← België

Wet inzake overheidsopdrachten

Kort samengevat

Deze wet regelt de principes en basisregels voor overheidsopdrachten in België, en zet gedeeltelijk enkele Europese richtlijnen om. Het doel is om de procedures voor het plaatsen van opdrachten door overheidsinstanties en bepaalde bedrijven te standaardiseren.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
17 JUNI 2016. - Wet inzake overheidsopdrachten (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Inleidende bepaling, definities en algemene beginselen HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities Inleidende bepaling Artikel 1.§ 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Ze voorziet in de gedeeltelijke omzetting van : 1° artikel 7 van richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen;2° artikel 6 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;3° richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG, hierna de richtlijn 2014/24/EU genoemd;4° richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van richtlijn 2004/17/EG, hierna de richtlijn 2014/25/EU genoemd. § 2. Deze wet bepaalt de principes en basisregels die van toepassing zijn op de overheidsopdrachten omschreven in titel 2, hoofdstuk 1, en in titel 3, hoofdstuk 1. Definities Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° aanbestedende overheid : a) de Staat;b) de Gewesten, de Gemeenschappen en de lokale overheidsinstanties;c) de publiekrechtelijke instellingen en personen die, ongeacht hun vorm en aard, op de datum van de beslissing om tot een opdracht over te gaan : i opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en; ii rechtspersoonlijkheid hebben, en; iii op een van de volgende wijzen afhangen van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in onderhavig punt c) : 1. ofwel worden hun werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);2. ofwel is hun beheer onderworpen aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);3. ofwel zijn meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende orgaan aangewezen door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);d) de verenigingen bestaande uit een of meer aanbestedende overheden als bedoeld in 1°, a, b of c;2° overheidsbedrijf : elke onderneming die een activiteit bedoeld in de artikelen 96 tot 102 uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften.De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming : a) de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal van de onderneming bezitten, of;b) over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of;c) meer dan de helft van de leden van het bestuurs, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen;3° persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten : de persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet wanneer hij een activiteit uitoefent als bedoeld in de artikelen 96 tot 102.De bijzondere of exclusieve rechten zijn rechten die voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de in titel 3 bedoelde activiteiten aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft waardoor de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed; De rechten toegekend door middel van een procedure die het voorwerp was van een gepaste bekendmaking en waarbij gebruik werd gemaakt van objectieve criteria, vormen geen "bijzondere of exclusieve rechten" in de zin van het onderhavig punt. Deze procedures zijn onder meer de volgende : a) de procedures voor de plaatsing van een opdracht met voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig onderhavige wet, de wet defensie en veiligheid en de wet betreffende de concessies;b) de procedures ingevolge andere rechtshandelingen van de Europese Unie, opgesomd in bijlage IV, die een voldoende voorafgaande transparantie waarborgen met het oog op het toekennen van vergunningen op basis van objectieve criteria;4° aanbestedende entiteit : de in 1° bedoelde aanbestedende overheden die een activiteit bedoeld in de artikelen 96 tot 102 uitoefenen, de overheidsbedrijven bedoeld in 2° en de persoon die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in 3° ;5° aanbesteder : de aanbestedende overheden die een activiteit bedoeld in titel 2 uitoefenen en de aanbestedende entiteiten;6° aankoopcentrale : a) in de zin van titel 2, een aanbestedende overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht als bedoeld in de bepalingen onder respectievelijk 7° en 8° ;b) in de zin van titel 3, een aanbesteder die gecentraliseerde en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten doet zoals bedoeld in respectievelijk 7° en 8° ;7° gecentraliseerde aankoopactiviteiten : activiteiten die permanent plaatsvinden op een van de volgende wijzen : a) de verwerving van leveringen en/of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders;b) de plaatsing van overheidsopdrachten of raamovereenkomsten voor werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders;8° aanvullende aankoopactiviteiten : activiteiten die bestaan in het verlenen van ondersteuning aan aankoopactiviteiten, met name op de volgende wijzen : a) technische infrastructuur die aanbesteders in staat stelt overheidsopdrachten of raamovereenkomsten te plaatsen voor werken, leveringen of diensten;b) adviesverlening over het verloop of de opzet van plaatsingsprocedures;c) voorbereiding en beheer van plaatsingsprocedures namens en voor rekening van de betrokken aanbesteder;9° aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten : een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die aanvullende aankoopactiviteiten op de markt aanbiedt;10° ondernemer : elke natuurlijke persoon, elke privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon of elke combinatie van deze personen, met inbegrip van alle tijdelijke samenwerkingsverbanden van ondernemingen, die werken, een werk in de zin van de bepaling onder 19°, leveringen of diensten op de markt aanbiedt.Het betreft, naargelang het geval, een aannemer, leverancier of dienstverlener; 11° kandidaat : een ondernemer die heeft verzocht om een uitnodiging, of is uitgenodigd, om deel te nemen aan een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog, een innovatiepartnerschap, een mededingingsprocedure met onderhandeling, een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, een onderhandelingsprocedure met of zonder voorafgaande oproep tot mededinging, een lijst van geselecteerde kandidaten of een kwalificatiesysteem;12° aanvraag tot deelneming : de schriftelijke en uitdrukkelijke wilsuiting door een kandidaat om geselecteerd te worden in het kader van de in artikel 2, 11°, bedoelde procedures;13° selectie : de beslissing van een aanbesteder tot keuze van de kandidaten of inschrijvers op basis van de uitsluitingsgronden en van de selectiecriteria;14° inschrijver : een ondernemer die een offerte indient;15° offerte : de verbintenis van de inschrijver om de opdracht uit te voeren op grond van de opdrachtdocumenten en tegen de voorwaarden die hij biedt;16° opdrachtnemer : de inschrijver met wie de opdracht is gesloten;17° overheidsopdracht : de overeenkomst onder bezwarende titel die wordt gesloten tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbesteders en die betrekking heeft op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten, met inbegrip van de opdrachten die worden geplaatst in toepassing van titel 3 door overheidsbedrijven als bedoeld in 2° en personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in 3° ;18° overheidsopdracht voor werken : de overheidsopdracht die betrekking heeft op een van de volgende voorwerpen : a) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage I bedoelde werkzaamheden;b) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van een werk;c) het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbesteder die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk of het ontwerp van het werk;19° werk : het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;20° overheidsopdracht voor leveringen : de overheidsopdracht die betrekking heeft op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten;21° overheidsopdracht voor diensten : de overheidsopdracht die betrekking heeft op het verlenen van andere diensten dan die bedoeld in de bepaling onder 18° ;22° openbare procedure : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen;23° niet-openbare procedure : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen en waarbij alleen de door de aanbesteder geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen;24° mededingingsprocedure met onderhandeling : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;25° onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een oproep tot mededinging een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;26° onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking : de plaatsingsprocedure waarbij de aanbestedende overheid de door haar gekozen ondernemers een offerte vraagt en met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;27° onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij de aanbestedende entiteit de door hem gekozen ondernemers een offerte vraagt en met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;28° concurrentiegerichte dialoog : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen en waarbij de aanbesteder een dialoog voert met de voor deze procedure geselecteerde kandidaten, teneinde een of meer oplossingen uit te werken die aan de behoeften van de aanbesteder beantwoorden en op grond waarvan de deelnemers aan de dialoog wiens voorgestelde oplossing of oplossingen in aanmerking genomen werden na afloop van deze dialoog, zullen worden uitgenodigd om een offerte in te dienen;29° vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen en waarbij de aanbesteder met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;30° vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen en waarbij de aanbesteder met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;31° prijsvragen : de procedure die tot doel heeft de aanbesteder een plan of een ontwerp te verschaffen dat na mededinging door een jury wordt gekozen, al dan niet met toekenning van prijzen;32° innovatie : de toepassing van een nieuw of aanzienlijk verbeterd product, een nieuwe of aanzienlijk verbeterde dienst of een nieuw of aanzienlijk verbeterd proces, waaronder, maar niet beperkt tot productie- of bouwprocessen, een nieuwe verkoopmethode of een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, organisatie op de werkvloer of de externe betrekkingen, onder meer om maatschappelijke problemen te helpen oplossen of de Europese strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei te ondersteunen;33° dynamisch aankoopsysteem : het volledig elektronisch proces voor het verwerven van werken, leveringen of diensten voor courant gebruik, met algemeen op de markt beschikbare kenmerken die overeenstemmen met de behoeften van de aanbesteder, dat beperkt is in de tijd en gedurende de gehele looptijd openstaat voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria;34° elektronische veiling : het zich herhalend proces langs elektronische weg, toepasselijk voor werken, leveringen of diensten, voor de voorstelling van nieuwe, verlaagde prijzen of van nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de offertes, dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de offertes en de klassering van de offertes op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt;35° raamovereenkomst : een overeenkomst tussen een of meer aanbesteders en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te plaatsen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijzen en eventueel de beoogde hoeveelheden;36° gezamenlijke opdracht : een opdracht die al dan niet integraal gezamenlijk gerealiseerd wordt in naam van en voor rekening van meerdere aanbesteders;37° plaatsing : procedure voor het uitschrijven van een overheidsopdracht, die in voorkomend geval de volgende aspecten omvat : de voorafgaande marktconsultatie, de bekendmaking, de selectie, de gunning en de sluiting van de opdracht;38° gunning van de opdracht : de beslissing van de aanbesteder om de gekozen inschrijver aan te wijzen;39° sluiting van de opdracht : de totstandkoming van de contractuele band tussen de aanbesteder en de opdrachtnemer;40° Gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten : de op overheidsopdrachten toepasselijke referentienomenclatuur als vastgesteld bij Verordening (EG) nr.2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, afgekort "CPV"; 41° schriftelijk : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens meegedeeld.Dit geheel kan met elektronische middelen overgebrachte en opgeslagen informatie bevatten; 42° elektronisch middel : elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, en opslag van gegevens die worden verspreid, overgebracht en ontvangen door draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;43° opdrachtdocument : alle documenten die op de opdracht toepasselijk zijn en die door de aanbesteder worden opgesteld of vermeld.In voorkomend geval omvatten ze de aankondiging van een opdracht, de vooraankondiging van de opdracht of de periodieke indicatieve aankondiging, wanneer deze gebruikt wordt als oproep tot mededinging, het bestek of elk ander beschrijvend document omvattende met name de technische specificaties en de voorgestelde contractvoorwaarden, formaten voor de aanbieding van documenten door kandidaten en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle overige aanvullende documenten. Bij een prijsvraag worden deze documenten prijsvraagdocumenten genoemd; 44° technische specificatie : a) in geval van overheidsopdrachten voor werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een materiaal, een product of een levering, zodat dit of deze beantwoordt aan het gebruik waarvoor het materiaal, product of de levering door de aanbesteder is bestemd;tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid, of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitsborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen en productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van een werk of de werken; deze kenmerken omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbesteder bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld; b) in geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten, en de overeenstemmingsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van de levering of dienst, en conformiteitsbeoordelingsprocedures;45° Norm : een door een erkende normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort : a) internationale norm : een door een internationale normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;b) Europese norm : een door een Europese normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;c) nationale norm : een door een nationale normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;46° Europese technische beoordeling : de gedocumenteerde beoordeling van de prestaties van een bouwproduct met betrekking tot zijn essentiële kenmerken aan de hand van het respectieve Europees beoordelingsdocument, zoals omschreven in punt 12 van artikel 2 van Verordening nr.305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten; 47° gemeenschappelijke technische specificatie : een technische specificatie op het gebied van ICT die is opgesteld overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van Verordening nr.1025/2012 van 25 oktober 2012 betreffende de Europese normalisatie; 48° technisch referentiekader : ieder ander document dan de Europese normen, dat door Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de markt zijn aangepast;49° levenscyclus : alle opeenvolgende en/of onderling verbonden stadia, waaronder uit te voeren onderzoek en ontwikkeling, productie, handel en handelsvoorwaarden, vervoer, gebruik en onderhoud, in het bestaan van het product of werk of het verlenen van een dienst, gaande van het verwerven van de grondstof of de opwekking van hulpbronnen tot de verwijdering, de opruiming en "end-of-service" fase of "end-of-utilisation"-fase;50° keurmerk : ieder document, certificaat of getuigschrift dat bevestigt dat de werken, producten, diensten, processen of procedures in kwestie aan bepaalde eisen voldoen;51° keurmerkeisen : de voorschriften waaraan de werken, producten, diensten, processen of procedures in kwestie moeten voldoen om het betrokken keurmerk te verkrijgen;52° perceel : de onderverdeling van een opdracht, die apart kan worden gegund, in principe met het oog op een gescheiden uitvoering;53° variante : een alternatieve ontwerp- of uitvoeringswijze die hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;54° optie : een bijkomend element dat niet strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdracht, dat hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;55° voorschot : de betaling van een deel van de opdracht voorafgaand aan verstrekte en aanvaarde prestaties;56° wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied type wet prom. 13/08/2011 pub. 27/07/2012 numac 2012000427 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied. - Duitse vertaling sluiten inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied;57° wet betreffende de concessies : de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten. HOOFDSTUK 2. - Algemene beginselen Toepassingsgebied - Beginselen Art. 3.Dit hoofdstuk omvat de algemene beginselen die zowel van toepassing zijn op de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen als op de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen. Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdracht ook de raamovereenkomst en de prijsvragen. Gelijkheids, niet-discriminatie, transparantie en proportionaliteitsbeginsel Art. 4.De aanbesteders behandelen de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen op een transparante en proportionele wijze. Voor zover de bijlagen 1, 2, 4 en 5 en de algemene opmerkingen bij aanhangsel I van de Europese Unie bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van 15 april 1994 en de andere internationale overeenkomsten waardoor de Europese Unie gebonden is van toepassing zijn, geven aanbesteders aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de ondertekenende partijen van deze overeenkomsten geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de Europese Unie geven. Omzeilen toepassingsgebied en kunstmatig beperken mededinging Art. 5.§ 1. Een aanbesteder stelt geen overheidsopdracht op met het doel om deze uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze wet of om de mededinging op kunstmatige wijze te beperken. De mededinging wordt geacht kunstmatig te zijn beperkt indien de overheidsopdracht is ontworpen met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen of te benadelen. Ondernemers stellen geen handelingen, sluiten geen overeenkomsten of maken geen afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen. § 2. De niet naleving van de in paragraaf 1, tweede lid bedoelde bepaling, geeft aanleiding tot de toepassing van onderstaande maatregelen, behoudens het geval waarbij het eerste lid van de paragraaf 1 evenmin wordt nageleefd, in welk geval paragraaf 3 van toepassing is : 1° zolang de aanbesteder nog geen eindbeslissing nam en de opdracht nog niet heeft gesloten, het weren van de aanvragen tot deelneming of de offertes die als gevolg van zodanige handelingen, overeenkomsten of afspraken zijn ingediend;2° wanneer de opdracht reeds is gesloten, de door de Koning bepaalde ambtshalve maatregelen, tenzij de aanbesteder, bij een met redenen omklede beslissing, anders beschikt. § 3. De niet naleving van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bepalingen, al dan niet gepaard gaand met de niet-naleving van de bepalingen van het tweede lid van paragraaf 1, geeft aanleiding tot de toepassing van onderstaande maatregelen : 1° zolang de aanbesteder de opdracht nog niet heeft gesloten of, wanneer het een omzeiling van het toepassingsgebied betreft, zolang geen eindbeslissing werd genomen, het afzien van het gunnen of de toewijzing, in welke vorm dit ook weze, van de opdracht;2° wanneer de opdracht reeds is gesloten, in welke vorm dit ook weze, de desgevallend door de Koning bepaalde maatregelen, hetgeen ook ambtshalve maatregelen ten aanzien van de opdrachtnemer kan behelzen, voor zover deze laatste de bepalingen van paragraaf 1, tweede lid, niet heeft nageleefd. Evenwel moet overeenkomstig het eerste lid, 2°, slechts een maatregel worden genomen, in het geval waarbij de opdrachtnemer geen enkele fout beging, voor zover de inbreuk een reëel mededingingsvertekenend effect heeft gesorteerd. Belangenconflicten Art. 6.§ 1. De aanbesteder treft de nodige maatregelen om tijdens de plaatsing en de uitvoering belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen, teneinde vertekening van de mededinging te vermijden en de gelijke behandeling van alle ondernemers te verzekeren. Het begrip belangenconflict beoogt ten minste iedere situatie waarin een bij de plaatsing of de uitvoering betrokken ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, met inbegrip van de namens de aanbesteder optredende aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten, alsook elke persoon die bij de plaatsing of op het resultaat ervan invloed kan hebben, direct of indirect, financiële, economische of andere persoonlijke belangen heeft die geacht kunnen worden hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij de plaatsing of de uitvoering in het gedrang te brengen. De Koning kan ook andere situaties benoemen als belangenconflicten. § 2. Het is elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of ieder ander persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, met inbegrip van de namens de aanbesteder optredende aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten, verboden, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen bij de plaatsing of de uitvoering van een overheidsopdracht zodra hij daardoor, persoonlijk of via een tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een toestand van belangenconflict met een kandidaat of inschrijver. In uitzonderlijke omstandigheden is dit verbod evenwel niet van toepassing, indien dit verbod de aanbesteder zou beletten te voorzien in haar behoeften. § 3. Een belangenconflict wordt alleszins vermoed te bestaan : 1° zodra de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, bloed- of aanverwant is in de rechte lijn tot de derde graad en in de zijlijn tot de vierde graad of in geval van wettelijke samenwoning, met een van de kandidaten of inschrijvers of met ieder ander natuurlijk persoon die voor rekening van een van hen een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent;2° indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot is van één van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen dan wel in rechte of in feite, zelf of desgevallend via een tussenpersoon, een vertegenwoordiging-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent. De ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon die zich in een toestand van belangenconflict bevindt, is verplicht zichzelf te wraken. Hij stelt er de aanbesteder schriftelijk en onverwijld van op de hoogte. § 4. Indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager, de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon, één of meer aandelen of deelbewijzen ter waarde van ten minste vijf percent van het maatschappelijk kapitaal van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen bezit, is hij verplicht de aanbesteder daarvan in kennis te stellen. Naleving van milieu-, sociaal en arbeidsrecht Art. 7.De ondernemers zijn ertoe gehouden alle toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu- sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het Europees Unierecht, nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten of uit hoofde van de in bijlage II vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht, na te leven en te doen naleven door elke persoon die handelt als onderaannemer in welke fase ook, en door elke persoon die personeel tewerkstelt voor de uitvoering van de opdracht. Onverminderd de toepassing van de sancties bedoeld in andere wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen, worden de inbreuken op de in het eerste lid bedoelde verplichtingen vastgesteld door de aanbesteder en treft de aanbesteder zo nodig de maatregelen voor inbreuken op de bepalingen van de opdracht. Ondernemers Art. 8.§ 1. Ondernemers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de betrokken dienst te leveren, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens in België van toepassing zijnde wet- of regelgeving, een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon moeten zijn. § 2. Combinaties van ondernemers mogen deelnemen aan overheidsopdrachten. Een aanbesteder kan niet eisen dat zij voor het indienen van een aanvraag tot deelname of een offerte een bepaalde rechtsvorm aannemen. Aanbesteders kunnen in de opdrachtdocumenten verduidelijken op welke wijze combinaties van ondernemingen aan de vereisten op het gebied van economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, eerste lid, 2° en 3°, moeten voldoen, wat de klassieke sectoren betreft, dan wel, wat de speciale sectoren betreft, aan de criteria en voorschriften op het gebied van kwalificatie en kwalitatieve selectie als bedoeld in Titel 3, Hoofdstuk 4, Afdeling 3, Onderafdeling 2, mits deze gerechtvaardigd zijn op basis van objectieve gronden en proportioneel zijn. De Koning kan de voorwaarden voor de toepassing van die vereisten bepalen. Alle aan combinaties van ondernemers opgelegde voorwaarden voor uitvoering van een opdracht, die afwijken van de voorwaarden die aan individuele deelnemers zijn opgelegd, moeten eveneens op objectieve gronden berusten en dienen proportioneel te zijn. Niettegenstaande het eerste lid mogen aanbesteders van combinaties van ondernemers eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen nadat de opdracht aan hen is gegund, voor zover dit nodig is voor de goede uitvoering van de overheidsopdracht. Forfaitair beginsel Art. 9.De overheidsopdrachten worden geplaatst op forfaitaire basis en zonder dat hieraan, bij de uitvoering ervan, wezenlijke wijzigingen kunnen worden aangebracht behoudens de door de Koning te bepalen uitzonderingen en overeenkomstig de door Hem te bepalen voorwaarden. De overheidsopdrachten kunnen in onderstaande gevallen echter worden geplaatst zonder forfaitaire prijsbepaling : 1° in uitzonderlijke gevallen, voor de werken, leveringen of diensten die ingewikkeld zijn of een nieuwe techniek inluiden, met belangrijke technische risico's, die verplichten tot het aanvatten van de uitvoering van de prestaties, terwijl niet alle uitvoeringsvoorwaarden en verplichtingen volledig kunnen worden bepaald;2° in buitengewone en onvoorzienbare omstandigheden, die door een zorgvuldige aanbesteder niet voorzien konden worden, wanneer zij betrekking hebben op spoedeisende werken, leveringen of diensten waarvan de uitvoeringsvoorwaarden moeilijk kunnen worden omschreven. Prijsherziening Art. 10.De in het artikel 9 bedoelde forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten vormt geen belemmering voor de herziening van de prijzen in het licht van bepaalde economische en sociale factoren, op voorwaarde dat in de opdrachtdocumenten in een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige prijsherzieningsclausule is voorzien. De herziening van de prijzen moet tegemoetkomen aan de prijsevolutie van de hoofdcomponenten van de kostprijs. De Koning bepaalt de bijkomende materiële en procedurele regels van deze prijsherziening en kan het opnemen van dergelijke clausule verplicht stellen voor opdrachten die bepaalde bedragen bereiken of bepaalde uitvoeringstermijnen omvatten, die Hij vastlegt. Wanneer de ondernemer een beroep doet op onderaannemers, dan moeten die, in voorkomend geval, ook in de weerslag van de herziening van hun prijzen delen volgens de door de Koning te bepalen nadere regels en in de mate die overeenstemt met de aard van de door hen uitgevoerde prestaties. Artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen, is niet van toepassing op de overheidsopdrachten. Ontwrichting van het contractueel evenwicht Art. 11.De Koning werkt, voor de door Hem te bepalen opdrachten, een herzieningsmechanisme uit voor het geval van ontwrichting van het contractueel evenwicht indien deze herziening het gevolg is van onvoorzienbare omstandigheden. De in artikel 9 bedoelde forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten vormt geen belemmering voor de toepassing van dit herzieningsmechanisme. De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toepassing van dit herzieningsmechanisme. Betaling voor verstrekte en aanvaarde prestaties Art. 12.Betalingen mogen alleen worden gedaan voor verstrekte en aanvaarde prestaties. Als zodanig worden beschouwd, volgens wat in de opdrachtdocumenten is bepaald, de voorraden die aangelegd zijn voor de uitvoering van de opdracht en die door de aanbesteder zijn goedgekeurd. Voorschotten kunnen enkel worden toegestaan volgens de materiële en desgevallend procedurele voorwaarden vastgesteld door de Koning. Vertrouwelijkheid Art. 13.§ 1. Zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen over, naargelang het geval, de selectie of kwalificatie van de kandidaten of deelnemers, de regelmatigheid van de offertes, de gunning van de opdracht of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht, hebben de kandidaten, deelnemers, inschrijvers en derden geen toegang tot de documenten betreffende de plaatsingsprocedure, met name de aanvragen tot deelneming of kwalificatie, de offertes en de interne documenten van de aanbesteder. Van het eerste lid kan afgeweken worden mits het schriftelijk akkoord van de kandidaat of inschrijver die deelneemt aan de onderhandelingen, overeenkomstig de artikelen 38, § 6, tweede lid, 39, § 3, derde lid, 40, § 4, tweede lid en § 5, vierde lid, 41, § 4, tweede lid, 121, § 3, derde lid, en 122, § 4, tweede lid, en dit enkel voor wat de vertrouwelijke informatie betreft die door deze kandidaat of inschrijver werd meegedeeld. § 2. Onverminderd de verplichtingen inzake de bekendmaking van gegunde overheidsopdrachten en de informatieverstrekking aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers, maakt de aanbesteder de informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, met inbegrip van eventuele fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de offerte, niet bekend. Hetzelfde geldt voor elke persoon die in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van dergelijke vertrouwelijke informatie. § 3. De aanbesteder kan aan een ondernemer eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij beschikbaar stelt, te beschermen. Regels betreffende de communicatiemiddelen Art. 14.§ 1. De communicatie en de informatie-uitwisseling tussen de aanbesteder en de ondernemers, met inbegrip van de in paragraaf 7 bedoelde elektronische indiening en ontvangst van de offertes dient, in alle fasen van de plaatsingsprocedure plaats te vinden met behulp van elektronische communicatiemiddelen, tenzij in de in paragrafen 2 tot 4 bedoelde gevallen. Onverminderd paragraaf 5, moeten de voor communicatie langs elektronische weg te gebruiken instrumenten en middelen en de technische kenmerken daarvan niet-discriminerend en algemeen beschikbaar zijn alsmede interoperabel met algemeen gebruikte ICT en mogen de toegang van ondernemers tot de plaatsingsprocedure niet beperken. § 2. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is de aanbesteder niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen voor te schrijven : 1° wanneer wegens de gespecialiseerde aard van de overheidsopdracht, voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen niet algemeen beschikbare gespecialiseerde instrumenten, middelen of bestandsformaten nodig zijn of wanneer de benodigde instrumenten, middelen of bestandsformaten niet ondersteund worden door algemeen beschikbare toepassingen;2° wanneer de applicaties voor ondersteuning van de bestandformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de offertes bestandsformaten gebruiken die niet door andere open of algemeen beschikbare toepassingen kunnen worden verwerkt, of onderworpen zijn aan een eigendomsgebonden licentieregeling en niet door de aanbesteder als downloads of gebruik op afstand beschikbaar kunnen worden gesteld;3° wanneer voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen gespecialiseerde kantoorapparatuur nodig is waarover de aanbesteders doorgaans niet beschikken;4° wanneer voor de opdrachtdocumenten de indiening is vereist van fysieke of schaalmodellen die niet langs elektronische weg kunnen worden verzonden;5° wanneer het een overheidsopdracht betreft die wordt geplaatst door middel van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of oproep tot mededinging en waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking. De aanbesteder die, omwille van een in het eerste lid, 1° tot 4°, vermelde reden, het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen vereist of toelaat, geeft hiervan de redenen op in de in het artikel 164, §§ 1 en 2, bedoelde informatie. Mededelingen waarvoor op grond van deze paragraaf geen elektronische communicatiemiddelen worden gebruikt, gebeuren per post of via een andere geschikte vervoerder, dan wel door een combinatie van post of een andere geschikte vervoerder enerzijds en elektronische communicatiemiddelen anderzijds. § 3. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is de aanbesteder niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen voor te schrijven, voor zover het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen nodig is, hetzij vanwege een inbreuk op de beveiliging van die elektronische communicatiemiddelen, hetzij voor de bescherming van de bijzonder gevoelige aard van de informatie waarvoor een dermate hoog beschermingsniveau nodig is dat dit niveau niet afdoende kan worden verzekerd via elektronische instrumenten en middelen die algemeen beschikbaar zijn voor de ondernemers of hun via alternatieve toegangsmiddelen in de zin van paragraaf 5 ter beschikking kunnen worden gesteld. Een aanbesteder die, omwille van de in het eerste lid vermelde reden, het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen vereist of toelaat, geeft hiervan de redenen op in de in het artikel 164, §§ 1 en 2, bedoelde informatie. § 4. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is mondelinge communicatie toegestaan voor andere mededelingen dan die betreffende de essentiële elementen van de plaatsingsprocedure, mits de inhoud van de mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt. Met name worden onderstaande elementen, in dit verband, geacht deel uit te maken van de voormelde essentiële elementen : 1° de opdrachtdocumenten;2° de aanvragen tot deelneming;3° de offertes. Wat betreft de mondelinge communicatie met de inschrijvers die van grote invloed kan zijn op de inhoud en beoordeling van de offertes, gebeurt de in het eerste lid bedoelde verplichting tot documenteren door middel van schriftelijke of auditieve registratie, samenvatting van de voornaamste elementen van de communicatie of een ander passend middel. Het eerste lid belet geenszins dat informatiesessies worden georganiseerd waarin mondelinge communicatie gebruikt wordt voor het verstrekken van toelichtingen in verband met de opdrachtdocumenten, mits de inhoud van deze mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt overeenkomstig het tweede lid en geen informatie wordt verspreid die niet reeds in de opdrachtdocumenten is aangegeven. Deze documentatie wordt verspreid naar alle belangstellenden toe. § 5. Niettegenstaande paragraaf 1, tweede lid, kan de aanbesteder, indien noodzakelijk, het gebruik van niet-algemeen beschikbare instrumenten en middelen voorschrijven, mits hij passende alternatieve toegangsmiddelen aanbiedt. De Koning bepaalt de gevallen waarbij de aanbesteder geacht wordt passende alternatieve toegangsmiddelen aangeboden te hebben. § 6. Bij elke mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zorgt de aanbesteder ervoor dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de offertes en aanvragen tot deelneming gewaarborgd zijn. Hij neemt pas na het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennis van de inhoud van de offertes en aanvragen tot deelneming. § 7. De gebruikte instrumenten en middelen voor de elektronische ontvangst van offertes, aanvragen tot deelneming en plannen en ontwerpen bij prijsvragen, hierna de "elektronische platformen" genoemd, moeten door passende technische voorzieningen en procedures ten minste de waarborg bieden dat : 1° het exacte tijdstip en de exacte datum van ontvangst van de offertes, van de aanvragen tot deelneming, van de overlegging van de plannen en ontwerpen precies kunnen worden vastgesteld;2° redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de opgegeven uiterste data toegang kan hebben tot de op grond van onderhavige eisen verstrekte informatie;3° alleen de gemachtigde personen de data voor openbaarmaking van de ontvangen gegevens kunnen vaststellen of wijzigen;4° tijdens de verschillende fasen van de plaatsing, de uitvoering of van de prijsvraag alleen de gemachtigde personen toegang hebben tot de verstrekte gegevens of tot een gedeelte daarvan;5° alleen de gemachtigde personen toegang tot de verstrekte gegevens kunnen geven, en dit slechts na de opgegeven datum;6° de met toepassing van de onderhavige eisen ontvangen en geopende gegevens slechts toegankelijk blijven voor de tot inzage gemachtigde personen;7° bij een inbreuk op de bepalingen onder 2°, 3°, 4°, 5° of 6° bedoelde toegangsverboden of -voorwaarden, of een poging daartoe, redelijkerwijs kan worden gewaarborgd dat de inbreuk of de poging daartoe zonder problemen kan worden opgespoord. De belanghebbende partijen moeten bovendien kunnen beschikken over gegevens betreffende de specificaties voor de elektronische indiening van offertes en aanvragen tot deelneming, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten. Deze paragraaf is niet van toepassing in de gevallen bedoeld in de paragrafen 2 en 3. De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels die van toepassing zijn op de elektronische platformen, met inbegrip van de vereiste veiligheidsniveaus voor het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen die in de verschillende fasen van de specifieke plaatsingsprocedure worden gebruikt. Dit niveau moet in verhouding staan tot de risico's. Voorbehouden opdrachten Art. 15.Een aanbesteder kan, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de toegang tot de plaatsingsprocedure voorbehouden aan sociale werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot doel hebben, of de uitvoering van deze opdrachten voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid, mits ten minste dertig procent van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma's gehandicapte of kansarme werknemers zijn. In de aankondiging van een opdracht of, bij ontstentenis daarvan, een ander opdrachtdocument, wordt het in het eerste lid bedoelde voorbehoud vermeld met verwijzing naar onderhavig artikel. De aanbesteder kan verwijzen naar een werkplaats, een ondernemer of een programma dat overeenstemt met de in een decreet of ordonnantie gebruikte terminologie en vastgelegde voorwaarden. Echter moet hij werkplaatsen, ondernemers en programma's aanvaarden die beantwoorden aan gelijkwaardige voorwaarden. Raming van de waarde van de opdracht Art. 16.De waarde van de opdracht moet worden geraamd. De Koning bepaalt de regels volgens de welke de raming van de waarde van de opdracht gebeurt. Behoudens andersluidende bepaling moet elk bedrag in onderhavige wet begrepen worden als een bedrag zonder belasting op de toegevoegde waarde. TITEL 2. - Overheidsopdrachten in de klassieke sectoren HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied Afdeling 1. - Toepassingsgebied ratione personae Toepassingsgebied ratione personae - Algemeen Art. 17.Deze titel is van toepassing op de aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 2, 1°. Een niet-limitatieve lijst van de personen bedoeld in artikel 2, 1°, c), wordt door de Koning opgesteld. Gesubsidieerde opdrachten Art. 18.Een persoon die niet aan de voorwaarden van artikel 2, 1°, voldoet, is onderworpen aan de bepalingen van titel 1 en titel 2, hoofdstukken 1 tot 5, voor de opdrachten die hij plaatst wanneer de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn : 1° het geraamde opdrachtbedrag is gelijk aan of hoger dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;2° de opdracht wordt voor meer dan vijftig percent rechtstreeks gesubsidieerd door een aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 2, 1° ;3° de opdracht betreft : a) hetzij werken van civieltechnische aard, zoals vermeld in bijlage I of werken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming;b) hetzij diensten die met de in a) vermelde werken of werk zijn verbonden. De aanbestedende overheid die bovenvermelde subsidies verstrekt, ziet toe op de naleving van de bepalingen van deze wet, wanneer zij de gesubsidieerde opdrachten niet zelf gunt of wanneer zij die gunt in naam en voor rekening van andere entiteiten. Deze bepaling doet geen afbreuk aan elke bepaling of beslissing die de naleving van de bepalingen van deze wet zou opleggen. Afdeling 2. - Toepassingsgebied ratione materiae Onderafdeling 1. - Algemene bepaling Toepassingsgebied ratione materiae - Algemeen Art. 19.Deze titel is van toepassing op de in artikel 2, 17° tot 21°, omschreven overheidsopdrachten, alsook op de in artikel 2, 31°, omschreven prijsvragen en de in artikel 2, 35°, omschreven raamovereenkomsten. Behoudens andersluidende bepaling zijn de bepalingen van deze titel van toepassing op de opdrachten lager dan, gelijk aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking. De Koning is gemachtigd om bepaalde bedragen in functie van de herzieningen voorzien in de Europese richtlijnen en die de waarde aangeven van de drempels waarvan sprake in deze richtlijnen aan te passen. Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdrachten ook de raamovereenkomst en de prijsvragen. Onderafdeling 2. - Gemengde opdrachten Gemengde opdrachten die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is Art. 20.Opdrachten die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is worden geplaatst overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het type van opdracht dat het hoofdvoorwerp van de opdracht in kwestie vormt. Bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op diensten als op leveringen of bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op de in hoofdstuk 6, bedoelde sociale en andere specifieke diensten als op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald op basis van de hoogste waarde van de geraamde waarden van de respectieve leveringen of diensten. Een overheidsopdracht die betrekking heeft op het leveren van producten of het verrichten van diensten en in bijkomende orde op plaatsings- en installatiewerkzaamheden, wordt als een overheidsopdracht voor leveringen, respectievelijk een opdracht voor diensten beschouwd. Gemengde opdrachten die betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, alsook op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen Art. 21.§ 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen. § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, wordt het toepasselijke juridische kader bepaald door het hoofdvoorwerp van die opdracht. § 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende overheid beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen of daarentegen één enkele opdracht te plaatsen. Wanneer de aanbestedende overheid beslist voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke onderdeel in kwestie. Wanneer de aanbestedende overheid beslist één enkele opdracht te plaatsen en tenzij in artikel 24 anders is bepaald, is deze titel van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een ander juridisch kader zouden vallen en ongeacht het juridisch kader dat anders voor die onderdelen had gegolden. In het geval van een gemengde opdracht die elementen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten die onder deze titel vallen, alsook elementen van concessies omvat, wordt de gemengde opdracht geplaatst overeenkomstig deze titel. Gemengde opdrachten die betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, alsook op opdrachten die onder titel 3 vallen Art. 22.Wanneer een opdracht zowel betrekking heeft op opdrachten waarop deze titel van toepassing is als op opdrachten voor de uitoefening van een activiteit waarop titel 3 van toepassing is, worden de toepasselijke regels, niettegenstaande artikel 21, § 2, bepaald overeenkomstig de artikelen 103 tot 105. Gemengde opdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn - verwijzing naar artikel 24 Art. 23.Wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht onderworpen is aan de titels 2 of 3 of aan titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, is artikel 24 van toepassing. Gemengde opdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn Art. 24.§ 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten waarop Artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid. § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, kan de opdracht overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst indien zij elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk. Wanneer de opdracht in datzelfde geval geen elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die geen betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk, kan zij overeenkomstig de titels 2 en 3 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst. § 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende overheid beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, of om één enkele opdracht te plaatsen. Wanneer de aanbestedende overheid beslist om voor afzonderlijke delen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke deel in kwestie. Wanneer de aanbestedende overheid beslist één opdracht te plaatsen, gelden de volgende criteria om de toepasselijke juridische regeling te bepalen : 1° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de voormelde titel, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is;2° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht overeenkomstig de voormelde titels worden geplaatst, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is.Deze bepaling geldt onverminderd de drempels en uitzonderingen van die wet. De beslissing om één enkele opdracht te plaatsen mag evenwel niet zijn ingegeven door het oogmerk opdrachten aan de toepassing van de onderhavige wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid te onttrekken. Wanneer bij de toepassing van het derde lid de voorwaarden van zowel 1° als 2° zijn vervuld, is de bepaling onder 1° van toepassing. Onderafdeling 3. - Uitsluitingen Opdrachten geplaatst in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten Art. 25.Deze titel is niet van toepassing op overheidsopdrachten die, in het kader van titel 3, worden geplaatst door een aanbestedende overheid die een of meer van de in de artikelen 96 tot 102 van die titel bedoelde activiteiten uitoefent en die geplaatst worden voor de uitvoering van die activiteiten, noch op overheidsopdrachten die, op grond van de artikelen 109, 111 en 116 van die titel, uitgesloten zijn van het toepassingsgebied ervan, noch, indien geplaatst door een aanbestedende overheid die postdiensten als bedoeld in artikel 101, § 2, 2°, van die titel verleent, op opdrachten geplaatst voor de uitvoering van de volgende activiteiten : 1° diensten met een toegevoegde waarde die verband houden met en volledig worden geleverd via elektronische middelen, met inbegrip van de beveiligde overdracht van gecodeerde documenten via elektronische middelen, adresbeheerdiensten en het doorzenden van geregistreerde elektronische post;2° financiële diensten die vallen onder de CPV-codes met referentienummers 66100000-1 tot en met 66720000-3 en onder artikel 28, § 1, eerste lid, 5°, met inbegrip van met name postoverschrijvingen en overdrachten vanuit lopende postrekeningen;3° filateliediensten;of 4° logistieke diensten, meer bepaald diensten waarbij fysieke levering en/of opslag gecombineerd worden met niet-postale diensten. Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische communicatie Art. 26.De overheidsopdrachten die hoofdzakelijk tot doel hebben de aanbestedende overheid in staat te stellen openbare communicatienetwerken beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek één of meer elektronische communicatiediensten te verlenen, vallen niet onder de toepassing van deze titel. Overheidsopdrachten geplaatst op grond van internationale voorschriften Art. 27.Vallen niet onder de toepassing van deze wet, onverminderd artikel 34 : 1° de overheidsopdrachten die de aanbestedende overheid verplicht is te plaatsen overeenkomstig andere plaatsingsprocedures dan die van deze wet, en waarin is voorzien bij : a) een overeenkomstig de Europese Verdragen tot stand gekomen juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen schept, zoals een internationale overeenkomst tussen een lidstaat en één of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten.De aanbestedende overheden melden alle bovenvermelde juridische instrumenten aan het in artikel 162, § 2, bedoelde aanspreekpunt; b) een internationale organisatie;2° de overheidsopdrachten, die de aanbestedende overheid plaatst volgens de plaatsingsregels van een internationale organisatie of een internationale financiële instelling, waarbij de betrokken overheidsopdrachten volledig door die organisatie of instelling worden gefinancierd. Wat betreft de overheidsopdrachten die voor meer dan de helft door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden gefinancierd, komen de partijen overeen welke plaatsingsprocedure worden toegepast. Specifieke uitsluitingen voor opdrachten voor diensten Art. 28.§ 1. Vallen niet onder de toepassing van deze wet, onder voorbehoud van paragraaf 2, de overheidsopdrachten voor diensten betreffende : 1° de verwerving of huur, ongeacht de financiële voorwaarden ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of betreffende rechten hierop;2° de aankoop, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal bestemd voor audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, die worden geplaatst door aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, of opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten;3° arbitrage- en bemiddelingsdiensten;4° een van de volgende juridische diensten : a) de vertegenwoordiging in rechte van een cliënt door een advocaat als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten, en dit in het kader van : i een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat, een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelings-instantie, of ii een procedure voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat of een derde land of voor een internationale rechter of instantie;b) juridisch advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures als bedoeld in de bepaling order a), of indien er concrete aanwijzingen z …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.