Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013
Kort samengevat
Dit besluit van de Vlaamse Regering regelt de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Het legt de procedures en voorwaarden vast voor de bescherming en het beheer van onroerend erfgoed in Vlaanderen.
Wat het regelt
- De uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
- De procedures voor de bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten, landschappen en archeologisch patrimonium.
- De toekenning en uitbetaling van subsidies voor werken aan beschermde monumenten.
- Algemene voorschriften voor instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten.
Wie het aanbelangt
- De Vlaamse Regering en haar adviesorganen.
- Regionale en lokale besturen die werken uitvoeren aan beschermde monumenten.
Kernpunten
- Het besluit is gebaseerd op diverse eerdere wetten en decreten, waaronder de bijzondere wet tot hervorming der instellingen en het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
- Het omvat bepalingen over de uitvoering van Europese verordeningen inzake steun voor plattelandsontwikkeling.
- Het regelt de procedures voor advies en toestemming met betrekking tot beschermde landschappen.
- Het stelt regels vast voor de subsidiëring van werken aan beschermde monumenten door regionale of lokale besturen.
Wettekst
16 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 De Vlaamse Regering, Gelet op de verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), inzonderheid op artikel 43, het laatst gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1312/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2011; Gelet op de verordening (EG) nr. 1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20 en 87, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; Gelet op de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 april 1996; Gelet op het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het laatst gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2012; Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013; Gelet op het Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 12, § 4, vervangen bij het decreet van 12 december 2008 en gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2012, artikel 41bis, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2004 en 7 december 2007, artikel 41ter, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 22 april 2005 en 7 december 2007, artikel 43, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2004, 22 april 2005 en 7 december 2007 en artikel 90bis, ingevoegd bij het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten, vervangen bij het decreet van 17 juli 2000 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012; Gelet op het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4; Gelet op het decreet van 6 juli 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1994, artikel 7, § 2; Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, titel IV, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 april 2007; Gelet op het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 juli 2013; Gelet op het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het laatst gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2009; Gelet op het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, artikel 70, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013, artikel 72, gewijzigd bij de decreten van 8 december 2000 en 31 mei 2013 en artikel 73, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013; Gelet op het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, artikel 9, vervangen bij het decreet van 19 juli 2002 en gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, artikel 36, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2002, artikel 44 en 54; Gelet op het decreet van 8 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/12/1998 pub. 26/01/1999 numac 1999035050 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1998 sluiten houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1998, artikel 2, § 2; Gelet op het decreet van 29 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2002 pub. 18/05/2002 numac 2002035603 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bescherming van varend erfgoed sluiten tot bescherming van varend erfgoed, gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2006; Gelet op het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage, gewijzigd bij het decreet van 22 april 2005; Gelet op de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof type wet prom. 16/05/2003 pub. 30/07/2015 numac 2015000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, artikel 3; Gelet op het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013; Gelet op het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, artikel 6, § 2 en artikel 7; Gelet op het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, artikel 53; Gelet op het Gemeente decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, artikel 146 en 147; Gelet op het Energie decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, artikel 11.1.4, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4; Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 4.2.2, 4.2.3, 4.4.23, 4.7.13, tweede lid en artikel 4.7.15, § 1; Gelet op het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikel 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 3.5.1, 3.6.1, 3.7.1, 4.1.2, 4.1.3, 4.1.9, 6.3.2, 6.4.2, 6.4.4, 6.4.6, 6.5.3, 7.1.1, 8.1.1, 9.1.1, 10.1.1, 10.2.1, 10.2.2, 11.5.13 en 12.4.1; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 1983 houdende sommige maatregelen tot harmonisatie van de werking en van de presentiegelden en vergoedingen van adviesorganen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1991 houdende vaststelling van de procedures inzake de subsidiëring van werken aan beschermde monumenten die door of op initiatief van regionale of lokale besturen worden uitgevoerd; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 1992 tot vaststelling van de modaliteiten voor de toekenning en uitbetaling van de subsidies voor werken aan beschermde monumenten die door of op initiatief van regionale of lokale besturen worden uitgevoerd; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 1994 houdende aanwijzing van de besturen en openbare instellingen die advies geven over gemeentelijke plannen van aanleg; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 1994 tot uitvoering van het decreet van 30 juni 1993 houdende de bescherming van het archeologisch patrimonium; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 1994 tot het instellen van een onderhoudspremie voor gerangschikte landschappen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 houdende algemene beschermingsvoorschriften, advies- en toestemmingsprocedure, instelling van een register en vaststelling van een herkenningsteken voor beschermde landschappen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3 houdende de organisatie van de Vlaamse Monumentenprijs; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 betreffende de oprichting, de samenstelling en de werking van de beheerscommissies voor beschermde landschappen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 tot instelling van een premiestelsel voor beschermde landschappen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten5 betreffende de erkenning en de subsidiëring van bosgroepen en de wijze waarop leden van het Agentschap voor Natuur en Bos kunnen meewerken in erkende bosgroepen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten5 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende natuurverenigingen en houdende toekenning van subsidies; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten8 betreffende de samenstelling, de organisatie, de bevoegdheden en de werking van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten9 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten0 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten1 tot het vaststellen van een onderhoudspremie voor beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten2 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten3 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten6 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten7 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten8 betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma's; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten9 tot bepaling van nadere regels voor de zorgplicht betreffende definitief aangeduide ankerplaatsen en erfgoedlandschappen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO); Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten2 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten2 tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten4 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een verkavelingsvergunning; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten7 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010; Gelet op het Financieringsbesluit van 21 december 2012; Gelet op het ministerieel besluit van 7 december 1976 tot inrichting van het register van monumenten en stads- en dorpsgezichten; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 17 januari 2014; Gelet op de adviesvraag binnen 30 dagen die op 7 april 2014 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten8 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur en de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk en Ruimtelijke Ordening en Sport; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit besluit wordt aangehaald als: het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014. HOOFDSTUK 2. - Definities Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° beheersdienst: de administratieve overheid die belast is met de uitvoering van de beheersovereenkomsten;2° beheersmaatregel: het werk, de dienst of de handeling die de zakelijkrechthouder of beheerder in het kader van een beheersovereenkomst verricht, laat verrichten of achterwege laat, afhankelijk van de beheersdoelstelling;3° beheerspakket: een geheel van beheersmaatregelen die tegemoetkomen aan een specifieke beheersdoelstelling;4° belanghebbende: de zakelijkrechthouder en de gebruiker van het onroerend goed, de zakelijkrechthouders van percelen die grenzen aan het onroerend goed, de gemeente of de provincie waarin het onroerend goed gelegen is, het agentschap en in voorkomend geval de leden van de beheerscommissie;5° beleidsprioriteiten: de beleidsdoelstellingen die de Vlaamse Regering formuleert en waarbij ze, al dan niet met een subsidieregeling, de lokale besturen aanmoedigt of verplicht om binnen de geformuleerde doelstellingen een eigen lokaal beleid te voeren;6° bijwerken: de bijkomende werkzaamheden, beheersmaatregelen of diensten die, door niet voorzienbare omstandigheden, tijdens de uitvoering van goedgekeurde werkzaamheden of beheersmaatregelen noodzakelijk blijken en niet vermeld zijn in de kostenraming op basis waarvan de erfgoedpremie werd toegekend; 7° Commissie: de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed, vermeld in artikel 3.1.1 van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5; 8° cultuurgoederen: roerende goederen, die omwille van hun erfgoedwaarde van algemeen belang zijn, waarvan het samen voorkomen met het gebouw een bijzondere waarde heeft en die ofwel ontworpen zijn voor of vervaardigd met het beschermd goed ofwel gerelateerd zijn aan de functie van het beschermd goed en waarvoor historische verbondenheid met het beschermd goed kan aangetoond worden.Voor beschermde onroerende goederen in eigendom van privé-personen of -vennootschappen moeten de cultuurgoederen opgenomen zijn in een beschermingsbesluit of een goedgekeurd beheersplan of er moet voorheen voor het beheer ervan een premie verleend zijn opdat ze als cultuurgoederen beschouwd kunnen worden; 9° discipline: een bepaald vakgebied, specialisme of beroep binnen de onroerenderfgoedsector;10° forfaitaire werkzaamheden: de werkzaamheden of diensten, opgenomen in een door de minister vastgestelde lijst, die op forfaitaire basis overeenkomstig de bedragen, vermeld in die lijst, in aanmerking komen voor de toekenning van een erfgoedpremie;11° gespecialiseerde werkzaamheden:
- a)beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten aan: 1) orgels, beiaarden, torenuurwerken, luiklokken;2) historische instrumenten;3) beeldhouwwerken of grafstenen;4) panelen, schilderijen, muurschilderingen;5) muurbekledingen, textiel;6) bomen, historische tuinen en parken;7) meubilair, lambriseringen, tuin- en straatmeubilair;8) heraldische wapens en symbolen;9) glasramen;10) smeedwerk;11) archeologische ensembles of sites;12) industrieel erfgoed met inbegrip van installaties, uitrustingsstukken en onderdelen;13) cultuurgoederen;
- b)beveiligingswerken tegen diefstal, brand en blikseminslag van beschermde monumenten en de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken;12° kostenraming: een lijst met posten van de beoogde maatregelen, werkzaamheden en diensten, met aanduiding van de benodigde hoeveelheden en hun vermoedelijke kostprijs, al dan niet gebaseerd op de goedgekeurde lijst met forfaitaire werkzaamheden;13° lokale beleidscyclus: de beleidscyclus van zes jaar die gekoppeld is aan de lokale bestuursperiode en die begint in het tweede jaar dat volgt op de lokale verkiezingen en eindigt op het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen;14° meerwerken: de bijkomende werkzaamheden, beheersmaatregelen of diensten die de vermoedelijke hoeveelheden die in de aanvaarde kostenraming worden vermeld, overschrijden;15° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed;16° monument, bestemd voor een erkende eredienst: de gebouwen vermeld in artikel 4, 81, 117, 153, 189 en 232 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, voor zover ze bestemd zijn voor de eredienst;17° onderwijsgebouw: een onroerend goed dat op grond van zijn onderwijsbestemming vrijgesteld is van de onroerende voorheffing;18° onroerenderfgoedactoren: de betrokkenen en belanghebbenden bij de zorg voor het onroerend erfgoed op het grondgebied van de gemeente;19° ontwerper: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het ontwerp maakt van de werkzaamheden of diensten aan of in beschermde goederen of in erfgoedlandschappen, en ze begeleidt en controleert of het beheersplan opmaakt;20° open erfgoed: een beschermd goed, een erfgoedlandschap, of een deel ervan dat een opzichzelfstaand geheel vormt, dat op regelmatige basis opengesteld wordt met het doel op een actieve en sprekende manier inzicht te geven in de erfgoedwaarde van het goed, in overeenstemming met de door de minister vastgestelde richtlijnen van publieksgerichte erfgoedontsluiting en dat uitdrukkelijk als dusdanig erkend is in de beslissing waarbij het beheersplan werd goedgekeurd;21° post: een gedetailleerde omschrijving per onderdeel van de te leveren goederen, diensten en te verrichten werkzaamheden;22° premienemer: elkeen die opdrachtgever is van de beheersmaatregelen, werkzaamheden, diensten, voorafgaande onderzoeken of de opmaak van het beheersplan en die de kosten ervan draagt;23° publieksgerichte erfgoedontsluiting: de openstelling van onroerend erfgoed, in overeenstemming met de door de minister vastgestelde richtlijnen van publieksgerichte erfgoedontsluiting, die uitdrukkelijk bedoeld is om het grote publiek op een actieve en sprekende manier inzicht te geven in de erfgoedwaarde van het goed;24° regulier onderhoud: de preventieve en periodieke onderhoudswerken, gericht op het duurzaam in goede staat houden van een goed, die geen vervanging of wijziging van materiaal en uitvoeringstechniek impliceren en die geen negatieve impact op de erfgoedwaarde en geen impact op de bodem hebben;25° toekenning: de officiële kennisgeving aan de premienemer van het ministerieel besluit waarbij het bedrag van de erfgoedpremie, aangevraagd volgens de bijzondere procedure, wordt vastgesteld;26° uitvoerder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die het beheer van of de werkzaamheden aan onroerend erfgoed en erfgoedlandschappen uitvoert;27° voorafgaand onderzoek: elke vorm van voorbereidend onderzoek dat noodzakelijk is voor het kwaliteitsvolle beheer of de herwaardering van een beschermd goed of een erfgoedlandschap en waarvan verondersteld mag worden dat het buiten de gebruikelijke opdracht van een eventuele ontwerper valt, met inbegrip van de werkzaamheden die nodig zijn om dat onderzoek uit te voeren;28° ZEN-erfgoed: beschermde onroerende goederen of onroerende goederen gelegen in een erfgoedlandschap, of een deel ervan dat een opzichzelfstaand geheel vormt, dat niet van dien aard is dat het economisch nut kan hebben, en dat uitdrukkelijk als dusdanig erkend is in de beslissing waarbij het beheersplan werd goedgekeurd. HOOFDSTUK 3. - Instanties en actoren van het onroerenderfgoedbeleid Afdeling 1. - Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed Art. 3.1.1. De Commissie bestaat uit: 1° veertien leden met expertise in minstens één van de disciplines van onroerend erfgoed;2° zeven leden uit het maatschappelijke middenveld. Art. 3.1.2. Het lidmaatschap van de Commissie is niet verenigbaar met: 1° een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement of het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;2° het ambt van minister of staatssecretaris;3° het ambt van personeelslid van een departement of agentschap van de Vlaamse overheid, belast met de uitvoering van het beleid inzake onroerend erfgoed;4° het ambt van personeelslid van het secretariaat van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed. De leden, bedoeld in artikel 3.1.1, 1°, treden in de Commissie niet op als vertegenwoordiger van de organisatie waarin ze deel uitmaken van de bestuursorganen, of waartoe ze behoren als werknemer of als vrijwilliger maar vanuit hun deskundigheid op het vlak van onroerend erfgoed. De leden, bedoeld in artikel 3.1.1, 2°, streven er naar om het belang dat verdedigd wordt door een maatschappelijke belangengroep te overstijgen en mee te werken aan adviezen die gericht zijn op het algemeen belang en de doelstellingen van het onroerenderfgoedbeleid. Ten hoogste twee derde van de leden van de Commissie is van hetzelfde geslacht. Art. 3.1.3. De leden van de Commissie worden benoemd door de Vlaamse Regering na een openbare oproep tot kandidaatstelling, die ten minste bekendgemaakt wordt in het Belgisch Staatsblad, op de website van het agentschap en op andere relevante websites. De voorzitter van de Commissie is één van de leden. De voorzitter wordt benoemd door de Vlaamse Regering. Art. 3.1.4. De Vlaamse Regering kan een einde maken aan het mandaat van een lid of voorzitter van de Commissie: 1° op verzoek van de mandaathouder;2° op verzoek van de Commissie;3° na advies van de Commissie als de mandaathouder drie opeenvolgende vergaderingen zonder geldige verantwoording niet bijwoont;4° na advies van de Commissie als de mandaathouder activiteiten of functies uitoefent die onverenigbaar zijn met het mandaat of die een strijdigheid van belangen tot gevolg hebben. De Vlaamse Regering voorziet in de vervanging van overleden of ontslagen leden. Als een lid vervangen wordt in de loop van de vierjarige termijn, wordt zijn mandaat voleindigd door zijn vervanger. Art. 3.1.5. De Commissie legt binnen de drie maanden na de benoeming van haar leden een voorstel van huishoudelijk reglement ter goedkeuring voor aan de minister. Art. 3.1.6. Het secretariaat van de Commissie wordt uitgeoefend door het secretariaat van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed. Het secretariaat is belast met de administratieve, logistieke en inhoudelijke ondersteuning van de Commissie. Het secretariaat zorgt onder andere voor de verslaggeving van de vergaderingen en voor de redactie van de ontwerpadviezen, ontwerpverslagen en ontwerpbesluiten. Art. 3.1.7. De Vlaamse Regering voorziet, via de jaarlijkse dotatie aan de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, in de nodige financiële middelen voor de werking van de Commissie. Art. 3.1.8. De Commissie kan aan de agentschappen, bevoegd voor het onroerend erfgoed, vragen om toelichtingen te verschaffen over de aangelegenheden die passen in het kader van de werkzaamheden van de Commissie. De Commissie kan alle nodige informatie inwinnen bij administratieve overheden of bij de indiener van een beroep. De vergaderingen van de Commissie zijn besloten. De Commissie kan evenwel te allen tijde externe deskundigen of betrokkenen uitnodigen om in een adviserende hoedanigheid deel te nemen aan haar vergaderingen en om hen te raadplegen over bijzondere vraagstukken. Ze verlaten de vergadering voor de besluitvorming. De Commissie kan werkcommissies oprichten. Art. 3.1.9. De Commissie brengt jaarlijks verslag uit over haar werkzaamheden bij de minister. Dat verslag wordt openbaar gemaakt. Art. 3.1.10. De leden van de commissie hebben recht op een presentiegeld en op de terugbetaling van hun reis- en maaltijdkosten. Het presentiegeld wordt aan hen toegekend en de reis- en maaltijdkosten worden aan hen terugbetaald overeenkomstig de volgende regels: 1° een presentiegeld van 30 euro wordt toegekend voor een deelneming gedurende minstens drie uur, op dezelfde dag, aan een of meer vergaderingen van de commissie.Het presentiegeld bedraagt 45 euro voor een deelneming gedurende minstens zes uur op dezelfde dag; 2° hun reis- en maaltijdkosten worden terugbetaald volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036036 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 33 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 sluiten4 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid.Voor de berekening van de reis- en maaltijdvergoedingen wordt de woonplaats als standplaats beschouwd. Voor de leden van de commissie die andersvalide zijn en zonder assistentie van een derde persoon de zittingen niet kunnen bijwonen, bedragen de presentiegelden, vermeld in het eerste lid, 60 euro voor een deelneming gedurende minstens drie uur, op dezelfde dag, aan een of meer vergaderingen van de commissie, en 90 euro voor een deelneming gedurende minstens zes uur op dezelfde dag. Er wordt voor maximaal 24 vergaderingen per jaar een presentiegeld toegekend. Art. 3.1.11. Vanaf 1 januari 2015 worden de presentiegelden, vermeld in artikel 3.1.10, jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex, met als referentie de maand december die voorafgaat aan het jaar waarvoor de presentiegelden worden toegekend. Die bedragen zijn gekoppeld aan de gezondheidsindex 100,41 van december 2013 (basis 2013 = 100). Onder de gezondheidsindex wordt verstaan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994. Art. 3.1.12. De presentiegelden en de reis- en maaltijdvergoedingen, vermeld in artikel 3.1.10, worden jaarlijks door het secretariaat betaald aan de leden van de commissies, op voorlegging van een door het lid opgemaakte en voor echt en juist verklaarde kostenstaat. Afdeling 2. - Erkenning als onroerenderfgoedgemeente Art. 3.2.1. Om erkend te worden en te blijven als onroerenderfgoedgemeente moet de onroerenderfgoedgemeente voldoen aan de volgende Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid: 1° de gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid:
- a)de beleidsvisie is integraal en omvat dus een visie op de zorg voor het archeologisch erfgoed, voor de monumenten en voor de cultuurhistorische landschappen;
- b)de beleidsvisie is geïntegreerd en is dus afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg;
- c)de beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren;2° de gemeente ondersteunt de vrijwilligerswerking die zich inzet voor het duurzame behoud en beheer en voor de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en neemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te creëren;3° de gemeente neemt een voorbeeldfunctie op met betrekking tot het duurzame behoud en beheer van het onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer, en integreert de visie op dat onroerend erfgoed in de beslissingen en plannen van de gemeente;4° de gemeente bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed en betrekt een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van hun gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid;5° de gemeente houdt de toelatingen, de adviezen en de meldingen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 en dit besluit, bij in een register dat digitaal raadpleegbaar is door het agentschap. De minister kan de nadere vormvereisten voor het register, vermeld in het eerste lid, 5°, bepalen. Als een gemeente voldoet aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid, voldoet de gemeente ook aan de voorwaarden om te worden erkend als onroerenderfgoedgemeente. Om te voldoen aan de Vlaamse beleidsprioriteiten kan een gemeente zich laten ondersteunen door een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. Art. 3.2.2. Uiterlijk op 15 januari van het eerste jaar van de lokale beleidscyclus of, bij een evaluatie na drie jaar door de Vlaamse Regering, op 15 januari van het vierde jaar van de lokale beleidscyclus, dient de gemeente de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten bij de Vlaamse Regering in. De gemeente bezorgt daarvoor de relevante onderdelen van de door de gemeenteraad goedgekeurde strategische meerjarenplanning, vermeld in artikel 146 en 147 van het Gemeente decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, aan de Vlaamse Regering. Daarin geeft de gemeente aan hoe ze uitwerking zal geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid. De gemeente kan op eigen initiatief aanvullende documenten bezorgen. De strategische meerjarenplanning bevat: 1° een beschrijving van de gewenste effecten en indicatoren van het onroerenderfgoedbeleid;2° de actieplannen en de acties die de gemeente in samenwerking met lokale actoren opzet om vorm te geven aan het onroerenderfgoedbeleid;3° een beschrijving van de manier waarop de gemeente de participatie organiseert. Art. 3.2.3. Het agentschap beoordeelt de aanvraag tot erkenning van de onroerenderfgoedgemeente op basis van de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid en brengt daarover een advies uit aan de minister uiterlijk op 15 maart van hetzelfde jaar van de indiening van de Vlaamse beleidsprioriteiten. Art. 3.2.4. Op basis van het advies van het agentschap beslist de minister over de erkenning van de onroerenderfgoedgemeente. De minister kan het advies van de Commissie inwinnen. Art. 3.2.5. Uiterlijk op 30 april van het eerste jaar, en in voorkomend geval, van het vierde jaar van de lokale beleidscyclus brengt de minister de gemeenten op de hoogte van het al dan niet aanvaarden van de erkenningsaanvraag. Art. 3.2.6. De erkenning van een onroerenderfgoedgemeente wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art. 3.2.7. Een erkenning als onroerenderfgoedgemeente is voor onbepaalde duur en geldt zolang aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.2.1, en aan de voorwaarden in het kader van de opvolging, vermeld in artikel 3.2.9, voldaan wordt. Art. 3.2.8. De erkenning als onroerenderfgoedgemeente gaat in vanaf 1 juli van het jaar waarin de aanvraag werd goedgekeurd. Art. 3.2.9. Uiterlijk op 31 juli van elk jaar rapporteert de erkende onroerenderfgoedgemeente over de uitvoering van haar engagementen, behalve in het jaar van de aanvraag tot erkenning. De gemeente bezorgt daartoe de relevante onderdelen van de door de gemeenteraad goedgekeurde jaarrekening van het voorafgaande jaar aan de Vlaamse Regering. Daarin geeft de gemeente aan welke activiteiten en prestaties werden verricht of effecten werden bereikt in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid. Art. 3.2.10. Als de erkende onroerenderfgoedgemeente niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of aan de rapporteringsverplichtingen, als de rapportering manifest onduidelijk is of als de gemeente onvoldoende aantoont dat ze de vooropgestelde doelstellingen heeft nagestreefd, maakt de minister uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de rapportering of, bij gebrek aan rapportering uiterlijk drie maanden na de uiterste indieningsdatum, per beveiligde zending bezwaar bij de gemeente. De gemeente bezorgt, binnen twee maanden na de ontvangst van het bezwaar aan de minister een aangepaste rapportering of een motiverende nota met de redenen waarom bepaalde engagementen niet zijn nagekomen. Art. 3.2.11. Het agentschap kan op verzoek van de minister vragen aan een visitatiecommissie om de werking van de erkende onroerenderfgoedgemeente te evalueren. Daarvoor wordt een visitatiecommissie door het agentschap samengesteld met minstens één vertegenwoordiger uit de Commissie en minstens één vertegenwoordiger aangewezen door de representatieve organisatie die de belangen behartigt van de Vlaamse steden en gemeenten. De visitatiecommissie wordt paritair samengesteld. Het secretariaat van de visitatiecommissie wordt waargenomen door het agentschap. De visitatiecommissie kan alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, kan de erkende onroerenderfgoedgemeente vragen om toelichting te komen geven en kan de erkende onroerenderfgoedgemeente zelf bezoeken om na te gaan of de erkende onroerenderfgoedgemeente wel blijft voldoen aan de erkenningsvoorwaarden. Art. 3.2.12. Het agentschap deelt de resultaten van de evaluatie mee aan de minister binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de bevindingen van de visitatiecommissie. De minister kan bij een negatieve evaluatie de erkenning van de onroerenderfgoedgemeente schorsen voor een termijn van maximaal honderdtwintig dagen. Het agentschap deelt die beslissing tot schorsing per beveiligde zending mee aan de erkende onroerenderfgoedgemeente. De erkende onroerenderfgoedgemeente beschikt vanaf de betekening van de beslissing tot schorsing over een termijn van zestig dagen om de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren. Tijdens een periode van schorsing kan de erkende onroerenderfgoedgemeente haar taken en bevoegdheden ter uitvoering van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 en dit besluit verder uitvoeren en uitoefenen. De visitatiecommissie heeft evenwel toegang tot het register met toelatingen, adviezen en meldingen, vermeld in artikel 3.2.1, eerste lid, 5°. De geschorste onroerenderfgoedgemeente bezorgt binnen de bovenvermelde termijn van zestig dagen per beveiligde zending een reactie aan het agentschap waarin ze beschrijft welke acties ze heeft ondernomen of onverwijld zal ondernemen ter remediëring. Als de visitatiecommissie van oordeel is dat de acties volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, formuleert de visitatiecommissie een voorstel tot opheffing van de schorsing. Als de visitatiecommissie van oordeel is dat de acties niet volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden of als de onroerenderfgoedgemeente geen schriftelijke reactie heeft bezorgd binnen de gestelde termijn, formuleert de visitatiecommissie een voorstel tot intrekking van de erkenning. Op basis van het voorstel van de visitatiecommissie maakt het agentschap voor de minister een voorstel op van de beslissing tot opheffing van de schorsing of tot intrekking van de erkenning. De minister beslist uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorstel. Art. 3.2.13. Als een erkende onroerenderfgoedgemeente zelf te kennen geeft dat ze niet meer erkend wil zijn, formuleert het agentschap een definitief voorstel van beslissing over de intrekking van de erkenning zonder dat de onroerenderfgoedgemeente eerst wordt geschorst. De minister beslist uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorstel van beslissing over het intrekken van de erkenning. Art. 3.2.14. Het agentschap brengt de gemeente per beveiligde zending onverwijld op de hoogte van de beslissing van de minister over het al dan niet intrekken van de erkenning of de opheffing van de schorsing. De intrekking van de erkenning of de opheffing van de schorsing gaat in op de dag die volgt op de dag van de betekening van de beslissing aan de onroerenderfgoedgemeente. Als de minister geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in artikel 3.2.12 of 3.2.13, wordt de erkenning geacht niet te zijn ingetrokken en de schorsing te zijn opgeheven. Art. 3.2.15. De intrekking van een erkenning als onroerenderfgoedgemeente wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art. 3.2.16. Als een gemeente na de intrekking van haar erkenning opnieuw een aanvraag tot erkenning als onroerenderfgoedgemeente wil indienen, moet ze de volledige aanvraagprocedure opnieuw doorlopen. Art. 3.2.17. Als de erkenning van een onroerenderfgoedgemeente wordt ingetrokken, behandelt de gemeente de ontvankelijke vergunnings- en toelatingsaanvragen die voor de kennisgeving van de intrekking van de erkenning zijn ingediend, overeenkomstig artikel 4.1.10 en 6.4.4, § 1, van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5. Afdeling 3. - Erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst Art. 3.3.1. Om een aanvraag tot erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst te kunnen indienen moet het intergemeentelijk samenwerkingsverband: 1° opgericht zijn overeenkomstig het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 31/10/2001 numac 2001035984 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking sluiten houdende de intergemeentelijke samenwerking;2° bestaan uit minimaal drie gemeenten die allen in het Vlaams Gewest liggen. Art. 3.3.2. Om erkend te worden en te blijven als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst moet de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst voldoen aan de volgende erkenningsvoorwaarden: 1° het intergemeentelijk samenwerkingsverband toont aan dat zijn werkingsgebied beschikt over een gemeenschappelijk erfgoedpakket op basis van een gezamenlijke omgevingsanalyse;2° het intergemeentelijk samenwerkingsverband dient een onroerenderfgoedbeleidsplan in dat het actief behoud van het onroerend erfgoed op het grondgebied van de aangesloten gemeenten voor ogen heeft en complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid en dat bovendien aan de volgende voorwaarden voldoet:
- a)het onroerenderfgoedbeleidsplan stelt een gezamenlijke visie en een gezamenlijk plan van aanpak voorop;
- b)het onroerenderfgoedbeleidsplan is integraal en omvat dus de zorg voor het archeologisch erfgoed, voor de monumenten en voor de cultuurhistorische landschappen;
- c)het onroerenderfgoedbeleidsplan is geïntegreerd en is dus afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg;
- d)het onroerenderfgoedbeleidsplan houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren;3° het intergemeentelijk samenwerkingsverband ondersteunt de vrijwilligerswerking die zich inzet voor het duurzame behoud en beheer en voor de ontsluiting van het onroerend erfgoed op zijn grondgebied en neemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te creëren;4° het intergemeentelijk samenwerkingsverband beschikt over voldoende expertise om dat onroerenderfgoedbeleidsplan uit te voeren en bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met alle diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed. Als erkende onroerenderfgoedgemeenten deel uitmaken van het intergemeentelijk samenwerkingsverband of als een aanvraag voor erkenning als onroerenderfgoedgemeente van één of meer van de deelnemende gemeenten tegelijk met de erkenning van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst wordt aangevraagd, dan wordt aangetoond op welke manier de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst de erkende onroerenderfgoedgemeente of -gemeenten zal ondersteunen bij het uitvoeren van hun taken en bevoegdheden, en omgekeerd hoe de erkende onroerenderfgoedgemeente of -gemeenten zullen bijdragen tot de uitbouw van het consultatienetwerk van de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. Art. 3.3.3. Het agentschap stelt op zijn website een modelformulier ter beschikking waarmee een aanvraag tot erkenning van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst kan worden ingediend. Door het invullen van dat modelformulier kan het intergemeentelijk samenwerkingsverband aantonen dat ze aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet. De aanvrager bezorgt het volledig ingevulde formulier samen met de gevraagde bijlagen uiterlijk op 15 januari aan het agentschap. Art. 3.3.4. Het agentschap beoordeelt de aanvraag tot erkenning van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst op basis van de erkenningsvoorwaarden, en brengt daarover een advies uit aan de minister uiterlijk op 15 maart van hetzelfde jaar van de erkenningsaanvraag. Art. 3.3.5. Op basis van het advies van het agentschap beslist de minister over de erkenning van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. De minister kan het advies van de Commissie inwinnen. Art. 3.3.6. Uiterlijk op 30 april van het jaar van de aanvraag tot erkenning brengt de minister het intergemeentelijk samenwerkingsverband per beveiligde zending op de hoogte van het al dan niet aanvaarden van de erkenningsaanvraag. Art. 3.3.7. De erkenning van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art. 3.3.8. Een erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst is voor onbepaalde duur en geldt zolang aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3.3.1, de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.3.2 en aan de voorwaarden in het kader van de opvolging, vermeld in artikel 3.3.9 voldaan wordt. Art. 3.3.9. Uiterlijk op 31 juli van elk jaar, behalve in het jaar van de aanvraag tot erkenning, rapporteert de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst over de uitvoering van zijn onroerenderfgoedbeleidsplan. Art. 3.3.10. Als de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of aan de rapporteringsverplichtingen of als de rapportering manifest onduidelijk is of als de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst onvoldoende aantoont dat hij de vooropgestelde doelstellingen heeft nagestreefd, maakt de minister uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de rapportering of bij gebrek aan rapportering uiterlijk drie maanden na de uiterste indieningsdatum, per beveiligde zending bezwaar bij de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. De intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst bezorgt, binnen twee maanden na de ontvangst van het bezwaar, de minister een aangepaste rapportering of een motiverende nota met de redenen waarom bepaalde engagementen niet zijn nagekomen. Art. 3.3.11. Het agentschap kan op verzoek van de minister vragen aan een visitatiecommissie om de werking van de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst te evalueren. Daarvoor wordt een visitatiecommissie door het agentschap samengesteld met minstens één vertegenwoordiger uit de Commissie en minstens één vertegenwoordiger aangewezen door de representatieve organisatie die de belangen behartigt van de Vlaamse steden en gemeenten. De visitatiecommissie wordt paritair samengesteld. Het secretariaat van de visitatiecommissie wordt waargenomen door het agentschap. De visitatiecommissie kan alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, kan de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst vragen om toelichting te komen geven en kan de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst zelf bezoeken om na te gaan of de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst wel blijvend voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Art. 3.3.12. Het agentschap deelt de resultaten van de evaluatie mee aan de minister binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de uitvoering van de evaluatie. De minister kan in geval van een negatieve evaluatie de erkenning van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst schorsen voor een termijn van maximaal honderdtwintig dagen. Het agentschap deelt die beslissing tot schorsing per beveiligde zending mee aan de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. De intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst heeft vanaf de betekening van de beslissing tot schorsing een termijn van zestig dagen om de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren. De geschorste intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst bezorgt binnen de bovenvermelde termijn van zestig dagen per beveiligde zending een reactie aan het agentschap waarin beschreven is welke acties hij heeft ondernomen of onverwijld zal ondernemen ter remediëring. Als de visitatiecommissie van oordeel is dat de acties volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, formuleert de visitatiecommissie een voorstel tot opheffing van de schorsing. Als de visitatiecommissie van oordeel is dat de acties niet volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden of als de onroerenderfgoedgemeente geen schriftelijke reactie heeft bezorgd binnen de gestelde termijn, formuleert de visitatiecommissie een voorstel tot intrekking van de erkenning. Op basis van het voorstel van de visitatiecommissie maakt het agentschap voor de minister een voorstel op van de beslissing tot opheffing van de schorsing of tot intrekking van de erkenning. De minister beslist uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorstel. Art. 3.3.13. Als een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst zelf te kennen geeft dat hij niet meer erkend wenst te zijn, formuleert het agentschap een definitief voorstel van beslissing over de intrekking van de erkenning zonder dat de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst eerst wordt geschorst. De minister beslist uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorstel van beslissing over het intrekken van de erkenning. Art. 3.3.14. Het agentschap deelt de beslissing van de minister over de intrekking van de erkenning of de opheffing van de schorsing onverwijld per beveiligde zending mee aan de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. De intrekking van de erkenning of de opheffing van de schorsing gaat in op de dag die volgt op de dag van de betekening van de beslissing aan de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. Als de minister geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in artikel 3.2.12 of 3.2.13, wordt de erkenning geacht niet te zijn ingetrokken en de schorsing te zijn opgeheven. Art. 3.3.15. De intrekking van een erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art. 3.3.16. Om na de intrekking van de erkenning opnieuw een aanvraag tot erkenning in te dienen, moet de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst de volledige aanvraagprocedure opnieuw doorlopen. Afdeling 4. - Erkenning als onroerenderfgoeddepot Art 3.4.1. Om een aanvraag tot erkenning als onroerenderfgoeddepot te kunnen indienen, moet een organisatie: 1° een permanente organisatie met rechtspersoonlijkheid zijn die als doel heeft archeologische ensembles, archeologische artefacten of onderdelen van beschermd onroerend erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, tijdelijk of permanent te bewaren en te beheren;2° aantonen dat de infrastructuur om dat onroerend erfgoed te bewaren en te beheren, in het Vlaamse Gewest ligt. Art 3.4.2. Om erkend te worden als onroerenderfgoeddepot, dient een rechtspersoon een aanvraag tot erkenning in bij het agentschap en hij toont daarbij aan dat hij minstens aan de volgende erkenningsvoorwaarden voldoet: 1° de organisatie vervult een receptieve functie voor archeologische ensembles, archeologische artefacten of onderdelen van beschermd onroerend erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, die permanent of tijdelijk ex situ worden bewaard en ze beschikt daarvoor over adequate middelen; Om dat te staven toont de organisatie aan dat ze:
- a)beschikt over een aangepaste depotruimte voor langdurige opslag om de collectie duurzaam te bewaren;
- b)werkt volgens de principes van gescheiden opslag met gecontroleerde bewaaromstandigheden;
- c)beschikt over een afzonderlijke transitruimte en een afzonderlijke raadpleegruimte;
- d)beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel, afhankelijk van de omvang van de collectie en de aard van de instelling, om die receptieve functie te vervullen.Ten minste een van de personeelsleden heeft het beheer van het depot in zijn takenpakket en fungeert als aanspreekpunt voor de werking van het onroerenderfgoeddepot. 2° de organisatie schakelt zich in binnen het Vlaamse en provinciale depotbeleid. Om dat te staven toont de organisatie aan dat:
- a)haar depotprofiel is bepaald in overleg met de andere erkende onroerenderfgoeddepots;
- b)afspraken zijn gemaakt over de uitoefening van de receptieve functie voor onroerend erfgoed en de afstemming van de depotprofielen met de andere erkende onroerenderfgoeddepots;
- c)haar kennis en expertise op een actieve manier ter beschikking worden gesteld;3° de organisatie toont een kwaliteitsvolle inhoudelijke werking aan. Om dat te staven toont de organisatie aan dat ze beschikt over:
- a)een geschreven depotplan met daarin minstens: 1) een missie, visie en plan van aanpak over de receptieve functie van het depot, het depotprofiel en de aanvaardingsvoorwaarden;2) een registratieplan, een calamiteitenplan en een stopzettingsscenario;
- b)een digitaal ontsloten systeem voor informatiebeheer, documentatie en registratie waardoor het mogelijk wordt het onroerend erfgoed dat zich tijdelijk of permanent ex situ bevindt te traceren;
- c)een globale beschrijving van de aanwezige collectie op metaniveau en van de materiële toestand van de aanwezige collectie op metaniveau, van de depotruimten en van de actieve en preventieve maatregelen tot het behoud van de aanwezige collectie;
- d)een geschreven kwaliteitshandboek waarin de principes van interne kwaliteitszorg worden gehanteerd, dat een continu verbeteringsproces waarborgt, met verwijzing naar de gehanteerde algemeen aanvaarde standaarden en deontologische regels, binnen een jaar na de erkenning;
- e)een geschreven publieks- en onderzoeksbeleid: 1) waarin wordt aangegeven dat het onroerenderfgoeddepot minstens een dag per week, al dan niet op afspraak, geopend is voor bezoekers;2) waarin de bruikleenregels worden bepaald om stukken in bruikleen te geven en het zo mogelijk te maken dat stukken worden tentoongesteld aan een breder publiek;3) waarin wordt aangetoond op welke manier de stukken beschikbaar worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek en hoe dat onderzoek wordt gefaciliteerd;4° de organisatie voert een degelijk zakelijk beleid zodat er voldoende garanties worden gegeven dat het onroerenderfgoeddepot in de toekomst blijft bestaan. Om dat te staven toont de organisatie aan dat ze beschikt over:
- a)een missie en doelstellingen die in overeenstemming zijn met de erkenningsvoorwaarden;
- b)een organisatiestructuur waarbij er duidelijke afspraken zijn over procedures en bevoegdheden en waarbij een interne controle wordt georganiseerd;
- c)een degelijk personeelsbeleid dat is aangepast aan de schaalgrootte van de organisatie, waarbij minstens ieder personeelslid beschikt over een functiebeschrijving, periodiek wordt geëvalueerd en de mogelijkheid krijgt om zich bij te scholen;
- d)een archiefsysteem voor het eigen archief van de organisatie. In afwijking van het eerste lid, 3°, e), 1) kan een langere sluitingsperiode gemotiveerd worden vanuit de omgang van de collectie of in geval van een tijdelijke sluitingsperiode voor infrastructuurwerken. In het eerste lid wordt verstaan onder: 1° depotprofiel: een omschrijving van het werkingsgebied en de specialisatie(
- s)van het onroerenderfgoeddepot en van de opdrachten die het onroerenderfgoeddepot wil en kan opnemen, waaruit duidelijk blijkt voor welk onroerend erfgoed, dat zich definitief of tijdelijk ex situ bevindt, het onroerenderfgoeddepot een receptieve functie kan uitoefenen;2° kwaliteitshandboek: een verslag van het kwaliteitsbeleid van een rechtspersoon waarin de rechtspersoon aangeeft op welke manier de kwaliteit van de dienstverlening wordt geëvalueerd, bestendigd en verbeterd. Art. 3.4.3. Het agentschap stelt op zijn website een modelformulier ter beschikking waarmee een aanvraag tot erkenning van een onroerenderfgoeddepot kan worden ingediend. Door dat modelformulier in te vullen kan het onroerenderfgoeddepot aantonen dat het voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden. De aanvrager dient zijn aanvraag in bij het agentschap door het formulier volledig in te vullen en het uiterlijk op 15 maart van elk jaar met de bijhorende stavingsstukken te bezorgen aan het agentschap. Art. 3.4.4. Een aanvraag is ontvankelijk als ze tijdig is ingediend en voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 3.4.1. Het agentschap meldt de aanvrager, per beveiligde zending, binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de uiterlijke indieningsdatum, of de aanvraag ontvankelijk is. Als de aanvraag niet ontvankelijk is, wordt de reden daarvan meegedeeld. Als de aanvrager geen melding van ontvankelijkheid heeft ontvangen, wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn. Art. 3.4.5. Het agentschap bezorgt, binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag, een afschrift van de ontvankelijke aanvraag aan de provincie op het grondgebied waarvan de depotinfrastructuur ligt, als de aanvrager niet beheerd wordt door de provincie. De provincie formuleert over de aanvraag een advies en bezorgt dat binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het afschrift aan het agentschap. Als deze termijn wordt overschreden, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. Art. 3.4.6. Het agentschap beoordeelt de aanvraag tot erkenning van het onroerenderfgoeddepot op basis van de erkenningsvoorwaarden, en in voorkomend geval, op basis van het advies van de betrokken provincie(s). Het agentschap kan het onroerenderfgoeddepot bezoeken om de aanvraag tot erkenning ten gronde te beoordelen. Het agentschap brengt op basis daarvan een advies uit aan de minister binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na het verstrijken van de adviestermijn van de provincies, vermeld in artikel 3.4.5. Art. 3.4.7. Op basis van het advies van het agentschap beslist de minister over de erkenning van het onroerenderfgoeddepot. De minister kan het advies van de Commissie inwinnen. Art. 3.4.8. Uiterlijk op 31 juli van elk jaar brengt de minister de aanvragers per beveiligde zending op de hoogte van het al dan niet aanvaarden van de erkenningsaanvraag. Art. 3.4.9. De erkenning van een onroerenderfgoeddepot wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art. 3.4.10. Een erkenning als onroerenderfgoeddepot is voor onbepaalde duur en geldt zolang aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3.4.1, de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.4.2 en aan de voorwaarden in het kader van de opvolging, vermeld in artikel 3.4.11 voldaan wordt. Art. 3.4.11. In het kader van de opvolging van de erkende onroerenderfgoeddepots moet het erkend onroerenderfgoeddepot: 1° alle wijzigingen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, onverwijld melden aan het agentschap;2° altijd te werk gaan volgens alle wettelijke en decretale voorschriften voor tijdelijke en permanente opslag van materialen, en volgens de internationaal aanvaarde standaarden;3° jaarlijks een inhoudelijk verslag opstellen en bezorgen aan het agentschap over de inhoudelijke werking van het onroerenderfgoeddepot. Art. 3.4.12. Uiterlijk op 1 oktober van elk jaar, behalve in het jaar van de aanvraag tot erkenning, rapporteert het erkende onroerenderfgoeddepot in een inhoudelijk verslag, zoals vermeld in artikel 3.4.11, 3°, over de jaarlijkse werking. Art. 3.4.13. Als het onroerenderfgoeddepot niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, de rapporteringsverplichtingen of als de rapportering manifest onduidelijk is of als het onroerenderfgoeddepot onvoldoende aantoont dat het de vooropgestelde doelstellingen heeft nagestreefd, maakt de minister uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de rapportering, of bij gebrek aan rapportering, uiterlijk drie maanden na de uiterste indieningsdatum per beveiligde zending bezwaar bij het onroerenderfgoeddepot. Het onroerenderfgoeddepot bezorgt, binnen twee maanden na de ontvangst van het bezwaar de minister een aangepaste rapportering, vermeld in artikel 3.4.11, 3°, of een motiverende nota met de redenen waarom bepaalde engagementen niet zijn nagekomen. Art. 3.4.14. Het agentschap kan op verzoek van de minister een erkend onroerenderfgoeddepot evalueren met het oog op de opvolging van de erkenningsvoorwaarden. Daarvoor wordt een visitatiecommissie door het agentschap samengesteld met minstens één vertegenwoordiger uit de Commissie en minstens één vertegenwoordiger van de provincies. De visitatiecommissie wordt paritair samengesteld. Het secretariaat van de visitatiecommissie wordt waargenomen door het agentschap. De visitatiecommissie kan alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, kan het erkende onroerenderfgoeddepot vragen om toelichting te komen geven en kan het erkende onroerenderfgoeddepot zelf bezoeken om na te gaan of het erkende onroerenderfgoeddepot wel blijvend voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden. Art. 3.4.15. Het agentschap deelt de resultaten van de evaluatie binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de uitvoering van de evaluatie mee aan de minister. De minister kan in geval van een negatieve evaluatie de erkenning van het onroerenderfgoeddepot schorsen voor een termijn van maximaal honderdtwintig dagen. Het agentschap deelt de beslissing tot schorsing per beveiligde zending mee aan het onroerenderfgoeddepot. Het geschorste onroerenderfgoeddepot heeft een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de beslissing tot schorsing, om de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren. Tijdens de schorsingsperiode kan het onroerenderfgoeddepot geen receptieve functie meer opnemen voor het ontvangen van onroerend erfgoed dat zich door omstandigheden ex situ bevindt. Er worden afspraken gemaakt met de andere erkende onroerenderfgoeddepots om die receptieve functie tijdelijk te ondervangen. Het geschorste onroerenderfgoeddepot bezorgt binnen de termijn van zestig dagen, vermeld in het eerste lid, per beveiligde zending een reactie aan het agentschap waarin het beschrijft welke acties het heeft ondernomen of onverwijld zal ondernemen ter remediëring. Als de visitatiecommissie van oordeel is dat de acties volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, formuleert de visitatiecommissie een voorstel tot opheffing van de schorsing. Als de visitatiecommissie van oordeel is dat de acties niet volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden of als het onroerenderfgoeddepot geen schriftelijke reactie heeft bezorgd binnen de gestelde termijn, formuleert de visitatiecommissie een voorstel tot intrekking van de erkenning. Op basis van het voorstel van de visitatiecommissie maakt het agentschap voor de minister een voorstel op van de beslissing tot opheffing van de schorsing of tot intrekking van de erkenning. De minister beslist uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorstel. Art. 3.4.16. Als een erkend onroerenderfgoeddepot ophoudt te bestaan of als een erkend onroerenderfgoeddepot zelf te kennen geeft dat het niet meer erkend wil zijn, kan het agentschap een voorstel van beslissing formuleren over de intrekking van de erkenning zonder dat het onroerenderfgoeddepot eerst wordt geschorst. De minister beslist uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorstel van beslissing over de intrekking van de erkenning. Art. 3.4.17. Binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de beslissing van de minister, deelt de administratie de beslissing tot intrekking van de erkenning of opheffing van de schorsing, per beveiligde zending, mee aan het onroerenderfgoeddepot. De intrekking van de erkenning of de opheffing van de schorsing gaat in op de dag die volgt op de dag van de betekening van de beslissing aan het onroerenderfgoeddepot. Als de minister geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in artikel 3.4.15, vijfde lid of 3.4.16, neemt, wordt de erkenning geacht niet te zijn ingetrokken en de schorsing te zijn opgeheven. De intrekking van de erkenning als onroerenderfgoeddepot wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Afdeling 5. - Aanduiding als erkende archeoloog Art. 3.5.1. Een aanvraag tot aanduiding als erkende archeoloog is ontvankelijk als de aanvrager een overzicht indient van alle rapporten die vereist zijn na een vergunning als vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium. In het overzicht motiveert de aanvrager in voorkomend geval waarom bepaalde rapporten nog niet ingediend zijn. Art. 3.5.2. Om aangeduid te worden als erkende archeoloog moet een natuurlijk persoon een aanvraag tot aanduiding indienen bij het agentschap en daarbij aantonen dat hij minstens voldoet aan de volgende erkenningsvoorwaarden: 1° houder zijn van een van de volgende diploma's en dat staven door een duidelijke kopie ervan in te dienen of houder zijn van gelijkwaardige getuigschriften door een EVC-procedure waarbij een daarvoor bevoegde instelling de verworven competenties van een individu formeel heeft bevestigd:
- a)licentiaat of master in de Geschiedenis met specialisatie "in de Oudste tijden";
- b)licentiaat of master in de "Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde" met specialisatie in de archeologie;
- c)licentiaat of master in de "Kunstwetenschappen en Archeologie" met specialisatie in de archeologie;
- d)licentiaat of master in de Archeologie;
- e)een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese verordening of richtlijn of internationale overeenkomst als gelijkwaardig met een van de diploma's vermeld in punt
- a)tot en met
- d)is erkend en dat staven door een gelijkwaardigheidserkenning van een buitenlands diploma of getuigschrift in Vlaanderen;2° een opleiding hebben genoten over opgravingstechnieken en -methoden;3° beschikken over een archeologische opgravingservaring van minimaal een jaar gedurende de vijf jaar die voorafgaan aan de datum van de aanvraag tot aanduiding;4° beschikken over de geschikte infrastructuur en faciliteiten om vondsten tijdelijk te bewaren en tijdelijk op te slaan;5° de laatste vijf jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig zijn bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, te staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord;6° niet in staat van faillissement verkeren of een gerechtelijk akkoord verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is. Een archeoloog in dienst van een gemeente, op datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt, onverminderd de bepalingen uit artikel 3.5.8 tot en met 3.5.14, van rechtswege aangeduid als een erkend archeoloog op voorwaarde dat het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente bevestigt dat de archeoloog voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in het eerste lid. De bevestiging van het college van burgemeester en schepenen wordt bezorgd aan het agentschap. De aanduiding als een erkend archeoloog geldt zolang de archeoloog in dienst blijft van de betrokken gemeente. Art. 3.5.3. Om aangeduid te worden als erkende archeoloog moet een rechtspersoon een aanvraag tot aanduiding indienen bij het agentschap en daarbij aantonen dat hij minstens voldoet aan de volgende erkenningsvoorwaarden: 1° opgericht zijn in overeenstemming met de wetgeving van het land waarin hij gevestigd is;2° als de persoon een handelaar is, ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister van het land waar hij gevestigd is;3° het kwalitatieve onderzoek van het archeologisch erfgoed en de rapportage daarover als een van zijn doelstellingen hebben; 4° minstens beschikken over één erkende archeoloog die kan bewijzen dat hij voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.5.2, 1° en 2° en die beschikt over een opgravingservaring van minstens drie jaar gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de datum van de aanvraag tot aanduiding; 5° beschikken over de geschikte infrastructuur en faciliteiten om vondsten tijdelijk te bewaren en tijdelijk op te slaan;6° voor de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden: de laatste vijf jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig zijn bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, te staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord;7° niet in staat van faillissement verkeren of een gerechtelijk akkoord verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is. Universiteiten die de diploma's, vermeld in artikel 3.5.2, 1°, uitreiken, worden van rechtswege aangeduid als een erkend archeoloog voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen zoals vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 5 van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5. Deze van rechtswege aanduiding als erkend archeoloog geldt niet voor archeologisch onderzoek bij vergunningsplichtige ingrepen in de bodem zoals vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 4 van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5. Art. 3.5.4. Het agentschap stelt op zijn website een modelformulier ter beschikking waarmee een aanvraag tot aanduiding als erkende archeoloog kan worden ingediend. Door dat modelformulier in te vullen, kan de aanvrager aantonen dat hij voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag het volledig ingevuld modelformulier en de daarin gevraagde stavingsstukken, en hij dient zijn aanvraag per beveiligde zending in bij het agentschap. Als de stavingsstukken die in het modelformulier gevraagd worden, in een andere taal dan het Nederlands zijn opgesteld, voegt hij een beëdigde vertaling ervan bij het formulier. Art. 3.5.5. Het agentschap bezorgt de aanvrager per beveiligde zending en binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag, een ontvankelijkheidsbewijs of deelt mee dat de aanvraag onvolledig is en met welke stukken de aanvraag moet worden aangevuld. De aanvrager bezorgt binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het verzoek tot aanvulling de aanvullende stukken aan het agentschap, waarna het dossier al dan niet ontvankelijk wordt verklaard. Als de aanvrager na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, geen ontvankelijkheidsbewijs of geen verzoek tot aanvulling van het dossier heeft ontvangen, wordt de aanvraag volledig en dus ontvankelijk geacht te zijn. Het agentschap onderzoekt de ontvankelijke aanvraag en beslist binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag, over de aanvraag tot aanduiding als erkende archeoloog. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd als het agentschap het nodig acht het advies van de Commissie in te winnen. Deze verlenging moet binnen de eerste termijn van zestig dagen, per beveiligde zending aan de aanvrager worden gemeld. Het agentschap deelt zijn beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, mee aan de aanvrager per beveiligde zending. Het agentschap bezorgt tegelijk met de beslissing tot aanduiding als erkende archeoloog een legitimatiebewijs van erkende archeoloog. Als de aanvrager na het verstrijken van deze termijn geen beslissing van het agentschap heeft ontvangen, wordt de aanvraag tot aanduiding als erkende archeoloog geacht geweigerd te zijn. Art. 3.5.6. De aanduiding als erkende archeoloog wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art. 3.5.7. Een aanduiding als erkende archeoloog is van onbepaalde duur en geldt zolang aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.5.2 of 3.5.3 voldaan wordt. Art. 3.5.8. Het agentschap kan op verzoek van de minister, op verzoek van de Commissie of op eigen initiatief een erkende archeoloog evalueren. Het agentschap kan daarbij het advies van de Commissie inwinnen. Het agentschap kan alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, kan de erkende archeoloog vragen om een toelichting te komen geven, of kan de erkende archeoloog bezoeken met het oog op de controle van de infrastructuur en van de faciliteiten om de vondsten te bewaren. Art. 3.5.9. Het agentschap kan na evaluatie een erkende archeoloog schorsen voor een termijn van maximaal honderdtwintig dagen als hij: 1° het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 of dit besluit niet naleeft;2° of onvoldoende toezicht houdt op het veldwerk of op de correcte registratie;3° of niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;4° of bij een vonnis of arrest veroordeeld is voor een misdrijf dat door de aard ervan zijn beroepsethiek als erkende archeoloog aantast. Art. 3.5.10. Het agentschap bezorgt de schorsingsbeslissing per beveiligde zending aan de erkende archeoloog. De schorsing treedt in werking vanaf het moment van de betekening. De schorsing van de aanduiding als erkende archeoloog wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De geschorste archeoloog bezorgt binnen de termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de beslissing tot schorsing per beveiligde zending een reactie waarin hij beschrijft welke acties hij heeft ondernomen of onverwijld zal ondernemen ter remediëring of ter tegemoetkoming aan de erkenningsvoorwaarden. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de reactie beslist het agentschap tot opheffing van de schorsing of tot intrekking van de aanduiding als erkende archeoloog. Als de geschorste archeoloog geen reactie heeft bezorgd binnen de gestelde termijn, trekt het agentschap de aanduiding als erkende archeoloog onverwijld in. Het agentschap deelt de beslissing per beveiligde zending binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de beslissing, mee aan de aanvrager. Vanaf die betekening is de erkenning als archeoloog ingetrokken. Als het agentschap nalaat een beslissing te nemen of nalaat de beslissing aan de aanvrager mee te delen binnen de voorziene termijn, wordt de schorsing geacht opgeheven te zijn. Art. 3.5.11. Als een erkende archeoloog zelf te kennen geeft dat hij niet meer aangeduid wil zijn of als de erkende archeoloog zijn activiteiten in het kader van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 stopzet, trekt het agentschap de aanduiding in na een schriftelijke melding daarvan door de erkende archeoloog. Art. 3.5.12. De aanduiding als erkende archeoloog vervalt als het agentschap vaststelt dat de erkende archeoloog gedurende vijf opeenvolgende jaren geen activiteiten meer heeft verricht ter uitvoering van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5. Het agentschap deelt die intrekking van de erkenning per beveiligde zending mee aan de aanvrager. Art. 3.5.13. De intrekking van de aanduiding als erkende archeoloog wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art. 3.5.14. Als het agentschap de aanduiding weigert of intrekt, kan de aanvrager of de erkende archeoloog een georganiseerd administratief beroep instellen bij de minister. Het beroepschrift wordt per beveiligde zending ingediend binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing van het agentschap over de weigering van de erkenning of de intrekking ervan. Als de aanvrager geen beslissing van het agentschap heeft ontvangen binnen de termijn vermeld in artikel 3.5.5, vierde lid en de aanvraag dus geacht wordt geweigerd te zijn, kan hij binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na het verstrijken van die termijn, een beroepschrift indienen per beveiligde zending. De minister neemt zijn beslissing over het ingestelde beroep na een verplicht in te winnen advies van de Commissie en nadat de Commissie de betrokken partijen op hun verzoek schriftelijk of mondeling heeft gehoord. De minister neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het beroepschrift. Die termijn wordt verlengd met zestig dagen als toepassing wordt gemaakt van het mondelinge of schriftelijke hoorrecht, vermeld in het derde lid. Als geen beslissing wordt genomen binnen de toepasselijke vervaltermijn wordt het beroep geacht te zijn afgewezen. De beslissing wordt onverwijld bezorgd aan de indiener van het beroep per beveiligde zending. Afdeling 6. - Aanduiding als erkende metaaldetectorist Art. 3.6.1. Om aangeduid te worden als erkende metaaldetectorist dient een natuurlijk persoon een aanvraag tot erkenning in bij het agentschap en toont daarbij aan dat hij minstens voldoet aan de volgende erkenningsvoorwaarden: 1° meerderjarig zijn;2° de laatste vijf jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig zijn bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, en dat staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord;3° er zich toe verbinden altijd te werken overeenkomstig het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 en dit besluit. Art. 3.6.2. De aanduiding van een rechtspersoon als erkende metaaldetectorist is alleen van toepassing op rechtspersonen die aangeduid zijn als erkende archeoloog. Art. 3.6.3. Het agentschap stelt op zijn website een modelformulier ter beschikking waarmee een aanvraag tot aanduiding als erkende metaaldetectorist kan worden ingediend. Door dat formulier in te vullen kan de aanvrager aantonen dat hij voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag het volledig ingevuld modelformulier en de daarin gevraagde stavingstukken, en hij dient zijn aanvraag in per beveiligde zending in bij het agentschap. Als de stavingsstukken die in het modelformulier gevraagd worden, in een andere taal dan het Nederlands zijn opgesteld, voegt hij een beëdigde vertaling ervan bij het formulier. Art. 3.6.4. Het agentschap bezorgt de aanvrager per beveiligde zending en binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag, een ontvankelijkheidsbewijs of deelt mee dat de aanvraag onvolledig is en met welke stukken de aanvraag moet worden aangevuld. De aanvrager bezorgt binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het verzoek tot aanvulling de aanvullende stukken aan het agentschap, waarna het dossier al dan niet ontvankelijk wordt verklaard. Als de aanvrager na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, geen ontvankelijkheidsbewijs heeft ontvangen of geen verzoek tot aanvulling van het dossier, wordt de aanvraag volledig en dus ontvankelijk geacht te zijn. Het agentschap onderzoekt de ontvankelijke aanvraag en beslist binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag over de aanvraag tot aanduiding als erkende metaaldetectorist. Die termijn kan met dertig dagen worden verlengd als het agentschap het nodig acht het advies van de Commissie in te winnen. Die verlenging moet binnen de eerste termijn van zestig dagen, per beveiligde zending, aan de aanvrager worden gemeld. Het agentschap deelt zijn beslissing per beveiligde zending binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, mee aan de aanvrager. Het agentschap bezorgt tegelijk met de beslissing tot aanduiding als erkende metaaldetectorist, een legitimatiebewijs van erkende metaaldetectorist. Als de aanvrager na het verstrijken van deze termijn geen beslissing van het agentschap heeft ontvangen, wordt deze aanvraag tot aanduiding als erkende metaaldetectorist geacht geweigerd te zijn. Art. 3.6.5. Een aanduiding als erkende metaaldetectorist is van onbepaalde duur, en geldt zolang aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.6.1, en aan de voorwaarden in het kader van de opvolging, vermeld in artikel 3.6.6, voldaan wordt. Art. 3.6.6. In het kader van de opvolging van de aanduiding als erkende metaaldetectorist moet de erkende metaaldetectorist: 1° alle wijzigingen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, onverwijld per beveiligde zending melden aan het agentschap;2° bij het uitvoeren van veldwerk altijd een kopie van zijn legitimatiebewijs van erkende metaaldetectorist kunnen voorleggen;3° veldwerk altijd uitvoeren overeenkomstig de bepalingen van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 en dit besluit;4° alle archeologische artefacten en archeologische sites die hij vindt bij het gebruik van een metaaldetector onverwijld melden aan het agentschap met een meldingsformulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website van het agentschap. Art. 3.6.7. Het agentschap kan op eigen initiatief, op verzoek van de minister of op verzoek van de Commissie een erkende metaaldetectorist evalueren met het oog op de controle van de erkenningsvoorwaarden. Het agentschap kan daarbij het advies van de Commissie inwinnen. Het agentschap kan alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden of kan de erkende metaaldetectorist vragen om een toelichting te komen geven. Art 3.6.8. Het agentschap kan de aanduiding als erkende metaaldetectorist schorsen voor een termijn van maximaal honderdtwintig dagen als deze: 1° het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 of dit besluit niet naleeft;2° of niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;3° of de voorwaarden voor de opvolging van de aanduiding, niet naleeft. Art. 3.6.9. Het agentschap bezorgt de gemotiveerde schorsingsbeslissing per beveiligde zending aan de erkende metaaldetectorist. De schorsing treedt in werking op de datum van de betekening. Vanaf de betekening mag de geschorste metaaldetectorist geen archeologische artefacten en archeologische sites opsporen met behulp van een metaaldetector. De geschorste metaaldetectorist bezorgt per beveiligde zending binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de schorsingsbeslissing een reactie waarin hij beschrijft welke acties hij heeft ondernomen of onverwijld zal ondernemen ter remediëring of verantwoording. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de reactie beslist het agentschap tot opheffing van de schorsing of tot intrekking van de erkenning. Als de geschorste archeoloog geen reactie heeft bezorgd binnen de gestelde termijn, trekt het agentschap de aanduiding als erkende metaaldetectorist onverwijld in. Het agentschap deelt de beslissing per beveiligde zending binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, mee aan de aanvrager. Vanaf deze betekening is de erkenning als metaaldetectorist ingetrokken. Als het agentschap nalaat te beslissen of deze beslissing aan de aanvrager mee te delen binnen de voorziene termijn, dan wordt de schorsing geacht opgeheven te zijn. Art. 3.6.10. Als een erkende metaaldetectorist zelf te kennen geeft dat hij niet meer aangeduid wil zijn, trekt het agentschap de aanduiding in na een schriftelijke melding daarvan door de erkende metaaldetectorist. Art. 3.6.11. De schorsing of intrekking van een aanduiding als erkende archeoloog betekent van rechtswege een schorsing of intrekking van de aanduiding als erkende metaaldetectorist. Art. 3.6.12. Als het agentschap de aanduiding weigert of intrekt, kan de aanvrager of de erkende metaaldetectorist een georganiseerd administratief beroep instellen bij de minister. Het beroepschrift wordt per beveiligde zending ingediend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op dag na de kennisgeving van de beslissing van het agentschap over de weigering van de erkenning of de intrekking ervan. Als de aanvrager geen beslissing van het agentschap heeft ontvangen binnen de termijn vermeld in artikel 3.6.4, vierde lid en de aanvraag dus geacht wordt geweigerd te zijn, kan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na het verstrijken van de termijn een beroepschrift indienen per beveiligde zending. De minister neemt zijn beslissing over het ingestelde beroep na een verplicht in te winnen advies van de Commissie en nadat de Commissie de betrokken partijen op hun verzoek schriftelijk of mondeling heeft gehoord. De minister neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het beroepschrift. Die termijn wordt verlengd met zestig dagen als toepassing wordt gemaakt van het mondelinge of schriftelijke hoorrecht, vermeld in het derde lid. Als geen beslissing wordt genomen binnen de toepasselijke vervaltermijn, wordt het beroep geacht te zijn afgewezen. De beslissing wordt per beveiligde zending onverwijld bezorgd aan de indiener van het beroep. Afdeling 7. - Kwaliteitslabel onroerenderfgoedondernemers Art. 3.7.1. Een natuurlijk persoon of rechtspersoon kan een kwaliteitslabel toegekend krijgen voor een of meer disciplines. De Vlaamse Regering bepaalt de disciplines waarvoor een kwaliteitslabel aangevraagd kan worden. De minister specifieert per discipline de kwaliteitscriteria en stelt ze vast samen met de bijbehorende richtlijnen voor onroerenderfgoedondernemers. In het tweede lid wordt verstaan onder richtlijnen voor onroerenderfgoedondernemers: de geschreven en publiek toegankelijke regels met betrekking tot de uitvoering van onderzoeksopdrachten, studieopdrachten en uitvoeringsopdrachten in het kader van de onroerenderfgoedzorg en de regels van goed vakmanschap die bij de betrokken beroepscategorieën algemeen aanvaard zijn. Art. 3.7.2. Om als onroerenderfgoedondernemer een kwaliteitslabel toegekend te krijgen en te behouden moet een natuurlijk persoon een aanvraag indienen bij het agentschap en daarbij aantonen dat hij minstens voldoet aan de volgende toekenningsvoorwaarden: 1° de persoon heeft een geschikte opleiding genoten in de betreffende discipline of heeft een ruime ervaring opgebouwd in de betreffende discipline en kan dat aantonen op basis van diploma's, getuigschriften of referentieprojecten;2° de persoon verbindt zich ertoe te werken volgens de door de minister vastgestelde richtlijnen over de betreffende discipline en houdt zich aan de internationaal aanvaarde standaarden, als die bestaan voor de uitoefening van de betreffende discipline;3° de persoon is de laatste tien jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, en kan dit staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord. Art. 3.7.3. Om als onroerenderfgoedondernemer een kwaliteitslabel toegekend te krijgen en te behouden dient een rechtspersoon een aanvraag in bij het agentschap en toont hij daarbij aan dat hij minstens voldoet aan de volgende toekenningsvoorwaarden: 1° de rechtspersoon heeft de onroerenderfgoedzorg als een van zijn doelstellingen en maakt dat formeel bekend;2° de rechtspersoon toont op basis van het organogram van de organisatie aan dat hij over voldoende competent personeel beschikt en hij verbindt zich ertoe dat personeel in te zetten voor de uitvoering van opdrachten in het kader van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5;3° de rechtspersoon heeft ten minste één natuurlijk persoon voltijds in dienst met een geschikte opleiding of een ruime ervaring in de discipline waarvoor de rechtspersoon een kwaliteitslabel aanvraagt en hij draagt aan die persoon (of aan die personen) de verantwoordelijkheid op voor de uitvoering van opdrachten in het kader van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5;4° de rechtspersoon verbindt zich ertoe te werken volgens door de minister vastgestelde richtlijnen over de betreffende discipline en houdt zich aan de internationaal aanvaarde standaarden, als die bestaan voor de uitoefening van de betreffende discipline;5° de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden zijn de laatste tien jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, en kunnen dit staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord. Art. 3.7.4. Het agentschap stelt op zijn website een modelformulier ter beschikking waarmee een aanvraag tot toekenning van een kwaliteitslabel als onroerenderfgoedondernemer kan worden ingediend. Door dat formulier in te vullen kan de aanvrager aantonen dat hij voldoet aan alle toekenningsvoorwaarden. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag het volledig ingevulde modelformulier en de daarin gevraagde stavingsstukken, en hij dient zijn aanvraag per beveiligde zending in bij het agentschap. Als de stavingsstukken die in het modelformulier gevraagd worden, in een andere taal dan het Nederlands zijn opgesteld, voegt hij een beëdigde vertaling ervan bij het formulier. Art. 3.7.5. Het agentschap bezorgt de aanvrager per beveiligde zending en binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag, een ontvankelijkheidsbewijs of deelt mee dat de aanvraag onvolledig is en met welke stukken de aanvraag moet worden aangevuld. De aanvrager bezorgt binnen een termijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het verzoek tot aanvulling de aanvullende stukken aan het agentschap, waarna het dossier al dan niet ontvankelijk wordt verklaard. Als de aanvrager na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, geen ontvankelijkheidsbewijs of geen verzoek tot aanvulling van het dossier heeft ontvangen, wordt de aanvraag volledig en dus ontvankelijk geacht te zijn. Het agentschap onderzoekt de ontvankelijke aanvraag en beslist binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag over de aanvraag tot de toekenning van het kwaliteitslabel. Die termijn kan met dertig dagen worden verlengd als het agentschap het nodig acht het advies van de Commissie in te winnen. Die verlenging moet binnen de eerste termijn van zestig dagen, per beveiligde zending aan de aanvrager worden gemeld. Het agentschap deelt zijn beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing per beveiligde zending mee aan de aanvrager. Het agentschap bezorgt tegelijk met de beslissing het kwaliteitslabel aan de aanvrager. Als de aanvrager na het verstrijken van deze termijn geen beslissing van het agentschap heeft ontvangen, wordt de aanvraag tot toekenning van het kwaliteitslabel geacht geweigerd te zijn. Art. 3.7.6. Als de aanvrager al over een kwaliteitslabel als onroerenderfgoedondernemer beschikt voor een of meer disciplines, maar voor bijkomende disciplines een kwaliteitslabel wil verwerven, dient de aanvrager een nieuwe aanvraag in voor deze bijkomende disciplines met vermelding van de disciplines waarvoor hij al over een kwaliteitslabel beschikt. Als het agentschap het kwaliteitslabel toekent voor die bijkomende disciplines, bezorgt het agentschap per beveiligde zending een nieuw kwaliteitslabel, met vermelding van alle disciplines, aan de onroerenderfgoedondernemer. Art. 3.7.7. De toekenning van een kwaliteitslabel aan een onroerenderfgoedondernemer is van onbepaalde duur en geldt zolang aan de toekenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.7.2 of in artikel 3.7.3, en aan de voorwaarden in het kader van de opvolging, vermeld in artikel 3.7.8, voldaan wordt. Art. 3.7.8. In het kader van de opvolging van de kwaliteit van de onroerenderfgoedondernemers aan wie een kwaliteitslabel is toegekend, moet de onroerenderfgoedondernemer: 1° alle wijzigingen die betrekking hebben op de toekenningsvoorwaarden onverwijld melden aan het agentschap;2° jaarlijks uiterlijk op 31 juli een jaarverslag indienen, behalve in het jaar van de toekenning van het kwaliteitslabel, met een formulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website van het agentschap waarin wordt aangegeven hoe blijvend wordt voldaan aan de toekenningsvoorwaarden en welke initiatieven er zijn genomen om de kwaliteit te verbeteren en kennis en expertise te delen. Art. 3.7.9. Het agentschap kan op verzoek van de minister, op verzoek van de Commissie of op eigen initiatief de toekenning van een kwaliteitslabel evalueren met het oog op de controle van de toekenningsvoorwaarden. Het agentschap kan het advies van de Commissie inwinnen. Het agentschap kan alle documenten opvragen die betrekking hebben op de toekenningsvoorwaarden of kan de onroerenderfgoedondernemer vragen om een toelichting te komen geven. Art 3.7.10. Het agentschap kan na evaluatie de toekenning van een kwaliteitslabel schorsen voor een termijn van maximaal honderdtwintig dagen als blijkt dat de onroerenderfgoedondernemer: 1° de taken niet overeenkomstig de bepalingen van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 of dit besluit uitvoert;2° niet meer voldoet aan de toekenningsvoorwaarden;3° de voorwaarden voor de opvolging van de toekenning, niet naleeft;4° bij een vonnis of arrest veroordeeld is voor een misdrijf dat door de aard ervan de beroepsethiek van de onroerenderfgoedondernemer in kwestie aantast. Art. 3.7.11. Het agentschap bezorgt de gemotiveerde schorsingsbeslissing per beveiligde zending aan de onroerenderfgoedondernemer. De schorsing treedt in werking vanaf het moment van de betekening. Vanaf de betekening van de schorsing kan de onroerenderfgoedondernemer het kwaliteitslabel in zijn geheel niet dragen. Vanaf de betekening van de schorsing schrapt het agentschap de onroerenderfgoedondernemer van de lijst die gepubliceerd is op de website van het agentschap. De onroerenderfgoedondernemer bezorgt per beveiligde zending binnen de termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de schorsingsbeslissing een reactie waarin hij beschrijft welke acties hij heeft ondernomen of onverwijld zal ondernemen ter remediëring of ter tegemoetkoming aan de toekenningsvoorwaarden. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de reactie beslist het agentschap tot opheffing van de schorsing of tot intrekking. Als de onroerenderfgoedondernemer geen reactie heeft bezorgd binnen de gestelde termijn, trekt het agentschap het kwaliteitslabel onverwijld in. Het agentschap deelt, per beveiligde zending, zijn beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, mee aan de onroerenderfgoedondernemer. Vanaf die betekening is het kwaliteitslabel ingetrokken. Als het agentschap nalaat een beslissing te nemen of nalaat de beslissing mee te delen binnen de voorziene termijn, wordt de schorsing geacht opgeheven te zijn. Art. 3.7.12. Als de onroerenderfgoedondernemer zelf te kennen geeft dat hij geen kwaliteitslabel meer wil of als de onroerenderfgoedondernemer zijn activiteiten in het kader van het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 stopzet, trekt het agentschap het kwaliteitslabel in na een schriftelijke melding van die feiten door onroerenderfgoedondernemer. Art. 3.7.13. Als het agentschap de toekenning van een kwaliteitslabel aan een onroerenderfgoedondernemer weigert of intrekt, kan de onroerenderfgoedondernemer een georganiseerd administratief beroep instellen bij de minister. Het beroepschrift wordt per beveiligde zending ingediend binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing van het agentschap over de weigering van de toekenning of de intrekking ervan. Als de aanvrager geen beslissing van het agentschap heeft ontvangen binnen de termijn vermeld in artikel 3.7.5, vierde lid en de aanvraag dus geacht wordt geweigerd te zijn, kan de aanvrager binnen een termijn van honderdtwintig dagen, die ingaat op de dag na de aanvraag tot toekenning per beveiligde zending een beroepschrift indienen. De minister neemt zijn beslissing over het ingestelde beroep na een verplicht in te winnen advies van de Commissie en nadat de Commissie de betrokken partijen op hun verzoek schriftelijk of mondeling heeft gehoord. De minister neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het beroepschrift. Deze termijn wordt verlengd met zestig dagen als toepassing wordt gemaakt van het mondelinge of schriftelijke hoorrecht, vermeld in het derde lid. Als geen beslissing wordt genomen binnen de toepasselijke vervaltermijn wordt het beroep geacht te zijn afgewezen. De beslissing wordt per beveiligde zending onver