📄 Wettekst
6 JULI 2017. - Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek, in het bijzonder met het oog op de invoering van een voorafgaand geschiktheidsvonnis in de procedure voor binnenlandse adoptie HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 2.In boek I, titel VIII, hoofdstuk I, afdeling 2, paragraaf 1, C, van het Burgerlijk Wetboek, wordt een artikel 346-1/1 ingevoegd, luidende : "Art. 346-1/1. De persoon of de personen met gewone verblijfplaats in België die een kind wensen te adopteren dat zijn gewone verblijfplaats ook in België heeft, moeten alvorens enige stappen met het oog op een adoptie te ondernemen, een vonnis verkrijgen waaruit blijkt dat zij bekwaam en geschikt zijn om een adoptie aan te gaan.
In afwijking van het eerste lid, moet de adoptant geen vonnis verkrijgen waaruit blijkt dat hij bekwaam en geschikt is om te adopteren alvorens hij de procedure tot totstandkoming van de adoptie opstart, wanneer hij een kind wenst te adopteren : 1° dat met hem, met zijn echtgenoot, met de persoon met wie hij samenwoont of met zijn voormalige partner, zelfs overleden, verwant is tot in de derde graad;of 2° met wie hij, vóór de voorgenomen adoptie, het dagelijkse leven heeft gedeeld;of 3° met wie hij, vóór de voorgenomen adoptie, een duurzame sociale en affectieve band tot stand heeft gebracht. In die gevallen wordt de geschiktheid van de adoptant door de familierechtbank beoordeeld tijdens de procedure tot totstandkoming van de adoptie.". Art. 3.In boek I, titel VIII, hoofdstuk I, afdeling 2, paragraaf 1, C, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 346-1/2 ingevoegd, luidende : "Art. 346-1/2. De geschiktheid wordt door de familierechtbank beoordeeld op grond van een door haar te bevelen maatschappelijk onderzoek.
Wanneer de procedure tot totstandkoming van de adoptie betrekking heeft op een kind bedoeld in artikel 346-1/1, tweede lid, heeft het maatschappelijk onderzoek dat wordt bevolen zowel betrekking op de geschiktheid van de kandidaat-adoptant als op het belang van het in de procedure bedoelde kind om te worden geadopteerd.
Wanneer de adoptant een in artikel 346-1/1, tweede lid, 1°, bedoeld kind wenst te adopteren, beslist de rechter over de opportuniteit om al dan niet dat maatschappelijk onderzoek te bevelen.
Om de geschiktheid van de adoptant te beoordelen houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met de persoonlijke, familiale en medische toestand van de betrokkene, en met zijn beweegredenen.". Art. 4.Artikel 346-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004, 20 juni 2012 en 30 juli 2013, wordt vervangen als volgt : "Art. 346-2. Vooraleer over hun geschiktheid wordt geoordeeld, moeten, in alle gevallen, de persoon of personen die een kind wensen te adopteren, de voorbereiding hebben gevolgd die door de bevoegde gemeenschap wordt verstrekt, en die meer bepaald de informatie inhoudt over de stappen in de procedure, de juridische en de andere gevolgen van de adoptie, en over de mogelijkheid en het nut van nazorg na de adoptie.
De voorbereiding is niet verplicht voor de adoptant of de adoptanten die voornoemde voorbereiding reeds gevolgd hebben bij een vorige adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend. De voorbereiding moet niet worden hernieuwd in het kader van de procedure tot verlenging van de termijn van geschiktheid om te adopteren.". Art. 5.In boek I, titel VIII, hoofdstuk I, afdeling 2, paragraaf 1, C, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 346-2/1 ingevoegd, luidende : "Art. 346-2/1. De federale centrale autoriteit bedoeld in artikel 360-1, 2°, stuurt de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap bedoeld in artikel 360-1, 3°, onverwijld de beslissingen die haar in afschrift zijn toegezonden door de griffier van de familierechtbank of van het hof van beroep, met betrekking tot de geschiktheid, de ongeschiktheid of de verlenging van de termijn van geschiktheid van de adoptant of de adoptanten, alsook het in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde schriftelijk advies van het openbaar ministerie.". Art. 6.In artikel 361-1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0, wordt het woord "interlandelijke" opgeheven. Art. 7.Artikel 361-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0, vervangen bij de wet van 30 december 2009 en gewijzigd bij de
wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/08/1998
pub.
30/04/1999
numac
1999015017
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het verdag van Amsterdam houdende wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie, de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijhorende akten, Bijlage, Protocollen A, B, C en D, en slotakte, gedaan te Amsterdam op 2 oktober 1997 (2)
type
wet
prom.
10/08/1998
pub.
11/12/1999
numac
1999015234
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996 (1)
sluiten5, wordt vervangen als volgt : "Art. 361-2. "De federale centrale autoriteit stuurt de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap onverwijld alle beslissingen die haar overeenkomstig de artikelen 1231-1/8, 1231-1/14 en 1231-57 van het Gerechtelijk Wetboek zijn toegezonden met betrekking tot de geschiktheid, de ongeschiktheid of de verlenging van de geschiktheid van de adoptant of de adoptanten, alsook het in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde schriftelijk advies van het openbaar ministerie.". Art. 8.In boek I, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, paragraaf 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 361-2/1 ingevoegd, luidende : "Art. 361-2/1. Het rapport bedoeld in artikel 15 van het Verdrag op grond waarvan aan de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst voldoende gegevens ter beschikking moeten worden gesteld met betrekking tot hun persoon om haar de mogelijkheid te bieden voor ieder kind voor wie een adoptie nodig is, de persoon of personen aan te wijzen die het kind de meest geschikte omgeving en de beste waarborgen voor een goede integratie kunnen bieden, bevat gegevens inzake hun identiteit, hun wettelijke bekwaamheid, hun persoonlijke, familiale en medische toestand, hun sociaal milieu, hun beweegredenen en hun geschiktheid om een adoptie aan te gaan, alsmede inzake de kinderen voor wie zij de zorg op zich zouden kunnen nemen.
Wanneer een beslissing tot verlenging van de termijn van geschiktheid van de adoptant of adoptanten de geschiktheidsvoorwaarden wijzigt, wordt een tweede verslag bijgevoegd dat enkel betrekking heeft op de nieuwe voorwaarden van die beslissing.
Ook het schriftelijk advies van het openbaar ministerie bedoeld in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt bijgevoegd.". Art. 9.In artikel 361-3, 2°, a) van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0, worden de woorden "en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan" opgeheven. Art. 10.In artikel 361-5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan" opgeheven;b) in de bepaling onder 3°, worden de woorden "van het verslag van het openbaar ministerie, overeenkomstig artikel 1231-33 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "van het schriftelijk advies van het openbaar ministerie, overeenkomstig artikel 1231-1/8 van het Gerechtelijk Wetboek". Art. 11.In artikel 363-1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de
wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten6, wordt het eerste lid aangevuld als volgt : ", en dat in dat laatste geval contact werd toegestaan door de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschappen in België". Art. 12.In artikel 365-4, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de
wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de eerste zin worden de woorden "wordt in tweevoud opgesteld en" opgeheven;2° de bepaling onder 8° wordt opgeheven. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 13.Artikel 1231-1 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en opgeheven bij de
wet van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
04/06/1999
numac
1999003329
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
22/06/1999
numac
1999009592
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
sluiten4, wordt hersteld als volgt : "Art. 1231-1. Telkens wanneer een verzoek houdende de erkenning in België van een vreemde beslissing inzake adoptie hangende is bij de federale centrale autoriteit of bij het rechtscollege waarbij het beroep aanhangig is gemaakt dat is ingesteld tegen de beslissing van de federale centrale autoriteit, kan de familierechtbank waarbij een verzoekschrift tot totstandkoming van een adoptie betreffende hetzelfde kind aanhangig is gemaakt pas uitspraak doen wanneer tegen de beslissing van de federale centrale autoriteit geen beroep meer mogelijk is of wanneer ingeval tegen die beslissing beroep is ingesteld, de beslissing van het rechtscollege waarbij dat beroep is ingesteld in kracht van gewijsde is gegaan.". Art. 14.In deel IV, boek IV, hoofdstuk VIIIbis, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 1bis ingevoegd, luidende : "Afdeling 1bis. - Bepalingen inzake de geschiktheid om te adopteren". Art. 15.In afdeling 1bis, ingevoegd bij artikel 14, wordt onderafdeling 1 ingevoegd, luidende : "Onderafdeling 1. - Algemene bepaling". Art. 16.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel 1231-1/1 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/1. Deze afdeling is van toepassing in de gevallen bedoeld in artikel 346-1/1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.". Art. 17.In afdeling 1bis, ingevoegd bij artikel 14, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende : "Onderafdeling 2. - Procedure houdende vaststelling van de geschiktheid om te adopteren". Art. 18.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 17, wordt een artikel 1231-1/2 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/2. Het verzoek wordt bij eenzijdig verzoekschrift ingediend bij de familierechtbank. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd en ondertekend hetzij door de adoptant of de adoptanten, hetzij door hun advocaat.
Bij het verzoekschrift worden gevoegd : 1° het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift van de stukken vereist voor het onderzoek van het verzoek; 2° het attest waaruit blijkt dat de door de bevoegde gemeenschap georganiseerde voorbereiding werd gevolgd.". Art. 19.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 1231-1/3 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/3. § 1. Om ontvankelijk te zijn, worden bij het verzoekschrift naast het attest bedoeld in artikel 1231-1/2, tweede lid, 2°, volgende stukken gevoegd : een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte of een daarmee gelijkgesteld stuk, een bewijs van de nationaliteit, een verklaring betreffende de gewone verblijfplaats van de adoptant of de adoptanten en een uittreksel van de huwelijksakte of een uittreksel van de verklaring van wettelijke samenwoning of nog het bewijs van meer dan drie jaar samenwonen. § 2. Voor zover de respectieve betrokkenen op de datum van het verzoekschrift zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, worden zij vrijgesteld van het overleggen van : 1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte of een hiermee gelijkgesteld stuk voor zover het gaat om een akte van een persoon die in België werd geboren;2° een bewijs van de nationaliteit;3° een verklaring betreffende de gewone verblijfplaats van de adoptant of de adoptanten;4° een uittreksel van de huwelijksakte, indien het huwelijk in België plaatsvond;5° een uittreksel van de verklaring van wettelijke samenwoning;6° het bewijs van meer dan drie jaar samenwonen. De in het eerste lid, 2°, 3°, 5° en 6°, bedoelde gegevens die in het Rijksregister zijn opgenomen, gelden tot bewijs van het tegendeel. De griffie van de rechtbank controleert in dat geval de gegevens aan de hand van het Rijksregister en voegt een uittreksel uit het Rijksregister bij het dossier.
De griffie van de rechtbank vraagt zelf een afschrift van de in het eerste lid, 1° en 4°, bedoelde akte op bij de houder van het register.
Hetzelfde geldt wanneer de akte in België is overgeschreven en de griffie de plaats van de overschrijving ervan kent. § 3. De bepalingen van paragraaf 2 zijn niet van toepassing op personen die zijn ingeschreven in het wachtregister. § 4. Indien de vermeldingen van het verzoekschrift onvolledig zijn of indien de griffie bepaalde informatie niet tijdig kon verkrijgen, nodigt de rechter de verzoeker of verzoekers uit om de nodige inlichtingen te verstrekken of om het dossier van de procedure te vervolledigen.". Art. 20.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 1231-1/4 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/4. Binnen dertig dagen na het verzoek bedoeld in artikel 1231-1/2 beveelt de rechtbank ambtshalve, zonder bijeenroeping van de partijen, en bij beschikking, een maatschappelijk onderzoek teneinde inzicht te krijgen in de geschiktheid tot adopteren van de adoptant of de adoptanten. Dat bevel is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep.
Tijdens dit maatschappelijk onderzoek worden de diensten die door de bevoegde gemeenschappen zijn aangewezen, geraadpleegd.
Het verslag van het maatschappelijk onderzoek wordt neergelegd ter griffie binnen vier maanden te rekenen van de datum van dat bevel. Het wordt meegedeeld aan het openbaar ministerie.". Art. 21.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 1231-1/5 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/5. Naast de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek bedoeld in artikel 1231-1/4 gaat het openbaar ministerie over tot een moraliteitsonderzoek van de adoptant of adoptanten, in het bijzonder door de raadpleging van hun strafregister. Het openbaar ministerie gaat na of de verzoekers bekwaam zijn om te adopteren en stelt een schriftelijk advies op dat acht dagen voor de zitting wordt neergelegd in het dossier van de rechtspleging.". Art. 22.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 1231-1/6 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/6. Binnen drie dagen na de neerlegging ter griffie van het verslag van het maatschappelijk onderzoek worden de adoptant of de adoptanten opgeroepen bij gerechtsbrief : 1° om kennis te nemen van het verslag;daartoe beschikken zij over een termijn van vijftien dagen; 2° om persoonlijk te verschijnen voor de rechtbank binnen de maand die volgt op het verstrijken van de in 1° bedoelde termijn.". Art. 23.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 1231-1/7 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/7. De familierechtbank spreekt zich daarna uit over de geschiktheid van de adoptant of de adoptanten om tot een adoptie over te gaan.
Het vonnis wordt met redenen omkleed. In geval van een positief vonnis wordt daarin opgave gedaan van het aantal kinderen dat de adoptant of de adoptanten kunnen adopteren, alsook van de eventuele beperkingen van hun geschiktheid.
Het vonnis mag slechts in een enkele procedure tot adoptie van een of meer kinderen worden aangewend. De geldigheid van het vonnis verstrijkt vier jaar na de uitspraak.". Art. 24.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 1231-1/8 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/8. Binnen drie dagen na de datum waarop het vonnis definitief is geworden, bezorgt de griffier een afschrift ervan aan de federale centrale autoriteit. Wanneer de adoptant of de adoptanten krachtens het vonnis geschikt zijn om te adopteren, bezorgt de griffier haar een afschrift van het in artikel 1231-1/5 bedoelde schriftelijk advies van het openbaar ministerie. De griffier stelt de adoptant of de adoptanten daarvan in kennis.
De federale centrale autoriteit past de artikelen 346-2/1 en 361-2 van het Burgerlijk Wetboek toe.". Art. 25.In de afdeling 1bis, ingevoegd bij artikel 14, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende : "Onderafdeling 3. - Procedure tot verlenging van de termijn van geschiktheid om te adopteren". Art. 26.In onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 25, wordt een artikel 1231-1/9 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/9. De adoptant of de adoptanten kunnen bij eenzijdig verzoekschrift bij de familierechtbank die het oorspronkelijke geschiktheidsvonnis heeft uitgesproken om verlenging verzoeken van de termijn van hun geschiktheid om te adopteren. Het verzoekschrift wordt neergelegd ter griffie ten vroegste vijf maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van het geschiktheidsvonnis en ten laatste op de laatste dag van de geldigheidsduur van het geschiktheidsvonnis. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de adoptant of de adoptanten of door hun advocaat, en het verzoekschrift vermeldt dat de adoptant of de adoptanten een adoptieprocedure wensen verder te zetten.
De adoptant of de adoptanten bezorgen de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap een afschrift van het verzoekschrift en een attest van gezinssamenstelling.". Art. 27.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 1231-1/10 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/10. Opdat het verzoek ontvankelijk zou zijn, worden daarbij de in artikel 1231-1/3 bedoelde documenten gevoegd, met uitzondering van het voor eensluidend verklaard afschrift van de geboorteakte of van het daarmee gelijkgesteld stuk.
Bovendien wordt de tussen de adoptant of de adoptanten en een erkende adoptiedienst ondertekende overeenkomst of het akkoord van de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap over het adoptieplan als bijlage bijgevoegd.". Art. 28.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 1231-1/11 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/11, § 1. Na de ontvangst van het verzoekschrift zendt de griffie onverwijld een kopie aan de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap die alle relevante elementen onderzoekt. § 2. Indien uit dit onderzoek blijkt dat de toestand van de adoptant of de adoptanten geen wijzigingen heeft ondergaan die van aard zijn om de geschiktheid, vastgesteld door het oorspronkelijke geschiktheidsvonnis, te wijzigen, bezorgt de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap binnen een maand aan de griffie een met redenen omkleed attest om de familierechtbank hierover te informeren. § 3. Indien uit dit onderzoek blijkt dat de toestand van de adoptant of de adoptanten wijzigingen heeft ondergaan die van aard zijn om de geschiktheid, vastgesteld door het oorspronkelijke geschiktheidsvonnis, te wijzigen, informeert de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap de griffie hierover binnen een maand en gaat zij onverwijld over tot een actualisering van het maatschappelijk onderzoek.
De bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap bezorgt de griffie een actualisering van het verslag van het maatschappelijk onderzoek opgesteld in het kader van de procedure houdende vaststelling van de geschiktheid om te adopteren binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde schriftelijke mededeling van de griffie.
De actualisering van het verslag van het maatschappelijk onderzoek gebeurt door de diensten die bevoegd zijn voor het opstellen van het verslag van het oorspronkelijk maatschappelijk onderzoek.
De actualisering bevat een evaluatie van de huidige situatie van de adoptant of de adoptanten en beschrijft de mogelijke elementen die een impact kunnen hebben op de geschiktheid om te adopteren. § 4. Indien de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap de griffie niet binnen de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde termijn van een maand informeert over de toestand van de adoptant of de adoptanten, worden de adoptant of de adoptanten geacht zich in een toestand te bevinden die overeenstemt met de in het oorspronkelijke geschiktheidsvonnis vastgestelde toestand. De griffie informeert het openbaar ministerie.
Het openbaar ministerie gaat over tot de actualisering van het moraliteitsonderzoek uitgevoerd in toepassing van artikel 1231-1/5.
Hij stelt een schriftelijk advies op dat acht dagen voor de zitting wordt neergelegd in het dossier van de procedure.". Art. 29.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 1231-1/12 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/12. In de in artikel 1231-1/11, § 3, bedoelde gevallen, worden de adoptant of de adoptanten opgeroepen bij gerechtsbrief binnen drie dagen na de neerlegging ter griffie van de actualisering van het verslag van het maatschappelijk onderzoek, teneinde : 1° binnen een termijn van vijftien dagen kennis te nemen van het verslag;2° persoonlijk te verschijnen voor de familierechtbank binnen de vijftien dagen die volgen op het verstrijken van de termijn bedoeld in de bepaling onder 1°.". Art. 30.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 1231-1/13 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/13. De familierechtbank doet uitspraak over de verlenging van de termijn van geschiktheid van de adoptant of de adoptanten om over te gaan tot een adoptie : 1° in de gevallen bedoeld in artikel 1231-1/11, § 2, binnen vijftien dagen na ontvangst van het met redenen omklede getuigschrift van de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap, zonder bijeenroeping van de partijen, behalve indien de rechter beslist hen op te roepen;2° in de gevallen bedoeld in artikel 1231-1/11, § 3, binnen vijftien dagen na de zitting;3° in de gevallen bedoeld in artikel 1231-1/11, § 4, binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn van een maand. Het vonnis vermeldt in voorkomend geval het aantal kinderen dat de adoptant of de adoptanten kunnen adopteren, alsook de eventuele beperkingen van hun geschiktheid.
Het vonnis tot verlenging van de geschiktheidstermijn om te adopteren kan enkel dienen voor één procedure tot adoptie van een of meer kinderen.
De geldigheid van het vonnis verstrijkt twee jaar na het uitspreken ervan. Wanneer op het tijdstip van de indiening van het verzoekschrift echter een kind werd voorgesteld en aanvaard, kan de rechtbank bepalen dat de geldigheid van het vonnis tot verlenging van de geschiktheid wordt behouden tot aan de uitspraak van de adoptie.
Het vonnis tot verlenging van de geschiktheidstermijn om te adopteren gaat van kracht op de dag dat het voorgaande geschiktheidsvonnis verstrijkt.
De adoptant of de adoptanten kunnen opeenvolgende verzoekschriften tot verlenging van de termijn van hun geschiktheid om te adopteren indienen, in het kader van dezelfde adoptieprocedure.". Art. 31.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 1231-1/14 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-1/14. Binnen drie dagen na de datum waarop het vonnis definitief is geworden, bezorgt de griffier een afschrift van het vonnis aan de federale centrale autoriteit. Wanneer het vonnis de termijn van de geschiktheid om te adopteren verlengt, bezorgt de griffier haar ook een kopie van het schriftelijk advies van het openbaar ministerie bedoeld in artikel 1231-1/11, § 4, tweede lid. De griffier stelt de adoptant of de adoptanten daarvan in kennis.
De federale centrale autoriteit en de centrale autoriteit van de gemeenschap maken toepassing van de artikelen 346-2/1 en 361-2 van het Burgerlijk Wetboek.". Art. 32.In artikel 1231-3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004 en 30 juli 2013, die vervangen is bij de
wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/2000
pub.
01/08/2000
numac
2000009664
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, van de wet van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
type
wet
prom.
17/07/2000
pub.
04/08/2000
numac
2000011316
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin : "Ingeval de totstandkoming van een vonnis waaruit blijkt dat de verzoekers bekwaam en geschikt zijn om te adopteren, overeenkomstig artikel 346-1/1 van het Burgerlijk Wetboek, noodzakelijk is, wordt het verzoekschrift ingediend voor het verstrijken van de geldigheidsduur van dit vonnis."; 2° het tweede lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende : "3° ingeval de totstandkoming van een vonnis waaruit blijkt dat de verzoekers bekwaam en geschikt zijn om te adopteren, overeenkomstig artikel 346-1/1 van het Burgerlijk Wetboek, noodzakelijk is, een voor eensluidend verklaard afschrift van dit vonnis en de tussen de adoptant of de adoptanten en de erkende adoptiedienst dat hun het kind heeft toevertrouwd ondertekende overeenkomst.". Art. 33.In artikel 1231-4, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 6 december 2005 en 14 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden : ", alsook een uittreksel van de huwelijksakte of een uittreksel van de verklaring van wettelijke samenwoning of nog het bewijs van meer dan drie jaar samenwonen"; 2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin : "De griffier bezorgt daarenboven een afschrift van het verzoekschrift aan de federale centrale autoriteit, die de centrale autoriteiten van de gemeenschappen daarvan op de hoogte brengt.". Art. 34.In artikel 1231-5 van hetzelfde Wetboek ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004, 17 maart 2013 en 12 mei 2014, worden de woorden "overgaat tot de uitvoering van een moraliteitsonderzoek van de adoptant of adoptanten, inzonderheid door de raadpleging van hun strafregister, of in de gevallen dat een dergelijke onderzoek reeds werd gevoerd met toepassing van artikel 1231-1/5, tot de bijwerking van dat onderzoek, en" ingevoegd tussen de woorden "die" en "onverwijld". Art. 35.In artikel 1231-6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004 en 30 juli 2013, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "In de gevallen bedoeld in artikel 346-1/1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, beveelt de familierechtbank een maatschappelijk onderzoek teneinde inlichtingen te bekomen over de geschiktheid van de adoptant of de adoptanten om te adopteren en over het belang van het in de procedure bedoelde kind om te worden geadopteerd. Tijdens dit onderzoek worden de diensten die door de bevoegde gemeenschappen zijn aangewezen, geraadpleegd. Wanneer het echter gaat om een kind bedoeld in artikel 346-1/1, tweede lid, 1°, van het Burgerlijk Wetboek, kan de rechter beslissen om geen maatschappelijk onderzoek te bevelen.". Art. 36.In artikel 1231-7, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten5, wordt het woord "twee" vervangen door het woord "vier". Art. 37.In artikel 1231-8, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten5, worden de woorden "van de verslagen van het openbaar ministerie en van het maatschappelijk onderzoek" vervangen door de woorden "van het advies van het openbaar ministerie en de inlichtingen verzameld krachtens artikel 1231-5, en, in voorkomend geval, van het verslag van het maatschappelijk onderzoek". Art. 38.In artikel 1231-9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de
wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/08/1998
pub.
30/04/1999
numac
1999015017
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het verdag van Amsterdam houdende wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie, de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijhorende akten, Bijlage, Protocollen A, B, C en D, en slotakte, gedaan te Amsterdam op 2 oktober 1997 (2)
type
wet
prom.
10/08/1998
pub.
11/12/1999
numac
1999015234
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996 (1)
sluiten5, worden de woorden "van beide verslagen" vervangen door de woorden "van het advies van het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, van het verslag van het maatschappelijk onderzoek". Art. 39.In deel IV, boek IV, hoofdstuk VIIIbis, afdeling 2, onderafdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1231-18/1 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-18/1. Wanneer het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, bezorgt de griffier onverwijld een afschrift ervan aan de federale centrale autoriteit.
De federale centrale autoriteit stuurt de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap onverwijld het vonnis dat haar in afschrift is toegezonden door de griffier.". Art. 40.In deel IV, boek IV, hoofdstuk VIIIbis, afdeling 3, van hetzelfde Wetboek, worden onderafdeling 1, die de artikelen 1231-27 tot 1231-33 omvat, en onderafdeling 1bis, die de artikelen 1231-33/1 tot 1231-33/7 omvat, opgeheven. Art. 41.In artikel 1231-41, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "artikelen 1231-31 en 1231-33/5" vervangen door de woorden "artikelen 1231-1/7 en 1231-1/13". Art. 42.In artikel 1231-42, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0, worden de woorden "artikelen 1231-32 van dit Wetboek" vervangen door de woorden "artikelen 361-2/1". Art. 43.In artikel 1231-53 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0, worden de woorden "afdelingen 2, 3 en 4" vervangen door de woorden "afdelingen 1bis, 2, 3 en 4". Art. 44.In deel IV, boek IV, hoofdstuk VIIIbis, afdeling 5, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1231-57 ingevoegd, luidende : "Art. 1231-57. De artikelen 1231-1/8, 1231-1/14 en 1231-18/1 zijn van toepassing op de griffie van het hof van beroep.". HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Art. 45.De hoofdstukken 1 en 2 van deze titel zijn van toepassing op eenieder die een kind wenst te adopteren en geen bemiddelingsovereenkomst heeft getekend met de erkende binnenlandse adoptiedienst van de Vlaamse Gemeenschap, of van wie de kandidatuur niet ontvankelijk is verklaard door een adoptiedienst erkend voor de binnenlandse adoptie in de Franse Gemeenschap, op de dag van de inwerkingtreding van deze titel. Art. 46.Wanneer het oorspronkelijke geschiktheidsvonnis werd uitgesproken door een jeugdrechtbank, moet het verzoek tot verlenging van de termijn van de geschiktheid om te adopteren bedoeld in artikel 1231-1/9 van het Gerechtelijke Wetboek worden ingediend bij de familierechtbank die gelegen is in het rechtsgebied van de jeugdrechtbank die dat oorspronkelijke geschiktheidsvonnis heeft uitgesproken. Afdeling 2. - Inwerkingtreding
Art. 47.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze titel en uiterlijk op 1 januari 2020, met uitzondering van de artikelen 11, 13, 33 en 39, die in werking treden op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
TITEL 3. - Wijziging van artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de verjaring van schuldvorderingen wegens levering van goederen en diensten via distributienetten voor water, gas of elektriciteit of de levering van elektronische communicatiediensten of omroeptransmissie- en omroepdiensten via elektronische communicatienetwerken Art. 48.Artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "Schuldvorderingen wegens levering van goederen en diensten via distributienetten voor water, gas of elektriciteit of de levering van elektronische communicatiediensten of omroeptransmissie- en omroepdiensten via elektronische communicatienetwerken verjaren na verloop van vijf jaren.".
TITEL 4. - Wijzigingen van de
wet van 16 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten3 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht HOOFDSTUK 1. - Naam en voornamen Art. 49.Artikel 37 van de
wet van 16 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten3 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2. Bezit de persoon twee of meer nationaliteiten, dan wordt rekening gehouden met de nationaliteit die de persoon daaruit kiest.
De keuze wordt uitdrukkelijk geformuleerd in een gedagtekend en ondertekend geschrift op het ogenblik dat de vaststelling van de naam of de voornamen van de persoon voor de eerste keer aan de Belgische overheid wordt voorgelegd.
In geval van onenigheid of bij afwezigheid van keuze, is artikel 3 toepasselijk.". Art. 50.Artikel 39 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Vaststelling of verandering van naam of voornamen in het buitenland Art. 39.§ 1. Een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing of een door een buitenlandse overheid opgestelde akte betreffende de vaststelling of de verandering van naam of voornamen van een persoon wordt erkend, afgezien van de naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 25, in het geval van een rechterlijke beslissing, en in de artikelen 18 en 21, in de andere gevallen, als : 1° de vaststelling of de verandering van naam of voornamen overeenstemt met het door de betrokkene gekozen recht van een Staat waarvan hij de nationaliteit bezit op het tijdstip van de beslissing of de akte;of 2° ingeval de beslissing is gewezen of de akte is opgesteld in de Staat op wiens grondgebied de persoon zijn gewone verblijfplaats heeft, de beslissing of de akte overeenstemt met het door de betrokkene gekozen recht van een Staat waarvan hij de nationaliteit heeft of op wiens grondgebied hij zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip van de beslissing of van de akte. De persoon kan een keuze maken betreffende het toepasselijke recht bedoeld in het eerste lid voor de Belgische overheid op het tijdstip van de inschrijving van een buitenlandse beslissing of akte betreffende de naam en voornamen in een bevolkingsregister, een consulair bevolkingsregister, een vreemdelingenregister of een wachtregister of op het tijdstip van de overschrijving ervan in een register van de burgerlijke stand. De verklaring moet gebeuren ten laatste binnen vijf jaar volgend op de uitspraak van de buitenlandse beslissing of het opstellen van de akte betreffende de vaststelling of de verandering van de naam of voornamen. Die verklaring is enkel mogelijk als het recht van de Staat waar de beslissing werd gewezen of waar de akte werd opgesteld niet voorziet in deze keuzemogelijkheid.
In de zin van deze paragraaf worden onder het recht van een Staat de rechtsregels begrepen met inbegrip van de regels van het internationaal privaatrecht. § 2. Het in artikel 27, § 1, vierde lid, bedoelde beroep is ook toepasselijk wanneer een buitenlandse administratieve beslissing niet wordt erkend.". HOOFDSTUK 2. - Aanpassing van het Wetboek van internationaal privaatrecht aan verschillende Europese verordeningen Afdeling 1. - Verordening (EU) nr. 1259/2010 van de Raad van 20
december 2010 tot nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed Art. 51.In artikel 55, § 2, van dezelfde wet wordt het derde lid vervangen als volgt : "De keuze kan worden uitgedrukt ten laatste bij de eerste verschijning voor het rechtscollege waarbij de vordering tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed aanhangig is gemaakt.". Afdeling 2. - Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december
2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen en Haags Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen Art. 52.Artikel 73 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Internationale bevoegdheid inzake onderhoudsverplichtingen Art. 73.§ 1. De bevoegdheid van de Belgische rechters om kennis te nemen van alle vorderingen betreffende een onderhoudsverplichting voortvloeiend uit familiebetrekkingen, afstamming of verwantschap, daaronder begrepen de onderhoudsverplichtingen jegens kinderen ongeacht de huwelijkse staat van hun ouders, wordt bepaald in de Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen. § 2. De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van alle vorderingen betreffende een onderhoudsverplichting die niet worden bedoeld in de eerste paragraaf 1, naast de gevallen bepaald in de algemene bepalingen van deze wet, indien : 1° de onderhoudsgerechtigde bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft;of 2° de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige bij de instelling van de vordering Belg zijn.". Art. 53.Artikel 74 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Recht toepasselijk op de onderhoudsverplichting Art. 74.Het recht dat toepasselijk is op de onderhoudsverplichting voortvloeiend uit familiebetrekkingen, afstamming of verwantschap, daaronder begrepen de onderhoudsverplichtingen jegens kinderen ongeacht de huwelijkse staat van hun ouders, wordt bepaald in artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, dat verwijst naar het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, waarin ernaar wordt verwezen.". Art. 54.Artikel 75 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Recht toepasselijk op de onderhoudsverplichting die niet voortvloeit uit familiebetrekkingen Art. 75.§ 1. De onderhoudsverplichting die niet wordt bedoeld in artikel 74 wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft.
In geval van wijziging van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde is het recht van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats van toepassing vanaf het tijdstip van de verandering. § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de onderhoudsverplichting beheerst door het recht van de Staat waarvan de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige de nationaliteit hebben indien de onderhoudsplichtige zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van die Staat heeft.". Afdeling 3. - Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement
en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring Art. 55.Artikel 77 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Internationale bevoegdheid inzake erfopvolging Art. 77.§ 1. De bevoegdheid van de Belgische rechters om kennis te nemen van de vorderingen betreffende erfopvolging wordt bepaald door de Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring. § 2. In afwijking van de algemene bepalingen van deze wet worden de vorderingen betreffende erfopvolging die van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten, beheerst door de bevoegdheidsregels bedoeld in de artikelen 4 tot 19 van de in paragraaf 1 bedoelde verordening.". Art. 56.Artikel 78 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Recht toepasselijk op de erfopvolging Art. 78.§ 1. Het recht toepasselijk op de erfopvolging wordt bepaald door de Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring. § 2. Elk onderdeel van de erfopvolging dat van het toepassingsgebied van deze verordening wordt uitgesloten, wordt beheerst door het toepasselijke recht krachtens de artikelen 20 tot 38 ervan. § 3. De toepassing van de bepalingen van het Verdrag betreffende de wetsconflicten inzake de vorm van testamentaire beschikkingen, gesloten te `s-Gravenhage op 5 oktober 1961, wordt uitgebreid naar de uiterste wilsbeschikkingen die noch door de verordening, noch door het Verdrag worden beoogd.". Art. 57.De artikelen 79 tot 84 van dezelfde wet worden opgeheven. Afdeling 4. - Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement
en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) Art. 58.In artikel 98 van dezelfde wet wordt de eerste paragraaf vervangen als volgt : " § 1. Het recht toepasselijk op de contractuele verbintenissen wordt vastgesteld door de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
Behalve in de gevallen waarin de wet anders bepaalt, worden contractuele verbintenissen die door de in het eerste lid bedoelde verordening van het toepassingsgebied ervan worden uitgesloten, beheerst door het recht dat krachtens de verordening van toepassing is.". Afdeling 5. - Overgangsbepalingen van het Wetboek van internationaal
privaatrecht Art. 59.Artikel 126, § 1, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een lid, luidende : "Artikel 77, zoals het luidde voor het werd vervangen bij de wet van 6 juli 2017 blijft toepasselijk op de nalatenschappen die zijn opengevallen vóór 17 augustus 2015 en, indien het gaat om de vorderingen betreffende erfopvolging bedoeld in artikel 77, § 2, op de nalatenschappen die zijn opengevallen vóór de tiende dag die volgt op de bekendmaking van diezelfde wet in het Belgisch Staatsblad.". Art. 60.In artikel 127 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een paragraaf 6/1 ingevoegd, luidende : " § 6/1.Artikel 78, zoals het luidde voor het werd vervangen bij de wet van 6 juli 2017 en de artikelen 79 tot 84 zoals ze luidden vóór ze werden opgeheven bij de wet van 6 juli 2017, blijven toepasselijk op de nalatenschappen die zijn opengevallen vóór 17 augustus 2015 en, indien het gaat om de erfrechtelijke aangelegenheden bedoeld in artikel 78, § 2, op de nalatenschappen die zijn opengevallen vóór de tiende dag die volgt op de bekendmaking van diezelfde wet in het Belgisch Staatsblad."; 2° er wordt een paragraaf 7/1 ingevoegd, luidende : " § 7/1.Artikel 98, § 1, zoals het luidde voor het werd vervangen bij de wet van 6 juli 2017 blijft toepasselijk op de contractuele verbintenissen bedoeld in artikel 98, § 1, tweede lid, die zijn gesloten vóór de tiende dag die volgt op de bekendmaking van diezelfde wet in het Belgisch Staatsblad.". HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepaling Art. 61.De artikelen 52 tot 54 zijn van toepassing ingeval procedures zijn ingesteld, gerechtelijke schikkingen zijn goedgekeurd of getroffen en authentieke akten zijn opgesteld, vanaf 18 juni 2011, daaronder begrepen op het geëiste levensonderhoud voor een periode voorafgaand aan die datum. De artikelen 73, § 2, en 75, van de
wet van 16 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten3 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, zoals vervangen door respectievelijk de artikelen 52 en 54, zijn evenwel van toepassing ingeval de procedures zijn ingesteld, gerechtelijke schikkingen zijn goedgekeurd of getroffen en authentieke akten zijn opgesteld vanaf de tiende dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
De artikelen 55 en 56 zijn van toepassing op de nalatenschappen die zijn opengevallen vanaf 17 augustus 2015. De artikelen 77, § 2, en 78, § 2, van de
wet van 16 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten3 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, zoals vervangen door respectievelijk de artikelen 55 en 56 van deze wet, zijn evenwel van toepassing op de nalatenschappen die openvallen vanaf de tiende dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 58 is van toepassing op de vanaf 17 december 2009 afgesloten overeenkomsten. Artikel 98, § 1, tweede lid, van de
wet van 16 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten3 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, zoals vervangen door artikel 58 van deze wet, is evenwel van toepassing op de overeenkomsten afgesloten vanaf de tiende dag na de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding Art. 62.De artikelen 49 en 50 treden in werking op de door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op de eerste dag van de zesde maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 51 heeft uitwerking met ingang van 21 juni 2012.
De artikelen 57, 59 en 60, 1°, hebben uitwerking met ingang van 17 augustus 2015.
Artikel 60, 2°, heeft uitwerking met ingang van 17 december 2009.
TITEL 5. - Diverse wijzigingen op het gebied van het familierecht en met betrekking tot de familierechtbank HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 63.Artikel 301 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de
wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
06/03/1999
numac
1999009060
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wat de naturalisatieprocedure betreft
sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/08/1998
pub.
30/04/1999
numac
1999015017
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het verdag van Amsterdam houdende wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie, de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijhorende akten, Bijlage, Protocollen A, B, C en D, en slotakte, gedaan te Amsterdam op 2 oktober 1997 (2)
type
wet
prom.
10/08/1998
pub.
11/12/1999
numac
1999015234
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996 (1)
sluiten5, wordt gewijzigd als volgt : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.De echtgenoten kunnen op elk ogenblik overeenkomen omtrent de eventuele uitkering tot levensonderhoud, het bedrag ervan en de nadere regels volgens welke het overeengekomen bedrag zal kunnen worden herzien."; 2° in paragraaf 9, tweede lid, worden de woorden ", met inachtneming van de in artikel 1257 van het Gerechtelijk Wetboek gestelde voorwaarden" opgeheven. Art. 64.In artikel 331sexies van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
06/03/1999
numac
1999009060
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wat de naturalisatieprocedure betreft
sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 17 maart 2013 en 25 april 2014, worden de woorden "door de voorzitter van de rechtbank" vervangen door de woorden "naargelang het geval, door de familierechtbank of door de vrederechter". Art. 65.In boek I, titel VII, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 335quater ingevoegd, luidende : "Art. 335quater.In afwijking van de artikelen 335, §§ 1 en 3, en 335ter, §§ 1 en 2, kunnen de vader en de moeder of de moeder en de meemoeder, naargelang het geval, de naam van het kind kiezen op het tijdstip van de verklaring van keuze van het toepasselijke recht, zoals bedoeld in artikel 39, § 1, tweede lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht. De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt akte van deze keuze.
Van de verklaring wordt melding gemaakt op de kant van de geboorteakte die wordt overgeschreven of ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en van alle opgemaakte en erkende hen betreffende akten.". Art. 66.In boek I, titel VIII, hoofdstuk I, afdeling 2, § 1, E, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 348-5/1 ingevoegd, luidende : "Art. 348-5/1. In afwijking van de artikelen 348-3 en 348-5 wordt, in geval van adoptie zoals bedoeld in artikel 361-5, de toestemming gegeven door een voogd ad hoc aangewezen door de rechtbank op verzoek van iedere betrokken persoon of van de procureur des Konings.". Art. 67.In artikel 353-2, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en vervangen bij de
wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/2000
pub.
01/08/2000
numac
2000009664
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, van de wet van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
type
wet
prom.
17/07/2000
pub.
04/08/2000
numac
2000011316
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid
sluiten2, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "De partijen kunnen de rechtbank evenwel vragen dat de geadopteerde één van zijn namen behoudt, voorafgegaan of gevolgd door één naam van de adoptant of van de echtgenoot, van de samenwonende of van de voormalige partner. De samenstelling van de naam van de geadopteerde is beperkt tot één naam voor de geadopteerde en één naam voor de adoptant of voor de echtgenoot, voor de samenwonende of voor de voormalige partner.". Art. 68.Artikel 353-4bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 18 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten9 en gewijzigd bij de
wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/2000
pub.
01/08/2000
numac
2000009664
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, van de wet van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
type
wet
prom.
17/07/2000
pub.
04/08/2000
numac
2000011316
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid
sluiten2, wordt vervangen als volgt : "Art. 353-4bis. De door de adoptant of de adoptanten gekozen naam geldt ook voor de later door hen geadopteerde kinderen.
Het eerste lid is evenwel niet van toepassing wanneer de adoptanten een naam aan een geadopteerd kind toekennen overeenkomstig de artikelen 353-1, derde lid, 353-2, § 1, tweede lid tot vierde lid, en 353-3.". Art. 69.In artikel 353-5, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd bij de
wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/2000
pub.
…
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.