Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Programmawet

Waar gaat deze regeling over?

Deze wet regelt diverse zaken met betrekking tot de begroting en de comptabiliteit van de federale Staat, de controle op uitgaven, en aspecten van mobiliteit en vervoer, waaronder subsidies voor gecombineerd spoorvervoer.

Voor wie: Federale Overheidsdiensten (FOD's), in het bijzonder de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, FOD Budget en Beheerscontrole, FOD Personeel en Organisatie, FOD Informatie- en Communicatietechnologie, en FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu; Belgocontrol en operatoren van gecombineerd goederenvervoer per spoor.

In één oogopslag

Land
België
Rechtsgebied
Droit fiscal
Artikelen
50
Bron
etaamb.openjustice.be
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Wijzigingen in de organisatie van de begroting en comptabiliteit van de federale Staat.
  • De controle op vastleggingen van uitgaven door de federale overheidsdiensten.
  • De oprichting van een begrotingsfonds voor de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal.
  • De toekenning van subsidies voor de bevordering van gecombineerd goederenvervoer per spoor.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Federale Overheidsdiensten (FOD's), in het bijzonder de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, FOD Budget en Beheerscontrole, FOD Personeel en Organisatie, FOD Informatie- en Communicatietechnologie, en FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
  • Belgocontrol en operatoren van gecombineerd goederenvervoer per spoor.

Wat zijn de kernpunten?

  • Bepaalde bepalingen treden in werking op 1 januari 2009 voor specifieke FOD's, terwijl de algemene inwerkingtreding van de wet van 22 mei 2003 is vastgesteld op 1 januari 2012.
  • Controleurs van vastleggingen zien toe op de juiste aanrekening van uitgaven en mogen geen tuchtstraf krijgen zonder advies van het Rekenhof.
  • Belgocontrol moet uiterlijk 31 december 2008 een verplichte bijdrage van 10 miljoen euro storten.
  • Subsidies voor gecombineerd spoorvervoer zijn mogelijk voor binnenlands spoorvervoer (minimaal 51 km), tussenhavenlijk vervoer (minimaal 51 km) en nieuwe regelmatige internationale spoorwegverbindingen (minimaal 120 km, wekelijkse frequentie, minimaal 50 TEU), waarbij de subsidie maximaal 30% van de vervoerskosten mag bedragen en geldt van 1 januari 2009 tot 1 januari 2013.

Droit fiscal

8

Droit fiscal

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (50)
  1. Art. 18
  2. Art. 21
  3. Art. 26
  4. Art. 27
  5. Art. 28
  6. Art. 14
  7. Art. 33 In artikel 21ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de
  8. Art. 35
  9. Art. 42
  10. Art. 43
  11. Art. 45
  12. Art. 70 In artikel 22, eerste lid, van de
  13. Art. 88
  14. Art. 89
  15. Art. 46ter
  16. Art. 90
  17. Art. 91
  18. Art. 92 In artikel 22 van voormelde
  19. Art. 99
  20. Art. 102
  21. Art. 103
  22. Art. 104
  23. Art. 105 Artikel 33 van de programma
  24. Art. 107
  25. Art. 109
  26. Art. 115
  27. Art. 118 Artikel 55, tweede lid, van de programma
  28. Art. 121
  29. Art. 136
  30. Art. 139 In artikel 34, eerste lid, 24°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
  31. Art. 146 In artikel 37 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de
  32. Art. 148 In artikel 37septies, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
  33. Art. 154 In artikel 165 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de
  34. Art. 157
  35. Art. 158
  36. Art. 167
  37. Art. 170 In artikel 195, § 1, 2°, van dezelfde wet, gewijzigd door het
  38. Art. 179
  39. Art. 180
  40. Art. 182
  41. Art. 192 In artikel 84ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
  42. Art. 195
  43. Art. 207 In artikel 66, § 3bis, van de programma
  44. Art. 208
  45. Art. 218
  46. Art. 244
  47. Art. 245
  48. Art. 250
  49. Art. 271
  50. Art. 274

22 DECEMBER 2008. - Programmawet (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

TITEL 2. - Begroting HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de

wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat Art. 2.Artikel 133 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, vervangen bij de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 133.- Deze wet treedt in werking op 1 januari 2012. ». Art. 3.In dezelfde wet wordt een artikel 134 ingevoegd, luidende : « Art. 134.- In afwijking van artikel 133, treden de bepalingen van Titel II, van Hoofdstuk I van Titel III, en van de Titels IV, V en VI, met uitzondering van artikel 38, in werking op 1 januari 2009 wat betreft de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. » In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 19, 21 en 26 van Titel II en Hoofdstuk I van Titel III, tijdens het begrotingsjaar 2009 ook van toepassing op de andere federale en programmatorische overheidsdiensten van het algemeen bestuur. Art. 4.In dezelfde wet wordt een artikel 135 ingevoegd, luidende : « Art. 135.- In afwijking van artikel 66, mogen aan de rekenplichtigen van de FOD's Kanselarij van de Eerste Minister, Budget en Beheerscontrole, Personeel en Organisatie, Informatie- en Communicatietechnologie en Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voorschotten worden toegekend om de betaling van sommige uitgaven mogelijk te maken. De maximumbedragen van die voorschotten en van de betrokken uitgaven, alsook de aard van deze laatste worden in de bijzondere departementale wetsbepalingen vastgesteld. ». HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof Art. 5.Artikel 11 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, vervangen bij de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 11.- Deze wet treedt in werking op 1 januari 2010. ». Art. 6.In dezelfde wet wordt een artikel 12 ingevoegd, luidende : « Art. 12.- In afwijking van artikel 11 treden de bepalingen van artikel 2 in werking op 1 januari 2009 wat betreft de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen. ». HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof Art. 7.In de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof wordt een artikel 22 ingevoegd, luidende : « Art. 22.- Artikel 5, vierde lid, en de artikelen 14 en 15 zijn vanaf 1 januari 2009 niet meer van toepassing op de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen. ». Art. 8.Artikel 7 treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 4. - Controle van de vastleggingen Art. 9.De controleurs van de vastleggingen zien erop toe dat de uitgaven juist worden aangerekend, zowel in de algemene boekhouding als op de basisallocaties, en dat deze laatste niet worden overschreden.

Deze controleurs worden, op voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de begroting behoort, door de Koning aangesteld. Zij worden rekenplichtig gesteld voor de vastleggingen aangegaan ten laste van de vastleggingskredieten bedoeld in artikel 19, derde lid, 2°, a), van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat. Art. 10.Van de goedkeuring van de contracten en overeenkomsten voor werken en leveringen van goederen of diensten, alsook van de besluiten tot toekenning van toelagen mag geen kennis worden gegeven vooraleer deze contracten, overeenkomsten en besluiten door de controleur van de vastleggingen geviseerd zijn.

De Koning kan, op voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de Begroting behoort, de contracten en overeenkomsten alsook de besluiten tot toekenning van toelagen, waarvan het bedrag de door Hem bepaalde sommen niet overschrijdt, vrijstellen van het voorafgaand visum van de controleur der vastleggingen. Art. 11.De ten laste van de begroting uitgevoerde vereffeningen worden door de controleur der vastleggingen geviseerd, die er op let dat zij het bedrag, van de vastleggingen waarop ze betrekking hebben, niet overschrijden. Art. 12.De controleurs van de vastleggingen mogen zich alle stukken, inlichtingen en ophelderingen doen verstrekken betreffende de vastleggingen en de vereffeningen. De controleur van de vastleggingen heeft permanent en onmiddellijk toegang tot de budgettaire aanrekeningen. Art. 13.Geen tuchtstraf kan aan de controleurs van de vastleggingen opgelegd worden zonder voorafgaand advies van het Rekenhof. Dit geldt eveneens voor elke maatregel, waarbij hun enig nadeel berokkend zou kunnen worden.

Dit advies moet gegeven worden binnen acht dagen na het overzenden van het dossier aan het Hof.

De tekst van het advies wordt overgenomen in het besluit dat de straf oplegt of de maatregel toepast; een afschrift van het besluit wordt zonder verwijl toegezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof. Art. 14.Tot het wordt opgeheven, blijft het koninklijk besluit van 31 mei 1966 houdende regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven in de diensten van algemeen bestuur van de Staat van kracht. Art. 15.De artikelen van dit hoofdstuk zijn enkel van toepassing op de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding Art. 16.Deze titel treedt in werking op 1 januari 2009.

TITEL 3. - Mobiliteit en vervoer HOOFDSTUK 1. - Luchtvaart - Belgocontrol Art. 17.De Staat legt aan Belgocontrol een verplichte bijdrage op van 10 miljoen euro omwille van de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van het gebouw Communicatie Centrum Noord (CCN), te storten uiterlijk 31 december 2008.

Art. 18

Dit hoofdstuk treedt in werking op 19 december 2008. HOOFDSTUK 2. - Oprichting van een Fonds betreffende de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal Art. 19.§ 1. Met toepassing van artikel 45 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit, wordt een begrotingsfonds betreffende de werking van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal opgericht. § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, wordt de rubriek 33 - Mobiliteit en Vervoer, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds : 33-8 - Fonds betreffende de werking van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal Aard van de toegewezen ontvangsten De ontvangsten zijn samengesteld uit de retributie bepaald in artikel 67 van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur te storten door de NV van publiek recht Infrabel en de vergoeding bepaald in artikel 53 van de wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten0 houdende diverse bepalingen te storten door de NV van privaat recht The Brussels Airport Company.

Aard van de toegestane uitgaven Personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal. ». HOOFDSTUK 3. - Bevordering van het gecombineerd vervoer per spoor Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : - intermodale transporteenheid : iedere land- of zeecontainer, iedere wissellaadbak of iedere oplegger met een vervoerscapaciteit van minstens 1 TEU, hierna ITE genoemd; - TEU : twenty feet equivalent unit (eenheid equivalent met twintig voet); - intermodaal overslagcentrum : iedere installatie waar de ITE's van een schip of een wegvoertuig op een spoorwegwagon worden overgeslagen en omgekeerd, hierna overslagcentrum genoemd; - knooppunt : rangeerterrein, overslagcentrum of spoorbundel waar treinen voor het gecombineerd vervoer worden gesplitst en samengesteld of waar de ITE's worden overgeslagen van of naar een spoorwegwagon; - operator gecombineerd goederenvervoer per spoor : iedere onderneming met een uitbatingszetel op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Unie, die de contractuele aansprakelijkheid op zich neemt om ITE's per spoor te vervoeren, hierna operator genoemd.

Art. 21

Aan de operatoren die het spoor gebruiken kan ten laste van de Staatsbegroting een subsidie worden toegekend in het geval van één van de drie onderstaande aanbodtypes van het vervoer van ITE : 1° binnenlands spoorvervoer. Dit spoorvervoer wordt uitgevoerd tussen twee overslagcentra op het Belgisch grondgebied over een afstand van minimum 51 km of bevat de ophaling van ITE teneinde ze te groeperen en te verzenden naar andere landen, of de distributie vanuit andere landen afkomstige ITE's naar verschillende overslagcentra op het Belgisch grondgebied; 2° tussenhavenlijk vervoer. Dit spoorvervoer wordt uitgevoerd tussen twee overslagcentra die gevestigd zijn in twee havengebieden in België en over een afstand van minimaal 51 kilometer. 3° nieuwe regelmatige internationale spoorwegverbindingen. Dit spoorvervoer bestaat uit een nieuw georganiseerde regelmatige internationale spoorwegverbinding over een afstand van minimaal 120 km, met een wekelijkse frequentie (minimaal 40 weken per jaar) en met een vervoerscapaciteit van minimaal 50 TEU. Het vertrek- of aankomstpunt - waar de ITE's worden overgeslagen - is een knooppunt of een overslagcentrum op het Belgisch grondgebied en waarvan het vertrek- of aankomstpunt een knooppunt of een overslagcentrum is in het buitenland. Bovengenoemde verbinding gaat over ITE waarvan de meerderheid uitsluitend over land verplaatst wordt binnen Europa Enkel de ITE's die aan het vervoer worden toevertrouwd met een begeleidende vrachtbrief komen voor de subsidie in aanmerking. Art. 22.De operator moet de subsidie die werd toegekend voor de in opdracht van een klant uitgevoerde transporten naar deze klant doorschuiven. De Koning regelt het toezicht en de sanctionering van die verplichting. Art. 23.De Koning bepaalt de berekeningswijzen van de subsidie beschreven in artikel 18.

Hij bepaalt de procedure en de nadere regels van selectie en toekenning en regelt haar uitbetaling.

De subsidie van een vervoersverrichting mag 30 % van de vervoerskosten niet overschrijden. Art. 24.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009 en houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2013. HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten5 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen wat betreft retributies voor sommige prestaties van de veiligheidsinstantie Art. 25.Artikel 4 van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten5 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, wordt aangevuld met een lid, luidende : « In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 12, 13° en 14/4 van toepassing op metro, tram en andere systemen van stadsvervoer en regionaal spoorvervoer door middel van light rail en andere spoorgebonden modi, ook wanneer deze geen gebruik maken van het spoorwegnet. ».

Art. 26

Artikel 5 van dezelfde wet wordt aangevuld met de bepalingen onder 31° en 32°, luidende : « 31° « certificering van het treinpersoneel » : het nagaan of een kandidaat beschikt over de psychologische, medische en vakbekwaamheid die vereist is voor de uitoefening van de functie van treinbestuurder of van andere functies van treinpersoneel; 32° « houder van een voertuig » : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van een voertuig of het recht heeft het te gebruiken, die het voertuig exploiteert als vervoermiddel en die als zodanig geregistreerd is in het nationaal voertuigregister.»

Art. 27

In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt : « 8° het bijhouden en aanpassen van het nationaal voertuigregister;»; 2° het artikel wordt aangevuld als volgt : « 11° de certificering, in de vorm van een vergunning van bestuurder, van het veiligheidspersoneel dat de functie van bestuurder uitoefent;12° de certificering, in de vorm van een attest van begeleider, van het veiligheidspersoneel dat andere functies van treinpersoneel uitoefent;13° de controle van de doeltreffendheid van het remsysteem van rollend spoormaterieel als bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar.»

Art. 28

In Titel II, Hoofdstuk II van dezelfde wet, wordt een afdeling 2/1 ingevoegd, luidende : « Afdeling 2/1. - Vergoeding voor prestaties Art. 14/1.- § 1. De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de kosten van het onderzoek door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van dat onderzoek gerelateerde bijdrage verschuldigd. § 2. De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de administratieve kosten van de veiligheidsinstantie, voor de aflevering van die toelating een bijdrage verschuldigd. § 3. De titularis van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de kosten van de controle door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van die controle gerelateerde bijdrage verschuldigd. § 4. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : - de wijze van berekening en indexering van de in § 1 en 3 bedoelde bijdragen; - het bedrag en de wijze van indexering van de in § 2 bedoelde bijdrage; - de wijze van betaling van de in § 1, 2 en 3 bedoelde bijdragen

Art. 14

/2.- De spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen zijn, als deelneming in de administratieve kosten van de veiligheidsinstantie, voor de certificering als bedoeld in artikel 12, 11° en 12° en per personeelslid dat in het bestand van de veiligheidsinstantie opgenomen is, een jaarlijkse, geïndexeerde bijdrage verschuldigd De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, de wijze van indexering en de wijze van betaling van de bijdrage. Art. 14/3.- § 1. De aanvrager van een registratie van voertuigen in het nationaal voertuigregister of van een wijziging van zulke registratie is, als deelneming in de kosten van de veiligheidsinstantie gemaakte kosten, een geïndexeerde bijdrage verschuldigd.

Deze bijdrage is verschuldigd bij de registratie en bij elke wijziging van die registratie. § 2. De houder van een voertuig dat op 1 januari van het lopende jaar voorkomt in het register is, als deelneming in de kosten van de veiligheidsinstantie, een jaarlijkse geïndexeerde bijdrage voor dat voertuig verschuldigd. § 3. Ingeval van niet-betaling van de bijdragen wordt het voertuig uit het register geschrapt.

De bijdragen worden niet teruggestort bij de schrapping van de inschrijving of bij de stopzetting van het gebruik van het materieel. § 4. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, het indexeringsmechanisme en de betalingswijze van de bijdragen. Art. 14/4.- De aanvrager van een controle van de doeltreffendheid van het remsysteem van rollend spoormaterieel als bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar is, als deelneming in de kosten van de controle door de veiligheidsinstantie, een bijdrage verschuldigd.

De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, het indexeringsmechanisme en de betalingswijze van de bijdrage. ». Art. 29.In artikel 33, § § 1, 2 en 3 van dezelfde wet wordt het woord « veiligheidscertificaat » telkens vervangen door de woorden « veiligheidscertificaat deel B ». Art. 30.In dezelfde wet wordt een artikel 63 ingevoegd, luidende : « Art. 63.- Artikel 14/3, § 2, treedt in werking op 1 januari 2010. ». Art. 31.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.

TITEL 4. - Energie HOOFDSTUK 1. - Elektriciteit Afdeling 1. - Wijziging van de

wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Art. 32.In artikel 21bis van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten0 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de eerste vier zinnen vervangen door de volgende bepalingen : « § 1.Een « federale bijdrage » wordt geheven ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt.

De federale bijdrage is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. De federale bijdrage is aan de BTW onderworpen.

De netbeheerder is belast met de inning van de federale bijdrage zonder toepassing van de regels betreffende de vrijstelling bedoeld in § 1bis en de degressiviteit bedoelt in § 2 en § 5. Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract en/of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de federale bijdrage factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt. »; 2° in § 1, eerste lid, vormt de vijfde zin het vierde lid;3° § 1, eerste lid, 6°, dat § 1, vierde lid, 6°, zal vormen, wordt vervangen als volgt : « 6° de financiering van de forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit voorzien in de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8;»; 4° in § 1, laatste lid, dat § 1bis zal vormen, worden tussen de woorden « vrijgesteld » en « van het deel » de woorden « door de leveranciers en de houders van een toegangscontract » ingevoegd;5° in § 2 wordt de eerste zin van het eerste lid vervolledigd met de woorden « door de leveranciers en de houders van een toegangscontract »;6° in § 2 worden in het tweede lid de woorden « , gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, » ingevoegd tussen de woorden « federale bijdrage » en « voor die verbruikslocatie »; 7° in § 3, wordt tussen het eerste en tweede lid, een lid ingevoegd, luidende : « Voor het jaar 2009, om het totale bedrag te dekken, voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage, bedoeld in § 2, worden ook toegewezen aan de fondsen, bedoeld in artikel 21ter, § 1, de bedragen, 2.650.000 euro komende van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3.000.000 euro van het fonds voor het passief BP1/BP2 »; 8° § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.Voor de verbruiken vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 wordt de federale bijdrage verminderd, door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor eindafnemers die van de degressiviteit genieten, op basis van hun jaarlijks verbruik : 1° voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 20 %;2° voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 25 %;3° voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 30 %;4° voor de verbruiksschijf tussen 25 000 MWh/jaar en 250 000 MWh/jaar : met 55 %.

Wanneer per verbruikslocatie en op jaarbasis meer dan 250 000 MWh aan een eindafnemer wordt geleverd, bedraagt de federale bijdrage, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor deze verbruikslocatie maximum 200.000 euro. ».

Art. 33In artikel 21ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de

wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten0 en gewijzigd door de wetten van 23 december 2005 en 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « De leveranciers storten » vervangen door « De netbeheerder stort »;2° § 1, eerste lid, 6°, ingevoegd bij de wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1, wordt hernummerd tot een punt 7°;3° § 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende : « 8° in een organiek begrotingsfonds, « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit « genoemd, dat wordt ingevoerd door de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008, en beheerd door de Algemene Directie Energie.»; 4° § 2, 3°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « het forfait dat in rekening mag gebracht worden, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt, om de administratieve meerkosten te dekken die zijn verbonden aan de inning van de federale bijdrage, de financiële lasten en de risico's;»; 5° § 2, 6°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 6° de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en van de vrijstelling, bedoeld in artikel 21bis, § 1bis, in het bijzonder de manier waarop de leveranciers en de houders van een toegangscontract deze voorgefinancierde bedragen kunnen recupereren bij de commissie en de nodige bewijzen voor het bekomen van deze terugbetaling.». Art. 34.In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een artikel 21quater ingevoegd, luidende : « Art. 21quater.- Onverminderd artikel 26, § 1bis, zoals ingevoegd door de wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8, en artikel 30bis, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren. ». Afdeling 2. - Oprichting van een begrotingsfonds

Art. 35

Bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt een fonds opgericht met de naam « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit », dat dient voor de financiering van de forfaitaire verminderingen voorzien in de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8. Dit Fonds vormt een organiek begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit.

De inkomsten die aan het Fonds worden toegewezen, alsook de uitgaven die ten laste ervan kunnen gebeuren, worden voor genoemd Fonds opgenomen in de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd. Afdeling 3. - Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 36.Rubriek « 32 - Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie » van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt aangevuld met de volgende bepalingen : « 32 - (...) - Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit Aard van de toegewezen inkomsten Het door de Koning vastgelegde deel van de federale bijdrage beoogd door artikel 21bis, § 1, 7°, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en door artikel 15/11, § 1, vierde lid, 4°, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.

Aard van de toegelaten uitgaven.

De uitgaven zullen worden gebruikt voor de financiering van de in de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 voorziene forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit. ». Art. 37.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 2. - Aardgas - Wijziging van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Art. 38.In artikel 15/11 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, vierde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende : « 4° de financiering van de forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit, voorzien in de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8.»; 2° § 1, vijfde lid, 3°, ingevoegd bij de wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1, wordt hernummerd tot een punt 4°;3° § 1, vijfde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende : « 5° in een organiek begrotingsfonds, « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit » genoemd, dat wordt ingevoerd door de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008, en beheerd door de Algemene Directie Energie.»; 4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : « § 3.Onverminderd artikel 15/16, § 1bis, zoals ingevoegd door de wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8, en artikel 18, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren. ». Art. 39.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 3. - Programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 Forfaitaire verminderingen voor de leveringen van aardgas en elektriciteit Art. 40.In artikel 9, eerste lid, van de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 wordt de tweede zin vervangen door de volgende bepaling : « Deze forfaitaire verminderingen, die een korting op de eindfactuur van de verbruiker vertegenwoordigen, worden toegekend door de FOD Economie op basis van de aanvraag van de residentiële klant op een formulier, afgeleverd bij de eindafrekeningen van de elektriciteitsleverancier vanaf 1 juli 2008. ». Art. 41.Artikel 10 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : « § 4. Om de gezinssamenstelling te bekomen, consulteert de FOD Economie het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen alsook de gegevens beschikbaar via de Kruispuntbank van de sociale zekerheid in de schoot van het netwerk van de sociale zekerheid, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité van het Rijksregister enerzijds en door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid anderzijds, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.

Om het jaarlijks netto belastbare gezinsinkomen te bepalen, consulteert de FOD Economie de gegevens van de FOD Financiën, nodig voor de uitvoering van haar taak, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité voor de Federale Overheid, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.

Deze consultaties kunnen ter beschikking worden gesteld van de FOD Economie door een openbare instelling met een opdracht voor integratie van elektronische diensten. ».

Art. 42

In artikel 11 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling : « Bij een besluit, vastgelegd na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de nadere regels voor het aanvragen van de forfaitaire verminderingen, de procedure, de verantwoordingsstukken en de nadere regels voor de betaling van de forfaitaire verminderingen. »

Art. 43

Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2008. HOOFDSTUK 4. - Forfaitaire verminderingen voor aardgas, elektriciteit en stookolie Art. 44.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder : 1° stookolie : huisbrandolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaangas, die uitsluitend voor verwarmingsdoeleinden gebruikt worden;2° gezin : de persoon die gewoonlijk alleen of met andere personen een woning betrekt en er gezamenlijk leeft;de samenstelling van het gezin wordt bepaald in functie van de gegevens zoals ze staan vermeld in het Rijksregister van de natuurlijke personen

Art. 45

Worden beschouwd als verbruikers met een laag inkomen in de zin van dit hoofdstuk, de personen die op het ogenblik van de aanvraag behoren tot de categorie van personen bedoeld in artikel 37undecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, die een verzekeringstegemoetkoming in de kosten voor de verstrekkingen genieten en wier jaarlijks belastbaar netto inkomen van hun huishouden het bedrag van 26.000,00 euro niet overschrijdt Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan een gecorrigeerd indexcijfer voorzien in artikel 37quaterdecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Dit bedrag wordt eveneens aangepast aan de welvaart overeenkomstig artikel 19 van het koninklijk besluit van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

24/12/1999 pub.

31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten7 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de verhoogde verzekerings- tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en tot invoering van het OMNIO-statuut. Art. 46.Voor 2009 wordt een forfaitaire vermindering, die een vermindering op de eindfactuur van de verbruiker vertegenwoordigt, van 105 euro per gezin voor de levering van elektriciteit, aardgas of stookolie toegekend door de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan de verbruiker, op basis van een aanvraag van deze verbruiker, op een typeformulier, overgemaakt door de elektriciteitsleverancier bij de eindafrekening van de elektriciteitsfactuur. Art. 47.§ 1. De forfaitaire vermindering, bedoeld in artikel 43, kan niet worden toegekend aan de residentiële beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie, in de zin van artikel 15/10, § 2, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, en van artikel 20, § 2 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. § 2. Deze forfaitaire verminderingen worden slechts éénmaal per kalenderjaar per gezin toegekend en zijn niet cumuleerbaar, noch onderling, noch met de verwarmingstoelage van het Sociaal Stookoliefonds. Art. 48.Deze vermindering is ook van toepassing op gezinnen die een woongelegenheid betrekken in appartementsgebouwen waarvan de verwarming met aardgas of stookolie plaatsvindt door middel van een collectieve installatie, mits zij voldoen aan de in artikel 42 beschreven inkomensvoorwaarden. Art. 49.Om de gezinssamenstelling te bekomen, consulteert de FOD Economie het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen alsook de gegevens beschikbaar via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid in de schoot van het netwerk van de sociale zekerheid, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité van het Rijksregister enerzijds en door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid anderzijds, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.

Om het jaarlijks netto belastbare gezinsinkomen te bepalen, consulteert de FOD Economie de gegevens van de FOD Financiën, nodig voor de uitvoering van haar taak, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité voor de Federale Overheid, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.

Deze consultaties kunnen ter beschikking worden gesteld van de FOD Economie door een openbare instelling met een opdracht voor integratie van elektronische diensten. Art. 50.Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de nadere regels voor het aanvragen van de forfaitaire verminderingen, het bedrag, de procedure, de verantwoordingsstukken en de nadere regels voor de betaling van de forfaitaire verminderingen. Art. 51.De artikelen 9, 10 en 11 van de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 worden opgeheven. Art. 52.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 5. - Oprichting van een organiek begrotingsfonds Art. 53.Bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt een fonds opgericht met de naam « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met stookolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaan », dat dient voor de financiering van de forfaitaire verminderingen voorzien in artikel 43 van deze wet. Dit fonds vormt een organiek begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit.

De inkomsten die aan het Fonds worden toegewezen, alsook de uitgaven die ten laste ervan kunnen gebeuren, worden voor genoemd Fonds opgenomen in de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd. HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 54.Rubriek « 32 - Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie » van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt aangevuld met de volgende bepalingen : « 32 - (...) - Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met stookolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaan.

Aard van de toegewezen inkomsten Het fonds zal gespijsd worden met 2.650.000 euro van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3.000.000 euro van het fonds passief BP1/BP2.

Aard van de toegelaten uitgaven.

De uitgaven zullen worden gebruikt voor de financiering van de in de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 voorziene forfaitaire verminderingen voor verwarming met stookolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaan. ». Art. 55.Hoofdstukken 5 en 6 treden in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 7. - Nationaal Instituut voor radio-elementen Art. 56.In 2009 realiseert de Belgische Staat een inbreng in het Nationaal Instituut voor radio-elementen te Fleurus, hetzij onder de vorm van kapitaal, hetzij onder een andere geschikte vorm, voor een bedrag gelijk aan 9,621 miljoen euro. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de modaliteiten waarop deze inbreng zal gebeuren. HOOFDSTUK 8. - BTW-rechtzetting APETRA Art. 57.§ 1.Voor het bekomen van het bedrag van de BTW op het bedrag van de bijdrage bedoeld in artikel 18 van de wet van 26 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de aanhouding van een verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/06/1997 pub.

01/08/1997 numac 1997003403 bron ministerie van financien Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop, wordt in afwijking van artikel 38 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit een toewijzingsfonds opgericht dat aan de naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk, APETRA genoemd, voorschotten op kwartaalbasis vanuit de BTW-ontvangsten uitkeert.

Alle BTW-ontvangsten ten gevolge van betalingen van APETRA met in begrip van de betalingen reeds uitgevoerd in het verleden, worden aan het toewijzingsfonds toegewezen.

Betalingen vanuit het toewijzingsfonds in debet zijn toegestaan.

Die voorschotten op kwartaalbasis worden vastgesteld op basis van de maandelijkse BTW- aangiften van APETRA en op basis de maandelijkse facturen van APETRA aan de Federale Overheidsdienst Economie voor de BTW op de bijdragen betreffende dit kwartaal waarvan een afschrift naar de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gestuurd met verzoek het bedrag van de BTW te compenseren door een toewijzing vanuit de BTW-ontvangsten.

De Minister van Financiën betaalt de voorschotten aan APETRA ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de laatste maandelijkse BTW-aangifte van APETRA van het betrokken kwartaal.

In de loop van de maand februari van het jaar volgend op het jaar van de voorschotten zal de eindafrekening inzake de BTW die verschuldigd is op de voormelde Apetra-bijdragen door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën worden vastgesteld op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

Teveel betaalde voorschotten zullen door de Minister van Financiën in mindering worden gebracht van de eerstvolgende voorschotten.

Te weinig betaalde voorschotten zullen door de Minister van Financiën worden vereffend ten laatste binnen de maand na de ontvangst van de eindafrekening inzake de BTW die verschuldigd is op de voormelde Apetra-bijdragen en die door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt vastgesteld op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. § 2. APETRA is geen enkele boete, interest, straf en/of verhoging verschuldigd voor de periode van 1 april 2007 tot en met de inwerkingtreding van deze wet wegens eventuele laattijdige of niet-betaling van de BTW op de bijdragen. Art. 58.§ 1.Voor de periode van de BTW-aangiften voor de maanden april 2007 tot en met februari 2008, zal een éénmalige afrekening gebeuren na voorlegging van een afschrift van de BTW-aangiften voor die periode door APETRA aan de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën alsmede van de facturen over deze periode die APETRA aan de FOD Economie heeft verstuurd voor de BTW op de bijdragen en op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

De Minister van Financiën betaalt de éénmalige afrekening aan APETRA ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de maandelijkse BTW-aangiften van APETRA met betrekking tot de voormelde maanden en de voormelde facturen en op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. § 2. Een protocol tussen de FOD Economie, APETRA en de FOD Financiën bepaalt de nadere regels met betrekking tot de werking van het toewijzingsfonds. Art. 59.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten6 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten6 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales Art. 60.Het opschrift van Hoofdstuk II van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten6 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, wordt aangevuld als volgt : « en bijdragen. ». Art. 61.Het opschrift van Afdeling 2 van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « en bijdragen. ». Art. 62.Artikel 11 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende : « § 5. De kernprovisievennootschap is evenzeer bevoegd en verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ten gunste van de Staat in de inning van een repartitiebijdrage zoals bedoeld in artikel 14, § 8, ten laste van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, en dit in het kader van een openbare dienstverplichting en volgens de voorwaarden gesteld in de artikelen 13 en 14. ». Art. 63.Het opschrift van de Onderafdeling 2 van Afdeling 2 van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « en bijdragen. ». Art. 64.Artikel 13 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende : « De kernprovisievennootschap wordt bovendien belast, in het kader van een openbare dienstverplichting, met het voorschieten aan de Staat van de repartitiebijdrage zoals bedoeld in artikel 14, § 8, op de wijze zoals bedoeld in die bepaling.

Vanaf het moment dat zij deze repartitiebijdrage zal hebben gestort zal de kernprovisievennootschap een kennisgeving per aangetekende zending versturen, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen de 8 kalenderdagen die volgen op de storting van het voorschot, aan de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en aan de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, van het bedrag van hun aandeel in de repartitiebijdrage en zal dat bedrag van hen vorderen volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 14, §§ 8, 9 en 10, en overeenkomstig hun openbare dienstverplichtingen. In geval van niet-betaling van hun aandelen in de repartitiebijdrage verwittigt de kernprovisievennootschap de Commissie voor nucleaire voorzieningen. ». Art. 65.Artikel 14 van de dezelfde wet, wordt aangevuld met de paragrafen 8, 9 en 10, luidende : « § 8. In het voordeel van de Staat is een repartitiebijdrage gevestigd ten laste van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5° en van de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1.

Deze bijdrage heeft tot doel om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie. De nadere regels voor de tussenkomsten in elk van deze domeinen kunnen bepaald worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Het globale bedrag van deze repartitiebijdrage, voor het jaar 2008, is vastgesteld op 250 miljoen euro.

Het bedrag van de individuele bijdrage van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, wordt gevestigd pro rata van hun aandelen in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen, zoals berekend voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, tweede zin, en dat voor het laatste kalenderjaar.

Het bedrag van de individuele bijdrage moet betaald worden door de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en door iedere andere vennootschap zoals bedoeld in artikel 24, § 1, aan de kernprovisievennootschap uiterlijk 30 dagen na de datum van verzending van de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 13.

In afwijking van de bepalingen van de artikelen 11, §§ 3 en 4, en 14, §§ 1, 5 en 7, en in uitvoering van artikel 13 draagt de kernprovisievennootschap, binnen de 14 dagen na de inwerkingtreding van deze paragraaf en ten laatste op 31 december 2008, aan de begroting van de Staat een bedrag van 250 miljoen euro zoals bedoeld in artikel 14, § 8, derde lid, over vanuit de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales krachtens artikel 11, § 1, op het rekeningnummer 679-2005871-08, ter attentie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, Diverse Ontvangsten.

De bedragen van de bijdragen zoals bedoeld in deze paragraaf die betaald worden door de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en door de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, zullen in rekening worden gebracht ter compensatie van het bedrag dat werd overgeschreven door de kernprovisievennootschap. § 9. De kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en elke andere vennootschap bedoeld in artikel 24, § 1, mogen hun individuele bijdrageplicht op generlei wijze doorrekenen of verhalen, rechtstreeks of onrechtstreeks, op andere ondernemingen of op de eindafnemer. § 10. Indien geen betalingen bedoeld in § 8 van dit artikel zijn gebeurd binnen de termijnen bedoeld in dezelfde § 8, is van rechtswege een nalatigheidsinterest verschuldigd, gelijk aan de wettelijke intrestvoet voor de ganse duur van het verwijl en worden de verschuldigde bedragen ingevorderd bij dwangbevel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit. ». Art. 66.In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 22bis ingevoegd, luidende : « Art. 22bis.- § 1. In geval van niet naleving van de bepalingen van artikel 14, § 8, eerste tot vijfde lid, kan de Commissie voor nucleaire voorzieningen, aan elke kernexploitant, bedoeld in artikel 2, 5°, of aan elke andere vennootschap bedoeld in artikel 24, § 1, een administratieve geldboete opleggen, nadat deze werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen.

De Commissie voor nucleaire voorzieningen berekent het bedrag van de geldboete en motiveert haar beslissing.

De geldboete bedraagt maximaal 2 % van het gedeelte van het omzetcijfer dat betrekking heeft op de elektriciteitsproductie die de kernexploitant, bedoeld in artikel 2, 5°, en schuldenaar van de geldboete, of de vennootschap bedoeld in artikel 24, § 1 en schuldenaar van de geldboete, heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatst afgesloten boekjaar.

De geldboete wordt ten gunste van de Schatkist geïnd door de Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de invordering. § 2. De Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas, bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, is belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van artikel 14, § 9. ». Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Art. 67.Artikel 30bis van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij de wet van 16 juli 2001 en gewijzigd bij de wet van 1 juni 2005, wordt vervangen als volgt : « Art. 30bis.- § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wijst de Koning de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. Hun proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegenbewijs wordt geleverd.

De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen : 1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen. Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht. § 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn voor de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. § 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.

De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken op het artikel 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° en 20°, op het artikel 23bis, op het artikel 23ter en op het artikel 26, § 1, wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de Commissie bedoeld in artikelen 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° en 20°, 23bis en 23ter, en op het artikel 26, § 1bis van deze wet en op haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel. Hiertoe kunnen zij : 1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de commissie. Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden gesteld.

De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.

De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal. ». Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Art. 68.Artikel 18 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 juli 2001, wordt vervangen door een bepaling luidend als volgt : « Art. 18.- § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wijst de Koning de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de overtredingen bedoeld in artikel 19 en 20/1 op te sporen en vast te stellen; hun proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegenbewijs wordt geleverd.

De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen : 1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer dat voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen. Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht. § 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan die belast zijn met de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. § 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.

De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken op het artikel 15/14, § 2, 3°, 3°bis, 12° en 13°, op het artikel 15/14bis, op het artikel 15/14ter, op het artikel 15/16, § 1, wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de Commissie bedoeld in artikelen 15/14, § 2, 3°, 3°bis, 12° en 13°, 15/14bis en 15/14ter, en op het artikel 15/16, § 1bis, van deze wet en op de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel.

Hiertoe kunnen zij : 1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de Commissie. Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden ingesteld.

De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.

De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit overlegd in Ministerraad, op voorstel van de commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal.». Art. 69.Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

TITEL 5. - Sociale zaken HOOFDSTUK 1. - Sociale fraude Afdeling 1. - Ambtshalve regularisatie

Art. 70In artikel 22, eerste lid, van de

wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.

01/08/1985 pub.

15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders worden de woorden « driemaandelijkse » ingevoegd tussen de woorden « onjuiste » en de woorden « aangifte ». Art. 71.In dezelfde wet wordt een artikel 22quater ingevoegd, luidende « Art. 22quater.- Wanneer een sociaal controleur of inspecteur vaststelt dat een werkgever de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling bedoeld bij het koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.

01/08/1985 pub.

15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten1 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, voor een bepaalde werknemer niet heeft gedaan, brengt hij de Rijksdienst voor sociale zekerheid daarvan in kennis, volgens de nadere regels bepaald door de Rijksdienst.

Op deze basis bepaalt de Rijksdienst voor sociale zekerheid ambtshalve, in de vorm van een rechtzetting, het bedrag van een solidariteitsbijdrage berekend op een forfaitaire basis gelijk aan het drievoud van de basisbijdragen op het gemiddeld minimum maandinkomen bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen.

Het aldus berekend bedrag mag niet kleiner zijn dan 2 500 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van de maand september 2008 (111,15).

In afwijking van het tweede lid, moet de werkgever die de materiële onmogelijkheid om de voltijdse arbeidsprestaties uit te voeren inroept, de elementen overleggen die het mogelijk maken de door de werknemer werkelijk uitgevoerde prestaties vast te stellen. Het bedrag van de solidariteitsbijdrage wordt dan verhoudingsgewijs verminderd.

Het bedrag van de solidariteitsbijdrage wordt verminderd met de bijdragen verschuldigd voor de daadwerkelijk aangegeven prestaties van de betrokken werknemer.

Dit bedrag moet worden aangerekend op het kwartaal tijdens hetwelk de prestaties van de werknemer werden vastgesteld.

Het bedrag van de aldus vastgestelde schuldvordering wordt aan de werkgever meegedeeld per aangetekende brief. ». Art. 72.In artikel 35 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten2, wordt paragraaf 3 opgeheven. Art. 73.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009. Afdeling 2. - Verjaring Onderafdeling 1. - Rijksdienst voor sociale zekerheid Art. 74.In artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1978, 29 april 1996, 25 januari 1999, 24 december 2002, 3 juli 2005, 27 december 2005 en 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste en tweede lid worden vervangen als volgt : « De schuldvorderingen van de Rijksdienst voor sociale zekerheid op de werkgevers die onder deze wet vallen en de personen bedoeld bij artikel 30bis verjaren na drie jaar vanaf de dag van de opeisbaarheid van de bedoelde schuldvorderingen.In afwijking van deze regel wordt de verjaringstermijn verlengd tot zeven jaar indien de schuldvorderingen van voormelde Rijksdienst het gevolg zijn van ambtshalve regularisaties na de vaststelling, bij de werkgever, van bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige aangiften.

De vorderingen ingesteld tegen de Rijksdienst voor sociale zekerheid tot terugvordering van niet-verschuldigde bijdragen verjaren na drie jaar, vanaf de dag van de betaling. »; 2° een lid wordt ingevoegd tussen het derde en het vierde lid, luidende : « In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheid voor werknemers, beschikt de voormelde Rijksdienst over een termijn van zeven jaar vanaf de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin de inbreuk zich heeft voorgedaan, om over te gaan tot de annulering van deze bedrieglijke onderwerpingen of tot de ambtshalve onderwerping bij de werkelijke werkgever.Overeenkomstig het tweede lid geldt de eventuele terugbetaling van bijdragen voor een periode van maximum drie jaar. ». Art. 75.Voor de schuldvorderingen bedoeld in artikel 42, eerste en derde lid, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.

01/08/1985 pub.

15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders die met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 71, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. Art. 76.Artikel 33 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, wordt opgeheven. Art. 77.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009, met uitzondering van artikel 76 dat in werking treedt op 31 december 2008.

Onderafdeling 2. - Andere instellingen Art. 78.Artikel 12, § 4, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, het koninklijk besluit van 19 mei 1995 en bij de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9, wordt vervangen als volgt : « De vorderingen van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden verjaren na drie jaar vanaf de datum van opeisbaarheid van de vorderingen. In afwijking van het voorgaande, wordt de verjaringstermijn verlengd tot zeven jaar, wanneer de vorderingen van de voornoemde kas het gevolg zijn van ambtshalve regularisaties na de vaststelling van bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige verklaringen door de reder.

De vorderingen ingesteld tegen de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden tot terugvordering van niet verschuldigde bijdragen verjaren na drie jaar, te rekenen van de dag van de betaling.

In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheid voor zeelieden ter koopvaardij, beschikt de voornoemde Hulp- en Voorzorgskas over een termijn van zeven jaar vanaf de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin de inbreuk zich heeft voorgedaan, om over te gaan tot de nietigverklaring van deze bedrieglijke onderwerpingen of tot de ambtshalve onderwerping bij de werkelijke reder. Overeenkomstig het tweede lid, geldt de eventuele terugbetaling van bijdragen voor een periode van maximum drie jaar. ». Art. 79.Voor de vorderingen, bedoeld in artikel 12, § 4, eerste lid, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, die met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verjaard zijn op 1 januari 2009, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. Art. 80.Artikel 34 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, wordt opgeheven. Art. 81.Artikel 6 van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom.

01/08/1985 pub.

15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 20 juli 1991, 29 april 1996, 3 juli 2005 en 27 december 2005, wordt vervangen als volgt : « Art. 6.- De schuldvorderingen van de Rijksdienst met betrekking tot de bijdragen bedoeld in artikel 1, § 2, 1° tot 4°, en in artikel 1, §§ 3 en 4, verjaren na drie jaar vanaf de datum van hun opeisbaarheid. In afwijking van het voorgaande, wordt de verjaringstermijn verlengd tot zeven jaar, wanneer de vorderingen van de Rijksdienst het gevolg zijn van ambtshalve regularisaties na de vaststelling van bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige verklaringen door de werkgever.

De tegen de Rijksdienst ingestelde vorderingen tot terugvordering van de voormelde niet verschuldigde bijdragen, verjaren na drie jaar, te rekenen van de dag van de betaling.

In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheid van het personeel van de plaatselijke en provinciale overheidsdiensten, beschikt de Rijksdienst over een termijn van zeven jaar vanaf de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin de inbreuk zich heeft voorgedaan, om over te gaan tot de nietigverklaring van deze bedrieglijke onderwerpingen of tot de ambtshalve onderwerping bij de werkelijke werkgever. Overeenkomstig het tweede lid, is de eventuele terugbetaling van bijdragen toepasselijk voor een periode van ten hoogste drie jaar.

De schuldvorderingen van de Rijksdienst met betrekking tot de inhouding, bedoeld in artikel 1, § 2, 5°, verjaren na drie jaar, te rekenen van de datum van de betaling van het pensioen of het aanvullend voordeel. De tegen de Rijksdienst ingestelde vorderingen tot terugvordering van voormelde, niet verschuldigde inhoudingen, verjaren na drie jaar, te rekenen van de datum waarop de inhouding werd overgemaakt.

De schuldvorderingen van de Rijksdienst met betrekking tot onrechtmatig uitgekeerde premies, tegemoetkomingen en toelagen, bedoeld in artikel 1, § 2bis, § 2ter en § 2quater, verjaren na vijf jaar te rekenen vanaf de dag van de betaling. De tegen de Rijksdienst ingestelde vorderingen tot betaling van bovenvermelde, verschuldigde premies, tegemoetkomingen en toelagen verjaren na vijf jaar te rekenen vanaf de dag dat zij opeisbaar zijn. ». Art. 82.Voor de vorderingen, bedoeld in artikel 6 van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom.

01/08/1985 pub.

15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende sociale bepalingen, die met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verjaard zijn op 1 januari 2009, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. Art. 83.Artikel 36 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, wordt opgeheven. Art. 84.Artikel 121 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders van 19 december 1939, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1967, 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 37 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ». Art. 85.Artikel 59, vierde lid, van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, gewijzigd bij de wetten van 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 39 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ». Art. 86.Artikel 69, derde lid, van de wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten betreffende de arbeidsongevallen, gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985, 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 40 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ». Art. 87.Artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen, gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 52 van 2 juli 1982 en bij de wetten van 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 41 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ».

Art. 88

In artikel 46bis van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 28 juni 1971, gewijzigd bij de wetten van 30 december 2001, 24 december 2002 en 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het eerste en het tweede lid, worden de woorden « vijf jaar » vervangen door de woorden « drie jaar »;2° Tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende als volgt : « In afwijking van het tweede lid wordt de termijn gebracht op vijf jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft, indien de ten onrechte uitbetaalde uitkeringen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen.In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers, heeft de eventuele teruggave van de vakantiegelden betrekking op een periode van maximum drie jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. »

Art. 89

In dezelfde gecoördineerde wetten, zoals laatst gewijzigd, wordt een hoofdstuk VIter ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk VIter. - De verjaring betreffende de vakantiegelden van de bedienden en leerling-bedienden

Art. 46ter

De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een bediende of een leerling-bediende verjaart na drie jaar, vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. »

Art. 90

In artikel 60 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, worden de woorden « vijf jaar » vervangen door de woorden « drie jaar. »

Art. 91

Artikelen 78 tot 90 treden in werking op 1 januari 2009 met uitzondering van de artikelen 80 en 83 die in werking treden op 31 december 2008 en van de artikelen 88 en 90 die in werking treden op 1 januari 2010. Afdeling 3. - Curatoren

Art. 92In artikel 22 van voormelde

wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten6, gewijzigd bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.

10/04/1971 pub.

11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « of de curator » ingevoegd tussen de woorden « bij de werkgever, » en de woorden « die verplicht is »;2° in het tweede lid worden de woorden « of de curator » ingevoegd tussen de woorden « de werkgever, » en de woorden « bij aangetekende brief »;3° het derde lid worden de woorden « of op kosten van de nalatige curator » ingevoegd tussen de woorden « de mandataris » en de woorden « de vereiste aangifte »;4° in het vierde lid worden de woorden « of op kosten van de nalatige curator » ingevoegd tussen de woorden « zijn mandataris » en de woorden « de rechtzettingen »;5° er wordt een zesde lid ingevoegd, luidende : « De kosten voor het opmaken van de aangifte ten laste van de curator vormen een boedelschuld.». Art. 93.In artikel 29 van voormelde wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten6, vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « of de curator » ingevoegd tussen de woorden « De werkgever, » en de woorden « die de aangifte »;2° in het tweede lid worden de woorden « of de curator » ingevoegd tussen de woorden « aan de werkgever » en de woorden « de kwijtschelding of de vermindering » en worden de woorden « of de curator » ingevoegd tussen de woorden « voor zover de werkgever » en de woorden « zich niet in een ». Art. 94.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009. Afdeling 4. - Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering Onderafdeling 1. - Bevoegdheden van de sociale controleurs Art. 95.Artikel 146 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt § 1, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.

24/12/1999 pub.

31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten, aangevuld met de volgende zin : « Tijdens de uitvoering van deze opdracht zijn zij belast met het toezicht op de uitvoering van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten. ». Art. 96.Artikel 162, eerste lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de volgende zin : « De sociale inspecteurs en de sociale controleurs zijn eveneens belast met het toezicht op de uitvoering van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten. ». Art. 97.In artikel 175 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd door de wetten van 24 december 1999 en 24 december 2002 wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De in artikel 146 bedoelde geneesheren-inspecteurs, apothekers-inspecteurs en sociale controleurs leggen de eed af ten overstaan van de voorzitter van het comité van de dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; de in artikel 162 bedoelde sociale inspecteurs en de sociale controleurs leggen de eed af ten overstaan van de administrateur-generaal van het Instituut. ».

Onderafdeling 2. - Archivering documenten door verzekeringsinstellingen Art. 98.In afdeling I van hoofdstuk III van Titel VII van de wet betreffende de verplichte verzekering oor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt een artikel 163/1 ingevoegd, luidende : « Art. 163/1.- De Koning bepaalt welke procedure dient gevolgd te worden om te bepalen welke bescheiden en gegevens door de verzekeringinstellingen moeten worden opgesteld, bewaard, voorgelegd of verzameld overeenkomstig de krachtens deze wet voorgeschreven vormen, termijnen of voorwaarden. De Koning kan tevens voorzien in dat bescheiden of gegevens desgevallend op een andere dan papieren drager worden opgesteld, bewaard, voorgelegd of verzameld door de verzekeringsinstellingen, onverminderd de toepassing van artikel 9bis, voor wat de bewijskracht van de aldus bewaarde gegevens betreft.

De Koning kan hierbij bepalen op welke wijze deze bescheiden of gegevens ter beschikking moeten gesteld worden van de dienst voor administratieve controle of van de dienst voor geneeskundige evaluatie en controle. ». HOOFDSTUK 2. - Kinderbijslag Afdeling 1. - Sociale toeslag eenoudergezinnen

Art. 99

In artikel 48, vijfde lid, van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de wet van 11 juli 2005 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2006 en 27 april 2007, wordt de zin « In afwijking van het vierde lid vangt de toekenning van de kinderbijslag aan vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke een indexering plaatsheeft of een nieuw voordeel bij de wet wordt ingevoerd. » vervangen door de zin « In afwijking van het vierde lid vangt de toekenning van de kinderbijslag aan vanaf de eerste dag van de maand waarin een indexering plaatsvindt of een nieuw voordeel ingesteld wordt bij of krachtens de wet. ». Art. 100.Het koninklijk besluit van 28 september 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.

01/08/1985 pub.

15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten0 tot wijziging van het bedrag van de bijslag bedoeld in artikel 41 van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, wordt bekrachtigd. Art. 101.De bepalingen van onderhavige afdeling hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2008. Afdeling 2. - Verhoogde kinderbijslag gehandicapte kinderen

Art. 102

In artikel 56septies van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden « en dit bij wijze van overgangsmaatregel »;2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « geboren is na 31 december 1992 en » opgeheven;3° in paragraaf 3 worden de woorden « In afwijking van § 2, kan de Koning » vervangen door de woorden « De Koning kan »;4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : « § 4.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor welke periode het kind, dat geboren is na 31 december 1992 en uiterlijk op 1 januari 1996, de kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. »

Art. 103

In artikel 63 van dezelfde wetten, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden « en dit bij wijze van overgangsmaatregel »;2° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden « geboren is na 31 december 1992 en » opgeheven;3° in paragraaf 3 worden de woorden « In afwijking van § 2, kan de Koning » vervangen door de woorden « De Koning kan »;4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : « § 4.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor welke periode het kind, dat geboren is na 31 december 1992 en uiterlijk op 1 januari 1996, de kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. »

Art. 104

Deze afdeling treedt in werking op 1 mei 2009, met uitzondering van de artikelen 102, 4°, en 103, 4°, welke uitwerking hebben met ingang van 1 mei 2003. Afdeling 3. - Kadaster van de kinderbijslagen

Art. 105Artikel 33 van de programma

wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten7 wordt aangevuld met een lid, luidende : « De Centrale Dienst der vaste uitgaven opgericht bij het koninklijk besluit van 13 maart 1952 tot inrichting van de Centrale Dienst der vaste uitgaven en tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 december 1868 houdende algemeen reglement op de Rijkscomptabiliteit, wordt gemachtigd over te gaan tot de integratie en de bijwerking van de sociale gegevens die in het bezit zijn van de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in het eerste lid in de mate dat zij deel uitmaken van de instellingen voor wiens rekening deze dienst tot 30 september 2008 de gezinsbijslag stort. ». Art. 106.In artikel 101 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid, 9°, ingevoegd bij de programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

15/03/1999 pub.

27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten6, wordt aangevuld met de volgende zinnen : « Zolang de Rijksdienst niet in staat is de betalingen over te nemen, worden deze tijdelijk verder gezet door de voornoemde publiekrechtelijke rechtspersonen.Deze bepaling is eveneens analoog van toepassing op de publiekrechtelijke rechtspersonen die na 1 oktober 2008 voor het eerst onderworpen zijn aan de verplichting bedoeld in voormeld artikel 33, omdat zij een of meer personen tewerkstellen die de hoedanigheid van rechthebbende hebben verworven na deze datum, uitgezonderd deze behorende tot de federale overheid die uitdrukkelijk verklaren niet via de centrale dienst der vaste uitgaven te willen werken, bedoeld in voormeld artikel 33. »; 2° in het zevende lid, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994, 29 april 1996 en 22 februari 1998, worden de woorden « en 8° » vervangen door de woorden « , 8° en 9° »;3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « Wanneer de Rijksdienst na 31 maart 2008 wordt belast met de bepaling van de gezinsbijslag aan het personeel van de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, bij toepassing van het derde lid, 9°, en het vierde lid van dit artikel, is hij gemachtigd voor rekening van deze personen in de mate dat zij federaal zijn de gezinsbijslag terug te vorderen die deze ten onrechte hebben betaald voor de overname van de betalingen door deze Rijksdienst.De publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, die niet federaal zijn evenals de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, die de Rijksdienst voor 1 april 2008 belast hebben met de betaling van de gezinsbijslag voor hun personeel, kunnen onder dezelfde voorwaarden de Rijksdienst belasten met dezelfde opdracht. ».

Art. 107

In het hoofdstuk XV van dezelfde wetten wordt vóór afdeling 1 een artikel 139bis ingevoegd, luidende : « Art. 139bis.- Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk worden de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2° die zich hebben aangepast aan de bepalingen van artikel 33 van de programma wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten7, gelijkgesteld met primaire kassen. » Art. 108.Artikel 105 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2007.

Artikel 106 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2008 met uitzondering van het 3° dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2008.

Artikel 107 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2008. Afdeling 4. - Machtiging aan de Koning

Art. 109

Artikel 75, 1°, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders wordt vervangen als volgt : « 1° de in de artikelen 40, 41, 42bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis en 73quater vermelde bedragen en voorwaarden wijzigen en aanvullen. ». HOOFDSTUK 3. - Moederschapsrust Art. 110.Artikel 104, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt aangevuld met het volgende punt : « 4° wanneer de werkneemster een gedeelte van haar beroepsactiviteiten hervat onder de voorwaarden bedoeld in artikel 114, zesde lid, ten einde elk verlies aan vergoeding wegens de spreiding of de verlenging van het moederschapsverlof te vermijden. ». Art. 111.In artikel 114 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten7, wordt tussen het vijfde en het zesde lid, het volgende lid ingevoegd : « De werkneemster bedoeld in artikel 86, § 1, 1°, a), met uitzondering van de werkneemster die een vergoeding ontvangt wegens verbreking van de arbeidsovereenkomst, heeft de mogelijkheid het tijdvak van moederschapsrust te verlengen in geval van hervatting van een gedeelte van haar beroepsactiviteiten onder de voorwaarden bedoeld in artikel 39, derde lid, van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten. ». Art. 112.Artikel 115 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Met uitzondering van het tijdvak tijdens hetwelk de gerechtigde gebruik maakt van de mogelijkheid bedoeld in artikel 114, zesde lid, kunnen de tijdvakken van rust, als bedoeld in artikel 114, enkel als dusdanig in aanmerking genomen worden op voorwaarde dat de gerechtigde alle werkzaamheid of de gecontroleerde werkloosheid heeft onderbroken. ». Art. 113.De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 april 2009 en zijn van toepassing op de bevallingen vanaf deze datum. HOOFDSTUK 4. - Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging Art. 114.In artikel 111 van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Er wordt een fonds opgericht onder de naam « fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging ».Dit fonds behoort voor 90 % tot de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten type wet prom.

13/05/1999 pub.

10/06/1999 numac 1999000487 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties type wet prom.

13/05/1999 pub.

01/07/1999 numac 1999000477 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging type wet prom.

13/05/1999 pub.

28/07/1999 numac 1999000523 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.

01/08/1985 pub.

15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en voor 10 % tot het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid beheert dit fonds, op basis van een overeenkomst, in naam van en voor rekening van de voormelde RSZ-globaal beheer, enerzijds, en van het voormelde globaal financieel beheer in het sociaal statuut van de zelfstandigen, anderzijds.

Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering wordt betrokken bij de opmaak van voormelde overeenkomst. »; 2° tussen het derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende : « De stortingen die in 2007 gebeurd zijn in het fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging, opgericht bij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, worden eigendom van het fonds bedoeld in het eerste lid, evenals de financiële opbrengsten die deze stortingen hebben opgeleverd.»; 3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende als volgt : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in het kader van de vaststelling van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige verzorging, bepalen welke andere bedragen worden toegewezen aan het fonds.

Vanaf het jaar 2009 worden de door de ziekenhuizen aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering teruggestorte bedragen in het kader van artikel 56ter van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, toegewezen aan het fonds. »; 4° in het artikel worden de woorden « het Fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen » vervangen door de woorden « het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ».

Art. 115

Artikel 114, 1° en 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008, artikel 114, 3°, treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 5. - Alternatieve financiering Art. 116.In artikel 66 van de programma wet van 2 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.

02/01/2001 pub.

03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3bis, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.

16/03/1971 pub.

28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten6, wordt aangevuld met de volgende zin : « Vanaf 2009 wordt het jaarlijks voorschot op de alternatieve financiering van de kostprijs van de dienstencheques gebracht op 400.000 duizend euro. »; 2° § 13, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 31 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.

22/02/1998 pub.

03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, wordt vervangen als volgt : 3° « Vanaf het jaar 2008 worden twee bedragen vooraf genomen op de opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde.Indien, in 2009, bij de evaluatie van de fiscale ontvangsten of tijdens het lopend begrotingsjaar de opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde onvoldoende blijkt, kan een deel vooraf genomen worden op de opbrengst van de bedrijfsvoorheffing. Deze twee bedragen worden toegewezen respectievelijk aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.

13/05/1999 pub.

22/05/1999 numac 1999015115 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998 type wet prom.

13/05/1999 pub.

16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.