📄 Wettekst
MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST
18 DECEMBER 2003. - Besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode
De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 2 en § 3, vervangen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;
Gelet op de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers;
Gelet op de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten, inzonderheid op artikel 39, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989 en bij de wet van 29 december 1990, artikel 39bis en 43, gewijzigd bij de wet van 3 april 1995;
Gelet op het
decreet van 22 januari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/12/2000
pub.
05/01/2001
numac
2000002134
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector
sluiten2 houdende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de
wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/12/2000
pub.
05/01/2001
numac
2000002134
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector
sluiten tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector;
Gelet op het
koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/12/2000
pub.
05/01/2001
numac
2000002134
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector
sluiten0 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen;
Gelet op het
koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/12/2000
pub.
05/01/2001
numac
2000002134
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector
sluiten1 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen;
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/02/1987
pub.
18/10/2004
numac
2004000528
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling
sluiten5 tot regeling van de valorisering van onregelmatige prestaties en van wacht- en terugroepingsprestaties en van de toekenning van toelagen betreffende specifieke werken, inzonderheid op artikel 4, 3°;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 maart 2003;
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 20 maart 2003;
Gelet op de instemming van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 8 januari 2003;
Gelet op de instemming van de Minister der Pensioenen, gegeven op 16 april 2003;
Gelet op het protocol nr. 139/4 van het Comité gemeen aan alle overheidsdiensten, opgesteld op 2 december 2003;
Gelet op de protocollen nrs. 365, 366, 368, 369 en 371 van Sectorcomité XVI, opgesteld op 20 december 2002;
Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering op 9 januari 2003 over het verzoek om adviesverlening door de Raad van State binnen een termijn van minder dan één maand;
Gelet op het advies van de Raad van State nr. 35.184/2, gegeven op 23 juni 2003, overeenkomstig artikel 84 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken;
Na beraadslaging, Besluit : BOEK I. - STATUUT VAN DE AMBTENAREN VAN HET GEWEST TITEL I. - De hoedanigheid van ambtenaar, rechten en plichten Art. LI.TI.1. De hoedanigheid van gewestelijk ambtenaar wordt erkend aan elk statutair personeelslid dat vastbenoemd is in de diensten van de Waalse Regering of in een instelling waarop het
decreet van 22 januari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/12/2000
pub.
05/01/2001
numac
2000002134
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector
sluiten2 houdende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren van toepassing is, hierna instellingen genoemd.
Art. LI.TI.2. § 1. De ambtenaren vervullen hun ambt op loyale, gewetensvolle en integere wijze onder het gezag van hun hiërarchische meerderen.
Ze zijn ertoe gehouden de vigerende wetten en regelgevingen, evenals de procedures en richtlijnen van de overheid waaronder ze ressorteren, na te leven.
Zij eerbiedigen de arbeidsinstrumenten die hen ter beschikking worden gesteld, gebruiken ze voor beroepsdoeleinden en volgens de regels vastgesteld door de overheid waarvan ze afhangen.
In hun dagelijks werk houden ze rekening met het handvest inzake goed bestuurlijk gedrag opgenomen in bijlage I bij dit besluit. § 2. De ambtenaren gaan begripsvol en vrij van enige discriminatie om met de gebruikers van hun dienst. Zij waarborgen de gebruikers een gelijke behandeling zonder onderscheid van onder meer nationaliteit, geslacht, maatschappelijke of etnische afkomst, religie of overtuigingen, handicap, leeftijd of sexuele geaardheid. § 3. Buiten de uitoefening van hun ambt voorkomen de ambtenaren elk gedrag dat het vertrouwen van het publiek in hun dienst zou kunnen schokken. § 4. Giften, gratificaties of enigerlei voordeel mogen de ambtenaren noch rechtstreeks noch via een tussenpersoon, zelfs buiten de uitoefening van hun ambt om maar op grond ervan, vragen, eisen of krijgen. § 5. De ambtenaren behandelen hun dossiers en formuleren de adviezen die bestemd zijn voor hun hiërarchische meerderen en de Regering los van elke invloed van buitenaf en geven geen enkel persoonlijk belang gehoor. De ambtenaren onthouden zich ervan deel te nemen aan het treffen van beslissingen in dossiers waar zij zelf een persoonlijk belang in hebben. § 6. De ambtenaren houden zich permanent op de hoogte van de ontwikkeling van techniek, regelgeving en onderzoek in de aangelegenheden waar ze beroepsmatig mee belast zijn.
Art. LI.TI.3. § 1. De ambtenaren genieten spreekrecht ten opzichte van de feiten waarvan ze in de uitoefening van hun ambt kennis van hebben. § 2. Het is hun enkel verboden die feiten bekend te maken die betrekking hebben op 's lands veiligheid, de bescherming van de openbare orde, de financiële belangen van de overheid, het voorkomen en het bestraffen van strafbare feiten, het medisch geheim, de rechten en de vrijheden van de burger, en in het bijzonder op het recht op eerbied voor het privé-leven; dit verbod geldt bovendien voor feiten die betrekking hebben op de voorbereiding van alle beslissingen zolang er geen eindbeslissing is getroffen, evenals voor de feiten die, als ze eenmaal bekend zijn gemaakt, schade kunnen berokkenen aan de concurrentiële positie van de instelling waar de ambtenaar tewerkgesteld is.
De bepalingen van het eerste lid gelden eveneens voor de ambtenaren die hun ambt hebben neergelegd. § 3. De ambtenaren hebben recht op informatie wat alle aspecten betreft die nuttig zijn voor hun taakvervulling. § 4. Elke rijksambtenaar heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen en er een kosteloos afschrift van te krijgen. § 5. De deelneming van de ambtenaar aan een overlegde werkonderbreking mag voor die ambtenaar er enkel toe leiden dat hem voor de onderbrekingsperiode zijn wedde ontnomen wordt. § 6. De ambtenaren hebben recht op de vorming die voor hun arbeid nuttig is. In die opleiding wordt voorzien overeenkomstig de Titels V en VI van dit boek. § 7. De ambtenaren hebben het recht om zowel door de hiërarchische meerderen als door de ondergeschikten waardig te worden behandeld.
TITEL II. - Algemene bepalingen Art. LI.TII.1. De graad is de titel die de ambtenaar in de hiërarchie situeert en hem ertoe machtigt één van de betrekkingen van de personeelsformatie die met die graad overeenstemt, te bekleden.
De graden worden ingedeeld in rangen en de rangen in niveaus.
Art. LI.TII.2. De rang bepaalt het betrekkelijk belang van een graad in zijn niveau.
De rangen worden tussen de niveaus ingedeeld als volgt : 1° in het niveau 1, zes rangen aangewezen door de letter A;2° in het niveau 2+, drie rangen aangewezen door de letter B;3° in het niveau 2, drie rangen aangewezen door de letter C;4° in het niveau 3, drie rangen aangewezen door de letter D;5° in het niveau 4, drie rangen aangewezen door de letter E. Art. LI.TII.3. De graden worden tussen de rangen ingedeeld als volgt : 1° in de rang A1, de graad van secretaris-generaal;2° in de rang A2, de graad van directeur-generaal, administrateur-generaal, elk ambt bepaald bij het decreet tot oprichting van een instelling en die erin bestaat de algemene leiding erover permanent te waarborgen;3° in de rang A3, de graad van inspecteur-generaal, adjunct-administrateur-generaal, adjunct-directeur-generaal, wetenschappelijk inspecteur-generaal;4° in de rang A4, de graad van directeur, adviseur, wetenschappelijk directeur;5° in de rang A5, de graad van eerste attaché;6° in de rang A6, de graad van attaché, wetenschappelijk attaché;7° in de rang B1, de graad van eerste gegradueerde;8° in de rang B2, de graad van eerstaanwezend gegradueerde;9° in de rang B3, de graad van gegradueerde;10° in de rang C1, de graad van eerste assistent;11° in de rang C2, de graad van eerstaanwezend assistent;12° in de rang C3, de graad van assistent;13° in de rang D1, de graad van eerste adjunct;14° in de rang D2, de graad van eerstaanwezend adjunct;15° in de rang D3, de graad van adjunct;16° in de rang E1, de graad van eerste operator;17° in de rang E2, de graad van eerstaanwezend operator;18° in de rang E3, de graad van operator. Art. LI.TII.4. De ambtenaren-generaal zijn de mandatarissen van de rangen A1, A2 en A3.
De leidend ambtenaren-generaal zijn de mandatarissen van de rangen A1 en A2.
Art. LI.TII.5. De graden van de eerste twee rangen van niveau 4 vormen een vlakke loopbaan.
Art. LI.TII.6. Enkel de betrekkingen van attaché, gegradueerde, assistent, adjunct en operator kunnen via werving worden ingevuld.
Art. LI.TII.7. § 1. Elk ministerie wordt geleid door een secretaris-generaal.
De secretaris-generaal coördineert de diensten van het ministerie en waarborgt de eenheid van beheer.
Hij beheert de diensten die het organogram van het Ministerie hem toewijst en hun personeelsbezetting.
Hij kan elke aangelegenheid die onder een directoraat-generaal ressorteert, ter sprake brengen. § 2. Elk directoraat-generaal wordt geleid door een directeur-generaal.
De directeur-generaal leidt de diensten die het organogram van het Ministerie hem toewijst en hun personeelsbezetting. § 3. Elke afdeling wordt geleid door een inspecteur-generaal. § 4. Elke directie wordt geleid door een directeur. § 5. De secretaris-generaal oefent de bevoegdheden van de directeur-generaal uit ten opzichte van het personeel van de diensten die het organogram van het Ministerie aan de Secretaris-generaal toewijst. § 6. De Regering stelt voor elke aangelegenheid die in dit besluit vermeld wordt de bevoegdheidsopdrachten die aan de ambtenaren van rang A1 en A2 verleend worden, vast. Hij somt de bevoegdheidsopdrachten op die de ambtenaren van de rangen A1 en A2 verder kunnen overdragen.
Art. LI.TII.8. § 1. De Regering stelt de personeelsformatie van het ministerie vast, evenals de benaming van de directoraten-generaal, afdelingen en directies.
De personeelsformatie drukt de maximumbehoeften aan personeel per niveau en per pool uit voor de vervulling van de opdrachten die de diensten worden toegewezen, evenals de begeleidingsfuncties in de rangen A5, B1 of C1.
Onder begeleidingsfunctie in de rang A5 dient een betrekking te worden verstaan die de verantwoordelijkheid voor de organisatie van een dienst en de evaluatie van de arbeid van het personeel inhoudt.
Onder begeleidingsfunctie in de rangen B1 en C1 dient een betrekking te worden verstaan die de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de arbeid binnen een team en de verificatie van diens uitvoering inhoudt.
Onder pool dient een groep betrekkingen te worden verstaan in de centrale diensten en de buitendiensten van een directoraat-generaal of een secretariaat-generaal in de rangen E3 tot en met A5, de begeleidingsfuncties A5, B1 of C1 uitgesloten.
Onder dienst dient een directie of een entiteit te worden verstaan die in de buitendiensten niet als directie is opgericht.
Onder hiërarchische meerdere dient elke ambtenaar-generaal, elke ambtenaar van de rang A4 of A5 of A6 belast met het beheer van een dienst te worden verstaan. § 2. Het strategisch comité bedoeld in artikel LI.TIX.CIII.1 stelt een functioneel kader vast die de betrekkingen van de pool tussen de verschillende directies verdeelt.
Het functioneel kader bepaalt de beroepen waaraan de betrekkingen beantwoorden. § 3. Onder geschiktheid wordt een betrekkelijk stabiele, geestelijke of lichamelijke, ingesteldheid die een individu kenmerkt verstaan. De geschiktheid valt onder de potentialiteiten : al is ze vereist om een bepaalde taak uit te voeren, ze kan evenwel latent blijven zolang de uitoefening van bepaalde activiteiten haar bestaan niet openbaart. De geschiktheid wordt gemeten aan de hand van tests of gestandardiseerde proeven met een psychometrisch karakter.
Onder capaciteit wordt de daadwerkelijke, rechtstreeks waarneembare en meetbare uitvoering van een geschiktheid verstaan. De capaciteit wordt verworven via een aanvankelijke leertijd, wordt dankzij de praktijk of formele processen van voortgezette opleiding verrijkt.
Onder vaardigheid wordt de uitvoering van een gestructureerd en gehiërarchiseerd systeem van theoretische of procedurale kennis verstaan, van praktische vaardigheden en psychosociale gedragshoudingen, op die wijze dat een goed geproduceerd of een dienst verleend wordt in een bepaalde context en met een bepaald kwaliteitsniveau. De uitoefening van een vaardigheid wordt altijd in een concrete situatie vastgesteld en kan van de éne op de andere situatie overgedragen worden.
Onder overkoepelende vaardigheden worden vaardigheden verstaan die gemeen zijn aan en vereist zijn voor de uitoefening van verschillende activiteiten of beroepen.
Onder beroep dient een geheel aan vaardigheden en capaciteiten te worden verstaan die vereist zijn voor de uitoefening van bepaalde categorieën van functies. § 4. In de rangen A6, B3 en C3 wordt voor het behoren tot een beroep zoals bedoeld in bijlage II bij dit besluit ervan uitgegaan dat één of verschillende diploma's of studiegetuigschriften gehouden worden overeenkomstig de lijst van bijlage III of wordt uitgegaan van de bevordering door overgang naar het hogere niveau.
In de wervingsrangen van de niveaus 3 en 4 wordt er voor het behoren tot een beroep uitgegaan van bijzondere kennis of capaciteiten overeenkomstig de lijst van bijlage II. Art. LI.TII.9. De wijzigingen van de functionele personeelsformatie worden minstens één maal per maand door de directeuren-generaal aan de secretaris-generaal medegedeeld, die ze aan de leden van de Regering meedeelt.
Art. LI.TII.10. De procedure voor de toewijzing van een betrekking kan voor een bevorderingsbetrekking één jaar voor de datum waarop vaststaat dat de betrekking vacant wordt aanvangen, twee jaar voor de datum waarop vaststaat dat de betrekking vacant wordt voor een wervingsbetrekking.
Art. LI.TII.11. Een vacante betrekking van directeur wordt achtereenvolgens ingevuld bij : 1° mutatie op verzoek van een ambtenaar van dezelfde graad die tot de personeelsformatie behoort waarin de betrekking vacant is;2° bevordering door verhoging in graad van een ambtenaar die al dan niet tot de personeelsformatie behoort waar de betrekking vacant is en mutatie op verzoek van een ambtenaar van dezelfde graad die niet behoort tot de personeelsformatie waar de betrekking vacant is. Indien een betrekking vrij komt te staan door mutatie van diens titularis wordt ze evenwel rechstreeks ingevuld door bevordering door verhoging in graad.
Art. LI.TII.12. § 1. Een vacante betrekking van eerste attaché, eerste gegradueerde, eerstaanwezend gegradueerde, eerstaanwezend gegradueerde, eerste assistent, eerstaanwezend assistent, eerste adjunct, eerstaanwezend adjunct en eerste operator wordt achtereenvolgens ingevuld bij : 1° mutatie op verzoek van een ambtenaar van de personeelsformatie waar de betrekking vacant is;2° bevordering door verhoging in graad van een ambtenaar van de personeelsformatie waar de betrekking vacant is;3° mutatie op verzoek van een ambtenaar van een andere personeelsformatie dan de personeelsformatie waar de betrekking vacant is of bevordering door verhoging in graad van een ambtenaar van een andere personeelsformatie dan de personeelsformatie waar de betrekking vacant is. Indien een betrekking vrij komt te staan door mutatie van diens titularis wordt ze evenwel rechstreeks ingevuld overeenkomstig § 1, 2°. § 2. Een vacante wervingsbetrekking wordt achtereenvolgens ingevuld bij : 1° bevordering door overgang naar het hogere niveau van een ambtenaar die al dan niet behoort tot de personeelsformatie waar de betrekking vacant is;2° mutatie op verzoek van een ambtenaar die al dan niet tot de personeelsformatie behoort waar de betrekking vacant is;3° werving. Art. LI.TII.13. Voor de toepassing van dit artikel vormen de betrekkingen van de graden eerstaanwezend operator en operator een vlakke loopbaan en loopt de ene in de andere over.
Een vacature in die betrekkingen wordt achtereenvolgens ingevuld bij : Mutatie op verzoek van een ambtenaar die al dan niet behoort tot de personeelsformatie waar de betrekking vacant is; werving.
Een vacante betrekking die vrij komt te staan na mutatie van dienst titularis wordt evenwel rechtstreeks ingevuld door werving.
Art. LI.TII.14. Jaarlijks vóór 31 januari maakt de secretaris-generaal een nominatief jaarboek der ambtenaren bekend met vermelding van hun graad, hun diploma, hun geboortedatum, hun rangschikking, hun beroep, het welslagen voor de valideringsproef van de verworven vaardigheden bedoeld in titel VI, Hoofdstuk III, van dit Boek, waarbij rekening gehouden wordt met hun administratieve anciënniteit vastgesteld overeenkomstig artikel LI.TXIII.CII.1.
Art. LI.TII.15. De administratieve standplaats van de ambtenaar is vastgesteld op de plaats waar zijn dienst gevestigd is of op elke andere plaats indien deze overeenstemt met de plaats waar zijn beroepsactiviteiten doorgaans plaatsvinden.
TITEL III. - Werving en loopbaan HOOFDSTUK I. - Werving Art. LI.TIII.CI.1. Niemand kan tot ambtenaar worden benoemd zonder de volgende toelaatbaarheidsvereisten zoals volgt te vervullen : 1° een gedrag hebben dat overeenstemt met de vereisten van het ambt;2° burger- en politieke rechten genieten;3° voldoen aan de wetten op de dienstplicht;4° het bezit van de medische geschiktheid die vereist is voor de uitoefening van het ambt kunnen aantonen;5° houder zijn van een diploma of een studiegetuigschrift dat in verband staat tot het niveau van de graad die volgens de tabel vermeld in bijlage II toegewezen wordt;6° de voorwaarden vervullen voor de toegang tot de betrekking vastgesteld bij de vacantverklaring van de betrekking;7° geslaagd zijn voor een vergelijkend wervingsexamen dat georganiseerd wordt door de afgevaardigd bestuurder van de Selor;8° met vrucht een stage doorlopen. Art. LI.TIII.CI.2. De benoeming heeft uitwerking vanaf de dag van toelating tot de stage.
Art. LI.TIII.CI.3. De hoedanigheid van ambtenaar wordt bevestigd door de eed die afgelegd wordt in de bewoordingen vastgesteld bij artikel 2 van het
decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/12/2000
pub.
05/01/2001
numac
2000002134
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector
sluiten4.
HOOFDSTUK II. - Stage Art. LI.TIII.CII.1. De stage heeft een duur van één jaar voor de kandidaat-ambtenaren van de niveaus 1 en 2+ en een duur van zes maanden voor de kandidaat-ambtenaren van de niveaus 2, 3 en 4.
Voor de berekening van de duur van de stage worden alle periodes waarin de stagiair zich in een dienstactiviteitspositie bevindt, in overweging genomen.
De periodes van jaarlijks verlof, syndicaal verlof, omstandigheidsverlof, verlof wegens overmacht, verlof voor de uitoefening van een ambt in een ministerieel kabinet van een lid van de Waalse Regering uitgezonderd schorsen de verlofperiodes waarop de stagiair van niveau 1 of 2+ recht heeft de duur van de stage evenwel zodra de totale duur ervan de veertig dagen overschrijdt. Voor de stagiair van niveau 2, 3 of 4 wordt die duur teruggebracht tot twintig dagen.
Art. LI.TIII.CII.2. De secretaris-generaal benoemt de door de Selor aangewezen geslaagde in de hoedanigheid van stagiair.
De benoeming in de hoedanigheid van stagiair heeft onmiddellijke uitwerking. Zij heeft evenwel uitwerking : 1° bij verstrijken van elke onbeschikbaarheidsperiode van de stagiair voor zover ze voortvloeit uit de uitvoering van wettelijke verplichtingen;2° bij verstrijken van een periode van hoogstens drie maanden aangevraagd door een geslaagde om een zelfstandige hoofdactiviteit af te handelen;3° bij verstrijken van elke onbeschikbaarheidsperiode van de stagiair die voortvloeit uit overmacht voor zover ze de zes maanden niet overschrijdt. Art. LI.TIII.CII.3. § 1. De evaluatieverslagen van de stagiairs van de niveaus 1 en 2+ worden collegiaal opgesteld door de ambtenaar van minstens rang A4 onder wie de stagiair ressorteert en de directeur van de vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest of diens gemachtigde, die aangewezen wordt onder de ambtenaren van niveau 1 van een directie vorming. § 2. De evaluatieverslagen van de stagiairs van de niveaus 2, 3 en 4 worden opgesteld door de ambtenaar van minstens rang A4 onder wie de stagiair ressorteert.
De ambtenaar van minstens rang A4 maakt de evaluatieverslagen aan de directie vorming over.
De directeur van de vorming of diens gemachtigde, die aangewezen wordt onder de ambtenaren van niveau 1 van een directie vorming, kan zijn samenwerking verlenen aan de ambtenaren die belast zijn met de evaluatie van de stagiairs van de niveaus 2, 3 en 4. § 3. Indien de stagiair zijn stage doorloopt op een ministerieel kabinet van een Lid van de Waalse Regering, stelt de Minister of diens gemachtigde de evaluatieverslagen bedoeld in de §§ 1 en 2 op.
Art. LI.TIII.CII.4. § 1. Van de evaluatiecriteria van de stagiair wordt hem kennis gegeven bij aanvang van de stage. Het betreft beoordelingscriteria voor de prestaties en beoordelingscriteria voor de geschiktheid.
De beoordelingscriteria voor de prestaties zijn volgende : - Kwaliteit van de arbeid (kwaliteit en graad van voltooiing van de arbeid - zonder het kwantitatieve rendement in aanmerking te nemen), zorgvuldigheid, juistheid en nauwkeurigheid. - Hoeveelheid arbeid (hoeveelheid arbeid verricht in een tijdsbestek bepaald zonder de kwaliteit van de arbeid in aanmerking te nemen - capaciteit voor de beoordeelde om het geheel van de taken van zijn ambt te verrichten). - Polyvalentie (capaciteit om uiteenlopende werken te verrichten en andere posities te bekleden dan die welke de stagiair worden toevertrouwd). - Beschikbaarheid (reactie van belanghebbende op de dwingende omstandigheden die voortvloeien uit de bijzondere voorwaarden of uit een verandering in het arbeidsmilieu). - Creativiteit, initiatief (capaciteit van de stagiair om nieuwe ideeën uit te denken en te bevorderen als geschiktheid om te reageren op onverwachte gebeurtenissen). - Teamgeest en sociale vaardigheid (capaciteit van de stagiair om in groep te werken met het oog op de verwezenlijking van een gemeenschappelijke doelstelling en bij te dragen tot het behoud van een aangenaam arbeidsmilieu). - Zin voor solidariteit (capaciteit om zijn collega's te helpen). § 2. De beoordelingscriteria voor de geschiktheid zijn volgende : - Inschakeling in het arbeidscircuit (kennis van het milieu, van de instellingen en besturen van het gewest, van de doelstellingen van de dienst). - Aanleren van het beroep (beheersen van de regelgeving en technieken van het beroep, kennis van de context, contacten). - Overeenstemming met het ambt. - Geschiktheid om te evolueren. § 3. De evaluatieverslagen worden opgesteld op een document waarvan het model als bijlage IV is opgenomen.
De evaluatie wordt verricht na een onderhoud met de stagiair.
Art. LI.TIII.CII.5. De stagiair voldoet aan de stage indien de meerderheid van de evaluatiecriteria positief is.
Art. LI.TIII.CII.6. Het eerste verslag wordt overgemaakt voor het einde van de derde maand wat betreft de stagiairs van niveaus 1 en 2+ en voor het einde van de tweede maand wat betreft de stagiairs van niveaus 2, 3 en 4.
Het tweede verslag wordt overgemaakt voor het einde van de negende maand wat betreft de stagiairs van de niveaus 1 en 2+ en voor het einde van de vierde maand wat betreft de stagiairs van de niveaus 2, 3 en 4.
Art. LI.TIII.CII.7. Indien uit één van de verslagen blijkt dat de stagiair niet aan de stage voldoet, kan de Regering nog voor de stage afloopt : 1° tot de verlenging van de stage beslissen met een duur die de helft van de aanvankelijke stageduur niet mag overschrijden;2° tot een poolverandering in dezelfde personeelsformatie beslissen;3° de stagiair zijn ontslag betekenen. Bij verlenging van de stage wordt er een verslag ovvergemaakt uiterlijk één maand voor het einde van de stage.
De verandering van pool houdt van rechtswege de verlenging van de stage in met een duur die de helft van de aanvankelijke stageduur niet mag overschrijden.
Art. LI.TIII.CII.8. § 1. Er wordt een stagecommissie opgericht samengesteld uit de secretarissen-generaal van de ministeries of hun gemachtigden van rang A3 en de directeur-generaal onder wie de stagiair ressorteert.
De secretaris-generaal van het ministerie van het Waalse Gewest neemt het voorzitterschap van de commissie waar.
De directeur van de vorming en de ambtenaar van minstens rang A4 bedoeld in artikel LI.TIII.CII.3. § 1 en 2 wonen de vergadering met raadgevende stem bij. § 2. Indien uit de evaluatieverslagen blijkt dat de stagiair niet aan de stage voldoet, wordt dat door de directeur van de vorming aanhangig gemaakt bij de commissie.
Na de stagiair te hebben gehoord, kan de commissie de Regering voorstellen om de stage te verlengen of om de stagiair aan een andere pool toe te wijzen.
De Commissie kan het ontslag van de stagiair voorstellen. De voorzitter van de Commissie geeft de stagiair onverwijld kennis van het voorstel tot ontslag.
Indien ontslag wordt voorgesteld, beschikt de stagiair over een beroep voor de Kamer van beroep bedoeld in artikel LI.TXI.CI.1.
De Regering treft zijn beslissing binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het advies van de Kamer van beroep, uitgebracht binnen de termijn bedoeld in artikel LI.TXI.CII.9.
Het uitblijven van een beslissing binnen die termijn wordt geacht de stagiair gunstig te zijn.
Art. LI.TIII.CII.9. De Regering verricht de vaste benoeming van de stagiair.
Art. LI.TIII.CII.10. De stagiair die de Regering beslist te ontslaan tijdens de stage of na afloop ervan, omdat hij niet voldoet, krijgt behalve in het geval van een zware fout, een opzegtermijn van drie maanden.
HOOFDSTUK III. - Medische geschiktheid Afdeling 1. - Lichamelijke geschiktheid Art. LI.TIII.CIII.1. De kandidaat : 1° die aan geen enkele kwaal lijdt die onverenigbaar is met de normale uitoefening van het ambt, mits in voorkomend geval de noodzakelijke aanpassingen;2° die aan de bijzondere lichamelijke geschiktheidseisen die door de Regering worden vastgesteld voor de uitoefening van bepaalde ambten, beantwoordt toont aan dat hij in het bezit is van de lichamelijke geschiktheid die vereist is om het ambt waarvoor hij aangeworven is, uit te oefenen. Art. LI.TIII.CIII.2. Het nazicht van de lichamelijke geschiktheid wordt door de Regering bij de dienst medisch toezicht aangevraagd die hij aanwijst overeenkomstig het
koninklijk besluit van 13 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
13/05/1999
pub.
14/07/1999
numac
1999002110
bron
ministerie van ambtenarenzaken ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit tot regeling van het medisch toezicht op het personeel van sommige overheidsdiensten
sluiten tot regeling van het medisch toezicht.
Art. LI.TIII.CIII.3. Het nazicht van de lichamelijke geschiktheid door de dienst medisch toezicht wordt voor de indienstneming verricht.
Art. LI.TIII.CIII.4. De toelaatbaarheid wordt uitgesproken door de dienst medisch toezicht ten opzichte van de kandidaat die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel LI.TIII.CIII.1.
Art. LI.TIII.CIII.5. De toelaatbaarheid onder voorbehoud wordt uitgesproken door de dienst medisch toezicht ten opzichte van de kandidaat over wiens lichamelijke geschiktheid men zich niet met zekerheid kan uitspreken.
De onder voorbehoud toegelaten kandidaat wordt tot de stage, de benoeming of de bevordering toegelaten.
Art. LI.TIII.CIII.6. De verdaging, namelijk het uitstellen van de beslissing tot toelaatbaarheid of niet-toelaatbaarheid, wordt door de dienst medisch toezicht uitgesproken ten opzichte van de kandidaat die lijdt aan een zich ontwikkelende of zich herhalende kwaal die de normale uitoefening van het ambt waarvoor hij is aangeworven in de weg staat.
Indien hij reeds in dienst is getreden, wordt de verdaagde kandidaat van ambtswege door de Regering uit zijn ambt ontheven.
De verdaagde kandidaat verliest het voordeel van zijn rangschikking tot op het ogenblik waarop hij toelaatbaar of toelaatbaar onder voorbehoud wordt verklaard.
Art. LI.TIII.CIII.7. De niet-toelaatbaarheid wordt uitgesproken door de dienst medisch toezicht ten opzichte van de kandidaat die niet voldoet aan de vereisten bedoeld in art. LI.TIII.CIII. 1.
De niet-toegelaten kandidaat wordt uitgesloten, indien hij nog niet in dienst is getreden, of wordt ambtshalve uit zijn ambt ontheven door de Regering, indien hij reeds in dienst is getreden.
Art. LI.TIII.CIII.8. Onverminderd de onderzoeken waartoe de dienst medisch toezicht beslist, wordt de onder voorbehoud toegelaten of verdaagde kandidaat alle zes maanden onderzocht, op eigen aanvraag of op aanvraag van de Regering.
Art. LI.TIII.CIII.9. De totale duur van de toelating onder voorbehoud of van de verdaging mag een periode van vijf jaar te rekenen van de dag van het eerste medisch onderzoek door de dienst medisch toezicht niet overschrijden.
Indien bij verstrijken van de periode van vijf jaar bedoeld in het eerste lid de dienst medisch toezicht zich niet definitief heeft kunnen uitspreken : 1° wordt de verdaagde kandidaat uitgesloten;2° wordt de onder voorbehoud toegelaten kandidaat van ambtswege door de Regering uit zijn ambt ontheven. Art. LI.TIII.CIII.10. Indien de kandidaat verwaarloosd heeft om gevolg te geven aan twee opeenvolgende oproepingen van de dienst medisch toezicht waarbij de tweede oproeping verricht is bij ter post aangetekend schrijven, licht de dienst medisch toezicht de Regering er onverwijld over in.
Zonder als toelaatbaar beoordeelde reden wordt de kandidaat uitgesloten, indien hij nog niet in dienst is getreden, of van ambtswege door de Regering uit zijn ambt ontheven indien hij reeds in dienst is getreden.
Afdeling II. - Onderzoek voor de indienstneming Art. LI.TIII.CIII.11. Indien na afloop van het medisch onderzoek voor de indienstneming verricht overeenkomstig de artikelen 125 en volgende van het Algemeen reglement over de bescherming van de arbeid en welzijn op het werk (hierna ARAB) de beslissing van de arbeidsgeneesheer tot de ongeschiktheid van de kandidaat voor een te bepalen periode besluit, wordt de kandidaat door de Regering verdaagd voor de periode bepaald door de arbeidsgeneesheer.
De verdaagde kandidaat verliest het voordeel van zijn rangschikking tot op het ogenblik waarop hij ofwel toelaatbaar ofwel toelaat onder voorbehoud wordt verklaard.
De Regering voegt bij de aanvraag bedoeld in artikel LI.TIII.CIII.2 de beslissing van de arbeidsgeneesheer bedoeld in het eerste lid.
Art. LI.TIII.CIII.12. Indien na afloop van het onderzoek voor de indienstneming verricht overeenkomstig de Codex van het welzijn op het werk de beslissing van de arbeidsgeneesheer tot de definitieve ongeschiktheid van de kandidaat besluit, wordt de kandidaat niet tot de stage toegelaten.
Art. LI.TIII.CIII.13. Indien de kandidaat verwaarloosd heeft om gevolg te geven aan twee opeenvolgende oproepingen van de dienst arbeidsgeneeskunde waarbij de tweede oproeping verricht is bij ter post aangetekend schrijven, licht de dienst medisch toezicht de Regering er onverwijld over in.
Zonder als toelaatbaar beoordeelde reden wordt de kandidaat door de Regering uit de wervingsreserve uitgesloten.
HOOFDSTUK IV. - Mandaten Art. LI.TIII.CIV13. De ambtenaren-generaal worden bij mandaat aangewezen overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Regering.
HOOFDSTUK V. - Loopbaan Afdeling I. - Algemene bepalingen Art. LI.TIII.CV.1. Er zijn drie soorten bevorderingen : 1° de bevordering door verhoging in graad.2° de bevordering door overgang naar het hogere niveau;3° de bevordering in de vlakke loopbaan. Art. LI.TIII.CV.2. Op het einde van elk kwartaal van het kalenderjaar licht de secretaris-generaal de Regering in over de wervingsbetrekkingen, de betrekkingen van directeur en de begeleidingsfuncties die vacant dienen te worden verklaard ten opzichte van de bezetting van de personeelsformatie, ofwel omdat ze onbezet zijn, ofwel omdat ze in de vierentwintig komende maanden onbezet zullen zijn voor de wervingsbetrekkingen en binnen de twaalf maanden voor de betrekkingen van directeur en de begeleidingsfuncties.
De Regering beschikt over dertig dagen om zijn opmerkingen mede te delen aan de secretaris-generaal. Als die termijn eenmaal verstreken is, worden de betrekkingen door de secretaris-generaal vacant verklaard.
De Regering benoemt de ambtenaren die bevorderd zijn.
Art. LI.TIII.CV.3. De bevordering door verhoging in graad is de benoeming in een onmiddellijk hogere graad van hetzelfde niveau als het niveau waartoe de ambtenaar behoort. Ze is ondergeschikt aan het leegstaan van een betrekking van die graad. Een ambtenaar van rang A6 kan evenwel bij bevordering door verhoging in graad in de graad van directeur worden benoemd.
De bevordering door verhoging in graad heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de benoeming. Indien de betrekking evenwel nog bezet is op de datum van de benoeming, heeft de benoeming uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de graad daadwerkelijk ophoudt bezet te zijn.
Art. LI.TIII.CV.4. Het aantal bevorderingsbetrekkingen wordt volgens de volgende normen vastgesteld voor elke personeelsformatie : 1° voor de rang A5, weddeschaal A5S, op 30 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen A6 en A5 die de weddeschalen A6S en A5S genieten;2° voor de rang A5, weddeschaal A5, op 30 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen A5 en A6 die de weddeschalen A6 en A5 genieten;3° voor de rang B1, op 16 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen B3, B2 en B1;4° voor de rang B2, op 30 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen B3, B2 en B1;5° voor de rang C1, op 16 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen C3, C2 en C1;6° voor de rang C2, op 30 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen C3, C2 en C1;7° voor de rang D1, op 20 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen D3, D2 en D1;8° voor de rang D2, op 30 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen D3, D2 en D1;9° voor de rang E1, op 50 % van het totaal van de ambtenaren van de rangen E3, E2 en E1. Zodra de bevorderingsbetrekkingen bedoeld in het eerste lid definitief onbezet zijn, worden de bevorderingen toegekend voor de kwartalen van het kalenderjaar aan de ambtenaren in de dienst zonder dat ze zich kandidaat hoeven te stellen, afzonderlijk van de mededeling bedoeld in de artikelen LI.TIII.CV.12 en LI.TIII.CV.16.
Voor de kaderfuncties in de rangen A5 of B1 of C1 kan een gedeelte van de bevorderingsbetrekkingen evenwel geïdentificeerd worden door de administratieve standplaats, de dienst en het beroep. De bevordering tot die begeleidingsfuncties maakt het voorwerp uit van een oproep tot kandidaten, elk kwartaal van het kalenderjaar.
Art. LI.TIII.CV.5. De bevordering door overgang naar het hogere niveau is de benoeming in een wervingsgraad van een hoger niveau dan het niveau waartoe de ambtenaar behoort. Ze is ondergeschikt aan het leegstaan van een betrekking van die graad.
De bevordering door overgang naar het hogere niveau heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de benoeming. Indien de betrekking evenwel nog bezet is op de datum van de benoeming, heeft de benoeming uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de graad daadwerkelijk ophoudt bezet te zijn.
Art. LI.TIII.CV.6. De bevordering in de vlakke loopbaan is de automatische benoeming in een hogere graad van hetzelfde niveau als het niveau waartoe de ambtenaar behoort zonder dat het een vacante betrekking van die graad hoeft te betreffen en zonder dat de ambtenaar zich kandidaat hoeft te stellen.
De vlakke loopbaan is enkel van toepassing op de bevorderingen van de rang E3 naar de rang E2 na acht jaar geldelijke anciënniteit en voor zover de ambtenaar niet getroffen is door een definitieve en niet-geschrapte tuchtmaatregel.
De bevordering in de vlakke loopbaan heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop alle vereiste voorwaarden zijn vervuld.
Afdeling II. - Bevordering door verhoging in graad in de graad van directeur Art. LI.TIII.CV.7. De ambtenaar van niveau 1, rang A5 of A6, die aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° een niveau-anciënniteit van acht jaar tellen;2° de gunstige evaluatie aantonen;3° niet getroffen zijn door een definitieve en niet-geschrapte tuchtmaatregel;4° houder zijn van het directie- of managementbrevet kan bevorder worden door verhoging in graad in de graad van directeur. Art. LI.TIII.CV.8. § 1. Het College bedoeld in LI.TIX.CI.1. stelt de procedure vast voor de oproep tot de kandidaten voor de betrekkingen die vacant zijn verklaard en licht er de Regering over in. § 2. De ambtenaar die voldoet aan de vereiste voorwaarden deelt jaarlijks aan de secretaris-generaal onder wie de betrekkingen vallen bij ter post aangetekend schrijven voor 1 november middels een formulier dat overeenstemt met het model vastgesteld in bijlage V de lijst van de betrekkingen van directeur mee waarnaar hij overgeplaatst dan wel bevorderd wenst te worden.
De mededeling geldt als kandidaatstelling voor de mutatie of bevordering naar de betrekkingen waarvan de toewijzingsprocedure aanvangt in de loop van het daarop volgend kalenderjaar.
Art. LI.TIII.CV.9. Het directiecomité, uitgebreid met de ambtenaar-generaal van rang A3 onder wie de in te vullen betrekking ressorteert stelt voor één januari een voorlopig voorstel van rangschikking van de kandidaten voor de mutatie binnen dezelfde personeelsformatie vast en een voorlopig voorstel van enige rangschikking van de kandidaten voor de bevordering door verhoging in graad en van de kandidaten voor de mutatie uit een verschillende personeelsformatie. Het voorlopig rangschikkingsvoorstel wordt met redenen omkleed. Daar wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst kennis van gegeven aan de kandidaten.
Elke kandidaat kan binnen de vijftien dagen van de kennisgeving zijn opmerkingen laten geworden of een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité beslist over het bezwaarschrift binnen de twee maanden na ontvangst ervan na de bezwaarindiener te hebben gehoord indien laatstgenoemde die wens geuit heeft. De bezwaarindiener kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
Van de met redenen omklede beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst kennis gegeven aan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend of die zijn opmerkingen heeft laten geworden.
Bij wijziging van de eerste voorlopige rangschikking wordt van het definitieve met redenen omklede rangschikkingsvoorstel bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst kennis gegeven aan alle kandidaten.
Afdeling III. - Bevordering door verhoging in graad tot de graden van eerste attaché, eerste gegradueerde, eerstaanwezend gegradueerde, eerste assistent, eerstaanwezend assistent, eerste adjunct, eerstaanwezend adjunct en eerste operator Art. LI.TIII.CV.10. Bevorderd door verhoging in graad kunnen worden : 1° tot de graad van eerste attaché, de attaché;2° tot de graad van eerste gegradueerde, de eerstaanwezend gegradueerde;3° tot de graad van eerstaanwezend gegradueerde, de gegradueerde;4° tot de graad van eerste assistent, de eerstaanwezend assistent;5° tot de graad van eerstaanwezend assistent, de assistent;6° tot de graad van eerste adjunct, de eerstaanwezend adjunct;7° tot de graad van eerstaanwezend adjunct, de adjunct;8° tot de graad van eerste operator, de eerstaanwezend operator. Art. LI.TIII.CV.11. § 1. Behalve voor de kaderfuncties in de rang A5 kan door verhoging in graad worden bevorderd de ambtenaar die de oudste ranganciënniteit bezit of in geval van gelijkheid de oudste dienstanciënniteit of in geval van gelijkheid die de oudste is en die voldoet aan volgende voorwaarden : 1° aantonen dat hij een gunstige evaluatie heeft;2° niet getroffen zijn door een definitieve en niet-geschrapte tuchtsanctie;3° geslaagd zijn voor een proef voor de validering van de vaardigheden voor het betrokken beroep, waaraan hij deelgenomen heeft ten vroegste vier jaar na de benoeming in zijn huidige graad. § 2. Voor de kaderfuncties in de rang A5 kan door verhoging in graad worden bevorderd de ambtenaar die aan volgende voorwaarden voldoet : 1° aantonen dat hij een gunstige evaluatie heeft;2° niet getroffen zijn door een definitieve en niet-geschrapte tuchtsanctie;3° laureaat zijn van een proef voor de validering van de vaardigheden voor het betrokken beroep, waaraan hij deelgenomen heeft ten vroegste vier jaar na de benoeming in zijn huidige graad;4° acht jaar niveau-anciënniteit tellen. § 3. De proef voor de validering van de vaardigheden voor het betrokken beroep zoals bedoeld in titel VI, Hoofdstuk III van dit boek, geldt niet voor de niveaus 3 en 4.
De ambtenaren van de niveaus 3 en 4 dienen evenwel vormingen voor het verwerven van de vaardigheden voor de betrokken beroepen te volgen.
Zij kunnen bedoelde vormingen ten vroegste vier jaar na hun benoeming in hun huidige graad volgen.
De evaluatie van de ambtenaren van de niveaus 3 en 4 houdt rekening met de gevolgen van de vormingen voor het verwerven van de vaardigheden voor het betrokken beroep op de in de dienst verrichte arbeid.
Art. LI.TIII.CV.12. § 1. De ambtenaar die voldoet aan de vereiste voorwaarden deelt jaarlijks aan de secretaris-generaal onder wie de betrekkingen ressorteren bij ter post aangetekend schrijven vóór 1 november middels een formulier conform aan het model vastgesteld in bijlage VII de lijst der betrekkingen mee waarin hij bevorderd wenst te worden.
De mededeling geldt als kandidaatstelling voor de bevordering tot de betrekkingen waarvan de toewijzingsprocedure in de loop van het daarop volgende kalenderjaar zal aanvangen. § 2. Het College bedoeld in artikel LI.TIX.CI.1 stelt de modaliteiten vast voor de uitvoering van de procedure voor de oproep tot de kandidaten voor de vacant verklaarde betrekkingen en licht er de Regering over in.
Art. LI.TIII.CV.13. § 1. Behalve voor de kaderfuncties in de rang A5 stelt de secretaris-generaal de rangschikking vast en deelt hem aan de Regering mee. § 2. Voor de kaderfuncties in de rang A5 stelt het directiecomité, uitgebreid met de ambtenaar-generaal van rang A3 onder wie de in te vullen betrekking ressorteert, voor één januari een voorlopig voorstel vast voor de rangschikking van de kandidaten voor de mutatie binnen éénzelfde personeelsformatie. Bij ontstentenis van een kandidaat voor de mutatie stelt hij een voorlopig voorstel vast voor de rangschikking van de kandidaten voor de bevordering door verhoging in graad. Bij ontstentenis van een kandidaat voor de bevordering door verhoging in graad stelt hij een voorlopig voorstel vast voor de rangschikking van de kandidaten voor de mutatie uit een verschillende personeelsformatie. Het voorlopige rangschikkingsvoorstel wordt met redenen omkleed. Daar wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst kennis van gegeven aan de kandidaten.
Elke kandidaat kan binnen de vijftien dagen na de kennisgeving zijn opmerkingen laten geworden of een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité beslist over het bezwaarschrift binnen de twee maanden na ontvangst na de bezwaarindiener te hebben gehoord indien laatstgenoemde die wens geuit heeft. De bezwaarindiener kan zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze.
Van de met redenen omklede beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst kennis gegeven aan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend of zijn opmerkingen heeft laten geworden.
Bij wijziging van de eerste voorlopige rangschikking wordt van een definitief met redenen omkleed rangschikkingsvoorstel kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan alle kandidaten.
Afdeling IV. - Bevordering door overgang naar het hogere niveau Art. LI.TIII.CV.14. Door overgang naar het hogere niveau kan worden bevorderd de ambtenaar van het of de lagere niveau(s) die aan volgende voorwaarden voldoet : 1° aantonen dat hij een positieve evaluatie heeft;2° niet getroffen zijn door een definitieve en niet-geschrapte tuchtsanctie;3° geslaagd zijn voor een vergelijkend examen voor de overgang naar betrokken niveau en beroep.De ambtenaar kan deelnemen aan voorbereidende vormingen en zich inschrijven voor het vergelijkend overgangsexamen ten vroegste vier jaar na zijn benoeming : a) in het niveau 4 voor de overgang naar niveau 3;b) in het niveau 3 of 4 voor de overgang naar niveau 2;c) in het niveau 2 voor de overgang naar het niveau 2+;d) in het niveau 2 of 2+ voor de overgang naar het niveau 1. Art. LI.TIII.CV.15. Bevorderd door overgang naar het hogere niveau kunnen worden : 1° in de graad van attaché, de ambtenaar van de niveaus 2+ of 2;2° in de graad van gegradueerde, de ambtenaar van niveau 2;3° in de graad van assistent, de ambtenaar van de niveaus 3 of 4;4° in de graad van adjunct, de ambtenaar van niveau 4. Art. LI.TIII.CV.16. § 1. De ambtenaar die voldoet aan de vereiste voorwaarden deelt jaarlijks aan de secretaris-generaal onder wie de betrekkingen ressorteren bij ter post aangetekend schrijven voor 1 november middels een formulier conform aan het model vastgesteld in bijlage VIII de lijst van de betrekkingen van attaché, gegradueerde, assistent of adjunct mee waartoe hij bevorderd wenst te worden door overgang naar het hogere niveau.
De mededeling geldt als kandidaatstelling voor de bevordering door overgang naar het hogere niveau voor de betrekkingen waarvan de toewijzingsprocedure aanvangt in de loop van het daarop volgende kalenderjaar. § 2. Het College bedoeld in artikel LI.TIX.CI.1 stelt de modaliteiten vast voor de uitvoering van de procedure voor de oproep tot de kandidaten voor de vacant verklaarde betrekkingen en licht er de Regering over in.
Art. LI.TIII.CV.17. De secretaris-generaal stelt de rangschikking vast en deelt ze aan de Regering mee.
HOOFDSTUK VI. - Hogere functies Art. LI.TIII.CVI.1. Een ambtenaar kan aangewezen worden om hogere functies uit te oefenen die beantwoorden aan ofwel een betrekking van de formatie waarvan de titularis afwezig is voor een voorspelbare duur van minstens twee maanden, ofwel een betrekking van de formatie die vacant is verklaard.
Art. LI.TIII.CVI.2. De aanwijzing voor de uitoefening van hogere functies kan verricht worden voor de betrekkingen van rang A4 evenals voor de begeleidingsfuncties van de rangen A5, B1 en C1.
Art. LI.TIII.CVI.3. § 1. Om aangewezen te worden voor de uitoefening van de hogere functies dienen volgende voorwaarden te worden vervuld : 1° tot dezelfde pool behoren;2° aantonen dat de evaluatie positief is;3° niet getroffen zijn door een definitieve en niet-geschrapte tuchtsanctie;4° de voorwaarde voor de toegang tot de rang A4, A5, B1 en C1 vervullen. § 2. Voor de rang A4 kan bij gebrek aan een ambtenaar die alle voorwaarden vervult, een ambtenaar aangewezen worden die niet houder is van het directiebrevet.
Onder ambtenaren die dezelfde voorwaarden vervullen, worden de hogere functies verleend aan de ambtenaar die het meest geschikt is om het ambt uit te oefenen.
Art. LI.TIII.CVI.4. De hogere functies worden al naar gelang van het geval beëindigd indien de titularis van het ambt zijn ambt wederopneemt of bij verstrijken van een termijn van twaalf maanden te rekenen van de dag waarop de betrekking vacant is verklaard.
Art. LI.TIII.CVI.5. In geval van aanwijzing voor de uitoefening van de hogere functies valt de administratieve standplaats van de ambtenaar samen met de betrekking die aan het ambt beantwoordt.
Art. LI.TIII.CVI.6. De ambtenaar die belast is met de hogere functies oefent alle rechten en prerogatieven uit, vervult alle plichten en draagt alle lasten die met de betrekking waarvoor hij aangewezen is, verbonden zijn.
Art. LI.TIII.CVI.7. De aanwijzingen voor de uitoefening van de hogere functies worden door de Regering verricht op gemotiveerd voorstel van het strategisch comité bedoeld in artikel LI.TIX.CIII.1..
Art. LI.TIII.CVI.8. In de voorwaarden bepaald bij LII.CIV.2. § 3 van deze Code kan een ambtenaar aangewezen worden om hogere functies te vervullen voor een betrekking van rang A1, A2 of A3.
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van aanstelling Art. LI.TIII.CVII.1. De wijziging van aanstelling is de overgang binnen dezelfde pool van een ambtenaar van een betrekking naar een andere betrekking van hetzelfde niveau en hetzelfde beroep of de wijziging van de plaats van aanstelling van een betrekking.
Door de directeur-generaal wordt beslist om redenen verbonden met het belang van de dienst en de goede werking ervan.
De wijziging van aanstelling naar een begeleidingsfunctie wordt verricht vanaf een betrekking van dezelfde rang en hetzelfde beroep.
De wijziging van aanstelling vanaf een begeleidingsfunctie wordt naar een andere begeleidingsfunctie van dezelfde rang en hetzelfde beroep verricht.
Art. LI.TIII.CVI.2. De wijziging van aanstelling die geen wijziging van administratieve standplaats teweegbrengt, gebeurt zonder dat de instemming van de ambtenaar noodzakelijk is. Hij kan evenwel zijn standpunt uitdrukken voor de wijziging van aanstelling wordt doorgevoerd.
Art. LI.TIII.CVI.3. De wijziging van aanstelling die een wijziging van administratieve standplaats teweegbrengt : 1° dient te gebeuren met instemming van de ambtenaar indien de opdrachten van het directoraat-generaal niet gewijzigd worden;2° gebeurt zonder dat de instemming van de ambtenaar noodzakelijk is indien de opdrachten van het directoraat-generaal via regel- of decreetgeving gewijzigd worden. De ambtenaar wordt evenwel gereaffecteerd in een onbezette betrekking van dezelfde rang en hetzelfde niveau en van hetzelfde beroep in de administratieve standplaats die zich het dichtst bij zijn vorige betrekking bevindt.
HOOFDSTUK VIII. - Mutatie op verzoek van de ambtenaar Art. LI.TIII.CVIII.1. De mutatie is de overgang van een ambtenaar van een betrekking van een pool naar een betrekking van hetzelfde niveau en hetzelfde beroep van een andere pool van dezelfde personeelsformatie of van een verschillende personeelsformatie.
De mutatie naar een begeleidingsfunctie wordt verricht vanaf een betrekking van dezelfde rang en hetzelfde beroep. De mutatie vanaf een begeleidingsfunctie wordt verricht naar een andere begeleidingsfunctie van dezelfde rang en hetzelfde beroep.
Art. LI.TIII.CVIII.2. De ambtenaar die voldoet aan de vereiste voorwaarden deelt jaarlijks aan de secretaris-generaal onder wie de betrekkingen ressorteren bij ter post aangetekend schrijven voor 1 november middels een formulier conform aan het model vastgesteld in bijlage IX de lijst der betrekkingen van zijn niveau en zijn beroep mee waarnaar hij overgeplaatst wenst te worden.
De mededeling geldt als kandidaatstelling voor de mutatie naar de betrekkingen waarvan de toewijzingsprocedure aanvangt in de loop van het daaropvolgende kalenderjaar.
De verzoeker voegt bij het formulier een curriculum vitae conform aan het model dat als bijlage VI is opgenomen.
Indien de ambtenaar maatschappelijke of familiale redenen inroept, wordt hij door de sociale dienst gehoord. Hij kan zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze. De sociale dienst brengt een gemotiveerd advies uit ter attentie van de secretaris-generaal binnen de maand van het verzoek.
Bij meervoudige kandidaatstellingen voor dezelfde betrekking wordt de mutatie toegekend aan de ambtenaar met de hoogste rang die de oudste anciënniteit aantoont.
Indien maatschappelijke of familiale redenen als gegrond erkend worden, wordt van de anciënniteitsregel afgeweken.
Indien meerdere kandidaten voor dezelfde betrekking maatschappelijke of familiale redenen laten gelden, wordt de mutatie toegekend aan de ambtenaar met de hoogste rang die de oudste anciënniteit aantoont.
Het College bedoeld in artikel LI.TIX.CI.1 stelt de modaliteiten vast voor de uitvoering van de procedure voor de oproep tot de kandidaten voor de vacant verklaarde betrekkingen en licht er de Regering over in.
Art. LI.TIII.CVIII.3. Op voorstel van de secretaris-generaal onder wie de betrekking ressorteert, uitgebracht binnen de drie maanden na het verzoek, kent de Regering de mutatie toe.
De ambtenaar die een mutatie verkregen heeft, kan geen nieuw verzoek indienen voor een termijn van vier jaar.
HOOFDSTUK IX. - Permutatie Art. LI.TIII.CIX.1. De permutatie is de gelijktijdige mutatie van twee ambtenaren van hetzelfde niveau en hetzelfde beroep die hun respectievelijke aanstellingen omwisselen.
Voor de permutatie die minstens één begeleidingsfunctie inhoudt, dienen de ambtenaren van dezelfde rang en hetzelfde beroep te zijn.
In het niveau 1 is de permutatie evenwel enkel voor de ambtenaren van rang A6 en A5 mogelijk.
De permutatieen worden door de Regering toegekend.
Art. LI.TIII.CIX.2. Het verzoek om permutatie wordt door beide ambtenaren ondertekend. Elke ambtenaar richt zijn verzoek middels een formulier conform aan het model vastgesteld in bijlage X aan de secretaris-generaal onder wie hij ressorteert, bij ter post aangetekend schrijven.
De verzoekers voegen bij het formulier een curriculum vitae conform aan het model opgenomen als bijlage VI. HOOFDSTUK X. - Ambtshalve mutatie Art. LI.TIII.CX.1. In het geval van overdracht van een bevoegdheid binnen het gewest gebeurt de mutatie van de ambtenaren belast met die bevoegdheden van ambtswege op beslissing van de Regering.
Zij worden evenwel gereaffecteerd in een onbezette betrekking van dezelfde rang of hetzelfde niveau en van hetzelfde beroep in de administratieve standplaats die zich het dichtst bij hun vorige betrekking bevindt.
HOOFDSTUK XI. - Opname van een ambtenaar van een andere overheid of van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon die van het Gewest afhangt Art. LI.TIII.CXI.1. De Regering kan in de personeelsformatie van een Ministerie of van een instelling elke ambtenaar opnemen die behoort tot de diensten van een andere Regering of tot een publiekrechtelijke rechtspersoon die onder het Waalse Gewest of een andere overheid ressorteert om een betrekking in de rangen E3 tot en met A4 te bekleden.
Bij overdracht van een bevoegdheid of een aangelegenheid naar het gewest wordt de personeelsformatie vooraf gewijzigd.
De ambtenaar dient aan alle voorwaarden te voldoen die bepaald zijn bij dit boek I om een betrekking bedoeld in het eerste lid te bekleden. Hij wordt door de Regering aangesteld op de datum van de opname, in afwijking van de bepalingen van titels II en III van dit boek.
De modaliteiten van dit boek met betrekking tot de mutatie geleden mutatis mutandis voor de opgenomen personen.
TITEL IV. - Werving en loopbaan van gehandicapte personen HOOFDSTUK I. - Verplichting om gehandicapte personen te werk te stellen Art. LI.TIV.CI.1. Elk ministerie is ertoe verplicht in de loop van een kalenderjaar een aantal gehandicapte personen vastgesteld op twee en een half percent van de bezetting van de personeelsformatie te werk te stellen.
Als anderhalve eenheid worden geteld de gehandicapte personen wier graad van zelfredzaamheid op minstens twaalf punten is vastgesteld conform aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 juli 1987 tot vaststelling van de categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming.
Vijf percent van de aanwervingen worden voorbehouden voor gehandicapte personen zolang het in het eerste lid vastgestelde tewerkstellingspercentage niet is bereikt.
HOOFDSTUK II. - Werving en loopbaan van de gehandicapte personen Art. LI.TIV.CII.1. Een betrekking van het quota dat voorbehouden is aan de gehandicapte personen kunnen bekleden, de kandidaten die op het tijdstip van de werving minstens aan één van de volgende voorwaarden voldoen : 1° geregistreerd zijn bij het Waalse agentschap voor de integratie van de gehandicapte personen, hierna "het agentschap" genoemd, of van de dienst van de Duitstalige gemeenschap voor de gehandicapte personen, hierna "de dienst" genoemd of van het "Brussels fonds voor de gehandicapte personen" of het "Vlaams fonds voor sociale integratie van personen met een handicap", beide hierna "het fonds" genoemd, het voorwerp hebben uitgemaakt van een beslissing tot interventie van laatstgenoemden, en elke beslissing met betrekking tot de bepalingen inzake tegemoetkoming of sociale of beroepsintegratie getroffen door de federale overheid of een Gemeenschap meegedeeld hebben aan het agentschap, aan de dienst of aan het fonds;2° slachtoffer geworden zijn van een arbeidsongeval en een attest voorleggen afgeleverd door het Fonds voor arbeidsongevallen of door de medisch-sociale Rijksdienst waarmee een ongeschiktheid van minstens 30 % aangetoond wordt;3° slachtoffer geworden zijn van een beroepsziekte en een attest voorleggen afgeleverd door het Fonds voor beroepsziekten of door de medisch-sociale Rijksdienst waarmee een ongeschiktheid van minstens 30 % aangetoond wordt;4° slachtoffer geworden zijn van een ongeval van gemeen recht en een afschrift van het vonnis afgeleverd door de griffie van de rechtbank voorleggen waarmee aangetoond wordt dat de handicap o …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.