← België

Decreet betreffende het onderwijs XIX

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt verschillende aspecten van het basisonderwijs in Vlaanderen, met een focus op terminologie, overlegstructuren, en specifieke regels rond onderwijs en schoolgemeenschappen. Het regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
VLAAMSE OVERHEID 8 MEI 2009. - Decreet betreffende het onderwijs XIX (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende het onderwijs XIX. HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel I.1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Afdeling I. - Decreet Basisonderwijs Artikel II.1 In artikel 3, 38°, van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 sluiten betreffende het basisonderwijs wordt het woord « leerplichtigen » telkens vervangen door het woord « leerlingen ». Artikel II.2 In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk III, een afdeling 3, Overleg fundamentele onderwijshervormingen, ingevoegd, bestaande uit een artikel 11bis, dat luidt als volgt : « Afdeling 3. - Overleg fundamentele onderwijshervormingen Artikel 11bis De regering informeert de afgevaardigden van de inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming. Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de inrichtende machten een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de inrichtende machten. Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties. ». Artikel II.3 In artikel 23, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « artikel 20, 2° » vervangen door de woorden « artikel 20, § 1, 2° » en worden de woorden « artikel 20, 1° en 3° » vervangen door de woorden « artikel 20, § 1, 1°, en § 2 ». Artikel II.4 In artikel 24 van hetzelfde decreet worden de woorden « artikel 20, 2° » vervangen door de woorden « artikel 20, § 1, 2° ». Artikel II.5 In artikel 26ter, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten3, worden de woorden « erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap » vervangen door de woorden « hetzij erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, hetzij erkend door een andere overheid van het land waarin de school gelegen is, hetzij onderwijs organiseert dat door de Vlaamse Gemeenschap als gelijkgesteld met of gelijkwaardig aan door haar erkend onderwijs wordt beschouwd ». Artikel II.6 In artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°in § 1 worden de woorden « leerplichtige leerlingen » vervangen door de woorden « leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar »; 2° in § 1 wordt het woord « lager » geschrapt;3° in § 2 wordt het woord « leerplichtige » vervangen door « leerling die vijf jaar of ouder geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar ». Artikel II.7 In artikel 35, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « leerplichtige leerlingen » worden vervangen door de woorden « leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar »;2° het woord « lager » wordt geschrapt. Artikel II.8 In artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten1, 28 juni 2002 en 2 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 en § 3 worden de woorden « artikel 27, § 3 » telkens vervangen door de woorden « artikel 27ter, § 2 »;2° aan § 2 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de afspraken inzake het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten8 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, de controle op de naleving ervan en de sancties die kunnen opgelegd worden bij overtreding van het rookverbod;»; 3° aan § 2 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° de afspraken in verband met onderwijs aan huis.»; 4° aan § 3 wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 10° de afspraken inzake het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten8 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, de controle op de naleving ervan en de sancties die kunnen opgelegd worden bij overtreding van het rookverbod.» Artikel II.9 In artikel 40 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten3, wordt tussen de woorden « - wereldoriëntatie » en de woorden « en de volgende leergebiedoverschrijdende thema's » het volgende gedachtestreepje ingevoegd : « - Frans ». Artikel II.10 In artikel 43, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten7, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het onderricht van het leergebied Frans is verplicht in de lagere scholen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en van de gemeenten vermeld in artikel 3 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs. ». Artikel II.11 In artikel 44bis, § 2, 2°, b), van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten3 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten3, worden de woorden « indien dit in toepassing van artikel 10 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en artikel 7 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik in talen in bestuurszaken verplicht is gesteld » geschrapt. Artikel II.12 In artikel 62, § 1, van hetzelfde decreet wordt punt 6° vervangen door hetgeen volgt : « 6° de bepalingen naleeft over de taalregeling in het onderwijs en de taalkennis van het personeel; ». Artikel II.13 In artikelen 72 en 100, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten5, worden de woorden « de DIGO » telkens vervangen door het woord « Agion ». Artikel II.14 In hetzelfde decreet wordt een artikel 112bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 112bis In afwijking van de artikelen 101, 103, 111 en 112 kan er in het schooljaar 2009-2010 geen nieuw aanbod voor type 7 ontstaan. ». Artikel II.15 In artikel 125decies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten5 en gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 2° opgeheven door het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten7, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing : « 2° de overdracht naar een andere scholengemeenschap van punten voor het voeren van een zorgbeleid verkregen op basis van artikel 125duode cies 1, § 1, op voorwaarde dat een school op basis van artikel 125quinquies § 4ter, 1° en 2°, de scholengemeenschap verlaat en toetreedt tot de scholengemeenschap naar waar de punten voor het voeren van een zorgbeleid worden overgedragen;»; 2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° de interne afstemming van het personeelsbeleid binnen de scholengemeenschap;». Artikel II.16 In artikel 125duodecies, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten5 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2005, wordt voor 1°, dat 1°bis wordt, een nieuw 1° ingevoegd dat luidt als volgt : « 1° scholen die op basis van artikel 125quinquies een nieuwe scholengemeenschap vormen, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de scholengemeenschap, voor de berekening van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van die scholengemeenschap op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap geen deel uitmaakte van een andere scholengemeenschap; ». Artikel II.17 In artikel 125duode cies 1, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten3 en vervangen bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten7, wordt voor 1°, dat 1°bis wordt, een nieuw 1° ingevoegd dat luidt als volgt : « 1° scholen die, op basis van artikel 125quinquies, § 4ter, tijdens het schooljaar 2009-2010 of 2010-2011, toetreden tot een al bestaande scholengemeenschap, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, voor de berekening van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid van de scholengemeenschap, op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de toetreding tot de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsidiëringsregeling en geen deel uitmaakte van een andere scholengemeenschap. Scholen die op basis van artikel 125quinquies, § 4ter, toetreden tot een al bestaande scholengemeenschap, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, voor de berekening van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid van die scholengemeenschap op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de toetreding tot de scholengemeenschap deel uitmaakte van een scholengemeenschap die op 31 augustus van het schooljaar voor de toetreding van de school tot haar nieuwe scholengemeenschap ophoudt te bestaan. Scholen die op basis van artikel 125quinquies een nieuwe scholengemeenschap vormen, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de scholengemeenschap, voor de berekening van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid van die scholengemeenschap op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap geen deel uitmaakte van een andere scholengemeenschap; ». Artikel II.18 In artikel 138, § 1, 8°, van hetzelfde decreet worden tussen het woord « kleuterparticipatie » en de woorden « , verder » de woorden « in het gewoon kleuteronderwijs » ingevoegd. Artikel II.19 In hetzelfde decreet wordt het opschrift « Sectie 2. Lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid » van onderafdeling B. Aanvullende lestijden van afdeling 2. Onderwijzend personeel van Hoofdstuk IX. Personeelsformatie in het basisonderwijs aangevuld met « in het gewoon basisonderwijs ». Artikel II.20 In hetzelfde decreet wordt na artikel 139novies een sectie 3. Aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs, bestaande uit de artikelen 139decies tot en met 139sexies decies toegevoegd, die luidt als volgt : « Sectie 3. - Aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs Artikel 139decies De bepalingen van deze sectie zijn uitsluitend van toepassing op de scholen voor buitengewoon basisonderwijs. Subsectie 1. - Gelijkekansenindicatoren Artikel 139undecies § 1.Voor de toepassing van deze sectie gelden de volgende indicatoren, verder genoemd « gelijkekansenindicatoren » : 1° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs;2° de taal die de leerling in het gezin spreekt, dit is de taal die de leerling spreekt met moeder, vader, broers of zussen, is niet het Nederlands.Die taal is niet het Nederlands indien de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met drie gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximaal één gezinslid het Nederlands spreekt. Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd. § 2. Het beantwoorden aan de in § 1 vermelde gelijkekansenindicatoren wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer door de ouders. De regering legt de procedure vast waarmee de gegevens worden gemeld aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. Zij houdt daarbij rekening met de vigerende regelgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De documenten of verklaringen die aantonen dat leerlingen aan één of meer van de gelijkekansindicatoren beantwoorden, worden ten minste vijf jaar bewaard op school. § 3. De regering kent aan elke gelijkekansenindicator een gewicht toe. Het hoogste gewicht wordt toegekend aan de in § 1, 1°, bedoelde gelijkekansenindicator. De in § 1, 2°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt enkel gewogen in combinatie met de andere gelijkekansenindicator. Subsectie 2. - Toekenning van de middelen Artikel 139duodecies § 1. Scholen kunnen voor een periode van drie schooljaren aanvullende lestijden krijgen, voor zover ze aan alle onderstaande voorwaarden voldoen : 1° op 1 februari van het voorafgaande schooljaar ten minste 40 % externe en semi-interne regelmatige leerlingen type 1 en type 3 tellen, die beantwoorden aan de in artikel 139undecies, § 1, 1°, bedoelde gelijkekansenindicator;2° overeenkomstig de bepalingen van artikel 139ter decies batig gerangschikt zijn onder de in 1° bedoelde scholen en ten minste 6 aanvullende lestijden genereren. § 2. In afwijking van § 1 krijgen scholen gedurende de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 slechts voor een periode van twee schooljaren aanvullende lestijden. § 3. De regering voorziet voor de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 in een sociale overgangsmaatregel voor de scholen die in het schooljaar 2008-2009 lestijden voor het voeren van een onderwijsvoorrangsbeleid kregen. Artikel 139ter decies § 1. De toekenning van de middelen gebeurt driejaarlijks als volgt : 1° de in artikel 139duode cies bedoelde scholen worden gerangschikt volgens het percentage leerlingen die beantwoorden aan de in artikel 139undecies, § 1, 1°, bedoelde gelijkekansenindicator.Binnen eenzelfde percentage worden de scholen volgens het absolute aantal van deze leerlingen gerangschikt; 2° de leerlingen genereren een aantal punten op basis van het gewicht van de gelijkekansenindicatoren die op hen van toepassing zijn. § 2. De regering bepaalt binnen de beschikbare begrotingskredieten hoeveel aanvullende lestijden een punt vertegenwoordigt. De regering bepaalt de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de aanvullende lestijden betrekkingen kunnen worden ingericht en op welke wijze de lestijden, rekening houdend met bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen worden omgerekend. De regering bepaalt tevens de regelen inzake de toekenning of herverdeling, tijdens een lopende periode van drie schooljaren, van nieuwe of vrijkomende aanvullende lestijden. § 3. In de lestijden bekomen op basis van artikel 139duo decies, § 3, kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden. Subsectie 3. - Aanwending van de middelen Artikel 139 quater decies § 1. Een school die aanvullende lestijden krijgt, werkt in het eerste trimester van het eerste schooljaar een gelijkekansenbeleid uit. Vanuit een analyse van haar beginsituatie geeft de school aan : 1° welke concrete doelstellingen zij op het vlak van de leerlingen, de personeelsleden en de school wil bereiken.De regering bepaalt doelstellingen die kunnen worden gekozen binnen de volgende thema's : a) een gericht aanbod rond taalvaardigheid;b) het aanbieden van onderwijsgerichte opvoedingsondersteuning aan ouders;c) het opnemen van de (laagdrempelige) sociale functie in een netwerk met partners uit andere sectoren;2° op welke manier zij die doelstellingen wil bereiken;3° op welke manier zij zichzelf in de loop van het tweede trimester van het tweede schooljaar evalueert. § 2. De aanvullende lestijden kunnen enkel worden aangewend om de in § 1 bedoelde doelstellingen te bereiken. Artikel 139quinquies decies De scholen betrekken in het ontwikkelen en realiseren van de in artikel 139 quater decies, § 1, bedoelde doelstellingen het centrum voor leerlingenbegeleiding waardoor ze worden begeleid. Artikel 139sexies decies § 1. De onderwijsinspectie gaat telkens in de loop van het laatste schooljaar na of, en in welke mate, de doelstellingen werden bereikt. Het bereiken van de doelstellingen wordt afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie. Bij een positieve evaluatie kan de school voor een nieuwe periode van drie schooljaren aanvullende lestijden krijgen indien opnieuw aan alle voorwaarden van artikel 139duodecies voldaan is. Bij een negatieve evaluatie verliest de school elk recht op de in artikel 139duodecies bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende periode van drie schooljaren, tenzij de school een engagement tot remediëring aangaat. In dat geval krijgt ze de helft van het aantal aanvullende lestijden waarop ze in geval van positieve evaluatie recht zou hebben. Een engagement tot remediëring moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de scholen verbinden er zich toe een stappenplan op te stellen dat aan de volgende criteria voldoet : a) het uitgangspunt van het stappenplan zijn de geformuleerde knelpunten in het evaluatieverslag van de onderwijsinspectie van de betrokken school;b) de geformuleerde doelstellingen tot remediëring in het stappenplan passen binnen de doelstellingen van artikel 139 quater decies, § 1, 1°;c) de doelstellingen zijn outputgericht, concreet en operationeel geformuleerd.Ze moeten voldoende controleerbaar zijn; d) het stappenplan wordt vóór 1 mei van het schooljaar dat op de negatieve evaluatie volgt aan de onderwijsinspectie bezorgd;e) de doelstellingen moeten gerealiseerd zijn vóór 1 juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie;2° de scholen verbinden er zich toe om een beroep te doen op externe begeleiding en ondersteuning bij het opstellen en de uitvoering van het stappenplan. De onderwijsinspectie gaat in de maand juni van het schooljaar dat op de negatieve evaluatie volgt opnieuw na of, en in welke mate, de doelstellingen werden bereikt. Het bereiken van de doelstellingen wordt afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie. Bij een positieve evaluatie kan de school vanaf het tweede schooljaar weer een beroep doen op het volledige aantal van de in artikel 139duodecies bedoelde aanvullende lestijden. Bij een negatieve evaluatie verliest de school het recht op de in artikel 139duodecies bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende twee schooljaren. § 2. De regering legt de nadere criteria en procedurele bepalingen, waarmee de onderwijsinspectie de controle uitvoert, vast. Ze voorziet voor de school in een beroepsmogelijkheid tegen een negatieve evaluatie. Het beroep wordt ingesteld bij een college van inspecteurs. ». Artikel II.21 Aan artikel 153sexies, § 4, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten5, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten3 en 4 juli 2008, wordt de volgende zin toegevoegd : « Van dit percentage kan per puntenenveloppe na akkoord in het bevoegd lokaal comité worden afgeweken. » Artikel II.22 In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IX. Personeelsformatie in het basisonderwijs, een afdeling 3ter, bestaande uit de artikelen 153decies en 153undecies, ingevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling 3ter. - Vervangingseenheden voor korte afwezigheden Artikel 153decies Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder : 1° samenwerkingsplatform : scholen die samenwerken binnen : a) een scholengemeenschap;b) een samenwerkingsverband tussen een of meer scholengemeenschappen en een of meer scholen die niet behoren tot een scholengemeenschap;c) een samenwerkingsverband tussen verschillende scholengemeenschappen;2° korte afwezigheden : de afwezigheden van de personeelsleden die aangesteld zijn in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, voor wie op basis van andere regelgeving geen vervanger kan worden gefinancierd of gesubsidieerd. Artikel 153undecies § 1. Vanaf het schooljaar 2008-2009 kent de regering aan alle gefinancierde en gesubsidieerde scholen basisonderwijs, die deel uitmaken van een samenwerkingsplatform, jaarlijks vervangingseenheden voor korte afwezigheden toe. De regering bepaalt het aantal, de berekenings- en aanwendingswijze van de vervangingseenheden voor korte afwezigheden. De regering bepaalt eveneens de ambten die in aanmerking komen voor deze vervangingen. § 2. De vervangingseenheden voor korte afwezigheden worden samengelegd op het niveau van het samenwerkingsplatform. § 3. Er wordt een convenant op het niveau van het samenwerkingsplatform afgesloten tussen de schoolbesturen en een of meer representatieve vakorganisaties. Het convenant omvat minimaal : 1° de aanleiding voor het sluiten van het convenant;2° de doelstellingen;3° de wijze waarop vervangingen in korte afwezigheden zullen gebeuren;4° afspraken over de opvolging van de aanwending van de vervangingseenheden;5° de gegevens van de participanten;6° de duur van het convenant;7° de datum van inwerkingtreding. De scholen wenden de vervangingseenheden aan conform de bepalingen van het convenant. De scholen in een samenwerkingsplatform kunnen, binnen de bepalingen van het convenant, een eigen beleid voeren betreffende vervangingen van korte afwezigheden van personeelsleden die aangesteld zijn in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, afhankelijk van eigen lokale behoeften en prioriteiten. ». Artikel II.23 In artikel 154, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, personeel aanwerven voor beleidsondersteuning, of om in dienst zijnde personeelsleden die met beleidsondersteuning belast worden te vervangen. In het gewoon basisonderwijs kan dit in de ambten van het onderwijzend personeel, het paramedisch personeel en de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel. In het buitengewoon onderwijs kan dit in de ambten van het onderwijzend personeel, het paramedisch, medisch, psychologisch, sociaal en orthopedagogisch personeel en de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel. » Artikel II.24 In artikel 155, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0 en gewijzigd bij decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten7 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « autistische kinderen » vervangen door de woorden « leerlingen met een autismespectrumstoornis »;2° in het eerste lid worden de woorden « voor het schooljaar 2008-2009 » vervangen door de woorden « voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012 »;3° het tweede en het derde lid worden vervangen door wat volgt : « Het aantal bijkomende lestijden bedraagt 861 en het aantal bijkomende uren bedraagt 795.» Afdeling II. - Wet houdende taalregeling in het onderwijs Artikel II.25 Artikel 9 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs wordt opgeheven. Artikel II.26 In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 juli 1971, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de zinsneden « naar rata van drie uren per week in de tweede graad en van vijf uren per week in de derde en vierde graad » en « naar rata van twee uur per week » worden geschrapt;2° de zinnen « Dit onderricht behelst uitsluitend de gesproken taal. Het is niet verplicht voor de leerlingen. » worden geschrapt; 3° de zin « Dit onderricht mag herhalingsoefeningen over andere vakken van het leerplan omvatten.» wordt geschrapt. Afdeling III. - Wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken Artikel II.27 In artikel 7, § 3, van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken worden de punten A, tweede lid, en C opgeheven. Afdeling IV. - Inwerkingtreding Artikel II.28 De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 september 2009, met uitzondering van artikelen II.21 en II.22 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Artikel III.1 Artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1973 en het decreet van 31 juli 1990, wordt opgeheven. Artikel III.2 Aan artikel 24bis, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2007, 6 juni 2008 en 10 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° bepalingen naleven over de onderwijstaal en de taalkennis van het personeel;»; 2° er wordt een punt 20° toegevoegd dat luidt als volgt : « 20° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten8 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school-, centrum- of arbeidsreglement.». Artikel III.3 In artikel 24ter, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0 en vervangen bij het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten9, worden de woorden « artikel 24bis, § 1, 1° tot en met 12° (en ook, maar uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, 17°) » vervangen door de woorden « artikel 24bis, § 1, 1° tot en met 12°, 17° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, en 20° ». Artikel III.4 In dezelfde wet wordt artikel 32, § 1, tweede lid, ingevoegd bij decreet van 31 juli 1990, opgeheven. Artikel III.5 Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 1990 houdende uitvoering van artikel 32, § 1, tweede lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, wordt opgeheven. Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwijs II Artikel III.6 In het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II wordt een artikel 46bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 46bis De Vlaamse Regering informeert de afgevaardigden van de inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming. Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de inrichtende machten een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de inrichtende machten. Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties. ». Artikel III.7 In artikel 53 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3 worden de woorden « natuurwetenschappen of fysica en/of biologie » vervangen door het woord « natuurwetenschappen »;2° in § 3 worden de woorden « technologische opvoeding » vervangen door het woord « techniek »;3° in § 4 worden de woorden « natuurwetenschappen of fysica en/of biologie » vervangen door het woord « natuurwetenschappen » en worden de woorden « eventueel Frans » vervangen door het woord « Frans »;4° in § 4 worden de woorden « technologische opvoeding » vervangen door het woord « techniek »;5° in § 4 wordt aan het laatste lid de volgende zin toegevoegd : « De integratie van het vak Frans onder project algemene vakken vergt altijd het akkoord van het betrokken personeelslid belast met project algemene vakken in het eerste leerjaar B.». Artikel III.8 In artikel 54 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden « natuurwetenschappen of fysica en/of biologie en/of wetenschappelijk werk » vervangen door het woord « natuurwetenschappen »;2° in § 2 worden de woorden « technologische opvoeding » vervangen door het woord « techniek »;3° in § 3 worden de woorden « natuurwetenschappen of fysica en/of biologie en/of wetenschappelijk werk » vervangen door het woord « natuurwetenschappen » en worden de woorden « eventueel Frans » vervangen door het woord « Frans »;4° in § 3 wordt aan het laatste lid de volgende zin toegevoegd : « De integratie van het vak Frans onder project algemene vakken vergt altijd het akkoord van het betrokken personeelslid belast met project algemene vakken in het beroepsvoorbereidend leerjaar.» Artikel III.9 In hetzelfde decreet wordt een artikel 54bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 54bis § 1. In het onthaaljaar bestaat de basisvorming uit volgende vakken : 1° godsdienstleer of niet-confessionele zedenleer;2° Nederlands voor nieuwkomers. § 2. Voor de gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen is het eerste vak van § 1 godsdienstleer of niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie. ». Artikel III.10 In artikel 55 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden « Frans of Engels » vervangen door de woorden « Frans en Engels »;2° in § 3 worden in de opsomming de woorden « Frans of Engels » toegevoegd;3° in § 3 wordt aan het laatste lid de volgende zin toegevoegd : « De integratie van het vak Frans of het vak Engels onder project algemene vakken vergt altijd het akkoord van het betrokken personeelslid belast met project algemene vakken in het eerste en tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs.»; 4° in § 5 worden de woorden « Frans of Engels » vervangen door de woorden « Frans en Engels »;5° in § 6 worden in de opsomming de woorden « Frans of Engels » toegevoegd;6° in § 6 wordt aan het laatste lid de volgende zin toegevoegd : « De integratie van het vak Frans of het vak Engels onder project algemene vakken vergt altijd het akkoord van het betrokken personeelslid belast met project algemene vakken in het eerste en tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs. »; 7° in § 7 worden in de opsomming de woorden « Frans of Engels » toegevoegd;8° in § 7 wordt aan het voorlaatste lid de volgende zin toegevoegd : « De integratie van het vak Frans of het vak Engels onder project algemene vakken vergt altijd het akkoord van het betrokken personeelslid belast met project algemene vakken in het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs.». Artikel III.11 In artikel 74novies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2007 en 10 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « studiereglement » vervangen door de woorden « school- of centrumreglement »;2° in het eerste lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° de afspraken inzake het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten8 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, de controle op de naleving ervan en de sancties die kunnen opgelegd worden bij overtreding van het rookverbod.»; 3° in het tweede lid wordt het woord « studiereglement » vervangen door het woord « centrumreglement ». Artikel III.12 In artikel 74undecies, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0, wordt na de zin « Als de uitsluiting echter ingaat voor 30 juni van het schooljaar, dan blijft de leerling ingeschreven tot op het ogenblik van inschrijving in een andere school of een ander centrum. » de zin « In afwijking hiervan kan de school of het centrum een leerling die niet meer leerplichtig is en tijdens het schooljaar definitief wordt uitgesloten, ook uitschrijven vanaf de dertigste lesdag volgend op de dag dat de definitieve uitsluiting ingaat. » ingevoegd. Afdeling III. - Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs Artikel III.13 In artikel 2 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 sluiten betreffende het basisonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 22 juni 2007 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt : « 7° bestuurspersoneel : de selectie- en bevorderingsambten van de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs;»; 2° punt 18° wordt vervangen door wat volgt : « 18° ondersteunend personeel : de ambten van de personeelscategorie van het ondersteunend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs;»; 3° punt 20° wordt vervangen door wat volgt : « 20° onderwijzend personeel : de wervingsambten van de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs;». Artikel III.14 In artikel 4 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, wordt in de opgegeven lijst van studiegebieden, het studiegebied « maatschappelijke veiligheid » ingevoegd. Artikel III.15 In artikel 71 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 15 juli 2005, 15 december 2006 en 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 2° worden de woorden « tot 31 augustus 2009 » telkens vervangen door de woorden « tot 31 augustus 2012 »;2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° maakt afspraken/beslist over de verdeling over haar instellingen van de puntenenveloppe bedoeld in titel XI.Met inachtname van de bepalingen van voormelde titel worden de verdelingscriteria onderhandeld in het bevoegde lokaal onderhandelingscomité van de scholengemeenschap. Bij ontstentenis van een akkoord binnen de scholengemeenschap over de verdelingscriteria, worden de punten verdeeld overeenkomstig de parameters volgens welke ze toegekend zijn; »; 3° punten 9° en 13° worden opgeheven. Artikel III.16 Artikel 79 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0, wordt opgeheven. Artikel III.17 In hetzelfde decreet wordt titel IX, bestaande uit de artikelen 82 tot en met 85bis, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 7 juli 2006, 22 juni 2007 en 4 juli 2008, vervangen door wat volgt : « TITEL IX. - Het ambt van directeur Artikel 82 De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. Artikel 83 In het voltijds gewoon secundair onderwijs wordt een voltijdse betrekking van directeur toegekend aan een instelling met ten minste 83 regelmatige leerlingen op de gebruikelijke teldatum. In afwijking hierop wordt aan een instelling die enkel de eerste graad of de eerste en de tweede graad organiseert en die in de financierings- of subsidiëringsregeling werd opgenomen vanaf 1 september 1989, een voltijdse betrekking van directeur toegekend indien de instelling ten minste 120 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum. Indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt, wordt de directeur belast met een onderwijsopdracht die gelijk is aan een halve onderwijsopdracht, verminderd met vier uren-leraar of met een opdracht van beheerder van het internaat verbonden aan een instelling voor zeevisserijonderwijs. De uren-leraar vallen binnen het urenpakket. Hij behoudt echter het recht op de salarisschaal van directeur met een volledige opdracht of op de overeenstemmende salaristoelage. Artikel 84 In het buitengewoon secundair onderwijs wordt een voltijdse betrekking van directeur toegekend aan een instelling met ten minste 72 regelmatige leerlingen op de gebruikelijke teldatum. Indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt, wordt de directeur belast met een onderwijsopdracht pro rata van 2 lesuren per volledige reeks van 9 leerlingen die ontbreken. De lesuren vallen binnen het lesurenpakket. Hij behoudt echter het recht op de salarisschaal van directeur met een volledige opdracht of op de overeenstemmende salaristoelage. Voor de toepassing van deze bepalingen worden enerzijds de regelmatige leerlingen van de opleidingsvormen 1 en 2 vermenigvuldigd met 1,33 en anderzijds in instellingen die minimaal 10 regelmatige leerlingen in het geïntegreerd onderwijs begeleiden, de leerlingen die op de eerste schooldag van oktober van het voorafgaande schooljaar in het kader van geïntegreerd onderwijs begeleid werden, in aanmerking genomen. Artikel 85 In het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt een voltijdse betrekking van directeur toegekend aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is. ». Artikel III.18 In hetzelfde decreet wordt titel XI, bestaande uit de artikelen 93 tot en met 99bis, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 7 mei 2004, 24 december 2004, 15 juli 2005, 7 juli 2006, 22 juni 2007 en 4 juli 2008, vervangen door wat volgt : « Titel XI. - Omkadering op basis van een globale puntenenveloppe Afdeling I. - Algemene bepalingen Artikel 93 § 1. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. § 2. Deze titel is niet van toepassing op het ambt van bode-kamerbewaarder. § 3. De bepalingen van deze titel gelden voor de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011. Afdeling II. - Toekenning van een globale puntenenveloppe Artikel 94 In het secundair onderwijs wordt elk schooljaar aan een scholengemeenschap respectievelijk aan een instelling doch enkel indien deze niet tot een scholengemeenschap behoort, een globale puntenenveloppe toegekend. Bij toekenning aan een scholengemeenschap wordt de globale puntenenveloppe, na eventuele voorafname bedoeld in artikel 99bis, § 1, door de scholengemeenschap verdeeld over de instellingen die ertoe behoren. De globale puntenenveloppe strekt ertoe enerzijds om op het niveau van de instelling het kader bestuurspersoneel en ondersteunend personeel in te vullen en anderzijds om op het niveau van de instelling en van de scholengemeenschap een beleid inzake taak- en functiedifferentiatie gestalte te geven. Afdeling III. - Berekening van de globale puntenenveloppe toegekend aan een scholengemeenschap Artikel 95 § 1. De globale puntenenveloppe is samengesteld uit de onderdelen vermeld in § 2 tot en met § 12 hierna. § 2. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs die ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1200 en 1150, 1800 en 1750, of 2400 en 2350 bedraagt. Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt. De termijn van twee opeenvolgende schooljaren kan evenwel voor buitengewone gevallen door de Vlaamse Regering worden verlengd. Onder buitengewone gevallen worden instellingen verstaan waar de problematiek van kansarmoede dermate disproportioneel aanwezig is, dat hun bestuurlijk vermogen slechts kan worden gevrijwaard mits handhaving van de betrokken personeelsmiddelen. § 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en dat ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1200 en 1150, 1800 en 1750, of 2400 en 2350 bedraagt. Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt. De termijn van twee opeenvolgende schooljaren kan evenwel voor buitengewone gevallen door de Vlaamse Regering worden verlengd. Onder buitengewone gevallen worden centra verstaan waar de problematiek van kansarmoede dermate disproportioneel aanwezig is, dat hun bestuurlijk vermogen slechts kan worden gevrijwaard mits handhaving van de betrokken personeelsmiddelen. § 4. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die ten minste 300 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 275 regelmatige leerlingen. Dit aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt. § 5. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs of met beroepssecundair onderwijs, indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die instelling 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die instelling niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die instelling 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die instelling 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt. Voor de toepassing van deze bepalingen : 1° worden de volgende praktische vakken of daaraan gelijkgesteld niet in aanmerking genomen : stage algemene verpleegkunde, stage medische wetenschappen, stage psychiatrische verpleegkunde, stage sociale wetenschappen, stage verzorging, stage ziekenhuisverpleegkunde;2° komen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een instelling met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs, in aanmerking in de instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden ingericht.De uren-leraar, aangewend voor voordrachtgevers, worden voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd; 3° mogen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een instelling die uitsluitend de eerste graad of de eerste en de tweede graad organiseert gevoegd worden bij één instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die geen eerste graad organiseert. § 6. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is, indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt. Voor de toepassing van deze bepalingen worden de uren-leraar, aangewend voor voordrachtgevers, voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd. § 7. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke instelling voor buitengewoon secundair onderwijs, indien op de gebruikelijke teldatum het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die instelling ten minste 210 bedraagt. Dat aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10 respectievelijk 12 (en zo telkens per 1 verder), indien het totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die instelling ten minste 420, 630, 840, 1050, 1260, 1470, 1680, 1890 (en zo verder per schijf van 210) bedraagt. § 8. De door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde wekelijkse uren-leraar of lesuren, ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld, bedoeld in §§ 5, 6 en 7, die in een instelling of centrum ontoereikend zijn om het door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten, of een veelvoud daarvan, te genereren, kunnen op het niveau van de scholengemeenschap samengevoegd worden om alsnog tot desbetreffend aantal punten, of een veelvoud daarvan, te leiden. § 9. Een aantal punten wordt toegekend dat als volgt wordt berekend : 1° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende instellingen voor voltijds gewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt.Deze coëfficiënt ligt alleszins hoger voor een instelling die in toepassing van het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten2 betreffende gelijke onderwijskansen-I recht heeft op extra uren-leraar dan voor een instelling die dat niet heeft. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en 2° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van de tot de scholengemeenschap behorende instellingen voor voltijds gewoon secundair onderwijs van het betreffende schooljaar, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 57 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt.Deze coëfficiënt ligt alleszins hoger voor een instelling die in toepassing van het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten2 betreffende gelijke onderwijskansen-I recht heeft op extra uren-leraar dan voor een instelling die dat niet heeft. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en 3° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt die varieert naargelang van de omvang van de leerlingenpopulatie.Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.