechts de eigendom ervan wanneer dit uitdrukkelijk in de opdrachtdocumenten is vermeld. Het tweede lid verplicht de opdrachtnemer evenwel om de aanbestedende overheid in kennis te stellen van deze kennis en knowhow zodat zij ten volle gebruik kan maken van de resultaten van de opdracht. Registraties Art. 21.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 14, § 4, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de verplichting voor de opdrachtnemer om bij de aanbestedende overheid aangifte te doen van alle registratieaanvragen van een intellectueel eigendomsrecht in verband met creaties of uitvindingen die hij ontwikkeld of gebruikt heeft bij de uitvoering van de opdracht. De toepassing van dit artikel doet geen afbreuk aan de naleving van de vertrouwelijkheidsregels vermeld in artikel
- Indien de uitvinding, de tekening of het model gemeenschappelijk eigendom is van de opdrachtnemer en van de aanbestedende overheid, mag de opdrachtnemer een registratieaanvraag enkel indienen mits voorafgaande instemming van de aanbestedende overheid. Hij mag immers de in artikel 18 opgelegde geheimhoudingsplicht niet schenden. Indien de uitvinding, de tekening of het model daarentegen alleen eigendom is van de opdrachtnemer, staat het hem vrij de geheimhouding van het bestaan ervan te beëindigen en een registratieaanvraag in te dienen. Overeenkomstig dit artikel brengt de opdrachtnemer de aanbestedende overheid daarvan op de hoogte die, binnen de perken van de gegevens vervat in de registratieaanvraag, ontheven wordt van de in artikel 18 opgelegde geheimhoudingsplicht. Sublicentie Art. 22.Dit artikel neemt de bepaling over van artikel 14, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden volgens hetwelke de aanbestedende overheid die houder is van een gebruikslicentie, sublicenties kan toestaan aan derden. Het spreekt vanzelf dat het toepassingsgebied van de sublicentie niet ruimer kan zijn dan het dat van de gebruikslicentie die verkregen wordt overeenkomstig artikel 19, § 1, vierde lid. Wederzijdse bijstand en waarborg Art. 23.Dit artikel bevat de inhoud van artikel 14, § 6, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende, enerzijds, de wederzijdse bijstand in geval van een vordering van een derde en, anderzijds, de waarborg die de opdrachtnemer en de aanbestedende overheid ten opzichte van elkaar moeten dragen in geval van verhaal ingesteld door een derde, wanneer ze de rechten van deze derde niet hebben geëerbiedigd of ze niet aan hun medecontracten kenbaar hebben gemaakt. Deze laatste bepaling heeft tot nog toe enkel betrekking op de opdrachtnemer. Ze is logischerwijze verruimd tot de aanbestedende overheid. Het voorlaatste lid is een nieuwe bepaling die nader ingaat op de specifieke kwestie van de rechten die verbonden zijn aan de illustraties en in het bijzonder aan de portretten. De opdrachtnemer vrijwaart de aanbestedende overheid tegen elke beweerde schending van het recht op afbeelding van een derde door toe te zien op de naleving van de voorschriften van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Afdeling
- - Financiële garanties Verzekeringen Art. 24.Dit artikel bevat een aangepaste versie van artikel 38 van de Algemene aannemingsvoorwaarden, dat momenteel enkel van toepassing is op de opdrachten voor werken, en verruimt het toepassingsgebied ervan tot de opdrachten voor leveringen en diensten. De tekst van artikel 38 van de Algemene aannemingsvoorwaarden dateert van een periode waarin ze enkel van toepassing waren op de opdrachten van de Staat, die doorgaans zijn eigen verzekeraar was en is voor de risico's die hij loopt. Deze situatie verklaart waarom deze bepaling enkel het personeel en de derden vermeldt. De door artikel 24 beschreven situatie beantwoordt niet aan die van veruit alle andere aanbestedende overheden die niet over voldoende financiële draagkracht beschikken om te kunnen optreden als hun eigen verzekeraar. Ze moeten de opdrachtnemer, ongeacht de opdrachtcategorie, dus de verplichting kunnen opleggen om niet alleen zijn aansprakelijkheid ten aanzien van zijn personeel of van derden te verzekeren, maar ook elke andere verzekering af te sluiten met betrekking tot deze opdracht waarin de opdrachtdocumenten voorzien. Deze laatste uitbreiding is momenteel enkel mogelijk via een afwijking op de Algemene aannemingsvoorwaarden. Deze situatie rechtvaardigt een wijziging van de tekst in de zin van artikel 24 en de uitbreiding ervan tot alle opdrachten. Deze wijziging heeft op zich evenwel geen impact op de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer zoals ze bepaald is in dit ontwerp en bovendien ook in het gemeen recht. Wat ten slotte het dekken van de specifieke risico's als bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, betreft, is het wenselijk dat de aanbestedende overheid, om de gelijke behandeling van de inschrijvers en de transparantie te waarborgen, in de opdrachtdocumenten het te verzekeren bedrag en het bedrag van de eventuele franchise vermeldt. Borgtocht Draagwijdte en bedrag Art. 25.Paragraaf 1 van dit artikel somt, net zoals het laatste lid van artikel 5, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, de opdrachten op waarvoor geen borgtocht wordt geëist, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten. Het gaat meer bepaald om : - de opdrachten voor leveringen of diensten waarvan de uitvoeringstermijn een termijn die is verlengd van dertig naar vijfenveertig kalenderdagen niet overschrijdt; Aangezien artikel 27 bepaalt dat de borgtocht gesteld wordt binnen dertig dagen volgend op de dag waarop de opdracht wordt gesloten, zou het behoud van de mogelijkheid om geen borgtocht te stellen voor de opdrachten van minder dan dertig dagen tot een eigenaardig resultaat kunnen leiden voor een opdracht van eenendertig dagen en slechts gelden voor één enkele dag, wat geenszins bijdraagt tot een doeltreffend beheer van de opdrachten. Het probleem is nog acuter voor de opdrachten voor diensten. Studiebureaus, bijvoorbeeld, zijn immers zelden aangesloten bij een collectieve borgstellingskas. Bovendien slagen de banken er niet altijd in om de borgtocht te stellen binnen de termijn van dertig dagen. Ten slotte wijzen de woorden « de uitvoeringstermijn » erop dat de bedoelde vijfenveertig dagen niet ingaan vanaf het sluiten van de opdracht maar wel op het ogenblik van de werkelijke uitvoering ervan, ook al volgt die pas later. Bovendien heeft de uitvoeringsduur van de opdracht betrekking op de volledige uitvoeringsduur ervan, zelfs indien gespreide leveringen in het kader van deze opdracht bijvoorbeeld binnen kortere termijnen moeten worden uitgevoerd; - de opdrachten voor diensten van de categorieën 21 en 24 van bijlage II van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten, waaraan nu de categorieën 3 (diensten van luchtvervoer), 4 (postdiensten) en 18 (vervoer per spoor) zijn toegevoegd. Deze drie laatste categorieën zijn toegevoegd omdat het, rekening houdend met hun specifieke karakter, ondenkbaar is om voor deze diensten een borgtocht te eisen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor de diensten van de categorie 6 van bijlage II van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten (diensten van financiële instellingen) evenmin een borgtocht wordt geëist. De uitsluiting van die diensten in dit verband vloeit evenwel reeds voort uit de algemene uitsluiting van artikel 6, § 1, 2°, zodat deze hier niet meer moeten worden vermeld; - de opdrachten voor diensten van de categorieën 6 tot 8 van bijlage 1 en 23 van bijlage 2 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten. Wat betreft de diensten van financiële instellingen (categorie 12 van bijlage 1 van de voormelde wet) geldt dezelfde commentaar als die vermeld in het vorige streepje; - een nieuwe categorie van opdrachten, namelijk die waarvan het oorspronkelijke bedrag kleiner is dan 50.000 euro respectievelijk 100.000 euro voor de opdrachten onderworpen aan de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten en geplaatst in de speciale sectoren. Deze nieuwe categorie is ingevoerd omdat werd vastgesteld dat tal van KMO's geen offerte indienen wanneer de opdrachtdocumenten in een borgtocht voorzien. Deze nieuwe categorie biedt ook de mogelijkheid om veel opdrachten die in het buitenland worden geplaatst, in landen waar dit systeem niet bestaat, te onttrekken aan de verplichting om een borgtocht te stellen. De tweede paragraaf van dit artikel bevat de inhoud van artikel 5, § 1, eerste lid, tweede zin, en tweede tot vierde lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden betreffende het bedrag van de borgtocht en de berekeningsbasis ervan. Er is een verduidelijking aangebracht wat de raamovereenkomst betreft. Voor deze overeenkomst kan de aanbestedende overheid hetzij een borgtocht stellen per gesloten opdracht, hetzij een globale borgstelling toestaan voor de raamovereenkomst. Deze laatste mogelijkheid geldt evenwel alleen indien de raamovereenkomst met één enkele opdrachtnemer is gesloten. Ter herinnering : in geval van wijziging van de opdracht overeenkomstig de artikelen 37 en 38, wordt de borgtocht dienovereenkomstig aangepast. Bij een optie, ten slotte, zal het bedrag van de optie inbegrepen zijn in de globale prijs, indien de bestelling plaatsvindt bij het sluiten van de opdracht. Indien de optie in de loop van de uitvoering wordt besteld, zou dit niet tot een aanpassing van de borgtocht mogen leiden, gezien het bijkomstige karakter van de optie. Aard van de borgtocht Art. 26.Dit artikel bevat in zijn eerste paragraaf de inhoud van artikel 5, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de aard van de borgtocht, en somt de diverse vormen op die de borgtocht kan aannemen, naar keuze van de opdrachtnemer. Wat de geschillen over de terzake aangegane verbintenissen betreft, nemen de aanbestedende overheden best een clausule op in de opdrachtdocumenten volgens dewelke het Belgisch recht toepasselijk is en de Belgische rechtscolleges bevoegd zijn. Wanneer de overeenkomst noch het toepasselijke recht, noch de bevoegde rechter bepaalt, zijn doorgaans immers de artikelen 4 van het Verdrag van 19 juni 1980, 5, 1°, van het Verdrag van Brussel en 5.1 van het Verdrag van Lugano van toepassing. Uit deze bepalingen blijkt dat, wanneer de partijen geen keuze hebben gemaakt, de overeenkomst onder het recht valt van het land waarmee zij het nauwst is verbonden, en dat de bevoegde rechter, inzake overeenkomsten, met name die is van de plaats waar de verplichting moet worden uitgevoegd. De tweede paragraaf van dit artikel vormt een nieuwe bepaling volgens dewelke de borgsteller aan het stellen van de borg geen andere voorwaarden kan verbinden dan die vermeld in dit ontwerp of in de opdrachtdocumenten. Deze bepaling heeft tot doel een einde te stellen aan de praktijken van financiële instellingen die het stellen van de borg in de vorm van een bankwaarborg koppelen aan voorwaarden die sterk afwijken van de bepalingen van de huidige Algemene aannemingsvoorwaarden. Borgstelling en bewijs van de borgstelling Art. 27.Dit artikel bevat de inhoud van artikel 5, § 3, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de borgstelling en het bewijs van deze borgstelling. Aanpassing van de borgtocht Art. 28.Dit artikel bevat de inhoud van artikel 5, § 4, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de aanpassing van de borgtocht in de loop van de uitvoering van de opdracht. Op te merken valt dat indien de borgtocht ten voordele van de opdrachtnemer kan worden verminderd, deze laatste de gedeeltelijke vrijgave ervan kan verkrijgen overeenkomstig artikel
- Wanneer op een bepaald tijdstip in de loop van de uitvoering van de opdracht, met name op het ogenblik van de voorlopige oplevering, geen enkel bedrag meer verschuldigd is aan de opdrachtnemer, waardoor de in artikel 29, tweede lid, 1°, vermelde oplossing niet toepasselijk is, kan de aanbestedende overheid, nadat ze de opdrachtnemer in gebreke heeft gesteld, een in artikel 45 bedoelde straf opleggen. Verzuim van borgstelling Art. 29.Dit artikel stemt gedeeltelijk overeen met artikel 6 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De bepaling van § 2 is evenwel herwerkt in de zin dat nu is bepaald dat de ingebrekestelling bij aangetekende brief geldt als proces-verbaal als bedoeld in artikel 44, § 2, van het ontwerp. Deze oplossing wijkt dus af van de derde paragraaf van artikel 6 van de Algemene aannemingsvoorwaarden volgens dewelke de tekortkomingen inzake de bepalingen betreffende de borgtocht geen aanleiding geven tot het opmaken van een proces-verbaal. De eerste paragraaf van artikel 6 van de Algemene aannemingsvoorwaarden wordt evenwel niet overgenomen daar is gebleken dat wanneer het bewijs van de borgstelling niet wordt overgelegd binnen de toegestane termijn, de automatische toepassing van een straf, het nagestreefde doel niet bereikt en de betrekkingen tussen de medecontractanten ten onrechte kan schaden. Rechten van de aanbestedende overheid op de borgtocht Art. 30.Het eerste lid van dit artikel, dat grotendeels overeenstemt met de inhoud van artikel 7 van de Algemene aannemingsvoorwaarden, verduidelijkt dat de aanbestedende overheid van de borgtocht de sommen mag afhouden die haar toekomen, « met name » indien de opdrachtnemer in gebreke blijft bij de uitvoering of in geval van gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering. De woorden « met name » zijn nieuw en betekenen dat het afhoudingsrecht betrekking heeft op elk bedrag dat verschuldigd is aan de aanbestedende overheid, zelfs buiten elke tekortkoming van de opdrachtnemer. Men zou de borgtocht bijvoorbeeld in beslag kunnen nemen indien de aanbestedende overheid te veel betaalde aan een aannemer die de terugbetaling zou weigeren, en er geen verschuldigde bedragen meer zijn. Er dient te worden onderstreept dat de afhouding van de borgtocht zelfs mogelijk is in geval van verbreking of ontbinding van de opdracht. Een dergelijk geval kan zich bijvoorbeeld voordoen indien de opdracht door de rechter onverbindend wordt verklaard nadat die werd gesloten. Het tweede lid van artikel 30 is een nieuwe bepaling volgens dewelke deze afhouding dient te gebeuren met inachtneming van de voorwaarden van artikel 44, § 2, in het bijzonder de opmaak van een proces-verbaal dat aan de opdrachtnemer wordt overgemaakt zodat hij zijn verweermiddelen kan doen gelden. Door derden gestelde borgtocht Art. 31.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 8 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Uit deze bepaling blijkt dat wanneer de borgtocht door een derde wordt gesteld, deze solidair borg staat en gebonden is door elke gerechtelijke beslissing die naar aanleiding van een betwisting omtrent het bestaan, de interpretatie of de uitvoering van de opdracht wordt genomen, op voorwaarde dat hem van die betwisting kennis werd gegeven bij deurwaardersexploot binnen de termijn die voor het verschijnen op de rechtszitting is bepaald. Het laatste lid is geherformuleerd om te benadrukken dat het om de weigering van de oplevering gaat en dat de ambtshalve maatregelen niet allemaal tegelijk van toepassing zijn. Overdracht borgtocht Art. 32.Het gaat om een nieuwe bepaling betreffende de toestand van de opdrachten die één of meer verlengingen omvatten als bedoeld in artikel 37, § 2, van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten en van artikel 33, § 2, van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten, al naargelang. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, wordt de borgtocht die voor de oorspronkelijke opdracht werd gesteld, overgedragen op de verlengde opdracht en wordt het bedrag ervan eventueel aangepast. Deze tekst is ingevoegd om de lasten verbonden aan de borgstelling en de vrijgave van de borgtocht te verminderen. Vrijgave borgtocht Art. 33.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 9, § 3, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de algemene modaliteiten voor de vrijgave van de borgtocht en de gevolgen van een niet-tijdige vrijgave voor de aanbestedende overheid, met dit verschil dat het verzoek vanwege de opdrachtnemer om over te gaan tot de oplevering voortaan geldt als verzoek tot vrijgave van de borgtocht, en dit zowel voor de voorlopige als voor de definitieve oplevering. Bijgevolg zal de opdrachtnemer geen apart formeel verzoek tot vrijgave van de borgtocht meer moeten indienen. De specifieke modaliteiten voor de vrijgave van de borgtocht zijn opgenomen in de artikelen 93, 133 en 158, naargelang het om werken, leveringen of diensten gaat. Wat de opdrachten van de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 6, § 2, 3°, van dit ontwerp betreft, zullen deze modaliteiten worden opgenomen in de relevante bepalingen van de algemene wet die voorziet in de omzetting van de verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijn 2011/7/EU voor de transacties tussen ondernemingen. Afdeling
- - Opdrachtdocumenten Conforme uitvoering Art. 34.Dit artikel neemt in een aangepaste volgorde de inhoud over van artikel 3 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het tweede lid bevat de bepaling van paragraaf 1 van voormeld artikel 3, betreffende de verschillende elementen die de toepasselijke technische specificaties kunnen aanvullen. Het gebruik van de woorden « kunnen worden aangevuld » in plaats van « worden aangevuld » wijst erop dat de betrokken elementen niet noodzakelijk bij alle opdrachten voorkomen. Het derde lid bevat de bepaling van paragraaf 2, tweede lid, van hetzelfde artikel, en verduidelijkt voor welk gebruik de verschillende aangehaalde documenten bestemd zijn. Plannen, documenten en voorwerpen opgemaakt door de aanbestedende overheid Art. 35.De eerste paragraaf van dit artikel bevat een vereenvoudigde versie van de bepalingen vervat in artikel 4, § 1, 2° en 3°, eerste, tweede en zesde lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Deze paragraaf bepaalt welke documenten, plannen en voorwerpen de opdrachtnemer gratis kan verkrijgen bij de aanbestedende overheid en verwijst naar de voorwaarden en voorschriften voor de terbeschikkingstelling, en eventueel, voor de terugbezorging die in de opdrachtdocumenten zijn vermeld. De tweede paragraaf bevat de bepaling vervat in artikel 39, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, maar verruimt die tot de leveringen en diensten. Volgens die bepaling moet de opdrachtnemer, tot de definitieve oplevering, de documenten en briefwisseling met betrekking tot de gunning en de uitvoering van de opdracht bewaren en ter beschikking houden van de aanbestedende overheid. Detail- en werktekeningen opgemaakt door de opdrachtnemer Art. 36.Dit artikel neemt de bepalingen over die momenteel vervat zijn in artikel 4, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de opmaak door de opdrachtnemer van de detail- en werktekeningen en de modaliteiten voor de overdracht en goedkeuring ervan door de aanbestedende overheid. Afdeling
- - Wijzigingen aan de opdracht Art. 37.Dit artikel voegt de bepalingen samen die momenteel vervat zijn in de artikelen 7 en 8 van het koninklijk besluit van 26 september
- Het eerste lid van artikel 37 neemt de bepaling over van het voormelde artikel 7 betreffende de wijzigingen aan de oorspronkelijke opdracht die eenzijdig worden aangebracht door de aanbestedende overheid. Dergelijke wijzigingen kunnen bijvoorbeeld nuttig blijken in geval van « onvoorziene technische hinder » waarop men botst bij de uitvoering van de opdracht. Evenwel is ten opzichte van het bedoelde artikel 7 een belangrijke voorwaarde toegevoegd, naast de reeds gekende voorwaarden dat het voorwerp van de opdracht onveranderd moet blijven en dat zo nodig moet worden voorzien in een passende compensatie voor de opdrachtnemer. Meer bepaald geldt nu als bijkomende voorwaarde dat de wijziging in waarde beperkt dient te blijven tot 15% van het oorspronkelijke opdrachtbedrag, afgezien van de toepassingsgevallen van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking waarvoor in de wet in een specifieke drempel van 50% is voorzien (aanvullende werken, leveringen en diensten). Deze gewijzigde opstelling is ingegeven door de evolutie in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie die zich op het vlak van de uitvoering van overheidsopdrachten vrij recent is gaan ontwikkelen. Sinds het arrest Pressetext (HvJ, arrest C-454/06, 19 juni 2008), kunnen immers moeilijk nog opdrachtwijzigingen zonder meer, d.w.z. zonder beperking naar de omvang en de draagwijdte (buiten de vanzelfsprekende beperking dat het voorwerp van de opdracht niet mag worden gewijzigd), worden aanvaard. Wat betreft de voorwaarde dat indien nodig een passende compensatie dient te worden betaald, is in de Nederlandse tekst het begrip « juste compensation » nu vertaald door « passende compensatie » in plaats van « rechtmatige compensatie » zonder de draagwijdte van dit begrip te wijzigen. De passende compensatie kan betrekking hebben op andere aspecten dan alleen de schadevergoeding, zoals de prijsherziening of de wijziging van de uitvoeringstermijn. Deze bepaling doet bovendien geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de aanbestedende overheid om in uitzonderlijke gevallen maatregelen te nemen naar billijkheid ten voordele van de opdrachtnemers. Als voorbeeld kan worden verwezen naar een akkoord dat minnelijk is gesloten in het kader van de wet van 31 januari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/01/2009 pub. 09/02/2009 numac 2009009047 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen type wet prom. 31/01/2009 pub. 01/02/2010 numac 2010000011 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de continuïteit van de ondernemingen. Het tweede lid van hetzelfde artikel stemt overeen met de eerste zin van voormeld artikel 8, betreffende de verplichting voor de aanbestedende overheid om bovendien een gemotiveerde beslissing op te stellen voor de afwijkingen van de essentiële bepalingen en voorwaarden van de opdracht. De bepaling verduidelijkt tevens in welke documenten deze afwijking moet staan, d.w.z. hetzij in een wijzigingsbevel of in elke andere eenzijdige beslissing van de aanbestedende overheid, hetzij in een bijakte. De laatste zin van voormeld artikel 8, volgens dewelke dit artikel niet van toepassing is op de opdrachten waarvan het bedrag niet hoger is dan 5.500 euro zonder BTW, is hier weggelaten daar ze nu is opgenomen in de algemene bepaling van artikel 5, § 4, die voortaan geldt voor opdrachten kleiner dan 8.500 euro (17.000 euro voor de speciale sectoren). Art. 38.Dit artikel is een nieuwe bepaling die de voorwaarden bevat waarin overdracht van een opdracht kan plaatsvinden. Voor deze overdracht is de voorafgaande instemming van de gecedeerde partij vereist. In geval van overdracht door de opdrachtnemer moet de aanbestedende overheid met name nagaan of de overnemer aan de passende selectievoorwaarden voor de opdracht in kwestie voldoet. Het derde lid van dit artikel bepaalt bovendien dat de overdracht slechts geldig is indien de essentiële voorwaarden van de opdracht niet worden gewijzigd. De overnemer neemt alle rechten en plichten van de overdrager over. Dit betekent ook dat de opdracht slechts in geringe mate kan worden gewijzigd bij de overdracht. Afdeling
- - Controle en toezicht op de opdracht Draagwijdte van de controle en het toezicht Art. 39.De beide eerste leden van dit artikel nemen de bepalingen over die momenteel vervat zijn in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Volgens deze bepalingen kan de aanbestedende overheid overal toezicht laten houden of controle laten uitvoeren op de voorbereiding en de uitvoering van de opdracht en de noodzakelijke inlichtingen verkrijgen van de opdrachtnemer. Het hier gebruikte begrip « toezicht » is ruimer dan enkel dat van de technische keuring. Het derde lid van dit artikel stemt overeen met artikel 2, derde lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het is van belang een onderscheid te maken tussen de begrippen « toezicht » en « controle ». Controle heeft immers een actievere betekenis dan toezicht. Controle van de hoeveelheden Art. 40.Deze bepaling neemt artikel 24, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden over. In dit kader wordt evenwel een tweede lid toegevoegd om de rechten van de opdrachtnemer te beschermen. Soorten keuringen Art. 41.Dit artikel bevat de bepalingen van het tweede en vijfde lid van artikel 12, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Behalve enkele formele aanpassingen blijft de tekst ongewijzigd. Het eerste lid werd evenwel opgenomen in de definitie vermeld in artikel 2, 11°, van dit ontwerp. Voorafgaande keuring Art. 42.Dit artikel bevat de bepalingen van artikel 12, § 2, eerste en derde tot achtste lid, alsook van § 5, vijfde en zesde lid, en van § 6, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de voorafgaande keuring. De tekst blijft hoofdzakelijk ongewijzigd. In het vierde lid van de eerste paragraaf werden evenwel de volgende wijzigingen aangebracht : de tekst verduidelijkt nu dat het onderzoek plaatsvindt op verzoek van de opdrachtnemer. In hetzelfde lid werden bovendien de woorden « met de middelen die... » geschrapt omdat ze overbodig zijn.. De tekst van de derde paragraaf werd geherformuleerd om die duidelijker te maken. Hij handelt over de termijn waarover de aanbestedende overheid beschikt voor de kennisgeving van de goedkeuring of weigering. De opdrachtdocumenten kunnen evenwel in kortere termijnen voorzien. A posteriori uitgevoerde keuring Art. 43.De eerste paragraaf van dit artikel stemt volledig overeen met artikel 12, § 7, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de a posteriori uitgevoerde keuring. De tweede paragraaf is nieuw. Hij bepaalt de termijnen waarbinnen de aanbestedende overheid de resultaten van de a posteriori uitgevoerde keuring mededeelt. De derde paragraaf bevat de zekerheidstelling voor de prestaties die onderworpen zijn aan deze keuring. Voor deze prestaties wordt ofwel voorzien in een specifieke aanvullende borgtocht, ofwel in een inhouding op de betaling. Deze paragraaf vormt geen nieuwe bepaling maar een aanvulling waardoor de oplossing van de in § 3, 1°, bedoelde specifieke aanvullende borgtocht kan worden toegepast. Voor deze oplossing is geopteerd om een courante praktijk te bevestigen die minder duur is voor de opdrachtnemer dan de in punt 2° bedoelde inhouding. Afdeling
- - Actiemiddelen van de aanbestedende overheid In gebreke blijven en sancties Art. 44.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 20, § § 1 en 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende het in gebreke blijven van de opdrachtnemer bij de uitvoering van de opdracht. De eerste paragraaf somt de omstandigheden op waarin de opdrachtnemer geacht wordt in gebreke te zijn gebleven bij de uitvoering. Wat die omstandigheden betreft heeft de bepaling onder 1° betrekking op het geval waarin de prestaties niet zijn uitgevoerd volgens de voorschriften bepaald in de opdrachtdocumenten. Deze bepaling omvat de verplichtingen voor de opdrachtnemer bij toepassing van alle wettelijke en reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de opdracht, met name inzake veiligheid en gezondheid of niet-inachtneming van de contractuele uitvoeringstermijnen. De tweede paragraaf stemt volledig overeen met de huidige tekst. Paragraaf 3, die overeenstemt met artikel 20, § 3, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, somt de maatregelen op die van toepassing zijn op de opdrachtnemer die in gebreke is gebleven bij de uitvoering. Straffen Art. 45.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 20, § 4, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de toepasselijke straffen in geval van een gebrekkige uitvoering waarvoor geen speciale straf is voorzien en waarvoor geen enkele rechtvaardiging werd verstrekt en aanvaard binnen de toegestane termijn. De tekst is inhoudelijk niet gewijzigd. De duidelijke onderverdeling van de diverse gevallen zorgt evenwel voor een betere leesbaarheid. Verder werden de woorden « van rechtswege » geschrapt. Er dient immers steeds een proces-verbaal te worden opgesteld vóór de toepassing van de straffen, ongeacht of die speciaal of algemeen zijn. Het bedrag van de speciale straf moet in verhouding staan tot de ernst van de tekortkoming die aanleiding geeft tot de sanctie. Vertragingsboetes Art. 46.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 20, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de toepassing van de vertragingsboetes. Het eerste lid bepaalt dat de vertragingsboetes onafhankelijk zijn van de in artikel 45 bedoelde straffen. Een duidelijk omschreven feit dat aan de basis ligt van een tekortkoming van de opdrachtnemer, kan immers het voorwerp uitmaken van een bijzondere of algemene straf en, wanneer het feit ook vertraging bij de uitvoering veroorzaakt, van vertragingsboetes. Zo voorzien de opdrachtdocumenten, in geval van uit te voeren werken op een waterweg die bevaarbaar moet blijven, vaak in de toepassing van een bijzondere straf ten laste van de aannemer in geval van belemmering van de scheepvaart door toedoen van laatstgenoemde. Wanneer het feit dat aan de oorsprong van die belemmering ligt, ook vertraging bij de uitvoering van de werken veroorzaakt, worden bovenop de bijzondere straf ook vertragingsboetes toegepast. Onverminderd artikel 60 bieden de boetes de aanbestedende overheid enkel een forfaitaire vergoeding voor de schade die voor haar voortvloeit uit de vertraging bij de uitvoering van de opdracht. Bijgevolg blijft de opdrachtnemer gehouden de aanbestedende overheid te vrijwaren tegen elke schadevergoeding die deze eventueel aan derden verschuldigd zou zijn op grond van zijn vertraging bij de uitvoering van de opdracht, voor zover de opdrachtnemer voor deze vertraging verantwoordelijk zou zijn. Ambtshalve maatregelen Art. 47.Paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel stemt overeen met artikel 48, § 3, 1°, eerste zin, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, dat momenteel van toepassing is op de werken. Het toepassingsgebied ervan wordt verruimd tot de leveringen en de diensten. Deze paragraaf bepaalt wanneer en in welke situaties de aanbestedende overheid gebruik kan maken van de in paragraaf 2 beschreven ambtshalve maatregelen. Het tweede lid van paragraaf 1 stemt, in punt 1°, overeen met artikel 48, § 3, 1°, tweede zin, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het bepaalt dat één van de ambtshalve maatregelen kan worden gebruikt vóór het verstrijken van de aan de opdrachtnemer toegestane termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden wanneer laatstgenoemde de vastgestelde tekortkomingen heeft toegegeven. Deze mogelijkheid wordt uitgebreid tot de opdrachten voor leveringen en diensten. Artikel 20, § 6, derde lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, volgens hetwelke ambtshalve maatregelen ook kunnen worden toegepast vóór het verstrijken van bovengenoemde termijn wanneer de aanbestedende overheid kan aantonen dat het niet mogelijk is om de prestaties uit te voeren binnen de contractuele termijn, is niet overgenomen. De bedoelde hypothese wordt immers reeds behandeld in artikel 44, § 1, 3°, van het ontwerp. De aanbestedende overheden dienen omzichtig om te springen met deze mogelijkheid en de toepassing ervan te beperken tot de gevallen waarin een echte dringendheid kan worden aangetoond, bijvoorbeeld bij het organiseren van een openbaar evenement, wanneer de datum waarop het plaatsvindt niet kan worden gewijzigd (Nationale Feestdag, Europese top,...). Paragraaf 2 neemt de inhoud over van artikel 20, § 6, eerste en tweede lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de ambtshalve maatregelen die als de zwaarste sancties gelden. Op te merken valt dat sommige van deze ambtshalve maatregelen cumuleerbaar zijn (het gaat om de punten 2° en 3° ). Verder wordt erop gewezen dat de woorden « geheel van de borgtocht » impliceren dat de specifieke aanvullende borgtocht, waarvan sprake in artikel 43, § 3, hierin begrepen is. Paragraaf 3 neemt de inhoud over van artikel 20, § 6, vierde tot zesde lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Hij bepaalt de modaliteiten en de gevolgen die voortvloeien uit de kennisgeving door de aanbestedende overheid van haar beslissing om tot de door haar gekozen ambtshalve maatregel over te gaan. Paragraaf 4 bevat de inhoud van artikel 20, § 6, zevende lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Hij laat de in gebreke gebleven opdrachtnemer de eventuele meerkosten dragen voor de uitvoering in eigen beheer of van de opdracht die voor rekening werd gesloten, waarbij het verschil, in het tegenovergestelde geval, ten goede komt aan de aanbestedende overheid. Overige sancties Art. 48.Dit artikel herformuleert de inhoud van artikel 20, § 8, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de bijkomende sancties die van toepassing zijn op de in gebreke gebleven opdrachtnemer, onverminderd die bepaald in artikelen 45 tot
- Deze sancties omvatten : - in geval van opdrachten voor werken, de toepassing van de sancties vermeld in artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. Deze sancties zijn de klasseverlaging, de schorsing en de intrekking van de erkenning en, ten slotte, de uitsluiting van overheidsopdrachten; - in geval van opdrachten voor werken, leveringen of diensten, de uitsluiting van de opdrachtnemer van deelname aan de opdrachten van de aanbestedende overheid voor een bepaalde duur die door de aanbestedende overheid moet worden bepaald. Deze mogelijkheid tot uitsluiting door de aanbestedende overheid wordt uitgebreid tot de opdrachten voor werken, aangezien deze sanctie minder nadelig is dan de toepassing van artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. De betrokkene wordt vooraf gehoord en er wordt een formeel gemotiveerde beslissing genomen die hem wordt betekend. Art. 49.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 22 van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de toepasselijke maatregelen wanneer afspraken worden ontdekt die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen als bedoeld in artikel 9 van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten en in artikel 10 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten, al naargelang. De toepassing van de in de bepaling onder § 1, 1°, bedoelde straf sluit elke bijkomende schadevergoeding uit. Teruggave vertragingsboetes en straffen Art. 50.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 17 van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de teruggave van vertragingsboetes. De eerste paragraaf bepaalt de omstandigheden en voorwaarden waarin de opdrachtnemer de volledige of gedeeltelijke teruggave van de boetes kan verkrijgen. Het vermoeden van wanverhouding vermeld in artikel 17, § 1, 2°, van de Algemene aannemingsvoorwaarden wordt uitgebreid tot de opdrachten voor leveringen en diensten. Bovendien vermeldt de bepaling nu dat de opdrachtnemer de teruggave van de boetes verkrijgt in geval van wanverhouding tussen het bedrag van de toegepaste boetes en het geringe belang van de te laat uitgevoerde prestaties. De discretionaire bevoegdheid, zoals erkend door artikel 17 van de Algemene aannemingsvoorwaarden, wordt dan ook ingeperkt. Volgens de tweede paragraaf moeten onvoorziene feiten of omstandigheden, als bedoeld in artikel 56 van dit besluit, die eventueel worden ingeroepen om een teruggave te verkrijgen krachtens paragraaf 1, 1°, zo vlug mogelijk worden medegedeeld aan de aanbestedende overheid overeenkomstig artikel
- Ten slotte bepaalt de derde paragraaf de termijn waarin de aanvraag tot teruggave van boetes moet worden ingediend, op straffe van verval. Art. 51.Dit artikel is een nieuwe bepaling betreffende de gedeeltelijke teruggave van de straffen in geval van wanverhouding tussen de toegepaste straf en de vastgestelde gebrekkige uitvoering. Het gaat om een billijke teruggave, zoals vermeld in artikel 50, § 1, 2°, voor de vertragingsboetes. Het tweede lid van dit artikel voorziet in een voorafgaande bijkomende voorwaarde waardoor de opdrachtnemer alles in het werk moet hebben gesteld om de gebrekkige uitvoering zo vlug mogelijk te verhelpen. Dit voorschrift dient op redelijke wijze te worden geïnterpreteerd. Wanneer bijvoorbeeld geen certificaat van oorsprong werd afgegeven voor een bepaald materiaal dat, ondanks herhaaldelijk aandringen, op geen enkele manier door de opdrachtnemer kan worden verkregen, kan de aanbestedende overheid de betrokken teruggave toepassen. Het derde lid van dit artikel bepaalt de termijn waarbinnen de aanvraag tot teruggave van de straffen moet worden ingediend. Deze termijn stemt overeen met de termijn bepaald in artikel 50, § 3, voor de teruggave van de vertragingsboetes. Afdeling
- - Indieningsvoorwaarden voor de klachten en verzoeken Art. 52.Dit artikel neemt in een gewijzigde vorm de inhoud over van artikel 16, § 3, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Volgens het eerste lid van artikel 52 moet de opdrachtnemer, op straffe van verval, zo vlug mogelijk de aanbestedende overheid inlichten over de feiten of omstandigheden die de goede gang van de opdracht verstoren, alsook over de invloed die deze feiten of omstandigheden hebben of kunnen hebben op het verloop en de kostprijs van de opdracht. De precisering is aangebracht dat deze bekendmaking verplicht is gesteld, zelfs indien de aanbestedende overheid op de hoogte is van de feiten of omstandigheden. Het is immers ook en vooral van belang dat de aanbestedende overheid wordt ingelicht over de mogelijke invloed van deze feiten en omstandigheden op het verloop en de kostprijs van de opdracht. Eventueel kan de aanbestedende overheid op tegensprekelijke wijze overgaan tot de noodzakelijke vaststellingen om de gegrondheid van de feiten of omstandigheden na te gaan. Het tweede lid vermeldt de sanctie die verbonden is aan een niet-bekendmaking van de feiten of omstandigheden binnen een nuttige termijn. Het derde lid verduidelijkt dat indien de in het eerste lid bedoelde feiten of omstandigheden schriftelijke bevelen van de aanbestedende overheid zijn, de opdrachtnemer enkel verplicht is laatstgenoemde in te lichten zodra hij de invloed ervan op het verloop en de kostprijs van de opdracht kent. In dat geval is een bekendmaking immers overbodig. Het vierde lid bepaalt de termijn na dewelke de klachten of verzoeken niet meer ontvankelijk zijn. Art. 53.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 16, § 4, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Er wordt herinnerd aan het feit dat de herziening van de opdracht eveneens de termijnverlenging omvat maar vermits deze bepaling de termijnverlenging apart behandelt in de bepaling onder 1° wordt in de bepaling onder 2° gesproken over de andere vormen van herziening. Vanuit een bezorgdheid van harmonisering is in de bepaling onder 3° de termijn van zestig dagen op negentig dagen gebracht. Afdeling
- - Incidenten bij de uitvoering Tekortkomingen van de aanbestedende overheid Art. 54.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 16, § 1, eerste lid, eerste zin, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De woorden « of haar personeel » zijn geschrapt omdat het begrip « aanbestedende overheid » in deze bepaling elke natuurlijke of rechtspersoon omvat die optreedt in haar naam, voor haar rekening of in het kader van een machtiging. Schadevergoeding voor schorsingen op bevel van de aanbestedende overheid Art. 55.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 15, § 5, tweede lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De woorden « voor een in gemeen overleg te bepalen bedrag » zijn evenwel geschrapt, omdat deze voorwaarde niet overeenstemt met de algemene praktijk en op zich geen reële draagwijdte heeft. Ook het zinsdeel « noch voorzien zijn in het bestek » is geschrapt. Deze wijziging beperkt de mogelijkheid voor een aanbestedende overheid om geen schadevergoeding toe te kennen voor de schorsingen op haar bevel die de in dit artikel vermelde duur overschrijden. Voortaan moet deze mogelijkheid voldoen aan de vastgestelde voorwaarden voor de afwijkingen, die vermeld zijn in artikel 9 van dit ontwerp. Onvoorzienbare omstandigheden Art. 56.Dit artikel neemt, in een gewijzigde vorm, de inhoud over van artikel 16, § 2, 1° tot 3°, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Deze bepaling bevestigt de toepassing van de imprevisieleer in het kader van overheidsopdrachten en versoepelt het principe van de forfaitaire grondslag in de in dit artikel vermelde omstandigheden. Artikel 56 objectiveert de ontvankelijkheidsdrempel van de verzoeken om herziening van de opdracht en beperkt de omvang van de schadevergoeding, zonder evenwel afbreuk te doen aan de basisprincipes van de ratio legis van het huidige artikel 16, § 2, 1° tot 3°, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De opdrachtnemer behoudt het recht om een verzoek om termijnverlenging, herziening of verbreking van de opdracht in te dienen wanneer zich eender welke omstandigheden voordoen die vreemd zijn aan de aanbestedende overheid, voor zover de toepassingsvoorwaarden van artikel 56 worden nageleefd. Hij moet immers aantonen dat : - de omstandigheden zich hebben voorgedaan. Hierbij moet worden opgemerkt dat zelfs indien de weersomstandigheden niet meer uitdrukkelijk zijn vermeld, zij vanzelfsprekend één van de omstandigheden kunnen vormen die in aanmerking dienen te worden genomen in het kader van de toepassing van dit artikel; - de omstandigheden buitengewoon en onvoorzien zijn en een geval van overmacht vormen die de opdrachtnemer niet kon vermijden; - het om een zeer belangrijk nadeel gaat. Alhoewel er in de praktijk doorgaans weinig discussie is over de eerste twee voorwaarden, is dit niet het geval voor de laatste voorwaarde. De beoordeling van de drempel hangt immers af van een beslissing die geval per geval wordt genomen, zodat de beslissingen hieromtrent zeer uiteenlopend zijn. De in het nieuwe artikel 56 vastgestelde ontvankelijkheidsdrempel waarborgt de gelijke behandeling van de opdrachtnemers die niet meer uiteenlopend zullen worden beoordeeld door de diverse aanbestedende overheden en, in tal van gevallen, de verplichte inschakeling van de rechtbanken. De opdrachtnemer die de drempel haalt, zal voortaan geen bijkomende bewijzen inzake ontvankelijkheid meer moeten leveren. In dezelfde geest doet het nieuwe artikel geen afbreuk aan het begrip van het zeer belangrijk nadeel maar zorgt het voor een evenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen. Aangezien de nieuwe tekst een criterium vaststelt dat de drempel van het zeer belangrijke nadeel bepaalt, biedt hij het voordeel dat het begrip « zeer belangrijk » wordt afgebakend en elke discussie wordt vermeden in specifieke gevallen. In geval van betwisting tussen de partijen kan de feitenrechter immers gebruik maken van zijn beoordelingsbevoegdheid over de precieze samenstelling van de schade en de vraag of de ontvankelijkheidsdrempel van het verzoek om schadevergoeding al dan niet is bereikt. De gekozen drempel is toepasselijk op de opdrachten voor werken, leveringen en diensten. In geval van een zeer belangrijk nadeel ingevolge onvoorziene omstandigheden ongeacht de aard ervan, zal deze drempel doorgaans lager liggen dan de winstmarges van de opdrachtnemers en dus zeer regelmatig worden bereikt. Globaal gezien is de nieuwe versie van artikel 56 zelfs voordelig voor de opdrachtnemers, en dit voor alle opdrachtencategorieën. De franchise wordt berekend op basis van het bedrag van het nadeel en niet op basis van het offertebedrag. Ze sluit aan bij het idee van een herziening in de zin van een herstel van het financiële evenwicht van de opdracht, net zoals een contractuele herzieningsformule geacht wordt de prijsevolutie die naar alle waarschijnlijkheid onvoorspelbaar is niet op absolute wijze maar wel voldoende te waarborgen en aldus het principe van de forfaitaire grondslag te versoepelen. Het zou immers onrechtvaardig zijn om alle financiële gevolgen van situaties die de aanbestedende overheid volledig vreemd zijn, alleen door deze laatste te laten dragen. Deze doelstelling wordt nagestreefd door het principe van de franchise, dat in andere rechtsdomeinen overigens tot de dagelijkse praktijk behoort. Artikel 56 is in de praktijk dus onderworpen aan de toepassing van twee drempels. De eerste drempel heeft betrekking op de ontvankelijkheid van het verzoek om schadevergoeding op grond van onvoorziene omstandigheden. Dit betekent dat het beweerde nadeel waarover de partijen een akkoord hebben bereikt of dat na een rechterlijke beslissing wordt erkend, minstens 2,5 percent van het offertebedrag moet bedragen om als zeer belangrijk te worden beschouwd. Dit percentage kan voortvloeien uit verschillende omstandigheden die individueel niet de drempel van 2,5 percent bereiken maar wel door de samenvoeging ervan. Deze drempel is in elk geval bereikt vanaf een nadeel van 100.000 euro. De tweede drempel betreft de toepassing van een franchise van 17,5 percent die de werkelijke schadevergoeding beperkt tot 82,5 percent van het bedrag van het hierboven omschreven nadeel. Deze franchise bedraagt nochtans maximum 20.000 euro. Indieningsvoorwaarden voor de verzoeken van de opdrachtnemer Art. 57.Dit artikel bevat de inhoud van artikel 16, § 7, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het bepaalt dat de artikelen 54 en 56 geen afbreuk doet aan de toepassing van de andere bepalingen van dit besluit. Verificaties ter plaatse van de boekhoudkundige stukken Art. 58.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 16, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, maar verruimt het toepassingsgebied ervan tot alle mogelijke gevallen van schadevergoeding en herziening. Gevolgen voor de opdracht Art. 59.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 16, § 8, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het bepaalt dat wanneer overleg plaatsvindt krachtens de artikelen 54 tot 56, de opdrachtnemer er zich niet op kan beroepen om, naargelang het geval, het uitvoeringstempo te vertragen, de uitvoering van de opdracht te onderbreken of die niet te hervatten, behalve in evidente gevallen van overmacht. In de gevallen waarin de keuze van nieuwe technische oplossingen verantwoord is op grond van bepaalde feiten of omstandigheden, dient de aanbestedende overheid het bevel te geven om de prestaties te onderbreken in afwachting dat ze een beslissing neemt. Tekortkomingen opdrachtnemer en onvoorzienbare omstandigheden Art. 60.Dit artikel neemt hoofdzakelijk de inhoud over van artikel 16, § 1, tweede lid, en § 2, 4°, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Terwijl artikel 54 handelt over de nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die de opdrachtnemer ten laste legt van de aanbestedende overheid, heeft het eerste lid van dit artikel betrekking op de omgekeerde situatie. Ook het tweede lid betreft een situatie die omgekeerd is ten opzichte van die vermeld in het tweede lid van artikel 56 van het ontwerp, waarbij de ingeroepen omstandigheden de opdrachtnemer een zeer belangrijk voordeel opleveren. Dit zeer belangrijke voordeel moet worden beoordeeld rekening houdend met de volledige opdracht. Sommige posten kunnen immers minder rendabel zijn dan andere zodat voor een globale beoordeling moet worden gekozen. Het derde lid verduidelijkt dat de in de vorige leden bedoelde klachten en verzoeken slechts ontvankelijk zijn voor zover de feiten of omstandigheden binnen de erin vermelde termijn werden bekendgemaakt. Hierbij moet worden opgemerkt dat de vermelding van een maximumtermijn van dertig dagen nieuw is en tot doel heeft om de oplossing die op de aanbestedende overheden van toepassing is, af te stemmen op die welke voor de opdrachtnemers geldt. Afdeling
- - Einde van de opdracht Verbreking Art. 61.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 21, § § 1 tot 3, eerste lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het gaat nader in op de verbreking van de opdracht wanneer die met één of meerdere natuurlijke personen is gesloten en één van hen overlijdt. De eerste paragraaf handelt over het geval waarin de opdrachtnemer als enige natuurlijke persoon, overlijdt. In dat geval geven zijn rechthebbenden de aanbestedende overheid binnen dertig dagen na het overlijden schriftelijk kennis van het overlijden en van hun wil om de opdracht al dan niet voort te zetten. Laatstgenoemde beschikt op haar beurt over een termijn van dertig dagen om te beslissen of de opdracht al dan niet door de rechthebbenden mag worden voortgezet. Zo niet wordt de opdracht van rechtswege verbroken. Er dient op gewezen te worden dat het in paragraaf 1 bedoelde geval niet vergelijkbaar is met de gevallen van de EBVBA of van de starters-BVBA die uit één enkele vennoot bestaat. Deze structuren kunnen immers personeel tewerkstellen dat de continuïteit van de opdracht kan waarborgen. De tweede paragraaf handelt over het geval waarin de opdracht met meerdere natuurlijke personen is gesloten. Rekening houdende met de opmerking van de Raad van State in punt 33 van zijn advies, is nu ook voor dat geval bepaald dat de rechthebbenden van de overledenen alsook de overlevenden binnen 30 dagen na het overlijden schriftelijk kennis geven van het overlijden. Evenwel komt het enkel aan de overlevenden toe om hun wil te uiten om de opdracht al dan niet voort te zetten. Immers, wanneer er één of meer overlevenden zijn, zijn die er in principe toe gehouden de uitvoering van de opdracht voort te zetten, onafhankelijk van het feit of er ook rechthebbenden zijn van de overledene die zich hiertoe geroepen zouden kunnen voelen. Op