📄 Wettekst
4 MAART 2005. - Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd heeft een dubbele draagwijdte.
Enerzijds strekt dit besluit tot omzetting van de gewijzigde Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (hierna « de Richtlijn »). Zoals gekend, werd de oorspronkelijke Richtlijn grondig gewijzigd door de Richtlijnen 2001/107/EG en 2001/108/EG van 21 januari 2002.
Anderzijds strekt dit besluit ertoe om, samen met de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, een vernieuwd kader te creëren voor de werking van de Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging, die voldoen aan de voorwaarden van de Richtlijn of die beleggen in financiële instrumenten en liquiditeiten.
Bij wijze van voorafgaande opmerking, kan men de aandacht trekken op het feit dat bij de opstelling van het ontwerp in grote mate rekening werd gehouden met de bepalingen van de Aanbeveling 2004/383/EG van de Commissie van 27 april 2004 betreffende het gebruik van financiële derivaten door instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) en de Aanbeveling 2004/384/EG van de Commissie van 27 april 2004 betreffende bepaalde gegevens die overeenkomstig schema C van bijlage I bij Richtlijn 85/611/EEG van de Raad in het vereenvoudigd prospectus moeten worden vermeld.
Alvorens de artikelen van het ontwerp van koninklijk besluit toe te lichten, worden hierna eerst een aantal preciseringen geformuleerd naar aanleiding van het advies van de Raad van State bij het ontwerp van dit besluit.
PRECISERINGEN NAAR AANLEIDING VAN HET ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE Vooreerst past het te preciseren dat over het ontwerp overleg werd gepleegd met de vertegenwoordigers van de sector van de instellingen voor collectieve belegging. Dit verklaart in belangrijke mate de tijdspanne die verlopen is tussen de vaststelling van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten en de datum waarop voorliggend besluit U ter ondertekening wordt voorgelegd.
Verder moet de aandacht worden getrokken op het feit dat dit besluit enkel beoogt om het statuut te regelen van (i) de Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met veranderlijk kapitaal, die beleggen overeenkomstig de Richtlijn en die beleggen in financiële instrumenten en liquide middelen en (ii) de buitenlandse instellingen voor collectieve belegging. Aldus wordt geen uitvoering gegeven aan de machtigingsbepalingen in de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten inzake het openbaar karakter van het aanbod, andere instellingen voor collectieve belegging dan de zojuist vermelde en het statuut van de beheervennootschap.
In zijn advies verwijst de Raad van State eveneens naar het feit dat talrijke bepalingen van het ontwerp van besluit een individuele beslissingsbevoegdheid voor de CBFA impliceren en dat in sommige gevallen de CBFA zelfs kan afwijken van de bepalingen van het besluit of deze bepalingen kan aanvullen. In het advies wordt gesteld dat dit Verslag, per bedoeld artikel, de wetsbepalingen dient te vermelden die in een dergelijke machtiging voorzien.
Teneinde herhaling te vermijden, wordt hier op algemene wijze ingegaan op deze bemerking van de Raad van State.
In het algemeen past het te wijzen op het evoluerend karakter van de financiële markten en verrichtingen zodat de reglementering terzake niet te stroef mag zijn en zodat een zekere soepelheid voor de behandeling van de dossiers noodzakelijk is. De beoordelingsbevoegdheid van de CBFA (eerder dan een « individuele beslissingsbevoegdheid » waarnaar de Raad van State verwijst) vloeit dan ook logischerwijze voort uit het feit dat zij, overeenkomstig artikel 80, eerste lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, belast is met het toezicht op de naleving van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten en zijn uitvoeringsbesluiten. Verder dient men op te merken dat de CBFA, bij de invulling van haar eventuele beoordelingsmarge, als administratieve overheid onder meer de principes van behoorlijk bestuur en gelijke behandeling van de rechtsonderhorigen dient na te leven. Ook publiceert de CBFA, met toepassing van artikel 65 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, jaarlijks een verslag over haar activiteiten.
Meer in het bijzonder kan men in het besluit vier types van bepalingen onderscheiden waarin aan de CBFA een beoordelingsbevoegdheid wordt verleend. 1. Vooreerst zijn er de bepalingen die een nieuwe materie regelen, die vaak vrij technisch van aard is.Het is aangewezen voor een aantal van dergelijke bepalingen de nodige soepelheid in te bouwen teneinde rekening te houden met conclusies die worden geformuleerd in het kader van internationale fora (zoals het Committee of European Securities Regulators). In dit verband wordt verwezen naar de bepalingen inzake risicometingsmodellen en hun toepassing (artikelen 33, § 2, derde en laatste lid, en 46, §, 2, derde en laatste lid), financiële zekerheden (artikelen 35, § 1, tweede lid, en 48, § 1, tweede lid), het voorleggen van een specifiek activiteitenprogramma bij belegging in kredietderivaten (artikelen 36, derde lid, en 49, derde lid) en berekening van een zogenaamde performance fee (artikel 58, § 4, 2°).
Ook laat de beoordelingsbevoegdheid van de CBFA toe rekening te houden met aspecten die inherent zijn aan de toepassing van de bepalingen in de praktijk, zoals bij de creatie van aandelenklassen (artikelen 6, § 1, eerste lid, 7°, en 7, tweede lid) en in geval van ontbinding/vereffening en herstructurering (artikelen 84, § 2, en 93, laatste lid). 2. Vervolgens is de appreciatiebevoegdheid van de CBFA in een aantal gevallen conform met de bepalingen van de Richtlijn of de hoger geciteerde Aanbevelingen (artikelen 32, 37, § 1, 38, 42, § 3, 45, 50, § 1, 51, 56, § 3, 70, § 3, derde lid, en 117).Vaak dient in een dergelijk geval de toezichthouder de gelijkwaardigheid van regels te beoordelen. 3. Op de derde plaats beantwoordt de appreciatiebevoegdheid van de CBFA aan de noodzaak om een soepele toepassing van de regelgeving te verzekeren.Aldus laat artikel 56 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten toe om bij het uitvaardigen van regels rekening te houden met de publicatiewijze van de betrokken stukken. In het verlengde hiervan wordt aan de CBFA de mogelijkheid verleend om in functie van het gebruikte medium een afwijking te verlenen van de toepasselijke regels inzake publiciteit (artikel 15, tweede lid), waarbij voornamelijk gedacht wordt aan audio-visuele reclame. Andere bepalingen laten de CBFA toe de gelijkwaardigheid van publicatiemiddelen of de noodzaak van bijkomende publicatie te beoordelen (artikelen 58, § 3, eerste lid, 79, laatste lid, 80, tweede lid, 91, laatste lid, 94, tweede lid, 101, eerste lid, 110, en 121, tweede lid). Ook voor het toezicht op de inschrijving en de werking van buitenlandse instellingen voor collectieve belegging die niet voldoen aan de voorwaarden van de Richtlijn dringt zich een zekere soepelheid op, onder meer bij de beoordeling van hun organisatie (artikelen 123, 126, tweede lid, 131 tot 133, en 136, tweede lid). 4. Tenslotte vormt de beoordelingsbevoegdheid van de CBFA in sommige gevallen de toepassing van een in de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten aan de CBFA opgedragen opdracht.In deze zin hecht de CBFA haar goedkeuring aan de vervanging van een bewaarder overeenkomstig artikel 49, derde lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten. Doch, teneinde te verzekeren dat een ingeschreven instelling steeds een bewaarder heeft, kan de opdracht van de bewaarder niet worden beëindigd tenzij in zijn vervanging wordt voorzien (artikel 10).
In navolging van een bemerking van de Raad van State werden de verwijzingen naar de reglementen, die de CBFA met toepassing van artikel 64 van de wet van 2 augustus treft, weggelaten en desgevallend in de bespreking van het betrokken artikel hernomen. Dergelijke weglatingen brengen geen wijziging van het ontwerp van besluit met zich mee aangezien de reglementaire bevoegdheid van de CBFA, omschreven in vermeld artikel 64, een zelfstandige bevoegdheid is.
Eveneens in navolging van een bemerking van de Raad van State wordt in bijlage een concordantietabel opgenomen, voor wat de omzetting van de Richtlijn door dit besluit betreft. Voor wat de omzetting van de Richtlijn door de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten betreft, kan verwezen worden naar de bijlage, opgenomen in de Parlementaire Stukken van de Kamer voor de zittingsperiode 2003-2004 (gecombineerd document 909/001 en 910/001, p. 239-251).
ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING TITEL I. - Algemene Bepalingen Artikel 1.Artikel 1 verduidelijkt dat het besluit strekt tot gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2001/107/EG en tot omzetting van de Richtlijn 2001/108/EG. De machtigingsbepalingen aan de Koning die de omzetting van vermelde Richtlijnen mogelijk maken, liggen vervat in de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. Art. 2.Artikel 2 herneemt een aantal definities. In dit kader kan worden opgemerkt dat de definities, opgesomd in artikel 3 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, ook gelden voor dit besluit.
De definitie van « effecten » zet artikel 1, § 8, van de Richtlijn om.
In dit kader kan men opmerken dat warranten moeten worden aangemerkt als « verhandelbare waardepapieren waarmee dergelijke effecten via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven ». Bovendien dient een warrant voor de berekening van het globale risico als een derivaat te worden beschouwd.
TITEL II. - Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die opteren voor de beleggingen die voldoen aan de Richtlijn 85/611/EEG of die beleggen in financiële instrumenten en liquide middelen Art. 3.Artikel 3 omschrijft het toepassingsgebied van Titel II : de Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met veranderlijk aantal rechten van deelneming die beantwoorden aan de voorwaarden van de Richtlijn of die hebben geopteerd voor de categorie van toegelaten beleggingen « financiële instrumenten en liquide middelen ». HOOFDSTUK I. - Bedrijfsvergunning Afdeling I. - Inschrijvingsvoorwaarden
Onderafdeling I. - Inhoud van het beheerreglement of de statuten Art. 4.Dit artikel verwijst naar bijlage D voor de minimale inhoud van het beheerreglement of de statuten, die de Koning op grond van artikel 44 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten kan bepalen.
Art. 5 en 6. De artikelen 5 en 6 zijn uitgevaardigd op grond van artikel 8, § 2, 2°, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
Artikel 5 betreft de mogelijkheid voor een beleggingsvennootschap om aandelenklassen te creëren. Deze mogelijkheid bestaat desgevallend op het niveau van het compartiment.
Artikel 6 omschrijft de criteria tot onderscheid tussen aandelenklassen. Deze criteria zijn op limitatieve wijze opgesomd en hebben, rechtstreeks of onrechtstreeks, betrekking op de munteenheid waarin de aandelenklassen zijn uitgedrukt of de toegerekende provisies en kosten. Niettemin kan de CBFA andere objectieve elementen aanvaarden naast deze die werden opgesomd. Specifieke regelen gelden bij de creatie van een (sub)aandelenklasse met dekking van het wisselkoersrisico.
Overigens is het duidelijk dat de bijdrage tot de kosten voor het beheer van de beleggingsportefeuille en/of het administratief beheer door aandeelhouders van één of meerdere andere aandelenklassen niet onbestaande of symbolisch mag zijn.
Uiteraard mag het onderscheid tussen aandelenklassen geen afbreuk doen aan de deelname in het resultaat van de portefeuille van de beleggingvennoot-schap of het compartiment in functie van de participatie van de aandeelhouder. s Art. 7.Indien de onderscheiden aandelenklassen op verschillende wijze bijdragen tot de kosten voor het beheer van de beleggingsportefeuille en/of het administratief beheer of voor het tarief van de verhandelingprovisie, dienen de statuten bepaalde preciseringen te bevatten. Zoals reeds hoger aangemerkt is de Koning, overeenkomstig artikel 44 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, bevoegd om de minimuminhoud vast te leggen van het beheerreglement of de statuten van een instelling voor collectieve belegging en kan Hij, overeenkomstig artikel 8, § 2, 2°, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, aandelenklassen creëren.
In het hoger omschreven geval bepalen de statuten de objectieve criteria die worden gehanteerd om bepaalde personen toe te laten om in te schrijven op aandelen van een aandelenklasse die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime, dan wel om dergelijke aandelen te verwerven. De statuten bepalen eveneens welke schikkingen worden getroffen zodat steeds kan worden nagegaan of de personen die hebben ingeschreven op aandelen van een bepaalde aandelenklasse die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime, dan wel dergelijke aandelen hebben verworven, aan de statutair gestelde criteria voldoen.
Uiteraard mag de creatie van aandelenklassen geen afbreuk doen aan het openbaar karakter van het aanbod van de aandelen van de beleggingsvennootschap of het compartiment.
Onderafdeling II. - De bewaarder Art. 8 tot 10. De artikelen 8 tot 10 van het besluit werden genomen in uitvoering van artikel 48, § 1, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
De activa van een instelling voor collectieve belegging moeten in bewaring worden gegeven bij een bewaarder. Bijgevolg kan de opdracht van de bewaarder slechts worden beëindigd wanneer de CBFA haar goedkeuring heeft verleend aan de vervanging van de bewaarder of wanneer de instelling voor collectieve belegging niet langer op de lijst is ingeschreven.
De bewaarder dient een aantal materiële taken te vervullen, die zijn omschreven in artikel 9, § 1. Daarnaast vervult de bewaarder de controletaken die zijn omschreven in artikel 9, § 2. De omschrijving van deze taken sluit aan bij de artikelen 7, lid 3, en 14, lid 3, van de Richtlijn.
In antwoord op een bemerking van de Raad van State kan worden opgemerkt dat artikel 8, tweede lid, de omzetting vormt van artikel 4, lid 3, alinea 2 en 3, van de Richtlijn, dat ervaring van de bestuurders van de bewaarder vergt « met betrekking tot het type icbe dat zij moeten beheren »; de ervaring wordt dus vereist voor een sub-type van een instelling voor collectieve belegging die beantwoordt aan de Richtlijn (bijvoorbeeld een instelling waarvan het beleggingsbeleid een veelvuldig gebruik van derivaten impliceert).
Artikel 49, eerste lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten vergt enkel ervaring met betrekking tot de algemeen opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen. Afdeling II. - Prospectus over het openbaar aanbod van effecten en
stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten Onderafdeling I. - Prospectus en vereenvoudigd prospectus Art. 11 en 12. De inhoud van het prospectus en het vereenvoudigd prospectus wordt respectievelijk omschreven in de bijlage A en B. Deze bepalingen werden uitgevaardigd in uitvoering van artikel 56, 1° en 2°, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
De hoger bedoelde bijlagen sluiten aan bij de bepalingen van de Richtlijn en van de hoger geciteerde Aanbeveling 2004/383/EG. Bij de omschrijving van de inhoud van het prospectus, vervat in bijlage A, werd dezelfde structuur als voor de omschrijving van de inhoud van het vereenvoudigd prospectus weerhouden. Inhoudelijk werden de punten, die overeenkomstig de bepalingen van de Aanbeveling 2004/383/EG in het vereenvoudigd prospectus moeten worden opgenomen, doch die niet in het prospectus moeten worden vermeld, eveneens in de minimale inhoud van het prospectus verwerkt.
Indien een bevek compartimenten heeft, wordt het (vereenvoudigd) prospectus opgesteld per compartiment. In dit geval worden de bepalingen inzake de informatieverstrekking over de instelling voor collectieve belegging of de beleggingsvennootschap, voor zover mogelijk, toegepast op het betrokken compartiment.
Het beheerreglement of de statuten worden bij het prospectus gevoegd.
Bijgevolg dient het prospectus de gegevens die in deze documenten voorkomen, niet te herhalen.
De gegevens in het (vereenvoudigd) prospectus, zoals het rendement en het totale-kostenpercentage, moeten worden bijgewerkt binnen een maand na de publicatie van het jaarverslag. Art. 13.Artikel 13 vormt de uitvoering van artikel 56, 3°, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten en verduidelijkt dat de belegger op basis van het vereenvoudigde prospectus, dat hem kosteloos moet worden aangeboden, kan inschrijven.
Bovendien moet de belegger het prospectus, het beheerreglement of de statuten alsmede het laatst gepubliceerde jaar- en halfjaarlijks verslag, vóór de inschrijving op de rechten van deelneming, kosteloos kunnen verkrijgen. Art. 14.Met het oog op administratieve vereenvoudiging voorziet artikel 53, § 1, tweede lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten in een regeling, waarbij door de Koning te bepalen bijwerkingen van het (vereenvoudigd) prospectus niet aan de voorafgaande goedkeuring van de CBFA moeten worden onderworpen. Artikel 14 van het ontwerp somt exhaustief de punten op die in het kader van deze regeling kunnen worden bijgewerkt.
Uiteraard doet deze regeling geen afbreuk aan de toepassing van andere bepalingen van de wet en van het besluit. Bij wijze van voorbeeld kan men verwijzen naar artikel 29, derde lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, dat voor een instelling voor collectieve belegging de verplichting inhoudt om onverwijld aan de CBFA de nodige gegevens over te maken opdat haar inschrijvingsdossier permanent zou bijgewerkt zijn.
Onderafdeling II. - Berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging Art. 15 tot 26. De bepalingen van de Onderafdeling II hebben betrekking op berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging. Deze bepalingen worden uitgevaardigd op basis van de machtiging aan de Koning, bedoeld bij artikel 56, 1°, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
De hoger bedoelde stukken dienen een wervend karakter te hebben.
Anderzijds wordt in principe geen onderscheid gemaakt in functie van het gebruikte medium, zij het dat de CBFA afwijkingen kan toestaan, bijvoorbeeld voor audiovisuele reclame.
Inhoudelijk sluiten de bepalingen van deze Onderafdeling aan bij de richtsnoeren, toegelicht in de circulaire van de CBF ICB/1/93 van 20 juli 1993 over de commercialisering in België van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging en die de CBFA momenteel hanteert bij het verlenen van haar goedkeuring aan publicaties, stukken en reclame, overeenkomstig artikel 22, § 1, van het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging.
Op te merken valt dat overeenkomstig artikel 25, berichten, reclame en andere stukken ook betrekking kunnen hebben op andere financiële producten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, voor zover deze informatie naar de vorm en inhoudelijk goed is afgescheiden van de informatie aangaande de rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging. Dit impliceert dat naar de vorm de informatie is opgenomen in een andere rubriek of op een andere bladzijde wordt weergegeven. Inhoudelijk moet het verschil tussen rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging en de andere aangeboden financiële producten worden verduidelijkt. HOOFDSTUK II. - Bedrijfsuitoefening Afdeling I. - Beleggingsbeleid
Onderafdeling I. - Algemeen Art. 27 tot 30. De artikelen 27 tot 30 bevatten, in uitvoering van artikel 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, algemene bepalingen inzake het beleggingsbeleid : - indien compartimenten werden gecreëerd, gelden de bepalingen van deze Afdeling en artikel 69 voor ieder van deze compartimenten; - er dient overeenstemming te zijn tussen de daadwerkelijke beleggingen en het vooropgestelde beleggingsdoel en -beleid; - een instelling voor collectieve belegging mag geen edele metalen of financiële instrumenten die dergelijke metalen vertegenwoordigen, verwerven.
Belangrijk is de benadering voor de behandeling van derivaten, die in artikel 29 vervat ligt. Wanneer een effect of een geldmarktinstrument een derivaat omvat (een zogenaamd « embedded derivative »), dient dit derivaat te voldoen aan de bepalingen van artikel 32, § 1, 8°, of artikel 45, § 1, 8°. Dit houdt in dat het onderliggend actief van dit derivaat een toegelaten belegging moet zijn. Tot slot kan men opmerken dat artikel 29 in uitvoering van artikel 7 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten wordt geformuleerd.
Onderafdeling II. - Instellingen voor collectieve belegging die beantwoorden aan de voorwaarden van de Richtlijn 85/611/EEG Art. 32.Artikel 32, dat de toegelaten beleggingen van een instelling voor collectieve belegging opsomt, strekt ertoe artikel 19 van de Richtlijn om te zetten en is genomen in uitvoering van artikel 7 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
Inzake OTC-derivaten wordt gepreciseerd dat deze instrumenten steeds onderworpen zijn aan een betrouwbare en verifieerbare dagelijkse waardering. Aldus wordt gegarandeerd dat de beheerder continu de waardering van de OTC-derivaten kan opvolgen zodat hij, indien nodig, kan optreden zelfs indien op dat ogenblik geen netto-inventariswaarde moet worden berekend en gepubliceerd. Het ligt voor de hand dat de beheerder, die OTC-derivaten in de portefeuille van een instelling voor collectieve belegging opneemt, behoorlijk moet uitgerust zijn om in te staan voor de opvolging van dergelijke instrumenten.
Inzake de specifieke beleggingsmogelijkheid, bepaald in artikel 32, § 2, moet worden opgemerkt dat deze enkel betrekking heeft op de effecten bedoeld bij artikel 32, § 1, 1° tot 4°, en op de geldmarktinstrumenten bedoeld bij artikel 32, § 1, 9°. In verband met dit punt dient men op te merken dat de markten geviseerd in artikel 32, § 1, 9°, b), (ii), deze zijn waartoe de emittenten van de geviseerde geldmarktinstrumenten zijn toegelaten. De omschrijving van deze markten is beperkter dan de markten geviseerd bij artikel 32, § 1, 1°, 2° en 3°. Art. 33.Artikel 33 strekt ertoe artikel 21, lid 3, van de Richtlijn om te zetten. Deze omzetting vindt plaats in uitvoering van artikel 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
Bij de opstelling van dit artikel werden in belangrijke mate de preciseringen inzake de berekening van het globaal risico, vervat in de hoger geciteerde Aanbeveling 2004/383/EG, in acht genomen.
Gelet op de mogelijke evoluties voor wat methodes van risicometing betreft, moet melding worden gemaakt van de mogelijkheid in hoofde van CBFA om, bij wijze van reglement, vastgesteld overeenkomstig artikel 64 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, modaliteiten te bepalen om het totale risico (maximum exposure) te berekenen en voorwaarden te formuleren waaraan een value-at-risk approach of een intern risicometingsmodel dienen te voldoen. Art. 34.Artikel 34, dat de beleggingslimieten bepaalt, strekt tot omzetting van artikel 22 van de Richtlijn. Deze omzetting vindt plaats in uitvoering van artikel 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
De regeling van de beleggingslimieten voor derivaten sluit aan bij de bepalingen van de hoger geciteerde Aanbeveling 2004/383/EG. Tenslotte kan men erop wijzen dat informatie over de obligaties bedoeld bij artikel 34, § 4, kan worden geconsulteerd op de website van de Europese Commissie. Art. 35.In overeenstemming met de bepalingen van de Aanbeveling 2004/383/EG kunnen financiële zekerheden, te belope van hun reële waarde, onder bepaalde voorwaarden in aanmerking worden genomen voor een vermindering van het tegenpartijrisico. Ook artikel 35 werd op grond van artikel 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten uitgevaardigd. Art. 36.Met het oog op beleggersbescherming, bepaalt artikel 36 een specifieke limiet en bijzondere voorwaarden voor het geval dat een instelling voor collectieve belegging contracten afsluit, die financiële derivaten uitmaken en betrekking hebben op een kredietrisico. Deze bepaling wordt genomen in uitvoering van de artikelen 36, 40, § 3, en 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
Gelet op de specifieke aard van dergelijke contracten dient de beheerder van de instelling voor collectieve belegging een activiteitenprogramma aan de CBFA voor te leggen en aan te tonen dat hij over de vereiste bevoegdheden en over een passende organisatie beschikt. De CBFA kan, wanneer zulks aangewezen is, bij reglement genomen conform artikel 64 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, bepalen welke gegevens in dit activiteitenprogramma moeten worden verstrekt. Art. 37.Artikel 37 regelt, in uitvoering van de artikelen 7 en 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, de zogenaamde index funds en strekt ertoe artikel 22bis van de Richtlijn om te zetten. Het beleggingsbeleid van dergelijke instellingen voor collectieve belegging is gericht op het volgen van de samenstelling van een door de CBFA aanvaarde aandelen- of obligatie- index.
Op te merken valt dat artikel 37 niet toelaat om af te wijken van de toepasselijke beleggingslimieten wanneer het beleggingsbeleid van een instelling voor collectieve belegging erop gericht de samenstelling van een door de beheerder zelf samengestelde korf van financiële instrumenten te volgen.
Bij het volgen van de samenstelling van een index dient de instelling voor collectieve belegging niet noodzakelijk alle samenstellende instrumenten van de index in de portefeuille op te nemen. Een kleine afwijking (een zogenaamde tracking error) van de samenstelling van de index kan worden aanvaard. De mate waarin een dergelijke afwijking toelaatbaar is, hangt af van de aard en de kenmerken van de gevolgde index. Art. 38.Artikel 38 bepaalt, in uitvoering van de artikelen 7 en 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, minder strenge beleggingslimieten indien de instelling voor collectieve belegging belegt in overheidspapier.
Vermeld artikel zet artikel 23, lid 1, van de Richtlijn om. Art. 39.Artikel 39 regelt, in uitvoering van de artikelen 7 en 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, de belegging door een instelling voor collectieve belegging in rechten van deelneming van een andere instelling voor collectieve belegging. Artikel 39 strekt ertoe artikel 24, leden 1 en 2, van de Richtlijn om te zetten. Art. 40.Artikel 40 bevestigt, in uitvoering van artikel 7 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, dat een instelling voor collectieve belegging kan beleggen in rechten van deelneming uitgegeven door een openbare instelling voor collectieve belegging naar Belgisch of buitenlands recht met vast aantal rechten van deelneming of door een openbare instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen naar Belgisch of buitenlands recht.
Dergelijke rechten van deelneming worden immers beschouwd als effecten, in de zin van artikel 2, 2°, a). Dit impliceert onder meer dat de betrokken rechten van deelneming moeten voldoen aan de voorwaarden gesteld bij artikel 32, § 1, 1° tot 4°, en dat, bij belegging in dergelijke rechten van deelneming, de beleggingslimieten voor effecten moeten worden gerespecteerd.
Niettemin dienen de betrokken onderliggende buitenlandse instellingen voor collectieve belegging te beleggen in de categorieën van toegelaten beleggingen die eveneens openstaan voor de Belgische instellingen voor collectieve beleggingen. Art. 41.Artikel 41 strekt ertoe artikel 25 van de Richtlijn om te zetten. Deze bepaling wordt in uitvoering van artikel 67, § 1, tweede lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten uitgevaardigd.
Artikel 41, § 1, inzake het verbod tot het uitoefenen van invloed op een emittent door een instelling voor collectieve belegging, neemt vrij letterlijk artikel 25, lid 1, van de Richtlijn over.
Teneinde de liquiditeit van de portefeuille te garanderen, beperkt artikel 41, § 2, het percentage van bepaalde financiële instrumenten dat een instelling voor collectieve belegging kan verwerven.
Voor beide paragrafen van artikel 41 gelden een aantal uitzonderingen.
Art. 42 en 43. De artikelen 42 en 43 zetten artikel 26 van de Richtlijn om. Artikel 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten vormt de machtiging aan de Koning om deze artikelen uit te vaardigen.
In bepaalde, vrij punctuele gevallen dienen de voorschriften van de Onderafdeling II toch niet te worden nageleefd, zoals bij de uitoefening van inschrijvingsrechten die verbonden zijn aan de effecten en geldmarktinstrumenten die de instelling voor collectieve belegging houdt of voor een nieuwe instelling voor collectieve belegging.
Onderafdeling III. - Instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die beleggen in financiële instrumenten en liquide middelen Art. 44 tot 57. De bepalingen van deze Onderafdeling zijn analoog aan de artikelen 31 tot 43.
Bij de opstelling van het besluit werd er immers van uitgegaan dat een zelfde bescherming diende te gelden voor deelnemers die zouden beleggen in een instelling voor collectieve belegging die beantwoordt aan de Richtlijn als voor deelnemers die zouden beleggen in een instelling voor collectieve belegging die geopteerd heeft voor de categorie van toegelaten beleggingen « financiële instrumenten en liquide middelen ».
Niettemin dient men drie belangrijke verschilpunten met de bepalingen van Onderafdeling II aan te stippen.
Vooreerst laat artikel 46, § 3, tweede lid, toe dat de naleving van de beleggingslimieten enkel wordt nagegaan op het ogenblik van inschrijving, indien men te maken heeft met een instelling voor collectieve belegging waarvan het beleggingsbeleid is gericht op de verwezenlijking bij vervaldag van een vooropgesteld rendement middels het gebruik van bepaalde technieken of derivaten en waarvan de deelnemers, overeenkomstig artikel 68, genieten van een kapitaalgarantie of kapitaalbescherming.
Ten tweede wordt een bijzondere regeling uitgewerkt voor instellingen voor collectieve belegging met kapitaalgarantie of kapitaalbescherming en waarvan het beleggingsbeleid is gericht op de verwezenlijking bij vervaldag van een vooropgesteld rendement, middels het gebruik van bepaalde technieken of derivaten, dat beantwoordt aan de evolutie van een fund of hedge funds, index of een korf van hedge funds.
Tenslotte wordt voor een belegging in deposito's niet vereist dat deze onmiddellijk opeisbaar zijn of kunnen worden opgevraagd en dat zij binnen een periode van ten hoogste twaalf maanden vervallen. Afdeling II. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Onderafdeling I. - Provisies en kosten Art. 58.Artikel 58, geformuleerd in uitvoering van de artikelen 56, 1°, 65 en 68 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, is analoog aan artikel 13 van het koninklijk besluit van 4 maart 1991, zij het dat de goedkeuring van de provisies en kosten door de CBFA niet langer vereist is.
Wel zal de CBFA jaarlijks overgaan tot de publicatie van een globaal overzicht van de provisies en kosten, zoals hernomen in het prospectus van de instellingen voor collectieve belegging die aan Titel II van het besluit onderworpen zijn. Ook worden specifieke regels voor prestatievergoedingen bepaald. Art. 59.Artikel 59, § 1, zet artikel 24, lid 3, eerste onderdeel, van de Richtlijn om. Artikel 59, § 2, herneemt een analoge regeling voor de beheervergoeding. Artikel 59 wordt uitgevaardigd in uitvoering van artikel 65 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten. Art. 60.Artikel 60 vormt de uitvoering van artikel 74, 3°, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten en is analoog aan artikel 16 van het koninklijk besluit van 4 maart 1991.
Op grond van artikel 60 kan wel een vast bedrag tot dekking van de administratieve kosten voor de ondernemingen die voor de verhandeling van de rechten van deelneming zorgen in rekening worden gebracht bij uitgifte, inkoop en compartimentwijziging.
Tenslotte kan bij inkoop een bedrag worden afgehouden teneinde praktijken van market timing tegen te gaan. Art. 61.De regeling vervat in artikel 61 wordt getroffen op grond van de machtigingen aan de Koning vervat in de artikelen 56, 1°, 65, 68 en 76, § 3, derde lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten. Op grond van deze regeling kan een beheerder slechts onder bepaalde voorwaarden soft commissions van een makelaar ontvangen.
Belangrijk in dit kader zijn de voorwaarden dat het ontvangen van de soft commissions geen afbreuk mag doen aan het principe van de best execution en dat terzake voldoende informatie wordt verstrekt.
Uit het rapport « Fees and Commissions within the CIS and Asset Manager Sector : Summary of Answers to Questionnaire » van het Technisch Comité van IOSCO, p. 15 ( te consulteren op www.iosco.org) blijkt dat in de meeste landen, waarop het onderzoek betrekking had, soft commissions worden toegelaten, zij het binnen een specifiek wettelijk kader. Art. 62.Artikel 62 stelt, in uitvoering van de artikelen 56, 1°, 65, 68 en 76, § 3, derde lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten, bepaalde vereisten indien de beheerder van de beleggingsportefeuille van een instelling voor collectieve belegging zijn vergoeding deelt met een andere partij, die eveneens beheerdiensten in de ruime zin van het woord (waaronder administratief beheer en verhandeling) aan de instelling voor collectieve belegging verleent. Onder deze regeling vallen onder meer retrocessies van de beheervergoeding aan mandatarissen, die voor een specifiek aspect van het beheer instaan, of retrocessies van de beheervergoeding aan de distributeurs en de eventuele sub-distributeurs van de instelling voor collectieve belegging.
Deze bepaling sluit aan bij de Aanbeveling 2004/384/EG, die evenwel geen uitspraak doet over de toelaatbaarheid van bepaalde vergoedingen, doch enkel aspecten van informatieverstrekking in het vereenvoudigd prospectus regelt.
Men stelt vast dat onder de omschrijving van fee sharing in de Aanbeveling ook regelingen vallen, waarbij makelaarslonen door de makelaar worden gedeeld met de beheerder (hard commissions).
Doch, teneinde te vermijden dat de beheerder een makelaar kiest op grond van overwegingen die vreemd zijn aan het principe van de best execution, is het verbod op hard commissions aangewezen. Bovendien wordt het ontvangen van hard commissions in een belangrijk aantal jurisdicties niet getolereerd (cfr. het Verslag van het Technisch Comité van IOSCO « Fees and Commissions within the CIS and Asset Manager Sector : Summary of Answers to Questionnaire » van september 2003, p. 17, te consulteren op www.iosco.org).
In deze zin bepaalt artikel 61 dan ook dat een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in principe geen voordeel van een makelaar mag ontvangen, dat betrekking heeft op de kosten voor portefeuilletransacties van de instelling voor collectieve belegging (met uitzondering van soft commissions). Art. 63.Met het oogmerk om transparantie te creëren, bepaalt artikel 63 dat het prospectus vermeldt dat de personen die instaan voor het beheer van de beleggingsportefeuille of de personen die het administratief beheer waarnemen, hun vergoeding betaald door de instelling voor collectieve belegging, kunnen delen met deelnemers van de instelling voor collectieve belegging, inzonderheid in functie van de omvang van hun beleggingen. Deze bepaling wordt uitgevaardigd op grond van artikel 56, 1°, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
Onderafdeling II. - Voorkoming van belangenconflicten Art. 64.Artikel 64 herneemt een verbod in hoofde van bepaalde personen, die nauw betrokken zijn bij de werking van de instelling voor collectieve belegging, om op te treden als tegenpartij in buiten-beursverrichtingen, met name verrichtingen die plaatsvinden buiten een markt, zoals bedoeld in artikel 32, § 1, 1°, 2° of 3°, en artikel 45, § 1, 1°, 2° of 3°, van het besluit, met betrekking tot effecten voor rekening van de instelling voor collectieve belegging.
Dit verbod wordt geformuleerd in uitvoering van de artikelen 50, § 2, 65 en 68 van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten.
Deze verbodsbepaling doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een instelling voor collectieve belegging om in te schrijven op effecten waarvan het openbaar aanbod is opgedragen aan de geviseerde personen.
Art. 65 en 66. De toegelaten verrichtingen, zoals bijvoorbeeld buiten-beursverrichtingen die geen betrekking hebben op effecten, evenals de inschrijving op effecten bij een persoon, bedoeld bij artikel 64, § 1, eerste lid, in het kader van een openbaar aanbod, worden in het jaarverslag besproken. Artikel 76, § 3, derde lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
10/08/2004
numac
2004003323
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor a …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.