Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Br

Kort samengevat

Dit besluit keurt het technisch reglement goed voor het beheer van het gasdistributienet en de toegang daartoe in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het regelt de technische en operationele aspecten van de gasdistributie en de relaties tussen de netbeheerder en de gebruikers.

Wat het regelt

  • De taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder, inclusief veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net.
  • De procedures voor aansluiting op het gasdistributienet, inclusief technische voorschriften en aanvraagprocessen.
  • De modaliteiten voor toegang tot het gasdistributienet voor leveranciers en distributienetgebruikers.
  • De regels betreffende meetinrichtingen en de verwerking van meetgegevens voor gasverbruik.

Wie het aanbelangt

  • De distributienetbeheerder (Sibelga) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  • Leveranciers en distributienetgebruikers van gas in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Kernpunten

  • De distributienetbeheerder moet zorgen voor de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het gasdistributienet.
  • Bij een ongeplande onderbreking moeten de diensten van de distributienetbeheerder binnen twee uur ter plaatse zijn.
  • De distributienetbeheerder moet permanent een toereikende aardgasdruk handhaven en het gas van een geur voorzien.
  • Klachten over gasdruk kunnen leiden tot metingen; als afwijkingen worden vastgesteld, draagt de distributienetbeheerder de kosten van de meting.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)Art. 25Art. 59Art. 67Art. 91

reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 1 april 2004 betref

Afdeling 2

.2.

- Kennisgeving van gegevens TITEL III. - AANSLUITINGSCODE HOOFDSTUK 1. -

Afdeling 1

.1.

- Algemene bepalingen Afdeling 1.

  1. - Soorten van aansluitingen Afdeling 1.
  2. - Technische voorschriften van toepassing op aansluitingen en op installaties van de distributienetgebruiker HOOFDSTUK
  3. - OMGEVING VAN DE INSTALLATIES HOOFDSTUK
  4. - AANSLUITINGSPROCEDURE Afdeling 3.1 -

Afdeling 3

.2.

- Aanvraag voor een standaardaansluiting Afdeling 3.3. - Aanvraag voor een niet-standaard aansluiting Onderafdeling 3.3.1.-

Onderafdeling 3.3.2.- Oriënterende studie en voorontwerp van aansluiting Onderafdeling 3.3.3.- Detailstudie en ontwerp van aansluiting Onderafdeling 3.3.4.- Aansluitingscontract HOOFDSTUK 4. - UITVOERING VAN DE AANSLUITING HOOFDSTUK 5. - GEBRUIK, ONDERHOUD EN CONFORMITEIT VAN DE AANSLUITING Afdeling 5.1. -

Afdeling 5

.2.

- Gebruik en onderhoud van de aansluiting Afdeling 5.

  1. - Conformiteit van de installaties van de distributienetgebruiker Afdeling 5.
  2. - Wegnemen van een aansluiting HOOFDSTUK
  3. - OVERGANGSBEPALING TITEL IV. - TOEGANGSCODE HOOFDSTUK
  4. - ALGEMENE PRINCIPES HOOFDSTUK
  5. - MODALITEITEN VAN TOEGANGSAANVRAGEN Afdeling 2.
  6. - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, voor eigen rekening Afdeling 2.
  7. - Indienen van een toegangsaanvraag door een distributienetgebruiker Afdeling 2.
  8. - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, namens en voor rekening van een distributienetgebruiker Afdeling 2.
  9. - Garanties te verstrekken door de toegangsgerechtigde Afdeling 2.
  10. - Wijziging van leverancier en van transportnetgebruiker HOOFDSTUK
  11. - ONDERBREKINGEN EN OPSCHORTING VAN DE TOEGANG Afdeling 3.
  12. - Geplande onderbrekingen van de toegang Afdeling 3.
  13. - Ongeplande onderbrekingen van de toegang Afdeling 3.
  14. - Opschorting van de toegang HOOFDSTUK
  15. - TOEGANGSPROGRAMMA'S HOOFDSTUK
  16. - OVERGANGSBEPALING TITEL V. - MEETCODE HOOFDSTUK
  17. - ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK
  18. - BEPALINGEN BETREFFENDE DE MEETINRICHTINGEN Afdeling 2.
  19. - Algemene bepalingen Afdeling 2.
  20. - Plaats van de meetinrichting Afdeling 2.
  21. - Verzegeling Afdeling 2.
  22. - Nauwkeurigheidsvereisten Afdeling 2.
  23. - Defecten en fouten Afdeling 2.
  24. - Onderhoud en inspecties Afdeling 2.
  25. - Administratief beheer van de technische gegevens van de meetinrichting Afdeling 2.
  26. - IJking HOOFDSTUK
  27. - BEPALINGEN BETREFFENDE DE MEETGEGEVENS Afdeling 3.
  28. - Gemeten en berekende verbruiksprofielen Afdeling 3.
  29. - Bijzondere bepalingen betreffende het gemeten verbruiksprofiel Afdeling 3.
  30. - Bijzondere bepalingen betreffende het berekende verbruiksprofiel Afdeling 3.
  31. - Gegevensverwerking Afdeling 3.
  32. - Meetgegevens niet beschikbaar of onbetrouwbaar Afdeling 3.
  33. - Opslag, archivering en beveiliging van de gegevens Afdeling 3.
  34. - Schatting, allocatie en reconciliatie Afdeling 3.
  35. - Ter beschikking te stellen gegevens bij gemeten verbruiksprofielen Afdeling 3.
  36. - Ter beschikking te stellen gegevens bij berekende verbruiksprofielen Afdeling 3.
  37. - Historische verbruiksgegevens Afdeling 3.
  38. - Rechtzettingen TITEL VI. - SAMENWERKINGSCODE HOOFDSTUK
  39. -

HOOFDSTUK

  1. - BETREKKINGEN TUSSEN DE DISTRIBUTIEHETBEHEERDER EN DE VERVOERSNETBEHEERDER HOOFDSTUK
  2. - BETREKKINGEN TUSSEN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDER EN DE BEHEERDER VAN EEN ANDER AARDGASDISTRIBUTIENET HOOFDSTUK
  3. - MULTILATERALE BETREKKINGEN TUSSEN NETBEHEERDERS BIJLAGE I. - UITWISSELING VAN GEGEVENS TUSSEN DNB EN DNG BIJLAGE Il. - SCHEMA VAN EEN AANSLUITING BIJLAGE III. - AANSPRAKELIJKHEIDSVOORWAARDEN TUSSEN DNB EN DNG's BIJLAGE IV. - CONTRACT VOOR TOEGANG TOT HET GASDISTRIBUTIENET BIJLAGE V. - VOORWAARDEN VOOR HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN GAS AAN HUISHOUDELIJKE AFNEMERS TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene principes Afdeling
  4. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Onderhavig technisch reglement bevat de voorschriften en regels betreffende het beheer van het distributienet en de toegang ertoe. Het vormt het « netreglement » bedoeld in artikel 9 van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit, en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het omvat een Planningscode (Titel II), een Aansluitingscode (Titel III), een Toegangscode (Titel IV), een Meetcode (Titel V) en een Samenwerkingscode (Titel VI) en vijf Bijlagen, zoals nader bepaald in hetgeen volgt. Vanaf zijn inwerkingtreding, heft dit technisch reglement het reglement op dat betrekking heeft op de technische en commerciële voorwaarden van de terbeschikkingstelling van gas, alsook het daarbij complementaire reglement voor de aftakking, de terbeschikkingstelling en de afname van gas in openbare distributie. Art. 2.§
  5. De definities zoals opgegeven in artikel 3 van de ordonnantie van 1 april 2004 zijn op onderhavig Technisch Reglement van toepassing. §
  6. Verder worden de gebruikte begrippen ter uitvoering van onderhavig Technisch Reglement als volgt gedefinieerd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 3.Behoudens andersluidende bepaling lopen de in dagen uitgedrukte termijnen in dit Technisch Reglement van middernacht tot middernacht. Deze termijnen vangen aan op de werkdag volgend op de dag van de ontvangst van de officiële kennisgeving. Bij gebrek aan officiële kennisgeving gaan de termijnen in op de werkdag volgend op de dag van kennisname van de betrokken gebeurtenis. Afdeling 1.
  7. - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder Art. 4.§
  8. De distributienetbeheerder voert de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens de ordonnantie en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten teneinde te zorgen voor de distributie van gas aan de distributienetgebruikers. Daarbij dient de distributienetbeheerder toe te zien op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet, en deze in stand te houden en in voorkomend geval te herstellen. §
  9. De distributienetbeheerder dient in de uitvoering van zijn taken alle gepaste middelen aan te wenden die de distributienetgebruikers van hem mogen verwachten, en die gelet op de bijzondere situatie redelijkerwijs verkregen kunnen worden. Deze middelen zijn onder meer nader bepaald in het investeringsplan dat de distributienetbeheerder opstelt en ter goedkeuring aan de Regering voorlegt, overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie. Art. 5.§
  10. De distributienetbeheerder houdt zich aan alle geldende wettelijke en reglementaire voorschriften alsook aan de voorschriften opgenomen in de aanbevelingen van de KVBG. §
  11. In een streven naar veiligheid, waakt hij erover, overeenkomstig de wet van 24 december 1970 en haar uitvoeringsbesluiten, om permanent in de leidingen een toereikende aardgasdruk te handhaven, in de normale exploitatievoorwaarden van het net, en om het in zijn net geïnjecteerde aardgas van een geur te voorzien. Wanneer een distributienetgebruiker een klacht heeft over de druk van het gas, licht de distributienetbeheerder de distributienetgebruiker in over de aard en de duur van het probleem, als dit geïdentificeerd is, of doet hij op verzoek van de distributienetgebruiker de nodige metingen ter controle van deze klacht. Op basis van een ogenblikkelijke meting kunnen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruiker beslissen over te gaan tot een langdurige registratie (minstens 48 uur) van de druk van het gas. Als deze testen een afwijking aantonen ten opzichte van de normen of de contractuele bepalingen, worden de kosten voor deze registratie gedragen door de distributienetbeheerder. Als deze testen geen afwijking aantonen ten opzichte van de normen of de contractuele bepalingen, worden de kosten voor deze registratie gedragen door de distributienetgebruiker. Voor de vaststellingen vermeld in vorige lid kan eveneens beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij door beide partijen met wederzijdse goedkeuring aangeduid, en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing. §
  12. Onverminderd de derde alinea, komt het niet aan de distributienetbeheerder toe, de samenstelling en de calorische waarde te controleren van het gas dat aan de koppetpunten in zijn net wordt geïnjecteerd. Elke klacht daaromtrent wordt door de betrokken distributienetgebruiker overgemaakt aan zijn leverancier. In geval van werken op het net, waakt de distributienetbeheerder erover, met alle uit economisch en technisch oogpunt redelijke middelen, dat de kwaliteit en de samenstelling van het gas niet worden beïnvloed. Art. 6.De distributienetbeheerder eerbiedigt de minimale technische vereisten inzake aanstuiting op het distributienet en koppeling alsook wat betreft het tot stand brengen van zowel de netinfrastructuren als de distributieleidingen. De distributienetbeheerder eerbiedigt eveneens de operationele regels betreffende het technisch beheer van afnames, alsook van die met betrekking tot de acties die hij moet ondernemen om de problemen op te tossen die de veiligheid en de continuïteit van de bevoorrading in het gedrang zouden kunnen brengen. Art. 7.§
  13. Bij een ongeplande onderbreking van het distributienet moeten de diensten van de distributienetbeheerder binnen twee uur na de oproep van de distr butienetgebruiker met de gepaste middelen ter plaatse zijn. De herstellingswerken worden met spoed voortgezet totdat het gasdebiet hersteld is. §
  14. De distributienetbeheerder zorgt voor de instandhouding van een 24 uur op 24 permanentie, die tot taak krijgt noodoproepen te ontvangen en doeltreffend af te handelen. In het bijzonder, van zodra de distributienetbeheerder in kennis gesteld wordt van een risicotoestand, de waarneming van een gasreuk of een vastgestelde lek, is hij verplicht zich zo snel mogelijk ter plaatse te begeven om alle nodige maatregelen te treffen met het oog op het behoud of het herstel van de veiligheid van personen en goederen. Hiertoe werkt hij samen met de andere betrokken hulpdiensten. Art. 8.De distributienetbeheerder stuurt de Dienst elk jaar vóór 1 mei een verslag, waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft. De vorm en de gedetailleerde inhoud van dat verslag zijn het voorwerp van een overleg tussen de distributienetbeheerder en de Dienst. Dat verslag zal in elk geval de inhoud van het Verslag van het Mijnenkorps overnemen. HOOFDSTUK
  15. - Informatie-uitwisseling en vertrouwelijkheid Afdeling 2.
  16. - Informatie-uitwisseling Art. 9.§
  17. Behoudens andersluidend beding dient elke kennisgeving of mededeling ter uitvoering van onderhavig Technisch Reglement schriftelijk te geschieden, met inachtneming van de vormvoorschriften en voorwaarden als bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk wetboek, waarbij de afzender en ontvanger duidelijk geïdentificeerd zijn. Behoudens andersluidende bepaling mag de distributienetbeheerder, na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst, bepalen in welk documentformaat deze informatie moet worden uitgewisseld. §
  18. In noodgevallen mag deze informatie mondeling worden uitgewisseld. Deze mondeling uitgewisselde informatie moet in alle gevallen zo spoedig mogelijk bevestigd worden volgens de vormvoorschriften zoals bepaald in §
  19. Art. 10.§
  20. In afwijking van het gestelde in artikel 9 wordt de tussen de verschillende betrokken partijen uitgewisselde commerciële en technische informatie langs elektronische weg afgeleverd, met de mogelijkheid om de verzending door een ontvangstbevestiging te valideren. Voor deze informatie-uitwisseling wordt een communicatieprotocol toegepast dat voldoet aan de UN/EDIFACT- communicatienorm en dat in een Message Implementation Guide (MIG) nader toegelicht wordt. De distributienetbeheerder zal de MIG toepassen die in onderlinge overeenstemming werd overeengekomen door alle Belgische distributienetbeheerders, tenzij besloten werd er uitdrukkelijk geheel of gedeeltelijk van af te wijken. Elke afwijking wordt vooraf gemotiveerd en meegedeeld aan de Dienst. §
  21. Het in § 1 vermelde protocol is niet verplicht van toepassing voor informatie die wordt uitgewisseld tussen : 1° de distributienetbeheerder en een distributienetgebruiker, indien deze laatste de voorkeur geeft aan een ander protocol en dit met de distributienetbeheerder overeengekomen is;2° de vervoersnetbeheerder en de distributienetbeheerder, indien uitdrukkelijk een ander protocol bedongen is in de samenwerkingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel
  22. §
  23. Onverminderd de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen mag de distributienetbeheerder na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst, technische maatregelen en organisatieregels aannemen met betrekking tot uit te wisselen informatie, teneinde de vertrouwelijkheid ervan te waarborgen, zoals deze bepaald is in afdeling 2.2 van dit Hoofdstuk. Art. 11.Onverminderd nadere bepalingen ter zake in onderhavig Technisch Reglement doen de distributienetbeheerder, de distributienetgebruikers, de leveranciers en de vervoersnetgebruikers al het nodige om de krachtens onderhavig Reglement vereiste informatie zo spoedig mogelijk mee te delen. Art. 12.Indien een partij krachtens onderhavig Technisch Reglement of de op grond daarvan afgesloten contracten opdracht krijgt een wederpartij informatie te verstrekken die van haar zelf afkomstig is, dient de partij in kwestie al het nodige te doen om de ontvanger te waarborgen dat de inhoud van deze informatie terdege is gecontroleerd. Art. 13.In Bijlage I is een lijst opgenomen van de gegevens uitgewisseld tussen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruikers. Die lijst is niet exhaustief. De distributienetbeheerder mag de ter beschikking stelling eisen van alle aanvullende informatie die hij nuttig acht voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van het distributienet. Afdeling 2.
  24. - Vertrouweliikheid Art. 14.Diegene die informatie meedeelt, bepaalt wat commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie is. Het is niet toegestaan dergelijke informatie aan derden mee te delen, behalve wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de mededeling van deze informatie is vereist in het kader van een gerechtelijke procedure of op last van de overheid krachtens wetten of ordonnanties;2° de bekendmaking of mededeling van deze informatie is verplicht gesteld door de wettelijke of bestuursrechtetijke bepalingen betreffende de organisatie van de gasmarkt;3° diegene van wie deze informatie uitgaat, heeft op voorhand schriftelijk toestemming daartoe gegeven;4° de distributienetbeheerder is verplicht deze informatie mee te delen in verband met het beheer van het distributienet of het overleg met andere netbeheerders;5° de informatie is gewoon toegankelijk of voor het publiek beschikbaar. Indien de informatie aan derden wordt meegedeeld op grond van de voorwaarden vermeld onder punt 2, 3 en 4 hierboven, moet de ontvanger van de informatie zich ertoe verbinden, onverminderd de geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, deze informatie met dezelfde vertrouwelijkheidsgraad te behandelen als de aanvankelijk meegedeelde informatie. Afdeling 2.
  25. - Openbaarheid van de informatie Art. 15.De distributienetbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek en in elk geval op een server die via het Internet toegankelijk is : 1° de modellen van de contracten die krachtens onderhavig Technisch Reglement moeten worden afgesloten;2° de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in onderhavig Technisch Reglement wordt verwezen;3° de formulieren, in voorkomend geval opgemaakt om de informatie-uitwisseling overeenkomstig onderhavig Technisch Reglement mogelijk te maken;4° de tarieven bedoeld in het koninklijk besluit van 29 februari 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/02/2004 pub. 21/04/2004 numac 2004200089 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij

verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 1993 tot vaststelling van de bijdragen te storten door de werkgevers ter uitvoering van de artikelen 3, 4 en 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1991 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten sluiten, die door de CREG zijn goedgekeurd of vastgelegd;5° alle diensten die de distributienetbeheerder de distributienetgebruikers aanbiedt. HOOFDSTUK

  1. - Toegankelijkheid van de installaties Afdeling 3.
  2. - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen Art. 16.De toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, en in het bijzonder het ARAB en het AREI, de Codex over het welzijn op het werk, alsook de aanbevelingen van de KVBG zijn van toepassing op iedere persoon die op het distributienet kan tussenkomen. Afdeling 3.
  3. - Toegankelijkheid van de installaties van de distributienetbeheerder Art. 17.§
  4. De toegang tot elke installatie, tot elk roerend of onroerend goed waarvan de distributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, geschiedt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en de door de distributienetbeheerder opgestelde veiligheidsvoorschriften en met zijn voorafgaande uitdrukkelijke toestemming. §
  5. In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten, heeft de distributienetbeheerder recht op toegang tot alle installaties waarvan hij het eigerxioms- of gebruiksrecht heeft en die zich in de inrichting van de distributienetgebruiker bevinden. De distributienetgebruiker zorgt er met dat doel voor dat de distributienetbeheerder zich voortdurend en gratis toegang kan verschaffen tot deze inrichting, of verleent hem die toegang onmiddellijk, op eenvoudig mondeling verzoek. §
  6. Indien de toegang tot een roerend of onroerend goed waarop de distributienetbeheerder een eigendoms- of gebruiksrecht heeft, ondergeschikt is aan specifieke toegangsprocedures of bij de distributienetgebruiker geldende veiligheidsvoorschriften, dient deze laatste de distributienetbeheerder daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Bij gebrek aan schriftelijke informatie, volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 3.
  7. - Toegankelijkheid van de installaties van de distributienetgebruiker Art. 18.§
  8. Onder de installaties van de distributienetgebruiker kan de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria bepalen welke installaties een significante invloed hebben op de werking van het distributienet, de aansluitingen) of de installaties van een andere distributienetgebruiker. Wanneer er, bij toepassing van Titel III, een aansluitingscontract moet worden afgesloten, worden de lijst van betrokken installaties, alsook de respectieve verantwoordelijkheden van de distributienetbeheerder en de distributienetgebruiker inzake exploitatie, beheer en onderhoud erin verduidelijkt. §
  9. De distributienetbeheerder heeft het recht om toegang te krijgen tot de in § 1 bedoelde installaties teneinde daar inspecties, testen, proeven of andere interventies die hij nodig acht, uit te voeren. De distributienetgebruiker moet te dien einde zorgen dat de distributienetbeheerder voortdurend toegang heeft of verleent hem onmiddellijk toegang op gewone mondelinge vraag. §
  10. Alvorens de in § 2 vermelde inspecties, tests, proeven of interventies uit te voeren, is de distributienetgebruiker verplicht de distributienetbeheerder schriftelijk in kennis te stellen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Doet hij dat niet, dan volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. HOOFDSTUK
  11. - Noodsituatie en overmacht Afdeling 4.
  12. - Definitie van een noodsituatie Art. 19.In onderhavig Technisch Reglement wordt noodsituatie beschouwd als zijnde : 1° de situatie die volgt op een gevat van overmacht in de zin van afdeling 4.2 en waarin maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige, efficiënte en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen; 2° een situatie die volgt op een gebeurtenis die, hoewel zij in de zin van afdeling 4.2 of van de huidige staat van de rechtspraak niet als geval van overmacht kan worden bestempeld, naar de inschatting van de distributienetbeheerder, van een andere netbeheerder, van een distributienetgebruiker, van een leverancier of elke andere betrokken persoon, een dringend en aangepast optreden van de distributienetbeheerder vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen, of verdere schade te voorkomen. De distributienetbeheerder rechtvaardigt deze interventie a posteriori bij de erbij betrokken distributienetgebruikers. Afdeling 4.
  13. - Overmacht Art. 20.In de mate dat zij onweerstaanbaar en onvoorzienbaar zijn, worden de volgende situaties voor de toepassing van onderhavig Technisch Reglement als overmacht beschouwd : 1° natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke weersomstandigheden;2° een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen ervan;3° de plotselinge onbeschikbaarheid van de installaties om andere redenen dan ouderdom, gebrek aan onderhoud of kwalificatie van de operatoren;4° een uitval van het computersysteem, al dan niet door een virus veroorzaakt, ondanks het feit dat alle nodige preventiemaatregelen waren getroffen die redelijkerwijze mochten worden verwacht van de distributienetbeheerder zowel vanuit technische als financiële invalshoek;5° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het distributienet gas te vervoeren vanwege storingen veroorzaakt door gasstromen, wanneer de identiteit van de bij die storingen betrokken marktdeelnemers niet gekend is en redelijkerwijze niet gekend kan zijn door de distributienetbeheerder;6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden en bedreigingen van dezelfde aard;7° at dan niet verklaarde staat van oorlog, oorlogsdreiging, invasie, gewapend conflict, blokkade, revolutie, opstand;8° enigerlei overheidsmaatregel, waaronder inzonderheid situaties waarin de bevoegde overheid de hoogdringendheid inroept en de distributienetbeheerder of de distributienetgebruikers uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen oplegt teneinde de veilige en betrouwbare werking van alle netten in stand te houden of te herstellen. Afdeling 4.
  14. - Ingrijpen van de distributienetbeheerder Art. 21.§
  15. De distributienetbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht ter vrijwaring van de continuïteit van de bevoorrading, de veiligheid en de betrouwbaarheid van het distributienet indien hij zich op een noodsituatie beroept dan wet een soortgelijke situatie wordt ingeroepen door een andere netbeheerder, een distributienetgebruiker, een leverancier of enige andere betrokken persoon. §
  16. De distributienetbeheerder treft alle vereiste preventieve maatregelen ter beperking van de schadelijke gevolgen van redelijkerwijs voorzienbare aangekondigde uitzonderlijke gebeurtenissen. §
  17. Indien een noodsituatie tegelijkertijd het net van de vervoersnetbeheerder en het distributienet treft, moeten de maatregelen tussen de netbeheerders gecoördineerd worden. §
  18. De maatregelen die de distributienetbeheerder treft of oplegt in het kader van dit artikel, binden alle betrokken personen. Afdeling 5.
  19. - Opschorting van de verplichtingen Art. 22.§
  20. Indien een noodsituatie wordt ingeroepen, worden de verplichtingen waarvan de uitvoering onmogelijk wordt gemaakt, opgeschort voor de duurtijd van de gebeurtenis die tot deze noodsituatie aanleiding heeft gegeven. §
  21. De verplichtingen van geldelijke aard die vóór de noodsituatie zijn aangegaan, dienen uitgevoerd te worden. Art. 23.§
  22. De partij die zich op de noodsituatie beroept, dient redelijkerwijs alles in het werk te stelten om : 1° de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen tot een minimum te beperken;2° haar opgeschorte verplichtingen zo spoedig mogelijk opnieuw na te komen. §
  23. De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk en rnet alle beschikbare middelen alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort alsook van de verwachte duur van de noodsituatie. In afwijking van artikel 9, mag deze bekendmaking, wanneer zij gericht is tot meerdere geadresseerden, ook gebeuren door middel van één of meerdere van de volgende procédés : aanplakkingen, radio- of televisieboodschappen, bekendmaking op een internetsite, informatiebrochures en huis-aan-huisfolders. TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK
  24. - Investeringspla Art. 24.§
  25. De opmaak van het meerjarig investeringsplan voor het distributienet zoals bedoeld in artikel 10 van de ordonnantie moet het mogelijk maken de continuïteit en betrouwbaarheid van de bevoorrading met gas via het distributienet te waarborgen. In dit plan zijn de volgende fasen opgenomen : 1° een gedetailleerde raming van de behoeften aan distributiecapaciteit;2° de analyse van de vereiste middelen om aan deze behoeften te voldoen;3° de vergelijking van de vereiste middelen met de bestaande middelen;4° de definitie van de criteria inzake vernieuwing van bestaande installaties;5° de opsomming van de vereiste investeringswerken om de vastgestelde problemen inzake capaciteit of verouderde staat te verhelpen;6° het opstellen van een uitvoeringsplanning. §
  26. Het plan wordt als volgt opgemaakt door de distributienetbeheerder, in overleg met de Dienst : 1° elk jaar, bezorgt de distributienetbeheerder de in paragraaf 1 bedoelde informatie tegen 1 mei aan de Dienst (of rechtvaardigt dat geen enkele aanpassing nodig is voor het plan dat het afgelopen jaar door de Regering is goedgekeurd);2° de distributienetbeheerder bepaalt in overeenstemming met de Dienst een datum om zijn plan in de maand mei voor te leggen;3° de Dienst onderzoekt vervolgens het plan en kap de distributienetbeheerder vragen hem de informatie en rechtvaardigingsgronden te verstrekken die hij nodig acht.4° in de maand juni wordt een overlegvergadering gehouden waarop de Dienst zijn opmerkingen kenbaar maakt aan de distributienetbeheerder;5° de distributienetbeheerder bezorgt de Dienst uiterlijk tegen 30 juni twee exemplaren van het ontwerpplan dat in voorkomend geval wordt herwerkt aansluitend op het in het vorige lid bedoelde overleg;6° de Dienst bezorgt de Regering één van de exemplaren, vergezeld van zijn advies;7° nadat het plan door de Regering is goedgekeurd, wordt het ten uitvoer gebracht vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar;bij gebrek, op 1 januari van het daaropvolgende jaar, aan een reactie vanwege de Regering, wordt het ingediende plan geacht goedgekeurd te zijn. HOOFDSTUK
  27. - Planningsgegevens Afdeling 2.
  28. -

Art. 25

.De distributienetgebruiker of diens leverancier, bij toepassing van het gestelde in artikel 27, bezorgt de distributienetbeheerder zijn beste raming van de planningsgegevens zoals bedoeld in dit Hoofdstuk. Afdeling 2.

  1. - Kennisgeving van gegevens Art. 26.De distributienetgebruiker die beschikt over een aansluitingscapaciteit hoger dan of gelijk aan 250 m3 (n) / uur, deelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december zijn beste raming van de volgende planningsgegevens voor de eerstvolgende drie jaar mee : 1° de prognoses van de hoeveelheid aardgas in m3 (n), af te nemen op jaarbasis, met opgave van het voorziene maximum uurvolume en van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van het voorziene jaarlijks verbruiksprofiel. Ter informatie moet ook een trend van deze gegevens voor de daaropvolgende twee jaar, zijnde voor vijf jaar, aan de distributienetbeheerder worden bezorgd. Art. 27.Voor de distributienetgebruikers die niet bedoeld zijn in artikel 26, is het de taak van de leverancier om, globaal voor alle distributienetgebruikers met wie hik leveringscontracten heeft ondertekend, de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december de volgende planningsgegevens te bezorgen met betrekking tot de komende twee jaar : 1° de prognoses van de hoeveelheid aardgas in m3 (n), af te nemen op jaarbasis, met opgave van het voorziene maximum uurdebiet en van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van het voorziene jaarlijks verbruiksprofiel. Art. 28.De verplichting tot mededeling van de in artikel 26 vermelde planningsgegevens geldt tevens voor de afnamepunten waarvoor een aansluitingsaanvraag is ingediend. In dat geval, worden de planningsgegevens gevoegd bij de aansluitingsaanvraag. Zij hebben betrekking op het lopende jaar, voor de periode volgend op het in dienst stellen van het toegangspunt. Art. 29.In geval de distributienetbeheerder van oordeel is dat de hem meegedeelde planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk zijn, vraagt hij aan de distributienetgebruiker om de gegevens in kwestie te controleren en om hem binnen de door hem gestelde termijn gevalideerde informatie te bezorgen. Art. 30.Voor zover hij de nodige maatregelen heeft getroffen als bedoeld in artikel 29, kan de distributienetbeheerder niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen op de investeringsplannen van de mededeling van foutieve of onvolledige gegevens of van de laattijdige mededeling van gegevens. Art. 31.De distributienetgebruiker of de leverancier, volgens het geval, brengt de distributienetbeheerder zo snel mogelijk op de hoogte van elke wijziging of verwachte wijziging van de doorgestuurde gegevens. Art. 32.De distributienetbeheerder mag bij een distributienetgebruiker of een leverancier aanvullende gegevens opvragen, te bezorgen binnen een in onderling overleg overeengekomen termijn, die hij nuttig acht voor de planning en die niet in Bijlage I zijn opgenomen. Art. 33.In de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in Titel VI komen de netbeheerders onderling overeen wat de vorm, de inhoud en de periodiciteit is van de gegevens die zij met elkaar moeten uitwisselen om hun investeringsplannen op te stellen, en binnen welke termijnen dit moet gebeuren. TITEL III. - Aansluitingscode HOOFDSTUK
  2. -

Afdeling 1

.1.

- Alglemere bepalingen Art. 34.§ 1. De onderhavige Code is van toepassing op : 1° de aansluitingsinstallaties zoals schematisch weergegeven in Bijlage II van onderhavig Technisch Reglement;2° de installaties van de distributienetgebruiker (waaronder die welke een niet te verwaarlozen invloed hebben op het functioneren van het distributienet, op de aansluiting(

  1. en)of op de installaties van andere distributienetgebruikers). § 2. De installaties van de meetinrichting maken deel uit van de aansluiting. Deze installaties worden beheerst door Titel V wat betreft de technische specificaties, het gebruik, het onderhoud en de verwerking van de meetgegevens. § 3. De aansluitingen en, onverminderd de bepalingen van Afdeling 5.3, de installaties van de clistributienetgebruikers, die bestaan bij het in voege treden van dit Technisch Reglement, dienen te voldoen aan de bepalingen van deze Titel. § 4. In Bijlage III, en onverminderd de bepalingen van de overige Titels van onderhavig Technisch reglement, staan de voorwaarden vermeld binnen dewelke de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder kan spelen tegenover de distributienetgebruikers en omgekeerd. Die voorwaarden zijn van toepassing ongeacht het type van aansluiting. Art. 35.§ 1. Het schema in Bijlage II geeft de locatie aan van het of de toegangspunt(
  2. en)met betrekking tot een aansluiting. § 2. Behoudens andersluidende overeenkomst, is de distributienetbeheerder eigenaar van de aansluiting, dat wil zeggen van de installaties gelegen tussen de distributieleiding en de plaats van het of de betrokken toegangspunt(en), niettegenstaande de interventie van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het gebouw in de kosten of in de werken voor de realisatie ervan. § 3. Behoudens andersluidende overeenkomst, behoren de installaties die stroomafwaarts van het afnamepunt van de distributienetgebruiker aangesloten zijn niet toe aan de distributienetbeheerder. Art. 36.Behoudens bijzondere wettelijke of reglementaire bepaling, is de distributienetbeheerder als enige gemachtigd om de inrichtingen waarvan hij eigenaar is, aan te leggen, aan te passen, te verplaatsen, te vervangen, te verwijderen, te onderhouden en te exploiteren. Art. 37.Bij het terug herstellen van de toevoer van gas naar de installaties van een distributienetgebruiker, volgend op het sluiten door de distributienetgebruiker of de hulpdiensten van de afsluiter gelegen vóór de meetinrichting, moeten alle voorzorgsmaatregelen i.v.m. het veilig in dienst nemen in acht genomen worden. Behoudens andersluidende bepaling in onderhavig Technisch Reglement, moet de herstelling van de gastoevoer gebeuren door de distributienetbeheerder indien de onderbreking het gevolg was van een incident of risicosituatie of van een actie van een veiligheidsapparaat op het net. Art. 38.De installaties van de distributienetgebruiker worden beheerd en onderhouden door de distributienetgebruiker, of door een derde in opdracht van de distributienetgebruiker. Om de installaties te onderhouden waarvan hij het gebruiksrecht heeft, kan de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder vragen om zijn toegangspunt tijdelijk buiten dienst te stellen. Dit blijft « actief » in het toegangsregister zoals bedoeld in artikel 108. Art. 39.Het ter beschikking stellen van infrastructuren door een eigenaar van een gebouw / locatie aan de distributienetbeheerder teneinde de aansluitingsuitrustingen aan te brengen die uitsluitend bestemd zijn voor de voeding van het gebouw / de locatie moet altijd gratis gebeuren. Art. 40.Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot de openbare-dienstverplichtingen van de distributienetbeheerder, komen de kosten verbonden met iedere tussenkomst of schakeling die geschiedt op vraag van de distributienetgebruiker of die hun oorzaak vinden in de installaties van de distributienetgebruiker, ten laste van deze distributienetgebruiker. Art. 41.§ 1. In geval van overdracht van het eigendomsrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, bezorgt de overdrager de overnemer een afschrift van dit contract waarvan de bepalingen onverkort geldig blijven tenzij de distributienetbeheerder en de overnemer voor het geheel of voor een gedeelte uitdrukkelijk anders bepalen. § 2. In geval van overdracht van het gebruiksrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, zijn de bepakngen ervan tegenstelbaar tegenover de overnemer die ontegensprekelijk geacht wordt er kennis van te hebben genomen. Daartoe, bezorgt de overdrager aan de overnemer een afschrift van het aansluitings- contract. Art. 42.Elke aanvraag die bij toepassing van het bepaalde in deze Code wordt geformuleerd door iemand die geen eigenaar is van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting wordt gevraagd, is slechts ontvankelijk voor zover de betrokkene een uitdrukkelijke bijzondere machtiging heeft gekregen om deze aanvraag te doen, hetzij van de eigenaar, hetzij van een persoon die zelf beschikt over een bijzonder en uitdrukkelijk mandaat van de eigenaar om aanvragen op dat vlak te doen. Art. 43.Een aanvraag van aansluiting kan worden geweigerd als de kostprijs voor de daartoe vereiste netuitbreiding buitensporig hoog is. In dat geval, brengt de distributienetbeheerder er de Dienst van op de hoogte. Het jaarlijks investeringsplan bedoeld in de planningscode bepaalt de objectieve en nietdiscriminerende criteria waarmee kan worden bepaald of de kostprijs van een netuitbreiding "buitensporig" hoog is. Art. 44.De distributienetbeheerder oordeelt op welk deel van het bestaand of toekomstig distributienet zal aangesloten worden, op basis van zowel technische als economische criteria zoals onder meer het contractueel uurdebiet, de leveringsdruk, de geografische ligging. In principe, zal de aansluiting worden uitgevoerd op de leiding die het laagste drukniveau heeft en die de contractueel gevraagde druk en uurdebiet kan leveren, rekening houdend met de noodzaak om de efficiénte, veilige en betrouwbare werking van het net te behouden. Voor de veilige en betrouwbare werking van het distributienet heeft de distributienetbeheerder het recht om op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria een aansluiting op het middendruknet categorie C te weigeren. Afdeling 1.2. - Soorten van aansluitingen Art. 45.§ 1. Er zijn twee types van aansluiting : « standaard » en « niet-standaard ». § 2. De aansluiting is « standaard » als zij voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 24 mbar 2° de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 25 m3(
  3. n)per uur 3° de lengte van de aansluiting op privé-terrein bedraagt niet meer dan 10 meter 4° er is een distributieleiding met voldoende capaciteit aan dezelfde kant van de rijweg gelegen als het afnamepunt, ze ligt niet onder de rijweg, en er is een maximum van 15 meter afstand tussen de aansluiting en de distributieleiding G, weergegeven in Bijlage II. § 3. De aansluiting is « niet-standaard » als tenminste één van de voorwaarden bedoeld in § 2 niet is vervuld. Art. 46.§ 1. Bij het onderzoek van de aansluitingsaanvraag en bij het opstellen van het aansluitingsvoorstel dient de distributienetbeheerder in kwestie altijd de technische en economische belangen van de aanvrager te behartigen, zonder afbreuk te doen aan de belangen van de andere distributienetgebruikers. § 2. Wanneer de distributienetbeheerder voor de niet-standaard aansluitingen, bij een eerste onderzoek vaststelt dat het raadzaam is de aansluiting uit te voeren op het transmissienet, dan voert hij overleg met de vervoeronderneming, en bezorgt hem in voorkomend geval onverwijld het volledige dossier, stelt de aanvrager hiervan in kennis en betaalt hem de eventueel ontvangen rechten terug. In dat geval wordt de aansluiting uitgevoerd in overeenstemming met de algemene bepalingen die gelden voor het transmissienet. § 3. De aanvrager dient in eik geval slechts één enkele aanvraag in bij de distributienetbeheerder. De distributienetbeheerder dient dan contact op te nemen met de andere netbeheerders om de kwaliteit van de aansluiting en de vereiste aanpassingen te waarborgen. Afdeling 1.3. - Technische voorschriften van toepassing op aansluitingen en installaties van de distributienetgebruiker Art. 47.Elke aansluiting, alsook elke installatie van een distributienetgebruiker, moet voldoen aan de toepasselijke reglementen en normen, meer bepaald die welke zijn aangegeven in het ARAB, in de "Codex over het welzijn op het werk" alsook aan de normen NBN van toepassing op aardgasinstallaties. Art. 48.§ 1er. De installaties van de distributienetgebruiker, de verbruikstoestellen en de plaatsing en aansluiting van de verbruikstoestellen moeten voldoen aan de op het ogenblik van de plaatsing of aansluiting geldende wettelijke bepalingen en reglementen, waaronder onder meer de normen NBN D51-003 "Installaties voor brandbaar gas lichter dan lucht, verdeeld door leidingen" en NBN D51-004 "Installaties voor brandbaar gas lichter dan lucht, verdeeld door leidingen - Bijzondere installaties", gepubliceerd door het Belgisch Instituut voor Normalisatie, en aangevuld door de bijzondere technische voorwaarden gesteld door de distributienetbeheerder. Deze omvatten tevens vereisten inzake de ventilatie en de afvoer van de verbrandingsproducten zoals vervat in de NBN D50-001, en respectievelijk NBN 861001 of NBN B61-002. § 2. Voor het in dienst stellen van een toegangspunt bezorgt de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke of bestuursrechtelijke verplichtingen voldoen. Dit bewijs moet worden geleverd door een verslag van een gehabiliteerd installateur of van een erkende keuringsinstelling. § 3. Bij het in dienst stellen van een toegangspunt verzekert de distributienetbeheerder zich ervan dat de installatie van de distributienetgebruiker dicht is bij de distributiedruk. Art. 49.Behoudens andersluidende wettelijke of reglementaire bepaling, heeft elke aansluitingsaanvrager het recht een minimale aansluitingscapaciteit te eisen van 10 m3(
  4. n)per uur. Art. 50.De distributienetgebruiker zorgt dat zijn installaties bij de distributienetbeheerder of bij derden geen gevaren, schade of hinder veroorzaken welke de grenswaarden in de

erkende normen te boven gaan. De distributienetbeheerder kan bovendien eisen dat de distributienetgebruiker op eigen kosten maatregelen zou treffen om te vermijden dat de werking van zijn installaties een nadelige invloed zou hebben op andere distributienetgebruikers of op de werking van het net. Art. 51.De werken in de nabijheid van de aansluiting waarbij onderdelen van het distributienet inclusief de aansluiting kunnen beschadigd worden of beïnvloed worden gevoerd overeenkomstig het Koninklijk besluit van 28 juni 1971 dat de te nemen veiligheidsmaatregelen vastlegt bij de aanleg en de exploitatie van de gasdistributieinstallaties via leidingen. Art. 52.De installaties die door afzonderlijke aansluitingen worden gevoed mogen niet met elkaar worden verbonden, tenzij met voorafgaande schriftelijke toestemming van de distributienetbeheerder of blijkens een uitdrukkelijke afspraak in het aansluitingscontract met opgave van de desbetreffende voorwaarden. Art. 53.De distributienetbeheerder mag in voorkomend geval specifieke aansluitingsvoorschriften vastleggen afhankelijk van de bijzondere lokale eigenschappen van het distributienet. Art. 54.De distributienetbeheerder bepaalt waar de stalen gedeelten van de aansluitingen in voorkomend geval kathodisch beschermd moeten worden. HOOFDSTUK

  1. - Omgeving van de installaties Art. 55.Alle elektrische installaties verbonden met een aansluitingswerk of gelegen in de lokalen of ruimtes die het omvatten, moeten conform het AREI zijn. De kosten voor de conformiteitscontrole en de periodieke controles van de installaties zoals bedoeld door het AREI, zijn ten laste van de distributienetgebruiker, of bij het ontbreken van DNG, van de eigenaar van het betrokken gebouw. Art. 56.Voor de plaatsing van de meetinrichting en andere apparatuur welke deel uitmaakt van de aansluiting stelt de eigenaar van het betrokken gebouw gratis een deel van een muur of ruimte ter beschikking aan de distributienetbeheerder die voldoet aan de door deze laatste gestelde eisen en waarvan de plaats in gemeenschappelijk overleg tussen hen is bepaald. Elke aanpassing in het lokaal waarin de aansluiting zich bevindt, die een invloed heeft op de toegankelijkheid of de zichtbaarheid van de aansluiting, mag slechts worden uitgevoerd met de voorafgaande schriftelijke toestemming van de distributienetbeheerder en moet zodanig uitgevoerd worden dat de aansluiting doeltreffend beschermd wordt. Toezicht door de distributienetbeheerder moet altijd mogelijk zijn. Art. 57.Als voor het voeden van een verkaveling één of meer cabines uitgerust met een reduceerpost noodzakelijk zijn, stelt de verkavelaar gratis één of meer daartoe geschikte terreinen ter beschikking van de distributienetbeheerder. De oppervlakte en de ligging van deze terreinen worden in overleg bepaald, met eerbiediging van de geldende stedenbouwkundige voorschriften. Art. 58.Behoudens andersluidende beslissing van de distributienetbeheerder die wordt gerechtvaardigd door een bijzondere situatie, is de lengte van het distributienet op de privé-locatie beperkt tot 10 meter. HOOFDSTUK
  2. - Aansluitingsprocedure Afdeling 3.
  3. -

Art. 59

.Moeten het voorwerp zijn van een aansluitingsaanvraag, overeenkomstig de artikels 60 en volgende, de realisatie van een nieuwe aansluiting alsook de aanpassing van een bestaande aansluiting. De distributienetbeheerder mag eveneens de indiening van een dergelijke aanvraag opleggen in geval van aanpassingen aangebracht aan de installaties van de distributienetgebruiker die een niet te verwaarlozen invloed op het distributienet hebben of in geval van wijziging van de exploitatiewijze van de aangesloten installaties. Art. 60.§

  1. Elke aansluitingsaanvraag moet schriftelijk worden ingediend bij de distributienetbeheerder met inachtneming van de procedure die te dien einde wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel
  2. §
  3. De aansluitingsaanvraag bevat minstens volgende gegevens : 1° de identiteit van de aanvrager en zijn juridische situatie ten aanzien van het gebouw waarop de aansluiting betrekking heeft;2° de contactgegevens van de aanvrager;3° de grondplannen van de plaats van verbruik, de algemene technische gegevens en de gewenste locatie van het toegangspunt;4° de informatie nodig voor het toekennen van het verbruiksprofiel waaronder meer bepaald de gevraagde aansluitingscapaciteit en de geplande afnamemodus. Afdeling 3.
  4. - Aanvraag voor een standaard aansluiting Art. 61.Een aanvraag betreffende een standaardaansluiting vereist geen enkele voorafgaande studie. Art. 62.Binnen de vijf werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij de aansluitingsaanvrager mee welke aanvullende informatie hij moet verstrekken. Art. 63.De distributienetbeheerder beantwoordt een aanvraag voor een standaardaansluiting binnen de tien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag met : * ofwel een offerte waarin ook de prijs van de werken, de EAN-GSRN-code van het toegangspunt of de toegangspunten horende bij de aansluiting en, in voorkomend geval, de beschrijving van de vooraf door de aanvrager of de persoon die hem heeft gemandateerd uit te voeren werken om de realisatie van de aansluiting mogelijk te maken, opgenomen worden; * ofwel een schriftelijk antwoord dat de aanvraag niet voldoet aan de definitie van een standaardaansluiting met vermelding van de redenen hiervoor; * ofwel een schriftelijk gemotiveerde weigering van de aanvraag, waarvan kopie aan de Dienst. Art. 64.Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan een aansluitingsvoorstel binnen een termijn van veertig werkdagen na kennisgeving ervan, dan wordt de aansluitingsaanvraagprocedure als nietig beschouwd, behalve andersluidende beslissing van de distributienetbeheerder, genomen op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. Art. 65.§
  5. De distributienetbeheerder vat de aansluitingswerken pas aan na de volledige betating te hebben ontvangen van het in de offerte aangegeven bedrag. Indien alle vereiste vergunningen en machtigingen zijn verleend, mag de uitvoeringstermijn van een standaardaansluiting twintig werkdagen niet te boven gaan, te rekenen vanaf de ontvangst van de betaling. §
  6. Bij afwijking van § 1, en als de voor de aanvrager geldende reglementering het hem vanwege zijn hoedanigheid niet mogelijk maakt de volledige betaling van de werken vooraf te vereffenen, mag de uitvoeringstermijn van een standaardaansluiting niet meer bedragen dan twintig werkdagen te dateren vanaf de ontvangst van de bestelling, waarbij de aanvrager ertoe verbonden wordt om zodra de werken voltooid zijn, het bedrag te betalen dat is aangegeven in de in artikel 63 bedoelde offerte. In de hypothese bedoeld in alinea 1, behoudt de distributienetbeheerder zich evenwel het recht voor om de betaling van voorschotten te eisen in de mate waarin dat door de reglementering is toegestaan. Art. 66.§
  7. De kosten voor de uitvoering van een standaard aansluiting worden aangerekend aan de aanvrager, volgens de geldende tarieven, tenzij de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft, of door een leverancier is gemandateerd met eerbiediging van artikel 42, in welk geval de kosten aangerekend worden aan de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. §
  8. De betaling van de aansluitingskosten brengt een onweerlegbaar vermoeden met zich, dat de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd, kennis heeft genomen van dit Technisch Reglement, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake aansprakelijkheid vermeld in Bijlage III, en dat hij die voorwaarden heeft aanvaard. Afdeling 3.
  9. - Aanvraag voor een niet-standaard aansluiting Onderafdeling 3.3.
  10. -

Art. 67.§ 1.

Een aanvraag betreffende een niet-standaardaansluiting vereist de realisatie van een detailstudie. §

  1. In afwijking van het bepaalde in paragraaf één, is de realisatie van een detailstudie niet nodig voor een aanvraag van wijziging, die van minder groot belang is, aan een nietstandaardaansluiting. In die hypothese, wordt de procedure voor de aanvraag van een standaardaansluiting toegepast. De distributienetbeheerder bepaalt, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, welke wijzigingen kunnen worden bestempeld als van minder groot belang. Art. 68.Een aanvraag betreffende een niet-standaardaansluiting kan worden voorafgegaan, volgens de wens van de aanvrager, door een aanvraag van een oriënterende studie. Art. 69.§
  2. De distributienetbeheerder publiceert in voorkomend geval de geldende tarieven die de kosten moeten dekken voor de realisatie van een oriënterende studie of een detailstudie. §
  3. De in paragraaf 1 bedoelde tarieven komen ten laste van de aanvrager, tenzij de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft, of door een leverancier is gemandateerd met eerbiediging van artikel 42, in welk geval de kosten aangerekend worden aan de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. §
  4. In afwijking van het bepaalde in vorige paragrafen, zijn er geen kosten verschuldigd voor de realisatie van de detailstudie als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de aansluitingsaanvraag is al ingediend en een eerste keer in behandeling genomen;2° de aanvraag heeft geen aanleiding gegeven tot de realisatie van de aansluiting;3° er zijn sindsdien geen wijzigingen in het net aangebracht die van invloed zijn op de aansluitingsvoorwaarden. Onderafdeling 3.3.
  5. - Oriënterende studie en voorontwerp van aansluiting Art. 70.Het doel van de oriënterende studie is het opmaken van een voorontwerp van niet-standaard aansluiting. Art. 71.De aanvraag voor een oriënterende studie omvat, naast de inlichtingen bedoeld in artikel 60, de verbintenis van de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens artikel 69 is aangewezen om in voorkomend geval het tarief te betalen met betrekking tot de oriënterende studie in de hypothese waarin deze niet wordt gevolgd door een detailstudie. Art. 72.Binnen de vijf werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij mee welke elementen of stukken ontbreken. Art. 73.Bij de behandeling van de aanvraag voor een oriënterende studie verleent de distributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de bevoorrading, voorrang aan aanvragen die betrekking hebben op kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties. Art. 74.Tijdens de uitvoering van de oriënterende studie werken de distributienetbeheerder en de aanvrager te goeder trouw samen. De distributienetbeheerder mag de aanvrager te allen tijde aanvullende inlichtingen vragen die hij nodig heeft om het voorontwerp van aansluiting voor te bereiden. Art. 75.§
  6. Binnen een redelijke termijn, en in ieder geval binnen een termijn van vijftien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag voor een oriënterende studie, maakt de distributienetbeheerder zijn conclusies aan de aanvrager over : 1° hetzij door middel van een voorontwerp van aansluiting, 2° hetzij door middel van een gemotiveerde weigering van de aansluiting, waarvan een afschrift aan de Dienst wordt bezorgd. §
  7. De in § 1 bedoelde maximum termijn wordt gebracht op dertig werkdagen indien er grond toe bestaat om de behandeling van de aanvraag uit te stellen bij toepassing van het bepaalde in artikel 73 of ingeval de aanvraag betrekking heeft op een toegangspunt met een aansluitingscapaciteit groter dan 250 m3(n)luur. §
  8. Als de oriënterende studie wordt afgesloten met een voorontwerp van aansluiting, bevat dit ten minste : 1° een schema van de beoogde aansluiting;2° de technische voorschriften van de aansluiting;3° een indicatieve raming van de kosten;4° een indicatieve raming van de termijnen nodig voor de realisatie van de aansluiting met inbegrip van de eventuele versterkingen die aan het distributienet moeten worden aangebracht ten gevolge van de aansluiting. Art. 76.De inlichtingen vervat in het voorontwerp van aansluiting binden noch de distributienetbeheerder, noch de aanvrager van de oriënterende studie op enige wijze. Ondwideling 3.3.
  9. - Dstaiistudie en ontwerp van aansluiting Art. 77.§
  10. Het doel van de detailstudie is het opmaken van een ontwerp van rietstandaard aansluiting. §
  11. De aansluitingsaanvraag omvat, naast de inlichtingen bedoeld in artikel 60, de verbintenis van de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens artikel 69 is aangewezen om in voorkomend geval het tarief te betalen met betrekking tot de detailstudie. Art. 78.§
  12. Binnen de tien werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij de aansluitingsaanvrager mee welke aanvullende stukken of informatie hij moet verstrekken om het ontwerp van aansluiting voor te bereiden en binnen welke termijnen de aanvrager deze moet verstrekken. §
  13. Als de aansluitingsaanvraag volledig is, kent de distributienetbeheerder een capaciteitsreservering aan de aanvrager toe. Art. 79.De distributienetbeheerder neemt de detailstudie op zich. Art. 80.Bij de opmaak van de detailstudie, verleent de distributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke gelet op de vereiste bevoorradingscontinuïteit, voorrang aan aanvragen met betrekking tot kwaliteitswarmtekrachtkoppelingsinstallaties. Art. 81.§
  14. Zo spoedig mogelijk, en zeker binnen een termijn van dertig werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag, bezorgt de distributienetbeheerder de aanvrager een gemotiveerde weigering van de aansluiting waarvan een afschrift aan de Dienst wordt bezorgd of een ontwerp van aansluiting dat onder meer bevat : 1° de technische oplossingen en regelparameters die dienen overeengekomen te worden tussen de distributienetbeheerder en de aanvrager van de aansluiting, in overeenstemming met de voorschriften van dit technisch reglement en rekening houdend met de technische kenmerken van het distributienet;2° de beschrijving van de vooraf door de aanvrager of door de persoon die hem daartoe heeft gemandateerd uit te voeren werken om de realisatie van de aansluitingswerken door de distributienetbeheerder mogelijk te maken;3° de uitvoeringsmodaliteiten en termijnen voor de realisatie van de aansluiting met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en onder andere de termijnen nodig voor het verkrijgen van de vergunningen of machtigingen bij de bevoegde overheden of voor de realisatie van de eventuele aanpassingen die aan het distributienet moeten aangebracht worden;bovenvermelde uitvoeringstermijnen zijn ter indicatie 4° de uitnodiging tot betaling van de prijs van de aansluitingswerken, vastgelegd volgens de geldende tarieven. §
  15. De in § 1 bedoelde maximum termijn wordt gebracht op zestig werkdagen indien er grond toe bestaat om de behandeling van de aanvraag uit te stellen bij toepassing van het bepaalde in artikel 80 of ingeval de aanvraag betrekking heeft op een toegangspunt met een aansluitingscapaciteit groter dan of gelijk aan 250 m3(n)/uur, zodat er een voorstel van aansluitingscontract, of van avenant bij dat contract, met naleving van artikel 88, moet worden gestuurd naar de aanvrager, aanvullend bij het aansluitingsontwerp. §
  16. De in dit artikel vermelde termijnen kunnen in onderlinge overeenstemming van de betrokken partijen worden verlengd. Art. 82.De technische oplossingen en regelparameters kunnen worden herzien, om redenen in verband met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, op gemotiveerde aanvraag van de distributienetbeheerder. De kosten voor deze aanpassingen komen ten laste van de distributienetbeheerder, tenzij deze hun oorsprong vinden in een wijziging van de installaties van de distributienetgebruiker. Art. 83.§
  17. De aansluitingswerken worden pas gepland nadat de aanvrager alle kosten heeft vooruitbetaald, volgens het geldende tarief, die de distributienetbeheerder heeft gedaan voor de uitvoering van de aansluiting, daarin begrepen de eventuele kosten voor de oriënterende studie en detailstudie betreffende de werken in kwestie. In de hypothese dat de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft of door een leverancier werd gemandateerd met eerbiediging van artikel 42, worden de kosten aangerekend aan de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. §
  18. In afwijking van § 1, en als de voor de aanvrager geldende reglementering het hem vanwege zijn hoedanigheid niet mogelijk maakt de betaling van de werken vooraf te vereffenen, is de planning van de aansluitingswerken afhankelijk van de voorafgaande ontvangst van de bestelling van de werken, waarbij de aanvrager ertoe verbonden is om zodra de werken zijn uitgevoerd, het bedrag te betalen dat is aangegeven in het ontwerp van aansluiting. In de hypothese bedoeld in alinea 1, behoudt de distributienetbeheerder zich evenwel het recht voor om de betaling van voorschotten te eisen in de mate waarin dat door de reglementering is toegestaan. §
  19. De betaling van de aansluitingskosten, brengt een onweerlegbaar vermoeden met zich, dat de eigenaar van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd kennis heeft genomen van dit Technisch Reglement, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake aansprakelijkheid vermeld in Bijlage III, en dat hij die voorwaarden heeft aanvaard. Art. 84.Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan het antwoord van de distributienetbeheerder binnen een termijn van veertig werkdagen na kennisgeving ervan, dan wordt de aansluitingsaanvraagprocedure als nietig beschouwd, behalve andersluidende beslissing van de distributienetbeheerder, genomen op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. Art. 85.De noodzakelijke vergunningsaanvragen moeten binnen een termijn die met de planning van de realisatie van de aansluiting overeenstemt, door de distributienetbeheerder bij de bevoegde overheden worden ingediend. De distributienetbeheerder kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van een eventueel uitstel of eventuele weigering door de bevoegde overheid om de noodzakelijke toelatingen of vergunningen af te leveren. Onderafdeling 3.3.
  20. - Aansluitingscontract Art. 86.De afsluiting van een aansluitingscontract met de distributienetbeheerder is vereist als de aansluitingscapaciteit groter is dan of gelijk aan 250 m3 (n) per uur, en enkel in de volgende gevallen : 1° voorafgaand aan de uitvoering van een nieuwe aansluiting;2° voorafgaand aan de uitvoering van een aanpassing van een bestaande aansluiting, van een installatie van een distributienetgebruiker die een niet te verwaarlozen invloed op het distributienet heeft of van hun respectieve exploitatiewijze. §
  21. In afwijking van § 1, 2°, is er voor een wijziging die van minder groot belang is aan een aansluiting, in de zin van artikel 67, § 2, geen nieuw aansluitingscontract nodig, maar enkel een bijvoegsel aan het bestaande aansluitingscontract. Art. 87.De distributienetbeheerder kan eveneens beslissen, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, om de bepalingen van onderhavige onderafdeling toe te passen op aansluitingen met een kleinere capaciteit, en meer bepaald in geval van afwijking van de in artikel 35 opgenomen eigendomsregels. Art. 88.Het aansluitingscontract bevat minstens de volgende elementen : 1° de identiteit van de partijen;2° de aanduiding van de contactpersonen en meer bepaald, van een gesprekspartner met wie de distributienetbeheerder contact kan opnemen in het kader van de exploitatiemanoeuvres;3° de bepalingen met betrekking tot de duur en de stopzetting van het contract;4° de beschrijving van de aansluiting met opgave van de locatie en het drukniveau van het toegangspunt en van het meetpunt, de beschrijving van de meetinstallatie en het liggingsplan van de aansluiting, 5° de unieke identificatie van het toegangspunt bij middel van de EAN code;6° in voorkomend geval, de bijzondere bepalingen betreffende de toegang van personen tot de installaties;7° de beschrijving van de installaties van de distributienetgebruiker;8° de specifieke technische voorwaarden en bepalingen, onder meer de aansluitingscapaciteit, de relevante technische kenmerken van de aansluiting en van de installaties van de distributienetgebruiker, het meetsysteem, de exploitatie, het onderhoud, de eisen inzake beveiligingen en veiligheid;9° in voorkomend geval, de bepalingen betreffende de meteropname;10° de voorwaarden inzake aansprakelijkheid, vermeld in Bijlage III;11° de te nemen aanvullende maatregelen bij overschrijding van de aansluitingscapaciteit;12° in voorkomend geval, de eigendomsgrenzen van de installaties. HOOFDSTUK
  22. - Uitvoering van de aansluiting Art. 89.De aansluitingswerken worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder, in overleg met de eigenaar van het betrokken gebouw of zijn mandataris. De eigenaar van het betrokken gebouw of zijn mandataris mag evenwel, geheel of gedeeltelijk, de voorbereidende en afwerkingswerken op privé-terrein uitvoeren, met uitzondering van de aanleg van de aftakking. Die werken worden, volgens dat het gaat om een standaardaansluiting of een niet-standaardaansluiting, nader omschreven in de offerte voor de aansluiting of in het ontwerp van aansluiting. In voorkomend geval schikt de eigenaar van het betrokken gebouw of zijn mandataris zich naar de veiligheidsmaatregelen van de distributienetbeheerder. Art. 90.§
  23. Het tracé van de aansluiting alsmede de opstelling en de kenmerken van de samenstellende delen worden derwijze goedgekeurd door de distributienetbeheerder dat de algemene veiligheid en de normale werking van de samenstellende elementen van de aansluiting gewaarborgd zijn en dat de opnames van het verbruik, het toezicht, het nazicht en het onderhoud gemakkelijk kunnen geschieden. §
  24. De muurdoorvoer wordt door de eigenaar van het gebouw of door zijn mandataris afgesloten om deze water- en gasdicht te maken. §
  25. De distributienetbeheerder mag aan de eigenaar van het gebouw in kwestie opleggen de doorboring uit te voeren die vereist is om de aansluitingsleiding te leggen, en dit volgens de aanwijzingen van de distributienetbeheerder. HOOFDSTUK
  26. - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 5.
  27. -

Art. 91

.De distributienetgebruiker en, als het een verschillende persoon betreft, de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, treffen de nodige voorzorgsmaatregelen om iedere beschadiging aan de aansluiting en, in het

, aan het distributienet en aan de installaties van de andere distributienetgebruikers te voorkomen. Art. 92.De distributienetgebruiker en, als het een verschillende persoon betreft, de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, dienen de distributienetbeheerder terstond in kennis te stellen van elke vastgestelde beschadiging, afwijking of niet-overeenstemming met de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen. Art. 93.Indien de distributienetgebruiker de afnamekenmerken wijzigt, of indien wijzigingen worden aangebracht ten opzichte van de voorwaarden die van kracht waren op het ogenblik dat de aansluiting werd uitgevoerd, dan heeft de distributienetbeheerder het recht, zonder afbreuk te doen aan de vereiste maatregelen om deze situatie definitief recht te zetten, om de aansluiting te wijzigen op kosten van de distributienetgebruiker of, als het een verschillende persoon betreft, van de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, teneinde de algemene veiligheid van het net te vrijwaren, het toezicht op en het onderhoud van de aansluiting te vergemakkelijken, evenals de correcte werking van de samenstellende uitrustingen van de aansluiting en de gemakkelijke opname van de meters mogelijk te maken. Art. 94.De distributienetbeheerder of diens lasthebber is als enige gemachtigd om ingrepen uit te voeren op de aansluiting. De distributienetgebruiker mag nochtans de afsluiter onmiddellijk stroomopwaarts van de gasmeter op zijn toegangspunt bedienen, behalve wanneer een verzegeling of een andere tegenaanwijzing aangebracht door de distributienetbeheerder hem dit verhinderen. Afdeling 5.2. - Gebruik en onderhoud van de aansluiting Art. 95.§ 1. De distributienetbeheerder staat in voor het onderhoud, de kwaliteit en de veiligheid van de werking van de aansluitingsuitrustingen behalve van die waarvan hij uitzonderlijk niet de eigenaar zou zijn. De onderhouds- en herstellingskosten van deze uitrustingen, voor zover er geen schade door een derde veroorzaakt werd, komen te zijnen laste. § 2. De vernieuwing van de bovenvermelde uitrustingen te wijten aan de wijziging van de installaties van de gebruiker, komt ten laste van de distributienetgebruiker of, als het een verschillende persoon betreft, van de eigenaar van het betrokken onroerend goed. § 3. De distributienetbeheerder is als enige gemachtigd om te oordelen of de ouderdom van een aansluiting de vernieuwing ervan vereist. De vernieuwing van de aansluitingsinstallaties vanwege de ouderdom wordt ten laste genomen volgens de geldende tarieven. § 4. In het geval de vernieuwing geldt voor een deel van het distributienet waarvan de lengte op privé-terrein meer dan 10 meter bedraagt, is de aan die vernieuwing gebonden meerkost ten laste van de distributienetgebruiker of, als het een verschillende persoon betreft, van de eigenaar van het betrokken onroerend goed. Art. 96.De aansluiting mag alleen worden verzonken (ingewerkt) met toestemming van de distributienetbeheerder, en moet in dat geval op efficiënte wijze worden beschermd. Het moet mogelijk zijn om de aansluiting op elk ogenblik te controleren. Art. 97.De distributienetgebruiker of, als het een verschillende persoon betreft, de eigenaar van het betrokken onroerend goed, zorgt ervoor dat de betrokken muren waterdicht blijven. Afdeling 5.3. - Conformiteit van de installaties van de distributienetaebruiker Art. 98.§ 1. Elke installatie van de distributienetgebruiker die bestond op de datum van inwerkingtreding van dit Reglement en die niet in overeenstemming is met de voorschriften ervan, kan als dusdanig worden gebruikt, zolang het niet in overeenstemming zijn geen schade of hinder berokkent of zou kunnen berokkenen aan de installaties van de distributienetbeheerder of aan de installaties van en/of de kwaliteit van de gaslevering bij een andere distributienetgebruiker. § 2. De distributienetbeheerder kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele schade geleden door de distributienetgebruiker vanwege de slechte werking van de installaties die niet in overeenstemming zijn met dit Reglement en waarvan hij het gebruiksrecht heeft. Art. 99.§ 1. Elke installatie van de distributienetgebruiker die niet in overeenstemming is met de voorschriften van dit Technisch Reglement en waarvan het niet in overeenstemming zijn, schade of hinder berokkent aan de installaties van de distributienetbeheerder of aan de installatie van één of meerdere andere distributienetgebruikers, moet in overeenstemming gebracht worden binnen een door de distributienetbeheerder vastgelegde termijn in functie van de aard en de omvang van de schade of hinder. § 2. De distributienetbeheerder kan gedurende die termijn niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade veroorzaakt bij één of meerdere distributienetgebruikers door het slecht functioneren van de installaties van de distributienetgebruiker die niet in overeenstemming zijn met de voorschriften van dit Technisch Reglement. Art. 100.§ 1. De aanpassingen bedoeld in vorig artikel zijn ten laste van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het betrokken onroerend goed, met naleving van hun respectieve verantwoordelijkheden, indien bewezen is dat de installaties van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het betrokken onroerend goed aan de basis liggen van de schade of hinder. § 2. Indien de distributienetgebruiker of de eigenaar van het betrokken onroerend goed de aanpassingen vermeld in paragraaf 1 niet binnen de opgelegde termijn heeft uitgevoerd, stelt de distributienetbeheerder hem in gebreke per aangetekende brief. Behalve indien anders overeengekomen tussen de partijen, moeten de aanpassingen zijn uitgevoerd binnen tien werkdagen na de ingebrekestelling (de postdatum geldt als bewijs). Art. 101.§ 1. Een distributienetgebruiker die zelf proeven wenst uit te voeren of te laten uitvoeren op zijn aansluiting of op installaties die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het distributienet, op de aansluiting(

  1. en)of op de installaties van een andere distributienetgebruiker, moet daartoe de voorafgaande schriftelijke goedkeuring bekomen van de distributienetbeheerder. Elke aanvraag dient gemotiveerd te zijn en vermeldt de insta llatie(
  2. s)waarop de proeven betrekking hebben, de aard en de technische gegevens van de proeven, de procedure (onder meer de verantwoordelijke voor de proeven) en de planning. § 2. Op basis van de gegevens die deze aanvraag bevat, beslist de distributienetbeheerder over de opportuniteit van deze aanvraag en voert hij in voorkomend geval overleg met de aanvrager om de planning voor de gevraagde proeven te bepalen. Hij verwittigt de partijen die volgens hem bij de gevraagde proeven betrokken zijn. Art. 102.Wanneer de veiligheid of de betrouwbaarheid van het distributienet dat vereist, kan de distributienetbeheerder de distributienetgebruiker in gebreke stellen om de installaties aan te passen waarop deze laatste het eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De ingebrekestelling beschrijft de vereiste werken, de motivering ervoor en hun uitvoeringstermijn. Zij geeft ook aan wie, van de distributienetgebruiker of van de distribrtienetbeheerder, de werken zal financieren, al naar gelang die werken al dan niet te wijten zijn aan een tekortkoming van de distributienetgebruiker. Als de kostprijs van die werken ten laste is van de distributienetbeheerder, kan deze van de distributienetgebruiker eisen dat hij uitsluitend een beroep zou doen op de gehabiliteerde installateurs die de distributienetbeheerder in de ingebrekestelling zal hebben opgegeven. Onderhavig artikel is eveneens van toepassing wanneer de doeltreffendheid van het distributienet een aanpassing vergt van de installaties waarop de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, mits er vooraf overleg plaatsvindt met de distributienetgebruiker omtrent de vereiste werken en hun uitvoeringstermijn. Afdeling 5.4. - Wegnemen van een aansluiting Art. 103.§ 1. Elke aansluiting kan worden weggenomen op schriftelijke aanvraag bij ter post aangetekend schrijven uitgaande van de eigenaar van het aangesloten gebouw en nadat de distributienetbeheerder gecontroleerd heeft dat geen enkele distributienetgebruiker nog gebruik maakt van deze aansluiting. De termijnen waarin de aansluiting wordt weggenomen, worden in gemeenschappelijk overleg bepaald. § 2. De kosten voor het wegnemen van een aansluiting, alsook de kosten voor het weer in de oorspronkelijke staat brengen van lokalen, toegangswegen en terreinen, zijn ten laste van de eigenaar van het aangesloten onroerend goed. Art. 104.De distributienetbeheerder heeft het recht om, na voorafgaande kennisgeving aan de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, elke aansluiting waarvoor er sinds meer dan één jaar geen actief toegangspunt meer is, weg te nemen of af te koppelen, behalve als de betrokken eigenaar deze aansluiting als reserve wil gebruiken om ter studie liggende projecten uit te voeren. In dit laatste geval neemt hij een deel van de onderhoudskosten voor deze aansluiting op zich, volgens de voorwaarden die in onderlinge overeenstemming met de distributienetbeheerder worden vastgelegd. HOOFDSTUK 6. - Overgangsbepaling Art. 105.De overeenkomsten met betrekking tot een aansluiting, afgesloten vóór het in voege treden van dit Technisch Reglement, blijven van toepassing in de mate waarin zij er niet mee in strijd zijn en zolang er geen aansluitingscontract voor in de plaats is gekomen. TITEL IV. - Toegangscode HOOFDSTUK 1. - Algemene principes Art. 106.Toegang tot het distributienet is alleen toegestaan voor zover op voorhand een toegangsaanvraag bij de distributienetbeheerder is ingediend overeenkomstig deze Code. Art. 107.§ 1. Een toegangsaanvraag kan worden ingediend door : 1° éénieder die een leveringsvergunning heeft verkregen in overeenstemming met het gestelde in artikel 15 van de ordonnantie;2° een distributienetgebruiker, voor zover deze aan de volgende voorwaarden voldoet : - in aanmerking komen; - beschikken over een aansluitingsvermogen gelijk aan of hoger dan 1000 m3 (
  3. n)per uur op het toegangspunt in kwestie; - voor het toegangspunt in kwestie beschikken over meetapparatuur met meting van het verbruiksprofiel, die via teleopneming gemeten en doorgestuurd wordt; en voor zover er een aansluitingscontract is afgesloten met de distributienetbeheerder voor de betrokken aansluiting. § 2. Een leverancier kan in de volgende gevallen een toegangsaanvraag indienen : 1° hetzij voor eigen rekening, teneinde zijn leveringsactiviteit uit te oefenen;2° hetzij voor rekening van een in aanmerking komende distributienetgebruiker, voor een bijzonder toegangspunt dat deze leverancier van plan is te voeden. § 3. Een leverancier mag pas een toegangsaanvraag voor rekening van een netgebruiker indienen nadat deze leverancier voor eigen rekening toegang heeft verkregen tot het distributienet en dus een toegangscontract met de distributienetbeheerder heeft afgesloten. § 4. Een distributienetgebruiker mag slechts een toegangsaanvraag voor een bijzonder toegangspunt indienen nadat voor dit toegangspunt een leveringscontract met een minimale looptijd van drie maanden is afgesloten tussen deze distributienetgebruiker, een leverancier die houder is van een geldige leveringsvergunning en een transportnetgebruiker. § 5. Een leverancier mag slechts een toegangsaanvraag voor een bijzonder toegangspunt voor rekening van een distributienetgebruiker indienen nadat voor dit toegangspunt een leveringscontract met een minimale looptijd van drie maanden is afgesloten tussen deze distributienetgebruiker, deze leverancier en een transportnetgebruiker. De toegangsgerechtigde verbindt er zich toe om aan de distributienetbeheerder, op eenvoudig verzoek, het bewijs te bezorgen van de afsluiting van de leveringscontracten gesleten met de distributienetgebruikers. § 6. Bij het sluiten van een leveringscontract moet de distributienetgebruiker een transportnetgebruiker kiezen. Indien hij kiest voor de transportnetgebruiker waarmee de leverancier een samenwerkingsovereenkomst gesloten heeft, sluit de distributienetgebruiker, in afwijking van §§ 4 en 5, het contract alleen af met de leverancier, die zulks kenbaar maakt aan de distributienetbeheerder op het ogenblik dat de toegangsaanvraag wordt ingediend. Art. 108.§ 1. De distributienetbeheerder houdt een toegangsregister bij waarin voor elk toegangspunt dat door een unieke EAN-GSRN-code wordt geïdentificeerd, alle gegevens zijn opgenomen die vereist zijn voor het beheer van de toegang, en meer bepaald, het statuut "actief" of "inactief" van het toegangspunt en voor de actieve toegangspunten, de identiteit van de leverancier, van de distributienetgebruiker en van de transportnetgebruiker. § 2. De distributienetbeheerder deelt aan elke distributienetgebruiker het EAN-GSRNnummer mee dat zijn afnamepunt identificeert. § 3. De distributienetbeheerder stuurt maandelijks naar iedere toegangsgerechtigde, voor aNe toegangspunten die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, een uit het toegangsregister getrokken bestand om zo de coherentie in de tijd te verzekeren tussen de gegevens in het toegangsregister en die in de database van de toegangsgerechtigde. § 4. De distributienetbeheerder stelt semestrieel een lijst ter beschikking van de toegangsgerechtigde, in elektronische vorm, die de meest recente gegevens bevat waarmee de toegangsgerechtigden de codes EAN-GSRN kunnen opzoeken die overeenstemmen met de toegangspunten in hun portefeuille. § 5. In geval van tegenstrijdigheid tussen de vermeldingen in het toegangsregister en die in de bestanden van een leverancier, en zolang er geen enkele aanvraag tot wijziging is ingediend overeenkomstig artikel 109, zijn de vermeldingen in het toegangsregister rechtsgeldig. Art. 109.§ 1. Elke aanvraag tot wijziging van de gegevens bedoeld in artikel 108. §1 voor een gegeven toegangspunt wordt ingediend door de ingeschreven toegangsgerechtigde of, in voorkomend geval door de toegangsgerechtigde, die vraagt om voor dat toegangspunt te worden ingeschreven in het toegangsregister. § 2. De door de distributienetbeheerder uitgevoerde administratieve en technische verrichtingen als antwoord op de tot hem gerichte aanvraag, worden aan de aanvrager gefactureerd volgens de geldende tarieven. § 3. Elke aanvraag tot wijziging wordt ingediend met eerbiediging van het communicatieprotocol en van het scenario dat overeenstemt met het voorwerp van de aanvraag, zoals beschreven in de MIG die van toepassing is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, overeenkomstig artikel 10 van dit Technisch reglement. Hetzelfde geldt voor elke aanvraag tot annulering van een aanvraag tot wijziging zoals bedoeld in voorgaande alinea. § 4. Wanneer een aanvraag tot wijziging is ingediend volgens een scenario dat een gemeenschappelijke beslissing veronderstelt van de betrokken toegangsgerechtigde en de betrokken distributienetgebruiker, dan behandelt de distributienetbeheerder die aanvraag zonder dat de toegangsgerechtigde het bewijs moet voorleggen van de instemming van de distributienetgebruiker. Dat bewijs moet evenwel kunnen worden voorgelegd als de distributienetbeheerder er om vraagt. Kan dat bewijs niet worden voorgelegd, dan mag de aanvraag tot wijziging worden verworpen. HOOFDSTUK 2. - Modaliteiten van toegangsaanvragen Afdeling 2.1. - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, voor eigen rekening Art. 110.Elke toegangsaanvraag die door een leverancier in eigen naam en voor eigen rekening wordt ingediend, moet ten minste de volgende informatie bevatten : 1° de identiteit van de aanvrager (naam, adres, BTW-nummer, EAN-GLN-code,...); 2° de identiteit van de transportnetgebruiker waarmee de leverancier een samenwerkingsovereenkomst gesloten heeft (naam, adres, BTW-nummer, EAN-GLNcode,...) 3° de datum waarop het toegangscontract tot het distributienet in werking treedt;4° het bewijs dat hij houder is van een geldige leveringsvergunning;5° in voorkomend geval, de lijst met toegangspunten waarvoor reeds leveringscontracten zijn afgesloten. Art. 111.Binnen vijf werkdagen nadat de toegangsaanvraag is ingediend, controleert de distributienetbeheerder of de aanvraag al dan niet volledig is en meldt hij dit aan de aanvrager. Ais de aanvraag onvolledig is, deelt de distributienetbeheerder de toegangsaanvrager mee welke informatie of documenten ontbreken en de termijn waarover hij beschikt om zijn aanvraag te vervolledigen. Art. 112.Binnen vijf werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag bezorgt de distributienetbeheerder de aanvrager een voorstel van toegangscontract dat conform is aan het model in Bijlage IV bij onderhavig Technisch Reglement. De aanvrager beschikt over een termijn van twintig werkdagen om dat document ingevuld en ondertekend terug te sturen naar de distributienetbeheerder. Bij gebreke, wordt de procedure van toegangsaanvraag als ongeldig beschouwd, behoudens tegenstrijdige beslissing van de distributienetbeheerder op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. De leverancier heeft pas de hoedanigheid van toegangsgerechtigde en is pas in het toegangsregister opgenomen bij de opheffing van de opschortende voorwaarden bedoeld in het toegangscontract. Afdeling 2.2. - Indienen van een toegangsaanvraag door een distributienetgebruiker Art. 113.Elke toegangsaanvraag die door een distributienetgebruiker wordt ingediend, moet ten minste de volgende informatie bevatten : 1° de identiteit van de aanvrager (naam, adres, BTW-nummer,...); 2° de datum vanaf wanneer toegang tot het distributienet wordt gevraagd;3° de identiteit van de leverancier (houder van een geldige leveringsvergunning) en van de transportnetgebruiker die de distributienetgebruiker voor het toegangspunt in kwestie aangesteld heeft;4° het bewijs dat het in artikel 107, § 4, bedoelde contract is afgesloten. Art. 114.Binnen vijf werkdagen nadat de toegangsaanvraag is ingediend, controleert de distributienetbeheerder of de aanvraag al dan niet volledig is en meldt hij dit aan de aanvrager. Als de aanvraag onvolledig is, deelt de distributienetbeheerder de toegangsaanvrager mee welke informatie of documenten ontbreken. Art. 115.Binnen vijf werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag bezorgt de distributienetbeheerder de aanvrager een voorstel van toegangscontract dat identiek is aan dat bedoeld in artikel 112, maar vergezeld is van een bijlage, die de contractbepalingen weergeeft die vanwege de hoedanigheid van de aanvrager niet voor toepassing in aanmerking komen. De aanvrager beschikt over een termijn van twintig werkdagen om die documenten in te vullen en ondertekend terug te sturen naar de distributienetbeheerder. Bij gebreke, wordt de procedure van toegangsaanvraag als ongeldig beschouwd, behoudens tegenstrijdige beslissing van de distributienetbeheerder op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. De distributienetgebruiker heeft pas de hoedanigheid van toegangsgerechtigde en is pas als zodanig in het toegangsregister opgenomen bij de opheffing van de opschortende voorwaarden bedoeld in het toegangscontract. Afdeling 2.3. - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, voor rekening van een distributienetgebruiker Art. 116.Elke toegangsaanvraag die door een toegangsgerechtigde leverancier voor rekening van een distributienetgebruiker wordt ingediend, moet ten minste de volgende informatie bevatten : 1° de identiteit van de aanvrager die houder is van een geldige leveringsvergunning (naam, adres, BTW-nummer, EAN-GLN-code,...); 2° de EAN-GSRN-code die het toegangspunt in kwestie identificeert; 3° de identiteit van de distributienetgebruiker (naam, adres, in voorkomend geval, BTWnummer,...) op het toegangspunt in kwestie; 4° de identiteit alsook de EAN-GLN-code van de transportnetgebruiker die voor het toegangspunt in kwestie aangesteld is;5° de datum vanaf wanneer toegang tot het distributienet wordt gevraagd. Art. 117.Binnen vijf werkdagen nadat de toegangsaanvraag is ingediend, controleert de distributienetbeheerder of de aanvraag volledig en ontvankelijk is. Als de aanvraag onvolledig is, deelt de distributienetbeheerder de toegangsaanvrager mee welke informatie of documenten ontbreken en kent hij hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen. Art. 118.De distributienetbeheerder stuurt de aanvrager binnen vijf werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag een ontvangstbevestiging en registreert de in de aanvraag vermelde leverancier en transportnetgebruiker samen met de uitvoeringsdatum in het toegangsregister, voor het of de in de aanvraag opgegeven toegangspunt(en). Op de uitvoeringsdatum, heeft de leverancier de hoedanigheid van toegangsgerechtigde voor het beschouwde toegangspunt. De distributienetbeheerder gaat op dezelfde datum over tot het in dienst stellen van het beschouwde toegangspunt als dit voordien « inactief » was. Afdeling 2.4. - Geranlies te verstrekken door de toeoensrsoerechtiode Art. 119.De toegangsgerechtigde waarborgt de distributienetbeheerder dat de afnamen op de toegangspunten in hun portefeuille gedekt zullen worden door leveringscontracten te dateren vanaf het in voege treden en voor de hele duur van het toegangscontract. De toegangsgerechtigde waarborgt tevens dat hij via het transportnet en de ontvangststations zoveel gas zal laten injecteren als hij levert aan de distributienetgebruikers waarmee hij een leveringscontract gesloten heeft. De toegangsgerechtigde verklaart en garandeert in dat verband aan de distributienetbeheerder, dat alle nodige contracten voor het bekomen van toegang tot de andere distributienetten en tot het vervoersnet werden afgesloten. Art. 120.De toegangsgerechtigde verbindt zich ertoe de distributienetbeheerder terstond in te lichten in geval van wijziging van één van de in het toegangscontract vermelde elementen of van de identiteit en de gegevens van de distributienetgebruiker die aanwezig is op een toegangspunt in zijn portefeuille. Afdeling 2.5. - Wijziging van leverancier en van transportnetgebruiker Art. 121.§ 1er. Elke wijziging van leverancier dient minstens dertig kalenderdagen op voorhand gemeld door de (nieuwe) leverancier aan de distributienetbeheerder met aanduiding van de datum van verandering. De wijziging van leverancier gebeurt in de vorm van een toegangsaanvraag, overeenkomstig de bepalingen van afdeling 2.3. Indien de wijziging van leverancier op het toegangspunt zoals bedoeld in lid 1 een gevolg is van de wijziging van distributienetgebruiker op dit toegangspunt dient deze wijziging zo snel mogelijk door de (nieuwe) leverancier aan de distributienetbeheerder gemeld te worden met aanduiding van de datum van de wijziging die maximaal tien kalenderdagen in het verleden mag liggen, behalve als het bewuste toegangspunt met tele-opname wordt opgemeten, in welk geval geen terugwerkende kracht is toegestaan. § 2. Binnen twee kalenderdagen beoordeelt de distributienetbeheerder volgens de in artikel 109 bedoelde voorwaarden en modaliteiten of de wijziging wordt aanvaard dan wel verworpen en brengt hij de (nieuwe) leverancier daarvan op de hoogte. In voorkomend geval wordt de vorige leverancier van de wijziging verwittigd door de distributienetbeheerder. De vroegere en de nieuwe leverancier melden de wijziging aan de transportnetgebruiker waarmee ze respectievelijk verbonden zijn. Art. 122.§ 1. Als een leverancier vaststelt dat hij geen bericht van de distributienetbeheerder heeft ontvangen met de melding dat van leverancier is veranderd, terwijl het contract dat hem bindt met een distributienetgebruiker een einde neemt, stelt hij de distributienetbeheerder hiervan minstens dertig kalenderdagen vóór de vervaldatum in kennis. Bij gebreke, zal hij in het toegangsregister gesignaleerd blijven als toegangsgerechtigde voor het beschouwde afnamepunt. § 2. De distributienetbeheerder vraagt in voorkomend geval, binnen de vijf werkdagen, aan de betrokken distributienetgebruiker om een nieuwe leverancier aan te wijzen, en wel ten laatste tien kalenderdagen vóór de vervaldatum van het in paragraaf 1 bedoelde contract. § 3. Als er binnen de termijnen geen nieuwe leverancier is aangewezen volgens de geldende procedures, en onverminderd alinea 2 van paragraaf 1, wordt het betrokken toegangspunt buiten dienst gesteld. Art. 123.§ 1. Bij melding van een onterechte leverancierswissel aan een leverancier of aan de distributienetbeheerder, meldt de gecontacteerde partij onverwijld deze verkeerde leverancierswissel aan de leverancier die onterecht de leverancierswissel heeft aangevraagd. Hierbij worden volgende klantgegevens uitgewisseld : * EAN-GSRN-code van het betrokken toegangspunt; * naam en contactgegevens van de betrokken distributienetgebruiker; * datum waarop de betrokken distributienetgebruiker contact heeft opgenomen voor de melding van de onterechte wissel. § 2. Bij de melding van een onterechte leverancierswissel deelt de leverancier die onterecht de wissel heeft aangevraagd volgende informatie mee aan de distributienetgebruiker : * het verdere verloop van de annulatie van de wissel; * het verwachte tijdstip waarop de onterechte leverancierswissel zal rechtgezet zijn; * de verzekering dat een oplossing zal gevonden worden tussen de betrokken leveranciers die niet schadelijk is voor de distributienetgebruiker; * hoe hij verder op de hoogte zal gehouden worden van het verdere verloop van de rechtzetting en door welke leverancier dit zal gebeuren; * indien gevraagd, hoe klachten of vragen zullen behandeld worden. § 3. De verdere rechtzetting van de fout verloopt als volgt : * de leverancier die onterecht de wissel heeft aangevraagd, annuleert de wissel voor het betrokken toegangspunt naar de distributienetbeheerder; * na de bevestiging van de annulatie door de distributienetbeheerder contacteert de rechtmatige leverancier de distributienetgebruiker en bevestigt dat de fout werd rechtgezet. Art. 124.§ 1. Een wissel van vervoersnetgebruiker kan enkel ingaan op de eerste dag van de kalendermaand om 06 uur. § 2. Indien een toegangsgerechtigde de aanduiding van een vervoersnetgebruiker op één of meerdere toegangspunten wenst te veranderen, dient hij de identiteit en de contactgegevens van deze partij, evenals een verklaring van samenwerking ermee, minstens dertig kalenderdagen op voorhand over te maken aan de distributienetbeheerder. De dstributienetbeheerder meldt binnen de vijf werkdagen na de melding, bedoeld in lid 1, of deze volledig is en of de gevraagde wissels kunnen worden aanvaard. Hij motiveert een negatief antwoord met vermelding van de noodzakelijke aanpassingen. § 3. De aanvraag voor de wissel van vervoersnetgebruiker kan niet geannuleerd worden. § 4. Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten met berekend verbruiksprofiel schat de distributienetbeheerder de meterstanden op het moment van de wissel van vervoersnetgebruiker volgens de principes in artikel 188. Voor maandelijks opgenomen toegangspunten met berekend verbruiksprofiel, neemt de distributienetbeheerder de meterstand op rond het moment van de wissel van vervoersnetgebruiker. Art. 125.De MIG die van toepassing is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedoeld in artikel 10 beschrijft de sequentie van de boodschappen bij elk wijzigingsproces, evenals de vorm en de inhoud van de boodschappen, en de modaliteiten bij het opzeggen van een aangevraagde wijziging. HOOFDSTUK 3. - Onderbrekingen en opschorting van de toegang Afdeling 3.1.- - Geplande onderbrekingen van de toegang Art. 126.De distributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot het distributienet te onderbreken wanneer in verband met de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het distributienet of van de aansluiting werken aan het distributienet of aan de aansluiting noodzakelijk zijn. Art. 127.Tenzij hij aantoont dat er sprake is van een noodsituatie, stelt de distributienetbeheerder de distributienetgebruiker alsmede diens leverancier zo vlug mogelijk en ten minste vijf werkdagen op voorhand in kennis van het begin en van de waarschijnlijke duur van een onderbreking. Afdeling 3.2. - Ongeplande onderbrekingen van de toegang Art. 128.§ 1. De distributienetbeheerder stelt een telefoonnummer ter beschikking van de distributienetgebruikers, dat permanent kan worden gebruikt om ofwel toegangsstoringen te melden ofwel informatie te bekomen over dergelijke storingen. § 2. Bij ongeplande onderbrekingen van de toegang tot het distributienet stelt de distributienetbeheerder de distributienetgebruiker die over een aansluitingscapaciteit groter dan of gelijk aan 250 m3(
  4. n)per uur beschikt, alsook diens leverancier, zo snel mogelijk in kennis van de aard en van de vermoedelijke duur ervan. Voor de andere distributienetgebruikers geeft de distributienetbeheerder op hun vraag of op vraag van hun leverancier binnen tien werkdagen na ontvangst van de vraag nadere uitleg over de oorsprong van de ongeplande onderbrekingen. § 3. De distributienetbeheerder publiceert op zijn internetsite de lijst, de duur en de vastgestelde of vermoedelijke oorzaken van ongeplande onderbrekingen van de toegang tot het distributienet, waarbij hij zich beperkt tot gezamenlijke onderbrekingen. Deze terdege geactualiseerde informatie wordt ten minste gedurende één jaar op de site beschikbaar gesteld. Afdeling 3.3. - Opschorting van de toegang Art. 129.§ 1. Naast de in het toegangscontract vermelde gevallen van opschorting, behoudt de distributienetbeheerder zich het recht voor het geheel of een deel van de toegang tot zijn distributienet op te schorten gedurende de tijd welke strikt noodzakelijk is om de volgende situaties in orde te brengen : 1° noodsituaties;2° als hij aantoont dat er ernstig gevaar bestaat dat de goede werking van het distributienet of de veiligheid van personen of uitrustingen worden bedreigd, meer bepaald doordat de werken bedoeld in de artikels 100 en 102 niet zijn uitgevoerd binnen de toegewezen termijn;3° onverminderd de geldende ordonnanties, indien een distributienetgebruiker of diens leverancier, na ingebrekestelling waarin een redelijke termijn tot regularisering is bepaald, zijn financiële verplichtingen tegenover de distributienetbeheerder niet nakomt of indien er op een gegeven ogenblik geen leverancier of geen transportnetgebruiker meer aangesteld is.4° in het geval dat een niet-residentiële gebruiker na ingebrekestelling blijft nalaten de distributienetbeheerder de bedragen te storten, die hij deze laatste verschuldigd is voor prestaties die deze beheerder vóór 1 juli 2004 verstrekt heeft.5° wanneer de distributienetbeheerder vaststelt dat er een inbreuk heeft plaatsgevonden op de integriteit van de meetuitrusting of een andere aansluitingsuitrusting en vermoedt dat de kwaliteit van de meetgegevens daardoor zodanig kan zijn aangetast dat er een expertise, in voorkomend geval gevolgd door de vervanging van de beschadigde uitrustingen, nodig is;6° wanneer de door een distributienetgebruiker afgenomen capaciteit groter is dan de capaciteit van zijn aansluiting. § 2. De distributienetbeheerder dient de gebruiker van het net in kwestie zo spoedig mogelijk redenen voor zijn beslissing aan te geven en licht gelijktijdig diens leverancier in. § 3. Elke opschorting van toegang zoals bedoeld in de eerste paragraaf gaat gepaard met het tijdelijk buiten dienst stellen van het betrokken toegangspunt. Dit blijft « actief » in het toegangsregister. HOOFDSTUK 4. - Toegangsprogramma's Art. 130.§ 1. Als de distributienetbeheerder zulks noodzakelijk acht (afhankelijk van het niveau van de afgenomen capaciteit of op basis van andere objectieve en nietdiscriminerende criteria), kan hij op bepaalde toegangspunten dagelijks een toegangsprogramma van de toegangsgerechtigde eisen alvorens de toegang tot het distributienet te verlenen. Het dagelijkse toegangsprogramma betreffende « dag D » wordt uiterlijk neergelegd op de dag « D-1 » op een bepaald tijdstip met inachtneming van een procedure en van transparante en niet-discriminerende ontvankelijkheidsvoorwaarden die in het toegangscontract zijn vastgelegd. Hij kan ook elk jaar prognoses vanwege de toegangsgerechtigde eisen. § 2. De toegangsgerechtigde dient de distributienetbeheerder zonder verwijl te waarschuwen zodra hij vaststelt dat het werkelijke afnameprofiel merkbaar afwijkt van het programma of van de bovenvermelde prognoses. HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepaling Art. 131.Onder voorbehoud van de bepalingen van Hoofdstuk 3 met betrekking tot de onderbreking en de opschorting van de toegang, zijn de bepalingen van onderhavige Titel niet van toepassing op de huishoudelijke klanten zolang die klanten niet in aanmerking zijn gekomen. Tot de dag dat zij in aanmerking zullen komen, en onverminderd alinea 1, is de toegang van de huishoudelijke klanten tot het distributienet, ondergeschikt aan de ondertekening van een document van terbeschikkingstelling en afname van aardgas en wordt die toegang hen verleend overeenkomstig de voorwaarden voor het ter beschikking stellen van aardgas zoals opgenomen in Bijlage V van dit Technisch Reglement. TITEL V. - Meetcode HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 132.Onderhavige Titel beschrijft de rechten en verplichtingen van de distributienetbeheerder en de andere betrokken partijen met betrekking tot enerzijds de terbeschikkingstelling, de plaatsing, het gebruik en het onderhoud van de meetinrichting en anderzijds de meteropname, de verwerking en de terbeschikkingstelling van de meetgegevens afkomstig van de meetinrichting. Art. 133.§ 1. Voor elk toegangspunt dat verbonden is met een aansluiting op het distributienet, wordt een meting uitgevoerd. Hiertoe wordt meetinrichting gebruikt. In afwijking van de eerste alinea, zijn de toegangspunten voor dewelke de werkelijk afgenomen hoeveelheid energie forfaitair kan worden bepaald, vrijgesteld van meetinrichting. § 2. Als het meetpunt niet is aangesloten op het toegangspunt, berekent de distributienetbeheerder het werkelijk afgenomen verbruik aan het toegangspunt door enerzijds uit te gaan van de meting van het brutoverbruik, en anderzijds een correctiefactor toe te passen. Art. 134.De meetinrichtingen en de meetgegevens zijn bedoeld om de facturering mogelijk te maken van de prestaties van de distributienetbeheerder en van de leveranciers, op basis van de hoeveelheden energie die op elk toegangspunt worden afgenomen van het distributienet, en dienen tevens als basis om een goed beheer van het distributienet mogelijk te maken. Art. 135.De in vorig artikel bedoelde facturatie kan berusten op gegevens voor eventueel samengebundelde elementaire perioden. Afhankelijk van het type van de aansluiting worden deze gegevens rechtstreeks afgeleid van de meetinrichting of zijn zij het resultaat van de toepassing van typeprofielen op deze meetgegevens. Art. 136.De in artikel 135 bedoelde elementaire periode is het uur. Art. 137.§ 1. De distributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de metingen. Hiertoe is hij als enige gerechtigd om de meetinrichting te plaatsen, te exploiteren, te onderhouden of te vervangen. § 2. De distributienetbeheerder heeft tevens tot taak de meetgegevens in te zamelen, te valideren, ter beschikking te stellen en te bewaren. Hij hanteert bij de uitvoering van deze taak objectieve en niet-discriminerende criteria. De betrokken partijen nemen bovendien de nodige maatregelen opdat de geldende regels inzake vertrouwelijkheid in acht worden genomen. § 3. De distributienetbeheerder is, overeenkomstig artikel 35, § 2, en behoudens andersluidende overeenkomst, eigenaar van de meetinrichting. Art. 138.De distributienetbeheerder is "verantwoordelijk voor de verwerking" naar luid van het bepaalde in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Voor de toepassing van onderhavige Titel wordt onder K persoonsgegevens » verstaan de gegevens betreffende zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Art. 139.§ 1. De meetgegevens, alsook de allocatie -en reconciliatiegegevens, uitgedrukt in kwh, worden door de distributienetbeheerder zowel aan de leveranciers en de betrokken transportnetgebruikers als aan de vervoersnetbeheerder medegedeeld volgens de modaliteiten bepaald in artikel 10 van onderhavig Technisch Reglement. § 2. De distributienetgebruiker beschikt over alle rechten van een eigenaar inzake zijn meetgegevens. Hiertoe biedt de distributienetbeheerder de netgebruiker die erom vraagt, de mogelijkheid om, middels een door de distributienetbeheerder opgestelde procedure, te beschikken over de meetgegevens betreffende zijn toegangspunt. Art. 140.De distributienetbeheerder kan, op vraag van de distributienetgebruiker of de leverancier, meetgegevens of andere informatie afkomstig van de betrokken meetinrichting (bij voorbeeld via impulsen) ter beschikking van de aanvrager stellen, met een ander doel dan bedoeld in artikel 134. De aanvrager richt zich hiertoe tot de distributienetbeheerder die op basis van objectieve en niet discriminerende criteria de aanvraag evalueert en de hieruit voortkomende werken uitvoert. De hieraan verbonden kosten worden gedragen door de aanvrager. Indien met het oog op de in lid 1 bedoelde bijkomende meetgegevens de impulsuitgangen van de meter ter beschikking moeten gesteld worden aan de distributienetgebruiker, moet de distributienetbeheerder op kosten van de aanvrager binnen de dertig werkdagen de nodige aanpassingen van de meetinrichting uitvoeren. Deze termijn kan mits motivatie door de distributienetbeheerder verlengd worden. De kosten voor de hiertoe nodige aanpassingen van de meetinrichting moeten gepubliceerd worden door de distributienetbeheerder. Art. 141.Voor toegangspunten met een aansluitingscapaciteit groter dan 250 m3(
  5. n)per uur, stelt de distributienetbeheerder ambtshalve, bij de installatie van een nieuwe meetinrichting, de impulsuitgangen kosteloos ter beschikking ter hoogte van de meetinrichting voor toepassingen van de distributienetgebruiker. Indien de toegang tot de installatie onderworpen is aan voorwaarden opgelegd door de distributienetbeheerder, worden deze in het aansluitingscontract vastgelegd. Art. 142.De distributienetbeheerder is niet verplicht meetinrichting te installeren voor andere doeleinden dan die bedoeld in artikel 134. In het bijzonder worden de maatregelen die stroomafwaarts van een toegangspunt genomen moeten worden in het kader van de procedure tot toekenning van groenestroomcertificaten, geregeld door bijzondere voorschriften met betrekking tot de meting van groenestroomcertificaten, bepaald bij ministerieel besluit. HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende de meetinrichtingen Afdeling 2.1. - Algemene bepalingen Art. 143.Onverminderd de bepalingen van onderhavig Technisch Reglement, moeten de onderdelen die in de meetinrichting gebruikt worden, voldoen aan de toepasselijke wettelijke voorschriften, inclusief de omzendbrieven die uitgaan van de Dienst Metrologie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, en aan de eisen van de geldende normen die van toepassing zijn op meetinrichting en hun componenten. Zij moeten verzegeld kunnen worden. Art. 144.§ 1. Een meetinrichting bestaat uit alle uitrustingen nodig voor het nastreven van de doeleinden zoals bedoeld in artikel 134 en kan dus onder meer bestaan uit al dan niet geïntegreerde combinaties van : * gasmeter * volumeherleidingsapparaat * dataloggers * communicatie-uitrusting § 2. Wanneer de voorschriften van onderhavig Technisch Reglement, alsook de toepasselijke wetgeving voorzien in de integratie, in de meetinrichting, van onderdelen die een elektrische voeding van 230V vereisen, stelt de distributienetgebruiker of, als het een verschillende persoon betreft, de eigenaar van het betrokken gebouw dergelijke voeding ter beschikking van de distributienetbeheerder op de plaats waar de meetinrichting geïnstalleerd zal worden, met naleving van de technische specificaties zoals bepaald door de distributienetbeheerder. Art. 145.De distributienetgebruiker en de distributienetbeheerder hebben het recht om in hun installaties en op eigen kosten alle toestellen te plaatsen die zij nuttig achten om de nauwkeurigheid na te gaan van de meetinrichting. Een dergelijke controle-installatie moet voldoen aan de voorschriften van onderhavig Technisch Reglement. Indien deze controles meetafwijkingen aan het licht brengen, dan worden de voorschriften voorzien in Afdeling 2.5. van onderhavige Titel van overeenkomstige toepassing. Art. 146.§ 1. Indien de distributienetgebruiker extra uitrustingen wil integreren in de meetinrichting die betrekking heeft op zijn toegangspunt, moet hij zich wenden tot de distributienetbeheerder. Deze zal op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria oordelen of deze uitrustingen geplaatst kunnen worden zonder de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet en de kwaliteit van de basismetingen in het gedrang te brengen. Bij positieve beoordeling zat de distributienetbeheerder de plaatsing uitvoeren onder niet-discriminerende voorwaarden en binnen niet-discriminerende termijnen. Deze uitrustingen moeten voldoen aan de voorschriften van onderhavig Technisch Reglement. Bij negatieve beoordeling dient de distributienetbeheerder zijn beslissing met redenen te omkleden en ze mee te delen aan de distributienetgebruiker in kwestie. § 2. Alle kosten met betrekking tot deze bijkomende uitrustingen en de installatie ervan komen ten laste van de distributienetgebruiker die erom heeft verzocht. Art. 147.De distributienetbeheerder heeft het recht om op eigen kosten alle apparatuur aan de meetinrichting toe te voegen die nuttig is voor de uitvoering van zijn taken. Afdeling 2.2. - Plaats van de meetinrichting Art. 148.De meetinrichting wordt geplaatst ter hoogte van het toegangspunt, zoals afgebeeld op het schema van Bijlage II. Art. 149.De distributienetgebruiker, in voorkomend geval, de eigenaar van het betrokken gebouw, en de distributienetbeheerder voeren overleg met elkaar om de meetinrichting te vrijwaren van schokken, trillingen, extreme temperaturen, vochtigheid en in het

van alles wat schade kan berokkenen of storingen kan veroorzaken. Afdeling 2.

  1. - Verzegeling Art. 150.§
  2. De meetinrichting wordt door de distributienetbeheerder verzegeld. §
  3. De zegels mogen alleen verbroken of verwijderd worden door de distributienetbeheerder of met voorafgaande schriftelijke toestemming vanwege de distributienetbeheerder. §
  4. Indien de distributienetbeheerder vaststelt dat de zegels van de meetinrichting zijn verwijderd, controleert hij de installatie ter plaatse alvorens deze opnieuw te verzegelen en het toegangspunt opnieuw buiten dienst te stellen. Alle door de distributienetbeheerder gedane kosten ingevolge het ongeoorloofd verwijderen of breken van de zegels vallen ten laste van ofwel, als deze gekend is, de bewoner van de lokalen waarbij die meetinrichting hoort, ofwel de eigenaar van het betrokken gebouw. Die kosten omvatten enerzijds de administratieve kosten en de tarieven voor de door de distributienetbeheerder uitgevoerde handelingen voor het herstel in de vorige staat, anderzijds de vergoeding, uitgedrukt in E per verbruikseenheid, aan hem verschuldigd voor het frauduleus afgenomen gas. Het bedrag van bovenbedoelde administratieve kosten en vergoeding, wordt bepaald door de distributienetbeheerder en bekendgemaakt op zijn internetsite. Afdeling 2.
  5. - Nauwkeurigheidsvereisten Art. 151.De minimale nauwkeurigheidsvereisten van de meetinrichting moeten voldoen aan de geldende wetgeving, en inzonderheid aan het koninklijk besluit van 20 december 1972 betreffende de gasmeters. Op eenvoudig verzoek, bezorgt de distributienetbeheerder de nodige informatie over die normen en besluiten aan de distributienetgebruiker. Afdeling 2.
  6. - Defecten en fouten Art. 152.Bij defect van de meetinrichting en wanneer de aansluiting uitgerust is met de controle-installaties bedoeld in artikel 145, vervangen de controlemetingen de hoofdmetingen. Art. 153.Indien ten gevolge van de storing van de meetinrichting, de gasstroom onderbroken wordt, moet de distributienetbeheerder zich houden aan de bepalingen van artikel
  7. Art. 154.§
  8. Onverminderd bijzondere bepalingen in het aansluitingscontract stelt de distributienetbeheerder alles in het werk om de defecten aan de meetinrichting zo snel mogelijk te verhelpen, en ten laatste binnen een termijn van zeven werkdagen. Deze termijn gaat in op het ogenblik dat de distributienetbeheerder over het defect werd ingelicht. In overleg met de distributienetgebruiker kan deze termijn verlengd worden. §
  9. In de mate van het mogelijke worden dezelfde termijnen gehanteerd in geval van een defect bij de dataoverdracht. §
  10. Indien het defect niet binnen de in paragraaf 1 bedoelde termijn verholpen kan worden, neemt de distributienetbeheerder alle noodzakelijke maatregelen teneinde het verlies van meetgegevens te beperken. Hij licht bovendien de leverancier in als het defect betrekking heeft op een toegangspunt bedoeld in artikel
  11. §
  12. Defecten aan een meetinrichting die gebruikt wordt voor de toekenning van groenestroomcertificaten, worden door de distributienetbeheerder zo snel mogelijk aan de Dienst gemeld. Art. 155.Een fout in een meetgegeven wordt als significant beschouwd, als ze groter is dan hetgeen is toegestaan krachtens de nauwkeurigheidsvereisten voorgeschreven door de wetgeving bedoeld in artikel
  13. Art. 156.Elke distributienetgebruiker of leverancier die een significante fout in de meetgegevens vermoedt, meldt dat onmiddellijk schriftelijk aan de distributienetbeheerder. Indien de gebruiker of leverancier in kwestie een controle van de meetinrichting vraagt, moet de distributienetbeheerder binnen de kortste termijnen een controleprogramma opstarten. De distributienetgebruiker wordt verzocht zijn eigen meettoestellen op zijn kosten tegelijkertijd te laten controleren. Art. 157.Indien uit de in voorgaand artikel bedoelde controle blijkt dat de significante fout te wijten is aan de nauwkeurigheid van de meetinrichting, dan zorgt de distributienetbeheerder ervoor dat een ijking wordt uitgevoerd, de fout wordt verholpen of de meter wordt vervangen, en wel zo snel mogelijk en ten laatste binnen de tien werkdagen. Deze termijn mag, mits dat gemotiveerd wordt, door de distributienetbeheerder worden verlengd. Art. 158.De distributienetbeheerder draagt de kosten verbonden aan de in artikelen 156 en 157 genoemde acties indien een significante fout kon vastgesteld worden. In het andere geval zijn zij voor rekening van de aanvrager, volgens het geldende tarief dat hem vooraf ter kennis gebracht werd. Afdeling 2.
  14. - Onderhoud en inspecties Art. 159.De distributienetbeheerder zorgt voor het onderhoud van de meetinrichtingen, waarbij hij zich inspant om ervoor te zorgen dat deze, zolang ze gebruikt wordt, voldoen aan de geldende wetgeving en aan de in onderhavig Technisch Reglement opgenomen eisen. Art. 160.§
  15. De distributienetbeheerder moet toegang hebben tot de meetinrichtingen en de eventuele controle-installaties om te kunnen controleren of deze in overeenstemming zijn met de bepalingen van onderhavig Technisch Reglement, alsook met de geldende wetgeving en normen. §
  16. Wanneer de distributienetbeheerder vaststelt dat er inbreuk werd gepleegd op de integriteit van een meetinrichting, controleert hij de inrichting ter plekke of neemt hij, als dat verantwoord is, de meetinrichting mee voor een grondige controle in het labo. Alle door de distributienetbeheerder gemaakte kosten ingevolge gebleken fraude vallen ten laste van de betrokken distributienetgebruiker. Die kosten omvatten enerzijds de administratieve kosten en de tarieven voor de door de distributienetbeheerder uitgevoerde verrichtingen voor het herstellen of vervangen van de meter, anderzijds de vergoeding, uitgedrukt in E per verbruikseenheid, aan hem verschuldigd voor het frauduleus afgenomen gas, alsook de tarieven voor het gebruik van het distributienet dat gepaard gaat met het afgenomen gas. De administratieve kosten en de vergoeding waarvan hierboven sprake zijn die bedoeld in artikel 150, §
  17. Afdeling 2.
  18. - Administratief beheer van de technische gegevens van de meetinrichting Art. 161.§
  19. De distributienetbeheerder is verantwoordelijk voor het bijhouden en het archiveren van de gegevens die vereist zijn voor een goed beheer van de meetinrichtingen en voor de van toepassing zijnde wettelijke controles, zoals onder meer die betreffende de fabrikant, het type, het serienummer, het bouwjaar en de controle- en ijktijdstippen. §
  20. Wijzigingen aangebracht aan de meetinrichtingen bij een distributienetgebruiker, voor zover zij een invloed hebben op de meetgegevens, worden door de distributienetbeheerder binnen de tien werkdagen meegedeeld aan de leverancier van de betrokken distributienetgebruiker. Afdeling 2.
  21. - IJking Art. 162.De distributienetbeheerder waarborgt dat de onderdelen van de meetinrichting vóór de eerste indienststelling zijn geijkt volgens de geldende nationale en internationale normen. Het ijkprogramma en het tijdschema voor de ijking worden vastgelegd door de distributienetbeheerder volgens de geldende nationale en internationale normen. De onderdelen van de meetinrichting worden geijkt door een hiervoor erkende instelling of dienst. HOOFDSTUK
  22. - Bepalingen betreffende de meetgegevens Afdeling 3.
  23. - Gemeten en berekende verbruiksprofielen Art. 163.De bepaling van het verbruiksprofiel van een distributienetgebruiker is gebaseerd op een reeks gegevens die elk betrekking hebben op een elementaire periode zoals bepaald in artikel
  24. In hetgeen volgt wordt een reeks van dergelijke gegevens « verbruiksprofiel- genoemd. Twee soorten verbruiksprofiel worden onderscheiden : 1° het gemeten verbruiksprofiel : de meetinrichting registreert voor elke elementaire periode de hoeveelheid afgenomen gas, waarmee de verbruiksprofiel wordt opgesteld;2° het berekende verbruiksprofiel : een verbruiksprofiel wordt berekend op basis van periodiek opgenomen meterstanden van de meetinrichting, de weersgegevens en de toepassing van een synthetisch verbruiksprofiel dat op de verbruikskarakteristieken van de desbetreffende gebruiker(s) is afgestemd. Art. 164.§
  25. Voor de meetinrichtingen betreffende de toegangspunten van een bestaande aansluiting, waarvan het jaarverbruik meer dan één miljoen m3(n) bedraagt, zijn de in aanmerking genomen verbruiksprofielen de gemeten en via teleopneming doorgestuurde verbruiksprofielen. §
  26. Voor de meetinrichtingen betreffende lagere afnames mag de distributienetbeheerder, op verzoek en voor rekening van de distributienetgebruiker, eveneens overgaan tot de registratie van het gemeten en via teleopneming doorgestuurde verbruiksprofiel. §
  27. Voor de nieuwe aansluitingen met een aansluitingscapaciteit hoger dan 250 m3 (n)/u of bij versterking van een aansluiting, waardoor de aansluitingscapaciteit meer dan 250 m3(n)/u zat bedragen, plaatst de distributienetbeheerder een meetinrichting met registratie van het gemeten en via teleopneming doorgestuurde verbruiksprofiel. Art. 165.Voor alle toegangspunten waar het gemeten verbruiksprofiel door de meetinrichting geregistreerd wordt, met uitzondering evenwel van de toegangspunten voor dewelke de distributienetbeheerder dergelijke inrichting heeft opgelegd in het kader van meetcampagnes « synthetisch verbruiksprofiel », geschiedt de facturatie van de kosten betreffende de toegang tot het distributienet en het gebruik ervan, op basis van dat gemeten verbruiksprofiel. Art. 166.§
  28. Het verbruik op toegangspunten zonder registratie door tele-opname met een jaarverbruik van 100.000 m3(n) of meer, wordt door de distributienetbeheerder maandelijks opgenomen. §
  29. Het verbruik op toegangspunten zonder registratie door tele-opname met een jaarverbruik kleiner dan 100

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.