VLAAMSE OVERHEID Verslag aan de Vlaamse Regering 12 DECEMBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten 1. INLEIDING 1.1 Het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten Op 23 april 2014 werd het decreet betreffende complexe projecten goedgekeurd in het Vlaams Parlement en vervolgens op 25 april 2014 bekrachtigd en afgekondigd door de Vlaamse Regering (VR 2014 2504 DEC.0084). De belangrijkste krachtlijnen van het decreet zijn : -> Het naar voor schuiven van een nieuwe procesaanpak, uitgewerkt in een ter beschikking gestelde methodiek "Routeplanner"; -> De mogelijkheid van maatwerk en flexibiliteit, wat resulteert in een decreet waarin overwegend procedurele aspecten verankerd worden; -> Het ongewijzigd behouden van inhoudelijke verplichtingen, dit in sectorale regelgeving; -> Een besluitvorming in drie fases : een verkenningsfase, leidend tot een startbeslissing; een onderzoeksfase, leidend tot een voorkeursbesluit en een uitwerkingsfase, leidend tot een projectbesluit; -> Een procedureel kaderdecreet, waarin slechts het noodzakelijke decretaal verankerd werd. De parlementaire voorbereiding van dit decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten is terug te vinden op : http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showParlInitiatief.action?id=923445 1.2 Krachtlijnen van het besluit Dit besluit geeft invulling aan de door het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten uitgezette lijnen. 1.2.1 Een procedurebesluit. Voorliggend besluit bevat de belangrijkste procedurestappen die regelgevende verankering behoeven. Tegelijk bevat het decreet de belangrijkste uitgangspunten voor een kwalitatieve procesaanpak, namelijk : -> Het participatiebeginsel, namelijk het principe dat alle relevante actoren (politici, administraties, maatschappelijk middenveld, georganiseerde en niet-georganiseerde burgers) betrokken worden bij de voorbereiding van de besluitvorming; -> Open communicatie en transparantie; -> Het mogelijk maken van maatwerk inzake de concrete invulling van het proces; -> Het geïntegreerd en oplossingsgericht samenwerken, ook bestuursniveau overschrijdend, op basis van afspraken; -> De integrerende en gelijktijdige aanpak ten aanzien van onderzoeken, inzake inspraak en participatie en naar besluitvorming toe; -> Een procesregie die door de actoren wordt gedragen en een kwaliteitsvolle procesaanpak moet garanderen. De in het decreet vermelde procesnota geeft aan hoe met deze uitgangspunten doorheen het proces wordt omgegaan. Informele consultatie, betrokkenheid en overleg worden niet geregeld in dit besluit. Dit betekent echter niet dat deze niet belangrijk zijn. Juist integendeel, deze elementen vormen de basis voor een zo groot mogelijk draagvlak. Het is de routeplanner die vorm geeft aan de nieuwe procesaanpak, en die een reeks van aandachtspunten, bouwstenen en/of richtlijnen aanreikt om het proces vlot, transparant en gedragen te laten verlopen. De routeplanner is vanaf 30 september 2014 integraal toegankelijk op de website complexe projecten : www.complexeprojecten.be De procesnota wordt uitdrukkelijk vermeld in het decreet omdat die voor een kwalitatief proces belangrijk is. Hoewel de procesnota geen formele status heeft en de inhoud of vorm ervan niet aangevochten kan worden, is het een instrument van participatie en transparantie als informatief en evolutief document. Deze procesnota geeft onder meer aan op welke wijze de participatie zal aangepakt worden en hoe de betrokken partijen zullen samenwerken. Daarom wordt voorzien dat de procesnota op de website www.complexeprojecten.be openbaar gemaakt zal worden, in de vorm van een link naar de procesnota zoals deze terug te vinden is op de specifieke projectwebsites. De procesnota's van de verschillende lopende complexe projecten zijn immers per definitie dynamisch en moeten dus regelmatig geactualiseerd en aangevuld worden. De op de website www.complexeprojecten.be bekend te maken procesnota is deze zoals die is opgemaakt op het ogenblik van het nemen van de startbeslissing. Door de link wordt echter gegarandeerd dat men steeds de meest actuele versie van de procesnota kan consulteren. Op de website complexe projecten zullen, per specifiek project, telkens de belangrijkste formele documenten terug te vinden zijn, zoals daar zijn de startbeslissing, het voorkeursbesluit en projectbesluit, maar ook de alternatievenonderzoeksnota, de berichten rond de openbare onderzoeken en de beslissingen van de dienst Mer. Door slechts de procedurestappen in regelgeving vast te leggen, laat voorliggend besluit (zoals het decreet) maatwerk toe. De Minaraad, de SERV en de SALV enerzijds sluiten zich aan bij het gegeven dat te zeer formaliseren en juridiseren de met het decreet beoogde flexibiliteit en maatwerk in de weg staan. De Mobiliteitsraad anderzijds stelt in zijn advies vast dat het voorliggend besluit een procedurebesluit is, en heeft hierop verder geen opmerkingen. 1.2.2 Concentratie van bevoegdheden Zoals bij het bepalen van de bevoegde overheid in het decreet, wordt ook bij het bepalen van de adviesinstanties het concentreren naar voor geschoven. Zo wordt niet langer een oplijsting gemaakt van departementen, agentschappen, diensten of afdelingen binnen de Vlaamse overheid die een advies moeten verlenen, maar wordt er gesproken over een beleidsdomein-gegeven advies. Met andere woorden, advies wordt gevraagd aan de secretarissen-generaal van de verschillende relevante en betrokken beleidsdomeinen. De secretaris-generaal bezorgt vervolgens de adviesvraag aan de nodige agentschappen, afdelingen, diensten of instanties. Het advies zelf wordt ook verstrekt door deze leidend ambtenaar. Hij coördineert het beleidsdomein-gegeven advies en integreert in de mate van het mogelijke de deeladviezen die verleend werden door entiteiten binnen dat beleidsdomein. De finale verwerking van de verschillende adviezen blijft echter de verantwoordelijkheid van de overheid die het betrokken voorkeursbesluit of projectbesluit vaststelt. 1.2.3 Geen inhoudelijke afwijkingen ten opzichte van huidige regeling(
- en)Zoals voor het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten, geldt ook voor het besluit dat er geen verschil in behandeling kan zijn voor wat betreft het inhoudelijk toetsen van het project ten opzichte van projecten die niet onder het decreet betreffende complexe projecten vallen. Ook is er over gewaakt dat de kennisgeving en openbaarmaking, de mogelijkheden tot inspraak en participatie, de effectenonderzoeken, enz. - over het geheel van de procedure van een complex project gelijkwaardig zijn aan de procedure van de overeenkomstige sequentiële sporen van de opmaak van een RUP en het navolgend vergunningentraject. Overheden en burgers dienen immers een gelijkaardige behandeling te krijgen ongeacht de procedure die doorlopen wordt. 1.3 Opmerkingen van de strategische adviesraden en reactie hierop Voorafgaandelijk : Het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten beoogt het opvullen van een legistieke leemte. Complexe projecten kunnen immers vandaag de dag niet op één afgestemde, integrale en overkoepelende procedure terugvallen. Aldus ontwikkelt dit decreet geen uitzonderingsprocedure, maar wel een parallelle procedure voor de categorie van grootschalige initiatieven, met een gelijkwaardig niveau van de inspraak en rechtsbescherming van bijvoorbeeld belanghebbende derden, met voordelen qua vereenvoudiging en integratie van de procedures die nodig zijn om dergelijk grootschalig initiatief te kunnen mogelijk maken, vergunnen en uitvoeren. Zoals bij het decreet het geval is, wordt ook bij dit besluit elke mogelijke omschrijving die zou toelaten om de regeling als uitzonderingsprocedure te kwalificeren, vermeden. Wat betreft de wijze waarop is omgegaan met de adviezen, uitgebracht in het kader van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten, wordt verwezen naar het document "Verwerking adviezen Strategische Adviesraden n.a.v. eerste principiële goedkeuring voorontwerp van decreet door de VR op 24 mei 2013". Dit document maakt deel uit van het parlementair dossier, en is terug te vinden in Parl. Stuk 2417 (2013-2014 ) nr. 1, p. 75. 1.3.1 Algemene opmerkingen van de strategische adviesraden en reactie hierop A. Bewaak de beoogde versnelling en vereenvoudiging De SARO meent dat momenteel nog onvoldoende is aangetoond dat de doelstellingen inzake `versnelling' en `vereenvoudiging' ook effectief bereikt zullen worden met het decreet en met voorliggend ontwerpbesluit. Er bestaat immers nog veel onduidelijkheid over de concrete toepassing van dit decreet. Dit is deels te wijten aan de onduidelijkheid over `de routeplanner' die niet ter beschikking werd gesteld van de SARO. Reactie : De procesaanpak doorheen de verschillende fases - onderzoeksfase en uitwerkingsfase - en doorheen de beslismomenten - voorkeursbesluit en projectbesluit - gaat uit van gelijktijdige en geïntegreerde onderzoeken, parallelle advisering en geïntegreerde besluitvorming die bij één aangeduide bevoegde overheid ligt. Er wordt dus vermeden dat onderzoeken chronologisch sequentieel verlopen en dat er onvoldoende wisselwerking is tussen de verschillende noodzakelijke onderzoeken. Dit geïntegreerd verlopen van onderzoeken leidt bovendien tot een besparing en een meer gerichter gebruik van de overheidsbudgetten omdat onderzoeken zullen profiteren van gegevens en resultaten van andere onderzoeken, overlappen gereduceerd worden en gedateerde onderzoeken door de doorlooptijd van de onderzoeksfasen vermeden worden. De nieuwe procesaanpak voorziet in formeel en informeel overleg. Bij formeel overleg wordt hierbij uitgegaan van een geïntegreerde (Vlaamse) adviesverlening op niveau van de betrokken relevante beleidsdomeinen, waarbij de leidend ambtenaar van het betrokken departement instaat voor de coördinatie van de verschillende adviezen binnen zijn beleidsdomein. De burger krijgt dus een voorstel van beslissing voor ogen waarbij al een verregaande coördinatie en waar mogelijk integratie op vlak van advisering is gebeurd. Het concentreren van de beslissingsbevoegdheid bij één enkele overheid zorgt ervoor dat er administratieve lastenvermindering is in de aanloop naar die beslissing. Alle relevante actoren, met inbegrip van de andere bestuursniveaus, blijven uiteraard betrokken bij de voorbereiding van het besluit. Ook burgers hebben baat bij eenduidigheid van bevoegde overheid doorheen heel het proces. Het decreet betreffende complexe projecten integreert in het projectbesluit het ruimtelijk uitvoeringsplan dat de noodzakelijke bestemmingswijziging regelt en de voor het project nodige vergunningen. Het bundelen van beide procedures en beslissingen in de nieuwe procesaanpak zorgt er voor dat het bestemmingsplan naadloos overeenstemt met het project dat tijdens de uitwerkingsfase tot stand is gekomen. Er kan dus besloten worden dat de nieuwe procesaanpak volgens het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten tijd en middelen zal uitsparen en zal leiden tot versnelling en vereenvoudiging. Ook de memorie van toelichting bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten en de hierbij opgestelde reguleringsimpactanalyse (Vl.Parl. Stuk 2417 (2013-2014) nr. 1) bevatten nadere uitleg over deze doelstellingen inzake `versnelling' en `vereenvoudiging'. Wat betreft de toepassing van het decreet en de routeplanner is het zo dat het decreet een kader uitwerkt en dat routeplanner bouwstenen aanreikt om dat kader per project in te vullen in functie van de noden en specificiteit van het project. Het decreet gaat uit van een aantal principes en legt een bepaalde procedure vast. De routeplanner werkt deze principes verder uit en voorziet een procesaanpak voor de procedurele aspecten. Bijvoorbeeld : het decreet zet maximaal in op informeel en formeel overleg; de routeplanner zal initiatiefnemers aansporen om projecten, vooraleer ze verder uit te werken, voor te leggen aan een informeel overleg. De website www.complexeprojecten.be, waarop de routeplanner te vinden is, zal vanaf 30 september 2014 online geraadpleegd kunnen worden. B. Bewaak de gelijkaardige behandeling De SARO ondersteunt maximaal de bezorgdheid inzake gelijkaardige behandeling, die dit verslag benadrukt in punt 1.2.3. De SARO benadrukt hierbij de noodzaak van een gelijkaardige manier van publieke bekendmaking voor zowel de afzonderlijke procedures voor RUP en vergunningen, als de facultatieve geïntegreerde procedure. Ze verwijst in dit kader naar het arrest nr. 114/2013 van de Raad van State ten aanzien van het besluit inzake het integratiespoor plan-MER. Met verwijzing naar een aantal bepalingen in voorliggend besluit meent de SARO dat met het decreet en voorliggend ontwerp van besluit onvoldoende wordt aangetoond dat er geen procedure wordt uitgetekend die - onder meer wat betreft inspraak en participatie - verschilt met de reguliere procedure. Reactie : Het decreet beoogt het opvullen van een legistieke leemte. Complexe projecten kunnen momenteel niet op één afgestemde, integrale en overkoepelende procedure terugvallen. Aldus ontwikkelt dit decreet geen uitzonderingsprocedure, maar introduceert het een facultatieve procedure `sui generis' voor grootschalige initiatieven, met een gelijkwaardig niveau van inspraak en rechtsbescherming van bijvoorbeeld belanghebbende derden, en met voordelen qua vereenvoudiging en integratie van de procedures die nodig zijn om dergelijk grootschalig initiatief te kunnen mogelijk maken, vergunnen en uitvoeren. Een verschil in behandeling tussen de sequentiële procedures en de geïntegreerde procedure, en de legistieke leemte waaraan tegemoet gekomen wordt, werden reeds toegelicht in de memorie van toelichting bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten (Vl.Parl. Stuk 2417 (2013-2014), nr. 1). Binnen de krijtlijnen van deze verschillende procedures werd er gewaakt over een gelijkaardige behandeling op vlak van o.m. inspraak en participatie. C. Het informele overlegproces is cruciaal Voorliggend besluit bevat slechts de belangrijkste procedurestappen die regelgevende verankering behoeven en regelt informele consultatie, betrokkenheid en overleg aldus niet. Wel wordt het belang hiervan onderstreept in het verslag. De SARO kan deze zienswijze voluit ondersteunen maar benadrukt eveneens het belang van informeel overleg (naast het formele overleg). Volgens de Minaraad, de SERV en de SALV staat te zeer formaliseren en juridiseren de met het decreet beoogde flexibiliteit en maatwerk in de weg en is volgens deze Raden daarom niet aangewezen. Volgens deze Raden zal, meer nog dan de nieuwe geïntegreerde besluitvormingsprocedure waarin het decreet complexe projecten voorziet, de manier waarop het informele overlegproces conform de routeplanner in de praktijk wordt toegepast bepalend zijn voor de mate waarin het decreet effectief zal leiden tot het sneller en beter realiseren van belangrijke investeringsprojecten. In het kader van de vraag van de SARO naar het bewaken van de beoogde versnelling en vereenvoudiging had ook de SARO bemerkingen wat betreft de onduidelijkheid over `de routeplanner'. Reactie : Het informeel overleg is zonder enige twijfel en los van de routeplanner een zeer belangrijk element van de nieuwe procesaanpak. Vanaf 30 september 2014 zal de routeplanner online kunnen geraadpleegd worden, op de website www.complexeprojecten.be. Dit is een dynamische website, wat betekent dat deze regelmatig wordt aangepast en up to date gehouden. Wel wordt onderstreept dat de routeplanner een methodiek bevat die de procesaanpak van de geïntegreerde besluitvormingsprocedure voor complexe projecten verduidelijkt, niet dé methodiek. De methodiek van de routeplanner hoeft dus niet de enige methodiek te zijn om een degelijke procesaanpak te garanderen. Wel zullen de decretaal opgesomde principes bij eender welke aanpak gerespecteerd en nageleefd moeten worden. De routeplanner geeft aan de hand van aandachtspunten, bouwstenen en richtlijnen aan hoe die principes in de praktijk kunnen worden toegepast. D. Afstemming met sectorale regelgeving Na in het advies te zijn ingegaan op het begrip "complex project" en de toepassingscriteria die hieraan gegeven werden voor en na het advies van de Raad van State, stellen de Minaraad, de SALV en de SERV vast dat het decreet een atypisch decreet betreft waarbij bewust gekozen is om niet te veel te juridiseren. Uiteraard moet er wel blijvend over gewaakt worden dat het decreet alle nodige toetsten doorstaat. De SARO wijst in zijn advies op de nood aan evaluatie van de MER-praktijk en regelgeving in Vlaanderen waarbij zowel aandacht moet gaan naar de conformiteit met de EU-richtlijn als naar de wijze waarop de MER-praktijk in Vlaanderen is vormgegeven. Deze bemerking is niet enkel relevant voor de regeling inzake complexe processen maar ook voor de reguliere regeling. Tevens merkt de SARO op dat bij de toepassing van het decreet complexe projecten, rekening zal moeten worden gehouden met de aankoopplicht, opgenomen in artikel 2.4.10 van de VCRO, bij de voorbereiding en de vaststelling van projectbesluiten die zouden gelden als ruimtelijk uitvoeringsplan. Reactie : Bij het opstellen van het decreet werd uiteraard bijzondere aandacht besteed aan de mogelijke toetsen die het decreet - als decreet - moet doorstaan. Er werd zelfs een beroep gedaan op een gerenommeerd advocatenbureau om de bevindingen van dit onderzoek bijkomend te screenen. Zie het Verslag namens de Commissie Versnelling Maatschappelijk Belangrijke Investeringsprojecten bij het decreet (zie Vl.Parl. Stuk 2417 (2013-2014) nr. 3). Zowel het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten als voorliggend besluit gaan uit van het ongewijzigd behouden van inhoudelijke verplichtingen, verankerd in sectorale regelgeving. De waakzaamheid, gevraagd door de Minaraad, de SALV en de SERV, zal bij elk complex project bewaakt (moeten) worden. Beide aandachtspunten van de SARO zijn punten waar ook buiten de regeling van complexe projecten aandacht aan gegeven wordt. Deze aandachtspunten zullen in een ruimer kader bekeken worden, en niet slechts bij voorliggend besluit. E. Lokale complexe projecten De SARO stelt vast dat voorliggend ontwerp van besluit te eenzijdig op maat van de gewestelijke complexe projecten is geschreven en onvoldoende aandacht heeft voor complexe projecten op provinciaal en gemeentelijk niveau en vraagt om het voorliggend ontwerp van besluit nog eens grondig te screenen in functie van een realistische uitvoering van complexe projecten op gemeentelijk en provinciaal niveau. Reactie : Deze screening is doorgevoerd, en de wijzigingen die op basis hiervan zijn aangebracht, worden geduid bij de betreffende artikelen van voorliggend besluit. 1.3.2 Specifieke opmerkingen van de strategische adviesraden en reactie hierop De strategische adviesraden gaven eveneens opmerkingen die specifiek betrekking hebben op bepaalde onderdelen van het voorliggend besluit. Deze opmerkingen worden dan ook bij die onderdelen behandeld. Het gaat meer bepaald over opmerkingen op : A. bekendmaking van :
- a)de procesnota : zie toelichting bij artikel 2;
- b)de startbeslissing : zie toelichting bij artikel 2;
- c)het voorkeurs- of projectbesluit via individuele kennisgeving : zie toelichting bij artikel 47;
- d)het verval van het voorkeurs- of projectbesluit : zie toelichting bij artikel 41. B. adviesverlening :
- a)omvang : zie toelichting bij artikel 9, § 1;
- b)door de Vlaamse instanties : zie toelichting bij artikel 9, § 1;
- c)door SARO, Procoro en Gecoro : zie toelichting bij artikel 9, § 2;
- d)door gemeenten : zie toelichting bij artikel 9, § 2. C. uitwerking naar vergunningverlenende overheid :
- a)ondersteuning door handleiding : zie toelichting bij artikel 4;
- b)lokale complexe projecten : zie toelichting bij artikel 9 en 24. D. verduidelijkingen inzake MER : zie toelichting bij artikel 36 en 38. 1.4 Advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State en reactie hierop Op 21 november 2014 verleende de afdeling Wetgeving van de Raad van State een advies met nr. 56.743/1. De Raad van State stelt in haar advies (zie randnr. 4) expliciet dat de ontworpen regeling in overeenstemming is met de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie. Verder bevat dit advies een reeks eerder technische, legistieke opmerkingen, waaraan wordt tegemoetgekomen in de voorgestelde tekst. De meer inhoudelijke opmerkingen van de Raad van State worden als volgt behandeld : - Onder randnummer 5 merkt de Raad op dat geen uitvoering wordt gegeven aan bepaalde machtigingen die in hoofdstuk 2 van het decreet aan de Vlaamse Regering zijn verleend. Er wordt nu alsnog uitvoering gegeven aan de betrokken machtigingen (zie de artikelen 8, § 2, vierde lid, tweede zin, 12, vierde lid, in fine, 18, § 2, derde lid, tweede zin, en 25, vierde lid, tweede zin, van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten). - In randnummer 6 merkt de Raad op dat nergens wordt bepaald op welke wijze adviezen, opmerkingen, bezwaren of andere stukken moeten worden bezorgd en dat niet altijd kan worden afgeleid of er een sanctie verbonden is aan de niet-naleving van termijnen. Hieraan wordt tegemoet gekomen door in het besluit in meerdere artikelen te verduidelijken dat een aantal kennisgevingen moeten worden bezorgd `per beveiligde zending' (cfr. o.m. artikelen 28 en 29 van het besluit). Het gaat om die kennisgevingen die impact hebben op de eigendom van de betrokkenen. Daarnaast wordt ook voor de grensoverschrijdende raadpleging voorzien in kennisgevingen per beveiligde zending om aldus aan te sluiten bij de regeling in het DABM (artkel 8, § 2, artikel 15, § 2 en artikel 34, § 2 van het besluit). In verband met het openbaar onderzoek over het ontwerp van voorkeursbesluit, respectievelijk projectbesluit, wordt voorzien dat opmerkingen of bezwaren schriftelijk of digitaal kunnen worden ingediend (artikel 32 van het besluit). Aldus wordt aangesloten bij de regeling voorzien in artikel 4.7.15., § 2, VCRO. Wat betreft de gevolgen van het overschrijden van de voorziene termijnen is het duidelijk (zonder dat dit uitdrukkelijk in het besluit moet worden gesteld) dat geen rekening moet worden gehouden met adviezen, opmerkingen of bezwaren die laattijdig worden bezorgd. Indien de overheid dat wenst mag ze wel op vrijwillige basis rekening houden met laattijdige adviezen, opmerkingen of bezwaren. - De bespreking van artikel 9 in onderhavig verslag wordt geactualiseerd (cfr. randnummer 12 van het advies). - In artikel 14 en 21 van het besluit wordt verduidelijkt dat de procesverantwoordelijke instaat voor het opmaken en het bezorgen van het verslag van de adviesvergadering (cfr. randnummer 17 van het advies). - In randnummer 23 van het advies stelt de Raad vragen bij artikel 29, § 1, eerste lid van het ontwerp. Om enige schending van het gelijkheidsbeginsel te voorkomen met de reguliere procedure (artikel 17, § 3, VLAREM I) wordt in artikel 29, § 1, eerste lid nu voorzien dat er ook een kennisgeving moet gebeuren aan respectievelijk "het comité voor preventie op het werk" en "de openbare besturen die belast zijn met het beheer van een verkeersweg, een waterloop of een instelling binnen een straal van 100 m rond de inrichting". - Artikel 29, § 1, tweede lid van het ontwerp wordt aangepast, zodat de verplichting tot individuele kennisgeving van het openbaar onderzoek over een ontwerp van projectbesluit dat betrekking heeft op de bijstelling van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, wordt uitgebreid naar de eigenaars van de kavels binnen die verkaveling (cfr. randnummer 24 van het advies). - Onder randnummer 28 stelt de Raad van State vragen bij de termijn van twee maanden voorzien in artikel 34, § 2, derde lid, van het ontwerp. De termijn van twee maanden is een `kopie' van de termijn die nu voorzien is in artikel 19bis, § 2, derde lid van Titel I VLAREM. Om eventuele schendingen van het gelijkheidsbeginsel te vermijden wordt deze termijn ook hier ingeschreven. - In randnummer 35 van het voormelde advies vraagt de Raad of er voldoende afstemming is tussen de regelingen van bekendmaking opgenomen in de artikelen 42 en 48 van het ontwerp, wat betreft de termijn (respectievelijk veertien en tien dagen) binnen dewelke het voorkeursbesluit of projectbesluit moet worden bekendgemaakt op de betrokken websites. Hieraan wordt tegemoetgekomen door beide termijnen gelijk te schakelen op veertien dagen. - In verband met artikel 47 en 49 van het ontwerp stelt de Raad de vraag of artikel 49 niet overbodig is (cfr. randnummer 36 van het advies). Uit de samenlezeing van artikel 41, derde lid en artikel 41, eerste lid, 5°, van het ontwerp, blijkt dat de individuele kennisgeving bedoeld in artikel 47 van het ontwerp wordt gedaan met het formulier bedoeld in artikel 41, derde lid. Deze individuele kennisgeving heeft ook betrekking op de bevoegde autoriteiten in het kader van de landsgrens- en gewestgrensoverschrijdende raadpleging. Artikel 49 van het ontwerp kan dan ook worden weggelaten. Op deze wijze geeft het ontwerp op een volkomen wijze uitvoering aan de artikelen 17, § 2, eerste lid, en 27, § 2, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten. De Vlaamse Regering heeft overeenkomstig deze bepalingen namelijk de bevoegdheid gekregen om nadere regels te bepalen over de kennisgeving van het voorkeursbesluit en projectbesluit. Door te voorzien in een bekendmaking door middel van een formulier met minstens de gegevens vermeld in artikel 41, tweede lid, van het ontwerp, wordt op een volkomen wijze uitvoering gegeven aan voormelde artikelen van het decreet. 2. OPBOUW VAN HET UITVOERINGSBESLUIT Hoofdstuk 1.Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. Besluitvormingsprocedure Afdeling 1. Verkenningsfase Afdeling 2. Onderzoeksfase Afdeling 3. Uitwerkingsfase Hoofdstuk 3. Procedurele bepalingen Afdeling 1. Raadpleging van het publiek over de alternatievenonderzoeksnota Afdeling 2. Adviesverlening Onderafdeling 1. Adviesverlening over de alternatievenonderzoeksnota Onderafdeling 2. Adviesverlening over het voorontwerp van voorkeursbesluit Onderafdeling 3. Adviesverlening over de projectonderzoeksnota Onderafdeling 4. Adviesverlening over het voorontwerp van projectbesluit Afdeling 3. Openbaar onderzoek Onderafdeling 1. Algemene bepaling Onderafdeling 2. Publicatie op de website Onderafdeling 3. Publicatie in dagbladen of informatiebladen en in het Belgisch Staatsblad Onderafdeling 4. Aanplakking van een affiche Onderafdeling 5. Individuele kennisgeving Onderafdeling 6. Aankondiging op de radio Onderafdeling 7. Informatievergadering Onderafdeling 8. Het formuleren van opmerkingen en bezwaren Onderafdeling 9. Landsgrens- en gewestgrensoverschrijdende effecten Afdeling 4. Milieueffectrapportage Onderafdeling 1. Onderzoeksfase Onderafdeling 2. Uitwerkingsfase Onderafdeling 3. Kwaliteitsvereisten voor het MER Onderafdeling 4. Heroverweging van het MER Afdeling 5. Bekendmaking van het voorkeursbesluit en van het projectbesluit Onderafdeling 1. Algemene bepaling Onderafdeling 2. Publicatie op de website Onderafdeling 3. Publicatie in dagbladen of informatiebladen en in het Belgisch Staatsblad Onderafdeling 4. Aanplakking van een affiche Onderafdeling 5. Individuele kennisgeving Onderafdeling 6. Terinzagelegging Hoofdstuk 4. Slotbepalingen 3. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1.- Inleidende bepalingen Artikel 1.Dit artikel bevat een aantal definities. De termen die in het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten gedefinieerd zijn, worden hier niet herhaald, daar de draagwijdte van de termen reeds duidelijk is. Een aantal bijkomende termen krijgen wel een invulling : Het begrip "betrokken gemeenten" wordt gedefinieerd als de gemeente of gemeenten die geheel of gedeeltelijk behoren tot de geografische werkingssfeer van het geplande project. Daarbij wordt verwezen naar de bepalingen van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten, meer bepaald artikel 8, § 1, 1°. Zo is ook duidelijk dat het vroeger in het proces om een groter grondgebied en dus meer gemeenten kan gaan, dan wel als verderop in het proces reeds getrechterd is naar een verder in detail uit te werken project op een concrete locatie (1° ). Om de (gewest)grensoverschrijdende bepalingen niet overmatig te bezwaren, wordt een definitie ingeschreven van de bevoegde autoriteit waarmee die van het betrokken Gewest, en/of betrokken EU-lidstaat en/of Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo bedoeld wordt. (2° ) Daar waar er sprake is over `het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten' wordt het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten bedoeld (3° ). De website complexe projecten is de website die ontwikkeld en beheerd wordt door de Vlaamse administratie en waar informatie ter beschikking staat over complexe projecten. Dit is de website www.complexeprojecten.be, waar ook de routeplanner terug te vinden is. (4° ) HOOFDSTUK 2.- Besluitvormingsprocedure Afdeling 1. - Verkenningsfase Art. 2.Dit artikel bepaalt de wijze waarop de overheid die een startbeslissing neemt, deze startbeslissing bekend moet maken, meer bepaald door dit te publiceren op : 1) op haar website;2) de website complexe projecten. Op de website complexe projecten zal een formulier ter beschikking gesteld worden, dat gebruikt moet worden bij de bekendmaking van de startbeslissing. De termijn voor deze bekendmakingen bedraagt veertien dagen nadat de startbeslissing genomen is (termijn van orde). De Minaraad, de SALV en de SERV vragen om in een adequate bekendmaking van de startbeslissing te voorzien. Deze strategische adviesraden verwijzen naar de vraag die volgens de Raad van State rees, met name of de startbeslissing in dat opzicht niet veeleer moet worden beschouwd als een aanvechtbare administratieve rechtshandeling. Aan deze vraag koppelen de adviesraden in kwestie de vraag om voor de startbeslissing dezelfde bekendmaking te voorzien als voor het voorkeurs- en het projectbesluit. Ook de SARO stelt in zijn advies vast dat het voorliggend besluit voorziet dat de startbeslissing enkel bekend wordt gemaakt op de website (website van de overheid die de startbeslissing neemt en website complexe projecten), terwijl er bij de andere formele beslissingsmomenten in andere (bijkomende) bekendmakingsvormen voorzien wordt. De MORA herhaalt in zijn advies de opmerking uit zijn advies van 28 juni 2013 dat de mogelijkheid moet voorzien worden om als strategische adviesraad een reflectie te geven over de Startnota indien het projecten betreft met belang op het Vlaams beleidsniveau, ook al hoeft dit niet om een formele stap in de adviesprocedure te gaan. Reactie : De startbeslissing is een louter engagement om een problematiek te onderzoeken in functie van een passende oplossing of een bepaalde opportuniteit verder te bekijken. Het betreft een belofte tot samenwerking en/of consultatie tussen verschillende overheden als dat aan de orde is. Dergelijke startbeslissing is vergelijkbaar met de opstart van een RUP-procedure die ook nu niet formeel wordt bekendgemaakt (toch geen verplichting daartoe). Gezien de startbeslissing slechts het engagement van de verschillende betrokken overheden impliceert om het proces aan te vatten overeenkomstig de bepalingen van het decreet en nog geen rechtsgevolgen voor derden creëert, wordt een startbeslissing niet beschouwd als een aanvechtbare administratieve rechtshandeling. Daar de startbeslissing veel meer aanleunt bij de opstart van een RUP-procedure, terwijl er aan voorkeurs- en het projectbesluit rechtsgevolgen verbonden zijn, wordt de startbeslissing op een andere manier behandeld dan deze laatste twee besluiten. Doordat het echter een complex project betreft, is enige bekendmaking wel aangewezen. Dit gebeurt dan ook door de startbeslissing bekend te maken op de website van de overheid die de startbeslissing heeft genomen, alsook op de website complexe projecten. Het regelen van deze bekendmaking op een centrale plaats geeft iedereen de kans om reeds van in het prille begin kennis te nemen van de startbeslissing, ook de strategische adviesraden. Zij kunnen dan reeds nagaan of zij het betrokken complexe project van dichterbij willen opvolgen of niet. Afdeling 2. - Onderzoeksfase Art. 3.Dit artikel lijst de verschillende procedurestappen van de onderzoeksfase overzichtelijk op. Hoewel dit geen bijkomende elementen bevat ten opzichte van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten, voorziet dit artikel een chronologische weergave van de onderzoeksfase. Aldus verloopt de onderzoeksfase chronologisch als volgt : 1. een raadpleging van het publiek over de alternatievenonderzoeksnota;2. een adviesverlening over de alternatievenonderzoeksnota;3. een beslissing van de dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage, over de reikwijdte en het detailleringsniveau van het MER;4. een geïntegreerd effectenonderzoek;5. een adviesverlening over het voorontwerp van voorkeursbesluit en een adviesvergadering;6. een beslissing van de dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage, over de goed- of afkeuring van het MER;7. de vaststelling van het ontwerp van voorkeursbesluit;8. een openbaar onderzoek over het ontwerp van voorkeursbesluit;9. de definitieve vaststelling van het voorkeursbesluit;10. de bekendmaking van het definitief vastgestelde voorkeursbesluit. Deze verschillende procedurestappen worden verderop in het besluit uitgewerkt. De procesmatige bouwstenen die bij deze procedurestappen gebruikt kunnen worden, staan vermeld in de Routeplanner. In de procesnota zal voor elk complex project afzonderlijk worden aangegeven hoe deze procedurestappen toegepast worden op het betrokken project. De SARO merkt op dat er omtrent de bekendmaking van de procesnota niets vermeld staat in het voorliggend besluit. De SARO vraagt om in het besluit verder te duiden via welke kanalen de procesnota bekend zal worden gemaakt aan het brede publiek. De Minaraad, de SERV en de SALV vragen om een verplichte bekendmaking van de procesnota, gelet op de inhoud van deze nota. De Raden vragen dat de procesnota wordt opgesteld bij het begin van de verkenningsfase en dat deze actief wordt bekendgemaakt ten laatste op het moment van de startbeslissing. Ze stellen voor dat het formulier voor de bekendmaking van de startbeslissing, minstens moet voorzien dat de procesnota bekendgemaakt moet worden samen met de startbeslissing. Reactie : Decretaal werd reeds opgelegd dat de procesnota openbaar gemaakt moet worden. Het is logisch dat de openbaarmaking gebeurt op het moment waarop de startbeslissing genomen wordt, gezien de procesnota de procesaanpak aangeeft die voor het complexe project gevolgd zal worden. In punt 1.2.1 van dit verslag wordt reeds aangegeven dat de procesnota's raadpleegbaar zijn op de verschillende projectwebsites en dat de website complexe projecten een link naar deze projectwebsites zal bevatten. Het formulier dat gebruikt moet worden bij de bekendmaking van de startbeslissing, zal inderdaad gebruikt worden om te zorgen voor de openbaarmaking op dit tijdstip. Het voorstel van de strategische adviesraden is opgenomen in het besluit en zal meegenomen worden bij de uitwerking van dit formulier. Bijkomend is het zo dat de procesverantwoordelijke en de betrokken actoren het best geplaatst zijn om te oordelen of de procesnota nog op andere wijzen bekend gemaakt kan worden. Daar de procesnota een evolutief en indicatief document is, zal een bekendmaking op het ogenblik dat de startbeslissing genomen wordt, niet afdoende zijn. Ook geactualiseerde procesnota's moeten geconsulteerd kunnen worden. Bij het up-to-date houden van de website complexeprojecten.be zal hieraan de nodige aandacht besteed worden. Ook de routeplanner zal oog hebben voor deze nota en de bekendmaking ervan. Afdeling 3. - Uitwerkingsfase Art. 4.Dit artikel lijst de verschillende procedurestappen van de uitwerkingsfase overzichtelijk op. De procesmatige bouwstenen die gebruikt kunnen worden, staan vermeld in de Routeplanner. De uitwerkingsfase verloopt chronologisch als volgt : 1. een adviesverlening over de projectonderzoeksnota;2. een beslissing van de dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage, over de reikwijdte en het detailleringsniveau van het MER;3. een geïntegreerd effectenonderzoek;4. een adviesverlening over het voorontwerp van projectbesluit en een adviesvergadering;5. de vaststelling van het ontwerp van projectbesluit;6. een openbaar onderzoek over het ontwerp van projectbesluit en het ontwerp van MER;7. een beslissing van de dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage, over de goed- of afkeuring van het MER;8. de definitieve vaststelling van het projectbesluit, 9.de bekendmaking van het definitief vastgestelde projectbesluit. Door dit artikel met het vorige te vergelijken is duidelijk dat de beslissing van de dienst Mer over de goed- of afkeuring van het MER in de onderzoeksfase genomen wordt voor de voorlopige vaststelling van het voorkeursbesluit, terwijl dit in de uitwerkingsfase gebeurt voor de definitieve vaststelling van het projectbesluit. (zie artikel 12 en 25 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten). Wat betreft de definitieve vaststelling van het projectbesluit, begrijpen de Minaraad, de SALV en de SERV dat de exacte inhoud van een projectbesluit moeilijk kan worden vastgelegd in het besluit complexe projecten, aangezien het projectbesluit een hele reeks beslissingen kan integreren. Deze strategische adviesraden wijzen er wel op dat de sectorale regelgeving vaak een heel aantal voorwaarden verbindt aan het nemen van een beslissing (het verlenen van een vergunning of afwijking), en geeft hier een aantal voorbeelden van. Om te garanderen dat een projectbesluit juridisch sluitend is, is het volgens de Raden dan ook aangewezen om te voorzien in een handleiding of checklist die de vergunningverlenende overheid kan gebruiken bij het opstellen van het voorkeurs-/projectbesluit. Reactie : Artikel 23, 7° van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten stelt dat het projectbesluit moet aangeven als welke (sectorale) vergunningen, machtigingen en toestemmingen, zoals bedoeld in de artikelen 40 en 41 van het decreet, het projectbesluit geldt. Wat de zogenaamde Vlaamse beschermingen, vermeld in artikel 41 van het decreet betreft, de wijze waarop toepassing van deze beschermingen werd gemaakt. Ook de memorie van toelichting bij het decreet geeft al een aanzet over de concrete inhoud van een projectbesluit. Hoe een projectbesluit best wordt opgebouwd en hoe kan aangegeven worden welke (sectorale) vergunningen, machtigingen en toestemmingen er zijn in geïntegreerd, zal worden geïllustreerd op de website complexe projecten. Het spreekt voor zich dat het projectbesluit sectoraal verplichte toetsen, afwijkingen, enz. formeel zal moeten omvatten en dat die herkenbaar terug te vinden moeten zijn. Daar waar verplichtend voorgeschreven, zal het projectbesluit expliciete bepalingen rond afwijkingen e.d.m. moeten bevatten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de watertoets, de afwijkingen in het kader van het natuurbehoud of op het zogenaamde soortenbesluit, ... Er wordt nagegaan wat de meest gebruiksvriendelijke vorm (handleiding, checklist, ...) hiervoor is als `tool' voor de vergunningverlenende overheid bij het opstellen van het voorkeurs-/projectbesluit. Deze `tool' zal hierna op de website terug te vinden zijn. De website zal op regelmatige basis aangevuld worden, zodat ook deze `tool' aangevuld en actueel gehouden wordt. HOOFDSTUK 3. - Procedurele bepalingen Afdeling 1. - Raadpleging van het publiek over de alternatievenonderzoeksnota Art. 5.Dit artikel regelt de raadpleging van het publiek over de alternatievenonderzoeksnota (zie ook artikel 8, § 2, van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten). De procesverantwoordelijke staat er voor in dat de alternatievenonderzoeksnota door het publiek kan worden geraadpleegd. Het feit dat de alternatievenonderzoeksnota geraadpleegd kan worden, wordt bekendgemaakt : - via een bericht in ten minste één dagblad OF in het gemeentelijk infoblad dat verspreid wordt in de betrokken gemeente of gemeenten, - EN door aanplakking op de aanplakplaatsen van die gemeente of gemeenten. Het is niet noodzakelijk de procesverantwoordelijke die effectief instaat voor deze bekendmakingen; hierover zullen afspraken gemaakt moeten worden tussen de actoren die rond de tafel zitten, waarbij de verschillende actoren kunnen instaan voor elk een wijze van bekendmaking. De alternatievenonderzoeksnota zelf kan op volgende manieren geraadpleegd worden : 1. bij de overheid die de startbeslissing heeft genomen en op haar website;2. bij de betrokken gemeente of gemeenten en op hun website; 3. op de website complexe projecten (www.complexeprojecten.
- be)4. in voorkomend geval, op de website die specifiek voor het project in kwestie is ontwikkeld;5. De website van de dienst Mer. De betrokken instanties zullen op voorhand moeten afspreken om deze raadpleging op hetzelfde moment "tegelijkertijd" te laten plaats vinden, zodat de termijn voor eventuele opmerkingen (zie artikel 6) overal op hetzelfde tijdstip aanvangt. Hoewel het nuttig en aangewezen kan zijn dat er per complex project een website uitgebouwd wordt, dit in het kader van informatieverstrekking, wordt hiervoor geen verplichting opgelegd. Art. 6.Bij de bekendmaking moet worden aangegeven dat eventuele opmerkingen binnen dertig dagen na de bekendmaking worden bezorgd aan de procesverantwoordelijke of de betrokken gemeente of gemeenten. De gemeente bezorgt vervolgens eventueel ontvangen opmerkingen aan de procesverantwoordelijke, dit binnen 40 dagen na de bekendmaking (i.e. binnen 10 dagen na afloop van de raadpleging). Art. 7.De procesverantwoordelijke, die de opmerkingen van de publieksraadpleging heeft ontvangen, bezorgt deze op zijn beurt aan de dienst Mer, binnen tien dagen na het verstrijken van de 40 dagen, vermeld in het vorige artikel. De dienst Mer moet immers rekening houden met deze opmerkingen bij het beslissen over de reikwijdte en het detailleringsniveau van het MER. (zie verder) Afdeling 2. - Adviesverlening Onderafdeling 1. - Adviesverlening over de alternatievenonderzoeksnota Art. 8.Dit artikel regelt het overmaken van de alternatievenonderzoeksnota aan de adviesinstanties, de dienst Mer en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten. Art. 9.Dit artikel bevat de instanties die advies verlenen over de alternatievenonderzoeksnota. De SARO merkt in zijn advies op dat in het gehele proces viermaal een zeer omstandig proces inzake adviesverlening wordt uitgewerkt. Het betreft telkens zowel een gecoördineerd advies van de leidend ambtenaar, een advies van de gemeenten en provincies alsook een advies van allerlei instanties (o.a. NMBS, Havenbedrijf) en van de relevante strategische adviesraden. De raad kan deze uittekening van de adviesverlening in het kader van complexe projecten slechts deels ondersteunen. Reactie : De advisering is gebaseerd op de advisering in de sequentiële procedures, met het oog op maximale gelijkwaardigheid. Momenteel is er 1) een advisering over het plan-MER, 2) een adviesronde over en een plenaire vergadering bij het RUP, 3) een adviesronde over een project-MER en 4) een adviesronde over de stedenbouwkundige/milieu vergunningsaanvraag. In het kader van complexe projecten gaat het om 1) een advisering over de alternatievenonderzoeksnota, 2) een advisering over het ontwerp van voorkeursbesluit, 3) een advisering over de projectonderzoeksnota en 4) een advisering in functie van het ontwerp van projectbesluit. De indruk die de SARO heeft dat op Vlaams niveau aldus méér adviesmogelijkheden worden ingebouwd, is niet correct. Entiteiten die in de sequentiële procedures verplicht advies verlenen, zullen ook in de geïntegreerde procedure een advies verlenen. Bovendien kunnen entiteiten zowel in de sequentiële procedures als in de geïntegreerde procedure uit eigen beweging advies uitbrengen, deze mogelijkheid wordt in voorliggend besluit slechts uitdrukkelijk vermeld. Enige verschil is dat dit advies, bij toepassing van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten en voorliggend besluit, via de leidend ambtenaar van het departement moet uitgebracht worden. Paragraaf 1 somt de beleidsdomeinen op aan wie advies gevraagd moet worden : -> De leidend ambtenaren van het departement van de voor het complexe project relevante beleidsdomeinen. Binnen de Vlaamse overheid zijn momenteel volgende 13 beleidsdomeinen : 1. het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO);2. het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE);3. het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW);4. het beleidsdomein Bestuurszaken (BZ);5. het beleidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR);6. het beleidsdomein internationaal Vlaanderen (iV);7. het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI);8. het beleidsdomein Onderwijs en Vorming (OV);9. het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG);10. het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM);11. het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE);12. het beleidsdomein Landbouw en Visserij (LV);13. het beleidsdomein Financiën en Begroting (FB). Er wordt dus niet langer rechtstreeks advies gevraagd aan (ambtenaren van) departementen, agentschappen, afdelingen of diensten op Vlaams niveau, maar aan de leidend ambtenaar van het departement van de beleidsdomeinen die relevant zijn voor het complexe project. Concreet zal de projectverantwoordelijke samen met de procesverantwoordelijke en het projectteam nagaan welke beleidsdomeinen relevant zijn voor het voorliggend complexe project en dus betrokken moeten worden. In de procesnota zullen deze relevante beleidsdomeinen vermeld worden. De SARO wijst in zijn advies op enkele verschillen tussen de reguliere procedure en de procedure voor complexe projecten inzake advisering. Zo vraagt de procesverantwoordelijke het advies (o.a. aan de strategische adviesraden) terwijl dit nu de Vlaamse Regering is, en passeren de adviezen langs de leidend ambtenaar, terwijl dat in de gewone procedure niet zo is. Reactie : Zoals reeds aangehaald beoogt het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten het opvullen van een legistieke leemte, namelijk de combinatie van een ruimtelijk planproces mét de integratie van vergunningen, machtigingen en toelatingen. In die zin is de geïntegreerde procedure verschillend van de huidige sequentiële, afzonderlijke procedures. Complexe projecten kunnen immers tot op vandaag niet op één afgestemde, integrale en overkoepelende procedure terugvallen. Aldus ontwikkelt dit decreet evenwel geen uitzonderingsprocedure, maar wel een parallelle procedure voor grootschalige initiatieven, met een gelijkwaardig niveau van de inspraak en rechtsbescherming van bijvoorbeeld belanghebbende derden, en met voordelen qua vereenvoudiging en integratie van de procedures die nodig zijn om dergelijk grootschalig initiatief te kunnen mogelijk maken, vergunnen en uitvoeren. Door te spreken over "gewone/reguliere" procedure wordt de indruk gewekt dat het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten een bijzondere of uitzonderingsprocedure bevat, wat n~et het geval is. De geïntegreerde procedure is een parallelle procedure, maar met hetzelfde niveau van rechtsbescherming. Het is aldus mogelijk om een regeling te voorzien in het kader van complexe projecten die verschillend is van de regeling in de sequentiële procedures. Hierbij wordt echter gekeken naar doel en niveau van rechtsbescherming dat gehandhaafd moet worden. Van belang is dan ook niet wie advies vraagt, maar vooral dat advies gevraagd wordt en dat er met het advies rekening wordt gehouden. Vervolgens zal de adviesvraag gericht worden aan de leidend ambtenaar van het departement van het relevante beleidsdomein. Deze leidend ambtenaar staat vervolgens in voor het opvragen van de nodige adviezen binnen het relevante beleidsdomein. Een secretaris-generaal zal dus afspraken moeten maken met de leidend ambtenaren van de agentschappen en entiteiten binnen het relevante beleidsdomein over de wijze waarop deeladviezen gevraagd en verleend worden. -> Entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein uit eigen beweging, maar via de leidend ambtenaar van het departement van hun beleidsdomein Het is mogelijk dat een bepaalde entiteit of een ambtenaar vaststelt dat een bepaald complex project ook voor het beleid dat zijn entiteit wenst te realiseren, belangrijk is, maar dat er hem geen (deel)advies is gevraagd. Gezien de alternatievenonderzoeksnota's gepubliceerd worden op een centrale website, www.complexeprojecten.be, kunnen entiteiten of ambtenaren de stand van een complex project opvolgen. Op deze wijze zijn ook zij op de hoogte van een mogelijk complex project waarover zij een advies wensen te verlenen. In het geval deze entiteit of ambtenaar om één of andere reden niet om een (deel)advies is gevraagd, kan deze entiteit of ambtenaar dit op eigen initiatief doen, wel met dien verstande dat zij hun advies aan de secretaris-generaal van het departement van hun beleidsdomein dienen te bezorgen, en dit vooraleer de termijn van 45 dagen (termijn bepaald in artikel 10) waarbinnen de secretaris-generaal het advies aan de procesverantwoordelijke dient te bezorgen. -> Gecoördineerd advies namens het beleidsdomein in kwestie De leidend ambtenaren van de departementen staan dus in voor dispatching en coördinatie van deeladviezen van hun interne diensten, van agentschappen en van andere entiteiten. Voorliggend besluit spreekt alleen over coördinatie. Het integreren van deeladviezen en intern afstemmen is hierbij het streefdoel, maar dit zal niet altijd mogelijk of haalbaar zijn. Het is aan elk beleidsdomein om te zien welke mate van integratie bereikt zou kunnen worden. De leidend ambtenaar van het departement brengt vervolgens advies uit namens het beleidsdomein in kwestie. De Minaraad, de SERV en de SALV benadrukken in hun advies dat de leidend ambtenaar, vertrekkende van bestaande adviesplichten, zoals voorzien in de sectorale regelgeving, moet streven naar het zoveel mogelijk uitbrengen van een geïntegreerd advies. Het opzet moet zijn om op basis van overleg te komen tot een geïntegreerd, constructief en oplossingsgericht advies. De Raden verwijzen hierbij naar een aantal bestaande overlegsituaties. Reactie : Hoewel een interne afstemming of integratie niet altijd mogelijk is of haalbaar zal zijn, moet hier toch zoveel mogelijk naar gestreefd worden. De bedenking van de strategische adviesraden is dus terecht. -> Voorbeelden van mogelijk voor het complexe project relevante beleidsdomeinen Wat het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed betreft is het duidelijk dat een complex project steeds een ruimtelijk strategisch belang heeft (advies departement RO), maar dat ook woonkwesties of onroerend erfgoed aan de orde kunnen zijn en dus de respectievelijke agentschappen in die gevallen betrokken dienen te worden. Ook wat betreft het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie is duidelijk dat bij een complex project er steeds een beoordeling plaats moet vinden van milieueffecten, dus dat een milieueffectrapportage aan de orde is en dat tal van milieuaspecten aan bod kunnen komen : natuur, bos en parken, bodem, water, lucht en geluid, klimaat, energie, ontginningen, ... Bovendien kan een complex project aspecten bevatten die behoren tot de bevoegdheid van de VMM, VMW, OVAM, de bekkenbesturen (integraal waterbeleid),... Wat betreft het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken is het zo dat complexe projecten zo goed als altijd wel een impact hebben op mobiliteitsaspecten of verkeer. Daarnaast kan het gaan over zaken die vallen onder de bevoegdheid van de afdeling Kust, de Vlaamse Vervoersmaatschappij, De Lijn, De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal NV,... Ook de Vlaamse Bouwmeester, binnen het beleidsdomein Bestuurszaken, kan een rol vervullen bij de uitwerking van complexe projecten. Immers, deze hebben als opdracht om, vanuit een langetermijnvisie, in goed overleg met de verschillende administraties en met de extern betrokken partijen, bij te dragen tot de beleidsvoorbereiding en de beleidsuitvoering van het architecturaal beleid van de Vlaamse Gemeenschap, teneinde een architecturaal kwalitatieve leefomgeving (gebouwen, infrastructuur, landschapsingrepen,...) in Vlaanderen te helpen creëren. Voor het beleidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid kan er gewezen worden op het feit dat bij complexe projecten de Vlaamse Bouwmeester mogelijk betrokken moet worden (grootschalige infrastructuren, stadsontwikkeling,...),... Het beleidsdomein internationaal Vlaanderen zal nuttige adviezen kunnen verlenen inzake toeristische voorzieningen (Toerisme Vlaanderen),... Zo kan het eveneens nuttig zijn om het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin om advies te vragen in geval van bijvoorbeeld een stadsontwikkelingsproject waar ruimte voorzien wordt voor zorginstellingen, kinderopvangplaatsen... of het inrichten van de openbare ruimte in functie van multifunctioneel gebruik van de infrastructuur. Vanzelfsprekend zullen de leidend ambtenaren van de departementen van de betrokken beleidsdomeinen zich laten leiden door de verschillende regelgevingen waarin reeds aangeduid is wie als adviesinstantie optreedt voor welk plan, programma, vergunning,... Terecht onderstrepen de Minaraad, de SERV en de SALV in hun advies dat het essentieel is dat de in de sector regelgeving vastgelegde adviesplichten en voorwaarden op basis waarvan een beslissing kan worden genomen, ten volle gerespecteerd worden. Volledigheidshalve en zonder uitspraak te doen over tot wie de leidend ambtenaar van het betrokken departement zich wendt voor insteek voor een beleidsdomein-gegeven advies, kan volgende oplijsting een nuttige handleiding vormen bij het bepalen welke beleidsdomeinen om advies dient gevraagd te worden : Beleidsdomein Departement Agentschappen RWO Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed -- Wonen-Vlaanderen -- Onroerend Erfgoed -- Inspectie RWO -- Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen LNE Leefmilieu, Natuur en Energie -- Vlaams Energieagentschap -- ANB -- INBO -- VMM -- OVAM -- VLM -- VREG MOW Mobiliteit en Openbare Werken -- Agentschap Wegen en Verkeer -- Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust -- Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn -- De Scheepvaart -- Waterwegen en Zeekanaal -- Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Antwerpen -- Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Oostende-Brugge -- Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Kortrijk-Wevelgem -- Vlaamse Havens BZ Bestuurszaken -- Agentschap Facilitair Bedrijf -- Agentschap voor Overheidspersoneel -- Agentschap voor Binnenlands Bestuur -- Agentschap Integratie en Inburgering -- Vlaamse Vereniging voor ICT-personeel -- Jobpunt Vlaanderen DAR Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid -- Studiedienst van de Vlaamse Regering -- Audit Vlaanderen -- Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen -- de Rand -- Toegankelijk Vlaanderen -- Muntpunt iV Internationaal Vlaanderen -- Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen -- Toerisme Vlaanderen EWI Economie, Wetenschap en Innovatie -- Agentschap Ondernemen -- ParticipatieMaatschappij Vlaanderen -- Limburgse Investeringsmaatschappij -- Vlaamse Participatiemaatschappij -- Herculesstichting -- Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie -- Vlaams Energiebedrijf -- Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen -- Agentschap Plantentuin Meise OV Onderwijs en Vorming -- Agentschap voor Onderwijsdiensten -- Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen -- Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming -- het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs WVG Welzijn, Volksgezondheid en Gezin -- Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid -- Jongerenwelzijn -- Zorginspectie -- OPZ Geel -- OPZ Rekem -- Kind en Gezin -- Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap -- Vlaams Zorgfonds -- Fonds Jongerenwelzijn -- Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden CJSM Cultuur, Jeugd, Sport en Media -- Kunsten en Erfgoed -- Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen -- BLOSO -- Vlaamse Regulator voor de Media WSE Werk en Sociale Economie -- VDAB -- Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen -- ESF-Agentschap LV Landbouw en Visserij -- Agentschap voor Landbouw en Visserij -- Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek -- Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing FB Financiën en Begroting -- Agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) -- Vlaams Toekomstfonds Zo valt onder meer te denken aan : - de instanties, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 11/05/2001 pub. 17/07/2001 numac 2001035674 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen sluiten tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen; - de instanties, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/10/2007 pub. 07/11/2007 numac 2007036960 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma's sluiten betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma's; - de instanties, vermeld in het toekomstige besluit van de Vlaamse Regering betreffende de omgevingsvergunning; - ... Bovendien zal in de nieuwe procesaanpak van complexe projecten elke formele stap voorafgegaan worden door een informele fase waarin veel zaken al voorbereid en doorgesproken zijn. Hierdoor zal de facto veelal al duidelijk zijn welke instanties advies zullen moeten of willen uitbrengen, omdat die in het voortraject zullen betrokken geweest zijn. En in de regel zal bij de uitwerking van de fase die leidt tot de adviesvraag ook al maximaal met de bekommernissen van die instantie rekening gehouden zijn. Paragraaf 2 stelt dat over de alternatievenonderzoeksnota ook steeds advies wordt gevraagd aan de betrokken gemeenten en de provincie of provincies waarin de betrokken gemeenten liggen. De betrokken gemeenten zijn de gemeenten die geheel of gedeeltelijk behoren tot de geografische werkingssfeer van het geplande project, als vermeld in artikel 8, § 1, 1°, van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten. De SARO vraagt om het voorliggend ontwerp van besluit nog eens grondig te screenen in functie van een realistische uitvoering van complexe projecten op gemeentelijk en provinciaal niveau, en verwijst hierbij naar de adviesverplichting van de betrokken gemeente/provincie, ook in het geval dat de gemeente/provincie zelf de bevoegde overheid is. Reactie : Het besluit is aangepast in die zin dat de overheid die een beslissing of besluit neemt, geen advies aan zichzelf dient te vragen. Paragraaf 3 somt de instanties op aan wie steeds advies gevraagd moet worden in het geval de Vlaamse Regering, de provincieraad dan wel de gemeenteraad de startbeslissing heeft genomen. Zo zal, als de Vlaamse Regering de startbeslissing heeft genomen, steeds advies gevraagd moeten worden aan de voor het complex project relevante strategische adviesraden. Momenteel bestaan volgende strategische adviesraden binnen Vlaanderen : 1. de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed (SARO);2. de Strategische Adviesraad Vlaamse Woonraad (Vlaamse Woonraad);3. de Strategische Adviesraad Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad);4. de Strategische Adviesraad Mobiliteitsraad (MORA);5. de Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen (SARiV);6. de Strategische Adviesraad Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV);7. de Strategische Adviesraad Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI);8. de Strategische Adviesraad Vlaamse Onderwijsraad (Vlor);9. de Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin (SARWGG);10. de Strategische Adviesraad Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC);11. de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV);12. de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST). De SARO stelt vast dat het besluit voorziet in een adviesvraag aan de relevante strategische adviesraden over de alternatievenonderzoeksnota en het voorontwerp van voorkeursbesluit. De strategische adviesraden worden aldus enkel betrokken in de onderzoeksfase. Er is geen adviesvraag voorzien aan de strategische adviesraden in het kader van de uitwerkingsfase. De SARO heeft volgende bedenkingen bij deze regeling die zeer sterk afwijkt van de reguliere procedure : - uit het feit dat geen advies meer wordt gevraagd aan de strategische adviesraden in de uitwerkingsfase leidt de SARO af dat het strategisch advies van de SARO over een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan vervalt; - de SARO vraag om het besluit expliciet op te nemen dat advies zal worden gevraagd aan `de SARO en de andere relevante strategische adviesraden', in plaats van `de `relevante' strategische adviesraden. Reactie : Er bestaat geen enkele twijfel over het feit dat de SARO een relevante strategische adviesraad is bij een voorkeursbesluit waar de Vlaamse overheid het voortouw neemt. Een complex project is immers een project van groot maatschappelijk en ruimtelijk-strategisch belang dat vraagt om een geïntegreerd vergunningen- en ruimtelijk planningsproces. De geïntegreerde procedure zal dus uitmonden in een RUP bij het projectbesluit. Zoals het geval is bij de sequentiële procedure tot opmaak van een RUP, zullen de strategische adviesraden betrokken worden als het een initiatief van de Vlaamse Regering betreft (een gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen respectievelijk een startbeslissing, genomen door de Vlaamse Regering). De strategische adviesraden zijn opgenomen als adviesinstanties in de onderzoeksfase omdat daar de strategische keuzes gemaakt worden ten aanzien van mogelijke alternatieven. Het voorkeursbesluit legt deze strategische keuzes vast. In de uitwerkingsfase wordt die keuze in detail verder uitgewerkt en wordt er ook de finale, wettelijke bestemmingswijzing aan gekoppeld. Maar de basis voor die bestemmingswijziging is dus al eerder, naar aanleiding van het voorkeursbesluit, gelegd. Deze filosofie is vergelijkbaar met het adviseren door de strategische adviesraden over een voorontwerp van RUP. Ook hier is het zo dat de projectverantwoordelijke samen met de procesverantwoordelijke en het projectteam in de procesnota aangeven welke adviesraden volgens hen relevant zijn om te betrekken bij de advisering. Ook hier zal dit afhankelijk zijn van het complexe project. Ook hier is het zo dat, aangezien de alternatievenonderzoeksnota gepubliceerd wordt op een centrale website, www.complexeprojecten.be, alle adviesraden op de hoogte zijn van deze nota en hierover - indien zij hierover advies wensen uit te brengen - dit uit eigen beweging kunnen doen. Heeft de provincieraad de startbeslissing genomen, dan wordt advies gevraagd aan de deputatie en de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening; in geval de gemeenteraad de startbeslissing heeft genomen, aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Een en ander strookt met de doelstelling om vroeg in de procesfase - als nog op strategisch niveau wordt gediscussieerd - de strategische adviesraden en provinciale en gemeentelijk raden in voorkomend geval te betrekken. In zijn advies wijst de SARO op de specifieke rol van de provinciale en gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. De VCRO voorziet in een advies van de Procoro of de Gecoro in het kader van het openbaar onderzoek over het ontwerp van provinciaal resp. gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringplan. Voorliggend besluit voorziet in een adviesvraag aan Procoro of Gecoro over de alternatievenonderzoeksnota en over het voorontwerp van voorkeursbesluit. De SARO meent dat hierdoor de verplichte adviesvraag aan Procoro of Gecoro over een ontwerp van provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan vervalt, en vraagt aldus de advisering door Procoro en Gecoro over het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan in het besluit in te schrijven. Reactie : De provinciale en gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening zijn adviesraden voor ruimtelijke ordening opgericht op het niveau van de provincie resp. de gemeente. Zoals voor de strategische adviesraden op Vlaams niveau worden deze adviesraden opgenomen als adviesinstanties in de onderzoeksfase omdat daar de strategische keuzes gemaakt worden ten aanzien van mogelijke alternatieven. Het voorkeursbesluit legt deze strategische keuzes vast. De hierboven geformuleerde redenering voor het Vlaams niveau geldt ook voor de adviesraden op lokaal niveau. Paragraaf 4 somt ten slotte de instanties op, die slechts in de daar gespecifieerde gevallen om advies over de alternatievenonderzoeksnota worden gevraagd. Dit betreft instanties zoals de NMBS, het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, de hoogspanningsnetbeheerder en dergelijke. Art. 10.De leidend ambtenaren en de adviesinstanties hebben een termijn van 45 dagen om advies te verlenen en hun advies aan de procesverantwoordelijke te bezorgen. Deze - t.o.v. de huidige sectorregelgeving - "langere" termijn is bedoeld om de coördinatie en eventuele afstemming van de deeladviezen en dus een beleidsdomein-gegeven advies (en dus de coördinatie dan wel integratie van adviezen van het departement, agentschappen en afdelingen) mogelijk te maken. Het besluit schrijft niet voor dat een integratie er sowieso moet zijn, enkel dat het moet gaan om een beleidsdomein-gegeven advies waarvoor de coördinatie gebeurt bij de leidend ambtenaar van het departement van dat beleidsdomein. Art. 11.De procesverantwoordelijke die de uitgebrachte adviezen heeft verzameld, maakt deze binnen de bepaalde termijn over aan de dienst Mer. Aldus kan de dienst Mer rekening houden met deze adviezen bij het beslissen over de reikwijdte en het detailleringsniveau van het MER. Onderafdeling 2. - Adviesverlening over het voorontwerp van voorkeursbesluit Art. 12.Zoals de alternatievenonderzoeksnota, bezorgt de procesverantwoordelijke de synthesenota en het voorontwerp van voorkeursbesluit aan de leidend ambtenaren en de andere in artikel 9 opgesomde adviesinstanties. Dit betreft dus niet alleen de leidend ambtenaren die om advies werden verzocht, doordat zij leidend ambtenaar zijn van een departement dat behoort tot de voor het complexe project relevante beleidsdomeinen, maar ook de leidend ambtenaren die uit eigen beweging advies hebben verleend, doordat entiteiten of ambtenaren binnen hun beleidsdomein zich geroepen voelden een advies uit te brengen. Dit geldt eveneens voor de strategische adviesraden. Met andere woorden, dit zijn dezelfde instanties als deze die om advies gevraagd zijn dan wel uit eigen beweging advies hebben uitgebracht over de alternatievenonderzoeksnota. Het advies wordt verleend uiterlijk op het moment van de adviesvergadering. Art. 13.De instanties aan wie gevraagd wordt om advies te geven over de synthesenota en het voorontwerp van voorkeursbesluit, worden door de procesverantwoordelijke op een adviesvergadering uitgenodigd. Tussen uitnodiging en adviesvergadering zijn er minstens dertig dagen. De vraag om advies te geven over het ontwerp van voorkeursbesluit vindt plaats ofwel voorafgaand aan de uitnodiging om deel te nemen aan de adviesvergadering ofwel tegelijkertijd met deze uitnodiging. Gezien er tussen de uitnodiging en de adviesvergadering minstens dertig dagen zitten beschikken de adviesinstanties aldus zeker over dertig dagen om advies te verlenen over de aan hen verleende documenten. Dit geldt ook voor de leidend ambtenaren (of strategische adviesraden) die uit eigen beweging advies hebben verleend, aangezien deze zich reeds kenbaar hebben gemaakt bij de advisering rond de alternatievenonderzoeksnota. Doordat zij kenbaar zijn, kan de procesverantwoordelijke deze leidend ambtenaren (of adviesraden) de documenten tijdig bezorgen Art. 14.Dit artikel regelt de opmaak van het verslag van de adviesvergadering en de mogelijkheid van het formuleren van opmerkingen op dit verslag. Het definitief verslag wordt bezorgd aan alle leidend ambtenaren en instanties die op de adviesvergadering uitgenodigd waren. Onderafdeling 3. - Adviesverlening over de projectonderzoeksnota Art. 15.Naast het overmaken van de alternatievenonderzoeksnota, de synthesenota en het voorontwerp van voorkeursbesluit, staat de procesverantwoordelijke ook in voor het overmaken van de projectonderzoeksnota aan de instanties, opgesomd in artikel 16, en aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten met de vraag om over de projectonderzoeksnota advies te verlenen. De procesverantwoordelijke bezorgt de nota ook aan de dienst Mer. Art. 16.Dit artikel vermeldt de leidend ambtenaren en instanties die advies verlenen over de projectonderzoeksnota en is gelijkaardig opgebouwd met het artikel inzake de adviesinstanties bij de alternatievenonderzoeksnota. (artikel 9) Paragraaf 1 somt de beleidsdomeinen op aan wie advies gevraagd moet worden. -> De leidend ambtenaren van het departement van de voor het complexe project relevante beleidsdomeinen Ook hier wordt dus niet langer rechtstreeks advies gevraagd aan departementen, agentschappen, afdelingen of diensten op Vlaams niveau, maar aan één leidend ambtenaar per beleidsdomein. Dit advies wordt gevraagd aan de leidend ambtenaar van het departement dat behoort tot het betrokken beleidsdomein, die vervolgens advies uitbrengt namens het beleidsdomein in kwestie. Vanzelfsprekend zullen de leidend ambtenaren van de departementen van de betrokken beleidsdomeinen zich laten leiden door de verschillende regelgevingen waarin reeds aangeduid is wie als adviesinstantie optreedt voor welk plan, programma, vergunning,... -> Entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein uit eigen beweging, maar via de leidend ambtenaar van het departement van hun beleidsdomein Zoals bij de adviesverlening over de alternatievenonderzoeksnota, kan ook hier een entiteit of een ambtenaar uit eigen beweging een advies uitbrengen, zij het dat zij dit advies moeten bezorgen aan de leidend ambtenaar van het departement van hun beleidsdomein, die op zijn beurt als coördinerende instantie optreedt. -> Gecoördineerd advies namens het beleidsdomein in kwestie. Ook hier wordt gesproken overeen gecoördineerd advies. Er kan altijd gestreefd worden naar een zo veel mogelijk geïntegreerd advies. Paragraaf 2 stelt dat over de projectonderzoeksnota ook steeds advies wordt gevraagd aan de betrokken gemeenten en de provincie of provincies waarin de betrokken gemeenten liggen. Paragraaf 3 somt de instanties op aan wie steeds advies gevraagd moet worden in het geval de provincieraad dan wel de gemeenteraad het voorkeursbesluit heeft genomen. Gezien de strategische adviesraden, de Procoro en de Gecoro reeds advies hebben kunnen geven bij het voorkeursbesluit en het in de uitwerkingsfase niet meer gaat over strategische keuzes en/of locatiealternatieven, worden zij niet meer hernomen als adviesinstantie in de uitwerkingsfase. Dit belet geenszins dat deze instanties uit eigen beweging advies geven, dan wel op vrijwillige basis om advies worden gevraagd. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als het voorkeursbesluit nog vrij vaag blijft over een aantal belangrijke krachtlijnen ten aanzien van het project en die worden doorgeschoven naar de uitwerkingsfase waar het in dat geval relevant kan zijn om ook de strategische adviesraden, de Procoro of de Gecoro (opnieuw) om advies te vragen. Daarenboven staat niets er aan in de weg dat deze adviesraden, op het ogenblik dat zij advies geven in de onderzoeksfase, reeds kenbaar maken dat ze advies wensen te geven in de uitwerkingsfase. Heeft de provincieraad het voorkeursbesluit genomen, dan wordt advies gevraagd aan de deputatie; in geval de gemeenteraad het voorkeursbesluit heeft genomen, dan wordt advies gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen. Paragraaf 4 somt ten slotte de instanties op, die slechts in welbepaalde gevallen om advies over de projectonderzoeksnota worden gevraagd. Dit betreft instanties zoals de NMBS, het FANC, de hoogspanningsnetbeheerder en dergelijke. Art. 17.Zoals bij de alternatievenonderzoeksnota, hebben de leidend ambtenaren en de andere adviesinstanties 45 dagen om advies te verlenen over de projectonderzoeksnota en dit over te maken aan de procesverantwoordelijke. Art. 18.De procesverantwoordelijke maakt de door hem ontvangen adviezen binnen de gestelde termijn over aan de dienst Mer. Onderafdeling 4. - Adviesverlening over het voorontwerp van projectbesluit Art. 19.Dit artikel is de tegenhanger van artikel 12, maar dan toegepast op de uitwerkingsfase. De procesverantwoordelijke bezorgt de synthesenota en het voorontwerp van projectbesluit aan de adviesinstanties. Dit zijn dezelfde instanties als deze die gevraagd werd advies te verlenen over de projectonderzoeksnota of uit eigen beweging een advies hebben verleend. Bijkomend wordt de synthesenota en het voorontwerp van projectbesluit overgemaakt aan de bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die gemachtigd zijn om in voorkomend geval de beslissingen te nemen, vermeld in artikel 40 en artikel 41 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom. 25/04/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014035671 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg type decreet prom. 25/04/2014 pub. 04/07/2014 numac 2014035558 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales sluiten betreffende complexe projecten, met het verzoek advies te verlenen. Die verplichting tot het vragen van advies - die in het decreet is ingeschreven om de betrokkenheid van de bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die te maken hebben met een vergunning, machtiging of toestemming die in het projectbesluit zal worden geïntegreerd te verankeren in deze procesfase en dus bij de totstandkoming van het projectbesluit- geldt dus bovenop de verplichting uit dit artikel, eerste lid. Concreet houdt zulks in dat bij het vaststellen van het projectbesluit rekening zal moeten gehouden worden met zowel het advies van een bepaald beleidsdomein als met het advies van een in artikel 40 en artikel 41 van het decreet opgesomde instantie. Het advies wordt verleend uiterlijk op het moment van de adviesvergadering. Art. 20.Dit artikel is de tegenhanger van artikel 13, maar dan toegepast op de uitwerkingsfase. Art. 21.Dit artikel is de tegenhanger van artikel 14, maar dan toegepast op de uitwerkingsfase, en regelt de opmaak van het verslag van de adviesvergadering en de mogelijkheid van het formuleren van opmerkingen op dit verslag. Afdeling 3. - Openbaar onderzoek Onderafdeling 1. - Algemene bepaling Art. 22.Dit artikel bevat de algemene principes van het openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek, t.t.z. de mogelijkheid voor het publiek om binnen een bepaalde termijn opmerkingen te formuleren over welbepaalde elementen, zal vooreerst moeten worden aangekondigd. Vervolgens zal er een concrete toegang tot de relevante informatie moeten zijn. Het openbaar onderzoek duurt 60 dagen. De documenten van het openbaar onderzoek worden ter inzage gelegd in het gemeentehuis van de betrokken gemeenten. De eerste dag waarop de vermelde documenten ter inzage worden gelegd, is de begindatum van het openbaar onderzoek. Dit openbaar onderzoek over het ontwerp van voorkeursbesluit of projectbesluit wordt aangekondigd : 1) door publicatie op : a.de website van de bevoegde overheid, b. de website van de betrokken gemeente(n), c.de website van de dienst Mer, d. de website complexe projecten, e.in voorkomend geval, op de project-website; 2) door een publicatie in ten minste drie dagbladen of informatiebladen, in welbepaalde gevallen;3) door een publicatie in het Belgisch Staatsblad;4) door de aanplakking van een affiche;5) in bepaalde gevallen, door een individuele kennisgeving;6) in bepaalde gevallen, door een bericht dat driemaal door de openbare radio wordt uitgezonden;7) in voorkomend geval, door een informatievergadering. Vervolgens worden de gegevens opgesomd die minstens meegedeeld moeten worden bij de meeste aankondigingen. Op de website complexe projecten zal een formulier ter beschikking gesteld worden, dat gebruikt moet worden bij de aankondiging 1) tot en met 5). Onderafdeling 2. - Publicatie op de website Art. 23.Het formulier wordt op de in artikel 22, § 2, 1°, vermelde websites geplaatst, uiterlijk op de begindatum van het openbaar onderzoek en dit tot en met de laatste dag van het openbaar onderzoek. Onderafdeling 3. - Publicatie in dagbladen of informatiebladen en in het Belgisch Staatsblad Art. 24.Het formulier wordt eveneens uiterlijk op de begindatum van het openbaar onderzoek gepubliceerd in ten minste drie dagbladen of informatiebladen. Dit artikel bepaalt tevens het vereiste verspreidingsgebied. Er wordt niet bepaald wie de kosten draagt van de publicatie in het Belgisch Staatsblad, dit kan deel uitmaken van de afspraken tussen de betrokken partijen (overheden, privé-instanties,...) De SARO vraagt om het voorliggend ontwerp van besluit nog eens grondig te screenen in functie van een realistische uitvoering van complexe projecten op gemeentelijk en provinciaal niveau, en verwees hierbij naar de informatieverplichting t.a.v. het publiek over een openbaar onderzoek via publicatie in drie (landelijke) dagbladen. De SARO merkt op dat bij een gemeentelijk RUP momenteel regionale dagbladen volstaan. Reactie : Het besluit is aangepast in die zin dat er rekening gehouden wordt met de aard van het project bij het bepalen van het gebied waarbinnen het dagblad verspreid moet worden. Een openbaar onderzoek over een puur gemeentelijk project zal dan ook niet gepubliceerd moeten worden in (landelijke) dagbladen. Art. 25.De publicatie in het Belgisch Staatsblad moet gebeuren ten laatste op de begindatum van het openbaar onderzoek. Onderafdeling 4. - Aanplakking van een affiche Art. 26.De aanplakking is in vele gevallen de geijkte manier van aankondiging van een openbaar onderzoek. Dit artikel bepaalt dat de gemeente(
- n)instaat (instaan) voor de aanplakking. Zij staan hiervoor in, wat niet noodzakelijk impliceert dat zij effectief tot aanplakking moet overgaan. Over wie effectief overgaat tot aanplakking, kunnen de nodige afspraken gemaakt worden. Zo kan de gemeente de aanplakking op de gewone aanplakplaatsen van de betrokken gemeente voor haar rekening nemen (artikel 27, § 1), terwijl de aanplakking inzake een openbaar onderzoek over een ontwerp van projectbesluit op de plaatsen waar stedenbouwkundige handelingen, de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten, of het verkavelen van gronden die onderworpen zijn aan de vergunningsplicht, uitgevoerd worden (artikel 27, § 2), door de bouwheer zou kunnen gebeuren. Dit artikel bepaalt hoe de te hanteren affiche er uit dient te zien. Deze affiche wordt uiterlijk op de begindatum van het openbaar onderzoek aangeplakt en moet aangeplakt blijven tot en met de laatste dag van het openbaar onderzoek. Art. 27.Paragraaf 1 bepaalt dat de aankondiging op de gewone aanplakplaatsen van de gemeente(
- n)bij elk openbaar onderzoek wordt gedaan (zowel het openbaar onderzoek over het ontwerp van voorkeursbesluit als over het ontwerp van projectbesluit). Paragraaf 2 - de aanplakking van een affiche op de plaats waar het project uitgevoerd zal worden - gebeurt slechts : 1) in geval van een openbaar onderzoek over een ontwerp van projectbesluit;2) als dit projectbesluit betrekking heeft op stedenbouwkundige handelingen, de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten, of het verkavelen van gronden, die onderworpen zijn aan de vergunningsplicht;3) en voor de handelingen, de exploitatie of het verkavelen in kwestie. De nadere voorwaarden waarmee rekening moet worden geho