📄 Wettekst
9 MAART 2023. - Decreet betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid (1)
Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I - GRONDSLAGEN, CONCEPTEN EN BEGINSELEN HOOFDSTUK 1.- - Algemene bepalingen Afdeling 1 - Inleidende bepalingen
Artikel 1.Bij dit decreet worden de volgende richtlijnen gedeeltelijk omgezet: 1° Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;2° Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;3° Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/850 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;4° Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;5° Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;6° Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 20212 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (herschikking), zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;7° Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu. Afdeling 2 - Doel en toepassingsgebied
Art. 2.Dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan hebben tot doel het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen door afvalproductie en de schadelijke effecten van afvalproductie en -beheer te voorkomen of te verminderen, en door de algemene impact van het gebruik van hulpbronnen te beperken en het efficiënt gebruik ervan te verbeteren, wat essentieel is voor de overgang naar een circulaire economie en het concurrentievermogen van het Waalse Gewest en de Europese Unie op lange termijn. Art. 3.Van het toepassingsgebied van dit decreet zijn uitgesloten: 1° gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten;2° kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het
decreet van 10 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/07/2013
pub.
03/09/2013
numac
2013204763
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de geologische opslag van kooldioxide
sluiten betreffende de geologische opslag van kooldioxide krachtens artikel 2, lid 2;3° grond (in situ), met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en gebouwen die permanent met de grond verbonden zijn; 4° afvalwater dat onderworpen is aan de decreetgevende en de reglementaire delen van Boek II van het Milieubesluit dat het Waterwetboek inhoudt, met uitzondering van de inzameling door een installatie of een geklasseerde installatie en het vervoer per voertuig van slib als bedoeld in artikel D.2, 54°, 4de streepje, van voornoemd Boek II; 5° radioactieve afvalstoffen, andere dan vrijgegeven afvalstoffen in de zin van het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en de Gewesten van 17 oktober 2002 met betrekking tot het beheer van vrijgegeven afvalstoffen;6° lijken, met uitzondering van kadavers van dieren;7° stoffen die bestemd zijn om te worden gebruikt als voedermiddelen in de zin van artikel 3, tweede lid, onder g), van Verordening (EG) nr.767/2009 van het Europees Parlement en de Raad en die niet uit dierlijke bijproducten bestaan of deze bevatten. Art. 4.Dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan zijn van toepassing onder voorbehoud van het
samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten5 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval en, in voorkomend geval, de uitvoeringsmaatregelen ervan op interregionaal niveau. Afdeling 3 - Begripsomschrijving
Art. 5.§ 1er. Voor de toepassing van dit decreet dient te worden verstaan onder : 1° "afvalstof": elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;2° "gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die een of meer van de in bijlage 1 genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit;3° "niet-gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die niet onder 2° valt;4° "afvalstoffenproducent": eenieder wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen (eerste producent) of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;5° "afvalstoffenhouder": de afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft;6° "inzamelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die beroepsmatig afval inzamelt;7° "vervoerder": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die beroepsmatig afval vervoert;8° "handelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van de handelaar die de afvalstoffen niet fysiek in zijn bezit heeft;9° "makelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van de makelaar die de afvalstoffen niet fysiek in zijn bezit heeft;10° "afvalstoffenbeheer": inzameling, vervoer, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing (met inbegrip van mengen of sorteren) en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en het toezicht op, het herstel in de vroegere staat en de rehabilitatie van die handelingen van de stortplaatsen in installaties voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars;11° "inzameling": het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een installatie voor de samenbrenging, voorbehandeling of verwerking van afvalstoffen;12° "gescheiden inzameling": de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;13° "vervoer": belading, vervoer, lossen van de afvalstoffen;14° "samenbrenging": elke handeling waarbij afvalstoffen worden opgeslagen voorafgaand aan een voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering, met uitsluiting van tijdelijke opslag voorafgaand aan inzameling op de plaats waar de afvalstoffen worden geproduceerd;15° "preventie": maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van: de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten; de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid; of het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten;"; 16° "hergebruik": elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld;17° "voorbehandeling": elke behandeling voorafgaand aan een volgende handeling voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, bestaande uit een fysisch, chemisch, thermisch of biologisch proces, met inbegrip van het mengen of het sorteren (eventueel door middel van visuele inspectie), waardoor de eigenschappen of kenmerken van het afval zodanig worden bepaald of gewijzigd dat het volume of het gevaarlijke of verontreinigende karakter ervan wordt verkleind, de behandeling ervan wordt vergemakkelijkt, de nuttige toepassing ervan wordt bevorderd of de verwijdering ervan mogelijk wordt gemaakt;18° "verwerking": nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen;19° "voorbereiding voor hergebruik" : elke nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is;20° "nuttige toepassing": elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt.21° "nuttige toepassing materialen": iedere nuttige toepassing, met uitzondering van de nuttige toepassing en bewerking tot materialen die bestemd zijn voor gebruik als brandstof of voor andere middelen om energie op te wekken, met inbegrip van voorbereiding voor hergebruik, recycling en opvulling;22° "recycling": elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel.Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal; 23° "opvulling": elke nuttige toepassing waarbij geschikt niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor om uitgegraven gebieden of, bij ingenieurswerken, landschappelijke inrichtingswerken in oorspronkelijke staat te herstellen;24° "regeneratie van afgewerkte olie": iedere recyclingshandeling waardoor basisoliën kunnen worden geproduceerd door raffinage van afgewerkte olie, in het bijzonder door uit die olie de verontreinigende stoffen, oxidatieproducten en additieven te verwijderen;25° "verbranding": iedere thermische verwerking van afval, al dan niet met terugwinning van de geproduceerde verbrandingswarmte, door de verbranding door oxidatie van afval alsmede andere thermische behandelingsprocessen zoals pyrolyse, vergassing en plasmaproces, voor zover de producten van de behandeling vervolgens worden verbrand;26° "meeverbranding": elke verwerkingshandeling die in hoofdzaak bedoeld is om energie of materiële producten te produceren, en : die afval gebruikt als vaste of aanvullende brandstof, of ; waarbij afval thermisch wordt verwerkt met het oog op verwijdering door verbranding door oxidatie of door andere thermische verwerkingsprocessen, zoals pyrolyse, vergassing of plasmaproces,, voor zover de producten van de behandeling vervolgens worden verbrand; 27° "verwijdering": iedere handeling die geen nuttige toepassing is zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen;28° "zwerfvuil": elke afval die achtergelaten, afgedankt of beheerd wordt: buiten containers of plaatsen die daartoe zijn ingericht of toegestaan door een lokale overheid of een andere overheid die bevoegd is voor het behoud van het openbaar domein of de volksgezondheid;of zonder inachtneming van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan; 29° "illegale afvalstorting": elke handeling die zwerfvuil heeft voortgebracht of voortbrengt;30° "inert afval" : afval dat geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaat.Inert afval lost niet op, verbrandt niet en vertoont ook geen andere fysische of chemische reacties, het wordt niet biologisch afgebroken en heeft geen zodanige nadelige effecten op andere stoffen waarmee het in contact komt dat milieuverontreiniging of schade aan de menselijke gezondheid dreigt te ontstaan; 31° "stedelijk afval": afval dat huishoudelijk en soortgelijk afval omvat, met uitzondering van afval van productie, landbouw, bosbouw, visserij, septische tanks en het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib, afgedankte voertuigen of bouw- en sloopafval;32° "huishoudelijk afval": gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van papier en karton, glas, metaal, plastic, hout, verpakkingen, textiel, bioafval, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu's, grofvuil, met inbegrip van gebruikte matrassen en meubels;33° "soortgelijk afval": gemengd afval en gescheiden ingezameld afval uit andere bronnen dan de voormelde bronnen als de aard en samenstelling van dat afval vergelijkbaar zijn met de aard en samenstelling van afval van huishoudens;34° "professioneel afval" : afval dat niet onder 32° en 33° valt;35° "grofvuil": afval waarvan alle buitenafmetingen gelijk zijn aan of groter dan veertig centimeter of waarvan het volume gelijk is aan of groter dan zestig kubieke decimeter, alsmede alle gebruikte matrassen en alle gebruikte meubelen, ongeacht de grootte van hun buitenafmetingen of hun volume;36° "biologisch afbreekbaar afval": afval dat anaëroob of aëroob kan worden afgebroken, zoals voedselresten en tuinafval, alsook papier- en kartonafval;37° "bioafval": biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, kantoren, restaurants, groothandels, kantines, cateringfaciliteiten of winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie;38° "voedselafval": levensmiddelen in de zin van artikel 2 van Verordening (EG) nr.178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die afval zijn geworden in de zin van 1° van deze paragraaf; 39° "voedselverlies": de productie van voedselafval in de hele productie- en toeleveringsketen, met inbegrip van verliezen na de oogst;40° "voedselverspilling": de productie van voedselafval in de consumptiefase;41° "afgewerkte olie": minerale of synthetische, smeer- of industriële olie die niet voor voedingsdoeleinden bestemd is en die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor ze oorspronkelijk was bedoeld, zoals gebruikte olie van verbrandingsmotoren en versnellingsbakken, alsmede smeerolie, olie voor turbines en olie voor hydraulische systemen.42° "bouw-, afbraak- en sloopafval": afval dat ontstaat bij bouw-, afbraak- en sloopactiviteiten;43° "dierlijke bijproducten": de dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr.1069/2009; 44° "kadavers van dieren": karkassen of delen van karkassen van dieren die zijn gestorven op een andere wijze dan door slachting voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die zijn gedood met het oog op de uitroeiing van een epizoötie, en die moeten worden verwijderd overeenkomstig Verordening (EG) nr.1069/2009; 45° "onderneming voor sociale economie": een vereniging of coöperatie zonder winstoogmerk die erkend is als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, die de beginselen vervat in artikel 1 van het
decreet van 20 november 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/11/2008
pub.
31/12/2008
numac
2008204798
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de sociale economie
type
decreet
prom.
20/11/2008
pub.
15/12/2008
numac
2008204510
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de organisatie van het medisch-sanitair vervoer
sluiten betreffende de sociale economie naleeft en die actief is in afvalpreventie of -beheer, in het bijzonder in het hergebruik of de voorbereiding voor hergebruik van afvalstoffen, producten of aanverwante componenten;46° "verpakking": de verpakking in de zin van artikel 2 van het
samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten5 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;47° "product voor eenmalig gebruik": elk vervaardigd product dat niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;48° "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, punt 5, van Verordening (EG) nr.1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt; 49° "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;50° "plastic draagtassen": van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten wordt verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;51° "lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron; 52 "zeer lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron die om hygiënische redenen zijn vereist of als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen; 53° "milieuvergunning": de beslissing zoals gedefinieerd in artikel 1, 1° en 12°, van het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning;54° "aangifte van een inrichting van klasse 3": de handeling zoals gedefinieerd in artikel 1, 2° en 12°, van het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning;55° "beste beschikbare technieken": de technieken zoals gedefinieerd in artikel 1, 9°, van het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning;56° "installatie": de site ingericht voor de inzameling, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen;57° "ingedeelde installatie": de installatie zoals bepaald in 56° wanneer ze krachtens het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan ingedeeld is; 58° "centrum voor technische ingraving": de locatie waar afvalstoffen worden verwijderd door ze op of in de bodem (ook ondergronds) te storten, met inbegrip van: interne locaties, d.w.z. sites waar een afvalstoffenproducent zelf afvalstoffen verwijdert op de plaats van productie, en; permanente locaties, d.w.z. locaties die langer dan een jaar worden gebruikt voor de tijdelijke opslag van afvalstoffen; 59° "vereniging van gemeenten": de samenbrenging van gemeenten georganiseerd volgens één van de samenwerkingsvormen tussen gemeenten als bedoeld bij boek V van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie ;60° "administratie": de administratieve dienst(en), aangewezen door de Regering ;61° "bevoegde autoriteit": het lid of de leden van de Regering of de[00e2][0080][0088]administratieve[00e2][0080][0088]dienst(en), aangewezen door de Regering ;62° "autoriteit van afgifte in eerste instantie": de administratie(s) bedoeld in 60° in het kader van een administratieve procedure die voorziet in een administratief beroep georganiseerd door dit decreet;63° "autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen" : de bevoegde autoriteit(en) bedoeld in 61°, andere dan bedoeld in 62°, in het kader van een administratieve procedure die voorziet in een administratief beroep georganiseerd door dit decreet;64° "SPAQuE": de "Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement";65° "Richtlijn 94/62/EG": Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1964 betreffende verpakking en verpakkingsafval;66° "Richtlijn 1999/31/EG" : Richtlijn 1999/21/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen;67° "Richtlijn 2000/53/EG": Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken;68° "Richtlijn 2006/66/ EG": Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG;69° "Richtlijn 2008/98/EG" : Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen ;70° "Richtlijn 2012/19/EU" van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (herschikking);71° "Richtlijn (EU) 2015/1535": Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;72° "Richtlijn (EU) 2019/904": Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu;73° "Verordening (EG) nr.1069/2009": Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002; 74° "Verordening (EG) nr.1013/2006" : Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en van de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; 75° "Verordening (EG) nr.1907/2006": Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie; 76° "Verordening nr.1272/2008": Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006; § 2. Met betrekking tot de definitie van "afvalstoffenbeheer", vermeld in § 1, 10°, kan de Regering, onverminderd het recht van de Europese Unie, de handelingen van afvalstoffenbeheer definiëren.
Met betrekking tot de definitie van "nuttige toepassing", vermeld in paragraaf 1, 20°, bevat bijlage 2 een niet-limitatieve lijst van handelingen van nuttige toepassing. Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de Regering als nuttige toepassing andere handelingen definiëren dan die bedoeld in die bijlage.
Met betrekking tot paragraaf 1, 23°, moeten de afvalstoffen die worden gebruikt voor opvulling, om te voldoen aan de definitie van "opvulling", materialen vervangen die geen afvalstoffen zijn, moeten ze geschikt zijn voor de voornoemde doeleinden en moeten ze beperkt blijven tot de hoeveelheden die strikt noodzakelijk zijn om die doeleinden te bereiken.
Met betrekking tot de definitie van "verwijdering", vermeld in paragraaf 1, 27°, bevat bijlage 3 een niet-limitatieve lijst van verwijderingshandelingen. Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de Regering als verwijdering andere handelingen definiëren dan die bedoeld in die bijlage.
Met betrekking paragraaf 1, 28° en 29°, doen de definities van "zwerfvuil" en "illegale afvalstorting" geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Regering en de lokale overheden om de bestrijding van zwerfvuil met betrekking tot bepaalde soorten zwerfvuil te specificeren of te prioriteren op basis van hun aard, omvang, hoeveelheid, aanwezigheid op bepaalde locaties of andere criteria die de Regering of de lokale overheden bepalen.
Met betrekking paragraaf 1, 30°, om te voldoen aan de definitie van "inert afval", moeten de totale productie van percolaat, het gehalte aan verontreinigende stoffen van de afvalstoffen en de ecotoxiciteit van het percolaat verwaarloosbaar zijn en mogen ze in het bijzonder geen nadelige invloed hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater of het grondwater.
Met betrekking to paragraaf 1, 31° en 34°, laten de definities van "stedelijk afval" en "professioneel afval" de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het afvalstoffenbeheer tussen publieke en private actoren onverlet.
Met betrekking tot paragraaf 1, 48°, kan de Regering, wanneer ze uitvoeringsmaatregelen neemt om het recht dat van toepassing is op het grondgebied van het Waals Gewest in overeenstemming te brengen met het recht van de Europese Unie, natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn, uitsluiten van de definitie van "kunststof".
Met betrekking tot paragraaf 1, 58°, sluit de definitie van "centrum voor technische ingraving" de volgende elementen uit : installaties waar afvalstoffen worden uitgeladen om ze klaar te maken voor verder vervoer met het oog op een nuttige toepassing, behandeling of verwijdering op een andere plaats, en; de opslag van afvalstoffen voorafgaand aan een nuttige toepassing of behandeling voor een periode van in de regel minder dan drie jaar, of; de opslag van afvalstoffen voorafgaand aan verwijdering voor een periode van minder dan een jaar. § 3. Met het oog op de aanpassing van dit decreet en van de uitvoeringsmaatregelen ervan aan het recht van de Europese Unie en het internationaal recht, kan de Regering de bijlagen bij dit decreet intrekken, wijzigen, aanvullen of vervangen.
De maatregelen die de Regering krachtens deze paragraaf neemt, verliezen van rechtswege hun werking indien ze niet binnen een termijn van twaalf maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij decreet worden bevestigd. Afdeling 4 - Algemene principes
Onderafdeling 1- - Afvalhiërarchie Art. 6.§ 1. Bij het opstellen van de wetgeving, de reglementering en het Waals beleid voor de preventie en het beheer van afvalstoffen wordt als prioriteitsvolgorde de volgende afvalhiërarchie gehanteerd: 1° preventie: 2° voorbereiding voor hergebruik;3° recyclage;4° andere nuttige toepassing, in het bijzonder energieterugwinning;en 5° verwijdering. § 2. Bij de toepassing van de afvalhiërarchie, bedoeld in paragraaf 1, neemt de Regering maatregelen om oplossingen te stimuleren die over het geheel genomen het beste milieuresultaat opleveren. Dit kan betekenen dat voor specifieke afvalstromen moet worden afgeweken van de hiërarchie, indien dit gerechtvaardigd is op grond van het levenscyclusdenken over de totale effecten van de productie en het beheer van die afvalstoffen.
Er wordt rekening gehouden met de algemene milieubeschermingsprincipes zoals het voorzorgs- en duurzaamheidsbeginsel, de technische uitvoerbaarheid en economische haalbaarheid, de bescherming van hulpbronnen, alsook met de algemene effecten voor milieu en menselijke gezondheid en op economisch en maatschappelijk gebied, overeenkomstig de artikelen 2 en 32. § 3. Met betrekking tot het opstellen van wetgeving, regelgeving en het Waalse afvalstoffenbeleid legt de Regering elk voorontwerp van wettelijke bepaling tot wijziging van dit decreet en elk ontwerp van besluit uitgevaardigd krachtens dit decreet voor aan minstens de beleidsgroep "Leefmilieu", afdeling "Afvalstoffen", overeenkomstig het
decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
06/11/2008
pub.
18/12/2008
numac
2008204571
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie
type
decreet
prom.
06/11/2008
pub.
19/12/2008
numac
2008204572
bron
waalse overheidsdienst
Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet
sluiten houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie . § 4. De Regering kan een beroep doen op economische instrumenten en andere maatregelen om de toepassing van de afvalhiërarchie aan te moedigen, zoals die vermeld in bijlage 4, indien deze kunnen worden aangenomen via bepalingen van regelgevende aard, of op andere geschikte instrumenten en maatregelen.
Onderafdeling 2 - Beginselen van zelfvoorziening en nabijheid Art. 7.§ 1. De Regering neemt passende maatregelen, in samenwerking met de andere gewestelijke overheden of de Federale Overheid van de Belgische Staat alsmede met andere Lidstaten van de Europese Unie, wanneer zulks noodzakelijk of raadzaam is, om een adequaat geïntegreerd netwerk tot stand te brengen van afvalverwijderingsinstallaties en van installaties voor de nuttige toepassing van gemengd huishoudelijk afval, ingezameld bij particuliere huishoudens, ook indien die inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, rekening houdend met de beste beschikbare technieken. § 2. Het netwerk moet zo worden opgezet dat de Europese Unie als geheel hierdoor zelfvoorzienend kan worden zowel voor afvalverwijdering als voor nuttige toepassing van afval als bedoeld in § 1, en dat elke lidstaat afzonderlijk naar dat doel toe kan groeien, rekening houdend met de geografische omstandigheden en de behoefte aan gespecialiseerde installaties voor bepaalde soorten afval. § 3. Het netwerk moet het mogelijk maken afval te verwijderen of afval als bedoeld in § 1 nuttig toe te passen in een van de meest nabijgelegen daartoe geschikte installaties, met behulp van de meest geschikte methoden en technologieën, om een hoog niveau van bescherming van het milieu en de volksgezondheid te waarborgen. § 4. De beginselen van nabijheid en zelfvoorziening betekenen niet dat het Waalse Gewest zelf over alle faciliteiten voor definitieve nuttige toepassing moet beschikken.". § 5. De Regering kan de toepassing van dit artikel uitbreiden tot andere soorten afvalstoffen dan die bedoeld in paragraaf 1 Afdeling 5 - Kwalificatiecriteria
Onderafdeling 1 - Bijproducten Art. 8.§ 1. In overeenstemming met de criteria die in voorkomend geval op het niveau van de Europese Unie zijn vastgesteld, wordt een stof of zaak die het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats tot doel heeft die stof of die zaak te produceren, niet beschouwd als een afvalstof, maar als een bijproduct, als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt;2° de stof of het voorwerp kan onmiddellijk worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is;3° de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces;en 4° verder gebruik is rechtmatig, m.a.w. de stof of het voorwerp voldoet aan alle voorschriften inzake producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en zal niet leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid. § 2. Bij gebrek aan criteria die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd, kan de Regering gedetailleerde criteria vastleggen voor de toepassing van de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen. § 3. De Regering bepaalt de procedurele modaliteiten volgens welke een stof of voorwerp als bijproduct en niet als afvalstof wordt erkend.
Deze procedurele modaliteiten kunnen eenzijdige administratieve beslissingen van individuele strekking omvatten, genomen door de Regering of door de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst. Deze administratieve beslissingen worden in elk geval bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op zijn minst op een website van het Waalse Gewest. § 4. De Regering kan de procedurele modaliteiten van een facultatief individueel certificeringsmechanisme aannemen en vastleggen, waardoor elke exploitant die stoffen of voorwerpen voortbrengt die in het Waalse Gewest als bijproducten worden beschouwd, uitdrukkelijk en op individuele basis kan worden erkend als exploitant die een bijproduct voortbrengt dat in het Waalse Gewest is toegelaten. § 5. De Regering kan : 1° een lijst opstellen, al dan niet per categorie, van stoffen of voorwerpen die van rechtswege als bijproducten worden erkend;2° de volgende elementen openbaar maken : langs elektronische weg, in aanvulling op de in paragraaf 3 bedoelde middelen, informatie met betrekking tot de beslissingen die geval per geval worden genomen krachtens die paragraaf; langs elektronische weg, informatie betreffende de resultaten van de door de administratie verrichte controles.
Met betrekking tot het eerste lid, 1°, past de Regering ten minste om de vijf jaar de lijst(en) van stoffen of voorwerpen in de reglementering aan teneinde er in voorkomend geval de inhoud van de in het derde lid bedoelde administratieve beslissingen in op te nemen. § 6. Wanneer de uitoefening van een beroepsactiviteit een bijproduct voortbrengt dat alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden vertoont en in alle opzichten voldoet aan die van een bij regeringsbesluit of bij administratieve beslissing van individuele strekking erkend bijproduct, kan de houder van dat materiaal een aanvraag tot individuele certificering indienen met betrekking tot de bedoelde stof of het bedoelde voorwerp die/dat als bijproduct is erkend en overeenkomstig paragraaf 4 en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
Onderafdeling 2 - Einde-afvalfase Art. 9.§ 1. In overeenstemming met de criteria die zijn vastgesteld op het niveau van de Europese Unie, waar van toepassing, wordt afval dat een recyclingsverrichting of een andere nuttige toepassing heeft ondergaan, geacht geen afval meer te zijn als het aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° de stof of het voorwerp moet voor specifieke doelen worden gebruikt ;2° er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp;3° de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving, reglementering en normen;en 4° het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid. § 2. Bij gebrek aan criteria die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd, kan de Regering gedetailleerde criteria vastleggen voor de toepassing van de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen. Deze gedetailleerde criteria houden rekening met mogelijke schadelijke effecten van de stof of het voorwerp op het milieu en de menselijke gezondheid. Deze gedetailleerde criteria omvatten : 1° de avalstoffen die worden gebruikt als input voor de nuttige toepassing;2° toegestane verwerkingsprocessen en -technieken;3° de kwaliteitscriteria die van toepassing zijn op de materialen die voortkomen uit de nuttige toepassing en die ophouden afvalstoffen te zijn, overeenkomstig de relevante productnormen, met inbegrip van, indien nodig, grenswaarden voor verontreinigende stoffen;4° de eisen voor beheersystemen om de naleving van de eindeafvalcriteria aan te tonen, met inbegrip van kwaliteitscontrole en zelfcontrole, en, indien nodig, accreditatie;en 5° de eis van een conformiteitsverklaring. § 3. Bij gebrek aan op het niveau van de Europese Unie vastgestelde of door de Regering overeenkomstig paragraaf 2 aangenomen criteria, kan de Regering of de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst, geval per geval beslissen dat bepaalde afvalstoffen geen afvalstoffen meer zijn of passende maatregelen nemen om dit te verifiëren, op basis van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, en, indien nodig, door de vereisten, vermeld in paragraaf 2, 1° tot 5°, over te nemen en rekening houdend met de grenswaarden voor verontreinigende stoffen en mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid. Dergelijke beslissingen per geval hoeven niet te worden gemeld aan de Europese Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535. § 4. Elke natuurlijke of rechtspersoon die voor het eerst een materiaal gebruikt dat niet langer een afvalstof is en dat niet op de markt is gebracht, of die voor het eerst een materiaal op de markt brengt nadat het niet langer een afvalstof is, zorgt ervoor dat dit materiaal voldoet aan de relevante voorschriften van de toepasselijke wet- en regelgeving inzake chemische stoffen en producten.
Aan de voorwaarden in paragraaf 1 moet zijn voldaan voordat de wet- en regelgeving inzake chemische stoffen en producten van toepassing is op het materiaal dat niet langer een afvalstof is. § 5 De Regering bepaalt de procedurele modaliteiten volgens welke : 1° een stof of voorwerp wordt erkend als niet langer een afvalstof te zijn overeenkomstig de §§ 1 en 2, en 2° zij of de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst, een stof of voorwerp kan erkennen als zijnde niet langer een afvalstof overeenkomstig § 3. De procedurele modaliteiten, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen eenzijdige administratieve beslissingen van individuele strekking omvatten, genomen door de Regering of door de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst. In elk geval worden die administratieve beslissingen bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en minstens op een website van het Waalse Gewest.
De Regering stelt de uitoefening van elke activiteit waarbij een stof of zaak vrijkomt die beschouwd wordt niet langer een afvalstof te zijn, afhankelijk van een voorafgaande registratie.
Wanneer bij de uitoefening van een beroepsactiviteit een stof of voorwerp vrijkomt die/dat is erkend als niet langer afvalstof en alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden heeft en daaraan voldoet die in elk opzicht gelijk zijn aan die van een stof of voorwerp die/dat bij regeringsbesluit of bij administratieve beslissing van individuele strekking is erkend als niet langer afvalstof, moet de houder ervan een verzoek tot registratie indienen overeenkomstig paragraaf 4 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan en met betrekking tot die stof of dat voorwerp die/dat is erkend als niet langer afvalstof. § 7. De Regering kan : 1° een lijst opstellen, al dan niet per categorie, van stoffen of voorwerpen die niet langer als afvalstoffen worden beschouwd;2° de volgende elementen openbaar maken : langs elektronische weg, in aanvulling op de in paragraaf 5 bedoelde middelen, informatie met betrekking tot de beslissingen die geval per geval worden genomen krachtens die paragraaf; langs elektronische weg, informatie betreffende de resultaten van de door de administratie verrichte controles.
Met betrekking tot het eerste lid, 1°, past de Regering ten minste om de vijf jaar de lijst(en) van stoffen of voorwerpen in de reglementering aan teneinde er in voorkomend geval de inhoud van de in de §§ 3 en 5 bedoelde administratieve beslissingen in op te nemen.
Onderafdeling 3 - Lijst van afvalstoffen Art. 10.§ 1. De Regering kan een lijst opstellen van afvalsoorten volgens eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die ze bepaalt. § 2. Wanneer de Regering een afvalsoort opsomt overeenkomstig het eerste lid, bepaalt zij : 1° het toepasselijke vermoeden volgens hetwelk: elke op de lijst voorkomende afvalstof behoort tot de afvalstoffen van de lijst;of elke afvalstof die niet op de lijst voorkomt, niet tot de opgesomde afvalsoort behoort; 2° het weerlegbare of onweerlegbare karakter van het vermoeden. § 3. Wanneer de Regering krachtens dit artikel afvalstoffen opsomt, vermeldt zij dit uitdrukkelijk en: - met betrekking tot paragraaf 2, 1°, wanneer de Regering niet uitdrukkelijk voorziet in het vermoeden dat van toepassing is tussen a) en b), is a) van rechtswege van toepassing; - met betrekking tot paragraaf 2, 2°, wanneer de Regering niet uitdrukkelijk voorziet in het weerlegbare karakter van het vermoeden of de wijze waarop het weerlegbaar wordt gemaakt, is dit vermoeden van rechtswege onweerlegbaar. Art. 11.§ 1. Wanneer de vermoedens voorzien bij of krachtens dit decreet weerlegbaar zijn, naargelang het geval : 1° hetzij de weerlegging van het weerlegbaar vermoeden gebaseerd is op het bewijs dat de afvalstoffen op een lijst van de betrokken afvalstoffen niet voldoen aan alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die de Regering overeenkomstig artikel 10 heeft bepaald voor de samenstelling van die lijst;2° hetzij de weerlegging van het weerlegbaar vermoeden gebaseerd is op het bewijs dat de afvalstoffen die niet voorkomen op een betrokken lijst van afvalstoffen voldoen aan alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die de Regering overeenkomstig artikel 10 heeft bepaald voor het opstellen van die lijst. § 2. Wanneer de Regering een vermoeden vestigt dat door of krachtens dit decreet kan worden weerlegd, regelt ze de procedurele modaliteiten voor het weerleggen van dat vermoeden, zo nodig geval per geval. § 3. Wanneer de Regering bij of krachtens dit decreet een weerlegbaar vermoeden vestigt, kan zij de voorwaarden vaststellen voor de erkenning van de eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden overeenkomstig artikel 10, van afvalstoffen : 1° in gevallen waarin zij, hoewel zij niet als zodanig voorkomen op een bij of krachtens dit decreet opgestelde lijst van afvalstoffen, kunnen worden erkend als behorende tot het soort afvalstoffen dat op de lijst voorkomt;2° die, hoewel zij worden aangemerkt als deel uitmakend van een bij of krachtens dit decreet vastgestelde lijst van afvalstoffen, kunnen worden erkend als niet behorend tot het soort afvalstoffen. Elk verzoek om een dergelijke erkenning bevat ten minste een milieurisicoanalyse.
De Regering kan de minimumeisen voor de milieurisicoanalyse, bedoeld in het tweede lid, vaststellen. Art. 12.De weerlegbare en onweerlegbare vermoedens voorzien bij of krachtens dit decreet doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Regering om voorschriften uit te vaardigen krachtens dit decreet mits administratieve toelating, en in het bijzonder om afwijkingen te voorzien van de verbodsbepalingen voorzien bij of krachtens dit decreet. Art. 13.Elke lijst van afvalstoffen vastgesteld bij of krachtens dit decreet vormt de referentienomenclatuur voor het afvalstoffenbeheer.
De aanwezigheid van een stof of voorwerp op een lijst van afvalstoffen betekent niet noodzakelijk dat het in alle gevallen een afvalstof is.
Een stof of voorwerp wordt pas als afvalstof beschouwd als ze voldoet aan de definitie, vermeld in artikel 5, § 1, 1° Art. 14.§ 1. De Regering stelt de lijst van gevaarlijke afvalstoffen op, rekening houdend met de oorsprong en de samenstelling van de afvalstoffen en, in voorkomend geval, de grenswaarden voor de concentratie van gevaarlijke stoffen.
De identificatie van afvalstoffen als gevaarlijke afvalstoffen op de lijst van gevaarlijke afvalstoffen houdt een weerlegbaar vermoeden in dat de afvalstoffen een of meer van de in bijlage 1 vermelde gevaarlijke eigenschappen bezitten.
De herindeling van gevaarlijke afvalstoffen als niet-gevaarlijke afvalstoffen mag niet plaatsvinden na verdunning of vermenging met het oogmerk om de oorspronkelijke concentraties van gevaarlijke stoffen onder de drempelwaarde voor kenmerking als gevaarlijk te brengen.
Onverminderd eventuele uitvoeringsmaatregelen die de Regering overeenkomstig de artikelen 10 en 11 neemt met betrekking tot de lijst van gevaarlijke afvalstoffen die zij overeenkomstig deze paragraaf vaststelt, past zij de overeenkomstig deze paragraaf vastgestelde lijst van gevaarlijke afvalstoffen aan om deze in overeenstemming te brengen met de door de Europese Unie vastgestelde lijst van gevaarlijke afvalstoffen. § 2. De Regering stelt de lijst van de inerte afvalstoffen vast.
Het ontbreken van een afvalstof op de lijst van inerte afvalstoffen vormt een weerlegbaar vermoeden dat de genoemde afvalstof niet inert is. Art. 15.Indien er meer dan één lijst van afvalstoffen overeenkomstig dit decreet wordt opgesteld, kan de Regering één of meer afzonderlijke lijsten opstellen, vergezeld van een referentiesysteem dat het mogelijk maakt om binnen die ene lijst of lijsten verschillende lijsten van afvalstoffen te onderscheiden. Afdeling 6 - Methodes voor de afname, monsterneming en analyse op het
gebied van afvalstoffen Art. 16.De Regering kan : 1° minimumvoorschriften vaststellen voor de methodes voor de afname, monsterneming en analyse die tot doel hebben de eigenschappen en de fysisch-chemische kenmerken van de afvalstoffen of het gehalte aan verontreinigende stoffen vast te stellen;2° één of meerdere technische handleidingen van indicatieve waarde goedkeuren die de kwaliteit van de expertises van afvalstoffen moeten waarborgen. De minimumvoorschriften, vermeld in het eerste lid, 1°, omvatten ten minste criteria die de ontvangers in staat stellen te rechtvaardigen en te waarborgen dat de door hen voorgestelde methodes voor de afname, monsterneming en analyse een informatieniveau en -kwaliteit garanderen die gelijkwaardig zijn aan de krachtens het eerste lid, 2°, goedgekeurde technische aanwijzingen.
In geval van tegenstrijdigheid tussen de vermeldingen in een technische handleiding, worden de meest recente vermeldingen toegepast. Afdeling 7 - Planning inzake afvalstoffen, circulair gebruik en
openbare netheid Art. 17.Het "Plan wallon des Déchets-Ressources" (Waals plan inzake afval en grondstoffen) bestrijkt het hele grondgebied van het Waalse Gewest en beschrijft de richtlijnen op korte, middellange en lange termijn, evenals de maatregelen die moeten worden genomen om ten minste de doelstellingen te bereiken die door dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten zijn vastgesteld.
Het kan verschillende afzonderlijke plannen, programma's of delen bevatten die betrekking hebben op specifieke kwesties of thema's in verband met afval, het circulair gebruik van materialen of openbare netheid. Art. 18.§ 1. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen: 1° 2° bepaalt de te bereiken preventiedoelstellingen, de doelstellingen die zijn erop gericht de economische groei los te koppelen van de milieueffecten die gepaard gaan met de productie van afvalstoffen.3° bepaalt de te bereiken beheersdoelstellingen;4° legt de maatregelen vast die moeten worden genomen om de doelstellingen, bedoeld in 2° en 3°, te bereiken, in het bijzonder de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de afvalstoffen in de best mogelijke omstandigheden en op milieuvriendelijke wijze worden verwerkt met het oog op hergebruik, recycling, nuttige toepassing of verwijdering;5° legt de financiële middelen vast die nodig zijn om ze te bereiken;6° houdt een evaluatie in van de wijze waarop het de uitvoering van de bepalingen en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen ondersteunt;7° bevat stimulansen om een positieve gedragswijziging inzake afvalbeheer bij de burgers en het bedrijfsleven teweeg te brengen. § 2. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen bevat gegevens over zijn budgettaire gevolgen voor de overheid, alsook over de voorzienbare gevolgen op korte, middellange en lange termijn voor de economie in het algemeen en over de voorzienbare gevolgen voor het milieu. § 3. Het Waalse plan inzake afval en grondstoffen definieert duidelijk de doelstellingen en maatregelen met betrekking tot afvalpreventie en afvalbeheer. Art. 19.§ 1. Sommige van de maatregelen betreffende de afvalpreventie vermeld in het Waals plan inzake afval en grondstoffen : 1° bevatten de maatregelen van artikel 22 overeenkomstig de artikelen 2 en 6;2° beschrijven de reeds bestaande afvalpreventiemaatregelen en bevatten de nuttig geachte voorbeelden uit bijlage 5 of elke andere geschikt geachte maatregel, alsook hun bijdrage tot afvalpreventie;3° beschrijven in voorkomend geval de bijdrage van de in bijlage 4 opgesomde instrumenten en maatregelen tot afvalpreventie en beoordelen het nut van de in bijlage 5 opgesomde voorbeelden van maatregelen of andere passend geachte maatregelen;4° hebben betrekking op verpakkingsafval;5° betrekking hebben op voedselverspilling en voedselverliezen. § 2. Met het oog op de opvolging van de vooruitgang op het vlak van afvalpreventie wordt in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen een geactualiseerde stand van zaken opgemaakt en worden relevante kwalitatieve of kwantitatieve doelstellingen op dat vlak opgenomen, alsook indicatoren om de verwezenlijking van die doelstellingen op te volgen. Art. 20.§ 1. De maatregelen inzake afvalbeheer die zijn opgenomen in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen bevatten ten minste de volgende elementen: 1° het type, de hoeveelheid en de herkomst van de op het grondgebied van het Gewest geproduceerde afvalstoffen, de afstoffen die vanuit of naar het grondgebied van het Gewest kunnen worden overgebracht en een evaluatie van de ontwikkeling van de afvalstromen in de toekomst;2° de belangrijkste bestaande verwijderings- en terugwinningsinstallaties, met inbegrip van eventuele speciale voorzieningen voor afgewerkte olie, gevaarlijk afval, afval dat aanzienlijke hoeveelheden kritieke grondstoffen bevat, of afvalstromen die vallen onder specifieke bepalingen van de EU-wetgeving- of regelgeving;3° een beoordeling van de behoefte aan sluiting van bestaande afvalverwerkingsinstallaties en aan aanvullende afvalverwerkingsinstallaties overeenkomstig artikel 7;4° informatie over de maatregelen die moeten worden genomen om de doelstellingen te bereiken die zijn opgenomen in artikel 41 of in andere strategische documenten die het hele grondgebied van het Waalse Gewest bestrijken;5° een evaluatie van de bestaande systemen voor de inzameling van afval, met inbegrip van de fysieke en territoriale dekking van de selectieve inzameling en de maatregelen om de werking ervan te verbeteren, de eventuele vrijstellingen die zijn verleend overeenkomstig artikel 49, § 2, en de behoefte aan nieuwe inzamelingssystemen;6° voldoende informatie over locatiecriteria voor de identificatie van locaties en de capaciteit van toekomstige verwijderingsinstallaties of grote terugwinningsinstallaties, indien nodig;7° algemeen afvalbeheerbeleid, inclusief geplande afvalbeheertechnologieën en -methoden of beleid voor afval dat specifieke beheersproblemen oplevert.8° maatregelen om alle vormen van ongecontroleerd storten van afval te voorkomen en alle soorten ongecontroleerd afval te verwijderen;9° passende kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren en streefcijfers, in het bijzonder met betrekking tot de hoeveelheid geproduceerde en ingezamelde afvalstoffen en de verwerking ervan, in het bijzonder voor stedelijk afval dat wordt verwijderd of dat energieterugwinning ondergaat;10° specifieke bepalingen inzake verpakking en het beheer van verpakkingsafval;11° maatregelen ter vermindering van de hoeveelheid biologisch afbreekbaar afval dat wordt gestort. Met betrekking tot paragraaf 1, 3°, omvat de daarin bedoelde evaluatie van de behoeften een analyse van de investeringen en andere financiële middelen, ook voor de overheden, in het bijzonder de lokale overheden, die nodig zijn om aan die behoeften te voldoen. § 2. De maatregelen inzake afvalbeheer die zijn opgenomen in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen kunnen ook de volgende elementen bevatten: 1° organisatorische aspecten in verband met afvalbeheer, inclusief een beschrijving van de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de openbare en private actoren die het afvalbeheer uitvoeren;2° een evaluatie van het nut en de geschiktheid van economische of andersoortige instrumenten voor het aanpakken van diverse afvalproblemen, rekening houdend met de noodzaak om de goede werking van de interne markt in stand te houden; 3° gebruik van bewustmakingscampagnes en verstrekking van informatie ten behoeve van het brede publiek of specifieke categorieën consumenten of andere doelgroepen;; 4° historisch verontreinigde afvalverwijderingslocaties en de maatregelen om deze te saneren. Art. 21.§ 1. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen en alle herzieningen ervan worden aangenomen in overeenstemming met de milieueffectbeoordelings- en inspraakprocedures uiteengezet in Boek I van het Milieuwetboek die van toepassing zijn op plannen en programma's van categorie A.1. in de zin van dat Boek. § 2. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen wordt minstens om de zes jaar geëvalueerd en, indien nodig, herzien in overeenstemming met de artikelen 22 en 38. § 3. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen, zijn evaluatie en, indien van toepassing, zijn herziening, worden gepubliceerd op een website van het Waalse Gewest. HOOFDSTUK 2. - Preventie inzake afval Afdeling 1 - Algemene bevoegdheden van de Regering
Art. 22.§ 1. Teneinde het ontstaan van afvalstoffen te voorkomen, de hoeveelheid of schadelijkheid ervan te verminderen of het beheer ervan te vergemakkelijken, kan de Regering alle passende maatregelen nemen, onder meer : 1° het bepalen en gebruiken van passende kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren en doelstellingen;2° het controleren, begeleiden en evalueren van de uitvoering van afvalpreventiemaatregelen, in het bijzonder met betrekking tot de hoeveelheid geproduceerde afvalstoffen, door middel van maatregelen genomen krachtens 1° ;3° het bevorderen, aanmoedigen en ondersteunen van : duurzame productie- en consumptiepatronen; het onderzoek naar en de ontwikkeling, het ontwerp, de vervaardiging en het gebruik van producten die zuinig omspringen met hulpbronnen, duurzaam zijn (in het bijzonder wat levensduur en de afwezigheid van geprogrammeerde veroudering betreft), herstelbaar en herbruikbaar zijn en een evolutief ontwerp hebben; de verbetering, door middel van maatregelen inzake ecologisch ontwerp, van de herbruikbaarheid of recycleerbaarheid van bepaalde types producten of afval die zij identificeert; het hergebruik van producten en de totstandbrenging van systemen ter bevordering van herstellings- en hergebruikactiviteiten, met name voor elektrische en elektronische apparatuur, textiel en meubilair, alsmede voor verpakking en bouwmaterialen en -producten; voor zover van toepassing en zonder afbreuk te doen aan intellectuele-eigendomsrechten, de beschikbaarheid van reserveonderdelen, gebruiksaanwijzingen, technische informatie of andere instrumenten, apparatuur of software waarmee producten kunnen worden gerepareerd en hergebruikt zonder dat de kwaliteit of veiligheid in het gedrang komt; voorlichtingscampagnes om mensen bewuster te maken van afvalpreventie en zwerfvuil; beëindiging van de productie van zwerfvuil dat schadelijk is voor het mariene milieu, teneinde bij te dragen aan de doelstelling van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling om alle soorten mariene verontreiniging te voorkomen en aanzienlijk te verminderen; 4° het verminderen van : rekening houdend met de beste beschikbare technieken, het ontstaan van afvalstoffen bij processen die verband houden met : de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van die welke verband houden met de winning van mineralen; industriële productie, fabricage, bouw, afbraak en sloop; de productie van diensten; de productie van afval, in het bijzonder afval dat niet geschikt is om te worden voorbereid voor hergebruik of recycling; het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten; 5° het vermijden, voorkomen en verminderen van afval van producten : die kritieke grondstoffen bevatten; die de belangrijkste bronnen zijn van ongecontroleerd storten van afval, in het bijzonder in het natuurlijke en mariene milieu; 6° het reguleren, invoeren en ondersteunen van : het gebruik van producten en diensten die voortkomen uit modellen bedoeld in 3°, a); de verplichting om aan de gebruikers van producten informatie te verstrekken over : de risico's van verontreiniging die deze producten opleveren of de ecologische gevolgen van hun productie, verhandeling en gebruik; de wijze van nuttige toepassing of verwijdering van het afval van genoemde producten; het opstellen van een afvalpreventieplan, met of zonder evaluatie daarvan, voor installaties en activiteiten die meer afval produceren dan een bepaalde drempel die zij vaststelt; 7° aan producenten van producten of houders van producten die gevaarlijke afvalstoffen kunnen worden, een of meer van de volgende verplichtingen opleggen: een analytische boekhouding voeren van de bedoelde producten; de overheid in te lichten over de toewijzing, het gebruik of de wijze van nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde producten; 8° het definiëren, het bepalen van de procedures voor of het reglementeren van : handelingen waardoor stoffen, materialen of producten, al dan niet afvalstoffen geworden, opnieuw worden gebruikt, voor hetzelfde of een ander doel dan waarvoor ze bestemd waren; controle-, reinigings- of herstelverrichtingen met het oog op nuttige toepassing waarbij stoffen, materialen of producten die afvalstoffen zijn geworden, zodanig worden behandeld dat ze zonder verdere voorbehandeling opnieuw kunnen worden gebruikt; 9° het regelen of het verbieden van de vernietiging van bepaalde herbruikbare of nog verbruikbare producten of afvalstoffen die zij bepaalt;10° het bepalen van de financieringsmechanismen, het regelen van de toekenning van subsidies of andere steunmaatregelen, investeringen doen en het invoeren van retributies voor de acties en maatregelen die krachtens dit artikel worden uitgevoerd. § 2. Wanneer de Regering uitvoeringsmaatregelen aanneemt overeenkomstig paragraaf 1, 3°, a) en b), kunnen die maatregelen in het bijzonder de ontwikkeling, de productie en de commercialisering van technisch duurzame producten voor meervoudig gebruik en de daarmee verband houdende schenkings-, uitleen- en verhuurdiensten aanmoedigen.
Wanneer de Regering uitvoeringsmaatregelen aanneemt krachtens paragraaf 1, 4°, c), zullen deze maatregelen worden genomen onverminderd de geharmoniseerde wettelijke vereisten die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd voor de genoemde materialen en producten, en zullen zij ervoor zorgen dat elke leverancier van een artikel in de zin van artikel 3, 33) van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement e …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.