Decreet tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen
Kort samengevat
Dit decreet regelt het statuut van administratief personeel en werkliedenpersoneel in onderwijsinstellingen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd. Het beschrijft hun plichten, onverenigbaarheden en de classificatie van hun functies.
Wat het reguleert
- De status van personeelsleden in diverse onderwijsinstellingen van de Franse Gemeenschap.
- De plichten en gedragsregels waaraan het personeel zich moet houden.
- Activiteiten die onverenigbaar zijn met hun functie en de procedure hiervoor.
- De classificatie van administratieve functies en de vereiste kwalificaties.
Wie het aanbelangt
- Leden van het administratief personeel (tijdelijk, stagiair of vast) in onderwijsinstellingen en psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap.
- Leden van het meester-, vak- en dienstpersoneel (werkliedenpersoneel) (tijdelijk, stagiair of vast) in onderwijsinstellingen van de Franse Gemeenschap.
Kernpunten
- Personeelsleden moeten altijd de belangen van de instelling en het officieel onderwijs behartigen en wetten, decreten en reglementen nauwgezet naleven.
- Zij moeten de principes van neutraliteit in acht nemen en mogen leerlingen niet gebruiken voor politieke, religieuze, filosofische propaganda of commerciële publiciteit.
- Het is verboden om geheime feiten bekend te maken of giften, bonussen of voordelen te vragen of aan te nemen.
- Activiteiten die de ambtsplichten belemmeren of de waardigheid van het ambt schaden, zijn onverenigbaar; cumulatie van activiteiten is onder bepaalde voorwaarden toegestaan na schriftelijke aanvraag.
Wettekst
12 MEI 2004. - Decreet tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op : 1° de leden van het administratief personeel - tijdelijk, toegelaten tot de stage, of in vast verband - van de onderwijsinrichtingen voor kleuter-, primair, basis-, secundair, gewoon, bijzonder, technisch en artistiek onderwijs, het onderwijs voor sociale promotie, niet-universitair hoger onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra ingericht door de Franse Gemeenschap;2° voor de leden van het meester-, vak- en dienstpersoneel die vast of tijdelijk zijn tewerkgesteld of zijn toegelaten tot de stage in inrichtingen voor kleuter-, primair, basis-, secundair, gewoon, buitengewoon, technisch en artistiek onderwijs, in het onderwijs voor sociale promotie en het niet-universitair hoger onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap. Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit decreet : 1° omvat de onderwijsinrichting het bijbehorende internaat;2° de autonome internaten ingericht door de Franse Gemeenschap, de studentenhomes van de Franse Gemeenschap, de vakantiecentra en de openluchtcentra van de Franse Gemeenschap, het Centrum voor zelfopleiding en voortgezette opleiding van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, het Technisch en Pedagogisch Centrum van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, de Technische centra van de Franse Gemeenschap van Strée en van Gembloers en de psycho-medisch-sociale centra ingericht door de Franse Gemeenschap worden gelijkgesteld aan onderwijsinrichtingen;3° de termijnen worden als volgt berekend :
- a)de datum van de akte die het vertrekpunt ervan is, wordt niet inbegrepen;
- b)de vervaldag wordt geteld binnen de termijn.Als deze dag echter een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, met inbegrip van de feestdagen van of binnen de Franse Gemeenschap, wordt de vervaldag verschoven naar de eerstvolgende werkdag; 4° het school- of academiejaar eindigt de dag vóór het volgende school- of academiejaar;5° de notie schooljaar of academiejaar wordt, wat de psycho-medische-sociale centra betreft, vervangen door de notie begrotingsjaar. § 2. Voor de toepassing van dit decreet, verstaan we onder : 1° lid van het administratief personeel' : een lid van het administratief personeel van de onderwijsinrichtingen en psycho-medisch-sociale centra ingericht door de Franse Gemeenschap;2° lid van het werkliedenpersoneel' : lid van het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap;3° directeur' :
- a)in de inrichtingen voor kleuter-, primair, basis-, secundair, gewoon, buitengewoon, technisch en artistiek onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, de autonome internaten ingericht door de Franse Gemeenschap, de studentenhomes van de Franse Gemeenschap, de vakantiecentra en de openluchtcentra van de Franse Gemeenschap, het Centrum voor zelfopleiding en voortgezette opleiding van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, het Technisch en Pedagogisch Centrum van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, de Technische centra van de Franse Gemeenschap van Strée en van Gembloers en de psycho-medisch-sociale centra ingericht door de Franse Gemeenschap, met uitzondering van de hogescholen ingericht door de Franse Gemeenschap, het personeelslid belast met de leiding van de inrichting of het psycho-medisch-sociaal centrum;
- b)in de hogescholen ingericht door de Franse Gemeenschap : de directeur-rector voor de toepassing van artikelen 42, 67, alinea 2, 72, alinea's 1 en 3, 215, alinea 2 en 220, alinea 1 en 3; het bestuurscollege voor de toepassing van de artikelen 67, alinea's 1 en 4, 69, 70, 71, 72, alinea 4, 97, 175, 215, alinea's 1 en 4, 217, 218, 219, 220, alinea 4 en 241; de beheerraad voor de toepassing van artikelen 24, 25, 32, 33, 34, 49, 50, 52, 55, 147, 160, 186, 187, 189, 190, 191, 192, 199, 200, 202, 205, 295 en 303;
- c)in de hogere kunstscholen ingericht door de Franse Gemeenschap : de directeur van de hogere kunstschool;4° terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking', de administratieve stand :
- a)van het lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor een wervingsambt en aan wie geen enkel vacant uur kan worden toevertrouwd in de inrichting waar hij is tewerkgesteld of hoofdzakelijk is tewerkgesteld, zonder bijkomend te zijn tewerkgesteld in een of meerdere andere inrichtingen of in het geheel van inrichtingen waar hij hoofdzakelijk en bijkomend is tewerkgesteld;
- b)het lid van het werkliedenpersoneel dat vast benoemd is voor een wervingsambt waarvan de betrekking wordt geschrapt;
- c)het lid van het administratief- of werkliedenpersoneel toegelaten tot de stage waarvan de betrekking is geschrapt;
- d)lid van het administratief- of werkliedenpersoneel dat vast benoemd is voor een bevorderingsambt waarvan de betrekking is geschrapt;5° gedeeltelijk opdrachtverlies' : situatie waarbij een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor een wervingsambt een aantal vacante uren wordt toevertrouwd dat lager ligt dan waarvoor hij wordt bezoldigd als vastbenoemde, ofwel in een inrichting waar hij is tewerkgesteld of hoofdzakelijk is tewerkgesteld, zonder bijkomend te zijn tewerkgesteld in een of meerdere andere inrichtingen of in het geheel van inrichtingen waar hij hoofdzakelijk en bijkomend is tewerkgesteld;6° reaffectatie', de toekenning aan een lid van het administratief- of werkliedenpersoneel, toegelaten tot de stage en ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, van een definitieve vacante betrekking voor de functie waarvoor hij werd toegelaten tot de stage, of de vaste toekenning aan een lid van het administratief of werkliedenpersoneel, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, van een definitieve vacante betrekking voor de functie waarvoor hij vast werd benoemd;7° Voorlopige terugroeping in actieve dienst' : de tijdelijke toekenning, voor een bepaalde duur, met als uiterste limiet de laatste dag van het school- of academiejaar, aan een lid van het administratief of werkliedenpersoneel dat vast benoemd is en ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, van een betrekking voor de functie waarvoor hij vast benoemd is of van een betrekking voor een andere functie waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit;8° Terugroeping in actieve dienst voor een onbepaalde duur' : de tijdelijke toekenning, voor onbepaalde duur, aan een lid van het administratief of werkliedenpersoneel dat vast benoemd is en ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, van een betrekking voor de functie waarvoor hij vast werd benoemd. § 3. Voor de toepassing van Titel III van dit decreet, moet vacante betrekking' worden verstaan als een betrekking die wordt vrijgegeven door een lid van het werkliedenpersoneel dat vast benoemd was of toegelaten werd tot de stage, dat zijn functies definitief staakt. Art. 3.Het gebruik van mannelijke namen voor de verschillende titels en functies is gemeenslachtig en dit voor de leesbaarheid van de tekst, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van de beroepen. HOOFDSTUK II. - Plichten en onverenigbaarheden Afdeling 1. - Plichten Art. 4.De leden van het administratief of werkliedenpersoneel moeten in alles steeds de belangen van de inrichting en het officieel onderwijs behartigen. Art. 5.Ze komen persoonlijk en nauwgezet de verplichtingen na, die hen worden opgelegd door de wetten, decreten en reglementen. Ze voeren stipt de dienstorders uit en vervullen hun taak met vlijt en nauwgezetheid. Art. 6.Ze worden gehouden aan de meest volstrekte correctheid, zowel in hun dienstbetrekkingen als in hun relaties tot het publiek, het personeel van de scholen, de leerlingen en de ouders van leerlingen. Ze moeten elkaar bijstaan in de mate waarin het belang van de inrichting dit vereist. Ze moeten alles wat afbreuk kan doen aan de eer of waardigheid van hun ambt vermijden. Ze onthouden zich van elke pesterij. Art. 7.Ze moeten in de uitoefening van hun ambt de principes in acht nemen betreffende de neutraliteit van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap. Art. 8.Ze mogen de leerlingen niet gebruiken voor doeleinden van politieke, religieuze of filosofische propaganda of voor commerciële publiciteit. Art. 9.Ze moeten, binnen de perken gesteld door de reglementering en door hun benoemingsakte, de diensten verstrekken die noodzakelijk zijn voor de goede werking van de inrichtingen en de diensten. Ze mogen de uitoefening van hun ambt niet onderbreken zonder voorafgaande toelating. Art. 10.Het is hun verboden feiten bekend te maken die zij zouden kennen ter oorzake van hun ambt en die van nature geheim zijn. Art. 11.Het is hun verboden rechtstreeks of door een tussenpersoon, zelfs buiten hun ambt doch omwille ervan, giften, bonussen of voordelen te vragen, te eisen of aan te nemen. Art. 12.Ze mogen zich niet inlaten met enige werkzaamheid die in strijd is met de Grondwet en de wetten van het Belgische volk. Afdeling 2. - Onverenigbaarheden Art. 13.Elke activiteit die het vervullen van de ambtsplichten zou kunnen belemmeren of die in strijd is met de waardigheid van hun ambt, is onverenigbaar met de hoedanigheid van een lid van het administratief- of werkliedenpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap. Art. 14.De Regering stelt de onverenigbaarheid vast bedoeld in artikel 13. Zij brengt het betrokken lid van het administratief of werkliedenpersoneel ervan op de hoogte, binnen een termijn van twintig dagen ingaande op de dag waarop de onverenigbaarheid wordt vastgesteld, aan de hand van een ter post aangetekend schrijven dat slechts van kracht gaat op de derde dag na de verzending. Art. 15.In geval van een betwisting van het bestaan van een onverenigbaarheid vermeld in artikel 13, kan het lid van het administratief of werkliedenpersoneel, langs hiërarchische weg, binnen een termijn van twintig werkdagen ingaande op de datum waarop de onverenigbaarheid werd gemeld, een bezwaarschrift indienen bij de Raad van beroep bedoeld, naargelang het geval, in artikel 109 of 253. Deze geeft zijn advies aan de Regering binnen een termijn van twee maanden, ingaande op de datum van de ontvangst van het bezwaarschrift. De Regering neemt haar beslissing binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van het advies van de Raad van beroep of van het dossier waarvoor hij niet meer aanhangig is. Art. 16.De Regering laat de cumulatie van activiteiten toe, voor privé- of openbare zaken, mits een schriftelijke aanvraag van het betrokken lid van het administratief of werkliedenpersoneel, aan de volgende voorwaarden : 1° de cumulatie heeft geen betrekking op een bezigheid die onverenigbaar is met de hoedanigheid van een lid van het administratief of werkliedenpersoneel van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap;2° de cumulatie dekt geen periodes van bijkomende activiteiten die het onmogelijk maken voor het lid van het administratief of werkliedenpersoneel om zijn normale functies te volbrengen;3° de cumulatie is niet van die aard dat ze bij het publiek kan leiden tot een verwarring tussen de professionele en privé-activiteiten van het lid van het administratief of werkliedenpersoneel; De Regering geeft het betrokken lid van het administratief of werkliedenpersoneel een antwoord binnen de twee maanden ingaande op de datum van de ontvangst van de geschreven aanvraag. TITEL II. - Leden van het administratief personeel HOOFDSTUK I. - Functies en kwalificaties Art. 17.§ 1. De functies van de leden van het administratief personeel worden als volgt geklasseerd : 1° de wervingsambten :
- a)bode-kamerbewaarder;
- b)studiemeester;
- c)klerk;
- d)klerk-typtist;
- e)klerk-stenotypist;
- f)opsteller;
- g)correspondent-boekhouder;
- h)secretaris-boekhouder;2° de bevorderingsambten :
- a)eerste hoofdstudiemeester;
- b)eerste hoofdklerk;
- c)assistent-bibliothecaris;
- d)directiesecretaris. § 2. De leden van het administratief personeel, vast, tijdelijk of in stage, worden tewerkgesteld door de Regering in een onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap. Art. 18.De kwalificaties die vereist zijn voor de wervingsambten van de leden van het administratief personeel hieronder vermeld, worden als volgt vastgelegd : 1. Voor de ambten van bode-kamerbewaarder of studiemeester : geen enkele voorwaarde voor een diploma of getuigschrift.2. Voor de ambten van klerk, klerk-typist of klerk-stenotypist :
- a)einddiploma of -getuigschrift voor technische studies van het lager secundair onderwijs gesubsidieerd en erkend door de Franse Gemeenschap;of
- b)getuigschrift van een derde jaar van het secundair onderwijs uitgereikt door een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Franse Gemeenschap;of
- c)gelijkwaardig getuigschrift uitgereikt door een examencommissie samengesteld door de Regering.3. Voor de ambten van opsteller en secretaris-boekhouder :
- a)einddiploma of -getuigschrift van een hogere secundaire school uitgereikt in het voltijds secundair onderwijs of in het alternerend onderwijs of technisch hoger secundair onderwijs opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Franse Gemeenschap;of
- b)gelijkwaardig getuigschrift uitgereikt door een examencommissie samengesteld door de Regering, of;
- c)getuigschrift afgeleverd na voobereidende proeven voorzien door de gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens.4. Voor het ambt van correspondent-boekhouder :
- a)einddiploma of -getuigschrift voor technisch lager secundair onderwijs opgericht, gesubsidieerd en erkend door de Franse Gemeenschap en aangevuld met zes jaar beroepspraktijk met betrekking tot de functie;of
- b)getuigschrift van een derde jaar van het secundair onderwijs uitgereikt door een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Franse Gemeenschap en aangevuld met zes jaar beroepspraktijk met betrekking tot de functie;of
- c)gelijkwaardig getuigschrift uitgereikt door een examencommissie samengesteld door de Regering en aangevuld met zes jaar beroepspraktijk met betrekking tot de functie;of
- d)einddiploma of -getuigschrift van een hogere secundaire school of een technische hogere secundaire school opgericht, gesubsidieerd en erkend door de Franse Gemeenschap;of
- e)gelijkwaardig getuigschrift uitgereikt door een examencommissie samengesteld door de Regering;of
- f)getuigschrift afgeleverd na voobereidende proeven voorzien door de gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens. De Regering beslist of de beroepspraktijk bedoeld in a),
- b)en
- c)betrekking heeft op de functie van correspondent-boekhouder. HOOFDSTUK II. - Bestemmingszones en aanstellingscommissies Art. 19.Er bestaan zes bestemmingszones, gedefinieerd als volgt : 1° de zone van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stemt overeen met het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;2° de zone van de provincie Waals-Brabant stemt overeen met het grondgebied van de provincie Waals-Brabant;3° de zone van de provincie Namen stemt overeen met het grondgebied van de provincie Namen;4° de zone van de provincie Luik stemt overeen met het grondgebied van de provincie Luik;5° de zone van de provincie Luxemburg stemt overeen met het grondgebied van de provincie Luxemburg;6° de zone van de provincie Henegouwen stemt overeen met het grondgebied van de provincie Henegouwen. Art. 20.§ 1. In elke bestemmingszone bedoeld in artikel 19 wordt een zonale aanstellingscommissie opgericht. De commissie geeft adviezen aan de Regering : 1° betreffende reaffectatie, voorlopige terugroeping in actieve dienst en terugroeping in actieve dienst voor een onbepaalde duur van een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor een wervingsambt, en ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking binnen de zone;2° betreffende de reaffectatie van een lid van het administratief personeel toegelaten tot de stage en ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking binnen de zone;3° betreffende een bijkomende opdracht voor vastbenoemde leden van het administratief personeel binnen de zone;4° betreffende een affectatiewijziging van een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor een wervingsambt en solliciteert naar een aanstelling in een andere inrichting binnen de zone;5° over de bepaling van het aantal betrekkingen dat kan worden toegekend door toelating tot de stage;6° betreffende de uitbreiding van de benoeming, conform artikel 59;7° betreffende de gelegenheidsaffectatiewijziging, bedoeld in artikel 94, § 1 en 95, § 1. § 2. De zonale commissie is samengesteld uit : 1° een voorzitter aangeduid door de Regering;2° drie leden aangeduid door de Regering;3° drie leden aangeduid door de Regering op voorstel van de representatieve vakverenigingen die de leden van het administratief personeel vertegenwoordigen van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, waarbij elke vereniging beschikt over minstens één vertegenwoordiger;4° drie afgevaardigden van de Regering met consultatieve stem. In geval van afwezigheid van de voorzitter, wordt deze vervangen door het lid met de meeste anciënniteit van de drie leden bedoeld in alinea 1, 2°. Naast de drie eerstgeplaatste leden bedoeld in alinea 1, 2°, duidt de Regering drie plaatsvervangende leden aan volgens dezelfde modaliteiten. Naast de drie eerstgeplaatste leden bedoeld in alinea 1, 3°, duidt de Regering drie plaatsvervangende leden aan volgens dezelfde modaliteiten. Bij een tweederdemeerderheid kan de Commissie toelaten dat de plaatsvervangende leden deelnemen aan de vergaderingen met consultatieve stem. De Regering duidt de leden van elke zonale commissie aan voor een duur van vier jaar. In geval van een overlijden of een afdanking tijdens het lopende mandaat, duidt de Regering een nieuw lid aan dat het lopende mandaat afwerkt. § 3. De commissie beraadslaagt bij een absolute meerderheid van de aanwezige leden. In geval van gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. De commissie wordt geholpen door een secretaris die door de Regering wordt gekozen uit beambten van de Regering met minstens een niveau 2. De Regering duidt, volgens dezelfde modaliteiten, een plaatsvervangend secretaris aan. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris zijn niet stemgerechtigd. De commissie vergadert de eerste veertien dagen van februari en de eerste veertien dagen van november. Ze kan bijkomende vergaderingen houden op initiatief van de voorzitter. De commissie deelt haar adviezen mee aan de Regering binnen de acht dagen na de vergadering. Art. 21.§ 1. Voor alle zes de bestemmingszones bedoeld in artikel 19 wordt er een interzonale aanstellingscommissie opgericht. De commissie geeft adviezen door aan de Regering : 1° betreffende reaffectatie, voorlopige terugroeping in actieve dienst en terugroeping in actieve dienst voor een onbepaalde duur van een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor een wervingsambt, en ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, waarvoor geen reaffectatie mogelijk was en die niet voorlopig kon worden teruggeroepen voor actieve dienst binnen zijn zone;2° betreffende de reaffectatie van een lid van het administratief personeel toegelaten tot de stage en ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, waarvoor geen reaffectatie mogelijk was binnen zijn zone;3° betreffende een bijkomende opdracht voor vastbenoemde leden van het administratief personeel, die hiervan niet konden genieten binnen hun zone;4° betreffende een affectatiewijziging van een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is en solliciteert naar een affectatie in een andere zone;5° betreffende reaffectatie, voorlopige terugroeping in actieve dienst en terugroeping in actieve dienst voor een onbepaalde duur en de affectatiewijziging van een lid van het administratief personeel dat benoemd is voor een bevorderingsambt;6° over de bepaling van het aantal betrekkingen dat kan worden toegekend door toelating tot de stage;7° betreffende de uitbreiding van de benoeming, conform artikel 59;8° betreffende de gelegenheidsaffectatiewijziging, bedoeld in artikel 94, § 1 en 95, § 1. § 2. De interzonale commissie is samengesteld uit : 1° een voorzitter, die de algemeen directeur is van de algemene directie van het onderwijzend personeel van de Franse Gemeenschap;2° een vice-voorzitter die een adjunct-algemeen directeur is van de algemene directie van het onderwijzend personeel van de Franse Gemeenschap, die de voorzitter vervangt als deze afwezig is;3° drie leden aangeduid door de Regering;4° drie leden aangeduid door de Regering op voorstel van de representatieve vakverenigingen die de leden van het administratief personeel vertegenwoordigen van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, waarbij elke vereniging beschikt over minstens één vertegenwoordiger;5° de algemeen directeur van de algemene directie van het verplicht onderwijs of van de algemene directie van het vrij onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek, naargelang het geval, of zijn afgevaardigde, met consultatieve stem;6° drie afgevaardigden van de Regering met consultatieve stem. Naast de drie eerstgeplaatste leden bedoeld in alinea 1, 2°, duidt de Regering drie plaatsvervangende leden aan volgens dezelfde modaliteiten. Naast de drie eerstgeplaatste leden bedoeld in alinea 1, 3°, duidt de Regering drie plaatsvervangende leden aan volgens dezelfde modaliteiten. De Regering duidt de leden van de interzonale commissie aan voor een duur van vier jaar. In geval van een overlijden of een afdanking tijdens het lopende mandaat, duidt de Regering een nieuw lid aan dat het lopende mandaat afwerkt. § 3. De commissie beraadslaagt bij een absolute meerderheid van de aanwezige leden. In geval van gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. De commissie wordt geholpen door een secretaris die door de Regering wordt gekozen uit beambten van de Regering met minstens een niveau 2. De Regering duidt, volgens dezelfde modaliteiten, een plaatsvervangend secretaris aan. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris hebben geen beslissende stem. De commissie vergadert de laatste veertien dagen van februari en de laatste veertien dagen van november. Ze kan bijkomende vergaderingen houden op initiatief van de voorzitter. De commissie deelt haar adviezen mee aan de Regering binnen de acht dagen na de vergadering. De commissie stelt haar reglement van interne orde op. Het wordt goedgekeurd door de Regering. De commissie stelt, in samenwerking met de voorzitters van de zonale aanstellingscommissies, het gemeenschappelijk reglement van de interne orde op voor deze instanties. Dit laatste wordt eveneens goedgekeurd door de Regering. Art. 22.Voor de toepassing van artikelen 20, § 1, alinea 2, 5° en 21, § 1, alinea 2, 6°, vermeldt het advies, per zone, per inrichting en per functie : 1° het totaal aantal vacante betrekkingen, onafhankelijk van het aantal uren dat deze betrekkingen inhouden, met vermelding van het aantal uren per betrekking;2° het aantal vacante betrekkingen dat de commissie voorstelt om toe te kennen aan stagiairs.Dit voorstel is gemotiveerd voor elke betrekking. HOOFDSTUK III. - Werving Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 23.De wervingsambten kunnen worden ingevuld door leden van het administratief personeel die tijdelijk aangesteld zijn, toegelaten zijn tot de stage of vast benoemd zijn. Art. 24.Vanaf er een betrekking vacant is, brengt de directeur de Regering, de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie, alsmede de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie waaronder zijn inrichting valt, hiervan op de hoogte. Deze laatste geeft de vacante betrekking door aan de leden van de commissie die hij voorzit. Art. 25.Bij zijn indiensttreding legt het lid van het administratief personeel de eed af in handen van de voorzitter van de onderwijsinrichting waar hij wordt tewerkgesteld. De eed wordt afgelegd op de wijze vastgesteld in art. 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 07/02/2013 numac 2013000079 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet op de drukpers type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Er wordt akte daarvan aan het lid van het administratief personeel verleend. Afdeling 2. - Tijdelijke aanstelling van leden van het administratief personeel Art. 26.Niemand kan tijdelijk worden aangesteld als hij, op het moment van de aanstelling, niet voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° Belg zijn of afkomstig zijn van een andere lid-Staat van de Europese Unie, behalve een afwijking toegestaan door de Regering;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° zijn burgerlijke en politieke rechten genieten;4° aan de dienstplichtwetten voldaan hebben;5° drager zijn van de vereiste kwalificaties voor het toegekende ambt, zoals voorzien in artikel 18;6° voldoen aan de wettelijke bepalingen en reglementen in verband met het taalstelsel;7° zijn kandidatuur hebben ingediend volgens de vorm en binnen de termijn bepaald door de oproep tot de kandidaten;8° niet het voorwerp uitmaken van een schorsing bij tuchtmaatregel, een op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel, of van een herroeping voor een ambt als lid van het administratief personeel;9° in de loop van de twee laatste schooljaren of academiejaren niet het voorwerp zijn geweest van twee opeenvolgende ongunstige verslagen zoals bedoeld in artikel 32;10° niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een afdanking voor een zware fout voorzien in artikelen 34 en 55. Art. 27.Als afwijking op art. 26 kan de Regering, mits een gemotiveerde beslissing, na uitputting van de lijst met kandidaten voor de tijdelijke aanstelling, overgaan tot de tijdelijke aanstelling van een persoon die voldoet aan alle voorwaarden vermeld in artikel 26, behalve de voorwaarde bedoeld in punt 7 van deze bepaling. Voor de toepassing van alinea 1 worden de personen geklasseerd in de eerste groep bedoeld in artikel 30, § 2, 1° als eersten aangesteld. Het aantal dagen gepresteerd krachtens een aanstelling uitgevoerd op basis van deze bepaling zal in overweging worden genomen voor het klassement van de kandidaten opgesteld conform artikel 30, § 2, vanaf het moment dat het lid van het administratief personeel zich regelmatig kandidaat zal hebben gesteld voor het vermelde ambt en binnen de zone waarin hij geniet van een tijdelijke aanstelling in toepassing van deze bepaling. Elke aanstelling die gebeurt op basis van deze bepaling wordt uitgevoerd voor een bepaalde periode met als uiterste limiet het einde van het school- of academiejaar waarin deze periode van start gaat. Art. 28.Elk jaar lanceert de Regering, in de loop van de maand februari, een oproep tot de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling, door een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Deze bekendmaking geeft de voorwaarden aan waaraan de kandidaten moeten voldoen, alsmede de vorm waarin en de termijn binnen welke de kandidaturen moeten worden ingediend. Art. 29.Op straffe van nietigheid moeten de kandidaturen worden ingediend aan de hand van een ter post aangetekend schrijven, op het adres vermeld in de bekendmaking bedoeld in art. 28. De kandidaat duidt aan in welke zone(
- s)hij zijn ambt wil uitoefenen. De kandidaat die solliciteert naar verschillende ambten voegt een afzonderlijke kandidatuur toe voor elk ambt. Art. 30.§ 1. Voor elk te begeven wervingsambt worden de kandidaten, die zich regelmatig kandidaat hebben gesteld en die voldoen aan de vereiste voorwaarden voor de toekenning van dit ambt, geklasseerd volgens de voorkeur uitgedrukt voor één of meerdere zones. § 2. De als dusdanig geklasseerde kandidaten worden in twee groepen opgedeeld : 1° in de eerste groep worden alle kandidaten geklasseerd die, op datum van de oproep tot de kandidaten, gedurende minstens tweehonderd veertig dagen dienst hebben geleverd binnen een ambt als lid van het administratief personeel van een onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap.Binnen deze groep worden de kandidaten geklasseerd volgens het aantal ingediende kandidaturen voor het ambt waarnaar wordt gesolliciteerd; 2° in de tweede groep worden alle andere kandidaten geklasseerd voor een ambt als lid van het administratief personeel van een onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap. § 3. De kandidaten voor een tijdelijke aanstelling worden in dienst geroepen in de volgorde van hun klassement en rekening houdend met de voorkeuren die ze uitdrukten voor een of meerdere zones. De kandidaten van de eerste groep hebben voorrang op die van de tweede groep. In de eerste groep wordt voorrang gegeven aan de kandidaat die het grootste aantal kandidaturen indiende, binnen de respectering van de voorwaarden vermeld in artikel 26. Bij een gelijk aantal ingediende kandidaturen, volgens het kalenderjaar waarin het laatste diploma of getuigschrift werd uitgereikt essentieel voor de vereiste kwalificaties van het te begeven ambt, gaat de prioriteit naar de kandidaat die de vereiste kwalificatie reeds het meeste aantal jaren heeft. Wanneer het uitreikingsjaar van dit vereiste diploma of getuigschrift hetzelfde is of wanneer het beschouwde ambt dat van beambte is, gaat de voorkeur naar de oudste kandidaat. De aanstellingen van lange duur worden toegekend aan de kandidaat die het meeste voorrang heeft. Onder aanstelling van lange duur moet men periodes van minstens vijftien weken verstaan. De tijdelijk aangestelde van de eerste groep die zich echter op afdoende manier kwijt van zijn taak, zal opnieuw, tenzij hij zelf een andere aanvraag indient, worden aangesteld in de inrichting waar hij tewerk werd gesteld gedurende het voorbije school- of academiejaar. De voorkeur waarvan hij geniet kan niet in het gedrang komen door de voorrang tot aanstelling van een beter geklasseerde kandidaat. Het lid van het administratief personeel geklasseerd in de eerste groep bedoeld in § 2, 1°, dat ziek, in zwangerschapsverlof of arbeidsonbekwaam is wegens een arbeidsongeval, wordt aangesteld. § 4. Voor de berekening van het aantal dagen bedoeld in § 2, 1° : 1° wordt enkel rekening gehouden met de effectieve dienstdagen verworven in het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap in een ambt als lid van het administratief personeel;2° het aantal dagen verworven in een ambt met volledige prestaties omvat alle dagen geteld van het begin tot het einde van een ononderbroken dienstactiviteit, met inbegrip van, als ze in deze periodes vallen, het jaarlijks verlof, verlof wegens omstandigheden en persoonlijke redenen, zwangerschapsverlof en het opvangverlof met het oog op adoptie en pleegvoogdij zoals voorzien in artikel 137;3° de effectieve diensten verworven in een ambt met onvolledige prestaties die minstens de helft omvatten van het aantal uren dat vereist is voor het ambt met volledige prestaties, komen in aanmerking op dezelfde wijze als de diensten verworven in een ambt met volledige prestaties. Het aantal dagen verworven in een ambt met onvolledige prestaties dat dit aantal uren niet omvat, wordt verminderd met de helft; 4° het aantal dagen verworven in twee of meerdere ambten, met volledige of onvolledige prestaties, gelijktijdig uitgeoefend, kan nooit het aantal dagen overschrijden, verworven in een ambt met volledige prestaties uitgeoefend in dezelfde periode. § 5. Als een kandidaat van de eerste groep een tijdelijke aanstelling weigert voor een ambt waarvoor hij solliciteert, ook al wordt er bij deze aanstelling rekening gehouden met zijn uitgedrukte voorkeur voor een of meerdere zones, wordt het aantal kandidaturen dat hij heeft ingediend verminderd met één eenheid voor de betrokken zone. Deze bepaling is echter niet van toepassing op personen die hun militaire dienst vervullen, diensten vervullen bij de civiele bescherming of taken uitvoeren van openbaar nut in toepassing van de wet houdende het statuut van de gewetensbezwaarden of voor personen die in ziekte- of zwangerschapsverlof zijn. Ze is eveneens niet van toepassing op personen die andere professionele activiteiten hebben en die zijn aangesteld voor een ambt in een onderwijsinrichting voor een duur die waarschijnlijk de duur van de wettelijke opzegtermijn niet overschrijdt die de kandidaat in acht moet nemen om zijn activiteiten te beëindigen. § 6. Elke tijdelijk benoemde die werd afgedankt conform artikelen 33 en 34 verliest, voor het ambt dat hij uitoefende op het moment van de afdanking, het voordeel van de ingediende kandidaturen alsmede het aantal gepresteerde dagen vóór zijn afdanking. § 7. Het klassement bedoeld in § 2 wordt opgesteld op 1 april van het beschouwde school- of academiejaar op basis van het aantal gepresteerde dagen op 1 maart. § 8. Na de afsluiting van het procesverbaal van het klassement van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling, ontvangt elke kandidaat van de eerste groep een kopie van het klassement. Art. 31.§ 1. De leden van het administratief personeel worden tijdelijk aangesteld door de Regering. § 2. Een tijdelijke aanstelling voor een vacante betrekking eindigt op het moment dat het lid van het administratief personeel dat vast benoemd is of is toegelaten tot de stage zijn functies opneemt in deze betrekking. Een tijdelijke aanstelling in een betrekking waarvan de titularis tijdelijk afwezig is, eindigt wanneer deze titularis opnieuw zijn functies opneemt. Elke tijdelijke aanstelling voor een wervingsambt gebeurt voor een onbepaalde duur. Ze eindigt op de vervaldatum die werd aangegeven in de aanstellingsakte en, ten laatste, op de vooravond van het school- of academiejaar dat volgt op de aanstellingsdatum. § 3. Vóór elke tijdelijke aanstelling kent de Regering een ambt toe, naargelang het geval : - per reaffectatie, voorlopige terugroeping in actieve dienst en terugroeping in actieve dienst voor een onbepaalde duur van een lid van het administratief personeel dat beschikbaar is wegens ontstentenis van betrekking, conform artikel 160; - per bijkomende opdracht of bijkomende bevoegdheden voor een lid van het administratief personeel met gedeeltelijk opdrachtverlies, conform artikel 157; - per bijkomende prestaties van een vastbenoemd lid van het administratief personeel in een functie met onvolledige prestaties die er de aanvraag voor indiende conform artikel 58. Art. 32.§ 1. Na een periode van dienstactiviteit van zes maanden van minstens één lid van het tijdelijk administratief personeel, stelt de directeur van de inrichting een gemotiveerd verslag op over de manier waarop het lid van het administratief personeel zijn taak heeft volbracht. Het model van dit verslag wordt opgesteld door de Regering. Dit verslag wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het lid van het tijdelijk administratief personeel waarover het gaat en wordt toegevoegd aan zijn persoonlijk dossier. Als het lid van het administratief personeel vindt dat de inhoud van het verslag niet gegrond is, dan maakt hij hiervan melding in zijn visum en, binnen de tien werkdagen die volgen op de ontvangst van het verslag, heeft hij het recht om, langs hiërarchische weg, een bezwaarschrift in te dienen bij de Raad van beroep. De procedure wordt voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel weigert om het verslag te viseren. De Raad van beroep geeft haar advies aan de Regering binnen een termijn van twee maanden ingaande op de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De Regering neemt haar beslissing binnen een termijn van een maand vanaf de ontvangst van het advies van de Raad van beroep of van het dossier waarvoor hij niet meer aanhangig is. § 2. Zonder afbreuk te doen aan de toepassing van § 1, wordt ervan uitgegaan dat elke tijdelijk aangestelde zijn taak op een afdoende manier heeft uitgevoerd, zolang er geen ongunstig verslag wordt opgesteld over hem door de directeur. Art. 33.§ 1. Met inachtneming van een opzegperiode van vijftien werkdagen, die ingaat op de dag van de verwittiging, kan een lid van het tijdelijk aangesteld administratief personeel worden afgedankt op gemotiveerd voorstel van de directeur. Voorafgaand aan elk voorstel voor afdanking, moet het lid van het administratief personeel worden uitgenodigd om gehoord te worden. De convocatie voor de hoorzitting, alsmede de motieven waardoor de directeur overweegt de afdanking van het lid van het administratief personeel voor te stellen, moeten hem worden meegedeeld minstens vijf werkdagen voor de hoorzitting, ofwel aan de hand van een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, ofwel door het persoonlijk overhandigen van een brief met ontvangstbewijs. Tijdens de hoorzitting kan het lid van het administratief personeel zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de in actieve dienst zijnde of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakvereniging. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel dat volgens de regels werd geconvoceerd zich niet aanmeldt voor de hoorzitting of er niet wordt vertegenwoordigd. § 2. Dit voorstel wordt voorgelegd aan de tijdelijk aangestelde op het moment waarop het wordt geformuleerd. Het lid van het tijdelijk administratief personeel ontvangt een kopie van dit voorstel. De tijdelijk aangestelde viseert en dateert het voorstel. Hij geeft het dezelfde dag nog terug. Als hij vindt dat dit voorstel niet gegrond is, dan maakt hij hiervan melding in zijn visum, dateert het en geeft het terug binnen dezelfde termijn. De procedure wordt voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel weigert om het voorstel te viseren. De directeur geeft het voorstel tot afdanking onmiddellijk door aan de Regering, die binnen de tien dagen ofwel het voorstel verwerpt, ofwel de tijdelijk aangestelde zijn opzeg geeft. § 3. De tijdelijk aangestelde die zijn opzeg kreeg, kan binnen de tien werkdagen vanaf de melding van de opzeg, aan de hand van een ter post aangetekend schrijven een bezwaarschrift indienen bij de Regering, die dit zo snel mogelijk doorgeeft aan de bevoegde Raad van beroep. Deze laatste geeft zijn advies aan de Regering binnen een maximumtermijn van een maand vanaf de datum van ontvangst van de klacht. De Regering neemt haar beslissing binnen een termijn van een maand vanaf de ontvangst van het advies van de Raad van beroep of van het dossier waarvoor hij niet meer aanhangig is. Art. 34.§ 1. Elk lid van het tijdelijk administratief personeel kan worden afgedankt zonder opzegtermijn voor een zware fout. Wordt beschouwd als een zware fout : elk gebrek dat onmiddellijk en definitief elke samenwerking onmogelijk maakt tussen het lid van het administratief personeel en de directeur van de onderwijsinrichting waar hij tewerk is gesteld, of als het geval zich voordoet, tussen het lid van het administratief personeel en de hogeschool of hogere kunstschool. § 2.Vanaf het moment dat hij elementen kent die een zware fout kunnen vormen, convoceert de directeur, aan de hand van een ter post aangetekend schrijven, het lid van het administratief personeel voor een hoorzitting, die plaats moet vinden ten vroegste vijf werkdagen en ten laatste tien werkdagen na het versturen van de convocatie. De procedure wordt voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel zich niet aanmeldt voor de hoorzitting of er niet wordt vertegenwoordigd. Tijdens de hoorzitting kan het lid van het administratief personeel zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de in actieve dienst zijnde of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakvereniging. § 3. Als na de hoorzitting bedoeld in § 2, of in de afwezigheid van het lid van het administratief personeel of van zijn vertegenwoordiger tijdens de hoorzitting, de directeur vindt dat er voldoende elementen zijn die een zware fout rechtvaardigen, geeft hij onmiddellijk zijn voorstel tot afdanking door aan de Regering die haar beslissing neemt binnen de drie werkdagen vanaf het versturen van het voorstel. De afdanking wordt vergezeld van het bewijs van de echtheid van de verweten feiten. Het wordt meegedeeld aan het lid van het administratief personeel, ofwel bij deurwaardersexploot, ofwel aan de hand van een ter post aangetekend schrijven, dat uitwerking heeft op de derde werkdag na datum van verzending. Art. 35.Een lid van het administratief personeel dat tijdelijk is aangesteld, kan uit eigen beweging zijn functies stopzetten, met inachtneming van een opzegtermijn van acht werkdagen, vanaf de dag van de verwittiging. Art. 36.§ 1. In geval van vermindering van de beschikbare prestaties beschikbaar binnen een beschouwd ambt in een inrichting, wordt er, volledig of gedeeltelijk, een einde gesteld aan de prestaties van een lid van het administratief personeel in de volgende volgorde : 1° niet-geklasseerde tijdelijk aangestelden;2° tijdelijk aangestelden geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2, 2°;3° de tijdelijk aangestelden geklasseerd in de eerste groep bedoeld in artikel 30, § 2, 1° in de omgekeerde volgorde van het klassement;4° de vastbenoemde leden van het administratief personeel, voor de prestaties die hen zijn toevertrouwd als bijkomende opdracht;5° de leden van het administratief personeel die voorlopig werden teruggeroepen in actieve dienst voor een ander ambt dan hetgeen waarvoor ze vast benoemd zijn;6° de leden van het administratief personeel teruggeroepen voor actieve dienst voor een onbepaalde duur voor een ander ambt dan hetgeen waarvoor ze vast benoemd zijn;7° de leden van het administratief personeel die genieten van een voorlopige verandering van aanstelling;8° de stagiairs, in de omgekeerde volgorde van het klassement;9° de vastbenoemde leden van het administratief personeel voor de prestaties die hen als bijkomende opdracht werden toevertrouwd;10° de leden van het administratief personeel die voorlopig werden teruggeroepen in actieve dienst voor een ambt waarvoor ze vast werden benoemd;11° de leden van het administratief personeel die werden teruggeroepen in actieve dienst voor een onbepaalde duur voor een ambt waarvoor ze vast werden benoemd;12° de vastbenoemde leden van het administratief personeel in het ambt dat ze uitoefenen en als aanvullend geaffecteerd in de inrichting;13° de vastbenoemde leden van het administratief personeel in het ambt dat ze uitoefenen en geaffecteerd en/of hun hoofdopdracht hebben in de inrichting. Een vastbenoemd personeelslid met gedeeltelijk opdrachtverlies kan bijkomende opdrachten krijgen van het ambt van een ander vastbenoemd personeelslid, dat tijdelijk niet in dienst is en wordt vervangen door een lid van het personeel bedoeld in alinea 1, 1° tot 7° en 9°. Een vastbenoemd personeelslid kan voorlopig worden teruggeroepen in actieve dienst binnen de inrichting waar hij zijn ambt verloor, in het ambt van een ander vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk niet in dienst is en wordt vervangen door een lid van het personeel bedoeld in alinea 1, 1° tot 8° en 10°, op voorwaarde dat de duur van de voorlopige terugroeping in actieve dienst minstens vijftien weken bedraagt. § 2. Binnen een zone wordt er, volledig of gedeeltelijk, een einde gesteld aan de prestaties van een tijdelijk lid van het administratief personeel, om wat volgt toe te laten : 1° het voorlopig terugroepen in actieve dienst van een vastbenoemd lid van het administratief personeel ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in dezelfde zone of in een andere zone;2° het toekennen van een bijkomende opdracht aan een vastbenoemd lid van het administratief personeel van dezelfde zone;3° de toekenning van bijkomende prestaties aan een vastbenoemd lid van het administratief personeel van dezelfde zone, binnen een ambt met onvolledige prestaties, dat er de aanvraag voor doet in de loop van de maand februari. Voor de toepassing van deze paragraaf, wordt er eerst en vooral, binnen de zone waar de voorlopige terugroeping in actieve dienst, de bijkomende opdracht of de bijkomende prestaties worden uitgevoerd, een einde gesteld aan de prestaties van de niet-geklasseerde tijdelijk aangestelden, van de tijdelijk aangestelden geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2, 2°, en ten slotte, in de omgekeerde volgorde van het klassement, van de tijdelijk aangestelden geklasseerd in de eerste groep bedoeld in artikel 30, § 2, 1°. Als echter het ambt dat totaal of gedeeltelijk vrijkomt door de laagst geklasseerde tijdelijk aangestelde, voor de leden van het administratief personeel die ervan genieten, een verplaatsing met zich meebrengt van meer dan vier uur per dag met het openbaar vervoer, dan mogen deze de voorlopige terugroeping in activiteit of de bijkomende opdracht weigeren. In dit geval wordt er een gedeeltelijk of volledig einde gesteld aan de prestaties ten eerste van een andere niet-geklasseerde tijdelijk aangestelde, dan van een andere tijdelijk aangestelde uit de tweede groep en, bij gebrek hieraan, van een tijdelijk aangestelde van de eerste groep die rechtstreeks het best is geklasseerd. Afdeling 3. - Toelating tot stages en de stagiairs Art. 37.De toelating tot een stage voor een wervingsambt kan enkel plaatsvinden in geval er een vacante betrekking is voor het te begeven ambt. Een vacante betrekking voor een wervingsambt kan enkel worden toegekend voor toelating tot de stage als het niet werd toegekend als reaffectatie of voorlopige terugroeping in actieve dienst volgens de bepalingen die terzake van toepassing zijn, en als het niet werd toegekend door verandering van affectatie of bijkomende opdracht voor vastbenoemde leden van het administratief personeel. Elk jaar in de loop van de maand april, doet de Regering een oproep tot de kandidaten voor de toelating tot de stage binnen de betrekkingen die vacant bleven na de reaffectaties, de voorlopige terugroepingen in actieve dienst, de bijkomende opdrachten en de veranderingen van affectatie van dat jaar, via een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Deze bekendmaking vermeldt de betrekkingen die kunnen worden toegekend voor de toelating tot stages en de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen, alsmede de vorm waarin en de termijn binnen welke de kandidaturen moeten worden ingediend. De vacante betrekkingen worden, vóór elke andere tijdelijke aanstelling, toegekend aan de stagiairs bedoeld in alinea 3. Art. 38.De Regering bepaalt het aantal betrekkingen per ambt die het voorwerp kunnen zijn van een toekenning tot de stage, na het advies te hebben ingewonnen van de zonale aanstellingscommissies en de interzonale aanstellingscommissie. Art. 39.Iemand die niet voldoet aan de volgende voorwaarden kan niet worden toegelaten tot de stage : 1° Belg zijn of afkomstig zijn van een andere lid-Staat van de Europese Unie, behalve een afwijking toegestaan door de Regering;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° zijn burgerlijke en politieke rechten genieten;4° aan de dienstplichtwetten voldaan hebben;5° drager zijn van de vereiste kwalificaties voor het toegekende ambt, zoals voorzien in artikel 18;6° voldoen aan de wettelijke bepalingen en reglementen in verband met het taalstelsel;7° laureaat zijn van de aanwervingsproef in verband met het te begeven ambt voorzien in artikelen 40 tot 46;8° zijn kandidatuur hebben ingediend in de vorm en binnen de termijn die in de oproep tot de kandidaten werden vastgelegd;9° niet het voorwerp uitmaken van een schorsing bij tuchtmaatregel, een op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel of van een herroeping voor een ambt als lid van het administratief personeel;10° in de loop van het schooljaar of academiejaar vóór het jaar waarin de oproep tot stage wordt gelanceerd niet het voorwerp zijn geweest van een ongunstig verslag zoals bedoeld in artikel 32 dat gaat over een ononderbroken periode van aanstelling van minstens zes maanden.De afwezigheid van het verslag is in het voordeel van de beambte; 11° niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een afdanking voor een zware fout voorzien in artikelen 34 en 55. Voor de toepassing van 7° moet de kandidaat voor de aanwervingsproef, op datum van de bekendmaking bedoeld in artikel 41, minstens tweehonderd veertig dagen dienst hebben gedaan in het te begeven ambt. Het lid van het administratief personeel dat in zwangerschapsverlof, ziekteverlof of arbeidsonbekwaam is wegens een arbeidsongeval, wordt toegelaten tot de stage. Art. 40.De aanwervingsproef wordt, voor elk ambt van een lid van het administratief personeel, door de Regering georganiseerd, die tevens de modaliteiten ervan bepaalt. Art. 41.De organisatie van de aanwervingsproef en de modaliteiten ervan worden aan het publiek bekend gemaakt middels een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De bekendmaking geeft de datum of data van de proef aan, de plaats(
- en)waar de proef plaatsvindt, het programma van de proef, de voorwaarden voor deelname, het salaris van de te begeven ambten, alsmede de modaliteiten voor het geldig indienen van kandidaturen. Art. 42.§ 1. Voor elke aanwervingsproef wordt een examencommissie samengesteld, bestaande uit een voorzitter en drie leden aangeduid door de Regering. De voorzitter wordt gekozen uit de beambten van de Regering die houder zijn van een graad van minstens rang 12. De Regering duidt volgens dezelfde modaliteiten een plaatsvervangend voorzitter aan. De drie leden worden voor hun kwalificaties, gezien de georganiseerde aanwervingsproeven, als volgt door de Regering gekozen : 1° een lid van de beambten van de Regering met minstens niveau 1;2° een lid van de opdrachthouders belast met de coördinatie van de zone;3° een lid van de directeurs van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap. Voor elk eerstgeplaatst lid worden er twee plaatsvervangende leden aangeduid, volgens dezelfde modaliteiten en criteria als voor het eerstgeplaatste lid dat zij vervangen. De Regering duidt een secretaris voor de examencommissie aan uit de beambten van de Regering met minstens niveau 2. Zij duidt volgens dezelfde modaliteiten een plaatsvervangend secretaris aan. De secretarissen en plaatsvervangende secretarissen van de examencommissie verzorgen het secretariaat. Ze zijn niet stemgerechtigd. § 2. De examencommissie zetelt geldig als minstens tweederde van de leden aanwezig zijn. De beslissingen worden bij geheime stemming en bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen. In geval van gelijkheid van stemmen, wordt de stemming als gunstig voor de kandidaat beschouwd. Een lid van de examencommissie mag niet vergaderen als de kandidaat zijn echtgenoot, zijn samenwonende, zijn bloed- of aanverwante is, of die van zijn echtgenoot of samenwonende, in een lagere graad dan de vijfde, of als de kandidaat lid is van het administratief personeel van de onderwijsinrichting waar een van de leden van de examencommissie zijn ambt beoefent als directeur. In dit geval vergadert het vervangende lid. § 3. Elke representatieve vakvereniging die leden van het administratief personeel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap vertegenwoordigt, kan worden vertegenwoordigd door een afgevaardigde tijdens de aanwervingsproeven. De aangeduide afgevaardigde heeft geen consultatieve stem en is niet stemgerechtigd. Art. 43.§ 1. De aanwervingsproef omvat : 1° een eerste deel over de stof vastgelegd door de Regering, volgens het niveau van het te begeven ambt;2° een tweede deel dat een evaluatie moet geven van de basisvaardigheden vereist voor het ambt en, volgens het te begeven ambt, over de analyse van een voorgelegde situatie. De Regering bepaalt, op voorstel van de examencommissie, de stof voor de delen bedoeld in 1° en 2° en de precieze inhoud van deze laatste. § 2. Elk deel wordt bekroond met een getuigschrift uitgereikt door de examencommissie bedoeld in artikel 42. Zonder afbreuk te doen aan alinea 3 kan het lid van het administratief personeel het tweede deel van de aanwervingsproef niet afleggen vóór hij het getuigschrift heeft behaald voor het eerste deel. De kandidaat kan een getuigschrift doen gelden van een aanwervingsproef georganiseerd door het selectiebureau van de federale overheid, en het toegang verlenen tot een administratieve ambt wordt beschouwd als het behaald hebben van een getuigschrift voor het eerste deel van de aanwervingsproef. Niemand kan laureaat worden verklaard voor de aanwervingsproef betreffende het te begeven ambt, voordat hij een getuigschrift heeft ontvangen betreffende het tweede deel van deze proef. Art. 44.De gedetailleerde resultaten die werden behaald voor de aanwervingsproeven komen voor in het beoordelingsdossier van de leden van het administratief personeel, wanneer ze vast benoemd worden. Art. 45.§ 1. Voor elk te begeven wervingsambt voor de toelating tot de stage, worden de kandidaten die regelmatig hun kandidatuur hebben gesteld en die voldoen aan de vereiste voorwaarden geklasseerd volgens de resultaten die ze behaalden voor de aanwervingsproef. In de hypothese bedoeld in artikel 43, § 2, alinea 3, wordt er rekening gehouden met de resultaten behaald door de kandidaat voor de aanwervingsproef georganiseerd door het selectiebureau van de federale overheid, om het klassement bedoeld in alinea 1 op te stellen. § 2. Na de afsluiting van het procesverbaal van het klassement van de kandidaten, ontvangt elke kandidaat een kopie van het klassement. § 3. De kandidaten worden tot de stage toegelaten volgens de volgorde van hun klassement voor de aanwervingsproef, waarbij wordt begonnen bij de oudste proef. Ze kunnen hun voorkeur uitdrukken voor een of meerdere inrichtingen waar ze graag willen worden toegelaten voor de stage. § 4. Bij gelijkheid van behaalde punten voor een aanwervingsproef georganiseerd op dezelfde datum, gaat de voorrang naar de kandidaat met de meeste kandidaturen. In geval van een gelijkheid van het aantal kandidaturen, wordt de voorrang gegeven aan het lid van het administratief personeel dat, op de uiterste datum vastgelegd voor de indiening van de kandidaturen, de hoogste ambtsanciënniteit heeft in de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap. In geval van gelijkheid van ambtsanciënniteit, gaat de voorrang naar het lid van het administratief personeel dat op voormelde datum de hoogste dienstanciënniteit heeft in de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap. In geval van gelijkheid van ambts- en dienstanciënniteit, gaat de voorrang naar het oudste lid van het administratief personeel. Art. 46.§ 1. Voor de berekening van de ambtsanciënniteit bedoeld in artikel 45 : 1° komen enkel in aanmerking de dagen van effectieve dienst binnen een onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap in het ambt waarvoor een betrekking kan worden toegekend;2° het aantal dagen, gepresteerd binnen een ambt met volledige prestaties, bestaat uit alle dagen geteld vanaf het begin tot het einde van de ononderbroken periodes van dienstactiviteit, met inbegrip van, als ze in deze periodes vallen, het jaarlijks verlof, verlof wegens omstandigheden en persoonlijke redenen, zwangerschapsverlof en het opvangverlof met het oog op adoptie en pleegvoogdij zoals voorzien in artikel 138;3° voor de ambten met onvolledige prestaties, wordt het aantal dagen berekend volgens de bepalingen van artikel 30, § 4, 3;4° het aantal dagen verworven in twee of meerdere ambten, met volledige of onvolledige prestaties, gelijktijdig uitgeoefend, kan nooit het aantal dagen overschrijden verworven in een ambt met volledige prestaties uitgeoefend in dezelfde periode. § 2. Voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld in artikel 45 : 1° komen enkel in aanmerking de dagen van effectieve dienst binnen een onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap in het ambt als lid van het administratief personeel;2° de bepalingen van § 1, 2° tot 4° zijn van toepassing. Art. 47.De kandidaten die een betrekking weigeren binnen één van de ambten die ze kozen, worden gedegradeerd, voor elke nieuwe toelating tot de stage voor hetzelfde ambt, naar het einde van het klassement van de proeven waaraan ze deelnamen. Art. 48.De leden van het administratief personeel worden door de Regering toegelaten tot de stage op de 1ste dag van het school- of academiejaar die volgt op de oproep tot de kandidaten. Het besluit houdende de toelating tot de stage wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en vermeldt de datum van de afgelegde aanwervingsproef. De leden van het administratief personeel toegelaten tot de stage worden benoemd voor een ambt dat vacant bleef of werd na toepassing van artikel 37. Art. 49.§ 1. De duur van de stage bedraagt zes maanden. De stage kan evenwel worden verlengd met maximum twee maanden, mits een gemotiveerd voorstel van de directeur van de onderwijsinrichting waar het lid van het administratief personeel tewerk is gesteld. § 2. Voor de berekening van de duur van de afgelegde stage, wordt rekening gehouden met alle periodes waarin de stagiair in actieve dienst was. Art. 50.Aan het einde van de stage stelt de directeur een gemotiveerd verslag op over de manier waarop de stagiair zijn taak heeft volbracht. Het model van dit verslag wordt opgesteld door de Regering. Dit verslag eindigt met een gemotiveerd voorstel voor de vaste benoeming van de stagiair, met een gemotiveerd voorstel voor de verlening van de stage of met een gemotiveerd voorstel tot afdanking. Het dubbel van dit verslag wordt overhandigd aan de betrokken stagiair. Deze laatste viseert en dateert het originele verslag binnen de twee werkdagen die volgen op de dag waarop hij het ontving. Als hij vindt dat het verslag niet gegrond is, maakt hij daarvan melding in zijn visum. Het verslag wordt toegevoegd aan het persoonlijk dossier van de stagiair. Art. 51.Zelfs bij gebrek aan een voorstel tot benoeming, wordt de stagiair die de duur van de stage heeft volbracht, vast benoemd binnen het ambt waarvoor hij zich kandidaat stelde en dit vanaf het einde van de stage, tenzij zijn afdanking of de verlenging van zijn stage werden voorgesteld conform artikelen 50, 52 en 55. De stagiair die de duur van de stage heeft volbracht, wordt eveneens vast benoemd binnen het ambt waarvoor hij zich kandidaat stelde en dit vanaf het einde van de stage, wanneer, na beroep van de stagiair, de Regering het voorstel tot afdanking of verlenging van de stage niet heeft bevestigd. De stagiair in zwangerschapsverlof, ziekteverlof of die arbeidsonbekwaam is wegens een arbeidsongeval, wordt vast benoemd. Het lid van het administratief personeel bedoeld in dit artikel wordt vast benoemd ten belope van het aantal uren van het ambt waartoe hij werd toegelaten voor de stage, die definitief vacant zijn op datum van de vaste benoeming. Art. 52.§ 1. Met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, kan de stagiair in de loop van de stage of na de stage worden afgedankt op gemotiveerd voorstel van de directeur. Voorafgaand aan elk voorstel voor afdanking, moet het lid van het administratief personeel uitgenodigd zijn om gehoord te worden. De convocatie voor de hoorzitting, alsmede de motieven waardoor de directeur overweegt de afdanking van het lid van het administratief personeel voor te stellen, moeten hem worden meegedeeld minstens vijf werkdagen voor de hoorzitting, ofwel aan de hand van een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, ofwel door het persoonlijk overhandigen van een brief met ontvangstbewijs. Tijdens de hoorzitting kan het lid van het administratief personeel zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de in actieve dienst zijnde of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakvereniging. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel dat volgens de regels werd geconvoceerd zich niet aanmeldt voor de hoorzitting of er niet wordt vertegenwoordigd. § 2. Het voorstel voor afdanking wordt voorgelegd aan de stagiair op het moment waarop het wordt geformuleerd. De stagiair viseert het voorstel, dateert het en geeft het terug binnen de tien werkdagen die volgen op de dag waarop hij het ontving. Als hij vindt dat dit voorstel niet gegrond is, dan maakt hij daarvan melding in zijn visum, dateert het en geeft het terug binnen dezelfde termijn. De procedure wordt voortgezet wanneer de stagiair weigert om het voorstel te viseren. Art. 53.§ 1. De stagiair ten laste van wie een gemotiveerd voorstel tot afdanking of verlening van de stage werd geformuleerd, kan binnen de tien werkdagen vanaf de melding van het voorstel, langs hiërarchische weg een bezwaarschrift indienen bij de Regering. De regering geeft het bezwaarschrift onmiddellijk na ontvangst door aan de Raad van beroep. Deze laatste geeft zijn advies aan de Regering binnen een maximumtermijn van een maand ingaande op de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De Regering neemt haar beslissing binnen een termijn van een maand vanaf de ontvangst van het advies van de Raad van beroep of van het dossier waarvoor hij niet meer aanhangig is. § 2. Wanneer, aan het einde van zijn stage, de stagiair beroep indiende tegen het voorstel tot afdanking of de verlening van de stage, blijft de betrekking waarvoor hij zijn kandidatuur indiende vacant tot de Regering een uitspraak heeft gedaan. Art. 54.In geval van ontslag worden de dienstdagen gepresteerd tijdens de stage gelijkgesteld aan dienstdagen gepresteerd als lid van het tijdelijk administratief personeel. Art. 55.§ 1. Elke stagiair kan worden afgedankt zonder opzegtermijn voor een zware fout. Wordt beschouwd als een zware fout : elk gebrek dat onmiddellijk en definitief elke samenwerking onmogelijk maakt tussen het lid van het administratief personeel en de directeur van de onderwijsinrichting waar hij tewerk is gesteld, of als het geval zich voordoet, tussen het lid van het administratief personeel en de hogeschool of hogere kunstschool. § 2. Vanaf het moment dat hij elementen kent die een zware fout kunnen vormen, convoceert de directeur, aan de hand van een ter post aangetekend schrijven, het lid van het administratief personeel voor een hoorzitting, die plaats moet vinden ten vroegste vijf werkdagen en ten laatste tien werkdagen na het versturen van de convocatie. De procedure wordt voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel zich niet aanmeldt voor de hoorzitting of er niet wordt vertegenwoordigd. Tijdens de hoorzitting kan het lid van het administratief personeel zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de in actieve dienst zijnde of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakvereniging. § 3. Als na de hoorzitting of in de afwezigheid van het lid van het administratief personeel of van zijn vertegenwoordiger tijdens de hoorzitting, de directeur vindt dat er voldoende elementen zijn die een zware fout rechtvaardigen, geeft hij onmiddellijk zijn voorstel tot afdanking door aan de Regering die haar beslissing neemt binnen de drie werkdagen vanaf het versturen van het voorstel. De afdanking wordt vergezeld van het bewijs van de echtheid van de verweten feiten. Het wordt meegedeeld aan het lid van het administratief personeel, ofwel bij deurwaardersexploot, ofwel aan de hand van een ter post aangetekend schrijven, dat uitwerking heeft op de derde werkdag na datum van verzending. Art. 56.Een stagiair kan uit eigen beweging zijn functies stopzetten, met inachtneming van een opzegtermijn van vijftien werkdagen, vanaf de dag van de verwittiging. Afdeling 4. - Vaste benoeming van leden van het administratief personeel Art. 57.De leden van het administratief personeel worden vast benoemd door de Regering. Het benoemingsbesluit wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Art. 58.Op zijn verzoek kan een lid van het administratief personeel vast benoemd voor een ambt met onvolledige prestaties, bijkomende prestaties verkrijgen in de inrichting waar hij is tewerkgesteld en/of in een of meerdere andere inrichtingen, zolang deze bijkomende prestaties niet nodig zijn om de taak van het lid van het administratief personeel aan te vullen, zoals bedoeld in 36, § 1, alinea 1, 5° tot 13°. Op eigen verzoek, behoudt het lid van het administratief personeel die bijkomende prestaties verkreeg deze prestaties, zolang de voorwaarden bedoeld in de vorige alinea vervuld zijn. De aanvragen bedoeld in alinea's 1 en 2 moeten bij het ministerie van de Franse Gemeenschap worden ingediend in de loop van de maand februari. De toekenning van bijkomende prestaties gaat van kracht ten vroegste op de 1ste dag van het volgend school- of academiejaar. Onder bijkomende prestaties moet men in de betekenis van deze paragraaf een toekenning verstaan van onbepaalde duur, met als uiterste limiet de laatste dag van het school- of academiejaar, aan een lid van het administratief personeel vast benoemd in een ambt met onvolledige prestaties : 1° in de inrichting waar hij is tewerkgesteld, van tijdelijk vacante uren van het ambt waarin hij vast benoemd is;2° in een of meerdere andere inrichtingen, van tijdelijk of definitief vacante uren van het ambt waarin hij vast benoemd is. Art. 59.Op eigen verzoek kan een lid van het administratief personeel vast benoemd in een ambt met onvolledige prestaties, door de Regering, op advies van de betrokken zonale aanstellingscommissie en de interzonale aanstellingscommissie, een uitbreiding toegekend krijgen van zijn vaste benoeming voor een of meerdere definitief vacante betrekkingen in een of meerdere andere inrichtingen, in zoverre deze betrekking(
- en): 1° valt (vallen) onder het ambt waarin het lid van het administratief personeel vast benoemd is;2° definitief vacant is (zijn) op de datum van de beslissing van de Regering, nadat de betrokken zonale aanstellingscommissie alsmede de interzonale aanstellingscommissie zijn overgegaan tot de statutaire handelingen respectievelijk vermeld in artikelen 20, § 2, 1° tot 3° en 21, § 1, 1° tot 5°;3° niet is (zijn) ingenomen door een lid van het administratief personeel met een bijkomende opdracht, door een lid van het administratief personeel voorlopig teruggeroepen in actieve dienst in een ander ambt dan datgene waarvoor hij vast benoemd is en waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit, door een lid van het administratief personeel teruggeroepen in actieve dienst voor onbepaalde duur in een ander ambt dan datgene waarvoor hij vast benoemd is, of door een lid van het administratief personeel toegelaten tot de stage. Het lid van het administratief personeel vast benoemd in een ambt met onvolledige prestaties dat een uitbreiding van zijn vaste benoeming wil verkrijgen in een of meerdere andere inrichtingen, dient, aan de hand van een ter post aangetekend schrijven, een aanvraag in bij de Regering in de loop van de maand januari. Hij richt een kopie van deze aanvraag aan de voorzitter(
- s)van de zonale aanstellingscommissie(
- s)waar zich deze inrichting(
- en)bevindt (bevinden), alsmede aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie. De aanvraag preciseert de inrichting(
- en)waar het personeelslid een uitbreiding van zijn benoeming wenst te verkrijgen. Het uitbreiden van de vaste benoeming verkregen conform de bepalingen in de vorige alinea is, op de 1e dag van het volgende school- of academiejaar, beperkt tot het aantal uren dat definitief vacant is en dat op deze datum kan worden toegekend aan het lid van het administratief personeel, op voorwaarde dat : 1° het lid van het administratief personeel op deze datum niet kan genieten van een ambt met volledige prestaties, ofwel in de inrichting waar hij in hoofdzaak is aangesteld en waar hij vanaf dan zal zijn aangesteld, of hij nu wel dan niet vroeger een bijkomende aanstelling verkreeg in een of meerdere andere inrichtingen;ofwel in het geheel aan inrichtingen waar hij hoofdzakelijk en bijkomend is aangesteld, als hij reeds vroeger de uitbreiding van zijn vaste benoeming verkreeg en bijkomend is aangesteld in een of meerdere andere inrichtingen; 2° het lid van het administratief personeel niet ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, ofwel in de inrichting waar hij in hoofdzaak is aangesteld, zonder bijkomend te zijn aangesteld in een of meerdere andere inrichtingen;ofwel in het geheel aan inrichtingen waar hij hoofdzakelijk en bijkomend is aangesteld, als hij reeds vroeger de uitbreiding van zijn vaste benoeming verkreeg en bijkomend is aangesteld in een of meerdere andere inrichtingen; 3° als het lid van het administratief personeel in gedeeltelijk opdrachtverlies is geplaatst in de inrichting waar hij hoofdzakelijk is aangesteld, kan hem in eerste instantie een bijkomende opdracht worden toevertrouwd in definitief vacante periodes om het gedeeltelijk opdrachtverlies waarvan hij het voorwerp is volledig te compenseren; als hij in gedeeltelijk opdrachtverlies is geplaatst in een of meerdere inrichtingen waar hij bijkomend is aangesteld, kan hem in eerste instantie een bijkomende opdracht worden toevertrouwd in definitief vacante periodes in een andere inrichting dan degene waar hij hoofdzakelijk aangesteld is om het gedeeltelijk opdrachtverlies waarvan hij het voorwerp is volledig te compenseren. Art. 60.Een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is in een ambt met volledige prestaties wordt in een enkele inrichting aangesteld. Een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is in een ambt met onvolledige prestaties wordt hoofdzakelijk aangesteld in een enkele inrichting en wordt, als hij geniet van de uitbreiding van de vaste benoeming voorzien in artikel 59, bijkomend aangesteld in de inrichting(
- en)waar hij van deze uitbreiding geniet. Geen enkel lid van het administratief personeel kan zijn bijkomende aanstelling in een of meerdere inrichtingen behouden, wanneer hem een ambt met volledige prestaties wordt aangeboden in de inrichting waar hij hoofdzakelijk is aangesteld. Een lid van het administratief personeel kan, op eigen verzoek, afstand doen van zijn hoofdzakelijke aanstelling, wanneer hem een ambt met vaste benoeming met volledige prestaties kan worden toegekend in de inrichting(
- en)waar hij bijkomend aangesteld is. Art. 61.Het lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor een ambt met volledige prestaties kan dit ambt niet cumuleren met een ander ambt, met volledige of onvolledige prestaties, dat hij nog van een vroegere benoeming had. Art. 62.§ 1. Elk lid van het administratief personeel dat vast benoemd is en houder is van een wervingsambt kan, op eigen verzoek, binnen dit ambt een verandering van aanstelling verkrijgen : 1° in een vacante betrekking van een andere inrichting van de zone;2° in een vacante betrekking binnen een andere zone. Deze verandering van aanstelling gaat van kracht op de volgende 1e juli. § 2. Het lid van het administratief personeel dat een verandering van aanstelling wenst te verkrijgen in een andere inrichting in dezelfde zone, dient in de loop van de maand januari, middels een ter post aangetekend schrijven, een aanvraag in bij de Regering, gemotiveerd met uitzonderlijke omstandigheden. Hij stuurt hiervan een kopie naar de voorzitter van de betrokken zonale aanstellingscommissie binnen dezelfde termijn. De Regering staat enkel een verandering van aanstelling toe mits het gunstige advies van voormelde commissie. § 3. Het lid van het administratief personeel dat een verandering van aanstelling wenst te verkrijgen in een andere zone, dient in de loop van de maand januari, middels een ter post aangetekend schrijven, een aanvraag in bij de Regering, gemotiveerd met uitzonderlijke omstandigheden. Hij stuurt hiervan een kopie naar de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie binnen dezelfde termijn. De Regering staat enkel een verandering van aanstelling toe mits het gunstige advies van voormelde commissie. § 4. Een verandering van aanstelling kan provisorisch worden toegepast in een niet-vacante betrekking, als deze betrekking voor minstens één school- of academiejaar vrijkomt. De verandering van aanstelling binnen een niet-vacante betrekking wordt toegepast volgens de bepalingen respectievelijk gedefinieerd in § 2 en in § 3. § 5. Het lid van het administratief personeel dat een verandering van aanstelling verkreeg op basis van § 4, wordt definitief aangesteld binnen de inrichting in een vacante betrekking van zijn ambt, de 1e dag van het school- of academiejaar dat volgt op de bekendmaking bedoeld in artikel 24, in zoverre de betrokken zonale aanstellingscommissie en de interzonale aanstellingscommissie vergaderd hebben tussen de datum van de voormelde bekendmaking en de 1e dag van het school- of academiejaar. § 6. De betrekking waarvan de houder een lid van het administratief personeel aangesteld conform § 4, is vacant als deze zijn betrekking niet opnieuw opneemt na twee opeenvolgende school- of academiejaren. De vacature wordt meegedeeld conform artikel 24. § 7. Het voordeel van de bepalingen voorzien in dit artikel kan niet worden toegekend aan het lid van het administratief personeel dat vast benoemd is en bijkomend is aangesteld in een of meerdere inrichtingen voor de prestaties die hij vervult in deze inrichting(en). HOOFDSTUK IV. - Beoordeling Art. 63.De beoordeling is verplicht voor elk lid van het administratief personeel dat vast benoemd is. Ze heeft als doel het bepalen van de vaardigheden en de verdienste van het lid van het administratief personeel. Art. 64.Het beoordelingsdossier, voor elk lid van het administratief personeel bijgehouden bij de Centrale Administratie van het Ministerie, bevat enkel : 1° de gedetailleerde resultaten behaald voor de aanwervingsproeven;2° de verslagen over de manier waarop het lid van het administratief personeel zijn taken als tijdelijk aangestelde heeft volbracht;3° het verslag over het einde van de stage bedoeld in artikel 50;4° de beoordelingsstaten vergezeld van de persoonlijke fiches;5° de staat van de tuchtstraffen en de staat van de beslissingen tot doorhaling van straffen. Art. 65.Behalve de gedetailleerde resultaten behaald voor de aanwervingsproeven, de staat van de tuchtstraffen en de staat van de beslissingen tot doorhaling, wordt elk document geviseerd door het lid van het administratief personeel vóór het wordt toegevoegd aan het beoordelingsdossier. Alle documenten worden genummerd en opgenomen in een inventaris. Art. 66.Met zicht op de opstelling of de eventuele aanpassing van de beoordeling, wordt er een individuele fiche bijgehouden. Deze bevat een nauwkeurig en concreet feitenrelaas, gunstig of ongunstig, met betrekking op de uitoefening van het ambt of het privé-leven in relatie tot het ambt. Art. 67.Elk feitenrelaas op de individuele fiche wordt doorgegeven aan het betrokken lid van het administratief personeel op het moment dat de directeur het op de fiche zet. Nadat hij de individuele fiche heeft gelezen in de aanwezigheid van de directeur, viseert het lid van het administratief personeel ze en krijgt hij er een kopie van. De procedure voor de opstelling van de beoordeling wordt voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel weigert om de individuele fiche te viseren. Als hij vindt dat dit verslag van de feiten niet gegrond is, dient het lid van het administratief personeel, binnen de tien werkdagen, een gemotiveerd bezwaarschrift in waarvan hij een ontvangstbewijs krijgt. Dit bezwaarschrift wordt toegevoegd aan de individuele fiche. Elk lid van het administratief personeel kan aan de directeur de inschrijving van een gunstig feit op zijn individuele fiche aanvragen. Art. 68.De eigenlijke beoordeling wordt opgenomen in een rapport. Het draagt een van de volgende vermeldingen : 'Zeer goed', 'Goed', 'Onvoldoende'. De beoordeling moet worden gemotiveerd op de beoordelingsstaat geviseerd door het betrokken lid van het administratief personeel. In afwezigheid van een beoordelingsstaat, geniet elk lid van het administratief personeel van de vermelding 'Goed'. Art. 69.Elke vermelding van beoordeling gaat over het school- of academiejaar aan het einde waarvan ze wordt toegekend of gehandhaafd. Het beoordelingsrapport wordt opgesteld, als daar reden toe is, door de directeur tussen 15 en 31 mei van elk school- of academiejaar. De beoordeling wordt elk jaar verlengd, als geen enkel nieuw feit, gunstig of ongunstig, wordt toegevoegd aan de individuele fiche sinds de toekenning van de laatste beoordeling. De toekenning van de vermelding 'onvoldoende' op de beoordeling leidt echter tot een nieuwe beoordeling voor het school- of academiejaar dat volgt op het jaar waarin het werd toegekend. Op elk moment wordt een nieuwe beoordelingsstaat opgesteld voor elk lid van het administratief personeel dat hier een aanvraag voor doet als er, sinds de toekenning van de laatste beoordeling, feiten zijn gebeurd die deze beoordeling zouden kunnen veranderen. Er wordt niet meer dan één beoordelingsstaat per jaar toegekend. Art. 70.De beoordeling wordt uitgereikt door de directeur van de onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap waar het lid van het administratief personeel is aangesteld. Art. 71.De directeur verzamelt, als het geval zich voordoet, de inlichtingen die als nodig worden geacht voor de opstelling van de beoordeling bij de directeur(
- en)van de inrichting(
- en)ingericht door de Franse Gemeenschap, waar het lid van het administratief personeel aangesteld was tijdens het school- of academiejaar in de loop waarvan hij de beoordeling opstelt. Art. 72.De beoordelingsstaat wordt door de directeur voorgelegd aan het lid van het administratief personeel. Een kopie van deze staat moet worden overhandigd aan het betrokken lid van het administratief personeel. Deze laatste viseert en dateert de originele staat binnen de twee werkdagen. De procedure wordt voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel weigert om deze staat te viseren of wanneer hij hem niet teruggeeft binnen de vastgelegde termijn nadat hij hem geviseerd heeft. Als het lid van het administratief personeel vindt dat de toegekende vermelding op de beoordeling niet gegrond is, dan maakt hij daarvan melding in zijn visum en richt hij binnen de tien werkdagen een gemotiveerd bezwaarschrift aan de directeur. Dit bezwaarschrift wordt toegevoegd aan de beoordelingsstaat. Binnen de vijftien werkdagen na de ontvangst van dit bezwaarschrift, betekent de directeur zijn definitieve beslissing aan het betrokken lid van het administratief personeel. Deze viseert de beoordelingsstaat en heeft binnen de twintig werkdagen die volgen op de ontvangst van deze betekening, het recht om langs hiërarchische weg een bezwaarschrift in te dienen bij de Raad van beroep. Deze geeft zijn advies aan de Regering binnen een termijn van drie maanden ingaande op de datum van ontvangst. De Regering neemt haar beslissing en kent de beoordeling toe binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van het advies van de Raad van beroep of van het dossier waarvoor hij niet meer aanhangig is. Art. 73.Geen enkele aanbeveling, van welke aard dan ook, kan voorkomen in het beoordelingsdossier. Elk lid van het administratief personeel kan, op elk moment, kennis nemen van zijn beoordelingsdossier. Art. 74.De beoordelingsstaat en de individuele fiche worden opgesteld volgens de modellen opgesteld door de Regering. HOOFDSTUK V. - Bevordering Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 75.De benoeming tot een bevorderingsambt kan enkel plaatsvinden in geval er een vacante betrekking voor dit ambt te begeven is. Een vacante betrekking voor een bevorderingsambt kan enkel door bevordering worden toegekend, als ze niet werd toegekend door reaffectatie aan leden van het administratief personeel die vast benoemd zijn in het bevorderingsambt waaronder de te begeven betrekking valt die ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacante betrekking van een bevorderingsambt kan enkel worden toegekend als bevordering als ze niet als verandering van aanstelling werd toegekend. Art. 76.Minstens één keer per jaar worden de vacante betrekkingen voor de te begeven bevorderingsambten bekendgemaakt aan de leden van het administratief personeel via een oproep tot de kandidaten, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze mededeling preciseert de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen, alsmede de vorm waarin en de termijn binnen welke de kandidatuur moet worden ingediend. Art. 77.§ 1. Elk lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor een bevorderingsambt kan, op eigen verzoek, een verandering van aanstelling verkrijgen in een andere vacante betrekking van zijn ambt. Deze verandering van aanstelling gaat van kracht op de volgende 1e juli. § 2. Het lid van het administratief personeel dat een verandering van aanstelling wenst te verkrijgen in een andere inrichting in dezelfde zone of in een andere zone, dient in de loop van de maand januari, middels een ter post aangetekend schrijven, een aanvraag in bij de Regering, gemotiveerd met uitzonderlijke omstandigheden. Hij stuurt hiervan een kopie naar de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie binnen dezelfde termijn. De Regering staat enkel een verandering van aanstelling toe mits het gunstige advies van voormelde commissie. § 3. Een verandering van aanstelling kan provisorisch worden toegepast in een niet-vacante betrekking, als deze betrekking voor minstens één school- of academiejaar vrijkomt. De verandering van aanstelling binnen een niet-vacante betrekking wordt toegepast volgens de bepalingen gedefinieerd in § 2. § 4. Het lid van het administratief personeel dat een verandering van aanstelling verkreeg op basis van § 3, wordt definitief aangesteld binnen de betrekking die hij inneemt, de 1e dag van het school- of academiejaar dat volgt op de vacature van deze betrekking. § 5. De betrekking waarvan de houder een lid van het administratief personeel aangesteld conform § 3, is vacant als deze zijn betrekking niet opnieuw opneemt na twee opeenvolgende school- of academiejaren. Art. 78.Er kan een einde worden gesteld aan elke tijdelijke aanstelling voor een bevorderingsambt, om een lid van het administratief personeel dat vast benoemd is voor dit ambt en dat ter beschikking was gesteld wegens ontstentenis van betrekking, voorlopig terug te roepen in actieve dienst. Art. 79.De leden van het administratief personeel worden voor een bevorderingsambt benoemd door de Regering. Art. 80.Enkel leden van het administratief personeel die hun kandidatuur indienden in de vorm en termijn vastgelegd in de oproep tot de kandidaten, kunnen worden benoemd voor een bevorderingsambt. Art. 81.Niemand kan worden benoemd voor een bevorderingsambt, als hij, op het moment van de benoeming, niet voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° een ambt met volledige prestaties uitoefenen in een of meerdere onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap;2° een dienstanciënniteit hebben van minstens tien jaar;3° een ambtsanciënniteit hebben van minstens zes jaar;4° geen tuchtstraf hebben gekregen in de loop van de voorbije vijf school- of academiejaren;5° minstens de vermelding 'goed' hebben behaald voor het laatste beoordelingsrapport;6° geklasseerd zijn op één van de drie eerste plaatsen op de lijst met kandidaten voorgesteld door de bevorderingscommissie bedoeld in artikel 83;7° in een onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap houder zijn van, en vast benoemd zijn voor, een van de wervingsambten hernomen in het overzicht hierna, aangeduid met betrekking tot het te begeven bevorderingsambt. Bevorderingsambten : wervingsambten waarvan de leden van het administratief personeel houder moeten zijn met een vaste benoeming om toegang te hebben tot het ambt aangeduid in de eerste kolom. Eerste hoofdstudiemeester : bode-kamerbewaarder, studiemeester. Eerste hoofdklerk : klerk, klerk-typist, klerk-stenotypist. Assistent-bibliothecaris : opsteller, correspondent-boekhouder, secretaris-boekhouder. Directiesecretaris : opsteller, correspondent-boekhouder, secretaris-boekhouder. Art. 82.§ 1. Voor de berekening van de dienstactiviteit bedoeld in artikel 81, 2° : 1° komen in aanmerking alle effectieve diensten die het lid van het administratief personeel presteerde binnen een onderwijsinrichting ingericht door de Franse Gemeenschap, eender onder welke titel, in een ambt als lid van het administratief personeel;2° de duur van deze diensten, gepresteerd als tijdelijk lid van het administratief personeel, in een ambt met volledige of onvolledige prestaties, is gelijk aan het aantal dagen geteld vanaf het begin tot het einde van de ononderbroken periodes van dienstactiviteit, met inbegrip van, als ze in deze periodes vallen, het jaarlijks verlof, verlof wegens omstandigheden en persoonlijke redenen, zwangerschapsverlof en het opvangverlof met het oog op adoptie en pleegvoogdij zoals voorzien in artikel 137;3° de duur van de gepresteerde diensten als stagiair of vastbenoemd lid van het administratief personeel in een ambt met volledige prestaties, wordt geteld per kalendermaand, de diensten met een duur die korter is dan een maand worden niet meegeteld;4° de toegelaten diensten gepresteerd tijdens de maand in de loop waarvan het lid van het administratief personeel voor de eerste keer werd aangesteld in een andere hoedanigheid dan tijdelijk aangestelde, worden geacht te zijn gepresteerd in de hoedanigheid van tijdelijk aangestelde;5° dertig dagen vormen een maand;6° de effectieve diensten verworven in een ambt met onvolledige prestaties, dat minstens de helft omvat van de prestaties vereist voor een ambt met volledige prestaties, worden beschouwd als diensten verworven in een ambt met volledige prestaties. Het aantal dagen verworven in een ambt met onvolledige prestaties, dat minder dan de helft van de prestaties omvat vereist voor een ambt met volledige prestaties, wordt tot de helft herleid; 7° de duur van de diensten gepresteerd in twee of meerdere ambten met volledige of onvolledige prestaties, gelijktijdig uitgeoefend, kan nooit de duur van diensten gepresteerd in een ambt met volledige prestaties uitgeoefend in dezelfde periode, overschrijden;8° de duur van de toegelaten diensten die het lid van het administratief personeel presteerde, kan nooit twaalf maanden overschrijden voor een kalenderjaar. § 2. Voor de berekening van de ambtsanciënniteit bedoeld in artikel 81, 3° : 1° komen in aanmerking alle effectieve diensten die het lid van het administratief personeel heeft gepresteerd in de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, in eender welke hoedanigheid, binnen de ambten die toegang geven tot het te begeven bevorderingsambt;2° de bepalingen van § 1, 2° tot 8° zijn van toepassing. Afdeling 2. - De bevorderingscommissie Art. 83.Telkens er een lijst met kandidaten voor een bevorderingsambt moet worden voorgesteld, wordt er een bevorderingscommissie samengesteld. Art. 84.§ 1. De bevorderingscommissie belast met de voorstelling van de kandidaten is als volgt samengesteld : 1° een voorzitter aangeduid door de Regering uit beambten van de Regering, houder van een graad van minstens rang 15;2° drie leden aangeduid door de Regering uit beambten van de Regering, houder van een graad van minstens rang 12;3° drie leden aangeduid door de Regering;4° drie leden aangeduid door de Regering op voorstel van de representatieve vakverenigingen die de leden van het administratief personeel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen, waarbij elke vereniging beschikt over minstens één vertegenwoordiger. § 2. Voor elk lid van elke bevorderingscommissie wordt er een plaatsvervangend lid aangeduid, gekozen volgens dezelfde criteria als het eerstgeplaatste lid dat hij vervangt. De Regering duidt een plaatsvervangende voorzitter aan volgens dezelfde bepalingen. Art. 85.Elk commissie wordt geholpen door een secretaris aangeduid door de Regering uit beambten van de Regering met minstens een niveau 2. De Regering duidt, volgens dezelfde modaliteiten, een plaatsvervangend secretaris aan. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris zijn niet stemgerechtigd. Art. 86.De samenstelling van de bevorderingscommissies wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het mandaat van de leden van de commissie is gratis. Ze kunnen echter een vergoeding krijgen voor hun transport- en verblijfskosten, volgens de reglementaire bepalingen van toepassing. Art. 87.Een lid van de commissie mag niet vergaderen als de kandidaat voor een bevorderingsambt zijn echtgenoot, zijn samenwonende, zijn bloed- of aanverwante is, of die van zijn echtgenoot of samenwonende, in een lagere graad dan de vijfde, of als de kandidaat lid is van het administratief personeel van de onderwijsinrichting waar het lid van de commissie zijn ambt beoefend. In dit geval vergadert het vervangende lid. De commissie zetelt geldig als minstens tweederde van de leden aanwezig is. De beslissingen worden bij geheime stemming en bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen. In geval van gelijkheid van stemmen, wordt de stemming als gunstig beschouwd voor de kandidaten. Art. 88.Voor het klassement van de kandidaten houdt de bevorderingscommissie rekening met hun dienstanciënniteit, hun ambtsanciënniteit, hun beoordelingsrapporten, hun getuigschriften van bekwaamheid en hun bijzondere verdiensten in verband met het beoefende en/of te begeven ambt. Er wordt ook rekening gehouden met de tuchtstraffen die de kandidaat opliep, in zoverre ze niet geschrapt werden. De kandidaten moeten zelf de rechtvaardigingsdocumenten voorzien die hun bijzondere verdiensten bewijzen. HOOFDSTUK VI. - Leden van het administratief personeel die slachtoffer zijn van geweldpleging Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 89.Voor de toepassing van dit hoofdstuk, moeten we onder geweldpleging' verstaan : elke fysieke en/of psychologische inbreuk gepleegd met een kwaadwillige intentie, elke agressie met een racistisch, religieus of seksistisch karakter tegen een lid van het administratief personeel, alsmede elke beschadiging van goederen van dit lid, gepleegd door een leerling, door een derde op aansporing of met de medeplichtigheid van deze leerling, of door een familielid van de leerling of elk ander persoon die onder hetzelfde dak woont, in het kader van de dienst van het lid van het administratief personeel of in direct verband hiermee, of elke andere persoon die niet behoort tot het personeel van de inrichting in zoverre wordt aangetoond dat het slachtoffer van de geweldpleging in direct verband staat met de dienst. We verstaan onder 'lid van het administratief personeel dat slachtoffer is van geweldpleging', een lid van het administratief personeel, in vast verband, toegelaten tot de stage of in tijdelijk verband, erkend als slachtoffer van een werkongeval dat resulteert uit een handeling gedefinieerd in alinea 1 door de dienst van de Regering bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/01/1969 pub. 11/01/2002 numac 2001001040 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 24/01/1969 pub. 01/06/2023 numac 2023042376 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk. De artikelen 91 tot 95 worden enkel toegepast als het slachtoffer een klacht heeft ingediend bij het gerechtelijk gezag. Wanneer de geweldpleging gebeurde buiten de inrichting, zal de aanvraag voor een prioritaire behandeling niet in beschouwing worden genomen, tenzij de dader van de geweldpleging kon worden geïdentificeerd. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op hogescholen en hogere kunstscholen ingericht door de Franse Gemeenschap, of op het Hoger Instituut voor Architectuur ingericht door de Franse Gemeenschap. Art. 90.§ 1. Het lid van het administratief personeel dat slachtoffer is van een geweldpleging geniet van het dispositief gedefinieerd in afdeling 2 als hij niet-geklasseerd tijdelijk aangesteld is, in afdeling 3 als hij tijdelijk geklasseerd is in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2, 2°, in afdeling 4 als hij tijdelijk is geklasseerd in de 1e groep bedoeld in artikel 30, § 2, 1°, in afdeling 5 als hij is toegelaten tot de stage en in afdeling 6 als hij vast benoemd is. § 2. In het geval hij niet tijdelijk arbeidsongeschikt is verklaard door de Administratieve Gezondheidsdienst en uitgezonderd een voldoende gerechtvaardigd geval van overmacht, dient het lid van het administratief personeel bedoeld in § 1 zijn aanvraag in om te kunnen genieten van het dispositief gedefinieerd in afdelingen 2 tot 5 aan de hand van een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs binnen een termijn van een maand vanaf het voorvallen van de feiten bij de algemene directie van het verplicht onderwijs of de algemene directie van het vrij onderwijs, naargelang het geval, die nagaan of aan alle voorwaarden wordt voldaan. Binnen dezelfde termijn, stuurt hij eveneens aan de hand van een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs een kopie van deze aanvraag naar zijn directeur. In het geval dat het lid van het administratief personeel tijdelijk arbeidsonbekwaam werd verklaard door de Administratieve Gezondheidsdienst, dient hij de aanvraag in bedoeld in alinea 1 binnen een termijn van een maand vanaf het heropnemen van de uitoefening van zijn ambt. De aanvraag geeft aan in welke zones het lid van het administratief personeel zijn ambt wenst uit te oefenen. Een kopie van de klacht bedoeld in artikel 89 wordt erbij gevoegd, alsmede een kopie van de erkenning van het arbeidsongeval door de dienst van de Regering bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/01/1969 pub. 11/01/2002 numac 2001001040 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 24/01/1969 pub. 01/06/2023 numac 2023042376 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk. § 3. Binnen de acht werkdagen die volgen op de ontvangst van de aanvraag bedoeld in § 2, geeft de algemene directie van het verplicht onderwijs of de algemene directie van het vrij onderwijs, naargelang het geval, een advies aan de Regering. Een kopie van dit advies wordt overhandigd aan de directeur, alsmede aan het betrokken lid van het administratief personeel. De beslissing voor de toekenning van het dispositief bedoeld in dit hoofdstuk wordt genomen door de Regering binnen de acht werkdagen. Ze wordt onmiddellijk meegedeeld aan de directeur en aan het betrokken lid van het administratief personeel. Afdeling 2. - Recht op een nieuwe aanstelling van niet-geklasseerde, tijdelijke leden van het administratief personeel Art. 91.§ 1. Het niet-geklasseerde, tijdelijke lid van het administratief personeel dat slachtoffer is van een geweldpleging kan zijn aanstelling aanvragen in een andere inrichting binnen de respectering van de voorwaarden bedoeld in de eerste afdeling. De aanvraag voor de nieuwe aanstelling wordt enkel in overweging genomen als de initiële aanstelling niet vervalt vóór het verlopen van een termijn van een maand vanaf de indiening van de aanvraag. De nieuwe aanstelling bedoeld in dit artikel mag niet korter zijn dan de nog te doorlopen duur in het kader van de initiële aanstelling, behalve als er een akkoord is met het betrokken lid van het administratief personeel. Een aanstelling met een kortere duur dan de nog te doorlopen aanstelling in het kader van zijn initiële aanstelling kan echter worden opgelegd aan het slachtoffer van een geweldpleging op voorwaarde dat deze betrekking vrij is voor een duur van minstens vijftien weken en dat het lid van het administratief personeel die het voorwerp is van zulk een aanstelling geen enkel recht verliest voor de periode die het verschil uitmaakt tussen deze aanstelling en de duur van de initiële aanstelling. § 2. De Regering duidt het niet-geklasseerd lid van het administratief personeel aan bedoeld in dit artikel : 1° in elke beschikbare betrekking van hetzelfde ambt waarvoor er geen geklasseerde kandidaat is of 2° in elke betrekking van hetzelfde ambt ingenomen door een tijdelijk lid van het administratief personeel dat vrijwillig aanvaardt om met hem te wisselen. § 3. Wanneer aan het niet-geklasseerd lid van het administratief personeel bedoeld in deze afdeling geen nieuwe aanstelling kon worden gegeven conform § 2, stelt de Regering hem aan in elke betrekking van hetzelfde ambt reeds ingenomen door een tijdelijk niet-geklasseerd lid van het administratief personeel waaraan zij oplegt om te wisselen met het lid van het administratief personeel dat het slachtoffer was van een geweldpleging. § 4. De periode van betaald verlof, waarvan het lid van het administratief personeel dat het slachtoffer is van een geweldpleging en werkonbekwaam is naar aanleiding van dit voorval geniet, wordt beschouwd als effectieve dienst. De opname ervan voor de dienstanciënniteit is echter beperkt tot de duur van de initiële aanstelling. § 5. Voor het school- of academiejaar dat volgt op het jaar waarin hij slachtoffer werd van een geweldpleging, mag het tijdelijk lid van het administratief personeel, tenzij met zijn akkoord, niet opnieuw worden aangesteld in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van deze geweldpleging, op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. § 6. Als afwijking op artikel 39, 8°, kan het niet-geklasseerd tijdelijk lid van het administratief personeel dat een geldige kandidatuur indiende voor de toelating tot de stage voor het volgende school- of academiejaar, de uitgedrukte keuze voor de inrichting(
- en)nog wijzigen na de termijn vastgelegd in de oproep tot de kandidaten, op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door voormelde externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Afdeling 3. - Recht op een nieuwe aanstelling van tijdelijke leden van het administratief personeel geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2, 2° Art. 92.§ 1. Het tijdelijk lid van het administratief personeel geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2, 2°, die het slachtoffer is van een geweldpleging, kan een aanstelling aanvragen in een andere inrichting binnen de respectering van de voorwaarden bedoeld in de eerste afdeling. De aanvraag voor de nieuwe aanstelling zal enkel in overweging worden genomen indien de initiële aanstelling niet ten einde loopt vóór het verlopen van de termijn van één maand vanaf de indiening van de aanvraag. De nieuwe aanstelling bedoeld in dit artikel mag niet korter zijn dan de nog te doorlopen duur in het kader van de initiële aanstelling, behalve als er een akkoord is met het betrokken lid van het administratief personeel. Een aanstelling met een kortere duur dan de nog te doorlopen aanstelling in het kader van zijn initiële aanstelling kan echter worden opgelegd aan het slachtoffer van een geweldpleging op voorwaarde dat deze betrekking vrij is voor een duur van minstens vijftien weken en dat het lid van het administratief personeel dat het voorwerp is van zulk een aanstelling geen enkel recht verliest voor de periode die het verschil uitmaakt tussen deze aanstelling en de duur van de initiële aanstelling. § 2. De Regering duidt het tijdelijke lid van het administratief personeel aan bedoeld in deze afdeling : 1° in elke beschikbare betrekking van hetzelfde ambt, behorend tot een inrichting van de zone(
- s)vermeld in de kandidatuursakte bedoeld in artikel 29, alinea 2, rekening houdend met de voorkeuren uitgedrukt voor de zone of 2° in de betrekking van hetzelfde ambt ingenomen door een tijdelijk lid van het administratief personeel dat aanvaardt om met hem te wisselen. § 3. Wanneer aan het tijdelijk lid van het administratief personeel bedoeld in deze afdeling geen nieuwe aanstelling kon worden gegeven conform § 2, stelt de Regering hem aan in elke betrekking van hetzelfde ambt reeds ingenomen door : 1° een tijdelijk niet-geklasseerd lid van het administratief personeel waaraan zij oplegt om te wisselen met het lid van het administratief personeel dat het slachtoffer was van een geweldpleging;2° bij afwezigheid, een tijdelijk lid van het administratief personeel geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2, 2°, waaraan zij oplegt om te wisselen met hem. § 4. De periode van betaald verlof, waarvan het lid van het administratief personeel dat het slachtoffer is van een geweldpleging en werkonbekwaam is naar aanleiding van dit voorval geniet, wordt beschouwd als effectieve dienst. De opname ervan voor de dienstanciënniteit is echter beperkt tot de duur van de initiële aanstelling. § 5. Op voorwaarde dat het tijdelijk lid van het administratief personeel werd erkend als niet in staat zijnde om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door voormelde externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, kan hij niet opnieuw worden aangesteld in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van deze geweldpleging voor het school- of academiejaar dat volgt op het jaar waarin hij het slachtoffer werd van een geweldpleging, tenzij met zijn akkoord. § 6. Als afwijking op artikel 26, 7°, kan het geklasseerd tijdelijk lid van het administratief personeel dat een geldige kandidatuur indiende voor een tijdelijke aanstelling voor het volgende school- of academiejaar, de uitgedrukte keuze voor de zone(
- s)nog wijzigen na de termijn vastgelegd in de oproep tot de kandidaten, op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. Als afwijking op artikel 39, 8°, kan het geklasseerd tijdelijk lid van het administratief personeel dat een geldige kandidatuur indiende voor de toelating tot de stage voor het volgende school- of academiejaar, de uitgedrukte keuze voor de inrichting(
- en)nog wijzigen na de termijn vastgelegd in de oproep tot de kandidaten, op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. Afdeling 4. - Recht op een nieuwe aanstelling van tijdelijke leden van het administratief personeel geklasseerd in de eerste groep bedoeld in artikel 30, § 2, 1° Art. 93.§ 1. Het tijdelijk lid van het administratief personeel geklasseerd in de eerste groep bedoeld in artikel 30, § 2, 1°, die het slachtoffer is van een geweldpleging, kan een aanstelling aanvragen in een andere inrichting binnen de respectering van de voorwaarden bedoeld in de eerste afdeling. De aanvraag voor de nieuwe aanstelling zal enkel in overweging worden genomen indien de initiële aanstelling niet ten einde loopt vóór het verlopen van de termijn van één maand vanaf de indiening van de aanvraag. De nieuwe aanstelling bedoeld in dit artikel mag niet korter zijn dan de nog te doorlopen duur in het kader van de initiële aanstelling, behalve als er een akkoord is met het betrokken lid van het administratief personeel. Een aanstelling met een kortere duur dan de nog te doorlopen aanstelling in het kader van zijn initiële aanstelling kan echter worden opgelegd aan het slachtoffer van een geweldpleging op voorwaarde dat deze betrekking vrij is voor een duur van minstens vijftien weken en dat het lid van het administratief personeel dat het voorwerp is van zulk een aanstelling geen enkel recht verliest voor de periode die het verschil uitmaakt tussen deze aanstelling en de duur van de initiële aanstelling. § 2. De Regering duidt het tijdelijke lid van het administratief personeel aan bedoeld in deze afdeling : 1° in elke beschikbare betrekking van hetzelfde ambt, behorend tot een inrichting van de zone(
- s)vermeld in de kandidatuursakte bedoeld in artikel 29, alinea 2; of 2° in de betrekking van hetzelfde ambt ingenomen door een tijdelijk lid van het administratief personeel dat aanvaardt om met hem te wisselen. § 3. Wanneer aan het tijdelijk lid van het administratief personeel bedoeld in deze afdeling geen nieuwe aanstelling kon worden gegeven conform § 2, stelt de Regering hem aan in elke betrekking van hetzelfde ambt reeds ingenomen door 1° een tijdelijk niet-geklasseerd lid van het administratief personeel waaraan zij oplegt om te wisselen;2° bij afwezigheid, een tijdelijk lid van het administratief personeel geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2.2°, waaraan zij oplegt om te wisselen. § 4. De periode van betaald verlof, waarvan het lid van het administratief personeel dat het slachtoffer is van een geweldpleging en werkonbekwaam is naar aanleiding van dit voorval geniet, wordt beschouwd als effectieve dienst. De opname ervan voor de dienstanciënniteit is echter beperkt tot de duur van de initiële aanstelling. § 5. Voor het school- of academiejaar dat volgt op het jaar waarin hij slachtoffer werd van een geweldpleging, mag het tijdelijk lid van het administratief personeel, bedoeld in deze afdeling, niet opnieuw worden aangesteld in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van deze geweldpleging, tenzij hij akkoord gaat en op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door voormelde externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. § 6. Als afwijking op artikel 26, 7°, kan het geklasseerd tijdelijk lid van het administratief personeel dat een geldige kandidatuur indiende voor een tijdelijke aanstelling voor het volgende school- of academiejaar, de uitgedrukte keuze voor de zone(
- s)nog wijzigen na de termijn vastgelegd in de oproep tot de kandidaten, op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. Als afwijking op artikel 39, 8°, kan het geklasseerd tijdelijk lid van het administratief personeel dat een geldige kandidatuur indiende voor de toelating tot de stage voor het volgende school- of academiejaar, de uitgedrukte keuze voor de inrichting(
- en)nog wijzigen na de termijn vastgelegd in de oproep tot de kandidaten, op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door voormelde externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Afdeling 5. - Recht op een gelegenheidsaffectatiewijziging voor leden van het administratief personeel toegelaten tot de stage Art. 94.§ 1. Het lid van het administratief personeel dat toegelaten is tot de stage kan een gelegenheidsaffectatiewijziging aanvragen naar een andere inrichting in dezelfde zone of in een andere zone, binnen de respectering van de voorwaarden bedoeld in de eerste afdeling. De aanvraag bedoeld in artikel 90, § 2, geeft aan in welke aanstellingszone(
- s)het lid van het administratief personeel vraagt te genieten van een gelegenheidsaffectatiewijziging, alsmede de inrichting(
- en)waar hij wil worden aangesteld. Deze aanvraag kan op elke moment worden ingediend; gelijktijdig wordt een kopie van deze aanvraag doorgegeven aan de voorzitter(
- s)van de betrokken zonale aanstellingscommissie(
- s)en, als het geval zich voordoet, aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie. De betrokken zonale aanstellingscommissie(s), en, als het geval zich voordoet, de interzonale aanstellingscommissie, stelt (stellen) aan de Regering de gelegenheidsaffectatiewijzigingen voor die volgens hem (hen) het meest geschikt zijn, binnen de respectering van § 2. § 2. De Regering staat een gelegenheidsaffectatiewijziging toe aan het lid van het administratief personeel bedoeld in deze afdeling : 1° in elke te begeven vacante betrekking van hetzelfde ambt, rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1; of 2° in een vacante betrekking, van hetzelfde ambt, ingenomen door een tijdelijk lid van het administratief personeel dat aanvaardt om met hem te wisselen, rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1. § 3. Wanneer aan het lid van het administratief personeel aangesteld als stagiair bedoeld in deze afdeling geen gelegenheidsaffectatiewijziging kon worden gegeven conform § 2, geeft de Regering hem deze gelegenheidsaffectatiewijziging in elke vacante betrekking van hetzelfde ambt reeds ingenomen door : 1° een niet-geklasseerd tijdelijk lid van het administratief personeel waaraan zij oplegt om te wisselen;rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1; 2° bij afwezigheid, een tijdelijk lid van het administratief personeel geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2.2°, waaraan zij oplegt om te wisselen, rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1. § 4. De Regering geeft aan de voorzitter van de betrokken zonale aanstellingscommissie een kopie van de akte van de gelegenheidsaffectatiewijziging. Gesteld dat het lid van het administratief personeel een gelegenheidsaffectatiewijziging verkrijgt binnen een inrichting die valt onder een andere zone dan die van de inrichting waar hij het slachtoffer was van een geweldpleging, dan geeft de Regering eveneens een kopie van de akte van de gelegenheidsaffectatiewijziging aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie. Afdeling 6. - Recht op een gelegenheidsaffectatiewijziging voor vastbenoemde leden van het administratief personeel Art. 95.§ 1. Het vastbenoemd lid van het administratief personeel kan een gelegenheidsaffectatiewijziging aanvragen naar een andere inrichting in dezelfde zone of in een andere zone, binnen de respectering van de voorwaarden bedoeld in de eerste afdeling. De aanvraag bedoeld in artikel 90, § 2, geeft aan in welke aanstellingszone(
- s)het lid van het administratief personeel vraagt te genieten van een gelegenheidsaffectatiewijziging, alsmede de inrichtingen waar hij wil worden aangesteld. Deze aanvraag bedoeld in voorgaande alinea's kan op elke moment worden ingediend; gelijktijdig wordt een kopie van deze aanvraag doorgegeven aan de voorzitter(
- s)van de betrokken zonale aanstellingscommissie(
- s)en, als het geval zich voordoet, aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie. De betrokken zonale aanstellingscommissie(s), en, als het geval zich voordoet, de interzonale aanstellingscommissie, stelt (stellen) aan de Regering de gelegenheidsaffectatiewijzigingen voor die volgens hem (hen) het meest geschikt zijn, binnen de respectering van § 2. § 2. De Regering staat een gelegenheidsaffectatiewijziging toe aan het lid van het administratief personeel bedoeld in deze afdeling : 1° in elke te begeven vacante betrekking van hetzelfde ambt, voor een ononderbroken duur van minstens vijftien weken of tot aan het einde van het lopende school- of academiejaar, rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1; of 2° in een betrekking, van hetzelfde ambt, ingenomen door een tijdelijk lid van het administratief personeel dat aanvaardt om met hem te wisselen, rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1. § 3. Wanneer aan het vastbenoemd lid van het administratief personeel bedoeld in deze afdeling geen gelegenheidsaffectatiewijziging kon worden gegeven conform § 2, geeft de Regering hem deze gelegenheidsaffectatiewijziging in elke betrekking van hetzelfde ambt reeds ingenomen door : 1° een niet-geklasseerd tijdelijk lid van het administratief personeel waaraan zij oplegt om te wisselen;rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1; 2° bij afwezigheid, een tijdelijk lid van het administratief personeel geklasseerd in de tweede groep bedoeld in artikel 30, § 2.2°, waaraan zij oplegt om te wisselen, rekening houdend met de voorkeuren voor de zone uitgedrukt in de aanvraag bedoeld in § 1. § 4. De Regering geeft aan de voorzitter van de betrokken zonale aanstellingscommissie een kopie van de akte van de gelegenheidsaffectatiewijziging. Gesteld dat het lid van het administratief personeel een gelegenheidsaffectatiewijziging verkrijgt binnen een inrichting die valt onder een andere zone dan die van de inrichting waar hij het slachtoffer was van een geweldpleging, dan geeft de Regering eveneens een kopie van de akte van de gelegenheidsaffectatiewijziging aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie. § 5. Als afwijking op artikel 62, §§ 2 en 3, kan het lid van het administratief personeel dat het slachtoffer is van een geweldpleging, na 31 januari van het lopende school- of academiejaar waarin hij slachtoffer werd, een aanvraag indienen voor een verandering van aanstelling voor het volgende school- of academiejaar, of de reeds uitgedrukte keuze aan inrichting(
- en)veranderen, op voorwaarde dat erkend werd dat hij niet in staat is om zijn ambt voor te zetten in de inrichting waar hij het slachtoffer werd van een geweldpleging door voormelde externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. HOOFDSTUK VII. - Tuchtregeling Art. 96.Aan de vastbenoemde personeelsleden die hun plicht niet nakomen, kunnen de volgende tuchtstraffen worden opgelegd : 1° de terechtwijzing;2° de berisping;3° de afhouding op de wedde;4° de schorsing bij tuchtmaatregel;5° de op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel;6° de afzetting. Art. 97.De terechtwijzing en de berisping zijn het voorwerp van een gemotiveerd voorstel ofwel van de directeur, ofwel van de administrateur-generaal van het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek of van zijn hiertoe afgevaardigde opperambtenaar, en worden uitgesproken door de Regering. De andere tuchtstraffen zijn het voorwerp van een gemotiveerd voorstel van de administrateur-generaal van het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek of van zijn hiertoe afgevaardigde opperambtenaar, en worden uitgesproken door de Regering. Art. 98.De afhouding op de wedde kan niet worden uitgesproken voor meer dan drie maanden. Ze mag niet meer bedragen van één vijfde van de wedde. Art. 99.De schorsing bij tuchtmaatregel kan niet worden uitgesproken voor meer dan één jaar. Ze heeft de halvering van de wedde tot gevolg. Art. 100.De duur van de op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel wordt bepaald door de overheid die de straf oplegt; ze mag niet minder dan één jaar bedragen en vijf jaar niet overschrijden. Gedurende de eerste twee jaar geniet het lid van het administratief personeel een wachtgeld dat gelijk is aan de helft van de activiteitswedde. Zonder dat het laatst vermelde bedrag mag worden overschreden, wordt het wachtgeld vervolgens vastgesteld op het bedrag van het pensioen dat de betrokkene zou bekomen indien hij voortijdig op pensioen werd gesteld. Het lid van het administratief personeel mag zijn wederopneming in het onderwijs aanvragen na het verstrijken van de helft van de duur van zijn straf. Art. 101.Geen straf mag worden voorgesteld dan nadat het lid van het administratief personeel vooraf is gehoord of ondervraagd. Tijdens de hoorzitting kan het lid van het administratief personeel zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de in actieve dienst zijnde of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakvereniging. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het lid van het administratief personeel dat volgens de regels werd geconvoceerd zich niet aanmeldt voor de hoorzitting of er niet wordt vertegenwoordigd. Art. 102.Geen straf kan uitwerking hebben voor de periode die aan de uitspraak voorafgaat. Art. 103.Elke straf wordt in het beoordelingsdossier opgetekend. Art. 104.De strafvordering betreffende feiten waarvoor een tuchtvordering is ingesteld, schorst de