← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Br

Kort samengevat

Dit besluit keurt het technisch reglement goed voor het beheer van het gasdistributienet en de toegang daartoe in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het regelt de technische en operationele aspecten van de gasdistributie en de relaties tussen de netbeheerder en de gebruikers.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
13 JULI 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op artikel 9; Gelet op het ontwerp van technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe, ingediend bij de Dienst Regulering van het BIM op 28 november 2005 door de C.V.B.A. Sibelga, distributienetbeheerder voor gas; Gelet op het advies DR-20060602-41 van de Dienst Regelgeving van het BIM betreffende het ontwerp van technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedeiijk Gewest en van de toegang ertoe, gegeven op 2 juni 2006 in toepassing van artikel 9, § 2, van de ordonnantie van 1 april 2004; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 houdende aanstelling van de C.V.B.A. Sibelga als beheerder van het verdeelnetwerk voor gas; Gelet op het feit dat de goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet, een handeling is van administratieve voogdij en dat bijgevolg, dit ontwerp van besluit niet voor advies dient te worden voorgelegd aan de Raad van State; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juli 2006; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 7 juli 2006 Op voorstel van de Minister belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het bijgevoegde technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe, wordt goedgekeurd. Art. 2.De Minister die Energie in zijn bevoegdheden heeft is belast met de bekendmaking van het ontwerp in bijlage samen met dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Met het oog op deze bekendmaking worden de vermeldingen, evenals het logo van Sibelga die respectievelijk onderaan en bovenaan op elke pagina staan, uit het document verwijderd. Dit besluit en het ontwerp in bijlage treden in werking op de dag van deze bekendmaking. Art. 3.Het reglement in bijlage wordt ook bekendgemaakt door de distributienetbeheerder Sibelga op zijn website. Brussel, 13 juli 2006. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen, E. HUYTEBROECK Technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe uitgevaardigd ter uitvoering van artikel 9 van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest INHOUDSOPGAVE TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK I. - ALGEMENE PRINCIPES Afdeling 1.1. - Toepassingsgebied en definities Afdeling 1.2. - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder HOOFDSTUK 2. - INFORMATIE-UITWISSELING EN VERTROUWELIJKHEID Afdeling 2.1. - Informatie-uitwisseling Afdeling 2.2. - Vertrouwelijkheid Afdeling 2.3. - Openbaarheid van de informatie HOOFDSTUK 3. - TOEGANKELIJKHEID VAN DE INSTALLATIES Afdeling 3.1. - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen Afdeling 3.2. - Toegankelijkheid van de installaties van de distributienetbeheerder Afdeling 3.3. - Toegankelijkheid van de installaties van de distributienetgebruiker HOOFDSTUK 4. - NOODSITUATIE EN OVERMACHT Afdeling 4.1. - Definitie van een noodsituatie Afdeling 4.2. - Overmacht Afdeling 4.3. - Ingrijpen van de distributienetbeheerder Afdeling 4.4. - Opschorting van de verplichtingen TITEL II. - PLANNINGSCODE HOOFDSTUK 1. - INVESTERINGSPLAN HOOFDSTUK 2. - PLANNINGSGEGEVENS Afdeling 2.1. - Algemeen Afdeling 2.2. - Kennisgeving van gegevens TITEL III. - AANSLUITINGSCODE HOOFDSTUK 1. - ALGEMEEN Afdeling 1.1. - Algemene bepalingen Afdeling 1.2. - Soorten van aansluitingen Afdeling 1.3. - Technische voorschriften van toepassing op aansluitingen en op installaties van de distributienetgebruiker HOOFDSTUK 2. - OMGEVING VAN DE INSTALLATIES HOOFDSTUK 3. - AANSLUITINGSPROCEDURE Afdeling 3.1 - Algemeen Afdeling 3.2. - Aanvraag voor een standaardaansluiting Afdeling 3.3. - Aanvraag voor een niet-standaard aansluiting Onderafdeling 3.3.1.- Algemeen Onderafdeling 3.3.2.- Oriënterende studie en voorontwerp van aansluiting Onderafdeling 3.3.3.- Detailstudie en ontwerp van aansluiting Onderafdeling 3.3.4.- Aansluitingscontract HOOFDSTUK 4. - UITVOERING VAN DE AANSLUITING HOOFDSTUK 5. - GEBRUIK, ONDERHOUD EN CONFORMITEIT VAN DE AANSLUITING Afdeling 5.1. - Algemeen Afdeling 5.2. - Gebruik en onderhoud van de aansluiting Afdeling 5.3. - Conformiteit van de installaties van de distributienetgebruiker Afdeling 5.4. - Wegnemen van een aansluiting HOOFDSTUK 6. - OVERGANGSBEPALING TITEL IV. - TOEGANGSCODE HOOFDSTUK 1. - ALGEMENE PRINCIPES HOOFDSTUK 2. - MODALITEITEN VAN TOEGANGSAANVRAGEN Afdeling 2.1. - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, voor eigen rekening Afdeling 2.2. - Indienen van een toegangsaanvraag door een distributienetgebruiker Afdeling 2.3. - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, namens en voor rekening van een distributienetgebruiker Afdeling 2.4. - Garanties te verstrekken door de toegangsgerechtigde Afdeling 2.5. - Wijziging van leverancier en van transportnetgebruiker HOOFDSTUK 3. - ONDERBREKINGEN EN OPSCHORTING VAN DE TOEGANG Afdeling 3.1. - Geplande onderbrekingen van de toegang Afdeling 3.2. - Ongeplande onderbrekingen van de toegang Afdeling 3.3. - Opschorting van de toegang HOOFDSTUK 4. - TOEGANGSPROGRAMMA'S HOOFDSTUK 5. - OVERGANGSBEPALING TITEL V. - MEETCODE HOOFDSTUK 1. - ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK 2. - BEPALINGEN BETREFFENDE DE MEETINRICHTINGEN Afdeling 2.1. - Algemene bepalingen Afdeling 2.2. - Plaats van de meetinrichting Afdeling 2.3. - Verzegeling Afdeling 2.4. - Nauwkeurigheidsvereisten Afdeling 2.5. - Defecten en fouten Afdeling 2.6. - Onderhoud en inspecties Afdeling 2.7. - Administratief beheer van de technische gegevens van de meetinrichting Afdeling 2.8. - IJking HOOFDSTUK 3. - BEPALINGEN BETREFFENDE DE MEETGEGEVENS Afdeling 3.1. - Gemeten en berekende verbruiksprofielen Afdeling 3.2. - Bijzondere bepalingen betreffende het gemeten verbruiksprofiel Afdeling 3.3. - Bijzondere bepalingen betreffende het berekende verbruiksprofiel Afdeling 3.4. - Gegevensverwerking Afdeling 3.5. - Meetgegevens niet beschikbaar of onbetrouwbaar Afdeling 3.6. - Opslag, archivering en beveiliging van de gegevens Afdeling 3.7. - Schatting, allocatie en reconciliatie Afdeling 3.8. - Ter beschikking te stellen gegevens bij gemeten verbruiksprofielen Afdeling 3.9. - Ter beschikking te stellen gegevens bij berekende verbruiksprofielen Afdeling 3.10. - Historische verbruiksgegevens Afdeling 3.11. - Rechtzettingen TITEL VI. - SAMENWERKINGSCODE HOOFDSTUK 1. - ALGEMEEN HOOFDSTUK 2. - BETREKKINGEN TUSSEN DE DISTRIBUTIEHETBEHEERDER EN DE VERVOERSNETBEHEERDER HOOFDSTUK 3. - BETREKKINGEN TUSSEN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDER EN DE BEHEERDER VAN EEN ANDER AARDGASDISTRIBUTIENET HOOFDSTUK 4. - MULTILATERALE BETREKKINGEN TUSSEN NETBEHEERDERS BIJLAGE I. - UITWISSELING VAN GEGEVENS TUSSEN DNB EN DNG BIJLAGE Il. - SCHEMA VAN EEN AANSLUITING BIJLAGE III. - AANSPRAKELIJKHEIDSVOORWAARDEN TUSSEN DNB EN DNG's BIJLAGE IV. - CONTRACT VOOR TOEGANG TOT HET GASDISTRIBUTIENET BIJLAGE V. - VOORWAARDEN VOOR HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN GAS AAN HUISHOUDELIJKE AFNEMERS TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene principes Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Onderhavig technisch reglement bevat de voorschriften en regels betreffende het beheer van het distributienet en de toegang ertoe. Het vormt het « netreglement » bedoeld in artikel 9 van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit, en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het omvat een Planningscode (Titel II), een Aansluitingscode (Titel III), een Toegangscode (Titel IV), een Meetcode (Titel V) en een Samenwerkingscode (Titel VI) en vijf Bijlagen, zoals nader bepaald in hetgeen volgt. Vanaf zijn inwerkingtreding, heft dit technisch reglement het reglement op dat betrekking heeft op de technische en commerciële voorwaarden van de terbeschikkingstelling van gas, alsook het daarbij complementaire reglement voor de aftakking, de terbeschikkingstelling en de afname van gas in openbare distributie. Art. 2.§ 1. De definities zoals opgegeven in artikel 3 van de ordonnantie van 1 april 2004 zijn op onderhavig Technisch Reglement van toepassing. § 2. Verder worden de gebruikte begrippen ter uitvoering van onderhavig Technisch Reglement als volgt gedefinieerd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 3.Behoudens andersluidende bepaling lopen de in dagen uitgedrukte termijnen in dit Technisch Reglement van middernacht tot middernacht. Deze termijnen vangen aan op de werkdag volgend op de dag van de ontvangst van de officiële kennisgeving. Bij gebrek aan officiële kennisgeving gaan de termijnen in op de werkdag volgend op de dag van kennisname van de betrokken gebeurtenis. Afdeling 1.2. - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder Art. 4.§ 1. De distributienetbeheerder voert de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens de ordonnantie en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten teneinde te zorgen voor de distributie van gas aan de distributienetgebruikers. Daarbij dient de distributienetbeheerder toe te zien op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet, en deze in stand te houden en in voorkomend geval te herstellen. § 2. De distributienetbeheerder dient in de uitvoering van zijn taken alle gepaste middelen aan te wenden die de distributienetgebruikers van hem mogen verwachten, en die gelet op de bijzondere situatie redelijkerwijs verkregen kunnen worden. Deze middelen zijn onder meer nader bepaald in het investeringsplan dat de distributienetbeheerder opstelt en ter goedkeuring aan de Regering voorlegt, overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie. Art. 5.§ 1. De distributienetbeheerder houdt zich aan alle geldende wettelijke en reglementaire voorschriften alsook aan de voorschriften opgenomen in de aanbevelingen van de KVBG. § 2. In een streven naar veiligheid, waakt hij erover, overeenkomstig de wet van 24 december 1970 en haar uitvoeringsbesluiten, om permanent in de leidingen een toereikende aardgasdruk te handhaven, in de normale exploitatievoorwaarden van het net, en om het in zijn net geïnjecteerde aardgas van een geur te voorzien. Wanneer een distributienetgebruiker een klacht heeft over de druk van het gas, licht de distributienetbeheerder de distributienetgebruiker in over de aard en de duur van het probleem, als dit geïdentificeerd is, of doet hij op verzoek van de distributienetgebruiker de nodige metingen ter controle van deze klacht. Op basis van een ogenblikkelijke meting kunnen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruiker beslissen over te gaan tot een langdurige registratie (minstens 48 uur) van de druk van het gas. Als deze testen een afwijking aantonen ten opzichte van de normen of de contractuele bepalingen, worden de kosten voor deze registratie gedragen door de distributienetbeheerder. Als deze testen geen afwijking aantonen ten opzichte van de normen of de contractuele bepalingen, worden de kosten voor deze registratie gedragen door de distributienetgebruiker. Voor de vaststellingen vermeld in vorige lid kan eveneens beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij door beide partijen met wederzijdse goedkeuring aangeduid, en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing. § 3. Onverminderd de derde alinea, komt het niet aan de distributienetbeheerder toe, de samenstelling en de calorische waarde te controleren van het gas dat aan de koppetpunten in zijn net wordt geïnjecteerd. Elke klacht daaromtrent wordt door de betrokken distributienetgebruiker overgemaakt aan zijn leverancier. In geval van werken op het net, waakt de distributienetbeheerder erover, met alle uit economisch en technisch oogpunt redelijke middelen, dat de kwaliteit en de samenstelling van het gas niet worden beïnvloed. Art. 6.De distributienetbeheerder eerbiedigt de minimale technische vereisten inzake aanstuiting op het distributienet en koppeling alsook wat betreft het tot stand brengen van zowel de netinfrastructuren als de distributieleidingen. De distributienetbeheerder eerbiedigt eveneens de operationele regels betreffende het technisch beheer van afnames, alsook van die met betrekking tot de acties die hij moet ondernemen om de problemen op te tossen die de veiligheid en de continuïteit van de bevoorrading in het gedrang zouden kunnen brengen. Art. 7.§ 1. Bij een ongeplande onderbreking van het distributienet moeten de diensten van de distributienetbeheerder binnen twee uur na de oproep van de distr butienetgebruiker met de gepaste middelen ter plaatse zijn. De herstellingswerken worden met spoed voortgezet totdat het gasdebiet hersteld is. § 2. De distributienetbeheerder zorgt voor de instandhouding van een 24 uur op 24 permanentie, die tot taak krijgt noodoproepen te ontvangen en doeltreffend af te handelen. In het bijzonder, van zodra de distributienetbeheerder in kennis gesteld wordt van een risicotoestand, de waarneming van een gasreuk of een vastgestelde lek, is hij verplicht zich zo snel mogelijk ter plaatse te begeven om alle nodige maatregelen te treffen met het oog op het behoud of het herstel van de veiligheid van personen en goederen. Hiertoe werkt hij samen met de andere betrokken hulpdiensten. Art. 8.De distributienetbeheerder stuurt de Dienst elk jaar vóór 1 mei een verslag, waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft. De vorm en de gedetailleerde inhoud van dat verslag zijn het voorwerp van een overleg tussen de distributienetbeheerder en de Dienst. Dat verslag zal in elk geval de inhoud van het Verslag van het Mijnenkorps overnemen. HOOFDSTUK 2. - Informatie-uitwisseling en vertrouwelijkheid Afdeling 2.1. - Informatie-uitwisseling Art. 9.§ 1. Behoudens andersluidend beding dient elke kennisgeving of mededeling ter uitvoering van onderhavig Technisch Reglement schriftelijk te geschieden, met inachtneming van de vormvoorschriften en voorwaarden als bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk wetboek, waarbij de afzender en ontvanger duidelijk geïdentificeerd zijn. Behoudens andersluidende bepaling mag de distributienetbeheerder, na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst, bepalen in welk documentformaat deze informatie moet worden uitgewisseld. § 2. In noodgevallen mag deze informatie mondeling worden uitgewisseld. Deze mondeling uitgewisselde informatie moet in alle gevallen zo spoedig mogelijk bevestigd worden volgens de vormvoorschriften zoals bepaald in § 1. Art. 10.§ 1. In afwijking van het gestelde in artikel 9 wordt de tussen de verschillende betrokken partijen uitgewisselde commerciële en technische informatie langs elektronische weg afgeleverd, met de mogelijkheid om de verzending door een ontvangstbevestiging te valideren. Voor deze informatie-uitwisseling wordt een communicatieprotocol toegepast dat voldoet aan de UN/EDIFACT- communicatienorm en dat in een Message Implementation Guide (MIG) nader toegelicht wordt. De distributienetbeheerder zal de MIG toepassen die in onderlinge overeenstemming werd overeengekomen door alle Belgische distributienetbeheerders, tenzij besloten werd er uitdrukkelijk geheel of gedeeltelijk van af te wijken. Elke afwijking wordt vooraf gemotiveerd en meegedeeld aan de Dienst. § 2. Het in § 1 vermelde protocol is niet verplicht van toepassing voor informatie die wordt uitgewisseld tussen : 1° de distributienetbeheerder en een distributienetgebruiker, indien deze laatste de voorkeur geeft aan een ander protocol en dit met de distributienetbeheerder overeengekomen is;2° de vervoersnetbeheerder en de distributienetbeheerder, indien uitdrukkelijk een ander protocol bedongen is in de samenwerkingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 204. § 3. Onverminderd de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen mag de distributienetbeheerder na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst, technische maatregelen en organisatieregels aannemen met betrekking tot uit te wisselen informatie, teneinde de vertrouwelijkheid ervan te waarborgen, zoals deze bepaald is in afdeling 2.2 van dit Hoofdstuk. Art. 11.Onverminderd nadere bepalingen ter zake in onderhavig Technisch Reglement doen de distributienetbeheerder, de distributienetgebruikers, de leveranciers en de vervoersnetgebruikers al het nodige om de krachtens onderhavig Reglement vereiste informatie zo spoedig mogelijk mee te delen. Art. 12.Indien een partij krachtens onderhavig Technisch Reglement of de op grond daarvan afgesloten contracten opdracht krijgt een wederpartij informatie te verstrekken die van haar zelf afkomstig is, dient de partij in kwestie al het nodige te doen om de ontvanger te waarborgen dat de inhoud van deze informatie terdege is gecontroleerd. Art. 13.In Bijlage I is een lijst opgenomen van de gegevens uitgewisseld tussen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruikers. Die lijst is niet exhaustief. De distributienetbeheerder mag de ter beschikking stelling eisen van alle aanvullende informatie die hij nuttig acht voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van het distributienet. Afdeling 2.2. - Vertrouweliikheid Art. 14.Diegene die informatie meedeelt, bepaalt wat commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie is. Het is niet toegestaan dergelijke informatie aan derden mee te delen, behalve wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de mededeling van deze informatie is vereist in het kader van een gerechtelijke procedure of op last van de overheid krachtens wetten of ordonnanties;2° de bekendmaking of mededeling van deze informatie is verplicht gesteld door de wettelijke of bestuursrechtetijke bepalingen betreffende de organisatie van de gasmarkt;3° diegene van wie deze informatie uitgaat, heeft op voorhand schriftelijk toestemming daartoe gegeven;4° de distributienetbeheerder is verplicht deze informatie mee te delen in verband met het beheer van het distributienet of het overleg met andere netbeheerders;5° de informatie is gewoon toegankelijk of voor het publiek beschikbaar. Indien de informatie aan derden wordt meegedeeld op grond van de voorwaarden vermeld onder punt 2, 3 en 4 hierboven, moet de ontvanger van de informatie zich ertoe verbinden, onverminderd de geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, deze informatie met dezelfde vertrouwelijkheidsgraad te behandelen als de aanvankelijk meegedeelde informatie. Afdeling 2.3. - Openbaarheid van de informatie Art. 15.De distributienetbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek en in elk geval op een server die via het Internet toegankelijk is : 1° de modellen van de contracten die krachtens onderhavig Technisch Reglement moeten worden afgesloten;2° de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in onderhavig Technisch Reglement wordt verwezen;3° de formulieren, in voorkomend geval opgemaakt om de informatie-uitwisseling overeenkomstig onderhavig Technisch Reglement mogelijk te maken;4° de tarieven bedoeld in het koninklijk besluit van 29 februari 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/02/2004 pub. 21/04/2004 numac 2004200089 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 1993 tot vaststelling van de bijdragen te storten door de werkgevers ter uitvoering van de artikelen 3, 4 en 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1991 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten sluiten, die door de CREG zijn goedgekeurd of vastgelegd;5° alle diensten die de distributienetbeheerder de distributienetgebruikers aanbiedt. HOOFDSTUK 3. - Toegankelijkheid van de installaties Afdeling 3.1. - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen Art. 16.De toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, en in het bijzonder het ARAB en het AREI, de Codex over het welzijn op het werk, alsook de aanbevelingen van de KVBG zijn van toepassing op iedere persoon die op het distributienet kan tussenkomen. Afdeling 3.2. - Toegankelijkheid van de installaties van de distributienetbeheerder Art. 17.§ 1. De toegang tot elke installatie, tot elk roerend of onroerend goed waarvan de distributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, geschiedt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en de door de distributienetbeheerder opgestelde veiligheidsvoorschriften en met zijn voorafgaande uitdrukkelijke toestemming. § 2. In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten, heeft de distributienetbeheerder recht op toegang tot alle installaties waarvan hij het eigerxioms- of gebruiksrecht heeft en die zich in de inrichting van de distributienetgebruiker bevinden. De distributienetgebruiker zorgt er met dat doel voor dat de distributienetbeheerder zich voortdurend en gratis toegang kan verschaffen tot deze inrichting, of verleent hem die toegang onmiddellijk, op eenvoudig mondeling verzoek. § 3. Indien de toegang tot een roerend of onroerend goed waarop de distributienetbeheerder een eigendoms- of gebruiksrecht heeft, ondergeschikt is aan specifieke toegangsprocedures of bij de distributienetgebruiker geldende veiligheidsvoorschriften, dient deze laatste de distributienetbeheerder daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Bij gebrek aan schriftelijke informatie, volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 3.3. - Toegankelijkheid van de installaties van de distributienetgebruiker Art. 18.§ 1. Onder de installaties van de distributienetgebruiker kan de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria bepalen welke installaties een significante invloed hebben op de werking van het distributienet, de aansluitingen) of de installaties van een andere distributienetgebruiker. Wanneer er, bij toepassing van Titel III, een aansluitingscontract moet worden afgesloten, worden de lijst van betrokken installaties, alsook de respectieve verantwoordelijkheden van de distributienetbeheerder en de distributienetgebruiker inzake exploitatie, beheer en onderhoud erin verduidelijkt. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht om toegang te krijgen tot de in § 1 bedoelde installaties teneinde daar inspecties, testen, proeven of andere interventies die hij nodig acht, uit te voeren. De distributienetgebruiker moet te dien einde zorgen dat de distributienetbeheerder voortdurend toegang heeft of verleent hem onmiddellijk toegang op gewone mondelinge vraag. § 3. Alvorens de in § 2 vermelde inspecties, tests, proeven of interventies uit te voeren, is de distributienetgebruiker verplicht de distributienetbeheerder schriftelijk in kennis te stellen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Doet hij dat niet, dan volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. HOOFDSTUK 4. - Noodsituatie en overmacht Afdeling 4.1. - Definitie van een noodsituatie Art. 19.In onderhavig Technisch Reglement wordt noodsituatie beschouwd als zijnde : 1° de situatie die volgt op een gevat van overmacht in de zin van afdeling 4.2 en waarin maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige, efficiënte en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen; 2° een situatie die volgt op een gebeurtenis die, hoewel zij in de zin van afdeling 4.2 of van de huidige staat van de rechtspraak niet als geval van overmacht kan worden bestempeld, naar de inschatting van de distributienetbeheerder, van een andere netbeheerder, van een distributienetgebruiker, van een leverancier of elke andere betrokken persoon, een dringend en aangepast optreden van de distributienetbeheerder vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen, of verdere schade te voorkomen. De distributienetbeheerder rechtvaardigt deze interventie a posteriori bij de erbij betrokken distributienetgebruikers. Afdeling 4.2. - Overmacht Art. 20.In de mate dat zij onweerstaanbaar en onvoorzienbaar zijn, worden de volgende situaties voor de toepassing van onderhavig Technisch Reglement als overmacht beschouwd : 1° natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke weersomstandigheden;2° een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen ervan;3° de plotselinge onbeschikbaarheid van de installaties om andere redenen dan ouderdom, gebrek aan onderhoud of kwalificatie van de operatoren;4° een uitval van het computersysteem, al dan niet door een virus veroorzaakt, ondanks het feit dat alle nodige preventiemaatregelen waren getroffen die redelijkerwijze mochten worden verwacht van de distributienetbeheerder zowel vanuit technische als financiële invalshoek;5° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het distributienet gas te vervoeren vanwege storingen veroorzaakt door gasstromen, wanneer de identiteit van de bij die storingen betrokken marktdeelnemers niet gekend is en redelijkerwijze niet gekend kan zijn door de distributienetbeheerder;6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden en bedreigingen van dezelfde aard;7° at dan niet verklaarde staat van oorlog, oorlogsdreiging, invasie, gewapend conflict, blokkade, revolutie, opstand;8° enigerlei overheidsmaatregel, waaronder inzonderheid situaties waarin de bevoegde overheid de hoogdringendheid inroept en de distributienetbeheerder of de distributienetgebruikers uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen oplegt teneinde de veilige en betrouwbare werking van alle netten in stand te houden of te herstellen. Afdeling 4.3. - Ingrijpen van de distributienetbeheerder Art. 21.§ 1. De distributienetbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht ter vrijwaring van de continuïteit van de bevoorrading, de veiligheid en de betrouwbaarheid van het distributienet indien hij zich op een noodsituatie beroept dan wet een soortgelijke situatie wordt ingeroepen door een andere netbeheerder, een distributienetgebruiker, een leverancier of enige andere betrokken persoon. § 2. De distributienetbeheerder treft alle vereiste preventieve maatregelen ter beperking van de schadelijke gevolgen van redelijkerwijs voorzienbare aangekondigde uitzonderlijke gebeurtenissen. § 3. Indien een noodsituatie tegelijkertijd het net van de vervoersnetbeheerder en het distributienet treft, moeten de maatregelen tussen de netbeheerders gecoördineerd worden. § 4. De maatregelen die de distributienetbeheerder treft of oplegt in het kader van dit artikel, binden alle betrokken personen. Afdeling 5.4. - Opschorting van de verplichtingen Art. 22.§ 1. Indien een noodsituatie wordt ingeroepen, worden de verplichtingen waarvan de uitvoering onmogelijk wordt gemaakt, opgeschort voor de duurtijd van de gebeurtenis die tot deze noodsituatie aanleiding heeft gegeven. § 2. De verplichtingen van geldelijke aard die vóór de noodsituatie zijn aangegaan, dienen uitgevoerd te worden. Art. 23.§ 1. De partij die zich op de noodsituatie beroept, dient redelijkerwijs alles in het werk te stelten om : 1° de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen tot een minimum te beperken;2° haar opgeschorte verplichtingen zo spoedig mogelijk opnieuw na te komen. § 2. De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk en rnet alle beschikbare middelen alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort alsook van de verwachte duur van de noodsituatie. In afwijking van artikel 9, mag deze bekendmaking, wanneer zij gericht is tot meerdere geadresseerden, ook gebeuren door middel van één of meerdere van de volgende procédés : aanplakkingen, radio- of televisieboodschappen, bekendmaking op een internetsite, informatiebrochures en huis-aan-huisfolders. TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK 1. - Investeringspla Art. 24.§ 1. De opmaak van het meerjarig investeringsplan voor het distributienet zoals bedoeld in artikel 10 van de ordonnantie moet het mogelijk maken de continuïteit en betrouwbaarheid van de bevoorrading met gas via het distributienet te waarborgen. In dit plan zijn de volgende fasen opgenomen : 1° een gedetailleerde raming van de behoeften aan distributiecapaciteit;2° de analyse van de vereiste middelen om aan deze behoeften te voldoen;3° de vergelijking van de vereiste middelen met de bestaande middelen;4° de definitie van de criteria inzake vernieuwing van bestaande installaties;5° de opsomming van de vereiste investeringswerken om de vastgestelde problemen inzake capaciteit of verouderde staat te verhelpen;6° het opstellen van een uitvoeringsplanning. § 2. Het plan wordt als volgt opgemaakt door de distributienetbeheerder, in overleg met de Dienst : 1° elk jaar, bezorgt de distributienetbeheerder de in paragraaf 1 bedoelde informatie tegen 1 mei aan de Dienst (of rechtvaardigt dat geen enkele aanpassing nodig is voor het plan dat het afgelopen jaar door de Regering is goedgekeurd);2° de distributienetbeheerder bepaalt in overeenstemming met de Dienst een datum om zijn plan in de maand mei voor te leggen;3° de Dienst onderzoekt vervolgens het plan en kap de distributienetbeheerder vragen hem de informatie en rechtvaardigingsgronden te verstrekken die hij nodig acht.4° in de maand juni wordt een overlegvergadering gehouden waarop de Dienst zijn opmerkingen kenbaar maakt aan de distributienetbeheerder;5° de distributienetbeheerder bezorgt de Dienst uiterlijk tegen 30 juni twee exemplaren van het ontwerpplan dat in voorkomend geval wordt herwerkt aansluitend op het in het vorige lid bedoelde overleg;6° de Dienst bezorgt de Regering één van de exemplaren, vergezeld van zijn advies;7° nadat het plan door de Regering is goedgekeurd, wordt het ten uitvoer gebracht vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar;bij gebrek, op 1 januari van het daaropvolgende jaar, aan een reactie vanwege de Regering, wordt het ingediende plan geacht goedgekeurd te zijn. HOOFDSTUK 2. - Planningsgegevens Afdeling 2.1. - Algemeen Art. 25.De distributienetgebruiker of diens leverancier, bij toepassing van het gestelde in artikel 27, bezorgt de distributienetbeheerder zijn beste raming van de planningsgegevens zoals bedoeld in dit Hoofdstuk. Afdeling 2.2. - Kennisgeving van gegevens Art. 26.De distributienetgebruiker die beschikt over een aansluitingscapaciteit hoger dan of gelijk aan 250 m3 (n) / uur, deelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december zijn beste raming van de volgende planningsgegevens voor de eerstvolgende drie jaar mee : 1° de prognoses van de hoeveelheid aardgas in m3 (n), af te nemen op jaarbasis, met opgave van het voorziene maximum uurvolume en van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van het voorziene jaarlijks verbruiksprofiel. Ter informatie moet ook een trend van deze gegevens voor de daaropvolgende twee jaar, zijnde voor vijf jaar, aan de distributienetbeheerder worden bezorgd. Art. 27.Voor de distributienetgebruikers die niet bedoeld zijn in artikel 26, is het de taak van de leverancier om, globaal voor alle distributienetgebruikers met wie hik leveringscontracten heeft ondertekend, de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december de volgende planningsgegevens te bezorgen met betrekking tot de komende twee jaar : 1° de prognoses van de hoeveelheid aardgas in m3 (n), af te nemen op jaarbasis, met opgave van het voorziene maximum uurdebiet en van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van het voorziene jaarlijks verbruiksprofiel. Art. 28.De verplichting tot mededeling van de in artikel 26 vermelde planningsgegevens geldt tevens voor de afnamepunten waarvoor een aansluitingsaanvraag is ingediend. In dat geval, worden de planningsgegevens gevoegd bij de aansluitingsaanvraag. Zij hebben betrekking op het lopende jaar, voor de periode volgend op het in dienst stellen van het toegangspunt. Art. 29.In geval de distributienetbeheerder van oordeel is dat de hem meegedeelde planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk zijn, vraagt hij aan de distributienetgebruiker om de gegevens in kwestie te controleren en om hem binnen de door hem gestelde termijn gevalideerde informatie te bezorgen. Art. 30.Voor zover hij de nodige maatregelen heeft getroffen als bedoeld in artikel 29, kan de distributienetbeheerder niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen op de investeringsplannen van de mededeling van foutieve of onvolledige gegevens of van de laattijdige mededeling van gegevens. Art. 31.De distributienetgebruiker of de leverancier, volgens het geval, brengt de distributienetbeheerder zo snel mogelijk op de hoogte van elke wijziging of verwachte wijziging van de doorgestuurde gegevens. Art. 32.De distributienetbeheerder mag bij een distributienetgebruiker of een leverancier aanvullende gegevens opvragen, te bezorgen binnen een in onderling overleg overeengekomen termijn, die hij nuttig acht voor de planning en die niet in Bijlage I zijn opgenomen. Art. 33.In de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in Titel VI komen de netbeheerders onderling overeen wat de vorm, de inhoud en de periodiciteit is van de gegevens die zij met elkaar moeten uitwisselen om hun investeringsplannen op te stellen, en binnen welke termijnen dit moet gebeuren. TITEL III. - Aansluitingscode HOOFDSTUK 1. - Algemeen Afdeling 1.1. - Alglemere bepalingen Art. 34.§ 1. De onderhavige Code is van toepassing op : 1° de aansluitingsinstallaties zoals schematisch weergegeven in Bijlage II van onderhavig Technisch Reglement;2° de installaties van de distributienetgebruiker (waaronder die welke een niet te verwaarlozen invloed hebben op het functioneren van het distributienet, op de aansluiting(en) of op de installaties van andere distributienetgebruikers). § 2. De installaties van de meetinrichting maken deel uit van de aansluiting. Deze installaties worden beheerst door Titel V wat betreft de technische specificaties, het gebruik, het onderhoud en de verwerking van de meetgegevens. § 3. De aansluitingen en, onverminderd de bepalingen van Afdeling 5.3, de installaties van de clistributienetgebruikers, die bestaan bij het in voege treden van dit Technisch Reglement, dienen te voldoen aan de bepalingen van deze Titel. § 4. In Bijlage III, en onverminderd de bepalingen van de overige Titels van onderhavig Technisch reglement, staan de voorwaarden vermeld binnen dewelke de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder kan spelen tegenover de distributienetgebruikers en omgekeerd. Die voorwaarden zijn van toepassing ongeacht het type van aansluiting. Art. 35.§ 1. Het schema in Bijlage II geeft de locatie aan van het of de toegangspunt(en) met betrekking tot een aansluiting. § 2. Behoudens andersluidende overeenkomst, is de distributienetbeheerder eigenaar van de aansluiting, dat wil zeggen van de installaties gelegen tussen de distributieleiding en de plaats van het of de betrokken toegangspunt(en), niettegenstaande de interventie van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het gebouw in de kosten of in de werken voor de realisatie ervan. § 3. Behoudens andersluidende overeenkomst, behoren de installaties die stroomafwaarts van het afnamepunt van de distributienetgebruiker aangesloten zijn niet toe aan de distributienetbeheerder. Art. 36.Behoudens bijzondere wettelijke of reglementaire bepaling, is de distributienetbeheerder als enige gemachtigd om de inrichtingen waarvan hij eigenaar is, aan te leggen, aan te passen, te verplaatsen, te vervangen, te verwijderen, te onderhouden en te exploiteren. Art. 37.Bij het terug herstellen van de toevoer van gas naar de installaties van een distributienetgebruiker, volgend op het sluiten door de distributienetgebruiker of de hulpdiensten van de afsluiter gelegen vóór de meetinrichting, moeten alle voorzorgsmaatregelen i.v.m. het veilig in dienst nemen in acht genomen worden. Behoudens andersluidende bepaling in onderhavig Technisch Reglement, moet de herstelling van de gastoevoer gebeuren door de distributienetbeheerder indien de onderbreking het gevolg was van een incident of risicosituatie of van een actie van een veiligheidsapparaat op het net. Art. 38.De installaties van de distributienetgebruiker worden beheerd en onderhouden door de distributienetgebruiker, of door een derde in opdracht van de distributienetgebruiker. Om de installaties te onderhouden waarvan hij het gebruiksrecht heeft, kan de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder vragen om zijn toegangspunt tijdelijk buiten dienst te stellen. Dit blijft « actief » in het toegangsregister zoals bedoeld in artikel 108. Art. 39.Het ter beschikking stellen van infrastructuren door een eigenaar van een gebouw / locatie aan de distributienetbeheerder teneinde de aansluitingsuitrustingen aan te brengen die uitsluitend bestemd zijn voor de voeding van het gebouw / de locatie moet altijd gratis gebeuren. Art. 40.Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot de openbare-dienstverplichtingen van de distributienetbeheerder, komen de kosten verbonden met iedere tussenkomst of schakeling die geschiedt op vraag van de distributienetgebruiker of die hun oorzaak vinden in de installaties van de distributienetgebruiker, ten laste van deze distributienetgebruiker. Art. 41.§ 1. In geval van overdracht van het eigendomsrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, bezorgt de overdrager de overnemer een afschrift van dit contract waarvan de bepalingen onverkort geldig blijven tenzij de distributienetbeheerder en de overnemer voor het geheel of voor een gedeelte uitdrukkelijk anders bepalen. § 2. In geval van overdracht van het gebruiksrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, zijn de bepakngen ervan tegenstelbaar tegenover de overnemer die ontegensprekelijk geacht wordt er kennis van te hebben genomen. Daartoe, bezorgt de overdrager aan de overnemer een afschrift van het aansluitings- contract. Art. 42.Elke aanvraag die bij toepassing van het bepaalde in deze Code wordt geformuleerd door iemand die geen eigenaar is van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting wordt gevraagd, is slechts ontvankelijk voor zover de betrokkene een uitdrukkelijke bijzondere machtiging heeft gekregen om deze aanvraag te doen, hetzij van de eigenaar, hetzij van een persoon die zelf beschikt over een bijzonder en uitdrukkelijk mandaat van de eigenaar om aanvragen op dat vlak te doen. Art. 43.Een aanvraag van aansluiting kan worden geweigerd als de kostprijs voor de daartoe vereiste netuitbreiding buitensporig hoog is. In dat geval, brengt de distributienetbeheerder er de Dienst van op de hoogte. Het jaarlijks investeringsplan bedoeld in de planningscode bepaalt de objectieve en nietdiscriminerende criteria waarmee kan worden bepaald of de kostprijs van een netuitbreiding "buitensporig" hoog is. Art. 44.De distributienetbeheerder oordeelt op welk deel van het bestaand of toekomstig distributienet zal aangesloten worden, op basis van zowel technische als economische criteria zoals onder meer het contractueel uurdebiet, de leveringsdruk, de geografische ligging. In principe, zal de aansluiting worden uitgevoerd op de leiding die het laagste drukniveau heeft en die de contractueel gevraagde druk en uurdebiet kan leveren, rekening houdend met de noodzaak om de efficiénte, veilige en betrouwbare werking van het net te behouden. Voor de veilige en betrouwbare werking van het distributienet heeft de distributienetbeheerder het recht om op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria een aansluiting op het middendruknet categorie C te weigeren. Afdeling 1.2. - Soorten van aansluitingen Art. 45.§ 1. Er zijn twee types van aansluiting : « standaard » en « niet-standaard ». § 2. De aansluiting is « standaard » als zij voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 24 mbar 2° de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 25 m3(n) per uur 3° de lengte van de aansluiting op privé-terrein bedraagt niet meer dan 10 meter 4° er is een distributieleiding met voldoende capaciteit aan dezelfde kant van de rijweg gelegen als het afnamepunt, ze ligt niet onder de rijweg, en er is een maximum van 15 meter afstand tussen de aansluiting en de distributieleiding G, weergegeven in Bijlage II. § 3. De aansluiting is « niet-standaard » als tenminste één van de voorwaarden bedoeld in § 2 niet is vervuld. Art. 46.§ 1. Bij het onderzoek van de aansluitingsaanvraag en bij het opstellen van het aansluitingsvoorstel dient de distributienetbeheerder in kwestie altijd de technische en economische belangen van de aanvrager te behartigen, zonder afbreuk te doen aan de belangen van de andere distributienetgebruikers. § 2. Wanneer de distributienetbeheerder voor de niet-standaard aansluitingen, bij een eerste onderzoek vaststelt dat het raadzaam is de aansluiting uit te voeren op het transmissienet, dan voert hij overleg met de vervoeronderneming, en bezorgt hem in voorkomend geval onverwijld het volledige dossier, stelt de aanvrager hiervan in kennis en betaalt hem de eventueel ontvangen rechten terug. In dat geval wordt de aansluiting uitgevoerd in overeenstemming met de algemene bepalingen die gelden voor het transmissienet. § 3. De aanvrager dient in eik geval slechts één enkele aanvraag in bij de distributienetbeheerder. De distributienetbeheerder dient dan contact op te nemen met de andere netbeheerders om de kwaliteit van de aansluiting en de vereiste aanpassingen te waarborgen. Afdeling 1.3. - Technische voorschriften van toepassing op aansluitingen en installaties van de distributienetgebruiker Art. 47.Elke aansluiting, alsook elke installatie van een distributienetgebruiker, moet voldoen aan de toepasselijke reglementen en normen, meer bepaald die welke zijn aangegeven in het ARAB, in de "Codex over het welzijn op het werk" alsook aan de normen NBN van toepassing op aardgasinstallaties. Art. 48.§ 1er. De installaties van de distributienetgebruiker, de verbruikstoestellen en de plaatsing en aansluiting van de verbruikstoestellen moeten voldoen aan de op het ogenblik van de plaatsing of aansluiting geldende wettelijke bepalingen en reglementen, waaronder onder meer de normen NBN D51-003 "Installaties voor brandbaar gas lichter dan lucht, verdeeld door leidingen" en NBN D51-004 "Installaties voor brandbaar gas lichter dan lucht, verdeeld door leidingen - Bijzondere installaties", gepubliceerd door het Belgisch Instituut voor Normalisatie, en aangevuld door de bijzondere technische voorwaarden gesteld door de distributienetbeheerder. Deze omvatten tevens vereisten inzake de ventilatie en de afvoer van de verbrandingsproducten zoals vervat in de NBN D50-001, en respectievelijk NBN 861001 of NBN B61-002. § 2. Voor het in dienst stellen van een toegangspunt bezorgt de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke of bestuursrechtelijke verplichtingen voldoen. Dit bewijs moet worden geleverd door een verslag van een gehabiliteerd installateur of van een erkende keuringsinstelling. § 3. Bij het in dienst stellen van een toegangspunt verzekert de distributienetbeheerder zich ervan dat de installatie van de distributienetgebruiker dicht is bij de distributiedruk. Art. 49.Behoudens andersluidende wettelijke of reglementaire bepaling, heeft elke aansluitingsaanvrager het recht een minimale aansluitingscapaciteit te eisen van 10 m3(n) per uur. Art. 50.De distributienetgebruiker zorgt dat zijn installaties bij de distributienetbeheerder of bij derden geen gevaren, schade of hinder veroorzaken welke de grenswaarden in de algemeen erkende normen te boven gaan. De distributienetbeheerder kan bovendien eisen dat de distributienetgebruiker op eigen kosten maatregelen zou treffen om te vermijden dat de werking van zijn installaties een nadelige invloed zou hebben op andere distributienetgebruikers of op de werking van het net. Art. 51.De werken in de nabijheid van de aansluiting waarbij onderdelen van het distributienet inclusief de aansluiting kunnen beschadigd worden of beïnvloed worden gevoerd overeenkomstig het Koninklijk besluit van 28 juni 1971 dat de te nemen veiligheidsmaatregelen vastlegt bij de aanleg en de exploitatie van de gasdistributieinstallaties via leidingen. Art. 52.De installaties die door afzonderlijke aansluitingen worden gevoed mogen niet met elkaar worden verbonden, tenzij met voorafgaande schriftelijke toestemming van de distributienetbeheerder of blijkens een uitdrukkelijke afspraak in het aansluitingscontract met opgave van de desbetreffende voorwaarden. Art. 53.De distributienetbeheerder mag in voorkomend geval specifieke aansluitingsvoorschriften vastleggen afhankelijk van de bijzondere lokale eigenschappen van het distributienet. Art. 54.De distributienetbeheerder bepaalt waar de stalen gedeelten van de aansluitingen in voorkomend geval kathodisch beschermd moeten worden. HOOFDSTUK 2. - Omgeving van de installaties Art. 55.Alle elektrische installaties verbonden met een aansluitingswerk of gelegen in de lokalen of ruimtes die het omvatten, moeten conform het AREI zijn. De kosten voor de conformiteitscontrole en de periodieke controles van de installaties zoals bedoeld door het AREI, zijn ten laste van de distributienetgebruiker, of bij het ontbreken van DNG, van de eigenaar van het betrokken gebouw. Art. 56.Voor de plaatsing van de meetinrichting en andere apparatuur welke deel uitmaakt van de aansluiting stelt de eigenaar van het betrokken gebouw gratis een deel van een muur of ruimte ter beschikking aan de distributienetbeheerder die voldoet aan de door deze laatste gestelde eisen en waarvan de plaats in gemeenschappelijk overleg tussen hen is bepaald. Elke aanpassing in het lokaal waarin de aansluiting zich bevindt, die een invloed heeft op de toegankelijkheid of de zichtbaarheid van de aansluiting, mag slechts worden uitgevoerd met de voorafgaande schriftelijke toestemming van de distributienetbeheerder en moet zodanig uitgevoerd worden dat de aansluiting doeltreffend beschermd wordt. Toezicht door de distributienetbeheerder moet altijd mogelijk zijn. Art. 57.Als voor het voeden van een verkaveling één of meer cabines uitgerust met een reduceerpost noodzakelijk zijn, stelt de verkavelaar gratis één of meer daartoe geschikte terreinen ter beschikking van de distributienetbeheerder. De oppervlakte en de ligging van deze terreinen worden in overleg bepaald, met eerbiediging van de geldende stedenbouwkundige voorschriften. Art. 58.Behoudens andersluidende beslissing van de distributienetbeheerder die wordt gerechtvaardigd door een bijzondere situatie, is de lengte van het distributienet op de privé-locatie beperkt tot 10 meter. HOOFDSTUK 3. - Aansluitingsprocedure Afdeling 3.1. - Algemeen Art. 59.Moeten het voorwerp zijn van een aansluitingsaanvraag, overeenkomstig de artikels 60 en volgende, de realisatie van een nieuwe aansluiting alsook de aanpassing van een bestaande aansluiting. De distributienetbeheerder mag eveneens de indiening van een dergelijke aanvraag opleggen in geval van aanpassingen aangebracht aan de installaties van de distributienetgebruiker die een niet te verwaarlozen invloed op het distributienet hebben of in geval van wijziging van de exploitatiewijze van de aangesloten installaties. Art. 60.§ 1. Elke aansluitingsaanvraag moet schriftelijk worden ingediend bij de distributienetbeheerder met inachtneming van de procedure die te dien einde wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 15. § 2. De aansluitingsaanvraag bevat minstens volgende gegevens : 1° de identiteit van de aanvrager en zijn juridische situatie ten aanzien van het gebouw waarop de aansluiting betrekking heeft;2° de contactgegevens van de aanvrager;3° de grondplannen van de plaats van verbruik, de algemene technische gegevens en de gewenste locatie van het toegangspunt;4° de informatie nodig voor het toekennen van het verbruiksprofiel waaronder meer bepaald de gevraagde aansluitingscapaciteit en de geplande afnamemodus. Afdeling 3.2. - Aanvraag voor een standaard aansluiting Art. 61.Een aanvraag betreffende een standaardaansluiting vereist geen enkele voorafgaande studie. Art. 62.Binnen de vijf werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij de aansluitingsaanvrager mee welke aanvullende informatie hij moet verstrekken. Art. 63.De distributienetbeheerder beantwoordt een aanvraag voor een standaardaansluiting binnen de tien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag met : * ofwel een offerte waarin ook de prijs van de werken, de EAN-GSRN-code van het toegangspunt of de toegangspunten horende bij de aansluiting en, in voorkomend geval, de beschrijving van de vooraf door de aanvrager of de persoon die hem heeft gemandateerd uit te voeren werken om de realisatie van de aansluiting mogelijk te maken, opgenomen worden; * ofwel een schriftelijk antwoord dat de aanvraag niet voldoet aan de definitie van een standaardaansluiting met vermelding van de redenen hiervoor; * ofwel een schriftelijk gemotiveerde weigering van de aanvraag, waarvan kopie aan de Dienst. Art. 64.Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan een aansluitingsvoorstel binnen een termijn van veertig werkdagen na kennisgeving ervan, dan wordt de aansluitingsaanvraagprocedure als nietig beschouwd, behalve andersluidende beslissing van de distributienetbeheerder, genomen op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. Art. 65.§ 1. De distributienetbeheerder vat de aansluitingswerken pas aan na de volledige betating te hebben ontvangen van het in de offerte aangegeven bedrag. Indien alle vereiste vergunningen en machtigingen zijn verleend, mag de uitvoeringstermijn van een standaardaansluiting twintig werkdagen niet te boven gaan, te rekenen vanaf de ontvangst van de betaling. § 2. Bij afwijking van § 1, en als de voor de aanvrager geldende reglementering het hem vanwege zijn hoedanigheid niet mogelijk maakt de volledige betaling van de werken vooraf te vereffenen, mag de uitvoeringstermijn van een standaardaansluiting niet meer bedragen dan twintig werkdagen te dateren vanaf de ontvangst van de bestelling, waarbij de aanvrager ertoe verbonden wordt om zodra de werken voltooid zijn, het bedrag te betalen dat is aangegeven in de in artikel 63 bedoelde offerte. In de hypothese bedoeld in alinea 1, behoudt de distributienetbeheerder zich evenwel het recht voor om de betaling van voorschotten te eisen in de mate waarin dat door de reglementering is toegestaan. Art. 66.§ 1. De kosten voor de uitvoering van een standaard aansluiting worden aangerekend aan de aanvrager, volgens de geldende tarieven, tenzij de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft, of door een leverancier is gemandateerd met eerbiediging van artikel 42, in welk geval de kosten aangerekend worden aan de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. §2. De betaling van de aansluitingskosten brengt een onweerlegbaar vermoeden met zich, dat de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd, kennis heeft genomen van dit Technisch Reglement, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake aansprakelijkheid vermeld in Bijlage III, en dat hij die voorwaarden heeft aanvaard. Afdeling 3.3. - Aanvraag voor een niet-standaard aansluiting Onderafdeling 3.3.1. - Algemeen Art. 67.§ 1. Een aanvraag betreffende een niet-standaardaansluiting vereist de realisatie van een detailstudie. § 2. In afwijking van het bepaalde in paragraaf één, is de realisatie van een detailstudie niet nodig voor een aanvraag van wijziging, die van minder groot belang is, aan een nietstandaardaansluiting. In die hypothese, wordt de procedure voor de aanvraag van een standaardaansluiting toegepast. De distributienetbeheerder bepaalt, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, welke wijzigingen kunnen worden bestempeld als van minder groot belang. Art. 68.Een aanvraag betreffende een niet-standaardaansluiting kan worden voorafgegaan, volgens de wens van de aanvrager, door een aanvraag van een oriënterende studie. Art. 69.§ 1. De distributienetbeheerder publiceert in voorkomend geval de geldende tarieven die de kosten moeten dekken voor de realisatie van een oriënterende studie of een detailstudie. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde tarieven komen ten laste van de aanvrager, tenzij de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft, of door een leverancier is gemandateerd met eerbiediging van artikel 42, in welk geval de kosten aangerekend worden aan de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. § 3. In afwijking van het bepaalde in vorige paragrafen, zijn er geen kosten verschuldigd voor de realisatie van de detailstudie als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de aansluitingsaanvraag is al ingediend en een eerste keer in behandeling genomen;2° de aanvraag heeft geen aanleiding gegeven tot de realisatie van de aansluiting;3° er zijn sindsdien geen wijzigingen in het net aangebracht die van invloed zijn op de aansluitingsvoorwaarden. Onderafdeling 3.3.2. - Oriënterende studie en voorontwerp van aansluiting Art. 70.Het doel van de oriënterende studie is het opmaken van een voorontwerp van niet-standaard aansluiting. Art. 71.De aanvraag voor een oriënterende studie omvat, naast de inlichtingen bedoeld in artikel 60, de verbintenis van de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens artikel 69 is aangewezen om in voorkomend geval het tarief te betalen met betrekking tot de oriënterende studie in de hypothese waarin deze niet wordt gevolgd door een detailstudie. Art. 72.Binnen de vijf werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij mee welke elementen of stukken ontbreken. Art. 73.Bij de behandeling van de aanvraag voor een oriënterende studie verleent de distributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de bevoorrading, voorrang aan aanvragen die betrekking hebben op kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties. Art. 74.Tijdens de uitvoering van de oriënterende studie werken de distributienetbeheerder en de aanvrager te goeder trouw samen. De distributienetbeheerder mag de aanvrager te allen tijde aanvullende inlichtingen vragen die hij nodig heeft om het voorontwerp van aansluiting voor te bereiden. Art. 75.§ 1. Binnen een redelijke termijn, en in ieder geval binnen een termijn van vijftien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag voor een oriënterende studie, maakt de distributienetbeheerder zijn conclusies aan de aanvrager over : 1° hetzij door middel van een voorontwerp van aansluiting, 2° hetzij door middel van een gemotiveerde weigering van de aansluiting, waarvan een afschrift aan de Dienst wordt bezorgd. § 2. De in § 1 bedoelde maximum termijn wordt gebracht op dertig werkdagen indien er grond toe bestaat om de behandeling van de aanvraag uit te stellen bij toepassing van het bepaalde in artikel 73 of ingeval de aanvraag betrekking heeft op een toegangspunt met een aansluitingscapaciteit groter dan 250 m3(n)luur. § 3. Als de oriënterende studie wordt afgesloten met een voorontwerp van aansluiting, bevat dit ten minste : 1° een schema van de beoogde aansluiting;2° de technische voorschriften van de aansluiting;3° een indicatieve raming van de kosten;4° een indicatieve raming van de termijnen nodig voor de realisatie van de aansluiting met inbegrip van de eventuele versterkingen die aan het distributienet moeten worden aangebracht ten gevolge van de aansluiting. Art. 76.De inlichtingen vervat in het voorontwerp van aansluiting binden noch de distributienetbeheerder, noch de aanvrager van de oriënterende studie op enige wijze. Ondwideling 3.3.3. - Dstaiistudie en ontwerp van aansluiting Art. 77.§ 1. Het doel van de detailstudie is het opmaken van een ontwerp van rietstandaard aansluiting. § 2. De aansluitingsaanvraag omvat, naast de inlichtingen bedoeld in artikel 60, de verbintenis van de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens artikel 69 is aangewezen om in voorkomend geval het tarief te betalen met betrekking tot de detailstudie. Art. 78.§ 1. Binnen de tien werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij de aansluitingsaanvrager mee welke aanvullende stukken of informatie hij moet verstrekken om het ontwerp van aansluiting voor te bereiden en binnen welke termijnen de aanvrager deze moet verstrekken. § 2. Als de aansluitingsaanvraag volledig is, kent de distributienetbeheerder een capaciteitsreservering aan de aanvrager toe. Art. 79.De distributienetbeheerder neemt de detailstudie op zich. Art. 80.Bij de opmaak van de detailstudie, verleent de distributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke gelet op de vereiste bevoorradingscontinuïteit, voorrang aan aanvragen met betrekking tot kwaliteitswarmtekrachtkoppelingsinstallaties. Art. 81.§ 1. Zo spoedig mogelijk, en zeker binnen een termijn van dertig werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag, bezorgt de distributienetbeheerder de aanvrager een gemotiveerde weigering van de aansluiting waarvan een afschrift aan de Dienst wordt bezorgd of een ontwerp van aansluiting dat onder meer bevat : 1° de technische oplossingen en regelparameters die dienen overeengekomen te worden tussen de distributienetbeheerder en de aanvrager van de aansluiting, in overeenstemming met de voorschriften van dit technisch reglement en rekening houdend met de technische kenmerken van het distributienet;2° de beschrijving van de vooraf door de aanvrager of door de persoon die hem daartoe heeft gemandateerd uit te voeren werken om de realisatie van de aansluitingswerken door de distributienetbeheerder mogelijk te maken;3° de uitvoeringsmodaliteiten en termijnen voor de realisatie van de aansluiting met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en onder andere de termijnen …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.