📄 Wettekst
29 NOVEMBER 2024. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit
VERSLAG AAN DE KONING Sire, I. STREKKING Het voorgelegde koninklijk besluit strekt ertoe het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten (B.S. van 29 april 2019) houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna "technisch reglement") op te heffen en te vervangen.
Hiermee wordt gevolg gegeven aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 december 2020 (C-767/19) en wordt uitvoering gegeven aan de
wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/07/2021
pub.
03/09/2021
numac
2021021721
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen
sluiten tot wijziging van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/02/2014
numac
2014000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna "Elektriciteitswet"), waarbij onder meer het artikel 11 van de Elektriciteitswet werd gewijzigd (Belgisch Staatsblad van 3 september 2021). Overeenkomstig artikel 22, eerste lid, van de
wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/07/2021
pub.
03/09/2021
numac
2021021721
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen
sluiten trad het gewijzigde artikel 11 in werking op 1 september 2022.
II. HISTORIEK IN VERBAND MET DE RAADPLEGING EN HET VOORSTEL VAN DE TRANSMISSIENETBEHEERDER EN HET OVERLEG MET DE REGULATOR EN DIENS ADVIES Overeenkomstig artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet werd dit besluit opgesteld na uitgebreid overleg met de transmissienetbeheerder en na advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (hierna: CREG).
Specifiek voor de maximumcapaciteitsdrempelwaarden van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden van de types A, B, C en D overeenkomstig artikel 5, lid 3, van de Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net bouwt dit besluit voort op een voorstel van de transmissienetbeheerder en het advies van de CREG. Het advies van de CREG inzake dit besluit werd op 18 januari 2023 goedgekeurd door het directiecomité van de CREG en draagt de referentie (A)2501.
In het kader van de splitsingsoefening tussen het technisch reglement van 22 april 2019 en de gedragscode vond reeds eerder nauw overleg plaats tussen de Algemene Directie Energie en de diensten van de CREG (onder meer op 18 oktober 2021 en op dinsdag 15 maart 2022). Artikel 11, § 3, van de Elektriciteitswet voorziet tevens regelmatig overleg tussen de CREG en de Algemene Directie Energie inzake hun respectievelijke werkzaamheden betreffende de gedragscode en het technisch reglement.
Hoe voormelde splitsingsoefening concreet uitvoering heeft gekregen, zal tevens duidelijk worden weergegeven in een concordantietabel die de bepalingen van het technische reglement van 22 april 2019 vergelijkt met de gedragscode van 22 oktober 2022 en dit besluit. Deze concordantietabel zal ter beschikking worden gesteld van het publiek via de website van de Algemene Directie Energie.
III. DOELSTELLING, INHOUD EN STRUCTUUR VAN HET ONTWERP a) Doelstelling en voorwerp In bovenvermeld arrest, dat aanleiding gaf tot aanpassing van de Elektriciteitswet en de hieruit volgende en hierna nader toegelichte opheffing en opsplitsing van het technisch reglement, besliste het Hof van Justitie van de Europese Unie dat er sprake was van een gebrekkige omzetting van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG door (oud) artikel 11 van de Elektriciteitswet.Het Hof oordeelde met name dat de bepalingen uit het technisch reglement die daar uitvoering aan geven, maatregelen en beginselen (kunnen) bevatten die betrekking (kunnen) hebben op de exclusieve bevoegdheden van de regulator (de CREG). Het Hof identificeerde in dit verband met name de bepalingen van (oud) artikel 11, tweede lid, 1°, 2°, 5°, 6° en 7°, van de Elektriciteitswet als niet conform omgezet met artikel 37, lid 6, a) tot c), van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG, thans artikel 59, lid 7, van de vierde Richtlijn (EU)2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna "EMD-Richtlijn"). In de overwegingen 103 tot 108 verduidelijkte het Hof dat de Koning inbreuk kan maken/maakt op de exclusieve bevoegdheid van de regulator wat betreft "de vaststelling of de goedkeuring van deze voorwaarden of ten minste van de methoden voor het vastleggen daarvan" door operationele regels, maatregelen, inlichtingen en beginselen in het technisch reglement op te nemen met betrekking tot: - aansluitingstermijnen; - inlichtingen te verschaffen door de netgebruikers aan de transmissienetnetbeheerder; - de voorwaarden inzake aansluiting en toegang tot het net; - de voorwaarden inzake het verstrekken van balanceringsdiensten; - de voorwaarden inzake toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. b) Duidelijker bevoegdheidsafbakening Concreet houdt de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in dat het technisch reglement geen eisen of operationele regels mag vaststellen die inbreuk maken op de exclusieve bevoegdheid van de CREG in verband met de hierboven vermelde onderwerpen zoals omschreven in artikel 37, lid 6, a) tot c), van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG, thans artikel 59, lid 7, van de EMD-Richtlijn.c) Eisen waarvoor de CREG exclusief bevoegd is Zo zijn dus de bevoegdheid tot het vaststellen of goedkeuren van voorwaarden voor aansluiting en toegang tot het transmissienet, de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en het verstrekken van ondersteunende diensten op grond van artikel 59, lid 7, van de EMD-Richtlijn en het artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet duidelijk voorbehouden aan de CREG. De CREG is verder bevoegd voor het vaststellen van de regels inzake de planningsgegevens die gerelateerd zijn aan de uitwisseling van energie en dus aan aansluiting en toegang tot het transmissienet. De CREG is daarbij ook bevoegd voor de beoordeling of er voldaan is aan de vereisten van een "substantiële modernisering" en bijgevolg over de vraag of een installatie als bestaand of nieuw valt te beschouwen. De Koning blijft evenwel bevoegd op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 8°, van de Elektriciteitswet om de omstandigheden te bepalen op grond waarvan door de CREG geoordeeld wordt of een bestaande installatie als nieuw moet worden beschouwd. Het betreft hier dus een vorm van gedeelde bevoegdheid.
De gedragscode werd op 20 oktober 2022 door het directiecomité van de CREG goedgekeurd en is te raadplegen via de website van de regulator. d) Eisen waarvoor de Koning bevoegd blijft De exclusieve bevoegdheid van de CREG om bepaalde voorwaarden vast te stellen verhindert evenwel niet dat de Koning in het technisch reglement andere technische eisen en operationele regels kan opnemen - en waarvoor desgevallend specifieke aspecten nader overeengekomen moeten worden tussen de transmissienetbeheerder en de systeemgebruiker (zgn.toepassingsmodaliteiten) - voor zover deze betrekking hebben op domeinen waarvoor de Koning bevoegd blijft.
Zo mogen via het technisch reglement onder meer technische eisen inzake veiligheid en eisen van algemene toepassing door de Koning worden vastgesteld of goedgekeurd.
Op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 1°, van de Elektriciteitswet behoudt de Koning de bevoegdheid om, na overleg met de transmissienetbeheerder en advies van de CREG, technische (veiligheids)eisen vast te stellen zoals dit reeds het geval was onder het (oud) artikel 5 van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG. De Raad van State heeft in zijn advies nr. 69.159/3 bevestigd dat het voor de Koning mogelijk blijft, ondanks het feit dat artikel 5 van de voornoemde Richtlijn 2009/72/EG niet werd overgenomen door de EMD-Richtlijn, om minimumeisen inzake veiligheid vast te stellen.
Voor de bevoegdheid van de Koning tot het goedkeuren, op voorstel van de transmissienetbeheerder, van "eisen van algemene toepassing" wordt verwezen naar artikel 11, § 1, derde lid, 2°, van de Elektriciteitswet. De Elektriciteitswet definieert "eisen voor algemene toepassing" in artikel 2, 100°, met uitdrukkelijke verwijzing naar het betreffende artikel van de connectiecodes als "de eisen voor algemene toepassing of de methodologie die ter berekening of vaststelling van deze eisen wordt gebruikt bedoeld in artikel 7.1 en 7.4 van de Verordening RfG, artikel 6.1 en 6.4 van de Verordening DCC, en artikel 5.1 en 5.4 van de Verordening HVDC". Het gaat in deze connectiecodes om eisen die door hun algemene formulering niet meteen toepasbaar zijn en die op het niveau van de lidstaat door de transmissienetbeheerder moeten worden ingevuld alvorens zij kunnen worden toegepast en afgedwongen.
Daar waar de bepalingen van dit besluit uitvoering geven aan de inhoud van de Europese netcodes en richtsnoeren, bevat de tekst van het besluit de verwijzing naar de desbetreffende netcodebepaling die de rechtsgrond ervan vormt.
In het licht van de voormelde bevoegdheidsverdeling en de inwerkingtreding van de voornoemde
wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/07/2021
pub.
03/09/2021
numac
2021021721
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen
sluiten op 1 september 2022, blijft de Koning bevoegd om bepalingen van het technisch reglement die onder de bevoegdheid van de CREG vallen, te schrappen, voor zover de CREG de betrokken aangelegenheden eerder heeft geregeld en de Koning zich beperkt tot het opschonen van de tekst. Dit wordt evenzeer bevestigd door de Raad van State in haar advies 74.610/3 van 9 november 2023 (randnummer 26).
Dat de bevoegdheidsverdeling, tussen de regulator en de Koning die volgt uit de Europese regelgeving, soms tot verwarring kan leiden, blijkt uit het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State. De Raad stelt bij randnummer 10.3 dat artikel 65, § 1 betrekking zou hebben op de bevoegdheid van de regulator tot het regelen van te verstrekken ondersteunende diensten krachtens artikel 59, lid 7, b), van richtlijn (EU) 2019/944 en artikel 11, § 2, 2°, a), van de Elektriciteitswet. Artikel 65, § 1 bepaalt echter louter de technische eis dat een elektriciteitsproductie-eenheid in staat moet zijn om een reactief vermogen te kunnen absorberen of leveren tussen -0.1 Pmax en 0.45 Pmax, dit in functie van de veiligheid van het transmissienet. Welke ondersteunende dienst er uiteindelijk dient te worden ingericht en onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren, blijft te allen tijde kaderen binnen de bevoegdheid van de regulator. e) Implementatie van de bevoegdheidsafbakening en voornaamste aanpassingen van het technisch reglement Om de door het gewijzigde artikel 11 van de Elektriciteitswet verduidelijkte bevoegdheidsafbakening tussen de Koning en de CREG in dit besluit consequent te implementeren werd ervoor geopteerd de bepalingen van het technisch reglement van 22 april 2019 op te splitsen. Generieke technische eisen m.b.t. veiligheid, ontwerp en exploitatie voor alle bestaande en nieuwe installaties evenals de eisen van algemene toepassing voor nieuwe installaties blijven behouden in voorliggend nieuw technisch reglement, mits de vereiste herformulering om elke inbreuk op de exclusieve bevoegdheid van de CREG te vermijden.
Alle vereisten die verband houden met de markt- en contractgerelateerde voorwaarden van toegang en van de aansluiting tot het net, het congestiebeheer, de ondersteunende diensten waaronder de balanceringsdiensten, de toegang tot de internationale infrastructuur werden, overeenkomstig de nieuwe paragraaf 2 van artikel 11 van de Elektriciteitswet, opgenomen in de door de CREG opgestelde gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
Met de wijziging van artikel 11 van de Elektriciteitswet heeft de wetgever tevens beoogd gedeeltelijk uitvoering te geven aan Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet en van Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG. Aangaande de gegevens die de netgebruikers aan de netbeheerder moeten verstrekken heeft de schrapping van punt 5 van (oud) artikel 11, eerste lid, van de Elektriciteitswet tot gevolg dan nog slechts in enkele uitzonderlijke gevallen verplichtingen inzake mededeling van informatie aan de transmissienetbeheerder worden opgenomen in het technisch reglement met name in die gevallen waar dit noodzakelijk is voor de veiligheid van het net.
In uitvoering van de nieuwe bepalingen tweede lid, 9° en 10° en het vierde lid van artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet wordt in artikel 6, vierde lid, van dit besluit overeenkomstig de keuzemogelijkheid van artikel 3 van voornoemde Verordening (EU) nr. 2019/941 de minister bevoegd voor Energie aangewezen als bevoegde instantie inzake zekerheid van de elektriciteitsvoorziening (risicoparaatheid). Verder wordt de Koning opgedragen om in het technisch reglement de elementen te bepalen die het risicoparaatheidsplan moet bevatten onverminderd de elementen daarin op te nemen met toepassing van de voornoemde Verordening (EU) nr. 2019/941. Hieraan wordt uitvoering gegeven door in voorliggend technisch reglement te bepalen dat de minister bevoegd voor Energie aan de Algemene Directie Energie operationele taken kan delegeren die betrekking hebben op de risicoparaatheidsplanning en risicobeheersing als bepaald in bovenvermelde verordening. In dit kader kan ook gewezen worden op het toevoegen van een adviesbevoegdheid voor de Algemene Directie Energie in artikel 8, § 2, met betrekking tot de criteria om de omvang van de te compenseren actieve verliezen te berekenen zoals vermeld in artikel 106 van de gedragscode elektriciteit.
Met betrekking tot de adviesbevoegdheid voor de Algemene Directie Energie zoals vervat in de artikelen 7, derde lid, 8, § 2 en 71, § 5, kan worden opgemerkt dat het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State werd gevolgd (randnummer 11 e.v.). Aldus werd in de artikelen 8, § 2 en 71, § 5 voorzien dat de CREG ook in de gevallen waar geen advies wordt verleend, een beslissing kan nemen. De CREG blijft onverminderd op enige wijze gebonden door de standpunten die de Algemene Directie Energie formuleert in haar adviezen. f) Redactie en structurele aanpassingen Het voorgaande leidt ertoe dat een hele reeks technische bepalingen uit het bestaande technisch reglement, soms middels een nieuwe verwoording om rekening te houden met bovenvermelde bevoegdheidsverdeling, ook in dit besluit zijn opgenomen. Daarnaast werden definities van niet meer in de tekst voorkomende termen geschrapt en werden waar nodig voor een goed begrip van het koninklijk besluit nieuwe of aangepaste definities ingevoerd. Deze definities vormen een aanvulling op de definities die in andere wettelijke of regelgevende documenten, zoals de toepasselijke Europese wetgeving of de gedragscode van de CREG, zijn vastgesteld.
Verdere redactionele en wetgevingstechnische opmerkingen vervat in het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State werden tevens verwerkt in de tekst van dit besluit.
Anderzijds noodzaakte het verdwijnen van belangrijke onderdelen tot een volledig vervanging van de bestaande tekst door een herwerkte tekst met een nieuwe indeling in 10 boeken. Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om een aantal generieke en omkaderende bepalingen vooraan samen te brengen in boek 1.
Zo werden bij wijze van introductie enkele nieuwe of bestaande bepalingen opgenomen in dit eerste boek, waarbij het toepassingsgebied van dit besluit en de opdracht van de transmissienetbeheerder, de bevoegdheden van de minister en de tussenkomst van de CREG en de Algemene Directie Energie in het kader van dit besluit nader worden gesitueerd en omschreven.
Ook andere accessoire bepalingen met algemene strekking worden in dit boek samengebracht bijvoorbeeld inzake overleg en dialoog met de marktdeelnemers, het houden van registers, mededeling van informatie, adviesverlening, vertrouwelijkheid en openbaarmaking, termijnen enz.
Boek 2 bevat de lijst van de ondersteunende diensten die de transmissienetbeheerder moet inrichten conform artikel 11, § 1, tweede lid, 4°, van de Elektriciteitswet evenals enkele algemene voorschriften met betrekking tot de hersteldiensten en beschermingsdiensten.
Via artikel 31, § 4, wordt met name de rechtsgrond voor het
ministerieel besluit van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
29/03/2011
numac
2011000172
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten0 tot vaststelling van het afschakelplan van het transmissienet van elektriciteit verwijderd van zodra het risicoparaatheidsplan volgend uit voornoemde Verordening (EU) nr. 2019/941 in werking is getreden. Hiermee wordt de regelgeving volledig in lijn gebracht met het Europese kader, wat ook voor een verdere vereenvoudiging zorgt. Verder werd de procedure voor de goedkeuring van de lijst met significante systeemgebruikers met hoge prioriteit gekoppeld aan het systeembeschermingsplan en het herstelplan vereenvoudigd in de zin dat er geen onnodige dubbele adviezen dienen aangevraagd te worden bij verschillende ministers die voorafgaandelijk al geconsulteerd werden in het proces (zie artikelen 29 tot en met 32).
In boek 3 werden de voorschriften en maatregelen inzake veiligheid en toegang tot installaties samengebracht.
De specifieke exploitatie-eisen in verband met het opstellen van elektrische schema's zijn ondergebracht in boek 4.
De voorschriften inzake beheer en exploitatie van het transmissienet liggen vervat in boek 5. Dit boek bevat tevens nadere bepalingen inzake de goedkeuringsprocedure van het door de transmissienetbeheerder voorgestelde systeembeschermingsplan en het herstelplan.
Wat betreft artikel 28 van voorliggend besluit kan worden opgemerkt dat er gevolg werd gegeven aan het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State (rand nummer 3.3.).
Boek 6 bevat gedetailleerde voorschriften met betrekking tot technische veiligheidscriteria en voorschriften met minimumeisen.
De eisen van algemene toepassing op nieuwe installaties aangesloten op het transmissienet en minimumeisen van toepassing op nieuwe asynchrone energieopslagfaciliteiten zijn opgenomen in boek 7.
In boek 8 zijn de specifieke modaliteiten tussen transmissiebeheerder en de beheerder van een publiek distributienet of een lokaal transmissienet opgenomen.
Boek 9 herneemt enkele restbepalingen over metingen en meteropnames uit het bestaande koninklijk besluit gezien zij betrekking hebben op normen en veiligheid.
In boek 10 tenslotte zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen naast de strafbepalingen en de datum van inwerkingtreding van het besluit.
Het nieuwe koninklijke besluit bevat voortaan nog slechts 159 artikelen tegenover de 381 artikelen in het opgeheven koninklijk besluit.
Samengevat werden drie soorten bepalingen uit het koninklijke besluit geschrapt: - bepalingen die direct of indirect betrekking hebben op exclusieve goedkeuringsbevoegdheden van de CREG of daarmee in verband kunnen worden gebracht en in de gedragscode worden ondergebracht; - bepalingen die niet langer relevant zijn want betrekking hebbend op overgangsregelingen in het te vervangen koninklijk besluit; - bepalingen die niet langer gehandhaafd worden omdat ze zonder gegronde redenen bepalingen uit de Europese netcodes en richtsnoeren hernemen en dus manifest ingaan tegen het overschrijfverbod.
De nieuwe of herschreven bepalingen van het technisch reglement beogen enerzijds uitvoering te geven aan nieuwe of gewijzigde bepalingen in artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet en zijn anderzijds bedoeld om het uitgebreide geheel van zeer specifieke en technische voorschriften voor de niet gespecialiseerde lezer leesbaarder te maken en met enkele meer algemene inleidende bepalingen te omkaderen.
Middels een aantal redactionele en structurele ingrepen was het bovendien mogelijk om de nummering van een groot aantal artikelen in het besluit te behouden om de vergelijking tussen de oude en voorliggende versie ervan te vergemakkelijken. g) Wisselwerking tussen het technisch reglement en de gedragscode De exclusieve bevoegdheden van de CREG inzake het vaststellen van een gedragscode, op basis van artikel 59, lid 7, van de EMD-Richtlijn en het aangepaste artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet, en van de Koning inzake het vaststellen van een technisch reglement, op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 1°, van de Elektriciteitswet, kunnen niet volledig onafhankelijk van elkaar worden gezien. De wisselwerking tussen het technisch regelement en de gedragscode vereist nauwe afstemming tussen de CREG en de Algemene Directie Energie, zoals hierboven reeds werd toegelicht onder punt II. In samenspraak met de CREG werden zowel in voorliggend technisch reglement als in de gedragscode brugbepalingen opgenomen die de noodzakelijke juridische verbindingen tussen beide teksten leggen.
Overigens werd er over gewaakt dat beide teksten zo veel mogelijk op elkaar zijn afgestemd om hun parallelle en coherente lezing, interpretatie en toepassing door de betrokkenen mogelijk te maken. Dit besluit geeft op deze manier uitvoering aan randnummer 22 van het advies (A)2501 van de CREG. In dit besluit vindt de wisselwerking tussen de gedragscode en het technisch reglement onder meer zijn weerslag in titels 5 en 6 van boek 1 (artikel 7 e.v.). De technische eisen vervat in voorliggend technisch reglement worden namelijk tussen de transmissienetbeheerder en een systeemgebruiker aangeduid of, wanneer het toepassingsmodaliteiten van technische eisen betreft, nader bepaald in een zogenoemd "relevant juridisch kader". Dergelijke overeenkomsten inzake de toepassing van technische vereisten hebben onvermijdelijk ook gevolgen inzake de toegang tot de markt en de aansluiting op het net, inclusief contract-gerelateerde voorwaarden. Die laatste punten behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de CREG en worden gereguleerd in de gedragscode. De gedragscode van 20 oktober 2022 voorziet hiertoe het gebruik van door de CREG goedgekeurde type-overeenkomsten. Aldus wordt bepaald dat de CREG toeziet op de naleving van de eisen vervat in boeken 3 tot en met 9 van het technisch reglement, daarbij rekening houdend met de in de gedragscode voorziene toepasselijke voorschriften en met de Europese netcodes en richtsnoeren.
Inzake het relevant juridisch kader werden de artikelen 1, § 2, 14° en 7, eerste lid tevens aangepast overeenkomstig het advies 74.610/3 van 9 november 2023 van de Raad van State (randnummer 12 e.v.). h) Algemene bevoegdheidsverdelende regels In zijn advies 74.610/3 van 9 november 2023 (rand nummer 21) stelt de Raad van State dat de artikelen 29, § 2, tweede en derde lid en 31, § 6 een inbreuk vormen op het autonomiebeginsel, meer specifiek met betrekking tot de gewestelijke bevoegdheid voor de regulering van verplichtingen van de distributienetbeheerders in het kader van de distributie en het plaatselijk vervoer van elektriciteit (artikel 6, § 1, VII, eerste lid, a), van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten).
In functie van voormeld advies en het overleg met de gewesten tijdens het overlegcomité van 28 februari 2024 werd de tekst van artikel 29, § 2 aangepast.
Niettemin dient er bij de toepassing van het autonomiebeginsel echter ook rekening te worden gehouden met de federale bevoegdheid voor de regulering van het transmissienet en het crisisbeheer. De verplichtingen tot het meedelen van gegevens en samenwerking zoals opgelegd in de voormelde artikelen dienen binnen deze bevoegdheid ingepast te worden.
Aldus dient de federale bevoegdheid inzake crisisbeheer te worden uitgeoefend ongeacht de hoedanigheid van de actor waarop het betrekking heeft, en onverminderd of deze actor belast is met taken die hoofdzakelijk gewestelijke aangelegenheden zouden betreffen. De medewerking van de distributienetbeheerders is immers noodzakelijk om de federale bevoegdheid inzake crisisbeheer effectief en efficiënt te kunnen uitoefenen (zie o.m. GwH 2024/036, B.40.2 en B.45-46). i) Aanmelding, opheffing en inwerkingtreding Voorliggend besluit werd ter aanmelding voorgelegd bij de Europese Commissie overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. Het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, wordt opgeheven en vervangen door dit koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit dat in werking treedt de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Economie, T. VAN DER STRAETEN De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, F. VANDENBROECKE De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN De Minister van Energie,
RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 74.610/3 van 9 november 2023 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit' Op 5 oktober 2023 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Energie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit'.
Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 31 oktober 2023. De kamer was samengesteld uit Jeroen VAN NIEUWENHOVE, kamervoorzitter, Toon MOONEN en Elly VAN DE VELDE, staatsraden, Jan VELAERS, assessor, en Johan PAS, griffier.
De verslagen zijn uitgebracht door Arne CARTON, auditeur en Lennart NIJS, adjunct auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen VAN NIEUWENHOVE, kamervoorzitter.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 november 2023. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot de invoering van een nieuw technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit, dat beter is afgestemd op het Europese wetgevende kader en de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake de bevoegdheden van de regulator, en dat in de plaats komt van het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe'.Een deel van de bestaande bepalingen van het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten zijn reeds opgenomen in een eerder aangenomen en in werking getreden gedragscode van de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (hierna: de CREG).(1) RECHTSGROND 3. De rechtsgrond voor het ontwerp wordt blijkens de aanhef gezocht in de artikelen 11, § 1, en 30, § 2, van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/02/2014
numac
2014000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten `betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt' (hierna: de Elektriciteitswet). 3.1. De meeste bepalingen van het ontwerp vinden rechtsgrond in artikel 11, § 1, van de Elektriciteitswet. Bij het eerste lid van die bepaling wordt de Koning gemachtigd om een technisch reglement op te stellen voor het beheer van het transmissienet. Bij het tweede lid wordt de Koning gemachtigd om minstens de in dat lid opgesomde elementen te bepalen. Het derde en vierde lid omvatten bijkomende specifieke machtigingen. 3.2. Voor artikel 11 van het ontwerp, waarbij aan de transmissienetbeheerder wordt opgedragen om bepaalde ondersteunende diensten in te richten, kan worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid waarover de Koning beschikt op grond van artikel 108 van de Grondwet, gelezen in samenhang met artikel 23, § 2, van de Elektriciteitswet. 3.3. Artikel 28 van het ontwerp bepaalt dat de door de transmissienetbeheerder genomen maatregelen, die evenredig en noodzakelijk zijn om de uitbreiding van een storing, om een abnormale werking of om een kritische situatie met betrekking tot de installaties van de transmissienetgebruiker te vermijden, "primeren op" ("prévalent sur") de rechten en verplichtingen van de transmissienetgebruiker bedoeld in of vastgelegd krachtens het te nemen besluit, de gedragscode of de toepasselijke wetgeving.(2) In zoverre overeenkomstig de ontworpen bepaling zou worden afgeweken van wetsbepalingen bij bepaalde door de transmissienetbeheerder genomen maatregelen, zal daarvoor een specifieke wettelijke grondslag voorhanden moeten zijn. Artikel 11 van de Elektriciteitswet verleent ter zake immers geen machtiging aan de Koning en er kan uiteraard geen beroep gedaan worden op de algemene uitvoeringsbevoegdheid om af te wijken van wetsbepalingen. Dat geldt ook voor het kunnen afwijken van de gedragscode, die door de CREG is vastgesteld op basis van artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet.
Het zou wel inpasbaar zijn in de rechtsgrond van artikel 11, § 1, tweede lid, 2°, van de Elektriciteitswet, indien zou worden bepaald dat de transmissienetbeheerder bij het nemen van maatregelen in het geval van een storing, een abnormale werking of een kritische situatie, over de mogelijkheid beschikt om af te wijken van de regels die zijn vastgesteld in of krachtens het te nemen besluit. 3.4. Voor een aantal bepalingen van het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten die door artikel 158 van het ontwerp worden opgeheven bestaat inmiddels geen rechtsgrond meer, aangezien door een recente wetswijziging(4) bepalingen die eerder door de Koning konden worden uitgevaardigd, thans door de CREG in de gedragscode zijn vastgesteld, ter uitvoering van artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet.
In het verslag aan de Koning wordt daaromtrent het volgende gesteld: "In het licht van de voormelde bevoegdheidsverdeling en de inwerkingtreding van de voornoemde
wet van 21 juli 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/07/2021
pub.
03/09/2021
numac
2021021721
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen
sluiten op 1 september 2022, blijft de Koning bevoegd om bepalingen van het technisch reglement die onder de bevoegdheid van de CREG vallen, te schrappen, voor zover de CREG de betrokken aangelegenheden eerder heeft geregeld en de Koning zich beperkt tot het opschonen van de tekst." Voor de opheffing van de artikelen van het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten waarvoor de rechtsgrond inmiddels is verdwenen, kan worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid, gelezen in samenhang met artikel 11, §§ 1 en 2, van de Elektriciteitswet. De Koning moet immers geacht worden bevoegd te zijn om door hem tot stand gebrachte regelingen op te heffen, wanneer die door de aanneming van de voormelde gedragscode zijn achterhaald.
VORMVEREISTEN 4. Gevraagd of het ontwerp werd aangemeld bij de Europese Commissie in het kader van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 `betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij', antwoordde de gemachtigde: "Het ontwerp-KB FTR werd niet meegedeeld bij de Europese Commissie.Er wordt evenmin voorzien om dit nog te doen. Ons inziens valt het ontwerp-KB FTR niet onder het toepassingsgebied van de Richtlijn (EU) 2015/1535 van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (hierna: RL 2015/1535).
Artikel 5, paragraaf 1, RL 2015/1535 bepaalt inzake de mededeling aan de Commissie als volgt: `1. Onverminderd artikel 7 delen de lidstaten de Commissie onverwijld ieder ontwerp voor een technisch voorschrift mee, tenzij het een integrale omzetting van een internationale of Europese norm betreft, in welk geval louter met een mededeling van de betrokken norm kan worden volstaan. Zij geven de Commissie tevens kennis van de redenen waarom de vaststelling van dit technisch voorschrift nodig is, tenzij die redenen reeds uit het ontwerp zelf blijken.'
Artikel 1, paragraaf 1, f) definieert technisch voorschrift als volgt: `f) technisch voorschrift: een technische specificatie of andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling, de dienstverrichting, de vestiging van een verrichter van diensten of het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat, alsmede de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, behoudens die bedoeld in artikel 7, van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product dan wel de verrichting of het gebruik van een dienst of de vestiging als dienstverlener wordt verboden.'
Artikel 1, paragraaf 1, a), b) en c) definiëren respectievelijk product, dienst en technische specificatie als volgt: `a) product: alle producten die industrieel worden vervaardigd, en alle landbouwproducten, met inbegrip van visproducten; b) dienst: elke dienst van de informatiemaatschappij, dat wil zeggen elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten wordt verricht. c) technische specificatie: een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product, zoals kwaliteitsniveau, prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake verkoopbenaming, terminologie, symbolen, beproeving en beproevingsmethoden, verpakking, het merken of etiketteren, en de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.' Het ontwerp-KB FTR voorziet in technische vereisten die uitvoering geven aan Europese netcodes (bv. RfG, DCC en HVDC), richtsnoeren en de rechtspraak van het Hof van Justitie (m.n. C[00e2][0080][0091]767/19).
Dergelijke voorschriften vallen niet onder de noemer van technisch voorschrift of technische specificatie zoals bedoeld in RL 2015/1535.
De verplichtingen in het ontwerp-KB FTR hebben met name noch betrekking op industrieel vervaardigde producten, noch op diensten van de informatiemaatschappij in de betekenis van RL 2015/1535.
Bijkomend kan opgemerkt worden dat sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2015/1535 (op 7/10/2015) noch de verschillende ontwerpen van wijzigingen van het KB FTR, noch het ontwerp tot invoering van een nieuw KB FTR onderworpen werden aan de mededelingsplicht voorzien in de richtlijn. Uw Raad heeft in zijn adviezen bij deze ontwerpen van besluit evenmin gewezen op de mogelijks geldende formele verplichtingen onder voormelde richtlijn - zie o.m. 62217; 64737; 65632 en 69246." In advies 69.159/3 van 6 mei 2021 heeft de Raad van State wel degelijk al opgemerkt dat een regeling met vast te stellen minimumeisen inzake veiligheid voor installaties die op het transmissienet worden aangesloten moet worden aangemeld bij de Europese Commissie overeenkomstig richtlijn (EU) 2015/1535, in zoverre het een niet-geharmoniseerde aangelegenheid betreft.(5) Uit de door de gemachtigde bezorgde concordantietabel blijkt dat slechts een deel van het ontwerp kan worden beschouwd als een implementatie van Europese rechtsregels, zodat het ontwerp ten dele een niet-geharmoniseerde aangelegenheid betreft. Voorts worden in richtlijn (EU) 2015/1535 regels met betrekking tot (onder meer) het gebruik van een product of een dienst wel degelijk als een technisch voorschrift beschouwd.
Sommige bepalingen van het ontwerp betreffen veiligheidskenmerken van een product en moeten worden beschouwd als technische specificaties.
De conclusie is dat het ontwerp wel degelijk moet worden aangemeld bij de Europese Commissie. 5. De ontworpen regeling beoogt een nieuw reglementair kader tot stand te brengen voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit. Het gaat bijgevolg om een aangelegenheid die raakt aan de grote lijnen van het energiebeleid. In die aangelegenheid geldt een verplichting om overleg te plegen met de gewesten overeenkomstig artikel 6, § 3, 3°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten `tot hervorming der instellingen'. In de adviesaanvraag wordt vermeld dat over het ontwerp reeds overleg is gepleegd op ENOVER(6) op 22 september 2023 en dat het dossier is geagendeerd op het Overlegcomité van 22 november 2023. 6. Indien de tekst van het ontwerp nog wijzigingen zou ondergaan naar aanleiding van het vervullen van de voornoemde vormvereisten,(7) zullen die wijzigingen ter inachtneming van het bepaalde in artikel 3, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, eveneens nog om advies aan de afdeling Wetgeving moeten worden voorgelegd. ALGEMENE OPMERKINGEN A. Inleidende opmerking 7. Aangezien het ontwerp van besluit in grote mate bestaande bepalingen van het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten herneemt, wordt in de eerste plaats verwezen naar wat in eerdere adviezen van de Raad van State is uiteengezet over (wijzigingen van) dat besluit.(8) Ook eerdere adviezen over (wijzigingen van) het
koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/12/2002
pub.
28/12/2002
numac
2002011518
bron
ministerie van economische zaken
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten `houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe' (dat is opgeheven bij artikel 371 van het
koninklijk besluit van 22 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/04/2019
pub.
29/04/2019
numac
2019012009
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten) blijven relevant voor het thans om advies voorgelegde ontwerp.(9) B. Verenigbaarheid met Europees recht 8. Het ontwerp moet worden gelezen in samenhang met een aantal Europese verordeningen waarnaar wordt verwezen in de aanhef.Ook al kunnen de betrokken verordeningsbepalingen wegens het zogenaamde overschrijfverbod niet worden overgenomen in het ontwerp, toch vereisen ze soms dat de lidstaten bijkomende regels aannemen ter uitvoering ervan, waarbij vaak keuzes moeten worden gemaakt binnen de marges die ter zake aan de lidstaten worden gelaten. Dat alles maakt het bijzonder complex om te onderzoeken of het voorliggende ontwerp correct aansluit bij het Europeesrechtelijke kader, met andere woorden of de combinatie van de voorgenomen nationale normen en de verordeningen een consistent normencomplex vormen, zonder doublures, hiaten of contradicties. Bovendien hangt de mogelijkheid, om een andere autoriteit dan de CREG aan te wijzen om bepaalde normen vast te stellen, af van de specifieke aangelegenheid waarbij, zelfs binnen eenzelfde artikel van de in opmerking 9 vermelde verordeningen, verschillende scenario's aan de orde kunnen zijn.
In dit verband bezorgde de gemachtigde een concordantietabel, die evenwel op een aantal punten onduidelijk en onvolledig is.(10) Het is uiterst raadzaam om die concordantietabel na een grondig nazicht toe te voegen aan het verslag aan de Koning. 9. De Raad van State, afdeling Wetgeving, beschikt niet over de technische expertise om na te gaan of de ontworpen bepalingen voldoen aan de algemene beginselen vervat in artikel 7, lid 3, van verordening (EU) 2016/631,(11) artikel 6, lid 3, van verordening (EU) 2016/1388(12) en artikel 5, lid 3, van verordening (EU) 2016/1447(13) .Het staat bijgevolg aan de stellers van het ontwerp om zich ervan te vergewissen dat de ontworpen regeling volledig aansluit bij de eisen van die Europese verordeningen.
Onder dat algemene voorbehoud worden alvast de volgende opmerkingen geformuleerd. 10.1. Het ontwerp beoogt gevolg te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van 3 december 2020,(14) waarin het Hof onder meer heeft vastgesteld dat de uitoefening van verschillende bevoegdheden die aan de regulator toekomen door de Koning, in strijd is met artikel 37, lid 6, onder a) tot c), en lid 9, van richtlijn 2009/72/EG(15) en met artikel 41, lid 6, onder a) tot c), en lid 9, van richtlijn 2009/73/EG.(16) -(17) Die eerstvermelde richtlijn is inmiddels vervangen door richtlijn (EU) 2019/944,(18) die gelijkaardige bepalingen bevat.(19) In wat volgt wordt dan ook nagegaan of de in het ontwerp vervatte bepalingen geen betrekking hebben op aangelegenheden die binnen de exclusieve bevoegdheid van de CREG vallen, in het licht van het voormelde arrest. 10.2. Over de bevoegdheid voor de CREG om op grond van artikel 11, § 2, van de Elektriciteitswet onder meer "de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, met inbegrip van de aansluitingsprocedures" te bepalen, verklaarde de gemachtigde het volgende: "Het ontwerp-KB FTR beperkt zich tot het vaststellen van technische normen en operationele regels over de aansluitingspunten in functie van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet. Dergelijke bepalingen vallen onder de rechtsgrond in artikel 11, § 1, tweede lid, 1° : 1° de technische veiligheidscriteria en technische voorschriften met de minimumeisen inzake het technische ontwerp, de bedrijfsvoering en de exploitatie van productie-installaties, de distributiesystemen, de apparatuur van direct aangesloten afnemers, de interconnector circuits en de directe lijnen, waaraan moet worden voldaan.Die technische voorschriften zijn objectief en niet-discriminerend.
Het komt de CREG toe om in de gedragscode, krachtens artikel 11, § 2, 1°, de procedures voor aansluiting te regelen: 1° op voorstel van de netbeheerder en na raadpleging van de netgebruikers, de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, met inbegrip van de aansluitingsprocedures; Dit toont opnieuw aan hoe het KB FTR en de gedragscode met elkaar zijn verweven. De CREG bepaalt in de gedragscode de voorwaarden voor aansluiting (procedure: oriëntatiestudie, aansluitingsaanvraag, detailstudie...) terwijl de Koning de technische en veiligheidseisen bepaalt gerelateerd aan dergelijke aansluitingen. Het zal aan de transmissienetbeheerder toekomen om, overeenkomstig de gedragscode de aansluiting op het net te regelen en daartoe met de systeemgebruiker een overeenkomstig de gedragscode vastgestelde type-overeenkomst te hanteren. Die type-overeenkomst zal tevens de relevante technische vereisten, zoals opgenomen in het KB FTR, opleggen aan de desbetreffende systeemgebruiker en aldus onder de noemer vallen van `relevant juridisch kader'. Deze verhouding wordt in de gedragscode, art. 15 e.v., nader toegelicht." Het is allerminst zeker of de thans ontworpen regeling, met een verregaande mate van verwevenheid met wat wordt bepaald in de gedragscode, wel in overeenstemming is met het Europees recht.
Zo wordt in artikel 7, eerste lid, van het ontwerp bepaald dat de "toepassingsmodaliteiten" (lees: "nadere regels met betrekking tot de toepassing") door de transmissienetbeheerder worden vastgelegd, waarbij enkel op algemene wijze wordt voorgeschreven dat die uitwerking gebeurt "rekening houdend met de in de gedragscode voorziene toepasselijke voorschriften". Die uitwerking moet gebeuren in het "relevant juridisch kader", dat in artikel 1, § 2, 14°, van het ontwerp wordt gedefinieerd als "een overeenkomst of een andere juridische akte waarin de transmissienetbeheerder de toepassingsmodaliteiten van de in dit besluit opgenomen eisen vaststelt of preciseert", maar zonder dat wordt verwezen naar de noodzakelijke overeenstemming met de type-overeenkomsten die door de CREG overeenkomstig de gedragscode moeten worden goedgekeurd (zie daarover ook de opmerkingen 12.1 en 12.2).
In het tweede lid van artikel 7 wordt weliswaar bepaald dat de CREG toeziet op de conformiteit van de resulterende bepalingen met het te nemen besluit en met de gedragscode, maar dat betekent dat het in de praktijk afhangt van het optreden van de CREG om te waarborgen dat de transmissienetbeheerder zich niet begeeft op de bevoegdheden van de CREG zoals bepaald in artikel 59, lid 7, a), van richtlijn (EU) 2019/944, dat uitgaat van de exclusieve bevoegdheid van de regulator "voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake (...) de aansluiting op en toegang tot nationale netten". 10.3. Artikel 65, § 1, van het ontwerp stelt voorwaarden vast inzake de absorptie van het reactief vermogen in het aansluitingspunt, waarbij onder meer de vork (-0.1 Pmax en 0.45 Pmax) is bepaald voor elke waarde van het actief vermogen dat op het transmissienet kan worden geïnjecteerd tussen het technisch minimum en het maximaal aansluitingsvermogen bij normale exploitatiespanning. Artikel 37, § 2, van het ontwerp schrijft voor dat onder de technische eisen steeds specifieke eisen worden voorzien met betrekking tot het aansluitingspunt, onder voorbehoud van artikel 37, § 3, en van bijzondere regels die in boek 6 nader worden beschreven.
Het begrip "aansluitingspunt" wordt bij artikel 1, § 2, 35°, van het ontwerp als volgt gedefinieerd: "in afwijking van de definitie bedoeld in artikel 2, tweede alinea, punt 15, van de Europese netcode RfG, het punt waar een elektriciteitsproductieeenheid, een energieopslagfaciliteit, een verbruiksinstallatie, een publiek distributienet, een lokaal transmissienet, een CDS, of een HVDC-systeem, met inbegrip, in voorkomend geval, van hun aansluitingsinstallaties, op het transmissienet op een gesloten industrieel net, of op een HVDC systeem zijn aangesloten". Artikel 2, 121°, van de Elektriciteitswet en artikel 2, 24°, van de gedragscode bevatten gelijkaardige definities van dat begrip.
Artikel 59, lid 7, b), van richtlijn (EU) 2019/944 bepaalt dat de regulator bevoegd is voor het vaststellen of goedkeuren van de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten, waaronder ook de balanceringsdiensten begrepen zijn (zie artikel 2, 48), van dezelfde richtlijn en artikel 2, 101°, van de Elektriciteitswet).
Overeenkomstig artikel 11, § 2, 2°, a), van de Elektriciteitswet is de CREG bevoegd om de verstrekking van ondersteunende diensten te regelen in de gedragscode.
Aangezien de voorwaarden inzake de ondersteunde diensten een bevoegdheid van de regulator zijn, lijkt de Koning niet bevoegd te zijn om in artikel 65, § 1, van het ontwerp de voorwaarden inzake de absorptie van het reactief vermogen (in de gedragscode vermeld als "blindvermogenscapaciteit")(20) in het aansluitingspunt en de injectie van het actief vermogen in het transmissienet te regelen. Artikel 2, 37°, van de Elektriciteitswet definieert het begrip "nominatie van het geïnjecteerd vermogen" overigens als de verwachte waarde van het geïnjecteerd vermogen, die aan de netbeheerder wordt meegedeeld overeenkomstig de gedragscode.
Artikel 37, § 2, van het ontwerp (inzake de technische eisen met betrekking tot het aansluitingspunt) kan om dezelfde reden slechts doorgang vinden in zoverre daarmee geen voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten worden bepaald. 11. De artikelen 7, derde lid, 8, § 2, en 71, § 5, van het ontwerp voorzien in verplichtingen in hoofde van de CREG om advies in te winnen van de Algemene Directie Energie.Artikel 8, § 3, van het ontwerp bepaalt dat de Algemene Directie Energie "tevens ambtshalve of op verzoek van de CREG of de transmissienetbeheerder de adviezen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en van de Europese netcodes en richtsnoeren" verleent.
Volgens artikel 57, lid 4, b), ii), van richtlijn (EU) 2019/944 mag de regulator "bij het verrichten van de reguleringstaken geen directe instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere publieke of particuliere entiteiten". Dat verbod wordt door die richtlijnbepaling weliswaar genuanceerd in die zin dat "[e]ventuele nauwe samenwerking met andere bevoegde nationale instanties of de toepassing van algemene beleidsrichtsnoeren van de overheid die geen verband houden met de in artikel 59 genoemde reguleringstaken" niet wordt uitgesloten.
Er moet geval per geval worden nagegaan of de ontworpen adviesverplichtingen in overeenstemming zijn met die richtlijnbepaling. 11.1. Artikel 7, derde lid, van het ontwerp bepaalt dat de CREG, na advies van de Algemene Directie Energie, afwijkingen kan toestaan op specifieke bepalingen van de netcode RfG,(21) de netcode DCC,(22) en de netcode HDVC.(23) Deze afwijkingen kunnen, indien ze van toepassing zijn in de betrokken lidstaat, volgens die netcodes ook worden toegestaan en ingetrokken door andere autoriteiten dan de CREG. De aan de CREG verleende bevoegdheid om afwijkingen toe te staan, lijkt ook geen verband te houden met de in artikel 59 van de richtlijn (EU) 2019/944 genoemde taken en bevoegdheden van de regulerende instanties.
Aangezien uit de ontworpen bepaling niet kan worden afgeleid dat de CREG op enige wijze gebonden is door de standpunten die de Algemene Directie Energie formuleert in haar adviezen, kan de ontworpen bepaling dan ook worden aanvaard.
Dat geldt ook voor artikel 71, § 5, van het ontwerp, dat betrekking heeft op de goedkeuring door de CREG van de sitespecifieke technische eisen, op te stellen door de transmissienetbeheerder.(24) 11.2. De in artikel 8, § 2, van het ontwerp vermelde door de CREG goed te keuren criteria van de te compenseren actieve verliezen op het transmissienet, die worden bepaald door de transmissienetbeheerder overeenkomstig artikel 106 van de gedragscode, maken een onderdeel uit van het tariefvoorstel dat door de transmissienetbeheerder wordt opgemaakt. Die adviesverplichting heeft betrekking op een aangelegenheid waarvoor de CREG beschikt over regulerende bevoegdheid overeenkomstig artikel 59, lid 7, a), van richtlijn (EU) 2019/944.
Artikel 57, lid 4, b), ii), van richtlijn (EU) 2019/944 reikt niet zover dat de CREG en de Algemene Directie Energie niet kunnen overleggen over de voormelde criteria of dat de CREG niet kan worden verplicht om een advies te vragen aan de Algemene Directie Energie. Er zou evenwel uitdrukkelijk moeten worden bepaald dat, indien de Algemene Directie Energie geen advies geeft binnen een maand, zoals bepaald in artikel 8, § 2, van het ontwerp, die adviesverplichting vervalt, zodat de CREG alsnog een beslissing kan nemen over de voormelde criteria.
C. Delegaties 12. Artikel 7, eerste lid, van het ontwerp machtigt de transmissienetbeheerder om de toepassingsmodaliteiten (lees: nadere regelen inzake de toepassing) van de boeken 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het te nemen besluit vast te leggen na overleg met de systeemgebruiker in het relevant juridisch kader, rekening houdend met de in de gedragscode voorziene toepasselijke voorschriften.Het begrip "relevant juridisch kader" wordt bij artikel 1, § 2, 14°, van het ontwerp gedefinieerd als "een overeenkomst of een andere juridische akte waarin de transmissienetbeheerder de toepassingsmodaliteiten van de in dit besluit opgenomen eisen vaststelt of preciseert overeenkomstig artikel 7, eerste lid". 12.1. Het is niet duidelijk met welke partijen de voormelde overeenkomst wordt gesloten. De gemachtigde verklaarde daarover het volgende: "Het opzet van het `relevant juridisch kader' wordt toegelicht in punt III. g) van het verslag aan de Koning, dat luidt als volgt: `g) Wisselwerking tussen het technisch reglement en de gedragscode De exclusieve bevoegdheden van de CREG inzake het vaststellen van een gedragscode, op basis van artikel 59, lid 7 van de Richtlijn (EU) 2019/944 en het aangepaste artikel 11, § 2 van de Elektriciteitswet, en van de Koning inzake het vaststellen van een technisch reglement, op grond van artikel 11, § 1, tweede lid, 1° van de Elektriciteitswet, kunnen niet volledig onafhankelijk van elkaar worden gezien.
De wisselwerking tussen de gedragscode en het technisch regelement vereist nauwe afstemming tussen de CREG en de Algemene Directie Energie, zoals hierboven reeds werd toegelicht onder punt II. In samenspraak met de CREG werden zowel in voorliggend technisch reglement als in de Gedragscode brugbepalingen opgenomen die de noodzakelijke juridische verbindingen tussen beide teksten leggen.
Overigens werd er over gewaakt dat beide teksten zo veel mogelijk op elkaar zijn afgestemd om hun parallelle en coherente lezing, interpretatie en toepassing door de betrokkenen mogelijk te maken.
Voorliggend besluit geeft op deze manier uitvoering aan randnummer 22, zesde lid van het advies (A)2501 van de CREG. In voorliggend besluit vindt de wisselwerking tussen de gedragscode en het technisch reglement onder meer zijn weerslag in Titels 5 en 6 van Boek 1 (artikel 7 e.v.). De eisen vervat in voorliggend technisch reglement worden namelijk tussen de transmissienetbeheerder en een systeemgebruiker vastgelegd in het zogenoemd "relevant juridisch kader", bijvoorbeeld een overeenkomst. Dergelijke overeenkomsten inzake de toepassing van technische vereisten hebben onv …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.