📄 Wettekst
VLAAMSE OVERHEID
4 JULI 2008. - Decreet betreffende het onderwijs XVIII (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XVIII HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling Artikel I.1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Afdeling I. - Decreet basisonderwijs Artikel II.1 In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 22 december 2000, 13 juli 2001, 28 juni 2002, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 7 juli 2006, 22 juni 2007 en 6 juli 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het punt 14°bis, ingevoegd bij het
decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten4 en impliciet opgeheven bij decreet van 6 juli 2007, wordt opnieuw ingevoegd, als volgt : « 14°bis extra-uren : uren die toegekend zijn in het kader van tijdelijke projecten;»; 2° een punt 14ter wordt ingevoegd dat luidt als volgt : « 14°ter extra-murosactiviteiten : activiteiten die plaatsvinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen.Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder; ».
Artikel II.2 Aan artikel 68, § 1, 3°, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Dit punt is niet van toepassing op de scholen van het buitengewoon basisonderwijs type 5. ».
Artikel II.3 In artikel 124 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden « verscheidene vestigingsplaatsen » en de woorden « worden de leerlingen » de woorden « , de scholen voor buitengewoon onderwijs van het type 5 uitgezonderd, » ingevoegd.
Artikel II.4 In artikel 125quinquies van hetzelfde decreet wordt § 4ter vervangen door wat volgt : « § 4ter. Tijdens voormelde periode van zes schooljaren kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, in die zin dat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen.
Uitstap uit de scholengemeenschap kan : 1° indien de scholengemeenschap minder dan 900 gewogen regelmatige leerlingen telt op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;of 2° indien een school door een schoolbestuur van een andere groep zoals bepaald in artikel 3, 21°, wordt overgenomen en mits alle schoolbesturen, behorende tot de scholengemeenschap instemmen met de uitstap. Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging is tot stand gekomen. ».
Artikel II.5 In artikel 125novies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2 en gewijzigd bij de decreten van 15 december 2006, van 22 juni 2007 en van 13 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er worden een punt 1°bis, 1°ter en 1°quater ingevoegd, die luiden als volgt : « 1°bis maakt afspraken over het zorgbeleid in de scholen van de scholengemeenschap; 1°ter maakt afspraken over de aanwending van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend aan de scholengemeenschap zoals bepaald in artikel 125duodecies1; 1°quater duidt een personeelslid aangesteld in het ambt van zorgcoördinator aan als aanspreekpunt, voor de overheid, voor de kleuterparticipatie binnen de scholengemeenschap; »; 2° punt 3°bis, ingevoegd bij het
decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten4, wordt opgeheven. Artikel II.6 In artikel 125decies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 2° wordt geschrapt;2° in punt 3° wordt het getal « 172bis » vervangen door het getal « 172 ». Artikel II.7 In hetzelfde decreet wordt artikel 125duodecies1, ingevoegd bij het
decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten4, vervangen door wat volgt : « Artikel 125duodecies1 § 1. De scholengemeenschap ontvangt jaarlijks een door de regering vastgelegde puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid. Deze puntenenveloppe kan enkel voor dit doel, zoals omschreven in artikel 153septies, aangewend worden.
Bij het vastleggen van de berekeningswijze van deze puntenenveloppe neemt de regering volgende principes in acht : 1° elke scholengemeenschap ontvangt per school voor gewoon basisonderwijs dat de scholengemeenschap telt op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar een sokkel aan punten;2° de overige punten worden lineair toegekend op basis van de leerlingenaantallen in het gewoon basisonderwijs en het aantal kleuters in het buitengewoon basisonderwijs binnen de scholengemeenschap. Voor de lineaire toekenning wordt er een puntengewicht vastgelegd voor : a) kleuters in het gewoon basisonderwijs;b) kleuters in het buitengewoon basisonderwijs;c) leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs. § 2. Bij het tellen van de leerlingen voor deze puntenenveloppe gelden de volgende regels : 1° in het gewoon basisonderwijs worden alleen de regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar geteld;2° in afwijking van 1° worden voor de CKG-scholen de leerlingen geteld op basis van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari;3° in het buitengewoon basisonderwijs worden alleen de regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar geteld;4° in afwijking van punt 3°, worden in de scholen voor type 5 de kleuters geteld op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari. § 3. Maximaal 10 % van de puntenenveloppe kan aangewend worden voor het aanstellen van personeelsleden die een beleidsondersteunende functie, in het kader van het zorgbeleid zoals omschreven in artikel 153septies, uitoefenen ten behoeve van de scholengemeenschap. Van dit percentage kan na akkoord in het bevoegd lokaal comité worden afgeweken. § 4. De scholengemeenschap kent, tijdens de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011, aan elke school van de scholengemeenschap jaarlijks minimum het aantal punten toe dat de school, op basis van haar leerlingenaantal op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, kon inrichten op basis van de berekeningswijze, geldig tijdens het schooljaar 2007-2008 voor de puntenenveloppe toegekend voor een personeelsomkadering ter ondersteuning van het op school gevoerde zorgbeleid. § 5. De verdeling van de puntenenveloppe door de scholengemeenschap mag niet tot gevolg hebben dat bijkomende personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking moeten worden gesteld, tenzij ze onmiddellijk kunnen gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledige schooljaar. § 6. De regering bepaalt de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de puntenenveloppe betrekkingen kunnen worden ingericht en bepaalt op welke wijze de omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen gebeurt. ».
Artikel II.8 In artikel 130, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, worden de woorden « de puntenenveloppe ter ondersteuning en coördinatie van het zorgbeleid in het gewoon basisonderwijs » vervangen door de woorden « de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid ».
Artikel II.9 In artikel 138, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 28 juni 2002, 7 juli 2006 en 22 juni 2007, wordt een punt 3°bis ingevoegd dat luidt als volgt : « 3°bis lestijden voor de opvang van gewezen anderstalige nieuwkomers; ».
Artikel II.10 In artikel 139, in hetzelfde decreet gewijzigd bij het
decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, wordt tussen de woorden « in artikel 138, 1°, 2°, 3°, en de woorden « 4°, 5° en 7° », de woorden « 3°bis, » ingevoegd.
Artikel II.11 In artikel 139bis van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In § 1 worden 1° en 5° vervangen door wat volgt : « 1° het gezin ontvangt één of meerdere schooltoelage(n) zoals bedoeld in artikel 5, punt 34°, van het
decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;5° de taal die de leerling in het gezin spreekt, dit is de taal die de leerling spreekt met moeder, vader, broers of zussen, is niet het Nederlands.Die taal is niet het Nederlands indien de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met drie gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximum één gezinslid het Nederlands spreekt.
Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd. »; 2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Het beantwoorden aan de in § 1, 4° en 5°, bedoelde gelijkekansenindicatoren wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer door de ouders. Deze documenten of verklaringen worden ten minste vijf jaar bewaard in de school. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het beantwoorden aan de in § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt vastgesteld en legt de procedure vast volgens dewelke de gegevens worden gemeld aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Zij houdt daarbij rekening met de vigerende regelgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ».
Artikel II.12 In artikel 139ter van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° op 1 februari van het voorafgaand schooljaar ten minste 10 % regelmatige leerlingen tellen die beantwoorden aan één of meer van de in artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren waarbij het aantal regelmatige leerlingen die enkel en alleen beantwoorden aan de in artikel 139bis, § 1, 1° of 1° en 5°, bedoelde gelijkekansenindicatoren wordt vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering bepaalde coëfficiënt, die ten minste gelijk is aan 0,1 en ten hoogste gelijk is aan 1; en ».
Artikel II.13 In hetzelfde decreet wordt een artikel 139ter1 ingevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 139ter1 In afwijking van artikel 139bis, § 1, 1°, geldt voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 de volgende gelijkekansenindicator : het gezin leeft van een vervangingsinkomen zoals vastgelegd op de eerste schooldag van februari van 2005. ».
Artikel II.14 In artikel 139quater, § 1, van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° de in artikel 139ter bedoelde scholen worden gerangschikt volgens het percentage leerlingen die beantwoorden aan één of meer van de in artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren, waarbij het aantal regelmatige leerlingen die enkel en alleen beantwoorden aan de in artikel 139bis, § 1, 1° of 1° en 5°, bedoelde gelijkekansenindicatoren wordt vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering bepaalde coëfficiënt, die ten minste gelijk is aan 0,1 en ten hoogste gelijk is aan 1.Binnen eenzelfde percentage worden de scholen volgens het absoluut aantal van deze leerlingen gerangschikt; ».
Artikel II.15 In hetzelfde decreet wordt in artikel 139octies, in § 1, het derde lid vervangen door wat volgt : « Bij negatieve evaluatie verliest de school het recht op de in artikel 139ter bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende periode van drie opeenvolgende schooljaren tenzij de school een engagement tot remediëring aangaat. In dat geval krijgen ze de helft van het aantal aanvullende lestijden waarop ze in geval van een positieve evaluatie recht zouden hebben.
Een engagement tot remediëring moet aan volgende voorwaarden voldoen : 1° de scholen verbinden er zich toe om een stappenplan op te stellen dat voldoet aan de volgende criteria : a) het uitgangspunt van het stappenplan zijn de geformuleerde knelpunten in het evaluatieverslag van de onderwijsinspectie van de betrokken school;b) de geformuleerde doelstellingen tot remediëring in het stappenplan passen binnen de doelstellingen zoals geformuleerd in artikel 139quinquies, § 1, punt 1°;c) de doelstellingen zijn outputgericht, concreet en operationeel geformuleerd.Ze moeten voldoende controleerbaar zijn; d) het stappenplan moet vóór 1 mei van het schooljaar volgend op de negatieve beoordeling aan de onderwijsinspectie bezorgd worden;e) de doelstellingen dienen gerealiseerd te zijn voor 1 juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie;2° de scholen verbinden er zich toe om een beroep te doen op externe begeleiding en ondersteuning bij het opstellen en de uitvoering van het stappenplan. De onderwijsinspectie gaat in de maand juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie na of, en in welke mate, de doelstellingen werden bereikt. Het bereiken van de doelstellingen wordt afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie.
Bij een positieve evaluatie zal de school vanaf het tweede schooljaar terug een beroep kunnen doen op het volledige aantal in artikel 139ter bedoelde aanvullende lestijden. Bij een negatieve evaluatie verliest de school het recht op de in artikel 139ter bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende twee schooljaren. ».
Artikel II.16 In hetzelfde decreet wordt in artikel 139bis, § 3, de volgende zin geschrapt : « Zij bepaalt tevens het maximum van de gecumuleerde gewichten, dat ten minste gelijk is aan het hoogste gewicht dat aan een gelijkekansenindicator wordt toegekend en ten hoogste gelijk is aan anderhalf maal dit hoogste gewicht. ».
Artikel II.17 In hetzelfde decreet wordt het artikel 139novies vervangen door wat volgt : « Artikel 139novies § 1. Een school voor gewoon basisonderwijs of gewoon kleuteronderwijs ontvangt voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 GOK+lestijden op voorwaarde dat ze op de eerste schooldag van februari 2008 ten minste 40 % kleuters telde, die beantwoorden aan de in artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren. § 2. Bij het tellen van de kleuters voor deze aanvullende lestijden gelden de volgende regels : 1° alleen de regelmatige kleuters, die op de eerste schooldag van februari 2008 beantwoorden aan de in artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren worden geteld;2° elk van deze kleuters geldt voor één teleenheid. § 3. Deze GOK+lestijden kunnen binnen de scholen enkel in het gewoon kleuteronderwijs aangewend worden. § 4. De regering bepaalt binnen de beschikbare begrotingskredieten het aantal GOK+lestijden, alsook de wijze van berekening en bepaalt in welk ambt de GOK+lestijden kunnen worden ingericht. ».
Artikel II.18 Artikel 153quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 153quinquies § 1. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs wordt jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor administratieve ondersteuning. § 2. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap, scholengroep of een samenwerkingsplatform zoals bepaald in artikel X.53 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003 wordt jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor ICT-coördinatie. ».
Artikel II.19 In artikel 153sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, van 7 juli 2006 en van 22 juni 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De regering bepaalt hoe de puntenenveloppe voor ICT-coördinatie en voor administratieve ondersteuning berekend wordt en bepaalt eveneens de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de puntenenveloppe betrekkingen kunnen worden opgericht. »; 2° in § 3 worden de woorden « het voeren van een zorgbeleid, » geschrapt;3° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.Maximaal 10 % van de punten uit de puntenenveloppen ICT en administratieve ondersteuning kunnen samen gelegd worden op het niveau van de scholengemeenschap.
In afwijking van § 3 kunnen de punten voor ICT en administratieve ondersteuning die op het niveau van de scholengemeenschap samen gelegd worden, vrij aangewend worden. Scholengemeenschappen, waar scholen van het Gemeenschapsonderwijs deel van uitmaken, kunnen deze vrij aan te wenden punten aanwenden om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur in de scholengroep, waar één of meerdere scholen van de scholengemeenschap deel van uitmaken, school- of klasvrij te maken. Dit samen leggen mag niet tot gevolg hebben dat personeelsleden bijkomend ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. Het schoolbestuur moet met het oog op de controle een verklaring op erewoord bezorgen aan Agodi waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen. ».
Artikel II.20 Artikel 153septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 153septies Het zorgbeleid houdt het volgende in : 1° de coördinatie van alle zorginitiatieven op het niveau van de school en in voorkomend geval van de scholengemeenschap;2° het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel;3° het begeleiden van leerlingen;4° de bevordering van de kleuterparticipatie.».
Artikel II.21 Artikel 153octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2, wordt opgeheven.
Artikel II.22 In artikel 155 van hetzelfde decreet wordt § 2, toegevoegd bij
decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, vervangen door wat volgt : « § 2. In het kader van het geïntegreerd onderwijs gericht op de begeleiding van autistische kinderen en in afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk kan de regering, op vraag van het schoolbestuur, in het buitengewoon onderwijs voor het schooljaar 2008-2009 bijkomende lestijden en bijkomende uren toekennen voor het onderwijzend en paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
Het aantal bijkomende lestijden bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs samen maximaal 702 bijkomende lestijden.
Het aantal bijkomende uren bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs samen maximaal 648 bijkomende uren.
In geen geval kan het schoolbestuur personeelsleden affecteren, muteren en/of vast benoemen in de bijkomende lestijden of bijkomende uren. ».
Artikel II.23 Artikel 172 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 172 Conform artikel 125decies, § 1, 3°, van dit decreet kunnen scholengemeenschappen punten voor het voeren van een zorgbeleid, verkregen op basis van artikel 125duodecies1, § 3, naar andere scholengemeenschappen overdragen, teneinde speciale projecten met betrekking tot zorg mogelijk te maken. Dit overdragen dient vóór 15 oktober van het lopende schooljaar te gebeuren. ».
Artikel II.24 In hetzelfde decreet wordt een artikel 194quater ingevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 194quater § 1. Aan iedere school voor gewoon kleuter-, lager- en basisonderwijs, die geen deel uit maakt van een scholengemeenschap, wordt, voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011, jaarlijks op basis van het aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldag of op basis van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, een puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend. § 2. De regering bepaalt de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de puntenenveloppe betrekkingen kunnen worden ingericht en bepaalt op welke wijze de omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen gebeurt. ».
Afdeling II. - Inspraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap Artikel II.25 In hetzelfde decreet, wordt aan hoofdstuk VIIIbis, een afdeling 6, Inspraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap, ingevoegd, bestaande uit artikel 125quinquies decies tot artikel 125duodequadragies die luidt als volgt : « Afdeling 6. - Inspraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap Onderafdeling 1. - Scholengemeenschappen gesubsidieerd officieel onderwijs Artikel 125quinquies decies Deze onderafdeling is van toepassing op de scholengemeenschappen basisonderwijs die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs.
Artikel 125sexies decies In elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd.
Het vorige lid is niet van toepassing op de scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur. In dat geval worden de bevoegdheden van het OCSG zoals vastgelegd in deze onderafdeling uitgeoefend door het afzonderlijk bijzonder comité opgericht krachtens artikel 4, § 1, 3°, van de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Artikel 125septies decies § 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben in het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap ». § 2. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens één lid van elk schoolbestuur zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties.
De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectief schoolbestuur te verbinden. § 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld. § 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald in het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde.
Artikel 125duodevicies De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties genieten de rechten en plichten voorzien in de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten.
Artikel 125undevicies § 1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG. § 2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. Artikel 125vicies § 1. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf. § 2. De leden van het OCSG hebben een informatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is.
Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de tewerkstelling.
Deze inlichtingen hebben betrekking op : 1° inlichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen in de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en infrastructuur in de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;2° inlichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, inclusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;3° inlichtingen over het personeelsverloop in de scholen van de scholengemeenschap. § 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG inlichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap. § 4. De leden van het OCSG ontvangen de informatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd. § 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten in het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam in de scholengemeenschap.
Artikel 125vicies semel De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen innemen.
Artikel 125vicies bis Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig.
Artikel 125vicies ter § 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld in een protocol waarin worden opgetekend : 1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties. § 2. Ingeval van eenparig akkoord of ingeval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van de individuele schoolbesturen, noch op het niveau van de individuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol.
Artikel 125vicies quater Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld in artikel 125vicies ter.
Artikel 125vicies quinquies § 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal : 1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;4° de taken van de voorzitter;5° de taken van de secretaris;6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld in artikel 125vicies;11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld in artikel 125duodevicies;12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen. § 2. Indien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten van toepassing.
Artikel 125vicies sexies De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen.
Onderafdeling 2. - Netoverschrijdende scholengemeenschappen Artikel 125vicies septies Deze onderafdeling is van toepassing op de netoverschrijdende scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die basisonderwijs inrichten.
Artikel 125duodetricies In elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd.
Artikel 125undetricies § 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben in Sectorcomité X - Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap), het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » en/of het Overkoepelend Onderhandelingscomité Gesubsidieerd Vrij Onderwijs. § 2. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens één lid van elk schoolbestuur zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties.
De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectief schoolbestuur te verbinden. § 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld.
In afwijking van het vorige lid mag voor de schoolbesturen van de scholengemeenschap die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs waar maar één representatieve vakorganisatie vertegenwoordigd is in het lokaal comité of de lokale comités, deze representatieve vakorganisatie maximaal drie vertegenwoordigers afvaardigen naar het OCSG. Zijn er twee representatieve vakorganisaties vertegenwoordigd in het lokaal comité of de lokale comités, dan mag de representatieve vakorganisatie met het grootst aantal vertegenwoordigers in het lokaal comité of de lokale comités maximaal twee vertegenwoordigers afvaardigden naar het OCSG. De andere representatieve vakorganisatie mag dan maximaal één vertegenwoordiger afvaardigen. § 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald in het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde.
Artikel 125tricies De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd officieel onderwijs of Gemeenschapsonderwijs genieten de rechten en plichten voorzien in de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten.
De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd vrij onderwijs genieten de rechten en de plichten voorzien in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs.
Artikel 125tricies semel § 1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG. § 2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. Artikel 125tricies bis § 1. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf. § 2. De leden van het OCSG hebben een informatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is.
Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de tewerkstelling.
Deze inlichtingen hebben betrekking op : 1° inlichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen in de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en infrastructuur in de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;2° inlichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, inclusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;3° inlichtingen over het personeelsverloop in de scholen van de scholengemeenschap. § 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG inlichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap. § 4. De leden van het OCSG ontvangen de informatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd. § 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten in het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam in de scholengemeenschap.
Artikel 125tricies ter De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen innemen.
Artikel 125tricies quater Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig.
Artikel 125tricies quinquies § 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld in een protocol waarin worden opgetekend : 1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties. § 2. Ingeval van eenparig akkoord of ingeval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van de individuele schoolbesturen, noch op het niveau van de individuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol.
Artikel 125tricies sexies Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld in artikel 125tricies quinquies.
Artikel 125tricies septies § 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal : 1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;4° de taken van de voorzitter;5° de taken van de secretaris;6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld in artikel 125tricies bis;11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld in artikel 125tricies;12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen. § 2. Indien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door Sectorcomité X, onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en het Overkoepelend Onderhandelingscomité van toepassing.
Artikel 125duodequadragies De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen. ».
Artikel II.26 In het
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten2 betreffende het landschap basisonderwijs wordt hoofdstuk VII, bestaande uit artikel 82, opgeheven.
Afdeling III. - Inwerkingtreding Artikel II.27 De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 september 2008, met uitzondering van : 1° artikel II.1, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2006; 2° artikelen II.1, 2°, II.9 en II.10, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2007; 3° artikel II.3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 februari 2008; 4° artikelen II.25 en II.26 die uitwerking hebben met ingang van 1 april 2008.
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Artikel III.1 In artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, ingevoegd bij het decreet van 31 juli 1990 en gewijzigd bij de decreten van 5 juli 1989, 9 april 1992, 28 april 1993, 21 december 1994, 14 juli 1998, 18 mei 1999, 15 juli 2005, 7 juli 2006 en 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 5 wordt het woord « voltijds » telkens geschrapt;2° in § 6 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « voltijds » wordt telkens geschrapt;2° de zinsnede « is niet van toepassing op het deeltijds beroepssecundair onderwijs en » wordt geschrapt;3° in § 8, 1°, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een fusie of afsplitsing van onderwijsinstellingen of een toetreding van een onderwijsinstelling tot of een uittreding van een onderwijsinstelling uit een scholengemeenschap op 1 september van een schooljaar, wordt geacht al op 1 februari van het voorafgaande schooljaar of op de eerstvolgende lesdag erna indien voormelde datum op een vrije dag valt, te hebben plaatsgevonden voor wat de telling per onderwijsinstelling van het aantal leerlingen in het voltijds en deeltijds secundair onderwijs betreft.».
Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwijs II Artikel III.2 In artikel 50 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II, wordt in § 5 het punt 6° geschrapt.
Artikel III.3 In artikel 57, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 14 februari 2003, wordt aan het eerste lid de volgende zin toegevoegd : « Het wekelijks aantal uren-leraar kan eveneens worden aangewend binnen het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan de onderwijsinstelling waaraan de uren-leraar worden toegekend. ».
Artikel III.4 In artikel 59bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 april 1993 en gewijzigd bij het
decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° het maximum aantal uren-leraar van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar dient vastgelegd uiterlijk op 1 november van dat schooljaar;»; 2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° het maximum aantal uren-leraar van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar kan nooit hoger liggen dan twee procent van het aantal aanwendbare uren-leraar van dat bepaald schooljaar;»; 3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° het in 1° en 2° bedoelde maximum aantal overgedragen uren-leraar, of een gedeelte ervan, mag, in afwijking van artikel 3, § 6, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, na 1 november van dat schooljaar zowel gebruikt worden in de eigen onderwijsinstelling als overgedragen worden naar een andere onderwijsinstelling binnen hetzelfde net of binnen eenzelfde scholengemeenschap;».
Artikel III.5 In hetzelfde decreet wordt in titel IV, hoofdstuk I, een afdeling 4quinquies, Experimenteel modulair onderwijs, ingevoegd, bestaande uit de artikelen 74duodecies tot en met 74vicies semel, die luiden als volgt : « Afdeling 4quinquies. - Experimenteel modulair onderwijs Artikel 74duodecies Vanaf het schooljaar 2008-2009 en tot het tijdstip waarop de decreetgever globale hervormingsmaatregelen aangaande de structuur en de organisatie van het voltijds gewoon secundair onderwijs in werking laat treden, kan als experiment in door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde instellingen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, modulair onderwijs worden georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling. In voorkomend geval zijn wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen die in strijd zijn met de bepalingen van deze afdeling, niet van toepassing.
Het experiment heeft enkel betrekking op structuuronderdelen van het voltijds gewoon beroepssecundair onderwijs en kan enkel worden ingericht door instellingen die gedurende het schooljaar 2007-2008 modulair onderwijs organiseren overeenkomstig het
besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel.
Het
decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten9 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs is niet van toepassing op dit experiment.
Artikel 74ter decies § 1. Modulair onderwijs wordt georganiseerd per studiegebied zonder opdeling in graden of leerjaren. De betrokken studiegebieden zijn : auto, bouw, grafische communicatie en media, handel, hout, koeling en warmte, lichaamsverzorging, mechanica-elektriciteit, personenzorg, textiel, voeding. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen.
Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen. § 2. Elke opleiding omvat algemene vorming, beroepsgerichte vorming en gedifferentieerde onderwijsactiviteiten. In afwijking op deze bepaling is in de opleiding verpleegkunde de algemene vorming facultatief.
De algemene vorming, waaronder de basisvorming bedoeld in artikel 55, § 3, § 6 en § 7, wordt hetzij niet-modulair hetzij gedeeltelijk modulair georganiseerd.
De beroepsgerichte vorming wordt modulair georganiseerd. In elke opleiding komen een of meer modules voor. Een module is het kleinste te certificeren deel van een opleiding, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud. In modules komen geen afzonderlijke vakken voor.
Eenzelfde module kan in verschillende opleidingen voorkomen.
Gedifferentieerde onderwijsactiviteiten omvatten individuele begeleiding, ondersteuning of remediëring, afgestemd op de specifieke noden van de leerling. § 3. De Vlaamse Regering legt de opleidingenstructuur vast. Onder opleidingenstructuur wordt verstaan : 1° het geheel van de opleidingen per studiegebied;2° de modules per opleiding;3° de duurtijd per module uitgedrukt in uren per week en uitgedrukt in weken per schooljaar;4° de aanduiding dat de modules zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden;als de modules in een sequentieel verband staan, moeten zij in een eveneens vastgelegde volgorde worden gevolgd; 5° het minimum of de minima inzake aantal uren per week voorbehouden voor gedifferentieerde onderwijsactiviteiten. Voor zover de opleidingenstructuur afwijkt van die, vastgesteld bij
besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende opleidingenstructuur ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. § 4. Programmatie respectievelijk opname in de erkennings-, financierings- of subsidiëringsregeling gebeurt per studiegebied.
In een onderwijsinstelling kan een studiegebied niet gelijktijdig modulair en niet-modulair worden georganiseerd, tenzij tijdens het geleidelijke omzettingsproces van de ene naar de andere structuur. § 5. Het modulair onderwijsaanbod van een instelling moet waarborgen dat ten minste één van volgende studiebewijzen kan worden behaald : een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, een diploma van secundair onderwijs, een diploma in de verpleegkunde.
Artikel 74quater decies Voor de modulair georganiseerde leerinhouden van een opleiding worden competenties door de Vlaamse Regering bepaald.
De Vlaamse Regering leidt de competenties af uit kwalificaties. Als die er niet zijn, leidt de Vlaamse Regering de competenties af uit een referentiekader in nauw overleg met de beroepssectoren.
Voor zover de competenties afwijken van die, bepaald bij
besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende competenties ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor.
Competenties kunnen ook door middel van stages worden gerealiseerd.
Artikel 74quinquies decies Een opleiding kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren. Een module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren.
Artikel 74sexies decies § 1. In het modulair onderwijs gelden als gezamenlijke toelatingsvoorwaarden voor regelmatige leerlingen : 1° de reglementaire toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs.In afwijking op deze bepaling gelden, voor wat betreft de opleiding verpleegkunde, de reglementaire toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs; 2° de volgorde waarin modules dienen gevolgd zoals bepaald in de opleidingenstructuur;3° eventueel : de specifieke toelatingsvoorwaarden tot een module zoals vastgelegd door de toelatingsklassenraad, onverminderd het in 1° en 2° gestelde;4° eventueel : de vrijstelling van toelatingsvoorwaarden tot een module op grond van een geattesteerde beslissing van de toelatingsklassenraad, onverminderd het in 1° gestelde. Een leerling kan slechts één module tezelfdertijd volgen. § 2. De overstap van een leerling van het modulair naar het niet-modulair onderwijs vindt plaats op basis van een beslissing van de toelatingsklassenraad, tenzij een leerling aan de reglementaire toelatingsvoorwaarden voldoet op basis van het bezit van een eindstudiebewijs.
Artikel 74septies decies § 1. De delibererende klassenraad beslist of een regelmatige leerling hetzij geslaagd is zonder beperkingen hetzij niet geslaagd is. Deze beslissing wordt genomen : 1° op het ogenblik dat de leerling een module heeft beëindigd.In voorkomend geval wordt, voor wat betreft het onderwijzend personeel, de klassenraad beperkt tot die leden die effectief aan de leerling in de desbetreffende module onderricht hebben verstrekt; 2° op het ogenblik dat de leerling aan alle opleidingsvoorwaarden voldoet die toelaten een beslissing te nemen over de toekenning van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, een diploma van secundair onderwijs of een diploma in de verpleegkunde. In het modulair onderwijs worden geen geïntegreerde proeven ingericht. § 2. Tegen beslissingen van delibererende klassenraden die door de betrokken personen worden betwist, kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedure van toepassing in het niet-modulair onderwijs, met dien verstande dat de inrichtende macht van de betrokken instelling, rekening houdend met het principe van de redelijkheid, de termijnen bepaalt die inherent zijn aan deze procedure.
Artikel 74duodevicies De studiebekrachtiging, al dan niet op het einde van het schooljaar, wordt als volgt vastgesteld : 1° attest van verworven competenties : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding niet met vrucht heeft gevolgd;het attest vermeldt die competenties die de jongere wel heeft bereikt; 2° deelcertificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding met vrucht heeft gevolgd;3° certificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een opleiding met vrucht heeft gevolgd;4° getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die : a) ten minste twee schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor de tweede graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;5° studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die : a) ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor het tweede leerjaar van de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van de eerste twee leerjaren van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;6° studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar : wordt, voor zover de leerling niet in aanmerking komt voor het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt aan de regelmatige leerling die : a) ten minste vijf schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor het derde leerjaar van de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;7° diploma van secundair onderwijs (derde graad) : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die : a) na het behalen van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs ten minste drie schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;8° diploma van secundair onderwijs (vierde graad) : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die : a) houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;en b) hetzij houder is van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en geslaagd is voor modules die overeenstemmen met het eerste jaar van de, voor zover niet-modulair, driejarige opleiding verpleegkunde hetzij geslaagd is voor alle modules van de opleiding verpleegkunde;9° diploma in de verpleegkunde : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die houder is van de deelcertificaten van alle modules van de opleiding verpleegkunde;10° getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die : a) met uitzondering van de eerste graad, ten minst …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.