← België

Wet houdende diverse bepalingen

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse juridische aangelegenheden, waaronder de bestemming van verbeurdverklaarde goederen, wijzigingen in het strafprocesrecht, de uitvoering van Europese regelgeving en aanpassingen in het faillissementsrecht en vennootschapsrecht. Ook worden de regels rond voorlopige hechtenis, rechtsbijstand en beslagbare inkomsten gewijzigd.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst
Obsah (4)§ 1§ 2§ 1b§ 3

Wet houdende diverse bepalingen (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL I - A

artikel 78 van de Grondwet. TITEL II - Justitie HOOFDSTUK I - Wijziging van de wet van 20 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 betreffende de

ternationale samenwerking

zake de tenuitvoerlegging van

beslagnemingen en verbeurdverklaringen Art. 2.Artikel 8 van de wet van 20 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 betreffende de

ternationale samenwerking

zake de tenuitvoerlegging van

beslagnemingen en verbeurdverklaringen wordt aangevuld met de volgende leden : «

haar beslissing bepaalt de correctionele rechtbank evenwel de bestemming van de verbeurdverklaarde goederen op de volgende wijze. De rechtbank kan beslissen de verbeurdverklaarde goederen geheel of gedeeltelijk aan de verzoekende Staat over te dragen. De rechtbank kan tevens beslissen dat de andere goederen dan geldsommen worden verkocht, en dat de opbrengst van de verkoop deels of geheel aan de verzoekende Staat wordt toegewezen.

de

de vorige leden bedoelde gevallen houdt de rechtbank rekening met de kosten van het beslag, de bewaring, de vervreemding, de verbeurdverklaring en de overdracht.

dien niet kan worden beslist over de toewijzing van de verbeurdverklaarde goederen, komen deze aan de Belgische Schatkist toe. ». HOOFDSTUK II - Wijziging van Hoofdstuk II van het Wetboek van strafvordering - artikelen 88bis en 90ter Art. 3.

artikel 88bis van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wetten van 10 juni 1998 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten4 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, zesde lid, worden de woorden « artikel 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven » vervangen door de woorden « artikel 145, § 3, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie »;2°

§ 2

, eerste lid, worden de woorden « artikel 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven » vervangen door de woorden « artikel 145, § 3, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie ». Het eerste lid, 2°, treedt

werking op dezelfde datum als artikel 16 van de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten4 houdende diverse bepalingen. Art. 4.Artikel 90ter, § 2, 15°, van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 15° artikel 145, § 3, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie; ». HOOFDSTUK III - Tenuitvoerlegging van verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut van de Europese coöperatieve vennootschap Art. 5.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, tot 1 december 2006 de maatregelen nemen tot tenuitvoerlegging van verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut van de Europese coöperatieve vennootschap. Art. 6.De op grond van artikel 5 genomen besluiten die uiterlijk op 31 december 2007 niet bij een wet bekrachtigd zijn, hebben geen gevolgen. HOOFDSTUK IV - Wijziging van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten Art. 7.

artikel 24bis van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten,

gevoegd bij de wet van 7 augustus 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « tot de sluiting van het faillissement » vervallen;2° het artikel wordt aangevuld als volgt : « Wanneer de persoonlijke borg door de rechtbank niet volledig van zijn verplichting is ontslagen, verkrijgen de schuldeisers opnieuw het recht om

dividueel een vordering op zijn goederen

te stellen.». HOOFDSTUK V - Wijziging van het Wetboek van vennootschappen Art. 8.

artikel 620 van het Wetboek van vennootschappen, gewijzigd bij de wetten van 23 januari 2001 en 2 augustus 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, 5°, wordt vervangen als volgt : « 5° het aanbod tot verkrijging moet ten aanzien van alle aandeelhouders en,

voorkomend geval, ten aanzien van alle houders van winstbewijzen of certificaten, onder dezelfde voorwaarden geschieden, behalve voor de verkrijgingen waartoe eenparig is besloten door een algemene vergadering waarop alle aandeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd waren;evenzo kunnen genoteerde vennootschappen en deze die toegelaten zijn tot de verhandeling op een dagelijks door een marktonderneming georganiseerde niet gereglementeerde markt hun eigen aandelen of certificaten op deze markten kopen, zonder dat aan de aandeelhouders of certificaathouders een aanbod tot verkrijging moet worden gedaan. »; 2° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « De genoteerde vennootschappen en deze die toegelaten zijn tot de verhandeling op een dagelijks door een marktonderneming georganiseerde niet gereglementeerde markt moeten de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, kennis geven van de verrichtingen die zij met toepassing van § 1 overwegen.». HOOFDSTUK VI - Wijziging van artikel 16 van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten5 betreffende de voorlopige hechtenis Art. 9.

artikel 16, § 2, vierde lid, van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten5 betreffende de voorlopige hechtenis,

gevoegd bij de wet 10 april 2003, worden de woorden « door middel van audiovisuele media » vervangen door de woorden « door middel van radio, telefoon, audiovisuele of andere technische middelen die een rechtstreekse overbrenging van de stem tussen de onderzoeksrechter en de verdachte toelaten en de vertrouwelijkheid van hun gesprek waarborgen ». HOOFDSTUK VII - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 10.Artikel 664 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid : « Hij biedt de betrokkene tevens de mogelijkheid kosteloos bijstand te genieten van een technisch adviseur bij gerechtelijke deskundigenonderzoeken. ». Art. 11.Artikel 665 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten9 en bij de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de rechtsbijstand, wordt aangevuld als volgt : « 8° voor bijstand van een technisch adviseur bij gerechtelijke deskundigenonderzoeken. ». Art. 12.

artikel 671, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten9, wordt de laatste zin aangevuld als volgt : « alsmede de kosten en het ereloon van de technisch adviseurs die de partijen bijstaan

het kader van door een rechter bevolen deskundigenonderzoeken. ». Art. 13.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 692bis

gevoegd, luidende : « Art. 692bis.- De kosten en het ereloon van de technisch adviseurs die de partijen bijstaan bij door de rechter bevolen deskundigenonderzoeken worden, ter ontlasting van hem die bijstand geniet, voorgeschoten. De Koning bepaalt zo nodig het bedrag van deze kosten en dit ereloon en stelt regels vast volgens welke zij worden begroot, betaald en

voorkomend geval geïnd. ». Art. 14.Dit hoofdstuk treedt

werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op 1 januari 2007. HOOFDSTUK VIII - Vermeerdering van de niet voor beslag of overdracht vatbare bedragen voor kind ten laste Afdeling 1 - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 15.

artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, vierde lid, wordt de eerste zin vervangen als volgt : « Wanneer personen die

komsten genieten bedoeld

het eerste lid één of meer kinderen ten laste hebben, wordt het voor beslag of overdracht vatbare bedrag, binnen de grenzen ervan, verminderd met 50 euro per kind ten laste.». 2°

§ 1b

is, vierde lid, wordt de eerste zin vervangen als volgt : « Wanneer personen die

komsten genieten bedoeld

het eerste lid één of meer kinderen ten laste hebben, wordt het voor beslag of overdracht vatbare bedrag, binnen de grenzen ervan, verminderd met 50 euro per kind ten laste.». Art. 16.Artikel 1409ter van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3, wordt vervangen als volgt : « Art. 1409ter.- § 1. De beslagen schuldenaar die aanspraak kan maken op een verhoging van zijn

komsten die niet vatbaar zijn voor beslag met toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, of 1409, § 1bis, vierde lid, doet hiervan aangifte, afgegeven tegen ontvangstbewijs respectievelijk aan de derde-beslagene en,

afschrift, aan de beslaglegger of verzonden aan dezen bij aangetekende brief, door middel van een formulier waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. Per procedure is evenwel één enkele verklaring van kind ten laste vereist, ongeacht het aantal erbij betrokken schuldeisers

elk stadium ervan. § 2. De verklaring zal rechtskracht hebben vanaf de maand volgend op de ontvangst ervan door de derde-beslagene voor zover deze beschikt over een termijn van tien werkdagen vóór de gewone datum van de betaling, de hoedanigheid van kind ten laste wordt vastgesteld overeenkomstig het formulier en één van de bewijsmiddelen bedoeld

artikel 1409quater en de beslagen schuldenaar op erewoord verklaart dat het kind niet beschikt over

komsten waarvan het bedrag hoger is dan door de Koning bepaald of dat zijn

komsten het voorwerp zijn geweest van een gemeenschappelijke belastingsaangifte. § 3. Iedere betwisting wordt door de beslaglegger of de beslagen schuldenaar aan de beslagrechter voorgelegd door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden. De beslaglegger en de beslagen schuldenaar worden bij gerechtsbrief opgeroepen voor de voor de rechter vastgestelde zitting. De derde-beslagene wordt, bij gerechtsbrief,

kennis gesteld van het tussengeschil en is verplicht om, vanaf de volgende vervaldag van de betaling, het bedrag van de toegepaste vermeerdering die aanleiding geeft tot betwisting

zijn handen onbeschikbaar te maken. Onverminderd een overeenkomst tussen de beslagen schuldenaar en de beslaglegger loopt het gevolg van de onbeschikbaarheid verder tot de kennisgeving van de beschikking over de betwisting. De rechter doet uitspraak bij voorrang boven alle andere zaken. De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Zij wordt onmiddellijk bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de beslaglegger, van de beslagen schuldenaar en van de derde-beslagene.

dien de vermeerdering niet werd toegepast door de derde-beslagene, zal de beschikking die de hoedanigheid van kind ten laste erkent rechtskracht hebben vanaf de maand volgend op de ontvangst ervan door deze voor zover hij beschikt over een termijn van tien werkdagen vóór de gewone datum van de betaling.

dien de vermeerdering werd toegepast door de derde-beslagene en

overeenstemming met het tweede lid

zijn handen onbeschikbaar werd gemaakt, wordt het bedrag van de onbeschikbaar geworden vermeerdering al naargelang het geval gestort aan de beslagen schuldenaar of aan de beslaglegger.

geval van een

vorderingsprocedure waarbij vanaf de aanvang of

de loop van de procedure meerdere schuldeisers betrokken zijn, wordt de beschikking geacht ten aanzien van alle schuldeisers op tegenspraak te zijn gewezen. § 4.

geval van veranderende omstandigheden wordt de vermeerdering voor kind ten laste aangepast overeenkomstig de paragrafen 2 en 3.

dien de beslagen schuldenaar onrechtmatig en ten onrechte de vermeerdering geniet, worden de bedragen die daarmee overeenstemmen, op grond van een beschikking gewezen overeenkomstig paragraaf 3, zonder enige beperking gereïntegreerd

het voor beslag vatbare bedrag, onverminderd de toepassing van enige andere

vorderingsmaatregel. ». Art. 17.Artikel 1409quinquies van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3, wordt opgeheven. Art. 18.Artikel 1457 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3, wordt vervangen als volgt : « Art. 1457.- § 1. De akte van derdenbeslag wordt

haar geheel aangezegd binnen acht dagen na ontvangst ervan door de derde-beslagene. Deze aanzegging wordt verricht bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs of bij deurwaardersexploot, door de beslaglegger aan de beslagen schuldenaar, bij gebreke waarvan de beslagrechter de opheffing van het beslag kan gelasten. De kosten van die rechtspleging zijn

ieder geval ten laste van de beslaglegger die een laattijdige aanzegging heeft gedaan, onverminderd schadevergoeding

dien daartoe grond is. § 2. Wanneer het beslag slaat op

komsten bedoeld

de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis en 1410, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. ». Art. 19.Artikel 1539, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3, wordt vervangen als volgt : « Het beslag wordt bij deurwaardersexploot binnen acht dagen aan de beslagen schuldenaar aangezegd. Wanneer het beslag slaat op

komsten bedoeld

de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. ». Afdeling 2 - Wijziging van het BTW-Wetboek Art. 20.Artikel 85bis, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer het beslag slaat op

komsten bedoeld

de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. ». Afdeling 3 - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers Art. 21.Artikel 29, tweede lid, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten3, betreffende de bescherming van het loon der werknemers,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3, wordt opgeheven. Art. 22.Artikel 31bis van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3, wordt vervangen als volgt : « Art. 31bis.- § 1. De overdrager die aanspraak kan maken op een verhoging van zijn

komsten die niet vatbaar zijn voor beslag met toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, of 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, doet hiervan aangifte, afgegeven tegen ontvangstbewijs respectievelijk aan de overgedragen schuldenaar en,

afschrift, aan de overnemer of verzonden aan dezen bij aangetekende brief, door middel van een formulier waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. § 2. De verklaring zal rechtskracht hebben vanaf de maand volgend op de ontvangst ervan door de derde voor zover deze beschikt over een termijn van tien werkdagen vóór de gewone datum van de betaling, de hoedanigheid van kind ten laste wordt vastgesteld overeenkomstig het formulier en één van de bewijsmiddelen bedoeld

artikel 1409quater van het Gerechtelijk Wetboek, en de overdrager op erewoord verklaart dat het kind niet beschikt over

komsten waarvan het bedrag hoger is dan door de Koning bepaald of dat zijn

komsten het voorwerp zijn geweest van een gemeenschappelijke belastingsaangifte. § 3. Iedere betwisting wordt door de overnemer of de overdrager aan de vrederechter voorgelegd door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden. De overnemer en de overdrager worden bij gerechtsbrief opgeroepen voor de voor de rechter vastgestelde zitting. De overgedragen schuldenaar wordt, bij gerechtsbrief,

kennis gesteld van het tussengeschil en is verplicht om, vanaf de volgende vervaldag van de betaling, behalve

geval van verzet van de overdrager op grond van artikel 29, derde lid, het bedrag van de toegepaste vermeerdering die aanleiding geeft tot betwisting

zijn handen onbeschikbaar te maken. Onverminderd een overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer loopt het gevolg van de onbeschikbaarheid verder tot de kennisgeving van de beschikking over de betwisting. De rechter doet uitspraak bij voorrang boven alle andere zaken. De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Zij wordt onmiddellijk bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de overnemer, van de overdrager en van de overgedragen schuldenaar.

dien de vermeerdering niet werd toegepast door de overgedragen schuldenaar zal de beschikking die de hoedanigheid van kind ten laste erkent rechtskracht hebben vanaf de maand volgend op de ontvangst ervan door deze, voor zover hij beschikt over een termijn van tien werkdagen vóór de gewone datum van betaling.

dien de vermeerdering werd toegepast door de overgedragen schuldenaar en

zijn handen onbeschikbaar werd gemaakt overeenkomstig het tweede lid, wordt het bedrag van de onbeschikbaar geworden vermeerdering al naargelang het geval aan de overdrager of aan de overnemer gestort.

geval van een

vorderingsprocedure waarbij vanaf de aanvang of

de loop van de procedure meerdere schuldeisers betrokken zijn, wordt de beschikking geacht ten aanzien van alle schuldeisers op tegenspraak te zijn gewezen. § 4.

geval van veranderende omstandigheden wordt de vermeerdering voor kind ten laste aangepast

overeenstemming met de paragrafen 2 en 3.

dien de overdrager onrechtmatig en ten onrechte de vermeerdering geniet, worden de bedragen die daarmee overeenstemmen, op grond van een beschikking gewezen overeenkomstig de derde paragraaf van dit artikel, zonder enige beperking gere-

tegreerd

het voor beslag vatbare bedrag, onverminderd de toepassing van enige andere

vorderingsmaatregel. ». Art. 23.Artikel 34 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 34.- Onverminderd het tweede lid en artikel 34bis, is dit hoofdstuk niet van toepassing wanneer de overdracht van het loon

een authentieke akte is vastgesteld. Op straffe van procedurele nietigheid van de overdracht vermeldt de authentieke akte dat de overdrager door de notaris

kennis is gesteld van het vermeerderingsmechanisme voor kind ten laste en dat hij bevestigt van deze laatste het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie te hebben ontvangen. ». Art. 24.

dezelfde wet wordt een artikel 34bis

gevoegd, luidende : « Art. 34bis.- § 1. De overdrager die aanspraak kan maken op een verhoging van zijn

komsten die niet vatbaar zijn voor beslag met toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, of 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek doet hiervan aangifte, afgegeven tegen ontvangstbewijs respectievelijk aan de overgedragen schuldenaar en,

afschrift, aan de overnemer of verzonden aan dezen bij aangetekende brief, door middel van een formulier waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. § 2. De verklaring zal rechtskracht hebben vanaf de maand volgend op de ontvangst ervan door de derde voor zover deze beschikt over een termijn van tien werkdagen vóór de gewone datum van de betaling, de hoedanigheid van kind ten laste wordt vastgesteld overeenkomstig het formulier en één van de bewijsmiddelen bedoeld

artikel 1409quater van het Gerechtelijk Wetboek, en de overdrager op erewoord verklaart dat het kind niet beschikt over

komsten waarvan het bedrag hoger is dan door de Koning bepaald of dat zijn

komsten het voorwerp zijn geweest van een gemeenschappelijke belastingsaangifte. § 3. Iedere betwisting wordt door de overnemer of de overdrager aan de beslagrechter voorgelegd door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden. De overnemer en de overdrager worden bij gerechtsbrief opgeroepen voor de voor de rechter vastgestelde zitting. De overgedragen schuldenaar wordt, bij gerechtsbrief,

kennis gesteld van het tussengeschil en is verplicht om, vanaf de volgende vervaldag van de betaling, het bedrag van de toegepaste vermeerdering die aanleiding geeft tot betwisting

zijn handen onbeschikbaar te maken. Onverminderd een overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer loopt het gevolg van de onbeschikbaarheid verder tot de kennisgeving van de beschikking over de betwisting. De rechter doet uitspraak bij voorrang boven alle andere zaken. De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Zij wordt onmiddellijk bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de overnemer, van de overdrager en van de overgedragen schuldenaar.

dien de vermeerdering niet werd toegepast door de overgedragen schuldenaar, zal de beschikking die de hoedanigheid van kind ten laste erkent rechtskracht hebben vanaf de maand volgend op de ontvangst ervan door deze, voor zover hij beschikt over een termijn van tien werkdagen vóór de gewone datum van betaling.

dien de vermeerdering werd toegepast door de overgedragen schuldenaar en

zijn handen onbeschikbaar werd gemaakt

overeenstemming met het tweede lid, wordt het bedrag van de onbeschikbaar gemaakte vermeerdering al naargelang het geval aan de overdrager of aan de overnemer gestort.

geval van een

vorderingsprocedure waarbij vanaf de aanvang of

de loop van de procedure meerdere schuldeisers betrokken zijn, wordt de beschikking geacht ten aanzien van alle schuldeisers op tegenspraak te zijn gewezen. § 4.

geval van veranderende omstandigheden wordt de vermeerdering voor kind ten laste aangepast

overeenstemming met de paragrafen 2 en 3 van dit artikel.

dien de overdrager onrechtmatig en ten onrechte de vermeerdering geniet, worden de bedragen die daarmee overeenstemmen, op grond van een beschikking gewezen overeenkomstig de derde paragraaf, zonder enige beperking gere-

tegreerd

het voor beslag vatbare bedrag, onverminderd de toepassing van enige andere

vorderingsmaatregel. ». Afdeling 4 - Wijziging van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten Art. 25.Artikel 269/1, vierde lid, van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3, wordt vervangen als volgt : « Geen enkel recht wordt geïnd bij de rechtsgedingen voor de beslagrechter of de vrederechter

het kader van de toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. ». Afdeling 5 - Wijziging van artikel 1690 van het Burgerlijk Wetboek Art. 26.

artikel 1690 van het Burgerlijk Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige tekst van dit artikel wordt § 1;2° er wordt een § 2

gevoegd, luidende : « § 2.Onverminderd de toepassing van de artikelen 27 tot 35 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers geeft de overdracht die slaat op

komsten bedoeld

artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, op straffe van procedurele nietigheid, op het ogenblik dat zij kan worden

geroepen tegen de gecedeerde schuldenaar aanleiding tot een aan de overdrager gerichte kennisgeving, die het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie bevat.

dat geval is artikel 34bis van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers van toepassing. ». Afdeling 6 - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3 tot vaststelling van de bewijsvoering alsook de regels van de rechtspleging voor de tenuitvoerlegging van artikel 1409, § 1, vierde lid, en § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek Art. 27.Artikel 10 van het koninklijk besluit van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten3 tot vaststelling van de bewijsvoering alsook de regels van de rechtspleging voor de tenuitvoerlegging van artikel 1409, § 1, vierde lid, en § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, bekrachtigd bij de wet van 15 mei 2005, wordt vervangen als volgt : « Dit besluit treedt

werking twee maanden na de bekendmaking

het Belgisch Staatsblad van het

artikel 1 bedoelde formulier waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. ». Afdeling 7 - Overgangsbepaling Art. 28.Dit hoofdstuk is van toepassing op de gevolgen, na de

werkingtreding ervan, van voordien uitgevoerde beslagen en overdrachten. Daartoe wordt de beslagene schuldenaar of de overdrager die aanspraak kan maken op een verhoging van zijn

komsten die niet vatbaar zijn voor beslag met toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, of 1409, § 1bis, vierde lid, door de derde beslagene

kennis gesteld uiterlijk binnen twee maanden na de

werkingtreding ervan. Deze tegen ontvangstbewijs of bij gewone brief gedane mededeling bevat het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. Afdeling 8 -

werkingtreding Art. 29.Dit hoofdstuk treedt

werking 2 maanden na de bekendmaking

het Belgisch Staatsblad van het formulier, waarvan het model vastgelegd wordt door de minister van Justitie. HOOFDSTUK IX - Wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit - Uitvoering van het arrest 52/2004 van 24 maart 2004 van het Arbitragehof Art. 30.Artikel 12bis, § 4, derde lid, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wordt aangevuld met de volgende zin : « De verlenging van de termijnen wegens de gerechtelijke vakantie geschiedt overeenkomstig artikel 50, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. ». HOOFDSTUK X - Wijzigingen van de basis wet van 12 januari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten8 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden Art. 31.Artikel 55, § 1, tweede en derde lid, van de basis wet van 12 januari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten8 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden worden vervangen door de volgende leden : « Met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid, heeft deze controle betrekking op de aanwezigheid van de aan de briefwisseling vreemde voorwerpen of substanties. De controle laat het lezen van de brief niet toe, tenzij er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat een controle noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid. Deze lezing zal

voorkomend geval

afwezigheid van de gedetineerde kunnen gebeuren. ». Art. 32.

artikel 56, § 1, tweede lid, van dezelfde wet wordt het woord « moeten » vervangen door het woord « kunnen ». Art. 33.Artikel 72 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 72.- § 1. Aalmoezeniers, consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten, evenals de morele consulenten van door de wet erkende organisaties die morele dienstverlening geven op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing worden aangewezen bij de gevangenissen,

overeenstemming met de door de Koning vast te leggen regels. § 2. Onder voorbehoud van de toelating tot gewoon bezoek, legt de Koning eveneens de toegangsregels tot de gevangenis vast voor de personen bedoeld

§ 1. ».

Art. 34.

artikel 74 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

worden de woorden « aan de bedienaar van de eredienst » vervangen door de woorden « aan de consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten »;2°

§ 3

worden de woorden « de bedienaars van de eredienst » vervangen door de woorden « de consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten ». Art. 35.

artikel 75 van dezelfde wet worden de woorden « bedienaren van

België erkende erediensten » en « en tot de gevangenis toegelaten vertegenwoordigers van niet erkende erediensten » geschrapt. Art. 36.

artikel 117, van dezelfde wet, wordt het 2° vervangen als volgt : « 2° systematische controle van uitgaande en

komende briefwisseling overeenkomstig de

artikel 55 en 56 bepaalde regels; ». HOOFDSTUK XI - Wijzigingen van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten2 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen Art. 37.

de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten2 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, wordt een artikel 9bis

gevoegd, luidende : « Art. 9bis.- Onverminderd de bevoegdheden van de rechterlijke

stanties en onverminderd het bepaalde

de artikelen 134ter en quater van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke autoriteiten,

dien ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat

een private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust

het gedrang komt en na de verantwoordelijke te hebben gehoord

zijn middelen van verdediging, besluiten deze plaats te sluiten voor de duur die hij bepaalt. De sluitingsmaatregel houdt op uitwerking te hebben

dien hij niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen wordt bevestigd en ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad op de eerste daarop volgende zitting. De sluitingsmaatregel die de duur van zes maanden niet mag overschrijden, kan, voor zover zich nieuwe soortgelijke feiten hebben voorgedaan of aan het licht zijn gekomen sinds de

itiële beslissing, eenmaal voor eenzelfde periode worden verlengd na gunstig advies van de gemeenteraad. ». Art. 38.

dezelfde wet, wordt een artikel 9ter

gevoegd, luidende : « Art. 9ter.- De persoon die, op een voor het publiek toegankelijke plaats, kennelijk onder

vloed van verdovende of psychotrope stoffen wordt aangetroffen, kan,

dien zijn aanwezigheid, hetzij voor een ander hetzij voor zichzelf, wanorde, schandaal of gevaar veroorzaakt, onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie, bestuurlijk worden aangehouden voor maximaal zes uur. Hij ontvangt,

dien zijn toestand zulks vereist, de nodige geneeskundige zorg. De gerechtelijke autoriteiten worden hiervan

kennis gesteld. De politie

formeert deze personen op het moment van hun vrijlating over de mogelijkheden

zake vrijwillige hulpverlening en deelt hen, zo mogelijk, de nodige adressen en contactpunten mee. ». HOOFDSTUK XII - Wijzigingen van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten9 houdende regeling van economische en

dividuele activiteiten met wapens Art. 39.

artikel 27, § 3, eerste lid, van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten9 houdende regeling van economische en

dividuele activiteiten met wapens worden de woorden « en 16° » vervangen door de woorden « en 15° ». Art. 40.

artikel 42 van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten9 houdende regeling van economische en

dividuele activiteiten met wapens worden de woorden « artikel 3, 9° » vervangen door de woorden « artikel 3, § 1, 10° ». Art. 41.Dit hoofdstuk treedt

werking op de datum van de

werkingtreding van de artikelen 27 en 42 van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten9 houdende regeling van economische en

dividuele activiteiten met wapens. TITEL III - Financiën HOOFDSTUK I - Wijzigingen van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 Art. 42.

artikel 57, 1°, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting

(2)sluiten3, worden de woorden « al dan niet

België belastbare »

gevoegd tussen de woorden « die voor de verkrijgers » en de woorden « beroepsinkomsten zijn ». Art. 43.

artikel 146 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 6 juli 1994, 21 december 1994, 7 april 1999, 10 augustus 2001, 28 april 2003 en 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het 1° vervallen de woorden « niet sub 2° »;2°

het 2° worden de woorden « vermeld

artikel 31bis » vervangen door de woorden « vermeld

artikel 31bis, tweede en derde lid »;3°

het 5° worden de woorden « sub 2° tot » vervangen door de woorden « sub 3° en » Art.44.

artikel 147, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten6, worden de woorden « van een

artikel 31bis vermelde aanvullende vergoeding » vervangen door de woorden « van een

artikel 31bis, tweede en derde lid, vermelde aanvullende vergoeding ». Art. 45.

de Franse tekst van artikel 515quater, § 1, c, van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten1 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten6, worden de woorden « dans la mesure où il s'agit de capitaux » vervangen door de woorden « dans la mesure où il ne s'agit pas de capitaux ». Art. 46.Artikel 42 is van toepassing op de vanaf 1 januari 2006 betaalde of toegekende commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard. Artikel 43, 1° en 3°, is van toepassing vanaf aanslagjaar

  1. De artikelen 43, 2°, en 44 zijn van toepassing op de vergoedingen betaald of toegekend vanaf 1 januari
  2. Artikel 45 is van toepassing op de kapitalen uitgekeerd vanaf 1 januari
  3. HOOFDSTUK II - Wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten Art. 47.Artikel 38 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten, wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidende : « Het eerste lid is niet van toepassing voor deze belastingplichtigen : 1°

het geval van een bijkomstige activiteit bestaande uit de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energieën of bij co-generatie van stoomelektriciteit uit aardgas, ofwel 2°

het geval van een activiteit bestaande uit de productie van elektriciteit waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van een grondstof die afkomstig is van een afvalverwerkingsactiviteit op dezelfde exploitatieplaats. Voor de toepassing van het tweede lid, wordt er verstaan onder : 1° « bijkomstige activiteit » : een activiteit van elektriciteitsproductie waarvan de netto-

komsten, deze uit energetische stimulerende middelen

begrepen, minder bedragen dan 25 % van de jaarlijkse netto-

komsten van de belastingplichtige;2° « hoofdzakelijk gebruik » : een gebruik, op jaarbasis, van meer dan 75 %

energetische capaciteit.». Art. 48.

de Franse tekst van artikel 39 van dezelfde wet, wordt het cijfer « 35 » vervangen door het cijfer « 34 ». Art. 49.Artikel 47 is van toepassing vanaf het eerste belastbaar tijdperk afgesloten na 31 december

  1. Artikel 48 is van toepassing vanaf het aanslagjaar
  2. HOOFDSTUK III - Wijziging van de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten6 betreffende het generatiepact Art. 50.

artikel 100 van de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten6 betreffende het generatiepact worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid wordt het cijfer « 97, »

gevoegd tussen de woorden « 96, B, » en « en 99, A, »;2°

het tweede lid vervalt het cijfer « 97, ». HOOFDSTUK IV - Bekrachtiging van koninklijke besluiten betreffende het accijnsstelsel Art. 51.§ 1. Artikel 1, § 1, 3° tot 7°, van de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken, wordt vervangen als volgt : « 3° bieren zoals gedefinieerd

artikel 4 van de wet van 7 januari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, waarvan het effectieve alcoholvolumegehalte niet meer bedraagt dan 0,5 % vol : 3,7184 euro per hectoliter; 4° niet-mousserende wijnen van de GN-codes 2204 en 2205, met uitzondering van de mousserende wijnen gedefinieerd

5°, waarvan het alcoholvolumegehalte niet meer bedraagt dan 1,2 % vol en voor zover de alcohol

het eindproduct volledig door gisting is verkregen : 3,7184 euro per hectoliter;5° mousserende wijnen van de GN-codes 2204 10, 2204 21 10, 2204 29 10 en 2205, waarvan het alcoholvolumegehalte niet meer bedraagt dan 1,2 % vol en : -die aangeboden worden

flessen met een champignonvormige stop die door draden of banden of anderszins is geborgd, of die een overdruk hebben die teweeggebracht is door koolzuurgas

oplossing van 3 bar of meer, - waarvan de alcohol

het eindproduct volledig door gisting is verkregen : 3,7184 euro per hectoliter;6° andere niet-mousserende gegiste dranken van de GN-codes 2204 en 2205, niet genoemd

4°, alsmede die van de GN-code 2206, waarvan het alcoholvolumegehalte niet meer bedraagt dan 1,2 % vol, voor zover de alcohol

het eindproduct volledig door gisting is verkregen : 3,7184 euro per hectoliter;7° andere mousserende gegiste dranken van de GN-code 2206 00 91 alsmede die van de GN-codes 2204 10, 2204 21 10, 2204 29 10 en 2205, niet genoemd

5°, waarvan het alcoholvolumegehalte niet meer bedraagt dan 1,2 % vol en : - die aangeboden worden

flessen met een champignonvormige stop die door draden of banden of anderszins is geborgd, of die een overdruk hebben die teweeggebracht is door koolzuurgas

oplossing van 3 bar of meer, - waarvan de alcohol

het eindproduct volledig door gisting is verkregen : 3,7184 euro per hectoliter.». § 2. Het koninklijk besluit van 24 januari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten7 tot wijziging van de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken wordt bekrachtigd voor de periode dat het uitwerking had. Art. 52.§

  1. Artikel 17, eerste lid, tweede streepje, van de wet van 7 januari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, wordt vervangen als volgt : « - bijzondere accijns : 1 529,1312 euro. ». §
  2. Het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten9 tot wijziging van de wet van 7 januari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken wordt bekrachtigd voor de periode dat het uitwerking had. HOOFDSTUK V - Tabak Art. 53.Artikel 2, § 2, van de wet van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting

(2)sluiten betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. Wanneer

onderhavige wet de accijns wordt vastgesteld met verwijzing naar bepaalde soorten tabaksfabrikaten van de meest gevraagde prijsklasse of volgens de gewogen gemiddelde prijsklasse, dan wordt de accijns bepaald aan de hand van de bekende gegevens op 1 januari van ieder jaar en op basis van de gekende gegevens over het gezamenlijke voorafgaande jaar. ». Art. 54.

artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 3°, b), wordt vervangen door de volgende bepaling : « b) bijzondere accijns : 0,00 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de minister van Financiën »;2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.Naast de

§ 1

, 2° en 3°, vermelde ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns worden sigaretten en rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak die hier te lande voor het verbruik werden uitgeslagen, onderworpen aan een specifieke accijns en een specifieke bijzondere accijns, die als volgt zijn vastgesteld :

  1. a)voor sigaretten : - accijns : 6,8914 euro per 1 000 stuks; - bijzondere accijns : 0,0000 euro per 1 000 stuks;
  2. b)voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak : - accijns : 0,0000 euro per kilogram; - bijzondere accijns : 4,4770 euro per kilogram. »; 3° § 4 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4.Voor de rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak mag het totaal van de accijns en de bijzondere accijns geheven overeenkomstig § 1, 3°, en § 2, b), en van de BTW

geen geval minder bedragen dan negentig percent van het gezamenlijk bedrag van dezelfde belastingen die van toepassing zijn op rooktabak behorende tot de gewogen gemiddelde prijsklasse. Voor de sigaren mag het totaal van de accijns en de bijzondere accijns geheven overeenkomstig § 1, 1°, en van de BTW

geen geval minder bedragen dan het gezamenlijk bedrag van dezelfde belastingen die van toepassing zijn op sigaren behorende tot de meest gevraagde prijsklasse. ». HOOFDSTUK VI - Fiscale regularisatie Art. 55.Er wordt bij de dienst « voorafgaande beslissingen

fiscale zaken », een « Contactpunt regularisaties » opgericht, belast met de opdrachten bedoeld

artikel 124 van de programmawet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/1998 pub. 30/06/1998 numac 1998009357 bron ministerie van justitie Wet houdende aanwijzing van de rechtbanken voor de gemeenschapsmerken sluiten4. Het wordt onder toezicht geplaatst van het college bedoeld

artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten2 houdende oprichting van de dienst « voorafgaande beslissingen

fiscale zaken » bij de Federale Overheidsdienst Financiën. De beslissingen die het college

het raam van dit artikel neemt, worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996

(1)type wet prom. 10/08/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998015158 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag

zake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en

zake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 sluiten2 houdende oprichting van de dienst « voorafgaande beslissingen

fiscale zaken » bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Art. 56.Artikel 55 heeft uitwerking op 15 maart 2006. HOOFDSTUK VII - Wijziging van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organieke statuut van de Nationale Bank van België Art. 57.

artikel 7 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organieke statuut van de Nationale Bank van België, gewijzigd bij de wet van 14 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid wordt vervangen als volgt : « Zodra de pandovereenkomst gesloten is, wordt hiervan melding gemaakt

een register bij de Nationale Bank van België of bij een derde die zij hiertoe aanduidt. Door de

schrijving

dit register, dat niet aan bijzondere vormvereisten is onderworpen, verkrijgt het pand van de Nationale Bank van België vaste datum en wordt dit erga omnes tegenwerpelijk, behalve ten aanzien van de schuldenaar van de

pand gegeven schuldvordering. ». 2° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden : « Het register is enkel consulteerbaar door derden die overwegen een zakelijk (zekerheids)recht te aanvaarden op schuldvorderingen die

aanmerking komen voor

pandneming door de Nationale Bank van België. De consultatie van het register gebeurt volgens de modaliteiten die door de Nationale Bank van België worden vastgelegd.

geval van opening van een

solventieprocedure, zoals nader gedefinieerd

artikel 3, 5°, van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten6 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten, ten laste van een kredietinstelling dewelke schuldvorderingen

pand heeft gegeven aan de Nationale Bank van België, gelden de volgende bepalingen : a) het geregistreerde pandrecht van de Nationale Bank van België op schuldvorderingen primeert op alle later gevestigde of aan derden toegekende zakelijke zekerheden met betrekking tot dezelfde schuldvorderingen, ongeacht of de voormelde zekerheden al dan niet aan de schuldenaar van de verpande schuldvorderingen ter kennis werden gebracht dan wel door deze laatste werden erkend;

geval de Nationale Bank van België de

pandgeving ter kennis brengt van de schuldenaar van de verpande schuldvordering, kan deze enkel nog

handen van de Nationale Bank van België bevrijdend betalen; b) derde verkrijgers van enig met de Nationale Bank van België concurrerend zakelijk zekerheidsrecht zoals bedoeld

a), zijn er alleszins toe gehouden om de sommen die zij na de opening van een

solventieprocedure vanwege de schuldenaar van de verpande schuldvorderingen hebben ontvangen, onverwijld aan de Nationale Bank van België over te maken.De Nationale Bank van België beschikt over het recht om de betaling van die sommen te eisen, onverminderd haar recht op schadevergoeding; c) schuldvergelijking die kan leiden tot het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van aan de Nationale Bank van België verpande schuldvorderingen is ondanks alle daarmee strijdige bepalingen,

geen geval toegelaten;d) artikel 8 van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten6 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten is van overeenkomstige toepassing op de

pandneming door de Nationale Bank van België van schuldvorderingen, waarbij de woorden « financiële

strumenten » worden vervangen door « schuldvorderingen »;e) de artikelen 5, juncto artikel 40 van de hypotheekwet, zijn niet van toepassing.». HOOFDSTUK VIII - Wijziging van de wet van 1 april 1971 houdende de oprichting van een Regie der Gebouwen Art. 58.

artikel 2bis van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De Regie kan,

naam en voor rekening van andere publiekrechtelijke rechtspersonen of concessiehouders van Belgische of buitenlandse overheidsdiensten, overheidsopdrachten van werken en diensten aangaan, studieopdrachten verrichten en contracten afsluiten met het oog op de bouw, renovatie, restauratie, verhuring of het beheer van gebouwen. »; 2° de bepaling wordt aangevuld met een vierde en een vijfde paragraaf, luidende : « § 4.De Regie der Gebouwen kan zich, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad,

het kader van de uitvoering van haar bevoegdheden, laten bijstaan door andere rechtspersonen, of taken door andere rechtspersonen laten uitvoeren of samen met andere rechtspersonen taken uitvoeren. § 5. De Regie wordt ertoe gemachtigd om aan de diensten en

stellingen bedoeld

artikel 2, eerste en tweede lid, facilitaire diensten te verstrekken die het beheer en het gebruik van de ter beschikking gestelde ruimten helpen te optimaliseren. De voorwaarden en modaliteiten hiertoe zullen

een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad worden vastgelegd. ». Art. 59.

artikel 2ter, § 1, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De Regie wordt belast met de studie en de voorbereiding,

overleg met de betrekkers, van de bezettings-, kwaliteits- en veiligheidsnormen voor de gebouwen die zij beheert.Deze normen worden bekrachtigd door de Ministerraad. »; 2° het laatste lid vervalt. Art. 60.Artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « De Regie staat onder het hiërarchisch gezag van de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen, hierna genoemd de minister. ». Art. 61.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 4.- § 1. Het dagelijks beheer van de Regie wordt toevertrouwd aan een administrateur-generaal. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, en na het akkoord van de ministers van Begroting en Ambtenarenzaken, de andere management- en staffuncties. De administrateur-generaal en de houders van de management- en staffuncties maken deel uit van het directiecomité. Ze worden voor een mandaat van zes jaar aangesteld. De procedures

zake aanstelling en uitoefening van de functies van administrateur-generaal en van de management- en staffuncties worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad.

afwijking van het vierde lid en op voordracht van de minister, na een openbare oproep tot kandidaten, wordt de eerste aanstelling van de administrateur-generaal en van de houders van management- en staffuncties voor een mandaat van zes jaar bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, gedaan. §

  1. Het dagelijks beheer omvat met name de hiërarchische bevoegdheden betreffende de personeelsleden van de Regie. De Koning kan bovendien specifieke bevoegdheden aan de administrateur-generaal toewijzen. §
  2. Het directiecomité waakt erover dat de algemene werking, de behoeften van de klanten en het operationeel en financieel verantwoorde vastgoedbeheer het uitgangspunt vormen voor alle activiteiten. Het beslist over alle aangelegenheden

zake ontwerp en concretisering van de projecten, evenals over alle aangelegenheden

zake

terne organisatie. § 4. Elk statutair of contractueel personeelslid van de Regie geeft de belangen aan die het heeft

een

stelling of onderneming die zakelijke banden met de Regie heeft en verbindt zich ertoe de Regie van alle wijzigingen met betrekking tot de aangegeven belangen op de hoogte te brengen. §

  1. De minister kan specifieke bevoegdheden delegeren aan de administrateur-generaal, aan het directiecomité of aan andere personeelsleden van de Regie. Binnen de perken die de minister bepaalt, kunnen de personeelsleden aan wie hij delegatie heeft verleend de hun gedelegeerde bevoegdheden subdelegeren. De administrateur-generaal neemt hiertoe een subdelegatiebesluit. ». Art. 62.Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 5.- §
  2. De Regie richt een permanent en gestructureerd overleg op met de federale openbare diensten waarvoor de Regie haar opdrachten vervult. De structuur van dit overleg wordt vastgesteld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. § 2. De Regie maakt een meerjarenplan betreffende de vastgoedbehoeften op volgens de modaliteiten vastgelegd

een koninklijk besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. ». Art. 63.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 6.- De Regie organiseert een

terne controle en een

terne audit. De organisatie en de structuur hiervan worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. ». Art. 64.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 7.- Tot de aanstelling van de

artikel 4 bedoelde administrateur-generaal, worden zijn bevoegdheden door de houder van de functie van directeur-generaal van de Regie uitgeoefend. ». Art. 65.Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 19.- De minister maakt de lijst op : 1° van de terreinen, gebouwen en aanhorigheden die toebehoren aan de Staat en noodzakelijk zijn voor de werking van de diensten van de Staat en van de door de Staat beheerde openbare diensten, alsmede voor de huisvesting van sommige categorieën van het door de Staat bezoldigd personeel, en die door de Regie worden beheerd ten name en voor rekening van de Staat;2° van de terreinen, gebouwen en aanhorigheden die voor dezelfde doeleinden door de Staat worden gehuurd, en waarvan de Regie de huur overneemt. Deze lijst wordt door de Koning goedgekeurd en aan de Ministerraad meegedeeld. Het directiecomité legt de minister jaarlijks een

ventaris van de goederen voor met het oog op het bijwerken van de

het eerste lid bedoelde lijst. ». TITEL IV - Telecommunicatie HOOFDSTUK I - BIPT Art. 66.Artikel 30 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten0 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, wordt vervangen als volgt : « Art. 30.- § 1. De

komsten van het

stituut omvatten : 1° de

zijn voordeel gedane schenkingen en legaten;2° de toevallige

komsten;3° alle andere wettelijke en reglementaire ontvangsten verbonden aan zijn werkzaamheden en de vergoedingen voor prestaties;4° het geheel van de rechten geïnd op basis van de titels III en IV van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6;5° de terugbetaling van de kosten verbonden aan het beheer van en het toezicht op de universele postdienst volgens de volgens de toepasselijke bepalingen van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6;6° de terugbetaling van de kosten verbonden aan het beheer en het toezicht op de universele telecommunicatiedienst volgens de toepasselijke bepalingen van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie.De administratieve bijdragen zoals bepaald

artikel 29 van voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0, worden onder meer aangewend voor de dekking van de kosten waarvan sprake

dit lid. § 2. De terugbetaling van de

vesterings- en onderhoudskosten van de gegevensbank bedoeld

artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie, wordt op de volgende manier verdeeld : a) 10 % van de

vesterings- en 20 % van de onderhoudskosten van de gegevensbank worden

gelijke delen toegerekend aan alle aanbieders van sociale tarieven;b) 40 % van de

vesterings- en de onderhoudskosten van de gegevensbank worden aan alle aanbieders van sociale tarieven toegerekend

verhouding tot het aantal van hun klanten op wie zij het sociale tarief toepassen;c) 40 % van de

vesterings- en de onderhoudskosten van de gegevensbank worden aan alle aanbieders van sociale tarieven toegerekend

verhouding tot hun daadwerkelijke gebruik van het systeem voor het beheer van het sociale element van de universele dienst;d) 10 % van de

vesteringskosten van de gegevensbank worden aan het

stituut toegerekend. § 3. Voor de toepassing van punt

  1. a)van de vorige paragraaf wordt geen rekening gehouden met de aanbieders van sociale tarieven die op de markt voor openbare telefonie een omzet hebben van minder dan 1 240 000 euro. Voor de toepassing van punt
  2. b)van de vorige paragraaf wordt het aandeel van de bijdrage die de betrokken aanbieder van sociale tarieven verschuldigd is, elke dag berekend op grond van het aantal klanten op wie hij die dag het sociale telefoontarief toepast. Voor de toepassing van punt
  3. c)van de vorige paragraaf houdt het

stituut rekening met het aantal gegevensopvragingen aan het systeem. § 4. Onverminderd § 2 zijn de kosten

verband met de eventuele

stallatie en het eventuele gebruik van een computersysteem van het type flux XML/batch voor het beheer van het sociale element van de universele dienst uitsluitend ten laste van de aanbieders van sociale tarieven die van die manier van beheer en verwerking van de

formatie gebruik maken voor hun betrekkingen met de databank sociale tarieven. Voor de toepassing van het vorige lid worden de kosten onder de betrokken aanbieders verdeeld overeenkomstig § 2. § 5. Het

stituut publiceert de methode voor de berekening en de verdeling van de

vesterings- en onderhoudskosten van de

paragraaf 2 vermelde gegevensbanken en deelt de betrokken aanbieders het bedrag van hun respectievelijke bijdrage mee. Kosten aangaande

vesteringen en onderhoud met betrekking tot de

paragraaf 2 vermelde gegevensbanken die na 31 december 2006 plaatsvinden, kunnen op basis van dit artikel enkel worden teruggevorderd op voorwaarde dat de desbetreffende

vesteringen voorafgaandelijk goedgekeurd werden door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. § 6. Onverminderd andere toepasselijke bepalingen worden de bedragen van de door het

stituut geïnde rechten vastgesteld bij koninklijk besluit na advies van het

stituut.

dien de

vorig lid vernoemde bestaande besluiten een algemene vergoeding voor de activiteiten van het

stituut vaststellen worden zij geacht door deze wet opgeheven te zijn wanneer zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de

werkingtreding van de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen. De overige koninklijke besluiten die een algemene vergoeding vaststellen voor de activiteiten van het

stituut, worden met terugwerkende kracht opgeheven wanneer zij niet door de wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na hun

werkingtreding. ». HOOFDSTUK II - Elektronische communicatie Art. 67.

artikel 98 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, dat samen met het tweede en derde lid § 1 zal vormen, wordt vervangen als volgt : « Uiterlijk op 15 november van het kalenderjaar dat op het beschouwde jaar volgt, berekent en publiceert het

stituut de aanslagvoet voor het beschouwde jaar, overeenkomstig het tweede lid.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2.Wanneer een operator de

artikel 74 bedoelde

formatie niet verstrekt binnen de door het

stituut voorgeschreven termijnen of die onvolledig verstrekt, wordt deze

formatie door het

stituut bepaald op grond van alle

lichtingen die het relevant acht. ». Art. 68.

artikel 99 van dezelfde wet, worden de woorden « artikel 98, derde lid » vervangen door de woorden « artikel 98, § 1, derde lid ». Art. 69.Artikel 104 van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Art. 104.- § 1. De minister kan

geval van een door het

stituut vastgesteld verzuim van de aanbieder

de vervulling van de universeledienstverplichtingen onder de

de bijlage vastgelegde technische en tarifaire voorwaarden, de betrokken aanbieder een administratieve boete opleggen waarvan het bedrag niet hoger mag zijn dan 1 % van de omzet van de betrokken aanbieder voor het beschouwde jaar, berekend volgens artikel 95. § 2. De minister kan

geval van een door het

stituut vastgesteld verzuim van een aanbieder van sociale tarieven bij de vervulling van de verplichtingen

zake het sociale element van de universele dienst onder de

de bijlage vastgelegde technische en tarifaire voorwaarden, de betrokken aanbieder een administratieve boete opleggen waarvan het bedrag niet hoger mag zijn dan 1 % van de omzet op de markt voor openbare telefonie van de betrokken aanbieder van sociale tarieven voor het beschouwde jaar. ». Art. 70.

artikel 107, § 2, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden « waarnaar

deze paragraaf verwezen wordt » vervangen door de woorden « waarnaar

het vorige lid verwezen wordt ». Art. 71.

artikel 135 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Het activeren van een preselectiedienst, de overdracht van een

ternettoegangsdienst of een nummer door een operator zonder uitdrukkelijk voorafgaande schriftelijke of op een andere duurzame drager gegeven toestemming van de eindgebruiker, en zonder duidelijke

formatieverstrekking over de preselectiedienst, de

ternettoegangsdienst of de overdracht van het nummer zelf, is verboden.»; 2° het vierde lid wordt vervangen als volgt : « De persoon die ten onrechte aan een operator vraagt een nummer of een

ternettoegangsdienst over te dragen of een preselectie of een preselectiedienst van de operator te activeren of te deactiveren of de persoon die een terecht geactiveerde preselectie van een operator ten onrechte deactiveert, kan van de benadeelde eindgebruiker niet eisen dat hij deze kosten betaalt voor de vier maanden voorafgaand aan de

diening van de klacht.

voorkomend geval betaalt de persoon hem de reeds ontvangen bedragen terug. Bovendien betaalt hij een forfaitaire tegemoetkoming van 750 euro aan de onderneming die de eindgebruiker op grond van de feiten tijdelijk als klant verliest. ». TITEL V - Binnenlandse Zaken HOOFDSTUK I - Wijziging van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten4 Art. 72.

artikel 485, § 3, van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten4 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid, 2°, worden de woorden « 2005 en 2006 » vervangen door de woorden « 2005, 2006 en 2007 »;2°

het tweede lid worden de woorden « gebruikt

2005 en 2006 » vervangen door de woorden « gebruikt

2005, 2006 en 2007 ». HOOFDSTUK II - Wijziging aan de samengeordende wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen

bestuurszaken Art. 73.Artikel 69 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen

bestuurszaken,

gevoegd bij de wet van 12 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting

(2)sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 69.- De personeelsleden van de federale politie en van de lokale politie die een ambt bekleden

een dienst waar een zekere kennis van een andere taal is vereist door deze gecoördineerde wetten, behouden hun betrekking tot 31 december 2007, zelfs als ze deze kennis niet kunnen aantonen. Ze dienen aan de vereisten van taalkennis voor de voormelde datum te voldoen. De diensten

dewelke de

het eerste lid bedoelde personeelsleden een ambt bekleden, worden derwijze georganiseerd dat overeenkomstig deze gecoördineerde wetten voor de omgang met het publiek het Nederlands, het Frans of het Duits kan worden gebruikt. ». Art. 74.Artikel 73 heeft uitwerking met

gang van 1 april 2006. HOOFDSTUK III - Agentschap voor de oproepen tot de hulpdiensten Art. 75.Artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen

zake ambtenarenzaken, vervangen bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting

(2)sluiten3, wordt aangevuld met de woorden « Agentschap voor de oproepen tot de hulpdiensten ». TITEL VI - Landsverdediging HOOFDSTUK I - Wijziging van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut van de beroepsofficieren van de krijgsmacht Art. 76.Artikel 12ter van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut van de beroepsofficieren van de krijgsmacht, vervangen bij de wet van 27 maart 2003, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, het mandaat verlengen met periodes van één jaar. ». HOOFDSTUK II - Wijziging van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht Art. 77.Artikel 53ter van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht, vervangen bij de wet van 27 maart 2003, wordt vervangen als volgt : « Art. 53ter.- § 1. Een adoptieverlof wordt op aanvraag toegekend aan de militair van het actief kader

werkelijke dienst die een minderjarig kind adopteert, met uitzondering van de militair die zich

vrijwillige of automatische disponibiliteit bevindt. Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken. Het verlof kan gesplitst worden

weken en dient te worden genomen uiterlijk binnen het jaar na de adoptie van het kind. Op vraag van de militair kan ten hoogste drie weken van dit verlof opgenomen worden vooraleer het kind effectief geadopteerd wordt. De militair die dit verlof wenst te genieten, deelt aan de overheid onder dewelke hij ressorteert, de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt. De militair dient aan deze mededeling toe te voegen : 1° een attest uitgereikt door de bevoegde centrale overheid van de gemeenschap waarin de toewijzing van het kind aan de militair wordt bevestigd,

dien de militair het verlof van ten hoogste drie weken wenst te verkrijgen vooraleer het kind geadopteerd wordt;2° een attest dat de

schrijving van het kind

het bevolkings- of vreemdelingenregister bevestigt om het verlof of het resterende verlof te kunnen opnemen. De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld wanneer het geadopteerde kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden

pijler 1 van de medisch-sociale schaal, overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag.

geval van adoptie van meerdere kinderen wordt het verlof toegekend voor elk kind. § 2. Een opvangverlof wordt op aanvraag toegekend aan de militair van het actief kader

werkelijke dienst die de pleegvoogdij opneemt van een minderjarig kind of die een minderjarige opneemt

zijn gezin

gevolge een rechterlijke beslissing tot plaatsing

een opvanggezin, met uitzondering van de militair die zich

vrijwillige of automatische disponibiliteit bevindt. Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken voor een kind beneden de drie jaar en ten hoogste vier weken

de andere gevallen. Het verlof vangt aan op de dag dat het kind

het gezin wordt opgenomen en kan niet gesplitst worden. De militair die dit verlof wenst te genieten, deelt aan de overheid onder dewelke hij ressorteert, de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt. De militair dient aan deze mededeling toe te voegen : 1°

geval van een rechterlijke beslissing tot plaatsing, een officieel attest van plaatsing door een rechter;2° een attest dat de

schrijving van het kind

het bevolkings- of vreemdelingenregister bevestigt. De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het opgenomen kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden

pijler 1 van de medisch-sociale schaal, overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag. § 3. Het adoptie- en het opvangverlof worden bezoldigd en gelijkgesteld met periodes van werkelijke dienst. § 4.

geval van mobilisatie of

periode van oorlog kunnen de militairen geen adoptie- of opvangverlof bekomen. De toegekende adoptie- en opvangverloven eindigen automatisch, zonder opzegging,

periode van oorlog of

geval van mobilisatie. ». HOOFDSTUK III - Wijziging van de wet van 20 mei 1994

zake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie Art. 78.Artikel 99bis, § 4, van de wet van 20 mei 1994

zake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie,

gevoegd bij de wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten5 en gewijzigd bij de wet van 5 maart 2006, wordt aangevuld met het volgende lid : « Het ontslag of de verbreking van de dienstneming of van de wederdienstneming worden gelijkgesteld met een aangenomen ontslag of verbreking op eigen verzoek. ». Art. 79.

hoofdstuk II van dezelfde wet wordt een afdeling 5

gevoegd, luidende : « Afdeling 5 - Subrogatie van de Staat

sommige gevallen van weigering tot tussenkomst van verzekeringsmaatschappijen Art. 99ter.- § 1. Aan de militairen of hun rechthebbenden die,

gevolge een overlijden of letsels opgelopen naar aanleiding van een buitenlandse zending,

de deelstanden «

hulpverlening » of «

operationele

zet », geconfronteerd worden met een uitsluiting door hun verzekeringsmaatschappij met als gevolg het niet betalen van het kapitaal of van de rente bepaald

het kader van de waarborgen voorzien

hun levens- of ongevallenverzekeringscontract, wordt een vergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag dat door de verzekeringsmaatschappij had dienen uitgekeerd te worden

dien geen beroep gedaan was op de uitsluiting. Deze vergoeding wordt verleend : 1° voor zover de militair alle nodige maatregelen heeft genomen om zijn verzekeringsmaatschappij

te lichten om, eventueel mits de betaling van een bijpremie, de dekking van het risico voorzien

het contract te behouden;2° voor zover het betrokken verzekeringscontract reeds vóór de zending bestond en niet werd afgesloten met het oog op deze zending. § 2. De burgers van wie de aanwezigheid bij de militairen noodzakelijk is tijdens het verrichten van dienstprestaties

de deelstanden bedoeld

§ 1

, eerste lid, kunnen onder dezelfde voorwaarden aanspraak maken op de vergoeding bedoeld

§ 1. § 3.

De Staat treedt

de rechten en vorderingen van het betrokken personeel ten belope van het betaalde bedrag, zowel tegenover de verzekeringsmaatschappij als tegenover de mogelijk aansprakelijke derden. ». HOOFDSTUK IV - Wijziging van de wet van 25 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten7 tot

stelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de

stelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking Art. 80.

artikel 6, § 1, 7°, van de wet van 25 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten7 tot

stelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de

stelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking, vervangen bij de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten7, wordt het woord « adoptieverlof, »

gevoegd tussen de woorden « van zwangerschapsverlof, » en het woord « opvangverlof ». Art. 81.

artikel 14, § 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten7, worden de woorden « adoptieverlof, opvangverlof, »

gevoegd tussen de woorden « van zwangerschapsverlof, » en de woorden « ouderschapsverlof, vaderschapsverlof ». Art. 82.

artikel 23, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden « op minder dan vijf jaar » vervangen door de woorden « op ten hoogste vijf jaar ». HOOFDSTUK V - Wijziging van de wet van 25 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting

(2)sluiten5 houdende de

richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen Art. 83.Artikel 5 van de wet van 25 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 11/10/2012 numac 2011015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de

ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting

(2)sluiten5 houdende de

richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen, wordt vervangen als volgt : « Art. 5.- Ieder jaar dat als veiligheidsbeambte werd volbracht wordt

aanmerking genomen ten belope van 1/50e van de refertewedde die als basis dient voor de berekening van het rustpensioen. De militaire diensten worden

aanmerking genomen voor hetzelfde tantième. De burgerlijke beambten van de Federale Overheidsdienst Justitie die de functie van veiligheidsbeambte uitoefenen kunnen tot uiterlijk 31 december 2003 blijven genieten van de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 september 1998 tot

voering van een verlof voorafgaand aan het pensioen ten gunste van sommige ambtenaren

dienst

de buitendiensten van het Directoraat-generaal Strafinrichtingen. ». Art. 84.

dezelfde wet wordt een artikel 5bis

gevoegd, luidende : « Art. 5bis.-

afwijking van artikel 46, eerste lid, van de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten4 houdende maatregelen tot harmonisering

de pensioenregelingen, kan aan de overgeplaatste militairen die, op de datum van hun overplaatsing, de volle leeftijd van 45 jaar hadden bereikt, op hun verzoek een pensioen verleend worden op de eerste dag van het trimester dat volgt op dit waarin zij de volle leeftijd van 56 jaar bereiken, of op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de stopzetting van hun functies

dien deze zich later voordoet, op voorwaarde dat zij ten minste twintig pensioenaanspraakverlenende dienstjaren tellen, met uitzondering van de bonificaties wegens studies en van andere periodes vergoed wegens diensten die voor de vaststelling van de wedde meetellen. Voor de berekening van die twintig dienstjaren worden de

aanmerking komende diensttijd en perioden slechts voor hun enkelvoudige duur

aanmerking genomen. Het eerste lid is niet van toepassing op aanvragen om uitgesteld pensioen, noch op aanvragen om onmiddellijk pensioen vanaf de leeftijd van 60 jaar. Voor de overgeplaatste militairen die, met toepassing van het eerste lid, vragen om vóór de leeftijd van 60 jaar gepensioneerd te worden, wordt de

artikel 2, tweede lid, van de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector bedoelde minimumleeftijd, vastgesteld op 56 jaar. Voor de toepassing van artikel 83 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen op de

het eerste lid bedoelde gewezen militairen, wordt de

voornoemde bepaling bedoelde leeftijd van 60 jaar vervangen door de leeftijd van 56 jaar. ». HOOFDSTUK VI - Wijziging van de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten7 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever Art. 85.Artikel 5 van de wet van 16 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten7 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever, wordt aangevuld met het volgende lid : « De duur van één jaar bedoeld

het eerste lid wordt van rechtswege verlengd met de duur van het verlof betreffende de moederschapsbescherming, van het vaderschapverlof, van het ouderschapsverlof, van het opvangverlof of van het adoptieverlof. ». Art. 86.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 10.-

afwijking van artikel 46, eerste lid, van de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten4 houdende maatregelen tot harmonisering

de pensioenregelingen, kan aan de overgeplaatste militairen die, op de datum van hun overplaatsing, de volle leeftijd van 45 jaar hebben bereikt, op hun verzoek een pensioen verleend worden op de eerste dag van het trimester dat volgt op dit waarin zij de volle leeftijd van 56 jaar bereiken, of op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de stopzetting van hun functies

dien deze zich later voordoet, op voorwaarde dat zij ten minste twintig pensioenaanspraakverlenende dienstjaren, volbracht

de hoedanigheid van militair, tellen, met uitzondering van de bonificaties wegens studies en van andere periodes vergoed wegens diensten die voor de vaststelling van de wedde meetellen. Voor de berekening van die twintig dienstjaren worden de

aanmerking komende diensttijd en perioden slechts voor hun enkelvoudige duur

aanmerking genomen. Het eerste lid is niet van toepassing op aanvragen om uitgesteld pensioen, noch op aanvragen om onmiddellijk pensioen vanaf de leeftijd van 60 jaar. Het eerste lid is evenmin van toepassing op de overgeplaatste militairen wier leeftijdsgrens als militair hoger lag dan 56 jaar. Voor de overgeplaatste militairen die, met toepassing van het eerste lid, vragen om vóór de leeftijd van 60 jaar gepensioneerd te worden, wordt de

artikel 2, tweede lid, van de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector bedoelde minimumleeftijd, vastgesteld op 56 jaar. Voor de toepassing van artikel 83 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen op de

het eerste lid bedoelde gewezen militairen, wordt de

voornoemde bepaling bedoelde leeftijd van 60 jaar vervangen door de leeftijd van 56 jaar. De

het vorige lid bedoelde leeftijd van 56 jaar wordt vervangen door 58 jaar of 59 jaar voor de overgeplaatste militairen wier leeftijdsgrens als militair op een van die respectievelijke leeftijden lag. Het vorige lid is niet van toepassing op de overgeplaatste militairen wier leeftijdsgrens als militair hoger lag dan 59 jaar. Ieder jaar dat als militair werd volbracht, wordt

aanmerking genomen ten belope van 1/50e van de refertewedde die als basis dient voor de berekening van het rustpensioen. ». HOOFDSTUK VII - Overgangsbepaling Art. 87.De militairen die een kind hebben geadopteerd of opgenomen

het gezin vóór de datum van

werkingtreding van artikel 77 blijven onderworpen aan de bepalingen die terzake op hen toepasselijk waren vóór die datum. HOOFDSTUK VIII -

werkingtreding Art. 88.De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de datum waarop artikel 79

werking treedt. TITEL VII - Telecommunicatie, Economie, Energie en Buitenlandse Handel HOOFDSTUK I - Telecommunicatie Afdeling 1 - BIPT Art. 89.

artikel 26 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten0 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het derde lid worden de woorden « het administratief statuut en »

gevoegd tussen de woorden « en Begroting » en de woorden « de personeelsformatie »;2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning stelt, op voorstel van het

stituut en na akkoord van de minister van Begroting, het geldelijk statuut van het personeel van het

stituut vast.». Art. 90.Artikel 89 heeft uitwerking met

gang van 23 april 2003. Afdeling 2 - Elektronische communicatie Art. 91.Artikel 2 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie wordt aangevuld als volgt : « 67° « openbaar bureau voor elektronische communicatie » : voor het publiek toegankelijke ruimte of

richting voor de tijdelijke beschikbaarstelling van eindapparatuur waarmee tegen betaling een elektronische-communicatienetwerk of -dienst ter plaatse kan worden gebruikt zonder contractuele betrekking met de leverancier van het netwerk of de dienst. ». Art. 92.

artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 5

gevoegd, luidende : « § 5.De

paragraaf 1 vermelde kennisgeving is niet vereist

geval van het aanbieden of doorverkopen van elektronische communicatienetwerken die het openbaar domein niet overschrijden. »; 2° er wordt een § 6

gevoegd, luidende : « § 6.De

paragraaf 1 vermelde kennisgeving is niet vereist

geval van het aanbieden of doorverkopen van elektronische communicatiediensten of -netwerken uitsluitend aan een rechtspersoon waarin de aanbieder of doorverkoper een controlerend belang heeft of uitsluitend aan natuurlijke personen

het kader van een overeenkomst waarbij elektronische communicatiediensten of -netwerken louter ter ondersteuning en als bijkomstig ter beschikking worden gesteld. »; 3° er wordt een § 7

gevoegd, luidende : « § 7.Bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, stelt de Koning op voorstel van de minister van Justitie en de minister, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het

stituut, de voorwaarden vast waaronder de aanbieders en doorverkopers waarnaar verwezen wordt

de paragrafen 5 en 6 de verkeersgegevens en de identificatiegegevens van eindgebruikers, registreren en bewaren, met het oog op het opsporen en de beteugeling van strafbare feiten en met het oog op de beteugeling van kwaadwillige oproepen naar de nooddiensten. Bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, stelt de Koning op voorstel van de minister van Justitie en de minister, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het

stituut, de technische en administratieve maatregelen vast die aan de aanbieders en doorverkopers waarnaar verwezen wordt

paragraaf 5 en 6 worden opgelegd om de oproeper te kunnen identificeren en het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-communicatie mogelijk te maken onder de voorwaarden bepaald door de artikelen 46bis, 88bis en 90ter tot 90decies van het Wetboek van strafvordering. De aanbieders en doorverkopers waarnaar verwezen wordt

de paragrafen 5 en 6 zorgen ervoor dat de

het eerste lid van deze paragraaf vermelde gegevens onbeperkt toegankelijk zijn vanuit België. »; 4° er wordt een § 8

gevoegd, luidende : « § 8.Het

stituut controleert de naleving van de verplichtingen opgenomen

de vorige paragrafen van dit artikel en publiceert op zijn website wie een kennisgeving

de zin van dit artikel heeft gedaan. Ook maakt het

stituut jaarlijks een rapport over aan de minister met een overzicht enerzijds van de kennisgevingen die werden gedaan, anderzijds van de acties die werden ondernomen

het licht van de controle op de naleving van de

dit artikel opgenomen verplichtingen.

het kader van de

het vorige lid vermelde controle moet elke operator, op verzoek van het

stituut, hem alle beschikbare

formatie bezorgen omtrent het aanbieden van elektronische communicatiediensten of -netwerken aan andere personen dan eindgebruikers. ». Art. 93.Een natuurlijke of rechtspersoon die vóór de

werkingtreding van het vorige artikel, krachtens artikel 9 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de elektronische communicatie een kennisgeving heeft gedaan, kan het

stituut zoals bedoeld

artikel 2, 3°, van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid

zake duurzame ontwikkeling sluiten0 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, via aangetekend schrijven,

kennis stellen van het feit dat hij een beroep wenst te doen op een van de vrijstellingen bepaald

artikel 9, §§ 5 en 6, van dezelfde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0.

dit geval wordt de kennisgeving geacht onbestaande te zijn vanaf het ogenblik van ontvangst van het aangetekend schrijven. Art. 94.

artikel 34 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Art.40 » worden vervangen door de woorden « Artikel 32 »; 2°

het onderdeel 1° wordt de volgende zin toegevoegd : « op deze apparatuur is artikel 33, § 1, 1°, evenmin van toepassing ». Art. 95.

artikel 39, § 3, van dezelfde wet worden de woorden « De Koning, op voorstel van »

gevoegd voor de woorden « het

stituut ». Art. 96.

artikel 47, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden « de verplichtingen waaraan openbare bureaus voor elektronische communicaties moeten voldoen, met

begrip van de door hen verschuldigde rechten voor kennisgeving overeenkomstig artikel 9 en controle, alsook »

gevoegd tussen de woorden « na advies van het

stituut, » en de woorden « de categorieën van personen ». Art. 97.Artikel 163 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 163.- Belgacom verzekert de universele dienst zoals omschreven

artikel 68, 1°, 3°, 4° en 5°, van deze wet en de daarbijhorende bepalingen

de bijlage, alsook de diensten vermeld onder artikel 105 van deze wet. Deze verplichting loopt wat betreft de universele dienst, tot op 1 januari van het jaar dat volgt op de aanwijzing door de Koning van één of meer aanbieders voor elk van de elementen van de universele dienst die onder het toepassingsgebied van het vorige lid vallen. Wat betreft de diensten opgenomen

artikel 105 loopt de verplichting tot het moment van aanwijzing door de Koning van één of meer operatoren krachtens artikel 105 van deze wet. ». HOOFDSTUK II - Economie Afdeling 1 - Verzekeringen Art. 98.Artikel 41, vierde lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst wordt aangevuld als volgt : «

geval van kwaad opzet door minderjarigen kan de Koning het recht van verhaal beperken van de verzekeraar die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privé-leven dekt. ». Art. 99.

dezelfde wet wordt een artikel 68-10

gevoegd, luidende : « Artikel 68-10 Compensatiekas Natuurrampen § 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een Compensatiekas Natuurrampen, hierna Compensatiekas genoemd, met als opdracht de verdeelsleutel vast te stellen die toelaat de schadelast van de aan de voorwaarden van het Bureau getarifeerde risico's te verdelen tussen al de verzekeraars die

België de verzekering van de eenvoudige risico's tegen brand aanbieden. § 2. De Koning keurt de statuten goed en reglementeert de controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij wijst de handelingen aan die

het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt de Koning de Compensatiekas

. § 3. De verzekeraars die

België de verzekering van de eenvoudige risico's tegen brand aanbieden, zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen.

dien de Compensatiekas door de Koning is

gesteld, legt een koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeraars moeten worden gedaan. § 4. De erkenning wordt

getrokken

dien de Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten, verordeningen of haar statuten.

dat geval kan de Koning alle passende maatregelen nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers, de verzekerden en de benadeelden. Zolang de vereffening duurt blijft de Compensatiekas aan de controle onderworpen. De Koning benoemt voor deze vereffening een bijzonder vereffenaar. ». Afdeling 2 - Wijzigingen van het Wetboek van vennootschappen, van de wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1998 pub. 04/02/1998 numac 1998003047 bron ministerie van financien Wet betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken sluiten0 houdende oprichting van een

stituut der bedrijfsrevisoren en tenuitvoerlegging van de richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende

trekking van richtlijn 84/253/EEG van de Raad Art. 100.Artikel 133 van het Wetboek van vennootschappen, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 2002 en 22 december 2003 en het koninklijk besluit van 1 september 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015234 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en

ternationale samenwerking Wet houdende

stemming met het Protocol

zake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 gehecht aan het Verdrag

zake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.