Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens

Kort samengevat

Deze wet regelt de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van hun persoonsgegevens en vult de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) aan. Het zorgt ervoor dat persoonsgegevens op een rechtmatige en vertrouwelijke manier worden verwerkt.

Wat het reguleert

  • De verwerking van persoonsgegevens, zowel geautomatiseerd als niet-geautomatiseerd.
  • De voorwaarden voor de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens van kinderen.
  • De verwerking van gevoelige persoonsgegevens, zoals genetische, biometrische, gezondheidsgegevens en gegevens over strafrechtelijke veroordelingen.
  • De beperkingen op de rechten van betrokkenen in specifieke gevallen, zoals bij gegevensverwerking door inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Wie het betreft

  • Natuurlijke personen wiens persoonsgegevens worden verwerkt.
  • Verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers die persoonsgegevens verwerken op Belgisch grondgebied of van personen op Belgisch grondgebied.

Kernpunten

  • De verwerking van persoonsgegevens van kinderen van 13 jaar of ouder is rechtmatig met hun toestemming; voor kinderen jonger dan 13 jaar is toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger vereist.
  • Verwerking van genetische, biometrische of gezondheidsgegevens vereist dat de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker categorieën van personen aanwijst die toegang hebben en hun hoedanigheid nauwkeurig omschrijft.
  • Verwerking van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen is toegestaan onder specifieke voorwaarden, zoals voor geschillenbeheer, juridische advisering, zwaarwegend algemeen belang, wetenschappelijk onderzoek, of met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de betrokkene.
  • De rechten van betrokkenen kunnen worden beperkt bij verwerkingen door inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Wettekst
Wettekst

30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : VOORAFGAANDE TITEL. - Inleidende bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet is van toepassing op elke geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede op elke niet-geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen. De Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG, hierna "de Verordening", is ook van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens bedoeld in de artikelen 2.2.

  1. a)en 2.2.
  2. b)van de Verordening. Art. 3.Het vrije verkeer van persoonsgegevens wordt noch beperkt noch verboden om redenen die verband houden met de bescherming van natuurlijke personen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens. In het bijzonder kan de uitwisseling van persoonsgegevens tussen de verwerkingsverantwoordelijken, de bevoegde overheden, de diensten, organen en de ontvangers bedoeld in de titels 1 tot 3 van deze wet en die binnen het kader van de doelstellingen bedoeld in artikel 23.1.
  3. a)tot h), van de Verordening handelen, niet worden beperkt noch verboden omwille van dergelijke redenen. Een beperking of verbod kan evenwel plaatsvinden indien er een hoog risico bestaat dat de uitwisseling van gegevens zou leiden tot het omzeilen van deze wet. Art. 4.§ 1. Deze wet is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker op het Belgische grondgebied, ongeacht of de verwerking al dan niet op het Belgische grondgebied plaatsvindt. § 2. Deze wet is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen die zich op het Belgische grondgebied bevinden, door een niet in de Europese Unie gevestigde verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, wanneer de verwerking verband houdt met : 1° het aanbieden van goederen of diensten aan deze betrokkenen op het Belgische grondgebied, ongeacht of een betaling door de betrokkenen is vereist;of 2° het monitoren van het gedrag van deze personen, voor zover dit gedrag op het Belgische grondgebied plaatsvindt. § 3. In afwijking van paragraaf 1, wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie en beroep doet op een verwerker met vestiging op het Belgische grondgebied is het recht van de lidstaat in kwestie van toepassing op de verwerker voor zover de verwerking plaatsvindt op het grondgebied van deze lidstaat. § 4. Deze wet is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een verwerkingsverantwoordelijke die niet op het Belgische grondgebied is gevestigd, maar op een plaats waar krachtens het internationaal publiekrecht het Belgische recht van toepassing is. Art. 5.De definities van de Verordening zijn van toepassing. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder "overheid" : 1° de Federale Staat, de deelstaten en lokale overheden;2° de rechtspersonen van publiek recht die van de Federale Staat, de deelstaten of lokale overheden afhangen;3° de personen, ongeacht hun vorm en aard, die : - opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn;en - rechtspersoonlijkheid hebben; en - waarvan hetzij de activiteiten in hoofdzaak door de overheden of instellingen vermeld in de bepalingen onder 1° of 2°, worden gefinancierd, hetzij het beheer onderworpen is aan toezicht door deze overheden of instellingen, hetzij de leden van het bestuursorgaan, leidinggevend orgaan of toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door deze overheden of instellingen zijn aangewezen; 4° de verenigingen bestaande uit één of meer overheden als bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2° of 3°. TITEL 1. - De bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Art. 6.Onverminderd bijzondere bepalingen, geeft deze titel uitvoering aan de Verordening. HOOFDSTUK II. - Beginselen van verwerking Art. 7.In uitvoering van artikel 8.1 van de Verordening is de verwerking van de persoonsgegevens van een kind met betrekking tot een rechtstreeks aanbod van diensten van de informatiemaatschappij aan een kind, rechtmatig indien de toestemming verleend wordt door kinderen van 13 jaar of ouder. Wanneer deze verwerking betrekking heeft op de persoonsgegevens van een kind jonger dan 13 jaar, is die slechts rechtmatig indien de toestemming wordt verleend door de wettelijke vertegenwoordiger van dit kind. Art. 8.§ 1. In uitvoering van artikel 9.2.
  4. g)van de Verordening worden de hieronder vermelde verwerkingen beschouwd als noodzakelijke verwerkingen om redenen van zwaarwegend algemeen belang : 1° de verwerking door verenigingen met rechtspersoonlijkheid of stichtingen die als statutair hoofddoel de verdediging en de bevordering van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden hebben, verricht voor de verwezenlijking van dat doel, op voorwaarde dat voor de verwerking een machtiging is verleend door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit.De Koning kan nadere regels bepalen voor die verwerking; 2° de verwerking beheerd door de stichting van openbaar nut "Stichting voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen" voor de ontvangst, de overzending aan de gerechtelijke overheid en de opvolging van gegevens betreffende personen die ervan verdacht worden in een bepaald dossier van vermissing of seksuele uitbuiting, een misdaad of wanbedrijf te hebben begaan;3° de verwerking van persoonsgegevens die het seksuele leven betreffen, verricht door een vereniging met rechtspersoonlijkheid of door een stichting met als statutair hoofddoel de evaluatie, de begeleiding en de behandeling van personen van wie het seksueel gedrag gekwalificeerd kan worden als een misdrijf en die voor de verwezenlijking van dat doel door de bevoegde overheid worden erkend en gesubsidieerd.Voor dergelijke verwerkingen, waarvan de bedoeling moet bestaan in de evaluatie, begeleiding en behandeling van de in deze paragraaf bedoelde personen en de verwerking uitsluitend persoonsgegevens betreft die, wanneer ze het seksueel leven betreffen, enkel betrekking hebben op laatstgenoemde personen, moet door de Koning bij een in een Ministerraad overlegd besluit, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, een bijzondere, individuele machtiging worden verleend. Het in het eerste lid, 3°, bedoelde besluit verduidelijkt de duur van de machtiging, de nadere regels voor de gegevensverwerking, de nadere regels voor de controle van de vereniging of stichting door de bevoegde overheid en de wijze waarop door deze overheid aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit verslag uitbrengt over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de verleende machtiging. Behoudens bijzondere wettelijke bepalingen is de verwerking van genetische en biometrische gegevens door deze verenigingen en stichtingen, met als doel het op een unieke wijze identificeren van een fysieke persoon, verboden. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker stellen een lijst op van de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens, met een beschrijving van hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de beoogde gegevens. Deze lijst wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. De verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker zorgen dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling, ertoe gehouden zijn het vertrouwelijke karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen. § 3. De stichting bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, kan geen bestand houden betreffende personen die ervan verdacht worden een misdaad of wanbedrijf te hebben begaan of van veroordeelde personen. Zij wijst een functionaris voor gegevensbescherming aan. Art. 9.In uitvoering van artikel 9.4 van de Verordening neemt de verwerkingsverantwoordelijke, bij de verwerking van genetische, biometrische of gezondheidsgegevens, bovendien de volgende maatregelen : 1° hij of, in voorkomend geval, de verwerker wijst de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens, aan waarbij hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de betrokken gegevens nauwkeurig wordt omschreven;2° hij of, in voorkomend geval, de verwerker houdt de lijst van de aldus aangewezen categorieën van personen ter beschikking houden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit;3° hij zorgt ervoor dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijk karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen. Art. 10.§ 1. In uitvoering van artikel 10 van de Verordening wordt de verwerking van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafrechtelijke inbreuken of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen uitgevoerd : 1° door natuurlijke personen of door privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen voor zover dat noodzakelijk is voor het beheer van hun eigen geschillen;of 2° door advocaten of andere juridische raadgevers in zoverre de verdediging van de belangen van hun cliënten dit vereist;of 3° door andere personen, indien de verwerking noodzakelijk is voor redenen van zwaarwegend algemeen belang voor het vervullen van taken van algemeen belang die door of krachtens een wet, een decreet, een ordonnantie of het recht van de Europese Unie zijn vastgesteld;of 4° voor zover de verwerking noodzakelijk is voor wetenschappelijk, historisch of statistisch onderzoek of met het oog op archivering;of 5° indien de betrokkene uitdrukkelijke schriftelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde doeleinden en de verwerking tot die doeleinden blijft beperkt;of 6° indien de verwerking betrekking heeft op de persoonsgegevens die kennelijk door de betrokkene op eigen initiatief openbaar zijn gemaakt voor een of meer welbepaalde doeleinden en de verwerking tot die doeleinden blijft beperkt. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker stellen een lijst op van de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens, met een beschrijving van hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de beoogde gegevens. Deze lijst wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. De verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker zorgen dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling, ertoe gehouden zijn het vertrouwelijke karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen. HOOFDSTUK III. - Beperkingen op de rechten van de betrokkene Art. 11.§ 1. In toepassing van artikel 23 van de Verordening, zijn de artikelen 12 tot 22 en 34 van de Verordening alsook het principe van transparantie van de verwerking bedoeld in artikel 5 van de Verordening, niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens rechtstreeks of onrechtstreeks afkomstig van de overheden bedoeld in titel 3, ten aanzien van : 1° de overheden en personen bedoeld in artikelen 14, 16 en 19 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten naar wie deze gegevens rechtstreeks of onrechtstreeks werden overgebracht door de overheden bedoeld in titel 3;2° de overheden en personen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/2006 pub. 20/07/2006 numac 2006009570 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de analyse van de dreiging type wet prom. 10/07/2006 pub. 07/09/2006 numac 2006009653 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de elektronische procesvoering type wet prom. 10/07/2006 pub. 20/07/2006 numac 2006009569 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten en van de artikelen 323bis en 327bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten betreffende de analyse van de dreiging en in artikel 44/11/3ter, §§ 2 en 3, en artikel 44/11/3quater van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, en die onder het toepassingsgebied van titel 1 vallen, en aan wie deze gegevens werden overgemaakt. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in deze titel die in het bezit is van zulke gegevens deelt deze niet mee aan de betrokkene tenzij : 1° de wet hem hiertoe verplicht in het kader van een geschillenprocedure;of 2° de betrokken overheid bedoeld in titel 3 hem dit toestaat. De verwerkingsverantwoordelijke of de bevoegde overheid deelt niet mee dat hij in het bezit is van gegevens die van overheden bedoeld in titel 3 afkomstig zijn. § 3. De beperkingen bedoeld in paragraaf 1 hebben eveneens betrekking op de logbestanden van de verwerkingen van een overheid bedoeld in titel 3 in de gegevensbanken van de verwerkingsverantwoordelijken bedoeld in deze titel waartoe de overheid rechtstreeks toegang heeft. § 4. De verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in deze titel die gegevens verwerkt die rechtstreeks of onrechtstreeks afkomstig zijn van de overheden bedoeld in titel 3 beantwoordt minstens aan de volgende voorwaarden : 1° hij neemt de gepaste technische of organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot hetgeen de personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen of tot hetgeen nodig is voor de behoeften van de dienst;2° hij neemt de gepaste technische of organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens te beschermen tegen toevallige of niet-toegestane vernietiging, tegen toevallig verlies en tegen wijziging of elke andere niet-toegestane verwerking van die gegevens. De leden van het personeel van de verwerkingsverantwoordelijke die de gegevens bedoeld in het eerste lid verwerken, zijn bovendien gebonden door de discretieplicht. § 5. Wanneer een verzoek of een klacht aanhangig wordt gemaakt bij de toezichthoudende autoriteit bedoeld in de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten4 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, waarbij de verwerkingsverantwoordelijke melding maakt van de toepassing van dit artikel, wendt de toezichthoudende autoriteit eerste zich tot het Vast Comité I opdat het de nodige verificaties verricht bij de autoriteit bedoeld in titel 3. Na ontvangst van het antwoord van het Vast Comité I, brengt de Gegevensbeschermingsautoriteit de betrokkene enkel op de hoogte van de resultaten van de verificatie die betrekking hebben op persoonsgegevens die niet van de autoriteiten bedoeld in titel 3 afkomstig zijn, die de toezichthoudende autoriteit wettelijk gehouden is mee te delen. Indien het verzoek of de klacht enkel betrekking heeft op persoonsgegevens afkomstig van een autoriteit bedoeld in titel 3, antwoordt de Gegevensbeschermingsautoriteit, na ontvangst van het antwoord van het Vast Comité I, dat de nodige verificaties werden verricht. Art. 12.In toepassing van artikel 23 van de Verordening, is een verwerkingsverantwoordelijke die persoonsgegevens meedeelt aan een overheid bedoeld in ondertitels 2 en 4 van titel 3 van deze wet niet onderworpen aan de artikelen 14.1.e en 15.1.c van de Verordening en aan artikel 20, § 1, 6°, van deze wet en mag de betrokkene niet van deze overdracht op de hoogte brengen. Art. 13.Wanneer een overheid bedoeld in ondertitels 1 en 6 van titel 3 over een rechtstreekse toegang of over een rechtstreekse bevraging van een gegevensbank van de openbare of private sector beschikt, worden zijn verwerkingen van persoonsgegevens in deze gegevensbank beschermd door technische, organisatorische en individuele beveiligingsmaatregelen zodat alleen de volgende actoren toegang kunnen hebben tot de inhoud van deze verwerkingen om hun wettelijke toezichtsopdrachten uit te voeren : 1° de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevensbank;2° de functionaris voor gegevensbescherming van de overheid bedoeld in de ondertitels 1 en 6 van titel 3;3° de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevensbank of zijn gemachtigde;4° de verwerkingsverantwoordelijke van de overheid bedoeld in de ondertitels 1 en 6 van titel 3;5° elke andere persoon bepaald in een protocol tussen de verwerkingsverantwoordelijken voor zover de toegang past in de uitvoering van de wettelijke toezichtsopdrachten van de functionarissen voor gegevensbescherming en de verwerkingsverantwoordelijken. De in het eerste lid vermelde beveiligingsmaatregelen zijn bedoeld om de wettelijke verplichtingen met betrekking tot de bescherming van bronnen, de bescherming van de identiteit van de agenten of de discretie van de onderzoeken van de overheden bedoeld in ondertitels 1 en 6 van titel 3 te beschermen. Zij worden ter beschikking gesteld van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Deze verwerkingen mogen enkel toegankelijk zijn voor andere doeleinden dan deze die verband houden met het toezicht indien deze doeleinden vastgelegd zijn in een protocolakkoord door de betrokken verwerkingsverantwoordelijken binnen de doeleinden voorzien door of krachtens een wet. Het protocolakkoord duidt de persoon of personen aan waarvoor de toegang tot de logbestanden noodzakelijk is ter vervulling van elke doeleinde toegelaten in het derde lid. De logbestanden en de in het eerste lid vermelde beveiligingsmaatregelen worden ter beschikking gesteld van het Vast Comité I. De betrokken overheid bedoeld in titel 3 kan afwijken van het eerste lid wanneer de toegang tot zijn verwerkingen in een gegevensbank en de logbestanden geen afbreuk kan doen aan de belangen bedoeld in het tweede lid. Art. 14.§ 1. In toepassing van artikel 23 van de Verordening zijn de in de artikelen 12 tot 22 en 34 van de Verordening bedoelde rechten en het principe van transparantie van de verwerking bedoeld in artikel 5 van de Verordening niet van toepassing op de verwerkingen van gegevens die rechtstreeks of onrechtstreeks afkomstig zijn van de gerechtelijke overheden, de politiediensten, de algemene inspectie van de federale politie en de lokale politie, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, de Algemene administratie van douane en accijnzen en de Passagiersinformatie-eenheid als bedoeld in titel 2, ten aanzien van : 1° de overheden, in de zin van artikel 5 van deze wet, aan wie de gegevens door de politiediensten werden bezorgd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie;2° andere instanties en organen waaraan de gegevens werden bezorgd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in deze titel die in het bezit is van gegevens bedoeld in paragraaf 1 deelt deze niet mee aan de betrokkene tenzij : 1° de wet hem hiertoe verplicht in het kader van een geschillenprocedure;of 2° de gerechtelijke overheden, de politiediensten, de Algemene inspectie van de federale politie en de lokale politie, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, de Algemene administratie van douane en accijnzen en de Passagiersinformatie-eenheid als bedoeld in paragraaf 1, elk voor de gegevens die hen betreffen, hem dit toestaan. De verwerkingsverantwoordelijke of de bevoegde overheid deelt niet mee dat hij in het bezit is van gegevens die van hen afkomstig zijn. § 3. De beperkingen bedoeld in paragraaf 1 hebben eveneens betrekking op de logbestanden van de verwerkingen van de gerechtelijke overheden, de politiediensten, de algemene inspectie van de federale politie en de lokale politie, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, de Algemene administratie van douane en accijnzen en de Passagiersinformatie-eenheid in de gegevensbanken van de verwerkingsverantwoordelijken bedoeld in deze titel waartoe deze rechstreeks toegang hebben. Deze beperkingen zijn slechts van toepassing op de gegevens die aanvankelijk verwerkt werden voor de doeleinden bedoeld in artikel 27 van deze wet. § 4. De wettelijke waarborgen bedoeld in artikel 23.2 van de Verordening waaraan de overheden, organen of instellingen moeten beantwoorden, worden door of krachtens de wet bepaald. De overheden, organen of instellingen die de gegevens verwerken die rechtstreeks of onrechtstreeks afkomstig zijn van de gerechtelijke overheden, de politiediensten, de algemene inspectie van de federale politie en de lokale politie, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, de Algemene administratie van douane en accijnzen en de Passagiersinformatie-eenheid, beantwoorden minstens aan de volgende voorwaarden : 1° ze nemen de gepaste technische of organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot hetgeen de personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen of tot hetgeen nodig is voor de behoeften van de dienst;2° ze nemen de gepaste technische of organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens te beschermen tegen toevallige of niet-toegestane vernietiging, tegen toevallig verlies en tegen wijziging of elke andere niet-toegestane verwerking van die gegevens. De leden van de overheden, organen of instellingen die de gegevens bedoeld in § 1 verwerken, zijn bovendien gebonden door de discretieplicht. § 5. Elk verzoek dat betrekking heeft op de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 12 tot 22 van de Verordening en dat gericht is aan een overheid, orgaan en organisme vermeld in § 1, 1° en 2°, wordt zo snel mogelijk aan de Gegevensbeschermingsautoriteit bedoeld in de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten4 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit bezorgd. Wanneer de Gegevensbeschermingsautoriteit rechtstreeks gevat wordt door de betrokkene of door de verwerkingsverantwoordelijke die melding maakt van de toepassing van dit artikel, verricht ze de nodige verificaties bij de betrokken overheden, organen of organismes. Wanneer de Gegevensbeschermingsautoriteit gevat werd door de betrokkene, informeert ze de betrokkene volgens de vastgelegde wettelijke nadere regels. § 6. Wanneer de verwerking betrekking heeft op gegevens die aanvankelijk verwerkt werden door de politiediensten of de Algemene Inspectie van de federale politie en de lokale politie, richt de Gegevensbeschermingsautoriteit die rechtstreeks gevat wordt door de betrokkene of de verwerkingsverantwoordelijke die melding maakt van de toepassing van dit artikel, zich tot de toezichthoudende autoriteit bedoeld in artikel 71 opdat deze de nodige verificaties bij de bevoegde overheden, organen of instellingen verricht. Wanneer de Gegevensbeschermingsautoriteit gevat werd door de betrokkene, na ontvangst van het antwoord van de autoriteit bedoeld in artikel 71, informeert de Gegevensbeschermingsautoriteit de betrokkene volgens de vastgelegde wettelijke nadere regels. § 7. Wanneer de verwerking betrekking heeft op gegevens die aanvankelijk verwerkt werden door de gerechtelijke overheden, richt de Gegevensbeschermingsautoriteit die rechtstreeks gevat wordt door de betrokkene of de verwerkingsverantwoordelijke die melding maakt van de toepassing van dit artikel, zich tot de toezichthoudende autoriteit die bevoegd is voor de gerechtelijke overheden opdat deze de nodige verificaties bij de bevoegde overheden, organen of instellingen, bedoeld in § 1, 1° en 2°, verricht. Wanneer de Gegevensbeschermingsautoriteit gevat werd door de betrokkene, na ontvangst van het antwoord van de toezichthoudende autoriteit die bevoegd is voor de gerechtelijke overheden, informeert de Gegevensbeschermingsautoriteit de betrokkene volgens de vastgelegde wettelijke nadere regels. Art. 15.In toepassing van artikel 23 van de Verordening, zijn de artikelen 12 tot 22 en 34 van de Verordening, evenals het principe van transparantie van de verwerking bedoeld in artikel 5 van de Verordening, niet van toepassing op de verwerkingen van persoonsgegevens door de Passagiersinformatie-eenheid zoals bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 betreffende de verwerking van passagiersgegevens. De verwerkingsverantwoordelijke deelt de gegevens bedoeld in het eerste lid niet mee aan de betrokkene tenzij de wet hem hiertoe verplicht in het kader van een geschillenprocedure. De verwerkingsverantwoordelijke doet geen enkele melding aan de betrokkene dat hij in het bezit is van gegevens die betrekking hebben op hem. De beperkingen bedoeld in het eerste lid hebben eveneens betrekking op de logbestanden van de verwerkingen door de Passagiersinformatie-eenheid, in de gegevensbanken van de verwerkingsverantwoordelijken bedoeld in deze titel. Wanneer een verzoek of een klacht aanhangig wordt gemaakt bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit waarbij de verwerkingsverantwoordelijke zich beroept op de toepassing van dit artikel, antwoordt de toezichthoudende autoriteit alleen dat de nodige verificaties zijn verricht. Art. 16.Wanneer de persoonsgegevens in een rechterlijke beslissing of een gerechtelijk dossier zijn opgenomen of in het kader van strafrechtelijke onderzoeken en procedures worden verwerkt, worden de rechten bedoeld in de artikelen 12 tot 22 en 34 van de Verordening uitgeoefend overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van strafvordering, de bijzondere wetten die betrekking hebben op de strafrechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan. Art. 17.In toepassing van artikel 23 van de Verordening, mag een verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in deze titel die persoonsgegevens meedeelt aan een gezamenlijke gegevensbank de betrokkene niet van deze overdracht op de hoogte brengen. Onder "gezamenlijke gegevensbank" wordt het gemeenschappelijk uitoefenen van de opdrachten uitgevoerd in het kader van titel 1 en de titels 2 of 3 door meerdere overheden, gestructureerd met behulp van geautomatiseerde procedés en toegepast op persoonsgegevens, bedoeld. HOOFDSTUK IV. - Verwerkingsverantwoordelijke en verwerker Afdeling 1. - Algemene bepaling Art. 18.In uitvoering van artikel 43 van de Verordening worden de certificeringsorganen geaccrediteerd, overeenkomstig de norm EN-ISO/IEC 17065 en de aanvullende eisen die door de bevoegde toezichthoudende autoriteit zijn vastgesteld, door de nationale accreditatie-instantie die is aangewezen in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93. Afdeling 2. - Publieke sector Art. 19.Deze afdeling is van toepassing op de politiediensten in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, die als een overheid worden beschouwd. Art. 20.§ 1. Tenzij anders bepaald in bijzondere wetten, in uitvoering van artikel 6.2 van de Verordening formaliseert de federale overheid, wanneer zij op basis van artikel 6.1.
  5. c)en e), van de Verordening persoonsgegevens doorgeeft aan enig andere overheid of privéorgaan, voor elke type van verwerking deze doorgifte aan de hand van een protocol dat tot stand komt tussen de initiële verwerkingsverantwoordelijke en de verwerkingsverantwoordelijke ontvanger van de gegevens. Dit protocol kan in het bijzonder voorzien in : 1° de identificatie van de federale overheid die de persoonsgegevens doorgeeft alsook die van de ontvanger;2° de identificatie van de verwerkingsverantwoordelijke binnen de overheid die de gegevens doorgeeft alsook van de bestemmeling;3° de contactgegevens van de functionarissen voor gegevensbescherming binnen de overheid die de gegevens doorgeeft alsook van de bestemmeling;4° de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden doorgegeven;5° de categorieën van doorgegeven persoonsgegevens en hun formaat;6° de categorieën van ontvangers;7° de wettelijke grondslag van de doorgifte;8° de nadere regels inzake gehanteerde communicatie;9° elke specifieke maatregel die de doorgifte omkadert conform het proportionaliteitsbeginsel en de vereisten inzake gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen;10° de toepasselijke wettelijke beperkingen met betrekking tot de rechten van de betrokkene;11° de nadere regels inzake de rechten van de betrokkene bij de ontvanger;12° de periodiciteit van de doorgifte;13° de duur van het protocol;14° de sancties die van toepassing zijn in geval van niet naleving van het protocol onverminderd titel 6. § 2. Het protocol wordt afgesloten na de respectievelijke adviezen van de functionaris voor gegevensbescherming van de federale overheid die houder is van de persoonsgegevens en van de bestemmeling. Deze adviezen worden toegevoegd aan het protocol. Wanneer ten minste een van deze adviezen niet gevolgd wordt door de verwerkingsverantwoordelijken vermeldt het protocol, in zijn inleidende bepalingen, de reden of redenen volgens dewelke het advies of de adviezen niet werden gevolgd. § 3. Het protocol wordt openbaar gemaakt op de website van de betrokken verwerkingsverantwoordelijken. Art. 21.In uitvoering van artikel 37.4 van de Verordening wijst een privéorgaan dat persoonsgegevens verwerkt voor rekening van een federale overheid, of waaraan een federale overheid persoonsgegevens doorgeeft, een functionaris voor gegevensbescherming aan indien de verwerking van deze gegevens een hoog risico kan inhouden zoals bedoeld in artikel 35 van de Verordening. Art. 22.Indien de verwerking van persoonsgegevens een hoog risico kan inhouden zoals bedoeld in artikel 35 van de Verordening vraagt de federale overheid voorafgaand aan de verwerking het advies van de functionaris voor gegevensbescherming. Wanneer de federale overheid doorgaat met de uitvoering van deze verwerking tegen het advies en de aanbevelingen van de functionaris voor gegevensbescherming in, dan omkleedt hij zijn beslissing met redenen. De motivering geeft de redenen aan voor het niet volgen van het advies of de aanbevelingen. Art. 23.In uitvoering van artikel 35.10 van de Verordening wordt een specifieke gegevensbeschermingseffectbeoordeling verricht vóór de verwerkingsactiviteit, ook al werd reeds een algemene gegevensbeschermingseffectbeoordeling uitgevoerd in het kader van de vaststelling van de wettelijke grondslag. HOOFDSTUK V. - Verwerking voor journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen Art. 24.§ 1. Onder verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden wordt verstaan de voorbereiding, het verzamelen, opstellen, voortbrengen, verspreiden of archiveren ten behoeve van het informeren van het publiek, met behulp van elke media en waarbij de verwerkingsverantwoordelijke zich de naleving van journalistieke deontologische regels tot taak stelt. § 2. De artikelen 7 tot 10, 11.2, 13 tot 16, 18 tot 20 en 21.1 van de Verordening zijn niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen. § 3. De artikelen 30.4, 31, 33 en 36 van de Verordening zijn niet van toepassing op de verwerkingen voor journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen wanneer door de toepassing ervan een voorgenomen publicatie in het gedrang wordt gebracht of het een controlemaatregel voorafgaandelijk aan de publicatie van een artikel zou uitmaken. § 4. De artikelen 44 tot 50 van de Verordening zijn niet van toepassing op doorgiften van persoonsgegevens verricht voor journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen aan derde landen of internationale organisaties in de mate dat het nodig is om het recht op bescherming van persoonsgegevens in overeenstemming te brengen met de vrijheid van meningsuiting en van informatie. § 5. Artikel 58 van de Verordening is niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen wanneer de toepassing ervan aanwijzingen zou verschaffen over de bronnen van informatie of een controlemaatregel voorafgaandelijk aan de publicatie van een artikel zou uitmaken. TITEL 2. - De bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de bevoegde overheden met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 25.Deze titel voorziet in de omzetting van de richtlijn 2016/680/EU van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad. Art. 26.Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder : 1° "persoonsgegevens" : alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, hierna genoemd "de betrokkene"; als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatiemiddel zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificatiemiddel of van één of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon; 2° "verwerking" : een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, bekendmaking door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;3° "verwerkingsbeperking" : het markeren van opgeslagen persoonsgegevens met als doel de verwerking ervan in de toekomst te beperken;4° "profilering" : elke vorm van geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens waarbij aan de hand van persoonsgegevens bepaalde persoonlijke aspecten van een natuurlijke persoon worden geëvalueerd, met name met de bedoeling aspecten betreffende zijn beroepsprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, interesses, betrouwbaarheid, gedrag, locatie of verplaatsingen van deze natuurlijke persoon te analyseren of te voorspellen;5° "pseudonimisering" : het verwerken van persoonsgegevens op zodanige wijze dat de persoonsgegevens niet meer aan een specifieke betrokkene kunnen worden gekoppeld zonder dat er aanvullende gegevens worden gebruikt, mits deze aanvullende gegevens apart worden bewaard en technische en organisatorische maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de persoonsgegevens niet aan een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon worden gekoppeld;6° "bestand" : elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens die volgens bepaalde criteria toegankelijk zijn, ongeacht of dit gecentraliseerd of gedecentraliseerd is dan wel op functionele of geografische gronden is verspreid;7° "bevoegde overheden" :
  6. a)de politiediensten in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus;
  7. b)de gerechtelijke overheden, te verstaan als de gemeenrechtelijke hoven en rechtbanken en het openbaar ministerie;
  8. c)de Dienst Enquêtes van het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten in het kader van zijn gerechtelijke opdrachten zoals bedoeld in artikel 16, 3e lid van de organieke wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse;
  9. d)de Algemene Inspectie van de federale politie en van de lokale politie bedoeld in artikel 2 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten;
  10. e)de Algemene administratie van de douane en accijnzen, in het kader van haar opdracht inzake opsporing, vaststelling en vervolging van de misdrijven zoals bepaald in de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, en in de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/2003 pub. 08/05/2003 numac 2003003277 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen type wet prom. 22/04/2003 pub. 12/07/2012 numac 2012203621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen. - Duitse vertaling sluiten houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de administratie der douane en accijnzen;
  11. f)de Passagiersinformatie-eenheid bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 betreffende de verwerking van passagiersgegevens;
  12. g)de Cel voor financiële informatieverwerking bedoeld in artikel 76 van de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten3 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
  13. h)de Dienst Enquêtes van het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het kader van zijn gerechtelijke opdrachten zoals bedoeld in artikel 40, derde lid, van de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse;8° "verwerkingsverantwoordelijke" : de bevoegde overheid die, alleen of samen met andere, de doeleinden van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.Wanneer de doeleinden van en de middelen voor die verwerking door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie zijn bepaald, is de verwerkingsverantwoordelijke de entiteit die door of krachtens de wet, het decreet of de ordonnantie als de verwerkingsverantwoordelijke wordt aangewezen; 9° "verwerker" : een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat namens de verwerkingsverantwoordelijke of een andere verwerker persoonsgegevens verwerkt;10° "ontvanger" : een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan, al dan niet een derde, aan wie of waaraan de persoonsgegevens worden bekendgemaakt. Overheden die mogelijk persoonsgegevens ontvangen in het kader van een bijzonder onderzoek overeenkomstig de wet, het decreet of de ordonnantie, gelden echter niet als ontvangers; de verwerking van die persoonsgegevens door deze overheidsinstanties voldoet aan de toepasselijke regels inzake gegevensbescherming overeenkomstig de doeleinden van de verwerking; 11° "inbreuk op de beveiliging" : een inbreuk op de beveiliging die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde bekendmaking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens;12° "genetische gegevens" : persoonsgegevens die verband houden met de overgeërfde of verworven genetische kenmerken van een natuurlijke persoon die unieke informatie verschaffen over de fysiologie of de gezondheid van die natuurlijke persoon en die met name voortkomen uit een analyse van een biologisch monster van die natuurlijke persoon;13° "biometrische gegevens" : persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedragsgerelateerde kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd, zoals gezichtsafbeeldingen of vingerafdrukgegevens;14° "gezondheidsgegevens" : persoonsgegevens die verband houden met de fysieke of mentale gezondheid van een natuurlijke persoon, met inbegrip van de persoonsgegevens over verleende gezondheidsdiensten, waarmee informatie over zijn gezondheidstoestand wordt gegeven;15° "toezichthoudende autoriteit" : de onafhankelijke overheidsinstantie die bij wet belast is met het toezicht op de toepassing van deze titel;16° "internationale organisatie" : een organisatie en de daaronder vallende internationaal publiekrechtelijke organen of andere organen die zijn opgericht bij of op grond van een overeenkomst tussen twee of meer landen;17° "internationale overeenkomst" : elke van kracht zijnde bilaterale of multilaterale internationale overeenkomst tussen lidstaten van de Europese Unie en derde landen op het gebied van justitiële samenwerking en/of politiële samenwerking. Art. 27.Deze titel is van toepassing op de verwerkingen van persoonsgegevens door de bevoegde overheden met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid. HOOFDSTUK II. - Beginselen van verwerking Art. 28.De persoonsgegevens : 1° worden rechtmatig en eerlijk verwerkt;2° worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en legitieme doeleinden verzameld en niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt;3° zijn toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig in verhouding tot de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt;4° zijn juist en worden zo nodig geactualiseerd;alle redelijke maatregelen worden genomen om de persoonsgegevens die, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld te wissen of te rectificeren; 5° worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen niet langer te identificeren dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt;6° worden met gebruikmaking van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier verwerkt dat de beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging. Art. 29.§ 1. Verdere verwerking door dezelfde of een andere verwerkingsverantwoordelijke voor een doeleinde vermeld in artikel 27, ander dan dat waarvoor de persoonsgegevens werden verzameld, is toegelaten voor zover : 1° de verwerkingsverantwoordelijke overeenkomstig de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst gemachtigd is deze persoonsgegevens voor een dergelijk doeleinde te verwerken;en 2° de verwerking noodzakelijk is en in verhouding staat overeenkomstig de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst. § 2. De persoonsgegevens kunnen niet verder verwerkt worden door dezelfde of een andere verwerkingsverantwoordelijke voor een ander doeleinde dan dat waarvoor de persoonsgegevens werden verzameld, indien dat doeleinde niet ondergebracht kan worden onder de doeleinden vermeld in artikel 27, tenzij deze verdere verwerking is toegestaan overeenkomstig de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst. § 3. Wanneer de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst specifieke voorwaarden oplegt voor de verwerking, stelt de bevoegde overheid die de gegevens doorzendt, de ontvanger van die persoonsgegevens in kennis van de voorwaarden en de verplichting om die na te leven. § 4. De bevoegde overheden die de gegevens doorzenden aan de ontvangers in de andere lidstaten van de Europese Unie, mogen geen bijkomende specifieke voorwaarden doen gelden dan degene die gelden voor de nationale gegevensdoorgifte. § 5. De verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de naleving van dit artikel en kan de naleving ervan aantonen. Art. 30.Behoudens de gevallen waarin de maximale bewaartermijn van de gegevens wordt bepaald in de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst die de basis vormt voor de betrokken bewaring, bepaalt de wet, het decreet of de ordonnantie de maximale bewaartermijn. Na afloop van die termijn worden de gegevens gewist. In afwijking van het eerste lid kan de wet, het decreet of de ordonnantie voorzien dat na afloop van een eerste bewaartermijn een analyse moet worden uitgevoerd op basis van verschillende noodzakelijkheids- en proportionaliteitscriteria om te bepalen of het nodig is dat de gegevens bewaard blijven, en in voorkomend geval, de nieuwe bewaartermijn. In dat geval voorziet de wet, het decreet of de ordonnantie in een maximale bewaartermijn. Art. 31.De verwerkingsverantwoordelijke maakt in voorkomend geval en voor zover mogelijk een duidelijk onderscheid tussen persoonsgegevens betreffende verschillende categorieën van betrokkenen, zoals : 1° personen ten aanzien van wie gegronde vermoedens bestaan dat zij een strafbaar feit hebben gepleegd of zullen plegen;2° personen die voor een strafbaar feit zijn veroordeeld;3° slachtoffers van een strafbaar feit, of personen ten aanzien van wie bepaalde feiten aanleiding geven tot het vermoeden dat zij het slachtoffer zouden kunnen worden van een strafbaar feit;4° andere personen die bij een strafbaar feit betrokken zijn, zoals personen die als getuige kunnen worden opgeroepen in een onderzoek naar strafbare feiten of een daaruit voortvloeiende strafrechtelijke procedure, personen die informatie kunnen verstrekken over strafbare feiten, of personen die contact hebben of banden onderhouden met een van de personen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°. Art. 32.§ 1. Persoonsgegevens die op feiten zijn gebaseerd, worden voor zover mogelijk onderscheiden van persoonsgegevens die op een persoonlijk oordeel zijn gebaseerd. § 2. De bevoegde overheden nemen alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens die onjuist, onvolledig of niet meer actueel zijn, niet worden doorgezonden of beschikbaar worden gesteld. Daartoe controleert iedere bevoegde overheid, voor zover mogelijk, de kwaliteit van de persoonsgegevens voordat de gegevens worden doorgezonden of beschikbaar worden gesteld. Voor zover mogelijk wordt bij de doorzending van persoonsgegevens te allen tijde de noodzakelijke aanvullende informatie worden toegevoegd aan de hand waarvan de ontvangende bevoegde overheid de mate van juistheid, volledigheid en betrouwbaarheid van persoonsgegevens kan beoordelen, alsmede de mate waarin ze actueel zijn. § 3. Indien blijkt dat onjuiste persoonsgegevens zijn doorgezonden, of dat de persoonsgegevens op onrechtmatige wijze zijn doorgezonden, wordt de ontvanger daarvan onverwijld in kennis gesteld. In dat geval worden de persoonsgegevens gerectificeerd of gewist, of wordt de verwerking beperkt overeenkomstig artikel 39. Art. 33.§ 1. De verwerking is rechtmatig indien : 1° ze noodzakelijk is voor de uitvoering van een opdracht uitgevoerd door een overheid bevoegd voor de in artikel 27, bedoelde doeleinden; en 2° ze gebaseerd is op een wettelijke of reglementaire verplichting. § 2. De wettelijke of reglementaire verplichting regelt ten minste de categorieën van persoonsgegevens die verwerkt moeten worden en de doeleinden van de verwerking. Art. 34.§ 1. Verwerking van persoonsgegevens waaruit de raciale of etnische afkomst, de politieke opvattingen, de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging of het lidmaatschap van een vakvereniging blijken, en verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een natuurlijke persoon, gegevens over gezondheid of gegevens over seksueel gedrag of seksuele gerichtheid van een natuurlijke persoon zijn slechts toegelaten wanneer de verwerking strikt noodzakelijk is en geschiedt met inachtneming van passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, en enkel in een van de volgende gevallen : 1° wanneer de verwerking door de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst is toegestaan;2° wanneer de verwerking noodzakelijk is ter verdediging van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon;3° wanneer de verwerking betrekking heeft op gegevens die kennelijk openbaar zijn gemaakt door de betrokkene. § 2. De passende waarborgen zoals bedoeld in paragraaf 1 voorzien ten minste in dat de bevoegde overheid of de verwerkingsverantwoordelijke een lijst van de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens opstelt, met een beschrijving van hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de beoogde gegevens. Deze lijst wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. De bevoegde overheid waakt erover dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijke karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen. Art. 35.Uitsluitend op geautomatiseerde verwerking gebaseerde besluiten, met inbegrip van profilering, die voor de betrokkene nadelige rechtsgevolgen hebben of hem in aanmerkelijke mate treffen, zijn toegestaan als de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst voorziet in passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, met inbegrip van ten minste het recht op menselijke tussenkomst van de verwerkingsverantwoordelijke. Profilering die leidt tot discriminatie van natuurlijke personen op grond van de in artikel 34 bedoelde bijzondere categorieën van persoonsgegevens, is verboden. HOOFDSTUK III. - Rechten van de betrokkene Art. 36.§ 1. De verwerkingsverantwoordelijke neemt passende maatregelen om de in artikel 37 bedoelde informatie te verstrekken en mededelingen te doen bedoeld in de artikelen 35, 38 tot 41 en artikel 62 in een beknopte, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal. De informatie wordt op elke passende manier, ook elektronisch, verstrekt. Over het algemeen, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke de informatie in dezelfde vorm als het verzoek. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke faciliteert de uitoefening van de rechten van de betrokkene uit hoofde van de artikelen 35 en 38 tot 41. § 3. De verwerkingsverantwoordelijke of de toezichthoudende autoriteit, in het geval bedoeld in artikel 41, informeert de betrokkene schriftelijk, zonder onnodige vertraging met betrekking tot de opvolging van zijn verzoek. § 4. Eenieder heeft het recht om kosteloos de informatie bedoeld in artikel 37, te verkrijgen en de maatregelen bedoeld in de artikelen 35, 38 tot 41 en 62, te laten nemen. Wanneer verzoeken van een betrokkene kennelijk ongegrond of buitensporig zijn, met name vanwege hun repetitieve karakter, mag de verwerkingsverantwoordelijke ofwel : 1° een redelijke vergoeding aanrekenen in het licht van de administratieve kosten waarmee het verstrekken van de gevraagde informatie of communicatie en het nemen van de gevraagde maatregelen gepaard gaan;ofwel 2° weigeren gevolg te geven aan het verzoek. Het is aan de verwerkingsverantwoordelijke om de kennelijk ongegronde of buitensporige aard van het verzoek aan te tonen. § 5. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de natuurlijke persoon die het in artikel 38 of 39 bedoelde verzoek indient, kan hij om aanvullende informatie vragen die nodig is ter bevestiging van de identiteit van de betrokkene. Art. 37.§ 1. Teneinde de betrokkene de mogelijkheid te bieden zijn recht op informatie uit te oefenen, stelt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene de volgende informatie ter beschikking : 1° de identiteit en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke;2° in voorkomend geval, de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming;3° de doeleinden van de verwerking;4° het bestaan van het recht om klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit, en de contactgegevens van voornoemde autoriteit;5° het bestaan van het recht de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om toegang tot en rectificatie of wissing van hem betreffende persoonsgegevens, en beperking van de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens;6° de rechtsgrond van de verwerking;7° de termijn gedurende welke de persoonsgegevens zullen worden bewaard, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;8° in voorkomend geval, de categorieën van ontvangers van de persoonsgegevens;9° indien noodzakelijk, bijkomende informatie, in het bijzonder wanneer de persoonsgegevens zonder medeweten van de betrokkene worden verzameld. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde informatie kan bij wet worden uitgesteld of beperkt dan wel achterwege worden gelaten, voor zover een dergelijke maatregel in een democratische samenleving, met naar behoren inachtneming van de fundamentele rechten en de legitieme belangen van de natuurlijke persoon in kwestie, een noodzakelijke en evenredige maatregel is om : 1° belemmering van strafrechtelijke of andere gereglementeerde onderzoeken, opsporingen of procedures te voorkomen;2° nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen;3° de openbare veiligheid te beschermen;4° de nationale veiligheid te beschermen;5° de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. § 3. Behoudens de gevallen waarin de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst dit bepaalt, kan de wet, het decreet of de ordonnantie bepalen welke verwerkingscategorieën geheel of gedeeltelijk onder één van de punten opgesomd in paragraaf 2 kunnen vallen. § 4. De rechten bedoeld in dit hoofdstuk, voor wat betreft de gegevensverwerkingen van de hoven en rechtbanken van het gemeen recht en het openbaar ministerie, worden uitsluitend uitgeoefend binnen de grenzen en conform de regels en nadere regels van het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van strafvordering, de bijzondere wetten die betrekking hebben op de strafrechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan. Art. 38.§ 1. Teneinde de betrokkene de mogelijkheid te bieden zijn recht op verzoek tot toegang tot zijn persoonsgegevens uit te oefenen, stelt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene de volgende informatie ter beschikking : 1° de bevestiging dat de hem betreffende persoonsgegevens al dan niet worden verwerkt en toegang tot die gegevens;2° de doeleinden en de rechtsgrond van de verwerking;3° de betreffende categorieën van persoonsgegevens;4° de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn bekendgemaakt;5° de bewaartermijn, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;6° dat hij het recht heeft van de verwerkingsverantwoordelijke de rectificatie of wissing van hem betreffende persoonsgegevens of beperking van verwerking van hem betreffende persoonsgegevens te vragen;7° dat hij het recht heeft klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit, en de contactgegevens van deze autoriteit;8° de persoonsgegevens die worden verwerkt, en alle beschikbare informatie over de oorsprong van die gegevens. § 2. De wet, het decreet of de ordonnantie kan het recht op toegang van de betrokkene geheel of gedeeltelijk beperken, voor zover en zolang die volledige of gedeeltelijke beperking in een democratische samenleving, met inachtneming van de grondrechten en legitieme belangen van de natuurlijke persoon in kwestie, een noodzakelijke en evenredige maatregel is om : 1° belemmering van strafrechtelijke of andere gereglementeerde onderzoeken, opsporingen of procedures te voorkomen;2° nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen;3° de openbare veiligheid te beschermen;4° de nationale veiligheid te beschermen;5° de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. § 3. In de in paragraaf 2 bedoelde gevallen stelt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene zonder onnodige vertraging schriftelijk in kennis van een eventuele weigering of beperking van de toegang en van de redenen voor die weigering of beperking. Die informatie kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan een van de doeleinden van paragraaf 2 zou ondermijnen. De verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit of om een beroep in te stellen bij de rechter. § 4. De verwerkingsverantwoordelijke documenteert de feitelijke of juridische redenen die aan het besluit ten grondslag liggen. Die informatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Art. 39.§ 1. De betrokkene heeft het recht om zonder onnodige vertraging van de verwerkingsverantwoordelijke de rectificatie en eventueel de aanvulling te verkrijgen van hem betreffende onjuiste persoonsgegevens. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke wist de persoonsgegevens zonder onnodige vertraging wanneer de verwerking indruist tegen de bepalingen goedgekeurd krachtens artikelen 28, 29, 33 of 34 of wanneer de persoonsgegevens moeten worden gewist om te voldoen aan een wettelijke verplichting waaraan de verwerkingsverantwoordelijke gehouden is. § 3. In plaats van tot wissing over te gaan, mag de verwerkingsverantwoordelijke de verwerking beperken wanneer : 1° de juistheid van de persoonsgegevens door de betrokkene wordt betwist en niet kan worden geverifieerd of de gegevens al dan niet juist zijn;of 2° de persoonsgegevens als bewijsmateriaal moeten worden bewaard. Wanneer de verwerking op grond van het eerste lid, 1°, van het eerste lid wordt beperkt, informeert de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene alvorens de verwerkingsbeperking op te heffen. § 4. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene schriftelijk in kennis van een eventuele weigering tot rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking, en van de redenen voor die weigering. Deze informatie kan bij wet, decreet of ordonnantie, worden beperkt, voor zover een dergelijke verwerkingsbeperking in een democratische samenleving, met inachtneming van de grondrechten en legitieme belangen van de natuurlijke persoon in kwestie, een noodzakelijke en evenredige maatregel is om : 1° belemmering van strafrechtelijke of andere gereglementeerde onderzoeken, opsporingen of procedures te voorkomen;2° nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen;3° de openbare veiligheid te beschermen;4° de nationale veiligheid te beschermen;5° de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. De verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit of om beroep in rechte in te stellen. § 5. De verwerkingsverantwoordelijke deelt de rectificatie van de onjuiste persoonsgegevens mee aan de overheid van wie de onjuiste persoonsgegevens afkomstig zijn. § 6. In geval van rectificatie, wissing of verwerkingsbeperking bedoeld in paragrafen 1 tot 3, stelt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangers daarvan in kennis, en rectificeren of wissen de ontvangers de persoonsgegevens of beperken ze de onder hun bevoegdheid vallende verwerking van persoonsgegevens. Art. 40.De verwerkingsverantwoordelijke die een verzoek ontvangt om een recht uit te oefenen bedoeld in de artikelen 36 tot 39, bezorgt de verzoeker onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek een gedagtekend ontvangstbewijs. Art. 41.In de in de artikelen 37, § 2, 38, § 2, 39, § 4, en 62, § 1, bedoelde gevallen, kan de wet, het decreet of de ordonnantie, bepalen dat de rechten van de betrokkene door de bevoegde toezichthoudende autoriteit worden uitgeoefend, met respect voor de principes van noodzakelijkheid en proportionaliteit in een democratische samenleving. Onverminderd artikel 44, in het geval bedoeld in het eerste lid stelt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene ervan in kennis dat hij zijn rechten door de bevoegde toezichthoudende autoriteit uitoefent. In het geval bedoeld in het eerste lid, dient de betrokkene het verzoek om zijn rechten uit te oefenen in bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Art. 42.Het verzoek tot uitoefening van de rechten bedoeld in dit hoofdstuk voor wat betreft de politiedienst in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus of de algemene inspectie van de federale politie en de lokale politie, wordt aan de toezichthoudende autoriteit bedoeld in artikel 71 gericht. In de in de artikelen 37, § 2, 38, § 2, 39, § 4, en 62, § 1, bedoelde gevallen deelt de toezichthoudende autoriteit bedoeld in artikel 71 uitsluitend mee aan de betrokkene dat de nodige verificaties werden verricht. Niettegenstaande het tweede lid kan de toezichthoudende autoriteit bedoeld in artikel 71 aan de betrokkene bepaalde contextuele informatie verstrekken. De Koning, na advies van de toezichthoudende autoriteit bedoeld in artikel 71, bepaalt de categorieën van contextuele informatie die door deze toezichthoudende autoriteit aan de betrokkene kunnen worden medegedeeld. Art. 43.Voor wat betreft de gegevensverwerkingen van de douanediensten bedoeld in artikel 26, 7°, e), en de Cel voor financiële informatieverwerking bedoeld in artikel 26, 7°, g), worden de rechten van de betrokkene zoals bedoeld in dit hoofdstuk uitgeoefend door de bevoegde toezichthoudende autoriteit. De bevoegde toezichthoudende autoriteit deelt uitsluitend aan de betrokkene mede dat de nodige verificaties werden verricht. In afwijking van het tweede lid kan de bevoegde toezichthoudend autoriteit aan de betrokkene bepaalde contextuele informatie verstrekken. De Koning bepaalt na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit de categorieën van contextuele informatie die door de bevoegde toezichthoudende autoriteit aan de betrokkene kunnen worden medegedeeld. Art. 44.Wanneer de persoonsgegevens in een rechterlijke beslissing of een gerechtelijk dossier zijn opgenomen of in het kader van strafrechtelijke onderzoeken en procedures worden verwerkt, worden de in de artikelen 37, 38, § 1, 39 en 41, tweede lid, bedoelde rechten uitgeoefend overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van strafvordering, de bijzondere wetten die betrekking hebben op de strafrechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan. Art. 45.§ 1. De artikelen 36 tot 44 en 62 zijn niet van toepassing op de verwerkingen van persoonsgegevens die rechtstreeks of onrechtstreeks afkomstig zijn van de overheden bedoeld in titel 3 van deze wet, met betrekking tot de verwerkingsverantwoordelijken en de bevoegde overheden bedoeld in deze titel naar wie deze gegevens werden overgebracht. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke of de bevoegde overheid bedoeld in deze titel die in het bezit is van zulke gegevens deelt deze niet mee aan de betrokkene tenzij : 1° de wet hem hiertoe verplicht in het kader van een geschillenprocedure;of 2° de betrokken overheid bedoeld in titel 3 hem dit toestaat. § 3. De verwerkingsverantwoordelijke of de bevoegde overheid deelt niet mee dat hij of zij in het bezit is van gegevens die van overheden bedoeld in titel 3 afkomstig zijn. § 4. De verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in deze titel die gegevens verwerkt die rechtstreeks of onrechtstreeks afkomstig zijn van de overheden bedoeld in titel 3 beantwoordt minstens aan de volgende voorwaarden : 1° hij neemt nemen de gepaste technische of organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot hetgeen de personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen of tot hetgeen nodig is voor de behoeften van de autoriteit bedoeld in titel 3;2° hij neemt de gepaste technische of organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens te beschermen tegen toevallige of niet-toegestane vernietiging, tegen toevallig verlies en tegen wijziging of elke andere niet-toegestane verwerking van die gegevens. De leden van het personeel van de verwerkingsverantwoordelijke die de gegevens bedoeld in het eerste lid verwerken, zijn gebonden door de discretieplicht. § 5. De beperkingen bedoeld in paragraaf 1 hebben eveneens betrekking op de logbestanden van de verwerkingen van een overheid bedoeld in titel 3 in de gegevensbanken van de verwerkingsverantwoordelijken en van de bevoegde overheden bedoeld in deze titel waartoe de overheid bedoeld in titel 3 rechtstreeks toegang heeft. § 6. Wanneer een verzoek of een klacht aanhangig wordt gemaakt bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit waarbij de verwerkingsverantwoordelijke zich beroept op de toepassing van dit artikel, wendt deze toezichthoudende autoriteit zich tot het Vast Comité I opdat het de nodige verificaties bij de overheid bedoeld in titel 3 verricht. Na ontvangst van het antwoord van het Vast Comité I brengt de bevoegde toezichthoudende autoriteit de betrokkene enkel op de hoogte van de resultaten van de verificatie, die betrekking hebben op persoonsgegevens die niet van een overheid bedoeld in titel 3 afkomstig zijn, die ze wettelijk gehouden is mee te delen. Indien het verzoek of de klacht enkel betrekking heeft op persoonsgegevens afkomstig van een overheid bedoeld in titel 3, antwoordt de bevoegde toezichthoudende autoriteit, na ontvangst van het antwoord van het Vast Comité I, dat de nodige verificaties werden verricht. Art. 46.Een verwerkingsverantwoordelijke of een bevoegde overheid bedoeld in deze titel die persoonsgegevens meedeelt aan een overheid bedoeld in ondertitels 2 en 4 van titel 3 van deze wet is niet onderworpen aan de artikelen 37, § 1, 8° en 38, § 1, 4° en mag de betrokkene niet van deze overdracht op de hoogte brengen. Art. 47.Wanneer een overheid bedoeld in ondertitels 1 en 6 van titel 3 van deze wet over een rechtstreekse toegang of over een rechtstreekse bevraging van een gegevensbank van de publieke sector beschikt, wordt de verwerking van de persoonsgegevens beschermd door technische, organisatorische en persoonlijke beveiligingsmaatregelen zodat alleen de volgende actoren toegang kunnen hebben tot de inhoud van deze verwerkingen in het kader van de doeleinden bedoeld in artikel 56, § 2 : 1° de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevensbank of de persoon die hij daartoe machtigt;2° de functionaris voor gegevensbescherming van de overheid bedoeld in ondertitels 1 en 6 van titel 3;3° de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevensbank of de persoon die hij daartoe machtigt;4° de verwerkingsverantwoordelijke van de overheid bedoeld in ondertitels 1 en 6 van titel 3;5° elke andere persoon bepaald in een protocol tussen de verwerkingsverantwoordelijken, voor wie de toegang noodzakelijk is om de wettelijke toezichtsopdrachten te vervullen. De beveiligingsmaatregelen bedoeld in het eerste lid zijn bedoeld om de wettelijke verplichtingen met betrekking tot de bescherming van bronnen, de bescherming van de identiteit van de agenten of het geheim van de onderzoeken van de overheden bedoeld in titel 3, ondertitels 1 en 6, na te komen. De verwerkingen bedoeld in het eerste lid mogen enkel toegankelijk zijn voor andere doeleinden dan diegene die verband houden met het toezicht indien deze doeleinden, uit de door of krachtens een wet vastgelegde doeleinden, zijn vastgelegd in een protocolakkoord tussen de betrokken verwerkingsverantwoordelijken. Het protocolakkoord bedoeld in het derde lid wijst de persoon of de personen aan waarvoor de toegang tot de logbestanden noodzakelijk is om elk van de doeleinden vermeld in het derde lid te vervullen. De logbestanden en de daaraan gekoppelde technische, organisatorische en persoonlijke veiligheidsmaatregelen worden ter beschikking gesteld van het Vast Comité I. De betrokken overheid bedoeld in ondertitels 1 en 6 van titel 3 kan afwijken van het eerste lid wanneer de toegang tot haar verwerkingen in een gegevensbank en tot de logbestanden hiervan geen afbreuk kan doen aan de belangen bedoeld in het tweede lid. Art. 48.Een verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in deze titel die persoonsgegevens meedeelt aan een gezamenlijke databank mag de betrokkene niet van deze overdracht op de hoogte brengen. Onder "gezamenlijke databank" wordt het gemeenschappelijk uitoefenen van de opdrachten uitgevoerd in het kader van titels 2 en 3 door meerdere overheden, gestructureerd met behulp van geautomatiseerde procedés en toegepast op persoonsgegevens, bedoeld. Art. 49.De artikelen 36 tot 44 en 62 zijn niet van toepassing op de verwerkingen van persoonsgegevens door de Passagiersinformatie-eenheid. De verwerkingsverantwoordelijke deelt de gegevens bedoeld in het eerste lid niet mee aan de betrokkene tenzij de wet hem hiertoe verplicht in het kader van een geschillenprocedure. De verwerkingsverantwoordelijke doet geen enkele melding aan de betrokkene dat hij in het bezit is van gegevens die betrekking hebben op hem. De beperkingen bedoeld in het eerste lid hebben eveneens betrekking op de logbestanden van de verwerkingen door de Passagiersinformatie-eenheid, in de gegevensbanken van de verwerkingsverantwoordelijken bedoeld in deze titel. Wanneer een verzoek of een klacht aanhangig wordt gemaakt bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit waarbij de verwerkingsverantwoordelijke zich beroept op de toepassing van dit artikel, antwoordt deze alleen dat de nodige verificaties zijn verricht. HOOFDSTUK IV. - Verwerkingsverantwoordelijke en verwerker Afdeling 1. - Organisatorische en technische maatregelen Art. 50.Rekening houdend met de aard, de reikwijdte, de context en de doeleinden van de verwerking, alsmede met de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, treft de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen. Wanneer zulks in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten, omvatten deze maatregelen de uitvoering van een passend gegevensbeschermingsbeleid door de verwerkingsverantwoordelijke. De verwerkingsverantwoordelijke kan aantonen dat de verwerking in overeenstemming met de wet wordt uitgevoerd. Die maatregelen worden geëvalueerd en indien nodig geactualiseerd. Art. 51.§ 1. Rekening houdend met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten en de aard, de reikwijdte, de context en de doeleinden van de verwerking, alsmede met de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, dienen de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld in artikel 50, om de gegevensbeschermingsbeginselen op een doeltreffende manier door te voeren en de nodige waarborgen in de verwerking in te bouwen ter bescherming van de rechten van de betrokkenen, zowel bij de bepaling van de verwerkingsmiddelen als bij de verwerking zelf. § 2. De technische en organisatorische maatregelen bedoeld in artikel 50 waarborgen dat in beginsel alleen persoonsgegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor elk specifiek doel van de verwerkingen. In het bijzonder waarborgen deze maatregelen dat persoonsgegevens in beginsel niet zonder menselijke tussenkomst voor een onbeperkt aantal natuurlijke personen toegankelijk worden gemaakt. Afdeling 2. - Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken Art. 52.Wanneer twee of meer verwerkingsverantwoordelijken gezamenlijk de doeleinden en middelen van de verwerking bepalen, zijn zij gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken. Een onderlinge regeling stelt op transparante wijze de respectieve verantwoordelijkheden van de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken vast, met name met betrekking tot de uitoefening van de rechten van de betrokkene en om de in de artikelen 37 en 38 bedoelde informatie te verstrekken, tenzij hun respectieve verantwoordelijkheden zijn vastgesteld bij de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst. In de onderlinge regeling kan één enkel contactpunt voor de betrokkenen worden aangewezen. Afdeling 3. - Verwerker Art. 53.§ 1. Indien de verwerking wordt toevertrouwd aan een verwerker, kiest de verwerkingsverantwoordelijke een verwerker die voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de verwerkingen. § 2. De verwerker neemt een andere verwerker in dienst met voorafgaande specifieke of algemene schriftelijke toestemming van de verwerkingsverantwoordelijke. In het geval van algemene schriftelijke toestemming licht de verwerker de verwerkingsverantwoordelijke in over beoogde veranderingen inzake de toevoeging of vervanging van andere verwerkers, waarbij de verwerkingsverantwoordelijke de mogelijkheid wordt geboden tegen deze veranderingen bezwaar te maken. § 3. De verwerking door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst of andere rechtshandeling die de verwerker ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke bindt, en waarin het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het type persoonsgegevens en de categorieën van betrokkenen, en de rechten en verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke worden omschreven. Die overeenkomst of andere rechtshandeling bepaalt met name dat de verwerker : 1° uitsluitend volgens de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke handelt;2° ervoor zorgt dat personen die gemachtigd zijn de persoonsgegevens te verwerken zich ertoe hebben verplicht geheimhouding in acht te nemen of door een passende wettelijke verplichting van geheimhouding gebonden zijn;3° de verwerkingsverantwoordelijke met passende middelen bijstaat om de naleving van de bepalingen betreffende de rechten van de betrokkene te verzekeren;4° na afloop van de gegevensverwerkingsdiensten, alle persoonsgegevens wist of die terugbezorgt aan de verwerkingsverantwoordelijke, en bestaande kopieën verwijdert, tenzij de bewaring van de persoonsgegevens verplicht is bij de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst;5° aan de verwerkingsverantwoordelijke alle informatie ter beschikking stelt die nodig is om de naleving van dit artikel aan te tonen;6° aan de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde voorwaarden voor indienstneming van een andere verwerker voldoet. § 4. De in paragraaf 3 bedoelde overeenkomst of andere rechtshandeling is gesteld in schriftelijke vorm, daaronder begrepen in elektronische vorm. § 5. Indien een verwerker in strijd met deze titel de doeleinden en middelen van de verwerking bepaalt, wordt die verwerker met betrekking tot deze verwerking als de verwerkingsverantwoordelijke beschouwd. Art. 54.De verwerker en eenieder die onder het gezag van de verwerkingsverantwoordelijke of van de verwerker handelt en toegang heeft tot persoonsgegevens, verwerkt die uitsluitend in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke, of krachtens de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst. Afdeling 4. - Verplichtingen Art. 55.§ 1. Elke verwerkingsverantwoordelijke en verwerker houdt een register bij van de categorieën van verwerkingsactiviteiten die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht. Dat register bevat de volgende elementen : 1° de naam en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker, en van zijn gedelegeerde of vertegenwoordiger;2° de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming;3° de verwerkingsdoeleinden;4° de categorieën van betrokkenen;5° de categorieën van persoonsgegevens;6° de categorieën van ontvangers;7° de doorgiften van persoonsgegevens aan een derde land of een internationale organisatie, met inbegrip van de vermelding van dat derde land of die internationale organisatie en, in voorkomend geval, de documenten getuigen van het bestaan van passende waarborgen;8° de beoogde termijnen voor het wissen van de verschillende gegevenscategorieën;9° een algemene beschrijving van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen bedoeld in artikel 50;10° het gebruik van profilering;11° de rechtsgrondslag;12° de categorie van externe bronnen;13° het protocol bedoeld in artikel 20 evenals het advies van de functionaris voor gegevensbescherming en de motivering bedoeld in artikel 22. § 2. De functionaris voor gegevensbescherming wordt betrokken bij de uitwerking en het bijhouden van het register. § 3. Het register wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Art. 56.§ 1. De logbestanden van tenminste de volgende verwerkingen worden bijgehouden in systemen voor geautomatiseerde verwerking : de verzameling, wijziging, raadpleging, bekendmaking, met inbegrip van de doorgiften, de combinatie en de wissing. De logbestanden van de raadpleging en de bekendmaking maken het mogelijk om het volgende te achterhalen : 1° de redenen, de datum en het tijdstip van die verwerkingen;2° de categorieën van personen die persoonsgegevens hebben geraadpleegd, en indien mogelijk, de identiteit van de persoon die persoonsgegevens heeft geraadpleegd;3° de systemen die deze persoonsgegevens bekendgemaakt hebben;4° en de categorieën van de ontvangers van die persoonsgegevens ontvangen, en indien mogelijk, de identiteit van de ontvangers van die persoonsgegevens. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, andere soorten van verwerking bepalen waarvoor logbestanden moeten worden opgesteld. § 2. De logbestanden worden uitsluitend gebruikt om te controleren of de verwerking rechtmatig is, voor interne controles, ter waarborging van de integriteit en de beveiliging van de persoonsgegevens en voor doeleinden bedoeld in artikel 27. § 3. De verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker stellen de logbestanden desgevraagd ter beschikking van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Art. 57.De verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker werken op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit met deze laatste samen bij het vervullen van haar opdrachten. Art. 58.Wanneer een soort verwerking, in het bijzonder een verwerking waarbij nieuwe technologieën worden gebruikt, waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen oplevert, verricht de verwerkingsverantwoordelijke vóór de verwerking een beoordeling van het effect van de beoogde verwerkingsactiviteiten op de bescherming van persoonsgegevens. De in het eerste lid bedoelde beoordeling bevat ten minste een algemene beschrijving van de beoogde verwerkingen, een beoordeling van de risico's voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen, de beoogde maatregelen ter beperking van de risico's, de voorzorgsmaatregelen, de beveiligingsmaatregelen en de mechanismen die zijn ingesteld om de persoonsgegevens te beschermen en aan te tonen dat aan deze titel is voldaan, met inachtneming van de rechten en legitieme belangen van de betrokkenen en de andere belanghebbenden. Art. 59.§ 1. De verwerkingsverantwoordelijke of zijn verwerker raadpleegt de bevoegde toezichthoudende autoriteit van de verwerkingsverantwoordelijke voordat de verwerking van persoonsgegevens in een nieuw bestand wordt opgenomen : 1° indien uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling als bedoeld in artikel 58 blijkt dat de verwerking een hoog risico zou opleveren indien de verwerkingsverantwoordelijke geen maatregelen neemt om het risico te beperken;of 2° indien de aard van de verwerking, in het bijzonder wanneer wordt gebruikgemaakt van nieuwe technologieën, mechanismen of procedures, een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen met zich meebrengt. De bevoegde toezichthoudende autoriteit wordt geraadpleegd bij het opstellen van een wet, een decreet of een ordonnantie, of een daarop gebaseerde reglementaire maatregel in verband met de verwerking. § 2. De bevoegde toezichthoudende autoriteit kan een lijst opstellen van de verwerkingen waarvoor overeenkomstig paragraaf 1 een voorafgaande raadpleging moet plaatsvinden. § 3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de bevoegde toezichthoudende autoriteit de gegevensbeschermingseffectbeoordeling krachtens artikel 58 en, op verzoek, alle andere informatie op grond waarvan de bevoegde toezichthoudende autoriteit de conformiteit van de verwerking en met name de risico's voor de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene en de betrokken waarborgen kan beoordelen. § 4. Wanneer de bevoegde toezichthoudende autoriteit van oordeel is dat de in paragraaf 1 bedoelde voorgenomen verwerking indruist tegen deze titel, met name wanneer de verwerkingsverantwoordelijke het risico onvoldoende heeft onderkend of beperkt, geeft ze binnen de zes weken na ontvangst van het verzoek om raadpleging een niet bindend schriftelijk advies aan de verwerkingsverantwoordelijke en in voorkomend geval aan de verwerker, en kan ze al haar bij de wet verleende bevoegdheden uitoefenen. Die termijn kan, naargelang de complexiteit van de voorgenomen verwerking, met een maand worden verlengd. De bevoegde toezichthoudende autoriteit stelt de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker binnen een maand na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van elke verlenging, alsook van de redenen voor de vertraging. Art. 60.§ 1. De verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker nemen passende technische en organisatorische maatregelen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen, met name met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens bedoeld in artikel 34 van deze wet en rekening houdend met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten en de aard, de reikwijdte, de context en de doeleinden van de verwerking, alsmede met de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen. § 2. Ten aanzien van de geautomatiseerde verwerking neemt de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker, na beoordeling van het risico, maatregelen om : 1° te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot de verwerkingsapparatuur;2° te verhinderen dat onbevoegden de gegevensdragers kunnen lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen;3° te verhinderen dat onbevoegden persoonsgegevens invoeren of opgeslagen persoonsgegevens inzien, wijzigen of verwijderen;4° te verhinderen dat onbevoegden geautomatiseerde verwerkingssystemen gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;5° ervoor te zorgen dat personen die bevoegd zijn om een geautomatiseerd verwerkingssysteem te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de persoonsgegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft;6° ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen persoonsgegevens zijn of kunnen worden doorgezonden of beschikbaar gesteld met behulp van datatransmissieapparatuur;7° ervoor te zorgen dat later kan worden nagegaan en vastgesteld welke persoonsgegevens wanneer en door wie in geautomatiseerde verwerkingssystemen zijn ingevoerd;8° te verhinderen dat onbevoegden persoonsgegevens kunnen lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen bij de doorgifte van persoonsgegevens of het vervoer van gegevensdragers;9° ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw kunnen worden ingezet;10° ervoor te zorgen dat de functies van het systeem werken, dat eventuele functionele storingen worden gesignaleerd en dat de bewaarde persoonsgegevens niet kunnen worden beschadigd door het verkeerd functioneren van het systeem. Art. 61.§ 1. De verwerkingsverantwoordelijke meldt de inbreuk op de beveiliging zonder onnodige vertraging en indien mogelijk niet meer dan 72 uur nadat hij er kennis van heeft genomen aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Die verplichte kennisgeving is niet van toepassing wanneer het waarschijnlijk is dat de inbreuk op de beveiliging geen risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen met zich brengt. Wanneer de kennisgeving aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit niet binnen 72 uur plaatsvindt, gaat ze vergezeld van een motivering voor de vertraging. § 2. De verwerker verwittigt de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging en uiterlijk binnen 72 uur zodra hij kennis heeft genomen van een inbreuk op de beveiliging. § 3. In de in paragraaf 1 bedoelde melding wordt met name het volgende omschreven of meegedeeld : 1° de aard van de inbreuk op de beveiliging, met inbegrip van, indien mogelijk de categorieën van betrokkenen en gegevensbestanden in kwestie en, bij benadering, het aantal betrokkenen en persoonsgegevensbestanden in kwestie;2° de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming of een ander contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen;3° de waarschijnlijke gevolgen van de inbreuk op de beveiliging;4° de maatregelen die de verwerkingsverantwoordelijke heeft voorgesteld of genomen om de inbreuk op de beveiliging aan te pakken, met inbegrip, in voorkomend geval maatregelen ter beperking van de eventuele nadelige gevolgen daarvan. § 4. Indien en voor zover het niet mogelijk is alle informatie gelijktijdig te verstrekken, kan de informatie zonder onnodige verdere vertraging in stappen worden verstrekt. § 5. Wanneer de inbreuk op de beveiliging betrekking heeft op persoonsgegevens die zijn doorgezonden door of aan de verwerkingsverantwoordelijke van een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt de in paragraaf 3 bedoelde informatie zonder onnodige vertraging aan de verwerkingsverantwoordelijke van die lidstaat meegedeeld. § 6. De verwerkingsverantwoordelijke documenteert alle in paragraaf 1 bedoelde inbreuken op de beveiliging, met inbegrip van de feiten, de gevolgen ervan en de genomen corrigerende maatregelen. Die documentatie moet de bevoegde toezichthoudende autoriteit ertoe in staat stellen de naleving van dit artikel te controleren. Art. 62.§ 1. Wanneer de inbreuk op de beveiliging waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, deelt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene de inbreuk op de beveiliging onverwijld mee. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde mededeling aan de betrokkene bevat een omschrijving, van de aard van de inbreuk op de beveiliging en ten minste de in artikel 61, § 3, 2° tot 4°, bedoelde gegevens en maatregelen. § 3. De in paragraaf 1 bedoelde mededeling aan de betrokkene is niet vereist wanneer een van de volgende voorwaarden is vervuld : 1° de verwerkingsverantwoordelijke heeft passende technische en organisatorische beschermingsmaatregelen genomen en deze maatregelen zijn toegepast op de persoonsgegevens waarop de inbreuk op de beveiliging betrekking heeft, met name die welke de persoonsgegevens onbegrijpelijk maken voor onbevoegden, zoals versleuteling;2° de verwerkingsverantwoordelijke heeft achteraf maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat het in paragraaf 1 bedoelde hoge risico voor de rechten en vrijheden van betrokkenen zich waarschijnlijk niet meer zal voordoen;3° de mededeling zou onevenredige inspanningen vergen. In het geval bedoeld in het eerste lid, 3°, komt er daarvan een openbare mededeling of een soortgelijke maatregel waarbij de betrokkenen even doeltreffend worden geïnformeerd. § 4. Indien de verwerkingsverantwoordelijke de inbreuk op de beveiliging nog niet aan de betrokkene heeft gemeld, kan de bevoegde toezichthoudende autoriteit, na beraad over de kans dat de inbreuk op de beveiliging een hoog risico met zich meebrengt, de verwerkingsverantwoordelijke daartoe verplichten of besluiten dat aan een van de in paragraaf 3 bedoelde voorwaarden is voldaan. § 5. De in paragraaf 1 bedoelde mededeling aan de betrokkene kan worden uitgesteld, beperkt of achterwege worden gelaten onder de voorwaarden en om de redenen bedoeld in artikel 37, § 2. Afdeling 5. - Functionaris voor gegevensbescherming Art. 63.De verwerkingsverantwoordelijke wijst een of meerdere functionarissen voor gegevensbescherming aan. De functionaris voor gegevensbescherming wordt aangewezen op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de wetgeving en de praktijk inzake gegevensbescherming en zijn vermogen de in artikel 65 bedoelde taken te vervullen. Het is mogelijk om voor verschillende bevoegde overheden of verwerkingsverantwoordelijken, rekening houdend met hun organisatiestructuur en omvang, één functionaris voor gegevensbescherming aan te wijzen. De verwerkingsverantwoordelijke maakt de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming openbaar en deelt die mee aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit. De nadere regels voor de werking, de aanwijzing en vereiste competenties worden door de Koning bepaald. Art. 64.De verwerkingsverantwoordelijke ziet erop toe dat de functionaris voor gegevensbescherming tijdig en naar behoren bij alle aangelegenheden die met de bescherming van persoonsgegevens verband houden, wordt betrokken. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de functionaris voor gegevensbescherming de benodigde middelen ter beschikking voor het vervullen van die opdrachten en verschaft hem toegang tot de persoonsgegevens en de verwerkingen, en biedt hem de mogelijkheid zijn deskundigheid op peil te houden. De verwerkingsverantwoordelijke ziet erop toe dat de functionaris voor gegevensbescherming geen instructies ontvangt met betrekking tot de uitvoering van die taken. De functionaris voor gegevensbescherming brengt rechtstreeks verslag uit aan de hoogste leidinggevende van de verwerkingsverantwoordelijke. Behalve bij toepassing van de artikelen 41 en 44 kunnen de betrokkenen met de functionaris voor gegevensbescherming contact opnemen over alle aangelegenheden die verband houden met de verwerking van hun gegevens en met de uitoefening van hun rechten. De functionaris voor gegevensbescherming is met betrekking tot de uitvoering van zijn opdrachten tot geheimhouding of vertrouwelijkheid gehouden. De functionaris voor gegevensbescherming kan andere taken en plichten vervullen. De verwerkingsverantwoordelijke zorgt ervoor dat deze taken of plichten niet tot een belangenconflict leiden. Art. 65.De functionaris voor gegevensbescherming vervult in het bijzonder de volgende opdrachten : 1° de verwerkingsverantwoordelijke en de werknemers die de verwerking verrichten informeren en adviseren over hun verplichtingen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens;2° toezien op de naleving van de regelgeving en de interne regels van de verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van de toewijzing van verantwoordelijkheden, de bewustmaking en de opleiding van het bij de verwerking betrokken personeel en de betreffende audits;3° desgevraagd advies verstrekken met betrekking tot de gegevensbeschermingseffectbeoordeling en toezien op de uitvoering daarvan in overeenstemming met artikel 58;4° met de bevoegde toezichthoudende autoriteit samenwerken;5° optreden als contactpunt voor de bevoegde toezichthoudende autoriteit inzake met de verwerking verband houdende aangelegenheden, met inbegrip van de in artikel 59 bedoelde voorafgaande raadpleging, en, in voorkomend geval, overleg plegen over enige andere aangelegenheid. HOOFDSTUK V. - Doorgiften van persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties Art. 66.§ 1. Onverminderd de bepalingen van deze titel, mogen de bevoegde overheden persoonsgegevens slechts doorgeven aan landen buiten de Europese Unie of aan een internationale organisatie, met inbegrip van verdere doorgifte aan een ander land buiten de Europese Unie of een andere internationale organisatie, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de doorgifte is noodzakelijk met het oog op de doeleinden van artikel 27;2° de persoonsgegevens worden doorgegeven aan een verwerkingsverantwoordelijke in een land buiten de Europese Unie of in een internationale organisatie die een bevoegde overheid is voor de in artikel 27, bedoelde doeleinden;3° ingeval persoonsgegevens worden doorgezonden of beschikbaar gesteld vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie, heeft die lidstaat overeenkomstig zijn nationale recht zijn voorafgaande toestemming gegeven voor de doorgifte;4° de Europese Commissie heeft een adequaatheidsbesluit bedoeld in artikel 67 vastgesteld, of, indien een dergelijk besluit er niet is, zijn er krachtens artikel 68 passende waarborgen geboden of gelden er afwijkingen voor specifieke situaties uit hoofde van artikel 69;5° in het geval van een verdere doorgifte aan een ander land buiten de Europese Unie of een andere internationale organisatie, geeft de verwerkingsverantwoordelijke, toestemming voor de verdere doorgifte, na alle relevante factoren naar behoren in aanmerking te hebben genomen, met inbegrip van de ernst van het strafbare feit, het doel waarvoor de persoonsgegevens oorspronkelijk waren doorgegeven en het niveau van persoonsgegevensbescherming in het derde land of de internationale organisatie waaraan de persoonsgegevens verder worden doorgegeven. § 2. De doorgifte zonder de voorafgaande toestemming vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie zoals bedoeld in paragraaf 1, 3°, is slechts toegelaten indien deze doorgifte van persoonsgegevens noodzakelijk is met het oog op de voorkoming van een acute en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid van een lidstaat of een derde land of voor de fundamentele belangen van een lidstaat van de Europese Unie, en voorafgaande toestemming niet tijdig kan worden verkregen. De voor het geven van voorafgaande toestemming verantwoordelijke overheid wordt onverwijld in kennis gesteld. Art. 67.Een doorgifte van persoonsgegevens aan een land buiten de Europese Unie of een internationale organisatie kan plaatsvinden wanneer de Europese Commissie bij adequaatheidsbesluit bepaald heeft dat het land, een gebied of één of meerdere nader bepaalde sectoren in dat land, of de internationale organisatie in kwestie een passend beschermingsniveau waarborgt. Voor een dergelijke doorgifte is geen specifieke toestemming nodig. Art. 68.§ 1. Bij gebreke van een adequaatheidsbesluit zoals bedoeld in artikel 67, of wanneer dat is opgeheven, gewijzigd of opgeschort, kan een doorgifte van persoonsgegevens aan een land buiten de Europese Unie of een internationale organisatie slechts plaatsvinden wanneer : 1° in een juridisch bindend instrument wordt voorzien in passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens;of 2° de verwerkingsverantwoordelijke alle omstandigheden in verband met de doorgifte van persoonsgegevens heeft beoordeeld en heeft geconcludeerd dat er passende waarborgen bestaan voor de bescherming van persoonsgegevens. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke informeert de bevoegde toezichthoudende autoriteit over de categorieën van doorgiften uit hoofde van paragraaf 1, 2°. § 3. De doorgifte gebaseerd op paragraaf 1, 2°, wordt gedocumenteerd en bevat : 1° de datum en tijd van doorgifte;2° informatie over de ontvangende bevoegde autoriteit;3° de reden voor de doorgifte en de doorgegeven persoonsgegevens. De documentatie wordt desgevraagd ter beschikking van de bevoegde toezichthoudende autoriteit gesteld. Art. 69.§ 1. Bij gebreke van een adequaatheidsbesluit zoals bedoeld in artikel 67, of van passende waarborgen zoals bedoeld in artikel 68, is een doorgifte of een categorie van doorgiften van persoonsgegevens aan een land buiten de Europese Unie of een internationale organisatie slechts toegelaten indien de doorgifte noodzakelijk is : 1° om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere persoon te beschermen;2° om de legitieme belangen van de betrokkene te beschermen wanneer de wet daarin voorziet;3° om een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid te voorkomen;4° in uitzonderlijke gevallen met het oog op de doeleinden van artikel 27;5° in specifieke gevallen met het oog op het instellen, uitoefenen of verdedigen van rechtsvorderingen in verband met de doeleinden van artikel 27. § 2. Persoonsgegevens worden niet doorgegeven indien de bevoegde autoriteit die de doorgifte verricht, meent dat de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene zwaarder wegen dan het algemeen belang van de doorgifte bedoeld in paragraaf 1, 4° en 5°. § 3. De doorgifte bedoeld in paragraaf 1, 2°, wordt gedocumenteerd en bevat : 1° de datum en tijd van doorgifte;2° informatie over de ontvangende bevoegde autoriteit;3° de reden voor de doorgifte en de doorgegeven persoonsgegevens. De documentatie wordt desgevraagd ter beschikking gesteld van de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Art. 70.§ 1. In afwijking van artikel 66, § 1, 2°, en onverminderd de internationale overeenkomsten en bepalingen van deze titel, mogen de bevoegde autoriteiten, in bepaalde specifieke gevallen, persoonsgegevens rechtstreeks doorgeven aan ontvangers in landen buiten de Europese Unie die geen bevoegde autoriteit zijn voor de doeleinden in artikel 27, voor zover aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan : 1° de doorgifte is strikt noodzakelijk voor de uitvoering van de opdrachten van de bevoegde autoriteit die de doorgifte doet;2° de bevoegde autoriteit die de gegevens doorgeeft, stelt vast dat er geen fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene voorrang hebben op het algemeen belang waarvoor de overdracht in het betreffende geval vereist is;3° de bevoegde autoriteit die de doorgifte doet, meent dat de doorgifte aan een bevoegde autoriteit binnen het desbetreffende land ondoeltreffend of ongeschikt is, met name omdat de doorgifte niet tijdig kan worden bewerkstelligd;4° de bevoegde autoriteit in het desbetreffende land wordt zonder onnodige vertraging op de hoogte gebracht, tenzij dat ondoeltreffend of ongeschikt is;5° de bevoegde autoriteit die de doorgifte doet, licht de ontvanger in over het nader bepaalde doel of de nader bepaalde doeleinden waarvoor de persoonsgegevens bij uitsluiting door laatstgenoemde mogen worden verwerkt, op voorwaarde dat een dergelijke verwerking noodzakelijk is. § 2. De bevoegde autoriteit die de doorgifte doet, stelt de toezichthoudende autoriteit in kennis van doorgiften die gebeuren in het kader van dit artikel. § 3. Wanneer een doorgifte is gebaseerd op paragraaf 1, wordt die gedocumenteerd. HOOFDSTUK VI. - Onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten Art. 71.§ 1. Bij de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit op de politionele informatie opgericht, Controleorgaan op de politionele informatie genoemd. Zij is de rechtsopvolger van het Controleorgaan op de politionele informatie opgericht bij artikel 36ter, § 1, eerste lid, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Zij is ten aanzien van de bevoegde overheden bedoeld in artikel 26, § 1, 7°, a),
  14. d)en f), belast, met : 1° het toezicht op de toepassing van deze titel, zoals voorzien door artikel 26, 15° ;2° de controle van de verwerking van de informatie en de persoonsgegevens bedoeld in de artikelen 44/1 tot 44/11/13 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, met inbegrip van deze ingevoegd in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2 van dezelfde wet;3° elke andere opdracht haar door of krachtens andere wetten verleend. § 2. De zetel van het Controleorgaan op de politionele informatie is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Bij de uitvoering van haar opdrachten en de uitoefening van haar bevoegdheden overeenkomstig deze wet en andere wetten treedt het Controleorgaan op de politionele informatie volledig onafhankelijk op. TITEL 3. - De bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door andere overheden dan die bedoeld in titels 1 en 2 ONDERTITEL 1. - De bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten HOOFDSTUK I. - Definities Art. 72.§ 1. De definities bedoeld in de artikelen 26, 1° tot 6°, 9°, 11° tot 14°, 16° en 17°, zijn van toepassing op deze ondertitel. § 2. Voor de toepassing van deze ondertitel wordt verstaan onder : 1° "de inlichtingen- en veiligheidsdiensten" : de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid bedoeld in de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;2° "de verwerkingsverantwoordelijke" : een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt;3° "de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten" : de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;4° "de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5" : de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse;5° "de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten" : de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007003 bron ministerie van landsverdediging Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;6° "toezichthoudende autoriteit" : een onafhankelijke overheidsinstantie die bij wet belast is met het toezicht op de toepassing van deze wet;7° "het Vast Comité I" : het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 belast met het toezicht op de toepassing van deze ondertitel in toepassing van artikel 95. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied Art. 73.Deze ondertitel is van toepassing op elke verwerking van persoonsgegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en hun verwerkers, uitgevoerd in het kader van de opdrachten van deze diensten als bedoeld in artikelen 7 en 11 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten alsook door of krachtens bijzondere wetten. De titels 1, 2, 4, 5 en 7 van deze wet zijn niet van toepassing op de verwerkingen bedoeld in het eerste lid. In titel 6 zijn enkel de artikelen 226, 227 en 230 zijn van toepassing. HOOFDSTUK III. - Algemene verwerkingsvoorwaarden Art. 74.Persoonsgegevens mogen slechts verwerkt worden in één van de volgende gevallen : 1° wanneer de betrokkene daarvoor zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;2° wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is of voor de uitvoering van maatregelen die aan het sluiten van die overeenkomst voorafgaan en die op verzoek van de betrokkene zijn genomen;3° wanneer de verwerking nuttig is om een verplichting na te komen waaraan de inlichtingen- en veiligheidsdienst is onderworpen door of krachtens een wet;4° wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een opdracht van openbaar belang of die deel uitmaakt van de uitoefening van het openbaar gezag, die is opgedragen aan de verwerkingsverantwoordelijke of aan de overheidsinstantie aan wie de persoonsgegevens worden verstrekt. Art. 75.Persoonsgegevens moeten : 1° worden eerlijk en rechtmatig verwerkt;2° worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verkregen en niet verder verwerkt op een wijze die, rekening houdend met alle relevante factoren, met name met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, onverenigbaar is met die doeleinden.Onder de voorwaarden vastgesteld door de artikelen 99 tot 104 wordt een verdere verwerking van de gegevens voor historische, wetenschappelijke of statistische doeleinden niet als onverenigbaar beschouwd; 3° zijn toereikend, terzake dienend en niet overmatig, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt;4° zijn nauwkeurig en worden, zo nodig, bijgewerkt.Alle redelijke maatregelen worden getroffen om de persoonsgegevens die, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt, onnauwkeurig of onvolledig zijn, te wissen of te verbeteren. HOOFDSTUK IV. - Aard van de persoonsgegevens Art. 76.De inlichtingen- en veiligheidsdiensten verwerken, voor het belang van de uitoefening van hun opdrachten, persoonsgegevens van alle aard, inbegrepen die waaruit de raciale of etnische afkomst, de politieke opvattingen, de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging of het lidmaatschap van een vakvereniging blijken, alsook genetische en biometrische gegevens, gezondheidsgegevens, gegevens die het seksuele gedrag of de seksuele gerichtheid betreffen en deze met betrekking tot strafrechtelijke vervolgingen en tot inbreuken of veiligheidsmaatregelen die hiermee samenhangen. HOOFDSTUK V. - Bewaring van persoonsgegevens Art. 77.De persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor ze opgeslagen worden en volgens de nadere regels bepaald in het kader van artikel 21 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 01/01/1999 numac 1998010046 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen van uitzetting sluiten. HOOFDSTUK VI. - Rechten van de betrokkene Art. 78.Iedere natuurlijke persoon heeft in verband met de verwerking van persoonsgegevens die op hem betrekking hebben, recht op bescherming van zijn fundamentele rechten en vrijheden, inzonderheid op de bescherming van zijn persoonsgegevens. Art. 79.De betrokkene heeft het recht te vragen : 1° om zijn onjuiste persoonsgegevens te laten verbeteren of verwijderen;2° om de verificatie bij het Vast Comité I van de naleving van de bepalingen van deze ondertitel. Art. 80.De rechten bedoeld in artikel 79 worden kosteloos uitgeoefend via het Vast Comité I op initiatief van de betrokkene die zijn identiteit bewijst. Het Vast Comité I voert de verificatie uit en deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties werden verricht. De nadere regels voor de uitoefening van deze rechten worden bepaald in de wet. Art. 81.Het Vast Comité I en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten houden een logbestand bij van alle aanvragen van betrokkenen tot uitoefening van hun rechten. Art. 82.Een besluit waaraan voor een persoon rechtsgevolgen verbonden zijn, mag niet louter worden genomen op grond van een geautomatiseerde persoonsgegevensverwerking die bestemd is om bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid te evalueren. Het in het eerste lid vastgestelde verbod geldt niet indien het besluit zijn grondslag vindt in een bepaling voorgeschreven door of krachtens een wet of wanneer het noodzakelijk is vanwege een zwaarwegend algemeen belang. HOOFDSTUK VII. - Verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker Afdeling 1. - Algemene verplichtingen Art. 83.De verwerkingsverantwoordelijke : 1° waakt er nauwlettend over dat de persoonsgegevens worden bijgewerkt, dat de onjuiste, onvolledige en niet terzake dienende gegevens, alsmede die welke zijn verkregen of verder verwerkt in strijd met deze ondertitel, worden verbeterd of verwijderd;2° zorgt ervoor dat voor de personen die onder zijn gezag handelen, de toegang tot de persoonsgegevens en de verwerkingsmogelijkheden, beperkt blijven tot wat nuttig is voor de uitoefening van hun opdrachten of voor de behoeften van de dienst;3° informeert alle personen die onder zijn gezag handelen over de bepalingen van deze ondertitel en over alle relevante voorschriften inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer betreffende de verwerking van persoonsgegevens. Art. 84.Indien de verwerking wordt toevertrouwd aan een verwerker, moet de verwerkingsverantwoordelijke : 1° een verwerker kiezen die voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de verwerkingen;2° toezien op de naleving van die maatregelen, met name door ze vast te leggen in contractuele bepalingen;3° de verantwoordelijkheid van de verwerker vaststellen in de overeenkomst;4° met de verwerker overeenkomen dat deze laatste slechts handelt in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke en dat hij is gebonden door dezelfde verplichtingen als deze waartoe de verwerkingsverantwoordelijke in toepassing van deze ondertitel is gehouden;5° in een geschrift of op een elektronische drager de elementen van de overeenkomst met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens en de eisen met betrekking tot de maatregelen bedoeld in de bepalingen onder 3° en 4°, vaststellen. Art. 85.De verwerker is gebonden door dezelfde verplichtingen als deze waartoe de verwerkingsverantwoordelijke is gehouden. De verwerker mag de verwerking van persoonsgegevens niet toevertrouwen aan een andere verwerker, behoudens uitdrukkelijke toestemming van de verwerkingsverantwoordelijke. Art. 86.Eenieder die handelt onder het gezag van de verwerkingsverantwoordelijke of van de verwerker, alsmede de verwerker zelf, die toegang heeft tot persoonsgegevens, mag deze slechts in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke verwerken, behoudens op grond van een verplichting door of krachtens een wet. Afdeling 2. - Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken Art. 87.Wanneer twee of meer verwerkingsverantwoordelijken gezamenlijk de doelei

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.