Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Programmawet (1)

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse financiële aangelegenheden, met een focus op fraudebestrijding, betere inning van belastingen en wijzigingen in de inkomstenbelastingen. Het introduceert maatregelen om de naleving van de btw-wetgeving te verbeteren en fiscale voordelen voor milieuvriendelijke voertuigen.

Wat het regelt

  • Maatregelen ter bestrijding van fraude en verbetering van de inning van de belasting over de toegevoegde waarde (btw).
  • Mogelijkheden voor bewarend beslag op goederen en vervoermiddelen bij vermoeden van btw-fraude.
  • De mogelijkheid om een zakelijke waarborg of persoonlijke zekerheid te eisen van belastingplichtigen.
  • De mogelijkheid om de sluiting van vestigingen te bevelen bij niet-naleving van fiscale verplichtingen.

Wie het aanbelangt

  • Personen en bedrijven die onderworpen zijn aan de belasting over de toegevoegde waarde (btw).
  • Openbare ambtenaren of ministeriële officieren die belast zijn met de openbare verkoping van roerende goederen.

Kernpunten

  • Ambtenaren kunnen bewarend beslag leggen op goederen en vervoermiddelen als de identiteit van partijen of de oorsprong, hoeveelheid, kostprijs of waarde van goederen niet kan worden vastgesteld, en er redelijkerwijs wordt vermoed dat de btw-bepalingen niet zijn nageleefd.
  • De geldigheid van een beslag moet binnen één maand na kennisgeving van het proces-verbaal door de beslagrechter worden bekrachtigd.
  • Een zakelijke waarborg of persoonlijke zekerheid kan worden geëist van een belastingplichtige als de waarde van zijn goederen onvoldoende is om de geschatte verplichtingen voor een periode van twaalf maanden te dekken.
  • De gewestelijke directeur kan de sluiting van vestigingen bevelen als waarborgen niet zijn gesteld of bij herhaalde niet-betaling van btw of bedrijfsvoorheffing.
Wettekst
Wettekst

27 DECEMBER 2006. - Programmawet (I)

(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Financiën HOOFDSTUK I. - Maatregelen inzake fraudebestrijding en betere inning van de belastingen Afdeling
  1. - Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 2.in het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 52bis ingevoegd, luidende : « Art. 52bis.- §
  2. Wanneer de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft ter gelegenheid van hun onderzoeken goederen ontdekken waarvoor redelijkerwijs kan worden verondersteld dat de bepalingen van dit Wetboek en de uitvoeringsbesluiten inzake btw niet werden nageleefd omdat het onmogelijk is de tussenkomende partijen te identificeren of de oorsprong, de hoeveelheid, de kostprijs of de waarde van de goederen vast te stellen, kunnen zij overgaan tot het bewarend beslag van deze goederen evenals van de voor hun vervoer dienende middelen. De voormelde ambtenaren stellen een proces-verbaal van beslag op dat de vastgestelde feiten vermeldt die het niet naleven van de wettelijke of reglementaire bepalingen ter zake veroorzaken of bijdragen aan het veroorzaken ervan en dat een inventaris bevat van de goederen die het voorwerp van het beslag uitmaken. Dit proces-verbaal wordt aan de houder betekend binnen de vierentwintig uur volgend op zijn opmaak. Indien de houder het bewijs levert van de oorsprong, de hoeveelheid, de kostprijs of de waarde van de goederen en van de identiteit van de partijen, spreekt de administratie de opheffing van het beslag uit. Ingeval van verduistering door de houder van de goederen die het voorwerp van het beslag uitmaken, zijn de bepalingen van artikel 507 van het Strafwetboek van toepassing. §
  3. Op straffe van nietigheid moet de geldigheid van het beslag bedoeld in § 1 binnen de termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal bedoeld in § 1, tweede lid, worden bekrachtigd door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd. De procedure wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift. De beslissing van de beslagrechter is uitvoerbaar niettegenstaande ieder verhaal. §
  4. Indien de houder de gegrondheid van het beslag bedoeld in § 1 betwist, wordt er uitspraak gedaan naar de vormen van het kortgeding, door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd. ». Art. 3.In artikel 87 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 juli 1993, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Het voorrecht bedoeld in artikel 86, heeft dezelfde rang als dat bedoeld in artikel 19, 4°ter, van de wet van 16 december
  5. » Art. 4.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 88bis ingevoegd, luidende : « Art. 88bis.- §
  6. Door een gemotiveerde beslissing van de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde kan een zakelijke waarborg of een persoonlijke zekerheid worden geëist van elke persoon, belastingschuldige van de belasting, krachtens artikel 51, §§ 1, 2 en 4, wanneer de venale waarde van zijn in België gelegen goederen die de waarborg van de Schatkist vormen, na aftrek van de schulden en lasten die ze bezwaren, onvoldoende is om het geraamde bedrag van de verplichtingen die hem zijn opgelegd te dekken, voor een periode van twaalf burgerlijke maanden, krachtens dit Wetboek of in uitvoering ervan. De elementen dienend als basis voor de vaststelling van de bedragen van de zakelijke waarborg en de verplichting van de persoonlijke zekerheid, evenals de voorwaarden en modaliteiten van hun samenstelling, worden door de Koning bepaald. §
  7. In de maand van kennisgeving van de beslissing bedoeld in § 1, kan de belastingschuldige een bezwaar indienen bij de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd. De procedure wordt gevoerd naar de vormen van het kortgeding. §
  8. Het stellen van een zakelijke zekerheid of van een persoonlijke borg bedoeld in § 1, dient te geschieden binnen de twee maanden na de kennisgeving van de beslissing van de directeur of na de datum waarop de rechterlijke uitspraak kracht van gewijsde heeft verkregen, tenzij de betrokken belastingschuldige, vóór het verstrijken van deze termijn, elke economische activiteit staakt waaruit voortvloeit dat hij de belastingschuldige van de belasting is krachtens artikel 51, §§ 1, 2 en
  9. ». Art. 5.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 88ter ingevoegd, luidende : « Art. 88ter.- §
  10. De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde kan, bij gemotiveerde beslissing, voor een bepaalde periode de sluiting bevelen van de vestigingen waar de belastingplichtige zijn economische activiteit uitoefent : 1° hetzij wanneer de waarborgen bedoeld in artikel 88bis niet zijn gesteld;2° hetzij wanneer er sprake is van een herhaaldelijke niet-betaling van de belasting over de toegevoegde waarde in de zin van artikel 93undecies C, § 2, tweede lid, tenzij die niet-betaling het gevolg is van financiële moeilijkheden van de schuldenaars van de belastingplichtige die aanleiding hebben gegeven tot het openen van de procedure van gerechtelijk akkoord, van faillissement of van gerechtelijke ontbinding. Onder « vestigingen » wordt, wat deze paragraaf betreft, inzonderheid verstaan : de lokalen waar een economische activiteit wordt uitgeoefend, de burelen, de fabrieken, de werkplaatsen, de opslagplaatsen, de bergplaatsen, de garages en de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen. §
  11. De beslissing van de gewestelijke directeur wordt ter kennis gebracht door een gerechtsdeurwaarder. De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving, tenzij de belastingplichtige een beroep instelt bij de bevoegde rechtbank alvorens die termijn is verstreken. » Art. 6.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 89bis ingevoegd, luidende : « Art. 89bis.- Ingeval van een vordering in rechte, kan de betwiste belastingschuld, bestaande uit de belasting en de erop betrekking hebbende interesten, fiscale boeten en kosten, op grond van het uitgevaardigde dwangbevel, uitvoerbaar verklaard en ter kennis gebracht of betekend aan de belastingschuldige overeenkomstig artikel 85, voor het geheel het voorwerp zijn van bewarende beslagen of van alle andere maatregelen, welke ertoe strekken de invordering te waarborgen. » Art. 7.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 93undecies D ingevoegd, luidende : « Art. 93undecies D. - Openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare verkoping van roerende goederen waarvan de waarde ten minste 250 EUR bedraagt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die de eigenaar op het ogenblik van de verkoping schuldig is, indien zij niet ten minste acht werkdagen vooraf, bij ter post aangetekende brief, de voor de eigenaar van die goederen bevoegde ambtenaar belast met de invordering ervan verwittigen. Wanneer de verkoping heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving van het bedrag der belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren door de bevoegde ambtenaar belast met de invordering bij ter post aangetekende brief, uiterlijk daags vóór de verkoping, als beslag onder derden in handen van de in het eerste lid vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officieren. ». Afdeling
  12. - Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 8.Artikel 319bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld als volgt : « De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden van de ambtenaren belast met de invordering worden eveneens uitgeoefend zonder de beperkingen ten aanzien van de instellingen bedoeld in artikel
  13. » Art. 9.In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 421bis ingevoegd, luidende : « Art. 421bis.- §
  14. De gewestelijke directeur van de directe belastingen kan, bij gemotiveerde beslissing, voor een bepaalde periode de sluiting bevelen van de vestigingen waar de belastingplichtige zijn economische activiteit uitoefent : 1° hetzij wanneer de waarborgen bedoeld in artikel 421 niet zijn gesteld;2° hetzij wanneer er sprake is van een herhaaldelijke niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing in de zin van artikel 442quater, § 2, tweede lid, tenzij die niet-betaling het gevolg is van financiële moeilijkheden van de schuldenaars van de belastingplichtige die aanleiding hebben gegeven tot het openen van de procedure van gerechtelijk akkoord, van faillissement of van gerechtelijke ontbinding. Onder « vestigingen » wordt, wat deze paragraaf betreft, inzonderheid verstaan : de lokalen waar een economische activiteit wordt uitgeoefend, de burelen, de fabrieken, de werkplaatsen, de opslagplaatsen, de bergplaatsen, de garages en de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen. §
  15. De beslissing van de gewestelijke directeur wordt ter kennis gebracht door een gerechtsdeurwaarder. De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving, tenzij de belastingplichtige een beroep instelt bij de bevoegde rechtbank alvorens die termijn is verstreken. » Art. 10.Artikel 454 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt opgeheven. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Afdeling
  16. - Personenbelasting Art. 11.In artikel 14524, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten3 en gewijzigd bij de programmawet van 5 augustus 2003, bij de wet van 31 juli 2004 en bij de programma wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten2, worden de woorden « 1.000 euro » vervangen door de woorden « 2.000 EUR ». Art. 12.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling IInonies, ingevoegd bij de programma wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting
(2)type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting sluiten5, vervangen als volgt : « Onderafdeling IInonies. - Vermindering voor uitgaven voor de verwerving van een voertuig met een maximale uitstoot van 115 gram CO2 per kilometer of van een dieselvoertuig uitgerust met een roetfilter ». Art. 13.Artikel 14528 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programma wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting
(2)type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting sluiten5, waarvan de huidige tekst § 1 wordt, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. Er wordt een belastingvermindering verleend voor uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald om een personenauto, een auto voor dubbel gebruik of een minibus met dieselmotor in nieuwe staat te verwerven voor zover die motor standaard is uitgerust met een roetfilter en met een uitstoot van minder dan 130 gram CO2 per kilometer. De in het eerste lid bedoelde voertuigen zijn de voertuigen waarvoor het bezit van een Belgisch rijbewijs geldig voor voertuigen van categorie B of een gelijkwaardig Europees of buitenlands rijbewijs vereist is voor de besturing ervan. De in het eerste lid bedoelde belastingvermindering is gelijk aan 150 EUR. Voor de toepassing van deze paragraaf, mag de roetfilter maximaal 5 mg deeltjes per kilometer uitstoten. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de belastingvermindering en de manier waarop het bewijs moet worden geleverd dat de roetfilter aan de voormelde norm voldoet. » Art. 14.In titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IIundecies ingevoegd, die een artikel 14530 bevat, luidende : « Onderafdeling IIundecies. - Vermindering voor uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen Art. 14530.- Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de vernieuwing van een woning gelegen in België waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is en welke hij verhuurt via een sociaal verhuurkantoor. De vermindering is niet van toepassing voor de uitgaven die :
  1. a)genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
  2. b)recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;
  3. c)in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 104, 8°, 14524 of 14525. De vermindering wordt toegekend onder de volgende voorwaarden : 1° de woning is op het ogenblik van de aanvang van de werken sedert ten minste vijftien jaar in gebruik genomen; 2° de totale kostprijs van de werken, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, bedraagt ten minste 7.500 EUR; 3° de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken worden verricht door een persoon die op het ogenblik van het sluiten van het aannemingscontract als aannemer is geregistreerd overeenkomstig artikel 401. De belastingvermindering wordt toegekend voor een periode van negen opeenvolgende belastbare tijdperken waarin het kadastraal inkomen van de woning is begrepen in de belastbare inkomsten en dit tegen 5 pct. van de werkelijk gedane uitgaven voor elk van de belastbare tijdperken, met een jaarlijks maximum van 750 EUR, tot zolang de woning onder de vereiste voorwaarden in huur wordt gegeven. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering proportioneel verdeeld in functie van het gedeelte van elke echtgenoot in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken werden uitgevoerd. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de aard van de werken bedoeld in het derde lid, 3°. Hij zal bij de wetgevende kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten. De Koning bepaalt tevens de toepassingsmodaliteiten van de vermindering. » Art. 15.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling IIduodecies ingevoegd, die een artikel 14531 bevat, luidende : « Onderafdeling IIduodecies. - Vermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand. Art. 14531.- Een belastingvermindering wordt verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is. De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die :
  4. a)genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
  5. b)recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;
  6. c)in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 104, 8°, 14524, 14525 of 14530. De belastingvermindering is gelijk aan 50 pct. van de in het eerste lid bedoelde uitgaven. Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 130 EUR per woning bedragen. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van : - het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van die woning, voor de echtgenoten die eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn; - het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten, voor echtgenoten die huurder zijn. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken met betrekking tot de uitgaven bedoeld in het eerste lid moeten voldoen. Hij zal bij de wetgevende kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten. De Koning bepaalt tevens de toepassingsmodaliteiten van de vermindering. » Art. 16.In artikel 154bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting
(2)type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting sluiten9, wordt tussen het tweede en derde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het tweede lid bedoelde percentage tot maximaal 66,81 pct. verhogen. » Art. 17.Artikel 494, § 6, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting
(2)type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting sluiten0, wordt vervangen als volgt : « §
  1. In afwijking van § 5 hebben, voor de toepassing van dit Wetboek, met uitzondering van de bepalingen van titel VI, hoofdstuk I, afdeling II, de uit een herschatting voortspruitende verhoging van de kadastrale inkomens slechts uitwerking : - vanaf de eerste dag van het zesde jaar dat volgt op het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 is voorgeschreven, wat de onroerende goederen betreft die volledig zijn gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid in de zin van artikel 14525; - vanaf de eerste dag van het negende jaar dat volgt op het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 is voorgeschreven, wat de onroerende goederen bedoeld in artikel
  2. Het eerste lid is slechts van toepassing op de herschattingen bedoeld in § 1, 2° en 3°. Aan de periodes van 6 en 9 jaar komt een einde bij de eerstvolgende algemene perequatie. » Art. 18.De artikelen 12 en 13 zijn van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2007 tot 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar in hetwelk de Europese Commissie de verplichting invoert dat alle voertuigen standaard moeten worden uitgerust met een roetfilter. De artikelen 11, 14 en 15 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar
  3. Artikel 16 is van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd. Artikel 17 treedt in werking op 1 januari
  4. Afdeling
  5. - Vennootschapsbelasting Art. 19.In artikel 207, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 22 juni 2005, worden de woorden « niet verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « niet verantwoorde kosten of voordelen van alle aard ». Art. 20.Artikel 219 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 4 mei 1999 en 27 november 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « op kosten, vermeld in artikel 57, die niet worden verantwoord » vervangen door de woorden « op kosten als bedoeld in artikel 57 en op voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, die niet worden verantwoord »;2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden « , voordelen van alle aard en verdoken meerwinsten.»; 3° in het vierde lid, worden de woorden « of van de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, » ingevoegd tussen de woorden « vermeld in artikel 57 » en de woorden « , begrepen is ». Art. 21.In artikel 223, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « kosten als vermeld in de artikelen 57 en 195, § 1, eerste lid, die niet worden verantwoord » vervangen door de woorden « kosten als bedoeld in de artikelen 57 en 195, § 1, eerste lid en voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, die niet worden verantwoord ». Art. 22.In artikel 225, tweede lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten5, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 4 mei 1999, 28 april 2003 en 15 december 2004, worden de woorden « vermelde niet verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « bedoelde niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 23.In artikel 233, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten1, worden de woorden « op de niet-verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « op de niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 24.In artikel 234, eerste lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « de kosten vermeld in artikel 57 die niet worden verantwoord » vervangen door de woorden « de kosten als bedoeld in artikel 57 en de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, die niet worden verantwoord ». Art. 25.In artikel 246, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten1, worden de woorden « niet-verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 26.In artikel 247, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten5, worden de woorden « niet verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 27.De artikelen 19 tot 26 zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar
  6. Afdeling
  7. - Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing Art. 28.In artikel 67 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten en bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de § 1, 1°, en § 3 worden opgeheven;2° § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.De Koning regelt de wijze van uitvoering van dit artikel. »; 3° in § 6 worden de woorden « de in de §§ 1 tot 3 vermelde bedragen » vervangen door de woorden « de in §§ 1 en 2 vermelde bedragen ». Art. 29.In artikel 2751 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting
(2)type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting sluiten9, wordt tussen het derde en vierde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het derde lid bedoelde percentage tot maximaal 32,19 pct. verhogen. » Art. 30.In artikel 2753 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de huidige tekst die § 1 wordt, wordt het derde lid, 3°, vervangen als volgt : « 3° met dien verstande dat het percentage van 50 pct.wordt verminderd tot 25 pct., aan ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's en die een in § 2 bedoeld diploma hebben. »; 2° § 1 wordt aangevuld als volgt : « Eenzelfde bezoldiging of eenzelfde deel ervan kan slechts in aanmerking komen voor één van de in deze paragraaf bedoelde vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.»; 3° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2.De in § 1, derde lid, 3°, bedoelde diploma's zijn : 1° ofwel, een diploma van doctor in de toegepaste wetenschappen, in de exacte wetenschappen, in de geneeskunde, in de diergeneeskunde of in de farmaceutische wetenschappen, of van burgerlijk ingenieur;2° ofwel, een diploma van master of een gelijkwaardig diploma in de studiegebieden of combinaties van studiegebieden van :
  1. a)voor de Vlaamse gemeenschap - wetenschappen; - toegepaste wetenschappen; - toegepaste biologische wetenschappen; - geneeskunde; - diergeneeskunde; - farmaceutische wetenschappen; - biomedische wetenschappen; - industriële wetenschappen, technologie en nautische wetenschappen; - biotechniek; - architectuur; - productontwikkeling;
  2. b)voor de Franstalige Gemeenschap : - wetenschappen; - ingenieur; - landbouwkunde en biologisch ingenieur; - geneeskunde; - dierengeneeskunde; - biomedische en farmaceutische wetenschappen; - architectuur en urbanisme; - industriële wetenschappen; - industriële landbouwwetenschappen. » Art. 31.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 531 ingevoegd, luidende : « Art. 531.- De bepalingen van artikel 67, § 4, blijven van toepassing op de voorheen vrijgestelde winst bij toepassing van artikel 67, § 1, 1°, en § 3, zoals die bestonden vóór ze werden opgeheven bij de programmawet (I) van 27 december 2006. » Art. 32.De artikelen 28 en 31 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2008. Elke wijziging die vanaf 17 oktober 2006 aan de afsluitingsdatum van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking op de toepassing van de in het eerste lid vermelde bepalingen. Art. 33.Artikel 29 is van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd. Art. 34.Artikel 30 is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend. Afdeling 4. - Diverse bepalingen Art. 35.In artikel 449 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 36.In artikel 450 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR »; 2° in het tweede lid worden de woorden « 12 500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 37.In artikel 452 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de woorden « 1.250 EUR » vervangen door de woorden « 12.500 EUR ». Art. 38.In artikel 452 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». HOOFDSTUK III. - Belasting over de toegevoegde waarde Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 39.In artikel 6 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  3. a)in het eerste lid, worden de woorden « die handelingen verrichten andere dan die welke zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, » ingevoegd tussen de woorden « de gemeenten en de openbare instellingen » en de woorden « worden niet als belastingplichtige aangemerkt »;
  4. b)in het tweede lid, worden de woorden « De Koning merkt ze evenwel als belastingplichtige aan voor deze werkzaamheden » vervangen door de woorden « De hoedanigheid van belastingplichtige wordt hen evenwel toegekend voor deze werkzaamheden »;
  5. c)het derde lid wordt vervangen als volgt : « Zij worden in elk geval als belastingplichtige voor de belasting over de toegevoegde waarde beschouwd voor de volgende werkzaamheden of handelingen, voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn : 1° de telecommunicatiediensten;2° de levering en de voorziening van water, gas, elektriciteit en stoom;3° het goederen- en personenvervoer;4° de levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens;5° de levering van nieuwe goederen geproduceerd voor de verkoop;6° de handelingen van de landbouwinterventiebureaus met betrekking tot landbouwproducten, die worden verricht op grond van verordeningen houdende een gemeenschappelijke marktordening voor deze producten;7° de exploitatie van commerciële beurzen en tentoonstellingen;8° de exploitatie en het verlenen van rechten op de exploitatie van een parkeergelegenheid, een opslagplaats en/of een kampeerterrein;9° de werkzaamheden inzake reclame;10° de diensten van reisbureaus bedoeld in artikel 1, § 7;11° de leveringen van goederen en de diensten verricht door bedrijfskantines, bedrijfswinkels, coöperaties en soortgelijke inrichtingen;12° de leveringen van goederen en de diensten verricht door radio- en televisieomroepdiensten.» Art. 40.Artikel 39 treedt in werking op 1 juli 2007. Art. 41.In artikel 19, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt het woord « roerend » ingevoegd tussen het woord « behorend » en het woord « goed ». Art. 42.In artikel 21, § 3, 8°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 1999, worden de woorden « in 3°ter, 4°ter en 7°, g, bedoelde diensten » vervangen door de woorden « 1°, 3°ter, 4°ter en 7°, g bedoelde diensten ». Art. 43.Artikel 32 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : « Art. 32.- Als normale waarde wordt beschouwd het volledige bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van goederen of de dienst wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen of diensten op dat tijdstip te verkrijgen. Indien er geen vergelijkbare verrichting voorhanden is, mag de normale waarde van een levering van goederen niet lager zijn dan de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop die levering wordt verricht, en, met betrekking tot een dienst, een waarde die niet lager is dan de door de belastingplichtige voor het verrichten van die dienst gemaakte uitgaven. » Art. 44.Artikel 33 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992, wordt vervangen als volgt : « Art. 33.- § 1. De maatstaf van heffing is : 1° voor de handelingen bedoeld in artikel 10, § 3, en in artikel 12, de aankoopprijs van de goederen of soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, in voorkomend geval rekening houdend met artikel 26, tweede en derde lid, en met artikel 28, bepaald op het tijdstip waarop die handelingen worden verricht;2° voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 1 en § 2, 2°, de door de belastingplichtige gedane uitgaven;3° voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 2, 1°, de overeenkomstig artikel 32 vastgestelde normale waarde van de dienst. § 2. In afwijking van artikel 26 is de maatstaf van heffing voor de levering van goederen of de diensten de normale waarde zoals die overeenkomstig artikel 32 is bepaald : 1° de tegenprestatie lager is dan de normale waarde;2° de afnemer van de levering van goederen of de dienst geen volledig recht op aftrek heeft van de verschuldigde belasting;3° de afnemer verbonden is met de leverancier van de goederen of de dienstverrichter : - ingevolge een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad; - als vennoot, lid of bestuurder van de vennootschap of rechtspersoon, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad. § 3. Bij ruil en, meer algemeen, wanneer de tegenprestatie niet uitsluitend uit een geldsom bestaat, wordt die prestatie voor de berekening van de belasting op haar normale waarde gerekend. » Art. 45.In artikel 44, § 3, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 1994, vervallen de woorden « alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1, ». Art. 46.In artikel 48, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1977 en 28 december 1992 en bij het koninklijk besluit van 22 december 1995, worden de woorden « en diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan bedrijfsmiddelen worden toegeschreven » ingevoegd tussen het woord « bedrijfsmiddelen » en de woorden « is onderworpen aan ». Art. 47.Artikel 59, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1977 en 22 december 1989, wordt vervangen als volgt : « § 2. Onverminderd de in § 1 genoemde bewijsmiddelen, is de door de Koning aangewezen ambtenaar of de schuldenaar van de belasting bevoegd een deskundige schatting te vorderen om de normale waarde van de in artikel 36, §§ 1 en 2, bedoelde goederen en diensten te bepalen. Die bevoegdheid bestaat eveneens ten aanzien van de diensten bedoeld in artikel 19, § 2, 1°, wanneer ze betrekking hebben op de oprichting van een gebouw. De Koning geeft regelen in verband met de schattingsprocedure. Hij bepaalt de termijn waarbinnen die procedure moet worden ingesteld en wijst aan wie de kosten ervan moet dragen. » Art. 48.In artikel 73 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 49.In artikel 73bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR »; 2° in het tweede lid worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 50.In artikel 73quater van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 51.Artikel 79, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6, wordt aangevuld met het volgende lid : « De persoon die de belasting in aftrek heeft gebracht geheven van de goederen en de diensten die hem worden geleverd, van de goederen die hij heeft ingevoerd en van de intracommunautaire verwervingen die hij heeft verricht, is er toe gehouden de aldus afgetrokken bedragen aan de Staat terug te storten als hij, op het tijdstip waarop hij deze handeling heeft verricht, wist of moest weten dat de verschuldigde belasting, in de ketting van de handelingen, niet werd of zal worden gestort aan de Staat met de bedoeling de belasting te ontduiken. » Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven Art. 52.Artikel 1 van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 december 1977, 19 juni 1981, 29 juli 1981, 16 november 1982, 17 maart 1992, 21 december 1993 en 20 oktober 1995, wordt vervangen als volgt : « Artikel 1.- Het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde voor goederen en diensten bedoeld in het Wetboek bedraagt 21 pct. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven tegen het verlaagd tarief van :
  6. a)6 pct.voor de goederen en diensten opgenomen in tabel A van de bijlage bij dit besluit. Dit verlaagd tarief mag evenwel niet toegepast worden als de diensten bedoeld in tabel A bijkomstig deel uitmaken van een complexe overeenkomst die hoofdzakelijk andere diensten tot voorwerp heeft;
  7. b)12 pct.voor de goederen en diensten opgenomen in tabel B van de bijlage bij dit besluit. » Art. 53.In artikel 1bis, § 1, van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 30 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5, hersteld bij het koninklijk besluit van 18 januari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 december 2002, 14 januari 2004 en 19 januari 2006, worden de woorden « tot en met 31 december 2010 » ingevoegd tussen de woorden « vanaf 1 januari 2000 » en de woorden « , het werk in onroerende staat ». Art. 54.In artikel 1ter, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 januari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 december 2002, 14 januari 2004 en 19 januari 2006, worden de woorden « tot en met 31 december 2010 » ingevoegd tussen de woorden « vanaf 1 januari 2000 » en de woorden « onderworpen aan het tarief van 6 pct. » Art. 55.In tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit, wordt een rubriek XXXVI ingevoegd, luidende : « XXXVI Sociale huisvesting § 1. Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op : A) de leveringen van nagenoemde gebouwen en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op dergelijke gebouwen, die niet zijn vrijgesteld door artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek, wanneer die gebouwen bestemd zijn voor sociale huisvesting :
  8. a)privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en die door deze maatschappijen worden bestemd om als sociale woningen te worden verhuurd;
  9. b)privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en die door deze maatschappijen worden bestemd om als sociale woningen te worden verkocht;
  10. c)privé-woningen die als sociale woning worden geleverd en gefactureerd door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en door de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting; B) werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder A genoemde privé-woningen mits die worden verstrekt en gefactureerd door een persoon die op het tijdstip van het sluiten van het aannemingscontract geregistreerd is als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting; C) de in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek, bedoelde onroerende financieringshuur of onroerende leasing die betrekking heeft op de onder A bedoelde privé-woningen wanneer de leasingnemer een gewestelijke huisvestingsmaatschappij of een door die maatschappij erkende maatschappij voor sociale huisvesting is. § 2. Het verlaagd tarief van 6 pct. is in geen geval van toepassing op : 1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.» Art. 56.In tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit, wordt een rubriek XXXVII ingevoegd, luidende : « XXXVII Afbraak en heropbouw van gebouwen in stadsgebieden Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, die tot voorwerp hebben de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning. Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden : 1° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de stadsgebieden zoals bepaald door de bevoegde overheid van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten9 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;3° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd door een persoon die op het tijdstip van het sluiten van de aannemingsovereenkomst geregistreerd is als zelfstandige aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;4° de bouwheer moet :
  11. a)vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen.Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van : - de bouwvergunning; - het (
  12. de)aannemingscontract(en); - het besluit van de bevoegde overheid waarin de naleving van de in 2° vermelde voorwaarde wordt bevestigd.
  13. b)aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder
  14. a)overhandigen.» Art. 57.In § 1, A) van rubriek X van tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 december 1992 en 26 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt
  15. a)wordt vervangen als volgt : «
  16. a)privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de provincies, de intercommunales, de gemeenten, de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de gemengde holdingmaatschappijen waarin de overheid een meerderheid heeft, en die door deze instellingen of maatschappijen worden bestemd om als sociale woningen te worden verhuurd;»; 2° punt
  17. b)wordt vervangen als volgt : «
  18. b)privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en die door deze centra worden bestemd om als sociale woningen te worden verkocht;»; 3° punt
  19. c)wordt vervangen als volgt : «
  20. c)privé-woningen die als sociale woning worden geleverd en gefactureerd door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;». Art. 58.De artikelen 55 tot 57 treden in werking op 1 januari 2007. Afdeling 3. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 37, § 1, en 109, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 59.Het koninklijk besluit van 6 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten9 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt bekrachtigd met ingang van 1 juli 2006, de dag van zijn inwerkingtreding. Art. 60.Worden bekrachtigd met ingang van de dag van hun respectieve inwerkingtreding : 1° het koninklijk besluit van 14 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten4 tot wijziging van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven;2° het koninklijk besluit van 24 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 tot wijziging van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven;3° het koninklijk besluit van 19 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 tot wijziging van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, van het Wetboek der zegelrechten, van het Wetboek der successierechten en van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen Afdeling 1. - Registratierechten Onderafdeling 1. - Wijzigingen aan het Wetboek Art. 61.In artikel 2 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, worden de woorden « , kopieën die met de hand of via elektronische handtekening ondertekend zijn, » ingevoegd tussen het woord « brevetten » en de woorden « of orginelen ». Art. 62.Artikel 19, 3°, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « 3°
  21. a)de akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen, die uitsluitend bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon;
  22. b)de andere dan onder
  23. a)bedoelde akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen.» Art. 63.Artikel 32, 5°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 augustus 1947 en de wet van 25 juni 1973, wordt vervangen als volgt : « 5° voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), twee maanden en voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, b), vier maanden; ». Art. 64.In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 6°, gewijzigd bij de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten7, het koninklijk besluit van 12 december 1996 en de wet van 22 december 1988, worden de woorden « , b), » ingevoegd tussen het woord « 3° » en de woorden « en 5° »;2° het 7°, opgeheven bij de wet van 10 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, wordt hersteld in de volgende lezing : « 7° op de verhuurder ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten waarvan sprake in artikel 19, 3°, a).» Art. 65.Artikel 159, 13°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 1991, wordt opgeheven. Art. 66.Artikel 161 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten, wordt aangevuld als volgt : « 12° de in artikel 19, 3°, a), bedoelde akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur; ». Art. 67.Artikel 206 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/1998 pub. 13/06/1998 numac 1998000389 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten sluiten2, de wet van 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7, wordt aangevuld als volgt : « Wanneer de overtreding werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. » Art. 68.Artikel 206bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/1998 pub. 13/06/1998 numac 1998000389 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten sluiten2, de wet van 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7, wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer het misdrijf werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste en het tweede lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. » Art. 69.Artikel 207bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/1998 pub. 13/06/1998 numac 1998000389 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten sluiten2, de wet van 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7,wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer het verbod werd opgelegd in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. » Art. 70.De artikelen 62 en 65 treden in werking op 1 januari 2007. De artikelen 63 en 64 en 66 zijn van toepassing op de akten die dagtekenen vanaf 1 januari 2007. Onderafdeling 2. - Bijzondere tijdelijke bepaling Art. 71.De vanaf 1 januari 2007 tot 30 juni 2007 ter registratie aangeboden akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden kosteloos geregistreerd ongeacht of de akte dagtekent van vóór of vanaf 1 januari 2007. Er is op deze akten geen boete wegens laattijdige aanbieding ter registratie verschuldigd. Op grond van een evaluatie in de loop van de maand april 2007, kan de Koning de datum van 30 juni 2007 vervangen door de datum van 30 september 2007. Art. 72.Artikel 71 treedt in werking op 1 januari 2007. Onderafdeling 3. - Wijziging aan het burgerlijk wetboek Art. 73.In artikel 3, § 5, van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling II, van het Burgerlijk Wetboek, wordt het volgende lid ingevoegd tussen het tweede en derde lid : « Zolang het huurcontract niet geregistreerd is na de termijn van twee maanden bedoeld in artikel 32, 5°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zijn zowel de in het eerste lid bedoelde opzeggingstermijn als de in het tweede lid bedoelde vergoeding niet van toepassing. » Art. 74.Tussen artikel 5 en 6 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling II, van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 5bis.- De verplichting van de registratie van de huurovereenkomst rust op de verhuurder. De kosten verbonden aan een eventueel laattijdige registratie zijn volledig ten zijne laste ». Art. 75.De artikelen 73 en 74 treden in werking op 1 juli 2007. Ingeval de Koning, op grond van een evaluatie in de loop van de maand april 2007, als bedoeld in artikel 71, tweede lid, de datum van 30 juni 2007 vervangt door de datum van 30 september 2007, vervangt de koning tevens de datum van 1 juli 2007, bedoeld in het eerste lid, door de datum van 1 oktober 2007. Afdeling 2. - Zegelrechten Art. 76.Artikel 591 van het Wetboek der Zegelrechten, gewijzigd bij de wet van 21 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting
(2)type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting sluiten2, wordt aangevuld als volgt : « 64° de akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a) van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. » Art. 77.Artikel 76 is van toepassing op de vanaf 1 januari 2007 ter registratie aangeboden akten. Art. 78.In de artikelen 66, 66bis, 67bis en 67quater van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1981 en 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7, wordt het cijfer « 12.500,00 » vervangen door het cijfer « 125.000,00 ». Afdeling
  1. - Successierechten Art. 79.Artikel 159 van het Wetboek der successierechten, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993, wordt aangevuld als volgt : « Het maximumbedrag van de tussen een minimumbedrag en een maximumbedrag vast te stellen geldstraffen als bepaald in het eerste boek, wordt voor de toepassing ervan in het kader van dit boek gebracht op 125.000,00 EUR. » Art. 80.In artikel 162 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de programma wet van 22 décember 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten9, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Het maximumbedrag van de tussen een minimumbedrag en een maximumbedrag vast te stellen geldstraffen als bepaald in het eerste boek, wordt voor de toepassing ervan in het kader van dit boek gebracht op 125.000,00 EUR. » Afdeling
  2. - Met het zegel gelijkgestelde taksen Art. 81.Artikel 176-2 van het Wetboek der met zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij de programma wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten2, wordt aangevuld met een 12°, luidende : « 12° de verzekeringscontracten rechtsbijstand die beantwoorden aan de voorwaarden die vastgelegd worden door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. De besluiten die genomen worden in toepassing van hetgeen voorafgaat, worden bekrachtigd door de wet binnen de 12 maanden volgend op de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De Koning legt ook de modaliteiten vast van de controle van de naleving van deze voorwaarden door de verzekeringsondernemingen. » Art. 82.In de artikelen 207, 207bis en 207quater van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1981, 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7, wordt het cijfer « 12.500,00 » vervangen door het cijfer « 125.000,00 ». Art. 83.Artikel 82 treedt in werking op 1 januari
  3. HOOFDSTUK V. - Regie der Gebouwen Het verlenen van een staatswaarborg onder de vorm van een borgstelling Art. 84.De minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd kosteloos en tegen de voorwaarden die hij bepaalt, een staatswaarborg onder de vorm van een borgstelling te verlenen voor de nakoming door een derde-investeerder dewelke de minister van Financiën, optredend als voogdijminister voor de Regie der Gebouwen, zal aanwijzen, van alle verplichtingen die de Regie der Gebouwen jegens Rabot Invest NV heeft opgenomen krachtens de promotieovereenkomst met betrekking tot de bouw van een nieuw gerechtshof te Gent goedgekeurd op 2 augustus 2002 (bestek nr. 2001/41.1372/027A) en de uit deze promotieovereenkomst voortvloeiende erfpacht- en huurovereenkomst, dit in het kader van de overdracht door de Regie der Gebouwen van al haar rechten en verplichtingen uit hoofde van bovenvermelde overeenkomsten aan deze derde-investeerder. De staatswaarborg strekt zich uit tot de verbintenissen in hoofdsom, interesten en gerechtskosten. Hij wordt verleend voor maximaal 27 jaar en kan ten vroegste ingaan op 1 december
  4. De Belgische Staat zal als borg slechts kunnen worden uitgewonnen nadat de financiële gehoudenheid met betrekking tot de gewaarborgde verplichtingen voortvloeit uit een gerechtelijke eindbeslissing geldend ten aanzien van de Belgische Staat welke in kracht van gewijsde is getreden, en zulks zonder afbreuk te doen aan de bijkomende voorwaarden welke door de minister van Financiën kunnen worden overeengekomen in het geval van een effectieve uitwinning. Art. 85.Artikel 84 heeft uitwerking op 1 december
  5. HOOFDSTUK VI. - Nationale Kas voor Rampenschade Art. 86.In 2007 wordt een bedrag van 11.860.300 EUR afkomstig van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen, zoals bepaald bij de artikelen 173 tot 183 van titel XII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, toegewezen door middel van het toewijzingsfonds 66.80.B teneinde de Nationale Kas voor Rampenschade te financieren. Maandelijks zal één twaalfde van het op jaarbasis voorziene bedrag aan de Nationale Kas voor Rampenschade worden overgemaakt. Dit twaalfde wordt gestort op uiterlijk de 20ste van de maand waarin de ontvangsten inzake de jaarlijkse taks op de bovenvermelde verzekeringsverrichtingen zijn ontvangen. HOOFDSTUK VII. - Wettelijke interest Afdeling
  6. - Wijziging van de wet van 5 mei 1865Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten4 Art. 87.Artikel 2 van de wet van 5 mei 1865Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de lening tegen intrest, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1970 en het koninklijk besluit van 4 augustus 1996, wordt vervangen als volgt : « Art. 2.- §
  7. Elk kalenderjaar wordt de wettelijke rentevoet zowel in burgerlijke als in handelszaken vastgesteld als volgt : het gemiddelde van de EURIBOR-rentevoet op 1 jaar tijdens de maand december van het voorafgaande jaar wordt afgerond naar het hoger gelegen kwart percent; de aldus bekomen rentevoet wordt verhoogd met 2 percent. De algemene administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën maakt in de maand januari de wettelijke intrestvoet die tijdens het lopende kalenderjaar van toepassing is, bekend in het Belgisch Staatsblad. §
  8. De wettelijke rentevoet in fiscale zaken wordt bepaald op 7 percent, zelfs indien de fiscale bepalingen verwijzen naar de wettelijke rentevoet in burgerlijke zaken en voor zover er niet uitdrukkelijk in de fiscale bepalingen wordt van afgeweken. Deze rentevoet kan bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden gewijzigd. ». Afdeling
  9. - Inwerkingtreding Art. 88.Artikel 87 treedt in werking de eerste dag van de maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK VIII. - Fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak Art. 89.In artikel 3 van de wet van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting
(2)type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting sluiten betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 1°, wordt vervangen als volgt : « Sigaren :
  1. a)accijns : 5,00 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de minister van Financiën;
  2. b)bijzondere accijns : 5,00 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de minister van Financiën;». 2° § 1, 2°, b), wordt vervangen als volgt : «
  3. b)bijzondere accijns : 6,57 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de minister van Financiën;». 3° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Naast de in § 1, 2° en 3°, bedoelde ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns worden sigaretten en rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak die hier te lande voor het verbruik werden uitgeslagen, onderworpen aan een specifieke accijns en een specifieke bijzondere accijns, die als volgt zijn samengesteld :
  4. a)voor sigaretten : - accijns : 6,8914 euro per 1 000 stuks; - bijzondere accijns : 9,0381 euro per 1 000 stuks;
  5. b)voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak : - accijns : 0,0000 euro per kilogram; - bijzondere accijns : 7,9610 euro per kilogram. ». Art. 90.Artikel 89 treedt in werking vanaf 1 januari 2007. HOOFDSTUK IX. - Effectiseringsfonds Art. 91.§ 1. Bij toepassing van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 17 juli 1991, wordt een begrotingsfonds betreffende de effectisering van de indirecte belastingschulden opgericht. § 2. Het fonds beschikt over de volgende financiële middelen : een gedeelte van de opbrengst van de effectiseringsoperatie met betrekking tot de indirecte belastingschulden. § 3. Deze middelen worden aangewend tot betaling van kosten gedragen door de FOD Financiën voor een betere werking van het departement. § 4. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van de begrotingsfondsen, wordt de rubriek 18-Financiën als volgt vervolledigd : « Benaming van het organiek begrotingsfonds : 18-3 : Fonds betreffende de effectisering van de indirecte belastingschulden. Aard van de toegewezen ontvangsten : een gedeelte van de opbrengst van de effectiseringsoperatie met betrekking tot de indirecte belastingschulden Aard van de toegelaten uitgaven : kosten gedragen door de FOD Financiën voor een betere werking van het departement. ». § 5. Dit artikel heeft uitwerking op 1 januari 2006. HOOFDSTUK X. - Oprichting door de Staat van een commerciële vastgoedmaatschappij Art. 92.De Staat, vertegenwoordigd door de Ministerraad of door de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen, en de Regie der Gebouwen worden gemachtigd om deel te nemen aan de oprichting van een handelsvennootschap met als doel zowel in België als in het buitenland, voor eigen rekening of voor rekening van derden, of in samenwerking, onder eender welke vorm, met derden, alle verkoops-, overdrachts-, promotie-, ontwikkelings- en investeringsactiviteiten te realiseren inzake onroerende goederen, evenals het beheer te verzekeren, voor eigen rekening of voor rekening van derden, van alle onroerende goederen of van alle reële immobiliënrechten. Dezelfde machtiging geldt ook voor de vennootschap SOPIMA, vennootschap opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 18 november 1996 waarbij de Regie der Gebouwen ertoe wordt gemachtigd zich te verenigen met andere rechtspersonen. Art. 93.Artikel 2bis van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen, ingevoegd bij de programma wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6, wordt aangevuld als volgt : « § 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet toepasselijk op de gebouwen van de Belgische Staat die betrokken worden door de rechtscolleges en die speciaal ingericht zijn met het oog op het uitoefenen van de openbare dienst van het gerecht, welke worden overdragen onder de vorm van inbreng aan de commerciële vastgoedmaatschappij, opgericht door de Staat, de vennootschap SOPIMA, vennootschap opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 18 november 1996 waarbij de Regie der Gebouwen ertoe wordt gemachtigd zich te verenigen met andere rechtspersonen, en de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij. ». Art. 94.Artikel 88bis van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, ingevoegd bij de programma wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6, wordt aangevuld als volgt : « § 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet toepasselijk op de gebouwen van de Belgische Staat die betrokken worden door de rechtscolleges en die speciaal ingericht zijn met het oog op het uitoefenen van de openbare dienst van het gerecht, welke worden overdragen onder de vorm van inbreng aan de commerciële vastgoedmaatschappij, opgericht door de Staat, de vennootschap SOPIMA, vennootschap opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 18 november 1996 waarbij de Regie der Gebouwen ertoe wordt gemachtigd zich te verenigen met andere rechtspersonen, en de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij. ». Art. 95.Artikel 1, derde lid, en artikel 2 van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen evenals artikel 87, derde lid, en artikel 88 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, zijn niet van toepassing op de overdracht van onroerende goederen onder de vorm van inbreng aan de commerciële vastgoedmaatschappij opgericht door de Staat, de vennootschap SOPIMA, vennootschap opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 18 november 1996 waarbij de Regie der Gebouwen ertoe wordt gemachtigd zich te verenigen met andere rechtspersonen, en de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij. Art. 96.De artikelen 92 tot 95 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2006. TITEL III. - Begroting HOOFDSTUK I. - Inwerkingtreding van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten8 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten8 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof Art. 97.Artikel 133 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten8 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, wordt vervangen als volgt : « Art. 133.- Deze wet treedt in werking op 1 januari 2008. ». Art. 98.Artikel 11 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten8 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, wordt vervangen als volgt : « Art. 11.- Deze wet treedt in werking op 1 januari 2008. ». HOOFDSTUK II. - Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens Art. 99.Artikel 34, derde lid, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, houdt op uitwerking te hebben vanaf 1 januari 2004. TITEL IV. - Sociale Zaken HOOFDSTUK I. - Bijdrageverminderingen Art. 100.Artikel 346, § 5, tweede lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002, vervangen bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten1, wordt vervangen als volgt : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van deze paragraaf bepalen evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens dewelke het saldo van de overschrijding wordt toegewezen. ». Art. 101.In artikel 78 van de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten1 betreffende het generatiepact, worden de woorden « met uitzondering van § 5 dat in werking treedt op 1 januari 2007 » vervangen door de woorden « met uitzondering van § 5 van artikel 346 van de programmawet (I) van 24 december 2002, vervangen bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten1 en bij de programmawet (I) van 27 december 2006, dat in werking treedt op de datum bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad ». Art. 102.De artikelen 100 en 101 treden in werking op 1 januari 2007. HOOFDSTUK II. - Alternatieve financiering Art. 103.In artikel 66, § 1, zesde lid, van de programmawet van 2 januari 2001, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « kan de Koning het bedrag van de alternatieve financiering verhogen » worden vervangen door de woorden « verhoogt de Koning het bedrag van de alternatieve financiering »;2° het zesde lid wordt aangevuld als volgt : « Die kostprijs bevat de uitgaven van het opleidingsfonds dienstencheques.». Art. 104.Artikel 66, § 2, 1°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 30 december 2001 en 20 juli 2006, wordt aangevuld als volgt : « Voor het jaar 2007, het bedrag van 40.902 duizend euro wordt herleid tot een bedrag van 20.902 duizend euro. ». Art. 105.In artikel 66, § 3bis, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten9 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2004 en 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid worden de woorden « en op 11.740 duizend EUR » vervangen door de woorden « en op 13.168 duizend EUR »; 2° er wordt tussen het derde en het vierde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende : « Vanaf 1 januari 2007, wordt het bedrag toegewezen aan de RSZ-globaal beheer, in toepassing van de §§ 1 en 2 en de vorige leden, verhoogd met 534.200 duizend EUR ten titel van alternatieve financiering van de werkbonus en met 200.000 duizend euro ten titel van jaarlijks voorschot op de alternatieve financiering van de kostprijs van de dienstencheques en met 4.000 duizend euro. ». Art. 106.In artikel 66, § 3quinquies, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten1 worden de woorden « evenals voor het jaar 2007, » ingevoegd tussen de woorden « 2006 » en « wordt ». Art. 107.Artikel 66 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6, wordt aangevuld als volgt : « § 9. Voor 2007 wordt 15.000 duizend euro van de inkomsten van de personenbelasting, de belasting der niet-inwoners natuurlijke personen, de vennootschapsbelasting en de belasting der niet-inwoners vennootschappen, onder meer ten gevolge van de wet van 26 november 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten4 houdende een begeleidingsmaatregel voor de voorraadactualisering door de erkende diamanthandelaars, toegewezen aan de sociale zekerheid. Het in het vorige lid vermelde bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen. Voormeld bedrag wordt toegewezen volgens een verdeelsleutel 90-10 aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten07 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, enerzijds, en aan het Fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut der zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, anderzijds. § 10. Er wordt een bedrag van 5.000 duizend euro van de inkomsten van de personenbelasting toegewezen aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten07 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ten titel van fiscaal terugverdieneffect van het sociaal akkoord dat betrekking heeft op de gezondheidssector en dat in 2005 door de federale regering werd gesloten met de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers. Voormeld bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen. § 11. Met ingang vanaf 1 januari 2007 wordt een bedrag van 22.051 duizend euro van de inkomsten van de belasting over de toegevoegde waarde toegewezen aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten07 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Voormeld bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen. § 12. Met ingang vanaf 1 januari 2007 wordt een bedrag van 30.000 duizend euro van de opbrengst van de vennootschapsbelasting toegewezen aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten07 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Voormeld bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen. ». Art. 108.In artikel 67bis, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een nieuwe vierde lid wordt ingevoegd, luidende : « Vanaf 1 januari 2007 wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid verhoogd tot 1.386.841 duizend euro. »; 2° in het huidige vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt « 2007 » vervangen door « 2008 ». Art. 109.In artikel 67ter, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten1, worden de woorden « 555.685 duizend euro » vervangen door de woorden « 673.215 duizend euro » vanaf 1 januari 2007. HOOFDSTUK III. - RIZIV en Globale Beheren Art. 110.In artikel 46 van de programma wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Het derde lid wordt aangevuld als volgt : « Het in 2007 totaal overgeschreven bedrag is gelijk aan 21 miljoen euro, dat verdeeld wordt over de globale beheren werknemers en zelfstandigen in respectievelijk 20.141 duizend euro en 859 duizend euro. »; 2° Het artikel wordt aangevuld als volgt : « Een overeenkomst zal tussen RIZIV, RSZ en RSVZ afgesproken worden om de beleggingsmodaliteiten vanaf 2008 van de opbrengst van de bijdragen overeen te komen.». HOOFDSTUK IV. - Toekomstfonds Art. 111.Bij de Rijksdienst voor ziekte- en invaliditeitsverzekering wordt een fonds opgericht onder de naam « Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging ». Dit fonds wordt opgericht om, ten vroegste vanaf 2012, bij te dragen in de investeringen die nodig zijn om het systeem van de geneeskundige verzorging aan te passen aan de vergrijzing van de bevolking. In 2007 wordt in dit Fonds 288.600 duizend euro en 20.400 duizend euro gestort, respectievelijk door de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten07 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders enerzijds, en door het Fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, anderzijds. In dit fonds worden de eventuele jaarlijkse overschotten inzake geneeskundige verzorging gestort door de RSZ-globaal beheer bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten07 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders enerzijds en door het Fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, anderzijds. Deze overschotten zullen vastgesteld worden bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. HOOFDSTUK V. - Sociaal akkoord - Federale gezondheidssectoren Art. 112.Artikel 55, tweede lid, van de programma wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten6 wordt aangevuld als volgt : « In 2007 zal een transfer zoals bedoeld in de vorige zin ten gunste van de werknemers van de private en publieke sector uitgevoerd worden en 6.717. 000 euro bedragen. » HOOFDSTUK VI. - Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers Afdeling 1. - Opdracht en werking van het Asbestfonds Art. 113.Bij het Fonds voor de beroepsziekten, bedoeld bij de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt een « Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers » opgericht, hierna « het Asbestfonds » genoemd. Het Asbestfonds heeft tot doel, onder de in dit hoofdstuk bepaalde voorwaarden, een vergoeding toe te kennen als schadeloosstelling voor de schade voortvloeiend uit een blootstelling aan asbest. Art. 114.§ 1. Het Asbestfonds is organiek opgenomen in het Fonds voor de beroepsziekten. Alle noodzakelijke taken voor de werking van het Asbestfonds en voor de uitvoering van de beslissingen genomen bij toepassing van deze wet zijn een opdracht van het Fonds voor de beroepsziekten en worden vervuld door het personeel van het Fonds voor de beroepsziekten. § 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de nadere regels van het financieel, administratief en budgettair beheer van het Asbestfonds met eerbiediging van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970. Art. 115.Het beheer van, het toezicht op en de controle van het Asbestfonds worden verricht overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen van toepassing op het beheer van, het toezicht op en de controle van het Fonds voor de beroepsziekten. Het toezicht op en de controle van het Asbestfonds worden uitgeoefend door de regeringscommissarissen en de revisoren aangewezen om het toezicht op en de controle van het Fonds voor de beroepsziekten uit te oefenen. Afdeling 2. - Financiering Art. 116.De inkomsten van het Asbestfonds bestaan uit : 1° een jaarlijks bedrag van 10 miljoen euro; Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kan de Koning gelijktijdig met de indexering van de opbrengst van de bijdragen bedoeld onder punt 2°, het onder dit punt vermeld bedrag indexeren. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning uiterlijk op 31 januari van elk jaar, de bron van alsook de nadere regels voor de storting van dit bedrag. Voor het jaar 2007 wordt de datum van 31 januari door deze van 1 april vervangen; 2° de opbrengst van bijdragen ten laste van de werkgevers waarvan het rendement ten minste gelijk is aan het bedrag bedoeld in 1°. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van werkgevers die bijdragen verschuldigd zijn, de berekenings- en vaststellingswijze van de bijdragen en tevens de inningswijze van deze bijdgragen. Deze bijdrage wordt door de werkgever betaald aan de bevoegde inninginstelling van de sociale zekerheidsbijdragen, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de sociale zekerheidsbijdragen voor de werknemers. De opbrengst van de bijdrage wordt door de bevoegde inninginstelling van de sociale zekerheidsbijdragen gestort aan het Fonds voor de beroepsziekten met het doel om voor het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers bestemd te worden. De bepalingen van de algemene regeling van de sociale zekerheid voor werknemers, met name wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de bevoegde rechter ingeval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van bevoegde inninginstelling van de sociale zekerheidsbijdragen, zijn van toepassing. Onverminderd de toepassing van de andere burgerlijke sancties en de strafbepalingen, is de werkgever ten aanzien van wie wordt vastgesteld dat hij één of meerdere valse aangiften heeft gedaan om de betaling van de bijdrage of een deel ervan te ontduiken, een forfaitaire vergoeding verschuldigd waarvan het bedrag gelijk is aan het dubbel van de ontdoken bijdragen, en waarvan de opbrengst door bevoegde inninginstelling van de sociale zekerheidsbijdragen wordt gestort aan het Fonds voor de beroepsziekten met het doel om voor het Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers bestemd te worden. 3° ter financiering van de tussenkomst van het Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers ten gunste van de zelfstandige werknemers slachtoffers van asbestose, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een financiering langs de sociale zekerheid voor de zelfstandige werknemers bepalen;4° schenkingen en legaten;5° de teruggevorderde bedragen bekomen ingevolge een subrogatierecht dat het Fonds voor de beroepsziekten uitoefent overeenkomstig de bepalingen van artikel 125, § 2. Art. 117.Dit fonds wordt buiten RSZ-globaal beheer zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten07 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ingesteld. Afdeling 3. - Toepassingsgebied en procedure Art. 118.Kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming door het Asbestfonds, onder de voorwaarden bepaald bij of krachtens deze wet de personen - alsook de rechthebbenden van deze personen - die getroffen zijn door : 1° mesothelioom;2° asbestose;3° andere ziekten bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en waarvan is bewezen dat ze op een beslissende manier het gevolg zijn van een blootstelling aan asbest. Art. 119.§ 1. Het Fonds voor de beroepsziekten doet uitspraak bij toepassing van de bepalingen van deze wet over iedere aanvraag om vergoeding ingediend door de personen bedoeld in artikel 118. Deze aanvragen worden schriftelijk of door middel van een elektronische techniek aan het Fonds gericht. De Koning stelt de nadere regels vast volgens dewelke de aanvragen om tegemoetkoming worden ingediend en onderzocht. § 2. De aanvragers moeten het bewijs leveren van de blootstelling in België aan het asbestrisico. Behoudens indien de aanvrager door een mesothelioom getroffen is, moet het bewijs geleverd worden ten aanzien van de criteria van blootstelling aan het asbestrisico of de diagnostische criteria zoals bepaald door het Fonds voor de beroepsziekten. De Koning kan voor de toepassing van dit hoofdstuk, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Beheerscomité, de in het vorige lid bedoelde criteria bepalen. De blootstellingcriteria kunnen verschillen volgens het type van blootstelling aan het risico. Afdeling 4. - De tegemoetkoming van het Asbestfonds Art. 120.§ 1. Het Asbestfonds komt tegemoet ten voordele van iedere persoon getroffen door een ziekte die verband houdt met asbest en wiens aanvraag uitmondt op een positieve beslissing. De tegemoetkoming is een maandelijkse forfaitaire rente. Onder de voorwaarden en volgens de criteria die de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt, wordt de forfaitaire maandelijkse rente voor de in artikel 118, 2° en 3° bedoelde ziekten omgekeerd evenredig met de geleden schade verminderd. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de bedragen, de voorwaarden en de nadere regels voor de toekenning en de betaling van deze rente. § 2. Het Asbestfonds komt tegemoet ten voordele van de rechthebbenden van het slachtoffer die te zijnen laste zijn op het ogenblik van zijn overlijden. Onder rechthebbende ten laste van het slachtoffer moet worden verstaan : 1° de echtgenoot die op het tijdstip van het overlijden noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden is, op voorwaarde dat :
  6. a)het huwelijk plaatsvond ten minste 365 dagen voor de overlijdensdatum of;
  7. b)uit het huwelijk een kind is geboren of;
  8. c)op het ogenblik van het overlijden een kind ten laste is voor wie één van de echtgenoten kinderbijslag ontving;2° de langstlevende echtgenoot die uit de echt of van tafel en bed gescheiden is en die wettelijk of conventioneel onderhoudsgeld genoot ten laste van het slachtoffer;3° de kinderen zolang ze recht hebben op kinderbijslag en in elk geval tot de leeftijd van 18 jaar. De tegemoetkoming is een kapitaal. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de nadere regels voor de betaling en het bedrag van dit kapitaal. Indien het slachtoffer geen aanvraag heeft ingediend bij toepassing van deze wet, beschikken de rechthebbenden over een termijn van zes maanden vanaf het overlijden van het slachtoffer om een aanvraag in te dienen voor zover het overlijden na 31 maart 2007 is voorgevallen. § 3. De in §§ 1 en 2 voorziene tegemoetkomingen van het Asbestfonds worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten2 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Art. 121.De tegemoetkoming van het Asbestfonds ten gunste van de slachtoffers van mestohelioom is volledig cumuleerbaar met elke andere uitkering die krachtens een Belgische of buitenlandse wetgeving wordt toegekend. De tussenkomst van het Asbestfonds ten gunste van de slachtoffers van een ziekte bedoeld in of krachtens artikel 118, 2° en 3° maakt het voorwerp van een forfaitaire vermindering uitgedrukt in percentage van de tussenkomst van het Asbestfonds uit wanneer de slachtoffer van deze ziekte geniet van een schadeloosstelling, uitgezonderd deze die op de terugbetaling van gezondheidszorgen betrekking hebben, voor dezelfde aandoening krachtens : - hetzij de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970 of van de wet van 3 juli 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten0 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector of van een gelijkaardige buitenlandse wetgeving; - hetzij de vergoedingen wegens primaire arbeidsongeschiktheid of invaliditeit toegekend in het kader van de verplichte verzekering gezondheidszorgen en invaliditeit of in een gelijkaardige buitenlandse wetgeving; - hetzij elke wetgeving of reglementering met betrekking tot afwezigheden wegens ziekte of invaliditeit van toepassing in de overheidssector; - hetzij een schadevergoeding gestort in het kader van een gerechtelijke procedure of een dading door de onderneming verantwoordelijk voor de schade. De Koning bepaalt de berekeningswijze van de in het tweede lid bedoelde forfaitaire vermindering. Art. 122.De tegemoetkoming van het Asbestfonds wordt niet in aanmerking genomen voor de bepaling van de inkomsten waarmee rekening wordt gehouden voor de toekenning van sociale prestaties afhankelijk van het inkomen van een begunstigde, zijn partner, samenwonende, huishouden of persoon ten laste. Dat beginsel geldt inzonderheid voor : 1° de vergoeding voor primaire arbeidsongeschiktheid of voor invaliditeit, toegekend in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;2° de tegemoetkomingen voor personen met een handicap;3° het leefloon;4° de sociale bijstand;5° de inkomensgarantie voor ouderen. Art. 123.Ingeval van overlijden van een gerechtigde op een in dit hoofdstuk voorziene uitkering, worden de vervallen en niet uitgekeerde termijnen uitbetaald overeenkomstig artikel 64bis van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970. Afdeling 5. - Geschillen en verjaring Art. 124.Tegen de beslissingen betreffende de toepassing van dit hoofdstuk kan bij de arbeidsrechtbank beroep worden ingesteld. Het moet op straffe van verval binnen drie maanden na de betekening van de bestreden beslissing worden ingediend. Art. 125.§ 1. Het slachtoffer en zijn rechthebbenden die schadeloos werden gesteld bij toepassing van dit hoofdstuk of van een gelijkaardige buitenlandse wetgeving voor één van de ziekten bedoeld in artikel 118, 1° en 2°, kunnen geen beroep instellen tegen de aansprakelijke derde voor de schade, en dit met inbegrip van zijn eventuele aangestelden of lasthebbers, met als doel een integrale schadeloosstelling daarvoor te verkrijgen voor zover dat deze laatste onder het toepassingsgebied van de uitvoeringsbesluiten van artikel 116, 2° en 3°, valt. § 2. In afwijking van § 1, blijft de burgerlijke rechtsvordering mogelijk ten voordele van het slachtoffer of zijn rechthebbenden tegen de aansprakelijke derde wanneer laatstgenoemde de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt. Iedere derde aansprakelijke die het slachtoffer heeft blijven blootstellen aan het risico van bloostelling aan asbest terwijl een Belgische overheid hem een bevel met betrekking tot asbest of met een weerslag op de blootstelling aan asbest heeft gegeven en waaraan geen gevolg wordt gegeven of waarnaar hij zich niet strikt voegt en dit binnen de vastgestelde termijn, wordt beschouwd als een persoon die de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt. § 3. Voor het bedrag van de tussenkomsten van het Asbestfonds, treedt het Fonds voor de beroepsziekten in de rechten van het slachtoffer of zijn rechthebbenden ten opzichte van de bedoelde aansprakelijke derde voor de schade. § 4. Het slachtoffer en zijn rechthebbenden dienen het Fonds voor de beroepsziekten alle voor de uitoefening van dit recht nodige informatie te verstrekken. De Koning kan de nadere regels van deze verplichting bepalen. Het slachtoffer moet het Fonds vooraf elke overeenkomst tussen hem en de schuldenaar van de schadeloosstelling voor akkoord voorleggen. Afdeling 6. - Diverse bepalingen Art. 126.Artikel 579 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 24 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 en gewijzigd bij de wetten van 16 augustus 1971 en 13 december 2005, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « 6° van de betwistingen in verband met de tegemoetkomingen van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers, ingesteld bij de programmawet (I) van 27 december 2006 ». Art. 127.In artikel 704 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 juni 1971, 22 december 1977, 3 augustus 1992 en 23 november 1998, wordt het nummer « 579, 6°, » ingevoegd tussen het nummer « 508/16, » en het nummer « 580, 2° ». Art. 128.In artikel 1017, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 juni 1970 en gewijzigd bij de wetten van 30 juni 1971, 22 april 2003 en 21 februari 2005, wordt het nummer « 579, 6°, » ingevoegd tussen het woord « artikelen » en het nummer « 580, ». Art. 129.In artikel 1056, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 mei 1971 en gewijzigd bij de wetten van 30 juni 1971 en 22 december 1977, wordt het nummer « 579, 6°, » ingevoegd tussen het woord « artikelen » en het nummer « 580, ». Art. 130.Artikel 1410, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 juni 1969, 12 mei 1971, 7 augustus 1974, 14 januari 1993, 22 februari 1998, 18 maart 1999, 24 december 1999, 22 maart 2001 en 22 april 2003, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « 11° de bedragen bepaald in artikel 120 van de programmawet (I) van 27 december 2006 uitgekeerd als tussenkomst van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers. ». Art. 131.Artikel 38, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld als volgt : « 22° de tegemoetkomingen van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers. ». Art. 132.In artikel 6 van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt een 10° ingelast, luidende : « 10° een tegemoetkoming te betalen aan de slachtoffers van asbest overeenkomstig Titel IV, Hoofdstuk VI, van de programmawet (I) van 27 december 2006 ». Afdeling 7. - Slotbepaling Art. 133.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 april 2007 met uitzondering van de artikelen 116, 2° en 3°, en 125, §§ 1 en 2. De artikelen 116, 2° en 3°, en 125, §§ 1 en 2 treden gelijktijdig in werking op een, door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde datum. HOOFDSTUK VII. - Dagbedrag van de minimum invaliditeitsuitkering Art. 134.In artikel 87, laatste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/1997 pub. 02/12/1997 numac 1997003632 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek sluiten4, worden de woorden « 93 en 93bis » »vervangen door de woorden « 93, 93bis en 93ter ». Art. 135.In dezelfde gecoördineerde wet wordt een artikel 93ter ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 93ter.- Het dagbedrag van de minimuminvaliditeitsuitkering die aan een regelmatige werknemer met persoon ten laste wordt toegekend, mag in geen geval lager zijn dan het in werkdagen gewaardeerde bedrag van het minimum gewaarborgde gezinsrustpensioen voor een werknemer met een volledige loopbaan, toegekend krachtens artikel 152, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980. Voor de regelmatige werknemer die geen persoon ten laste heeft, met verlies van enig inkomen, stemt dat bedrag overeen met het in werkdagen gewaardeerde bedrag van het minimum gewaarborgde rustpensioen voor een werknemer met een volledige loopbaan, die niet bedoeld wordt in het eerste lid, dat krachtens dezelfde bepaling wordt toegekend. ». Art. 136.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2007. HOOFDSTUK VIII. - Voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen Afdeling 1. - Toepassingsgebied en omschrijvingen Art. 137.Voor de toepassing van dit hoofdstuk en zijn uitvoeringsbesluiten, wordt begrepen onder : 1° werknemers : de personen die tegen loon en onder het gezag van een andere persoon, arbeidsprestaties leveren;2° gedetacheerde werknemers : de personen bedoeld in punt 1° die in België tijdelijk of gedeeltelijk een arbeidsprestatie leveren en die hetzij,
  9. a)gewoonlijk werken op het grondgebied van een of meer andere landen dan België,
  10. b)zijn aangeworven in een ander land dan België;3° werkgevers : de natuurlijke of rechtspersonen die de in 2° bedoelde werknemers tewerkstellen;4° stagiairs : personen die in het kader van een studieprogramma of een beroepsopleiding een verplichte of vrijwillige stage doorlopen om het diploma of getuigschrift te verwerven of om praktijkervaring op te doen;5° gedetacheerde stagiairs : de personen geviseerd in punt 4° die in het kader van een buitenlands studieprogramma of een buitenlandse beroepsopleiding op het belgische grondgebied een stage of een deel van een stage verrichten;6° instelling waar de stagiair zijn studie of zijn beroepsopleiding volgt : het bedrijf, de openbare of privé onderwijsinstelling of elke andere entiteit voor dewelke de stage wordt uitgeoefend;7° zelfstandigen : alle natuurlijke personen die een beroepsbezigheid uitoefenen waarvoor zij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden zijn;8° gedetacheerde zelfstandigen :
  11. a)de personen bedoeld in punt 7° die in België tijdelijk of gedeeltelijk een of meerdere zelfstandige activiteiten uitoefenen zonder er permanent te verblijven en die gewoonlijk werken op het grondgebied van een of meer andere landen dan België,
  12. b)de personen die uit het buitenland komen en zich naar België begeven om er tijdelijk een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen of om er zich tijdelijk te vestigen als zelfstandige;9° zelfstandige stagiairs : personen die in het kader van een studieprogramma of een opleiding voor de toegang tot een vrij beroep een verplichte of vrijwillige stage uitvoeren om het diploma, titel of getuigschrift te verwerven of om praktijkervaring op te doen;10° gedetacheerde zelfstandige stagiairs : de personen geviseerd in punt 9° die in het kader van een buitenlands studieprogramma of een buitenlandse beroepsopleiding op het belgische grondgebied een stage of een deel van een stage verrichten;11° instelling waar de zelfstandige stagiair zijn studie of zijn opleiding voor de toegang tot een vrij beroep volgt : het bedrijf, de openbare of privé onderwijsinstelling of elke andere entiteit voor dewelke de stage wordt uitgeoefend. Art. 138.Dit hoofdstuk is van toepassing op : - de gedetacheerde werknemers en op hun werkgevers; - de gedetacheerde stagiairs en, in voorkomend geval, op de instellingen waar zij hun studies of hun beroepsopleiding volgen; - de gedetacheerde zelfstandigen; - de gedetacheerde zelfstandige stagiairs en, in voorkomend geval, op de instellingen waar zij hun studies of hun opleiding voor de toegang tot een vrij beroep volgen. De Koning kan, in voorkomend geval, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, en rekening houdend met de duur van hun prestaties in België of met de aard van hun activiteiten, categorieën van gedetacheerde werknemers en hun werkgevers en categorieën van gedetacheerde stagiairs evenals de instellingen waar zij hun studies of hun beroepsopleiding volgen, uitsluiten van de toepassing van dit hoofdstuk. De Koning kan ook, in voorkomend geval, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, en rekening houdend met de duur van hun prestaties in België of met de aard van hun activiteiten, categorieën van gedetacheerde zelfstandigen en categorieën van gedetacheerde zelfstandige stagiairs evenals de instellingen waar zij hun studies of hun beroepsopleiding volgen, uitsluiten van de toepassing van dit hoofdstuk. Afdeling 2. - De voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers Onderafdeling 1. - De voorafgaande melding Art. 139.Voorafgaandelijk aan de tewerkstelling van een werknemer gedetacheerd op het Belgische grondgebied moet zijn werkgever of een aangestelde of zijn lasthebber bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een elektronische melding doen, opgemaakt overeenkomstig artikel 140, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning. Voorafgaandelijk aan aanvang van zijn stage op het Belgische grondgebied, moet de gedetacheerde stagiair of de instelling waar hij zijn studies of beroepsopleiding volgt bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een elektronische melding doen, opgemaakt overeenkomstig artikel 140, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning. Wanneer de werkgever of een aangestelde of zijn lasthebber of de gedetacheerde stagiair of de instelling waar hij zijn studies of beroepsopleiding volgt, in de onmogelijkheid verkeren om deze melding via elektronische weg te doen, mogen zij deze zenden per fax of per brief aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid volgens de modaliteiten bepaald door deze Rijksdienst. Zodra de melding bedoeld in de vorige leden is uitgevoerd, ontvangt de aangever een ontvangstbewijs overeenkomstig artikel 3 van de wet van 24 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid. Indien de melding is gedaan per fax of per brief, levert de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een ontvangstm

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.