📄 Wettekst
14 JANUARI 2013. - Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken
VERSLAG AAN DE KONING, Sire, Algemene inleiding Dit ontwerp van koninklijk besluit wordt genomen in uitvoering van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en van de
wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2011
pub.
01/02/2012
numac
2011021082
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
sluiten inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied.
De koninklijke besluiten van 15 juli 2011, 23 januari 2012 en 16 juli 2012 behandelen hoofdzakelijk, zowel voor de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken als voor de overheidsopdrachten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, en de overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied, de procedureregels die leiden tot de gunning en sluiting van een opdracht of een concessie voor openbare werken. Dit ontwerp regelt op zijn beurt de uitvoeringsfase van die opdrachten en concessies voor openbare werken. De erin bepaalde algemene uitvoeringsregels zijn van toepassing op : 1° de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken van de aanbestedende overheden op federaal, regionaal en lokaal niveau, en van de publiekrechtelijke verenigingen en instellingen, alsook op bepaalde gesubsidieerde opdrachten (titel II van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten);2° de overheidsopdrachten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, dat wil zeggen de opdrachten van de aanbestedende overheden vermeld in 1° en van de overheidsbedrijven voor zover die overheden en bedrijven activiteiten voeren in één van die sectoren (bijvoorbeeld : de intercommunales voor de water- en elektriciteitsverdeling, bpost, de NMBS, Infrabel, De Lijn, de groep TEC) (titel III van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten);3° de overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied (titel 2 van de
wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2011
pub.
01/02/2012
numac
2011021082
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
sluiten). Er weze aan herinnerd dat de opdrachten bedoeld in titel IV van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten niet onderworpen zijn aan de algemene uitvoeringsregels bepaald in dit ontwerp. Ter herinnering, titel IV van de wet is van toepassing op : - bepaalde opdrachten van privéondernemingen die bijzondere of exclusieve rechten genieten voor hun activiteiten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten (bijvoorbeeld : Brussels Airport Company, sommige uitbaters van autobuslijnen,...); - bepaalde opdrachten die krachtens een wet, decreet of ordonnantie, concurrentiële activiteiten van overheidsbedrijven betreffen, en dus niet hun taken van openbare dienst. Die opdrachten blijven niettemin onderworpen aan de voorschriften van het hoger recht, hoofdzakelijk voortvloeiend uit de Europese richtlijnen, doch enkel voor zover ze onder het toepassingsveld van die richtlijnen vallen, wat in artikel 72 van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten wordt bepaald; - hetzelfde geldt voor de opdrachten bedoeld in titel 3 van de
wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2011
pub.
01/02/2012
numac
2011021082
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
sluiten.
Dit ontwerp van koninklijk besluit bepaalt de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, die momenteel zijn vervat in het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken.
Het koninklijk besluit van 26 september 1996, dat heden van toepassing is, wordt zowel naar de inhoud als naar de vorm herzien.
Wat de vorm betreft, wordt de huidige structuur opgeheven die het eigenlijke koninklijk besluit en een bijlage tot vaststelling van de Algemene aannemingsvoorwaarden omvat. Om de wijzigingen ten opzichte van de huidige regeling te duiden, wordt in de commentaren bij de artikelen van dit ontwerp waar nodig niettemin steeds verwezen naar de bepalingen van de huidige Algemene aannemingsvoorwaarden. Het ontwerp voegt dus de algemene regels samen in één enkele tekst, zijnde het koninklijk besluit, dat als volgt gestructureerd is :
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Transposition . . . . .
art. 1er
Omzetting . . . . .
art. 1
Définitions . . . . .
art. 2
Definities . . . . .
art. 2
Taxe sur la valeur ajoutée . . . . .
art. 3
Belasting over de toegevoegde waarde . . . . .
art. 3
Fixation des délais . . . . .
art. 4
Vaststelling van de termijnen . . . . .
art. 4
Champ d'application . . . . .
art. 5 à 8
Toepassingsgebied . . . . .
art. 5 tot 8
Dérogations et clauses abusives . . . . .
art. 9
Afwijkingen en onbillijke bedingen . . . . .
art. 9
CHAPITRE 2. - Dispositions communes aux marchés de travaux, de fournitures et de services
HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke bepalingen opdrachten voor werken, leveringen en diensten
Section 1re. - Cadre général
Afdeling 1. - Algemeen kader
Utilisation des moyens électroniques . . . . .
art. 10
Gebruik van elektronische middelen . . . . .
art. 10
Fonctionnaire dirigeant . . . . .
art. 11
Leidend ambtenaar . . . . .
art. 11
Sous-traitants . . . . .
art. 12 à 15
Onderaannemers . . . . .
art. 12 tot 15
Main-d'oeuvre . . . . .
art. 16
Arbeidskrachten . . . . .
art. 16
Marchés distincts . . . . .
art. 17
Afzonderlijke opdrachten . . . . .
art. 17
Confidentialité . . . . .
art. 18
Vertrouwelijkheid . . . . .
art. 18
Section 2. - Droits intellectuels
Afdeling 2. - Intellectuele rechten
Utilisation des résultats . . . . .
art. 19
Gebruik van de resultaten . . . . .
art. 19
Méthodes et savoir-faire . . . . .
art. 20
Methodes en knowhow . . . . .
art. 20
Enregistrements . . . . .
art. 21
Registraties . . . . .
art. 21
Sous-licence d'exploitation . . . . .
art. 22
Sublicentie . . . . .
art. 22
Assistance mutuelle et garantie . . . . .
art. 23
Wederzijdse bijstand en waarborg . . . . .
art. 23
Section 3. - Garanties financières
Afdeling 3. - Financiële garanties
Assurances . . . . .
art. 24
Verzekeringen . . . . .
art. 24
Cautionnement
Borgtocht
Etendue et montant . . . . .
art. 25
Draagwijdte en bedrag . . . . .
art. 25
Nature du cautionnement . . . . .
art. 26
Aard van de borgtocht . . . . .
art. 26
Constitution du cautionnement et justification de cette constitution . . . . .
art. 27
Borgstelling en bewijs van de borgstelling . . . . .
art. 27
Adaptation du cautionnement . . . . .
art. 28
Aanpassing van de borgtocht . . . . .
art. 28
Défaut de cautionnement . . . . .
art. 29
Verzuim van borgstelling . . . . .
art. 29
Droits du pouvoir adjudicateur sur le cautionnement . . . . .
art. 30
Rechten van de aanbestedende overheid op de borgtocht . . . . .
art. 30
Cautionnement constitué par des tiers . . . . .
art. 31
Door derden gestelde borgtocht . . . . .
art. 31
Transfert du cautionnement . . . . .
art. 32
Overdracht van de borgtocht . . . . .
art. 32
Libération du cautionnement . . . . .
art. 33
Vrijgave van de borgtocht . . . . .
art. 33
Section 4. - Documents du marché
Afdeling 4. - Opdrachtdocumenten
Conformité de l'exécution . . . . .
art. 34
Conforme uitvoering . . . . .
art. 34
Plans, documents et objets établis par le pouvoir adjudicateur . . . . .
art. 35
Plannen, documenten en voorwerpen opgemaakt door de aanbestedende overheid . . . . .
art. 35
Plans de détail et d'exécution établis par l'adjudicataire
art. 36
Detail- en werktekeningen opgemaakt door de opdrachtnemer . . . . .
art. 36
Section 5. - Modifications au marché . . . . .
art. 37 et 38
Afdeling 5. - Wijzigingen aan de opdracht . . . . .
art. 37 en 38
Section 6. - Contrôle et surveillance du marché
Afdeling 6. - Controle en toezicht op de opdracht
Etendue du contrôle et de la surveillance . . . . .
art. 39
Draagwijdte van de controle en het toezicht . . . . .
art. 39
Contrôle des quantités . . . . .
art. 40
Controle van de hoeveelheden . . . . .
art. 40
Modes de réception technique . . . . .
art. 41
Soorten keuringen . . . . .
art. 41
Réception technique préalable . . . . .
art. 42
Voorafgaande keuring . . . . .
art. 42
Réception technique a posteriori . . . . .
art. 43
A posteriori uitgevoerde keuring . . . . .
art. 43
Section 7. - Moyens d'action du pouvoir adjudicateur
Afdeling 7. - Actiemiddelen van de aanbestedende overheid
Défaut d'exécution et sanctions . . . . .
art. 44
In gebreke blijven en sancties . . . . .
art. 44
Pénalités . . . . .
art. 45
Straffen . . . . .
art. 45
Amendes pour retard . . . . .
art. 46
Vertragingsboetes . . . . .
art. 46
Mesures d'office . . . . .
art. 47
Ambtshalve maatregelen . . . . .
art. 47
Autres sanctions . . . . .
art. 48 et 49
Overige sancties . . . . .
art. 48 en 49
Remise des amendes pour retard et des pénalités . . . . .
art. 50 et 51
Teruggave vertragingsboetes en straffen . . . . .
art. 50 en 51
Section 8. - Conditions d'introduction des réclamations et requêtes . . . . .
art. 52 et 53
Afdeling 8. - Indieningsvoorwaarden voor de klachten en verzoeken . .
. . .
art. 52 en 53
Section 9. - Incidents d'exécution
Afdeling 9. - Incidenten bij de uitvoering
Manquements du pouvoir adjudicateur . . . . .
art. 54
Tekortkomingen van de aanbestedende overheid . . . . .
art. 54
Indemnisation pour suspensions ordonnées par le pouvoir adjudicateur . . . . .
art. 55
Schadevergoeding voor schorsingen op bevel van de aanbestedende overheid . . . . .
art. 55
Circonstances imprévisibles . . . . .
art. 56
Onvoorzienbare omstandigheden . . . . .
art. 56
Conditions d'introduction des requêtes par l'adjudicataire . . . . .
art. 57
Indieningsvoorwaarden voor de verzoeken van de opdrachtnemer . . . . .
art. 57
Vérification sur place des pièces comptables . . . . .
art. 58
Verificaties ter plaatse van de boekhoudkundige stukken . . . . .
art. 58
Conséquences sur le marché . . . . .
art. 59
Gevolgen voor de opdracht . . . . .
art. 59
Manquements de l'adjudicataire et circonstances imprévisibles . . . . .
art. 60
Tekortkomingen opdrachtnemer en onvoorzienbare omstandigheden . . . . .
art. 60
Section 10. - Fin du marché
Afdeling 10. - Einde van de opdracht
Résiliation . . . . .
art. 61 à 63
Verbreking . . . . .
art. 61 tot 63
Réceptions et garanties . . . . .
art. 64 et 65
Opleveringen en waarborgen . . . . .
art. 64 en 65
Section 11. - Conditions générales de paiement
art. 66
Afdeling 11. - Algemene betalingsvoorwaarden
art. 66
Avances . . . . .
art. 67
Voorschotten . . . . .
art. 67
Paiement en cas d'opposition au paiement ou de saisie-arrêt . . . . .
art. 68
Betaling in geval van verzet tegen betaling of van derdenbeslag . . . . .
art. 68
Intérêt pour retard dans les paiements et indemnisation pour frais de recouvrement . . . . .
art. 69
Intrest voor laattijdige betaling en vergoeding voor invorderingskosten . . . . .
art. 69
Interruption ou ralentissement de l'exécution par l'adjudicataire . . . . .
art. 70
Onderbreking of vertraging van de uitvoering door de opdrachtnemer . . . . .
art. 70
Réfaction pour moins-value . . . . .
art. 71
Korting wegens minderwaarde . . . . .
art. 71
Compensation . . . . .
art. 72
Compensatie . . . . .
art. 72
Section 12. - Actions judiciaires
art. 73
Afdeling 12. - Rechtsvorderingen
art. 73
CHAPITRE 3. - Dispositions propres aux marchés de travaux
HOOFDSTUK 3. - Specifieke bepalingen opdrachten voor werken
Section 1re. - Dispositions communes à tous les marchés de travaux
Afdeling 1. - Bepalingen toepasselijk op alle opdrachten voor werken
Autorisations . . . . .
art. 74
Toelatingen . . . . .
art. 74
Direction et contrôle . . . . .
art. 75
Leiding en controle . . . . .
art. 75
Délais d'exécution . . . . .
art. 76
Uitvoeringstermijnen . . . . .
art. 76
Mise à disposition de terrains et locaux . . . . .
art. 77
Ter beschikking stellen van gronden en lokalen . . . . .
art. 77
Conditions relatives au personnel . . . . .
art. 78
Voorwaarden betreffende het personeel . . . . .
art. 78
Organisation du chantier . . . . .
art. 79
Organisatie van de bouwplaats . . . . .
art. 79
Modifications au marché . . . . .
art. 80
Wijzigingen aan de opdracht . . . . .
art. 80
Jeu des quantités présumées
art. 81
Spel van de vermoedelijke hoeveelheden . . . . .
art. 81
Moyens de contrôle . . . . .
art. 82
Controlemiddelen . . . . .
art. 82
Journal des travaux . . . . .
art. 83
Dagboek van de werken . . . . .
art. 83
Responsabilité de l'entrepreneur . . . . .
art. 84
Aansprakelijkheid van de aannemer . . . . .
art. 84
Moyens d'action
Middelen van optreden
Soupçon de fraude ou de malfaçon . . . . .
art. 85
Vermoeden van bedrog of slecht werk . . . . .
art. 85
Amendes pour retard . . . . .
art. 86
Vertragingsboetes . . . . .
art. 86
Mesures d'office . . . . .
art. 87
Ambtshalve maatregelen . . . . .
art. 87
Retenues pour salaires, charges sociales et impôts dus
art. 88
Inhoudingen voor niet betaalde lonen, sociale lasten en belastingen die zijn verschuldigd . . . . .
art. 88
Incidents d'exécution . . . . .
art. 89
Incidenten bij de uitvoering . . . . .
art. 89
Découvertes en cours de travaux . . . . .
art. 90
Vondsten tijdens de werken . . . . .
art. 90
Réceptions et garantie . . . . .
art. 91 et 92
Opleveringen en waarborg . . . . .
art. 91 en 92
Libération du cautionnement . . . . .
art. 93
Vrijgave van de borgtocht . . . . .
art. 93
Prix du marché en cas de retard d'exécution . . . . .
art. 94
Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering . . . . .
art. 94
Paiements . . . . .
art. 95
Betalingen . . . . .
art. 95
Section 2. - Dispositions complémentaires pour les marchés de promotion de travaux
Afdeling 2. - Aanvullende bepalingen promotieopdrachten van werken
Dispositions applicables . . . . .
art. 96
Toepasselijke bepalingen . . . . .
art. 96
Droits des parties sur les terrains . . . . .
art. 97
Rechten van de partijen op de gronden . . . . .
art. 97
Obligations du pouvoir adjudicateur . . . . .
art. 98
Verplichtingen van de aanbestedende overheid . . . . .
art. 98
Obligations du promoteur . . . . .
art. 99
Verplichtingen van de promotor . . . . .
art. 99
Mise à disposition de l'ouvrage . . . . .
art. 100
Terbeschikkingstelling van het bouwwerk . . . . .
art. 100
Durée et libération du cautionnement . . . . .
art. 101
Looptijd en vrijgave van de borgtocht . . . . .
art. 101
Moyens d'action du pouvoir adjudicateur . . . . .
art. 102
Actiemiddelen van de aanbestedende overheid . . . . .
art. 102
Paiements . . . . .
art. 103
Betalingen . . . . .
art. 103
CHAPITRE 4. - Dispositions propres aux concessions de travaux publics
HOOFDSTUK 4. - Specifieke bepalingen concessies voor openbare werken
Dispositions applicables . . . . .
art. 104
Toepasselijke bepalingen . . . . .
art. 104
Droits sur les terrains concédés . . . . .
art. 105
Rechten op de in concessie gegeven gronden . . . . .
art. 105
Durée de la concession . . . . .
art. 106
Duur van de concessie . . . . .
art. 106
Assurances . . . . .
art. 107
Verzekeringen . . . . .
art. 107
Cautionnement . . . . .
art. 108
Borgtocht . . . . .
art. 108
Continuité du service public . . . . .
art. 109
Continuïteit van de openbare dienst . . . . .
art. 109
Responsabilité décennale . . . . .
art. 110
Tienjarige aansprakelijkheid . . . . .
art. 110
Concession assortie d'un prix . . . . .
art. 111
Concessie met te betalen prijs . . . . .
art. 111
Concession assortie d'une redevance . . . . .
art. 112
Concessie met te betalen retributie . . . . .
art. 112
Fin de la concession . . . . .
art. 113 et 114
Einde van de concessie . . . . .
art. 113 en 114
CHAPITRE 5. - Dispositions propres aux marchés de fournitures
HOOFDSTUK 5. - Specifieke bepalingen opdrachten voor leveringen
Section 1re. - Dispositions communes à tous les marchés de fournitures
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen alle opdrachten voor
leveringen
Commandes partielles . . . . .
art. 115
Gedeeltelijke bestellingen . . . . .
art. 115
Délai de livraison . . . . .
art. 116
Leveringstermijn . . . . .
art. 116
Quantités à fournir . . . . .
art. 117
Te leveren hoeveelheden . . . . .
art. 117
Modalités de livraison . . . . .
art. 118
Leveringsmodaliteiten . . . . .
art. 118
Emballages . . . . .
art. 119
Verpakkingen . . . . .
art. 119
Vérification de la livraison . . . . .
art. 120
Nazicht van de levering . . . . .
art. 120
Modifications au marché . . . . .
art. 121
Wijzigingen aan de opdracht . . . . .
art. 121
Responsabilité du fournisseur . . . . .
art. 122
Aansprakelijkheid van de leverancier . . . . .
art. 122
Amendes pour retard . . . . .
art. 123
Vertragingsboetes . . . . .
art. 123
Mesures d'office . . . . .
art. 124
Ambtshalve maatregelen . . . . .
art. 124
Réclamations en matière de réception . . . . .
art. 125
Klachten inzake oplevering . . . . .
art. 125
Prix du marché en cas de retard d'exécution . . . . .
art. 126
Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering . . . . .
art. 126
Paiements . . . . .
art. 127
Betalingen . . . . .
art. 127
Section 2. - Dispositions complémentaires pour les marchés de fournitures sous forme d'achat
Afdeling 2. - Aanvullende bepalingen opdrachten voor leveringen met
aankoop
Réceptions provisoires . . . . .
art. 128 et 129
Voorlopige opleveringen . . . . .
art. 128 en 129
Double réception provisoire . . . . .
art. 130
Dubbele voorlopige oplevering . . . . .
art. 130
Réception complète au lieu de livraison sans réception partielle au lieu de production . . . . .
art. 131
Volledige oplevering op de leveringsplaats zonder gedeeltelijke oplevering op de productieplaats . . . . .
art. 131
Transfert de propriété . . . . .
art. 132
Eigendomsoverdracht . . . . .
art. 132
Libération du cautionnement . . . . .
art. 133
Vrijgave van de borgtocht . . . . .
art. 133
Délai de garantie . . . . .
art. 134
Waarborgtermijn . . . . .
art. 134
Réception définitive . . . . .
art. 135
Definitieve oplevering . . . . .
art. 135
Section 3. - Dispositions complémentaires pour les marchés de fournitures sous forme de location, location-vente ou crédit-bail
Afdeling 3. - Aanvullende bepalingen opdrachten voor leveringen met
huur, huurkoop of leasing
Obligations du pouvoir adjudicateur . . . . .
art. 136
Verplichtingen van de aanbestedende overheid . . . . .
art. 136
Obligations du fournisseur . . . . .
art. 137 et 138
Verplichtingen van de leverancier . . . . .
art. 137 en 138
Transfert de propriété en cas de location-vente . . . . .
art. 139
Eigendomsoverdracht in geval van huurkoop . . . . .
art. 139
Délai de garantie en cas de location-vente . . . . .
art. 140
Waarborgtermijn in geval van huurkoop . . . . .
art. 140
Paiement du prix . . . . .
art. 141
Betaling van de prijs . . . . .
art. 141
Réceptions définitives
Definitieve opleveringen
Réception du marché en cas de location ou de crédit-bail . . . . .
art. 142
Oplevering van de opdracht in geval van huur of leasing . . . . .
art. 142
Réception du marché en cas de location-vente . . . . .
art. 143
Oplevering van de opdracht in geval van huurkoop . . . . .
art. 143
Libération du cautionnement . . . . .
art. 144
Vrijgave van de borgtocht . . . . .
art. 144
CHAPITRE 6. - Dispositions propres aux marchés de services
HOOFDSTUK 6. - Specifieke bepalingen opdrachten voor diensten
Conflit d'intérêts . . . . .
art. 145
Belangenvermenging . . . . .
art. 145
Modalités d'exécution . . . . .
art. 146
Uitvoeringsmodaliteiten . . . . .
art. 146
Délais d'exécution . . . . .
art. 147
Uitvoeringstermijnen . . . . .
art. 147
Services à quantités fixes ou comportant des minima . . . . .
art. 148
Diensten met vaste hoeveelheden of minimaal te verlenen diensten . . . . .
art. 148
Modalités de prestations . . . . .
art. 149
Modaliteiten inzake prestaties . . . . .
art. 149
Vérification des services . . . . .
art. 150
Nazicht van diensten . . . . .
art. 150
Modifications au marché . . . . .
art. 151
Wijzigingen aan de opdracht . . . . .
art. 151
Responsabilité du prestataire de services . . . . .
art. 152 et 153
Aansprakelijkheid van de dienstverlener . . . . .
art. 152 en 153
Amendes pour retard . . . . .
art. 154
Vertragingsboetes . . . . .
art. 154
Mesures d'office . . . . .
art. 155
Ambtshalve maatregelen . . . . .
art. 155
Réception du marché . . . . .
art. 156 et 157
Oplevering van de opdracht . . . . .
art. 156 en 157
Libération du cautionnement . . . . .
art. 158
Vrijgave van de borgtocht . . . . .
art. 158
Prix du marché en cas de retard d'exécution . . . . .
art. 159
Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering . . . . .
art. 159
Paiements . . . . .
art. 160
Betalingen . . . . .
art. 160
CHAPITRE 7. - Dispositions finales . . . . .
art. 161 et 162
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen . . . . .
art. 161 en 162
Wat de inhoud betreft, neemt dit ontwerp enkel de regels over die een algemene draagwijdte hebben in de zin dat ze zonder onderscheid voor alle aan dit ontwerp onderworpen aanbestedende overheden en overheidsbedrijven principieel toepasselijk moeten zijn aangezien ze noodzakelijk worden geacht in het kader van de uitvoering van de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken. Op basis van een grondige analyse van het geheel van de huidige algemene uitvoeringsregels binnen de Commissie voor de overheidsopdrachten is getracht een coherent ontwerp uit te werken, dat bovendien rekening houdt met de praktijkervaring van de laatste vijftien jaar.
Het ontwerp is aangepast conform het advies van de Raad van State.
Enkel is geen gevolg gegeven aan de opmerking vermeld in punt 7.3 van het advies. Voor de beweegreden daarvoor wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 105 van het ontwerp.
Wat betreft de opmerking in verband met de effectbeoordeling wordt het in de vrijstelling ingeroepen formeel karakter van de tekst bevestigd. HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Omzetting Artikel 1.Artikel 1 verwijst naar Richtlijnen 2000/35/EG van 29 juni 2000 en 2011/7/EU van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties. Het ontwerp zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van die richtlijnen, rekening houdend met het feit dat de bepalingen van de tweede genoemde richtlijn maar van toepassing zullen zijn voor de opdrachten gesloten vanaf 16 maart 2013.
Definities Art. 2.Dit artikel bevat de definities van een aantal begrippen die in het ontwerp worden gebruikt. De meeste begrippen bestaan nu reeds, maar de eraan gegeven interpretatie varieert soms naargelang de diensten die deze bepalingen toepassen. Deze systematisering zou moeten bijdragen tot een grotere eenvormigheid van deze verschillende praktijken.
De bepalingen onder 1° tot 5° verwijzen naar de wetten van 15 juni 2006 en 13 augustus 2011, alsook de uitvoeringsbesluiten ervan.
Het in 6° omschreven begrip « opdracht » omvat alle opdrachten, concessies voor openbare werken en raamovereenkomsten als bedoeld in artikel 3 van de wet alsook artikel 3 van de wet defensie en veiligheid. Deze functionele definitie, die naar aanleiding van de technische aanpassingen ingevolge het advies van de Raad van State is toegevoegd, heeft tot doel herhaalde opsommingen te vermijden die de tekst nodeloos zouden verzwaren.
De definitie van « leidend ambtenaar » in de bepaling onder 7° stemt overeen met die vermeld in artikel 1 van de Algemene aannemingsvoorwaarden.
Opnieuw blijkt dat de leidend ambtenaar niet noodzakelijk afkomstig is van de diensten van de aanbestedende overheid, aangezien het, bijvoorbeeld, kan gaan om een privé-ontwerper van projecten.
De definitie van « borgtocht » in de bepaling onder 8° stemt niet overeen met die van dit begrip in het burgerlijk recht en heeft een eigen strekking, zoals blijkt uit dit besluit.
De overdracht van opdracht in de bepaling onder 9° is een begrip dat momenteel opduikt in sommige specifieke gevallen als bedoeld in de artikelen 15, § 7, en 21, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.
Het is evenwel niet op algemene wijze gedefinieerd. Dit begrip mag niet worden verward met dat van de overname van een vennootschap door een andere omdat, in dat geval, de overnemende vennootschap de rechten en plichten van de overgenomen vennootschap overneemt op basis van de bepalingen van het vennootschapsrecht, dus zonder gebruik te maken van het contract.
Het begrip « producten » in de bepaling onder 10° stemt overeen met dat bedoeld in artikel 12, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.
De definitie van « keuring » in de bepaling onder 11° stemt overeen met de definitie vermeld in artikel 12, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.
De definitie van het begrip « straf » in de bepaling onder 12° is nieuw. Dit begrip wordt momenteel evenwel reeds gebruikt in de artikelen 6, 20, 22, 3°, 43, 48 en 61 van de Algemene aannemingsvoorwaarden.
De definitie van « vertragingsboete » in de bepaling onder 13° stemt overeen met de definitie vermeld in artikel 20, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.
In de bepaling onder 14° is de draagwijdte van de ambtshalve maatregel doelgerichter omschreven dan in artikel 20, § 6, van de Algemene aannemingsvoorwaarden dat voorziet in de toepassing van deze maatregelen « in geval van in gebreke blijven bij de uitvoering van de opdracht ». De nieuwe definitie geeft beter de strekking weer van dit soort maatregelen en beperkt de toepassing ervan dus tot de gevallen waarin een ernstige tekortkoming bij de uitvoering van de opdracht wordt vastgesteld.
De definitie van « oplevering » in de bepaling onder 15° stemt hoofdzakelijk overeen met die vermeld in artikel 19, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Deze definitie werd evenwel lichtjes aangepast zodat de klemtoon niet komt te liggen op de « controle » maar op het resultaat ervan, d.w.z. op de vaststelling door de aanbestedende overheid van de overeenstemming van de prestaties met de opgelegde eisen. Bovendien werden de woorden « geheel of gedeeltelijk » toegevoegd om rekening te houden met de hypothese van de gedeeltelijke opleveringen.
De definitie van « herziening van de opdracht » in de bepaling onder 16° stemt hoofdzakelijk overeen met die vermeld in artikel 16, § 6, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.Ze kan uitsluitend betrekking hebben op de toekenning van schadevergoeding.
De definitie van « prijsherziening » in de bepaling onder 17° verwijst naar het mechanisme bedoeld in artikel 6, § 1, van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten en in artikel 7, § 1, van de
wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2011
pub.
01/02/2012
numac
2011021082
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
sluiten, al naargelang.
Het begrip « verrekening » in de bepaling onder 18° is reeds vermeld in de artikelen 42, § 4, en 44 van de Algemene aannemingsvoorwaarden maar is er niet gedefinieerd. De gekozen definitie verduidelijkt dan ook het principe volgens hetwelke een verrekening de samenvattende opmeting of, en dit is nieuw, de inventaris aanpast. Bovendien wordt nu een duidelijk antwoord gegeven op de omstreden vraag wie verantwoordelijk is voor het opstellen van de verrekening. De tekst bepaalt immers dat het de aanbestedende overheid en niet de opdrachtnemer is die deze verrekening opstelt. De gevallen waarin een verrekening moet worden opgesteld voor werken, zijn vermeld in artikel 80.
Het begrip « verrekening » heeft geen betrekking op de prijsherziening op basis van bepaalde economische of sociale factoren als bedoeld in de bepaling onder 17°.
Het begrip « betaling in mindering » in de bepaling onder 19° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. Het is evenwel vermeld in artikel 8 van de wet van 24 december 1993, in de artikelen 4, § 2, en 5, § 2, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 en in artikel 15 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het voornaamste kenmerk van de betaling in mindering is dat ze enkel wordt toegestaan wanneer de prestaties reeds zijn uitgevoerd en aanvaard.
Het begrip « voorschot » in de bepaling onder 20° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. Het is evenwel vermeld in de artikelen 8 en 23, § 3, van de wet van 24 december 1993 en in artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 september 1996. Het kenmerk van het voorschot is dat het verstrekt wordt terwijl de betrokken prestaties nog niet zijn uitgevoerd noch aanvaard.
Het begrip « bijakte » in de bepaling onder 21° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. Dit begrip is evenwel vermeld in de artikelen 42, § 5, 66, § 1, en 75, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het voornaamste kenmerk van de bijakte is dat het een contractueel document is omdat het in gezamenlijk overleg wordt opgesteld tijdens de uitvoering van de opdracht, in tegenstelling tot een wijzigingsbevel of elke andere eenzijdige bepaling van de aanbestedende overheid. De bijakte heeft betrekking op een wijziging van de documenten die op de opdracht van toepassing zijn, d.w.z. niet enkel op de opdrachtdocumenten maar ook op de offerte. Zo zal bijvoorbeeld een wijziging die tijdens de uitvoering door de opdrachtnemer wordt voorgesteld en betrekking heeft op een andere technische oplossing dan die welke vermeld is in de offerte, het voorwerp uitmaken van een bijakte.
Het begrip « samenvattende opmeting » in de bepaling onder 22° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. De belangrijkste kenmerken van de samenvattende opmeting zijn evenwel reeds vermeld in artikel 96, § 1, van het
koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten3 en in artikel 84, § 1, van het koninklijk besluit van 10 januari 1996. Dit begrip is nu gedefinieerd in artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, wat eveneens het geval is in de besluiten van 23 januari 2012 en van 16 juli 2012.
Het begrip « inventaris » in punt 23° is niet gedefinieerd in de huidige reglementering. De belangrijkste kenmerken van de inventaris zijn evenwel reeds vermeld in artikel 97, § 1, van het
koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten3 en in artikel 85, § 1, van het koninklijk besluit van 10 januari 1996. Dit begrip is nu gedefinieerd in artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, wat eveneens het geval is in de besluiten van 23 januari 2012 en van 16 juli 2012.
Belasting over de toegevoegde waarde Art. 3.Dit artikel bepaalt dat elk bedrag vermeld in het ontwerp steeds zonder belasting over de toegevoegde waarde is. Deze verduidelijking heeft als bedoeling de lezing van de tekst van het besluit te vergemakkelijken.
Vaststelling van de termijnen Art. 4.Dit artikel verduidelijkt dat behoudens andersluidende bepaling, de in het ontwerp vermelde termijnen in kalenderdagen zijn uitgedrukt.
Toepassingsgebied Art. 5.Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van het ontwerp dat betrekking heeft op de opdrachten die onder titel II (overheidsopdrachten) en titel III (overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten) van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten vallen, alsook de opdrachten die onder titel 2 van de
wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2011
pub.
01/02/2012
numac
2011021082
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
sluiten vallen (overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied).
Dit artikel voert een gedifferentieerde regeling in naargelang de waarde van de opdracht. Zo zullen alle opdrachten waarvan het geraamde bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, groter is dan 30.000 euro, onderworpen zijn aan alle regels van het ontwerp.
De opdrachten waarvan het geraamde bedrag zich situeert tussen 8.500 euro (17.000 euro voor de speciale sectoren) en 30.000 euro (vandaag 22.000 euro) zullen daarentegen slechts onderworpen zijn aan een aantal essentiële bepalingen. Het is immers de bedoeling om een zekere soepelheid in te bouwen voor de uitvoering van kleinere opdrachten. Op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag kleiner is dan 8.500 euro (17.000 voor de speciale sectoren) is het besluit in zijn geheel niet toepasselijk. Dit bedrag (van 8.500 euro) komt in de plaats van het huidige bedrag van 5.500 euro.
Op te merken valt dat, om redenen van vereenvoudiging, de beperking werd geschrapt die momenteel vervat is in artikel 3, § 2, vierde lid, van het koninklijk besluit van 26 september 1996. Volgens die bepaling kan, wanneer het bedrag van de goed te keuren offerte gelijk is aan of groter dan 22.000 euro, een opdracht maar worden gesloten voor zover het verschil tussen het bedrag van de goed te keuren offerte en de raming kleiner is dan 10 procent van die raming. Bijgevolg zal het oorspronkelijk geraamde bedrag steeds de regels bepalen die toepasselijk zijn op de uitvoering van de opdracht.
Op te merken valt dat de hierboven beschreven algemene regeling het voorwerp uitmaakt van afwijkende regels in de daaropvolgende artikelen. Art. 6.Deze bepaling bevat een aantal afwijkingen op de in artikel 5 vermelde algemene regeling.
Met uitzondering van de bepalingen van artikel 9, § § 2 en 3, betreffende het verbod op verlenging van de betalings- en de verificatietermijnen, is het ontwerp in zijn geheel niet toepasselijk op bepaalde soorten opdrachten. Het betreft hier enkele gevallen van onderhandelingsprocedure voor de opdrachten voor leveringen (op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen, opportuniteitsaankopen of aankopen tegen bijzonder voordelige voorwaarden na stopzetting van een activiteit), rekening houdend met de volledig buiten de norm vallende voorwaarden van de modaliteiten voor het sluiten van de opdrachten in kwestie, alsook, ongeacht de procedure, de opdrachten voor financiële diensten, en de gezondheids- en sociale diensten alsook de in artikel 33, § 2, van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten bedoelde opdrachten voor juridische diensten. Wat deze laatste categorieën van prestaties betreft, zijn de bepalingen van dit besluit immers moeilijk verenigbaar met de regels die toepasselijk zijn op de betrokken beroepscategorieën.
Volgens paragraaf 1 is het ontwerp evenmin toepasselijk op de samengevoegde opdrachten geplaatst door aanbestedende overheden van meerdere landen. In dat geval moet immers worden bepaald welke regels toepasselijk zijn op de uitvoering van de opdracht.
Hetzelfde geldt voor de opdrachten die betrekking hebben op de oprichting en de werking van een gemengde vennootschap met het oog op de uitvoering van een opdracht, alsook voor bepaalde promotieopdrachten voor werken.
De tweede paragraaf brengt enkele verduidelijkingen aan in de bepalingen van het ontwerp die al dan niet toepasselijk zijn op de promotieopdrachten en de concessies voor openbare werken. Wegens de aard van deze verrichtingen is het immers moeilijk of niet raadzaam om ze te onderwerpen aan de toepassing van dit ontwerp.
De tweede paragraaf bepaalt ook dat de in dit ontwerp vermelde artikelen betreffende de betalingen en de verwijlintresten niet toepasselijk zijn op de opdrachten van de overheidsbedrijven in de speciale sectoren. Deze zijn immers onderworpen aan de algemene regeling die toepasselijk is op de transacties tussen ondernemingen, zoals vermeld in artikel 3 van Richtlijn 2011/7/EU, die het voorwerp zal uitmaken van een omzettingswet.
De derde paragraaf, ten slotte, vermeldt dat de opdrachtdocumenten niet-verplichte bepalingen van dit ontwerp toepasselijk kunnen maken op een bepaalde opdracht, naargelang de beoordeling of de ervaring van elke aanbestedende overheid. Art. 7.Dit artikel is een nieuwe bepaling volgens dewelke de raamovereenkomst als dusdanig in principe niet aan alle in dit ontwerp vermelde regels is onderworpen. De raamovereenkomst als dusdanig wordt immers uitgevoerd door het sluiten van de latere opdrachten en de uitvoering daarvan. Het tweede lid wijst erop dat de opdrachten die op basis van een dergelijke raamovereenkomst worden gesloten, onverminderd de artikelen 5 en 6, onderworpen zijn aan alle bepalingen van dit ontwerp. Het is evenwel mogelijk om in de opdrachtdocumenten af te wijken van sommige bepalingen van het huidige ontwerp, zij het, zoals naar aanleiding van de technische aanpassingen aan het advies van de Raad van State is gepreciseerd, nooit van de bepalingen van artikel 9, § § 2 en 3, en artikel 69. Voor de opdrachten gebaseerd op een raamovereenkomst is het inderdaad wenselijk dat men op een meer soepele wijze kan werken en met name kan afwijken van bepaalde bepalingen van het huidige ontwerp zonder dat dit telkens gemotiveerd dient te worden. Zo zal het bijvoorbeeld niet opportuun zijn om voor elke opdracht gebaseerd op een raamovereenkomst een borgstelling te vragen. Art. 8.Dit artikel is een nieuwe bepaling die de toepasselijke regels bepaalt wanneer een vrije variante in aanmerking werd genomen door de aanbestedende overheid, waardoor een opdracht voor diensten een opdracht voor leveringen geworden is of omgekeerd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de door een concurrent voorgestelde oplossing reeds een afgewerkt product is, zoals een softwarepakket, en niet het verlenen, hoofdzakelijk van diensten, met het oog op de ontwikkeling van software.
In dat geval blijven de toepasselijke uitvoeringsregels in principe die welke bepaald zijn in de opdrachtdocumenten. Het kan evenwel noodzakelijk zijn om sommige aanpassingen aan te brengen via een bijakte.
Afwijkingen en onbillijke bedingen Art. 9.Dit artikel is nieuw. Naast een aantal aanpassingen aan bepalingen inzake afwijkingen die vervat zijn in artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 september 1996, omvat het tevens een aantal nieuwe bepalingen waarmee m.n. omzetting wordt gegeven aan Richtlijn 2011/7/EU. Het begrip « afwijking » is niet gedefinieerd in het koninklijk besluit van 26 september 1996. De omzendbrief van de Eerste Minister van 29 juni 1982 betreffende de ongeoorloofde afwijkingen van de Algemene aannemingsvoorwaarden van de overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten verduidelijkt evenwel dat onder een « afwijking » de wijziging of de niet-toepassing van de Algemene aannemingsvoorwaarden moet worden verstaan. In dit ontwerp werd aangesloten bij deze benadering.
Wanneer de opdrachtdocumenten bijvoorbeeld vermelden dat de waarborgtermijn in het kader van een overheidsopdracht voor werken twee jaar bedraagt, gaat het niet om een afwijking van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Artikel 43, § 2, laatste lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, waarmee artikel 92, § 2, laatste lid, van dit ontwerp overeenstemt, luidt immers als volgt : « Indien het bestek geen waarborgtermijn vooropstelt, wordt hij op één jaar gesteld ». De speelruimte die de aanbestedende overheid wordt gelaten, kan bijgevolg niet als een afwijking worden beschouwd omdat voormelde bepaling daarin voorziet.
Er moet geval per geval worden nagegaan of de aan de typebestekken toegevoegde specifieke bepalingen als afwijkingen kunnen worden beschouwd. Het gaat hier om bepalingen die de aanbestedende overheid als gerechtvaardigd beschouwt door de aard van de prestaties waarop ze betrekking hebben. Hetzelfde geldt voor bepalingen die als « interpretatief » of « aanvullend » worden omschreven.
Naar aanleiding van de technische aanpassingen ingevolge het advies van de Raad van State is de volgorde van de bepalingen van artikel 9 licht gewijzigd. Logischerwijze vat het artikel nu aan met de opsomming van de bepalingen waarvan nooit kan worden afgeweken.
Paragraaf 1 somt zodoende de bepalingen op waarvan niet mag worden afgeweken, voor zover ze van toepassing zijn krachtens de artikelen 5, 6, § § 1 en 2, alsook artikel 7.
Net zoals artikel 3, § 1, derde lid, en § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 verduidelijkt paragraaf 2 vervolgens dat de betalingstermijnen voor de werken, leveringen en diensten niet langer mogen zijn dan wat bepaald is in de reglementering en dat elke andersluidend beding voor niet-geschreven wordt gehouden. Dat in het eerste lid vermelde verbod is voortaan ook toepasselijk op elke bepaling die voorziet in een verlenging van de verificatietermijnen voor werken, leveringen en diensten, overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 4, § 5, van Richtlijn 2011/7/EU. Het tweede en derde lid van paragraaf 2 omvatten enkele nieuwe bepalingen waarmee overeenkomstig artikel 4, § § 5 en 6, van Richtlijn 2011/7/EU wordt voorzien in een aantal strikt geformuleerde uitzonderingen op het verbod op verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijnen.
Paragraaf 3 vormt verder een nieuwe bepaling waarmee omzetting wordt gegeven aan artikel 7 van Richtlijn 2011/7/EU. Het introduceert het begrip van de « kennelijk onbillijke bedingen en praktijken jegens de opdrachtnemer » dat meer bepaald verband houdt met het verbod op de verlenging van de betalings- en verificatietermijn alsook op het verbod tot uitsluiting van de betaling van intrest voor betalingsachterstand en de vergoeding van invorderingskosten.
Daarnaast voorziet deze paragraaf erin dat dergelijke kennelijk onbillijke bedingen en praktijken voor niet-geschreven worden gehouden.
Paragraaf 4 bevat ten slotte de toe te passen regels in geval van afwijking. Net zoals artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 september 1996, bepaalt hij in de eerste plaats dat slechts mag worden afgeweken van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in paragrafen 1 en 2 voor zover de bijzondere eisen van de betrokken opdracht dit noodzakelijk maken.
Net zoals bovenvermeld artikel, bepaalt de paragraaf vervolgens dat de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken, vooraan in het bestek moet staan.
Bovendien moet voortaan elke afwijking van de in die lijst vermelde essentiële artikelen uitdrukkelijk worden gemotiveerd, op straffe van nietigheid van de afwijking. Deze sanctie geldt evenwel niet in geval van een door de partijen ondertekende overeenkomst. Er moet immers worden aangenomen dat in het kader van een onderhandelingsprocedure of van concurrentiedialoog, de partijen de draagwijdte van hun verbintenis bij de onderhandelingen of de dialoog behoorlijk hebben kunnen inschatten. Het zou inderdaad niet proportioneel zijn om de straf van de nietigheid toe te passen wanneer de partijen het over een bepaalde afwijking onderling eens zijn geraakt, zij het dat die afwijking niet uitdrukkelijk is gemotiveerd. HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke bepalingen opdrachten voor werken, leveringen en diensten Afdeling 1. - Algemeen kader
Gebruik van elektronische middelen Art. 10.Dit artikel is gewijd aan de communicatiemiddelen, waaronder de elektronische middelen, een materie die heden behandeld wordt door de artikelen 3bis tot 3quater van het koninklijk besluit van 26 september 1996. Het geeft uitvoering aan artikel 10 van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten en artikel 11 van de
wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2011
pub.
01/02/2012
numac
2011021082
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
sluiten.
Het eerste lid stemt overeen met de bepaling die, in het stadium van de plaatsing, vervat is in artikel 6 van het
koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten2, in artikel 6 van het koninklijk besluit van 23 januari 2012 en in artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 juli 2012, al naargelang.
Hij verduidelijkt dat ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt, de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zodanig moeten plaatsvinden dat de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens gewaarborgd worden.
Het tweede lid bepaalt vervolgens het gevolg dat moet worden gegeven aan een schriftelijk stuk dat met elektronische middelen is opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, een computervirus of een andere schadelijke instructie vertoont.
Het is mogelijk dat de ontvangen versie door de bestemmeling in een veiligheidsarchief wordt opgenomen. Indien zulks technisch noodzakelijk is, wordt het document als niet ontvangen beschouwd en wordt de afzender van het schriftelijk stuk hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. Met 'onmiddellijk' wordt bedoeld 'vanaf de ontvangst door de aanbestedende overheid'. De bestemmeling kan eveneens beslissen het bewuste document te aanvaarden, indien hij meent het zonder risico te kunnen lezen of desinfecteren, teneinde niet enkel zijn computersysteem, maar ook de integriteit van dat document te vrijwaren. De bestemmeling die een dergelijke verrichting overweegt, moet zich ervan vergewissen dat hierdoor de inhoud van het document niet zal worden gewijzigd. De bevoegde overheid is verantwoordelijk voor de eindbeslissing en moet erop toezien dat het gelijkheidsbeginsel wordt nageleefd.
Het derde lid bepaalt dat de aanbestedende overheid en de opdrachtnemer het gebruik van elektronische middelen kunnen toestaan voor de verzending van de schriftelijke stukken. In dat geval kan in onderling overleg worden afgesproken dat elektronische middelen mogen worden gebruikt wanneer een bepaling van het besluit vermeldt dat een verzending aangetekend moet plaatsvinden of worden bevestigd. Dit kan zowel op papier als via elektronische middelen gebeuren. De aanbestedende overheid kan het gebruik van elektronische middelen toestaan in de opdrachtdocumenten maar kan deze toestemming ook verlenen in de loop van de uitvoering. De opdrachtnemer van zijn kant kan een document bij zijn offerte voegen waarin hij verklaart dat elektronische middelen mogen worden gebruikt of deze informatie verstrekken in de loop van de uitvoering.
Leidend ambtenaar Art. 11.Dit artikel stemt grotendeels overeen met artikel 1 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De bepaling wordt evenwel vereenvoudigd gezien het begrip leidend ambtenaar reeds is gedefinieerd in artikel 2 van het ontwerp.
Net zoals voormeld artikel 1 maakt artikel 11 een onderscheid tussen twee situaties : - wanneer de leidend ambtenaar een ambtenaar van de aanbestedende overheid is, wordt elke eventuele beperking van zijn bevoegdheden inzake leiding en controle op de uitvoering aan de opdrachtnemer betekend, tenzij dit reeds in de opdrachtdocumenten gebeurd is.
Zonder deze vermelding of tot deze betekening plaatsvindt, zullen de eventuele beperkingen van de bevoegdheden van de leidend ambtenaar niet tegenstelbaar zijn aan de opdrachtnemer; - wanneer de leidend ambtenaar een persoon buiten de aanbestedende overheid is, wordt de draagwijdte van het mandaat aan de opdrachtnemer betekend vóór de aanvang van de uitvoering, tenzij deze informatie reeds in de opdrachtdocumenten is vermeld.
Zonder deze vermelding en tot deze betekening plaatsvindt, moet ervan worden uitgegaan dat die persoon de aanbestedende overheid niet kan binden.
Onderaannemers Art. 12.Dit artikel stemt overeen met artikel 10, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, zij het dat de tekst is herwerkt en aangevuld.
Het eerste lid herinnert eraan dat de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor de uitvoering van zijn verbintenissen, zelfs wanneer hij een beroep doet op onderaannemers. Laatstgenoemden zijn immers derden ten aanzien van de aanbestedende overheid.
Het tweede lid neemt de huidige bepaling over volgens dewelke de aanbestedende overheid kan verlangen dat deze derden, in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij zullen uitvoeren, voldoen aan de eisen inzake economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid.
Deze bepaling die heden enkel toepasselijk is op de opdrachten voor werken, via de opgelegde eisen inzake erkenning, wordt nu uitgebreid tot de opdrachten voor leveringen en diensten.
Dit artikel wordt aangevuld met een lid dat een verband legt tussen de kwalitatieve selectiefase en de uitvoering van de opdracht, meer bepaald wanneer de draagkracht van een onderaannemer in aanmerking werd genomen in de selectiefase.
In dat geval is de opdrachtnemer gehouden een beroep te doen op de onderaannemer die in aanmerking werd genomen voor de kwalitatieve selectie en kan hij geen andere onderaannemer kiezen dan mits de voorafgaande instemming van de aanbestedende overheid. Deze redenering geldt ook wanneer de onderaannemer geïdentificeerd werd in de offerte, overeenkomstig de eisen in de opdrachtdocumenten en wanneer de aanbestedende overheid het inzetten van bepaalde onderaannemers oplegt. Art. 13.Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 10, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende het verbod voor de opdrachtnemer om de opdracht toe te vertrouwen aan natuurlijke of rechtspersonen die uitgesloten zijn van deelname aan overheidsopdrachten.
Het eerste lid is aangevuld met een bepaling onder 3° betreffende het geval waarin een opdrachtnemer werd uitgesloten omdat hij in gebreke is gebleven bij de uitvoering van een opdracht. Art. 14.Dit artikel neemt gedeeltelijk, en in een aangepaste vorm, de inhoud over van artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 alsook van artikel 13, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.
De eerste paragraaf stemt overeen met de vijfde paragraaf van laatstgenoemd artikel. Hij bepaalt de voorwaarden waaronder artikel 14 toepasselijk is op de onderaannemingscontracten, zowel wat het bedrag als wat de termijn betreft. Op te merken valt dat de bepaling is aangepast om de leesbaarheid en toepasbaarheid ervan te verbeteren. In de eerste plaats is nu sprake van een mogelijke aanpassing van het onderaannemingscontract. Zowel in artikel 13, § 5, 2°, van de Algemene aannemingsvoorwaarden als in § 1, 2°, van dat artikel is de vastgestelde aanvangsdatum van de uitvoering van de opdracht immers niet noodzakelijk gekend bij het sluiten van het onderaannemingscontract. In de tweede plaats is de verwijzing naar de uitvoeringstermijn vervangen door één enkele verwijzing naar de tijdspanne tussen de datum waarop het onderaannemingscontract wordt gesloten en de vastgestelde uitvoeringsdatum van het gedeelte van de in onderaanneming gegeven opdracht. De prijsherziening beoogt immers een versoepeling van het principe van de forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten. Voortaan kan daarom de prijs van de door de opdrachtnemer gepresteerde werken, leveringen en diensten tijdens de uitvoering van de opdracht worden aangepast om die af te stemmen op de evolutie van sommige componenten van de kostprijs. Belangrijk is dus niet zozeer de uitvoeringstermijn, die kort kan zijn, maar wel het aanvangstijdstip van deze uitvoering dat veel later kan plaatsvinden dan dat van de uitvoering van de hoofdopdracht. Met andere woorden, de prijsaanpassing is gerechtvaardigd als de tijdspanne tussen het contract en de uitvoering ervan tot een wijziging van de economische realiteit leidt, en dit onafhankelijk van de uitvoeringstermijn van dat contract. Bovendien waren de toepassingsvoorwaarden van artikel 13, § 5, 2°, vrij onleesbaar, waardoor ze zelden correct werden toegepast. Bijgevolg is beslist om deze bepaling grondig te vereenvoudigen, rekening houdend met de overschrijding van één enkele termijn van 90 dagen tussen de datum waarop het onderaannemingscontract wordt gesloten en de vastgestelde aanvangsdatum van de uitvoering ervan.
De tweede en derde paragraaf handelen over de herziening van de prijzen van voormelde onderaannemingscontracten.
De aanbestedende overheid draagt geen enkele verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de herzieningsformule die in het onderaannemingscontract is vermeld.
De derde paragraaf bevat een verduidelijking in de zin dat de opdrachtnemer die van zijn onderaannemers geen verklaring zou bekomen waarin zij bevestigen dat zij een dienovereenkomstige herziening genieten, een relevant uittreksel van het onderaannemingscontract kan overleggen. Daaruit moet blijken dat voldaan is aan de verplichtingen inzake prijsherziening van de in onderaanneming gegeven opdrachten.
In het dispositief is de bepaling weggelaten die vervat is in artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 volgens dewelke elke door de aanbestedende overheid vastgestelde overtreding van de bepalingen inzake de herziening ten voordele van de onderaannemers aanleiding geeft tot de toepassing van de straffen in geval van niet-naleving door de opdrachtnemer van de bepalingen van de opdracht en dit zolang de overtreding duurt. Het betreft hier immers een gewone verwijzing naar de bijzondere bepalingen die elders in dit besluit zijn vermeld. Art. 15.Dit artikel bepaalt dat de opdrachtnemer de met de aanbestedende overheid vastgestelde betalingsmodaliteiten moet meedelen aan zijn onderaannemer bij het sluiten van de overeenkomst met laatstgenoemde. De onderaannemer kan zich op deze modaliteiten beroepen om van de opdrachtnemer de betaling op te eisen van de sommen die voor de uitvoering van prestaties in het kader van de betrokken opdracht verschuldigd zijn. Het laatste lid impliceert dat dezelfde regel van toepassing is op de onderaannemers in cascade, maar enkel op die in de eerste graad.
Het volgende onderscheid moet worden benadrukt. Artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek heeft aan de onderaannemer een directe vordering in betaling tegenover de bouwheer toegekend in geval van in gebreke blijven van de hoofdaannemer. Artikel 43 van de
wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2006
pub.
15/02/2007
numac
2006021341
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
sluiten en artikel 42 van de
wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2011
pub.
01/02/2012
numac
2011021082
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
sluiten vervolledigen de aan de onderaannemer verleende bescherming, met name door artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek. Weliswaar wordt daarin het beslag, de overdracht en de inpandgeving van schulden in uitvoering van een overheidsopdracht verboden tot aan de voorlopige oplevering, maar van de andere kant wordt van deze regel afgeweken ten voordele van de onderaannemers, de leveranciers en de arbeiders en bedienden van de opdrachtnemer. Bovendien komt dit artikel 15 tussen in de contractuele verhoudingen tussen de opdrachtnemer en zijn onderaannemer door aan de opdrachtnemer de transparantie van de betalingsmodaliteiten overeengekomen met de aanbestedende overheid op te leggen. Het gaat hier dus om diverse gevallen die geregeld worden door verschillende teksten maar die elkaar niet tegenspreken.
De opdrachtnemer kan nochtans niet worden bestraft door de aanbestedende overheid in geval van toepassing van dit artikel 15, wanneer de onderaannemer zijn verplichtingen niet nakomt.
Arbeidskrachten Art. 16.Dit artikel stemt overeen met de tweede zin van artikel 35 van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het bepaalt dat de aanbestedende overheid van de opdrachtnemer kan verlangen dat hij onmiddellijk alle personeelsleden vervangt die de goede uitvoering van de opdracht in het gedrang brengen wegens hun onbekwaamheid, hun slechte wil of hun algemeen gekend wangedrag.
Afzonderlijke opdrachten Art. 17.De eerste paragraaf stemt overeen met artikel 11 van de Algemene aannemingsvoorwaarden en de tweede paragraaf met artikel 9 van het koninklijk besluit van 26 september 1996.
Hij bevestigt het principe dat de uitvoering van een opdracht losstaat van elke andere opdracht die aan dezelfde opdrachtnemer werd gegund door dezelfde aanbestedende overheid. Bijgevolg kan een opdrachtnemer zich niet beroepen op moeilijkheden met betrekking tot een welbepaalde opdracht om de uitvoering van een andere opdracht te wijzigen of te uit te stellen. De aanbestedende overheid kan van haar kant de …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.