← België

Ordonnantie tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen e

Kort samengevat

Deze ordonnantie hervormt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en de milieuvergunningen, en wijzigt aanverwante wetgevingen. Het doel is om de ruimtelijke ordening en milieueffectbeoordeling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te moderniseren en te stroomlijnen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
30 NOVEMBER 2017. - Ordonnantie tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen (1) Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingen van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening Art. 2.In alle artikelen van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (hierna het « Wetboek » genoemd) waarin deze woorden voorkomen, worden de woorden « de Brusselse Hoofdstedelijke Raad » en « de Hoofdstedelijke Raad » vervangen door de woorden « het Brussels Hoofdstedelijk Parlement ». Art. 3.In artikel 1 van het Wetboek wordt het tweede lid als volgt vervangen : « Het beoogt met name de gehele of gedeeltelijke omzetting van de volgende Europese richtlijnen : - richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten; - richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; - richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken; - richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten; - richtl[00c4][00b3]n 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's; - richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand; - richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, gewijzigd door richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014; - richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad. ». Art. 4.Artikel 4/1 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 5.Artikel 4/2 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 6.Artikel 5 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : a) De woorden « het Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting » worden vervangen door de woorden « de besturen belast met stedenbouw, monumenten en landschappen en territorialeplanning »;b) Er wordt een tweede zin toegevoegd die als volgt luidt : « Onder hen bevindt zich minstens één ambtenaar die gespecialiseerd is in het behoud van het onroerend erfgoed, die houder is van een diploma hoger onderwijs of minstens tien jaar beroepservaring heeft inzake onroerend erfgoed, overeenkomstig de eisen van de Regering in dit verband.»; 2° het tweede lid wordt vervangen door de volgende tekst : « Zij worden « gemachtigd ambtenaar », « gemachtigd ambtenaar Erfgoed » of « sanctionerend ambtenaar » genoemd ». Art. 7.Artikel 6, eerste lid van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in 5° worden de woorden « met name via e-mail » ingevoegd na het woord « schriftelijk »;2° 6° wordt vervangen door de volgende tekst : « 6° er wordt overgegaan tot de uithanging van een axonometrie of een ander gelijkwaardig systeem voor driedimensionale grafische voorstelling dat de volumetrische eigenschappen van het project aanschouwelijk maakt, overeenkomstig de regels die zijn vastgelegd door de Regering, indien de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning die het voorwerp uitmaakt van het openbaar onderzoek, betrekking heeft op een nieuwbouw waarvan de oppervlakte groter is dan 400 vierkante meter, op de uitbreiding met meer dan 400 vierkante meter van een bestaand gebouw of op een gebouw waarvan de hoogte één of meer bouwlagen hoger zal zijn dan de omliggende bebouwing in een straal van vijftig meter. Er is geen axonometrie vereist voor infrastructuurwerken die niet de oprichting van de bovengrondse volumes omvatten. ». Art. 8.Artikel 7 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in het derde lid, worden de woorden « van richtplannen van aanleg, » ingevoegd tussen de woorden « gewestelijk bestemmingsplan, » en de woorden « van gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen »;2° het zevende lid wordt opgeheven;3° het negende lid wordt als volgt vervangen : « De Gewestelijke Commissie is samengesteld uit achttien onafhankelijke experts, benoemd door de Regering, waarvan negen voorgedragen door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.Deze experts vertegenwoordigen de volgende disciplines : stedenbouw en ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, huisvesting, cultureel en natuurlijk erfgoed, economie en architectuur. De Regering bepaalt de regels voor de aanwijzing van deze experts en voor de werking van de Gewestelijke Commissie, met name de hoorzitting van de afgevaardigden van de Regering of van de gemeente die een in het tweede lid bedoeld ontwerp uitgewerkt heeft; ». Art. 9.Artikel 8 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het punt aan het einde van 2° wordt vervangen door een puntkomma;2° er wordt een 3° toegevoegd dat als volgt luidt : « 3° de bekendmaking van de adviezen van de Gewestelijke Commissie op het internet.» Art. 10.Artikel 9 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1, tweede lid, 2°, worden de woorden « telkens dit bij verordening of bij een plan is voorzien, of wanneer deze vergunnings- of attestaanvragen aan de in artikelen 150 en 151 bedoelde speciale regelen van openbaarmaking werden onderworpen » vervangen door de woorden « telkens dit bij onderhavig Wetboek, bij een plan of een verordening of is voorzien;»; 2° § 2 wordt als volgt vervangen : « § 2.De Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werkingsregels van de overlegcommissies, alsook, in voorkomend geval, bepaalde adviescriteria door de volgende principes toe te passen : 1° de vertegenwoordiging : - van de gemeenten; - van het bestuur belast met stedenbouw; - van het bestuur belast met monumenten en landschappen; - van het Brussels Instituut voor Milieubeheer; - van Brussel Mobiliteit en het bestuur belast met territoriale planning wanneer de overlegcommissie wordt geraadpleegd vóór de uitwerking, wijziging of opheffing van een bijzonder bestemmingsplan; 2° het verbod voor de leden van de overlegcommissies om deel te nemen aan het stemmen over de vergunningsaanvragen of over de ontwerpplannen of ontwerpen van verordening die uitgaan van het orgaan dat zij vertegenwoordigen;3° de terbeschikkingstelling aan de bevolking van een register met de notulen van de vergaderingen en met de door de commissies uitgebrachte adviezen;4° de waarneming van het voorzitterschap van de overlegcommissie door het bestuur belast met stedenbouw wanneer de aanvraag betrekking heeft op een project van gewestelijk belang inzake mobiliteit.Een project is van gewestelijk belang inzake mobiliteit als het gaat om handelingen en werken betreffende het wegennet en de openbare ruimten, zoals omschreven in artikel 189/1, waarvan het belang het louter gemeentelijk belang en het grondgebied van één enkele gemeente overstijgt of om het even welk project dat als zodanig in het gewestelijk mobiliteitsplan wordt aangegeven; 5° het horen van de natuurlijke of rechtspersonen die erom vragen tijdens het openbaar onderzoek.». Art. 11.Artikel 11 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin : « Deze adviezen worden met redenen omkleed.»; 2° in paragraaf 2, punt 2, wordt het derde lid vervangen door de volgende tekst : « Elk van de volgende vakgebieden is vertegenwoordigd : stedenbouw, landschapsarchitectuur, architectuur, bouwengineering, geschiedenis, kunstgeschiedenis, archeologie, natuurlijk erfgoed, restauratietechnieken en bouweconomie.De Regering kan de vertegenwoordiging van bijkomende vakgebieden voorzien. »; 3° in § 2, punt 5, eerste lid, wordt het woord « aangewezen » ingevoegd tussen de woorden « twee derde van haar » en de woorden « leden aanwezig zijn »;4° paragraaf 3 wordt als volgt gewijzigd : a) in het tweede lid, in de tweede zin, worden de woorden « van de aanwezige leden geformuleerd » vervangen door de woorden « van de aangewezen leden geformuleerd;bij ontstentenis ervan worden de adviezen gunstig geacht »; b) het derde lid wordt opgeheven;c) er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidend als volgt : « Wanneer het eenvormig advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen gepaard gaat met voorwaarden, worden die duidelijk en nauwkeurig opgesomd in het bepalend gedeelte van dat advies.»; 5° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door de volgende tekst : « Dit secretariaat wordt verzorgd door het bestuur belast met monumenten en landschappen.». Art. 12.In titel I, wordt een nieuw hoofdstuk IVbis ingevoegd, met het opschrift « De Bouwmeester », met daarin een artikel 11/1 dat als volgt luidt : « Art. 11/1.§ 1. De Regering stelt voor een periode van maximaal vijf jaar een Bouwmeester aan, belast met het toezicht op de architecturale kwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 2. De Regering legt de lijst vast van de vergunningsaanvragen die wegens het bijzondere belang van hun architecturale kwaliteit naast artikel 124 het voorafgaande advies van de Bouwmeester moeten bevatten. De Regering legt de voorwaarden vast voor de afgifte van het advies van de Bouwmeester. § 3. De geldende vereiste volgens § 2, eerste lid is niet langer van toepassing indien de Bouwmeester zijn advies niet naar de aanvrager verstuurd heeft binnen de zestig dagen na de ontvangst van de adviesaanvraag. ». Art. 13.Artikel 12 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in het eerste lid, worden de woorden « bedoeld in afdeling V van hoofdstuk III van titel IV » en de woorden « overeenkomstig afdeling VIII van hoofdstuk III van titel IV » geschrapt;2° in het derde lid, worden de woorden « van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » vervangen door de woorden « van het bestuur belast met stedenbouw ». Art. 14.De titel van hoofdstuk VI, « Termijnen », wordt aangevuld met de woorden « en communicatiemiddelen ». Art. 15.Artikel 12/1 wordt aangevuld met nieuwe leden 4 en 5 die als volgt luiden : « Voor de toepassing van dit Wetboek wordt de kennisgeving gerekend vanaf de datum van verzending, behalve in geval van andersluidende bepaling. In uitvoering van de bepalingen van dit Wetboek die verwijzen naar deze vakantieperiodes, is de Regering gemachtigd om de begin- en einddata van de zomer-, kerst- en paasvakantie vast te leggen. ». Art. 16.Een nieuw artikel 12/2 wordt ingevoegd in het Wetboek dat als volgt luidt : « Art. 12/2.De Regering kan andere, met name elektronische, communicatievormen toestaan en organiseren, voor alle mededelingen waarvoor dit Wetboek een aangetekend schrijven of de overhandiging per bode voorschrijft. De indiening van vergunningsaanvragen en alle communicatie die er in het kader van het onderzoek van deze aanvragen gebeurt tussen de aanvrager en de bevoegde overheden, kunnen gebeuren via elektronische weg, volgens de modaliteiten die door de Regering moeten worden bepaald. De Regering kan de modaliteiten organiseren voor de terbeschikkingstelling aan het publiek, op het internet, van elk document dat onder het Wetboek of de uitvoeringsbesluiten van het Wetboek valt, met name de documenten die zijn onderworpen aan het openbaar onderzoek. ». Art. 17.Artikel 13 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 13.De ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de ordening van zijn grondgebied worden bepaald door de volgende plannen : 1. het gewestelijk ontwikkelingsplan;2. het gewestelijk bestemmingsplan;3. de richtplannen van aanleg;4. de gemeentelijke ontwikkelingsplannen;5. de bijzondere bestemmingsplannen.». Art. 18.Artikel 14 van het Wetboek wordt opgeheven. Art. 19.In artikel 15 van het Wetboek worden de woorden « , het wijzigen en het opheffen » ingevoegd na « het uitwerken ». Art. 20.Een nieuw artikel 15/1 wordt ingevoegd in het Wetboek dat als volgt luidt : « Art. 15/1.Met voorbehoud van de bijzondere gevallen voorzien in dit Wetboek moeten de uitwerking, de wijziging en de opheffing van de plannen bedoeld in artikel 13 het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport. Het milieueffectenrapport, waarvan de Regering de structuur vastlegt, bevat de informatie die wordt opgesomd in bijlage C bij dit Wetboek, rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande kennis en beoordelingsmethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau of op het niveau van de latere vergunningsaanvragen, waar het verkieslijk kan zijn de beoordeling te maken om een herhaling ervan te vermijden. Het milieueffectenrapport houdt rekening met de resultaten die verkregen zijn bij eerder uitgevoerde relevante milieubeoordelingen. ». Art. 21.In artikel 17, tweede lid, 1°, wordt het woord « verplaatsingen » vervangen door de woorden « mobiliteit, toegankelijkheid ». Art. 22.Artikel 18 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1 worden leden 2 tot 4 opgeheven;2° in § 2 worden de woorden « met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport » geschrapt;3° paragraaf 4 wordt als volgt vervangen : « De Regering onderwerpt het ontwerpplan en het milieueffectenrapport of, in voorkomend geval, de in artikel 20, § 4 bedoelde documenten, adviezen en beslissingen, gelijktijdig aan de in het tweede lid bedoelde adviezen en aan het openbaar onderzoek. De door de Regering gevraagde adviezen worden aan haar overgemaakt binnen de hierna volgende termijn, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt in aanmerking moet worden genomen : - zestig dagen voor het bestuur belast met territoriale planning, het Brussels Instituut voor Milieubeheer, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting en de andere adviesorganen waarvan de Regering de lijst kan opstellen; - vijfenzeventig dagen voor de gemeenteraden. Het openbaar onderzoek duurt zestig dagen. Het voorwerp en de begin- en einddatum van het onderzoek worden aangekondigd, volgens de regels die de Regering bepaalt : - door aanplakking in elke gemeente van het Gewest; - door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in verscheidene Nederlandstalige en Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid; - door een mededeling via de radio; - op de website van het Gewest. De aan het onderzoek onderworpen documenten worden gedurende de duur van het onderzoek ter inzage van de bevolking neergelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest of van elke betrokken gemeente wanneer het een wijziging betreft van het gewestelijk ontwikkelingsplan. Ze worden eveneens ter beschikking gesteld op het internet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de neerlegging en verzending van de bezwaren en opmerkingen binnen de termijn van het onderzoek, met inachtneming van de principes die zijn vastgelegd in artikel 6. »; 4° § 5 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : - in de eerste zin, worden de woorden « of, desgevallend, de in artikel 20, § 4 bedoelde documenten, beslissingen en adviezen, » ingevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport » en de woorden « de bezwaren »; - in de tweede zin, worden de woorden « bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht » vervangen door de woorden « bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht nog in aanmerking moet worden genomen »; b) het tweede lid wordt als volgt vervangen : « De Regering deelt aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een afschrift van het advies van de Gewestelijke Commissie mee, evenals een afschrift van de adviezen, bezwaren en opmerkingen gemaakt binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie.». 5° in § 6, eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de in artikel 20, § 4 bedoelde documenten, adviezen en beslissingen » ingevoegd tussen de woorden « de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten » en de woorden « overgemaakt aan ». Art. 23.Artikel 19 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt vervangen door een nieuwe § 1 die als volgt luidt : « Binnen zestig dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of vanaf de vervaldag van de aan deze commissie toebedeelde termijn om haar advies uit te brengen, kan de Regering na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, het plan hetzij definitief goedkeuren, hetzij wijzigen. In het eerste geval motiveert ze haar beslissing op elk punt waarin ze afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek. In het tweede geval, behalve wanneer het slechts kleine wijzigingen betreft die geen aanzienlijke impact zullen hebben op het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp, desgevallend samen met een aanvulling op het milieueffectenrapport, opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig artikel 18, § 4 en volgende. Wanneer bovendien het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 20, § 4 : - kunnen de in het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij een aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport; - kunnen de in het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij geen aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet in het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan uitdrukkelijk worden aangegeven waarom het geen aanzienlijke impact zal hebben. Het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan geeft in zijn motivatie een samenvatting van : - de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen in het plan; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, en de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens de procedure, in aanmerking werden genomen; - de redenen voor de keuzes van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de andere beoogde redelijke oplossingen. Wanneer het plan niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een milieueffectenrapport, neemt het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan de in artikel 20, § 4 met redenen omklede beslissing over. »; 2° de leden 2 en 3 zijn samengevoegd in een nieuwe § 2, waarvan ze het eerste en het tweede lid vormen.3° de nieuwe § 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « , desgevallend samen met het milieueffectenrapport, » worden ingevoegd tussen de woorden « het volledige plan » en de woorden « ter beschikking van de bevolking »; - de woorden « op het internet en » worden ingevoegd tussen de woorden « ter beschikking van de bevolking » en de woorden « in elk gemeentehuis ». Art. 24.Artikel 20 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.Evenwel, onder voorbehoud van het volgende lid, wanneer zij meent, rekening houdend met de in bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria, dat de geplande wijziging niet van die aard is dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, kan de Regering, overeenkomstig de procedure die is vastgelegd in § 4, beslissen dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijke ontwikkelingsplan niet aan een milieueffectenrapport onderworpen moet worden. Er moet een milieueffectenrapport gemaakt worden voor een ontwerp van wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan wanneer dit ontwerp rechtstreeks betrekking heeft op een of meer gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van de richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die voorzien in de inschrijving, in de nabijheid van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten, van gebieden die bestemd zijn voor huisvesting of voor bezoek door het publiek, die een bijzonder natuurlijk belang inhouden of die verbindingswegen omvatten. »; 2° er wordt een nieuwe § 4 en toegevoegd, die als volgt luidt : « § 4.Wanneer de Regering a priori meent, overeenkomstig § 3, eerste lid, dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan geen noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, vraagt zij het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer omtrent het ontbreken van een noemenswaardige weerslag van het ontwerp van wijziging. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting, de richtlijnen van het ontwerp van wijziging en de elementen van de bestaande toestand die het ontwerp wil wijzigen, bevat. De adviezen worden naar de Regering gestuurd binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen. Na inzage van de uitgebrachte adviezen besluit de Regering, in een met redenen omklede beslissing, of de geplande wijziging al of niet het voorwerp moet uitmaken van een milieueffectenrapport. ». Art. 25.In artikel 21, tweede lid, van het Wetboek worden de woorden « , het richtplan van aanleg » ingevoegd na de woorden « het gewestelijk bestemmingsplan ». Art. 26.In artikel 22 van het Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « van het Brussels Planningsbureau » worden vervangen door de woorden « van het bestuur belast met territoriale planning »;2° het woord « jaarlijks » wordt geschrapt en de woorden « om de vijf jaar na de goedkeuring van het plan, » worden ingevoegd na het woord « haar »;3° de laatste zin wordt als volgt aangevuld : « , met name op de website van het Gewest ». Art. 27.Artikel 25 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1 worden leden 2 tot 4 opgeheven;2° in § 2, eerste lid, worden de woorden « met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport.» geschrapt en er wordt een tweede zin toegevoegd die als volgt luidt : « De Regering voegt de lijst van deze besturen en instellingen bij het ontwerpplan. »; 3° paragraaf 4 wordt als volgt vervangen : « De Regering onderwerpt het ontwerpplan en het milieueffectenrapport of, desgevallend, de in artikel 27, § 3 bedoelde documenten, adviezen en beslissingen, gelijktijdig aan de in het tweede lid bedoelde adviezen en aan het openbaar onderzoek. De door de Regering gevraagde adviezen worden aan haar overgemaakt binnen de hierna volgende termijn, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt in aanmerking moet worden genomen : - zestig dagen voor het bestuur belast met territoriale planning, het Brussels Instituut voor Milieubeheer, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting en de andere adviesorganen waarvan de Regering de lijst kan opstellen; - vijfenzeventig dagen voor de gemeenteraden. Het openbaar onderzoek duurt zestig dagen. Het voorwerp en de begin- en einddatum van het onderzoek worden aangekondigd, volgens de regels die de Regering bepaalt : - door aanplakking in elke gemeente van het Gewest; - door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in verscheidene Nederlandstalige en Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid; - door een mededeling via de radio; - op de website van het Gewest. De aan het onderzoek onderworpen documenten worden gedurende de duur van het onderzoek ter inzage van de bevolking neergelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest of van elke betrokken gemeente wanneer het een wijziging betreft van het gewestelijk bestemmingsplan. Ze worden eveneens ter beschikking gesteld op het internet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de neerlegging en verzending van de bezwaren en opmerkingen binnen de termijn van het onderzoek, met inachtneming van de principes die zijn vastgelegd in artikel 6. »; 4° paragraaf 5 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : a) in de eerste zin worden de woorden « of, desgevallend, in artikel 27, § 3 bedoelde documenten, beslissingen en adviezen en » ingevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport, » en de woorden en « het bezwaar »;b) in de tweede zin worden de woorden « bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht » vervangen door de woorden « bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voorgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen »;c) het tweede lid wordt als volgt vervangen : « De Regering deelt aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een afschrift van het advies van de Gewestelijke Commissie mee, evenals een afschrift van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen uitgebracht binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie.»; 5° in § 6, eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de in artikel 27, § 3 bedoelde documenten, beslissingen en adviezen » ingevoegd tussen de woorden « de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten » en de woorden « overgemaakt aan ». Art. 28.Artikel 26 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt vervangen door een nieuwe § 1 die als volgt luidt : « Binnen zestig dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of vanaf de vervaldag van de aan deze Commissie toebedeelde termijn om haar advies uit te brengen, kan de Regering na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, het plan hetzij definitief goedkeuren, hetzij wijzigen. In het eerste geval motiveert ze haar beslissing op elk punt waarin ze afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek. In het tweede geval, behalve wanneer het slechts kleine wijzigingen betreft die geen noemenswaardige impact zullen hebben op het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp, desgevallend samen met een aanvulling op het milieueffectenrapport, opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig artikel 25, §§ 4 en volgende. Wanneer bovendien het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 27, § 3 : - kunnen de in het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij een noemenswaardige impact hebben op het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport; - kunnen de in het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij geen aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet in het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan uitdrukkelijk worden aangegeven waarom het geen aanzienlijke impact zal hebben. Het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan geeft in zijn motivatie een samenvatting van : - de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen in het plan; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, en de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens de procedure, in aanmerking werden genomen; - de redenen voor de keuzes van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de andere beoogde redelijke oplossingen. Wanneer het plan niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een milieueffectenrapport, neemt het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan de in artikel 27, § 3 met redenen omklede beslissing over. »; 2° de leden 2 en 3 zijn samengevoegd in een nieuwe § 2, waarvan ze het eerste en het tweede lid vormen;3° De nieuwe § 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « , desgevallend samen met het milieueffectenrapport, » worden ingevoegd tussen de woorden « het volledige plan » en de woorden « ter beschikking van de bevolking »; - de woorden « op het internet en » worden ingevoegd tussen de woorden « ter beschikking van de bevolking » en de woorden « in elk gemeentehuis ». Art. 29.Artikel 27 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.Evenwel, onder voorbehoud van het volgende lid, wanneer zij meent, rekening houdend met de in bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria, dat de geplande wijziging niet van die aard is dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, kan de Regering, overeenkomstig de procedure die is vastgelegd in § 3, beslissen dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijke bestemmingsplan niet aan een milieueffectenrapport onderworpen moet worden. Er moet een milieueffectenrapport gemaakt worden voor een ontwerp van wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan wanneer dit ontwerp rechtstreeks betrekking heeft op een of meer gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die voorzien in de inschrijving, in de nabijheid van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten, van gebieden die bestemd zijn voor huisvesting of voor bezoek door het publiek, die een bijzonder natuurlijk belang inhouden of die verbindingswegen omvatten. »; 2° er wordt een nieuwe § 3 toegevoegd, die als volgt luidt : « § 3.Wanneer de Regering a priori meent, overeenkomstig § 2, eerste lid, dat het ontwerp van wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan geen noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, vraagt zij het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer omtrent het ontbreken van een noemenswaardige weerslag van het ontwerp van wijziging. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting, de richtlijnen van het ontwerp van wijziging en de elementen van de bestaande toestand die het ontwerp wil wijzigen, bevat. De adviezen worden naar de Regering gestuurd binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen. Na inzage van de uitgebrachte adviezen besluit de Regering, in een met redenen omklede beslissing, of de geplande wijziging al dan niet het voorwerp moet uitmaken van een milieueffectenrapport. ». Art. 30.In artikel 28, worden de woorden « of opgeheven » geschrapt. Art. 31.In artikel 30 van het Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « van het Brussels Planningsbureau » worden vervangen door de woorden « van het bestuur belast met territoriale planning »;2° het woord « jaarlijks » wordt geschrapt en de woorden « om de vijf jaar na de goedkeuring van het plan, » worden ingevoegd na het woord « haar »;3° de laatste zin wordt als volgt aangevuld : « , met name op de website van het Gewest.» Art. 32.Na artikel 30 van het Wetboek, wordt het volgende nieuwe hoofdstuk IIIbis ingevoegd : « HOOFDSTUK IIIbis. - Richtplan van aanleg Afdeling I. - Algemeen Art. 30/1.De Regering kan, voor een deel van het grondgebied van het Gewest, een richtplan van aanleg goedkeuren. Afdeling II. - Inhoud Art. 30/2.Het richtplan van aanleg gaat uit van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd en geeft de grote principes aan voor de inrichting of herinrichting van het grondgebied waarop het betrekking heeft, met name op het vlak van : - programmering van de bestemmingen; - structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap; - kenmerken van de constructies; - bescherming van het erfgoed; - mobiliteit en parkeren. Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure Art. 30/3.§ 1. De Regering maakt het ontwerp van richtplan van aanleg op, evenals, onder voorbehoud van § 2, het milieueffectenrapport. Vooraleer de Regering het ontwerp van richtplan van aanleg goedkeurt, organiseert het bestuur dat belast is met territoriale planning voor het betrokken publiek de nodige voorlichtings- en participatiemomenten. De Regering legt de regels voor de toepassing van dit artikel vast. § 2. Onder voorbehoud van het hierna volgende lid kan de Regering, indien zij op basis van de criteria genoemd in bijlage D van onderhavig Wetboek meent dat het ontwerp van richtplan van aanleg niet van die aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 30/4 beslissen dat het ontwerp van richtplan van aanleg niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Moet wel worden onderworpen aan een milieueffectenrapport, het ontwerp van richtplan van aanleg dat rechtstreeks betrekking heeft op een of meerdere gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die de inschrijving voorzien van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waar ze zijn toegelaten. Art. 30/4.Wanneer de Regering a priori meent, overeenkomstig artikel 30/3, § 2, eerste lid, dat het ontwerp van richtplan van aanleg niet van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, vraagt zij het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer over het ontbreken van aanzienlijke effecten van het ontwerp van richtplan van aanleg. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting bevat, alsook de richtlijnen van het project en de elementen van de bestaande toestand die het project wil wijzigen. De adviezen worden binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag naar de Regering gestuurd. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen. In het licht van de uitgebrachte adviezen, bepaalt de Regering in een met redenen omklede beslissing of het ontwerp van richtplan al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Art. 30/5.§ 1. De Regering onderwerpt het ontwerp- plan en het milieueffectenrapport of, in voorkomend geval, de documenten, adviezen en beslissing bedoeld in artikel 30/4 gelijktijdig aan de in het tweede lid bedoelde adviezen en aan het openbaar onderzoek. De door de Regering gevraagde adviezen worden aan haar overgemaakt binnen de hierna volgende termijn, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen : - dertig dagen voor het bestuur belast met territoriale planning, het Brussels Instituut voor Milieubeheer, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting en de andere raadgevende instanties waarvan de Regering de lijst kan opstellen; - vijfenveertig dagen voor de gemeenteraden; - als deze termijn een aanvang neemt tijdens de zomervakantie, wordt ze verlengd met dertig dagen. Het openbaar onderzoek duurt zestig dagen. Het voorwerp en de begin- en de einddatum worden aangekondigd, volgens de modaliteiten die zijn vastgesteld door de Regering : - door aanplakbiljetten in elke gemeente van het Gewest die betrokken is bij het ontwerp van richtplan van aanleg; - door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in verschillende Franstalige en Nederlandstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid; - op de website van het Gewest. Het ontwerp van richtplan van aanleg en het milieueffectenrapport of, in voorkomend geval, de documenten, adviezen en beslissing bedoeld in artikel 30/4, worden tijdens de duur van het onderzoek ter inzage van de bevolking neergelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest die betrokken is bij het ontwerp van richtplan van aanleg. Ze worden ook ter beschikking gesteld op het internet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de indiening en verzending, binnen de termijn van het onderzoek, van de bezwaren en opmerkingen, overeenkomstig de principes die zijn vastgesteld in artikel 6. § 2. De Regering legt aan de Gewestelijke Commissie het ontwerp van richtplan van aanleg en het milieueffectenrapport voor, of desgevallend, de documenten, de adviezen en de beslissing bedoeld in artikel 30/4, samen met de adviezen en de bezwaren en opmerkingen bedoeld in § 1. Binnen de zestig dagen na ontvangst van het volledige dossier, geeft de Gewestelijke Commissie haar advies aan de Regering, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen. Minstens de helft van de termijn van zestig dagen bevindt zich buiten de schoolvakantieperiodes. In de veronderstelling dat de Gewestelijke Commissie op het moment dat ze haar advies moet geven, niet meer geldig is samengesteld omdat haar leden niet zijn benoemd binnen de in artikel 7 voorgeschreven termijn, begint de termijn van zestig dagen te lopen vanaf de datum waarop haar leden benoemd zijn. De Regering deelt aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een afschrift van het advies van de Gewestelijke Commissie mee, evenals een afschrift van de adviezen, bezwaren en opmerkingen gemaakt binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie. § 3. Indien het ontwerp van richtplan van aanleg van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu van een ander Gewest, een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, worden het ontwerp van richtplan van aanleg en het milieueffectenrapport overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit ander Gewest, deze andere lidstaat van de Europese Unie of deze andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die kunnen worden getroffen mogen deelnemen aan de beoordeling van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het ontwerp, de adviezen van besturen en instellingen bedoeld in de §§ 1 en 2 en de afhandelingsmodaliteiten bepaald in artikel 30/11 worden meegedeeld aan de in het voorgaande lid bedoelde autoriteiten. Art. 30/6.Na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, kan de Regering binnen zestig dagen na de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of de vervaldag van de haar toebedeelde termijn voor het uitbrengen van dit advies, hetzij het richtplan van aanleg definitief goedkeuren, hetzij beslissen om het te wijzigen. In het eerste geval omkleedt zij haar beslissing met redenen op elk punt waarop zij afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek. In het tweede geval, behalve wanneer de wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp opnieuw voorgelegd voor onderzoek, overeenkomstig artikel 30/5. Bovendien, wanneer het ontwerp van richtplan van aanleg was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 30/4 : - zijn de wijzigingen hetzij van die aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp worden onderworpen aan een milieueffectenrapport; - zijn de wijzigingen hetzij niet van die aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu, en moet het besluit houdende definitieve goedkeuring van het richtplan van aanleg dit ontbreken van noemenswaardige gevolgen uitdrukkelijk met redenen omkleden. Het besluit houdende definitieve goedkeuring van het richtschema is, in zijn motivering, de samenvatting van : - de manier waarop de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, evenals de tijdens de procedure uitgebrachte adviezen, bezwaren en opmerkingen in overweging werden genomen; - de redenen die hebben geleid tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. Wanneer het richtplan van aanleg niet was onderworpen aan een milieueffectenrapport, neemt het besluit houdende definitieve goedkeuring van het plan de in artikel 30/4 bedoelde met redenen omklede beslissing over. Art. 30/7.Het besluit van de Regering houdende definitieve goedkeuring van het richtplan van aanleg, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, waarbij tevens het advies van de Gewestelijke Commissie wordt afgedrukt en de in artikel 30/11 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten van het plan gepreciseerd worden. Het richtplan van aanleg treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Het volledige richtplan van aanleg, in voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport : - wordt ter beschikking gesteld van het publiek op de website van het Gewest en in het gemeentehuis van de betrokken gemeenten, en dit binnen drie dagen na deze bekendmaking; - wordt overgemaakt aan de in de procedure geraadpleegde instanties en besturen. De terbeschikkingstelling aan het publiek en het overmaken aan de in het voorgaande lid bedoelde autoriteiten, preciseren de in artikel 30/11 bedoelde afhandelingsmodaliteiten. Afdeling IV. - Wijzigings- en opheffingsprocedure Art. 30/8.De bepalingen tot regeling van de uitwerking van het richtplan van aanleg, zijn van toepassing op de wijziging en op de opheffing ervan. Afdeling V. - Gevolgen van het richtplan van aanleg Art. 30/9.§ 1. Het richtplan van aanleg heeft een indicatieve waarde, met uitzondering van de bepalingen waaraan de Regering bindende kracht en verordenende waarde verleent binnen de perimeter(s) die ze bepaalt in het richtplan van aanleg. Wanneer de Regering uitdrukkelijk bindende en verordenende waarde verleent aan grafische bepalingen die de inplanting van een aan te leggen of te verlengen verbindingsweg aangeven, stelt het geldende richtplan van aanleg de operatie van de verdeling van het terrein die wordt uitgevoerd volgens deze grafische bepalingen, vrij van een verkavelingsvergunning. § 2. De verordenende bepalingen van het richtplan van aanleg heffen, binnen de perimeter(s) waar ze van toepassing zijn, de bepalingen op van het gewestelijk bestemmingsplan, het bijzonder bestemmingsplan en de stedenbouwkundige verordening, evenals de verordenende bepalingen van de gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplannen en van de verkavelingsvergunningen, die ermee in tegenspraak zijn. Onverminderd het voorgaande lid, stelt de goedkeuring van het verordenende luik van het richtplan van aanleg de autoriteiten vrij van goedkeuring van het bijzonder bestemmingsplan wanneer dit vereist is. § 3. Het richtplan van aanleg blijft van kracht tot wanneer het geheel of gedeeltelijk gewijzigd of opgeheven wordt. Art. 30/10.De verordenende voorschriften van het richtplan van aanleg kunnen beperkingen op het gebruik van de eigendom inhouden, met inbegrip van bouwverbod. Afdeling VI. - Opvolging van het richtplan van aanleg Art. 30/11.De Regering duidt de ambtenaren van het bestuur belast met territoriale planning aan die haar, binnen de in artikel 30 gestelde termijn, een verslag voorleggen over de follow-up van de noemenswaardige gevolgen van de uitvoering van het richtplan van aanleg op het leefmilieu, teneinde met name in een vroegtijdig stadium de onvoorziene negatieve gevolgen en de eventuele corrigerende maatregelen te identificeren. Dit verslag wordt ingediend op het bureau van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en maakt het voorwerp uit van een voor het publiek toegankelijke publicatie, met name op de website van het Gewest. ». Art. 33.In artikel 31, eerste lid van het Wetboek, wordt het woord « stelt » vervangen door het woord « kan » en het woord « vast » wordt vervangen door het woord « vaststellen ». Art. 34.Artikel 32 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in het eerste lid, worden de woorden « en de verordenende bepalingen van de richtplannen van aanleg » ingevoegd na de woorden « gewestelijk bestemmingsplan » en worden de woorden « en de indicatieve bepalingen van de richtplannen van aanleg » ingevoegd na de woorden « gewestelijk ontwikkelingsplan »;2° in het tweede lid, 1°, wordt het woord « verplaatsingen » vervangen door de woorden « mobiliteit, toegankelijkheid ». Art. 35.Artikel 33 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 33.§ 1. Het college van burgemeester en schepenen ontwerpt het gemeentelijk ontwikkelingsplan en maakt een milieueffectenrapport op. § 2. Op verzoek van het college van de burgemeester en schepenen en binnen de door hem vastgestelde termijn, brengt elk gewestelijk en gemeentelijk bestuur en elke gewestelijke en gemeentelijke instelling van openbaar nut die elementen naar voren die tot zijn bevoegdheden behoren. Het college van burgemeester en schepenen brengt de Gewestelijke Commissie regelmatig op de hoogte van de evolutie van de voorafgaande studies en deelt haar de resultaten ervan mee. De Gewestelijke Commissie kan op elk ogenblik opmerkingen maken of suggesties voordragen die zij nuttig acht. » Art. 36.Artikel 34, § 3, van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen ermee om het ontwerpplan en het milieueffectenrapport of, desgevallend, de in artikel 37, § 4, bedoelde documenten, adviezen en beslissingen, te onderwerpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt vijfenveertig dagen. Het voorwerp en de begin- en de einddatum worden aangekondigd, volgens de modaliteiten die zijn vastgesteld door de Regering : - via aanplakbiljetten; - via een bericht in het Belgisch Staatsblad en in verschillende Franstalige en Nederlandstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid; - op de website van de gemeente. Het ontwerpplan en het milieueffectenrapport worden, tijdens de duur van het onderzoek, in het gemeentehuis ter inzage gelegd van de bevolking. Ze worden ook ter beschikking gesteld op het internet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de indiening en verzending, binnen de termijn van het onderzoek, van de bezwaren en opmerkingen, overeenkomstig de principes die zijn vastgesteld in artikel 6. De bezwaren en opmerkingen worden binnen de termijn van het onderzoek naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college van burgemeester en schepenen opgemaakt binnen vijftien dagen na de afsluiting van het onderzoek. ». Art. 37.Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd : 1° Paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a) de eerste zin wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « of, desgevallend, de in artikel 37, § 4, bedoelde documenten, adviezen en beslissingen » worden ingevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport » en de woorden « voor advies »; - de woorden « Brussels Planningsbureau » worden vervangen door de woorden « bestuur belast met territoriale planning »; - de woorden « , de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting » worden ingevoegd tussen « het Brussels Instituut voor Milieubeheer » en « aan de besturen en de instanties »; b) de zin « Eens de termijn vervallen worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn » wordt vervangen door de zin « Eens de termijn vervallen wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen »;2° § 2 wordt als volgt gewijzigd : a) in het eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de in artikel 37, § 4, bedoelde documenten, beslissingen en adviezen, » ingevoegd tussen het woord « milieueffectenrapport » en de woorden « , wordt samen met de bezwaren » en worden de woorden « en het proces-verbaal van afsluiting van het openbaar onderzoek, alsook een synthese van deze adviezen, bezwaren en opmerkingen » geschrapt;b) in het laatste lid, worden de woorden « zoniet wordt dit advies als gunstig beschouwd » vervangen door de woorden « bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht nog in aanmerking moet worden genomen »;3° in § 3, eerste lid, worden de woorden « of, desgevallend, de in artikel 37, § 4, bedoelde documenten, adviezen en beslissingen » ingevoegd tussen de woorden « eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten » en het woord « overgemaakt »;4° paragraaf 4 wordt als volgt vervangen : « § 4.Binnen zestig dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of vanaf de vervaldag van de aan deze Commissie toebedeelde termijn om haar advies uit te brengen, kan de gemeenteraad na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, het plan hetzij definitief goedkeuren, hetzij wijzigen. In het eerste geval motiveert ze haar beslissing op elk punt waarin ze afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek. In het tweede geval, behalve wanneer het slechts kleine wijzigingen betreft die geen aanzienlijke impact zullen hebben op het leefmilieu, wordt het gewijzigde ontwerp, desgevallend samen met een aanvulling op het milieueffectenrapport, opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen, overeenkomstig de artikelen 34 en 35. Wanneer bovendien het ontwerpplan was vrijgesteld van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikel 37, § 4 : - kunnen de in het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij een aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet het gewijzigde ontwerp het voorwerp uitmaken van een milieueffectenrapport; - kunnen de in het ontwerp aangebrachte wijzigingen hetzij geen aanzienlijke impact hebben op het leefmilieu en moet in het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan uitdrukkelijk worden aangegeven waarom het geen aanzienlijke impact zal hebben. Het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan geeft in zijn motivatie een bondige samenvatting van : - de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen in het plan; - de manier waarop het milieueffectenrapport, wanneer dit vereist is, en de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens de procedure, in aanmerking werden genomen; - de redenen voor de keuzes van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de andere beoogde redelijke oplossingen. Wanneer het plan niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een milieueffectenrapport, neemt het besluit tot definitieve goedkeuring van het plan de in artikel 37, § 4 met redenen omklede beslissing over. ». Art. 38.In artikel 36, vijfde lid van het Wetboek, worden de woorden « Het volledig plan en het advies van de Gewestelijke Commissie liggen, binnen drie dagen na die bekendmaking, ter beschikking van de bevolking in het gemeentehuis » vervangen door de woorden « Het volledig plan wordt, desgevallend samen met het milieueffectenrapport, ter beschikking gesteld van de bevolking op het internet en in het gemeentehuis ». Art. 39.Artikel 37 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 3 wordt als volgt vervangen : « § 3.Onder voorbehoud van het hierna volgende lid kan de gemeenteraad, indien hij op basis van de criteria genoemd in bijlage D van onderhavig Wetboek meent dat de geplande wijziging niet van die aard is dat ze noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel § 4 beslissen dat het ontwerp tot wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. Moet wel worden onderworpen aan een milieueffectenrapport, het ontwerp tot wijziging van het gemeentelijk ontwikkelingsplan wanneer dit ontwerp rechtstreeks betrekking heeft op een of meerdere gebieden : - die zijn aangeduid overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora; - waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van richtlijn 96/82/EG van de Raad, of die de inschrijving voorzien van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waar ze zijn toegelaten. »; 2° er wordt een nieuwe § 4 toegevoegd die als volgt luidt : « § 4.Wanneer de gemeenteraad a priori meent, overeenkomstig § 3, eerste lid, dat het ontwerp tot wijziging van het gemeentelijk ontwikkelingsplan niet van dien aard is dat het noemenswaardige gevolgen kan hebben voor het leefmilieu, vraagt het college van burgemeester en schepenen het advies van de Gewestelijke Commissie, van het bestuur belast met territoriale planning en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer over het ontbreken van aanzienlijke effecten van het ontwerp tot wijziging. Ter staving van de adviesaanvraag wordt een dossier bijgevoegd dat minstens de memorie van toelichting bevat, alsook de richtlijnen van het ontwerp tot wijziging en de elementen van de bestaande toestand die het project wil wijzigen. De adviezen worden binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt in aanmerking moet worden genomen. In het licht van de uitgebrachte adviezen, bepaalt de gemeenteraad in een met redenen omklede beslissing of de geplande wijziging al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectenrapport. ». Art. 40.In artikel 39, eerste lid van het Wetboek, worden de woorden « om de drie jaar » geschrapt en de woorden « om de vijf jaar vanaf de goedkeuring van het plan » ingevoegd na de woorden « aan de gemeenteraad ». De woorden « van de gemeentelijke ontwikkelingsplannen » worden vervangen door de woorden « van het gemeentelijk ontwikkelingsplan ». Art. 41.Artikel 40 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 40.Elke gemeente van het Gewest neemt, hetzij op initiatief van de gemeenteraad, hetzij binnen de omstandigheden voorzien in afdeling IIIbis of VI, bijzondere bestemmingsplannen aan. Elke beslissing tot opening van de goedkeuringsprocedure van een bijzonder bestemmingsplan, wordt formeel met redenen omkleed. ». Art. 42.Artikel 41 van het Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 41.§ 1. Het bijzonder bestemmingsplan geeft, door ze aan te vullen, een nadere omschrijving van het gewestelijk bestemmingsplan en van de verordenende bepalingen van het richtplan van aanleg en gaat uit van de richtsnoeren van de indicatieve bepalingen van het gemeentelijk ontwikkelingsplan, en dit voor het deel van het gemeentelijk grondgebied dat het bestrijkt. Het vermeldt : 1° de bestaande feitelijke en rechtstoestand betreffende de elementen bedoeld in het voorgaande lid en de elementen bedoeld in het volgende lid dat het plan wil reglementeren;2° de bestemming van de verschillende gebieden en de voorschriften die erop betrekking hebben. Bovendien kan het voorschriften bevatten betreffende het geheel of een deel van de volgende elementen : 1° het tracé en de maatregelen van aanleg van de verkeerswegen;2° de plaatsing en de omvang van de bouwwerken;3° de esthetische aard van de bouwwerken en hun omgeving, met inbegrip van hun landschappelijke en erfgoedkundige kwaliteiten, onverminderd de bepalingen van titel V van onderhavig Wetboek;4° de regels betreffende de inrichting, bouw en renovatie bedoeld om de milieubalans van de beoogde perimeter te verbeteren;5° de toegelaten huisvestingscategorieën, overeenkomstig de bepalingen bekrachtigd in de wetgeving en de gewestelijke verordeningen inzake huisvesting. § 2. Het plan mag vergezeld zijn van operationele maatregelen betreffende het beheer en de modaliteiten van de uitvoering ervan, zoals bijvoorbeeld : 1° een onteigeningsplan;2° een voorkoopperimeter;3° een rooiplan;4° een fasering van de toepasbaarheid van bepaalde voorschriften;5° een mechanisme van stimuli of premies;6° een uitvoeringsplan. § 3. Het plan kan de voor zijn realisatie noodzakelijke omstandigheden, de omvang en de bestemming van de stedenbouwkundige lasten bepalen overeenko …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.