← België

Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten

Kort samengevat

Deze wet is opgesteld om het gebruik van het financiële systeem voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen. Het zet een Europese Richtlijn om in Belgisch recht en beperkt ook het gebruik van contanten.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

18 SEPTEMBER 2017. - Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten

(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN TITEL 1. - Onderwerp, toepassingsgebied en definities Artikel 1.§ 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. § 2. Deze wet heeft hoofdzakelijk tot doel het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen. Ze verzekert de omzetting van de Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie. Art. 2.Voor de toepassing van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, wordt beschouwd als "witwassen van geld" : 1° de omzetting of overdracht van geld of andere goederen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij een dergelijke activiteit is betrokken, te helpen aan de juridische gevolgen van zijn daden te ontkomen;2° het verhelen of verhullen van de werkelijke aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing, rechten op of de eigendom van geld of goederen, wetende dat deze verworven zijn uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;3° de verwerving, het bezit of het gebruik van geld of goederen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;4° deelneming aan, medeplichtigheid aan, poging tot, hulp aan, aanzetten tot, vergemakkelijken van, of het geven van raad met het oog op het begaan van één van de in de bepalingen onder 1°, 2° en 3° bedoelde daden. Art. 3.Voor de toepassing van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, wordt beschouwd als "financiering van terrorisme" : de verstrekking of verzameling van geldmiddelen en andere vermogensbestanddelen, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt door een terroristische organisatie, of door een terrorist die alleen handelt, zelfs zonder enige band met een bepaalde terroristische daad. Art. 4.Voor de toepassing van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, wordt verstaan onder : 1° "WG/FT" : het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;2° "WG/FTP" : het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens;3° "Richtlijn 2015/849" : Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie; 4° "uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2015/849" : de uitvoeringsmaatregelen bedoeld in de artikelen 10 tot en met 15 van Verordeningen (EU) nr.1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/20; 5° "Europese verordening betreffende geldovermakingen" :
  1. a)tot en met 25 juni 2017, Verordening (EG) nr.1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler;
  2. b)vanaf 26 juni 2017, Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1781/2006; 6° "Bindende bepalingen betreffende financiële embargo's" : de verplichtingen inzake financiële embargo's, bevriezingen van tegoeden en andere beperkende maatregelen en de waakzaamheidsplichten in het kader van de strijd tegen terrorisme, financiering van terrorisme of financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens opgelegd in Europese verordeningen, in de besluitwet van 6 oktober 1944 ter inrichting van de controle op alle mogelijke overdrachten van goederen en waarden tussen België en het buitenland, in de wet van 11 mei 1995 inzake de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Veiligheidsraad van de Organisatie van de Verenigde Naties, in de wet van 13 mei 2003 inzake de tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen die genomen worden door de Raad van de Europese Unie ten aanzien van Staten, sommige personen en entiteiten, in de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering van deze wetten, in het koninklijk besluit van 28 december 2006 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme, of in de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering van dit koninklijk besluit;7° "lidstaat" : een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER);8° "derde land" : een Staat die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;9° "derde land met een hoog risico" : een derde land waarvan de regelgeving ter bestrijding van WG/FT door de Europese Commissie is aangemerkt, overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2015/849, als een regelgeving die strategische tekortkomingen vertoont die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Europese Unie, of dat door de Financiële Actiegroep, het Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst, de Nationale Veiligheidsraad of de onderworpen entiteiten is aangemerkt als een land met een hoog geografisch risico;10° "Financiële Actiegroep"of "FAG" : de intergouvernementele instelling voor de uitwerking van internationale normen ter bestrijding van WG/FTP;11° "Europese toezichthoudende autoriteiten" : de autoriteit opgericht bij Verordening (EU) nr.1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, de autoriteit opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, en de autoriteit opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, hierna te noemen de "ETA's"; 12° "Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst" : het ministerieel comité opgericht bij het koninklijk besluit van 23 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten8 houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst, dat verantwoordelijk is voor de vaststelling en de coördinatie van de algemene politiek inzake de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst en voor de bepaling van de prioriteiten van de diensten die op dat vlak werkzaam zijn;13° "Nationale Veiligheidsraad" : de nationale Raad opgericht bij het koninklijk besluit van 25 januari 2015 tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad verantwoordelijk voor de coördinatie van de strijd tegen de financiering van terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens;14° "coördinatieorganen" : het Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst en de Nationale Veiligheidsraad;15° "financiële inlichtingeneenheid" : een financiële inlichtingeneenheid opgericht door een lidstaat overeenkomstig artikel 32 van Richtlijn 2015/849 of een gelijkwaardige financiële inlichtingeneenheid opgericht door een derde land, hierna "FIE"genoemd;16° "CFI" : de Cel voor financiële informatieverwerking bedoeld in artikel 76;17° "toezichtautoriteiten" : de autoriteiten bedoeld in artikel 85;18° "onderworpen entiteit" : een onderworpen entiteit als bedoeld in artikel 5, §§ 1 en 4;19° "in een andere lidstaat of in een derde land gevestigde onderworpen entiteit" : een onderworpen entiteit die in een andere lidstaat of in een derde land een dochteronderneming, een bijkantoor of een andere vestigingsvorm heeft via agenten of distributeurs die haar daar op permanente wijze vertegenwoordigen;20° "onderworpen entiteit die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert" : een onderworpen entiteit als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2015/849, die onderworpen is aan de wettelijke en reglementaire bepalingen van een andere lidstaat waarmee deze richtlijn wordt omgezet;21° "onderworpen entiteit die onder het recht van een derde land ressorteert" : een natuurlijke of rechtspersoon die een activiteit uitoefent als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2015/849, die gevestigd is in een derde land en die onderworpen is aan de wettelijke en reglementaire bepalingen ter bestrijding van WG/FT;22° "groep" : een groep van ondernemingen die bestaat uit ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking in de zin van artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, evenals de bijkantoren van die verbonden ondernemingen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan deze laatste of in een derde land;23° "criminele activiteit" : iedere vorm van betrokkenheid bij het plegen van een misdrijf dat in verband staat met :
  3. a)terrorisme of de financiering van terrorisme;
  4. b)georganiseerde misdaad;
  5. c)illegale drughandel;
  6. d)illegale handel in wapens, goederen en koopwaren met inbegrip van antipersoonsmijnen en/of submunitie;
  7. e)mensensmokkel;
  8. f)mensenhandel;
  9. g)exploitatie van de prostitutie;
  10. h)illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale werking of illegale handel in dergelijke stoffen;
  11. i)illegale handel in menselijke organen of weefsels;
  12. j)fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Unie;
  13. k)ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd;
  14. l)sociale fraude;
  15. m)verduistering door personen die een openbare functie uitoefenen en corruptie;
  16. n)ernstige milieucriminaliteit;
  17. o)namaak van muntstukken of bankbiljetten;
  18. p)namaak van goederen;
  19. q)zeeroverij;
  20. r)een beursmisdrijf;
  21. s)het onwettig openbaar aantrekken van spaargeld;
  22. t)het verlenen van bankdiensten, financiële diensten, verzekeringsdiensten of geldovermakingsdiensten, of valutahandel, of enige andere gereglementeerde activiteit, zonder over de voor die activiteiten vereiste vergunning te beschikken of aan de toegangsvoorwaarden te voldoen;
  23. u)oplichting;
  24. v)misbruik van vertrouwen;
  25. w)misbruik van vennootschapsgoederen;
  26. x)een gijzeling;
  27. y)een diefstal;
  28. z)afpersing;
  29. aa)de staat van faillissement;
  30. bb)informaticabedrog; 24° "goederen" : activa van welke aard ook, hetzij roerend hetzij onroerend, hetzij lichamelijk hetzij onlichamelijk, en rechtsbescheiden of -instrumenten in gelijk welke vorm, ook elektronisch en digitaal, waaruit de eigendom of andere rechten ten aanzien van deze activa blijken;25° "levensverzekeringsovereenkomst" : een levensverzekeringsovereenkomst in de zin van deze die vallen onder tak 21 als bedoeld in bijlage II van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten8 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, of een verzekeringsovereenkomst waarbij het beleggingsrisico door de verzekeringnemer wordt gedragen;26° "trust" : een rechtsverhouding die door een rechtshandeling van de oprichter in het leven wordt geroepen ("express trust"), als bedoeld in artikel 122 van de wet van 16 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten0 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht;27° "uiteindelijke begunstigde" : de natuurlijke perso(o)n(
  31. en)die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of zeggenschap heeft (hebben) over de cliënt, de lasthebber van de cliënt of de begunstigde van levensverzekeringsovereenkomsten en/of de natuurlijke perso(o)n(
  32. en)voor wiens/wier rekening een verrichting wordt uitgevoerd of een zakelijke relatie wordt aangegaan. Worden beschouwd als personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de cliënt, de lasthebber van de cliënt of de begunstigde van levensverzekeringsovereenkomsten :
  33. a)in het geval van vennootschappen :
  34. i)de natuurlijke perso(o)n(
  35. en)die rechtstreeks of onrechtstreeks een toereikend percentage van de stemrechten of van het eigendomsbelang in deze vennootschap houdt/houden, met inbegrip van het houden van aandelen aan toonder. Een door een natuurlijke persoon gehouden belang van meer dan vijfentwintig procent van de stemrechten of van meer dan vijfentwintig procent van de aandelen of het kapitaal van de vennootschap, geldt als een indicatie van een toereikend percentage van de stemrechten of van het direct belang in de zin van het eerste lid. Een belang gehouden door een vennootschap die onder zeggenschap staat van één of meerdere natuurlijke perso(o)n(en), of van meerdere vennootschappen die onder zeggenschap staan van dezelfde natuurlijke persoon of natuurlijke personen, van meer dan vijfentwintig procent van de aandelen of van meer dan vijfentwintig procent van het kapitaal van de vennootschap, geldt als indicatie van een toereikend onrechtstreeks belang in de zin van het eerste lid;
  36. ii)de natuurlijke perso(o)n(
  37. en)die zeggenschap heeft/hebben over deze vennootschap via andere middelen. De uitoefening van zeggenschap via andere middelen kan met name worden vastgesteld volgens de criteria bedoeld in artikel 22, leden 1 tot en met 5, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad; iii) de natuurlijke persoon of personen die behoort/behoren tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder
  38. i)of
  39. ii)is geïdentificeerd, of indien er enige twijfel bestaat of de geïdentificeerde persoon of personen de uiteindelijke begunstigde(
  40. n)is, respectievelijk zijn;
  41. b)in het geval van fiducieën of trusts :
  42. i)de oprichter;
  43. ii)de fiduciebeheerder(
  44. s)of trustee(s); iii) de eventuele protector;
  45. iv)de begunstigden, of wanneer de personen die de begunstigden van de fiducie of van de trust zijn, nog niet werden aangeduid, de categorie van personen in wier hoofdzakelijk belang de fiducie of de trust werd opgericht of werkzaam is;
  46. v)elke andere natuurlijke persoon die wegens het feit dat hij directe of indirecte eigenaar is of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap over de fiducie of de trust uitoefent;
  47. c)In het geval van (internationale) verenigingen zonder winstoogmerk en van stichtingen :
  48. i)de personen, respectievelijk bedoeld in artikel 13, eerste lid, artikel 34, § 1, en artikel 49, tweede lid, van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, die lid zijn van de raad van bestuur;
  49. ii)de personen die gemachtigd zijn de vereniging te vertegenwoordigen overeenkomstig artikel 13, vierde lid, van dezelfde wet; iii) de personen belast met het dagelijks bestuur van de (internationale) vereniging of stichting, bedoeld respectievelijk in artikel 13bis, eerste lid, artikel 35, eerste lid, en artikel 49, tweede lid, van dezelfde wet;
  50. iv)de stichters van een stichting, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van dezelfde wet;
  51. v)de natuurlijke personen of, wanneer deze personen nog niet werden aangeduid, de categorie van natuurlijke personen in wier hoofdzakelijk belang de (internationale) vereniging zonder winstoogmerk of stichting werd opgericht of werkzaam is;
  52. vi)elke andere natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de (internationale) vereniging of stichting uitoefent;
  53. d)In het geval van juridische constructies die vergelijkbaar zijn met fiducieën of trusts, de natuurlijke persoon of personen die gelijkwaardige of soortgelijke functies als onder
  54. b)bekleedt of bekleden; Worden beschouwd als natuurlijke perso(o)n(
  55. en)voor wiens/wier rekening een verrichting wordt uitgevoerd of een zakelijke relatie wordt aangegaan, de natuurlijke perso(o)n(
  56. en)die voordeel behaalt of behalen of zal of zullen behalen uit deze verrichting of zakelijke relatie en in rechte of in feite, rechtstreeks of onrechtstreeks, beschikt of beschikken over de bevoegdheid om te beslissen over de uitvoering van die verrichting of het aangaan van die zakelijke relatie en/of de modaliteiten ervan te bepalen of ermee in te stemmen; 28° "politiek prominente persoon" : een natuurlijk persoon die een prominente publieke functie bekleedt of bekleed heeft, en met name :
  57. a)staatshoofden, regeringsleiders, ministers en staatssecretarissen;
  58. b)parlementsleden of leden van soortgelijke wetgevende organen;
  59. c)leden van bestuurslichamen van politieke partijen;
  60. d)leden van hooggerechtshoven, grondwettelijke hoven of van andere hoge rechterlijke instanties, met inbegrip van administratieve rechterlijke instanties, die arresten wijzen waartegen geen beroep openstaat, behalve in uitzonderlijke omstandigheden;
  61. e)leden van rekenkamers of van raden van bestuur van centrale banken;
  62. f)ambassadeurs, consuls, zaakgelastigden en hoge officieren van de strijdkrachten;
  63. g)leden van het leidinggevend, toezichthoudend of bestuurslichaam van overheidsbedrijven;
  64. h)bestuurders, plaatsvervangend bestuurders en leden van de raad van bestuur of bekleders van een gelijkwaardige functie bij een internationale organisatie;29° "familielid" :
  65. a)de echtgenoot of een persoon die als gelijkwaardig met de echtgenoot wordt aangemerkt;
  66. b)de kinderen en de echtgenoten van die kinderen of de personen die als gelijkwaardig met de echtgenoot worden aangemerkt;
  67. c)de ouders;30° "personen bekend als naaste geassocieerden" :
  68. a)natuurlijke personen die samen met een politiek prominente persoon de uiteindelijke begunstigden zijn van een entiteit bedoeld in de bepaling onder 27°, a), b), c), of d), of waarvan bekend is dat zij met een politiek prominente persoon andere nauwe zakelijke relaties hebben;
  69. b)natuurlijke personen die als enige de uiteindelijke begunstigden zijn van een entiteit bedoeld in de bepaling onder 27°, a), b),
  70. c)of d), waarvan bekend is dat deze in feite werd opgericht ten behoeve van een politiek prominente persoon;31° "hoger leidinggevend personeel" : functionarissen of werknemers met voldoende kennis van de blootstelling van hun instelling aan het WG/FT-risico en die een voldoende hoge hiërarchische positie bekleden om beslissingen te nemen die van invloed zijn op die blootstelling, zonder dat het noodzakelijk gaat om een lid van het wettelijk bestuursorgaan;32° "internationale organisatie" : een middelen- of belangenassociatie opgericht bij een internationale overeenkomst tussen Staten, voorzien in voorkomend geval van gemeenschappelijke organen, die rechtspersoonlijkheid bezit en onderworpen is aan een rechtsstelsel onderscheiden van dat van de leden;33° "zakelijke relatie" : een professionele of commerciële relatie die wordt aangegaan met een cliënt en waarvan wordt aangenomen dat zij enige tijd zal duren :
  71. a)indien deze zakelijke relatie voortvloeit uit het sluiten van een overeenkomst ter uitvoering waarvan de partijen gedurende een bepaalde of onbepaalde termijn verschillende opeenvolgende verrichtingen zullen uitvoeren of waardoor een aantal doorlopende verbintenissen ontstaan; of
  72. b)indien deze zakelijke relatie voortvloeit uit het feit dat een cliënt regelmatig een beroep doet, zonder een overeenkomst te sluiten als bedoeld de bepaling onder a), op eenzelfde onderworpen entiteit voor de uitvoering van verschillende opeenvolgende verrichtingen;34° "correspondentrelatie" :
  73. a)het verlenen van bankdiensten door een onderworpen entiteit bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, 3° en 4°, ("correspondentinstelling") aan een kredietinstelling in de zin van artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2015/849 of die onder een derde land ressorteert ("respondentinstelling") die met name het verstrekken van een lopende rekening of van een andere passiefrekening en het verlenen van aanverwante diensten, zoals contantenbeheer, internationale geldovermakingen, de verwerking van cheques, de zogenaamde "transit"-rekeningen ("payable-through accounts") en valutawisseldiensten, kunnen omvatten;
  74. b)zakelijke relaties die vergelijkbaar zijn met die bedoeld in de bepaling onder a), tussen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, 3° en 4°, ("correspondentinstelling") en de financiële instellingen in de zin van artikel 3, punt 2, van Richtlijn 2015/849 ("respondentinstelling") of die onder een derde land ressorteren en die met name de uitvoering van effectenverrichtingen of geldovermakingen kunnen omvatten;35° "elektronisch geld" : elektronisch geld in de zin van artikel 4, 33°, van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten3 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen;36° "kansspelen" : kansspelen in de zin van artikel 2 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, onverminderd de artikelen 3 en 3bis van dezelfde wet; 37° "shell bank" : een kredietinstelling of een instelling die één of meerdere activiteiten verricht als bedoeld in bijlage I van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, die is opgericht volgens het recht van een Staat waar ze geen vestiging, d.w.z. een bestuur en beheer van betekenis, heeft en die geen deel uitmaakt van een onder toezicht staande financiële groep; 38° "managementverantwoordelijkheden" : de verantwoordelijkheden toegekend aan personen die directiefuncties uitoefenen in een onderworpen entiteit door of krachtens een wettelijke bepaling, de statuten, of een toekenning van bevoegdheden door de betrokken entiteit;39° "managementfuncties" : de functies van lid van een wettelijk bestuurs- of beheersorgaan van de betrokken onderworpen entiteit, met name, de functies van bestuurder, zaakvoerder, afgevaardigde bij de dagelijkse werking, lid van het directiecomité, de directieraad of van de raad van toezicht, en alle functies die de bevoegdheid inhouden om deze onderworpen entiteit te kunnen verbinden en haar te vertegenwoordigen ten aanzien van derden, met name de overheidsinstanties, inbegrepen de CFI en de toezichthoudende autoriteit bevoegd ten aanzien van de onderworpen entiteit;40° "werkdag" : elke dag met uitsluiting van een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag. Art. 5.§ 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de volgende onderworpen entiteiten, handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten : 1° de Nationale Bank van België;2° de Deposito- en Consignatiekas;3° de NV van publiek recht bpost, hierna "bpost", voor haar financiële postdiensten of voor de uitgifte van elektronisch geld;4°
  75. a)de kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten1 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, die ressorteren onder het Belgische recht;
  76. b)de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat of van een derde land;5°
  77. a)de verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht bedoeld in boek II van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten8 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die gemachtigd zijn de levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen bedoeld in bijlage II van dezelfde wet;
  78. b)de in België gevestigde bijkantoren van verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat of van een derde land, als respectievelijk bedoeld in de artikelen 550 en 584 van dezelfde wet en die gemachtigd zijn in België de levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen bedoeld in bijlage II van dezelfde wet;6°
  79. a)de betalingsinstellingen naar Belgisch recht bedoeld in boek 2, hoofdstuk 1, titel 2, van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten3 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen;
  80. b)de in België gevestigde bijkantoren van betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat of van een derde land, respectievelijk bedoeld in de artikelen 39 en 46 van dezelfde wet;
  81. c)de betalingsinstellingen die op grond van artikel 48 van dezelfde wet zijn vrijgesteld;
  82. d)de betalingsinstellingen bedoeld in artikel 4, punt 4, van Richtlijn 2015/2366/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr.1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG, die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en die in België betalingsdiensten aanbieden via één of meerdere personen die er gevestigd zijn en die de instelling hiervoor vertegenwoordigen; 7°
  83. a)de uitgevers van elektronisch geld bedoeld in artikel 59, 4° en 5°, van de voornoemde wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten3;
  84. b)de instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht bedoeld in boek 3, hoofdstuk 1, titel 2, van dezelfde wet;
  85. c)de in België gevestigde bijkantoren van instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat of van een derde land, respectievelijk bedoeld in artikel 91 en in boek 3, hoofdstuk 3, titel 2, van dezelfde wet;
  86. d)de instellingen voor elektronisch geld die op grond van artikel 105 van dezelfde wet zijn vrijgesteld;
  87. e)de instellingen voor elektronisch geld bedoeld in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG, die ressorteren onder het recht van een lidstaat en die in België elektronisch geld overmaken via één of meerdere personen die er gevestigd zijn en die de instelling hiervoor vertegenwoordigen;8° de vereffeningsinstellingen bedoeld in artikel 36/26, § 1, 3° en 4°, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;9° de maatschappijen voor onderlinge borgstelling bedoeld in het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten4 betreffende het statuut en de controle der maatschappijen voor onderlinge borgstelling;10°
  88. a)de beursvennootschappen bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten1 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, die ressorteren onder het Belgische recht;
  89. b)de in België gevestigde bijkantoren van beursvennootschappen bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, dezelfde wet, die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat of van een derde land;11°
  90. a)de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht met een vergunning in de hoedanigheid van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in de zin van artikel 6, § 1, 2°, van de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten6 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  91. b)de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren bedoeld in artikel 70 van dezelfde wet en de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een derde land ressorteren bedoeld in titel III, hoofdstuk II, afdeling III, van dezelfde wet;12°
  92. a)de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht bedoeld in deel 3, boek 2, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  93. b)de beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht bedoeld in artikel 3, 12°, van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten2 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  94. c)de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 258 van voormelde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6;
  95. d)de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de artikelen 114, 117, 163 en 166 van voormelde wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten2;13°
  96. a)de beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 3, 11°, van de voormelde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6, voor zover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten in de zin van artikel 3, 22°, c), en 30°, van dezelfde wet;
  97. b)de beleggingsvennootschappen in schuldvorderingen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 505 van de voormelde wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten2, voor zover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten in de zin van artikel 3, 22°, c), en 30°, van de voormelde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6;
  98. c)de beleggingsvennootschappen in schuldvorderingen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 271/1 van de voormelde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6, voor zover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten;
  99. d)de beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 3, 11°, van de voormelde wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten2, voor zover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten in de zin van artikel 3, 26°, van dezelfde wet;14° de alternatieve financieringsplatformen bedoeld in de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten7 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën;15° de marktondernemingen die de Belgische gereglementeerde markten organiseren bedoeld in artikel 3 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, behalve wat hun opdrachten van publiekrechtelijke aard betreft;16° de in België gevestigde personen die beroepshalve verrichtingen voor de contante aankoop of verkoop van deviezen in contanten of met cheques in deviezen dan wel met gebruik van een krediet- of betaalkaart uitvoeren bedoeld in artikel 102, tweede lid, van de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten6 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;17° de makelaars in bank- en beleggingsdiensten bedoeld in artikel 4, 4°, van de wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten1 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, evenals de in België gevestigde bijkantoren die gelijkwaardige werkzaamheden uitoefenen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat;18° de onafhankelijk financiële planners bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten1 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financiële planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen, evenals de bijkantoren in België van personen die gelijkwaardige werkzaamheden uitoefenen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat;19° de verzekeringsbemiddelaars bedoeld in deel 6 van de wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten4 betreffende de verzekeringen die hun beroepsactiviteiten buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst uitoefenen in één of meerdere levensverzekeringstakken bedoeld in bijlage II van de voormelde wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten8, evenals de in België gevestigde bijkantoren van personen die gelijkwaardige werkzaamheden uitoefenen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat; 20° de kredietgevers in de zin van artikel I.9, 34°, van het Wetboek van economisch recht die in België gevestigd zijn en die activiteiten van consumentenkrediet of hypothecaire krediet uitoefenen, als bedoeld in boek VII, titel 4, hoofdstukken 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, evenals de in België gevestigde bijkantoren van personen die gelijkwaardige werkzaamheden uitoefenen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat; 21° de personen bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr.55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur, evenals de in België gevestigde bijkantoren van personen die gelijkwaardige werkzaamheden uitoefenen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat; 22° de natuurlijke of rechtspersonen, andere dan degene bedoeld in de bepalingen onder 4° tot en met 21°, die in België ten minste één van de activiteiten uitoefenen bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2) tot en met 12), 14) en 15), van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten1 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, evenals de in België gevestigde bijkantoren van personen die gelijkwaardige werkzaamheden uitoefenen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, die zijn aangeduid door de Koning;23° de natuurlijke personen of rechtspersonen die in België activiteiten uitoefenen en die geregistreerd of ingeschreven zijn in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren overeenkomstig artikel 10 van de wet van 7 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten0 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, de natuurlijke personen stagiairs bedrijfsrevisoren van externe ondernemingen bedoeld in artikel 11, § 3, van voormelde wet, alsook de auditkantoren en éénieder die het beroep van wettelijk auditor uitoefent;24° de natuurlijke personen of rechtspersonen ingeschreven op de lijst van de externe accountants en op de lijst van de externe belastingconsulenten bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen type wet prom. 22/04/1999 pub. 16/08/2010 numac 2010000464 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 22/04/1999 pub. 10/09/2013 numac 2013000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016118 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten sluiten betreffende boekhoudkundige en fiscale beroepen, alsook de natuurlijke personen ingeschreven op de lijst van de stagiairs accountants en op de lijst van de stagiairs belastingconsulenten bedoeld in artikel 4 van voormelde wet;25° de natuurlijke personen of rechtspersonen ingeschreven op de lijst van de externe erkende boekhouders en op de lijst van de externe erkende boekhouders-fiscalisten bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de voormelde wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen type wet prom. 22/04/1999 pub. 16/08/2010 numac 2010000464 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 22/04/1999 pub. 10/09/2013 numac 2013000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016118 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten sluiten, alsook de stagiairs ingeschreven op de lijst van de externe erkende stagiairs boekhouders en op de lijst van de externe erkende stagiairs boekhouders-fiscalisten bedoeld in hetzelfde artikel van de voormelde wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen type wet prom. 22/04/1999 pub. 16/08/2010 numac 2010000464 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 22/04/1999 pub. 10/09/2013 numac 2013000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016118 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten sluiten;26° de notarissen;27° de gerechtsdeurwaarders;28° de advocaten :
  100. a)wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen in verband met :
  101. i)de aan- en verkoop van onroerend goed of bedrijven;
  102. ii)het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa; iii) de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;
  103. iv)het organiseren van de inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen;
  104. v)de oprichting, de exploitatie of het beheer van fiducieën of trusts, vennootschappen, stichtingen of soortgelijke structuren;
  105. b)of wanneer zij optreden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële verrichtingen of verrichtingen in onroerend goed; 29° de dienstenverleners aan vennootschappen bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van ... tot registratie van de aanbieders van vennootschapsrechtelijke diensten; 30° de vastgoedmakelaars bedoeld in artikel 2, 5° en 7°, van de wet van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten7 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, die zijn ingeschreven op het tableau bedoeld in artikel 3 van dezelfde wet of het tableau bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van de federale raden van landmeters-experten;31° de handelaren in diamant bedoeld in artikel 169, § 3, van de programma wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten;32° de bewakingsondernemingen bedoeld in artikel 4 van de wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, die bewakingsactiviteiten uitoefenen bedoeld in artikel 3, 3°, a),
  106. b)of c), van dezelfde wet;33° de natuurlijke personen of rechtspersonen die één of meer kansspelen exploiteren, bedoeld in artikel 2 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, met uitsluiting van de natuurlijke of rechtspersonen bedoeld in de artikelen 3 en 3bis van dezelfde wet; § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, op basis van een adequate risicobeoordeling, opgemaakt door de Kansspelcommissie voor de kansspelen bedoeld in artikel 4, 36°, de houders van een vergunning zoals bepaald in artikel 25, 1/1 tot en met 9, van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, vrijstellen van de toepassing van een deel of van alle bepalingen van boek II van dezelfde wet, door zich te baseren op het laag risico dat de exploitatie van deze diensten door hun aard en in voorkomend geval, door hun omvang vertegenwoordigen. Er wordt in de risicobeoordeling bedoeld in het eerste lid, rekening gehouden met de mate van risicogevoeligheid van de betrokken verrichtingen, met name voor wat de aangewende betalingswijzen betreft. De bevoegde minister meldt aan de Europese Commissie ieder besluit dat wordt genomen uit hoofde van het eerste lid, met een motivering op basis van een specifieke risicobeoordeling bedoeld in hetzelfde lid en waarbij wordt aangegeven hoe rekening is gehouden met de relevante bevindingen van het door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2015/849 opgemaakte verslag. § 3. Na advies van de toezichtautoriteiten die bevoegd zijn op grond van artikel 85 en op grond van een adequate risicobeoordeling, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, vrijstelling verlenen van de toepassing van alle of een deel van de bepalingen van boek II aan de natuurlijke of rechtspersonen die occasioneel of in zeer beperkte mate financiële activiteiten uitoefenen als bedoeld in artikel 4, 2) tot en met 12), en 14), van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten1 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, die geen activiteiten op het gebied van geldtransfers zijn als bedoeld in artikel I.9, 14°, van het Wetboek van economisch recht, mits alle volgende criteria vervuld zijn : 1° de financiële activiteit is in absolute zin beperkt van omvang;2° de financiële activiteit is beperkt wat de verrichtingen betreft;3° de financiële activiteit vormt niet de hoofdactiviteit van die personen en de omzet uit die activiteit bedraagt niet meer dan vijf procent van de totale omzet van de betrokken persoon;4° de financiële activiteit heeft een bijkomstig karakter en houdt rechtstreeks verband met de hoofdactiviteit van die personen;5° de hoofdactiviteit van die personen is niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 1, 23° tot en met 30° of 33° ;6° de financiële activiteit wordt enkel verricht ten behoeve van cliënten van de hoofdactiviteit van die personen, en wordt niet algemeen aangeboden aan het publiek. Wanneer de Koning de bevoegdheid uitoefent die Hem op grond van het eerste lid wordt verleend : 1° stelt Hij voor de toepassing van het eerste lid, 1°, het bedrag vast dat de totale omzet uit de financiële activiteit niet mag overschrijden.Dat bedrag wordt, afhankelijk van het soort financiële actviteit, op nationaal niveau vastgesteld. Het is voldoende laag om het WG/FT-risico aanzienlijk te verminderen; 2° stelt Hij voor de toepassing van het eerste lid, 2°, per cliënt en per verrichting een maximumbedrag vast, ongeacht of de verrichting plaatsvindt in één verrichting dan wel in verscheidene verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan.Dat bedrag wordt, afhankelijk van het soort financiële activiteit, op nationaal niveau vastgesteld. Het ligt voldoende laag om ervoor te zorgen dat dit soort verrichtingen geen geschikte of doelmatige methode vormen voor witwassen van geld of terrorismefinanciering, en bedraagt niet meer dan 1 000 euro; 3° duidt Hij de in artikel 85 bedoelde bevoegde autoriteit aan, die Hij belast met het toezicht op de naleving van de voorwaarden voor de vrijstelling die op grond van het eerste lid wordt verleend en met de vaststelling bij reglement van de nadere regels voor dat toezicht. De bevoegde minister meldt aan de Europese Commissie ieder besluit dat wordt genomen op grond van het eerste lid. § 4. Na advies van de coördinatieorganen en rekening houdend met het resultaat van de nationale risicobeoordeling bedoeld in artikel 68, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de toepassing van alle of een deel van de bepalingen van boek II uitbreiden tot categorieën van in paragraaf 1 niet bedoelde entiteiten en waarvan blijkt dat hun activiteiten kunnen worden gebruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. De bevoegde minister brengt de Europese Commissie op de hoogte van de uitbreiding van het toepassingsgebied van deze wet op grond van het eerste lid. § 5. De koninklijke besluiten genomen krachtens paragrafen 2 tot en met 4, hebben geen gevolg meer indien zij niet worden bekrachtigd door de wet binnen twaalf maanden vanaf hun datum van inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot op de datum van inwerkingtreding van de koninklijke besluiten. Art. 6.De beperkingen op het gebruik van contanten bedoeld in de artikelen 66, § 2, en 67, zijn ook van toepassing op alle natuurlijke of rechtspersonen die betalingen of giften doen als bedoeld in deze bepalingen. TITEL 2. - Risicogebaseerde benadering Art. 7.Behoudens andersluidende bepalingen gaan de bevoegde autoriteiten en de onderworpen entiteiten, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, over tot de tenuitvoerlegging op gedifferentieerde wijze van de preventieve maatregelen bedoeld in boek II, in functie van hun evaluatie van de WG/FT-risico's. BOEK II. - VERPLICHTINGEN VAN DE ONDERWORPEN ENTITEITEN INZAKE DE VOORKOMING VAN HET WITWASSEN VAN GELD EN DE FINANCIERING VAN TERRORISME TITEL 1. - Organisatie en interne controle HOOFDSTUK 1. - Organisatie en interne controle binnen de onderworpen entiteiten Art. 8.§ 1. De onderworpen entiteiten ontwikkelen en passen doeltreffende gedragslijnen, procedures en interne controlemaatregelen toe die evenredig zijn met hun aard en omvang : 1° om te voldoen aan de bepalingen van deze wet, van de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan en van de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2015/849, en om de op het niveau van de Europese Unie, België en de onderworpen entiteit zelf geïdentificeerde desbetreffende risico's te beperken en effectief te beheren;2° om in voorkomend geval te voldoen aan de bepalingen van de Europese verordening betreffende geldovermakingen;3° om te voldoen aan de bindende bepalingen betreffende financiële embargo's. § 2. De gedragslijnen, procedures en interne controlemaatregelen bedoeld in paragraaf 1 omvatten : 1° de ontwikkeling van gedragslijnen, procedures en internecontrolemaatregelen betreffende, met name, de risicobeheermodellen, de cliëntacceptatie, de waakzaamheid ten aanzien van de cliënten en de verrichtingen, de melding van vermoedens, bewaring van documenten en stukken, de interne controle, alsook het beheer van de naleving van de verplichtingen bepaald bij deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, de Europese verordening betreffende geldovermakingen en de beperkende maatregelen bedoeld in paragraaf 1, 3° ;2° voor zover passend gezien de aard en de omvang van de onderworpen entiteit en onverminderd de verplichtingen die door of krachtens andere wettelijke bepalingen zijn vastgelegd :
  107. a)een onafhankelijke auditfunctie om de in de bepaling onder 1° bedoelde gedragslijnen, procedures en internecontrolemaatregelen te testen;
  108. b)procedures om bij de aanwerving en de aanstelling van personeelsleden of de aanwijzing van agenten of distributeurs na te gaan of deze personen blijk geven van passende betrouwbaarheid, rekening houdend met de risico's die verbonden zijn aan de uit te voeren opdrachten en functies;3° het sensibiliseren van de personeelsleden van de onderworpen entiteit en, in voorkomend geval, van haar agenten of distributeurs, voor de WG/FT-risico's en de opleiding van deze personen inzake de maatregelen voor de beperking van dergelijke risico's. § 3. De onderworpen entiteiten leggen de gedragslijnen, procedures en internecontrolemaatregelen die ze instellen op grond van paragraaf 1, ter goedkeuring voor aan een lid van het hoger leidinggevend personeel. § 4. De onderworpen entiteiten vergewissen zich van de geschiktheid en de doeltreffendheid van de maatregelen genomen om te voldoen aan dit artikel en verbeteren deze maatregelen in voorkomend geval. Art. 9.§ 1. De onderworpen entiteiten die rechtspersonen zijn, wijzen, onder de leden van hun wettelijk bestuursorgaan of, in voorkomend geval, van hun effectieve leiding, de verantwoordelijke persoon aan, op het hoogste niveau, om te waken over de toepassing en de naleving van de bepalingen van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan en, in voorkomend geval, van de bestuursrechtelijke beslissingen genomen op grond van deze bepalingen, van de Europese verordening betreffende geldovermakingen en van de beperkende maatregelen bedoeld in artikel 8, § 1, 3°. Wanneer de onderworpen entiteit een natuurlijke persoon is, worden de in het eerste lid bedoelde functies door die persoon uitgeoefend. § 2. Onverminderd paragraaf 3, wijzen de onderworpen entiteiten daarnaast binnen hun entiteit één of meerdere personen aan die belast zijn met het toezicht op de tenuitvoerlegging van de gedragslijnen, procedures en internecontrolemaatregelen bedoeld in artikel 8, met de analyse van de atypische verrichtingen en met de opstelling van de desbetreffende schriftelijke verslagen overeenkomstig de artikelen 45 en 46 teneinde er zo nodig een passend gevolg aan te geven krachtens artikel 47, en met de mededeling van de informatie bedoeld in artikel 54. Deze personen zorgen bovendien voor de sensibilisering en de opleiding van het personeel en, in voorkomend geval, van de agenten en distributeurs overeenkomstig artikel 11. Als de onderworpen entiteit een rechtspersoon is, wordt of worden de in het eerste lid bedoelde persoon of personen aangewezen door haar wettelijk bestuursorgaan of haar effectieve leiding. De onderworpen entiteiten gaan voorafgaandelijk na of de in het eerste lid bedoelde persoon of personen beschikken over : 1° de nodige professionele betrouwbaarheid om hun functies integer uit te oefenen;2° de passende deskundigheid, kennis van het Belgisch wettelijk en reglementair kader inzake de voorkoming van WG/FTP, de beschikbaarheid, het hiërarchisch niveau en de bevoegdheden binnen de entiteit, die nodig zijn voor de effectieve, onafhankelijke en autonome uitoefening van deze functies;3° de bevoegdheid om op eigen initiatief aan het wettelijk bestuursorgaan of de effectieve leiding van de onderworpen entiteit die een rechtspersoon is of aan de natuurlijke persoon die de hoedanigheid heeft van onderworpen entiteit, alle noodzakelijke of nuttige maatregelen voor te stellen, met inbegrip van de inzetting van de vereiste middelen om de conformiteit en doeltreffendheid van de interne maatregelen ter bestrijding van WG/FTP te waarborgen. § 3. Als dit verantwoord is om rekening te houden met de aard en de omvang van de onderworpen entiteit, met name wat haar rechtsvorm, haar beleidsstructuur of haar personeelsbestand betreft, kunnen de functies bedoeld in paragraaf 2 worden uitgeoefend door de persoon bedoeld in paragraaf 1. § 4. In de gevallen bedoeld in artikel 5, § 1, 6°, d), en 7°, e), moet de persoon bedoeld in paragraaf 2 in België gevestigd zijn. Art. 10.De onderworpen entiteiten ontwikkelen en leggen passende procedures ten uitvoer die evenredig zijn met hun aard en omvang, om hun personeelsleden of hun agenten of distributeurs in staat te stellen om aan de personen die aangewezen zijn op grond van artikel 9, via een specifiek, onafhankelijk en anoniem kanaal, de inbreuken bij het vervullen van de verplichtingen bepaald bij dit boek, te melden. Art. 11.§ 1. De onderworpen entiteiten nemen maatregelen die evenredig zijn met hun risico's, aard en omvang, om hun personeelsleden waarvan de functie dat vereist, en hun agenten of distributeurs bekend te maken met de bepalingen van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, met inbegrip van de toepasselijke voorschriften inzake gegevensbescherming, en, in voorkomend geval, de verplichtingen bedoeld in artikel 8, § 1, 2° en 3°. Ze zorgen ervoor dat de in het eerste lid bedoelde personen de gedragslijnen, procedures en internecontrolemaatregelen die overeenkomstig artikel 8, § 1, binnen de onderworpen entiteit worden toegepast, kennen en begrijpen en dat ze beschikken over de vereiste kennis aangaande de toepasselijke methodes en criteria om de verrichtingen te identificeren die verband kunnen houden met WG/FT, aangaande de wijze waarop moet worden gehandeld in een dergelijk geval, en aangaande de wijze waarop moet worden voldaan aan de verplichtingen bedoeld in artikel 8, § 1, 2° en 3°. Ze vergewissen er zich bovendien van dat de personen bedoeld in het eerste lid op de hoogte zijn van de internemeldingsprocedures bedoeld in artikel 10 en van de in artikel 90 bedoelde procedures voor de melding aan de toezichtautoriteiten. § 2. De maatregelen bedoeld in paragraaf 1 houden onder meer in dat de in het eerste lid van die paragraaf bedoelde personen deelnemen aan speciale permanente opleidingsprogramma's. Ze kunnen worden bepaald rekening houdend met de door deze personen uitgeoefende functies binnen de onderworpen entiteit en met de WG/FT-risico's waarmee ze geconfronteerd kunnen worden bij de uitoefening van deze functies. Art. 12.Indien een natuurlijke persoon die onder een van de in artikel 5, § 1, 23° tot en met 25°, vermelde categorieën van onderworpen entiteiten valt, zijn beroepsactiviteit uitoefent als werknemer van een rechtspersoon, zijn de in dit hoofdstuk vastgelegde verplichtingen van toepassing op die rechtspersoon en niet op de natuurlijke persoon. HOOFDSTUK 2. - Organisatie en interne controle binnen de groepen Art. 13.§ 1. De onderworpen entiteiten die deel uitmaken van een groep moeten de op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures ter voorkoming van WG/FT toepassen, daaronder met name inbegrepen de gedragslijnen inzake gegevensbescherming en de gedragslijnen en procedures voor het delen van informatie binnen de groep ten behoeve van de strijd tegen WG/FT. De in een andere lidstaat of in een derde land gevestigde onderworpen entiteiten zorgen ervoor dat deze gedragslijnen en procedures doeltreffend worden toegepast in hun vestigingen in die andere lidstaat en dat derde land. § 2. De in een andere lidstaat gevestigde onderworpen entiteiten, moeten erop toezien dat hun vestigingen de nationale bepalingen van die andere lidstaat ter omzetting van Richtlijn 2015/849 eerbiedigen. § 3. De in een derde land gevestigde onderworpen entiteiten moeten erop toezien dat hun vestigingen in dat derde land de nationale bepalingen van dat land eerbiedigen die voorzien in minimumvoorschriften inzake de strijd tegen WG/FT die minstens even streng zijn als die waarin deze wet voorziet. De onderworpen entiteiten die in één van de derde landen zijn gevestigd waar de minimumvoorschriften inzake de strijd tegen WG/FT minder streng zijn dan die waarin deze wet voorziet, moeten erop toezien dat hun vestigingen de in deze wet bepaalde voorschriften, met inbegrip van de voorschriften inzake gegevensbescherming, toepassen voor zover het recht van het betrokken derde land dit toestaat. Indien het volgens het recht van een derde land niet is toegestaan dat de krachtens paragraaf 1 voorgeschreven gedragslijnen en procedures worden toegepast, zien de onderworpen entiteiten erop toe dat hun vestiging in dat derde land naast de lokale maatregelen verdere maatregelen neemt om het WG/FT-risico doeltreffend te beheersen en informeren zij hun toezichtautoriteit die bevoegd is op grond van artikel 85. Art. 14.De onderworpen entiteiten mogen geen bijkantoor of vertegenwoordigingskantoor openen in een land of gebied dat door de Koning is aangewezen met toepassing van artikel 54. Zij mogen noch rechtstreeks noch onrechtstreeks een dochtervennootschap verwerven of oprichten die werkzaam is als onderworpen entiteit die gedomicilieerd, geregistreerd of gevestigd is in het bovenbedoelde land of gebied. Art. 15.De onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 6°, d), en 7°, e), wijzen onder de voorwaarden bepaald door de Nationale Bank van België, bij wijze van reglement vastgesteld overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2015/849 bedoeld in artikel 45, lid 10, van de voornoemde richtlijn, een in België gevestigd centraal contactpunt aan om namens de aanwijzende onderworpen entiteit toe te zien op de naleving van de bepalingen van deze wet en van de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan en om de uitoefening door de Nationale Bank van België van haar toezichtsopdrachten te vergemakkelijken, met name door aan deze autoriteit desgevraagd documentatie en informatie te verstrekken. Het reglement bedoeld in het eerste lid preciseert met name de door de aldus aangewezen centrale contactpunten te vervullen functies. TITEL 2. - Algemene risicobeoordeling Art. 16.De onderworpen entiteiten nemen passende maatregelen die evenredig zijn met hun aard en omvang voor het identificeren en beoordelen van de WG/FT-risico's waaraan ze zijn blootgesteld, met name rekening houdend met de kenmerken van hun cliënten, producten, diensten of verrichtingen die ze aanbieden, de betrokken landen of geografische gebieden, en de leveringskanalen waarop een beroep wordt gedaan. Bij hun algemene risicobeoordeling bedoeld in het eerste lid, houden ze ten minste rekening met de variabelen vermeld in bijlage I. Ze kunnen bovendien rekening houden met de in bijlage II vermelde factoren die wijzen op een potentieel lager risico, en houden ten minste rekening met de in bijlage III vermelde factoren die wijzen op een potentieel hoger risico. Ze houden eveneens rekening met de relevante bevindingen van het door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2015/849 opgemaakte verslag, met het verslag opgemaakt door de coördinatieorganen krachtens artikel 68, elk voor wat hen aanbelangt, evenals met alle relevante informatie waarover ze beschikken. Art. 17.De algemene risicobeoordeling bedoeld in artikel 16 wordt gedocumenteerd, bijgewerkt en ter beschikking gehouden van de toezichtautoriteiten die bevoegd zijn op grond van artikel 85. De onderworpen entiteiten moeten tegenover hun toezichtautoriteit die bevoegd is op grond van artikel 85 kunnen aantonen dat de gedragslijnen, de procedures en de interne controlemaatregelen die ze vaststellen overeenkomstig artikel 8, in voorkomend geval met inbegrip van het cliëntacceptatiebeleid, in verhouding staan tot het geïdentificeerde WG/FT-risico. De bijwerking van de algemene risicobeoordeling houdt in voorkomend geval ook in dat de individuele risicobeoordelingen bedoeld in artikel 19, § 2, eerste lid, worden bijgewerkt. Art. 18.De toezichtautoriteiten die bevoegd zijn op grond van artikel 85 kunnen beslissen dat bepaalde gedocumenteerde risicobeoordelingen niet vereist zijn, indien de aan de betrokken activiteiten inherente specifieke risico's duidelijk en inzichtelijk zijn. TITEL 3. - Waakzaamheid ten aanzien van de cliënten en de verrichtingen HOOFDSTUK 1. - Algemene waakzaamheidsverplichtingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 19.§ 1. De onderworpen entiteiten nemen ten aanzien van hun cliënten waakzaamheidsmaatregelen die bestaan in het volgende : 1° het identificeren en verifiëren van de identiteit van de personen bedoeld in afdeling 2, overeenkomstig de bepalingen van voornoemde afdeling;2° beoordelen van de kenmerken van de cliënt en het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie of de occasionele verrichting en daartoe in voorkomend geval bijkomende informatie inwinnen, overeenkomstig de bepalingen van afdeling 3;en 3° een doorlopende waakzaamheid aan de dag leggen ten aanzien van de zakelijke relaties en verrichtingen, overeenkomstig de bepalingen van afdeling 4. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde waakzaamheidsmaatregelen zijn gebaseerd op een individuele beoordeling van de WG/FT-risico's, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de cliënt en de zakelijke relatie of de betrokken verrichting. Deze individuele risicobeoordeling houdt bovendien rekening met de algemene risicobeoordeling bedoeld in artikel 16, eerste lid, evenals met de variabelen en factoren bedoeld in het tweede lid van hetzelfde artikel waarmee deze laatste met name rekening houdt. Wanneer ze in het kader van hun individuele risicobeoordeling bedoeld in het eerste lid, gevallen van hoog risico identificeren, nemen de onderworpen entiteiten maatregelen van verhoogde waakzaamheid. Ze kunnen vereenvoudigde waakzaamheidsmaatregelen toepassen indien ze gevallen van laag risico identificeren. De onderworpen entiteiten zorgen er in elk geval voor dat ze tegenover de toezichtautoriteiten die bevoegd zijn op grond van artikel 85 kunnen aantonen dat de waakzaamheidsmaatregelen die ze toepassen, in verhouding staan tot het geïdentificeerde WG/FT-risico. Art. 20.De onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 3° tot en met 22°, mogen geen anonieme rekeningen openen of rekeningen openen onder een valse naam of een pseudoniem. Ze nemen alle gepaste maatregelen om de naleving van dit verbod te verzekeren. Afdeling 2. - Verplichtingen tot identificatie en identiteitsverificatie Onderafdeling 1. - Te identificeren personen Art. 21.§ 1. De onderworpen entiteiten identificeren en verifiëren de identiteit van de cliënten : 1° met wie ze zakelijke relaties aangaan;2° die occasioneel, buiten een zakelijke relatie bedoeld in 1° :
  109. a)één of meerdere verrichtingen uitvoeren waartussen een verband lijkt te bestaan, voor een bedrag van 10 000 euro of meer;of
  110. b)onverminderd de verplichtingen uit hoofde van de Europese verordening betreffende geldovermakingen, één of meerdere overschrijvingen of geldovermakingen verrichten, in de zin van die verordening, waartussen een verband lijkt te bestaan, en voor een bedrag van meer dan 1 000 euro, of ongeacht het bedrag, wanneer de betrokken geldmiddelen door de onderworpen entiteit contant of in anoniem elektronisch geld zijn ontvangen. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een in België uitgevoerde overmaking van geld op de betaalrekening van een begunstigde niet beschouwd als een overschrijving of geldovermaking in de zin van de Europese verordening betreffende geldovermakingen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  111. i)de betrokken rekening maakt uitsluitend de betaling van de prijs voor de levering van goederen of diensten mogelijk;
  112. ii)de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde is een onderworpen entiteit; iii) de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde de persoon die met de begunstigde een overeenkomst heeft gesloten voor de levering van goederen of diensten, kan, via de begustigde, de persoon terug traceren aan de hand van een unieke transactiecode; en
  113. iv)het bedrag van de geldovermaking is niet hoger dan 1 000 euro; 3° in het geval van exploitanten van kansspelen bedoeld in artikel 5, § 1, 33° onverminderd de bepalingen onder 5° en 6°, die een verrichting uitvoeren die bestaat uit het plaatsen van een inzet voor een bedrag van 2 000 euro of meer, of het zich laten uitbetalen van een winst voor een bedrag van 2 000 euro of meer, in het geval de identificatie en de verificatie van de identiteit van de cliënt nog niet plaatsvond, ongeacht of de verrichting in één dan wel in verscheidene verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan, plaatsvindt.4° die niet onder de bepalingen onder 1° tot en met 3° vallen en ten aanzien van wie er een vermoeden van witwassen van geld of van financiering van terrorisme bestaat;5° voor dewelke er wordt betwijfeld of de eerder verkregen cliëntidentificatiegegevens waarheidsgetrouw of juist zijn. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, 3°, moet onder "verrichtingen waartussen een verband bestaat" worden verstaan verrichtingen die door een en dezelfde persoon worden uitgevoerd, die betrekking hebben op een en dezelfde verrichting van dezelfde aard die hetzelfde of een gelijkaardig doel hebben en die op dezelfde plaats worden uitgevoerd, ongeacht of die verrichtingen tegelijkertijd dan wel met korte tussenpozen worden uitgevoerd. § 3. Na advies van de toezichtautoriteiten die bevoegd zijn op grond van artikel 85, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, een lagere drempel vaststellen dan die bedoeld in paragraaf 1, 2°, a), voor bepaalde types van verrichtingen en/of bepaalde onderworpen entiteiten, rekening houdend, met name, met de risicobeoordeling door de bevoegde toezichtautoriteiten conform artikel 87, § 1. Art. 22.In voorkomend geval identificeren de onderworpen entiteiten de lasthebber(
  114. s)van de cliënten bedoeld in artikel 21 en verifiëren zij hun identiteit. Art. 23.§ 1. In voorkomend geval identificeren de onderworpen entiteiten de uiteindelijke begunstigde(
  115. n)van de cliënten bedoeld in artikel 21, en de uiteindelijke begunstigde(
  116. n)van de lasthebbers bedoeld in artikel 22, en nemen zij passende maatregelen om hun identiteit te verifiëren. De identificatie van de uiteindelijke begunstigden overeenkomstig het eerste lid omvat het nemen van redelijke maatregelen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt of lasthebber die een vennootschap, rechtspersoon, stichting, fiducie, trust of soortgelijke juridische constructie is. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing indien de cliënt, de lasthebber van de cliënt, of een vennootschap die zeggenschap heeft over de cliënt of de lasthebber, een vennootschap is die genoteerd is op een gereglementeerde markt, in de zin van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, in een lidstaat of op een gereglementeerde markt in een derde land waar de genoteerde vennootschap onderworpen is aan wettelijke bepalingen die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van de genoemde richtlijn en die met name vereisten tot openbaarmaking van de deelnemingen in de betrokken vennootschap opleggen die gelijkwaardig zijn aan die waarin het recht van de Europese Unie voorziet. Art. 24.Onverminderd de artikelen 21 tot en met 23, identificeren de onderworpen entiteiten bedoeld in 5, § 1, 4° tot en met 22°, de identiteit van de begunstigden van de levensverzekeringsovereenkomsten. In voorkomend geval identificeren de onderworpen entiteiten bedoeld in het eerste lid de uiteindelijke begunstigde(
  117. n)van de begunstigden van de betrokken verzekeringsovereenkomsten, en verifiëren zij hun identiteit. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 23 van toepassing. Art. 25.De onderworpen entiteiten die elektronisch geld uitgeven, kunnen op basis van een passende beoordeling van het WG/FT-risico overeenkomstig artikel 16, die een laag risico aantoont, afwijken van de artikelen 21 tot en met 23 ten aanzien van cliënten in het kader van de uitgifte van elektronisch geld, indien de volgende risicobeperkende voorwaarden vervuld zijn : 1° het betalingsinstrument kan niet heropgeladen worden, of kan enkel worden gebruikt in België voor het uitvoeren van betalingen waarvoor een maximale maandelijkse limiet van 250 euro geldt;2° het elektronisch opgeslagen bedrag bedraagt niet meer dan 250 euro;3° het betalingsinstrument wordt uitsluitend gebruikt voor de aankoop van goederen of diensten;4° op het betalingsinstrument kan geen bedrag worden bijgeschreven met anoniem elektronisch geld;5° de betrokken uitgever van elektronisch geld voert een monitoring van de verrichtingen of de zakelijke relatie uit die toereikend is voor het opsporen van ongebruikelijke of verdachte verrichtingen. De uitgever van elektronisch geld gaat evenwel over tot de identificatie en de verificatie van de identiteit van iedere persoon aan wie hij een terugbetaling in contanten verricht van de monetaire waarde van het elektronisch geld, voor een bedrag dat hoger is dan 100 euro of die een opname in contanten verricht ten belope van hetzelfde bedrag. Onderafdeling 2. - Voorwerp van de identificatie en de identiteitsverificatie Art. 26.§ 1. Teneinde te voldoen aan hun verplichting tot identificatie van de personen bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24, verzamelen de onderworpen entiteiten relevante informatie over deze personen om ze met voldoende zekerheid te kunnen onderscheiden van elke andere persoon, rekening houdend met het overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, geïdentificeerde risiconiveau. § 2. Onverminderd de in paragraaf 3 bedoelde omstandigheden die een laag risico vertegenwoordigen of de in paragraaf 4 bedoelde omstandigheden die een hoog risico vertegenwoordigen, is de relevante informatie bedoeld in paragraaf 1 : 1° wanneer de identificatieverplichting betrekking heeft op een natuurlijke persoon, zijn naam, voornaam, geboortedatum en -plaats en, in de mate van het mogelijke, zijn adres;2° wanneer de identificatieverplichting betrekking heeft op een rechtspersoon, zijn maatschappelijke naam, zijn maatschappelijke zetel, de lijst van de bestuurders en de bepalingen inzake de bevoegdheid om de rechtspersoon te verbinden;3° wanneer de identificatieverplichting betrekking heeft op een trust, een fiducie of een soortgelijke juridische constructie, zijn benaming, de informatie bedoeld in de bepalingen onder 1° of 2° betreffende zijn trustee(
  118. s)of fiduciebeheerder(s), zijn oprichter(s), in voorkomend geval zijn protector(s), evenals de bepalingen inzake de bevoegdheid om de trust, de fiducie of de vergelijkbare juridische constructie te verbinden. In afwijking van het eerste lid, 1° : 1° wanneer de identificatieverplichting betrekking heeft op een natuurlijke persoon in zijn hoedanigheid van uiteindelijke begunstigde, gebeurt de identificatie van zijn geboortedatum en -plaats in de mate van het mogelijke;2° wanneer de identificatieverplichting betrekking heeft op natuurlijke personen in hun hoedanigheid van uiteindelijke begunstigen van een stichting, een (internationale) vereniging zonder winstoogmerk, een fiducie of een trust, of een vergelijkbare juridische constructie, die haar/zijn begunstigden aanwijst op basis van hun specifieke kenmerken of de specifieke categorie waartoe ze behoren, wint de onderworpen entiteit voldoende informatie in betreffende de betrokken kenmerken of categorie om op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigden hun definitieve rechten uitoefenen, in staat te zijn de identiteit vast te stellen van de natuurlijke personen die de uiteindelijke begunstigden zijn. In afwijking van het eerste lid, 1° tot en met 3°, wanneer de identificatieverplichting betrekking heeft op de begunstigde van een levensverzekeringsovereenkomst : 1° wanneer de begunstigde van de overeenkomst met name is genoemd, wint de onderworpen entiteit informatie in over zijn naam en voornaam of benaming;2° wanneer de begunstigde van de overeenkomst wordt aangewezen op basis van zijn specifieke kenmerken of de categorie waartoe hij behoort, of op een andere wijze, wint de onderworpen entiteit voldoende informatie in over deze begunstigde om zeker te zijn dat ze op het tijdstip van uitbetaling in staat zal zijn de identiteit van die begunstigde vast te stellen. § 3. Wanneer uit de individuele risicobeoordeling uitgevoerd overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, blijkt dat het risico verbonden aan de cliënt en de zakelijke relatie of aan de verrichting laag is, kan de onderworpen entiteit de informatie die ze inwint, beperken ten opzichte van deze opgesomd in paragraaf 2. De ingewonnen informatie moet evenwel voldoende blijven om de betrokken persoon met voldoende zekerheid te kunnen onderscheiden van elke andere persoon. § 4. Wanneer uit de individuele risicobeoordeling uitgevoerd overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, blijkt dat het risico verbonden aan de cliënt en de zakelijke relatie of aan de verrichting hoog is, moet de onderworpen entiteit zich er met verhoogde aandacht van vergewissen dat de op grond van paragraaf 2 ingewonnen informatie haar in staat stelt om de betrokken persoon op onbetwistbare wijze te onderscheiden van elke andere persoon. Indien nodig wint ze daartoe bijkomende informatie in. Art. 27.§ 1. Om te voldoen aan hun verplichting tot verificatie van de identiteit van de personen bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24, toetsen de onderworpen entiteiten alle of een deel van de identificatiegegevens die verzameld zijn op grond van artikel 26 aan één of meerdere bewijsstukken of betrouwbare en onafhankelijke informatiebronnen die deze gegevens kunnen bevestigen, om voldoende zekerheid te verkrijgen dat ze de betrokken personen kennen. Daarbij moeten de onderworpen entiteiten rekening houden met het overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, geïdentificeerde risiconiveau. § 2. Onverminderd de toepassing van de paragrafen 3 en 4, verifiëren de onderworpen entiteiten alle op grond van artikel 26, § 2, verzamelde identificatiegegevens. § 3. Wanneer uit de individuele risicobeoordeling uitgevoerd overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, blijkt dat het risico verbonden aan de cliënt en de zakelijke relatie of aan de verrichting laag is, kan de onderworpen entiteit de op grond van artikel 26 ingewonnen informatie die ze verifieert, beperken. De geverifieerde informatie moet evenwel voldoende blijven om de onderworpen entiteit voldoende zekerheid te verschaffen over haar kennis van de betrokken persoon. § 4. Wanneer uit de individuele risicobeoordeling uitgevoerd overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, blijkt dat het aan de cliënt en de zakelijke relatie of aan de verrichting verbonden risico hoog is, verifieert de onderworpen entiteit alle informatie die ze heeft ingewonnen op grond van artikel 26, en vergewist ze zich er met verhoogde aandacht van dat de documenten en informatiebronnen waarop ze een beroep doet om deze informatie te verifiëren, haar een hoge mate van zekerheid verschaffen over haar kennis van de betrokken persoon. Art. 28.§ 1. Aan de door de Koning aangeduide beroepsorganisaties wordt toestemming verleend om op verzoek van een onderworpen entiteit bedoeld in artikel 5, § 1, en dit uitsluitend voor de verificatie door een dergelijke entiteit, van de identiteit van de cliënten en hun lasthebbers, die natuurlijke personen zijn en die niet fysiek aanwezig zijn bij hun identificatie, evenals voor de verificatie van de identiteit van de uiteindelijke begunstigden van de cliënten en voor de bijwerking van de identificatiegegevens van de cliënten, lasthebbers en uiteindelijke begunstigden, in overeenstemming met deze wet : 1° het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken;2° toegang te verkrijgen tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;3° een afschrift te maken op papier of op een elektronische informatiedrager van de in het Rijksregister geraadpleegde informatie. Zij delen aan de onderworpen entiteit die daarom heeft verzocht de gegevens mee die nodig zijn voor de uitvoering van haar verplichtingen die zijn opgesomd in het eerste lid. Zij mogen gezamenlijk of elk afzonderlijk een instelling oprichten of gebruiken die, in voorkomend geval, in hun plaats beschikt over de toestemming bedoeld in het eerste lid en die aan de onderworpen entiteit die erom heeft verzocht, de gegevens meedeelt die nodig zijn voor de uitvoering van haar in het eerste lid opgesomde verplichtingen. Onverminderd de bepalingen van andere wetten, reglementen of uitvoeringsbesluiten, moeten de in het derde lid bedoelde instellingen voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° ze genieten rechtspersoonlijkheid;2° hun zetel en hoofdbestuur zijn in België gevestigd;3° zij staan onder de uitsluitende zeggenschap van de beroepsorganisaties die hen op grond van het eerste lid hebben opgericht of van de onderworpen entiteiten die lid zijn van deze beroepsorganisaties. § 2. De onderworpen entiteiten bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, mogen met het oog op de naleving van hun verplichtingen die in het genoemde lid zijn opgesomd, alle informatie die zij ontvangen van de beroepsorganisaties of van door hen op grond van paragraaf 1, derde lid, opgerichte instellingen gebruiken, verwerken, bewaren, en er een afschrift van maken op papier of op een elektronische informatiedrager. § 3. Bij de aanwijzing van de beroepsorganisaties bedoeld in paragraaf 1 vergewist de Koning zich ervan dat ze geschikt zijn voor de uitoefening van hun functie als tussenpersoon in het kader van de toepassing van dit artikel, met name vanuit het oogpunt van hun geschiktheid om de onderworpen entiteiten te vertegenwoordigen, van hun duurzaamheid, hun governance en organisatie of in voorkomend geval van die van de instelling die ze oprichten. Art. 29.De onderworpen entiteiten die toegang hebben tot het in artikel 73 bedoeld centraal register van de uiteindelijke begunstigden, tot de gelijkwaardige registers die worden bijgehouden in andere lidstaten op grond van artikel 30, lid 3, van Richtlijn 2015/849 of in derde landen, of tot registers van de uiteindelijke begunstigden van trusts, fiducieën of gelijksoortige juridische constructies die worden bijgehouden in andere lidstaten op grond van artikel 31, lid 4, van Richtlijn 2015/849, of in derde landen baseren zich niet uitsluitend op de raadpleging van deze registers om te voldoen aan hun verplichtingen inzake identificatie en verificatie van de identiteit van de uiteindelijke begunstigden van hun cliënten, van de lasthebbers van hun cliënten of de begunstigden van levensverzekeringsovereenkomsten. Zij nemen daartoe bijkomende maatregelen die evenredig zijn met het overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, geïdentificeerde risiconiveau. Onderafdeling 3. - Tijdstip van de identificatie en de identiteitsverificatie Art. 30.De onderworpen entiteiten voldoen aan hun verplichting tot identificatie en verificatie van de identiteit van de cliënten bedoeld in artikel 21, § 1, en van de uiteindelijke begunstigden bedoeld in artikel 23, § 1, alvorens een zakelijke relatie aan te gaan met hun cliënten of occasionele verrichtingen uit te voeren waarvoor ze zijn aangezocht. De onderworpen entiteiten voldoen aan hun verplichting tot identificatie en verificatie van de identiteit van de lasthebbers van de cliënten bedoeld in artikel 22 vooraleer deze lasthebbers gebruik maken van hun bevoegdheid om de cliënten die zij vertegenwoordigen te verbinden. In het geval van levensverzekeringsovereenkomsten voldoen de onderworpen entiteiten aan hun verplichting tot identificatie van de begunstigden bedoeld in artikel 24 zodra deze laatsten aangewezen of identificeerbaar zijn. Zij voldoen uiterlijk op het tijdstip van uitbetaling aan hun verplichting tot verificatie van de identiteit van deze begunstigden. Ingeval de levensverzekeringsovereenkomst geheel of gedeeltelijk aan een derde wordt overgedragen, identificeren de onderworpen entiteiten die op de hoogte zijn van die overdracht, de begunstigde van de desbetreffende overeenkomst op het tijdstip van de overdracht aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon of juridische constructie die de waarde van de overgedragen overeenkomst ten eigen voordele ontvangt. Art. 31.In afwijking van artikel 30, eerste en tweede lid, mogen de onderworpen entiteiten, onverminderd artikel 37, in bijzondere omstandigheden die limitatief zijn opgesomd in hun interne procedures en voor zover het noodzakelijk is dat de uitoefening van de activiteiten niet wordt onderbroken, de identiteit van de personen bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24 tijdens de zakelijke relatie verifiëren, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° uit de overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, uitgevoerde individuele risicobeoordeling blijkt dat de zakelijke relatie een laag WG/FT-risico vertegenwoordigt;2° de verificatie van de identiteit van de betrokken personen wordt overeenkomstig artikel 27 zo spoedig mogelijk na het eerste contact met de cliënt verricht. Wanneer een onderworpen entiteit bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 22°, gebruik maakt van de afwijking bedoeld in het eerste lid bij de opening van een rekening, met name een rekening die verrichtingen op financiële instrumenten toestaat, mag door de cliënt of in zijn naam geen enkele overdracht, opname of overmaking van geld of andere effecten aan een cliënt of zijn lasthebber worden verricht vanaf deze rekening, vooraleer de identiteit van de personen bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24 geverifieerd is overeenkomstig de artikelen 27 tot en met 29. Art. 32.De onderworpen entiteiten die elektronisch geld uitgeven, kunnen op basis van een passende beoordeling van het WG/FT-risico overeenkomstig artikel 16, die aantoont dat dit risico laag is, afwijken van artikel 30, eerste en tweede lid, ten aanzien van cliënten in het kader van de uitgifte van elektronisch geld, indien alle risicobeperkende voorwaarden van artikel 25 vervuld zijn. Onderafdeling 4. - Niet-nakoming van de verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie Art. 33.§ 1. Wanneer de onderworpen entiteiten niet kunnen voldoen aan hun verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie van een cliënt, zijn lasthebbers of zijn uiteindelijke begunstigden, binnen de termijnen bedoeld in de artikelen 30 tot en met 31, mogen zij met deze cliënt geen zakelijke relatie aangaan of verrichtingen voor hem uitvoeren. Ze beëindigen bovendien de zakelijke relatie die reeds werd aangegaan. In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onderzoeken de onderworpen entiteiten, overeenkomstig artikel 46, of de redenen waarom niet kan worden voldaan aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen, een vermoeden van WG/FT doen rijzen en of er reden is tot melding aan de CFI. De toezichtautoriteiten mogen de onderworpen entiteiten die onder hun bevoegdheid vallen, bij wijze van reglement toestaan om andere beperkende maatregelen toe te passen dan de krachtens het eerste lid vereiste beëindiging van de zakelijke relatie, wanneer in bepaalde gevallen, die worden gepreciseerd in voornoemd reglement, een dergelijke eenzijdige beëindiging van de zakelijke relatie door de onderworpen entiteit verboden is door andere wettelijke bepalingen die dwingend of van openbare orde zijn, of wanneer een dergelijke eenzijdige beëindiging de entiteit aan een ernstig en onevenredig nadeel zou blootstellen. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 23° tot en met 28°, onder de strikte voorwaarde dat zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen of deze cliënt verdedigen of vertegenwoordigen in of in verband met een rechtsgeding, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een dergelijk rechtsgeding. Afdeling 3. - Verplichting tot identificatie van de kenmerken van de cliënt en van het doel en de aard van de zakelijke relatie of van de occasionele verrichting Art. 34.§ 1. De onderworpen entiteiten nemen passende maatregelen om de kenmerken van de cliënt en het doel en de aard van de zakelijke relatie of de voorgenomen occasionele verrichting te beoordelen. Ze vergewissen zich er met name van dat ze beschikken over de informatie die nodig is voor de tenuitvoerlegging van het cliëntacceptatiebeleid bedoeld in artikel 8, voor de uitvoering van de verplichting tot doorlopende waakzaamheid ten aanzien van de zakelijke relaties en de verrichtingen, overeenkomstig afdeling 4, en voor de specifieke verplichting tot verhoogde waakzaamheid, overeenkomstig hoofdstuk 2. Ze nemen met name redelijke maatregelen om te bepalen of de geïdentificeerde personen, met toepassing van afdeling 2, met inbegrip van de uiteindelijke begunstigde van de begunstigde van een levensverzekeringsovereenkomst, politiek prominente personen, familieleden van politiek prominente personen of personen bekend als naaste geassocieerden van politiek prominente personen zijn. Deze informatie moet ten laatste worden verkregen op het tijdstip waarop de zakelijke relatie wordt aangegaan of de occasionele verrichting wordt uitgevoerd. De daartoe genomen maatregelen zijn evenredig met het overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, geïdentificeerd risiconiveau. § 2. De onderworpen entiteiten die elektronisch geld uitgeven, kunnen op basis van een passende beoordeling van het WG/FT-risico overeenkomstig artikel 16, die een laag risico aantoont, afwijken van paragraaf 1 ten aanzien van cliënten in het kader van de uitgifte van elektronisch geld, indien de risicobeperkende voorwaarden opgesomd in artikel 25 vervuld zijn. § 3. Indien de onderworpen entiteiten niet kunnen voldoen aan hun verplichting bedoeld in paragraaf 1, mogen zij geen zakelijke relatie aangaan, noch een verrichting, in het bijzonder een verrichting via een bankrekening, voor de cliënt uitvoeren. Ze beëindigen bovendien de zakelijke relatie die reeds werd aangegaan of passen in voorkomend geval de alternatieve, beperkende maatregelen toe, bedoeld in artikel 33, § 1, derde lid. In de gevallen bedoeld in het eerste lid onderzoeken de onderworpen entiteiten overeenkomstig artikel 46 of de redenen waarom niet kan worden voldaan aan de in paragraaf 1 bedoelde verplichting een vermoeden van WG/FT doen rijzen en of er reden is tot melding aan de CFI. § 4. Paragraaf 3 is niet van toepassing op de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 23° tot en met 28°, onder de strikte voorwaarde dat zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen of deze cliënt verdedigen of vertegenwoordigen in of in verband met een rechtsgeding, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een dergelijk rechtsgeding. Afdeling 4. - Verplichting tot doorlopende waakzaamheid Art. 35.§ 1. De onderworpen entiteiten leggen ten aanzien van de zakelijke relatie een doorlopende waakzaamheid aan de dag die evenredig is met het overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, geïdentificeerd risiconiveau, wat met name het volgende inhoudt : 1° een aandachtig onderzoek van de verrichtingen uitgevoerd gedurende de zakelijke relatie en indien nodig van de oorsprong van de geldmiddelen, om te verifiëren of deze verrichtingen stroken met de kenmerken van de cliënt, het doel en de aard van de zakelijke relatie of de voorgenomen verrichting en met het risicoprofiel van de cliënt, om atypische verrichtingen op te sporen die moeten worden onderworpen aan een grondige analyse overeenkomstig artikel 45;2° het actueel houden van de gegevens die worden bijgehouden overeenkomstig de afdelingen 2 en 3, met name wanneer elementen die relevant zijn voor de individuele risicobeoordeling bedoeld in artikel 19 worden gewijzigd. De bijwerking van de gegevens bedoeld in het eerste lid, 2°, en van de verificatie van deze gegevens wordt verricht overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 29. In het kader van de bijwerking van de informatie die ze over hun cliënten bijhouden, nemen de onderworpen entiteiten maatregelen als bedoeld in artikel 41, § 1, 1°, die hen in staat stellen om onder hun cliënten, de personen te identificeren die politiek prominente personen zijn geworden, familieleden van politiek prominente personen of personen bekend als naaste geassocieerden van politiek prominente personen; in voorkomend geval beslist het hoger leidinggevend personeel om de zakelijke relatie al dan niet voort te zetten en zijn de andere maatregelen van verhoogde waakzaamheid bedoeld in artikel 41, § 1, van toepassing. Onverminderd artikel 17, derde lid, impliceert de bijwerking van de informatie overeenkomstig het derde lid, indien dit noodzakelijk is, dat de individuele risicobeoordeling bedoeld in artikel 19, § 2, eerste lid, eveneens wordt bijgewerkt ten aanzien van de betrokken cliënten en in voorkomend geval, dat de draagwijdte van de getroffen maatregelen van doorlopende waakzaamheid wordt aangepast. § 2. Indien de onderworpen entiteiten redenen hebben om aan te nemen dat ze niet zullen kunnen voldoen aan hun verplichting bedoeld in paragraaf 1, mogen zij geen zakelijke relatie aangaan, noch een verrichting voor de cliënt uitvoeren. Wanneer ze, ten aanzien van bestaande klanten niet kunnen voldoen aan die verplichting, beëindigen ze de zakelijke relatie die reeds werd aangegaan of passen ze in voorkomend geval de alternatieve beperkende maatregelen toe bedoeld in artikel 33, § 1, derde lid. In de gevallen bedoeld in het eerste lid onderzoeken de onderworpen entiteiten, overeenkomstig artikel 46, of de redenen waarom niet kan worden voldaan aan de in het eerste lid bedoelde verplichting, een vermoeden van WG/FT doen rijzen en of er reden is tot melding aan de CFI. § 3. Paragraaf 2 is niet van toepassing op de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 23° tot en met 28°, onder de strikte voorwaarde dat zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen of deze cliënt verdedigen of vertegenwoordigen in of in verband met een rechtsgeding, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een dergelijk rechtsgeding. Art. 36.Elke onderworpen entiteit zorgt ervoor dat haar personeelsleden, alsook haar agenten en distributeurs die een verrichting die ze als atypisch beschouwen in de zin van artikel 35, § 1, 1°, of het feit dat ze niet kunnen voldoen aan de waakzaamheidsverplichtingen bedoeld in de artikelen 33, § 1, 34, § 3, en 35, § 2, intern melden, worden beschermd tegen elke bedreiging of daad van agressie, en in het bijzonder tegen nadelig of discriminerend optreden van de werkgever. HOOFDSTUK 2. - Bijzondere gevallen van verhoogde waakzaamheid Art. 37.§ 1. In de gevallen bedoeld in artikel 31 maken de maatregelen genomen voor de verificatie van de identiteit van de personen bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24, en de in het kader van de zakelijke relatie uitgevoerde verrichtingen het voorwerp uit van een verhoogde waakzaamheid totdat de identiteit van alle betrokken personen werd geverifieerd. Voor elke anomalie, met inbegrip van de onmogelijkheid om de identiteit van genoemde personen zo spoedig mogelijk te verifiëren, wordt een analyse verricht en wordt een schriftelijk verslag opgesteld als bedoeld in artikel 45. § 2. Wanneer ze de alternatieve beperkende maatregelen bedoeld in de artikelen 33, § 1, 34, § 3, en 35, § 2, treffen, leggen de onderworpen entiteiten ten aanzien van de betrokken zakelijke relaties een verhoogde waakzaamheid aan de dag. Art. 38.De onderworpen entiteiten passen maatregelen van verhoogde waakzaamheid toe in het kader van hun relaties met natuurlijke of rechtspersonen of met juridische constructies, zoals trusts of fiducieën, die gevestigd zijn in een derde land met een hoog risico. De onderworpen entiteiten die bijkantoren of meerderheidsdochters hebben opgericht in derde landen met een hoog risico mogen deze, op basis van een bijzondere risicobeoordeling, toestaan niet automatisch maatregelen van verhoogde waakzaamheid toe te passen, op voorwaarde dat ze zich ervan vergewissen dat de betrokken bijkantoren en dochters volledig voldoe

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.