20 DECEMBER
- - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit ontwerp dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, respecteert de omzendbrief van de Eerste Minister van 27 mei 2024 betreffende de lopende zaken. De voornoemde omzendbrief bepaalt onder meer dat "de zaken waarvoor geen nieuw initiatief van de Regering is vereist en die met het oog op de continuïteit van het gezag door de Uitvoerende Macht moeten worden behandeld, omdat anders een voor de burgers nadelig vacuüm zou ontstaan, moeten worden voortgezet. Het blijft steeds mogelijk om, na het inwinnen van het advies van de Raad van State, reglementaire teksten te finaliseren waarvan de voorbereiding aangevat werd lang vóór de kritieke periode, en die na sectorale onderhandelingen, enerzijds, geleid hebben tot de ondertekening van een protocolakkoord en, anderzijds, geleid hebben tot een akkoord van de bevoegde Ministers, in het bijzonder in het raam van de administratieve, begrotings- en beheerscontrole". Het ontwerp werd goedgekeurd door de Ministerraad van 26 april 2024 en vervolgens voor advies voorgelegd aan de Raad van State. De wet van 7 april 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/04/2023 pub. 09/06/2023 numac 2023042056 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende wijziging van de wet van 11 december 1998, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen type wet prom. 07/04/2023 pub. 02/05/2023 numac 2023041947 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen type wet prom. 07/04/2023 pub. 17/02/2025 numac 2025001245 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 07/04/2023 pub. 13/04/2023 numac 2023030910 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de oprichting, de opdrachten en de samenstelling van een nationaal drugscommissariaat sluiten houdende wijziging van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen (Belgisch Staatsblad 9 juni 2023, ed. 1) wijzigde de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen op fundamentele wijze. De wet van 7 april 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/04/2023 pub. 09/06/2023 numac 2023042056 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende wijziging van de wet van 11 december 1998, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen type wet prom. 07/04/2023 pub. 02/05/2023 numac 2023041947 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen type wet prom. 07/04/2023 pub. 17/02/2025 numac 2025001245 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 07/04/2023 pub. 13/04/2023 numac 2023030910 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de oprichting, de opdrachten en de samenstelling van een nationaal drugscommissariaat sluiten trad in werking op 31 december
- In uitvoering van de wet van 7 april 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/04/2023 pub. 09/06/2023 numac 2023042056 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende wijziging van de wet van 11 december 1998, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen type wet prom. 07/04/2023 pub. 02/05/2023 numac 2023041947 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen type wet prom. 07/04/2023 pub. 17/02/2025 numac 2025001245 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 07/04/2023 pub. 13/04/2023 numac 2023030910 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de oprichting, de opdrachten en de samenstelling van een nationaal drugscommissariaat sluiten moeten de nadere regels van de bescherming van geclassificeerde informatie (waaronder deze voor het nieuwe classificatieniveau "BEPERKT") bij koninklijk besluit worden vastgelegd. Het doel van deze beschermingsmaatregelen is om in een wereld van steeds snellere dematerialisatie en groeiende informatienoden van particuliere actoren en buitenlandse partners de regels te verduidelijken met betrekking tot de aanwending van geclassificeerde informatie. Voorliggend besluit beoogt tevens met een verhoogde rigiditeit toe te zien op de wijze waarop een beroep wordt gedaan op het classificeren van informatie. Het classificeren van informatie kan enkel indien dit strikt gezien noodzakelijk is voor de bescherming van één van de fundamentele belangen van het land zoals exhaustief opgesomd in artikel 3, § 1 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst (hierna "Classificatiewet"). Het is echter ook de wens van de regering om een evenwicht te vinden tussen de bescherming van deze fundamentele belangen en de nood aan (meer) openheid. Beter (maar niet noodzakelijk meer) classificeren leidt tot een betere bescherming. Classificeren vereist echter zorgvuldigheid: zo dient het correcte classificatieniveau gekozen te worden en moet de markering juist en volledig aangebracht worden op de informatie. Zowel het over- als het onderclassificeren houden een risico in voor de veiligheid van het land:
(1)indien er wordt overgeclassificeerd, leidt dit ertoe dat de overheid niet altijd op de gepaste manier kan reageren; het leidt tot een devaluatie van het geheim dat wordt beschermd en een geleidelijke erosie van de naleving van de beschermingsmaatregelen;
(2)indien er wordt ondergeclassificeerd wordt de toegang van de informatie vergemakkelijkt voor buitenlandse of vijandige actoren die afbreuk wensen te doen aan de beschermde belangen. De regels inzake het aanbrengen van de markering zorgen ervoor dat eenieder die in aanraking komt met de informatie duidelijk weet dat het om geclassificeerde -en dus beschermde- informatie gaat. Aangezien de niet-geëigende aanwending strafrechtelijk kan gesanctioneerd worden moet het beschermde karakter duidelijk zijn. Classificeren en declassificeren zijn bijgevolg geen sinecure en vereisen duidelijke regels. Voormelde wet van 7 april 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/04/2023 pub. 09/06/2023 numac 2023042056 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende wijziging van de wet van 11 december 1998, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen type wet prom. 07/04/2023 pub. 02/05/2023 numac 2023041947 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen type wet prom. 07/04/2023 pub. 17/02/2025 numac 2025001245 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 07/04/2023 pub. 13/04/2023 numac 2023030910 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de oprichting, de opdrachten en de samenstelling van een nationaal drugscommissariaat sluiten voerde een nieuw classificatieniveau "BEPERKT" in, naast de drie reeds bestaande classificatieniveaus: "VERTROUWELIJK", "GEHEIM" en "ZEER GEHEIM". De bescherming die elk van deze classificatieniveaus biedt, bestaat uit een reeks minimale beschermingsmaatregelen. Deze maatregelen worden onderverdeeld in vijf categorieën: maatregelen van toepassing voor het beheer van geclassificeerde informatie, (rechts-) persoonsgebonden beveiliging, beschermingsmaatregelen verbonden aan overheidsopdrachten, fysieke beveiliging en de beveiliging van communicatie- en informatiesystemen (zie artikel 7 van de Classificatiewet). Deze vijf categorieën komen ook voor in het regelgevend kader van de EU, NAVO en ESA, dat ter inspiratie diende voor de opstellers van voorliggend besluit. Ook het toezicht op de tenuitvoerlegging van deze beschermingsmaatregelen wordt door voorliggend besluit geregeld. Daarnaast verduidelijkt voorliggend besluit ook de rollen en verantwoordelijkheden van ieder die betrokken is bij de bescherming van de geclassificeerde informatie. Wanneer iedereen in een organisatie op de hoogte is van zijn of haar specifieke taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot geclassificeerde informatie, wordt de kans op misverstanden en nalatigheid aanzienlijk verminderd. Een goed gedefinieerde structuur maakt het mogelijk om snel en doeltreffend te reageren op voorkomende veiligheidsincidenten en compromittering van geclassificeerde informatie. De juiste personen worden op het juiste moment ingeschakeld. De Raad van State raadde in haar advies aan om "ter wille van de rechtszekerheid en rekening houdend met de gevoelige aangelegenheid die bij het ontwerp geregeld wordt, het besluit, in het vooruitzicht van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, te voorzien van een verslag aan de Koning waarin de bepalingen toegelicht worden". Bij deze wordt voldaan aan deze aanbeveling. In het algemeen maakte de Raad van State de opmerking dat bij de artikelen 4, 13, 22, 23, 29, 31, 39, 41, 49, 54, 58, 60, 64, 70, 84, tweede lid, 95, 96 en 98 van het oorspronkelijke ontwerp de Nationale Veiligheidsraad ermee wordt belast maatregelen te treffen die aangemerkt kunnen worden als bijkomende maatregelen van administratieve en technische aard of om richtlijnen voor te stellen, maar deze maatregelen die de Nationale Veiligheidsraad kan treffen krachtens de voornoemde artikelen van het ontwerp evenwel van verordenende aard blijken te zijn, hetgeen niet aanvaardbaar is en bijgevolg herzien moet worden. De Raad van State voegde er aan toe dat volgens een vaste adviespraktijk delegaties zoals die welke beoogd worden in het ontwerp enkel kunnen worden gebillijkt op grond van praktische redenen en voor zover zij een zeer beperkte of een hoofdzakelijk technische draagwijdte hebben, en voor zover ervan uitgegaan mag worden dat de instellingen die de betrokken reglementering dienen toe te passen of er toezicht op moeten uitoefenen, ook het best geplaatst zijn om deze met kennis van zaken uit te werken. Elke bepaling die de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad vermeldde, werd dan ook in het licht van dit advies herzien op
(1)de aard en de noodzaak van de richtlijnen en
(2)of de opgenomen delegatie wel degelijk gegrond is op praktische redenen en een zeer beperkte (bijvoorbeeld omdat de richtlijn uitsluitend gericht is tot bepaalde entiteiten die geclassificeerde informatie aanwenden of omdat de richtlijn uitsluitend gericht is aan de veiligheidsofficieren) of een hoofdzakelijk technische draagwijdte heeft, waardoor ervan uitgegaan kan worden dat enkel de Nationale Veiligheidsoverheid, die ook het toezicht uitoefent op de naleving van de beschermingsmaatregelen, het best geplaatst is om zich daar met kennis van zaken over uit te spreken. De ontwerpen van nieuwe richtlijnen zullen ook voorafgaandelijk overlegd worden met de experten van de partnerdiensten die zetelen in het Coördinatiecomité voor Inlichting en Veiligheid, gelet op de implementatiekosten die dergelijke richtlijnen met zich kunnen meebrengen. Dit voorafgaandelijk overleg heeft als doel de richtlijn toe te lichten en te verduidelijken indien nodig. Ten gevolge van de opmerking van de Raad van State dat er geen rechtsgrond aanwezig is die de Koning ertoe machtigt om te voorzien in bepalingen betreffende niet-geclassificeerde informatie en om die informatie, in voorkomend geval, te voorzien van de vermelding "GEVOELIG NIET-GECLASSIFICEERD" werd titel IV geschrapt uit het ontwerpbesluit. In de plaats van zes titels zijn er bijgevolg nog vijf titels in voorliggend besluit. In de overgangs- en slotbepalingen werd er wel nog een regeling voorzien voor de informatie die de vermelding "BEPERKTE VERSPREIDING" draagt om het onderscheid te kunnen maken met geclassificeerde informatie met het beschermingsniveau "BEPERKT". Deze bepaling staat los van eventuele andere wet- of regelgeving die de bescherming van niet-geclassificeerde informatie beoogt. Artikelsgewijze bespreking. TITEL I. - Definities Artikel 1 Titel 1 bevat slechts één artikel dat een aantal definities voorziet. 1° De definitie van "de wet" behoeft geen verdere commentaar;2° De definitie van "leidend ambtenaar" werd overgenomen van het koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0.De woorden "en zijn plaatsvervanger" worden er nu aan toegevoegd. Het Vast Comité I merkt in haar advies op dat de delegatie naar de plaatsvervanger geen wettelijke basis heeft en verwijst in dit verband naar artikel 1, 3° van de Classificatiewet. Er werd volgens het Vast Comité I niet voorzien in de mogelijkheid om deze opdracht te delegeren. De opstellers van het ontwerp wijzen er op dat artikel 1, 3° van de Classificatiewet -waar het Vast Comité I naar verwijst in haar advies- onbestaande is. De definitie van "leidend ambtenaar" komt wel voor in artikel 1, 3° van het koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0. In het ontwerp koninklijk besluit werd "en zijn plaatsvervanger" toegevoegd om toe te laten dat de bevoegdheden konden uitgeoefend worden door het dienstdoende hoofd bij afwezigheid en/of verhindering van de leidende ambtenaar; 3° en 4° De definities van "compromittering" en "veiligheidsincident" zijn overgenomen uit NAVO document C-M
(2002)49-REV 1 van 20 november 2020.Het onderscheid tussen beide begrippen ligt in het feit dat bij compromittering de gegevens in gevaar werden gebracht (en niet mogelijk in gevaar werden gebracht). Bij een veiligheidsincident werd er enkel een regel geschonden zonder dat het vaststaat dat de gegevens in gevaar gebracht werden. De Raad van State merkt op in haar advies (p. 44) dat de betekenis van de begrippen "in gevaar komen" inhoudelijk overeenkomen met die van "compromittering".Beide begrippen zouden inderdaad kunnen worden opgevat als synoniemen met dien verstande dat bij veiligheidsincident de nadruk ligt op "mogelijk". De definitie van compromittering omvat de situatie waarin ondersteunende diensten en middelen hun integriteit en beschikbaarheid verloren hebben met inbegrip van ontzegging van dienst. Met "ontzegging van dienst" wordt bedoeld het niet meer naar behoren functioneren. Als voorbeeld vermelden we een kast die stuk is of een netwerk dat niet operationeel is; 5° en 6° De definities van "Nationale Veiligheidsoverheid" en "Nationale Veiligheidsraad" behoeven geen commentaar;7° De definitie van "industriële veiligheid" is inhoudelijk gebaseerd op de definitie van de Europese Raad (Besluit van de Europese Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (2013/488/EU) art.11). Deze definitie werd toegevoegd om de toepassing van de beschermingsmaatregelen te garanderen tijdens de precontractuele onderhandelingsfase en tijdens de volledige looptijd van geclassificeerde ovenheids opdrachten. De bewoordingen gebruikt in dit artikel zijn in overeenstemming met het woordgebruik in artikel 100 van onderhavig besluit; 8° De definitie van "houder" is gebaseerd op de definitie van de Europese Raad (Besluit van de Europese Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (2013/488/EU) p.43). De definitie werd toegevoegd om duidelijk te maken dat er een onderscheid kan bestaan tussen de overheid van oorsprong en de houder van geclassificeerde informatie. Zo kunnen rechtspersonen, zoals gedefinieerd in het kader van voorliggend besluit, wel houder zijn van geclassificeerde informatie, maar nooit overheid van oorsprong. Een houder beschikt steeds over de noodzaak tot kennisname; 9° De definitie van "drager" is nieuw.Artikel 16 van het koninklijk besluit van 24 maart van 2000 sprak over "speciale koerier". Deze term gaf aanleiding tot verwarring, daar het onduidelijk was wat dit juist betekende. De term "drager" heeft een ruime betekenis en omvat eenieder die geclassificeerde informatie vervoert. Hieronder wordt onder andere begrepen: overheidsbedrijven verantwoordelijk voor postbedeling (vb. Bpost), private koerierondernemingen en/of pakjesdiensten (vb. DHL of Fedex), postdiensten binnen een onderneming of overheid ("binnenpost", bodes, chauffeurs), enz. De definitie werd toegevoegd om duidelijk te maken dat een drager houder moet zijn van een veiligheidsmachtiging. Deze vereiste is verantwoord daar de verzending vaak door dezelfde persoon zal gebeuren. Bovendien is deze persoon in het bezit van geclassificeerde informatie ook al heeft hij geen "need to know". De vereiste van veiligheidsmachtiging is analoog aan de vereiste om te beschikken over een veiligheidsmachtiging wanneer het gaat over een toegang voor onbepaalde duur van een persoon tot een beveiligde zone, zonder dat betrokkene toegang heeft tot de geclassificeerde informatie zelf. De vereiste van veiligheidsmachtiging geldt voor alle "dragers" dus ook voor de bodes en de chauffeurs van het Openbaar Ministerie; 10° De definitie van "organen" van de rechtspersoon. In artikel 1bis, 10°,
- b)van de wet worden de begrippen "organen" en "aangestelden" gebruikt. In de praktijk van de Nationale Veiligheidsoverheid is de noodzaak gegroeid om deze beide begrippen duidelijk te omschrijven en van elkaar te onderscheiden. Op advies van de Raad van State wordt hiermee samenhangend ook de term "rechtspersoon" gedefinieerd in punt 12°. Met de term "organen" wordt verwezen naar de volgens het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen op verplichte of facultatieve wijze bepaalde personen of colleges van personen die in de structuur van de rechtspersonen een bepaalde taak vervullen en die, voor zover hun rol niet louter intern is, op bestendige wijze de rechtspersoon ten aanzien van derden vertegenwoordigen. Zowel het feitelijk gedrag van het orgaan als de door het orgaan gestelde rechtshandelingen worden rechtstreeks aan de rechtspersoon toegerekend. Ten aanzien van derden vallen het orgaan en de rechtspersoon samen (VAN DEN BRANDEN, S., MARYSSE, S., Focus op de besloten vennootschap, 77-94 (18 p.)). Hieruit blijkt dat ook "feitelijke bestuurders" inclusief "schaduwbestuurders", die achter de schermen werkelijke bestuurdersbevoegdheid uitoefenen onder de term "organen" vallen. Het begrip moet duidelijk onderscheiden worden van "aangestelden" dat omschreven wordt in punt 11° ; 11° De definitie van "aangestelden"."Aanstellen" wordt begrepen in zijn dagdagelijkse betekenis, met name "in dienst stellen, nemen" (Van Dale Groot Woordenboek) en vereist een band van ondergeschiktheid, dit is de feitelijke mogelijkheid om op het gedrag van een ander gezag en toezicht uit te oefenen, zonder dat er noodzakelijk effectief gezag wordt uitgeoefend op het moment van het schadeverwekkend feit (Cass. 16 oktober 1992, Pas. 1993, 16; Cass. 11 december 2001, De Verz. 2002, 361, noot J. VANHOVEN; Cass. 22 januari 2007, Arr.Cass. 2007, 136). Opdat de relatie van ondergeschiktheid zou bestaan, moet er een overeenkomst of contract worden gesloten tussen de "aangestelde" en de rechtspersoon (of entiteit), ongeacht of de "aangestelde" al dan niet wordt betaald. Een "aangestelde" is bijgevolg in het algemeen een personeelslid of een werknemer van een rechtspersoon (of van een entiteit) die niet op bestendige wijze de rechtspersoon (of de entiteit) ten aanzien van derden vertegenwoordigt. Een aangestelde kan een louter interne functie vervullen. "Vrijwilligers" die niet zijn verbonden door een overeenkomst aan de entiteit die de opdracht geeft, kunnen bijgevolg in het kader van dit besluit niet beschouwd worden als "aangestelden". Anders gezegd, "vrijwilligers" die bijgevolg wél zijn verbonden door een contract of overeenkomst aan de entiteit in een professionele context kunnen wél beschouwd worden als "aangestelden". Uit het contract moet duidelijk blijken dat de "vrijwilliger" kennis heeft genomen van de beveiligingsmaatregelen bepaald in de wet en voorliggend besluit en zich ertoe verbindt om zijn rol of taak uit te voeren met respect voor de instructies van en onder de verantwoordelijkheid van de entiteit die de opdracht geeft. Medewerkers die "gedetacheerd" worden naar een andere overheidsinstantie kunnen uiteraard ook beschouwd worden als een "aangestelde"; 12° De definitie van "rechtspersoon" werd toegevoegd op vraag van de Raad van State.Aangezien in de punten 10° en 11° gedefinieerd wordt wie de organen en aangestelden zijn van de rechtspersoon, diende rechtspersoon ook gedefinieerd te worden. Inhoudelijk verwijst het begrip "rechtspersoon" naar elke rechtspersoon, ongeacht de rechtsvorm, waarvoor een veiligheidsmachtiging wordt aangevraagd of die houder is van een veiligheidsmachtiging. In het kader van voorliggend besluit wordt met rechtspersoon elke rechtspersoon bedoeld die geen Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon is. Deze dienen bijgevolg de procedure zoals beschreven in artikel 1bis, 10°,
- b)en 15°,
- b)van de wet en hoofdstuk 5, afdeling 2 (de veiligheidsmachtiging voor rechtspersonen) van voorliggend besluit te volgen. De bepaling beoogt te definiëren welke rechtspersonen een veiligheidsmachtiging voor rechtspersonen moeten aanvragen om kennis te kunnen nemen van geclassificeerde informatie. Bijgevolg worden rechtspersonen die niet onder deze definitie ( = publieke sector) vallen, vrijgesteld van het aanvragen van een veiligheidsmachtiging voor rechtspersonen om kennis te kunnen nemen van geclassificeerde informatie. Uiteraard moeten de natuurlijke personen van een publiekrechtelijke instantie wel in het bezit zijn van een veiligheidsmachtiging voor natuurlijke personen opdat zij kennis zouden kunnen nemen van geclassificeerde informatie; 13° De definitie van "contactpersoon voor de veiligheid" is nieuw. Overeenkomstig artikel 1bis, 15°,
- a)en
- b)van de wet dienen alle openbare besturen, instellingen van openbaar nut, autonome overheidsbedrijven en rechtspersonen die geclassificeerde informatie aanwenden een veiligheidsofficier aan te duiden. De veiligheidsofficier is bevoegd voor de inachtneming van de veiligheidsregels. De veiligheidsofficier moet over een veiligheidsmachtiging beschikken. Voor rechtspersonen houdt dit een zware verplichting in. Zo zal de veiligheidsofficier, die een medewerker is van de rechtspersoon, slechts gemachtigd kunnen worden nadat de rechtspersoon gemachtigd is. Dit heeft financiële gevolgen voor rechtspersonen. De wet van 7 april 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/04/2023 pub. 09/06/2023 numac 2023042056 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende wijziging van de wet van 11 december 1998, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen type wet prom. 07/04/2023 pub. 02/05/2023 numac 2023041947 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen type wet prom. 07/04/2023 pub. 17/02/2025 numac 2025001245 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 07/04/2023 pub. 13/04/2023 numac 2023030910 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de oprichting, de opdrachten en de samenstelling van een nationaal drugscommissariaat sluiten houdende wijziging van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen voerde het classificatieniveau "BEPERKT" in. In tegenstelling tot de andere drie classificatieniveaus dient een persoon geen houder te zijn van een veiligheidsmachtiging om toegang te krijgen tot geclassificeerde stukken van het classificatieniveau "BEPERKT" (maar moet wel een veiligheidsbriefing hebben ontvangen). De opstellers van het ontwerp koninklijk besluit vonden het dan ook buitensporig om voor rechtspersonen die enkel geclassificeerde informatie van het niveau "BEPERKT" aanwenden te eisen dat zij een veiligheidsofficier zouden moeten aanstellen. Dit zou impliceren dat de rechtspersoon wel houder zou moeten zijn van een veiligheidsmachtiging, gezien in artikel 1bis, 15°,
- b)de verplichting wordt opgelegd dat de rechtspersoon houder moet zijn van een veiligheidsmachtiging, hetgeen een vlotte en efficiënte toebedeling van contracten in de weg zou staan. Om deze reden werd de nieuwe functie van "contactpersoon voor de veiligheid" gecreëerd en dit naar analogie van de functie van "beheerder van de veiligheidsadviezen" ingevoerd door artikel 3 van de wet van 2 juni 2024Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/06/2024 pub. 12/06/2024 numac 2024005408 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende wijziging van de wet van 23 januari 1989 betreffende de in artikel 110, §§ 1 en 2, van de Grondwet bedoelde belastingbevoegdheid type wet prom. 02/06/2024 pub. 22/10/2024 numac 2024007000 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag van de Raad van Europa inzake een integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen, gedaan te Saint-Denis op 3 juli 2016
(2)
(3)type wet prom. 02/06/2024 pub. 07/10/2024 numac 2024007225 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs, gedaan te Wenen op 21 september 1988
(2)type wet prom. 02/06/2024 pub. 19/12/2024 numac 2024011026 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het Verdrag van de Raad van Europa inzake een integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen, gedaan te Saint-Denis op 3 juli 2016. - Duitse vertaling type wet prom. 02/06/2024 pub. 28/08/2024 numac 2024006933 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de wijzigingen in artikel 8-2-
- b)en
- e)van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, op 14 december 2017 bij consensus aangenomen, bij Resolutie ICC-ASP/16/Res.4, tijdens de 12e plenaire zitting van de 16e sessie van de Vergadering van Staten die Partij zijn bij het Statuut van Rome, en met de wijziging in artikel 8-2-
- e)van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, op 6 december 2019 bij consensus aangenomen, bij Resolutie ICC-ASP/18/Res.5, tijdens de 9e plenaire zitting van de 18e sessie van de Vergadering van Staten die Partij zijn bij het Statuut van Rome sluiten houdende wijziging van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst en de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Het Vast Comité I stelt in zijn advies (op p. 2) dat de zorg voor de inachtneming van de veiligheidsregels inzake geclassificeerde informatie bij wet toegekend wordt aan de veiligheidsofficier (artikel 1octies van de wet). Aangezien geclassificeerde informatie van het classificatieniveau "BEPERKT" ook valt onder de definitie van geclassificeerde informatie (voorzien in art. 4 van de wet) meent het Vast Comité I dat de zorg voor de inachtneming van de veiligheidsregels voor het niveau "BEPERKT" niet gedelegeerd kan worden aan de contactpersoon voor de veiligheid. Artikel 7, § 1, 1° van de Classificatiewet preciseert dat de Koning de beschermingsmaatregelen bepaalt van toepassing voor de classificatie en het beheer van geclassificeerde informatie. De aanwijzing van een "contactpersoon voor de veiligheid" voor wat betreft de aanwending van geclassificeerde informatie van het classificatieniveau "BEPERKT" betreft één van deze beschermingsmaatregelen, waardoor de zorg voor de inachtneming van de veiligheidsregels voor het niveau "BEPERKT" wel degelijk kan worden toevertrouwd aan voormelde "contactpersoon voor de veiligheid". De definitie stelt dat de contactpersoon voor de veiligheid een positief veiligheidsadvies moet hebben verkregen. Het Vast Comité I stelt in zijn advies (op p. 2) dat de vereiste van een positief veiligheidsadvies niet kan opgelegd worden bij koninklijk besluit omdat dit aan de betrokken private of publieke rechtspersoon niet de mogelijkheid zou toelaten om af te wijken van het advies. De opstellers van het ontwerp koninklijk besluit menen dat de mogelijkheid om af te wijken van het advies niet ontnomen wordt aan de private of publieke rechtspersoon. Indien de Nationale Veiligheidsoverheid, bedoeld in artikel 23 van de wet, een positief advies zou geven, dan kan de bevoegde administratieve overheid nog steeds een negatief advies geven. Enkel zal deze persoon dan de functie van contactpersoon voor de veiligheid niet kunnen uitoefenen; 14° De definitie van "entiteit".De Raad van State adviseert in haar advies, om ter wille van de rechtszekerheid, het begrip "entiteit" te definiëren in het ontwerp. "Entiteit" moet in de meest ruime zin worden opgevat. Dit kunnen zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke rechtspersonen zijn, administratieve overheden, ... . Het gaat om alle instanties die geclassificeerde informatie aanwenden; 15° De definitie van "functionele autoriteit van een communicatie -en informatiesysteem" is nieuw en werd toegevoegd om aan te duiden wie verantwoordelijk is voor de implementatie van het beleid betreffende de communicatie- en informatiesystemen binnen een bepaalde dienst. De functionele autoriteit kan een natuurlijk persoon zijn, maar ook een entiteit (bijvoorbeeld een netwerk gefinancierd door meerdere naties). In het geval het gaat om een entiteit, dan moet er altijd iemand worden aangeduid door deze entiteit die gemachtigd is om documenten te ondertekenen in naam van de entiteit. Elke dienst die werkt met een communicatie -en informatiesysteem dat bedoeld is om geclassificeerde informatie te verwerken dient aldus te beschikken over een functionele autoriteit, dus ook het Openbaar Ministerie. TITEL II. - Rollen en verantwoordelijkheden HOOFDSTUK 1. - De veiligheidsofficier Artikel 2 Artikel 2 bepaalt dat de leden van de federale regering en van de deelstatenregeringen een veiligheidsofficier aanduiden binnen hun beleidscel en ten minste één veiligheidsofficier binnen elk openbaar bestuur dat onder hun gezag ressorteert, waarbinnen geclassificeerde informatie met het beschermingsniveau "VERTROUWELIJK" of hoger wordt aangewend. Deze bepaling stond reeds in het koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0 voor wat betreft de federale regering. De deelstatenregeringen werden toegevoegd om de regelgeving in overeenstemming met de praktijk te brengen. De wet is immers van toepassing op éénieder die geclassificeerde informatie aanwendt of wenst aan te wenden. Ook als deze informatie wordt aangewend door de gefedereerde entiteiten, moeten de beschermingsmaatregelen (zoals de aanstelling van een veiligheidsofficier), zoals die door de wet en voorliggend uitvoeringsbesluit worden bepaald, in acht worden genomen. De Raad van State bevestigde in haar advies dat uit artikel 1bis, 15°, a), van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten niet kan worden afgeleid dat die wet enkel van toepassing zou zijn op de federale overheidsinstanties. Het begrip "openbare besturen" in artikel 1bis, 15°, a), van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten wordt ruim opgevat, zodat ook gefedereerde entiteiten of instanties die een taak van algemeen belang uitvoeren, hieronder kunnen vallen, voor zover deze geclassificeerde informatie aanwenden. De Raad van State benadrukte echter dat in het licht van het beginsel van de autonome bevoegdheidsuitoefening artikel 1bis, 15°,
- a)van de wet niet kan gelezen of geïnterpreteerd worden als zou daarbij de Koning gemachtigd worden om aan die bepaling rechtsgrond te ontlenen om aan de deelentiteiten op eenzijdige wijze verplichtingen op te leggen waarmee laatstgenoemden niet vrijwillig ingestemd zouden hebben, aangezien in casu het vereiste juridische instrument om hen daartoe te verplichten -het samenwerkingsakkoord- ontbreekt. De Raad van State stelt dus dat de voorgestelde bepaling van het ontwerp enkel aanvaardbaar is indien de deelentiteiten er uit eigen beweging voor kiezen om ter wille van de veiligheid mee te werken aan een classificatie van documenten in de aangelegenheden waarvoor zij bevoegd zijn. Er is dan immers reden om aan te nemen dat, wanneer een deelentiteit vrijwillig aan een dergelijke classificatie meewerkt om de voordelen die dat met zich meebrengt te genieten, zij zich automatisch moet schikken naar de operationele gevolgen die deze classificatie met zich meebrengt, die worden vastgesteld door de overheid die ter zake bevoegd is, namelijk de federale Staat, zoals de verplichting waarin artikel 2, eerste lid, van het ontwerp voorziet om een veiligheidsofficier aan te stellen bij de betrokken organen en diensten. Het aanwijzen van de veiligheidsofficier behoort tot de bevoegdheid van de gefedereerde entiteiten en niet van de federale overheid. Artikel 2, eerste lid van het ontwerp wordt in die zin dan ook licht aangepast. Artikel 3 Artikel 3 van het ontwerp bepaalt dat de functie van veiligheidsofficier enkel kan worden uitgeoefend door personen die over de Belgische nationaliteit beschikken. "Geclassificeerde informatie" is informatie die, in het belang van de nationale veiligheid, wordt beschermd door veiligheidsmaatregelen tegen elke niet-geautoriseerde toegang, niet-geëigende aanwending en verspreiding ervan. Er staan met andere woorden fundamentele Belgische staatsbelangen op het spel, die beschermd moeten worden, ongeacht de vorm die deze aannemen en waar deze zich ook bevinden. In het kader van risicomanagement, met name het identificeren van dreigingen tegen de fundamentele Belgische staatsbelangen, is het logisch om beveiligingsmaatregelen op te leggen die kunnen weerstaan aan deze dreigingen of deze tot een aanvaardbaar risico kunnen reduceren. Het opleggen van de Belgische nationaliteit voor bepaalde sleutelfiguren, waaronder de veiligheidsofficier, behoort tot deze beveiligingsmaatregelen. De veiligheidsofficier zorgt immers voor de inachtneming van de Belgische veiligheidsregels inzake de bescherming van geclassificeerde informatie (artikel 1octies van de wet). De veiligheidsofficier moet toezien op de naleving van de beschermingsmaatregelen voor geclassificeerde informatie door de onderneming en het personeel dat er werkzaam is. De veiligheidsofficier moet tevens in bezit zijn van een veiligheidsmachtiging voor natuurlijke personen, waaruit blijkt dat hij of zij voldoende garanties biedt inzake geheimhouding, loyauteit en integriteit. Omwille van deze onafhankelijke, toezichthoudende functie op de naleving van de veiligheidsvoorschriften inzake geclassificeerde informatie, die, zoals hiervoor reeds aangehaald, fundamentele Belgische staatsbelangen beschermen, is het eveneens vereist dat de veiligheidsofficier (en de contactpersoon voor de veiligheid) over de Belgische nationaliteit beschikt. Dezelfde logica wordt gevolgd door andere landen (UK, Canada en Nederland). Binnen een groep ondernemingen waarvan ten minste één onderneming toegang heeft tot geclassificeerde informatie, of binnen een holdingmaatschappij waarvan één van de dochterondernemingen toegang heeft tot geclassificeerde informatie, kan een veiligheidsofficier (of een contactpersoon voor de veiligheid) worden benoemd om te zorgen voor samenhang tussen het bestuur van de groep of de holding en de uitdagingen die de bescherming van deze geclassificeerde informatie met zich meebrengt. De Nationale Veiligheidsoverheid voert een evaluatie uit van de veiligheidsofficier die door de groep ondernemingen of de holding wordt voorgesteld om na te gaan of deze persoon effectief in staat zal zijn om zijn functie uit te oefenen. Voor de geclassificeerde informatie van de EU, NAVO of inter- of supranationale instellingen volstaat het voor de veiligheidsofficier of de contactpersoon voor de veiligheid om een onderdaan te zijn van een lidstaat van één van deze organisaties, gezien het hier -logischerwijze- gaat om de bescherming van de "nationale veiligheid" van de EU of de NAVO. Het zou onevenredig zijn om hier te vereisen dat de veiligheidsofficier of de contactpersoon voor de veiligheid hier eveneens over de Belgische nationaliteit zou moeten beschikken. Artikel 4 Artikel 4 bepaalt dat de Nationale Veiligheidsoverheid regels vastlegt met betrekking tot het toezicht op de uitvoering van de opdrachten van de veiligheidsofficier. Gezien de Nationale Veiligheidsoverheid toezicht moet uitoefenen op het uitvoeren van de opdrachten van de veiligheidsofficier, is deze ook het best geplaatst om deze complexe regels met een technische draagwijdte met kennis van zaken uit te werken. HOOFDSTUK 2. - De contactpersoon voor de veiligheid Artikel 5 Artikel 5 omschrijft de verantwoordelijkheden van de contactpersoon voor de veiligheid. Artikel 6 Artikel 6 omschrijft bepaalde opdrachten van de contactpersoon voor de veiligheid betreffende de kennisname van de beschermingsmaatregelen inzake geclassificeerde informatie met het classificatieniveau "BEPERKT". Op advies van de Raad van State wordt punt 1° geschrapt, omdat dit overbodig is. De definitie van "contactpersoon voor de veiligheid" wordt immers al gegeven in artikel 1, 13° dat de definities bepaalt. Artikel 7 Hiervoor kan verwezen worden naar de toelichting bij de definitie van "contactpersoon voor de veiligheid". Indien er reeds een veiligheidsofficier is aangewezen in de schoot van een entiteit, moet er uiteraard geen contactpersoon voor de veiligheid meer worden aangesteld, gezien volgens artikel 1octies, § 1, 1° van de Classificatiewet de veiligheidsofficier tevens zorgt voor de inachtneming van de veiligheidsregels inzake de bescherming van geclassificeerde informatie, waaronder dus ook geclassificeerde informatie met het beschermingsniveau "BEPERKT". Artikel 8 Artikel 8 bepaalt dat de Nationale Veiligheidsoverheid regels vastlegt met betrekking tot het toezicht op de uitvoering van de opdrachten van de contactpersoon voor de veiligheid. Gezien de Nationale Veiligheidsoverheid toezicht moet uitoefenen op het uitvoeren van de opdrachten van de veiligheidsofficier, is deze ook het best geplaatst om deze regels met een technische draagwijdte met kennis van zaken uit te werken. De opdrachten van de contactpersoon voor de veiligheid zijn analoog aan deze van de veiligheidsofficier. HOOFDSTUK 3. - De functionele autoriteit van een communicatie- en informatiesysteem Artikel 9 Artikel 9 omschrijft de opdrachten van de functionele autoriteit van een communicatie- en informatiesysteem en behoeven geen verder commentaar. TITEL III. - Geclassificeerde informatie HOOFDSTUK 1. - De beschermingsmaatregelen van toepassing voor de classificatie en het beheer van geclassificeerde informatie Afdeling 1. - Algemene bepaling Artikel 10 Dit artikel strekt tot het behoud van de mogelijkheid van elke minister om bijkomende regels van technische aard voor te schrijven op het vlak van classificatie, declassificatie en beschermingsmaatregelen verbonden aan classificatie. De regels voorzien in voorliggend besluit vormen de minimumstandaard waaraan (rechts)personen dienen te voldoen willen zij geclassificeerde informatie verwerken. Deze regels belichten echter slechts één dimensie van de militaire veiligheid. Een ander aspect is bijvoorbeeld de operationele veiligheid. Operationele veiligheid wordt omschreven als "All measures taken to give a military operation or exercise appropriate security, using passive or active means, to deny an adversary knowledge of the essential elements of friendly information or indicators thereof" (NATO Glossary of Terms and definitions, AAP-06). De ADIV is op grond van artikel 11, § 1, 2° van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bevoegd voor "het behoud van de militaire veiligheid van het personeel dat onder de Minister van Landsverdediging ressorteert, de militaire installaties, wapens en wapensystemen, munitie, uitrusting, plannen, geschriften, documenten, informatica- en verbindingssystemen of andere militaire voorwerpen". Het behoud van de militaire veiligheid, bijvoorbeeld tijdens een buitenlandse operatie, vereist strenge beveiligingsmaatregelen. Elke operatie vereist andere regels en de veiligheidssituatie in elk land is ook verschillend. Verder moeten de regels aangepast kunnen worden in functie van de dreiging en de operationele noodwendigheden. Het is dan ook essentieel dat de Chef van de ADIV, striktere regels inzake de bescherming van geclassificeerde informatie kan opleggen indien nodig om de militaire veiligheid te garanderen. Daarom wordt naast de minister ook voorzien dat de chef van de ADIV bijkomende (striktere) regels van technische aard kan voorschrijven voor wat betreft Defensie. Dit sluit echter niet uit dat ook leidende ambtenaren, bijkomende (striktere) richtlijnen kunnen uitvaardigen voor wat betreft de diensten die onder hen ressorteren. Deze hebben dan geen reglementair karakter, maar zijn wel bindend voor de diensten die onder hen ressorteren. Afdeling 2. - Bevoegde personen en overheden voor het classificeren, de wijziging van het classificatieniveau en het declassificeren Artikel 11 In artikel 11 wordt het toepassingsgebied ratione personae vastgesteld op het gebied van classificatie, declassificatie en wijziging van het classificatieniveau van geclassificeerde informatie. Deze personen moeten houder zijn van een veiligheidsmachtiging van ten minste het niveau "GEHEIM", ook al gaat het om het classificeren van informatie van het niveau "BEPERKT". Daardoor kan er op precieze wijze worden bepaald welke personen bevoegd zijn voor het classificeren, het wijzigen van het classificatieniveau of het declassificeren van geclassificeerde informatie, zodat er meer controle is op de verspreiding van deze informatie en meer veiligheid ten aanzien van de inhoud en relevantie ervan. Er kan ook gewezen worden op de toelichting bij het amendement van artikel 1bis van de wet (DOC 55 2443/003, p. 7): "[...], want beslissingen over declassificatie en beslissingen tot wijzigingen van classificatieniveaus komen uitsluitend toe aan de publieke overheid. [...] Het is dus duidelijk dat private rechtspersonen -waarmee een administratieve overheid contracten afsluit- niet kunnen worden beschouwd als een "overheid van oorsprong", ook al stellen ze geclassificeerde stukken op ten behoeve van en onder het gezag van een administratieve overheid. Het college van procureurs-generaal merkte op dat de federale procureur en de magistraten die hij machtigt ook de toestemming zouden moeten hebben om informatie te classificeren en declassificeren op de niveaus "GEHEIM", "VERTROUWELIJK" en "BEPERKT", naast het niveau "ZEER GEHEIM". Daarom worden ze in dit artikel opgenomen. Artikel 12 In artikel 12 wordt het toepassingsgebied ratione personae bepaald van de bevoegdheid voor het classificeren, declassificeren of het wijzigen van het classificatieniveau van informatie van het niveau "ZEER GEHEIM". Op die manier wordt vastgesteld welke personen gemachtigd zijn om informatie van het niveau "ZEER GEHEIM" te classificeren, te wijzigen of te declassificeren, hetgeen zorgt voor een betere controle op het gebruik van deze gegevens en een verhoogde bescherming van de inhoud ervan. De personen die een machtiging moeten hebben om deze acties uit te voeren zijn de federale procureur en de magistraten die hij aanduidt. In zijn advies 61.551/2 van 14 juni 2017 stelt de Raad van State in vraag of het noodzakelijk is om, door middel van dit artikel 12, te eisen dat deze magistraten voorafgaand een veiligheidsmachtiging moeten hebben verkregen om de bevoegdheid uit te oefenen van het classificeren, declassificeren of wijzigen van geclassificeerde informatie van het niveau "ZEER GEHEIM", omdat het voor diezelfde magistraten volgens artikel 8 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten niet vereist is om over een machtiging te beschikken om geclassificeerde stukken te raadplegen. Volgens de Raad van State vormt dit een incoherentie, aangezien het tegenstrijdig lijkt om te eisen dat deze magistraten een machtiging hebben om hun functie kunnen uitoefenen, terwijl dit niet vereist is in het kader van artikel 8 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten. Toch is het essentieel dat de federale procureur en de gedelegeerde magistraten over een adequate veiligheidsmachtiging beschikken om informatie te classificeren, te declassificeren of het niveau te wijzigen, vooral voor informatie van het classificatieniveau "ZEER GEHEIM". Deze vereiste is essentieel om de veiligheid en vertrouwelijkheid van gevoelige gegevens te waarborgen, omdat er zo voor wordt gezorgd dat enkel opgeleide en geverifieerde personen actief de machtigingsniveaus voor kritieke informatie kunnen aanmaken, wijzigen of schrappen; artikel 8 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten heeft daarentegen enkel betrekking op een passieve toegang tot deze informatie, een eenvoudige raadpleging. De Raad van State benadrukt dat in artikel 8 vermeld wordt dat magistraten geen machtiging nodig hebben om geclassificeerde documenten te raadplegen. Het is echter belangrijk om op te merken dat deze bepaling enkel betrekking heeft op toegang tot documenten die al geclassificeerd zijn en geenszins op de toekenning van de bevoegdheid om te classificeren, wijzigen of declassificeren. Deze twee procedures zijn fundamenteel verschillend: de ene staat louter de raadpleging toe, terwijl de andere een actieve verantwoordelijkheid in het beheer van de veiligheid van de informatie inhoudt. Het lijkt dus moeilijk om dezelfde logica te hanteren dan die die gevolgd werd voor artikel 8 om te bepalen dat de federale procureur en de aangeduide magistraten informatie met classificatieniveau "ZEER GEHEIM" zouden kunnen classificeren, wijzigen of declassificeren zonder een adequate veiligheidsmachtiging. Bijvoorbeeld met betrekking tot artikel 3 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten, dat betrekking heeft op beschermde getuigen, is het cruciaal dat deze magistraten de mogelijkheid hebben om nieuwe stukken te classificeren. Een dergelijke verantwoordelijkheid vereist een diepgaande kennis van de veiligheidsuitdagingen en de classificatieprocedures, waartoe enkel toegang kan worden verkregen middels een adequate veiligheidsmachtiging. Het is dus fundamenteel om een onderscheid te maken tussen de passieve rol van het raadplegen van geclassificeerde documenten, zoals voorzien in artikel 8, en de actieve rol van het classificeren en declassificeren. Om de veiligheid en de integriteit van informatie te verzekeren, moeten de federale procureur en de magistraten in staat zijn om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen, hetgeen enkel kan worden gegarandeerd indien zij over de nodige machtigingen beschikken om op een verantwoordelijke manier te handelen op basis van informatie met classificatieniveau "ZEER GEHEIM". Afdeling 3. - Beheer van geclassificeerde informatie Artikel 13 Dit artikel stelt de Nationale Veiligheidsoverheid in staat om de bepalingen in het besluit in kwestie snel aan te vullen met bijkomende administratieve en technische maatregelen die een beter beheer van geclassificeerde informatie mogelijk maken. Onderafdeling 1. - Markeringen Artikel 14 Het beheer van gevoelige informatie is cruciaal en vereist bijzondere aandacht om verwarring te vermijden. De overheden moeten deze informatie classificeren, wijzigen of declassificeren op een adequate manier, door ervoor te zorgen dat de informatie duidelijk wordt geïdentificeerd volgens het vertrouwelijkheidsniveau ervan. De classificatie is niet statisch en kan evolueren; het is dus essentieel om het classificatieniveau wanneer nodig bij te werken. Het is ook belangrijk om te declassificeren. Op die manier kunnen de rigoureuze veiligheidsmaatregelen die van toepassing waren op informatie die ondertussen niet meer zo gevoelig is, worden opgeheven. De markeringen moeten duidelijk en zichtbaar zijn om een goede identificatie te verzekeren. Kortom, een verantwoordelijk beheer van gevoelige informatie is essentieel om deze informatie te beschermen en verwarring te vermijden. Bevoegde personen moeten zich bewust zijn van hun rol en zorgvuldig handelen. Artikel 15 tot 19 Deze artikelen behoeven geen bijzondere toelichting, buiten het feit dat de vertaling naar het Duits en het Engels van de classificatieniveaus niet werd opgenomen, gezien deze classificatieniveaus in het Duits en het Engels onbestaande zijn in de wet en deze documenten bijgevolg evenmin beschermd zullen worden indien de markering in het Duits of het Engels wordt aangebracht. Wel is het mogelijk om overeenkomstig het artikel 16, vierde lid van het ontwerpbesluit de markering in het Nederlands of in het Frans aan te vullen met het internationaal equivalent in de Engelse taal dat wordt vermeld in de vergelijkende tabel van bijlage 1. Duitstalige landgenoten kunnen er steeds voor opteren om een aanvullende markering overeenkomstig het ontworpen artikel 18 te hanteren in het Duits die het classificatieniveau duidelijk maakt voor de Duitstalige bestemmelingen van een geclassificeerd document, niettegenstaande ze nu al geclassificeerde documenten opstellen met een vermelding van het classificatieniveau in het Frans of in het Nederlands. Onderafdeling 2. - Declassificatie van het classificatieniveau "BEPERKT" Artikel 20 Dit artikel behoeft geen toelichting. Onderafdeling 3. - Collectief classificeren of declassificeren Artikel 21 Dit artikel behandelt de mogelijkheid tot collectieve classificatie of declassificatie van documenten door de overheid van oorsprong. Dit betekent dat een overheid kan beslissen om een classificatieniveau toe te kennen of in te trekken voor een geheel van documenten, bestanden of dossiers die identificeerbaar zijn door een gemeenschappelijk onderwerp, zonder elk document afzonderlijk te moeten onderzoeken. Deze aanpak strekt ertoe de procedure voor het beheer van geclassificeerde informatie te vereenvoudigen, doordat een globale handeling kan worden gesteld in plaats van een gedetailleerde. Deze regel staat al in het huidige koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0 tot uitvoering van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen (artikel 32) en wordt soms toegepast op oude archieffondsen (van vóór de inwerkingtreding van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten), waarvoor het niet aangewezen is omwille van hun kwetsbaarheid/fragiliteit, historische waarde, omvang of technische redenen (oude documenten op microfiches) het document zelf individueel te markeren. Daarbij wordt wel altijd via een schriftelijke beslissing van de overheid van oorsprong aangeduid dat het archieffonds in zijn geheel als ge(de-)classificeerd moet worden beschouwd. Onderafdeling 4. - Registratie Artikel 22 Dit artikel bepaalt dat elk stuk geclassificeerde informatie duidelijk moet worden toegewezen aan een geïdentificeerde houder, zodat de traceerbaarheid van gevoelige gegevens kan worden verzekerd. Artikel 23 Met dit artikel wordt een uitzondering vastgesteld voor geclassificeerde informatie van het niveau "BEPERKT", waarvoor er geen registratie vereist is. Hier neemt de houder de verantwoordelijkheid voor de bescherming van de informatie op zich op het moment dat hij er kennis van neemt, nadat hij door de overheid van oorsprong werd geïnformeerd over de beperkingen op de aanwending ervan. Voor informatie met classificatieniveau "VERTROUWELIJK" of "GEHEIM" is registratie verplicht zodra de informatie bij de organisatie aankomt of deze verlaat. Informatie van het niveau "ZEER GEHEIM" moet ook worden geregistreerd, maar in een afzonderlijk register. Afgedrukte kopieën van geclassificeerde documenten van het niveau "VERTROUWELIJK" die binnen de organisatie blijven, moeten overigens niet geregistreerd worden. Ontwerpdocumenten van het niveau "GEHEIM" kunnen evenwel worden vrijgesteld van registratie gedurende vijf werkdagen. Na die periode moeten ze vernietigd of geregistreerd worden. De registers voor de niveaus "VERTROUWELIJK", "GEHEIM" en "ZEER GEHEIM" kunnen bijgehouden worden onder elektronische vorm, op voorwaarde dat de juiste veiligheidsnormen worden nageleefd. Artikel 24 In dit artikel wordt vastgesteld dat het gebruik van geclassificeerde informatie in goedgekeurde communicatiesystemen geregistreerd moet worden volgens interne processen. Artikel 25 In dit artikel wordt benadrukt dat houders van geclassificeerde informatie van het niveau "GEHEIM" of "ZEER GEHEIM" steeds de plaats ervan moeten kennen, om een uiterst nauwkeurige controle op deze gevoelige gegevens te waarborgen. Onderafdeling 5. - Reproductie en vertaling Artikel 26 tot 28 In deze artikelen worden de regels vastgesteld met betrekking tot de reproductie en vertaling van geclassificeerde documenten. Er wordt in bepaald dat de reproductie of de vertaling van een geclassificeerd document van het niveau "ZEER GEHEIM" het schriftelijk akkoord vereist van de overheid van oorsprong, waardoor het belang van de veiligheid van gevoelige informatie wordt benadrukt. Documenten van het niveau "GEHEIM" of lager mogen gereproduceerd of vertaald worden door de houder indien er geen beperking werd opgelegd door de overheid van oorsprong. Bovendien gelden voor alle reproducties en vertalingen dezelfde beschermingsmaatregelen als die die op het origineel werden toegepast, waardoor de voortdurende veiligheid van geclassificeerde informatie verzekerd wordt. Deze bepalingen strekken ertoe een evenwicht te scheppen tussen de veiligheid en de mogelijkheid om informatie op een doeltreffende manier te gebruiken. Onderafdeling 6. - Verzending en vervoer Artikel 29 tot 32 De artikelen 29 tot 32 beschrijven strikte regels voor de verzending van geclassificeerde informatie, waarbij de noodzaak wordt benadrukt om maatregelen te nemen om ongeoorloofde raadpleging te voorkomen. De informatie moet verzonden worden via drager, onder dubbele gesloten omslag of met elektronische middelen via systemen die zijn goedgekeurd door de Nationale Veiligheidsoverheid en met inachtneming van de toepasselijke beschermingsmaatregelen. Voor geclassificeerde informatie van het niveau "BEPERKT" is het ook mogelijk om deze te verzenden via een ter post aangetekende zending, steeds onder dubbele gesloten omslag. In geval van interne rondzending moet informatie van het niveau "VERTROUWELIJK" of hoger gedragen worden door een drager (in het bezit van een geldige veiligheidsmachtiging van een niveau dat minstens gelijkwaardig is aan de vervoerde informatie) of door de houder ervan en dit onder gesloten omslag. Het is absoluut noodzakelijk dat een organisatie waarbinnen informatie van het niveau "BEPERKT" circuleert, alle mogelijke veiligheidsmaatregelen neemt om te vermijden dat die informatie ongeoorloofd geraadpleegd wordt, om zo de bescherming van deze gevoelige informatie te verzekeren. Daarnaast mag geclassificeerde informatie binnen de fysieke entiteit rondgedragen worden door de houder, op voorwaarde dat alle nodige veiligheidsmaatregelen worden genomen om ongeoorloofde raadpleging te voorkomen. Onderafdeling 7. - Vernietiging Artikel 33 In dit artikel wordt bepaald dat de artikelen van de onderafdeling van toepassing zijn, onverminderd verschillende bestaande wetten die de classificatie, het beheer van gevoelige informatie, archivering en de bescherming van persoonsgegevens regelen. Deze beslissing is essentieel, omdat ze garandeert dat de nieuwe bepalingen de reeds vastgestelde regels niet vervangen of tegenspreken, waardoor er een continuïteit en consistentie van wetgeving wordt gewaarborgd. De tekst benadrukt overigens dat de houder en de overheid van oorsprong van de geclassificeerde informatie regelmatig het nut van die informatie moeten beoordelen en moeten beslissen of deze niet vernietigd moet worden. Dit weerspiegelt een proactieve en verantwoordelijke benadering van het beheer van gevoelige gegevens, met het doel om te vermijden dat gegevens die mogelijk niet meer pertinent of noodzakelijk zijn, eindeloos worden bewaard. Artikel 34 In dit artikel worden strikte regels vastgesteld met betrekking tot het beheer van geclassificeerde informatie van het niveau "ZEER GEHEIM". Er wordt bepaald dat de houder van dergelijke informatie nooit mag overgaan tot de vernietiging ervan, maar deze terug dient te bezorgen aan de overheid van oorsprong. Deze maatregel strekt ertoe de veiligheid en integriteit van gevoelige informatie te verzekeren, door te vermijden dat deze niet verloren gaat of op ongeoorloofde wijze vernietigd wordt. De overheid van oorsprong is daarom verantwoordelijk voor het opstellen van een proces-verbaal voor de vernietiging, waarin het voorwerp van de vernietiging gedetailleerd moet worden beschreven en dat ondertekend moet worden door de personen die de vernietiging uitvoerden, alsook door de veiligheidsofficier. Dit zorgt voor een duidelijke traceerbaarheid en verantwoordelijkheid, hetgeen essentiële elementen zijn bij het beheer van geclassificeerde informatie om misbruik of een informatielek te voorkomen. Dit artikel benadrukt dus het belang van verantwoordelijkheid en van traceerbaarheid bij het beheer van geclassificeerde informatie, door ook te verzekeren dat de vernietigingsprocedures op een beveiligde en gedocumenteerde manier geschieden. Dit helpt om het vertrouwen in het systeem voor het beheer van gevoelige informatie in stand te houden en de belangen van nationale veiligheid te beschermen. Artikel 35 In dit artikel wordt de vernietiging van geclassificeerde informatie behandeld, meer bepaald die van het niveau "GEHEIM" of lager. Er wordt bepaald dat deze vernietiging kan worden uitgevoerd door de overheid van oorsprong, door de houder van de informatie of door een aangeduide veiligheidsofficier. Dit houdt ook de mogelijkheid in dat een contactpersoon voor de veiligheid kan overgaan tot de vernietiging van geclassificeerde informatie van het niveau "BEPERKT". Deze procedure is essentieel om te waarborgen dat gevoelige informatie niet in slechte handen valt, hetgeen de nationale veiligheid of de vertrouwelijkheid van gegevens zou kunnen compromitteren. Het feit dat de vernietiging van geclassificeerde informatie van het niveau "VERTROUWELIJK" of "GEHEIM" geregistreerd moet worden in een register, duidt op het belang van traceerbaarheid en van verantwoordelijkheid bij het beheer van gevoelige informatie. Door middel van deze verplichting tot registratie kan er immers een strikte controle worden gehouden op geclassificeerde informatie, en wordt er verzekerd dat elke handeling van vernietiging gedocumenteerd en gerechtvaardigd wordt. Mede door deze werkwijze wordt misbruik voorkomen en wordt verzekerd dat enkel bevoegde personen informatie kunnen behandelen. Logischerwijs maken deze regels deel uit van een breder kader inzake gegevensbescherming en veiligheid. In een wereld waarin cyberdreigingen en informatielekken steeds vaker voorkomen, is het cruciaal om duidelijke protocollen op te stellen voor het beheer van geclassificeerde informatie. De geëigende vernietiging van deze informatie, samen met systematische registratie, vormt een preventieve maatregel tegen de risico's van ongeoorloofde verspreiding. In dit artikel worden daarom de precieze regels bepaald voor de vernietiging van geclassificeerde informatie, waarbij de verantwoordelijkheid van de overheden en de houders van informatie wordt benadrukt. Deze logische en gestructureerde aanpak strekt ertoe de veiligheid van gevoelige gegevens te bewaken en de traceerbaarheid te verzekeren die noodzakelijk is om misbruik te voorkomen. Onderafdeling 8. - Veiligheidsincident en compromittering Artikel 36 tot 38 In deze artikelen wordt bepaald dat in geval van een veiligheidsincident met betrekking tot geclassificeerde informatie, de veiligheidsofficier of de contactpersoon voor de veiligheid onmiddellijk dienen te worden ingelicht. De veiligheidsofficier of de contactpersoon voor de veiligheid voeren dan een intern administratief onderzoek uit en lichten tegelijkertijd de directie van het bestuur of de instelling in kwestie in, evenals de Nationale Veiligheidsoverheid. Dit laat de Nationale Veiligheidsoverheid toe om haar bevoegdheden inzake toezicht uit te oefenen. Zo nodig zal de Nationale Veiligheidsoverheid eveneens de overheid van oorsprong van de geclassificeerde informatie informeren. Volgens de internationale regelgeving is dit immers enkel nodig indien werd vastgesteld dat de geclassificeerde informatie gecompromitteerd is. Indien een compromittering van geclassificeerde informatie van het niveau "VERTROUWELIJK" of hoger wordt vastgesteld, moet de veiligheidsofficier hier van verslag uitbrengen aan de Nationale Veiligheidsoverheid zodra het onderzoek is afgerond. De Nationale Veiligheidsoverheid is in dat geval verplicht om de overheid van oorsprong te informeren van de compromittering en van de resultaten van het onderzoek. Daarnaast moet er door de veiligheidsofficier of in voorkomend geval door de contactpersoon voor de veiligheid elk jaar, vóór 15 maart, een overzicht van de veiligheidsincidenten en compromitteringen die het afgelopen jaar zijn voorgevallen, worden overgemaakt aan de Nationale Veiligheidsoverheid. Deze veiligheidsincidenten of compromitteringen kunnen eveneens personen betreffen die niet langer in dienst zijn of die niet meer beschikken over een veiligheidsmachtiging. HOOFDSTUK 2. - De fysieke beschermingsmaatregelen Hoofdstuk 2 bevat de fysieke beschermingsmaatregelen voor de aanwending van geclassificeerde informatie. Afdeling 1. - Algemene bepalingen Artikel 39 Artikel 39 bepaalt dat de bijkomende minimale fysieke beschermingsmaatregelen van administratieve en technische aard voor de aanwending van geclassificeerde informatie binnen en buiten de zones zoals bedoeld in artikel 42 van voorliggend besluit worden bepaald door de Nationale Veiligheidsoverheid. De Nationale Veiligheidsoverheid is immers de instantie die het toezicht zal moeten uitoefenen op de conformiteit van de in artikel 42 bedoelde zones met de in de Classificatiewet en voorliggend besluit vereiste beschermingsmaatregelen en bijgevolg het best geplaatst om de technische specificiteiten verder uit te werken. Artikel 40 Artikel 40 vergt geen commentaar. Artikel 41 Artikel 41 stipuleert welke geclassificeerde informatie onder welke voorwaarden mag geraadpleegd worden in respectievelijk de administratieve en de beveiligde zone. In haar advies vraagt de Raad van State dat artikel 41, derde en vierde lid herzien wordt zodat duidelijker naar voren komt dat de entiteit verplicht is de maatregelen te nemen om het inkijken tegen te gaan. In deze zin is de bepaling aangepast. Afdeling 2. - Administratieve en beveiligde zones Eerst en vooral bevat deze afdeling de instelling van de administratieve en de beveiligde zones. Verder bevat deze afdeling de toegangsvoorwaarden voor administratieve en beveiligde zones, om dan in te gaan op de procedure voor de goedkeuring van een beveiligde zone. Artikelen 42 en 43 Artikelen 42 en 43 vergen geen verdere commentaar. Artikel 44 Artikel 44 zet de toegangsvoorwaarden uiteen voor een beveiligde zone. Naar aanleiding van een opmerking van de Raad van State in haar advies en naar analogie met het bepaalde in artikel 8, § 2, eerste lid van de wet werd in artikel 44, § 1, 2° gespecificeerd dat de eigen bevoegdheden van de gerechtelijke overheden onverminderd blijven gelden. Dit betekent dat magistraten gedurende de uitoefening van hun gerechtelijke functie uitgezonderd zijn van de vereisten in artikel 44, § 1, 2° en zonder begeleiding toegang hebben tot de beveiligde zone. Naar aanleiding van een opmerking van het Vast Comité I in diens advies werden in artikel 44, § 1, 3° de nodige preciseringen aangebracht om duidelijk te maken dat het hebben van een veiligheidsmachtiging én een specifieke autorisatie van het hoofd van de entiteit cumulatief gelden voor de toegang tot de beveiligde zone zonder begeleiding. Het ontbreken van één van beiden leidt ertoe dat men de beveiligde zone enkel onder begeleiding kan betreden. Ten slotte haalt het Vast Comité I in haar advies (punt 4) aan dat er geen uitwerking werd gegeven aan de mogelijkheid voorzien in artikel 8, § 2, tweede lid van de wet. Artikel 8, § 2, tweede lid van de wet voorziet dat de overheden die de Koning aanwijst de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen die geclassificeerde informatie bevatten aan voorwaarden kan onderwerpen, waaronder het bezit van een veiligheidsmachtiging. Zoals hoger aangegeven, herneemt artikel 44, § 1, 2° van voorliggend besluit het principe dat de toegang tot een beveiligde zone enkel mogelijk is mits het bezit van een veiligheidsmachtiging (en de toelating door het hoofd van de entiteit). Van het principe van het bezit van een veiligheidsmachtiging kan worden afgeweken als een niet-gemachtigd persoon tijdens de toegang tot de beveiligde zone wordt begeleid door een gemachtigd persoon (artikel 44, § 1, 3° van voorliggend besluit). In antwoord op de opmerking van het Vast Comité I bepaalt artikel 44, § 2 van dit besluit dat het de overheden bedoeld in artikel 12 zijn die beveiligde zones kunnen instellen, wetende dat de toegang tot deze zone afhankelijk is van het bezit van een veiligheidsmachtiging, zoals hiervoor vermeld (artikel 44, § 1, 2° van voorliggend besluit). Voor deze overheden is het immers evident dat deze een beveiligde zone nodig hebben en dus kunnen instellen, gelet op het feit dat zij tot het niveau "ZEER GEHEIM" kunnen classificeren. Uiteraard moet deze beveiligde zone ook gehomologeerd worden door de Nationale Veiligheidsoverheid en moeten zij hiertoe een aanvraag indienen volgens de procedure beschreven in voorliggend besluit. De noodzaak voor het instellen van deze beveiligde zone zal echter reeds vaststaan op grond van artikel 44, § 2. De aanwijzing van de in artikel 12 bedoelde overheden, d.w.z. de overheden die bevoegd zijn om gegevens op het niveau "ZEER GEHEIM" te classificeren, wordt gerechtvaardigd door het feit dat de veiligheidsmaatregel die vereist is voor het raadplegen van gegevens die op het niveau "ZEER GEHEIM" geclassificeerd zijn, overeenkomt met de eis dat deze gegevens zich in een beveiligde zone moeten bevinden (zie artikel 41 van voorliggend besluit). Overheden, die geen overheden zijn waarnaar wordt verwezen in artikel 12, of rechtspersonen die een beveiligde zone behoeven omdat ze geclassificeerde informatie aanwenden, dienen hiertoe de aanvraag in bij de Nationale Veiligheidsoverheid, volgens de procedure beschreven in voorliggend besluit, die de noodzaak hiervan zal beoordelen, net zoals dit het geval is voor een aanvraag voor een veiligheidsmachtiging. Artikel 45 Dit artikel vergt geen commentaar. Artikel 46 Dit artikel gaat in op de verificatie van de conformiteitsverklaring door de Nationale Veiligheidsoverheid. De Raad van State stelt in haar advies de vraag of het model van conformiteitsverklaring als bijlage aan het koninklijk besluit dient te worden toegevoegd, naar voorbeeld van de modellen die reeds opgenomen zijn in de bijlagen 2 tot 5. De opstellers wijzen er echter op dat technische evoluties in de bescherming van geclassificeerde informatie ertoe kunnen leiden dat (het model van) de conformiteitsverklaring voor een beveiligde zone dient gewijzigd te worden. In deze zin verschilt (het model van) de conformiteitsverklaring fundamenteel van de modellen opgenomen in bijlagen 2 tot 5. Gelet hierop, en om mogelijke verwarring te vermijden door de verspreiding van verschillende modellen via enerzijds de bijlage van het koninklijk besluit en anderzijds de website van de Nationale Veiligheidsoverheid, kiezen de opstellers ervoor om geen model van conformiteitsverklaring toe te voegen als bijlage aan het koninklijk besluit. Artikel 47 Dit artikel vergt geen commentaar. Artikel 48 Artikel 48 bevat de verplichting om iedere wijziging aan een fysieke installatie te melden aan de Nationale Veiligheidsoverheid. De Raad van State merkte op in haar advies dat er niet werd gepreciseerd wat de gevolgen zijn van een melding van een wijziging aan de fysieke installatie zodat de vraag rijst of de hele goedkeuringsprocedure opnieuw toegepast moet worden. Bijgevolg wordt aan de bepaling toegevoegd dat in geval de wijziging een beveiligde zone betreft, de Nationale Veiligheidsoverheid kan oordelen of er een nieuw terreinonderzoek nodig is. De beslissing inzake de goedkeuring van deze wijziging wordt ter kennis wordt gebracht aan de veiligheidsofficier. HOOFDSTUK 3. - De beschermingsmaatregelen van communicatie- en informatiesystemen voor geclassificeerde informatie Hoofdstuk 3 bevat de beschermingsmaatregelen van communicatie- en informatiesystemen voor geclassificeerde informatie. Artikel 49 Artikel 49 bepaalt dat de bijkomende minimale beschermingsmaatregelen van administratieve en technische aard voor communicatie- en informatiesystemen voor geclassificeerde informatie worden bepaald door de Nationale Veiligheidsoverheid. Het betreft maatregelen die bijdragen tot de informatieborging en het garanderen van de eigenschappen vertrouwelijkheid, integriteit, beschikbaarheid, onweerlegbaarheid en authenticiteit. Het toepassen van een reeks beschermingsmaatregelen gebeurt op basis van het beheer van de beveiligingsrisico's en van een risico-inschatting, met als doel het instellen van een proportionele beveiliging met een aanvaardbaar evenwicht tussen de noden van de gebruikers, de vereiste investering en het resterend veiligheidsrisico. Meer concreet gaat het over de technische beschermingsmaatregelen van telecommunicatiesystemen en -netwerken waarin geclassificeerde gegevens worden aangewend. De richtlijn voegt geen nieuwe rechtsregels toe maar interpreteert en concretiseert het uitvoeringsbesluit. Omwille van de technische complexiteit en omwille van veiligheidsredenen moet ervan uitgegaan worden dat de Nationale Veiligheidsoverheid, die moet toezien op de naleving van deze beschermingsmaatregelen, ook het best geplaatst is om deze met kennis van zaken uit te werken. Artikel 50 Artikel 50 bepaalt de verplichting voor de veiligheidsofficier om te beoordelen of een communicatie- en informatiesysteem voldoende garanties biedt ten aanzien van de vertrouwelijkheid, de integriteit, en de beschikbaarheid van het systeem en de informatie die het bevat. Het artikel gaat vervolgens in op de conformiteitsverklaring die de veiligheidsofficier dient te versturen naar de Nationale Veiligheids overheid. De Raad van State stelt in haar advies de vraag of het model van conformiteitsverklaring als bijlage aan het koninklijk besluit dient te worden toegevoegd, naar voorbeeld van de modellen die reeds opgenomen zijn in de bijlagen 2 tot 5. De opstellers wijzen er echter op dat technische evoluties in de bescherming van communicatie- en informatiesystemen en de informatie die ze bevatten ertoe kunnen leiden dat (het model van) de conformiteitsverklaring voor een communicatie- en informatiesysteem dient gewijzigd te worden. In deze zin verschilt (het model van) de conformiteitsverklaring fundamenteel van de modellen opgenomen in bijlagen 2 tot 5. Gelet hierop, en om mogelijke verwarring te vermijden door de verspreiding van verschillende modellen via enerzijds de bijlage van het koninklijk besluit en anderzijds de website van de Nationale Veiligheidsoverheid, kiezen opstellers ervoor om geen model van conformiteitsverklaring toe te voegen als bijlage aan het koninklijk besluit. Artikelen 51 en 52 Artikel 51 vergt geen commentaar. Artikel 52 voorziet dat voor communicatie- en informatiesystemen die geclassificeerde informatie met het classificatieniveau "BEPERKT" aanwenden, de Nationale Veiligheidsoverheid de entiteit KAN verzoeken om het desbetreffende systeem te onderwerpen aan beveiligingstests om na te gaan of voldoende garanties zijn bereikt ten aanzien van de vertrouwelijkheid, de authenticiteit en de niet-weerlegbaarheid van deze systemen en de informatie die ze bevatten. Zowel de NAVO als de EU laten toe dat entiteiten zelf hun communicatie- en informatiesysteem van maximum het niveau "BEPERKT" goedkeuren. De opstellers van voorliggend besluit zijn geen voorstander van dergelijke auto-homologatie of zelf-accrediatie omwille van veiligheidsredenen en geven er de voorkeur aan dat de Nationale Veiligheidsoverheid de verstrekte documentatie over de beveiliging bestudeert, met inbegrip van risicobeheer en verklaringen over resterende risico's, systeemgebonden specificaties van beveiligingseisen, documenten die de beveiligingsimplementatie en de operationele beveiligingsprocedures bewijzen, evenals de garantie dat die documentatie strookt met de regels en richtlijnen die worden opgelegd door de Nationale Veiligheidsoverheid. De fysieke controle door de Nationale Veiligheidsoverheid gebeurt dan in een latere fase, dit om te vermijden dat heel wat Belgische entiteiten, bij gebrek aan een tijdig goedgekeurd communicatie- en informatiesysteem niet tijdig kunnen meedingen aan projecten gelanceerd door de NAVO of de EU. Artikel 53 Artikel 53 stipuleert dat de Nationale Veiligheidsoverheid zijn beslissing betreffende de goedkeuring van het communicatie- en informatiesysteem ter kennis brengt van de functionele autoriteit van het communicatie- en informatiesysteem en de veiligheidsofficier of de contactpersoon voor de veiligheid. In het geval dat de Nationale Veiligheidsoverheid een beslissing neemt tot weigering van de goedkeuring van het communicatie- en informatiesysteem wordt dit beschouwd als een administratieve beslissing, waartegen een beroep open staat bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overeenkomstig artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, tenzij de wetgever in de toekomst nog zal beslissen om dit toe te vertrouwen aan een specifiek daartoe opgericht administratief rechtscollege, zoals het Beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, - attesten of - adviezen. De beslissing tot goedkeuring van het communicatie- en informatiesysteem heeft een geldigheidsduur van maximum drie jaar. Deze termijn is te verantwoorden omwille van de snelle technologische evolutie. Dezelfde termijn werd voorzien voor cryptografische producten (artikel 61 van het voorliggend besluit). Een hernieuwing kan worden aangevraagd tussen de zes en de zeven maanden vóór het einde van de geldigheidsduur van de beslissing, hetgeen door de diensten werd aangewezen als een realistische termijn. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat de aanvraag een dag vóór het einde van de geldigheidsduur van de beslissing wordt aangevraagd en de functionele autoriteit vervolgens zonder homologatie verder werkt met het communicatie- en informatiesysteem. De termijn voor de vraag tot hernieuwing is nieuw en stond nog niet in het huidige koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0. HOOFDSTUK 4. - De beschermingsmaatregelen verbonden aan cryptografisch materiaal voor de behandeling van geclassificeerde informatie Afdeling 1. - Algemeen Hoofdstuk 4 bevat de beschermingsmaatregelen verbonden aan cryptografisch materiaal voor de behandeling van geclassificeerde informatie en afdeling 1 stelt de algemene bepalingen vast. Artikel 54 Artikel 54 stelt dat de Nationale Veiligheidsoverheid bepaalt wat de minimale administratieve en technische vereisten zijn voor de evaluatie, de goedkeuring, het gebruik, waaronder de cryptografische account, het transport, de verdeling, de bewaring, het beheer, met inbegrip van de productie van cryptografische sleutels, en de vernietiging van cryptografisch materiaal voor de behandeling van geclassificeerde informatie. De Nationale Veiligheidsoverheid is bevoegd om goedkeuringen van cryptografische producten af te leveren, te wijzigen, te schorsen of in te trekken. Een goedkeuring houdt in dat bepaalde cryptografische producten gebruikt mogen worden als maatregel voor de bescherming van geclassificeerde informatie aangewend in de communicatie- en informatiesystemen. Daarnaast is de Nationale Veiligheidsoverheid ook bevoegd om cryptografisch materiaal voor de bescherming van geclassificeerde informatie, met inbegrip van de cryptografische sleutels, in België te beheren. Het beheer omvat tevens de verdeling van nationaal en internationaal cryptografisch materiaal naar de gebruikers. Het internationaal cryptografisch materiaal is voornamelijk, maar niet uitsluitend, het materiaal gebruikt binnen EU-, NAVO- en ESA-context. Zo behoudt de Nationale Veiligheidsoverheid de controle over Belgische gebruikers van dit gevoelig materiaal, een verplichting die overigens voorkomt in de internationale regelgeving. Omwille van de technische complexiteit en omwille van veiligheidsredenen is het wenselijk om de maatregelen, die door het uitvoeringsbesluit worden vastgelegd, nader uiteen te zetten via een richtlijn van de Nationale Veiligheidsoverheid. Gelet op de technische complexiteit en ten bate van de veiligheid is de Nationale Veiligheidsoverheid, die moet toezien op de naleving van deze beschermingsmaatregelen, ook het best geplaatst om deze met kennis van zaken uit te werken. Artikelen 55 en 56 Artikelen 55 en 56 vergen geen commentaar. Afdeling 2. - Goedkeuringsprocedure voor cryptografische producten Afdeling 2 bespreekt de goedkeuringsprocedure voor cryptografische producten. Artikel 57 Artikel 57 vergt geen commentaar. Artikel 58 Artikel 58 bepaalt dat het cryptografisch product wordt geëvalueerd door de Nationale Veiligheidsoverheid. Op vraag van de Nationale Veiligheidsoverheid kan deze evaluatie ook gebeuren door de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht of een andere instantie (zoals de Koninklijke Militaire School) overeenkomstig het veiligheidsbeleid van de Nationale Veiligheidsoverheid, naar analogie van hetgeen is bepaald voor wat betreft het beheer en de verdeling van cryptografisch materiaal in artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten5 houdende de werking en de organisatie van de Nationale Veiligheidsoverheid. Gezien de opmerking van de Raad van State met betrekking tot het "verordenende" karakter van de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad, hebben de opstellers van voorliggend ontwerp ervoor gekozen om richtlijnen te schrappen in dit verband. Tussen de desbetreffende instanties zullen de nodige afspraken worden gemaakt betreffende deze evaluatie overeenkomstig het veiligheidsbeleid van de Nationale Veiligheidsoverheid. Artikel 59 In artikel 59 worden de bewoordingen "met het classificatieniveau "BEPERKT" of hoger" weggelaten, gezien deze overtollig zijn, zoals ook de Raad van State opmerkte. Artikel 60 Artikel 60 wordt aangepast overeenkomstig de opmerking van de Raad van State. De bewoordingen "In de gevallen bepaald door de Nationale Veiligheidsraad" worden geschrapt, zodat de Nationale Veiligheidsoverheid zelf kan bepalen in welke gevallen een ander land of een andere instantie kan verzoeken om een evaluatie uit te voeren van een cryptografisch product, overeenkomstig de bevoegdheden die aan de Nationale Veiligheidsoverheid werden toevertrouwd in artikel 1quater van de wet. Artikel 61 Artikel 61 stipuleert dat de Nationale Veiligheidsoverheid zijn beslissing betreffende de goedkeuring van een cryptografisch product ter kennis brengt van de functionele autoriteit van het communicatie- en informatiesysteem. In het geval dat de Nationale Veiligheidsoverheid een beslissing neemt tot weigering van de goedkeuring van een cryptografisch product wordt dit beschouwd als een administratieve beslissing, waartegen een beroep open staat bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overeenkomstig artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, tenzij de wetgever in de toekomst nog zal beslissen om dit toe te vertrouwen aan een specifiek daartoe opgericht administratief rechtscollege, zoals het Beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, - attesten of - adviezen. Artikelen 63 en 63 De artikelen 62 en 63 vergen geen commentaar. Afdeling 3. - Beheer en verdeling van cryptografisch materiaal Afdeling 3 bevat het beheer en verdeling van cryptografisch materiaal. Artikel 64 Artikel 64 legt het bezit van een cryptografische account op, afgegeven door de Nationale Veiligheidsoverheid, voor instanties die cryptografisch materiaal wensen te gebruiken voor geclassificeerde informatie. Omwille van de duidelijkheid werd "cryptolicentie" uit het ontwerp voorgelegd voor advies aan de Raad van State vervangen door "cryptografische account". Het beheer en de verdeling van cryptografisch materiaal is een bevoegdheid van de Nationale Veiligheidsoverheid (artikel 1quater, 8° van de Classificatiewet). Opdat de Nationale Veiligheidsoverheid cryptografisch materiaal kan verdelen aan instanties die dit materiaal wensen te gebruiken voor het versturen van geclassificeerde informatie, is een door de Nationale Veiligheidsoverheid goedgekeurde cryptografische account nodig. Zo niet zou de werking van de Nationale Veiligheidsoverheid met betrekking tot het beheer en de verdeling van het cryptografisch materiaal ernstig verstoord worden. De cryptografische account toont aan dat een bedrijf cryptografisch materiaal kan gebruiken overeenkomstig de voorschriften van de wet en voorliggend besluit en bijgevolg over een adequate infrastructuur beschikt (op het vlak van fysieke veiligheid en de communicatie- en informatiesystemen), evenals opgeleid personeel in het bezit van een veiligheidsmachtiging. De wetgever heeft in artikel 1ter van voormelde wet bepaald dat de Nationale Veiligheidsoverheid een veiligheidsoverheid is waarvan de werking en de organisatie bepaald worden door de Koning, bij een besluit vastgesteld in overleg in de Ministerraad. Artikel 64 van het besluit heeft hierop betrekking. Artikel 1ter van voormelde wet wordt ook vermeld in de rechtsgronden die worden opgesomd in de aanhef van het besluit. Verder stelt artikel 7, § 1 van voormelde wet dat de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels bepaalt van de bescherming en de declassificatie van geclassificeerde informatie. Het bezit van een door de Nationale Veiligheidsoverheid goedgekeurde cryptografische account is vereist alvorens cryptografisch materiaal aan de bezitter ervan kan worden verdeeld voor het gebruik van geclassificeerde informatie. Artikelen 65 en 66 De artikelen 65 en 66 vergen geen commentaar. Afdeling 4. - Noodsituaties Afdeling 4 legt de noodsituaties vast. Artikelen 67 en 68 De artikelen 67 en 68 werden op advies van de Raad van State aangepast om te verduidelijken dat geclassificeerde informatie met het classificatieniveau "BEPERKT" of "VERTROUWELIJK" door middel van een voor een lager classificatieniveau goedgekeurd cryptografisch product of zonder versleuteling kan worden doorgestuurd wanneer alle voorwaarden samen zijn vervuld (artikel 67, (
- a)EN (b)). De voorwaarden maken een exhaustieve opsomming uit. Geclassificeerde informatie met het classificatieniveau "BEPERKT" of "VETROUWELIJK" zal zelden in staat zijn "om de dreiging te neutraliseren", het gaat bijgevolg om zeer uitzonderlijke omstandigheden. Indien de voorwaarden niet zijn vervuld, kan er sprake zijn van een veiligheidsincident of compromittering. In tegenstelling tot hetgeen de Raad van State suggereert, moet in artikel 68 niet verwezen worden naar de "in artikel 67 bedoelde uitzonderlijke omstandigheden", gezien dit om een andere situatie gaat, waarin informatie met het classificatieniveau "BEPERKT" onversleuteld verstuurd kan worden in de in artikel 68 beschreven omstandigheden. Artikel 69 Artikel 69 vergt geen commentaar. HOOFDSTUK 5. - De beschermingsmaatregelen gerelateerd aan natuurlijke personen en rechtspersonen Afdeling 1. - De veiligheidsmachtiging voor natuurlijke personen Onderafdeling 1. - Algemeen Hoofdstuk 5 bevat de beschermingsmaatregelen gerelateerd aan natuurlijke personen en rechtspersonen en afdeling 1 betreft de veiligheidsmachtiging voor natuurlijke personen. Artikel 70 Artikel 70 bepaalt hoe de aanvragen voor veiligheidsmachtigingen voor natuurlijke personen moeten behandeld worden door de Nationale Veiligheidsoverheid. Het gaat om toegang tot geclassificeerde informatie vanaf het niveau "VERTROUWELIJK", gezien voor informatie met het classificatieniveau "BEPERKT" geen veiligheidsmachtiging is vereist. Paragraaf 1 omschrijft de situatie voor personen met de Belgische nationaliteit. Indien deze binnen de strikte grenzen van een noodzaak tot kennisname toegang nodig hebben tot geclassificeerde informatie, kunnen zij een veiligheidsmachtiging verkrijgen van de bevoegde autoriteiten volgens de voorwaarden bepaald in de wet en in het voorliggend besluit. Hierbij moet er rekening worden gehouden met de richtlijn van de Nationale Veiligheidsraad die de omvang van het veiligheidsonderzoek bepaalt, zoals vermeld in artikel 18, vijfde lid van de wet. Deze richtlijn wordt overeenkomstig artikel 18, zesde lid van de wet enkel meegedeeld aan de agenten en leden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, aan de veiligheidsoverheid, alsook aan het Vast Comité I. Paragraaf 2 geeft aan dat personen met een buitenlandse nationaliteit (met inbegrip van onderdanen van een niet-EU land) eveneens een veiligheidsmachtiging kunnen verkrijgen op voorwaarde zij onderdaan zijn van een land waarmee België een overeenkomst inzake de uitwisseling en de wederzijdse bescherming van geclassificeerde informatie heeft afgesloten. Dit houdt tevens in dat er een onderzoek mogelijk moet zijn door de bevoegde Belgische inlichtingen- en veiligheidsdienst volgens voormelde richtlijn van de Nationale Veiligheidsraad. De buitenlandse veiligheidsmachtiging kan ook worden erkend door de bevoegde autoriteiten. Paragraaf 3 bepaalt dat dergelijke overeenkomst inzake de uitwisseling en de wederzijdse bescherming van geclassificeerde informatie niet vereist is voor onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of de Zwitserse Bondsstaat. Voor landen buiten de Europese Economische Ruimte of de Zwitserse Bondsstaat wordt dergelijke overeenkomst wel vereist, zodat er een objectief, juridisch kader aanwezig is voor de bilaterale uitwisseling en de wederzijdse bescherming van geclassificeerde informatie en er zicht is op de inhoud van de bijstand die in voorkomend geval door het desbetreffende vreemde land wordt gegeven. Paragraaf 3 vormt bijgevolg een uitzondering op paragraaf 2 en werd aangepast ten gevolge van de opmerking van de Raad van State in dit verband. De opstellers van het ontwerp zijn het overigens niet eens met de opmerking van het Vast Comité I (randnummer 6) dat, behoudens een veiligheidsakkoord, de mogelijkheid om te beschikken over een Belgische veiligheidsmachtiging ingevolge de Classificatiewet enkel voorbehouden is aan personen die over de Belgische nationaliteit beschikken. De Classificatiewet noch het koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0 beperken de mogelijkheid tot het toekennen van een Belgische veiligheidsmachtiging aan personen die over de Belgische nationaliteit beschikken (het Comité I legt dit ook niet uit in haar advies). Artikel 1bis, 10°,
- a)van de wet heeft het over veiligheidsmachtigingen toegekend aan "natuurlijke personen", zonder dat dit beperkt wordt tot Belgische natuurlijke personen. Dit sluit uiteraard niet uit dat de "overheid van oorsprong" omwille van gegronde redenen die met de bescherming van de informatie te maken hebben de toegang wél kan beperken tot personen die over de Belgische nationaliteit beschikken, maar dat vormt een beslissing van de desbetreffende "overheid van oorsprong" en niet van de Nationale Veiligheidsoverheid. Ook het bestaan van een overeenkomst inzake de uitwisseling en de wederzijdse bescherming van geclassificeerde informatie vormt volgens de Classificatiewet geen noodzakelijke voorwaarde voor het afleveren van een veiligheidsmachtiging aan een buitenlandse onderdaan. Deze overeenkomst is wel noodzakelijk voor het leveren van bijstand aan een veiligheidsonderzoek dat tot doel heeft het verlenen van een veiligheidsmachtiging aan een ingezetene van een vreemde Staat, door de bevoegde overheden van die Staat (artikel 19, laatste lid van de wet). Voor het vragen van bijstand aan een vreemde Staat in het kader van een veiligheidsonderzoek (artikel 18, tweede lid van de wet) is dergelijke overeenkomst niet vereist. Onderafdeling 2. - Aanvraagprocedure Artikelen 71 tot en met 73 Deze artikelen gaan over de procedure die moet gevolgd worden voor het indienen van een aanvraag voor een veiligheidsmachtiging. In de eerste plaats wordt er bepaald dat een aanvraag met redenen gemotiveerd moet zijn. Dit wil zeggen dat de aanvraag concreet moet preciseren om welke redenen de desbetreffende persoon een veiligheidsmachtiging behoeft en voor welke geclassificeerde informatie de desbetreffende betrokkene de toegang behoeft. Dit laat de Nationale Veiligheidsoverheid toe om de ontvankelijkheid van de aanvraag te evalueren. De Raad van State merkte in haar advies op dat het woord "nauwkeurig" moet weggelaten worden, aangezien de strekking ervan niet verduidelijkt kan worden. Het woord "nauwkeurig" werd overgenomen van het artikel 24, § 1 van het koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0. De opstellers van voorliggend ontwerp geven er de voorkeur aan om het woord "nauwkeurig" te vervangen door "met redenen" om te vermijden dat aanvragen voor veiligheidsmachtigingen zonder enige of erg vage redenen worden ingediend. Vervolgens worden de personen opgesomd die de aanvraag voor de veiligheidsmachtiging ondertekenen en indienen via de veiligheidsofficier. Deze bepaling werd grotendeels overgenomen van het koninklijk besluit van 24 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten0 met enige wijzigingen. Zo wordt paragraaf 4 opgeheven. Historisch gezien berustte deze specifieke bepaling voor de leden van de geïntegreerde politie op de vaststelling dat politieambtenaren geen kennis moesten hebben van geclassificeerde informatie, aangezien de strikte procedure voor het beheer en de verwerking van 'geclassificeerde informatie' de verspreiding en het gebruik van die informatie in het raam van hun opdrachten belemmerde. Momenteel is er een sterke toename van uitgewisselde geclassificeerde informatie tussen de politiediensten en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsook met andere partnerdiensten, in het bijzonder in het raam van gerechtelijke dossiers die onder hun bevoegdheid vallen. Daarnaast biedt het verplichten van de geïntegreerde politie om een lijst op te stellen van de functies waarvoor een veiligheidsmachtiging vereist is - een lijst die de Nationale Veiligheidsraad moet valideren - niet de nodige flexibiliteit om in te spelen op veranderingen van de politiestructuur (wijziging van namen van diensten, nieuwe directies, nieuwe opdrachten enz.) alsook op haar complexiteit en de veranderende realiteit waarmee de politiediensten te maken krijgen. Deze bijzondere regeling die enkel van toepassing is op de geïntegreerde politie moet daarom worden afgeschaft, zodat de algemene regeling uit de paragrafen 1 tot 3 van toepassing kan worden, met name dat een hiërarchische overste de aanvraag voor een veiligheidsmachtiging geldig verklaart en ondertekent. Deze overste moet de noodzaak tot kennisname controleren van de persoon die deze veiligheidsmachtiging vraagt, waardoor de aanvragen voor machtigingen die enkel gestoeld zijn op het feit dat men deel uitmaakt van een dienst, ook beperkt zullen worden. Aanvragen voor veiligheidsmachtigingen van zelfstandigen met of zonder rechtspersoonlijkheid (respectievelijk de éénpersoonsvennootschap en de éénmanszaak) kunnen worden ondertekend door de opdrachtgever, zijnde hetzij de leidend ambtenaar van een openbaar bestuur, instelling van openbaar nut of autonoom overheidsbedrijf waar de zelfstandige exclusief werkzaam voor is, hetzij de persoon of de personen die het bestuur van de naar behoren gemachtigde rechtspersoon verzekeren waar de zelfstandige exclusief werkzaam voor is en dit zonder dat er sprake van kan zijn dat er een werkgeversgezag wordt uitgeoefend over deze personen. Deze zelfstandigen kunnen er ook voor opteren om de aanvraag voor de veiligheidsmachtiging zelf in te dienen (en te financieren). Deze bepaling heeft als doel te vermijden dat de eenmanszaak of de éénpersoonsvennootschap, die exclusief werkzaam is voor één opdrachtgever, een veiligheidsmachtiging voor rechtspersonen moet aanvragen en bekostigen en heeft bijgevolg een eenvoudiger en efficiëntere manier in het toekennen van contracten op het oog. De opdrachtgever sponsort en staat de zelfstandige bij in het aanvragen van een veiligheidsmachtiging, gezien deze zelfstandige exclusief voor die opdrachtgever werkzaam is. Dit houdt in dat de opdrachtgever de nodige gegevens verzamelt bij deze zelfstandige om deze aanvraag te kunnen indienen en de zelfstandige ondersteunt om aan zijn contractuele verplichtingen te voldoen. Deze sponsoring houdt bijgevolg een verhoogde verantwoordelijkheid in voor de opdrachtgever: enerzijds in het verzamelen van (betrouwbare) gegevens bij deze zelfstandige en anderzijds in het opvolgen en voorkomen van veiligheidsincidenten in hoofde van deze zelfstandige. Om deze reden wordt er uitdrukkelijk bepaald dat het moet gaan om zelfstandigen die op de plaats van de uitbatingszetel of werkelijke zetel (de uitbatingszetel kan de statutaire zetel zijn, maar de statutaire zetel is niet noodzakelijk de uitbatingszetel) van de opdrachtgever werkzaam zijn. Het is aangewezen dat de opdrachtgever enkel gebruikt maakt van deze bepaling indien er slechts een klein aantal onderaannemers voor de entiteit werkzaam zijn, zodat een efficiënte opvolging mogelijk blijft. In geen enkel geval kan er geclassificeerde informatie worden aangewend op de zetel of het adres waar de zelfstandige is gevestigd. Dit wordt ook vermeld in het contract met de zelfstandige. De opdrachtgever, en meer bepaald de veiligheidsofficier van de opdrachtgever, wordt -in het geval dat van deze "sponsoring" wordt gebruik gemaakt- verantwoordelijk voor deze zelfstandige op het vlak van veiligheidsbriefings, opvolgen van veiligheidsincidenten, aanvraag hernieuwen van veiligheidsmachtigingen, veiligheidsdebriefing, ... net zoals dit het geval is voor de gewone personeelsleden van de opdrachtgever. Indien deze zelfstandige zonder of met rechtspersoonlijkheid werkzaam is voor meerdere opdrachtgevers in het kader van geclassificeerde overheidsopdrachten, dan dient deze de procedure zoals beschreven in hoofdstuk 5, afdeling 2 (de veiligheidsmachtiging voor rechtspersonen) alsnog te volgen en in voorkomend geval de veiligheidsmachtiging zelf te ondertekenen zoals bepaald in het zevende lid van paragraaf 2. Naar aanleiding van een opmerking van het Vast Comité I werd er telkens nagegaan of het aangewezen is om "of de in artikel 1quinquies van de wet bedoelde veiligheidsoverheden" toe te voegen. Onderafdeling 3. - Beoordeling van de ontvankelijkheid van de aanvraag Artikel 74 Artikel 74 werd aangepast ten gevolge van een opmerking van het Vast Comité I in die zin dat een aanvraag niet aIleen onontvankelijk kan zijn omdat bepaalde formaliteiten niet vervuld zijn maar ook omdat de motieven in de aanvraag niet correct of overtuigend zijn (bijv. een aanvraag door een rechtspersoon die geen geclassificeerde informatie moet aanwenden). Daarnaast wordt verduidelijkt dat in dit artikel niet werd voorzien in een specifieke termijn voor de controle van de aanvraag door de Nationale Veiligheidsoverheid. De tekst spreekt van `onverwijld', dit wil zeggen zo snel mogelijk. De beslissing gebeurt gelijktijdig met de overzending van het dossier naar de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (de factuur voor de betaling van de retributie wordt dan ook automatisch verzonden). In de praktijk verloopt dit vrij snel, gezien dit normaliter digitaal gebeurt (via het platform HABIL+). De mogelijkheid wordt echter behouden om, bijvoorbeeld bij een panne van HABIL+, de overzending manueel te laten verlopen. Artikel 75 Artikel 75 vergt geen commentaar. Onderafdeling 4. - Het veiligheidsonderzoek Onderafdeling 4 beschrijft het veiligheidsonderzoek. Artikel 76 Artikel 76 legt de termijnen vast waarbinnen de inlichtingen- en veiligheidsdienst het veiligheidsonderzoek dient af te werken. Hierbij wordt verduidelijkt dat de aanvraagprocedure voorziet dat de veiligheidsofficier over 15 dagen beschikt om de documenten aan de NVO over te zenden. De NVO heeft ongeveer een maand ("onverwijld") om deze over te zenden naar de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De inlichtingen-en veiligheidsdiensten beschikken over 2, 3 of 6 maanden om hun onderzoek af te ronden. Zodra de Nationale Veiligheidsoverheid de resultaten van het veiligheidsonderzoek heeft ontvangen, heeft ze één maand de tijd om zich over de aanvraag om een veiligheidsmachtiging uit te spreken en haar beslissing aan de veiligheidsofficier over te zenden. De betrokkene zal dus ongeveer 5 maanden moeten wachten voor een veiligheidsmachtiging van het niveau "VERTROUWELIJK", 6 maanden voor het niveau "GEHEIM" en 9 maanden voor het niveau "ZEER GEHEIM". Het doel van de verklarende nota, die in bijlage aan dit besluit werd toegevoegd, is aan de betrokkene uitleg te geven over de aanvraagprocedure inzake de veiligheidsmachtigingen. De termijnen in de verklarende nota willen betrokkene informeren over de totale vermoedelijke wachttijd. Artikelen 77 en 78 Artikelen 77 en 78 vergen geen commentaar. Onderafdeling 5. - De beslissing betreffende de veiligheidsmachtiging Onderafdeling 5 bevat de beslissing betreffende de veiligheidsmachtiging. Artikelen 79 en 80 Artikelen 79 en 80 vergen geen commentaar. Onderafdeling 6. - Geldigheidsduur van de veiligheidsmachtiging Artikel 81 Onderafdeling 6 behandelt de geldigheidsduur van de veiligheidsmachtiging en bevat het artikel 81 dat geen verdere toelichting vereist. Onderafdeling 7. - Tussentijds veiligheidsonderzoek Artikel 82 Onderafdeling 7 betreft de tussentijdse veiligheidsonderzoeken en bevat het enige artikel 82. Het Vast Comité I stelt zich in haar advies vragen bij de wettigheid van de (overigens vage) verplichting van de werkgever om `aan de veiligheidsofficier elk verontrustend element (
- te)signaleren betreffende het gedrag van de betrokkene dat onverzoenbaar is met de garanties inzake geheimhouding, loyauteit en integriteit'. Gelet op artikel 22 van de Grondwet komt het volgens het Vast Comité I aan de wetgever toe om te bepalen op basis van welke informatie een veiligheidsonderzoek kan gevoerd worden (zoals dat bijvoorbeeld wettelijk geregeld is voor de veiligheidsofficier). De opstellers wijzen erop dat aan de werkgever niet wordt gevraagd om een veiligheidsonderzoek te voeren, maar hooguit om aandachtig te zijn voor ernstige signalen die erop wijzen dat de betrokkene mogelijk niet meer voldoet aan de voorwaarden om met geclassificeerde informatie om te gaan en deze door te geven aan de veiligheidsofficier. Afdeling 2. - De veiligheidsmachtiging voor rechtspersonen Onderafdeling 1. - Algemeen Artikel 83 Artikel 83 van het ontwerp koninklijk besluit bepaalde "Iedere rechtspersoon kan toegang krijgen tot geclassificeerde informatie, indien de noodzaak tot kennisname wordt erkend door de overheid en deze rechtspersoon beschikt over een veiligheidsmachtiging voor rechtspersonen". Artikel 83 is opgevat als een inleidende bepaling