← België

Wet tot wijziging van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht en tot wi

Kort samengevat

Deze wet wijzigt de bestaande wetgeving betreffende het statuut van militairen van het actief kader van de Krijgsmacht en het militair personeel, met een focus op militaire pensioenen en de berekening daarvan.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

31 JULI 2013. - Wet tot wijziging van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht en tot wijziging van sommige bepalingen betreffende het statuut van het militair personeel FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL 2. - Wijziging van de bij het koninklijk besluit nr. 16020 van 11 augustus 1923 samengeordende wetten op de militaire pensioenen Art. 2.In artikel 1, derde lid, van de bij het koninklijk besluit nr. 16020 van 11 augustus 1923 samengeordende wetten op de militaire pensioenen, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)in de bepaling onder 1° worden de woorden "en kandidaat-militairen" ingevoegd tussen de woorden "van de militairen" en de woorden "van het actief kader";
  2. b)de bepaling onder 4° wordt opgeheven. Art. 3.In artikel 4 van dezelfde wetten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7, worden de woorden "de datum van inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009";2° in het zesde lid, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7, worden de woorden "de datum van inwerkingtreding van deze bepaling wordt een tijdsbonificatie van twee jaar in aanmerking genomen als werkelijke dienst, op voorwaarde dat de voornoemde militairen hun transferpunt voorbij zijn en" vervangen door de woorden "1 januari 2009 wordt een tijdsbonificatie van twee jaar in aanmerking genomen als werkelijke dienst, op voorwaarde dat de voornoemde militairen". Art. 4.In artikel 5, vierde lid, van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7, worden de woorden "vanaf de datum van inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "vanaf 1 januari 2009 en voor de uitgestelde pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2013". Art. 5.In artikel 27bis van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7, worden de woorden "vanaf de datum van inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "vanaf 1 januari 2009 en voor de berekening van de uitgestelde pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2013". Art. 6.In artikel 51, derde lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1930, worden de woorden "de bij de laatste twee alinea's van artikel 4 voorziene dienstjarentoeslag" vervangen door de woorden "de in artikel 4, vierde en vijfde lid, voorziene dienstjarentoeslag, noch op de in artikel 4, zesde lid, bedoelde tijdsbonificatie". Art. 7.In artikel 58, negende lid, van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7, worden de woorden "de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009". Art. 8.In artikel 58bis van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  3. a)in de eerste zin worden de woorden "de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "op 31 december 2008";
  4. b)in de bepaling onder 1°, worden de woorden "de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009";
  5. c)in de bepaling onder 3°, worden de woorden "de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009";
  6. d)in de bepaling onder 4°, worden de woorden "de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009", worden de woorden "de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "op 31 december 2008" en worden de woorden "de dag van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009";
  7. e)in de bepaling onder 5°, worden de woorden "de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009". Art. 9.In artikel 58ter van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7, worden de woorden "de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling" vervangen door de woorden "1 januari 2009". Art. 10.In de tabel in bijlage aan dezelfde wetten op de militaire pensioenen, gewijzigd bij de wetten van 29 juli 1926, 14 juli 1930, bij het koninklijk besluit Nr 16 van 15 oktober 1934, bij de wetten van 30 juni 1947, 14 juli 1951, 2 augustus 1955, bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij de wetten van 28 februari 2007 en 22 december 2008, wordt de cel in de kolom "Gedeelte der activiteitswedde als annuïteit dienende voor de pensioenberekening", die begint met "1/60" vervangen als volgt : "1/60. Voor de militairen van het actief kader in dienst vanaf 1 januari 2009 en voor de uitgestelde pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2013 wordt deze breuk evenwel op 1/50 gebracht voor alle perioden van werkelijke dienst en daarmee gelijkgestelde perioden alsook voor afwezigheden om gezondheidsredenen, met uitzondering van de perioden van : 1° voltijds dagonderwijs in de Koninklijke Cadettenschool;2° militaire dienstplicht, wederoproeping of bijkomend prestaties verricht in het reservekader, met uitzondering van de vrijwillige encadreringsprestaties;3° afwezigheid wegens tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking, vrijwillige opschorting van de prestaties en niet door een wedde bezoldigde afwezigheid om andere dan gezondheidsredenen, vanaf 1 januari 2009; De tijd die door voornoemde militairen werd doorgebracht in een burgerlijke dienst wordt voor de berekening van hun militair anciënniteitspensioen in aanmerking genomen aan het tantième eigen aan die burgerlijke dienst, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 3 van de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007155 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de personeelsenveloppe van militairen type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht type wet prom. 25/05/2000 pub. 26/10/2000 numac 2000015116 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het WEU-Akkoord inzake veiligheid, gedaan te Brussel op 28 maart 1995 type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007154 bron ministerie van landsverdediging Wet tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking sluiten6 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector.". TITEL 3. - Wijziging van de wet van 3 juli 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1967 pub. 24/10/2001 numac 2001000905 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling type wet prom. 03/07/1967 pub. 23/03/2018 numac 2018030614 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector Art. 11.In artikel 1 van de wet van 3 juli 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1967 pub. 24/10/2001 numac 2001000905 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling type wet prom. 03/07/1967 pub. 23/03/2018 numac 2018030614 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het vierde lid worden de woorden "bij artikel 5, § 5, van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging van militairen buiten de Krijgsmacht, bedoelde militairen" vervangen door de woorden "militairen die gebezigd worden overeenkomstig de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging van militairen buiten de Krijgsmacht en overeenkomstig Titel V, Afdeling 2, van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht";2° in het zevende lid, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten6, worden de woorden "en bij Titel V, Afdeling 3, van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht" ingevoegd tussen de woorden "bij de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten1 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever" en de woorden "ter beschikking gestelde militairen". TITEL 4. - Wijziging van de wet van 9 juli 1969 tot wijziging en aanvulling van de wetgeving betreffende de rust- en overlevingspensioenen van het personeel van de openbare sector Art. 12.In artikel 32, tweede lid, van de wet van 9 juli 1969 tot wijziging en aanvulling van de wetgeving betreffende de rust- en overlevingspensioenen van het personeel van de openbare sector, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, worden de woorden "en kandidaat-militairen" ingevoegd tussen de woorden "van het statuut van de militairen" en de woorden "van het actief kader van de Krijgsmacht". TITEL 5. - Wijziging van de wet van 8 juli 1970 tot instelling van nieuwe voordelen ten behoeve van de slachtoffers van de militaire plicht of van een daarmee gelijkgestelde plicht Art. 13.In artikel 60 van de wet van 8 juli 1970 tot instelling van nieuwe voordelen ten behoeve van de slachtoffers van de militaire plicht of van een daarmee gelijkgestelde plicht, vervangen bij de wet van 18 mei 1998 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2000, wordt het vijfde lid vervangen als volgt : "Voormelde samengeordende wetten zijn evenwel niet van toepassing : 1° op de lichamelijke schade overkomen, tijdens hun beziging, aan de militairen die gebezigd worden overeenkomstig de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging van militairen buiten de Krijgsmacht en overeenkomstig Titel V, Afdeling 2, van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht; 2° op de lichamelijke schade overkomen, tijdens hun periode van terbeschikkingstelling, aan de militairen die ter beschikking gesteld worden van een openbare werkgever overeenkomstig de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten1 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever en overeenkomstig Titel V, Afdeling 3, van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.". TITEL 6. - Wijziging van de wet van 16 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/1998 pub. 07/07/1998 numac 1998007133 bron ministerie van landsverdediging Wet waarbij sommige militairen die slachtoffer zijn van lichamelijke schade overkomen tijdens een actie buiten het nationale grondgebied gelijkgesteld worden met oorlogsinvaliden sluiten waarbij sommige militairen die slachtoffer zijn van lichamelijke schade overkomen tijdens een actie buiten het nationale grondgebied gelijkgesteld worden met oorlogsinvaliden Art. 14.In artikel 2 van de wet van 16 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/1998 pub. 07/07/1998 numac 1998007133 bron ministerie van landsverdediging Wet waarbij sommige militairen die slachtoffer zijn van lichamelijke schade overkomen tijdens een actie buiten het nationale grondgebied gelijkgesteld worden met oorlogsinvaliden sluiten waarbij sommige militairen die slachtoffer zijn van lichamelijke schade overkomen tijdens een actie buiten het nationale grondgebied gelijkgesteld worden met oorlogsinvaliden, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Deze wet is uitsluitend van toepassing op de militairen die deelnemen aan acties buiten het nationale grondgebied en die zich, ofwel krachtens artikel 9 van de wet van 20 mei 1994 betreffende de aanwending van de Krijgsmacht, de paraatstelling, alsook betreffende de periodes en de standen waarin de militair zich kan bevinden, ofwel krachtens artikel 190, 3°, 4° en 6°, van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, bevinden in de deelstanden "in hulpverlening", "in operationele inzet" of "in militaire bijstand"."; 2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of "in operationele inzet"" vervangen door de woorden ", "in operationele inzet" of "in militaire bijstand"". TITEL 7. - Wijziging van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht Art. 15.Het opschrift van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, wordt vervangen als volgt : " Wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten7 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht". Art. 16.Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 2.Voor de toepassing van deze wet maken deel uit van het actief kader : 1° de beroepsmilitairen en kandidaat-beroepsmilitairen;2° de hulpofficieren en kandidaat-hulpofficieren;3° de militairen en kandidaat-militairen korte termijn;4° de militaire en kandidaat-militaire muzikanten;5° de militairen in vrijwillige militaire inzet;6° de kandidaat-militairen in vrijwillige militaire inzet die geen soldij meer ontvangen. Behoudens andersluidende bepaling, bepaalt deze wet het statuut van de beroepsmilitairen en van de kandidaat-beroepsmilitairen. Het statuut van de andere militairen en kandidaat-militairen van het actief kader wordt bepaald : 1° voor de hulpofficieren en kandidaat-hulpofficieren, door de wet van 23 december 1955 betreffende de hulpofficieren van de luchtmacht, piloten en navigatoren, en door de wet van 11 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/11/2002 pub. 06/12/2002 numac 2002007290 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de hulpofficieren van de krijgsmacht sluiten betreffende de hulpofficieren van de Krijgsmacht en hun uitvoeringsbesluiten;2° voor de militairen en kandidaat-militairen korte termijn, door de wet van 20 mei 1994 houdende statuut van de militairen korte termijn en haar uitvoeringsbesluiten;3° voor de militaire en kandidaat-militaire muzikanten, door de wet van 27 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten0 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging en haar uitvoeringsbesluiten;4° voor de militairen en kandidaat-militairen in vrijwillige militaire inzet, door de wet van 10 januari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007155 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de personeelsenveloppe van militairen type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht type wet prom. 25/05/2000 pub. 26/10/2000 numac 2000015116 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het WEU-Akkoord inzake veiligheid, gedaan te Brussel op 28 maart 1995 type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007154 bron ministerie van landsverdediging Wet tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking sluiten5 tot instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel en haar uitvoeringsbesluiten. Behoudens andersluidende bepaling, zijn de bepalingen van deze wet niet van toepassing op de leden van de koninklijke familie.". Art. 17.In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  8. a)de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : "1° "de militair" : de kandidaat-militair die zijn kandidaatsperiode met succes heeft beëindigd en die de hoedanigheid verwerft van, naargelang het geval, beroepsofficier, -onderofficier of -vrijwilliger;";
  9. b)de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : "4° "de vacature" : een opengestelde plaats bij de Krijgsmacht, waarvoor een persoon kan worden aangeworven als kandidaat-militair, naargelang het geval in een functie, een vakrichting of een groep van vakrichtingen;";
  10. c)in de bepaling onder 5° worden de woorden ", zich inschrijft voor een wervingssessie" vervangen door de woorden "aan de bevoegde overheid zijn beslissing om te postuleren meedeelt";
  11. d)de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : "6° "de sollicitant" : de persoon, tussen de inschrijving en het ogenblik waarop hij de hoedanigheid van kandidaat-militair verwerft, of in voorkomend geval, waarop er een einde wordt gesteld aan het wervingsproces voor deze inschrijving;";
  12. e)de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt : "7° "de werving" : het openstellen van de plaatsen en de verrichtingen inzake de inschrijving, de selectie en de inlijving van de sollicitanten;";
  13. f)in de bepaling onder 8° worden de woorden "hoedanigheid, taalstelsel en soort werving" vervangen door de woorden "soort werving en, in voorkomend geval, taalstelsel";
  14. g)de bepalingen onder 9°, 10°, 11° en 12° worden opgeheven;
  15. h)de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt : "13° "de kandidaat-militair" :
  16. a)degene, al dan niet militair van het reservekader, die aanvaard werd om een dienstneming aan te gaan om als kandidaat-militair van het actief kader een basisvorming te volgen ten einde als lid van het beroepspersoneel te worden opgenomen in de categorie van de beroepsofficieren van niveau A of B, beroepsonderofficieren van niveau B of C, of beroepsvrijwilligers;
  17. b)de militairen bedoeld in de artikelen 114 tot 116, die aanvaard werden om een basisvorming te volgen om opgenomen te kunnen worden, naargelang het geval, in een andere personeelscategorie of in een andere hoedanigheid in dezelfde personeelscategorie.";
  18. i)de bepaling onder 15° wordt opgeheven;
  19. j)in de bepaling onder 17° worden de woorden "300 studiepunten" vervangen door de woorden "240 studiepunten";
  20. k)de bepaling onder 19° wordt opgeheven;
  21. l)de bepaling onder 20° wordt vervangen als volgt : "20° "de stageperiode" : de periode van hoofdzakelijk praktische vorming in de eenheid met een werkelijke duur van minimum drie maanden die ten laatste eindigt op het einde van de basisvorming, tijdens dewelke de kandidaat-militair een gedeelte van de taken, die hem als officier, onderofficier of vrijwilliger zouden worden toegewezen, onder begeleiding uitoefent;";
  22. m)de bepaling onder 20° /1 wordt ingevoegd, luidende : "20/1° "het ambt" : een functie bij Defensie, uitgeoefend in de hoedanigheid van officier, onderofficier of vrijwilliger;";
  23. n)de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt : "21° "de functie" : een geheel van taken en verantwoordelijkheden die een militair dient op te nemen om de toegewezen opdrachten uit te voeren;";
  24. o)de bepaling onder 22° wordt vervangen als volgt : "22° "de basisfunctie" : de functie die door een militair na het volgen van een basisvorming kan uitgeoefend worden;";
  25. p)in de bepaling onder 25° worden de woorden "een of meerdere" vervangen door de woorden "één of meerdere";
  26. q)de bepalingen onder 26°, 27° en 28° worden opgeheven;
  27. r)de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt : "29° "de militaire vakrichting" : een groepering van functies met hoofdzakelijk gemeenschappelijke professionele competenties in het militair, operationeel of technisch domein, hierna "vakrichting" genoemd;";
  28. s)de bepalingen onder 29° /1 en 29° /2 worden ingevoegd, luidende : "29° /1 "een groep van vakrichtingen" : de groepering van meerdere militaire vakrichtingen; 29° /2 "de intervakrichtingengroep" : de groepering van alle militaire vakrichtingen;";
  29. t)in de bepaling onder 30° worden de woorden ", voorbehouden voor militairen die geen vlakke loopbaan doorlopen" opgeheven;
  30. u)de bepaling onder 31° wordt opgeheven;
  31. v)in de bepaling onder 32° worden de woorden "de officier die een master bezit" vervangen door de woorden "degene die de hoedanigheid van officier verwerft op basis van een master";
  32. w)in de bepaling onder 33° worden de woorden "de officier die een bachelor of een door een instelling van universitair of gelijkwaardig niveau uitgereikte kandidaatsdiploma bezit, maar geen master," vervangen door de woorden "degene die de hoedanigheid van officier verwerft op basis van een bachelor of een door een instelling van universitair of gelijkwaardig niveau uitgereikt kandidaatsdiploma";
  33. x)de bepalingen onder 33° /1 en 33° /2 worden ingevoegd, luidende : "33/1° "de onderofficier van niveau B" : degene die de hoedanigheid van onderofficier verwerft op basis van een voor het uitoefenen van zijn functies noodzakelijke bachelor of die, na in de hoedanigheid van onderofficier van niveau C gediend te hebben, de hoedanigheid van onderofficier van niveau B verwerft; 33/2° "de onderofficier van niveau C" : degene die de hoedanigheid van onderofficier verwerft op basis van een diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs, of een gelijkwaardig diploma of getuigschrift, of de militair die, na in de hoedanigheid van vrijwilliger gediend te hebben, de hoedanigheid van onderofficier van niveau C verwerft;";
  34. y)de bepaling onder 34° wordt vervangen als volgt : "34° "de kandidaat-officier" : de kandidaat-militair die een loopbaan van officier beoogt, hetzij in de hoedanigheid van officier van niveau A, hetzij in de hoedanigheid van officier van niveau B;";
  35. z)de bepalingen onder 35° en 36° worden opgeheven;
  36. aa)de bepaling onder 37° wordt vervangen als volgt : "37° "de kandidaat-onderofficier" : de kandidaat-militair die een loopbaan van onderofficier beoogt, hetzij in de hoedanigheid van onderofficier van niveau B, hetzij in de hoedanigheid van onderofficier van niveau C;";
  37. ab)de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt : "38° "de kandidaat-vrijwilliger" : de kandidaat-militair die een loopbaan van vrijwilliger beoogt;";
  38. ac)de bepaling onder 39° wordt vervangen als volgt : "39° "de basisvorming" : de cyclus basisvorming die een kandidaat-militair moet volgen in functie van zijn hoedanigheid van kandidaat-militair;";
  39. ad)de bepalingen onder 39° /1, 39° /2 en 39° /3 worden ingevoegd, luidende : "39° /1 "de vorming" : de vorming die een militair kan of moet volgen tijdens zijn loopbaan; 39° /2 "de kandidaatsperiode" : de periode tijdens dewelke een kandidaat-militair zijn basisvorming volgt; 39° /3 "de normale kandidaatsperiode" : de normale duur van een basisvorming, zonder eventuele verlengingen of vertragingen;";
  40. ae)de bepaling onder 40° wordt vervangen als volgt : "40° "de test" : een proef, mondeling of schriftelijk, individueel of collectief, om een taak te beoordelen, volgens een specifieke evaluatietechniek;";
  41. af)de bepaling onder 41° wordt opgeheven;
  42. ag)de bepaling onder 42° wordt vervangen als volgt : "42° "de heroriëntering" : de maatregel waarbij de kandidaat-militair zijn basisvorming kan voleindigen of herbeginnen in een andere specifieke vormingscyclus, eventueel in een andere hoedanigheid van kandidaat-militair;";
  43. ah)de bepaling onder 43° wordt vervangen als volgt : "43° "de reclassering" : de maatregel waarbij de definitief mislukte kandidaat-militair de toestemming kan krijgen een nieuwe basisvorming aan te vatten;";
  44. ai)de bepaling onder 44° wordt vervangen als volgt : "44° "het uitstel" : de maatregel waarbij de kandidaat-militair die in de onmogelijkheid verkeert of verkeerde om aan een gedeelte van de basisvorming deel te nemen, de toelating bekomt om bepaalde proeven en examens later af te leggen of bepaalde basisvormingsgedeelten later te volgen;";
  45. aj)de bepaling onder 45° wordt vervangen als volgt : "45° "de verlenging van de kandidaatsperiode" : de maatregel waarbij de kandidaatsperiode van een kandidaat-militair wordt verlengd;";
  46. ak)in de bepaling onder 46° worden de woorden "initiële militaire loopbaan of de voortgezette" opgeheven;
  47. al)de bepaling onder 47° wordt aangevuld met de woorden "of de verdeling van de graden over de functies";
  48. am)in de bepaling onder 48° worden de woorden "de aspirant" vervangen door de woorden "sollicitant of van de kandidaat-militair";
  49. an)de bepaling onder 48° /1 wordt ingevoegd, luidende : "48° /1" de professionele hoedanigheden" : met uitsluiting van de morele, karakteriële en fysieke hoedanigheden, alle hoedanigheden van professionele aard die vereist zijn van een kandidaat-militair op het militaire en specifieke beroepsvlak, en op het vlak van de eventuele academische of theoretische vorming;";
  50. ao)in de bepaling onder 49° worden de woorden "om zijn functie te kunnen uitoefenen" opgeheven;
  51. ap)de bepaling onder 51° wordt vervangen als volgt : "51° "de geschiktheidscategorie" : de codificatie van de professionele, fysieke en medische geschiktheid van de militair voor de uitoefening van zijn functie of voor de inzetbaarheid in operatie;";
  52. aq)de bepaling onder 52° wordt vervangen als volgt : "52° "de specifieke vormingscyclus" : de cyclus basisvorming die een kandidaat-militair moet volgen in functie van zijn hoedanigheid, van de soort werving en van de vakrichting of de functie waarvoor hij wordt aangeworven;";
  53. ar)de bepaling onder 53° wordt vervangen als volgt : "53° "de periode van schoolvorming" : de periode van hoofdzakelijk academische of theoretische vorming verstrekt door militaire of burgerlijke onderwijsinstellingen;",
  54. as)de bepaling onder 54° wordt vervangen als volgt : "54° "de periode van opleiding" : de periode van hoofdzakelijk militaire en professionele vorming verstrekt door een vormingsorganisme of door een eenheid belast met een specifieke vorming;";
  55. at)de bepaling onder 55° wordt vervangen als volgt : "55° "de evaluatieperiode" : de periode van praktische vorming in de eenheid met een duur van ten minste drie maanden, tijdens dewelke de kandidaat het geheel van de taken, die hem als officier, onderofficier of vrijwilliger zouden worden toegewezen, onder begeleiding mag uitoefenen;";
  56. au)de bepalingen onder 56°, 57°, 58°, 59° en 60° worden opgeheven. Art. 18.In titel II van dezelfde wet wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidende : "Art. 3/1.In afwijking van artikel 2, wordt voor de toepassing van deze titel verstaan onder "kandidaat-militair" : 1° de kandidaat-militair bedoeld in artikel 3, 13°,
  57. a)van deze wet;2° de kandidaat-hulpofficier;3° de kandidaat-militair korte termijn;4° de kandidaat-reservemilitair; 5° de kandidaat militaire muzikant.". Art. 19.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 4.De verschillende soorten wervingen zijn : 1° de normale werving;2° de bijzondere werving;3° de laterale werving;4° de aanvullende werving;5° de werving van kandidaat-hulpofficieren; 6° de werving van kandidaat-militairen korte termijn.". Art. 20.Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 5.§ 1. De normale werving is de werving van : 1° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsofficier van niveau A beogen en die aanvaard worden in het eerste jaar van de basisvorming, in de Koninklijke Militaire School, of in een industriële hogeschool of in de hogere zeevaartschool, of van de basisvorming van arts, dierenarts, tandarts of apotheker;2° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsonderofficier van niveau B beogen en die aanvaard worden in het eerste jaar van een basisvorming in een instelling van het hoger onderwijs met het oog op het behalen van een bachelor;3° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsonderofficier van niveau C beogen en die houder zijn van het diploma van het hoger secundair onderwijs of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift;4° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsvrijwilliger beogen;5° kandidaat-militairen die een loopbaan van reservemilitair beogen, met uitzondering van degenen die afkomstig zijn van de bijzondere werving. § 2. De bijzondere werving is de werving van : 1° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsofficier van niveau A beogen en die houder zijn van een master of een bijkomende master;2° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsofficier van niveau B beogen en die houder zijn van een bachelor;3° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsonderofficier van niveau B beogen en die houder zijn van het diploma van bachelor;4° kandidaat-militairen die een loopbaan van reservemilitair beogen. De bijzondere werving bedoeld in het eerste lid, 4°, wordt onderverdeeld in een basis bijzondere werving en in een laterale bijzondere werving. De basis bijzondere werving is de werving van : 1° kandidaat-militairen die een loopbaan van reserveofficier beogen en die houder zijn van een master;2° kandidaat-militairen die een loopbaan van reserveonderofficier beogen en die houder zijn van een bachelor. De laterale bijzondere werving is de werving van kandidaat-militairen die de loopbaan van reserveofficier beogen, die houder zijn van een master en die een beroepservaring in het beoogde domein kunnen rechtvaardigen waarvan de minimale duur door de Koning bepaald wordt. § 3. De laterale werving is de werving van beroepsofficieren van niveau A, voor de invulling van vacatures in welbepaalde domeinen, die niet ingevuld kunnen worden door personeelsleden van Defensie. De sollicitanten voor de laterale werving moeten houder zijn van een master of van een bijkomende master en een specifieke beroepservaring in het beoogde domein bezitten. De specifieke beroepservaring bedoeld in het tweede lid moet buiten Defensie verworven zijn en door de door de Koning aangewezen overheid beoordeeld worden als beantwoordend aan de eisen van de vacature. De duur van deze beroepservaring wordt door de Koning bepaald per beoogd domein. § 4. De aanvullende werving is de werving van : 1° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsofficier van niveau A beogen en die aanvaard worden in de loop van een basisvorming in een industriële hogeschool of in de hogere zeevaartschool, of van de basisvorming van arts, dierenarts, tandarts of apotheker; 2° kandidaat-militairen die een loopbaan van beroepsonderofficier van niveau B beogen en die aanvaard worden in de loop van een basisvorming in een instelling van het hoger onderwijs met het oog op het behalen van een bachelor.". Art. 21.In artikel 6, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden ", waaronder het taalstelsel van de vacatures.De minister mag zich evenwel onthouden het taalstelsel van de vacatures van een wervingssessie van de bijzondere werving te bepalen indien hij oordeelt dat het beperkte aantal vacatures van deze sessie het rechtvaardigt."; 2° in het tweede en het derde lid worden de woorden "De minister of de overheid die hij hiertoe aanwijst" vervangen door de woorden "De door de Koning aangewezen overheid". Art. 22.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "militair" vervangen door de woorden "kandidaat-militair"; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "De sollicitant mag op 31 december van het jaar van zijn inlijving de leeftijd van 34 jaar, of van 26 jaar wanneer het een kandidaat-piloot betreft, niet bereikt hebben."; 3° het derde lid wordt opgeheven; 4° het vroegere vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt : "In afwijking van het tweede lid, kan de Koning voor bepaalde wervingen die Hij bepaalt, een andere maximale leeftijdsgrens vaststellen, zonder dat die lager mag zijn dan 25 jaar.". Art. 23.Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 8.De sollicitant moet aan volgende voorwaarden voldoen : 1° niet wegens lichamelijke ongeschiktheid definitief op pensioen gesteld of door reform ontslagen zijn;2° niet definitief uit zijn ambt zijn ontheven door ontslag van ambtswege, oppensioenstelling van ambtswege of dienstverbreking van ambtswege behalve wegens medische ongeschiktheid voor de luchtdienst of wegens beroepsonbekwaamheid voor de luchtdienst;3° geen kandidaat-militair zijn in dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort werving;4° de hoedanigheid van militair niet verloren hebben wegens het overgaan naar de geschiktheidscategorie D, bedoeld in artikel 69, zevende lid, behalve als deze overgang te wijten is geweest aan een medische ongeschiktheid;5° de hoedanigheid van kandidaat-militair in dezelfde of in een lagere personeelscategorie, niet verloren hebben, in de twaalf maanden die voorafgaan aan de dag waarop hij zich opnieuw inschrijft;6° niet reeds tweemaal mislukt zijn in een vormingsjaar van een vormingscyclus in dezelfde personeelscategorie;7° voor de sollicitant kandidaat voor de luchtdienst, niet uit een categorie van het varend personeel geschrapt geweest zijn, behalve indien deze schrapping plaatsgevonden heeft op zijn aanvraag of wegens medische ongeschiktheid voor de luchtdienst;8° niet reeds eerder de hoedanigheid van kandidaat-militair verloren hebben wegens onvoldoende karakteriële hoedanigheden in dezelfde of lagere personeelscategorie, in de vierentwintig maanden die voorafgaan aan de dag waarop hij zich opnieuw inschrijft;9° na toewijzing van een functie, niet reeds driemaal, naargelang het geval, van een inlijving afgezien hebben of zonder gegronde reden afwezig zijn geweest op de dag van de inlijving. In afwijking van het eerste lid, 2°, mag de sollicitant kandidaat voor de luchtdienst echter niet definitief uit zijn ambt zijn ontheven door ontslag van ambtswege, oppensioenstelling van ambtswege of dienstverbreking van ambtswege wegens medische ongeschiktheid voor de luchtdienst of wegens beroepsonbekwaamheid voor de luchtdienst.". Art. 24.In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  58. a)in de bepaling onder 2° wordt het woord "andere" ingevoegd tussen de woorden "zijn van een" en de woorden "lidstaat van";
  59. b)de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : "3° blijk geven van de onontbeerlijke morele hoedanigheden;";
  60. c)de bepalingen onder 9° en 10° worden ingevoegd, luidende : "9° geen negatief veiligheidsadvies gekregen hebben van het stafdepartement inlichtingen en veiligheid, afgeleverd op basis van een veiligheidsverificatie overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007155 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de personeelsenveloppe van militairen type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht type wet prom. 25/05/2000 pub. 26/10/2000 numac 2000015116 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het WEU-Akkoord inzake veiligheid, gedaan te Brussel op 28 maart 1995 type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007154 bron ministerie van landsverdediging Wet tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking sluiten9 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, of deze veiligheidsverificatie niet geweigerd hebben.In afwijking van artikel 22septies van de voornoemde wet is de sollicitant die het voorwerp uitmaakt van een veiligheidscertificatie geen retributie verschuldigd; 10° voldoen aan de reglementaire voorschriften betreffende het voorkomen van de militair.". Art. 25.In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  61. a)in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° desgevallend, proeven van schoolse of beroepskennis;";
  62. b)in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt : "3° proeven tot beoordeling van de fysieke geschiktheid en van de medische geschiktheid.";
  63. c)in paragraaf 1, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Sommige selectieproeven kunnen : 1° geheel of gedeeltelijk in het buitenland plaatsvinden; 2° in het Engels worden ondergaan, voor zover een deel van de basisvorming in het Engels wordt verstrekt.";
  64. d)in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform" vervangen door de woorden "de medische commissie van beroep";
  65. e)paragraaf 2 wordt aangevuld met drie leden, luidende : "De medische commissie van beroep doet uitspraak over het beroep tegen een beslissing van medische ongeschiktheid bedoeld in het eerste lid. Deze commissie betekent, met een aangetekende zending, haar beslissing aan betrokkene. Naast de voorzitter bestaat de medische commissie van beroep uit minstens drie militaire geneesheren van het actief kader, en wordt eventueel bijgestaan door specialisten en een secretaris. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de concrete samenstelling en de werking van de medische commissie van beroep.". Art. 26.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 11.Geeft geen blijk van de onontbeerlijke morele hoedanigheden bedoeld in artikel 9, eerste lid, 3°, de sollicitant die, naargelang het geval : 1° veroordeeld werd tot een criminele straf;2° veroordeeld werd tot een correctionele straf van drie maanden of meer, met uitzondering van de strafbare feiten die de Koning bepaalt in functie van hun verenigbaarheid met de staat van militair;3° ontzet werd uit een openbaar ambt of uit één van de rechten zoals bepaald in artikel 31, 1° en 6°, van het Strafwetboek, ongeacht het gepleegde misdrijf; 4° als reservemilitair van ambtswege uit zijn graad ontzet werd of van wie de graad werd ontnomen omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige, niet met zijn staat van militair overeen te brengen feiten of die, naargelang het geval, om dezelfde redenen vervroegd in disponibiliteit of met onbepaald of met definitief verlof werd gesteld wanneer hij vrijwillige encadreringsprestaties verrichtte.". Art. 27.Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 12.De Koning bepaalt : 1° de selectieproeven evenals de regels volgens dewelke de selectieproeven georganiseerd worden, naargelang de personeelscategorie, de soort werving, of de vacature;2° de regels volgens dewelke de sollicitant beoordeeld wordt tijdens de selectieproeven, de geldigheidsduur van de resultaten van deze proeven en de periode die moet verlopen vooraleer deze proeven opnieuw mogen worden afgelegd;3° de door de sollicitant voor te leggen documenten die bevestigen dat hij aan de nationaliteitsvoorwaarde en aan de studievoorwaarden voldoet, en dat hij blijk geeft van de onontbeerlijke morele hoedanigheden;4° voor de onderdaan van een andere lidstaat van de Europese economische ruimte dan België, of van de Zwitserse Bondsstaat, de overheid die zich uitspreekt over de gelijkwaardigheid in de wetgeving van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, van de in artikel 11 bedoelde beoordelingscriteria van de morele hoedanigheden;5° de studievoorwaarden;6° de voorwaarden en de nadere regels betreffende het samenstellen en het gebruik van een wervingsreserve. De bepaling van het eerste lid, 2°, betreffende de maximumgeldigheidsduur van de resultaten van de proeven, is evenwel niet toepasselijk op de sollicitant die definitief medisch ongeschikt verklaard wordt. De studievoorwaarden bedoeld in het eerste lid, 5°, worden bepaald volgens de soort werving en de beoogde personeelscategorie, met de volgende vereiste minimumniveaus : 1° de sollicitant kandidaat-officier moet geschikt zijn om studies op niveau hoger onderwijs aan te vatten;2° de sollicitant kandidaat-onderofficier moet geslaagd zijn in de graad van het secundair onderwijs die met zijn soort werving overeenstemt; 3° de sollicitant kandidaat-vrijwilliger moet het basisonderwijs beëindigd hebben.". Art. 28.Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 13.De sollicitanten kandidaat-officieren of -onderofficieren worden toegewezen aan de vacatures waarvoor zij solliciteren, volgens een classificatiemodel dat gebruik maakt van een parallelle sequentiële toewijzingsmethode. De sollicitanten kandidaat-vrijwilligers worden toegewezen aan de vacatures waarvoor zij solliciteren, volgens een psychometrisch classificatiemodel. De classificatie houdt rekening met : 1° de mate van geschiktheid van de sollicitanten voor de diverse vacatures;2° de voorkeur van de sollicitanten;3° het belang dat gehecht wordt aan de invulling van de diverse vacatures. De wegingscoëfficiënten, die gebruikt worden voor de uitvoering van de classificatiemodellen, worden bepaald door de overheid die de Koning aanwijst. De Koning legt de vorken vast tussen dewelke de in het vierde lid bedoelde wegingscoëfficiënten kunnen worden bepaald. De inhoud, de berekeningsregels, de criteria en het algoritme van de classificatiemodellen worden bepaald in een reglement vastgesteld door de minister.". Art. 29.Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 14.Voor het wervingsproces van de sollicitant kandidaat-officier of -onderofficier is de wervingscommissie bevoegd voor : 1° de deliberatie van de sollicitanten, in functie van de behoeften van de Krijgsmacht en op basis van de resultaten van alle selectieproeven;2° de toepassing van het classificatiemodel op de gedelibereerde sollicitanten;3° de toewijzing van de vacatures aan de sollicitanten overeenkomstig de bepalingen van artikel 13;4° de evaluatie van de resultaten van de classificatieprocedure. Naast de voorzitter bestaat de wervingscommissie uit minstens zes leden, en wordt eventueel bijgestaan door specialisten en een secretaris. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de concrete samenstelling en de werking van de wervingscommissie. Voor het wervingsproces van de sollicitant kandidaat-vrijwilliger is de door de Koning aangewezen overheid bevoegd voor : 1° de toepassing van het classificatiemodel op de sollicitanten;2° de toewijzing van de vacatures aan de sollicitanten overeenkomstig de bepalingen van artikel 13; 3° de evaluatie van de resultaten van de classificatieprocedure.". Art. 30.In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "medische zorgen" vervangen door de woorden "ziekteverzorging verstrekt, bij voorkeur en in voorrang, door de medische component";2° in het derde lid worden de woorden "van de aandoeningen bedoeld in het tweede lid" ingevoegd tussen de woorden "ambulant of niet," en de woorden "en mogen niet". Art. 31.In artikel 18, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "3° en 4° " vervangen door de woorden "2° tot 4° ". Art. 32.In titel III, hoofdstuk I, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt : "Afdeling 1. De hoedanigheid van kandidaat-militair en van militair". Art. 33.Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 21.De sollicitant verwerft de hoedanigheid van kandidaat-militair op de dag van zijn inlijving, voor zover hij medisch geschikt beschouwd wordt en nadat hem werd verklaard dat hij onderworpen is aan de militaire wetten. Het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-militair wordt vastgesteld door het opmaken van een document, ondertekend door de sollicitant die een kopie ervan krijgt. In periode van oorlog gebeurt de vaststelling van het vervullen van deze formaliteit door alle rechtsmiddelen. Het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-militair wordt bekrachtigd door de ondertekening van een dienstnemingsakte waarvan de minister het model bepaalt. Een exemplaar van de ingevulde akte wordt overhandigd aan de betrokken kandidaat-militair. De korpscommandant van het inlijvingsorganisme is de bevoegde overheid om het document in ontvangst te nemen waarin de sollicitant erkent dat hij onderworpen is aan de militaire wetten, alsook de dienstnemingsakte. In voorkomend geval heeft de dienstneming van rechtswege en op de datum ervan, voor gevolg het ontslag uit het ambt in de hoedanigheid van militair of de verbreking van elke vroegere dienstneming of wederdienstneming in de hoedanigheid van kandidaat-militair. In periode van oorlog en in oorlogstijd worden de lopende dienstnemingen van rechtswege verlengd tot de dag door de minister vastgesteld en uiterlijk tot de dag bepaald voor het op vredesvoet brengen van het leger. De niet-ontvoogde minderjarige sollicitant moet het bewijs leveren, onder de vorm van een getuigschrift, van de toestemming van degene of degenen die te zijner opzichte de ouderlijke macht uitoefenen. De sollicitant die zijn woonplaats in het buitenland heeft, legt een document voor dat als evenwaardig beschouwd wordt met voormeld getuigschrift. De Koning bepaalt : 1° de nadere regels betreffende het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-militair en de dienstnemingsprocedure; 2° de gevallen waarin de sollicitant toegestaan wordt op een latere datum de hoedanigheid van kandidaat-militair te verwerven, evenals de maximale duur van de vertraging die kan toegestaan worden.". Art. 34.In dezelfde wet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende : "Art. 21/1.De hoedanigheid van kandidaat-militair wordt van rechtswege ontnomen door de overheid die de Koning aanwijst wanneer : 1° de kandidaat-militair definitief mislukt wordt bevonden omdat hij :
  66. a)niet de vereiste professionele hoedanigheden bezit, overeenkomstig de van kracht zijnde regels aangaande de beoordeling van de professionele hoedanigheden, en hetzij niet kan, hetzij niet wenst gereclasseerd te worden;
  67. b)niet de vereiste karakteriële hoedanigheden bezit, overeenkomstig de van kracht zijnde regels aangaande de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden, en hetzij niet kan, hetzij niet wenst gereclasseerd te worden;
  68. c)niet de vereiste fysieke hoedanigheden bezit, overeenkomstig de van kracht zijnde regels inzake de beoordeling van de fysieke geschiktheid, de vorming hetzij niet kan, hetzij niet wenst voort te zetten en hetzij niet kan, hetzij niet wenst gereclasseerd te worden;2° de kandidaat-militair niet meer voldoet aan de eisen die op medisch vlak of op het vlak van beroepsbekwaamheid gesteld worden en zijn vorming hetzij niet kan, hetzij niet wenst voort te zetten;3° de kandidaat-militair niet meer de vereiste morele hoedanigheden bezit, overeenkomstig de regels van kracht inzake de beoordeling van de morele hoedanigheden;4° de kandidaat-militair bedoeld in artikel 3, 13°, a), en in artikel 87, eerste lid, op zijn verzoek, de verbreking van zijn dienstneming of wederdienstneming verkrijgt;5° de kandidaat-militair bedoeld in artikel 3, 13°, b), op zijn verzoek, hiervoor de toestemming bekomt van de chef defensie of van de door hem aangewezen overheid;6° de dienstneming of wederdienstneming van de kandidaat-militair van ambtswege verbroken wordt;7° de kandidaat-militair geen onderdaan meer is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat, of wanneer hij, in toepassing van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, het voorwerp uitmaakt van een beslissing tot verwijdering van het grondgebied, terugwijzing of uitzetting;8° de kandidaat-militair wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd en hetzij niet kan, hetzij niet wenst gereclasseerd te worden;9° een periode van oorlog wordt afgekondigd voor de kandidaat die geen achttien jaar oud is. Wanneer het verlies van hoedanigheid van kandidaat-militair bedoeld in het eerste lid, van toepassing is op een ongehuwde en niet ontvoogde kandidaat-militair die minder dan achttien jaar oud is, worden zij die ten opzichte van hem het ouderlijk gezag uitoefenen, hiervan bij aangetekende zending in kennis gesteld. De geldelijke en sociale rechten van de kandidaat-militair die de hoedanigheid van kandidaat heeft verloren in toepassing van het eerste lid, 9°, worden gevrijwaard tot zijn heropneming.". Art. 35.In dezelfde wet wordt een artikel 21/2 ingevoegd, luidende : "Art. 21/2.De kandidaat-militair verwerft de hoedanigheid van officier, onderofficier of vrijwilliger de dag volgend op deze tijdens dewelke hij zijn kandidaatsperiode met succes heeft beëindigd.". Art. 36.Artikel 22 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 22.De hoedanigheid van officier, onderofficier of vrijwilliger wordt van rechtswege ontnomen door de Koning of de overheid die Hij aanwijst, wanneer de militair : 1° geen onderdaan meer is van een lidstaat van de Europese economische ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat, of, in toepassing van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, het voorwerp uitmaakt van een beslissing tot verwijdering van het grondgebied, terugwijzing, of uitzetting;2° definitief op pensioen wordt gesteld;3° de overplaatsing doet zoals bedoeld in de artikelen 141 en 144, 2° ;4° een nieuwe beroepsactiviteit aanvangt, zoals bedoeld in artikel 168 in het kader van de externe mobiliteit;5° zijn ontslag op aanvraag verkrijgt;6° definitief uit zijn ambt wordt ontheven overeenkomstig artikel 57, eerste lid, artikel 58 of artikel 59, eerste lid;7° zich in één van de in artikel 72/3 bedoelde gevallen bevindt. Art. 37.Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 23.§ 1. De kandidaat-militairen bedoeld in artikel 3, 13°, a), beginnen hun loopbaan met de cyclus basisvorming bedoeld in artikel 88. Tijdens de cyclus basisvorming verwerven de kandidaat-militairen de competenties nodig voor het uitoefenen van een basisfunctie. Bij hun opname in de hoedanigheid van beroepsmilitair bezitten de vrijwilligers de competenties die overeenstemmen met een basisfunctie, en bezitten de officieren en onderofficieren de competenties van de vakrichting waartoe de basisfunctie behoort. § 2. In de loop van hun loopbaan verwerven de militairen, naargelang het geval, één of meerdere competenties, teneinde : 1° verder te evolueren in hun functie of vakrichting;2° functies uit te oefenen in een competentiepool;3° specifieke functies bedoeld in de artikelen 111 en 112, uit te uitoefenen in hun vakrichting of een competentiepool; 4° van functie of vakrichting te veranderen volgens de bepalingen bedoeld in de artikelen 40 tot 42.". Art. 38.In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  69. a)paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.De personeelscategorieën zijn : 1° de "officieren", benoemd of aangesteld in een officiersgraad;2° de "onderofficieren", benoemd of aangesteld in een onderofficiersgraad; 3° de "vrijwilligers", benoemd of aangesteld in een vrijwilligersgraad.";
  70. b)in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "in § 1, eerste lid, 1° " vervangen door de woorden "in § 1, 1° ";
  71. c)in paragraaf 2, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Dienen in de hoedanigheid van officier van niveau B, de officieren en de onderofficieren bedoeld in artikel 3, 33°.". Art. 39.Artikel 26 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 40.In artikel 27 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  72. a)in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 10° opgeheven;
  73. b)in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De volgende ondercategorieën van officieren worden onderscheiden : 1° de titularissen van de graden bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, worden lagere officieren genoemd;2° de titularissen van de graden bedoeld in het eerste lid, 5° tot 7°, worden hoofdofficieren genoemd; 3° de titularissen van de graden bedoeld in het eerste lid, 8° en 9°, worden opperofficieren genoemd.";
  74. c)het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3.De lagere officieren dienen, naargelang het geval, in de hoedanigheid van officier van niveau A of officier van niveau B. De hoofd- en opperofficieren dienen in de hoedanigheid van officier van niveau A. De officieren van niveau B kunnen slechts in de graden van lager officier worden benoemd.". Art. 41.Artikel 28 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 42.Artikel 29 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 43.Artikel 30 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 44.Het artikel 31 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3. De onderofficieren dienen, naargelang het geval, in de hoedanigheid van onderofficier van niveau B of onderofficier van niveau C.". Art. 45.In artikel 32 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 4° opgeheven;2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 7° opgeheven;3° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden de woorden "4° tot 6° " vervangen door de woorden "5° en 6° ";4° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de bepaling onder 3° opgeheven. Art. 46.Artikel 33 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 47.Artikel 34 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 34.De militair of de kandidaat-militair die, in functie van zijn beoogde personeelscategorie, voor het eerst benoemd of aangesteld wordt in de graad van respectievelijk kapitein, onderluitenant, sergeant of eerste soldaat legt de bij het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1938 pub. 24/10/2001 numac 2001000545 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende het gebruik der talen bij het leger Duitse vertaling sluiten2 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie, voorgeschreven eed af in de handen van zijn korpscommandant.". Art. 48.Artikel 35 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 35.Onder voorbehoud van de bepalingen inzake de benoeming en de aanstelling van de kandidaat-militairen bedoeld in de artikelen 81/5, 82 en 83/1, worden : 1° de officieren door de Koning in de graad benoemd of aangesteld;2° de onderofficieren door de minister in de graad benoemd of aangesteld;3° de vrijwilligers door de door de Koning aangewezen overheid in de graad benoemd of aangesteld. De graden kunnen slechts verleend worden naargelang van het overeenkomstige aantal ambten.". Art. 49.In artikel 36 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 1° opgeheven;2° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "of een kandidaat-militair" ingevoegd tussen de woorden "voor een militair" en de woorden "die in een graad aangesteld";3° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 50.In artikel 37 van dezelfde wet worden de woorden "Deze verzaking is onherroepelijk." vervangen door de woorden "Hij kan één keer op zijn beslissing terugkomen. Deze beslissing wordt evenwel onherroepelijk drie jaar nadat de betrokken militair zijn beslissing schriftelijk aan de door de Koning aangewezen overheid heeft meegedeeld.". Art. 51.In het opschrift van afdeling 4 van hoofdstuk I van titel III van dezelfde wet worden de woorden ", de expertisedomeinen" opgeheven. Art. 52.Artikel 38 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 38.De Koning stelt de lijst van de vakrichtingen en de competentiepools vast. Iedere inschrijving van een officier of onderofficier in een vakrichting en, in voorkomend geval, elke verwerving door een militair van een competentiepool gebeurt op basis van de personeelsbehoeften van de Krijgsmacht, op één van de wijzen en volgens de voorwaarden bepaald in de artikelen 39 tot 42.". Art. 53.In dezelfde wet wordt een artikel 38/1 ingevoegd, luidende : "Art. 38/1.De officieren houden op tot een vakrichting te behoren eens zij in een graad van opperofficier worden benoemd of voor de periode waarin zij in een graad van opperofficier worden aangesteld voor de uitoefening van het ambt of een functie van de hogere graad.". Art. 54.In dezelfde wet wordt een artikel 38/2 ingevoegd, luidende : "Art. 38/2.In het kader van de bevordering van de opper- en hoofdofficieren en van de hoofdonderofficieren, en in functie van de behoeften van de organisatie van de Krijgsmacht, kan de Koning de enveloppe van de militairen van het actief kader verdelen, overeenkomstig artikel 5 van de wet van 25 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007155 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de personeelsenveloppe van militairen type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht type wet prom. 25/05/2000 pub. 26/10/2000 numac 2000015116 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het WEU-Akkoord inzake veiligheid, gedaan te Brussel op 28 maart 1995 type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007154 bron ministerie van landsverdediging Wet tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking sluiten betreffende de personeelsenveloppe van militairen.". Art. 55.In artikel 39 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De voorlopige inschrijving in een vakrichting of, naargelang het geval, in een groep van vakrichtingen heeft plaats op het tijdstip waarop de militair een basisvorming aanvangt."; 2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De definitieve inschrijving in een vakrichting heeft plaats uiterlijk wanneer de betrokken militair zijn basisvorming met succes heeft beëindigd."; 3° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "of een expertisedomein" opgeheven en worden de woorden "expert, deskundige, eerste sergeant of eerste soldaat" vervangen door de woorden "kapitein, sergeant of eerste sergeant-majoor";4° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.De verwerving van een competentiepool heeft plaats wanneer de betrokken militair : 1° in voorkomend geval, met succes een vervolmakingscursus heeft gevolgd, ter verwerving van deze competentiepool; 2° een positieve beoordeling heeft gekregen in een functie afhangende van deze competentiepool, volgens de procedure en de nadere regels bepaald door de Koning.". Art. 56.Artikel 40 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 40.In geval van opheffing van een vakrichting of in het belang van de dienst kan elke militair van ambtswege worden overgeplaatst van een vakrichting naar een andere, voor zover hij voldoet aan de fysieke geschiktheidscriteria en aan de medische geschiktheidscriteria van zijn nieuwe vakrichting. Deze overplaatsing en, in voorkomend geval, de eraan verbonden vormingen of basisvormingen, worden door de door de Koning aangewezen overheid voorgeschreven. De definitieve inschrijving in de nieuwe vakrichting heeft plaats uiterlijk wanneer de betrokken militair de in het tweede lid bedoelde vormingen of basisvormingen met succes heeft beëindigd.". Art. 57.Artikel 41 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 41.Elke militair kan op zijn aanvraag worden overgeplaatst van een vakrichting naar een andere, voor zover hij voldoet aan de fysieke geschiktheidscriteria en aan de medische geschiktheidscriteria van zijn nieuwe vakrichting. Deze overplaatsing en, in voorkomend geval, de eraan verbonden vormingen of basisvormingen worden door de door de Koning aangewezen overheid voorgeschreven. De definitieve inschrijving in de nieuwe vakrichting heeft plaats uiterlijk wanneer de betrokken militair de in het tweede lid bedoelde vormingen of basisvormingen met succes heeft beëindigd.". Art. 58.In artikel 42 van dezelfde wet worden de woorden "beoogde vakrichtingen, expertisedomeinen of competentiepools voldoen" vervangen door de woorden "beoogde vakrichtingen voldoen". Art. 59.In titel III, hoofdstuk I, afdeling 4, van dezelfde wet wordt een artikel 42/1 ingevoegd, luidende : "Art. 42/1.Iedere militair, ongeacht de functie die hij uitoefent of in welke vakrichting hij ingeschreven is, kan worden aangewezen om dienstprestaties te verrichten in elk organisme van de Krijgsmacht.". Art. 60.In artikel 43 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  75. a)in de bepaling onder 1° worden de woorden "en de militaire experts" opgeheven;
  76. b)in de bepaling onder 2° worden de woorden "en de militaire deskundigen" opgeheven. Art. 61.In artikel 44 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De militair kan gedetacheerd worden wegens een officiële opdracht bij een instelling van internationaal publiek recht, bij een buitenlandse regering, bij elke openbare dienst die afhangt van de federale overheid, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de agglomeraties, de federaties en de verenigingen van gemeenten, de politiezones, de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007155 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de personeelsenveloppe van militairen type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht type wet prom. 25/05/2000 pub. 26/10/2000 numac 2000015116 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het WEU-Akkoord inzake veiligheid, gedaan te Brussel op 28 maart 1995 type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007154 bron ministerie van landsverdediging Wet tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking sluiten7 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, alsook bij de instellingen die van dergelijke openbare dienst afhangen, of bij de instellingen die van Defensie afhangen."; 2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 62.In artikel 45, eerste lid, 2°, van dezelfde wet wordt de bepaling onder
  77. c)opgeheven. Art. 63.In artikel 46 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid wordt het woord "verzoek" vervangen door het woord "aanvraag" en wordt het woord "preadvies" vervangen door het woord "voorbereiding";2° het artikel wordt aangevuld met zeven leden, luidende : "De militair die geaffecteerd is in een internationaal of intergeallieerd organisme kan een tijdelijke ambtsontheffing op aanvraag bekomen voor zover de aanvraag gemotiveerd is door uitzonderlijke persoonlijke redenen die door de door de Koning aangewezen overheid worden beoordeeld.Deze tijdelijke ambtsontheffing duurt drie maanden en kan slechts één keer worden toegekend. De militair die een post uitoefent waarvoor een specifiek en zeldzaam competentieprofiel vereist is, kan geen tijdelijke ambtsontheffing op aanvraag bekomen. De Koning bepaalt deze posten per personeelscategorie, en eventueel per personeelsondercategorie. Om gemotiveerde uitzonderlijke persoonlijke redenen, kan de militair bedoeld in het vijfde lid evenwel een aanvraag indienen bij de minister om een tijdelijke ambtsontheffing op aanvraag te bekomen. Deze tijdelijke ambtsontheffing duurt drie maanden. Wegens encadreringsbehoeften kan de aanvraag voor een tijdelijke ambtsontheffing op aanvraag van een militair geweigerd worden door de minister, om de goede werking en de continuïteit van de Krijgsmacht te garanderen. Indien een tijdelijke ambtsontheffing op aanvraag door de minister wordt aanvaard, heeft deze uitwerking ten laatste drie maanden na de datum van indienen van de aanvraag, behalve indien de betrokken militair zelf een latere uitwerking vraagt dan de voornoemde drie maanden. Indien het dienstbelang het vereist teneinde de operationele capaciteiten van de Krijgsmacht te vrijwaren kan de minister evenwel een latere datum bepalen, maar ten laatste : 1° negen maanden na de datum van indienen van de aanvraag voor de officieren;2° zes maanden na de datum van indienen van de aanvraag voor de onderofficieren en de vrijwilligers. Het vierde tot het zesde en het negende lid zijn niet van toepassing op een tijdelijke ambtsontheffing om gezinsredenen.". Art. 64.In artikel 47 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Elke tijdelijke ambtsontheffing of elke verlenging wordt uitgedrukt in maanden en wordt aangevraagd voor een duur van minimum drie maanden en maximum twaalf maanden.". Art. 65.In artikel 48 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Elke loopbaanonderbreking of elke verlenging wordt uitgedrukt in maanden en wordt aangevraagd voor een duur van minimum drie maanden en maximum twaalf maanden."; 2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Onverminderd de toepassing van artikel 176, mag de militair in loopbaanonderbreking enkel de bijkomende activiteit als loontrekkende uitoefenen die werd toegestaan ten minste drie maanden vóór het begin van de loopbaanonderbreking, binnen de voorwaarden en de grenzen van deze toestemming.Hij mag eveneens een zelfstandige activiteit uitoefenen."; 3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "en de militaire experts" opgeheven;4° in paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "wanneer een bijkomende activiteit in loondienst een hoofdactiviteit wordt" vervangen door de woorden "indien hij zijn bijkomende activiteit niet uitoefent binnen de voorwaarden en de grenzen van de toestemming bedoeld in het eerste lid". Art. 66.In artikel 49, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden ", voor zover het belang van de dienst dit niet in de weg staat," opgeheven. Art. 67.In artikel 50 van dezelfde wet worden de woorden "en de militaire experts" opgeheven. Art. 68.Artikel 51 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 51.§ 1. Wanneer de minister oordeelt dat de aanwezigheid van een militair in de Krijgsmacht nadelig is voor de tucht of voor de goede naam van de Krijgsmacht, kan hij, ambtshalve of op voorstel van de hiërarchische meerderen van de militair, deze laatste bij ordemaatregel schorsen. De schorsing bij ordemaatregel is een voorlopige maatregel die geenszins van tuchtrechtelijke aard is. § 2. De betrokken militair wordt vooraf gehoord over de feiten die hem ten laste worden gelegd en mag zich laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze. Hij wordt opgeroepen bij kennisgeving tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending, en wordt geacht gehoord te zijn geweest zelfs indien hij daar geen ontvangst van bevestigt, zodra de bedoelde oproeping hem een tweede maal werd voorgelegd na een redelijke termijn. Wanneer het horen van de militair voor de schorsing bij ordemaatregel onmogelijk is of wanneer een toestand van hoogdringendheid dit rechtvaardigt, kan de minister of een hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant, onverwijld en tot de uitspraak van de schorsing bij ordemaatregel, een militair preventief verwijderen. Indien hij niet gehoord kon worden voorafgaand aan deze preventieve verwijdering, wordt de militair onverwijld na de uitspraak ervan gehoord. Wanneer de hoogdringendheid wordt ingeroepen, mag de militair niet meer dan vijftien werkdagen preventief verwijderd worden. Als maatregel van inwendige ordre heeft de preventieve verwijdering bedoeld in het derde lid geen enkele gevolgen voor de betrokken militair op het gebied van het administratieve of geldelijke statuut. § 3. De duur van de schorsing bij ordemaatregel mag de drie maanden niet overschrijden. Indien noodzakelijk, mits het naleven van de bepalingen van § 2, kan de schorsing, per periodes van drie maanden verlengd worden tot een maximumduur van twee jaar. Deze verlenging wordt door de Koning beslist voor de officieren en door de minister beslist voor de onderofficieren en de vrijwilligers. Wanneer een opsporingsonderzoek of een strafvervolging werd ingesteld wegens de feiten die de schorsing motiveren, moet deze evenwel uiterlijk zes maanden na het einde van de rechtsvordering een einde nemen. Er kan op elk ogenblik een einde gesteld worden aan de schorsing bij ordemaatregel door de minister die, in voorkomend geval, de modaliteiten van de regularisatie van de betrokken militair bepaalt. § 4. Wanneer een bij ordemaatregel geschorste militair van zijn vrijheid wordt beroofd, wordt deze schorsing van rechtswege geschorst tot de datum van invrijheidstelling van de betrokken militair. Op deze datum begint van rechtswege de resterende periode van de schorsing bij ordemaatregel opnieuw te lopen, zonder nieuwe betekening aan deze laatste. Anderzijds, wanneer de schorsing bij ordemaatregel wordt betekend aan een militair in voorlopige hechtenis, wordt de uitwerking van de schorsing bij ordemaatregel van rechtswege geschorst tot de invrijheidstelling van betrokken militair, zonder nieuwe betekening aan deze laatste. § 5. Wanneer een militair bij ordemaatregel geschorst wordt, of wanneer deze schorsing wordt verlengd, zonder dat een procedure die aanleiding kan geven tot een statutaire maatregel werd ingesteld, wordt een onderzoeksraad, aangesteld door de minister en samengesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 57, vijfde lid, belast met het uitbrengen van een advies over deze schorsing. De Koning regelt de procedure van de onderzoeksraad bedoeld in het eerste lid.". Art. 69.In artikel 52 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.De militair kan op elk ogenblik zijn ontslag schriftelijk aanbieden. Dit ontslag heeft pas uitwerking wanneer de Koning voor de officieren, de minister voor de onderofficieren en de overheid die de minister aanwijst voor de vrijwilligers, het heeft aanvaard. Het ontslag dat werd aanvaard, heeft uitwerking, naargelang het geval : 1° ten laatste drie maanden na de datum van indienen van de aanvraag, behalve indien de betrokken militair een latere uitwerking vraagt dan de drie voornoemde maanden;2° indien het dienstbelang het vereist teneinde de operationele capaciteiten van de Krijgsmacht te vrijwaren, op de datum bepaald door de Koning of de overheid die Hij aanduidt, maar ten laatste :
  78. a)negen maanden na de datum van indienen van de aanvraag voor de officieren;
  79. b)zes maanden na de datum van indienen van de aanvraag voor de onderofficieren en de vrijwilligers."; 2° in paragraaf 3, 5°, worden de woorden "zijn aanvraag indient wanneer hij" opgeheven. Art. 70.In artikel 53 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid vervangen als volgt : "Evenwel, voor zover hij de leeftijd van opruststelling niet bereikt heeft, kan de militair die sinds ten hoogste drie jaar de hoedanigheid van militair heeft verloren na zijn ontslag op aanvraag, van de Koning voor wat de officieren betreft, van de minister voor wat de onderofficieren en de vrijwilligers betreft, de toestemming bekomen om opnieuw in het actief kader opgenomen te worden.Hij ondergaat in dit geval een verlies van anciënniteit gelijk aan de tijd die sinds zijn ontslag verlopen is."; 2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 71.In artikel 55 van dezelfde wet wordt het woord "Indien" vervangen door de woorden "Onverminderd de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten4 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, indien", worden de woorden "directeur generaal human resources" vervangen door het woord "minister", en wordt het woord "tien" vervangen door het woord "vijf". Art. 72.In Artikel 56 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "of een militaire expert" opgeheven; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Wanneer de militair geschorst werd bij ordemaatregel vóór het nemen van de beslissing van tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel, wordt de afwezigheid voortvloeiend uit de tijdelijke ambtsontheffing verminderd met de reeds ondergane periode van schorsing bij ordemaatregel.". Art. 73.In artikel 57 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "en de militaire experts" opgeheven; 2° het derde lid wordt vervangen als volgt : "De onderzoeksraad gaat na of de feiten vaststaan en brengt, in voorkomend geval, advies uit over de ernst ervan en over hun onverenigbaarheid met de staat van militair overeenstemmend met zijn personeelscategorie."; 3° het vierde lid wordt vervangen als volgt : "De onderzoeksraad kan aan de minister voorstellen om een andere maatregel dan de definitieve ambtsontheffing uit te spreken."; 4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "De onderzoeksraad, waarvan de procedure wordt bepaald door de Koning, wordt gevormd door vijf leden, bekleed met minstens een hogere graad dan de militair die verschijnt of met meer anciënniteit in dezelfde graad, en waarvan minstens twee leden tot dezelfde personeelscategorie als de militair die verschijnt behoren.Deze leden worden aangeduid overeenkomstig de nadere regels bepaald door de Koning. De onderzoeksraad wordt bijgestaan door een secretaris aangewezen door de overheid die de Koning aanwijst.". Art. 74.In artikel 58 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "Behalve indien de volgende veroordelingen werden uitgesproken met uitstel en voor zover dit uitstel niet wordt herroepen, wordt de militair definitief uit zijn ambt ontheven zonder de tussenkomst van een onderzoeksraad indien hij veroordeeld wordt overeenkomstig artikel 19 van het Strafwetboek of artikel 5 van het Militair Strafwetboek of tot de, zelfs tijdelijke, ontzetting uit één van de rechten bedoeld in artikel 31, 1° en 6°, van het Strafwetboek."; 2° in het tweede lid worden de woorden "en de militaire experts" opgeheven. Art. 75.In artikel 59, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "met een bij de post aangetekende brief" vervangen door de woorden "tenminste met een aangetekende zending". Art. 76.In titel III, hoofdstuk I, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen als volgt : "Afdeling 6. - De anciënniteit en de benoeming". Art. 77.Artikel 61 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 61.Onder voorbehoud van de bepalingen inzake de aanstelling en benoeming van de kandidaat-militairen overeenkomstig de artikelen 82 en 83/1, en van de bepalingen inzake de aanstelling van militairen in een hogere graad overeenkomstig de artikelen 74 en 75, wordt de anciënniteit in de graad bepaald door de datum van benoeming in deze graad.". Art. 78.Artikel 62 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 62.Onder voorbehoud van de bepalingen bedoeld in artikel 83/2 inzake de rangschikking van de kandidaat-militairen waarvan, naargelang het geval, de benoeming of de aanstelling op dezelfde dag uitwerking heeft, wordt de betrekkelijke anciënniteit van de officieren, onderofficieren of vrijwilligers die op dezelfde datum in dezelfde graad benoemd zijn, bepaald : 1° door hun anciënniteit in de vorige graad;2° bij gelijke anciënniteit in de vorige graad, in functie van de anciënniteit in de lagere graden;3° bij gelijke anciënniteit in de lagere graden, in functie van de dienstanciënniteit binnen de betrokken personeelscategorie; 4° bij gelijke dienstanciënniteit binnen de betrokken personeelscategorie, in functie van de leeftijd van de militair.". Art. 79.Artikel 63 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 80.In artikel 64 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden ", van de anciënniteit in een vormingsniveau" opgeheven;2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "uitvoering van de" ingevoegd tussen de woorden "niet met de" en "dienst verband houdend";3° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "het ontslag" vervangen door de woorden "het verlies van de hoedanigheid van militair";4° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 81.In titel III, hoofdstuk I, afdeling 6, van dezelfde wet wordt een artikel 64/1 ingevoegd, luidende : "Art. 64/1.§ 1. De militair die van ambtswege of ingevolge van een wijziging in de organisatie van de Krijgsmacht overgeplaatst wordt, neemt in zijn nieuwe vakrichting rang in met zijn graad en zijn anciënniteit in die graad. Hij volgt, wat de bevordering betreft, het lot van de militairen van deze nieuwe vakrichting die tegelijk met hem benoemd zijn in de graad welke hij bekleedt en die een normale loopbaan hebben gehad. § 2. De militair die op zijn aanvraag overgeplaatst wordt, wordt in zijn nieuwe vakrichting gerangschikt na de militairen met dezelfde anciënniteit in zijn graad. Indien hij naderhand opnieuw van ambtswege of ingevolge van een wijziging in de organisatie van de Krijgsmacht wordt overgeplaatst bij toepassing van artikel 40 of artikel 42, krijgt hij zijn oorspronkelijke rangschikking terug. Hij volgt, wat de bevordering betreft, het lot van de militairen van deze nieuwe vakrichting die tegelijk met hem benoemd zijn in de graad waarin hij benoemd werd na zijn basisvorming, en die een normale loopbaan hebben gehad. Indien deze laatsten hem evenwel voor de bevordering reeds zijn voorbijgegaan, is het tweede lid van paragraaf 1 op hem van toepassing.". Art. 82.In dezelfde afdeling 6 wordt een artikel 64/2 ingevoegd, luidende : "Art. 64/2.§ 1. Binnen de perken gesteld in de paragrafen 2 tot 4, bepaalt de Koning voor de bevordering in de graad, in voorkomend geval, per vakrichting en voor de categorieën van militairen die Hij vaststelt, de minimum anciënniteit in de onmiddellijk lagere graad. § 2. Geen officier kan in de graad van majoor benoemd worden indien hij niet ten minste elf jaar anciënniteit als officier van het actief kader heeft. Geen officier kan in de graad van luitenant-kolonel, kolonel of in een opperofficiersgraad benoemd worden indien hij geen twee jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad. § 3. Geen onderofficier kan in de graad van adjudant-chef worden benoemd indien hij niet tenminste tien jaar anciënniteit als onderofficier van het actief kader heeft. Behalve in periode van oorlog kan geen onderofficier in de onmiddellijk hogere graad benoemd worden, indien hij niet ten minste twee jaar werkelijke dienst heeft volbracht in de graad waarmee hij bekleed is. § 4. Behalve in periode van oorlog kan geen vrijwilliger in de graad van korporaal, van korporaal-chef, van eerste korporaal-chef worden benoemd indien hij niet ten minste twee jaar werkelijke dienst heeft volbracht in de onmiddellijk lagere graad. Voor de benoeming in de graad van eerste soldaat volstaat evenwel één jaar werkelijke dienst. Behalve in periode van oorlog kan geen vrijwilliger in de graad van korporaal-chef worden benoemd indien hij niet ten minste tien jaar werkelijke dienst heeft volbracht als vrijwilliger.". Art. 83.In dezelfde afdeling 6 wordt een artikel 64/3 ingevoegd, luidende : "Art. 64/3.De benoemingen van de officieren en de onderofficieren gebeuren binnen de vakrichting waartoe zij behoren in toepassing van de bepalingen van artikel 38. De opperofficieren worden benoemd volgens de nadere regels die de Koning bepaalt en die de belangen van de Krijgsmacht moeten in overeenstemming brengen met een billijke verhouding in deze graden tussen de vakrichtingen, binnen een groep van vakrichtingen en binnen een intervakrichtingengroep. De hoofdofficieren en hoofdonderofficieren worden benoemd binnen de in het eerste lid bedoelde vakrichting volgens de nadere regels die de Koning bepaalt en die de belangen van de Krijgsmacht moeten in overeenstemming brengen met een billijke verhouding in deze graden tussen de vakrichtingen, binnen een groep van vakrichtingen en binnen een intervakrichtingengroep. Het derde lid is niet van toepassing op de vakrichtingen of de personeelscategorieën die de Koning aanwijst.". Art. 84.In artikel 65 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "hetzij in voorlopige hechtenis," ingevoegd tussen de woorden "op non-activiteit," en de woorden "hetzij bij ordemaatregel";2° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "weer in werkelijke dienst genomen wordt nadat hij" vervangen door de woorden "de dienst herneemt nadat hij";3° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, wordt het woord "vervoegt" vervangen door het woord "voegt";4° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 7° opgeheven; 5° in paragraaf 2 wordt het eerste lid aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende : "8° de militair die de dienst herneemt nadat hij in voorlopige hechtenis is geweest."; 6° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De Koning voor de officieren en de minister voor de andere militairen kunnen bijzondere schikkingen treffen voor de regularisatie van de bevordering van de militairen bedoeld in deze paragraaf.". Art. 85.In artikel 66 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, 1°, worden de woorden "op het ogenblik van zijn postbeoordeling" opgeheven;2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de bepaling onder 2°, aangevuld met de woorden "of bij de inplaatsstelling op de post";3° in paragraaf 1, tweede lid, 3°, worden de woorden "competenties van" vervangen door de woorden "competenties verbonden aan de functie uitgeoefend door";4° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden ", de vakrichting, het expertisedomein of de competentiepool" opgeheven;5° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.De rechtstreekse meerdere van de militair die beoordeeld wordt, evenals de rechtstreekse meerderen van voornoemde meerdere, die voldoen aan de vereisten vastgesteld door de Koning, maken de postbeoordeling op. Er kan tijdens de procedure een beroep gedaan worden op raadgevers, waarvan de kwalificaties door de Koning worden bepaald. De beoordeelde persoon kan een verweerschrift indienen op het tijdstip en volgens de procedure bepaald door de Koning. Dit verweerschrift wordt bij de postbeoordeling gevoegd. De hiërarchische keten kan geen vermelding "onvoldoende" geven op de postbeoordeling van een militair, indien hij voordien geen functioneringsgesprek heeft gehad."; 6° in paragraaf 3, worden de woorden "operationele categorie" vervangen door de woorden "geschiktheidscategorie";7° paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 86.Artikel 67 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 67.Het potentieel van de officieren en de onderofficieren maakt het voorwerp uit van een inschatting, "potentieelinschatting" genoemd. Deze inschatting vindt plaats in het domein van het beheer van : 1° taken;2° het persoonlijke functioneren;3° de relaties met medewerkers;4° interpersoonlijke relaties;5° informatie. Voor de officieren vindt deze inschatting ten minste plaats ter gelegenheid van de statutaire voortgezette vorming bedoeld in artikel 111, eerste lid, 2°. Voor de onderofficieren vindt deze inschatting ten minste plaats ter gelegenheid van de voortgezette vorming bedoeld in artikel 112, eerste lid, 2°. Bovendien kan, in voorkomend geval, de overheid die de Koning aanwijst een bijkomende potentieelinschatting voorzien. De Koning bepaalt de nadere regels van de potentieelinschatting. De Koning kan een dienst van Defensie of een organisatie extern aan Defensie belasten met de organisatie en de uitvoering van de potentieelinschatting.". Art. 87.Artikel 68 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 68.§ 1. De militair wordt beoordeeld inzake zijn fysieke geschiktheid en zijn medische geschiktheid. Deze beoordeling gebeurt op basis van fysieke geschiktheidscriteria en van medische geschiktheidscriteria. § 2. De militair moet voldoen aan de fysieke geschiktheidscriteria die door de Koning worden bepaald, naargelang het geval, per leeftijdscategorie, per geslacht en per functie of nevenfunctie. In voorkomend geval kan de Koning bijkomende fysieke geschiktheidscriteria bepalen voor het uitoefenen van bepaalde activiteiten. Om te bewijzen dat hij voldoet aan de fysieke geschiktheidscriteria moet de betrokken militair slagen in de fysieke proeven die de Koning bepaalt. De resultaten van deze proeven worden bekrachtigd door de korpscommandant van betrokken militair. De beoordeling van de fysieke geschiktheid gebeurt : 1° volgens een periodiciteit die de Koning bepaalt;2° ten laatste zes maanden na het bezetten van een nieuwe functie; § 3. De militair moet voldoen aan de medische geschiktheidscriteria overeenstemmende met het vereiste medische profiel. De medische geschiktheidscriteria worden bepaald door de Koning, naargelang het geval, per vakrichting, functie of nevenfunctie. In voorkomend geval kan de Koning, voor het uitoefenen van bepaalde activiteiten, bijkomende medische geschiktheidscriteria bepalen. Bovendien bepaalt de Koning : 1° de overheden, die een advies moeten geven over de medische geschiktheid van de militair;2° de overheden die bevoegd zijn om te beslissen over de medische geschiktheid van de militair;3° de procedure die leidt tot de beoordeling van de medische geschiktheid van de militair. De beoordeling van de medische geschiktheid gebeurt : 1° volgens een periodiciteit bepaald door de Koning per functie, nevenfunctie of post;2° op aanvraag van :
  80. a)de korpscommandant van betrokken militair;
  81. b)betrokken militair;
  82. c)de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair;
  83. d)de geneesheer die belast is met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort;
  84. e)de door de Koning aangewezen overheden;3° op het ogenblik dat de militair zijn eenheid vervoegt na een ononderbroken afwezigheid om gezondheidredenen van meer dan achtentwintig dagen;4° ten laatste zes maanden na het ogenblik waarop vastgesteld werd dat betrokken militair niet meer voldeed aan zijn medische profiel. Over een periode van zesendertig opeenvolgende maanden mag de duur van de afwezigheid om gezondheidsredenen niet meer dan vierentwintig maanden bedragen. De militaire commissie voor geschiktheid en reform of de militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform kan deze duur evenwel per gedeelte van maximum twaalf maanden verlengen, tot een maximumduur van zestig maanden, in de volgende gevallen : 1° voor de militair die aan een aandoening lijdt waarvoor er voldoende aanwijzingen zijn voor een mogelijke genezing;2° voor de militair die aan een ernstige en langdurige aandoening lijdt. Onder ernstige en langdurige aandoeningen worden enkel de chronische, somatische of fysieke aandoeningen van lange duur begrepen.". Art. 88.In het opschrift van onderafdeling 3 van afdeling 8 van hoofdstuk I van titel III van dezelfde wet worden de woorden "operationele categorieën" vervangen door het woord "geschiktheidscategorieën". Art. 89.Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 69.Het deel uitmaken van een geschiktheidscategorie wordt jaarlijks bepaald, en voor de eerste keer, na afloop van de periode van opleiding. Het deel uitmaken van een geschiktheidscategorie wordt bepaald op datum van 1 januari van een jaar en wordt, voor wat betreft de professionele en de fysieke geschiktheid, bepaald voor de duur van dat hele jaar. De militair behoort tot een van de volgende geschiktheidscategorieën : A, B, C of D. Voor een bepaald jaar, behoort de militair tot de geschiktheidscategorie A, voor zover : 1° hij op 31 december van het voorgaande jaar, minstens een vermelding "voldoende" heeft bekomen ter gelegenheid van zijn twee laatste postbeoordelingen;2° en hij op 31 december van het voorgaande jaar aan de vereiste fysieke geschiktheidscriteria voldoet;3° en hij aan de medische geschiktheidscriteria voldoet om te worden ingezet in de functie en, in voorkomend geval, de nevenfunctie die hij uitoefent. Voor een bepaald jaar, behoort de militair tot de geschiktheidscategorie B, voor zover : 1° hij op 31 december van het voorgaande jaar een vermelding "voldoende" ter gelegenheid van zijn laatste postbeoordeling en een vermelding "onvoldoende" ter gelegenheid van zijn voorlaatste postbeoordeling bekomen heeft;2° of hij op 31 december van het voorgaande jaar niet voldoet aan de vereiste fysieke geschiktheidscriteria;3° of hij, op basis van de beslissing van een door de Koning aangewezen overheid, voor medische redenen voor een gecumuleerde duur van meer dan een maand en minder dan een jaar :
  85. a)zijn functie of, in voorkomend geval, zijn nevenfunctie, niet kan uitoefenen zonder beperking;
  86. b)of niet kan worden ingezet in één van de deelstanden bedoeld in artikel 190, 3°, 4° of 6°. Voor een bepaald jaar, behoort de militair tot de geschiktheidscategorie C : 1° indien hij op 31 december van het voorgaande jaar voor de eerste keer een vermelding "onvoldoende" ter gelegenheid van zijn laatste postbeoordeling heeft bekomen;2° of indien hij op 31 december van het voorgaande jaar tot de geschiktheidscategorie B behoorde, overeenkomstig het vijfde lid, 2°, en op 31 december van het voorgaande jaar, nog steeds niet voldeed aan de vereiste fysieke geschiktheidscriteria;3° of hij, op basis van de beslissing van een door de Koning aangewezen overheid, voor medische redenen voor een gecumuleerde duur van meer dan een jaar :
  87. a)zijn functie of, in voorkomend geval, zijn nevenfunctie, niet kan uitoefenen zonder beperking;
  88. b)of niet kan worden ingezet in één van de deelstanden bedoeld in artikel 190, 3°, 4° of 6° ;4° of indien een procedure voor het verschijnen voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform is opgestart ten aanzien van de betrokken militair. Voor een bepaald jaar, behoort de militair tot de geschiktheidscategorie D : 1° indien hij op 31 december van het voorgaande jaar twee vermeldingen "onvoldoende" bekomen heeft ter gelegenheid van zijn twee laatste postbeoordelingen;2° of indien hij op 31 december van het voorgaande jaar tot de geschiktheidscategorie C behoorde, overeenkomstig het zesde lid, 2°, en op de voormelde datum van het voorgaande jaar, nog steeds niet voldeed aan de vereiste fysieke geschiktheidscriteria;3° of indien hij de periode van afwezigheid om gezondheidsredenen bedoeld in artikel 68, § 3, zesde lid, overschrijdt. De korpscommandant moet de procedure voor het verschijnen voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform opstarten voor de militair die gedurende een periode van zesendertig opeenvolgende maanden, vierentwintig maanden niet voldaan heeft aan de medische geschiktheidscriteria om ingezet te worden in de functie en desgevallend de nevenfunctie die hij uitoefent. De militair voor wie een procedure opgestart is om te verschijnen voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform of de militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform, kan evenwel niet naar de "geschiktheidscategorie D" overgaan vóór het afsluiten van deze procedure. Periodes van eventuele ongeschiktheid verband houdende met moederschaps- en ouderschapsbescherming worden niet in rekening genomen voor de berekening van de voornoemde maximumtermijnen. Na een afwezigheid om gezondheidsredenen kan de militair, voor zover de dienst het toelaat, van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair, de toestemming krijgen om halftijds te werken om medische redenen. De periodes gedurende dewelke de militair die een dergelijke toestemming heeft gekregen, afwezig is, moeten verrekend worden in de in het zevende lid, 3°, bedoelde periode. De toestemming om halftijds te werken voor medische redenen, mag niet worden verleend voor meer dan zes maanden gedurende de periode dat de militair aan dezelfde aandoening lijdt.". Art. 90.Artikel 70 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 70.De militair die tot de geschiktheidscategorie C behoort wegens het niet voldoen aan de fysieke geschiktheidscriteria of aan de medische geschiktheidscriteria noodzakelijk voor de uitoefening van een bepaalde functie, moet om overgeplaatst te kunnen worden, op aanvraag of van ambtswege, naar een andere functie, in voorkomend geval in een andere vakrichting, de dag van zijn overplaatsing, beantwoorden aan de fysieke geschiktheidscriteria en aan de medische geschiktheidscriteria voor de uitoefening van zijn nieuwe functie. De militair die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, wordt voorlopig overgeplaatst naar zijn nieuwe functie en wordt, in voorkomend geval, voorlopig ingeschreven in zijn nieuwe vakrichting. Om definitief overgeplaatst te kunnen worden naar een andere functie, en in voorkomend geval, in een andere vakrichting, moet de militair : 1° in voorkomend geval, de vorming verbonden aan zijn nieuwe functie en vastgesteld in een reglement uitgevaardigd door de minister, met succes gevolgd hebben;2° voor zijn postbeoordeling in zijn nieuwe functie, minstens een eindvermelding "voldoende" hebben gekregen. De Koning bepaalt de nadere regels van deze overplaatsing.". Art. 91.Artikel 71 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 71.De militair die tot de geschiktheidscategorie D behoort, kan van ambstwege de hoedanigheid van militair verliezen. Het verlies van hoedanigheid wordt door de minister uitgesproken. Voor de officieren wordt de maatregel evenwel door de Koning uitgesproken op basis van het gemotiveerd advies van de minister. Wanneer de betrokken militair een beroep heeft ingediend bij de in artikel 178/2 bedoelde beroepsinstantie, wordt het verlies van hoedanigheid uitgesproken door de Koning of de minister op gemotiveerd advies van de beroepsinstantie.". Art. 92.Artikel 72 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 72.De militair die tot de geschiktheidscategorie D behoort, kan, op beslissing van de minister of van de in artikel 178/2 bedoelde beroepsinstantie, de hoedanigheid van militair behouden voor een periode van : 1° twee jaar, indien de betrokken militair minder dan acht jaar werkelijke dienst heeft volbracht; 2° drie jaar, indien de betrokken militair ten minste acht jaar werkelijke dienst heeft volbracht.". Art. 93.In titel III, hoofdstuk I, afdeling 8, onderafdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 72/1 ingevoegd, luidende : "Art. 72/1.De militair die, op het einde van de in artikel 72 bedoelde periode, tot de geschiktheidscategorie D blijft behoren, kan, naargelang het geval : 1° de hoedanigheid van militair verliezen overeenkomstig artikel 71; 2° op beslissing van de minister of van de in artikel 178/2 bedoelde beroepsinstantie, de hoedanigheid van militair opnieuw behouden voor een periode gelijk aan deze bedoeld in artikel 72.". Art. 94.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 72/2 ingevoegd, luidende : "Art. 72/2.Onverminderd de toepassing van de artikelen 72 en 72/1, kan de militair die tot de geschiktheidscategorie D behoort en die vijf jaar of minder van de datum van zijn opruststelling verwijderd is, op beslissing van de minister of van de in artikel 178/2 bedoelde beroepsinstantie, de hoedanigheid van militair behouden tot zijn opruststelling, voor zover hij minstens de vermelding "voldoende" heeft bekomen ter gelegenheid van zijn twee laatste postbeoordelingen en hij minstens deze vermelding behoudt ter gelegenheid van de latere postbeoordelingen.". Art. 95.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 72/3 ingevoegd, luidende : "Art. 72/3.Verliest van rechtswege de hoedanigheid van militair : 1° de militair die, op het einde van de in artikel 72/1, 2°, bedoelde periode, tot de geschiktheidscategorie D blijft behoren; 2° de militair bedoeld in artikel 72/2 die de vermelding "onvoldoende" bekomt ter gelegenheid van een latere postbeoordeling.". Art. 96.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 72/4 ingevoegd, luidende : "Art. 72/4.De bepalingen van deze onderafdeling zijn niet van toepassing op de kandidaat-militairen. De kandidaat-militair die de vereiste professionele, fysieke of karakteriële hoedanigheden niet meer bezit of aan de medische geschiktheidscriteria niet meer voldoet om zijn basisvorming voort te zetten, gaat evenwel over naar de geschiktheidscategorie B in afwachting van de beslissing van de bevoegde commissie of overheid.". Art. 97.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 72/5 ingevoegd, luidende : "Art. 72/5.In afwijking van de voorwaarden bedoeld in artikel 163/1 kan de militair die niet meer voldoet aan de fysieke geschiktheidscriteria of aan de medische geschiktheidscriteria noodzakelijk voor het bezetten van een bepaalde functie, en die niet naar een andere functie kan worden overgeplaatst, van een maand van dienstontheffing en van de informatiefase van de in artikel 165 bedoelde beroepsomschakeling genieten. Om van de voornoemde maatregelen te kunnen genieten, moet de militair : 1° de vermelding "voldoende" hebben bekomen ter gelegenheid van zijn twee laatste postbeoordelingen; 2° in geval van fysieke ongeschiktheid, de beroepsinstantie bedoeld in artikel 178/2 hebben gevat.". Art. 98.In artikel 73 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Deze beoordelingen moeten aangewend worden met het oog op een sociale promotie zoals bedoeld in artikel 114."; 2° in het derde lid wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° een bevordering;"; 3° het derde lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende : "3° het nemen van statutaire maatregelen bedoeld in de artikelen 54 tot 59.". Art. 99.Artikel 74 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende : "Om reden van zijn bijzondere functie is de militaire commandant van het Paleis der Natie niet verplicht de voor de bevordering opgelegde examens af te leggen. De betrokken officier zal evenwel, ingeval hij weer in de organieke kaders van de Krijgsmacht opgenomen wordt, de graad of de graden die hij door aanstelling verkregen heeft terwijl hij buiten kader was, slechts behouden indien hij voldaan heeft aan de voorwaarden vastgesteld door de desbetreffende wetten en onderrichtingen.". Art. 100.Artikel 75 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 75.§ 1. In uitzonderingsgevallen kan een officier of een onderofficier tot wederopzeggens aangesteld worden om het ambt van een hogere graad in zijn personeelscategorie uit te oefenen of voor het vervullen van functies in internationale instellingen of intergeallieerde militaire formaties. In uitzonderingsgevallen kan de Koning bij wege van aanstelling de graad van brigade-generaal of flottielje-admiraal verlenen voor de uitoefening van functies in Belgische vertegenwoordigingen in het buitenland, in internationale instellingen, in intergeallieerde militaire formaties, en voor de uitoefening van nationale functies met een internationaal karakter. De graad van brigade-generaal of flottielje-admiraal staat hiërarchisch onmiddellijk onder de graad van generaal-majoor of divisieadmiraal. Voor de aanstelling bedoeld in het eerste lid van officieren, en in het tweede lid van brigade-generaal of flottielje-admiraal, wordt het besluit van aanstelling evenals het verslag aan de Koning in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt. De aanstelling voor de uitoefening van een ambt van de hogere graad vervalt op de datum waarop de minister beslist dat de opdracht ten einde is. § 2. De Koning kan, bij wege van aanstelling, de graad van generaal of van admiraal verlenen voor de uitoefening van de volgende ambten : 1° hoofd van het Militair Huis van de Koning;2° chef defensie. Deze graad kan eveneens bij wege van aanstelling verleend worden voor de uitoefening van functies in internationale instellingen of in intergeallieerde militaire formaties. De graad van generaal of admiraal staat hiërarchisch onmiddellijk boven de graad van luitenant-generaal of vice-admiraal. § 3. De aangestelde militair oefent de functies uit van de graad waarin hij is aangesteld en draagt er de kentekens van. Enkel de graad waarin de militair benoemd is, komt evenwel in aanmerking voor de toepassing van deze wet. De militair die in een graad aangesteld werd, behoudt deze graad eershalve wanneer hij op pensioen gesteld wordt bij het verstrijken van de periode waarin hij de functies uitgeoefend heeft die zijn aanstelling noodzakelijk maakten.". Art. 101.In artikel 76 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De Koning wijst bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de opperofficier aan die het ambt van chef defensie uitoefent.". Art. 102.Artikel 77 van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden "of admiraal". Art. 103.In dezelfde wet wordt een artikel 77/1 ingevoegd, luidende : "Art. 77/1.Volgens de nadere regels en de procedure die de Koning bepaalt voor elke van de betrokken categorieën, maken de militairen en kandidaat-militairen die deelnemen aan de luchtdienst deel uit van een van de volgende categorieën van het varend personeel : 1° het gebrevetteerd varend personeel;2° het gebrevetteerd varend reservepersoneel;3° het leerling-varend personeel;4° het gecertificeerd varend personeel. De militairen en kandidaat-militairen worden uit deze categorieën geschorst of geschrapt door de minister, overeenkomstig het advies van de adviesorganen waarvan de Koning de concrete samenstelling en de te volgen procedure bepaalt.". Art. 104.In dezelfde wet wordt een artikel 77/2 ingevoegd, luidende : "Art. 77/2.Wanneer het leger gemobiliseerd is, kan de Koning de toepassing schorsen van de artikelen 39, § 1, 64/2, § 1, en § 3, tweede lid, 75, § 1, vijfde lid, 84/1, eerste lid, 139/1, tweede lid, en 139/2, tweede lid.". Art. 105.In titel III, hoofdstuk I, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 10 opgeheven. Art. 106.Artikel 78 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 107.In het opschrift van hoofdstuk II van titel III van dezelfde wet wordt het woord "initiële" opgeheven. Art. 108.Artikel 79 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 79.§ 1. De kandidaten bedoeld in artikel 3, 13°, a), en artikel 87, eerste lid, dienen krachtens opeenvolgende dienstnemingen en wederdienstnemingen. § 2. De Koning stelt de nadere regels vast voor het aangaan van een dienstneming, bedoeld in artikel 87, eerste lid, of een wederdienstneming als kandidaat-militair. § 3. De Koning stelt het aantal dienstnemingen en wederdienstnemingen en de duur ervan vast, in functie van de door Hem per type van vorming en per personeelscategorie bepaalde duur van de vorming. De duur van deze dienstnemingen mag evenwel niet minder bedragen dan twee jaar. § 4. De dienstneming bedoeld in artikel 87, eerste lid, gaat in door de ondertekening van de akte de dag waarop de kandidaat-militair zijn vorming begint. Deze akte doet elke vroegere dienstneming of wederdienstneming van rechtswege en op zijn datum eindigen. De wederdienstneming gaat in bij het verstrijken van de dienstneming.". Art. 109.In dezelfde wet wordt een artikel 79/1 ingevoegd, luidende : "Art. 79/1.De dienstneming of de wederdienstneming van een kandidaat-militair bedoeld in artikel 3, 13°, a), en artikel 87, eerste lid, kan slechts in de volgende gevallen verbroken worden : 1° door oppensioenstelling wegens definitief vastgestelde lichamelijke ongeschiktheid voor elke militaire dienst;2° door verbreking van rechtswege als gevolg van het verlies van de hoedanigheid van kandidaat-militair;3° door verbreking van ambtswege volgens de nadere regels en de procedure die de Koning vaststelt; 4° door verbreking op verzoek volgens de nadere regels die de Koning vaststelt.". Art. 110.Artikel 80 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 80.Elke kandidaat-militair bedoeld in artikel 3, 13°, a), is, vanaf zijn aanvaarding, van rechtswege met de graad van soldaat bekleed. Om aangesteld te kunnen worden tot andere graden moet de kandidaat-militair geslaagd zijn in de vorige vormingsperiode of in het vorig gedeelte van de vormingsperiode. In de gevallen die de Koning bepaalt, behoudt de kandidaat-militair de graad, waarin hij was benoemd of aangesteld op het ogenblik van zijn aanvaarding.". Art. 111.Artikel 81 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 81.§ 1. Volgens de personeelscategorie, waarvoor hij gevormd wordt, kan de kandidaat-militair bedoeld in artikel 3, 13°, a), volgens de hierna vermelde rangorde aangesteld worden in één of meerdere van de volgende graden : 1° de kandidaat-officier :
  89. a)korporaal of kwartiermeester;
  90. b)sergeant of tweede meester;
  91. c)adjudant of eerste meester-chef;
  92. d)onderluitenant of vaandrig-ter-zee tweede klasse;
  93. e)kapitein of luitenant-ter-zee;2° de kandidaat-onderofficier :
  94. a)korporaal

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.