9 MAART 2023. - Decreet betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid
(1)Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I - GRONDSLAGEN, CONCEPTEN EN BEGINSELEN HOOFDSTUK 1.- - Algemene bepalingen Afdeling 1 - Inleidende bepalingen Artikel 1.Bij dit decreet worden de volgende richtlijnen gedeeltelijk omgezet: 1° Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;2° Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;3° Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/850 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;4° Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;5° Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;6° Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 20212 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (herschikking), zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;7° Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu. Afdeling 2 - Doel en toepassingsgebied Art. 2.Dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan hebben tot doel het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen door afvalproductie en de schadelijke effecten van afvalproductie en -beheer te voorkomen of te verminderen, en door de algemene impact van het gebruik van hulpbronnen te beperken en het efficiënt gebruik ervan te verbeteren, wat essentieel is voor de overgang naar een circulaire economie en het concurrentievermogen van het Waalse Gewest en de Europese Unie op lange termijn. Art. 3.Van het toepassingsgebied van dit decreet zijn uitgesloten: 1° gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten;2° kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het decreet van 10 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2013 pub. 03/09/2013 numac 2013204763 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de geologische opslag van kooldioxide sluiten betreffende de geologische opslag van kooldioxide krachtens artikel 2, lid 2;3° grond (in situ), met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en gebouwen die permanent met de grond verbonden zijn; 4° afvalwater dat onderworpen is aan de decreetgevende en de reglementaire delen van Boek II van het Milieubesluit dat het Waterwetboek inhoudt, met uitzondering van de inzameling door een installatie of een geklasseerde installatie en het vervoer per voertuig van slib als bedoeld in artikel D.2, 54°, 4de streepje, van voornoemd Boek II; 5° radioactieve afvalstoffen, andere dan vrijgegeven afvalstoffen in de zin van het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en de Gewesten van 17 oktober 2002 met betrekking tot het beheer van vrijgegeven afvalstoffen;6° lijken, met uitzondering van kadavers van dieren;7° stoffen die bestemd zijn om te worden gebruikt als voedermiddelen in de zin van artikel 3, tweede lid, onder g), van Verordening (EG) nr.767/2009 van het Europees Parlement en de Raad en die niet uit dierlijke bijproducten bestaan of deze bevatten. Art. 4.Dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan zijn van toepassing onder voorbehoud van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten5 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval en, in voorkomend geval, de uitvoeringsmaatregelen ervan op interregionaal niveau. Afdeling 3 - Begripsomschrijving Art. 5.§ 1er. Voor de toepassing van dit decreet dient te worden verstaan onder : 1° "afvalstof": elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;2° "gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die een of meer van de in bijlage 1 genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit;3° "niet-gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die niet onder 2° valt;4° "afvalstoffenproducent": eenieder wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen (eerste producent) of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;5° "afvalstoffenhouder": de afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft;6° "inzamelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die beroepsmatig afval inzamelt;7° "vervoerder": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die beroepsmatig afval vervoert;8° "handelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van de handelaar die de afvalstoffen niet fysiek in zijn bezit heeft;9° "makelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van de makelaar die de afvalstoffen niet fysiek in zijn bezit heeft;10° "afvalstoffenbeheer": inzameling, vervoer, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing (met inbegrip van mengen of sorteren) en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en het toezicht op, het herstel in de vroegere staat en de rehabilitatie van die handelingen van de stortplaatsen in installaties voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars;11° "inzameling": het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een installatie voor de samenbrenging, voorbehandeling of verwerking van afvalstoffen;12° "gescheiden inzameling": de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;13° "vervoer": belading, vervoer, lossen van de afvalstoffen;14° "samenbrenging": elke handeling waarbij afvalstoffen worden opgeslagen voorafgaand aan een voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering, met uitsluiting van tijdelijke opslag voorafgaand aan inzameling op de plaats waar de afvalstoffen worden geproduceerd;15° "preventie": maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van: de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten; de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid; of het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten;"; 16° "hergebruik": elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld;17° "voorbehandeling": elke behandeling voorafgaand aan een volgende handeling voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, bestaande uit een fysisch, chemisch, thermisch of biologisch proces, met inbegrip van het mengen of het sorteren (eventueel door middel van visuele inspectie), waardoor de eigenschappen of kenmerken van het afval zodanig worden bepaald of gewijzigd dat het volume of het gevaarlijke of verontreinigende karakter ervan wordt verkleind, de behandeling ervan wordt vergemakkelijkt, de nuttige toepassing ervan wordt bevorderd of de verwijdering ervan mogelijk wordt gemaakt;18° "verwerking": nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen;19° "voorbereiding voor hergebruik" : elke nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is;20° "nuttige toepassing": elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt.21° "nuttige toepassing materialen": iedere nuttige toepassing, met uitzondering van de nuttige toepassing en bewerking tot materialen die bestemd zijn voor gebruik als brandstof of voor andere middelen om energie op te wekken, met inbegrip van voorbereiding voor hergebruik, recycling en opvulling;22° "recycling": elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel.Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal; 23° "opvulling": elke nuttige toepassing waarbij geschikt niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor om uitgegraven gebieden of, bij ingenieurswerken, landschappelijke inrichtingswerken in oorspronkelijke staat te herstellen;24° "regeneratie van afgewerkte olie": iedere recyclingshandeling waardoor basisoliën kunnen worden geproduceerd door raffinage van afgewerkte olie, in het bijzonder door uit die olie de verontreinigende stoffen, oxidatieproducten en additieven te verwijderen;25° "verbranding": iedere thermische verwerking van afval, al dan niet met terugwinning van de geproduceerde verbrandingswarmte, door de verbranding door oxidatie van afval alsmede andere thermische behandelingsprocessen zoals pyrolyse, vergassing en plasmaproces, voor zover de producten van de behandeling vervolgens worden verbrand;26° "meeverbranding": elke verwerkingshandeling die in hoofdzaak bedoeld is om energie of materiële producten te produceren, en : die afval gebruikt als vaste of aanvullende brandstof, of ; waarbij afval thermisch wordt verwerkt met het oog op verwijdering door verbranding door oxidatie of door andere thermische verwerkingsprocessen, zoals pyrolyse, vergassing of plasmaproces,, voor zover de producten van de behandeling vervolgens worden verbrand; 27° "verwijdering": iedere handeling die geen nuttige toepassing is zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen;28° "zwerfvuil": elke afval die achtergelaten, afgedankt of beheerd wordt: buiten containers of plaatsen die daartoe zijn ingericht of toegestaan door een lokale overheid of een andere overheid die bevoegd is voor het behoud van het openbaar domein of de volksgezondheid;of zonder inachtneming van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan; 29° "illegale afvalstorting": elke handeling die zwerfvuil heeft voortgebracht of voortbrengt;30° "inert afval" : afval dat geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaat.Inert afval lost niet op, verbrandt niet en vertoont ook geen andere fysische of chemische reacties, het wordt niet biologisch afgebroken en heeft geen zodanige nadelige effecten op andere stoffen waarmee het in contact komt dat milieuverontreiniging of schade aan de menselijke gezondheid dreigt te ontstaan; 31° "stedelijk afval": afval dat huishoudelijk en soortgelijk afval omvat, met uitzondering van afval van productie, landbouw, bosbouw, visserij, septische tanks en het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib, afgedankte voertuigen of bouw- en sloopafval;32° "huishoudelijk afval": gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van papier en karton, glas, metaal, plastic, hout, verpakkingen, textiel, bioafval, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu's, grofvuil, met inbegrip van gebruikte matrassen en meubels;33° "soortgelijk afval": gemengd afval en gescheiden ingezameld afval uit andere bronnen dan de voormelde bronnen als de aard en samenstelling van dat afval vergelijkbaar zijn met de aard en samenstelling van afval van huishoudens;34° "professioneel afval" : afval dat niet onder 32° en 33° valt;35° "grofvuil": afval waarvan alle buitenafmetingen gelijk zijn aan of groter dan veertig centimeter of waarvan het volume gelijk is aan of groter dan zestig kubieke decimeter, alsmede alle gebruikte matrassen en alle gebruikte meubelen, ongeacht de grootte van hun buitenafmetingen of hun volume;36° "biologisch afbreekbaar afval": afval dat anaëroob of aëroob kan worden afgebroken, zoals voedselresten en tuinafval, alsook papier- en kartonafval;37° "bioafval": biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, kantoren, restaurants, groothandels, kantines, cateringfaciliteiten of winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie;38° "voedselafval": levensmiddelen in de zin van artikel 2 van Verordening (EG) nr.178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die afval zijn geworden in de zin van 1° van deze paragraaf; 39° "voedselverlies": de productie van voedselafval in de hele productie- en toeleveringsketen, met inbegrip van verliezen na de oogst;40° "voedselverspilling": de productie van voedselafval in de consumptiefase;41° "afgewerkte olie": minerale of synthetische, smeer- of industriële olie die niet voor voedingsdoeleinden bestemd is en die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor ze oorspronkelijk was bedoeld, zoals gebruikte olie van verbrandingsmotoren en versnellingsbakken, alsmede smeerolie, olie voor turbines en olie voor hydraulische systemen.42° "bouw-, afbraak- en sloopafval": afval dat ontstaat bij bouw-, afbraak- en sloopactiviteiten;43° "dierlijke bijproducten": de dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr.1069/2009; 44° "kadavers van dieren": karkassen of delen van karkassen van dieren die zijn gestorven op een andere wijze dan door slachting voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die zijn gedood met het oog op de uitroeiing van een epizoötie, en die moeten worden verwijderd overeenkomstig Verordening (EG) nr.1069/2009; 45° "onderneming voor sociale economie": een vereniging of coöperatie zonder winstoogmerk die erkend is als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, die de beginselen vervat in artikel 1 van het decreet van 20 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/11/2008 pub. 31/12/2008 numac 2008204798 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de sociale economie type decreet prom. 20/11/2008 pub. 15/12/2008 numac 2008204510 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de organisatie van het medisch-sanitair vervoer sluiten betreffende de sociale economie naleeft en die actief is in afvalpreventie of -beheer, in het bijzonder in het hergebruik of de voorbereiding voor hergebruik van afvalstoffen, producten of aanverwante componenten;46° "verpakking": de verpakking in de zin van artikel 2 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten5 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;47° "product voor eenmalig gebruik": elk vervaardigd product dat niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;48° "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, punt 5, van Verordening (EG) nr.1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt; 49° "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;50° "plastic draagtassen": van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten wordt verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;51° "lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron; 52 "zeer lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron die om hygiënische redenen zijn vereist of als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen; 53° "milieuvergunning": de beslissing zoals gedefinieerd in artikel 1, 1° en 12°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;54° "aangifte van een inrichting van klasse 3": de handeling zoals gedefinieerd in artikel 1, 2° en 12°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;55° "beste beschikbare technieken": de technieken zoals gedefinieerd in artikel 1, 9°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;56° "installatie": de site ingericht voor de inzameling, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen;57° "ingedeelde installatie": de installatie zoals bepaald in 56° wanneer ze krachtens het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan ingedeeld is; 58° "centrum voor technische ingraving": de locatie waar afvalstoffen worden verwijderd door ze op of in de bodem (ook ondergronds) te storten, met inbegrip van: interne locaties, d.w.z. sites waar een afvalstoffenproducent zelf afvalstoffen verwijdert op de plaats van productie, en; permanente locaties, d.w.z. locaties die langer dan een jaar worden gebruikt voor de tijdelijke opslag van afvalstoffen; 59° "vereniging van gemeenten": de samenbrenging van gemeenten georganiseerd volgens één van de samenwerkingsvormen tussen gemeenten als bedoeld bij boek V van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie ;60° "administratie": de administratieve dienst(en), aangewezen door de Regering ;61° "bevoegde autoriteit": het lid of de leden van de Regering of de[00e2][0080][0088]administratieve[00e2][0080][0088]dienst(en), aangewezen door de Regering ;62° "autoriteit van afgifte in eerste instantie": de administratie(
- s)bedoeld in 60° in het kader van een administratieve procedure die voorziet in een administratief beroep georganiseerd door dit decreet;63° "autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen" : de bevoegde autoriteit(
- en)bedoeld in 61°, andere dan bedoeld in 62°, in het kader van een administratieve procedure die voorziet in een administratief beroep georganiseerd door dit decreet;64° "SPAQuE": de "Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement";65° "Richtlijn 94/62/EG": Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1964 betreffende verpakking en verpakkingsafval;66° "Richtlijn 1999/31/EG" : Richtlijn 1999/21/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen;67° "Richtlijn 2000/53/EG": Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken;68° "Richtlijn 2006/66/ EG": Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG;69° "Richtlijn 2008/98/EG" : Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen ;70° "Richtlijn 2012/19/EU" van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (herschikking);71° "Richtlijn (EU) 2015/1535": Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;72° "Richtlijn (EU) 2019/904": Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu;73° "Verordening (EG) nr.1069/2009": Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002; 74° "Verordening (EG) nr.1013/2006" : Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en van de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; 75° "Verordening (EG) nr.1907/2006": Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie; 76° "Verordening nr.1272/2008": Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006; § 2. Met betrekking tot de definitie van "afvalstoffenbeheer", vermeld in § 1, 10°, kan de Regering, onverminderd het recht van de Europese Unie, de handelingen van afvalstoffenbeheer definiëren. Met betrekking tot de definitie van "nuttige toepassing", vermeld in paragraaf 1, 20°, bevat bijlage 2 een niet-limitatieve lijst van handelingen van nuttige toepassing. Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de Regering als nuttige toepassing andere handelingen definiëren dan die bedoeld in die bijlage. Met betrekking tot paragraaf 1, 23°, moeten de afvalstoffen die worden gebruikt voor opvulling, om te voldoen aan de definitie van "opvulling", materialen vervangen die geen afvalstoffen zijn, moeten ze geschikt zijn voor de voornoemde doeleinden en moeten ze beperkt blijven tot de hoeveelheden die strikt noodzakelijk zijn om die doeleinden te bereiken. Met betrekking tot de definitie van "verwijdering", vermeld in paragraaf 1, 27°, bevat bijlage 3 een niet-limitatieve lijst van verwijderingshandelingen. Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de Regering als verwijdering andere handelingen definiëren dan die bedoeld in die bijlage. Met betrekking paragraaf 1, 28° en 29°, doen de definities van "zwerfvuil" en "illegale afvalstorting" geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Regering en de lokale overheden om de bestrijding van zwerfvuil met betrekking tot bepaalde soorten zwerfvuil te specificeren of te prioriteren op basis van hun aard, omvang, hoeveelheid, aanwezigheid op bepaalde locaties of andere criteria die de Regering of de lokale overheden bepalen. Met betrekking paragraaf 1, 30°, om te voldoen aan de definitie van "inert afval", moeten de totale productie van percolaat, het gehalte aan verontreinigende stoffen van de afvalstoffen en de ecotoxiciteit van het percolaat verwaarloosbaar zijn en mogen ze in het bijzonder geen nadelige invloed hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater of het grondwater. Met betrekking to paragraaf 1, 31° en 34°, laten de definities van "stedelijk afval" en "professioneel afval" de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het afvalstoffenbeheer tussen publieke en private actoren onverlet. Met betrekking tot paragraaf 1, 48°, kan de Regering, wanneer ze uitvoeringsmaatregelen neemt om het recht dat van toepassing is op het grondgebied van het Waals Gewest in overeenstemming te brengen met het recht van de Europese Unie, natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn, uitsluiten van de definitie van "kunststof". Met betrekking tot paragraaf 1, 58°, sluit de definitie van "centrum voor technische ingraving" de volgende elementen uit : installaties waar afvalstoffen worden uitgeladen om ze klaar te maken voor verder vervoer met het oog op een nuttige toepassing, behandeling of verwijdering op een andere plaats, en; de opslag van afvalstoffen voorafgaand aan een nuttige toepassing of behandeling voor een periode van in de regel minder dan drie jaar, of; de opslag van afvalstoffen voorafgaand aan verwijdering voor een periode van minder dan een jaar. § 3. Met het oog op de aanpassing van dit decreet en van de uitvoeringsmaatregelen ervan aan het recht van de Europese Unie en het internationaal recht, kan de Regering de bijlagen bij dit decreet intrekken, wijzigen, aanvullen of vervangen. De maatregelen die de Regering krachtens deze paragraaf neemt, verliezen van rechtswege hun werking indien ze niet binnen een termijn van twaalf maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij decreet worden bevestigd. Afdeling 4 - Algemene principes Onderafdeling 1- - Afvalhiërarchie Art. 6.§ 1. Bij het opstellen van de wetgeving, de reglementering en het Waals beleid voor de preventie en het beheer van afvalstoffen wordt als prioriteitsvolgorde de volgende afvalhiërarchie gehanteerd: 1° preventie: 2° voorbereiding voor hergebruik;3° recyclage;4° andere nuttige toepassing, in het bijzonder energieterugwinning;en 5° verwijdering. § 2. Bij de toepassing van de afvalhiërarchie, bedoeld in paragraaf 1, neemt de Regering maatregelen om oplossingen te stimuleren die over het geheel genomen het beste milieuresultaat opleveren. Dit kan betekenen dat voor specifieke afvalstromen moet worden afgeweken van de hiërarchie, indien dit gerechtvaardigd is op grond van het levenscyclusdenken over de totale effecten van de productie en het beheer van die afvalstoffen. Er wordt rekening gehouden met de algemene milieubeschermingsprincipes zoals het voorzorgs- en duurzaamheidsbeginsel, de technische uitvoerbaarheid en economische haalbaarheid, de bescherming van hulpbronnen, alsook met de algemene effecten voor milieu en menselijke gezondheid en op economisch en maatschappelijk gebied, overeenkomstig de artikelen 2 en 32. § 3. Met betrekking tot het opstellen van wetgeving, regelgeving en het Waalse afvalstoffenbeleid legt de Regering elk voorontwerp van wettelijke bepaling tot wijziging van dit decreet en elk ontwerp van besluit uitgevaardigd krachtens dit decreet voor aan minstens de beleidsgroep "Leefmilieu", afdeling "Afvalstoffen", overeenkomstig het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 19/12/2008 numac 2008204572 bron waalse overheidsdienst Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie . § 4. De Regering kan een beroep doen op economische instrumenten en andere maatregelen om de toepassing van de afvalhiërarchie aan te moedigen, zoals die vermeld in bijlage 4, indien deze kunnen worden aangenomen via bepalingen van regelgevende aard, of op andere geschikte instrumenten en maatregelen. Onderafdeling 2 - Beginselen van zelfvoorziening en nabijheid Art. 7.§ 1. De Regering neemt passende maatregelen, in samenwerking met de andere gewestelijke overheden of de Federale Overheid van de Belgische Staat alsmede met andere Lidstaten van de Europese Unie, wanneer zulks noodzakelijk of raadzaam is, om een adequaat geïntegreerd netwerk tot stand te brengen van afvalverwijderingsinstallaties en van installaties voor de nuttige toepassing van gemengd huishoudelijk afval, ingezameld bij particuliere huishoudens, ook indien die inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, rekening houdend met de beste beschikbare technieken. § 2. Het netwerk moet zo worden opgezet dat de Europese Unie als geheel hierdoor zelfvoorzienend kan worden zowel voor afvalverwijdering als voor nuttige toepassing van afval als bedoeld in § 1, en dat elke lidstaat afzonderlijk naar dat doel toe kan groeien, rekening houdend met de geografische omstandigheden en de behoefte aan gespecialiseerde installaties voor bepaalde soorten afval. § 3. Het netwerk moet het mogelijk maken afval te verwijderen of afval als bedoeld in § 1 nuttig toe te passen in een van de meest nabijgelegen daartoe geschikte installaties, met behulp van de meest geschikte methoden en technologieën, om een hoog niveau van bescherming van het milieu en de volksgezondheid te waarborgen. § 4. De beginselen van nabijheid en zelfvoorziening betekenen niet dat het Waalse Gewest zelf over alle faciliteiten voor definitieve nuttige toepassing moet beschikken.". § 5. De Regering kan de toepassing van dit artikel uitbreiden tot andere soorten afvalstoffen dan die bedoeld in paragraaf 1 Afdeling 5 - Kwalificatiecriteria Onderafdeling 1 - Bijproducten Art. 8.§ 1. In overeenstemming met de criteria die in voorkomend geval op het niveau van de Europese Unie zijn vastgesteld, wordt een stof of zaak die het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats tot doel heeft die stof of die zaak te produceren, niet beschouwd als een afvalstof, maar als een bijproduct, als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt;2° de stof of het voorwerp kan onmiddellijk worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is;3° de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces;en 4° verder gebruik is rechtmatig, m.a.w. de stof of het voorwerp voldoet aan alle voorschriften inzake producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en zal niet leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid. § 2. Bij gebrek aan criteria die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd, kan de Regering gedetailleerde criteria vastleggen voor de toepassing van de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen. § 3. De Regering bepaalt de procedurele modaliteiten volgens welke een stof of voorwerp als bijproduct en niet als afvalstof wordt erkend. Deze procedurele modaliteiten kunnen eenzijdige administratieve beslissingen van individuele strekking omvatten, genomen door de Regering of door de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst. Deze administratieve beslissingen worden in elk geval bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op zijn minst op een website van het Waalse Gewest. § 4. De Regering kan de procedurele modaliteiten van een facultatief individueel certificeringsmechanisme aannemen en vastleggen, waardoor elke exploitant die stoffen of voorwerpen voortbrengt die in het Waalse Gewest als bijproducten worden beschouwd, uitdrukkelijk en op individuele basis kan worden erkend als exploitant die een bijproduct voortbrengt dat in het Waalse Gewest is toegelaten. § 5. De Regering kan : 1° een lijst opstellen, al dan niet per categorie, van stoffen of voorwerpen die van rechtswege als bijproducten worden erkend;2° de volgende elementen openbaar maken : langs elektronische weg, in aanvulling op de in paragraaf 3 bedoelde middelen, informatie met betrekking tot de beslissingen die geval per geval worden genomen krachtens die paragraaf; langs elektronische weg, informatie betreffende de resultaten van de door de administratie verrichte controles. Met betrekking tot het eerste lid, 1°, past de Regering ten minste om de vijf jaar de lijst(
- en)van stoffen of voorwerpen in de reglementering aan teneinde er in voorkomend geval de inhoud van de in het derde lid bedoelde administratieve beslissingen in op te nemen. § 6. Wanneer de uitoefening van een beroepsactiviteit een bijproduct voortbrengt dat alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden vertoont en in alle opzichten voldoet aan die van een bij regeringsbesluit of bij administratieve beslissing van individuele strekking erkend bijproduct, kan de houder van dat materiaal een aanvraag tot individuele certificering indienen met betrekking tot de bedoelde stof of het bedoelde voorwerp die/dat als bijproduct is erkend en overeenkomstig paragraaf 4 en de uitvoeringsmaatregelen ervan. Onderafdeling 2 - Einde-afvalfase Art. 9.§ 1. In overeenstemming met de criteria die zijn vastgesteld op het niveau van de Europese Unie, waar van toepassing, wordt afval dat een recyclingsverrichting of een andere nuttige toepassing heeft ondergaan, geacht geen afval meer te zijn als het aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° de stof of het voorwerp moet voor specifieke doelen worden gebruikt ;2° er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp;3° de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving, reglementering en normen;en 4° het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid. § 2. Bij gebrek aan criteria die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd, kan de Regering gedetailleerde criteria vastleggen voor de toepassing van de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen. Deze gedetailleerde criteria houden rekening met mogelijke schadelijke effecten van de stof of het voorwerp op het milieu en de menselijke gezondheid. Deze gedetailleerde criteria omvatten : 1° de avalstoffen die worden gebruikt als input voor de nuttige toepassing;2° toegestane verwerkingsprocessen en -technieken;3° de kwaliteitscriteria die van toepassing zijn op de materialen die voortkomen uit de nuttige toepassing en die ophouden afvalstoffen te zijn, overeenkomstig de relevante productnormen, met inbegrip van, indien nodig, grenswaarden voor verontreinigende stoffen;4° de eisen voor beheersystemen om de naleving van de eindeafvalcriteria aan te tonen, met inbegrip van kwaliteitscontrole en zelfcontrole, en, indien nodig, accreditatie;en 5° de eis van een conformiteitsverklaring. § 3. Bij gebrek aan op het niveau van de Europese Unie vastgestelde of door de Regering overeenkomstig paragraaf 2 aangenomen criteria, kan de Regering of de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst, geval per geval beslissen dat bepaalde afvalstoffen geen afvalstoffen meer zijn of passende maatregelen nemen om dit te verifiëren, op basis van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, en, indien nodig, door de vereisten, vermeld in paragraaf 2, 1° tot 5°, over te nemen en rekening houdend met de grenswaarden voor verontreinigende stoffen en mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid. Dergelijke beslissingen per geval hoeven niet te worden gemeld aan de Europese Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535. § 4. Elke natuurlijke of rechtspersoon die voor het eerst een materiaal gebruikt dat niet langer een afvalstof is en dat niet op de markt is gebracht, of die voor het eerst een materiaal op de markt brengt nadat het niet langer een afvalstof is, zorgt ervoor dat dit materiaal voldoet aan de relevante voorschriften van de toepasselijke wet- en regelgeving inzake chemische stoffen en producten. Aan de voorwaarden in paragraaf 1 moet zijn voldaan voordat de wet- en regelgeving inzake chemische stoffen en producten van toepassing is op het materiaal dat niet langer een afvalstof is. § 5 De Regering bepaalt de procedurele modaliteiten volgens welke : 1° een stof of voorwerp wordt erkend als niet langer een afvalstof te zijn overeenkomstig de §§ 1 en 2, en 2° zij of de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst, een stof of voorwerp kan erkennen als zijnde niet langer een afvalstof overeenkomstig § 3. De procedurele modaliteiten, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen eenzijdige administratieve beslissingen van individuele strekking omvatten, genomen door de Regering of door de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst. In elk geval worden die administratieve beslissingen bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en minstens op een website van het Waalse Gewest. De Regering stelt de uitoefening van elke activiteit waarbij een stof of zaak vrijkomt die beschouwd wordt niet langer een afvalstof te zijn, afhankelijk van een voorafgaande registratie. Wanneer bij de uitoefening van een beroepsactiviteit een stof of voorwerp vrijkomt die/dat is erkend als niet langer afvalstof en alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden heeft en daaraan voldoet die in elk opzicht gelijk zijn aan die van een stof of voorwerp die/dat bij regeringsbesluit of bij administratieve beslissing van individuele strekking is erkend als niet langer afvalstof, moet de houder ervan een verzoek tot registratie indienen overeenkomstig paragraaf 4 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan en met betrekking tot die stof of dat voorwerp die/dat is erkend als niet langer afvalstof. § 7. De Regering kan : 1° een lijst opstellen, al dan niet per categorie, van stoffen of voorwerpen die niet langer als afvalstoffen worden beschouwd;2° de volgende elementen openbaar maken : langs elektronische weg, in aanvulling op de in paragraaf 5 bedoelde middelen, informatie met betrekking tot de beslissingen die geval per geval worden genomen krachtens die paragraaf; langs elektronische weg, informatie betreffende de resultaten van de door de administratie verrichte controles. Met betrekking tot het eerste lid, 1°, past de Regering ten minste om de vijf jaar de lijst(
- en)van stoffen of voorwerpen in de reglementering aan teneinde er in voorkomend geval de inhoud van de in de §§ 3 en 5 bedoelde administratieve beslissingen in op te nemen. Onderafdeling 3 - Lijst van afvalstoffen Art. 10.§ 1. De Regering kan een lijst opstellen van afvalsoorten volgens eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die ze bepaalt. § 2. Wanneer de Regering een afvalsoort opsomt overeenkomstig het eerste lid, bepaalt zij : 1° het toepasselijke vermoeden volgens hetwelk: elke op de lijst voorkomende afvalstof behoort tot de afvalstoffen van de lijst;of elke afvalstof die niet op de lijst voorkomt, niet tot de opgesomde afvalsoort behoort; 2° het weerlegbare of onweerlegbare karakter van het vermoeden. § 3. Wanneer de Regering krachtens dit artikel afvalstoffen opsomt, vermeldt zij dit uitdrukkelijk en: - met betrekking tot paragraaf 2, 1°, wanneer de Regering niet uitdrukkelijk voorziet in het vermoeden dat van toepassing is tussen
- a)en b), is
- a)van rechtswege van toepassing; - met betrekking tot paragraaf 2, 2°, wanneer de Regering niet uitdrukkelijk voorziet in het weerlegbare karakter van het vermoeden of de wijze waarop het weerlegbaar wordt gemaakt, is dit vermoeden van rechtswege onweerlegbaar. Art. 11.§ 1. Wanneer de vermoedens voorzien bij of krachtens dit decreet weerlegbaar zijn, naargelang het geval : 1° hetzij de weerlegging van het weerlegbaar vermoeden gebaseerd is op het bewijs dat de afvalstoffen op een lijst van de betrokken afvalstoffen niet voldoen aan alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die de Regering overeenkomstig artikel 10 heeft bepaald voor de samenstelling van die lijst;2° hetzij de weerlegging van het weerlegbaar vermoeden gebaseerd is op het bewijs dat de afvalstoffen die niet voorkomen op een betrokken lijst van afvalstoffen voldoen aan alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die de Regering overeenkomstig artikel 10 heeft bepaald voor het opstellen van die lijst. § 2. Wanneer de Regering een vermoeden vestigt dat door of krachtens dit decreet kan worden weerlegd, regelt ze de procedurele modaliteiten voor het weerleggen van dat vermoeden, zo nodig geval per geval. § 3. Wanneer de Regering bij of krachtens dit decreet een weerlegbaar vermoeden vestigt, kan zij de voorwaarden vaststellen voor de erkenning van de eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden overeenkomstig artikel 10, van afvalstoffen : 1° in gevallen waarin zij, hoewel zij niet als zodanig voorkomen op een bij of krachtens dit decreet opgestelde lijst van afvalstoffen, kunnen worden erkend als behorende tot het soort afvalstoffen dat op de lijst voorkomt;2° die, hoewel zij worden aangemerkt als deel uitmakend van een bij of krachtens dit decreet vastgestelde lijst van afvalstoffen, kunnen worden erkend als niet behorend tot het soort afvalstoffen. Elk verzoek om een dergelijke erkenning bevat ten minste een milieurisicoanalyse. De Regering kan de minimumeisen voor de milieurisicoanalyse, bedoeld in het tweede lid, vaststellen. Art. 12.De weerlegbare en onweerlegbare vermoedens voorzien bij of krachtens dit decreet doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Regering om voorschriften uit te vaardigen krachtens dit decreet mits administratieve toelating, en in het bijzonder om afwijkingen te voorzien van de verbodsbepalingen voorzien bij of krachtens dit decreet. Art. 13.Elke lijst van afvalstoffen vastgesteld bij of krachtens dit decreet vormt de referentienomenclatuur voor het afvalstoffenbeheer. De aanwezigheid van een stof of voorwerp op een lijst van afvalstoffen betekent niet noodzakelijk dat het in alle gevallen een afvalstof is. Een stof of voorwerp wordt pas als afvalstof beschouwd als ze voldoet aan de definitie, vermeld in artikel 5, § 1, 1° Art. 14.§ 1. De Regering stelt de lijst van gevaarlijke afvalstoffen op, rekening houdend met de oorsprong en de samenstelling van de afvalstoffen en, in voorkomend geval, de grenswaarden voor de concentratie van gevaarlijke stoffen. De identificatie van afvalstoffen als gevaarlijke afvalstoffen op de lijst van gevaarlijke afvalstoffen houdt een weerlegbaar vermoeden in dat de afvalstoffen een of meer van de in bijlage 1 vermelde gevaarlijke eigenschappen bezitten. De herindeling van gevaarlijke afvalstoffen als niet-gevaarlijke afvalstoffen mag niet plaatsvinden na verdunning of vermenging met het oogmerk om de oorspronkelijke concentraties van gevaarlijke stoffen onder de drempelwaarde voor kenmerking als gevaarlijk te brengen. Onverminderd eventuele uitvoeringsmaatregelen die de Regering overeenkomstig de artikelen 10 en 11 neemt met betrekking tot de lijst van gevaarlijke afvalstoffen die zij overeenkomstig deze paragraaf vaststelt, past zij de overeenkomstig deze paragraaf vastgestelde lijst van gevaarlijke afvalstoffen aan om deze in overeenstemming te brengen met de door de Europese Unie vastgestelde lijst van gevaarlijke afvalstoffen. § 2. De Regering stelt de lijst van de inerte afvalstoffen vast. Het ontbreken van een afvalstof op de lijst van inerte afvalstoffen vormt een weerlegbaar vermoeden dat de genoemde afvalstof niet inert is. Art. 15.Indien er meer dan één lijst van afvalstoffen overeenkomstig dit decreet wordt opgesteld, kan de Regering één of meer afzonderlijke lijsten opstellen, vergezeld van een referentiesysteem dat het mogelijk maakt om binnen die ene lijst of lijsten verschillende lijsten van afvalstoffen te onderscheiden. Afdeling 6 - Methodes voor de afname, monsterneming en analyse op het gebied van afvalstoffen Art. 16.De Regering kan : 1° minimumvoorschriften vaststellen voor de methodes voor de afname, monsterneming en analyse die tot doel hebben de eigenschappen en de fysisch-chemische kenmerken van de afvalstoffen of het gehalte aan verontreinigende stoffen vast te stellen;2° één of meerdere technische handleidingen van indicatieve waarde goedkeuren die de kwaliteit van de expertises van afvalstoffen moeten waarborgen. De minimumvoorschriften, vermeld in het eerste lid, 1°, omvatten ten minste criteria die de ontvangers in staat stellen te rechtvaardigen en te waarborgen dat de door hen voorgestelde methodes voor de afname, monsterneming en analyse een informatieniveau en -kwaliteit garanderen die gelijkwaardig zijn aan de krachtens het eerste lid, 2°, goedgekeurde technische aanwijzingen. In geval van tegenstrijdigheid tussen de vermeldingen in een technische handleiding, worden de meest recente vermeldingen toegepast. Afdeling 7 - Planning inzake afvalstoffen, circulair gebruik en openbare netheid Art. 17.Het "Plan wallon des Déchets-Ressources" (Waals plan inzake afval en grondstoffen) bestrijkt het hele grondgebied van het Waalse Gewest en beschrijft de richtlijnen op korte, middellange en lange termijn, evenals de maatregelen die moeten worden genomen om ten minste de doelstellingen te bereiken die door dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten zijn vastgesteld. Het kan verschillende afzonderlijke plannen, programma's of delen bevatten die betrekking hebben op specifieke kwesties of thema's in verband met afval, het circulair gebruik van materialen of openbare netheid. Art. 18.§ 1. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen: 1° 2° bepaalt de te bereiken preventiedoelstellingen, de doelstellingen die zijn erop gericht de economische groei los te koppelen van de milieueffecten die gepaard gaan met de productie van afvalstoffen.3° bepaalt de te bereiken beheersdoelstellingen;4° legt de maatregelen vast die moeten worden genomen om de doelstellingen, bedoeld in 2° en 3°, te bereiken, in het bijzonder de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de afvalstoffen in de best mogelijke omstandigheden en op milieuvriendelijke wijze worden verwerkt met het oog op hergebruik, recycling, nuttige toepassing of verwijdering;5° legt de financiële middelen vast die nodig zijn om ze te bereiken;6° houdt een evaluatie in van de wijze waarop het de uitvoering van de bepalingen en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen ondersteunt;7° bevat stimulansen om een positieve gedragswijziging inzake afvalbeheer bij de burgers en het bedrijfsleven teweeg te brengen. § 2. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen bevat gegevens over zijn budgettaire gevolgen voor de overheid, alsook over de voorzienbare gevolgen op korte, middellange en lange termijn voor de economie in het algemeen en over de voorzienbare gevolgen voor het milieu. § 3. Het Waalse plan inzake afval en grondstoffen definieert duidelijk de doelstellingen en maatregelen met betrekking tot afvalpreventie en afvalbeheer. Art. 19.§ 1. Sommige van de maatregelen betreffende de afvalpreventie vermeld in het Waals plan inzake afval en grondstoffen : 1° bevatten de maatregelen van artikel 22 overeenkomstig de artikelen 2 en 6;2° beschrijven de reeds bestaande afvalpreventiemaatregelen en bevatten de nuttig geachte voorbeelden uit bijlage 5 of elke andere geschikt geachte maatregel, alsook hun bijdrage tot afvalpreventie;3° beschrijven in voorkomend geval de bijdrage van de in bijlage 4 opgesomde instrumenten en maatregelen tot afvalpreventie en beoordelen het nut van de in bijlage 5 opgesomde voorbeelden van maatregelen of andere passend geachte maatregelen;4° hebben betrekking op verpakkingsafval;5° betrekking hebben op voedselverspilling en voedselverliezen. § 2. Met het oog op de opvolging van de vooruitgang op het vlak van afvalpreventie wordt in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen een geactualiseerde stand van zaken opgemaakt en worden relevante kwalitatieve of kwantitatieve doelstellingen op dat vlak opgenomen, alsook indicatoren om de verwezenlijking van die doelstellingen op te volgen. Art. 20.§ 1. De maatregelen inzake afvalbeheer die zijn opgenomen in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen bevatten ten minste de volgende elementen: 1° het type, de hoeveelheid en de herkomst van de op het grondgebied van het Gewest geproduceerde afvalstoffen, de afstoffen die vanuit of naar het grondgebied van het Gewest kunnen worden overgebracht en een evaluatie van de ontwikkeling van de afvalstromen in de toekomst;2° de belangrijkste bestaande verwijderings- en terugwinningsinstallaties, met inbegrip van eventuele speciale voorzieningen voor afgewerkte olie, gevaarlijk afval, afval dat aanzienlijke hoeveelheden kritieke grondstoffen bevat, of afvalstromen die vallen onder specifieke bepalingen van de EU-wetgeving- of regelgeving;3° een beoordeling van de behoefte aan sluiting van bestaande afvalverwerkingsinstallaties en aan aanvullende afvalverwerkingsinstallaties overeenkomstig artikel 7;4° informatie over de maatregelen die moeten worden genomen om de doelstellingen te bereiken die zijn opgenomen in artikel 41 of in andere strategische documenten die het hele grondgebied van het Waalse Gewest bestrijken;5° een evaluatie van de bestaande systemen voor de inzameling van afval, met inbegrip van de fysieke en territoriale dekking van de selectieve inzameling en de maatregelen om de werking ervan te verbeteren, de eventuele vrijstellingen die zijn verleend overeenkomstig artikel 49, § 2, en de behoefte aan nieuwe inzamelingssystemen;6° voldoende informatie over locatiecriteria voor de identificatie van locaties en de capaciteit van toekomstige verwijderingsinstallaties of grote terugwinningsinstallaties, indien nodig;7° algemeen afvalbeheerbeleid, inclusief geplande afvalbeheertechnologieën en -methoden of beleid voor afval dat specifieke beheersproblemen oplevert.8° maatregelen om alle vormen van ongecontroleerd storten van afval te voorkomen en alle soorten ongecontroleerd afval te verwijderen;9° passende kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren en streefcijfers, in het bijzonder met betrekking tot de hoeveelheid geproduceerde en ingezamelde afvalstoffen en de verwerking ervan, in het bijzonder voor stedelijk afval dat wordt verwijderd of dat energieterugwinning ondergaat;10° specifieke bepalingen inzake verpakking en het beheer van verpakkingsafval;11° maatregelen ter vermindering van de hoeveelheid biologisch afbreekbaar afval dat wordt gestort. Met betrekking tot paragraaf 1, 3°, omvat de daarin bedoelde evaluatie van de behoeften een analyse van de investeringen en andere financiële middelen, ook voor de overheden, in het bijzonder de lokale overheden, die nodig zijn om aan die behoeften te voldoen. § 2. De maatregelen inzake afvalbeheer die zijn opgenomen in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen kunnen ook de volgende elementen bevatten: 1° organisatorische aspecten in verband met afvalbeheer, inclusief een beschrijving van de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de openbare en private actoren die het afvalbeheer uitvoeren;2° een evaluatie van het nut en de geschiktheid van economische of andersoortige instrumenten voor het aanpakken van diverse afvalproblemen, rekening houdend met de noodzaak om de goede werking van de interne markt in stand te houden; 3° gebruik van bewustmakingscampagnes en verstrekking van informatie ten behoeve van het brede publiek of specifieke categorieën consumenten of andere doelgroepen;; 4° historisch verontreinigde afvalverwijderingslocaties en de maatregelen om deze te saneren. Art. 21.§ 1. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen en alle herzieningen ervan worden aangenomen in overeenstemming met de milieueffectbeoordelings- en inspraakprocedures uiteengezet in Boek I van het Milieuwetboek die van toepassing zijn op plannen en programma's van categorie A.1. in de zin van dat Boek. § 2. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen wordt minstens om de zes jaar geëvalueerd en, indien nodig, herzien in overeenstemming met de artikelen 22 en 38. § 3. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen, zijn evaluatie en, indien van toepassing, zijn herziening, worden gepubliceerd op een website van het Waalse Gewest. HOOFDSTUK 2. - Preventie inzake afval Afdeling 1 - Algemene bevoegdheden van de Regering Art. 22.§ 1. Teneinde het ontstaan van afvalstoffen te voorkomen, de hoeveelheid of schadelijkheid ervan te verminderen of het beheer ervan te vergemakkelijken, kan de Regering alle passende maatregelen nemen, onder meer : 1° het bepalen en gebruiken van passende kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren en doelstellingen;2° het controleren, begeleiden en evalueren van de uitvoering van afvalpreventiemaatregelen, in het bijzonder met betrekking tot de hoeveelheid geproduceerde afvalstoffen, door middel van maatregelen genomen krachtens 1° ;3° het bevorderen, aanmoedigen en ondersteunen van : duurzame productie- en consumptiepatronen; het onderzoek naar en de ontwikkeling, het ontwerp, de vervaardiging en het gebruik van producten die zuinig omspringen met hulpbronnen, duurzaam zijn (in het bijzonder wat levensduur en de afwezigheid van geprogrammeerde veroudering betreft), herstelbaar en herbruikbaar zijn en een evolutief ontwerp hebben; de verbetering, door middel van maatregelen inzake ecologisch ontwerp, van de herbruikbaarheid of recycleerbaarheid van bepaalde types producten of afval die zij identificeert; het hergebruik van producten en de totstandbrenging van systemen ter bevordering van herstellings- en hergebruikactiviteiten, met name voor elektrische en elektronische apparatuur, textiel en meubilair, alsmede voor verpakking en bouwmaterialen en -producten; voor zover van toepassing en zonder afbreuk te doen aan intellectuele-eigendomsrechten, de beschikbaarheid van reserveonderdelen, gebruiksaanwijzingen, technische informatie of andere instrumenten, apparatuur of software waarmee producten kunnen worden gerepareerd en hergebruikt zonder dat de kwaliteit of veiligheid in het gedrang komt; voorlichtingscampagnes om mensen bewuster te maken van afvalpreventie en zwerfvuil; beëindiging van de productie van zwerfvuil dat schadelijk is voor het mariene milieu, teneinde bij te dragen aan de doelstelling van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling om alle soorten mariene verontreiniging te voorkomen en aanzienlijk te verminderen; 4° het verminderen van : rekening houdend met de beste beschikbare technieken, het ontstaan van afvalstoffen bij processen die verband houden met : de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van die welke verband houden met de winning van mineralen; industriële productie, fabricage, bouw, afbraak en sloop; de productie van diensten; de productie van afval, in het bijzonder afval dat niet geschikt is om te worden voorbereid voor hergebruik of recycling; het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten; 5° het vermijden, voorkomen en verminderen van afval van producten : die kritieke grondstoffen bevatten; die de belangrijkste bronnen zijn van ongecontroleerd storten van afval, in het bijzonder in het natuurlijke en mariene milieu; 6° het reguleren, invoeren en ondersteunen van : het gebruik van producten en diensten die voortkomen uit modellen bedoeld in 3°, a); de verplichting om aan de gebruikers van producten informatie te verstrekken over : de risico's van verontreiniging die deze producten opleveren of de ecologische gevolgen van hun productie, verhandeling en gebruik; de wijze van nuttige toepassing of verwijdering van het afval van genoemde producten; het opstellen van een afvalpreventieplan, met of zonder evaluatie daarvan, voor installaties en activiteiten die meer afval produceren dan een bepaalde drempel die zij vaststelt; 7° aan producenten van producten of houders van producten die gevaarlijke afvalstoffen kunnen worden, een of meer van de volgende verplichtingen opleggen: een analytische boekhouding voeren van de bedoelde producten; de overheid in te lichten over de toewijzing, het gebruik of de wijze van nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde producten; 8° het definiëren, het bepalen van de procedures voor of het reglementeren van : handelingen waardoor stoffen, materialen of producten, al dan niet afvalstoffen geworden, opnieuw worden gebruikt, voor hetzelfde of een ander doel dan waarvoor ze bestemd waren; controle-, reinigings- of herstelverrichtingen met het oog op nuttige toepassing waarbij stoffen, materialen of producten die afvalstoffen zijn geworden, zodanig worden behandeld dat ze zonder verdere voorbehandeling opnieuw kunnen worden gebruikt; 9° het regelen of het verbieden van de vernietiging van bepaalde herbruikbare of nog verbruikbare producten of afvalstoffen die zij bepaalt;10° het bepalen van de financieringsmechanismen, het regelen van de toekenning van subsidies of andere steunmaatregelen, investeringen doen en het invoeren van retributies voor de acties en maatregelen die krachtens dit artikel worden uitgevoerd. § 2. Wanneer de Regering uitvoeringsmaatregelen aanneemt overeenkomstig paragraaf 1, 3°,
- a)en b), kunnen die maatregelen in het bijzonder de ontwikkeling, de productie en de commercialisering van technisch duurzame producten voor meervoudig gebruik en de daarmee verband houdende schenkings-, uitleen- en verhuurdiensten aanmoedigen. Wanneer de Regering uitvoeringsmaatregelen aanneemt krachtens paragraaf 1, 4°, c), zullen deze maatregelen worden genomen onverminderd de geharmoniseerde wettelijke vereisten die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd voor de genoemde materialen en producten, en zullen zij ervoor zorgen dat elke leverancier van een artikel in de zin van artikel 3, 33) van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad de informatie voorzien in artikel 33, § 1er van de genoemde verordening meedeelt aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen vanaf 5 januari 2021. Onder de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens paragraaf 1, 5°, kan de Regering in het bijzonder beslissen om deze toelating uit te voeren door middel van een gebruiksverbod in bepaalde omstandigheden of op bepaalde plaatsen die zij bepaalt, overeenkomstig artikel 24 van dit decreet. De krachtens paragraaf 1, 10°, genomen uitvoeringsmaatregelen worden toegekend binnen de grenzen van de daartoe in de begroting uitgetrokken kredieten. Afdeling 2 - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten producten Onderafdeling 1 - Algemene bepalingen Art. 23.Wanneer de Regering op grond van deze afdeling uitvoeringsmaatregelen neemt die door het recht van de Europese Unie met marktbeperkingen kunnen worden gelijkgesteld, stelt zij de Europese Commissie van die uitvoeringsmaatregelen in kennis. Art. 24.De Regering kan in bepaalde omstandigheden of op bepaalde plaatsen die zij bepaalt, het gebruik van andere dan de in de onderafdelingen 2 en 3 van deze afdeling bedoelde producten verbieden. Zij ziet erop toe dat deze beperkingen evenredig en niet-discriminerend zijn. Art. 25.Wanneer de Regering op grond van deze afdeling uitvoeringsmaatregelen neemt, kan zij voorzien in uitzonderingen, eventueel van beperkte duur, om rekening te houden met specifieke hygiëne-, behandelings- of veiligheidseisen voor de onder die maatregelen vallende soorten producten. Zij kan de kenmerken en voorwaarden specificeren waaraan de onder een uitzondering vallende soort of soorten producten moet(
- en)voldoen. De in het eerste lid bedoelde uitvoeringsmaatregelen moeten in overeenstemming zijn met de levensmiddelenwetgeving van de Unie, zodat de levensmiddelenhygiëne en de voedselveiligheid niet in het gedrang komen. Afdeling 2 - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten kunststofproducten Art. 26.Op plaatsen en in ruimtes die gewijd zijn aan culturele, sportieve, recreatieve, volks- of vrijetijdsevenementen, is het gebruik van plastic wegwerpbekers voor dranken verboden als onderdeel van elke contractuele relatie en elk aanbod tot contract door wie dan ook. Art. 27.§ 1. Op plaatsen en in ruimten gewijd aan handel, is het gebruik van lichtgewicht plastic zakken en zeer lichtgewicht plastic zakken als serviceverpakking verboden als onderdeel van elke contractuele relatie en elk aanbod om een contract aan te gaan tussen : 1° handelaars, met inbegrip van hun werknemers en onderaannemers;en 2° klanten of consumenten. § 2. Overeenkomstig artikel 25 kan de Regering voorzien in uitzonderingen op paragraaf 1 van dit artikel. § 3. Voor de toepassing van dit artikel omvat het begrip "kunststof" niet de natuurlijke polymeren die niet chemisch zijn gewijzigd. Onderafdeling 3 - Bijzondere bepalingen voor publicaties in plastic of papier en papieren kastickets Art. 28.§ 1. De Regering neemt de gepaste uitvoeringsmaatregelen om de productie van plastic en papierafval van publicaties te beperken en om de problemen van openbare netheid in verband met de verspreiding ervan te bestrijden. De Regering bepaalt ten minste de soorten publicaties en de distributiemethoden die onder dit artikel en de uitvoeringsmaatregelen ervan vallen. § 2. Onder de uitvoeringsmaatregelen die de Regering neemt krachtens paragraaf 1, kunnen sommige een verbod inhouden op : 1° plastic folies rond die publicaties;2° het aanbrengen van reclame op de ruiten van voertuigen voor commerciële doeleinden, met uitzondering van flocking;3° de verspreiding van bepaalde publicaties die zij bepaalt : hetzij aan personen die uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven dat zij deze niet wensen te ontvangen; hetzij aan personen die niet uitdrukkelijk hun instemming hebben betuigd om ze te ontvangen; Met betrekking tot lid 1, 3°, moet het verzet bedoeld onder
- a)of de toestemming bedoeld onder
- b)vrij, specifiek en geïnformeerd zijn. § 3 Indien de Regering uitvoeringsmaatregelen neemt krachtens paragraaf 2, eerste lid, 3°,
- a)of b), kan zij: 1° hetgeen volgt invoeren en bepalen: een verplichting tot informatie van de in paragraaf 2, eerste lid, 3°,
- a)of b), bedoelde personen, hetzij in hoofde van degenen die de publicaties laten uitgeven, hetzij in hoofde van degenen die de in dit artikel en zijn uitvoeringsmaatregelen bedoelde publicaties verspreiden; een administratieve opvolging van de verzoeken van de personen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°,
- a)of b), of de verplichting om regelmatig verslag uit te brengen aan de administratie; 2° niet-bindende modaliteiten voor het uiten van het daarin bedoelde verzet of instemming bevorderen. Art. 29.Onverminderd andere wettelijke bepalingen wordt op plaatsen en in ruimten die bestemd zijn voor de handel, alleen op verzoek van de klant een papieren kasticket afgedrukt. HOOFDSTUK 3. - Beheer van de afvalstoffen en materialen Afdeling 1 - Algemene bevoegdheden van de Regering Art. 30.De Regering kan alle passende maatregelen nemen om: 1° doelstellingen vast te leggen voor de nuttige toepassing van bepaalde categorieën van afvalstoffen;2° het onderzoek naar en de ontwikkeling van technieken voor milieuvriendelijke samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering, alsook het gebruik ervan, te bevorderen, aan te moedigen en te ondersteunen;3° technische innovaties te bevorderen, aan te moedigen en te ondersteunen op het gebied van nuttige toepassing, in het bijzonder elke nuttige toepassing die bestaat uit een gelijktijdige combinatie van recyclage en energieterugwinning uit een afvalstroom in een thermisch verwerkingsproces dat gericht is op de vervaardiging van producten;4° installaties voor de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen te bouwen, te verbeteren of te vernieuwen en zo nodig door onteigening, van de onroerende goederen die daarvoor nodig zijn, te verwerven;5° de selectieve inzameling of de nuttige toepassing van huishoudelijke afvalstoffen, vergelijkbare afvalstoffen, stadsafvalstoffen of beroepsafvalstoffen, met inbegrip van verpakkingsafval, en de openbare netheid te bevorderen;6° de indienstneming en het behoud van personeelsleden op gemeentelijk niveau te bevorderen voor de preventie, de opsporing en de vaststelling van overtredingen inzake de afvalstoffen;7° de indienstneming of de opleiding van personeelsleden van de openbare of privé-sector bevorderen wat betreft de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen of de openbare netheid;8° informatie- of sensibilisatiecampagnes over afval, circulair gebruik van materialen of openbare netheid te bevorderen, aan te moedigen en te ondersteunen;9° in bepaalde door haar bepaalde gevallen, de opneming van door haar vastgestelde bepalingen in de speciale bestekken van de gewestelijke administratie, de Waalse bestuurseenheden en de plaatselijke besturen verplicht te stellen of te bevorderen, waarbij zij de inschrijver verplicht of de mogelijkheid biedt om teruggewonnen producten en materialen of daaruit vervaardigde materialen te gebruiken, die kwalitatief voldoende zijn in vergelijking met niet-teruggewonnen producten of materialen of materialen die uitsluitend uit niet-teruggewonnen materialen zijn vervaardigd;10° de interne nuttige toepassing binnen de afvalproducerende onderneming te bevorderen;11° technische stortplaatsen en voormalige stortplaatsen te herstellen of te saneren;12° het afvoeren van afvalstoffen van stortplaatsen te regelen met het oog op hun herverwerking volgens de beste technieken die momenteel beschikbaar zijn;13° de financieringsmechanismen te bepalen, de toekenning van subsidies of andere steunmaatregelen te regelen, investeringen te doen en retributies in te voeren voor de acties en maatregelen die krachtens dit artikel worden uitgevoerd. Met betrekking tot lid 1, 2°, kunnen de daarin bedoelde technieken in het bijzonder geschikte technieken zijn voor de verwijdering van gevaarlijke stoffen in afvalstoffen. De krachtens lid 1, 13°, genomen uitvoeringsmaatregelen worden toegekend binnen de grenzen van de daartoe in de begroting uitgetrokken kredieten. Art. 31.§ 1. De Regering kan installaties aanwijzen voor tijdelijke opslag, samenbrenging, voorbehandeling, terugwinning of verwijdering van afval die, tot bepaalde capaciteiten of hoeveelheden, afval ontvangen dat in het Waalse Gewest wordt geproduceerd en waarvoor op korte of middellange termijn geen andere oplossingen bestaan voor het beheer van dit afval in het Waalse Gewest. Deze installaties worden aangewezen rekening houdend met de technische en milieuvereisten, alsook met de beheerskosten die met deze installaties gepaard gaan. § 2. Bij het nemen van maatregelen overeenkomstig paragraaf 1 bepaalt de Regering : 1° het (
- de)type(
- n)of subtype(
- n)van de betrokken afvalstoffen;2° de capaciteiten voor tijdelijke opslag, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering per installatie;3° de gebruiksduur van de installatie op grond van dit artikel;4° de omstandigheden waarin de betrokken installaties gebruikt mogen worden;5° de procedure en de voorwaarden voor de uitvoering van de capaciteiten voor tijdelijke opslag, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering per installatie;6° de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen die om het gebruik van tijdelijke opslag-, samenbrengings-, voorbehandelings-, terugwinnings- of verwijderingscapaciteit kunnen verzoeken. § 3. Wanneer de bedoelde installaties ten minste toebehoren aan een of meerdere privaatrechtelijke personen, kan de Regering de rechten die nodig zijn voor het gebruik van de bedoelde installaties verkrijgen door een overheidsopdracht, door onteigening of door opvordering. Wanneer de bedoelde installaties uitsluitend toebehoren aan een of meerdere publiekrechtelijke personen, kan de Regering de rechten die nodig zijn voor het gebruik van de bedoelde installaties verkrijgen door middel van een contract, onteigening of opvordering. § 4. Onverminderd de bevoegdheden van de plaatselijke overheden inzake de algemene bestuurlijke politie, in het bijzonder inzake de openbare veiligheid, is alleen de Regering bevoegd om de toegang tot de bedoelde installaties toe te staan binnen de grenzen die nodig zijn voor de uitvoering van dit artikel. § 5. De begunstigden dragen alle kosten van het gebruik, met inbegrip van de verwerving van de gebruiksrechten door de Regering en de belastingen die betrekking hebben op het verwerkingsproces van de gebruikte installatie. § 6. Wanneer de Regering krachtens dit artikel uitvoeringsmaatregelen neemt, bepaalt zij de procedurele en toepassingsmodaliteiten. Afdeling 2 - Algemene bepalingen Art. 32.Het afvalstoffenbeheer levert geen gevaar op voor de gezondheid van de mens en heeft geen nadelige gevolgen voor het milieu, met name: 1° zonder risico voor water, lucht, bodem, fauna of flora;2° zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken;en tevens 3° zonder schade te berokkenen aan natuur- en landschapsschoon. Art. 33.Het is verboden afvalstoffen achter te laten, te storten of te beheren : 1° buiten plaatsen die daartoe zijn ingericht of toegestaan door een lokale overheid of een andere overheid die bevoegd is voor het behoud van het openbaar domein of de volksgezondheid;of 2° zonder inachtneming van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan; Art. 34.Onverminderd de bepalingen van Deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek kunnen de Regering of de plaatselijke overheden op eigen initiatief zorgen voor het beheer van zwerfvuil. Art. 35.Elke initiële afvalstoffenproducent of andere afvalstoffenhouder sorteert zijn afvalstoffen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving. Art. 36.§ 1. Afvalstoffen worden voorbereid voor hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing of verwijdering in overeenstemming met de artikelen 6 en 32. § 2. Als dat kan bijdragen tot de naleving van paragraaf 1 en om de voorbereiding voor hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassing te vergemakkelijken of te verbeteren, worden de afvalstoffen selectief ingezameld en niet gemengd met andere afvalstoffen of materialen met andere eigenschappen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving. Wanneer de Regering een verplichting tot selectieve inzameling oplegt voor een afvalsoort die zij bepaalt en die in aanmerking komt voor een van de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde handelingen, kan zij uitzonderingen regelen overeenkomstig artikel 49, § 2. § 3. De Regering neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat afvalstoffen die selectief zijn ingezameld ter voorbereiding op hergebruik en recyclage overeenkomstig artikel 38, §§ 1 tot en met 3, en artikel 65, niet worden verbrand of meeverbrand, met uitzondering van afvalstoffen die afkomstig zijn van latere verwerkingshandelingen van selectief ingezameld afval waarvoor verbranding of meeverbranding overeenkomstig artikel 6 het beste milieuresultaat oplevert. § 4. Indien dit noodzakelijk is voor de naleving van paragraaf 1 van dit artikel en om de nuttige toepassing of verwijdering te vergemakkelijken of te verbeteren, neemt de Regering de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat gevaarlijke stoffen, mengsels en bestanddelen van gevaarlijke afvalstoffen vóór of tijdens de nuttige toepassing of verwijdering worden verwijderd, zodat zij kunnen worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 6 en 32. § 5. De uitvoeringsmaatregelen die krachtens dit artikel door de Regering worden genomen, worden waar nodig aangevuld met de maatregelen die door de lokale overheden worden genomen inzake de algemene bestuurlijke politie, in het bijzonder op het gebied van de volksgezondheid en de gemeentelijke afvalinzameling. Art. 37.Wanneer afvalstoffen niet nuttig worden toegepast in overeenstemming met dit decreet, het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan en de Europese en internationale bepalingen inzake afvalstoffen, worden ze op een veilige manier verwijderd in overeenstemming met de bepalingen van artikel 32 betreffende de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu. Afdeling 3 - Bijzondere bepalingen voor voorbereiding met het oog op hergebruik en recycling Art. 38.§ 1. De Regering neemt passende maatregelen om activiteiten ter voorbereiding van hergebruik te bevorderen, in het bijzonder door de oprichting en ondersteuning van netwerken ter voorbereiding van hergebruik en reparatie aan te moedigen. Onder die maatregelen met betrekking tot de netwerken, vermeld in lid 1, kunnen er enkele in het bijzonder gericht zijn op : 1° het vergemakkelijken, voor zover verenigbaar met een goed afvalbeheer, van de toegang van de in het eerste lid bedoelde netwerken tot afvalstoffen die in het bezit zijn van inzamelings-, samenbrengings- of voorbehandelingssystemen of -installaties en die kunnen worden klaargemaakt voor hergebruik, maar die niet bestemd zijn om door het betrokken inzamelingssysteem of de betrokken inzamelingsinstallatie te worden klaargemaakt;en 2° het gebruik van economische instrumenten, aankoopcriteria, kwantitatieve doelstellingen of andere maatregelen bevorderen. De administratie controleert en evalueert de uitvoering van de maatregelen inzake hergebruik door het hergebruik te meten op basis van de gemeenschappelijke methodologie die is vastgesteld bij de uitvoeringshandeling, vermeld in artikel 9, zevende lid, van Richtlijn 2008/98/EG, en dit vanaf het eerste volledige kalenderjaar na de aanneming van die uitvoeringshandeling. De Regering neemt ook maatregelen om recycling van hoge kwaliteit te bevorderen en bepaalt daartoe, onder voorbehoud van artikel 36, § 2, en artikel 49, § 2, de modaliteiten voor het beheer en de uitvoering van de selectieve inzameling van afval, ten minste voor papier, metalen, kunststoffen en glas en, uiterlijk tegen 1 januari 2025, voor textiel. Zij kan de verplichting tot gescheiden inzameling overeenkomstig artikel 49, § 1, uitbreiden tot andere soorten afvalstoffen. § 3. De Regering neemt maatregelen om selectieve afbraak en sloop aan te moedigen, teneinde de veilige verwijdering en behandeling van gevaarlijke stoffen mogelijk te maken en de voorbereiding voor hergebruik, hoogwaardige hergebruik en recycling door selectieve verwijdering van materialen te vergemakkelijken, en ervoor te zorgen dat er systemen zijn voor het sorteren van bouw-, afbraak- en sloopafval, ten minste voor hout, metaal, glas, kunststof, gips, koolwaterstofbindmiddelen (bitumineuze en geteerde coatings) en minerale fracties (beton, bakstenen, steen, tegels en keramiek). § 4. Om te voldoen aan de doelstellingen van dit decreet en om te evolueren naar een Waalse en Europese recyclingsamenleving, met een hoog niveau van hulpbronnenefficiëntie, moeten op gewestelijk niveau de volgende doelstellingen worden bereikt: 1° vanaf 2020 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van afval zoals ten minste papier, metaal, kunststof en glas in huishoudelijk afval en eventueel in afval van andere oorsprong, op voorwaarde dat deze afvalstromen worden gelijkgesteld met huishoudelijk afval, verhoogd tot ten minste vijftig procent van het totale gewicht;2° vanaf 2020 wordt de voorbereiding voor hergebruik, de recycling en de andere vormen van materiaalterugwinning, met inbegrip van opvulactiviteiten waarbij afvalstoffen worden gebruikt in plaats van andere materialen, van niet-gevaarlijk bouw-, sloop- en sloopafval, met uitzondering van natuurlijke geologische materialen gedefinieerd in categorie 17 05 04 van de lijst van afvalstoffen vastgesteld door de Europese Unie, verhoogd tot minimaal zeventig gewichtsprocent;3° vanaf 2025 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimum vijfenvijftig gewichtsprocent;4° vanaf 2030 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimum zestig gewichtsprocent;5° vanaf 2035 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimum vijfenzestig gewichtsprocent; § 5. Onverminderd paragraaf 4 kan de Regering met cijfers onderbouwde doelstellingen vastleggen voor de voorbereiding voor hergebruik, recycling of enige vorm van nuttige toepassing. De doelstellingen kunnen worden gespecificeerd voor bepaalde types of subtypes van afvalstoffen. De Regering kan ook de nodige maatregelen nemen om de in paragraaf 4 en in deze paragraaf beschreven doelstellingen te bereiken. Afdeling 4 - Bijzondere bepalingen inzake verwijdering Art. 39.Onverminderd artikel 79 bepaalt de Regering de toelatingscriteria voor de soorten afvalstoffen die tot de centra voor technische ingraving worden toegelaten. Art. 40.§ 1. Het storten in een centrum voor technische ingraving van biologisch afbreekbaar organisch huishoudelijk afval is verboden. Het storten in een centrum voor technische ingraving van gelijkgesteld biologisch afbreekbaar organisch afval dat samen met het huishoudelijk afval, vermeld in lid 1, wordt ingezameld, is verboden. Vanaf 31 december 2023 is het storten in een centrum voor technische ingraving van bioafval dat niet onder lid 1 en 2 valt en van elk ander type biologisch afbreekbaar organisch beroepsafval verboden. § 2. De Regering kan een lijst opstellen van andere soorten afvalstoffen dan die bedoeld in paragraaf 1 waarvoor het storten in een centrum voor technische ingraving verboden is: 1° zonder voorbehandeling;of; 2° omdat ze nuttig kunnen worden toegepast. De aanwezigheid van een afvalstof op die lijst veronderstelt dat zij behoort tot het soort afvalstoffen dat in een centrum voor technische ingraving niet mag worden gestort. Dat vermoeden is onweerlegbaar. § 3. De Regering kan de mogelijkheden tot afwijking van het stortverbod voor bepaalde afvalstoffen waarin bij of krachtens dit decreet is voorzien, regelen overeenkomstig het recht van de Europese Unie. Indien zij voorziet in de mogelijkheid om van geval tot geval af te wijken, legt zij de procedurele modaliteiten vast. Deze afwijkingen zijn beperkt in de tijd en gerechtvaardigd in het kader van onvoorziene, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot het onvoorziene uitstel, de stopzetting, de ontoereikendheid of de afwezigheid van een beheerskanaal, installaties of geclassificeerde installaties die daarmee verband houden. Art. 41.§ 1. De Regering neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen 2030 geen enkel afval dat kan worden gerecycleerd of nuttig toegepast, in het bijzonder stedelijk afval, wordt toegelaten tot een centrum voor technische ingraving, met uitzondering van afval waarvoor het storten in een centrum voor technische ingraving overeenkomstig artikel 6 vanuit milieuoogpunt het beste resultaat oplevert. § 2. De Regering neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen 2035 de hoeveelheid gestort stedelijk afval kleiner is dan of gelijk is aan tien procent van de totale hoeveelheid (in gewicht) geproduceerd stedelijk afval. Art. 42.De Regering bepaalt voor welke soorten afvalstoffen verbranding verboden is: 1° zonder voorbehandeling;of; 2° omdat ze nuttig kunnen worden toegepast. De Regering bepaalt eveneens voor welke soorten afvalstoffen meeverbranding zonder voorbehandeling verboden is. Art. 43.Teneinde bij te dragen tot de in deze afdeling vastgestelde doelstellingen kan de Regering economische instrumenten en andere maatregelen gebruiken om de toepassing van de afvalhiërarchie aan te moedigen. Die instrumenten en maatregelen kunnen de volgende elementen omvatten: 1° de instrumenten en maatregelen vermeld in bijlage 4 indien deze laatste kunnen worden aangenomen via bepalingen van regelgevende aard; of 2° andere passende instrumenten en maatregelen. Art. 44.De Regering kan de mogelijkheid regelen om af te wijken van het verbod om afval te verbranden of mee te verbranden, overeenkomstig het recht van de Europese Unie. Indien zij voorziet in de mogelijkheid om per geval af te wijken, zal zij de procedurele modaliteiten vastleggen. Deze afwijkingen zijn beperkt in de tijd en gerechtvaardigd in het kader van onvoorziene, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot het onvoorziene uitstel, de stopzetting, de ontoereikendheid of de afwezigheid van een beheerskanaal, installaties of geclassificeerde installaties die daarmee verband houden. Art. 45.§ 1. Behoudens de verbranding van droog natuurlijk afval uit bossen, velden en tuinen overeenkomstig het Bosbouwwetboek en het Landbouwwetboek en hun uitvoeringsmaatregelen, is het verboden afval in de open lucht te verbranden. Grote branden en andere verbrandingen die worden georganiseerd in het kader van folkloristische evenementen waarvoor de gemeente toestemming heeft verleend, vallen niet onder het in lid 1 bedoelde verbod. § 2. De Regering kan de mogelijkheden tot afwijking van het verbod, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, regelen. Indien zij van geval tot geval in de mogelijkheid van uitzonderingen voorziet, bepaalt zij de procedurele modaliteiten. Deze afwijkingen zijn beperkt in de tijd en gerechtvaardigd in het kader van onvoorzienbare, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden en alleen in geval van het ontbreken of de ontoereikendheid van een beheerssysteem en de bijbehorende installaties of geclassificeerde installaties. Afdeling 5 - Berekeningsmethoden voor het bepalen van het behalen van enkele van de doelstellingen vermeld in de afdelingen 3 en 4 Art. 46.§ 1. Om te berekenen of de doelstellingen van artikel 38, § 4, en artikel 41, § 2, zijn gehaald, bepaalt de Regering de modaliteiten van deze berekeningen in overeenstemming met het recht van de Europese Unie. § 2. Wanneer sommige van de in paragraaf 1 vermelde berekeningsmethoden onderworpen zijn aan voorwaarden van het recht van de Europese Unie, neemt de Regering, om te garanderen dat die voorwaarden vervuld zijn, maatregelen om een doeltreffend kwaliteitscontrole- en traceerbaarheidssysteem op te zetten voor ten minste de volgende soorten afvalstoffen: 1° de geproduceerde stedelijke afvalstoffen;2° de nuttig toegepaste stedelijke afvalstoffen;3° de stedelijke afvalstoffen gestort in een centrum voor technische ingraving. De Regering kan de maatregelen die krachtens deze paragraaf worden genomen, uitbreiden tot andere soorten afvalstoffen naar gelang van hun aard of de wijze waarop ze worden verwerkt. § 3. Teneinde de betrouwbaarheid en de juistheid van de verzamelde gegevens over bepaalde soorten afvalstoffen, waaronder gerecycleerde afvalstoffen, te garanderen, kan het in § 1 bedoelde systeem de vorm aannemen van een of meerdere elektronische registers, aangemaakt overeenkomstig artikel 72, § 5, technische specificaties betreffende de kwaliteit van gesorteerde afvalstoffen of gemiddelde verliespercentages voor gesorteerde afvalstoffen, respectievelijk voor de verschillende soorten afvalstoffen en de verschillende afvalbeheerpraktijken. Gemiddelde verliespercentages worden alleen gebruikt in gevallen waarin op geen enkele andere wijze betrouwbare gegevens kunnen worden verkregen en worden berekend op basis van de in het recht van de Europese Unie vastgestelde berekeningsregels. Afdeling 6 - Verantwoordelijkheid voor afvalbeheer Onderafdeling 1 - Materiële aansprakelijkheid Art. 47.§ 1. Elke initiële afvalstoffenproducent of andere afvalstoffenhouder is verantwoordelijk voor het beheer ervan overeenkomstig de artikelen 6 en 32. Elke initiële afvalstoffenproducent of andere afvalstoffenhouder: 1° verwerkt de afvalstoffen zelf;of 2° geeft ze af aan inzamelaar, een handelaar, een makelaar, een installatie of een onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die overeenkomstig de artikelen 6 en 32 vereist is om de activiteiten van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen uit te voeren. § 2. Inzamelaars en vervoerders vervoeren de ingezamelde en vervoerde afvalstoffen naar geschikte en erkende installaties voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 6 en 32. § 3. Wanneer afvalstoffen met het oog op voorbehandeling worden overgedragen van de initiële afvalstoffenproducent of afvalstoffenhouder aan een van de natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt de initiële afvalstoffenproducent of afvalstoffenhouder niet ontheven van de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van een volledige nuttige toepassing of verwijdering. Onverminderd Verordening (EG) nr. 1013/2006 kan de Regering de voorwaarden voor de verantwoordelijkheid preciseren en beslissen in welke gevallen de initiële afvalstoffenproducent de verantwoordelijkheid behoudt voor de volledige beheersketen, met inbegrip van de verwerkingsketen, of in welke gevallen deze verantwoordelijkheid kan worden gedeeld of gedelegeerd tussen de verschillende deelnemers aan de beheersketen, met inbegrip van de verwerkingsketen. Die modaliteiten betreffende de vrijstelling, de vermindering of de verdeling van de verantwoordelijkheid worden bepaald op grond van criteria zoals de aard van de afvalstoffen, het belang van hun stroom, hun traceerbaarheid, de naleving van de wettelijke en reglementaire verplichtingen voor elke actor van de keten. § 4. Elke houder van beroepsafvalstoffen of gelijkgestelde afvalstoffen kan bewijzen dat hij voldoet aan dit artikel. Daartoe doet hij het volgende: 1° indien hij de bedoelde afvalstoffen zelf verwerkt in een installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, de registratie of elke andere vergunning die vereist is om alle verwerkingshandelingen voor de bedoelde afvalstoffen uit te voeren, toont hij dat aan door middel van het afvalstoffenregister bedoeld in artikel 72;2° indien hij de bedoelde afvalstoffen vervoert of doet vervoeren naar een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen te verrichten, toont hij dit aan door middel van de volgende cumulatieve bewijsmiddelen : het afvalstoffenregister bedoeld in artikel 72; een schriftelijk contract of enig ander document van genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming waaruit blijkt dat de artikelen 6 en 32 zijn nageleefd; en onder voorbehoud van de vrijstellingen van registratie en erkenning voor het vervoer van dergelijke afvalstoffen waarin dit decreet voorziet : indien hij genoemde afvalstoffen zelf heeft vervoerd, elk document waaruit zijn registratie of erkenning als vervoerder voor de betreffende afvalsoort(
- en)blijkt; indien hij de bedoelde afvalstoffen door een derde heeft laten vervoeren, een schriftelijke overeenkomst of elk door die derde afgegeven document waaruit zijn inschrijving of erkenning als vervoerder voor de betrokken afvalsoort(
- en)blijkt; 3° indien hij de bedoelde afvalstoffen afgeeft een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen te verrichten, toont hij dit aan door middel van de volgende cumulatieve bewijsmiddelen : het afvalstoffenregister bedoeld in artikel 72; een schriftelijk contract of enig ander document van genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming waaruit blijkt dat de artikelen 6 en 32 zijn nageleefd; en onder voorbehoud van de vrijstellingen van registratie en erkenning voor het vervoer van dergelijke afvalstoffen waarin dit decreet voorziet : indien hij genoemde afvalstoffen zelf heeft vervoerd, elk document waaruit zijn registratie of erkenning als vervoerder voor de betreffende afvalsoort(
- en)blijkt; indien hij voornoemd afval heeft laten vervoeren door voornoemde inzamelaar, voornoemde handelaar, voornoemde makelaar, voornoemde installatie, voornoemde onderneming of voornoemde derde, een schriftelijk contract of enig document afgegeven door voornoemde inzamelaar, voornoemde handelaar, voornoemde makelaar, voornoemde installatie, voornoemde onderneming of voornoemde derde waaruit zijn registratie of erkenning als vervoerder voor de betreffende afvalsoort(
- en)blijkt. § 5. De Regering kan de vorm en de inhoud van de overeenkomst(
- en)en het/de in § 4 bedoelde document(
- en)geheel of gedeeltelijk regelen. Onderafdeling 2 - Financiële aansprakelijkheid Art. 48.§ 1. Overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt, worden de kosten voor het beheer van afvalstoffen, met inbegrip van de kosten voor de noodzakelijke infrastructuur en de werking ervan, gedragen door de initiële afvalstoffenproducent of door de huidige of vorige afvalstoffenhouder. Onverminderd titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, omvatten de kosten voor afvalbeheer bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, de sanering of het herstel van de illegale afvalstortingsplaatsen. § 2. Wanneer meerdere van de in § 1 bedoelde personen aansprakelijk worden gesteld voor de afvalstoffen, ook in geval van illegale afvalstorting, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk. § 3. De persoon die zwerfvuil heeft voortgebracht, is aansprakelijk voor de kosten die elke houder van de genoemde afvalstoffen of de overheid maakt voor het herstel of de sanering van de illegale afvalstortingsplaats. De gemaakte kosten omvatten alle schade die tijdens de uitvoering van het herstel of de sanering wordt veroorzaakt. In afwijking van lid 1 is de persoon die zwerfvuil heeft voortgebracht niet aansprakelijk voor de kosten onder de volgende cumulatieve voorwaarden: 1° hij bewijst dat hij niet in gebreke of nalatig is geweest;en; 2° het storten van de afvalstoffen te wijten is aan een emissie of gebeurtenis die op het ogenblik van de emissie of gebeurtenis uitdrukkelijk is toegestaan krachtens dit decreet of het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunningen en hun uitvoeringsmaatregelen. § 4. Elk contractueel beding dat afwijkt van dit artikel is nietig. § 5. In het kader van een gerechtelijke procedure doen de bepalingen van dit decreet geen afbreuk aan : het recht van de aansprakelijke persoon om andere rechtsmiddelen in te roepen; andere rechten uitgeoefend door benadeelden of personen die kosten hebben gedragen tegen de aansprakelijke personen of tegen andere personen. HOOFDSTUK 4 - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten afvalstoffen, bepaalde operatoren die afvalstoffen voorkomen of beheren, overbrengingen van afvalstoffen en het afvalstoffenregister en de traceerbaarheidsdocumenten Afdeling 1 - Algemene bevoegdheden van de Regering Art. 49.§ 1. Voor elk type of subtype afvalstoffen die zij bepaalt, kan de Regering : 1° de daarmee samenhangende preventie- en beheersmethoden en -technieken regelen;2° de inzameling ervan regelen;3° het vervoer ervan regelen;4° de voorwaarden en verplichtingen vastleggen die inherent zijn aan het beheer ervan;5° bijzondere maatregelen nemen wegens hun aard, samenstelling, oorsprong, omstandigheden van productie of bezit, hoeveelheid of wijze van beheer, inzonderheid door behandelingsnormen op te leggen. Met betrekking tot het eerste lid, 1° tot en met 4°, kan de Regering met name: 1° al dan niet cumulatief hetgeen volgt opleggen : een verplichting tot selectieve inzameling; een verplichting om afvalstoffen aan de bron te sorteren; een verplichting om afvalstoffen te sorteren in een vergunde inrichting voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering; een verplichting om de sortering zoals uitgevoerd in een eerdere fase of eerdere fasen in de afvalbeheerketen te behouden; een verplichting om gegevens en informatie met betrekking tot de betrokken afvalstoffen te rapporteren of door te geven : hetzij aan de administratie ; hetzij aan de gemeenten of verenigingen van gemeenten; 2° de instelling van statiegeldsystemen regelen. § 2. Wanneer de Regering de selectieve inzameling oplegt voor één of meerdere soorten afvalstoffen die zij bepaalt, kan zij, indien nodig per geval, de mogelijkheid tot afwijking regelen, voor zover ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de inzameling ervan samen met andere soorten afvalstoffen is niet van invloed op hun geschiktheid om te worden voorbereid voor hergebruik, recycling of andere handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering overeenkomstig artikel 6 en levert aan het einde van die handelingen een resultaat op dat kwalitatief vergelijkbaar is met het resultaat dat wordt verkregen door middel van selectieve inzameling;2° selectieve inzameling technisch niet haalbaar is in het licht van goede praktijken inzake afvalinzameling. De Regering of de bevoegde instantie die zij daartoe aanwijst, herziet deze vrijstellingen regelmatig, rekening houdend met goede praktijken inzake gescheiden afvalinzameling en andere ontwikkelingen op het gebied van afvalbeheer. Afdeling 2 - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten afvalstoffen Onderafdeling 1 - Gevaarlijke afvalstoffen Art. 50.De productie, de inzameling en het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen, evenals de opslag, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing en verwijdering ervan, vinden plaats onder omstandigheden die het milieu en de menselijke gezondheid beschermen en voldoen aan de bepalingen van artikel 32. De in het eerste lid bedoelde voorwaarden omvatten ook maatregelen om de traceerbaarheid van gevaarlijke afvalstoffen vanaf het productiestadium tot de eindbestemming en de controle daarop te waarborgen, teneinde te voldoen aan de voorschriften van de artikelen 33 en 72. Art. 51.§ 1. Gevaarlijke afvalstoffen mogen niet worden gemengd met andere categorieën gevaarlijke afvalstoffen of met andere afvalstoffen, stoffen of materialen. Onder mengen valt ook het verdunnen van gevaarlijke stoffen. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het mengen in overeenstemming met dit decreet voor zover voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden: 1° de handeling van het mengen is toegelaten en wordt uitgevoerd overeenkomstig de genomen uitvoeringsmaatregelen of de voorwaarden van een administratieve vergunning afgeleverd krachtens dit decreet of het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;2° de bepalingen van artikel 32 worden nageleefd en de schadelijke gevolgen van het beheer van afvalstoffen voor de gezondheid van de mens en voor het milieu niet worden verergerd;3° de menghandeling wordt uitgevoerd overeenkomstig de beste beschikbare technieken. § 3. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van Deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek, wordt, wanneer gevaarlijke afvalstoffen in strijd met dit artikel illegaal gemengd zijn, een scheiding uitgevoerd als die handeling technisch haalbaar en noodzakelijk is om te voldoen aan artikel 32. Indien een scheiding krachtens lid 1 niet vereist is, worden de gemengde afvalstoffen verwerkt in een installatie die overeenkomstig artikel 76 en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen gemachtigd is om dit mengsel te verwerken. Art. 52.De Regering kan : 1° voorzien in bijkomende maatregelen met betrekking tot het beheer van gevaarlijke afvalstoffen;2° sommige bepalingen van deze onderverdeling van toepassing maken op niet-gevaarlijke afvalstoffen;3° maatregelen nemen om de selectieve inzameling en de passende verwerking van gevaarlijke afvalstoffen te vergemakkelijken;4° afvalstoffen als gevaarlijk aanmerken als ze, ook al staan ze niet als zodanig op de lijst van gevaarlijke afvalstoffen, één of meerdere van de eigenschappen vertonen die in bijlage 1 zijn opgesomd. Onderafdeling 2 - Huishoudelijke afvalstoffen Art. 53.§ 1. De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is een openbare dienst. Elke natuurlijke persoon die in hoofd- of bijberoep op het grondgebied van het Waalse Gewest woont of verblijft, heeft recht op een openbare dienst voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Elke gemeente garandeert de uitoefening van dit recht. Teneinde te voldoen aan de verplichtingen die haar worden opgelegd door deze onderafdeling en de uitvoeringsmaatregelen ervan, kan elke gemeente : 1° zelf haar verplichtingen nakomen;2° hetzij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk laten uitvoeren door een vereniging van gemeenten waartoe ze behoort. Wat het vierde lid, 2°, betreft, mag de vereniging van gemeenten alleen die verplichtingen uitvoeren waarvan de uitvoering haar uitdrukkelijk door de betrokken gemeente is toevertrouwd. § 2. De gemeente is exclusief bevoegd voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Die exclusiviteit betreft de huishoudelijke afvalstoffen van personen die hun woonplaats of hoofd- of nevenverblijf hebben op het grondgebied van de gemeente, met inbegrip van een studentenkot bij particulieren, met uitzondering van de afvalstoffen van rusthuizen, instellingen voor begeleid wonen, gevangenissen, ziekenhuizen en studentenkoten die beheerd worden door een onderneming of een instelling voor hoger onderwijs. § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan elke natuurlijke persoon bedoeld in de genoemde paragraaf een vergunningsaanvraag indienen bij de betrokken gemeente om zijn huishoudelijke afvalstoffen af te leveren aan een derde partij andere dan de gemeente. Deze gemeentelijke vergunning kan alleen worden verleend op een naar behoren gemotiveerd verzoek waaruit blijkt dat de door de gemeente ingestelde dienst voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen niet kan voldoen aan de behoeften of beperkingen van de natuurlijke persoon die om deze machtiging verzoekt. De aanvraagprocedure voor de in lid 1 bedoelde vergunning omvat, indien van toepassing, een verzoek om advies van de vereniging van gemeenten waaraan de betrokken gemeente de dienst voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen heeft toevertrouwd. De gemeentelijke vergunning, vermeld in paragraaf 1, is niet vereist om : 1° zonder tussenkomst van een erkende of geregistreerde vervoerder huishoudelijke afvalstoffen brengen naar een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de genoemde afvalstoffen te verrichten, ook wanneer de genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming een vrijwillig afgiftepunt vormt dat is ingesteld overeenkomstig titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan;2° zonder tussenkomst van een erkende of geregistreerde vervoerder huishoudelijke afvalstoffen brengen naar een vrijwillig afgiftepunt dat beschikt over de erkenning, registratie of andere vergunning die vereist is voor het uitvoeren van handelingen voor het samenbrengen of voorbehandelen van de genoemde afvalstoffen, zoals glas, papier, karton, kunststof en textielbubbels, met inbegrip van gebruikte kleding en gebruikt schoeisel;3° zonder tussenkomst van een erkende of geregistreerde vervoerder huishoudelijke afvalstoffen brengen naar een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de genoemde afvalstoffen te verrichten, ook wanneer de genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming een onderneming van de sociale economie is die erkend is krachtens artikel 103. Elke natuurlijke persoon die de aanvraag tot gemeentelijke vergunning bedoeld in het eerste lid heeft ingediend, blijft gehouden tot naleving van de gemeentelijke verordeningen bedoeld in § 6, alsook tot betaling van de kosten bedoeld in artikel 59, § 1. Elke handeling of overeenkomst die in strijd met deze paragraaf wordt aangegaan of gesloten, is nietig. § 4. De Regering kan de procedurele modaliteiten van de aanvraag van een gemeentelijke vergunning, bedoeld in paragraaf 3, vaststellen. Bij ontstentenis van uitvoeringsmaatregelen van de Regering krachtens deze paragraaf, is de gemeente bevoegd om deze procedurele modaliteiten vast te stellen. § 5. De gemeente bepaalt ten minste: 1° de periodiciteit en de inzamelplaatsen per type of subtype ingezamelde afvalstoffen;2° de wijze van inzameling van de afvalstoffen zoals huis-aan-huisinzameling, collectieve containers, de punten voor vrijwillige toevoer of de containerparken;3° de voorwaarden voor de aanvaarding van de afvalstoffen volgens aard en hoeveelheid, overeenkomstig de specifieke inzamelmodaliteiten;4° de modaliteiten van de afvalinzameling door verenigingen en scholen;5° de sociale maatregelen met betrekking tot afvalstoffen;6° de bepalingen die van toepassing zijn op gelijkaardige afvalstoffen die samen met de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld;7° de bepalingen die van toepassing zijn op de afvalstoffen die specifiek worden geproduceerd door artsen, tandartsen, dierenartsen en thuisverzorgers in het kader van hun beroepsactiviteit;8° de bepalingen die van toepassing zijn op tijdelijke evenementen, zoals markten of beurzen;9° de bepalingen die tot doel hebben het vermengen van huishoudelijke afvalstoffen met andere soorten afvalstoffen waarvoor op het gemeentelijke grondgebied een selectieve huis-aan-huisinzameling wordt georganiseerd, te ontmoedigen. Met betrekking tot lid 1, 2°, gebeurt elke huis-aan-huisinzameling van afvalstoffen uitsluitend in de containers die daartoe door de gemeente ter beschikking worden gesteld. § 6. De gemeente bepaalt bij gemeentelijke verordening de wijze van uitvoering van de verplichtingen die haar bij of krachtens deze onderafdeling en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen zijn opgelegd. § 7. De gemeente kan bij de inzameling van ruw huishoudelijk afval en, indien van toepassing, bij de inzameling van papier- en kartonafval de voorkeur geven aan het gebruik van herbruikbare verzamelcontainers. In het in paragraaf 1, vierde lid, 2°, bedoelde geval deelt de vereniging van gemeenten, binnen de perken van de verplichtingen die haar uitdrukkelijk door de gemeente worden opgelegd, aan de betrokken gemeente de bepalingen mee die nodig zijn voor het opstellen van haar gemeentelijke verordening. Art. 54.Teneinde de overgang naar één of meerdere van de in artikel 2 bedoelde doelstellingen te begeleiden of in geval van verstoringen van de verhouding tussen kosten en baten ten gevolge van onvoorziene, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden, kan de Regering de toekenning regelen van subsidies of elke andere steunmaatregel ter compensatie van een deel van de door de gemeenten vastgestelde sociale maatregelen met betrekking tot afval. De krachtens lid 1 genomen uitvoeringsmaatregelen worden toegekend binnen de grenzen van de daartoe in de begroting uitgetrokken kredieten. Art. 55.Onverminderd artikel 53 is de gemeente, of de vereniging van gemeenten waaraan zij een uitdrukkelijke opdracht heeft gegeven in het kader van een "in-house-betrekking" in de zin van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten inzake overheidsopdrachten, uitsluitend belast met de inzameling van de soortgelijke afvalstoffen van de diensten en inrichtingen van de gemeente of die door haar worden georganiseerd. Art. 56.De gemeente brengt elke natuurlijke persoon bedoeld in artikel 53, § 1, met inbegrip van elke houder van de gemeentelijke vergunning bedoeld in artikel 53, § 3 en § 4, op de hoogte van de dagen waarop het huishoudelijk afval wordt opgehaald en van de andere maatregelen die zijn genomen om de minimale openbare dienst voor het beheer van huishoudelijk afval en, in voorkomend geval, de aanvullende dienst(
- en)voor afvalbeheer die zij aanbiedt, te waarborgen. Zij informeert hen ook over de verschillende componenten van de kosten voor het beheer van het ingezamelde afval, die door de gemeente worden gedragen, alsmede over de financieringsmodaliteiten op basis van een door de Regering vastgesteld model. Art. 57.Wanneer de gemeente, om welke reden dan ook, niet langer in staat is de inzameling op haar gehele grondgebied of een gedeelte daarvan te organiseren, neemt de gouverneur van de provincie passende maatregelen, met inachtneming van het Waalse plan inzake afval en grondstoffen. De kosten van de door de gouverneur van de provincie genomen maatregelen komen ten laste van de in gebreke blijvende gemeente. Art. 58.Elk jaar bezorgt de gemeente aan de administratie, binnen de termijnen en volgens de modaliteiten die door de Regering zijn vastgelegd : 1° de krachtens artikel 56 genomen maatregelen;en 2° de werkelijke kosten van het afvalbeheer, in voorkomend geval berekend op basis van de werkelijke kosten meegedeeld door de verenigingen van gemeenten op basis van procedures of een model bepaald door de Regering. De overheid richt een waarnemingspost op en houdt deze bij: 1° een waarnemingscentrum voor de vaststelling door de gemeente van de retributies, dat met name het dekkingspercentage van de reële kostprijs vergelijkt op basis van begrotingen en afgesloten rekeningen;en 2° een waarnemingspost voor sociale maatregelen en de technische kosten voor het beheer van huishoudelijk afval en soortgelijk afval dat tegelijk met huishoudelijk afval wordt ingezameld. Art. 59.§ 1. De gemeente brengt aan de houders van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht, met inbegrip van de houders van de in artikel 53, § 3 en § 4, bedoelde gemeentelijke vergunning, alle kosten van beheer in rekening waarvoor zij verantwoordelijk is, en zendt hun een document waarin de bestanddelen van deze kosten op transparante wijze worden vermeld. Onverminderd de uitvoeringsmaatregelen die de Regering krachtens deze onderafdeling neemt, voorzien de gemeenten in maatregelen die rekening houden met de sociale situatie van sommige houders van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht. § 2. Wanneer de gemeente een beheersdienst organiseert voor soortgelijk afval dat tegelijk met huishoudelijk afval wordt ingezameld, worden de eventuele beheerskosten voor deze soorten afval doorberekend aan de producenten of houders van deze soorten afval. Zij zendt deze producenten en houders een document waarin de bestanddelen van deze kosten op transparante wijze worden vermeld. De bijdrage wordt vastgesteld om de kosten te dekken, overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt". Art. 60.§ 1. Onverminderd artikel 53, § 5, stelt de Regering de modaliteiten vast voor het opzetten van minimale openbare diensten voor het beheer van huishoudelijk afval. Daartoe neemt de Regering ten minste maatregelen voor : 1° het bepalen en specificeren van de soorten huishoudelijke afvalstoffen die onder de minimale openbare diensten voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen vallen;2° het opzetten van een selectieve inzameling voor de fracties gevaarlijk huishoudelijk afval, zodat dit afval overeenkomstig de artikelen 6 en 32 wordt verwerkt en geen andere gemeentelijke afvalstromen verontreinigt. Met betrekking tot het tweede lid, 2°, neemt de Regering alle uitvoeringsmaatregelen uiterlijk op 1 januari 2025. § 2. Bovendien kan de Regering : 1° een onderscheid maken tussen: de minimale diensten voor het beheer van huishoudelijk afval die elke houder van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht geniet;en aanvullende afvalbeheerdiensten die in specifieke behoeften voorzien; 2° de soorten of sub-soorten afvalstoffen specificeren die onder de diensten bedoeld in 1°,
- a)of
- b)vallen;3° voor één of meerdere soorten of subtypen afvalstoffen die overeenkomstig 2° bepaalde zijn, de harmonisatie van de in 1°,
- a)of b), bedoelde diensten bevorderen tussen gemeenten die dezelfde inrichting(
- en)gebruiken voor de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen voor de bedoelde soort of soorten of subtypen afvalstoffen;4° de volgende verplichten opleggen aan de gemeenten of verenigingen van gemeenten: een verplichting om aan de administratie bepaalde gegevens mee te delen betreffende de kosten en opbrengsten, uitgesplitst per soort afval en per beheersmethode en per type infrastructuur, alsook bepaalde gegevens betreffende de openbare netheid;en, in voorkomend geval; een verplichting om de kwaliteit van de verzamelde gegevens te controleren met het oog op de naleving van de onder
- a)bedoelde verplichting; 5° de inzameling door derden van huishoudelijk textielafval, met inbegrip van gebruikte kleding en schoenen, onderwerpen aan een voorafgaande overeenkomst met de gemeente of de daartoe door de gemeente gemandateerde vereniging van gemeenten. Met betrekking tot lid 1, 4°, kan de Regering met name de vormen bepalen waarin de daarin bedoelde gegevens worden doorgegeven of het mechanisme of de mechanismen bepalen om de kwaliteit van de verzamelde gegevens te controleren. Art. 61.§ 1. De Regering kan voor alle of sommige openbare diensten voor het beheer van huishoudelijk afval en met inachtneming van het beginsel "de vervuiler betaalt" de berekeningsmethoden vaststellen. § 2. Bij gebrek aan uitvoeringsmaatregelen van de Regering krachtens paragraaf 1 zijn alle volgende bepalingen van toepassing: 1° de bijdrage van elke houder van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht wordt zodanig vastgesteld dat zij tussen vijfennegentig en honderdtien procent van de kosten van het beheer van huishoudelijke afvalstoffen dekt;2° het kostendekkingspercentage wordt jaarlijks bij het opmaken van de begrotingen bepaald op basis van de kosten van het voorlaatste boekjaar en de gekende elementen inzake de wijziging van die kosten.3° de gemeente verifieert en rechtvaardigt jaarlijks de inachtneming van het overeenkomstig dit lid vastgelegde kostendekkingspercentage. De toekenning en betaling van subsidies aan gemeenten voor afvalpreventie en -beheer kunnen afhankelijk worden gesteld van de naleving door de gemeenten van dit artikel en de uitvoeringsmaatregelen ervan. Art. 62.§ 1. De artikelen 50, lid 2, 51, § 1, 72 en 75 zijn niet van toepassing op door huishoudens geproduceerde gemengde afvalstoffen. § 2. De artikelen 72 en 75 zijn niet van toepassing op gescheiden fracties van door huishoudens geproduceerde gevaarlijke afvalstoffen. § 3. De in de paragrafen 1 en 2 van dit artikel bedoelde vrijstellingen zijn slechts van toepassing zolang de in die paragrafen bedoelde afvalstoffen niet, al dan niet met tussenkomst van een vervoerder, worden overgedragen aan een inzamelaar, een handelaar, een makelaar, een inrichting of een onderneming die beschikt over de erkenning, de registratie of enige andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van die afvalstoffen overeenkomstig de artikelen 6 en 32 te verrichten. Onderafdeling 3 - Beroepsafval Art. 63.Elke publiekrechtelijke rechtspersoon mag slechts handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafvalstoffen verrichten onder de volgende cumulatieve voorwaarden: 1° de capaciteit die elk jaar voor de genoemde handelingen wordt ingezet, bedraagt niet meer dan tien procent van de totale jaarcapaciteit van de betrokken inrichting;2° de totale hoeveelheid beroepsafval die daadwerkelijk is samengebracht, voorbehandeld, nuttig toegepast of verwijderd in verhouding tot de totale hoeveelheid afvalstoffen die in de betrokken inrichting gedurende een periode van twaalf opeenvolgende maanden daadwerkelijk is samengebracht, voorbehandeld, nuttig toegepast of verwijderd, het in 1° bedoelde maximumpercentage niet overschrijdt; en; 3° de genoemde handelingen maken het voorwerp uit van een analytische boekhouding die het mogelijk maakt een onderscheid te maken tussen : de kosten en opbrengsten van de betrokken inrichting met betrekking tot de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen; de kosten en opbrengsten van de betrokken inrichting met betrekking tot de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafval. Iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die activiteiten op het gebied van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafval wil verrichten, moet op eerste verzoek van de administratie aantonen dat aan alle in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan. De administratie kan van de betrokken publiekrechtelijke rechtspersoon tevens alle informatie verlangen die zij nuttig achten om na te gaan of aan alle in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan De handelingen van publiekrechtelijke rechtspersonen in verband met de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafval vallen onder het Wetboek van economisch recht en de uitvoeringsmaatregelen daarvan. Onderafdeling 4 - Afgewerkte oliën Art. 64.§ 1. Onverminderd de in de artikelen 50, 51 en 75, §§ 1 en 2, vermelde verplichtingen inzake het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, wordt afgewerkte olie selectief ingezameld, tenzij selectieve inzameling technisch niet haalbaar is in het licht van goede praktijken. Afgewerkte oliën worden behandeld, waarbij overeenkomstig de artikelen 6 en 32 voorrang wordt gegeven aan regeneratie of andere vormen van recycling die in totaal gelijkwaardige of betere milieuresultaten opleveren dan regeneratie. Afgewerkte oliën met verschillende eigenschappen mogen niet met elkaar of met andere afvalstoffen of stoffen worden gemengd, indien deze vermenging regeneratie of andere vormen van recycling met gelijkwaardige of betere algemene milieuresultaten dan regeneratie in de weg staat. § 2. Met het oog op de selectieve inzameling van afgewerkte oliën en de passende behandeling ervan kan de Regering aanvullende maatregelen toepassen, zoals technische eisen, economische instrumenten of vrijwillige overeenkomsten. § 3. Indien de Regering eisen inzake regeneratie stelt, kan zij voorschrijven dat die afgewerkte oliën moeten worden geregenereerd indien zulks technisch haalbaar is en, indien de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing zijn, de grensoverschrijdende overbrenging van afgewerkte olie uit het Waalse Gewest naar verbrandings- of meeverbrandingsinstallaties beperken, teneinde voorrang te geven aan de regeneratie van afgewerkte olie. Onderafdeling 5 - Bioafval Art. 65.§ 1. Uiterlijk op 31 december 2023 en behoudens de artikelen 36, § 2, en 49, § 2, wordt bioafval aan de bron gesorteerd en gerecycleerd of selectief ingezameld en niet gemengd met andere soorten afval. § 2. De Regering kan toestemming geven voor de gezamenlijke inzameling van bioafval en afval met vergelijkbare biologische afbreekbaarheid en composteerbaarheid dat voldoet aan de desbetreffende Europese normen of aan gelijkwaardige regionale of nationale normen voor verpakkingen die door compostering en biologische afbraak kunnen worden teruggewonnen. § 3 De Regering neemt, overeenkomstig de artikelen 6 en 32, passende maatregelen ter bevordering en aanmoediging van : 1° de recycling, met inbegrip van compostering en biomethanisering, van bioafval op zodanige wijze dat wordt voldaan aan een hoog niveau van milieubescherming en dat resultaten worden bereikt die voldoen aan hoge kwaliteitsnormen;2° huishoudelijke en collectieve compostering;en 3° het gebruik van uit bioafval vervaardigde materialen. Art. 66.§ 1. De Regering neemt passende maatregelen om voedselverspilling en voedselverlies bij de primaire productie, verwerking en bewerking, in de detailhandel en bij andere vormen van voedseldistributie, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens te verminderen. In dit kader neemt zij ook passende maatregelen ter bevordering, aanmoediging en ondersteuning van voedselschenkingen en andere vormen van herverdeling voor menselijke consumptie, waarbij voorrang wordt gegeven aan menselijke consumptie boven diervoeding en verwerking tot niet-voedingsproducten. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde maatregelen dragen bij tot de doelstelling van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling om tegen 2030 de hoeveelheid voedselafval per hoofd van de bevolking op het niveau van distributie en consumptie met 50% te verminderen en de verliezen van levensmiddelen in de hele productie- en toeleveringsketen, met inbegrip van verliezen na de oogst, te beperken. § 3. De administratie controleert en evalueert de uitvoering van de maatregelen ter voorkoming van voedselverspilling door de niveaus van voedselverspilling te meten op basis van de methodologie die is vastgesteld bij de in artikel 9, § 8, van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde gedelegeerde handeling, met ingang van het eerste volledige kalenderjaar na de aanneming van die gedelegeerde handeling. Onderafdeling 6 - Dierlijke bijproducten Art. 67.De Regering neemt de nodige maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en van de op grond van die verordening vastgestelde handelingen van de Europese Unie betreffende het administratieve toezicht op afvalstoffen.