Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt verschillende bestaande wetten met betrekking tot ruimtelijke ordening, milieu en omgeving in Vlaanderen. Het introduceert onder andere aanpassingen aan de definities van ingedeelde inrichtingen en activiteiten, en verduidelijkt de regels rond vergunningen voor het wijzigen van vegetatie.

Wat het regelt

  • Wijzigingen aan het decreet van 5 april 1995 inzake milieubeleid.
  • Wijzigingen aan het decreet van 21 oktober 1997 betreffende natuurbehoud en natuurlijk milieu.
  • Wijzigingen aan het decreet van 27 juni 2003 betreffende begrotingsaanpassingen.
  • Wijzigingen aan het decreet van 16 juni 2006 betreffende de Vlaamse Grondenbank.

Wie het aanbelangt

  • Personen of bedrijven die ingedeelde inrichtingen of activiteiten exploiteren.
  • Iedereen die vegetatie of kleine landschapselementen wil wijzigen.

Kernpunten

  • De term "inrichting of activiteit" wordt vervangen door "ingedeelde inrichting of activiteit" in het milieubeleidsdecreet.
  • Het splitsen van een ingedeelde inrichting of activiteit is toegestaan, zolang de definitie van een ingedeelde inrichting of activiteit niet wordt aangetast.
  • Een "omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie" is vereist voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van vegetatie of kleine landschapselementen.
  • Het uitvoeren van vergunningsplichtige handelingen inzake wijziging van vegetatie of kleine landschapselementen zonder voorafgaande omgevingsvergunning of in strijd daarmee is verboden.
Wettekst
Wettekst

8 DECEMBER 2017. - Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving

(1)Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Art. 2.In artikel 5.1.1, 12°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt
  1. a)worden de woorden "inrichting of activiteit" vervangen door de woorden "ingedeelde inrichting of activiteit";2° een punt
  2. d)wordt toegevoegd, dat luidt als volgt: "
  3. d)het splitsen van een ingedeelde inrichting of activiteit in meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan de definitie van een ingedeelde inrichting of activiteit, vermeld in punt 8°.". Art. 3.In artikel 5.6.5 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden tussen de woorden "het resultaat" en de woorden "het verval" de woorden "de schorsing of" ingevoegd;2° in het tweede lid worden tussen de woorden "de nadere regels voor" en de woorden "het verval" de woorden "de schorsing of" ingevoegd. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu Art. 4.Aan artikel 2 van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten4, wordt een punt 72° toegevoegd, dat luidt als volgt: "72° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan.". Art. 5.In artikel 9bis, § 7, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten4, worden de woorden "een vergunning voor het wijzigen van de vegetatie" vervangen door de woorden "een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie". Art. 6.In artikel 13 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "van het verkrijgen van een vergunning" vervangen door de woorden "van het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie";2° in paragraaf 5 worden de woorden "van het verkrijgen van een vergunning" vervangen door de woorden "van het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie";3° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 8.Het zonder voorafgaandelijke omgevingsvergunning of in strijd met deze omgevingsvergunning uitvoeren van vergunningsplichtige handelingen inzake wijziging van de vegetatie of van kleine landschapselementen of van de vegetatie ervan of van handelingen die verboden zijn op basis van of in uitvoering van artikel 13, § 3, is verboden.". Art. 7.In artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten, wordt tussen de zinsnede "de toestemming," en het woord "alsook" de zinsnede "vermeld in artikel 9 en artikel 13, §§ 1, 2 en 3," ingevoegd. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 Art. 8.In artikel 29, 1°, van het decreet van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 wordt de zinsnede "artikel 88, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening" vervangen door de woorden "artikel 2.6.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening". Art. 9.Aan artikel 30 van hetzelfde decreet wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt: "7° de vergoedingen als gevolg van de aanduiding als watergevoelig openruimtegebied, zoals bedoeld in artikel 5.6.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/06/2006 pub. 09/02/2007 numac 2006036937 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen sluiten betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen Art. 10.In artikel 2, 6°, van het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/06/2006 pub. 09/02/2007 numac 2006036937 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen sluiten betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen worden de woorden "het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen" vervangen door de woorden "het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid type decreet prom. 20/03/2009 pub. 06/04/2009 numac 2009035295 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin sluiten betreffende het mobiliteitsbeleid Art. 11.In artikel 7, § 3, 1°, van het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid type decreet prom. 20/03/2009 pub. 06/04/2009 numac 2009035295 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin sluiten betreffende het mobiliteitsbeleid worden de woorden "ruimtelijke structuurplannen" vervangen door de woorden "ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen". Art. 12.In artikel 10, § 1, 3°, van hetzelfde decreet worden de woorden "het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen" vervangen door de woorden "het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen". Art. 13.In artikel 17, § 1, 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 februari 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten1, worden de woorden "provinciale en gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen" vervangen door de woorden "provinciale en gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen of provinciale en gemeentelijke ruimtelijke beleidsplannen". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening Art. 14.In artikel 1.1.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt punt 13° vervangen door wat volgt: "13° stedenbouwkundig voorschrift: een reglementaire bepaling, opgenomen in:
  4. a)een ruimtelijk uitvoeringsplan;
  5. b)een plan van aanleg;
  6. c)een stedenbouwkundige verordening, of een bouwverordening vastgelegd op grond van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996;
  7. d)het herkenbare onderdeel van een projectbesluit dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan;". Art. 15.In artikel 1.1.3 van dezelfde codex worden de woorden "ruimtelijke structuurplannen" vervangen door de woorden "ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen". Art. 16.In titel I van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden in het opschrift van hoofdstuk II de woorden "ruimtelijk structuurplan Vlaanderen" vervangen door de woorden "ruimtelijk structuurplan Vlaanderen of Beleidsplan Ruimte Vlaanderen". Art. 17.In hoofdstuk I van titel I van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt een artikel 1.1.4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 1.1.4/1. § 1. Ruimtelijke impulsprojecten zijn ruimtelijke projecten die passen binnen de doelstellingen, vermeld in artikel 1.1.4, en die het ruimtelijk rendement op een kwalitatieve manier verhogen zodat het maatschappelijk gebruik toeneemt, zoals door een efficiënter of hernieuwd ruimtegebruik van reeds ingenomen ruimte of doordat het project daar impact op heeft. Zij hebben expliciet aandacht voor functieverweving, hergebruik of tijdelijk ruimtegebruik. Ze geven een impuls aan nieuwe ruimtelijke realisaties in een projectgebied met een ruimtelijke kwaliteitsgarantie die ook een verbetering van landschappelijke kwaliteit inhoudt. De Vlaamse Regering bepaalt de aard, de omvang en de organisatorische voorwaarden van ruimtelijke impulsprojecten. § 2. De Vlaamse Regering kan, binnen de perken van de begroting, subsidies verlenen aan publieke, publiek-private of private initiatiefnemers voor ruimtelijke impulsprojecten als vermeld in paragraaf 1.". Art. 18.In artikel 1.2.1, 3°, van dezelfde codex worden de woorden "ruimtelijk structuurplan Vlaanderen" vervangen door de woorden "ruimtelijk structuurplan Vlaanderen of Beleidsplan Ruimte Vlaanderen". Art. 19.In artikel 1.3.2, § 3, derde lid, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 7° wordt het getal "drie" vervangen door het getal "vier";2° in punt 8° wordt het getal "acht" vervangen door het getal "zeven" en de zinsnede ", onroerend erfgoed, en cultuur" door de woorden "en onroerend erfgoed". Art. 20.In artikel 1.3.3 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, die luidt als volgt: " § 3/1.Twee of meer gemeenten kunnen, via een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening oprichten. De bepalingen van de andere paragrafen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, uitgezonderd wat volgt. De betrokken gemeenteraden beslissen elk afzonderlijk welke maatschappelijke geledingen moeten worden opgeroepen om een of meer vertegenwoordigers voor te dragen als lid van de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Al die verschillende geledingen worden vertegenwoordigd in de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Het vereiste aantal leden is afhankelijk van de som van de inwoneraantallen van de deelnemende gemeenten. Het maximumaantal kan alleen overschreden worden als dat vereist is om alle verschillende geledingen te laten vertegenwoordigen. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet de oproep van vertegenwoordigers en formuleert een gemotiveerd voorstel van samenstelling. De benoeming van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangers en de vaste secretaris is definitief zodra elk van de betrokken gemeenteraden eenzelfde voorstel van samenstelling goedgekeurd heeft. Het huishoudelijk reglement is definitief zodra elk van de betrokken gemeenteraden dat reglement of de wijzigingen ervan goedgekeurd heeft. Als een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening is opgericht conform de bepalingen van dit artikel, oefent die intergemeentelijke commissie de taken uit die zijn toegewezen aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening."; 2° in paragraaf 9 worden tussen het woord "gemeenteraad" en de woorden "stelt de gemeentelijke commissie" de woorden "of het intergemeentelijk samenwerkingsverband" ingevoegd;3° paragraaf 11 wordt opgeheven. Art. 21.Aan titel I van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt een hoofdstuk V toegevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk V. - Het register van ruimtelijke planners". Art. 22.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten3, wordt aan hoofdstuk V, ingevoegd bij artikel 21, een artikel 1.5.1 toegevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 1.5.1. De Vlaamse Regering legt een register aan waarin vermeld wordt welke personen voor de toepassing van deze codex als ruimtelijk planner worden beschouwd. Alleen natuurlijke personen kunnen conform deze codex als ruimtelijke planner worden beschouwd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor opname in het register en de modaliteiten ervan.". Art. 23.In titel II van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten9, wordt hoofdstuk I, dat bestaat uit artikel 2.1.1 tot en met 2.1.19, vervangen door wat volgt: "Hoofdstuk I. - Ruimtelijke beleidsplannen Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 2.1.1. § 1. Een ruimtelijk beleidsplan bestaat uit een strategische visie en een of meer beleidskaders die samen het kader aangeven voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Het ruimtelijk beleidsplan is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen in de ruimtelijke ordening. Het is realisatiegericht. De strategische visie omvat een langetermijnvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling. Een beleidskader bevat operationele beleidskeuzes voor de middellange termijn en actieprogramma's voor een thema of voor een gebiedsdeel. Beleidskaders beschrijven onder meer hoe en met wie de gewenste ruimtelijke ontwikkeling wordt gerealiseerd. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud van een beleidskader. Het ruimtelijk beleidsplan maakt deel uit van een cyclisch planningsproces. Dat betekent dat: 1° het door onderzoek onderbouwd wordt;2° het opgemaakt of herzien wordt met inspraak van de bevolking en via overleg tussen onder meer bestuursniveaus, beleidsdomeinen of diensten en middenveldorganisaties;3° de uitvoering ervan gemonitord wordt;4° het in de eerste helft van elke regeer- of bestuursperiode geëvalueerd wordt;5° het te allen tijde geheel of gedeeltelijk herzien kan worden. De vaststelling van een strategische visie en een of meer beleidskaders kan worden gevolgd door de vaststelling van aanvullende beleidskaders die vervolgens integraal deel uitmaken van het ruimtelijk beleidsplan. De strategische visie kan niet worden opgeheven, ze kan alleen geheel of gedeeltelijk worden herzien. Een beleidskader kan worden opgeheven, met inachtneming van de vereisten en de procedure die gelden voor de opmaak of herziening. § 2. Er worden ruimtelijke beleidsplannen opgemaakt op de volgende niveaus: 1° door het Vlaamse Gewest voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest: het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen;2° door een provincie voor het grondgebied van de provincie: het provinciaal beleidsplan ruimte;3° door een of meer gemeenten voor het grondgebied van de gemeente of de betrokken gemeenten: het gemeentelijk of intergemeentelijk beleidsplan ruimte. Op gemeentelijk niveau kunnen zowel de strategische visie als de beleidskaders afzonderlijk, intergemeentelijk zijn. Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt een intergemeentelijk beleidsplan ruimte, een intergemeentelijke strategische visie en een intergemeentelijk beleidskader gelijkgesteld met respectievelijk een gemeentelijk beleidsplan ruimte, een gemeentelijke strategische visie en een gemeentelijk beleidskader, telkens voor de beleidskeuzes die op het eigen gemeentelijk grondgebied betrekking hebben of de engagementen van de eigen gemeente ten aanzien van de andere gemeenten. De beslissingen van de respectieve gemeenteraden geven uitdrukkelijk aan op welk onderdeel of welke onderdelen van het intergemeentelijk beleidsplan de beslissing betrekking heeft. § 3. In elk ruimtelijk beleidsplan wordt aangegeven hoe het zich verhoudt tot de ruimtelijke beleidsplannen van de andere niveaus. Bij het formuleren van keuzes, doelstellingen, eigen engagementen en verwachtingen ten aanzien van andere actoren die in het ruimtelijk beleidsplan worden opgenomen, wordt rekening gehouden met de bevoegdheidsbepalende regels uit het Gemeentedecreet, het Provinciedecreet, het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5 betreffende de omgevingsvergunning en andere regelgeving die relevant is voor het thema in kwestie. Art. 2.1.2. § 1. Geen van de onderdelen van een beleidsplan heeft verordenende kracht. § 2. Een beleidskader schikt zich naar de strategische visie van het niveau in kwestie. § 3. Bij het vaststellen of herzien van ruimtelijke uitvoeringsplannen en stedenbouwkundige verordeningen, bij het nemen van een voorkeursbesluit of projectbesluit als vermeld in het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5 betreffende complexe projecten, en bij het aanvragen van vergunningen voor eigen projecten mogen de Vlaamse Regering, de provincieraad, de deputatie, de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen en de instellingen die ressorteren onder elk van die organen, niet afwijken van de beleidskaders van het niveau in kwestie, behalve in geval van: 1° onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten;2° dringende sociale, economische of budgettaire redenen. Als er met toepassing van de redenen, vermeld in het eerste lid, wordt afgeweken van een beleidskader, wordt dat uitdrukkelijk gemotiveerd. Daarbij wordt aangetoond dat het plan, de verordening, het besluit of de vergunningsaanvraag het nastreven van de strategische visie van het niveau in kwestie niet hypothekeert. Art. 2.1.3. Het ontwerp van ruimtelijk beleidsplan wordt opgemaakt onder de verantwoordelijkheid van een of meer ruimtelijke planners. De Vlaamse Regering kan bepalen dat een ruimtelijk beleidsplan door verschillende personen in een samenwerkingsverband moet worden opgemaakt, waaronder minstens één ruimtelijke planner. Ze kan daarbij de vereiste deskundigheden specificeren. Art. 2.1.4. Binnen de perken van de begroting kan de Vlaamse Regering subsidies verlenen aan provincies, gemeenten, verenigingen van gemeenten, openbare instellingen en aan private rechtspersonen die betrokken zijn bij een samenwerkingsverband voor het opzetten, coördineren en realiseren van een strategisch project ter uitvoering van de doelstellingen, geformuleerd in de strategische visie of in een beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels daarvoor. Afdeling 2. - Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Art. 2.1.5. § 1. De Vlaamse Regering beslist tot de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en neemt de nodige maatregelen voor de opmaak en de vaststelling ervan. § 2. De opmaak en de vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen omvatten minstens de volgende stappen: 1° de raadpleging in verschillende fasen van het opmaakproces van:
  8. a)de strategische adviesraad;
  9. b)de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
  10. c)de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
  11. d)de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij;
  12. e)de Mobiliteitsraad van Vlaanderen;2° overleg tussen de verschillende bestuursniveaus in verschillende fasen van het opmaakproces;3° de raadpleging van het publiek in verschillende fasen van het opmaakproces, met inbegrip van een openbaar onderzoek over een voorlopig vastgestelde visie en een voorlopig vastgesteld beleidskader;4° wat de strategische visie betreft:
  13. a)een voorlopige vaststelling van de visie door de Vlaamse Regering;
  14. b)een standpunt van het Vlaams Parlement over de voorlopig vastgestelde visie, vermeld in punt a);
  15. c)een definitieve vaststelling van de visie door de Vlaamse Regering;
  16. d)de bekrachtiging door het Vlaams Parlement van de definitief vastgestelde visie, vermeld in punt c);5° wat de beleidskaders betreft:
  17. a)een voorlopige vaststelling door de Vlaamse Regering;
  18. b)een definitieve vaststelling door de Vlaamse Regering. Bij de definitieve vaststelling van beleidskaders kan de Vlaamse Regering onderdelen van provinciale of gemeentelijke beleidskaders omschrijven of aanduiden die niet meer geldig zijn. De Vlaamse Regering wint hiervoor het advies in van de betrokken provincieraad of de gemeenteraad, al naargelang. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak en de vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Art. 2.1.6. Bekrachtigde besluiten houdende definitieve vaststelling van een Vlaamse strategische visie of besluiten houdende definitieve vaststelling van een Vlaams beleidskader worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze treden in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan. De Vlaamse Regering stuurt een afschrift van de strategische visie of het beleidskader naar elke gemeente, waar die documenten kunnen worden ingezien. Het geldende Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is raadpleegbaar op de website van het departement. Op dezelfde website wordt documentatie bijgehouden over aspecten van het cyclische planningsproces, vermeld in artikel 2.1.1, § 1, vierde lid, wat betreft het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Art. 2.1.7. De regels voor de opmaak en de vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zijn van toepassing op de herziening ervan. De herziening kan gedeeltelijk zijn. Afdeling 3. - Het provinciaal beleidsplan ruimte Art. 2.1.8. § 1. De provincieraad besluit tot de opmaak van een provinciaal beleidsplan ruimte. De deputatie neemt de nodige maatregelen voor de opmaak en de vaststelling ervan. § 2. De opmaak van een provinciaal beleidsplan ruimte omvat minstens de volgende stappen: 1° de raadpleging in verschillende fasen van het opmaakproces van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening;2° overleg tussen de verschillende bestuursniveaus in verschillende fasen van het opmaakproces;3° de raadpleging van het publiek in verschillende fasen van het opmaakproces, met inbegrip van een openbaar onderzoek over een voorlopig vastgestelde visie en een voorlopig vastgesteld beleidskader;4° een voorlopige vaststelling en een definitieve vaststelling door de provincieraad. Bij de definitieve vaststelling van beleidskaders kan de provincieraad onderdelen van gemeentelijke beleidskaders omschrijven of aanduiden die niet meer geldig zijn. De provincieraad wint hiervoor het advies in van de betrokken gemeenteraad. De Vlaamse Regering kan, naar aanleiding van de definitieve vaststelling van het provinciaal beleidsplan ruimte, een voorbehoud maken bij bepaalde opties uit het plan. Dat voorbehoud is voldoende precies. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak en de vaststelling van een provinciaal beleidsplan ruimte, en voor de toepassing van het derde lid. Art. 2.1.9. Besluiten houdende definitieve vaststelling van een provinciale strategische visie of een provinciaal beleidskader worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze treden in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan. De deputatie stuurt een afschrift van de strategische visie of het beleidskader naar elke gemeente, waar die documenten kunnen worden ingezien. Het geldende provinciaal beleidsplan ruimte is raadpleegbaar op de website van de provincie. Op dezelfde website wordt documentatie bijgehouden over aspecten van het cyclische planningsproces, vermeld in artikel 2.1.1, § 1, vierde lid, wat betreft het provinciaal beleidsplan ruimte. Art. 2.1.10. De regels voor de opmaak en de vaststelling van het provinciaal beleidsplan ruimte zijn van toepassing op de herziening ervan. De herziening kan gedeeltelijk zijn. Afdeling 4. - Het gemeentelijk beleidsplan ruimte Art. 2.1.11. § 1. De gemeenteraad besluit tot de opmaak van een gemeentelijk beleidsplan ruimte. Het college van burgemeester en schepenen neemt de nodige maatregelen voor de opmaak en de vaststelling ervan. § 2. De opmaak van een gemeentelijk beleidsplan ruimte omvat minstens de volgende stappen: 1° de raadpleging in verschillende fasen van het opmaakproces van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening;2° overleg tussen de verschillende bestuursniveaus in verschillende fasen van het opmaakproces;3° de raadpleging van het publiek in verschillende fasen van het opmaakproces, met inbegrip van een openbaar onderzoek over een voorlopig vastgestelde visie en een voorlopig vastgesteld beleidskader;4° een voorlopige vaststelling en een definitieve vaststelling door de gemeenteraad. De Vlaamse Regering en de deputatie kunnen, naar aanleiding van de definitieve vaststelling van het gemeentelijk beleidsplan ruimte, een voorbehoud maken bij bepaalde opties uit het plan. Dat voorbehoud is voldoende precies. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak en de vaststelling van een gemeentelijk beleidsplan ruimte, en voor de toepassing van het tweede lid. Art. 2.1.12. Besluiten houdende definitieve vaststelling van een gemeentelijke strategische visie of een gemeentelijk beleidskader worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze treden in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan. De strategische visie of het beleidskader kunnen worden ingezien op de gemeente. Het geldende gemeentelijk beleidsplan ruimte is raadpleegbaar op de website van de gemeente. Op dezelfde website wordt documentatie bijgehouden over aspecten van het cyclische planningsproces, vermeld in artikel 2.1.1, § 1, vierde lid, wat betreft het gemeentelijk beleidsplan ruimte. Art. 2.1.13. De regels voor de opmaak en de vaststelling van het gemeentelijk beleidsplan ruimte zijn van toepassing op de herziening ervan. De herziening kan gedeeltelijk zijn.". Art. 24.In artikel 2.2.3 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt het derde lid opgeheven. Art. 25.In artikel 2.2.4, § 2, 5°, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de woorden "ruimtelijk structuurplan" vervangen door de woorden "ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan". Art. 26.In artikel 2.2.5, § 1, eerste lid, 6°, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de woorden "ruimtelijk structuurplan of de ruimtelijke structuurplannen" vervangen door de woorden "ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan of de ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen". Art. 27.In artikel 2.2.5, § 2, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan het eerste lid wordt de volgende zinsnede toegevoegd: ", zonder dat deze voorschriften milieuvoorwaarden kunnen bepalen die rechtstreeks gelden voor individuele ingedeelde inrichtingen en activiteiten, zoals bedoeld in het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5 betreffende de omgevingsvergunning of in titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid";2° in het vijfde lid wordt de zinsnede "en 13° " opgeheven. Art. 28.In artikel 2.2.6, § 2, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "De gebieden die conform artikel 5.6.8, § 1, worden aangeduid als `watergevoelig open ruimtegebied' worden voor de toepassing van deze codex beschouwd als te ressorteren onder de subcategorie van gebiedsaanduiding `gemengd openruimtegebied'". Art. 29.In artikel 2.2.7, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de woorden "Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen" vervangen door de woorden "Beleidsplan Ruimte Vlaanderen". Art. 30.In artikel 2.2.9, derde lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de woorden "schriftelijk advies" vervangen door het woord "advies" en worden de woorden "schriftelijke opmerkingen" vervangen door het woord "opmerkingen". Art. 31.In artikel 2.2.10, § 6, tweede lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt de zinsnede ", met een maximum van dertig dagen" opgeheven. Art. 32.Aan artikel 2.2.11, derde lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt de volgende zin toegevoegd: "De Vlaamse Regering stuurt een afschrift van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en van het vaststellingsbesluit naar het agentschap van het beleidsdomein Omgeving dat belast is met de uitvoering van het beleid inzake onroerend erfgoed, voor zover in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een erfgoedlandschap afgebakend of gewijzigd wordt.". Art. 33.In artikel 2.2.12, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de woorden "het provinciaal ruimtelijk structuurplan" vervangen door de woorden "het provinciaal beleidsplan ruimte of het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen". Art. 34.In artikel 2.2.14 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: "Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt het departement advies uit over de verenigbaarheid met: 1° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden; 2° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan."; 2° in het vierde lid worden de woorden "schriftelijk advies" vervangen door het woord "advies" en worden de woorden "schriftelijke opmerkingen" vervangen door het woord "opmerkingen". Art. 35.In artikel 2.2.15, § 4, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt: "Het departement bezorgt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de verenigbaarheid met: 1° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden; 2° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.". Art. 36.In artikel 2.2.16 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "de Vlaamse Regering" vervangen door de woorden "het departement";2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: " § 2.De Vlaamse Regering beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in paragraaf 1 of in paragraaf 4, tweede lid, om de uitvoering van het besluit van de provincieraad tot definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan te schorsen of te vernietigen. Een schorsing kan niet gedeeltelijk zijn. Een afschrift van de beslissing tot schorsing of vernietiging wordt binnen een ordetermijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie."; 3° in paragraaf 3, inleidende zin, wordt het woord "geschorst" vervangen door de woorden "geschorst of vernietigd"; 4° in paragraaf 3 wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° als het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan uitvoering geeft aan een optie uit het provinciaal beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse Regering voorbehoud heeft gemaakt conform artikel 2.1.8, § 2, derde lid;"; 5° in paragraaf 3 worden een punt 1° /1 en 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt: "1° /1 als het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan uitvoering geeft aan een beleidskader van het provinciaal beleidsplan ruimte dat de Vlaamse Regering niet meer geldig heeft verklaard conform artikel 2.1.5, § 2, tweede lid; 1° /2 als het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen;"; 6° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering gaat alleen over tot vernietiging als ze van oordeel is dat de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in het eerste lid, niet kan worden hersteld, weggewerkt of opgelost door het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 4."; 7° in paragraaf 4 worden de woorden "zestig dagen" telkens vervangen door de woorden "negentig dagen" en de woorden "de Vlaamse Regering" door de woorden "het departement". Art. 37.In artikel 2.2.17 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "geschorst" vervangen door de woorden "geschorst of vernietigd"; 2° aan het derde lid wordt de volgende zin toegevoegd: "De deputatie stuurt een afschrift van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan en van het vaststellingsbesluit naar het agentschap van het beleidsdomein Omgeving dat belast is met de uitvoering van het beleid inzake onroerend erfgoed, voor zover in het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan een erfgoedlandschap afgebakend of gewijzigd wordt.". Art. 38.In artikel 2.2.18, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de woorden "het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan" vervangen door de woorden "het gemeentelijk beleidsplan ruimte, het provinciaal beleidsplan ruimte of het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen". Art. 39.In artikel 2.2.20 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: "Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt het departement advies uit over de verenigbaarheid met: 1° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden; 2° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan."; 2° in het vierde lid worden de woorden "schriftelijk advies" vervangen door het woord "advies" en worden de woorden "al dan niet schriftelijke opmerkingen" vervangen door het woord "opmerkingen". Art. 40.In artikel 2.2.21, § 4, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde en vierde lid worden vervangen door wat volgt: "De deputatie van de provincie waarin de gemeente ligt, bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de verenigbaarheid met: 1° het provinciaal ruimtelijk structuurplan of, in voorkomend geval, een ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan, dan wel het provinciaal beleidsplan ruimte of een ontwerp van beleidskader, als het provinciaal beleidsplan ruimte in werking is getreden;2° de provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan. Als er geen advies is verleend binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan."; 2° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Het departement bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening en het planteam binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de verenigbaarheid met: 1° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden; 2° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.". Art. 41.In artikel 2.2.22 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de woorden "de Vlaamse Regering" vervangen door de woorden "het departement". Art. 42.In artikel 2.2.23 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "De Vlaamse Regering en de deputatie beschikken over een termijn van vijfenveertig dagen die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in artikel 2.2.22 of in paragraaf 3, tweede lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te schorsen. Een schorsing kan niet gedeeltelijk zijn. De Vlaamse Regering kan binnen de voormelde termijn een definitief vastgesteld gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ook geheel of gedeeltelijk vernietigen. Een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit wordt binnen een ordetermijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen."; 2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "Binnen de ordetermijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de Vlaamse Regering een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit aan de deputatie.Als de deputatie een schorsingsbesluit neemt, bezorgt ze daarvan binnen de voormelde ordetermijn een afschrift aan het departement."; 3° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;4° in paragraaf 2, inleidende zin, wordt het woord "geschorst" vervangen door de woorden "geschorst of vernietigd"; 5° in paragraaf 2 wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° als het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan uitvoering geeft aan een optie uit het gemeentelijk beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse Regering of de deputatie voorbehoud heeft gemaakt conform artikel 2.1.11, § 2, tweede lid;"; 6° in paragraaf 2 worden een punt 1° /1 en 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt: "1° /1 als het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan uitvoering geeft aan een beleidskader van het gemeentelijk beleidsplan ruimte dat de Vlaamse Regering niet meer geldig heeft verklaard conform artikel 2.1.5, § 2, tweede lid, of dat de provincieraad niet meer geldig heeft verklaard conform artikel 2.1.8, § 2, tweede lid; 1° /2 als het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het provinciaal beleidsplan ruimte;"; 7° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering gaat alleen over tot vernietiging als ze van oordeel is dat de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in het eerste lid, niet kan worden hersteld, weggewerkt of opgelost door het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 3."; 8° in paragraaf 3 worden de woorden "zestig dagen" telkens vervangen door de woorden "negentig dagen" en de woorden "de Vlaamse Regering" door de woorden "het departement". Art. 43.In artikel 2.2.24 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt het woord "geschorst" vervangen door de woorden "geschorst of vernietigd". Art. 44.In artikel 2.2.25 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Het college van burgemeester en schepenen stuurt een afschrift van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en van het vaststellingsbesluit naar het agentschap van het beleidsdomein Omgeving dat belast is met de uitvoering van het beleid inzake onroerend erfgoed, voor zover in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een erfgoedlandschap afgebakend of gewijzigd wordt.". Art. 45.In artikel 2.3.1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, inleidende zin, wordt tussen de woorden "bevatten de nodige" en het woord "voorschriften" het woord "stedenbouwkundige" ingevoegd;2° in het eerste lid wordt punt 13° opgeheven; 3° in het tweede lid wordt de zinsnede "en aspecten waarvoor maatregelen vereist zijn met toepassing van artikel 2.2.5, § 2" opgeheven; 4° in het derde lid, 3°, worden de woorden "gebouwen en constructies" vervangen door de zinsnede "gebouwen, constructies of publiciteitsinrichtingen";5° in het vierde lid worden de woorden "bevatten voorschriften die verband houden met de ruimtelijke ordening en" opgeheven. Art. 46.In artikel 2.3.2 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010, 4 april 2014, 25 april 2014 en 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  19. a)in het vierde lid wordt de zin "Het departement geeft bindend advies over de verenigbaarheid met gewestelijke verordeningen." vervangen door de zin "Het departement geeft advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 1/1, tweede lid.";
  20. b)het zesde tot en met het elfde lid worden vervangen door wat volgt: "De provinciale stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de provincieraad en het volledige advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan het departement."; 2° er worden een paragraaf 1/1 en een paragraaf 1/2 ingevoegd, die luiden als volgt: " § 1/1.De Vlaamse Regering beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in paragraaf 1, zesde lid, om de uitvoering van het besluit van de provincieraad tot definitieve vaststelling van de provinciale stedenbouwkundige verordening te schorsen of te vernietigen. Een schorsing kan niet gedeeltelijk zijn. Een afschrift van de beslissing tot schorsing of vernietiging wordt binnen een ordetermijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie. Het besluit van de provincieraad tot definitieve vaststelling van de provinciale stedenbouwkundige verordening kan alleen worden geschorst of vernietigd: 1° als de provinciale stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een optie uit het provinciaal beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse Regering voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig artikel 2.1.8, § 2, derde lid; 2° als de provinciale stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een beleidskader van het provinciaal beleidsplan ruimte dat de Vlaamse Regering niet meer geldig heeft verklaard overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, tweede lid; 3° als de provinciale stedenbouwkundige verordening kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen;4° als de provinciale stedenbouwkundige verordening strijdig is met een gewestelijke stedenbouwkundige verordening of, in voorkomend geval, een ontwerp van gewestelijke stedenbouwkundige verordening; 5° als de provinciale stedenbouwkundige verordening strijdig is met artikel 2.3.1 of 4.2.5; 6° als de provinciale stedenbouwkundige verordening strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening;7° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste. De Vlaamse Regering gaat alleen over tot vernietiging als ze van oordeel is dat de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in het tweede lid, niet kan worden hersteld, weggewerkt of opgelost door het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 1/2. § 1/2. In geval van schorsing beschikt de provincieraad over een termijn van negentig dagen die ingaat op de dag na de verzending van het schorsingsbesluit aan de deputatie, om de provinciale stedenbouwkundige verordening opnieuw definitief vast te stellen. Bij de definitieve vaststelling van de verordening kunnen ten opzichte van de geschorste verordening alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit het schorsingsbesluit. De provinciale stedenbouwkundige verordening wordt samen met het nieuwe besluit van de provincieraad onmiddellijk na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan het departement. Als de provincieraad binnen de voormelde termijn van negentig dagen geen nieuw besluit tot definitieve vaststelling van de provinciale stedenbouwkundige verordening neemt, vervallen het geschorste provincieraadsbesluit en de provinciale stedenbouwkundige verordening. Als het besluit van de provincieraad tot definitieve vaststelling van de provinciale stedenbouwkundige verordening niet tijdig is geschorst of vernietigd, wordt de provincieraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van de provinciale stedenbouwkundige verordening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad."; 3° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  21. a)het zesde lid wordt vervangen door wat volgt: "Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp van stedenbouwkundige verordening voor advies voor aan het departement, de deputatie en aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Het departement en de deputatie geven advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 2/1, derde lid.";
  22. b)het achtste tot en met het dertiende lid worden vervangen door wat volgt: "De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement.". 4° er worden een paragraaf 2/1 en een paragraaf 2/2 toegevoegd, die luiden als volgt: " § 2/1.De deputatie en de Vlaamse Regering beschikken over een termijn van vijfenveertig dagen, die ingaat de dag na de betekening, vermeld in paragraaf 2, achtste lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening te schorsen. Een schorsing kan niet gedeeltelijk zijn. De Vlaamse Regering kan binnen de voormelde termijn een definitief vastgestelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ook geheel of gedeeltelijk vernietigen. Een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit wordt binnen een ordetermijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen. Binnen de ordetermijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de Vlaamse Regering een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit aan de deputatie. Als de deputatie een schorsingsbesluit neemt, bezorgt ze daarvan binnen de voormelde ordetermijn een afschrift aan het departement. Het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan alleen worden geschorst: 1° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een optie uit het gemeentelijk beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse Regering of de deputatie voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig artikel 2.1.11, § 2, tweede lid; 2° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een beleidskader van het gemeentelijk beleidsplan ruimte dat de Vlaamse Regering niet meer geldig heeft verklaard overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, tweede lid, of dat de provincieraad niet meer geldig heeft verklaard overeenkomstig artikel 2.1.8, § 2, tweede lid; 3° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het provinciaal beleidsplan ruimte;4° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met een gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening of, in voorkomend geval, een ontwerp van gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening; 5° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met artikel 2.3.1 of 4.2.5; 6° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening;7° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste. De Vlaamse Regering gaat alleen over tot vernietiging als ze van oordeel is dat de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in het derde lid, niet kan worden hersteld, weggewerkt of opgelost door het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 2/2. § 2/2. In geval van schorsing beschikt de gemeenteraad over een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de verzending van het schorsingsbesluit aan het college van burgemeester en schepenen, om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening opnieuw definitief vast te stellen. Bij de definitieve vaststelling van de verordening kunnen ten opzichte van de geschorste verordening alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit het schorsingsbesluit. De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het nieuwe besluit van de gemeenteraad onmiddellijk na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement. Als de gemeenteraad binnen de voormelde termijn van negentig dagen geen nieuw besluit tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening neemt, vervallen het geschorste gemeenteraadsbesluit en het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. Als het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening niet tijdig is geschorst of vernietigd, wordt de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.". Art. 47.In artikel 2.4.10, § 1, eerste lid, van dezelfde codex worden de woorden "de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of" opgeheven. Art. 48.In artikel 2.6.1, § 3, eerste lid, van dezelfde codex wordt punt 4° vervangen door wat volgt: "4° in gebieden die ressorteren onder de gebiedsbestemming `woongebied', vermeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, of die ressorteren onder de categorie van gebiedsaanduiding `wonen', vermeld in artikel 2.2.6, § 2, tweede lid, 1°, komt enkel de eerste 50 meter vanaf de rooilijn in aanmerking voor planschade.". Art. 49.In artikel 2.6.6 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, geldt proportioneel voor de oppervlakte waarop de onteigening of de overdracht in der minne ten algemenen nutte betrekking heeft."; 2° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden tussen de woorden "betaalde bedragen" en het woord "terugbetaald" de woorden "naar rato van de toegekende vrijstelling" ingevoegd. Art. 50.In artikel 2.6.10, § 2, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "De vermoede meerwaarde van een perceel wordt berekend conform de volgende tabel: aard van de bestemmingswijziging bedrag van de vermoede meerwaarde per mØ wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 1° 117,64 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 2° 116,65 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 3° 113,24 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 4° 116,07 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 5° 63,08 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 6° 84,80 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 7° 83,81 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 8° 80,40 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 9° 83,23 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 10° 2,83 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 11° 4,40 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 12° 3,41 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 13° 0,99 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 14° 5,49 euro wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 15° 4,50 euro ". Art. 51.In artikel 2.6.17, § 3, eerste lid, 1°, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2013, 4 april 2014 en 1 juli 2016, wordt de zinsnede "artikel 2.6.6, tweede lid" vervangen door de zinsnede "artikel 2.6.6, derde lid". Art. 52.In artikel 4.1.1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1°, e), wordt de zinsnede "artikel 2.2.2, § 1, eerste lid, 2° " vervangen door de zinsnede "artikel 2.2.5, § 1, eerste lid, 3° "; 2° in punt 3° wordt de zinsnede ", een publiciteitsinrichting of uithangbord" opgeheven; 3° aan punt 12° wordt de volgende zin toegevoegd: "Het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning tot een maximum van 26 centimeter wordt beschouwd als aanpassingswerken binnen het bestaande bouwvolume."; 4° in punt 14° wordt tussen de woorden "twee of meer" en het woord "kavels" het woord "onbebouwde" ingevoegd;5° in punt 18°, d), worden punt 1) en 2) vervangen door wat volgt: "1) hetzij ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon 65 jaar of ouder is;2) hetzij ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon die hulpbehoevend is.Een hulpbehoevende persoon is een persoon met een handicap, een persoon die in aanmerking komt voor een zorgverzekeringstegemoetkoming, een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden of een basisondersteuningsbudget als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het decreet van 24 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2003 pub. 12/09/2003 numac 2003035990 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 sluiten0 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of een persoon die een behoefte heeft aan ondersteuning om zich in zijn thuismilieu te kunnen handhaven. De kinderen ten laste van de hulpbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van twee personen;". Art. 53.Aan artikel 4.2.1 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 5 februari 2016, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt: "9° een publiciteitsinrichting plaatsen of aanbrengen.". Art. 54.In artikel 4.2.2 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt het woord "melding" telkens vervangen door het woord "meldingsakte";2° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt: " § 3.Regulariserende meldingen kunnen worden verricht onverminderd de strafbaarstelling van inbreuken op de meldingsplicht.". Art. 55.In artikel 4.2.4, § 1, van dezelfde codex wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "De verwezenlijking van een ondergeschikte wooneenheid met het oog op de creatie van een vorm van zorgwonen is meldingsplichtig op voorwaarde dat de ondergeschikte wooneenheid verwezenlijkt wordt binnen het bestaande bouwvolume van de woning.". Art. 56.In titel IV, hoofdstuk II, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° sectie 4, die bestaat uit artikel 4.2.7 tot en met 4.2.13, wordt vervangen door wat volgt: "Sectie 4. - As-built Art. 4.2.7. De uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen betreffende een constructie mag worden gecombineerd met de uitvoering van de volgende stedenbouwkundige handelingen: 1° handelingen die niet zijn onderworpen aan de vergunningsplicht, opgenomen in artikel 4.2.1; 2° handelingen die zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht in toepassing van artikel 4.2.3; 3° handelingen die zijn onderworpen aan de meldingsplicht in toepassing van artikel 4.2.2, voor zover deze handelingen beperkt blijven tot handelingen binnen in gebouwen. Het eerste lid is slechts van toepassing voor zover de handelingen, opgesomd in het eerste lid, niet uitdrukkelijk verboden of beperkt zijn in de vergunning. In afwijking van het eerste lid kunnen handelingen die het voorwerp uitmaken van provinciale of gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, opgemaakt met toepassing van artikel 4.2.5 of 4.2.6, niet gecombineerd worden met de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen betreffende een constructie. De handelingen, vermeld in het eerste lid, worden niet beschouwd als strijdig met de verleende stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Art. 4.2.8. De uitvoering van stedenbouwkundige handelingen wordt beschouwd als beantwoordend aan de verleende vergunning als er geen grotere afwijkingen in maatvoering zijn dan deze die inherent verbonden zijn aan het bouwproces. Deze technische tolerantiemarge wordt het metsershaar genoemd. De toepassing van het metsershaar kan geen afbreuk doen aan burgerlijke rechten. Art. 4.2.9. Als voor de handelingen de medewerking van een architect is vereist, kan de architect, belast met het toezicht op de uitvoering van de vergunde stedenbouwkundige handelingen, op verzoek van de opdrachtgever, een as-builtattest opstellen waarin hij: 1° in voorkomend geval beschrijft op welke wijze gebruik werd gemaakt van de mogelijkheden, vermeld in artikel 4.2.7; 2° verklaart dat de bepalingen rond het metsershaar, vermeld in artikel 4.2.8, zijn nageleefd. De architect bezorgt een afschrift van het as-builtattest aan het college van burgemeester en schepenen. De Vlaamse Regering kan een model van as-builtattest vaststellen."; 2° artikel 4.2.10 tot en met 4.2.13 worden opgeheven. Art. 57.In artikel 4.2.17 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, wordt het tweede lid vervangen door de volgende twee leden: "Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.". Art. 58.In artikel 4.3.1 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010, 4 april 2014 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° als het aangevraagde onverenigbaar is met:
  23. a)stedenbouwkundige voorschriften, voor zover daarvan niet op geldige wijze is afgeweken;
  24. b)verkavelingsvoorschriften inzake wegenis en openbaar groen;
  25. c)andere verkavelingsvoorschriften dan deze die vermeld zijn onder b), voor zover de verkaveling niet ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de vergunningsaanvraag, en voor zover van die verkavelingsvoorschriften niet op geldige wijze is afgeweken;
  26. d)een goede ruimtelijke ordening;"; 2° aan paragraaf 1 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De termijn van vijftien jaar, vermeld in het eerste lid, 1°,
  27. b)en c), wordt berekend vanaf de datum van afgifte van de oorspronkelijke vergunning in laatste administratieve aanleg.Als de vergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, wordt de termijn gerekend per fase. Voor de tweede fase en volgende fasen wordt de termijn dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie."; 3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt: "2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:
  28. a)beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1° ;
  29. b)de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover: 1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving; 2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is.". Art. 59.In artikel 4.3.5, § 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, wordt de zinsnede "dagrecreatie, handel, horeca, kantoorfunctie, diensten, industrie, ambacht" vervangen door de zinsnede "dagrecreatie, met inbegrip van sport, detailhandel, dancing, restaurant en café, kantoorfunctie, dienstverlening, vrije beroepen, industrie, bedrijvigheid". Art. 60.Aan artikel 4.3.6 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Een vergunning wordt geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op het oprichten van een tweede of een bijkomende, vrijstaande bedrijfswoning bij eenzelfde bedrijf.". Art. 61.In artikel 4.3.8 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: " § 1.Een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen kan niet worden verleend voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, behoudens onder de voorwaarden die worden bepaald bij of krachtens het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 03/07/2009 numac 2009035594 bron vlaamse overheid Decreet houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen sluiten houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen."; 2° in de inleidende zin van paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "het bouwen van een constructie" vervangen door de zinsnede "handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, "; 3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "Als de onteigening alsnog plaatsvindt vóór het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt bij het bepalen van de vergoeding volledig rekening gehouden met de eventuele waardevermeerdering die voortvloeit uit de vergunde, gemelde of vrijgestelde handelingen."; 4° aan paragraaf 2 worden een derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "De Vlaamse Regering bepaalt of en in welke mate bij onteigening na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, 2°, bij het bepalen van de vergoeding rekening wordt gehouden met de waardevermeerdering die voortvloeit uit vergunde, gemelde of vrijgestelde handelingen. Er wordt rekening gehouden met de eventuele waardevermeerdering die voortvloeit uit de volgende handelingen aan bestaande, hoofdzakelijk vergunde constructies: 1° onderhoudswerken;2° vergunde stabiliteitswerken;3° van vergunning vrijgestelde handelingen binnen het bestaande bouwvolume;4° vergunde verbouwingen binnen het bestaande bouwvolume;5° vergunde herstelwerken na vernietiging of beschadiging door vreemde oorzaak; 6° handelingen als vermeld in artikel 4.4.19, § 1.". Art. 62.In artikel 4.4.1 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010, 11 mei 2012, 25 april 2014 en 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: " § 2.De volgende handelingen worden niet beschouwd als afwijkend van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften, tenzij die voorschriften deze handelingen uitdrukkelijk verbieden: 1° de plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak; 2° de creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18° ; 3° het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning met een dikte van ten hoogste 26 centimeter."; 2° in paragraaf 3, eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen" vervangen door de woorden "provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen en meer dan vijftien jaar oude verkavelingen";3° in paragraaf 3, tweede lid, inleidende zin, wordt het woord "verkavelingen" vervangen door de woorden "minder dan vijftien jaar oude verkavelingen";4° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "verkavelingsvergunningen" vervangen door het woord "verkavelingen" en wordt de zinsnede ", tenzij deze voorschriften deze handelingen uitdrukkelijk en specifiek beperken of verbieden" toegevoegd;5° aan paragraaf 3 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De termijn van vijftien jaar, vermeld in het eerste lid en tweede lid, wordt berekend vanaf de datum van afgifte van de oorspronkelijke vergunning in laatste administratieve aanleg.Als de vergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, wordt de termijn gerekend per fase. Voor de tweede fase en volgende fasen wordt de termijn dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.". Art. 63.In artikel 4.4.6 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "of landschap" vervangen door de woorden "cultuurhistorisch landschap of archeologische site";2° in het eerste lid wordt het woord "gunstig" opgeheven;3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: "Hetzelfde geldt voor handelingen aan of in de omgeving van een beschermd monument of binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht, cultuurhistorisch landschap of archeologische site die aan al de volgende voorwaarden voldoen: 1° ze betreffen ontsluitingen, parkings, verhardingen, reliëfwijzigingen, ondergrondse constructies, technische constructies of onthaalinfrastructuur met een maximale vloeroppervlakte van 100 vierkante meter; 2° ze bevorderen het functioneren van de aanwezige of te vergunnen activiteiten binnen de beschermde goederen, vermeld in het eerste lid, of ze zorgen voor de valorisatie ervan.". Art. 64.In artikel 4.4.7, § 1, inleidende zin, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten3, worden de woorden "de Vlaamse Regering of de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar" vervangen door de woorden "het vergunningverlenende bestuursorgaan". Art. 65.Artikel 4.4.8/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten3, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 4.4.8/1. Ambachtelijke bedrijven of kleine en middelgrote ondernemingen kunnen worden toegelaten in gebieden die niet groter zijn dan drie hectare en die op de gewestplannen als een van de volgende gebieden zijn aangewezen: 1° gebied voor milieubelastende industrieën of voor vervuilende industrieën;2° regionaal bedrijventerrein, regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter of regionaal bedrijventerrein, ingericht door de overheid. Als de in het eerste lid vermelde gebieden groter zijn dan drie hectare en niet groter zijn dan tien hectare, kan de afwijkingsregeling, vermeld in het eerste lid, worden toegepast op voorwaarde dat op minstens de helft van het gebied in kwestie al bedrijven gevestigd zijn. Niet-milieubelastende regionale bedrijven kunnen worden toegelaten in gebieden die groter zijn dan tien hectare en die op de gewestplannen zijn aangewezen als lokaal bedrijventerrein met openbaar karakter, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het bedrijf is geen inrichting of activiteit met een GPBV-installatie; 2° het bedrijf ligt op minstens dertig meter van woongebied in de ruime zin.". Art. 66.In titel IV, hoofdstuk IV, afdeling 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010 en 11 mei 2012, wordt een onderafdeling 7/2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling 7/2. - Stallen voor weidedieren". Art. 67.In dezelfde codex wordt in onderafdeling 7/2, ingevoegd bij artikel 66, een artikel 4.4.8/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.8/2. § 1. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie `landbouw' behoren, kan, voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn, een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgegeven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden: 1° de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;2° de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;3° de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter. Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen wordt rekening gehouden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied. Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13 werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding `landbouw' worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoren tot de categorie `landbouw'. De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet in de volgende gebieden: 1° ruimtelijk kwetsbaar gebied;2° gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als:
  30. a)bouwvrij agrarisch gebied;
  31. b)agrarisch gebied met overdruk natuurverweving. § 2. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van een stal voor weidedieren, verleend met toepassing van paragraaf 1, vervalt van rechtswege naast de gevallen, vermeld in artikel 99 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5 betreffende de omgevingsvergunning, als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft. Na het verval van de vergunning, vermeld in het eerste lid, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken. § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van dit artikel, onder meer inzake de berekening en de vaststelling van de termijn van vijf opeenvolgende jaren opgenomen in paragraaf twee, eerste lid.". Art. 68.In titel IV, hoofdstuk IV, afdeling 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010 en 11 mei 2012, wordt een onderafdeling 7/3 ingevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling 7/3. - Handelingen in ontginningsgebieden". Art. 69.In dezelfde codex wordt in onderafdeling 7/3, ingevoegd bij artikel 68, een artikel 4.4.8/3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.8/3. In de op de gewestplannen aangewezen ontginningsgebieden en de gebieden die vallen onder de subcategorie van gebiedsaanduiding `gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen' zijn naast de ontginning van primaire grondstoffen ook volgende handelingen toegelaten, met inbegrip van de daartoe benodigde wegneembare constructies, voor zover de eventuele nabestemming van het gebied niet in het gedrang gebracht wordt: 1° de mechanische bewerking van de ontgonnen delfstoffen; 2° de verrijking van de ontgonnen delfstoffen door menging met afbraakstoffen in het kader van een duurzame materialenkringloop in de zin van artikel 3, 22°, van het decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten0 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.". Art. 70.Aan titel IV, hoofdstuk IV, afdeling 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010 en 11 mei 2012, wordt een onderafdeling 9 toegevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling 9. - Handelingen sorterend onder voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan vijftien jaar". Art. 71.In dezelfde codex wordt in onderafdeling 9, toegevoegd bij artikel 70, een artikel 4.4.9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.9/1. Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag. Afwijkingen kunnen niet toegestaan worden voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden. De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan slechts worden toegepast voor stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg die een aanvulling vormen op: 1° de volgende gebiedsaanduidingen, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen:
  32. a)woongebieden, met uitzondering van woonparken;
  33. b)industriegebieden in de ruime zin;
  34. c)dienstverleningsgebieden;
  35. d)gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;2° de volgende aanvullende voorschriften van het gewestplan:
  36. a)gebieden voor service-residentie;
  37. b)kantoor- en dienstenzones;
  38. c)gebieden voor handelsbeursactiviteiten en grootschalige activiteiten;
  39. d)lokale en regionale bedrijventerreinen;
  40. e)luchthavengebonden bedrijventerreinen;
  41. f)gebieden voor luchthavengerelateerde kantoren en diensten;
  42. g)businessparken;
  43. h)teleport;
  44. i)gebieden voor hoofdkwartierfunctie;
  45. j)gebieden hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging van grootwinkelbedrijven;
  46. k)zones voor kleinhandel en kleine en middelgrote ondernemingen;
  47. l)kleinhandelszones;
  48. m)zones van handelsvestigingen;
  49. n)gebieden voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;
  50. o)zeehavengebieden;
  51. p)gebieden voor watergebonden bedrijven;
  52. q)transportzones;
  53. r)regionale gemengde zones voor diensten en handel;
  54. s)research-, universiteits- en wetenschapsparken;
  55. t)bedrijfsgebied met stedelijk karakter;
  56. u)gemengde woon- en industriegebieden;
  57. v)gemengde gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied;
  58. w)stedelijke ontwikkelingsgebieden;
  59. x)gebieden voor duurzame stedelijke ontwikkeling;
  60. y)gebieden voor kernontwikkeling. De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied. Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.". Art. 72.Aan artikel 4.4.12 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, wordt de volgende zin toegevoegd: "De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.". Art. 73.Aan artikel 4.4.13, § 1, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, wordt de volgende zin toegevoegd: "De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.". Art. 74.Aan artikel 4.4.14, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, wordt de volgende zin toegevoegd: "De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.". Art. 75.Aan artikel 4.4.15, eerste lid, van dezelfde codex wordt de volgende zin toegevoegd: "De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.". Art. 76.Aan artikel 4.4.21, 4°, van dezelfde codex wordt de volgende zin toegevoegd: "De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.". Art. 77.In artikel 4.4.24 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Dit artikel kan ook toegepast worden op een tuincentrum waarvan de functie niet vergund of vergund geacht is, als voldaan is aan al de volgende voorwaarden: 1° het tuincentrum ligt in agrarisch gebied in de ruime zin;2° de constructies die noodzakelijk zijn voor een normale bedrijfsvoering zijn vergund of vergund geacht;3° de wijziging van de hoofdfunctie land- en tuinbouw in detailhandel heeft uiterlijk op 1 mei 2000 plaatsgevonden;4° minstens vijftig procent van het terrein bestaat uit serres of gronden die actief gebruikt worden voor het kweken of conditioneren van bloemen, planten of bomen en de serres of gronden sluiten aan bij de grond waarop het tuincentrum gevestigd is.Onder conditioneren wordt verstaan: het in de ruime zin klaarmaken van bloemen, planten en bomen voor de verkoop ervan; 5° minstens vijftig procent van de nettohandelsoppervlakte bestaat uit de verkoop van planten, bloemen of bomen, en maximaal vijftig procent van de nettohandelsoppervlakte bestaat uit de verkoop van aanverwante producten."; 2° aan het bestaande vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt: "3° het bedrijf is een tuincentrum.". Art. 78.In artikel 4.4.25, § 6, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 type decreet prom. 19/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 sluiten3, worden de woorden "een ruimtelijk structuurplan" vervangen door de woorden "een ruimtelijk structuurplan of een ruimtelijk beleidsplan". Art. 79.Aan artikel 4.4.29 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/07/2011 pub. 20/07/2011 numac 2011035608 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen type decreet prom. 08/07/2011 pub. 25/07/2011 numac 2011035609 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2011 type decreet prom. 08/07/2011 pub. 25/08/2011 numac 2011035664 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 08/07/2011 pub. 15/07/2011 numac 2011035546 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening sluiten, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan de begrippen, vermeld in artikel 4.4.24, tweede lid, verfijnen en kan verdere voorwaarden verbinden aan de afgifte van een planologisch attest aan een tuincentrum.". Art. 80.In artikel 4.8.2 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 26/10/2002 numac 2002036337 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdend

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.