← België

Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van het administratieve en bezoldigingsstatuut van het personeel van « Wallonie-Bruxelles internationa

Kort samengevat

Dit besluit regelt het administratieve en bezoldigingsstatuut van het personeel van "Wallonie-Bruxelles international", een gemeenschappelijke entiteit voor internationale betrekkingen. Het legt de rechten, plichten en de hiërarchische indeling van de ambtenaren vast.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
5 DECEMBER 2008. - Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van het administratieve en bezoldigingsstatuut van het personeel van « Wallonie-Bruxelles international » De Waalse Regering, Gelet op het samenwerkingsakkoord van 20 maart 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen van Wallonië-Brussel en inzonderheid op artikel 4; Gelet op het decreet van 8 mei 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2008 pub. 23/05/2008 numac 2008201771 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende instemming, wat betreft de materies waarvan de uitoefening door de Franse Gemeenschap is overgedragen, met het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen "Wallonie-Bruxelles", gedaan op 20 maart 2008 type decreet prom. 08/05/2008 pub. 26/05/2008 numac 2008201773 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen "Wallonie-Bruxelles", gedaan op 20 maart 2008 sluiten tot goedkeuring, voor wat de aangelegenheden betreft waarvan de uitoefening door de Franse Gemeenschap is overgeheveld, van het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen van Wallonië-Brussel; Gelet op het decreet van 8 mei 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2008 pub. 23/05/2008 numac 2008201771 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende instemming, wat betreft de materies waarvan de uitoefening door de Franse Gemeenschap is overgedragen, met het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen "Wallonie-Bruxelles", gedaan op 20 maart 2008 type decreet prom. 08/05/2008 pub. 26/05/2008 numac 2008201773 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen "Wallonie-Bruxelles", gedaan op 20 maart 2008 sluiten tot goedkeuring van het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen van Wallonië-Brussel; Gelet op de adviezen van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 april en 8 november 2007; Gelet op protocol nr. 495 van Sectorcomité XVI, opgesteld op 17 januari 2008; Gelet op de instemming van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 9 november 2007; Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 22 november 2007; Gelet op advies nr. 44.793/2/V van de Raad van State, gegeven op 4 augustus 2008, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de minister van Ambtenarenzaken en van de Minister van Buitenlandse Betrekkingen; Na beraadslaging, Besluit : BOEK I. - Administratief en bezoldigingsstatuut van de personeelsleden van « Wallonie-Bruxelles international » TITEL I. - De hoedanigheid van ambtenaar, rechten en plichten Artikel 1.De hoedanigheid van personeelslid van « Wallonie-Bruxelles international » wordt aan ieder statutair personeelslid erkend dat in definitief dienstverband werkzaam is in « Wallonie-Bruxelles international », hierna « de instelling » genoemd. Art. 2.§ 1. De ambtenaren vervullen hun ambt op loyale, gewetensvolle en integere wijze onder het gezag van hun hiërarchische meerderen. Ze zijn ertoe gehouden de vigerende wetten en regelgevingen, evenals de procedures en richtlijnen van de overheid waaronder ze ressorteren, na te leven. Zij eerbiedigen de arbeidsinstrumenten die hen ter beschikking worden gesteld, gebruiken ze voor beroepsdoeleinden en volgens de regels vastgesteld door de overheid waarvan ze afhangen. In hun dagelijks werk houden ze rekening met het handvest inzake goed bestuurlijk gedrag opgenomen in bijlage I bij dit besluit. § 2. De ambtenaren behandelen de gebruikers van hun dienst met begrip en zonder enige discriminatie. Ze garanderen de gebruikers een gelijke behandeling zonder onderscheid van, meer bepaald, nationaliteit, geslacht, maatschappelijke of etnische afkomst, godsdienst of opinie, enig handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. § 3. Buiten de uitoefening van hun ambt voorkomen de ambtenaren elk gedrag dat het vertrouwen van het publiek in hun dienst zou kunnen schokken. § 4. Giften, gratificaties of enigerlei voordeel mogen de ambtenaren noch rechtstreeks noch via een tussenpersoon, zelfs buiten de uitoefening van hun ambt om maar op grond ervan, vragen, eisen of krijgen. § 5. De ambtenaren behandelen hun dossiers en formuleren de adviezen voor hun hiërarchische meerderen en de Waalse Regering, de Regering van de Franse Gemeenschap Wallonie-Bruxelles en het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna Regeringen of College genoemd, onafhankelijk van elke externe invloed en geven aan geen enkel persoonlijk belang gehoor. De ambtenaren onthouden zich ervan deel te nemen aan het treffen van een beslissing in de dossiers waarin ze persoonlijke belangen hebben. § 6. De ambtenaren houden zich permanent op de hoogte van de ontwikkeling van techniek, regelgeving en onderzoek in de aangelegenheden waar ze beroepsmatig mee belast zijn. Art. 3.§ 1. De ambtenaren genieten spreekrecht ten opzichte van de feiten waarvan ze in de uitoefening van hun ambt kennis hebben. § 2. Het is hun enkel verboden die feiten bekend te maken die betrekking hebben op 's lands veiligheid, de bescherming van de openbare orde, de financiële belangen van de overheid, het voorkomen en het bestraffen van strafbare feiten, het medisch geheim, de rechten en de vrijheden van de burger, en in het bijzonder op het recht op eerbied voor het privé-leven; dit verbod geldt bovendien voor feiten die betrekking hebben op de voorbereiding van alle beslissingen zolang er geen eindbeslissing is getroffen, evenals voor de feiten die, als ze eenmaal bekend zijn gemaakt, schade kunnen berokkenen aan de belangen van de instelling, van het Waalse Gewest, van de Franse Gemeenschap Wallonie-Bruxelles of de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De bepalingen van het eerste lid gelden eveneens voor de ambtenaren die hun ambt hebben neergelegd. § 3. De ambtenaren hebben recht op informatie wat alle aspecten betreft die nuttig zijn voor hun taakvervulling. § 4. Elke ambtenaar heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen en er een kosteloos afschrift van te krijgen. § 5. De deelneming van de ambtenaar aan een overlegde werkonderbreking mag voor die ambtenaar er enkel toe leiden dat hem voor de onderbrekingsperiode zijn wedde ontnomen wordt. § 6. De ambtenaren hebben recht op de opleiding die voor hun werk nuttig is. In die opleiding wordt voorzien overeenkomstig de titels vijf en zes van dit besluit. § 7. De ambtenaren hebben het recht om zowel door de hiërarchische meerderen als door de ondergeschikten waardig te worden behandeld. TITEL II. - Algemene bepalingen Art. 4.De graad is de titel die de ambtenaar in de hiërarchie situeert en hem ertoe machtigt één van de betrekkingen van de personeelsformatie die met die graad overeenstemt, te bekleden. De graden worden ingedeeld in rangen en de rangen in niveaus. Art. 5.De rang bepaalt het betrekkelijk belang van een graad in zijn niveau. De rangen worden tussen de niveaus ingedeeld als volgt : 1. in het niveau 1, vijf rangen aangewezen door de letter A;2. in het niveau 2+, drie rangen aangewezen door de letter B;3. in het niveau 2, drie rangen aangewezen door de letter C;4. in het niveau 3, drie rangen aangewezen door de letter D. Art. 6.De graden worden tussen de rangen ingedeeld als volgt : 1. in de rang A2, de graad van administrateur-generaal;2. in de rang A3, de graad van adjunct-administrateur-generaal en inspecteur-generaal;3. in de rang A4, de graad van directeur;4. in de rang A5, de graad van eerste attaché;5. in de rang A6, de graad van attaché;6. in de rang B1, de graad van eerste gegradueerde;7. in de rang B2, de graad van eerstaanwezend gegradueerde;8. in de rang B3, de graad van gegradueerde;9. in de rang C1, de graad van eerste assistent;10. in de rang C2, de graad van eerstaanwezend assistent;11. in de rang C3, de graad van assistent;12. in de rang D1, de graad van eerste adjunct;13. in de rang D2, de graad van eerstaanwezend adjunct;14. in de rang D3, de graad van geschoold adjunct;15. in de rang D4, de graad van adjunct. Art. 7.De ambtenaren-generaal zijn de ambtenaren van de rangen A2 en A3. De administrateur-generaal wordt bij mandaat aangewezen in de rang A2; de adjunct-administrateur-generaal wordt bij mandaat aangewezen in de rang A3. Art. 8.Enkel de betrekkingen van attaché, gegradueerde, assistent, en adjunct kunnen via werving worden ingevuld. Art. 9.§ 1. De administrateur-generaal coördineert de diensten van de instelling en waarborgt de eenheid van beheer. De interne affectaties vallen onder de verantwoordelijkheid van de administrateur-generaal. § 2. De Regeringen stellen voor elk van hun bevoegdheden de machtdelegaties vast die ze aan de administrateur-generaal toekennen. Ze sommen de machtdelegaties op die de administrateur-generaal verder kan delegeren. Art. 10.§ 1. De Regeringen stellen de personeelsformatie van de instelling vast en bepalen de naam van de afdelingen en directies. Elke afdeling wordt geleid door een leidend ambtenaar; elke directie wordt geleid door een directeur. De personeelsformatie drukt de maximumbehoeften aan personeel uit om de opdrachten toegekend aan de instelling te vervullen. Onder hiërarchische meerdere dient elke ambtenaar-generaal, elke ambtenaar van de rang A4 of A5 of A6 belast met het beheer van een dienst te worden verstaan. § 2. Er wordt in staffuncties voorzien in de rangen A5, B1 en C1. Onder staffunctie in de rang A5 dient een betrekking te worden verstaan die de verantwoordelijkheid voor de organisatie van een dienst en de evaluatie van de arbeid van het personeel inhoudt. Onder staffunctie in de rangen B1 en C1 dient een betrekking te worden verstaan die de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de arbeid binnen een team en de verificatie van de uitvoering ervan inhoudt. Art. 11.§ 1. Het in artikel 131 bedoelde directiecomité stelt een functioneel kader vast. § 2. De wijzigingen van het functioneel kader worden op het einde van elk semester door de administrateur-generaal medegedeeld aan de leden van de Regeringen en het College belast met de overheidsdiensten en de internationale betrekkingen. Art. 12.Onder bekwaamheid wordt een geestelijke of lichamelijke, betrekkelijk stabiele instelling verstaan die een individu karakteriseert. De bekwaamheid valt onder de potentialiteiten : hoewel de bekwaamheid vereist is om een welbepaalde taak uit te voeren, kan ze evenwel latent blijven zolang de uitoefening van bepaalde activiteiten haar bestaan niet openbaart. De bekwaamheden worden gemeten aan de hand van test of standaardproeven van het psychometrisch type. Onder capaciteit wordt de daadwerkelijke, rechtstreeks waarneembare en meetbare uitvoering van een bekwaamheid verstaan. De bekwaamheid wordt aangeleerd via een aanvankelijk leerproces, ze wordt verrijkt door de praktijk of door vormelijke processen van voortgezette opleidingen. Onder vaardigheid wordt de uitvoering van een gestructureerd en gehiërarchiseerd systeem van theoretische of procedurale kennis verstaan, van praktische vaardigheden en psychosociale gedragshoudingen, op die wijze dat een goed geproduceerd of een dienst verleend wordt in een bepaalde context en met een bepaald kwaliteitsniveau. De uitoefening van een vaardigheid wordt altijd in een concrete situatie vastgesteld en kan van de éne op de andere situatie overgedragen worden. Onder vaardigheidsprofiel worden de gezamenlijke bekwaamheden en particuliere kennis of ervaring vereist in het profiel van de functie verstaan. Onder overkoepelende vaardigheden worden vaardigheden verstaan die gemeen zijn aan en vereist zijn voor de uitoefening van verschillende activiteiten of beroepen. Art. 13.De procedure voor de toewijzing van een betrekking kan voor een bevorderingsbetrekking één jaar voor de datum waarop vaststaat dat de betrekking vacant wordt aanvangen, twee jaar voor de datum waarop vaststaat dat de betrekking vacant wordt voor een wervingsbetrekking. Art. 14.§ 1. Een vacante directeursbetrekking wordt achtereenvolgens ingevuld bij : 1° mutatie op verzoek van een ambtenaar van de instelling;2° bevordering door verhoging in graad. § 2. In de invulling van een vacante staffunctie voor eerste attaché, eerste gegradueerde, eerstaanwezend gegradueerde, eerste assistent, eerstaanwezend assistent, eerste adjunct, eerstaanwezend adjunct en geschoold adjunct wordt voorzien bij bevordering door verhoging in graad van een ambtenaar van de instelling. Art. 15.Een vacante wervingsbetrekking wordt achtereenvolgens ingevuld bij : 1° bevordering van een ambtenaar van de instelling door overgang naar het hogere niveau;2° mobiliteit van statutaire ambtenaren van de diensten of instellingen van de Waalse Regering of de Regering van de Franse Gemeenschap.3° werving. Art. 16.Wat betreft de mobiliteit van ambtenaren, waarvan sprake in artikel 15, 2°, stelt het directiecomité een voorlopig voorstel vast op grond van, meer bepaald, de beste overeenstemming tussen het bekwaamheidsprofiel van de ambtenaar en het functieprofiel. Dit voorlopig voorstel tot rangschikking van de kandidaten die het geschikt acht of tot niet-rangschikking wordt met redenen omkleed en aan de kandidaten medegedeeld. Het directiecomité stelt enkel een voorstel vast op één van de wijzen waarvan sprake in artikel 15 bij ontstentenis van enige kandidatuur voor de toekenning van de betrekking op de voorgaande wijze of als de Regering beslist heeft de betrekking aan geen enkele van de kandidaten toe te wijzen. Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de mededeling zijn opmerkingen laten gelden of een bezwaar indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité spreekt zich uit over het bezwaar binnen de maand na ontvangst ervan, na de bezwaarindiener te hebben gehoord als laatstgenoemde de wens daartoe geuit heeft. De bezwaarindiener mag zich laten bijstaan door een raadsman van zijn keuze. Van de met redenen omklede beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst kennis gegeven aan degene die zijn opmerkingen heeft laten geworden of die een bezwaarschrift heeft ingediend. Bij wijziging van het voorlopige voorstel wordt het definitieve, met redenen omklede voorstel aan alle kandidaten medegedeeld. Art. 17.Jaarlijks voor 31 januari maakt de administrateur-generaal een op naam opgesteld jaarboek van de ambtenaren bekend, waarin hun graad, hun diploma, hun geboortedatum, hun welslagen voor de proef ter bevestiging van de aangeleerde vaardigheden en een functioneel organogram met alle leden van het personeel worden opgenomen. Art. 18.De administratieve standplaats van de ambtenaar is vastgesteld op de plaats waar zijn dienst gevestigd is of op elke andere plaats indien deze overeenstemt met de plaats waar zijn beroepsactiviteiten doorgaans plaatsvinden. TITEL III. - Werving en loopbaan HOOFDSTUK I. - Werving Art. 19.Niemand kan tot ambtenaar worden benoemd zonder de toelaatbaarheidsvereisten zoals volgt te vervullen : 1° een gedrag hebben dat overeenstemt met de vereisten van het ambt;2° burgerlijke en politieke rechten genieten;3° aan de dienstplichtwetten voldaan hebben;4° het bewijs leveren van de lichamelijke geschiktheid vereist om de functie uit te oefenen;5° houder zijn van een diploma of een studiegetuigschrift dat in verband staat tot het niveau van de graad die volgens de tabel vermeld in bijlage II toegewezen wordt;6° de voorwaarden vervullen voor de toegang tot de betrekking vastgesteld bij de vacantverklaring van de betrekking;7° geslaagd zijn voor een vergelijkend wervingsexamen dat georganiseerd wordt door Selor voor het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap of de instelling;8° met vrucht een stage doorlopen. Art. 20.De benoeming heeft uitwerking vanaf de dag van toelating tot de stage. Art. 21.De hoedanigheid van ambtenaar wordt bevestigd door de eed die afgelegd wordt in de bewoordingen vastgesteld bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/12/2000 pub. 05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten0. HOOFDSTUK II. - Stage Art. 22.De stage heeft een duur van één jaar voor de kandidaat-ambtenaren van de niveaus 1 en 2+ en een duur van zes maanden voor de kandidaat-ambtenaren van de niveaus 2 en 3. Voor de berekening van de duur van de stage worden alle periodes waarin de stagiair zich in een dienstactiviteitspositie bevindt, in overweging genomen. De periodes van jaarlijks verlof, syndicaal verlof, omstandigheidsverlof, verlof wegens overmacht, verlof voor de uitoefening van een ambt in een ministerieel kabinet van een lid van de Waalse Regering, van de Regering van de Franse Gemeenschap Wallonie-Bruxelles of van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitgezonderd, schorsen de verlofperiodes waarop de stagiair van niveau 1 of 2+ recht heeft de duur van de stage evenwel zodra de totale duur ervan de veertig dagen overschrijdt. Voor de stagiair van niveau 2 of 3 wordt die duur teruggebracht tot twintig dagen. Art. 23.De laureaat die genoemd moet worden in de hoedanigheid van stagiair wordt aangewezen overeenkomstig de artikelen 95 tot en met 98. Hij wordt door de administrateur-generaal in de hoedanigheid van stagiair benoemd. De benoeming tot stagiair heeft onmiddellijk uitwerking. Ze heeft evenwel uitwerking : 1° bij verstrijken van elke onbeschikbaarheidsperiode van de stagiair voor zover ze voortvloeit uit de uitvoering van wettelijke verplichtingen;2° bij verstrijken van een periode van drie maanden aangevraagd door een laureaat om een zelfstandige hoofdactiviteit af te handelen;3° bij verstrijken van elke onbeschikbaarheidsperiode van de stagiair die voortvloeit uit overmacht voor zover ze de zes maanden niet overschrijdt. Art. 24.§ 1. De evaluatieverslagen van de stagiairs van de niveaus 1 en 2+ worden opgesteld door de ambtenaar van minstens rang A4 onder wie de stagiair ressorteert en door de directie vorming van de instelling. § 2. De evaluatieverslagen van de stagiairs van de niveaus 2 en 3 worden opgesteld door de ambtenaar van minstens rang A4 onder wie de stagiair ressorteert. De ambtenaar van minstens rang A4 maakt de evaluatieverslagen aan de administrateur-generaal over. § 3. Indien de stagiair zijn stage doorloopt op een ministerieel kabinet van een Lid van de Regeringen of van het College, stelt de betrokken Minister of diens gemachtigde de evaluatieverslagen bedoeld in de §§ 1 en 2 op. Ze worden overgemaakt aan de administrateur-generaal. Art. 25.§ 1. De criteria voor de evaluatie van de stagiair worden hem bij aanvang van de stage bekendgemaakt. Die criteria zijn criteria voor de beoordeling van de prestaties en criteria voor de beoordeling van de bekwaamheden. De beoordelingscriteria voor de prestaties zijn de volgende : - - kwaliteit van de arbeid (kwaliteit en graad van voltooiing van de arbeid - zonder het kwantitatieve rendement in aanmerking te nemen), zorgvuldigheid, juistheid en nauwkeurigheid; - - hoeveelheid arbeid (hoeveelheid arbeid verricht in een tijdsbestek bepaald zonder de kwaliteit van de arbeid in aanmerking te nemen - capaciteit voor de beoordeelde om het geheel van de taken van zijn ambt te verrichten); - - polyvalentie (capaciteit om uiteenlopende werken te verrichten en andere posities te bekleden dan die welke de stagiair worden toevertrouwd); - - beschikbaarheid (reactie van belanghebbende op de dwingende omstandigheden die voortvloeien uit de bijzondere voorwaarden of uit een verandering in het arbeidsmilieu); - - creativiteit, initiatief (capaciteit van de stagiair om nieuwe ideeën uit te denken en te bevorderen als geschiktheid om te reageren op onverwachte gebeurtenissen); - - teamgeest en sociale vaardigheid (capaciteit van de stagiair om in groep te werken met het oog op de verwezenlijking van een gemeenschappelijke doelstelling en bij te dragen tot het behoud van een aangenaam arbeidsmilieu); - - zin voor solidariteit (capaciteit om zijn collega's te helpen). § 2. De beoordelingscriteria voor de bekwaamheden zijn de volgende : - - inschakeling in het arbeidscircuit (kennis van het milieu, van de instellingen en besturen van het gewest en de Gemeenschap, van de doelstellingen van de dienst); - aanleren van de functie (beheersen van de reglementen en de gegevens in verband met de functie, kennis van de context, contacten); - afstemming op de functie; - bekwaamheid om te evolueren. § 3. De evaluatieverslagen worden opgesteld op een document waarvan het model als bijlage IV is opgenomen. De evaluatie wordt verricht na een onderhoud met de stagiair. Art. 26.De stagiair voldoet aan de stage indien de meerderheid van de evaluatiecriteria positief is. Art. 27.Het eerste verslag wordt overgemaakt voor het einde van de derde maand wat betreft de stagiairs van niveaus 1 en 2+ en voor het einde van de tweede maand wat betreft de stagiairs van niveaus 2 en 3. Het tweede verslag wordt overgemaakt voor het einde van de negende maand wat betreft de stagiairs van de niveaus 1 en 2+ en voor het einde van de vierde maand wat betreft de stagiairs van de niveaus 2 en 3. Art. 28.Indien uit één van de verslagen blijkt dat de stagiair niet aan de stage voldoet, kan de administrateur-generaal nog voor de stage afloopt zich tot de stagecommissie richten om : - tot de verlenging van de stage beslissen met een duur die de helft van de aanvankelijke stageduur niet mag overschrijden; - te beslissen over een verandering van functie binnen in de instelling; - over het ontslag van de stagiair te beslissen. Bij verlenging van de stage wordt er een verslag overgemaakt uiterlijk één maand voor het einde van de stage. De verandering van functie houdt van rechtswege de verlenging van de stage in met een duur die de helft van de aanvankelijke stageduur niet mag overschrijden. Art. 29.§ 1. De stagecommissie bestaat uit de ambtenaren-generaal van de instelling. De commissie wordt voorgezeten door de administrateur-generaal. § 2. De vormingsdirecteur van de instelling of de stagiair kunnen zich tot de commissie richten zodra uit één van beide verslagen blijkt dat de stagiair niet aan de stage voldoet. Indien uit beide evaluatieverslagen of uit het verslag voor verlenging van de stage blijkt dat de stagiair niet aan de stage voldoet, wordt dat door de directeur van de vorming aanhangig gemaakt bij de commissie. Na de stagiair te hebben gehoord, kan de commissie de Regeringen voorstellen om de stage te verlengen of om de stagiair een andere functie toe te kennen. De commissie kan het ontslag van de stagiair voorstellen. De voorzitter van de commissie deelt de stagiair onverwijld het voorstel tot ontslag mee. Indien ontslag wordt voorgesteld, beschikt de stagiair over een beroep voor de Kamer van beroep bedoeld in artikel 156. De Regeringen treffen hun beslissing binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het advies van de Kamer van beroep, uitgebracht binnen de termijn bedoeld in artikel 169. Het uitblijven van een beslissing binnen die termijn wordt geacht de stagiair gunstig te zijn. Art. 30.De Regeringen verrichten de vaste benoeming van de stagiair. Art. 31.De stagiair die de Regeringen beslissen te ontslaan tijdens de stage of na afloop ervan, omdat hij niet voldoet, krijgt behalve in het geval van een zware fout, een opzegtermijn van drie maanden. HOOFDSTUK III. - Lichamelijke geschiktheid Art. 32.De laureaat aangewezen door de administrateur-generaal wordt aan een aan de stage voorafgaande gezondheidsevaluatie onderworpen overeenkomstig de artikelen 26 tot 29 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/05/2003 pub. 12/06/2003 numac 2003012311 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk type koninklijk besluit prom. 28/05/2003 pub. 12/06/2003 numac 2003012312 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 94octies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk type koninklijk besluit prom. 28/05/2003 pub. 16/06/2003 numac 2003012303 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers sluiten betreffende het toezicht op de gezondheid van de werknemers. Indien de laureaat na afloop van de voorafgaande gezondheidsevaluatie door de preventie-adviseur - arbeidsgeneesheer ongeschikt wordt verklaard voor een bepaalde periode, wordt hij niet tot de stage toegelaten en wordt hij voor die periode voorlopig afgewezen. Indien de laureaat na afloop van de voorafgaande gezondheidsevaluatie door de preventie-adviseur - arbeidsgeneesheer definitief ongeschikt wordt verklaard, wordt hij niet tot de stage toegelaten en wordt hij uit de reserve uitgesloten. Art. 33.Indien de laureaat verwaarloosd heeft om gevolg te geven aan twee opeenvolgende oproepingen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer waarbij de tweede oproeping verricht is bij ter post aangetekend schrijven, licht laatstgenoemde onverwijld de administrateur-generaal daarover in, die de gepaste schikkingen treft om de laureaat uit de reserve uit te sluiten, behoudens toelaatbaar geachte reden. HOOFDSTUK IV. - Mandaten Art. 34.De ambtenaren vermeld in artikel 3, § 3, van het samenwerkingsakkoord van 20 maart 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen van Wallonië-Brussel worden per mandaat aangewezen overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Regeringen en opgenomen in Boek II van dit besluit. HOOFDSTUK V. - Loopbaan Afdeling 1. - Algemeen Art. 35.Er zijn twee soorten bevorderingen. 1. 1° de bevordering door verhoging in graad;2. 2° de bevordering door overgang naar het hogere niveau; Art. 36.Bij aanvang van elk jaar legt de administrateur-generaal de Regeringen het gebudgetiseerde jaarlijks plan voor de aanwervingen en bevorderingen voor, geeft een overzicht van de vacant te verklaren betrekkingen samen met een functieprofiel en de te raadplegen wervingsreserves. De keuze van de te raadplegen reserves wordt bepaald en gemotiveerd door het directiecomité, waarbij het functieprofiel van de te begeven betrekkingen in overweging wordt genomen, met dien verstande dat voor gelijkaardige betrekkingen identieke reserves gebruikt zullen worden. De Regeringen berichten ontvangst van het jaarlijks plan en beschikken te rekenen van de ontvangst van het plan, over zestig dagen om hun beslissing mede te delen aan de administrateur-generaal. Indien de Regeringen het jaarlijks plan niet binnen de voorgeschreven termijn aannemen of weigeren, wordt het plan als aanvaard beschouwd. Art. 37.Het aantal bevorderingsbetrekkingen, staffuncties niet inbegrepen, wordt volgens de volgende normen vastgesteld : - voor de rang A5, op minstens 30 % van het totaal van de betrekkingen van de rangen A5 en A6; - voor de rang B1, op minstens 16 % van het totaal van de betrekkingen van niveau 2+; - voor de rang B2, op minstens 30 % van het totaal van de betrekkingen van niveau 2+; - voor de rang C1, op minstens 16 % % van het totaal van de betrekkingen van niveau 2; - voor de rang C2, op minstens 30 % van het totaal van de betrekkingen van niveau 2; - voor de rang D1, op minstens 20 % van het totaal van de betrekkingen van niveau 3; - voor de rang D2, op minstens 30 % van het totaal van de betrekkingen van niveau 3; - voor de rangen D3 en D4, op minstens 50 % van het totaal van de betrekkingen van niveau 3. De Regeringen benoemen de ambtenaren die bevorderd zijn. Art. 38.§ 1. De bevordering door verhoging in graad is de benoeming in de naast hogere graad van hetzelfde niveau als het niveau waartoe de ambtenaar behoort. Ze is ondergeschikt aan het vacant zijn van een betrekking. § 2. De bevordering door verhoging in graad heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de benoeming. Indien de betrekking nog ingevuld is op datum van de benoeming, heeft deze benoeming uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop ze daadwerkelijk ophoudt ingevuld te zijn. Art. 39.De bevordering door overgang naar het hogere niveau is de benoeming in een aanwervingsgraad van een hoger niveau dan het niveau waartoe de ambtenaar behoort. Ze is ondergeschikt aan het vacant zijn van een betrekking van die graad. De bevordering door overgang naar het hogere niveau heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de benoeming. Indien de betrekking nog ingevuld is op datum van de benoeming, heeft deze benoeming uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop ze daadwerkelijk ophoudt ingevuld te zijn. Art. 40.De procedure van oproep tot de kandidaten voor de vacant verklaarde betrekkingen wordt vastgesteld overeenkomstig de leden 2 tot en met 7. De voorwaarden moeten verenigd zijn op de dag waarop de betrekking vacant wordt verklaard en op de dag van de bevordering of de mutatie. De oproep voor de kandidaten voor de mutatie of de bevordering wordt tegelijk per ter post aangetekend schrijven verzonden naar de ambtenaren die tot de personeelsformatie van de instelling behoren. De oproep tot de kandidaten bevat het functieprofiel en de selectie- en rangschikkingscriteria. Op straffe van nietigheid bedraagt de termijn voor de indiening van de kandidaturen éénentwintig dagen te rekenen ofwel van de tweede werkdag volgend op de dag van de indiening bij De Post van het bericht tot vacantverklaring gericht aan de kandidaten. De procedure voor de oproep tot het indienen van kandidaturen mag niet opgestart worden tussen 15 juli en 31 augustus. Op straffe van nietigheid vermeldt de ambtenaar die kandidaat is voor meerdere betrekkingen zijn voorkeur in dalende volgorde en in Arabische cijfers. Op straffe van nietigheid wordt de kandidatuur voor elke betrekking gemotiveerd en samen verzonden met een curriculum vitae die overeenstemt met het model opgenomen in bijlage V. De kandidaturen worden ingediend bij ter post aangetekend schrijven, op straffe van nietigheid. Afdeling 2. - Bevordering door verhoging in graad in de graad van directeur. Art. 41.De ambtenaar van niveau 1 van rang A5 of A6 kan bij verhoging in graad bevorderd worden tot de graad tot directeur, als hij de volgende voorwaarden vervult : 1. 1° acht jaar niveauanciënniteit hebben;2. 2° aantonen dat de evaluatie positief is;3. 3° niet het voorwerp zijn van een niet geschrapte en definitieve disciplinaire maatregel;4. 4° houder zijn van het directiebrevet. Art. 42.Het directiecomité stelt op grond van met name het bekwaamheidsprofiel en de visie op de uitoefening van de opdracht gebonden aan de in te vullen betrekking, een voorlopig voorstel tot rangschikking van de kandidaten vast die het geschikt acht voor : 1. de mutatie;2. de bevordering door verhoging in graad. Het directiecomité stelt enkel een voorstel vast voor de bevordering door verhoging in graad bij afwezigheid van elke kandidatuur voor de toekenning van de betrekking bij mutatie of als de Regering beslist heeft de betrekking aan geen enkele kandidaat toe te kennen. Het voorlopige voorstel tot rangschikking of niet-rangschikking wordt gemotiveerd en aan de kandidaten medegedeeld. Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de mededeling zijn opmerkingen laten gelden of een bezwaar indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité spreekt zich uit over het bezwaar binnen de maand na ontvangst ervan, na de bezwaarindiener te hebben gehoord als laatstgenoemde de wens daartoe geuit heeft. De bezwaarindiener mag zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze. Van de met redenen omklede beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst kennis gegeven aan degene die zijn opmerkingen heeft laten geworden of die een bezwaarschrift heeft ingediend. Bij wijziging van het voorlopige voorstel wordt het definitieve, gemotiveerde voorstel aan alle kandidaten medegedeeld. Afdeling 3. - Bevordering door verhoging in graad in de graden van eerste attaché; eerste gegradueerde, eerste assistent, eerste adjunct Art. 43.Bevorderd door verhoging in graad kunnen worden : 1. tot de graad van eerste attaché, de attaché;2. tot de graad van eerste gegradueerde, de eerstaanwezend gegradueerde;3. tot de graad van eerste assistent, de eerstaanwezend assistent;4. tot de graad van eerste adjunct, de eerstaanwezend adjunct. Voor de staffuncties in de rangen B1 en C1 kunnen eveneens bevorderd worden door verhoging in graad : 1. tot de graad van eerste gegradueerde, de gegradueerde;2. tot de graad van eerste assistent, de assistent. Art. 44.Voor de staffuncties kan door verhoging in graad worden bevorderd de ambtenaar die aan volgende voorwaarden voldoet : - aantonen dat de evaluatie positief is; - niet het voorwerp zijn van een niet geschrapte en definitieve disciplinaire maatregel; - laureaat zijn van minstens één proef ter bevestiging van de bekwaamheid in het betrokken niveau; - zes jaar niveauanciënniteit hebben; - laureaat zijn van een geschiktheidsexamen voor staffuncties voor het betrokken niveau en verkregen binnen de vier jaar die voorafgaan aan de vacantverklaring van de betrekking; - zich onderwerpen aan een beroepsselectietest om na te gaan of het profiel van de laureaat overeenstemt met de in te vullen betrekking. Het directiecomité stelt een voorlopig voorstel tot rangschikking van de kandidaten in de staffuncties in de rang A5, B1 en C1 op, op grond van de test waarvan sprake in punt 6 en op grond van de rangschikking opgemaakt na het examen waarvan sprake in punt 5. Het voorlopige voorstel tot rangschikking wordt gemotiveerd en aan de kandidaten medegedeeld. Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de mededeling zijn opmerkingen laten gelden of een bezwaar indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité spreekt zich uit over het bezwaar binnen de maand na ontvangst ervan, na de bezwaarindiener te hebben gehoord als laatstgenoemde de wens daartoe geuit heeft. De bezwaarindiener mag zich laten bijstaan door een raadsman van zijn keuze. Van de met redenen omklede beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt kennis gegeven aan degene die zijn opmerkingen heeft laten geworden of die een bezwaarschrift heeft ingediend. Bij wijziging van het voorlopige voorstel wordt het definitieve, gemotiveerde voorstel aan alle kandidaten medegedeeld. Bij gelijke uitslagen wordt bij verhoging in graad tot de staffunctie bevorderd, de ambtenaar die de hoogste anciënniteit in de hoogste raad heeft onder de geschikt bevonden kandidaten. Art. 45.Behalve de staffuncties kan door verhoging in graad worden bevorderd de ambtenaar die aan volgende voorwaarden voldoet : 1. aantonen dat de evaluatie positief is;2. niet het voorwerp zijn van een niet geschrapte en definitieve disciplinaire maatregel;3. zes jaar niveauanciënniteit hebben;4. laureaat zijn van de proef ter bevestiging van de vaardigheden die overeenstemmen met de betrokken graad. Het directiecomité stelt voor de betrekkingen van elke graad op grond van met name het bekwaamheidsprofiel en de visie op de uitoefening van de opdracht gebonden aan de in te vullen betrekking, een voorlopig voorstel tot rangschikking van de kandidaten. Het voorlopige voorstel tot rangschikking wordt gemotiveerd en aan de kandidaten medegedeeld. Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de mededeling zijn opmerkingen laten gelden of een bezwaar indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité spreekt zich uit over het bezwaar binnen de twee maanden na ontvangst ervan, na de bezwaarindiener te hebben gehoord als laatstgenoemde de wens daartoe geuit heeft. De bezwaarindiener mag zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze. Van de met redenen omklede beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt kennis gegeven aan degene die zijn opmerkingen heeft laten geworden of die een bezwaarschrift heeft ingediend. Bij wijziging van het voorlopige voorstel wordt het definitieve, gemotiveerde voorstel aan alle kandidaten medegedeeld. Art. 46.De administrateur-generaal deelt het definitieve rangschikkingsvoorstel aan de Regeringen mee. Afdeling 4. - Bevordering door verhoging in graad in de graad eerstaanwezend gegradueerde, eerstaanwezend assistent, eerstaanwezend adjunct en geschoold adjunct Art. 47.Bevorderd door verhoging in graad kunnen worden : 1. tot de graad van eerstaanwezend gegradueerde, de gegradueerde;2. tot de graad van eerstaanwezend assistent, de assistent;3. tot de graad van eerstaanwezend adjunct, de geschoolde adjunct;4. tot de graad van geschoolde adjunct, de adjunct. Art. 48.Door verhoging in graad kan worden bevorderd de ambtenaar die aan volgende voorwaarden voldoet : 1° aantonen dat de evaluatie positief is;2° niet het voorwerp zijn van een niet geschrapte en definitieve disciplinaire maatregel;3° zes jaar niveauanciënniteit hebben;4° laureaat zijn van minstens één proef ter bevestiging van de bekwaamheid in het betrokken niveau. Ter afwijking van lid 1 wordt bevorderd bij verhoging in graad tot de graad van geschoolde adjunct, de adjunct die voldoet aan de voorwaarden waarvan sprake in lid 1, 1° en 2°, na acht jaar ranganciënniteit. Art. 49.Het directiecomité stelt een voorlopig voorstel tot rangschikking van de kandidaten op voor de betrekkingen van elke graad op grond van de beste overeenstemming tussen het vaardigheidsprofiel van de kandidaten en het functieprofiel. Het voorlopige voorstel tot rangschikking wordt gemotiveerd en aan de kandidaten medegedeeld. Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de mededeling zijn opmerkingen laten gelden of een bezwaar indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité spreekt zich uit over het bezwaar binnen de maand na ontvangst ervan, na de bezwaarindiener te hebben gehoord als laatstgenoemde de wens daartoe geuit heeft. De bezwaarindiener mag zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze. Van de met redenen omklede beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt kennis gegeven aan degene die zijn opmerkingen heeft laten geworden of die een bezwaarschrift heeft ingediend. Bij wijziging van het voorlopige voorstel wordt het definitieve, gemotiveerde voorstel aan alle kandidaten medegedeeld. Art. 50.De administrateur-generaal deelt het definitieve rangschikkingsvoorstel aan de Regeringen mee. Afdeling 5. - Bevordering door overgang naar het hogere niveau Art. 51.Door overgang naar het hogere niveau kan worden bevorderd de ambtenaar van het of de lagere niveau(s) die aan volgende voorwaarden voldoet : 1° aantonen dat de evaluatie positief is;2° niet getroffen zijn door een definitieve en niet-geschrapte tuchtsanctie;3° laureaat zijn van een vergelijkend overgangsexamen naar het betrokken niveau. De ambtenaar mag deelnemen aan voorbereidende vormingen en ten vroegste voor de vergelijkende overgangsexamens inschrijven vier jaar na zijn benoeming : - in het niveau 3 voor de overgang naar niveau 2; - in het niveau 2 voor de overgang naar niveau 2+; - in het niveau 2 of 2+ voor de overgang naar niveau 1. Art. 52.Bevorderd door overgang naar het hogere niveau kunnen worden : - in de graad van attaché, de ambtenaar van de niveaus 2+ of 2; - in de graad van gegradueerde, de ambtenaar van niveau 2; - in de graad van adjunct, de ambtenaar van niveau 3. Art. 53.De administrateur-generaal deelt de rangschikking van de kandidaten die voor de bevordering door overgang naar het hogere niveau toelaatbaar zijn, mee aan de Regeringen. HOOFDSTUK VI. - Hogere functies Art. 54.Een ambtenaar kan aangewezen worden om hogere functies uit te oefenen die beantwoorden aan ofwel een betrekking van de formatie waarvan de titularis afwezig is sinds minstens twee maanden of voor een voorspelbare duur van minstens twee maanden, ofwel een betrekking van de formatie die vacant is verklaard. Art. 55.De aanwijzing voor de uitoefening van hogere functies kan verricht worden voor de betrekkingen van rang A3 als niet aan een mandaat onderworpen inspecteurs-generaal, A4 evenals voor de staffuncties van de rangen A5, B1 en C1. Art. 56.§ 1. Om aangewezen te worden om hogere functies uit te oefenen, dienen volgende voorwaarden uitgeoefend te worden : 1. aantonen dat de evaluatie positief is;2. niet het voorwerp zijn van een niet geschrapte en definitieve disciplinaire maatregel;3. de voorwaarden voor de toegang tot de rang A3, A4, A5, B1 en C1 vervullen. § 2. Voor de rang A4 kan bij gebrek aan een ambtenaar die alle voorwaarden vervult, een ambtenaar aangewezen worden die niet houder is van het directiebrevet. Onder ambtenaren die dezelfde voorwaarden vervullen, worden de hogere functies verleend aan de ambtenaar die het meest geschikt is om het ambt uit te oefenen. Art. 57.De hogere functies worden al naar gelang beëindigd : 1° op de datum waarop de titularis van de betrekking zijn ambt weer opneemt;2° op de datum van uitwerking van de benoeming van de titularis van de vacant verklaarde betrekking en uiterlijk bij verstrijken van een termijn van één jaar te rekenen van de dag van de vacantverklaring van de betrekking, eenmaal verlengbaar voor dezelfde duur. Art. 58.De ambtenaar die belast is met de hogere functies oefent alle rechten en prerogatieven uit, vervult alle plichten en draagt alle lasten die met de betrekking waarvoor hij aangewezen is, verbonden zijn. Ter afwijking van voorgaand lid oefent hij niet de prerogatieven uit die verband houden met de tuchtregeling en de beoordeling van personeelsleden die titularis zijn van een graad die gelijk is aan of hoger is dan graad waarin hij is benoemd. Art. 59.De aanwijzingen voor de uitoefening van hogere functies gebeuren door de Regeringen op gemotiveerde voordracht van het directiecomité. Art. 60.In de gevallen waarin een mandataris sinds meer dan twee maanden afwezig is, waarin de mandataris zoals voorzien afwezig is voor een duur van twee maanden of waarin gewacht wordt op de aanwijzing van een nieuwe mandataris, voorzien bij een vroegtijdig einde van een mandaat, kan een ambtenaar van de instelling worden aangewezen om hogere functies uit te oefenen voor een betrekking van rang A2 volgens de voorwaarden bepaald in artikel 266. HOOFDSTUK VII. - Opname van een ambtenaar van een andere overheid of van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon Art. 61.Bij overheveling van een bevoegdheid of een aangelegenheid naar het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap Wallonië-Brussel of naar de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waaraan nieuwe opdrachten voor de instelling gekoppeld zijn, kunnen de Regeringen, om die nieuwe opdrachten in termen van werkgelegenheid op te nemen en na advies van de leidend ambtenaar, in de voorafgaandelijk gewijzigde personeelsformatie van de instelling elke ambtenaar opnemen die behoort tot de diensten van een andere Regering of tot een publiekrechtelijke rechtspersoon die onder een andere overheid ressorteert. De ambtenaar moet aan alle voorwaarden van dit Boek I tegelijk voldoen om een betrekking waarvan sprake in lid 1 in te vullen. Hij krijgt geen nieuwe benoeming. Hij wordt door de Regeringen toegewezen op de datum van diens opname. TITEL IV. - Werving en loopbaan van de gehandicapte personen HOOFDSTUK I. - Verplichting om gehandicapte personen te werk te stellen Art. 62.De instelling is ertoe verplicht in de loop van een kalenderjaar een aantal gehandicapte personen vastgesteld op twee en een half percent van de bezetting van de personeelsformatie te werk te stellen. Als anderhalve eenheid worden geteld de gehandicapte personen wier graad van zelfredzaamheid op minstens twaalf punten is vastgesteld conform aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 juli 1987 tot vaststelling van de categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming. Vijf percent van de aanwervingen worden voorbehouden voor gehandicapte personen zolang het in het eerste lid vastgestelde tewerkstellingspercentage niet is bereikt. HOOFDSTUK II. - Werving en loopbaan van de gehandicapte personen Art. 63.Een betrekking van het quota dat voorbehouden is aan de gehandicapte personen kan bekleed worden door de kandidaten die op het tijdstip van de werving minstens aan één van de volgende voorwaarden voldoen : 1° geregistreerd zijn bij het Waalse agentschap voor de integratie van de gehandicapte personen, hierna « het agentschap » genoemd, of van de dienst van de Duitstalige gemeenschap voor de gehandicapte personen, hierna « de dienst » genoemd of van het « Brussels fonds voor de gehandicapte personen » of het « Vlaams fonds voor sociale integratie van personen met een handicap », beide hierna « het fonds » genoemd, het voorwerp hebben uitgemaakt van een beslissing tot interventie van laatstgenoemden, en elke beslissing met betrekking tot de bepalingen inzake tegemoetkoming of sociale of beroepsintegratie getroffen door de federale overheid of een Gemeenschap meegedeeld hebben aan het agentschap, aan de dienst of aan het fonds;2° slachtoffer geworden zijn van een arbeidsongeval en een attest voorleggen afgeleverd door het Fonds voor arbeidsongevallen of door de medisch-sociale Rijksdienst waarmee een ongeschiktheid van minstens 30 % aangetoond wordt;3° slachtoffer geworden zijn van een beroepsziekte en een attest voorleggen afgeleverd door het Fonds voor beroepsziekten of door de medisch-sociale Rijksdienst waarmee een ongeschiktheid van minstens 30 % aangetoond wordt;4° slachtoffer geworden zijn van een ongeval van gemeen recht en een afschrift van het vonnis afgeleverd door de griffie van de rechtbank voorleggen waarmee aangetoond wordt dat de handicap of de ongeschiktheid minstens 30 % bereikt;5° slachtoffer geworden zijn van een huiselijk ongeval en een afschrift van de beslissing van de verzekeringsinstelling waarmee aangetoond wordt dat de permanente ongeschiktheid minstens 30 % bereikt;6° in aanmerking komen voor een inkomensvervangende of integratietoelage krachtens de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de toelagen aan de gehandicapten. Art. 64.De vergelijkende wervingsexamens en de vergelijkende overgangsexamens worden aangepast aan de dwingende handicapgerelateerde omstandigheden van de ingeschreven kandidaten. De betrekkingen voorbehouden aan de gehandicapte personen worden prioritair toegewezen aan de personen die voldoen aan minstens één van de voorwaarden vastgesteld in artikel 63, 1° tot 6°, in de volgorde van hun rangschikking. Art. 65.De proef voor het behalen van het directiebrevet, de proeven ter bevestiging van de vaardigheden en de voorbereidende vormingen voor die proeven worden aangepast aan de dwingende handicapgerelateerde voorwaarden. Art. 66.De administrateur-generaal organiseert in samenwerking met het agentschap, de dienst of het fonds de opvang, de vorming en de integratie van de gehandicapte personen in het arbeidscircuit. In voorkomend geval stellen het Agentschap, de Dienst of het Fonds maatregelen voor de aanpassing van de arbeidsplaats voor. Art. 67.De administrateur-generaal stelt tegen uiterlijk 30 juni in samenwerking met het Agentschap, de Dienst of het Fonds een jaarverslag vast met betrekking tot de tewerkstelling van de gehandicapte personen in de instelling. Het verslag wordt medegedeeld aan de bevoegde ministers inzake ambtenarenzaken van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en integratie van de gehandicapte personen, die er de Regeringen over inlichten. Het verslag wordt ter advies voorgelegd aan de Waalse adviesraad voor gehandicapte personen opgericht bij artikel 65 van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van de gehandicapte personen. TITEL V. - Vorming HOOFDSTUK I. - De directie vorming van het ministerie van het Waalse Gewest Art. 68.§ 1. De Regeringen nemen de doelstellingen van de voortgezette vorming van het personeel van de instelling aan, waarbij rekening gehouden wordt met de bevoegdheden van Gewest en Gemeenschap. § 2. De directie vorming van het ministerie van het Waalse Gewest is uitsluitend bevoegd tegenover de instelling voor de uitoefening van de volgende opdrachten : 1. het bedenken en uitvoeren van de vormingen in het stageprogramma in overleg met de verantwoordelijke van de vorming in de instelling;2. de invoering en de coördinatie van een netwerk van correspondenten voor de vorming en stageleiders aangewezen in de instelling op voordracht van de administrateur-generaal.De stageleider zorgt voor de zorgvuldige integratie en de opvolging van de stagiair; 3. 3° in het kader van de vordering van de loopbaan van de ambtenaren, de uitvoering van vormingsacties voorzien en waarborgen, de validering van de vaardigheden voorbereiden, de validering van de vaardigheden doorvoeren, in overleg met de verantwoordelijke van de vorming in de instelling. § 3. De instelling beschikt over een vormingsdirectie voor de andere opdrachten dan de opdrachten bepaald in § 2. Art. 69.De directie vorming waarvan sprake in artikel 68, § 3, verzorgt het administratieve beheer van de individuele dossiers van de stagiairs van de instelling. HOOFDSTUK II. - De directie vorming van de instelling Art. 70.Naast de bevoegdheden die haar uitdrukkelijk erkend zijn bij dit besluit, heeft de directie vorming van de instelling als opdracht de uitvoering van de vormingsprogramma's in overleg met de bevoegde diensten van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest en de begeleiding van de stagiairs. Voor de begeleiding van de stagiairs wordt ze bijgestaan door stageleiders. HOOFDSTUK III. - Vormingen Afdeling 1. - Algemeen Art. 71.De instelling kan voor haar personeel vormingsplannen opstellen. Die plannen worden goedgekeurd door de administrateur-generaal na advies van de directie vorming van het ministerie van het Waalse Gewest. Ze bevatten de doelstellingen, de programma's, de duur en de wijze van beoordeling van de vormingen. Art. 72.Onder loopbaanvorming wordt elke vorming verstaan met het oog op het voldoen aan de evaluatiecriteria, evenals de proefvoorbereidende vormingen voor het behalen van het directie- en/of managementbrevet, de proefvoorbereidende vormingen voor de bevestiging van de verworven vaardigheden en de vergelijkende examens voor de overgang naar het hogere niveau. Art. 73.§ 1. Indien het initiatief voor de vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest uitgaat, neemt dat ministerie de kosten over voor de inschrijving op de vormingen waarvan sprake in dit hoofdstuk; in de andere gevallen worden die kosten rechtstreeks door de instelling overgenomen. § 2. De ambtenaren die gebruik maken van het openbaar vervoer om zich naar loopbaanvormingen te begeven, krijgen een vergoeding berekend overeenkomstig de bepalingen inzake het gebruik van de openbare vervoersmiddelen. De ambtenaren die gebruik maken van hun persoonlijk voertuig om zich naar loopbaanvormingen te begeven, krijgen een vergoeding berekend overeenkomstig de bepalingen inzake het gebruik van het openbaar vervoer. De ambtenaren die zich op eigen initiatief naar andere vormingen begeven krijgen geen enkele vergoeding voor rondreiskosten. Afdeling 2. - Dienstopdracht wegens verplichte vorming. Art. 74.De ambtenaar die een vorming volgt op initiatief van de instelling is verplicht eraan deel te nemen. Hij wordt beschouwd als in dienstopdracht zijnde. Art. 75.De vormingen bedoeld in bijlage VIII zijn erkend. Daarnaast keurt de administrateur-generaal de vormingen goed die georganiseerd worden door de directie vorming van de instelling. Art. 76.De dienstopdracht bestrijkt de tijd die nodig is voor het volgen van de vorming, met inbegrip van de tijd nodig om voor de heen- en terugreis. De ambtenaar kan de vormingsuren die plaatsvinden buiten de normale diensturen om met zijn diensturen compenseren. Afdeling 3. - Dienstvrijstelling wegens vorming Art. 77.De ambtenaar krijgt een dienstvrijstelling om een vorming die door een Ministerie of een instelling georganiseerd wordt, te volgen. Afdeling 4. - Vormingsverlof Art. 78.De ambtenaar die op eigen initiatief een vorming volgt goedgekeurd door een ministerie of een instelling kan een vormingsverlof krijgen. Dat verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Art. 79.De vormingen bedoeld in bijlage VIII zijn erkend. De administrateur-generaal keurt de andere vormingen op initiatief van de ambtenaar goed die georganiseerd worden door de directie vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest op advies van de verantwoordelijke van laatstgenoemde. Art. 80.De vorming op initiatief van de ambtenaar dient verband te houden ofwel met zijn tegenwoordige functie, ofwel met de functie die hij zou kunnen uitoefenen in de instelling. Art. 81.In de zin van deze afdeling wordt onder school- of academiejaar de periode verstaan die reikt van 1 september tot en met 31 augustus. Behalve voor de loopbaanvormingen kan het verlof worden geweigerd indien het onverenigbaar is met het belang van de dienst dat wordt aangetoond door de hiërarchische meerdere van minstens rang A4. De administrateur-generaal verleent of weigert, op advies van de directie vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest, het vormingsverlof en licht er de ambtenaar en diens hiërarchische meerdere over in. Art. 82.Het verlof kan niet meer dan één keer voor dezelfde vorming worden verleend. Voor éénzelfde vorming kan het verlof niet gecumuleerd worden met de dienstopdracht bedoeld in artikel 74. Art. 83.De duur van het verlof is gelijk aan het aantal vormingsuren, na aftrek van de uren waarvan de ambtenaar is vrijgesteld. Voor een vorming die een regelmatige aanwezigheid niet nodig maakt, is het aantal vormingsuren gelijk aan het aantal uur of lessen waaruit het studieprogramma bestaat. Art. 84.De som van de dienstvrijstellingen en verloven toegekend aan de ambtenaar voor het volgen van de vormingen mag, zonder rekening te houden met de verplichte vormingen, de honderdtwintig uur per jaar voor daadwerkelijke diensten met volledige arbeidsprestaties niet overschrijden. Die honderdtwintig uur worden naar verhouding verminderd voor ambtenaren op wie een deeltijdse arbeidsregeling van toepassing is. Art. 85.Tot de verhoudingsgewijze vermindering van de 120 uur per jaar geven aanleiding : - de stageduur; - de periodes van niet-activiteit en disponibiliteit; - het stageverlof of de proefperiode; - het verlof wegens opdracht; - het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan; - het verlof wegens kandidaatstelling voor de verkiezingen voor bepaalde wetgevende vergaderingen zoals bedoeld in boek III van dit besluit. Art. 86.De ambtenaar dient bij de directie vorming van de instelling een inschrijvingsattest in tijdens de maand van aanvang van een vorming die niet door haar georganiseerd wordt of binnen de maand na het versturen van het eerste werk dat hem opgelegd wordt binnen het kader van het afstandsonderwijs. In de maand waarin de vorming die niet door de directie vorming georganiseerd wordt of waarin het studieprogramma beëindigd wordt, maakt de ambtenaar een nauwgezetheidsbewijs aan die directie over. Art. 87.§ 1. Het verlof voor een vorming die tijdens het schooljaar wordt georganiseerd wordt opgenomen tussen het begin van het schooljaar en het einde van de eerste of, eventueel, de tweede examenperiode. Het verlof voor een vorming die niet tijdens het schooljaar georganiseerd wordt, wordt opgenomen tussen de aanvang en het einde van de vorming. Het verlof voor een vorming waarbij een regelmatige aanwezigheid niet vereist wordt, wordt opgenomen tussen de aanvang en het einde van de opgelegde werken. Als die vorming gevolgd wordt door de deelname aan een examen, wordt de periode verlengd of aan het einde van de eerste of, eventueel, de tweede examenperiode. § 2. Rekening houdend met de behoeften van de instelling, het aantal uren of lessen die de vorming inhoudt, kan de administrateur-generaal op aanvraag van het diensthoofd eisen dat het verlof gespreid en gepland opgenomen wordt. De spreiding mag het recht van de ambtenaar om het geheel van zijn verlof op te nemen noch diens recht om het verlof te gebruiken om zich naar de vorming te begeven, deze bij te wonen, zijn arbeidsplaats na de vorming te bereiken en aan de examens deel te nemen, aantasten. Art. 88.De ambtenaar geeft schriftelijk binnen een termijn van vijf dagen kennis aan de directie vorming dat hij de vorming opgeeft of dat hij definitief ophoudt de opgelegde taken op te sturen. Bij afstandsonderwijs geeft de ambtenaar kennis aan de directie vorming van elke onderbreking van meer dan twee maanden in het opsturen van de opgelegde taken, ongeacht of de ambtenaar zijn vorming slechts één keer of meerdere keren onderbreekt. In beide gevallen maakt de ambtenaar het nauwgezetheidsbewijs aan de directie vorming van de instelling over. De Directie Vorming van de instelling beëindigt het verlof op de datum van de kennisgevingen bedoeld in het eerste en het tweede lid. De opgave, het feit dat het versturen van de opgelegde taken definitief of tijdelijk onderbroken wordt, worden verantwoord op straffe van de sanctie bepaald in artikel 89. Art. 89.Het recht op verlof wordt geschorst indien uit het nauwgezetheidsbewijs of uit andere informatiegegevens blijkt : 1. 1° ofwel dat de ambtenaar van de cursussen afwezig is gebleven zonder wettige reden tijdens meer dan één vijfde van de duur ervan;2. 2° ofwel dat de ambtenaar een onderbreking van meer dan twee maanden in het opsturen van de opgelegde taken niet medegedeeld heeft. De opschorting van het recht op verlof wordt uitgesproken door de administrateur-generaal op voorstel van …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.