11 DECEMBER 2013. - Koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, wordt genomen in uitvoering van de artikelen 3, 7 en 11 van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 betreffende de hervorming van de Belgische spoorwegen. Deze wet machtigt de Koning om met inachtneming van de daarin vastgelegde beginselen alle nuttige maatregelen te nemen met het oog op de reorganisatie van de activiteiten en structuren van NMBS Holding, Infrabel en NMBS (de NMBS groep), tot twee autonome overheidsbedrijven met de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht in de zin van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (een infrastructuurbeheerder en een spoorwegonderneming) die, samen met de Staat, zullen participeren in een naamloze vennootschap van publiek recht, « HR Rail », die als enige werkgever voor het voltallige personeel van de huidige NMBS groep zal optreden. In uitvoering van voormelde wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, werd het koninklijk besluit van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten9 houdende hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) gepubliceerd. Voormeld koninklijk besluit strekt ertoe het voor de betrokken vennootschappen mogelijk te maken om de vereiste structuuroperaties te initiëren en door te voeren, in het bijzonder (
- i)de fusie van NMBS Holding en NMBS via de techniek van een fusie door overneming van NMBS door NMBS Holding, (
- ii)de overgang van bepaalde activiteiten en vermogensbestanddelen van NMBS Holding naar Infrabel via een partiële splitsing en de daarmee verbonden ontkoppeling van de participatie van NMBS Holding in Infrabel en (iii) de inbreng van activa en passiva van de huidige bedrijfsactiviteit « human resources » van NMBS Holding in HR Rail. Dit besluit strekt ertoe de machtiging van de vennootschappen op grond van het voormelde koninklijk besluit van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten9 inzake de derde operatie, met name de inbreng van de bedrijfsactiviteit « human resources » in HR Rail, te vervolledigen. Het voorwerp van dit besluit betreft namelijk (
- i)de totstandbrenging van HR Rail als naamloze vennootschap van publiek recht, door de omvorming van de bestaande vennootschap van privaat recht, HR Test, die werd opgericht door NMBS Holding en Infrabel, in een naamloze vennootschap van publiek recht waarin ook de Staat een participatie zal aanhouden, (
- ii)de overdracht van het personeel door NMBS Holding aan HR Rail, (iii) de vaststelling van het organiek statuut van HR Rail, (
- iv)de invoeging van de nodige regelingen inzake de terbeschikkingstelling van het personeel door HR Rail aan Infrabel en de nieuwe spoorwegonderneming die na fusie tussen NMBS Holding en NMBS ontstaat, en de regels en beginselen inzake het personeelsstatuut, het syndicaal statuut, de personeelsaangelegenheden en de sociale dialoog en (
- v)de wijziging en opheffing van de wettelijke bepalingen inzake het personeel van de NMBS groep, waaronder in het bijzonder de wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen en de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (hierna, « de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 »). Luiken drie en vier nemen de vorm aan van een nieuwe boek in voormelde wet van 23 juli 1926, die in haar huidige vorm in de artikelen 13 en 13bis de basisregels inzake het personeel van de NMBS groep bevat. Het voormelde koninklijk besluit van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten9 strekt ertoe het voor de betrokken vennootschappen mogelijk te maken de vereiste stappen te zetten opdat de hervorming op 1 januari 2014 in werking treedt. Onderhavig besluit, dat eveneens op 1 januari 2014 in werking dient te treden, bevat één van de cruciale luiken van deze hervorming, want het strekt er onder meer toe te verzekeren dat het organiek statuut van HR Rail wordt vastgesteld en dat HR Rail, Infrabel en de toekomstige spoorwegonderneming, (nieuwe) NMBS, kunnen beschikken over het nodige personeel om hun opdrachten van openbare dienst vanaf 1 januari 2014 te kunnen verzekeren. De uitwerking van de hervorming in dit besluit gebeurt met inachtneming van een aantal basisprincipes. Het personeel van de Belgische Spoorwegen blijft ressorteren onder het personeelsstatuut, dat uniek is en tot de bevoegdheid van de Nationale Paritaire Commissie behoort. HR Rail is de enige werkgever van het personeel van de Belgische Spoorwegen. HR Rail is de beheerder van human ressources aangelegenheden (HR), en herneemt aldus de activiteiten van de huidige Directie-Generaal Holding-HR. (Nieuwe) NMBS en Infrabel kunnen uitsluitend beroep doen op HR Rail voor het beheer van human ressources. De sociale dialoog op het niveau van de Infrabel, (nieuwe) NMBS en HR Rail gezamenlijk en op het niveau van elke vennootschap wordt gegarandeerd. Dit besluit bakent de krachtlijnen van de verdeling van HR-bevoegdheden tussen de vennootschappen af. Belangrijk is dat elke vennootschap verantwoordelijk is voor zijn eigen zogenaamd niet-reglementair HR-beleid, het volledige welzijnsbeleid en alle personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte, voor het personeel dat binnen de eigen vennootschap gebruikt wordt. Voor wat dit laatste betreft dient HR Rail in de regel, als juridische werkgever, nog de formele beslissing te nemen, doch HR Rail neemt deze gebonden door het eensluidend voorstel van de feitelijke werkgever (Infrabel of (nieuwe) NMBS). De social governance structuren en organen worden door dit besluit in lijn gebracht met de nieuwe structuur na de hervorming, evenwel met respect voor de eenheid van het personeelsstatuut en gepaard gaande met een zekere mate van rationalisering. De Nationale Paritaire Commissie blijft het orgaan voor sociale dialoog van de drie vennootschappen samen maar ook van elke vennootschap apart. Het Sturingscomité is opgezet als forum waar de top van de vennootschappen en van de syndicale organisaties met elkaar in contact treden over punctuele aangelegenheden. De stategische bedrijfscomités gaan, behoudens de sociale bevoegdheden, op het vlak van elke vennootschap een rol vervullen die aanleunt bij deze van de ondernemingsraad in private vennootschappen. Voor de regionale sociale dialoog zullen er binnen elke vennootschap gewestelijke paritaire comités of commissies zijn, waarbij de gewestelijke paritaire commissies van HR Rail een bijzondere bevoegdheid krijgen op het vlak van wederbenuttiging van het personeel tussen de vennootschappen. Op het vlak van welzijn op het werk wordt bij elke vennootschap een Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk opgericht, te vergelijken met het comité voor preventie en bescherming op het werk uit de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. De structuur van de onderliggende Comités voor preventie en bescherming op het werk binnen elke vennootschap wordt verder door elke vennootschap georganiseerd, met inachtneming van de voorschriften met betrekking tot sociale dialoog inzake welzijn op het werk. De Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk behoudt aanvullend een adviserende bevoegdheid voor welzijnskwesties die noodzakelijkerwijs meer dan een vennootschap aanbelangen. Belangrijk is hierbij te weten dat het besluit de mogelijkheid geeft om via de sociale dialoog aanvullend zaken te regelen of zelfs te wijzigen (bijvoorbeeld de bevoegdheden). Op deze wijze wil het besluit de autonomie van de sociale partners op het vlak van organisatie van hun sociale dialoog maximaal vrijwaren binnen het kader van de nieuwe structuren na de hervorming. Er werd rekening gehouden met het advies van de Raad van State (advies 54.638/4 van 5 december 2013). Waar dit uitzonderlijk niet is gebeurd, is dit uitdrukkelijk en gemotiveerd weergegeven bij het desbetreffende artikel. Artikelsgewijze commentaar Hieronder worden de artikelen van het besluit toegelicht. Het besluit is als volgt opgebouwd : Titel I. Totstandbrenging van HR Rail als naamloze vennootschap van publiek recht Artikel 1 van het besluit Titel II. Overdracht van personeel naar HR Rail en terbeschikkingstelling van personeel door HR Rail Art. 2 van het besluit Titel III. Het personeel van de Belgische Spoorwegen Art. 3 van het besluit Boek 2. Het personeel van de Belgische Spoorwegen Titel 1. Definities Art. 21 Titel 2. HR Rail Art. 22 tot 65 Hoofdstuk 1. Maaatschappelijk doel, kapitaal, statuten, wettelijke en reglementaire bepalingen Afdeling 1. Maatschappelijk doel en opdracht van openbare dienst van HR Rail Afdeling 2. Kapitaal - aandelen Afdeling 3. Statuten Afdeling 4. Wettelijke en reglementaire bepalingen Hoofdstuk 2. Organisatie Afdeling 1. De algemene vergadering Afdeling 2. De raad van bestuur Onderafdeling 1. Samenstelling en werking Onderafdeling 2. Bevoegdheden Onderafdeling 3. Vertegenwoordiging Onderafdeling 4. Benoemings- en bezoldigingscomité Afdeling 3. De algemeen directeur - de adjunct van de algemeen directeur Onderafdeling 1. De algemeen directeur Onderafdeling 2. De adjunct van de algemeen directeur Onderafdeling 3. Het mandaat van algemeen directeur en adjunct van de algemeen directeur Afdeling 4. Het HR Coördinatie Comité Onderafdeling 1. Samenstelling en werking Onderafdeling 2. Bevoegdheden Onderafdeling 3. Huishoudelijk reglement Afdeling 5. Delegatie Afdeling 6. Discretie Afdeling 7. Onverenigbaarheden Hoofdstuk 3. Financiering van de opdracht van openbare dienst Hoofdstuk 4. Het ondernemingsplan Hoofdstuk 5. Toezicht en controle Afdeling 1. Het administratief toezicht Afdeling 2. Controle op de financiële toestand Hoofdstuk 6. Boekhouding en jaarrekeningen Hoofdstuk 7. Financiering Hoofdstuk 8. Fiscaal statuut Hoofdstuk 9. Ontbinding Hoofdstuk 10. Diverse bepalingen Titel 3. Personeel Art. 66 tot 153 Hoofdstuk 1. Beginselen betreffende het personeelsstatuut en het syndicaal statuut Hoofdstuk 2. Terbeschikkingstelling van personeel door HR Rail Hoofdstuk 3. Vaststelling van het personeelsstatuut en het syndicaal statuut Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen met betrekking tot niet statutaire personeelsleden Afdeling 1. Collectieve overeenkomsten Afdeling 2. Rechtsbronnen Hoofdstuk 5. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van HR Rail, Infrabel en NMBS inzake personeelszaken Afdeling 1. Basistaken van HR Rail Afdeling 2. Bevoegdheden inzake HR-beleid Onderafdeling 1 Algemene bepalingen Onderafdeling 2 Bijzondere bepalingen Afdeling 3. Bevoegdheden inzake HR-uitvoering Afdeling 4. Bevoegdheden inzake HR-beheer Afdeling 5 Bevoegdheden inzake HR-expertise Afdeling 6. HR-dienstenovereenkomst Afdeling 7. Bevoegdheden van HR Rail, Infrabel en NMBS inzake personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte Onderafdeling 1 Algemene bepalingen Onderafdeling 2 Gewone beslissingsbevoegdheden Onderafdeling 3 Bijzondere beslissingsbevoegdheden Hoofdstuk 6. Sociale dialoog Afdeling 1. Organen van sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen Onderafdeling 1. Algemeen Onderafdeling 2. De Nationale Paritaire Commissie Onderafdeling 3. Het Sturingscomité Afdeling 2. Organen van sociale dialoog op het niveau van elke vennootschap Onderafdeling 1. Strategisch bedrijfscomité Onderafdeling 2. Regionale sociale dialoog Afdeling 3. Bemiddeling Afdeling 4. Gemeenschappelijke bepalingen inzake sociale dialoog Hoofdstuk 7. De raad van beroep Hoofdstuk 8. Welzijn op het werk Afdeling 1. Verplichtingen inzake welzijn op het werk Afdeling 2. Beleid inzake welzijn op het werk Afdeling 3. Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk Onderafdeling 1. Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van de Belgische Spoorwegen Onderafdeling 2. Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van elke vennootschap Onderafeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 4. Bemiddeling Afdeling 5. Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk Hoofdstuk 9. Sociale werken Hoofdstuk 10.. Arbeidsongevallen en beroepsziekten Hoofdstuk 11. Personeel in de vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben Titel IV. Wijzigings- en opheffingsbepalingen Hoofdstuk I. In de wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen Art. 4 tot 6 van het besluit Hoofdstuk II. In de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 Art. 7 tot 21 van het besluit Hoofdstuk III. Andere Art. 22 tot 73 van het besluit Afdeling 1. Pensioenen Afdeling 2. Gezinsbijslag Afdeling 3. Beroepsziekten Afdeling 4. Arbeidsongevallen Afdeling 5. Verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en Kas der geneeskundige verzorging Afdeling 6. Sociale zekerheid voor werknemers Afdeling 7. Diverse bepalingen Titel V. Overgangsbepalingen Art. 74 tot 79 van het besluit Titel VI. Fiscale bepaling Art. 80 van het besluit Titel VII. Diverse bepalingen Art. 81-82 van het besluit Waar in de artikelsgewijze commentaar wordt verwezen naar een « artikel van het besluit », wordt een artikel uit één van de zeven Titels van het besluit bedoeld. Waar in de artikelsgewijze commentaar wordt verwezen naar een « artikel », wordt een door artikel 3 van het besluit nieuw in te voegen artikel in de voormelde wet van 23 juli 1926 bedoeld. Titel I Titel I van dit besluit regelt de totstandbrenging van HR Rail als naamloze vennootschap van publiek recht, door de omvorming van een bestaande vennootschap, in overeenstemming met artikelen 3, § 1, 3° en 7, 1° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7. De bepalingen van deze titel I zijn geïnspireerd op de bepalingen inzake de totstandbrenging van NMBS in het kader van vorige hervorming van de toenmalige unitaire NMBS groep in 2004. Op grond van artikel 1, § 1 van het besluit wordt « HR Test », een naamloze vennootschap van privaat recht die werd opgericht door de NMBS Holding en Infrabel, zonder onderbreking van de continuïteit van haar rechtspersoonlijkheid, omgevormd tot een naamloze vennootschap van publiek recht, met de benaming « HR Rail ». Deze omvorming vindt plaats op datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in paragraaf 2 van artikel 1 van dit besluit, t.t.z. op datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat de statuten van HR Rail zal vaststellen. Op diezelfde datum zullen NMBS Holding en Infrabel elk minstens 1% van hun aandelen in het maatschappelijk kapitaal van HR Rail overdragen aan de Staat, zodat de Staat eigenaar wordt van minstens 2% van de aandelen in het maatschappelijk kapitaal van HR Rail, in overeenstemming met artikel 7, 3° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7. Eveneens op diezelfde datum zal de algemene vergadering van HR Test (net vóór de inbreng van bedrijfsactiviteit « human resources » in HR Rail) de omvorming in een naamloze vennootschap van publiek recht vaststellen op grond van paragraaf 3 van artikel 1 van dit besluit. Aangezien HR Rail op dat ogenblik een NV van publiek recht wordt, zal ook het organiek statuut van HR Rail dat in dit besluit wordt vastgesteld op die datum in werking treden (zie commentaar bij artikel 81 van dit besluit). Aangezien de doelwijziging die HR Test, NV van privaat recht, naar aanleiding van haar omvorming tot HR Rail, NV van publiek recht, dient door te voeren voortvloeit uit dit besluit, is het aangewezen de bijzondere procedure van doelwijziging, voorgeschreven door artikel 559 van het Wetboek van vennootschappen buiten toepassing te verklaren, zoals bepaald in paragraaf 4 van artikel 1 van dit besluit. Hetzelfde geldt, voor zoveel als nodig, voor de procedure inzake omzetting van vennootschappen in boek XII van het Wetboek van vennootschappen. Titel II Uit hoofde van artikel 2, paragraaf 1 van titel II van dit besluit draagt NMBS Holding, in overeenstemming met artikel 7, 7° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, alle statutaire en niet statutaire personeelsleden die op 31 december 2013 in dienst zijn van NMBS Holding, en die al dan niet ter beschikking gesteld zijn van Infrabel of NMBS, van rechtswege over naar HR Rail en dit met ingang van 1 januari 2014. HR Rail wordt vanaf 1 januari 2014 de enige juridische werkgever van al deze personeelsleden. De overdracht van rechtswege van het personeel van NMBS Holding naar HR Rail heeft niet tot gevolg dat, behoudens de wijziging van juridische werkgever, iets aan hun rechtspositie wordt gewijzigd. Er wijzigt niets aan hun graad en/of functie, zonder dat dit wegneemt dat de directiecomités in de vennootschappen opnieuw kunnen worden samengesteld. Zodra HR Rail hun nieuwe juridische werkgever is geworden, zijn de personeelsleden op 1 januari 2014 van rechtswege door HR Rail ter beschikking gesteld van Infrabel of (nieuwe) NMBS alnaargelang zij op 31 december 2013 ter beschikking waren gesteld van Infrabel of NMBS. Wel moet er rekening mee worden gehouden dat sommige activiteiten door de hervorming bij een andere vennootschap zullen ondergebracht zijn dan voor de hervorming en dat sommige activiteiten door de hervorming gesplitst zullen worden. In die gevallen geldt dat het personeelslid de activiteit volgt waaraan het verbonden is. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat personeelsleden die voorheen bij de NMBS Holding waren tewerkgesteld, uiteindelijk aan Infrabel worden ter beschikking gesteld, meer bepaald indien de activiteit waaraan die personeelsleden verbonden zijn, vóór de hervorming ondergebracht was bij NMBS Holding en door de hervorming ondergebracht wordt bij Infrabel. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat personeelsleden die voorheen ter beschikking waren gesteld aan Infrabel, na de hervorming ter beschikking van (nieuwe) NMBS worden gesteld, meer bepaald indien de activiteit waaraan die personeelsleden verbonden zijn, vóór de hervorming ondergebracht was bij Infrabel en door de hervorming ondergebracht wordt bij (nieuwe) NMBS. Waar een activiteit door de hervorming gesplitst wordt waarbij de onderdelen aan meer dan één vennootschap worden toebedeeld, zal de toewijzing van de personeelsleden gebeuren op basis van de principes vastgesteld in een akkoord tussen de drie vennootschappen. De personeelsleden van de secretariaatsdiensten verbonden aan de regeringscommissarissen bij Infrabel, (nieuwe) NMBS en HR Rail zijn verbonden aan HR Rail en worden niet ter beschikking gesteld. Infrabel en (nieuwe) NMBS zijn niet de juridische werkgever van het personeel dat aan hen ter beschikking is gesteld; zij zijn te beschouwen als de feitelijke werkgever van dat personeel, aangezien zij over dat personeel het uitsluitende werkgeversgezag uitoefenen. Zij zijn ook te beschouwen als de economische werkgever van dat personeel, aangezien zij de financiële last van de tewerkstelling dragen, zoals verder bepaald in artikel 72, § 3, in te voegen in de wet van 23 juli 1926, zoals hieronder bepaald. Titel III Artikel 3 van het besluit voegt in de wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen een nieuw Boek 2 in, « Het personeel van de Belgische Spoorwegen », met hieronder de artikelen 21 tot 153. Ook het opschrift van deze wet wordt gewijzigd, in « de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen » (hierna, « de wet van 23 juli 1926 »). De bestaande bepalingen van de wet van 23 juli 1926, die samen met titel V (« N.M.B.S. Holding ») van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 het organiek statuut van de huidige NMBS Holding regelen, zullen (zoals onder meer gewijzigd door dit besluit) Boek 1 vormen van de wet van 23 juli 1926, met als titel « Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen », in overeenstemming met de nieuwe benaming die NMBS Holding na de fusie van NMBS Holding en NMBS zal aannemen. De regering achtte het opportuun om HR Rail en het personeel van de Belgische spoorwegen in de wet van 23 juli 1926 te regelen, aangezien een aantal essentiële bepalingen inzake het personeel en in het bijzonder inzake de sociale dialoog, zich momenteel al in deze wet bevinden, meer bepaald in de artikelen 13 en 13bis. Het nieuw in te voegen Boek 2 van de wet van 23 juli 1926, « Het personeel van de Belgische Spoorwegen », regelt enerzijds (in titel 2), het organiek statuut van HR Rail (in overeenstemming met artikel 7, 2°, 4° tot 6° en 9° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7) en anderzijds (in titel 3), de terbeschikkingstelling van het personeel door HR Rail, de wederzijdse rechten en verbintenissen van HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS, de samenstelling van de Nationale Paritaire Commissie en de bevoegdheden van HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS met betrekking tot personeelszaken met inbegrip van de sociale dialoog, in overeenstemming met artikel 7, 8° en 10° tot 12° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7. Hierna worden de voornaamste bepalingen van het in de wet van 23 juli 1926 ingevoegde Boek 2 besproken. Titel 1 Definities Artikel 21 beoogt via een reeks van definities de juiste lezing van de nieuwe artikelen die in de wet van 23 juli 1926 worden ingevoegd, te verzekeren. De definitie van « vennootschap » verwijst naar Infrabel, (nieuwe) NMBS of HR Rail, en in het meervoud, naar de drie vennootschappen samen. Met de term « Belgische Spoorwegen » worden de drie vennootschappen gezamenlijk (Infrabel, (nieuwe) NMBS, HR Rail) aangeduid. De term « HR » (voluit : human resources), die ook voorkomt in de benaming van HR Rail, wordt omschreven als een niet-limitatieve lijst van domeinen die verband houden met personeelszaken. Bij elk van deze domeinen hoort in principe een beleid (« HR-beleid ») dat uitgevoerd wordt (« HR-uitvoering »), wat dan op zijn beurt gegevens voortbrengt, die moeten worden beheerd (« HR-beheer »). Een domein vereist doorgaans ook de ontwikkeling van een zekere expertise (« HR-expertise »). De expertise kan ook betrekking hebben op het HR-beleid, de HR-uitvoering of het HR-beheer zelf. Verder in het besluit worden de krachtlijnen gegeven die tot een werkzame taakverdeling tussen de vennootschappen moeten leiden op het vlak van HR. In de lijst van HR-domeinen verwijst « CPS » naar de Corporate Prevention Services, die vóór de hervorming onder meer optrad als externe dienst voor preventie en bescherming op het werk voor het personeel van NMBS Holding. De situatie na de hervorming wordt geregeld door artikel 150 uit het nieuwe Boek 2 van de wet van 23 juli 1926, samen te lezen met artikel 78 van het besluit. Het eerste « personeelsstatuut » dat van toepassing zal zijn op het personeel van HR Rail is het personeelsstatuut zoals op 31 december 2013 van toepassing op het personeel van NMBS Holding. Latere wijzigingen aan het eerste personeelsstatuut moeten worden vastgesteld overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75. Met « personeelsreglementering » wordt bedoeld : berichten en (ARPS-)bundels. Eventuele reglementen die niet ter uitvoering van het personeelsstatuut zijn vastgesteld, behoren tot het niet-reglementair HR-beleid, dat wordt omschreven in artikel 84, 2°. Tot het « kaderpersoneel » behoort thans het hoger kader met de graden 1, 2 en 3+. Titel 2 HR Rail Artikel 22 bepaalt dat HR Rail een NV van publiek recht is. Zij behoort niet tot de autonome overheidsbedrijven die worden geregeld door de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4. Artikel 23 omvat het maatschappelijk doel en de opdracht van openbare dienst van HR Rail. In overeenstemming met artikel 7, 2° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 bestaat het doel van HR Rail onder meer uit de terbeschikkingstelling aan Infrabel en NMBS en de selectie en aanwerving van het statutaire en niet statutaire personeel dat nodig is voor de uitvoering van hun opdrachten (zie artikel 23, 1° ) en uit de activiteiten van beheer van personeelszaken die thans worden uitgevoerd door NMBS Holding, zoals omschreven in de memorie van toelichting van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, bij de commentaar van artikel 7. Uiteraard zal HR Rail daarnaast ook haar eigen personeel kunnen selecteren en aanwerven dat zij nodig heeft om haar eigen opdrachten als NV van publiek recht te verwezenlijken. Paragraaf 2 laat toe dat HR Rail de taken die zij op grond van paragraaf 1 kan uitoefenen ook aanbiedt aan vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, (nieuwe) NMBS en/of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben. De regering beoogt hiermee te verwijzen naar de concepten « deelneming » en « deelnemingsverhouding » in de artikelen 13 en 14 van het Wetboek van vennootschappen. Daarnaast mag HR Rail haar diensten ook aanbieden aan derden, doch enkel indien deze taken bijkomstig zijn aan de taken bedoeld in paragraaf 1, d.w.z. dat de middelen die door HR Rail worden ingezet voor de uitvoering van de taken op grond van paragraaf 2, substantieel minder belangrijk moeten zijn dan de middelen ingezet voor de activiteiten op grond van paragraaf 1. Zo wil de regering vermijden dat HR Rail haar primordiale doelstellingen op grond van paragraaf 1 zou verwaarlozen door zich al te zeer te richten op de dienstverlening aan derden. Paragraaf 3 bepaalt welke de opdracht van openbare dienst van HR Rail is, met name het organiseren en beheren van de sociale dialoog op niveau van de Belgische Spoorwegen, dit is de sociale dialoog op het niveau van de drie vennootschappen gezamenlijk. Op grond van paragraaf 4 mag HR Rail onder meer een belang nemen in vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarvan het doel verenigbaar is met haar doel. Deze regel is geïnspireerd op artikel 13, § 1 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 en laat, voor zoveel als nodig, toe dat HR Rail een participatie aanhoudt in Rail Facilities NV. Overeenkomstig artikel 7, 3° en 4° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 verzekeren artikelen 24 en 25 dat de Staat, of een andere entiteit voor rekening van de Staat, op elk ogenblik minstens 2 % van de aandelen van HR Rail in handen heeft en dat deze participatie, ongeacht haar omvang steeds recht geeft op zestig procent van de stemmen op een algemene vergadering. Het saldo dat overblijft na aftrek van de participatie van de Staat, moet bovendien steeds in gelijke helften zijn verdeeld onder de (nieuwe) NMBS en Infrabel. Zowel de participatie van de (nieuwe) NMBS als die van Infrabel geven derhalve steeds, ongeacht haar omvang, recht op 20% van de stemmen. De regering wenst hierbij te verduidelijken dat een verrichting niet ongeldig, nietig of vatbaar voor nietigverklaring is indien zij artikel 24, § 2 zou miskennen, in de mate dat de schending (
- i)beperkt is in de tijd tot een symbolische seconde en (
- ii)kadert in een globale verrichting die er toe strekt de percentages onmiddellijk te herstellen zodat zij opnieuw in overeenstemming zijn met artikel 24, § 2. Artikel 27 bepaalt de essentie van het sui generis statuut van HR Rail en laat zich daarbij inspireren door onder meer artikel 37 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 : de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen die gelden voor de NV zijn van toepassing op HR Rail in de mate er niet uitdrukkelijk door of krachtens een wettelijke bepaling van wordt afgeweken. Zo omvat dit besluit diverse afwijkingen van de regels van toepassing op de naamloze vennootschap omwille van de bijzondere kenmerken verbonden aan haar publiek karakter, die onder meer hun oorsprong vinden in de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, bvb. de vereiste dat de Staat steeds over 60% van de stemmen in de algemene vergadering dient te beschikken. Het nieuwe artikel 28 van de wet van 23 juli 1926 bepaalt dat de handelingen van HR Rail worden beschouwd als daden van koophandel. Deze bepaling hangt samen met artikel 30 dat preciseert dat HR Rail niet onderworpen is aan de wet van 31 januari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/2001 pub. 18/04/2001 numac 2001000369 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het pensioen van het personeel van de politiediensten en hun rechthebbenden sluiten0 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en aan de Faillissementswet van 8 augustus 1997. Daarnaast is voorzien in artikel 29 dat artikel 544 van het Wetboek van vennootschappen, dat bepaalt dat de statuten het aantal stemmen waarover iedere aandeelhouder in de vergaderingen beschikt aandeelhouders op de algemene vergaderingen enkel kunnen beperken op voorwaarde dat deze beperking verplicht van toepassing is op iedere aandeelhouder zonder onderscheid van het effect waarmee hij aan de stemming deelneemt, niet van toepassing is op HR Rail, nu de Staat, overeenkomstig artikel 7, 4° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 op elk ogenblik over minstens 60% van de stemmen op de algemene vergadering dient te beschikken. Artikel 34 regelt de samenstelling van de raad van bestuur in overeenstemming met artikel 7, 5° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7. Paragraaf 4 is geïnspireerd op artikel 162bis, § 4 en artikel 207, § 3 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4, maar beperkt zich tot de voorzitter van de raad van bestuur, gelet op zijn cruciale rol. Deze paragraaf bepaalt dat de overige bestuurders, indien de betrekking van de voorzitter vacant komt, tijdelijk in diens vervanging voorzien, tot op het ogenblik dat de Koning is overgegaan tot de benoeming van een nieuwe voorzitter in overeenstemming met paragraaf 2. Deze beslissing zal worden genomen met gewone meerderheid van stemmen van de overblijvende leden van de raad van bestuur, die allen aanwezig of geldig vertegenwoordigd dienen te zijn om een geldige beslissing tot invulling van de vacature te kunnen nemen (zie ook de commentaar bij artikel 35 hierna). De bezoldiging van de voorzitter, die ook gelijk aan 0 euro kan zijn, wordt bepaald door de algemene vergadering. Door in paragraaf 5 te voorzien dat de voorzitter tot een andere taalrol moet behoren dan de algemeen directeur, wordt de taalpariteit in de raad van bestuur van HR Rail verzekerd, nu het besluit dat er onder meer toe strekt de bepalingen van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 aan te passen aan de nieuwe structuur na de hervorming van de NMBS groep bepalingen zal invoeren in de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 op grond waarvan de gedelegeerd bestuurder van Infrabel en van de (nieuwe) NMBS tot een andere taalrol dienen te behoren. Aangezien de raad van bestuur evenwichtig is samengesteld uit vier leden, waaronder een vertegenwoordiger van Infrabel (de gedelegeerd bestuurder van Infrabel), van NMBS (de gedelegeerd bestuurder van NMBS) en van HR Rail (de algemeen directeur) en de voorzitter die door de Koning is aangewezen, bepaalt artikel 35, § 1 dat een beslissing slechts geldig kan worden genomen wanneer alle leden van de raad van bestuur aanwezig of geldig vertegenwoordigd zijn. Deze bepaling beoogt op die manier onder meer te vermijden dat beslissingen die (ook) betrekking hebben op personeel dat ter beschikking wordt gesteld aan Infrabel, respectievelijk NMBS zouden kunnen worden genomen in afwezigheid van de feitelijke werkgever van dat personeel. Het aanwezigheidsquorum vormt bovendien een bijkomende garantie voor de onafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder, Infrabel, doordat wordt vermeden dat de spoorwegonderneming, NMBS, beslissingen zou kunnen opdringen in afwezigheid van een vertegenwoordiger van Infrabel. Op dit principe zijn twee uitzonderingen gemaakt, met name de beslissing tot aanstelling, ontslag en tot vaststelling van de opdracht van de algemeen directeur overeenkomstig artikel 39, § 1 en de beslissingen naar aanleiding van de evaluatie van de algemeen directeur overeenkomst artikel 41, § 3, nu voor deze beslissingen het deblokkeringsmechanisme van artikel 35, § 3, zoals hierna zal worden toegelicht, niet geldt. De regering achtte het namelijk niet wenselijk dat de Staat deze beslissingen die de door Infrabel en (nieuwe) NMBS gezamenlijk voorgedragen algemeen directeur betreffen, op de algemene vergadering, alleen zou kunnen nemen. Paragraaf 2 van artikel 35 bepaalt dat alle beslissingen van de raad van bestuur met gewone meerderheid van stemmen worden genomen. Lid 2 van paragraaf 2 voorziet een extra waarborg tot verzekering van de onafhankelijkheid van het personeel van Infrabel dat behoort tot de dienst toegang tot het net, dat belast is met de essentiële functies in de zin van artikel 7 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte. Een lid van de raad van bestuur dat een functie, mandaat of activiteit, persoonlijk of via tussenkomst van een rechtspersoon uitoefent ten dienste van (nieuwe) NMBS kan namelijk niet deelnemen aan de beraadslagingen of aan de stemming over beslissingen die uitsluitend op genoemd personeel van Infrabel betrekking hebben. Deze uitsluiting zal vooral zijn effect ressorteren bij personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte voor één of meer personeelsleden behorend tot de gespecialiseerde dienst binnen Infrabel die belast is met de essentiële functies, waar de formele beslissing door de juridische werkgever, namelijk HR Rail wordt genomen, maar waar de feitelijke beslissing bij Infrabel ligt, overeenkomstig de artikelen 107 en 108. Om te vermijden dat ten gevolge van deze bepaling geen beslissingen met betrekking tot dit personeel kunnen worden genomen, stelt artikel 35, § 2 dat de leden die niet mogen deelnemen aan de beraadslaging en de stemming wel meegerekend worden voor de bepaling van het aanwezigheidsquorum, maar als niet aanwezig worden beschouwd voor de berekening van het meerderheidsquorum. Indien twee bestuursleden een belangenconflict zouden hebben, kan dan toch nog een geldige beslissing worden genomen door de twee andere leden van de raad van bestuur. Paragraaf 3 van artikel 35 voorziet in een mechanisme om eventuele blokkeringen op het niveau van de raad van bestuur op te lossen door te bepalen dat, indien na drie vergaderingen, geen beslissing kon worden genomen over een bepaald agendapunt, de algemene vergadering moet worden bijeengeroepen die over het betreffende agendapunt zal kunnen oordelen bij gewone meerderheid der stemmen. Gelet op het feit dat de Staat steeds over 60% van de stemmen dient te beschikken, zal de Staat in de algemene vergadering de beslissing in voorkomend geval alleen kunnen nemen. Dit deblokkeringsmechanisme is ook van toepassing indien geen beslissing kan worden genomen doordat het aanwezigheidsquorum in de raad van bestuur niet wordt gehaald. Net zoals bij een NV van privaat recht het geval is indien een bestuurder niet aanwezig kan zijn op een vergadering van de raad van bestuur, kan deze zich op de vergadering enkel geldig laten vertegenwoordigen door een andere bestuurder. Artikel 36, § 1 bepaalt dat de raad van bestuur, zoals in de naamloze vennootschappen van privaat recht, over de residuaire bevoegdheid beschikt. De raad van bestuur kan haar bevoegdheden evenwel opdragen aan de algemeen directeur, naar analogie met artikel 17, § 2 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4, met uitzondering van (
- i)het vaststellen van het ondernemingsplan en het algemeen beleid, (
- ii)het toezicht op de algemeen directeur en (iii) de uitdrukkelijk aan de raad van bestuur toegewezen bevoegdheden (artikel 40, § 2 iuncto 36, § 2). Artikel 37 voorziet in het kader van de vertegenwoordiging van HR Rail in een tweehandtekeningsclausule. Deze bepaling staat de vertegenwoordiging van HR Rail door de raad van bestuur als college niet in de weg, evenmin als de mogelijkheid voor de raad van bestuur om volmachten te verlenen op grond van artikel 48. Artikel 38 bepaalt de samenstelling en bevoegdheden van het benoemings- en bezoldigingscomité. Het advies dat dit comité overeenkomstig paragraaf 2 dient uit te brengen over de kandidaturen met het oog op de benoeming van de adjunct van de algemeen directeur en het kaderpersoneel dat niet ter beschikking is gesteld, dient uiteraard ook te worden uitgebracht indien de benoeming het gevolg zou zijn van een bevordering. De artikelen 39 tot 41 handelen over de algemeen directeur die, naast de raad van bestuur, het tweede bestuursorgaan van HR Rail vormt. De algemeen directeur wordt benoemd met gewone meerderheid van stemmen van de leden van de raad van bestuur, maar met de bijkomende voorwaarde dat vooraf een unanieme voordracht is gebeurd van de kandidaat algemeen directeur door de gedelegeerd bestuurder van Infrabel en van (nieuwe) NMBS. Indien al een algemeen directeur in functie is (die bijvoorbeeld voor herbenoeming in aanmerking komt) bepaalt artikel 39, § 1 dat hij niet mag beraadslagen en meestemmen over zijn (her)benoeming. Hetzelfde geldt op grond van artikel 39, § 2 voor de beslissing inzake de vaststelling van zijn administratieve en geldelijke rechtspositie. De algemeen directeur wordt in voorkomend geval niet meegerekend voor de berekening van het meerderheidsquorum, zodat een meerderheid van twee van de drie overige leden van de raad van bestuur volstaat om de beslissing te nemen. Het besluit gaat hierbij verder dan de belangenconflictenregeling in artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen, dat de uitsluiting van de beraadslaging en stemming enkel voorziet in de vennootschappen die een publiek beroep doen of hebben gedaan op het spaarwezen. De door artikel 39 vereiste bijzondere bekwaamheid op het vlak van human resources veronderstelt niet dat hij beslagen moet zijn in alle domeinen van human resources, maar daarentegen ervaring in één of meerdere domeinen kan volstaan om in aanmerking te komen voor de functie. Hetzelfde geldt voor de adjunct van de algemeen directeur op grond van artikel 42, § 1. Wat zijn bevoegdheden betreft, vermeldt artikel 40 de voornaamste doelstelling die de algemeen directeur blijkens de commentaar bij artikel 7, 9° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 heeft, met name de modernisering van het beheer van de personeelszaken. De verwezenlijking van deze doelstelling zal worden geconcretiseerd in een opdrachtbrief die overeenkomstig artikel 39, § 1 op unanieme voordracht van de gedelegeerd bestuurders van (nieuwe) NMBS en Infrabel door de raad van bestuur van HR Rail wordt goedgekeurd. De algemeen directeur kan HR Rail overeenkomstig artikel 40, § 3 vertegenwoordigen voor wat betreft het dagelijks bestuur en voor wat betreft de bevoegdheden die hem krachtens de wet zijn toegekend, met inbegrip van de bevoegdheden die de raad van bestuur in voorkomend geval aan de algemeen directeur op grond van artikel 36, § 2 heeft opgedragen. Naar analogie met artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen zullen de beperkingen aan de overdraagbare bestuursbevoegdheid van de algemeen directeur niet kunnen worden tegengeworpen aan derden, zelfs niet indien zij worden bekendgemaakt. De algemeen directeur heeft overeenkomstig artikel 41, § 2 de bijzondere opdracht om erover te waken de raad van bestuur vooraf te informeren indien hij standpunten inneemt die een financiële impact kunnen hebben op Infrabel en (nieuwe) NMBS. In de mate dat de financiële impact van een bepaald standpunt reeds is voorzien in een door de raad van bestuur goedgekeurd budget, dient de algemeen directeur zijn informatieverplichting van paragraaf 2 niet opnieuw toe te passen. Aangezien zowel de gedelegeerd bestuurder van Infrabel als deze van (nieuwe) NMBS deel uitmaken van de raad van bestuur, acht de regering een bijkomende rechtstreekse mededeling aan Infrabel en (nieuwe) NMBS niet noodzakelijk. De algemeen directeur zal de raad van bestuur uiteraard ook informeren over de financiële gevolgen voor HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS van beslissingen die behoren tot de bevoegdheid van de raad van bestuur. De algemeen directeur zal op grond van artikel 41, § 3, niet deelnemen aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot zijn eigen evaluatie. Die beslissing wordt door de raad van bestuur genomen met gewone meerderheid van stemmen, maar met de bijkomende voorwaarde dat de gedelegeerd bestuurder van Infrabel en van (nieuwe) NMBS de beslissing met betrekking tot de evaluatie hebben goedgekeurd. Een meerderheid van twee van de drie leden van de raad van bestuur volstaat in voorkomend geval, nu de algemeen directeur wordt geacht afwezig te zijn voor de berekening van het meerderheidsquorum. De adjunct van de algemeen directeur wordt op voordracht van de algemeen directeur benoemd door de raad van bestuur nadat advies werd ingewonnen van het benoemings- en bezoldigingscomité waarvan sprake in artikel 38 (artikel 42, § 1). Hij behoort tot een andere taalrol dan de algemeen directeur. Zijn taak bestaat er in essentie in de algemeen directeur te vervangen bij afwezigheid (artikel 43, § 1) en te zetelen in het HR Coördinatie Comité, waarvan hierna sprake. Het mandaat van algemeen directeur of adjunct van de algemeen directeur is een tijdelijk mandaat. De administratieve en geldelijke rechtspositie verbonden aan elk van deze tijdelijke mandaten wordt trouwens bepaald door de raad van bestuur van HR Rail. In artikel 44 wordt beschreven welke de impact is van het vervullen van dit mandaat op de rechtspositie van de algemeen directeur en van de adjunct van de algemeen directeur, naargelang hij zich reeds in een statutaire of contractuele band bevond met de Staat of enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, zoals bijvoorbeeld HR Rail. De artikelen 45 tot 47 bepalen de regels inzake het zogenaamde Comité voor de coordinatie van het personeelsbeheer, afgekort « HR Coördinatie Comité », in overeenstemming met de samenstelling die is weergegeven in artikel 7, 9° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 en bepaalt de bevoegdheden ervan. De werkingsregels van het HR Coördinatie Comité zullen worden bepaald in een intern reglement, dat onder meer zal voorzien in een bepaling die de onafhankelijkheid van het personeel bij Infrabel, belast met de essentiële functies, dient te garanderen, naar analogie met artikel 35, § 2, lid 2. De artikelen 48 en 49 bevestigen de mogelijkheid van volmachtenvertegenwoordiging. Ze leggen regels op om de transparantie van de volmachten te garanderen, onder meer door te bepalen dat de duur van de volmachten moet worden vermeld door de volmachtgever. Dit neemt niet weg dat de volmachten ook voor onbepaalde duur kunnen zijn, indien dat zo wordt gepreciseerd door de volmachtgever. Artikel 51 bevat de onverenigbaarheidsregels in hoofde van de bestuurders, algemeen directeur en adjunct van de algemeen directeur en is geïnspireerd op artikel 22 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4. Bovenop de onverenigbaarheden in genoemd artikel 22 voorziet artikel 51, § 2, lid 2 ook een onverenigbaarheid tussen het mandaat van algemeen directeur en van de adjunct van de algemeen directeur enerzijds en een mandaat of functie bij Infrabel of NMBS anderzijds, zodat het evenwicht tussen Infrabel en NMBS binnen de raad van bestuur van HR Rail en het HR Coördinatie Comité niet wordt verstoord. Als alternatief voor het sluiten van een beheerscontract tussen HR Rail en de Staat, bepaalt artikel 52 dat de Koning bij een uitvoeringsbesluit, de bijzondere regels en voorwaarden kan vastleggen waaronder HR Rail haar enige opdracht van openbare dienst, met name het organiseren en beheren van de sociale dialoog op het niveau van HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS gezamenlijk, zal uitoefenen. De financiering van HR Rail voor genoemde opdracht van openbare dienst zal jaarlijks worden bepaald in de Staatsbegroting. De raad van bestuur dient op grond van artikel 53 een ondernemingsplan op te stellen. Dit plan zal onder meer de visie omvatten met betrekking tot die delen van HR die tot de bevoegdheid van HR Rail behoren, voor het geheel van de personeelsleden tewerkgesteld bij HR Rail, Infrabel en NMBS, en met betrekking tot het personeelsbeleid van het personeel dat niet ter beschikking gesteld wordt door HR Rail (eigen personeel van HR Rail). Uit dit ondernemingsplan dienen ook de inspanningen inzake de modernisering van het HR-beheer te blijken. De artikelen 54 tot 56 regelen het administratief toezicht (door de tussenkomst van een Regeringscommissaris) en de controle op de financiële toestand (door de tussenkomst van een college van commissarissen) van HR Rail. De beslissingen van de bestuursorganen waartegen de Regeringscommissaris beroep kan aantekenen - waarvan sprake in artikel 54, § 5 -, betreffen zowel deze van de raad van bestuur als de algemeen directeur. Inzake de financiering van HR Rail, preciseert de Regering dat HR Rail, naast de toelagen voor haar opdracht van openbare dienst, zoals vermeld in artikel 52, inkomsten ontvangt door de facturatie van de HR-diensten, met inbegrip van de ter beschikking stelling van het personeel, aan Infrabel en (nieuwe) NMBS. Deze facturatie dient minstens de kostprijs te dekken, d.w.z. dat HR Rail niet enkel de directe kosten, gelieerd aan de HR-diensten en de terbeschikkingstelling zal doorrekenen, maar ook de indirecte kosten die zij maakt op het vlak van ruimte, administratie, beheer en personeelsinzet om genoemde HR-diensten en terbeschikkingstelling te verzekeren. HR Rail mag op grond van artikel 58 als een goed huisvader beslissen over de belegging van de haar beschikbare gelden. Zij dient daarbij uiteraard binnen de grenzen van haar maatschappelijk doel te blijven, wat in elk geval enige vorm van speculatieve belegging van gelden uitsluit. Dat is a fortiori het geval voor de gelden behorend tot het Fonds van de sociale werken. Artikel 60 beoogt dezelfde fiscale vrijstellingen toe te kennen aan HR Rail als degenen die van toepassing waren voor NMBS Holding voorafgaand aan de hervorming. Op die manier wordt de fiscale neutraliteit van de hervorming gegarandeerd. Ingevolge dit besluit zullen de kosten verbonden aan het personeel dat door HR Rail ter beschikking wordt gesteld van Infrabel en (nieuwe) NMBS aan deze vennootschappen worden doorgerekend. Vanuit fiscaal oogpunt kan HR Rail beroepskosten oplopen die niet volledig fiscaal aftrekbaar zijn (bijvoorbeeld maaltijdcheques). Bij de doorrekening van deze kosten aan de genietende entiteiten, heeft de Ministerraad zijn akkoord gegeven over het principe dat deze kosten uitsluitend niet aftrekbaar zijn in hoofde van de vennootschappen waaraan het personeel van HR Rail ter beschikking wordt gesteld. Titel 3 Personeel Aangezien HR Rail geen autonoom overheidsbedrijf is en dus met haar personeel niet onder de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven ressorteert, is het nodig om het wettelijk kader voor de tewerkstelling van dit personeel te creëren, zoals trouwens ook reeds voorzien is in artikel 7, inzonderheid 7°, 8° en 10° tot 13°, van de wet van 30 augustus 2013. Dit wettelijk kader is ruim geïnspireerd zowel door de bepalingen van de wet van 23 juli 1926 zoals die er vóór de hervorming uitzagen als door de bepalingen van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 zelf die traditioneel reeds veel uitzonderingsbepalingen bevatte voor het personeel tewerkgesteld bij het Belgische spoor. De titel « Personeel » bestaat uit 11 hoofdstukken . In het eerste hoofdstuk worden de beginselen betreffende het personeelsstatuut en het syndicaal statuut uiteengezet, in overeenstemming met artikel 7, 10° en 13° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7. Artikel 66 schrijft het basisprincipe in dat HR Rail de enige juridische werkgever is van het personeel van de Belgische Spoorwegen, net zoals vóór de inwerkingtreding van de hervorming NMBS Holding de enige juridische werkgever van het personeel was. Infrabel en (nieuwe) NMBS kunnen dus enkel personeel tewerkstellen dat hen ter beschikking wordt gesteld door HR Rail. HR Rail kan zowel statutaire als niet statutaire personeelsleden ter beschikking stellen van Infrabel en (nieuwe) NMBS. Dit artikel moet uiteraard samen worden gelezen met het vijfde hoofdstuk dat de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden van HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS inzake personeelszaken regelt. Artikel 67 bepaalt dat de tewerkstelling van het personeel van de Belgische Spoorwegen in principe statutair is, behoudens de in de wet opgenomen uitzonderingen. Dit artikel vormt voor het personeel van de Belgische Spoorwegen het equivalent van artikel 29 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4. Het personeel wordt aangeworven door HR Rail, en tewerkgesteld in overeenstemming met het personeelsstatuut en de personeelsreglementering. Dit artikel dient te worden samengelezen met de artikelen 102 tot 109 inzake de verdeling van bevoegdheden van HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS inzake personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte. De complexe juridische situatie binnen de Belgische Spoorwegen, met het samenspel van de juridische werkgever en de feitelijke werkgevers, maakt dat de hiërarchie van de rechtsbronnen waaruit verplichtingen voor de betrokken partijen voortvloeien, moet worden verduidelijkt. Dit gebeurt voor het statutair personeel in artikel 68. In punt 6° van de hiërarchie zijn « instructies van de vennootschap die het werkgeversgezag uitoefent » opgenomen. Dit heeft inzonderheid tot doel om richtlijnen en bevelen die worden gegeven door de vennootschap die de feitelijke werkgever is van het haar ter beschikking gesteld personeelslid, een plaats te geven in de hiërarchie van de rechtsbronnen. Tot de bedoelde instructies behoren onder meer : (
- i)beleidsinstructies met een algemene draagwijdte die kaderen in het « niet-reglementair HR-beleid » omschreven in artikel 84, 2°, en, zoals trouwens bepaald in artikel 143, 4°, in het « niet-reglementair welzijnsbeleid » omschreven in artikel 142 (tot dergelijke beleidsinstructies behoren onder meer omzendbrieven en policies); (
- ii)instructies die kwalificeren als louter organisatorische maatregelen die de feitelijke werkgever uitvaardigt in het belang van de vennootschap (hiertoe behoren maatregelen van inwendige orde); en (iii) praktische (werk)instructies die de feitelijke werkgever ten aanzien van (individuele) personeelsleden uitvaardigt. De tweede paragraaf van artikel 68 betreft de problematiek van de mogelijke strijdigheid van normen. Of er sprake is van strijdigheid tussen normen voortvloeiend uit onderscheiden rechtsbronnen moet worden geïnterpreteerd in dezelfde zin als de gebruikelijke interpretatie die hieraan gegeven wordt in het kader van artikel 51 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten7 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Enkel bij een dergelijk inhoudelijk conflict dient de norm uit de lagere rechtsbron buiten toepassing te worden gelaten. Deze rechtsbronnen en hun hierarchie gelden niet enkel in de verhouding tussen de personeelsleden en HR Rail, maar ook tussen de personeelsleden en Infrabel of (nieuwe) NMBS wanneer zij aldaar ter beschikking gesteld zijn. Dit wordt bepaald in artikel 69. Artikel 70 herneemt het voorlaatste lid van het huidig artikel 13 van de wet van 23 juli 1926. Overeenkomstig de eerste paragraaf van artikel 71 blijft de mobiliteit van het personeel binnen de Belgische Spoorwegen geregeld door of krachtens het personeelsstatuut. De tweede paragraaf van artikel 71 maakt artikel 29bis van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4, inzake externe mobiliteit naar openbare overheden, ook van toepassing op het personeel van de Belgische Spoorwegen om aldus de mobiliteit zoals die voor de hervorming bestond, te vrijwaren. Het tweede hoofdstuk bevat, in overeenstemming met artikel 7, 8° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, de principes van de terbeschikkingstelling van het personeel nadat het aan HR Rail is overgedragen. Tijdens de terbeschikkingstelling van personeel blijft het personeelsstatuut op hen van toepassing. Zij staan dan onder het uitsluitende werkgeversgezag van Infrabel of (nieuwe) NMBS. Dit houdt onder meer in dat, zoals ook voorgeschreven door artikel 111 en 112, het aan de feitelijke werkgever toekomt om het personeel te evalueren en (tucht)sancties op te leggen. De eerste paragraaf van artikel 72 laat toe dat HR Rail en respectievelijk Infrabel of (nieuwe) NMBS de nadere modaliteiten van de terbeschikkingstelling van personeel regelen in een overeenkomst met betrekking tot terbeschikkingstelling. Vanzelfsprekend moeten daarbij de bepalingen van de wet worden nageleefd. Het afsluiten van dergelijke overeenkomst is facultatief. Het is aldus mogelijk dat HR Rail een dergelijke overeenkomst enkel afsluit met Infrabel, of met (nieuwe) NMBS, al naargelang het geval, of nog, dat de overeengekomen modaliteiten van de terbeschikkingstelling tussen HR Rail en Infrabel verschillen van deze tussen HR Rail en (nieuwe) NMBS. De overeenkomsten inzake terbeschikkingstelling van personeel die NMBS Holding heeft afgesloten, respectievelijk met Infrabel en NMBS en die zijn opgenomen als bijlage bij het personeelsstatuut, zullen met ingang van 1 januari 2014 niet langer van toepassing zijn, omdat zij onverenigbaar zijn met de nieuwe structuur na de hervorming en dit met toepassing van de artikelen 68 en 78. Uit de tweede paragraaf van artikel 72 volgt dat de terbeschikkingstelling door HR Rail een sui generis karakter heeft : hoofdstuk III van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, dat de terbeschikkingstelling van werknemers ten behoeve van gebruikers verbiedt, is er niet op van toepassing. Aldus vormt deze paragraaf, voor het personeel van de Belgische Spoorwegen, het equivalent van artikel 214, § 2, en artikel 232, § 2, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4. Deze uitsluiting van toepassing is trouwens enkel nodig voor wat het niet statutaire personeel betreft, aangezien het statutaire personeel niet onder hoofdstuk III van voormelde wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten0 valt. Overeenkomstig de derde paragraaf van artikel 72 blijft de terbeschikkingstelling van een personeelslid aan een vennootschap, en de daarmee gepaard gaande financiële tenlasteneming door de vennootschap, altijd voortbestaan. Dat is ook bijvoorbeeld het geval wanneer het personeelslid ziek is, beschikbaar wordt ingevolge afschaffing van betrekking of in geval van toepassing van het elfde hoofdstuk. Er kan aan de terbeschikkingstelling slechts een einde worden gesteld na het uitdrukkelijk en voorafgaand akkoord van HR Rail. De facultatief af te sluiten overeenkomst inzake terbeschikkingstelling kan hier niet van afwijken. Hoewel de beslissing om een einde te maken aan een terbeschikkingstelling van een welbepaald personeelslid in principe een beslissing is met individuele draagwijdte, wordt hier uitdrukkelijk afgeweken van de regels die hieromtrent zijn opgenomen in afdeling 7 van het vijfde hoofdstuk. HR Rail neemt wat betreft het einde van een terbeschikkingstelling dus geen (formele) beslissing op eensluidend voorstel van de feitelijke werkgever, maar neemt een eigen autonome beslissing die volledig de gevolgen van artikel 35 ondergaat. De vierde paragraaf van artikel 72 beschrijft de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van personeelsleden die beschikbaar zijn. Met « verplichtingen inzake sociale dialoog » wordt inzonderheid verwezen naar de Nationale Paritaire Commissie (artikel 118, 14° ) en de gewestelijke paritaire commissies van HR Rail (artikel 134, § 2). Met toepassing van de vijfde paragraaf van artikel 72 ligt de burgerlijke aansprakelijkheid van de werkgever bij de vennootschap die het werkgeversgezag uitoefent. Het derde hoofdstuk bevat, geheel in lijn met artikel 7, 12° en 13° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, de regels inzake de vaststelling van het personeelsstatuut en het syndicaal statuut. Artikel 73 vormt voor het personeel van de Belgische Spoorwegen het equivalent van artikel 33 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4. Het eerste personeelsstatuut, het eerste syndicaal statuut en de eerste personeelsreglementering van toepassing op het personeel van de Belgische Spoorwegen, zijn het personeelsstatuut, het syndicaal statuut en de personeelsreglementering zoals van kracht op 31 december 2013 voor het personeel van NMBS Holding, zonder nochtans hierbij afbreuk te kunnen doen aan de hiërarchie van toepasselijke rechtsbronnen. Alle bepalingen van het personeelsstatuut, het syndicaal statuut en de personeelsreglementering die strijdig zouden zijn met hogere normen, bijvoorbeeld met de bepalingen die dit besluit in de wet van 23 juli 1926 invoert, zullen bijgevolg geen verdere toepassing meer kunnen vinden en dit ten voordele van de bepalingen uit deze hogere normen. Het is overigens ten zeerste aangewezen dat de teksten van het personeelsstatuut, het syndicaal statuut en de personeelsreglementering ten spoedigste aan het nieuwe kader na de hervorming worden aangepast. Artikel 74 geeft aan welke bepalingen als grondregelen te beschouwen zijn. Het betreft de bepalingen opgenomen in het personeelsstatuut, het syndicaal statuut en de ARPS-bundel 541 inzake « Dienst- en rusttijden ». Wijziging van deze bepalingen zal, net als onder de wet van 23 juli 1926 zoals van kracht vóór de hervorming, onderhandeling vereisen met een tweederde meerderheid binnen de Nationale Paritaire Commissie, volgens de procedure bepaald in artikel 75. Regels die niet in het personeelsstatuut, het syndicaal statuut of de ARPS-bundel 541 zijn opgenomen, zijn geen grondregelen. De artikelen 75 en 76 regelen de procedures die moeten worden gevolgd in het kader van de sociale dialoog binnen de Nationale Paritaire Commissie. De procedure verschilt naargelang de materie waarop het voorstel betrekking heeft. Artikel 75 regelt de onderhandelingsprocedure die moet worden gevolgd voor alle voorstellen tot vaststelling of wijziging van het personeelsstatuut, het syndicaal statuut of de personeelsreglementering inzake « Dienst- en rusttijden », i.e. de zogenaamde grondregelen aangewezen in artikel 74. Net zoals in de wet van 23 juli 1926 zoals van kracht vóór de hervorming het geval was, vormen de grondregelen onderhandelingsmaterie bij de Nationale Paritaire Commissie, waarbij een tweederde meerderheid voor goedkeuring is vereist. De goedkeuring met tweederde meerderheid is vervolgens bindend voor HR Rail die dan uiteindelijk de (gewijzigde) regeling vaststelt. De onderhandelingsprocedure zal meer bepaald van toepassing zijn ten gevolge van artikel 86 (reglementair HR-beleid voor wat de grondregelen betreft). Verschillende andere artikelen die het besluit in de wet van 23 juli 1926 invoegt, verwijzen naar de onderhandelingsprocedure uit artikel 75. Artikel 76 regelt de overlegprocedure die moet worden gevolgd omtrent elk voorstel tot vaststelling of wijziging van personeelsreglementering. Hierover moet overleg worden gevoerd met het oog op een advies van de Nationale Paritaire Commissie. Dit advies is niet bindend. De overlegprocedure zal meer bepaald van toepassing zijn bij overleg ten gevolge van artikel 86 (in zoverre het reglementair HR-beleid doch geen grondregelen betreft). De overlegprocedure geldt niet voor de reglementering inzake de administratieve en geldelijke loopbaan van het kaderpersoneel : deze reglementering valt buiten het overleg en behoort tot de bevoegdheid van de raad van bestuur van HR Rail, zonder dat hierdoor aan de toepassing van de artikelen 85 tot 87 kan worden voorbijgegaan. Overeenkomstig de tweede paragraaf van artikel 76 wordt de reglementering vastgesteld door de raad van bestuur van HR Rail. Deze bepaling moet worden samengelezen met artikel 87, waarin de procedure inzake het vaststellen van het reglementair HR-beleid wordt uiteengezet. Voor de vaststelling van het reglementair en niet-reglementair welzijnsbeleid gelden niet de regels uit artikel 75 en 76, maar moeten de artikelen 142 en 143 worden gevolgd : het welzijnsbeleid wordt immers vastgesteld op het niveau van de vennootschap. Dit geldt dan weer niet voor de samenstelling, bevoegdheden en werking van de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk en de samenstelling van de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk : hiervoor moet overeenkomstig artikel 147 de procedure uit artikel 75 worden nageleefd. Het vierde hoofdstuk bevat, in lijn met artikel 7, 12° en 13° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, enkele bijzondere bepalingen met betrekking tot niet statutaire, met andere woorden de contractuele personeelsleden van HR Rail. Artikel 77 maakt het mogelijk om binnen de Nationale Paritaire Commissie met tweederde meerderheid bindende collectieve overeenkomsten tot stand te brengen. Het betreft collectieve overeenkomsten die niet onder de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten7 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités vallen. Voor dergelijke collectieve overeenkomsten geldt enkel wat bepaald wordt in artikel 77. Het zal dus aangewezen zijn om een aantal zaken standaard in de collectieve overeenkomst te regelen, bijvoorbeeld de duur van de overeenkomst en de eventuele modaliteiten voor opzegging. De overeenkomsten worden genummerd en geregistreerd door HR Rail. Artikel 78 regelt de hiërarchie van de rechtsbronnen rekening houdende met de omgeving van de Belgische Spoorwegen waarbinnen de niet statutaire personeelsleden zijn tewerkgesteld. Tot de in punt 6° opgelijste instructies behoren ook hier onder meer : (
- i)beleidsinstructies met een algemene draagwijdte die kaderen in het « niet-reglementair HR-beleid » zoals bedoeld in artikel 84, 2°, en, zoals trouwens bepaald in artikel 143, 4°, het « niet-reglementair welzijnsbeleid » zoals bedoeld in artikel 142 (tot dergelijke beleidsinstructies behoren omzendbrieven en policies); (
- ii)instructies die kwalificeren als louter organisatorische maatregelen die de feitelijke werkgever uitvaardigt in het belang van de vennootschap (hiertoe behoren maatregelen van inwendige orde); en (iii) praktische (werk)instructies die de feitelijke werkgever ten aanzien van (individuele) personeelsleden uitvaardigt. Vastgesteld reglementair welzijnsbeleid dat ook van toepassing is verklaard op het niet statutair personeel wordt voor hen gevat onder artikel 78, § 1, 5°. Wat de tweede paragraaf van artikel 78 betreft, wordt verwezen naar de toelichting bij de tweede paragraaf van artikel 68. Net zoals voor de statutaire personeelsleden het geval is, spreekt het voor zich dat niet alleen de juridische werkgever (HR Rail) maar ook de feitelijke werkgever (Infrabel of (nieuwe) NMBS, al naargelang het geval) de bepalingen die de rechtspositie van het personeel (in de ruime zin begrepen) regelen, respecteert. Dit wordt bepaald in artikel 79. Het vijfde hoofdstuk bevat, in overeenstemming met artikel 7, 10° en 12° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, de regels inzake de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden van HR Rail, Infrabel en NMBS inzake personeelszaken. In een relatie van terbeschikkingstelling waarbij de juridische werkgever (HR Rail) van statutair en niet statutair personeel te onderscheiden is van de feitelijke werkgever(
- s)(Infrabel respectievelijk (nieuwe) NMBS), is een duidelijke taakverdeling tussen beide vennootschappen noodzakelijk om de terbeschikkingstelling in al zijn aspecten probleemloos te laten verlopen. Het vijfde hoofdstuk van het besluit legt de hoofdlijnen van deze taakverdeling vast, waarbij het aan de betrokken vennootschappen vrijstaat om in de HR-dienstenovereenkomst(
- en)de door dit besluit vastgelegde principes nader uit te werken of aan te vullen en de wederzijdse rechten en verantwoordelijkheden nader te bepalen. Dit hoofdstuk regelt aldus de basisprincipes van de taakverdeling in de verschillende domeinen van HR voor wat betreft HR-beleid, HR-uitvoering, HR-beheer en HR-expertise. Welzijn op het werk is hiervan uitgesloten en wordt geregeld in het achtste hoofdstuk. HR Rail neemt feitelijk alle activiteiten in bovenstaande domeinen op zich voor wat betreft het personeel dat niet ter beschikking is gesteld van Infrabel of (nieuwe) NMBS. Voorts is elke vennootschap verantwoordelijk voor zijn eigen zogenaamd niet-reglementair HR-beleid, het volledige welzijnsbeleid en de personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte (hierbij neemt HR Rail wel in principe de formele beslissing), voor het personeel dat binnen de eigen vennootschap gebruikt wordt. Artikel 81 lijst de basistaken van HR Rail op en behoeft geen nadere toelichting. Voor de volledigheid kan eraan toegevoegd worden dat het Kledingsfonds volledig beheerd wordt door (nieuwe) NMBS. De artikelen 82 tot en met 90 bakenen de taakverdeling tussen HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS inzake HR-beleid af. Overeenkomstig artikel 82 bewaakt HR Rail de coherentie en de consistentie in de toepassing van het personeelsstatuut, het syndicaal statuut en de personeelsreglementering, alsook van de toepasselijke wetgeving en haar uitvoeringsbesluiten. Infrabel en (nieuwe) NMBS behouden of bekomen, voor de eigen vennootschap, een aantal bevoegdheden in verband met HR-beleid, zoals niet-limitatief opgelijst in de tweede paragraaf van artikel 83. Artikel 84 maakt een onderscheid tussen het « reglementair HR-beleid » en het « niet-reglementair HR-beleid ». « Reglementair HR-beleid » omvat alle beleidsbeslissingen die het personeelsstatuut, het syndicaal statuut of de personeelsreglementering vaststellen of aanpassen. Het betreft aldus zowel de grondregelen voor het personeel sensu stricto als de overige personeelsreglementering die niet onder de grondregelen gevat wordt. « Niet-reglementair HR-beleid » omvat het HR-beleid met inbegrip van alle overige beleidsbeslissingen tot vaststelling of aanpassing van het HR-beleid met een algemene draagwijdte, die niet gevat worden onder het « reglementair HR-beleid ». Algemene dienstorders, uitgevaardigd door de feitelijke werkgevers die ertoe strekken de interne organisatie van de vennootschap te verbeteren of het algemeen personeelsbelang te verhogen en die toepassing vinden op een (deel van het) personeel zoals tewerkgesteld binnen de vennootschap, worden onder het niet-reglementair HR-beleid gevat tenminste in zoverre ze geen verandering inhouden of noodzaken van het personeelsstatuut, het syndicaal statuut of de personeelsreglementering, zoals bedoeld in het reglementair HR-beleid. Zo is bij niet-reglementair HR-beleid onder meer te denken aan het ontwikkelen en uitvaardigen binnen een vennootschap van een beleid op het vlak van alcoholgebruik; het uitvaardigen van een bedrijfspolitiek over internetgebruik; het opzetten van een politiek voor bedrijfswagens; indien deze tenminste geen wijziging inhouden of noodzaken van het personeelsstatuut, het syndicaal statuut of de personeelsreglementering. Het is niet noodzakelijk dat een identiek (niet-) reglementair HR-beleid wordt ontwikkeld bij elk van de feitelijke werkgevers. De procedures voor vaststelling van reglementair HR-beleid verschillen van deze voor de vaststelling van het niet-reglementair HR-beleid. Daarbij spelen het HR Coördinatie Comité en, desgevallend, de Nationale Paritaire Commissie een belangrijke rol. Artikelen 85 tot en met 87 regelen de procedure en bevoegdheden voor het voorbereiden en uitvaardigen van reglementair HR-beleid. Overeenkomstig artikel 85, eerste paragraaf, komt het voor het reglementair HR-beleid aan het HR Coördinatie Comité toe om wijzigingen voor te bereiden, al dan niet op voorstel van één van de vennootschappen. Paragraaf 2 bepaalt verder dat, zo het HR Coördinatie Comité geen consensus vindt over een ontwerp of voorstel tot aanpassing van het reglementair HR-beleid, deze rol wordt toebedeeld aan de raad van bestuur van HR Rail en desgevallend, met toepassing van artikel 35, § 3, aan de algemene vergadering. Overeenkomstig artikel 86 legt de algemeen directeur van HR Rail het voorstel van reglementair HR-beleid voor aan de Nationale Paritaire Commissie, voor overleg of onderhandeling, al naargelang het geval. Artikel 87 bepaalt dat HR Rail bevoegd is om, na onderhandeling gevolgd door een bindende regeling of na overleg al naargelang, het reglementair HR-beleid definitief vast te stellen. Artikelen 88 tot en met 90 regelen de procedure en bevoegdheden voor het voorbereiden en uitvaardigen van niet reglementair HR-beleid. Het komt in beginsel uitsluitend aan de feitelijke werkgever toe binnen de vennootschap een eigen niet-reglementair HR-beleid voor te bereiden en uit te vaardigen voor het personeel dat in de vennootschap is tewerkgesteld. Overeenkomstig artikel 89 moet elk ontwerp van niet-reglementair HR-beleid verplicht voorafgaandelijk worden meegedeeld aan het HR Coördinatie Comité. De verantwoordelijkheid om het ontwerp op gepaste wijze voor het HR Coördinatie Comité te brengen, berust op de vennootschap waarop het ontwerp betrekking heeft. De algemeen directeur van HR Rail toetst de draagwijdte van het voorstel in het licht van het reglementair HR-beleid en aan de bevoegdheden van de Nationale Paritaire Commissie. Wanneer het HR Coördinatie Comité vervolgens op zijn eerstvolgende vergadering op basis van het gemotiveerd advies van de algemeen directeur vaststelt, bij gewone meerderheid, dat de voorgenomen beleidsbeslissing een impact heeft die een aanpassing van het reglementair HR-beleid noodzaakt, wordt de procedure gevolgd voor het reglementair HR-beleid. De procedure beschreven in artikel 89 heeft tot doel om oneigenlijk gebruik van het niet-reglementair HR-beleid door één van de vennootschappen tegen te gaan, en om de bevoegdheden van de Nationale Paritaire Commissie te vrijwaren. Voor alle duidelijkheid moet hieraan worden toegevoegd dat ontwerpen van niet-reglementair HR-beleid enkel betrekking mogen hebben op zaken die niet reeds in het personeelsstatuut of de personeelsreglementering geregeld zijn. Ingevolge artikel 90 wordt, na de evaluatie van het voorstel door de algemeen directeur van HR Rail en desgevallend door het HR Coördinatie Comité, het niet-reglementair HR-beleid definitief vastgesteld door de betrokken vennootschap, die de algemeen directeur van HR Rail en het HR Coördinatie Comité informeert van de genomen beslissingen terzake. Artikelen 91 tot en met 95 bakenen inzake HR-uitvoering de taakverdeling af tussen HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS. Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting. Artikel 96 regelt de principes van de taakverdeling inzake HR-beheer tussen HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS. Paragraaf 2 lijst een aantal basistaken inzake HR-beheer op die in elk geval door HR Rail uitgevoerd moeten worden, gelet op de expertise en rol van HR Rail terzake. Artikel 97 regelt de principes inzake HR-expertise. Overeenkomstig paragraaf 3 kan HR Rail beleidsvoorstellen doen met het oog op de modernisering van HR. Zij formuleert deze voorstellen op de raad van bestuur van HR Rail of in het HR Coördinatie Comité. Artikelen 98 tot en met 101 betreffen de voorschriften aangaande de af te sluiten HR-dienstenovereenkomst(en), waarin de taakverdeling tussen HR Rail en Infrabel, respectievelijk tussen HR Rail en (nieuwe) NMBS, inzake HR-beleid, HR-uitvoering, HR-beheer en HR-expertise in één of meer van de domeinen van HR nader zal worden gepreciseerd en toebedeeld, mits respect voor de bepalingen van de wet. Artikel 98 schrijft voor dat de wederzijdse rechten en verantwoordelijkheden inzake het HR-beleid, de HR-uitvoering, het HR-beheer en de HR-expertise nader gepreciseerd worden in de HR-dienstenovereenkomst. In de HR-dienstenovereenkomst kan niet worden afgeweken van de basistaken van HR Rail, zoals bepaald in artikel 81. Deze basistaken zijn dan ook minimaal en verplicht nader te regelen in de HR-dienstenovereenkomst. Dit artikel bepaalt voorts op dwingende wijze de procedure tot afsluiten van (één of meerdere) HR-dienstenovereenkomst(en). Een ontwerp van HR-dienstenovereenkomst moet steeds - op gezamenlijk voorstel van HR Rail en Infrabel respectievelijk (nieuwe) NMBS - voor advies aan de Nationale Paritaire Commissie overgelegd, alvorens te worden overgelegd aan de raad van bestuur van HR Rail. Artikel 99 kent de mogelijkheid toe om de HR-dienstenovereenkomst(
- en)zo nodig aan te passen en/of te moderniseren teneinde op een adequate en aangepaste wijze HR te kunnen benaderen binnen de vennootschappen. Artikel 100 legt een verplicht in de HR- dienstenovereenkomst te regelen samenspraak- of bemiddelingsprocedure op tussen HR Rail en Infrabel respectievelijk (nieuwe) NMBS. Pas wanneer de in de HR-dienstenovereenkomst vervatte samenspraak- en/of bemiddelingsprocedure zonder resultaat is uitgeput, kan elk van de vennootschappen zich richten tot de bevoegde rechtbank. Paragraaf 2 van dit artikel kent de Koning de bevoegdheid toe (andere) bijzondere elementen die verplicht in de HR-dienstenovereenkomst moeten worden opgenomen, nader te bepalen evenals de modaliteiten inzake de inwerkingtreding van de HR-dienstenovereenkomst vast te stellen. Artikel 101 kent de bevoegdheid toe aan de Koning, wanneer de vennootschappen in gebreke blijven tijdig de verplichte HR-dienstenovereenkomst(
- en)af te sluiten, hiertoe bindende bedingen op te leggen. Artikelen 102 tot en met 113 regelen de taakverdeling en bevoegdheden van HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS inzake personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte. Artikel 102 definieert wat wordt verstaan onder « personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte ». Onder dit begrip worden zowel personeelsbeslissingen ten aanzien van een niet statutair als van een statutair personeelslid begrepen. Onder personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte worden beslissingen begrepen die rechtsgevolgen teweegbrengen of kunnen teweegbrengen voor een identificeerbaar personeelslid en waarbij in het beslissingsproces aan de feitelijke werkgever een zeker mate van appreciatie- of beoordelingsvrijheid toekomt. Voorbeelden van de in artikel 102 geviseerde personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte betreffen, zonder limitatief te zijn, onder meer tuchtmaatregelen; sanctiemaatregelen; periodieke evaluatiebeslissingen; ontslagbeslissingen; aanwervingsbeslissingen; (gewone) ordemaatregelen ten aanzien van een personeelslid die worden genomen om de goede werking van de dienst te herstellen of te verzekeren. Dergelijke ordemaatregelen worden immers geacht rechtsgevolgen te hebben in hoofde van het betrokken personeelslid, althans wanneer de maatregel zware ongunstige gevolgen heeft voor de wijze waarop het personeelslid zijn ambt/functie moet uitoefenen of wanneer die werkomstandigheden, loopbaan, bezoldigingsregeling of arbeidsvoorwaarden drastisch wijzigt. Voorbeelden van een ordemaatregel zijn de overplaatsing, de preventieve schorsing, de wijziging van dienstaanwijzing of van bevoegdheden, of het beëindigen van de uitoefening van een hogere functie. A contrario, onder de personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte worden geen loutere organisatorische maatregelen of zogenaamde maatregelen van inwendige orde gevat, die weliswaar feitelijke gevolgen kunnen hebben voor de invulling van een takenpakket van een personeelslid, doch geen rechtsgevolgen teweegbrengen. Dit betreffen immers maatregelen die worden genomen in het belang van de dienst en die betrekking hebben op de interne organisatie van de dienst of die de goede werking ervan moeten helpen verzekeren. Typische voorbeelden zijn een loutere herverdeling van de taken tussen alle personeelsleden met een bepaalde functie of de overplaatsing van een administratief assistent naar een andere plaats van tewerkstelling, maar met behoud van functie en salaris, om redenen die verband houden met de verdeling van de werklast over de aanwezige administratieve assistenten. Ook zogenaamde « declaratieve » personeelsbeslissingen, waarbij het personeelslid rechtstreeks en automatisch rechten put op grond van het personeelsstatuut of de personeelsreglementering, vallen niet onder het begrip « personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte ». Zo kan worden gedacht aan de functionele loopbaan inzake anciënniteitsopbouw of geldelijke anciënniteitsopbouw. Dergelijke declaratieve personeelsbeslissingen vallen onder de bevoegdheid van HR Rail. Het tweede lid van artikel 102 verduidelijkt dat ook eerste aanwervingsbeslissingen onder « personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte » moeten worden begrepen, zijnde de beslissingen waardoor een persoon voor het eerst als personeelslid wordt aangeworven door HR Rail en dit ongeacht of hij nadien ter beschikking wordt gesteld aan Infrabel of (nieuwe) NMBS. Artikel 103 schrijft de verplichting in om op regelmatige basis bilaterale samenspraak te organiseren om de eenheid van het personeelsstatuut en de personeelsreglementering te bewaren. Inzake de personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte geldt als basisregel dat HR Rail enkel instaat voor de uitvoering van dergelijke beslissingen terwijl de (inhoudelijke) beslissingen en motivering terzake genomen worden - in het kader van en met naleving van het personeelsstatuut - door de raden van bestuur of de daartoe gemachtigde organen van Infrabel, (nieuwe) NMBS of HR Rail zelf voor respectievelijk het personeel ter beschikking gesteld aan Infrabel, (nieuwe) NMBS en het personeel dat door HR Rail wordt tewerkgesteld voor de uitvoering van haar eigen opdrachten. Aan HR Rail wordt, op basis van artikel 104, als juridische werkgever en in overeenstemming met haar bevoegdheid inzake HR-uitvoering, de bevoegdheid toebedeeld om alle personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte uit te voeren, ongeacht of de beslissingen genomen zijn door HR Rail, Infrabel of (nieuwe) NMBS. Zoals in artikel 105 bepaald, is (zijn) de HR-dienstenovereenkomst(
- en)het instrument bij uitstek om de wederzijdse rechten en verbintenissen tussen HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS inzake personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte nader te modelleren. Binnen de personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone en bijzondere beslissingsbevoegdheden. Artikelen 106 tot en met 109 regelen de modaliteiten van de taakverdeling tussen HR Rail, Infrabel respectievelijk (nieuwe) NMBS inzake gewone beslissingsbevoegdheden. Dit vormt de gewone regeling, waarop de bepalingen inzake bijzondere beslissingsbevoegdheden uit artikelen 111 tot en met 113 een uitzondering uitmaken. Artikel 106 verduidelijkt dat HR Rail exclusief bevoegd is om ten aanzien van haar « eigen » personeel dat niet ter beschikking wordt gesteld of zal worden gesteld aan Infrabel of (nieuwe) NMBS, maar tewerkgesteld wordt binnen de eigen vennootschap, alle personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte zowel uit te vaardigen als uit te voeren. De beslissingen inzake aanwerving of terbeschikkingstelling van personeel dat ter beschikking van Infrabel of (nieuwe) NMBS zal worden gesteld, vallen onder artikel 107. Overeenkomstig artikel 107 komt het HR Rail als juridische werkgever toe om ten aanzien van het personeelslid dat ter beschikking is of zal worden gesteld van Infrabel of (nieuwe) NMBS, in het kader van haar bevoegdheid inzake HR-uitvoering, formeel alle (eind)personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte te nemen, op eensluidend gemotiveerd voorstel van Infrabel respectievelijk (nieuwe) NMBS. Artikelen 108 en 109 werken de modaliteiten van de te volgen gewone beslissingsprocedure nader uit. Artikel 108 vertrekt van de situatie waarbij Infrabel of (nieuwe) NMBS op eigen initiatief een gemotiveerd voorstel aangaande een personeelsbeslissing met individuele draagwijdte voorleggen aan HR Rail. De formele juridische (eind)beslissing wordt steeds door HR Rail genomen op bindend voorstel van de feitelijke werkgever, meer bepaald respectievelijk Infrabel of (nieuwe) NMBS, bij wie het personeelslid is ter beschikking gesteld. Het bindend voorstel geeft de beslissing weer die Infrabel of (nieuwe) NMBS genomen heeft ten aanzien van het personeelslid. Dit principe geldt zowel voor statutaire als niet statutaire personeelsleden. Paragraaf 3 kent HR Rail de mogelijkheid toe om een gemotiveerde formele beslissing tot niet-uitvoering van een gemotiveerd voorstel van Infrabel en/of (nieuwe) NMBS te nemen wanneer zij van oordeel is dat het voorstel in strijd is met een norm uit een hogere rechtsbron. Infrabel of (nieuwe) NMBS kunnen in voorkomend geval hiertegen beroep instellen bij de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak. Paragraaf 4 kent HR Rail in principe een termijn van dertig kalenderdagen toe, na ontvangst van het gemotiveerd voorstel, om de formele (eind)beslissing uit te vaardigen. Het is aangewezen om de modaliteiten van de overmaking van de gemotiveerde voorstellen door Infrabel respectievelijk (nieuwe) NMBS aan HR Rail nader te verduidelijken in de HR-dienstenovereenkomst. Paragraaf 5 bepaalt dat wanneer HR Rail in gebreke blijft binnen de wettelijk voorgeschreven termijn of de in de HR-dienstenovereenkomst vastgestelde termijn een formele eindbeslissing te nemen, Infrabel of (nieuwe) NMBS van rechtswege in de plaats van HR Rail treden om de formele eindbeslissing uit te vaardigen. Deze bepaling dient ook samen gelezen te worden met artikel 113, waarin wordt bepaald dat uitzonderlijk, in geval van spoedeisendheid - en waarbij de omstandigheden en voorwaarden hiertoe dan nader dienen verduidelijkt te zijn in de HR-dienstenovereenkomst - Infrabel of (nieuwe) NMBS ook van rechtswege in de plaats kunnen treden van HR Rail om de formele beslissing te nemen. Artikel 109 bepaalt de onderscheiden bevoegdheden vanuit de optiek dat HR Rail aan Infrabel of (nieuwe) NMBS verzoekt een beslissing te nemen met betrekking tot een bepaald personeelslid dat aan de vennootschap ter beschikking is gesteld of zal worden gesteld. De formele beslissing door HR Rail wordt wederom slechts genomen op bindend voorstel van Infrabel of (nieuwe) NMBS, bij wie het personeelslid is ter beschikking gesteld. Paragraaf 3 kent aan HR Rail een termijn van dertig kalenderdagen toe om de formele eindbeslissing uit te vaardigen. Paragraaf 4 verduidelijkt dat, zo Infrabel of (nieuwe) NMBS onwillig zijn of in gebreke blijven om (tijdig) een gemotiveerd voorstel van beslissing uit te brengen, het niet aan HR Rail kan toekomen om - in de plaats van de feitelijke werkgever - een beslissing te nemen, wat immers zou neerkomen op een inhoudelijke beslissing. Artikelen 110 tot en met 112 regelen de modaliteiten en de taakverdeling tussen HR Rail, Infrabel en (nieuwe) NMBS inzake bijzondere beslissingsbevoegdheden aangaande evaluatie- en tuchtbeslissingen. Artikel 110 verduidelijkt dat uitsluitend HR Rail optreedt als bevoegde evaluerende overheid respectievelijk als bevoegde tuchtoverheid ten aanzien van haar « eigen » personeel dat niet ter beschikking wordt gesteld aan Infrabel of (nieuwe) NMBS. HR Rail treedt als bevoegde evaluerende overheid op ten aanzien van haar statutair en niet statutair personeel. Ze treedt als bevoegde tuchtoverheid op ten aanzien van haar statutair en niet statutair personeel. Artikel 111 verduidelijkt dat voor wat de evaluatiebeslissingen betreft, uitsluitend Infrabel en (nieuwe) NMBS optreden als bevoegde evaluerende overheid voor het personeel dat hen ter beschikking werd gesteld. Voor het niet statutair personeel moet de bevoegde evaluerende overheid als feitelijke werkgever worden begrepen. Infrabel en (nieuwe) NMBS zijn immers als feitelijke werkgever ten aanzien van het betrokken personeelslid het best geplaatst om een gedegen inhoudelijke beoordeling te maken. Paragraaf 2 kent Infrabel respectievelijk (nieuwe) NMBS de wettelijke bevoegdheid toe, om wat de formele evaluatiebeslissingen betreft, van rechtswege in de plaats te treden van HR Rail. Deze indeplaatsstelling is gerechtvaardigd om de administratieve werklast te beperken die zou voortvloeien uit het verdelen van de eigenlijke beslissingsbevoegdheid (gemotiveerd advies) en de formele beslissingsbevoegdheid over de twee vennootschappen. Artikel 112 schrijft voor dat - behoudens voor wat de tuchtsanctie betreft die kan leiden tot een einde van de tewerkstelling - uitsluitend Infrabel en (nieuwe) NMBS optreden als bevoegde tuchtoverheid voor het personeel dat hen ter beschikking werd gesteld. Zij treden bij het formeel opleggen van dergelijke tuchtsancties van rechtswege in de plaats van HR Rail. Ook hier moet voor het niet statutair personeel de bevoegde tuchtoverheid als feitelijke werkgever worden begrepen. Deze indeplaatsstelling van de feitelijke werkgevers is ter vereenvoudiging van de administratieve werklast, zoals toegelicht onder artikel 111, gerechtvaardigd. Vermits HR Rail de juridische werkgever blijft, is het niettemin aangewezen om voor tuchtstraffen die kunnen leiden tot het einde van de tewerkstelling de formele beslissing gescheiden te houden van de feitelijke beslissing. Daarom moet voor dergelijke tuchtstraffen de gewone beslissingsprocedure gevolgd worden. Zowel voor de aangelegenheden inzake evaluatie als inzake tucht, spreekt het voor zich dat Infrabel en (nieuwe) NMBS de gewone regels toepassen voorgeschreven door het personeelsstatuut en de personeelsreglementering. Overeenkomstig artikel 113 kan de HR-dienstenovereenkomst de uitzonderlijke omstandigheden van spoedeisendheid nader bepalen waarbij het gerechtvaardigd voorkomt dat Infrabel of (nieuwe) NMBS van rechtswege in de plaats treden van HR Rail om de formele eindbeslissing te nemen. Om misbruik te vermijden, wordt vereist dat de spoedeisendheid wordt gemotiveerd. Het typevoorbeeld waarin de HR-dienstenovereenkomst in een rechtstreekse indeplaatsstelling zou kunnen voorzien, betreft de beslissingen aangaande personeelszaken waarbij wettelijke bepalingen of reglementaire voorschriften dwingende (korte) termijnen voorschrijven waarbinnen de werkgever dient te ageren, zoals een beslissing tot ontslag om dringende redenen van een niet statutair personeelslid. Het zesde hoofdstuk bevat, in overeenstemming met artikel 7, 11°, 12° en 13° van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, de bepalingen inzake sociale dialoog bij de Belgische Spoorwegen en op het niveau van elke vennootschap afzonderlijk. Artikel 114 bepaalt dat HR Rail verantwoordelijk is voor het organiseren en beheren van de sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen. Dit vormt dan ook de opdracht van openbare dienst van HR Rail. Het is evenwel de verantwoordelijkheid van zowel de vertegenwoordigers van de vennootschappen als van de vertegenwoordigers van het personeel om de sociale dialoog in een geest van samenwerking te laten verlopen. De bedoeling van de bepalingen inzake sociale dialoog die zullen worden opgenomen in de wet van 23 juli 1926, is om onmiddellijk nadat de hervorming doorgang vindt, de voornaamste organen van de sociale dialoog en hun bevoegdheden in plaats te hebben zodat deze zo snel als mogelijk hun rol in de vernieuwde structuren kunnen vervullen. De sociale dialoog zelf kan vanaf dan opnieuw in volle autonomie spelen, niet alleen om uitvoering te geven aan datgene waarin de nieuwe bepalingen van de wet van 23 juli 1926 voorzien (samenstelling, bevoegdheden en werking van de organen), maar evenzeer om de organen en bevoegdheden zelf indien nodig bij te sturen zoals aangegeven in de wet. Behoudens andersluidende bepaling in de toepasselijke regeling, gelden voor de benoeming of aanduiding van plaatsvervangers in de organen van sociale dialoog dezelfde regels als voor de benoeming of aanduiding van effectieve leden. De volgende organen van sociale dialoog worden onderscheiden : 1° organen van sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen; 2° organen van sociale dialoog op het niveau van elke vennootschap;3° organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van de Belgische Spoorwegen; 4° organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van elke vennootschap. Binnen deze indeling bekleedt de Nationale Paritaire Commissie een bijzondere plaats : overeenkomstig artikel 115 is dit het hogere orgaan voor sociale dialoog over voornamelijk sociale aangelegenheden, dat weliswaar is ingericht op het niveau van de Belgische Spoorwegen, maar dat ook bevoegd is voor sociale aangelegenheden die eigen zijn aan elke vennootschap. Artikel 116 bepaalt de samenstelling van de Nationale Paritaire Commissie overeenkomstig artikel 7, 11° van de wet van 30 augustus 2013. Dit artikel strekt ertoe de samenstelling van de Nationale Paritaire Commissie aan te passen, zodat zij aan de hervormde structuren beantwoordt en ook na de inwerkingtreding van de hervorming als orgaan van gezamenlijke sociale dialoog voor al het personeel, al dan niet ter beschikking gesteld aan Infrabel of (nieuwe) NMBS, kan zorgen voor een doeltreffende sociale dialoog en voor de eenheid van het personeelsstatuut.De bevoegdheden van de Nationale Paritaire Commissie zijn van die aard dat zij weegt op personeelszaken in de ruime zin en aldus daarin een grote verantwoordelijkheid draagt. Door de vereisten gesteld aan de vakorganisaties om in de Nationale Paritaire Commissie te kunnen zetelen, wordt vooreerst gewaarborgd dat zij ten allen tijde de belangen van alle categorieën van personeel vertegenwoordigen en dat bij het formuleren van eisen voor een categorie van het personeel rekening wordt gehouden met de weerslag ervan op de situatie van de andere werknemers, niet alleen binnen de vennootschappen waarvoor de Nationale Paritaire Commissie bevoegd is, maar ook op het nationaal en interprofessionele niveau in de publieke en private sector. Het criterium van rechtstreekse of onrechtstreekse vertegenwoordiging in de Nationale Arbeidsraad is een indirecte wijze om die aansluiting bij onderscheiden niveaus van de sociale dialoog te waarborgen. Het moet tevens gesitueerd worden in de objectieve banden die tussen de Nationale Arbeidsraad en de publieke sector, in ruime zin, bestaan, en in het feit dat het algemene arbeidsrecht, dat voorzeker tot de bevoegdheid van de Nationale Arbeidsraad behoort, niet enkel de private maar ook de publieke sector aanbelangt. Daarbij bijkomend wordt vereist dat de in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigde interprofessionele organisaties van werknemers, ook in Infrabel, (nieuwe) NMBS en HR Rail zouden zijn vertegenwoordigd. Dit vereiste moet waarborgen dat het betrokken lid afkomstig is uit dat deel van de vakorganisatie dat actief is voor de sector van het Belgische spoor en dus in Infrabel, (nieuwe) NMBS en HR Rail. Een minimum graad van vertegenwoordiging in Infrabel, NMBS en HR Rail, is evenwel niet vereist opdat de interprofessionele organisatie een lid kan benoemen. De belangrijke vertegenwoordiging van de erkende syndicale organisaties in de zin van het personeelsstatuut zorgt er bovendien voor dat de effectieve representativiteit van de organisaties in de Nationale Paritaire Commissie afdoend is gewaarborgd. Naast het toelaten en verenigen van alle personeelsleden van welke categorie ook en haar aansluiting bij een nationale en interprofessionele organisatie vertegenwoordigd in de Nationale Arbeidsraad, heeft elke erkende organisatie ook nog een aantal individueel bijdragende leden die de minimumdrempel van 10 % overschrijden. Artikel 117 geldt onverminderd artikel 116 : bij de vernieuwing van de Nationale Paritaire Commissie moeten de wettelijke en reglementaire bepalingen over de samenstelling ervan worden nageleefd. Artikel 118 somt de bevoegdheden van de Nationale Paritaire Commissie op. Deze lijst herneemt de bevoegdheidsdomeinen van de Nationale Paritaire Commissie uit artikel 13 van de wet van 23 juli 1926, uit de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4, alsook uit het personeelsstatuut zoals van kracht vóór de hervorming. Daaraan zijn bepaalde bevoegdheden toegevoegd die voortvloeien uit de huidige hervorming. Voorts zijn de bevoegdheden van de Nationale Paritaire Commissie in lijn gebracht met de huidige hervorming. Zo zal de bevoegdheid voor overleg met betrekking tot het sluiten van het beheerscontract na de hervorming bij de strategische bedrijfscomités op het niveau van Infrabel en (nieuwe) NMBS liggen, zoals bepaald in artikel 129. De Nationale Paritaire Commissie behoudt evenwel adviesbevoegdheid voor sociale kwesties die daaruit zouden voortvloeien. Met « HR-beleid » onder punt 11° van artikel 118 worden zowel het reglementair als desgevallend het niet-reglementair HR-beleid bedoeld die geen grondregelen zijn. Wanneer de Nationale Paritaire Commissie zich daarover uitspreekt, heeft dit geen bindend karakter. Artikel 119 kent aan de voorzitter van de Nationale Paritaire Commissie, of een door HR Rail in overleg met de voorzitter aangeduide lokale vertegenwoordiger, een bemiddeldende rol toe bij de sociale dialoog, dit zowel op het niveau van de Belgische Spoorwegen als binnen HR Rail, Infrabel of (nieuwe) NMBS afzonderlijk. Dit artikel doet geen afbreuk aan het systeem van bemiddeling zoals vervat in artikel 136. Artikel 120 bepaalt welke personen of organen punten op de agenda van de Nationale Paritaire Commissie kunnen aanbrengen. Artikelen 121 en 122 behoeven geen nadere toelichting. Artikelen 123 tot en met 126 hebben het Sturingscomité als voorwerp. Het Sturingscomité is een forum waar de leiding van de vennootschappen rechtstreeks van gedachten kan wisselen met de leiding van de erkende syndicale organisaties, over punctuele kwesties. Dergelijk forum is in de specifieke omgeving van de Belgische Spoorwegen, met een unieke juridische werkgever voor personeel tewerkgesteld bij drie vennootschappen, onmisbaar ter ondersteuning van de sociale dialoog. Bovendien speelt het Sturingscomité ook een essentiële rol bij de begeleiding van de hervorming. Het Sturingscomité is tweeledig samengesteld uit enerzijds de gedelegeerd bestuurder van Infrabel, de gedelegeerd bestuurder van NMBS en de algemeen directeur van HR Rail, en anderzijds uit drie vertegenwoordigers van de erkende syndicale organisaties. Dat enkel de erkende syndicale organisaties in het Sturingscomité zetelen, vloeit voort uit het gegeven dat enkel zij zowel representatief zijn op het niveau van de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven wat zijn belang heeft zoals hierboven in verband met de Nationale Paritaire Commissie uiteengezet, als intern op het niveau van de Belgische Spoorwegen. Het criterium van interne representativiteit vormt een belangrijke en objectieve bijkomende waarborg voor de samenstelling van een bedrijfseigen orgaan dat optreedt inzake personeel. De erkende syndicale organisaties die in het Sturingscomité zetelen, vertegenwoordigen er het het personeel van HR Rail, dat al dan niet ter beschikking gesteld wordt van Infrabel of (nieuwe) NMBS. Het aantal vertegenwoordigers van de erkende syndicale organisaties is vastgesteld op drie. Artikelen 127 tot en met 131 hebben de strategische bedrijfscomités als voorwerp. Het strategisch bedrijfscomité is een nieuw orgaan van sociale dialoog, dat op het niveau van elke vennootschap zal worden ingericht en door deze vennootschap zal worden beheerd. Dit orgaan is hoofdzakeljk bevoegd is voor economische en financiële aangelegenheden van de vennootschap. Het kan in zekere zin vergeleken worden met de ondernemingsraad in private vennootschappen. Elke vennootschap zal ten aanzien van de vertegenwoordigers van het personeel verantwoordelijk zijn voor een efficiënte en transparante communicatie en samenwerking via de strategische bedrijfscomités. Ook hier vergt de sociale dialoog een sfeer van samenwerking tussen alle vertegenwoordigers. Artikel 129 bepaalt de bevoegdheden van de strategische bedrijfscomités. Deze bevoegdheden kwamen voor de hervorming deels toe aan de Nationale Paritaire Commissie, deels aan het strategisch comité van de NMBS Holding en deels aan de paritaire overlegcomités. Het strategisch comité en de paritaire overlegcomités worden opgeheven. De tweede paragraaf van artikel 129 heeft tot doel een overlapping met adviezen gegeven door de Nationale Paritaire Commissie te vermijden. Artikelen 130 en 131 bevatten regels inzake het functioneren van de strategische bedrijfscomités. Deze artikelen zijn deels geïnspireerd op wat momenteel voor het strategisch comité van de NMBS Holding in de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 geregeld is. De samenstelling van het strategisch bedrijfscomité wordt overeenkomstig artikel 137 verder overgelaten aan de autonomie van de sociale dialoog op het niveau van de Nationale Paritaire Commissie. Artikelen 132 tot en met 135 regelen de regionale sociale dialoog. Artikel 132 bepaalt dat elke vennootschap verantwoordelijk is voor de organisatie en het beheer van de regionale sociale dialoog binnen haar vennootschap. Daartoe richt elke vennootschap vijf organen in. Bij HR Rail worden deze regionale organen gewestelijke paritaire commissies genoemd. Bij Infrabel en (nieuwe) NMBS worden deze regionale organen gewestelijke paritaire comités genoemd. Het behoud van de sociale dialoog op het regionale niveau, weliswaar per vennootschap, beoogt voor specifieke concrete lokale problemen die op het terrein kunnen voorkomen en die binnen de bevoegdheid van de gewestelijke paritaire commissies en comités vallen, de sociale dialoog te garanderen op het meest adequate niveau. Bij deze regionale socia