📄 Wettekst
22 DECEMBER 2023. - Programmawet (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Financiën HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen met betrekking tot de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen Art. 2.Artikel 20112 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2012, vervangen bij de
wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2016, wordt aangevuld met de woorden "voor de eerste 50 miljard euro van de belastbare grondslag en op 0,17581 pct. voor het deel van de belastbare grondslag dat 50 miljard euro overschrijdt.". Art. 3.Artikel 20119 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
programmawet van 22 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021183
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten5, wordt vervangen als volgt: "Art. 20119.De kredietinstellingen en hun bijkantoren mogen noch de taks noch de in het tweede lid bedoelde boete verhalen op de cliënten bedoeld in artikel 20111.
Elke overtreding van deze bepaling wordt gestraft met een boete volgens een door de Koning vastgelegde schaal die gaat van 10 pct. tot 200 pct. in functie van de herhaling van de overtreding. De boete wordt berekend op de verschuldigde taks voor het aanslagjaar waarop de verhaalde taks of de boete betrekking heeft.". Art. 4.De artikelen 2 en 3 treden in werking op 30 december 2023. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten met betrekking tot de vestigingen en overdrachten van erfpacht- en opstalrechten Art. 5.In artikel 83, eerste lid, 3°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de
programmawet van 28 juni 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021183
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten6, worden de woorden "2 pct." vervangen door de woorden "5 pct.". Art. 6.Artikel 5 treedt in werking op 1 januari 2024. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen betreffende de inkomstenbelastingen Afdeling 1. - Flexi-jobs
Art. 7.In artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, 29°, worden de woorden "voor prestaties door in artikel 2, § 1, eerste tot vijfde lid, van de voormelde wet bedoelde werknemers" ingevoegd tussen de woorden "de
wet van 16 november 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten5 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken" en de woorden ", op voorwaarde dat "; 2° in paragraaf 1, eerste lid, 29°, worden de woorden "25 pct." vervangen door de woorden "28 pct."; 3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 29° aangevuld met de zin: "Wanneer de werknemer geen gepensioneerde is als bedoeld in artikel 3, 7°, van de voormelde
wet van 16 november 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten5, geldt deze vrijstelling evenwel slechts ten belope van 12.000 euro per belastbaar tijdperk;"; 4° er wordt een paragraaf 5/1 ingevoegd, luidende: " § 5/1.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in paragraaf 1, eerste lid, 29°, bedoelde vrijstelling van toepassing maken op de bezoldigingen voor prestaties door werknemers die bij toepassing van artikel 2, § 1, zesde tot achtste lid, en § 2, van de
wet van 16 november 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten5 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken onder het toepassingsgebied van de in hoofdstuk 2 van diezelfde wet bedoelde flexi-jobregeling worden gebracht.
De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de in uitvoering van het eerste lid genomen besluiten. Deze besluiten worden geacht geen uitwerking te hebben gehad indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.". Art. 8.In artikel 129/1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten9 en laatstelijk gewijzigd bij de programma
wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten7, worden de woorden "38, § 1, eerste lid, 9°, c, 14°, a, en 17°, " vervangen door de woorden "38, § 1, eerste lid, 9°, c, 14°, a, 17° en 29°, ". Art. 9.Artikel 171/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten6 en opgeheven bij de wet van 25 december 2016, wordt hersteld als volgt: "Art. 171/1.Artikel 171 is niet van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend in uitvoering van de flexi-jobarbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, 4°, van de
wet van 16 november 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten5 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken maar die niet worden vrijgesteld bij toepassing van artikel 38, § 1, eerste lid, 29°, omwille van het overschrijden van het in diezelfde bepaling vermelde maximumbedrag.". Art. 10.In artikel 178, § 5, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 22 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000423
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor provincie- en gemeenteraadsleden, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeesters, schepenen en voorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn in de openbare en de particuliere sector
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/10/1999
numac
1999003334
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000426
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien
Wet tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde
sluiten0, worden de woorden "in artikel 38/1" vervangen door de woorden "in de artikelen 38, § 1, eerste lid, 29°, en 38/1". Art. 11.Artikel 7, 1° en 2°, is van toepassing op de bezoldigingen die worden toegekend vanaf 1 januari 2024.
De artikelen 7, 3°, 8, 9 en 10 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2025. Afdeling 2. - Aanpassingen artikelen 54 en 344, § 2, WIB 92 ingevolge
het SIAT-arrest Art. 12.Artikel 54 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten6, wordt als volgt vervangen: "Art. 54.§ 1. Interesten, in artikel 90, eerste lid, 11°, bedoelde vergoedingen, die worden betaald als compensatie voor deze intresten, retributies voor de concessie van het gebruik van uitvindingsoctrooien, fabricageprocédés en andere dergelijke rechten, of bezoldigingen voor prestaties of diensten, worden niet als beroepskosten aangemerkt indien zij rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald of toegekend aan een in artikel 227 bedoelde belastingplichtige of aan een buitenlandse inrichting waarmee de in België gevestigde belastingplichtige zich rechtstreeks of onrechtstreeks in een of andere band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt en die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waarin zij zijn gevestigd daar niet onderworpen zijn aan een inkomstenbelasting of voor die inkomsten in kwestie onderworpen zijn aan een belastingregeling dat aanzienlijk voordeliger is dan de regeling waaraan die inkomsten onderworpen zijn in België. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing indien de belastingplichtige kan bewijzen dat de verrichting wordt verricht met een onderneming die onderworpen is aan een effectieve inkomstenbelasting die minstens gelijk is aan de helft van de inkomstenbelasting die verschuldigd zou zijn indien deze onderneming in België gevestigd zou zijn. § 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing indien de belastingplichtige door elk bewijsmiddel, met uitzondering van een eed, aantoont dat de betaling deel uitmaakt van een authentieke verrichting in die zin dat ze is verricht om geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen.". Art. 13.Artikel 344, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programma
wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten7, wordt als volgt vervangen: " § 2. Aan de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen kan evenmin worden tegengeworpen, de verkoop, de cessie of de inbreng van aandelen, obligaties, schuldvorderingen of andere titels tot vestiging van leningen, auteursrechten en naburige rechten, uitvindingsoctrooien, fabricageprocédés, fabrieks- of handelsmerken of andere soortgelijke rechten of sommen geld, rechtstreeks of onrechtstreeks, aan een in artikel 227 bedoelde belastingplichtige of aan een buitenlandse inrichting waarmee de in België gevestigde belastingplichtige zich rechtstreeks of onrechtstreeks in een of andere band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt en die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar zij zijn gevestigd, niet aan een inkomstenbelasting is onderworpen of ter zake van de inkomsten uit de vervreemde goederen en rechten aldaar aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling is onderworpen dan die waaraan soortgelijke inkomsten in België zijn onderworpen.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige kan bewijzen dat de verrichting wordt verricht met een onderneming die onderworpen is aan een effectieve inkomstenbelasting die minstens gelijk is aan de helft van de inkomstenbelasting die verschuldigd zou zijn indien deze onderneming in België gevestigd zou zijn.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige door elk bewijsmiddel, met uitzondering van een eed, aantoont dat de verrichting deel uitmaakt van een authentieke verrichting in die zin dat ze is verricht om geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen.". Art. 14.Artikel 12 treedt in werking op 1 januari 2024 en is van toepassing op de bedragen die vanaf 1 januari 2024 worden betaald of toegekend.
Artikel 13 treedt in werking op 1 januari 2024 en is van toepassing op de verrichtingen die vanaf 1 januari 2024 worden gedaan. Afdeling 3 - Gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen
Art. 15.Artikel 219quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten9 en ingetrokken bij de wet van 13 april 2019, wordt hersteld als volgt: "Art. 219quinquies.§ 1. Een afzonderlijke aanslag van 10 pct. wordt gevestigd wat betreft: - de belastbare bedragen bij een in de artikelen 210, § 1, 6°, en 211, § 1, zesde lid, vermelde verrichting; - de belastbare bedragen bij een in artikel 46, § 1, tweede lid, vermelde verrichting of een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed in een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde aanslag wordt enkel gevestigd voor zover het in artikel 217, eerste lid, 1°, bedoelde tarief werd toegepast en wanneer: - in de gevallen bedoeld in paragraaf 1, eerste streepje, het gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfonds dat aan de in die bepaling bedoelde verrichtingen heeft deelgenomen, niet gedurende een periode van ten minste vijf jaar vanaf de datum van zijn inschrijving bij de FOD Financiën op de lijst van gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ononderbroken ingeschreven is gebleven; of - in de gevallen bedoeld in paragraaf 1, tweede streepje, de inbrenger de aandelen verkregen in ruil voor de inbreng in het gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfonds niet gedurende een periode van ten minste vijf jaar vanaf de datum van verkrijging van die aandelen ononderbroken heeft aangehouden. § 3. Paragraaf 1 is van toepassing in het belastbare tijdperk waarin aan de in paragraaf 2 bedoelde ononderbroken periode niet langer voldaan is.". Art. 16.Artikel 15 treedt in werking op 1 januari 2024 en is van toepassing in de gevallen waarbij vanaf 1 januari 2024 niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde van een ononderbroken periode van ten minste vijf jaar als bedoeld in artikel 15. Afdeling 4 - Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ter
compensatie van de verhoging van het minimumloon voor de gelegenheidsarbeiders in de fruit- en groenteteelt Art. 17.In titel VI, hoofdstuk I, afdeling IV, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 27513 ingevoegd, luidende: "Art. 27513.§ 1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf en zich in hoofdzaak bezighouden met fruitteelt of groenteteelt. § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: 1° fruitteelt: de teelt van hard fruit, zacht fruit en steenvruchten met inbegrip van de druiventeelt;2° groenteteelt: de teelt van groenten in open lucht of onder glas, met uitzondering van de teelt van paddenstoelen en truffels;3° gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt: gelegenheidsarbeider als bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
20/05/1999
numac
1999021236
bron
diensten van de eerste minister
Bijzondere wet tot wijziging van artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, betreffende de voorkoming en de regeling van belangenconflicten
sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders die is tewerkgesteld door een in artikel 4 bedoelde werkgever;4° uur gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt: een uur dat effectief wordt gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt evenals een uur dat met een effectief gepresteerd uur als gelegenheidsarbeider wordt gelijkgesteld en waarvoor het normale loon verschuldigd is door de werkgever. § 3. De in paragraaf 1 bedoelde werkgevers die bezoldigingen betalen of toekennen voor vanaf 1 januari 2024 geleverde prestaties als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt en die krachtens artikel 270, eerste lid, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen, worden ervan vrijgesteld een deel van de bedrijfsvoorheffing die zij verschuldigd zijn op de bezoldigingen van de betrokken gelegenheidsarbeiders in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de bedrijfsvoorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden.
De niet te storten bedrijfsvoorheffing is gelijk aan 1,23 euro per uur vermenigvuldigd met het totaal aantal uren die zijn gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt en waarvoor voor het eerst bezoldigingen worden betaald of toegekend. § 4. De in paragraaf 3 bedoelde vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt toegepast op de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de bezoldigingen van alle gelegenheidsarbeiders in de fruit- of groenteteelt die door de betrokken werkgever worden tewerkgesteld, na toepassing van de in de artikelen 2751, 2755, 2758 tot 27510 en 27512 bedoelde vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.
De in paragraaf 3 bedoelde vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast op de bedrijfsvoorheffing die aanvullend bovenop de bedrijfsvoorheffing die reglementair minimaal verschuldigd is, wordt ingehouden. § 5. Het in paragraaf 3, tweede lid, vermelde bedrag is gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex als bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, voor de maand september 2023. Op 1 januari van elk jaar wordt dat bedrag aangepast door het te vermenigvuldigen met het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijnen gedeeld door het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september 2023. Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond tot de hogere of lagere eurocent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt. § 6. De Koning bepaalt de nadere regels voor de aanvraag van de toepassing van dit artikel en de manier waarop het bewijs wordt geleverd dat aan de voorwaarden voor de toepassing van dit artikel is voldaan.". Art. 18.Artikel 17 is van toepassing op de uren die vanaf 1 januari 2024 als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt worden gepresteerd. Afdeling 5. - Fiscale werkbonus
Art. 19.In artikel 289ter/1 van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de
wet van 19 juni 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000423
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor provincie- en gemeenteraadsleden, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeesters, schepenen en voorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn in de openbare en de particuliere sector
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/10/1999
numac
1999003334
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000426
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien
Wet tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde
sluiten6 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt als volgt vervangen: "Het belastingkrediet is gelijk aan: - 33,14 pct.van het bedrag van het luik A van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/1, van de
wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000423
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor provincie- en gemeenteraadsleden, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeesters, schepenen en voorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn in de openbare en de particuliere sector
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/10/1999
numac
1999003334
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000426
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien
Wet tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde
sluiten7 tot toekenning van een werkbonus aan werknemers met lage lonen en van andere verminderingen van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid; en - 52,54 pct. van het bedrag van het luik B van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/2 van de voormelde
wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000423
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor provincie- en gemeenteraadsleden, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeesters, schepenen en voorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn in de openbare en de particuliere sector
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/10/1999
numac
1999003334
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000426
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien
Wet tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde
sluiten7."; 2° in het derde lid wordt het bedrag "570 euro" vervangen door het bedrag "710 euro";3° in het derde lid wordt het bedrag "710 euro" vervangen door het bedrag "765 euro". Art. 20.Artikel 19, 1°, is van toepassing op de verminderingen van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid die vanaf 1 april 2024 worden verleend.
Artikel 19, 2°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2025.
Artikel 19, 3°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Afdeling 6. - CFC
Art. 21.Deze afdeling heeft de omzetting tot doel van de artikelen 7 en 8 van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt. Art. 22.Artikel 185/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten9 en gewijzigd bij de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/2004
pub.
15/07/2004
numac
2004021090
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten9, wordt vervangen als volgt: "Art. 185/2.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 185, § 2, a), omvat winst eveneens de in paragraaf 2 omschreven niet-uitgekeerde winst, van de buitenlandse vennootschap, van de buitenlandse inrichting van die buitenlandse vennootschap of van de buitenlandse inrichting van de belastingplichtige die in toepassing van paragraaf 3 als gecontroleerde buitenlandse vennootschap of CFC wordt aangemerkt en niet overeenkomstig paragraaf 4 van de toepassing van dit artikel is vrijgesteld voor zover die niet-uitgekeerde winst door de CFC werd behaald in de loop van een belastbaar tijdperk dat werd afgesloten in de loop van het belastbare tijdperk van de belastingplichtige. § 2. De winst van een buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting van die buitenlandse vennootschap die in toepassing van paragraaf 3 als CFC wordt aangemerkt, die niet overeenkomstig paragraaf 4 van de toepassing van dit artikel is vrijgesteld, en die in hoofde van de belastingplichtige wordt belast, wordt op de hierna volgende wijze bepaald.
De winst van de buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting van die buitenlandse vennootschap wordt vastgesteld alsof deze vennootschap of inrichting in België zou zijn gevestigd of zou zijn gelegen. De winst die wordt toegerekend aan een Belgische inrichting of in een derde land gelegen inrichting die krachtens een verdrag wordt vrijgesteld in het land waar de buitenlandse vennootschap is gevestigd wordt buiten beschouwing gelaten voor de bepaling van de winst van de buitenlandse vennootschap.
Indien de belastingplichtige hiervan het bewijs levert, wordt deze winst vervolgens vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het bedrag van de in artikel 206/1 bedoelde reserves, verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat omvat en de noemer het bedrag van de in artikel 206/1 bedoelde reserves, verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat en dividenden omvat. Voor de vaststelling van deze breuk worden reserves, verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat en dividenden die aangerekend worden aan een in een derde land gelegen inrichting waarvan de winst krachtens een verdrag wordt vrijgesteld in het land waar de buitenlandse vennootschap is gevestigd, buiten beschouwing gelaten.
Wanneer bij de vaststelling van de teller de som van de in artikel 206/1 bedoelde reserves, verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat negatief is, wordt deze breuk geacht gelijk te zijn aan nul.
Indien de belastingplichtige hiervan het bewijs levert, wordt het bedrag dat wordt bekomen na toepassing van de vorige leden vervolgens vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer het bedrag omvat van de in de jaarrekening vermelde inkomsten van de buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting die in de loop van het belastbare tijdperk werden behaald, met uitzondering van de inkomsten die bij verdrag of krachtens dit Wetboek van belasting zijn vrijgesteld, en waarvan de teller de som van de volgende inkomsten bevat, voor zover deze niet bij verdrag of krachtens dit Wetboek zijn vrijgesteld: - interesten of andere inkomsten die gelijkwaardig zijn aan interesten; - royalty's of andere inkomsten die worden gegenereerd door intellectuele eigendom; - dividenden en inkomsten uit de vervreemding van aandelen, obligaties, opties en soortgelijke effecten; - inkomsten uit verhuur, of uit operationele of financiële leasing; - inkomsten uit vermogensbeheer, beleggings-, verzekerings-, bank- en andere financiële activiteiten; - inkomsten uit de aan- en verkoop van goederen en diensten, waaraan door de buitenlandse vennootschap of inrichting weinig of geen economische waarde wordt toegevoegd.
Tot slot wordt het bedrag dat wordt bekomen na toepassing van de vorige leden, beperkt in verhouding tot het hoogste van de volgende drie percentages: - het percentage van de deelneming dat de belastingplichtige rechtstreeks bezit in de stemrechten van de buitenlandse vennootschap die als CFC wordt aangemerkt of waarvan de buitenlandse inrichting in toepassing van paragraaf 3 als CFC wordt aangemerkt; - het percentage van de deelneming dat de belastingplichtige rechtstreeks bezit in het kapitaal van de buitenlandse vennootschap die in toepassing van paragraaf 3 als CFC wordt aangemerkt of waarvan de buitenlandse inrichting die in toepassing van paragraaf 3 als CFC wordt aangemerkt; - het percentage van de winst van de buitenlandse vennootschap die in toepassing van paragraaf 3 als CFC wordt aangemerkt of waarvan de buitenlandse inrichting in toepassing van paragraaf 3 als CFC wordt aangemerkt, waarop de belastingplichtige in geval van uitkering rechtstreeks recht heeft.
De winst van een buitenlandse inrichting van de belastingplichtige die in toepassing van paragraaf 3 als CFC wordt aangemerkt, die niet overeenkomstig paragraaf 4 van de toepassing van dit artikel is vrijgesteld, en die in hoofde van de belastingplichtige wordt belast, wordt op de hierna volgende wijze bepaald.
De winst van de buitenlandse inrichting van de belastingplichtige wordt vastgesteld alsof deze inrichting in België zou zijn gelegen.
Indien de belastingplichtige hiervan het bewijs levert, wordt het bedrag dat wordt bekomen na toepassing van het vorige lid vervolgens vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer het bedrag omvat van de in de jaarrekening vermelde inkomsten van de buitenlandse inrichting die in de loop van het belastbare tijdperk werden behaald, krachtens dit Wetboek van belasting zijn vrijgesteld, en waarvan de teller de som van de in het vierde lid, eerste tot zesde streepje bedoelde inkomsten bevat, voor zover deze niet of krachtens dit Wetboek zijn vrijgesteld. § 3. De buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting van die vennootschap, wordt voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als een CFC indien: - de belastingplichtige al dan niet samen met zijn geassocieerde entiteiten de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van deze buitenlandse vennootschap bezit, ofwel samen met zijn geassocieerde entiteiten een deelneming bezit van ten minste 50 pct. van het kapitaal van deze buitenlandse vennootschap, ofwel samen met zijn geassocieerde entiteiten recht heeft op ten minste 50 pct. van de winst van deze vennootschap; en indien - de buitenlandse vennootschap of de buitenlandse inrichting krachtens de bepalingen van de wetgeving van de Staat of het rechtsgebied waar zij is gevestigd, aldaar ofwel niet aan een inkomstenbelasting is onderworpen ofwel onderworpen is aan een inkomstenbelasting die minder dan de helft bedraagt van de vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn geweest indien deze buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting in België zou zijn gevestigd of zou zijn gelegen.
De buitenlandse inrichting van de belastingplichtige, wordt voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als een CFC indien deze inrichting gelegen is in een land waarmee België een verdrag ter vermijding van dubbele belasting heeft gesloten en aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, tweede streepje, is voldaan.
De in het eerste lid, tweede streepje, bedoelde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan, behoudens bewijs van het tegendeel door de belastingplichtige, indien de in het eerste lid bedoelde buitenlandse vennootschap of indien de in het eerste of tweede lid bedoelde inrichting is gevestigd of gelegen in een rechtsgebied dat op het einde van het belastbare tijdperk is opgenomen op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden of in een Staat die is opgenomen op de lijst van Staten zonder of met een lage belasting als bedoeld in artikel 307, § 1/2.
Bij de toepassing van het eerste lid, tweede streepje, wordt voor de berekening van de vennootschapsbelasting van een buitenlandse vennootschap, die verschuldigd zou zijn geweest indien deze buitenlandse vennootschap in België was gevestigd, geen rekening gehouden met het deel van de winst van deze buitenlandse vennootschap dat werd behaald door middel van één of meerdere buitenlandse inrichtingen van deze buitenlandse vennootschap waarvan de winst wordt vrijgesteld in toepassing van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting gesloten tussen het land of rechtsgebied waar deze buitenlandse vennootschap is gevestigd en het land of rechtsgebied waar deze buitenlandse inrichting is gelegen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit zonder rechtspersoonlijkheid als een geassocieerde entiteit van de belastingplichtige aangemerkt indien ofwel: - de belastingplichtige of de gevallen bedoeld in het vierde, vijfde of zesde streepje rechtstreeks of onrechtstreeks 25 pct. of meer van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van deze entiteit bezit; - de belastingplichtige of de gevallen bedoeld in het vierde, vijfde of zesde streepje rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming bezit van 25 pct. of meer van het kapitaal van deze entiteit; - de belastingplichtige of de gevallen bedoeld in het vierde, vijfde of zesde streepje rechtstreeks of onrechtstreeks recht heeft op ten minste 25 pct. van de winst van deze entiteit; - deze persoon of entiteit rechtstreeks of onrechtstreeks 25 pct. of meer van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de belastingplichtige bezit; - deze persoon of entiteit rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming bezit van 25 pct. of meer van het kapitaal van de belastingplichtige; - deze persoon of entiteit rechtstreeks of onrechtstreeks recht heeft op ten minste 25 pct. van de winst van de belastingplichtige. § 4. De niet-uitgekeerde winst van de buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting die als CFC wordt aangemerkt, wordt van de toepassing van dit artikel vrijgesteld indien de belastingplichtige aantoont dat aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - er wordt aangetoond dat de CFC een wezenlijke economische activiteit uitoefent, ondersteund door personeel, uitrusting, activa en gebouwen, zoals blijkt uit de relevante feiten en omstandigheden; - er wordt aangetoond dat de in paragraaf 2, vierde lid, bedoelde breuk lager is dan 1/3; - er wordt aangetoond dat de CFC onder het toepassingsgebied valt van één van de in artikel 198/1, § 6, 1° tot 12°, bedoelde definities en deze haar inkomsten die in de teller van de breuk bedoeld in paragraaf 2, vierde lid, zijn opgenomen, voor één derde of minder voortkomen uit transacties met de belastingplichtige of met de belastingplichtige geassocieerde entiteiten.
Voor de toepassing van het eerste lid, eerste streepje, moet onder de uitoefening van een economische activiteit, het aanbieden van goederen of diensten op een bepaalde markt worden begrepen.". Art. 23.In artikel 192 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 21 januari 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken" vervangen door de woorden "om krachtens de artikelen 202, §§ 1 en 2, en 203, van de winst te worden afgetrokken";2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: " § 4.De meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een buitenlandse vennootschap waarvan de winst van die vennootschap of van een in een derde land gelegen inrichting van die vennootschap, in toepassing van artikel 185/2 in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in hoofde van de belastingplichtige werd belast, kan in het geval deze meerwaarden op aandelen niet krachtens paragrafen 1 en 2 volledig werden vrijgesteld, alsnog worden vrijgesteld voor het bedrag van de winst van deze buitenlandse vennootschap dat in toepassing van artikel 185/2 in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast, en voor zover: - deze winst nog niet eerder was uitgekeerd; - nog bestond op een rekening van het passief op het tijdstip van de vervreemding van deze aandelen.
Voor toepassing van deze paragraaf wordt de winst van de buitenlandse vennootschap of van de in een derde land gelegen inrichting van die vennootschap die overeenkomstig artikel 185/2 in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast, geacht eerst te zijn uitgekeerd.
De vrijstelling is slechts van toepassing in zover het belastbare bedrag van de meerwaarden hoger is dan het totaal van de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3°, werden belast.
In geval van verwerving of van wijziging tijdens het huidige of in een voorgaand belastbaar tijdperk van de controle van de belastingplichtige die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, kunnen de meerwaarden niet krachtens deze paragraaf worden vrijgesteld. Voor de toepassing van dit lid wordt onder voorgaand belastbaar tijdperk elk belastbare tijdperk bedoeld sinds het belastbare tijdperk waarin de in deze paragraaf bedoelde winst van de buitenlandse vennootschap of van de in een derde land gelegen inrichting van die vennootschap overeenkomstig artikel 185/2 in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast.". Art. 24.In artikel 202 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 27 juni 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de bepalingen onder 4° en 5° opgeheven;2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: " § 3.Van de winst van het belastbare tijdperk wordt eveneens de winst die wordt uitgekeerd door een in artikel 185/2, § 2, bedoelde buitenlandse vennootschap afgetrokken, in zover zij erin voorkomen en voor zover en in de mate dat de belastingplichtige heeft aangetoond dat deze winst reeds in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in toepassing van artikel 185/2 in zijn hoofde werd belast en nog niet eerder werd vrijgesteld.
Voor toepassing van deze paragraaf wordt de winst van de buitenlandse vennootschap of de winst van een in een derde land gelegen inrichting van deze vennootschap die overeenkomstig artikel 185/2 in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast, geacht eerst te zijn uitgekeerd.". Art. 25.Artikel 206/4, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 21 januari 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten6, wordt vervangen als volgt: "Indien de winst van een buitenlandse vaste inrichting in België niet is vrijgesteld op basis van de internationale verdragen, of indien de winst van deze buitenlandse vaste inrichting op grond van artikel 185/2 moet worden belast, wordt deze winst opgenomen in de categorie "niet bij verdrag vrijgestelde winst.". Art. 26.In artikel 207, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten9, wordt tussen het eerste streepje en het tweede streepje een nieuw streepje ingevoegd, luidende: "- in afwijking van artikel 202, § 3, de winst die wordt uitgekeerd door een in artikel 185/2, § 2, bedoelde buitenlandse vennootschap die in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in toepassing van artikel 185/2 werd belast;". Art. 27.In titel VI, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt tussen afdeling IV en afdeling IVbis een afdeling IV/1 ingevoegd, luidende: "Afdeling IV/1.- Vaststelling van buitenlandse belasting op de in artikel 185/2 bedoelde winst". Art. 28.In titel VI, hoofdstuk II, afdeling IV/1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289/1 ingevoegd, luidende: "Art. 289/1.In het geval overeenkomstig artikel 185/2 de niet uitgekeerde winst van een in datzelfde artikel bedoelde buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting die als CFC wordt aangemerkt, in het voorgaande belastbare tijdperk werd belast in hoofde van de belastingplichtige, dan mag de belasting die de buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting daadwerkelijk heeft betaald aan de Staat waar deze buitenlandse vennootschap gevestigd is of waar de buitenlandse inrichting gelegen is ter voldoening van de buitenlandse inkomstenbelasting die voor dat belastbare tijdperk verschuldigd is, worden verrekend met de vennootschapsbelasting die voor het belastbare tijdperk verschuldigd is, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
Het daadwerkelijk betaalde bedrag aan inkomstenbelasting voor dat belastbare tijdperk die de buitenlandse vennootschap of de inrichting van de buitenlandse vennootschap verschuldigd is aan de Staat waar deze vennootschap gevestigd is of waar de buitenlandse inrichting gelegen is, wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het bedrag dat wordt bekomen na toepassing van artikel 185/2, § 2, vijfde lid, dat in toepassing van dat artikel 185/2 daadwerkelijk als winst van de belastingplichtige werd aangemerkt, en waarvan de noemer gelijk is aan de winst van de buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting die overeenkomstig artikel 185/2, § 2, tweede lid, werd vastgesteld.
Het daadwerkelijk betaalde bedrag aan inkomstenbelasting voor dat belastbare tijdperk die de buitenlandse inrichting van de belastingplichtige verschuldigd is aan de Staat waar deze buitenlandse inrichting gelegen is, wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het bedrag dat wordt bekomen na toepassing van artikel 185/2, § 2, achtste lid, dat in toepassing van dat artikel 185/2 daadwerkelijk als winst van de belastingplichtige werd aangemerkt, en waarvan de noemer gelijk is aan de winst van de buitenlandse inrichting die overeenkomstig artikel 185/2, § 2, zevende lid, werd vastgesteld.
Voor het bepalen van het daadwerkelijk betaalde bedrag aan inkomstenbelasting van het belastbare tijdperk worden ook de voorafbetalingen voor deze inkomstenbelastingen meegeteld die in de loop van het tijdperk dat voorafgaat aan het belastbare tijdperk werden gedaan, maar worden in voorkomend geval de belastingverhogingen, boeten of andere vormen van administratieve sancties uitgesloten.". Art. 29.In titel VI, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling V vervangen als volgt: "Afdeling V.- Mate van verrekening van de roerende voorheffing, het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, de buitenlandse belasting op de in artikel 185/2 bedoelde winst en de belastingkredieten". Art. 30.In titel VI, hoofdstuk II, afdeling V, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 292/1 ingevoegd, luidende: "Art. 292/1.De in artikel 289/1 bedoelde buitenlandse belasting op de in artikel 185/2 bedoelde winst wordt volledig met de vennootschapsbelasting verrekend.
Indien een aanslagjaar geen of onvoldoende belasting oplevert om de in het eerste lid bedoelde buitenlandse belasting te kunnen verrekenen, wordt het voor dat aanslagjaar niet verrekende buitenlandse belasting niet terugbetaald, maar overgedragen naar een volgend aanslagjaar.". Art. 31.In artikel 307, § 1/2, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/2004
pub.
15/07/2004
numac
2004021090
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het vijfde lid wordt vervangen als volgt: "De belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting zijn eveneens gehouden in de aangifte het bestaan te melden van elke buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting, die in toepassing van artikel 185/2 § 3, als CFC wordt aangemerkt."; 2° het zesde lid wordt vervangen als volgt: "In het geval in de aangifte het bestaan wordt gemeld van een in artikel 185/2, § 3, bedoelde buitenlandse vennootschap of buitenlandse inrichting van een buitenlandse vennootschap die overeenkomstig artikel 185/2, § 3, als CFC wordt aangemerkt, wordt eveneens vermeld: - de naam van de vennootschap; - het adres van de zetel van bestuur of beheer van de vennootschap; - in voorkomend geval het identificatienummer van deze vennootschap; - in voorkomend geval het land waar de buitenlandse inrichting gelegen is; - het in artikel 185/2, § 2, vijfde lid, bedoelde percentage; - of de vrijstelling bedoeld in respectievelijk artikel 185/2, § 4, eerste streepje, tweede streepje of derde streepje wordt ingeroepen."; 3° het zevende lid wordt opgeheven. Art. 32.Deze afdeling is van toepassing vanaf aanslagjaar 2024. Afdeling 7. - Wijzigingen van het aanslagstelsel dat van toepassing is
op de juridische constructies Art. 33.In artikel 2, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 5 juli 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 13°, b), wordt het tweede lid vervangen als volgt: "De in het eerste lid bedoelde vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit is geen juridische constructie indien deze gevestigd is in een Staat of rechtsgebied dat behoort tot de Europese Economische Ruimte, behalve indien het: 1° een in de bepaling onder 13° /1, tweede tot vierde lid, bedoeld geval betreft;2° een niet in artikel 29, § 2, bedoelde vennootschap betreft waarvan de inkomsten door de Staat of het rechtsgebied waar deze vennootschap is gevestigd in hoofde van de vennoten of aandeelhouders worden belast, tenzij deze inkomsten worden onderworpen aan een inkomstenbelasting, die in hoofde van de vennoot of aandeelhouder wordt gevestigd krachtens de bepalingen van de wetgeving van de Staat of het rechtsgebied waar deze vennootschap is gevestigd, en indien deze inkomstenbelasting minstens 1 pct.bedraagt van het aan deze aandeelhouder of vennoot toebehorend deel van het belastbaar inkomen van deze vennootschap dat wordt vastgesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn voor het vestigen van de Belgische belasting op daarmee overeenstemmende inkomsten; 3° een vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit betreft, andere dan deze bedoeld in de bepaling onder 1° of 2° of artikel 29, § 2, die rechtspersoonlijkheid bezit, en die, krachtens de bepalingen van de wetgeving van de Staat of het rechtsgebied waar hij gevestigd is, aldaar ofwel niet aan een inkomstenbelasting wordt onderworpen ofwel onderworpen wordt aan een inkomstenbelasting die minder dan 1 pct.bedraagt van het belastbaar inkomen van deze juridische constructie dat wordt vastgesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn voor het vestigen van de Belgische belasting op daarmee overeenstemmende inkomsten."; 2° in de bepaling onder 13°, b), wordt het derde lid opgeheven;3° in de bepaling onder 13°, b), wordt het vierde lid, dat het derde lid wordt, vervangen als volgt: "Behalve in het geval de belastingplichtige het bewijs levert dat de vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit geen juridische constructie is, worden de volgende gevallen vermoed een juridische constructie te zijn: - een vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit, die rechtspersoonlijkheid bezit en die gevestigd is in een rechtsgebied dat op het einde van het belastbare tijdperk werd opgenomen op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden of op de lijst van Staten zonder of met een lage belasting als bedoeld in artikel 307, § 1/2; - een in de bepaling onder 13° /1, tweede tot vierde lid, bedoeld geval; - een in het tweede lid, 2°, bedoeld geval."; 4° in de bepaling onder 13° /1, eerste lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt: "13° /1 in afwijking van de bepaling onder 13° en 13° /2 worden niet geacht een juridische constructie of een tussenconstructie te zijn:"; 5° in de bepaling onder 13° /1, eerste lid, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt: "a) een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht of naar buitenlands recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE's) of een instelling voor belegging in schuldvorderingen bedoeld in deel 3bis van de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten3 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/CE en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, in voorkomend geval per afzonderlijk compartiment beschouwd;"; 6° in de bepaling onder 13° /1, eerste lid, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt: "b) een alternatieve instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht of naar buitenlands recht waarvan de beheerder overeenkomstig de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten2 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, overeenkomstig het interne recht van een lidstaat van de Europese Unie of overeenkomstig het interne recht van een derde land voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr.1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010, in voorkomend geval per afzonderlijk compartiment beschouwd;"; 7° in de bepaling onder 13° /1, tweede lid, worden de woorden "met betrekking tot de in dit lid beoogde instellingen, entiteiten en vennootschappen waarvan de rechten door één persoon, of meerdere met elkaar verbonden personen" vervangen door de woorden "met betrekking tot de in dit lid, in de bepaling onder a) tot c), beoogde instellingen, entiteiten en vennootschappen waarvan de rechten voor meer dan 50 pct.door één persoon, of meerdere met elkaar verbonden personen"; 8° de bepaling onder 13° /1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Behoudens tegenbewijs wordt de in het tweede lid bedoelde uitzondering vermoed van toepassing te zijn in het geval: - de vermogensbeheerder van de in dat lid bedoelde instelling, entiteit of vennootschap, of van een compartiment daarvan, specifieke instructies ontvangt van de personen die de rechten aanhouden van dit compartiment, om bepaalde financiële instrumenten te kopen of te verkopen, of; - er geen onafhankelijke vermogensbeheerder werd aangesteld."; 9° in de bepaling onder 13° /2 worden de woorden "een andere juridische constructie" vervangen door de woorden "een tussenconstructie"; 10° de bepaling onder 13° /3 wordt vervangen als volgt: "13° /3 Tussenconstructie Onder een tussenconstructie wordt een juridische constructie of enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit verstaan, die al dan niet rechtspersoonlijkheid bezit naar het recht dat haar beheerst, die de aandelen of economische rechten geheel of gedeeltelijk aanhoudt van een dochterconstructie of een andere tussenconstructie;"; 11° de bepaling onder 13° /4 wordt opgeheven;12° in de bepaling onder 14°, vierde streepje, worden de woorden "en die houder zijn van de juridische rechten van de aandelen" vervangen door de woorden "en die rechtstreeks of onrechtstreeks via een keten van tussenconstructies houder zijn van de juridische of economische rechten van de aandelen";13° de bepaling onder 14° wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Behoudens tegenbewijs en rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, kan een natuurlijke persoon die in een centraal register van uiteindelijke begunstigden als een uiteindelijke begunstigde wordt aangemerkt van een in de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten8 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten bedoelde vennootschap, fiducie, trust, stichting, vereniging zonder winstoogmerk, of een constructie die vergelijkbaar is met een fiducie of trust, die ook een in de bepaling onder 13° bedoelde juridische constructie is, worden vermoed de oprichter van deze juridische constructie te zijn. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder een centraal register van uiteindelijke begunstigden het register bedoeld in boek IV, titel 2, van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002016171
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van de Vestigingsraad
sluiten8 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, verstaan, evenals een soortgelijk register dat wordt beheerd door een lidstaat van de Europese Unie of een derde land.". Art. 34.In artikel 5/1 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 27 juni 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2004
pub.
18/05/2004
numac
2004022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "In afwijking van het eerste lid zijn de inkomsten die werden verkregen door een dochterconstructie, slechts belastbaar in hoofde van de rijksinwoner die de oprichter is van de dochterconstructie, in de mate dat die oprichter via een tussenconstructie of een keten van tussenconstructies onrechtstreeks houder is van de juridische of economische rechten van de aandelen van de dochterconstructie."; 2° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt: "De inkomsten die worden uitgekeerd door de dochterconstructie aan een juridische constructie zijn niet belastbaar in hoofde van de rijksinwoner die de oprichter is van de dochterconstructie, in de mate en op voorwaarde dat de belastingplichtige heeft aangetoond dat deze inkomsten aan de voorwaarden van artikel 21, eerste lid, 12°, en tweede lid, voldoen."; 3° in paragraaf 1 worden het vierde en het vijfde lid opgeheven; 4° in paragraaf 1 wordt het tiende lid, dat het achtste lid wordt, vervangen als volgt: "De toepassing van deze paragraaf op de door de juridische constructie verkregen inkomsten, belet niet de toepassing van artikel 18, eerste lid, 3°, op de door deze juridische constructie betaalde of toegekende inkomsten."; 5° paragraaf 2 wordt opgeheven;6° in paragraaf 3 worden in de inleidende zin de woorden "De paragrafen 1 en 2 zijn" vervangen door de woorden "Paragraaf 1 is";7° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt: "b) in de jaarlijkse aangifte van de inkomstenbelasting verklaart en op eenvoudig verzoek aantoont dat de juridische constructie gevestigd is in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, of een akkoord heeft gesloten inzake de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden, of die samen met België deelneemt aan een ander bilateraal of multilateraal gesloten juridisch instrument, op voorwaarde dat deze overeenkomst, dit akkoord of dit juridisch instrument de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden tussen de akkoord sluitende Staten mogelijk maakt, en dat: - er wordt aangetoond dat de juridische constructie een wezenlijke economische activiteit uitoefent, ondersteund door personeel, uitrusting, activa en gebouwen en haar inkomsten in hoofdzaak hieruit behaalt, en dat; - deze wezenlijke activiteit het beheer van het privévermogen van de oprichter of van een van de oprichters van deze juridische constructie niet tot doel heeft;"; 8° paragraaf 3 wordt aangevuld met de bepalingen onder c) en d), luidende: "c) aantoont dat de inkomsten van deze juridische constructie in toepassing van artikel 185/2 in hoofde van een binnenlandse vennootschap word …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.