← België

Wet houdende instemming met de Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt een internationale overeenkomst die het ontwikkelen, produceren, opslaan en gebruiken van chemische wapens verbiedt, en de vernietiging ervan regelt. Het doel is om chemische wapens wereldwijd uit te bannen.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
20 DECEMBER 1996. Wet houdende instemming met de Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, en van de drie Bijlagen, gedaan te Parijs op 13 januari 1993 (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77, eerste lid, 6°, van de Grondwet. Art. 2.De Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, en de drie Bijlagen, gedaan te Parijs op 13 januari 1993, zullen volkomen uitwerking hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 20 december 1996. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DERYCKE De Minister van Economie, E. DI RUPO De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Landsverdediging, J.-P. PONCELET Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens PREAMBULE De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, Vastbesloten handelend op te treden ten einde daadwerkelijke vorderingen te bereiken in de richting van algemene en volledige ontwapening onder nauwlettend en doeltreffend internationaal toezicht, met inbegrip van het verbieden en uitbannen van alle vormen van massavernietigingswapens, Geleid door de wens bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen en beginselen van het Handvest der Verenigde Naties, In herinnering brengend dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties herhaaldelijk elk optreden dat in strijd is met de beginselen en doelstellingen van het Protocol van Genève van 17 juni 1925 nopens het verbod van het gebruik tijdens oorlogshandelingen van verstikkende, giftige of andere gassen en van vormen van bacteriologische oorlogvoering (Protocol van Genève van 1925) heeft veroordeeld, Erkennend dat dit Verdrag de hernieuwde bevestiging vormt van de beginselen en doelstellingen van en de verplichtingen aangegaan ingevolge het Protocol van Genève van 1925 en het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, ondertekend te Londen, Moskou en Washington op 10 april 1972, Indachtig de doelstelling neergelegd in artikel IX van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, Vastbesloten, in het belang van de gehele mensheid, de mogelijkheid van het gebruik van chemische wapens volledig uit te sluiten door toepassing van de bepalingen van dit Verdrag en aldus de ingevolge het Protocol van Genève van 1925 aangegane verplichtingen aan te vullen, Erkennend het verbod van het gebruik van herbiciden als een vorm van oorlogvoering, neergelegd in de daarop betrekking hebbende overeenkomsten en de desbetreffende beginselen van het internationale recht, Erkennend dat op het terrein van de chemie bereikte resultaten uitsluitend ten bate van de mensheid dienen te worden aangewend, Geleid door de wens de vrije handel in chemische stoffen, alsook de internationale samenwerking en uitwisseling van wetenschappelijke en technische gegevens op het terrein van chemische activiteiten voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden te bevorderen, ten einde de economische en technologische ontwikkeling van alle Staten die Partij zijn bij dit Verdrag te versterken, Ervan overtuigd dat een volledig en doeltreffend verbod van de ontwikkeling, de produktie, de verwerving, de opslag, het in bezit houden, de overdracht en het gebruik van chemische wapens en de vernietiging van deze wapens een noodzakelijke stap vormen met het oog op de verwezenlijking van deze gemeenschappelijke doelstellingen, Zijn het volgende overeengekomen : Artikel I Algemene verplichtingen 1. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag verplicht zich ertoe nimmer en onder geen enkele omstandigheid : a) chemische wapens te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, een voorraad daarvan aan te leggen of in bezit te houden, dan wel aan wie dan ook direct of indirect over te dragen;b) chemische wapens te gebruiken;c) zich bezig te houden met militaire voorbereidingen tot het gebruik van chemische wapens;d) wie dan ook op enigerlei wijze te helpen, aan te moedigen of aan te zetten tot een ingevolge dit Verdrag aan een Staat die Partij is bij dit Verdrag verboden activiteit.2. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag verplicht zich ertoe chemische wapens die hij in eigendom of bezit heeft of die zich bevinden op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, te vernietigen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.3. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag verplicht zich ertoe alle chemische wapens die hij heeft achtergelaten op het grondgebied van een andere Staat die Partij is bij dit Verdrag te vernietigen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.4. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag verplicht zich ertoe inrichtingen voor de produktie van chemische wapens die hij in eigendom of bezit heeft of die zich bevinden op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, te vernietigen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.5. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag verplicht zich ertoe oproerbestrijdingsmiddelen niet als vorm van oorlogvoering te gebruiken. Artikel II Begripsomschrijvingen en criteria Voor de toepassing van dit Verdrag : 1. Wordt onder « chemische wapens » verstaan het onderstaande, te zamen of afzonderlijk : a) giftige stoffen en hun voorlopers, behalve wanneer deze zijn bestemd voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden, zolang de soorten en hoeveelheden in overeenstemming met zulke doeleinden zijn;b) munitie en andere inzetmiddelen, specifiek ontworpen om de dood of andere schade te veroorzaken door de toxische eigenschappen van de giftige stoffen bedoeld in letter a, die zouden vrijkomen als gevolg van het gebruik van zulke munitie en andere inzetmiddelen;c) uitrusting specifiek ontworpen voor rechtstreeks met de aanwending van de in letter b bedoelde munitie en andere inzetmiddelen verband houdend gebruik.2. Wordt onder « giftige stof » verstaan : iedere chemische stof die door zijn chemische inwerking op levensprocessen de dood, tijdelijke functie-aantasting of blijvende schade aan mensen of dieren kan veroorzaken.Hiertoe behoren alle zodanige chemische stoffen, ongeacht hun herkomst of hun wijze van produktie en ongeacht of zij worden geproduceerd in inrichtingen, in munitie of elders. (Voor de toepassing van dit Verdrag zijn de aan verificatiemaatregelen onderworpen giftige stoffen genoemd in de Lijsten in de Bijlage inzake stoffen.) 3. Wordt onder « voorloper » verstaan : ieder chemisch reagens dat is betrokken bij enigerlei stap in de produktie van een giftige stof, ongeacht de wijze van produktie. Hiertoe behoort mede ieder hoofdbestanddeel van binaire of verscheidene bestanddelen bevattende chemische systemen. (Voor de toepassing van dit Verdrag zijn de aan verificatiemaatregelen onderworpen voorlopers genoemd in de Lijsten in de Bijlage inzake stoffen.) 4. Wordt onder « hoofdbestanddeel van binaire of verscheidene bestanddelen bevattende chemische systemen » (hierna te noemen « hoofdbestanddeel ») verstaan : de voorloper die de belangrijkste rol speelt bij de bepaling van de toxische eigenschappen van het eindprodukt en snel reageert met andere stoffen in het binaire of verscheidene bestanddelen bevattende systeem.5. Wordt onder « oude chemische wapens » verstaan : a) chemische wapens geproduceerd vóór 1925;of b) chemische wapens geproduceerd in het tijdvak tussen 1925 en 1946, waarvan de toestand in zodanige mate is verslechterd dat zij niet langer als chemische wapens kunnen worden gebruikt.6. Wordt onder « achtergelaten chemische wapens » verstaan : chemische wapens, met inbegrip van oude chemische wapens, die na 1 januari 1925 door een Staat zijn achtergelaten op het grondgebied van een andere Staat zonder de toestemming van laatstbedoelde Staat.7. Wordt onder « oproerbestrijdingsmiddelen » verstaan : alle niet in een Lijst genoemde chemische stoffen die bij mensen snel tot irritatie van de zintuigen leiden of een handelingen belemmerende werking hebben, welke binnen korte tijd na beëindiging van de blootstelling verdwijnen.8. Onder « inrichting voor de produktie van chemische wapens » wordt verstaan : a) apparatuur, alsmede elk gebouw waarin zulke apparatuur is ondergebracht, die op enig tijdstip na 1 januari 1946 is ontworpen gebouwd of gebruikt : i.als onderdeel van de fase in de produktie van chemische stoffen (« laatste technologische fase ») waarbij de materiaalstromen - wanneer de apparatuur wordt gebruikt - zouden bevatten : 1. stoffen genoemd in Lijst 1 in de Bijlage inzake stoffen;of 2. andere stoffen die in een hoeveelheid van meer dan 1 ton per jaar op het grondgebied van een Staat die Partij is bij dit Verdrag of op een andere plaats onder de rechtsmacht of het toezicht van een Staat die Partij is bij dit Verdrag niet van nut zijn voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden maar die kunnen worden gebruikt voor chemische wapens; of ii. voor het vullen van chemische wapens, met inbegrip van onder meer het laden van stoffen genoemd in Lijst 1 in munitie, andere inzetmiddellen of houders voor opslag in grote hoeveelheden, het laden van stoffen in houders die deel uitmaken van geassembleerde binaire munitie en andere inzetmiddelen of in chemische submunitie die deel uitmaakt van geassembleerde munitie en andere inzetmiddelen met één chemisch bestanddeel en het aanbrengen van de houders en chemische submunitie in de onderscheiden munitie en andere inzetmiddelen; b) hieronder wordt niet verstaan : i.een inrichting met een produktiecapaciteit voor het synthetiseren van stoffen bedoeld in letter a onder i die kleiner is dan 1 ton; ii. een inrichting waarin een in letter a onder i bedoelde stof wordt of werd geproduceerd als onvermijdelijk bijprodukt van activiteiten voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden, mits de stof niet meer dan 3 procent van het totale produkt uitmaakt en mits de inrichting moet worden opgegeven en is onderworpen aan inspectie ingevolge de Bijlage inzake uitvoering en verificatie (hierna te noemen de « Verificatiebijlage »); of iii. de afzonderlijke kleinschalige inrichting voor de produktie van in Lijst 1 genoemde stoffen voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden zoals bedoeld in Afdeling VI van de Verificatiebijlage. 9. Wordt onder « ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden » verstaan : a) onderzoeksdoeleinden, dan wel industriële, agrarische, medische, farmaceutische of andere vreedzame doeleinden;b) beschermingsdoeleinden, namelijk doeleinden die rechtstreeks samenhangen met bescherming tegen giftige stoffen en bescherming tegen chemische wapens;c) militaire doeleinden die geen verband houden met het gebruik van chemische wapens en niet afhankelijk zijn van het gebruik van de toxische eigenschappen van stoffen als vorm van oorlogvoering;d) handhaving van de openbare orde, met inbegrip van de bestrijding van binnenlands oproer.10. Wordt onder « produktiecapaciteit » verstaan : De hoeveelheid van een specifieke stof die per jaar zou kunnen worden vervaardigd, gebaseerd op het technologische proces dat feitelijk wordt gebruikt of dat, indien het proces nog niet operationeel is, gebruikt zal worden in de desbetreffende inrichting.Deze wordt geacht gelijk te zijn aan de op het type-plaatje aangegeven capaciteit of, indien de op het type-plaatje aangegeven capaciteit niet bekend is, aan de ontwerpcapaciteit. De op het type-plaatje aangegeven capaciteit is de onder gunstige omstandigheden te bereiken maximale produktie van de produktie-inrichting, zoals aangetoond door middel van één of verscheidene malen proefdraaien. De ontwerpcapaciteit is de overeenkomstige theoretisch berekende produktie. 11. Wordt onder « Organisatie » verstaan de Organisatie voor het verbod van chemische wapens, ingesteld ingevolge artikel VIII van dit Verdrag.12. Voor de toepassing van artikel VI wordt verstaan onder : a) « produktie » van een stof, de vorming ervan door middel van een chemische reactie;b) « be-/verwerking » van een stof, een fysisch proces, zoals de bereiding, extractie en zuivering, waarbij een stof niet wordt omgezet in een andere stof;c) « verbruik » van een stof, de omzetting ervan in een andere stof door middel van een chemische reactie. Artikel III Opgaven 1. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag dient uiterlijk 30 dagen nadat dit Verdrag voor die Staat in werking is getreden, de volgende opgaven in bij de Organisatie, waarin hij : a) met betrekking tot chemische wapens: i.opgeeft of hij chemische wapens in eigendom of bezit heeft, dan wel of zich chemische wapens bevinden op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht; ii. de exacte plaats, totale hoeveelheid en gedetailleerde inventaris precies opgeeft van de chemische wapens die hij in eigendom of bezit heeft, of die zich bevinden op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, in overeenstemming met Afdeling IV (A), paragrafen 1 tot en met 3, van de Verificatiebijlage, behalve voor de chemische wapens bedoeld onder iii; iii. Chemische wapens op zijn grondgebied meldt die het eigendom en bezit zijn van een andere Staat en die zich bevinden op een plaats onder de rechtsmacht of het toezicht van een andere Staat, overeenkomstig Afdeling IV (A), paragraaf 4, van de Verificatiebijlage; iv. opgeeft of hij sedert 1 januari 1946 al dan niet rechtstreeks chemische wapens heeft overgedragen of ontvangen en de overdracht of ontvangst van deze wapens meldt overeenkomstig Afdeling IV (A), paragraaf 6, van de Verificatiebijlage; v. zijn algemene plan verstrekt voor de vernietiging van chemische wapens die hij in eigendom of bezit heeft of die zich bevinden op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, overeenkomstig Afdeling IV (A), paragraaf 6, van de Verificatiebijlage;b) met betrekking tot oude chemische wapens en achtergelaten chemische wapens : i.opgeeft of hij op zijn grondgebied oude chemische wapens heeft en alle beschikbare informatie verstrekt overeenkomstig Afdeling IV (B), paragraaf 3, van de Verificatiebijlage; ii. opgeeft of er achtergelaten chemische wapens op zijn grondgebied zijn en alle beschikbare informatie verstrekt overeenkomstig Afdeling IV (B), paragraaf 8, van de Verificatiebijlage; iii. opgeeft of hij chemische wapens heeft achtergelaten op het grondgebied van andere Staten en alle beschikbare informatie verstrekt overeenkomstig Afdeling IV (B), paragraaf 10, van de Verificatiebijlage; c) met betrekking tot inrichtingen voor de produktie van chemische wapens : i.opgeeft of hij inrichtingen voor de produktie van chemische wapens in eigendom of bezit heeft of had, dan wel of deze zijn of waren gelegen op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht openigstijdstip sedert 1 januari 1946; ii. inrichtingen voor de produktie van chemische wapens precies opgeeft die hij in eigendom of bezit heeft of had, dan wel die zijn of waren gelegen op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, op enig tijdstip sedert 1 januari 1946, overeenkomstig Afdeling V, paragraaf 1, van de Verificatiebijlage, behalve de inrichtingen bedoeld onder iii; iii. inrichtingen voor de produktie van chemische wapens op zijn grondgebied meldt die een andere Staat in eigendom en bezit heeft of had en die zijn of waren gelegen op een plaats onder de rechtsmacht of het toezicht van een andere Staat op enig tijdstip sedert 1 januari 1946, overeenkomstig Afdeling V, paragraaf 2, van de Verificatiebijlage; iv. opgeeft of hij al dan niet rechtstreeks apparatuur voor de produktie van chemische wapens heeft overgedragen of ontvangen sedert 1 januari 1946 en de overdracht of ontvangst van zodanige apparatuur precies opgeeft, overeenkomstig Afdeling V paragrafen 3 tot en met 5, van de Verificatiebijlage; v. zijn algemene plan verstrekt voor de vernietiging van inrichtingen voor de produktie van chemische wapens die hij in eigendom of bezit heeft of die zijn gelegen op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, overeenkomstig Afdeling V, paragraaf 6, van de Verificatiebijlage; vi. te nemen maatregelen precies aangeeft voor de sluiting van inrichtingen voor de produktie van chemische wapens die hij in eigendom of bezit heeft of die zijn gelegen op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, overeenkomstig Afdeling V, paragraaf 1, onder i, van de Verificatiebijlage; vii. zijn algemene plan verstrekt voor de tijdelijke conversie van inrichtingen voor de produktie van chemische wapens die hij in eigendom of bezit heeft, of die zijn gelegen op een plaats onderzijn rechtsmacht of toezicht, in een inrichting voor de vernietiging van chemische wapens, overeenkomstig Afdeling V, paragraaf 7, van de Verificatiebijlage; d) met betrekking tot andere inrichtingen : de precieze plaats, aard en algemene reikwijdte van de activiteiten precies aangeeft van inrichtingen of vestigingen in zijn eigendom of bezit, of gelegen op plaatsen onder zijn rechtsmacht of toezicht, die sedert 1 januari 1946 in de eerste plaats zijn ontworpen, gebouwd of gebruikt voor de ontwikkeling van chemische wapens.Deze opgave dient onder meer laboratoria en proef- en evaluatieterreinen te bevatten; e) met betrekking tot oproerbestrijdingsmiddelen : de chemische benaming, de structuurformule en het registratienummer van de Chemical Abstracts Service (CAS), indien toegekend, precies opgeeft voor elke stof die hij in bezit heeft voor de bestrijding van oproer.Deze opgave moet steeds worden bijgewerkt binnen uiterlijk 30 dagen nadat er veranderingen van kracht zijn geworden. 2. De bepalingen van dit artikel en de desbetreffende bepalingen van Afdeling IV van de Verificatiebijlage zijn niet van toepassing, zulks ter beoordeling van een Staat die Partij is bij dit Verdrag, op chemische wapens die vóór 1 januari 1977 op zijn grondgebied zijn begraven en begraven blijven of die vóór 1 januari 1985 in zee zijn gestort. Artikel IV Chemische wapens 1. De bepalingen van dit artikel en de gedetailleerde procedures voor uitvoering daarvan zijn van toepassing op alle chemische wapens in eigendom of bezit van een Staat die Partij is bij dit Verdrag of gelegen op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, met uitzondering van oude chemische wapens en achtergelaten chemische wapens waarop Afdeling IV (B) van de Verificatiebijlage van toepassing is : 2.De gedetailleerde procedures voor de toepassing van dit artikel zijn vervat in de Verificatiebijlage. 3. Alle plaatsen waar chemische wapens als bedoeld in het eerste lid zijn opgeslagen of worden vernietigd, zijn onderworpen aan systematische verificatie door middel van inspectie en controle ter plaatse met behulp van ter plaatse opgestelde instrumenten overeenkomstig Afdeling IV (A) van de Verificatiebijlage 4.Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag biedt, onmiddellijk nadat de opgave ingevolge artikel III, eerste lid, letter a, is ingediend, toegang tot de in het eerste lid bedoelde chemische wapens met het oog op systematische verificatie van de opgave door middel van inspectie ter plaatse. Daarna mag een Staat die Partij is bij dit Verdrag deze chemische wapens niet verwijderen, behalve naar een inrichting voor de vernietiging van chemische wapens. Hij biedt toegang tot deze chemische wapens met het oog op systematische verificatie ter plaatse. 5. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag biedt toegang tot inrichtingen voor de vernietiging van chemische wapens en de opslagterreinen daarbij, die hij in eigendom of bezit heeft of die zijn gelegen op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, met het oog op de systematische verificatie ter plaatse door middel van inspectie en controle met behulp van ter plaatse opgestelde instrumenten.6. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag vernietigt alle in het eerste lid bedoelde chemische wapens ingevolge de Verificatiebijlage en overeenkomstig het overeengekomen tempo en de overeengekomen volgorde van vernietiging (hierna te noemen de « volgorde van vernietiging »).Deze vernietiging begint uiterlijk twee jaar nadat dit Verdrag voor een Staat in werking is getreden en eindigt uiterlijk 10 jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag. Niets belet een Staat die Partij is bij dit Verdrag deze chemische wapens in een sneller tempo te vernietigen. 7. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag : a) dient gedetailleerde plannen in voor de vernietiging van de in het eerste lid bedoelde chemische wapens, zulks uiterlijk 60 dagen voor het begin van elke jaarlijkse vernietigingsperiode, overeenkomstig Afdeling IV (A), paragraaf 29, van de Verificatiebijlage;het gedetailleerde plan omvat alle voorraden die tijdens de komende jaarlijkse vernietigingsperiode zullen worden vernietigd; b dient jaarlijks opgaven in betreffende de uitvoering van zijn plannen voor de vernietiging van de in het eerste lid bedoelde chemische wapens, zulks uiterlijk 60 dagen na het einde van elke jaarlijkse vernietigingsperiode, en c) bevestigt, uiterlijk 30 dagen nadat het vernietigingsproces is voltooid, dat alle in het eerste lid bedoelde chemische wapens zijn vernietigd.8. Indien een Staat dit Verdrag bekrachtigt of daartoe toetreedt na de in het zesde lid bedoelde vernietigingsperiode van tien jaar, dient die Staat de in het eerste lid bedoelde chemische wapens zo spoedig mogelijk te vernietigen.De volgorde van vernietiging en de procedures voor de nauwgezette verificatie voor een zodanige Staat die Partij is bij dit Verdrag worden bepaald door de Uitvoerende Raad. 9. Chemische wapens die door een Staat die Partij is bij dit Verdrag worden ontdekt na de eerste opgave van chemische wapens dienen te worden gemeld, in veiligheid gebracht en vernietigd overeenkomstig Afdeling IV (A) van de Verificatiebijlage.10. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag kent tijdens het vervoer, de bemonstering, de opslag en de vernietiging van chemische wapens de hoogste prioriteit toe aan het waarborgen van de veiligheid van mensen en het beschermen van het milieu.Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag vervoert, bemonstert, bewaart en vernietigt chemische wapens overeenkomstig zijn nationale veiligheids- en emissienormen. 11. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag die op zijn grondgebied chemische wapens heeft die het eigendom of bezit zijn van een andere Staat of die zich bevinden op een plaats onder de rechtsmacht of het toezicht van een andere Staat, dient alles in het werk te stellen om te waarborgen dat deze chemische wapens van zijn grondgebied zijn verwijderd uiterlijk een jaar nadat dit Verdrag voor die Staat in werking is getreden.Indien zij niet binnen een jaar zijn verwijderd, kan de Staat die Partij is bij dit Verdrag de Organisatie en andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verzoeken om hulp bij de vernietiging van deze chemische wapens. 12. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag verplicht zich tot samenwerking met andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag die op bilaterale basis of via het Technisch Secretariaat verzoeken om informatie of hulp aangaande methoden en technologieën voor de veilige en efficiënte vernietiging van chemische wapens.13. Bij het verrichten van de verificatie-activiteiten ingevolge dit artikel en Afdeling IV (A) van de Verificatiebijlage bestudeert de Organisatie maatregelen ter vermijding van onnodige overlapping van bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag inzake verificatie van de opslag en vernietiging van chemische wapens. Hiertoe besluit de Uitvoerende Raad de verificatie te beperken tot maatregelen die een aanvulling vormen op die welke worden genomen ingevolge een zodanige bilaterale of multilaterale overeenkomst indien hij van oordeel is dat : a) de verificatiebepalingen van een zodanige overeenkomst in overeenstemming zijn met de verificatiebepalingen van dit artikel en van Afdeling IV (A) van de Verificatiebijlage;b) de toepassing van een zodanige overeenkomst voldoende zekerheid biedt voor naleving van de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag; en c) de partijen bij de bilaterale of multilaterale overeenkomst de Organisatie volledig op de hoogte houden van hun verificatieactiviteiten.14. Indien de Uitvoerende Raad een besluit ingevolge het dertiende lid neemt, heeft de Organisatie het recht toe te zien op de toepassing van de bilaterale of multilaterale overeenkomst.15. Het dertiende en veertiende lid laten de verplichting van een Staat die Partij is bij dit Verdrag opgaven te verstrekken ingevolge artikel III, dit artikel en Afdeling IV (A) van de Verificatiebijlage, onverlet.16. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag draagt de kosten van de vernietiging van chemische wapens die hij verplicht is te vernietigen. Hij draagt ook de kosten van de verificatie van de opslag en vernietiging van deze chemische wapens, tenzij de Uitvoerende Raad anders besluit. Indien de Uitvoerende Raad besluit de verificatiemaatregelen van de Organisatie te beperken ingevolge het dertiende lid, worden de kosten van de door de Organisatie verrichte aanvullende verificatie en van haar toezicht betaald in overeenstemming met de verdeelsleutel van de Verenigde Naties als aangegeven in artikel VIII, zevende lid. 17. De bepalingen van dit artikel en de desbetreffende bepalingen van Afdeling IV van de Verificatiebijlage zijn niet van toepassing, zulks ter beoordeling van een Staat die Partij is bij dit Verdrag, op chemische wapens die vóór 1 januari 1977 op zijn grondgebied zijn begraven en begraven blijven of die vóór 1 januari 1985 in zee zijn gestort. Artikel V Inrichtingen voor de produktie van chemische wapens 1. De bepalingen van dit artikel en de gedetailleerde procedures voor de uitvoering daarvan zijn van toepassing op alle inrichtingen voor de produktie van chemische wapens in eigendom of bezit van een Staat die Partij is bij dit Verdrag of gelegen op plaatsen onder zijn rechtsmacht of toezicht.2. De gedetailleerde procedures voor de toepassing van dit artikel zijn vervat in de Verificatiebijlage.3. Alle in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens zijn onderworpen aan systematische verificatie door middel van inspectie en controle ter plaatse met behulp van ter plaatse opgestelde instrumenten overeenkomstig Afdeling V van de Verificatiebijlage.4. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag beëindigt onmiddellijk alle activiteiten in de in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens, met uitzondering van de voor sluiting vereiste activiteiten.5. Geen enkele Staat die Partij is bij dit Verdrag bouwt nieuwe inrichtingen voor de produktie van chemische wapens of wijzigt bestaande inrichtingen met het oog op de produktie van chemische wapens of andere ingevolge dit Verdrag verboden activiteiten.6. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag biedt, onmiddellijk nadat de opgave ingevolge artikel III, eerste lid, letter c, is ingediend, toegang tot de in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens met het oog op systematische verificatie van de opgave door middel van inspectie ter plaatse.7. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag : a) sluit uiterlijk 90 dagen nadat dit Verdrag voor die Staat in werking is getreden alle in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens overeenkomstig Afdeling V van de Verificatiebijlage en geeft daarvan kennis;en b) biedt na de sluiting toegang tot de in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens, met het oog op systematische verificatie door middel van inspectie ter plaatse en controle met behulp van ter plaatse opgestelde instrumenten, ten einde te waarborgen dat de inrichting gesloten blijft en vervolgens wordt vernietigd.8. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag vernietigt alle in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens en bijbehorende inrichtingen en apparatuur ingevolge de Verificatiebijlage en overeenkomstig een overeengekomen tempo en volgorde van vernietiging (hierna te noemen de « volgorde van vernietiging »).Deze vernietiging begint uiterlijk een jaar nadat dit Verdrag voor een Staat in werking is getreden en eindigt uiterlijk 10 jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag. Niets belet een Staat die Partij is bij dit Verdrag deze inrichtingen in een sneller tempo te vernietigen. 9. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag : a) dient gedetailleerde plannen in voor de vernietiging van de in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens, zulks uiterlijk 180 dagen vóór de vernietiging van elke inrichting begint;b) dient jaarlijks opgaven in betreffende de uitvoering van zijn plannen voor de vernietiging van alle in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens, zulks uiterlijk 90 dagen na het einde van elke jaarlijkse vernietigingsperiode;en c) bevestigt, uiterlijk 30 dagen nadat het vernietigingsproces is voltooid, dat alle in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens zijn vernietigd.10. Indien een Staat dit Verdrag bekrachtigt of daartoe toetreedt na de in het achtste lid bedoelde vernietigingsperiode van tien jaar, dient hij de in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens zo spoedig mogelijk te vernietigen.De volgorde van vernietiging en de procedures voor nauwgezette verificatie van een zodanige Staat die Partij is bij dit Verdrag worden bepaald door de Uitvoerende Raad. 11. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag kent tijdens de vernietiging van inrichtingen voor de produktie van chemische wapens de hoogste prioriteit toe aan het waarborgen van de veiligheid van mensen en aan het beschermen van het milieu.Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag vernietigt inrichtingen voor de produktie van chemische wapens overeenkomstig zijn nationale veiligheids- en emissienormen. 12. De in het eerste lid bedoelde inrichtingen voor de produktie van chemische wapens kunnen tijdelijk worden geconverteerd ten behoeve van de vernietiging van chemische wapens overeenkomstig Afdeling V, paragrafen 18 tot en met 25, van de Verificatiebijlage.Een zodanige geconverteerde inrichting moet worden vernietigd zodra zij niet langer in gebruik is voor de vernietiging van chemische wapens, maar in elk geval uiterlijk 10 jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag. 13. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag kan, wanneer zulks in uitzonderlijke gevallen dringend noodzakelijk is, verzoeken om toestemming om een in het eerste lid bedoelde inrichting voor de produktie van chemische wapens te gebruiken voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden.Op aanbeveling van de Uitvoerende Raad besluit de Conferentie van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag dit verzoek al dan niet goed te keuren en stelt zij de voorwaarden waarvan de goedkeuring afhankelijk is overeenkomstig Afdeling V, Titel D, van de Verificatiebijlage. 14. De inrichting voor de produktie van chemische wapens wordt op zodanige wijze geconverteerd, dat de geconverteerde inrichting net zo min kan worden gereconverteerd in een inrichting voor de produktie van chemische wapens als een andere inrichting gebruikt voor onderzoeksdoeleinden, dan wel industriële, agrarische, medische, farmaceutische of andere vreedzame doeleinden waarbij de in Lijst 1 genoemde stoffen niet zijn betrokken.15. Alle geconverteerde inrichtingen zijn onderworpen aan systematische verificatie door middel van inspectie ter plaatse en controle met behulp van ter plaatse opgestelde instrumenten overeenkomstig Afdeling V, Titel D, van de Verificatiebijlage.16. Bij het verrichten van de verificatie-activiteiten ingevolge dit artikel en Afdeling V van de Verificatiebijlage bestudeert de Organisatie maatregelen ter vermijding van onnodige overlapping van bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag inzake de verificatie van inrichtingen voor de produktie van chemische wapens en de vernietiging daarvan. Hiertoe besluit de Uitvoerende Raad de verificatie te beperken tot maatregelen die een aanvulling vormen op die welke worden genomen ingevolge een zodanige bilaterale of multilaterale overeenkomst indien hij van oordeel is dat : a) de verificatiebepalingen van een zodanige overeenkomst in overeenstemming zijn met de verificatiebepalingen van dit artikel en van Afdeling V van de Verificatiebijlage;b) de toepassing van de overeenkomst voldoende zekerheid biedt voor de naleving van de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag;en c) de partijen bij de bilaterale of multilaterale overeenkomst de Organisatie volledig op de hoogte houden van hun verificatiewerkzaamheden.17. Indien de Uitvoerende Raad een besluit ingevolge het zestiende lid neemt, heeft de Organisatie het recht toe te zien op de toepassing van de bilaterale of multilaterale overeenkomst.18. Het zestiende en zeventiende lid laten de verplichting van een Staat die Partij is bij dit Verdrag opgaven te verstrekken ingevolge artikel III, dit artikel en Afdeling V van de Verificatiebijlage, onverlet.19. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag draagt de kosten van de vernietiging van de inrichtingen voor de produktie van chemische wapens die hij verplicht is te vernietigen.Hij draagt ook de kosten van de verificatie ingevolge dit artikel, tenzij de Uitvoerende Raad anders besluit. Indien de Uitvoerende Raad besluit de verificatiemaatregelen van de Organisatie te beperken ingevolge het zestiende lid, worden de kosten van de door de Organisatie verrichte aanvullende verificatie en van haar toezicht betaald in overeenstemming met de verdeelsleutel van de Verenigde Naties als aangegeven in artikel VIII, zevende lid. Artikel VI Ingevolge dit Verdrag niet verboden activiteiten 1. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag heeft het recht, behoudens de bepalingen van dit Verdrag, giftige stoffen en hun voorlopers te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, in bezit te houden, over te dragen en te gebruiken voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden.2. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag neemt de nodige maatregelen om te waarborgen dat giftige stoffen en hun voorlopers op zijn grondgebied of op een andere plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht slechts worden ontwikkeld, geproduceerd, anderszins verworven, in bezit gehouden, overgedragen of gebruikt voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden.Hiertoe, en ten einde te verifiëren dat de activiteiten in overeenstemming zijn met de verplichtingen ingevolge dit Verdrag, onderwerpt elke Staat die Partij is bij dit Verdrag giftige stoffen en hun voorlopers genoemd in de Lijsten 1, 2 en 3 van de Bijlage inzake stoffen, met die stoffen verband houdende inrichtingen en andere inrichtingen als bedoeld in de Verificatiebijlage, die zijn gelegen op zijn grondgebied of op een andere plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht, aan verificatiemaatregelen als bedoeld in de Verificatiebijlage. 3. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag onderwerpt de « stoffen genoemd in Lijst 1 » (hierna te noemen de « stoffen van Lijst 1 ») aan de verbodsbepalingen inzake produktie, verwerving, bezit, overdracht en gebruik bedoeld in Afdeling VI van de Verificatiebijlage.Hij onderwerpt de stoffen van Lijst 1 en de inrichtingen genoemd in Afdeling VI van de Verificatiebijlage aan systematische verificatie door middel van inspectie ter plaatse en controle met behulp van ter plaatse opgestelde instrumenten, overeenkomstig die Afdeling van de Verificatiebijlage. 4. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag onderwerpt de stoffen genoemd in Lijst 2 (hierna te noemen de « stoffen van Lijst 2 ») en de inrichtingen genoemd in Afdeling VII van de Verificatiebijlage aan gegevenscontrole en verificatie ter plaatse overeenkomstig die Afdeling van de Verificatiebijlage.5. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag onderwerpt de stoffen genoemd in Lijst 3 (hierna te noemen de « stoffen van Lijst 3 ») en de inrichtingen genoemd in Afdeling VIII van de Verificatiebijlage aan gegevenscontrole en verificatie ter plaatse overeenkomstig die Afdeling van de Verificatiebijlage.6. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag onderwerpt de inrichtingen genoemd in Afdeling IX van de Verificatiebijlage aan gegevenscontrole en eventuele verificatie ter plaatse overeenkomstig die Afdeling van de Verificatiebijlage tenzij ingevolge Afdeling IX, paragraaf 22 van de Verificatiebijlage door de Conferentie van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag anders wordt besloten.7. Uiterlijk 30 dagen nadat dit Verdrag voor een Staat in werking is getreden, doet elke Staat die Partij is bij dit Verdrag een eerste opgave inzake de desbetreffende stoffen en inrichtingen overeenkomstig de Verificatiebijlage.8. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag doet jaarlijkse opgaven inzake de desbetreffende stoffen en inrichtingen overeenkomstig de Verificatiebijlage.9. Ten behoeve van de verificatie ter plaatse verleent elke Staat die Partij is bij dit Verdrag de inspecteurs toegang tot de inrichtingen zoals vereist in de Verificatiebijlage.10. Bij het verrichten van verificatie-activiteiten vermijdt het Technisch Secretariaat onnodige inmenging in de chemische activiteiten van de Staat die Partij is bij dit Verdrag voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden en houdt het zich met name aan de bepalingen vervat in de Bijlage inzake de bescherming van vertrouwelijke informatie (hierna te noemen de « Vertrouwelijkheidsbijlage »).11. De bepalingen van dit artikel dienen op zodanige wijze te worden toegepast dat belemmering van de economische of technologische ontwikkeling van Staten die Partij zijn bij dit Verdrag en van de internationale samenwerking op het terrein van chemische activiteiten voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden, met inbegrip van de internationale uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie en stoffen en apparatuur voor de produktie, de be-/verwerking of het gebruik van stoffen voor ingevolge dit Verdrag niet verboden doeleinden, wordt vermeden. Artikel VII Nationale uitvoeringsmaatregelen Algemene verplichtingen 1. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag neemt, overeenkomstig zijn constitutionele procedures, de nodige maatregelen ter nakoming van zijn verplichtingen ingevolge dit Verdrag.Met name : a) verbiedt hij natuurlijke personen en rechtspersonen, waar ook op zijn grondgebied of op een andere plaats onder zijn rechtsmacht als erkend door het internationale recht, het ondernemen van ingevolge dit Verdrag aan een Staat die Partij is bij dit Verdrag verboden activiteiten;daarbij inbegrepen het uitvaardigen van strafrechtelijke bepalingen ten aanzien van zodanige activiteiten; b) staat hij op plaatsen onder zijn toezicht geen ingevolge dit Verdrag aan een Staat die Partij is bij dit Verdrag verboden activiteiten toe;en c) strekt hij zijn ingevolge letter a uitgevaardigde strafrechtelijke bepalingen uit tot ingevolge dit Verdrag aan een Staat die Partij is bij dit Verdrag verboden activiteiten, waar ook ondernomen door natuurlijke personen die zijn nationaliteit bezitten, zulks in overeenstemming met het internationale recht.2. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag werkt samen met andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag en biedt de passende vorm van rechtshulp om de nakoming van de verplichtingen ingevolge het eerste lid te vergemakkelijken.3. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag kent bij de nakoming van zijn verplichtingen ingevolge dit Verdrag de hoogste prioriteit toe aan het waarborgen van de veiligheid van mensen en het beschermen van het milieu en werkt in dit opzicht in voorkomend geval samen met andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag. Betrekkingen tussen de Staat die Partij is bij dit Verdrag en de Organisatie 4. Ten einde zijn verplichtingen ingevolge dit Verdrag na te komen, wijst elke Staat die Partij is bij dit Verdrag een Nationale Autoriteit aan of stelt deze in als nationaal centraal punt voor het doeltreffend contact met de Organisatie en andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag deelt de Organisatie zijn Nationale Autoriteit mede op het tijdstip waarop dit Verdrag voor die Staat in werking treedt. 5. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag stelt de Organisatie in kennis van de voor de toepassing van dit Verdrag genomen wetgevende en bestuurlijke maatregelen.6. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag behandelt informatie en gegevens die hij in vertrouwen van de Organisatie ontvangt in verband met de toepassing van dit Verdrag, vertrouwelijk en zorgvuldig.Hij hanteert zodanige informatie en gegevens uitsluitend in verband met zijn rechten en verplichtingen ingevolge dit Verdrag en overeenkomstig de bepalingen vervat in de Vertrouwelijkheidsbijlage. 7. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag verplicht zich tot samenwerking met de Organisatie bij de uitoefening van al haar taken en met name tot het verlenen van bijstand aan het Technisch Secretariaat. Artikel VIII De Organisatie A. Algemene bepalingen 1. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, richten hierbij de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens op, die tot taak heeft voorwerp en doel van dit Verdrag te verwezenlijken, de toepassing van de bepalingen van het Verdrag, met inbegrip van die inzake de internationale verificatie van de naleving ervan, te waarborgen, en een forum te bieden voor overleg en samenwerking tussen de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.2. Alle Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, zijn lid van de Organisatie.Een Staat die Partij is bij dit Verdrag mag het lidmaatschap van de Organisatie niet worden ontnomen. 3. De Organisatie heeft haar zetel te 's-Gravenhage, Koninkrijk der Nederlanden.4. Als organen van de Organisatie worden hierbij ingesteld : de Conferentie van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, de Uitvoerende Raad en het Technisch Secretariaat.5. De Organisatie verricht haar verificatie-activiteiten voorzien in dit Verdrag met de geringst mogelijke inmenging die verenigbaar is met de tijdige en efficiënte verwezenlijking van de doelstellingen daarvan.Zij verzoekt alleen om de informatie en gegevens die nodig zijn om zich te kunnen kwijten van haar verantwoordelijkheden ingevolge dit Verdrag. Zij neemt alle voorzorgsmaatregelen om de vertrouwelijkheid te beschermen van informatie inzake civiele en militaire activiteiten en inrichtingen die te harer kennis komt bij de toepassing van dit Verdrag en houdt zich met name aan de bepalingen vervat in de Vertrouwelijkheidsbijlage. 6. Bij het verrichten van haar verificatie-activiteiten overweegt de Organisatie maatregelen om gebruik te kunnen maken van de vooruitgang in wetenschap en technologie.7. De kosten van de werkzaamheden van de Organisatie worden betaald door de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag overeenkomstig de verdeelsleutel van de Verenigde Naties, aangepast om rekening te houden met het verschil in het aantal leden tussen de Verenigde Naties en deze Organisatie en met inachtneming van de bepalingen van de artikelen IV en V.De financiële bijdragen van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag aan de Voorbereidende Commissie worden op passende wijze in mindering gebracht op hun bijdragen aan de gewone begroting. De begroting van de Organisatie omvat twee hoofdstukken, het ene betreffende de administratieve en overige kosten en het andere betreffende de kosten van verificatie. 8. Een lid van de Organisatie dat een achterstand heeft in de betaling van zijn financiële bijdrage aan de Organisatie heeft geen stem in de Organisatie indien het achterstallige bedrag gelijk is aan of groter is dan het bedrag van de bijdrage die het lid verschuldigd is over de voorgaande twee volle jaren.De Conferentie van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag kan zulk een lid niettemin toestaan zijn stem uit te brengen indien zij ervan overtuigd is dat het niet betalen te wijten is aan omstandigheden waarop het lid geen invloed heeft. B. De conferentie van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag Samenstelling, procedures en besluitvorming 9. De Conferentie van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag (hierna te noemen « de Conferentie ») bestaat uit alle leden van deze Organisatie.Elk lid heeft één vertegenwoordiger in de Conferentie, die kan worden vergezeld door plaatsvervangers en adviseurs. 10. De eerste vergadering van de Conferentie wordt uiterlijk 30 dagen na de inwerkingtreding van het Verdrag belegd door de depositaris.11. De Conferentie komt bijeen in gewone vergaderingen die jaarlijks worden gehouden, tenzij zij anders besluit.12. Er worden buitengewone vergaderingen van de Conferentie belegd : a) wanneer de Conferentie daartoe besluit;b) wanneer de Uitvoerende Raad daarom verzoekt;c) wanneer een lid daarom verzoekt en hierin door een derde van de leden wordt gesteund;of d) overeenkomstig lid 22 ter toetsing van de werking van dit Verdrag. Behalve in het geval bedoeld in letter d, wordt de buitengewone vergadering belegd uiterlijk 30 dagen na de ontvangst van het verzoek door de Directeur-Generaal van het Technisch Secretariaat, tenzij in het verzoek anders is aangegeven. 13. De Conferentie wordt overeenkomstig artikel XV, tweede lid, ook bijeengeroepen als Conferentie tot wijziging van het Verdrag.14. De vergaderingen van de Conferentie worden gehouden ter plaatse van de zetel van de Organisatie, tenzij de Conferentie anders besluit.15. De Conferentie stelt haar eigen procedureregels vast.Aan het begin van elke gewone vergadering kiest zij haar Voorzitter en de eventueel noodzakelijke andere functionarissen. Dezen bekleden hun ambt totdat op de volgende gewone vergadering een nieuwe Voorzitter en andere functionarissen worden gekozen. 16. Een meerderheid van de leden van de Organisatie vormt een quorum voor de Conferentie.17. Elk lid van de Organisatie heeft één stem in de Conferentie.18. De Conferentie neemt besluiten inzake procedurevraagstukken met een eenvoudige meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.Besluiten over inhoudelijke aangelegenheden dienen voor zover mogelijk bij consensus te worden genomen. Indien geen consensus kan worden bereikt wanneer over een aangelegenheid moet worden beslist, stelt de Voorzitter de stemming 24 uur uit en doet hij tijdens deze periode van uitstel alles wat in zijn vermogen ligt om het bereiken van consensus te vergemakkelijken, en brengt hij vóór het einde van deze periode verslag uit aan de Conferentie. Indien aan het einde van deze 24 uur geen consensus mogelijk is, neemt de Conferentie het besluit met een meerderheid van tweederde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen, tenzij in dit Verdrag anders is bepaald. Wanneer de vraag rijst of de aangelegenheid al dan niet van inhoudelijke aard is, wordt die aangelegenheid als een inhoudelijke aangelegenheid behandeld, tenzij de Conferentie anders besluit met de voor besluiten inzake inhoudelijke aangelegenheden vereiste meerderheid. Bevoegdheden en taken 19. De Conferentie is het voornaamste orgaan van de Organisatie.Zij bestudeert alle kwesties, aangelegenheden of onderwerpen binnen de werkingssfeer van dit Verdrag, met inbegrip van die betreffende de bevoegdheden en taken van de Uitvoerende Raad en het Technisch Secretariaat. Zij kan aanbevelingen doen en besluiten nemen inzake alle kwesties, aangelegenheden of onderwerpen die samenhangen met dit Verdrag en ter tafel worden gebracht door een Staat die Partij is bij dit Verdrag of onder haar aandacht worden gebracht door de Uitvoerende Raad. 20. De Conferentie ziet toe op de toepassing van dit Verdrag en bevordert de verwezenlijking van zijn voorwerp en doel.De Conferentie toetst de naleving van dit Verdrag. Zij ziet ook toe op de werkzaamheden van de Uitvoerende Raad en het Technisch Secretariaat en kan deze voor de uitoefening van hun taken richtlijnen verstrekken overeenkomstig dit Verdrag. 21. De Conferentie : a) bestudeert en aanvaardt tijdens haar gewone vergaderingen het verslag, het programma en de begroting van de Organisatie, ingediend door de Uitvoerende Raad, en bestudeert tevens andere verslagen;b) besluit over de verdeelsleutel van de financiële bijdragen die de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag overeenkomstig het zevende lid moeten betalen;c) kiest de leden van de Uitvoerende Raad;d) benoemt de Directeur-Generaal van het Technisch Secretariaat (hierna te noemen « de Directeur-Generaal »);e) hecht haar goedkeuring aan de door de Uitvoerende Raad voor te leggen procedureregels van de Uitvoerende Raad;f) stelt de ondergeschikte organen in die zij nodig acht voor de vervulling van haar taken overeenkomstig dit Verdrag;g) bevordert de internationale samenwerking voor vreedzame doeleinden ter zake van activiteiten op chemisch gebied;h) beziet de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die de werking van dit Verdrag zouden kunnen beïnvloeden en draagt in dit verband de Directeur-Generaal op een Wetenschappelijke Adviesraad in te stellen, opdat hij bij de vervulling van zijn taken gespecialiseerde adviezen op voor dit Verdrag relevante terreinen van wetenschap en technologie kan verstrekken aan de Conferentie, de Uitvoerende Raad of de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.De Wetenschappelijke Adviesraad wordt samengesteld uit onafhankelijke deskundigen die overeenkomstig door de Conferentie aangenomen regels worden benoemd; i) bestudeert op haar eerste vergadering de door de Voorbereidende Commissie opgestelde ontwerp-overeenkomsten, bepalingen en richtlijnen, en keurt deze goed;j) stelt op haar eerste vergadering het vrijwillige bijstandsfonds overeenkomstig artikel X in;k) neemt de nodige maatregelen om toe te zien op de naleving van dit Verdrag en situaties die in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag recht te zetten en daaraan een einde te maken overeenkomstig artikel XII.22. De Conferentie komt uiterlijk een jaar na het verstrijken van het vijfde en het tiende jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag, en op andere tijdstippen binnen dat tijdvak waartoe wordt besloten, bijeen in een bijzondere vergadering ter toetsing van de werking van dit Verdrag.Bij deze toetsingen wordt rekening gehouden met relevante wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Daarna wordt, tenzij anderszins besloten, telkens met tussenpozen van vijf jaar een vergadering van de Conferentie belegd met hetzelfde doel. C. De Uitvoerende Raad Samenstelling, procedure en besluitvorming 23. De Uitvoerende Raad bestaat uit 41 leden.Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag heeft het recht, volgens het rouleringsbeginsel, zitting te hebben in de Uitvoerende Raad. De leden van de Uitvoerende Raad worden door de Conferentie gekozen voor een termijn van twee jaar. Ten einde het doeltreffend functioneren van dit Verdrag te verzekeren, wordt de Uitvoerende Raad, daarbij in het bijzonder een billijke geografische verdeling, het belang van de chemische industrie, alsook politieke belangen en veiligheidsbelangen in aanmerking nemend, als volgt samengesteld : a) negen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag uit Afrika, aan te wijzen door de in deze regio gelegen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.Als uitgangspunt voor deze aanwijzing wordt overeengekomen dat in de regel drie van deze negen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag de Staten zijn met de belangrijkste nationale chemische industrie in de regio, als vastgesteld aan de hand van internationaal gerapporteerde en gepubliceerde gegevens; daarnaast dient de regionale groep overeen te komen dat bij de aanwijzing van deze drie leden ook andere regionale factoren in aanmerking worden genomen; b) negen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag uit Azië, aan te wijzen door de in deze regio gelegen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.Als uitgangspunt voor deze aanwijzing wordt overeengekomen dat in de regel vier van deze negen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag de Staten zijn met de belangrijkste nationale chemische industrie in de regio, als vastgesteld aan de hand van internationaal gerapporteerde en gepubliceerde gegevens; daarnaast dient de regionale groep overeen te komen dat bij de aanwijzing van deze vier leden ook andere regionale factoren in aanmerking worden genomen; c) vijf Staten die Partij zijn bij dit Verdrag uit Oost-Europa, aan te wijzen door de in deze regio gelegen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.Als uitgangspunt voor deze aanwijzing wordt overeengekomen dat in de regel één van deze vijf Staten die Partij zijn bij dit Verdrag de Staat is met de belangrijkste nationale chemische industrie in de regio, als vastgesteld aan de hand van internationaal gerapporteerde en gepubliceerde gegevens; daarnaast dient de regionale groep overeen te komen dat bij de aanwijzing van dat lid ook andere regionale factoren in aanmerking worden genomen; d) zeven Staten die Partij zijn bij dit Verdrag uit Latijns-Amerika en het Caraibisch gebied, aan te wijzen door de in deze regio gelegen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.Als uitgangspunt voor deze aanwijzing wordt overeengekomen dat in de regel drie van deze zeven Staten die Partij zijn bij dit Verdrag de Staten zijn met de belangrijkste nationale chemische industrie in de regio, als vastgesteld aan de hand van internationaal gerapporteerde en gepubliceerde gegevens; en daarnaast dient de regionale groep overeen te komen dat bij de aanwijzing van deze drie leden ook andere regionale factoren in aanmerking worden genomen; e) tien Staten die Partij zijn bij dit Verdrag uit de Westeuropese en andere Staten, aan te wijzen door de in deze regio gelegen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.Als uitgangspunt voor deze aanwijzing wordt overeengekomen dat in de regel vijf van deze tien Staten die Partij zijn bij dit Verdrag de Staten zijn met de belangrijkste nationale chemische industrie in de regio, als vastgesteld aan de hand van internationaal gerapporteerde en gepubliceerde gegevens - daarnaast dient de regionale groep overeen te komen dat bij de aanwijzing van deze vijf leden ook andere regionale factoren in aanmerking worden genomen; f) nog één Staat die Partij is bij dit Verdrag, achtereenvolgens aan te wijzen door de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag gelegen in de regio's Azië en Latijns-Amerika en het Caraibisch gebied.Als uitgangspunt voor deze aanwijzing wordt overeengekomen dat deze Staat die Partij is bij dit Verdrag roulerend lid uit deze regio's is. 24. Bij de eerste verkiezing van de Uitvoerende Raad worden 20 leden gekozen voor een termijn van een jaar, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de in lid 23 beschreven getalsverhoudingen.25. Nadat volledige uitvoering is gegeven aan de artikelen IV en V, kan de Conferentie, op verzoek van een meerderheid van de leden van de Uitvoerende Raad, de samenstelling van de Uitvoerende Raad opnieuw bezien, rekening houdend met ontwikkelingen verband houdend met de in lid 23 vervatte beginselen die aan de samenstelling van de Raad ten grondslag liggen.26. De Uitvoerende Raad stelt zijn procedureregels op en legt deze ter goedkeuring voor aan de Conferentie.27. De Uitvoerende Raad kiest zijn voorzitter uit zijn leden.28. De Uitvoerende Raad komt in gewone vergaderingen bijeen.Tussen de gewone vergaderingen in komt hij zo vaak bijeen als nodig is voor de uitoefening van zijn bevoegdheden en taken. 29. Elk lid van de Uitvoerende Raad heeft één stem.De Uitvoerende Raad neemt besluiten inzake inhoudelijke aangelegenheden met een meerderheid van tweederde van alle leden, tenzij in dit Verdrag anders is aangegeven. De Uitvoerende Raad neemt besluiten inzake procedurevraagstukken met een eenvoudige meerderheid van alle leden. Wanneer de vraag rijst of de aangelegenheid al dan niet van inhoudelijke aard is, wordt de zaak als inhoudelijke aangelegenheid behandeld, tenzij de Uitvoerende Raad anders besluit met de voor besluiten inzake inhoudelijke aangelegenheden vereiste meerderheid. Bevoegdheden en taken 30. De Uitvoerende Raad is het uitvoerend orgaan van de Organisatie. Hij is de Conferentie verantwoording verschuldigd. De Uitvoerende Raad oefent de bevoegdheden en taken uit die hem ingevolge dit Verdrag zijn opgedragen, alsook de taken die de Conferentie aan de Raad overdraagt. Hierbij handelt hij in overeenstemming met de aanbevelingen, besluiten en richtlijnen van de Conferentie en ziet hij toe op de goede en voortdurende toepassing daarvan. 31. De Uitvoerende Raad bevordert de doeltreffende toepassing en de naleving van dit Verdrag.Hij houdt toezicht op de werkzaamheden van het Technisch Secretariaat, werkt samen met de Nationale Autoriteit van elke Staat die Partij is bij dit Verdrag en vergemakkelijkt, op hun verzoek, het overleg en de samenwerking tussen de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag. 32. De Uitvoerende Raad : a) bestudeert het ontwerp-programma en de ontwerpbegroting van de Organisatie en legt deze voor aan de Conferentie;b) bestudeert het ontwerp-verslag van de Organisatie inzake de toepassing van dit Verdrag, het verslag inzake de verrichting van zijn eigen werkzaamheden en de bijzondere verslagen die hij nodig acht of waarom de Conferentie verzoekt, en legt deze voor aan de Conferentie;c) treft regelingen voor de vergaderingen van de Conferentie, waaronder de opstelling van de ontwerp-agenda.33. De Uitvoerende Raad kan verzoeken een bijzondere vergadering van de Conferentie te beleggen.34. De Uitvoerende Raad: a) sluit overeenkomsten of treft regelingen met Staten en internationale organisaties namens de Organisatie, zulks na voorafgaande goedkeuring door de Conferentie;b) sluit overeenkomsten met Staten die Partij zijn bij dit Verdrag namens de Organisatie in verband met artikel X en houdt toezicht op het vrijwillige fonds bedoeld in artikel X;c) hecht zijn goedkeuring aan overeenkomsten of regelingen betreffende de verrichting van verificatie-activiteiten, waarover door het Technisch Secretariaat met Staten die Partij zijn bij dit Verdrag is onderhandeld.35. De Uitvoerende Raad bestudeert alle onder zijn bevoegdheid vallende onderwerpen of aangelegenheden die dit Verdrag en de toepassing ervan raken, met inbegrip van bezorgdheid over de naleving en gevallen van niet-naleving, en stelt, indien passend, de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag daarvan in kennis en brengt het onderwerp of de aangelegenheid onder de aandacht van de Conferentie.36. Bij de bestudering van twijfels of bezorgdheid over de naleving en van gevallen van niet-naleving, met inbegrip van, onder andere, misbruik van de ingevolge dit Verdrag omschreven rechten, pleegt de Uitvoerende Raad overleg met de betrokken Staten die Partij zijn bij dit Verdrag en verzoekt, indien passend, de Staat die Partij is bij dit Verdrag maatregelen te nemen om de situatie binnen een aangegeven termijn recht te zetten.Voor zover de Uitvoerende Raad verdere maatregelen nodig acht, neemt hij, onder andere, een of meer van de onderstaande maatregelen : a) hij stelt alle Staten die Partij zijn bij dit Verdrag van het onderwerp of de aangelegenheid in kennis;b) hij brengt het onderwerp of de aangelegenheid onder de aandacht van de Conferentie;c) hij doet de Conferentie aanbevelingen betreffende maatregelen om de situatie recht te zetten en de naleving te verzekeren. In bijzonder ernstige en dringende gevallen brengt de Uitvoerende Raad het onderwerp of d …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.