📄 Wettekst
20 JANUARI 2021. - Wet tot wijziging van de
wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/08/2013
pub.
13/04/2018
numac
2018011601
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
30/08/2013
pub.
20/12/2013
numac
2013014641
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
30/08/2013
pub.
30/10/2013
numac
2013014638
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet houdende invoeging van een titel 7/1 in de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex voor wat betreft de aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet
sluiten houdende de Spoorcodex (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor en van de richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de Spoorcodex Art. 3.Artikel 1 van de
wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/08/2013
pub.
13/04/2018
numac
2018011601
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
30/08/2013
pub.
20/12/2013
numac
2013014641
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
30/08/2013
pub.
30/10/2013
numac
2013014638
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet houdende invoeging van een titel 7/1 in de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex voor wat betreft de aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet
sluiten houdende de Spoorcodex, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/2017
pub.
11/12/2017
numac
2017031660
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
23/11/2017
pub.
06/07/2018
numac
2018012946
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Duitse vertaling
sluiten, wordt vervangen als volgt: "Artikel 1.Deze Spoorcodex regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, met uitzondering van titel 7/1 die een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de grondwet regelt.
Deze Spoorcodex voorziet in de gedeeltelijke omzetting van: 1° de richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap, zoals gewijzigd door de richtlijn 2016/882 van de Commissie van 1 juni 2016 tot wijziging van richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de taalvereisten;2° de richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte;3° de richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie; 4° de richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor.". Art. 4.In artikel 2, paragraaf 2 van dezelfde Codex, vervangen bij de wet van 15 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "en enkel op deze infrastructuren gebruikte voertuigen die uitsluitend door hun eigenaar voor eigen goederenvervoer worden gebruikt" vervangen door de woorden ", met inbegrip van zijsporen, die door de eigenaar of een exploitant worden gebruikt voor zijn vrachtvervoeractiviteiten of het vervoer van personen voor niet-commerciële doeleinden, en voertuigen die uitsluitend worden gebruikt op deze infrastructuur"; 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: "2° netwerken die functioneel gescheiden zijn van de rest van het spoorwegsysteem van de Unie en die alleen bedoeld zijn voor de exploitatie van lokale, stads- of voorstadsreizigersdiensten alsmede ondernemingen die uitsluitend op deze netwerken opereren;"; 3° in de bepaling onder 4° worden de woorden "en infrastructuur die uitsluitend door die voertuigen wordt gebruikt" ingevoegd tussen de woorden "spoorgebonden modi" en de woorden ", voor zover". Art. 5.In artikel 3 van dezelfde Codex, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 23 juni 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
02/07/2020
numac
2020041892
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
01/07/2020
numac
2020041966
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "soortgelijk ongeval dat duidelijk consequenties heeft voor" vervangen door de woorden "ander ongeval dat dezelfde gevolgen heeft en duidelijke consequenties heeft voor"; 2° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt: "5° "Bureau": het Spoorwegbureau van de Europese Unie opgericht bij de Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016;"; 3° de bepaling onder 9° wordt aangevuld met de woorden "of elk orgaan dat door verschillende lidstaten met deze taken belast is om te zorgen voor een uniforme veiligheidsregeling";4° de bepaling onder 10° wordt opgeheven; 5° de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt: "13° "Specifiek geval": elk deel van het spoorwegsysteem waarvoor om geografische of topografische redenen of omwille van het stadsmilieu en de compatibiliteit met het bestaande systeem, bijzondere tijdelijke of permanente bepalingen in de TSI's moeten worden opgenomen, in het bijzonder lijnen en netwerken die niet verbonden zijn met het netwerk in de rest van de Unie, het profiel, de spoorwijdte of de spoorafstand, alsmede voertuigen die bestemd zijn voor strikt lokaal, regionaal of historisch gebruik en voertuigen met een plaats van vertrek of bestemming in derde landen;"; 6° de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt: "16° "Uniek Veiligheidscertificaat": het document dat als doel heeft aan te tonen dat de betrokken spoorwegonderneming haar veiligheidsbeheersysteem tot stand heeft gebracht en dat zij in staat is in alle veiligheid te opereren in het beoogde exploitatiegebied;"; 7° in de bepaling onder 19° worden de woorden "van materieel" vervangen door de woorden "van voorzieningen";8° in de bepaling onder 21° worden de woorden "de persoon of entiteit die eigenaar is van het voertuig of het recht heeft het te gebruiken" vervangen door de woorden "de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het voertuig of het recht heeft het te gebruiken";9° in de bepaling onder 25° worden de woorden "Deze entiteit kan ofwel een spoorwegonderneming, een infrastructuurbeheerder of een houder zijn, ofwel een concessionaris die belast is met de uitvoering van een project" opgeheven;10° in de bepaling onder 28° worden de woorden "van de Unie" ingevoegd tussen het woord "spoorwegsysteem" en de woorden ", de subsystemen"; 11° de bepaling onder 31° wordt vervangen als volgt: "31° "Incident": een ander voorval dan een ongeval of een ernstig ongeval, dat de veiligheid van de spoorwegexploitatie aantast;"; 12° de bepaling onder 34° wordt vervangen als volgt: "34° "Interoperabiliteit": de geschiktheid van een spoorwegsysteem voor een veilig en ononderbroken treinverkeer dat de vereiste prestaties levert;"; 13° de bepaling onder 37° wordt vervangen als volgt: "37° "Gemeenschappelijke veiligheidsmethoden (GVM)": de methoden waarin is beschreven hoe de veiligheidsniveaus, het bereiken van de veiligheidsdoelen en de conformiteit met andere veiligheidsvereisten moeten worden beoordeeld;"; 14° in de bepaling onder 40° worden de woorden "of een voertuig in zijn nominale werkingstoestand wordt gebracht" vervangen door de woorden "in bedrijf wordt genomen";15° de bepaling onder 41° wordt vervangen als volgt: "41° "Geharmoniseerde norm": een Europese norm als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder c), van de Verordening (EU) nr.1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad;"; 16° de bepaling onder 42° wordt vervangen als volgt: "42° "Gemeenschappelijke veiligheidsdoelen"(GVD): de minimumveiligheidsniveaus die moeten worden gehaald door het systeem als geheel en, waar dat uitvoerbaar is, door de verschillende onderdelen van het spoorwegsysteem van de Unie (zoals het conventionele spoorwegsysteem, het hogesnelheidsspoorwegsysteem, lange spoorwegtunnels of lijnen die uitsluitend voor goederenvervoer worden gebruikt);"; 17° de bepaling onder 45° wordt opgeheven;18° de bepaling onder 46° wordt opgeheven;19° de bepaling onder 49° wordt vervangen als volgt: "49° "Treinpersoneel": het personeel samengesteld uit enerzijds treinbestuurders en anderzijds begeleiders van reizigerstreinen.Dit personeel omvat niet het personeel van Securail;"; 20° de bepaling onder 51° wordt vervangen als volgt: "51° "Project in vergevorderd stadium": elk project waarvan de planning of de aanleg zodanig is gevorderd dat een wijziging van de technische specificaties de levensvatbaarheid van het project zoals gepland in het gedrang kan brengen;"; 21° de bepaling onder 52° wordt vervangen als volgt: "52° "Verbetering": werkzaamheden waarbij een subsysteem of een deel daarvan aanzienlijk wordt gewijzigd, die een aanpassing vergen van het technisch dossier dat de "EG"-keuringsverklaring vergezelt, indien dit technisch dossier er is, en die een verbetering van de algemene prestaties van het subsysteem tot gevolg hebben;"; 22° de bepaling onder 54° wordt opgeheven;23° de bepaling onder 55° wordt opgeheven; 24° de bepaling onder 56° wordt vervangen als volgt: "56° "Nationale voorschriften": alle bindende voorschriften die door de Koning zijn aangenomen overeenkomstig artikel 68, paragraaf 2, 1°, die vereisten inzake veiligheid op het spoor of technische vereisten bevatten, andere dan de door uniale of internationale voorschriften vastgestelde, die op het niveau van het Belgische spoornet van toepassing zijn op infrastructuurgebruikers;"; 25° in de bepaling onder 57° worden de woorden "deel van een subsysteem" vervangen door de woorden "een deel daarvan";26° de bepaling onder 59° wordt vervangen als volgt: "59° "Net";"Netwerk": a) inzake interoperabiliteit en veiligheid van de spoorwegen: de lijnen, stations, terminals en alle soorten vaste uitrusting die nodig zijn voor het veilig en continu functioneren van het spoorwegsysteem van de Unie; b) inzake het beheer en de openstelling van de markt: de gehele spoorweginfrastructuur die beheerd wordt door een infrastructuurbeheerder;"; 27° de bepaling onder 65° wordt vervangen als volgt: "65° "subsystemen": de structurele en functionele delen van het spoorwegsysteem van de Unie, als bepaald in bijlage 15;"; 28° de bepaling onder 66° wordt vervangen als volgt: "66° "Europese specificatie": een specificatie die in één van onderstaande categorieën valt: - een gemeenschappelijke technische specificatie als gedefinieerd in bijlage VIII bij de richtlijn 2014/25/EU, - een Europese technische goedkeuring als bedoeld in artikel 60 van de richtlijn 2014/25/EU, of, - een Europese norm als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder b), van de Verordening (EU) nr.1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad;"; 29° in de bepaling onder 67° worden de woorden "spoorwegsysteem" vervangen door de woorden "spoorwegsysteem van de Unie"; 30° de bepaling onder 69° wordt vervangen als volgt: "69° "Veiligheidsbeheersysteem": de organisatie, de regelingen en procedures die door een infrastructuurbeheerder of spoorwegonderneming zijn vastgesteld om hun activiteiten veilig te laten verlopen;"; 31° de bepaling onder 70° wordt vervangen als volgt: "70° "Spoorwegsysteem": het geheel van infrastructuur van het bestaande spoorwegnetwerk, bestaande uit enerzijds de lijnen en vaste installaties en anderzijds de voertuigen, ongeacht categorie of herkomst, die op deze infrastructuur rijden;"; 32° de bepaling onder 71° wordt vervangen als volgt: "71° "Spoorwegsysteem van de Unie": de in bijlage 14 genoemde elementen;"; 33° in de bepaling onder 72° worden de woorden "een enkele verklaring van "EG"-typeonderzoek zoals omschreven in module B van de bijlage II van het Besluit nr.768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad" vervangen door de woorden "een type- of ontwerpkeuringscertificaat als beschreven in de toepasselijke keuringsmodule"; 34° in de bepaling onder 73° worden de woorden "eigen wielen" vervangen door de woorden "wielen" en worden de woorden "of onderdelen van dergelijke subsystemen" opgeheven;35° de bepaling onder 78° wordt opgeheven;36° in de bepaling onder 82° worden de woorden "nationale veiligheidsvoorschriften" vervangen door de woorden "nationale voorschriften";37° in de bepaling onder 83° worden de woorden "richtlijn 2004/49/EG" vervangen door de woorden "richtlijn 2016/798/EU";38° in de bepaling onder 84° worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in a) worden de woorden "en hun hulpondernemingen" opgeheven;2° in b) worden de woorden "en zijn hulpondernemingen" opgeheven;39° artikel 3 wordt aangevuld door de bepalingen onder 85° tot 115°, luidende: "85° "Conformiteitsbeoordelingsinstantie": een instantie die is aangemeld of aangewezen als verantwoordelijke voor conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, zoals ijken, testen, certificeren en inspecteren;een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt na aanmelding door een lidstaat ingedeeld als een "aangemelde instantie"; een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt na aanwijzing door een lidstaat ingedeeld als een "aangewezen instantie"; 86° "Fabrikant": een natuurlijke of rechtspersoon die een product in de vorm van een interoperabiliteitsonderdeel of subsysteem of voertuig maakt of laat ontwerpen of laat maken, en dat onder zijn naam of merk verhandelt;87° "Afzender": onderneming die goederen verzendt, hetzij voor eigen rekening, hetzij voor een derde partij;88° "Lader": onderneming die verpakte goederen, kleine containers of transporttanks in of op een wagon plaatst of in een container laadt, of die een container, bulkcontainer, gascontainer met verscheidene elementen, tankcontainer of transporttank op een wagon plaatst;89° "Losser": onderneming die een container, bulkcontainer, gascontainer met verscheidene elementen, tankcontainer of transporttank van een wagon afhaalt, of een onderneming die verpakte goederen, kleine containers of transporttanks van een wagon of uit een container lost, dan wel een onderneming die goederen lost uit een tank (reservoirwagen, afneembare tank, transporttank of tankcontainer), of uit een batterijwagon of gascontainer met verscheidene elementen, uit een wagon, grote of kleine container voor bulkvervoer of bulkcontainer;90° "Bulkvuller": onderneming die goederen laadt in een tank (waaronder een reservoirwagen, wagen met afneembare tanks, transporttank of tankcontainer), een wagon, een grote of kleine container voor bulkvervoer, of in een batterijwagon of gascontainer met verscheidene elementen;91° "Bulklosser": onderneming die goederen verwijdert uit een tank (waaronder een reservoirwagen, wagen met afneembare tanks, transporttank of tankcontainer), een wagon, een grote of kleine container voor bulkvervoer, of uit een batterijwagon of gascontainer met verscheidene elementen;92° "Vervoerder": onderneming, andere dan een spoorwegonderneming, die het vervoer verzorgt, overeenkomstig een vervoersovereenkomst;93° "Soort vervoer": soort in die zin dat uitsluitend passagiersvervoer, inclusief of exclusief hogesnelheidsdiensten, goederenvervoer, inclusief of exclusief diensten met betrekking tot gevaarlijke goederen, en rangeerdiensten worden bedoeld;94° "Omvang van het vervoer": het volume aan passagiers en/of goederen en de geraamde omvang van een spoorwegonderneming in termen van het aantal werknemers in de spoorwegsector (zijnde een micro-, kleine, middelgrote of grote onderneming);95° "Exploitatiegebied": één of meer netwerken binnen één of meer lidstaten waar een spoorwegonderneming voornemens is haar diensten te verrichten;96° "Mobiel subsysteem": het subsysteem rollend materieel en het subsysteem boorduitrusting voor besturing en seingeving;97° "Product": een product dat met een fabricageproces wordt verkregen, met inbegrip van interoperabiliteitsonderdelen en subsystemen;98° "Aanvrager": a) voor de toepassing van de artikelen 13, 80, 81, 88 en 95, van titel 6, hoofdstuk 4, afdeling 2, van artikel 159, van titel 6, hoofdstuk 4/1, van artikel 199 en van titel 6, hoofdstuk 6, een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die een vergunning aanvraagt en die een spoorwegonderneming, een infrastructuurbeheerder of andere personen of juridische entiteiten kan zijn, zoals de fabrikant, een eigenaar of een houder;b) voor de toepassing van titel 6, hoofdstuk 4, afdeling 3, onderafdeling 1, een aanbestedende dienst, een fabrikant of een gemachtigde daarvan;c) voor de toepassing van titel 6, hoofdstuk 4/1, afdeling 1 en van bijlage 29, in het geval van projecten inzake ERTMS-baanuitrusting een natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan het Bureau goedkeuring vraagt voor de beoogde technische oplossingen voor de projecten in verband met ERTMS-baanuitrusting;99° "Exploitatietoestand": de normale bedrijfsmodus en de te verwachten gevallen van gestoord bedrijf (waaronder slijtage) binnen de in het technisch dossier en het onderhoudsdossier vermelde gebruiksvoorwaarden;100° "Gebruiksgebied van een voertuig": een of meer netwerken binnen een lidstaat of groep van lidstaten waarop een voertuig is bedoeld om te worden gebruikt;101° "In de handel brengen": de eerste keer dat een interoperabiliteitsonderdeel, subsysteem, of voertuig dat klaar is om in zijn exploitatietoestand te functioneren op de markt van de Unie wordt aangeboden;102° "Gemachtigde": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant of een aanbestedende dienst is gemachtigd om namens die fabrikant of dienst specifieke taken te vervullen;103° "Accreditatie": accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van de Verordening (EG) nr.765/2008; 104° "Nationale accreditatie-instantie": nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van de Verordening (EG) nr.765/2008; 105° "Conformiteitsbeoordeling": het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de vastgestelde eisen voor een product, proces, dienst, subsysteem, persoon of instantie;106° "Persoon met een handicap" en "persoon met beperkte mobiliteit": elke persoon met een permanente of tijdelijke fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperking die hem, in wisselwerking met uiteenlopende obstakels, kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met andere passagiers gebruik te maken van vervoersdiensten, of van wie de mobiliteit bij het gebruiken van vervoersdiensten is beperkt door zijn leeftijd;107° "Geadresseerde": een natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig de vervoersovereenkomst de goederen ontvangt;indien het vervoer zonder vervoersovereenkomst plaatsvindt, wordt de natuurlijke of rechtspersoon die de goederen bij aankomst in ontvangst neemt, geacht de geadresseerde te zijn; 108° "Verordening 2016/796/EU": Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr.881/2004; 109° "Richtlijn 2012/34/EU": richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte;110° "Veiligheidspersoneel": het personeel dat, zelfs occasioneel, één of meerdere veiligheidskritieke taken verricht;111° "Richtlijn 2016/797/EU": richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie;112° "Richtlijn 2016/798/EU": richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor;113° "RID": Reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, als vastgesteld bij richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land;114° "Verordening (EG) nr.765/2008": Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93; 115° "Verordening (EU) 2016/679": Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.". Art. 6.In artikel 4/2/1, paragraaf 2, tweede lid van dezelfde Codex, ingevoegd bij de
wet van 11 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
06/02/2019
numac
2019010560
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de Spoorcodex
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
12/08/2024
numac
2024007788
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot omzetting van de richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) en tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van uittreksels
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
23/01/2019
numac
2019010203
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet tot omzetting van de richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) en tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (1)
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
06/05/2021
numac
2021020858
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de Spoorcodex. - Duitse vertaling
sluiten, worden de woorden "artikel 94" vervangen door de woorden "artikel 67/1, paragraaf 3". Art. 7.In artikel 8 van dezelfde Codex, gewijzigd bij de
wet van 15 juni 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/06/2015
pub.
13/07/2015
numac
2015014185
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
15/06/2015
pub.
21/08/2015
numac
2015014202
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Rechtzetting
type
wet
prom.
15/06/2015
pub.
13/04/2018
numac
2018011602
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Duitse vertaling
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° worden de woorden "van de veiligheidsmaatregelen" en de woorden "van de veiligheidsvoorschriften" vervangen door de woorden "van de nationale voorschriften" en worden in de Franstalige tekst de woorden "des règles de sécurité" telkens vervangen door de woorden "des règles nationales";2° worden de woorden "gebruiker van de spoorweginfrastructuur" vervangen door het woord "infrastructuurgebruiker". Art. 8.In artikel 23, tweede lid, van dezelfde Codex, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/2017
pub.
11/12/2017
numac
2017031660
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
23/11/2017
pub.
06/07/2018
numac
2018012946
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Duitse vertaling
sluiten, worden de woorden "veiligheidsvoorschriften" vervangen door de woorden "nationale voorschriften". Art. 9.In artikel 62 van dezelfde Codex, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 11 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
06/02/2019
numac
2019010560
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de Spoorcodex
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
12/08/2024
numac
2024007788
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot omzetting van de richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) en tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van uittreksels
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
23/01/2019
numac
2019010203
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet tot omzetting van de richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) en tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (1)
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
06/05/2021
numac
2021020858
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de Spoorcodex. - Duitse vertaling
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "de mogelijke aanpassingen die kunnen aan deze dienst dienen worden aangebracht" vervangen door de woorden "de mogelijke aanpassingen die aan deze dienst kunnen worden aangebracht"; 2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een bepaling onder 12°, luidende: "12° het controleert de eerlijke en niet-discriminerende toegang tot opleidingsdiensten, tegen een redelijke en niet-discriminerende prijs die kostengerelateerd is en een winstmarge kan hebben, overeenkomstig de artikelen 124/2 en 143.". Art. 10.In artikel 63 van dezelfde Codex, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 11 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
06/02/2019
numac
2019010560
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de Spoorcodex
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
12/08/2024
numac
2024007788
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot omzetting van de richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) en tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van uittreksels
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
23/01/2019
numac
2019010203
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet tot omzetting van de richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) en tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (1)
type
wet
prom.
11/01/2019
pub.
06/05/2021
numac
2021020858
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de Spoorcodex. - Duitse vertaling
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3.In uitvoering van zijn opdrachten inzake controle en administratief beroep, neemt het toezichthoudend orgaan elke maatregel die nodig is, met inbegrip van bewarende maatregelen en bestuurlijke boetes, om een einde te stellen aan de inbreuken op de netverklaring, de toewijzing van de capaciteit, de heffingen voor het gebruik van infrastructuur en de bepalingen inzake toegang, en onder meer inzake toegang tot dienstvoorzieningen overeenkomstig artikel 9 en de eerlijke en niet-discriminerende toegang tot opleidingsdiensten, tegen een redelijke en niet-discriminerende prijs die kostengerelateerd is en een winstmarge kan hebben, overeenkomstig de artikelen 124/2 en 143."; 2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4.Het toezichthoudend orgaan heeft de bevoegdheid om audits uit te voeren of externe audits te laten uitvoeren bij de infrastructuurbeheerder, exploitanten van dienstvoorzieningen en, zo nodig, spoorwegondernemingen om de naleving van de in artikel 4 voorgeschreven boekhoudkundige scheiding, de naleving van de bepalingen met betrekking tot de financiële transparantie uitgewerkt in artikel 4/2/1, paragraaf 3 en de naleving van de bepalingen met betrekking tot de eerlijke en niet-discriminerende toegang tot opleidingsdiensten, tegen een redelijke en niet-discriminerende prijs die kostengerelateerd is en een winstmarge kan hebben, te controleren.
In dit verband kan het toezichthoudend orgaan om alle relevante informatie verzoeken. Het toezichthoudend orgaan heeft in het bijzonder de bevoegdheid om de infrastructuurbeheerder, exploitanten van dienstvoorzieningen en alle ondernemingen of andere entiteiten die verschillende typen spoorvervoer of infrastructuurbeheer uitvoeren of integreren als bedoeld in artikel 4, paragraaf 1, en in artikel 9, te verzoeken om alle in bijlage 26 genoemde boekhoudkundige informatie of een gedeelte daarvan te verstrekken, in voldoende mate gedetailleerd, overeenkomstig hetgeen als noodzakelijk en evenredig wordt geacht.
Onverminderd de bevoegdheden van de autoriteiten die bevoegd zijn voor gevallen van staatssteun, mag het toezichthoudend orgaan aan de hand van de boekhouding ook conclusies trekken inzake gevallen van staatssteun, en deelt zij die gevallen mee aan deze autoriteiten.". Art. 11.In titel 4 van dezelfde Codex, wordt voor hoofdstuk 1, een hoofdstuk 0 ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk 0. - Rol van de actoren van het spoorwegsysteem van de Unie bij de ontwikkeling en verbetering van de veiligheid op het spoor". Art. 12.In titel 4, hoofdstuk 0 van dezelfde Codex, ingevoegd door artikel 11, wordt een artikel 67/1 ingevoegd, luidende: "Art. 67/1.§ 1. Ter ontwikkeling en verbetering van de veiligheid op het spoor doen de bevoegde nationale instanties, binnen de grenzen van hun respectievelijke bevoegdheden, het volgende: 1° zij zien erop toe dat de veiligheid op het spoor over de gehele linie wordt gehandhaafd en, waar dat redelijkerwijs mogelijk is, voortdurend wordt verbeterd, met inachtneming van de ontwikkeling van het recht van de Unie en internationale voorschriften en van de vooruitgang op technisch en wetenschappelijk gebied.Daarbij wordt voorrang gegeven aan het voorkomen van ongevallen; 2° zij zien erop toe dat de toepasselijke wetgeving op een open en niet-discriminerende wijze wordt gehandhaafd, waarbij de ontwikkeling van één Europees spoorwegvervoerssysteem wordt bevorderd;3° zij zorgen ervoor dat bij de maatregelen inzake de ontwikkeling en verbetering van de veiligheid op het spoor rekening wordt gehouden met de noodzaak van een systeemgerichte benadering;4° zij zien erop toe dat de verantwoordelijkheid voor een veilige exploitatie van het spoorwegsysteem van de Unie en de risicobeheersing wordt gelegd bij de infrastructuurbeheerder en spoorwegondernemingen, elk voor het eigen deel van het systeem, en verplichten hen om: a) in voorkomend geval in onderlinge samenwerking de nodige maatregelen te treffen op het gebied van risicobeheersing vervat in de GVM;b) nationale en Unievoorschriften toe te passen;c) veiligheidsbeheersystemen te creëren overeenkomstig deze Spoorcodex;5° zij zien erop toe dat, onverminderd de burgerlijke aansprakelijkheid volgens de wettelijke voorschriften, de infrastructuurbeheerder en elke spoorwegonderneming verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn deel van het systeem en zijn veilige werking, met inbegrip van de levering van materiaal en het uitbesteden van diensten ten opzichte van gebruikers, afnemers, de betrokken werknemers en andere actoren als bedoeld in paragraaf 4. § 2. De Koning wijst de entiteit aan die belast is met de ontwikkeling en de bekendmaking van een jaarlijks veiligheidsplan met de voorgenomen maatregelen voor het realiseren van de GVD's.
Dit plan houdt rekening met de wijzigingen van de nationale regels bedoeld in artikel 69, paragraaf 6, tweede lid. § 3. Onverminderd de burgerlijke aansprakelijkheid volgens de wettelijke voorschriften, wordt elke spoorweginfrastructuurbeheerder en spoorwegonderneming verantwoordelijk gesteld voor zijn deel van het systeem en zijn veilige werking, met inbegrip van de levering van materiaal en de contractualisering van diensten ten opzichte van gebruikers, afnemers, de betrokken werknemers en derden.
Meer in het bijzonder doet de infrastructuurbeheerder en elke spoorwegonderneming het volgende: 1° hij past de Unieregels en de nationale voorschriften toe;2° hij stelt een veiligheidsbeheersysteem op overeenkomstig deze Spoorcodex;3° hij treft in voorkomend geval in onderlinge samenwerking en in samenwerking met andere actoren, de nodige maatregelen op het gebied van risicobeheersing vervat in de GVM;4° hij houdt in zijn veiligheidsbeheersysteem rekening met de risico's die uit de activiteiten van andere actoren en derden voortvloeien;5° hij verplicht de andere in paragraaf 4 bedoelde actoren met een potentieel effect op de veilige exploitatie van het spoorwegsysteem in voorkomend geval om risicobeheersingsmaatregelen te treffen;6° hij ziet erop toe dat zijn contractanten de risicobeheersingsmaatregelen toepassen die zijn vastgelegd op basis van de GVM's, door elke spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder in hun veiligheidsbeheersysteem en dat dit wordt vastgelegd in contractuele regelingen waarin op verzoek van het Bureau of van de veiligheidsinstantie inzage wordt gegeven. § 4. Met onderhoud belaste entiteiten en alle andere actoren die een potentiële invloed op de veilige exploitatie van het spoorwegsysteem van de Unie hebben, waaronder fabrikanten, leveranciers van onderhoudsdiensten, houders, dienstverleners, aanbestedende diensten, vervoerders, afzenders, geadresseerden, laders, lossers, bulkvullers en bulklossers, doen, onverminderd de verantwoordelijkheden van spoorwegondernemingen en infrastructuurbeheerders als bedoeld in paragraaf 3, het volgende: 1° zij treffende nodige risicobeheersingsmaatregelen overeenkomstig paragraaf 3, 4°, in voorkomend geval in samenwerking met andere actoren;2° zij zorgen ervoor dat de door hen geleverde subsystemen, toebehoren en materialen, alsmede de door hen verrichte diensten aan de vastgelegde eisen en gebruiksvoorwaarden voldoen, zodat zij door de betrokken spoorwegonderneming en/of infrastructuurbeheerder veilig kunnen worden geëxploiteerd. § 5. Spoorwegondernemingen, de infrastructuurbeheerder en de actoren als bedoeld in paragraaf 4, die constateren of ervan op de hoogte worden gesteld dat defecten, constructieafwijkingen of storingen van technische apparatuur, met inbegrip van structurele subsystemen, een veiligheidsrisico vormen, doen, onverminderd artikel 179/13 en binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden, het volgende: 1° zij nemen alle nodige corrigerende maatregelen om het geconstateerde veiligheidsrisico tegen te gaan;2° zij brengen de relevante betrokken partijen op de hoogte van dat risico om hen in staat te stellen de nodige verdere corrigerende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de veiligheidsprestaties van het spoorwegsysteem van de Unie systematisch gehandhaafd blijven. § 6. Bij de uitwisseling van voertuigen tussen spoorwegondernemingen wisselen alle betrokken actoren alle informatie uit die relevant is voor een veilige exploitatie, over, onder meer maar niet uitsluitend, de status en geschiedenis van het betrokken voertuig, elementen van het onderhoudsdossier ten behoeve van de traceerbaarheid, de traceerbaarheid van laadverrichtingen en vrachtbrieven.". Art. 13.In titel 4 van dezelfde Codex wordt het opschrift van hoofdstuk 1 vervangen als volgt: "Hoofdstuk 1. - Nationale voorschriften". Art. 14.In artikel 68 van dezelfde Codex, vervangen bij de
wet van 23 juni 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
02/07/2020
numac
2020041892
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
01/07/2020
numac
2020041966
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in §§ 1 en 2 worden de woorden "nationale veiligheidsvoorschriften" telkens vervangen door de woorden "nationale voorschriften";2° in § 3, vierde lid worden de woorden "toelating" en "toelatingsaanvraag" respectievelijk vervangen door de woorden "een vergunning" en "vergunningsaanvraag". Art. 15.Artikel 69 van dezelfde Codex, vervangen bij de
wet van 23 juni 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
02/07/2020
numac
2020041892
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
01/07/2020
numac
2020041966
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie
sluiten, wordt vervangen als volgt: "Art. 69.§ 1. De Koning kan enkel in de volgende gevallen nieuwe nationale voorschriften vaststellen: 1° indien voorschriften betreffende bestaande veiligheidsmethoden niet onder een GVM vallen;2° indien exploitatievoorschriften van het spoorwegnetwerk nog niet binnen het bestek van de TSI's vallen;3° indien dringend preventieve maatregelen nodig zijn, in het bijzonder na een ongeval of incident;4° indien reeds aangemelde voorschriften herziening behoeven;5° indien voorschriften betreffende eisen waaraan personeelsleden met veiligheidskritieke taken moeten voldoen, met inbegrip van eisen betreffende selectiecriteria, lichamelijke en psychologische geschiktheid en beroepsopleiding, niet reeds binnen het bestek vallen van een TSI of titel 5, hoofdstuk 1 van deze Spoorcodex;6° indien een TSI niet volledig aan de essentiële eisen beantwoordt of bepaalde aspecten in verband met de essentiële eisen niet of niet volledig bestrijken, met inbegrip van de open punten als vermeld in haar bijlagen;7° indien er op grond van artikel 159 een verzoek is ingediend tot niet-toepassing van één of meer TSI's of delen daarvan;8° indien het in specifieke gevallen nodig is technische regels toe te passen die niet in de desbetreffende TSI zijn opgenomen;9° indien nationale voorschriften ertoe dienen om bestaande systemen te specifiëren, alleen voor het beoordelen van de technische compatibiliteit van het voertuig met het netwerk;10° indien netwerken en voertuigen niet onder TSI's vallen. Wanneer de Koning overeenkomstig het eerste lid een nieuw nationaal voorschrift aanneemt, doet hij dit met naleving van de voorwaarden voorzien in de paragrafen 3 en volgende.
De Koning wijst de entiteit aan die belast is met het uitvoeren van deze voorwaarden. § 2. In geval van wijziging van een nationaal voorschrift op grond waarvan een voertuigtypegoedkeuring is verleend, bepaalt dit voorschrift of de verleende voertuigtypegoedkeuring geldig blijft of dat deze moet worden vernieuwd. § 3. Tijdens de ontwikkeling van het nationaal regelgevend kader raadpleegt de door de Koning aangewezen entiteit alle actoren en belanghebbende partijen, met inbegrip van de veiligheidsinstantie, de infrastructuurbeheerder, spoorwegondernemingen, fabrikanten en onderhoudsbedrijven, gebruikers en vertegenwoordigers van het personeel. § 4. De door de Koning aangewezen entiteit legt de volledige tekst van het ontwerp van een nieuw nationaal voorschrift via het geëigende IT-systeem overeenkomstig artikel 27 van de Verordening 2016/796/EU ter overweging voor aan het Bureau en de Europese Commissie, tijdig en binnen de in artikel 25, paragraaf 1, van de Verordening 2016/796/EU bedoelde termijnen, vóór de verwachte invoering van het voorgestelde nieuwe voorschrift in het nationaal rechtssysteem, en motiveert zij de invoering van dat voorschrift door, in voorkomend geval, aan te tonen dat dat voorschrift noodzakelijk is om te voldoen aan een essentiële eis die niet reeds onder de betrokken TSI valt. De door de Koning aangewezen entiteit zorgt ervoor dat de ontwerptekst voldoende is uitgewerkt om het Bureau in staat te stellen zijn onderzoek overeenkomstig artikel 25, paragraaf 2, van de Verordening 2016/796 EU uit te voeren. § 5. In het geval van dringende preventieve maatregelen kan de Koning een nieuw voorschrift meteen vaststellen en toepassen.
Dat voorschrift wordt aangemeld in overeenstemming met artikel 27, paragraaf 2, van de Verordening 2016/796/EU en overeenkomstig artikel 26, paragrafen 1, 2 en 5, van de Verordening 2016/796/EU aan de beoordeling van het Bureau onderworpen. § 6. De Koning herziet de nationale voorschriften of heft deze op indien deze redondant of tegenstrijdig worden na bekendmaking of herziening van het Unierecht, met inbegrip onder andere van de TSI's, de GVD en de GVM. In het bijzonder brengt de Koning de nodige wijzigingen aan in de nationale voorschriften om ten minste de GVD's en herzieningen daarvan te verwezenlijken binnen de daarvoor gestelde termijnen. § 7. De door de Koning aangewezen entiteit deelt aan het Bureau en de Europese Commissie mee welke nationale voorschriften zijn aangenomen.
Overeenkomstig artikel 27 van de Verordening 2016/796/EU gebruikt zij de geëigende IT-systemen.
De door de Koning aangewezen entiteit zorgt ervoor dat de bestaande nationale voorschriften, met inbegrip van de voorschriften betreffende de interfaces tussen de voertuigen en het netwerk, eenvoudig en voor het publiek toegankelijk zijn en gesteld zijn in een terminologie die voor alle belanghebbende partijen begrijpelijk is.
Iedere persoon kan de door de Koning aangewezen entiteit verzoeken om aanvullende informatie over de nationale voorschriften te verstrekken.
Deze laatste beantwoordt dit verzoek. § 8. De door de Koning aangewezen entiteit meldt de voorschriften en beperkingen van strikt plaatselijke aard niet aan.
In dat geval neemt de infrastructuurbeheerder de betrokken voorschriften en beperkingen op in de netverklaring. § 9. De op grond van dit artikel aangemelde nationale voorschriften zijn niet onderworpen aan de aanmeldingsprocedure van de richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij.". Art. 16.In artikel 70, paragraaf 1, van dezelfde Codex, gewijzigd bij de
wet van 23 juni 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
02/07/2020
numac
2020041892
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
01/07/2020
numac
2020041966
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie
sluiten, worden de woorden "de veiligheidsvoorschriften" vervangen door de woorden "de nationale voorschriften". Art. 17.Artikel 74 van dezelfde Codex, gewijzigd bij de
wet van 23 juni 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
02/07/2020
numac
2020041892
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex
type
wet
prom.
23/06/2020
pub.
01/07/2020
numac
2020041966
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie
sluiten, wordt vervangen als volgt: "Art. 74.De taken van de veiligheidsinstantie zijn de volgende: 1° de vergunning voor de indienststelling van de subsystemen baanuitrusting voor besturing en seingeving, energie en infrastructuur van het spoorwegsysteem van de Unie en de controle of deze subsystemen worden geëxploiteerd en onderhouden overeenkomstig de essentiële eisen die erop betrekking hebben;2° de controle van de overeenstemming van de interoperabiliteitsonderdelen met de essentiële eisen;3° de afgifte, vernieuwing, wijziging en intrekking van vergunningen om voertuigen in de handel te brengen overeenkomstig artikel 179/9;4° de ondersteuning aan het Bureau bij de afgifte, vernieuwing, wijziging en intrekking van vergunningen om voertuigen in de handel te brengen overeenkomstig artikel 21, paragraaf 5, van de richtlijn 2016/797/EU en voor het verlenen van voertuigtypegoedkeuringen overeenkomstig artikel 24 van de richtlijn 2016/797/EU;5° de afgifte, vernieuwing, wijziging of intrekking van de veiligheidsvergunningen verleend overeenkomstig hoofdstuk 4, van titel 4, met inbegrip van de controle van de voorwaarden en eisen die daarin zijn vervat en de overeenstemming van de activiteiten van de infrastructuurbeheerder met de eisen die voor het bekomen van vergunning worden gesteld;6° de afgifte, vernieuwing, wijziging of intrekking van de unieke veiligheidscertificaten verleend overeenkomstig artikel 100 met inbegrip van de controle van de voorwaarden en eisen die daarin zijn vervat en de overeenstemming van de activiteiten van de spoorwegondernemingen met de eisen die voor het bekomen het certificaat worden gesteld;7° de ondersteuning aan het Bureau bij de afgifte, vernieuwing, wijziging en intrekking van unieke veiligheidscertificaten verleend overeenkomstig artikel 10, paragraaf 5, van de richtlijn 2016/798/EU;8° de aflevering van een eensluidend advies aangaande de technische specificaties voor gebruik van het netwerk en de operationele procedures aangaande de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur zoals bedoeld in artikel 68, paragraaf 3;9° de bijwerking en aanpassing van het nationaal voertuigregister, ervoor zorgend dat de voertuigen correct ingeschreven zijn in het nationaal voertuigregister en dat de daarin vervatte informatie juist is en bijgewerkt wordt overeenkomstig artikel 105;10° onverminderd artikel 219, de controle van de naleving van de vereisten inzake opleiding bepaald in de TSI's, of, in voorkomend geval, in de door de Koning overeenkomstig artikel 68, paragraaf 2, 1°, vastgestelde nationale voorschriften;11° de taken betreffende de certificering van de treinbestuurders bedoeld in titel 5, hoofdstuk 1, met inbegrip van de afgifte, vernieuwing, wijziging en intrekking van de vergunningen van treinbestuurders;12° de controle van de doeltreffendheid van het remsysteem van rollend spoormaterieel als bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, premetro, metro, autobus en autocar;13° het opleggen van bestuurlijke boetes;14° de controle, de bevordering, de handhaving en medewerking aan de ontwikkeling van het regelgevend kader inzake veiligheid;15° de handhaving van de bepalingen betreffende de arbeidsvoorwaarden voor mobiele werknemers die interoperabele grensoverschrijdende diensten in de spoorwegsector verrichten;16° het toezicht op de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder overeenkomstig artikel 74/1; 17° in voorkomend geval, de ondersteuning van het Bureau bij zijn controleopdracht inzake de evolutie van de spoorwegveiligheid op het niveau van de Unie.". Art. 18.In titel 4, hoofdstuk 2, afdeling 2 van dezelfde Codex, wordt een artikel 74/1 ingevoegd, luidende: "Art. 74/1.§ 1. De veiligheidsinstantie ziet er op toe dat voortdurend wordt voldaan aan de wettelijke verplichting voor spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder tot het hanteren van een veiligheidsbeheersysteem als bedoeld in de artikelen 89 tot 92.
Daartoe past de veiligheidsinstantie de beginselen toe van de relevante GVM voor het uitoefenen van toezicht en ziet zij erop toe dat in het kader van de toezichtactiviteiten met name de toepassing door spoorwegondernemingen en infrastructuurbeheerder wordt gecontroleerd van: 1° het veiligheidsbeheersysteem om na te gaan of het doeltreffend is;2° afzonderlijke of deelelementen van het veiligheidsbeheersysteem, met inbegrip van operationele activiteiten, de verrichting van onderhoud, de levering van materiaal en het gebruik van contractanten, om na te gaan of zij doeltreffend zijn;en 3° relevante GVM's.De met dit punt verband houdende toezichtsactiviteiten gelden in voorkomend geval tevens voor met onderhoud belaste entiteiten. § 2. De spoorwegondernemingen informeren de betrokken veiligheidsinstantie(s) ten minste twee maanden voor de start van een nieuwe spoorwegvervoersactiviteit, zodat deze haar toezichtsactiviteiten kan plannen.
De spoorwegondernemingen verstrekken tevens een opsplitsing van de personeelscategorieën en de voertuigtypen. § 3. Onverminderd paragraaf 2, stelt de houder van een uniek veiligheidscertificaat de betrokken veiligheidsinstantie(s) onverwijld in kennis van elke belangrijke wijziging in de in paragraaf 2 bedoelde informatie, met inbegrip van het inzetten van nieuwe categorieën personeel of van nieuwe soorten rollend materieel. § 4. De controle op de naleving van de geldende voorschriften inzake werk-, rij- en rusttijden voor treinbestuurders gebeurt door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, behoudens het geval voorzien in artikel 74, 15°.
In het kader van de opdrachten bedoeld in het eerste lid, werkt de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg samen met de veiligheidsinstantie opdat zij haar taak van toezichthouder op de veiligheid op het spoor kan uitoefenen. § 5. In het kader van de samenwerking met de veiligheidsinstantie overeenkomstig paragraaf 4, tweede lid, waakt de federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg erover aan deze laatste enkel de noodzakelijke persoonsgegevens mee te delen teneinde een voldoende dekking van het toezicht te verzekeren en kruiscontroles van informatie mogelijk te maken op basis van door beide partijen uitgevoerde inspecties en audits. § 6. Indien de veiligheidsinstantie constateert dat een houder van een uniek veiligheidscertificaat niet langer aan de certificeringsvoorwaarden voldoet, vraagt zij het Bureau beperkingen te stellen aan het verleende certificaat of het in te trekken overeenkomstig artikel 10, paragraaf 5, van de richtlijn 2016/798/EU. Wanneer het Bureau en de veiligheidsinstantie het met elkaar oneens zijn, is de in artikel 10, paragraaf 7, van de richtlijn 2016/798/EU, vermelde arbitrageprocedure van toepassing. Indien het resultaat van zo'n arbitrageprocedure is dat het uniek veiligheidscertificaat niet wordt beperkt of ingetrokken, worden de tijdelijke veiligheidsmaatregelen van paragraaf 7 opgeschort.
Indien de veiligheidsinstantie zelf, overeenkomstig artikel 100, het uniek veiligheidscertificaat heeft afgegeven, kan zij aan het certificaat beperkingen stellen of het intrekken en stelt zij het Bureau daarvan in kennis.
De houder van een uniek veiligheidscertificaat dat door de veiligheidsinstantie is beperkt of ingetrokken, heeft het recht beroep in te stellen overeenkomstig artikel 104. § 7. Indien de veiligheidsinstantie tijdens het toezicht een ernstig veiligheidsrisico ontdekt, kan die instantie op ieder moment tijdelijke veiligheidsmaatregelen toepassen, inclusief het onmiddellijk beperken of opschorten van de betrokken activiteiten.
Indien het uniek veiligheidscertificaat door het Bureau is afgegeven, brengt de veiligheidsinstantie het Bureau daar onmiddellijk van op de hoogte en staaft zij haar beslissing met bewijs overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 17, paragraaf 6, tweede en derde lid, van de richtlijn 2016/798/EU. In een dergelijk geval mogen de tijdelijke veiligheidsmaatregelen van toepassing blijven tot de rechterlijke toetsing afgelopen is, onverminderd paragraaf 6.
Indien de looptijd van de tijdelijke maatregel langer is dan drie maanden, verzoekt de veiligheidsinstantie het Bureau het uniek veiligheidscertificaat te beperken of in te trekken, waarbij de procedure beschreven in paragraaf 6 van toepassing is. § 8. De veiligheidsinstantie houdt toezicht op de subsystemen baanuitrusting voor besturing en seingeving, energie en infrastructuur en verzekert dat zij aan de essentiële eisen voldoen.
In geval van grensoverschrijdende infrastructuren zal zij haar toezichtsactiviteiten uitoefenen in samenwerking met andere betrokken veiligheidsinstanties.
Indien de veiligheidsinstantie vaststelt dat een infrastructuurbeheerder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor een veiligheidsvergunning, stelt zij beperkingen aan die vergunning of trekt zij deze in. § 9. In het kader van het toezicht op de doeltreffendheid van de veiligheidsbeheersystemen van de infrastructuurbeheerder en spoorwegondernemingen mogen de veiligheidsinstanties rekening houden met de veiligheidsprestaties van actoren als bedoeld in artikel 67/1, paragraaf 4 en, waar passend, de opleidingscentra bedoeld in titel 5, hoofdstuk 1, afdeling 6, voor zover hun activiteiten gevolgen hebben voor de veiligheid op het spoor.
Deze paragraaf geldt onverminderd de verantwoordelijkheid van de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder bedoeld in artikel 67/1, paragraaf 3. § 10. De veiligheidsinstantie werkt samen met de veiligheidsinstanties van andere lidstaten waar de spoorwegonderneming die in België actief is zijn activiteiten uitoefent bij het coördineren van hun toezichtsactiviteiten met betrekking tot de spoorwegonderneming teneinde erop toe te zien dat alle essentiële informatie over de spoorwegonderneming in kwestie wordt gedeeld, in het bijzonder wat betreft bekende risico's en haar veiligheidsprestaties.
De veiligheidsinstantie deelt ook informatie met de andere relevante veiligheidsinstanties en met het Bureau wanneer zij constateert dat de spoorwegonderneming niet de nodige risicobeheersingsmaatregelen treft.
Deze samenwerking heeft als doel te verzekeren dat het toezicht voldoende reikwijdte heeft en dat dubbele inspecties en audits worden vermeden.
De veiligheidsinstanties kunnen een gemeenschappelijk toezichtsplan ontwikkelen om erop toe te zien dat er periodiek audits en andere inspecties worden verricht, rekening houdend met de soort en de omvang van de vervoersactiviteiten in elk van de betrokken lidstaten. § 11. De veiligheidsinstantie kan berichten verzenden om de infrastructuurbeheerder en spoorwegondernemingen te waarschuwen indien zij hun in paragraaf 1 bedoelde verplichtingen niet nakomen. § 12. De veiligheidsinstantie gebruikt de informatie die door het Bureau is verzameld bij het beoordelen van het dossier als bedoeld in artikel 10, paragraaf 5, punt a), van de richtlijn 2016/798/EU, om toezicht op de spoorwegonderneming uit te oefenen na afgifte van het uniek veiligheidscertificaat.
De veiligheidsinstantie gebruikt de informatie die tijdens de veiligheidsvergunningsprocedure overeenkomstig de artikelen 95 tot 98/1 is verzameld, om toezicht op de infrastructuurbeheerder uit te oefenen. § 13. Voor het vernieuwen van unieke veiligheidscertificaten gebruikt de veiligheidsinstantie, in geval van een uniek veiligheidscertificaat dat is afgegeven overeenkomstig artikel 100, de informatie die tijdens de toezichtsactiviteiten is verzameld.
Voor het vernieuwen van veiligheidsvergunningen gebruikt de veiligheidsinstantie eveneens de informatie die zij tijdens haar toezichtsactiviteiten heeft verzameld. § 14. De veiligheidsinstantie overlegt met het Bureau om de nodige maatregelen te treffen om de in de paragrafen 11, 12 en 13 bedoelde volledige informatie-uitwisseling te coördineren en te garanderen.". Art. 19.In titel 4, hoofdstuk 2, afdeling 2 van dezelfde Codex, wordt een artikel 74/2 ingevoegd, luidende: "Art. 74/2.§ 1. De veiligheidsinstantie is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in de zin van de Verordening (EU) 2016/679, voor de gegevens die zij verwerkt in het kader van haar toezichtopdracht overeenkomstig artikel 74/1.
De persoonsgegevens bedoeld in het eerste lid zijn de naam, de functie, de taalrol, het e-mailadres van het bedrijf en het of de telefoonnummer(s) van het bedrijf van de personen die zijn aangeduid als contactpunt van het bedrijf en de personen die de veiligheidsinstantie controleert, auditeert of interviewt in het kader van haar controleopdrachten bedoeld in artikel 74/1.
Zij waakt erover de gegevens bedoeld in het tweede lid te bewaren in een speciaal en beveiligd bestand en enkel de leden van de veiligheidsinstantie zijn gemachtigd om toegang ertoe te hebben.
De veiligheidsinstantie hanteert een strikt gebruiks- en toegangsbeleid en neemt technische en organisatorische maatregelen voor de bescherming van de persoonsgegevens bedoeld in het tweede lid.
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van de opdrachten van de veiligheidsinstantie bedoeld in artikel 74/1 beoogt de goede uitvoering te verzekeren van deze opdrachten.
In het kader van de samenwerking met andere veiligheidsinstanties alsook met het Bureau overeenkomstig artikel 74/1, § 10, waakt de veiligheidsinstantie erover aan hen enkel de noodzakelijke persoonsgegevens mee te delen teneinde een voldoende dekking van het toezicht te verzekeren en de herhaling van inspecties en audits te vermijden. § 2. De personen wier persoonsgegevens opgenomen zijn in het bestand bedoe …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.