← België

Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging

In het kort

Dit besluit heeft als doel de Europese Richtlijn 85/611/EEG om te zetten en een vernieuwd kader te creëren voor de werking van Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging. Het regelt het statuut van deze instellingen die voldoen aan de Richtlijn of beleggen in financiële instrumenten en liquiditeiten.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

LAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd heeft een dubbele draagwijdte. Enerzijds strekt dit besluit tot omzetting van de gewijzigde Richtlijn 85/611/EEG van de Raa

en (ii) de buitenlandse instellingen voor collectieve belegging. Aldus wordt geen uitvoering gegeven aan de machtigingsbepalingen in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten inzake het openbaar karakter van het aanbod, andere instellingen voor collectieve belegging dan de zojuist vermelde en het statuut van de beheervennootschap. In zijn advies verwijst de Raad van State eveneens naar het feit dat talrijke bepalingen van het ontwerp van besluit een individuele beslissingsbevoegdheid voor de CBFA impliceren en dat in sommige gevallen de CBFA zelfs kan afwijken van de bepalingen van het besluit of deze bepalingen kan aanvullen. In het advies wordt gesteld dat dit Verslag, per bedoeld artikel, de wetsbepalingen dient te vermelden die in een dergelijke machtiging voorzien. Teneinde herhaling te vermijden, wordt hier op algemene wijze ingegaan op deze bemerking van de Raad van State. In het algemeen past het te wijzen op het evoluerend karakter van de financiële markten en verrichtingen zodat de reglementering terzake niet te stroef mag zijn en zodat een zekere soepelheid voor de behandeling van de dossiers noodzakelijk is. De beoordelingsbevoegdheid van de CBFA (eerder dan een « individuele beslissingsbevoegdheid » waarnaar de Raad van State verwijst) vloeit dan ook logischerwijze voort uit het feit dat zij, overeenkomstig artikel 80, eerste lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, belast is met het toezicht op de naleving van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten en zijn uitvoeringsbesluiten. Verder dient men op te merken dat de CBFA, bij de invulling van haar eventuele beoordelingsmarge, als administratieve overheid onder meer de principes van behoorlijk bestuur en gelijke behandeling van de rechtsonderhorigen dient na te leven. Ook publiceert de CBFA, met toepassing van artikel 65 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, jaarlijks een verslag over haar activiteiten. Meer in het bijzonder kan men in het besluit vier types van bepalingen onderscheiden waarin aan de CBFA een beoordelingsbevoegdheid wordt verleend.

  1. Vooreerst zijn er de bepalingen die een nieuwe materie regelen, die vaak vrij technisch van aard is.Het is aangewezen voor een aantal van dergelijke bepalingen de nodige soepelheid in te bouwen teneinde rekening te houden met conclusies die worden geformuleerd in het kader van internationale fora (zoals het Committee of European Securities Regulators). In dit verband wordt verwezen naar de bepalingen inzake risicometingsmodellen en hun toepassing (artikelen 33, § 2, derde en laatste lid, en 46, §, 2, derde en laatste lid), financiële zekerheden (artikelen 35, § 1, tweede lid, en 48, § 1, tweede lid), het voorleggen van een specifiek activiteitenprogramma bij belegging in kredietderivaten (artikelen 36, derde lid, en 49, derde lid) en berekening van een zogenaamde performance fee (artikel 58, § 4, 2°). Ook laat de beoordelingsbevoegdheid van de CBFA toe rekening te houden met aspecten die inherent zijn aan de toepassing van de bepalingen in de praktijk, zoals bij de creatie van aandelenklassen (artikelen 6, § 1, eerste lid, 7°, en 7, tweede lid) en in geval van ontbinding/vereffening en herstructurering (artikelen 84, § 2, en 93, laatste lid).
  2. Vervolgens is de appreciatiebevoegdheid van de CBFA in een aantal gevallen conform met de bepalingen van de Richtlijn of de hoger geciteerde Aanbevelingen (artikelen 32, 37, § 1, 38, 42, § 3, 45, 50, § 1, 51, 56, § 3, 70, § 3, derde lid, en 117).Vaak dient in een dergelijk geval de toezichthouder de gelijkwaardigheid van regels te beoordelen.
  3. Op de derde plaats beantwoordt de appreciatiebevoegdheid van de CBFA aan de noodzaak om een soepele toepassing van de regelgeving te verzekeren.Aldus laat artikel 56 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten toe om bij het uitvaardigen van regels rekening te houden met de publicatiewijze van de betrokken stukken. In het verlengde hiervan wordt aan de CBFA de mogelijkheid verleend om in functie van het gebruikte medium een afwijking te verlenen van de toepasselijke regels inzake publiciteit (artikel 15, tweede lid), waarbij voornamelijk gedacht wordt aan audio-visuele reclame. Andere bepalingen laten de CBFA toe de gelijkwaardigheid van publicatiemiddelen of de noodzaak van bijkomende publicatie te beoordelen (artikelen 58, § 3, eerste lid, 79, laatste lid, 80, tweede lid, 91, laatste lid, 94, tweede lid, 101, eerste lid, 110, en 121, tweede lid). Ook voor het toezicht op de inschrijving en de werking van buitenlandse instellingen voor collectieve belegging die niet voldoen aan de voorwaarden van de Richtlijn dringt zich een zekere soepelheid op, onder meer bij de beoordeling van hun organisatie (artikelen 123, 126, tweede lid, 131 tot 133, en 136, tweede lid).
  4. Tenslotte vormt de beoordelingsbevoegdheid van de CBFA in sommige gevallen de toepassing van een in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten aan de CBFA opgedragen opdracht.In deze zin hecht de CBFA haar goedkeuring aan de vervanging van een bewaarder overeenkomstig artikel 49, derde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Doch, teneinde te verzekeren dat een ingeschreven instelling steeds een bewaarder heeft, kan de opdracht van de bewaarder niet worden beëindigd tenzij in zijn vervanging wordt voorzien (artikel 10). In navolging van een bemerking van de Raad van State werden de verwijzingen naar de reglementen, die de CBFA met toepassing van artikel 64 van de wet van 2 augustus treft, weggelaten en desgevallend in de bespreking van het betrokken artikel hernomen. Dergelijke weglatingen brengen geen wijziging van het ontwerp van besluit met zich mee aangezien de reglementaire bevoegdheid van de CBFA, omschreven in vermeld artikel 64, een zelfstandige bevoegdheid is. Eveneens in navolging van een bemerking van de Raad van State wordt in bijlage een concordantietabel opgenomen, voor wat de omzetting van de Richtlijn door dit besluit betreft. Voor wat de omzetting van de Richtlijn door de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreft, kan verwezen worden naar de bijlage, opgenomen in de Parlementaire Stukken van de Kamer voor de zittingsperiode 2003-2004 (gecombineerd document 909/001 en 910/001, p. 239-251). ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING TITEL I. - Algemene Bepalingen Artikel 1.Artikel 1 verduidelijkt dat het besluit strekt tot gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2001/107/EG en tot omzetting van de Richtlijn 2001/108/EG. De machtigingsbepalingen aan de Koning die de omzetting van vermelde Richtlijnen mogelijk maken, liggen vervat in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. Art. 2.Artikel 2 herneemt een aantal definities. In dit kader kan worden opgemerkt dat de definities, opgesomd in artikel 3 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, ook gelden voor dit besluit. De definitie van « effecten » zet artikel 1, § 8, van de Richtlijn om. In dit kader kan men opmerken dat warranten moeten worden aangemerkt als « verhandelbare waardepapieren waarmee dergelijke effecten via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven ». Bovendien dient een warrant voor de berekening van het globale risico als een derivaat te worden beschouwd. TITEL II. - Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die opteren voor de beleggingen die voldoen aan de Richtlijn 85/611/EEG of die beleggen in financiële

Art. 3

.Artikel 3 omschrijft het toepassingsgebied van Titel II : de Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met veranderlijk aantal rechten van deelneming die beantwoorden aan de voorwaarden van de Richtlijn of die hebben geopteerd voor de categorie van toegelaten beleggingen « financiële

». HOOFDSTUK I. - Bedrijfsvergunning Afdeling I. - Inschrijvingsvoorwaarden Onderafdeling I. - Inhoud van het beheerreglement of de statuten Art. 4.Dit artikel verwijst naar bijlage D voor de minimale inhoud van het beheerreglement of de statuten, die de Koning op grond van artikel 44 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten kan bepalen. Art. 5 en

  1. De artikelen 5 en 6 zijn uitgevaardigd op grond van artikel 8, § 2, 2°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Artikel 5 betreft de mogelijkheid voor een beleggingsvennootschap om aandelenklassen te creëren. Deze mogelijkheid bestaat desgevallend op het niveau van het compartiment. Artikel 6 omschrijft de criteria tot onderscheid tussen aandelenklassen. Deze criteria zijn op limitatieve wijze opgesomd en hebben, rechtstreeks of onrechtstreeks, betrekking op de munteenheid waarin de aandelenklassen zijn uitgedrukt of de toegerekende provisies en kosten. Niettemin kan de CBFA andere objectieve elementen aanvaarden naast deze die werden opgesomd. Specifieke regelen gelden bij de creatie van een (sub)aandelenklasse met dekking van het wisselkoersrisico. Overigens is het duidelijk dat de bijdrage tot de kosten voor het beheer van de beleggingsportefeuille en/of het administratief beheer door aandeelhouders van één of meerdere andere aandelenklassen niet onbestaande of symbolisch mag zijn. Uiteraard mag het onderscheid tussen aandelenklassen geen afbreuk doen aan de deelname in het resultaat van de portefeuille van de beleggingvennoot-schap of het compartiment in functie van de participatie van de aandeelhouder. s Art. 7.Indien de onderscheiden aandelenklassen op verschillende wijze bijdragen tot de kosten voor het beheer van de beleggingsportefeuille en/of het administratief beheer of voor het tarief van de verhandelingprovisie, dienen de statuten bepaalde preciseringen te bevatten. Zoals reeds hoger aangemerkt is de Koning, overeenkomstig artikel 44 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, bevoegd om de minimuminhoud vast te leggen van het beheerreglement of de statuten van een instelling voor collectieve belegging en kan Hij, overeenkomstig artikel 8, § 2, 2°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, aandelenklassen creëren. In het hoger omschreven geval bepalen de statuten de objectieve criteria die worden gehanteerd om bepaalde personen toe te laten om in te schrijven op aandelen van een aandelenklasse die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime, dan wel om dergelijke aandelen te verwerven. De statuten bepalen eveneens welke schikkingen worden getroffen zodat steeds kan worden nagegaan of de personen die hebben ingeschreven op aandelen van een bepaalde aandelenklasse die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime, dan wel dergelijke aandelen hebben verworven, aan de statutair gestelde criteria voldoen. Uiteraard mag de creatie van aandelenklassen geen afbreuk doen aan het openbaar karakter van het aanbod van de aandelen van de beleggingsvennootschap of het compartiment. Onderafdeling II. - De bewaarder Art. 8 tot
  2. De artikelen 8 tot 10 van het besluit werden genomen in uitvoering van artikel 48, § 1, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. De activa van een instelling voor collectieve belegging moeten in bewaring worden gegeven bij een bewaarder. Bijgevolg kan de opdracht van de bewaarder slechts worden beëindigd wanneer de CBFA haar goedkeuring heeft verleend aan de vervanging van de bewaarder of wanneer de instelling voor collectieve belegging niet langer op de lijst is ingeschreven. De bewaarder dient een aantal materiële taken te vervullen, die zijn omschreven in artikel 9, §
  3. Daarnaast vervult de bewaarder de controletaken die zijn omschreven in artikel 9, §
  4. De omschrijving van deze taken sluit aan bij de artikelen 7, lid 3, en 14, lid 3, van de Richtlijn. In antwoord op een bemerking van de Raad van State kan worden opgemerkt dat artikel 8, tweede lid, de omzetting vormt van artikel 4, lid 3, alinea 2 en 3, van de Richtlijn, dat ervaring van de bestuurders van de bewaarder vergt « met betrekking tot het type icbe dat zij moeten beheren »; de ervaring wordt dus vereist voor een sub-type van een instelling voor collectieve belegging die beantwoordt aan de Richtlijn (bijvoorbeeld een instelling waarvan het beleggingsbeleid een veelvuldig gebruik van derivaten impliceert). Artikel 49, eerste lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten vergt enkel ervaring met betrekking tot de algemeen opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen. Afdeling II. - Prospectus over het openbaar aanbod van effecten en stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten Onderafdeling I. - Prospectus en vereenvoudigd prospectus Art. 11 en
  5. De inhoud van het prospectus en het vereenvoudigd prospectus wordt respectievelijk omschreven in de bijlage A en B. Deze bepalingen werden uitgevaardigd in uitvoering van artikel 56, 1° en 2°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. De hoger bedoelde bijlagen sluiten aan bij de bepalingen van de Richtlijn en van de hoger geciteerde Aanbeveling 2004/383/EG. Bij de omschrijving van de inhoud van het prospectus, vervat in bijlage A, werd dezelfde structuur als voor de omschrijving van de inhoud van het vereenvoudigd prospectus weerhouden. Inhoudelijk werden de punten, die overeenkomstig de bepalingen van de Aanbeveling 2004/383/EG in het vereenvoudigd prospectus moeten worden opgenomen, doch die niet in het prospectus moeten worden vermeld, eveneens in de minimale inhoud van het prospectus verwerkt. Indien een bevek compartimenten heeft, wordt het (vereenvoudigd) prospectus opgesteld per compartiment. In dit geval worden de bepalingen inzake de informatieverstrekking over de instelling voor collectieve belegging of de beleggingsvennootschap, voor zover mogelijk, toegepast op het betrokken compartiment. Het beheerreglement of de statuten worden bij het prospectus gevoegd. Bijgevolg dient het prospectus de gegevens die in deze documenten voorkomen, niet te herhalen. De gegevens in het (vereenvoudigd) prospectus, zoals het rendement en het totale-kostenpercentage, moeten worden bijgewerkt binnen een maand na de publicatie van het jaarverslag. Art. 13.Artikel 13 vormt de uitvoering van artikel 56, 3°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten en verduidelijkt dat de belegger op basis van het vereenvoudigde prospectus, dat hem kosteloos moet worden aangeboden, kan inschrijven. Bovendien moet de belegger het prospectus, het beheerreglement of de statuten alsmede het laatst gepubliceerde jaar- en halfjaarlijks verslag, vóór de inschrijving op de rechten van deelneming, kosteloos kunnen verkrijgen. Art. 14.Met het oog op administratieve vereenvoudiging voorziet artikel 53, § 1, tweede lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten in een regeling, waarbij door de Koning te bepalen bijwerkingen van het (vereenvoudigd) prospectus niet aan de voorafgaande goedkeuring van de CBFA moeten worden onderworpen. Artikel 14 van het ontwerp somt exhaustief de punten op die in het kader van deze regeling kunnen worden bijgewerkt. Uiteraard doet deze regeling geen afbreuk aan de toepassing van andere bepalingen van de wet en van het besluit. Bij wijze van voorbeeld kan men verwijzen naar artikel 29, derde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, dat voor een instelling voor collectieve belegging de verplichting inhoudt om onverwijld aan de CBFA de nodige gegevens over te maken opdat haar inschrijvingsdossier permanent zou bijgewerkt zijn. Onderafdeling II. - Berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging Art. 15 tot
  6. De bepalingen van de Onderafdeling II hebben betrekking op berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging. Deze bepalingen worden uitgevaardigd op basis van de machtiging aan de Koning, bedoeld bij artikel 56, 1°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. De hoger bedoelde stukken dienen een wervend karakter te hebben. Anderzijds wordt in principe geen onderscheid gemaakt in functie van het gebruikte medium, zij het dat de CBFA afwijkingen kan toestaan, bijvoorbeeld voor audiovisuele reclame. Inhoudelijk sluiten de bepalingen van deze Onderafdeling aan bij de richtsnoeren, toegelicht in de circulaire van de CBF ICB/1/93 van 20 juli 1993 over de commercialisering in België van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging en die de CBFA momenteel hanteert bij het verlenen van haar goedkeuring aan publicaties, stukken en reclame, overeenkomstig artikel 22, § 1, van het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging. Op te merken valt dat overeenkomstig artikel 25, berichten, reclame en andere stukken ook betrekking kunnen hebben op andere financiële producten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, voor zover deze informatie naar de vorm en inhoudelijk goed is afgescheiden van de informatie aangaande de rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging. Dit impliceert dat naar de vorm de informatie is opgenomen in een andere rubriek of op een andere bladzijde wordt weergegeven. Inhoudelijk moet het verschil tussen rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging en de andere aangeboden financiële producten worden verduidelijkt. HOOFDSTUK II. - Bedrijfsuitoefening Afdeling I. - Beleggingsbeleid Onderafdeling I. - Algemeen Art. 27 tot
  7. De artikelen 27 tot 30 bevatten, in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, algemene bepalingen inzake het beleggingsbeleid : - indien compartimenten werden gecreëerd, gelden de bepalingen van deze Afdeling en artikel 69 voor ieder van deze compartimenten; - er dient overeenstemming te zijn tussen de daadwerkelijke beleggingen en het vooropgestelde beleggingsdoel en -beleid; - een instelling voor collectieve belegging mag geen edele metalen of financiële instrumenten die dergelijke metalen vertegenwoordigen, verwerven. Belangrijk is de benadering voor de behandeling van derivaten, die in artikel 29 vervat ligt. Wanneer een effect of een geldmarktinstrument een derivaat omvat (een zogenaamd « embedded derivative »), dient dit derivaat te voldoen aan de bepalingen van artikel 32, § 1, 8°, of artikel 45, § 1, 8°. Dit houdt in dat het onderliggend actief van dit derivaat een toegelaten belegging moet zijn. Tot slot kan men opmerken dat artikel 29 in uitvoering van artikel 7 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten wordt geformuleerd. Onderafdeling II. - Instellingen voor collectieve belegging die beantwoorden aan de voorwaarden van de Richtlijn 85/611/EEG Art. 32.Artikel 32, dat de toegelaten beleggingen van een instelling voor collectieve belegging opsomt, strekt ertoe artikel 19 van de Richtlijn om te zetten en is genomen in uitvoering van artikel 7 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Inzake OTC-derivaten wordt gepreciseerd dat deze instrumenten steeds onderworpen zijn aan een betrouwbare en verifieerbare dagelijkse waardering. Aldus wordt gegarandeerd dat de beheerder continu de waardering van de OTC-derivaten kan opvolgen zodat hij, indien nodig, kan optreden zelfs indien op dat ogenblik geen netto-inventariswaarde moet worden berekend en gepubliceerd. Het ligt voor de hand dat de beheerder, die OTC-derivaten in de portefeuille van een instelling voor collectieve belegging opneemt, behoorlijk moet uitgerust zijn om in te staan voor de opvolging van dergelijke instrumenten. Inzake de specifieke beleggingsmogelijkheid, bepaald in artikel 32, § 2, moet worden opgemerkt dat deze enkel betrekking heeft op de effecten bedoeld bij artikel 32, § 1, 1° tot 4°, en op de geldmarktinstrumenten bedoeld bij artikel 32, § 1, 9°. In verband met dit punt dient men op te merken dat de markten geviseerd in artikel 32, § 1, 9°, b), (ii), deze zijn waartoe de emittenten van de geviseerde geldmarktinstrumenten zijn toegelaten. De omschrijving van deze markten is beperkter dan de markten geviseerd bij artikel 32, § 1, 1°, 2° en 3°. Art. 33.Artikel 33 strekt ertoe artikel 21, lid 3, van de Richtlijn om te zetten. Deze omzetting vindt plaats in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Bij de opstelling van dit artikel werden in belangrijke mate de preciseringen inzake de berekening van het globaal risico, vervat in de hoger geciteerde Aanbeveling 2004/383/EG, in acht genomen. Gelet op de mogelijke evoluties voor wat methodes van risicometing betreft, moet melding worden gemaakt van de mogelijkheid in hoofde van CBFA om, bij wijze van reglement, vastgesteld overeenkomstig artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, modaliteiten te bepalen om het totale risico (maximum exposure) te berekenen en voorwaarden te formuleren waaraan een value-at-risk approach of een intern risicometingsmodel dienen te voldoen. Art. 34.Artikel 34, dat de beleggingslimieten bepaalt, strekt tot omzetting van artikel 22 van de Richtlijn. Deze omzetting vindt plaats in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. De regeling van de beleggingslimieten voor derivaten sluit aan bij de bepalingen van de hoger geciteerde Aanbeveling 2004/383/EG. Tenslotte kan men erop wijzen dat informatie over de obligaties bedoeld bij artikel 34, § 4, kan worden geconsulteerd op de website van de Europese Commissie. Art. 35.In overeenstemming met de bepalingen van de Aanbeveling 2004/383/EG kunnen financiële zekerheden, te belope van hun reële waarde, onder bepaalde voorwaarden in aanmerking worden genomen voor een vermindering van het tegenpartijrisico. Ook artikel 35 werd op grond van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten uitgevaardigd. Art. 36.Met het oog op beleggersbescherming, bepaalt artikel 36 een specifieke limiet en bijzondere voorwaarden voor het geval dat een instelling voor collectieve belegging contracten afsluit, die financiële derivaten uitmaken en betrekking hebben op een kredietrisico. Deze bepaling wordt genomen in uitvoering van de artikelen 36, 40, § 3, en 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Gelet op de specifieke aard van dergelijke contracten dient de beheerder van de instelling voor collectieve belegging een activiteitenprogramma aan de CBFA voor te leggen en aan te tonen dat hij over de vereiste bevoegdheden en over een passende organisatie beschikt. De CBFA kan, wanneer zulks aangewezen is, bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, bepalen welke gegevens in dit activiteitenprogramma moeten worden verstrekt. Art. 37.Artikel 37 regelt, in uitvoering van de artikelen 7 en 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de zogenaamde index funds en strekt ertoe artikel 22bis van de Richtlijn om te zetten. Het beleggingsbeleid van dergelijke instellingen voor collectieve belegging is gericht op het volgen van de samenstelling van een door de CBFA aanvaarde aandelen- of obligatie- index. Op te merken valt dat artikel 37 niet toelaat om af te wijken van de toepasselijke beleggingslimieten wanneer het beleggingsbeleid van een instelling voor collectieve belegging erop gericht de samenstelling van een door de beheerder zelf samengestelde korf van financiële instrumenten te volgen. Bij het volgen van de samenstelling van een index dient de instelling voor collectieve belegging niet noodzakelijk alle samenstellende instrumenten van de index in de portefeuille op te nemen. Een kleine afwijking (een zogenaamde tracking error) van de samenstelling van de index kan worden aanvaard. De mate waarin een dergelijke afwijking toelaatbaar is, hangt af van de aard en de kenmerken van de gevolgde index. Art. 38.Artikel 38 bepaalt, in uitvoering van de artikelen 7 en 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, minder strenge beleggingslimieten indien de instelling voor collectieve belegging belegt in overheidspapier. Vermeld artikel zet artikel 23, lid 1, van de Richtlijn om. Art. 39.Artikel 39 regelt, in uitvoering van de artikelen 7 en 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de belegging door een instelling voor collectieve belegging in rechten van deelneming van een andere instelling voor collectieve belegging. Artikel 39 strekt ertoe artikel 24, leden 1 en 2, van de Richtlijn om te zetten. Art. 40.Artikel 40 bevestigt, in uitvoering van artikel 7 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, dat een instelling voor collectieve belegging kan beleggen in rechten van deelneming uitgegeven door een openbare instelling voor collectieve belegging naar Belgisch of buitenlands recht met vast aantal rechten van deelneming of door een openbare instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen naar Belgisch of buitenlands recht. Dergelijke rechten van deelneming worden immers beschouwd als effecten, in de zin van artikel 2, 2°, a). Dit impliceert onder meer dat de betrokken rechten van deelneming moeten voldoen aan de voorwaarden gesteld bij artikel 32, § 1, 1° tot 4°, en dat, bij belegging in dergelijke rechten van deelneming, de beleggingslimieten voor effecten moeten worden gerespecteerd. Niettemin dienen de betrokken onderliggende buitenlandse instellingen voor collectieve belegging te beleggen in de categorieën van toegelaten beleggingen die eveneens openstaan voor de Belgische instellingen voor collectieve beleggingen. Art. 41.Artikel 41 strekt ertoe artikel 25 van de Richtlijn om te zetten. Deze bepaling wordt in uitvoering van artikel 67, § 1, tweede lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten uitgevaardigd. Artikel 41, § 1, inzake het verbod tot het uitoefenen van invloed op een emittent door een instelling voor collectieve belegging, neemt vrij letterlijk artikel 25, lid 1, van de Richtlijn over. Teneinde de liquiditeit van de portefeuille te garanderen, beperkt artikel 41, § 2, het percentage van bepaalde financiële instrumenten dat een instelling voor collectieve belegging kan verwerven. Voor beide paragrafen van artikel 41 gelden een aantal uitzonderingen. Art. 42 en
  8. De artikelen 42 en 43 zetten artikel 26 van de Richtlijn om. Artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten vormt de machtiging aan de Koning om deze artikelen uit te vaardigen. In bepaalde, vrij punctuele gevallen dienen de voorschriften van de Onderafdeling II toch niet te worden nageleefd, zoals bij de uitoefening van inschrijvingsrechten die verbonden zijn aan de effecten en geldmarktinstrumenten die de instelling voor collectieve belegging houdt of voor een nieuwe instelling voor collectieve belegging. Onderafdeling III. - Instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die beleggen in financiële

Art. 44tot 57.

De bepalingen van deze Onderafdeling zijn analoog aan de artikelen 31 tot 43. Bij de opstelling van het besluit werd er immers van uitgegaan dat een zelfde bescherming diende te gelden voor deelnemers die zouden beleggen in een instelling voor collectieve belegging die beantwoordt aan de Richtlijn als voor deelnemers die zouden beleggen in een instelling voor collectieve belegging die geopteerd heeft voor de categorie van toegelaten beleggingen « financiële

». Niettemin dient men drie belangrijke verschilpunten met de bepalingen van Onderafdeling II aan te stippen. Vooreerst laat artikel 46, § 3, tweede lid, toe dat de naleving van de beleggingslimieten enkel wordt nagegaan op het ogenblik van inschrijving, indien men te maken heeft met een instelling voor collectieve belegging waarvan het beleggingsbeleid is gericht op de verwezenlijking bij vervaldag van een vooropgesteld rendement middels het gebruik van bepaalde technieken of derivaten en waarvan de deelnemers, overeenkomstig artikel 68, genieten van een kapitaalgarantie of kapitaalbescherming. Ten tweede wordt een bijzondere regeling uitgewerkt voor instellingen voor collectieve belegging met kapitaalgarantie of kapitaalbescherming en waarvan het beleggingsbeleid is gericht op de verwezenlijking bij vervaldag van een vooropgesteld rendement, middels het gebruik van bepaalde technieken of derivaten, dat beantwoordt aan de evolutie van een fund of hedge funds, index of een korf van hedge funds. Tenslotte wordt voor een belegging in deposito's niet vereist dat deze onmiddellijk opeisbaar zijn of kunnen worden opgevraagd en dat zij binnen een periode van ten hoogste twaalf maanden vervallen. Afdeling II. - Verplichtingen en verbodsbepalingen Onderafdeling I. - Provisies en kosten Art. 58.Artikel 58, geformuleerd in uitvoering van de artikelen 56, 1°, 65 en 68 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, is analoog aan artikel 13 van het koninklijk besluit van 4 maart 1991, zij het dat de goedkeuring van de provisies en kosten door de CBFA niet langer vereist is. Wel zal de CBFA jaarlijks overgaan tot de publicatie van een globaal overzicht van de provisies en kosten, zoals hernomen in het prospectus van de instellingen voor collectieve belegging die aan Titel II van het besluit onderworpen zijn. Ook worden specifieke regels voor prestatievergoedingen bepaald. Art. 59.Artikel 59, § 1, zet artikel 24, lid 3, eerste onderdeel, van de Richtlijn om. Artikel 59, § 2, herneemt een analoge regeling voor de beheervergoeding. Artikel 59 wordt uitgevaardigd in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Art. 60.Artikel 60 vormt de uitvoering van artikel 74, 3°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten en is analoog aan artikel 16 van het koninklijk besluit van 4 maart

  1. Op grond van artikel 60 kan wel een vast bedrag tot dekking van de administratieve kosten voor de ondernemingen die voor de verhandeling van de rechten van deelneming zorgen in rekening worden gebracht bij uitgifte, inkoop en compartimentwijziging. Tenslotte kan bij inkoop een bedrag worden afgehouden teneinde praktijken van market timing tegen te gaan. Art. 61.De regeling vervat in artikel 61 wordt getroffen op grond van de machtigingen aan de Koning vervat in de artikelen 56, 1°, 65, 68 en 76, § 3, derde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Op grond van deze regeling kan een beheerder slechts onder bepaalde voorwaarden soft commissions van een makelaar ontvangen. Belangrijk in dit kader zijn de voorwaarden dat het ontvangen van de soft commissions geen afbreuk mag doen aan het principe van de best execution en dat terzake voldoende informatie wordt verstrekt. Uit het rapport « Fees and Commissions within the CIS and Asset Manager Sector : Summary of Answers to Questionnaire » van het Technisch Comité van IOSCO, p. 15 ( te consulteren op www.iosco.org) blijkt dat in de meeste landen, waarop het onderzoek betrekking had, soft commissions worden toegelaten, zij het binnen een specifiek wettelijk kader. Art. 62.Artikel 62 stelt, in uitvoering van de artikelen 56, 1°, 65, 68 en 76, § 3, derde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, bepaalde vereisten indien de beheerder van de beleggingsportefeuille van een instelling voor collectieve belegging zijn vergoeding deelt met een andere partij, die eveneens beheerdiensten in de ruime zin van het woord (waaronder administratief beheer en verhandeling) aan de instelling voor collectieve belegging verleent. Onder deze regeling vallen onder meer retrocessies van de beheervergoeding aan mandatarissen, die voor een specifiek aspect van het beheer instaan, of retrocessies van de beheervergoeding aan de distributeurs en de eventuele sub-distributeurs van de instelling voor collectieve belegging. Deze bepaling sluit aan bij de Aanbeveling 2004/384/EG, die evenwel geen uitspraak doet over de toelaatbaarheid van bepaalde vergoedingen, doch enkel aspecten van informatieverstrekking in het vereenvoudigd prospectus regelt. Men stelt vast dat onder de omschrijving van fee sharing in de Aanbeveling ook regelingen vallen, waarbij makelaarslonen door de makelaar worden gedeeld met de beheerder (hard commissions). Doch, teneinde te vermijden dat de beheerder een makelaar kiest op grond van overwegingen die vreemd zijn aan het principe van de best execution, is het verbod op hard commissions aangewezen. Bovendien wordt het ontvangen van hard commissions in een belangrijk aantal jurisdicties niet getolereerd (cfr. het Verslag van het Technisch Comité van IOSCO « Fees and Commissions within the CIS and Asset Manager Sector : Summary of Answers to Questionnaire » van september 2003, p. 17, te consulteren op www.iosco.org). In deze zin bepaalt artikel 61 dan ook dat een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in principe geen voordeel van een makelaar mag ontvangen, dat betrekking heeft op de kosten voor portefeuilletransacties van de instelling voor collectieve belegging (met uitzondering van soft commissions). Art. 63.Met het oogmerk om transparantie te creëren, bepaalt artikel 63 dat het prospectus vermeldt dat de personen die instaan voor het beheer van de beleggingsportefeuille of de personen die het administratief beheer waarnemen, hun vergoeding betaald door de instelling voor collectieve belegging, kunnen delen met deelnemers van de instelling voor collectieve belegging, inzonderheid in functie van de omvang van hun beleggingen. Deze bepaling wordt uitgevaardigd op grond van artikel 56, 1°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Onderafdeling II. - Voorkoming van belangenconflicten Art. 64.Artikel 64 herneemt een verbod in hoofde van bepaalde personen, die nauw betrokken zijn bij de werking van de instelling voor collectieve belegging, om op te treden als tegenpartij in buiten-beursverrichtingen, met name verrichtingen die plaatsvinden buiten een markt, zoals bedoeld in artikel 32, § 1, 1°, 2° of 3°, en artikel 45, § 1, 1°, 2° of 3°, van het besluit, met betrekking tot effecten voor rekening van de instelling voor collectieve belegging. Dit verbod wordt geformuleerd in uitvoering van de artikelen 50, § 2, 65 en 68 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Deze verbodsbepaling doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een instelling voor collectieve belegging om in te schrijven op effecten waarvan het openbaar aanbod is opgedragen aan de geviseerde personen. Art. 65 en
  2. De toegelaten verrichtingen, zoals bijvoorbeeld buiten-beursverrichtingen die geen betrekking hebben op effecten, evenals de inschrijving op effecten bij een persoon, bedoeld bij artikel 64, § 1, eerste lid, in het kader van een openbaar aanbod, worden in het jaarverslag besproken. Artikel 76, § 3, derde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten verleent de machtiging aan de Koning om zulks te bepalen. Uiteraard mogen de voorwaarden van dergelijke verrichtingen niet afwijken van de marktvoorwaarden. Dit verbod wordt uitgevaardigd in uitvoering van de artikelen 65 en 68 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Art. 67.In uitvoering van artikel 76, § 3, derde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten vereist artikel 67 een specifieke rapportering in het jaarverslag indien de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de effecten in de portefeuille van de instelling voor collectieve belegging, rechtstreeks of onrechtstreeks een belangenconflict kan doen ontstaan of heeft doen ontstaan in hoofde van de beheervennootschap of de personen die instaan voor het beheer van de beleggingsportefeuille. In voorkomend geval moet worden verantwoord hoe de instelling voor collectieve belegging het stemrecht heeft uitgeoefend of waarom zij het stemrecht niet heeft uitgeoefend. Deze rapportering geldt naast de rapportering voorgeschreven door artikel 67, § 5, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Onderafdeling III. - Andere verbodsbepalingen en verplichtingen Art. 68.Artikel 68 regelt, in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten en teneinde verwarring bij beleggers te vermijden, het gebruik van de termen « gewaarborgd kapitaal » of gelijkaardige termen evenals « kapitaalbescherming » of « beschermd kapitaal » of een gelijkaardige termen. Enkel indien de instelling voor collectieve belegging beantwoordt aan de gestelde voorwaarden mag zij de vermelde termen - of gelijkwaardige termen - gebruiken. Art. 69.Artikel 69 regelt, in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de beperkte mogelijkheid in hoofde van een instelling voor collectieve belegging om te ontlenen en beoogt artikel 36 van de Richtlijn om te zetten. Art. 70.Artikel 70, uitgevaardigd op grond van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, betreft het verbod om te verkopen vanuit een ongedekte positie. Artikel 70 beoogt artikel 42 van de Richtlijn om te zetten en herneemt een aantal preciseringen die vervat liggen in de hoger geciteerde Aanbeveling 2004/383/EG. Art. 71.Overeenkomstig artikel 71, dat wordt uitgevaardigd op grond van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, mag een instelling voor collectieve belegging geen kredieten verstrekken noch zich garant stellen ten voordele van derden. Artikel 71 strekt ertoe artikel 41 van de Richtlijn om te zetten. Art. 72.Een aantal bijzondere verbodsbepalingen, uitgevaardigd op grond van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, worden gegroepeerd in artikel
  3. Artikel 72 herneemt in grote mate de artikelen 49 en 67 van het koninklijk besluit van 4 maart
  4. Op te merken valt dat artikel 72, 2°, dat de mogelijkheid tot het aangaan van uitleningen van financiële instrumenten betreft, nadere uitwerking door de Koning behoeft. Voor wat de omzetting van artikel 21, lid 2, van de Richtlijn betreft, werd ervan uitgegaan dat securities lending en cessie-retrocessieovereenkomsten (respectievelijk geregeld in de artikelen 72, 2°, en 73 van het ontwerp) « technieken en instrumenten met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten » zijn die, in het kader van een goed portefeuillebeheer, kunnen worden toegepast. In deze zin vormen de artikelen 72, 2°, en 73 van het ontwerp de uitvoering van artikel 21, lid 2, van de Richtlijn. Art. 73.Een instelling voor collectieve belegging kan, in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, cessie-retrocessieovereenkomsten (repurchase agreements) sluiten, voor zover ze ertoe strekken tijdelijk liquide middelen op te nemen of tijdelijk liquide middelen te beleggen. In dit kader zal de CBFA, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, nadere voorwaarden kunnen bepalen. Voor het overige wordt eveneens verwezen naar de commentaar bij artikel 72, 2°. Art. 74.Artikel 74 wordt geformuleerd in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Artikel 74, § 1, strekt ertoe te vermijden dat een instelling voor collectieve belegging oprichteraansprakelijkheid zou oplopen of zou inschrijven op het kapitaal van een beheervennootschap. Artikel 74, § 2, stelt dat de beheer- of beleggingsvennootschap, op verzoek van een belegger, aanvullende gegevens verstrekt betreffende de kwantitatieve begrenzingen die van toepassing zijn in het risicobeheer van de instelling voor collectieve belegging, de daartoe gekozen methodes en de recente ontwikkeling van de risico's en rendementen van de voornaamste categorieën instrumenten. Deze bepaling zet artikel 24bis, lid 4, van de Richtlijn om. Onderafdeling IV. - Ontbinding, vereffening en herstructurering van instellingen voor collectieve belegging en van compartimenten van een beleggingsvennootschap Art. 76 tot
  5. De artikelen 76 tot 85 omvatten een aantal specifieke regels inzake de ontbinding en vereffening van instellingen voor collectieve belegging of van compartimenten van beleggingsvennootschappen. Deze artikelen vormen de uitvoering van artikel 72 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Het beheerreglement of de statuten van een instelling voor collectieve belegging bepalen dat de beslissingen tot ontbinding van de instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van een beleggingsvennootschap worden genomen door de bevoegde algemene vergadering van deelnemers. In geval de beslissing tot ontbinding een compartiment van een beleggingsvennootschap betreft, is de algemene vergadering van deelnemers van het betrokken compartiment bevoegd om tot ontbinding van het compartiment te beslissen. De algemene vergadering van deelnemers in een compartiment beslist volgens de regels die gelden voor de algemene vergadering van de beleggingsvennootschap. De oproeping van de algemene vergadering dient een aantal specifieke gegevens te bevatten, bijkomend aan wat het Wetboek van vennootschappen bepaalt (artikel 79). Bij instellingen voor collectieve belegging of compartimenten met vaste vervaldag wordt een bepaling in het beheerreglement of de statuten ingelast, waarin de van rechtswege ontbinding wordt voorzien van de instelling voor collectieve belegging of de compartimenten op het ogenblik dat ze op vervaldag komen.Tevens dienen het beheerreglement of de statuten te voorzien in de vereffeningwijze, de benoeming van één of meerdere vereffenaars en, in voorkomend geval, de wijze van de afsluiting van de vereffening evenals de wijze waarop de statutenwijziging, die volgt uit de afsluiting van de vereffening van een compartiment, zal worden doorgevoerd. Op het ogenblik dat het bestuursorgaan zich voorneemt om de ontbinding van de instelling voor collectieve belegging of een compartiment aan de bevoegde algemene vergadering van deelnemers voor te leggen of de instelling of het compartiment op vervaldag komt, moeten een aantal nader omschreven documenten, die de ontbinding en vereffening betreffen, aan de CBFA worden overgemaakt. Van zodra de vereffeningwaarde van de rechten van deelneming is vastgesteld, dient een persbericht te worden gepubliceerd, waarvan artikel 80 de inhoud nader omschrijft. Dit persbericht omschrijft onder meer welke procedure zal worden gevolgd voor de sluiting van de vereffening en vermeldt dat de modaliteiten van de uitbetaling van het verschil in een bijkomend persbericht zullen worden bekend gemaakt, indien de definitief vastgestelde vereffeningwaarde zou verschillen van de reeds aangekondigde vereffeningwaarde. In dit kader kan worden opgemerkt dat in de praktijk de definitief vastgestelde vereffeningwaarde slechts zal mogen verschillen van de overeenkomstig artikel 80 aangekondigde vereffeningwaarde - die overigens overeenkomstig artikel 81 door de commissaris voorafgaandelijk wordt geverifieerd - indien de vereffening stapsgewijze gebeurt. Artikel 83 voorziet verder in een specifieke regeling indien in de loop van 12 maanden voor de kennisgeving bedoeld in artikel 78, § 1, massale inkopen van rechten van deelneming hebben plaats gevonden. Dit artikel strekt er onder meer toe de gelijkheid van de deelnemers te garanderen wanneer, ten gevolge van de uittreding van belangrijke deelnemers, de instelling voor collectieve belegging of het compartiment moet worden ontbonden wegens gebrek aan kritische massa. In het in artikel 83 bedoelde geval dragen hetzij de personen vermeld in het prospectus, hetzij de personen die globaal gezien voor belangrijke bedragen zijn uitgetreden bij tot de kosten verbonden aan de ontbinding, de vereffening en de afsluiting van de vereffening van de betrokken instelling voor collectieve belegging of het betrokken compartiment. Indien de in het prospectus aangeduide personen tussenkomen, strekt hun tussenkomst tot dekking van de kosten die zouden verschuldigd zijn geweest door de deelnemers die voor belangrijke bedragen zijn uitgetreden. Tenzij de CBFA gelijkwaardige maatregelen aanvaardt, moet bij vrijwillige ontbinding bovendien aan de deelnemers gedurende minimaal een maand de mogelijkheid worden geboden om zonder kosten, behoudens eventuele taksen, in te schrijven op rechten van deelneming van één of meerdere andere instellingen voor collectieve belegging of compartimenten. In de mate dat binnen de groep van de promotor dergelijke instellingen voor collectieve belegging of compartimenten bestaan, hebben de instellingen of compartimenten waarop de inschrijvingsmogelijkheid betrekking heeft, bij voorkeur een gelijkaardige beleggingspolitiek als de ontbonden instelling voor collectieve belegging of het ontbonden compartiment. De instellingen voor collectieve belegging of compartimenten waarop de inschrijvingsmogelijkheid betrekking heeft, moeten ingeschreven zijn op de lijst, waarbij tijdens de overgangsperiode eveneens de instellingen voor collectieve belegging die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld bij de artikelen 120, § 1, en 137 van de wet van 4 december 1990 in aanmerking komen. De in het prospectus vermelde personen dragen de eventueel verschuldigde provisies en kosten, bedoeld in artikel 60, § 1, naar aanleiding van dergelijke inschrijving. B. Herstructurering van instellingen voor collectieve belegging en compartimenten van beleggingsvennootschappen Art. 86 tot
  6. De artikelen 86 tot 95 hebben betrekking op herstructureringen waarbij enkel instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht of compartimenten van beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht betrokken zijn. Deze artikelen vormen de uitvoering van artikel 72 van de wet van 20 juli
  7. Bedoelde artikelen werden grotendeels analoog aan de artikelen 76 tot 85 gestructureerd, met bijvoeging van een aantal specifieke regelen. Op te merken valt dat, naar gelang het geval, na een inbreng van de activa van een instelling voor collectieve belegging of een compartiment nog een ontbinding moet volgen. In dergelijk geval gebeurt de inbreng onder opschortende voorwaarde van ontbinding en zijn de specifieke regels, bepaald in de artikel 86 tot 95, toepasselijk naast de vennootschapsrechtelijke regels inzake herstructurering. Uiteraard blijven eveneens de vennootschapsrechtelijke regels inzake ontbinding toepasselijk, hetgeen onder meer impliceert dat deze beslissing moet worden genomen door de algemene vergadering van de instelling voor collectieve belegging of, indien het een compartiment betreft, van het compartiment. Ook de regels van het Wetboek van vennootschappen, die (naar analogie) toepasselijk zijn op de sluiting van de vereffening en inzonderheid artikel 194 W. Venn., moeten worden nageleefd. Tenslotte kan men opmerken dat de vooropgestelde regeling inzake de bevoegdheid van de algemene vergadering van een instelling voor collectieve belegging of een compartiment, neergelegd in artikel 87, in principe enkel geldt in zover de algemene vergadering van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment bevoegd is, op grond van of naar analogie met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Zo doet de vooropgestelde regeling geen afbreuk aan de bevoegdheid van het bestuursorgaan van de overnemende instelling voor collectieve belegging of het overnemende compartiment om een inbreng te aanvaarden. In deze zin verwijst artikel 89, eerste lid, dan ook naar de mogelijkheid dat het bestuursorgaan de herstructurering realiseert. Tenslotte verdienen een aantal punten van de inhoud van de oproeping van de algemene vergadering en inzonderheid artikel 91, eerste lid, 4°, verduidelijking : - bij de vergelijking van de gemiddelde cumulatieve rendementen ligt het voor de hand om voor alle bij de herstructurering betrokken instellingen voor collectieve belegging of compartimenten eenzelfde benadering te volgen m.b.t. de al dan niet verrekening van de provisies en kosten ten laste van de deelnemers; - het detail van de provisies en kosten ten laste van de deelnemers moet niet worden opgenomen indien de rendementen deze provisies en kosten niet verrekenen. Anderzijds is het wel aangewezen dat deze informatie wordt opgenomen in het fusievoorstel, splitsingsvoorstel of het voorstel van inbreng dan wel in het verslag van de raad van bestuur; - het past te vermelden dat de rendementcijfers zijn gebaseerd op historische gegevens, die geen enkele waarborg kunnen geven m.b.t. het toekomstige rendement en geen rekening houden met mogelijke fusies. Afdeling III. - Uitgifte en openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging Onderafdeling I. - Behandeling van aanvragen tot uitgifte, inkoop dan wel compartimentwijziging Art. 96 en
  8. De artikelen 96 en 97 werden geformuleerd in uitvoering van artikel 74 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Tijdens de initiële inschrijvingsperiode schrijven de beleggers in op de rechten van deelneming aan de vooropgestelde inschrijvingsprijs. Nadien voert een instelling voor collectieve belegging met veranderlijk aantal rechten van deelneming de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging in principe ten minste tweemaal per maand uit. Dergelijke verrichtingen gebeuren op basis van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming. Niettemin kan de uitgifte van rechten van deelneming worden stopgezet voor de instellingen voor collectieve belegging bedoeld bij artikel
  9. Art. 98 en
  10. De artikelen 98 en 99 voeren, in uitvoering van artikel 74 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, een regeling in voor de ontvangst van aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel tot compartimentwijziging. Deze regeling beoogt praktijken van « late trading » en « market timing » te bestrijden. Aanvragen die worden overgemaakt via de financiële tussenpersonen die de instelling voor collectieve belegging zelf heeft aangeduid voor de verhandeling van haar rechten van deelneming, moeten ten laatste op het ogenblik van de afsluiting van de ontvangstperiode, bepaald in het prospectus, door de betrokken financiële tussenpersonen worden ontvangen. Deze aanvragen worden zonder wijziging binnen een redelijke tijdspanne doorgegeven aan de persoon die instaat voor het administratief beheer. De contracten met de door de instelling voor collectieve belegging aangeduide bemiddelaars dienen, gelet op de mogelijkheid om na afsluiting van de ontvangstperiode, een ontvangen aanvraag nog door te geven, bepaalde clausules te bevatten. Aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel tot compartimentwijziging die worden overgemaakt via andere financiële bemiddelaars dan deze die de instelling voor collectieve belegging zelf heeft aangeduid voor de verhandeling van haar rechten van deelneming, moeten voor de afsluiting van de ontvangstperiode, bepaald in het prospectus, zijn overgemaakt aan de persoon die instaat voor het administratief beheer. Onderafdeling II. - Berekening van de netto-inventariswaarde van rechten van deelneming en schorsing ervan; maatregelen bij foutieve berekening van de netto-inventariswaarde van rechten van deelneming Art. 100.Artikel 100 herneemt, in uitvoering van artikel 74, 1°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de regels die gelden voor de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming. De netto-inventariswaarde wordt vastgesteld op basis van de reële waarde van de activa en de passiva.Voor ten minste 80 % van de activa dient men bovendien een reële waarde in aanmerking te nemen die nog niet gekend was bij de afsluiting van de ontvangstperiode van de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging. Deze laatste bepaling strekt ertoe praktijken van market timing te voorkomen. Artikel 100 betekent concreet dat de instelling voor collectieve belegging de keuze heeft tussen drie mogelijkheden om de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming te berekenen die betrekking hebben op aanvragen tot uitgifte of inkoop, dan wel compartimentwijziging op dag D. De berekening van de netto-inventariswaarde kan gebaseerd zijn op de reële waarden die totaal ongekend zijn op het ogenblik van de sluiting van de ontvangstperiode voor aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming, dan wel compartimentwijziging. In een dergelijk geval kan de instelling voor collectieve belegging gebruik maken van hetzij de reële waarden van D en van D + 1, hetzij enkel van de reële waarden van D + 1, in welk geval de berekening van de netto-inventariswaarde met een dag wordt uitgesteld. Bovendien, indien minder dan 20 % van de reële waarden gekend zijn op het ogenblik van de sluiting van de ontvangstperiode van de aanvragen, kunnen de reële waarden van D worden gebruikt voor de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming met betrekking tot de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming, dan wel compartimentwijziging van dag D. Niettemin zullen de instellingen voor collectieve belegging die voor de derde oplossing opteren, vooraf één van de twee andere methodes moeten kiezen als alternatieve methode in geval van overschrijding van voormelde 20 %- limiet. Art. 101.Artikel 101 bepaalt, in uitvoering van artikel 78 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, dat de netto-inventariswaarde minstens in één of meer in België uitgegeven dagbladen of op een andere door de CBFA aanvaarde wijze moet worden bekend gemaakt. Uiteraard geldt deze regel voor alle categorieën van rechten van deelneming. Art. 102 tot
  11. De artikel 102 en 103 bepalen, in uitvoering van artikel 74 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de gevallen waarin de bepaling van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming, evenals de uitvoering van de aanvragen tot uitgifte en inkoop van de rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging moet of kan worden geschorst. Deze bepalingen hernemen in belangrijke mate de artikelen 18 en 19 van het koninklijk besluit van 4 maart
  12. De instelling voor collectieve belegging dient tenslotte elke schorsing van de netto-inventariswaarde te publiceren. Art. 105 tot
  13. De artikelen 105 tot 110, die worden uitgevaardigd in uitvoering van de artikelen 65 en 88, § 1, 1°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, betreffen de vaststelling van een significante fout bij de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming evenals de regelen die in een dergelijk geval gelden. De regeling is geïnspireerd door de preciseringen vervat in de circulaire van 27 november 2002 van de Luxemburgse Commission de Surveillance du Secteur Financier. Onderafdeling III. - Nadere regels inzake de uitgifte en openbaar aanbod van rechten van deelneming van instellingen voor collectieve belegging Art. 111.Een instelling voor collectieve belegging dient steeds een onderneming te hebben die instaat voor de financiële dienst. Bijgevolg kan de opdracht van een dergelijke onderneming slechts worden beëindigd na de vervanging van deze onderneming of wanneer de inschrijving van de instelling voor collectieve belegging werd geschrapt of ingetrokken. Deze bepaling wordt geformuleerd op grond van artikel 73, § 2, tweede lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Art. 112.Teneinde de vergelijkbaarheid te bevorderen, wordt, in alle publicaties waarin de netto-inventariswaarde van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging wordt vermeld, de netto-inventariswaarde gedateerd op de dag van de afsluiting van de ontvangstperiode die betrekking heeft op aanvragen tot uitgifte of inkoop dan wel compartimentwijziging voor rechten van deelneming aan deze waarde. Deze bepaling wordt geformuleerd in uitvoering van artikel 74 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. In uitvoering van artikel 73, § 3, tweede lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten wordt bepaald dat de maximaal toegestane afwijking tussen de beurskoers en de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming maximaal 2 % bedraagt. Afdeling IV. - Periodieke informatie en boekhouding Art. 113 en
  14. Artikel 113 bepaalt, op grond van artikel 76, § 3, derde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de termijnen voor publicatie van het jaarverslag en het halfjaarlijks verslag. Op het ogenblik van publicatie leggen de instellingen voor collectieve beleggingen hun jaarverslagen en halfjaarlijkse verslagen over aan de CBFA. Deze laatste bepaling vormt een uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Art. 115.Artikel 115 bepaalt, in uitvoering van artikel 77 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de verplichting om een inventaris bij te houden van de bestanddelen van het vermogen van de instelling voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, van elk van de compartimenten en bepaalt wanneer de elementen opgenomen in de inventaris moeten worden gewaardeerd. Verder worden, op grond van de machtiging in artikel 74, 1°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, regels gesteld over de wijze waarop de netto-inventariswaarde van een recht van deelneming wordt berekend. TITEL III. - Instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht HOOFDSTUK I. - Instellingen voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de europese economische ruimte en voldoen aan de richtlijn 85/611/EEG Art. 117.Artikel 117 zet artikel 47 van de Richtlijn om. Bedoeld artikel geeft nadere uitvoering aan artikel 130 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. Art. 118 tot
  15. De artikelen 118 tot 121 bevatten, in uitvoering van artikel 130, 131, tweede lid en 133 (dat verwijst naar artikel 78) van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, een aantal preciseringen voor een instelling voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die voldoet aan de Richtlijn 85/611/EEG en die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 129 van de wet. Indien het prospectus opgesteld in de lidstaat van herkomst deze gegevens niet bevat, moet bijvoorbeeld bepaalde informatie inzake de verhandeling in België van de rechten van deelneming van de betrokken instelling voor collectieve belegging in een bijlage bij het prospectus worden opgenomen. Ook de bepalingen inzake de inhoud en de voorstellingswijze van berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming - of hiermee gelijk te stellen stukken - zijn toepasselijk op dergelijke instellingen voor collectieve belegging. HOOFDSTUK II. - Instellingen voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de europese economische ruimte en niet voldoen aan de richtlijn 85/611/eeg en instellingen voor collectieve belegging naar het recht van staten die geen lid zijn van de europese economische ruimte Hoofdstuk II van Titel III regelt de inschrijving, en de handhaving ervan, van reglementering voor de buitenlandse niet-geharmoniseerde instellingen voor collectieve belegging. Deze regeling is uitgewerkt op grond van de machtigingen aan de Koning vervat in de artikelen 134, 135 (dat verwijst naar de artikelen 56, 62, § 2, eerste en vijfde lid, 76, § 3, derde lid, 77 en 78) en 136, tweede lid, van de wet van 20 juli 200
  16. Deze regeling is vrij analoog aan de artikelen 76 tot 93 van het koninklijk besluit van 4 maart
  17. Niettemin dienden de bepalingen van vermeld besluit te worden aangepast, gelet op een aantal nieuwe oriëntaties die vervat liggen in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, inzonderheid wat organisatie betreft. Bij de uitwerking van de reglementering voor de buitenlandse niet-geharmoniseerde instellingen voor collectieve belegging werd ervoor geopteerd dat de regels voor dergelijke instellingen aansluiten bij de regels, die op de overeenkomstige Belgische instellingen voor collectieve belegging toepasselijk zijn. Aldus dienen dergelijke instellingen voor collectieve belegging hun beleggingen uit te voeren in categorieën van beleggingen die openstaan voor Belgische instellingen voor collectieve belegging en mogen de regels inzake het beleggingsbeleid niet afwijken van de geldende regels van de overeenstemmende categorie van Belgische instellingen voor collectieve belegging. Voor controledoeleinden is het uiteraard verkieslijk dat de door de buitenlandse niet-geharmoniseerde instellingen voor collectieve belegging te respecteren regels identiek zijn aan de regels, die de overeenkomstige Belgische instellingen voor collectieve belegging moeten naleven. TITEL IV. - Wijzigings-, opheffings- en diverse bepalingen Art. 142.Artikel 142 herneemt, in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, de specifieke regels die gelden voor pensioenspaarfondsen, die erkend zijn overeenkomstig artikel 145/16 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
  18. De bepaling is analoog aan 95 van het koninklijk besluit van 4 maart
  19. Art. 143 tot
  20. De artikelen 143 tot 146, geformuleerd op grond van de machtigingsbepalingen vervat in de artikelen 76, § 3, derde lid, en 77 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, beantwoorden aan de artikelen 29 tot 31 van het koninklijk besluit van 4 maart
  21. Art. 147.Artikel 147 regelt de opheffing van het koninklijk besluit van 4 maart 1991, die in drie fasen zal plaats vinden. Art. 148.Dit artikel beoogt, rekening houdend met het volatiel karakter van de activa die een Belgische vennootschap voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven met vast kapitaal (hierna « privak ») in portefeuille heeft, eenzelfde regularisatieperiode van 12 maanden te voorzien bij niet-naleving van artikel 50 van het koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/04/1997 pub. 24/06/1997 numac 1997003229 bron ministerie van financien Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven sluiten met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven als diegene die bestaat bij niet-naleving van de artikelen 40, 41 en 43 van hetzelfde besluit. Deze bepaling wordt in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten uitgevaardigd. Art. 149.Overwegende dat het voor een privak aangewezen is beleggingen die mogelijk werden gemaakt door een kapitaalverhoging op dezelfde manier te behandelen als beleggingen die gebeurden met aanwending van het beginkapitaal, beoogt dit artikel, in uitvoering van artikel 65 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, eenzelfde overgangsperiode als bedoeld in artikel 46, lid 1, van voornoemd besluit in te stellen voor kapitaalverhogingen die na de oprichting van de privak worden doorgevoerd. Het artikel moet zo begrepen worden dat slechts dat deel van haar beleggingen dat overeenstemt met het kapitaal waarvoor reeds een overgangsperiode van vijf jaar is verlopen, moet beantwoorden aan de verplichtingen van het beleggingsbeleid die zijn opgenomen in de artikelen 40 en 41 van voornoemd koninklijk besluit. Art. 150.In dit artikel wordt een technische wijziging aangebracht die volgt uit de wijziging van artikel 46 van voornoemd koninklijk besluit. Daardoor wordt vermeden dat de evenredige omdeling waarvan sprake in de commentaar bij het vorige artikel niet alleen zou slaan op de beleggingen, maar ook op de netto-opbrengst zoals bedoeld in artikel 57 van voornoemd koninklijk besluit. Art. 151 en
  22. De instellingen voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, hun compartimenten, waarvoor, op grond van de overgangsregelingen opgenomen in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, bepaalde wetsbepalingen gelden, zijn eveneens onderworpen aan de bepalingen van dit besluit die de uitvoering van bedoelde wetsbepalingen vormen. Voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld bij de artikelen 234, § 2, en 236, § 2, van de wet van 20 juli betekent dit dat de artikelen 5 tot 7, 11 tot 26, 58, 61 tot 63, 65, 67, 75 tot 95, 113 en 114 van dit besluit toepasselijk zijn. Voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld bij artikel 235, § 2, van de wet van 20 juli betekent dit dat de artikelen 5 tot 7 en 75 tot 95 van dit besluit toepasselijk zijn. Dit besluit treedt in werking op de datum van de inwerkingtreding van de wet. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS 4 MAART
  23. - Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) zoals gewijzigd bij de Richtlijnen 88/220/EEG van 22 maart 1988, 95/26/EG van 29 juni 1995, 2000/64/EG van 7 november 2000, 2001/107/EG en 2001/108/EG van 21 januari 2002; Gelet op de Aanbeveling 2004/383/EG van de Commissie van 27 april 2004 betreffende het gebruik van financiële derivaten door instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) en de Aanbeveling 2004/384/EG van de Commissie van 27 april 2004 betreffende bepaalde gegevens die overeenkomstig schema C van bijlage I bij Richtlijn 85/611/EEG van de Raad in het vereenvoudigd prospectus moeten worden vermeld; Gelet op de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, inzonderheid op de artikelen 7, tweede lid, 8, § 2, 2°, 36, 40, § 3, 43, § 4, 44, 48, § 1, 50, § 2, 53, § 1, tweede lid, 56, 62, § 2, eerste en vijfde lid, 65, 67, § 1, tweede lid, 68, 72, 73, § 2, tweede lid, en § 3, tweede lid, 74, 76, § 3, derde lid, 77, 78, 131, tweede lid, 133, 134, eerste lid, 135 en 136, tweede lid; Gelet op het advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, gegeven op 7 december 2004; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 januari 2005; Gelet op de akkoordverbinding van Onze Minister van Begroting van 26 januari 2005; Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de Richtlijnen 2001/107/EG en 2001/108/EG de lidstaten opleggen om uiterlijk op 13 augustus 2003 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te nemen om aan deze Richtlijn te voldoen en dat deze nationale bepalingen uiterlijk op 13 februari 2004 in werking dienden te treden; dat het overigens passend is dat het uitvoeringsbesluit van de wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, dat onder meer de regelen uitwerkt die toepasselijk zijn op instellingen voor collectieve belegging die beantwoorden aan de voorwaarden van de Richtlijn 85/611/EEG, op hetzelfde ogenblik in werking treedt als de wet; dat tenslotte buitenlandse ICBE's, die in hun land van herkomst voldoen aan de voorwaarden van de gewijzigde Richtlijn 85/611/EEG, op de Belgische markt worden verhandeld, terwijl de Belgische ICBE's hun beleggingsbeleid nog niet kunnen afstemmen op de bepalingen van vermelde Richtlijn, zoals gewijzigd; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 24 januari 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I. - Algemene Bepalingen Artikel 1.Dit koninklijk besluit heeft de gedeeltelijke omzetting tot doel van de Richtlijn 2001/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van de Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen, en de omzetting van de Richtlijn 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van de Richtlijn 85/611/EEG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), betreffende beleggingen van icbe's. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de wet : de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;2° effecten : a) aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, hierna aandelen te noemen;b) obligaties en andere schuldinstrumenten, hierna obligaties te noemen;c) alle andere verhandelbare waardepapieren waarmee dergelijke effecten via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven, met uitsluiting van de in artikelen 72, 2°, en 73 bedoelde technieken en instrumenten;3° geldmarktinstrumenten : instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt verhandeld worden, liquide zijn en waarvan de waarde te allen tijde nauwkeurig kan worden vastgesteld;4° OTC-derivaten : financiële derivaten die buiten de beurs (over-the-counter) worden verhandeld;5° beheervennootschap : beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging, zoals omschreven in artikel 3, 11°, van de wet;6° Richtlijn 78/660/EEG : Vierde Richtlijn van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen;7° Richtlijn 83/349/EEG : Zevende Richtlijn van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening;8° Richtlijn 84/253/EEG : Achtste Richtlijn van de Raad van 10 april 1984 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag inzake de toelating van personen, belast met de wettelijke controle van boekhoudbescheiden;9° Richtlijn 2000/12/EG : Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen;10° Richtlijn 2001/34/EG : Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd. TITEL II. - Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die opteren voor de beleggingen die voldoen aan de Richtlijn 85/611/EEG of die beleggen in financiële

Art. 3

.De voorschriften van deze Titel gelden voor alle Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met veranderlijk aantal rechten van deelneming die hebben geopteerd voor de categorieën van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, van de wet. HOOFDSTUK I. - Bedrijfsvergunning Afdeling I. - INSCHRIJVINGSVOORWAARDEN Onderafdeling I. - Inhoud van het beheerreglement of de statuten Art. 4.Het beheerreglement of de statuten bevatten ten minste de inlichtingen als bedoeld in de bij dit besluit gevoegde bijlage D. Art. 5.De statuten van een beleggings-vennootschap kunnen voorzien in de creatie van categorieën van rechten van deelneming ter vertegenwoordiging van het vermogen van de vennootschap of, in geval van een beleggingsvennootschap met compartimenten, van de verschillende compartimenten. De aldus gecreëerde categorieën van rechten van deelneming worden hierna als « aandelenklassen » aangemerkt. Art. 6.§

  1. Het onderscheid tussen aandelenklassen beantwoordt aan : 1° de munteenheid waarin de netto-inventariswaarde van de aandelen wordt uitgedrukt, waarin de aanvragen tot uitgifte of inkoop van aandelen dan wel compartimentwijziging worden uitgevoerd of waarin eventuele uitkeringen aan de aandeelhouders plaats vinden;2° de bijdrage tot de kosten voor het waarnemen van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 9°, a), of b), van de wet of tot de kosten die aan de deelnemers ten laste worden gelegd tot dekking van de verwerving en de realisatie van de activa naar aanleiding van de uitgifte, de inkoop en compartimentwijziging;3° het tarief van de verhandelingprovisie;4° het land waar de aandelen zullen worden aangeboden;5° de identiteit van de bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de aandelen;6° de dekking van het wisselkoersrisico;7° andere objectieve elementen die door de CBFA worden aanvaard. In het geval bedoeld sub 1°, kan een bijkomend onderscheid worden gemaakt in functie van de dekking van het wisselkoersrisico. §
  2. Bij de creatie van een (sub)aandelenklasse met dekking van het wisselkoersrisico dienen de statuten te voorzien in : 1° precieze regels voor de waardering van de verrichtingen die strekken tot dekking van het wisselkoersrisico;2° precieze regels inzake de toerekening van kosten en de toewijzing van verlies en winst aan de betrokken aandelenklasse;3° het vereiste dat de indekkings-verrichtingen op precieze wijze kunnen worden toegewezen aan een bepaalde aandelenklasse;4° het vereiste dat de indekking maximaal betrekking heeft op 100 % van de waarde van de activa in de portefeuille. §
  3. In vergelijking met de bijdrage tot de kosten voor het waarnemen van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 9°, a) of b), van de wet door aandeelhouders van één of meerdere andere aandelenklassen die op één of meerdere punten van een minder gunstig regime genieten, mag de bijdrage van de aandeelhouders van een aandelenklasse niet onbestaande of verwaarloosbaar zijn. §
  4. Het onderscheid tussen aandelenklassen doet geen afbreuk aan de deelname in het resultaat van de portefeuille van de beleggingsvennootschap of het compartiment in functie van de participatie van de aandeelhouder. Art. 7.In de in artikel 6, § 1, 2° en 3°, bedoelde gevallen bepalen de statuten de objectieve criteria die worden gehanteerd om bepaalde personen toe te laten om in te schrijven op aandelen van een aandelenklasse die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime dan aandelen van één of meerdere andere aandelenklassen, dan wel om dergelijke aandelen te verwerven. De objectieve criteria bedoeld in het eerste lid hebben inzonderheid betrekking op het initiële inschrijvingsbedrag van de aandeelhouder, de minimale beleggingsperiode, het gebruikte distributiekanaal of een ander door de CBFA aanvaard objectief element. Deze objectieve criteria mogen geen afbreuk doen aan het openbaar karakter van het aanbod van de aandelen van de beleggingsvennootschap of het compartiment. De statuten bepalen welke schikkingen worden getroffen zodat steeds kan worden nagegaan of, in de in artikel 6, § 1, 2° en 3°, bedoelde gevallen, de personen die hebben ingeschreven op aandelen van een bepaalde aandelenklasse die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime, dan wel dergelijke aandelen hebben verworven, aan de gestelde criteria voldoen. Onderafdeling II. - De bewaarder Art. 8.De activa van een instelling voor collectieve belegging worden in bewaring gegeven bij een bewaarder. De personen die de bewaarder vertegenwoordigen of in feite het beleid van de bewaarder bepalen, dienen over voldoende ervaring te beschikken, in het bijzonder met betrekking tot het type van instelling voor collectieve belegging. Art. 9.§
  5. De bewaarder staat in voor de volgende taken : 1° de bewaring van de activa van de instelling voor collectieve belegging en komt hierbij de gebruikelijke verplichtingen na;2° het verrichten, in opdracht van de instelling voor collectieve belegging, van transacties met betrekking tot de activa van de instelling voor collectieve belegging evenals de inning van de dividenden en interesten uit de activa en de uitoefening van de inschrijvings- en toekenningsrechten die eraan zijn verbonden;3° de uitvoering van elke andere instructie van de instelling voor collectieve belegging, tenzij deze in strijd is met de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten, of het prospectus. §
  6. De bewaarder vergewist zich ervan dat : 1° de transacties met betrekking tot de activa van de instelling voor collectieve belegging, tijdig worden vereffend;2° de activa in bewaring overeenstemmen met de activa vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging;3° het aantal rechten van deelneming in omloop vermeld in zijn boekhouding overeenstemt met het aantal rechten van deelneming in omloop zoals vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging.4° de verkoop, de uitgifte, de inkoop, de terugbetaling en de intrekking van rechten van deelneming voor rekening van de instelling voor collectieve belegging overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten,het beheerreglement of de statuten en het prospectus geschieden;5° de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming wordt berekend overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten en het prospectus;6° de beleggingsbeperkingen bepaald in de wet, de uitvoeringsbesluiten,het beheerreglement of de statuten en het prospectus worden gerespecteerd;7° de regels inzake provisie

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.