← België

Decreet betreffende het onderwijs XVIII

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt eerdere wetgeving over het basisonderwijs in Vlaanderen, met een focus op de organisatie van scholengemeenschappen en de toekenning van middelen voor zorgbeleid. Het introduceert ook nieuwe definities en regels voor extra-uren en extra-murosactiviteiten.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst
Obsah (6)§ 1§ 3§ 5§ 6§ 8§ 2

VLAAMSE OVERHEID 4 JULI 2008. - Decreet betreffende het onderwijs XVIII (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XVIII

leidende bepaling Artikel I.1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Afdeling I. - Decreet basisonderwijs Artikel II.1

artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 22 december 2000, 13 juli 2001, 28 juni 2002, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 7 juli 2006, 22 juni 2007 en 6 juli 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het punt 14°bis,

gevoegd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten4 en impliciet opgeheven bij decreet van 6 juli 2007, wordt opnieuw

gevoegd, als volgt : « 14°bis extra-uren : uren die toegekend zijn

het kader van tijdelijke projecten;»; 2° een punt 14ter wordt

gevoegd dat luidt als volgt : « 14°ter extra-murosactiviteiten : activiteiten die plaatsvinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen.Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder; ». Artikel II.2 Aan artikel 68, § 1, 3°, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Dit punt is niet van toepassing op de scholen van het buitengewoon basisonderwijs type 5. ». Artikel II.3

artikel 124 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden « verscheidene vestigingsplaatsen » en de woorden « worden de leerlingen » de woorden « , de scholen voor buitengewoon onderwijs van het type 5 uitgezonderd, »

gevoegd. Artikel II.4

artikel 125quinquies van hetzelfde decreet wordt § 4ter vervangen door wat volgt : « § 4ter. Tijdens voormelde periode van zes schooljaren kan de beslissing of overeenkomst

zake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd,

die zin dat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen. Uitstap uit de scholengemeenschap kan : 1°

dien de scholengemeenschap minder dan 900 gewogen regelmatige leerlingen telt op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;of 2°

dien een school door een schoolbestuur van een andere groep zoals bepaald

artikel 3, 21°, wordt overgenomen en mits alle schoolbesturen, behorende tot de scholengemeenschap

stemmen met de uitstap. Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden

werking op 1 september na de datum waarop de wijziging is tot stand gekomen. ». Artikel II.5

artikel 125novies, § 1, van hetzelfde decreet,

gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2 en gewijzigd bij de decreten van 15 december 2006, van 22 juni 2007 en van 13 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er worden een punt 1°bis, 1°ter en 1°quater

gevoegd, die luiden als volgt : « 1°bis maakt afspraken over het zorgbeleid

de scholen van de scholengemeenschap; 1°ter maakt afspraken over de aanwending van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend aan de scholengemeenschap zoals bepaald

artikel 125duodecies1; 1°quater duidt een personeelslid aangesteld

het ambt van zorgcoördinator aan als aanspreekpunt, voor de overheid, voor de kleuterparticipatie binnen de scholengemeenschap; »; 2° punt 3°bis,

gevoegd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten4, wordt opgeheven. Artikel II.6

artikel 125decies, § 1, van hetzelfde decreet,

gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 2° wordt geschrapt;2°

punt 3° wordt het getal « 172bis » vervangen door het getal « 172 ». Artikel II.7

hetzelfde decreet wordt artikel 125duodecies1,

gevoegd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten4, vervangen door wat volgt : « Artikel 125duodecies1 § 1. De scholengemeenschap ontvangt jaarlijks een door de regering vastgelegde puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid. Deze puntenenveloppe kan enkel voor dit doel, zoals omschreven

artikel 153septies, aangewend worden. Bij het vastleggen van de berekeningswijze van deze puntenenveloppe neemt de regering volgende principes

acht : 1° elke scholengemeenschap ontvangt per school voor gewoon basisonderwijs dat de scholengemeenschap telt op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar een sokkel aan punten;2° de overige punten worden lineair toegekend op basis van de leerlingenaantallen

het gewoon basisonderwijs en het aantal kleuters

het buitengewoon basisonderwijs binnen de scholengemeenschap. Voor de lineaire toekenning wordt er een puntengewicht vastgelegd voor : a) kleuters

het gewoon basisonderwijs;b) kleuters

het buitengewoon basisonderwijs;c) leerlingen lager onderwijs

het gewoon basisonderwijs. § 2. Bij het tellen van de leerlingen voor deze puntenenveloppe gelden de volgende regels : 1°

het gewoon basisonderwijs worden alleen de regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar geteld;2°

afwijking van 1° worden voor de CKG-scholen de leerlingen geteld op basis van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari;3°

het buitengewoon basisonderwijs worden alleen de regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar geteld;4°

afwijking van punt 3°, worden

de scholen voor type 5 de kleuters geteld op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari. § 3. Maximaal 10 % van de puntenenveloppe kan aangewend worden voor het aanstellen van personeelsleden die een beleidsondersteunende functie,

het kader van het zorgbeleid zoals omschreven

artikel 153septies, uitoefenen ten behoeve van de scholengemeenschap. Van dit percentage kan na akkoord

het bevoegd lokaal comité worden afgeweken. § 4. De scholengemeenschap kent, tijdens de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011, aan elke school van de scholengemeenschap jaarlijks minimum het aantal punten toe dat de school, op basis van haar leerlingenaantal op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, kon

richten op basis van de berekeningswijze, geldig tijdens het schooljaar 2007-2008 voor de puntenenveloppe toegekend voor een personeelsomkadering ter ondersteuning van het op school gevoerde zorgbeleid. § 5. De verdeling van de puntenenveloppe door de scholengemeenschap mag niet tot gevolg hebben dat bijkomende personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking moeten worden gesteld, tenzij ze onmiddellijk kunnen gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden

een vacante of niet-vacante organieke betrekking

de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledige schooljaar. § 6. De regering bepaalt de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de puntenenveloppe betrekkingen kunnen worden

gericht en bepaalt op welke wijze de omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen gebeurt. ». Artikel II.8

artikel 130, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0, worden de woorden « de puntenenveloppe ter ondersteuning en coördinatie van het zorgbeleid

het gewoon basisonderwijs » vervangen door de woorden « de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid ». Artikel II.9

artikel 138, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 28 juni 2002, 7 juli 2006 en 22 juni 2007, wordt een punt 3°bis

gevoegd dat luidt als volgt : « 3°bis lestijden voor de opvang van gewezen anderstalige nieuwkomers; ». Artikel II.10

artikel 139,

hetzelfde decreet gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0, wordt tussen de woorden «

artikel 138, 1°, 2°, 3°, en de woorden « 4°, 5° en 7° », de woorden « 3°bis, »

gevoegd. Artikel II.11

artikel 139bis van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden 1° en 5° vervangen door wat volgt : « 1° het gezin ontvangt één of meerdere schooltoelage(n) zoals bedoeld

artikel 5, punt 34°, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten3 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;5° de taal die de leerling

het gezin spreekt, dit is de taal die de leerling spreekt met moeder, vader, broers of zussen, is niet het Nederlands.Die taal is niet het Nederlands

dien de leerling

het gezin met niemand of

een gezin met drie gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximum één gezinslid het Nederlands spreekt. Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd. »; 2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Het beantwoorden aan de

§ 1

, 4° en 5°, bedoelde gelijkekansenindicatoren wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer door de ouders. Deze documenten of verklaringen worden ten minste vijf jaar bewaard

de school. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het beantwoorden aan de

§ 1

, 1°, 2° en 3°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt vastgesteld en legt de procedure vast volgens dewelke de gegevens worden gemeld aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Zij houdt daarbij rekening met de vigerende regelgeving

zake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ». Artikel II.12

artikel 139ter van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° op 1 februari van het voorafgaand schooljaar ten minste 10 % regelmatige leerlingen tellen die beantwoorden aan één of meer van de

artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren waarbij het aantal regelmatige leerlingen die enkel en alleen beantwoorden aan de

artikel 139bis, § 1, 1° of 1° en 5°, bedoelde gelijkekansenindicatoren wordt vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering bepaalde coëfficiënt, die ten minste gelijk is aan 0,1 en ten hoogste gelijk is aan 1; en ». Artikel II.13

hetzelfde decreet wordt een artikel 139ter1

gevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 139ter1

afwijking van artikel 139bis, § 1, 1°, geldt voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 de volgende gelijkekansenindicator : het gezin leeft van een vervangingsinkomen zoals vastgelegd op de eerste schooldag van februari van 2005. ». Artikel II.14

artikel 139quater, § 1, van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° de

artikel 139ter bedoelde scholen worden gerangschikt volgens het percentage leerlingen die beantwoorden aan één of meer van de

artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren, waarbij het aantal regelmatige leerlingen die enkel en alleen beantwoorden aan de

artikel 139bis, § 1, 1° of 1° en 5°, bedoelde gelijkekansenindicatoren wordt vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering bepaalde coëfficiënt, die ten minste gelijk is aan 0,1 en ten hoogste gelijk is aan 1.Binnen eenzelfde percentage worden de scholen volgens het absoluut aantal van deze leerlingen gerangschikt; ». Artikel II.15

hetzelfde decreet wordt

artikel 139octies,

§ 1

, het derde lid vervangen door wat volgt : « Bij negatieve evaluatie verliest de school het recht op de

artikel 139ter bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende periode van drie opeenvolgende schooljaren tenzij de school een engagement tot remediëring aangaat.

dat geval krijgen ze de helft van het aantal aanvullende lestijden waarop ze

geval van een positieve evaluatie recht zouden hebben. Een engagement tot remediëring moet aan volgende voorwaarden voldoen : 1° de scholen verbinden er zich toe om een stappenplan op te stellen dat voldoet aan de volgende criteria : a) het uitgangspunt van het stappenplan zijn de geformuleerde knelpunten

het evaluatieverslag van de onderwijsinspectie van de betrokken school;b) de geformuleerde doelstellingen tot remediëring

het stappenplan passen binnen de doelstellingen zoals geformuleerd

artikel 139quinquies, § 1, punt 1°;

  1. c)de doelstellingen zijn outputgericht, concreet en operationeel geformuleerd.Ze moeten voldoende controleerbaar zijn;
  2. d)het stappenplan moet vóór 1 mei van het schooljaar volgend op de negatieve beoordeling aan de onderwijsinspectie bezorgd worden;
  3. e)de doelstellingen dienen gerealiseerd te zijn voor 1 juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie;2° de scholen verbinden er zich toe om een beroep te doen op externe begeleiding en ondersteuning bij het opstellen en de uitvoering van het stappenplan. De onderwijsinspectie gaat

de maand juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie na of, en

welke mate, de doelstellingen werden bereikt. Het bereiken van de doelstellingen wordt afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie. Bij een positieve evaluatie zal de school vanaf het tweede schooljaar terug een beroep kunnen doen op het volledige aantal

artikel 139ter bedoelde aanvullende lestijden. Bij een negatieve evaluatie verliest de school het recht op de

artikel 139ter bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende twee schooljaren. ». Artikel II.16

hetzelfde decreet wordt

artikel 139bis, § 3, de volgende zin geschrapt : « Zij bepaalt tevens het maximum van de gecumuleerde gewichten, dat ten minste gelijk is aan het hoogste gewicht dat aan een gelijkekansenindicator wordt toegekend en ten hoogste gelijk is aan anderhalf maal dit hoogste gewicht. ». Artikel II.17

hetzelfde decreet wordt het artikel 139novies vervangen door wat volgt : « Artikel 139novies § 1. Een school voor gewoon basisonderwijs of gewoon kleuteronderwijs ontvangt voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 GOK+lestijden op voorwaarde dat ze op de eerste schooldag van februari 2008 ten minste 40 % kleuters telde, die beantwoorden aan de

artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren. § 2. Bij het tellen van de kleuters voor deze aanvullende lestijden gelden de volgende regels : 1° alleen de regelmatige kleuters, die op de eerste schooldag van februari 2008 beantwoorden aan de

artikel 139bis, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde gelijkekansenindicatoren worden geteld;2° elk van deze kleuters geldt voor één teleenheid. § 3. Deze GOK+lestijden kunnen binnen de scholen enkel

het gewoon kleuteronderwijs aangewend worden. § 4. De regering bepaalt binnen de beschikbare begrotingskredieten het aantal GOK+lestijden, alsook de wijze van berekening en bepaalt

welk ambt de GOK+lestijden kunnen worden

gericht. ». Artikel II.18 Artikel 153quinquies van hetzelfde decreet,

gevoegd bij decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 153quinquies §

  1. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs wordt jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor administratieve ondersteuning. §
  2. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap, scholengroep of een samenwerkingsplatform zoals bepaald

artikel X.53 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003 wordt jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor ICT-coördinatie. ». Artikel II.19

artikel 153sexies van hetzelfde decreet,

gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, van 7 juli 2006 en van 22 juni 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De regering bepaalt hoe de puntenenveloppe voor ICT-coördinatie en voor administratieve ondersteuning berekend wordt en bepaalt eveneens de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de puntenenveloppe betrekkingen kunnen worden opgericht. »; 2°

§ 3

worden de woorden « het voeren van een zorgbeleid, » geschrapt;3° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.Maximaal 10 % van de punten uit de puntenenveloppen ICT en administratieve ondersteuning kunnen samen gelegd worden op het niveau van de scholengemeenschap.

afwijking van § 3 kunnen de punten voor ICT en administratieve ondersteuning die op het niveau van de scholengemeenschap samen gelegd worden, vrij aangewend worden. Scholengemeenschappen, waar scholen van het Gemeenschapsonderwijs deel van uitmaken, kunnen deze vrij aan te wenden punten aanwenden om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur

de scholengroep, waar één of meerdere scholen van de scholengemeenschap deel van uitmaken, school- of klasvrij te maken. Dit samen leggen mag niet tot gevolg hebben dat personeelsleden bijkomend ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. Het schoolbestuur moet met het oog op de controle een verklaring op erewoord bezorgen aan Agodi waarin het verklaart deze bepaling

acht te nemen. ». Artikel II.20 Artikel 153septies van hetzelfde decreet,

gevoegd bij decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 153septies Het zorgbeleid houdt het volgende

: 1° de coördinatie van alle zorginitiatieven op het niveau van de school en

voorkomend geval van de scholengemeenschap;2° het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel;3° het begeleiden van leerlingen;4° de bevordering van de kleuterparticipatie.». Artikel II.21 Artikel 153octies van hetzelfde decreet,

gevoegd bij decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, wordt opgeheven. Artikel II.22

artikel 155 van hetzelfde decreet wordt § 2, toegevoegd bij decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0, vervangen door wat volgt : « § 2.

het kader van het geïntegreerd onderwijs gericht op de begeleiding van autistische kinderen en

afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk kan de regering, op vraag van het schoolbestuur,

het buitengewoon onderwijs voor het schooljaar 2008-2009 bijkomende lestijden en bijkomende uren toekennen voor het onderwijzend en paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. Het aantal bijkomende lestijden bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs samen maximaal 702 bijkomende lestijden. Het aantal bijkomende uren bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs samen maximaal 648 bijkomende uren.

geen geval kan het schoolbestuur personeelsleden affecteren, muteren en/of vast benoemen

de bijkomende lestijden of bijkomende uren. ». Artikel II.23 Artikel 172 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 172 Conform artikel 125decies, § 1, 3°, van dit decreet kunnen scholengemeenschappen punten voor het voeren van een zorgbeleid, verkregen op basis van artikel 125duodecies1, § 3, naar andere scholengemeenschappen overdragen, teneinde speciale projecten met betrekking tot zorg mogelijk te maken. Dit overdragen dient vóór 15 oktober van het lopende schooljaar te gebeuren. ». Artikel II.24

hetzelfde decreet wordt een artikel 194quater

gevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 194quater § 1. Aan iedere school voor gewoon kleuter-, lager- en basisonderwijs, die geen deel uit maakt van een scholengemeenschap, wordt, voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011, jaarlijks op basis van het aantal regelmatige leerlingen

geschreven op de teldag of op basis van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, een puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend. § 2. De regering bepaalt de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de puntenenveloppe betrekkingen kunnen worden

gericht en bepaalt op welke wijze de omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen gebeurt. ». Afdeling II. -

spraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap Artikel II.25

hetzelfde decreet, wordt aan hoofdstuk VIIIbis, een afdeling 6,

spraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap,

gevoegd, bestaande uit artikel 125quinquies decies tot artikel 125duodequadragies die luidt als volgt : « Afdeling 6. -

spraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap Onderafdeling 1. - Scholengemeenschappen gesubsidieerd officieel onderwijs Artikel 125quinquies decies Deze onderafdeling is van toepassing op de scholengemeenschappen basisonderwijs die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs. Artikel 125sexies decies

elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd. Het vorige lid is niet van toepassing op de scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur.

dat geval worden de bevoegdheden van het OCSG zoals vastgelegd

deze onderafdeling uitgeoefend door het afzonderlijk bijzonder comité opgericht krachtens artikel 4, § 1, 3°, van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Artikel 125septies decies § 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben

het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap ». §

  1. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens één lid van elk schoolbestuur zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties. De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectief schoolbestuur te verbinden. §
  2. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld. §
  3. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald

het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde. Artikel 125duodevicies De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties genieten de rechten en plichten voorzien

de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten. Artikel 125undevicies §

  1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG. §
  2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. Artikel 125vicies §
  3. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf. §
  4. De leden van het OCSG hebben een

formatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is. Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op

lichtingen

verband met de tewerkstelling. Deze

lichtingen hebben betrekking op : 1°

lichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen

de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en

frastructuur

de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;2°

lichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren,

clusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;3°

lichtingen over het personeelsverloop

de scholen van de scholengemeenschap. § 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG

lichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap. § 4. De leden van het OCSG ontvangen de

formatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd. § 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten

het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam

de scholengemeenschap. Artikel 125vicies semel De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen

nemen. Artikel 125vicies bis Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig. Artikel 125vicies ter § 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld

een protocol waarin worden opgetekend : 1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties. § 2.

geval van eenparig akkoord of

geval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van de

dividuele schoolbesturen, noch op het niveau van de

dividuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol. Artikel 125vicies quater Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld

artikel 125vicies ter. Artikel 125vicies quinquies § 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal : 1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;4° de taken van de voorzitter;5° de taken van de secretaris;6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld

artikel 125vicies;11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld

artikel 125duodevicies;12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen. § 2.

dien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten van toepassing. Artikel 125vicies sexies De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen. Onderafdeling 2. - Netoverschrijdende scholengemeenschappen Artikel 125vicies septies Deze onderafdeling is van toepassing op de netoverschrijdende scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die basisonderwijs

richten. Artikel 125duodetricies

elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd. Artikel 125undetricies § 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben

Sectorcomité X - Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap), het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » en/of het Overkoepelend Onderhandelingscomité Gesubsidieerd Vrij Onderwijs. §

  1. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens één lid van elk schoolbestuur zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties. De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectief schoolbestuur te verbinden. §
  2. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld.

afwijking van het vorige lid mag voor de schoolbesturen van de scholengemeenschap die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs waar maar één representatieve vakorganisatie vertegenwoordigd is

het lokaal comité of de lokale comités, deze representatieve vakorganisatie maximaal drie vertegenwoordigers afvaardigen naar het OCSG. Zijn er twee representatieve vakorganisaties vertegenwoordigd

het lokaal comité of de lokale comités, dan mag de representatieve vakorganisatie met het grootst aantal vertegenwoordigers

het lokaal comité of de lokale comités maximaal twee vertegenwoordigers afvaardigden naar het OCSG. De andere representatieve vakorganisatie mag dan maximaal één vertegenwoordiger afvaardigen. § 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald

het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde. Artikel 125tricies De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd officieel onderwijs of Gemeenschapsonderwijs genieten de rechten en plichten voorzien

de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd vrij onderwijs genieten de rechten en de plichten voorzien

het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités

het vrij gesubsidieerd onderwijs. Artikel 125tricies semel §

  1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG. §
  2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. Artikel 125tricies bis §
  3. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf. §
  4. De leden van het OCSG hebben een

formatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is. Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op

lichtingen

verband met de tewerkstelling. Deze

lichtingen hebben betrekking op : 1°

lichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen

de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en

frastructuur

de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;2°

lichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren,

clusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;3°

lichtingen over het personeelsverloop

de scholen van de scholengemeenschap. § 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG

lichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap. § 4. De leden van het OCSG ontvangen de

formatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd. § 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten

het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam

de scholengemeenschap. Artikel 125tricies ter De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen

nemen. Artikel 125tricies quater Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig. Artikel 125tricies quinquies § 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld

een protocol waarin worden opgetekend : 1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties. § 2.

geval van eenparig akkoord of

geval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van de

dividuele schoolbesturen, noch op het niveau van de

dividuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol. Artikel 125tricies sexies Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld

artikel 125tricies quinquies. Artikel 125tricies septies § 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal : 1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;4° de taken van de voorzitter;5° de taken van de secretaris;6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld

artikel 125tricies bis;11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld

artikel 125tricies;12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen. § 2.

dien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door Sectorcomité X, onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en het Overkoepelend Onderhandelingscomité van toepassing. Artikel 125duodequadragies De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen. ». Artikel II.26

het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2 betreffende het landschap basisonderwijs wordt hoofdstuk VII, bestaande uit artikel 82, opgeheven. Afdeling III. -

werkingtreding Artikel II.27 De bepalingen van dit hoofdstuk treden

werking op 1 september 2008, met uitzondering van : 1° artikel II.1, 1°, dat uitwerking heeft met

gang van 1 september 2006; 2° artikelen II.1, 2°, II.9 en II.10, die uitwerking hebben met

gang van 1 september 2007; 3° artikel II.3 dat uitwerking heeft met

gang van 1 februari 2008; 4° artikelen II.25 en II.26 die uitwerking hebben met

gang van 1 april 2008. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Artikel III.1

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving,

gevoegd bij het decreet van 31 juli 1990 en gewijzigd bij de decreten van 5 juli 1989, 9 april 1992, 28 april 1993, 21 december 1994, 14 juli 1998, 18 mei 1999, 15 juli 2005, 7 juli 2006 en 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 5

wordt het woord « voltijds » telkens geschrapt;2°

§ 6

worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « voltijds » wordt telkens geschrapt;2° de zinsnede « is niet van toepassing op het deeltijds beroepssecundair onderwijs en » wordt geschrapt;3°

§ 8

, 1°, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een fusie of afsplitsing van onderwijsinstellingen of een toetreding van een onderwijsinstelling tot of een uittreding van een onderwijsinstelling uit een scholengemeenschap op 1 september van een schooljaar, wordt geacht al op 1 februari van het voorafgaande schooljaar of op de eerstvolgende lesdag erna

dien voormelde datum op een vrije dag valt, te hebben plaatsgevonden voor wat de telling per onderwijsinstelling van het aantal leerlingen

het voltijds en deeltijds secundair onderwijs betreft.». Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwijs II Artikel III.2

artikel 50 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II, wordt

§ 5het punt 6° geschrapt.

Artikel III.3

artikel 57, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 14 februari 2003, wordt aan het eerste lid de volgende zin toegevoegd : « Het wekelijks aantal uren-leraar kan eveneens worden aangewend binnen het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan de onderwijsinstelling waaraan de uren-leraar worden toegekend. ». Artikel III.4

artikel 59bis van hetzelfde decreet,

gevoegd bij het decreet van 28 april 1993 en gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° het maximum aantal uren-leraar van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar dient vastgelegd uiterlijk op 1 november van dat schooljaar;»; 2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° het maximum aantal uren-leraar van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar kan nooit hoger liggen dan twee procent van het aantal aanwendbare uren-leraar van dat bepaald schooljaar;»; 3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° het

1° en 2° bedoelde maximum aantal overgedragen uren-leraar, of een gedeelte ervan, mag,

afwijking van artikel 3, § 6, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, na 1 november van dat schooljaar zowel gebruikt worden

de eigen onderwijsinstelling als overgedragen worden naar een andere onderwijsinstelling binnen hetzelfde net of binnen eenzelfde scholengemeenschap;». Artikel III.5

hetzelfde decreet wordt

titel IV, hoofdstuk I, een afdeling 4quinquies, Experimenteel modulair onderwijs,

gevoegd, bestaande uit de artikelen 74duodecies tot en met 74vicies semel, die luiden als volgt : « Afdeling 4quinquies. - Experimenteel modulair onderwijs Artikel 74duodecies Vanaf het schooljaar 2008-2009 en tot het tijdstip waarop de decreetgever globale hervormingsmaatregelen aangaande de structuur en de organisatie van het voltijds gewoon secundair onderwijs

werking laat treden, kan als experiment

door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde

stellingen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, modulair onderwijs worden georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling.

voorkomend geval zijn wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen die

strijd zijn met de bepalingen van deze afdeling, niet van toepassing. Het experiment heeft enkel betrekking op structuuronderdelen van het voltijds gewoon beroepssecundair onderwijs en kan enkel worden

gericht door

stellingen die gedurende het schooljaar 2007-2008 modulair onderwijs organiseren overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. Het decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten9 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten

het onderwijs is niet van toepassing op dit experiment. Artikel 74ter decies § 1. Modulair onderwijs wordt georganiseerd per studiegebied zonder opdeling

graden of leerjaren. De betrokken studiegebieden zijn : auto, bouw, grafische communicatie en media, handel, hout, koeling en warmte, lichaamsverzorging, mechanica-elektriciteit, personenzorg, textiel, voeding. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen. Eenzelfde opleiding kan

verschillende studiegebieden voorkomen. § 2. Elke opleiding omvat algemene vorming, beroepsgerichte vorming en gedifferentieerde onderwijsactiviteiten.

afwijking op deze bepaling is

de opleiding verpleegkunde de algemene vorming facultatief. De algemene vorming, waaronder de basisvorming bedoeld

artikel 55, § 3, § 6 en § 7, wordt hetzij niet-modulair hetzij gedeeltelijk modulair georganiseerd. De beroepsgerichte vorming wordt modulair georganiseerd.

elke opleiding komen een of meer modules voor. Een module is het kleinste te certificeren deel van een opleiding, dat overeenstemt met een bepaalde

houd.

modules komen geen afzonderlijke vakken voor. Eenzelfde module kan

verschillende opleidingen voorkomen. Gedifferentieerde onderwijsactiviteiten omvatten

dividuele begeleiding, ondersteuning of remediëring, afgestemd op de specifieke noden van de leerling. § 3. De Vlaamse Regering legt de opleidingenstructuur vast. Onder opleidingenstructuur wordt verstaan : 1° het geheel van de opleidingen per studiegebied;2° de modules per opleiding;3° de duurtijd per module uitgedrukt

uren per week en uitgedrukt

weken per schooljaar;4° de aanduiding dat de modules zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden;als de modules

een sequentieel verband staan, moeten zij

een eveneens vastgelegde volgorde worden gevolgd; 5° het minimum of de minima

zake aantal uren per week voorbehouden voor gedifferentieerde onderwijsactiviteiten. Voor zover de opleidingenstructuur afwijkt van die, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende opleidingenstructuur ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. § 4. Programmatie respectievelijk opname

de erkennings-, financierings- of subsidiëringsregeling gebeurt per studiegebied.

een onderwijsinstelling kan een studiegebied niet gelijktijdig modulair en niet-modulair worden georganiseerd, tenzij tijdens het geleidelijke omzettingsproces van de ene naar de andere structuur. § 5. Het modulair onderwijsaanbod van een

stelling moet waarborgen dat ten minste één van volgende studiebewijzen kan worden behaald : een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, een diploma van secundair onderwijs, een diploma

de verpleegkunde. Artikel 74quater decies Voor de modulair georganiseerde leerinhouden van een opleiding worden competenties door de Vlaamse Regering bepaald. De Vlaamse Regering leidt de competenties af uit kwalificaties. Als die er niet zijn, leidt de Vlaamse Regering de competenties af uit een referentiekader

nauw overleg met de beroepssectoren. Voor zover de competenties afwijken van die, bepaald bij besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende competenties ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Competenties kunnen ook door middel van stages worden gerealiseerd. Artikel 74quinquies decies Een opleiding kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren. Een module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren. Artikel 74sexies decies § 1.

het modulair onderwijs gelden als gezamenlijke toelatingsvoorwaarden voor regelmatige leerlingen : 1° de reglementaire toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs.

afwijking op deze bepaling gelden, voor wat betreft de opleiding verpleegkunde, de reglementaire toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs; 2° de volgorde waarin modules dienen gevolgd zoals bepaald

de opleidingenstructuur;3° eventueel : de specifieke toelatingsvoorwaarden tot een module zoals vastgelegd door de toelatingsklassenraad, onverminderd het

1° en 2° gestelde;4° eventueel : de vrijstelling van toelatingsvoorwaarden tot een module op grond van een geattesteerde beslissing van de toelatingsklassenraad, onverminderd het

1° gestelde. Een leerling kan slechts één module tezelfdertijd volgen. §

  1. De overstap van een leerling van het modulair naar het niet-modulair onderwijs vindt plaats op basis van een beslissing van de toelatingsklassenraad, tenzij een leerling aan de reglementaire toelatingsvoorwaarden voldoet op basis van het bezit van een eindstudiebewijs. Artikel 74septies decies §
  2. De delibererende klassenraad beslist of een regelmatige leerling hetzij geslaagd is zonder beperkingen hetzij niet geslaagd is. Deze beslissing wordt genomen : 1° op het ogenblik dat de leerling een module heeft beëindigd.

voorkomend geval wordt, voor wat betreft het onderwijzend personeel, de klassenraad beperkt tot die leden die effectief aan de leerling

de desbetreffende module onderricht hebben verstrekt; 2° op het ogenblik dat de leerling aan alle opleidingsvoorwaarden voldoet die toelaten een beslissing te nemen over de toekenning van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs

gericht onder de vorm van een specialisatiejaar, een diploma van secundair onderwijs of een diploma

de verpleegkunde.

het modulair onderwijs worden geen geïntegreerde proeven

gericht. § 2. Tegen beslissingen van delibererende klassenraden die door de betrokken personen worden betwist, kan beroep worden

gesteld overeenkomstig de procedure van toepassing

het niet-modulair onderwijs, met dien verstande dat de

richtende macht van de betrokken

stelling, rekening houdend met het principe van de redelijkheid, de termijnen bepaalt die

herent zijn aan deze procedure. Artikel 74duodevicies De studiebekrachtiging, al dan niet op het einde van het schooljaar, wordt als volgt vastgesteld : 1° attest van verworven competenties : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding niet met vrucht heeft gevolgd;het attest vermeldt die competenties die de jongere wel heeft bereikt; 2° deelcertificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding met vrucht heeft gevolgd;3° certificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een opleiding met vrucht heeft gevolgd;4° getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die :

  1. a)ten minste twee schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en
  2. b)door de delibererende klassenraad als geslaagd voor de tweede graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;5° studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die :
  3. a)ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en
  4. b)door de delibererende klassenraad als geslaagd voor het tweede leerjaar van de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van de eerste twee leerjaren van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;6° studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs,

gericht onder de vorm van een specialisatiejaar : wordt, voor zover de leerling niet

aanmerking komt voor het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt aan de regelmatige leerling die :

  1. a)ten minste vijf schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en
  2. b)door de delibererende klassenraad als geslaagd voor het derde leerjaar van de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;7° diploma van secundair onderwijs (derde graad) : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die :
  3. a)na het behalen van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs ten minste drie schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en
  4. b)door de delibererende klassenraad als geslaagd voor de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert;8° diploma van secundair onderwijs (vierde graad) : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die :
  5. a)houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;en
  6. b)hetzij houder is van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en geslaagd is voor modules die overeenstemmen met het eerste jaar van de, voor zover niet-modulair, driejarige opleiding verpleegkunde hetzij geslaagd is voor alle modules van de opleiding verpleegkunde;9° diploma

de verpleegkunde : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die houder is van de deelcertificaten van alle modules van de opleiding verpleegkunde;10° getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die : a) met uitzondering van de eerste graad, ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd;en b) voldaan heeft aan de voorwaarden opgenomen

de federale wet- en regelgeving

zake de basiskennis van het bedrijfsbeheer. Voor de toepassing van deze bepalingen wordt een module waarvoor de leerling bij beslissing van de toelatingsklassenraad is vrijgesteld, geacht met vrucht gevolgd te zijn. De Vlaamse Regering stelt de modellen en de

vulonderrichtingen van de hiervoor vermelde studiebewijzen vast. Artikel 74undevicies § 1.

het modulair onderwijs geldt als coëfficiënt uren-leraar per leerling voor een bepaalde opleiding, de reglementair vastgestelde coëfficiënt voor de

houdelijk overeenkomstige opleiding van het niet-modulair onderwijs. De Vlaamse Regering legt de

houdelijk overeenkomstige opleidingen vast. Het pakket uren-leraar dat op basis van het voorgaande wordt berekend, wordt voor wat betreft de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010 als volgt netto verhoogd :

  1. a)per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd, worden 4 uren-leraar toegekend;
  2. b)per leerling

het experiment die op de gebruikelijke teldatum

aanmerking wordt genomen voor financiering of subsidiëring worden 0,10 uren-leraar toegekend. Bij de toepassing van deze verhoging wordt de vierde graad van het studiegebied personenzorg buiten beschouwing gelaten. § 2. Modulair onderwijs wordt georganiseerd op basis van uren die geen lesuren zijn doch ermee gelijkgesteld worden, meer bepaald onder vorm van bijzondere pedagogische taken. De gelijkstelling vindt plaats met een opdracht

de tweede graad,

de derde graad of, doch uitsluitend voor wat betreft de opleiding verpleegkunde,

de vierde graad van het voltijds gewoon beroepssecundair onderwijs. De organisatie van modulair onderwijs mag er niet toe leiden dat de verhouding tussen praktische vakken en niet-praktische vakken kennelijk onredelijk verschilt van de verhouding tussen praktische vakken en niet-praktische vakken zoals die zich, onmiddellijk voorafgaand aan de organieke

voering van modulair onderwijs,

het betrokken studiegebied en de betrokken

stelling voordoet. Met praktische vakken gelijkgestelde uren komen

aanmerking voor de vaststelling van betrekkingen

de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur. Artikel 74vicies

zover het de vaststelling van het aantal regelmatige leerlingen met het oog op financiering, subsidiëring of normering betreft, worden voor de opleiding verpleegkunde twee teldata gehanteerd

het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar : enerzijds 15 januari of de eerstvolgende lesdag erna

dien voornoemde datum op een vrije dag valt en anderzijds 15 juni of de eerstvolgende lesdag erna

dien voornoemde datum op een vrije dag valt. Op elke teldatum wordt een regelmatige leerling voor 1/2 leerling

aanmerking genomen. Artikel 74vicies semel De

spectie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming is belast met de evaluatie van het experiment. De

stellingen die aan het experiment deelnemen, zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de evaluatie. De evaluatie moet,

zonderheid wat de timing betreft, derwijze worden georganiseerd dat ze toelaat om beleidsconclusies te trekken met het oog op de geplande hervormingsmaatregelen voor het secundair onderwijs waarvan sprake

artikel 74duodecies. ». Afdeling III. - Decreet houdende diverse bepalingen met betrekking tot het secundair onderwijs Onderafdeling I. - Diverse wijzigingen Artikel III.6

artikel 2 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten betreffende het basisonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 7 juli 2006 en 22 juni 2007, wordt punt 27° vervangen door wat volgt : « 27° programmatie : een numerieke toename van het onderwijsaanbod door middel van : a) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar niet bestaande

stelling, met de bedoeling die

stelling

aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring;

  1. b)hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel (dat niet onder toepassing van
  2. c)valt), met de bedoeling dat structuuronderdeel

aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring;c) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de zes voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel met

de benaming de component « topsport », met de bedoeling dat structuuronderdeel

aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring;opdat de heroprichting van een structuuronderdeel, conform deze definitie, niet als een programmatie wordt beschouwd, moet de betrokken

stelling ten minste één sportdiscipline organiseren die eerder ook al aan die

stelling werd toegewezen. ». Artikel III.7

artikel 6, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0, wordt het woord « Kleding » vervangen door het woord « Mode ». Artikel III.8

artikel 8bis, van hetzelfde decreet,

gevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten0, worden tussen het woord « opties » en het woord « militaire » de woorden « elektronica militaire wapensystemen, »

gevoegd. Artikel III.9

artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, § 2 en § 3 worden de woorden « , bedoeld

artikel 49, 1° » geschrapt;2°

§ 3

wordt de volgende zinsnede geschrapt : « , bedoeld

:

  1. a)hetzij artikel 49, 1°;
  2. b)hetzij artikel 49, 2° : voor de

stellingen gelegen

het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad of

een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250

woners per km2 en voor de

stellingen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen

een

ternaat verblijven »;3° een § 3bis wordt

gevoegd, die luidt als volgt : « § 3bis.Onder toepasbare rationalisatienorm, vermeld

§ 1

, § 2 en § 3, wordt verstaan : a) hetzij, afhankelijk van de door de

stelling georganiseerde graden, de norm vermeld

artikelen 49, 2°, en 53 : voor de

stellingen gelegen

het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of

een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250

woners per km2 en voor de

stellingen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen

een

ternaat verblijven;b) hetzij, afhankelijk van de door de

stelling georganiseerde graden, de norm vermeld

artikelen 49, 1°, en 53 : voor de

stellingen die niet onder toepassing van a) vallen.». Artikel III.10 Aan artikel 28, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren

de school

kwestie » worden geschrapt;2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « Voor zover een optie een zelfde benaming draagt

de tweede en de derde graad, heeft een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering betrekking op de twee graden samen.Tussen de opstart van beide graden kunnen dan maximaal twee schooljaren liggen. ». Artikel III.11

artikel 31 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4, worden telkens de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, § 2 en § 3 worden de woorden « , bedoeld

artikel 49, 1° » geschrapt;2°

§ 3

wordt de volgende zinsnede geschrapt : « , bedoeld

:

  1. a)hetzij artikel 49, 1°;
  2. b)hetzij artikel 49, 2° : voor de

stellingen gelegen

het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad of

een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250

woners per km2 en voor de

stellingen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen

een

ternaat verblijven »;3° een § 3bis wordt

gevoegd, die luidt als volgt : « § 3bis.Onder toepasbare rationalisatienorm, vermeld

§ 1

, § 2 en § 3, wordt verstaan : a) hetzij, afhankelijk van de door de

stelling georganiseerde graden, de norm vermeld

artikel 49, 2°, en artikel 53 : voor de

stellingen gelegen

het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of

een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250

woners per km2 en voor de

stellingen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen

een

ternaat verblijven;b) hetzij, afhankelijk van de door de

stelling georganiseerde graden, de norm vermeld

artikel 49, 1°, en 53 : voor de

stellingen die niet onder toepassing van a) vallen.». Artikel III.12 Aan artikel 38, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren

de school

kwestie » worden geschrapt;2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « Voor zover een optie een zelfde benaming draagt

de tweede en de derde graad, heeft een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering betrekking op de twee graden samen.Tussen de opstart van beide graden kunnen dan maximaal twee schooljaren liggen. ». Artikel III.13

artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005 en 22 juni 2007, wordt de zinsnede « , 78 en 79 » vervangen door de zinsnede « en 78 ». Artikel III.14

artikel 85bis van hetzelfde decreet,

gevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

en § 2 worden de worden « voor voltijds technisch of beroepssecundair onderwijs » vervangen door de woorden « die een eerste graad of technisch secundair onderwijs of beroepssecundair onderwijs organiseert, »;2°

§ 3

, 3°, worden tussen het woord « onderwijs » en de woorden «

aanmerking » de woorden « dat verbonden is aan een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, »

gevoegd. Artikel III.15 § 1.

artikel 103 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden « en 2007-2008 » vervangen door de woorden « , 2007-2008 en 2008-2009 »;2°

§ 2

worden tussen de woorden « het schooljaar 2007-2008 » en de woorden « worden extra middelen toegekend » de woorden « en respectievelijk op 1 februari 2008 voor wat betreft het schooljaar 2008-2009 »

gevoegd. § 2. De bijlage II bij hetzelfde decreet wordt vervangen door de bijlage bij dit decreet. Onderafdeling II. -

spraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap Artikel III.16

hetzelfde decreet wordt

titel VIII, een hoofdstuk V,

spraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap,

gevoegd, bestaande uit artikel 81bis tot en met artikel 81vicies quinquies, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK V. -

spraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap Afdeling 1. - Scholengemeenschappen gesubsidieerd officieel onderwijs Artikel 81bis Deze afdeling is van toepassing op de scholengemeenschappen secundair onderwijs die uitsluitend bestaan uit

stellingen die behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs. Artikel 81ter

elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd. Het vorige lid is niet van toepassing op de scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit

stellingen die behoren tot dezelfde

richtende macht.

dat geval worden de bevoegdheden van het OCSG zoals vastgelegd

deze afdeling uitgeoefend door het afzonderlijk bijzonder comité opgericht krachtens artikel 4, § 1, 3°, van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Artikel 81quater § 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de

richtende machten en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben

het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap ». § 2. De afvaardiging van de

richtende machten bestaat uit minstens één lid van elke

richtende macht zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties. De vertegenwoordigers van de

richtende machten moeten bevoegd zijn om hun respectievelijke

richtende macht te verbinden. § 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per

richtende macht en wordt vrij door hen samengesteld. § 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald

het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de

richtende machten kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde. Artikel 81quinquies De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties genieten de rechten en plichten voorzien

de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten. Artikel 81sexies § 1. De afgevaardigden van de

richtende machten bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG. §

  1. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. Artikel 81septies §
  2. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende

stellingen en/of van de scholengemeenschap zelf. § 2. De leden van het OCSG hebben een

formatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is. Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op

lichtingen

verband met de tewerkstelling. Deze

lichtingen hebben betrekking op : 1°

lichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen

de

stellingen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en

frastructuur

de

stellingen die tot de scholengemeenschap behoren;2°

lichtingen over de structuur van de

stellingen die tot de scholengemeenschap behoren,

clusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;3°

lichtingen over het personeelsverloop

de

stellingen van de scholengemeenschap. § 3. De afgevaardigden van de

richtende machten moeten aan de leden van het OCSG

lichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de

stellingen van de scholengemeenschap. § 4. De leden van het OCSG ontvangen de

formatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot

stellingsoverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd. § 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de

richtende machten stappen zetten

het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam

de scholengemeenschap. Artikel 81octies De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen

nemen. Artikel 81novies Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de

richtende machten, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig. Artikel 81decies § 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld

een protocol waarin worden opgetekend : 1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de

richtende machten en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de

richtende machten en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties. § 2.

geval van eenparig akkoord of

geval van akkoord tussen de afvaardiging van de

richtende machten en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van een

dividuele

richtende machten, noch op het niveau van de

dividuele

stellingen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol. Artikel 81undecies Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld

artikel 81decies. Artikel 81duodecies § 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal : 1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;4° de taken van de voorzitter;5° de taken van de secretaris;6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld

artikel 81septies;11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld

artikel 81quinquies;12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de

richtende machten en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen. § 2.

dien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten van toepassing. Artikel 81ter decies De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de

richtende machten. Afdeling 2. - Netoverschrijdende scholengemeenschappen Artikel 81quater decies Deze afdeling is van toepassing op de netoverschrijdende scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit

stellingen die secundair onderwijs

richten. Artikel 81quinquies decies

elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd. Artikel 81sexies decies § 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de

richtende machten en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben

Sectorcomité X - Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap), het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » en/of het Overkoepelend Onderhandelingscomité Gesubsidieerd Vrij Onderwijs. § 2. De afvaardiging van de

richtende machten bestaat uit minstens één lid van elke

richtende macht zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties. De vertegenwoordigers van de

richtende machten moeten bevoegd zijn om hun respectievelijke

richtende macht te verbinden. § 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per

richtende macht en wordt vrij door hen samengesteld.

afwijking van het vorig lid mag voor de

richtende machten van de scholengemeenschap die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs waar maar één representatieve vakorganisatie vertegenwoordigd is

het lokaal comité of de lokale comités, deze representatieve vakorganisatie maximaal drie vertegenwoordigers afvaardigen naar het OCSG. Zijn er twee representatieve vakorganisaties vertegenwoordigd

het lokaal comité of de lokale comités, dan mag de representatieve vakorganisatie met het grootst aantal vertegenwoordigers

het lokaal comité of de lokale comités maximaal twee vertegenwoordigers afvaardigden naar het OCSG. De andere representatieve vakorganisatie mag dan maximaal één vertegenwoordiger afvaardigen. § 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald

het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de

richtende machten kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde. Artikel 81septies decies De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd officieel onderwijs of Gemeenschapsonderwijs genieten de rechten en plichten voorzien

de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd vrij onderwijs genieten de rechten en de plichten voorzien

het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités

het vrij gesubsidieerd onderwijs. Artikel 81duodevicies § 1. De afgevaardigden van de

richtende machten bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG. §

  1. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. Artikel 81undevicies §
  2. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende

stellingen en/of van de scholengemeenschap zelf. § 2. De leden van het OCSG hebben een

formatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is. Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op

lichtingen

verband met de tewerkstelling. Deze

lichtingen hebben betrekking op : 1°

lichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen

de

stellingen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en

frastructuur

de

stellingen die tot de scholengemeenschap behoren;2°

lichtingen over de structuur van de

stellingen die tot de scholengemeenschap behoren,

clusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;3°

lichtingen over het personeelsverloop

de

stellingen van de scholengemeenschap. § 3. De afgevaardigden van de

richtende machten moeten aan de leden van het OCSG

lichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de

stellingen van de scholengemeenschap. § 4. De leden van het OCSG ontvangen de

formatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot

stellingsoverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd. § 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de

richtende machten stappen zetten

het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam

de scholengemeenschap. Artikel 81vicies De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen

nemen. Artikel 81vicies semel Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de

richtende machten, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig. Artikel 81vicies bis § 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld

een protocol waarin worden opgetekend : 1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de

richtende machten en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de

richtende machten en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties. § 2.

geval van eenparig akkoord of

geval van akkoord tussen de afvaardiging van de

richtende machten en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van een

dividuele

richtende machten, noch op het niveau van de

dividuele

stellingen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol. Artikel 81vicies ter Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld

artikel 81vicies bis. Artikel 81vicies quater § 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal : 1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;4° de taken van de voorzitter;5° de taken van de secretaris;6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld

artikel 81undevicies;11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld

artikel 81septies decies;12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de

richtende machten en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen. § 2.

dien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door Sectorcomité X, onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en het Overkoepelend Onderhandelingscomité van toepassing. Artikel 81vicies quinquies De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de

richtende machten. ». Artikel III.17

hetzelfde decreet wordt artikel 73bis,

gevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten0, opgeheven. Afdeling IV. - Brussels curriculum Artikel III.18

het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende het experimenteel Brussels curriculum

het voltijds secundair onderwijs, bekrachtigd bij decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

artikel 1 wordt het tweede lid opgeheven;2°

artikel 6 worden de woorden « artikel 81 van hetzelfde decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 betreffende het onderwijs XII-Ensor » vervangen door de woorden « artikel 6, § 1, van het decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten9 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten

het onderwijs »;3°

artikel 7 worden de woorden « 31 augustus 2007 » vervangen door de woorden « 31 augustus 2010 ». Afdeling V. - Buitengewoon onderwijs Onderafdeling I. - Afwijkingsuren Artikel III.19 Aan artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald

de

richtingen voor buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 9 april 1992, 28 april 1993, 14 juli 1998 en 7 juli 2006, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6.

het kader van het geïntegreerd onderwijs gericht op de begeleiding van autistische kinderen en

afwijking van de bepalingen van dit besluit kan de regering op vraag van de

richtende macht

het buitengewoon onderwijs voor het schooljaar 2008-2009, extra lesuren toekennen voor het onderwijzend personeel. Het aantal extra lesuren bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs samen maximaal 439 extra lesuren.

geen geval kan de

richtende macht personeelsleden affecteren, muteren en/of vast benoemen

de extra lesuren. ». Artikel III.20 Aan artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 67 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel worden bepaald

het buitengewoon secundair onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 14 juli 1998 en 7 juli 2006 wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.

het kader van het geïntegreerd onderwijs gericht op de begeleiding van autistische kinderen en

afwijking van de bepalingen van dit besluit kan de regering op vraag van de

richtende macht

het buitengewoon onderwijs voor het schooljaar 2008-2009, extra uren toekennen voor het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. Het aantal extra uren bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs samen maximaal 77 extra uren.

geen geval kan de

richtende macht personeelsleden affecteren, muteren en/of vast benoemen

de extra uren. ». Artikel III.21 Aan artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982 tot vaststelling van de wijze waarop voor de Rijksinstituten voor buitengewoon onderwijs en de tehuizen van het Rijk de ambten worden bepaald van het paramedisch personeel en van het personeel toegekend

het kader van het

ternaat, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 14 juli 1998 en 7 juli 2006 wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.

het kader van het geïntegreerd onderwijs gericht op de begeleiding van autistische kinderen en

afwijking van de bepalingen van dit besluit kan de regering op vraag van de

richtende macht

het buitengewoon onderwijs voor het schooljaar 2008-2009, extra uren toekennen voor het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. Het aantal extra uren bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs samen maximaal 77 extra uren.

geen geval kan de

richtende macht personeelsleden affecteren, muteren en/of vast benoemen

de extra uren. ». Onderafdeling II. - Modulair onderwijs Artikel III.22

het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten9 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3, wordt een hoofdstuk IIIbis, Experimenteel modulair onderwijs,

gevoegd, bestaande uit de artikelen 20bis tot en met 20decies, die luiden als volgt : « Hoofdstuk IIIbis. - Experimenteel modulair onderwijs Artikel 20bis Vanaf het schooljaar 2008-2009 en tot zolang bedoeld experiment

het voltijds gewoon secundair onderwijs loopt, kan als experiment

door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde

stellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, modulair onderwijs worden georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling.

voorkomend geval zijn wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen die

strijd zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, niet van toepassing. Het experiment heeft betrekking op opleidingsvorm 3, met uitzondering van de observatiefase, en kan enkel worden

gericht door

stellingen die gedurende het schooljaar 2007-2008 modulair onderwijs organiseren overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. Het decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten9 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten

het onderwijs is niet van toepassing op dit experiment. Artikel 20ter § 1. Modulair onderwijs wordt georganiseerd per studiegebied zonder opdeling

fasen of leerjaren. De betrokken studiegebieden zijn : auto, bouw, grafische communicatie en media, handel, hout, koeling en warmte, lichaamsverzorging, mechanica-elektriciteit, personenzorg, textiel, voeding. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen. Eenzelfde opleiding kan

verschillende studiegebieden voorkomen. § 2. Elke opleiding omvat algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De algemene en sociale vorming wordt hetzij niet-modulair hetzij gedeeltelijk modulair georganiseerd. De beroepsgerichte vorming wordt modulair georganiseerd.

elke opleiding komen een of meer modules voor. Een module is het kleinste te certificeren deel van een opleiding, dat overeenstemt met een bepaalde

houd.

modules komen geen afzonderlijke vakken voor. Eenzelfde module kan

verschillende opleidingen voorkomen. § 3. De Vlaamse Regering legt de opleidingenstructuur vast. Onder opleidingenstructuur wordt verstaan : 1° het geheel van de opleidingen per studiegebied;2° de modules per opleiding;3° de duurtijd per module uitgedrukt

uren per week;4° de aanduiding dat de modules zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden;als de modules

een sequentieel verband staan, moeten zij

een eveneens vastgelegde volgorde worden gevolgd. Voor zover de opleidingenstructuur afwijkt van die, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende opleidingenstructuur ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. § 4. Programmatie respectievelijk opname

de erkennings-, financierings- of subsidiëringsregeling gebeurt per studiegebied.

een onderwijsinstelling kan een studiegebied niet gelijktijdig modulair en niet-modulair worden georganiseerd, tenzij tijdens het geleidelijke omzettingsproces van de ene naar de andere structuur. § 5. Het modulair onderwijsaanbod van een

stelling moet waarborgen dat een certificaat of een getuigschrift van een opleiding kan worden behaald. Artikel 20quater Voor de modulair georganiseerde leerinhouden van een opleiding worden competenties door de Vlaamse Regering bepaald. Die leerinhouden zijn niet onderworpen aan de voorwaarde van door de Vlaamse Regering vastgestelde opleidingsprofielen. De Vlaamse Regering leidt de competenties af uit kwalificaties. Als die er niet zijn, leidt de Vlaamse Regering de competenties af uit een referentiekader

nauw overleg met de beroepssectoren. Voor zover de competenties afwijken van die bepaald bij besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten8 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende competenties ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Competenties kunnen ook door middel van stages of werkervaring worden gerealiseerd. Artikel 20quinquies Een opleiding kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren. Een module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren. Artikel 20sexies § 1.

het modulair onderwijs gelden als gezamenlijke toelatingsvoorwaarden voor regelmatige leerlingen : 1° de reglementaire toelatingsvoorwaarden tot de opleidingsfase van opleidingsvorm 3;2° de volgorde waarin modules dienen gevolgd zoals bepaald

de opleidingenstructuur;3° eventueel : de specifieke toelatingsvoorwaarden tot een module zoals vastgelegd door de klassenraad, onverminderd het

1° en 2° gestelde;4° eventueel : de vrijstelling van toelatingsvoorwaarden tot een module op grond van een geattesteerde beslissing van de klassenraad, onverminderd het

1° gestelde. Een leerling kan slechts één module tezelfdertijd volgen. § 2. De overstap van een leerling van het modulair naar het niet-modulair onderwijs vindt plaats op basis van een beslissing van de klassenraad. Artikel 20septies De klassenraad beslist of een regelmatige leerling hetzij geslaagd is zonder beperkingen hetzij niet geslaagd is. Deze beslissing wordt genomen : 1° op het ogenblik dat de leerling een module heeft beëindigd.

voorkomend geval wordt, voor wat betreft het onderwijzend personeel, de klassenraad beperkt tot die leden die effectief aan de leerling

de desbetreffende module onderricht hebben verstrekt; 2° op het ogenblik dat de leerling aan alle opleidingsvoorwaarden voldoet die toelaten een beslissing te nemen over de toekenning van een attest van verworven competenties, een getuigschrift van verworven competenties, een getuigschrift van een opleiding of een getuigschrift van alternerende beroepsopleiding.

het modulair onderwijs worden geen kwalificatieproeven

gericht. Artikel 20octies De studiebekrachtiging, al dan niet op het einde van het schooljaar, wordt als volgt vastgesteld. 1° attest van verworven competenties : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding niet met vrucht heeft gevolgd;het attest vermeldt die competenties die de jongere wel heeft bereikt; 2° deelcertificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding met vrucht heeft gevolgd;3° getuigschrift van verworven competenties : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een afgerond geheel binnen een opleiding met vrucht heeft gevolgd;4° certificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een opleiding met vrucht heeft gevolgd;5° getuigschrift van een opleiding : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een opleiding van assistentniveau met vrucht heeft gevolgd;6° getuigschrift van alternerende beroepsopleiding : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die de

tegratiefase met vrucht heeft gevolgd. Voor de toepassing van deze bepalingen wordt een module waarvoor de leerling bij beslissing van de klassenraad is vrijgesteld, geacht met vrucht gevolgd te zijn. De Vlaamse Regering stelt de modellen en de

vulonderrichtingen van de hiervoor vermelde studiebewijzen vast. Artikel 20novies § 1.

het modulair onderwijs gelden als richtgetallen de reglementair vastgestelde richtgetallen van de overeenkomstige types van opleidingsvorm 3. Het lesurenpakket dat op basis van het voorgaande wordt berekend, wordt voor wat betreft de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010 als volgt netto verhoogd : a) per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd, worden 4 lesuren toegekend;b) per leerling

het experiment die op de gebruikelijke teldatum

aanmerking wordt genomen voor financiering of subsidiëring worden 0,10 lesuren toegekend. § 2. Modulair onderwijs wordt georganiseerd op basis van uren die geen lesuren zijn doch ermee gelijkgesteld worden, meer bepaald onder vorm van bijzondere pedagogische taken. Met beroepsgerichte vorming gelijkgestelde uren komen

aanmerking voor de vaststelling van betrekkingen

de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur. Artikel 20decies De

spectie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming is belast met de evaluatie van het experiment. De

stellingen die aan het experiment deelnemen, zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de evaluatie. De evaluatie moet,

zonderheid wat de timing betreft, derwijze worden georganiseerd dat ze toelaat om beleidsconclusies te trekken met het oog op een vlotte, eventuele, organieke implementatie. ». Onderafdeling III. - Lokaal overlegplatform Artikel III.23

artikel 24bis, § 1, 14°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving,

gevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten0, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Dit punt is niet van toepassing op secundaire afdelingen van de scholen van het type 5 en het zeepreventorium. ». Afdeling VI. -

werkingtreding Artikel III.24 De bepalingen van dit hoofdstuk treden

werking op 1 september 2008, met uitzondering van : 1° artikelen III.7 en III.8 die uitwerking hebben met

gang van 1 september 2002; 2° artikelen III.4, III.10 en III.12 die uitwerking hebben met

gang van 1 september 2006; 3° artikel III.18 dat uitwerking heeft met

gang van 1 september 2007; 4° artikelen III.16 en III.17 die uitwerking hebben met

gang van 1 april 2008. HOOFDSTUK IV. - Levenslang leren Afdeling I. - Deeltijds kunstonderwijs Artikel IV.1

het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II worden de artikelen 96bis en 96ter

gevoegd, die luiden als volgt : « Artikel 96bis Een

stelling kan tijdens een bepaald schooljaar niet-

gerichte uren-leraar overdragen naar het volgend schooljaar mits te voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° het maximum aantal uren-leraar van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar dient vastgelegd uiterlijk op 1 november van dat schooljaar;2° het maximum aantal uren-leraar van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar kan nooit hoger liggen dan twee procent van het aantal aanwendbare uren-leraar van dat bepaald schooljaar;3° de overgedragen uren-leraar kunnen enkel

het volgend schooljaar worden aangewend. Artikel 96ter § 1. De overdracht van uren-leraar tijdens een bepaald schooljaar, zoals bedoeld

artikel 96bis is slechts mogelijk

dien de betrokken

richtende macht van de onderwijsinstelling op eer verklaart dat zij tijdens dat schooljaar

de betrokken onderwijsinstelling overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking

de categorie van het onderwijzend personeel dient uit te spreken. § 2. De niet-naleving van de bepalingen van § 1 heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. § 3.

de overgedragen uren-leraar zoals bedoeld

artikel 96bis kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden. § 4. Met het oog op de controle van § 3 door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, dienen de

richtende machten van de betrokken onderwijsinstellingen een verklaring op eer af te leggen die er toe strekt dat

de bedoelde uren-leraar geen personeelsleden vastbenoemd worden. § 5. De niet-naleving van de bepalingen van § 3 en § 4 heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de overheid. ». Afdeling II. - Volwassenenonderwijs Onderafdeling I. - Centra voor volwassenenonderwijs Artikel IV.2

artikel 2 van het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten5 betreffende het volwassenenonderwijs wordt een punt 36°bis opgenomen dat luidt als volgt : « 36°bis representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een

de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie en die een werking ontplooit, naargelang het geval,

de centra voor volwassenenonderwijs of

de centra voor basiseducatie; ». Artikel IV.3

de eerste zin van artikel 17, § 3, van hetzelfde decreet worden de woorden « gedurende de schooljaren 2007-2008, 2008-2009 en 2009-2010 » vervangen door de woorden « gedurende de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 ». Artikel IV.4

artikel 26, § 1, § 3 en § 4, derde lid, van hetzelfde decreet wordt het woord « verlofregeling » telkens vervangen door het woord « vakantieregeling ». Artikel IV.5

artikel 35, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt tussen de woorden « vermeld

artikelen 31, 32, 33 en 34, worden » en de woorden « geen aanvullende toelatingsvoorwaarden » de woorden « , met uitzondering van de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van de studiegebieden Nederlands tweede taal, talen richtgraad 1 en 2 en talen richtgraad 3 en 4, »

gevoegd;2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding vanaf het niveau richtgraad 2 van het studiegebied Nederlands tweede taal, talen richtgraad 1 en 2 of talen richtgraad 3 en 4, met uitzondering van de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 4, Deens richtgraad 4, Duits richtgraad 4, Engels richtgraad 4, Frans richtgraad 4, Italiaans richtgraad 4, Portugees richtgraad 4, Spaans richtgraad 4 en Zweeds richtgraad 4, moet de cursist kunnen aantonen dat hij de basiscompetenties heeft behaald van de opleiding op het niveau van de voorgaande richtgraad.». Artikel IV.6

artikel 87 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1.Elk centrum voor basiseducatie heeft recht op één voltijdse functie van directeur. Elk centrum is verplicht een directeur aan te stellen. De functie van directeur kan worden toegekend aan één personeelslid dat voltijds

deze functie wordt aangesteld of aan twee personeelsleden die elk halftijds

deze functie worden aangesteld. ». Artikel IV.7

artikel 93, § 1, van hetzelfde decreet wordt punt 2° vervangen door wat volgt : « 2° regelmatig aan het geheel van de vorming geparticipeerd hebben vanaf het moment van

schrijving tot het moment dat één derde van het minimum aantal lestijden van de module voorbij is. ». Artikel IV.8

artikel 99, § 1, van hetzelfde decreet wordt punt 3° vervangen door wat volgt : « 3° regelmatig aan het geheel van de vorming geparticipeerd hebben vanaf het moment van

schrijving tot het moment dat één derde van het minimum aantal lestijden van de module voorbij is. ». Artikel IV.9

artikel 107 van hetzelfde decreet wordt een derde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Wanneer er definitief leraarsuren of punten van een Centrum voor Volwassenenonderwijs overgedragen worden naar een

stelling van het secundair onderwijs, hoger onderwijs of deeltijds kunstonderwijs, dan worden deze leraarsuren of punten niet meer

rekening gebracht voor het bepalen van het percentage vermeld

het eerste lid. ». Artikel IV.10

artikel 109, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : «

dien de

artikel 24, § 2, bedoelde afwijking voor bijzondere doelgroepen het minimale aantal lestijden van een opleiding overschrijdt, dan wordt het

schrijvingsgeld berekend op basis van het aantal lestijden bedoeld

hetzelfde artikel 24, § 1, 3°.»; 2°

§ 3wordt 5° opgeheven.

Artikel IV.11

artikel 162 van hetzelfde decreet worden de woorden « met uitzondering van de artikelen 55, 57 en 57bis die worden opgeheven met

gang van 1 september 2008 » vervangen door de woorden « met uitzondering van artikel 57 dat wordt opgeheven met

gang van 1 januari 2008, artikel 57bis dat wordt opgeheven met

gang van 1 september 2008 en artikel 55 dat wordt opgeheven met

gang van 1 september 2009 ». Artikel IV.12 Aan artikel 180 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Zodra voor een modulaire opleiding, bedoeld

het eerste lid, een opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, kan de modulaire opleiding nog georganiseerd worden : 1° gedurende één schooljaar volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering en uiterlijk tot 1 september 2012,

het geval de modulaire opleiding minder dan 700 lestijden bedraagt;2° gedurende twee schooljaren volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering en uiterlijk tot 1 september 2012,

het geval de modulaire opleiding meer dan 700 lestijden bedraagt.». Artikel IV.13 Aan artikel 181 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering is gemachtigd om aan de Centra voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleidingen, vermeld

artikel 179, § 1, 2°, en artikel 180, ambtshalve onderwijsbevoegdheid te verlenen voor de goedgekeurde opleidingsprofielen die met deze opleidingen

houdelijk overeenstemmen. ». Artikel IV.14

artikel 193 van hetzelfde decreet wordt een § 4

gevoegd, die luidt als volgt : « § 4. Wanneer er definitief leraarsuren of punten overgedragen worden tussen twee onderwijsinstellingen

de periode dat de overgangsregeling bedoeld

§ 1

en § 3 geldt, dan worden deze overgedragen leraarsuren of punten : 1°

mindering gebracht

het geval er een overdracht is van een Centrum voor Volwassenenonderwijs naar een andere onderwijsinstelling;2° toegevoegd

het geval een Centrum voor Volwassenenonderwijs ontvangt van een andere onderwijsinstelling.». Artikel IV.15

hetzelfde decreet wordt

titel IX, een hoofdstuk IIbis, Uitzonderingsbepalingen, bestaande uit artikel 197bis,

gevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk IIbis. - Uitzonderingsbepalingen Artikel 197bis Aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs « De Vlaamse Ardennen », Fortstraat 47, 9700 Oudenaarde, wordt vanaf 1 september 2008 : 1° onderwijsbevoegdheid ve

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.