← België

Decreet betreffende het onderwijs XIV

Kort samengevat

Dit decreet regelt diverse aspecten van het onderwijs in Vlaanderen, met een focus op het basisonderwijs, inclusief kleuteronderwijs en huisonderwijs. Het introduceert wijzigingen in definities, toelatingsvoorwaarden, en de vaststelling van leerdoelen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
14 FEBRUARI 2003. - Decreet betreffende het onderwijs XIV (1) Het Vlaamse Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XIV HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Artikel II.1. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° aanvullende lestijden : lestijden toegekend voor godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing, lichamelijke opvoeding in het kleuteronderwijs en voor specifieke behoeften bepaald door de regering;»; 2° 10° wordt vervangen door wat volgt : « 10° POV : Provinciaal Onderwijs Vlaanderen;»; 3° er wordt een 43°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 43°bis plage : lestijden of uren buiten het lestijden- en urenpakket die zich situeren boven het minimum maar binnen het maximum van de hoofdopdracht;»; 4° in 44°, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "twee jaar en zes maanden";5° 54° wordt vervangen door wat volgt : « 54° urenpakket : a) in gewoon onderwijs : het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor kinderverzorgers in het kleuteronderwijs te bepalen;b) in het buitengewoon onderwijs : het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor het paramedisch, medisch, psychologisch, orthopedagogisch en sociaal personeel te bepalen.Dit pakket bestaat uit uren volgens de richtgetallen en aanvullende uren. » Artikel II.2. In artikel 5 van hetzelfde decreet worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "twee jaar en zes maanden". Artikel II.3. Artikel 12 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 12.§ 1. Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee jaar en zes maanden zijn. § 2. Voor het gewoon kleuteronderwijs gelden voor kinderen tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar de volgende instapdata : 1° de eerste schooldag na de zomervakantie;2° de eerste schooldag na de herfstvakantie;3° de eerste schooldag na de kerstvakantie;4° de eerste schooldag van februari;5° de eerste schooldag na de krokusvakantie;6° de eerste schooldag na de paasvakantie.» Artikel II.4. Artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 20.§ 1. Een regelmatige leerling is een leerling die : 1° voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals bepaald in de artikelen 12, 13, 15, of 16 of die hiervan afwijkt bij toepassing van de artikelen 17, 18 of 19;2° slechts in één school is ingeschreven. § 2. In het lager onderwijs, of als leerplichtige in het kleuteronderwijs, moet de leerling daarenboven voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° aanwezig zijn, behoudens gewettigde afwezigheid;2° deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem of zijn leergroep worden georganiseerd, behoudens vrijstelling bedoeld in de artikelen 29 en 30. Voor de duur van een experiment inzake de controle op de inschrijvingen en de controle op het geregeld schoolbezoek zijn de bepalingen van dit punt niet van toepassing op leerlingen die ingeschreven zijn in scholen die deelnemen aan het experiment. § 3. In het kleuteronderwijs worden de leerlingen die voldoen aan de bepalingen van § 1 vanaf twee jaar en zes maanden beschouwd als regelmatige leerling. In het gewoon kleuteronderwijs geldt deze bepaling vanaf de data waarop de leerlingen overeenkomstig artikel 12, § 2, mogen instappen. » Artikel II.5. In artikel 25, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "de artikelen 97 en 98" telkens vervangen door de woorden "artikel 97". Artikel II.6. In hetzelfde decreet wordt een artikel 26bis, 26ter en 26quater ingevoegd, die luiden als volgt : « Artikel 26bis.Ouders die opteren voor huisonderwijs zoals voorzien in artikel 25, § 1, verbinden zich ertoe onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat beantwoordt aan volgende minimumeisen : 1° het onderwijs is gericht op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene;2° het onderwijs bevordert het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van het kind zelf en van anderen. Artikel 26ter.§ 1. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen omschreven in artikel 26bis. § 2. De ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs. § 3. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee opeenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de in artikel 26bis bedoelde doelstellingen, schrijven de ouders de leerling in in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap. Artikel 26quater.De Vlaamse regering bepaalt de formele voorwaarden die moeten vervuld worden bij het organiseren van huisonderwijs. » Artikel II.7. In artikel 29 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "bij de eerste inschrijving" vervangen door de woorden "bij elke inschrijving";2° aan het derde lid wordt de volgende zin toegevoegd : « De lestijden waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere leergebieden.» Artikel II.8. In artikel 41, § 2, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « In de officiële scholen wordt het godsdienstonderwijs verstrekt door bedienaars van de betrokken godsdienst of door hun afgevaardigde. » Artikel II.9. Artikel 44 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 14 juli 1998, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 44.§ 1. De ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, eindtermen voor het gewoon lager onderwijs en ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse regering legt het besluit ten laatste één maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De eindtermen en ontwikkelingsdoelen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft. § 2. De regering houdt hierbij rekening met wat volgt : 1° Ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie en die de school bij haar leerlingen moet nastreven.2° Eindtermen voor het lager onderwijs zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.Met minimumdoelen wordt bedoeld : een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bestemd voor die leerlingenpopulatie. Eindtermen kunnen leergebiedgebonden of leergebiedoverschrijdend zijn. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht de leergebiedgebonden eindtermen met betrekking tot kennis, inzicht en vaardigheden bij de leerlingen te bereiken. Het bereiken van de eindtermen zal worden afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie. De leergebiedgebonden eindtermen met betrekking tot attitudes dienen door elke school bij de leerlingen te worden nagestreefd. Leergebiedoverschrijdende eindtermen zijn minimumdoelen die niet specifiek behoren tot één leergebied, maar onder meer door middel van meer leergebieden of onderwijsprojecten worden nagestreefd. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht de leergebiedoverschrijdende eindtermen bij de leerlingen na te streven. De school toont aan dat ze met een eigen planning aan de leergebiedoverschrijdende eindtermen werkt. 3° Ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor zoveel mogelijk leerlingen van de leerlingenpopulatie.In samenspraak met het centrum voor leerlingenbegeleiding en zo mogelijk in overleg met de ouders en eventueel andere betrokkenen, kiest de klassenraad de ontwikkelingsdoelen die aan individuele leerlingen of groepen worden aangeboden en uitdrukkelijk nagestreefd. De ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs kunnen worden vastgelegd per type. 4° Voor het onderwijs in een erkende godsdienst, een op die godsdienst berustende zedenleer, in de niet-confessionele zedenleer, de eigen cultuur en religie en de cultuurbeschouwing worden geen eindtermen of ontwikkelingsdoelen bepaald.» Artikel II.10. In artikel 44bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 09/09/1997 numac 1997036116 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Tunesië anderzijds, met de Bijlagen I, II, III, IV, V, VI, VII, de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5, en de Slotakte, ondertekend in Brussel op 17 juli 1995 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3, eerste lid wordt tussen de woorden "het schooljaar waarin de" en de woorden "ontwikkelingsdoelen/eindtermen zullen gelden" het woord "vervangende" ingevoegd;2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.In afwijking van wat bepaald is in § 3, kan het schoolbestuur een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van één maand na de publicatie van een bekrachtigingsdecreet, indien deze publicatie gebeurt na 1 september van het schooljaar voorafgaand aan de inwerkingtreding. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is het schoolbestuur gebonden door de eindtermen en ontwikkelingsdoelen vanaf 1 september volgend op de bekrachtiging van de goedkeuring van de afwijkingsaanvraag. » Artikel II.11. Aan artikel 46 van hetzelfde decreet worden twee nieuwe leden toegevoegd, die luiden als volgt : « Bepaalde eindtermen of ontwikkelingsdoelen van het gewoon basisonderwijs of van andere types van het buitengewoon basisonderwijs kunnen door een beslissing van de klassenraad in een handelingsplan worden opgenomen. Het handelingsplan wordt opgemaakt door de klassenraad, in samenspraak met het CLB en indien mogelijk met de ouders. » Artikel II.12. Artikelen 59 en 60 van hetzelfde decreet worden opgeheven. Artikel II.13. Aan artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998 en 23 juli 2001, waarvan de huidige tekst § 1 wordt, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden : 1° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerling;2° de leerplannen volgen van het gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV, of eigen leerplannen ermee verenigbaar;3° een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter bedoeld in 1°;4° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV;5° het godsdienstonderwijs of het onderwijs in de niet-confessionele zedenleer wordt door een leermeester gegeven.» Artikel II.14. In artikel 64 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden "artikel 62" vervangen door de woorden "artikel 62, § 1";2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.De regering kan de erkenning van een school of een vestigingsplaats ervan opheffen op advies van een college van inspecteurs wanneer aan één of meer voorwaarden van artikel 62, § 2, niet meer volledig voldaan is. Het college wordt aangeduid door de regering en is samengesteld uit inspectieleden afkomstig uit het officieel onderwijs. De regering bepaalt, met inachtname van de hoorplicht, de werking en de organisatie van het college alsook de voorwaarden en de procedure voor de opheffing van de erkenning. Bedoeld besluit wordt aangenomen bij wijze van bekrachtiging van een gezamenlijk voorstel van de Vlaamse regering, de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het officieel gesubsidieerd onderwijs. » Artikel II.15. Aan artikel 64, § 1, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « De regering en het college van inspecteurs houden terzake rekening met de bepalingen van artikel 44. » Artikel II.16. In artikel 82bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten en gewijzigd bij de decreten van 22 december 1999 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Het globale werkingsbudget van het gefinancierd en het gesubsidieerd basisonderwijs wordt gefaseerd verhoogd met 119,04 miljoen euro als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "99,21 miljoen euro" vervangen door de woorden "119,04 miljoen euro". Artikel II.17. Artikel 97 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 97.Elke officiële school voor gewoon onderwijs kan de vrije keuze verzekeren indien zij begeleid wordt door een officieel CLB en indien de oudervereniging van de school aansluit bij het ondersteuningscentrum van ouderverenigingen van het officieel onderwijs. » Artikel II.18. Artikel 98 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, wordt opgeheven. Artikel II.19. In artikel 100, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten4, worden de woorden "per onderwijsniveau" geschrapt. Artikel II.20. In hetzelfde decreet wordt vóór Afdeling 1 van Hoofdstuk IX een artikel 126bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 126bis.Personeelsleden kunnen niet belast worden met lestijden of uren buiten het lestijden- en urenpakket, behoudens indien deze in de plage gelegen zijn. Als een schoolbestuur dit verbod overtreedt, valt de bezoldiging ten laste van het schoolbestuur. » Artikel II.21. Artikel 142 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 142.§ 1. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde beslist, met toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap, overleg en onderhandeling, over de aanwending van het lestijdenpakket, alsook over : 1° de herverdeling, binnen eenzelfde school, van lestijden tussen de verschillende niveaus;2° de overdracht van lestijden naar een andere school van eenzelfde of een ander schoolbestuur, zonder dat de overdracht meer mag bedragen dan drie procent van het totale lestijdenpakket dat het lopende schooljaar wordt gefinancierd of gesubsidieerd voor de school die overdraagt. § 2. De overdracht van lestijden moet vóór 15 oktober van het lopende schooljaar gebeuren. § 3. Er kunnen geen lestijden overgedragen worden van een school of afdeling van het Nederlands taalstelsel naar een school of afdeling van het Frans taalstelsel of omgekeerd. » Artikel II.22. In hetzelfde decreet wordt in Onderafdeling A van Afdeling 3 van Hoofdstuk IX, een artikel 146ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 146ter.§ 1. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde beslist, met toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap, overleg en onderhandeling, over de aanwending van het afzonderlijk urenpakket, alsook over de overdracht van uren naar een andere school van eenzelfde of een ander schoolbestuur, zonder dat de overdracht meer mag bedragen dan drie procent van het totale afzonderlijke urenpakket kinderverzorger dat het lopende schooljaar wordt gefinancierd of gesubsidieerd voor de school die overdraagt. § 2. De beginselen bepaald in artikel 142, §§ 2 en 3, 143 en 144 zijn van overeenkomstige toepassing op deze overdracht. » Artikel II.23. In hetzelfde decreet wordt in Onderafdeling B van Afdeling 3 van Hoofdstuk IX, een artikel 153bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 153bis.§ 1. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde beslist, met toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap, overleg en onderhandeling, over de aanwending van het urenpakket paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel alsook over de overdracht van uren naar een andere school voor buitengewoon basisonderwijs van eenzelfde of een ander schoolbestuur, zonder dat de overdracht meer mag bedragen dan drie procent van het totale afzonderlijke urenpakket paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel dat het lopende schooljaar wordt gefinancierd of gesubsidieerd voor de school die overdraagt. § 2. De beginselen bepaald in artikel 142, §§ 2 en 3, 143 en 144 zijn van overeenkomstige toepassing op deze overdracht. » Artikel II.24. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk XIIbis, bestaande uit artikel 173bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : "HOOFDSTUK XIIbis. - Bijzondere bepalingen voor gesubsidieerde officiële scholen Artikel 173bis.Een openbaar bestuur kan de onderwijsbevoegdheid van een gesubsidieerde officiële school slechts overdragen aan een schoolbestuur uit het vrij onderwijs, indien het in de nodige garanties voorziet opdat de keuze wordt aangeboden tussen onderricht in één der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer. De regelen, bepaald in het eerste lid, betreffen de overdracht van onderwijsbevoegdheid die ingang vinden vanaf 1 september 2002. » Artikel II.25. Artikelen 187 en 188 van hetzelfde decreet worden opgeheven. Artikel II.26. Artikel 191 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 191.Leerlingen die vóór 1 september 2003 op basis van de vigerende regelgeving inzake vrije keuze recht hebben op een tussenkomst in de kosten van het vervoer naar een bepaalde school, behouden dat recht totdat ze het lager onderwijs beëindigd hebben of van school veranderen. » Artikel II.27. Artikel 194 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 20 oktober 2000 en 13 juli 2001, wordt opgeheven. Artikel II.28. In artikel 195, 5°, van hetzelfde decreet worden de woorden "1 september 2002" vervangen door de woorden "1 september 2003". Artikel II.29. De bepalingen van dit hoofdstuk treden als volgt in werking : 1° artikel II.19, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1997; 2° artikel II.1, 1° en 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001; 3° artikel II.1, 2°, 3° en 4°, II.2, II.3, II.4, II.6, II.7, II.11, II.12, II.16, II.20, II.21, II.22, II.23, II.24, II.25, II.27 en II.28, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2002; 4° artikel II.5, II.8, II.13, II.14, II.17, II.18 en II.26, die in werking treden op 1 september 2003; 5° artikel II.9, II.10 en II.15, die in werking treden op 1 september 2004. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling 1. - Wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen Artikel III.1. Artikel 9 van de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van de studietoelagen wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 9.De Vlaamse regering bepaalt de criteria voor het vaststellen van het bedrag van de studietoelagen. Zij houdt daarbij rekening met : 1° het gezinsinkomen.Zij onderscheidt daartoe meerdere inkomenscategorieën; 2° het aantal personen ten laste van het gezinshoofd;3° het leerjaar van de leerling;4° het feit of de leerling extern of intern is. De bedragen mogen niet lager zijn dan de vigerende bedragen in het schooljaar 2001-2002. » Afdeling 2. - Wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht Artikel III.2. In artikel 1 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht wordt § 6 vervangen door wat volgt : « § 6. Aan de leerplicht kan eveneens worden voldaan door het verstrekken van huisonderwijs. Huisonderwijs is onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, beslist hebben zelf dit onderwijs te organiseren en te bekostigen. De personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben die opteren voor huisonderwijs, verbinden zich ertoe onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat beantwoordt aan volgende minimumeisen : 1° het onderwijs is gericht op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene;2° het onderwijs bevordert het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van het kind zelf en van anderen. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen omschreven in het derde lid. De personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee opeenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de in het derde lid bedoelde doelstellingen, schrijven de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben de leerling in in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse regering bepaalt de formele voorwaarden die moeten vervuld worden bij het organiseren van huisonderwijs. » Afdeling 3. - Decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II Artikel III.3. Artikel 47 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, gewijzigd bij het decreet van 19 april 1995 en vervangen door het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten8, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 47.Voor het buitengewoon secundair onderwijs : 1° is de onderafdeling 3bis van toepassing op alle opleidingsvormen;2° is de onderafdeling 4 enkel van toepassing op opleidingsvorm 4, met uitzondering van de ziekenhuisscholen;3° is de onderafdeling 5 op geen enkele opleidingsvorm van toepassing;4° zijn de onderafdelingen 1, 2, 3 en 6 enkel van toepassing op opleidingsvorm 4.» Artikel III.4. Aan artikel 48 van hetzelfde decreet wordt een 10° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 10° betrokken personen : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf. » Artikel III.5. In artikel 50, § 5, van hetzelfde decreet wordt 7°, ingevoegd bij het decreet van 21 december 1994, vervangen door wat volgt : « 7° onthaalonderwijs, zijnde een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers in staat stelt om in te stromen in het Nederlandstalig onderwijs. Dit onderwijsaanbod is gericht op taalvaardigheid en inburgering. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen inzake de afbakening van de doelgroep, de organisatie en de financiering van dit onderwijsaanbod. » Artikel III.6. In hetzelfde decreet wordt een onderafdeling 3bis ingevoegd, bestaande uit artikel 52bis tot en met 52quater, die luidt als volgt : « Onderafdeling 3bis. - Cursussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer in het officieel onderwijs Artikel 52bis.In de officiële voltijds secundaire scholen, met uitzondering van de vierde graad, omvat het onderwijsaanbod wekelijks ten minste twee lesuren onderwijs in de erkende godsdiensten en in de op die godsdiensten berustende zedenleer en ten minste twee lesuren onderwijs in de niet-confessionele zedenleer. Artikel 52ter.§ 1. Bij elke inschrijving van de leerling in het officieel voltijds secundair onderwijs, met uitzondering van de vierde graad, bepalen de betrokken personen, bij ondertekende verklaring, of de leerling een cursus in één der erkende godsdiensten of een cursus niet-confessionele zedenleer volgt. Deze keuze kunnen zij bij het begin van elk schooljaar wijzigen. Betrokken personen die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling. De Vlaamse regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lesuren waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lesuren waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere onderdelen van het leerprogramma. § 2. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de keuze voor het onderricht in één der erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, evenals de eventuele aanvraag tot vrijstelling in samenspraak met de leerling. Artikel 52quater.Het niet naleven van de bepalingen inzake vrijstelling van de keuze, zoals bedoeld in artikel 52ter, § 2, tweede lid, kan, na aanmaning, aanleiding geven tot sancties. De sanctie voor de in overtreding zijnde inrichtende macht kan een gedeeltelijke terugbetaling zijn van de werkingsmiddelen van de betrokken school. De terugvordering of inhouding kan echter niet meer bedragen dan 10 procent van deze werkingsmiddelen en kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen zijn. De Vlaamse regering bepaalt de verdere regels voor de vaststelling van de overtreding en voor de toepassing van de sanctie en waarborgt de rechten van verdediging. » Artikel III.7. In artikel 57 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995, 8 juli 1996 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3 worden de woorden "de toepassing van § 1, 2°, en § 3bis" vervangen door de woorden "de beperkingen gesteld door of krachtens dit decreet";2° er wordt een § 3ter toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3ter.Wanneer de onderwijsinspectie in een onderwijsinstelling een kennelijk onverantwoord gebruik van de vrije aanwending, bedoeld in § 3, eerste lid, vaststelt, ten nadele van volgende groepen : - het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar, en/of - de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, en/of - de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, formuleert zij een omstandig en gemotiveerd advies ten behoeve van de Vlaamse regering. De Vlaamse regering kan de elementen van toetsing bepalen waarmee het advies dient rekening te houden. De Vlaamse regering kan op basis van dit advies ten aanzien van de betrokken onderwijsinstelling een norm bepalen, boven dewelke de in artikel 56, 1°, bedoelde uren-leraar, gegenereerd door de in het eerste lid bedoelde groepen, niet kunnen worden aangewend voor andere groepen. Zij kan daarbij evenwel bepalen dat deze norm kan worden overschreden binnen hetzelfde studiegebied. De Vlaamse regering bepaalt de nadere procedurele regelen ter zake, rekening houdend met de hoorplicht. » Artikel III.8. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 57bis.Het aantal organiseerbare plage-uren wordt gereduceerd volgens het hierna beschreven scenario. Voor de toepassing van dit scenario wordt verstaan onder : a) aantal uren-leraar : de uren verkregen in toepassing van artikel 57, § 1, en, in voorkomend geval, in toepassing van artikel 71 of artikel 74, vermeerderd of verminderd met de uren-leraar ingevolge herverdeling van uren-leraar door de inrichtende macht van de onderwijsinstelling, door overname van uren-leraar van het voorgaande schooljaar, door overname van uren-leraar van een andere onderwijsinstelling, ingevolge fusie of door toetreding tot een scholengemeenschap;b) plage-uren : de uren boven het minimum maar binnen het maximum aantal uren vereist voor het ambt met volledige prestaties van leraar of godsdienstleraar, ongeacht het feit of deze uren wel of niet worden geput uit de uren bedoeld onder a) . Scholen die behoren tot een scholengemeenschap : a) schooljaar 2001-2002 : voor scholen die tijdens het schooljaar 2000-2001 t.o.v. hun aantal uren-leraar meer dan 2,63 % plage-uren hebben georganiseerd, mag tijdens het schooljaar 2001-2002 het % niet hoger liggen dan het % van het schooljaar 2000-2001; b) schooljaar 2002-2003 : t.o.v. de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen mogen binnen de scholengemeenschap maximum 2,3 % plage-uren worden georganiseerd; c) schooljaar 2003-2004 : t.o.v. de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen mogen binnen de scholengemeenschap maximum 1,8 % plage-uren worden georganiseerd; d) vanaf het schooljaar 2004-2005 : t.o.v. de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen mogen binnen de scholengemeenschap maximum 1,3 % plage-uren worden georganiseerd. Scholen die niet behoren tot een scholengemeenschap : a) schooljaar 2001-2002 : voor scholen die tijdens het schooljaar 2000-2001 t.o.v. hun aantal uren-leraar meer dan 2,63 % plage-uren hebben georganiseerd, mag tijdens het schooljaar 2001-2002 het % niet hoger liggen dan het % van het schooljaar 2000-2001; voor scholen die tijdens het schooljaar 2000-2001 t.o.v. hun aantal uren-leraar niet meer dan 2,63 % plage-uren hebben georganiseerd, bedraagt tijdens het schooljaar 2001-2002 het maximum 2,63 %; b) vanaf het schooljaar 2002-2003 : het maximum %mag niet hoger liggen dan het % van het schooljaar 2001-2002. De scholengemeenschappen en de scholen informeren de bevoegde onderhandelingsorganen over de verdeling en aanwending van de plage-uren. » Artikel III.9. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 57ter.Bij toewijzing aan titularissen van het onderwijzend personeel of aan hun tijdelijke vervangers van opdrachten die niet gebaseerd zijn op het in artikel 57, § 3, bedoeld aantal uren-leraar, op andere gefinancierde of gesubsidieerde uren-leraar dan die bedoeld in artikel 57, § 3, of op plage-uren bedoeld in artikel 57bis, valt de bezoldiging ten laste van de inrichtende macht. » Artikel III.10 In artikel 58bis, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 1994 en vervangen bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten, wordt 3° vervangen door wat volgt : 1° 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° het aantal instellingen dat na de fusie overblijft moet kleiner zijn dan het oorspronkelijk aantal instellingen en mag gedurende de eerste vier schooljaren na de fusie niet toenemen.Vrijwillige fusies die vóór 15 mei 2002 aan het departement werden meegedeeld, komen in aanmerking voor het extra aantal wekelijkse uren-leraar indien het aantal instellingen dat na de fusie overblijft kleiner is dan of gelijk is aan het oorspronkelijk aantal instellingen; ». Artikel III.11. In artikel 66, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden "vijftien" en "negen" respectievelijk vervangen door de woorden "zestien" en "acht". Afdeling 4. - Decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten betreffende het basisonderwijs Artikel III.12. In artikel 2, 27°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten betreffende het basisonderwijs, worden de woorden "een op dezelfde datum" vervangen door de woorden "een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren". Artikel III.13. In artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet wordt het woord "kleding" vervangen door het woord "mode". Artikel III.14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 8bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 8bis.De opties "militaire en sociale wetenschappen" en "militaire bewapeningstechnieken" van het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs zijn voorbehouden voor de onderwijsinstellingen van de Krijgsmacht. Op deze opties zijn de bepalingen van artikel 4, 5 en 6 niet van toepassing. » Artikel III.15. In artikel 60 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 2, 2°, worden de volgende woorden toegevoegd : "in een niet-vacante betrekking";2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Dit artikel is niet meer van toepassing op vrijwillige fusies die ingaan vanaf 1 september 2001. » Artikel III.16. Artikel 65 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 65.§ 1. Scholengemeenschappen zijn samenwerkingsverbanden waarvan de werking geregeld wordt in hetzij de beslissing van de enige betrokken inrichtende macht, hetzij de overeenkomst tussen de verschillende betrokken inrichtende machten. Indien het gaat om samenwerkingsverbanden zonder beheersoverdracht, vallen de scholengemeenschappen onder de verantwoordelijkheid en het hiërarchisch toezicht van de betrokken inrichtende macht(en). Indien het gaat om samenwerkingsverbanden met beheersoverdracht, vallen de scholengemeenschappen onder de toezichtsvormen bepaald in het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro type decreet prom. 14/07/1998 pub. 02/09/1998 numac 1998035982 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake sociale werkplaatsen sluiten betreffende het Gemeenschapsonderwijs of de organieke regelgeving op de lokale besturen, respectievelijk de toezichtsvormen georganiseerd door de betrokken inrichtende macht(en). § 2. Beheersoverdracht is enkel mogelijk ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in artikel 71, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11°. » Artikel III.17. In artikel 68 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Een scholengemeenschap behoort tot één van de volgende contingenten : 1° gemeenschapsonderwijs : maximum 40 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad);2° gesubsidieerd officieel onderwijs : maximum 15 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad);3° gesubsidieerd confessioneel vrij onderwijs : maximum 80 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad);4° gesubsidieerd niet-confessioneel vrij onderwijs : maximum 5 scholengemeenschappen (waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad).» Artikel III.18. Artikel 71 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 71.Een scholengemeenschap : 1° maakt afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod, eventueel gespreid over de verschillende instellingen die de scholengemeenschap vormen;2° maakt afspraken over een objectieve leerlingen-oriëntering en -begeleiding en werkt daartoe samen met één psycho-medisch-sociaal centrum of centrum voor leerlingenbegeleiding;3° maakt afspraken over het personeelsbeleid, meer bepaald over de criteria voor het aanwerven, functioneren en evalueren van personeelsleden;4° maakt afspraken/beslist over de verdeling van de extra uren-leraar over haar instellingen.De verdelingscriteria worden onderhandeld in het lokaal comité. Bij ontstentenis van een akkoord binnen de scholengemeenschap over de verdelingscriteria, worden de extra uren-leraar recht evenredig verdeeld volgens het aandeel dat het pakket uren-leraar van elke afzonderlijke instelling uitmaakt binnen de totaliteit van de pakketten uren-leraar van de diverse instellingen die tot de scholengemeenschap behoren; 5° maakt afspraken over de vaststelling van de criteria en de aanwending van de wekelijkse uren-leraar die op het niveau van de scholengemeenschap kunnen worden samengevoegd;6° brengt advies uit inzake investeringen in schoolgebouwen en infrastructuur waarbij de inrichtende macht een beroep doet op de investeringsmiddelen van, naargelang van het geval, de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs of de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs;7° kan een samenwerkingsakkoord sluiten met een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs;een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs kan samenwerkingsakkoorden sluiten met verschillende scholengemeenschappen; 8° kan een samenwerkingsakkoord sluiten met één of meer instellingen voor secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren en/of met één of meer scholen voor basisonderwijs, met één of meer instellingen van deeltijds kunstonderwijs en/of één of meer centra voor volwassenenonderwijs;9° maakt afspraken/beslist over de verdeling van de punten voor het ondersteunend personeel over haar instellingen op basis van criteria vastgelegd na onderhandeling in het lokaal comité, rekening houdend met Titel XI van dit decreet;10° oefent de bevoegdheden uit zoals bepaald in het decreet van 8 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten3 houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt;11° maakt afspraken/beslist over de aanwending van de punten voor ICT-coördinatie.» Artikel III.19. Artikel 72 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 72.Inrichtende machten kunnen aan de scholengemeenschappen andere bevoegdheden toewijzen dan deze bepaald in artikel 71, tenzij dit bij wet, decreet of besluit wordt verboden. Voor wat betreft het gemeenschapsonderwijs gebeurt deze toewijzing op grond van artikel 4, § 2, van het bijzonder decreet. Indien bij de scholengemeenschap verschillende inrichtende machten zijn betrokken, dan zullen die de extra bevoegdheden bij schriftelijke overeenkomst vastleggen. » Artikel III.20. In hetzelfde decreet wordt een artikel 73bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 73bis.§ 1. In elke netoverschrijdende scholengemeenschap wordt een lokaal onderhandelingscomité van de scholengemeenschap opgericht, dat bevoegd is om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is. § 2. Hiertoe duidt elk lokaal onderhandelings- of basisoverlegorgaan van de scholen van de scholengemeenschap en/of het afzonderlijk bijzonder comité bij elke inrichtende macht van het officieel gesubsidieerd onderwijs, één vertegenwoordiger per representatieve vakorganisatie en één vertegenwoordiger van de betrokken inrichtende machten. » Artikel III.21. In artikel 74 van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Tot 15 november van het betrokken schooljaar kunnen door de betrokken inrichtende macht(en) tussen instellingen die niet behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, uren-leraar worden overgedragen, zoals bepaald in artikel 88, mits : 1° in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;2° onderhandeling in het lokaal comité.Indien er bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel worden uitgesproken, kan de overdracht evenwel enkel na akkoord in het lokaal comité; 3° melding aan de betrokken scholengemeenschap waartoe de begunstigde instelling behoort.» Artikel III.22. Aan artikel 77 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt vast benoemd door de inrichtende macht en wordt geaffecteerd aan een instelling die behoort tot die inrichtende macht, kunnen : 1° de leden van het bestuurspersoneel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;2° de leden van het ondersteunend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet.»; 2° § 2 wordt opgeheven;3° in § 3, eerste lid, worden de woorden "op § 1, 2° en 3°" vervangen door de woorden "op § 1, 2°" en worden de woorden "en het administratief personeel" geschrapt. Artikel III.23. Artikel 77bis van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, wordt opgeheven. Artikel III.24. Aan artikel 79 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden "artikel 98, 6°" vervangen door de woorden "artikel 98, § 7";2° § 2 wordt opgeheven. Artikel III.25. Artikel 80 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 80.Aan de scholengemeenschappen wordt het volgend aantal extra wekelijkse uren-leraar toegekend : - schooljaar 2002-2003 : 7.000 - schooljaar 2003-2004 : 14.000 - vanaf het schooljaar 2004-2005 : 20.000. Deze extra uren-leraar worden aangewend om : 1° het aantal plage-uren, bedoeld in artikel 57bis van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II te reduceren, en/of 2° de werkdruk te verminderen door aanrekening van klassenraad, klassendirectie, splitsing van klassen, lerarenondersteuning, stagebegeleiding en leerlingenbegeleiding op het pakket uren-leraar. De verdeling van deze extra uren-leraar, die uitsluitend voor de instellingen van de scholengemeenschap zijn bestemd, gebeurt trapsgewijs als volgt : het aantal uren-leraar dat elke scholengemeenschap ontvangt is recht evenredig met het aandeel van de som van de pakketten uren-leraar van de instellingen die de scholengemeenschap vormen in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle instellingen die tot een scholengemeenschap zijn toegetreden. Onder uren-leraar worden de organieke uren-leraar voor het voltijds secundair onderwijs, voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs verstaan. De scholengemeenschap verdeelt de extra uren-leraar op de wijze zoals bepaald in artikel 71, 4°. De scholengemeenschappen en de scholen informeren de bevoegde onderhandelingsorganen over de verdeling en aanwending van de extra wekelijkse uren-leraar. » Artikel III.26. In hetzelfde decreet wordt titel XI, bestaande uit artikel 93 tot 99, gewijzigd bij decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, vervangen door wat volgt : TITEL XI. - Ondersteunend personeel Afdeling 1. - Algemene bepalingen Artikel 93.Deze titel is van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs. Deze titel is niet van toepassing op de instellingen van het gemeenschapsonderwijs die in Duitsland gelegen zijn. Artikel 94.§ 1. De personeelscategorie "ondersteunend personeel" bestaat uit de volgende ambten : 1° administratief medewerker;2° opvoeder. § 2. De personeelscategorie "administratief personeel" bestaat uit de volgende ambten : 1° opsteller;2° klerk-typist;3° eerste opsteller;4° eerste klerk-typist. § 3. De personeelscategorie "opvoedend hulppersoneel" bestaat uit de volgende ambten : 1° opvoeder-huismeester;2° directiesecretaris;3° secretaris-bibliothecaris;4° studiemeester-opvoeder. § 4. De ambten, bedoeld in § 1 tot en met § 3, worden per ambt toegekend hetzij aan één enkel personeelslid, hetzij aan twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast. Artikel 95.In een instelling moeten de personeelsleden van het ondersteunend personeel, het administratief personeel en/of het opvoedend hulppersoneel uit ten minste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel bestaan. » Afdeling 2. - Oprichten van betrekkingen Onderafdeling 1. - Vaststellen van puntenwaarde Artikel 96.De oprichting van betrekkingen in de ambten, bedoeld in artikel 94, § 1 tot en met § 3, is gebaseerd op volgend puntensysteem : 1° aan elke instelling die niet de enige is binnen het betrokken onderwijsnet in de betrokken gemeente, wordt een aantal punten toegekend dat gelijk is aan de som van de producten van het aantal regelmatige leerlingen op de tellingsdatum, bedoeld in artikel 3, § 8, 1°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, toegevoegd bij het decreet van 31 juli 1990 en gewijzigd bij de decreten van 9 april 1992 en 25 juni 1992, met het overeenkomstig aantal punten per leerling, zoals hierna bepaald : a) voor de 1e tot de 270e leerling : 0,92;b) voor de 271e tot de 400e leerling : 0,80;c) voor de 401e tot en met de 800e leerling : 0,73; d) voor de 801e tot en met de 1.000e leerling : 0,50; e) vanaf de 1.001e leerling : 0,39. Voor de instellingen met ten minste 271 leerlingen wordt evenwel het resultaat van het product, bedoeld in a), beschouwd als gelijk aan 250 punten; 2° aan elke instelling die de enige is binnen het betrokken onderwijswet in de betrokken gemeente, wordt een aantal punten toegekend dat gelijk is aan : a) een forfaitair aantal punten afhankelijk van het aantal regelmatige leerlingen op de tellingsdatum, bedoeld in 1°, zoals hierna bepaald : - voor instellingen met maximum 97 leerlingen : 90; - voor instellingen met minimum 98 en maximum 172 leerlingen : 160; - voor instellingen met minimum 173 leerlingen : 250; b) voor een instelling met minimum 271 leerlingen wordt het forfaitair aantal punten, vastgesteld op 250 in a) , vermeerderd met een aantal punten dat gelijk is aan de som van de producten van het aantal regelmatige leerlingen op de tellingsdatum, bedoeld in 1°, met het overeenkomstig aantal punten per leerling, zoals hierna bepaald : - voor de 271e tot en met de 400e leerling : 0,80; - voor de 401e tot en met de 800e leerling : 0,73; - voor de 801e tot en met de 1.000e leerling : 0,50; - vanaf de 1.001e leerling : 0,39; 3° aan elke instelling wordt, bovenop het in 1° of 2°, naargelang van het geval, gestelde, een aantal punten toegekend dat gelijk is aan het product van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar B, in het beroepsvoorbereidend leerjaar en in de leerjaren van de tweede en de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, met 0,14 punten; 4° aan de centrale raad van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs wordt, ter uitvoering van de rekenplichtigheid, elk schooljaar een forfaitair aantal punten toegekend gelijk aan 5.330 punten. Met deze punten worden betrekkingen opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, rekening houdend met artikel 94, § 4, en artikel 97. De inrichtende macht is niet verplicht om op deze betrekkingen artikel 36bis, § 3, van het besluit van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage toe te passen. De inrichtende macht kan in deze betrekkingen een personeelslid vast benoemen. Op het ogenblik dat de instelling of vanaf 1 januari 2000 de scholengroep aan wie de punten zijn toegekend het personeelslid in dergelijke betrekking vast benoemt, blijven de punten toegekend aan die instelling of deze scholengroep. Artikel 97.§ 1. Aan elk van de ambten, bedoeld in artikel 94, § 1 tot en met § 3, wordt per betrekking onderstaand aantal punten gekoppeld : 1° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs : 63;2° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 106 : 100;3° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 158 : 82;4° administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs : 120;5° opvoeder met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs : 63;6° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 106 : 100;7° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type en met weddenschaal 158 : 82;8° opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs : 120;9° opsteller en eerste opsteller : 63;10° klerk-typist en eerste klerk-typist : 57;11° opvoeder-huismeester : 100;12° directiesecretaris : 100;13° secretaris-bibliothecaris met weddenschaal 122 : 77;14° secretaris-bibliothecaris …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.