📄 Wettekst
11 AUGUSTUS 2017. - Wet houdende invoeging van het Boek XX "Insolventie van ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wetboek van economisch recht Art. 2.In boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 14 ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk 14. Definities eigen aan boek XX Art. I.22. Voor de toepassing van boek XX gelden de volgende definities: 1° "insolventieprocedure": een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord of door een collectief akkoord of door overdracht onder gerechtelijk gezag of van faillissement;2° "hoofdinsolventieprocedure": hoofdprocedure zoals bepaald in artikel 3 van de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;3° "beslissing tot opening van een insolventieprocedure": de beslissing van een rechterlijke instantie tot opening van een insolventieprocedure of tot bevestiging van de opening van een dergelijke procedure;4° "insolventierechtbank": de rechtbank van koophandel bevoegd om een insolventieprocedure te openen, of die ze geopend heeft;5° "tijdstip waarop de procedure is geopend": het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een insolventieprocedure rechtsgevolgen heeft, onafhankelijk van de vraag of de beslissing nog voor rechtsmiddelen vatbaar is;6° "register": het Centraal Register Solvabiliteit is de geïnformatiseerde gegevensbank waar de dossiers betreffende de minnelijke akkoorden, de procedures van gerechtelijke reorganisatie of faillissement worden opgeslagen en bewaard;7° "insolventiefunctionaris": elke persoon of instantie waarvan de taak, mede op tussentijdse basis, erin bestaat, een of meer van de volgende taken te vervullen: i) de in het kader van een insolventieprocedure ingediende vorderingen te verifiëren en te aanvaarden; ii) het collectieve belang van de schuldeisers te behartigen; iii) het geheel of een deel van de goederen waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking werd ontzegd, te beheren; iv) de onder iii) bedoelde goederen te vereffenen en in voorkomend geval de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers; of v) toe te zien op het beheer van de onderneming van de schuldenaar; 8° "schuldenaar": de onderneming in de zin van artikel XX.1 van dit boek; 9° "schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt": een schuldenaar ten aanzien van wie een insolventieprocedure is geopend, waarbij niet noodzakelijkerwijs een insolventiefunctionaris wordt aangewezen of waarbij de rechten en plichten aangaande het beheer van de goederen van de schuldenaar niet volledig aan een insolventiefunctionaris worden overgedragen, en waarbij de schuldenaar derhalve volledig of tenminste gedeeltelijk de zeggenschap over zijn goederen of zijn activiteiten behoudt; 10° "beoefenaar van een vrij beroep": de onderneming in de zin van artikel I.1.14° van dit boek; 11° "schuldvorderingen in de opschorting": de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of gerechtelijke beslissing genomen in het kader van de procedure volgen;12° "gewone schuldvorderingen in de opschorting": de schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting;13° "gewone schuldeiser in de opschorting": de persoon die titularis is van een gewone schuldvordering in de opschorting;14° "buitengewone schuldvorderingen in de opschorting": de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn op het ogenblik van de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, door een zakelijke zekerheid, en de schuldvorderingen van de schuldeisers-eigenaars;de schuldvordering is slechts buitengewoon ten belope van het bedrag waarvoor, op de dag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, een inschrijving of registratie is genomen, of wanneer geen inschrijving of registratie is genomen, ten belope van de realisatiewaarde in going concern van het goed of indien het onderpand betrekking heeft op specifieke verpande schuldvorderingen, de boekhoudkundige waarde; de hiervoor omschreven beperking is slechts van toepassing met het oog op de uitwerking en stemming van het reorganisatieplan, zoals bedoeld in de artikelen XX.72 tot XX.83; 15° "buitengewone schuldeiser in de opschorting": de persoon die titularis is van een buitengewone schuldvordering in de opschorting;16° "schuldeiser-eigenaar": de schuldeiser die tot zekerheid van zijn schuldvordering eigenaar is van goederen in handen van de schuldenaar, op de dag van de opening van een insolventieprocedure;17° "centrum van de voornaamste belangen": de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is;18° "vestiging": elke plaats van handeling waar een schuldenaar met behulp van mensen en goederen een economische activiteit die niet van tijdelijke aard is, uitoefent of heeft uitgeoefend in de periode van drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de hoofdinsolventieprocedure;19° "maatschappelijke zetel": de statutaire zetel;20° "opschorting": het door de rechtbank aan de schuldenaar toegekend moratorium teneinde een gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord of door een collectief akkoord of door overdracht onder gerechtelijk gezag te realiseren; 21° "reorganisatieplan": het door de schuldenaar in de loop van de opschorting opgesteld plan, bedoeld in de artikelen XX.70 en volgende; 22° "restschulden": de schulden die onbetaald zijn gebleven bij het einde van de insolventieprocedure;23° "Insolventieverordening": de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;24° "moedervennootschap": een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent over een of meer vennootschappen; een vennootschap die geconsolideerde financiële overzichten opstelt overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad wordt geacht een moedervennootschap te zijn; 25° "vennootschapsgroep": een moedervennootschap en al haar dochtervennootschappen;26° "verbonden ondernemingen": ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel 11, 1°, van het Wetboek van vennootschappen; 27° "elektronische ondertekening": een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, of door een andere elektronische handtekening die voldoet aan de criteria die de Koning kan bepalen ten einde de identiteit van de partijen en hun instemming met de inhoud van de akte te verzekeren. Art. 3.In hetzelfde Wetboek wordt een boek XX ingevoegd dat luidt als volgt "Insolventie van ondernemingen": "Titel 1. Algemene beginselen Hoofdstuk 1. - Toepassingsgebied Art. XX.1. § 1. Voor de toepassing van dit boek zijn ondernemingen: (a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;(b) iedere rechtspersoon;(c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. Voor toepassing van dit boek zijn, in afwijking van het eerste lid, geen ondernemingen: (a) iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie;(b) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon;(c) de federale staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het openen van een insolventieprocedure ten aanzien van een onderneming waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, houdt hierdoor niet noodzakelijk de opening van een insolventieprocedure ten aanzien van haar onbeperkt aansprakelijke vennoten in.
De Koning bepaalt de nadere toepassingsregels van dit boek voor de vrije beroepen en hun verenigingen. § 2. De bepalingen van dit boek gelden onverminderd het bijzondere recht dat de gereglementeerde vrije beroepen of de ministeriële ambtenaren en notarissen betreft, met inbegrip van de toegang tot het beroep, de beperkingen aan het beheer en de overgang van het vermogen en de eerbiediging van het beroepsgeheim.
De bepalingen van dit boek mogen niet derwijze worden uitgelegd dat zij een beperking inhouden van de plicht tot het bewaren van het beroepsgeheim of de vrije keuze van de patiënt of cliënt van de beoefenaar van een vrij beroep. § 3. De bepalingen van de titels II, III, IV en V van dit boek zijn niet van toepassing op de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de verrekenings- en vereffeningsinstellingen en gelijkgestelde instellingen, de herverzekeringsondernemingen, de financiële holdings en de gemengde financiële holdings. § 4. In geval van twijfel betreffende de verenigbaarheid van een bepaling van dit boek met een verplichting volgend uit het wettelijk statuut van de ondernemingen bedoeld in paragraaf 2 kunnen de rechtbank, de gedelegeerd rechter, de rechter-commissaris, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van elke partij in de insolventieprocedure, het advies vragen van de Ordes of Instituten waarvan de beroepsbeoefenaar deel uitmaakt. Dit advies moet gegeven worden binnen een termijn van acht kalenderdagen vanaf de ontvangst van het verzoek tot advies.
Hoofdstuk 2. - Procedureregels Art. XX.2. Geen verzet of hoger beroep staat open tegen: 1° de beslissingen van de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden bedoeld in artikel XX.29; 2° de beslissingen waarbij een gedelegeerd rechter, een rechter-commissaris of een insolventiefunctionaris wordt benoemd of vervangen; 3° de beslissingen van de rechter-commissaris waarbij overeenkomstig artikel XX.122 uitstel of afstel wordt verleend voor de verkoop van in beslag genomen voorwerpen; 4° de beslissingen van de rechter-commissaris waarbij de verkoop van goederen en koopwaren die tot het faillissement behoren, wordt toegestaan;5° de vonnissen waarbij uitspraak wordt gedaan over de betwistingen inzake de afgifte, aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin, van de huisraad en de voorwerpen nodig voor eigen gebruik, evenals inzake de toekenning van levensonderhoud aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin;6° de vonnissen waarbij uitspraak wordt gedaan over het beroep tegen de beschikkingen die de rechter-commissaris of gedelegeerd rechter heeft gegeven bij de vervulling van zijn opdracht. Art. XX.3. Onverminderd de gevolgen die het Gerechtelijk Wetboek hecht aan betekeningen, beginnen de termijnen te lopen, telkens dit boek bepaalt dat gegevens of stukken geplaatst worden in het register, vanaf de dag volgend op deze van de plaatsing.
De artikelen 50, tweede lid, 55 en 56 van het Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de vorderingen en betekeningen bedoeld in dit boek.
Art. XX.4. Bij ontstentenis van een tussenkomst als bedoeld in artikel 813 van het Gerechtelijk Wetboek verwerft degene die, op zijn initiatief of op dat van de rechtbank, is gehoord of een geschrift neerlegt om zijn opmerkingen te laten gelden, iets te vorderen of middelen naar voor te brengen, door dit feit alleen geen hoedanigheid van partij.
Elke vordering inzake faillissement wordt steeds mede gericht tegen de curator.
Art. XX.5. In afwijking van de artikelen 1027 en 1029 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de in titel V van dit boek bedoelde eenzijdige verzoekschriften worden ondertekend door de schuldenaar alleen of door zijn advocaat en worden de daarop betrekking hebbende beslissingen van de rechtbank uitgesproken in openbare terechtzitting.
Art. XX.6. Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens bestaan dat de verzoeker of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs van het bestaan inhoudt inzake een staking van betaling, de voorwaarden van de vaststelling van de datum van staking van betaling, de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of een ter zake doend stuk aangaande andere beslissingen die tijdens de insolventieprocedure kunnen worden genomen en onverminderd de toepassing door de rechtbank van artikel 877 van het Gerechtelijk Wetboek, kan de gedelegeerd rechter of de rechter-commissaris op vordering van iedere belanghebbende bevelen, overeenkomstig de artikelen 877 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, dat het stuk of een afschrift ervan bij een insolventiedossier wordt gevoegd.
Art. XX.7. De rechtbank onderzoekt ambtshalve alle omstandigheden die relevant zijn voor de insolventieprocedure en beveelt ambtshalve elke nuttige onderzoeksmaatregel. Zij kan in dit verband getuigen horen en deskundigen aanstellen. In het kader van deze onderzoeksmaatregelen houdt de rechtbank rekening met de bijzondere regels die de ondernemingen bedoeld in artikel I.1.14°, beheersen en past, zo hiertoe aanleiding is, artikel XX.1, § 4, toe.
De rechter kan ambtshalve in de rechtsplegingen in dit boek bedoeld de rechtsdag bepalen en is daartoe niet gebonden door akkoorden die de partijen hebben gesloten.
Tegen deze maatregel staat geen rechtsmiddel open.
Art. XX.8. Natuurlijke personen die niet bijgestaan worden door een raadsman of rechtspersonen met een maatschappelijke zetel in het buitenland kunnen steeds papieren akten neerleggen op de griffie, of, in geval van een faillissement, bij de curator.
De neerlegging op de griffie, of, in geval van een faillissement, bij de curator, in papieren vorm blijft mogelijk wanneer het register tijdelijk buiten werking is.
Het omzetten van op materiële drager opgemaakte of neergelegde stukken naar een elektronisch dossier wordt verricht door opname in het elektronisch dossier via elektronische lezing en bevestiging van de conformiteit met het elektronisch gelezen document door de griffier of in voorkomend geval door de curator.
De griffier levert, zo nodig, een papieren afschrift van de elektronische gegevens af.
Art. XX.9. Onverminderd de bepalingen van artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek, vindt elke kennisgeving of mededeling of neerlegging bepaald in dit boek aan, bij of door een insolventiefunctionaris, een gedelegeerd rechter of rechter-commissaris plaats via het register.
Wanneer dit boek een mededeling of kennisgeving voorschrijft of oplegt, geldt de plaatsing van het bericht in het register als mededeling of kennisgeving, mits hiervan een elektronische melding gebeurt aan de betrokkene.
De datum van neerlegging, kennisgeving of mededeling wordt vastgesteld door het register. Het register levert een ontvangstbericht of verzendbericht af voor elke neerlegging, kennisgeving of mededeling.
In de gevallen bedoeld in artikel XX.8, tweede lid, is de datum van ontvangst de datum waarop de akte bij de bestemmeling toekomt. De eindbestemmeling levert een ontvangstbericht af.
Art. XX.10. Onverminderd elke kennisgeving of betekening die elders is gedaan, gebeuren de bekendmakingen bevolen krachtens dit boek in het Belgisch Staatsblad.
Art. XX.11. Waar dit boek voorschrijft dat handelingen schriftelijk geschieden, wordt hieraan voldaan indien het stuk is neergelegd door een elektronisch geauthentiseerd persoon via het register en neergelegd met een elektronische handtekening.
Art. XX.12. § 1. De insolventierechtbank gelegen in het rechtsgebied waarin op de dag dat de rechtbank wordt gevat, het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is, is uitsluitend bevoegd een insolventieprocedure te openen.
Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van de maatschappelijke zetel te zijn. Dit vermoeden geldt alleen indien de maatschappelijke zetel in de drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de insolventieprocedure niet naar een ander rechtsgebied is overgebracht.
In het geval van een natuurlijke persoon die een vrij beroep of andere activiteit als zelfstandige uitoefent, wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van diens hoofdvestiging te zijn, of, indien het de titularis van een vrij beroep betreft onderworpen aan een inschrijving, de plaats waar zijn hoofdinschrijving is. Dit vermoeden geldt alleen indien de hoofdvestiging in de drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de insolventieprocedure niet naar een ander rechtsgebied is overgebracht. § 2. Elke afdeling van de rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van een insolventieprocedure, onverminderd de mogelijkheid geboden aan de rechtbank om bij haar reglement de bevoegdheid van de afdelingen af te bakenen met toepassing van artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek. § 3. De afdeling waarbij de zaak eerst aanhangig wordt gemaakt, heeft voorrang op die waarvoor zij later wordt aangebracht. § 4. Paragraaf 1 is van toepassing op de procedure bedoeld in artikel XX.32. De rechtbank die de beslissing tot ontneming van het beheer heeft genomen, is uitsluitend bevoegd om het faillissement van de schuldenaar uit te spreken gedurende de termijn bepaald in artikel XX.32, § 5, vierde lid.
Art. XX.13. De rechtbank bevoegd om kennis te nemen van een insolventieprocedure betreffende een onderneming is bevoegd om kennis te nemen van insolventieprocedures betreffende een met deze onderneming verbonden onderneming. Zij kan een gemeenschappelijke insolventiefunctionaris aanstellen voor alle procedures.
Art. XX.14. De rechtbank bevoegd om kennis te nemen van een insolventieprocedure betreffende een onderneming bepaald in artikel XX.1, § 1, eerste lid, c), of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, is bevoegd om kennis te nemen van insolventieprocedures betreffende de vennoten van deze onderneming.
Zij kan een gemeenschappelijke insolventiefunctionaris aanstellen voor alle procedures.
Hoofdstuk 3. - Register Art. XX.15. Het register bevat alle gegevens en stukken waarvan de opgave wordt bepaald in dit boek.
Het register geldt als authentieke bron voor alle akten en gegevens die erin zijn opgenomen.
Art. XX.16. § 1. De Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone respectievelijk bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, hierna "de beheerder" genoemd, staan samen in voor de inrichting en het beheer van het register. § 2. De bewaartermijn van de in artikel XX.15 bedoelde gegevens bedraagt 30 jaar te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing die de procedure beëindigt. Wanneer deze termijn afloopt worden de gegevens aan het Rijksarchief bezorgd. § 3. De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer: 1° de vorm en de nadere regels van de opname van gegevens in het register;2° de nadere regels inzake de toegang tot het register;3° de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, en de gegevens van het register. Met betrekking tot de schuldenaar, de schuldeisers, de insolventiefunctionarissen, de gedelegeerd rechters en de rechters-commissarissen worden de volgende categorieën van persoonsgegevens in het register verwerkt: 1° identificatiegegevens, zijnde de gegevens die het mogelijk maken om de schuldenaar, de schuldeisers, de insolventiefunctionarissen, de gedelegeerd rechters en de rechters-commissarissen op unieke wijze te identificeren, onder meer: - naam, voornamen of de benaming van de schuldenaar; - nationaliteit; - beroep; - het Rijksregisternummer en het identificatienummer van de Kruispuntbank van ondernemingen; - het adres van inschrijving in het bevolkingsregister of de maatschappelijke zetel; 2° gerechtelijke gegevens, zijnde de gegevens in verband met het dossier van gerechtelijke reorganisatie of het faillissementsdossier, onder meer: - de rechtbank waarbij de procedure hangende is. Art. XX.17. § 1. De beheerder wordt met betrekking tot het register, bedoeld in artikel XX.15, beschouwd als verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. § 2. De beheerder stelt een aangestelde voor de gegevensbescherming aan.
Deze is meer bepaald belast met: 1° het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;2° het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens behandelt over zijn verplichtingen binnen het kader van dit boek en binnen het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de persoonlijke levenssfeer;3° het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;4° het functioneren als het contactpunt voor de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;5° het adviseren van de beheerder over de gepaste wijze waarop het beroepsgeheim van de beoefenaars van vrije beroepen betrokken in een insolventieprocedure kan worden beschermd;6° de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de aangestelde voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.
De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beheerder, de nadere regels volgens dewelke de aangestelde voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert. § 3. De beheerder staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het register.
Overeenkomstig de artikelen 9 tot 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, stelt de beheerder, op de door de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalde wijze, iedere belanghebbende partij in kennis van: 1° de in artikel XX.15, tweede lid, bedoelde gegevens die hem betreffen; 2° de categorieën van personen die toegang hebben tot de onder 1° bedoelde gegevens;3° de bewaartermijn van de onder 1° bedoelde gegevens;4° de in § 2 van dit artikel bedoelde verantwoordelijke voor de verwerking;5° de wijze waarop hij inzage kan verkrijgen van de onder 1° bedoelde gegevens. Art. XX.18. § 1. In de vervulling van hun wettelijke opdracht hebben de magistraten met inbegrip van de leden van het openbaar ministerie, de griffiers, de parketsecretarissen, de rechters-commissarissen en de gedelegeerd rechters, de insolventiefunctionarissen, de schuldenaren en gefailleerden bedoeld in dit boek, alsook de schuldeisers en derden die beroepsmatig rechtbijstand verlenen, in beginsel toegang tot de voor hen relevante in artikel XX.15 bedoelde gegevens, onverminderd de regels die voortvloeien uit de bescherming van het beroeps-en zakengeheim en van het geheim van de beraadslaging.
De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels van toegang tot het register, mede in acht genomen de bijzondere aard van bepaalde gegevens die beschermd moeten worden op grond van het beroepsgeheim of het zakengeheim.
Elke belanghebbende derde kan, geheel of gedeeltelijk, toegang vragen tot het dossier aan de rechter-commissaris of de gedelegeerde rechter.
De voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de kamer, de rechter-commissaris of de gedelegeerde rechter kunnen ook beslissen, geval per geval, dat bepaalde gegevens wegens hun vertrouwelijke aard, slechts beperkt toegankelijk zijn. Zij delen hun beslissing mede aan de beheerder van het register.
De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de levenssfeer, andere categorieën van personen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt. § 2. Het is de beheerder verboden om de in artikel XX.15 bedoelde gegevens te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 1 bedoelde personen. § 3. Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel XX.15 bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.
Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.
Art. XX.19. § 1. De registratie, de raadpleging, de wijziging, de hernieuwing, de verwijdering van gegevens in het register en het beheer van het insolventiedossier kunnen, teneinde de kosten te dekken die veroorzaakt worden door het beheer van het register, aanleiding geven tot de inning van een retributie.
Het bedrag van de retributies bedoeld in het eerste lid kan variëren naar gelang de partij die gebruik maakt van het register en naargelang de wijze van registratie. § 2. Het bedrag, de voorwaarden en de nadere regels van inning worden door de Koning nader bepaald na ter zake het advies van het Beheers- en Toezichtscomité, de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone te hebben ingewonnen.
De Koning bepaalt de gevallen van vrijstelling van retributie wanneer zulks vereist is om te voldoen aan de bepalingen van het recht van de Europese Unie of om tegemoet te komen aan de maatschappelijke noden van de betrokkenen.
De retributies zijn betaalbaar aan en worden geïnd door de beheerder.
De overheidsinstellingen die in het kader van hun opdracht gebruikmaken van het register, zijn niet verplicht de retributies bedoeld in dit artikel te betalen. § 3. Het bedrag van de retributie bedoeld in paragraaf 2 wordt op 1 januari van ieder jaar aan de hand van de volgende formule van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het beginindexcijfer.
Het beginindexcijfer is dat van de maand december van het jaar gedurende hetwelk het bedrag van de retributie is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand december van het jaar voorafgaand aan de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing plaatsvindt.
Het resultaat wordt op een eenheid naar boven afgerond. HOOFDSTUK 4. - Insolventiefunctionarissen Art. XX.20. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel XX.122, worden de insolventiefunctionarissen, aangewezen krachtens deze wet, gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.
Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
Hun beroepsaansprakelijkheid moet verzekerd zijn, behalve wanneer zij organen zijn van een overheid of van een overheidsinstelling.
De Ordes, de Instituten van beoefenaars van vrije beroepen of andere beroepsverenigingen stellen een lijst op van de personen die door de rechtbank als insolventiefunctionaris kunnen worden aangeduid, onverminderd de bepaling van paragraaf 2. Deze lijsten worden jaarlijks bijgewerkt en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 2. De curatoren worden aangewezen op de wijze bepaald in artikel XX.122. § 3. De kosten en erelonen van de curatoren worden vastgesteld verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht, in de vorm van een proportionele vergoeding op de gerealiseerde activa en desgevallend rekening houdend met de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties.
De kosten en erelonen van de andere insolventiefunctionarissen worden vastgesteld in verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht en op grond van de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties en desgevallend rekening houdend met de waarde van de activa.
De Koning bepaalt de regels en de barema's betreffende de vaststelling van de erelonen van de curatoren en stelt de grondslag vast waarop de insolventiefunctionarissen worden vergoed. § 4. De Koning kan tevens bepalen welke kosten afzonderlijk worden vergoed en op welke wijze ze worden begroot.
Bij elk verzoek tot toekenning van een ereloon wordt een gedetailleerd overzicht van de te vergoeden prestaties gevoegd.
Bij elk verzoek tot toekenning van de kostenvergoeding, worden de stukken die deze kosten verantwoorden gevoegd.
Voor de faillissementen waarvan de activa niet voldoende zijn om de beheers- en vereffeningskosten van de boedel te dekken, wordt een forfaitaire vergoeding van de curator bepaald waarvan het jaarlijks geïndexeerd bedrag door de Koning wordt bepaald. § 5. Op verzoek van de curatoren en op eensluidend advies van de rechter-commissaris kan de rechtbank de curator toestaan om onkostenvergoedingen en een provisioneel ereloon in te houden waarvan zij het bedrag bepaalt. Behoudens bijzondere omstandigheden mag het geheel van de provisionele kosten en het provisioneel ereloon niet hoger zijn dan drie vierden van de sommen vastgesteld volgens de door de Koning bepaalde vergoedingsregels. In geen geval kan het provisioneel ereloon worden toegekend wanneer de curatoren de in het artikel XX.130 bedoelde verslagen niet in het register neerleggen.
De rechtbank kan op verzoek van de andere insolventiefunctionarissen onkostenvergoedingen en een provisioneel ereloon toekennen. § 6. Op vordering van elke belanghebbende, op verzoek van de insolventiefunctionaris of ambtshalve kan de rechtbank op elk ogenblik en voor zover dit noodzakelijk wordt geacht, overgaan tot een bijkomende aanstelling, een vervanging of een beëindiging van het mandaat van de insolventiefunctionaris.
Elke vordering van derden wordt bij de rechtbank ingesteld, volgens de vormen van het kort geding, en is gericht tegen de insolventiefunctionaris of -functionarissen en tegen de schuldenaar.
De insolventierechtbank kan te allen tijde de insolventiefunctionaris of de rechter-commissaris vervangen door een van haar andere leden.
De insolventiefunctionarissen van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, na verslag van de rechter-commissaris in voorkomend geval, gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting.
Het vonnis waarbij de vervanging van een insolventiefunctionaris wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier te zijner kennis gebracht en binnen vijf dagen na de dagtekening bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Indien de insolventiefunctionaris wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in voornoemde bekendmaking.
Titel II. - Opsporing van ondernemingen in moeilijkheden HOOFDSTUK 1. - Gegevensverzameling Art. XX.21. Nuttige inlichtingen en gegevens betreffende de schuldenaren die financiële moeilijkheden ondervinden, waardoor de continuïteit van hun economische activiteit in gevaar kan gebracht worden, met inbegrip van die welke verkregen worden met toepassing van de bepalingen van deze titel, worden ter griffie van de rechtbank in het rechtsgebied waarin de schuldenaar het centrum van zijn voornaamste belangen heeft, verzameld.
De schuldenaar heeft het recht, bij verzoekschrift gericht aan de rechtbank, de rechtzetting te krijgen van de gegevens die op hem betrekking hebben.
Op de wijze bepaald door de Koning, kan de rechtbank eveneens van de verzamelde gegevens kennis geven aan de overheidsinstellingen of private instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
Art. XX.22. Onverminderd artikel 1389bis/16 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de berichten van protest die worden bedoeld in artikel 1390quater/1 van hetzelfde Wetboek worden geraadpleegd ter griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar van een wisselbrief of orderbriefje zich bevindt.
Art. XX.23. § 1. Veroordelende verstekvonnissen en vonnissen op tegenspraak uitgesproken tegen schuldenaren die de gevorderde hoofdsom niet hebben betwist, moeten worden gezonden aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het centrum van hun voornaamste belangen zich bevindt.
De Koning bepaalt op welke wijze die gegevens worden overgemaakt.
Dit geldt eveneens voor de vonnissen waarbij een handelshuurovereenkomst wordt ontbonden ten laste van de huurder. § 2. Uiterlijk een maand na het verstrijken van elk kwartaal zendt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een lijst van de schuldenaren die reeds een kwartaal de verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen niet meer betaald hebben aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het centrum van hun voornaamste belangen zich bevindt. De lijst vermeldt naast de naam van de schuldenaar ook het verschuldigde bedrag.
Uiterlijk een maand na het verstrijken van elk kwartaal zendt de administratie van financiën een lijst van de schuldenaren die reeds een kwartaal de verschuldigde btw of bedrijfsvoorheffing niet meer betaald hebben aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het centrum van hun voornaamste belangen zich bevindt. De lijst vermeldt naast de naam van de schuldenaar ook het verschuldigde bedrag.
Uiterlijk een maand na het verstrijken van elk kwartaal zendt het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen een lijst van de schuldenaren die reeds een kwartaal de verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen niet meer betaald hebben aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het centrum van hun voornaamste belangen zich bevindt. De lijst vermeldt naast de naam van de schuldenaar ook het verschuldigde bedrag.
De Koning bepaalt op welke wijze die gegevens worden gezonden. § 3. De externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist en de bedrijfsrevisor die in de uitoefening van hun opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit van de economische activiteit van de schuldenaar in het gedrang kunnen brengen, lichten deze laatste hiervan schriftelijk op een omstandige wijze in, in voorkomend geval via zijn bestuursorgaan. Indien de schuldenaar binnen een termijn van een maand vanaf die kennisgeving niet de nodige maatregelen treft om de continuïteit van de economische activiteit voor een minimumduur van twaalf maanden te waarborgen, kan de externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist, of de bedrijfsrevisor de voorzitter van de rechtbank van koophandel daarvan schriftelijk inlichten. In dat geval is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing. § 4. De Koning kan aan openbare overheden toestaan of opleggen gegevens mede te delen aan de rechtbank voor zover die gegevens noodzakelijk zijn om de financiële toestand van de ondernemingen te kennen.
Art. XX.24. Na advies van het Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kan de Koning de gepaste maatregelen nemen teneinde de verwerking van de verzamelde gegevens op een logisch gestructureerde wijze te laten verlopen en de eenvormigheid en de vertrouwelijkheid hiervan in de onderscheiden griffies van de rechtbanken van koophandel te verzekeren. Hij kan onder meer de categorieën van de te verzamelen gegevens bepalen. HOOFDSTUK 2. - Kamers voor ondernemingen in moeilijkheden Art. XX.25. § 1. De kamers voor ondernemingen in moeilijkheden bedoeld in artikel 84, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun activiteiten te vrijwaren en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren. § 2. De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden kan het onderzoek zelf voeren of een rechter-verslaggever aanstellen. Deze kan een rechter bij de rechtbank zijn, de voorzitter uitgezonderd, of een rechter in handelszaken.
Oordelen hetzij de kamer, hetzij de rechter verslaggever dat de continuïteit van de economische activiteit van een schuldenaar bedreigd is of dat de ontbinding van de rechtspersoon kan worden uitgesproken overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen of de
wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009767
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het gerechtelijk akkoord
type
wet
prom.
17/07/1997
pub.
31/07/1997
numac
1997012591
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid
sluiten5 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, dan kunnen zij de schuldenaar oproepen en horen teneinde alle inlichtingen te verkrijgen over de stand van zijn zaken en inzake de eventuele reorganisatiemaatregelen.
De oproeping kan een verzoek aan de schuldenaar bevatten om voorafgaand aan de zitting bepaalde gegevens en inlichtingen over zijn onderneming en over zijn stand van zaken in te voeren in het register.
De oproeping wordt, door toedoen van de griffier, gericht aan de woonplaats van de schuldenaar of aan diens maatschappelijke zetel. § 3. Het onderzoek geschiedt met gesloten deuren. De schuldenaar verschijnt in persoon, eventueel bijgestaan door de personen van zijn keuze.
De kamer of de rechter verslaggever mag bij de externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist en de bedrijfsrevisor van de schuldenaar, inlichtingen inwinnen nopens de aanbevelingen die zij gedaan hebben aan de schuldenaar en, in voorkomend geval, nopens de maatregelen die genomen zijn om de continuïteit van de economische activiteit te waarborgen. In dat geval is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing.
Daarenboven staat het de kamer of de rechter verslaggever vrij van ambtswege alle gegevens te verzamelen nodig voor zijn onderzoek. Zij kunnen alle personen horen van wie zij het verhoor nodig achten, zelfs buiten de aanwezigheid van de schuldenaar, en de mededeling van alle dienstige gegevens en inlichtingen gelasten, in voorkomend geval middels het register. De schuldenaar kan alle andere stukken van zijn keuze voorleggen.
De rechter verslaggever kan zich van ambtswege begeven naar de maatschappelijke zetel of in voorkomend geval het centrum van de voornaamste belangen indien de opgeroepen schuldenaar niet verschenen is. Hij verwittigt op voorhand de Orde of het Instituut als de plaatsopneming geschiedt bij een beroepsbeoefenaar van een vrij beroep.
De bijstand van een griffier is niet vereist. De rechter kan geheel alleen proces-verbaal opmaken van zijn bevindingen en van de afgelegde verklaringen.
Art. XX.26. De procureur des Konings en de schuldenaar kunnen op elk ogenblik mededeling krijgen van de aldus tijdens het onderzoek verzamelde gegevens alsook van het in artikel XX.28 bedoelde verslag.
De rechter verslaggever of de voorzitter van de kamer bepalen evenwel welke gegevens niet kunnen worden medegedeeld wanneer hun bekendmaking van die aard zou zijn dat het beroepsgeheim van de schuldenaar wordt geschonden.
Art. XX.27. Op de wijze bepaald door de Koning kan de rechtbank de verzamelde gegevens uitwisselen met de overheidsinstellingen of particuliere instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
Art. XX.28. Wanneer de kamer een rechter verslaggever heeft aangesteld, beëindigt deze het onderzoek binnen een termijn van vier maanden na zijn aanstelling. Wanneer de rechter dit onderzoek heeft beëindigd, stelt hij binnen de voornoemde termijn een verslag op over de gedane verrichtingen en voegt er zijn conclusie aan toe. Het verslag wordt gevoegd bij de verzamelde gegevens en voorgelegd aan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden. De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden kan beslissen het onderzoek te verlengen voor een duur die niet meer dan vier maanden mag bedragen.
Als het onderzoek gevoerd wordt door de kamer zelf, mag dit niet langer dan acht maand duren.
Art. XX.29. § 1. Indien uit het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar blijkt dat die zich in staat van faillissement bevindt kan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden het dossier naar de procureur des Konings zenden. § 2. Indien uit het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar blijkt dat die zich in staat van faillissement bevindt, kan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden beredeneerd en ten voorlopige titel vaststellen dat de voorwaarden voor de toepassing van artikel XX.32 lijken verenigd te zijn en het dossier mededelen aan de voorzitter van de rechtbank.
Onverminderd het eerste lid kan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden, wanneer volgens haar uit dat onderzoek blijkt dat de ontbinding van de rechtspersoon kan worden uitgesproken overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen of de
wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009767
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het gerechtelijk akkoord
type
wet
prom.
17/07/1997
pub.
31/07/1997
numac
1997012591
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid
sluiten5 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, het dossier met een gemotiveerde beslissing aan de rechtbank meedelen ten einde uitspraak te doen over de ontbinding, in welk geval zij eveneens de gemotiveerde beslissing meedeelt aan de procureur des Konings.
Wanneer de schuldenaar, rechtspersoon, een beroepsbeoefenaar van een vrij beroep is, deelt de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden aan zijn tuchtorgaan een afschrift mee van de beslissing bedoeld in het tweede lid.
De kamer kan eveneens het dossier mededelen aan de procureur des Konings. § 3. De met het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar belaste leden van de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden mogen niet deelnemen aan de rechtspleging inzake het faillissement, de gerechtelijke reorganisatie of de gerechtelijke vereffening die op deze schuldenaar zou betrekking hebben.
Titel III. - Voorlopige maatregelen Art. XX.30. Wanneer kennelijk grove tekortkomingen van de schuldenaar of van een van zijn organen de continuïteit van de onderneming in moeilijkheden of van haar economische activiteiten in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat zij die continuïteit kan vrijwaren, kan de voorzitter van de rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie of van elke belanghebbende, ingesteld volgens de vormen van het kort geding, een of meer gerechtsmandatarissen aanstellen.
De gerechtsmandataris wordt gekozen uit de lijst bedoeld in artikel XX.20, § 1, vierde lid,tenzij deze lijst niet voorhanden is of geen gerechtsmandataris uit de lijst beschikbaar is.
Als de schuldenaar die het voorwerp uitmaakt van een in eerste lid bedoelde maatregel een onderneming is in de zin van artikel I.1.14°, stelt de voorzitter van de rechtbank ten minste één gerechtsmandataris aan die lid is van een Orde of Instituut waarvan de schuldenaar eveneens lid is, op basis van de lijst bedoeld in artikel XX.20, § 1, vierde lid.
De beschikking die de gerechtsmandataris aanstelt, verantwoordt en bepaalt nauwkeurig de inhoud en de duur van de opdracht gegeven aan de gerechtsmandataris.
Het openen van een gerechtelijke reorganisatie heeft niet als dusdanig tot gevolg dat de opdracht van de gerechtsmandataris wordt beëindigd.
Het vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie opent of een later vonnis bepalen in welke mate de opdracht moet worden gehandhaafd dan wel gewijzigd of opgeheven.
Art. XX.31. § 1. Als de schuldenaar of een van zijn organen een kennelijk grove fout heeft begaan, kan de rechtbank voor de duur van de opschorting een voorlopige bewindvoerder aanstellen.
De voorlopige bewindvoerder wordt gekozen op de lijst bedoeld in artikel XX.20, § 1, vierde lid, tenzij deze lijst niet voorhanden is of geen gerechtsmandataris uit de lijst beschikbaar is. § 2. De rechtbank doet uitspraak op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie in het vonnis dat de procedure van de gerechtelijke reorganisatie opent of in een later vonnis, na de middelen van de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord.
Wanneer de schuldenaar aanvoert dat de fouten te wijten zijn aan een andere welbepaalde natuurlijke persoon of rechtspersoon, moet hij deze persoon in gedwongen tussenkomst oproepen. § 3. Op elk ogenblik tijdens de opschorting kan de rechtbank, die op dezelfde wijze wordt aangezocht en uitspraak doet, op verslag van de voorlopige bewindvoerder, de krachtens de paragrafen 1 en 2 genomen beslissing intrekken of de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder wijzigen.
Art. XX.32. § 1. Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden voor een faillissement vervuld zijn kan de voorzitter van de rechtbank aan de onderneming geheel of ten dele het beheer van het geheel of een gedeelte van haar activa of activiteiten ontnemen.
De voorzitter van de rechtbank beslist, ofwel op eenzijdig verzoekschrift van iedere belanghebbende, ofwel ambtshalve. § 2. De voorzitter van de rechtbank wijst een of meer voorlopige bewindvoerders aan vertrouwd met het bestuur van een onderneming en met boekhouden en bepaalt nauwkeurig hun bevoegdheid. De aangifte van het faillissement van de onderneming of zijn vertegenwoordiging in de faillissementsprocedure behoren niet tot die bevoegdheid.
De voorlopige bewindvoerder moet moet zich houden aan een gedragscode en zijn professionele aansprakelijkheid moet verzekerd zijn. § 3. De beschikking tot ontneming van het beheer blijft slechts gevolg hebben indien binnen eenentwintig dagen na de uitspraak een vordering tot faillietverklaring, tot gerechtelijke ontbinding of tot gerechtelijke reorganisatie is ingesteld door een belanghebbende, met inbegrip van de van ambtswege aangestelde voorlopige bewindvoerder.
De beslissing vervalt van rechtswege indien het faillissement, de opschorting of de ontbinding niet wordt uitgesproken binnen vier maanden na inleiding van de vordering. Deze termijn wordt opgeschort voor de duur van het uitstel aan de schuldenaar toegekend of vereist na een heropening van het debat.
De voorzitter kan te allen tijde, op verzoekschrift of, in geval van dringende noodzakelijkheid op zelfs mondeling verzoek van de voorlopige bewindvoerders, hun bevoegdheden wijzigen. § 4. De artikelen 1031 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing, ook indien de beslissing ambtshalve werd genomen krachtens dit artikel. § 5. De handelingen door de schuldenaar verricht in strijd met de ontneming van het beheer, kunnen niet worden tegengeworpen aan de boedel, indien zij die met hem hebben gehandeld, kennis hadden van de ontneming van het beheer, of indien de handelingen vallen onder een van de drie categorieën bepaald bij artikel XX.111. De curatoren zijn nochtans niet gehouden de niet-tegenwerpbaarheid in te roepen van handelingen door de schuldenaar verricht in zoverre dit heeft geleid tot verrijking van de boedel.
Indien de schuldenaar over zijn goederen heeft beschikt op de dag van de beslissing tot ontneming van het beheer, wordt de schuldenaar geacht over zijn goederen te hebben beschikt na deze beslissing.
Indien een betaling aan de schuldenaar na de beslissing tot ontneming van het beheer niet is gedaan aan de voorlopige bewindvoerder, belast met het ontvangen van betalingen, wordt diegene die heeft betaald geacht te zijn bevrijd als hij geen kennis had van de bedoelde beslissing. § 6. De kosten van de voorlopige bewindvoerder worden in geval van betwisting begroot door de voorzitter van de rechtbank overeenkomstig artikel XX.20, § 3. De kosten worden geprovisioneerd door de verzoekende partij of, in geval van ambtshalve aanstelling, door de schuldenaar. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de voorlopige bewindvoerder het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 of wordt deze vordering behandeld als een buitengewone schuldvordering in de opschorting in een gerechtelijke reorganisatie.
Art. XX.33. De beslissingen bedoeld in de artikelen XX.30, XX.31 en XX.32 worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De Koning kan de inhoud van de bekendmaking bepalen.
Art. XX.34. Verzet tegen de beslissingen gewezen in toepassing van de artikelen XX.30, XX.31 en XX.32 is niet toegelaten.
Art. XX.35. Hoger beroep tegen de beslissingen bedoeld in de artikelen XX.30, XX.31 en XX.32 wordt ingesteld bij verzoekschrift dat ter griffie van het hof van beroep wordt neergelegd binnen een termijn van acht dagen na bekendmaking van het vonnis of bevelschrift. De griffier van het hof van beroep geeft kennis van het verzoekschrift aan de gebeurlijke geïntimeerde en, in voorkomend geval, bij gewone brief of elektronische mededeling aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift.
Titel IV. - Ondernemingsbemiddelaar en minnelijk akkoord Art. XX.36. § 1. Op verzoek van de schuldenaar kan de voorzitter van de rechtbank een ondernemingsbemiddelaar aanstellen, om de reorganisatie van het geheel of een gedeelte van haar activa of activiteiten te vergemakkelijken.
De schuldenaar kan de naam van een ondernemingsbemiddelaar voorstellen. § 2. Wanneer de schuldenaar het voorwerp uitmaakt van een onderzoek en overeenkomstig artikel XX.25 door de rechter werd opgeroepen, wordt het verzoek gericht aan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden. § 3. Het verzoek tot aanwijzing van een bemiddelaar is aan geen vormvoorschriften onderworpen en kan mondeling worden gedaan.
Wanneer de voorzitter van de rechtbank of de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden het verzoek inwilligt, bepaalt hij bij beschikking gewezen in raadkamer de inhoud en de duur van de opdracht van de ondernemingsbemiddelaar binnen de grenzen van het verzoek van de schuldenaar. § 4. De opdracht van de ondernemingsbemiddelaar strekt, zowel buiten als in voorkomend geval binnen het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, tot de voorbereiding en de bevordering van hetzij het afsluiten van een minnelijk akkoord, overeenkomstig de artikelen XX.37 of XX.65, hetzij het verkrijgen van het akkoord van de schuldeisers over een reorganisatieplan, overeenkomstig de artikelen XX.67 tot XX.75, hetzij de overdracht onder gerechtelijk gezag, aan een of meerdere derden, van het geheel of een gedeelte van de activa of van activiteiten, overeenkomstig de artikelen XX.84 en XX.85. § 5. De opdracht van de ondernemingsbemiddelaar eindigt wanneer de schuldenaar of de ondernemingsbemiddelaar dit beslissen en de voorzitter van de rechtbank ervan op de hoogte brengen. § 6. Wanneer de voorzitter van de rechtbank het einde van de opdracht van de ondernemingsbemiddelaar vaststelt en ingeval geen akkoord werd bereikt over de definitieve staat van kosten en ereloon, stelt hij deze staat vast. § 7. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de ondernemingsbemiddelaar in verband met zijn bemiddeling van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 of wordt deze vordering behandeld als een buitengewone schuldvordering in het kader van een reorganisatieplan.
Art. XX.37. § 1. De schuldenaar kan aan al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen een minnelijk akkoord voorstellen met het oog op de reorganisatie van het geheel of een gedeelte van zijn activa of van zijn activiteiten. Hij kan hiertoe de aanwijzing van een ondernemingsbemiddelaar voorstellen.
De partijen bepalen vrij de inhoud van dit akkoord, dat de derden niet bindt. § 2. De artikelen 1328 van het Burgerlijk Wetboek, XX.111, 2° en 3°, en XX.112 zijn niet toepasselijk op een minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan, indien dat akkoord wordt vastgesteld door een geschrift waarin het nut ervan met het oog op de reorganisatie van de onderneming wordt vermeld en gemotiveerd.
Het minnelijk akkoord bevat een uitdrukkelijke vertrouwelijkheidsclausule en een uitdrukkelijke onsplitsbaarheidsclausule.
Dit geschrift wordt door de meest gerede partij neergelegd in het register en wordt er bewaard.
Derden kunnen slechts kennis nemen van het minnelijk akkoord en kennis krijgen van de neerlegging en van de bewaring ervan in het register met uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar. § 3. Deze bepaling geldt onverminderd de verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten op grond van de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen. § 4. Wanneer voornoemde voorwaarden vervuld zijn, kunnen de schuldeisers die deelnemen aan een minnelijk akkoord niet aansprakelijk worden gesteld door de schuldenaar, een andere schuldeiser of derden enkel en alleen omdat het minnelijk akkoord niet daadwerkelijk de mogelijkheid heeft geboden de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten te behouden.
Art. XX.38. Wanneer de partijen het vragen bij gezamenlijke vordering, kan de voorzitter van de rechtbank het minnelijk akkoord homologeren, en in voorkomend geval, een uitvoerend karakter aan alle of een deel van de erin vermelde schuldvorderingen verlenen. De rechter onderzoekt bij de toekenning van de homologatie of het akkoord voldoet aan de formele vereisten in artikel XX.37 bepaald.
Deze beslissing is onderworpen noch aan bekendmaking, noch mededeling.
Zij is niet vatbaar voor beroep.
De voorzitter van de rechtbank kan in voorkomend geval de opdracht van de ondernemingsbemiddelaar verlengen teneinde de uitvoering van het minnelijk akkoord te vergemakkelijken.
Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de kostprijs van de wettelijke formaliteiten die nodig zijn voor de tegenwerpbaarheid aan derden van de door een minnelijk akkoord verleende rechten het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 of wordt hij behandeld als een buitengewone schuldvordering in de opschorting in het kader van een reorganisatieplan.
Titel V. - Gerechtelijke reorganisatie HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Doel
Art. XX.39. De procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het behouden, onder toezicht van de rechter, van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten van de onderneming.
Zij laat toe aan de schuldenaar een opschorting toe te kennen met het oog op: - hetzij het bewerkstelligen van een minnelijk akkoord, overeenkomstig artikel XX.65; - hetzij het verkrijgen van het akkoord van de schuldeisers over een reorganisatieplan, overeenkomstig de artikelen XX.67 tot XX.83; - hetzij de overdracht onder gerechtelijk gezag toe te staan, aan een of meerdere derden, van het geheel of een gedeelte van de activa of de activiteiten, overeenkomstig de artikelen XX.84 tot XX.96.
Het verzoek mag een eigen doel beogen voor elke activiteit of gedeelte van een activiteit. Afdeling 2. - Dossier van gerechtelijke reorganisatie
Art. XX.40. § 1. Er wordt in het register een dossier van de gerechtelijke reorganisatie gehouden waarin alle elementen met betrekking tot deze procedure en de grond van de zaak voorkomen, met inbegrip van de verslagen van de gerechtsmandatarissen en voorlopige bewindvoerders, evenals de verslagen van de gedelegeerd rechter en de adviezen van het openbaar ministerie. § 2. De neerlegging van een aangifte van schuldvordering in het register stuit de verjaring van de schuldvordering en geldt als ingebrekestelling. § 3. Iedere partij in de procedure en elke schuldeiser die voorkomt op de in artikel XX.41, § 2, 7°, vermelde lijst krijgt inzage in het dossier.
De gedelegeerd rechter kan met een gemotiveerde beschikking de gegevens bepalen die het zakengeheim aanbelangen en die niet toegankelijk zijn voor de schuldeisers.
Iedere andere persoon die een rechtmatig belang kan aantonen, kan aan de gedelegeerd rechter via het register toestemming vragen om inzage te krijgen van het dossier of van een deel ervan. § 4. De Koning bepaalt nader hoe de toegang tot het in dit artikel bedoelde dossier wordt toegekend, bepaalt nader welke gegevens slechts op beperkte wijze toegankelijk gemaakt worden en op welke wijze de vertrouwelijkheid en de bewaring van het dossier worden gewaarborgd. Afdeling 3. - Verzoek tot gerechtelijke reorganisatie en de daarop
volgende procedure Art. XX.41. § 1. De schuldenaar die het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie aanvraagt, richt een verzoekschrift aan de rechtbank. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid, voegt hij bij zijn verzoekschrift: 1° een uiteenzetting van de gebeurtenissen waarop zijn verzoek is gegrond en waaruit blijkt dat naar zijn oordeel de continuïteit van zijn onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is;2° een aanwijzing van de doelstelling of de doelstellingen waarvoor hij het openen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie aanvraagt;3° de vermelding van een elektronisch adres waarbij hij zolang de procedure van gerechtelijke organisatie duurt, kan worden bereikt en waaruit hij de ontvangst kan melden van de ontvangen mededelingen;4° de twee recentste jaarrekeningen die volgens de statuten hadden moeten neergelegd zijn en de eventueel nog niet neergelegde jaarrekening van het laatste boekjaar of, indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is, de twee recentste aangiftes in de personenbelasting;zo de onderneming geen twee boekjaren heeft bestaan, zal zij dit doen voor de gehele periode voor haar oprichting; 5° een boekhoudkundige staat die het actief en het passief weergeeft en de resultatenrekening die maximum drie maanden oud is, opgesteld met de bijstand van hetzij een bedrijfsrevisor, hetzij een externe accountant, hetzij een externe erkend boekhouder of een externe erkend boekhouder-fiscalist;6° een begroting met een schatting van de inkomsten en uitgaven voor ten minste de duur van de gevraagde opschorting, opgesteld met de bijstand van een van de beroepsbeoefenaars vermeld in 5° ;op advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen kan de Koning een model opleggen van geraamde begroting; 7° een volledige lijst van de erkende of beweerde schuldeisers in de opschorting, met vermelding van hun naam, hun adres en het bedrag van hun schuldvordering en de bijzondere vermelding van de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting en van het goed dat is belast met een zakelijke roerende zekerheid of een hypotheek of dat eigendom is van de betrokken schuldeiser;8° een toelichting omtrent de wijze waarop de maatregelen en voorstellen die hij overweegt om de rendabiliteit en de solvabiliteit van zijn o …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.