Decreet betreffende het onderwijs XIV
Kort samengevat
Dit decreet regelt diverse aspecten van het onderwijs in Vlaanderen, met een focus op het basisonderwijs, inclusief kleuteronderwijs en huisonderwijs. Het introduceert wijzigingen in definities, toelatingsvoorwaarden, en de vaststelling van leerdoelen.
Wat het regelt
- Definities van lestijden en urenpakketten in het basisonderwijs.
- Toelatingsvoorwaarden en instapdata voor kleuteronderwijs.
- Voorwaarden voor een regelmatige leerling in het basisonderwijs.
- Minimumeisen en controle op huisonderwijs.
- Vaststelling van ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het basis- en buitengewoon onderwijs.
Wie het aanbelangt
- Ouders van kinderen in het kleuter- en basisonderwijs.
- Scholen en schoolbesturen in het basisonderwijs (gewoon en buitengewoon).
Kernpunten
- Kinderen moeten ten minste twee jaar en zes maanden oud zijn om toegelaten te worden tot het kleuteronderwijs.
- Er zijn zes specifieke instapdata per schooljaar voor kinderen tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar in het gewoon kleuteronderwijs.
- Ouders die kiezen voor huisonderwijs moeten onderwijs verstrekken dat gericht is op de ontplooiing van het kind en respect voor grondrechten en culturele waarden.
- De onderwijsinspectie controleert huisonderwijs en ouders moeten meewerken; bij herhaalde tekortkomingen moet de leerling ingeschreven worden in een erkende school.
- Ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden vastgesteld door het Vlaams Parlement, waarbij rekening wordt gehouden met minimumdoelen voor kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes.
Wettekst
14 FEBRUARI 2003. - Decreet betreffende het onderwijs XIV (1) Het Vlaamse Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XIV HOOFDSTUK I. -
wat bepaald is in § 3, kan het schoolbestuur een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van één maand na de publicatie van een bekrachtigingsdecreet, indien deze publicatie gebeurt na 1 september van het schooljaar voorafgaand aan de inwerkingtreding. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is het schoolbestuur gebonden door de eindtermen en ontwikkelingsdoelen vanaf 1 september volgend op de bekrachtiging van de goedkeuring van de afwijkingsaanvraag. » Artikel II.11. Aan artikel 46 van hetzelfde decreet worden twee nieuwe leden toegevoegd, die luiden als volgt : « Bepaalde eindtermen of ontwikkelingsdoelen van het gewoon basisonderwijs of van andere types van het buitengewoon basisonderwijs kunnen door een beslissing van de klassenraad in een handelingsplan worden opgenomen. Het handelingsplan wordt opgemaakt door de klassenraad, in samenspraak met het CLB en indien mogelijk met de ouders. » Artikel II.12. Artikelen 59 en 60 van hetzelfde decreet worden opgeheven. Artikel II.13. Aan artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998 en 23 juli 2001, waarvan de huidige tekst § 1 wordt, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden : 1° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerling;2° de leerplannen volgen van het gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV, of eigen leerplannen ermee verenigbaar;3° een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter bedoeld in 1°;4° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV;5° het godsdienstonderwijs of het onderwijs in de niet-confessionele zedenleer wordt door een leermeester gegeven.» Artikel II.14. In artikel 64 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden "artikel 62" vervangen door de woorden "artikel 62, § 1";2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.De regering kan de erkenning van een school of een vestigingsplaats ervan opheffen op advies van een college van inspecteurs wanneer aan één of meer voorwaarden van artikel 62, § 2, niet meer volledig voldaan is. Het college wordt aangeduid door de regering en is samengesteld uit inspectieleden afkomstig uit het officieel onderwijs. De regering bepaalt, met inachtname van de hoorplicht, de werking en de organisatie van het college alsook de voorwaarden en de procedure voor de opheffing van de erkenning. Bedoeld besluit wordt aangenomen bij wijze van bekrachtiging van een gezamenlijk voorstel van de Vlaamse regering, de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het officieel gesubsidieerd onderwijs. » Artikel II.15. Aan artikel 64, § 1, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « De regering en het college van inspecteurs houden terzake rekening met de bepalingen van artikel 44. » Artikel II.16. In artikel 82bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten en gewijzigd bij de decreten van 22 december 1999 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Het globale werkingsbudget van het gefinancierd en het gesubsidieerd basisonderwijs wordt gefaseerd verhoogd met 119,04 miljoen euro als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "99,21 miljoen euro" vervangen door de woorden "119,04 miljoen euro". Artikel II.17. Artikel 97 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 97.Elke officiële school voor gewoon onderwijs kan de vrije keuze verzekeren indien zij begeleid wordt door een officieel CLB en indien de oudervereniging van de school aansluit bij het ondersteuningscentrum van ouderverenigingen van het officieel onderwijs. » Artikel II.18. Artikel 98 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, wordt opgeheven. Artikel II.19. In artikel 100, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten4, worden de woorden "per onderwijsniveau" geschrapt. Artikel II.20. In hetzelfde decreet wordt vóór Afdeling 1 van Hoofdstuk IX een artikel 126bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 126bis.Personeelsleden kunnen niet belast worden met lestijden of uren buiten het lestijden- en urenpakket, behoudens indien deze in de plage gelegen zijn. Als een schoolbestuur dit verbod overtreedt, valt de bezoldiging ten laste van het schoolbestuur. » Artikel II.21. Artikel 142 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 142.§ 1. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde beslist, met toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap, overleg en onderhandeling, over de aanwending van het lestijdenpakket, alsook over : 1° de herverdeling, binnen eenzelfde school, van lestijden tussen de verschillende niveaus;2° de overdracht van lestijden naar een andere school van eenzelfde of een ander schoolbestuur, zonder dat de overdracht meer mag bedragen dan drie procent van het totale lestijdenpakket dat het lopende schooljaar wordt gefinancierd of gesubsidieerd voor de school die overdraagt. § 2. De overdracht van lestijden moet vóór 15 oktober van het lopende schooljaar gebeuren. § 3. Er kunnen geen lestijden overgedragen worden van een school of afdeling van het Nederlands taalstelsel naar een school of afdeling van het Frans taalstelsel of omgekeerd. » Artikel II.22. In hetzelfde decreet wordt in Onderafdeling A van Afdeling 3 van Hoofdstuk IX, een artikel 146ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 146ter.§ 1. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde beslist, met toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap, overleg en onderhandeling, over de aanwending van het afzonderlijk urenpakket, alsook over de overdracht van uren naar een andere school van eenzelfde of een ander schoolbestuur, zonder dat de overdracht meer mag bedragen dan drie procent van het totale afzonderlijke urenpakket kinderverzorger dat het lopende schooljaar wordt gefinancierd of gesubsidieerd voor de school die overdraagt. § 2. De beginselen bepaald in artikel 142, §§ 2 en 3, 143 en 144 zijn van overeenkomstige toepassing op deze overdracht. » Artikel II.23. In hetzelfde decreet wordt in Onderafdeling B van Afdeling 3 van Hoofdstuk IX, een artikel 153bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 153bis.§ 1. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde beslist, met toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap, overleg en onderhandeling, over de aanwending van het urenpakket paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel alsook over de overdracht van uren naar een andere school voor buitengewoon basisonderwijs van eenzelfde of een ander schoolbestuur, zonder dat de overdracht meer mag bedragen dan drie procent van het totale afzonderlijke urenpakket paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel dat het lopende schooljaar wordt gefinancierd of gesubsidieerd voor de school die overdraagt. § 2. De beginselen bepaald in artikel 142, §§ 2 en 3, 143 en 144 zijn van overeenkomstige toepassing op deze overdracht. » Artikel II.24. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk XIIbis, bestaande uit artikel 173bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : "HOOFDSTUK XIIbis. - Bijzondere bepalingen voor gesubsidieerde officiële scholen Artikel 173bis.Een openbaar bestuur kan de onderwijsbevoegdheid van een gesubsidieerde officiële school slechts overdragen aan een schoolbestuur uit het vrij onderwijs, indien het in de nodige garanties voorziet opdat de keuze wordt aangeboden tussen onderricht in één der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer. De regelen, bepaald in het eerste lid, betreffen de overdracht van onderwijsbevoegdheid die ingang vinden vanaf 1 september 2002. » Artikel II.25. Artikelen 187 en 188 van hetzelfde decreet worden opgeheven. Artikel II.26. Artikel 191 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 191.Leerlingen die vóór 1 september 2003 op basis van de vigerende regelgeving inzake vrije keuze recht hebben op een tussenkomst in de kosten van het vervoer naar een bepaalde school, behouden dat recht totdat ze het lager onderwijs beëindigd hebben of van school veranderen. » Artikel II.27. Artikel 194 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 20 oktober 2000 en 13 juli 2001, wordt opgeheven. Artikel II.28. In artikel 195, 5°, van hetzelfde decreet worden de woorden "1 september 2002" vervangen door de woorden "1 september 2003". Artikel II.29. De bepalingen van dit hoofdstuk treden als volgt in werking : 1° artikel II.19, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1997; 2° artikel II.1, 1° en 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001; 3° artikel II.1, 2°, 3° en 4°, II.2, II.3, II.4, II.6, II.7, II.11, II.12, II.16, II.20, II.21, II.22, II.23, II.24, II.25, II.27 en II.28, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2002; 4° artikel II.5, II.8, II.13, II.14, II.17, II.18 en II.26, die in werking treden op 1 september 2003; 5° artikel II.9, II.10 en II.15, die in werking treden op 1 september 2004. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling 1. - Wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen Artikel III.1. Artikel 9 van de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van de studietoelagen wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 9.De Vlaamse regering bepaalt de criteria voor het vaststellen van het bedrag van de studietoelagen. Zij houdt daarbij rekening met : 1° het gezinsinkomen.Zij onderscheidt daartoe meerdere inkomenscategorieën; 2° het aantal personen ten laste van het gezinshoofd;3° het leerjaar van de leerling;4° het feit of de leerling extern of intern is. De bedragen mogen niet lager zijn dan de vigerende bedragen in het schooljaar 2001-2002. » Afdeling 2. - Wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht Artikel III.2. In artikel 1 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht wordt § 6 vervangen door wat volgt : « § 6. Aan de leerplicht kan eveneens worden voldaan door het verstrekken van huisonderwijs. Huisonderwijs is onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, beslist hebben zelf dit onderwijs te organiseren en te bekostigen. De personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben die opteren voor huisonderwijs, verbinden zich ertoe onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat beantwoordt aan volgende minimumeisen : 1° het onderwijs is gericht op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene;2° het onderwijs bevordert het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van het kind zelf en van anderen. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen omschreven in het derde lid. De personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee opeenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de in het derde lid bedoelde doelstellingen, schrijven de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben de leerling in in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse regering bepaalt de formele voorwaarden die moeten vervuld worden bij het organiseren van huisonderwijs. » Afdeling 3. - Decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II Artikel III.3. Artikel 47 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, gewijzigd bij het decreet van 19 april 1995 en vervangen door het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 47.Voor het buitengewoon secundair onderwijs : 1° is de onderafdeling 3bis van toepassing op alle opleidingsvormen;2° is de onderafdeling 4 enkel van toepassing op opleidingsvorm 4, met uitzondering van de ziekenhuisscholen;3° is de onderafdeling 5 op geen enkele opleidingsvorm van toepassing;4° zijn de onderafdelingen 1, 2, 3 en 6 enkel van toepassing op opleidingsvorm 4.» Artikel III.4. Aan artikel 48 van hetzelfde decreet wordt een 10° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 10° betrokken personen : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf. » Artikel III.5. In artikel 50, § 5, van hetzelfde decreet wordt 7°, ingevoegd bij het decreet van 21 december 1994, vervangen door wat volgt : « 7° onthaalonderwijs, zijnde een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers in staat stelt om in te stromen in het Nederlandstalig onderwijs. Dit onderwijsaanbod is gericht op taalvaardigheid en inburgering. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen inzake de afbakening van de doelgroep, de organisatie en de financiering van dit onderwijsaanbod. » Artikel III.6. In hetzelfde decreet wordt een onderafdeling 3bis ingevoegd, bestaande uit artikel 52bis tot en met 52quater, die luidt als volgt : « Onderafdeling 3bis. - Cursussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer in het officieel onderwijs Artikel 52bis.In de officiële voltijds secundaire scholen, met uitzondering van de vierde graad, omvat het onderwijsaanbod wekelijks ten minste twee lesuren onderwijs in de erkende godsdiensten en in de op die godsdiensten berustende zedenleer en ten minste twee lesuren onderwijs in de niet-confessionele zedenleer. Artikel 52ter.§ 1. Bij elke inschrijving van de leerling in het officieel voltijds secundair onderwijs, met uitzondering van de vierde graad, bepalen de betrokken personen, bij ondertekende verklaring, of de leerling een cursus in één der erkende godsdiensten of een cursus niet-confessionele zedenleer volgt. Deze keuze kunnen zij bij het begin van elk schooljaar wijzigen. Betrokken personen die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling. De Vlaamse regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lesuren waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lesuren waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere onderdelen van het leerprogramma. § 2. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de keuze voor het onderricht in één der erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, evenals de eventuele aanvraag tot vrijstelling in samenspraak met de leerling. Artikel 52quater.Het niet naleven van de bepalingen inzake vrijstelling van de keuze, zoals bedoeld in artikel 52ter, § 2, tweede lid, kan, na aanmaning, aanleiding geven tot sancties. De sanctie voor de in overtreding zijnde inrichtende macht kan een gedeeltelijke terugbetaling zijn van de werkingsmiddelen van de betrokken school. De terugvordering of inhouding kan echter niet meer bedragen dan 10 procent van deze werkingsmiddelen en kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen zijn. De Vlaamse regering bepaalt de verdere regels voor de vaststelling van de overtreding en voor de toepassing van de sanctie en waarborgt de rechten van verdediging. » Artikel III.7. In artikel 57 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995, 8 juli 1996 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3 worden de woorden "de toepassing van § 1, 2°, en § 3bis" vervangen door de woorden "de beperkingen gesteld door of krachtens dit decreet";2° er wordt een § 3ter toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3ter.Wanneer de onderwijsinspectie in een onderwijsinstelling een kennelijk onverantwoord gebruik van de vrije aanwending, bedoeld in § 3, eerste lid, vaststelt, ten nadele van volgende groepen : - het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar, en/of - de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, en/of - de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, formuleert zij een omstandig en gemotiveerd advies ten behoeve van de Vlaamse regering. De Vlaamse regering kan de elementen van toetsing bepalen waarmee het advies dient rekening te houden. De Vlaamse regering kan op basis van dit advies ten aanzien van de betrokken onderwijsinstelling een norm bepalen, boven dewelke de in artikel 56, 1°, bedoelde uren-leraar, gegenereerd door de in het eerste lid bedoelde groepen, niet kunnen worden aangewend voor andere groepen. Zij kan daarbij evenwel bepalen dat deze norm kan worden overschreden binnen hetzelfde studiegebied. De Vlaamse regering bepaalt de nadere procedurele regelen ter zake, rekening houdend met de hoorplicht. » Artikel III.8. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 57bis.Het aantal organiseerbare plage-uren wordt gereduceerd volgens het hierna beschreven scenario. Voor de toepassing van dit scenario wordt verstaan onder :
- a)aantal uren-leraar : de uren verkregen in toepassing van artikel 57, § 1, en, in voorkomend geval, in toepassing van artikel 71 of artikel 74, vermeerderd of verminderd met de uren-leraar ingevolge herverdeling van uren-leraar door de inrichtende macht van de onderwijsinstelling, door overname van uren-leraar van het voorgaande schooljaar, door overname van uren-leraar van een andere onderwijsinstelling, ingevolge fusie of door toetreding tot een scholengemeenschap;
- b)plage-uren : de uren boven het minimum maar binnen het maximum aantal uren vereist voor het ambt met volledige prestaties van leraar of godsdienstleraar, ongeacht het feit of deze uren wel of niet worden geput uit de uren bedoeld onder
- a). Scholen die behoren tot een scholengemeenschap :
- a)schooljaar 2001-2002 : voor scholen die tijdens het schooljaar 2000-2001 t.o.v. hun aantal uren-leraar meer dan 2,63 % plage-uren hebben georganiseerd, mag tijdens het schooljaar 2001-2002 het % niet hoger liggen dan het % van het schooljaar 2000-2001;
- b)schooljaar 2002-2003 : t.o.v. de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen mogen binnen de scholengemeenschap maximum 2,3 % plage-uren worden georganiseerd;
- c)schooljaar 2003-2004 : t.o.v. de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen mogen binnen de scholengemeenschap maximum 1,8 % plage-uren worden georganiseerd;
- d)vanaf het schooljaar 2004-2005 : t.o.v. de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen mogen binnen de scholengemeenschap maximum 1,3 % plage-uren worden georganiseerd. Scholen die niet behoren tot een scholengemeenschap :
- a)schooljaar 2001-2002 : voor scholen die tijdens het schooljaar 2000-2001 t.o.v. hun aantal uren-leraar meer dan 2,63 % plage-uren hebben georganiseerd, mag tijdens het schooljaar 2001-2002 het % niet hoger liggen dan het % van het schooljaar 2000-2001; voor scholen die tijdens het schooljaar 2000-2001 t.o.v. hun aantal uren-leraar niet meer dan 2,63 % plage-uren hebben georganiseerd, bedraagt tijdens het schooljaar 2001-2002 het maximum 2,63 %;
- b)vanaf het schooljaar 2002-2003 : het maximum %mag niet hoger liggen dan het % van het schooljaar 2001-2002. De scholengemeenschappen en de scholen informeren de bevoegde onderhandelingsorganen over de verdeling en aanwending van de plage-uren. » Artikel III.9. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 57ter.Bij toewijzing aan titularissen van het onderwijzend personeel of aan hun tijdelijke vervangers van opdrachten die niet gebaseerd zijn op het in artikel 57, § 3, bedoeld aantal uren-leraar, op andere gefinancierde of gesubsidieerde uren-leraar dan die bedoeld in artikel 57, § 3, of op plage-uren bedoeld in artikel 57bis, valt de bezoldiging ten laste van de inrichtende macht. » Artikel III.10 In artikel 58bis, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 1994 en vervangen bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten, wordt 3° vervangen door wat volgt : 1° 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° het aantal instellingen dat na de fusie overblijft moet kleiner zijn dan het oorspronkelijk aantal instellingen en mag gedurende de eerste vier schooljaren na de fusie niet toenemen.Vrijwillige fusies die vóór 15 mei 2002 aan het departement werden meegedeeld, komen in aanmerking voor het extra aantal wekelijkse uren-leraar indien het aantal instellingen dat na de fusie overblijft kleiner is dan of gelijk is aan het oorspronkelijk aantal instellingen; ». Artikel III.11. In artikel 66, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden "vijftien" en "negen" respectievelijk vervangen door de woorden "zestien" en "acht". Afdeling 4. - Decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten betreffende het basisonderwijs Artikel III.12. In artikel 2, 27°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten betreffende het basisonderwijs, worden de woorden "een op dezelfde datum" vervangen door de woorden "een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren". Artikel III.13. In artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet wordt het woord "kleding" vervangen door het woord "mode". Artikel III.14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 8bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 8bis.De opties "militaire en sociale wetenschappen" en "militaire bewapeningstechnieken" van het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs zijn voorbehouden voor de onderwijsinstellingen van de Krijgsmacht. Op deze opties zijn de bepalingen van artikel 4, 5 en 6 niet van toepassing. » Artikel III.15. In artikel 60 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 2, 2°, worden de volgende woorden toegevoegd : "in een niet-vacante betrekking";2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Dit artikel is niet meer van toepassing op vrijwillige fusies die ingaan vanaf 1 september 2001. » Artikel III.16. Artikel 65 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 65.§ 1. Scholengemeenschappen zijn samenwerkingsverbanden waarvan de werking geregeld wordt in hetzij de beslissing van de enige betrokken inrichtende macht, hetzij de overeenkomst tussen de verschillende betrokken inrichtende machten. Indien het gaat om samenwerkingsverbanden zonder beheersoverdracht, vallen de scholengemeenschappen onder de verantwoordelijkheid en het hiërarchisch toezicht van de betrokken inrichtende macht(en). Indien het gaat om samenwerkingsverbanden met beheersoverdracht, vallen de scholengemeenschappen onder de toezichtsvormen bepaald in het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten betreffende het Gemeenschapsonderwijs of de organieke regelgeving op de lokale besturen, respectievelijk de toezichtsvormen georganiseerd door de betrokken inrichtende macht(en). § 2. Beheersoverdracht is enkel mogelijk ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in artikel 71, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11°. » Artikel III.17. In artikel 68 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Een scholengemeenschap behoort tot één van de volgende contingenten : 1° gemeenschapsonderwijs : maximum 40 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad);2° gesubsidieerd officieel onderwijs : maximum 15 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad);3° gesubsidieerd confessioneel vrij onderwijs : maximum 80 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad);4° gesubsidieerd niet-confessioneel vrij onderwijs : maximum 5 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad).» Artikel III.18. Artikel 71 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 71.Een scholengemeenschap : 1° maakt afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod, eventueel gespreid over de verschillende instellingen die de scholengemeenschap vormen;2° maakt afspraken over een objectieve leerlingen-oriëntering en -begeleiding en werkt daartoe samen met één psycho-medisch-sociaal centrum of centrum voor leerlingenbegeleiding;3° maakt afspraken over het personeelsbeleid, meer bepaald over de criteria voor het aanwerven, functioneren en evalueren van personeelsleden;4° maakt afspraken/beslist over de verdeling van de extra uren-leraar over haar instellingen.De verdelingscriteria worden onderhandeld in het lokaal comité. Bij ontstentenis van een akkoord binnen de scholengemeenschap over de verdelingscriteria, worden de extra uren-leraar recht evenredig verdeeld volgens het aandeel dat het pakket uren-leraar van elke afzonderlijke instelling uitmaakt binnen de totaliteit van de pakketten uren-leraar van de diverse instellingen die tot de scholengemeenschap behoren; 5° maakt afspraken over de vaststelling van de criteria en de aanwending van de wekelijkse uren-leraar die op het niveau van de scholengemeenschap kunnen worden samengevoegd;6° brengt advies uit inzake investeringen in schoolgebouwen en infrastructuur waarbij de inrichtende macht een beroep doet op de investeringsmiddelen van, naargelang van het geval, de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs of de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs;7° kan een samenwerkingsakkoord sluiten met een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs;een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs kan samenwerkingsakkoorden sluiten met verschillende scholengemeenschappen; 8° kan een samenwerkingsakkoord sluiten met één of meer instellingen voor secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren en/of met één of meer scholen voor basisonderwijs, met één of meer instellingen van deeltijds kunstonderwijs en/of één of meer centra voor volwassenenonderwijs;9° maakt afspraken/beslist over de verdeling van de punten voor het ondersteunend personeel over haar instellingen op basis van criteria vastgelegd na onderhandeling in het lokaal comité, rekening houdend met Titel XI van dit decreet;10° oefent de bevoegdheden uit zoals bepaald in het decreet van 8 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten3 houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt;11° maakt afspraken/beslist over de aanwending van de punten voor ICT-coördinatie.» Artikel III.19. Artikel 72 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 72.Inrichtende machten kunnen aan de scholengemeenschappen andere bevoegdheden toewijzen dan deze bepaald in artikel 71, tenzij dit bij wet, decreet of besluit wordt verboden. Voor wat betreft het gemeenschapsonderwijs gebeurt deze toewijzing op grond van artikel 4, § 2, van het bijzonder decreet. Indien bij de scholengemeenschap verschillende inrichtende machten zijn betrokken, dan zullen die de extra bevoegdheden bij schriftelijke overeenkomst vastleggen. » Artikel III.20. In hetzelfde decreet wordt een artikel 73bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 73bis.§ 1. In elke netoverschrijdende scholengemeenschap wordt een lokaal onderhandelingscomité van de scholengemeenschap opgericht, dat bevoegd is om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is. § 2. Hiertoe duidt elk lokaal onderhandelings- of basisoverlegorgaan van de scholen van de scholengemeenschap en/of het afzonderlijk bijzonder comité bij elke inrichtende macht van het officieel gesubsidieerd onderwijs, één vertegenwoordiger per representatieve vakorganisatie en één vertegenwoordiger van de betrokken inrichtende machten. » Artikel III.21. In artikel 74 van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Tot 15 november van het betrokken schooljaar kunnen door de betrokken inrichtende macht(
- en)tussen instellingen die niet behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, uren-leraar worden overgedragen, zoals bepaald in artikel 88, mits : 1° in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;2° onderhandeling in het lokaal comité.Indien er bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel worden uitgesproken, kan de overdracht evenwel enkel na akkoord in het lokaal comité; 3° melding aan de betrokken scholengemeenschap waartoe de begunstigde instelling behoort.» Artikel III.22. Aan artikel 77 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt vast benoemd door de inrichtende macht en wordt geaffecteerd aan een instelling die behoort tot die inrichtende macht, kunnen : 1° de leden van het bestuurspersoneel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;2° de leden van het ondersteunend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet.»; 2° § 2 wordt opgeheven;3° in § 3, eerste lid, worden de woorden "op § 1, 2° en 3°" vervangen door de woorden "op § 1, 2°" en worden de woorden "en het administratief personeel" geschrapt. Artikel III.23. Artikel 77bis van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, wordt opgeheven. Artikel III.24. Aan artikel 79 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden "artikel 98, 6°" vervangen door de woorden "artikel 98, § 7";2° § 2 wordt opgeheven. Artikel III.25. Artikel 80 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 80.Aan de scholengemeenschappen wordt het volgend aantal extra wekelijkse uren-leraar toegekend : - schooljaar 2002-2003 : 7.000 - schooljaar 2003-2004 : 14.000 - vanaf het schooljaar 2004-2005 : 20.000. Deze extra uren-leraar worden aangewend om : 1° het aantal plage-uren, bedoeld in artikel 57bis van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II te reduceren, en/of 2° de werkdruk te verminderen door aanrekening van klassenraad, klassendirectie, splitsing van klassen, lerarenondersteuning, stagebegeleiding en leerlingenbegeleiding op het pakket uren-leraar. De verdeling van deze extra uren-leraar, die uitsluitend voor de instellingen van de scholengemeenschap zijn bestemd, gebeurt trapsgewijs als volgt : het aantal uren-leraar dat elke scholengemeenschap ontvangt is recht evenredig met het aandeel van de som van de pakketten uren-leraar van de instellingen die de scholengemeenschap vormen in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle instellingen die tot een scholengemeenschap zijn toegetreden. Onder uren-leraar worden de organieke uren-leraar voor het voltijds secundair onderwijs, voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs verstaan. De scholengemeenschap verdeelt de extra uren-leraar op de wijze zoals bepaald in artikel 71, 4°. De scholengemeenschappen en de scholen informeren de bevoegde onderhandelingsorganen over de verdeling en aanwending van de extra wekelijkse uren-leraar. » Artikel III.26. In hetzelfde decreet wordt titel XI, bestaande uit artikel 93 tot 99, gewijzigd bij decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, vervangen door wat volgt : TITEL XI. - Ondersteunend personeel Afdeling 1. - Algemene bepalingen Artikel 93.Deze titel is van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs. Deze titel is niet van toepassing op de instellingen van het gemeenschapsonderwijs die in Duitsland gelegen zijn. Artikel 94.§ 1. De personeelscategorie "ondersteunend personeel" bestaat uit de volgende ambten : 1° administratief medewerker;2° opvoeder. § 2. De personeelscategorie "administratief personeel" bestaat uit de volgende ambten : 1° opsteller;2° klerk-typist;3° eerste opsteller;4° eerste klerk-typist. § 3. De personeelscategorie "opvoedend hulppersoneel" bestaat uit de volgende ambten : 1° opvoeder-huismeester;2° directiesecretaris;3° secretaris-bibliothecaris;4° studiemeester-opvoeder. § 4. De ambten, bedoeld in § 1 tot en met § 3, worden per ambt toegekend hetzij aan één enkel personeelslid, hetzij aan twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast. Artikel 95.In een instelling moeten de personeelsleden van het ondersteunend personeel, het administratief personeel en/of het opvoedend hulppersoneel uit ten minste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel bestaan. » Afdeling 2. - Oprichten van betrekkingen Onderafdeling 1. - Vaststellen van puntenwaarde Artikel 96.De oprichting van betrekkingen in de ambten, bedoeld in artikel 94, § 1 tot en met § 3, is gebaseerd op volgend puntensysteem : 1° aan elke instelling die niet de enige is binnen het betrokken onderwijsnet in de betrokken gemeente, wordt een aantal punten toegekend dat gelijk is aan de som van de producten van het aantal regelmatige leerlingen op de tellingsdatum, bedoeld in artikel 3, § 8, 1°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, toegevoegd bij het decreet van 31 juli 1990 en gewijzigd bij de decreten van 9 april 1992 en 25 juni 1992, met het overeenkomstig aantal punten per leerling, zoals hierna bepaald :
- a)voor de 1e tot de 270e leerling : 0,92;
- b)voor de 271e tot de 400e leerling : 0,80;
- c)voor de 401e tot en met de 800e leerling : 0,73;
- d)voor de 801e tot en met de 1.000e leerling : 0,50;
- e)vanaf de 1.001e leerling : 0,39. Voor de instellingen met ten minste 271 leerlingen wordt evenwel het resultaat van het product, bedoeld in a), beschouwd als gelijk aan 250 punten; 2° aan elke instelling die de enige is binnen het betrokken onderwijswet in de betrokken gemeente, wordt een aantal punten toegekend dat gelijk is aan :
- a)een forfaitair aantal punten afhankelijk van het aantal regelmatige leerlingen op de tellingsdatum, bedoeld in 1°, zoals hierna bepaald : - voor instellingen met maximum 97 leerlingen : 90; - voor instellingen met minimum 98 en maximum 172 leerlingen : 160; - voor instellingen met minimum 173 leerlingen : 250;
- b)voor een instelling met minimum 271 leerlingen wordt het forfaitair aantal punten, vastgesteld op 250 in
- a), vermeerderd met een aantal punten dat gelijk is aan de som van de producten van het aantal regelmatige leerlingen op de tellingsdatum, bedoeld in 1°, met het overeenkomstig aantal punten per leerling, zoals hierna bepaald : - voor de 271e tot en met de 400e leerling : 0,80; - voor de 401e tot en met de 800e leerling : 0,73; - voor de 801e tot en met de 1.000e leerling : 0,50; - vanaf de 1.001e leerling : 0,39; 3° aan elke instelling wordt, bovenop het in 1° of 2°, naargelang van het geval, gestelde, een aantal punten toegekend dat gelijk is aan het product van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar B, in het beroepsvoorbereidend leerjaar en in de leerjaren van de tweede en de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, met 0,14 punten; 4° aan de centrale raad van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs wordt, ter uitvoering van de rekenplichtigheid, elk schooljaar een forfaitair aantal punten toegekend gelijk aan 5.330 punten. Met deze punten worden betrekkingen opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, rekening houdend met artikel 94, § 4, en artikel 97. De inrichtende macht is niet verplicht om op deze betrekkingen artikel 36bis, § 3, van het besluit van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage toe te passen. De inrichtende macht kan in deze betrekkingen een personeelslid vast benoemen. Op het ogenblik dat de instelling of vanaf 1 januari 2000 de scholengroep aan wie de punten zijn toegekend het personeelslid in dergelijke betrekking vast benoemt, blijven de punten toegekend aan die instelling of deze scholengroep. Artikel 97.§ 1. Aan elk van de ambten, bedoeld in artikel 94, § 1 tot en met § 3, wordt per betrekking onderstaand aantal punten gekoppeld : 1° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs : 63;2° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 106 : 100;3° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 158 : 82;4° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs : 120;5° opvoeder met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs : 63;6° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 106 : 100;7° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 158 : 82;8° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs : 120;9° opsteller en eerste opsteller : 63;10° klerk-typist en eerste klerk-typist : 57;11° opvoeder-huismeester : 100;12° directiesecretaris : 100;13° secretaris-bibliothecaris met weddenschaal 122 : 77;14° secretaris-bibliothecaris met weddenschaal 158 : 82;15° secretaris-bibliothecaris met weddenschaal 163 : 95;16° secretaris-bibliothecaris met weddenschaal 164 : 108;17° studiemeester-opvoeder met weddenschaal 122 : 77;18° studiemeester-opvoeder met weddenschaal 100 : 78;19° studiemeester-opvoeder met weddenschaal 158 : 82;20° studiemeester-opvoeder met weddenschaal 208 : 82;21° studiemeester-opvoeder met weddenschaal 104 : 82;22° studiemeester-opvoeder met weddenschaal 123 : 82;23° studiemeester-opvoeder met weddenschaal 126 : 82. § 2. Als in toepassing van artikel 94, § 4, een personeelslid met een halftijdse betrekking is belast, wordt het overeenkomstig § 1 berekend puntenaantal gehalveerd. § 3. De Vlaamse regering bepaalt wat onder de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld in § 1, wordt verstaan. Onderafdeling 2. - Oprichten van betrekkingen Artikel 98.§ 1. Met ingang van 1 september 1998 gebeurt elke aanstelling in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel. § 2. Met ingang van 1 september 1998 kunnen geen personeelsleden meer worden aangeworven en aangesteld in een vacante betrekking in de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel. § 3. Tijdens het schooljaar 1998-1999 en rekening houdend met artikel 97, wendt een instelling het volgens artikel 96 berekend aantal punten aan voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in de ambten van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel. Heeft de instelling na voormelde verplichting nog punten over, dan kan zij deze punten vrij aanwenden : - voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel; - voor de omvorming van betrekkingen in de ambten van het administratief personeel en/of het opvoedend hulppersoneel naar betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel; - voor de toekenning van de hogere weddenschaal 106 aan een personeelslid volgens artikel 55, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en volgens artikel 44, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. § 4. Vanaf het schooljaar 1999-2000 en rekening houdend met artikel 97, wendt een instelling het volgens artikel 96 berekend aantal punten aan voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in de ambten van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel. Heeft de instelling na voormelde verplichting nog punten over, dan kan zij deze punten vrij aanwenden : - voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel; - voor de omvorming van betrekkingen in de ambten van het administratief personeel en/of het opvoedend hulppersoneel naar betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel; - voor de toekenning van de hogere weddenschaal 106 aan een personeelslid volgens artikel 55, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en volgens artikel 44, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs; - voor overdracht naar een andere instelling van de inrichtende macht voor zover die behoort tot dezelfde scholengemeenschap of naar een andere instelling van dezelfde scholengemeenschap zoals bedoeld in § 7. Voordat een tijdelijk personeelslid kan worden aangeworven in een vacante betrekking van een ambt van het ondersteunend personeel, moet de volgende rangorde worden uitgeput : 1° de vacante betrekking moet in het kader van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie worden toegewezen aan de personeelsleden die in de instellingen van de inrichtende macht ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking;2° de vacante betrekking moet worden aangeboden aan de personeelsleden van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel van andere instellingen van de betrokken inrichtende macht die toepassing maken van § 5.Deze personeelsleden zijn niet verplicht op dit aanbod in te gaan; 3° de vacante betrekking moet worden aangeboden aan de personeelsleden aangesteld op basis van artikel 60.Deze personeelsleden zijn niet verplicht op dit aanbod in te gaan. Als de instelling behoort tot een scholengemeenschap moet voormelde volgorde eerst toegepast worden in de instellingen van de inrichtende macht die behoren tot eenzelfde scholengemeenschap. Vervolgens wordt dezelfde volgorde toegepast in alle instellingen die behoren tot eenzelfde scholengemeenschap. Als de instelling niet behoort tot een scholengemeenschap is voormelde volgorde beperkt tot de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Tijdelijke personeelsleden die op grond van wat voorafgaat worden aangeworven in een vacante betrekking van het ondersteunend personeel, kunnen slechts worden vast benoemd als hun betrekkingen de som van enerzijds het aantal betrekkingen in de ambten van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel in stand gehouden op basis van § 5 en anderzijds het aantal betrekkingen van de personeelsleden bedoeld in artikel 60, binnen de instellingen van de scholengemeenschap overschrijden. Vaste benoeming kan enkel in het positieve verschil dat voormelde som oplevert. § 5. Tijdens de schooljaren 1998-1999 tot en met 2005-2006, en voorzover de instelling §§ 3 en 4 niet toepast, kan een instelling de personeelsleden die op 30 juni 1998 vast benoemd zijn of tijdelijk aangesteld zijn in een vacante betrekking in de ambten van de personeelscategorieën administratief personeel en opvoedend hulppersoneel in dienst houden in deze betrekkingen voorzover de betrekkingen kunnen worden instandgehouden volgens het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 61 van 20 juli 1982, 13 maart 1985 en nr. 449 van 20 augustus 1986, het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, het decreet van 15 december 1993 en het besluit van de Vlaamse regering van 9 mei 1996. § 6.
§§ 1
en 2 kunnen tijdens de schooljaren 1998-1999 tot en met 2005-2006 toch personeelsleden in de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel worden aangeworven in een vacante betrekking opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 61 van 20 juli 1982, 13 maart 1985 en nr. 449 van 20 augustus 1986, het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, het decreet van 15 december 1993 en het besluit van de Vlaamse regering van 9 mei 1996, voorzover de betrokken instelling ontstaat uit een fusie van twee of meer instellingen of een herstructurering die resulteert in een gelijk of kleiner aantal instellingen. Deze bepaling geldt enkel voor zover alle instellingen voorafgaand aan de fusie of herstructurering toepassing maken van §
- §
- Vanaf het schooljaar 1999-2000 mogen de punten die een instelling na toepassing van artikel 36bis, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage niet aanwendt, worden gevoegd bij de overblijvende punten van andere instellingen van dezelfde scholengemeenschap. Het resultaat geeft een aantal punten dat, als dit in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt, kan worden aangewend voor de oprichting en/of instandhouding van betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel in één of meer instellingen van die scholengemeenschap, zoals bedoeld in artikel 79, §
- In een betrekking die op basis van niet aangewende punten wordt opgericht, is geen vaste benoeming, mutatie of definitieve affectatie mogelijk. §
- Vanaf het schooljaar 2006-2007 kunnen geen betrekkingen in de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel meer worden in stand gehouden of opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 61 van 20 juli 1982, 13 maart 1985 en nr. 449 van 20 augustus 1986, het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, het decreet van 15 december 1993 en het besluit van de Vlaamse regering van 9 mei
- Afdeling
- - Wijzigingen aan de wet van 29 mei 1959 Artikel 99.In artikel 27, § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gewijzigd bij de wetten van 11 juli 1973 en 1 augustus 1985 en de decreten van 5 juli 1989 en 31 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan het eerste lid worden de volgende woorden toegevoegd : "en van het ondersteunend personeel";2° in het tweede lid worden tussen de woorden "administratief personeel" en de woorden "die door" de woorden "en van het ondersteunend personeel" ingevoegd;3° in het vierde lid worden tussen de woorden "Het opvoedend hulppersoneel" en "van de scholen" de woorden "en het ondersteunend personeel" ingevoegd.» Artikel III.
- In hetzelfde decreet wordt titel XI, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, vervangen door wat volgt : "TITEL XI. - Ondersteunend personeel Afdeling
- - Algemene bepalingen Artikel 93.§
- Deze titel is van toepassing op het gewoon secundair onderwijs, met uitzondering van de instellingen van het Gemeenschapsonderwijs die in Duitsland gelegen zijn. §
- Deze titel is niet van toepassing op het ambt van bode-kamerbewaarder. Artikel 94.§
- De personeelscategorie ondersteunend personeel bestaat uit de volgende wervingsambten : 1° administratief medewerker;2° opvoeder. §
- Een betrekking in een ambt bedoeld in § 1 wordt hetzij halftijds, hetzij voltijds opgericht. Een halftijdse betrekking wordt steeds toegekend aan één personeelslid. Een voltijdse betrekking wordt toegekend hetzij aan één personeelslid, hetzij aan twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast. Artikel 95.In een instelling moeten de personeelsleden van de categorie van het ondersteunend personeel uit tenminste 50 % opvoeders bestaan. Afdeling
- - Oprichten van betrekkingen Onderafdeling
- - Vaststellen van puntenwaarde Artikel 96.§
- De oprichting van betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel is gebaseerd op punten. §
- Aan elke scholengemeenschap wordt elk schooljaar een aantal punten toegekend dat als volgt is samengesteld : 1° de som van het aantal regelmatige leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar van alle instellingen behorende tot de scholengemeenschap, vermenigvuldigd met 0,
- Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; 2° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van het betreffende schooljaar van de instellingen behorende tot de scholengemeenschap, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 57 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995 en 8 juli 1996, vermenigvuldigd met 0,
- Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal. De som van de resultaten van 1° en 2° vormt het aantal punten dat de scholengemeenschap elk schooljaar ontvangt. § 3.
§ 2
wordt aan de instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort elk schooljaar een aantal punten toegekend dat als volgt is samengesteld : 1° de som van het aantal regelmatige leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar van de instelling vermenigvuldigd met 0,
- Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; 2° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van het betreffende schooljaar van de instelling, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 57 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995 en 8 juli 1996, vermenigvuldigd met 0,
- Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal. De som van de resultaten van 1° en 2° vormt het aantal punten dat de instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort, elk schooljaar ontvangt. §
- Aan de Raad van het Gemeenschapsonderwijs wordt, ter uitvoering van de rekenplichtigheid, elk schooljaar een forfaitair aantal punten toegekend gelijk aan 5330 punten. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs verdeelt deze punten over de scholengroepen na onderhandeling in het daartoe bevoegde onderhandelingscomité. Met deze punten worden in de scholengroepen betrekkingen opgericht in het ambt van administratief medewerker, rekening houdend met artikel 94 en artikel
- De scholengroep is niet verplicht om op deze betrekkingen artikel 36bis van het besluit van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage toe te passen. De scholengroep kan in deze betrekkingen een personeelslid vast benoemen. Op het ogenblik dat de scholengroep waaraan de punten zijn toegekend het personeelslid in dergelijke betrekking vast benoemt, blijven de punten toegekend aan deze scholengroep. De scholengroep deelt de vacantverklaring van voormelde betrekkingen mee aan de afgevaardigd bestuurder. Deze toetst de stabiliteit van de vacant verklaarde betrekkingen aan de mogelijke evolutie van de verdelingscriteria. In toepassing van artikel 43, § 1, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten betreffende het Gemeenschapsonderwijs is de afgevaardigd bestuurder belast met het goedkeuringstoezicht terzake. § 5.
§ 1
, en onverminderd artikel 15 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, mag de instelling voor voltijds secundair onderwijs die als centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeert, voor dit centrum maximum één voltijdse betrekking van opvoeder oprichten, overeenkomstig het aantal leerlingen vermeld in de eerste kolom, dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs regelmatig is ingeschreven : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 97.§
- Aan elk ambt van het ondersteunend personeel wordt per betrekking onderstaand aantal punten gekoppeld : 1° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs : 63;2° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type : 82;3° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs : 120;4° administratief medewerker met weddenschaal 200, 201 of 203 : 63;5° administratief medewerker met weddenschaal 122 : 63;6° administratief medewerker met weddenschaal 158 : 82;7° administratief medewerker met weddenschaal 106 : 82;8° administratief medewerker met weddenschaal 163 : 82;9° administratief medewerker met weddenschaal 164 : 82;10° administratief medewerker met weddenschaal 100 : 82;11° administratief medewerker met weddenschaal 208 : 82;12° administratief medewerker met weddenschaal 104 : 82;13° administratief medewerker met weddenschaal 123 : 82;14° administratief medewerker met weddenschaal 126 : 82;15° opvoeder met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs : 63;16° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type : 82;17° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs : 120;18° opvoeder met weddenschaal 200, 201 of 203 : 63;19° opvoeder met weddenschaal 122 : 63;20° opvoeder met weddenschaal 158 : 82;21° opvoeder met weddenschaal 106 : 82;22° opvoeder met weddenschaal 163 : 82;23° opvoeder met weddenschaal 164 : 82;24° opvoeder met weddenschaal 100 : 82;25° opvoeder met weddenschaal 208 : 82;26° opvoeder met weddenschaal 104 : 82;27° opvoeder met weddenschaal 123 : 82;28° opvoeder met weddenschaal 126 :
- §
- Als in toepassing van artikel 94, § 2, een personeelslid met een halftijdse betrekking is belast, wordt het volgens § 1 berekend puntenaantal gehalveerd. §
- Als een personeelslid wordt belast met een betrekking in uitvoering van een beslissing van de pensioencommissie van de administratieve gezondheidsdienst volgens artikel 5, § 1bis en § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-II, bedraagt de puntenwaarde van een voltijdse betrekking, in afwijking op § 1, steeds 63 punten. §
- De Vlaamse regering bepaalt wat onder de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld in § 1, wordt verstaan. §
- De Vlaamse regering kan nadere maatregelen treffen met betrekking tot de weddenschalen en de daaraan verbonden puntenwaarden, bedoeld in §
- §
- Dit artikel is niet van toepassing op het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Onderafdeling
- - Oprichten van betrekkingen Artikel 98.§
- De scholengemeenschap kent elk schooljaar aan alle instellingen die tot de scholengemeenschap behoren, een aantal punten toe. § 2.
§ 1
kent de scholengemeenschap tijdens het schooljaar 2001-2002, rekening houdend met artikel 97, aan elke instelling die behoort tot de scholengemeenschap in principe voldoende punten toe voor de instandhouding van de betrekkingen in de ambten van het administratief personeel, het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel die de instelling op 30 juni 2001 inrichtte op basis van het op dat ogenblik geldende puntensysteem, of kon inrichten op 30 juni 2001 indien zij gebruik zou hebben gemaakt van het op dat ogenblik geldende puntensysteem. Hierbij houdt de scholengemeenschap met volgende principes rekening : 1° de betrekkingen in ambten van het administratief personeel, het opvoedend hulppersoneel en/of het ondersteunend personeel die de instelling op 30 juni 2001 inrichtte, worden op 1 september 2001 omgevormd naar betrekkingen van het ondersteunend personeel rekening houdend met artikel 97;2° de instelling die op 30 juni 2001 reeds het op dat ogenblik geldende puntensysteem toepaste, krijgt voldoende punten om, rekening houdend met artikel 97, de betrekkingen in stand te houden die zij had op 30 juni 2001;3° de instelling die op 30 juni 2001 het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr.61 van 20 juli 1982, 13 maart 1985 en nr. 449 van 20 augustus 1986, het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, het decreet van 15 december 1993 en het besluit van de Vlaamse regering van 9 mei 1996, toepaste, krijgt in principe voldoende punten om, rekening houdend met artikel 97, de betrekkingen in stand te houden die ze had op 30 juni 2001. Dit aantal punten kan evenwel nooit meer bedragen dan het aantal punten waar de instelling recht op had op 30 juni 2001 indien zij gebruik zou hebben gemaakt van het op dat ogenblik geldende puntensysteem. Heeft de scholengemeenschap onvoldoende punten om de hiervoor vermelde verplichtingen na te leven, dan moet zij de hiervoor vermelde verplichtingen niet naleven en verdeelt zij de beschikbare punten over haar instellingen. Heeft de scholengemeenschap na voormelde verplichtingen nog punten over, dan kan zij deze punten vrij toekennen aan één of meer instellingen die behoren tot de scholengemeenschap : - voor de ondersteuning van de scholengemeenschap, zoals bepaald in artikel 99; - voor de instandhouding of oprichting van betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel; - voor de toekenning van een hogere weddenschaal aan een personeelslid volgens artikel 55 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en volgens artikel 44 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. § 3.
§ 1
kent de scholengemeenschap tijdens de schooljaren 2002-2003 tot en met 2004-2005, rekening houdend met artikel 71, 9°, en 97, aan elke instelling die behoort tot de scholengemeenschap ten minste 80 % van het aantal punten toe dat nodig is voor de instandhouding van de betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel die de instelling op 30 juni van het voorafgaande schooljaar inrichtte. Dit puntenaantal wordt steeds afgerond naar boven naar het aantal punten dat de instelling nodig heeft om de dichtstbijliggende betrekking in stand te houden. De berekening van voormelde 80 % en de eventuele afronding gebeuren steeds met inachtname van de regelgeving inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. Heeft de scholengemeenschap onvoldoende punten om de hiervoor vermelde verplichtingen na te leven, dan moet zij de hiervoor vermelde verplichtingen niet naleven en verdeelt zij de beschikbare punten over haar instellingen. Heeft de scholengemeenschap na voormelde verplichtingen nog punten over, dan kan zij deze punten vrij toekennen aan één of meer instellingen die behoren tot de scholengemeenschap : - voor de ondersteuning van de scholengemeenschap, zoals bepaald in artikel 99; - voor de instandhouding of oprichting van betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel; - voor de toekenning van een hogere weddenschaal aan een personeelslid volgens artikel 55 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en volgens artikel 44 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. §
- Vanaf het schooljaar 2005-2006, en rekening houdend met artikel 71, 9°, en artikel 97, verdeelt de scholengemeenschap het volgens artikel 96 berekend aantal punten over haar instellingen voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden en/of oprichting van betrekkingen voor tijdelijke personeelsleden in de ambten van het ondersteunend personeel. Heeft de scholengemeenschap hierna nog punten over, dan kan zij deze punten vrij toekennen aan één of meer instellingen die behoren tot de scholengemeenschap : - voor de ondersteuning van de scholengemeenschap, zoals bepaald in artikel 99; - voor de toekenning van een hogere weddenschaal aan een personeelslid volgens artikel 55 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en volgens artikel 44 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. §
- Een tijdelijk personeelslid kan slechts worden aangeworven in een betrekking van een ambt van het ondersteunend personeel of een personeelslid kan slechts worden herbenoemd in hetzelfde ambt met een hogere weddenschaal zoals bedoeld in §§ 2 tot 4, mits naleving van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis en reaffectatie. Een tijdelijk personeelslid dat op grond van wat voorafgaat wordt aangeworven in een vacante betrekking, kan slechts worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarde is voldaan. Vaste benoeming in een vacante betrekking is slechts mogelijk voorzover binnen de instellingen van dezelfde scholengemeenschap de som van het aantal vacante betrekkingen in een ambt van het ondersteunend personeel de som van het aantal personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking, en gereaffecteerd zijn in een niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, overschrijdt. Vaste benoeming kan enkel in het positieve verschil dat voormelde som oplevert. De personeelsleden van de scholengemeenschap die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel en die gereaffecteerd zijn in een vacante betrekking van het ondersteunend personeel, kunnen
voorgaand lid wel worden vast benoemd in de vacante betrekking waarin zij zijn gereaffecteerd. De bepalingen inzake vaste benoeming zoals ze zijn vastgelegd in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en in het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven onverminderd van toepassing. §
- De Vlaamse regering legt voor het ondersteunend personeel de bepalingen vast inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. §
- De bepalingen van § 1 tot en met § 5 zijn niet van toepassing op het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Artikel 98bis.§
- De instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap, wendt het volgens artikel 96 berekend aantal punten aan voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in ambten van het ondersteunend personeel. Zij houdt daarbij steeds rekening met artikel
- Heeft de instelling na voormelde verplichting nog punten over, dan kan zij deze punten vrij aanwenden : - voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel; - voor de toekenning van een hogere weddenschaal aan een personeelslid volgens artikel 55 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en volgens artikel 44 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. § 2.
§ 1
ontvangt de instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap tijdens het schooljaar 2001-2002 voldoende punten voor de instandhouding van de betrekkingen in de ambten van het administratief personeel, het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel die de instelling op 30 juni 2001 inrichtte. Hierbij gelden volgende principes : 1° de betrekkingen in ambten van het administratief personeel, het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel die de instelling op 30 juni 2001 inrichtte, worden op 1 september 2001 omgevormd naar betrekkingen van het ondersteunend personeel rekening houdend met artikel 97;2° is het volgens artikel 96 berekend aantal punten kleiner dan het aantal punten waar de instelling op 1 september 2000 recht op had volgens het op dat ogenblik geldende puntensysteem, dan ontvangt de instelling het aantal punten waar ze op 1 september 2000 recht op had;3° volstaat het in 2° bedoelde aantal punten waar de instelling op 1 september 2000 recht op had, niet om de betrekkingen in stand te houden die de instelling op 30 juni 2001 inrichtte, dan ontvangt de instelling voldoende punten om deze betrekkingen, rekening houdend met 1°, in stand te houden tijdens het schooljaar 2001-2002. § 3.
§ 1
ontvangt de instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort tijdens de schooljaren 2002-2003 tot en met 2004-2005, rekening houdend met artikel 97, in principe voldoende punten voor de instandhouding van de betrekkingen in de ambten van het ondersteunend personeel die de instelling op 30 juni van het voorafgaande schooljaar inrichtte. Is het volgens artikel 96 berekend aantal punten kleiner dan het aantal punten nodig om de betrekkingen in stand te houden die de instelling op 30 juni van het voorafgaande schooljaar inrichtte, dan ontvangt de instelling 90 % van het aantal punten nodig om deze betrekkingen, rekening houdend met 1°, in stand te houden. Dit puntenaantal wordt steeds afgerond naar boven naar het aantal punten dat de instelling nodig heeft om de dichtstbijliggende betrekking in stand te houden. § 4. Een tijdelijk personeelslid kan slechts worden aangeworven in een vacante betrekking van een ambt van het ondersteunend personeel of een personeelslid kan slechts worden herbenoemd in hetzelfde ambt met een hogere weddenschaal zoals bedoeld in § 1, mits naleving van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis en reaffectatie. Een tijdelijk personeelslid dat op grond van wat voorafgaat wordt aangeworven in een vacante betrekking, kan slechts worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarde is voldaan. Vaste benoeming in een vacante betrekking is slechts mogelijk voorzover binnen de instellingen van dezelfde inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, de som van het aantal vacante betrekkingen in een ambt van het ondersteunend personeel de som van het aantal personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking, en gereaffecteerd zijn in een niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, overschrijdt. Vaste benoeming kan enkel in het positieve verschil dat voormelde som oplevert. De personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel en die gereaffecteerd zijn in een vacante betrekking van het ondersteunend personeel, kunnen
voorgaand lid wel worden vast benoemd in de vacante betrekking waarin zij zijn gereaffecteerd. De bepalingen inzake vaste benoeming zoals ze zijn vastgelegd in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en in het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven onverminderd van toepassing. § 5. De Vlaamse regering legt voor het ondersteunend personeel de bepalingen vast inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. § 6. De bepalingen van § 1 tot en met § 4 zijn niet van toepassing op het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Artikel 99.§ 1. Heeft de scholengemeenschap na toekenning van de punten aan elke instelling van de scholengemeenschap, zoals bepaald in artikel 98, §§ 2 tot 4, nog voldoende punten over dan kan zij een deel van deze punten aanwenden ter ondersteuning van de scholengemeenschap. § 2. De scholengemeenschap kan ter ondersteuning van de scholengemeenschap een aantal punten voorafnemen van haar puntenenveloppe. Voor het schooljaar 2001-2002 bedraagt deze voorafname maximum 5 % van de totale puntenenveloppe. Volstaat deze 5 % voorafname evenwel niet om een volledige betrekking op te richten, dan mag de scholengemeenschap deze 5 % overschrijden tot een maximum van 120 punten. Voor het schooljaar 2002-2003 bedraagt deze voorafname maximum 2 % van de totale puntenenveloppe. Volstaat deze 2 % voorafname evenwel niet om een volledige betrekking op te richten, dan mag de scholengemeenschap deze 2 % overschrijden tot een maximum van 120 punten. De Vlaamse regering kan vanaf het schooljaar 2003-2004 een hoger percentage vastleggen, ten hoogste gelijk aan 5 %. Zij kan daarbij de doelstellingen vastleggen waarvoor deze verhoogde voorafname wordt aangewend. Bedoeld besluit wordt aangenomen op eensluidend advies van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties. § 3. De scholengemeenschap kan deze punten aanwenden voor het oprichten van één of meer betrekkingen in ambten van het onderwijzend en/of bestuurspersoneel. Deze punten worden als volgt aangewend : - als een betrekking in een ambt van het onderwijzend personeel wordt opgericht, en het personeelslid dat erin wordt aangesteld heeft recht op weddenschaal 501, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht. Voor een deeltijdse betrekking komt 1 uur leraar overeen met 6 punten; - als een betrekking in een ambt van het onderwijzend personeel wordt opgericht, en het personeelslid dat erin wordt aangesteld heeft recht op een andere weddenschaal dan weddenschaal 501, worden voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht. Voor een deeltijdse betrekking komt 1 uur leraar overeen met 4 punten; - als een betrekking in een ambt van het bestuurspersoneel wordt opgericht, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht. Voor een halftijdse betrekking worden 60 punten in rekening gebracht. § 4. Het personeelslid dat in de betrekking bedoeld in § 3 wordt aangesteld, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid in een instelling van de scholengemeenschap. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van volgende bepalingen : - de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. De inrichtende macht van de instelling waaraan de betrekking wordt toegewezen, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid; - de inrichtende macht van de instelling waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in deze betrekking een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikel 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs; - de betrekking kan niet worden vacant verklaard. De inrichtende macht kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. » Artikel III.28. Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 99bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 99bis.§ 1. Naast het volgens artikel 96 berekend aantal punten, ontvangt de scholengemeenschap jaarlijks een forfaitaire puntenenveloppe van 120 punten. § 2. Naast de in § 1 bedoelde puntenenveloppe ontvangt de scholengemeenschap jaarlijks een bijkomende forfaitaire puntenenveloppe waarvan de grootte wordt bepaald door de som van het aantal regelmatige leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar van alle instellingen behorende tot de scholengemeenschap. Deze enveloppe is als volgt samengesteld : - wanneer de scholengemeenschap tussen 4.000 en 6.499 leerlingen telt, ontvangt ze 60 punten; - wanneer de scholengemeenschap tussen 6.500 en 7.999 leerlingen telt, ontvangt ze 120 punten; - wanneer de scholengemeenschap meer dan 8.000 leerlingen telt, ontvangt ze 180 punten. § 3. De scholengemeenschap wendt de in §§ 1 en 2 bedoelde punten naar keuze aan : 1° voor het school- of klasvrij maken van het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur;2° voor het school- of klasvrij maken van het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur;3° voor het school- of klasvrij maken van een ander personeelslid dan bedoeld in 1° en 2°;4° voor ondersteunend personeel. Behoort de scholengemeenschap alleen tot het gemeenschapsonderwijs, dan is zij verplicht om 120 punten aan te wenden om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur van de scholengroep waartoe zij behoort school- of klasvrij te maken. Indien een scholengroep meerdere scholengemeenschappen telt, draagt elke scholengemeenschap verhoudingsgewijs bij om dit puntenaantal te bereiken. Indien een scholengroep ten minste één netoverschrijdende scholengemeenschap telt, wordt in de overeenkomst van deze scholengemeenschap vastgelegd op welke wijze aan deze verhoudingsgewijze bijdrage wordt voldaan. Eens de scholengemeenschap haar keuze heeft bepaald, geldt deze keuze voor de duur waarvoor de scholengemeenschap is opgericht. In het geval de scholengemeenschap tijdens de periode waarvoor zij is opgericht niet langer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 2 en aldus geen recht meer heeft op een bijkomende forfaitaire enveloppe of haar bijkomende forfaitaire enveloppe kleiner wordt, kan zij haar keuze herzien. § 4. In afwijking op § 1 geldt deze bepaling voor de instellingen van het Gemeenschapsonderwijs die in Duitsland gelegen zijn. Het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur van de scholengroep wordt school- of klasvrij gemaakt. Dit personeelslid kan worden vervangen volgens de geldende reglementaire bepalingen. § 5. Als de scholengemeenschap kiest voor het school- of klasvrij maken van een personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur of van coördinerend directeur, worden 120 punten in rekening gebracht als het personeelslid voor een voltijdse opdracht wordt vrijgemaakt. Wordt het personeelslid voor een halftijdse opdracht school- of klasvrij gemaakt, dan worden 60 punten in rekening gebracht. Het personeelslid dat school- of klasvrij wordt gemaakt, kan worden vervangen volgens de geldende reglementaire bepalingen. § 6. Als de scholengemeenschap punten aanwendt voor het school- of klasvrij maken van een ander personeelslid of voor het ondersteunend personeel, kan zij één of meer betrekkingen oprichten in ambten van het onderwijzend personeel, het bestuurspersoneel of het ondersteunend personeel. Deze punten worden als volgt aangewend :
- a)als in toepassing van § 3, 3°, een betrekking in een ambt van het onderwijzend personeel wordt opgericht, en het personeelslid dat erin wordt aangesteld heeft recht op weddenschaal 501, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht.Voor een deeltijdse betrekking komt 1 uur leraar overeen met 6 punten;
- b)als in toepassing van § 3, 3°, een betrekking in een ambt van het onderwijzend personeel wordt opgericht, en het personeelslid dat erin wordt aangesteld heeft recht op een andere weddenschaal dan weddenschaal 501, worden voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht.Voor een deeltijdse betrekking komt 1 uur leraar overeen met 4 punten;
- c)als in toepassing van § 3, 3°, een betrekking in een ambt van het bestuurspersoneel wordt opgericht, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht.Voor een halftijdse betrekking worden 60 punten in rekening gebracht;
- d)als in toepassing van § 3, 4°, de scholengemeenschap beslist deze punten aan te wenden voor een ambt van het ondersteunend personeel, gelden de bepalingen van artikel 98. § 7. Het personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking bedoeld in § 6, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid in een instelling van de scholengemeenschap. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van volgende bepalingen : - de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. De inrichtende macht van de instelling waaraan de betrekking wordt toegewezen, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid; - de inrichtende macht van de instelling waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in deze betrekking een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikel 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs; - de betrekking kan niet worden vacant verklaard. De inrichtende macht kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. § 8. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regeling van de administratieve en geldelijke toestand van de personeelsleden die worden aangesteld volgens de bepalingen van dit artikel. » Afdeling 5. - Inwerkingtreding Artikel III.29. De artikelen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met ingang van 1 september 2002, uitgezonderd : 1° artikel III.24, 1° en III.26, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998; 2° artikel III.18, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2001; 3° artikel III.5, III.8, III.9, III.15, III.22, III.23, III.24, 2° en III.27, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2001; 4° artikel III.10, dat uitwerking heeft met ingang van 15 mei 2002; 5° artikel III.19 en III.20, die uitwerking hebben met ingang van 1 juni 2002. HOOFDSTUK IV. - Permanente vorming Afdeling 1. - Deeltijds kunstonderwijs Artikel IV.1. Artikel 100ter van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 100ter.Voor het schooljaar 2002-2003 bedraagt het inschrijvingsgeld : 1° 158 euro;2° 91 euro als de leerling recht heeft op het verminderde inschrijvingsgeld bedoeld in artikel 100quater;3° 48 euro als de leerling de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie;4° 31 euro als de leerling de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het betrokken schooljaar en recht heeft op het verminderde inschrijvingsgeld bedoeld in artikel 100quater. De inschrijvingsgelden voor het deeltijds kunstonderwijs worden jaarlijks met ingang van 1 september aangepast aan de evolutie van de index der consumptieprijzen. De basisindex is deze van de maand september 2002. De nieuwe index is die van de maand februari van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de nieuwe inschrijvingsgelden van toepassing zijn. Het bedrag wordt afgerond naar de hogere eenheid. » Afdeling 2. - Volwassenenonderwijs Artikel IV.2. Artikel 17, § 8, van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs wordt vervangen door wat volgt : « § 8. De directeurs, in dienst op 30 juni 2000 en houder van een diploma van het hoger onderwijs van het korte type, komen in aanmerking voor een vaste benoeming in de zin van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, respectievelijk van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voorzover zij : 1° op de datum van benoeming aan de andere dan de voorwaarden inzake bekwaamheidsbewijzen voldoen;2° titularis zijn van de betrekking.» Artikel IV.3. In artikel 3 van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten1 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° basisvorming : de algemeen vormende inhouden die in functie van een bepaald structuuronderdeel aan elke cursist zonder uitzondering dienen te worden onderwezen met het oog op het functioneren in de samenleving en het uitbouwen van een persoonlijk leven;»; 2° 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° beroepsopleiding : een samenhangend geheel van opleidingsactiviteiten gericht op het kritisch-creatief uitoefenen van één of meer beroepen;»; 3° 5° wordt opgeheven;4° 9° wordt vervangen door wat volgt : « 9° certificaat : een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs waarmee wordt vastgesteld dat een regelmatige cursist met goed gevolg een modulaire opleiding heeft doorlopen;»; 5° 10° wordt opgeheven;6° 12° wordt vervangen door wat volgt : « 12° deelcertificaat : een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs waarmee wordt vastgesteld dat een regelmatige cursist met goed gevolg een module heeft doorlopen;»; 7° 14° wordt vervangen door wat volgt : « 14° diploma : een door de Vlaamse Gemeenschap erkend studiebewijs door het bestuur uitgereikt aan een regelmatige cursist die met goed gevolg het secundair of hoger onderwijs heeft voltooid;»; 8° in 15° wordt het woord "basiscompetenties" vervangen door de woorden "specifieke eindtermen 9° 16° wordt opgeheven;10° 17° wordt vervangen door wat volgt : « 17° eindtermen : minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie.Met minimumdoelen wordt bedoeld : een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die cursistenpopulatie. De eindtermen worden vastgelegd per graad en per onderwijsvorm, behoudens in de derde graad van het beroepssecundair onderwijs waar afzonderlijke eindtermen worden vastgelegd voor de eerste twee jaren enerzijds en voor het derde jaar anderzijds. Eindtermen kunnen vakgebonden en vakoverschrijdend zijn. Elk centrum heeft de maatschappelijke opdracht de vakgebonden eindtermen met betrekking tot kennis, inzicht en vaardigheden bij de cursisten te bereiken. Het bereiken van de eindtermen zal worden afgewogen ten overstaan van de context van het centrum en de kenmerken van de cursistenpopulatie. Vakgebonden eindtermen worden vastgelegd voor de basisvorming, zoals bepaald in titel IV van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, zoals gewijzigd. Vakoverschrijdende eindtermen zijn minimumdoelen die niet specifiek behoren tot een vakgebied, maar ondermeer door middel van meerdere vakken of onderwijsprojecten worden nagestreefd; »; 11° 19° wordt vervangen door wat volgt : « 19° getuigschrift : een door de Vlaamse Gemeenschap erkend studiebewijs door het bestuur van een erkend centrum uitgereikt aan een regelmatig cursist die hetzij een afgerond geheel of het geheel van het secundair onderwijs heeft voltooid, maar niet in aanmerking komt voor een diploma, hetzij een opleiding van het pedagogisch hoger onderwijs heeft doorlopen;»; 12° 22° wordt vervangen door wat volgt : « 22° leerplan : plan waarin het bestuur desgewenst uitdrukkelijk de doelen voor haar cursisten formuleert vanuit het eigen pedagogisch project in het algemeen of de eigen visie op het vak in het bijzonder. In de leerplannen worden op herkenbare wijze de vakgebonden eindtermen/specifieke eindtermen opgenomen, voorzover ze bepaald zijn; »; 13° 23° wordt vervangen door wat volgt : « 23° leertraject : een door de Vlaamse Gemeenschap vastgelegde ordening van modules binnen een opleiding;»; 14° 24° wordt vervangen door wat volgt : « 24° leerweg : de individuele weg die een cursist volgt binnen één of meer leertrajecten;»; 15° 30° wordt vervangen door wat volgt : « 30° modulair stelsel : een onderwijssysteem waarin een cursist door de Vlaamse Gemeenschap vastgelegde modules volgt;»; 16° 31° wordt vervangen door wat volgt : « 31° module : het kleinste te certifiëren deel van een opleiding;»; 17° in 34° worden de woorden "kleuteronderwijs, lager onderwijs" vervangen door het woord "basisonderwijs";18° 35° wordt vervangen door wat volgt : « 35° opleiding : een geheel van onderwijs- en studieactiviteiten, vastgesteld door de Vlaamse Gemeenschap en bestaande uit basisvorming en/of een specifiek gedeelte;»; 19° 36° wordt vervangen door wat volgt : « 36° opleidingenstructuur : een geheel van alle per studiegebied/categorie geordende opleidingen die lineair en/of modulair worden georganiseerd.De opleidingenstructuur legt de relatie vast tussen de modules; »; 20° 37° wordt opgeheven;21° in 38° worden tussen de woorden "een opleiding" en de woorden "die leidt tot" de woorden "in het hoger onderwijs" ingevoegd;22° er wordt een 44°bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « 44°bis specifieke eindtermen : doelen met betrekking tot de vaardigheden, de specifieke kennis, inzichten en attitudes waarover een cursist beschikt om vervolgonderwijs aan te vatten en/of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren. De specifieke eindtermen worden verworven door middel van het specifiek gedeelte van een opleiding en worden ingedeeld in decretale specifieke eindtermen en afgeleide specifieke eindtermen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten5 betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs; »; 23° 45° wordt vervangen door wat volgt : « 45° specifiek gedeelte : het deel van een opleiding in het secundair onderwijs dat het karakteristieke ervan bepaalt;»; 24° 46° wordt vervangen door wat volgt : « 46° studiegebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen. In het hoger onderwijs worden de studiegebieden "categorieën" genoemd; »; 25° 47° wordt opgeheven. Artikel IV.4. In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid worden tussen de woorden "van de studiegebieden" en de woorden "die het mag inrichtend" de woorden "en categorieën" ingevoegd;2° het vierde en vijfde lid worden opgeheven. Artikel IV.5. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van Afdeling 3 van Hoofdstuk III vervangen door wat volgt : « Beroepsprofielen en eindtermen/specifieke eindtermen in het secundair onderwijs ». Artikel IV.6. Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 11.De Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen bepaalt de beroepsprofielen. Voor de studiegebieden algemene vorming, Nederlands tweede taal, talen en huishoudelijk onderwijs worden geen beroepsprofielen vastgelegd. » Artikel IV.7. Artikel 12 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 12.Voor het studiegebied algemene vorming gelden dezelfde eindtermen/specifieke eindtermen als voor de overeenkomstige opleidingen van het voltijds secundair onderwijs. De regering kan op basis van de eigenheid van het onderwijs voor sociale promotie bepaalde eindtermen schrappen of aanpassen. Zij legt deze schrappingen of aanpassingen binnen de maand na de goedkeuring aan het Vlaams Parlement ter bekrachtiging voor. Voor de opleidingen van de andere studiegebieden moeten de specifieke eindtermen gelijk zijn aan deze in het voltijds secundair onderwijs, indien deze opleidingen eveneens in het voltijds secundair onderwijs worden ingericht. Voor de opleidingen die specifiek zijn voor het volwassenenonderwijs worden de specifieke eindtermen vastgelegd zoals bepaald in artikel 2 van het decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten5 betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. » Artikel IV.8. Aan artikel 15 van hetzelfde decreet wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° het vak of de vakken waarmede elke module gelijk gesteld wordt. » Artikel IV.9. In artikel 16 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven. Artikel IV.10. In artikel 24 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, 3°, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : «
het eerste lid moet het aandeel contactonderwijs in het studiegebied algemene vorming minimaal 30 % bedragen.»; 2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Centra die het studiegebied algemene vorming inrichten kunnen binnen dit studiegebied ook examens afnemen van personen die geen lessen hebben gevolgd in het betrokken centrum. Deze examens zijn gebaseerd op het voor hen goedgekeurde leerplan. Aan deze personen wordt een examengeld gevraagd van maximum 12,5 euro. Dit bedrag kan door de Vlaamse regering gewijzigd worden. » Artikel IV.
- Artikel 27 van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing : « Artikel 27.§
- Contractonderwijs wordt niet door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd. Het wordt op basis van een overeenkomst tussen het bestuur en derden ingericht en bekostigd. Het bestuur verbindt er zich toe om tegen betaling door derden onderwijs voor dezen in te richten. §
- De cursussen Nederlands tweede taal georganiseerd in het kader van de inburgeringstrajecten zoals bedoeld in het decreet van 28 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten1 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid worden aangeboden onder de vorm van contractonderwijs. In de centra die het studiegebied Nederlands tweede taal inrichten, kunnen voormelde cursussen leiden tot een erkende studiebekrachtiging. De Vlaamse regering kan maatregelen uitwerken om te verhinderen dat personen die een inburgeringstraject bedoeld in het decreet van 28 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten1 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid doorlopen, overeenkomstig artikel 50, § 3, vrijgesteld worden van het inschrijvingsgeld. » Artikel IV.
- Artikel 41 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 41.§
- Een deelcertificaat bekrachtigt een module in het modulair georganiseerd onderwijs. §
- Een certificaat bekrachtigt een modulaire opleiding of optie met uitzondering van de opties van de opleiding algemene vorming ASO van de derde graad van het studiegebied algemene vorming en een opleiding van het pedagogisch hoger onderwijs. Tot een door de Vlaamse regering te bepalen datum kunnen de centra een supplement bij het certificaat uitreiken, zijnde een studiebewijs bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 1 juli 1957 houdende algemene regeling van de studiën in het secundair technisch onderwijs. §
- Een getuigschrift bekrachtigt een opleiding van het pedagogisch hoger onderwijs en een lineaire opleiding of optie met uitzondering van de opties van de opleiding algemene vorming ASO van de derde graad van het studiegebied algemene vorming. Tot een door de Vlaamse regering te bepalen datum kunnen de centra een supplement bij het certificaat uitreiken, zijnde een studiebewijs bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 1 juli 1957 houdende algemene regeling van de studiën in het secundair technisch onderwijs. §
- Een diploma bekrachtigt : 1° een optie van de opleiding algemene vorming ASO van de derde graad van het studiegebied algemene vorming;2° een opleiding algemene vorming TSO of BSO van de derde graad van het studiegebied algemene vorming, gecombineerd met een certificaat of een getuigschrift van een opleiding of optie van de derde graad van een ander studiegebied voorzover dat diploma in het voltijds secundair onderwijs wordt uitgereikt;3° een opleiding TSO of BSO van de derde graad van een ander studiegebied dan het studiegebied algemene vorming, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van secundair onderwijs, voor zover dat nieuw verworven diploma in het voltijds secundair onderwijs kan worden uitgereikt;4° een opleiding van het hoger onderwijs met uitzondering van het pedagogisch hoger onderwijs. § 5.
§§ 1
tot 4, kan de regering voor de voorlopige structuurschema's, bedoeld in artikel 75, § 1, derde lid, specifieke studiebewijzen vastleggen. » Artikel IV.
- In hetzelfde decreet wordt een artikel 48ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 48ter.De Vlaamse regering kan maatregelen nemen om de aangroei van het totaal aantal te financieren of te subsidiëren leraarsuren ten gevolge van de programmatie van nieuwe studiegebieden en/of categorieën, met uitzondering van het studiegebied Nederlands tweede taal, te beheersen. Zij kan daarbij, in verhouding tot deze aangroei, beperkingen opleggen op het totaal aantal leraarsuren of op het aantal leraarsuren per centrum. » Artikel IV.
- Aan artikel 49 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : «
het eerste lid wendt het bestuur de uren gegenereerd in het studiegebied Nederlands tweede taal exclusief aan voor onderwijsopdrachten Nederlands tweede taal. Uren toegekend binnen dit studiegebied kunnen niet overgedragen worden naar een ander centrum. » Artikel IV.15. In artikel