📄 Wettekst
27 DECEMBER 2006. - Programmawet (I) (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL II. - Financiën HOOFDSTUK I. - Maatregelen inzake fraudebestrijding en betere inning van de belastingen Afdeling 1. - Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Art. 2.in het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 52bis ingevoegd, luidende : « Art. 52bis.- § 1. Wanneer de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft ter gelegenheid van hun onderzoeken goederen ontdekken waarvoor redelijkerwijs kan worden verondersteld dat de bepalingen van dit Wetboek en de uitvoeringsbesluiten inzake btw niet werden nageleefd omdat het onmogelijk is de tussenkomende partijen te identificeren of de oorsprong, de hoeveelheid, de kostprijs of de waarde van de goederen vast te stellen, kunnen zij overgaan tot het bewarend beslag van deze goederen evenals van de voor hun vervoer dienende middelen.
De voormelde ambtenaren stellen een proces-verbaal van beslag op dat de vastgestelde feiten vermeldt die het niet naleven van de wettelijke of reglementaire bepalingen ter zake veroorzaken of bijdragen aan het veroorzaken ervan en dat een inventaris bevat van de goederen die het voorwerp van het beslag uitmaken. Dit proces-verbaal wordt aan de houder betekend binnen de vierentwintig uur volgend op zijn opmaak.
Indien de houder het bewijs levert van de oorsprong, de hoeveelheid, de kostprijs of de waarde van de goederen en van de identiteit van de partijen, spreekt de administratie de opheffing van het beslag uit.
Ingeval van verduistering door de houder van de goederen die het voorwerp van het beslag uitmaken, zijn de bepalingen van artikel 507 van het Strafwetboek van toepassing. § 2. Op straffe van nietigheid moet de geldigheid van het beslag bedoeld in § 1 binnen de termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal bedoeld in § 1, tweede lid, worden bekrachtigd door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd. De procedure wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift. De beslissing van de beslagrechter is uitvoerbaar niettegenstaande ieder verhaal. § 3. Indien de houder de gegrondheid van het beslag bedoeld in § 1 betwist, wordt er uitspraak gedaan naar de vormen van het kortgeding, door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd. ». Art. 3.In artikel 87 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 juli 1993, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Het voorrecht bedoeld in artikel 86, heeft dezelfde rang als dat bedoeld in artikel 19, 4°ter, van de wet van 16 december 1851. » Art. 4.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 88bis ingevoegd, luidende : « Art. 88bis.- § 1. Door een gemotiveerde beslissing van de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde kan een zakelijke waarborg of een persoonlijke zekerheid worden geëist van elke persoon, belastingschuldige van de belasting, krachtens artikel 51, §§ 1, 2 en 4, wanneer de venale waarde van zijn in België gelegen goederen die de waarborg van de Schatkist vormen, na aftrek van de schulden en lasten die ze bezwaren, onvoldoende is om het geraamde bedrag van de verplichtingen die hem zijn opgelegd te dekken, voor een periode van twaalf burgerlijke maanden, krachtens dit Wetboek of in uitvoering ervan.
De elementen dienend als basis voor de vaststelling van de bedragen van de zakelijke waarborg en de verplichting van de persoonlijke zekerheid, evenals de voorwaarden en modaliteiten van hun samenstelling, worden door de Koning bepaald. § 2. In de maand van kennisgeving van de beslissing bedoeld in § 1, kan de belastingschuldige een bezwaar indienen bij de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd.
De procedure wordt gevoerd naar de vormen van het kortgeding. § 3. Het stellen van een zakelijke zekerheid of van een persoonlijke borg bedoeld in § 1, dient te geschieden binnen de twee maanden na de kennisgeving van de beslissing van de directeur of na de datum waarop de rechterlijke uitspraak kracht van gewijsde heeft verkregen, tenzij de betrokken belastingschuldige, vóór het verstrijken van deze termijn, elke economische activiteit staakt waaruit voortvloeit dat hij de belastingschuldige van de belasting is krachtens artikel 51, §§ 1, 2 en 4. ». Art. 5.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 88ter ingevoegd, luidende : « Art. 88ter.- § 1. De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde kan, bij gemotiveerde beslissing, voor een bepaalde periode de sluiting bevelen van de vestigingen waar de belastingplichtige zijn economische activiteit uitoefent : 1° hetzij wanneer de waarborgen bedoeld in artikel 88bis niet zijn gesteld;2° hetzij wanneer er sprake is van een herhaaldelijke niet-betaling van de belasting over de toegevoegde waarde in de zin van artikel 93undecies C, § 2, tweede lid, tenzij die niet-betaling het gevolg is van financiële moeilijkheden van de schuldenaars van de belastingplichtige die aanleiding hebben gegeven tot het openen van de procedure van gerechtelijk akkoord, van faillissement of van gerechtelijke ontbinding. Onder « vestigingen » wordt, wat deze paragraaf betreft, inzonderheid verstaan : de lokalen waar een economische activiteit wordt uitgeoefend, de burelen, de fabrieken, de werkplaatsen, de opslagplaatsen, de bergplaatsen, de garages en de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen. § 2. De beslissing van de gewestelijke directeur wordt ter kennis gebracht door een gerechtsdeurwaarder.
De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving, tenzij de belastingplichtige een beroep instelt bij de bevoegde rechtbank alvorens die termijn is verstreken. » Art. 6.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 89bis ingevoegd, luidende : « Art. 89bis.- Ingeval van een vordering in rechte, kan de betwiste belastingschuld, bestaande uit de belasting en de erop betrekking hebbende interesten, fiscale boeten en kosten, op grond van het uitgevaardigde dwangbevel, uitvoerbaar verklaard en ter kennis gebracht of betekend aan de belastingschuldige overeenkomstig artikel 85, voor het geheel het voorwerp zijn van bewarende beslagen of van alle andere maatregelen, welke ertoe strekken de invordering te waarborgen. » Art. 7.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 93undecies D ingevoegd, luidende : « Art. 93undecies D. - Openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare verkoping van roerende goederen waarvan de waarde ten minste 250 EUR bedraagt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die de eigenaar op het ogenblik van de verkoping schuldig is, indien zij niet ten minste acht werkdagen vooraf, bij ter post aangetekende brief, de voor de eigenaar van die goederen bevoegde ambtenaar belast met de invordering ervan verwittigen.
Wanneer de verkoping heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving van het bedrag der belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren door de bevoegde ambtenaar belast met de invordering bij ter post aangetekende brief, uiterlijk daags vóór de verkoping, als beslag onder derden in handen van de in het eerste lid vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officieren. ». Afdeling 2. - Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 8.Artikel 319bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld als volgt : « De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden van de ambtenaren belast met de invordering worden eveneens uitgeoefend zonder de beperkingen ten aanzien van de instellingen bedoeld in artikel 318. » Art. 9.In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 421bis ingevoegd, luidende : « Art. 421bis.- § 1. De gewestelijke directeur van de directe belastingen kan, bij gemotiveerde beslissing, voor een bepaalde periode de sluiting bevelen van de vestigingen waar de belastingplichtige zijn economische activiteit uitoefent : 1° hetzij wanneer de waarborgen bedoeld in artikel 421 niet zijn gesteld;2° hetzij wanneer er sprake is van een herhaaldelijke niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing in de zin van artikel 442quater, § 2, tweede lid, tenzij die niet-betaling het gevolg is van financiële moeilijkheden van de schuldenaars van de belastingplichtige die aanleiding hebben gegeven tot het openen van de procedure van gerechtelijk akkoord, van faillissement of van gerechtelijke ontbinding. Onder « vestigingen » wordt, wat deze paragraaf betreft, inzonderheid verstaan : de lokalen waar een economische activiteit wordt uitgeoefend, de burelen, de fabrieken, de werkplaatsen, de opslagplaatsen, de bergplaatsen, de garages en de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen. § 2. De beslissing van de gewestelijke directeur wordt ter kennis gebracht door een gerechtsdeurwaarder.
De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving, tenzij de belastingplichtige een beroep instelt bij de bevoegde rechtbank alvorens die termijn is verstreken. » Art. 10.Artikel 454 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt opgeheven. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Afdeling 1. - Personenbelasting
Art. 11.In artikel 14524, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de
wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/10/1997
pub.
02/12/1997
numac
1997003632
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek
sluiten3 en gewijzigd bij de programmawet van 5 augustus 2003, bij de wet van 31 juli 2004 en bij de programma
wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten2, worden de woorden « 1.000 euro » vervangen door de woorden « 2.000 EUR ». Art. 12.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling IInonies, ingevoegd bij de programma
wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
11/10/2012
numac
2011015137
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
13/12/1997
numac
1997015121
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting
sluiten5, vervangen als volgt : « Onderafdeling IInonies. - Vermindering voor uitgaven voor de verwerving van een voertuig met een maximale uitstoot van 115 gram CO2 per kilometer of van een dieselvoertuig uitgerust met een roetfilter ». Art. 13.Artikel 14528 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programma
wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
11/10/2012
numac
2011015137
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
13/12/1997
numac
1997015121
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting
sluiten5, waarvan de huidige tekst § 1 wordt, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. Er wordt een belastingvermindering verleend voor uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald om een personenauto, een auto voor dubbel gebruik of een minibus met dieselmotor in nieuwe staat te verwerven voor zover die motor standaard is uitgerust met een roetfilter en met een uitstoot van minder dan 130 gram CO2 per kilometer.
De in het eerste lid bedoelde voertuigen zijn de voertuigen waarvoor het bezit van een Belgisch rijbewijs geldig voor voertuigen van categorie B of een gelijkwaardig Europees of buitenlands rijbewijs vereist is voor de besturing ervan.
De in het eerste lid bedoelde belastingvermindering is gelijk aan 150 EUR. Voor de toepassing van deze paragraaf, mag de roetfilter maximaal 5 mg deeltjes per kilometer uitstoten.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de belastingvermindering en de manier waarop het bewijs moet worden geleverd dat de roetfilter aan de voormelde norm voldoet. » Art. 14.In titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IIundecies ingevoegd, die een artikel 14530 bevat, luidende : « Onderafdeling IIundecies. - Vermindering voor uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen Art. 14530.- Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de vernieuwing van een woning gelegen in België waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is en welke hij verhuurt via een sociaal verhuurkantoor.
De vermindering is niet van toepassing voor de uitgaven die : a) genomen zijn als werkelijke beroepskosten;b) recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;c) in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 104, 8°, 14524 of 14525. De vermindering wordt toegekend onder de volgende voorwaarden : 1° de woning is op het ogenblik van de aanvang van de werken sedert ten minste vijftien jaar in gebruik genomen; 2° de totale kostprijs van de werken, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, bedraagt ten minste 7.500 EUR; 3° de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken worden verricht door een persoon die op het ogenblik van het sluiten van het aannemingscontract als aannemer is geregistreerd overeenkomstig artikel 401. De belastingvermindering wordt toegekend voor een periode van negen opeenvolgende belastbare tijdperken waarin het kadastraal inkomen van de woning is begrepen in de belastbare inkomsten en dit tegen 5 pct. van de werkelijk gedane uitgaven voor elk van de belastbare tijdperken, met een jaarlijks maximum van 750 EUR, tot zolang de woning onder de vereiste voorwaarden in huur wordt gegeven.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering proportioneel verdeeld in functie van het gedeelte van elke echtgenoot in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken werden uitgevoerd.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de aard van de werken bedoeld in het derde lid, 3°.
Hij zal bij de wetgevende kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten.
De Koning bepaalt tevens de toepassingsmodaliteiten van de vermindering. » Art. 15.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling IIduodecies ingevoegd, die een artikel 14531 bevat, luidende : « Onderafdeling IIduodecies. - Vermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand. Art. 14531.- Een belastingvermindering wordt verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is.
De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die : a) genomen zijn als werkelijke beroepskosten;b) recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;c) in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 104, 8°, 14524, 14525 of 14530. De belastingvermindering is gelijk aan 50 pct. van de in het eerste lid bedoelde uitgaven.
Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 130 EUR per woning bedragen.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van : - het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van die woning, voor de echtgenoten die eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn; - het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten, voor echtgenoten die huurder zijn.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken met betrekking tot de uitgaven bedoeld in het eerste lid moeten voldoen.
Hij zal bij de wetgevende kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten.
De Koning bepaalt tevens de toepassingsmodaliteiten van de vermindering. » Art. 16.In artikel 154bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
11/10/2012
numac
2011015137
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
13/12/1997
numac
1997015121
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting
sluiten9, wordt tussen het tweede en derde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het tweede lid bedoelde percentage tot maximaal 66,81 pct. verhogen. » Art. 17.Artikel 494, § 6, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
11/10/2012
numac
2011015137
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
13/12/1997
numac
1997015121
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting
sluiten0, wordt vervangen als volgt : « § 6. In afwijking van § 5 hebben, voor de toepassing van dit Wetboek, met uitzondering van de bepalingen van titel VI, hoofdstuk I, afdeling II, de uit een herschatting voortspruitende verhoging van de kadastrale inkomens slechts uitwerking : - vanaf de eerste dag van het zesde jaar dat volgt op het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 is voorgeschreven, wat de onroerende goederen betreft die volledig zijn gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid in de zin van artikel 14525; - vanaf de eerste dag van het negende jaar dat volgt op het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 is voorgeschreven, wat de onroerende goederen bedoeld in artikel 14530.
Het eerste lid is slechts van toepassing op de herschattingen bedoeld in § 1, 2° en 3°.
Aan de periodes van 6 en 9 jaar komt een einde bij de eerstvolgende algemene perequatie. » Art. 18.De artikelen 12 en 13 zijn van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2007 tot 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar in hetwelk de Europese Commissie de verplichting invoert dat alle voertuigen standaard moeten worden uitgerust met een roetfilter.
De artikelen 11, 14 en 15 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2008.
Artikel 16 is van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
Artikel 17 treedt in werking op 1 januari 2007. Afdeling 2. - Vennootschapsbelasting
Art. 19.In artikel 207, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de
wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/10/1997
pub.
02/12/1997
numac
1997003632
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek
sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 22 juni 2005, worden de woorden « niet verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « niet verantwoorde kosten of voordelen van alle aard ». Art. 20.Artikel 219 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 4 mei 1999 en 27 november 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « op kosten, vermeld in artikel 57, die niet worden verantwoord » vervangen door de woorden « op kosten als bedoeld in artikel 57 en op voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, die niet worden verantwoord »;2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden « , voordelen van alle aard en verdoken meerwinsten.»; 3° in het vierde lid, worden de woorden « of van de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, » ingevoegd tussen de woorden « vermeld in artikel 57 » en de woorden « , begrepen is ». Art. 21.In artikel 223, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « kosten als vermeld in de artikelen 57 en 195, § 1, eerste lid, die niet worden verantwoord » vervangen door de woorden « kosten als bedoeld in de artikelen 57 en 195, § 1, eerste lid en voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, die niet worden verantwoord ». Art. 22.In artikel 225, tweede lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/04/1969
pub.
11/06/1998
numac
1998000217
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling
sluiten5, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 4 mei 1999, 28 april 2003 en 15 december 2004, worden de woorden « vermelde niet verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « bedoelde niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 23.In artikel 233, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/06/1997
pub.
01/08/1997
numac
1997003403
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten1, worden de woorden « op de niet-verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « op de niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 24.In artikel 234, eerste lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « de kosten vermeld in artikel 57 die niet worden verantwoord » vervangen door de woorden « de kosten als bedoeld in artikel 57 en de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, die niet worden verantwoord ». Art. 25.In artikel 246, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/06/1997
pub.
01/08/1997
numac
1997003403
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten1, worden de woorden « niet-verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 26.In artikel 247, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/04/1969
pub.
11/06/1998
numac
1998000217
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling
sluiten5, worden de woorden « niet verantwoorde kosten » vervangen door de woorden « niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard ». Art. 27.De artikelen 19 tot 26 zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2007. Afdeling 3. - Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing
Art. 28.In artikel 67 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de
wet van 27 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/10/1997
pub.
02/12/1997
numac
1997003632
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek
sluiten en bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de § 1, 1°, en § 3 worden opgeheven;2° § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.De Koning regelt de wijze van uitvoering van dit artikel. »; 3° in § 6 worden de woorden « de in de §§ 1 tot 3 vermelde bedragen » vervangen door de woorden « de in §§ 1 en 2 vermelde bedragen ». Art. 29.In artikel 2751 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
11/10/2012
numac
2011015137
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
13/12/1997
numac
1997015121
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting
sluiten9, wordt tussen het derde en vierde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het derde lid bedoelde percentage tot maximaal 32,19 pct. verhogen. » Art. 30.In artikel 2753 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd en gewijzigd bij de
wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de huidige tekst die § 1 wordt, wordt het derde lid, 3°, vervangen als volgt : « 3° met dien verstande dat het percentage van 50 pct.wordt verminderd tot 25 pct., aan ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's en die een in § 2 bedoeld diploma hebben. »; 2° § 1 wordt aangevuld als volgt : « Eenzelfde bezoldiging of eenzelfde deel ervan kan slechts in aanmerking komen voor één van de in deze paragraaf bedoelde vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.»; 3° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2.De in § 1, derde lid, 3°, bedoelde diploma's zijn : 1° ofwel, een diploma van doctor in de toegepaste wetenschappen, in de exacte wetenschappen, in de geneeskunde, in de diergeneeskunde of in de farmaceutische wetenschappen, of van burgerlijk ingenieur;2° ofwel, een diploma van master of een gelijkwaardig diploma in de studiegebieden of combinaties van studiegebieden van : a) voor de Vlaamse gemeenschap - wetenschappen; - toegepaste wetenschappen; - toegepaste biologische wetenschappen; - geneeskunde; - diergeneeskunde; - farmaceutische wetenschappen; - biomedische wetenschappen; - industriële wetenschappen, technologie en nautische wetenschappen; - biotechniek; - architectuur; - productontwikkeling; b) voor de Franstalige Gemeenschap : - wetenschappen; - ingenieur; - landbouwkunde en biologisch ingenieur; - geneeskunde; - dierengeneeskunde; - biomedische en farmaceutische wetenschappen; - architectuur en urbanisme; - industriële wetenschappen; - industriële landbouwwetenschappen. » Art. 31.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 531 ingevoegd, luidende : « Art. 531.- De bepalingen van artikel 67, § 4, blijven van toepassing op de voorheen vrijgestelde winst bij toepassing van artikel 67, § 1, 1°, en § 3, zoals die bestonden vóór ze werden opgeheven bij de programmawet (I) van 27 december 2006. » Art. 32.De artikelen 28 en 31 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2008.
Elke wijziging die vanaf 17 oktober 2006 aan de afsluitingsdatum van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking op de toepassing van de in het eerste lid vermelde bepalingen. Art. 33.Artikel 29 is van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd. Art. 34.Artikel 30 is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend. Afdeling 4. - Diverse bepalingen
Art. 35.In artikel 449 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 36.In artikel 450 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR »; 2° in het tweede lid worden de woorden « 12 500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 37.In artikel 452 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de woorden « 1.250 EUR » vervangen door de woorden « 12.500 EUR ». Art. 38.In artikel 452 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en van 13 juli 2001, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». HOOFDSTUK III. - Belasting over de toegevoegde waarde Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek
van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 39.In artikel 6 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid, worden de woorden « die handelingen verrichten andere dan die welke zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, » ingevoegd tussen de woorden « de gemeenten en de openbare instellingen » en de woorden « worden niet als belastingplichtige aangemerkt »;b) in het tweede lid, worden de woorden « De Koning merkt ze evenwel als belastingplichtige aan voor deze werkzaamheden » vervangen door de woorden « De hoedanigheid van belastingplichtige wordt hen evenwel toegekend voor deze werkzaamheden »;c) het derde lid wordt vervangen als volgt : « Zij worden in elk geval als belastingplichtige voor de belasting over de toegevoegde waarde beschouwd voor de volgende werkzaamheden of handelingen, voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn : 1° de telecommunicatiediensten;2° de levering en de voorziening van water, gas, elektriciteit en stoom;3° het goederen- en personenvervoer;4° de levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens;5° de levering van nieuwe goederen geproduceerd voor de verkoop;6° de handelingen van de landbouwinterventiebureaus met betrekking tot landbouwproducten, die worden verricht op grond van verordeningen houdende een gemeenschappelijke marktordening voor deze producten;7° de exploitatie van commerciële beurzen en tentoonstellingen;8° de exploitatie en het verlenen van rechten op de exploitatie van een parkeergelegenheid, een opslagplaats en/of een kampeerterrein;9° de werkzaamheden inzake reclame;10° de diensten van reisbureaus bedoeld in artikel 1, § 7;11° de leveringen van goederen en de diensten verricht door bedrijfskantines, bedrijfswinkels, coöperaties en soortgelijke inrichtingen;12° de leveringen van goederen en de diensten verricht door radio- en televisieomroepdiensten.» Art. 40.Artikel 39 treedt in werking op 1 juli 2007. Art. 41.In artikel 19, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt het woord « roerend » ingevoegd tussen het woord « behorend » en het woord « goed ». Art. 42.In artikel 21, § 3, 8°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 1999, worden de woorden « in 3°ter, 4°ter en 7°, g, bedoelde diensten » vervangen door de woorden « 1°, 3°ter, 4°ter en 7°, g bedoelde diensten ». Art. 43.Artikel 32 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : « Art. 32.- Als normale waarde wordt beschouwd het volledige bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van goederen of de dienst wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen of diensten op dat tijdstip te verkrijgen.
Indien er geen vergelijkbare verrichting voorhanden is, mag de normale waarde van een levering van goederen niet lager zijn dan de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop die levering wordt verricht, en, met betrekking tot een dienst, een waarde die niet lager is dan de door de belastingplichtige voor het verrichten van die dienst gemaakte uitgaven. » Art. 44.Artikel 33 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992, wordt vervangen als volgt : « Art. 33.- § 1. De maatstaf van heffing is : 1° voor de handelingen bedoeld in artikel 10, § 3, en in artikel 12, de aankoopprijs van de goederen of soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, in voorkomend geval rekening houdend met artikel 26, tweede en derde lid, en met artikel 28, bepaald op het tijdstip waarop die handelingen worden verricht;2° voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 1 en § 2, 2°, de door de belastingplichtige gedane uitgaven;3° voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 2, 1°, de overeenkomstig artikel 32 vastgestelde normale waarde van de dienst. § 2. In afwijking van artikel 26 is de maatstaf van heffing voor de levering van goederen of de diensten de normale waarde zoals die overeenkomstig artikel 32 is bepaald : 1° de tegenprestatie lager is dan de normale waarde;2° de afnemer van de levering van goederen of de dienst geen volledig recht op aftrek heeft van de verschuldigde belasting;3° de afnemer verbonden is met de leverancier van de goederen of de dienstverrichter : - ingevolge een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad; - als vennoot, lid of bestuurder van de vennootschap of rechtspersoon, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad. § 3. Bij ruil en, meer algemeen, wanneer de tegenprestatie niet uitsluitend uit een geldsom bestaat, wordt die prestatie voor de berekening van de belasting op haar normale waarde gerekend. » Art. 45.In artikel 44, § 3, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 1994, vervallen de woorden « alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1, ». Art. 46.In artikel 48, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1977 en 28 december 1992 en bij het koninklijk besluit van 22 december 1995, worden de woorden « en diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan bedrijfsmiddelen worden toegeschreven » ingevoegd tussen het woord « bedrijfsmiddelen » en de woorden « is onderworpen aan ». Art. 47.Artikel 59, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1977 en 22 december 1989, wordt vervangen als volgt : « § 2. Onverminderd de in § 1 genoemde bewijsmiddelen, is de door de Koning aangewezen ambtenaar of de schuldenaar van de belasting bevoegd een deskundige schatting te vorderen om de normale waarde van de in artikel 36, §§ 1 en 2, bedoelde goederen en diensten te bepalen.
Die bevoegdheid bestaat eveneens ten aanzien van de diensten bedoeld in artikel 19, § 2, 1°, wanneer ze betrekking hebben op de oprichting van een gebouw.
De Koning geeft regelen in verband met de schattingsprocedure. Hij bepaalt de termijn waarbinnen die procedure moet worden ingesteld en wijst aan wie de kosten ervan moet dragen. » Art. 48.In artikel 73 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten7, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 49.In artikel 73bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR »; 2° in het tweede lid worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 50.In artikel 73quater van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten7, worden de woorden « 12.500 EUR » vervangen door de woorden « 125.000 EUR ». Art. 51.Artikel 79, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten6, wordt aangevuld met het volgende lid : « De persoon die de belasting in aftrek heeft gebracht geheven van de goederen en de diensten die hem worden geleverd, van de goederen die hij heeft ingevoerd en van de intracommunautaire verwervingen die hij heeft verricht, is er toe gehouden de aldus afgetrokken bedragen aan de Staat terug te storten als hij, op het tijdstip waarop hij deze handeling heeft verricht, wist of moest weten dat de verschuldigde belasting, in de ketting van de handelingen, niet werd of zal worden gestort aan de Staat met de bedoeling de belasting te ontduiken. » Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli
1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven Art. 52.Artikel 1 van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 december 1977, 19 juni 1981, 29 juli 1981, 16 november 1982, 17 maart 1992, 21 december 1993 en 20 oktober 1995, wordt vervangen als volgt : « Artikel 1.- Het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde voor goederen en diensten bedoeld in het Wetboek bedraagt 21 pct.
In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven tegen het verlaagd tarief van : a) 6 pct.voor de goederen en diensten opgenomen in tabel A van de bijlage bij dit besluit. Dit verlaagd tarief mag evenwel niet toegepast worden als de diensten bedoeld in tabel A bijkomstig deel uitmaken van een complexe overeenkomst die hoofdzakelijk andere diensten tot voorwerp heeft; b) 12 pct.voor de goederen en diensten opgenomen in tabel B van de bijlage bij dit besluit. » Art. 53.In artikel 1bis, § 1, van hetzelfde besluit, opgeheven bij het
koninklijk besluit van 30 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten5, hersteld bij het
koninklijk besluit van 18 januari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten4 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 december 2002, 14 januari 2004 en 19 januari 2006, worden de woorden « tot en met 31 december 2010 » ingevoegd tussen de woorden « vanaf 1 januari 2000 » en de woorden « , het werk in onroerende staat ». Art. 54.In artikel 1ter, van hetzelfde besluit, vervangen bij het
koninklijk besluit van 18 januari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten4 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 december 2002, 14 januari 2004 en 19 januari 2006, worden de woorden « tot en met 31 december 2010 » ingevoegd tussen de woorden « vanaf 1 januari 2000 » en de woorden « onderworpen aan het tarief van 6 pct. » Art. 55.In tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit, wordt een rubriek XXXVI ingevoegd, luidende : « XXXVI Sociale huisvesting § 1. Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op : A) de leveringen van nagenoemde gebouwen en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op dergelijke gebouwen, die niet zijn vrijgesteld door artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek, wanneer die gebouwen bestemd zijn voor sociale huisvesting : a) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en die door deze maatschappijen worden bestemd om als sociale woningen te worden verhuurd;b) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en die door deze maatschappijen worden bestemd om als sociale woningen te worden verkocht;c) privé-woningen die als sociale woning worden geleverd en gefactureerd door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en door de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting; B) werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder A genoemde privé-woningen mits die worden verstrekt en gefactureerd door een persoon die op het tijdstip van het sluiten van het aannemingscontract geregistreerd is als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting;
C) de in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek, bedoelde onroerende financieringshuur of onroerende leasing die betrekking heeft op de onder A bedoelde privé-woningen wanneer de leasingnemer een gewestelijke huisvestingsmaatschappij of een door die maatschappij erkende maatschappij voor sociale huisvesting is. § 2. Het verlaagd tarief van 6 pct. is in geen geval van toepassing op : 1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.» Art. 56.In tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit, wordt een rubriek XXXVII ingevoegd, luidende : « XXXVII Afbraak en heropbouw van gebouwen in stadsgebieden Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, die tot voorwerp hebben de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning.
Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden : 1° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de stadsgebieden zoals bepaald door de bevoegde overheid van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de
wet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/06/1997
pub.
01/08/1997
numac
1997003403
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten9 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;3° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd door een persoon die op het tijdstip van het sluiten van de aannemingsovereenkomst geregistreerd is als zelfstandige aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;4° de bouwheer moet : a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen.Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van : - de bouwvergunning; - het (de) aannemingscontract(en); - het besluit van de bevoegde overheid waarin de naleving van de in 2° vermelde voorwaarde wordt bevestigd. b) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.» Art. 57.In § 1, A) van rubriek X van tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 december 1992 en 26 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt a) wordt vervangen als volgt : « a) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de provincies, de intercommunales, de gemeenten, de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de gemengde holdingmaatschappijen waarin de overheid een meerderheid heeft, en die door deze instellingen of maatschappijen worden bestemd om als sociale woningen te worden verhuurd;»; 2° punt b) wordt vervangen als volgt : « b) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en die door deze centra worden bestemd om als sociale woningen te worden verkocht;»; 3° punt c) wordt vervangen als volgt : « c) privé-woningen die als sociale woning worden geleverd en gefactureerd door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;». Art. 58.De artikelen 55 tot 57 treden in werking op 1 januari 2007. Afdeling 3. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen ter
uitvoering van de artikelen 37, § 1, en 109, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 59.Het
koninklijk besluit van 6 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten9 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt bekrachtigd met ingang van 1 juli 2006, de dag van zijn inwerkingtreding. Art. 60.Worden bekrachtigd met ingang van de dag van hun respectieve inwerkingtreding : 1° het
koninklijk besluit van 14 januari 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten4 tot wijziging van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven;2° het
koninklijk besluit van 24 augustus 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten5 tot wijziging van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven;3° het
koninklijk besluit van 19 januari 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8 tot wijziging van het koninklijk besluit nr 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, van het Wetboek der zegelrechten, van het Wetboek der successierechten en van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen Afdeling 1. - Registratierechten
Onderafdeling 1. - Wijzigingen aan het Wetboek Art. 61.In artikel 2 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, worden de woorden « , kopieën die met de hand of via elektronische handtekening ondertekend zijn, » ingevoegd tussen het woord « brevetten » en de woorden « of orginelen ». Art. 62.Artikel 19, 3°, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « 3° a) de akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen, die uitsluitend bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon; b) de andere dan onder a) bedoelde akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen.» Art. 63.Artikel 32, 5°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 augustus 1947 en de wet van 25 juni 1973, wordt vervangen als volgt : « 5° voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), twee maanden en voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, b), vier maanden; ». Art. 64.In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 6°, gewijzigd bij de
wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/04/1969
pub.
11/06/1998
numac
1998000217
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling
sluiten7, het koninklijk besluit van 12 december 1996 en de wet van 22 december 1988, worden de woorden « , b), » ingevoegd tussen het woord « 3° » en de woorden « en 5° »;2° het 7°, opgeheven bij de
wet van 10 juni 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/06/1997
pub.
01/08/1997
numac
1997003403
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, wordt hersteld in de volgende lezing : « 7° op de verhuurder ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten waarvan sprake in artikel 19, 3°, a).» Art. 65.Artikel 159, 13°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 1991, wordt opgeheven. Art. 66.Artikel 161 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten, wordt aangevuld als volgt : « 12° de in artikel 19, 3°, a), bedoelde akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur; ». Art. 67.Artikel 206 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/1998
pub.
13/06/1998
numac
1998000389
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten
sluiten2, de wet van 4 augustus 1986 en het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten7, wordt aangevuld als volgt : « Wanneer de overtreding werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. » Art. 68.Artikel 206bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/1998
pub.
13/06/1998
numac
1998000389
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten
sluiten2, de wet van 4 augustus 1986 en het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten7, wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer het misdrijf werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste en het tweede lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. » Art. 69.Artikel 207bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/1998
pub.
13/06/1998
numac
1998000389
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten
sluiten2, de wet van 4 augustus 1986 en het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998003593
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999
sluiten7,wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer het verbod werd opgelegd in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. » Art. 70.De artikelen 62 en 65 treden in werking op 1 januari 2007.
De artikelen 63 en 64 en 6 …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.