Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen
Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit bundelt en actualiseert de uitvoeringsbepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, met als doel de raadpleging en toepassing ervan te vereenvoudigen. Het regelt voornamelijk de openbaarmaking van documenten en de boekhoudkundige verplichtingen voor vennootschappen.
Wat het reguleert
- De verordeningsbepalingen van verschillende koninklijke besluiten die nu onder het Wetboek van Vennootschappen vallen.
- De openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen.
- De opmaak, controle en openbaarmaking van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen.
- De procedure voor voordracht van commissarissen of bedrijfsrevisoren door ondernemingsraden.
Wie het aanbelangt
- Vennootschappen, met betrekking tot hun oprichting, openbaarmaking, boekhouding en jaarrekeningen.
- Ondernemingen die geen vennootschap zijn, voor zover het de verplichtingen inzake boekhouding en jaarrekeningen betreft.
Kernpunten
- Het besluit integreert bestaande regelgeving in één document om de toegankelijkheid te verbeteren.
- De inhoud van de overgenomen bepalingen is, met uitzondering van noodzakelijke aanpassingen, niet gewijzigd.
- De bevoegdheden van ministeriële departementen en de adviesbevoegdheid van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven blijven onaangetast.
- Het besluit is opgebouwd uit zes boeken, waaronder "Oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking" en "Jaarrekeningen, geconsolideerde jaarrekeningen en formaliteiten inzake openbaarmaking".
Wettekst
30 JANUARI 2001. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen VERSLAG AAN DE KONING Sire, In het besluit dat de Regering u ter ondertekening voorlegt, worden de verordeningsbepalingen van de verschillende koninklijke besluiten, waarvan de wettelijke grondslag voortaan uitsluitend wordt gevormd door het Wetboek van Vennootschappen, overgenomen in de volgorde waarin de bepalingen houdende machtiging in dat Wetboek voorkomen. Met uitzondering van de hierna vermelde noodzakelijke aanpassingen wordt de inhoud van die bepalingen niet gewijzigd. Naar het voorbeeld van het Wetboek van Vennootschappen wordt voorgesteld al deze bepalingen in een enkel besluit op te nemen teneinde de raadpleging en bijgevolg ook de toepassing ervan te vergemakkelijken. Zoals de wetgever uitdrukkelijk heeft bepaald (art. 26 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid sluiten houdende het Wetboek van Vennootschappen), beïnvloedt een dergelijke samenvoeging geenszins de respectieve bevoegdheden van de verschillende ministeriële departementen. Overigens doet de integratie van de boekhoudreglementering in het besluit geen afbreuk aan de adviesbevoegdheid van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zoals die is omschreven in de artikelen 12 en 13 van de wet 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen (Parl. St., Kamer, 1998-1999, nr. 1838/1, blz. 12, 17 en 18) (Wetboek van Vennootschappen, art. 124 en 125). Het aan u voorgelegde besluit is samengesteld uit zes boeken, te weten "Oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking", "Jaarrekeningen, geconsolideerde jaarrekeningen en formaliteiten inzake openbaarmaking", "Voordracht door de ondernemingsraden van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor", "Consignatieprocedure en bestemming van de activa in geval van gerechtelijke ontbinding", "De naamloze vennootschap en de commanditaire vennootschap op aandelen" en « Diverse bepalingen ». Die boeken zijn onderverdeeld in titels, hoofdstukken, afdelingen en onderafdelingen. Boek I van het besluit is samengesteld uit de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/1987 pub. 13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten1 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen, met uitzondering van de bepalingen ervan die betrekking hebben op de openbaarmaking van jaarrekeningen en van geconsolideerde jaarrekeningen die in Boek II, Titel III, zijn opgenomen. Boek II van dit besluit, dat de bepalingen van het boekhoudrecht omvat, is het meest omvangrijke gedeelte van dit besluit. De wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid sluiten houdende het Wetboek van Vennootschappen heeft in voornoemd Wetboek ten aanzien van de vennootschappen de verplichting ingevoerd om jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen op te maken en openbaar te maken. De wettelijke grondslag van de verplichtingen van de vennootschappen inzake de boekhouding wordt daarentegen nog altijd gevormd door de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, zoals gewijzigd door de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid sluiten, op grond waarvan ook het opschrift ervan wordt gewijzigd in " wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de boekhouding van de ondernemingen". De inwerkingtreding van het Wetboek van Vennootschappen heeft derhalve tot gevolg dat de verplichtingen inzake de boekhouding van ondernemingen, daaronder begrepen de vennootschappen, net als thans het geval is, voortvloeien uit de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten terwijl de verplichtingen van de vennootschappen inzake opmaak, controle en openbaarmaking van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen voortvloeien uit het Wetboek van Vennootschappen, aangezien de vorm en de inhoud ervan, alsook de regels betreffende de openbaarmaking zijn bepaald in het besluit dat u ter ondertekening wordt voorgelegd. Met betrekking tot ondernemingen die geen vennootschap zijn en bijgevolg niet onderworpen zijn aan de bepalingen van het Wetboek, vloeien de verplichtingen inzake opmaak, controle en openbaarmaking van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, net als thans het geval is, voort uit de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten waarvan de artikelen 10 en 11 aan ondernemingen die niet zijn onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen en aan zijn uitvoeringsbesluiten, niettemin de verplichting opleggen om met betrekking tot de vorm, de inhoud, de controle en de openbaarmaking van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening, de bepalingen ervan in acht te nemen. Bijgevolg blijven de bepalingen van de besluiten van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen en van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen zoals omschreven in het besluit tot uitvoering van het Wetboek, van toepassing zowel op vennootschappen als op ondernemingen die geen vennootschap zijn. Het toepassingsgebied van de boekhoudkundige regelgeving blijft dus ongewijzigd. De integratie van de bepalingen van de koninklijke besluiten van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen en van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen in het aan U voorgelegde uitvoeringsbesluit werd aangegrepen om die bepalingen anders te structureren en er de diverse hierna vermelde wijzigingen in aan te brengen. Met betrekking tot de structuur van de verordeningsbepalingen die het boekhoudkundig gemeen recht vormen inzake statutaire rekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, is met het oog op de begrijpelijkheid en de leesbaarheid de volgorde van de bepalingen van de koninklijke besluiten van 8 oktober 1976 en van 6 maart 1990 parallel aangepast. Zo begint de eerste titel van boek II van het besluit, dat betrekking heeft op de jaarrekening en waarin de bepalingen van het besluit van 8 oktober 1976 en van de bijlage zonder inhoudelijke wijzigingen zijn overgenomen, met een hoofdstuk I dat de algemene beginselen bevat. In hoofdstuk II betreffende de waarderingsregels zijn de algemene beginselen terzake (vastlegging van de evaluatieregels, continuïteit en discontinuïteit, afzonderlijke waardering, voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw...), de regels inzake de vaststelling van de aanschaffingswaarde (beginselen en uitzonderingen), de bepalingen betreffende afschrijvingen en waardeverminderingen (afdeling III), inzake voorzieningen voor risico's en lasten (afdeling IV) en herwaarderingsmeerwaarden (afdeling V) in verschillende afdelingen gegroepeerd. Vervolgens zijn in verscheidene onderafdelingen van afdeling VI (bijzondere regels), de waarderingsregels opgenomen die kenmerkend zijn voor een aantal balansposten en voor een aantal bijzondere verrichtingen zoals fusie, splitsing, inbreng van bedrijfsafdelingen en van algemeenheden. Overeenkomstig het voorstel dat de Commissie voor Boekhoudkundige Normen in haar bulletin nr. 45 heeft geformuleerd (blz. 11), zijn die bepalingen bij de integratie van de artikelen 36bis tot 36quinquies van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 in het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van Vennootschappen aangepast zodat de artikelen 36bis tot 36quater niet langer toepasselijk zijn op fusies en splitsingen gerealiseerd overeenkomstig de bepalingen van het vennootschappenrecht, maar op fusies en splitsingen zoals gedefinieerd in het vennootschappenrecht, te weten in de artikelen 672 tot 675 van het Wetboek van Vennootschappen en artikel 36quinquies niet langer toepasselijk is op verrichtingen inzake inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen verwezenlijkt met toepassing van artikel 46, § 1, 2°, van W.I.B. 92, maar op verrichtingen inzake inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen zoals gedefinieerd in het vennootschappenrecht (art. 678 en 679 van het Wetboek van Vennootschappen). Hoofdstuk III is gewijd aan de structuur van de jaarrekeningen. Het bevat de algemene beginselen inzake structuur, de volledige en verkorte schema's van jaarrekeningen en de inhoud van een aantal rubrieken (van de balans, van de resultatenrekening en van een aantal vermeldingen vereist voor de bijlage). Aangezien voor de uitwerking van de bijlage een aantal vermeldingen betreffende de rechten en verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, moet worden verstrekt, is bovendien geoordeeld dat in de onderafdeling betreffende de inhoud van een aantal vermeldingen vereist voor de bijlage, de definities moesten worden opgenomen die zijn geformuleerd in hoofdstuk II van de bijlage bij het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel. In titel II van Boek II, gewijd aan de geconsolideerde jaarrekeningen, worden achtereenvolgens de regels van het besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen en betreffende de consolidatiekring, de algemene beginselen, de waarderingsregels, de consolidatiemethodes en de structuur van de geconsolideerde jaarrekening overgenomen. Er is gezorgd voor een strikter parallellisme op het stuk van de formulering van de algemene beginselen inzake de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen door de formulering van die beginselen in de vierde en zevende richtlijnen als grondslag te nemen. Zo wordt overeenkomstig voornoemde richtlijnen (art. 2 van de vierde richtlijn en art. 16 van de zevende richtlijn) voorgesteld voortaan het beginsel inzake de regelmatigheid van de rekeningen te vermelden vóór het beginsel inzake een getrouw beeld. Het streven naar een meer logische groepering van de bepalingen heeft eveneens ertoe geleid dat het beginsel op grond waarvan de jaarrekening volledig moet zijn, is gescheiden van het beginsel van een getrouw beeld, alsook dat de vereisten inzake de volledigheid (beginsel inzake volledigheid, verbod van compensatie en vermelding van rechten en verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen) in een zelfde bepaling zijn samengebracht. De Regering is er zich van bewust dat de tekst van een aantal bepalingen op bepaalde punten nog voor verbetering vatbaar is. Die bepalingen zullen later worden herschreven wanneer het besluit wordt aangepast, bijvoorbeeld ingevolge aanpassingen van de Europese richtlijnen die door het besluit in het Belgisch recht worden omgezet. De regels inzake de openbaarmaking van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening omschreven in het besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen worden thans overgenomen in titel III van Boek II. Bij de integratie van die bepalingen in het besluit is de structuur ervan gewijzigd teneinde de leesbaarheid en de duidelijkheid ervan te vergroten door zo getrouw mogelijk de volgorde en de terminologie van de overeenkomstige artikelen van het Wetboek van Vennootschappen na te leven. Op grond van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid sluiten is in het Wetboek van Vennootschappen de opdracht bepaald van de revisor en van de commissaris in vennootschappen waarin overeenkomstig de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven een ondernemingsraad moet worden ingesteld. De bepalingen van het koninklijk besluit van 17 maart 1986 betreffende de voordracht door de ondernemingsraden van kandidaten voor de opdracht van commissaris-revisor of van bedrijfsrevisor zijn daartoe overeenkomstig artikel 164, § 1, van het Wetboek, in het aan u voorgelegde besluit opgenomen en vormen boek III. Wanneer het evenwel gaat om ondernemingen die geen vennootschap zijn, wordt de wettelijke grondslag van die opdracht net zoals vroeger gevormd door artikel 15bis van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, waarin ingevolge de wijziging bij de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid sluiten (art. 4) het volgende wordt gesteld : "De opdracht van deze bedrijfsrevisoren ten aanzien van de ondernemingsraad, alsook de voordracht, benoeming, vernieuwing van het mandaat en ontslag van deze bedrijfsrevisoren, wordt beheerst door de artikelen 151 tot 164 van het Wetboek van vennootschappen, met betrekking tot de controle in vennootschappen waar een ondernemingsraad werd opgericht". Bijgevolg moeten de bepalingen van het besluit van 17 maart 1986, die in boek III zijn opgenomen, net als thans het geval is, worden toegepast zowel op vennootschappen als op ondernemingen die geen vennootschap zijn. Die beschouwingen hebben geleid tot een louter formele aanpassing van de bepalingen van het besluit van 17 maart 1986. De boeken IV en V van het besluit zijn samengesteld uit de bepalingen van verschillende koninklijke besluiten die na de aanpassingen vereist door hun integratie in het besluit zijn opgenomen en behoeven derhalve geen bijzonder commentaar. Het besluit stemt overeen met het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, Uw zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, Ch. PICQUE De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS 30 JANUARI 2001. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Wetboek van vennootschappen, inzonderheid op de artikelen 67, 73, 84, 88, 92, 93, 101, 102, 103, 106, 116, 117, 124, 164, 182, 438, 513, 549 en 620; Gelet op het advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen, gegeven op 19 september 2000; Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 7 december 2000; Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 17 januari 2001; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat op 6 februari 2001 de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid sluiten houdende het Wetboek van vennootschappen in werking zal treden; Overwegende dat op dezelfde datum de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935 (Boek I, Titel IX van het Wetboek van koophandel) worden opgeheven en een aantal wijzigingen aan de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van ondernemingen in werking treden; Overwegende dat de opheffing van de eerste en de wijzigingen aan de tweede wet tot gevolg heeft dat onzekerheid kan ontstaan over de rechtsgrond voor talrijke koninklijke besluiten en onduidelijkheid over de structurele samenhang ervan met de nieuwe wetgeving; Overwegende dat ingevolge hun zeer ruime draagwijdte deze koninklijke besluiten van wezenlijk belang zijn voor het bedrijfsleven en, meer algemeen, voor de nationale economie; Overwegende dat zij onder meer de verplichtingen voor vennootschappen met betrekking tot de openbaarmaking van hun akten, met betrekking tot de vorm en de inhoud van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening, met betrekking tot een inkoop van eigen aandelen door genoteerde vennootschappen betreffen, of nog, met betrekking tot de procedure tot inschrijving van naamloze vennootschappen en commanditaire vennootschappen op aandelen die een publiek beroep op het spaarwezen doen; Overwegende dat vanaf 6 februari 2001 de wettelijke machtiging aan de Koning voor het uitvaardigen van deze regelgeving in het Wetboek van vennootschappen gelegen is; Overwegende dat gezien het belang ervan, het absoluut noodzakelijk is om onverwijld onderhavig koninklijk besluit uit te vaardigen, niet alleen teneinde de rechtszekerheid en de transparantie voor de rechtsonderhorigen te waarborgen, maar tevens omdat dit een loutere economische noodzaak is; Overwegende dat bij gebreke aan deze nieuwe regelgeving zich immers talrijke vragen zouden kunnen stellen omtrent de (on)mogelijkheid om nieuw opgerichte vennootschappen in te schrijven op de bevoegde griffies, om wijzigende akten van vennootschappen neer te leggen en bekend te maken, of nog, omtrent de waarderingsregels voor jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen; Overwegende deze absolute hoogdringendheid, ontbreekt thans de tijd om dit koninklijk besluit, zelfs binnen de verkorte termijn van drie dagen, ter advies voor te leggen aan de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Landbouw en Middenstand en Landbouw en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : BOEK I. - Oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking Artikel 1.Onverminderd de bepalingen van artikel 173, worden alle akten, uittreksels van akten, processen-verbaal en stukken waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen en door de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden, in ontvangst genomen door de griffiers van de rechtbanken van koophandel. Art. 2.De akten, uittreksels van akten, processen-verbaal en stukken, andere dan deze bedoeld in artikel 173, die van de handelsvennootschappen uitgaan, worden opgenomen in een bijzondere afdeling van het dossier dat ter uitvoering van de wetten betreffende het handelsregister, gecoördineerd op 20 juli 1964, voor elke vennootschap wordt bijgehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel, binnen welker rechtsgebied de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gelegen, of, indien het een buitenlandse vennootschap betreft, waarin een bijkantoor is gevestigd. De bijzondere afdeling draagt hetzelfde nummer als het inschrijvingsdossier bij het handelsregister. Dit nummer wordt vermeld op alle stukken die in de bijzondere afdeling worden opgenomen. De griffier of zijn gemachtigde viseert al deze stukken, geeft ze een volgnummer en bergt ze in de bijzondere afdeling van het dossier. De griffier houdt een inventaris bij, die bij de bijzondere afdeling van het dossier blijft gevoegd en waarin voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum worden vermeld. De bijzondere afdeling kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier. De neergelegde stukken die in het elektronisch deel van het dossier worden opgenomen krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die dat elektronische deel bevat wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. Art. 3.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen. Dit register bestaat uit de dossiers van de Belgische burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, waarvan de zetel in het rechtsgebied van de rechtbank is gelegen, en van de buitenlandse burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, waarvan een bijkantoor in het rechtsgebied van de rechtbank is gevestigd. Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier. Art. 4.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de buitenlandse vennootschappen die niet vallen onder het voorschrift van de artikelen 81 en 82 van het Wetboek van vennootschappen. Dit register bestaat uit de dossiers van de buitenlandse vennootschappen die geen bijkantoor in België hebben, en doen overgaan tot de bekendmakingen, voorgeschreven in artikel 88 van het Wetboek van vennootschappen. Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier. Art. 5.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de Europese economische samenwerkingsverbanden. Dit register bestaat uit de dossiers van de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in het rechtsgebied van de rechtbank is gelegen, alsook van de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in een andere Staat is gelegen en die een vestiging hebben in het rechtsgebied van die rechtbank. Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier. Art. 6.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de economische samenwerkingsverbanden. Dit register bestaat uit de dossiers van de Belgische economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in het rechtsgebied van de rechtbank is gelegen, alsook van de buitenlandse economische samenwerkingsverbanden die in het rechtsgebied van de rechtbank een bijkantoor hebben. Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier. Art. 7.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de openbare instellingen die een statutaire opdracht vervullen van commerciële, financiële of industriële aard, en bedoeld worden in artikel 1, eerste lid, 3°, van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen evenals een register van de ondernemingen waarop deze wet van toepassing is in uitvoering van haar artikel 1, eerste lid, 4°. Deze registers bestaan uit de dossiers van de ondernemingen die hun zetel hebben gevestigd in het rechtsgebied van de rechtbank van koophandel. Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materiële deel van deze dossiers. De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van het dossier moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. De neergelegde stukken die in het elektronische deel van het dossier worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die dat elektronische deel bevat wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. Art. 8.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de landbouwvennootschappen. Dit register bestaat uit de dossiers van de landbouwvennootschappen die hun zetel hebben gevestigd in het rechtsgebied van de rechtbank van koophandel. Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materiële deel van dit dossier. Art. 9.§ 1. Wanneer een vennootschap voor het eerst een bij het in de artikelen 3, 4 en 8, bedoelde dossier te voegen akte, uittreksel van een akte, proces-verbaal of document neerlegt, moet zij een opgaaf tot inschrijving indienen, gedagtekend en ondertekend door haar organen of door een bijzonder gemachtigde. De opgaaf tot inschrijving vermeldt : 1° de naam van de vennootschap, en eventueel haar afgekorte benaming of letterwoord;2° de rechtsvorm van de vennootschap voluit geschreven;in geval van een coöperatieve vennootschap, moet worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft; 3° het adres van de maatschappelijke zetel;is die zetel niet in België gevestigd, het adres van de bijkantoren als er in België zijn; 4° het statutair doel van de vennootschap;5° de domiciliëring en het nummer van ten minste een rekening waarvan de vennootschap houdster is bij de Post of bij een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr.56 van 10 november 1967 tot bevordering van het gebruik van giraal geld. § 2. Wanneer een van de vermeldingen van de inschrijving niet meer in overeenstemming is met de werkelijke toestand, moet de vennootschap binnen een maand na wijziging van de toestand, de wijziging van haar inschrijving vragen. De wijziging van de inschrijving wordt aan de griffier gevraagd in de vorm van een opgaaf, gedagtekend en ondertekend door de organen van de verzoekende vennootschap of door een bijzonder gemachtigde. Die opgaaf vermeldt : 1° de naam en het inschrijvingsnummer van de verzoekende vennootschap;2° de wijziging die in een of meer vermeldingen van de inschrijving dient te worden aangebracht. § 3. Voor de opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving worden de formulieren I en II gebruikt, waarvan het model bij dit boek is gevoegd en die verkrijgbaar zijn ter griffie van de rechtbanken van koophandel. De griffier vermeldt op de opgaaf tot inschrijving het nummer dat hij overeenkomstig § 5 aan de verzoekende vennootschap toekent. Hij vermeldt dat nummer ook op de opgaaf tot wijziging van de inschrijving. De griffier of zijn gemachtigde viseert die stukken en bergt ze in het dossier. Hij overhandigt of zendt aan de betrokken vennootschap een kopie of een fotokopie van de aldus geviseerde opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving. § 4. In het dossier worden bovendien opgenomen de akten, uittreksels van akten, processen-verbaal en andere stukken, waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen is voorgeschreven. § 5. In ieder register waarvan sprake is in artikelen 3, 4 en 8, worden de dossiers doorlopend genummerd. Het nummer dat de griffier aan de verzoekende vennootschap toekent, wordt eveneens vermeld op alle in het dossier op te nemen stukken. De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van de dossiers moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. De neergelegde stukken die in het elektronische deel van de dossiers worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die het elektronische deel bevat, wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. § 6. De paragrafen 1 en 2, paragraaf 3, tweede tot vijfde lid, en de paragrafen 4 en 5 zijn van toepassing op de registers bedoeld in artikel 7. Art. 10.§ 1. Wanneer een Europees economisch samenwerkingsverband of een economisch samenwerkingsverband voor het eerst een bij het in de artikelen 5 en 6 bedoelde dossier te voegen akte, uittreksel van een akte, proces-verbaal of document neerlegt, moet het een opgaaf tot inschrijving indienen. In geval van inschrijving van een Europees economisch samenwerkingsverband moet de opgaaf ondertekend worden door de leden of door een bijzonder gemachtigde. In geval van inschrijving van een economisch samenwerkingsverband moet de opgaaf ondertekend worden door de organen of door een bijzonder gemachtigde. De opgaaf tot inschrijving vermeldt : 1° de naam van het samenwerkingsverband, en eventueel zijn afgekorte benaming of letterwoord;2° het adres van de zetel van het samenwerkingsverband, nauwkeurig opgegeven;is die zetel niet in België gevestigd, het adres van de vestigingen of bijkantoren in België; 3° het doel van het samenwerkingsverband, nauwkeurig opgegeven;4° de domiciliëring en het nummer van ten minste een rekening waarvan het Europees economisch samenwerkingsverband of het samenwerkingsverband houder is bij de Post (Postchèque) of bij een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr.56 van 10 november 1967 tot bevordering van het gebruik van giraal geld. § 2. Wanneer een van de vermeldingen van de inschrijving niet meer in overeenstemming is met de werkelijke toestand, moet het Europees economisch samenwerkingsverband of het economisch samenwerkingsverband binnen een maand na wijziging van de toestand, de wijziging van de inschrijving vragen. De wijziging van de inschrijving wordt aan de griffier gevraagd in de vorm van een opgaaf, gedagtekend en ondertekend door de organen van het verzoekend samenwerkingsverband of door een bijzonder gemachtigde. Die opgaaf vermeldt : 1° de naam en het inschrijvingsnummer van het verzoekend samenwerkingsverband;2° de wijziging die in een of meer vermeldingen van de inschrijving dient te worden aangebracht. § 3. Wanneer een Europees economisch samenwerkingsverband zijn zetel naar een andere lidstaat verplaatst, moet het om de doorhaling van zijn inschrijving verzoeken. Het verzoek wordt gedagtekend en ondertekend door de organen van het verzoekend samenwerkingsverband of door een bijzonder gemachtigde. § 4. Voor de opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving worden de formulieren I en II gebruikt, waarvan het model bij dit boek is gevoegd en die verkrijgbaar zijn ter griffie van de rechtbanken van koophandel. Voor het verzoek om doorhaling bedoeld in § 3 wordt het formulier VI gebruikt, waarvan het model bij dit boek is gevoegd en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel. De doorhaling moet het voorwerp uitmaken van een in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekend te maken mededeling. Het samenwerkingsverband dat, alhoewel het zijn zetel overbrengt naar een andere lidstaat, een bijkantoor behoudt in België, moet overgaan tot de inschrijving van dit bijkantoor. In voorkomend geval wordt het dossier van dit samenwerkingsverband overgezonden naar de plaats van de nieuwe inschrijving. De griffier vermeldt op de opgaaf tot inschrijving het nummer dat hij overeenkomstig § 6 aan het verzoekend samenwerkingsverband toekent. De griffier of zijn gemachtigde viseert die stukken en bergt ze in het dossier. Hij overhandigt aan het betrokken samenwerkingsverband een kopie of een fotokopie van de aldus geviseerde opgaven tot inschrijving, tot wijziging van de inschrijving en verzoeken om doorhaling. § 5. In het dossier worden bovendien de akten opgenomen waarvan de openbaarmaking is voorgeschreven door de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van een Europees economisch samenwerkingsverband. § 6. In ieder register waarvan sprake is in de artikelen 5 en 6, worden de dossiers doorlopend genummerd. Het inschrijvingsnummer dat de griffier aan het verzoekend samenwerkingsverband toekent, wordt eveneens vermeld op alle in het dossier op te nemen stukken. De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van de dossiers moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. De neergelegde stukken die in het elektronische deel van de dossiers worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die het elektronische deel bevat wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. Art. 11.§ 1. De akten, uittreksels van akten en stukken die in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden neergelegd ter griffie samen met een afschrift. Indien een akte, een uittreksel van een akte of een stuk betrekking heeft op een verrichting die door verschillende vennootschappen of samenwerkingsverbanden moeten worden bekendgemaakt in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, dan moeten er zoveel neerleggingen met bijgevoegd afschrift geschieden als er betrokken vennootschappen of samenwerkingsverbanden zijn. De akten en stukken die in de vorm van een mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden neergelegd in één exemplaar. De tekst van de mededelingen wordt in één exemplaar neergelegd. § 2. Elk neergelegd papieren stuk moet aan de volgende voorwaarden beantwoorden : 1° op wit of ivoorkleurig papier van goede kwaliteit zijn opgesteld;2° 297 millimeter lang en 210 millimeter breed zijn;3° alleen op de voorzijde beschreven zijn;4° per neergelegd bescheid slechts eenzelfde taal gebruiken;5° getypt, gedrukt of gefotokopieerd zijn, uitsluitend in zwarte letters met een scherp contrast tussen tekst en papier en duidelijk leesbaar zijn;6° naargelang het geval, eigenhandig ondertekend zijn door de notaris die de akte opmaakt of door personen die bevoegd zijn om de vennootschap of de onderneming tegenover derden te vertegenwoordigen, waarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaars dienen te worden vermeld;7° bovenaan elk blad een horizontale strook van ten minste 20 millimeter open laten. Het in 3° van vorig lid bedoelde vereiste geldt niet voor expedities van authentieke akten, evenmin als voor de toelichting gedrukt op de rugzijde van de standaardformulieren. Het in 6° van het eerste lid bedoelde vereiste geldt niet voor de tekst van de mededelingen. Bovenaan elk neergelegd papieren bescheid worden vermeld : 1° de naam van de vennootschap of van de onderneming zoals die in de statuten voorkomt;2° de rechtsvorm van de vennootschap of van de onderneming;in geval van een coöperatieve vennootschap, moet worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft; 3° de nauwkeurige aanwijzing van de zetel van de vennootschap of van de onderneming (postcode, gemeente, straat, nummer, eventueel busnummer);4° het nummer van inschrijving van de vennootschap of van de onderneming, naar gelang van het geval : - het handelsregister (afgekort : HR); - het register der burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen (afgekort : RBV); - het register der buitenlandse vennootschappen die niet onder het voorschrift vallen van artikelen 81 en 82 van het Wetboek van vennootschappen (afgekort : RVV); - het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden (afgekort : REESV); - het register van de economische samenwerkingsverbanden (afgekort : RESV); - een der registers bedoeld in artikel 7 van dit besluit, of - het register van de landbouwvennootschappen (afgekort : RLV); 5° het registratienummer dat aan de vennootschap of aan de onderneming is toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde of, indien zij niet BTW-plichtig is, het nummer van inschrijving bij het Rijksregister van de rechtspersonen;6° het precies onderwerp van de bekendmaking, wanneer het stuk moet worden bekendgemaakt. De bepalingen in 4° en 5° zijn niet van toepassing op akten en uittreksels van akten met betrekking op de oprichting van vennootschappen of ondernemingen. § 3. In de afschriften bestemd voor het Belgisch Staatsblad, van akten, uittreksels van akten en stukken bedoeld in de artikelen 67, 68, 74, 173, 179, § 2, 195, § 2, 342, 513, § 4, en 644 van het Wetboek van vennootschappen, in de artikelen 6 en 7, § 1, van de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden met niets zijn geschrapt noch verbeterd. Zo mogelijk wordt de tekst getypt of gedrukt in een lettertype dat optisch kan worden gelezen (O.C.R.). De tekst van deze afschriften mag per blad slechts een breedte van ten hoogste 94 millimeter beslaan. Voor het eerste blad moet gebruik worden gemaakt van het formulier IV waarvan het model bij dit boek is gevoegd en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel. Het gebruik van dit formulier is evenwel niet verplicht voor stukken die met een tekstverwerker worden opgemaakt, op voorwaarde dat de voorstelling van de voorzijde van het aldus opgemaakte stuk identiek is met het betrokken formulier; in geval van een coöperatieve vennootschap, moet op het formulier of in de stukken worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft. De neerlegging ter griffie van akten, uittreksels van akten en stukken bedoeld in het eerste lid dient niet door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt wanneer die akten, uittreksels van akten en stukken zelf in deze bijlagen worden bekendgemaakt. § 4. In de tekst van de mededelingen mag niets zijn geschrapt noch verbeterd. Zo mogelijk wordt de tekst getypt of gedrukt in een lettertype dat optisch kan worden gelezen (O.C.R.). Onverminderd het vierde en het vijfde lid moet de tekst worden opgemaakt op het formulier V waarvan het model bij dit boek is gevoegd en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel. Het gebruik van dit formulier is evenwel niet verplicht voor mededelingen die met een tekstverwerker worden opgemaakt, op voorwaarde dat de voorstelling van de voorzijde van het aldus opgemaakte stuk identiek is met het betrokken formulier; in geval van een coöperatieve vennootschap, moet op het formulier of in de stukken worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft. Wanneer verschillende stukken waarvan de neerlegging door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad dient te worden bekendgemaakt, tegelijk worden neergelegd, volstaat één enkele mededeling waarin het onderwerp van elk onderscheiden stuk nauwkeurig wordt vermeld. De mededeling van de neerlegging ter griffie van een expeditie of van een dubbel van de akten bedoeld in de artikelen 67, § 1, en 74, 1°, van het Wetboek van vennootschappen, evenals van de authentieke of onderhandse volmachten, van het bankattest en van de verslagen die tegelijk met deze akten worden neergelegd in toepassing van de artikelen 68, 219, 307, 308, 311, 313, 444, 449, 582, 596, 602, 603, 657 en 783 van hetzelfde Wetboek, komt na de handtekeningen onderaan de akte of het uittreksel van een akte bestemd voor bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad. Hetzelfde geldt voor de mededeling van de neerlegging van een expeditie of een dubbel van de akten bedoeld in de artikelen 6, § 1, tweede lid, en 7, § 1, 1°, van de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden, alsmede van de authentieke of onderhandse volmachten die tegelijk met deze akten worden neergelegd overeenkomstig artikel 6, § 1, vierde lid, van dezelfde wet. § 5. Paragraaf 2, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 7°, van dit artikel is niet van toepassing op de akten, uittreksels uit akten en stukken bedoeld in artikel 1, eerste lid, neergelegd door de buitenlandse vennootschappen, door de buitenlandse economische samenwerkingsverbanden of door de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in het buitenland gevestigd is, behalve indien deze stukken betrekking hebben op de in België gevestigde bijkantoren van deze vennootschappen of samenwerkingsverbanden. § 6. De verbetering van een vergissing in een in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte akte, uittreksel van een akte of stuk wordt neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de voorgaande paragrafen. De verbetering van een vergissing in een stuk waarvan de neerlegging werd bekendgemaakt door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, gebeurt door neerlegging ter griffie, overeenkomstig de voorgaande paragrafen, van één of meer verbeterde of bijkomende bladen, waarop "verbetering" is vermeld. Zij worden gevoegd bij een blad waarop de gegevens bedoeld in paragraaf 2, vierde lid, van dit artikel zijn vermeld alsook de aanduiding van het stuk waarop de verbetering betrekking heeft. De verbeterde of bijkomende bladen worden in het dossier bewaard. De neerlegging van verbeterde of bijkomende bladen wordt door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Art. 12.§ 1. Neerleggingen gebeuren door overlegging ter griffie. Mogen evenwel per gewone of aangetekende brief aan de griffie worden toegezonden : 1° de akten en stukken waarvan de neerlegging door mededeling wordt bekendgemaakt;2° de tekst van de mededelingen;3° de akten, uittreksels van akten, verklaringen en stukken die in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, op voorwaarde dat zij slechts één blad beslaan. § 2. De ter griffie neer te leggen stukken worden slechts in ontvangst genomen als de bepalingen van artikel 11, §§ 1 en 2, § 3, tweede lid, en § 4, tweede lid in acht werden genomen en als de kosten van bekendmaking betaald zijn op de in § 3 van dit artikel voorgeschreven wijze. Bovendien worden de formaliteiten met betrekking tot de neerlegging van de oprichtingsakte en de inschrijving van een Europees economisch samenwerkingsverband slechts in ontvangst genomen indien zij gelijktijdig geschieden. § 3. De kosten voor de bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van akten, uittreksels van akten, stukken en mededelingen worden betaald met een cheque op naam van het Belgisch Staatsblad, getrokken op een in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 56 van 10 november 1967 bedoelde kredietinstelling die de betaling ervan bij afzonderlijke akte waarborgt. Indien de bekendmakingskosten meer dan 200 EUR bedragen, moet de cheque gecertifieerd zijn door de kredietinstelling waarop hij is getrokken of geldig gemaakt zijn door de Post; de certificatie is niet vereist voor de door notarissen getrokken cheques. Bij de neerlegging ter griffie wordt de cheque of postassignatie gehecht aan het stuk dat voor het Belgisch Staatsblad is bestemd. Art. 13.De bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, van een akte, een uittreksel van een akte, een stuk of een mededeling, geldt voor de betrokken neergelegde stukken als ontvangstbewijs in de zin van artikel 67, § 3, van het Wetboek van vennootschappen. Art. 14.Uiterlijk de tweede werkdag na de datum van de neerlegging zendt de griffier aan het bestuur van het Belgisch Staatsblad de afschriften van akten, uittreksels van akten en stukken, alsmede de tekst van de mededelingen, die hij heeft ontvangen en die in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. De zendingen bestaan uit de op dezelfde dag in ontvangst genomen afschriften en exemplaren en de daarop betrekking hebbende mededelingen; zij worden verzonden bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs overhandigd. Art. 15.Het bestuur van het Belgisch Staatsblad houdt een staat bij waarin de datum van ontvangst wordt aangetekend van de stukken door de griffies toegezonden of overhandigd. Art. 16.Wanneer bekendmaking vereist is, vindt zij plaats in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad binnen de termijnen door de wet bepaald. Art. 17.Binnen een maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad zendt het bestuur van het Belgisch Staatsblad aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen de gegevens betreffende de oprichting en de afsluiting van de vereffening van een Europees economisch samenwerkingsverband. Art. 18.De Minister van Justitie stelt het tarief vast van de kosten van bekendmaking van de in artikel 1 bedoelde stukken. Art. 19.Wanneer aan de griffie een integraal afschrift wordt gevraagd, worden de uittreksels uit de in de artikelen 3, 4, 5, 6 en 8, bedoelde registers afgegeven op de voor de opgaven bestemde formulieren of op een fotokopie : wanneer de vraag slechts bepaalde punten betreft, wordt het uittreksel afgegeven op het formulier III, waarvan het model bij dit boek gevoegd is en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel. Art. 20.De bepalingen hierboven vinden geen toepassing op de stukken die overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen niet moeten worden neergelegd ter griffie maar toch moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Niettemin moeten zij worden opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, § 2. Zij worden door de belanghebbenden rechtstreeks aan het Belgisch Staatsblad gezonden, en in de vorm van een aankondiging bekendgemaakt. Art. 21.Wanneer hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd, van een rechtsgebied naar een ander wordt overgebracht, wordt de bijzondere afdeling van het dossier bedoeld in artikel 2, dan wel het dossier bedoeld in de artikelen 3, 5, 6 of 8, van de ene griffie naar de andere overgezonden binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de wijziging van de inschrijving van de vennootschap of het Europees economisch samenwerkingsverband op de griffie van de rechtbank waar het register met die inschrijving zich bevindt. Deze overzending geschiedt door toedoen van de griffier van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd zich bevond. Wanneer een vennootschap die in het krachtens artikel 4 gehouden register ingeschreven is, in België een bijkantoor vestigt in een ander rechtsgebied dan dat waarin zij is ingeschreven, wordt het dossier overgezonden aan de griffie van de rechtbank van koophandel in welker rechtsgebied het bijkantoor zich bevindt. De griffier van de rechtbank van koophandel in wiens rechtsgebied de zetel of het bijkantoor bedoeld in het eerste lid zich vestigt, geeft zonder uitstel bericht aan de Nationale Bank van België van : - het definitief inschrijvingsnummer van deze zetel of van dit bijkantoor of centrum in een van de registers bedoeld in artikel 11, § 2, vierde lid, punt 4°, alsmede - in geval van overbrenging, van het adres van deze zetel of dit bijkantoor of centrum Bijlagen bij Boek I Formulieren I en II bedoeld in de artikelen 9, § 3, en 10, § 4, eerste lid. Formulier III bedoeld in artikel 19. Formulier IV bedoeld in artikel 11, § 3. Formulier V bedoeld in artikel 11, § 4. Formulier VI bedoeld in artikel 10, § 4, tweede lid. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld BOEK II. - Jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en formaliteiten inzake de openbaarmaking TITEL I. - Jaarrekening HOOFDSTUK I. - Algemene principes Art. 22.De jaarrekening omvat de balans, de resultatenrekening en de toelichting. Deze documenten vormen een geheel. De posten van de jaarrekening worden in Belgische franken of in euro uitgedrukt. Art. 23.De jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze titel. Art. 24.De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap. Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting. Art. 25.§ 1. De jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en rechten van de vennootschap, van haar schulden en verplichtingen evenals van haar eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en haar opbrengsten. § 2. Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen kosten en opbrengsten is verboden, behalve in de gevallen voorzien door deze titel. § 3. In de toelichting worden per soort vermeld de rechten en verplichtingen die niet in de balans voorkomen en die het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden. Belangrijke rechten en verplichtingen die niet kunnen worden becijferd, worden op passende wijze vermeld in de toelichting. Art. 26.§ 1. De balans wordt opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, rekening houdend met de beslissingen tot besteding van het saldo van de resultatenrekening en van het overgedragen resultaat. Wanneer die toewijzing bij gebreke van een beslissing van het bevoegde orgaan niet definitief is, wordt de balans opgesteld onder de opschortende voorwaarde van die beslissing. § 2. De beginbalans van een boekjaar moet, onverminderd de toepassing van artikel 83, tweede lid, overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar. Art. 27.Het rekeningenstelsel van de vennootschap moet zodanig worden opgevat of aangepast dat de balans en de resultatenrekening zonder toevoeging of weglating voortvloeien uit de balans van de desbetreffende rekeningen, opgemaakt na het in overeenstemming brengen bedoeld in artikel 10, § 1, van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de boekhouding van de ondernemingen. HOOFDSTUK II. - Waarderingsregels Afdeling I. - Algemene beginselen Art. 28.§ 1. Elke vennootschap bepaalt de regels die, met nakoming van de bepalingen van dit hoofdstuk, doch rekening gehouden met haar eigen kenmerken, gelden voor de waardering van de inventaris bedoeld in artikel 9, § 1, van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de boekhouding van de ondernemingen, en, onder meer, voor de vorming en de aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten evenals voor de herwaarderingen. Deze regels worden bepaald door het bestuursorgaan van de vennootschap en vastgelegd in het boek bedoeld in artikel 9, § 1, van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de boekhouding van de ondernemingen. Ze worden samengevat in de toelichting; overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 24, eerste lid, moet deze samenvatting voldoende nauwkeurig zijn zodat inzicht wordt verkregen in de toegepaste waarderingsmethoden. Onverminderd § 2 wordt bij de vaststelling en toepassing van deze waarderingsregels ervan uitgegaan dat de vennootschap haar bedrijf zal voortzetten. § 2. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de vennootschappen in vereffening. Indien de vennootschap - al dan niet ingevolge een beslissing tot invereffeningstelling - besluit haar bedrijf stop te zetten of indien, in tegenstelling met het bepaalde in § 1, derde lid, er niet meer kan van worden uitgegaan dat de vennootschap haar bedrijf zal voortzetten, worden de waarderingsregels dienovereenkomstig aangepast en geldt in het bijzonder het volgende :
- a)de oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;
- b)voor de vaste en de vlottende activa moet zo nodig tot aanvullende afschrijvingen of waardeverminderingen worden overgegaan om de boekwaarde terug te brengen tot de vermoedelijke realisatiewaarde;
- c)een voorziening moet worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden, inzonderheid voor de aan het personeel uit te keren vergoedingen. Hetzelfde geldt, ingeval een bedrijfsonderdeel of een vestiging van de vennootschap wordt gesloten, dan is het tweede lid van toepassing op de activa, de passiva en de verplichtingen die betrekking hebben op dat bedrijfsonderdeel of die vestiging. Art. 29.Indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing van een in dit hoofdstuk bedoelde waarderingsregel niet leidt tot nakoming van het bepaalde in artikel 24, eerste lid, moet daarvan worden afgeweken ten einde te voldoen aan de in het voornoemde artikel bedoelde verplichting. Dergelijke afwijking wordt in de toelichting vermeld en verantwoord. De geraamde invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap wordt vermeld in de toelichting bij de jaarrekening over het boekjaar waarin de afwijkende waarderingsregel voor het eerst wordt toegepast. Art. 30.De waarderingsregels bedoeld in artikel 28, § 1, eerste lid, moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast. Ze worden evenwel gewijzigd wanneer, onder meer uit hoofde van belangrijke veranderingen in de activiteiten van de vennootschap, in de structuur van haar vermogen of in de economische dan wel technologische omstandigheden de vroeger gevolgde waarderingsregels niet langer aan het voorschrift van artikel 24, eerste lid, beantwoorden. Het tweede en het derde lid van artikel 29 zijn van toepassing op deze wijzigingen. Deze bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn. Art. 31.Elk bestanddeel van het vermogen wordt afzonderlijk gewaardeerd. Art. 32.De waarderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw. Art. 33.Er moet rekening worden gehouden met alle voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen, ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren, zelfs indien deze risico's, verliezen of ontwaardingen slechts gekend zijn tussen de balansdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening door het bestuursorgaan van de vennootschap wordt opgesteld. In de gevallen waarin, bij gebreke aan objectieve beoordelingscriteria, de waardering van de voorzienbare risico's, de mogelijke verliezen en de ontwaardingen onvermijdelijk aleatoir is, wordt hiervan melding gemaakt in de toelichting, wanneer de betrokken bedragen rekening houdend met de doelstelling van artikel 24, eerste lid, belangrijk zijn. Er moet rekening worden gehouden met de kosten en de opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de dag waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van deze opbrengsten onzeker is. Ten laste van het boekjaar moeten inzonderheid worden geboekt : het geraamde bedrag van de belastingen op het resultaat van het boekjaar of op het resultaat van vorige boekjaren, alsmede de bezoldigingen, uitkeringen en andere sociale voordelen die in de loop van een volgend boekjaar zullen worden betaald voor diensten die tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren zijn verricht. Wanneer de opbrengsten of de kosten in belangrijke mate worden beïnvloed door opbrengsten of kosten die aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, wordt daarvan melding gemaakt in de toelichting. Art. 34.De methoden en grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta uitgedrukte bezittingen, schulden en verplichtingen, alsmede de methoden voor de omrekening van de financiële staten van bijkantoren of centra van werkzaamheden in het buitenland, worden in de toelichting vermeld bij de in artikel 28, § 1, bedoelde waarderingsregels. Afdeling II. - Aanschaffingswaarde - Beginselen en uitzonderingen Art. 35.Onverminderd de toepassing van de artikelen 29, 57, 67, 69, 71, 73 en 77, wordt elk actiefbestanddeel gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen. Onder aanschaffingswaarde wordt verstaan : of de aanschaffingsprijs zoals bepaald in artikel 36, of de vervaardigingsprijs zoals bepaald in artikel 37, of de inbrengwaarde zoals bepaald in artikel 39. Art. 36.De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen en vervoerkosten. De aanschaffingsprijs van een door ruil verkregen actiefbestanddeel is de marktwaarde van het (
- de)in ruil hiervoor overgedragen actiefbestanddeel (-delen); is deze waarde moeilijk vast te stellen, dan is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het door ruil verkregen actiefbestanddeel. Deze waarden worden geschat op de datum van de ruil. Art. 37.De vervaardigingsprijs omvat naast de aanschaffingskosten der grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn evenals het evenredig deel van de productiekosten die slechts onrechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn, voor zover deze kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. Het staat de vennootschappen echter vrij deze onrechtstreekse produktiekosten niet geheel of gedeeltelijk in de vervaardigingsprijs op te nemen; in geval van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt zulks in de toelichting vermeld. Art. 38.In de aanschaffingswaarde van immateriële en materiële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering worden opgenomen, doch slechts voor zover zij betrekking heeft op de periode welke de bedrijfsklaarheid van deze vaste activa voorafgaat. In de vervaardigingsprijs van voorraden en herstellingen in uitvoering mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering slechts worden opgenomen voor zover deze rente voorraden of bestellingen betreft waarvan de productie of uitvoering meer dan één jaar bestrijkt en zij op de normale productieperiode van deze voorraden of de normale uitvoeringstermijn van deze bestellingen betrekking heeft. Het opnemen van de rente op vreemd vermogen in de aanschaffingswaarde van immateriële of materiële vaste activa of van voorraden of bestellingen in uitvoering, wordt bij de waarderingsregels in de toelichting vermeld. Art. 39.De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng. In geval van bestemming voor of inbreng in een onderneming die geen vennootschap met eigen rechtspersoonlijkheid is, moet onder inbrengwaarde worden verstaan de waarde van de goederen bij de inbreng of de bestemming. De inbrengwaarde mag niet hoger zijn dan de prijs die op het ogenblik van de inbreng of de bestemming voor de aankoop van de betrokken goederen op de markt zou moeten worden betaald. De belastingen en kosten met betrekking tot de inbreng zijn niet begrepen in de inbrengwaarde; indien zij niet volledig ten laste worden gebracht van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan de inbreng is geschied, worden ze opgenomen in de rubriek "Oprichtingskosten". Art. 40.Wat de goederen betreft die worden verkregen tegen betaling van een lijfrente : 1° wordt onder aanschaffingswaarde verstaan het kapitaal dat op het ogenblik van de aanschaffing nodig is om de rente te betalen, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag dat bij de aanschaffing werd betaald en met de kosten;2° wordt een voorziening gevormd ten belope van het bedrag van het hiervoorgenoemde kapitaal;deze voorziening wordt jaarlijks aangepast. Art. 41.§ 1. De aanschaffingswaarde van deelne mingen of aandelen ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als evenwel die conventionele waarde lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, dan stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde. In afwijking van het eerste lid worden de deelnemingen en aandelen van een vennootschap die een vennootschap ontvangt bij fusie of splitsing als bedoeld in artikel 78, 79 of 80, in ruil voor de aandelen die zij in de overgenomen of gesplitste vennootschap bezat, bij die fusie of splitsing in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waarvoor de aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap hierin op die datum stonden geboekt. Ingeval bij fusie of splitsing een opleg in geld is verkregen, wordt het bedrag hiervan afgetrokken van de boekwaarde - en bij voorrang van de aanschaffingswaarde - van de aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap, inzover die opleg wordt onttrokken aan het kapitaal of de uitgiftepremie; in de overige gevallen wordt dat bedrag in resultaat genomen. Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen als bedoeld in artikel 81, worden de als tegenprestatie ontvangen deelnemingen of aandelen bij de inbreng in de boekhouding van de inbrenger opgenomen tegen de nettowaarde waarvoor de ingebrachte goederen hier op die datum voorkwamen. § 2. De bijkomende kosten met betrekking tot het aanschaffen van financiële vaste activa en van geldbeleggingen mogen ten laste worden genomen van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan. Art. 42.In afwijking van de artikelen 31, 35, 47, 52, 56, 68, 69, 70, 71, 72 en 74 mogen het klein materieel evenals de grond- en hulpstoffen die bestendig worden hernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal, op het actief worden opgenomen voor een vast bedrag indien de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet aanmerkelijk veranderen van het ene boekjaar tot het andere. In dit geval wordt de prijs voor de hernieuwing van deze bestanddelen opgenomen onder de bedrijfskosten. Art. 43.De aanschaffingswaarde van activa met identieke technische of juridische kenmerken wordt bepaald hetzij door individualisering van de prijs van elk bestanddeel, hetzij volgens de methode van gewogen gemiddelde prijzen, volgens de methode "Fifo" (eerst in - eerst uit) of volgens de methode "Lifo" (laatst in - eerst uit). Indien de methode wordt gewijzigd, mag de aanschaffingswaarde van de goederen die geacht worden eerst te zijn ingekomen, niet lager zijn dan de waarde waarvoor ze, voor toepassing van de desbetreffende waardeverminderingen, voorkwamen in de inventaris bij het afsluiten van het boekjaar tevoren. Wanneer, inzonderheid bij toepassing van de Lifo-methode, de boekwaarde van de voorraden aanzienlijk verschilt van de waarde berekend op basis van de marktwaarde op balansdatum, moet het totale bedrag van dit verschil, per voorraadpost die in de balans voorkomt, in de toelichting worden vermeld. Dit verschil kan door de in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen bedoelde kleine vennootschappen en door middel van een totaalbedrag voor het geheel van de betrokken posten worden opgegeven. Art. 44.Indien, bij het begin van het eerste boekjaar waarin voor een vennootschap deze titel toepasselijk wordt de aanschaffingswaarde van bepaalde actiefbestanddelen niet kan worden wedersamengesteld, is de aanschaffingswaarde van elk van die bestanddelen gelijk aan de waarde waarvoor ze, vóór toepassing van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen, in de inventaris van het boekjaar tevoren voorkwamen. De in toepassing van het vorige lid bepaalde aanschaffingswaarde : 1° maakt in voorkomend geval, het voorwerp uit van afschrijvingen of waardeverminderingen overeenkomstig afdelingen III en VI van dit hoofdstuk;2° wordt, voor de toepassing van artikel 43, beschouwd als aanschaffingswaarde van de eerst ingekomen goederen. De herwaarderingsmeerwaarden die geboekt werden voor het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn evenals de uitgiftepremies die ontvangen en de kapitaalsubsidies die bekomen werden voor datzelfde boekjaar moeten in de jaarrekening slechts opgenomen worden voor zover ze nog als zodanig in de boekhouding van de vennootschap voorkwamen op het einde van het voorafgaande boekjaar. Zijn door een vennootschap meerwaarden geboekt tijdens een boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983, dan mogen deze meerwaarden in rubriek III "Herwaarderingsmeerwaarden" behouden blijven. Afdeling III. - Afschrijvingen en waardeverminderingen Art. 45.Onder "afschrijvingen" verstaat men de bedragen ten laste van de resultatenrekening genomen, met betrekking tot oprichtingskosten en tot immateriële en materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, ten einde hetzij het bedrag van deze oprichtingskosten en van de eventueel geherwaardeerde aanschaffingskosten van deze vaste activa te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, hetzij deze kosten ten laste te nemen op het ogenblik waarop zij worden aangegaan. Onder "waardeverminderingen" verstaat men correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen, andere dan die vermeld in het vorige lid, om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar. De gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen worden afgetrokken van de actiefposten waarop ze betrekking hebben. Art. 46.De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw. Art. 47.De afschrijvingen en waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale afschrijvingen of waardeverminderingen geacteerd worden. Art. 48.De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap overeenkomstig artikel 28, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar. Art. 49.De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 46, van de minderwaarden waarvoor ze werden gevormd. Afdeling IV. - Voorzieningen Art. 50.De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat. Voorzieningen mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa. Art. 51.De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw. Art. 52.De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken. Onder de risico's en kosten met dezelfde aard moeten de soorten van risico's en kosten worden verstaan die bij wijze van voorbeeld in artikel 54 zijn vermeld. Art. 53.De voorzieningen voor risico's en kosten moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap overeenkomstig artikel 28, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar. Art. 54.Voorzieningen moeten, onder meer, gevormd worden met het oog op :
- a)de verplichtingen die op de vennootschap rusten inzake rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijkaardige pensioenen of renten;
- b)de kosten van grote herstellings- of onderhoudswerken;
- c)de verlies- of kostenrisico's die voor de vennootschap voortvloeien uit persoonlijke of zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden, uit verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa, uit de uitvoering van gedane of ontvangen bestellingen, uit termijnposities of overeenkomsten in deviezen, termijnposities of overeenkomsten op goederen, uit technische waarborgen verbonden aan reeds door de vennootschap verrichte verkopen of diensten, uit hangende geschillen. Art. 55.De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 51, van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd. Afdeling V. - Herwaarderingsmeerwaarden Art. 56.De herwaarderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter herwaarderingen geacteerd worden. Art. 57.§ 1. De vennootschappen mogen de materiële vaste activa, de deelnemingen en aandelen die onder de financiële vaste activa voorkomen of bepaalde soorten hiervoorgenoemde vaste activa herwaarderen, wanneer de waarde van deze activa, bepaald in functie van hun nut voor de vennootschap, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de vennootschap of van een onderdeel daarvan mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van de vennootschap of van het betrokken bedrijfsonderdeel. De geherwaardeerde waarde die voor deze vaste activa in aanmerking wordt genomen wordt verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst werd toegepast. § 2. Heeft de herwaardering betrekking op materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur, dan wordt op basis van de geherwaardeerde waarde afgeschreven volgens een overeenkomstig artikel 28, § 1, opgemaakt plan dat ertoe strekt de toerekening van de geherwaardeerde waarde te spreiden over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de betrokken activa. § 3. De geboekte meerwaarden worden rechtstreeks toegerekend aan rubriek III van het passief "Herwaarderingsmeerwaarden" en daar behouden zolang de goederen waarop zij betrekking hebben, niet werden gerealiseerd. Deze meerwaarden mogen nochtans : 1° worden overgebracht naar een reserve tot het beloop van de op de meerwaarde geboekte afschrijvingen;2° in kapitaal worden omgezet;3° bij latere minderwaarde worden afgeboekt tot het beloop van het nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde. Afdeling VI. - Bijzondere regels Onderafdeling I. - Bijzondere regels betreffende de oprichtingskosten Art. 58.De oprichtingskosten worden slechts op het actief geboekt voor zover ze niet ten laste worden genomen gedurende het boekjaar waarin ze werden besteed. Kosten die worden gemaakt in het kader van een herstructurering worden alleen dan onder de activa opgenomen, wanneer het gaat om welbepaalde kosten die verband houden met een ingrijpende wijziging in de structuur of de organisatie van de vennootschap en die kosten ertoe strekken een gunstige en duurzame invloed te hebben op de rentabiliteit van de vennootschap. In de toelichting moet worden verantwoord dat aan deze voorwaarden is voldaan. De herstructureringskosten die het karakter hebben van bedrijfskosten of van uitzonderlijke kosten worden geactiveerd door ze op zichtbare wijze in mindering te brengen van het totaal bedrag respectievelijk van de bedrijfskosten en van de uitzonderlijke kosten. Art. 59.Voor de oprichtingskosten worden passende afschrijvingen geboekt, per jaarlijkse tranches van ten minste twintig percent van de werkelijk uitgegeven bedragen. De afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen mag echter gespreid worden over de looptijd van de leningen. Onderafdeling II. - Bijzondere regels betreffende immateriële vaste activa Art. 60.Andere dan van derden verworven immateriële vaste activa worden slechts tegen vervaardigingsprijs op het actief geboekt voor zover die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstig rendement voor de vennootschap van deze vaste activa. De kleine vennootschappen bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen vermelden in de toelichting het bedrag van de onder de immateriële vaste activa opgenomen kosten van onderzoek en ontwikkeling. Art. 61.§ 1. Voor immateriële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 28, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar. Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap. De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen. Wordt in uitzonderlijke gevallen de afschrijving van kosten voor onderzoek en ontwikkeling of van goodwill over meer dan vijf jaar gespreid dan moet dit worden verantwoord in de toelichting. § 2. Voor immateriële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding. Onderafdeling III. - Bijzondere regels betreffende materiële vaste activa Art. 62.De gebruiksrechten betreffende materiële vaste activa waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten zoals omschreven in hoofdstuk III, afdeling IV, III.D, worden onverminderd de toepassing van de artikelen 45 en 64, § 1, onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De overeenkomstige verplichtingen aan de passiefzijde worden ieder jaar gewaardeerd ten belope van het gedeelte der in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. Art. 63.De meer- of minderwaarde die wordt vastgesteld bij de overdracht van een afschrijfbaar materieel vast actief met afsluiting door de cedent van een leasingovereenkomst die op dat zelfde goed slaat, wordt opgenomen in de overlopende rekeningen en wordt elk jaar in resultaat genomen naar verhouding van de afschrijving van dit geleaste vast actief voor het betrokken boekjaar. Art. 64.§ 1. Voor materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 28, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar. Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap. De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoren toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen. § 2. Voor materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding. Art. 65.Voor de buiten gebruik gestelde of niet meer duurzaam tot de activiteit van de vennootschap bijdragende materiële vaste activa, wordt in voorkomend geval tot een uitzonderlijke afschrijving overgegaan om rekening te houden met de waarschijnlijke realisatiewaarde ervan. Onderafdeling IV. - Bijzondere regels betreffende financiële vaste activa Art. 66.§ 1. De niet opgevraagde bedragen op deelnemingen en aandelen worden vermeld in de toelichting per onderrubriek waarin de nog vol te storten deelnemingen en aandelen zijn opgenomen. § 2. Voor de deelnemingen en de aandelen die in de rubriek "Financiële vaste activa" zijn opgenomen wordt tot waardevermindering overgegaan ingeval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelnemingen of de aandelen worden aangehouden. Op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag. Onderafdeling V. - Bijzondere regels betreffende vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar Art. 67.§ 1. Vorderingen worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde, onverminderd de toepassing van § 2 van dit artikel en van de artikelen 68 en 73. § 2. Bij de boeking van een vordering in de balans voor haar nominale waarde worden in voorkomend geval in de overlopende rekeningen van het passief geboekt en pro rata temporis in resultaat genomen op grond van de samengestelde interesten :
- a)de rente die op basis van de overeenkomst tussen partijen in de nominale waarde van de vordering begrepen is;
- b)het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de nominale waarde van de vordering;
- c)het disconto op renteloze of abnormaal laag rentende vorderingen, wanneer deze vorderingen : 1° terugbetaalbaar zijn na meer dan één jaar te rekenen vanaf het ogenblik waarop zij in het vermogen van de vennootschap zijn opgenomen, en 2° betrekking hebben hetzij op als opbrengst geboekte bedragen in de resultatenrekening, hetzij op de prijs van de overdracht van vaste activa of van een activiteitsbranche. Het in sub
- c)bedoelde disconto wordt berekend op basis van de voor dergelijke vorderingen geldende marktrente op het ogenblik waarop de vordering werd opgenomen in het vermogen van de vennootschap. Bij vorderingen die in termijnen worden betaald of afbetaald en waarvan de rente of het lastenpercentage gedurende de gehele contractduur wordt toegepast op het oorspronkelijke bedrag van de financiering of van de lening, worden de respectieve bedragen van de gelopen rente en het lastenpercentage die in resultaat moeten worden genomen en van de niet gelopen rente en het lastenpercentage die moeten worden overgedragen naar een volgend boekjaar bepaald door toepassing van de reële rente op het bij het begin van elke periode uitstaande saldo; deze reële rente wordt berekend met inachtneming van de spreiding en de periodiciteit van de betalingen. Een andere methode mag slechts worden toegepast op voorwaarde dat zij, per boekjaar, een gelijkwaardig resultaat oplevert. Het bedrag van de rente of het lastenpercentage mag niet worden gecompenseerd met de kosten en provisies in verband met deze verrichtingen. Art. 68.Op de vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag. Op deze vorderingen mogen eveneens waardeverminderingen worden toegepast wanneer hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekwaarde vastgesteld overeenkomstig artikel 67. Onderafdeling VI. - Bijzondere regels betreffende voorraden Art. 69.§ 1. De grond- en hulpstoffen, het gereed produkt, de handelsgoederen en de voor verkoop bestemde gebouwen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen de marktwaarde op balansdatum als die lager is. De waardering tegen de lagere marktwaarde, met toepassing van het eerste lid, mag niet worden gehandhaafd indien achteraf de marktwaarde hoger is dan de lagere waarde waartegen de voorraad werd gewaardeerd. § 2. De goederen in bewerking worden, onverminderd de toepassing van artikel 70, gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs. Art. 70.Ten aanzien van de goederen in bewerking worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten hoger is dan de nettoverkoopprijs op de datum van de jaarafsluiting. Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de activa bedoeld in artikel 69 en in het eerste lid van dit artikel, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit. Onderafdeling VII. - Bijzondere regels betreffende bestellingen in uitvoering Art. 71.De bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs vermeerderd, naarmate de produktie of de werkzaamheden vorderen, met het verschil tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de vervaardigingsprijs, wanneer dit verschil met voldoende zekerheid als verworven mag worden beschouwd; een vennootschap kan echter ook als regel aannemen de bestellingen in uitvoering of bepaalde soorten daarvan op de balans te blijven boeken tegen hun vervaardigingsprijs. In de toelichting worden onder de waarderingsregels de methoden en criteria vermeld die voor de waardering van bestellingen in uitvoering zijn toegepast. Voor de risico's en kosten verbonden aan de verdere uitvoering van deze bestellingen worden, overeenkomstig de artikelen 33, 51, 53, 54 en 55 voorzieningen gevormd, voor zover deze risico's niet zijn gedekt door waardeverminderingen, geboekt met toepassing van artikel 72. Art. 72.Ten aanzien van de bestellingen in uitvoering worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de in de overeenkomst bedongen prijs. Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de bestellingen in uitvoering, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit. Onderafdeling VIII. - Bijzondere regels betreffende geldbeleggingen en liquide middelen Art. 73.De vastrentende effecten worden gewaardeerd op grond van hun aanschaffingswaarde. Wanneer evenwel hun actuariële rendement berekend bij de aankoop, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde op vervaldag, verschilt van hun nominale rendement, wordt het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis voor de resterende looptijd van de effecten in resultaat genomen als bestanddeel van de renteopbrengst van deze effecten en, naar gelang van het geval, toegevoegd aan of afgetrokken van de aanschaffingswaarde van de effecten. De inresultaatneming van dit verschil geschiedt op geactualiseerde basis, uitgaande van het actuariële rendement bij aankoop. De vennootschappen hebben echter de mogelijkheid om : 1° het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde op lineaire basis pro rata temporis in resultaat te nemen;2° de vastrentende effecten voor hun aanschaffingswaarde in de balans te behouden wanneer de weerslag van de inresultaatneming van het actuariële rendement van de effecten ten opzichte van de inresultaatsneming van het louter nominale rendement, te verwaarlozen zou zijn. Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op effecten met een rendement dat, volgens de uitgiftevoorwaarden, uitsluitend voortkomt uit het verschil tussen de uitgifteprijs en de terugbetalingswaarde. Art. 74.Op geldbeleggingen en liquide middelen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. Art. 75.Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de geldbeleggingen en liquide middelen om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit. Onderafdeling IX - Bijzondere regels betreffende uitgestelde belastingen Art. 76.§ 1. De uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies en gerealiseerde meerwaarden worden oorspronkelijk gewaardeerd tegen het normale bedrag van de belasting die erop zou zijn geheven indien die subsidies en meerwaarden zouden zijn belast ten laste van het boekjaar waarin zij werden geboekt. Zij worden evenwel gewaardeerd na aftrek van de weerslag van de belastingverminderingen en vrijstellingen waarvan op het ogenblik dat deze subsidies en meerwaarden worden geboekt kan worden vermoed dat zij, in een nabije toekomst, zullen leiden tot een lagere belasting op deze subsidies en meerwaarden. § 2. De uitgestelde belastingen op ontvangen kapitaalsubsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post "Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de afboeking van de kapitaalsubsidies in passiefpost VI waarop zij betrekking hebben. De uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post "Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de opneming van de betrokken meerwaarden in het belastbaar resultaat. § 3. Behoudens toepassing van § 2 mag het gepassiveerde bedrag van de uitgestelde belastingen slechts worden aangepast in zover, ingevolge een wijziging in de fiscale toestand van de vennootschap, het effectieve bedrag van de geraamde belasting die in een nabije toekomst op deze subsidies en meerwaarden zal zijn verschuldigd, waarschijnlijk sterk zal verschillen van het bedrag aan passiefzijde. Onderafdeling X. - Bijzondere regels betreffende schulden Art. 77.De artikelen 67 en 73 zijn van overeenkomstige toepassing op de schulden van overeenstemmende aard en looptijd. Onderafdeling XI. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een fusie Art. 78.§ 1. Fusie door overneming, zoals gedefinieerd in artikel 671 van het Wetboek van vennootschappen, en de door artikel 676 van hetzelfde wetboek hiermee gelijkgestelde verrichtingen, worden in de boekhouding verwerkt volgens de bepalingen van §§ 2 tot 7. § 2. Alle actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, inclusief de verschillende bestanddelen van haar eigen vermogen, de afschrijvingen, waardeverminderingen en door haar gevormde voorzieningen, haar rechten en verplichtingen alsook haar opbrengsten en kosten van het boekjaar, worden, onverminderd §§ 3 tot 7, opgenomen in de boekhouding van de overnemende vennootschap tegen de waarde waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen op het tijdstip als bedoeld in artikel 693, 5° van het Wetboek van vennootschappen. § 3. Bij de fusie vervallen : 1° de eigen aandelen die de overgenomen vennootschap bezit en die krachtens artikel 703, § 2, 2°, van het Wetboek van vennootschappen niet mogen worden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap;2° ten belope van de boekwaarde van deze eigen aandelen, de onbeschikbare reserve voor eigen aandelen die door de overgenomen vennootschap daartoe is gevormd;wanneer er geen reserve voor eigen aandelen werd gevormd, is artikel 623, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen van toepassing. § 4. Indien, rekening houdend met de ruilverhouding en de nominale of fractiewaarde van de als vergoeding toegekende aandelen, het bedrag, waarmee het kapitaal van de overnemende vennootschap wordt verhoogd groter is dan het kapitaal van de overgenomen vennootschap, wordt het verschil onttrokken aan de andere bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, volgens de regels vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit; in het tegenovergestelde geval wordt het verschil geboekt als een uitgiftepremie. § 5. Als de vennoten van de overgenomen vennootschap een opleg in geld verkrijgen, wordt die geacht te zijn onttrokken aan het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap. Deze onttrekking aan het eigen vermogen gebeurt op de wijze vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit met naleving van de wettelijke en statutaire bepalingen. Indien de algemene vergadering die tot fusie besluit, niet heeft beslist aan welke post van het eigen vermogen die opleg moet worden onttrokken, gebeurt dit in deze volgorde : aan de overgedragen winst, aan de beschikbare reserves en aan de andere reserves die volgens de wet of de statuten mogen worden uitgekeerd. § 6. Indien de overnemende vennootschap of een andere gelijktijdig overgenomen vennootschap aandelen bezat van de overgenomen vennootschap, worden deze aandelen bij de fusie ingetrokken en worden de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen van de overgenomen vennootschap die omgewisseld werden tegen aandelen van de overnemende vennootschap. In voorkomend geval wordt evenwel rekening gehouden met de ten gevolge van de fusie gewijzigde fiscale kwalificatie van de reserves bij de overgenomen vennootschap. § 7. Indien de aandelen van de overgenomen vennootschap, die met toepassing van artikel 703, § 2, 2°, van het Wetboek van vennootschappen niet werden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap, in de boekhouding van de vennootschap die ze bezat waren opgenomen tegen een waarde die niet overeenstemt met de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, dan wordt het verschil verwerkt volgens zijn aard of zijn oorsprong :
- a)Wanneer de boekwaarde van de betrokken aandelen groter is dan de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, wordt dit verschil voor zover mogelijk toegerekend aan de actiefbestanddelen, inclusief de immateriële activa, met een grotere waarde dan het bedrag waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen.Voor zover dit verschil voortvloeit uit een overwaardering van de schulden of uit afschrijvingen, waardeverminderingen of voorzieningen die door de overgenomen vennootschap in resultaat waren genomen maar die niet langer dienstig dan wel overtollig zijn, dan worden die bij de fusie via de resultatenrekening teruggenomen dan wel gecorrigeerd ten belope van dit overschot. Het verschil dat overblijft na deze toerekeningen wordt, naargelang van het geval, opgenomen in de post "Goodwill" of in resultaat genomen.
- b)In het tegenovergestelde geval wordt het verschil als volgt verwerkt : voor zover dit voortvloeit uit een overwaardering van activa of een onderwaardering van passiva door de overgenomen vennootschap, worden op het tijdstip van de fusie voor het desbetreffende bedrag in de resultatenrekening afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen en correcties geboekt. Het verschil dat overblijft na deze correctieboekingen wordt in resultaat genomen. Art. 79.Fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap zoals gedefinieerd in artikel 672 van het Wetboek van vennootschappen, wordt in de boekhouding van de fuserende vennootschappen verwerkt overeenkomstig artikel 78. Voor de toepassing van het eerste lid wordt elke fuserende vennootschap beschouwd als overgenomen vennootschap en wordt de nieuw opgerichte vennootschap beschouwd als overnemende vennootschap. Onderafdeling XII. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een splitsing Art. 80.Splitsing door overneming, door oprichting van nieuwe vennootschappen of gemengde splitsing zoals gedefinieerd in de artikelen 673, 674 en 675 van het Wetboek van vennootschappen, wordt in de boekhouding van de gesplitste vennootschap en van de vennootschappen waarin de inbreng ten gevolge van de splitsing gebeurt, naar gelang van het geval, verwerkt zoals bepaald in artikel 78 of in artikel 79. Voor elke vennootschap waarin een inbreng gebeurt, is artikel 78 evenwel van toepassing op de ingebrachte activa en passiva, rechten en verplichtingen en op het ingebrachte deel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap. Onderafdeling XIII. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen Art. 81.Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen zoals gedefinieerd in de artikelen 678 en 679 van het Wetboek van vennootschappen, worden de ingebrachte activa, passiva, rechten en verplichtingen opgenomen in de boekhouding van de vennootschap waarin de inbreng gebeurt, tegen de waarde waarvoor zij op het tijdstip van de inbreng in de boekhouding van de inbrengende vennootschap voorkwamen. HOOFDSTUK III. - Structuur van de jaarrekening Afdeling I. - Algemene beginselen Art. 82.§ 1. De balans en de resultatenrekening worden, onverminderd de toepassing van artikel 85, tweede lid, opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in afdeling II van dit hoofdstuk. De resultatenrekening wordt, naar keuze van de vennootschap, opgesteld in scontrovorm of in staffelvorm. De toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in punt A van onderafdeling III van voornoemde afdeling II en de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling II bepaalde gegevens betreffende de sociale balans. De handelaars - natuurlijke personen moeten de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling II bepaalde gegevens betreffende de sociale balans niet meedelen. § 2. De kleine vennootschappen bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen kunnen evenwel hun balans en hun resultatenrekening opstellen volgens de verkorte schema's opgenomen in afdeling III van dit hoofdstuk met een verkorte toelichting waarin de in punt A van onderafdeling III van voornoemde afdeling III bepaalde aanvullende gegevens zijn opgenomen, alsook de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling III bepaalde gegevens betreffende de sociale balans. De handelaars - natuurlijke personen moeten de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling III bepaalde gegevens betreffende de sociale balans niet meedelen. § 3. De posten van de in §§ 1 en 2 bedoelde balans en resultatenrekening, alsmede de vermeldingen in de in deze paragrafen bedoelde toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten en vermeldingen het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer zij ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn. § 4. De inhoud van de posten in de jaarrekening wordt, waar nodig, nader bepaald in afdeling IV van dit hoofdstuk. Voor de toepassing van deze titel zijn rubrieken de posten van de balans en de resultatenrekening aangeduid met een Romeins cijfer of een hoofdletter en onderrubrieken de posten aangeduid met een Arabisch cijfer. Art. 83.Bij elke rubriek en onderrubriek van de balans en van de resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld; wanneer evenwel een vennootschap die haar jaarrekening over het voorafgaande boekjaar heeft opgesteld overeenkomstig artikel 82, § 2, haar jaarrekening over het nieuwe boekjaar moet opstellen overeenkomstig artikel 82, § 1, volstaat het dat zij als vergelijkende cijfers voor het voorafgaande boekjaar de bedragen vermeldt die als zodanig voorkwamen in de jaarrekening over dat boekjaar. Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval worden deze aanpassingen, behalve indien zij onbelangrijk zijn, in de toelichting vermeld en onder verwijzing naar de betrokken rubrieken, toegelicht. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken. Deze bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn. Art. 84.Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post welke ten opzichte van het voorschrift van artikel 24, eerste lid, het meest is aangewezen. Art. 85.De vennootschappen mogen in de toelichting de rubrieken en onderrubrieken die verplicht moeten worden vermeld verder indelen. De omschrijving van de in de schema's door een hoofdletter aangegeven rubrieken en van de onderrubrieken moet, wanneer de naleving van het voorschrift van artikel 24, eerste lid, dit vereist, aangepast worden aan de bijzondere aard van de werkzaamheden, van het vermogen en van de opbrengsten en kosten van de vennootschap. Art. 86.De voorstelling van de jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere. Ze wordt echter gewijzigd wanneer, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van de vennootschap ze niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 24, eerste lid. Deze wijzigingen worden vermeld en verantwoord in de toelichting die behoort tot het boekjaar waarin ze werden ingevoerd. De huidige bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn. Art. 87.De toelichting bij de eerste balans en resultatenrekening opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in afdeling II van dit hoofdstuk, hoeft geen vergelijkende cijfers te bevatten over het vorige boekjaar met betrekking tot vermeldingen die voor de eerste maal moeten worden opgenomen in de jaarrekening over het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983. Afdeling II. - Volledige jaarrekening : schema van de balans, schema's van de resultatenrekening en inhoud van de toelichting Onderafdeling I. - Schema van de balans Art. 88.De balans moet worden opgesteld volgens onderstaand schema : ACTIVA Vaste activa : I.Oprichtingskosten II. Immateriële vaste activa III. Materiële vaste activa A. Terreinen en gebouwen B. Installaties, machines en uitrusting C. Meubilair en rollend materieel D. Leasing en soortgelijke rechten E. Overige materiële vaste activa F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen IV. Financiële vaste activa A. Verbonden ondernemingen 1. Deelnemingen 2.Vorderingen B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 1. Deelnemingen 2.Vorderingen C. Andere financiële vaste activa 1. Aandelen 2.Vorderingen en borgtochten in contanten Vlottende activa V. Vorderingen op meer dan een jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering A. Voorraden 1. Grond- en hulpstoffen 2.Goederen in bewerking 3. Gereed produkt 4.Handelsgoederen 5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop 6.Vooruitbetalingen B. Bestellingen in uitvoering VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen VIII Geldbeleggingen A. Eigen aandelen B. Overige beleggingen IX Liquide middelen X Overlopende rekeningen Totaal der activa PASSIVA Eigen vermogen I. Kapitaal A. Geplaatst kapitaal B. Niet opgevraagd kapitaal (-) II. Uitgiftepremies III. Herwaarderingsmeerwaarden IV. Reserves A. Wettelijke reserve B. Onbeschikbare reserves 1. Voor eigen aandelen 2.Andere C. Belastingvrije reserves D. Beschikbare reserves V. Overgedragen winst (Overgedragen verlies) VI. Kapitaalsubsidies Voorzieningen en uitgestelde belastingen VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten 1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 2.Belastingen 3. Grote herstellings- en onderhoudswerken 4.Overige risico's en kosten B. Uitgestelde belastingen Schulden VIII. Schulden op meer dan een jaar A. Financiële schulden 1. Achtergestelde leningen 2.Niet achtergestelde obligatieleningen 3. Leasingschulden en soortgelijke schulden 4.Kredietinstellingen 5. Overige leningen B.Handelsschulden 1. Leveranciers 2.Te betalen wissels C. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen D. Overige schulden IX. Schulden op ten hoogste één jaar A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen B. Financiële schulden 1. Kredietinstellingen 2.Overige leningen C. Handelsschulden 1. Leveranciers 2.Te betalen wissels D. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2.Bezoldigingen en sociale lasten. F. Overige schulden X. Overlopende rekeningen Totaal der passiva Onderafdeling II. - Schema van de resultatenrekening (voorstelling in staffelvorm) Art. 89.Als de resultatenrekening wordt voorgesteld in staffelvorm, moet het volgende schema gebruikt worden : I. Bedrijfsopbrengsten A. Omzet B. Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed produkt en in de bestellingen in uitvoering (toename, + afname -) C. Geproduceerde vaste activa D. Andere bedrijfsopbrengsten II. Bedrijfskosten A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 1. Inkopen 2.Wijziging in de voorraad (toename -; afname +) B. Diensten en diverse goederen C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen D. Afschrijvingen en waarde- verminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa E. Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (toevoegingen +; terugnemingen -) F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +; bestedingen en terugnemingen -) G. Andere bedrijfskosten III. Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) IV. Financiële opbrengsten A. Opbrengsten uit financiële vaste activa B. Opbrengsten uit vlottende activa C. Andere financiële opbrengsten V. Financiële kosten A. Kosten van schulden B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II, E. (toevoegingen +; terugnemingen -) C. Andere financiële kosten VI. Winst (Verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening, voor belasting VII. Uitzonderlijke opbrengsten A. Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa B. Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa C. Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa E. Andere uitzonderlijke opbrengsten VIII. Uitzonderlijke kosten A. Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa B. Waardeverminderingen op financiële vaste activa C. Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten D. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa E. Andere uitzonderlijke kosten IX. Winst (Verlies) van het boekjaar voor belasting IXbis. A. Overboeking naar de uitgestelde belastingen B. Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen X. Belastingen op het resultaat A. Belastingen B. Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen XI. Winst (Verlies) van het boekjaar XII. (Overboeking naar (Onttrekking aan) de belastingvrije reserves) XIII. Te bestemmen winst (Te verwerken verlies) van het boekjaar Resultaatverwerking A. Te bestemmen winstsaldo (te verwerken verliessaldo) 1. Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar 2.Overgedragen winst (overgedragen verlies) van het vorige boekjaar B. Onttrekking aan de eigen middelen (+) 1. Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies 2.Aan de reserves C. Toevoeging aan het eigen vermogen 1. aan het kapitaal en de uitgiftepremie 2.aan de wettelijke reserve 3. aan de overige reserves D.Over te dragen resultaat 1. Over te dragen winst (-) 2.Over te dragen verlies (+) E. Tussenkomst van de vennoten in het verlies (+) F. Uit te keren winst (-) 1. Vergoeding van het kapitaal (
- a)2.Bestuurders of zaakvoerders (
- a)3. Andere rechthebbenden (
- a)(
- a)Alleen voor vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht Onderafdeling IIbis.- Schema van de resultatenrekening (voorstelling in scontrovorm) Art. 90.Als de resultatenrekening wordt voorgesteld in scontrovorm, moet het volgende schema geb