Deze ordonnantie hervormt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en de milieuvergunningen, en wijzigt aanverwante wetgevingen. Het doel is om de ruimtelijke ordening en milieueffectbeoordeling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te moderniseren en te stroomlijnen.
artikel 39 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingen van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening Art. 2.
alle artikelen van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (hierna het « Wetboek » genoemd) waarin deze woorden voorkomen, worden de woorden « de Brusselse Hoofdstedelijke Raad » en « de Hoofdstedelijke Raad » vervangen door de woorden « het Brussels Hoofdstedelijk Parlement ». Art. 3.
artikel 1 van het Wetboek wordt het tweede lid als volgt vervangen : « Het beoogt met name de gehele of gedeeltelijke omzetting van de volgende Europese richtlijnen : - richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten; - richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992
zake de
standhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; - richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken; - richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten; - richtl[00c4][00b3]n 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's; - richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009
zake het behoud van de vogelstand; - richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, gewijzigd door richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014; - richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens
trekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad. ». Art. 4.Artikel 4/1 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 5.Artikel 4/2 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 6.Artikel 5 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt als volgt gewijzigd :
het behoud van het onroerend erfgoed, die houder is van een diploma hoger onderwijs of minstens tien jaar beroepservaring heeft
zake onroerend erfgoed, overeenkomstig de eisen van de Regering
dit verband.»; 2° het tweede lid wordt vervangen door de volgende tekst : « Zij worden « gemachtigd ambtenaar », « gemachtigd ambtenaar Erfgoed » of « sanctionerend ambtenaar » genoemd ». Art. 7.Artikel 6, eerste lid van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
5° worden de woorden « met name via e-mail »
gevoegd na het woord « schriftelijk »;2° 6° wordt vervangen door de volgende tekst : « 6° er wordt overgegaan tot de uithanging van een axonometrie of een ander gelijkwaardig systeem voor driedimensionale grafische voorstelling dat de volumetrische eigenschappen van het project aanschouwelijk maakt, overeenkomstig de regels die zijn vastgelegd door de Regering,
dien de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning die het voorwerp uitmaakt van het openbaar onderzoek, betrekking heeft op een nieuwbouw waarvan de oppervlakte groter is dan 400 vierkante meter, op de uitbreiding met meer dan 400 vierkante meter van een bestaand gebouw of op een gebouw waarvan de hoogte één of meer bouwlagen hoger zal zijn dan de omliggende bebouwing
een straal van vijftig meter. Er is geen axonometrie vereist voor
frastructuurwerken die niet de oprichting van de bovengrondse volumes omvatten. ». Art. 8.Artikel 7 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het derde lid, worden de woorden « van richtplannen van aanleg, »
gevoegd tussen de woorden « gewestelijk bestemmingsplan, » en de woorden « van gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen »;2° het zevende lid wordt opgeheven;3° het negende lid wordt als volgt vervangen : « De Gewestelijke Commissie is samengesteld uit achttien onafhankelijke experts, benoemd door de Regering, waarvan negen voorgedragen door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.Deze experts vertegenwoordigen de volgende disciplines : stedenbouw en ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, huisvesting, cultureel en natuurlijk erfgoed, economie en architectuur. De Regering bepaalt de regels voor de aanwijzing van deze experts en voor de werking van de Gewestelijke Commissie, met name de hoorzitting van de afgevaardigden van de Regering of van de gemeente die een
het tweede lid bedoeld ontwerp uitgewerkt heeft; ». Art. 9.Artikel 8 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het punt aan het einde van 2° wordt vervangen door een puntkomma;2° er wordt een 3° toegevoegd dat als volgt luidt : « 3° de bekendmaking van de adviezen van de Gewestelijke Commissie op het
ternet.» Art. 10.Artikel 9 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
, tweede lid, 2°, worden de woorden « telkens dit bij verordening of bij een plan is voorzien, of wanneer deze vergunnings- of attestaanvragen aan de
artikelen 150 en 151 bedoelde speciale regelen van openbaarmaking werden onderworpen » vervangen door de woorden « telkens dit bij onderhavig Wetboek, bij een plan of een verordening of is voorzien;»; 2° § 2 wordt als volgt vervangen : « § 2.De Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werkingsregels van de overlegcommissies, alsook,
voorkomend geval, bepaalde adviescriteria door de volgende principes toe te passen : 1° de vertegenwoordiging : - van de gemeenten; - van het bestuur belast met stedenbouw; - van het bestuur belast met monumenten en landschappen; - van het Brussels
stituut voor Milieubeheer; - van Brussel Mobiliteit en het bestuur belast met territoriale planning wanneer de overlegcommissie wordt geraadpleegd vóór de uitwerking, wijziging of opheffing van een bijzonder bestemmingsplan; 2° het verbod voor de leden van de overlegcommissies om deel te nemen aan het stemmen over de vergunningsaanvragen of over de ontwerpplannen of ontwerpen van verordening die uitgaan van het orgaan dat zij vertegenwoordigen;3° de terbeschikkingstelling aan de bevolking van een register met de notulen van de vergaderingen en met de door de commissies uitgebrachte adviezen;4° de waarneming van het voorzitterschap van de overlegcommissie door het bestuur belast met stedenbouw wanneer de aanvraag betrekking heeft op een project van gewestelijk belang
zake mobiliteit.Een project is van gewestelijk belang
zake mobiliteit als het gaat om handelingen en werken betreffende het wegennet en de openbare ruimten, zoals omschreven
artikel 189/1, waarvan het belang het louter gemeentelijk belang en het grondgebied van één enkele gemeente overstijgt of om het even welk project dat als zodanig
het gewestelijk mobiliteitsplan wordt aangegeven; 5° het horen van de natuurlijke of rechtspersonen die erom vragen tijdens het openbaar onderzoek.». Art. 11.Artikel 11 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin : « Deze adviezen worden met redenen omkleed.»; 2°
paragraaf 2, punt 2, wordt het derde lid vervangen door de volgende tekst : « Elk van de volgende vakgebieden is vertegenwoordigd : stedenbouw, landschapsarchitectuur, architectuur, bouwengineering, geschiedenis, kunstgeschiedenis, archeologie, natuurlijk erfgoed, restauratietechnieken en bouweconomie.De Regering kan de vertegenwoordiging van bijkomende vakgebieden voorzien. »; 3°
, punt 5, eerste lid, wordt het woord « aangewezen »
gevoegd tussen de woorden « twee derde van haar » en de woorden « leden aanwezig zijn »;4° paragraaf 3 wordt als volgt gewijzigd : a)
het tweede lid,
de tweede zin, worden de woorden « van de aanwezige leden geformuleerd » vervangen door de woorden « van de aangewezen leden geformuleerd;bij ontstentenis ervan worden de adviezen gunstig geacht »;
het bepalend gedeelte van dat advies.»; 5°
paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door de volgende tekst : « Dit secretariaat wordt verzorgd door het bestuur belast met monumenten en landschappen.». Art. 12.
titel I, wordt een nieuw hoofdstuk IVbis
gevoegd, met het opschrift « De Bouwmeester », met daarin een artikel 11/1 dat als volgt luidt : « Art. 11/1.§ 1. De Regering stelt voor een periode van maximaal vijf jaar een Bouwmeester aan, belast met het toezicht op de architecturale kwaliteit
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. §
dien de Bouwmeester zijn advies niet naar de aanvrager verstuurd heeft binnen de zestig dagen na de ontvangst van de adviesaanvraag. ». Art. 13.Artikel 12 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het eerste lid, worden de woorden « bedoeld
afdeling V van hoofdstuk III van titel IV » en de woorden « overeenkomstig afdeling VIII van hoofdstuk III van titel IV » geschrapt;2°
het derde lid, worden de woorden « van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » vervangen door de woorden « van het bestuur belast met stedenbouw ». Art. 14.De titel van hoofdstuk VI, « Termijnen », wordt aangevuld met de woorden « en communicatiemiddelen ». Art. 15.Artikel 12/1 wordt aangevuld met nieuwe leden 4 en 5 die als volgt luiden : « Voor de toepassing van dit Wetboek wordt de kennisgeving gerekend vanaf de datum van verzending, behalve
geval van andersluidende bepaling.
uitvoering van de bepalingen van dit Wetboek die verwijzen naar deze vakantieperiodes, is de Regering gemachtigd om de begin- en einddata van de zomer-, kerst- en paasvakantie vast te leggen. ». Art. 16.Een nieuw artikel 12/2 wordt
gevoegd
het Wetboek dat als volgt luidt : « Art. 12/2.De Regering kan andere, met name elektronische, communicatievormen toestaan en organiseren, voor alle mededelingen waarvoor dit Wetboek een aangetekend schrijven of de overhandiging per bode voorschrijft. De
diening van vergunningsaanvragen en alle communicatie die er
het kader van het onderzoek van deze aanvragen gebeurt tussen de aanvrager en de bevoegde overheden, kunnen gebeuren via elektronische weg, volgens de modaliteiten die door de Regering moeten worden bepaald. De Regering kan de modaliteiten organiseren voor de terbeschikkingstelling aan het publiek, op het
ternet, van elk document dat onder het Wetboek of de uitvoeringsbesluiten van het Wetboek valt, met name de documenten die zijn onderworpen aan het openbaar onderzoek. ». Art. 17.Artikel 13 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 13.De ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de ordening van zijn grondgebied worden bepaald door de volgende plannen : 1. het gewestelijk ontwikkelingsplan;2. het gewestelijk bestemmingsplan;3. de richtplannen van aanleg;4. de gemeentelijke ontwikkelingsplannen;5. de bijzondere bestemmingsplannen.». Art. 18.Artikel 14 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 19.
artikel 15 van het Wetboek worden de woorden « , het wijzigen en het opheffen »
gevoegd na « het uitwerken ». Art. 20.Een nieuw artikel 15/1 wordt
gevoegd
het Wetboek dat als volgt luidt : « Art. 15/1.Met voorbehoud van de bijzondere gevallen voorzien
dit Wetboek moeten de uitwerking, de wijziging en de opheffing van de plannen bedoeld
artikel 13 het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport. Het milieueffectenrapport, waarvan de Regering de structuur vastlegt, bevat de
formatie die wordt opgesomd
bijlage C bij dit Wetboek, rekening houdend met de
formatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande kennis en beoordelingsmethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau of op het niveau van de latere vergunningsaanvragen, waar het verkieslijk kan zijn de beoordeling te maken om een herhaling ervan te vermijden. Het milieueffectenrapport houdt rekening met de resultaten die verkregen zijn bij eerder uitgevoerde relevante milieubeoordelingen. ». Art. 21.
artikel 17, tweede lid, 1°, wordt het woord « verplaatsingen » vervangen door de woorden « mobiliteit, toegankelijkheid ». Art. 22.Artikel 18 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
worden leden 2 tot 4 opgeheven;2°
worden de woorden « met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport » geschrapt;3° paragraaf 4 wordt als volgt vervangen : « De Regering onderwerpt het ontwerpplan en het milieueffectenrapport of,
voorkomend geval, de
artikel 20, § 4 bedoelde documenten, adviezen en beslissingen, gelijktijdig aan de
het tweede lid bedoelde adviezen en aan het openbaar onderzoek. De door de Regering gevraagde adviezen worden aan haar overgemaakt binnen de hierna volgende termijn, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt
aanmerking moet worden genomen : - zestig dagen voor het bestuur belast met territoriale planning, het Brussels
stituut voor Milieubeheer, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting en de andere adviesorganen waarvan de Regering de lijst kan opstellen; - vijfenzeventig dagen voor de gemeenteraden. Het openbaar onderzoek duurt zestig dagen. Het voorwerp en de begin- en einddatum van het onderzoek worden aangekondigd, volgens de regels die de Regering bepaalt : - door aanplakking
elke gemeente van het Gewest; - door een bericht
het Belgisch Staatsblad en
verscheidene Nederlandstalige en Franstalige dagbladen die
het Gewest worden verspreid; - door een mededeling via de radio; - op de website van het Gewest. De aan het onderzoek onderworpen documenten worden gedurende de duur van het onderzoek ter
zage van de bevolking neergelegd
het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest of van elke betrokken gemeente wanneer het een wijziging betreft van het gewestelijk ontwikkelingsplan. Ze worden eveneens ter beschikking gesteld op het
ternet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de neerlegging en verzending van de bezwaren en opmerkingen binnen de termijn van het onderzoek, met
achtneming van de principes die zijn vastgelegd
artikel 6. »; 4° § 5 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : -
de eerste zin, worden de woorden « of, desgevallend, de
artikel 20, § 4 bedoelde documenten, beslissingen en adviezen, »
gevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport » en de woorden « de bezwaren »; -
de tweede zin, worden de woorden « bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht » vervangen door de woorden « bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht nog
aanmerking moet worden genomen »; b) het tweede lid wordt als volgt vervangen : « De Regering deelt aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een afschrift van het advies van de Gewestelijke Commissie mee, evenals een afschrift van de adviezen, bezwaren en opmerkingen gemaakt binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie.». 5°
, eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de
artikel 20, § 4 bedoelde documenten, adviezen en beslissingen »
gevoegd tussen de woorden « de eventuele
formatie over de grensoverschrijdende effecten » en de woorden « overgemaakt aan ». Art. 23.Artikel 19 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt vervangen door een nieuwe § 1 die als volgt luidt : « Binnen zestig dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of vanaf de vervaldag van de aan deze commissie toebedeelde termijn om haar advies uit te brengen, kan de Regering na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, het plan hetzij definitief goedkeuren, hetzij wijzigen.
het eerste geval motiveert ze haar beslissing op elk punt waarin ze afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek.
het tweede geval, behalve wanneer het slechts kleine wijzigingen betreft die geen aanzienlijke impact zullen hebben op het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp, desgevallend samen met een aanvulling op het milieueffectenrapport, opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig artikel 18, § 4 en volgende. Wanneer bovendien het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 20, § 4 : - kunnen de
het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij een aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport; - kunnen de
het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij geen aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet
het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan uitdrukkelijk worden aangegeven waarom het geen aanzienlijke impact zal hebben. Het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan geeft
zijn motivatie een samenvatting van : - de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen
het plan; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, en de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens de procedure,
aanmerking werden genomen; - de redenen voor de keuzes van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de andere beoogde redelijke oplossingen. Wanneer het plan niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een milieueffectenrapport, neemt het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan de
artikel 20, § 4 met redenen omklede beslissing over. »; 2° de leden 2 en 3 zijn samengevoegd
een nieuwe § 2, waarvan ze het eerste en het tweede lid vormen.3° de nieuwe § 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « , desgevallend samen met het milieueffectenrapport, » worden
gevoegd tussen de woorden « het volledige plan » en de woorden « ter beschikking van de bevolking »; - de woorden « op het
ternet en » worden
gevoegd tussen de woorden « ter beschikking van de bevolking » en de woorden «
elk gemeentehuis ». Art. 24.Artikel 20 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.Evenwel, onder voorbehoud van het volgende lid, wanneer zij meent, rekening houdend met de
bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria, dat de geplande wijziging niet van die aard is dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, kan de Regering, overeenkomstig de procedure die is vastgelegd
, beslissen dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijke ontwikkelingsplan niet aan een milieueffectenrapport onderworpen moet worden. Er moet een milieueffectenrapport gemaakt worden voor een ontwerp van wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan wanneer dit ontwerp rechtstreeks betrekking heeft op een of meer gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979
zake het behoud van de vogelstand, richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009
zake het behoud van de vogelstand en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992
zake de
standhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen
houden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken
de zin van de richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens
trekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die voorzien
de
schrijving,
de nabijheid van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten, van gebieden die bestemd zijn voor huisvesting of voor bezoek door het publiek, die een bijzonder natuurlijk belang
houden of die verbindingswegen omvatten. »; 2° er wordt een nieuwe § 4 en toegevoegd, die als volgt luidt : « § 4.Wanneer de Regering a priori meent, overeenkomstig § 3, eerste lid, dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan geen noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, vraagt zij het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels
stituut voor Milieubeheer omtrent het ontbreken van een noemenswaardige weerslag van het ontwerp van wijziging. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting, de richtlijnen van het ontwerp van wijziging en de elementen van de bestaande toestand die het ontwerp wil wijzigen, bevat. De adviezen worden naar de Regering gestuurd binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen. Na
zage van de uitgebrachte adviezen besluit de Regering,
een met redenen omklede beslissing, of de geplande wijziging al of niet het voorwerp moet uitmaken van een milieueffectenrapport. ». Art. 25.
artikel 21, tweede lid, van het Wetboek worden de woorden « , het richtplan van aanleg »
gevoegd na de woorden « het gewestelijk bestemmingsplan ». Art. 26.
artikel 22 van het Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « van het Brussels Planningsbureau » worden vervangen door de woorden « van het bestuur belast met territoriale planning »;2° het woord « jaarlijks » wordt geschrapt en de woorden « om de vijf jaar na de goedkeuring van het plan, » worden
gevoegd na het woord « haar »;3° de laatste zin wordt als volgt aangevuld : « , met name op de website van het Gewest ». Art. 27.Artikel 25 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
worden leden 2 tot 4 opgeheven;2°
, eerste lid, worden de woorden « met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport.» geschrapt en er wordt een tweede zin toegevoegd die als volgt luidt : « De Regering voegt de lijst van deze besturen en
stellingen bij het ontwerpplan. »; 3° paragraaf 4 wordt als volgt vervangen : « De Regering onderwerpt het ontwerpplan en het milieueffectenrapport of, desgevallend, de
artikel 27, § 3 bedoelde documenten, adviezen en beslissingen, gelijktijdig aan de
het tweede lid bedoelde adviezen en aan het openbaar onderzoek. De door de Regering gevraagde adviezen worden aan haar overgemaakt binnen de hierna volgende termijn, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt
aanmerking moet worden genomen : - zestig dagen voor het bestuur belast met territoriale planning, het Brussels
stituut voor Milieubeheer, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting en de andere adviesorganen waarvan de Regering de lijst kan opstellen; - vijfenzeventig dagen voor de gemeenteraden. Het openbaar onderzoek duurt zestig dagen. Het voorwerp en de begin- en einddatum van het onderzoek worden aangekondigd, volgens de regels die de Regering bepaalt : - door aanplakking
elke gemeente van het Gewest; - door een bericht
het Belgisch Staatsblad en
verscheidene Nederlandstalige en Franstalige dagbladen die
het Gewest worden verspreid; - door een mededeling via de radio; - op de website van het Gewest. De aan het onderzoek onderworpen documenten worden gedurende de duur van het onderzoek ter
zage van de bevolking neergelegd
het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest of van elke betrokken gemeente wanneer het een wijziging betreft van het gewestelijk bestemmingsplan. Ze worden eveneens ter beschikking gesteld op het
ternet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de neerlegging en verzending van de bezwaren en opmerkingen binnen de termijn van het onderzoek, met
achtneming van de principes die zijn vastgelegd
artikel 6. »; 4° paragraaf 5 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : a)
de eerste zin worden de woorden « of, desgevallend,
artikel 27, § 3 bedoelde documenten, beslissingen en adviezen en »
gevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport, » en de woorden en « het bezwaar »;b)
de tweede zin worden de woorden « bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht » vervangen door de woorden « bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voorgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen »;c) het tweede lid wordt als volgt vervangen : « De Regering deelt aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een afschrift van het advies van de Gewestelijke Commissie mee, evenals een afschrift van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen uitgebracht binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie.»; 5°
, eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de
artikel 27, § 3 bedoelde documenten, beslissingen en adviezen »
gevoegd tussen de woorden « de eventuele
formatie over de grensoverschrijdende effecten » en de woorden « overgemaakt aan ». Art. 28.Artikel 26 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt vervangen door een nieuwe § 1 die als volgt luidt : « Binnen zestig dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of vanaf de vervaldag van de aan deze Commissie toebedeelde termijn om haar advies uit te brengen, kan de Regering na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, het plan hetzij definitief goedkeuren, hetzij wijzigen.
het eerste geval motiveert ze haar beslissing op elk punt waarin ze afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek.
het tweede geval, behalve wanneer het slechts kleine wijzigingen betreft die geen noemenswaardige impact zullen hebben op het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp, desgevallend samen met een aanvulling op het milieueffectenrapport, opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig artikel 25, §§ 4 en volgende. Wanneer bovendien het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 27, § 3 : - kunnen de
het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij een noemenswaardige impact hebben op het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport; - kunnen de
het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij geen aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet
het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan uitdrukkelijk worden aangegeven waarom het geen aanzienlijke impact zal hebben. Het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan geeft
zijn motivatie een samenvatting van : - de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen
het plan; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, en de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens de procedure,
aanmerking werden genomen; - de redenen voor de keuzes van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de andere beoogde redelijke oplossingen. Wanneer het plan niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een milieueffectenrapport, neemt het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan de
artikel 27, § 3 met redenen omklede beslissing over. »; 2° de leden 2 en 3 zijn samengevoegd
een nieuwe § 2, waarvan ze het eerste en het tweede lid vormen;3° De nieuwe § 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « , desgevallend samen met het milieueffectenrapport, » worden
gevoegd tussen de woorden « het volledige plan » en de woorden « ter beschikking van de bevolking »; - de woorden « op het
ternet en » worden
gevoegd tussen de woorden « ter beschikking van de bevolking » en de woorden «
elk gemeentehuis ». Art. 29.Artikel 27 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.Evenwel, onder voorbehoud van het volgende lid, wanneer zij meent, rekening houdend met de
bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria, dat de geplande wijziging niet van die aard is dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, kan de Regering, overeenkomstig de procedure die is vastgelegd
, beslissen dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijke bestemmingsplan niet aan een milieueffectenrapport onderworpen moet worden. Er moet een milieueffectenrapport gemaakt worden voor een ontwerp van wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan wanneer dit ontwerp rechtstreeks betrekking heeft op een of meer gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979
zake het behoud van de vogelstand, richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009
zake het behoud van de vogelstand en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992
zake de
standhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen
houden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken
de zin van richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens
trekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die voorzien
de
schrijving,
de nabijheid van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten, van gebieden die bestemd zijn voor huisvesting of voor bezoek door het publiek, die een bijzonder natuurlijk belang
houden of die verbindingswegen omvatten. »; 2° er wordt een nieuwe § 3 toegevoegd, die als volgt luidt : « § 3.Wanneer de Regering a priori meent, overeenkomstig § 2, eerste lid, dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan geen noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, vraagt zij het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels
stituut voor Milieubeheer omtrent het ontbreken van een noemenswaardige weerslag van het ontwerp van wijziging. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting, de richtlijnen van het ontwerp van wijziging en de elementen van de bestaande toestand die het ontwerp wil wijzigen, bevat. De adviezen worden naar de Regering gestuurd binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen. Na
zage van de uitgebrachte adviezen besluit de Regering,
een met redenen omklede beslissing, of de geplande wijziging al dan niet het voorwerp moet uitmaken van een milieueffectenrapport. ». Art. 30.
artikel 28, worden de woorden « of opgeheven » geschrapt. Art. 31.
artikel 30 van het Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « van het Brussels Planningsbureau » worden vervangen door de woorden « van het bestuur belast met territoriale planning »;2° het woord « jaarlijks » wordt geschrapt en de woorden « om de vijf jaar na de goedkeuring van het plan, » worden
gevoegd na het woord « haar »;3° de laatste zin wordt als volgt aangevuld : « , met name op de website van het Gewest.» Art. 32.Na artikel 30 van het Wetboek, wordt het volgende nieuwe hoofdstuk IIIbis
gevoegd : « HOOFDSTUK IIIbis. - Richtplan van aanleg Afdeling I. - Algemeen Art. 30/1.De Regering kan, voor een deel van het grondgebied van het Gewest, een richtplan van aanleg goedkeuren. Afdeling II. -
houd Art. 30/2.Het richtplan van aanleg gaat uit van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd en geeft de grote principes aan voor de
richting of herinrichting van het grondgebied waarop het betrekking heeft, met name op het vlak van : - programmering van de bestemmingen; - structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap; - kenmerken van de constructies; - bescherming van het erfgoed; - mobiliteit en parkeren. Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure Art. 30/3.§
dien zij op basis van de criteria genoemd
bijlage D van onderhavig Wetboek meent dat het ontwerp van richtplan van aanleg niet van die aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, overeenkomstig de procedure bepaald
artikel 30/4 beslissen dat het ontwerp van richtplan van aanleg niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Moet wel worden onderworpen aan een milieueffectenrapport, het ontwerp van richtplan van aanleg dat rechtstreeks betrekking heeft op een of meerdere gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979
zake het behoud van de vogelstand, 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009
zake het behoud van de vogelstand en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992
zake de
standhouding van de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen
houden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken
de zin van richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens
trekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die de
schrijving voorzien van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang
houden, of die verbindingswegen omvatten en die
de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waar ze zijn toegelaten. Art. 30/4.Wanneer de Regering a priori meent, overeenkomstig artikel 30/3, § 2, eerste lid, dat het ontwerp van richtplan van aanleg niet van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, vraagt zij het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels
stituut voor Milieubeheer over het ontbreken van aanzienlijke effecten van het ontwerp van richtplan van aanleg. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting bevat, alsook de richtlijnen van het project en de elementen van de bestaande toestand die het project wil wijzigen. De adviezen worden binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag naar de Regering gestuurd. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen.
het licht van de uitgebrachte adviezen, bepaalt de Regering
een met redenen omklede beslissing of het ontwerp van richtplan al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Art. 30/5.§ 1. De Regering onderwerpt het ontwerp- plan en het milieueffectenrapport of,
voorkomend geval, de documenten, adviezen en beslissing bedoeld
artikel 30/4 gelijktijdig aan de
het tweede lid bedoelde adviezen en aan het openbaar onderzoek. De door de Regering gevraagde adviezen worden aan haar overgemaakt binnen de hierna volgende termijn, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen : - dertig dagen voor het bestuur belast met territoriale planning, het Brussels
stituut voor Milieubeheer, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting en de andere raadgevende
stanties waarvan de Regering de lijst kan opstellen; - vijfenveertig dagen voor de gemeenteraden; - als deze termijn een aanvang neemt tijdens de zomervakantie, wordt ze verlengd met dertig dagen. Het openbaar onderzoek duurt zestig dagen. Het voorwerp en de begin- en de einddatum worden aangekondigd, volgens de modaliteiten die zijn vastgesteld door de Regering : - door aanplakbiljetten
elke gemeente van het Gewest die betrokken is bij het ontwerp van richtplan van aanleg; - door een bericht
het Belgisch Staatsblad en
verschillende Franstalige en Nederlandstalige dagbladen die
het Gewest worden verspreid; - op de website van het Gewest. Het ontwerp van richtplan van aanleg en het milieueffectenrapport of,
voorkomend geval, de documenten, adviezen en beslissing bedoeld
artikel 30/4, worden tijdens de duur van het onderzoek ter
zage van de bevolking neergelegd
het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest die betrokken is bij het ontwerp van richtplan van aanleg. Ze worden ook ter beschikking gesteld op het
ternet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de
diening en verzending, binnen de termijn van het onderzoek, van de bezwaren en opmerkingen, overeenkomstig de principes die zijn vastgesteld
artikel
artikel 30/4, samen met de adviezen en de bezwaren en opmerkingen bedoeld
. Binnen de zestig dagen na ontvangst van het volledige dossier, geeft de Gewestelijke Commissie haar advies aan de Regering, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen. Minstens de helft van de termijn van zestig dagen bevindt zich buiten de schoolvakantieperiodes.
de veronderstelling dat de Gewestelijke Commissie op het moment dat ze haar advies moet geven, niet meer geldig is samengesteld omdat haar leden niet zijn benoemd binnen de
artikel 7 voorgeschreven termijn, begint de termijn van zestig dagen te lopen vanaf de datum waarop haar leden benoemd zijn. De Regering deelt aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een afschrift van het advies van de Gewestelijke Commissie mee, evenals een afschrift van de adviezen, bezwaren en opmerkingen gemaakt binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie. § 3.
dien het ontwerp van richtplan van aanleg van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu van een ander Gewest, een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991
zake milieueffectrapportage
grensoverschrijdend verband, worden het ontwerp van richtplan van aanleg en het milieueffectenrapport overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit ander Gewest, deze andere lidstaat van de Europese Unie of deze andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° de
stanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de
voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die kunnen worden getroffen mogen deelnemen aan de beoordeling van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het ontwerp, de adviezen van besturen en
stellingen bedoeld
de §§ 1 en 2 en de afhandelingsmodaliteiten bepaald
artikel 30/11 worden meegedeeld aan de
het voorgaande lid bedoelde autoriteiten. Art. 30/6.Na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, kan de Regering binnen zestig dagen na de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of de vervaldag van de haar toebedeelde termijn voor het uitbrengen van dit advies, hetzij het richtplan van aanleg definitief goedkeuren, hetzij beslissen om het te wijzigen.
het eerste geval omkleedt zij haar beslissing met redenen op elk punt waarop zij afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek.
het tweede geval, behalve wanneer de wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp opnieuw voorgelegd voor onderzoek, overeenkomstig artikel 30/5. Bovendien, wanneer het ontwerp van richtplan van aanleg was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 30/4 : - zijn de wijzigingen hetzij van die aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp worden onderworpen aan een milieueffectenrapport; - zijn de wijzigingen hetzij niet van die aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu, en moet het besluit houdende definitieve goedkeuring van het richtplan van aanleg dit ontbreken van noemenswaardige gevolgen uitdrukkelijk met redenen omkleden. Het besluit houdende definitieve goedkeuring van het richtschema is,
zijn motivering, de samenvatting van : - de manier waarop de milieuoverwegingen
het plan geïntegreerd werden; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, evenals de tijdens de procedure uitgebrachte adviezen, bezwaren en opmerkingen
overweging werden genomen; - de redenen die hebben geleid tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. Wanneer het richtplan van aanleg niet was onderworpen aan een milieueffectenrapport, neemt het besluit houdende definitieve goedkeuring van het plan de
artikel 30/4 bedoelde met redenen omklede beslissing over. Art. 30/7.Het besluit van de Regering houdende definitieve goedkeuring van het richtplan van aanleg, wordt bekendgemaakt
het Belgisch Staatsblad, waarbij tevens het advies van de Gewestelijke Commissie wordt afgedrukt en de
artikel 30/11 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten van het plan gepreciseerd worden. Het richtplan van aanleg treedt
werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Het volledige richtplan van aanleg,
voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport : - wordt ter beschikking gesteld van het publiek op de website van het Gewest en
het gemeentehuis van de betrokken gemeenten, en dit binnen drie dagen na deze bekendmaking; - wordt overgemaakt aan de
de procedure geraadpleegde
stanties en besturen. De terbeschikkingstelling aan het publiek en het overmaken aan de
het voorgaande lid bedoelde autoriteiten, preciseren de
artikel 30/11 bedoelde afhandelingsmodaliteiten. Afdeling IV. - Wijzigings- en opheffingsprocedure Art. 30/8.De bepalingen tot regeling van de uitwerking van het richtplan van aanleg, zijn van toepassing op de wijziging en op de opheffing ervan. Afdeling V. - Gevolgen van het richtplan van aanleg Art. 30/9.§ 1. Het richtplan van aanleg heeft een
dicatieve waarde, met uitzondering van de bepalingen waaraan de Regering bindende kracht en verordenende waarde verleent binnen de perimeter(s) die ze bepaalt
het richtplan van aanleg. Wanneer de Regering uitdrukkelijk bindende en verordenende waarde verleent aan grafische bepalingen die de
planting van een aan te leggen of te verlengen verbindingsweg aangeven, stelt het geldende richtplan van aanleg de operatie van de verdeling van het terrein die wordt uitgevoerd volgens deze grafische bepalingen, vrij van een verkavelingsvergunning. § 2. De verordenende bepalingen van het richtplan van aanleg heffen, binnen de perimeter(s) waar ze van toepassing zijn, de bepalingen op van het gewestelijk bestemmingsplan, het bijzonder bestemmingsplan en de stedenbouwkundige verordening, evenals de verordenende bepalingen van de gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplannen en van de verkavelingsvergunningen, die ermee
tegenspraak zijn. Onverminderd het voorgaande lid, stelt de goedkeuring van het verordenende luik van het richtplan van aanleg de autoriteiten vrij van goedkeuring van het bijzonder bestemmingsplan wanneer dit vereist is. § 3. Het richtplan van aanleg blijft van kracht tot wanneer het geheel of gedeeltelijk gewijzigd of opgeheven wordt. Art. 30/10.De verordenende voorschriften van het richtplan van aanleg kunnen beperkingen op het gebruik van de eigendom
houden, met
begrip van bouwverbod. Afdeling VI. - Opvolging van het richtplan van aanleg Art. 30/11.De Regering duidt de ambtenaren van het bestuur belast met territoriale planning aan die haar, binnen de
artikel 30 gestelde termijn, een verslag voorleggen over de follow-up van de noemenswaardige gevolgen van de uitvoering van het richtplan van aanleg op het leefmilieu, teneinde met name
een vroegtijdig stadium de onvoorziene negatieve gevolgen en de eventuele corrigerende maatregelen te identificeren. Dit verslag wordt
gediend op het bureau van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en maakt het voorwerp uit van een voor het publiek toegankelijke publicatie, met name op de website van het Gewest. ». Art. 33.
artikel 31, eerste lid van het Wetboek, wordt het woord « stelt » vervangen door het woord « kan » en het woord « vast » wordt vervangen door het woord « vaststellen ». Art. 34.Artikel 32 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het eerste lid, worden de woorden « en de verordenende bepalingen van de richtplannen van aanleg »
gevoegd na de woorden « gewestelijk bestemmingsplan » en worden de woorden « en de
dicatieve bepalingen van de richtplannen van aanleg »
gevoegd na de woorden « gewestelijk ontwikkelingsplan »;2°
het tweede lid, 1°, wordt het woord « verplaatsingen » vervangen door de woorden « mobiliteit, toegankelijkheid ». Art. 35.Artikel 33 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 33.§
stelling van openbaar nut die elementen naar voren die tot zijn bevoegdheden behoren. Het college van burgemeester en schepenen brengt de Gewestelijke Commissie regelmatig op de hoogte van de evolutie van de voorafgaande studies en deelt haar de resultaten ervan mee. De Gewestelijke Commissie kan op elk ogenblik opmerkingen maken of suggesties voordragen die zij nuttig acht. » Art. 36.Artikel 34, § 3, van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen ermee om het ontwerpplan en het milieueffectenrapport of, desgevallend, de
artikel 37, § 4, bedoelde documenten, adviezen en beslissingen, te onderwerpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt vijfenveertig dagen. Het voorwerp en de begin- en de einddatum worden aangekondigd, volgens de modaliteiten die zijn vastgesteld door de Regering : - via aanplakbiljetten; - via een bericht
het Belgisch Staatsblad en
verschillende Franstalige en Nederlandstalige dagbladen die
het Gewest worden verspreid; - op de website van de gemeente. Het ontwerpplan en het milieueffectenrapport worden, tijdens de duur van het onderzoek,
het gemeentehuis ter
zage gelegd van de bevolking. Ze worden ook ter beschikking gesteld op het
ternet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de
diening en verzending, binnen de termijn van het onderzoek, van de bezwaren en opmerkingen, overeenkomstig de principes die zijn vastgesteld
artikel 6. De bezwaren en opmerkingen worden binnen de termijn van het onderzoek naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college van burgemeester en schepenen opgemaakt binnen vijftien dagen na de afsluiting van het onderzoek. ». Art. 37.Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd : 1° Paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a) de eerste zin wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « of, desgevallend, de
artikel 37, § 4, bedoelde documenten, adviezen en beslissingen » worden
gevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport » en de woorden « voor advies »; - de woorden « Brussels Planningsbureau » worden vervangen door de woorden « bestuur belast met territoriale planning »; - de woorden « , de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting » worden
gevoegd tussen « het Brussels
stituut voor Milieubeheer » en « aan de besturen en de
stanties »; b) de zin « Eens de termijn vervallen worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn » wordt vervangen door de zin « Eens de termijn vervallen wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen »;2° § 2 wordt als volgt gewijzigd : a)
het eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de
artikel 37, § 4, bedoelde documenten, beslissingen en adviezen, »
gevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport » en de woorden « , wordt samen met de bezwaren » en worden de woorden « en het proces-verbaal van afsluiting van het openbaar onderzoek, alsook een synthese van deze adviezen, bezwaren en opmerkingen » geschrapt;b)
het laatste lid, worden de woorden « zoniet wordt dit advies als gunstig beschouwd » vervangen door de woorden « bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht nog
aanmerking moet worden genomen »;3°
, eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de
artikel 37, § 4, bedoelde documenten, adviezen en beslissingen »
gevoegd tussen de woorden « eventuele
formatie over de grensoverschrijdende effecten » en het woord « overgemaakt »;4° paragraaf 4 wordt als volgt vervangen : « § 4.Binnen zestig dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of vanaf de vervaldag van de aan deze Commissie toebedeelde termijn om haar advies uit te brengen, kan de gemeenteraad na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, het plan hetzij definitief goedkeuren, hetzij wijzigen.
het eerste geval motiveert ze haar beslissing op elk punt waarin ze afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek.
het tweede geval, behalve wanneer het slechts kleine wijzigingen betreft die geen aanzienlijke impact zullen hebben op het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp, desgevallend samen met een aanvulling op het milieueffectenrapport, opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig de artikelen 34 en 35. Wanneer bovendien het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 37, § 4 : - kunnen de
het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij een aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport; - kunnen de
het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij geen aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet
het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan uitdrukkelijk worden aangegeven waarom het geen aanzienlijke impact zal hebben. Het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan geeft
zijn motivatie een bondige samenvatting van : - de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen
het plan; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, en de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens de procedure,
aanmerking werden genomen; - de redenen voor de keuzes van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de andere beoogde redelijke oplossingen. Wanneer het plan niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een milieueffectenrapport, neemt het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan de
artikel 37, § 4 met redenen omklede beslissing over. ». Art. 38.
artikel 36, vijfde lid van het Wetboek, worden de woorden « Het volledig plan en het advies van de Gewestelijke Commissie liggen, binnen drie dagen na die bekendmaking, ter beschikking van de bevolking
het gemeentehuis » vervangen door de woorden « Het volledig plan wordt, desgevallend samen met het milieueffectenrapport, ter beschikking gesteld van de bevolking op het
ternet en
het gemeentehuis ». Art. 39.Artikel 37 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 3 wordt als volgt vervangen : « § 3.Onder voorbehoud van het hierna volgende lid kan de gemeenteraad,
dien hij op basis van de criteria genoemd
bijlage D van onderhavig Wetboek meent dat de geplande wijziging niet van die aard is dat ze noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, overeenkomstig de procedure bepaald
artikel § 4 beslissen dat het ontwerp tot wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Moet wel worden onderworpen aan een milieueffectenrapport, het ontwerp tot wijziging van het gemeentelijk ontwikkelingsplan wanneer dit ontwerp rechtstreeks betrekking heeft op een of meerdere gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979
zake het behoud van de vogelstand, 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009
zake het behoud van de vogelstand en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992
zake de
standhouding van de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen
houden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken
de zin van richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens
trekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die de
schrijving voorzien van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang
houden, of die verbindingswegen omvatten en die
de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waar ze zijn toegelaten. »; 2° er wordt een nieuwe § 4 toegevoegd die als volgt luidt : « § 4.Wanneer de gemeenteraad a priori meent, overeenkomstig § 3, eerste lid, dat het ontwerp tot wijziging van het gemeentelijk ontwikkelingsplan niet van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, vraagt het college van burgemeester en schepenen het advies van de Gewestelijke Commissie, van het bestuur belast met territoriale planning en van het Brussels
stituut voor Milieubeheer over het ontbreken van aanzienlijke effecten van het ontwerp tot wijziging. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting bevat, alsook de richtlijnen van het ontwerp tot wijziging en de elementen van de bestaande toestand die het project wil wijzigen. De adviezen worden binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt
aanmerking moet worden genomen.
het licht van de uitgebrachte adviezen, bepaalt de gemeenteraad
een met redenen omklede beslissing of de geplande wijziging al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. ». Art. 40.
artikel 39, eerste lid van het Wetboek, worden de woorden « om de drie jaar » geschrapt en de woorden « om de vijf jaar vanaf de goedkeuring van het plan »
gevoegd na de woorden « aan de gemeenteraad ». De woorden « van de gemeentelijke ontwikkelingsplannen » worden vervangen door de woorden « van het gemeentelijk ontwikkelingsplan ». Art. 41.Artikel 40 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 40.Elke gemeente van het Gewest neemt, hetzij op
itiatief van de gemeenteraad, hetzij binnen de omstandigheden voorzien
afdeling IIIbis of VI, bijzondere bestemmingsplannen aan. Elke beslissing tot opening van de goedkeuringsprocedure van een bijzonder bestemmingsplan, wordt formeel met redenen omkleed. ». Art. 42.Artikel 41 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 41.§ 1. Het bijzonder bestemmingsplan geeft, door ze aan te vullen, een nadere omschrijving van het gewestelijk bestemmingsplan en van de verordenende bepalingen van het richtplan van aanleg en gaat uit van de richtsnoeren van de
dicatieve bepalingen van het gemeentelijk ontwikkelingsplan, en dit voor het deel van het gemeentelijk grondgebied dat het bestrijkt. Het vermeldt : 1° de bestaande feitelijke en rechtstoestand betreffende de elementen bedoeld
het voorgaande lid en de elementen bedoeld
het volgende lid dat het plan wil reglementeren;2° de bestemming van de verschillende gebieden en de voorschriften die erop betrekking hebben. Bovendien kan het voorschriften bevatten betreffende het geheel of een deel van de volgende elementen : 1° het tracé en de maatregelen van aanleg van de verkeerswegen;2° de plaatsing en de omvang van de bouwwerken;3° de esthetische aard van de bouwwerken en hun omgeving, met
begrip van hun landschappelijke en erfgoedkundige kwaliteiten, onverminderd de bepalingen van titel V van onderhavig Wetboek;4° de regels betreffende de
richting, bouw en renovatie bedoeld om de milieubalans van de beoogde perimeter te verbeteren;5° de toegelaten huisvestingscategorieën, overeenkomstig de bepalingen bekrachtigd
de wetgeving en de gewestelijke verordeningen
zake huisvesting. §
voorkomend geval : - het milieueffectenrapport; - een bijlage die
dien nodig de bepalingen vermeldt die krachtens artikel 64/1 afwijken van het gewestelijk bestemmingsplan of van het richtplan van aanleg; - een bijlage met de gecoördineerde grafische en woordelijke voorschriften van het plan,
dien dit wordt gewijzigd of
dien de
artikel 62 bedoelde bijzondere opheffingsprocedure wordt uitgevoerd. §
stituut voor Milieubeheer een dossier over dat minstens de
artikel 40, tweede lid bedoelde motivatie bevat, alsook de richtlijnen van het ontwerp en de elementen van de bestaande toestand die het ontwerp wil wijzigen. De Regering kan de
houd van dit dossier bepalen. § 2. Het bestuur belast met territoriale planning brengt zijn advies over de opportuniteit om een bijzonder bestemmingsplan goed te keuren uit binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt
aanmerking moet worden genomen. § 3. Het Brussels
stituut voor Milieubeheer beslist of het ontwerp van bijzonder bestemmingsplan al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis moet het ontwerp worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. § 4. Om te beoordelen of het geplande bijzonder bestemmingsplan al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport, baseert het Brussels
stituut voor Milieubeheer zich op de criteria genoemd
bijlage D van onderhavig Wetboek. Moet steeds onderworpen worden aan een milieueffectenrapport, het ontwerp van bijzonder bestemmingsplan dat rechtstreeks betrekking heeft op een of meer gebieden die : - aangeduid zijn overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979
zake het behoud van de vogelstand, 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009
zake het behoud van de vogelstand en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992
zake de
standhouding van de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora; - waarin vestigingen kunnen komen die een belangrijk risico kunnen
houden voor personen, goederen of het milieu
de zin van de richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, of
de zin van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die de
schrijving voorzien van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang
houden, of die verbindingswegen omvatten en die
de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waar ze zijn toegelaten. » Art. 46.Artikel 45 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 47.Artikel 46 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.Wanneer het ontwerp van bijzonder bestemmingsplan is onderworpen aan een milieueffectenrapport, wordt een begeleidingscomité ermee belast de uitwerkingsprocedure van het bijzonder bestemmingsplan en van het milieueffectenrapport op te volgen.
het begeleidingscomité zetelen minstens één vertegenwoordiger van de gemeente, één vertegenwoordiger van het Brussels
stituut voor Milieubeheer en één vertegenwoordiger van het bestuur belast met territoriale planning. De Regering bepaalt de werking van het begeleidingscomité, alsook de onverenigbaarheidsregels en voorziet dat het begeleidingscomité wordt voorgezeten en het sociaal secretariaat ervan wordt verzorgd door een vertegenwoordiger van de gemeente. ». 2° de §§ 2, 3 en 4 worden opgeheven;3°
worden de woorden « De projectleider » vervangen door de woorden « Het college van burgemeester en schepenen » en de woorden « van het ontwerpplan en » worden
gevoegd tussen de woorden « de evolutie » en de woorden « van het milieueffectenrapport ». Art. 48.Artikel 47 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
worden de woorden « de projectleider » vervangen door de woorden « het college van burgemeester en schepenen » en de woorden « het college van burgemeester en schepenen » door « het »;2° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a)
het eerste lid worden de woorden « van het ontwerpplan en »
gevoegd tussen de woorden « ontvangst » en de woorden « van bedoelde studie »;b)
het tweede lid worden de woorden « conform het bestek » vervangen door het woord « volledig »;c) aan het einde van de paragraaf wordt een nieuw lid
gevoegd dat als volgt luidt : « Bij ontstentenis van kennisgeving van de beslissing binnen de termijn voorzien
het vorige lid, kan de gemeenteraad
de plaats treden van het begeleidingscomité.». Art. 49.Artikel 48 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.De gemeenteraad geeft het college van burgemeester en schepenen de opdracht om het ontwerpplan aan een openbaar onderzoek te onderwerpen, samen met het milieueffectenrapport
dien dit vereist is, en de documenten, adviezen en beslissing bedoeld
artikel 44 die deel uitmaken van het dossier. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen. Het voorwerp en de begin- en de einddatum worden aangekondigd, volgens de modaliteiten die zijn vastgesteld door de Regering : - via aanplakbiljetten; - door een bericht
het Belgisch Staatsblad en
verschillende Franstalige en Nederlandstalige dagbladen die
het Gewest worden verspreid; - op de website van de gemeente. De documenten bedoeld
het eerste lid worden, tijdens de duur van het onderzoek, ter
zage van de bevolking neergelegd
het gemeentehuis. Ze worden ook ter beschikking gesteld op het
ternet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de
diening en verzending, binnen de termijn van het onderzoek, van de bezwaren en opmerkingen, overeenkomstig de principes die zijn vastgesteld
artikel 6. De bezwaren en opmerkingen worden binnen de termijn van het onderzoek naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college van burgemeester en schepenen opgemaakt binnen vijftien dagen na de afsluiting van het onderzoek. »; 2° paragraaf 3 wordt als volgt gewijzigd : a)
de eerste zin worden de woorden « het ontwerpplan en,
voorkomend geval, het milieueffectenrapport » vervangen door de woorden « de documenten bedoeld
, eerste lid, » en worden de woorden « Brussels Planningsbureau » vervangen door de woorden « bestuur belast met territoriale planning »;b)
de tweede zin, worden na de woorden « dertig dagen » de woorden « na de ontvangst »
gevoegd; c) de derde zin wordt vervangen door de woorden « Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt
aanmerking moet worden genomen ».; d) er wordt een nieuw lid toegevoegd dat als volgt luidt : « Wanneer het ontwerpplan bepalingen bevat die afwijken van het gewestelijk bestemmingsplan, is het advies van de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en de Adviesraad voor Huisvesting vereist overeenkomstig het eerste lid. »; 3°
, worden de woorden « het ontwerpplan, vergezeld van het milieueffectenrapport » vervangen door de woorden « de documenten bedoeld
, eerste lid »;4° paragraaf 5 wordt als volgt vervangen : a)
het eerste lid, worden de woorden « wordt het ontwerpplan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele
formatie over de grensoverschrijdende effecten » vervangen door de woorden « worden de documenten bedoeld
, eerste lid »;b)
het tweede lid, 3°, worden de woorden « artikel 49, tweede, vierde en vijfde lid » vervangen door de woorden « artikel 49, derde en vierde lid ». Art. 50.Artikel 49 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het eerste lid, worden de woorden « Het ontwerpplan,
voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport, wordt » vervangen door de woorden « De documenten bedoeld
artikel 48, § 2, eerste lid, worden » en de woorden « twintig dagen » worden vervangen door de woorden « vijftien dagen »;2°
het derde lid, worden de woorden « brengt haar advies uit binnen de zestig dagen na ontvangst van de onder het eerste lid bedoelde documenten » vervangen door de woorden « deelt haar advies mee binnen de zestig dagen na de afsluiting van het openbaar onderzoek ».De tweede zin wordt vervangen door de zin : « Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet zonder dat enig advies dat na de termijn werd uitgebracht nog
aanmerking moet worden genomen. »; 3° het vierde lid wordt als volgt gewijzigd : a)
de eerste zin, worden de woorden « of van de verordenende bepalingen van een richtplan van aanleg »
gevoegd na de woorden « gewestelijk bestemmingsplan »;b) de derde zin wordt vervangen door : « Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt
aanmerking moet worden genomen.» Art. 51.Artikel 50 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a)
het eerste lid, wordt de verwijzing naar « artikel 49, tweede, vierde en vijfde lid » vervangen door de woorden « artikel 49, derde en vierde lid » en worden de woorden « en,
voorkomend geval », vervangen door de woorden « of,
voorkomend geval »;b)
het derde lid, worden de woorden « wordt overgegaan tot een nieuw onderzoek overeenkomstig de
artikel 48 voorziene vormen en termijnen » vervangen door de woorden « wordt het gewijzigde ontwerp opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig artikel 48.Bovendien, wanneer het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 44 : - zijn de wijzigingen hetzij van dien aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp worden onderworpen aan een milieueffectenrapport; - zijn de wijzigingen hetzij niet van dien aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu, en moet de beslissing van de gemeenteraad houdende definitieve goedkeuring van het plan dit ontbreken van noemenswaardige gevolgen uitdrukkelijk met redenen omkleden. »; c) het vierde lid wordt als volgt vervangen : « De beslissing van de gemeenteraad houdende definitieve goedkeuring van het plan is,
haar motivering, de samenvatting van hoe de milieuoverwegingen
het plan geïntegreerd werden en hoe het milieueffectenrapport, wanneer het vereist is, en de adviezen, bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens de procedure
overweging werden genomen, evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen.Wanneer het bijzonder bestemmingsplan niet aan een milieueffectenrapport onderworpen werd, neemt de beslissing van de gemeenteraad houdende definitieve goedkeuring van het plan de met redenen omklede beslissing van het Brussels
stituut voor Milieubeheer over die is bedoeld
artikel 44. »;2° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt vervangen : « § 2.Onverminderd de toepassing van § 2/1, wordt het bijzonder bestemmingsplan goedgekeurd door de Regering. Deze weigert haar goedkeuring wanneer het plan niet verenigbaar is met een ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan of met de bepalingen die verordenend zullen worden
een ontwerp van richtplan van aanleg. De Regering kan de goedkeuring onderwerpen aan de goedkeuring van een onteigeningsplan of van een voorkoopperimeter. »; b) het vijfde lid wordt als volgt vervangen : « het plan treedt
werking vijftien dagen na zijn bekendmaking.Het volledige plan,
voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport : - wordt ter beschikking van het publiek gesteld op het
ternet en
het gemeentehuis van de betrokken gemeenten, en dit binnen de drie dagen na de bekendmaking ervan; - wordt overgemaakt aan de
de procedure geraadpleegde
stanties en besturen. ». 3° er wordt een nieuwe § 2/1
gevoegd die als volgt luidt : « § 2/1.De Regering kan, binnen de termijnen voorzien
, tweede en derde lid, de gemeente opleggen om wijzigingen aan te brengen
het ontwerp van opmaak van het plan.
dat geval, voor zover de wijzigingen niet het voorwerp van het ontwerp aantasten, van bijkomstig belang zijn en tegemoetkomen aan de bezwaren die het ontwerp opriep, of wanneer ze de
artikel 64/1 bedoelde afwijkingen van het ontwerp willen opheffen, kan de Regering haar goedkeuring verlenen vanaf de ontvangst van de wijzigingen. Vanaf de ontvangst van de wijzigingen bedoeld
het vorige lid, begint een nieuwe termijn te lopen overeenkomstig de voorschriften van § 2, tweede lid en volgende. Wanneer de door de Regering opgelegde wijzigingen
strijd zijn met de
het tweede lid bedoelde voorwaarden, wordt het gewijzigde ontwerp opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen overeenkomstig artikel 48. Bovendien, wanneer het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 44, vraagt de Regering het Brussels
stituut voor Milieubeheer, bij de verzending van haar beslissing aan het college van burgemeester en schepenen, of het gewijzigde ontwerp al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Het
stituut maakt zijn beslissing aan het college van burgemeester en schepenen en aan de Regering over binnen vijftien dagen na de ontvangst van de vraag van de Regering. Bij ontstentenis moet het gewijzigde ontwerp worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. » Art. 52.Na artikel 50 van het Wetboek, wordt een nieuwe afdeling toegevoegd, getiteld : « Afdeling IIIbis -
itiatief van de burgers », die enkel artikel 51 van het Wetboek bevat. Art. 53.
artikel 51, tweede lid, 1° van het Wetboek, worden de woorden « perimeter van het voorgestelde plan » vervangen door de woorden « betreffende perimeter ». Art. 54.Artikel 52 van het Wetboek en afdeling IV, « Wijzigingsprocedure », worden opgeheven. Art. 55.Afdeling V van het Wetboek, « Opmaak en wijziging op
itiatief van de Regering », en de artikelen 53 tot 57 daarvan worden opgeheven. Art. 56.Na het opgeheven artikel 57 van het Wetboek wordt een nieuwe afdeling gecreëerd, getiteld : « Afdeling Vbis. - Wijzigings- en opheffingsprocedures ». Deze afdeling bevat enkel artikel 57/1, dat als volgt luidt : « Art. 57/1.Onder voorbehoud van de bepalingen van afdeling VI, zijn de bepalingen van de afdelingen III en IIIbis
zake de opmaak van het bijzonder bestemmingsplan van toepassing op de wijziging en de opheffing ervan. ». Art. 57.Afdeling VI van het Wetboek, « Opheffingsprocedure », wordt hernoemd tot « Bijzondere opheffingsprocedures ». Art. 58.De artikelen 58 tot 61 van het Wetboek worden opgeheven. Art. 59.Artikel 62 van het Wetboek wordt gewijzigd als volgt : 1° paragraaf 1 wordt gewijzigd als volgt : a) het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De gemeenteraad kan, hetzij uit eigen beweging, hetzij
de gevallen die zijn voorzien
afdeling IIIbis, de impliciete opheffingen vaststellen van de woordelijke en grafische bepalingen van een bijzonder bestemmingsplan,
dien die niet
overeenstemming zijn met het gewestelijk bestemmingsplan of met de verordenende bepalingen van een richtplan van aanleg.»; b) het tweede lid wordt geschrapt;c)
het derde lid worden de woorden « drie maanden » vervangen door de woorden « zestig dagen ».2° paragraaf 2 wordt opgeheven. Art. 60.Artikel 63 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a)
het eerste lid, worden de woorden « waarin de milieueffecten van deze opheffing werden beoordeeld »
gevoegd na « een gemeentelijk ontwikkelingsplan »;b)
het tweede lid, worden de woorden « drie maanden » vervangen door de woorden « zestig dagen »;2° paragraaf 2 wordt opgeheven. Art. 61.Artikel 64 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° tussen de twee bestaande leden wordt een nieuw tweede lid
gevoegd luidend als volgt : « Het kan : - een verkavelingsvergunning wijzigen of opheffen; - de verdelingen van een goed die overeenstemmen met het gedetailleerde perceelplan waarin het voorziet, vrijstellen van een verkavelingsvergunning. »; 2° het bestaande tweede lid wordt het derde lid. Art. 62.Na artikel 64 van het Wetboek wordt een nieuw artikel 64/1
gevoegd, dat als volgt luidt : « Art. 64/1.Het bijzonder bestemmingsplan mag afwijken van het vigerende gewestelijk bestemmingsplan en van de verordenende bepalingen van het vigerende richtplan van aanleg, mits behoorlijk met redenen omkleed en onder de volgende voorwaarden : 1° er mag geen afbreuk worden gedaan aan de wezenlijke elementen van het gewestelijk bestemmingsplan of richtplan van aanleg, noch aan de bepalingen van deze plannen die de aan de bijzondere bestemmingsplannen aan te brengen wijzigingen aanduiden;2° de afwijking moet gegrond zijn op economische, sociale, culturele of milieubehoeften die niet bestonden op het ogenblik dat het gewestelijk bestemmingsplan of het richtplan van aanleg werd goedgekeurd;3° er moet worden aangetoond dat de nieuwe bestemming beantwoordt aan de bestaande feitelijke mogelijkheden van aanleg.
een dergelijk geval houden de bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan of van het richtplan van aanleg waarvan wordt afgeweken, op te gelden. ». Art. 63.De artikelen 66 en 67 van het Wetboek worden opgeheven. Art. 64.
artikel 68, eerste lid van het Wetboek, worden de woorden « om de drie jaar » geschrapt en de woorden « binnen de termijn die bepaald is bij artikel 39 of, bij ontstentenis van een goedgekeurd gemeentelijk ontwikkelingsplan, om de vijf jaar vanaf 1 januari 2018, »
gevoegd na « aan de gemeenteraad ». Art. 65.Artikel 87 van het Wetboek wordt aangevuld met de volgende leden : « Deze verordeningen kunnen bepalingen bevatten om onder meer te voorzien
: 1° de gezondheid, de
standhouding, de stevigheid en de fraaiheid van de bouwwerken, de
stallaties en hun omgeving, alsmede hun veiligheid, met name de beveiliging tegen brand en overstroming;2° de thermische en akoestische kwaliteit van de bouwwerken, de energiebesparingen en de energieterugwinning;3° de
standhouding, de gezondheid, de veiligheid, de bruikbaarheid en de fraaiheid van de wegen, de toegangen en de omgeving ervan;4° de aanleg van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van de gebouwen, met name wat betreft de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening, de verwarming, de telecommunicatie en de vuilnisophaling;5° de minimumnormen
zake bewoonbaarheid van de woningen;6° de woonkwaliteit en het gemak van het langzaam verkeer met name door voorkoming van lawaai, stof en rook bij de uitvoering van werken, en door deze werken op bepaalde uren en dagen te verbieden;7° de toegang voor personen met beperkte mobiliteit tot al dan niet bebouwde onroerende goederen of delen ervan toegankelijk voor het publiek, tot
stallaties en wegen;8° de gebruiksveiligheid van een voor het publiek toegankelijk goed;9° het behoud en de herwaardering van het erfgoed, onverminderd de bepalingen van titel V van dit Wetboek. Deze verordeningen kunnen met name betrekking hebben op de bouwwerken en
stallaties boven en onder de grond, op de uithangborden en de reclame-
richtingen, de antennes, de leidingen, de afsluitingen, de opslagplaatsen, de onbebouwde terreinen, de beplantingen, de wijzigingen van het reliëf van de bodem, en de
richting van ruimten ten behoeve van het verkeer en het parkeren van voertuigen buiten de openbare weg. Ze mogen niet afwijken van de opgelegde voorschriften
zake de grote wegen. ». Art. 66.
het Wetboek, wordt een nieuw artikel 87/1
gevoegd, dat als volgt luidt : « Art.87/1. Met voorbehoud van de bijzondere gevallen voorzien
dit Wetboek, moeten de uitwerking, de wijziging en de opheffing van de stedenbouwkundige verordeningen bedoeld
artikel 87 het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport. Het milieueffectenrapport, waarvan de Regering de structuur vastlegt, bevat de
formatie die wordt opgesomd
bijlage C bij dit Wetboek, rekening houdend met de
formatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande kennis en beoordelingsmethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van de verordening, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau of verordenend niveau of op het niveau van de latere vergunningsaanvragen, waar het verkieslijk kan zijn de beoordeling te maken om een herhaling ervan te vermijden. Het milieueffectenrapport houdt rekening met de resultaten die verkregen zijn bij eerder uitgevoerde relevante milieubeoordelingen. ». Art. 67.Artikel 88 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 88.De Regering keurt een stedenbouwkundige verordening goed die van toepassing is op het hele gewestelijke grondgebied. Deze verordening is de « gewestelijke stedenbouwkundige verordening ». Bovendien kan zij stedenbouwkundige verordeningen goedkeuren die van toepassing zijn op een deel van het gewestelijke grondgebied. Deze verordeningen zijn « zonale gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen ». ». Art. 68.De artikelen 89 en 90 van het Wetboek worden opgeheven en tussen beide worden er nieuwe artikelen 89/1 tot 89/5
gevoegd die luiden als volgt : « Art. 89/1.§
dien zij op basis van de criteria genoemd
bijlage D van onderhavig Wetboek meent dat de geplande verordening niet van dien aard is dat ze noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, overeenkomstig de procedure bepaald
artikel 89/2 beslissen dat het ontwerp van verordening niet hoeft te worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Moet wel worden onderworpen aan een milieueffectenrapport, het ontwerp van verordening dat rechtstreeks betrekking heeft op een of meerdere gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979
zake het behoud van de vogelstand, 2009/147 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009
zake het behoud van de vogelstand en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992
zake de
standhouding van de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora; - waarin vestigingen mogen komen die een risico van zware ongevallen
houden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken
de zin van richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens
trekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad. Art. 89/2.Wanneer de Regering a priori meent, overeenkomstig artikel 89/1, § 2, eerste lid, dat het ontwerp van gewestelijke verordening niet van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, vraagt zij het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels
stituut voor Milieubeheer over het ontbreken van aanzienlijke effecten van het ontwerp van verordening. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting bevat, alsook de richtlijnen van het ontwerp en de elementen van de bestaande toestand die het project wil wijzigen. De adviezen worden binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag naar de Regering gestuurd. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht,
aanmerking moet worden genomen.
het licht van de uitgebrachte adviezen, bepaalt de Regering
een met redenen omklede beslissing of de geplande verordening al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Art. 89/3.§ 1. De Regering onderwerpt het ontwerp van gewestelijke verordening en het milieueffectenrapport of,
voorkomend geval, de documenten, adviezen en beslissing bedoeld
artikel 89/2 gelijktijdig aan de
het tweede lid bedoelde adviezen en aan het openbaar onderzoek. De door de Regering gevraagde adviezen worden haar bezorgd binnen de hierna volgende termijn, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen : - zestig dagen voor het Brussels
stituut voor Milieubeheer, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting en de andere raadgevende
stanties waarvan de Regering de lijst kan opstellen; - vijfenzeventig dagen voor de gemeenteraden. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen. Het voorwerp en de begin- en de einddatum worden aangekondigd, volgens de modaliteiten die zijn vastgesteld door de Regering : - door aanplakbiljetten
elke gemeente van het Gewest die betrokken is bij het ontwerp van verordening; - door een bericht
het Belgisch Staatsblad en
verschillende Nederlandstalige en Franstalige dagbladen die
het Gewest worden verspreid; - op de website van het Gewest; - wanneer het ontwerp van verordening betrekking heeft op het hele gewestelijke grondgebied, door een mededeling op radio. Het ontwerp van verordening en het milieueffectenrapport of,
voorkomend geval, de documenten, adviezen en beslissing bedoeld
artikel 89/2, worden tijdens de duur van het onderzoek ter
zage van de bevolking neergelegd
het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest die betrokken is bij het ontwerp van verordening. Ze worden ook ter beschikking gesteld op het
ternet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de
diening en verzending, binnen de termijn van het onderzoek, van de bezwaren en opmerkingen, overeenkomstig de principes die zijn vastgesteld
artikel
voorkomend geval, de documenten, de adviezen en de beslissing bedoeld
artikel 89/2, samen met de adviezen en bezwaren en de opmerkingen bedoeld
. Binnen negentig dagen na ontvangst van het volledige dossier, geeft de Gewestelijke Commissie haar advies aan de Regering, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht
aanmerking moet worden genomen. Minstens de helft van de termijn van negentig dagen bevindt zich buiten de schoolvakantieperiodes.
de veronderstelling dat de Gewestelijke Commissie op het moment dat ze haar advies moet geven, niet meer geldig samengesteld is omdat haar leden niet zijn benoemd binnen de
artikel 7 voorgeschreven termijn, begint de termijn van negentig dagen te lopen vanaf de datum waarop haar leden benoemd zijn. De Regering bezorgt het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een afschrift van het advies van de Gewestelijke Commissie, samen met een kopie van de adviezen en bezwaren en opmerkingen gemaakt binnen vijftien dagen vanaf ontvangst van het advies door de Gewestelijke Commissie. § 3.
dien het ontwerp van gewestelijke verordening van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu van een ander Gewest, een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991
zake milieueffectrapportage
grensoverschrijdend verband, worden het ontwerp van verordening en het milieueffectenrapport bezorgd aan de bevoegde autoriteiten van dit ander Gewest, deze andere lidstaat van de Europese Unie of deze andere staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° de
stanties die belast zijn met het bezorgen van de documenten aan de
voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die kunnen worden getroffen, mogen deelnemen aan de beoordeling van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het ontwerp, de adviezen van besturen en
stanties bedoeld
de §§ 1 en 2 worden meegedeeld aan de
het voorgaande lid bedoelde autoriteiten. Art. 89/4.Na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, kan de Regering binnen zestig dagen na de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of de vervaldag van de termijn die haar was toebedeeld om dit advies uit te brengen, hetzij de gewestelijke verordening definitief goedkeuren, hetzij beslissen om ze te wijzigen.
het eerste geval omkleedt zij haar beslissing met redenen op elk punt waarop zij afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek.
het tweede geval, behalve wanneer de wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp opnieuw voorgelegd aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig artikel 89/3. Het besluit houdende definitieve goedkeuring van de gewestelijke verordening is,
zijn motivering, de samenvatting van : - de manier waarop de milieuoverwegingen
de verordening geïntegreerd werden; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, alsook de tijdens de procedure uitgebrachte adviezen, bezwaren en opmerkingen
overweging werden genomen; - de redenen die hebben geleid tot de keuze van de verordening zoals ze werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. Wanneer de gewestelijke verordening niet werd onderworpen aan een milieueffectenrapport, neemt het besluit houdende definitieve goedkeuring van de verordening de
artikel 89/2 bedoelde met redenen omklede beslissing over. Art. 89/5.Het besluit van de Regering houdende definitieve goedkeuring van de gewestelijke verordening, wordt bekendgemaakt
het Belgisch Staatsblad, dat tegelijk ook het advies van de Gewestelijke Commissie publiceert. De verordening treedt
werking vijftien dagen na haar bekendmaking. De volledige gewestelijke verordening,
voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport : - wordt ter beschikking gesteld van het publiek op de website van het Gewest en
het gemeentehuis van de betrokken gemeenten, en dit binnen drie dagen na deze bekendmaking; - wordt bezorgd aan de
de procedure geraadpleegde
stanties en besturen. ». Art. 69.Artikel 91 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 91.De gemeenteraad kan gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen vaststellen voor : - het hele gemeentelijke grondgebied op voorwaarde dat ze betrekking hebben op een materie die niet wordt geregeld op gewestelijk niveau of de gewestelijke verordeningen aanvullen voor aspecten die ze niet behandelen. Deze verordeningen zijn « specifieke gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen »; - een deel van het gemeentelijke grondgebied. Deze verordeningen zijn « zonale gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen ». ». Art. 70.Artikel 92 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 92.« De bepalingen betreffende de uitwerking van de bijzondere bestemmingsplannen zijn van toepassing op de uitwerking van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, met uitzondering van : - artikel 41; - de artikelen 44, 46 en 48
die zin dat zij de tussenkomst vereisen van het bestuur belast met territoriale planning; deze opdrachten worden uitgevoerd door het bestuur belast met stedenbouw. ». Art. 71.Artikel 93 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het tweede lid, worden de woorden « drie maanden » vervangen door de woorden « zestig dagen »;2° het vierde lid wordt vervangen door de nieuwe vierde en vijfde leden die als volgt luiden : « Onverminderd de andere vigerende wijzen van bekendmaking, wordt het besluit houdende goedkeuring van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening bij uittreksel
het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt op
itiatief van de meest gerede betrokken partij.Bij ontstentenis van goedkeuringsbesluit, wordt een advies tot vaststelling van de goedkeuring van de verordening bekendgemaakt. De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening treedt
werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening, desgevallend vergezeld van het milieueffectenrapport, wordt ter beschikking van de bevolking gesteld op het
ternet en
het gemeentehuis, en dit binnen drie dagen na de voormelde bekendmaking
het Belgisch Staatsblad. ». Art. 72.Artikel 94 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° de woorden « of door een verkavelingsvergunning » worden
gevoegd na de woorden « door een overeenkomstig titel II opgemaakt plan » 2° de woorden « of van deze verkavelingsvergunning » worden
gevoegd na de woorden « van deze plannen ». Art. 73.Artikel 95 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 95.§ 1. De gewestelijke stedenbouwkundige verordening en de zonale gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen heffen de niet-conforme bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen op. Wanneer de gewestelijke stedenbouwkundige verordening of een zonale gewestelijke stedenbouwkundige verordening
werking treedt, past de gemeenteraad op eigen
itiatief de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen aan de nieuwe gewestelijke verordening aan. § 2. Een zonale gemeentelijke verordening mag afwijken van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, mits behoorlijk met redenen omkleed en onder de volgende voorwaarden : 1° er mag geen afbreuk worden gedaan aan de wezenlijke elementen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening;2° de afwijking moet gegrond zijn op behoeften die niet bestonden op het ogenblik dat de gewestelijke stedenbouwkundige verordening werd goedgekeurd.». Art. 74.
het opschrift van hoofdstuk IV van het Wetboek, « Wijziging van de gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen », worden de woorden « en opheffing »
gevoegd na « wijziging ». Art. 75.
artikel 97 van het Wetboek, worden de woorden « en de opheffing ervan »
gevoegd na « wijziging ». Art. 76.De volgende opschriften van het Wetboek worden als volgt gewijzigd : 1°
titel IV, worden de woorden « , attest en verklaring » vervangen door « en attesten »;2° tussen de nieuwe titel IV, « Vergunning en attesten » en het huidige hoofdstuk I, « Stedenbouwkundige vergunning », wordt een nieuw hoofdstuk I
gevoegd met als titel « Verschillende soorten vergunningen ». Art. 77.
het huidige « Hoofdstuk I. - Stedenbouwkundige vergunning » van het Wetboek, worden de volgende opschriften als volgt gewijzigd : 1°
het opschrift van het hoofdstuk worden de woorden « Hoofdstuk I » vervangen door de woorden « Afdeling I »;2°
de opschriften van de vijf afdelingen van het hoofdstuk, wordt het woord « Afdeling » vervangen door « Onderafdeling ». Art. 78.Artikel 98 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a)
de eerste zin wordt het woord « stedenbouwkundige »
gevoegd tussen de woorden « uitdrukkelijke » en « vergunning » en de woorden « van het college van burgemeester en schepenen » worden vervangen door « die is afgeleverd overeenkomstig de bepalingen van onderhavig Wetboek »;b) er wordt een nieuw punt 2° /1
gevoegd, dat als volgt luidt : « 2° /1 « aanleg of het profiel van een weg wijzigen;»
lichtingen dienaangaande
de vergunning, is de bestemming die welke aan het goed werd gegeven door de plannen waaraan titel II van het Wetboek verordenende waarde toekent; b) het gebruik ervan,
de gevallen waarvan de Regering de lijst heeft opgesteld teneinde de verenigbaarheid van het geplande gebruik met de omgeving te controleren.Het gebruik betreft, binnen de bestemming bedoeld
het vorige punt, de welbepaalde activiteit die wordt uitgevoerd
of op het goed. Bij ontstentenis van
lichtingen dienaangaande
de vergunning, wordt het eerste gebruik beschouwd als een wijziging van het gebruik. »; d) 8° wordt als volgt vervangen : « 8° hoogstammige bomen vellen, verplaatsen of ze onderwerpen aan elke
greep die de overleving van de bomen
het gedrang kan brengen.De Regering bepaalt wat
de zin van deze bepaling moet worden verstaan onder « hoogstammige boom; » e) er wordt een nieuw 8° /1
gevoegd, dat als volgt luidt : « 8° /1 het silhouet wijzigen van een boom die is
geschreven op de bewaarlijst bedoeld
artikel 207;» f) 13° wordt geschrapt;2° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a)
het eerste lid, eerste zin, worden de woorden « of ontbrekende relevantie van dit vereiste voor de
overweging genomen handelingen en werken »
gevoegd tussen de woorden « geringe omvang » en « geen vergunning vereist is »;b) de leden 2 tot 5 worden opgeheven;3°
/1 worden de woorden « of ontbrekende relevantie van deze vereiste voor de
overweging genomen handelingen en werken »
gevoegd tussen de woorden « gering stedenbouwkundig en/of patrimoniaal belang » en « geen vergunning is vereist ». Art. 79.Artikel 99 van het Wetboek wordt verplaatst en wordt het nieuwe artikel 281/1. Art. 80.Artikel 100 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° § 1, laatste lid, wordt als volgt gewijzigd :
, wordt een nieuw tweede lid toegevoegd, dat als volgt luidt : «
dien stedenbouwkundige lasten worden opgelegd bij de afgifte van een volledig of gedeeltelijk onuitgevoerde verkavelings- of stedenbouwkundige vergunning, bepaalt de Regering hoe en binnen welke termijn deze lasten
aanmerking worden genomen voor de berekening van de stedenbouwkundige lasten die verschuldigd zijn op eenzelfde gebouw bij de afgifte van latere stedenbouwkundige vergunningen.». Art. 81.Artikel 101 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 101.§ 1. Onder voorbehoud van de
bedoelde hypothesen, vervalt de vergunning
dien de vergunninghouder, binnen drie jaar na afgifte, niet duidelijk met de verwezenlijking van de vergunning van start is gegaan of wanneer hij
de bij artikel 98, § 1, 1°, 2° en 4° bedoelde gevallen niet met de ruwbouw is begonnen of
dien hij
voorkomend geval de bij toepassing van artikel 100 opgelegde lasten niet heeft uitgevoerd. Bij onderbreking van de werken gedurende meer dan een jaar, vervalt de vergunning eveneens.
deze hypothese heeft het verval betrekking op : - het niet uitgevoerde deel van de vergunning,
dien het uitgevoerde deel binnen de vergunning kan worden beschouwd als een autonoom element dat als dusdanig werd beoordeeld en toegelaten door de vergunnende overheid. - de volledige vergunning,
het andere geval. Het verval van de vergunning geschiedt van rechtswege. § 2. Op verzoek van de vergunninghouder, kunnen de termijnen bedoeld
worden verlengd voor een periode van een jaar, wanneer de aanvrager aantoont dat hetzij hij zijn vergunning niet heeft kunnen aanwenden, hetzij hij de werken heeft moeten onderbreken door een geval van overmacht of door de noodzaak om een of meerdere overheidsopdrachten af te sluiten. De aanvraag tot verlenging moet, op straffe van verval, minstens twee maanden vóór het verstrijken van de vervaltermijn gebeuren. Het college van burgemeester en schepenen spreekt zich over de aanvraag tot verlenging uit wanneer het de vergunning heeft uitgereikt.
de andere gevallen spreekt de gemachtigde ambtenaar zich uit over de aanvraag tot verlenging. Bij ontstentenis van een beslissing van de bevoegde overheid na het verstrijken van de vervaltermijn, wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. De beslissing tot weigering van de verlenging kan geen voorwerp zijn van een beroep bij de Regering. § 3.
afwijking van § 1, kan voor de vergunningen die betrekking hebben op gebieden van groene ruimten of die zijn bedoeld
artikel 123/2, § 1, 1° tot 3°, waar terugkerende handelingen en werken zijn toegelaten of die kaderen
een beheersprogramma van het geheel van het betrokken goed, de vervaltermijn worden vastgesteld op tien jaar voor de betrokken handelingen en werken.
deze hypothese heeft de onderbreking van de handelingen en werken gedurende meer dan een jaar niet het verval van de vergunning tot gevolg en is § 2 niet van toepassing. § 4.
alle gevallen waarin, met toepassing van onderhavig Wetboek, de stedenbouwkundige vergunning wordt opgeschort, wordt ook de vervaltermijn ervan opgeschort, en dit voor de volledige opschortingsduur van de vergunning. § 5.
dien handelingen of werken voor bodemsanering moeten worden uitgevoerd vóór de uitvoering van een stedenbouwkundige vergunning, worden de vergunning en haar vervaltermijn opgeschort tot het Brussels
stituut voor Milieubeheer heeft vastgesteld dat deze voorafgaande handelingen of werken naar behoren werden uitgevoerd. § 6. Wanneer een beroep tot nietigverklaring van een stedenbouwkundige vergunning wordt
gediend bij de afdeling administratieve geschillen van de Raad van State, wordt de vervaltermijn van de vergunning van rechtswege opgeschort, van de
diening van het verzoek tot de kennisgeving van de uiteindelijke beslissing.
dien de houder van de betwiste vergunning niet de hoedanigheid van partij bij het proces heeft, stelt de overheid die de vergunning heeft uitgereikt de houder ervan
kennis van het einde van de opschortingsperiode van de vervaltermijn. De vervaltermijn van de stedenbouwkundige vergunning wordt eveneens van rechtswege opgeschort wanneer een aanvraag tot onderbreking van de vergunde handelingen en werken hangende is voor een rechtscollege van de rechterlijke orde, van de
diening van de
leidende akte tot de kennisgeving van de beslissing. § 7.
het geval van een gemengd project,
de zin van artikel 176/1, worden de stedenbouwkundige vergunning en de vervaltermijn ervan opgeschort zolang er geen definitieve milieuvergunning werd verkregen. De definitieve weigering van de milieuvergunning houdt van rechtswege de nietigheid van de stedenbouwkundige vergunning
. Voor de toepassing van dit Wetboek is een beslissing definitief wanneer alle openstaande administratieve beroepen tegen deze beslissing door dit Wetboek of door de ordonnantie betreffende de milieuvergunning uitgeput zijn of de termijnen om deze
te stellen verstreken zijn. Wanneer een beroep tot nietigverklaring van de milieuvergunning wordt
gediend bij de afdeling administratieve geschillen van de Raad van State, wordt de vervaltermijn van de vergunning van rechtswege opgeschort, van de
diening van het verzoek tot de kennisgeving van de uiteindelijke beslissing.
dien de houder van de betwiste vergunning niet de hoedanigheid van partij bij het proces heeft, stelt de overheid die de vergunning heeft uitgereikt de houder ervan
kennis van het einde van de opschortingsperiode van de vervaltermijn. De vervaltermijn van de stedenbouwkundige vergunning wordt eveneens van rechtswege opgeschort wanneer een aanvraag tot verbod van uitvoering van de milieuvergunning hangende is voor een rechtscollege van de rechterlijke orde, van de
diening van de
leidende akte tot de kennisgeving van de beslissing. § 8. Deze bepaling is niet van toepassing op de stedenbouwkundige vergunningen
dien en
de mate dat zij handelingen en werken vergunnen die zijn bedoeld om een einde te maken aan een
breuk bedoeld
artikel 300. ». Art. 82.
het Wetboek, wordt een nieuw artikel 101/1 toegevoegd, dat als volgt luidt : « Art. 101/1.
afwijking van artikel 101, wanneer de uitvoering van handelingen en werken en,
voorkomend geval, van stedenbouwkundige lasten is voorzien
fasen, overeenkomstig artikel 192, bepaalt de vergunning, voor elke fase buiten de eerste, het tijdstip waarop de
artikel 101, § 1 bedoelde vervaltermijn
gaat. De tijdspanne tussen het beginpunt van twee opeenvolgende fasen mag niet meer bedragen dan drie jaar. De vervaltermijn voor elke fase kan het voorwerp uitmaken van een verlenging volgens de modaliteiten vermeld
artikel 101, § 2. ». Art. 83.Artikel 102/1 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
, wordt het woord « de » vervangen door de woorden « Overeenkomstig de bepalingen van deze titel en onder voorbehoud van de bepalingen van dit artikel, kan » en wordt na de woorden « stedenbouwkundige vergunning » het woord « kan » geschrapt;2° § 2 wordt als volgt vervangen : « § 2.De aanvraag tot wijziging wordt
gediend bij de overheid die de oorspronkelijke stedenbouwkundige vergunning heeft uitgereikt, behalve
de volgende hypothesen : - wanneer zich een van de
artikel 123/2 voorziene hypothesen voordoet; - wanneer deze vergunning
beroep werd uitgereikt door de Regering, wordt de aanvraag tot wijziging
gediend bij de gemachtigde ambtenaar. ». Art. 84.
het huidige « Hoofdstuk II. - Verkavelingsvergunning » van het Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht
de opschriften : 1°
het opschrift van het hoofdstuk, wordt « Hoofdstuk » vervangen door « Afdeling »;2°
de opschriften van de vijf afdelingen die het hoofdstuk samenstellen, wordt het woord « Afdeling » vervangen door « Onderafdeling ». Art. 85.Artikel 103 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Behalve
de veronderstelling dat artikel 30/9, § 1, tweede lid, of artikel 64, tweede lid, tweede streepje, van toepassing is, mag niemand een terrein verkavelen zonder voorafgaande verkavelingsvergunning. Onder « verkavelen » wordt verstaan het terrein verdelen door er een verkeersweg aan te leggen of te verlengen, die de verbinding maakt met een of meer onbebouwde kavels waarvan er minstens één is bestemd voor bewoning en die er worden aangelegd om ze over te dragen of voor meer dan negen jaar te verhuren. ». Art. 86.Artikel 104 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het eerste lid, wordt het woord « twintig » vervangen door het woord « dertig »;2°
het tweede lid, worden de woorden « of een stedenbouwkundige verklaring » en « en
artikel 205/1 » geschrapt;3°
het derde lid, worden de woorden « en
artikel 205/1 » en « of de voorafgaande stedenbouwkundige verklaring niet is gedaan » geschrapt. Art. 87.
het Wetboek, wordt een nieuw artikel 105/1
gevoegd, luidend als volgt : « Art. 105/1.De verkavelingsvergunning, afgegeven op basis van een aanvraagdossier dat na 1 januari 2018 werd
gediend, geldt als stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen en werken met betrekking tot de verkeerswegen. De vervaltermijn van de verkavelingsvergunning wordt exclusief geregeld door de artikelen 114 tot 117. ». Art. 88.Artikel 106 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 89.
artikel 108, tweede lid, van het Wetboek, worden de woorden « en
artikel 205/1 » en « of de voorafgaande stedenbouwkundige verklaring niet is gebeurd » geschrapt. Art. 90.Artikel 109, eerste lid, van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Niemand mag een kavel, begrepen
een verkavelingsvergunning of
een fase ervan, overdragen, voor meer dan negen jaar te huur stellen of verhuren, alvorens de houder van de vergunning hetzij de werken met betrekking tot de verkeerswegen zoals voorzien
de betreffende vergunning of
de betrokken fase daarvan heeft uitgevoerd, hetzij de nodige financiële waarborgen voor de uitvoering ervan heeft verstrekt. De vervulling van deze formaliteit wordt vastgesteld door een bewijs dat door het college van burgemeester en schepenen afgegeven en per aangetekende brief aan de verkavelaar medegedeeld wordt. Het college van burgemeester en schepenen deelt aan de gemachtigde ambtenaar een afschrift van dat bewijs mede. ». Art. 91.Artikel 112 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a)
het eerste lid worden de woorden « Het college van burgemeester en schepenen, » geschrapt en krijgt het woord « de » dat erop volgt, een hoofdletter;b) het tweede lid wordt als volgt gewijzigd : «
deze context wordt de afgifte van de vergunning door de gemachtigde ambtenaar of de Regering afhankelijk gesteld van een verklaring waarbij de aanvrager zich ertoe verbindt, om aan de gemeente over te dragen, kosteloos, vrij en onbelast en zonder kosten voor haar, en met het terrein waarop de volgende voorzieningen worden of zullen worden aangelegd, de eigendom : - van de openbare wegen van de verkaveling,
alle gevallen; - van de openbare groene ruimten, openbare gebouwen en nutsvoorzieningen en woongebouwen; wanneer de opgelegde lasten met toepassing van het eerste lid deze voorzieningen betreffen »; c) het vijfde lid wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « Wanneer de vergunning wordt verstrekt op grond van artikel 175, 3°, 6° en 7°, » worden geschrapt, en de zin luidt als volgt : « Het college van burgemeester en schepenen stelt de bestemming van het
het derde lid genoemde bedrag voor »; - de woorden « Die beslissing wordt opgesteld » worden vervangen door de woorden « Dat voorstel wordt geformuleerd »; - de woorden « artikel 177, § 1 » worden vervangen door de woorden « artikel 177, § 2, eerste lid, 5° »; 2°
, derde lid, worden de woorden « of verkavelingsvergunning »
gevoegd achter de woorden «
geval er stedenbouwkundige lasten uitgevoerd zijn naar aanleiding van de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning ». Art. 92.Artikel 114 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 114.
dien de verkavelingsvergunning de aanleg van nieuwe verkeerswegen, een tracéwijziging, verbreding of opheffing van bestaande verkeerswegen bevat, vervalt de vergunning
dien de houder ervan vijf jaar na afgifte ervan de opgelegde handelingen of werken met betrekking tot deze wegen niet heeft uitgevoerd of,
voorkomend geval, de lasten niet heeft uitgevoerd of de opgelegde financiële waarborgen met toepassing van artikel 112 van dit Wetboek niet heeft verstrekt. ». Art. 93.Artikel 115 van het Wetboek wordt aangevuld met een tweede zin, die als volgt luidt : « De tijdspanne tussen het beginpunt van twee opeenvolgende fasen mag niet meer bedragen dan vijf jaar ». Art. 94.Artikel 116/1 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 116/1.Wanneer bij de afdeling administratieve geschillen van de Raad van State een beroep tot nietigverklaring wordt
gediend tegen een verkavelingsvergunning, wordt de vervaltermijn van deze vergunning van rechtswege geschorst vanaf de
diening van dit beroep tot de kennisgeving van de uiteindelijke beslissing.
dien de houder van de betwiste vergunning niet de hoedanigheid van partij heeft bij de procedure, stelt de overheid die de vergunning heeft uitgereikt, de houder
kennis van het einde van de schorsingsperiode van de vervaltermijn. De vervaltermijn van de verkavelingsvergunning wordt eveneens van rechtswege geschorst wanneer een verzoek tot onderbreking van de handelingen en werken die door deze vergunning worden toegestaan met toepassing van artikel 105/1, hangende is voor een rechtscollege van de rechterlijke orde. ». Art. 95.
het Wetboek, wordt een nieuw artikel 116/2
gevoegd, luidend als volgt : « Art. 116/2.
dien handelingen of werken voor bodemsanering moeten worden uitgevoerd voor de uitvoering van de handelingen en werken vergund door de verkavelingsvergunning met toepassing van artikel 105/1, worden de vergunning en haar vervaltermijn van rechtswege geschorst tot het Brussels
stituut voor Milieubeheer heeft vastgesteld dat deze voorafgaande handelingen of werken naar behoren werden uitgevoerd. ». Art. 96.Artikel 117 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het derde lid, worden de woorden « oorspronkelijke of verlengde » geschrapt;2°
het vijfde lid, worden de woorden « met
begrip van het
artikel 187 bedoelde geval » geschrapt;3°
het zesde lid, worden de woorden « termijn van vijf jaar » vervangen door de woorden « vervaltermijn ». Art. 97.Artikel 119 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
het eerste lid, worden de woorden « en op de
trekking » toegevoegd achter « wijziging ».2° het tweede lid wordt als volgt vervangen : « Alvorens zijn aanvraag
te dienen, stuurt de eigenaar naar alle eigenaars van een kavel die de aanvraag niet medeondertekend hebben, een aangetekende brief met ontvangstbevestiging, met de kennisgeving van de
diening van zijn aanvraag en beschrijving van de gevraagde wijzigingen.De postbewijzen van afgifte van de aangetekende brieven worden bij het dossier van de aanvraag gevoegd. De eigenaars van kavels die zich verzetten tegen de gevraagde wijziging, kunnen dit schriftelijk melden aan de overheid die de vergunning aflevert, binnen zestig dagen vanaf de datum van afgifte bij de post van de hen toegestuurde aangetekende brief. »; 3°
het derde lid, wordt het lidwoord « De » waarmee de zin begint, vervangen door de woorden « «
dien de verkavelingsvergunning werd afgeleverd vóór de eerste verjaardag van de bekendmaking
het Belgisch Staatsblad van de ordonnantie van [...] 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen, wordt de ». Na het woord « wijziging », wordt het woord « wordt » geschrapt en de woorden « een vierde » worden vervangen door de woorden « de helft ». Art. 98.Artikel 120 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 99.
artikel 123 van het Wetboek, wordt het woord « Regering » vervangen door het woord « gemeenteraad », worden de woorden « overeenkomstig artikel 54 » geschrapt en worden de woorden « met redenen omkleed besluit » vervangen door « met redenen omklede verordening ». Art. 100.Na artikel 123 van het Wetboek, wordt het volgende nieuwe hoofdstuk II
gevoegd : « HOOFDSTUK II. - De vergunnende overheden Afdeling I. - Het college van burgemeester en schepenen Art. 123/1.Behalve
de veronderstellingen waar het Wetboek deze bevoegdheid overdraagt aan een andere overheid, levert het college van burgemeester en schepenen de stedenbouwkundige vergunning af. Afdeling II. - De gemachtigde ambtenaar Art. 123/2.§ 1.
de volgende gevallen levert de gemachtigde ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning af : 1° wanneer zij volledig of gedeeltelijk wordt aangevraagd door een door de Regering aangewezen publiekrechtelijk rechtspersoon, op voorwaarde dat de handelingen en werken
rechtstreeks verband staan met de uitoefening van zijn opdrachten;2° wanneer zij,
haar totaliteit of voor een gedeelte, betrekking heeft op handelingen en werken van openbaar nut, bepaald door de Regering;3° wanneer zij,
haar totaliteit of voor een gedeelte, betrekking heeft op een goed dat,
zijn totaliteit of voor een gedeelte,
geschreven is op de bewaarlijst of beschermd is of waarvan de procedure tot
schrijving of bescherming lopend is, of de handelingen en werken al dan niet betrekking hebben op de delen van het goed die staan
geschreven op de bewaarlijst of beschermd zijn, of die het voorwerp uitmaken van een procedure tot
schrijving of bescherming.
deze veronderstelling wordt de vergunningsaanvraag onderzocht en is ze het voorwerp van een beslissing genomen door de gemachtigde ambtenaar voor het erfgoed, beoogd
artikel 5, lid 1; 4° wanneer zij
totaliteit of voor een gedeelte een
de
ventaris opgenomen niet-uitgebate bedrijfsruimte betreft;5° wanneer zij betrekking heeft op handelingen en werken die onderworpen zijn aan de effectenbeoordeling volgens dit Wetboek, of die deel uitmaken van een gemengd project overeenkomstig artikel 176/1; § 2. De gemachtigde ambtenaar levert de verkavelingsvergunning af. § 3.
dien het college van burgemeester en schepenen, dat bevoegd is krachtens artikel 123/1, geen uitspraak doet binnen de aan dat college toegekende termijn, geeft de gemachtigde ambtenaar de vergunning af
uitvoering van artikel 156/1. Afdeling III. - De Regering Art. 123/3.De Regering is bevoegd om de stedenbouwkundige en de verkavelingsvergunningen af te leveren
beroep. ». Art. 101.
titel IV, hoofdstuk III van het Wetboek, wordt een artikel 123/4
gevoegd, luidend : « Art. 123/4.Voor alle vergunningsaanvragen stelt de regering de middelen vast die de aanvrager
staat stellen om op elk moment de nog lopende onderzoekstermijn te kennen. ». Art. 102.Onder titel IV van hoofdstuk III van het Wetboek, met als opschrift «
diening en behandeling van de vergunningsaanvragen en beroepen », wordt een nieuwe afdeling I
gevoegd met het opschrift : « Afdeling I. - Vergunningen afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen ». Art. 103.
titel IV, hoofdstuk III van het Wetboek, wordt de huidige « Afdeling I -
diening van de aanvraag » « Onderafdeling I -
diening en behandeling van de aanvraag ». Art. 104.Artikel 124 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1°
, worden de vermelding « § 1 » en het tweede lid geschrapt.2° Paragraaf 2 wordt artikel 176/1 en wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : -
1° worden de woorden « bij de gemachtigde ambtenaar »
gevoegd na het woord « gelijktijdig » en aan het eind van de zin, na de kommapunt, worden de volgende woorden toegevoegd : « na ontvangst van de aanvragen, stuurt de gemachtigde ambtenaar de aanvraag om een milieuattest of om een milieuvergunning door naar het Brussels
stituut voor Milieubeheer;»; - het 3° wordt als volgt vervangen : « elk van de
artikel 177, § 2 bedoelde besturen en
stanties die worden geraadpleegd
het kader van de beide aanvragen, brengt een gezamenlijk advies uit over de beide aanvragen; »; -
het 4°, worden aan het einde van de zin, vóór de kommapunt, de volgende woorden toegevoegd : « zodra deze vereiste van toepassing is op minstens een van de beide aanvragen »; -
het 5°, worden de woorden « naargelang het geval » vervangen door de woorden «
voorkomend geval » en worden de woorden « een advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, »
gevoegd vóór de woorden « van één effectenverslag ». De woorden « één bestek » worden geschrapt; -
het 7°, worden de woorden « bedoeld
artikel 156 van dit Wetboek » vervangen door de woorden « of van het stedenbouwkundig attest » en worden de woorden « van het volledige dossier »
gevoegd tussen het woord « ontvangstbewijs » en de woorden « of de datum waarop »; - het 8° wordt opgeheven; - er worden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.