📄 Wettekst
25 APRIL 2002. - Koninklijk besluit betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 88, gewijzigd bij de wetten van 30 december 1988 en 14 januari 2002, artikel 94, gewijzigd bij de wetten van 6 augustus 1993 en 14 januari 2002, artikel 97, vervangen bij de
wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/01/2002
pub.
22/02/2002
numac
2002022093
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg
sluiten, artikel 102, gewijzigd bij de
wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/01/2002
pub.
22/02/2002
numac
2002022093
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg
sluiten, en de artikelen 104bis en 104ter, beide ingevoegd bij de
wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/01/2002
pub.
22/02/2002
numac
2002022093
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg
sluiten;
Gelet op de
wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/01/2002
pub.
22/02/2002
numac
2002022093
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg
sluiten houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, inzonderheid artikel 127;
Gelet op het advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering, van 8 november 2001, 14 november 2001 en 17 januari 2002;
Gelet op het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten gewijzigd door de ministeriële besluiten van 21 april 1987, 11 augustus 1987, 7 november 1988, 12 oktober 1989, 20 december 1989, 23 juni 1990, 10 juli 1990, 28 november 1990, 26 februari 1991, 20 maart 1991, 10 april 1991, 20 november 1991, 21 november 1991, 19 oktober 1992, 30 oktober 1992, 30 december 1993, 23 juni 1994, 19 juli 1994, 28 december 1994, 27 december 1995, 30 december 1996, 8 september 1997, 10 december 1997, 29 december 1997, 26 augustus 1998, 30 december 1998, 24 maart 1999, 15 juni 1999, 22 juni 1999, 25 september 2000, 12 januari 2001, 4 juli 2001, 4 oktober 2001;
Gelet op het
ministerieel besluit van 5 maart 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
20/11/2008
numac
2008000938
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
08/10/2010
numac
2010000576
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
19/12/2008
numac
2008001027
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/02/2009
numac
2009000104
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
04/03/2011
numac
2011000117
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/01/2012
numac
2012000022
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
30/07/2013
numac
2013000466
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten2 houdende vaststelling, voor het dienstjaar 2002, van de voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 1 maart 2002;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 4 maart 2002;
Gelet op het advies nr 33.108/3 van de Raad van State, gegeven op 19 maart 2002;
Op voorstel van Onze Minister van Sociale Zaken, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : - het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 : het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten; - het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 : het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen; - het
koninklijk besluit van 30 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
20/11/2008
numac
2008000938
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
08/10/2010
numac
2010000576
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
19/12/2008
numac
2008001027
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/02/2009
numac
2009000104
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
04/03/2011
numac
2011000117
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/01/2012
numac
2012000022
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
30/07/2013
numac
2013000466
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten0 : het
koninklijk besluit van 30 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
20/11/2008
numac
2008000938
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
08/10/2010
numac
2010000576
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
19/12/2008
numac
2008001027
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/02/2009
numac
2009000104
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
04/03/2011
numac
2011000117
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/01/2012
numac
2012000022
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
30/07/2013
numac
2013000466
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten0 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen; - het
koninklijk besluit van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/08/2000
pub.
29/08/2000
numac
2000022611
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987
type
koninklijk besluit
prom.
12/08/2000
pub.
29/08/2000
numac
2000022610
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regelen inzake het maximum aantal diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld
sluiten : het
koninklijk besluit van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/08/2000
pub.
29/08/2000
numac
2000022611
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987
type
koninklijk besluit
prom.
12/08/2000
pub.
29/08/2000
numac
2000022610
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regelen inzake het maximum aantal diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld
sluiten houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; - het
koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/11/2001
pub.
13/12/2001
numac
2001022873
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987
sluiten : het
koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/11/2001
pub.
13/12/2001
numac
2001022873
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987
sluiten tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; - de B-, C, D-, E-, H-, L-, M-, MIC-, NIC, G-, Sp-, A-, T- en K-diensten : respectievelijk de diensten voor tuberculosebehandeling, voor diagnose en heelkundige behandeling, voor diagnose en geneeskundige behandeling, voor kindergeneeskunde, voor gewone verpleging, voor besmettelijke aandoeningen, de kraamdiensten, voor intensieve kraamdiensten, voor intensieve neonatale zorgen, voor geriatrie, gespecialiseerd voor behandeling en functionele readaptatie, neuro- psychiatrie voor observatie en behandeling, psychiatrisch voor behandeling en neuro-psychiatrische voor kinderen; - PAL en NAL : het verschil in aantal van respectievelijk de positieve ligdagen en negatieve ligdagen zoals bedoeld in artikel 46bis van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen Art. 2.§ 1. Dit besluit bepaalt voor de ziekenhuizen en bepaalde ziekenhuisdiensten a) de voorwaarden en regels voor de vaststelling van het aan het ziekenhuis toegekende budget van financiële middelen, hieronder « het budget » genoemd en van de verschillende delen ervan, met name : - de periode voor dewelke het budget toegekend wordt; - de splitsing van het budget in een vast gedeelte en variabel gedeelte; - de criteria en modaliteiten van berekening, met inbegrip van de vaststelling van de verantwoorde activiteiten en de indexeringsmodaliteiten; - wat het variabel gedeelte betreft : de vergoeding van de activiteiten, ten aanzien van een referentieaantal dat meer gerealiseerd is of niet gerealiseerd; - de vaststelling van het referentieaantal bedoeld in het vorige lid met betrekking tot de activiteitenparameters die in rekening worden gebracht; - de voorwaarden en modaliteiten ter herziening van bepaalde bestanddelen; b) de modaliteiten voor de betaling van het budget van financiële middelen. § 2. In uitvoering van artikel 97, § 1, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen zijn alle bepalingen van hetzelfde artikel, § 1, tweede lid, van toepassing op de psychiatrische afdelingen van de algemene ziekenhuizen en de psychiatrische ziekenhuizen, met uitzondering van punt c) met betrekking tot de vaststelling van de verantwoorde activiteiten, dewelke overeenstemmen met de erkende bedden van dit type van afdeling of ziekenhuis. § 3. Dit besluit bepaalt eveneens de voorwaarden en regelen krachtens dewelke activiteiten in rekening kunnen worden gebracht bij de dekking van de kosten die veroorzaakt zijn door het naleven van de normen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden die van aard zijn deze activiteiten te beïnvloeden en die een afwijkende regeling ten aanzien van de voormelde voorwaarden rechtvaardigen. Art. 3.§ 1. De bepalingen van dit besluit kunnen door Ons worden geconcretiseerd en desgevallend aangevuld door regelen die specifiek gelden voor één of voor meerdere dienstjaren. § 2. Onder dienstjaar wordt verstaan, de periode die begint op 1 juli van een jaar en op 30 juni van het volgende jaar eindigt. HOOFDSTUK III. - Het budget van financiële middelen Art. 4.Overeenkomstig artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen bepaalt de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheden heeft een budget van financiële middelen voor elk ziekenhuis, bestaande uit een vast en een variabel gedeelte. In voorkomend geval kan op 1 januari van ieder jaar een wijziging van het budget gebeuren. Art. 5.§ 1. Voor de hieronder bedoelde diensten wordt er een afzonderlijk budget vastgesteld : 1°gespecialiseerde diensten voor de behandeling en de readaptatie (kenletter Sp) buiten Sp-diensten voor palliatieve verzorging en psychogeriatrische aandoeningen Sp-diensten in de psychiatrische ziekenhuizen, hierna Sp-diensten genoemd, welke deel uitmaken van een ziekenhuisentiteit met één of meer diensten van verschillende aard; 2° de gespecialiseerde diensten voor de behandeling en de readaptatie - Sp-diensten voor palliatieve zorgen;3° de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden die aan de criteria bedoeld in bijlage 1 van dit besluit voldoen. § 2. De bepalingen van dit besluit met betrekking tot de ziekenhuizen, gelden mutatis mutandis voor de in § 1 bedoelde diensten. HOOFDSTUK IV. - Periode voor dewelke het budget toegekend wordt Art. 6.Behoudens expliciete vermelding wordt het budget voor een dienstjaar vastgesteld. HOOFDSTUK V. - Vaststelling van het budget en van zijn onderscheidene delen, onderdelen en samenstellende bestanddelen Afdeling I. - Het budget en zijn delen
Art. 7.Het budget dat voor elk ziekenhuis wordt vastgesteld, bestaat uit drie delen : 1° Deel A dat bestaat uit drie Onderdelen die respectievelijk volgende soorten van lasten dekken : a) Onderdeel A1 : de investeringslasten;b) Onderdeel A2 : de korte termijn kredietlasten;c) Onderdeel A3 : investeringslasten van medisch-technische diensten.2° Deel B bestaat uit acht Onderdelen die respectievelijk volgende soorten lasten dekken : a) Onderdeel B1 : de kosten voor de gemeenschappelijke diensten;b) Onderdeel B2 : de kosten voor de klinische diensten;c) Onderdeel B3 : de werkingskosten voor medisch-technische diensten;d) Onderdeel B4 : de kosten die gedekt worden door het bijzonder bedrag voorzien in artikel 99 van de voormelde wet op de ziekenhuizen evenals de kosten die op een forfaitaire wijze worden gedekt;e) Onderdeel B5 : kosten voor de werking van de ziekenhuisapotheek;f) Onderdeel B6 : de kosten voortvloeiend uit de aanvullende voordelen, waarin voorzien wordt door de sociale akkoorden van 4 juli 1991, 22 november 1991, 1 maart 2000 en 28 november 2000, toegekend aan het ziekenhuispersoneel waarvan de financiering geheel of gedeeltelijk ten laste valt van de erelonen en die hun oorsprong vinden in de in artikel 95, 2°, van de wet op de ziekenhuizen bedoelde gezondheidsverstrekkingen;g) Onderdeel B7 : de specifieke kosten voor de specifieke taken op het gebied van de patiëntenzorg, het klinisch onderricht, het toegepast wetenschappelijk onderzoek, de ontwikkeling van nieuwe technologieën en de evaluatie van de medische activiteiten. Onderdeel B7 wordt gesplitst in : 1° een Onderdeel B7A voor wat de universitaire ziekenhuizen betreft a rato van één ziekenhuis per universiteit dat over een faculteit geneeskunde beschikt die een volledige opleiding aanbiedt, zijnde : - le Centre hospitalier universitaire du Sart-Tilman te Luik; - les Cliniques universitaires de Bruxelles - Hôpital Erasme te Anderlecht; - les Cliniques universitaires Saint-Luc te Sint-Pieters-Woluwe; - het Akademisch ziekenhuis V.U.B. te Jette; - het Universitair ziekenhuis te Gent; - de Universitaire klinieken K.U.L. te Leuven; - het Universitair ziekenhuis Antwerpen te Antwerpen. 2° een Onderdeel B7B voor de ziekenhuizen die genieten van een financiering voorzien voor de ontwikkeling, de evaluatie en de toepassing van de nieuwe medische technologieën en/of de opleiding van de kandidaat-specialisten, behoudens de ziekenhuizen die genieten van de B7A;h) Onderdeel B8 : de specifieke kosten van een ziekenhuis met een op sociaal-economisch vlak zeer zwak patiëntenprofiel.3° Deel C dat bestaat uit vier Onderdelen die respectievelijk de volgende soorten van kosten dekken : a) Onderdeel C1 : de aanloopkosten;b) Onderdeel C2 : de kosten met betrekking tot vorige of lopende dienstjaren die via inhaalbedragen worden gerectificeerd;c) Onderdeel C3 : het te verminderen bedrag voor de kamers met 1 bed en met 2 bedden, waarvoor overeenkomstig artikel 90 van de wet op de ziekenhuizen, supplementen boven het budget van financiële middelen worden geïnd;d) Onderdeel C4 : het geraamd teveel aan ontvangsten voor een bepaald dienstjaar voor wat de Sp-diensten voor palliatieve zorgen, de eenheden voor zware brandwonden en de psychiatrische ziekenhuizen betreft. Afdeling II. - Bestanddelen van de onderscheidene delen van het budget
en van hun onderdelen Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 8.De onderscheidene delen en Onderdelen van het budget van een ziekenhuis dekken, binnen de hierna bepaalde voorwaarden en regelen, de kost van de verschillende bestanddelen bedoeld in de artikelen 9 tot en met 23, voor zover die betrekking heeft op de volgende diensten : a) de verpleegeenheden voor de in artikel 7,1), a) , b) , 2), a) , b) , d) , g) h) en 3), a) , b) , c) , d) , bedoelde elementen;b) de hiernavolgende hulpdiensten : de anesthesie, het operatiekwartier, de gipskamer, het verloskwartier, de centrale sterilisatie, de spoedgevallendienst,de aan de A-, T-, K-, G- en Sp-diensten verbonden revalidatie- en readaptatiediensten voor de in artikel 7,1), a) , b) , en 2), a) , b) , en d) , en 3), a) , en b) , bedoelde elementen;c) de volgende medisch-technische diensten : de magnetische resonantie tomograaf met geïntegreerd electronisch telsysteem, de radiotherapiedienst, de scanners met positronemissie, voor de in artikel 7, 1), c) , en 2), c) , bedoelde elementen;d) de apotheek, zoals bedoeld in artikel 7, 1), a) , 2), c) , en 3), a) ;e) de daghospitalisatie wat betreft de elementen bedoeld in artikel 7, 1), a) , en b) , 2), a) , en b) , en 3), a) en c) . Onderafdeling 2. - Deel A van het budget Art. 9.Onderdeel A1 heeft betrekking op de investeringslasten. De bestanddelen waarvan de kost door Onderdeel A1 van het budget wordt gedekt, zijn : 1° de afschrijvingen van de lasten van opbouw, verbouwing, uitrusting en apparatuur;2° de afschrijving van de lasten van grote onderhoudswerken, meer bepaald van belangrijke herstellings- en onderhoudswerken, al dan niet periodiek;3° de afschrijving van de lasten van verbouwingswerken die de struktuur van het gebouw niet wijzigen;4° de afschrijving van de lasten voor de aankoop van rollend materiaal;5° de afschrijving van de lasten voor een eerste inrichting;6° de financiële lasten, meer bepaald de lasten van leningen aangegaan ter financiering van de hierboven vermelde investeringen. Voor de toepassing van dit besluit worden de lasten voor het huren van gebouwen gelijkgesteld met afschrijvingen. Art. 10.Onderdeel A2 van het budget heeft betrekking op de korte termijn kredietlasten. Het dekt de financiële lasten van de korte termijn kredietlasten om de normale werking van de in artikel 8 bedoelde verpleegeenheden en diensten te verzekeren. Art. 11.Onderdeel A3 van het budget dekt de investeringslasten van de medisch-technische diensten bedoeld in artikel 8, c) , en dit zowel voor de uitrusting als voor de gebouwen waarin deze worden geïnstalleerd.
Onderafdeling 3. - Deel B van het budget Art. 12.§ 1. Onderdeel B1 van het budget heeft betrekking op de gemeenschappelijke diensten met name : a) algemene kosten;b) onderhoud;e) verwarming;d) administratie;e) was en linnen;f) voeding;g) internaat. § 2. De onderscheidene bestanddelen van ieder der gemeenschappelijke diensten waarvan de kost door Onderdeel B1 van het budget worden gedekt zijn : a) voor de algemene kosten : 1° de personeelslasten van huisbewaarders, portiers, nachtwakers, parkingbewakers, tuiniers, liftpersoneel, wagenbestuurders uitgezonderd deze van ziekenwagens;2° de werkings- en onderhoudskosten van siertuinen, wegen, koeren, parkings, vervoermiddelen met uitzondering van die van ziekenwagens;3° de vervoerkosten voor het : - interne en externe vervoer van de verbruiksgoederen; - interne patiëntenvervoer; - externe patiëntenvervoer op voorwaarde dat dit vervoer niet het gevolg is van een opname in een ander ziekenhuis; - vervoer van bloed. 4° de belastingen en taksen, zoals patrimoniumtaksen, onroerende voorheffingen, belastingen op het afhalen van huisvuil en afvalstoffen of op de aansluiting op het rioolnet, alsmede die op gevaarlijke, hinderlijke en schadelijke bedrijven en op tewerkgesteld personeel;5° de verzekeringskosten voor risico's van brand, waterschade en andere risico's, voor burgerrechterlijke aansprakelijkheid van de instelling en van het tewerkgesteld personeel;6° de kosten van brandbestrijding;7° de kosten van ophaling en behandeling van vuilnis en van afvalstoffen;8° de kosten van erediensten en gelijkgestelde diensten;9° de kosten van het mortuarium.b) voor de kosten voor onderhoud : 1° de kosten van personeel voor schoonmaak, technisch onderhoud, en veiligheid;2° de normale kosten van schoonmaak, van technisch onderhoud, en van de herstelling van werkhuizen;3° de kosten van water, gas en elektriciteit;4° de onderhoudskosten van de liften en de verwarming;c) voor de kosten van verwarming : 1° de kosten van het personeel voor het toezicht op de verwarmingsinstallaties;2° de kosten van brandstoffen;3° de herstellingskosten van de stookinstallaties.d) voor de administratieve kosten : 1° de personeels- en werkingskosten van de directie, de administratie, de boekhouding, de personeelsdienst, het onthaal, de sociale dienst voor de patiënten, de tarificatie, de geschillen, de gecentraliseerde archieven, de kasdienst, het economaat, de magazijnen, de telefooncentrale, de deurwachters, de loopjongens en de boodschappers;2° de kosten van beheer en representatie;3° de informaticakosten;4° de kosten voor aansluiting bij ziekenhuisorganisaties;5° de kantoorbenodigdheden, drukwerken en documentatie;6° de verzendingskosten;7° de kosten voor de werving van personeel, de kosten voor opleiding en vervolmaking, waarin door artikel 15, 10°, niet wordt voorzien;8° de kosten voor het functioneren van verschillende raden en comités die ingesteld zijn krachtens de vigerende wetgeving. Indien de beheerder taken vervult in verband met de tarificatie, de facturatie en de inning van honoraria, dan worden voor de toepassing van dit besluit de administratiekosten forfaitair verminderd, naar gelang van het geval, met 2 %, 4 % of 6 % van de geïnde honoraria of met elk ander bedrag, mits dat bedrag, dat overeenstemt met het reglement betreffende de werking van de inningsdienst, afgehouden wordt bij toepassing van artikel 140, § 2, van de wet op de ziekenhuizen. e) voor de kosten van was en linnen : 1° de kosten van personeel en werking van wasserij en linnenkamer;2° de aankoopkosten van linnen, beddengoed, wasprodukten en herstelbenodigdheden.f) voor de voedingskosten : 1° de kosten van het personeel en de werking van de keuken;2° de aankoopkosten van voedingsprodukten en dranken;3° de kosten van het personeel van de dieetkeuken en de kosten voor de aankoop van dieetproducten.g) voor de internaatskosten : 1° de kosten van lokalen voorbehouden voor het inwonend personeel, tewerkgesteld in het ziekenhuis of de ziekenhuisdiensten;2° de kosten van personeelsvoorzieningen (kleedkamers, eetzalen, eetmalen). Art. 13.De bestanddelen waarvan de kostprijs door Onderdeel B2 van het budget wordt gedekt zijn : 1° de kosten van het verplegend en verzorgend personeel;2° de kosten van de courante geneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 1, 1° van het koninklijk besluit van 6 juni 1960 betreffende de fabricage, de bereiding en distributie in het groot en de terhandstelling van geneesmiddelen, en de kosten van medische gassen en magistrale bereidingen;3° de verbandmiddelen;4° de medische verbruiksgoederen, de producten voor de zorgverlening en het klein instrumentarium met uitzondering van het endoscopisch materiaal en het materiaal voor viscerosynthese, wanneer dit het voorwerp is van een tegemoetkoming door de ziekte- en invaliditeitsverzekering of wanneer dit voorkomt op een door de Minister die de vaststelling van het budget van financiele middelen onder zijn bevoegheid heeft, vast te stellen lijst;5° de kosten van bewaring van het bloed;6° de kosten van revalidatie en herscholing met betrekking tot gehospitaliseerde patiënten in de A-, T-, K-, G en Sp- diensten. Art. 14.Onderdeel B3 van het budget heeft betrekking op de in artikel 8, c) bedoelde medisch-technische diensten. De bestanddelen waarvan de kosten gedekt worden door Onderdeel B3 van het budget, zijn : 1° de kosten van onderhoud voor de uitrusting en van de lokalen;2° de kosten van verbruiksgoederen;3° de algemene onkosten;4° de kosten van verplegend en technisch gekwalificeerd personeel;5° de administratiekosten. Art. 15.Onderdeel B4 bevat de middelen die forfaitair de lasten dekken met betrekking tot : 1° de verbetering van de kwaliteit van de zorgverstrekking zoals bedoeld in artikel 99 van voormelde wet op de ziekenhuizen;de toegekende middelen vertegenwoordigen een deel van het budget dat door de buitengebruikstelling van bedden vrijgemaakt wordt; 2° de hoofdgeneesheer;3° de verpleegkundige en geneesheer-ziekenhuishygiënist en de registratie van de nosocomiale ziekenhuisinfecties;4° de registratie van de minimale verpleegkundige gegevens, de minimale klinische gegevens, de minimale psychiatrische gegevens en de activiteit van de spoedgevallendienst en de MUG;5° de bedrijfsrevisor;6° het personeel toegekend aan de openbare ziekenhuizen om het intern transport van de gehospitaliseerde patiënten te verzekeren;7° samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten die als overlegplatform fungeren alsmede initiatieven die betrekking hebben op de verwezenlijking van piloot projecten betreffende de bemiddelingsfunctie in de sector psychiatrie;8° de evaluatie van de kwaliteit van de medische en verpleegkundige activiteiten en de bevordering van de integratie van de medische aktiviteit in het geheel van de ziekenhuisaktiviteiten;9° de kosten die met de overeenkomsten van eerste tewerkstelling gepaard gaan;10° de permanente opleiding van het verpleegkundig personeel;11° voor de psychiatrische ziekenhuizen, de bijkomende kosten voor de contractuele personeelsleden die gesubsidieerd worden door het Interdepartementaal Begrotingsfonds, ter bevordering van de werkgelegenheid;12° de kosten met betrekking tot het personeel dat belast is met de coördinatie, op een multidisciplinaire wijze, van de verzorging van de patiënten, teneinde het ontslag van de patiënt voor te bereiden met het oog op het waarborgen van de continuïteit van een efficiënte zorgverlening en van de kwaliteit;13° voor de acute ziekenhuizen, de kosten met betrekking tot de analyse en het gebruik van de statistische gegevens met het oog op de coördinatie van de kwaliteitsstrategie van het ziekenhuis;14° de kosten met betrekking tot de palliatieve functie;15° de middelen toegekend om de verhoging van de werkgeversbijdragen voor de pensioenen in de openbare ziekenhuizen te dekken;16° de middelen toegekend om de vervanging van de afwezigheden van lange duur van het statutair personeel in de openbare ziekenhuizen te dekken;17° de toegekende middelen met het oog op de registratie van de minimale psychiatrische gegevens in de psychiatrische verzorgingstehuizen;18° de kosten voor de banen toegekend op 1 juli 1990, 1 januari 1991, 1 januari 1992, 1 januari 1993 en 1 januari 1994 in de psychiatrische ziekenhuizen met erkende T-diensten;19° de middelen die worden toegekend teneinde de financiering van de erkende MUG-functie en de in de dringende geneeskundige hulpverlening opgenomen te waarborgen;20° de middelen toegekend met het oog op de realisatie van pilootstudies over de registratie en verzameling van gegevens waardoor de financiering kan verfijnd worden en de kwaliteit van zorgen kan verbeterd worden;21° de middelen toegekend met het oog op de verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening in psychiatrische voorzieningen, overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten nader bepaald in artikel 52, § 2;22° de middelen die worden toegekend met het oog op de bevordering van een doelmatig opname- en ontslagbeleid in de acute ziekenhuizen;23° de middelen toegekend om de kosten voor de vakbondspremie van het personeel van de in artikel 8 bedoelde diensten alsmede de kosten voor aansluiting bij de Confederatie van de non-profitsector of elke andere gelijkwaardig organisatie voor de openbare sector te financieren;24° de middelen toegekend voor de uitvoering van pilootstudies over de psychiatrische ziekenhuizen, met name over de behandeling van patiënten met gedragsstoornissen en/of agressieve stoornissen, over de resocialisering van de geïnterneerden, over de gezinsplaatsing van kinderen met geestesstoornissen, over de behandeling van kinderen met gedragsstoornissen en/of agressieve stoornissen en over de behandeling thuis van kinderen met geestesstoornissen;25° de financiële tegemoetkoming ter compensatie van de genomen vrijstellingen van arbeidsprestaties in het kader van de eindeloopbaanproblematiek;26° de op 30 juni 2002 toegekende middelen voor de medische producten voor transplantaties, het krachtens de sociale akkoorden toegekende aanvullende personeel, het aanvullende personeel toegekend voor de erkende K-bedden, de bedden voor pediatrische oncologie, voor de oprichting van een mobiel team, voor het personeel ter begeleiding van het verplegend en verzorgend personeel, hetwelk pas aangeworven werd of een loopbaanonderbreking beëindigd heeft en voor het aanvullende personeel belast met ludieke activiteiten en psychisch-sociale ondersteuning in de E-bedden;27° de middelen toegekend aan de ziekenhuizen met niet in artikel 18 bedoelde universitaire bedden; Art. 16.Onderdeel B5 dekt werkingskosten van de ziekenhuisapotheek. Art. 17.Onderdeel B6 dekt de in de bepalingen van het
koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/11/2001
pub.
13/12/2001
numac
2001022873
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987
sluiten bedoelde kosten. Art. 18.§ 1. Onderdeel B7A dekt de specifieke lasten gekoppeld aan de specifieke taken van door de in artikel 7, 2), g) , 1°, bedoelde ziekenhuizen. § 2. Onderdeel B7B dekt de specifieke kosten van de ziekenhuizen bedoeld onder artikel 7, 2), g) , 2°. Art. 19.Onderdeel B8 dekt de specifieke kosten veroorzaakt door een ziekenhuis met een op het sociaal-economisch vlak zeer zwak patiëntenprofiel.
Onderafdeling 4. - Deel C van het budget Art. 20.Onderdeel C1 heeft betrekking op de aanloopkosten. De onderscheiden bestanddelen waarvan de kostprijs door Onderdeel C1 van het budget wordt gedekt zijn : a) voor de bestaande ziekenhuizen of bestaande ziekenhuisdiensten : 1° de oprichtingskosten van een V.Z.W. of van andere rechtspersonen zonder winstoogmerk; 2° de kosten van hypothecaire akten.b) voor de ziekenhuizen of ziekenhuisdiensten in opbouw : 1° de bouwbelastingen;2° de verzekeringskosten;3° de kosten van verwarming;4° de kosten van schoonmaak voor de ingebruikstelling;5° de financiële lasten van leningen of overbruggingskredieten voor financiering van het eigen aandeel;6° de notaris- en registratiekosten ingevolge de sub 5° bedoelde leningen. Art. 21.Onderdeel C2 van het budget bevat de inhaalbedragen voor een tekort of een teveel aan ontvangsten ten opzichte van een budget vastgesteld voor het lopend dienstjaar of voor één of meerdere vorige dienstjaren vastgesteld budget. Art. 22.Onderdeel C3 bevat het bedrag voor de kamers met één en met twee bedden, waarvoor, overeenkomstig artikel 90 van de voornoemde wet, supplementen boven het budget van financiële middelen worden geïnd en waarmee het budget der financiële middelen van het ziekenhuis wordt verminderd. Art. 23.Onderdeel C4 omvat een bedrag dat overeenstemt met een geraamd teveel aan ontvangsten voor het dienstjaar waarvoor het budget is vastgesteld. HOOFDSTUK VI. - Modaliteiten voor de vaststelling van het budget en criteria volgens dewelke de kosten worden aanvaard Afdeling 1. - Deel A van het budget
Onderafdeling 1. - Onderdeel A1 van het budget Art. 24.De investeringslasten, die gedekt worden door Onderdeel A1 van het budget, worden afgeschreven overeenkomstig de bepalingen en de termijnen bepaald door het koninklijk besluit van 14 december 1987 betreffende de jaarrekeningen van de ziekenhuizen. Art. 25.§ 1. De afschrijvingen voor de lasten van opbouw, verbouwing, uitrusting en apparatuur,worden berekend op de werkelijke investeringswaarden, en zijn begrensd tot de daarvoor geldende maximumbedragen, verminderd met de om niet-verkregen toelagen verleend door de overheden bevoegd voor het gezondheidsbeleid op grond van de artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet. § 2. De overeenkomstig § 1, vastgestelde afschrijvingen mogen niet hoger zijn dan 40 % van de werkelijke investeringswaarden, beperkt tot de voormelde maximumbedragen, voor zover er betoelaging werd bekomen.
Deze betoelaging moet blijken uit de in artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 bedoelde beslissing van de terzake bevoegde overheid. Indien het bovengenoemde bewijs niet geleverd wordt, of indien er geen subsidie werd verkregen, worden de afschrijvingslasten niet in aanmerking genomen.
In geval van toepassing van het koninklijk besluit van 30 juli 1986 wordt het percentage van 40 % tot 70 % opgetrokken. § 3. De afschrijvingslasten voor onroerende goederen die niet betoelaagbaar zijn worden ten belope van 100 % van de werkelijke investeringswaarde gedekt in het budget van financiële middelen. § 4. De afschrijvingslasten van de investeringen die uitgevoerd worden om te voldoen aan de architectonische normen voor de ziekenhuisapotheek en de chirurgische daghospitalisatie, mogen, voorzover er een subsidie uitgekeerd werd, 40 % van de werkelijke investeringswaarden, beperkt tot de in § 1, bedoelde maxima, niet overschrijden. Die subsidies moeten aan de hand van de in artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 bedoelde beslissing van de terzake bevoegde overheid worden bewezen.
Wanneer het bovengenoemde bewijs niet geleverd is of als er geen subsidie verkregen werd, worden de afschrijvingslasten niet in aanmerking genomen. § 5. De aankoopprijs van de grond wordt uitgesloten van de in § 1, tot 4, bedoelde afschrijving.. § 6. De in §§ 1 en 4 bedoelde afschrijvingen kunnen op een provisionele wijze worden vastgesteld bij de ingebruikname van de betreffende investering. Art. 26.Voor de afschrijvingen van lasten van grote onderhoudswerken evenals voor de lasten van eerste inrichting, zoals bedoeld in artikel 9, 2° en 5°, worden de werkelijke lasten in aanmerking genomen. Art. 27.§ 1. Voor de financiële lasten van leningen aangegaan ter financiering van de in artikelen 25 en 26 bedoelde investeringen, worden eveneens de werkelijke lasten weerhouden mits inachtneming van dezelfde beperkingen als deze vermeld in artikel 25 §§ 1, 2, 4, en 5. § 2. De in § 1, bedoelde financiële lasten kunnen provisioneel worden vastgesteld, wanneer die betrekking hebben op de in artikel 25, § 1, en § 4, bedoelde investeringen. Art. 28.De lasten voor het huren van gebouwen worden beperkt tot het niveau van de afschrijvingen en financiële lasten berekend overeenkomstig de artikelen 25 en 27, alsof de beheerder eigenaar zou geweest zijn. Art. 29.§ 1. In afwijking van artikel 25 worden de volgende lasten, na afschrijving van de betoelaagde investeringen, forfaitair vergoed : 1° de lasten die verband houden met de afschrijving van medische uitrusting;2° de lasten die verband houden met de afschrijving van de niet-medische uitrusting, met inbegrip van informatica-apparatuur alsmede van meubilair;3° de lasten die verband houden met de afschrijving van het rollend materieel. § 2. Het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 1°, aan de acute ziekenhuizen, bedoeld in artikel 46 van de wet op de ziekenhuizen wordt toegekend, wordt als volgt berekend : 1° het beschikbare budget wordt in eerste instantie verdeeld onder de groepen van ziekenhuizen, bedoeld in artikel 40, op basis van de kosten vastgesteld gedurende een dienstjaar. Binnen elke groep wordt het beschikbare budget verdeeld over de volgende activiteiten, op basis van de hiernavolgende waarden uitgedrukt in percentages : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° a) het beschikbare budget voor de spoedgevallendiensten wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal punten dat met toepassing van het hiernavolgende artikel 46, § 3, 2°, b) aan elk ziekenhuis wordt toegekend;b) het beschikbare budget voor de operatiekwartieren wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal operatiezalen dat met toepassing van het hiernavolgende artikel 46, § 3, 2°, a) , aan elk ziekenhuis wordt toegekend;c) het beschikbare budget voor de kraaminrichtingen wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal bevallingen van het laatst gekende dienstjaar;d) het beschikbare budget voor de diensten intensieve neonatologie wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal erkende NIC-bedden;e) het beschikbare budget voor de diensten intensieve zorg wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal punten dat met toepassing van het artikel 46, § 2, 2°, c) , aan elk ziekenhuis wordt toegekend;f) het beschikbare budget voor de andere diensten wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het budget van Onderdeel B2, bedoeld in het artikel 45, § 7 voor het laatst gekende dienstjaar.3° De bedragen berekend met toepassing van 2°, a) tot f) worden voor elk ziekenhuis opgeteld.Het forfaitair bedrag dat aan het ziekenhuis wordt toegekend, bestaat voor 50 % uit het voormelde totaal, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991 ontvangt, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996. § 3. Het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 2° aan de acute ziekenhuizen wordt toegekend, wordt als volgt berekend : 1° het beschikbare budget wordt eerst verdeeld onder de groepen van ziekenhuizen, bedoeld in artikel 40 op basis van de kosten gedurende een dienstjaar.Vervolgens wordt het beschikbare budget binnen elke groep verdeeld naar rata van de som van de budgetten van Onderdeel B1 en Onderdeel B2 en dit met toepassing van de artikelen 42, 9e operatie en 45, § 7, voor het laatst gekende dienstjaar; 2° het per ziekenhuis toegekende forfaitair bedrag bestaat uit 50 % van het sub 1° berekende bedrag, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis ontvangt na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996. § 4. 1° Het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 1° en 2°, aan de ziekenhuizen en Sp-diensten en geïsoleerde G-diensten wordt toegekend, wordt berekend door het beschikbare budget onder de ziekenhuizen te verdelen naar rata van het aantal erkende en bestaande bedden per ziekenhuis. 2° het per ziekenhuis toegekende forfaitair bedrag bestaat uit 50 % van het sub 1°, berekende bedrag, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis ontvangt na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996. § 5. 1° het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 1°, en 2°, aan de psychiatrische ziekenhuizen wordt berekend door het beschikbare budget onder de ziekenhuizen te verdelen pro rata het aantal erkende en bestaande bedden per ziekenhuis.
Om het aantal bedden te berekenen, wordt het aantal bedden voor daghospitalisatie vermenigvuldigd met 0,7. 2° het per ziekenhuis toegekende forfaitair bedrag bestaat uit 50 % van het sub 1°, berekende bedrag, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis ontvangt na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996 § 6.De bepalingen vermeld in de §§ 2, tot 5, zijn voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 1997.
Echter, voor de ziekenhuizen die genieten, gedurende de dienstjaren 1992 tot en met 1996, van een herziening van hun afschrijvingslasten van niet-medisch materieel wegens gesubsidieerde investeringen, afgeschreven voor de eerste maal tijdens één van de betreffende dienstjaren, worden de in §§ 3, tot 5, berekende forfaits vervangen tot het einde van de afschrijvingsperiode van de gesubsidieerde investering door de bedragen vastgesteld volgens de voornoemde herziening. § 7. De bepalingen vermeld in de §§ 2 tot 5, kunnen om de drie jaar worden herzien. § 8. De ziekenhuizen die vanaf het dienstjaar 1997 voor het eerst betoelaagde investeringen afschrijven, krijgen een herziening gebaseerd op de reële afschrijvingslasten, voor zover de betoelaagde investering deel uitmaakt van een uitbreidings- en/of verbouwingsproject ten belope van ten minste 25 % van de maximumprijs van de bouw, berekend met toepassing van de ministeriële besluiten van 1 en 4 september 1978 tot wijziging van de ministeriële besluiten van 1 juli 1971 en 8 november 1973 tot vaststelling van de maximumkostprijs per bed die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van het
koninklijk besluit van 13 december 1966Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
20/11/2008
numac
2008000938
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
08/10/2010
numac
2010000576
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
19/12/2008
numac
2008001027
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/02/2009
numac
2009000104
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
04/03/2011
numac
2011000117
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
25/01/2012
numac
2012000022
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1994
pub.
30/07/2013
numac
2013000466
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten1 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de apparatuur en de uitrusting van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. Indien de reële lasten lager zijn dan de forfaitaire bedragen die overeenkomstig de §§ 2 tot 5, worden vastgesteld, dan zijn die forfaitaire bedragen van toepassing. De in aanmerking genomen reële lasten beperken zich echter tot het forfaitair bedrag berekend met toepassing van de §§ 2 tot 5, verhoogd met de afschrijving op het niet-betoelaagde gedeelte van de betoelaagde investering.
Indien niet aan de in het vorige lid vermelde voorwaarden wordt voldaan, blijven de forfaitaire bedragen berekend met toepassing van de §§ 2 tot 5, behouden. § 9. Het krachtens § 1, 3°, toegekende forfaitaire bedrag wordt vastgesteld op het niveau van de voor 2001 weerhouden lasten.
Onderafdeling 2. - Onderdeel A2 van het budget Art. 30.§ 1 De in artikel 10 bedoelde korte-termijnlasten worden vóór elk dienstjaar vastgesteld en berekend door een getal dat voor de algemene ziekenhuizen 21 % en voor de psychiatrische ziekenhuizen 13 % vertegenwoordigt van het budget van financiële middelen buiten Onderdeel A2 berekend voor het beschouwde dienstjaar, te vermenigvuldigen met de laagste marktinterestvoet die jaarlijks overeenkomstig de regels van het onderstaande § 2, vastgesteld wordt. § 2. De laagste intrestvoet van de markt waarvan sprake in § 1, wordt bepaald door het gemiddelde te nemen van de gemiddelde basisrente van het kaskrediet verhoogd met 0,50 punt en de gemiddelde intrestvoet van de straight loans op 1 maand verhoogd met 0,50 punt. De bovengenoemde intrestvoeten zijn die van het voorlaatste burgerlijk jaar vóór het dienstjaar waarin het budget vastgelegd wordt.
De aldus berekende intrestvoet wordt door Ons vastgesteld aan het begin van elk dienstjaar. Als het dienstjaar afgelopen is, kan die intrestvoet worden herzien, indien de intresten aanzienlijk zijn gestegen.
Onderafdeling 3. - Onderdeel A3 van het budget Art. 31.§ 1. De investeringslasten die gedekt worden door Onderdeel A3 van het budget, worden afgeschreven overeenkomstig de bepalingen en de termijnen waarin het koninklijk besluit van 14 december 1987 betreffende de jaarrekeningen van de ziekenhuizen voorziet. § 2. Onverminderd andersluidende bepalingen worden afschrijvingen voor de lasten van opbouw, verbouwing, uitrusting en apparatuur, berekend op de werkelijke investeringswaarden, verminderd met de om niet verkregen toelagen verleend door de overheden die op basis van artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet bevoegd zijn voor het gezondheidsbeleid. Deze subsidies moeten worden bewezen door de in artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 bedoelde beslissing van de terzake bevoegde overheid.
Wanneer het bovengenoemde bewijs niet is geleverd of er geen subsidie werd verkregen, wordt er met de afschrijvingen van de kosten voor opbouw of verbouwing en de erop betrekking hebbende financiële leningslasten geen rekening gehouden.
Wat de afschrijvingen voor de lasten van opbouw en verbouwing betreft en de financiële lasten die daarop betrekking hebben, wordt enkel rekening gehouden met de werken die betrekking hebben op de architectonische normen, voorzien in de koninklijke besluiten houdende vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de betrokken medisch-technische diensten moeten voldoen. Er wordt eveneens rekening gehouden met de afschrijvingslasten en de financiële lasten die op de grote onderhoudswerken betrekking hebben. § 3. In afwijking van §§ 1 en 2, worden de lasten van de uitrusting en apparatuur forfaitaire als volgt gedekt : 1° voor de magnetische resonatietomograaf met ingebouwd elektronisch telsysteem, geïnstalleerd in een erkende dienst voor beeldvorming, overeenkomstig het koninklijk besluit van 27 oktober 1989, houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst waarin een magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd elektronisch telsysteem wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 26 februari 1991, wordt er een bedrag van 148.736,11 EUR toegekend.
De voornoemde forfaits worden toegekend gedurende een periode van 7 jaar, vanaf het jaar volgend op dat waarin de investering wordt verwezenlijkt. Het betrokken jaar zal worden bepaald nadat het ziekenhuis de aankoopfactuur heeft overgelegd. Indien een investering voor vervanging of upgrading waarvan de waarde minstens 50 % vertegenwoordigt van de nieuwwaarde van de apparatuur wordt uitgevoerd binnen de 10 jaar vanaf de aankoopdatum van de oorspronkelijke apparatuur, blijven voornoemde forfaits behouden na de voornoemde periode van 7 jaar, en dit voor een nieuwe periode van 7 jaar. Het bewijs van deze investering wordt bepaald door de overlegging van de betrokken factuur. 2° voor de apparatuur geïnstalleerd in een dienst radiotherapie erkend overeenkomstig het
koninklijk besluit van 5 april 1991Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
05/04/1991
pub.
15/05/2006
numac
2006000270
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst radiotherapie moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987. - Duitse vertaling
sluiten houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst radiotherapie moet voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 oktober 1991, wordt de financiering toegekend waarover de dienst beschikt op 30 juni 2002. 3° voor de tomograaf met positron-emissie (PET-scanner), geïnstalleerd in een dienst voor nucleaire geneeskunde, erkend overeenkomstig het
koninklijk besluit van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/08/2000
pub.
29/08/2000
numac
2000022611
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987
type
koninklijk besluit
prom.
12/08/2000
pub.
29/08/2000
numac
2000022610
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regelen inzake het maximum aantal diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld
sluiten, wordt er een forfaitair bedrag van 282.598,62 EUR toegekend. Afdeling II. - Deel B van het budget
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Rubriek 1. - Onderdeel B1 Art. 32.De door Onderdeel B1 van het budget gedekte kosten worden forfaitair gefinancierd overeenkomstig de onderstaande artikelen 37 tot 44. Art. 33.§ 1. Van de in artikel 32 bedoelde forfaitaire financiering worden die ziekenhuizen uitgesloten waarin uitsluitend voor kinderen of uitsluitend met betrekking tot tumoren gespecialiseerde heelkundige en geneeskundige verstrekkingen uitgevoerd worden. Met deze categorie van ziekenhuizen worden de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden gelijkgesteld. In dit geval blijven de ziekenhuizen met dergelijke eenheden, voor de andere types ziekenhuisdiensten, vallen onder de bepalingen van artikel 32. § 2. Worden eveneens uitgesloten van de in artikel 32 bedoelde forfaitaire financiering de ziekenhuizen waarvan de erkende bedden bij het begin van het dienstjaar waarop het budget wordt vasgesteld, met 25 % is toegenomen of verminderd t.o.v. het gemiddelde aantal erkende bedden van het jaar waarop de gegevens slaan, gebruikt voor de vaststelling van het aantal in artikel 46 bedoelde verantwoorde bedden. § 3. Het in §§ 1 en 2 bedoelde budget B1 van de ziekenhuizen wordt vastgesteld als volgt : - voor de ziekenhuizen bedoeld onder § 1, eerste zin en § 2 wordt de waarde op 30 juni dat het dienstjaar van de vaststelling van Onderdeel B1 voorafgaat, behouden; - voor de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden is de waarde per bed van het budget B1 gelijk aan 77.993,2 EUR voor de privé-ziekenhuizen en aan 79.006,44 EUR voor de openbare ziekenhuizen (index 1 januari 2002). Art. 34.Voor de berekening van de in artikel 32 bedoelde forfaitaire financiering worden er op basis van de in artikel 37 bepaalde kenmerken 5 groepen van ziekenhuizen opgericht. Art. 35.§ 1. Voor de toepassing van de kenmerken op de ziekenhuizen die, benevens een Sp-dienst of een eenheid voor de behandeling van zware brandwonden, over andere types ziekenhuisdiensten beschikken, worden de Sp-diensten en de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden niet in aanmerking genomen. § 2. De bepalingen van afdeling II zijn afzonderlijk van toepassing op alle Sp-diensten en de psychiatrische ziekenhuizen Rubriek 2. - Onderdeel B2 Art. 36.Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen wordt bepaald op basis van een systeem van basispunten en bijkomende punten ten opzichte van de verantwoorde activiteiten van het klassieke hospitalisatie en het chirurgisch dagziekenhuis.
Onderafdeling 2. - Onderdeel B1 van het budget van de acute ziekenhuizen Rubriek 1. - Samenstelling van de ziekenhuisgroepen Art. 37.Bij toepassing van artikel 34, worden de groepen van ziekenhuizen op basis van de volgende kenmerken gevormd : a) het al dan niet-universitaire karakter van het ziekenhuis;b) de grootte van het ziekenhuis. Art. 38.De ziekenhuizen waarvan 75 % van de bedden als universitair aangewezen zijn, worden als een ziekenhuis met universitair karakter beschouwd. Art. 39.Onder de grootte van een ziekenhuis wordt verstaan het aantal bestaande en erkende bedden op 1 januari voorafgaand aan het jaar waarin het budget werd vastgesteld. Art. 40.Er worden vijf groepen van ziekenhuizen opgericht, te weten : 1. de groep van ziekenhuizen met een universitair karakter, zoals bedoeld in artikel 38;2. de groep van ziekenhuizen met minder dan 200 bedden;3. de groep van ziekenhuizen van 200 tot 299 bedden;4. de groep van ziekenhuizen met 300 tot 449 bedden;5. de groep van ziekenhuizen met 450 bedden en meer. Rubriek 2. - Vaststelling van het forfait B1 Art. 41.§ 1. De vaststelling van het forfait B1 van een ziekenhuis betreft de volgende gemeenschappelijke diensten : 1. algemene kosten;2. onderhoud;3. verwarming;4. administratie;5. wasserij - linnen;6. voeding 7.internaat § 2. Vallen niet onder het forfait de in de artikelen 14, 15, 16, 17 en 19 bedoelde kosten, die respectievelijk door de onderdelen B3, B4, B5, B6 en B8 gedekt worden. Art. 42.Met het oog op de vaststelling van het forfait B1 worden de volgende bewerkingen uitgevoerd : 1e bewerking : het landelijk beschikbare budget van elk van de in artikel 40 bedoelde groepen wordt gevormd door de samenstelling van de budgetten waarover de ziekenhuizen van elke groep beschikken de dag die het dienstjaar voorafgaat waarin het budget B1 vastgesteld werd, en dat na aftrek van de internaatkosten.
Voor de vaststelling van het budget op 1 juli 2002 verstaat men onder budget waarover het ziekenhuis op 30 juni 2002 beschikt, het budget waarop het ziekenhuis aanspraak kan maken, en berekend als volgt : 1° indien JR > Q (B1 X Q) + [(JR - Q) X x X B1'] - Int 2° indien JR = Q (B1 X Q) - Int 3° indien JR Q = verpleegdagenquotum 2002, bedoeld in artikel 53 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986; x = 25 % behalve als het ziekenhuis in 2001 een aantal NAL verkregen …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.