← België

Decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid

Kort samengevat

Dit decreet van 27 maart 2009 past het beleid voor ruimtelijke planning, vergunningen en handhaving aan en vult dit aan. Het regelt een gewestaangelegenheid en wijzigt specifiek het decreet van 18 mei 1999 betreffende de organisatie van de ruimtelijke ordening.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
27 MAART 2009. - Decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid. BOEK I. - ALGEMENE BEPALING Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. BOEK II. - AANPASSINGEN EN AANVULLINGEN BETREFFENDE HET DECREET VAN 18 MEI 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 20 maart 1984 houdende het statuut van de logiesverstrekkende bedrijven type decreet prom. 18/05/1999 pub. 14/08/1999 numac 1999036038 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende regeling van de erkenning en de subsidiëring van professionele organisaties voor Nederlandstalige dramatische kunst, professionele organisaties voor dans, professionele organisaties voor muziektheater, professionele kunstencentra, professionele festivals voor podiumkunsten en het steunpunt podiumkunsten van de Vlaamse Gemeenschap, en regeling van de subsidiëring van opdrachten aan scheppende kunstenaars type decreet prom. 18/05/1999 pub. 23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 sluiten HOUDENDE DE ORGANISATIE VAN DE RUIMTELIJKE ORDENING TITEL I. - INLEIDENDE BEPALINGEN HOOFDSTUK I. - Verfijning begrippenkader Art. 2.In artikel 2 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 20 maart 1984 houdende het statuut van de logiesverstrekkende bedrijven type decreet prom. 18/05/1999 pub. 14/08/1999 numac 1999036038 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende regeling van de erkenning en de subsidiëring van professionele organisaties voor Nederlandstalige dramatische kunst, professionele organisaties voor dans, professionele organisaties voor muziektheater, professionele kunstencentra, professionele festivals voor podiumkunsten en het steunpunt podiumkunsten van de Vlaamse Gemeenschap, en regeling van de subsidiëring van opdrachten aan scheppende kunstenaars type decreet prom. 18/05/1999 pub. 23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, gewijzigd bij decreten van 10 maart 2006 en 16 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige tekst zal § 1 vormen, met dien verstande dat : a) in het bij decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten1 toegevoegde punt 7°, de woorden « werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang, als vermeld in artikel 103 » vervangen worden door de woorden « handelingen van algemeen belang, vermeld in artikel 92, 5° »;b) het bij decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten2 toegevoegde punt 7° hernummerd wordt tot een punt 9°;c) de punten 10° tot en met 18° worden toegevoegd, die luiden als volgt : « 10° Aanpassings- en aanvullingsdecreet : het decreet van 27 maart 2009 tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid;11° afschrift : een fotokopie of een digitale kopie;12° beveiligde zending : één van de hiernavolgende betekeningswijzen : a) een aangetekend schrijven;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;13° (sub)categorie van gebiedsaanduiding : een generieke gebiedsbestemming, vermeld in artikel 39, § 2;14° handelingen : werkzaamheden, wijzigingen of activiteiten met ruimtelijke implicaties;15° plan van aanleg : een gewestplan, een algemeen plan van aanleg of een bijzonder plan van aanleg;16° ruimtelijk kwetsbare gebieden : a) de volgende gebieden, aangewezen op plannen van aanleg : 1) agrarische gebieden met ecologisch belang;2) agrarische gebieden met ecologische waarde;3) bosgebieden;4) brongebieden;5) groengebieden;6) natuurgebieden;7) natuurgebieden met wetenschappelijke waarde;8) natuurontwikkelingsgebieden;9) natuurreservaten;10) overstromingsgebieden;11) parkgebieden;12) valleigebieden;b) gebieden, aangewezen op ruimtelijke uitvoeringsplannen, en sorterend onder één van volgende categorieën of subcategorieën van gebiedsaanduiding : 1) bos;2) parkgebied;3) reservaat en natuur;c) het Vlaams Ecologisch Netwerk, bestaande uit de gebiedscategorieën Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;d) de beschermde duingebieden en de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, aangeduid krachtens artikel 52, § 1, van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;17° stedenbouwkundig voorschrift : een reglementaire bepaling, opgenomen in : a) een ruimtelijk uitvoeringsplan;b) een plan van aanleg;c) een stedenbouwkundige verordening, of een bouwverordening vastgelegd op grond van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996;18° Vlaamse Belastingdienst : de gewestelijke administratie, bevoegd voor de inning en invordering van de Vlaamse belastingen.»; 2° er wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.Onverminderd specifieke delegaties, kan de Vlaamse Regering de samenstellings- en kennisgevingswijze bepalen van de aanvragen die krachtens dit decreet worden verricht of de dossiers die op grond van dit decreet worden samengesteld. In gevallen waarin dit decreet een aangetekend schrijven of een afgifte tegen ontvangstbewijs vereist, kan de Vlaamse Regering tevens een beveiligde zending, vermeld in § 1, 12°, c), toelaten. ». HOOFDSTUK II. - Afschaffing jaarverslag en -programma Voortgangsbewaking planningsprocessen Art. 3.In titel I van hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt : « Hoofdstuk II. - Voortgangsbewaking inzake de uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen ». Art. 4.Artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten1, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 6.De bij het Vlaams Parlement in te dienen beleidsbrieven over het beleidsveld ruimtelijke ordening omvatten onder andere : 1° objectieven betreffende de opstart en behandeling van gewestelijke planningsprocessen in het betrokken kalenderjaar;2° globale objectieven betreffende de opstart en behandeling van provinciale en gemeentelijke planningsprocessen in het betrokken kalenderjaar;3° een rapportering omtrent de voortgang van planningsprocessen en de uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, telkens op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen met betrekking tot het aanleveren van provinciale en gemeentelijke gegevens in het kader van de rapporteringsplichten, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°. Deze gegevens worden eerst aan de Vlaamse Regering overgemaakt nadat de provincieraad, respectievelijk de gemeenteraad van deze gegevens akte hebben genomen. ». HOOFDSTUK III. - Afstemming op terminologie Provinciedecreet Art. 5.In artikelen 8, 9, 13, 22, 25, 26, 27, 28, 33, 34, 41, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 55, 76, 187 en 190 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 21 november 2003, 22 april 2005, 10 maart 2006 en 9 maart 2007, worden de woorden « bestendige deputatie » telkens vervangen door het woord « deputatie ». HOOFDSTUK IV. - Deontologische regeling en evenwichtige vertegenwoordiging binnen VLACORO, PROCORO en GECORO, en participatie vanuit Onroerend Erfgoed binnen VLACORO en PROCORO Art. 6.In artikel 7 van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten1, worden volgende wijzigingen ingebracht : 1° in § 3, eerste lid, 2°, worden tussen de woorden « natuur en leefmilieu » en de woorden « worden toevertrouwd » de woorden « , en onroerend erfgoed » ingevoegd;2° een § 4/1 en een § 4/2 worden ingevoegd, die luiden als volgt : « § 4/1.Het is voor een lid van de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld. § 4/2. De Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening is een adviesorgaan, onderworpen aan het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten5 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid. ». Art. 7.In artikel 8 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 21 november 2003 en 10 maart 2006, worden volgende wijzigingen ingebracht : 1° in § 3, tweede lid, wordt het getal « 22 » vervangen door het getal « 23 », en wordt het getal « 21 » vervangen door het getal « 22 »;2° in § 3, derde lid, 8°, worden de woorden « zeven leden » vervangen door de woorden « acht leden », en worden tussen de woorden « leefmilieu, » en de woorden « en cultuur » de woorden « onroerend erfgoed, » ingevoegd;3° een § 4/1 en een § 4/2 worden ingevoegd, die luiden als volgt : « § 4/1.Het is voor een lid van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld. § 4/2. De regelingen inzake evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen, vermeld in artikel 193, § 2, van het Provincie decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten0, zijn van overeenkomstige toepassing op de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. ». Art. 8.In artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 21 november 2003 en 10 maart 2006, worden een § 4/1 en een § 4/2 ingevoegd, die luiden als volgt : « § 4/1. Het is voor een lid van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld. § 4/2. De regelingen inzake evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen, vermeld in artikel 200, § 2, van het Gemeente decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten9, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. ». Art. 9.In titel I, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet wordt afdeling 4, bestaande uit artikel 9bis, ingevoegd bij decreet van 4 juni 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten2, vervangen door wat volgt : « Afdeling 4. - Algemene bepaling Art. 9/1.De Vlaamse Regering stelt een deontologische code vast. Deze omvat het geheel van beginselen, gedragsregels en richtlijnen die de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening tot leidraad dienen bij de uitoefening van hun mandaat. ». HOOFDSTUK V. - Aanstellingsvoorwaarden provinciale stedenbouwkundige ambtenaren Art. 10.In artikel 14 van hetzelfde decreet wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Als aanstellingsvoorwaarde geldt een studiebewijs, een bewijs van bekwaamheid, vermeld in artikel 38 van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten7 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen, de competenties verworven door activiteiten die het personeelslid uitoefent of heeft uitgeoefend, en/of specifieke vereisten die verband houden met de ruimtelijke ordening. ». HOOFDSTUK VI. - Gezamenlijke gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren Art. 11.In artikel 15, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 21 november 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten5, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Twee of meer gemeenten kunnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband belasten met de aanstelling en het loopbaanbeheer van één of meer gezamenlijke stedenbouwkundige ambtenaren. Ten minste wordt een voltijdse opdracht ingericht. De gezamenlijke stedenbouwkundige ambtenaren zijn onderworpen aan dezelfde geldelijke en administratieve rechtspositieregelingen als diegene die van toepassing zijn op de personeelsleden van de gemeente waar de zetel van de interlokale vereniging of de stichting gevestigd is. De Vlaamse Regering kan deontologische en/of institutionele waarborgen bepalen ter vrijwaring van de objectieve uitoefening van de opdrachten van de gezamenlijke stedenbouwkundige ambtenaren. ». HOOFDSTUK VII. - Aanstellingsvoorwaarden gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren Art. 12.In artikel 16 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « hebben betrekking op opleiding, beroepservaring en andere vereisten die verband houden met de stedenbouw en de ruimtelijke ordening, en » worden geschrapt;2° er wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Als aanstellingsvoorwaarde geldt een studiebewijs, een bewijs van bekwaamheid, vermeld in artikel 38 van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten7 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen, de competenties verworven door activiteiten die het personeelslid uitoefent of heeft uitgeoefend, en/of specifieke vereisten die verband houden met de ruimtelijke ordening.». TITEL II. - Planologie HOOFDSTUK I. - Gezamenlijke opmaak van gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen Art. 13.In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 26 april 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2000 pub. 29/04/2000 numac 2000035420 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 sluiten, wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Aangrenzende gemeenten kunnen voor de totaliteit van hun grondgebieden een gezamenlijk ruimtelijk structuurplan opmaken, met structuurbepalende elementen en taakstellingen van zowel gemeentegrensoverstijgend als gemeentelijk niveau. Voor de toepassing van dit decreet wordt het gezamenlijk ruimtelijk structuurplan echter geacht te bestaan uit afzonderlijke gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen per gemeentelijk grondgebied, onverminderd artikel 193, § 2. ». HOOFDSTUK II. - Afstemming ruimtelijke structuurplannen - grond- en pandenbeleidsplannen Art. 14.In artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 21 november 2003 en 10 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een § 4/1 wordt ingevoegd, die luidt als volgt : « § 4/1.Het actieprogramma van het Grond- en pandenbeleidsplan Vlaanderen, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 3°, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, wordt geïntegreerd in het bindend en het richtinggevend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, uiterlijk op het ogenblik van de voorlopige vaststelling van dat structuurplan. Provincie- en gemeenteraden kunnen in hun ruimtelijke structuurplannen de beleidskeuzen vastleggen met betrekking tot de door de lokale besturen behartigde aspecten van het grond- en pandenbeleid. »; 2° in § 6 worden de woorden « de werken en handelingen, bedoeld in artikelen 99 en 101 » vervangen door de woorden « vergunningsaanvragen » en worden de woorden « , bedoeld in artikel 135 » geschrapt. HOOFDSTUK III. - Opstart, aankondiging en gevolg openbaar onderzoek bij ruimtelijke structuurplannen Betrokkenheid SERV en Minaraad bij Vlaamse ruimtelijke structuurplanning Art. 15.In artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000 en 10 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 3, eerste lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° een bericht op de website van het departement.»; 2° in § 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag na deze waarop de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Deze termijn is een termijn van orde. »; 3° aan § 7 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen kunnen eveneens, binnen de termijnregeling, vermeld in het eerste lid, een standpunt uitbrengen over het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.»; 4° aan § 9 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij de definitieve vaststelling van het plan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan slechts wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen of de adviezen, ingewonnen op grond van een bij of krachtens dit decreet vastgestelde adviesverplichting.». Art. 16.In artikel 27 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000 en 10 maart 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 3° een bericht op de website van de provincie.»; 2° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag na deze waarop de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Deze termijn is een termijn van orde. »; 3° aan § 6 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij de definitieve vaststelling van het plan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan slechts wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen of de adviezen, ingewonnen op grond van een bij of krachtens dit decreet vastgestelde adviesverplichting.». Art. 17.In artikel 33 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten1, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 3, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volg : « 3° een bericht op de website van de gemeente.»; 2° in § 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag na deze waarop de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Deze termijn is een termijn van orde. »; 3° aan § 8 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij de definitieve vaststelling van het plan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan slechts wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen of de adviezen, ingewonnen op grond van een bij of krachtens dit decreet vastgestelde adviesverplichting.». HOOFDSTUK IV. - Verfijning planologisch subsidiariteitsbeginsel Art. 18.Aan artikel 37 van hetzelfde decreet, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. Een planningsniveau kan met instemming van alle op grond van de ruimtelijke structuurplanning bevoegde planningsniveaus een planningsinitiatief nemen voor de totaliteit van een bepaald gebied, ook al beschikt het daartoe niet over de noodzakelijke planningsbevoegdheden. De instemming, vermeld in het eerste lid, wordt verleend door de Vlaamse Regering, de deputatie, respectievelijk het college van burgemeester en schepenen. Zij wordt schriftelijk gegeven, uiterlijk op of naar aanleiding van de plenaire vergadering. De instemming houdt in dat aan het initiërende planningsniveau de nodige planningsbevoegdheden worden gedelegeerd. Bij het verlenen van de instemming kunnen de planningsniveaus afspraken maken over de verdeling van de kosten verbonden met de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan en van financiële lasten of opbrengsten ten gevolge van de planschadevergoeding of de planbatenheffing die in voorkomend geval uit het ruimtelijk uitvoeringsplan zal ontstaan. In voorkomend geval kan daarbij worden afgeweken van artikel 91/9, § 3, eerste lid, 2° tot en met 5°. De delegatie vervalt vanaf de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan. De principieel bevoegde planningsniveaus kunnen het in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan later geheel of gedeeltelijk vervangen binnen hun eigen planningsbevoegdheden. In voorkomend geval wordt daarbij het beginsel dat lagere ruimtelijke uitvoeringsplannen niet mogen afwijken van hogere uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 44, § 2, tweede lid, en artikel 48, § 3, buiten toepassing gelaten. De regeling van deze paragraaf kan niet worden aangewend voor ruimtelijke projecten van gewestelijk en strategisch belang respectievelijk ruimtelijke projecten van groot lokaal en strategisch belang in de zin van titel II/1. ». HOOFDSTUK V. - Inhoud ruimtelijke uitvoeringsplannen Art. 19.In artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 november 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, wordt aan punt 2° een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt : « , en, desgevallend, de normen, vermeld in artikelen 4.1.12 en 4.1.13 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid; »; 2° in § 1, eerste lid, wordt punt 6° vervangen door wat volgt : « 6° in voorkomend geval een overzicht van de conclusies van : a) het planmilieueffectenrapport;b) de passende beoordeling;c) het ruimtelijk veiligheidsrapport;d) andere verplicht voorgeschreven effectenrapporten;»; 3° aan § 1, eerste lid, wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 7° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd die aanleiding kan geven tot een planschadevergoeding, vermeld in artikel 84, een planbatenheffing, vermeld in artikel 87, of een compensatie, vermeld in boek 6, titel 2 of titel 3, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.»; 4° in § 1 worden tussen het eerste en het tweede lid twee nieuwe leden ingevoegd, die luiden als volgt : « In voorkomend geval wordt de verklaring, vermeld in artikel 4.2.11, § 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid opgenomen in een toelichtingsnota bij het ruimtelijk uitvoeringsplan. Alle aangelegenheden die krachtens artikel 54, geregeld kunnen worden in stedenbouwkundige verordeningen, met uitsluiting van artikel 54, eerste lid, 11°, kunnen het voorwerp uitmaken van een stedenbouwkundig voorschrift van een ruimtelijk uitvoeringsplan. ». HOOFDSTUK VI. - Categorieën van gebiedsaanduiding Art. 20.Artikel 39, § 2, van hetzelfde decreet, opgeheven bij decreet van 22 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten8, wordt opnieuw opgenomen in volgende lezing : « § 2. Een stedenbouwkundig voorschrift in een ruimtelijk uitvoeringsplan sorteert te allen tijde onder een categorie of een subcategorie van gebiedsaanduiding. De categorieën van gebiedsaanduiding zijn de volgende : 1° « wonen », ten minste bestaande uit volgende subcategorieën van gebiedsaanduiding : a) « woongebied », in hoofdzaak bestemd voor wonen en aan het wonen verwante activiteiten en voorzieningen;b) « gebied voor wonen en voor landbouw », in hoofdzaak bestemd voor wonen, landbouw, openbare groene ruimten en openbare verharde ruimten en aan het wonen verwante activiteiten;2° « bedrijvigheid », in hoofdzaak bestemd voor bedrijfsactiviteiten en/of kantoren;3° « recreatie », in hoofdzaak bestemd voor recreatie, dagrecreatie en/of verblijfsrecreatie;4° « landbouw », ten minste bestaande uit volgende subcategorieën van gebiedsaanduiding : a) « agrarisch gebied », in hoofdzaak bestemd voor beroepslandbouw;b) « agrarische bedrijvenzone », in hoofdzaak bestemd voor de inplanting van agrarische bedrijven, in het bijzonder glastuinbouw;c) « bouwvrij agrarisch gebied », in hoofdzaak bestemd voor beroepslandbouw, met dien verstande dat het oprichten van gebouwen niet is toegelaten;5° « bos », in hoofdzaak bestemd voor de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van het bos;6° « overig groen », ten minste bestaande uit volgende subcategorieën van gebiedsaanduiding : a) « gemengd openruimtegebied », waarbij natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies zijn;b) « parkgebied », in hoofdzaak bestemd voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van een park of parken;7° « reservaat en natuur », in hoofdzaak bestemd voor de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur, het natuurlijk milieu en bos;8° « lijninfrastructuur », in hoofdzaak bestemd voor verkeers- en vervoersinfrastructuur, wegeninfrastructuur, spoorinfrastructuur of waterweginfrastructuur en hun aanhorigheden;9° « gemeenschaps- en nutsvoorzieningen », in hoofdzaak bestemd voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen of infrastructuur van openbaar nut voor de zuivering van afvalwater;10° « ontginning en waterwinning », ten minste bestaande uit volgende subcategorieën van gebiedsaanduiding : a) « gebied voor infrastructuur voor duurzame watervoorziening », in hoofdzaak bestemd voor infrastructuur van openbaar nut voor duurzame watervoorziening;b) « gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen », in hoofdzaak bestemd voor de ontginning van delfstoffen;c) « gebied voor verwerking van oppervlaktedelfstoffen », in hoofdzaak bestemd voor bedrijven die oppervlaktedelfstoffen verwerken. De Vlaamse Regering kan bijkomende subcategorieën van gebiedsaanduiding bepalen. ». HOOFDSTUK VII. - Integratiespoor ruimtelijke uitvoeringsplanning - effectenrapportages Art. 21.In hetzelfde decreet wordt een artikel 39/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 39/1.Met behoud van de toepassing van het integratiespoor voor de plan-MER, geregeld bij en krachtens artikel 4.2.4 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, kan de Vlaamse Regering de wijze bepalen waarop overige bij of krachtens decreet voorgeschreven effectenrapportages geïntegreerd worden in het planningsproces van ruimtelijke uitvoeringsplannen. Indien ingevolge de toepassing van een integratiespoor elementen van een effectenrapport geïntegreerd worden in de inhoud van een ruimtelijk uitvoeringsplan, dan is het voorschrift van artikel 38, § 1, eerste lid, 6°, niet van toepassing. ». HOOFDSTUK VIII. - Opstart en aankondiging openbaar onderzoek bij ruimtelijke uitvoeringsplannen Art. 22.In artikel 42 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 21 november 2003 en 10 maart 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 2, eerste lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° een bericht op de website van het departement.»; 2° aan § 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering kan beslissen tot een individuele kennisgeving van het openbaar onderzoek aan de eigenaars van percelen waarop het planningsinitiatief betrekking heeft.»; 3° aan § 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag na deze waarop de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Deze termijn is een termijn van orde. ». Art. 23.In artikel 45 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 21 november 2003 en 10 maart 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 2, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 3° een bericht op de website van de provincie.»; 2° aan § 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De deputatie kan beslissen tot een individuele kennisgeving van het openbaar onderzoek aan de eigenaars van percelen waarop het planningsinitiatief betrekking heeft.»; 3° aan § 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag na deze waarop de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Deze termijn is een termijn van orde. ». Art. 24.In artikel 49 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 21 november 2003 en 10 maart 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 2, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 3° een bericht op de website van de gemeente.»; 2° aan § 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen tot een individuele kennisgeving van het openbaar onderzoek aan de eigenaars van percelen waarop het planningsinitiatief betrekking heeft.»; 3° aan § 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag na deze waarop de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Deze termijn is een termijn van orde. ». HOOFDSTUK IX. - Opmaak en inhoud stedenbouwkundige verordeningen Art. 25.In artikel 54 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de aanhef van het eerste lid en in het tweede lid worden de woorden « onder meer » geschrapt;2° aan punt 2° van het eerste lid worden de woorden « , de uitbouw van collectieve energievoorzieningen waarop desgevallend verplicht moet worden aangesloten » toegevoegd;3° aan punt 3° van het eerste lid worden de woorden « , evenals het ruimtelijk waarborgen van een adequate mobiliteit » toegevoegd;4° in punt 7° van het eerste lid worden de woorden « de personen met verminderde beweeglijkheid » vervangen door de woorden « personen met een functiebeperking »;5° aan punt 9° van het eerste lid worden de woorden « en het waarborgen van een adequate waterhuishouding » toegevoegd;6° punt 11° wordt vervangen door wat volgt : « 11° de bewerkstelliging van een vermenging van kavels, woningen en woonvoorzieningen die tegemoetkomen aan de behoeften van diverse maatschappelijke groepen, met dien verstande dat voorschriften betreffende de creatie van een bescheiden woonaanbod opgenomen worden in bijzondere stedenbouwkundige verordeningen, onder de voorwaarden, vermeld in boek 4, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 1, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.»; 7° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « De stedenbouwkundige verordeningen kunnen : 1° functiewijzigingen die in beginsel toegelaten zijn, uitsluiten, of aan dergelijke functiewijzigingen voorwaarden verbinden;2° het wijzigen van het aantal woongelegenheden in een gebouw regelen. »; 8° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering organiseert omtrent een ontwerp van gewestelijke stedenbouwkundige verordening een overlegvergadering met behoorlijk gemandateerde vertegenwoordigers van de Vereniging van de Vlaamse Provincies en van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.»; 9° er wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De gewestelijke, provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen die werden vastgesteld voor de inwerkingtreding van het Aanpassings- en aanvullingsdecreet en die op grond van de mogelijkheden, voorzien in de vroegere regelgeving, andere aangelegenheden regelen dan deze, vermeld in het eerste lid, of andere constructies of handelingen betreffen dan deze, vermeld in het tweede lid, blijven geldig tot ze worden opgeheven.De verordenende overheid kan na de inwerkingtreding van het Aanpassings- en aanvullingsdecreet wijzigingen aan deze stedenbouwkundige verordeningen aanbrengen binnen de marges, vermeld in het eerste en tweede lid. ». Art. 26.In artikel 55 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 21 november 2003 en 10 maart 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, tussen de woorden « omschreven in artikel 54 » en de woorden « , voor het gehele grondgebied », de woorden « en in artikel 97 » invoegen;2° aan § 1, tweede lid, worden volgende zinnen toegevoegd : « Een gewestelijke stedenbouwkundige verordening kan worden aangevuld en verder worden uitgevoerd middels provinciale stedenbouwkundige verordeningen, tenzij de gewestelijke stedenbouwkundige verordening uitdrukkelijk anders bepaalt.In dat laatste geval kan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening tevens bepalen dat bestaande provinciale stedenbouwkundige verordeningen met betrekking tot de geregelde aangelegenheid op een bepaalde datum ophouden uitwerking te hebben. »; 3° in § 2, tweede lid, worden de woorden « artikel 105, § 1 » vervangen door de woorden « artikel 112, § 1, eerste tot en met derde lid »;4° aan § 2, derde lid, wordt volgende zin toegevoegd : « Een gewestelijke stedenbouwkundige verordening kan worden aangevuld en verder worden uitgevoerd middels gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, tenzij de gewestelijke stedenbouwkundige verordening uitdrukkelijk anders bepaalt.In dat laatste geval kan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening tevens bepalen dat bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen met betrekking tot de geregelde aangelegenheid op een bepaalde datum ophouden uitwerking te hebben. »; 5° aan § 2, vierde lid, wordt volgende zin toegevoegd : « Een provinciale stedenbouwkundige verordening kan worden aangevuld en verder worden uitgevoerd middels gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, tenzij de provinciale stedenbouwkundige verordening uitdrukkelijk anders bepaalt.In dat laatste geval kan de provinciale stedenbouwkundige verordening tevens bepalen dat bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen met betrekking tot de geregelde aangelegenheid op een bepaalde datum ophouden uitwerking te hebben. ». HOOFDSTUK X. - Termijn uitoefening voorkooprecht Art. 27.In artikel 63, achtste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden « binnen een termijn van vijf jaar » vervangen door de woorden « binnen een termijn van acht jaar ». HOOFDSTUK XI. - Aanpassing bepalingen inzake onteigening Art. 28.In artikel 70, § 2, van hetzelfde decreet : 1° worden in het eerste lid de woorden « Evenwel wordt een onteigeningsplan dat gekoppeld is aan een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dat ter goedkeuring aan de bestendige deputatie wordt voorgelegd, niet aan die bestendige deputatie maar aan de Vlaamse Regering ter goedkeuring voorgelegd.Dit kan pas na de goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan door de bestendige deputatie. De Vlaamse Regering beslist over het onteigeningsplan en verleent een onteigeningsmachtiging conform de wetgeving inzake onteigeningen. » geschrapt; 2° worden in het tweede lid de woorden « voor het opmaken van dat ruimtelijk uitvoeringsplan, met uitzondering van de adviezen van de Vlaamse Regering, het college van burgemeester en schepenen van buurgemeenten en de deputatie zoals vastgesteld in artikel 42, § 4, derde en vierde lid, artikel 45, § 4, derde, vierde en vijfde lid, artikel 49, § 4, tweede, derde en vierde lid » vervangen door de woorden « voor onteigeningen ten algemenen nutte inzake gewestelijke aangelegenheden ». Art. 29.In artikel 75, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten1, worden de woorden « de uitvoering van een grond- en pandenbeleid, » en de woorden « als vermeld in artikel 78 » geschrapt. HOOFDSTUK XII. - Aankoopplicht Art. 30.Aan titel II, hoofdstuk V, van hetzelfde decreet, waarvan het opschrift vervangen wordt door « Recht van voorkoop, onteigening en aankoopplicht », wordt een afdeling 3, bestaande uit artikel 75/1, toegevoegd, die luidt als volgt : « AFDELING 3. - Aankoopplicht Art. 75/1.§ 1. De eigenaar van een onroerend goed kan van het Vlaamse Gewest de verwerving daarvan eisen indien hij aantoont dat, ten gevolge van de vaststelling van één of meer al dan niet opeenvolgende ruimtelijke uitvoeringsplannen, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VII, van het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten2 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op deze aankoopplicht. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de procedure van de aankoopplicht. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van berekening van het bedrag van de aankoopprijs waarop de eigenaar recht heeft. § 3. Het bedrag dat de eigenaar van het Vlaamse Gewest ontvangt met toepassing van dit artikel, wordt in voorkomend geval verminderd met het bedrag dat de eigenaar reeds heeft ontvangen ten gevolge van planschade voor hetzelfde onroerend goed. Hetzelfde geldt wat betreft de bedragen die reeds werden ontvangen ten gevolge van kapitaalschade in de zin van boek 6 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid. Wanneer een eigenaar toepassing maakt van deze aankoopplicht, kan hij jegens het Vlaamse Gewest en met betrekking tot hetzelfde onroerend goed geen aanspraak meer maken op schadeloosstellingen ingevolge planschade of patrimoniumverlies of op de toepassing van enige andere aankoopplicht. ». HOOFDSTUK XIII. - Afschaffing afzonderlijke ruil- en herverkavelingsplannen Art. 31.In titel II van hetzelfde decreet wordt hoofdstuk VII, bestaande uit artikelen 78 tot en met 83, gewijzigd bij decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten1, opgeheven. HOOFDSTUK XIV. - Diverse regelingen inzake planschade Art. 32.Aan artikel 84, § 4, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1993 pub. 07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten1, wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 10° wanneer de schade in aanmerking komt voor een compensatie, vermeld in boek 6, titel 2 of titel 3, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid. ». Art. 33.In artikel 85 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, zevende lid, wordt tussen de eerste en de tweede zin volgende zin toegevoegd : « Deze vijfjarentermijn wordt opgeschort gedurende vijf jaar, in het geval, vermeld in artikel 84, § 4, 1°, tenzij de onteigeningsbeslissing eerder zou vervallen of eerder zou worden herroepen.»; 2° in § 2, tweede lid, worden de woorden « de artikelen 87 tot en met 90 » vervangen door de woorden « artikelen 87 tot en met 91/10 ». HOOFDSTUK XV. - Operationalisering planbatenheffing Art. 34.In titel II, hoofdstuk VIII van hetzelfde decreet, wordt afdeling 2, bestaande uit artikelen 87 tot en met 91, en gewijzigd bij decreten van 26 april 2000, 13 juli 2001, 1 maart 2002, 19 juli 2002 en 21 november 2003, vervangen door wat volgt : « Afdeling 2. - Planbatenheffing Onderafdeling 1. - Grondslag, uitzonderingen, vrijstellingen en schorsingen Art. 87.Een planbatenheffing is verschuldigd wanneer een in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg op een perceel één of meer van de hiernavolgende bestemmingswijzigingen doorvoert : 1° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;2° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;3° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;4° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « gemeenschaps- en nutsvoorzieningen » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;5° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;6° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;7° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;8° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;9° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « gemeenschaps- en nutsvoorzieningen » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;10° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « gemeenschaps- en nutsvoorzieningen » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt;11° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt;12° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt;13° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt;14° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de subcategorie van gebiedsaanduiding « gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen » valt;15° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de subcategorie van gebiedsaanduiding « gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen » valt. Art. 88.Er is geen planbatenheffing verschuldigd in volgende gevallen : 1° wanneer de bestemmingswijziging niet voor gevolg heeft dat voortaan een verkavelingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning verkregen kan worden die voor de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg niet verkregen kon worden;2° wanneer de bestemmingswijziging minder dan 25 procent van een perceel bestrijkt en/of een perceelsgedeelte van minder dan 200 m2 betreft;3° wanneer voor het perceel een ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel een bijzonder plan van aanleg, in werking treedt om te voldoen aan een verplichting tot planschadevergoeding;4° wanneer het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, een zonevreemde, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte woning in de zin van artikel 133/1 gevestigd is, een voor wonen geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan;5° wanneer een perceel, begrepen in een niet-vervallen verkaveling, bestemd voor woningbouw, een voor woningbouw geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan;6° wanneer het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, een zonevreemd, hoofdzakelijk vergund en niet-verkrot bedrijf in de zin van artikel 133/1 gevestigd is, een voor bedrijvigheid geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan;7° wanneer het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, zonevreemde, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte gebouwen of terreinen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten gelegen of gevestigd zijn, een voor deze activiteiten geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan. Art. 89.Percelen die worden onteigend of overgedragen in der minne ten algemenen nutte worden van planbatenheffing vrijgesteld, voor zover voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden : 1° er wordt overeenkomstig artikel 72, § 1, eerste lid, geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die voortvloeit uit de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg;2° de onteigening, respectievelijk de overdracht in der minne ten algemenen nutte, gebeurt ten laste van de heffingsplichtige en niet ten aanzien van een derde-verkrijger. Indien de onteigening of de overdracht in der minne ten algemenen nutte plaatsvindt nadat de planbatenheffing, of een gedeelte daarvan, reeds is betaald, worden de reeds betaalde bedragen terugbetaald, evenwel zonder dat moratoriuminteresten verschuldigd zijn. Art. 90.De planbatenheffing wordt in voorkomend geval opgeschort : 1° gedurende de periode waarbinnen het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg geschorst is door de Raad van State;2° vanaf de betekening, aan de ambtenaar belast met het invorderen van de planbatenheffing, van de intentie om onder de voorwaarden, vermeld in artikel 89, te onteigenen of te verwerven in der minne ten algemenen nutte, desgevallend tot en met de dag van de beslissing tot herroeping van deze intentie;3° gedurende de periode waarbinnen het perceel niet bebouwd kan worden ten gevolge van redenen eigen aan het perceel;4° gedurende de periode waarbinnen het perceel niet bebouwd kan worden ten gevolge van een erfdienstbaarheid van openbaar nut. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen betreffende de mededeling van de redenen, de aanvang en de beëindiging van de opschorting, vermeld in het eerste lid, aan de ambtenaar belast met het invorderen van de planbatenheffing. Onderafdeling 2. - Heffingsplicht Art. 91.Heffingsplichtig is diegene die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het betrokken ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg het eigendomsrecht of het bloot eigendomsrecht op het perceel kan laten gelden. De heffingsplicht gaat over op de natuurlijke of rechtspersoon waaraan het eigendomsrecht of bloot eigendomsrecht, vermeld in het eerste lid, kosteloos of ingevolge erfopvolging of testament wordt overgedragen. Art. 91/1.Indien er meerdere heffingsplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk gehouden voor de gehele planbatenheffing. Onderafdeling 3. - Bedrag Art. 91/2.§ 1. De planbatenheffing wordt berekend uitgaande van de vermoede meerwaarde van een perceel ten gevolge van de bestemmingswijziging en op basis van de oppervlakte van de bestemmingswijziging op het perceel. De oppervlakte van het perceel is de bij het kadaster gekende oppervlakte. § 2. De vermoede meerwaarde van een perceel wordt berekend overeenkomstig volgende tabel : Aard van de bestemmingswijziging Bedrag van de vermoede meerwaarde per m2 Wijziging als vermeld in art. 87, 1° 86,31 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 2° 85,92 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 3° 83,73 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 4° 85,65 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 5° 54,89 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 6° 58,02 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 7° 57,63 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 8° 55,44 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 9° 57,36 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 10° 1,92 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 11° 2,58 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 12° 2,19 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 13° 0,39 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 14° 2,85 euro Wijziging als vermeld in art. 87, 15° 2,46 euro Indien het perceel het voorwerp uitmaakt van meerdere gelijktijdige bestemmingswijzigingen, wordt de vermoede meerwaarde van het perceel berekend als de optelsom van de producten van de respectievelijke oppervlaktes van elke wijziging en het bedrag van de vermoede meerwaarde per m2, zoals weergegeven in de tabel, opgenomen in het eerste lid. Indien een zone die nog niet is afgebakend met toepassing van artikel 39, § 2, eerste lid, onder meerdere categorieën van gebiedsaanduiding valt, wordt de vermoede meerwaarde berekend aan de hand van de categorie waaronder de meerderheid van de functies van de zone ressorteert. Art. 91/3.Voor de berekening van de planbatenheffing wordt het bedrag van de vermoede meerwaarde van een perceel verdeeld in schijven, die elk onderworpen worden aan een specifiek heffingspercentage. Deze berekening gebeurt aan de hand van volgende tabel : Gedeelte van de vermoede meerwaarde Percentage toepasselijk op het overeenstemmend gedeelte Totale bedrag van de heffing over het voorgaand gedeelte van 0,01 tot en met 12.500 euro 1 t.h. / van 12.500 tot en met 25.000 euro 2 t.h. 125 euro van 25.000 tot en met 50.000 euro 3 t.h. 375 euro van 50.000 tot en met 100.000 euro 5 t.h. 1.125 euro van 100.000 tot en met 150.000 euro 8 t.h. 3.625 euro van 150.000 tot en met 200.000 euro 14 t.h. 7.625 euro van 200.000 tot en met 250.000 euro 18 t.h. 14.625 euro van 250.000 tot en met 500.000 euro 24 t.h. 23.625 euro boven de 500.000 euro 30 t.h. 83.625 euro Artikel 91/4.§ 1. De in artikel 91/2, § 2, eerste lid, opgenomen vermoede meerwaarden per m2 worden vijfjaarlijks geactualiseerd. De Vlaamse Regering legt daartoe vijfjaarlijks een voorstel voor aan de decreetgever, op grond van het evaluatierapport, vermeld in artikel 91/11, tweede lid. De cyclus van vijf jaar vangt aan op 1 januari 2009. Indien op 31 december van het laatste jaar van de cyclus van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, geen actualisering is doorgevoerd, wordt het bedrag van de verschuldigde planbatenheffing, als bepaald overeenkomstig artikelen 91/2 en 91/3, vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar geactualiseerd door dit te vermenigvuldigen met de gezondheidsindex voor de maand volgend op de maand van de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg, en te delen door de gezondheidsindex voor de maand volgend op de maand van de inwerkingtreding van het decreet waarin het toepasselijke bedrag van de vermoede meerwaarde per m2 voor het laatst werd vastgesteld of aangepast. § 2. In afwijking van § 1 legt de Vlaamse Regering reeds uiterlijk op 31 december 2011 een eerste voorstel tot actualisering van de vermoede meerwaarden per m2 voor de bestemmingswijzigingen, vermeld in artikel 87, 14° en 15°, aan de decreetgever voor. Het voorstel is gebaseerd op een specifieke evaluatie betreffende deze bestemmingswijzigingen. De regeling, vermeld in het eerste lid, stelt de bestemmingswijzigingen, vermeld in artikel 87, 14° en 15°, niet vrij van de globale vijfjaarlijkse evaluatie en actualisering, vermeld in § 1, eerste lid. De regeling, vermeld in § 1, tweede lid, is ook op deze bestemmingswijzigingen onverkort van toepassing. Onderafdeling 4. - Inkohiering en invordering Art. 91/5.§ 1. De belastingschuld wordt eisbaar gemaakt door middel van kohieren die worden vastgesteld op basis van door het departement aangeleverde gegevens en die ten minste volgende elementen omvatten : 1° een verwijzing naar de bepalingen van deze afdeling;2° de grondslag van de heffing en een verwijzing naar het ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg dat de bestemmingswijziging omvat die geldt als grondslag van de planbatenheffing;3° de identiteit van de heffingsplichtige;4° het te betalen bedrag;5° het artikelnummer;6° de datum van uitvoerbaarverklaring. Het departement verzamelt, ontsluit en beheert voormelde gegevens in een geoloket planbaten. De initiërende overheden en de betrokken instanties leveren, elk voor wat hun verantwoordelijkheid betreft, de gegevens digitaal aan overeenkomstig de technische richtlijnen van het departement. De kohieren worden door de daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigde ambtenaar uitvoerbaar verklaard, uiterlijk op 31 december van het jaar, volgend op het kalenderjaar van de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg dat de bestemmingswijziging omvat die geldt als grondslag van de planbatenheffing. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen omtrent de inhoud en de vormgeving van de kohieren. § 2. Het aanslagbiljet dat wordt verstuurd naar de heffingsplichtige, bevat de gegevens, vermeld in het kohier, alsook : 1° het aanslagjaar waarvoor de planbatenheffing verschuldigd is, zijnde het jaar van inkohiering;2° de verzendingsdatum;3° de berekeningswijze van het bedrag van de planbatenheffing;4° de berekeningswijze van de betalingstermijn;5° de termijn waarbinnen de heffingsplichtige bezwaar kan indienen, de benaming en het adres van de instantie die bevoegd is om deze te ontvangen en de formaliteiten die daarbij moeten worden nageleefd. Onderafdeling 5. - Betalingstermijn en bezwarenregeling Art. 91/6.§ 1. De planbatenheffing wordt betaald : 1° op de datum van het verlijden van de authentieke akte betreffende een overdracht ten bezwarende titel, door de heffingsplichtige, van enig zakelijk recht met betrekking tot het perceel;2° binnen een termijn van zes maanden na het verlenen, in laatste administratieve aanleg, van : a) een stedenbouwkundige vergunning voor bouwwerken, vermeld in artikel 93, 1°, voor zover voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : 1) de betrokken bouwwerken betreffen niet enkel afbraakwerken of bodemsaneringswerken;2) voor het verrichten van de betrokken bouwwerken is de medewerking van een architect vereist;3) de vergunning kon vóór de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg niet worden verleend;b) een verkavelingsvergunning. Indien een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning, vermeld in het eerste lid, 2°, uitdrukkelijk melding maakt van verschillende fasen van een bouw- of verkavelingsproject, wordt de planbatenheffing gefaseerd betaald overeenkomstig de daartoe door d …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.