📄 Wettekst
22 DECEMBER 2008. - Programmawet (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL 2. - Begroting HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de
wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten5 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat Art. 2.Artikel 133 van de
wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten5 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, vervangen bij de
wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 133.- Deze wet treedt in werking op 1 januari 2012. ». Art. 3.In dezelfde wet wordt een artikel 134 ingevoegd, luidende : « Art. 134.- In afwijking van artikel 133, treden de bepalingen van Titel II, van Hoofdstuk I van Titel III, en van de Titels IV, V en VI, met uitzondering van artikel 38, in werking op 1 januari 2009 wat betreft de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. » In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 19, 21 en 26 van Titel II en Hoofdstuk I van Titel III, tijdens het begrotingsjaar 2009 ook van toepassing op de andere federale en programmatorische overheidsdiensten van het algemeen bestuur. Art. 4.In dezelfde wet wordt een artikel 135 ingevoegd, luidende : « Art. 135.- In afwijking van artikel 66, mogen aan de rekenplichtigen van de FOD's Kanselarij van de Eerste Minister, Budget en Beheerscontrole, Personeel en Organisatie, Informatie- en Communicatietechnologie en Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voorschotten worden toegekend om de betaling van sommige uitgaven mogelijk te maken. De maximumbedragen van die voorschotten en van de betrokken uitgaven, alsook de aard van deze laatste worden in de bijzondere departementale wetsbepalingen vastgesteld. ». HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de
wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten5 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof Art. 5.Artikel 11 van de
wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten5 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, vervangen bij de
wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 11.- Deze wet treedt in werking op 1 januari 2010. ». Art. 6.In dezelfde wet wordt een artikel 12 ingevoegd, luidende : « Art. 12.- In afwijking van artikel 11 treden de bepalingen van artikel 2 in werking op 1 januari 2009 wat betreft de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen. ». HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof Art. 7.In de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof wordt een artikel 22 ingevoegd, luidende : « Art. 22.- Artikel 5, vierde lid, en de artikelen 14 en 15 zijn vanaf 1 januari 2009 niet meer van toepassing op de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen. ». Art. 8.Artikel 7 treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 4. - Controle van de vastleggingen Art. 9.De controleurs van de vastleggingen zien erop toe dat de uitgaven juist worden aangerekend, zowel in de algemene boekhouding als op de basisallocaties, en dat deze laatste niet worden overschreden.
Deze controleurs worden, op voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de begroting behoort, door de Koning aangesteld. Zij worden rekenplichtig gesteld voor de vastleggingen aangegaan ten laste van de vastleggingskredieten bedoeld in artikel 19, derde lid, 2°, a), van de
wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten5 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat. Art. 10.Van de goedkeuring van de contracten en overeenkomsten voor werken en leveringen van goederen of diensten, alsook van de besluiten tot toekenning van toelagen mag geen kennis worden gegeven vooraleer deze contracten, overeenkomsten en besluiten door de controleur van de vastleggingen geviseerd zijn.
De Koning kan, op voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de Begroting behoort, de contracten en overeenkomsten alsook de besluiten tot toekenning van toelagen, waarvan het bedrag de door Hem bepaalde sommen niet overschrijdt, vrijstellen van het voorafgaand visum van de controleur der vastleggingen. Art. 11.De ten laste van de begroting uitgevoerde vereffeningen worden door de controleur der vastleggingen geviseerd, die er op let dat zij het bedrag, van de vastleggingen waarop ze betrekking hebben, niet overschrijden. Art. 12.De controleurs van de vastleggingen mogen zich alle stukken, inlichtingen en ophelderingen doen verstrekken betreffende de vastleggingen en de vereffeningen. De controleur van de vastleggingen heeft permanent en onmiddellijk toegang tot de budgettaire aanrekeningen. Art. 13.Geen tuchtstraf kan aan de controleurs van de vastleggingen opgelegd worden zonder voorafgaand advies van het Rekenhof. Dit geldt eveneens voor elke maatregel, waarbij hun enig nadeel berokkend zou kunnen worden.
Dit advies moet gegeven worden binnen acht dagen na het overzenden van het dossier aan het Hof.
De tekst van het advies wordt overgenomen in het besluit dat de straf oplegt of de maatregel toepast; een afschrift van het besluit wordt zonder verwijl toegezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof. Art. 14.Tot het wordt opgeheven, blijft het koninklijk besluit van 31 mei 1966 houdende regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven in de diensten van algemeen bestuur van de Staat van kracht. Art. 15.De artikelen van dit hoofdstuk zijn enkel van toepassing op de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding Art. 16.Deze titel treedt in werking op 1 januari 2009.
TITEL 3. - Mobiliteit en vervoer HOOFDSTUK 1. - Luchtvaart - Belgocontrol Art. 17.De Staat legt aan Belgocontrol een verplichte bijdrage op van 10 miljoen euro omwille van de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van het gebouw Communicatie Centrum Noord (CCN), te storten uiterlijk 31 december 2008. Art. 18.Dit hoofdstuk treedt in werking op 19 december 2008. HOOFDSTUK 2. - Oprichting van een Fonds betreffende de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal Art. 19.§ 1. Met toepassing van artikel 45 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit, wordt een begrotingsfonds betreffende de werking van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal opgericht. § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, wordt de rubriek 33 - Mobiliteit en Vervoer, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds : 33-8 - Fonds betreffende de werking van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal Aard van de toegewezen ontvangsten De ontvangsten zijn samengesteld uit de retributie bepaald in artikel 67 van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur te storten door de NV van publiek recht Infrabel en de vergoeding bepaald in artikel 53 van de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 houdende diverse bepalingen te storten door de NV van privaat recht The Brussels Airport Company.
Aard van de toegestane uitgaven Personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal. ». HOOFDSTUK 3. - Bevordering van het gecombineerd vervoer per spoor Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : - intermodale transporteenheid : iedere land- of zeecontainer, iedere wissellaadbak of iedere oplegger met een vervoerscapaciteit van minstens 1 TEU, hierna ITE genoemd; - TEU : twenty feet equivalent unit (eenheid equivalent met twintig voet); - intermodaal overslagcentrum : iedere installatie waar de ITE's van een schip of een wegvoertuig op een spoorwegwagon worden overgeslagen en omgekeerd, hierna overslagcentrum genoemd; - knooppunt : rangeerterrein, overslagcentrum of spoorbundel waar treinen voor het gecombineerd vervoer worden gesplitst en samengesteld of waar de ITE's worden overgeslagen van of naar een spoorwegwagon; - operator gecombineerd goederenvervoer per spoor : iedere onderneming met een uitbatingszetel op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Unie, die de contractuele aansprakelijkheid op zich neemt om ITE's per spoor te vervoeren, hierna operator genoemd. Art. 21.Aan de operatoren die het spoor gebruiken kan ten laste van de Staatsbegroting een subsidie worden toegekend in het geval van één van de drie onderstaande aanbodtypes van het vervoer van ITE : 1° binnenlands spoorvervoer. Dit spoorvervoer wordt uitgevoerd tussen twee overslagcentra op het Belgisch grondgebied over een afstand van minimum 51 km of bevat de ophaling van ITE teneinde ze te groeperen en te verzenden naar andere landen, of de distributie vanuit andere landen afkomstige ITE's naar verschillende overslagcentra op het Belgisch grondgebied; 2° tussenhavenlijk vervoer. Dit spoorvervoer wordt uitgevoerd tussen twee overslagcentra die gevestigd zijn in twee havengebieden in België en over een afstand van minimaal 51 kilometer. 3° nieuwe regelmatige internationale spoorwegverbindingen. Dit spoorvervoer bestaat uit een nieuw georganiseerde regelmatige internationale spoorwegverbinding over een afstand van minimaal 120 km, met een wekelijkse frequentie (minimaal 40 weken per jaar) en met een vervoerscapaciteit van minimaal 50 TEU. Het vertrek- of aankomstpunt - waar de ITE's worden overgeslagen - is een knooppunt of een overslagcentrum op het Belgisch grondgebied en waarvan het vertrek- of aankomstpunt een knooppunt of een overslagcentrum is in het buitenland. Bovengenoemde verbinding gaat over ITE waarvan de meerderheid uitsluitend over land verplaatst wordt binnen Europa.
Enkel de ITE's die aan het vervoer worden toevertrouwd met een begeleidende vrachtbrief komen voor de subsidie in aanmerking. Art. 22.De operator moet de subsidie die werd toegekend voor de in opdracht van een klant uitgevoerde transporten naar deze klant doorschuiven. De Koning regelt het toezicht en de sanctionering van die verplichting. Art. 23.De Koning bepaalt de berekeningswijzen van de subsidie beschreven in artikel 18.
Hij bepaalt de procedure en de nadere regels van selectie en toekenning en regelt haar uitbetaling.
De subsidie van een vervoersverrichting mag 30 % van de vervoerskosten niet overschrijden. Art. 24.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009 en houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2013. HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de
wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten5 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen wat betreft retributies voor sommige prestaties van de veiligheidsinstantie Art. 25.Artikel 4 van de
wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten5 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, wordt aangevuld met een lid, luidende : « In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 12, 13° en 14/4 van toepassing op metro, tram en andere systemen van stadsvervoer en regionaal spoorvervoer door middel van light rail en andere spoorgebonden modi, ook wanneer deze geen gebruik maken van het spoorwegnet. ». Art. 26.Artikel 5 van dezelfde wet wordt aangevuld met de bepalingen onder 31° en 32°, luidende : « 31° « certificering van het treinpersoneel » : het nagaan of een kandidaat beschikt over de psychologische, medische en vakbekwaamheid die vereist is voor de uitoefening van de functie van treinbestuurder of van andere functies van treinpersoneel; 32° « houder van een voertuig » : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van een voertuig of het recht heeft het te gebruiken, die het voertuig exploiteert als vervoermiddel en die als zodanig geregistreerd is in het nationaal voertuigregister.». Art. 27.In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt : « 8° het bijhouden en aanpassen van het nationaal voertuigregister;»; 2° het artikel wordt aangevuld als volgt : « 11° de certificering, in de vorm van een vergunning van bestuurder, van het veiligheidspersoneel dat de functie van bestuurder uitoefent;12° de certificering, in de vorm van een attest van begeleider, van het veiligheidspersoneel dat andere functies van treinpersoneel uitoefent;13° de controle van de doeltreffendheid van het remsysteem van rollend spoormaterieel als bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar.». Art. 28.In Titel II, Hoofdstuk II van dezelfde wet, wordt een afdeling 2/1 ingevoegd, luidende : « Afdeling 2/1. - Vergoeding voor prestaties Art. 14/1.- § 1. De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de kosten van het onderzoek door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van dat onderzoek gerelateerde bijdrage verschuldigd. § 2. De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de administratieve kosten van de veiligheidsinstantie, voor de aflevering van die toelating een bijdrage verschuldigd. § 3. De titularis van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de kosten van de controle door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van die controle gerelateerde bijdrage verschuldigd. § 4. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : - de wijze van berekening en indexering van de in § 1 en 3 bedoelde bijdragen; - het bedrag en de wijze van indexering van de in § 2 bedoelde bijdrage; - de wijze van betaling van de in § 1, 2 en 3 bedoelde bijdragen. Art. 14/2.- De spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen zijn, als deelneming in de administratieve kosten van de veiligheidsinstantie, voor de certificering als bedoeld in artikel 12, 11° en 12° en per personeelslid dat in het bestand van de veiligheidsinstantie opgenomen is, een jaarlijkse, geïndexeerde bijdrage verschuldigd.
De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, de wijze van indexering en de wijze van betaling van de bijdrage. Art. 14/3.- § 1. De aanvrager van een registratie van voertuigen in het nationaal voertuigregister of van een wijziging van zulke registratie is, als deelneming in de kosten van de veiligheidsinstantie gemaakte kosten, een geïndexeerde bijdrage verschuldigd.
Deze bijdrage is verschuldigd bij de registratie en bij elke wijziging van die registratie. § 2. De houder van een voertuig dat op 1 januari van het lopende jaar voorkomt in het register is, als deelneming in de kosten van de veiligheidsinstantie, een jaarlijkse geïndexeerde bijdrage voor dat voertuig verschuldigd. § 3. Ingeval van niet-betaling van de bijdragen wordt het voertuig uit het register geschrapt.
De bijdragen worden niet teruggestort bij de schrapping van de inschrijving of bij de stopzetting van het gebruik van het materieel. § 4. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, het indexeringsmechanisme en de betalingswijze van de bijdragen. Art. 14/4.- De aanvrager van een controle van de doeltreffendheid van het remsysteem van rollend spoormaterieel als bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar is, als deelneming in de kosten van de controle door de veiligheidsinstantie, een bijdrage verschuldigd.
De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, het indexeringsmechanisme en de betalingswijze van de bijdrage. ». Art. 29.In artikel 33, § § 1, 2 en 3 van dezelfde wet wordt het woord « veiligheidscertificaat » telkens vervangen door de woorden « veiligheidscertificaat deel B ». Art. 30.In dezelfde wet wordt een artikel 63 ingevoegd, luidende : « Art. 63.- Artikel 14/3, § 2, treedt in werking op 1 januari 2010. ». Art. 31.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
TITEL 4. - Energie HOOFDSTUK 1. - Elektriciteit Afdeling 1. - Wijziging van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
22/05/1999
numac
1999015115
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
16/06/1999
numac
1999000472
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
10/06/1999
numac
1999000487
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie
Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999000477
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000523
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten
sluiten9 betreffende de
organisatie van de elektriciteitsmarkt Art. 32.In artikel 21bis van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
22/05/1999
numac
1999015115
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
16/06/1999
numac
1999000472
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
10/06/1999
numac
1999000487
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie
Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999000477
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000523
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten
sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de eerste vier zinnen vervangen door de volgende bepalingen : « § 1.Een « federale bijdrage » wordt geheven ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt.
De federale bijdrage is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. De federale bijdrage is aan de BTW onderworpen.
De netbeheerder is belast met de inning van de federale bijdrage zonder toepassing van de regels betreffende de vrijstelling bedoeld in § 1bis en de degressiviteit bedoelt in § 2 en § 5. Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract en/of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de federale bijdrage factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt. »; 2° in § 1, eerste lid, vormt de vijfde zin het vierde lid;3° § 1, eerste lid, 6°, dat § 1, vierde lid, 6°, zal vormen, wordt vervangen als volgt : « 6° de financiering van de forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit voorzien in de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8;»; 4° in § 1, laatste lid, dat § 1bis zal vormen, worden tussen de woorden « vrijgesteld » en « van het deel » de woorden « door de leveranciers en de houders van een toegangscontract » ingevoegd;5° in § 2 wordt de eerste zin van het eerste lid vervolledigd met de woorden « door de leveranciers en de houders van een toegangscontract »;6° in § 2 worden in het tweede lid de woorden « , gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, » ingevoegd tussen de woorden « federale bijdrage » en « voor die verbruikslocatie »; 7° in § 3, wordt tussen het eerste en tweede lid, een lid ingevoegd, luidende : « Voor het jaar 2009, om het totale bedrag te dekken, voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage, bedoeld in § 2, worden ook toegewezen aan de fondsen, bedoeld in artikel 21ter, § 1, de bedragen, 2.650.000 euro komende van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3.000.000 euro van het fonds voor het passief BP1/BP2 »; 8° § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.Voor de verbruiken vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 wordt de federale bijdrage verminderd, door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor eindafnemers die van de degressiviteit genieten, op basis van hun jaarlijks verbruik : 1° voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 20 %;2° voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 25 %;3° voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 30 %;4° voor de verbruiksschijf tussen 25 000 MWh/jaar en 250 000 MWh/jaar : met 55 %. Wanneer per verbruikslocatie en op jaarbasis meer dan 250 000 MWh aan een eindafnemer wordt geleverd, bedraagt de federale bijdrage, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor deze verbruikslocatie maximum 200.000 euro. ». Art. 33.In artikel 21ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten0 en gewijzigd door de wetten van 23 december 2005 en 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « De leveranciers storten » vervangen door « De netbeheerder stort »;2° § 1, eerste lid, 6°, ingevoegd bij de
wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten1, wordt hernummerd tot een punt 7°;3° § 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende : « 8° in een organiek begrotingsfonds, « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit « genoemd, dat wordt ingevoerd door de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008, en beheerd door de Algemene Directie Energie.»; 4° § 2, 3°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « het forfait dat in rekening mag gebracht worden, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt, om de administratieve meerkosten te dekken die zijn verbonden aan de inning van de federale bijdrage, de financiële lasten en de risico's;»; 5° § 2, 6°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 6° de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en van de vrijstelling, bedoeld in artikel 21bis, § 1bis, in het bijzonder de manier waarop de leveranciers en de houders van een toegangscontract deze voorgefinancierde bedragen kunnen recupereren bij de commissie en de nodige bewijzen voor het bekomen van deze terugbetaling.». Art. 34.In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een artikel 21quater ingevoegd, luidende : « Art. 21quater.- Onverminderd artikel 26, § 1bis, zoals ingevoegd door de
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8, en artikel 30bis, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren. ». Afdeling 2. - Oprichting van een begrotingsfonds
Art. 35.Bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt een fonds opgericht met de naam « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit », dat dient voor de financiering van de forfaitaire verminderingen voorzien in de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8. Dit Fonds vormt een organiek begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit.
De inkomsten die aan het Fonds worden toegewezen, alsook de uitgaven die ten laste ervan kunnen gebeuren, worden voor genoemd Fonds opgenomen in de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd. Afdeling 3. - Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990
houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 36.Rubriek « 32 - Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie » van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt aangevuld met de volgende bepalingen : « 32 - (...) - Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit Aard van de toegewezen inkomsten Het door de Koning vastgelegde deel van de federale bijdrage beoogd door artikel 21bis, § 1, 7°, van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
22/05/1999
numac
1999015115
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
16/06/1999
numac
1999000472
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
10/06/1999
numac
1999000487
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie
Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999000477
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000523
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten
sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en door artikel 15/11, § 1, vierde lid, 4°, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
Aard van de toegelaten uitgaven.
De uitgaven zullen worden gebruikt voor de financiering van de in de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8 voorziene forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit. ». Art. 37.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 2. - Aardgas - Wijziging van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Art. 38.In artikel 15/11 van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
22/05/1999
numac
1999015115
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
16/06/1999
numac
1999000472
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
10/06/1999
numac
1999000487
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie
Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999000477
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000523
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten
sluiten9 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, vierde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende : « 4° de financiering van de forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit, voorzien in de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8.»; 2° § 1, vijfde lid, 3°, ingevoegd bij de
wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten1, wordt hernummerd tot een punt 4°;3° § 1, vijfde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende : « 5° in een organiek begrotingsfonds, « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit » genoemd, dat wordt ingevoerd door de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008, en beheerd door de Algemene Directie Energie.»; 4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : « § 3.Onverminderd artikel 15/16, § 1bis, zoals ingevoegd door de
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8, en artikel 18, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren. ». Art. 39.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 3. - Programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8 Forfaitaire verminderingen voor de leveringen van aardgas en elektriciteit Art. 40.In artikel 9, eerste lid, van de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8 wordt de tweede zin vervangen door de volgende bepaling : « Deze forfaitaire verminderingen, die een korting op de eindfactuur van de verbruiker vertegenwoordigen, worden toegekend door de FOD Economie op basis van de aanvraag van de residentiële klant op een formulier, afgeleverd bij de eindafrekeningen van de elektriciteitsleverancier vanaf 1 juli 2008. ». Art. 41.Artikel 10 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : « § 4. Om de gezinssamenstelling te bekomen, consulteert de FOD Economie het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen alsook de gegevens beschikbaar via de Kruispuntbank van de sociale zekerheid in de schoot van het netwerk van de sociale zekerheid, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité van het Rijksregister enerzijds en door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid anderzijds, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
Om het jaarlijks netto belastbare gezinsinkomen te bepalen, consulteert de FOD Economie de gegevens van de FOD Financiën, nodig voor de uitvoering van haar taak, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité voor de Federale Overheid, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
Deze consultaties kunnen ter beschikking worden gesteld van de FOD Economie door een openbare instelling met een opdracht voor integratie van elektronische diensten. ». Art. 42.In artikel 11 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling : « Bij een besluit, vastgelegd na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de nadere regels voor het aanvragen van de forfaitaire verminderingen, de procedure, de verantwoordingsstukken en de nadere regels voor de betaling van de forfaitaire verminderingen. ». Art. 43.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2008. HOOFDSTUK 4. - Forfaitaire verminderingen voor aardgas, elektriciteit en stookolie Art. 44.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder : 1° stookolie : huisbrandolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaangas, die uitsluitend voor verwarmingsdoeleinden gebruikt worden;2° gezin : de persoon die gewoonlijk alleen of met andere personen een woning betrekt en er gezamenlijk leeft;de samenstelling van het gezin wordt bepaald in functie van de gegevens zoals ze staan vermeld in het Rijksregister van de natuurlijke personen. Art. 45.Worden beschouwd als verbruikers met een laag inkomen in de zin van dit hoofdstuk, de personen die op het ogenblik van de aanvraag behoren tot de categorie van personen bedoeld in artikel 37undecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, die een verzekeringstegemoetkoming in de kosten voor de verstrekkingen genieten en wier jaarlijks belastbaar netto inkomen van hun huishouden het bedrag van 26.000,00 euro niet overschrijdt.
Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan een gecorrigeerd indexcijfer voorzien in artikel 37quaterdecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Dit bedrag wordt eveneens aangepast aan de welvaart overeenkomstig artikel 19 van het
koninklijk besluit van 1 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten7 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de verhoogde verzekerings- tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en tot invoering van het OMNIO-statuut. Art. 46.Voor 2009 wordt een forfaitaire vermindering, die een vermindering op de eindfactuur van de verbruiker vertegenwoordigt, van 105 euro per gezin voor de levering van elektriciteit, aardgas of stookolie toegekend door de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan de verbruiker, op basis van een aanvraag van deze verbruiker, op een typeformulier, overgemaakt door de elektriciteitsleverancier bij de eindafrekening van de elektriciteitsfactuur. Art. 47.§ 1. De forfaitaire vermindering, bedoeld in artikel 43, kan niet worden toegekend aan de residentiële beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie, in de zin van artikel 15/10, § 2, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, en van artikel 20, § 2 van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
22/05/1999
numac
1999015115
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
16/06/1999
numac
1999000472
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
10/06/1999
numac
1999000487
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie
Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999000477
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000523
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten
sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. § 2. Deze forfaitaire verminderingen worden slechts éénmaal per kalenderjaar per gezin toegekend en zijn niet cumuleerbaar, noch onderling, noch met de verwarmingstoelage van het Sociaal Stookoliefonds. Art. 48.Deze vermindering is ook van toepassing op gezinnen die een woongelegenheid betrekken in appartementsgebouwen waarvan de verwarming met aardgas of stookolie plaatsvindt door middel van een collectieve installatie, mits zij voldoen aan de in artikel 42 beschreven inkomensvoorwaarden. Art. 49.Om de gezinssamenstelling te bekomen, consulteert de FOD Economie het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen alsook de gegevens beschikbaar via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid in de schoot van het netwerk van de sociale zekerheid, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité van het Rijksregister enerzijds en door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid anderzijds, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
Om het jaarlijks netto belastbare gezinsinkomen te bepalen, consulteert de FOD Economie de gegevens van de FOD Financiën, nodig voor de uitvoering van haar taak, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité voor de Federale Overheid, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
Deze consultaties kunnen ter beschikking worden gesteld van de FOD Economie door een openbare instelling met een opdracht voor integratie van elektronische diensten. Art. 50.Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de nadere regels voor het aanvragen van de forfaitaire verminderingen, het bedrag, de procedure, de verantwoordingsstukken en de nadere regels voor de betaling van de forfaitaire verminderingen. Art. 51.De artikelen 9, 10 en 11 van de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8 worden opgeheven. Art. 52.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 5. - Oprichting van een organiek begrotingsfonds Art. 53.Bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt een fonds opgericht met de naam « Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met stookolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaan », dat dient voor de financiering van de forfaitaire verminderingen voorzien in artikel 43 van deze wet. Dit fonds vormt een organiek begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit.
De inkomsten die aan het Fonds worden toegewezen, alsook de uitgaven die ten laste ervan kunnen gebeuren, worden voor genoemd Fonds opgenomen in de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd. HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 54.Rubriek « 32 - Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie » van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt aangevuld met de volgende bepalingen : « 32 - (...) - Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met stookolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaan.
Aard van de toegewezen inkomsten Het fonds zal gespijsd worden met 2.650.000 euro van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3.000.000 euro van het fonds passief BP1/BP2.
Aard van de toegelaten uitgaven.
De uitgaven zullen worden gebruikt voor de financiering van de in de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten8 voorziene forfaitaire verminderingen voor verwarming met stookolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaan. ». Art. 55.Hoofdstukken 5 en 6 treden in werking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 7. - Nationaal Instituut voor radio-elementen Art. 56.In 2009 realiseert de Belgische Staat een inbreng in het Nationaal Instituut voor radio-elementen te Fleurus, hetzij onder de vorm van kapitaal, hetzij onder een andere geschikte vorm, voor een bedrag gelijk aan 9,621 miljoen euro. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de modaliteiten waarop deze inbreng zal gebeuren. HOOFDSTUK 8. - BTW-rechtzetting APETRA Art. 57.§ 1.Voor het bekomen van het bedrag van de BTW op het bedrag van de bijdrage bedoeld in artikel 18 van de
wet van 26 januari 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten4 betreffende de aanhouding van een verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de
wet van 10 juni 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/06/1997
pub.
01/08/1997
numac
1997003403
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop
sluiten betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop, wordt in afwijking van artikel 38 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit een toewijzingsfonds opgericht dat aan de naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk, APETRA genoemd, voorschotten op kwartaalbasis vanuit de BTW-ontvangsten uitkeert.
Alle BTW-ontvangsten ten gevolge van betalingen van APETRA met in begrip van de betalingen reeds uitgevoerd in het verleden, worden aan het toewijzingsfonds toegewezen.
Betalingen vanuit het toewijzingsfonds in debet zijn toegestaan.
Die voorschotten op kwartaalbasis worden vastgesteld op basis van de maandelijkse BTW- aangiften van APETRA en op basis de maandelijkse facturen van APETRA aan de Federale Overheidsdienst Economie voor de BTW op de bijdragen betreffende dit kwartaal waarvan een afschrift naar de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gestuurd met verzoek het bedrag van de BTW te compenseren door een toewijzing vanuit de BTW-ontvangsten.
De Minister van Financiën betaalt de voorschotten aan APETRA ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de laatste maandelijkse BTW-aangifte van APETRA van het betrokken kwartaal.
In de loop van de maand februari van het jaar volgend op het jaar van de voorschotten zal de eindafrekening inzake de BTW die verschuldigd is op de voormelde Apetra-bijdragen door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën worden vastgesteld op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
Teveel betaalde voorschotten zullen door de Minister van Financiën in mindering worden gebracht van de eerstvolgende voorschotten.
Te weinig betaalde voorschotten zullen door de Minister van Financiën worden vereffend ten laatste binnen de maand na de ontvangst van de eindafrekening inzake de BTW die verschuldigd is op de voormelde Apetra-bijdragen en die door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt vastgesteld op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. § 2. APETRA is geen enkele boete, interest, straf en/of verhoging verschuldigd voor de periode van 1 april 2007 tot en met de inwerkingtreding van deze wet wegens eventuele laattijdige of niet-betaling van de BTW op de bijdragen. Art. 58.§ 1.Voor de periode van de BTW-aangiften voor de maanden april 2007 tot en met februari 2008, zal een éénmalige afrekening gebeuren na voorlegging van een afschrift van de BTW-aangiften voor die periode door APETRA aan de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën alsmede van de facturen over deze periode die APETRA aan de FOD Economie heeft verstuurd voor de BTW op de bijdragen en op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
De Minister van Financiën betaalt de éénmalige afrekening aan APETRA ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de maandelijkse BTW-aangiften van APETRA met betrekking tot de voormelde maanden en de voormelde facturen en op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. § 2. Een protocol tussen de FOD Economie, APETRA en de FOD Financiën bepaalt de nadere regels met betrekking tot de werking van het toewijzingsfonds. Art. 59.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de
wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten6 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
22/05/1999
numac
1999015115
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoeringsprotocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en de Monetaire Unie, ondertekend te Brussel op 23 november 1998
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
16/06/1999
numac
1999000472
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
10/06/1999
numac
1999000487
bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie
Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999000477
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging
type
wet
prom.
13/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000523
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten
sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Afdeling 1. - Wijziging van de
wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten6 betreffende de
voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales Art. 60.Het opschrift van Hoofdstuk II van de
wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten6 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, wordt aangevuld als volgt : « en bijdragen. ». Art. 61.Het opschrift van Afdeling 2 van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « en bijdragen. ». Art. 62.Artikel 11 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende : « § 5. De kernprovisievennootschap is evenzeer bevoegd en verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ten gunste van de Staat in de inning van een repartitiebijdrage zoals bedoeld in artikel 14, § 8, ten laste van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, en dit in het kader van een openbare dienstverplichting en volgens de voorwaarden gesteld in de artikelen 13 en 14. ». Art. 63.Het opschrift van de Onderafdeling 2 van Afdeling 2 van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « en bijdragen. ». Art. 64.Artikel 13 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende : « De kernprovisievennootschap wordt bovendien belast, in het kader van een openbare dienstverplichting, met het voorschieten aan de Staat van de repartitiebijdrage zoals bedoeld in artikel 14, § 8, op de wijze zoals bedoeld in die bepaling.
Vanaf het moment dat zij deze repartitiebijdrage zal hebben gestort zal de kernprovisievennootschap een kennisgeving per aangetekende zending versturen, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen de 8 kalenderdagen die volgen op de storting van het voorschot, aan de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en aan de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, van het bedrag van hun aandeel in de repartitiebijdrage en zal dat bedrag van hen vorderen volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 14, §§ 8, 9 en 10, en overeenkomstig hun openbare dienstverplichtingen. In geval van niet-betaling van hun aandelen in de repartitiebijdrage verwittigt de kernprovisievennootschap de Commissie voor nucleaire voorzieningen. ». Art. 65.Artikel 14 van de dezelfde wet, wordt aangevuld met de paragrafen 8, 9 en 10, luidende : « § 8. In het voordeel van de Staat is een repartitiebijdrage gevestigd ten laste van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5° en van de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1.
Deze bijdrage heeft tot doel om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie. De nadere regels voor de tussenkomsten in elk van deze domeinen kunnen bepaald worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Het globale bedrag van deze repartitiebijdrage, voor het jaar 2008, is vastgesteld op 250 miljoen euro.
Het bedrag van de individuele bijdrage van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, wordt gevestigd pro rata van hun aandelen in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen, zoals berekend voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, tweede zin, en dat voor het laatste kalenderjaar.
Het bedrag van de individuele bijdrage moet betaald worden door de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en door iedere andere vennootschap zoals bedoeld in artikel 24, § 1, aan de kernprovisievennootschap uiterlijk 30 dagen na de datum van verzending van de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 13.
In afwijking van de bepalingen van de artikelen 11, §§ 3 en 4, en 14, §§ 1, 5 en 7, en in uitvoering van artikel 13 draagt de kernprovisievennootschap, binnen de 14 dagen na de inwerkingtreding van deze paragraaf en ten laatste op 31 december 2008, aan de begroting van de Staat een bedrag van 250 miljoen euro zoals bedoeld in artikel 14, § 8, derde lid, over vanuit de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales krachtens artikel 11, § 1, op het …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.