📄 Wettekst
20 JULI 2004. - Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet heeft inzonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van Richtlijn 2001/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen, en de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), betreffende beleggingen van icbe's. Art. 3.Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder : 1° « openbaar aanbod » : a) elk openbaar aanbod tot verkoop, elke openbare verkoop of elk openbaar aanbod tot inschrijving;b) de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is;c) onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, elk openbaar voorstel of reclame om informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken, in verband met al dan niet reeds gecreëerde effecten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een al dan niet openbaar aanbod, tenzij deze informatie of raad slaat op effecten die in België regelmatig openbaar werden of worden aangeboden of waarvan vaststaat dat ze in België regelmatig openbaar zullen worden aangeboden;2° « bieder » : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het openbaar aanbod betreft als bedoeld in artikel 3, 1°, b), een aanvraag indient om toelating tot de verhandeling;3° « effecten van een instelling voor collectieve belegging » : a) de rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging, en b) de overige financiële instrumenten die een instelling voor collectieve belegging in voorkomend geval gerechtigd is uit te geven, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd conform artikel 7;4° « rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging » : a) de aandelen van een beleggingsvennootschap, en b) de effecten ter vertegenwoordiging van de onverdeelde rechten in een gemeenschappelijk beleggingsfonds;5° « deelnemers » : de houders van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging;6° « georganiseerde markt » : een secundaire markt voor financiële instrumenten die georganiseerd is door een marktonderneming waarvan de maatschappelijke zetel in België of in het buitenland gevestigd is;7° « gereglementeerde markt » : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 2, 3°, 5° of 6° van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten;8° « collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging » : de uitoefening door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging, ongeacht of zij door de betrokken vennootschap worden verricht in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging, of op grond van een lastgevingsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst afgesloten met een instelling voor collectieve belegging conform artikel 41;9° « beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging » : a) het beheer van de beleggingsportefeuille van de instelling voor collectieve belegging;b) de administratie van de instelling voor collectieve belegging, waaronder : i) de werkzaamheden van boekhoudkundig beheer van de instelling voor collectieve belegging, waaronder het opmaken en openbaar maken van de jaarrekening; ii) het op verzoek verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers in de instelling voor collectieve belegging; iii) de waardering van de portefeuille en de bepaling van de waarde van de effecten van de instelling voor collectieve belegging (met inbegrip van de fiscale aspecten); iv) het toezicht op de naleving van de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor de instelling voor collectieve belegging; v) het bijhouden van het register van de houders van effecten op naam; vi) de bestemming van de inkomsten voor de verschillende categorieën van effecten en types van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging; vii) de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging; viii) de afwikkeling van de contracten, met inbegrip van de verzending van de effecten van de instelling voor collectieve belegging; ix) de registratie van de verrichtingen en de bewaring van de desbetreffende stukken; c) de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging;10° « beleggingsdiensten » : a) individueel portefeuillebeheer : het per cliënt op discretionaire basis beheren van beleggingsportefeuilles op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voorzover die portefeuilles een of meer financiële instrumenten bevatten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten;b) beleggingsadvies voor een of meer financiële instrumenten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten;11° « beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging » : de beheervennootschap die het beheer waarneemt van een gemeenschappelijk beleggingsfonds conform artikel 11, § 1, of de beheervennootschap die is aangesteld door een beleggingsvennootschap conform artikel 43;12° « instelling voor collectieve belegging beheerd door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : tenzij anders is bepaald, een instelling voor collectieve belegging waarvoor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheertaken uitoefent als bedoeld in artikel 3, 9°, hetzij in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die is aangesteld door de instelling voor collectieve belegging, hetzij op grond van een lastgevingsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst die is afgesloten met de instelling voor collectieve belegging;13° « cliënten van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : de beleggers, inclusief de voorzorgsinstellingen als bedoeld in artikel 2, § 3, 6°, van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, waarvoor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beleggingsdiensten van individueel portefeuillebeheer verricht of beleggingsadvies verstrekt;14° « verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging » : het openbaar aanbod tot verkoop van, de openbare verkoop van of het openbaar aanbod tot inschrijving op effecten van instellingen voor collectieve belegging voor rekening van een instelling voor collectieve belegging, waaronder het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging;15° « eigen vermogen » : het eigen vermogen in de zin van de definitie vervat in het reglement genomen ter uitvoering van artikel 158;16° « nauwe banden » : a) een situatie waarin een deelnemingsverhouding bestaat, of b) een situatie waarin de ondernemingen, verbonden ondernemingen zijn, of c) een band van dezelfde aard als bedoeld in bovenstaande litterae a) en b) tussen een natuurlijk en een rechtspersoon;17° « controle, deelneming, deelnemingsverhouding, moederonderneming, dochteronderneming en verbonden onderneming » : deze begrippen in de zin van de definitie die ervan is gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 185;18° « bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : een bedrijfszetel die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en die rechtstreeks alle of een deel van de werkzaamheden uitoefent die zijn toegelaten op grond van de vergunning van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;verschillende bedrijfszetels in eenzelfde Staat van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging met maatschappelijke zetel in een andere Staat, worden beschouwd als één enkel bijkantoor; 19° « Lid-Staat van ontvangst van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : de lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van België, op het grondgebied waarvan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht haar werkzaamheden uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten;20° « kredietinstelling » : elke instelling als bedoeld in Titel II tot en met IV van de wet van 22 maart 1993;21° « financiële instelling » : elke onderneming als bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 22 maart 1993;22° « beleggingsonderneming » : elke onderneming als bedoeld in Boek II, Titel II tot en met IV, van de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten;23° « wet van 22 maart 1993 » : de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;24° «
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten » : de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten.inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; 25° «
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten » : de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;26° « Richtlijn 85/611/EEG » : de Richtlijn van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), als gewijzigd door Richtlijn 2001/107/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen, en als gewijzigd bij Richtlijn 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), betreffende beleggingen van icbe's;27° « Richtlijn 93/22/EEG » : de Richtlijn van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten;28° « CBFA » : de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, bedoeld in artikel 44.van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten; 29° « open raadpleging » : de procedure die is vastgelegd in artikel 2, 18°, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten. DEEL II. - INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING BOEK I. - TOEPASSINGSGEBIED Art. 4.De bepalingen van dit deel gelden voor : 1° de hierna opgesomde Belgische instellingen met als doel de collectieve belegging van financiële middelen : a) i) de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland aantrekken via een openbaar aanbod van rechten van deelneming; ii) de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland gedeeltelijk aantrekken via een openbaar aanbod van effecten; hierna « openbare instellingen voor collectieve belegging » genoemd; b) de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekken bij institutionele of professionele beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven, hierna « institutionele instellingen voor collectieve belegging » genoemd;c) de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekken bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de effecten uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers dan wel door andere beleggers in de door de Koning bepaalde omstandigheden, hierna « private instellingen voor collectieve belegging » genoemd;2° de buitenlandse instellingen met als doel de collectieve belegging van financiële middelen, wanneer hun effecten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, worden deze instellingen « instellingen voor collectieve belegging » genoemd. Art. 5.Voor de toepassing van artikel 3, 1°, b), kan de Koning het begrip « publiek » definiëren.
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°, a) en 2°, kan de Koning de criteria vastleggen van het openbaar karakter van de in artikel 3, 1°, bedoelde verrichtingen.
Deze criteria kunnen verschillen naargelang van de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor een instelling voor collectieve belegging kan opteren conform artikel 7.
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°, b), kan de Koning definiëren wat dient te worden verstaan onder institutionele of professionele beleggers.
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°, c), kan de Koning : 1° definiëren wat dient te worden verstaan onder private beleggers;2° vaststellen onder welke voorwaarden en volgens welke regels de private beleggers effecten kunnen overdragen die zijn uitgegeven door een private instelling voor collectieve belegging. BOEK II. - INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING NAAR BELGISCH RECHT TITEL I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht Art. 6.De instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht behoren tot één van de volgende drie categorieën : 1° de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die geregeld zijn bij overeenkomst (gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming) of bij statuten (beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal);2° de instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming die geregeld zijn bij overeenkomst (gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming) of bij statuten (beleggingsvennootschap met vast kapitaal);3° de instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen die geregeld zijn bij overeenkomst (gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen) of bij statuten (vennootschap voor belegging in schuldvorderingen). Art. 7.Elke instelling voor collectieve belegging moet voor de belegging van de financiële middelen die zij inzamelt, opteren voor één van de hierna opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen : 1° beleggingen die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 85/611/EEG;2° financiële instrumenten en liquide middelen;3° grondstoffen, opties en termijncontracten op grondstoffen;4° opties en termijncontracten op effecten, deviezen en beursindexcontracten;5° vastgoed;6° hoogrisicodragend kapitaal;7° schuldvorderingen in het bezit van derden en overgedragen aan de instelling voor collectieve belegging bij een overdrachtsovereenkomst onder de voorwaarden en volgens de regels die door de Koning zijn vastgesteld;8° financiële instrumenten die zijn uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;9° andere door de Koning toegelaten beleggingen. De Koning definieert de in het eerste lid opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen bij besluit genomen na advies van de CBFA. Art. 8.§ 1. De netto-opbrengsten van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van de beleggingsvennootschap worden vastgesteld en uitgekeerd of gekapitaliseerd conform het beheerreglement of de statuten. § 2. Alle deelnemers hebben gelijke rechten; er mogen geen verschillende categorieën van rechten van deelneming worden gecreëerd, tenzij : 1° het beheerreglement of de statuten bepalen dat twee types van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd, waarbij de netto-opbrengst voor het ene type wordt uitgekeerd en voor het andere type wordt gekapitaliseerd;2° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, conform de criteria en voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen na advies van de CBFA, bepalen dat verschillende categorieën van aandelen kunnen worden gecreëerd die in verschillende munten zijn uitgedrukt of waarop verschillende kosten of verschillende provisies van toepassing zijn, met dien verstande dat er geen onderscheid mogelijk is wat de deelname betreft in het resultaat van de portefeuille van de beleggingsvennootschap of van het compartiment;de akte tot vaststelling van het besluit van de raad van bestuur om, met toepassing van een dergelijke statutaire bepaling, een nieuwe categorie van aandelen te creëren, wijzigt de statuten; 3° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal of van een beleggingsvennootschap in schuldvorderingen bepalen dat verschillende categorieën van aandelen kunnen worden gecreëerd overeenkomstig artikel 16 of 26;4° in de statuten van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal verschillende categorieën van aandelen zijn gecreëerd;5° in het beheerreglement van een fonds voor belegging in schuldvorderingen of in de statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, verschillende categorieën van rechten van deelneming zijn gecreëerd.Het reglement of de statuten bepalen de wijze van verdeling over de verschillende categorieën van rechten van deelneming, van de bedragen die betaald zijn door de schuldenaars van schuldvorderingen die de schuldvorderingsportefeuille vormen.
Het reglement of de statuten kunnen in preferente rechten van deelneming voorzien. § 3. De statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen bepalen dat de winst van de vennootschap wordt uitgekeerd of wordt gereserveerd voor latere uitkering of voor de dekking van risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen. Art. 9.Elke instelling voor collectieve belegging wordt bestuurd of beheerd volgens het beginsel van de risicospreiding, in het uitsluitende belang van de houders van effecten die zijn uitgegeven door de instelling voor collectieve belegging en op zodanige wijze dat een autonoom beheer van de instelling is verzekerd.
TITEL II. - Openbare instellingen voor collectieve belegging HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Openbare instellingen voor collectieve belegging
met een veranderlijk aantal rechten van deelneming Art. 10.Onder openbare instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 9°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen worden aangetrokken via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming;3° waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten laste van haar activa worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen gelijkgesteld van de instelling om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die zijn toegelaten tot de verhandeling op een georganiseerde markt, aanzienlijk zou afwijken van de inventariswaarde. Art. 11.§ 1. Onder gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt verstaan, het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers van wie de rechten zijn vertegenwoordigd door op naam of aan toonder gestelde rechten van deelneming of, onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, door gedematerialiseerde rechten van deelneming.
De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet de bepalingen naleven van dit deel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met betrekking tot een gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. Een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt als Belgisch beschouwd wanneer de statutaire zetel en het hoofdbestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in België gevestigd zijn. § 3. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming » of « openbaar open fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam. § 4. De deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn tot de schulden van het fonds slechts gehouden ten belope van het netto-actief van het fonds en pro rata van hun deelneming.
De schuldeisers van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of van de deelnemers hebben geen verhaal op de activa van het fonds die slechts tot waarborg strekken voor schulden, verbintenissen en verplichtingen die in overeenstemming met de doelomschrijving in het beheerreglement ten laste kunnen worden gebracht van de activa van het fonds.
De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging vertegenwoordigt het gemeenschappelijk beleggingsfonds en zijn deelnemers jegens derden en kan, in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in het beheerreglement, de deelnemers in rechte vertegenwoordigen zonder de identiteit van de deelnemers kenbaar te maken. Art. 12.Het beheerreglement bevat de bepalingen waarin het doel van het gemeenschappelijk beleggingsfonds is vastgesteld, de bijzondere beheer- of bestuursregels die hierop van toepassing zijn en de respectieve rechten en plichten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de bewaarder en de deelnemers.
Het beheerreglement mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
Het beheerreglement bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bevoegd is om de stemrechten uit te oefenen die verbonden zijn aan de financiële instrumenten in het gemeenschappelijk beleggingsfonds. Art. 13.§ 1. Ieder jaar moet ten minste één algemene vergadering van de deelnemers van een gemeenschappelijk beleggingsfonds worden gehouden op plaats, dag en uur als vastgelegd in het beheerreglement.
De algemene vergadering hoort het jaarverslag en het verslag van de commissarissen over de jaarrekening en behandelt de jaarrekening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. De algemene vergadering beslist over de goedkeuring van de jaarrekening, inclusief over de bestemming van het resultaat van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. De raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds kunnen een algemene vergadering van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds bijeenroepen.
Zij moeten deze algemene vergadering bijeenroepen : 1° op verzoek van de deelnemers die één vijfde van het bedrag van de in omloop zijnde rechten van deelneming vertegenwoordigen en die het bezit ervan sinds drie maanden kunnen bewijzen, om te beslissen over de vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;2° voor elke beslissing tot wijziging van het beheerreglement, tot wijziging van de categorie van toegelaten beleggingen, tot inbreng van de activa van het gemeenschappelijk beleggingsfonds in een andere instelling voor collectieve belegging of tot vereffening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds;3° telkens als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds in een bijeenroeping van de algemene vergadering van deelnemers voorziet;4° teneinde een bedrijfsrevisor aan te stellen om de functie van commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds waar te nemen conform artikel 83. § 3. De wijze van bijeenroeping, beraadslaging en besluitvorming van de algemene vergadering van deelnemers wordt geregeld in het beheerreglement alsook de terbeschikkingstelling van het jaarverslag, van het verslag van de commissarissen en van de jaarrekening aan de deelnemers van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 4. In de gevallen bedoeld in § 2, tweede lid, kan de algemene vergadering van deelnemers enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen indien de aanwezige deelnemers ten minste de helft vertegenwoordigen van het aantal in omloop zijnde rechten van deelneming.
Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en beraadslaagt en beslist de nieuwe vergadering op geldige wijze ongeacht het aantal rechten van deelneming in omloop dat door de aanwezige deelnemers wordt vertegenwoordigd. Art. 14.Onder beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, « Bevek » genoemd, wordt een instelling voor collectieve belegging verstaan die is opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen en waarvan het kapitaal, zonder wijziging van de statuten, verandert naargelang zij nieuwe aandelen uitgeeft of haar eigen aandelen inkoopt.
Een Bevek mag geen andere werkzaamheden verrichten dan die omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, a), i), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 15.§ 1. De Bevek is onderworpen aan het Wetboek van vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen bevat de naam van de Bevek en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht » of « openbare Bevek naar Belgisch recht » ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 3. Het maatschappelijk kapitaal is steeds gelijk aan de waarde van het netto-actief. Het mag niet minder bedragen dan 1.200.000 euro.
Voor de toepassing van artikel 634 van het Wetboek van vennootschappen wordt onder minimumkapitaal het in deze paragraaf voorgeschreven bedrag verstaan. § 4. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een op de lijst ingeschreven instelling voor collectieve belegging of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in de statuten van de instelling voor collectieve belegging bepaald is dat haar beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex. § 5. De aandelen moeten vanaf de inschrijving zijn volgestort; zij vermelden geen nominale waarde.
Er kunnen geen aandelen worden uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen. § 6. De artikelen 78, 79, eerste lid, 141, 439, 440 tot 443, 445 tot 448, 453, eerste lid, 1°, 458, 460, eerste lid, 463, derde lid, 465, derde lid, 466, vierde lid, 476, 477, 479, 483, 484, 505, 506, 508, 509, 542, 557, 559, 560, 581, 582 tot 590, 592 tot 607, 612 tot 617, 619 tot 628, van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing.
In afwijking van het eerste lid is artikel 560 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing in het in artikel 8, § 2, 2°, bedoelde geval. Art. 16.§ 1. De statuten van de Bevek die heeft geopteerd voor de categorieën van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van aandelen te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van aandelen die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen.
De akte tot vaststelling van het besluit van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van aandelen te creëren, wijzigt de statuten. § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de aandeelhouders, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen. § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX of Boek XI van het Wetboek van vennootschappen naar analogie van toepassing op de compartimenten.
Elk compartiment van een Bevek wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de Bevek. § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. Artikel 528, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing op de overtredingen van deze bepaling.
In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
De regels inzake gerechtelijk akkoord en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijk gerechtelijk akkoord of faillissement van rechtswege het gerechtelijk akkoord of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen. Afdeling II. - Openbare instellingen voor collectieve belegging
met een vast aantal rechten van deelneming Art. 17.Onder openbare instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling voor collectieve belegging : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 2° tot 6° en 9°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen worden aangetrokken via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa. Art. 18.§ 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, en de artikelen 12 en 13. zijn van toepassing op het gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming. § 2. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming » of « openbaar besloten fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam. § 3. Wanneer nieuwe rechten van deelneming worden uitgegeven tegen een inbreng in geld, moeten zij vooraf worden aangeboden aan de houders van eerder uitgegeven rechten van deelneming. Art. 19.Onder beleggingsvennootschap met vast kapitaal, « Bevak » genoemd, wordt een instelling voor collectieve belegging verstaan die is opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen.
Een Bevak mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, a), i), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 20.§ 1. De Bevak is onderworpen aan het Wetboek van vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen bevatten de naam van de Bevak en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht » of « openbare Bevak naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 3. Het maatschappelijk kapitaal mag niet minder bedragen dan 1.200.000 euro. Het moet zijn volgestort. Voor de toepassing van artikel 634 van het Wetboek van vennootschappen wordt onder minimumkapitaal het in deze paragraaf voorgeschreven bedrag verstaan. § 4. De artikelen 439, 440, 448, 477, 559 en 616 van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing. Afdeling III. - Openbare instellingen
voor collectieve belegging in schuldvorderingen Art. 21.Onder openbare instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 7°, overeenkomstig de bepalingen van dit deel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen gedeeltelijk worden aangetrokken via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare effecten;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa. Art. 22.De instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen kan de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen volgens de bij overeenkomst bepaalde nadere regels, opdracht geven de schuldvorderingen te innen en andere taken te verrichten die verband houden met het behoud en de uitvoering van met de schuldvorderingen verbonden accessoire rechten.
Dit doet geen afbreuk aan de delegatie van de in dit lid bedoelde taken door de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen aan een derde entiteit die gespecialiseerd is in dit type van beheer, op voorwaarde dat de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen onderworpen is aan prudentieel toezicht en dat die delegatie in overeenstemming is met de prudentiële regels en normen terzake. De oorspronkelijke overdragers die een institutioneel vergelijkbaar statuut hebben en op organisatorisch vlak homogeen zijn, en die eenzelfde portefeuille van schuldvorderingen tot stand gebracht hebben die toegekend zijn volgens gelijkwaardige criteria, worden voor de toepassing van dit lid als de oorspronkelijke overdrager beschouwd.
In geval een schuldvordering wordt overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, zijn de artikelen 1328 van het Burgerlijk Wetboek en 26 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet en artikel 8 van Hoofdstuk II, Titel I van Boek II van het Wetboek van Koophandel en de artikelen 18 en 20 van de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen, niet van toepassing op deze overdracht. Dezelfde bepalingen zijn niet van toepassing op een inpandgeving van een schuldvordering aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet.
Wanneer schuldvorderingen worden overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, dan verwerft de overnemer door de loutere naleving van de voorschriften van Boek III, Titel VI, Hoofdstuk VIII van het Burgerlijk Wetboek alle rechten in verzekeringsovereenkomsten die de cedent bezit als waarborg voor de overgedragen schuldvorderingen. Een inpandgeving van diezelfde rechten aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen geschiedt door de loutere naleving van de voorschriften van Boek III, Titel XVII van het Burgerlijk Wetboek of van Titel VI, Boek I van het Wetboek van Koophandel. Art. 23.§ 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, artikel 12, eerste en tweede lid, artikel 13 en artikel 18, § 3, zijn van toepassing op de gemeenschappelijke fondsen voor belegging in schuldvorderingen. § 2. Elk gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Art. 24.Onder vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, « VBS » genoemd, wordt een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen verstaan die is opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen.
Een VBS mag geen andere werkzaamheden verrichten dan die omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, a), ii, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 25.§ 1. De VBS is onderworpen aan het Wetboek van vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen, bevatten de naam van de VBS en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare vennootschap voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht » of « openbare VBS naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. § 3. De statuten bepalen het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid mag niet kleiner zijn dan 61.500 euro en moet volgestort zijn.
Het kapitaal van de VBS is veranderlijk voor het gedeelte dat het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal overtreft. Dit gedeelte van het kapitaal kan verminderd worden zonder wijziging van de statuten in functie van de aflossing van de schuldvorderingen volgens de modaliteiten voorzien in de statuten.
Ingeval de vennootschap, binnen de met toepassing van artikel 66 bepaalde grenzen, obligaties heeft uitgegeven of leningen heeft aangegaan, kan een kapitaalvermindering slechts plaatshebben voorzover de obligaties of leningen worden terugbetaald. § 4. De artikelen 439, 440, 441, 448, 477, 559 en 616 van het Wetboek van vennootschappen alsook de artikelen 613 en 614 van het Wetboek van vennootschappen, wat het veranderlijk gedeelte van het kapitaal betreft, zijn niet van toepassing op de VBS. Art. 26.§ 1. De statuten van een VBS kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van aandelen te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. Artikel 560 van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing.
Voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, wordt een openbaar aanbod verricht van de categorie van aandelen die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen en dit onverminderd artikel 21, 2°. Dit lid geldt niet voor de aandelen die het minimumkapitaal, bedoeld in artikel 25, § 3, tweede lid, vertegenwoordigen, op voorwaarde dat voor elk compartiment dat wordt gecreëerd het betrokken gedeelte van het patrimonium mede gefinancierd wordt door financiële middelen die gedeeltelijk worden aangetrokken via een openbaar aanbod van effecten.
De akte tot vaststelling van het besluit van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van aandelen te creëren, wijzigt de statuten. § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de aandeelhouders, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen. § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX of Boek XI van het Wetboek van vennootschappen naar analogie van toepassing op de compartimenten.
Elk compartiment van een VBS wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de VBS. § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. Artikel 528, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing op de overtredingen van deze bepaling.
In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of devereffening van dit compartiment.
De regels inzake gerechtelijk akkoord en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijk gerechtelijk akkoord of faillissement van rechtswege het gerechtelijk akkoord of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen. Art. 27.§ 1. De artikelen 568 tot 580 van het Wetboek van vennootschappen zijn, behoudens andersluidende bepaling in de uitgiftevoorwaarden, van toepassing op de houders van obligaties of andere schuldinstrumenten die zijn uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen.
Wanneer obligaties of andere schuldinstrumenten worden uitgegeven door een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen, worden de verplichtingen waartoe de uitgevende vennootschap of haar raad van bestuur gehouden zijn krachtens de voornoemde artikelen 568 tot 580, opgelegd aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het fonds.
Voor de houders van schuldinstrumenten die behoren tot een zelfde uitgifte of tot een zelfde categorie van schuldinstrumenten kunnen één of meer vertegenwoordigers worden aangesteld op voorwaarde dat de uitgiftevoorwaarden regels bevatten voor de organisatie van de algemene vergaderingen van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Die vertegenwoordigers kunnen alle houders van de schuldinstrumenten van die uitgifte of categorie verbinden en jegens derden of in rechte vertegenwoordigen binnen de grenzen van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd en zij moeten hun bevoegdheid enkel verantwoorden door de voorlegging van de akte waarin ze zijn aangesteld. Zij kunnen in rechte optreden en de houders van de schuldinstrumenten vertegenwoordigen in elk faillissement, gerechtelijk akkoord of analoge procedure zonder de identiteit van de houders van de schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen, te moeten bekendmaken.
Deze vertegenwoordigers oefenen hun bevoegdheden uit in het uitsluitend belang van de houders van schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen en zij zijn hun rekenschap verschuldigd volgens de nadere regels bepaald in de uitgiftevoorwaarden of in de beslissing tot aanstelling.
De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten worden aangesteld, hetzij voor de uitgifte door de emittent, hetzij, indien hun benoeming plaatsvindt na de uitgifte, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Hun bevoegdheden worden vastgelegd in de uitgiftevoorwaarden of, zo niet, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten.
De algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten kan steeds de aanstelling van de vertegenwoordiger(s) herroepen op voorwaarde dat zij terzelfder tijd één of meer andere vertegenwoordigers aanstelt.
Behoudens een strikter beding in de uitgiftevoorwaarden beslist de algemene vergadering bij eenvoudige meerderheid van de vertegenwoordigde schuldinstrumenten.
De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten moeten door de CBFA worden erkend. De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, nadere regels vast voor de erkenning, de bekendmaking van de benoeming, de bevoegdheden en de herroeping van de vertegenwoordigers, de eventuele beperkingen van de bevoegdheden die hun kunnen worden toegekend alsook de vereisten inzake hun onafhankelijkheid ten aanzien van de cedent, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen. § 2. Een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen kan ten behoeve van de houders van de obligaties of schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, § 1, b), van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, die zij heeft uitgegeven of zal uitgeven, schuldvorderingen en andere activa die de instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen heeft verworven of zal verwerven, in pand geven, overeenkomstig de bepalingen van Titel VI van Boek I van het Wetboek van Koophandel.
Behoudens andersluidend beding in de pandovereenkomst strekt het pand zich uit tot de gelden voortgebracht door de verpande schuldvorderingen of ter betaling ervan ontvangen en tot de schuldvorderingen en financiële instrumenten waarin zij worden belegd.
Artikel 17, 3°, van de faillissements
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten is niet van toepassing op wijzigingen, toevoegingen of vervangingen wat betreft het voorwerp van het in deze paragraaf bedoeld pand voorzover dit pand wordt gevestigd vóór of gelijktijdig met de uitgifte van de gewaarborgde schuldinstrumenten en de wijzigingen, toevoegingen en vervangingen geschieden overeenkomstig de bepalingen van de pandovereenkomst of overeenkomstig het tweede lid van deze paragraaf. HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning Afdeling I. - Inschrijving
Art. 28.Iedere instelling voor collectieve belegging die aan de bepalingen van deze Titel is onderworpen, moet zich, alvorens haar werkzaamheden in België aan te vatten, laten inschrijven bij de CBFA. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor collectieve belegging. Art. 29.Bij de inschrijvingsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de CBFA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de CBFA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
De CBFA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag.
De instelling voor collectieve belegging deelt de CBFA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn. Art. 30.De CBFA schrijft de instellingen voor collectieve belegging in, alsook, in voorkomend geval, de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Zij spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen drie maanden na de indiening van een volledig dossier.
De beslissingen omtrent de inschrijving worden binnen vijftien dagen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers.
De aanvragers kunnen beroep instellen conform artikel 122, 20°, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten tegen de door de CBFA krachtens artikel 30 genomen beslissingen tot weigering van inschrijving. Art. 31.De CBFA stelt elk jaar een lijst op van de krachtens deze Titel ingeschreven instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en compartimenten. Deze lijst en alle wijzigingen die er tijdens het jaar in worden aangebracht, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken. Art. 32.Een instelling voor collectieve belegging die voornemens is haar effecten openbaar aan te bieden in een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, stelt de CBFA daarvan vooraf in kennis. Afdeling II. - Inschrijvingsvoorwaarden
Art. 33.Een instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, haar compartimenten worden pas ingeschreven op de lijst van de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en kunnen hun werkzaamheden pas aanvatten indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de CBFA heeft de keuze aanvaard van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of heeft een vergunning verleend aan de beleggingsvennootschap;2° de CBFA heeft het beheerreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging goedgekeurd;3° de CBFA heeft, in voorkomend geval, de keuze aanvaard van de bewaarder van de instelling voor collectieve belegging. De Commissie neemt binnen drie maanden na indiening van een volledig dossier de in het eerste lid bedoelde beslissingen.
De in het eerste lid bedoelde beslissingen worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs.
De instelling voor collectieve belegging kan, conform artikel 122, 21° van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, beroep instellen tegen de krachtens dit artikel genomen beslissingen van de CBFA tot weigering van een vergunning, goedkeuring of aanvaarding.
Onderafdeling I. - Aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds Art. 34.De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds moet zijn erkend conform Deel III van deze wet voor de uitoefening van alle beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°.
Haar statutaire zetel en hoofdbestuur moeten in België gevestigd zijn.
Uit het programma van werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 141 moet blijken dat haar beheerstructuur alsook haar administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie passend zijn voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor het gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft geopteerd. Art. 35.De vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de CBFA. Artikel 33, tweede tot vierde lid, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens dit artikel. Art. 36.De Koning kan bijkomende voorwaarden vaststellen voor de aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, naargelang van de categorieën van toegelaten beleggingen voor de gemeenschappelijke beleggingsfondsen.
Onderafdeling II. - Vergunning als beleggingsvennootschap Art. 37.De beleggingsvennootschap moet het bewijs voorleggen dat is voldaan aan de bepalingen van deze Titel.
Haar statutaire zetel en hoofdbestuur moeten in België gevestigd zijn. Art. 38.De effectieve leiding van de beleggingsvennootschap moet worden toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen; zij moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende ervaring bezitten voor de uitoefening van deze functie conform artikel 9. en rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap geopteerd heeft.
De CBFA dient vooraf in kennis te worden gesteld van de vervanging van deze personen. Art. 39.Personen die worden bedoeld in één van de gevallen als beschreven in de artikelen 1 tot 3, 3bis, §§ 1 en 3, en 3ter van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te o …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.