← België

Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit

Kort samengevat

Dit koninklijk besluit heft een eerder technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitstransmissienet op en vervangt het, om te voldoen aan een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie en een gewijzigde wet. Het doel is een duidelijkere afbakening van bevoegdheden tussen de Koning en de regulator (CREG) te realiseren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

29 NOVEMBER 2024. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit VERSLAG AAN DE KONING Sire, I. STREKKING Het voorgelegde koninklijk besluit strekt ertoe het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten (B.S. van 29 april 2019) houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna "technisch reglement") op te heffen en te vervangen. Hiermee wordt gevolg gegeven aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 december 2020 (C-767/19) en wordt uitvoering gegeven aan de wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2021 pub. 03/09/2021 numac 2021021721 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen sluiten tot wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna "Elektriciteitswet"), waarbij onder meer het artikel 11 van de Elektriciteitswet werd gewijzigd (Belgisch Staatsblad van 3 september 2021). Overeenkomstig artikel 22, eerste lid, van de wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2021 pub. 03/09/2021 numac 2021021721 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen sluiten trad het gewijzigde artikel 11 in werking op 1 september 2022. II. HISTORIEK IN VERBAND MET DE RAADPLEGING EN HET VOORSTEL VAN DE TRANSMISSIENETBEHEERDER EN HET OVERLEG MET DE REGULATOR EN DIENS ADVIES Overeenkomstig artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet werd dit besluit opgesteld na uitgebreid overleg met de transmissienetbeheerder en na advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (hierna: CREG). Specifiek voor de maximumcapaciteitsdrempelwaarden van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden van de types A, B, C en D overeenkomstig artikel 5, lid 3, van de Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net bouwt dit besluit voort op een voorstel van de transmissienetbeheerder en het advies van de CREG. Het advies van de CREG inzake dit besluit werd op 18 januari 2023 goedgekeurd door het directiecomité van de CREG en draagt de referentie (A)2501. In het kader van de splitsingsoefening tussen het technisch reglement van 22 april 2019 en de gedragscode vond reeds eerder nauw overleg plaats tussen de Algemene Directie Energie en de diensten van de CREG (onder meer op 18 oktober 2021 en op dinsdag 15 maart 2022). Artikel 11, § 3, van de Elektriciteitswet voorziet tevens regelmatig overleg tussen de CREG en de Algemene Directie Energie inzake hun respectievelijke werkzaamheden betreffende de gedragscode en het technisch reglement. Hoe voormelde splitsingsoefening concreet uitvoering heeft gekregen, zal tevens duidelijk worden weergegeven in een concordantietabel die de bepalingen van het technische reglement van 22 april 2019 vergelijkt met de gedragscode van 22 oktober 2022 en dit besluit. Deze concordantietabel zal ter beschikking worden gesteld van het publiek via de website van de Algemene Directie Energie. III. DOELSTELLING, INHOUD EN STRUCTUUR VAN HET ONTWERP

  1. a)Doelstelling en voorwerp In bovenvermeld arrest, dat aanleiding gaf tot aanpassing van de Elektriciteitswet en de hieruit volgende en hierna nader toegelichte opheffing en opsplitsing van het technisch reglement, besliste het Hof van Justitie van de Europese Unie dat er sprake was van een gebrekkige omzetting van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG door (oud) artikel 11 van de Elektriciteitswet.Het Hof oordeelde met name dat de bepalingen uit het technisch reglement die daar uitvoering aan geven, maatregelen en beginselen (kunnen) bevatten die betrekking (kunnen) hebben op de exclusieve bevoegdheden van de regulator (de CREG). Het Hof identificeerde in dit verband met name de bepalingen van (oud) artikel 11, tweede lid, 1°, 2°, 5°, 6° en 7°, van de Elektriciteitswet als niet conform omgezet met artikel 37, lid 6,
  2. a)tot c), van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG, thans artikel 59, lid 7, van de vierde Richtlijn (EU)2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna "EMD-Richtlijn"). In de overwegingen 103 tot 108 verduidelijkte het Hof dat de Koning inbreuk kan maken/maakt op de exclusieve bevoegdheid van de regulator wat betreft "de vaststelling of de goedkeuring van deze voorwaarden of ten minste van de methoden voor het vastleggen daarvan" door operationele regels, maatregelen, inlichtingen en beginselen in het technisch reglement op te nemen met betrekking tot: - aansluitingstermijnen; - inlichtingen te verschaffen door de netgebruikers aan de transmissienetnetbeheerder; - de voorwaarden inzake aansluiting en toegang tot het net; - de voorwaarden inzake het verstrekken van balanceringsdiensten; - de voorwaarden inzake toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
  3. b)Duidelijker bevoegdheidsafbakening Concreet houdt de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in dat het technisch reglement geen eisen of operationele regels mag vaststellen die inbreuk maken op de exclusieve bevoegdheid van de CREG in verband met de hierboven vermelde onderwerpen zoals omschreven in artikel 37, lid 6,
  4. a)tot c), van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG, thans artikel 59, lid 7, van de EMD-Richtlijn.
  5. c)Eisen waarvoor de CREG exclusief bevoegd is Zo zijn dus de bevoegdheid tot het vaststellen of goedkeuren van voorwaarden voor aansluiting en toegang tot het transmissienet, de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en het verstrekken van ondersteunende diensten op grond van artikel 59, lid 7, van de EMD-Richtlijn en het artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet duidelijk voorbehouden aan de CREG. De CREG is verder bevoegd voor het vaststellen van de regels inzake de planningsgegevens die gerelateerd zijn aan de uitwisseling van energie en dus aan aansluiting en toegang tot het transmissienet. De CREG is daarbij ook bevoegd voor de beoordeling of er voldaan is aan de vereisten van een "substantiële modernisering" en bijgevolg over de vraag of een installatie als bestaand of nieuw valt te beschouwen. De Koning blijft evenwel bevoegd op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 8°, van de Elektriciteitswet om de omstandigheden te bepalen op grond waarvan door de CREG geoordeeld wordt of een bestaande installatie als nieuw moet worden beschouwd. Het betreft hier dus een vorm van gedeelde bevoegdheid. De gedragscode werd op 20 oktober 2022 door het directiecomité van de CREG goedgekeurd en is te raadplegen via de website van de regulator.
  6. d)Eisen waarvoor de Koning bevoegd blijft De exclusieve bevoegdheid van de CREG om bepaalde voorwaarden vast te stellen verhindert evenwel niet dat de Koning in het technisch reglement andere technische eisen en operationele regels kan opnemen - en waarvoor desgevallend specifieke aspecten nader overeengekomen moeten worden tussen de transmissienetbeheerder en de systeemgebruiker (zgn.toepassingsmodaliteiten) - voor zover deze betrekking hebben op domeinen waarvoor de Koning bevoegd blijft. Zo mogen via het technisch reglement onder meer technische eisen inzake veiligheid en eisen van algemene toepassing door de Koning worden vastgesteld of goedgekeurd. Op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 1°, van de Elektriciteitswet behoudt de Koning de bevoegdheid om, na overleg met de transmissienetbeheerder en advies van de CREG, technische (veiligheids)eisen vast te stellen zoals dit reeds het geval was onder het (oud) artikel 5 van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG. De Raad van State heeft in zijn advies nr. 69.159/3 bevestigd dat het voor de Koning mogelijk blijft, ondanks het feit dat artikel 5 van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG niet werd overgenomen door de EMD-Richtlijn, om minimumeisen inzake veiligheid vast te stellen. Voor de bevoegdheid van de Koning tot het goedkeuren, op voorstel van de transmissienetbeheerder, van "eisen van algemene toepassing" wordt verwezen naar artikel 11, § 1, derde lid, 2°, van de Elektriciteitswet. De Elektriciteitswet definieert "eisen voor algemene toepassing" in artikel 2, 100°, met uitdrukkelijke verwijzing naar het betreffende artikel van de connectiecodes als "de eisen voor algemene toepassing of de methodologie die ter berekening of vaststelling van deze eisen wordt gebruikt bedoeld in artikel 7.1 en 7.4 van de Verordening RfG, artikel 6.1 en 6.4 van de Verordening DCC, en artikel 5.1 en 5.4 van de Verordening HVDC". Het gaat in deze connectiecodes om eisen die door hun algemene formulering niet meteen toepasbaar zijn en die op het niveau van de lidstaat door de transmissienetbeheerder moeten worden ingevuld alvorens zij kunnen worden toegepast en afgedwongen. Daar waar de bepalingen van dit besluit uitvoering geven aan de inhoud van de Europese netcodes en richtsnoeren, bevat de tekst van het besluit de verwijzing naar de desbetreffende netcodebepaling die de rechtsgrond ervan vormt. In het licht van de voormelde bevoegdheidsverdeling en de inwerkingtreding van de voornoemde wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2021 pub. 03/09/2021 numac 2021021721 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen sluiten op 1 september 2022, blijft de Koning bevoegd om bepalingen van het technisch reglement die onder de bevoegdheid van de CREG vallen, te schrappen, voor zover de CREG de betrokken aangelegenheden eerder heeft geregeld en de Koning zich beperkt tot het opschonen van de tekst. Dit wordt evenzeer bevestigd door de Raad van State in haar advies 74.610/3 van 9 november 2023 (randnummer 26). Dat de bevoegdheidsverdeling, tussen de regulator en de Koning die volgt uit de Europese regelgeving, soms tot verwarring kan leiden, blijkt uit het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State. De Raad stelt bij randnummer 10.3 dat artikel 65, § 1 betrekking zou hebben op de bevoegdheid van de regulator tot het regelen van te verstrekken ondersteunende diensten krachtens artikel 59, lid 7, b), van richtlijn (EU) 2019/944 en artikel 11, § 2, 2°, a), van de Elektriciteitswet. Artikel 65, § 1 bepaalt echter louter de technische eis dat een elektriciteitsproductie-eenheid in staat moet zijn om een reactief vermogen te kunnen absorberen of leveren tussen -0.1 Pmax en 0.45 Pmax, dit in functie van de veiligheid van het transmissienet. Welke ondersteunende dienst er uiteindelijk dient te worden ingericht en onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren, blijft te allen tijde kaderen binnen de bevoegdheid van de regulator.
  7. e)Implementatie van de bevoegdheidsafbakening en voornaamste aanpassingen van het technisch reglement Om de door het gewijzigde artikel 11 van de Elektriciteitswet verduidelijkte bevoegdheidsafbakening tussen de Koning en de CREG in dit besluit consequent te implementeren werd ervoor geopteerd de bepalingen van het technisch reglement van 22 april 2019 op te splitsen. Generieke technische eisen m.b.t. veiligheid, ontwerp en exploitatie voor alle bestaande en nieuwe installaties evenals de eisen van algemene toepassing voor nieuwe installaties blijven behouden in voorliggend nieuw technisch reglement, mits de vereiste herformulering om elke inbreuk op de exclusieve bevoegdheid van de CREG te vermijden. Alle vereisten die verband houden met de markt- en contractgerelateerde voorwaarden van toegang en van de aansluiting tot het net, het congestiebeheer, de ondersteunende diensten waaronder de balanceringsdiensten, de toegang tot de internationale infrastructuur werden, overeenkomstig de nieuwe paragraaf 2 van artikel 11 van de Elektriciteitswet, opgenomen in de door de CREG opgestelde gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Met de wijziging van artikel 11 van de Elektriciteitswet heeft de wetgever tevens beoogd gedeeltelijk uitvoering te geven aan Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet en van Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG. Aangaande de gegevens die de netgebruikers aan de netbeheerder moeten verstrekken heeft de schrapping van punt 5 van (oud) artikel 11, eerste lid, van de Elektriciteitswet tot gevolg dan nog slechts in enkele uitzonderlijke gevallen verplichtingen inzake mededeling van informatie aan de transmissienetbeheerder worden opgenomen in het technisch reglement met name in die gevallen waar dit noodzakelijk is voor de veiligheid van het net. In uitvoering van de nieuwe bepalingen tweede lid, 9° en 10° en het vierde lid van artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet wordt in artikel 6, vierde lid, van dit besluit overeenkomstig de keuzemogelijkheid van artikel 3 van voornoemde Verordening (EU) nr. 2019/941 de minister bevoegd voor Energie aangewezen als bevoegde instantie inzake zekerheid van de elektriciteitsvoorziening (risicoparaatheid). Verder wordt de Koning opgedragen om in het technisch reglement de elementen te bepalen die het risicoparaatheidsplan moet bevatten onverminderd de elementen daarin op te nemen met toepassing van de voornoemde Verordening (EU) nr. 2019/941. Hieraan wordt uitvoering gegeven door in voorliggend technisch reglement te bepalen dat de minister bevoegd voor Energie aan de Algemene Directie Energie operationele taken kan delegeren die betrekking hebben op de risicoparaatheidsplanning en risicobeheersing als bepaald in bovenvermelde verordening. In dit kader kan ook gewezen worden op het toevoegen van een adviesbevoegdheid voor de Algemene Directie Energie in artikel 8, § 2, met betrekking tot de criteria om de omvang van de te compenseren actieve verliezen te berekenen zoals vermeld in artikel 106 van de gedragscode elektriciteit. Met betrekking tot de adviesbevoegdheid voor de Algemene Directie Energie zoals vervat in de artikelen 7, derde lid, 8, § 2 en 71, § 5, kan worden opgemerkt dat het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State werd gevolgd (randnummer 11 e.v.). Aldus werd in de artikelen 8, § 2 en 71, § 5 voorzien dat de CREG ook in de gevallen waar geen advies wordt verleend, een beslissing kan nemen. De CREG blijft onverminderd op enige wijze gebonden door de standpunten die de Algemene Directie Energie formuleert in haar adviezen.
  8. f)Redactie en structurele aanpassingen Het voorgaande leidt ertoe dat een hele reeks technische bepalingen uit het bestaande technisch reglement, soms middels een nieuwe verwoording om rekening te houden met bovenvermelde bevoegdheidsverdeling, ook in dit besluit zijn opgenomen. Daarnaast werden definities van niet meer in de tekst voorkomende termen geschrapt en werden waar nodig voor een goed begrip van het koninklijk besluit nieuwe of aangepaste definities ingevoerd. Deze definities vormen een aanvulling op de definities die in andere wettelijke of regelgevende documenten, zoals de toepasselijke Europese wetgeving of de gedragscode van de CREG, zijn vastgesteld. Verdere redactionele en wetgevingstechnische opmerkingen vervat in het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State werden tevens verwerkt in de tekst van dit besluit. Anderzijds noodzaakte het verdwijnen van belangrijke onderdelen tot een volledig vervanging van de bestaande tekst door een herwerkte tekst met een nieuwe indeling in 10 boeken. Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om een aantal generieke en omkaderende bepalingen vooraan samen te brengen in boek 1. Zo werden bij wijze van introductie enkele nieuwe of bestaande bepalingen opgenomen in dit eerste boek, waarbij het toepassingsgebied van dit besluit en de opdracht van de transmissienetbeheerder, de bevoegdheden van de minister en de tussenkomst van de CREG en de Algemene Directie Energie in het kader van dit besluit nader worden gesitueerd en omschreven. Ook andere accessoire bepalingen met algemene strekking worden in dit boek samengebracht bijvoorbeeld inzake overleg en dialoog met de marktdeelnemers, het houden van registers, mededeling van informatie, adviesverlening, vertrouwelijkheid en openbaarmaking, termijnen enz. Boek 2 bevat de lijst van de ondersteunende diensten die de transmissienetbeheerder moet inrichten conform artikel 11, § 1, tweede lid, 4°, van de Elektriciteitswet evenals enkele algemene voorschriften met betrekking tot de hersteldiensten en beschermingsdiensten. Via artikel 31, § 4, wordt met name de rechtsgrond voor het ministerieel besluit van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 28/09/2015 numac 2015000523 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 13/06/2005 pub. 29/03/2011 numac 2011000172 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 tot vaststelling van het afschakelplan van het transmissienet van elektriciteit verwijderd van zodra het risicoparaatheidsplan volgend uit voornoemde Verordening (EU) nr. 2019/941 in werking is getreden. Hiermee wordt de regelgeving volledig in lijn gebracht met het Europese kader, wat ook voor een verdere vereenvoudiging zorgt. Verder werd de procedure voor de goedkeuring van de lijst met significante systeemgebruikers met hoge prioriteit gekoppeld aan het systeembeschermingsplan en het herstelplan vereenvoudigd in de zin dat er geen onnodige dubbele adviezen dienen aangevraagd te worden bij verschillende ministers die voorafgaandelijk al geconsulteerd werden in het proces (zie artikelen 29 tot en met 32). In boek 3 werden de voorschriften en maatregelen inzake veiligheid en toegang tot installaties samengebracht. De specifieke exploitatie-eisen in verband met het opstellen van elektrische schema's zijn ondergebracht in boek 4. De voorschriften inzake beheer en exploitatie van het transmissienet liggen vervat in boek 5. Dit boek bevat tevens nadere bepalingen inzake de goedkeuringsprocedure van het door de transmissienetbeheerder voorgestelde systeembeschermingsplan en het herstelplan. Wat betreft artikel 28 van voorliggend besluit kan worden opgemerkt dat er gevolg werd gegeven aan het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State (rand nummer 3.3.). Boek 6 bevat gedetailleerde voorschriften met betrekking tot technische veiligheidscriteria en voorschriften met minimumeisen. De eisen van algemene toepassing op nieuwe installaties aangesloten op het transmissienet en minimumeisen van toepassing op nieuwe asynchrone energieopslagfaciliteiten zijn opgenomen in boek 7. In boek 8 zijn de specifieke modaliteiten tussen transmissiebeheerder en de beheerder van een publiek distributienet of een lokaal transmissienet opgenomen. Boek 9 herneemt enkele restbepalingen over metingen en meteropnames uit het bestaande koninklijk besluit gezien zij betrekking hebben op normen en veiligheid. In boek 10 tenslotte zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen naast de strafbepalingen en de datum van inwerkingtreding van het besluit. Het nieuwe koninklijke besluit bevat voortaan nog slechts 159 artikelen tegenover de 381 artikelen in het opgeheven koninklijk besluit. Samengevat werden drie soorten bepalingen uit het koninklijke besluit geschrapt: - bepalingen die direct of indirect betrekking hebben op exclusieve goedkeuringsbevoegdheden van de CREG of daarmee in verband kunnen worden gebracht en in de gedragscode worden ondergebracht; - bepalingen die niet langer relevant zijn want betrekking hebbend op overgangsregelingen in het te vervangen koninklijk besluit; - bepalingen die niet langer gehandhaafd worden omdat ze zonder gegronde redenen bepalingen uit de Europese netcodes en richtsnoeren hernemen en dus manifest ingaan tegen het overschrijfverbod. De nieuwe of herschreven bepalingen van het technisch reglement beogen enerzijds uitvoering te geven aan nieuwe of gewijzigde bepalingen in artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet en zijn anderzijds bedoeld om het uitgebreide geheel van zeer specifieke en technische voorschriften voor de niet gespecialiseerde lezer leesbaarder te maken en met enkele meer algemene inleidende bepalingen te omkaderen. Middels een aantal redactionele en structurele ingrepen was het bovendien mogelijk om de nummering van een groot aantal artikelen in het besluit te behouden om de vergelijking tussen de oude en voorliggende versie ervan te vergemakkelijken.
  9. g)Wisselwerking tussen het technisch reglement en de gedragscode De exclusieve bevoegdheden van de CREG inzake het vaststellen van een gedragscode, op basis van artikel 59, lid 7, van de EMD-Richtlijn en het aangepaste artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet, en van de Koning inzake het vaststellen van een technisch reglement, op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 1°, van de Elektriciteitswet, kunnen niet volledig onafhankelijk van elkaar worden gezien. De wisselwerking tussen het technisch regelement en de gedragscode vereist nauwe afstemming tussen de CREG en de Algemene Directie Energie, zoals hierboven reeds werd toegelicht onder punt II. In samenspraak met de CREG werden zowel in voorliggend technisch reglement als in de gedragscode brugbepalingen opgenomen die de noodzakelijke juridische verbindingen tussen beide teksten leggen. Overigens werd er over gewaakt dat beide teksten zo veel mogelijk op elkaar zijn afgestemd om hun parallelle en coherente lezing, interpretatie en toepassing door de betrokkenen mogelijk te maken. Dit besluit geeft op deze manier uitvoering aan randnummer 22 van het advies (A)2501 van de CREG. In dit besluit vindt de wisselwerking tussen de gedragscode en het technisch reglement onder meer zijn weerslag in titels 5 en 6 van boek 1 (artikel 7 e.v.). De technische eisen vervat in voorliggend technisch reglement worden namelijk tussen de transmissienetbeheerder en een systeemgebruiker aangeduid of, wanneer het toepassingsmodaliteiten van technische eisen betreft, nader bepaald in een zogenoemd "relevant juridisch kader". Dergelijke overeenkomsten inzake de toepassing van technische vereisten hebben onvermijdelijk ook gevolgen inzake de toegang tot de markt en de aansluiting op het net, inclusief contract-gerelateerde voorwaarden. Die laatste punten behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de CREG en worden gereguleerd in de gedragscode. De gedragscode van 20 oktober 2022 voorziet hiertoe het gebruik van door de CREG goedgekeurde type-overeenkomsten. Aldus wordt bepaald dat de CREG toeziet op de naleving van de eisen vervat in boeken 3 tot en met 9 van het technisch reglement, daarbij rekening houdend met de in de gedragscode voorziene toepasselijke voorschriften en met de Europese netcodes en richtsnoeren. Inzake het relevant juridisch kader werden de artikelen 1, § 2, 14° en 7, eerste lid tevens aangepast overeenkomstig het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State (randnummer 12 e.v.).
  10. h)Algemene bevoegdheidsverdelende regels In zijn advies 74.610/3 van 9 november 2023 (rand nummer 21) stelt de Raad van State dat de artikelen 29, § 2, tweede en derde lid en 31, § 6 een inbreuk vormen op het autonomiebeginsel, meer specifiek met betrekking tot de gewestelijke bevoegdheid voor de regulering van verplichtingen van de distributienetbeheerders in het kader van de distributie en het plaatselijk vervoer van elektriciteit (artikel 6, § 1, VII, eerste lid, a), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten). In functie van voormeld advies en het overleg met de gewesten tijdens het overlegcomité van 28 februari 2024 werd de tekst van artikel 29, § 2 aangepast. Niettemin dient er bij de toepassing van het autonomiebeginsel echter ook rekening te worden gehouden met de federale bevoegdheid voor de regulering van het transmissienet en het crisisbeheer. De verplichtingen tot het meedelen van gegevens en samenwerking zoals opgelegd in de voormelde artikelen dienen binnen deze bevoegdheid ingepast te worden. Aldus dient de federale bevoegdheid inzake crisisbeheer te worden uitgeoefend ongeacht de hoedanigheid van de actor waarop het betrekking heeft, en onverminderd of deze actor belast is met taken die hoofdzakelijk gewestelijke aangelegenheden zouden betreffen. De medewerking van de distributienetbeheerders is immers noodzakelijk om de federale bevoegdheid inzake crisisbeheer effectief en efficiënt te kunnen uitoefenen (zie o.m. GwH 2024/036, B.40.2 en B.45-46).
  11. i)Aanmelding, opheffing en inwerkingtreding Voorliggend besluit werd ter aanmelding voorgelegd bij de Europese Commissie overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. Het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, wordt opgeheven en vervangen door dit koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit dat in werking treedt de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Economie, T. VAN DER STRAETEN De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, F. VANDENBROECKE De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN De Minister van Energie, RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 74.610/3 van 9 november 2023 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit' Op 5 oktober 2023 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Energie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit'. Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 31 oktober 2023. De kamer was samengesteld uit Jeroen VAN NIEUWENHOVE, kamervoorzitter, Toon MOONEN en Elly VAN DE VELDE, staatsraden, Jan VELAERS, assessor, en Johan PAS, griffier. De verslagen zijn uitgebracht door Arne CARTON, auditeur en Lennart NIJS, adjunct auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen VAN NIEUWENHOVE, kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 november 2023. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot de invoering van een nieuw technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit, dat beter is afgestemd op het Europese wetgevende kader en de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake de bevoegdheden van de regulator, en dat in de plaats komt van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe'.Een deel van de bestaande bepalingen van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten zijn reeds opgenomen in een eerder aangenomen en in werking getreden gedragscode van de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (hierna: de CREG).

(1)RECHTSGROND
  1. De rechtsgrond voor het ontwerp wordt blijkens de aanhef gezocht in de artikelen 11, § 1, en 30, § 2, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt' (hierna: de Elektriciteitswet). 3.
  2. De meeste bepalingen van het ontwerp vinden rechtsgrond in artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet. Bij het eerste lid van die bepaling wordt de Koning gemachtigd om een technisch reglement op te stellen voor het beheer van het transmissienet. Bij het tweede lid wordt de Koning gemachtigd om minstens de in dat lid opgesomde elementen te bepalen. Het derde en vierde lid omvatten bijkomende specifieke machtigingen. 3.
  3. Voor artikel 11 van het ontwerp, waarbij aan de transmissienetbeheerder wordt opgedragen om bepaalde ondersteunende diensten in te richten, kan worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid waarover de Koning beschikt op grond van artikel 108 van de Grondwet, gelezen in samenhang met artikel 23, § 2, van de Elektriciteitswet. 3.
  4. Artikel 28 van het ontwerp bepaalt dat de door de transmissienetbeheerder genomen maatregelen, die evenredig en noodzakelijk zijn om de uitbreiding van een storing, om een abnormale werking of om een kritische situatie met betrekking tot de installaties van de transmissienetgebruiker te vermijden, "primeren op" ("prévalent sur") de rechten en verplichtingen van de transmissienetgebruiker bedoeld in of vastgelegd krachtens het te nemen besluit, de gedragscode of de toepasselijke wetgeving.
(2)In zoverre overeenkomstig de ontworpen bepaling zou worden afgeweken van wetsbepalingen bij bepaalde door de transmissienetbeheerder genomen maatregelen, zal daarvoor een specifieke wettelijke grondslag voorhanden moeten zijn. Artikel 11 van de Elektriciteitswet verleent ter zake immers geen machtiging aan de Koning en er kan uiteraard geen beroep gedaan worden op de algemene uitvoeringsbevoegdheid om af te wijken van wetsbepalingen. Dat geldt ook voor het kunnen afwijken van de gedragscode, die door de CREG is vastgesteld op basis van artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet. Het zou wel inpasbaar zijn in de rechtsgrond van artikel 11, § 1, tweede lid, 2°, van de Elektriciteitswet, indien zou worden bepaald dat de transmissienetbeheerder bij het nemen van maatregelen in het geval van een storing, een abnormale werking of een kritische situatie, over de mogelijkheid beschikt om af te wijken van de regels die zijn vastgesteld in of krachtens het te nemen besluit. 3.4. Voor een aantal bepalingen van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten die door artikel 158 van het ontwerp worden opgeheven bestaat inmiddels geen rechtsgrond meer, aangezien door een recente wetswijziging
(4)bepalingen die eerder door de Koning konden worden uitgevaardigd, thans door de CREG in de gedragscode zijn vastgesteld, ter uitvoering van artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet. In het verslag aan de Koning wordt daaromtrent het volgende gesteld: "In het licht van de voormelde bevoegdheidsverdeling en de inwerkingtreding van de voornoemde wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2021 pub. 03/09/2021 numac 2021021721 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen sluiten op 1 september 2022, blijft de Koning bevoegd om bepalingen van het technisch reglement die onder de bevoegdheid van de CREG vallen, te schrappen, voor zover de CREG de betrokken aangelegenheden eerder heeft geregeld en de Koning zich beperkt tot het opschonen van de tekst." Voor de opheffing van de artikelen van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten waarvoor de rechtsgrond inmiddels is verdwenen, kan worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid, gelezen in samenhang met artikel 11, §§ 1 en 2, van de Elektriciteitswet. De Koning moet immers geacht worden bevoegd te zijn om door hem tot stand gebrachte regelingen op te heffen, wanneer die door de aanneming van de voormelde gedragscode zijn achterhaald. VORMVEREISTEN 4. Gevraagd of het ontwerp werd aangemeld bij de Europese Commissie in het kader van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 `betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij', antwoordde de gemachtigde: "Het ontwerp-KB FTR werd niet meegedeeld bij de Europese Commissie.Er wordt evenmin voorzien om dit nog te doen. Ons inziens valt het ontwerp-KB FTR niet onder het toepassingsgebied van de Richtlijn (EU) 2015/1535 van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (hierna: RL 2015/1535). Artikel 5, paragraaf 1, RL 2015/1535 bepaalt inzake de mededeling aan de Commissie als volgt: `1. Onverminderd artikel 7 delen de lidstaten de Commissie onverwijld ieder ontwerp voor een technisch voorschrift mee, tenzij het een integrale omzetting van een internationale of Europese norm betreft, in welk geval louter met een mededeling van de betrokken norm kan worden volstaan. Zij geven de Commissie tevens kennis van de redenen waarom de vaststelling van dit technisch voorschrift nodig is, tenzij die redenen reeds uit het ontwerp zelf blijken.' Artikel 1, paragraaf 1,
  1. f)definieert technisch voorschrift als volgt: `
  2. f)technisch voorschrift: een technische specificatie of andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling, de dienstverrichting, de vestiging van een verrichter van diensten of het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat, alsmede de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, behoudens die bedoeld in artikel 7, van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product dan wel de verrichting of het gebruik van een dienst of de vestiging als dienstverlener wordt verboden.' Artikel 1, paragraaf 1, a),
  3. b)en
  4. c)definiëren respectievelijk product, dienst en technische specificatie als volgt: `
  5. a)product: alle producten die industrieel worden vervaardigd, en alle landbouwproducten, met inbegrip van visproducten;
  6. b)dienst: elke dienst van de informatiemaatschappij, dat wil zeggen elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten wordt verricht.
  7. c)technische specificatie: een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product, zoals kwaliteitsniveau, prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake verkoopbenaming, terminologie, symbolen, beproeving en beproevingsmethoden, verpakking, het merken of etiketteren, en de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.' Het ontwerp-KB FTR voorziet in technische vereisten die uitvoering geven aan Europese netcodes (bv. RfG, DCC en HVDC), richtsnoeren en de rechtspraak van het Hof van Justitie (m.n. C[00e2][0080][0091]767/19). Dergelijke voorschriften vallen niet onder de noemer van technisch voorschrift of technische specificatie zoals bedoeld in RL 2015/1535. De verplichtingen in het ontwerp-KB FTR hebben met name noch betrekking op industrieel vervaardigde producten, noch op diensten van de informatiemaatschappij in de betekenis van RL 2015/1535. Bijkomend kan opgemerkt worden dat sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2015/1535 (op 7/10/2015) noch de verschillende ontwerpen van wijzigingen van het KB FTR, noch het ontwerp tot invoering van een nieuw KB FTR onderworpen werden aan de mededelingsplicht voorzien in de richtlijn. Uw Raad heeft in zijn adviezen bij deze ontwerpen van besluit evenmin gewezen op de mogelijks geldende formele verplichtingen onder voormelde richtlijn - zie o.m. 62217; 64737; 65632 en 69246." In advies 69.159/3 van 6 mei 2021 heeft de Raad van State wel degelijk al opgemerkt dat een regeling met vast te stellen minimumeisen inzake veiligheid voor installaties die op het transmissienet worden aangesloten moet worden aangemeld bij de Europese Commissie overeenkomstig richtlijn (EU) 2015/1535, in zoverre het een niet-geharmoniseerde aangelegenheid betreft.
(5)Uit de door de gemachtigde bezorgde concordantietabel blijkt dat slechts een deel van het ontwerp kan worden beschouwd als een implementatie van Europese rechtsregels, zodat het ontwerp ten dele een niet-geharmoniseerde aangelegenheid betreft. Voorts worden in richtlijn (EU) 2015/1535 regels met betrekking tot (onder meer) het gebruik van een product of een dienst wel degelijk als een technisch voorschrift beschouwd. Sommige bepalingen van het ontwerp betreffen veiligheidskenmerken van een product en moeten worden beschouwd als technische specificaties. De conclusie is dat het ontwerp wel degelijk moet worden aangemeld bij de Europese Commissie. 5. De ontworpen regeling beoogt een nieuw reglementair kader tot stand te brengen voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit. Het gaat bijgevolg om een aangelegenheid die raakt aan de grote lijnen van het energiebeleid. In die aangelegenheid geldt een verplichting om overleg te plegen met de gewesten overeenkomstig artikel 6, § 3, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `tot hervorming der instellingen'. In de adviesaanvraag wordt vermeld dat over het ontwerp reeds overleg is gepleegd op ENOVER
(6)op 22 september 2023 en dat het dossier is geagendeerd op het Overlegcomité van 22 november
  1. Indien de tekst van het ontwerp nog wijzigingen zou ondergaan naar aanleiding van het vervullen van de voornoemde vormvereisten,
(7)zullen die wijzigingen ter inachtneming van het bepaalde in artikel 3, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, eveneens nog om advies aan de afdeling Wetgeving moeten worden voorgelegd. ALGEMENE OPMERKINGEN A. Inleidende opmerking 7. Aangezien het ontwerp van besluit in grote mate bestaande bepalingen van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten herneemt, wordt in de eerste plaats verwezen naar wat in eerdere adviezen van de Raad van State is uiteengezet over (wijzigingen van) dat besluit.
(8)Ook eerdere adviezen over (wijzigingen van) het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe' (dat is opgeheven bij artikel 371 van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten) blijven relevant voor het thans om advies voorgelegde ontwerp.
(9)B. Verenigbaarheid met Europees recht 8. Het ontwerp moet worden gelezen in samenhang met een aantal Europese verordeningen waarnaar wordt verwezen in de aanhef.Ook al kunnen de betrokken verordeningsbepalingen wegens het zogenaamde overschrijfverbod niet worden overgenomen in het ontwerp, toch vereisen ze soms dat de lidstaten bijkomende regels aannemen ter uitvoering ervan, waarbij vaak keuzes moeten worden gemaakt binnen de marges die ter zake aan de lidstaten worden gelaten. Dat alles maakt het bijzonder complex om te onderzoeken of het voorliggende ontwerp correct aansluit bij het Europeesrechtelijke kader, met andere woorden of de combinatie van de voorgenomen nationale normen en de verordeningen een consistent normencomplex vormen, zonder doublures, hiaten of contradicties. Bovendien hangt de mogelijkheid, om een andere autoriteit dan de CREG aan te wijzen om bepaalde normen vast te stellen, af van de specifieke aangelegenheid waarbij, zelfs binnen eenzelfde artikel van de in opmerking 9 vermelde verordeningen, verschillende scenario's aan de orde kunnen zijn. In dit verband bezorgde de gemachtigde een concordantietabel, die evenwel op een aantal punten onduidelijk en onvolledig is.
(10)Het is uiterst raadzaam om die concordantietabel na een grondig nazicht toe te voegen aan het verslag aan de Koning. 9. De Raad van State, afdeling Wetgeving, beschikt niet over de technische expertise om na te gaan of de ontworpen bepalingen voldoen aan de algemene beginselen vervat in artikel 7, lid 3, van verordening (EU) 2016/631,
(11)artikel 6, lid 3, van verordening (EU) 2016/1388
(12)en artikel 5, lid 3, van verordening (EU) 2016/1447
(13).Het staat bijgevolg aan de stellers van het ontwerp om zich ervan te vergewissen dat de ontworpen regeling volledig aansluit bij de eisen van die Europese verordeningen. Onder dat algemene voorbehoud worden alvast de volgende opmerkingen geformuleerd. 10.1. Het ontwerp beoogt gevolg te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van 3 december 2020,
(14)waarin het Hof onder meer heeft vastgesteld dat de uitoefening van verschillende bevoegdheden die aan de regulator toekomen door de Koning, in strijd is met artikel 37, lid 6, onder a) tot c), en lid 9, van richtlijn 2009/72/EG
(15)en met artikel 41, lid 6, onder a) tot c), en lid 9, van richtlijn 2009/73/EG.
(16)-
(17)Die eerstvermelde richtlijn is inmiddels vervangen door richtlijn (EU) 2019/944,
(18)die gelijkaardige bepalingen bevat.
(19)In wat volgt wordt dan ook nagegaan of de in het ontwerp vervatte bepalingen geen betrekking hebben op aangelegenheden die binnen de exclusieve bevoegdheid van de CREG vallen, in het licht van het voormelde arrest. 10.
  1. Over de bevoegdheid voor de CREG om op grond van artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet onder meer "de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, met inbegrip van de aansluitingsprocedures" te bepalen, verklaarde de gemachtigde het volgende: "Het ontwerp-KB FTR beperkt zich tot het vaststellen van technische normen en operationele regels over de aansluitingspunten in functie van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet. Dergelijke bepalingen vallen onder de rechtsgrond in artikel 11, § 1, tweede lid, 1° : 1° de technische veiligheidscriteria en technische voorschriften met de minimumeisen inzake het technische ontwerp, de bedrijfsvoering en de exploitatie van productie-installaties, de distributiesystemen, de apparatuur van direct aangesloten afnemers, de interconnector circuits en de directe lijnen, waaraan moet worden voldaan.Die technische voorschriften zijn objectief en niet-discriminerend. Het komt de CREG toe om in de gedragscode, krachtens artikel 11, § 2, 1°, de procedures voor aansluiting te regelen: 1° op voorstel van de netbeheerder en na raadpleging van de netgebruikers, de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, met inbegrip van de aansluitingsprocedures; Dit toont opnieuw aan hoe het KB FTR en de gedragscode met elkaar zijn verweven. De CREG bepaalt in de gedragscode de voorwaarden voor aansluiting (procedure: oriëntatiestudie, aansluitingsaanvraag, detailstudie...) terwijl de Koning de technische en veiligheidseisen bepaalt gerelateerd aan dergelijke aansluitingen. Het zal aan de transmissienetbeheerder toekomen om, overeenkomstig de gedragscode de aansluiting op het net te regelen en daartoe met de systeemgebruiker een overeenkomstig de gedragscode vastgestelde type-overeenkomst te hanteren. Die type-overeenkomst zal tevens de relevante technische vereisten, zoals opgenomen in het KB FTR, opleggen aan de desbetreffende systeemgebruiker en aldus onder de noemer vallen van `relevant juridisch kader'. Deze verhouding wordt in de gedragscode, art. 15 e.v., nader toegelicht." Het is allerminst zeker of de thans ontworpen regeling, met een verregaande mate van verwevenheid met wat wordt bepaald in de gedragscode, wel in overeenstemming is met het Europees recht. Zo wordt in artikel 7, eerste lid, van het ontwerp bepaald dat de "toepassingsmodaliteiten" (lees: "nadere regels met betrekking tot de toepassing") door de transmissienetbeheerder worden vastgelegd, waarbij enkel op algemene wijze wordt voorgeschreven dat die uitwerking gebeurt "rekening houdend met de in de gedragscode voorziene toepasselijke voorschriften". Die uitwerking moet gebeuren in het "relevant juridisch kader", dat in artikel 1, § 2, 14°, van het ontwerp wordt gedefinieerd als "een overeenkomst of een andere juridische akte waarin de transmissienetbeheerder de toepassingsmodaliteiten van de in dit besluit opgenomen eisen vaststelt of preciseert", maar zonder dat wordt verwezen naar de noodzakelijke overeenstemming met de type-overeenkomsten die door de CREG overeenkomstig de gedragscode moeten worden goedgekeurd (zie daarover ook de opmerkingen 12.1 en 12.2). In het tweede lid van artikel 7 wordt weliswaar bepaald dat de CREG toeziet op de conformiteit van de resulterende bepalingen met het te nemen besluit en met de gedragscode, maar dat betekent dat het in de praktijk afhangt van het optreden van de CREG om te waarborgen dat de transmissienetbeheerder zich niet begeeft op de bevoegdheden van de CREG zoals bepaald in artikel 59, lid 7, a), van richtlijn (EU) 2019/944, dat uitgaat van de exclusieve bevoegdheid van de regulator "voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake (...) de aansluiting op en toegang tot nationale netten". 10.
  2. Artikel 65, § 1, van het ontwerp stelt voorwaarden vast inzake de absorptie van het reactief vermogen in het aansluitingspunt, waarbij onder meer de vork (-0.1 Pmax en 0.45 Pmax) is bepaald voor elke waarde van het actief vermogen dat op het transmissienet kan worden geïnjecteerd tussen het technisch minimum en het maximaal aansluitingsvermogen bij normale exploitatiespanning. Artikel 37, § 2, van het ontwerp schrijft voor dat onder de technische eisen steeds specifieke eisen worden voorzien met betrekking tot het aansluitingspunt, onder voorbehoud van artikel 37, § 3, en van bijzondere regels die in boek 6 nader worden beschreven. Het begrip "aansluitingspunt" wordt bij artikel 1, § 2, 35°, van het ontwerp als volgt gedefinieerd: "in afwijking van de definitie bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 15, van de Europese netcode RfG, het punt waar een elektriciteitsproductieeenheid, een energieopslagfaciliteit, een verbruiksinstallatie, een publiek distributienet, een lokaal transmissienet, een CDS, of een HVDC-systeem, met inbegrip, in voorkomend geval, van hun aansluitingsinstallaties, op het transmissienet op een gesloten industrieel net, of op een HVDC systeem zijn aangesloten". Artikel 2, 121°, van de Elektriciteitswet en artikel 2, 24°, van de gedragscode bevatten gelijkaardige definities van dat begrip. Artikel 59, lid 7, b), van richtlijn (EU) 2019/944 bepaalt dat de regulator bevoegd is voor het vaststellen of goedkeuren van de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten, waaronder ook de balanceringsdiensten begrepen zijn (zie artikel 2, 48), van dezelfde richtlijn en artikel 2, 101°, van de Elektriciteitswet). Overeenkomstig artikel 11, § 2, 2°, a), van de Elektriciteitswet is de CREG bevoegd om de verstrekking van ondersteunende diensten te regelen in de gedragscode. Aangezien de voorwaarden inzake de ondersteunde diensten een bevoegdheid van de regulator zijn, lijkt de Koning niet bevoegd te zijn om in artikel 65, § 1, van het ontwerp de voorwaarden inzake de absorptie van het reactief vermogen (in de gedragscode vermeld als "blindvermogenscapaciteit")
(20)in het aansluitingspunt en de injectie van het actief vermogen in het transmissienet te regelen. Artikel 2, 37°, van de Elektriciteitswet definieert het begrip "nominatie van het geïnjecteerd vermogen" overigens als de verwachte waarde van het geïnjecteerd vermogen, die aan de netbeheerder wordt meegedeeld overeenkomstig de gedragscode. Artikel 37, § 2, van het ontwerp (inzake de technische eisen met betrekking tot het aansluitingspunt) kan om dezelfde reden slechts doorgang vinden in zoverre daarmee geen voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten worden bepaald.
  1. De artikelen 7, derde lid, 8, § 2, en 71, § 5, van het ontwerp voorzien in verplichtingen in hoofde van de CREG om advies in te winnen van de Algemene Directie Energie.Artikel 8, § 3, van het ontwerp bepaalt dat de Algemene Directie Energie "tevens ambtshalve of op verzoek van de CREG of de transmissienetbeheerder de adviezen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en van de Europese netcodes en richtsnoeren" verleent. Volgens artikel 57, lid 4, b), ii), van richtlijn (EU) 2019/944 mag de regulator "bij het verrichten van de reguleringstaken geen directe instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere publieke of particuliere entiteiten". Dat verbod wordt door die richtlijnbepaling weliswaar genuanceerd in die zin dat "[e]ventuele nauwe samenwerking met andere bevoegde nationale instanties of de toepassing van algemene beleidsrichtsnoeren van de overheid die geen verband houden met de in artikel 59 genoemde reguleringstaken" niet wordt uitgesloten. Er moet geval per geval worden nagegaan of de ontworpen adviesverplichtingen in overeenstemming zijn met die richtlijnbepaling. 11.
  2. Artikel 7, derde lid, van het ontwerp bepaalt dat de CREG, na advies van de Algemene Directie Energie, afwijkingen kan toestaan op specifieke bepalingen van de netcode RfG,
(21)de netcode DCC,
(22)en de netcode HDVC.
(23)Deze afwijkingen kunnen, indien ze van toepassing zijn in de betrokken lidstaat, volgens die netcodes ook worden toegestaan en ingetrokken door andere autoriteiten dan de CREG. De aan de CREG verleende bevoegdheid om afwijkingen toe te staan, lijkt ook geen verband te houden met de in artikel 59 van de richtlijn (EU) 2019/944 genoemde taken en bevoegdheden van de regulerende instanties. Aangezien uit de ontworpen bepaling niet kan worden afgeleid dat de CREG op enige wijze gebonden is door de standpunten die de Algemene Directie Energie formuleert in haar adviezen, kan de ontworpen bepaling dan ook worden aanvaard. Dat geldt ook voor artikel 71, § 5, van het ontwerp, dat betrekking heeft op de goedkeuring door de CREG van de sitespecifieke technische eisen, op te stellen door de transmissienetbeheerder.
(24)11.2. De in artikel 8, § 2, van het ontwerp vermelde door de CREG goed te keuren criteria van de te compenseren actieve verliezen op het transmissienet, die worden bepaald door de transmissienetbeheerder overeenkomstig artikel 106 van de gedragscode, maken een onderdeel uit van het tariefvoorstel dat door de transmissienetbeheerder wordt opgemaakt. Die adviesverplichting heeft betrekking op een aangelegenheid waarvoor de CREG beschikt over regulerende bevoegdheid overeenkomstig artikel 59, lid 7, a), van richtlijn (EU) 2019/944. Artikel 57, lid 4, b), ii), van richtlijn (EU) 2019/944 reikt niet zover dat de CREG en de Algemene Directie Energie niet kunnen overleggen over de voormelde criteria of dat de CREG niet kan worden verplicht om een advies te vragen aan de Algemene Directie Energie. Er zou evenwel uitdrukkelijk moeten worden bepaald dat, indien de Algemene Directie Energie geen advies geeft binnen een maand, zoals bepaald in artikel 8, § 2, van het ontwerp, die adviesverplichting vervalt, zodat de CREG alsnog een beslissing kan nemen over de voormelde criteria. C. Delegaties 12. Artikel 7, eerste lid, van het ontwerp machtigt de transmissienetbeheerder om de toepassingsmodaliteiten (lees: nadere regelen inzake de toepassing) van de boeken 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het te nemen besluit vast te leggen na overleg met de systeemgebruiker in het relevant juridisch kader, rekening houdend met de in de gedragscode voorziene toepasselijke voorschriften.Het begrip "relevant juridisch kader" wordt bij artikel 1, § 2, 14°, van het ontwerp gedefinieerd als "een overeenkomst of een andere juridische akte waarin de transmissienetbeheerder de toepassingsmodaliteiten van de in dit besluit opgenomen eisen vaststelt of preciseert overeenkomstig artikel 7, eerste lid". 12.1. Het is niet duidelijk met welke partijen de voormelde overeenkomst wordt gesloten. De gemachtigde verklaarde daarover het volgende: "Het opzet van het `relevant juridisch kader' wordt toegelicht in punt III.
  1. g)van het verslag aan de Koning, dat luidt als volgt: `
  2. g)Wisselwerking tussen het technisch reglement en de gedragscode De exclusieve bevoegdheden van de CREG inzake het vaststellen van een gedragscode, op basis van artikel 59, lid 7 van de Richtlijn (EU) 2019/944 en het aangepaste artikel 11, § 2 van de Elektriciteitswet, en van de Koning inzake het vaststellen van een technisch reglement, op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 1° van de Elektriciteitswet, kunnen niet volledig onafhankelijk van elkaar worden gezien. De wisselwerking tussen de gedragscode en het technisch regelement vereist nauwe afstemming tussen de CREG en de Algemene Directie Energie, zoals hierboven reeds werd toegelicht onder punt II. In samenspraak met de CREG werden zowel in voorliggend technisch reglement als in de Gedragscode brugbepalingen opgenomen die de noodzakelijke juridische verbindingen tussen beide teksten leggen. Overigens werd er over gewaakt dat beide teksten zo veel mogelijk op elkaar zijn afgestemd om hun parallelle en coherente lezing, interpretatie en toepassing door de betrokkenen mogelijk te maken. Voorliggend besluit geeft op deze manier uitvoering aan randnummer 22, zesde lid van het advies (A)2501 van de CREG. In voorliggend besluit vindt de wisselwerking tussen de gedragscode en het technisch reglement onder meer zijn weerslag in Titels 5 en 6 van Boek 1 (artikel 7 e.v.). De eisen vervat in voorliggend technisch reglement worden namelijk tussen de transmissienetbeheerder en een systeemgebruiker vastgelegd in het zogenoemd "relevant juridisch kader", bijvoorbeeld een overeenkomst. Dergelijke overeenkomsten inzake de toepassing van technische vereisten hebben onvermijdelijk ook gevolgen inzake de toegang tot de markt en de aansluiting op het net, inclusief contract gerelateerde voorwaarden. Die laatste punten behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de CREG en worden gereguleerd in de gedragscode. Aldus wordt bepaald dat de CREG toeziet op de naleving van de eisen vervat in boeken 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het technisch reglement, daarbij rekening houdend met de in de gedragscode voorziene toepasselijke voorschriften en met de Europese netcodes en richtsnoeren.' Het gaat dus om overeenkomsten tussen de transmissienetbeheerder enerzijds en anderzijds systeemgebruikers aangesloten op het transmissienet (incl. de beheerders van publieke distributienetten, zie bv. rechtstreekse verwijzing naar relevant juridisch kader in art. 139 van het ontwerp-KB inzake technische eisen op het vlak van spanning) of systeemgebruikers aangesloten op de publieke distributienetten. Wat die laatste groep betreft voorziet art. 4, § 5, tweede lid, van het ontwerp-KB FTR in specifieke beperkingen. Opnieuw wordt hiermee voorzien om de brug te maken naar de gedragscode. (...) De Gedragscode voorziet hieromtrent in artikel 180 dat de transmissienetbeheerder met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders een type-samenwerkingsovereenkomst opstellen, o.m. inzake de `noodzakelijke samenwerking bij de uitvoering van hun taken waartoe ze wettelijk of contractueel ... gehouden zijn.' (...) Zie ook de algemene brugbepaling naar het technisch reglement in art. 15 van de gedragscode." Uit de toelichting van de gemachtigde kan worden begrepen dat de betrokken partijen bij de overeenkomsten met de transmissienetbeheerder enkel systeemgebruikers aangesloten op het transmissienet of systeemgebruikers aangesloten op de publieke distributienetten zijn. Het verdient met het oog op de rechtszekerheid aanbeveling om dit te verduidelijken in de definitie van het begrip "relevant juridisch kader" in artikel 1, § 2, 14°, van het ontwerp. 12.2. Uit de toelichting van de gemachtigde bij de bespreking van het Europeesrechtelijke kader (zie opmerking 10.2) blijkt voorts dat de door de transmissienetbeheerder gesloten overeenkomsten in overeenstemming moeten zijn met de door de gedragscode vastgestelde type overeenkomsten. Ook dit komt onvoldoende tot uiting in de tekst van artikel 7, eerste lid, van het ontwerp. De definitie van het begrip "relevant juridisch kader" in artikel 1, § 2, 14°, van het ontwerp is bovendien ook op andere vlakken onduidelijk geformuleerd. Zo zou moeten worden verduidelijkt wat concreet wordt begrepen onder een "andere juridische akte" dan een overeenkomst. Bovendien zijn machtigingen om een nadere regeling uit te werken in het relevante juridische kader niet beperkt tot de in de voormelde definitie vermelde boeken 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het ontwerp (zie bijvoorbeeld de verwijzing naar dat relevant juridisch kader in artikel 25 van het ontwerp, dat deel uitmaakt van boek 5). Zowel artikel 1, § 2, 14°, als artikel 7, eerste lid, van het ontwerp moeten in het licht daarvan worden herzien. 12.3. Uit de voormelde definitie van het begrip "relevant juridisch kader" vloeit voort dat sommige elementen van de regeling niet door algemeen bindende normatieve bepalingen worden geregeld maar wel in een te sluiten overeenkomst. De ontworpen regeling kan dus neerkomen op het delegeren van bepaalde regelgevende bevoegdheden aan een private actor. Wat betreft bepalingen die als verordenend kunnen beschouwd worden, kan de vaste adviespraktijk van de Raad van State in herinnering worden gebracht, volgens dewelke regelgeving via het contractuele procedé problematisch is indien door middel van een dergelijke overeenkomst verordenende bevoegdheid wordt uitgeoefend ten aanzien van derden. Uit de beginselen die de uitoefening van de normatieve functie beheersen, vloeit immers voort dat in zo'n overeenkomst enkel praktische afspraken kunnen worden opgenomen die een concretisering inhouden van bestaande rechtsregels. Dat grondwettelijke bezwaar moet evenwel worden genuanceerd. Zo geeft artikel 83, § 7, van het ontwerp bijvoorbeeld uitvoering aan artikel 14, lid 5, b), i), van verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016. Op grond van die bepaling moeten de beveiligingsconcepten voor de elektriciteitsproductie-eenheid en het netwerk, alsmede de instellingen die relevant zijn voor de elektriciteitsproductie-eenheid, worden gecoördineerd en overeengekomen tussen de relevante systeembeheerder en de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie. Het lijkt voorts niet steeds om verordende bevoegdheden te gaan. Zo bepaalt artikel 39, tweede lid, van het ontwerp dat de transmissienetbeheerder in het relevant juridisch kader op een transparante en niet-discriminerende wijze de op elke transmissienetgebruiker van toepassing zijnde normen, technische verslagen en andere referentieregels preciseert en toeziet op hun naleving. Daarmee wordt wellicht enkel beoogd dat in het individuele aansluitingscontract de toepasselijke regels worden gepreciseerd.
(25)Het voorgaande neemt niet weg dat bij het sluiten van de overeenkomsten de zo even aangehaalde beginselen inzake delegatie in acht moeten worden genomen, behalve indien de relevante Europeesrechtelijke bepaling uitdrukkelijk een delegatie middels het contractuele procedé zou opleggen. D. Onduidelijke verwijzingen naar andere regelgeving
  1. De in het ontwerp opgenomen verwijzingen naar andere regelgeving zijn niet steeds duidelijk. Zo maakt artikel 9, § 1, vierde lid, van het ontwerp een voorbehoud inzake "andersluidende bepalingen in de toepasselijke wetgeving, uitgezonderd de gedragscode, en/of dit besluit". Artikel 28 van het ontwerp maakt dan weer melding van de rechten en verplichtingen van de transmissienetgebruiker "bedoeld in dit besluit of vastgelegd krachtens dit besluit of bedoeld in de gedragscode of vastgesteld krachtens de gedragscode of bedoeld in de toepasselijke wetgeving of vastgesteld krachtens toepasselijke wetgeving". Er moet in duidelijke bewoordingen worden bepaald van welke regels precies wordt toepassing gemaakt of afgeweken. ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef
  2. Gelet op hetgeen is uiteengezet in de opmerkingen 3.1 tot 3.4, moet in de aanhef nog bijkomend worden verwezen naar artikel 108 van de Grondwet en naar artikel 23, § 2, van de Elektriciteitswet. Artikel 2
  3. Artikel 2, § 1, van het ontwerp vormt in wezen een (gebrekkig geredigeerde)
(26)opsomming en parafrasering van een aantal rechtsgronden vermeld in artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet. Een dergelijke bepaling heeft geen normatieve draagwijdte en moet dus worden weggelaten. Artikel 4 16. Aangezien het enige register waarvan in het ontwerp gewag wordt gemaakt, het register der meetuitrustingen is (zie de artikelen 1, § 2, 40°, en 152 van het ontwerp), moeten de woorden "de registers" in artikel 4, § 4, van het ontwerp telkens worden vervangen door de woorden "het register der meetuitrustingen".
(27)Artikel 6 17. In artikel 6, vierde lid, van het ontwerp moet worden verwezen naar artikel 11, § 1, vierde lid, (niet: vijfde lid) van de Elektriciteitswet.
(28)Artikel 7
  1. In artikel 7, tweede lid, van het ontwerp moet, gelet op de definitie in artikel 1, § 2, 14°, van het ontwerp, in de Nederlandse tekst het woord "relevante" worden vervangen door het woord "relevant". Artikel 9
  2. De vermelding " § 1." aan het begin van artikel 9 van het ontwerp moet worden weggelaten, aangezien er geen paragraaf 2 is.
  3. Aangezien artikel 1.5 van het Burgerlijk Wetboek geen "wijze en voorwaarden" inzake de vorm van de mededeling voorschrijft, moet artikel 9 van het ontwerp worden aangepast.
(29)Het eerste lid moet worden ingeperkt tot een verwijzing naar de regeling inzake de datum van de kennisgeving vermeld in artikel 1.5 van het Burgerlijk Wetboek. De zinsnede "In afwijking van het eerste lid," moet voorts worden weggelaten in het tweede en derde lid. Ten slotte moet in de ontworpen bepaling worden verduidelijkt dat de regeling inzake elektronische communicatie, vervat in het tweede lid, een afwijking vormt van het beginsel dat momenteel is opgenomen in het vierde lid (namelijk dat een kennisgeving steeds geldig kan gebeuren op het door de geadresseerde opgegeven laatste adres). Doordat beide leden een voorbehoud maken inzake de mogelijke toepassing van "andersluidende bepalingen", is de tekst nu op rechtsonzekere wijze geformuleerd. Artikelen 29 en 31 21. Overeenkomstig artikel 29, § 2, tweede en derde lid, van het ontwerp zijn twee federale overheidsdiensten en de distributienetbeheerders
(30)ertoe gehouden om significante systeemgebruikers met hoge prioriteit te identificeren die onder hun toezicht vallen en in dit verband lijsten te bezorgen aan de Algemene Directie Energie. Wat betreft de verplichtingen die worden opgelegd aan de in artikel 29, § 2, tweede lid, van het ontwerp bedoelde federale overheidsdiensten rijst er geen probleem. Wel valt op te merken dat de regulering van verplichtingen van de distributienetbeheerders in beginsel tot de gewestelijke aspecten van de energie behoren, en met name tot de distributie en het plaatselijk vervoer van elektriciteit (artikel 6, § 1, VII, eerste lid, a), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten). Krachtens artikel 6, § 1, VII, tweede lid, c), gelezen in samenhang met artikel 6, § 1, VII, eerste lid, a), van die bijzondere wet, is de federale overheid enkel bevoegd voor het vervoer van elektriciteit door middel van netten waarvan de nominale spanning hoger is dan 70.000 volt. Hieruit vloeit voort dat de federale overheid geen verplichtingen kan opleggen die betrekking hebben op het beheer van een distributienet of van een plaatselijk vervoersnet. De omstandigheid dat de transmissienetbeheerder het beheer van een distributienet of van een plaatselijk vervoersnet waarborgt of het gegeven dat het gaat om verplichtingen die een weerslag kunnen hebben op de onderlinge afstemming van de netten, doen daaraan geen afbreuk.
(31)Het opleggen in federale regelgeving van verplichtingen, zoals het meedelen van gegevens, aan entiteiten die vallen onder de bevoegdheid van de gewesten, is strijdig met het autonomiebeginsel en vergt in beginsel het sluiten van een samenwerkingsakkoord. Er kan uiteraard wel - zonder dat het nodig is om een dergelijk samenwerkingsakkoord te sluiten - in het ontwerp worden voorzien in een regeling waarbij de bevoegde federale administratie distributienetbeheerders verzoekt om de in artikel 29, § 2, van het ontwerp bedoelde gegevens te bezorgen. Ook in artikel 31, § 6, van het ontwerp zou duidelijker de draagwijdte van de daarin bepaalde samenwerking tot uiting moeten worden gebracht, bijvoorbeeld door te bepalen dat het afschakelplan door de andere netbeheerders wordt toegepast indien zulks wordt opgelegd krachtens de gewestelijke regelgeving.
(32)Artikel 37
  1. Artikel 37, § 2, van het ontwerp schrijft voor dat onder de technische eisen steeds in specifieke eisen wordt voorzien met betrekking "tot het aansluitingspunt bedoeld in artikel 52 van de gedragscode." Artikel 1, § 2, 35°, van het ontwerp bevat een definitie van het begrip "aansluitingspunt", die gelijkluidend is aan de definitie opgegeven in artikel 2, 24°, van de gedragscode. De zinsnede "bedoeld in artikel 52 van de Gedragscode" moet dan ook worden weggelaten. Artikel 124
  2. De draagwijdte van het begrip "nieuwe power park modules waarvan het aansluitingspunt zich op zee bevindt",
(33)vermeld in artikel 124, eerste lid, van het ontwerp, alsook de verhouding van dit begrip tot het onder meer in artikel 111, tweede lid, van het ontwerp vermelde begrip "bestaande offshore power park",
(34)is onduidelijk.De vraag rijst of daarmee een "offshore-power park module" wordt bedoeld in de zin van artikel 2, punt 18, van verordening (EU) 2016/631, dan wel of nog een andere categorie van power parken worden bedoeld. Ook is onduidelijk wat onder een "nieuwe" power park module wordt verstaan. De gemachtigde verklaarde daarover het volgende: "Er wordt in het ontwerp KB een onderscheid gemaakt tussen:
(1)offshore power park modules waarvan het (
  1. de)aansluitingspunt(
  2. en)niet op zee liggen;zie Boek 7, Titel 6, Hoofdstuk 2 -> artikels 111 t.e.m. 123 zoals aangegeven in artikel 111; en
(2)offshore-power park modules zoals gedefinieerd in RfG artikel 2, punt 18 en waarvoor eisen gedefinieerd worden in Boek 7, Titel 6, Hoofdstuk 3 dit zijn dan `offshore power park modules waarvan het of de aansluitingspunt(
  1. en)zich op zee bevinden'. Bij de offshore power park modules waarvan het (
  2. de)aansluitingspunt(
  3. en)niet op zee liggen wordt er verwezen naar eisen gesteld aan power park modules in het algemeen (RfG artikelen 20, 21 en 22). Hier wordt aangegeven dat deze categorie van offshore power park modules zich dienen te gedragen als algemene power park modules met een eigen invulling van parameters waar nodig. Voor de offshore-power park modules of dus `offshore power park modules waarvan het of de aansluitingspunt(
  4. en)zich op zee bevinden' wordt expliciet de link gemaakt met RfG artikelen 24 t.e.m. 28. In haar voorstel heeft de netbeheerder getracht alle bepaling van de offshore power park modules te bundelen in twee hoofdstukken waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen: ? Offshore power park modules waarvan het (
  5. de)aansluitingspunt(
  6. en)niet op zee liggen; ? Offshore power park modules waarvan het of de aansluitingspunt(
  7. en)zich op zee bevinden, wat overeenkomt met de definitie in artikel 2, punt 18, van verordening (EU) 2016/631. Door deze bundeling worden ook eisen voor bestaande offshore power park modules in boek 7 verwerkt. Het onderscheid tussen offshore power park modules met een aansluitingspunt al dan niet op zee wordt gemaakt omwille van de specifieke historiek van de offshore windmolenparken in België. De eerste windmolenparken (Norther, C-Power, Northwind, Nobelwind en Belwind) zijn direct aangesloten op het onshore transmissienet zoals aangegeven in onderstaande kaart (waarvan de laatste en volledige versie altijd terug te vinden is op de website van de netbeheerder: https://www.elia.be/nl/infrastructuur-en-projecten/ons-net). De offshore windmolenparken zijn aangesloten op het transmissienet middels een aansluitingspunt op zee, het zogenaamde stopcontact, de offshore switchyard 1 of ook wel MOG 1 (Modular Offshore Grid 1) genoemd. Door deze historiek en realiteit met een eigen technische weerslag (lengte en technologie van de gebruikte kabels), zijn er specifieke eisen voor elk van deze situaties nodig. Betreffende het onderscheid tussen bestaande en nieuwe eenheden is artikel 70 van toepassing dat op zijn beurt verwijst naar artikel 36 van het KB en waar de link wordt gemaakt met artikel 4, lid 2 van verordening (EU) 2016/631. De historiek van de offshore windmolenparken in België is hier ook van belang daar er eveneens eenheden zijn die onder het regime bestaand als onder het regime nieuw voorkomen." Artikel 156 24. De voorwaarde in artikel 156 van het ontwerp dat het lastenboek (lees: bestek)
(35)verkrijgbaar is op verzoek bij een aangetekende brief lijkt niet verenigbaar te zijn met de regels inzake elektronische communicatie tussen de aanbesteder en de ondernemers en de regels inzake elektronische beschikbaarheid van opdrachtdocumenten die zijn opgenomen in de overheidsopdrachtenregelgeving.
(36)Het vereiste van een aangetekende brief moet dan ook worden weggelaten. Artikel 157
  1. Artikel 157 van het ontwerp voorziet een geldboete van "vijftig tot vierhonderdvijfennegentig euro en zevenennegentig cent".Om in overeenstemming te zijn met de rechtsgrondbepaling in artikel 30, § 2, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, waarin wordt bepaald dat de door de Koning te bepalen strafrechtelijke geldboete 495,79 euro niet kunnen overschrijden, moet dus gewag worden gemaakt van een geldboete van "vijftig tot vierhonderdvijfennegentig euro en negenenzeventig cent" (of desgevallend een lager maximumbedrag). Artikel 158
  2. Artikel 158 van het ontwerp heft het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten in zijn geheel op.Dat de Koning daarmee bepalingen opheft die onder de exclusieve bevoegdheid van de regulator vallen en die ter uitvoering van artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet thans worden geregeld worden in de gedragscode van 20 oktober 2022, kan worden gebillijkt, aangezien bij die gedragscode geen bepalingen van een koninklijk besluit kunnen worden opgeheven. Bovendien zou het te nemen besluit zo snel mogelijk moet worden bekendgemaakt, zodat een einde kan worden gesteld aan het naast elkaar bestaan van de gedragscode en bepalingen van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten die zijn achterhaald door de uitvaardiging van die gedragscode.
(37)Slotopmerking 27. Het ontwerp, en in het bijzonder de Nederlandse tekst ervan, moet nog worden onderworpen aan een taalkundig nazicht.Zo moet in de Nederlandse tekst van artikel 32, § 1, vijfde lid, 2°, van het ontwerp het woord "regionale" worden vervangen door het woord "gewestelijke" en schrijve men in de Nederlandse tekst van artikel 139, eerste lid, van het ontwerp "lokaal transmissienet" in plaats van "lokaaltransmissienet". DE GRIFFIER DE VOORZITTER Johan PAS Jeroen VAN NIEUWENHOVE _______ Nota's
(1)Gedragscode van 20 oktober 2022 `tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer', (https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/ B2409Annex1.pdf).
(2)Deze bepaling is anders geformuleerd dan het bestaande artikel 258, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten, dat bepaalt dat de voormelde door de transmissienetbeheerder genomen maatregelen "de voorkeur hebben" ("sont prioritaires").
(3)De algemene uitvoeringsbevoegdheid houdt immers in dat uit het beginsel van de wet en haar algemene economie, de gevolgtrekkingen worden afgeleid die daaruit op natuurlijke wijze voortvloeien volgens de geest die aan de opvatting van de wet ten grondslag heeft gelegen en volgens de doelstellingen die de wetgever nastreeft, zonder hierbij de draagwijdte van de wet te verruimen of te beperken.
(4)Zie artikel 7 van de wet van 21 mei 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/05/2023 pub. 07/06/2023 numac 2023020122 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake energie sluiten `houdende diverse bepalingen inzake energie'.
(5)Adv.RvS 69.159/3 van 6 mei 2021 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2021 pub. 03/09/2021 numac 2021021721 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen sluiten `tot wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen', Parl.St. Kamer 2020-21, nr. 55-2037/001, 57-58 (opmerking 4).
(6)Dit is de permanente werkgroep "Overleggroep Staat-Gewesten voor de energie" bedoeld in artikel 1 van het samenwerkingsakkoord van 18 december 1991 tussen de Staat, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest `m.b.t. de coördinatie van de activiteiten i.v.m. energie'.
(7)Namelijk andere wijzigingen dan diegene waarvan in het advies melding wordt gemaakt of wijzigingen die ertoe strekken tegemoet te komen aan hetgeen in het advies wordt opgemerkt.
(8)Zie bijvoorbeeld adv.RvS 65.632/3 van 9 april 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten (zie bijvoorbeeld opmerking 8 over de verwijzing naar technische normen in artikel 40 van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten, die eveneens relevant is voor onder meer de artikelen 18 en 40, eerste lid, van het huidige ontwerp).
(9)Zie bijvoorbeeld opmerking 12 van adv.RvS 58.065/1/V van 9 september 2015 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 6 oktober 2015 `tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe', inzake de mogelijkheid voor de minister om inzake het afschakelplan een voorstel te vragen, die ook relevant is voor artikel 31, § 4, van het ontwerp.
(10)Bij wijze van voorbeeld kan worden gewezen op artikel 11 van het ontwerp.Dit artikel bepaalt dat de transmissienetbeheerder een aantal ondersteunende diensten inricht, waaronder balanceringsdiensten (1° ) en de regeling van de spanning en van het reactief vermogen (2° ). In de concordantietabel wordt ter zake enkel verwezen naar artikel 3, lid 2, punt 21, van verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 `tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen'. Deze verwijzing, die ook voorkomt in artikel 11, 2°, refereert enkel aan de definitie van de notie `spanningsregeling'. Een verwijzing naar de relevante bepalingen van dezelfde verordening met betrekking tot de verantwoordelijkheid van de transmissienetbeheerder voor balanceringsdiensten (zie onder meer de artikelen 55, 118 en 139) komt evenwel niet voor in de concordantietabel.
(11)Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 `tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net'.
(12)Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 `tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers'.
(13)Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 `tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules'.
(14)HvJ 3 december 2020, C-767/19, Commissie t.België, ECLI:EU:C:2020:984.
(15)Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 `betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG'.
(16)Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 `betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG'.
(17)Zie ook adv.RvS 69.018/3 van 14 april 2021 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, wat betreft de minimum inhoud van het type-aansluitingscontract bedoeld in artikel 169 en tot wijziging van de procedure tot behandeling van een aansluitingsaanvraag rekening houdende met het capaciteitsvergoedingsmechanisme', alsook adv.RvS 69.159/3, Parl.St. Kamer 2020-21, nr. 55-2037/001, 51-53 (opmerking 2.1).
(18)Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 `betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU'.
(19)Waar artikel 37, lid 6, b), van richtlijn 2009/72/EG betrekking had op 'balanceringsdiensten', viseert artikel 59, lid 7, b), van richtlijn (EU) 2019/944 de 'ondersteunende diensten'.Voor het overige is de draagwijdte van de in het voormelde arrest aangehaalde bepalingen niet gewijzigd.
(20)Artikel 2, § 1, 6), 51°, van de gedragscode.
(21)Artikel 60 van verordening (EU) 2016/631.
(22)Artikel 50 van verordening (EU) 2016/1388.
(23)Artikel 80 van verordening (EU) 2016/1447.
(24)Zie de artikelen 4 en 7, lid 2, van verordening (EU) 2016/631, de artikelen 4 en 6, lid 2, van verordening (EU) 2016/1388 en de artikelen 4 en 5, lid 2, van verordening (EU) 2016/1447.
(25)Zie het huidige artikel 39, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten, dat in dit verband melding maakt van het aansluitingscontract.
(26)Zo wordt verwezen naar "de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 11, § 1, vierde lid, van de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten", terwijl het begrip "transmissienetbeheerder" wordt gedefinieerd in artikel 1, § 2, 7°, van het ontwerp.Er wordt voorts verwezen naar het vijfde lid van artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet, terwijl die bepaling slechts vier leden telt.
(27)Vgl.met het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten, waar ook melding wordt gemaakt van het register van evenwichtsverantwoordelijken.
(28)Artikel 7, 2°, van de wet van 21 mei 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/05/2023 pub. 07/06/2023 numac 2023020122 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake energie sluiten `houdende diverse bepalingen inzake energie' heeft het derde lid van artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet immers opgeheven, waardoor het vroegere vijfde lid het vierde lid is geworden.
(29)Dit is wel het geval bij artikel 2881 van het oud Burgerlijk Wetboek, waarnaar het huidige artikel 15 van het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten verwijst.
(30)Het derde lid verwijst overigens naar "personen en entiteiten bedoeld in het tweede lid", maar het lijkt enkel te gaan om entiteiten.
(31)Adv.RvS 37.655/1 van 23 september 2004 over een ontwerp dat heeft geleid tot het ministerieel besluit van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 28/09/2015 numac 2015000523 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 13/06/2005 pub. 29/03/2011 numac 2011000172 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 `tot vaststelling van het afschakelplan van het transmissienet van elektriciteit', opmerking 6 bij de bijlage.
(32)Vgl.adv.RvS nr. 37.655/1 van 23 september 2004 over een ontwerp van ministerieel besluit `houdende het afschakelplan van het transmissienet van elektriciteit', opmerking 6.
(33)In het eraan voorafgaande opschrift van hoofdstuk 3 en in het tweede en derde lid van artikel 124 van het ontwerp ook omschreven als "bestaande offshore power park module waarvan het (of de) aansluitingspunt(en) zich op zee bevinden".
(34)Dit begrip wordt ook vermeld in het koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019012009 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten.
(35)Rekening houdend met de terminologie gehanteerd in de artikelen 5 en 6/3 tot 6/5 van de Elektriciteitswet, verdient het aanbeveling om in de Nederlandse tekst van artikel 156 van het ontwerp het woord "lastenboek" te vervangen door het woord "bestek".
(36)Zie onder meer de artikelen 14, § 1, en 145 van de wet van 17 juli 2016 `inzake overheidsopdrachten'.
(37)Zie in dat verband ook adv.RvS 69.159/3, Parl.St. Kamer 2020-21, nr. 55-2037/001, 59-61 (opmerking 9). 29 NOVEMBER 2024. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers; Gelet op de Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules; Gelet op de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen; Gelet op de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering; Gelet op de Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet; Gelet op de Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG; Gelet op de mededeling 2024/0258/B aan de Europese Commissie gedaan in toepassing van artikelen 5 en 6 van de Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij; Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, de artikelen 8, 11, § 1, gewijzigd bij de wetten 21 juli 2021 en 21 mei 2023 en 30, § 2, gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012; Gelet op het advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 18 januari 2023; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12 juli 2023; Gelet op de voorstellen van en het overleg met de transmissienetbeheerder op 8 september 2021, 28 juni 2022, 19 juli 2022, 26 juli 2022, 17 januari 2023, 22 maart 2023 en 1 juni 2023; Gelet op het overleg met de gewesten; Gelet op advies 74.610/3 van de Raad van State, gegeven op 9 november 2023 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Economie, de Minister van Volksgezondheid, de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Energie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : BOEK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN TITEL 1 - Definities Artikel 1.§ 1. De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in de Europese netcodes en richtsnoeren zoals gedefinieerd in paragraaf 2, 2°, zijn van toepassing op dit besluit. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° IEC: Internationale Elektrotechnische Commissie;2° Europese netcodes en richtsnoeren: de volgende Europese verordeningen:
  1. a)Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net, hierna "Europese netcode RfG genoemd";
  2. b)Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers, hierna "Europese netcode DCC" genoemd;
  3. c)Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules, hierna "Europese netcode HVDC" genoemd;
  4. d)Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen, hierna "Europese richtsnoeren SOGL" genoemd;
  5. e)Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet, hierna "Europese netcode E&R" genoemd;3° CDS: het gesloten distributiesysteem bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 5, van de Europese netcode DCC;4° meteropname: de opname met een meter van de hoeveelheid actieve of reactieve energie die gedurende een tijdsperiode wordt geïnjecteerd of wordt afgenomen;5° meter: een meetuitrusting die toestaat om een meteropname uit te voeren;6° Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten: de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;7° transmissienetbeheerder: de netbeheerder bedoeld in artikel 2, 8°, van de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;8° herstelplan: het herstelplan bedoeld in artikel 3, tweede alinea, 5), van de Europese netcode E&R;9° systeembeschermingsplan: het systeembeschermingsplan bedoeld in artikel 3, lid 2, punt 63, van de Europese richtsnoeren SOGL;10° noodtoestand: de systeemtoestand bedoeld in artikel 3, lid 2, punt 37, van de Europese richtsnoeren SOGL;11° black-outtoestand: de systeemtoestand bedoeld in artikel 3, lid 2, punt 22, van de Europese richtsnoeren SOGL;12° hersteltoestand: de systeemtoestand bedoeld in artikel 3, lid 2, punt 38, van de Europese richtsnoeren SOGL;13° alarmtoestand: de systeemtoestand bedoeld in artikel 3, lid 2, punt 17, van de Europese richtsnoeren SOGL;14° relevant juridisch kader: een overeenkomst tussen de transmissienetbeheerder en de betreffende systeemgebruiker waarin de op de desbetreffende installatie of aansluitingspunt van toepassing zijnde eisen overeenkomstig dit besluit worden aangeduid en waarin de toepassingsmodaliteiten van voornoemde eisen nader worden uitgewerkt;15° gedragscode: de gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, van de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;16° meetgegeven: een gegeven bekomen door een meteropname of meting met een meetuitrusting;17° actieve energie: de integraal van het actief vermogen over een bepaald tijdsinterval;18° reactieve energie: de integraal van het reactief vermogen over een bepaald tijdsinterval;19° meetuitrusting: elke uitrusting voor het uitvoeren van meteropname en/of metingen, zoals meters, apparaten met als voornaamste functie het uitvoeren van metingen, meettransformatoren of bijhorende telecommunicatie-uitrustingen;20° installatie: elke aansluiting op het transmissienet of gesloten industrieel net, elke in artikel 35 aangehaalde installatie van respectievelijk een systeemgebruiker, transmissienetgebruiker, een beheerder van een publiek distributienet, of een beheerder van een lokaal transmissienet, of directe lijn;21° installatie van de systeemgebruiker: elke in artikel 35 aangehaalde uitrusting van een systeemgebruiker die door een aansluiting op een net is aangesloten;22° installatie van de transmissienetgebruiker: elke in artikel 35 bedoelde uitrusting van een transmissienetgebruiker die door een aansluiting op het transmissienet is aangesloten;23° aansluitingsinstallatie: elke uitrusting die nodig is om de installatie van de transmissienetgebruiker te verbinden met het transmissienet;24° railstel: het driefasig geheel van drie metalen rails of geleiders die voor elke fase de identieke en gemeenschappelijk spanningspunten vormen en via dewelke de verschillende aangesloten toestellen (apparatuur, lijnen en kabels) onderling verbonden zijn;25° werkdag: elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen;26° meting: de opname op een bepaald tijdstip van een fysieke grootheid met een meetuitrusting;27° CREG: Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas;28° actieve verliezen: het verbruik van actief vermogen in het net dat veroorzaakt wordt door het gebruik van dat net;29° toegangspunt of toegangspunt op het transmissienet: een punt dat gekarakteriseerd wordt door een fysieke plaats en een spanningsniveau waarvoor een toegang tot het transmissienet wordt toegewezen aan de toegangshouder met het oog op de injectie of afname van vermogen vanuit een elektriciteitsproductie-eenheid, een verbruiksinstallatie, een energieopslagfaciliteit, een gesloten industrieel net of een gesloten distributienet dat is aangesloten op het transmissienet;het toegangspunt is verbonden met één of meerdere aansluitingspunten van de betrokken transmissienetgebruiker die zich op hetzelfde spanningsniveau situeert en op hetzelfde onderstation; 30° verbindingspunt: een punt waarop het transmissienet met buitenlandse transmissienetten, de lokale transmissienetten en de publieke distributienetten verbonden zijn;31° interfacepunt: de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de installaties van een transmissienetgebruiker verbonden zijn met de aansluitingsinstallaties.Dit punt bevindt zich op de site van de transmissienetgebruiker en in ieder geval na het eerste aansluitingsveld vanaf het net aan de zijde van de transmissienetgebruiker; 32° injectiepunt: een toegangspunt vanaf waar het vermogen in het transmissienet wordt geïnjecteerd;33° minister: de federale minister bevoegd voor Energie;34° afnamepunt: een toegangspunt vanaf waar het vermogen vanuit het transmissienet wordt afgenomen;35° lokale elektriciteitsproductie-eenheid: een elektriciteitsproductie-eenheid waarvan het injectiepunt identiek is aan het afnamepunt van één of meerdere in artikel 35, § 3, eerste lid, 1° bedoelde verbruiksinstallaties van een transmissienetgebruiker of, in het geval van een CDS, een CDS gebruiker, en die zich op dezelfde geografische site bevindt als deze verbruiksinstallaties;36° ter beschikking gesteld vermogen: het schijnbaar vermogen in injectie en/of afname dat door de transmissienetbeheerder is vastgelegd voor een toegangspunt van een transmissienetgebruiker en die het recht geeft aan deze transmissienetgebruiker om vermogen te injecteren en/of af te nemen naar/van het transmissienet ten belope van dit ter beschikking gesteld vermogen;37° kwaliteit: het geheel van de karakteristieken van de elektriciteit die een invloed kunnen hebben op de aansluitingsinstallaties, installaties van één of meerdere transmissienetgebruikers, het publiek distributienet en/of het lokaal transmissienet en die, onder meer, de continuïteit van de spanning en de elektrische karakteristieken van deze spanning en stroom, zoals de frequentie, de amplitude, de golfvorm en de symmetrie, omvatten;38° aansluiting: elke uitrusting die nodig is om de installatie van de systeemgebruiker, beheerder van het publiek distributienet en beheerder van het lokaal transmissienet te verbinden met een net. De aansluiting op het transmissienet van de transmissienetgebruiker bestaat uit de aansluitingsinstallaties tussen het aansluitingspunt en het interfacepunt, welke tenminste het eerste aansluitingsveld vanaf het transmissienet inhouden. De aansluiting van publieke distributienetten of van lokale transmissienetten op het transmissienet bestaat uit het verbindingspunt dat zich situeert aan de secundaire van de transformator die deel uitmaakt van het transmissienet die de elektriciteitsspanning omzet naar de spanning van de publieke distributienetten of lokale transmissienetten. De aansluiting van de gebruiker van een gesloten industrieel net wordt bepaald in de aansluitingsmodaliteiten afgesloten door de beheerder van het gesloten industrieel net met deze gebruiker van dat gesloten industrieel net; 39° register der meetuitrustingen: het register bijgehouden door de transmissienetbeheerder, overeenkomstig dit besluit;40° Verordening 2019/941: Verordening (EU) nr.2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG; 41° Verordening 543/2013: Verordening (EU) nr.543/2013 van de Commissie van 14 juni 2013 betreffende de toezending en publicatie van gegevens inzake de elektriciteitsmarkten en houdende wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad; 42° lokaal transmissienet: het gewestelijk transmissienet zoals bedoeld in de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit zoals bedoeld in het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, het plaatselijk transmissienet, zoals bedoeld in het decreet van het Waalse Gewest van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt;43° gesloten distributienet: het gesloten distributiesysteem bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 5, van de Europese netcode DCC, voor zover het betrekking heeft op het gesloten distributienet, zoals bedoeld in het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, het gesloten beroepsnet, zoals bedoeld in het decreet van het Waalse Gewest van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt en het privénet, zoals bedoeld in de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;44° gesloten industrieel net: het gesloten distributiesysteem bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 5, van de Europese netcode DCC, voor zover het betrekking heeft op het in de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bedoelde gesloten industrieel net;voor de doeleinden van dit besluit en behoudens andersluidende bepalingen wordt het tractienet spoor gelijkgesteld met het gesloten industrieel net, zoals gedefinieerd in dit besluit; 45° publiek distributienet: geheel van onderling verbonden elektrische leidingen met een nominale spanning die gelijk is aan of minder is dan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die noodzakelijk zijn voor de distributie van elektriciteit aan afnemers, dat geen CDS of directe lijn is met uitzondering van het lokaal transmissienet;46° AREI: het koninklijk besluit van 8 september 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/09/2019 pub. 28/10/2019 numac 2019014633 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van Boek 1 betreffende de elektrische installaties op laagspanning en op zeer lage spanning, Boek 2 betreffende de elektrische installaties op hoogspanning en Boek 3 betreffende de installaties voor transmissie en distributie van elektrische energie sluiten tot vaststelling van Boek 1 betreffende de elektrische installaties op laagspanning en op zeer lage spanning, Boek 2 betreffende de elektrische installaties op hoogspanning en Boek 3 betreffende de installaties voor transmissie en distributie van elektrische energie, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 2022 en 5 maart 2023;47° ARAB: Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, rekening houdend met de opname ervan in de Codex over het welzijn op het werk;48° hersteldienst: elke dienst zoals gedefinieerd door de transmissienetbeheerder overeenkomstig de betreffende bepalingen van de Europese netcode RfG en de Europese netcode E&R die bijdraagt tot één of meerdere maatregelen van het herstelplan;49° : black-startdienst: de dienst voorzien door elektriciteitsproductie-eenheden die over black-startmogelijkheden beschikken bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 45, van de Europese netcode RfG, die één van de mogelijke hersteldiensten vormt;50° elektrisch systeem: het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingen en alle installaties van de op deze netten aangesloten systeemgebruikers omvat en tot de regelzone van de relevante transmissienetbeheerder behoort;51° aansluitingsveld: het geheel van componenten van een aansluitingsinstallatie die in het bijzonder volgende functies waarborgen:
  6. a)het onder spanning brengen van de installaties van de transmissienetgebruiker vanuit het transmissienet;
  7. b)het uitschakelen en/of inschakelen van deze installaties;
  8. c)het fysiek scheiden van deze installaties van het transmissienet;52° systeemgebruiker: elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit injecteert op of afneemt van een transmissienet, een lokaal transmissienet of een publiek distributienet, naargelang het geval als eigenaar van, een elektriciteitsproductie-installatie, van een verbruiksinstallatie, van een energieopslagfaciliteit, van een CDS of van een HVDC systeem, met dien verstande dat louter voor de toepassing van dit besluit en de Europese netcodes en richtsnoeren als eigenaar wordt beschouwd: de persoon die beschikt over het eigendomsrecht of, indien een derde met dewelke deze persoon een contractuele relatie heeft, over het eigendomsrecht beschikt, over het gebruiksrecht op deze installatie, dit net of dit systeem;53° CDS-gebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit injecteert op of afneemt van het/een CDS;54° transmissienetgebruiker: een systeemgebruiker wiens elektriciteitsproductie-eenheid, verbruiksinstallatie, energieopslagfaciliteit, gesloten industrieel net, gesloten distributienet, of HVDC-systeem, op het transmissienet is aangesloten;55° regelzone: de controlezone bedoeld in artikel 2, eerste alinea, punt 6, van Verordening 543/2013;56° FCR: de frequentiebegrenzingsreserves bedoeld in artikel 3, lid 2, punt 6, van de Europese richtsnoeren SOGL;57° FRR: de frequentieherstelreserves bedoeld in artikel 3, lid 2, punt 7, van Europese richtsnoeren SOGL;58° referentiewaarde: de referentiewaarde bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 25, van de Europese netcode RfG;59° elektriciteitsproductie-eenheid: een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid of een power park module bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 5, van de Europese netcode RfG;60° substantiële modernisering: de modernisering van een installatie of vervanging van apparatuur die van zulke omvang is dat het bestaande aansluitingscontract dient te worden herzien, dan wel een nieuw aansluitingscontract vereist is zoals bedoeld in artikel 4 van de Europese netcode RfG, artikel 4 van de Europese netcode DCC en artikel 4 van de Europese netcode HVDC;61° asynchrone energieopslagfaciliteit : een energieopslagfaciliteit, zoals gedefinieerd in de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, met uitsluiting van een eenheid of een verzameling van eenheden die elektriciteit opwekt, en voor zover die energieopslagfaciliteit ofwel niet-synchroon ofwel via vermogenselektronica met het systeem verbonden is en één aansluitpunt heeft met een transmissienet, inclusief een gesloten industrieel net, of een HVDC-systeem. TITEL 2 - Toepassingsgebied Art. 2.Dit besluit is niet van toepassing op: 1° systeemgebruikers aangesloten op het publiek distributienet of het lokaal transmissienet behoudens voor wat betreft de gevallen vermeld in artikel 4, § 5, tweede lid en systeemgebruikers aangesloten op een CDS behoudens voor wat betreft de gevallen vermeld in artikel 4, § 6;2° elektrische voertuigen;3° elektriciteitsproductie-eenheden die geïnstalleerd zijn met het oog op het leveren van een noodvoeding, minder dan vijf minuten per maand parallel functioneren met het transmissienet wanneer deze in een normale toestand verkeert en geen ondersteunende dienst leveren;4° asynchrone energieopslagfaciliteiten die enkel dienen voor de noodvoeding van de transmissienetgebruiker, met name deze die geen enkele ondersteunende dienst leveren en, in ontladingsmodus, minder dan vijf minuten per maand parallel functioneren met het transmissienet wanneer dat in een normale toestand verkeert. Het parallel functioneren met het transmissienet van onder 3° en 4° bedoelde elektriciteitsproductie-eenheden en de energieopslagfaciliteiten tijdens de onderhoudswerkzaamheden of testen voor indienstname wordt niet meegerekend in de berekening van de vijf minuten. TITEL 3 - Taken, opdrachten en algemene verplichtingen van de transmissienetbeheerder Art. 3.De transmissienetbeheerder voert de hem door dit besluit toevertrouwde taken uit in het kader van zijn wettelijke opdrachten, zoals bepaald in de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Art. 4.§ 1. De transmissienetbeheerder waakt, na gezamenlijk overleg met de transmissienetgebruikers, over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading met passende middelen en maatregelen en overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving. Dit maakt het mogelijk om ten minste volgende kwaliteitsaanduidingen te bepalen: 1° de frequentie van de onderbrekingen;2° de gemiddelde duur van de onderbrekingen;3° de jaarlijkse duur van de onderbrekingen. § 2. De transmissienetbeheerder stelt tenminste eenmaal per jaar een verslag op en maakt dit openbaar op zijn website. Dit verslag betreft: 1° de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading in het transmissienet en de regelzone;2° de evaluatie van de resultaten van de periodieke testen bedoeld in artikel 33. § 3. De transmissienetbeheerder neemt de vereiste maatregelen overeenkomstig artikel 20 van Europese richtsnoeren SOGL en bedoeld in artikel 21, wanneer het transmissienet zich bevindt in een alarmtoestand, noodtoestand, black-outtoestand of hersteltoestand of in één van de voormelde toestanden dreigt terecht te komen. § 4. De transmissienetbeheerder houdt het register der meetuitrustingen bij. Indien het register der meetuitrustingen op een geïnformatiseerde drager gehouden wordt, neemt de transmissienetbeheerder de nodige maatregelen opdat ten minste één ongewijzigde kopie veilig op een identieke drager bewaard wordt met inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake bescherming van persoonsgegevens. De transmissienetbeheerder waarborgt de publicatie van het register der meetuitrustingen. § 5. Onverminderd artikel 140, neemt de transmissienetbeheerder op geen enkele manier deel aan het operationeel beheer van het publiek distributienet, en draagt geen enkele verantwoordelijkheid in dat opzicht. De transmissienetbeheerder heeft evenmin enige contractuele en/of operationele relatie met de systeemgebruikers aangesloten op de publieke distributienetten behoudens wat betreft relaties die hij zou hebben met de systeemgebruiker aangesloten op het publiek distributienet in de hiernavolgende gevallen, en na overleg met de publieke distributienetbeheerders desgevallend overeenkomstig de gedragscode: 1° indien zij hem ondersteunende diensten, diensten inzake vraagbeheer of diensten voor coördinatie en congestiebeheer verstrekken of een volume aan productiecapaciteit en/of een volume aan vraagbeheer ter beschikking stellen in het kader van de strategische reserve of optreden als capaciteitsleverancier in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme overeenkomstig de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de orga

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.