Koninklijk besluit betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen
In het kort
Dit Koninklijk Besluit regelt de vaststelling en vereffening van het budget van financiële middelen voor ziekenhuizen, voortbouwend op eerdere wetgeving over ziekenhuizen en gezondheidszorg. Het bepaalt de voorwaarden en regels voor de financiële afhandeling van ziekenhuisdiensten.
Wat het reguleert
- De vaststelling van de verpleegdagprijs.
- De vaststelling van het budget van financiële middelen.
- De vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten.
- De regels voor de vergelijking van kosten.
Wie het betreft
- Ziekenhuizen.
- Ziekenhuisdiensten.
Kernpunten
- Het besluit verwijst naar en bouwt voort op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, en de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg.
- Het omvat bepalingen over de vaststelling van de verpleegdagprijs, het budget en de onderscheiden bestanddelen ervan.
- Het stelt regels vast voor de vergelijking van kosten en voor het quotum van verpleegdagen.
- Het is gebaseerd op adviezen van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen en de Inspectie van Financiën, en met akkoord van de Minister van Begroting.
Wettekst
25 APRIL 2002. - Koninklijk besluit betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 88, gewijzigd bij de wetten van 30 december 1988 en 14 januari 2002, artikel 94, gewijzigd bij de wetten van 6 augustus 1993 en 14 januari 2002, artikel 97, vervangen bij de wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/01/2002 pub. 22/02/2002 numac 2002022093 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten, artikel 102, gewijzigd bij de wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/01/2002 pub. 22/02/2002 numac 2002022093 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten, en de artikelen 104bis en 104ter, beide ingevoegd bij de wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/01/2002 pub. 22/02/2002 numac 2002022093 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten; Gelet op de wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/01/2002 pub. 22/02/2002 numac 2002022093 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, inzonderheid artikel 127; Gelet op het advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering, van 8 november 2001, 14 november 2001 en 17 januari 2002; Gelet op het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten gewijzigd door de ministeriële besluiten van 21 april 1987, 11 augustus 1987, 7 november 1988, 12 oktober 1989, 20 december 1989, 23 juni 1990, 10 juli 1990, 28 november 1990, 26 februari 1991, 20 maart 1991, 10 april 1991, 20 november 1991, 21 november 1991, 19 oktober 1992, 30 oktober 1992, 30 december 1993, 23 juni 1994, 19 juli 1994, 28 december 1994, 27 december 1995, 30 december 1996, 8 september 1997, 10 december 1997, 29 december 1997, 26 augustus 1998, 30 december 1998, 24 maart 1999, 15 juni 1999, 22 juni 1999, 25 september 2000, 12 januari 2001, 4 juli 2001, 4 oktober 2001; Gelet op het ministerieel besluit van 5 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 30/07/2013 numac 2013000466 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 houdende vaststelling, voor het dienstjaar 2002, van de voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 1 maart 2002; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 4 maart 2002; Gelet op het advies nr 33.108/3 van de Raad van State, gegeven op 19 maart 2002; Op voorstel van Onze Minister van Sociale Zaken, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : - het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 : het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten; - het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 : het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen; - het koninklijk besluit van 30 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 30/07/2013 numac 2013000466 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 : het koninklijk besluit van 30 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 30/07/2013 numac 2013000466 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen; - het koninklijk besluit van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022611 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022610 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regelen inzake het maximum aantal diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld sluiten : het koninklijk besluit van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022611 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022610 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regelen inzake het maximum aantal diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld sluiten houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; - het koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2001 pub. 13/12/2001 numac 2001022873 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 sluiten : het koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2001 pub. 13/12/2001 numac 2001022873 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 sluiten tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; - de B-, C, D-, E-, H-, L-, M-, MIC-, NIC, G-, Sp-, A-, T- en K-diensten : respectievelijk de diensten voor tuberculosebehandeling, voor diagnose en heelkundige behandeling, voor diagnose en geneeskundige behandeling, voor kindergeneeskunde, voor gewone verpleging, voor besmettelijke aandoeningen, de kraamdiensten, voor intensieve kraamdiensten, voor intensieve neonatale zorgen, voor geriatrie, gespecialiseerd voor behandeling en functionele readaptatie, neuro- psychiatrie voor observatie en behandeling, psychiatrisch voor behandeling en neuro-psychiatrische voor kinderen; - PAL en NAL : het verschil in aantal van respectievelijk de positieve ligdagen en negatieve ligdagen zoals bedoeld in artikel 46bis van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen Art. 2.§ 1. Dit besluit bepaalt voor de ziekenhuizen en bepaalde ziekenhuisdiensten
- a)de voorwaarden en regels voor de vaststelling van het aan het ziekenhuis toegekende budget van financiële middelen, hieronder « het budget » genoemd en van de verschillende delen ervan, met name : - de periode voor dewelke het budget toegekend wordt; - de splitsing van het budget in een vast gedeelte en variabel gedeelte; - de criteria en modaliteiten van berekening, met inbegrip van de vaststelling van de verantwoorde activiteiten en de indexeringsmodaliteiten; - wat het variabel gedeelte betreft : de vergoeding van de activiteiten, ten aanzien van een referentieaantal dat meer gerealiseerd is of niet gerealiseerd; - de vaststelling van het referentieaantal bedoeld in het vorige lid met betrekking tot de activiteitenparameters die in rekening worden gebracht; - de voorwaarden en modaliteiten ter herziening van bepaalde bestanddelen;
- b)de modaliteiten voor de betaling van het budget van financiële middelen. § 2. In uitvoering van artikel 97, § 1, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen zijn alle bepalingen van hetzelfde artikel, § 1, tweede lid, van toepassing op de psychiatrische afdelingen van de algemene ziekenhuizen en de psychiatrische ziekenhuizen, met uitzondering van punt
- c)met betrekking tot de vaststelling van de verantwoorde activiteiten, dewelke overeenstemmen met de erkende bedden van dit type van afdeling of ziekenhuis. § 3. Dit besluit bepaalt eveneens de voorwaarden en regelen krachtens dewelke activiteiten in rekening kunnen worden gebracht bij de dekking van de kosten die veroorzaakt zijn door het naleven van de normen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden die van aard zijn deze activiteiten te beïnvloeden en die een afwijkende regeling ten aanzien van de voormelde voorwaarden rechtvaardigen. Art. 3.§ 1. De bepalingen van dit besluit kunnen door Ons worden geconcretiseerd en desgevallend aangevuld door regelen die specifiek gelden voor één of voor meerdere dienstjaren. § 2. Onder dienstjaar wordt verstaan, de periode die begint op 1 juli van een jaar en op 30 juni van het volgende jaar eindigt. HOOFDSTUK III. - Het budget van financiële middelen Art. 4.Overeenkomstig artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen bepaalt de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheden heeft een budget van financiële middelen voor elk ziekenhuis, bestaande uit een vast en een variabel gedeelte. In voorkomend geval kan op 1 januari van ieder jaar een wijziging van het budget gebeuren. Art. 5.§ 1. Voor de hieronder bedoelde diensten wordt er een afzonderlijk budget vastgesteld : 1°gespecialiseerde diensten voor de behandeling en de readaptatie (kenletter Sp) buiten Sp-diensten voor palliatieve verzorging en psychogeriatrische aandoeningen Sp-diensten in de psychiatrische ziekenhuizen, hierna Sp-diensten genoemd, welke deel uitmaken van een ziekenhuisentiteit met één of meer diensten van verschillende aard; 2° de gespecialiseerde diensten voor de behandeling en de readaptatie - Sp-diensten voor palliatieve zorgen;3° de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden die aan de criteria bedoeld in bijlage 1 van dit besluit voldoen. § 2. De bepalingen van dit besluit met betrekking tot de ziekenhuizen, gelden mutatis mutandis voor de in § 1 bedoelde diensten. HOOFDSTUK IV. - Periode voor dewelke het budget toegekend wordt Art. 6.Behoudens expliciete vermelding wordt het budget voor een dienstjaar vastgesteld. HOOFDSTUK V. - Vaststelling van het budget en van zijn onderscheidene delen, onderdelen en samenstellende bestanddelen Afdeling I. - Het budget en zijn delen Art. 7.Het budget dat voor elk ziekenhuis wordt vastgesteld, bestaat uit drie delen : 1° Deel A dat bestaat uit drie Onderdelen die respectievelijk volgende soorten van lasten dekken :
- a)Onderdeel A1 : de investeringslasten;
- b)Onderdeel A2 : de korte termijn kredietlasten;
- c)Onderdeel A3 : investeringslasten van medisch-technische diensten.2° Deel B bestaat uit acht Onderdelen die respectievelijk volgende soorten lasten dekken :
- a)Onderdeel B1 : de kosten voor de gemeenschappelijke diensten;
- b)Onderdeel B2 : de kosten voor de klinische diensten;
- c)Onderdeel B3 : de werkingskosten voor medisch-technische diensten;
- d)Onderdeel B4 : de kosten die gedekt worden door het bijzonder bedrag voorzien in artikel 99 van de voormelde wet op de ziekenhuizen evenals de kosten die op een forfaitaire wijze worden gedekt;
- e)Onderdeel B5 : kosten voor de werking van de ziekenhuisapotheek;
- f)Onderdeel B6 : de kosten voortvloeiend uit de aanvullende voordelen, waarin voorzien wordt door de sociale akkoorden van 4 juli 1991, 22 november 1991, 1 maart 2000 en 28 november 2000, toegekend aan het ziekenhuispersoneel waarvan de financiering geheel of gedeeltelijk ten laste valt van de erelonen en die hun oorsprong vinden in de in artikel 95, 2°, van de wet op de ziekenhuizen bedoelde gezondheidsverstrekkingen;
- g)Onderdeel B7 : de specifieke kosten voor de specifieke taken op het gebied van de patiëntenzorg, het klinisch onderricht, het toegepast wetenschappelijk onderzoek, de ontwikkeling van nieuwe technologieën en de evaluatie van de medische activiteiten. Onderdeel B7 wordt gesplitst in : 1° een Onderdeel B7A voor wat de universitaire ziekenhuizen betreft a rato van één ziekenhuis per universiteit dat over een faculteit geneeskunde beschikt die een volledige opleiding aanbiedt, zijnde : - le Centre hospitalier universitaire du Sart-Tilman te Luik; - les Cliniques universitaires de Bruxelles - Hôpital Erasme te Anderlecht; - les Cliniques universitaires Saint-Luc te Sint-Pieters-Woluwe; - het Akademisch ziekenhuis V.U.B. te Jette; - het Universitair ziekenhuis te Gent; - de Universitaire klinieken K.U.L. te Leuven; - het Universitair ziekenhuis Antwerpen te Antwerpen. 2° een Onderdeel B7B voor de ziekenhuizen die genieten van een financiering voorzien voor de ontwikkeling, de evaluatie en de toepassing van de nieuwe medische technologieën en/of de opleiding van de kandidaat-specialisten, behoudens de ziekenhuizen die genieten van de B7A;
- h)Onderdeel B8 : de specifieke kosten van een ziekenhuis met een op sociaal-economisch vlak zeer zwak patiëntenprofiel.3° Deel C dat bestaat uit vier Onderdelen die respectievelijk de volgende soorten van kosten dekken :
- a)Onderdeel C1 : de aanloopkosten;
- b)Onderdeel C2 : de kosten met betrekking tot vorige of lopende dienstjaren die via inhaalbedragen worden gerectificeerd;
- c)Onderdeel C3 : het te verminderen bedrag voor de kamers met 1 bed en met 2 bedden, waarvoor overeenkomstig artikel 90 van de wet op de ziekenhuizen, supplementen boven het budget van financiële middelen worden geïnd;
- d)Onderdeel C4 : het geraamd teveel aan ontvangsten voor een bepaald dienstjaar voor wat de Sp-diensten voor palliatieve zorgen, de eenheden voor zware brandwonden en de psychiatrische ziekenhuizen betreft. Afdeling II. - Bestanddelen van de onderscheidene delen van het budget en van hun onderdelen Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 8.De onderscheidene delen en Onderdelen van het budget van een ziekenhuis dekken, binnen de hierna bepaalde voorwaarden en regelen, de kost van de verschillende bestanddelen bedoeld in de artikelen 9 tot en met 23, voor zover die betrekking heeft op de volgende diensten :
- a)de verpleegeenheden voor de in artikel 7,1),
- a),
- b), 2),
- a),
- b),
- d),
- g)
- h)en 3),
- a),
- b),
- c),
- d), bedoelde elementen;
- b)de hiernavolgende hulpdiensten : de anesthesie, het operatiekwartier, de gipskamer, het verloskwartier, de centrale sterilisatie, de spoedgevallendienst,de aan de A-, T-, K-, G- en Sp-diensten verbonden revalidatie- en readaptatiediensten voor de in artikel 7,1),
- a),
- b), en 2),
- a),
- b), en
- d), en 3),
- a), en
- b), bedoelde elementen;
- c)de volgende medisch-technische diensten : de magnetische resonantie tomograaf met geïntegreerd electronisch telsysteem, de radiotherapiedienst, de scanners met positronemissie, voor de in artikel 7, 1),
- c), en 2),
- c), bedoelde elementen;
- d)de apotheek, zoals bedoeld in artikel 7, 1),
- a), 2),
- c), en 3),
- a);
- e)de daghospitalisatie wat betreft de elementen bedoeld in artikel 7, 1),
- a), en
- b), 2),
- a), en
- b), en 3),
- a)en
- c). Onderafdeling 2. - Deel A van het budget Art. 9.Onderdeel A1 heeft betrekking op de investeringslasten. De bestanddelen waarvan de kost door Onderdeel A1 van het budget wordt gedekt, zijn : 1° de afschrijvingen van de lasten van opbouw, verbouwing, uitrusting en apparatuur;2° de afschrijving van de lasten van grote onderhoudswerken, meer bepaald van belangrijke herstellings- en onderhoudswerken, al dan niet periodiek;3° de afschrijving van de lasten van verbouwingswerken die de struktuur van het gebouw niet wijzigen;4° de afschrijving van de lasten voor de aankoop van rollend materiaal;5° de afschrijving van de lasten voor een eerste inrichting;6° de financiële lasten, meer bepaald de lasten van leningen aangegaan ter financiering van de hierboven vermelde investeringen. Voor de toepassing van dit besluit worden de lasten voor het huren van gebouwen gelijkgesteld met afschrijvingen. Art. 10.Onderdeel A2 van het budget heeft betrekking op de korte termijn kredietlasten. Het dekt de financiële lasten van de korte termijn kredietlasten om de normale werking van de in artikel 8 bedoelde verpleegeenheden en diensten te verzekeren. Art. 11.Onderdeel A3 van het budget dekt de investeringslasten van de medisch-technische diensten bedoeld in artikel 8,
- c), en dit zowel voor de uitrusting als voor de gebouwen waarin deze worden geïnstalleerd. Onderafdeling 3. - Deel B van het budget Art. 12.§ 1. Onderdeel B1 van het budget heeft betrekking op de gemeenschappelijke diensten met name :
- a)algemene kosten;
- b)onderhoud;
- e)verwarming;
- d)administratie;
- e)was en linnen;
- f)voeding;
- g)internaat. § 2. De onderscheidene bestanddelen van ieder der gemeenschappelijke diensten waarvan de kost door Onderdeel B1 van het budget worden gedekt zijn :
- a)voor de algemene kosten : 1° de personeelslasten van huisbewaarders, portiers, nachtwakers, parkingbewakers, tuiniers, liftpersoneel, wagenbestuurders uitgezonderd deze van ziekenwagens;2° de werkings- en onderhoudskosten van siertuinen, wegen, koeren, parkings, vervoermiddelen met uitzondering van die van ziekenwagens;3° de vervoerkosten voor het : - interne en externe vervoer van de verbruiksgoederen; - interne patiëntenvervoer; - externe patiëntenvervoer op voorwaarde dat dit vervoer niet het gevolg is van een opname in een ander ziekenhuis; - vervoer van bloed. 4° de belastingen en taksen, zoals patrimoniumtaksen, onroerende voorheffingen, belastingen op het afhalen van huisvuil en afvalstoffen of op de aansluiting op het rioolnet, alsmede die op gevaarlijke, hinderlijke en schadelijke bedrijven en op tewerkgesteld personeel;5° de verzekeringskosten voor risico's van brand, waterschade en andere risico's, voor burgerrechterlijke aansprakelijkheid van de instelling en van het tewerkgesteld personeel;6° de kosten van brandbestrijding;7° de kosten van ophaling en behandeling van vuilnis en van afvalstoffen;8° de kosten van erediensten en gelijkgestelde diensten;9° de kosten van het mortuarium.
- b)voor de kosten voor onderhoud : 1° de kosten van personeel voor schoonmaak, technisch onderhoud, en veiligheid;2° de normale kosten van schoonmaak, van technisch onderhoud, en van de herstelling van werkhuizen;3° de kosten van water, gas en elektriciteit;4° de onderhoudskosten van de liften en de verwarming;
- c)voor de kosten van verwarming : 1° de kosten van het personeel voor het toezicht op de verwarmingsinstallaties;2° de kosten van brandstoffen;3° de herstellingskosten van de stookinstallaties.
- d)voor de administratieve kosten : 1° de personeels- en werkingskosten van de directie, de administratie, de boekhouding, de personeelsdienst, het onthaal, de sociale dienst voor de patiënten, de tarificatie, de geschillen, de gecentraliseerde archieven, de kasdienst, het economaat, de magazijnen, de telefooncentrale, de deurwachters, de loopjongens en de boodschappers;2° de kosten van beheer en representatie;3° de informaticakosten;4° de kosten voor aansluiting bij ziekenhuisorganisaties;5° de kantoorbenodigdheden, drukwerken en documentatie;6° de verzendingskosten;7° de kosten voor de werving van personeel, de kosten voor opleiding en vervolmaking, waarin door artikel 15, 10°, niet wordt voorzien;8° de kosten voor het functioneren van verschillende raden en comités die ingesteld zijn krachtens de vigerende wetgeving. Indien de beheerder taken vervult in verband met de tarificatie, de facturatie en de inning van honoraria, dan worden voor de toepassing van dit besluit de administratiekosten forfaitair verminderd, naar gelang van het geval, met 2 %, 4 % of 6 % van de geïnde honoraria of met elk ander bedrag, mits dat bedrag, dat overeenstemt met het reglement betreffende de werking van de inningsdienst, afgehouden wordt bij toepassing van artikel 140, § 2, van de wet op de ziekenhuizen.
- e)voor de kosten van was en linnen : 1° de kosten van personeel en werking van wasserij en linnenkamer;2° de aankoopkosten van linnen, beddengoed, wasprodukten en herstelbenodigdheden.
- f)voor de voedingskosten : 1° de kosten van het personeel en de werking van de keuken;2° de aankoopkosten van voedingsprodukten en dranken;3° de kosten van het personeel van de dieetkeuken en de kosten voor de aankoop van dieetproducten.
- g)voor de internaatskosten : 1° de kosten van lokalen voorbehouden voor het inwonend personeel, tewerkgesteld in het ziekenhuis of de ziekenhuisdiensten;2° de kosten van personeelsvoorzieningen (kleedkamers, eetzalen, eetmalen). Art. 13.De bestanddelen waarvan de kostprijs door Onderdeel B2 van het budget wordt gedekt zijn : 1° de kosten van het verplegend en verzorgend personeel;2° de kosten van de courante geneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 1, 1° van het koninklijk besluit van 6 juni 1960 betreffende de fabricage, de bereiding en distributie in het groot en de terhandstelling van geneesmiddelen, en de kosten van medische gassen en magistrale bereidingen;3° de verbandmiddelen;4° de medische verbruiksgoederen, de producten voor de zorgverlening en het klein instrumentarium met uitzondering van het endoscopisch materiaal en het materiaal voor viscerosynthese, wanneer dit het voorwerp is van een tegemoetkoming door de ziekte- en invaliditeitsverzekering of wanneer dit voorkomt op een door de Minister die de vaststelling van het budget van financiele middelen onder zijn bevoegheid heeft, vast te stellen lijst;5° de kosten van bewaring van het bloed;6° de kosten van revalidatie en herscholing met betrekking tot gehospitaliseerde patiënten in de A-, T-, K-, G en Sp- diensten. Art. 14.Onderdeel B3 van het budget heeft betrekking op de in artikel 8,
- c)bedoelde medisch-technische diensten. De bestanddelen waarvan de kosten gedekt worden door Onderdeel B3 van het budget, zijn : 1° de kosten van onderhoud voor de uitrusting en van de lokalen;2° de kosten van verbruiksgoederen;3° de algemene onkosten;4° de kosten van verplegend en technisch gekwalificeerd personeel;5° de administratiekosten. Art. 15.Onderdeel B4 bevat de middelen die forfaitair de lasten dekken met betrekking tot : 1° de verbetering van de kwaliteit van de zorgverstrekking zoals bedoeld in artikel 99 van voormelde wet op de ziekenhuizen;de toegekende middelen vertegenwoordigen een deel van het budget dat door de buitengebruikstelling van bedden vrijgemaakt wordt; 2° de hoofdgeneesheer;3° de verpleegkundige en geneesheer-ziekenhuishygiënist en de registratie van de nosocomiale ziekenhuisinfecties;4° de registratie van de minimale verpleegkundige gegevens, de minimale klinische gegevens, de minimale psychiatrische gegevens en de activiteit van de spoedgevallendienst en de MUG;5° de bedrijfsrevisor;6° het personeel toegekend aan de openbare ziekenhuizen om het intern transport van de gehospitaliseerde patiënten te verzekeren;7° samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten die als overlegplatform fungeren alsmede initiatieven die betrekking hebben op de verwezenlijking van piloot projecten betreffende de bemiddelingsfunctie in de sector psychiatrie;8° de evaluatie van de kwaliteit van de medische en verpleegkundige activiteiten en de bevordering van de integratie van de medische aktiviteit in het geheel van de ziekenhuisaktiviteiten;9° de kosten die met de overeenkomsten van eerste tewerkstelling gepaard gaan;10° de permanente opleiding van het verpleegkundig personeel;11° voor de psychiatrische ziekenhuizen, de bijkomende kosten voor de contractuele personeelsleden die gesubsidieerd worden door het Interdepartementaal Begrotingsfonds, ter bevordering van de werkgelegenheid;12° de kosten met betrekking tot het personeel dat belast is met de coördinatie, op een multidisciplinaire wijze, van de verzorging van de patiënten, teneinde het ontslag van de patiënt voor te bereiden met het oog op het waarborgen van de continuïteit van een efficiënte zorgverlening en van de kwaliteit;13° voor de acute ziekenhuizen, de kosten met betrekking tot de analyse en het gebruik van de statistische gegevens met het oog op de coördinatie van de kwaliteitsstrategie van het ziekenhuis;14° de kosten met betrekking tot de palliatieve functie;15° de middelen toegekend om de verhoging van de werkgeversbijdragen voor de pensioenen in de openbare ziekenhuizen te dekken;16° de middelen toegekend om de vervanging van de afwezigheden van lange duur van het statutair personeel in de openbare ziekenhuizen te dekken;17° de toegekende middelen met het oog op de registratie van de minimale psychiatrische gegevens in de psychiatrische verzorgingstehuizen;18° de kosten voor de banen toegekend op 1 juli 1990, 1 januari 1991, 1 januari 1992, 1 januari 1993 en 1 januari 1994 in de psychiatrische ziekenhuizen met erkende T-diensten;19° de middelen die worden toegekend teneinde de financiering van de erkende MUG-functie en de in de dringende geneeskundige hulpverlening opgenomen te waarborgen;20° de middelen toegekend met het oog op de realisatie van pilootstudies over de registratie en verzameling van gegevens waardoor de financiering kan verfijnd worden en de kwaliteit van zorgen kan verbeterd worden;21° de middelen toegekend met het oog op de verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening in psychiatrische voorzieningen, overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten nader bepaald in artikel 52, § 2;22° de middelen die worden toegekend met het oog op de bevordering van een doelmatig opname- en ontslagbeleid in de acute ziekenhuizen;23° de middelen toegekend om de kosten voor de vakbondspremie van het personeel van de in artikel 8 bedoelde diensten alsmede de kosten voor aansluiting bij de Confederatie van de non-profitsector of elke andere gelijkwaardig organisatie voor de openbare sector te financieren;24° de middelen toegekend voor de uitvoering van pilootstudies over de psychiatrische ziekenhuizen, met name over de behandeling van patiënten met gedragsstoornissen en/of agressieve stoornissen, over de resocialisering van de geïnterneerden, over de gezinsplaatsing van kinderen met geestesstoornissen, over de behandeling van kinderen met gedragsstoornissen en/of agressieve stoornissen en over de behandeling thuis van kinderen met geestesstoornissen;25° de financiële tegemoetkoming ter compensatie van de genomen vrijstellingen van arbeidsprestaties in het kader van de eindeloopbaanproblematiek;26° de op 30 juni 2002 toegekende middelen voor de medische producten voor transplantaties, het krachtens de sociale akkoorden toegekende aanvullende personeel, het aanvullende personeel toegekend voor de erkende K-bedden, de bedden voor pediatrische oncologie, voor de oprichting van een mobiel team, voor het personeel ter begeleiding van het verplegend en verzorgend personeel, hetwelk pas aangeworven werd of een loopbaanonderbreking beëindigd heeft en voor het aanvullende personeel belast met ludieke activiteiten en psychisch-sociale ondersteuning in de E-bedden;27° de middelen toegekend aan de ziekenhuizen met niet in artikel 18 bedoelde universitaire bedden; Art. 16.Onderdeel B5 dekt werkingskosten van de ziekenhuisapotheek. Art. 17.Onderdeel B6 dekt de in de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2001 pub. 13/12/2001 numac 2001022873 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 94, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 sluiten bedoelde kosten. Art. 18.§ 1. Onderdeel B7A dekt de specifieke lasten gekoppeld aan de specifieke taken van door de in artikel 7, 2),
- g), 1°, bedoelde ziekenhuizen. § 2. Onderdeel B7B dekt de specifieke kosten van de ziekenhuizen bedoeld onder artikel 7, 2),
- g), 2°. Art. 19.Onderdeel B8 dekt de specifieke kosten veroorzaakt door een ziekenhuis met een op het sociaal-economisch vlak zeer zwak patiëntenprofiel. Onderafdeling 4. - Deel C van het budget Art. 20.Onderdeel C1 heeft betrekking op de aanloopkosten. De onderscheiden bestanddelen waarvan de kostprijs door Onderdeel C1 van het budget wordt gedekt zijn :
- a)voor de bestaande ziekenhuizen of bestaande ziekenhuisdiensten : 1° de oprichtingskosten van een V.Z.W. of van andere rechtspersonen zonder winstoogmerk; 2° de kosten van hypothecaire akten.
- b)voor de ziekenhuizen of ziekenhuisdiensten in opbouw : 1° de bouwbelastingen;2° de verzekeringskosten;3° de kosten van verwarming;4° de kosten van schoonmaak voor de ingebruikstelling;5° de financiële lasten van leningen of overbruggingskredieten voor financiering van het eigen aandeel;6° de notaris- en registratiekosten ingevolge de sub 5° bedoelde leningen. Art. 21.Onderdeel C2 van het budget bevat de inhaalbedragen voor een tekort of een teveel aan ontvangsten ten opzichte van een budget vastgesteld voor het lopend dienstjaar of voor één of meerdere vorige dienstjaren vastgesteld budget. Art. 22.Onderdeel C3 bevat het bedrag voor de kamers met één en met twee bedden, waarvoor, overeenkomstig artikel 90 van de voornoemde wet, supplementen boven het budget van financiële middelen worden geïnd en waarmee het budget der financiële middelen van het ziekenhuis wordt verminderd. Art. 23.Onderdeel C4 omvat een bedrag dat overeenstemt met een geraamd teveel aan ontvangsten voor het dienstjaar waarvoor het budget is vastgesteld. HOOFDSTUK VI. - Modaliteiten voor de vaststelling van het budget en criteria volgens dewelke de kosten worden aanvaard Afdeling 1. - Deel A van het budget Onderafdeling 1. - Onderdeel A1 van het budget Art. 24.De investeringslasten, die gedekt worden door Onderdeel A1 van het budget, worden afgeschreven overeenkomstig de bepalingen en de termijnen bepaald door het koninklijk besluit van 14 december 1987 betreffende de jaarrekeningen van de ziekenhuizen. Art. 25.§ 1. De afschrijvingen voor de lasten van opbouw, verbouwing, uitrusting en apparatuur,worden berekend op de werkelijke investeringswaarden, en zijn begrensd tot de daarvoor geldende maximumbedragen, verminderd met de om niet-verkregen toelagen verleend door de overheden bevoegd voor het gezondheidsbeleid op grond van de artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet. § 2. De overeenkomstig § 1, vastgestelde afschrijvingen mogen niet hoger zijn dan 40 % van de werkelijke investeringswaarden, beperkt tot de voormelde maximumbedragen, voor zover er betoelaging werd bekomen. Deze betoelaging moet blijken uit de in artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 bedoelde beslissing van de terzake bevoegde overheid. Indien het bovengenoemde bewijs niet geleverd wordt, of indien er geen subsidie werd verkregen, worden de afschrijvingslasten niet in aanmerking genomen. In geval van toepassing van het koninklijk besluit van 30 juli 1986 wordt het percentage van 40 % tot 70 % opgetrokken. § 3. De afschrijvingslasten voor onroerende goederen die niet betoelaagbaar zijn worden ten belope van 100 % van de werkelijke investeringswaarde gedekt in het budget van financiële middelen. § 4. De afschrijvingslasten van de investeringen die uitgevoerd worden om te voldoen aan de architectonische normen voor de ziekenhuisapotheek en de chirurgische daghospitalisatie, mogen, voorzover er een subsidie uitgekeerd werd, 40 % van de werkelijke investeringswaarden, beperkt tot de in § 1, bedoelde maxima, niet overschrijden. Die subsidies moeten aan de hand van de in artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 bedoelde beslissing van de terzake bevoegde overheid worden bewezen. Wanneer het bovengenoemde bewijs niet geleverd is of als er geen subsidie verkregen werd, worden de afschrijvingslasten niet in aanmerking genomen. § 5. De aankoopprijs van de grond wordt uitgesloten van de in § 1, tot 4, bedoelde afschrijving.. § 6. De in §§ 1 en 4 bedoelde afschrijvingen kunnen op een provisionele wijze worden vastgesteld bij de ingebruikname van de betreffende investering. Art. 26.Voor de afschrijvingen van lasten van grote onderhoudswerken evenals voor de lasten van eerste inrichting, zoals bedoeld in artikel 9, 2° en 5°, worden de werkelijke lasten in aanmerking genomen. Art. 27.§ 1. Voor de financiële lasten van leningen aangegaan ter financiering van de in artikelen 25 en 26 bedoelde investeringen, worden eveneens de werkelijke lasten weerhouden mits inachtneming van dezelfde beperkingen als deze vermeld in artikel 25 §§ 1, 2, 4, en 5. § 2. De in § 1, bedoelde financiële lasten kunnen provisioneel worden vastgesteld, wanneer die betrekking hebben op de in artikel 25, § 1, en § 4, bedoelde investeringen. Art. 28.De lasten voor het huren van gebouwen worden beperkt tot het niveau van de afschrijvingen en financiële lasten berekend overeenkomstig de artikelen 25 en 27, alsof de beheerder eigenaar zou geweest zijn. Art. 29.§ 1. In afwijking van artikel 25 worden de volgende lasten, na afschrijving van de betoelaagde investeringen, forfaitair vergoed : 1° de lasten die verband houden met de afschrijving van medische uitrusting;2° de lasten die verband houden met de afschrijving van de niet-medische uitrusting, met inbegrip van informatica-apparatuur alsmede van meubilair;3° de lasten die verband houden met de afschrijving van het rollend materieel. § 2. Het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 1°, aan de acute ziekenhuizen, bedoeld in artikel 46 van de wet op de ziekenhuizen wordt toegekend, wordt als volgt berekend : 1° het beschikbare budget wordt in eerste instantie verdeeld onder de groepen van ziekenhuizen, bedoeld in artikel 40, op basis van de kosten vastgesteld gedurende een dienstjaar. Binnen elke groep wordt het beschikbare budget verdeeld over de volgende activiteiten, op basis van de hiernavolgende waarden uitgedrukt in percentages : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2°
- a)het beschikbare budget voor de spoedgevallendiensten wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal punten dat met toepassing van het hiernavolgende artikel 46, § 3, 2°,
- b)aan elk ziekenhuis wordt toegekend;
- b)het beschikbare budget voor de operatiekwartieren wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal operatiezalen dat met toepassing van het hiernavolgende artikel 46, § 3, 2°,
- a), aan elk ziekenhuis wordt toegekend;
- c)het beschikbare budget voor de kraaminrichtingen wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal bevallingen van het laatst gekende dienstjaar;
- d)het beschikbare budget voor de diensten intensieve neonatologie wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal erkende NIC-bedden;
- e)het beschikbare budget voor de diensten intensieve zorg wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het aantal punten dat met toepassing van het artikel 46, § 2, 2°,
- c), aan elk ziekenhuis wordt toegekend;
- f)het beschikbare budget voor de andere diensten wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van het budget van Onderdeel B2, bedoeld in het artikel 45, § 7 voor het laatst gekende dienstjaar.3° De bedragen berekend met toepassing van 2°,
- a)tot
- f)worden voor elk ziekenhuis opgeteld.Het forfaitair bedrag dat aan het ziekenhuis wordt toegekend, bestaat voor 50 % uit het voormelde totaal, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991 ontvangt, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996. § 3. Het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 2° aan de acute ziekenhuizen wordt toegekend, wordt als volgt berekend : 1° het beschikbare budget wordt eerst verdeeld onder de groepen van ziekenhuizen, bedoeld in artikel 40 op basis van de kosten gedurende een dienstjaar.Vervolgens wordt het beschikbare budget binnen elke groep verdeeld naar rata van de som van de budgetten van Onderdeel B1 en Onderdeel B2 en dit met toepassing van de artikelen 42, 9e operatie en 45, § 7, voor het laatst gekende dienstjaar; 2° het per ziekenhuis toegekende forfaitair bedrag bestaat uit 50 % van het sub 1° berekende bedrag, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis ontvangt na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996. § 4. 1° Het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 1° en 2°, aan de ziekenhuizen en Sp-diensten en geïsoleerde G-diensten wordt toegekend, wordt berekend door het beschikbare budget onder de ziekenhuizen te verdelen naar rata van het aantal erkende en bestaande bedden per ziekenhuis. 2° het per ziekenhuis toegekende forfaitair bedrag bestaat uit 50 % van het sub 1°, berekende bedrag, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis ontvangt na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996. § 5. 1° het forfaitair bedrag dat krachtens § 1, 1°, en 2°, aan de psychiatrische ziekenhuizen wordt berekend door het beschikbare budget onder de ziekenhuizen te verdelen pro rata het aantal erkende en bestaande bedden per ziekenhuis. Om het aantal bedden te berekenen, wordt het aantal bedden voor daghospitalisatie vermenigvuldigd met 0,7. 2° het per ziekenhuis toegekende forfaitair bedrag bestaat uit 50 % van het sub 1°, berekende bedrag, verhoogd met 50 % van het forfaitair bedrag dat het ziekenhuis ontvangt na de herziening van het budget van financiële middelen met betrekking tot het dienstjaar 1991, echter rekening houdende met wijzigingen in het aantal bedden voor 31 december 1996 § 6.De bepalingen vermeld in de §§ 2, tot 5, zijn voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 1997. Echter, voor de ziekenhuizen die genieten, gedurende de dienstjaren 1992 tot en met 1996, van een herziening van hun afschrijvingslasten van niet-medisch materieel wegens gesubsidieerde investeringen, afgeschreven voor de eerste maal tijdens één van de betreffende dienstjaren, worden de in §§ 3, tot 5, berekende forfaits vervangen tot het einde van de afschrijvingsperiode van de gesubsidieerde investering door de bedragen vastgesteld volgens de voornoemde herziening. § 7. De bepalingen vermeld in de §§ 2 tot 5, kunnen om de drie jaar worden herzien. § 8. De ziekenhuizen die vanaf het dienstjaar 1997 voor het eerst betoelaagde investeringen afschrijven, krijgen een herziening gebaseerd op de reële afschrijvingslasten, voor zover de betoelaagde investering deel uitmaakt van een uitbreidings- en/of verbouwingsproject ten belope van ten minste 25 % van de maximumprijs van de bouw, berekend met toepassing van de ministeriële besluiten van 1 en 4 september 1978 tot wijziging van de ministeriële besluiten van 1 juli 1971 en 8 november 1973 tot vaststelling van de maximumkostprijs per bed die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van het koninklijk besluit van 13 december 1966Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 30/07/2013 numac 2013000466 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de apparatuur en de uitrusting van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. Indien de reële lasten lager zijn dan de forfaitaire bedragen die overeenkomstig de §§ 2 tot 5, worden vastgesteld, dan zijn die forfaitaire bedragen van toepassing. De in aanmerking genomen reële lasten beperken zich echter tot het forfaitair bedrag berekend met toepassing van de §§ 2 tot 5, verhoogd met de afschrijving op het niet-betoelaagde gedeelte van de betoelaagde investering. Indien niet aan de in het vorige lid vermelde voorwaarden wordt voldaan, blijven de forfaitaire bedragen berekend met toepassing van de §§ 2 tot 5, behouden. § 9. Het krachtens § 1, 3°, toegekende forfaitaire bedrag wordt vastgesteld op het niveau van de voor 2001 weerhouden lasten. Onderafdeling 2. - Onderdeel A2 van het budget Art. 30.§ 1 De in artikel 10 bedoelde korte-termijnlasten worden vóór elk dienstjaar vastgesteld en berekend door een getal dat voor de algemene ziekenhuizen 21 % en voor de psychiatrische ziekenhuizen 13 % vertegenwoordigt van het budget van financiële middelen buiten Onderdeel A2 berekend voor het beschouwde dienstjaar, te vermenigvuldigen met de laagste marktinterestvoet die jaarlijks overeenkomstig de regels van het onderstaande § 2, vastgesteld wordt. § 2. De laagste intrestvoet van de markt waarvan sprake in § 1, wordt bepaald door het gemiddelde te nemen van de gemiddelde basisrente van het kaskrediet verhoogd met 0,50 punt en de gemiddelde intrestvoet van de straight loans op 1 maand verhoogd met 0,50 punt. De bovengenoemde intrestvoeten zijn die van het voorlaatste burgerlijk jaar vóór het dienstjaar waarin het budget vastgelegd wordt. De aldus berekende intrestvoet wordt door Ons vastgesteld aan het begin van elk dienstjaar. Als het dienstjaar afgelopen is, kan die intrestvoet worden herzien, indien de intresten aanzienlijk zijn gestegen. Onderafdeling 3. - Onderdeel A3 van het budget Art. 31.§ 1. De investeringslasten die gedekt worden door Onderdeel A3 van het budget, worden afgeschreven overeenkomstig de bepalingen en de termijnen waarin het koninklijk besluit van 14 december 1987 betreffende de jaarrekeningen van de ziekenhuizen voorziet. § 2. Onverminderd andersluidende bepalingen worden afschrijvingen voor de lasten van opbouw, verbouwing, uitrusting en apparatuur, berekend op de werkelijke investeringswaarden, verminderd met de om niet verkregen toelagen verleend door de overheden die op basis van artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet bevoegd zijn voor het gezondheidsbeleid. Deze subsidies moeten worden bewezen door de in artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 bedoelde beslissing van de terzake bevoegde overheid. Wanneer het bovengenoemde bewijs niet is geleverd of er geen subsidie werd verkregen, wordt er met de afschrijvingen van de kosten voor opbouw of verbouwing en de erop betrekking hebbende financiële leningslasten geen rekening gehouden. Wat de afschrijvingen voor de lasten van opbouw en verbouwing betreft en de financiële lasten die daarop betrekking hebben, wordt enkel rekening gehouden met de werken die betrekking hebben op de architectonische normen, voorzien in de koninklijke besluiten houdende vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de betrokken medisch-technische diensten moeten voldoen. Er wordt eveneens rekening gehouden met de afschrijvingslasten en de financiële lasten die op de grote onderhoudswerken betrekking hebben. § 3. In afwijking van §§ 1 en 2, worden de lasten van de uitrusting en apparatuur forfaitaire als volgt gedekt : 1° voor de magnetische resonatietomograaf met ingebouwd elektronisch telsysteem, geïnstalleerd in een erkende dienst voor beeldvorming, overeenkomstig het koninklijk besluit van 27 oktober 1989, houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst waarin een magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd elektronisch telsysteem wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 26 februari 1991, wordt er een bedrag van 148.736,11 EUR toegekend. De voornoemde forfaits worden toegekend gedurende een periode van 7 jaar, vanaf het jaar volgend op dat waarin de investering wordt verwezenlijkt. Het betrokken jaar zal worden bepaald nadat het ziekenhuis de aankoopfactuur heeft overgelegd. Indien een investering voor vervanging of upgrading waarvan de waarde minstens 50 % vertegenwoordigt van de nieuwwaarde van de apparatuur wordt uitgevoerd binnen de 10 jaar vanaf de aankoopdatum van de oorspronkelijke apparatuur, blijven voornoemde forfaits behouden na de voornoemde periode van 7 jaar, en dit voor een nieuwe periode van 7 jaar. Het bewijs van deze investering wordt bepaald door de overlegging van de betrokken factuur. 2° voor de apparatuur geïnstalleerd in een dienst radiotherapie erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/04/1991 pub. 15/05/2006 numac 2006000270 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst radiotherapie moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987. - Duitse vertaling sluiten houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst radiotherapie moet voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 oktober 1991, wordt de financiering toegekend waarover de dienst beschikt op 30 juni 2002. 3° voor de tomograaf met positron-emissie (PET-scanner), geïnstalleerd in een dienst voor nucleaire geneeskunde, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022611 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022610 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regelen inzake het maximum aantal diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld sluiten, wordt er een forfaitair bedrag van 282.598,62 EUR toegekend. Afdeling II. - Deel B van het budget Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Rubriek 1. - Onderdeel B1 Art. 32.De door Onderdeel B1 van het budget gedekte kosten worden forfaitair gefinancierd overeenkomstig de onderstaande artikelen 37 tot 44. Art. 33.§ 1. Van de in artikel 32 bedoelde forfaitaire financiering worden die ziekenhuizen uitgesloten waarin uitsluitend voor kinderen of uitsluitend met betrekking tot tumoren gespecialiseerde heelkundige en geneeskundige verstrekkingen uitgevoerd worden. Met deze categorie van ziekenhuizen worden de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden gelijkgesteld. In dit geval blijven de ziekenhuizen met dergelijke eenheden, voor de andere types ziekenhuisdiensten, vallen onder de bepalingen van artikel 32. § 2. Worden eveneens uitgesloten van de in artikel 32 bedoelde forfaitaire financiering de ziekenhuizen waarvan de erkende bedden bij het begin van het dienstjaar waarop het budget wordt vasgesteld, met 25 % is toegenomen of verminderd t.o.v. het gemiddelde aantal erkende bedden van het jaar waarop de gegevens slaan, gebruikt voor de vaststelling van het aantal in artikel 46 bedoelde verantwoorde bedden. § 3. Het in §§ 1 en 2 bedoelde budget B1 van de ziekenhuizen wordt vastgesteld als volgt : - voor de ziekenhuizen bedoeld onder § 1, eerste zin en § 2 wordt de waarde op 30 juni dat het dienstjaar van de vaststelling van Onderdeel B1 voorafgaat, behouden; - voor de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden is de waarde per bed van het budget B1 gelijk aan 77.993,2 EUR voor de privé-ziekenhuizen en aan 79.006,44 EUR voor de openbare ziekenhuizen (index 1 januari 2002). Art. 34.Voor de berekening van de in artikel 32 bedoelde forfaitaire financiering worden er op basis van de in artikel 37 bepaalde kenmerken 5 groepen van ziekenhuizen opgericht. Art. 35.§ 1. Voor de toepassing van de kenmerken op de ziekenhuizen die, benevens een Sp-dienst of een eenheid voor de behandeling van zware brandwonden, over andere types ziekenhuisdiensten beschikken, worden de Sp-diensten en de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden niet in aanmerking genomen. § 2. De bepalingen van afdeling II zijn afzonderlijk van toepassing op alle Sp-diensten en de psychiatrische ziekenhuizen Rubriek 2. - Onderdeel B2 Art. 36.Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen wordt bepaald op basis van een systeem van basispunten en bijkomende punten ten opzichte van de verantwoorde activiteiten van het klassieke hospitalisatie en het chirurgisch dagziekenhuis. Onderafdeling 2. - Onderdeel B1 van het budget van de acute ziekenhuizen Rubriek 1. - Samenstelling van de ziekenhuisgroepen Art. 37.Bij toepassing van artikel 34, worden de groepen van ziekenhuizen op basis van de volgende kenmerken gevormd :
- a)het al dan niet-universitaire karakter van het ziekenhuis;
- b)de grootte van het ziekenhuis. Art. 38.De ziekenhuizen waarvan 75 % van de bedden als universitair aangewezen zijn, worden als een ziekenhuis met universitair karakter beschouwd. Art. 39.Onder de grootte van een ziekenhuis wordt verstaan het aantal bestaande en erkende bedden op 1 januari voorafgaand aan het jaar waarin het budget werd vastgesteld. Art. 40.Er worden vijf groepen van ziekenhuizen opgericht, te weten : 1. de groep van ziekenhuizen met een universitair karakter, zoals bedoeld in artikel 38;2. de groep van ziekenhuizen met minder dan 200 bedden;3. de groep van ziekenhuizen van 200 tot 299 bedden;4. de groep van ziekenhuizen met 300 tot 449 bedden;5. de groep van ziekenhuizen met 450 bedden en meer. Rubriek 2. - Vaststelling van het forfait B1 Art. 41.§ 1. De vaststelling van het forfait B1 van een ziekenhuis betreft de volgende gemeenschappelijke diensten : 1. algemene kosten;2. onderhoud;3. verwarming;4. administratie;5. wasserij - linnen;6. voeding 7.internaat § 2. Vallen niet onder het forfait de in de artikelen 14, 15, 16, 17 en 19 bedoelde kosten, die respectievelijk door de onderdelen B3, B4, B5, B6 en B8 gedekt worden. Art. 42.Met het oog op de vaststelling van het forfait B1 worden de volgende bewerkingen uitgevoerd : 1e bewerking : het landelijk beschikbare budget van elk van de in artikel 40 bedoelde groepen wordt gevormd door de samenstelling van de budgetten waarover de ziekenhuizen van elke groep beschikken de dag die het dienstjaar voorafgaat waarin het budget B1 vastgesteld werd, en dat na aftrek van de internaatkosten. Voor de vaststelling van het budget op 1 juli 2002 verstaat men onder budget waarover het ziekenhuis op 30 juni 2002 beschikt, het budget waarop het ziekenhuis aanspraak kan maken, en berekend als volgt : 1° indien JR > Q (B1 X Q) + [(JR - Q) X x X B1'] - Int 2° indien JR = Q (B1 X Q) - Int 3° indien JR Q = verpleegdagenquotum 2002, bedoeld in artikel 53 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986; x = 25 % behalve als het ziekenhuis in 2001 een aantal NAL verkregen heeft, vastgesteld bij toepassing van artikel 46bis van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986. In dit geval wordt x 60 % voor de dagen tussen 90 en 95 % bezetting en/of 45 % voor de in 2000 gerealiseerde ligdagen, die hoger liggen dan de in 1996 gerealiseerde ligdagen. Voor de in 1996 gerealiseerde ligdagen nog gerealiseerd in 2000 die hoger liggen dan de dagen 1989 is x gelijk aan 45 % voorzover deze tijdens de dienstjaren 1990 en 1996 tegen 45 % vergoed werden.; x' = 0 % behalve wanneer de instelling in 2001 een aantal NAL verkregen heeft. In dat geval wordt x 25 %; B1 = dagwaarde op 31 december 2001 van Onderdeel B1 buiten toepassing van de middelen betreffende de kosten voor aansluiting, bedoeld in artikel 15, 23°; B1' = dagwaarde op 31 december 2001 van Onderdeel B1, buiten toepassing van artikel 46bis van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 en de middelen betreffende de in artikel 15, 23°, bedoelde kosten voor aansluiting; Int = op 31 december 2001 toegekende budget voor het internaat. 2e bewerking : binnen elke groep wordt het beschikbare budget verdeeld over elke gemeenschappelijke dienst overeenkomstig de onderstaande percentages : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 3e bewerking : binnen elke groep en voor elke gemeenschappelijke dienst wordt het beschikbare budget verdeeld over de ziekenhuizen van de groep op basis van de volgende verdeelsleutels : 1° Algemene kosten : (2/3 x A) + (1/3 x B) Waarbij : A = het aantal m2 in de in artikel 8 bedoelde diensten, gewogen in functie van het aantal m2 per bed overeenkomstig de volgende formules :
- a)voor de niet-universitaire ziekenhuizen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Waarbij : Mli = aantal m2 per bed in de eenheden en diensten van het ziekenhuis i bedoeld in artikel 8,
- a), en
- b); Li = aantal bedden in ziekenhuis i; M2i = aantal voor ziekenhuis i in aanmerking genomen m2.
- b)voor de universitaire ziekenhuizen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De bovenstaande letters hebben dezelfde betekenis als in de formules vermeld onder
- a). B = aantal m2 berekend onder A,
- a)en
- b)en aangepast door het aandeel van het operatiekwartier, van de spoedgevallendiensten en van de C-, D- en E - bedden van intensieve aard in het geheel van de diensten met 25 % te vermeerderen en door het aandeel van de administratie met 25 % te verminderen. Om de oppervlakte van de C-, D- en E-bedden van intensieve aard te berekenen, wordt rekening gehouden met een percentage van bedden van intensieve aard, vastgesteld overeenkomstig artikel 46, § 2, 2°,
- c), in verhouding tot het totaal aantal C, D en E-bedden. 2° Onderhoud : het aantal m2 van de in artikel 8 bedoelde diensten, gewogen volgens de formule van punt 1°,
- a), en
- b), vermeerderd met 50 % voor het gedeelte betreffende het operatiekwartier en met 25 % voor de intensieve neonatologie, de spoedgevallendienst en de C-, D- en E - bedden van intensieve aard in het geheel van de diensten en verminderd met 50 % voor het gedeelte betreffende de administratie. Om de oppervlakte van de C-, D- en E-bedden van intensieve aard te berekenen, wordt rekening gehouden met een percentage van bedden van intensieve aard, vastgesteld overeenkomstig artikel 46, § 2, 2°,
- c), in verhouding tot het totaal aantal C-, D- en E-bedden. 3° Verwarming : het aantal m2 van de in artikel 8 bedoelde diensten, gewogen volgens de formule van punt 1°, A),
- a)en
- b)4° Administratieve kosten : het aantal resulterend uit de volgende formule : A + 0,05 J + 43 P Waarbij : A = aantal opnamen van het laatst gekende dienstjaar; J = aantal verpleegdagen gerealiseerd gedurende het laatst gekende dienstjaar, beperkt evenwel tot een bezetting van 100 %; P = aantal verpleegkundige en verzorgende personeelsleden in de artikel 8,
- a), en
- b), bedoelde eenheden en diensten, uitgedrukt in voltijds equivalenten. Dat aantal houdt rekening met de volgende maxima : - voor de verpleegeenheden de in artikel 45, § 8, bedoelde normen, berekend op basis van de erkende bedden, vemeerderd met het krachtens de verschillende sociale akkoorden toegekend personeel; - voor de bedden van intensieve aard, het aantal bedden berekend overeenkomstig artikel 46, § 2, 2°,
- c), vermenigvuldigd met 2 voltijdse equivalenten; - voor de operatiekwartier, de spoedgevallendiensten en de centrale sterilisatie, het aantal punten toegekend bij toepassing van artikel 46, § 3, 2°,
- a),
- b)en
- d), gedeeld door 2,5; - 1 VTE hoofd van het verpleegkundig departement per ziekenhuis; - 1 VTE middenkader per 150 erkende bedden; - voor de openbare ziekenhuizen, het personeel gefinancierd voor de vervangingen van de afwezigheden van lange duur; - voor de overeenkomsten van eerste tewerkstelling, het aantal, beperkt tot twee percent, van de personeelsformatie, uitgedrukt in voltijds equivalenten, dat in dienst was op 30 juni van het burgerlijk jaar dat het beschouwde dienstjaar voorafging; - voor de door het interdepartementaal Fonds voor de bevordering van de werkgelegenheid gesubsidieerde contractuelen, het aantal tewerkgestelden uitgedrukt in voltijds equivalenten die gedurende het beschouwde burgerlijk jaar in dienst zijn; - de verpleegkundige ziekenhuishygiënist(
- e)waarvan het aantal vastgesteld wordt in toepassing van artikel 56; - het in het kader van de "Sociale Maribel" aangeworven personeel; - het bij toepassing van artikel 51 toegekende personeel; - het bijkomend personeel, bedoeld in artikel 15, 26) van dit besluit. 5° Wasserij - linnen : het aantal verpleegdagen gerealiseerd gedurende het laatst gekende dienstjaar, beperkt evenwel tot een bezetting van 100 %, met dien verstande dat de verpleegdagen gerealiseerd in de diensten C, M, NIC en G en de D- en E-bedden van intensieve aard gewogen worden met een coëfficiënt gelijk aan 1,25. Om het aantal verpleegdagen gerealiseerd in de bedden van intensieve aard te berekenen wordt er rekening gehouden met een percentage verpleegdagen, vastgesteld overeenkomstig artikel 46, § 2, 2°,
- c), ten opzichte van het aantal verpleegdagen van de D- en E-diensten. 6° Voeding : het aantal gedurende een te bepalen dienstjaar gerealiseerde aantal verpleegdagen, beperkt evenwel tot een bezetting van 100 %. 4e bewerking : het gedeelte van de voor elke gemeenschappelijke dienst verkregen bedragen voor de personeelsuitgaven wordt aangepast om voor elke gemeenschappelijke dienst rekening te houden met het loongemiddelde van het ziekenhuis t.o.v. het loongemiddelde van de groep waarvan het deel uitmaakt. Voor die berekening wordt er rekening gehouden met de laatste bekende gegevens met dien verstande dat de loonkosten niet hoger mogen liggen dan die welke voortvloeien uit de toepassing van de loonschalen van de ondergeschikte besturen op 1 november 1993, vermeerderd met 2,5 % voor de privé-ziekenhuizen en met 3,93 % voor de openbare ziekenhuizen en met de toepassing van andere wettelijke verplichtingen van de beheerder. Die aanpassing wordt niet uitgevoerd voor de bestanddelen « algemene kosten » en « verwarming », noch voor de bestanddelen waarvan de loonkosten lager liggen dan 33 % van de totale kosten. 5e bewerking : de bedragen berekend overeenkomstig de vierde bewerking en de internaatskosten worden voor elk ziekenhuis opgeteld. Het aldus verkregen bedrag wordt desgevallend lineair aangepast opdat het beschikbare nationale budget voor het geheel van de ziekenhuizen toegekend wordt. Het aldus verkregen budget wordt budget B1 genoemd. 6e bewerking : de overgang van het huidige budget naar budget B1 geschiedt geleidelijk. De aanpassing wordt vastgesteld : - op 34 % van het verschil tussen het op 1 juli 2002 vastgestelde budget en het huidige in de eerste bewerking bedoelde budget, met inbegrip evenwel van het internaat; - op 67 % van het verschil tussen het op 1 juli 2003 vastgestelde budget en het in de eerste bewerking bedoelde huidige budget met inbegrip evenwel van het internaat; - op 100 % van het verschil tussen het op 1 juli 2004 vastgestelde budget en het huidige in de eerste bewerking bedoelde budget, met inbegrip evenwel van het internaat. 7e bewerking : 50 % van de na de vierde bewerking verkregen bedragen voor de bestanddelen algemene onkosten, onderhoud, verwarming en de administratieve kosten en 100 % van de na de vierde bewerking verkregen bedragen voor de bestanddelen was-linnen en voeding wordt aangepast door die te delen door het aantal ligdagen gerealiseerd tijdens het referentiedienstjaar voor de berekening van de in artikel 46 bedoelde verantwoorde bedden en omgezet in vergoede dagen, zoals bedoeld bij de eerste bewerking - berekening van het budget op 1 juli 2002 en door ze te vermenigvuldigen met het aantal verantwoorde dagen waarvan sprake in de laatste zin van punt 5 van bijlage 3 van dit besluit. Het verschil tussen de aldus verkregen bedragen en de bedragen verkregen na de vierde bewerking komen in aanmerking voor 10 % vanaf het dienstjaar dat begint op 1 juli 2002. Voor de volgende dienstjaren wordt het percentage door Ons bepaald. 8e bewerking : de na de zesde en zevende bewerking verkregen bedragen worden opgeteld. Voor het geheel van de ziekenhuizen mogen die het voor dat Onderdeel nationale beschikbare budget niet overschrijden. 9e bewerking : ter dekking van de lasten m.b.t. de heelkundige daghospitalisatie wordt het na de 8e bewerking toegekende budget vermeerderd met een budget M, dat als volgt berekend wordt : M = BHCJ/ACJland x ACJhi x Budget B1hi/Gemidd.Budget B1 Waarbij : BHCJ = het nationaal beschikbare budget B1 voor het chirurgisch daghospitaal, bepaald door het voor het chirurgisch daghospitaal beschikbare budget te verdelen onder de Onderdelen B1 en B2 op basis van de relatieve waarde van elk van die onderdelen B1 en B2 voor elk ziekenhuis; ACJland = het aantal chirurgische activiteiten voor het gehele land; ACJhi = het aantal chirurgische dagactiviteiten voor het beschouwde ziekenhuis. Deze drie elementen worden vastgesteld op basis van de gegevens van het Nationaal Instituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en dewelke betrekking hebben op de tijdens het laatste bekende dienstjaar gerealiseerde activiteiten. Budget B1hi = het budget B1 vastgesteld na de 8e bewerking voor het beschouwde ziekenhuis, gedeeld door het aantal dagen gerealiseerd gedurende het dienstjaar dat dient als referentie voor de berekening van de in artikel 46 bedoelde verantwoorde bedden; Gemiddelde budget B1 = het totale budget B1, vastgesteld na de 8e bewerking voor het geheel van de ziekenhuizen van het land, gedeeld door het aantal gerealiseerde ligdagen van alle ziekenhuizen gedurende het dienstjaar dat dient als referentie voor de toekenning van de in artikel 46 bedoelde verantwoorde bedden. 10e bewerking : 1° Binnen de limieten van het beschikbare budget en om de sociale dienst van het ziekenhuis te versterken, wordt er :
- a)aan de ziekenhuizen waaraan bij toepassing van artikel 46 verantwoorde G-bedden toegekend worden, een forfaitair bedrag toegekend, berekend als volgt : A + B Waarbij : A = 25 % van het beschikbare budget gedeeld door het aantal betrokken ziekenhuizen.Om het aantal betrokken ziekenhuizen te bepalen, worden de ziekenhuizen dewelke genieten van verantwoorde G-bedden maar niet over erkende G-bedden beschikken, geteld voor 0,25; B = 75 % van het beschikbare budget gedeeld door het totale aantal verantwoorde G-bedden en vermenigvuldigd met het aantal verantwoorde G-bedden van het betrokken ziekenhuis.
- b)aan alle acute ziekenhuizen een forfaitair bedrag toegekend, berekend als volgt : - de ziekenhuizen worden in opklimmende volgorde van de in artikel 80, 1° bedoelde scores in decielen gerangschikt.Aan elk deciel wordt de volgende vermenigvuldigingscoëfficiënt toegekend : 1e deciel : 1,50 2e deciel : 1,40 3e deciel : 1,30 4e deciel : 1,20 5e deciel : 1,10 6e deciel : 1,00 7e deciel : 0,90 8e deciel : 0,80 9e deciel : 0,70 10e deciel : 0,60 - het aantal in bijlage 3 bedoelde verantwoorde dagen van het ziekenhuis wordt gewogen door de vermenigvuldigingsfactor toe te passen, die overeenstemt met de plaats die het ziekenhuis in de in het eerste gedachtenstreepje bedoelde rangschikking in decielen inneemt. - het beschikbare budget wordt gedeeld door het totale aantal verantwoorde dagen waarvan sprake in het tweede gedachtenstreepje en vermenigvuldigd met het aantal verantwoorde dagen van het betrokken ziekenhuis Om de voormelde bedragen van het Onderdeel B1 te behouden, moeten de ziekenhuizen : - meewerken aan het systematisch verzamelen en het tijdig doorsturen aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu van correcte en volledige gegevens met betrekking tot de activiteit van de sociale dienst en het ontslagbeheer; - deelnemen aan projecten die leiden tot het bevorderen van de uitbouw van de sociale dienst en het ontslagbeheer van de patiënten; - jaarlijks een verslag uitbrengen aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu waaruit de besteding der middelen in relatie met de doelgroep blijkt. De Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kunnen door een overeenkomst met ieder ziekenhuis, de praktische modaliteiten definiëren, inbegrepen deze met betrekking tot de registratie, op basis waarvan voornoemde verplichtingen worden uitgevoerd en gecontroleerd. Indien aan het geheel der modaliteiten niet beantwoord wordt stellen de voornoemde Ministers, de percentages vast van het voorheen toegekend bedrag alsook de kalender van terugbetaling. 2° Aan de ziekenhuizen met erkende K-dag- en/of K-nachtbedden wordt er met het oog op de dekking van de lasten voor het patiëntenvervoer een forfaitair bedrag toegekend van : - 2.478,94 EUR voor de diensten met minder dan 5 bedden; - 12.394,68 EUR voor de diensten met 5 tot 10 bedden; - 24.789,35 EUR voor de diensten van 11 tot 15 bedden; - 37.184,03 EUR voor de diensten met meer dan 15 bedden. Om het voordeel van deze financiering te behouden moeten de betrokken ziekenhuizen tegen 1 mei van elk jaar aan het Bestuur van de Gezondheidszorg - Boekhouding en beheer van de ziekenhuizen - een verslag bezorgen waarin de volgende elementen vermeld moeten worden : - een uittreksel uit de boekhouding met betrekking tot de vervoerskosten; - de organisatie en een samenvatting van de activiteiten inzake patiëntenvervoer. Onderafdeling 3. - Onderdeel B1 van de Sp-diensten Art. 43.§ 1. Het budget B1 van de Sp-diensten buiten de Sp-diensten voor palliatieve zorg wordt vastgesteld op zijn waarde van 30 juni voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget B1 vastgesteld wordt. Voor het dienstjaar dat begint op 1 juli 2002 wordt het budget B1 berekend als volgt : 1° indien JR > Q (B1 x Q) + [(JR - Q) x 0,25 x B1] 2° indien JR = Q B1 x Q 3° indien JR § 2. Het budget B1 van de Sp-diensten voor palliatieve zorg wordt vastgesteld op17.821, 03 EUR (index op 1 januari 2002) per bed. Onderafdeling 4. - Onderdeel B1 van de psychiatrische ziekenhuizen Art. 44.§ 1. Het budget B1 van de psychiatrische ziekenhuizen wordt vastgesteld op zijn waarde van 30 juni voorafgaand aan het dienstjaar waarop het budget B1 vastgesteld wordt. Voor het dienstjaar dat begint op 1 juli 2002 wordt het budget B1 niettemin vastgesteld als volgt : B1 x Q Waarbij : Q = quotum van verpleegdagen 2002, bedoeld in artikel 54 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986. B1 = waarde per dag op 30 juni 2002 van Onderdeel B1 buiten toepassing van de middelen betreffende de kosten van aansluiting, bedoeld in artikel 15, 23°. § 2. De bepalingen van artikel 42, 10° bewerking, 2°, zijn van toepassing op de psychiatrische ziekenhuizen. Onderafdeling 5. - Onderdeel B2 van het budget van de acute ziekenhuizen Art. 45.§ 1. Het globale budget voor Onderdeel B2 wordt onder de ziekenhuizen verdeeld op basis van een puntensysteem. Deze verdeling geldt niet voor de ziekenhuizen bedoeld in artikel 33, §§ 1, en 2. Het budget B2 van de in artikel 33, §§ 1, en 2, bedoelde ziekenhuizen wordt vastgesteld als volgt : - voor de ziekenhuizen bedoeld in§ 1, 1e zin, en § 2, wordt de waarde op 30 juni van het dienstjaar dat de vaststelling van Onderdeel B2 voorafgaat, behouden; - voor de eenheden voor verzorging van zwaar verbranden is het budget B2 per bed gelijk aan 186.920,88 EUR voor de privé-ziekenhuizen en aan 189.350,32 EUR voor de openbare ziekenhuizen (index van 1 januari 2002). § 2. De regels van het puntensysteem, bedoeld in § 1, kunnen slechts om de drie jaar herzien worden, te beginnen vanaf het dienstjaar dat begint op 1 juli 2002. De verfijning en/of toevoeging van parameters kunnen evenwel gedurende de periode van drie jaar uitgevoerd worden. De bedoelde parameters zijn die van : - artikel 46, § 2, 2°,
- c), : de reanimatieverstrekkingen; - artikel 46,, § 2, 2°,
- a), : de geneeskundige en heelkundige verstrekkingen, de meerkostindex en het aantal M.V.G.-punten; - artikel 46, § 2, 2°,
- b), : de geneeskundige en heelkundige verstrekkingen en het aantal M.V.G.-punten; - artikel 46, § 3, 2°,
- a), : de standaardtijden; - artikel 46, § 3, 2°,
- b), : de dringende geneeskundige verstrekkingen en de basispunten per 100 bedden; - artikel 46, § 3, 2°,
- c), : de geneeskundige verstrekkingen. Ingeval deze bepaling wordt toegepast tijdens de periode van 3 jaar, brengt dat geen wijziging mee in de andere Onderdelen van het budget waarvan de vaststelling naar de bepalingen van de artikelen 45 en 46 verwijst. § 3. Onder totaal budget wordt verstaan het bedrag verkregen door de optelling van het budget voor Onderdeel B2 van elk ziekenhuis op 30 juni, voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget B2 vastgesteld wordt. Voor de vaststelling van het totale budget op 1 juli 2002 wordt het budget B2 op 30 juni 2002 van elk ziekenhuis als volgt vastgesteld : 1° indien JR > Q (B2 X Q) + [(JR - Q) X x X B2'] 2° indien JR Q = verpleegdagenquotum 2002, zoals bedoeld in artikel 53 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986; x = 25 % tenzij het ziekenhuis in 2001 een aantal NAL verkregen heeft, vastgesteld bij toepassing van artikel 46bis van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986. In dat geval wordt x 60 % voor de dagen tussen 90 en 95 % bezetting en/of 45 % voor de in 2000 gerealiseerde dagen die hoger liggen dan de in 1996 gerealiseerde dagen. Voor de in 1996 gerealiseerde dagen die nog gerealiseerd worden in 2000 en die hoger liggen dan de dagen 1989 wordt x 45 % voorzover deze dagen gedurende een dienstjaar tussen 1990 en 1996 tegen 45 % vergoed werden; x' = 0 % tenzij de instelling in 2001 een aantal NAL verkregen heeft, wordt x in dat geval 25 %; B2 = waarde per dag op 31 december 2001 van Onderdeel B2, buiten toepassing van de in artikel 15, 26° bedoelde middelen en na aftrek van de in artikel 76 en 79 bedoelde middelen. B2' = dagwaarde op 31 december 2001, buiten toepassing van artikel 46bis van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986, van de in artikel 15, 26° bedoelde middelen en na aftrek van de in artikel 76 en 79 bedoelde middelen. Aan het aldus vastgestelde budget wordt, voor elk ziekenhuis, het bedrag toegevoegd met betrekking tot Onderdeel B2 van de gerealiseerde prestaties in chirurgische daghospitalisatie bedoeld in punt 6 van bijlage 3 voortkomend uit de verdeling van het beschikbare budget voor het chirurgisch dagziekenhuis tussen Onderdeel B1 en B2 op basis van de relatieve waarde van elkeen van deze Onderdelen B1 en B2 voor elk ziekenhuis. § 4. Aan elk ziekenhuis wordt een aantal punten toegekend overeenkomstig de modaliteiten voorzien in artikel 46. § 5. Het aantal punten toegekend aan ieder ziekenhuis wordt opgeteld om het totaal aantal punten voor alle ziekenhuizen samen te bepalen. § 6. De waarde van het punt wordt bepaald door het globaal budget voor Onderdeel B2, bedoeld in § 3, te delen door het totaal aantal punten, bedoeld in § 5. § 7. Aan ieder ziekenhuis wordt een bedrag toegekend, bekomen door het puntenaantal van het ziekenhuis, bedoeld in § 4 te vermenigvuldigen met de waarde van het punt, vastgesteld overeenkomstig § 6. § 8. Indien blijkt dat de toegekende budgetten van respectievelijk : 1. het personeel van de heelkundige, medische en pediatrische verpleegeenheden;2. het personeel van de onder andere kenletters erkende verpleegeenheden dan die bedoeld onder 1;3. het personeel van de spoedgevallendiensten lager liggen dan het budget dat nodig is om de basisactiviteit van de drie groepen te dekken, wordt het in § 7, bedoelde budget aangepast met een bedrag M dat berekend wordt als volgt : - voor elk van de drie groepen diensten wordt het verschil tussen de twee bovengenoemde budgetten bepaald, zijnde D1 voor de C-, D-, E-bedden en D2 voor de andere bedden dan C, D, E en D3 voor de spoedgevallendienst; - indien D1, D2 en D3 positief zijn, wordt hun waarde tot 0 teruggebracht; - het bedrag (M) is het resultaat van de optelling van D1, D2 en D3. Onder budget voor het personeel van de verpleegeenheden C, D en E, enerzijds, en voor het personeel van de verpleegeenheden anders dan C, D en E, anderzijds, en voor het personeel van de spoedgevallendienst verstaat men het resultaat van de vermenigvuldiging van het voor elk van de groepen van diensten toegekende aantal punten met de waarde van het punt, zoals bedoeld in § 6. Het budget dat nodig is ter dekking van de basisactiviteit voor elk van de drie voornoemde groepen van diensten is gelijk aan de lasten voor het verpleegkundig en verzorgend personeel van die groepen verpleegeenheden berekend in toepassing van de onderstaande normen en op grond van de in artikel 46, § 4 bedoelde theoretische loonschalen. In voorkomend geval worden bovengenoemde kosten beperkt : - tot het aanwezig personeel in elk van de voornoemde groepen van diensten gedurende het laatste gekende dienstjaar; - er mee rekening houdend dat het percentage gekwalificeerd personeel ten opzichte van het totale verplegend en verzorgend personeel de 75 procent niet mag overschrijden. Voor de toepassing van de voorgaande leden moeten de volgende personeelsnormen in acht genomen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Het aldus aangepaste budget B2 wordt het definitieve budget B2 genoemd. § 9. De overgang van het huidige budget B2 naar het definitieve budget B2 geschiedt geleidelijk, met dien verstande dat de aanpassing vastgesteld wordt op 10 % voor het dienstjaar beginnend op 1 juli 2002 voor wat betreft het deel van het budget over de verantwoorde activiteiten. Voor het deel van het budget betreffende het aantal bijkomende punten wordt de aanpassing vastgesteld op 34 % voor het dienstjaar beginnend op 1 juli 2002. Voor de volgende dienstjaren worden beide aanpassingspercentages door Ons vastgesteld. Onder huidig budget dient men te verstaan het budget waarvan sprake in § 3, tweede lid, waarvan het bij toepassing van bijlage 2 van dit besluit bepaalde bedrag moet afgetrokken worden. Niettemin wordt in afwachting van de aanpassing tot 100 %, de aanpassing van het huidig budget met betrekking tot de ligduur en de substitutiegraad van klassieke hospitalisatie door daghospitalisatie herzien op basis van de regelen van bijlage 13 rekening houdend met de gegevens uit het laatst gekende dienstjaar. Art. 46.§ 1. Het aantal punten toegekend aan elk ziekenhuis wordt vastgesteld overeenkomstig de regelen in de hiernavolgende paragrafen. Voor de toepassing van de hiernavolgende paragrafen wordt verstaan onder : 1° verantwoorde bedden : het aantal bedden vastgesteld in toepassing van bijlage 3 van dit besluit 2° waarde van de geneeskundige verstrekkingen : het door de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering verschuldigde bedrag voor verstrekkingen, vermeld in bijlage 4 van dit besluit, verleend tussen 1 januari en 31 december en opgenomen in de bij Hoofdstuk XIV, afdeling 4 van het koninklijk besluit van 4 november 1963 tot uitvoering van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering bedoelde statistische tabellen voor het betreffende dienstjaar en het eerste en tweede kwartaal van het daaropvolgende dienstjaar;3° per bezet bed : het aantal verpleegdagen waarvoor een verzekeringstegemoetkoming vanwege de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering verschuldigd is, gerealiseerd tusen 1 januari en 31 december, en opgenomen in de voornoemde statistische tabellen voor het betreffende dienstjaar en het eerste en tweede trimester van het daaropvolgend dienstjaar, gedeeld door 365.4° de minimale verpleegkundige gegevens (MVG) : de statistische gegevens bedoeld in het koninklijk besluit van 14 augustus 1987 houdende bepaling van de regels volgens dewelke bepaalde statistische gegevens moeten worden medegedeeld aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft met betrekking tot het laatst gekende dienstjaar. § 2. Verpleegeenheden. 1° Basisfinanciering
- a)Voor de personeelskosten van de hiernavolgende ziekenhuisdiensten worden punten toegekend als volgt : - voor de C-, D-, E-, B- en L-bedden : 1 punt; - voor de M-bedden : 1,46 punten(inbegrepen het bevallingskwartier); - voor de MIC-bedden : 3,75 punten. De punten toegekend voor de M-bedden worden voor de functie plaatselijke neonatale zorg (functie N*) verhoogd, rekening houdende met het aantal bevallingen tijdens het laatst gekende dienstjaar, met dien verstande dat wordt toegekend : - voor een kraaminrichting met minder dan 1 000 bevallingen per jaar : 15 punten, voor een kraaminrichting met minder dan 400 bevallingen per jaar, is artikel 18 van het koninklijk besluit van 30 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 30/07/2013 numac 2013000466 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 van toepassing; - voor een kraaminrichting met 1 000 bevallingen per jaar en meer : voor de eerste 1 000 bevallingen : 17 punten, verhoogd met drie punten per volledig bijkomende schijf van 150 bevallingen; - voor de NIC-bedden : 6,25 punten; - voor de G-bedden : 1,36 punten (met inbegrip van de ergotherapeuten en logopedisten); - voor de H-bedden : 0,68 punten; - voor de A-bedden : 1,33 punten; - voor de K-bedden : 2 punten.
- c)voor de hoofden van verpleegkundige diensten en het middenkader worden punten toegekend op basis van de volgende modaliteiten : - ziekenhuizen tot 149 verantwoorde bedden : 6,45 punten; - ziekenhuizen van 150 tot 250 verantwoorde bedden : 7,63 punten; - ziekenhuizen van 251 tot 299 verantwoorde bedden : 9,50 punten; - ziekenhuizen van 300 tot 449 verantwoorde bedden : 12,29 punten; - ziekenhuizen van 450 tot 500 verantwoorde bedden : 13,95 punten; - ziekenhuizen van 501 tot 599 verantwoorde bedden : 16,22 punten; - ziekenhuizen van 600 tot 749 verantwoorde bedden : 19,45 punten; - ziekenhuizen van 750 tot 899 verantwoorde bedden : 22,86 punten; - ziekenhuizen van 900 tot 1.200 veranwoorde bedden : 27,28 punten; - ziekenhuizen met meer dan 1.200 verantwoorde bedden : 35,02 punten. 2° Aanvullende financiering Het aantal punten toegekend overeenkomstig punt 1°,
- a), voor de verantwoorde C-bedden, uitgezonderd de C-bedden voor daghospitalisatie, D- en E-bedden, wordt verhoogd op basis van de volgende regeling :
- a)voor de verantwoorde C- en D-bedden wordt een bijkomend aantal punten toegekend, berekend als volgt : 1° op basis van de totale waarde van de geneeskundige en heelkundige verstrekkingen per bezet C- en D-bed voor de patiënten die tijdens de twee laatst gekende dienstjaren in C- en D-diensten zijn opgenomen, berekend overeenkomstig de voormelde nomenclatuur, met uitzondering van de verstrekkingen van klinische biologie, radiologie, fysiotherapie en met uitzondering van de forfaitaire honoraria, worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen volgens de stijgende waarde van de voormelde verstrekkingen per bezet C- en D-bed. De ziekenhuizen krijgen bijkomende punten naar gelang van het deciel waarbij ze zijn ingedeeld, namelijk : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De aldus toegekende punten worden in aanmerking genomen ten belope van 30 %. De punten die de overige 70 % vertegenwoordigen worden samengeteld voor het hele land en worden verdeeld overeenkomstig het hiernavolgende tweede en derde lid. 2° Naar gelang van het aantal M.V.G.-punten per verpleegdag vastgesteld op basis van de minimale verpleegkundige gegevens voor de voormelde bedden volgens de bepalingen vermeld in bijlage 5 van dit besluit, worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen naar gelang van de stijgende waarde van het aantal M.V.G.-punten per verpleegdag. De ziekenhuizen krijgen bijkomende punten per verantwoord bed naargelang het deciel waarin ze zijn ingedeeld en voor de waarden vermeld in het eerste lid. Het totale aantal punten aldus toegekend wordt met een coëfficiënt aangepast tot deze gelijk zijn aan 30 % van de overeenkomstig het eerste lid toegekende punten. 3° Op basis van een meerkostindex (MKI) per bezet bed, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van bijlage 6 van dit besluit, worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen naargelang de stijgende waarde van de MKI per bezet bed. De ziekenhuizen krijgen bijkomende punten per verantwoord bed naar gelang van het deciel waartoe ze behoren en voor de waarden vermeld in het eerste lid. Het aldus toegekende puntenaantal wordt met een coëfficiënt aangepast tot het gelijk is aan 40 % van de overeenkomstig het eerste lid toegekende punten.
- b)voor de verantwoorde E-bedden wordt er een aantal bijkomende punten toegekend, berekend als volgt : 1° op basis van de totale waarde van de heelkundige en geneeskundige verstrekkingen per bezet E-bed, berekend overeenkomstig de voormelde nomenclatuur en toegekend aan de patiënten die in een E-dienst opgenomen zijn tijdens de twee laatst gekende dienstjaren met uitzondering van de verstrekkingen van klinische biologie, radiologie, fysiotherapie en met uitzondering van de forfaitaire honoraria, worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen naargelang de stijgende waarde van de verstrekkingen per bezet bed. De ziekenhuizen krijgen bijkomende punten per verantwoord bed naargelang het deciel waarbij ze zijn ingedeeld, namelijk : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De aldus toegekende punten worden in aanmerking genomen ten belope van 70 %. De punten die de overige 30 % vertegenwoordigen, worden voor het hele land samengeteld en verdeeld overeenkomstig het hiernavolgende tweede lid. 2° Naar gelang van het aantal M.V.G.-punten per verpleegdag, vastgesteld op basis van de minimale verpleegkundige gegevens voor de E-bedden volgens de bepalingen vermeld in bijlage 5 van dit besluit, worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen volgens de stijgende waarde van het aantal M.V.G.-punten per verpleegdag. De ziekenhuizen krijgen bijkomende punten per verantwoord bed naar gelang van het deciel waarbij ze zijn ingedeeld en voor de in het eerste lid vermelde waarden. Het aldus toegekende puntenaantal wordt met een coëfficiënt aangepast tot het gelijk is aan het in het eerste lid bedoelde aantal punten voor het hele land.
- c)Voor de C-, D- en E-bedden wordt een aantal bijkomende punten toegekend, berekend als volgt : c.1) eerste berekening : Op basis van de totale waarde van de reanimatieverstrekkingen verleend aan de patiënten die tijdens de twee laatst gekende dienstjaren in de C-, D-, E- en G-diensten verbleven, berekend overeenkomstig de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, wordt een aantal bijkomende punten per verantwoord bed onder de kenletters C, D en E toegekend. Met het oog op deze berekening worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen volgens de stijgende waarde van de reanimatieverstrekkingen per bezet bed in de diensten erkend onder de kenletters C, D en E. Het aantal bijkomende punten per verantwoord bed wordt als volgt vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De aldus toegekende punten per verantwoord bed worden in aanmerking genomen ten belope van 20 %. c.2) tweede berekening : Op basis van de scores berekend overeenkomstig de bepalingen vermeld in bijlage 7 van dit besluit, worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen volgens de stijgende waarde van de score. Het aantal bijkomende punten per verantwoord bed wordt vastgesteld zoals opgegeven in de bij de eerste berekening vermelde tabel en komen in aanmerking ten belope van 40 %. c.3.) derde berekening : Op basis van de scores berekend overeenkomstig bijlage 8 van dit besluit worden de ziekenhuizen in decielen ingedeeld volgens de stijgende waarde van de score. Het aantal bijkomende punten per verantwoord bed wordt vastgesteld zoals opgegeven in de bij de eerste berekening vermelde tabel en komen in aanmerking ten belope van 40 %. c.4) vierde berekening De punten per verantwoord bed uit de eerste, tweede en derde berekening worden opgeteld. Het resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal verantwoorde C-, D- en E-bedden hetgeen het aantal supplementaire punten voor de bedden van intensieve aard vertegenwoordigt. Het aantal bedden van intensieve aard wordt bepaald door het resultaat van de vermenigvuldiging van het eerste lid te delen door 4. c.5) : Het behoud van het voordeel van de bijkomende punten zoals bedoeld bij de vierde berekening hangt af van de deelname aan een evaluatieprogramma voor reanimatieverstrekkingen, dat georganiseerd wordt door de Overlegstructuur tussen ziekenhuisbeheerders, artsen en verzekeringsinstellingen. 3° Totaal van de basisfinanciering en de aanvullende financiering. Het aantal punten berekend op basis van punt 1° en 2° wordt voor elk ziekenhuis samengeteld. § 3. Voor de kosten van het operatiekwartier, de spoedgevallendienst, sterilisatie en deze bedoeld in artikel 13, tweede tot en met zesde lid, worden punten toegekend. Met het oog op deze toekenning wordt een onderscheid gemaakt tussen vier soorten aktiviteiten :
- a)het operatiekwartier : de kosten van het personeel;
- b)de spoedgevallendienst : de kosten van het personeel;
- c)de kosten van de medische produkten : de kosten bedoeld in artikel 13, 2° tot en met 6°, waarbij die worden onderverdeeld in kosten met betrekking tot het operatiekwartier, kosten met betrekking tot de spoedgevallendienst en kosten met betrekking tot de verpleegeenheden;
- d)de kosten voor het personeel van de centrale sterilisatie. De punten worden op de volgende wijze toegekend : 1° voor ieder van deze activiteiten wordt, voor alle ziekenhuizen van het land, een aantal punten toegekend dat overeenstemt met een percentage van het totaal aantal punten voor alle ziekenhuizen van het land toegekend overeenkomstig § 2. Dit percentage wordt als volgt berekend : - personeel van het operatiekwartier : 11,35 % - personeel van de spoedgevallendienst : 6,32 % - personeel van de centrale sterilisatie : 1,94 % Kosten van de medische producten : - voor het operatiekwartier : 6,18 % - voor de spoedgevallendienst : 0,53 % - voor de verzorgeenheden : 7,91 % 2° Het aantal punten bepaald bij toepassing van punt 1° wordt over de ziekenhuizen verdeeld overeenkomstig de volgende regelen :
- a)voor het operatiekwartier : Per operatiezaal worden 7,50 punten toegekend.Het aantal operatiezalen wordt als volgt bepaald : a.1) eerste berekening : Per heelkundige ingreep vermeld in bijlage 9 van dit besluit, wordt een standaardtijd toegekend zoals opgegeven in dezelfde bijlage. Die standaardtijden worden verhoogd : - om rekening te houden met de tijd nodig voor het opruimen van het materieel en het voorbereiden van de zaal, met 33 % voor de ingrepen vermeld in de codes 1 tot 6, met 25 % voor de ingrepen vermeld in code 7 en met 20 % voor de ingrepen van de codes 8 tot 15; - met 30 % voor de ziekenhuizen niet bedoeld door de artikelen 76 en 79 die over erkende stagediensten met een volledige opleiding in chirurgie en anesthesie beschikken op voorwaarde dat deze ziekenhuizen over minstens één kandidaat-specialist per 10 bedden chirurgie beschikken in de volgende disciplines : - anesthesie - neurochirurgie - plastische chirurgie - abdominale chirurgie - thoraxchirurgie - vaatchirurgie - oftalmologische chirurgie - O.R.L. chirurgie - urologische chirurgie - orthopedische chirurgie - stomatologische chirurgie; - met een coëfficiënt gelijk aan de verhouding tussen het totale aantal verpleegdagen van de heelkundige dienst en het aantal gefactureerde verpleegdagen aan de verzekeringsinstellingen voor dezelfde dienst. De verzekeringsinstellingen, waarvan sprake, zijn : - De Landsbond der Christelijke Mutualiteiten; - Het Nationale Verbond van Socialistische Mutualiteiten; - Het Nationale Verbond van Liberale Mutualiteiten; - De Landsbond van Onafhankelijke Ziekenfondsen; - De Hulpkas voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering; - De Landsbond van Neutrale Ziekenfondsen; - De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen zodra de hierop betrekking hebbende gegevens geïntegreerd zijn in de ZIV-profielen. Op deze basis wordt per ziekenhuis een aantal zalen als volgt berekend : aantal ingrepen * aangepaste tijd/1520 * 3 = aantal zalen a.2) Tweede berekening : operatiezaal die permanent beschikbaar is Bovenop de punten toegekend overeenkomstig punt a.1), worden per operatiezaal in heelkundige diensten die permanent beschikbaar worden gehouden 20 punten toegekend. Voor het bepalen van het aantal operatiezalen die permanent beschikbaar worden gehouden, worden de hiernavolgende criteria toegepast : voor alle ziekenhuizen wordt een zaal toegekend als : - het ziekenhuis is opgenomen in de dringende medische hulpverlening; - het aantal zalen vastgesteld op basis van de eerste berekening minstens 5 bedraagt : - het ziekenhuis beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het nummer 590225 van voorvermelde nomenclatuur; - het ziekenhuis beschikt over een erkende dienst voor interventionele hartcathétérisatie of over een erkend zorgprogramma « cardiale pathologie » B2 of een neurochirurgiedienst die minstens, tijdens het laatste gekend dienstjaar 250 ingrepen heeft uitgevoerd, waarvan minstens 150 ingrepen vermeld in de voornoemde nomenclatuur met een waarde gelijk aan of hoger dan K400. Een tweede bijkomende zaal wordt toegekend als bovendien : - het aantal zalen bepaald volgens de eerste berekening minstens 8 bedraagt; - het ziekenhuis, voor zover het niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de eerste zaal, beschikt over een erkende dienst voor interventionele hartcatheterisatie of een erkend zorgprogramma « cardiale pathologie » B2 of een neurochirurgiedienst, die, het laatst bekende dienstjaar, minstens 250 heelkundige ingrepen uitvoert, waarvan minstens 150 ingrepen vermeld in de voornoemde nomenclatuur met een waarde gelijk aan of hoger dan K400. a.3) Totaal van de punten : De na de eerste en tweede berekening toegekende punten worden opgeteld. Het totaal aantal punten voor het land wordt met een coëfficiënt aangepast teneinde binnen het totale aantal punten te blijven dat voor het gehele land in aanmerking wordt genomen voor de operatiekwartieren, met dien verstande dat het minimum aantal punten per ziekenhuis 15 punten bedraagt.
- b)voor de spoedgevallendienst : b.1) Er wordt een aantal basispunten per 100 verantwoorde bedden toegekend. Deze basispunten per 100 verantwoorde bedden zijn de volgende : - voor de ziekenhuizen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in nr. 590166 van de voorvermelde nomenclatuur : 3 punten; - voor de ziekenhuizen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in nr. 590181, 590203 of 590225 van voormelde nomenclatuur : 5 punten. b.2) Het aantal basispunten per ziekenhuis wordt verhoogd in functie van de waarde per bezet bed van de supplementen voor de dringende geneeskundige verstrekkingen voor gehospitaliseerde patiënten gedurende de twee laatst gekende dienstjaren zoals bedoeld in artikel 26, § 1 van voormelde nomenclatuur, met uitzondering evenwel van de verstrekkingen voor klinische biologie. Voor de toepassing van het vorige lid worden de ziekenhuizen ingedeeld in decielen volgens de stijgende waarde per bezet bed van de hiervoor bedoelde supplementen. Voor de drie eerste decielen, worden de basispunten vermenigvuldigd met 1; voor het 4e, 5e en 6e deciel met 1,20; voor het 7e deciel met 1,40; voor het 8e deciel met 1,60; voor het 9e deciel met 1,80; voor het 10e deciel met 2. b.3) Het geheel van de aldus toegekende punten wordt aangepast met een coëfficiënt om binnen het totaal aantal in aanmerking genomen punten van de spoedgevallendiensten voor het gehele land te blijven, met dien verstande dat minstens 15 punten worden toegekend aan de ziekenhuizen die voldoen aan nr. 590181, 590203 of aan nr. 590225 van de voormelde nomenclatuur. Vanaf het ogenblik dat een ziekenhuis erkend is hetzij voor de functie "eerste opvang van spoedgevallen", hetzij voor de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" wordt het minimum van 15 punten slechts één keer per ziekenhuis, ongeacht het aantal sites, verzekerd voor één van de twee functies. Het aldus bepaalde budget wordt dermate lineair verminderd dat er een besparing van 8.130.907,61 EUR gerealiseerd wordt, met dien verstande dat het minimum van 15 punten bedoeld in het eerste en tweede lid gewaarborgd moet zijn. Deze besparing wordt voor de in artikel 80, 1°, bedoelde ziekenhuizen slechts ten belope van 80 % toegepast. b.4) Het behoud van het voormelde aantal punten is afhankelijk van het verzamelen en overzenden van de gegevens met betrekking tot de activiteit van de dienst spoedgevallen overeenkomstig Onze richtlijnen
- c)Voor de activiteiten bedoeld in punt
- c)van de inleidende zin worden punten toegekend : - voor het operatiekwartier : het totaal aantal punten dat voor het gehele land in aanmerking wordt genomen voor de kosten van medische producten in operatiekwartieren, wordt onder de ziekenhuizen verdeeld pro rata de punten toegekend overeenkomstig
- a)hierboven; - voor de spoedgevallendienst : het totaal aantal punten dat voor het gehele land in aanmerking wordt genomen voor de kosten van de medische producten in de spoedgevallendiensten, wordt onder de ziekenhuizen verdeeld naar rata van de punten toegekend overeenkomstig punt
- b)hierboven; - voor de verpleegeenheden worden punten toegekend per bed. Dit aantal punten verschilt naargelang van de erkenningsindex van het bed, hetzij : - voor de A-bedden : 0,18 punten - voor de C-bedden : 1 punt - voor de D-bedden : 1,03 punten - voor de E-bedden : 1,19 punten - voor de G-bedden : 0,63 punten - voor de M-bedden : 1,91 punten - voor de K-bedden : 0,04 punten - voor de bedden met intensief karakter : 11,33 punten - voor de NIC-bedden : 8,11 punten - voor de H-bedden : 0,09 punten Een bijkomend aantal punten wordt toegekend in functie van de waarde per bezet bed, van de geneeskundige verstrekkingen berekend overeenkomstig voormelde nomenclatuur, met uitzondering van de verstrekkingen inzake klinische biologie, radiologie, fysiotherapie en de forfaitaire honoraria. Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de ziekenhuizen in decielen ingedeeld volgens de stijgende waarde van de verstrekkingen. Per deciel worden de hierboven toegekende punten vermenigvuldigd met een factor die verschillend is naargelang van het deciel. Deze factor bedraagt : - voor de ziekenhuizen die behoren tot de drie decielen met de laagste waarden : 1,5; - voor de ziekenhuizen die tot het vierde, vijfde en zesde deciel behoren : 1,7; - voor de ziekenhuizen die tot het zevende deciel behoren : 2,1; - voor de ziekenhuizen die tot het achtste deciel behoren : 2,6; - voor de ziekenhuizen die tot het negende deciel behoren : 3,1; - voor de ziekenhuizen die tot het tiende deciel behoren : 3,5. Om de waarde per bezet bed te bepalen wordt geen rekening gehouden met de medische prestaties en de verpleegdagen in de bedden erkend onder de kenletters A, T en K. Voor de ziekenhuizen waarvan het aantal verantwoorde bedden onder kenletter G hoger is dan het nationaal gemiddelde, worden de medische prestaties en de verpleegdagen aangepast in toepassing van het volgend percentage : Aantal Ghi - beden - Aantal Gemidd. bedden nationaal/Aantal Ghi - bedden x 100 Waarbij : Aantal bedden Ghi = Aantal verantwoorde G-bedden van het beschouwde ziekenhuis. Gemiddeld nationaal aantal bedden G = het totaal aantal verantwoorde bedden van het beschouwde ziekenhuis vermenigvuldigd met het gemiddeld percentage verantwoorde G-bedden vastgesteld op nationaal vlak met betrekking tot het totaal aantal verantwoorde bedden. Het aldus bekomen aantal punten wordt met een coëfficiënt aangepast teneinde binnen het totaal aantal punten te blijven dat voor het gehele land in aanmerking wordt genomen voor de kosten van de medische producten op de verpleegeenheden.
- d)voor de activiteiten bedoeld onder punt
- d)van de inleidende zin, worden punten toegekend welke worden berekend door het toepassen van een percentage van 10,22 % op de punten toegekend volgens punt
- c)hierboven. Het aldus toegekende aantal punten wordt met een coëfficiënt aangepast teneinde binnen het aantal punten te blijven dat voor het gehele land voor het personeel van de centrale sterilisatie in aanmerking wordt genomen. § 4. Het geheel van de punten aan ieder ziekenhuis toegekend bij toepassing van de §§ 2 en 3, wordt op de volgende wijze aangepast : Het aantal punten wordt eveneens gewijzigd om rekening te houden met de gemiddelde loonlast van elk ziekenhuis ten opzichte van de nationale gemiddelde loonlast. In dit geval wordt de volgende formule toegepast : Aantal punten personeel gemiddelde loonlast ziekenhuis/nationale gemiddelde loonlast De berekening van de gemiddelde loonlast van het ziekenhuis en de gemiddelde nationale loonlast wordt vastgesteld op basis van de theoretische loonschalen waarbij rekening wordt gehouden met de volgende elementen : - de loonschalen van de ondergeschikte openbare besturen op 1 november 1993, vermeerderd met 3,5 % voor de privé- sector en met 4,93 % voor de openbare sector overeenstemmend met elke graad of functie; - voor elke functie of graad het aantal personen FTE; - de gemiddelde geldelijke anciënniteit voor elke functie of graad; - de sociale lasten van toepassing op de openbare en privé-sector. Onderafdeling 6. - Onderdeel B2 van de Sp-diensten Art. 47.§ 1. Voor de Sp-diensten uitgezonderd de Sp-diensten voor palliatieve zorg wordt het budget van Onderdeel B2 vastgesteld op zijn waarde van 30 juni voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget B2 vastgesteld wordt. Voor het dienstjaar dat begint op 1 juli 2002 wordt het budget echter als volgt berekend : 1° indien JR > Q (B2 x Q) + [(JR - Q) x 0,25 x B2] 2° indien JR § 2. Het budget van Onderdeel B2 van de erkende Sp-diensten voor palliatieve zorg wordt vastgesteld op 1 juli 2002 (indexcijfer 1 januari 2002) op 75.832,74 EUR per bed. Onderafdeling 7. - Onderdeel B2 van de psychiatrische ziekenhuizen Art. 48.Het budget van Onderdeel B2 van de psychiatrische ziekenhuizen wordt vastgesteld op zijn waarde van 30 juni voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget vastgesteld wordt, met dien verstande dat aan de onderstaande normen voldaan moeten worden. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor het dienstjaar dat begint op 1 juli 2002 wordt het budget B2 echter als volgt vastgesteld : B2 X Q Waarbij Q = quotum van verpleegdagen 2002, vastgesteld bij toepassing van artikel 54 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986. B2 = waarde per dag van Onderdeel B2 op 30 juni 2002, behoudens de financiering van het personeel bedoeld in artikel 15, 26° Onderafdeling 8. - Onderdeel B3 van het budget Art. 49.Onderdeel B3 wordt als volgt vastgesteld : 1° voor de magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd electronisch telsysteem, opgesteld in een dienst beeldvorming die erkend is overeenkomstig het koninklijk besluit van van 27 oktober 1989 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst waarin een magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd elektronisch telsysteem wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst in de zin van artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 februari 1991, wordt voor de privé-ziekenhuizen een bedrag van 220.641,46 EUR en voor de openbare ziekenhuizen een bedrag van 220.218,95 EUR (index per 1 januari 2002) toegekend. Het behoud van de voormelde bedragen is afhankelijk van de deelname aan een evaluatieprogramma voor de activiteit, georganiseerd door de Overlegstructuur tussen ziekenhuisbeheerders, artsen en verzekeringsinstellingen. 2° voor een radiotherapiedienst erkend overeenkomstig het voormelde koninklijk besluit van 5 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/04/1991 pub. 15/05/2006 numac 2006000270 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst radiotherapie moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987. - Duitse vertaling sluiten blijft de financiering op 30 juni 2002 behouden. 3°Voor de tomograaf met positronemissie (PET-scanner) opgesteld in een dienst voor nucleaire geneeskunde, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022611 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 12/08/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022610 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regelen inzake het maximum aantal diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld sluiten wordt er een bedrag van 200.178,98 EUR toegekend. Onderafdeling 9. - Onderdeel B4 van het budget Art. 50.§ 1. Teneinde de werkgelegenheid in het ziekenhuis te waarborgen en/of te verhogen kan, aan het budget van financiële middelen een bedrag worden toegevoegd gelijk aan 7,5 % van de financiële middelen, vrijgemaakt in functie van de hiernavolgende regelen, voor de ziekenhuizen die een herstructureringsplan doorvoeren dat ertoe strekt een aantal bedden te desaffecteren in toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 behalve voor wat betreft de desaffectatie van C-, D-, G- en E- bedden naar Sp- bedden, van het koninklijk besluit van 16 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022820 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van het maximum aantal plaatsen van beschut wonen dat in gebruik mag worden genomen alsmede van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022710 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere bepaling van de gelijkwaardige vermindering van bedden, zoals bedoeld in artikel 5, § 4, eerste lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022818 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de procedure met betrekking tot het bewijs van de gelijkwaardige vermindering van bedden zoals bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022822 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regelen bedoeld in artikel 32 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, met betrekking tot de aard en het aantal bedden waarvan de desaffectatie in aanmerking mag komen om de ingebruikneming van ziekenhuisbedden mogelijk te maken sluiten tot vaststelling van de nadere regelen bedoeld in artikel 32 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, met betrekking tot de aard en het aantal bedden waarvan de desaffectatie in aanmerking mag komen om de ingebruikneming van ziekenhuisbedden mogelijk te maken, van artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022820 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van het maximum aantal plaatsen van beschut wonen dat in gebruik mag worden genomen alsmede van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022710 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere bepaling van de gelijkwaardige vermindering van bedden, zoals bedoeld in artikel 5, § 4, eerste lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022818 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de procedure met betrekking tot het bewijs van de gelijkwaardige vermindering van bedden zoals bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022822 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regelen bedoeld in artikel 32 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, met betrekking tot de aard en het aantal bedden waarvan de desaffectatie in aanmerking mag komen om de ingebruikneming van ziekenhuisbedden mogelijk te maken sluiten houdende vaststelling van het maximum aantal plaatsen van beschut wonen dat in gebruik mag worden genomen alsmede van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, of van artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022820 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van het maximum aantal plaatsen van beschut wonen dat in gebruik mag worden genomen alsmede van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022710 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere bepaling van de gelijkwaardige vermindering van bedden, zoals bedoeld in artikel 5, § 4, eerste lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022818 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de procedure met betrekking tot het bewijs van de gelijkwaardige vermindering van bedden zoals bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging type koninklijk besluit prom. 16/06/1999 pub. 29/09/1999 numac 1999022822 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regelen bedoeld in artikel 32 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, met betrekking tot de aard en het aantal bedden waarvan de desaffectatie in aanmerking mag komen om de ingebruikneming van ziekenhuisbedden mogelijk te maken sluiten houdende nadere bepaling van de gelijkwaardige vermindering van bedden zoals bedoeld in artikel 5, § 4, eerste lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging. § 2. Binnen de grenzen van een budget komende van onder andere de 2,5 % van de vrijgekomen financiële middelen ingevolge de desaffectatie van bedden bedoeld in § 1 en dat door Ons wordt vastgesteld, wordt het Onderdeel B4, volgens nader te bepalen regelen en modaliteiten, verhoogd met een forfaitair bedrag voor psychiatrische ziekenhuizen die deelnemen aan de realisatie van projecten tot verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening. Bedoelde projecten moeten het voorwerp uitmaken van een geschreven overeenkomst met de Minister die de vaststelling van de budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft. Art. 51.§ 1. Onderdeel B4 van het budget van de algemene ziekenhuizen bevat in voorkomend geval het op 30 juni 2002 verschuldigde bedrag aan recyclage. § 2. Voor de acute ziekenhuizen die in het kader van een herstructurering, een fusie, een samenwerkingsverband, een groepering of een samenwerking met een of meer ziekenhuizen vrijwillig bedden sluiten vanaf 1 juli 2002 tot 30 juni 2004 wat leidt tot e