📄 Wettekst
27 MEI 2004. - Decreet betreffende Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt (1)
De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.De hiernavolgende bepalingen vormen het decreetgevende gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek : "Boek II. - WATER Deel I. - Algemeen Titel I. - Beginselen Artikel 1.§ 1. Het water maakt deel uit van het gemeenschappelijk erfgoed van het Waalse Gewest. De kringloop van het water wordt op globale en geïntegreerde wijze beheerd met de blijvende bekommernis om in het kader van een duurzame ontwikkeling tegelijk de kwaliteit en het voortbestaan van die rijkdom te waarborgen. § 2. Het waterbeleid in het Waalse Gewest heeft als doelstellingen : 1° aquatische ecosystemen en, wat de waterbehoeften ervan betreft, terrestrische ecosystemen en waterrijke gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van aquatische ecosystemen, voor verdere achteruitgang behoeden, en beschermen en verbeteren;2° duurzaam gebruik van water bevorderen, op basis van de bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn;3° verhoogde bescherming en verbetering van het aquatische milieu beogen, onder andere door specifieke maatregelen voor de progressieve vermindering van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen en voor het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen, emissies of verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen;4° zorgen voor de progressieve vermindering van de verontreiniging van grondwater en oppervlaktewater en verdere verontreiniging hiervan voorkomen;5° bijdragen aan de afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte;6° de menselijke gezondheid beschermen tegen de schadelijke gevolgen van de aantasting van het voor menselijke consumptie bestemde water door de gezondheid en de schoonheid ervan te waarborgen in overeenstemming met Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water. Op die manier draagt de kaderrichtlijn Water bij tot : 1° de beschikbaarheid van voldoende oppervlaktewater en grondwater van goede kwaliteit voor een duurzaam, evenwichtig en billijk gebruik van water;2° de gevoelige vermindering van de verontreiniging van grond- en oppervlaktewater;3° de bescherming van territoriale en mariene wateren;4° het bereiken van de doelstellingen van de toepasselijke internationale overeenkomsten, met inbegrip van die welke tot doel hebben de verontreiniging van het mariene milieu te voorkomen en te elimineren en het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen, emissies of verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen die een onaanvaardbaar gevaar voor of via het aquatisch milieu inhouden met als ultieme doelstelling het bereiken, in het mariene milieu, van concentraties die dicht bij de basisniveaus liggen voor de natuurlijk aanwezige stoffen en die dicht bij nul liggen voor de door de mens voortgebrachte stoffen;5° de valorisering van het water als economische hulpbron en de verdeling van die hulpbron om bij alle verschillende gebruiken, activiteiten of werken aan de vereisten inzake gezondheid, volksgezondheid, veiligheid van de burgers en bevoorrading van de bevolking met drinkwater, de instandhouding en het vrije verloop van water en de bescherming tegen de overstromingen, de landbouw, de visvangst, de nijverheid, de energieproductie, het vervoer, het toerisme en de watersport, evenals alle andere toegelaten menselijke activiteiten te voldoen of ze te verzoenen. § 3. Iedere persoon heeft het recht om over drinkwater van voldoende kwaliteit en in voldoende hoeveelheid te beschikken voor zijn voeding, zijn huishoudelijke behoeften en zijn gezondheid. De voor de uitoefening van dat recht verrichte waterwinningen en lozingen van afvalwater mogen de natuurlijke functies en het voortbestaan van de rijkdom niet in gevaar brengen.
Titel II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder : 1° "agglomeratie" : gebied waarin de bevolking en/of de economische activiteiten voldoende geconcentreerd zijn om het opvangen van stedelijk afvalwater en de afvoer ervan naar een waterzuiveringsstation of een uiteindelijke lozingsplaats mogelijk te maken;2° "gecombineerde benadering" : benadering waarbij de verontreiniging aan de bron aangepakt wordt door de vaststelling van emissiegrenswaarden en milieukwaliteitsnormen;3° "watervoerende laag" : één of meerdere ondergrondse rotslagen of andere geologische lagen die voldoende poreus en doorlaatbaar zijn voor een significante grondwaterstroming of de onttrekking van aanzienlijke hoeveelheden grondwater;4° "openbare sanering" : het geheel der verrichtingen inzake de opvang van afvalwater, openbare waterzuivering en afwateringswerken als bedoeld in artikel 217, tweede lid, met inbegrip van het afvoeren van overstromingswater naar mijnverzakkingsgebieden in zoverre dit onontbeerlijk is voor het behalen van resultaten inzake de openbare sanering;5° "stroomgebiedsoverheid" : de bestuurlijke overheid die bevoegd is voor het beheer van alle Waalse stroomgebieden;6° "stroomgebied" : elk gebied vanwaar al het over een oppervlak lopend water via een reeks rivieren, stromen en, eventueel, meren naar zee stroomt, waarin het door één enkele monding, trechtermonding of delta terechtkomt;7° "Waals stroomgebied" : het deel van elk internationaal stroomgebiedsdistrict dat op het grondgebied van het Waalse Gewest gelegen is;8° "boot" : vaartuig dat zich al dan niet met behulp van een motor op het wateroppervlak drijvende kan houden;9° "last van de dienst" : het geheel der verplichtingen die opgelegd worden aan de persoon die, naar gelang het geval, de hoedanigheid van abonnee of gebruiker heeft;10° "verzamelleidingen" : leidingen die de rioleringen verbinden met de plaatsen die voorzien zijn of vermoedelijk voorzien zijn voor de zuivering van afvalwater;11° "comité voor watercontrole" : comité ingesteld bij artikel 4;12° "wateradviescommissie" : commissie ingesteld bij artikel 3;13° "internationale commissie ter bescherming van de Maas" : de internationale commissie ingesteld bij het internationale Maas-akkoord;14° "internationale commissie ter bescherming van de Schelde" : de internationale commissie ingesteld bij het internationale Schelde-akkoord;15° "meter" : meetinstrument en toebehoren voor de bepaling van de over een bepaalde periode verbruikte waterhoeveelheid;16° "dienstencontract voor sanering" : overeenkomst gesloten tussen een producent van tot drinkwater verwerkbaar water en de "Société publique de gestion de l'eau" (Openbare maatschappij voor waterbeheer) waarbij de waterproducent de dienst van de "Société" huurt om volgens een bepaalde planning de openbare sanering te verrichten van een waterhoeveelheid die overeenstemt met de geproduceerde waterhoeveelheid om via het openbare leidingennet in het Waalse Gewest te worden verdeeld;17° " dienstencontract inzake waterzuivering en -opvang" : overeenkomst gesloten tussen de "Société publique de Gestion de l'Eau" en de erkende waterzuiveringsmaatschappijen waarbij laatstgenoemden tegen vergoeding in naam en opdracht van eerstgenoemde overheidstaken, onderzoeken, de bouw van zuiveringssystemen en de zuivering van bepaalde hoeveelheden afvalwater uitvoeren;18° " dienstencontract voor de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water" : overeenkomst gesloten tussen een producent van tot drinkwater verwerkbaar water die dat water voor verdeling over de openbare leidingen bestemt en de "Société publique de Gestion de l'Eau" waarbij laatstgenoemde tegen vergoeding de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water zoals bepaald in de programma's bedoeld in artikel 318, § 2, laat uitvoeren;19° "controles van de emissies" : controles die een specifieke emissiegrens vereisen, bijvoorbeeld een emissiegrenswaarde, of waarbij op een andere wijze grenzen of voorwaarden worden opgelegd aan de gevolgen, de aard of aan andere kenmerken van een emissie of van functioneringsvoorwaarden die de emissies beïnvloeden;20° "niet-bevaarbare waterlopen" : de rivieren en beken die de regering niet bij de klasse van bevaarbare waterlopen heeft ondergebracht, stroomafwaarts van het punt waarop hun waterbekken minstens honderd hectare bedraagt.Dat punt wordt oorsprong van de waterloop genoemd; 21° "milieukosten" : kostprijs van de schade van het watergebruik voor het leefmilieu, de ecosystemen en de gebruikers van het leefmilieu;22° "kosten voor de hulpbron" : kostprijs van de uitputting van de bodemrijkdom die het teloorgaan van bepaalde mogelijkheden voor andere gebruikers teweegbrengt als gevolg van het inkrimpen van de bodemrijkdommen tot onder het natuurlijke hernieuwings- of recuperatiecijfer;23° "reële kostprijs voor de sanering" : kostprijs, berekend per kubieke meter, die de gezamenlijke kostprijs voor de openbare sanering van het huishoudelijk afvalwater inhoudt;24° "reële kostprijs voor de verdeling" : kostprijs, berekend per kubieke meter, die de gezamenlijke kostprijs voor de waterproductie en de waterverdeling inhoudt, met inbegrip van de kostprijs voor de bescherming van het met het oog op de openbare verdeling ontnomen water;25° "datum van de kennisgeving" : de eerste dag na de afgifte aan de post van het stuk waarvan kennis gegeven wordt;26° "lozing van afvalwater" : het afvalwater dat via leidingen of via elk ander middel, met uitzondering van het natuurlijke afvloeien van hemelwater, in grondwater of oppervlaktewater binnendringt;27° "directe lozing in het grondwater" : lozing van verontreinigende stoffen in grondwater zonder dat het via de bodem of de ondergrond doorsijpelt;28° "verdeler" : uitbater van de dienstverlening "openbare waterverdeling";29° "internationaal stroomgebiedsdistrict" : een land- en zeegebied bestaande uit één of meerdere aan elkaar grenzende stroomgebieden van meerdere lid-Staten van de Europese Gemeenschap, met de bijkomende grond- en kustwateren, dat als voornaamste eenheid voor het stroomgebiedsbeheer wordt omschreven;30° "kustwateren" : de oppervlaktewateren, gelegen aan de landzijde van een lijn waarvan elk punt zich op een afstand bevindt van één zeemijl zeewaarts van het dichtstbijzijnde punt van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten, zo nodig uitgebreid tot de buitengrens van een overgangswater;31° "binnenwateren" : het stilstaand of stromende water op het landoppervlak en het grondwater aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten;32° "koelwater" : het water dat in de nijverheid gebruikt wordt voor de afkoeling in open kringloop en dat niet in aanraking is gekomen met de af te koelen stoffen;33° "voor menselijke consumptie bestemd water" : water, dat onbehandeld of na behandeling bestemd is om gedronken te worden, te koken, levensmiddelen te bereiden of voor andere huishoudelijke doeleinden, ongeacht de herkomst ervan, en ongeacht of het verdeeld wordt via een distributiekanaal via leidingen of vanaf een privé-aansluitpunt, een watertankwagen of -boot, evenals het water dat verstrekt wordt aan de voedingsmiddelenbedrijven via een distributienet voor het in die ondernemingen bewerkt of behandeld wordt;34° "oppervlaktewater" : binnenwateren, met uitzondering van grondwater, overgangswater en kustwateren, behalve voor zover het de scheikundige toestand betreft, ook de territoriale wateren;35° "gewoon oppervlaktewater" : het water van de bevaarbare waterwegen, het water van de niet-bevaarbare waterlopen, met inbegrip van hun ondergrondse loop, de beken en rivieren, zelfs met intermitterend stromend water stroomopwaarts van het punt waar ze ondergebracht zijn bij de niet-bevaarbare waterlopen, het water van meren, vijvers en ander stromend en stilstaand water, met uitzondering van het water van de kunstmatige afvoerwegen;36° "overgangswater" : een oppervlaktewaterlichaam in de nabijheid van een riviermonding, dat gedeeltelijk zout is in de nabijheid van kustwateren maar dat in belangrijke mate beïnvloed is door zoetwaterstromen;37° "tot drinkwater verwerkbaar water" : alle grond- of oppervlaktewater dat op natuurlijke wijze of na een aangepaste fysisch-chemische of microbiologische behandeling bestemd is om verdeeld te worden en zonder gevaar voor de gezondheid gedronken kan worden;38° "grondwater" : al het water dat zich onder het bodemoppervlak bevindt in de verzadigde bodem en rechtstreeks in voeling staat met de bodem of ondergrond;39° "afvalwater" : - het kunstmatig verontreinigd water of het water waarvan gebruik is gemaakt, met inbegrip van het koelwater; - het kunstmatig van regen afkomstige afvloeiend hemelwater; - het met het oog op lozing gezuiverde water; 40° "afvalwater uit de landbouw" : het afvalwater dat afkomstig is van bedrijven waar dieren gehouden of gefokt worden en die daardoor een globale afvoer van vervuilende stoffen tot stand brengen die lager is dan een door de regering vastgesteld cijfer en die noch permanente dierentuinen of -parken zijn.Voor de toepassing van de artikelen 275 tot en met 316 wordt dat water gelijkgesteld met huishoudelijk afvalwater, behoudens door de regering toegestane afwijking; 41° "huishoudelijk afvalwater" : a) het water dat enkel bevat : - water afkomstig van sanitaire installaties; - water afkomstig uit keukens; - water afkomstig van de schoonmaak van gebouwen zoals woningen kantoren, ruimtes voor klein- of groothandel, schouwburgen, kazernes, campings, gevangenissen, onderwijsinrichtingen met of zonder internaat, hospitalen, klinieken en andere inrichtingen waar niet-besmettelijke zieken ondergebracht zijn en verzorgd worden, zwembaden, hotels, restaurants, drankslijterijen, kapsalons; - water afkomstig van de thuis verrichte huishoudelijke was; - water afkomstig van de reiniging van niet van motoren voorziene rijtuigen (fietsen, tandems, driewielers enz) en van rijwielen met hulpmotoren (cyclinderinhoud die de 50 cm3 niet te boven gaat); - water afkomstig van de reiniging van minder dan tien voertuigen en hun aanhangwagens per dag (zoals voertuigen, bestelwagens en vrachtwagens, autobussen en autocars, tractoren, motorfietsen), met uitzondering van spoorvoertuigen; - evenals, in voorkomend geval, regenwater; b) afvalwater afkomstig van wasinrichtingen waarvan de wasmachines uitsluitend door de klanten worden gebruikt;c) afvalwater afkomstig van fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen en laboratoria die minder dan zeven personen tewerkstellen, behalve indien de overheid die bevoegd is voor de toekenning van de milieuvergunning of de milieuverklaring ontvangt, oordeelt dat het afvalwater schadelijk is voor de riolering en/of voor de normale werking van een waterzuiveringsstation of het milieu dat het afvalwater ontvangt en dat niet als bij de klasse van het huishoudelijk afvalwater mag worden ondergebracht;42° "industrieel afvalwater" : ander afvalwater dan huishoudelijk afvalwater en afvalwater uit landbouw;43° "openbare riolering" : openbare waterafvoerwegen, bestaande uit ondergrondse leidingen bestemd voor de opvang van afvalwater;44° "zuivering" : primaire, secundaire of gepaste afvalwaterbehandeling, voor lozing ervan in een stroomgebied, met het oog op de inachtneming van de normen en voorschriften met betrekking tot het stedelijk afvalwater en met het oog op het bekomen, in het ontvangende milieu, van water dat beantwoordt aan de dwingende waarden of aan de richtwaarden, overeenkomstig de bepalingen betreffende het ontvangende water;45° "oppervlaktewatertoestand" : de algemene aanduiding van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam, bepaald door de ecologische en de scheikundige toestand ervan, en wel door de slechtste van beide toestanden;46° "grondwatertoestand" : de algemene aanduiding van de toestand van een grondwaterlichaam, bepaald door de ecologische en de scheikundige toestand ervan, en wel door de slechtste van beide toestanden;47° "scheikundige toestand van oppervlaktewater" : de aanduiding van de concentratie aan verontreinigende stoffen in het water, het sediment of de levende wezens;48° "scheikundige toestand van grondwater" : de aanduiding van de geleidbaarheid en van de concentraties aan verontreinigende stoffen in een grondwaterlichaam;49° "ecologische toestand" : de aanduiding van de kwaliteit van de structuur en van het functioneren van de aquatische ecosystemen die met het oppervlaktewater geassocieerd zijn;50° "kwantitatieve toestand" : de aanduiding van de mate waarin een grondwaterlichaam door directe of indirecte wateronttrekking beïnvloed wordt;51° "ambtenaar belast met de invordering" : de ambtenaar die in het ambt van de "ontvanger der belastingen en retributies" is geïnstalleerd bij het secretariaat-generaal van het ministerie van het Waalse Gewest, Afdeling Thesaurie;52° "sociaal waterfonds" : het financiële mechanisme omschreven in de artikelen 237 tot en met 251 waaraan de verdelers, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de "Société publique de Gestion de l'Eau" een bijdrage leveren;53° leveranciers : a) de uitbater van een openbaar net voor de waterdistributie via waterleidingen;b) de uitbater van een privé-wateraansluitpunt waardoor de verbruikers via waterleidingen bevoorraad kunnen worden zonder dat een openbaar waterleidingennet ingeschakeld wordt;c) de operator die water verstrekt met een watertankwagen of -boot;54° "slijk" : de stof voortgebracht bij het schoonmaken van een septische put;55° "woning" : individuele woning in de zin van artikel 1, 4°, van de Waalse Huisvestingscode;56° "meer" : een massa stilstaand landoppervlaktewater;57° "kunstmatig waterlichaam" : oppervlaktewaterlichaam dat tot stand komt door de menselijke bedrijvigheid;58° "oppervlaktewaterlichaam" : een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een reservoir, een rivier, een stroom of een kanaal, een deel van een rivier, een stroom of een kanaal, overgangswater of een strook kustwater;59° "sterk veranderd waterlichaam" : oppervlaktewaterlichaam dat door fysische kwaliteitswijzigingen ingevolge de menselijke bedrijvigheid wezenlijk is veranderd van aard, zoals aangewezen door de stroomgebiedsoverheid;60° "grondwaterlichaam" : een afzonderlijke grondwatermassa binnen één of meerdere watervoerende lagen;61° "algemene beschermingsmaatregelen" : maatregelen ter bescherming van het grondwater en het tot drinkwater verwerkbaar water, geldend voor het gehele grondgebied van het Waalse Gewest;62° "milieukwaliteitsnorm" : de concentratie van een bepaalde verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, sediment of biota die om de menselijke gezondheid en het leefmilieu te beschermen, niet overschreden mag worden;63° "kennisgeving" : het versturen van een procedureakte als origineel of als afschrift, bij ter post aangetekend schrijven;64° "leefmilieudoelstellingen" : doelstellingen vervat in artikel 22;65° "waterwinningswerken" : alle putten, waterwinningen, draineringen en, in het algemeen, alle werken en installaties die als doel of gevolg het winnen van water hebben, met inbegrip van de waterwinningspunten bij het ontspringen van bronnen;66° "verontreinigende stof" : elke stof die tot verontreiniging kan leiden;67° "verontreinging" : de directe of indirecte inbreng door menselijke activiteiten van stoffen of warmte in lucht, water of bodem die de gezondheid van de mens of de kwaliteit van aquatische ecosystemen of van rechtstreeks van aquatische ecosystemen afhankelijke terrestrische ecosystemen kunnen aantasten, schade berokkenen aan materiële goederen dan wel de belevingswaarde van het milieu of ander rechtmatig milieugebruik aantasten of daaraan in de weg staan;68° "ecologisch potentieel" : de toestand van een sterk veranderde of kunstmatig waterlichaam dat overeenkomstig de krachtens artikel 22, § 7, door de regering getroffen bepalingen bij een klasse is ondergebracht;69° "waterwinning" : waterwinningsverrichting, met inbegrip van het uitputten van toevallige toevloeiingen;70° "aansluiting" : geheel der waterleidingen en instrumenten voor de waterbevoorrading van een pand, vanaf de waterwinning op de moederleiding van de verdeler tot en met de meter;71° "belastingplichtige" : elke persoon die waterhoeveelheden afneemt die krachtens artikel 252 onderhevig zijn aan een retributie of een bijdrage;72° "rivier" : binnenwaterlichaam dat voor het merendeel op het bodemoppervlak stroomt, maar dat eveneens op een deel van zijn traject ondergronds kan stromen;73° "dienstverlening" : geheel der technische en bestuurlijke handelingen met het oog op het waarborgen van de openbare waterverdeling;74° "waterdiensten" : alle diensten die ten behoeve van de huishoudens, openbare instellingen of andere economische actoren voorzien in : a) onttrekking, opstuwing, opslag, behandeling en distributie van oppervlakte- of grondwater;b) installaties voor de verzameling en behandeling van afvalwater, die daarna in oppervlaktewater lozen;75° "betekening" : de afgifte bij gerechtsdeurwaardersexploot van een afschrift van de akte; 76° "S.P.G.E." : de "Société publique de Gestion de l'Eau" (Openbare Maatschappij voor Waterbeheer); 77° "deelstroomgebied" : het gebied vanwaar al het over het oppervlak lopende water een reeks stromen, rivieren en eventueel meren volgt, tot een bepaald punt in een waterloop (gewoonlijk een meer of een samenvloeiing van rivieren);78° "Waals deelstroomgebied" : het deel van een Waals stroomgebied zoals bedoeld in artikel 7;79° "gevaarlijke stoffen" : de stoffen of groepen van stoffen die giftig, persistent en bioaccumuleerbaar zijn, en andere stoffen of groepen van stoffen die aanleiding geven tot evenveel bezorgdheid;80° "prioritaire gevaarlijke stoffen" : stoffen aangewezen door de regering;81° "prioritaire stoffen" : stoffen aangewezen door de regering;82° "gebruiker" : elke persoon die de dienstverlening openbare waterverdeling geniet als bewoner van een aangesloten pand;83° "watergebruik" : de waterdiensten, evenals elke andere activiteit geïdentificeerd volgens de bewoordingen van de omschrijving vereist krachtens artikel 17, met significante gevolgen op de toestand van het water;84° "richtwaarden" : parametrische waarden waaraan het oppervlaktewater in een bepaald gebied conform dient te zijn binnen een niet nader bepaalde termijn;85° "dwingende waarden" : parametrische waarden waaraan het oppervlaktewater in een bepaald gebied conform dient te zijn ofwel onmiddellijk ofwel binnen een nader bepaalde termijn;86° "emissiegrenswaarden" : de in bepaalde specifieke parameters uitgedrukte massa, de concentratie en/of het niveau van een emissie die tijdens één of meerdere vastgestelde periodes niet overschreden mag worden.De emissiegrenswaarden kunnen eveneens voor bepaalde groepen, families of categorieën van stoffen vastgesteld worden; 87° "parametrische waarden" : metingen van verschillende kenmerken van een parameter;88° "kunstmatige afvloeiingswegen" : riolen, grachten of waterleidingen die bestemd zijn voor het afvloeien van regenwater of gezuiverd afvalwater;89° "waterwegen" : eigenlijke waterwegen, bestaande uit een door de regering bij de bevaarbare waterwegen ondergebrachte waterloop of een kanaal, de bijhorigheden ervan, bestaande uit de gronden, de kunstwerken en de constructies die bestemd zijn om er in het onderhoud, het gebruik of de uitbating van te voorzien, evenals die welke bijdragen aan het waterstelsel of die voor het voorbijvaren van de boten dienen.De waterwegen houden eveneens de stuwdammen en bijhorigheden in; 90° "gebied" : in de zin van artikel 218, deel van het grondgebied dat geen agglomeratie uitmaakt, maar in een deelstroomgebied gelegen is en voldoende homogeen is om er een saneringsregeling door te voeren;91° "gebied van tot drinkwater verwerkbaar water" : gebied voor de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water vastgesteld krachtens artikel 156;92° "verdelingsgebied" : geografisch gebied waarin het voor menselijke consumptie bestemde water afkomstig is van één of meerdere bronnen en waarin de kwaliteit als éénvormig wordt beschouwd;93° "waterwinningsgebied" : geografisch gebied waarin de werken voor waterwinning aan de oppervlakte geïnstalleerd zijn;94° "preventiegebied" : geografisch gebied waarin elke verontreinigende stof de waterwinning kan binnendringen zonder dat die stof op voldoende wijze afgebroken of opgelost kan worden zonder dat hij doeltreffend gerecupereerd kan worden;95° "bewakingsgebied" : geografisch gebied dat het bevoorradingsbekken al dan niet gedeeltelijk omvat en het hydrogeologisch bekken, of deel ervan, dat een bestaand of eventueel waterwinningsgebied zou kunnen bevoorraden. Titel III. - Adviesinstanties HOOFDSTUK I. - Wateradviescommissie Art. 3.§ 1. Er wordt een wateradviescommissie opgericht waarvan de Regering de samenstelling en de werking vaststelt alsmede het bedrag van de eventuele vergoedingen en aanwezigheidsgeld.
De commissie brengt advies uit over alle decreetontwerpen betreffende het waterbeleid en reglementaire besluitontwerpen die ter uitvoering van de bepalingen van dit boek alsook in de andere gevallen bedoeld in dit boek, worden genomen. Ze kan, op eigen initiatief, adviezen verlenen aan de Regering over het waterbeleid en bijdragen tot de samenhang van de aanpak in het Waalse Gewest wat het geïntegreerd en globaal waterbeheer betreft. § 2. De commissie omvat leden, benoemd uit de door de organisaties voorgedragen gegadigden die representatief zijn voor : - de industrie, de handel en de middenstand; - de landbouwers en de veehouders; - de werknemers; - de vissers; - de verbruikers; - de riviercontracten; - de steden en gemeenten; - de operatoren van de antropogene watercyclus; alsmede leden, benoemd uit de door de federaties voor de zwemsport en de vrijetijdsbesteding in de sector van de watersport en door de verenigingen voor de bescherming van het leefmilieu voorgestelde gegadigden.
De voorzitter en de twee ondervoorzitters van de commissie kunnen buiten de in het eerste en het tweede lid vermelde personen om worden aangewezen. § 3. De Regering stelt de termijn vast waarbinnen de adviezen van de commissie moeten worden gegeven bij ontstentenis waarvan het advies geacht wordt gunstig te zijn. HOOFDSTUK II. - Comité voor watercontrole Art. 4.§ 1. Er wordt een Comité voor watercontrole ingesteld, dat via zijn adviezen ervoor moet zorgen dat de prijs van het water gebaseerd wordt op het algemeen belang en het waterbeleid gevoerd in het Waalse Gewest en het in rekening nemen van de reële kostprijs. Dit Comité zorgt voor de toepassing door de operatoren van de antropogene watercyclus van de bepalingen bedoeld in de artikelen 194 tot 209, 228 tot 233, 417 tot 419, 443 en 444, en van de reglementaire bepalingen die krachtens deze genomen worden. § 2. Het Controlecomité bestaat uit veertien gewone en veertien plaatsvervangende leden benoemd door de Regering, waaronder : 1° vier vertegenwoordigers van de gemeenten gekozen uit een dubbeltal dat voorgedragen wordt door de "Union des villes et communes de Wallonie";2° twee vertegenwoordigers van het Gewest;3° twee vertegenwoordigers van de verbruikers gekozen uit een dubbeltal dat voorgedragen wordt door de centrale Raad voor de consumptie; 4° zes vertegenwoordigers gekozen uit een dubbeltal dat voorgedragen wordt door de "C.E.R.S.W." (Sociaal-economische Raad van het Waalse Gewest).
Bovendien wonen de volgende personen het Controlecomité bij : 1° twee vertegenwoordigers van de "S.P.G.E." (Openbare Maatschappij voor Waterbeheer); 2° twee vertegenwoordigers van de producenten en twee vertegenwoordigers van de door de in artikel 333, § 2, 4°, van het decreet bedoelde handelsvennootschap aangewezen zuiveringsinstellingen. De hoedanigheid van lid van de Raad van bestuur van de "S.P.G.E." of van lid van het Comité van de deskundigen is onverenigbaar met die van lid van het Comité voor controle op het waterbeheer. § 3. Elke prijswijziging van het water wordt noodzakelijkerwijze voorgelegd voor advies aan het controlecomité vóór elke andere procedure opgelegd door andere wetgevingen.
Het controlecomité beschikt over dertig dagen om een advies in te dienen. Bij verstrijken van deze termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn. Het wordt verstuurd ter informatie naar de Algemene Inspectie voor prijs en concurrentie. § 4. De Regering bepaalt de zetel van het Comité, de werkwijze, de duur van de mandaten van zijn leden alsmede het bedrag van de eventueel toegekende vergoedingen en presentiegelden.
De leden van het Comité kunnen elk ogenblik ontslagen worden in geval van onmogelijkheid hun ambt uit te oefenen of wegens grove tekortkoming of wanneer ze de hoedanigheid waarvoor ze zijn benoemd, verliezen. § 5. Het secretariaat van het Comité wordt waargenomen door het personeel van de "Conseil économique et social de la Région wallonne", overeenkomstig artikel 4, § 3, van het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een economische en sociale Raad van het Waalse Gewest.
Titel IV. - Kostenterugwinning voor waterdiensten Art. 5.Het Waalse Gewest houdt rekening met het beginsel van terugwinning van de kosten van waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen.
De lidstaten kunnen daarbij de sociale effecten, de milieueffecten en de economische effecten van de kostenterugwinning voor waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen, alsmede de geografische en klimatologische omstandigheden van de betrokken gebieden in acht nemen. Art. 6.De stroomgebiedsoverheid zorgt er tegen het jaar 2010 voor om aan de wetgever de aangepaste voorstellen te doen zodat : 1° het waterprijsbeleid adequate prikkels bevat voor de gebruikers om de watervoorraden efficiënt te benutten, en daardoor een bijdrage te leveren aan de milieudoelstellingen bedoeld in artikel 22;2° de diverse watergebruikssectoren, ten minste onderverdeeld in huishoudens, bedrijven en landbouw, een redelijke bijdrage leveren aan de terugwinning van kosten van waterdiensten, die gebaseerd is op de economische analyse uitgevoerd volgens artikel 17 en rekening houdt met het beginsel dat de vervuiler betaalt. Deel II. - Geïntegreerd beheer van de natuurlijke watercyclus Titel I. - Districten, stroomgebieden en deelstroomgebieden HOOFDSTUK I. - Samenstelling van de Waalse stroomgebieden en deelstroomgebieden Art. 7.Er bestaan in het Waalse Gewest vier stroomgebieden en vijftien deelstroomgebieden : 1° het stroomgebied van de Maas dat de deelstroomgebieden bevat van de Maas stroomopwaarts, de Maas stroomafwaarts, de Samber, de Ourthe, de Amblève, de Semois-Chiers, de Vesder en de Lesse;2° het stroomgebied van de Schelde dat de deelstroomgebieden bevat van de Schelde-Leie, de Dender, de Dijle-Gete, de Haine en de Zenne;3° het stroomgebied van de Seine dat het deelstroomgebied bevat van de Oise;4° het stroomgebied van de Rijn dat het deelstroomgebied bevat van de Moezel. Art. 8.§ 1. Voor elk deel van een internationaal stroomgebiedsdistrict in het Waalse Gewest wordt een Waals stroomgebied opgericht. De delen van de internationale stroomgebiedsdistricten op het grondgebied van het Waalse Gewest bestaan respectievelijk uit het Waalse stroomgebied van de Maas, de Schelde, de Seine en de Rijn. § 2. Elk Waals stroomgebied kan bestaan uit één of meerdere Waalse deelstroomgebieden die overeenkomen met de deelstroomgebieden opgesomd in artikel 7. Art. 9.Het grondwater dat niet volledig het stroomgebied van de Maas, Schelde, Seine of Rijn volgt, wordt door de Regering bepaald en toegewezen aan het dichtstbijgelegen of het meest geschikte Waalse stroomgebied. HOOFDSTUK II. - Samenstelling van de internationale stroomgebiedsdistricten Art. 10.Het stroomgebied van de Maas wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas.
Het stroomgebied van de Schelde wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde.
Het stroomgebied van de Seine wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Seine.
Het stroomgebied van de Rijn wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Rijn. HOOFDSTUK III. - Bevoegde overheid Art. 11.§ 1. Voor elk Waals stroomgebied heeft een stroomgebiedsoverheid als opdracht te helpen bij de toepassing van de regels van de artikelen 5, 6, 16 tot 19, 22 tot 24, 26 tot 30, 160 en 168 of van elke relevante wetgeving en de maatregelen voor deze toepassing te coördineren. De stroomgebiedsoverheid kan binnen de perken en de voorwaarden van de artikelen 16 tot 19, 23, 24, 26 tot 28 en 168, haar opdrachten vervullen in elk Waals deelstroomgebied. § 2. Voor elk Waals stroomgebied oefent de Regering de opdrachten uit van de stroomgebiedsoverheid. § 3. De Regering brengt de Europese Commissie op de hoogte van deze toewijzing alsmede van de toewijzing van elke internationale instelling waaraan het Waalse Gewest deelneemt. § 4. De Regering brengt de Europese commissie op de hoogte van elke wijziging van de gegevens verleend overeenkomstig het vorig paragraaf binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wijziging. § 5. De Regering kan een coördinatieplatform oprichten voor het uitvoeren van de bepalingen van dit boek, ze bepaalt de werkingsmodaliteiten ervan. Dit platform omvat de betrokken administraties, de vertegenwoordigers van de Regering, AQUAWAL, de S.P.G.E. en de wetenschappelijke excellentiecentra. Het brengt regelmatig de wateradviescommissie op de hoogte van de resultaten van zijn werkzaamheden of studies. HOOFDSTUK IV. - Internationale coordinatie Art. 12.§ 1. Binnen de perken van zijn bevoegdheden onderhandelt en sluit het Waalse Gewest de internationale en interregionale akkoorden af die noodzakelijk zijn voor de oprichting en organisatie van de internationale stroomgebiedsdistricten. § 2. Het bevordert de internationale en interregionale coördinatie die noodzakelijk is voor het vervullen van de verplichtingen opgelegd bij de richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Art. 13.De Regering treft de nuttige reglementen en beslissingen met het oog op het bijeenbrengen van de inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het opstellen van de bescheiden die aan de internationale instellingen ter kennis moeten worden gebracht. Art. 14.De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling van de afvaardiging van de Waalse Regering bij de Internationale Scheldecommissie. Art. 15.De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling van de afvaardiging van de Waalse Regering bij de Internationale Maascommissie.
Titel II. - Beschrijvende toestand van het stroomgebied HOOFDSTUK I. - Kenmerken van het Waalse stroomgebied, beschrijving van de gevolgen van de menselijke activiteit op het milieu en economische analyse van het waterverbruik Art. 16.Om een beschrijvende toestand van de waterhulpbronnen op te maken, bepaalt de stroomgebiedsoverheid de ligging en de grenzen van de oppervlaktewaterlichamen, het grondwater en de grondwaterlichamen die deel uitmaken van de Waalse stroomgebieden.
De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met de bepaling van de ligging en de grenzen van de oppervlaktewaterlichamen, het grondwater en de grondwaterlichamen die deel uitmaken van de Waalse deelstroomgebieden.
Deze gegevens worden daarna samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om de ligging en de grenzen te bepalen van de oppervlaktewaterlichamen, het grondwater en de grondwaterlichamen die deel uitmaken van de Waalse stroomgebieden. Art. 17.§ 1. In elk Waals stroomgebied maakt de stroomgebiedsoverheid een beschrijvende toestand op. Deze toestand bevat 1° een analyse van de kenmerken van het Waalse stroomgebied;2° een beschrijving van de effecten van menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en op het grondwater;3° een economische analyse van het watergebruik;4° de saneringsplannen bedoeld in artikel 218;5° het wettelijk en reglementair kader, met inbegrip van een voorstelling van de maatregelen die reeds van toepassing zijn in het Waalse stroomgebied zoals bedoeld in titel VII. § 2. De analyse van de kenmerken van het oppervlaktewater betreft o.a. : 1° de indeling van de oppervlaktewaterlichamen in de categorieën "rivieren" of "meren";2° de bepaling van de sterk gewijzigde of kunstmatige oppervlaktewaterlichamen;3° de verdeling van de waterlichamen in soorten voor elk categorie waterlichaam;4° de bepaling van de referentievoorwaarden die kenmerkend zijn voor elke soort oppervlaktewaterlichamen. § 3. De analyse van de kenmerken van het grondwater betreft o.a. : 1° een initiële karakterisering van alle grondwaterlichamen om hun gebruik te evalueren en de mate waarin zij niet aan de leefmilieudoelstellingen kunnen beantwoorden zoals bedoeld in artikel 22;2° een meer gedetailleerde karakterisering van de grondwaterlichamen die de leefmilieudoelstellingen niet kunnen halen zoals bedoeld in artikel 22 om een meer nauwkeurige evaluatie van de risico-omvang vast te leggen. § 4. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met de opmaak van de beschrijving van elk Waals deelstroomgebied. De gegevens worden daarna samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om de beschrijving van het Waalse stroomgebied samen te stellen. § 5. De Regering bepaalt de inhoud van de analyse van de kenmerken van het Waalse stroomgebied en de beschrijving van de invloed van de menselijke activiteit op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater, alsmede de procedures en de technische bepalingen noodzakelijk voor hun uitwerking. De Regering bepaalt ook de inhoud van de economische analyse van het watergebruik. § 6. De Regering kan optimaliseringsonderzoeken van het geïntegreerde beheer van de stroomgebieden of deelstroomgebieden uitvoeren. § 7. De beschrijving van de invloed van de menselijke activiteit en de analyses bedoeld in paragraaf 1 moeten om de zes jaar door de stroomgebiedsoverheid herbekeken worden en zo nodig bijgewerkt worden. Art. 18.In elk Waals stroomgebied zorgt de stroomgebiedsoverheid voor het aanleggen van één of meer registers van elk beschermd gebied in het Waalse deelstroomgebied. De Regering bepaalt de inhoud van het register van beschermde gebieden.
De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met het aanleggen van één of meer registers van elk beschermd gebied in elk Waals deelstroomgebied.
Deze gegevens worden vervolgens samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om het register van elk beschermd gebied van het Waalse stroomgebied te vormen.
De registers van de beschermde gebieden worden uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van dit wetboek opgesteld en worden door de stroomgebiedsoverheid voortdurend gevolgd en bijgewerkt. HOOFDSTUK II. - Programma voor de monitoring en noodmaatregelen Art. 19.§ 1. De stroomgebiedsoverheid draagt zorg voor de opstelling van één of meer programma's voor de systematische monitoring van de toestand van het oppervlaktewater, grondwater en de beschermde gebieden, teneinde een samenhangend en bijgewerkt totaalbeeld te krijgen van de watertoestand binnen het Waalse stroomgebied. De Regering bepaalt de inhoud, de procedures en de technische bepalingen die nodig zijn voor de oprichting van het monitoringsprogramma. § 2. Voor het oppervlaktewater houden die programma's voor de monitoring in : 1° ecologische en chemische toestand en ecologisch potentieel;2° volume en niveau of snelheid van stroming, voorzover van belang voor ecologische en chemische toestand en het ecologische potentieel. Voor grondwater houden die programma's monitoring van de chemische en de kwantitatieve toestand in.
Als dit water zich bevindt in een beschermd gebied, worden de programma's voor monitoring aangevuld met de bepalingen in de wetgeving krachtens welke het beschermde gebied is ingesteld. § 3. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met het uitwerken van één of meer programma's voor de monitoring van de watertoestand en van de beschermde gebieden in elk Waals deelstroomgebied. Deze gegevens worden samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast voor de uitwerking van één of meer programma's voor de monitoring van de watertoestand en de beschermde gebieden van het Waalse stroomgebied. § 4. De programma's voor monitoring bedoeld in paragraaf 1 zijn uiterlijk op 22 december 2006 operationeel. Art. 20.De Regering kan ambtenaren en agenten belasten met het houden van toezicht op het water.
De Regering kan tevens, bij besluit of overeenkomst, openbare personen, met inbegrip van de in overeenstemming met artikel 343 erkende zuiveringsinstellingen, met opdrachten voor het houden van toezicht belasten.
De Regering kan, bij overeenkomst, aan privé-personen taken of opdrachten toevertrouwen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het toezicht op het water. Zij bepaalt, bij besluit, de voorwaarden waaraan deze privé-personen moeten beantwoorden om met deze taken of opdrachten te worden belast. Art. 21.§ 1. In geval van een ernstige en plotselinge vervuiling van het water of een onmiddellijke bedreiging van een ernstige vervuiling kan de Regering ambtshalve alle noodzakelijke maatregelen treffen om de vervuiling te voorkomen of te verminderen; zij kan tevens de gouverneur van de provincie of de burgemeester belasten met het treffen van de spoedeisende maatregelen die door haar aan hen worden aangeduid.
De Regering stelt de datum vast waarop de spoedeisende maatregelen aflopen; zij kan verschillende data vaststellen voor bepaalde of elk van de maatregelen die zij heeft getroffen of voorgeschreven.
De Regering kan de gouverneur van de provincie of de burgemeester belasten de datum vast te stellen waarop de spoedeisende maatregelen aflopen die door hen krachtens lid één zijn getroffen. § 2. De Regering kan, volgens de modaliteiten van een reglement dat door haar wordt opgesteld, terugvorderbare voorschotten aan de autoriteiten toekennen die, krachtens paragraaf één, ermee zijn belast spoedeisende maatregelen te treffen. § 3. De Regering kan een dienst voor onmiddellijke tussenkomsten oprichten waarvan zij de organisatie en de opdrachten regelt. De Regering kan de deelneming voorzien van de overheden die aan deze dienst ondergeschikt zijn gemaakt. Zij kan tevens overeenkomsten met particulieren of ondernemingen afsluiten voor het verzekeren van bepaalde taken die tot haar opdracht behoren.
Titel III. - Leefmilieudoelstellingen Art. 22.§ 1. Bij de tenuitvoerlegging van het in het stroomgebiedsbeheerplan omschreven maatregelenprogramma zal het stroomgebied bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen bepaald in artikel 1 en, in het bijzonder zorgen voor : 1° voor oppervlaktewateren : a) het voorkomen van de achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktelichamen;b) het beschermen, verbeteren en herstellen van alle oppervlaktewateren met de bedoeling uiterlijk 22 december 2015 een goede toestand van het oppervlaktewater te bereiken;c) het beschermen en verbeteren van alle kunstmatige en sterk veranderde waterlichamen, met de bedoeling uiterlijk 22 december 2015 een goed ecologisch potentieel en een goede chemische toestand van het oppervlaktewater te bereiken;d. het geleidelijk verminderen van de verontreiniging door prioritaire stoffen en het stopzetten of geleidelijk beëindigen van de emissies, lozingen en verliezen van gevaarlijke prioritaire stoffen;e) de beheersing van de emissies in oppervlaktewateren overeenkomstig de gecombineerde aanpak;2° voor grondwater : a) het voorkomen of beperken van de inbreng van verontreinigende stoffen in het grondwater;b) het voorkomen van de achteruitgang van de toestand van alle grondwaterlichamen;c) het beschermen, verbeteren en herstellen van alle grondwaterlichamen en zorgen voor een evenwicht tussen onttrekking en aanvulling van grondwater, met de bedoeling uiterlijk 22 december 2015 een goede grondwatertoestand te bereiken;d) het ombuigen van elke significante en aanhoudende stijgende tendens van de concentratie van een verontreinigende stof ten gevolge van menselijke activiteiten, teneinde de grondwaterverontreiniging geleidelijk te verminderen;3° voor beschermde gebieden vastgesteld krachtens artikel 18, op uiterlijk 22 december 2015, het voldoen aan alle normen en doelstellingen, voorzover niet anders bepaald in de wetgeving waaronder het betrokken beschermde gebied is ingesteld. § 2. De goede toestand van het water moet op 22 december 2015 bereikt worden, onder voorbehoud van toepassing van de uitzonderingen bedoeld in de paragrafen 5, 6, 7, 8 en 9.
De Regering bepaalt, voor elk soort waterlichaam, de algemene criteria van de goede toestand en de theoretische grenzen die de toestand "zeer goed" van de toestanden "goed", "matig", "ontoereikend" en "slecht" scheiden. Deze bepalingen hebben bindende kracht. De Regering bepaalt ook de presentatieregels van de watertoestand.
De stroomgebiedsoverheid bepaalt in het beheersplan de specifieke referentievoorwaarden voor elk soort waterlichaam, teneinde de goede toestand omschreven krachtens het vorig lid te bereiken en, desgevallend, de waarden nader te bepalen die de toestand "zeer goed" van de toestanden "goed", "matig", "ontoereikend" en "slecht" scheiden. § 3. Wanneer meer dan één van de leefmilieudoelstellingen betrekking heeft op een waterlichaam, is de strengste van toepassing. § 4. De stroomgebiedsoverheid gaat maatregelen invoeren ter vermindering van de concentratie van verontreinigende stoffen in het grondwater op grond van de criteria vastgelegd door de Europese gemeenschap of, bij gebrek aan dergelijke criteria, op grond van aangepaste criteria die ze voor 22 december 2005 vastlegt. Bij gebrek aan door de stroomgebiedsoverheid aangenomen criteria geldt voor de ombuiging van de stijgende tendens als beginpunt een maximum van 75 % van het niveau van de in de bestaande communautaire wetgeving vastgestelde kwaliteitsnormen voor grondwater.
Deze maatregelen worden ten uitvoer gelegd onder voorbehoud van de toepassing van de afwijkingen bedoeld in de paragrafen 8 en 9 en onverminderd de toepassing van paragraaf 11. § 5. De stroomgebiedsoverheid kan voor bepaalde waterlichamen leefmilieudoelstellingen aanwijzen waarvan de verwezenlijking na 2015 zal plaatsvinden, mits de toestand van het betrokken waterlichaam niet verder verslechtert en wanneer aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de verlenging van de termijn komt ten minste overeen met één van de drie volgende redenen : a) de vereiste verbeteringen van de toestand van de waterlichamen zijn technisch slechts haalbaar in periodes die de gestelde termijn overschrijden;b) de verwezenlijking van de verbeteringen binnen de termijn zou onevenredig kostbaar zijn;c) de natuurlijke omstandigheden beletten een tijdige verbetering van de toestand van het waterlichaam;2° de verlenging van de termijn en de redenen daarvoor worden in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan specifiek vermeld en toegelicht;3° verlengingen worden beperkt tot maximaal twee bijwerkingen van het Waalse stroomgebiedsbeheersplan, behalve wanneer de natuurlijke omstandigheden van dien aard zijn dat de doelstellingen niet binnen die termijn kunnen worden bereikt;4° in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan wordt een overzicht gegeven van de ingevolge artikel 23 vereiste maatregelen die noodzakelijk worden geacht om de waterlichamen vóór het verstrijken van de verlengde termijn geleidelijk in de vereiste toestand te brengen, de redenen voor significante vertraging bij de operationalisering van deze maatregelen, alsmede het vermoedelijke tijdschema voor de uitvoering ervan.In de bijwerkingen van het Waalse stroomgebiedsbeheersplan wordt een evaluatie van de uitvoering van die maatregelen opgenomen, alsmede een overzicht van eventuele extra maatregelen. § 6. De stroomgebiedsoverheid mag voor specifieke waterlichamen minder strenge leefmilieudoelstellingen vaststellen, wanneer die lichamen in een zodanige mate door menselijke activiteiten zijn aangetast of hun natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van die doelstellingen niet haalbaar of onevenredig kostbaar zou zijn, en aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan : 1° aan de ecologische en sociaal-economische behoeften die door zulke menselijke activiteiten worden gediend, kan niet worden voldaan met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen die geen onevenredig hoge kosten met zich brengen;2° de oppervlaktewateren moeten de best mogelijke ecologische en chemische toestand bereiken die haalbaar is, gezien de redelijkerwijs niet te vermijden effecten vanwege de aard van de menselijke activiteiten of verontreiniging;3° de grondwateren mogen zo gering mogelijke veranderingen in de goede grondwatertoestand vertonen, gezien de redelijkerwijs niet te vermijden effecten vanwege de aard van de menselijke activiteiten of verontreiniging;4° er treedt geen verdere achteruitgang op in de toestand van het aangetaste waterlichaam;5° de vaststelling van minder strenge leefmilieudoelstellingen en de redenen daarvoor worden in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan specifiek vermeld, en die doelstellingen worden om de zes jaar getoetst. § 7. De stroomgebiedsoverheid mag oppervlaktewaterlichamen als kunstmatig of sterk veranderd aanmerken, indien : 1° de voor het bereiken van een goede ecologische toestand noodzakelijke wijzigingen van de hydromorfologische kenmerken van die lichamen significante negatieve effecten zouden hebben op : a) het milieu in bredere zin;b) scheepvaart, met inbegrip van havenfaciliteiten, of recreatie;c) activiteiten waarvoor water wordt opgeslagen, zoals drinkwatervoorziening, energieopwekking of irrigatie;d) waterhuishouding, bescherming tegen overstromingen, afwatering;e) andere even belangrijke duurzame activiteiten voor menselijke ontwikkeling;2° het nuttige doel dat met de kunstmatige of veranderde aard van het waterlichaam gediend wordt, om redenen van technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten redelijkerwijs niet kan worden bereikt met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstiger middelen. Het aanmerken van een waterlichaam als kunstmatig of sterk veranderd en de redenen daarvoor worden uitdrukkelijk vermeld in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan en worden om de zes jaar herzien.
Voor kunstmatige en sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen bepaalt de Regering de algemene criteria van een goed ecologisch potentieel dat op 22 december 2015 bereikt moet worden, onder voorbehoud van de uitzonderingen bedoeld in de paragrafen 5, 6, 8 en 9.
De stroomgebiedsoverheid bepaalt in het beheersplan de specifieke referentievoorwaarden waaraan elk kunstmatig of sterk veranderd waterlichaam moet beantwoorden, teneinde het goede ecologische potentieel omschreven krachtens het vorig lid te bereiken en, desgevallend, de grenzen te bepalen die het ecologisch potentieel "goed" van het ecologisch potentieel "matig", "ontoereikend" of "slecht" scheiden. § 8. De stroomgebiedsoverheid kan beslissen dat een tijdelijke achteruitgang van de toestand van waterlichamen wordt toegelaten, indien deze het resultaat is van omstandigheden die zich door een natuurlijke oorzaak of overmacht voordoen of die zijn veroorzaakt door niet te voorziene ongevallen, op voorwaarde dat aan alle navolgende voorwaarden is voldaan : 1°alle haalbare stappen worden ondernomen om verdere achteruitgang van de toestand te voorkomen teneinde het bereiken van de doelstellingen voor andere, niet door die omstandigheden getroffen waterlichamen niet in het gedrang te brengen; 2° de voorwaarden waaronder uitzonderlijke of redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden mogen worden aangevoerd, met inbegrip van de vaststelling van passende indicatoren, worden in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan vermeld;3° de maatregelen die in dergelijke uitzonderlijke omstandigheden moeten worden genomen, worden opgenomen in het maatregelenprogramma en mogen het herstel van de kwaliteit van het waterlichaam niet in de weg staan wanneer die omstandigheden niet meer bestaan;4° de gevolgen van uitzonderlijke of redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden worden jaarlijks geëvalueerd, en onder voorbehoud van de redenen zoals uiteengezet in paragraaf 5, 1°, worden alle haalbare maatregelen genomen om het waterlichaam zo snel als redelijkerwijs haalbaar is te herstellen in de toestand waarin het zich bevond voordat de effecten van die omstandigheden intraden, en 5° in de volgende bijwerking van het Waalse stroomgebiedsbeheersplan wordt een overzicht gegeven van de effecten van de omstandigheden en van de maatregelen die zijn of zullen worden genomen. § 9. De stroomgebiedsoverheid kan beslissen om een toelating te verlenen voor het niet bereiken van een goede grondwatertoestand, een goede ecologische toestand, of in voorkomend geval een goed ecologisch potentieel, of het niet-voorkomen van achteruitgang van de toestand van een oppervlakte- of grondwaterlichaam ten gevolge van nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen, of voor het niet-voorkomen van de achteruitgang van een zeer goede toestand van een oppervlaktewater naar een goede toestand als deze achteruitgang het gevolg is van nieuwe duurzame activiteiten van menselijke ontwikkeling, en als aan alle volgende voorwaarden is voldaan : 1° alle haalbare stappen worden ondernomen om de negatieve effecten op de toestand van het waterlichaam tegen te gaan;2° de redenen voor die veranderingen of wijzigingen worden specifiek vermeld en toegelicht in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan en worden om de zes jaar getoetst;3° de redenen voor die veranderingen of wijzigingen zijn van hoger openbaar belang of de nut ervan voor de gezondheid van de mens, de handhaving van de veiligheid van de mens of duurzame ontwikkeling is belangrijker dan de verwezenlijking van leefmilieudoelstellingen vastgelegd in het eerste paragraaf;4° het nuttige doel dat met die veranderingen of wijzigingen wordt gediend, kan vanwege technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten niet worden bereikt met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen. § 10. De stroomgebiedsoverheid oefent bevoegdheden uit die opgesomd zijn in de paragrafen 5, 6, 7, eerste lid, 8 en 9 na het inwinnen van het advies van de Wateradviescommissie. Een rapport wordt door de stroomgebiedsoverheid opgesteld om het gebruik van dergelijke bepalingen te rechtvaardigen. § 11.Het bereiken van de leefmilieudoelstellingen in andere waterlichamen wordt niet verhinderd of in gevaar gebracht door de toepassing van dit artikel en is verenigbaar met de toepassing van andere voorschriften inzake milieubescherming. § 12. Stappen moeten worden genomen door de stroomgebiedsoverheid om ervoor te zorgen dat de toepassing van dit artikel, met name de paragrafen 5, 6, 7, 8 en 9 ten minste hetzelfde beschermingsniveau waarborgt als de bestaande wetgeving.
Titel IV. - Coördinatie-actie HOOFDSTUK I. - Maatregelenprogramma Art. 23.§ 1. Voor elk Waals stroomgebied wordt door de stroomgebiedsoverheid een maatregelenprogramma opgesteld, teneinde de doelstellingen vastgesteld overeenkomstig artikel 22 te verwezenlijken. § 2. Elk maatregelenprogramma omvat de in paragraaf 3 genoemde "basismaatregelen" en, waar nodig, de in paragraaf 4 genoemde "aanvullende maatregelen". § 3. Elk programma omvat minstens : 1° maatregelen die voor de toepassing van de communautaire wetgeving voor de waterbescherming nodig zijn, met inbegrip van maatregelen die krachtens de in artikel 160 genoemde wetgeving vereist zijn en de maatregelen opgesomd door de regering;2° maatregelen die bijdragen tot de kostenterugwinning voor waterdiensten;3° aangepaste maatregelen voor een efficiënt gebruik van de waterhulpbronnen om hun beschikbaarheid voor de volgende generaties in stand te houden;4° de vereiste maatregelen voor de uitvoering van de saneringsplannen per deelstroomgebied, bedoeld in artikel 218;5° maatregelen om aan de voorschriften van artikel 168 te voldoen, met inbegrip van maatregelen om de waterkwaliteit veilig te stellen teneinde het niveau van de zuivering dat voor de productie van voor menselijke consumptie bestemd water vereist is, te verminderen;6° de beheersingsmaatregelen van de onttrekking van oppervlaktewater en grondwater en de opstuwing van oppervlaktewater.De stroomgebiedsoverheid kan onttrekkingen en opstuwingen die geen significant effect hebben op de watertoestand, van deze beheersingsmaatregelen vrijstellen; 7° beheersingsmaatregelen voor de kunstmatige aanvulling of vergroting van grondwaterlichamen;8° beheersingsmaatregelen voor lozingen door puntbronnen;9° beheersingsmaatregelen voor lozingen door diffuse bronnen;10° maatregelen voor de verwezenlijking van de doelstellingen in geval van significante negatieve effecten vastgesteld door de beschrijving van de effecten, opgesteld overeenkomstig artikel 17;11° een verbod op de rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater;12° maatregelen ter opruiming van de gevaarlijke prioritaire stoffen en voor de progressieve vermindering van de verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater;13° maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van aanzienlijke lekkage van verontreinigende stoffen uit technische installaties en ter voorkoming en/of beperking van de gevolgen van incidentele verontreiniging, met inbegrip van de passende maatregelen om het risico voor de aquatische ecosystemen te beperken.14° maatregelen ter vermindering van de gevolgen van overstromingen en droogte;15° specifieke maatregelen ter voorkoming en beheersing van grondwaterverontreiniging overeenkomstig de maatregelen vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad;16° maatregelen om een geïntegreerd en afgesproken beheer te ontwikkelen via de informatie, de sensibilisatie en de samenwerking van de betrokken actoren en het publiek in de verschillende fasen van de opmaking van de beheersplannen bedoeld in artikel 24. Het maatregelenprogramma wordt opgesteld en bijgewerkt overeenkomstig de artikelen 26 tot 31. De Regering kan regels betreffende de inhoud van het maatregelenprogramma opstellen. Deze maatregelen kunnen, in voorkomend geval, bestaan uit reeds genomen maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van de reglementaire en wetgevende teksten toepasselijk op het Waalse Gewest in dit bereik.
Voor elke rubriek probeert de stroomgebiedsoverheid het verschil te maken tussen de aan te brengen verbeteringen aan de reeds toepasbare maatregelen in het Waalse stroomgebied en de nieuw te nemen maatregelen. § 4. Elk programma kan aanvullende maatregelen bevatten waarvan de niet-limitatieve lijst door de Regering opgesteld wordt. Zulke maatregelen worden door de stroomgebiedsoverheid gespecificeerd in het maatregelenprogramma als zij aangenomen worden.De stroomgebiedsoverheid kan met het oog op extra bescherming of verbetering van het water nog andere aanvullende maatregelen vaststellen, met inbegrip van maatregelen ter uitvoering van de relevante internationale overeenkomsten, bedoeld in artikel 1. § 5. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met het opstellen van een maatregelenprogramma van elk Waals deelstroomgebied. Deze programma's worden vervolgens samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om het ontwerp-maatregelenprogramma te vormen en daarna het maatregelenprogramma van elk Waals stroomgebied. § 6. De voorgeschreven bepalingen van het maatregelenprogramma hebben een indicatieve waarde voor de stroomgebiedsoverheid, de gewestelijke administratie, de gewestelijke instellingen van openbaar nut, de particulieren belast met een opdracht van openbare dienst en, in de materies van gewestelijk belang, de provincies, gemeenten en gemeentenverenigingen. § 7. Wanneer uit monitoringsgegevens of andere gegevens blijkt dat de doelstellingen uit hoofde van artikel 22 vermoedelijk niet worden bereikt, zorgt de stroomgebiedsoverheid ervoor dat : …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.