← België

Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles

Kort samengevat

Deze wet regelt bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles en zet gedeeltelijk Europese richtlijnen om die betrekking hebben op instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's). Het doel is de coördinatie van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor deze instellingen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

20 JULI 2004. - Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles

(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet heeft inzonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van Richtlijn 2001/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe'
  1. s)met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen, en de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), betreffende beleggingen van icbe's. Art. 3.Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder : 1° « openbaar aanbod » :
  2. a)elk openbaar aanbod tot verkoop, elke openbare verkoop of elk openbaar aanbod tot inschrijving;
  3. b)de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is;
  4. c)onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, elk openbaar voorstel of reclame om informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken, in verband met al dan niet reeds gecreëerde effecten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een al dan niet openbaar aanbod, tenzij deze informatie of raad slaat op effecten die in België regelmatig openbaar werden of worden aangeboden of waarvan vaststaat dat ze in België regelmatig openbaar zullen worden aangeboden;2° « bieder » : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het openbaar aanbod betreft als bedoeld in artikel 3, 1°, b), een aanvraag indient om toelating tot de verhandeling;3° « effecten van een instelling voor collectieve belegging » :
  5. a)de rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging, en
  6. b)de overige financiële instrumenten die een instelling voor collectieve belegging in voorkomend geval gerechtigd is uit te geven, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd conform artikel 7;4° « rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging » :
  7. a)de aandelen van een beleggingsvennootschap, en
  8. b)de effecten ter vertegenwoordiging van de onverdeelde rechten in een gemeenschappelijk beleggingsfonds;5° « deelnemers » : de houders van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging;6° « georganiseerde markt » : een secundaire markt voor financiële instrumenten die georganiseerd is door een marktonderneming waarvan de maatschappelijke zetel in België of in het buitenland gevestigd is;7° « gereglementeerde markt » : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 2, 3°, 5° of 6° van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten;8° « collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging » : de uitoefening door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging, ongeacht of zij door de betrokken vennootschap worden verricht in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging, of op grond van een lastgevingsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst afgesloten met een instelling voor collectieve belegging conform artikel 41;9° « beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging » :
  9. a)het beheer van de beleggingsportefeuille van de instelling voor collectieve belegging;
  10. b)de administratie van de instelling voor collectieve belegging, waaronder :
  11. i)de werkzaamheden van boekhoudkundig beheer van de instelling voor collectieve belegging, waaronder het opmaken en openbaar maken van de jaarrekening;
  12. ii)het op verzoek verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers in de instelling voor collectieve belegging; iii) de waardering van de portefeuille en de bepaling van de waarde van de effecten van de instelling voor collectieve belegging (met inbegrip van de fiscale aspecten);
  13. iv)het toezicht op de naleving van de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor de instelling voor collectieve belegging;
  14. v)het bijhouden van het register van de houders van effecten op naam;
  15. vi)de bestemming van de inkomsten voor de verschillende categorieën van effecten en types van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging; vii) de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging; viii) de afwikkeling van de contracten, met inbegrip van de verzending van de effecten van de instelling voor collectieve belegging;
  16. ix)de registratie van de verrichtingen en de bewaring van de desbetreffende stukken;
  17. c)de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging;10° « beleggingsdiensten » :
  18. a)individueel portefeuillebeheer : het per cliënt op discretionaire basis beheren van beleggingsportefeuilles op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voorzover die portefeuilles een of meer financiële instrumenten bevatten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten;
  19. b)beleggingsadvies voor een of meer financiële instrumenten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten;11° « beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging » : de beheervennootschap die het beheer waarneemt van een gemeenschappelijk beleggingsfonds conform artikel 11, § 1, of de beheervennootschap die is aangesteld door een beleggingsvennootschap conform artikel 43;12° « instelling voor collectieve belegging beheerd door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : tenzij anders is bepaald, een instelling voor collectieve belegging waarvoor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheertaken uitoefent als bedoeld in artikel 3, 9°, hetzij in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die is aangesteld door de instelling voor collectieve belegging, hetzij op grond van een lastgevingsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst die is afgesloten met de instelling voor collectieve belegging;13° « cliënten van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : de beleggers, inclusief de voorzorgsinstellingen als bedoeld in artikel 2, § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, waarvoor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beleggingsdiensten van individueel portefeuillebeheer verricht of beleggingsadvies verstrekt;14° « verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging » : het openbaar aanbod tot verkoop van, de openbare verkoop van of het openbaar aanbod tot inschrijving op effecten van instellingen voor collectieve belegging voor rekening van een instelling voor collectieve belegging, waaronder het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging;15° « eigen vermogen » : het eigen vermogen in de zin van de definitie vervat in het reglement genomen ter uitvoering van artikel 158;16° « nauwe banden » :
  20. a)een situatie waarin een deelnemingsverhouding bestaat, of
  21. b)een situatie waarin de ondernemingen, verbonden ondernemingen zijn, of
  22. c)een band van dezelfde aard als bedoeld in bovenstaande litterae
  23. a)en
  24. b)tussen een natuurlijk en een rechtspersoon;17° « controle, deelneming, deelnemingsverhouding, moederonderneming, dochteronderneming en verbonden onderneming » : deze begrippen in de zin van de definitie die ervan is gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 185;18° « bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : een bedrijfszetel die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en die rechtstreeks alle of een deel van de werkzaamheden uitoefent die zijn toegelaten op grond van de vergunning van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;verschillende bedrijfszetels in eenzelfde Staat van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging met maatschappelijke zetel in een andere Staat, worden beschouwd als één enkel bijkantoor; 19° « Lid-Staat van ontvangst van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : de lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van België, op het grondgebied waarvan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht haar werkzaamheden uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten;20° « kredietinstelling » : elke instelling als bedoeld in Titel II tot en met IV van de wet van 22 maart 1993;21° « financiële instelling » : elke onderneming als bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 22 maart 1993;22° « beleggingsonderneming » : elke onderneming als bedoeld in Boek II, Titel II tot en met IV, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;23° « wet van 22 maart 1993 » : de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;24° « wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten » : de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; 25° « wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten » : de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;26° « Richtlijn 85/611/EEG » : de Richtlijn van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), als gewijzigd door Richtlijn 2001/107/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe'
  25. s)met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen, en als gewijzigd bij Richtlijn 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), betreffende beleggingen van icbe's;27° « Richtlijn 93/22/EEG » : de Richtlijn van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten;28° « CBFA » : de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, bedoeld in artikel 44.van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten; 29° « open raadpleging » : de procedure die is vastgelegd in artikel 2, 18°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten. DEEL II. - INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING BOEK I. - TOEPASSINGSGEBIED Art. 4.De bepalingen van dit deel gelden voor : 1° de hierna opgesomde Belgische instellingen met als doel de collectieve belegging van financiële middelen :
  26. a)
  27. i)de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland aantrekken via een openbaar aanbod van rechten van deelneming;
  28. ii)de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland gedeeltelijk aantrekken via een openbaar aanbod van effecten; hierna « openbare instellingen voor collectieve belegging » genoemd;
  29. b)de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekken bij institutionele of professionele beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven, hierna « institutionele instellingen voor collectieve belegging » genoemd;
  30. c)de instellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekken bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de effecten uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers dan wel door andere beleggers in de door de Koning bepaalde omstandigheden, hierna « private instellingen voor collectieve belegging » genoemd;2° de buitenlandse instellingen met als doel de collectieve belegging van financiële middelen, wanneer hun effecten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, worden deze instellingen « instellingen voor collectieve belegging » genoemd. Art. 5.Voor de toepassing van artikel 3, 1°, b), kan de Koning het begrip « publiek » definiëren. Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°,
  31. a)en 2°, kan de Koning de criteria vastleggen van het openbaar karakter van de in artikel 3, 1°, bedoelde verrichtingen. Deze criteria kunnen verschillen naargelang van de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor een instelling voor collectieve belegging kan opteren conform artikel 7. Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°, b), kan de Koning definiëren wat dient te worden verstaan onder institutionele of professionele beleggers. Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°, c), kan de Koning : 1° definiëren wat dient te worden verstaan onder private beleggers;2° vaststellen onder welke voorwaarden en volgens welke regels de private beleggers effecten kunnen overdragen die zijn uitgegeven door een private instelling voor collectieve belegging. BOEK II. - INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING NAAR BELGISCH RECHT TITEL I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht Art. 6.De instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht behoren tot één van de volgende drie categorieën : 1° de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die geregeld zijn bij overeenkomst (gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming) of bij statuten (beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal);2° de instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming die geregeld zijn bij overeenkomst (gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming) of bij statuten (beleggingsvennootschap met vast kapitaal);3° de instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen die geregeld zijn bij overeenkomst (gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen) of bij statuten (vennootschap voor belegging in schuldvorderingen). Art. 7.Elke instelling voor collectieve belegging moet voor de belegging van de financiële middelen die zij inzamelt, opteren voor één van de hierna opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen : 1° beleggingen die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 85/611/EEG;2° financiële instrumenten en liquide middelen;3° grondstoffen, opties en termijncontracten op grondstoffen;4° opties en termijncontracten op effecten, deviezen en beursindexcontracten;5° vastgoed;6° hoogrisicodragend kapitaal;7° schuldvorderingen in het bezit van derden en overgedragen aan de instelling voor collectieve belegging bij een overdrachtsovereenkomst onder de voorwaarden en volgens de regels die door de Koning zijn vastgesteld;8° financiële instrumenten die zijn uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;9° andere door de Koning toegelaten beleggingen. De Koning definieert de in het eerste lid opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen bij besluit genomen na advies van de CBFA. Art. 8.§ 1. De netto-opbrengsten van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van de beleggingsvennootschap worden vastgesteld en uitgekeerd of gekapitaliseerd conform het beheerreglement of de statuten. § 2. Alle deelnemers hebben gelijke rechten; er mogen geen verschillende categorieën van rechten van deelneming worden gecreëerd, tenzij : 1° het beheerreglement of de statuten bepalen dat twee types van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd, waarbij de netto-opbrengst voor het ene type wordt uitgekeerd en voor het andere type wordt gekapitaliseerd;2° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, conform de criteria en voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen na advies van de CBFA, bepalen dat verschillende categorieën van aandelen kunnen worden gecreëerd die in verschillende munten zijn uitgedrukt of waarop verschillende kosten of verschillende provisies van toepassing zijn, met dien verstande dat er geen onderscheid mogelijk is wat de deelname betreft in het resultaat van de portefeuille van de beleggingsvennootschap of van het compartiment;de akte tot vaststelling van het besluit van de raad van bestuur om, met toepassing van een dergelijke statutaire bepaling, een nieuwe categorie van aandelen te creëren, wijzigt de statuten; 3° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal of van een beleggingsvennootschap in schuldvorderingen bepalen dat verschillende categorieën van aandelen kunnen worden gecreëerd overeenkomstig artikel 16 of 26;4° in de statuten van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal verschillende categorieën van aandelen zijn gecreëerd;5° in het beheerreglement van een fonds voor belegging in schuldvorderingen of in de statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, verschillende categorieën van rechten van deelneming zijn gecreëerd.Het reglement of de statuten bepalen de wijze van verdeling over de verschillende categorieën van rechten van deelneming, van de bedragen die betaald zijn door de schuldenaars van schuldvorderingen die de schuldvorderingsportefeuille vormen. Het reglement of de statuten kunnen in preferente rechten van deelneming voorzien. § 3. De statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen bepalen dat de winst van de vennootschap wordt uitgekeerd of wordt gereserveerd voor latere uitkering of voor de dekking van risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen. Art. 9.Elke instelling voor collectieve belegging wordt bestuurd of beheerd volgens het beginsel van de risicospreiding, in het uitsluitende belang van de houders van effecten die zijn uitgegeven door de instelling voor collectieve belegging en op zodanige wijze dat een autonoom beheer van de instelling is verzekerd. TITEL II. - Openbare instellingen voor collectieve belegging HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming Art. 10.Onder openbare instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 9°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen worden aangetrokken via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming;3° waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten laste van haar activa worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen gelijkgesteld van de instelling om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die zijn toegelaten tot de verhandeling op een georganiseerde markt, aanzienlijk zou afwijken van de inventariswaarde. Art. 11.§ 1. Onder gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt verstaan, het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers van wie de rechten zijn vertegenwoordigd door op naam of aan toonder gestelde rechten van deelneming of, onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, door gedematerialiseerde rechten van deelneming. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet de bepalingen naleven van dit deel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met betrekking tot een gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. Een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt als Belgisch beschouwd wanneer de statutaire zetel en het hoofdbestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in België gevestigd zijn. § 3. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming » of « openbaar open fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam. § 4. De deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn tot de schulden van het fonds slechts gehouden ten belope van het netto-actief van het fonds en pro rata van hun deelneming. De schuldeisers van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of van de deelnemers hebben geen verhaal op de activa van het fonds die slechts tot waarborg strekken voor schulden, verbintenissen en verplichtingen die in overeenstemming met de doelomschrijving in het beheerreglement ten laste kunnen worden gebracht van de activa van het fonds. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging vertegenwoordigt het gemeenschappelijk beleggingsfonds en zijn deelnemers jegens derden en kan, in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in het beheerreglement, de deelnemers in rechte vertegenwoordigen zonder de identiteit van de deelnemers kenbaar te maken. Art. 12.Het beheerreglement bevat de bepalingen waarin het doel van het gemeenschappelijk beleggingsfonds is vastgesteld, de bijzondere beheer- of bestuursregels die hierop van toepassing zijn en de respectieve rechten en plichten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de bewaarder en de deelnemers. Het beheerreglement mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers. Het beheerreglement bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bevoegd is om de stemrechten uit te oefenen die verbonden zijn aan de financiële instrumenten in het gemeenschappelijk beleggingsfonds. Art. 13.§ 1. Ieder jaar moet ten minste één algemene vergadering van de deelnemers van een gemeenschappelijk beleggingsfonds worden gehouden op plaats, dag en uur als vastgelegd in het beheerreglement. De algemene vergadering hoort het jaarverslag en het verslag van de commissarissen over de jaarrekening en behandelt de jaarrekening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. De algemene vergadering beslist over de goedkeuring van de jaarrekening, inclusief over de bestemming van het resultaat van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. De raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds kunnen een algemene vergadering van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds bijeenroepen. Zij moeten deze algemene vergadering bijeenroepen : 1° op verzoek van de deelnemers die één vijfde van het bedrag van de in omloop zijnde rechten van deelneming vertegenwoordigen en die het bezit ervan sinds drie maanden kunnen bewijzen, om te beslissen over de vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;2° voor elke beslissing tot wijziging van het beheerreglement, tot wijziging van de categorie van toegelaten beleggingen, tot inbreng van de activa van het gemeenschappelijk beleggingsfonds in een andere instelling voor collectieve belegging of tot vereffening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds;3° telkens als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds in een bijeenroeping van de algemene vergadering van deelnemers voorziet;4° teneinde een bedrijfsrevisor aan te stellen om de functie van commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds waar te nemen conform artikel 83. § 3. De wijze van bijeenroeping, beraadslaging en besluitvorming van de algemene vergadering van deelnemers wordt geregeld in het beheerreglement alsook de terbeschikkingstelling van het jaarverslag, van het verslag van de commissarissen en van de jaarrekening aan de deelnemers van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 4. In de gevallen bedoeld in § 2, tweede lid, kan de algemene vergadering van deelnemers enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen indien de aanwezige deelnemers ten minste de helft vertegenwoordigen van het aantal in omloop zijnde rechten van deelneming. Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en beraadslaagt en beslist de nieuwe vergadering op geldige wijze ongeacht het aantal rechten van deelneming in omloop dat door de aanwezige deelnemers wordt vertegenwoordigd. Art. 14.Onder beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, « Bevek » genoemd, wordt een instelling voor collectieve belegging verstaan die is opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen en waarvan het kapitaal, zonder wijziging van de statuten, verandert naargelang zij nieuwe aandelen uitgeeft of haar eigen aandelen inkoopt. Een Bevek mag geen andere werkzaamheden verrichten dan die omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, a), i), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 15.§ 1. De Bevek is onderworpen aan het Wetboek van vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen bevat de naam van de Bevek en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht » of « openbare Bevek naar Belgisch recht » ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 3. Het maatschappelijk kapitaal is steeds gelijk aan de waarde van het netto-actief. Het mag niet minder bedragen dan 1.200.000 euro. Voor de toepassing van artikel 634 van het Wetboek van vennootschappen wordt onder minimumkapitaal het in deze paragraaf voorgeschreven bedrag verstaan. § 4. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een op de lijst ingeschreven instelling voor collectieve belegging of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in de statuten van de instelling voor collectieve belegging bepaald is dat haar beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex. § 5. De aandelen moeten vanaf de inschrijving zijn volgestort; zij vermelden geen nominale waarde. Er kunnen geen aandelen worden uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen. § 6. De artikelen 78, 79, eerste lid, 141, 439, 440 tot 443, 445 tot 448, 453, eerste lid, 1°, 458, 460, eerste lid, 463, derde lid, 465, derde lid, 466, vierde lid, 476, 477, 479, 483, 484, 505, 506, 508, 509, 542, 557, 559, 560, 581, 582 tot 590, 592 tot 607, 612 tot 617, 619 tot 628, van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing. In afwijking van het eerste lid is artikel 560 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing in het in artikel 8, § 2, 2°, bedoelde geval. Art. 16.§ 1. De statuten van de Bevek die heeft geopteerd voor de categorieën van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van aandelen te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van aandelen die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen. De akte tot vaststelling van het besluit van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van aandelen te creëren, wijzigt de statuten. § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de aandeelhouders, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen. § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX of Boek XI van het Wetboek van vennootschappen naar analogie van toepassing op de compartimenten. Elk compartiment van een Bevek wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de Bevek. § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment. Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. Artikel 528, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing op de overtredingen van deze bepaling. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment. De regels inzake gerechtelijk akkoord en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijk gerechtelijk akkoord of faillissement van rechtswege het gerechtelijk akkoord of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen. Afdeling II. - Openbare instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming Art. 17.Onder openbare instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling voor collectieve belegging : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 2° tot 6° en 9°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen worden aangetrokken via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa. Art. 18.§ 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, en de artikelen 12 en 13. zijn van toepassing op het gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming. § 2. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming » of « openbaar besloten fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam. § 3. Wanneer nieuwe rechten van deelneming worden uitgegeven tegen een inbreng in geld, moeten zij vooraf worden aangeboden aan de houders van eerder uitgegeven rechten van deelneming. Art. 19.Onder beleggingsvennootschap met vast kapitaal, « Bevak » genoemd, wordt een instelling voor collectieve belegging verstaan die is opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen. Een Bevak mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, a), i), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 20.§ 1. De Bevak is onderworpen aan het Wetboek van vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen bevatten de naam van de Bevak en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht » of « openbare Bevak naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 3. Het maatschappelijk kapitaal mag niet minder bedragen dan 1.200.000 euro. Het moet zijn volgestort. Voor de toepassing van artikel 634 van het Wetboek van vennootschappen wordt onder minimumkapitaal het in deze paragraaf voorgeschreven bedrag verstaan. § 4. De artikelen 439, 440, 448, 477, 559 en 616 van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing. Afdeling III. - Openbare instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen Art. 21.Onder openbare instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 7°, overeenkomstig de bepalingen van dit deel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen gedeeltelijk worden aangetrokken via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare effecten;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa. Art. 22.De instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen kan de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen volgens de bij overeenkomst bepaalde nadere regels, opdracht geven de schuldvorderingen te innen en andere taken te verrichten die verband houden met het behoud en de uitvoering van met de schuldvorderingen verbonden accessoire rechten. Dit doet geen afbreuk aan de delegatie van de in dit lid bedoelde taken door de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen aan een derde entiteit die gespecialiseerd is in dit type van beheer, op voorwaarde dat de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen onderworpen is aan prudentieel toezicht en dat die delegatie in overeenstemming is met de prudentiële regels en normen terzake. De oorspronkelijke overdragers die een institutioneel vergelijkbaar statuut hebben en op organisatorisch vlak homogeen zijn, en die eenzelfde portefeuille van schuldvorderingen tot stand gebracht hebben die toegekend zijn volgens gelijkwaardige criteria, worden voor de toepassing van dit lid als de oorspronkelijke overdrager beschouwd. In geval een schuldvordering wordt overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, zijn de artikelen 1328 van het Burgerlijk Wetboek en 26 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet en artikel 8 van Hoofdstuk II, Titel I van Boek II van het Wetboek van Koophandel en de artikelen 18 en 20 van de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen, niet van toepassing op deze overdracht. Dezelfde bepalingen zijn niet van toepassing op een inpandgeving van een schuldvordering aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet. Wanneer schuldvorderingen worden overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, dan verwerft de overnemer door de loutere naleving van de voorschriften van Boek III, Titel VI, Hoofdstuk VIII van het Burgerlijk Wetboek alle rechten in verzekeringsovereenkomsten die de cedent bezit als waarborg voor de overgedragen schuldvorderingen. Een inpandgeving van diezelfde rechten aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen geschiedt door de loutere naleving van de voorschriften van Boek III, Titel XVII van het Burgerlijk Wetboek of van Titel VI, Boek I van het Wetboek van Koophandel. Art. 23.§ 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, artikel 12, eerste en tweede lid, artikel 13 en artikel 18, § 3, zijn van toepassing op de gemeenschappelijke fondsen voor belegging in schuldvorderingen. § 2. Elk gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Art. 24.Onder vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, « VBS » genoemd, wordt een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen verstaan die is opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen. Een VBS mag geen andere werkzaamheden verrichten dan die omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, a), ii, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 25.§ 1. De VBS is onderworpen aan het Wetboek van vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen, bevatten de naam van de VBS en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare vennootschap voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht » of « openbare VBS naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. § 3. De statuten bepalen het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal. Het bedrag bedoeld in het eerste lid mag niet kleiner zijn dan 61.500 euro en moet volgestort zijn. Het kapitaal van de VBS is veranderlijk voor het gedeelte dat het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal overtreft. Dit gedeelte van het kapitaal kan verminderd worden zonder wijziging van de statuten in functie van de aflossing van de schuldvorderingen volgens de modaliteiten voorzien in de statuten. Ingeval de vennootschap, binnen de met toepassing van artikel 66 bepaalde grenzen, obligaties heeft uitgegeven of leningen heeft aangegaan, kan een kapitaalvermindering slechts plaatshebben voorzover de obligaties of leningen worden terugbetaald. § 4. De artikelen 439, 440, 441, 448, 477, 559 en 616 van het Wetboek van vennootschappen alsook de artikelen 613 en 614 van het Wetboek van vennootschappen, wat het veranderlijk gedeelte van het kapitaal betreft, zijn niet van toepassing op de VBS. Art. 26.§ 1. De statuten van een VBS kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van aandelen te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. Artikel 560 van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing. Voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, wordt een openbaar aanbod verricht van de categorie van aandelen die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen en dit onverminderd artikel 21, 2°. Dit lid geldt niet voor de aandelen die het minimumkapitaal, bedoeld in artikel 25, § 3, tweede lid, vertegenwoordigen, op voorwaarde dat voor elk compartiment dat wordt gecreëerd het betrokken gedeelte van het patrimonium mede gefinancierd wordt door financiële middelen die gedeeltelijk worden aangetrokken via een openbaar aanbod van effecten. De akte tot vaststelling van het besluit van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van aandelen te creëren, wijzigt de statuten. § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de aandeelhouders, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen. § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX of Boek XI van het Wetboek van vennootschappen naar analogie van toepassing op de compartimenten. Elk compartiment van een VBS wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de VBS. § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment. Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. Artikel 528, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing op de overtredingen van deze bepaling. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of devereffening van dit compartiment. De regels inzake gerechtelijk akkoord en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijk gerechtelijk akkoord of faillissement van rechtswege het gerechtelijk akkoord of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen. Art. 27.§ 1. De artikelen 568 tot 580 van het Wetboek van vennootschappen zijn, behoudens andersluidende bepaling in de uitgiftevoorwaarden, van toepassing op de houders van obligaties of andere schuldinstrumenten die zijn uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Wanneer obligaties of andere schuldinstrumenten worden uitgegeven door een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen, worden de verplichtingen waartoe de uitgevende vennootschap of haar raad van bestuur gehouden zijn krachtens de voornoemde artikelen 568 tot 580, opgelegd aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het fonds. Voor de houders van schuldinstrumenten die behoren tot een zelfde uitgifte of tot een zelfde categorie van schuldinstrumenten kunnen één of meer vertegenwoordigers worden aangesteld op voorwaarde dat de uitgiftevoorwaarden regels bevatten voor de organisatie van de algemene vergaderingen van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Die vertegenwoordigers kunnen alle houders van de schuldinstrumenten van die uitgifte of categorie verbinden en jegens derden of in rechte vertegenwoordigen binnen de grenzen van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd en zij moeten hun bevoegdheid enkel verantwoorden door de voorlegging van de akte waarin ze zijn aangesteld. Zij kunnen in rechte optreden en de houders van de schuldinstrumenten vertegenwoordigen in elk faillissement, gerechtelijk akkoord of analoge procedure zonder de identiteit van de houders van de schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen, te moeten bekendmaken. Deze vertegenwoordigers oefenen hun bevoegdheden uit in het uitsluitend belang van de houders van schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen en zij zijn hun rekenschap verschuldigd volgens de nadere regels bepaald in de uitgiftevoorwaarden of in de beslissing tot aanstelling. De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten worden aangesteld, hetzij voor de uitgifte door de emittent, hetzij, indien hun benoeming plaatsvindt na de uitgifte, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Hun bevoegdheden worden vastgelegd in de uitgiftevoorwaarden of, zo niet, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. De algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten kan steeds de aanstelling van de vertegenwoordiger(
  32. s)herroepen op voorwaarde dat zij terzelfder tijd één of meer andere vertegenwoordigers aanstelt. Behoudens een strikter beding in de uitgiftevoorwaarden beslist de algemene vergadering bij eenvoudige meerderheid van de vertegenwoordigde schuldinstrumenten. De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten moeten door de CBFA worden erkend. De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, nadere regels vast voor de erkenning, de bekendmaking van de benoeming, de bevoegdheden en de herroeping van de vertegenwoordigers, de eventuele beperkingen van de bevoegdheden die hun kunnen worden toegekend alsook de vereisten inzake hun onafhankelijkheid ten aanzien van de cedent, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen. § 2. Een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen kan ten behoeve van de houders van de obligaties of schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, § 1, b), van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, die zij heeft uitgegeven of zal uitgeven, schuldvorderingen en andere activa die de instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen heeft verworven of zal verwerven, in pand geven, overeenkomstig de bepalingen van Titel VI van Boek I van het Wetboek van Koophandel. Behoudens andersluidend beding in de pandovereenkomst strekt het pand zich uit tot de gelden voortgebracht door de verpande schuldvorderingen of ter betaling ervan ontvangen en tot de schuldvorderingen en financiële instrumenten waarin zij worden belegd. Artikel 17, 3°, van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten is niet van toepassing op wijzigingen, toevoegingen of vervangingen wat betreft het voorwerp van het in deze paragraaf bedoeld pand voorzover dit pand wordt gevestigd vóór of gelijktijdig met de uitgifte van de gewaarborgde schuldinstrumenten en de wijzigingen, toevoegingen en vervangingen geschieden overeenkomstig de bepalingen van de pandovereenkomst of overeenkomstig het tweede lid van deze paragraaf. HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning Afdeling I. - Inschrijving Art. 28.Iedere instelling voor collectieve belegging die aan de bepalingen van deze Titel is onderworpen, moet zich, alvorens haar werkzaamheden in België aan te vatten, laten inschrijven bij de CBFA. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor collectieve belegging. Art. 29.Bij de inschrijvingsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de CBFA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de CBFA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De CBFA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag. De instelling voor collectieve belegging deelt de CBFA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn. Art. 30.De CBFA schrijft de instellingen voor collectieve belegging in, alsook, in voorkomend geval, de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Zij spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen drie maanden na de indiening van een volledig dossier. De beslissingen omtrent de inschrijving worden binnen vijftien dagen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers. De aanvragers kunnen beroep instellen conform artikel 122, 20°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten tegen de door de CBFA krachtens artikel 30 genomen beslissingen tot weigering van inschrijving. Art. 31.De CBFA stelt elk jaar een lijst op van de krachtens deze Titel ingeschreven instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en compartimenten. Deze lijst en alle wijzigingen die er tijdens het jaar in worden aangebracht, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken. Art. 32.Een instelling voor collectieve belegging die voornemens is haar effecten openbaar aan te bieden in een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, stelt de CBFA daarvan vooraf in kennis. Afdeling II. - Inschrijvingsvoorwaarden Art. 33.Een instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, haar compartimenten worden pas ingeschreven op de lijst van de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en kunnen hun werkzaamheden pas aanvatten indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de CBFA heeft de keuze aanvaard van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of heeft een vergunning verleend aan de beleggingsvennootschap;2° de CBFA heeft het beheerreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging goedgekeurd;3° de CBFA heeft, in voorkomend geval, de keuze aanvaard van de bewaarder van de instelling voor collectieve belegging. De Commissie neemt binnen drie maanden na indiening van een volledig dossier de in het eerste lid bedoelde beslissingen. De in het eerste lid bedoelde beslissingen worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. De instelling voor collectieve belegging kan, conform artikel 122, 21° van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, beroep instellen tegen de krachtens dit artikel genomen beslissingen van de CBFA tot weigering van een vergunning, goedkeuring of aanvaarding. Onderafdeling I. - Aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds Art. 34.De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds moet zijn erkend conform Deel III van deze wet voor de uitoefening van alle beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°. Haar statutaire zetel en hoofdbestuur moeten in België gevestigd zijn. Uit het programma van werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 141 moet blijken dat haar beheerstructuur alsook haar administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie passend zijn voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor het gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft geopteerd. Art. 35.De vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de CBFA. Artikel 33, tweede tot vierde lid, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens dit artikel. Art. 36.De Koning kan bijkomende voorwaarden vaststellen voor de aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, naargelang van de categorieën van toegelaten beleggingen voor de gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Onderafdeling II. - Vergunning als beleggingsvennootschap Art. 37.De beleggingsvennootschap moet het bewijs voorleggen dat is voldaan aan de bepalingen van deze Titel. Haar statutaire zetel en hoofdbestuur moeten in België gevestigd zijn. Art. 38.De effectieve leiding van de beleggingsvennootschap moet worden toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen; zij moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende ervaring bezitten voor de uitoefening van deze functie conform artikel 9. en rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap geopteerd heeft. De CBFA dient vooraf in kennis te worden gesteld van de vervanging van deze personen. Art. 39.Personen die worden bedoeld in één van de gevallen als beschreven in de artikelen 1 tot 3, 3bis, §§ 1 en 3, en 3ter van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, mogen noch de functie van zaakvoerder, bestuurder of directeur uitoefenen, noch vennootschappen vertegenwoordigen die een dergelijke functie uitoefenen. De in het eerste lid opgesomde functies mogen evenmin worden uitgeoefend door : 1° personen die werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van minder dan drie maanden of een geldboete voor een misdrijf bedoeld in voornoemd koninklijk besluit nr.22 van 24 oktober 1934; 2° personen die werden veroordeeld wegens overtreding van :
  33. a)de artikelen 148 en 149 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;
  34. b)de artikelen 104 en 105 van de wet van 22 maart 1993;
  35. c)de artikelen 38, vierde lid, en 42 tot 45 van het koninklijk besluit nr.185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten;
  36. d)de artikelen 31 tot 35 van de bepalingen betreffende de private spaarkassen, gecoördineerd op 23 juni 1967;
  37. e)de artikelen 13 tot 16 van de wet van 10 juni 1964.op het openbaar aantrekken van spaargelden;
  38. f)de artikelen 110 tot 112ter van Titel V van Boek I van het Wetboek van Koophandel of de artikelen 75, 76, 78, 150, 175, 176, 213 en 214 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;
  39. g)artikel 4 van het koninklijk besluit nr.41 van 15 december 1934 tot bescherming van het gespaard vermogen door reglementering van de verkoop, op afbetaling, van premie-effecten;
  40. h)de artikelen 18 tot 23 van het koninklijk besluit nr.43 van 15 december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen;
  41. i)de artikelen 200 tot 209 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935;
  42. j)de artikelen 67 tot 72 van het koninklijk besluit nr.225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen of artikel 34 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
  43. k)de artikelen 4 en 5 van het koninklijk besluit nr.71 van 30 november 1939 betreffende het leuren met roerende waarden en demarchage met roerende waarden en goederen of eetwaren;
  44. l)artikel 31 van het koninklijk besluit nr.72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van spel;
  45. m)artikel 29 van de wet van 9 juli 1957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering of de artikelen 101 en 102 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;
  46. n)artikel 11 van het koninklijk besluit nr.64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen;
  47. o)de artikelen 83 tot 87 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;
  48. p)de artikelen 11, 15, § 4, en 18 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;
  49. q)artikel 139 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
  50. r)de artikelen 38 tot 43 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten;
  51. s)artikel 25 van de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/2003 pub. 27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten type wet prom. 22/04/2003 pub. 09/05/2003 numac 2003003276 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen sluiten betreffende de openbare aanbiedingen van effecten;
  52. t)de artikelen 205 tot 211 van deze wet;
  53. u)de artikelen 90, 91, 126 tot 128, 170, 171, 196, 345 tot 349, 387 tot 389, 433, 434, 647 tot 653, 773 en 788 van het Wetboek van vennootschappen;3° personen die werden veroordeeld door een buitenlandse rechtbank voor soortgelijke misdrijven als bedoeld in 1° en 2°;in die gevallen is artikel 2 van voornoemd koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934. van toepassing. Voor de personen bedoeld in het 2° en, wat de in dit 2° bedoelde veroordelingen betreft, voor de personen bedoeld in het 3° van het tweede lid van dit artikel, kan de CBFA afwijkingen toestaan op de verbodsbepalingen waarvan sprake in dit tweede lid. De Koning kan de bepalingen van dit artikel aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met de wetten die de erin opgesomde teksten wijzigen. Art. 40.§ 1. Voor de uitoefening van de beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9° moet de beleggingsvennootschap beschikken over een eigen en passende beheerstructuur voor haar werkzaamheden. Ze moet ook beschikken over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen werkzaamheden passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie. Zij moet met name beschikken over controle- en beveiligingsmechanismen op informaticagebied die op haar werkzaamheden zijn toegesneden. De beleggingsvennootschap moet eveneens beschikken over passende interne-controleprocedures waaronder met name een regeling voor het beheer van de beleggingen in financiële instrumenten met het oog op de investering van haar beginkapitaal. Deze procedures moeten onder meer waarborgen dat elke transactie van de beleggingsvennootschap of, in voorkomend geval, van haar compartimenten, kan worden gereconstrueerd wat betreft de oorsprong en de aard van de transactie, de betrokken partijen en het tijdstip en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden, en, dat de activa van de beleggingsvennootschap worden belegd overeenkomstig de statuten van de beleggingsvennootschap en de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen. De beleggingsvennootschap moet een methode voor risicobeheer toepassen die specifiek is afgestemd op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd heeft en waarmee zij te allen tijde het risico van de posities kan controleren en meten en kan nagaan wat het aandeel daarvan is in het totale-risicoprofiel van de portefeuille of, in voorkomend geval, van haar verschillende compartimenten. De beleggingsvennootschap moet een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten in haar portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van haar verschillende compartimenten. Zij moet de CBFA volgens de gedetailleerde regels en de periodiciteit die deze Commissie heeft vastgelegd bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, in kennis stellen van de soorten derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de transacties in derivaten. De beleggingsvennootschap moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen, op verzoek van de effectenhouders aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beleggingsvennootschap, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen. § 2. De beleggingsvennootschap moet zodanig gestructureerd en georganiseerd zijn dat het risico dat belangenconflicten afbreuk doen aan de belangen van haar effectenhouders tot een minimum wordt beperkt. § 3. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, organisatorische regels uitwerken die afgestemd zijn op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd. Art. 41.§ 1. Met het oog op een efficiëntere bedrijfsvoering, mag een beleggingsvennootschap het voor haar eigen rekening uitoefenen van één of meer van haar beheertaken in de zin van artikel 3, 9°, a),
  54. b)en c), op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst toevertrouwen aan een derde, mits met name aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de beslissing om bepaalde beheertaken te laten uitoefenen door een derde moet vooraf ter kennis worden gebracht van de CBFA;in die kennisgeving moet zijn aangetoond dat voldaan is aan de voorwaarden van dit artikel; 2° de uitoefening van een passend toezicht op de beleggingsvennootschap mag niet worden belemmerd;3° er mag geen afbreuk worden gedaan aan de voor de beleggingsvennootschap geldende verplichting om haar werkzaamheden uit te oefenen conform artikel 9;4° onverminderd artikel 22, eerste lid, mag de uitoefening van de beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°,
  55. a)en b), enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die aan prudentieel toezicht onderworpen is;die onderneming moet bovendien beschikken over een passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie voor de aard van de haar toevertrouwde beheertaken en de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap geopteerd heeft, en haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende ervaring bezitten; 5° onverminderd het 4°, ingeval een beleggingsvennootschap die geopteerd heeft voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, de uitoefening van de beheertaak bedoeld in artikel 3, 9°, a), toevertrouwt aan een derde :
  56. a)mag de uitoefening van die beheertaak enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die de beleggingsdiensten mag verrichten als bedoeld in artikel 46, 1°, 3 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
  57. b)moeten de criteria voor beleggingsspreiding worden nageleefd die periodiek worden vastgesteld door de beleggingsvennootschap. De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden vast waaronder de beleggingsvennootschappen die voor een andere categorie van toegelaten beleggingen hebben geopteerd dan bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, de uitoefening van de beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°, a), aan een derde mogen toevertrouwen; 6° onverminderd het 4°, mag de uitoefening van de beheertaken bedoeld in artikel 3, 9°,
  58. b)enkel worden toevertrouwd aan een in België gevestigde onderneming. Deze voorwaarde geldt niet voor de opdracht en taken bedoeld in artikel 22, eerste lid, op voorwaarde dat de CBFA met deze delegatie van beheertaken voorafgaandelijk heeft ingestemd; 7° wanneer de uitoefening van beheertaken wordt toevertrouwd aan een onderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, moet deze onderneming in haar lid-Staat van herkomst onderworpen zijn aan een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in punt 4° dat op permanente wijze wordt uitgeoefend door een openbare autoriteit.De samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten moet worden gewaarborgd via samenwerkingsovereenkomsten; 8° de uitoefening van beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°,
  59. a)en b), i), iii),
  60. iv)en ix), mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de beleggingsvennootschap of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beleggingsvennootschap of de effectenhouders;9° er worden maatregelen getroffen die de leiders van de beleggingsvennootschap in staat stellen de werkzaamheden van de onderneming waarmee de lastgevings- of aannemingsovereenkomst is gesloten, te allen tijde daadwerkelijk te controleren;10° de leiders van de beleggingsvennootschap moeten te allen tijde bijkomende instructies kunnen geven aan de onderneming waaraan de beheertaken zijn toevertrouwd, en moeten de lastgevings- of aannemingsovereenkomst met onmiddellijke ingang kunnen herroepen indien dit in het belang van de effectenhouders is;11° er worden maatregelen ingevoerd om de continuïteit te waarborgen van de beheertaken waarop de lastgevings- of aannemingsovereenkomst betrekking heeft ingeval er, om welke redenen ook, een einde wordt gesteld aan deze overeenkomst;12° in het prospectus van de beleggingsvennootschap moeten de beheertaken worden vermeld die de beleggingsvennootschap aan een derde heeft toevertrouwd. § 2. De beleggingsvennootschap mag niet in die mate gebruik maken van de in § 1 voorziene mogelijkheid dat de bij artikel 40 in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen niet langer volstaan om de naleving van dit artikel 40 te waarborgen. § 3. Indien de derde aan wie de uitoefening van bepaalde beheertaken is toevertrouwd conform § 1 zelf een beroep doet op een derde entiteit voor de uitoefening van de hem opgedragen beheertaken, zijn de §§ 1. en 4 van toepassing. Voor de beleggingsvennootschappen die geopteerd hebben voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 5° of 7°, bepaalt de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden waaronder de delegatie door de in het eerste lid bedoelde derde van materiële taken verbonden aan beheertaken bedoeld in artikel 3, 9°, b), mag afwijken van het eerste lid. § 4. Het feit dat de beleggingsvennootschap bepaalde beheertaken bedoeld in artikel 3, 9° aan een derde heeft toevertrouwd, heeft geen enkele invloed op haar aansprakelijkheid of voor de aansprakelijkheid van de bewaarder. Art. 42.Als de beleggingsvennootschap nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor de uitoefening van een passend toezicht op de beleggingsvennootschap. Als de beleggingsvennootschap nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor de uitoefening van een passend toezicht op de beleggingsvennootschap. Art. 43.§ 1. Indien een beleggingsvennootschap niet beschikt over de conform artikel 40 vereiste eigen en voor haar voorgenomen werkzaamheden passende beheerstructuur, noch over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen werkzaamheden passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie, stelt zij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aan om het geheel van de beheertaken bedoeld in artikel 3, 9° waar te nemen. In dat geval zijn de artikelen 40 en 41 niet van toepassing. De conform het eerste lid aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient de bepalingen na te leven van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de beleggingsvennootschap. § 2. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die met toepassing van § 1 wordt aangesteld, moet zijn erkend conform Deel III van deze wet voor de uitoefening van alle beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°. Haar statutaire zetel en hoofdbestuur moeten in België gevestigd zijn. Uit het programma van werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 141 moet blijken dat haar beheerstructuur alsook haar administratieve, boekhoudkundige en technische organisatie passend zijn voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd. § 3. De keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet door de CBFA worden aanvaard en de vervanging van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de CBFA. Artikel 33, tweede tot vierde lid, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens deze paragraaf. § 4. De Koning kan bijkomende voorwaarden vaststellen voor de aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die is aangesteld conform § 1, naar gelang van de categorieën van toegelaten beleggingen voor de beleggingsvennootschappen. Onderafdeling III. - Goedkeuring van het beheerreglement en de statuten Art. 44.De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de minimuminhoud vast van het beheerreglement en de statuten. Art. 45.De CBFA controleert of het beheerreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging overeenstemmen met de voorschriften van deze Titel en van zijn uitvoeringsbesluiten en -reglementen. Elke wijziging in het beheerreglement of in de statuten moet vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan de CBFA. De CBFA brengt haar beslissing binnen vijftien dagen na haar besluitvorming ter kennis van de instelling voor collectieve belegging met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. Artikel 33, tweede tot vierde lid, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens het tweede lid. Art. 46.Het beheerreglement van een gemeenschappelijk beleggingsfonds moet worden neergelegd bij de CBFA. Om geldig te kunnen worden neergelegd, dient iedere bladzijde van het beheerreglement voorzien te zijn van de handtekening van de persoon of personen die daartoe zijn gemachtigd door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Wanneer de naleving van in het beheerreglement opgenomen verplichtingen ten aanzien van de deelnemers, door de bewaarder of enig andere persoon wordt gewaarborgd, moet elke bladzijde van dit reglement ook voorzien zijn van de handtekening van de bewaarder of de personen die deze waarborg verstrekken. De CBFA brengt de neerlegging van dit reglement binnen een termijn van 15 dagen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis. Bij gebrek aan antwoord dient de neerleggingsprocedure te worden hervat. Dezelfde procedure geldt voor wijzigingen in het beheerreglement. Elke belanghebbende kan kennis nemen van de reglementen die bij de CBFA zijn neergelegd. Art. 47.Het beheerreglement of de statuten worden bij het in artikel 52 bedoelde prospectus gevoegd. De instelling voor collectieve belegging ziet erop toe dat het beheerreglement of de statuten die bij het in artikel 52 bedoelde prospectus zijn gevoegd, steeds bijgewerkt zijn en overeenstemmen met de tekst die, naargelang van het geval, is neergelegd bij de CBFA of ter griffie van de rechtbank van koophandel. In het prospectus en de verslagen als respectievelijk bedoeld in de artikelen 52 en 76, § 1, eerste lid wordt vermeld dat de officiële tekst van het beheerreglement of van de statuten is neergelegd bij de CBFA of ter griffie van de rechtbank van koophandel, naargelang van het geval. Bij betwisting mag de uitlegging enkel steunen op de tekst die, naargelang van het geval, is neergelegd bij de CBFA of ter griffie van de rechtbank van koophandel. Onderafdeling IV. - Aanvaarding van de keuze van de bewaarder Art. 48.§ 1. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de gevallen waarin een instelling voor collectieve belegging over een bewaarder moet beschikken, de opdracht van deze bewaarder en de voorwaarden waaraan deze bewaarder moet voldoen, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging geopteerd heeft. § 2. Onverminderd § 1 mogen enkel de volgende instellingen en ondernemingen optreden als bewaarder voor instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk of een vast aantal rechten van deelneming : 1° de in België gevestigde kredietinstellingen die onder de wet van 22 maart 1993 vallen;2° de Nationale Bank van België;3° de in België gevestigde beursvennootschappen en buitenlandse beleggingsondernemingen die onder de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten vallen. Onverminderd het eerste lid, mogen de natuurlijke of rechtspersonen die individueel of per categorie door de Koning zijn aangeduid, bij besluit genomen na advies van de CBFA, optreden als bewaarder voor de instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Art. 49.De CBFA aanvaardt de keuze van de bewaarder pas wanneer is bewezen dat de bewaarder, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen van de instelling voor collectieve belegging, over de vereiste administratieve, financiële en technische organisatie beschikt om de werkzaamheden van bewaarder uit te oefenen, en dat de personen die de bewaarder vertegenwoordigen en de facto de werkzaamheden van bewaarder uitoefenen, de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring bezitten rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen van de instelling voor collectieve belegging. Artikel 39 is van toepassing op de bovenvermelde personen. De CBFA kan haar aanvaarding herroepen. De vervanging van de bewaarder moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de CBFA. De CBFA brengt haar goedkeuring of weigering van de vervanging binnen vijftien dagen na de ontvangst van een volledig dossier, met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis. Artikel 33, tweede tot vierde lid, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens het tweede en derde lid van dit artikel. Art. 50.§ 1. De bewaarder mag niet deelnemen aan de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap waarvoor hij optreedt als bewaarder, noch van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die is aangesteld door de instelling voor collectieve belegging waarvoor hij optreedt als bewaarder. De personen die in de raad van bestuur van de beleggingsvennootschap of van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zijn aangesteld op de voordracht van de onderneming die optreedt als bewaarder van deze beleggingsvennootschap of van de instelling voor collectieve belegging die deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging heeft aangesteld, mogen niet deelnemen aan de effectieve leiding van de betrokken beleggingsvennootschap, noch van de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. § 2. De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de regels vast die de bewaarder moet naleven om belangenconflicten met de effectenhouders van de instelling voor collectieve belegging te vermijden. Art. 51.Het beheerreglement, de statuten of de overeenkomsten tussen de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve en de bewaarder mogen de aansprakelijkheid van deze laatste niet verminderen noch beperken of uitsluiten. De aansprakelijkheid van de bewaarder blijft bestaan wanneer hij de bij hem in bewaring gegeven activa geheel of ten dele aan een derde toevertrouwt. Afdeling III. - Prospectus over het openbaar aanbod van effecten en stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten Art. 52.§ 1. Er mag pas een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging worden uitgebracht nadat een prospectus is gepubliceerd. Bij een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, moet ook een vereenvoudigd prospectus worden gepubliceerd. § 2. Het prospectus en het vereenvoudigd prospectus bevatten de gegevens die het publiek nodig heeft om zich met kennis van zaken een oordeel te kunnen vormen over de hem voorgestelde belegging, en met name gegevens over de aan die belegging inherente risico's en de aan de effecten verbonden rechten. Het vereenvoudigd prospectus bevat, in de vorm van een samenvatting, de essentiële gegevens over de aan het publiek voorgestelde belegging en de aan die belegging inherente risico's. Het prospectus verduidelijkt in welke mate rekening gehouden wordt met sociale, ethische en milieuaspecten bij de uitvoering van het beleggingsbeleid. § 3. Bij een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, moeten de in het prospectus en het vereenvoudigd prospectus opgenomen gegevens worden bijgewerkt, waarbij met name elk nieuw feit moet worden vermeld dat een invloed kan hebben op de beoordeling door het publiek. Bij een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming of van een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen, wordt elk nieuw betekenisvol feit dat een invloed kan hebben op de beoordeling door het publiek en zich voordoet tussen het ogenblik van de in artikel 53 bedoelde goedkeuring en de afsluiting van de verrichting of, in voorkomend geval, het begin van de verhandeling op een georganiseerde markt, meegedeeld in een aanvulling bij het prospectus. Art. 53.§ 1. Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun eventuele bijwerkingen of aanvullingen mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. In afwijking van § 1, geeft de Koning aan welke in het prospectus en in het vereenvoudigd prospectus vermelde gegevens, gelet op hun doel, mogen worden gepubliceerd zonder voorafgaande goedkeuring door de CBFA, wanneer zij conform artikel 52, § 3 worden bijgewerkt. Niettegenstaande dit lid, moet elke bijwerking aan de CBFA worden meegedeeld vóór zij wordt gepubliceerd. § 2. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen, ongeacht de publicatiewijze, pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. Art. 54.Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen of aanvullingen vermelden dat zij worden gepubliceerd nadat zij overeenkomstig artikel 53, § 1 door de CBFA zijn goedgekeurd en dat deze goedkeuring geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van het aanbod, noch van de toestand van de persoon die ze verwezenlijkt. Met uitzondering van de in het eerste lid bedoelde vermelding, mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, noch in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. Art. 55.Het prospectus duidt uitdrukkelijk de personen aan die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het prospectus en het vereenvoudigd prospectus. De overeenkomstig het eerste lid in het prospectus vermelde personen zijn, niettegenstaande elk andersluidend beding, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel dat een onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is van het ontbreken, de onjuistheid of de valsheid van de vermeldingen in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 52, 54 en 56. De bieder, de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars zijn, niettegenstaande elk andersluidend beding, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel dat een onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is van de onjuistheid of de valsheid van de gegevens in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen en die op hun initiatief worden gepubliceerd, of van de strijdigheid van deze stukken met de bepalingen van de artikelen 54 en 56 of met de bepalingen die krachtens die artikelen zijn uitgevaardigd. Art. 56.Naargelang van de publicatiewijze van de hieronder bedoelde documenten, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de minimuminhoud en de voorstellingswijze bepalen van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen, alsook de minimuminhoud en de voorstellingswijze van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;2° volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de termijnen en de publicatiewijze vaststellen van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen, alsook de termijnen en de publicatiewijze van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;3° bepalen onder welke voorwaarden op het aanbod kan worden ingegaan op basis van het prospectus of het vereenvoudigd prospectus;4° bepalen onder welke voorwaarden het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen, alsook de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen worden openbaar gemaakt via publicatie op de website van de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de instelling als bedoeld in artikel 73, § 2, of derden als bedoeld in artikel 41, § 1, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 9°, c). Art. 57.§ 1. Wie voornemens is effecten van een instelling voor collectieve belegging openbaar aan te bieden, geeft de CBFA daarvan op voorhand kennis. § 2. Bij de in § 1 bedoelde kennisgeving wordt een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de voorschriften van de CBFA, met daarin met name : 1° het ontwerp van prospectus en, in voorkomend geval, het ontwerp van vereenvoudigd prospectus, opgesteld overeenkomstig de artikelen 52, §§ 2 en 3, 54, 55 en 56, en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten;2° het ontwerp van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen en die worden opgesteld op initiatief van de bieder, de instelling voor collectieve belegging, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars;3° in voorkomend geval, de voorwaarden voor de vaste overname van de effecten die openbaar worden aangeboden, alsook de samenstelling, de rechten en de verplichtingen van ieder waarborg- of plaatsingssyndicaat dat in het vooruitzicht van dit aanbod is opgericht;4° in voorkomend geval, een gedetailleerde staat van de effecten, van welke aard ook, van de emittent, die in het bezit zijn van de personen die de door § 1 voorgeschreven kennisgeving hebben verricht en, in voorkomend geval, van de personen die deel uitmaken van de in het 2° van deze paragraaf bedoelde syndicaten. Art. 58.Onverminderd artikel 57, § 2, 2°, geeft eenieder die voornemens is om berichten, reclame en andere stukken te publiceren die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, de CBFA daarvan op voorhand kennis. Art. 59.De CBFA kan de personen die de in de artikelen 57 en 58 bedoelde kennisgeving hebben verricht, verzoeken om het dossier te vervolledigen met alle andere inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de informatie vervat in, naargelang van het geval, het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, alsook voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen. Art. 60.Binnen de 15 werkdagen na de ontvangst van een volledig dossier, beslist de CBFA om hetzij, naargelang van het geval, het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, goed te keuren, hetzij, naargelang van het geval, de goedkeuring te weigeren van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, of van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen. Art. 61.Wanneer de CBFA nog geen van de in artikel 60. bedoelde beslissingen heeft genomen, kunnen de personen die de in de artikelen 57, § 1, en 58 bedoelde kennisgeving hebben verricht, de CBFA met een aangetekende brief aanmanen om dit te doen. Een dergelijke aanmaning kan ten vroegste geschieden na het verstrijken van een termijn van 15 werkdagen na het laatste verzoek van de CBFA om bijkomende inlichtingen in de zin van artikel 59, of bij gebrek aan een dergelijk verzoek, ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 15 werkdagen na de in de artikelen 57, § 1, en 58 bedoelde kennisgeving. Indien de CBFA, na afloop van een termijn van 15 werkdagen na de in het eerste lid bedoelde aanmaning, in gebreke blijft, hetzij om met opgave van de ontbrekende elementen de beslissing te nemen dat het dossier nog niet als volledig kan worden beschouwd, hetzij om één van de in artikel 60 bedoelde beslissing te nemen, wordt het verzoek tot goedkeuring van, naargelang van het val, het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, geacht te zijn geweigerd. Art. 62.§ 1. De in artikel 60 bedoelde beslissingen worden met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de personen die de in de artikelen 57, § 1, en 58 bedoelde kennisgeving hebben verricht. In geval van een in artikel 3, 1°,
  61. b)bedoeld aanbod, worden deze beslissingen ook ter kennis gebracht van de betrokken marktondernemingen. Enkel de personen die de in de artikelen 57, § 1, en 58 bedoelde kennisgeving hebben verricht, kunnen, conform artikel 121, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, beroep instellen tegen de weigering van de CBFA tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, of tegen de in artikel 61, tweede lid bedoelde beslissing dat het dossier nog niet als volledig kan worden beschouwd. Tegen de beslissing van de CBFA tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, is geen beroep mogelijk. § 2. Wanneer effecten van een instelling voor collectieve belegging die openbaar worden aangeboden in de zin van artikel 3, 1°, a), of b), gelijktijdig of kort daarvoor in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte openbaar te koop worden of werden aangeboden of verkocht, dan wel worden of werden toegelaten tot de officiële notering van een effectenbeurs, en daarvoor een prospectus werd opgesteld dat, na goedkeuring door de bevoegde overheid van deze andere lidstaat, werd gepubliceerd overeenkomstig de nationale bepalingen uitgevaardigd ter uitvoering van de richtlijn 2001134/EG of de richtlijn 89/298/EEG, dan mag dit prospectus, in de door de Koning bepaalde gevallen en onder voorbehoud van een eventuele vertaling, in België worden gebruikt zonder inlassing van bijkomende inlichtingen en zonder nieuwe controle of nieuwe goedkeuring. Het door de bevoegde overheid van de andere lid-Staat goedgekeurde prospectus wordt met het oog op de verspreiding ervan in België evenwel vervolledigd op het vlak van de specifieke gegevens voor de Belgische markt, inzonderheid met betrekking tot de fiscale regeling voor de inkomsten, de financiële instellingen die instaan voor de financiële dienst in België alsmede de wijze waarop de berichten voor het publiek worden openbaar gemaakt. Het in het eerste lid bedoelde prospectus wordt, eventueel na vervollediging overeenkomstig het tweede lid, voor controle van de in het tweede lid bedoelde gegevens voorgelegd aan de CBFA, ten minste vijftien dagen vóór de aanvang van het aanbod. Deze paragraaf is niet van toepassing op het openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging met maatschappelijke zetel in België. De Koning bepaalt de modaliteiten en de procedure voor de toepassing van deze paragraaf. HOOFDSTUK III. - Bedrijfsuitoefening Afdeling I. - Beleggingsbeleid Art. 63.Een instelling voor collectieve belegging die heeft geopteerd voor de in artikel 7, eerste lid, 1°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen mag deze keuze niet wijzigen. Art. 64.De instellingen voor collectieve belegging die hebben geopteerd voor één van de in artikel 7, eerste lid, 3° tot 7° en 9° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, mogen steeds bijkomend of tijdelijk kortetermijnbeleggingen en liquide middelen houden. Art. 65.Onverminderd artikel 7, tweede lid, bepaalt de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de instellingen voor collectieve belegging, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij hebben geopteerd, en met name : 1° de risicospreidingscoëfficiënten;2° voor de instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen, de wijze waarop zij de risico's van tekortkomingen in de betalingen moeten beheren;3° de voorwaarden waaronder de instellingen voor collectieve belegging die hebben geopteerd voor één van de in artikel 7, eerste lid, 3° tot 5° en 7° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, financiële instrumenten en liquide middelen mogen houden;4° of de instellingen voor collectieve belegging de hieronder opgesomde verrichtingen mogen uitvoeren, alsook, in voorkomend geval, binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden :
  62. a)leningen aangaan;
  63. b)verkopen vanuit een ongedekte positie;
  64. c)uitgiften vast overnemen, de goede afloop ervan verzekeren alsook eender welke financiële verplichting aangaan ten gunste van derden;
  65. d)effecten lenen, kredieten verstrekken of zekerheden verstrekken om de verbintenissen van derden te waarborgen. Art. 66.In afwijking van artikel 65, 4°,
  66. a)mogen de instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen, binnen de grenzen waarvan sprake in hun reglement of hun statuten en binnen de grenzen bepaald door de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA, obligaties en andere schuldinstrumenten uitgeven en leningen of kredieten aangaan om de portefeuille van schuldvorderingen te financieren of om de risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen te beheren. Afdeling II. - Verplichtingen en verbodsbepalingen Art. 67.§ 1. Een instelling voor collectieve belegging mag niet zoveel effecten van eenzelfde vennootschap verwerven dat zij, rekening houdend met de structuur en de spreiding van de aandeelhouderskring van die vennootschap, met deze effecten een invloed zou kunnen uitoefenen op het bestuur van de bedoelde vennootschap of op de aanstelling van haar leiders. De Koning legt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de grenzen vast voor het bezit van effecten van eenzelfde categorie van eenzelfde emittent door een instelling voor collectieve belegging. § 2. Een instelling voor collectieve belegging mag zich er niet toe verbinden om op een welbepaalde manier te stemmen met de effecten die zij beheert, of om te stemmen volgens de instructies van andere personen dan de deelnemers die in een algemene vergadering bijeen zijn. Een instelling voor collectieve belegging mag zich er niet toe verbinden om effecten niet te verkopen, om een voorkooprecht te verlenen of om enige andere overeenkomst te sluiten die haar beheerautonomie zou belemmeren. Elke andersluidende overeenkomst is nietig. § 3. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, voorzien in uitzonderingen op de eerste en tweede paragraaf voor de instellingen voor collectieve belegging die hebben geopteerd voor de in artikel 7, eerste lid, 5°, 6° en 9° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, om rekening te houden met de kenmerken van de activa waaruit de voornoemde categorieën van toegelaten beleggingen zijn samengesteld. § 4. De eerste en tweede paragraaf zijn niet van toepassing in de gevallen waarin een beleggingsvennootschap dochterondernemingen heeft opgericht die zelf instellingen voor collectieve belegging zijn in de zin van artikel 4. § 5. De instelling voor collectieve belegging brengt in haar jaarverslag verslag uit over haar beleid met betrekking tot de uitoefening van de stemrechten die zijn verbonden aan de door haar beheerde effecten. Zij vermeldt en verantwoordt daarbij inzonderheid de manier waarop de stemrechten werden uitgeoefend, of de redenen waarom de stemrechten niet werden uitgeoefend. § 6. Het is een collectieve beleggingsinstelling verboden effecten te verwerven van een vennootschap naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de activiteit bestaat uit het vervaardigen, het gebruik of het bezit van antipersoonsmijnen in de zin van de wet van 3 januari 1933Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/01/1933 pub. 04/07/1997 numac 1997000199 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de vervaardiging van, den handel in en het dragen van wapenen en op den handel in munitie - Duitse vertaling sluiten op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie. Dit verbod is niet van toepassing op beleggingsinstellingen waarvan het beleggingsbeleid, overeenkomstig hun statuten of beheersreglement, tot doel heeft de samenstelling te volgen van een welbepaalde aandelen- of obligatie-index. Art. 68.De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de regels bepalen die de beleggingsvennootschap, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de in artikel 41 bedoelde derden moeten naleven om belangenconflicten met de effectenhouders van de beleggingsvennootschap te vermijden. Art. 69.De instelling voor collectieve belegging moet artikel 26 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten naleven in haar relatie met de houders van effecten. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA en na open raadpleging, de bepalingen van artikel 26 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten aanpassen aan de specifieke kenmerken van de werkzaamheden van de instellingen voor collectieve belegging en de toepassingsregels ervan vaststellen in functie van de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd. Art. 70.De instelling voor collectieve belegging moet artikel 27 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten naleven. Art. 71.De CBFA kan, in individuele gevallen en mits zij het gevolgde afwijkingsbeleid op passende wijze, op geregelde tijdstippen en op niet-nominatieve wijze bekendmaakt, afwijkingen verlenen van de bepalingen van de artikelen 69 en 70 of van de bepalingen die ter uitvoering van deze artikelen zijn vastgesteld, indien zij van is dat de betrokken bepalingen niet aangepast zijn aan de activiteiten of de positie van de instelling voor collectieve belegging en op voorwaarde dat de instelling voor collectieve belegging passende alternatieve maatregelen treft die een gelijkwaardige bescherming bieden voor de houders van effecten en voor de integriteit van de markt. Art. 72.Bij ontbinding, vereffening of bij herstructurering van de beleggingsvennootschap of van haar compartimenten leeft de beleggingsvennootschap de bepalingen na die door de Koning zijn vastgesteld na advies van de CBFA, en die ertoe strekken de belangen van de deelnemers te beschermen met betrekking tot de waardering, de aan dergelijke verrichtingen verbonden kosten, de informatieverstrekking en de voorwaarden waaronder zij, naar aanleiding van dergelijke verrichtingen, kosteloos de inkoop van hun rechten van deelneming kunnen verkrijgen. Afdeling III. - Uitgifte en openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging Art. 73.§ 1. De rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming worden door de instelling voor collectieve belegging uitgegeven en ingekocht tegen inventariswaarde, in voorkomend geval verhoogd of verminderd met de in het beheerreglement of de statuten vastgestelde kosten en provisies. Iedere dag waarop de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming is toegestaan door het beheerreglement of de statuten, wordt de inventariswaarde berekend. § 2. De instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming moet een kredietinstelling naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993, een bijkantoor van een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd is conform artikel 65 van de wet van 22 maart 1993, een beursvennootschap naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 53 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145. van deze wet of een bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruime en geregistreerd is conform artikel 203 van deze wet, aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers en de rechten van deelneming uitgeeft of inkoopt. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde ondernemingen bij de uitoefening van de in die paragraaf beschreven activiteiten. § 3. De rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming kunnen worden toegelaten tot de verhandeling op een georganiseerde markt, op voorwaarde dat de instelling voor collectieve belegging een procedure heeft ingevoerd die haar in staat stelt zich ervan te vergewissen dat de koers van de rechten van deelneming niet te sterk afwijkt van hun inventariswaarde. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de maximaal toegestane afwijking. Onverminderd het tweede lid, beoordeelt de CBFA of de maximale afwijking tussen de koers en de inventariswaarde aanvaardbaar is ten aanzien van het beleggingsbeleid van de instelling, de kenmerken van de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd en de kenmerken van de markt waarop de rechten van deelneming worden verhandeld. Art. 74.De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de instellingen voor collectieve beleggingen en de derden als bedoeld in artikel 41, § 1, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 9°, c), met betrekking tot de uitgifte en de openbare aanbieding van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, en inzonderheid : 1° de wijze waarop de inventariswaarde van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging wordt berekend;2° de gevallen waarin het vrij toetredings- en uittredingsrecht kan worden geschorst;3° de wijze waarop kosten en provisies kunnen worden aangerekend. Art. 75.De rechten van deelneming van de instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. De effecten van de instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen die openbaar zijn aangeboden, worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Afdeling IV. - Periodieke informatie en boekhoudregels Art. 76.§ 1. Elke instelling voor collectieve belegging maakt een jaarverslag per boekjaar en een halfjaarlijks verslag over de eerste zes maanden van het boekjaar openbaar. Deze verslagen bevatten een omstandige inventaris van het vermogen, een opgave van de resultaten en informatie over de mate waarin bij het beheer van de financiële middelen en bij de uitoefening van de rechten die aan de effecten in portefeuille verbonden zijn, rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieu-aspecten. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, per compartiment. Onverminderd het eerste lid, publiceert elke instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen een driemaandelijkse financiële staat van haar activa en passiva en van haar resultaten, op de wijze die de Koning bepaalt bij besluit genomen na advies van de CBFA. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, per compartiment. § 2. De jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen alsook de driemaandelijkse financiële staten als bedoeld in § 1 worden overgelegd aan de CBFA. § 3. De jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen alsook de driemaandelijkse financiële staten als bedoeld in § 1 worden kosteloos verstrekt aan de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging die daarom verzoeken. Het laatste jaarlijks of halfjaarlijks verslag wordt steeds bij het prospectus gevoegd. Zij moeten voor het publiek verkrijgbaar worden gesteld op de plaatsen vermeld in het prospectus en, in voorkomend geval, in het vereenvoudigd prospectus. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de inhoud, de vorm alsook de openbaarmakingswijze en -termijn van de jaarverslagen, de halfjaarlijkse verslagen en de driemaandelijkse financiële staten, alsook de voorwaarden waaronder de jaarverslagen, de halfjaarlijkse verslagen en de driemaandelijkse financiële staten mogen worden openbaar gemaakt via publicatie op de website van de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de instelling als bedoeld in artikel 73, § 2, of derden als bedoeld in artikel 41, § 1, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 9°, c). Art. 77.De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, volgens welke regels de instellingen voor collectieve belegging hun boekhouding voeren, in voorkomend geval, per compartiment, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. Wat de beleggingsvennootschappen betreft, kan Hij de regels genomen met toepassing van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 17/07/1975 pub. 28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en met toepassing van artikel 92. van het Wetboek van vennootschappen, onder de voorwaarden van artikel 122, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen, aanpassen, wijzigen en aanvullen. Art. 78.Iedere dag waarop de uitgifte of inkoop van rechten van deelneming mogelijk is, maakt de instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming de inventariswaarde van die rechten van deelneming bekend volgens de door de Koning vastgestelde regels. Art. 79.De CBFA kan, als zij oordeelt dat er gevaar voor verwarring bestaat, eisen dat er aan de naam van de instelling voor collectieve belegging een verklarende vermelding wordt toegevoegd. HOOFDSTUK IV. - Toezicht op de instellingen voor collectieve belegging Afdeling I. - Toezicht door de CBFA Art. 80.De instellingen voor collectieve belegging zijn onderworpen aan het toezicht van de CBFA. Onverminderd artikel 59, kan de CBFA zich alle inlichtingen doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de instellingen voor collectieve belegging waarop zij toezicht houdt, alsook over de waardering en de rendabiliteit van hun vermogen. Zij kan ter plaatse inspecties verrichten bij de instelling voor collectieve belegging, bij de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, bij elke andere entiteit die, rechtstreeks of onrechtstreeks, beheertaken uitoefent voor rekening van de instelling voor collectieve belegging, alsook bij de bewaarder, en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in hun bezit : 1° om na te gaan of de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook de bepalingen van het beheerreglement of de statuten zijn nageleefd, en of de boekhouding en de jaarrekening alsook de haar door de instelling voor collectieve belegging overgelegde jaarverslagen, halfjaarlijkse verslagen, driemaandelijkse financiële staten, periodieke staten en andere inlichtingen juist en waarheidsgetrouw zijn;2° om het passende karakter te toetsen van de beheerstructuren, de administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en de interne controle van de instelling voor collectieve belegging;3° om zich ervan te vergewissen dat het beheer van de instelling voor collectieve belegging gezond en voorzichtig is en dat het de aan de effecten verbonden rechten niet in het gedrang kan brengen;4° om de volledigheid en het passend karakter te toetsen van de informatie in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen alsook in de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen.In dat geval kan de CBFA ook bij de financiële bemiddelaars die optreden of zijn opgetreden bij een openbaar aanbod van effecten van de instelling voor collectieve belegging, ter plaatse inspecties verrichten. De Koning bepaalt welke vergoeding de instellingen voor collectieve belegging aan de CBFA moeten betalen om de kosten van het toezicht te dekken. Art. 81.De instellingen voor collectieve belegging leggen de CBFA periodiek een gedetailleerde financiële staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld bij een conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de finan

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.