← België

Decreet betreffende het Waalse Landbouwwetboek

In het kort

Dit decreet stelt het Waalse Landbouwwetboek vast, dat de landbouw in het Waalse Gewest reguleert. Het heeft als doel de landbouw te ondersteunen als hoeksteen van de maatschappij, essentieel voor economie, samenleving en milieu, en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
WAALSE OVERHEIDSDIENST 27 MAART 2014. - Decreet betreffende het Waalse Landbouwwetboek (1) Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Titel I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel D. 1. § 1. Landbouw is één van de hoekstenen van onze maatschappij en maakt deel uit van het gemeenschappelijk erfgoed van het Waals Gewest. Landbouw is essentieel voor de werking van diens economie, samenleving en leefmilieu en draagt bij tot de duurzame ontwikkeling. De Waalse landbouw is verscheiden en multifunctioneel. Deze verscheidenheid is een bron van rijkdom die gevrijwaard dient te worden. § 2. De hoofdfunctie van de Waalse landbouw is, ingaand op de noodzakelijkste behoeften van de burgers, in voeding te voorzien. Deze functie wordt samen beschouwd met de andere functies die de landbouw moet vervullen : 1° het vrijwaren en het beheren van de natuurlijke rijkdommen, de biodiversiteit en de bodems;2° de sociaal-economische ontwikkeling van het grondgebied;3° het vrijwaren en het beheren van het grondgebied en de landschappen. Daardoor draagt de Waalse landbouw bij tot het levendig houden van de plattelandsgebieden en tot het evenwicht van de ruimtelijke ontwikkeling. De productie van planten, grondstoffen en materialen voor niet-voedingsdoeleinden is een aanvullende functie van de Waalse landbouw. Om de diversiteit en de multifunctionaliteit van zijn landbouw en zijn duurzame ontwikkeling te vrijwaren, geeft het Waalse Gewest aanzetten tot de instandhouding van een familiale landbouw op menselijke schaal, rendabel, bron van werkgelegenheid, en tot de evolutie naar een ecologisch intensieve landbouw. § 3. Daarvoor voert het Waalse Gewest ten voordele van allen, burgers en landbouwers, een landbouwbeleid met volgende doeleinden : 1° de verwezenlijking bevorderen van het recht op een goede voeding waarbij een bevoorrading met kwaliteitsvolle voedingsproducten in voldoende aantal gewaarborgd wordt om via een duurzame landbouwproductie de voedingsnoden van de huidige en de komende bevolking te lenigen;2° de landbouwers toegang kunnen bieden tot een decent inkomen uit de vergoeding voor hun werk en het voortbestaan van de landbouwactiviteit garanderen door een verbeterde rendabiliteit van de landbouwbedrijven middels een methode die productiekostenbeheersing en lonende prijzen verzoent;3° het leefmilieu en de biodiversiteit vrijwaren en verbeteren en de klimaatveranderingen en diens gevolgen bestrijden rekening houdend met de economische en maatschappelijke realiteit van de landbouwsector;4° de banden aanhalen tussen maatschappij en landbouw door enerzijds de voorname rol die de landbouwers op zich nemen te erkennen, de diensten die de landbouw bewijst te erkennen, te valoriseren en te ontwikkelen en door anderzijds de verwachtingen die de landbouwers over de maatschappij vestigen te erkennen;5° de vestiging van jonge landbouwers aanmoedigen en ondersteunen, zelfs zonder enig gezinsverband, door de overname of de oprichting van landbouwbedrijven;6° tot economische ontwikkeling aanzetten via directe of indirecte werkgelegenheid als zelfstandige of in loondienst, bij voorkeur met werk voor jongeren en de inzet van lokale of regionale arbeidskrachten;7° de oppervlaktes aangewend voor landbouwproductie vrijwaren en bijdragen tot een verminderde vastgoeddruk en -speculatie, ook door een gecoördineerd beheer van openbare gronden;8° de zelfredzaamheid van de landbouwers en de landbouwbedrijven, individueel dan wel collectief, begunstigen in termen van productie, verwerking en verhandeling, ook door het samenwerkingsmodel voor te staan, de beroepsopleidingen meer gewicht te verlenen en door producenten en consumenten in kortere voedingsdistributiecircuits te betrekken;9° de verschillende actoren uit de agrovoeding een grotere samenwerking laten aangaan als partners van verschillende landbouwers van het Waalse Gewest op gewestelijke schaal en hen aanzetten tot het vinden van nieuwe afzetgebieden en -markten, waaronder in de uitvoer;10° de promotie van Waalse landbouwproducten bevorderen, deze producten een hogere erkenbaarheid bezorgen en werken aan de voorbeeldfunctie van de overheid bij de aankoop van land- en tuinbouwproducten en duurzame voedingsproducten;11° de structurering van de landbouwers aanmoedigen en ondersteunen om hun onderhandelingspositie in de voedingsketen versterken en een sterkere toeëigening van de toegevoegde waarde van landbouwproducten verwezenlijken;12° de diversificatie van de landbouw- en niet-landbouwactiviteiten bevorderen en ondersteunen als onderpand voor een beter risicobeheer en een verhoogd opveringsvermogen;13° de landbouwers nauwer betrekken bij de vaststelling en de invoering van het landbouwbeleid en de inspraak van de verwerkende sector, de handel, de consumenten en de civiele maatschappij organiseren;14° het multidisciplinair en participatief onderzoek, de innovatie, de technische vooruitgang, de netwerking tussen actoren en de opleidingen aanmoedigen met het oog op de totstandkoming van een ecologisch intensieve landbouw;15° de verspilling van voedingsmiddelen bestrijden, ongeacht of dit in termen van sensibilisering, productie of verwerking gebeurt. § 4. Het landbouwbeleid van het Waalse Gewest is deel van een internationale en Europese dimensie en strekt ertoe, de duurzame ontwikkeling van de landbouw te waarborgen. Daartoe verdedigt het Waalse Gewest het concept van voedselsoevereiniteit en draagt het bij tot de uitwerking ervan in de Europese Unie en op internationaal vlak. § 5. Alle beslissingen en reglementeringen die inzake landbouw onder het Waals Gewest vallen, nemen de oriëntaties van dit artikel in acht. Art. D.2. § 1. In het kader van de bevoegdheden van het Waalse Gewest en onverminderd de wetgeving inzake economische expansie, is dit Wetboek van toepassing op : 1° de landbouwactiviteiten en de landbouwproducten;2° de aquacultuuractiviteiten en de aquacultuurproducten;3° de structuren en de personen verbonden met de activiteiten bedoeld in 1° en 2°. § 2. De activiteiten bedoeld in het eerste lid omvatten : 1° de productie, de reproductie, de vermeerdering, de oogst, de bewerking, de triage, de opslag, de verwerking, de bereiding, de presentatie, de verpakking, de monsterneming, de analyse, het vervoer en het in de handel brengen van planten of plantaardige producten, met inbegrip van zaaizaad en pootgoed;2° de ophaling, de productie, de vervaardiging, de bereiding, de verwerking, de bewerking, de opslag, de verpakking, de monsterneming, de analyse, het vervoer en het in de handel brengen van dierlijke producten;3° de teelt;4° de productie en het op de markt brengen van voedingsmiddelen, grondstoffen en andere producten;5° de dienstverlening, de begeleiding, de onderaanneming, de verkoop en de verwerking van planten, dieren, plantaardige of dierlijke producten voor landbouwers;6° de advisering en de beroepsopleiding van de personen die de activiteiten bedoeld in het eerste lid uitoefenen;7° de landelijke ontwikkeling, met inbegrip van grondinrichtingen en grondbeleid;8° de diversificatie van de landbouw- en niet-landbouwactiviteiten en de landbouw- en niet-landbouwproducten;9° de oriëntatie, de bevordering, de ontwikkeling en de begeleiding van de landbouwactiviteiten in de richting van een landbouw met verbrede doelstelling, met inbegrip van een landbouw die niet-landbouwactiviteiten opneemt binnen zijn takenpakket;10° het naleven van de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie in het kader van de randvoorwaarden;11° de invoering van landbouwpraktijken en technieken die goed zijn voor het klimaat, het milieu, de biodiversiteit of de kwaliteit van de producten;12° de samenwerking tussen de landbouwers en de verwerkers;13° het onderzoek en de begeleiding in verband met de activiteiten bedoeld in het eerste lid.14° de coëxistentie van genetisch gewijzigde organismen met conventionele en biologische teelten. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. D.3. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° "landbouwactiviteit" : elke activiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks gericht is op de productie van gewassen of dieren of van plantaardige of dierlijke producten, of die rechtstreeks of onrechtstreeks gericht is op hun verwerking met inbegrip van veeteelt, tuinbouw, aquacultuur en bijenteelt, of de instandhouding van de gronden in goede landbouw- en milieuconditie;2° "dienstactiviteit" : activiteit die verschilt van de onderzoeksactiviteit en die in verband gebracht kan worden met beschikbare expertise of apparatuur wegens activiteiten inzake landbouwkundig basis- of toegepast onderzoek;3° "administratie" : het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;4° "landbouwer" : natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen die een landbouwbedrijf uitbaat op het grondgebied van het Waalse Gewest;5° "gastvrije landbouwer" : natuurlijke persoon die voldoet aan de begripsomschrijving van landbouwer zoals bepaald in 4°, die landbouwer in hoofdberoep of nevenberoep is en die verantwoordelijk is voor het leiden van pedagogische activiteiten op het landbouwbedrijf;6° "gastvrije animator" natuurlijke persoon, ander dan de landbouwer-gastheer zoals omschreven in 5°, die pedagogische activiteiten leidt op het landbouwbedrijf, en die over kennis in landbouwzaken beschikt;7° "ecologisch intensieve landbouw" : landbouw die berust op ecologische processen en functionaliteiten om te produceren zonder gevaar voor de mogelijkheid van het systeem om zijn eigen productiecapaciteit in stand te houden en die ernaar streeft de functies van de ecosystemen, de ecologische processen, de informatie en de kennis te gebruiken om de productiemiddelen te beperken en de chemisch kunstmatige productiemiddelen te beperken;8° "aquacultuur" : kweek of teelt van aquatische organismen die productietechnieken van deze organismen uitvoeren;9° "meewerkend echtgenoot" : de natuurlijke persoon aangesloten bij een kas voor sociale verzekeringen voor zelfstandige beroepen als meewerkend echtgenoot in de zin van artikel 7bis, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij artikel 42 van de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 08/04/2003 pub. 17/04/2003 numac 2003021093 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, als landbouwer die een landbouwactiviteit uitoefent in hetzelfde bedrijf als zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner; 10° "biologische teelt" : teelt waarvan de productie voldoet aan de eisen van de communautaire reglementering betreffende de biologische productie en de etikettering van de biologische producten of, in voorkomend geval, aan de voorwaarden omschreven in de door de Regering gehomologeerde productdossiers;11° "conventionele teelt" : teelt die noch onder de begripsomschrijving van biologische teelt noch onder die van een genetisch gemodificeerde teelt valt;12° "genetisch gemodificeerde teelt" : teelt van genetisch gemodificeerde gewassen dat wordt aangeplant op basis van als genetisch gemodificeerd organisme, GGO, of als GGO bevattend aangemerkt pootmateriaal, overeenkomstig de geldende wetgeving;13° "eenmalige aanvraag" : formulier, waarin de volgende gegevens voorkomen : de steunaanvragen in het kader van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening en van sommige maatregelen voor plattelandsontwikkeling, de beheers- en controlegegevens betreffende die regelingen en maatregelen en andere communautaire of nationale regelingen, alsook de elementen vereist voor de identificatie van alle landbouwpercelen van het bedrijf, hun oppervlakte, plaatsbepaling en aanwending;14° "houderij" : geheel van de verrichtingen die tot doel hebben het houden van gebruiks- of huisdieren voor de fokkerij voor landbouwdoeleinden of om er een economisch voordeel uit te halen;15° "landbouwbedrijf" : het geheel van de productie-eenheden gelegen op het geografische grondgebied van Wallonië, in zelfstandig beheer van één en dezelfde landbouwer voor zover minstens één deel van de eenheden in het Waalse Gewest gelegen is;16° "ELFPO" : Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling belast met de steun van de plattelandsontwikkeling door de financiering of de medefinanciering van maatregelen voor plattelandsontwikkeling;17° "ELGF" : Europees Garantiefonds voor de Landbouw belast met de ondersteuning van rechtstreekse steunmaatregelen die overeenstemmen met de aan de landbouwer toegekende rechtstreekse betalingen in het kader van de steunregeling inzake landbouwinkomsten, en de steun voor landbouwmarkten;18° "EFMZV" : Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij, dat tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet bijdragen;19° "leerboerderij" : landbouwbedrijf, zoals omschreven onder 15°, dat de benaming "leerboerderij" mag gebruiken, het merendeel van zijn inkomsten uit landbouwbedrijvigheid haalt en onder zelfstandig beheer van één landbouwer staat en waar regelmatig, als bijkomende activiteit, bezoekers en kinderen ontvangen worden in het kader van pedagogische activiteiten;20° "hobbyist" : persoon die regelmatig in de land- of bosbouw actief is maar voor wie dit niet de hoofdactiviteit of de voornaamste inkomstenbron is;21° "werkdag" : elke kalenderdag, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;22° "Minister" : de Minister van Landbouw;23° "landbouwernummer" : nummer, toegekend in het kader van de verplichting tot een eenduidig identificatiesysteem voor elke landbouwer;24° "certificerende instelling" : onafhankelijke derde die productcertificaties moet uitvoeren en daarvoor over een erkenning beschikt;25° "betaalorgaan" : orgaan belast met het beheer en de betaling van landbouwsteun uit de Fondsen ELGF en ELFPO voor het Waalse Gewest;26° "landbouwproduct" : landbouwproduct dat al dan niet moet dienen als levensmiddel zoals bedoeld in bijlage I bij het Verdrag tot de oprichting van de Europese Unie en elk landbouwproduct zoals bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr.1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen; 27° "product van gedifferentieerde kwaliteit" : landbouwproduct of levensmiddel dat zich van een standaardproduct onderscheidt en als marktreferentie dient omdat het zich door de productiewijze of een kwalitatieve meerwaarde bij de eindproducten onderscheidt en verkregen wordt met inachtneming van een erkend productdossier;28° "landbouwkundig basisonderzoek" : oorspronkelijke fundamentele of experimentele onderzoeksactiviteit met als doel het vergaren van nieuwe kennis of een beter inzicht in de wetten van de wetenschappen of de technologie bij hun eventuele toepassingen in de landbouwsector;29° "toegepast onderzoek" : activiteit bestaande uit vorsings- of experimentele werkzaamheden met als doel het vergaren van een diepere kennis voor een vlottere afwerking van nieuwe methodes of producten;30° "landbouwkundig onderzoek" : de gezamenlijke activiteiten in verband met landbouwkundig basisonderzoek en toegepast onderzoek met landbouwdoeleinden;31° "productiesector" : de gezamenlijke activiteiten in verband met een bedrijfsonderdeel, een groep bedrijfsonderdelen, een productiemethode of de eerste verwerking van producten uit de landbouwproductie;32° "zaaizaad en pootgoed" : planten en plantaardige producten uit geslachtelijke of ongeslachtelijke teelt van gewassen bestemd voor het zaaien of het planten;33° "vervangdienst voor de landbouwer" : dienst die met daartoe vergoede arbeidskrachten een tijdelijke en doelmatige bijstand biedt aan landbouwbedrijven die er nood aan kunnen hebben wegens overmacht of omstandigheden waardoor het landbouwbedrijfshoofd, diens aangestelde of een in het bedrijf werkend en voor de goede werking van het bedrijf onontbeerlijk gezinslid onbeschikbaar zijn of worden;34° "kwaliteitsmerk" : collectief merk, door een onafhankelijke houder ter beschikking gesteld van een geheel van landbouwers, aangebracht op een product of een geheel van producten om de consument in te lichten over de bijzondere kenmerken van dat product of dat geheel van producten.Die kenmerken vloeien voort uit de uitvoering van een productdossier waarvan de inachtneming gecertificeerd wordt door een onafhankelijk organisme; 35° "productie-eenheid" : het geheel van de functioneel samenhangende middelen, met inbegrip van de gebouwen, opslaginfrastructuren, gekweekte dieren en gronden die voor de landbouwer nodig zijn om één of meerdere landbouwactiviteiten uit te oefenen. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 1. - De uitvoering van de Europese regelgeving Art. D.4. De Regering treft alle uitvoeringsmaatregelen van de Europese regels betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de erkenningen Art. D.5. De Regering beslist over de erkenningsaanvragen van natuurlijke of rechtspersonen of van groeperingen van natuurlijke of rechtspersonen zoals bedoeld in dit Wetboek. Art. D.6. § 1. De Regering stelt de procedure voor de aanvraag tot toekenning van erkenningen vast. § 2. De erkenning kan toegekend worden aan elke natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen, zoals bedoeld in dit Wetboek, die aan volgende voorwaarden voldoen : 1° de actie of het maatschappelijk doel beantwoordt aan de doelstellingen bedoeld in artikel D.1 of aan de verplichtingen uit de Europese wetgeving; 2° ofwel : a) de natuurlijke persoon toont aan dat hij drie jaar nuttige opleiding of beroepservaring kan voorleggen in de gebieden waarvoor een erkenning wordt aangevraagd;b) de rechtspersoon toont aan dat hij minstens één natuurlijke persoon tewerkstelt die drie jaar nuttige opleiding of beroepservaring kan voorleggen in de gebieden waarvoor een erkenning wordt aangevraagd;3° het project beantwoordt aan de doelstellingen bedoeld in dit Wetboek;4° het financieel beheer is gezond. § 3. De erkenning heeft minstens betrekking op volgende bestanddelen : 1° doel van de opdracht : 2° de regels voor de controle over de uitvoering van de opdracht;3° de documenten die verstrekt moeten worden door de natuurlijke of rechtspersoon of de groepering van natuurlijke of rechtspersonen bij de indiening van een activiteitenverslag of een boekhoudkundig verslag;4° de middelen ter beschikking gesteld door de natuurlijke of rechtspersoon of de groepering van natuurlijke of rechtspersonen voor de uitoefening van de opdracht;5° de respectievelijke verplichtingen van de Regering en van de natuurlijke of rechtspersoon of de groepering van natuurlijke of rechtspersonen. § 4. De Regering is ertoe gemachtigd aanvullende criteria vast te stellen voor de erkenningsprocedure. § 5. Behoudens vastlegging van een andere duur in of krachtens dit Wetboek, wordt de erkenning toegekend voor een verlengbare duur van drie jaar. Art. D.7. De Regering kan, niettegenstaande de inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel D.6, de erkenning weigeren aan de natuurlijke of rechtspersoon of de groeperingen van natuurlijke of rechtspersonen : 1° wanneer bij hen, in één van hun organen, bij hun mandatarissen of aangestelden een gebrek aan eerbaarheid of aan belangstelling bewezen wordt; 2° wanneer ze niet onafhankelijk genoeg zijn ten opzichte van de landbouwers zoals omschreven in artikel D.3, lid 1, 4°. Art. D.8. De natuurlijke of rechtspersoon of de erkende groepering van natuurlijke of rechtspersonen neemt volgende verplichtingen in acht : 1° de erkenningsvoorwaarden vervullen;2° de Regering inlichten over elke wijziging in de statuten, over elke staking van activiteiten of wanneer de erkenningsvoorwaarden vastgesteld in afdeling 2 niet meer vervuld worden;3° zich onderwerpen aan de controle van de administratie en laatstgenoemde elke drie jaar, in de loop van het eerste kwartaal volgend op het bedrijfsjaar, een verslag overleggen. Art. D.9. De Regering kan te allen tijde de erkenning opschorten of intrekken bij niet-inachtneming van de bepalingen van afdeling 2. Art. D.10. De procedure zoals bepaald in afdeling 2 is van toepassing op de erkenning van de productdossiers voor zover de bepalingen van deze afdeling niet onverenigbaar zijn. De onverenigbaarheid kan blijken uit de aard of de specifieke modaliteiten zoals bepaald voor de erkenning van productdossiers. Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de erkenning, de werkgelegenheid en de controle op de subsidies Art. D.11. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering incentives toekennen voor een rechtstreeks of onrechtstreeks doel van de activiteiten bedoeld in artikel D.2, eveneens voor educatieve of sensibiliseringsactiviteiten. De incentives kunnen bestaan uit : 1° de toekenning van financiële voordelen;2° de toekenning van voordelen in natura in de vorm van overdrachten van goederen of dienstverleningen waarvan de financiële last geheel of gedeeltelijk door de Regering gedekt wordt. § 2. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning, de vermindering of de intrekking van incentives bedoeld in paragraaf 1. Art. D.12. § 1. Het financiële voordeel bedoeld in artikel D.11, lid 2, 1°, kan toegekend worden in de vorm van een subsidie door de Regering ofwel : 1° rechtstreeks aan de begunstigde, die de organisatie van een activiteit bepaald in dit Wetboek bekostigt;2° onrechstreeks door toedoen van een rechtspersoon die als tussenkomende subsidiërende instantie optreedt voor de begunstigde. § 2. Subsidiegerechtigde kan zijn : 1° een natuurlijke persoon die in eigen naam optreedt;2° een rechtspersoon;3° een vereniging of een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. Onverminderd hun eigen individuele verantwoordelijkheid kunnen subsidiegerechtigden zich verenigen met het oog op de uitvoering van de activiteit bedoeld in de subsidie. Art. D.13. § 1. Onverminderd de steunregelingen geregeld in titel 10 en de uitvoeringsbesluiten ervan bepaalt de Regering de regels betreffende : 1° de soorten in aanmerking komende uitgaven;2° de bijzondere toekenningsvoorwaarden van subsidies, de procedure voor de indiening van de aanvragen en de lijst in te dienen documenten;3° de subsidiepercentages en -berekeningsregels, van toepassing tijdens een periode van maximum drie jaar;4° de controle op de aanwending van de subsidies, met inbegrip van elk terugvorderbaar renteloos geldvoorschot, evenals de onverenigbaarheden. § 2. Het bedrag van een subsidie mag de werkelijke kosten van de activiteit of het gesubsidieerde project niet overschrijden, behoudens andersluidende bepalingen vastgelegd in dit Wetboek. Art. D.14. Het gesubsidieerde project of de gesubsidieerde activiteit worden door de Regering goedgekeurd. De beslissing tot gehele of gedeeltelijke goedkeuring houdt rekening met de afstemming van het voorgelegde project of de voorgelegde activiteit op de prioriteiten zoals bepaald door de Regering, met de technische waarde evenals met de financiële draagkracht van de aanvrager en van het Gewest. Het project of de activiteit kunnen door de aanvrager gewijzigd worden op voorwaarde dat de wijziging behoorlijk verantwoord en vooraf door de Regering goedgekeurd wordt. De bepalingen betreffende uitwerking van het project zijn van toepassing op de wijziging ervan. Er kunnen voorschotten op het bedrag van de subsidies toegekend worden, tegen de voorwaarden vastgesteld door de Regering. Afdeling 4. - Middelen om documenten van een vaste datum te voorzien en termijnberekening Art. D.15. In het Wetboek worden documenten geacht van een vaste datum te zijn voorzien wanneer de datum van inontvangstname ervan aangetoond kan worden en zij één van de volgende vormen vertonen : 1° de gedateerde en ondertekende e-mail;2° het ter post aangetekend schrijven;3° de zendingen via privé-bedrijven tegen ontvangstbewijs;4° de afgifte van de akte tegen ontvangstbewijs. Art. D.16. Termijnen die het Wetboek vermeldt, gaan in daags na ontvangst van het stuk te rekenen waarvan bepaald wordt dat de termijn ingaat. Het aangetekend verzonden stuk wordt geacht te zijn ontvangen op de vaste datum die door één van de middelen vermeld in artikel D.15 wordt bewezen. De vervaldag wordt in de termijn meegerekend. De vervaldag wordt evenwel naar de eerstvolgende werkdag verschoven wanneer de laatste dag voorzien om een procedureakte te stellen een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is. Afdeling 5. - Administratieve beroepen Art. D.17. § 1. Betrokkenen kunnen een beroep indienen tegen de beslissingen die krachtens het Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten genomen zijn. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep voor de Regering of het betaalorgaan ingediend bij elk middel waarmee de zending volgens het bepaalde in artikel D.15 van een vaste datum kan worden voorzien, binnen een termijn bepaald in het Wetboek of door de Regering. De termijn vermeld in lid 2 gaat in daags na de indiening van de beslissing of van een bericht van de postdiensten waarin gemeld wordt dat die zending aan de betrokken person verzonden wordt. § 2. De verzoeker kan, indien hij er in zijn beroep om verzoekt, worden gehoord door het betaalorgaan of de administratie aangewezen door de Regering binnen de vereiste vormen bepaald door de Regering. Het beroep bevat de middelen die ingeroepen worden tegen de omstreden beslissing, evenals een afschrift van die beslissing voor zover ze voorhanden is. Behoudens afwijking bepaald in het Wetboek wordt de omstreden beslissing niet opgeschort wegens het beroep. § 3. Een afschrift van het beroep en van de omstreden beslissing wordt door de Regering meegedeeld aan de overheid die deze beslissing heeft genomen binnen een termijn bepaald door de Regering. De Regering bepaalt een termijn om een beslissing te nemen over het beroep. Deze nieuwe beslissing wordt ook overgemaakt aan de overheid die de omstreden beslissing heeft genomen binnen een termijn die zij bepaalt. Art. D.18. Naast de aard ervan, vermeldt elke krachtens dit Wetboek genomen beslissing over het beroep : 1° de identiteit en de woonplaats van de verzoeker;2° in voorkomend geval, de namen, voornamen, woonplaats en hoedanigheid van de personen die hem hebben vertegenwoordigd of bijgestaan;3° in voorkomend geval, de datum van de oproeping, van de verschijning en van het horen van de gehoorde personen;4° in voorkomend geval, de datum van overlegging van schriftelijke opmerkingen;5° de datum en de plaats van de beslissing genomen in beroep. Afdeling 6. - Vordering tot staking Art. D.19. § 1. De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt het bestaan vast en beveelt de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de labels, logo's, benamingen en merken opgericht krachtens de artikelen D.134 en D.164, in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 van titel 7 en in titel 9 volgens de procedures bepaald krachtens de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/12/2010 numac 2010000694 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. - Duitse vertaling sluiten met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/12/2010 numac 2010000694 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. - Duitse vertaling sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. § 2. De vordering tot staking wordt ingediend op verzoek van : 1° éénieder die er belang bij heeft de inbreuk stop te laten zetten;2° de Regering;3° de administratie;4° het "Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité" (Waals Agentschap voor de Promotie van een Kwaliteitslandbouw in Wallonië);5° een (inter)professionele groepering met rechtspersoonlijkheid;6° een vereniging met als doel de verdediging van de labels, logo's, benamingen en merken bedoeld in paragraaf 1. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen en groeperingen bedoeld in lid 1, 5° en 6°, voor de rechtbank optreden om hun statutair omschreven collectieve belangen te verdedigen. Titel II. - Inzameling en beheer van gegevens HOOFDSTUK I. - Geïntegreerd beheers- en controlesysteem ("GBCS") en GBCS-fonds Afdeling 1. - Geïntegreerd beheers- en controlesysteem ("GBCS") Art. D.20. De Regering organiseert het beheer en het gebruik van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem, hierna "(het) GBCS" genoemd. Art. D.21. Behoudens wat betreft de gegevens bedoeld in artikel D.23, dient GBCS een authentieke gegevensbron te worden in de zin van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen en over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, hierna " samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3" genoemd. Art. D.22. § 1. Elke landbouwer en elke niet-landbouwer zijnde steunaanvrager wordt geïdentificeerd in het GBCS. Elke persoon, geïdentificeerd in het GBCS, krijgt jaarlijks een eenduidige in te vullen aanvraag. § 2. Zowel vóór als na de verificaties worden de volgende gegevens betreffende de steunaanvrager opgenomen in het GBCS : 1° de identificatiegegevens;2° de persoonlijke kenmerken;3° de informatie betreffende zijn huidige betrekkingen; 4° de gegevens i.v.m. de percelen die de steunaanvrager uitbaat, met inbegrip van elk beeld waarop de percelen worden afgebeeld; 5° de informatie betreffende zijn productie;6° de informatie betreffende zijn rechten en quota's;7° de gegevens betreffende de behandeling van zijn steunaanvragen; 8° de financiële informatie die noodzakelijk is voor het beheer van de betalingen, met inbegrip van de gegevens die uit de berekening en de betaling van de steun en de vergoedingen voortkomen, en met uitzondering van de inlichtingen m.b.t. hun schulden; 9° de informatie betreffende de schulden die gekoppeld zijn aan de landbouwactiviteit van de steunaanvrager. § 3. De gegevens vermeld in paragraaf 2 worden verkregen ofwel tijdens de identificatie bij de administratie of het betaalorgaan, ofwel tijdens controles, ofwel tijdens verificaties bij authentieke gegevensbronnen, ofwel via eenduidige aanvragen die jaarlijks door de landbouwers en de niet-landbouwers zijnde aanvragers ingevuld en overgemaakt worden. § 4. De Regering wordt ertoe gemachtigd om : 1° de identificatiemodaliteiten van de landbouwer en de niet-landbouwer zijnde aanvrager te bepalen;2° de modaliteiten van de aanvraag tot wijziging van de identificatie te bepalen;3° bepaalde landbouwers en niet-landbouwers zijnde aanvragers van elke identificatie vrij te stellen;4° de inhoud van de gegevens bedoeld in paragraaf 2 nader op te geven. Art. D.23. § 1. Het GBCS is ertoe bestemd om een gegevensbank uit authentieke bronnen te worden voor de gegevens verstrekt door de organismen van de andere Gewesten en de federale Staat krachtens het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 tussen de federale overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw en visvangst. § 2. De gegevens bedoeld in paragraaf 1 zijn de informaties uit volgende catgeorieën van de gegevensbank SANITRACE van het Federale Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, evenals uit het GBCS van de andere Gewesten : 1° de identificatiegegevens;2° de persoonlijke kenmerken;3° de informatie betreffende de productie;4° de gegevens betreffende de behandeling van de steunaanvragen. Art. D.24. § 1. De einddoelen nagestreefd door het GBCS in de zin van artikel 7, § 1, lid 2, en § 2, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 zijn : 1° de uitvoering van de reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid;2° de uitvoering van het landbouw-, tuinbouw- en aquacultuurbeleid opgenomen in dit Wetboek en de uitvoeringsbesluiten ervan;3° de uitvoering van elk ander beleidspunt uit een federale, gewestelijke of Gemeenschapsbevoegdheid waarvoor geheel of gedeeltelijk over de GBCS-gegevens beschikt dient te worden, om te voorkomen dat reeds geïdentificeerde personen telkens bevraagd worden. In de zin van lid 1, 1°, wordt de uitvoering van de reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid verstaan als beheer van de landbouwsteun, de instandhouding van de grond in goede landbouwcondities in de zin van artikel D.250, de inachtneming van landbouwpraktijken die goed zijn voor het klimaat, het leefmilieu en de kwaliteit van de producten en de landelijke ontwikkeling in de zin van artikel D.251, met inbegrip van de vrijwaring van de vrije concurrentie en het vrij verkeer van de landbouwproducten, -diensten en -activiteiten. § 2. De Regering kan de gegevens vereist voor de uitvoering van de einddoelen nader bepaald in paragraaf 1 nader omschrijven. § 3. De regels die de gegevens toegankelijk maken, in de zin van artikel 7, § 1, lid 2, en § 2, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, worden door de Regering bepaald. De Regering garandeert de transparantie van de verwerking van gegevens, zowel wat de oorsprong als wat de bestemming ervan betreft. § 4. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van het GBCS in de zin van de Europese reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de einddoelen nader omschreven in paragraaf 1, lid 1, 1°. § 5. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van het GBCS in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de beheerder ervan in de zin van artikel 7, § 1, lid 2, en § 2, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 voor de einddoelen nader omschreven in paragraaf 1, lid 1, 2° en 3°. Afdeling 2. - Het GBCS-fonds Art. D.25. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende organisatie van de begroting en de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, wordt er in de ontvangstenbegroting en de algemene uitgavenbegroting van het Gewest een begrotingsfonds opgericht voor de financiering van het geïntegreerd beheers- en controlefonds, in dit hoofdstuk "GBCS"-fonds. Het GBCS-fonds heeft als opdracht de registratie van de ontvangsten en de overname van bepaalde uitgaven in verband met de invoering, de ontwikkeling en de exploitatie van het GBCS bedoeld in de Europese verordeningen betreffende het beheer van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het GBCS-fonds houdt verband met de activiteiten van het Waals betaalorgaan voor de steun van ELGF en ELFPO. Een jaarverslag, met vermelding van de financieringsbronnen, de bestemming en de uitvoeringsmodaliteiten, wordt doorgezonden naar de Waalse Regering. Art. D.26. Aan het "GBCS-Fonds" worden toegekend : 1° de ontvangsten voortkomend uit het afgehouden gedeelte van de schuldvorderingen die bij de toepassing van de randvoorwaarden en de vergroening behoren krachtens de artikelen D.250 en D.251; 2° de ontvangsten voortkomend uit het afgehouden gedeelte van de schuldvorderingen geïnd ten gevolge van onregelmatigheden of nalatigheden die niet te wijten zijn aan de administraties;3° de vrijwillige of contractuele bijdragen voortvloeiend uit de afgevaardigde tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw en visserij of in het kader van andere samenwerkingen tussen deelstaten en/of met de federale Staat;4° de opbrengsten van leveringen van GBCS-gegevens aan derden; 5° de geldboetes of de administratieve dadingen verschuldigd wegens de niet-inachtneming van artikel D.396, lid 1, 3°. Art. D.27. De kredieten met betrekking tot het GBCS-fonds worden toegewezen aan allerhande uitgaven betreffende het onderhoud, het behoud en de ontwikkeling van het GBCS, met inbegrip van de prestatie-, personeels-, werkings- en investeringskosten, en worden toegewezen aan de uitgaven die voortvloeien uit de verplichtingen van het Gewest wat betreft de werking van het Waalse betaalorgaan in het kader van zijn handelingen en opdrachten, eventueel uitgevoerd door specifiek personeel of door derden. HOOFDSTUK II. - Eenmalige aanvraag Art. D.28. § 1. De landbouwer vult jaarlijks de eenmalige aanvraag ontvangen krachtens artikel D.22, § 1, in en maakt die over volgens de vereiste vorm en binnen de termijnen bedoeld in dit hoofdstuk. De steunaanvragende niet-landbouwer in de zin van de Europese reglementering vult jaarlijks de eenmalige aanvraag ontvangen krachtens artikel D.22, § 1, in en maakt die over volgens de vereiste vorm en binnen de termijnen bedoeld in deze afdeling. § 2. De landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer kan zijn eenmalige aanvraag bij het betaalorgaan laten invullen. In dit geval wordt er gewag gemaakt van deze toestand in de eenmalige aanvraag en voorziet de ambtenaar die de aangifte heeft gekregen van diens handtekening. De ambtenaar die de landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer geholpen heeft met het invullen van de eenmalige aanvraag wordt later niet meer betrokken bij het dossier van betrokkene. § 3. De aanvraag kan worden ingevuld door een gemachtigde die in dat geval het bewijs moet leveren van de schriftelijke machtiging die hem in staat stelt te handelen. Art. D.29. De Regering is ertoe gemachtigd sommige landbouwers of sommige steunaanvragende niet-landbouwers ervan vrij te stellen de eenmalige aanvraag in te vullen of hen toe te laten een vereenvoudigde eenmalige aanvraag in te vullen in de door haar bepaalde voorwaarden, met inbegrip van de rechtzettingsgegevens bij de terugstuurprocedure van de eenmalige aanvraag. Art. D.30. § 1. Het betaalorgaan stelt het model van het formulier vast op grond waarvan de eenmalige aanvraag wordt ingediend. § 2. De eenmalige aanvraag bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de identiteit van de landbouwer of van de steunaanvragende niet-landbouwer;2° de ligging van elk perceel van het bedrijf gelegen op het geografisch grondgebied van het Waalse Gewest;3° de identificatie van de bestemming van de percelen;4° de bestemming van de rechten, voor betalingen die door Europese Verordeningen worden bepaald in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;5° de verschillende steunregelingen die een landbouwer kan aangaan en die met deze eenmalige aanvraag verbonden zijn;6° de dienst waaraan de landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer zijn ingevulde eenmalige aanvraag moet terugzenden. Het betaalorgaan zamelt niet meer gegevens in dan nodig voor de verwezenlijking van zijn opdrachten. De aanvraag bevat een verklaring van de landbouwer of van de steunaanvragende niet-landbouwer dat hij kennis heeft genomen van de toekenningsvoorwaarden die in verband met de betrokken steunregelingen gelden. § 3. De eenmalige aanvraag wordt ingevuld overeenkomstig de richtlijnen die erin voorkomen, voor echt verklaard, gedagtekend en ondertekend. § 4. De over te leggen stukken, lijsten of inlichtingen maken noodzakelijk deel uit van de eenmalige aanvraag en moeten erbij gevoegd worden. Afschriften van stukken moeten voor eensluidend worden verklaard; de andere bijlagen moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien en ondertekend worden, behalve indien ze van derden uitgaan. Art. D.31. Eenieder die een eenmalige aanvraag invult, verstuurt deze aanvraag naar de dienst die op het document staat vermeld binnen de termijnen vastgelegd door de Regering. De Regering bepaalt de verlaging die van toepassing is op de steun van degene die zijn eenmalige aanvraag overmaakt zonder de termijnen of de vereiste vormen in acht te nemen die zij heeft bepaald. De landbouwer die geen formulier voor een eenmalige aanvraag heeft gekregen, dient er één aan te vragen bij het betaalorgaan. Behoudens overmacht of buitengewone omstandigheden wordt éénieder die geen exemplaar opgevraagd zou hebben onherroepelijk geacht geen aanvraag te hebben ingediend voor het overwogen jaar. Bij overdracht van een bedrijf of fusie van ondernemingen wordt de aangifte van deze wijziging ingediend binnen de vereiste vormen en de termijnen bepaald door de Regering. Art. D.32. § 1. De landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer wordt jaarlijks via een toelichting als bijlage bij de eenmalige aanvraag ingelicht over de inhoud van de reglementaire vereisten. Die toelichting heeft enkel informatiewaarde. § 2. Het betaalorgaan is belast met het overmaken, de nadere regels en de inhoud van die informatie. De toelichting bevat minstens informatie over : 1° de wijze waarop de eenmalige aanvraag ingevuld dient te worden; 2° de termijn waarin de eenmalige aanvraag opgestuurd dient te worden naar de dienst, vermeld op het document overeenkomstig artikel D.31; 3° een verwijzing naar de toelaatbaarheidsvoorwaarden voor de verschillende steunregelingen;4° een verwijzing naar de voornaamste bepalingen inzake controles, sancties en verminderingen van steunbedragen;5° de aanwendingen van de aldus opgegeven gegevens;6° de verantwoordelijke van de GBCS-gegevensbank;7° de regels volgens welke de landbouwer het recht op inzage, wijziging of vernietiging van zijn gegevens kan uitoefenen;8° de verschillende administraties waaraan de gegevens zullen kunnen worden medegedeeld. HOOFDSTUK III. - De gegevens Afdeling 1. - De verwerking van persoonsgegevens door het betaalorgaan Art. D.33. Het betaalorgaan maakt gebruik van het GBCS voor de verzameling en de behandeling van de persoonsgegevens die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die hem worden toegewezen. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. Art. D.34. De administratie of een door laatstgenoemde afgevaardigd orgaan maakt alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de opdrachten van het betaalorgaan op gewoon verzoek aan laatstgenoemde over. Het betaalorgaan is verantwoordelijk, zodra het de gegevens krijgt, voor de verwerking van de gegevens die het krachtens dit artikel krijgt. Art. D.35. § 1. Het betaalorgaan en elke administratieve entiteit, elke natuurlijke of rechtspersoon waaraan hij één of meerdere van zijn opdrachten heeft overgedragen overeenkomstig artikel D.256, wisselen alle gegevens uit die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten en de gegevens die het betaalorgaan heeft bewaard, op gewoon verzoek. Indien hij zijn opdrachten overdraagt, treft het gemachtigd orgaan elke maatregel die het doorsturen van deze gegevens naar het betaalorgaan moet waarborgen binnen een termijn die hem toestaat om zijn opdrachten te vervullen. § 2. Met inachtneming van artikel 4, § 1, 2°, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de voorwaarden vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten ervan kan een afgevaardigd organisme persoonsgegevens afkomstig van het betaalorgaan enkel overmaken voor een latere verwerking met een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doeleinde. Art. D.36. Het betaalorgaan kan bij andere personen dan de betrokken persoon, de administratie of een afgevaardigd organisme bedoeld in artikel D.256, persoonsgegevens opvragen die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die eerstgenoemde worden toegewezen. In zijn aanvraag toont het aan dat het noodzakelijk is om deze gegevens te bezitten. De opgevraagde gegevens worden dan overgemaakt door de persoon bij wie de gegevens krachtens dit artikel worden opgevraagd. Art. D.37. § 1. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, die al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van verificaties kunnen later door de administratie of een door laatstgenoemde afgevaardigd organisme worden behandeld voor de volgende doeleinden : 1° het beheer van het centraal register voor de de minimis-steun;2° de bijwerking van de bedrijfseconomische boekhouding;3° de effectenonderzoeken van een vastgoedproject op de ruimtelijke ordening en het milieu;4° de berekening van de milieubelasting;5° de uitvoering van het programma van duurzaam beheer van stikstof;6° de bekendmaking van de begunstigden van de ELGF-, ELFPO- en EVF-steunvormen;7° de uitwerking van de reglementeringen betreffende de betalingen van de steun in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het gemeenschappelijk visvangstbeleid;8° de tenuitvoerlegging van de controles die overeenkomstig dit Wetboek worden uitgevoerd;9° het beheer van de voornaamste ecologische structuren van de Natura 2000-gebieden, de gebieden die in aanmerking komen voor het Natura 2000-netwerk en de biologisch zeer waardevolle locaties;10° de bekendmaking van statistieken en de berekening van de indicatoren ten behoeve van de administratie en de Europese Commissie;11° de terbeschikkingstelling van middelen om de begeleidingsopdrachten van de landbouwsector te vergemakkelijken;12° de karakterisering van de bodems, hun achteruitgang en beschadiging, en het instellen van maatregelen inzake preventie en strijd tegen deze achteruitgang en beschadiging;13° de opstelling van een advies betreffende een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning, of eenmalige vergunning alsook voor de aanvragen tot wijziging van het gewestplan;14° het beheer van de onbevaarbare waterlopen;15° elke opdracht inzake begeleiding of toepassing van de normen ten aanzien van het milieubehoud en de strijd tegen de klimaatverandering;16° de tenuitvoerlegging van de wetgeving betreffende de verwerking en de vernietiging van gestorven dieren; 17° de tenuitvoerlegging van een systeem zodat de risico's en kosten i.v.m. het dierenverlies verdeeld worden; 18° de uitvoering van de wetgeving inzake ruilverkaveling van landeigendommen;19° de uitvoering van de wetgeving betreffende het gebruik, op of in de bodem, van zuiveringsslib en het beheer van organische stoffen voor de landbouw;20° de inventaris van het bosbestand;21° de aankoop voor rekening van publiekrechtelijke rechtspersonen;22° de verderzetting van de opdrachten van het waarnemingscentrum voor landgoederen en de zorgzame aanwending van het voorkoop- en onteigeningsrecht;23° het grondbeheer. § 2. De doelstellingen bepaald in § 1 kunnen enkel aanleiding geven tot het gebruik van de categorieën van gegevens van het GBCS die voor elk onder hen specifiek worden opgenomen in bijlage I bij het decreet, en voor zover deze verwerking toegelaten wordt door de wetgeving op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De persoonsgegevens, overgemaakt krachtens deze bepaling, mogen niet over een langere periode bewaard worden dan de tijd die nodig is om de nagestreefde doelen te verwezenlijken. De gegevens i.v.m. een particuliere landbouwer kunnen ook worden overgemaakt aan elke persoon gesubsidieerd door het Waalse Gewest om hen te helpen om hun doelstellingen inzake raadgevingen, begeleiding of bijstand bij deze landbouwer te bereiken. Art. D.38. § 1. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, kunnen later door notarissen behandeld worden voor volgende doeleinden : 1° de identificatie van de pachtrechthouders bij de verkoop, vereffening, erfopvolging of huwelijksstelsels van landbouwpercelen; 2° de kennisgeving van het voorkooprecht in het kader van de pachtwet of in het kader van het voorkooprecht bedoeld in artikel D.358; 3° de identificatie van de percelen landbouwgrond;4° de identificatie van perceelgebruikers in het kader van de hen door overheden om redenen van algemeen belang toevertrouwde deskundigenopdrachten. § 2. De Regering legt de regels voor de toegang tot die gegevens voor de notarissen vast. Die toegang wordt beperkt tot de gegevens met betrekking tot hun cliënten. Art. D.39. Behandelingen van de persoonsgegevens bedoeld in afdeling 1 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in afdeling 1 te treffen. Art. D.40. De persoonsgegevens behandeld door het betaalorgaan krachtens afdeling 1 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd vastleggen voor de bewaring van die gegevens. De Regering kan nadere regels vastleggen met het oog op het machtigen van het bezit en de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens over een langere periode voor een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doel. Afdeling 2. - De verwerking van persoonsgegevens voor Europese kwaliteitssystemen en voor de gedifferentieerde kwaliteit Art. D.41. § 1. De administratie verzamelt en behandelt de persoonsgegevens die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die haar worden toegewezen voor de Europese kwaliteitssystemen en voor de gedifferentieerde kwaliteit. De administratieve overheid wier opdracht het is, de Europese kwaliteitssystemen en het gewestelijk systeem van gedifferentieerde kwaliteit te beheren, is verantwoordelijk voor de verwerking van die persoonsgegevens. Per gelabeld product zijn de gegevens : 1° de lijst van de operatoren;2° de individuele volumes per operator;3° de vaststellingen van niet-conformiteit, door de operator verricht;4° de daaruit voortvloeiende corrigerende acties. Die gegevens worden ingewonnen bij de certificerende organismen. § 2. De Regering regelt de bekendmaking van de gegevens betreffende de Waalse producten die gecertificeerd worden in het kader van de Europese kwaliteitssystemen of de gedifferentieerde kwaliteit. Per gecertificeerd product zijn de gegevens : 1° de globale volumes;2° het aantal operatoren;3° de vaststellingen inzake niet-conformiteit;4° de daaruit voortvloeiende corrigerende acties. § 3. De gegevens bedoeld in paragraaf 2 worden naar de nationale overheden doorgezonden indien dit bepaald wordt in een wetgevende norm, of naar de Europese instellingen indien dit bepaald wordt in een Europese norm. § 4. Verwerkingen van persoonsgegevens bedoeld in afdeling 2 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in paragraaf 1 te treffen. Art. D.42. De persoonsgegevens behandeld door de administratie krachtens afdeling 2 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd voor de bewaring vastleggen met inachtneming van de Europese wetgevingen voor de Europese kwaliteitssystemen die niet langer mag duren dan de verjaringstermijn bepaald in artikel 2262bis, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek voor het gewestelijk systeem van gedifferentieerde kwaliteit. De Regering kan de nadere regels vastleggen met het oog op het toelaten van het bezit en de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling 3. - Verwerkingen van persoonsgegevens voor de landinrichting en het grondbeleid Art. D.43. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting overeenkomstig artikel D.267 behandelt de persoonsgegevens nodig voor het vervolgen van het landinrichtingsbeleid. Die administratieve overheid is verantwoordelijk voor de verwerking van deze persoonsgegevens. Art. D.44. De administratie en het betaalorgaan maken aan die administratieve overheid op gewoon verzoek alle gegevens over die nodig zijn voor het vervolgen van het landinrichtingsbeleid. De administratieve overheid is verantwoordelijk voor de door haar verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan. Art. D.45. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting enerzijds en elke administratieve entiteit, elke natuurlijke of rechtspersoon aan wie ze één of meerdere van haar opdrachten heeft afgevaardigd inzake landinrichtingsbeleid anderzijds wisselen op gewoon verzoek de gegevens uit die nodig zijn voor het verwezenlijken van hun opdrachten. Art. D.46. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting overeenkomstig artikel D.267 mag bij andere personen dan de betrokken persoon, de administratie of het betaalorgaan de persoonsgegevens opvragen die nuttig zijn voor het vervolgen van het landinrichtingsbeleid. In haar aanvraag toont ze aan dat het noodzakelijk is om deze gegevens te bezitten. Art. D.47. De administratieve overheid bevoegd voor landinrichting kan de gegevens uit het Rijksregister, uit het centrale register van de huwelijksovereenkomsten, uit de kadastrale uittreksels en inlichtingen van de administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen verkrijgen, fiscale gegevens uitgezonderd, evenals de gegevens vermeld in bijlage I, voor het einddoel omschreven in artikel D.37, § 1, lid 1, 18°, voor de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag. Art. D.48. Met inachtneming van artikel 4, § 1, 2°, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van verwerkingen van persoonsgegevens en van de voorwaarden vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten kunnen de gegevens ingezameld door de administratieve overheid bevoegd voor landinrichting later enkel verwerkt worden met een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doeleinde. Art. D.49. Behandelingen van de persoonsgegevens bedoeld in afdeling 3 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in afdeling 3 te treffen. Art. D.50. De persoonsgegevens behandeld door de administratieve overheid bevoegd voor landinrichting krachtens afdeling 3 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd voor de bewaring vaststellen die de verjaringstermijn bepaald in artikel 2262 van het Burgerlijk Wetboek niet mag overschrijden. De Regering kan de nadere regels vastleggen met het oog op het toelaten van het bezit en de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling 4. - De verwerking van persoonsgegevens van het waarnemingscentrum voor landeigendommen Art. D.51. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen bedoeld in artikel D.357 verzamelt en verwerkt de persoonsgegevens nodig voor het vervolgen van zijn opdrachten. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. Art. D.52. Het betaalorgaan of een organisme waaraan het één of meerdere van zijn opdrachten heeft afgevaardigd krachtens artikel D.256 maakt alle gegevens nodig voor het vervolgen van de opdrachten van het waarnemingscentrum voor landeigendommen op gewoon verzoek aan laatstgenoemde over. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor de door genoemd centrum verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan. Art. D.53. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting overeenkomstig artikel D.267 maakt alle gegevens nodig voor het vervolgen van de opdrachten van het waarnemingscentrum voor landeigendommen op gewoon verzoek aan laatstgenoemde over. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor de door genoemd centrum verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan, met inbegrip van de gegevens bedoeld in artikel D.47. Art. D.54. Wanneer een notaris kennis moet nemen van een verrichting betreffende landbouwpercelen of een gebouw bestemd voor landbouw, deelt hij volgende gegevens aan het waarnemingscentrum voor landeigendommen bedoeld in artikel D.357 mee : 1° de kadastergegevens en alle inlichtingen om het perceel te kunnen identificeren;2° de identiteit van kopers en verkopers;3° de verkoopprijs;4° de goederen vrij van gebruik. Het waarnemingscentrum voor landeigendom …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.