← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrach

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit wijzigt de algemene uitvoeringsregels voor overheidsopdrachten en regelt de inwerkingtreding van een wet uit 2017. Het doel is om Europese richtlijnen om te zetten in Belgisch recht, met een focus op de uitvoering van opdrachten en de strijd tegen sociale dumping.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
22 JUNI 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 16 februari 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten0 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten VERSLAG AAN DE KONING, Sire, De wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten inzake overheidsopdrachten, hierna « de wet » genoemd, heeft tot doel de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU om te zetten in Belgisch recht, respectievelijk in de klassieke en in de speciale sectoren. Dit ontwerp zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van het hoofdstuk omtrent de uitvoering van de opdracht in de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU. Naast een aantal technische aanpassingen en aanpassingen in verband met de strijd tegen de sociale dumping, wordt aldus voor een ingrijpende hervorming van de regels omtrent de wijzigingen aan de opdracht gezorgd. Deze hervorming is ingegeven door artikel 72 van richtlijn 2014/24/EU en artikel 89 van richtlijn 2014/25/EU. Daarnaast wordt ook het toepassingsgebied aangepast. Een aantal kernbepalingen omtrent wijzigingen aan de opdracht worden van toepassing verklaard in de speciale sectoren, zelfs wanneer het personen (meestal van privaat recht) betreft die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. Ter herinnering, op heden zijn de algemene uitvoeringsregels niet van toepassing in de zogenaamde private speciale sectoren. Daarnaast worden een aantal louter technische aanpassingen doorgevoerd in de tekst, en wordt de inwerkingtreding geregeld van de wet van 16 februari 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten0 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. De voormelde louter technische aanpassingen hebben betrekking op onderstaande artikelen van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 : de artikelen 11 (aanduiding leidend ambtenaar), 16 (personeel), 25 (verduidelijking berekeningswijze borgtocht), 30 (verduidelijking modaliteiten bij afhouding van borgtocht), 35 (kopij op aanvraag van het bestek), 41 (afzien van keuring), 47 (uitvoering in eigen beheer), 67 (modaliteiten omtrent voorschotten), 69 (berekeningsbasis intrest voor laattijdige betaling), 76 (voorbereidingstijd voor de andere fases dan de eerste fase) en 82 (modaliteiten tegenproef). Het ontwerp voorziet eveneens in de invoeging van een nieuw artikel omtrent de berekeningsbasis van de bijzondere of algemene straffen of vertragingsboetes (nieuw in te voegen artikel 46/1). Tot slot voorziet het ontwerp in een aantal nieuwe bepalingen die kaderen in de strijd tegen de sociale dumping. De voornaamste bepalingen in dit verband hebben betrekking op het verbod voor de onderaannemer om het geheel van de opdracht dat hem werd toegewezen verder in onderaanneming te geven, de beperking van de onderaannemingsketen, de verhoogde transparantie in deze onderaannemingsketen, de verplichte naleving van de erkenningswetgeving voor de onderaannemers en op het nazicht op de afwezigheid van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers. Zoals erop is gewezen in de Resolutie van het Europees Parlement van 14 september 2016 over sociale dumping in de Europese Unie, kan er ofschoon de afwezigheid van een reglementaire of universeel gebruikte definitie van het begrip sociale dumping, vanuit gegaan worden dat dit begrip betrekking heeft op een brede waaier aan opzettelijke misbruikpraktijken en de omzeiling van bestaande Europese en nationale wetgeving (met inbegrip van wetten en algemeen toepasselijke collectieve overeenkomsten), die oneerlijke concurrentie mogelijk maken door de arbeids- en werkingskosten op illegale wijze te minimaliseren, en resulteren in de schending van de rechten en de uitbuiting van werknemers. Behoudens indien anders is aangegeven zijn de wijzigingen die door het onderhavig ontwerp worden ingevoerd ook van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid. Zodoende zijn deze opdrachten op één enkele uitzondering na (zie het nieuwe artikel 38/19, tweede lid), ook onderworpen aan van de nieuwe regels omtrent de wijzigingen aan de opdracht. In de richtlijn 2009/81/EG `defensie en veiligheid' zijn geen regels vervat inzake wijzigingen aan de opdracht, zodat de lidstaten, binnen de perken van de Europese Verdragen, in dat verband over een beleidsmarge beschikken. Er zijn echter geen objectieve redenen om voor de betreffende opdrachten andere regels in te voeren dan de algemeen geldende regels inzake wijzigingen aan de opdracht. Ten slotte is rekening gehouden met de opmerkingen in het advies 61.030/1 van de Raad van State, gegeven op 23 maart 2017, tenzij anders is bepaald in de commentaar. Artikel 1.Deze bepaling wijzigt het opschrift van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. Zowel de plaatsing als de uitvoering van de concessieovereenkomsten zullen geregeld woorden door een afzonderlijke wet (de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten betreffende de concessie overeenkomsten) en een afzonderlijk koninklijk besluit. Dienvolgens hoeft in het opschrift van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 niet langer verwezen te worden naar de concessies voor openbare werken. De specifieke bepalingen omtrent concessies voor openbare werken (de artikelen 104 tot 114) worden dan ook opgeheven (zie de commentaar bij artikel 46). Art. 2.Deze bepaling is gericht op het doorvoeren van twee terminologische aanpassingen op diverse plaatsen van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. Telkens wanneer sprake is van de "aanbestedende overheid" wordt dit begrip vooreerst vervangen door het begrip "aanbesteder". Dit laatste begrip omvat niet alleen de aanbestedende overheden (in de klassieke en speciale sectoren), maar ook de aanbestedende entiteiten die geen aanbestedende overheid zijn, te weten de overheidsbedrijven en de (hoofdzakelijke privaatrechtelijke) personen met bijzondere of exclusieve rechten in de speciale sectoren. Dit overkoepelend begrip werd ingevoerd in artikel 2, 5°, van de wet en wordt ook hier aangewend, aangezien alle voormelde actoren hierdoor in bondige bewoordingen kunnen worden gevat. De tweede terminologische wijziging is erop gericht, voor de formaliteiten waarvoor nu een aangetekende zending vereist, naast deze aangetekende zending ook toe te laten dat gebruik wordt gemaakt van elektronische zendingen die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgen. Dit betekent een aanzienlijke administratieve vereenvoudiging voor de aanbesteders. Art. 3.Deze bepaling is gericht op de vervanging van het eerste artikel, waarin aangegeven wordt welke richtlijnen worden omgezet door middel van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. Vanzelfsprekend moet verwezen worden naar de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU. De betreffende referenties zijn dan ook aangepast. Art. 4.Deze bepaling is gericht op het doorvoeren van een aantal terminologische aanpassingen in de definities. Vooreerst worden, in de bepalingen onder a) tot f), een aantal definities geactualiseerd in het licht van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten inzake overheidsopdrachten en haar uitvoeringsbesluiten. Deze aanpassingen behoeven geen nadere toelichting. Daarnaast worden in de bepaling onder g) twee definities ingevoerd. Voor het begrip "wijziging van de opdracht" betreft het, in de meest algemene zin, elke aanpassing van de contractuele voorwaarden van de opdracht of de raamovereenkomst. Omtrent de wijziging van de opdracht worden heel wat artikelen gewijzigd en toegevoegd (zie de artikelen 37 en 38 die vervangen worden en de artikelen 38/1 tot 38/19 die worden toegevoegd). Deze bepalingen zijn gericht op de omzetting van artikel 72 van richtlijn 2014/24/EU en artikel 89 van richtlijn 2014/25/EU. In dezelfde bepaling onder g) wordt een definitie ingevoerd voor het begrip "opdracht in een fraudegevoelige sector". Daarbij worden opdrachten voor werken aanzien als opdrachten in een fraudegevoelige sector, alsook de opdrachten voor diensten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden. Wat dit laatste aspect betreft gaat het meer bepaald om de opdrachten die worden geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten. Voor deze opdrachten in een fraudegevoelige sector worden specifieke maatregelen uitgewerkt die bijdragen aan de strijd tegen de sociale dumping, meer bepaald de verplichting voor de ondernemer om bepaalde informatie omtrent de onderaannemingsketen door te geven aan de aanbesteder en de verplichting tot nazicht op de afwezigheid van uitsluitingsgronden door de aanbestedende overheid. Artikel 71, paragraaf 8, van richtlijn 2014/24/EU en artikel 88, paragraaf 8, van richtlijn 2014/25/EU laten de lidstaten toe om de toepassing van dergelijke maatregelen te beperken "bijvoorbeeld tot bepaalde soorten opdrachten, bepaalde categorieën aanbestedende diensten of ondernemers of bepaalde bedragen". De beperkingsmogelijkheid doet geen afbreuk aan het feit dat de gebruikte criteria verzoenbaar moeten zijn met de grondwettelijk gewaarborgde beginselen van gelijkheid en non-discriminatie. Het onderhavige ontwerp respecteert dan ook de voormelde beginselen. Het ontwerp voorziet in specifieke maatregelen voor de opdrachten die geplaatst worden in fraudegevoelige sectoren. Dit is niet in tegenspraak met de voormelde beginselen aangezien reeds werd aangetoond dat specifieke maatregelen nodig zijn voor deze sectoren die, zoals hun naam het aangeeft, veel meer geraakt zijn door fraude. De fraudegevoelige sectoren werden niet bepaald door de wetgeving `overheidsopdrachten' maar door middel van een verwijzing naar de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten. Om de tekst van het ontwerp niet nodeloos ingewikkeld te maken werd beslist, wat de opdrachten voor werken betreft, om niet te verwijzen naar dit artikel 35/1 en om deze te beschouwen als fraudegevoelig. Art. 5.Deze bepaling is gericht op het actualiseren van de verwijzing naar de bepaling van de wet die betrekking heeft op de vaststelling van de termijnen, en behoeft geen verdere toelichting. Art. 6.Deze bepaling vervangt de artikelen 5 en 6 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. Er worden een aantal aanpassingen doorgevoerd op het vlak van het toepassingsgebied. In het huidige artikel 5, § 3, is voorzien in een oplijsting van bepalingen die van toepassing zijn op de opdrachten waarvan de geraamde waarde hoger is dan 8.500 euro maar lager dan of gelijk is dan 30.000 euro. In het ontwerp is dat niet langer het geval: de algemene uitvoeringsregels worden niet langer van toepassing verklaard op de opdrachten waarvan de geraamde waarde het bedrag van 30.000 euro niet bereikt. Deze aanpak sluit aan bij de versoepelde regeling voor de overheidsopdrachten van beperkte waarde zoals die blijkt uit de artikelen 92 en 162 van de wet (waarbij opdrachten van geringe waarde mogen tot stand komen via een aanvaarde factuur tot een bedrag lager dan 30.000 euro i.p.v. 8.500 euro zoals op heden, zie artikel 105, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten1). Wel is voorzien dat de opdrachtdocumenten alsnog bepaalde artikelen van toepassing kunnen maken op een bepaalde opdracht. Aangezien in de artikelen 92, eerste lid, 1° en 162, eerste lid, 1°, van de wet reeds is bepaald dat artikel 12 van diezelfde wet omtrent het beginsel van betaling voor verstrekte en aanvaarde prestaties, geenszins van toepassing is op de opdrachten van beperkte waarde, hoeft niet langer in een verwijzing te worden voorzien (zoals nu het geval is in artikel 5, § 4), naar artikel 67, § 1, 5°, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. Deze laatste bepaling wordt overigens opgeheven om dezelfde reden (zie ook de commentaar bij artikel 32). Het voorgaande betekent eveneens dat nog slechts één drempelbedrag van toepassing is voor zowel de klassieke sectoren als de speciale sectoren. Ook in artikel 6 zijn diverse aanpassingen doorgevoerd. In de eerste en tweede paragraaf worden vooreerst enkele actualiseringen in de verwijzingen en terminologische aanpassingen aangebracht. Deze behoeven, met uitzondering van de onderstaande aspecten, geen verdere commentaar. Vooreerst werd de lijst van kernartikelen waaraan de betrokken categorieën van uitgesloten opdrachten toch onderworpen blijven verduidelijkt (zie paragrafen 2 en 3). Ter herinnering, ingevolge de verwijzing in artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 naar artikel 9, §§ 2 en 3 van datzelfde besluit vloeit op heden reeds impliciet voort (zie de commentaar hieromtrent bij artikel 5 in het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 22 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten4 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken), dat de in die bepalingen vermelde artikelen inzake de betalingsregels eveneens op de bedoelde opdrachtcategorieën toepasselijk zijn. In de eerste plaats betreft het de artikelen 95, 120, 127, 156 en 160, meer bepaald wat betreft de daarin vervatte bepalingen omtrent de verificatie- en betalingstermijnen. In de tweede plaats betreft het artikel 69 inzake de interest voor laattijdige betaling en de vergoeding voor invorderingskosten. De toepasselijkheid van artikel 69 steunt eveneens, bij verwijzing, op de in artikel 9, § 2, tweede en derde lid, vermelde bepalingen dat het principieel verbod tot verlenging van de verificatie en betalingstermijn geldt "onverminderd de paragrafen 1 en 4" (van artikel 9). De (impliciete) toepasselijkheid van artikel 9, § 1, houdt in dat naast artikel 69 ook de artikelen van hoofdstuk 1 en de artikelen 37 (huidig), 38 (huidig) en 67 toepasselijk zijn op de in artikel 6, § 1, vermelde opdrachtcategorieën. De (impliciete) toepasselijkheid van artikel 9, § 4, houdt langs zijn kant in dat wanneer voor de in betreffende opdrachtcategorieën wordt voorzien in een verlenging van de verificatie-en/of betalingstermijn, daarbij (naast de voorwaarden van artikel 9, § 2 zelf) de motiveringsverplichtingen van artikel 9, § 4, moeten worden gerespecteerd. Welnu, in plaats van deze enigszins ingewikkelde en veelvuldige impliciete verwijzingen werd het nuttiger geacht om expliciet aan te geven welke kernartikelen toch van toepassing blijven, te weten de artikelen 1 tot 9, 67, 69, 95, 120, 127, 156 en 160, alsook de hierna besproken "tweede reeks" van kernartikelen. Bij de actualisatie van de lijst werd de (op heden nog impliciete, zie supra) verwijzing naar de artikelen 37 en 38 vervangen door een verwijzing naar de artikelen 12, § 4, 12/1, 37 tot 38/6, 38/19, 62, eerste lid, 1° en tweede lid, alsook artikel 62/1 (zie paragraaf 2, tweede lid). Deze "tweede reeks" van kernartikelen heeft betrekking op de omzetting van de artikelen 71.3, 71.5, 72 en 73 van richtlijn 2014/24/EU en de overeenkomstige bepalingen van richtlijn 2014/25/EU (hoofdzakelijk het leerstuk van de wijziging van de opdrachten). Het betreft bepalingen die nu ook het voorwerp uitmaken van Europese regels en die dus van toepassing dienen te blijven. De sociale diensten en andere specifieke diensten (zie bijlage III van de wet) zijn voor het grootste deel uitgezonderd. Zij worden slechts aan de voormelde kernartikelen onderworpen (eerste en tweede reeks). De situatie is verschillend wat de diensten betreft die vallen onder de omschrijving "Hotels en restaurants" en "Juridische dienstverlening". De diensten inzake "Hotels en restaurants" zijn volledig onderworpen aan het onderhavige ontwerp. Wat de juridische diensten betreft wordt het toepassingsgebied geregeld in een afzonderlijke paragraaf 4. Sommige juridische diensten blijven onderworpen aan alle bepalingen van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. Wat de juridische diensten betreft moet evenwel in herinnering worden gebracht dat heel wat juridische diensten voortaan al zijn uitgezonderd van het toepassingsgebied van de wet. Op deze van het toepassingsgebied van de wet uitgesloten juridische diensten is het onderhavig ontwerp evenmin van toepassing. Dit geldt eveneens voor de in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a) en b), van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure in rechte. Zelfs al heeft de Koning gebruik gemaakt van de facultatieve machtigingsbepaling om sommige plaatsingsregels voor deze opdrachten in te stellen, zij worden niet onderworpen aan het onderhavige ontwerp. Wat de opdrachten betreft die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen en worden geplaatst ofwel door personen die genieten van bijzondere of alleenrechten, ofwel door overheidsbedrijven voor opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, is er een belangrijke wijziging. Voor het eerst worden die aan een aantal kernartikelen onderworpen, meer bepaald aan de tweede reeks. Inderdaad moet er ook voor gezorgd worden dat de richtlijnbepalingen omtrent wijzigingen aan de opdracht en het beëindigen van de opdracht ook omgezet worden ten aanzien van de betreffende diensten die op heden, op grond van artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3, uitgesloten worden van het toepassingsgebied. De betreffende opdrachten worden niet onderworpen aan de eerste reeks van kernartikelen. Er wordt in een nieuwe uitzondering voorzien wat de opdrachten betreft tot aanstelling van een bedrijfsrevisor. Immers moet worden vastgesteld dat sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 in tegenspraak zijn met het vennootschapswetboek. Het begrip "promotieopdracht" wordt niet langer gedefinieerd in de wet. Deze opdrachten worden in dit ontwerp in principe aan het gewone stelsel aan regels onderworpen. Echter wordt het wel makkelijker gemaakt om in afwijkingen te voorzien ten aanzien van de algemene uitvoeringsregels (zie hiervoor de commentaar bij artikel 9). Er weze aan herinnerd dat vele opdrachten die voorheen gekwalificeerd werden als promotieopdrachten van werken, evenwel zullen kunnen gekwalificeerd worden als concessieovereenkomst en aldus aan afzonderlijke uitvoeringsregels onderworpen. De voorheen bestaande regeling waarbij voor de hiervoor bedoelde opdrachten, die niet alle voorwaarden voor de uitzondering voldeden, de in artikel 96 opgelijste artikelen niet van toepassing zijn, werd niet overgenomen. Afdeling 2 van hoofdstuk 3 waarin artikel 96 vervat is, zal immers worden opgeheven (zie commentaar bij artikel 46 voor verdere toelichting). Er is evenmin nog sprake, om evidente redenen, van de concessies voor openbare werken. De vierde paragraaf van het vervangen artikel 6 is quasi identiek aan artikel 6, § 2, 3°, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. De vijfde paragraaf behoeft geen nadere toelichting. Art. 7.Deze bepaling is gericht op de vervanging van artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. In het eerste lid, dat grotendeels overeenkomt met het huidige eerste lid van artikel 7, wordt verduidelijkt dat de raamovereenkomst slechts aan een beperkt aantal regels onderworpen is. De raamovereenkomst als dusdanig wordt immers uitgevoerd door het sluiten van de latere opdrachten op basis van de raamovereenkomst, en de uitvoering van deze laatste opdrachten. Zodoende moet de raamovereenkomst zelf slechts aan een aantal kernbepalingen onderworpen worden. Ten opzichte van de huidige lijst vervat in artikel 7, eerste lid, zijn, naast het nieuw ingevoegde artikel 62/1, alleen artikel 12, § 4, omtrent de rechtstreekse vordering van de onderaannemer, en de artikelen 37 tot 38/19 omtrent de wijzigingen aan de opdracht, toegevoegd. Het tweede lid verduidelijkt dat de opdrachten die op basis van een raamovereenkomst worden gesloten, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, onderworpen zijn aan alle bepalingen. Via deze werkwijze wordt nog steeds voor de nodige soepelheid gezorgd. De lijst van kernartikelen waarvan evenwel nooit kan worden afgewezen is wel uitgebreid. Meer bepaald werden de artikelen 12/1, 37 tot 38/6, 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 tot 38/19, 62, eerste lid, 1° en tweede lid en artikel 62/1 aan deze lijst toegevoegd. Het betreft de bepalingen die betrekking hebben op de wijziging van de opdracht en op sommige regels omtrent het beëindigen van de opdracht enerzijds en omtrent onderaanneming anderzijds. Art. 8.Deze bepaling is gericht op het wegwerken van achterhaalde verwijzingen ingevolge artikel 56, § 3, van de wet, en behoeft geen nadere toelichting. Art. 9.Deze bepaling is erop gericht op de lijst van artikelen waarvan nooit afgeweken kan worden aan te passen en op het vlak van de afwijkingsmogelijkheden een versoepeling aan te brengen wat de overheidsopdrachten betreft die zowel betrekking hebben op de financiering als op de uitvoering van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband. Aangezien dit ontwerp ook zorgt voor de omzetting van de artikelen 72 en 73 van richtlijn 2014/24/EU en de artikelen 89 en 90 van richtlijn 2014/25/EU, moet ervoor gezorgd worden dat niet kan afgeweken worden van de bepalingen die op die omzetting betrekking hebben. Vandaar dat een aantal artikelen die verband houden met het wijzigingen van de opdracht aan de lijst werden toegevoegd. Ook de artikelen 12/1, 12/3 en 78/1 werden aan de lijst toegevoegd. Het betreft telkens artikelen die kaderen in de strijd tegen de sociale dumping. Wat de opdrachten betreft die zowel betrekking hebben op de financiering, het ontwerp en de uitvoering van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband, met andere woorden een specifieke categorie van "promotieopdrachten", wordt ervoor gezorgd, wat de bepalingen betreft omtrent wijziging van de opdracht, dat alleen deze bepalingen die rechtstreeks omzetting verlenen aan de artikelen 72 en 73 van richtlijn 2014/24/EU en de artikelen 89 en 90 van richtlijn 2014/25/EU, deel uitmaken van de lijst van artikelen waarvan nooit afgeweken mag worden. Wat deze opdrachten betreft wordt de mogelijkheid versoepeld om in afwijkingen te voorzien ten opzichte van de algemene uitvoeringsregels. De normale modaliteiten voor dergelijke afwijkingen, met name dat een afwijking slechts mogelijk is voor zover de bijzondere eisen van de opdracht dit noodzakelijk maken, alsook de vereiste (in sommige gevallen) van een uitdrukkelijke motivering in het bestek, gelden niet voor de betreffende opdrachten. Echter zal de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken voor de betreffende opdrachten vooraan in het bestek moeten worden vermeld. Deze versoepeling is een gevolg van het feit dat een einde werd gesteld aan de huidige gedeeltelijke uitzondering omtrent de zogenaamde promotieopdrachten enerzijds, en het soepeler stelsel aan regels omtrent de promotieopdrachten anderzijds. Voor nadere toelichting hieromtrent wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 6 van dit ontwerp. De voormelde versoepeling geldt enkel indien de opdracht, naast de financiering en de uitvoering, ook betrekking heeft op het ontwerp. Om de hierboven aangehaalde versoepeling mogelijk te maken, alsook om een aantal bijzondere afwijkingsmogelijkheden in te lassen wat sommige bepalingen omtrent wijzigingen aan de opdracht betreft, werd voorzien in een vervanging van de vierde paragraaf. Nog steeds geldt dat slechts afgeweken mag worden van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in de paragrafen 2 en 3 van artikel 9 in behoorlijk verantwoorde gevallen, voor zover de bijzondere eisen van de opdracht dit noodzakelijk maken. Echter zijn een aantal uitzonderingen op dit principe toegevoegd. Vooreerst wordt het mogelijk gemaakt om te voorzien in afwijkingen op het nieuw ingevoegde artikel 38/7, zonder dat de noodzakelijkheid ingevolge de bijzondere eisen van de opdracht moet kunnen worden aangetoond. Het voormelde artikel 38/7 heeft betrekking op prijsherzieningsclausules (voor nadere toelichting omtrent deze bepaling, zie de commentaar bij artikel 21). Het zou te ver gaan om voor afwijkingen op dit artikel een dergelijke noodzakelijkheidstoets op te leggen. Daarnaast moet evenmin de noodzakelijkheid kunnen worden aangetoond, wanneer afgeweken wordt van de nieuw ingevoegde artikelen 38/9, §§ 1 tot 3 en 38/10, §§ 1 tot 3. Deze bepalingen hebben betrekking op onvoorzienbare omstandigheden tot een ontwrichting van het contractueel evenwicht leiden. Indien afgeweken wordt van deze bepalingen, dan moet dit uitdrukkelijk gemotiveerd worden in het bestek. Deze aanpak sluit aan bij die van het huidige artikel 9, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3, weze het dat aan de niet-inachtneming van deze laatste verplichting niet de sanctie wordt verbonden dat de afwijking voor niet-geschreven gehouden moet worden. Voor nadere toelichting hieromtrent wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 21. Hier wordt volstaan met de melding dat in de hier besproken bepaling geen melding wordt gemaakt van de artikelen 38/9, § 4 en 38/10, § 4, aangezien deze bepalingen opgenomen zijn in de lijst van bepalingen waarvan nooit afgeweken mag worden. In de oplijsting van de artikelen waarvan slechts mits uitdrukkelijke motivering in de opdrachtdocumenten mag worden afgeweken, wordt niet langer melding gemaakt van de artikelen 62 en 96. Artikel 62 is immers reeds opgenomen in de lijst van artikelen waarvan nooit afgeweken mag worden (hetgeen op zijn beurt te verklaren valt door het feit dat inzake verbreking er voortaan ook regels zijn opgenomen in de Europese richtlijnen). Artikel 96 wordt opgegeven (zie artikel 46 van dit ontwerp). Als voorbeeld van een bepaling waarvan slechts mits uitdrukkelijke motivering in de opdrachtdocumenten mag afgeweken worden, kan verwezen worden naar een afwijking, om redenen van veiligheid of omwille van de volksgezondheid, van de in artikel 44, § 2, bedoelde verweermiddelentermijn. Ter herinnering, overeenkomstig de voormelde bepaling moet de aanbesteder de tekortkomingen op de bepalingen van de opdracht vaststellen in een proces-verbaal waarvan een afschrift wordt verzonden naar de opdrachtnemer. Deze laatste beschikt vervolgens over een termijn van vijftien dagen om zijn verweer te doen gelden. In sommige gevallen is de voormelde termijn te lang, bijvoorbeeld bij een opdracht ter inrichting van verkeerssignalisatie op een autosnelweg. In dit geval maken de bijzondere eisen van de opdracht het noodzakelijk om sneller te ingrijpen. Zoals hierboven toegelicht moeten verschillende hypothesen onderscheid worden. Echter geldt voor alle afwijkingen, bij alle opdrachten, dat de lijst van bepalingen waarvan wordt afgeweken, vooraan in het bestek moet worden vermeld. Art. 10.Deze bepaling is gericht op het aanbrengen van enkele wijzigingen in het derde lid van artikel 10 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3. Ingevolge deze wijzigingen zal het voor de aanbesteder voortaan niet alleen mogelijk zijn om het gebruik van elektronische middelen toe te staan van het uitwisselen van schriftelijke stukken. De aanbesteder zal dit ook kunnen opleggen. Deze mogelijkheid tot het verplichten van het gebruik van elektronische communicatiemiddelen ligt in het verlengende van het principiële gebruik van elektronische communicatiemiddelen in het kader van de plaatsing van de opdrachten. Art. 11.Deze bepaling is gericht op het aanbrengen van een aantal verduidelijkingen in artikel 11 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 omtrent de leidend ambtenaar. Er wordt uitdrukkelijk aan herinnerd dat de aanbesteder verplicht is om voor elke opdracht een leidend ambtenaar aan te stellen. In de aangepaste bewoordingen van het eerste lid wordt verduidelijkt dat de aanstelling schriftelijk moet gebeuren en uiterlijk bij de sluiting van de opdracht. Deze aanduiding mag reeds geschieden in de opdrachtdocumenten. Er wordt eveneens een lid toegevoegd waarin wordt verduidelijkt dat de leidende ambtenaar mag worden vervangen in de loop van de uitvoering. Art. 12.Deze bepaling is gericht op het vervangen van artikel 12 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 omtrent de onderaanneming. Het eerste lid van de huidige bepaling, dat betrekking heeft op het feit dat de opdrachtnemer aansprakelijk blijft ten opzichte van de aanbesteder wanneer hij de uitvoering van zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk aan derden toevertrouwt, blijft ongewijzigd behouden. Het tweede en derde lid komt voortaan in een gewijzigde versie aan bod in de nieuw ingevoegde artikelen 12/4 en 12/5 (zie infra). Voor zover nuttig wordt eraan herinnerd dat de wetgeving overheids-opdrachten niet mag afwijken van meer specifieke en dwingende regels in verband met het welzijn op het werk, die bijzondere verplichtingen opleggen onder meer ten laste van de opdrachtnemer voor of in verband met de uitvoering van bepaalde opdrachten. Deze reglementering verbiedt soms de mogelijkheid om taken toe te vertrouwen aan onderaannemers. Het vierde lid van de huidige bepaling, omtrent de gevallen waarbij een opdrachtnemer verplicht een beroep moet doen op bepaalde onderaannemers, wordt grotendeels hernomen in de paragrafen 2 en 3. Daarbij vallen de volgende wijzigingen te signaleren. De verplichting voor de opdrachtnemer om, wanneer hij in het kader van de plaatsingsprocedure gebruik heeft gemaakt van de draagkracht van bepaalde onderaannemers in het kader van de kwalitatieve selectie, in het kader van de uitvoering ook effectief beroep te doen op deze onderaannemers, is voortaan beperkt tot de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties of inzake de relevante beroepservaring. Deze beperking is ingegeven door de artikelen 63.1 van richtlijn 2014/24/EU en 79.1 van richtlijn 2014/25/EU. Om die reden is overigens ook in artikel 72, § 1, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 bepaald dat de ondernemers zich slechts mogen beroepen op de draagkracht van andere entiteiten wanneer laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die draagkracht vereist is, effectief zullen uitvoeren, ten aanzien van de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties, of inzake de relevante beroepservaring (in het koninklijk besluit speciale sectoren is een soortgelijke bepaling voorzien). De hier besproken bepaling vormt hier het spiegelbeeld van, in het kader van de uitvoering. Er werd voor gekozen om deze aanpak ook door te trekken naar de opdrachten op defensie-en veiligheidsgebied. Het spreekt voor zich dat het verplicht beroep op een onderaannemer op wiens draagkracht in het kader van de plaatsingsprocedure beroep werd gedaan voor de kwalitatieve selectie in verband met de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties, of inzake de relevante beroepservaring, niet geldt wanneer de aanbesteder, overeenkomstig artikel 12/2, heeft verzocht om vervanging van de betreffende onderaannemer omdat deze zich in een uitsluitingssituatie bevindt. In dat geval moet gewoon toepassing worden gemaakt van artikel 12/2 dat hieronder wordt besproken. Dit is eveneens het geval in de hypothese waarbij de tussenkomst van een onderaannemer wordt opgelegd door de aanbesteder : ook hier doet de mogelijkheid van het verplicht opleggen (uitzonderlijk) van een onderaannemer uit de aard der zaak geen afbreuk aan de mogelijkheid/verplichting voor de aanbesteder om in de loop van de uitvoering nog om de vervanging van deze aangewezen onderaannemer te verzoeken overeenkomstig artikel 12/2. In beide voormelde gevallen zal de aanbesteder moeten nagaan, in het kader van het nazicht van de voorgestelde nieuwe onderaannemer, of deze laatste wel aan de betreffende kwalitatieve selectiecriteria voldoet en dit om de naleving van het gelijkheidsbeginsel te garanderen. De verplichting tot beroep op bepaalde onderaannemers, indien deze in de offerte reeds werden voorgedragen, komt aan bod in een afzonderlijke derde paragraaf. Door die gescheiden aanpak kan immers in het dispositief worden verduidelijkt dat het de opdrachtnemer in dat geval natuurlijk nog vrijstaat om de betreffende opdracht zelf uit te voeren. Slechts in het geval hij in de uitvoering gebruik wenst te maken van onderaanneming, zal hij in principe alleen beroep kunnen doen op de betreffende voorgedragen onderaannemers, tenzij wanneer hij de toestemming van de aanbesteder verkrijgt tot het inzetten van een andere onderaannemer. In de tweede en derde paragraaf wordt telkens verduidelijkt dat het verplicht beroep op bepaalde onderaannemers niet van toepassing is in het geval waarbij de aanbestedende overheid, overeenkomstig hierna besproken artikel 12/2, zou hebben verzocht om vervanging van de betreffende onderaannemer/s omdat deze zich in een uitsluitingsgrond bevindt. In het nieuw ingevoegd artikel 12/2 wordt inderdaad uitdrukkelijk voorzien dat de aanbestedende overheid kan of in bepaalde gevallen moet controleren of er in hoofde van de onderaannemers uitsluitingsgronden voorhanden zijn. Deze bepaling wordt hierna besproken. Het is logisch dat het verplicht beroep op een bepaalde onderaannemer vervalt indien om de vervanging van deze onderaannemer wordt verzocht in het licht van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond. Deze bepaling wordt hierna toegelicht. De vierde paragraaf is nieuw en voorziet in een verplichting om in de opdrachtdocumenten, in omzetting van artikel 71.3 van richtlijn 2014/24/EU en artikel 88.3 van richtlijn 2014/25/EU, in een verwijzing te voorzien naar artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek. Art. 13.Deze bepaling is gericht op het invoegen van de artikelen 12/1 tot 12/4 die respectievelijk betrekking hebben op de transparantie omtrent de onderaanmingsketen, de verificatie in hoofde van onderaannemers of er uitsluitingsgronden voorhanden zijn, de beperking van de onderaannemingsketen en het opleggen dat ook de onderaannemer voldoet aan de eisen inzake kwalitatieve selectie. Deze bepalingen hebben met elkaar gemeen dat ze bijdragen aan de strijd tegen de sociale dumping in de onderaannemingsketen. Bij deze wordt ook verwezen naar artikel 39, waarbij een artikel 78/1 werd ingevoerd omtrent de naleving van de regeling inzake de erkenning van aannemers in de onderaannemingsketen. Voor meer informatie hieromtrent wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 39. Het nieuwe artikel 12/1 is gericht op de omzetting van de artikelen 71.5 van richtlijn 2014/24/EU enerzijds en 88.5 van richtlijn 2014/25/EU anderzijds, omtrent de verplichte informatieverstrekking omtrent de onderaannemers door de opdrachtnemer naar de aanbesteder toe. Telkens wanneer in een verplicht nazicht van de afwezigheid van uitsluitingsgronden is voorzien in hoofde van de (rechtstreekse) onderaannemer (zie infra artikel 12/2), meer bepaald voor elke opdracht in een fraudegevoelige sector (zie nieuw ingevoegde definitie in artikel 4, g), is ook in een verplichting voorzien voor de opdrachtnemer om informatie omtrent deze onderaannemers over te maken aan de aanbesteder. Deze verplichting is ook van toepassing gemaakt, op de betreffende opdrachten, zelfs al betreft het een opdracht waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking. Hetzelfde geldt overigens bij opdrachten voor diensten die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbesteder moeten worden uitgevoerd. Tot slot geldt de verplichting tot informatieverstrekking eveneens wanneer het een opdracht betreft die wordt geplaatst door een overheidsbedrijf (zelfs al is artikel 12/2 op deze opdrachten niet van toepassing). De verplichting tot het overmaken van informatie die rechtstreeks op de opdrachtnemer rust (de aanbesteder moet hier dus niet om verzoeken), is daarenboven niet beperkt tot de rechtstreekse onderaannemer: de opdrachtnemer zal in de aangegeven (fraudegevoelige) gevallen informatie moeten doorgeven omtrent alle onderaannemers, op welke plaats in de onderaannemingsketen zij zich ook bevinden. Op die manier zal de aanbestedende overheid kunnen nagaan of de hierna besproken artikelen omtrent de beperking van de onderaannemingsketen (zie artikel 12/2) en de naleving van de erkenningsreglementering (zie artikel 78/1) wel correct worden nageleefd. De hier beschreven verplichtingen inzake informatieverstrekking doen geen afbreuk, wat de bewakingsdiensten betreft, aan de bijzondere verplichtingen vervat in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Overeenkomstig artikel 2, § 3bis, van de voormelde wet, ingevoegd door de wet van 13 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/01/2014 pub. 23/01/2014 numac 2014000055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid type wet prom. 13/01/2014 pub. 30/01/2014 numac 2014000066 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet sluiten, kunnen bewakingsopdrachten door de "hoofdaannemer" (in dit geval opdrachtnemer) slechts in de onderaanneming worden gegeven mits de naleving van een aantal strikte voorwaarden. Vooreerst dienen zowel de "hoofdaannemer" als de onderaannemer te beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van de betrokken activiteiten. Daarnaast moet de "opdrachtgever" (in dit geval de aanbesteder) niet alleen op de hoogte worden gebracht, maar moet hij ook zijn voorafgaand akkoord verlenen met (het gedeelte van) de opdracht dat in onderaanneming zal worden gegeven, zo niet dan is geen onderaanneming toegelaten. In dit kader moeten een aantal gegevens in een schriftelijke overeenkomst tussen de "opdrachtgever" en de "hoofdaannemer" worden opgenomen. Het betreft niet alleen de naam van de betreffende onderaannemer en zijn contactgegevens, maar ook de periode, de tijdstippen en de plaatsen waar de betreffende activiteiten in onderaanneming zullen worden uitgevoerd. De communicatie van deze laatste gegevens is niet vereist door het hier besproken artikel 12/1 maar wel door de voormelde wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten. Zoals reeds vermeld moeten de betreffende gegevens niet alleen gecommuniceerd worden, maar moeten deze in een schriftelijke overeenkomst worden opgenomen tussen "opdrachtgever" (in dit geval aanbesteder) en "hoofdaannemer" (in dit geval opdrachtnemer). In het derde lid is voorzien dat de aanbesteder ook in alle andere gevallen de betreffende gegevens kan opvragen bij de opdrachtnemer (zelfs al betreft het dus een opdracht die niet gecatalogeerd wordt als zijnde fraudegevoelig en zelfs al betreft het geen dienst die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht wordt uitgevoerd). Alleen zal hij hiertoe dus een verzoek moeten richten tot de opdrachtnemer. Tot slot wordt in het vierde lid verduidelijkt dat de opdrachtdocumenten kunnen opleggen dat de betreffende informatie wordt verstrekt onder de vorm van een Uniform Europees Aanbestedingsdocument (hierna UEA genoemd). Dit kan slechts voor opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking. In het vierde lid wordt eveneens verduidelijkt dat, als de informatie omtrent de onderaannemers moet worden verstrekt onder vorm van een UEA, dan het volledig UEA moet worden ingevuld. Op heden is omtrent het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van onderaannemers geen verplicht formeel nazicht van toepassing. Op grond van de artikelen 71.6.b) van richtlijn 2014/24/EU en 88.6.b) van richtlijn 2014/25/EU, kunnen de aanbestedende overheden controleren, of door de lidstaten verplicht worden te controleren, of er gronden voor uitsluiting van onderaannemers voorhanden zijn. Het betreft een maatregel die bijdraagt tot de naleving, ook in de onderaannemingsketen, van het arbeids-, sociaal en milieurecht. Het betreft facultatief om te zetten bepalingen van de richtlijnen. Deze optie uit de richtlijnen zal aldus worden gelicht. Reeds in de wet werd aangegeven dat van deze mogelijkheid gebruik zou worden gemaakt, zeker wat de klassieke sectoren betreft (zie artikel 86, eerste lid, van de wet, waarin in een verplichte machtigingsbepaling aan de Koning is voorzien). Het eerste lid van de eerste paragraaf van artikel 12/2 heeft betrekking op de mogelijkheid voor een aanbestedende overheid om te controleren of er in hoofde van de rechtstreekse onderaannemer/s van de opdrachtnemer gronden tot uitsluiting voorhanden zijn. Het betreft de uitsluitingsgronden die ook in het kader van de plaatsingsprocedure van toepassing zijn. Als omtrent de betreffende onderaannemer in het kader van het nazicht uitsluitingsgronden aan het licht komen als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, zal de aanbestedende overheid moeten verzoeken dat de opdrachtnemer overgaat tot de vervanging van de betreffende onderaannemer. Als het daarentegen een facultatieve uitsluitingsgrond betreft, dan kan de aanbestedende overheid hetzelfde verzoeken. Bij het hanteren van de facultatieve uitsluitingsgronden, moeten de aanbestedende overheden net zoals dit het geval is in het kader van de plaatsingsprocedure bijzondere aandacht schenken aan het proportionaliteitsbeginsel. Kleine onregelmatigheden mogen slechts in uitzonderlijke omstandigheden tot de uitsluiting van een onderaannemer leiden. Doen zich echter herhaaldelijk kleine onregelmatigheden voor, dan kan dit twijfel doen rijzen over de betrouwbaarheid van de onderaannemer en reden tot uitsluiting zijn. Het derde lid bevat een aantal formaliteiten die erop gericht zijn te garanderen dat de rechten van verdediging worden nageleefd. Het betreft meer bepaald de vereiste dat vaststelling van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond en van het verzoek tot vervanging in een proces-verbaal wordt vastgesteld dat moet worden verzonden aan de opdrachtnemer overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid. Op die manier worden de rechten van verdediging gewaarborgd. Meteen wordt er al op gewezen dat, ingevolge hetgeen bepaald is in de derde paragraaf, de betreffende onderaannemer ook de mogelijkheid zal hebben om corrigerende maatregelen te nemen, zoals deze mogelijkheid bestaat in het kader van de plaatsing voor kandidaten en inschrijvers. Niettemin vallen een aantal verschilpunten te signaleren. Anders dan het geval is in het kader van de plaatsing mogen de corrigerende maatregelen nog in de loop van de verweermiddelentermijn van de opdrachtnemer van vijftien dagen worden aangebracht. Deze termijn van vijftien dagen kan evenwel worden ingekort overeenkomstig artikel 44, § 2, derde lid (zie infra, commentaar bij artikel 23). Wat de mogelijkheid betreft om zich op het vlak van de sociale en fiscale schulden in regel te stellen werd in een soortgelijke regeling voorzien. Net zoals het geval is in het kader van de plaatsing beschikt elke onderaannemer in de loop van de uitvoering opnieuw over één regularisatiemogelijkheid op het vlak van de sociale en fiscale schulden. In het (eerder uitzonderlijke) geval dat een onderaannemer reeds in het kader van de plaatsing gebruik maakte van de éénmalige regularisatiemogelijkheid (bijvoorbeeld omdat op diens draagkracht werd beroep gedaan door een kandidaat of inschrijver), mag deze in de loop van de uitvoering opnieuw gebruik maken van deze éénmalige regularisatiemogelijkheid. De in aanmerking te nemen termijn is verschillend in het kader van de plaatsing en de uitvoering. In het tweede lid worden twee gevallen opgesomd waarbij het geen mogelijkheid tot nazicht betreft maar een verplichting tot nazicht, meer bepaald in de gevallen waarbij het een opdracht betreft in een fraudegevoelige sector (zie nieuwe definitie in artikel 2, g). Dit zal het geval zijn wanneer het een door een aanbestedende overheid geplaatste opdracht voor werken betreft. De verplichting geldt evenwel slechts voor opdrachten waarvan de geraamde waarde de drempel voor de Europese bekendmaking bereikt. Ook de opdrachten voor diensten die worden geplaatst door een aanbestedende overheid in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden, vallen onder de verplichting (wederom wanneer de geraamde waarde van de opdracht de drempel voor de Europese bekendmaking bereikt). Aangezien het in deze gevallen fraudegevoelige opdrachten betreft van een zekere omvang, werd in een verplichting voorzien. De verplichting is alleen van toepassing ten aanzien van aanbestende overheden (zowel in de klassieke sectoren als in de speciale sectoren). In het tweede lid wordt ook verduidelijkt wanneer dit nazicht precies moet worden verricht, namelijk zo spoedig mogelijk nadat de aanbesteder van de opdrachtnemer de in artikel 12/1 bedoelde gegevens omtrent de onderaannemers ontvangt. De tweede paragraaf bevat vervolgens de mogelijkheid voor de aanbestedende overheid om ook verderop in de onderaannemingsketen de afwezigheid van uitsluitingsgronden na te gaan. In dit kader past het reeds te wijzen op het nieuwe artikel 12/3, waarbij voorzien is in een beperking van de onderaannemingsketen tot maximaal twee, drie of vier niveaus voor de opdrachten in een fraudegevoelige sector. De verplichting voor de betreffende opdrachten is alleen van toepassing gemaakt op de rechtstreekse onderaannemers om de administratieve lasten niet te gevoelig uit te breiden voor de aanbestedende overheden. Niettemin beschikken zij over de mogelijkheid om verderop in de sowieso (in de fraudegevoelige sectoren) beperkte keten het nazicht te verrichten. De vierde paragraaf bevat de sanctie die van toepassing is wanneer geen gevolg wordt gegeven door de opdrachtnemer aan de vervangingsplicht. In dat geval wordt een straf toegepast van 0,2 procent van de oorspronkelijke aannemingssom, waarbij evenwel ook de plafondbedragen van toepassing zijn van ofwel 5.000, ofwel 10.000 euro, afhankelijk van het geval. Er wordt verduidelijkt dat de straf wordt toegepast vanaf de vijftiende dag na de datum van verzending van de aangetekende zending of de elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt, tot en met de dag waarop in de vervanging wordt voorzien of de uitvoering van het overeenkomstige deel van de opdracht werd gerealiseerd. In het nieuw artikel 12/3 wordt in de eerste paragraaf het verbod ingevoerd voor de onderaannemer om het geheel van de opdracht dat hem werd toegewezen in onderaanneming te geven. Deze maatregel is alleen van toepassing op de onderaannemers en niet op de opdrachtnemer en beperkt dan ook de toegang van kandidaten of inschrijvers tot de opdracht niet. Het betreft een maatregel die bijdraagt aan de strijd tegen de sociale dumping waarmee, in uitvoering van artikel 18.2 van richtlijn 2014/24/EU gewaarborgd wordt dat de ondernemers bij de uitvoering van de overheidsopdracht moeten voldoen aan de toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht. In artikel 71.6 van richtlijn 2014/24/EU wordt erop gewezen dat de lidstaten met name in de onderaannemingsketen maatregelen kunnen nemen om hun verplichtingen na te komen. Deze maatregel draagt ook bij tot een betere naleving van de hieronder besproken beperking van de onderaannemingsketen. Er moet op worden gewezen dat het voor de naleving van dit artikel niet volstaat voor een onderaannemer om alleen het beheer van het luik coördinatie te behouden et de totaliteit van de effectieve taken in onderaanneming te geven aan meerdere onderaannemers die lager tussenkomen in de keten. In de tweede paragraaf wordt de onderaannemingsketen beperkt tot twee, drie of uitzonderlijk vier niveaus voor de betreffende opdrachten in een fraudegevoelige sector die worden geplaatst door aanbestedende overheden, ongeacht het geraamde opdrachtbedrag. In de praktijk worden immers vooral praktijken inzake sociale dumping vastgesteld diep in de onderaannemingsketen. Er wordt dan ook verwacht dat het beperken van de onderaannemingsketen ruim zal bijdragen aan de strijd tegen de sociale dumping, met name (maar niet alleen) in de bouwsector. Opnieuw wordt verwezen naar de nieuw definitie van het begrip "opdracht in een fraudegevoelige sector" vervat in artikel 2, g). Ook hier wordt erop gewezen dat de beperking van de onderaannemingsketen geen afbreuk doet, wat de bewakingsdiensten betreft, aan de bijzondere verplichtingen vervat in de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Overeenkomstig artikel 2, § 3bis, van de voormelde wet ..., ingevoegd door de wet van 13 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/01/2014 pub. 23/01/2014 numac 2014000055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid type wet prom. 13/01/2014 pub. 30/01/2014 numac 2014000066 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet sluiten, is onderaanneming van de betreffende bewakingsdiensten in principe namelijk niet toegelaten, tenzij een aantal zeer strikte voorwaarden worden nageleefd. Zo moet er tussen de "opdrachtgever" (in dit geval aanbestedende overheid) en de "hoofdaannemer" (in dit geval de opdrachtnemer) een schriftelijke overeenkomst bestaan waarin een aantal gegevens omtrent de betreffende onderaannemer staan vermeld. De facto verhindert dit het verder in onderaanneming geven door de onderaannemer van het eerste niveau. De in de hier besproken tweede paragraaf bedoelde beperking van de onderaannemingsketen tot twee, drie of vier niveaus is de facto dus reeds in meer ingrijpende wijze beperkt tot één niveau ingevolge de voormelde wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten. Hoe langer de verticale onderaannemingsketen, hoe groter het risico voor de opdrachtnemer de controle over zijn keten te verliezen en hoe moeilijker de organisatie en het nazicht van zijn onderaannemingsketen zal zijn, alsook het feit ervoor te zorgen dat de sociale, arbeids- en milieuwetgeving daar worden nageleefd en …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.